<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Vervolgadvies
gewasbescherming
en omwonenden
Aan: de minister voor Medische Zorg en Sport, de minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Nr. 2020/10, Den Haag, 29 juni 2020
                                                                               2 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> Inhoud                                                                    Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 2 van 53
 inhoud
      Samenvatting3                                                     04 Chemische gewasbescherming in de praktijk                            29
                                                                             4.1  Regels voor veilig gebruik                                      30
  01 Inleiding7                                                             4.2  Verduurzaming                                                   31
      1.1  Achtergrond                                                8     4.3  Ruimte voor verbetering                                         32
      1.2  Adviesaanvraag                                             8
      1.3  De commissie                                               9
                                                                         05 Advies35
      1.4  Taakopvatting, terminologie en werkwijze van de commissie  9
                                                                             5.1  Gezondheidsrisico’s door gewasbeschermingsmiddelen              36
      1.5  Leeswijzer                                                12
                                                                             5.2  Intensivering van streven naar duurzaamheid                     36
                                                                             5.3  Het nut van aanvullend onderzoek                                37
  02 Gezondheidsrisico’s door het gebruik van
                                                                             5.4  Verbetering van de toelatingsprocedure                          39
      chemische gewasbeschermingsmiddelen                            13
                                                                             5.5  Bevordering van de kennisuitwisseling, dialoog en samenwerking  40
      2.1  Internationale literatuur over gezondheidseffecten
           van gewasbeschermingsmiddelen                             14
                                                                             Literatuur42
      2.2  Onderzoek naar gezondheideffecten in Nederland            17
      2.3  Conclusie                                                 21
  03 De toelating van chemische
      gewas­beschermingsmiddelen                                     22
      3.1  De procedure                                              23
      3.2  Recente verbeteringen                                     24
      3.3  Gewenste verbeteringen                                    26
1       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                           2                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 3 van 53
 samenvatting
 In vervolg op het Gezondheidsraadadvies uit       relevante vakgebieden heeft zich over deze         middelen en de ziekte van Parkinson en ont­­
 2014 over gezondheidsrisico’s van gewas­          vragen gebogen.                                    wikkelingsstoornissen bij kinderen plausibel zijn.
 beschermingsmiddelen voor omwonenden van
 landbouwpercelen zijn een groot blootstellings­   Onderzoek wijst op gezondheidsrisico’s             Nederlands onderzoek van de laatste jaren
 onderzoek (OBO) en een gezondheidsverken­         door gewasbeschermingsmiddelen                     geeft geen duidelijke aanwijzingen voor gezond­
 ning uitgevoerd. Op verzoek van de minister       Uit de internationale epidemiologische literatuur  heidseffecten, maar neemt de ongerustheid ook
 voor Medische Zorg en Sport, de minister van      komen aanwijzingen dat gewasbescherming            niet weg. Het epidemiologische onderzoek van
 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de        met chemische middelen gepaard kan gaan met        eigen bodem is beperkt van omvang en de
 staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat gezondheidsschade bij mensen. Zo zijn er           zwakke aanwijzingen voor effecten die uit
 brengt de Gezondheidsraad nu opnieuw advies       verbanden met de ziekte van Parkinson              sommige van deze onderzoeken wel naar
 uit over de actuele stand van kennis over de      gevonden. Ook is er een verband gevonden           voren komen, sluiten aan bij de buitenlandse
 gezondheidsrisico’s van blootstelling aan gewas­  tussen prenatale blootstelling aan gewas­          bevindingen. De commissie vindt de conclusie
 beschermingsmiddelen. Specifiek vroegen de        beschermingsmiddelen en ontwikkelings­             gerechtvaardigd dat blootstelling aan chemische
 bewindspersonen of er aanvullend onderzoek        stoornissen bij kinderen. In het onderzoek is      gewasbeschermingsmiddelen een risico voor de
 nodig is om een uitspraak te kunnen doen over     de bepaling van de blootstelling echter vaak       gezondheid vormt, al is niet duidelijk hoe groot
 gezondheidsrisico’s, in hoeverre de toelatings­   onnauwkeurig. Daardoor is niet duidelijk hoe       het risico in de huidige Nederlandse landbouw­
 procedure voor gewasbeschermingsmiddelen          groot het risico precies is en welke gewas­        praktijk is. Duidelijk is dat omwonenden en
 aanpassing behoeft en of er een relatie is        beschermingsmiddelen verantwoordelijk zijn.        vooral telers en hun gezinnen gemiddeld hoger
 tussen gebruik van gewasbeschermings­             Proefdieronderzoek en onderzoek naar               zijn blootgesteld dan mensen die niet in de land­
 middelen en de ziekte van Parkinson. Een          werkingsmechanismen laten zien dat verbanden       bouw werken en die verder weg wonen van
 nieuwe commissie met deskundigen uit              tussen blootstelling aan gewasbeschermings­        landbouwpercelen. In hoeverre dit in ons land
2       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 4 van 53
 in een hoger gezondheidsrisico voor deze          Het is binnen de huidige procedures ook niet       Advies
 bevolkingsgroepen resulteert, blijft onzeker.     goed mogelijk om de risico’s van blootstelling     Voorzorg toepassen: verduurzaming intensiveren
                                                   aan een stof vanuit verschillende bronnen of       De commissie verwacht niet dat meer epidemio­
 Toelatingsprocedure kan risico’s nooit            blootstelling aan verschillende stoffen tegelijk   logisch gezondheidsonderzoek op korte termijn
 helemaal uitsluiten                               mee te nemen.                                      tot duidelijkheid zal leiden over gezondheids­
 Voordat gewasbeschermingsmiddelen gebruikt                                                           effecten van gewasbeschermingsmiddelen,
 mogen worden, moeten ze een uitgebreide,          Verduurzaming gaat traag en veilig werken          zeker niet als het gaat om chronische gezond­
 op Europese wetgeving gebaseerde toelatings­      krijgt te weinig aandacht                          heidseffecten die zich pas op latere leeftijd
 procedure doorlopen, waarin ook de gezond­        In diverse wetten en regels staan voorschriften    manifesteren. Verbetering van de toelatings­
 heidsrisico’s bekeken worden. Daarbij wordt       voor een veilige toepassing van gewasbescher­      procedure is nodig, maar dat is complex en kost
 uitgegaan van een conservatieve blootstellings­   mingsmiddelen in de praktijk. Ook wordt er voor­   veel tijd. Daarom pleit de commissie voor
 schatting en gezondheidskundige grenswaarden      lichting gegeven en voeren diverse overheids­      toepassing van het voorzorgsbeginsel en
 die zijn afgeleid uit proefdieronderzoek. Sinds   instanties inspecties uit. De overheid streeft     adviseert ze om vooral de aanpak van verduur­
 2014 maakt ook een aparte beoordeling van de      naar een vermindering van de afhankelijkheid       zaming van de gewasbescherming voort te
 risico’s voor niet-beroepsmatige omstanders en    van chemische middelen en naar vervanging          zetten en te intensiveren. Streven naar een zo
 omwonenden van agrarische percelen deel uit       van middelen met een hoge acute toxiciteit door    laag mogelijke blootstelling aan chemische
 van de procedure. Een toelatingsprocedure kan     minder giftige. Een recente beleidsevaluatie       gewasbeschermingsmiddelen is het uitgangs­
 echter nooit absolute zekerheid bieden dat er     heeft aangetoond dat dit streven naar meer         punt. Waar gebruik van deze middelen onver­
 geen gezondheidsschade kan optreden. Een          duurzaamheid nog niet erg succesvol is.            mijdelijk is, zou gekozen moeten worden voor
 erkend probleem in de procedure is dat de risi­   Bovendien is gebleken dat telers te weinig         de minst schadelijke variant. Strikte naleving
 co’s voor ongeboren en jonge kinderen er onvol­   prioriteit geven aan veilig werken. Dat heeft niet van de voorschriften is vereist. Voorlichting en
 doende door worden afgedekt. Hetzelfde geldt      alleen consequenties voor de veiligheid van        handhaving blijven nodig. Het verdient
 voor neurologische aandoeningen die op latere     henzelf, hun werknemers en hun gezinsleden,        aanbeveling beide verder te versterken.
 leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson. maar verhoogt ook de risico’s voor omwonenden.
3         Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                                5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                           Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 5 van 53
 Gezondheidsonderzoek                                    gewasbeschermingsmiddelen door telers               Het verdient aanbeveling om te verifiëren in
 Op langere termijn kan nieuw epidemiologisch            op perceelsniveau.                                  hoeverre de bevindingen ook representatief
 gezondheidsonderzoek wel waardevolle                  • Verder raadt de commissie aan om een                zijn voor andere teelten, in het bijzonder
 inzichten opleveren, verwacht de commissie.             programma voor biomonitoring op te zetten           de fruitteelt, waarin zij- en opwaarts wordt
 Voorwaarde is dat de blootstelling aan chemi­           om zo de blootstelling van mensen periodiek         gespoten. Onderzoek naar de effectiviteit
 sche gewasbeschermingsmiddelen goed kan                 te meten aan de hand van afbraakproducten           van emissie- en blootstellingsbeperkende
 worden bepaald. De commissie ziet bijvoorbeeld          in bijvoorbeeld urine. Dit maakt zichtbaar wat      maatregelen is eveneens nuttig.
 mogelijkheden om een prospectief cohortonder­           de totale blootstelling is aan bepaalde
 zoek op te zetten naar ontwikkelingseffecten bij        chemische stoffen uit verschillende bronnen en   Verbetering toelatingsprocedure
 kinderen, waarbij een groep kinderen langere            langs diverse routes. Ook kan bio­monitoring     De commissie adviseert om in internationaal
 tijd gevolgd wordt.                                     telers bewuster maken van de risico’s.           verband verder te werken aan de verbetering
                                                         Zeker als biomonitoring in verschillende         van de toelatingsprocedure, in het bijzonder aan
 Monitoring van gebruik en blootstelling                 Europese landen tegelijk wordt ingezet,          de beoordeling van mogelijke effecten op de
 De commissie adviseert gebruik en blootstelling         ontstaat uiteindelijk een betrouwbaar beeld      hersenontwikkeling van ongeboren en jonge
 beter te monitoren. Op die manier ontstaat              van de blootstelling en de ruimtelijke en        kinderen en het risico op neurodegeneratieve
 inzicht in de effectiviteit van het beleid gericht op   temporele variatie daarin. Al deze informatie    aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson.
 terugdringen van het gebruik van chemische              kan op termijn ook worden gebruikt voor          Risico’s die voortvloeien uit blootstelling vanuit
 gewasbeschermingsmiddelen. Ook kunnen de                beter epidemiologisch onderzoek en een           verschillende bronnen of aan combinaties van
 gegevens op langere termijn beter gezondheids­          betere inschatting van gezondheidsrisico’s       stoffen, laten zich moeilijk betrekken bij een
 onderzoek mogelijk maken.                               in de Nederlandse situatie.                      toelatingssysteem voor individuele producten.
 • De commissie adviseert de gewas­                    • Het blootstellingsonderzoek in de bollenteelt    Een pragmatische oplossing is volgens de
     beschermings­­monitor uit te bouwen tot             heeft het inzicht vergroot in het relatieve      commissie de invoering van een extra veilig­
     een betrouwbare, uniforme en landelijke             belang van de verschillende routes waarlangs     heidsfactor (‘allocatiefactor’) van nader te
     registratie van het gebruik van chemische           omwonenden worden blootgesteld.                  bepalen grootte, die de kans verkleint dat
4        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                    2                                  6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                      Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 6 van 53
 de gezamenlijke blootstelling vanuit verschil­
 lende bronnen en routes (werk, omgeving,
 voeding, particulier gebruik) en aan combinaties
 van gewasbeschermingsmiddelen gezondheids­
 schade veroorzaakt. De commissie beveelt aan
 dat Nederland zich binnen de EU actief inspant
 voor de invoering van een dergelijke factor in de
 toelatingsprocedure.
 Samenwerking stimuleren
 Tot slot adviseert de commissie om de uitwisse­
 ling van kennis en visies en de samenwerking
 tussen belanghebbende partijen te stimuleren.
 Onder voorwaarden kan de instelling van een
 kennisplatform daaraan dienstig zijn. Binnen
 zo’n platform kunnen de partijen bijvoorbeeld
 samen met experts invulling geven aan een
 biomonitoringsprogramma.
5        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                           2                              7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding            Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 7 van 53
 01
 inleiding
6      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                               2                              8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 8 van 53
 1.1     Achtergrond                                                     Tegelijkertijd wilde het kabinet direct onderzoek laten doen naar mogelijke
 In Nederland wonen veel mensen dicht bij landbouwgronden. In het        gezondheidseffecten. In de zomer van 2018 verscheen daarom een
 landelijk gebied woont 30% van de bevolking binnen 250 meter van een    gezondheidsverkenning van het RIVM, de Universiteit Utrecht en het
 landbouwperceel. Worden graslanden buiten beschouwing gelaten, dan is   NIVEL.5 Een klein jaar later werden de uitkomsten van het blootstellings­
 dit 18%.1 Op deze percelen vindt geregeld plaagbestrijding plaats met   onderzoek gepubliceerd.1,6 De uitkomsten van het OBO vormden de
 chemische middelen. Vooral in de bollenteelt en in de fruitteelt is het aanleiding om nog enkele aanvullende analyses binnen de gezondheids­
 gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hoog. In de laatste teelt wordt   verkenning uit te voeren.
 bovendien vaak zij- en opwaarts in plaats van neerwaarts gespoten.
 Volgens het RIVM wonen ongeveer 90.000 mensen binnen 50 meter           1.2      Adviesaanvraag
 van een bloembollen- of fruitperceel.2 In 2011 en 2014 bracht de        Het beschikbaar komen van onderzoeksgegevens van eigen bodem en de
 Gezondheidsraad op verzoek van de bewindspersonen van Infrastructuur    verschillen in duiding ervan door diverse belanghebbende partijen7 en
 en Milieu en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie adviezen      instanties, vormden voor het kabinet de aanleiding om de raad opnieuw
 uit over de mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden van           om advies te vragen over de gezondheidsrisico’s van het gebruik van
 landbouwpercelen door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.3,4     gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden van landbouwpercelen.
 De belangrijkste aanbeveling van de raad was toen om blootstellings­    De minister voor Medische Zorg en Sport vroeg de raad, mede namens
 onderzoek te doen, omdat dit nuttige informatie kon opleveren voor een  zijn collega van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de
 nadere beoordeling van de risico’s. Onderzoek naar mogelijke            staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), aan te geven
 gezondheids­schade achtte de raad nog niet opportuun. Hij raadde        wat de actuele stand van kennis is over de gezondheidsrisico’s van bloot­
 aan daarover nader te beslissen op geleide van de uitkomsten van        stelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Is aanvullend onderzoek nodig
 het blootstellingsonderzoek.                                            om daarover een uitspraak te kunnen doen en, zo ja, hoe dient dergelijk
                                                                         onderzoek dan te worden opgezet? Verder vroeg de minister in hoeverre
 Het kabinet nam de aanbevelingen van de raad over en gaf opdracht       aanpassingen in het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen
 tot een groot, meerjarig blootstellingsonderzoek in de bollenteelt,     nodig zijn, vooral ter bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen
 het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO).                 en zwangere vrouwen en met het oog op cumulatieve effecten van meer­
7        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                             2                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                           Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 9 van 53
 dere gewasbeschermingsmiddelen. De minister vroeg om bij de beant­           1.4     Taakopvatting, terminologie en werkwijze van
 woording van de vragen de lopende beleidscontext in beschouwing te                   de commissie
 nemen en om de onderzoeksresultaten van het OBO-onderzoek en van             1.4.1   Taakopvatting
 de geactualiseerde gezondheidsverkenning te betrekken. De volledige          Naast de beantwoording van de vragen van de bewindspersonen, wilde
 adviesaanvraag is te vinden op www.gezondheidsraad.nl.                       de commissie reageren op de aanbevelingen van de onderzoekers die de
 Naar aanleiding van een algemeen overleg over gewasbescherming in de         gezondheidsverkenning en het OBO hebben uitgevoerd. Ook heeft ze
 Tweede Kamer heeft de minister van LNV gevraagd ook in te gaan op de         geprobeerd zo goed mogelijk te voorzien in de informatiebehoefte van
 mogelijke relatie tussen de ziekte van Parkinson en het gebruik van          belanghebbende partijen. Tot slot wilde ze in het licht van de beschikbare
 gewasbeschermingsmiddelen. Die vraag heeft mede betrekking op de             kennis en de resterende onzekerheden handelingsopties aanreiken.
 gezondheid van telers zelf.                                                  De commissie heeft zich in dit advies beperkt tot chemische gewas­
                                                                              beschermingsmiddelen die voor agrarische doeleinden worden ingezet.
 1.3     De commissie                                                         Biologische en microbiologische gewasbeschermingsmiddelen zijn buiten
 De adviezen van de Gezondheidsraad uit 2011 en 2014 werden opgesteld         beschouwing gebleven. Het advies gaat niet alleen over chemische
 door de toenmalige commissie ‘Gewasbescherming en omwonenden’.               middelen die worden verspoten, maar ook over middelen die op andere
 Diverse leden van deze commissie waren naderhand nauw betrokken bij          manieren worden toegediend, zoals injectie in de bodem, strooien als
 de uitvoering van het blootstellingsonderzoek of de gezondheidsverkenning.   granulaat of verneveling. Gemakshalve spreekt de commissie soms van
 Om de onderzoeksresultaten met een frisse en onafhankelijke blik op hun      ‘bespoten’ percelen of ‘bespoten’ groenten en fruit, zonder daarbij andere
 waarde te schatten, is voor de beantwoording van de vragen van de            toedieningswijzen te willen buitensluiten. De commissie heeft zich gericht
 bewinds­personen een nieuwe commissie ‘Gewasbescherming en                   op alle teelten binnen de agrarische sector.
 omwonenden’ ingesteld met experts uit relevante vakgebieden en met
 uiteenlopende perspectieven. De samenstelling van deze commissie is te       De focus lag op blootstelling van, en eventuele gevolgen voor, omwo­
 vinden achterin dit advies. Tenzij nadrukkelijk anders vermeld, wordt hierna nenden van agrarische percelen door het gebruik van gewasbescher­
 in het advies met ‘de commissie’ deze nieuwe commissie bedoeld.              mingsmiddelen. Geregeld was het echter nodig om ook blootstelling door
                                                                              beroepsmatig of particulier gebruik en consumptie van bespoten groente
8        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                         Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 10 van 53
 en fruit ter sprake te brengen. Een omwonende kan immers zelf ook           ‘gewasbeschermingsmiddelen’. Met haar keuze heeft de commissie
 teler en consument zijn. Iemand kan dus vanuit verschillende bronnen en     nadrukkelijk geen afbreuk willen doen aan de geldigheid van de andere
 langs verschillende routes aan dezelfde middelen zijn blootgesteld.         termen en perspectieven.
 Het is dan van belang om de blootstelling vanaf het aangrenzende perceel
 te bezien vanuit het perspectief van de totale blootstelling.               De commissie heeft de begrippen ‘gewasbeschermingsmiddel’ en ‘omwo­
                                                                             nende’ op dezelfde wijze gehanteerd als is gebeurd in het vorig advies:
 De commissie heeft haar beschouwingen beperkt tot de gezondheids­           • Gewasbeschermingsmiddel: een werkzame stof of een preparaat met
 kundige kant van het vraagstuk. Zij beseft dat er ook ecologische,             één of meer werkzame stoffen, te gebruiken om: 1) planten of
 landbouwkundige en economische aspecten aan kleven die voor de                 plantaardige producten te beschermen tegen alle schadelijke
 besluitvorming van belang zijn.                                                organismen of de werking daarvan te voorkomen; 2) levensprocessen
                                                                                van planten te beïnvloeden, voor zover het niet gaat om nutritieve
 1.4.2    Terminologie                                                          stoffen; 3) plantaardige producten te bewaren; 4) ongewenste planten
 Net als de vorige commissie heeft de commissie zich gerealiseerd dat           te doden of 5) delen van planten te vernietigen of een ongewenste
 verschillende belanghebbende partijen verschillende termen hanteren            groei van planten te remmen of te voorkomen.
 voor dezelfde chemische producten en dat deze termen de uiteenlopende       • Omwonenden: personen die wonen, werken of een school of enige
 perspectieven van deze partijen weerspiegelen. Voor de boer en de              andere instelling bezoeken grenzend aan een perceel dat behandeld is
 fabrikant zijn het nuttige middelen ter bescherming van het kostbare gewas,    of wordt met een gewasbeschermingsmiddel; hun aanwezigheid bij het
 waarin geld en moeite zijn geïnvesteerd. De omwonende daarentegen              werk met het middel is geheel onbedoeld en houdt geen verband met
 kan het zien als gif dat vanuit de landbouw komt aanwaaien en dat de           dat werk, maar hun positie kan ertoe leiden dat ze worden blootgesteld;
 gezondheid van hem/haarzelf en zijn/haar gezin bedreigt. De commissie          ze ondernemen geen actie ter voorkoming of beperking van de
 heeft geen voorkeur voor één van de termen of de bijbehorende                  blootstelling; ze kunnen 24 uur per dag ter plaatse aanwezig zijn.
 perspectieven. Omwille van de duidelijkheid en de consistentie heeft de        De commissie rekent de telers zelf en hun gezinsleden ook tot
 commissie ervoor gekozen de term te gebruiken die in de wet wordt              ‘omwonenden’, althans voor zover zij nabij behandelde percelen wonen.
 gehanteerd en daarom ook in de adviesaanvraag staat:
9        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                              11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                         Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 11 van 53
 1.4.3   Werkwijze                                                           sinds 2013 zijn gepubliceerd. Tot slot heeft ze systematisch gezocht naar
 De commissie heeft bekeken wat toe te voegen valt aan het                   publicaties die sinds 2013 zijn verschenen over Nederlands epidemiolo­
 Gezondheids­raadadvies uit 2014 op grond van de uitkomsten van              gisch onderzoek naar effecten van gewasbeschermingsmiddelen op
 de gezondheids­verkenning, het blootstellingsonderzoek en recente           telers, omwonenden en de algemene bevolking. Dierexperimenteel en
 wetenschappelijke publicaties. De commissie heeft daarbij inzage            mechanistisch onderzoek is gebruikt om uitspraken te doen over de
 gekregen in de voorlopige uitkomsten van de aanvullende analyses            plausibiliteit van gezondheidseffecten.
 binnen de gezondheidsverkenning (de meest recente versie, die van
 14 februari 2020).89 De definitieve uitkomsten zullen later dit jaar worden Ten aanzien van de toelatingsprocedure voor gewasbeschermings­
 gepubliceerd. Verder heeft ze in kaart gebracht welke kennislacunes er      middelen is de commissie nagegaan welke aanpassingen er zijn
 overblijven en in hoeverre die met aanvullend onderzoek op te vullen zijn.  doorgevoerd sinds het advies uit 2014. Ook heeft ze zich verdiept in
                                                                             verdere wijzigingsvoorstellen die momenteel in Europees verband worden
 De epidemiologische en toxicologische literatuur over gewasbeschermings­    besproken. De commissie heeft zich gebogen over resterende knelpunten
 middelen is te uitgebreid om in zijn geheel en diepgaand te bestuderen.     in de toelating en mogelijke oplossingen daarvoor op korte termijn.
 Een deel van het onderzoek is bovendien bedrijfsvertrouwelijke informatie.
 Voor de beantwoording van de vraag of er in het algemeen sprake is van      De commissie heeft een hoorzitting gehouden, waar uitgenodigde belang­
 een niet-verwaarloosbaar risico voor de gezondheid van omwonenden en        hebbende partijen konden reageren op de nieuwe onderzoeksresultaten
 telers heeft de commissie daarom gekozen voor een pragmatische aanpak.      en konden aangeven aan welke informatie ze nog behoefte hebben en
 Ze heeft aan de hand van enkele recente overzichtspublicaties in grote      wat ze als nuttige vervolgstappen zien. De deelnemers aan de hoorzitting
 lijnen beschreven wat er bekend is over gezondheidseffecten door            en een verslag van hun voordrachten staan op www.gezondheidsraad.nl.
 gewasbeschermingsmiddelen en heeft daarna nader ingezoomd op de             Verder heeft de commissie enkele deskundigen geraadpleegd, waaronder
 stand van wetenschap ten aanzien van de relatie met de ziekte van           twee onderzoekers betrokken bij de gezondheidsverkenning en het OBO.
 Parkinson en effecten op de neurologische ontwikkeling van het jonge kind.  Hun namen staan achterin dit advies. Ten slotte heeft de commissie de
 Daartoe heeft ze systematisch in de wetenschappelijke literatuur gezocht    vaste commissie Ethiek en recht van de Gezondheidsraad geraadpleegd.
 naar meta-analyses en systematic reviews over deze aandoeningen die
10       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                              12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                 Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 12 van 53
 Een conceptversie van het advies is getoetst door de beraadsgroep van de
 Gezondheidsraad en het commentaar is verwerkt in de definitieve versie.
 1.5      Leeswijzer
 In hoofdstuk 2 bespreekt de commissie wat er bekend is over de
 gezondheids­risico’s van gewasbeschermingsmiddelen. Vervolgens gaat
 zij in hoofdstuk 3 in op de toelatingsprocedure voor chemische
 gewasbeschermingsmiddelen en in hoofdstuk 4 op het gebruik van
 de middelen in de praktijk. In hoofdstuk 5 ten slotte formuleert de
 commissie haar aanbevelingen.
11       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                   2                             13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s  Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 13 van 53
 02
 gezondheidsrisico’s door
 het gebruik van chemische
 gewasbeschermingsmiddelen
12     Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                2                             14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                                  Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 14 van 53
 In de internationale literatuur worden verbanden gevonden tussen bloot­       echter dat een steeds breder scala aan aandoeningen positieve
 stelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson             associaties vertoont met de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
 en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Nederlands onderzoek van de         en biociden. Deze bevindingen worden in wisselende mate ondersteund
 laatste jaren geeft geen duidelijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten,    door de uitkomsten van dierexperimenteel en mechanistisch onderzoek.
 maar neemt de ongerustheid ook niet weg door zijn beperkte omvang en          Het gaat daarbij onder andere om uiteenlopende vormen van kanker,
 de zwakke aanwijzingen voor effecten die uit sommige van deze onder­          neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson, amyotrofische laterale
 zoeken wel naar voren komen. Duidelijk is dat omwonenden en vooral telers     sclerose (ALS) en Alzheimer, luchtweg-, voortplantings-, ontwikkelings- en
 en hun gezinnen gemiddeld hoger zijn blootgesteld dan mensen die niet in      stofwisselingsziekten en aangeboren afwijkingen.9-12 De commissie
 de landbouw werken en die verder weg wonen van landbouwpercelen.              beperkt zich in het huidige advies tot die gezondheidseffecten waar de
 In hoeverre dit in ons land in een hoger gezondheids­risico voor deze         belangstelling van de bewindspersonen en belanghebbende partijen in
 bevolkingsgroepen resulteert, blijft onzeker.                                 het bijzonder naar uitgaan: de ziekte van Parkinson en schade aan het
                                                                               zenuwstelsel van jonge kinderen.
 2.1      Internationale literatuur over gezondheidseffecten
          van gewasbeschermingsmiddelen                                        2.1.1    De ziekte van Parkinson
 De precieze omvang van de gezondheidsschade die samenhangt met                De relatie tussen gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson
 het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen is onbekend.              is internationaal goed onderzocht: de commissie heeft meerdere meta-
 In geïndustrialiseerde landen komen ernstige acute vergiftigingen weinig      analyses en systematic reviews gevonden.13-23 Deze laten alle een
 voor en gaan de zorgen vooral uit naar mogelijke gezondheidseffecten          statistisch significant verhoogd risico op de ziekte van Parkinson zien bij
 door langdurige blootstelling aan lage concentraties.8 Die zijn moeilijk vast blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, over het algemeen tot een
 te stellen, doordat de blootstelling in de relevante periode — soms vele      factor 2. Toch achten deskundigen een oorzakelijk verband niet bewezen.24
 jaren vóór het optreden van de eerste symptomen of ziekteverschijnselen       De aanzienlijke heterogeniteit van de uitkomsten van individuele onder­
 — zich meestal lastig laat bepalen.9 Daarnaast is de aandacht voor            zoeken speelt hierbij een rol. Deze lijkt deels het gevolg te zijn van de
 sommige gezondheidseffecten, zoals immunotoxiciteit, hormoonverstoring        uiteenlopende en vaak onnauwkeurige wijzen waarop de blootstelling is
 en ontwikkelingsneurotoxiciteit, van relatief recente datum. Duidelijk is     bepaald.14 Die is bijna altijd geschat aan de hand van iemands beroep,
13       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                   2                                 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                                  Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 15 van 53
 de geteelde gewassen, aard en oppervlak van teelten in de buurt van            De meta-analyses op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan
 de woning of antwoorden op vragenlijsten over het gebruik van middelen         gewasbeschermingsmiddelen laten allemaal een verhoogd risico zien op
 door mensen zelf of in hun omgeving. Er wordt dan geen rekening                de ziekte van Parkinson.13,14,16,19 In Frankrijk is de ziekte erkend als een
 gehouden met relevante factoren, zoals het al of niet dragen van               beroepsziekte bij telers.34 In Duitsland overweegt men momenteel
 persoonlijke beschermingsmiddelen, het al of niet volgen van voorschriften     eenzelfde stap.35 Onderzoek heeft aangetoond dat het dragen van
 voor veilig gebruik, de plaagdruk (omvang van de plaag), de windrichting       beschermende handschoenen en andere hygiënemaatregelen op het
 en de tijd die mensen van huis zijn. Onderzoek naar blootstelling-             werk het risico op de ziekte van Parkinson kunnen verminderen.36
 responsrelaties (wordt het risico hoger als de blootstelling toeneemt?)
 kan de aanwijzingen voor oorzakelijkheid versterken, maar is bij gebrek        Er zijn geen aparte meta-analyses gedaan van onderzoeken die
 aan betrouwbare blootstellingsgegevens lastig.25                               uitsluitend naar de blootstelling vanuit de omgeving hebben gekeken.
                                                                                De meta-analyses die zowel blootstelling via het werk als vanuit de
 De blootstellingskarakterisering is doorgaans gericht op gewasbescher­         omgeving in beschouwing namen, geven echter geen ander beeld dan de
 mingsmiddelen in het algemeen of op grote groepen zoals insecticiden,          louter beroepsmatige meta-analyses. Diverse (afzonderlijke) onderzoeken
 herbiciden of fungiciden. Welke middelen precies de gezondheidsschade          suggereren een positieve relatie met de blootstelling aan gewas­­­bescher­
 veroorzaken, blijft onduidelijk. Het epidemiologisch bewijs voor de            mingsmiddelen vanuit de woonomgeving31,32,37, maar andere niet38. Het
 betrokkenheid van individuele middelen is dan ook veel minder consistent       risico op de ziekte van Parkinson lijkt het hoogst voor mensen die zowel
 en sterk.24,26,27 Niettemin zijn enkele middelen in het bijzonder verdacht.    op het werk als thuis aan gewasbeschermingsmiddelen zijn blootgesteld.32
 Dat zijn de herbiciden paraquat en 2,4-D, de insecticiden rotenon, dieldrin
 en chlorpyrifos en fungiciden uit de groep van de dithiocarbamaten             Hierbij moet worden bedacht dat de ziekte van Parkinson zich pas op
 (maneb, zineb, ziram).24,28,29 Er zijn indicaties dat het risico extra hoog is latere leeftijd manifesteert. De verbanden die nu in epidemiologisch
 bij gecombineerde blootstelling aan paraquat en dithiocarbamaten.30-32         onderzoek worden waargenomen, reflecteren blootstelingen in het
 Uit proefdier- en in-vitro-onderzoek blijkt ook een zekere mechanistische      verleden aan oude middelen die deels niet meer op de markt zijn.34
 plausibiliteit.26,33                                                           Een recent onderzoek uit de VS laat een verband zien tussen het risico
                                                                                op vroegtijdige sterfte aan de ziekte van Parkinson en blootstelling aan
14      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                      2                                 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                              Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 16 van 53
 het herbicide glyfosaat vanuit de omgeving.39 Glyfosaat is een onkruid­    emotionele ontwikkeling, het gedrag, het reactievermogen of de motoriek
 verdelger die nog veel wordt gebruikt, ook in de EU. Enkele beschrijvingen van het kind. Tevens zijn veranderingen in de structuur van de hersenen
 van individuele medische casussen lijken steun te geven aan zo’n           waargenomen.55 Aanwijzingen voor een mogelijke negatieve invloed van
 verband.40-42                                                              postnatale blootstelling op de ontwikkeling zijn minder consistent.52,54
                                                                            De effecten treden meestal pas aan het licht vanaf het tweede levensjaar
 Epidemiologisch onderzoek duidt ook op een mogelijk verband tussen         van de kinderen. Lage concentraties insecticiden, waaronder ook
 blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en andere                      pyrethroïden, lijken ook een rol te spelen bij de ontwikkeling van attention
 neurodegeneratieve aandoeningen, in het bijzonder ALS en de ziekte         deficit hyperactivity disorder (ADHD) en autism spectrum disorder
 van Alzheimer bij beroepsmatige blootstelling.43-47 Ook is er een relatie  (ASD).56-58 In een onderzoek is een verband gevonden tussen het risico op
 gevonden tussen langdurige beroepsmatige blootstelling aan lage            ASD en de blootstelling aan het herbicide glyfosaat.58,59 De meeste onder­
 concentraties organofosfaatinsecticiden en mildere neurologische           zoeken zijn uitgevoerd in de VS, maar de uitkomsten van onderzoeken in
 klachten op het gebied van geheugen, concentratievermogen,                 België60, Frankrijk61,62 en Denemarken57 wijzen in dezelfde richting.
 psychomotoriek, gedrag en ruimtelijk zicht.48                              Deskundigen zien in de beschikbare epidemiologische gegevens geen
                                                                            sluitend bewijs, maar wel reden tot zorg en verder onderzoek.52,56
 2.1.2   Ontwikkelingseffecten bij kinderen                                 Ook hier geldt weer dat de blootstellingsbepaling vaak een zwak punt is.
 De laatste jaren zijn diverse overzichtspublicaties verschenen die de
 resultaten samenvatten van onderzoek naar de mogelijke invloed van         Dierexperimenteel en mechanistisch onderzoek ondersteunen de
 het gebruik van chemische gewasbeschermingingsmiddelen, vooral             uitkomsten van bovengenoemd epidemiologisch onderzoek.53,56 Er is
 insecticiden, op het zich ontwikkelende zenuwstelsel van het ongeboren     echter discussie in hoeverre de waarnemingen in dierproeven te
 en jonge kind.49-54 Vanwege de te grote diversiteit aan onderzoeks­        extrapoleren zijn naar mensen die blootgesteld zijn aan lage niveaus63
 methoden werden geen meta-analyses uitgevoerd.51,52 Uit de publicaties     en of zich effecten bij de mens voordoen beneden de bij de toelating (zie
 komt het consistente beeld naar voren dat prenatale blootstelling aan      volgende hoofdstuk) veilig geachte blootstellingsniveaus50.
 bepaalde organochloorverbindingen en organofosfaten geassocieerd is
 met negatieve effecten op de verstandelijke vermogens, de sociaal-
15      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                               Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 17 van 53
 In de Verenigde Staten hebben kinderartsen er onlangs voor gepleit om      Elke twee jaar publiceert het RIVM een overzicht van meldingen van
 de agrarische toepassingen van één van de meest verdachte stoffen,         milieugerelateerde gezondheidsklachten van burgers bij de GGD’en.
 het organofosfaat chloorpyrifos, te beëindigen.64 Voor gebruik binnenshuis Daarbij worden meldingen van bezorgdheid over milieufactoren ook als
 geldt al een verbod. In Europa heeft de EFSA onlangs vastgesteld dat       gezondheidsklacht geregistreerd. Over de periode 2017-2018 ontvingen
 middelen op basis van deze stof niet meer voldoen aan de toelatings­       de GGD’en ruim 7000 meldingen. Daarvan hielden er 57 verband met
 criteria.65 Hun gebruik in de EU is vanaf 16 april 2020 niet meer          ‘bestrijdingsmiddelen’. Dat is minder dan 1% van het totaal aantal
 toegestaan. Dat geldt ook voor producten op basis van het verwante         meldingen, net als in vorige perioden. Onder de 7000 meldingen waren
 chloorpyrifos-methyl.                                                      ook 52 zogenoemde clustermeldingen over bezorgdheid over een groot
                                                                            aantal gevallen van een bepaalde ziekte (meestal kanker) in een
 2.2      Onderzoek naar gezondheideffecten in Nederland                    bepaalde omgeving. In drie van deze gevallen wees de melder
 De bevindingen uit het buitenland laten zich niet zo maar extrapoleren     bestrijdingsmiddelen als vermoedelijke oorzaak aan.66
 naar de Nederlandse situatie. Agrarische praktijken (teelten, gebruikte
 gewasbeschermingsmiddelen, spuittechnieken), landinrichting, huis­         Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) kan worden
 vesting en klimaat kunnen sterk verschillen tussen landen en deze          geconsulteerd door medische beroepsbeoefenaren in geval van acute
 bepalen de risico’s voor omwonenden in grote mate. Daarom is               vergiftigingen bij mens en dier. In zijn jaaroverzicht 2018 rapporteert het
 onderzoek in eigen land van groot belang.                                  NVIC dat 1.619 meldingen van blootstellingen (3% van het totaal aantal
                                                                            meldingen) betrekking hadden op ‘bestrijdingsmiddelen en desinfectantia’.67
 2.2.1    Meldingen van zorgen, gezondheidsklachten, vergiftigingen         Blootstelling aan desinfectiemiddelen werd het vaakst gemeld (690
          en ziekten                                                        gevallen). In 383 gevallen betrof het insecticiden (vooral pyrethroïden),
 Diverse Nederlandse instanties rapporteren jaarlijks of tweejaarlijks over in 115 gevallen ging het om herbiciden (vooral glyfosaat). De cijfers waren
 meldingen van gezondheidsklachten die verband houden met omstandig­        vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het aantal meldingen van bloot­
 heden op het werk of in de woonomgeving.                                   stellingen aan cyanopyrethroïden steeg echter van 45 in 2017 naar 78 in
                                                                            2018, wat verband hield met een plaag van de buxusmot in 2018. Door
                                                                            het lage gehalte aan cyanopyrethroïden in de meeste bestrijdingsmiddelen,
16       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                               Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 18 van 53
 blijven gezondheidseffecten bij mensen veelal beperkt tot lokale irritatie­ berusten op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA),
 klachten van de mond, keel, huid of luchtwegen en maag-darmklachten.        een enquête onder werknemers. Ziektelast die zich pas openbaart na de
 Vermoedelijk gaat het bij de meeste meldingen bij het NVIC om gebruik       pensionering is hier niet bij inbegrepen.
 door particulieren.
                                                                             2.2.2  Epidemiologisch onderzoek
 Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) krijgt nauwelijks         Sinds de publicatie van het vorige advies van de Gezondheidsraad
 meldingen van het optreden van beroepsziekten als gevolg van het            over gewasbescherming en omwonenden in 2014 zijn diverse
 gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In de rapportage over het jaar       wetenschappelijke artikelen verschenen over Nederlands epidemiologisch
 2017 meldde het NCvB dat tien van twaalf vragen aan de helpdesk over        onderzoek naar de relatie tussen blootstelling aan gewasbeschermings­
 reproductiestoornissen betrekking hadden op blootstelling aan chemische     middelen en de gezondheid. Bij de meeste gaat het om onderzoek naar
 stoffen ‘zoals oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen’.68 In het rapport     effecten van beroepsmatige blootstelling. Twee betreffen onderzoek naar
 over 2015 werden twee van de vijftien diagnoses van chronische toxische     mogelijke gezondheidseffecten bij omwonenden van landbouwpercelen.71,72
 encefalopathie (CTE), ook wel aangeduid als organisch psychosyndroom        Enkele artikelen beschrijven onderzoek naar gezondheidseffecten onder
 (OPS) of schildersziekte, toegeschreven aan blootstelling aan neuro­        de bevolking van Rotterdam.73-76
 toxische bestrijdingsmiddelen en elf aan oplosmiddelen.69 Het ging onder
 andere om bollentelers. De ziekte kenmerkt zich door geheugen­problemen,    Gezondheidseffecten bij volwassenen
 concentratiestoornissen, vermoeidheid en verhoogde prikkelbaarheid.         Drie onderzoeken waren gericht op de ziekte van Parkinson. Brouwer
 De helpdesk kreeg dat jaar twee vragen over gewasbeschermings­              (2015) vond een verband tussen beroepsmatige blootstelling aan
 middelen en risico’s voor de voorplanting. Uit de Arbobalans 2018 van       chemische gewasbeschermingsmiddelen aan het begin van het onderzoek
 TNO blijkt dat werknemers in de landbouw het hoogste risico hebben op       (1986) en sterfte aan de ziekte van Parkinson in de daaropvolgende jaren.77
 een zelfgerapporteerde stoffengerelateerde beroepsziekte.70 Het aantal      Omdat er geen verband werd gevonden met de duur van blootstelling en
 nieuwe gevallen per jaar (de incidentie) bedroeg in 2016 vier op elke       met de cumulatieve blootstelling zijn de auteurs voorzichtig in het trekken
 duizend werknemers (0,4%), twee maal zo veel als gemiddeld over alle        van een conclusie. Van der Mark (2014) onderzocht de relatie tussen
 arbeidssectoren. Hierbij moet worden aangetekend dat deze cijfers           beroepsmatige blootstelling en de ziekte van Parkinson.78 Telers met de
17       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                             Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 19 van 53
 ziekte bleken hoger te zijn blootgesteld aan het fungicide benomyl dan   blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen aan het begin van het
 telers die de ziekte niet hadden. Bij andere middelen vonden de          onderzoek (1986) hoger was.81
 onderzoekers geen verbanden. Wel wezen zij op de niet-significante,
 maar consistent hogere risico’s bij de hoogste blootstelling aan andere  De Jong (2014a,b) onderzocht de relatie tussen beroepsmatige bloot­
 gewasbeschermingsmiddelen. Brouwer (2017) schatte de levenslange         stelling en longfunctie in twee verschillende studies. In beide
 blootstelling van bewoners van agrarisch gebied op basis van afstand tot onderzoeken vond zij een associatie tussen blootstelling aan
 landbouwgronden en het type gewas.71 In deze studie werd geen relatie    gewasbeschermingsmiddelen en een slechtere longfunctie.82,83
 gevonden tussen de blootstelling aan op voorhand verdachte middelen en
 het risico op de ziekte van Parkinson. In een hypothesegenererende       Effecten op het (ongeboren) kind
 analyse bleek blootstelling aan een cluster van 21 middelen geassocieerd In de Rotterdamse Generation R­studie werden concentraties
 te zijn met het risico op de ziekte. Het ging om gewasbeschermings­      afbraakproducten (metabolieten) in de urine van zwangere vrouwen
 middelen die worden gebruikt in de graan- en aardappelteelt. Hoge        gemeten als maat voor blootstelling aan organofosfaten. Concentraties
 correlaties tussen deze middelen maakten het onmogelijk om te bepalen    metabolieten waren gerelateerd aan verminderde groei van de foetus
 welke individuele middelen verantwoordelijk waren voor het waargenomen   halverwege de zwangerschap, maar niet met lengte en gewicht van de
 verband en de onderzoekers sluiten toevalsbevindingen niet uit.          baby bij de geboorte.73 Een verband tussen organofosfaat metabolieten
                                                                          en non­verbaal IQ op 6­jarige leeftijd was inconsistent.74 Een verband met
 Twee onderzoeken naar de relatie tussen beroepsmatige blootstelling aan  ADHD en autisme was er niet.75 Ten slotte werd er ook geen verband
 gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte ALS leverden tegenstrijdige       gevonden met schildklierhormoonconcentraties, die een rol spelen in de
 resultaten op. In een studie met gegevens van ALS-patiënten uit Italië,  hersenontwikkeling bij de foetus.76 De concentraties metabolieten die in
 Ierland en Nederland bleek de blootstelling aan het totaal van           deze Rotterdamse populatie werden gevonden zijn wel beduidend hoger
 gewasbeschermingsmiddelen (herbiciden, insecticiden en fungiciden)       dan in andere landen. Op basis van eerder onderzoek84 suggereren de
 geassocieerd te zijn met het risico op ALS.79 Een ander onderzoek liet   auteurs dat dit een gevolg kan zijn van een hoge fruitconsumptie.
 echter geen verband zien.80 In een onderzoek werd gevonden dat het
 risico op sterfte door dementie afnam, naarmate de beroepsmatige
18       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                              2                              20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                             Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 20 van 53
 In Vlaanderen werden recent relatief hoge concentraties van metabolieten De gezondheidsverkenning en het OBO
 van een andere groep van insecticiden, de pyrethroïden, aangetroffen in  In 2018 hebben het RIVM, IRAS en het NIVEL een verkennend en
 de urine van jongeren van 14-15 jaar.85 De concentraties waren hoger dan hypothesegenererend onderzoek uitgevoerd naar de gezondheid van
 in de Verenigde Staten, Canada en Denemarken en lagen op een niveau      mensen in relatie tot de nabijheid van agrarische teelten.5 Voor de meeste
 waarbij in buitenlands epidemiologisch onderzoek aanwijzingen zijn       onderzochte aandoeningen gold dat de gezondheid nabij agrarische
 gevonden voor gezondheidseffecten.86,87                                  percelen beter was dan verder weg. Er werd alleen consistent meer sterfte
                                                                          door luchtwegklachten gevonden in de nabijheid van maisteelt. Een
 Spinder (2017) onderzocht de relatie tussen beroepsmatige blootstelling  mogelijke relatie met het gebruik van chemische gewasbeschermings­
 van de moeder aan onder meer oplosmiddelen, gewasbeschermings­           middelen werd niet onderzocht. Andere teeltgerelateerde factoren, zoals
 middelen, metalen en stof en een gespleten lip/verhemelte in een         fijnstof, kunnen evengoed een rol spelen. Minder duidelijke verbanden
 registratie van aangeboren aandoeningen (Eurocat) in Noord-Nederland.88  met andere teelten (hoger geboortegewicht bij zomergerst, oogirritaties bij
 Bij de baby’s geboren tussen 1997 en 2013 was het risico op een          fruitteelt, ziekte van Parkinson nabij fruitteelt, leukemie bij wisselteelt van
 gespleten lip/verhemelte hoger als de moeder beroepsmatig was            granen-bieten-aardappelen) lijken op grond van de voorlopige uitkomsten
 blootgesteld aan chemische gewasbeschermingsmiddelen. Echter bij         van de aanvullende analyses binnen de gezondheidsverkenning niet
 maar weinig kinderen met de aandoening was er sprake van maternale       robuust.89 Effecten op ongeboren of jonge kinderen, autisme en ADHD
 blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. De onderzoekers             werden niet in beschouwing genomen in het onderzoek.
 concludeerden dan ook dat grotere onderzoeken nodig zijn om de
 uitkomsten te bevestigen.                                                Het blootstellingsonderzoek onder omwonenden van bollenvelden (OBO)
                                                                          dat een consortium van Nederlandse onderzoeksinstellingen recent heeft
 In het PIAMA-onderzoek schatte Bukalasa (2018) de blootstelling van      uitgevoerd, was bedoeld om meer inzicht te krijgen in de blootsteling van
 kinderen op basis van de afstand tot landbouwgrond, type gewas en        omwonenden aan chemische gewasbeschermingsmiddelen vanuit de
 gebruik van middelen.72 Er werd geen relatie gevonden tussen             omgeving en in de routes die daarbij een rol spelen.6 Op de bollenvelden
 blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en astma bij jongeren.       gebruikte gewasbeschermingsmiddelen werden in de buitenlucht rond
                                                                          nabijgelegen woningen aangetroffen evenals in het huisstof. De middelen
19      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                   21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Gezondheidsrisico’s                                               Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 21 van 53
 werden ook teruggevonden in de urine van de bewoners, volwassenen          en zijn in het OBO (natuurlijk) niet gevalideerd. Conclusies over (de
 en kinderen. Dat was echter ook het geval bij mensen die op meer dan       afwezigheid van) gezondheidsrisico’s voor omwonenden zijn op basis
 500 meter afstand woonden. Wel bleek dat omwonenden van bollenvelden       van dit onderzoek dus niet te trekken.
 hoger zijn blootgesteld dan mensen die op grotere afstand wonen en dat
 telers en hun gezinnen het hoogst zijn blootgesteld. De gewasbescher­      2.3     Conclusie
 mingsmiddelen kunnen in de urine terecht zijn gekomen door het gebruik     De commissie concludeert dat er in de internationale wetenschappelijke
 op de nabije bollenvelden. De analyses van lucht- en huisstofmonsters      literatuur sprake is van verbanden tussen de blootstelling aan gewas­
 duidden er echter op dat blootstelling vanuit de omgeving slechts voor een beschermingsmiddelen en het risico op de ziekte van Parkinson en op
 klein deel heeft bijgedragen aan de totale blootstelling. De kiemremmer    ontwikkelingsstoornissen bij jonge kinderen. Er zijn geen aanwijzingen
 chloorprofam en het fungicide tebuconazool, de twee middelen die het       voor het frequent voorkomen van ernstige (onbedoelde) acute vergiftingen
 vaakst in de urine werden aangetroffen, kennen ook toepassingen op         door chemische gewasbeschermingsmiddelen in ons land. Evenmin zijn er
 voedselgewassen. Het fungicide wordt bovendien als houtverduurzamer        duidelijke indicaties dat langdurige blootstelling aan lagere concentraties in
 (biocide) toegepast. Het vermoeden is dan ook dat andere bronnen, zoals    ons land tot substantiële gezondheidseffecten leidt, zoals de ziekte van
 voeding, een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de blootstelling.    Parkinson of schade aan de neurologische ontwikkeling van ongeboren en
                                                                            jonge kinderen. Toch kan het nationale epidemiologische onderzoek deze
 Het OBO was geen gezondheidsonderzoek, zoals de onderzoekers               laatste zorgen niet wegnemen, omdat het onderzoek maar beperkt van
 nadrukkelijk zelf stellen. Niettemin zijn de gehaltes van vijf middelen in omvang is, de blootstelling aan chemische gewasbeschermings­middelen
 de urine van omwonenden tentatief vergeleken met gezondheidskundige        zich (achteraf) vaak slechts bij benadering laat bepalen, uit sommige
 grenswaarden, die bij de toelating van de middelen werden afgeleid uit     onderzoeken in eigen land toch zwakke aanwijzingen komen voor effecten
 proefdieronderzoek. In alle gevallen bleken de blootstellingen onder de    en omdat in de ons omringende landen duidelijkere aanwijzingen komen
 grenswaarden te liggen. Daarbij moet worden aangetekend dat het            voor gezondheidsschade. Daarom blijft vooralsnog onzeker in hoeverre de
 slechts om vijf middelen in één teelt gaat en dat de omstandigheden        (extra) blootstelling aan chemische gewas­beschermings­middelen die telers,
 waaronder het onderzoek plaatsvond geen worstcaseomstandigheden            hun gezinnen en omwonenden in ons land ondervinden door hun werk of
 vormden. De grenswaarden berusten bovendien op proefdieronderzoek          vanuit de woonomgeving, resulteert in een hoger gezondheidsrisico.
20       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                  22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 22 van 53
 03
 de toelating van
 chemische gewas­
 beschermingsmiddelen
21     Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                2                             23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen                  Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 23 van 53
 Om te zorgen dat uitsluitend effectieve en veilige gewasbeschermings­         blijft een taak van nationale toelatingsinstanties. In Nederland is dat het
 middelen op de markt komen, bestaat er een veelomvattende en                  College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
 zorgvuldige, op EU-leest geschoeide toelatingsprocedure. Deze wordt           (Ctgb). De EU is in drie zones verdeeld: noord, midden en zuid. Als een
 continu verder verbeterd, maar kan nooit absolute zekerheid bieden dat        gewasbeschermingsmiddel door een land wordt toegelaten, moet het in
 geen gezondheidsschade zal optreden. Recente verbeteringen betreffen          beginsel ook door de andere landen in dezelfde zone worden toegelaten.
 de beoordeling van de risico’s voor omwonenden van agrarische percelen,       Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk als bijzondere, nationale
 identificatie van hormoonverstorende stoffen, onderzoek naar de vorming       omstandig­heden dat rechtvaardigen. De werkzame stoffen op de positieve
 van afbraakproducten in het menselijk lichaam en residudefinities voor        lijst, en daarmee ook de toegelaten gewasbeschermingsmiddelen,
 biomonitoring. Knelpunten blijven de identificatie van effecten op ongeboren  worden ten minste elke tien jaar opnieuw beoordeeld, omdat in de
 en jonge kinderen en neurodegeneratieve effecten. Risico’s door bloot­        toelatingsprocedure gebruikte testprotocollen regelmatig aan de nieuwste
 stelling aan een stof vanuit verschillende bronnen en via verschillende       inzichten worden aangepast. Als de praktijk onvermoede schadelijke
 routes of van blootstelling aan verschillende stoffen tegelijk worden vrijwel effecten van middelen aan het licht brengt, wordt de toelating zo spoedig
 niet in beschouwing genomen. Invoering van een ‘allocatiefactor’ kan dit      mogelijk herzien.
 probleem verkleinen.
                                                                               De beoordeling van de risico’s voor de menselijke gezondheid vormt een
 3.1      De procedure                                                         belangrijk onderdeel van de toelatingsprocedure. Deze is gericht op
 Gewasbeschermingsmiddelen zijn doorgaans mengsels van stoffen                 iedereen die tijdens of na het gebruik met een middel in aanraking kan
 (zogeheten formuleringen). Naast een of meer werkzame bestanddelen            komen. Als het om gewassen gaat die voor menselijke consumptie zijn
 (die veelal het plaagorganisme doden) bevatten ze meestal diverse             bestemd, worden bovendien de risico’s voor consumenten beoordeeld.
 hulpstoffen. Lidstaten mogen alleen gewasbeschermingsmiddelen                 In het gewas kunnen namelijk kleine sporen gewasbeschermingsmiddel
 toelaten waarvan de werkzame bestanddelen op een positieve lijst van          (de residuen) achterblijven. Er wordt rekening gehouden met verschillen
 de Europese Unie (EU) staan. Deze plaatsing gebeurt op basis van een          tussen mannen en vrouwen. Ook de risico’s voor het ongeboren kind
 uitgebreid dossier dat de fabrikant moet aanleveren. De toelating van         worden beoordeeld. Bij de beoordeling van de risico’s voor consumenten
 geformuleerde, commerciële producten (de gewasbeschermingsmiddelen)           wordt bovendien apart gekeken naar de risico’s voor (jonge) kinderen.
22       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                   2                                 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen               Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 24 van 53
 De beoordeling door het Ctgb bestaat uit de schatting van de blootstelling  herbiciden en kiemremmers op basis van chloorprofam en insecticiden op
 van deze groepen mensen onder zogenoemde realistische worstcase­            basis van chloorpyrifos en chloorpyrifos-methyl. In internationaal verband
 omstandigheden met behulp van rekenmodellen, op basis van het door de       wordt continu gewerkt aan verdere verbetering van de toelatingsprocedure
 fabrikant voorgestelde gebruik van het middel. De geschatte blootstelling   op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen.
 wordt vergeleken met gezondheidskundige grenswaarden. Deze grens­           Dat werk is echter complex en vergt veel tijd.
 waarden worden afgeleid uit de uitkomsten van proefdieronderzoek,
 omdat toxicologische experimenten met mensen om ethische redenen            Relatief nieuw in de procedure is de beoordeling van de gezondheids­
 niet mogelijk zijn. Als de becijferde blootstelling voor alle groepen onder risico’s voor omwonenden. Hierom had de Gezondheidsraad in zijn advies
 de gezondheidskundige grenswaarden blijft, kan het betreffende middel       van 2014 gevraagd. Sinds 2014 wordt een expliciete risicobeoordeling
 worden toegelaten. Voor een uitvoerigere beschrijving van de beoordeling    uitgevoerd voor omwonenden: in eerste instantie met Duitse en Engelse
 verwijst de commissie naar het Gezondheidsraadadvies uit 2014               rekenmethoden en sinds 2016 met het in Europa vastgestelde EFSA
 (paragraaf 3.2.1 en bijlage H).4                                            OPEX-model.90 Ook dit model hanteert een worstcasescenario en gaat uit
                                                                             van een dagelijkse blootstelling:
 3.2      Recente verbeteringen                                              a. aan verwaaide spuitnevel tijdens de toepassing (waarbij de omwonende
 Hoe zorgvuldig de toelatingsprocedure ook is, een absolute garantie dat         zich op 2 meter afstand van het gewas bevindt en via de luchtwegen
 uitsluitend veilige producten op de markt komen, kan deze nooit bieden.         en het gehele huidoppervlak wordt blootgesteld);
 Al was het maar omdat eigenlijk het onmogelijke wordt gevraagd: de          b. via verdamping (hierbij wordt uitgegaan van blootstelling gedurende
 af­wezigheid bewijzen van schadelijke effecten bij gebruik volgens de           24 uur per dag);
 voorschriften. Altijd bestaat de kans dat bepaalde aspecten of omstandig­   c. via contact van de huid met gecontamineerde oppervlakken, zoals
 heden niet of onvoldoende mee in beschouwing zijn genomen. Bloot­               gazons (gedurende 2 uur per dag);
 stellingsberekeningen en, meer nog, gezondheidskundige grenswaarden         d. bij betreden van het gewas na het bespuiten (hierbij wordt uitgegaan
 zijn onvermijdelijk met onzekerheden behept. Het komt dan ook geregeld          van betreding van het behandelde gewas gedurende 15 minuten per
 voor dat de toelating van middelen die al op de markt zijn op basis van         dag met intensief contact tussen het gewas en de huid).
 nieuwe kennis niet meer wordt verlengd. Recente voorbeelden hiervan zijn
23       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen                 Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 25 van 53
 De blootstelling via al deze routes wordt bij elkaar opgeteld, wat resulteert geringe beschikbaarheid van analysemethoden. Ook beval de raad aan
 in een berekende dagblootstelling. In de risicobeoordeling wordt vervolgens   dat Nederland binnen de EU een discussie op gang zou brengen over de
 uitgegaan van dagelijkse blootstelling aan deze berekende hoeveelheid         vraag of informatie over de kinetiek (de lotgevallen van een stof in het
 tijdens het spuitseizoen gedurende meerdere jaren.                            menselijk lichaam: opname, verspreiding, omzetting en uitscheiding)
                                                                               voldoende gewaarborgd is in het toelatingsdossier. Deze informatie is nodig
 Uit het OBO is gebleken dat huisstof een aanvullende blootstellingsroute      voor een goede duiding van biomonitoringsgegevens. Deze gegevens zijn
 voor omwonenden kan zijn. De onderzoeksgegevens zijn doorgegeven              ook nodig om uit dierproeven met orale blootstelling de toxiciteit bij andere
 aan EFSA, zodat die kan bezien of ze deze extra route van blootstelling       blootstellingsroutes te kunnen afleiden. Dierproeven met dermale en
 in het OPEX-model wil opnemen. Overigens is de verwachting dat de             vooral inhalatoire blootstelling zijn namelijk niet altijd beschikbaar.
 blootstelling van omwonenden aan van de akkers afkomstige gewas­
 beschermings­middelen via huisstof doorgaans niet substantieel zal zijn.      Sinds kort zijn op dit punt binnen de EU nieuwe eisen toegevoegd aan de
 De inname van huisstof bedraagt in de regel niet meer dan 100 mg per          toelatingsprocedure. De aanvrager moet voortaan onderzoek doen naar
 dag bij jonge kinderen en 50 mg per dag bij volwassenen, terwijl de           de afbraakproducten (metabolieten) die in het menselijk lichaam kunnen
 gehalten aan gewasbeschermingsmiddelen in huisstof in de orde van             ontstaan. Tevens moet er een residudefinitie worden vastgesteld voor
 grootte van nanogrammen per gram liggen. Gezondheidskundige                   biomonitoring, waarvoor een analysemethode beschikbaar moet zijn
 grenswaarden liggen in de orde van grootte van milligrammen per               (lichaamsweefsels en vloeistoffen). De eis geldt voor nieuw toe te laten
 kilogram lichaamsgewicht per dag.90,91                                        werkzame stoffen. Bij al toegelaten stoffen moet deze informatie worden
                                                                               aangeleverd bij de reguliere herevaluatie.
 In 2014 beval de Gezondheidsraad aan om methoden voor het meten van
 gewasbeschermingsmiddelen en hun omzettingsproducten in menselijk             In 2018 heeft de Europese Commissie in een verordening wetenschappe­
 bloed en urine standaard deel te laten uitmaken van het dossier dat           lijke criteria vastgesteld voor de identificatie van hormoonontregelende
 fabrikanten aanleveren voor de toelating. Dat is nodig om humane              stoffen (EU-Verordening 2018/605). De EFSA, de ECHA (European
 bio­monitoring mogelijk te maken. De keuze van de te onderzoeken              Chemicals Agency) en het JCR (Joint Research Centre) hebben samen
 gewasbeschermingsmiddelen in het OBO werd sterk beperkt door de               een handleiding opgesteld voor de toepassing van deze criteria bij de
24       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                     2                              26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen              Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 26 van 53
 toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.92 Wordt een            nog niet geresulteerd in concrete aanpassingen in de toelatingsprocedure.
 werkzame stof als hormoonontregelaar geïdentificeerd, dan komen             Een bijkomend probleem is dat onvoldoende bekend is over de etiologie
 middelen op basis van deze stof niet (meer) in aanmerking voor toelating.   (oorzaken) van aandoeningen als autisme, ADHD en cognitieve
 Uitzonderingen, bijvoorbeeld op grond van landbouwkundige onmisbaar­        beperkingen bij kinderen. Dat maakt het lastig om te bepalen welke tests
 heid, blijven echter mogelijk.                                              nodig zijn voor de identificatie van chemische stoffen die dergelijke
                                                                             aandoeningen wellicht kunnen veroorzaken. Hetzelfde probleem doet zich
 3.3     Gewenste verbeteringen                                              voor bij neurologische aandoeningen die zich op latere leeftijd openbaren,
 In de toelatingsprocedure wordt slechts beperkt rekening gehouden           zoals de ziekte van Parkinson.
 met de effecten op het ongeboren kind. In 2012 adviseerde de
 Gezondheidsraad hiervoor de Extended One-generation reproductive            Een andere beperking van de toelatingsprocedure is dat deze gericht is
 Toxicity Study te gebruiken, omdat deze test ten opzichte van een oudere    op individuele producten en er geen geaggregeerde beoordeling van de
 test meer parameters meet die informatie kunnen verschaffen over            risico’s plaatsvindt.101 Mensen kunnen vanuit verschillende gewasbescher­
 eventuele effecten op de ontwikkeling van het zenuwstelsel, het immuun­     mingsmiddelen en langs diverse routes met dezelfde werkzame stof in
 systeem en het hormonale systeem, mits de juiste (cohort)analyses           contact komen: als consument via de voeding, als beroepsmatige
 hiertoe worden uitgevoerd.93 Fabrikanten kunnen echter nog steeds de        toepasser of werker, als omstander of omwonende of als particulier
 oude test gebruiken. Verder wordt zelden een vervolgtest, zoals de          toepasser in huis en tuin. Voor elk van deze situaties worden de risico’s
 Developmental Neurotoxicity Study, uitgevoerd.                              nu afzonderlijk beoordeeld. Dat het in alle gevallen om dezelfde persoon
                                                                             kan gaan, blijft buiten beschouwing. Daar komt nog bij dat stoffen die als
 In 2013 oordeelde de EFSA al dat de opsporing van effecten op het zich      werkzaam bestanddeel in gewasbeschermingsmiddelen zitten tevens in
 ontwikkelend zenuwstelsel verbetering behoeft.94 Er wordt in internationaal andere producten kunnen zitten, zoals biociden, diergeneesmiddelen,
 verband intensief nagedacht over methoden ter verbetering van de            geneesmiddelen en cosmetica. Deze producten vallen onder andere
 opsporing van effecten op het zich ontwikkelend zenuwstelsel op basis       wettelijke regimes en hun veiligheid wordt ook apart beoordeeld.102
 van een testbatterij van in-vivotesten met niet-zoogdieren, in-vitrotesten
 (celkweken) en in-silicotesten (computermodellen).95-100 Dit heeft echter
25       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen              Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 27 van 53
 In de toelatingsprocedure worden de risico’s van combinaties van werk­     mings­­middelen met eenzelfde werkingsmechanisme of effect bij de risico­
 zame stoffen alleen beoordeeld als deze samen in één gewas­bescher­        beoordeling moeten worden betrokken.102,104
 mingsmiddel zitten of als gewasbeschermingsmiddelen bedoeld zijn om
 samen in één sproeitank te worden gemengd. Cumulatieve risicobeoorde­      Het meest uitgebreide toxicologische onderzoek vindt plaats aan de
 ling maakt verder geen deel uit van de procedure. Bij cumulatieve risico’s werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. Het toxicologische
 gaat het om de situatie waarin mensen min of meer gelijktijdig aan meer­   onderzoek aan geformuleerde producten is beperkt. Het dient vooral om
 dere gewasbeschermingsmiddelen worden blootgesteld, waarbij de             de classificatie van het middel te bepalen (bijvoorbeeld ‘schadelijk bij
 diverse werkzame stoffen eenzelfde werkingsmechanisme en/of effect         inslikken’). Ook wordt onderzocht in hoeverre het middel via de huid kan
 hebben. Ook al blijft de blootstelling aan elke afzonderlijk werkzame stof worden opgenomen. De toxiciteit van de hulpstoffen krijgt geen aandacht.
 beneden de gezondheidskundige grenswaarde, dan nog kan de geza­            Evenmin wordt onderzocht in hoeverre hulpstoffen de toxiciteit van de
 menlijke werking van alle werkzame stoffen zo sterk zijn dat schadelijke   werkzame stof kunnen verhogen, bijvoorbeeld door de opname in het
 effecten optreden. Een toelatingsprocedure die gebaseerd is op de beoor­   lichaam te bevorderen of de omzetting en uitscheiding te remmen.
 deling van individuele gewasbeschermingsmiddelen, kan dan ook tot een      Dat kan ertoe leiden dat de grenswaarden van de werkzame stof een
 onderschatting van risico’s leiden, een probleem waarop de Raad voor de    onderschatting vormen van de giftigheid van het mengsel. Uit onderzoek
 leefomgeving en infrastructuur recent ook heeft gewezen.103 De EU-veror­   is inderdaad gebleken dat geformuleerde producten doorgaans aanzienlijk
 dening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen          giftiger zijn dan de werkzame stof alleen.105 Alle geformuleerde producten
 schrijft voor dat rekening wordt gehouden met de blootstelling aan meer    (meer dan 1.000 alleen al in Nederland) aan hetzelfde uitgebreide
 dan één middel. De benodigde complexe methodologie hiervoor is in          toxicologisch onderzoek onderwerpen als de werkzame stoffen (ongeveer
 ontwikkeling, waarbij de inspanningen in eerste instantie zijn gericht op  260 in Nederland) is echter wellicht ongewenst, gezien de extra kosten
 blootstelling via de voeding, dus van consumenten. Een moeilijkheid is     voor de fabrikant en de extra proefdieren die hiervoor nodig zijn.
 hoe de risico’s van combinaties van middelen betrokken kunnen              Volgens de commissie is de invoering van een ‘allocatiefactor’ een oplos­
 worden bij de besluitvorming over de toelating van individuele middelen.   sing voor het probleem dat blootstelling aan één werkzame stof vanuit
 Eigenlijk zouden ook andere stoffen of producten dan gewasbescher­         verschillende bronnen en langs verschillende routes kan plaatsvinden en
26        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                              2                                28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen        Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 28 van 53
 dat bovendien vaak blootstelling plaatsvindt aan meerdere werkzame
 stoffen met eenzelfde werkingsmechanisme of effect. Die allocatiefactor
 moet ervoor zorgen dat elk gewasbeschermingsmiddel via elke
 blootstellingsroute (werk, omgeving, particulier gebruik, voeding) maar
 een beperkt percentage van de gezondheidskundige grenswaarde opvult.
 Op die manier blijft er ruimte voor blootstelling via andere routes en aan
 andere stoffen. Deze oplossing is recent ook door andere adviescolleges
 aangedragen.103,106 Ze is niet ideaal, omdat een wetenschappelijke
 onderbouwing van de benodigde grootte maar beperkt mogelijk is. Het is
 ook een politieke keuze, die afhangt van hoe voorzichtig men wil zijn en
 hoeveel onzekerheid over gezondheidsrisico’s men wil accepteren in het
 licht van andere maatschappelijke belangen. Deze aanpak is echter wel
 pragmatisch en ondervangt in elk geval een deel van het probleem.
27       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                     2                             29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 29 van 53
 04
 chemische
 gewasbescherming
 in de praktijk
28     Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                     2                             30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 30 van 53
 Uitgebreide wet- en regelgeving, voorlichting en inspecties door diverse • Spuitapparatuur moet periodiek worden gecontroleerd en emissie­
 overheidsinstanties moeten ervoor zorgen dat chemische gewasbescher­         reducerende spuitdoppen zijn verplicht.
 mingsmiddelen in de praktijk veilig worden ingezet. De overheid streeft  • De teler moet een gewasbeschermingsplan opstellen en een logboek
 naar een vermindering van de afhankelijkheid van chemische middelen en       (gewasbeschermingsmonitor inclusief spuitregistratie) bijhouden,
 naar vervanging van middelen met een hoge acute toxiciteit door minder       waarin onder meer precies staat vermeld welke middelen, wanneer,
 giftige. Een recente beleidsevaluatie heeft aangetoond dat dit streven       in welke hoeveelheden en op welke percelen zijn gebruikt. Deze
 naar meer duurzaamheid nog niet erg succesvol is. Bovendien is gebleken      gegevens moeten ten minste drie jaar bewaard blijven voor inspectie.
 dat telers arbeidsveiligheid onvoldoende prioriteit toekennen. Dat heeft • Voor de opslag van gewasbeschermingsmiddelen en de afvoer van
 niet alleen consequenties voor de veiligheid van henzelf, hun werknemers     restanten en lege verpakkingen gelden veiligheidseisen.
 en hun gezinsleden, het verhoogt ook de risico’s voor omwonenden.
                                                                          Behalve de Wgb is ook de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing
 4.1      Regels voor veilig gebruik                                      op agrarische bedrijven. Deze verplicht bedrijven met personeel tot een
 De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) regelt tal van        risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E). Dat is een overzicht van arbeids­
 zaken die een effectieve en veilige inzet van gewasbeschermings­         veiligheidsrisico’s in een bedrijf en een plan van aanpak voor het
 middelen in de praktijk moet bevorderen:                                 minimaliseren van die risico’s. In een agrarisch bedrijf moet de omgang
 • Beroepsmatige toepassers van gewasbeschermingsmiddelen moeten          met gewasbeschermingsmiddelen een onderdeel vormen van een RI&E.
     in het bezit zijn van een bewijs van vakbekwaamheid.                 Omdat de Arbowet vrij algemeen is, hebben veel sectoren een zogenoemde
 • Het wettelijk gebruiksvoorschrift op de verpakkingen van gewas­        Arbocatalogus opgesteld, met nadere instructies voor een veilige werkwijze.
     bescher­mings­middelen vermeldt voor welke toepassingen en hoe het   Bronmaatregelen (gebruik van minder en minder gevaarlijke gewasbescher­
     middel mag worden gebruikt. Ook staat er informatie op over gevaren  mings­middelen) en technische voorzieningen (automatische vul- en
     voor de menselijke gezondheid en het milieu en over de te nemen      mengsystemen, gesloten cabines) genieten de voorkeur boven het gebruik
     maatregelen om zich daartegen te wapenen (bijvoorbeeld gebruik van   van persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, gelaatsmasker).
     handschoenen of adembescherming of termijnen voor herbetreding       Brancheorganisaties en de Arbodienst voor de agrarische en groene
     van behandeld gewas).                                                sectoren (Stigas) geven voorlichting over arbeidsveiligheid aan
29       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                              2                                31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk                          Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 31 van 53
 werkgevers en werknemers. Werkgevers zijn verplicht om hun werknemers        De inzet van chemische gewasbescherming wordt zo veel mogelijk
 periodiek een preventief medisch onderzoek (pmo) aan te bieden. Stigas       beperkt. Moeten deze middelen worden toegepast, dan kan de teler
 adviseert werknemers die met gewasbeschermingsmiddelen werken                kiezen voor middelen die het minst belastend zijn voor het milieu.
 jaarlijks te laten onderzoeken. Tot slot hebben bedrijven ook nog te maken   De ‘milieumeetlat’ biedt hem daarbij houvast (zie www.milieumeetlat.nl).
 met diverse wetten op milieugebied. De Inspectie SZW, de NVWA en de
 Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zien toe op de naleving.           Om de geïntegreerde gewasbescherming te bevorderen heeft de overheid
                                                                              met betrokken partijen een convenant afgesloten en diverse beleidsnota’s
 4.2      Verduurzaming                                                       opgesteld met kwantitatieve beleidsdoelen. Dit sluit aan bij de EU-richtlijn
 Zelfs als de toelating en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen          Duurzaam gebruik pesticiden, die de lidstaten verplicht om vanaf 2012
 goed geregeld zijn, blijven het gevaarlijke stoffen. Daarom streeft de       een nationaal actieplan duurzame gewasbescherming op te stellen en aan
 Nederlandse overheid naar verduurzaming: een gewasbescherming die            de Europese Commissie voor te leggen. De meest recente nota duurzame
 de voedselproductie veiligstelt door een effectieve beheersing van ziekten   gewasbescherming geeft richting aan het beleid voor 2013 tot 2023.107
 en plagen, waarbij tegelijkertijd de risico’s voor de menselijke gezondheid, Daarin is voor het eerst expliciet aandacht voor de risico’s voor
 de natuur en het milieu worden geminimaliseerd.                              omwonenden van percelen waarop gewasbescherming met chemische
                                                                              middelen plaatsvindt.
 Om deze verduurzaming te bewerkstelligen is het in aanvulling op de
 reeds geschetste veiligheidsmaatregelen nodig om de chemische                In april 2019 heeft de minister van LNV mede namens de staatssecretaris
 gewasbescherming in te bedden in de zogenoemde ‘geïntegreerde’               van IenW en in overleg met diverse belanghebbenden een toekomstvisie
 gewasbescherming. Dat is een brede aanpak die begint met maatregelen         op de gewasbescherming naar de Tweede kamer gestuurd, in aanvulling
 om ziekten en plagen te voorkomen, zoals standplaatsoptimalisatie,           op de tweede nota duurzame gewasbescherming.108 De visie beoogt een
 teeltwisseling en rassen met een verhoogde resistentie. Steken ziekten en    trendbreuk te initiëren in het denken en handelen rond gewasbescherming
 plagen toch de kop op, dan krijgen mechanische (bijvoorbeeld wieden),        door het centraal stellen van weerbare planten en teeltsystemen en een
 fysische (bijvoorbeeld stomen of branden) en biologische bestrijdings­       sterkere verbinding tussen land- en tuinbouw en natuur. Het streven is om
 methoden (bijvoorbeeld natuurlijke vijanden van plaagorganismen) prioriteit. de komende tien jaar het gebruik van chemische gewasbeschermings­
30       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                  32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 32 van 53
 middelen te verminderen en de emissies naar het milieu en de residuen     Ook is er geen verschuiving naar middelen met een relatief laag risico
 op producten in 2030 tot bijna nul terug te brengen, zodat omwonenden     voor het milieu of de menselijke gezondheid. De prikkel daartoe ontbreekt
 van land- en tuinbouwbedrijven hun woonomgeving als veilig ervaren.       en middelen met een laag risico zijn niet altijd beschikbaar.
 Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma.
                                                                           Telers zeggen een tekort te ervaren aan effectieve niet-chemische
 4.3      Ruimte voor verbetering                                          maatregelen. Geïntegreerde gewasbescherming vergt ook veel kennis
 Vorig jaar verscheen de tussentijdse evaluatie van de tweede nota         van de teler. De leverancier van gewasbeschermingsmiddelen is vaak de
 duurzame gewasbescherming ‘Gezonde groei, duurzame oogst’.109-111         belangrijkste kennisleverancier. Omdat die ook belang heeft bij de verkoop
 Daaruit blijkt dat door de inspanningen van de agrarische sector,         van gewasbeschermingsmiddelen, roept dit de vraag op of zijn advies alle
 afnemers en overheden op veel terreinen vooruitgang is geboekt.           aspecten van geïntegreerde gewasbescherming evenwichtig belicht.
 Desondanks zijn alleen de tussendoelen voor de voedselveiligheid
 gehaald, die voor geïntegreerde gewasbescherming, waterkwaliteit,         4.3.2    Voedselveiligheid
 biodiversiteit en arbeidsveiligheid niet. De commissie vat de bevindingen De evaluatie laat zien dat het aandeel overschrijdingen van de
 samen die het meest relevant zijn voor de menselijke gezondheid.          residunormen in (onbewerkte) groente en fruit sinds 2010 is afgenomen;
                                                                           het doel van de nota Gezonde groei, duurzame oogst is daarmee
 4.3.1    Verbruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen                 gehaald.109,110 Dat geldt vooral voor producten van niet-Nederlandse
 Uit de evaluatie blijkt dat de stap naar weerbare teeltsystemen en meer   afkomst (circa 1-4%); het percentage overschrijdingen van Nederlandse
 gebruik van natuurlijke plaagbestrijders nauwelijks wordt gemaakt.        producten was al laag (minder dan 1%). Voor producten van buiten de
 Biologische bestrijding is alleen in de glastuinbouw en de fruitteelt     Europese Unie geldt wel dat het aantal overschrijdingen van jaar tot jaar
 gemeengoed. De afhankelijkheid van chemische gewasbeschermings­           wisselt. Controle door de NVWA blijft daarom nodig. Naast de overheid
 middelen blijft onverminderd hoog. De afzet is in de periode 1990-2016    hebben ook afnemers zoals supermarktketens een belangrijke rol gespeeld
 weliswaar afgenomen van 10 naar 9 miljoen kilogram werkzame stof,         bij het verbeteren van de voedselveiligheid. Onder druk van de publieke
 het verbruik per hectare is echter wat toegenomen, doordat steeds vaker   opinie hebben zij bovenwettelijke eisen gesteld aan de hoeveelheid
 relatief intensief bespoten gewassen, zoals bloembollen, worden geteeld.
31       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                               33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk                          Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 33 van 53
 residuen die het voedsel mag bevatten. Ook controleren ze hun producten      ervan uit te gaan dat dit niet nodig is als de bespuitingen buiten de
 steekproefsgewijs op residuen van gewasbeschermingsmiddelen.                 werktijden van hun medewerkers plaatsvinden. Maar ook het werken in
                                                                              bespoten gewas of in de buurt van spuitwerkzaamheden (het mag niet,
 Berekeningen op basis van de gemeten residugehalten laten zien dat           maar blijkt toch voor te komen) en het omgaan met lege verpakkingen
 baby’s en jonge kinderen een klein risico lopen om boven grenswaarden        kunnen risicovol zijn. Gebrek aan voorlichting leidt vooral tot risico’s bij
 voor acute toxiciteit te worden blootgesteld.110 Meer gegevens zijn nodig    medewerkers die zelf niet spuiten. Zij zijn zich er minder van bewust dat
 over de consumptiepatronen van niet-westerse Nederlanders om                 ze het gewas niet te snel mogen betreden na een bespuiting en dat ze
 betrouwbaar te kunnen beoordelen of de gevonden residugehalten een           zich mogelijk moeten beschermen. Extra complicaties zijn dat medewerkers
 bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid van deze groepen.110             die in het gewas werken vaak seizoensarbeiders zijn, de Nederlandse taal
                                                                              niet spreken of jonger zijn dan 16 jaar. Voor degenen die wel zelf spuit­
 4.3.3   Arbeidsveiligheid                                                    werk­zaamheden verrichten speelt dit minder. Zij zijn in het bezit van een
 Anders dan het onderzoek naar voedselveiligheid, berust het onderzoek        bewijs van vakbekwaamheid en zijn daardoor beter op de hoogte van de
 naar de arbeidsveiligheid niet op metingen, maar op een enquête onder        risico’s. De overheid is zelf ook weinig actief: sinds 2013 heeft de
 agrarische werkgevers. Onder telers blijkt veilig werken met gewas­          inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW) nauwelijks
 beschermings­middelen nog steeds een lage prioriteit te hebben.109,111       controles uitgevoerd die gericht waren op de veilige toepassing van
 Telers maken ondanks de beschikbaarheid van minder gevaarlijke               gewasbeschermingsmiddelen.111
 gewasbeschermingsmiddelen nog steeds gebruik van middelen met een
 hoge acute giftigheid, de zogeheten doodshoofdmiddelen. Beschikbaar          De meeste telers (circa 90 procent) zeggen een RI&E te hebben opgesteld.
 gekomen minder risicovolle alternatieven zijn lastig te vinden doordat een   Een beoordeling van de blootstelling van toepassers en andere werknemers
 goed overzicht ontbreekt. Het verminderen van risico’s aan de bron, de       aan gewasbeschermingsmiddelen blijkt echter vrijwel geen enkel bedrijf te
 eerste maatregel in de arbeidshygiënische strategie, is daarmee niet gelukt. hebben gemaakt. Zo’n beoordeling is nodig, omdat de toelating slechts
                                                                              geldt per afzonderlijk middel, terwijl in de praktijk meerdere middelen
 De evaluatie laat zien dat een kwart van de telers hun medewerkers niet      tegelijkertijd of na elkaar worden gebruikt. In de praktijk wordt de RI&E
 voorlicht over de risico’s van chemische gewasbescherming. Zij lijken        vooral gezien als een verplichte papieren exercitie en leidt deze zelden tot
32      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                    2                                 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 34 van 53
 maatregelen ter verbetering van de arbeidsveiligheid. Het aantal          De respons op de enquête was 45 procent. Denkbaar is dat degenen die
 uitgevoerde preventieve medische onderzoeken (pmo’s) is gering.           de enquête hebben ingevuld de arbeidsveiligheid gemiddeld beter hebben
                                                                           geregeld dan degenen die niet meededen. Mogelijk geeft de enquête dus
 In drie van de zes arbocatalogi voor de akker- en tuinbouwsectoren komt   nog een te positief beeld van de arbeidsveiligheid, aldus de opstellers van
 het onderwerp gewasbescherming niet voor. Als het er wel in staat, is nog het evaluatierapport.111
 geen 20% van de werkgevers ermee bekend.
                                                                           In de tussenevaluatie is ook kort aandacht voor omwonenden naar
 Tot slot wordt slechts een fractie van de lege verpakkingen en restanten  aanleiding van de uitkomsten van het OBO.109 Die heeft de commissie
 afgevoerd via de daartoe speciaal opgerichte Stichting opruiming          echter al in hoofdstuk 2 beschreven.
 restanten landbouwbestrijdingsmiddelen. Gebrek aan goede voorlichting
 en aan voldoende plekken voor kostenloze inlevering vormen de oorzaak.
33       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                             2                                 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies               Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 35 van 53
 05
 advies
34     Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                2                             36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                            Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 36 van 53
 Uit de internationale literatuur komen aanwijzingen dat blootstelling aan  Recent epidemiologisch gezondheidsonderzoek in eigen land heeft geen
 chemische gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsrisico’s met zich           duidelijke aanwijzingen opgeleverd voor gezondheidsschade, maar is
 meebrengt. Epidemiologisch onderzoek in Nederland geeft geen duide­        beperkt van omvang en kwaliteit en kan de zorgen daarom niet wegnemen.
 lijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten, maar neemt de ongerustheid    Vast staat dat telers en andere professionele toepassers van chemische
 ook niet weg. In hoeverre telers, hun gezinnen en omwonenden van land­     gewasbeschermingsmiddelen en arbeiders die werken op agrarische
 bouwpercelen hierdoor gezondheidsrisico’s lopen, is onzeker.               bedrijven hoger zijn blootgesteld dan mensen die niet beroepsmatig in
 Meer gezondheidsonderzoek zal op korte termijn geen duidelijkheid bieden.  aanraking komen met deze middelen. Verder is gebleken dat omwonenden
 De toelatingsprocedure behoeft verbetering, maar dat is complex en kost    van agrarische percelen en gezinsleden van telers over het algemeen
 veel tijd. Op grond van het voorzorgsbeginsel adviseert de commissie       hoger zijn blootgesteld dan mensen die verder weg wonen van
 daarom het streven naar verduurzaming van de gewasbescherming en           landbouw­­­percelen. Naast werk en woonomgeving kunnen echter ook
 naar vermindering van de afhankelijkheid van chemische middelen te         andere bronnen bijdragen aan de totale blootstelling van mensen, zoals
 intensiveren en de voortgang te bewaken door het gebruik van chemische     de voeding en particulier gebruik in en rond de woning. In hoeverre de
 middelen en de blootstelling van mensen te monitoren. Op termijn kunnen    blootstelling via het werk of vanuit de woonomgeving bij telers en omwo­
 de verzamelde gegevens bovendien beter gezondheidsonderzoek                nenden in ons land in extra gezondheidsrisico’s resulteert, is onzeker.
 mogelijk maken.
                                                                            5.2      Intensivering van streven naar duurzaamheid
 5.1      Gezondheidsrisico’s door                                          Enkele jaren geleden heeft de Gezondheidsraad het voorzorgsbeginsel
          gewasbeschermingsmiddelen                                         omschreven als een strategie voor een zorgvuldige omgang met
 In de vorige hoofdstukken heeft de commissie laten zien dat de internatio­ onzekerheden.112 De Nederlandse overheid heeft deze zienswijze destijds
 nale epidemiologische literatuur verbanden laat zien tussen blootstelling  omarmd. In zijn eerste advies over gewasbescherming en omwonenden
 aan chemische gewasbeschermingsmiddelen en het optreden van                gaf de raad aan dat passend invulling kan worden gegeven aan deze
 ziektes. Dat betreft onder meer de ziekte van Parkinson en cognitieve      strategie door niet de gezondheidsrisico’s, maar de ongewenstheid van
 effecten bij jonge kinderen. Dierexperimenteel en mechanistisch            blootstelling als uitgangspunt te nemen en kosteneffectieve maatregelen
 onderzoek wijzen op een zekere mate van plausibiliteit van effecten.       te treffen. Hij achtte daarnaast ook proportionele, duurdere maatregelen
35       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                               37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                           Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 37 van 53
 het overwegen waard.4 De aanbevelingen die de raad toen deed, acht de      5.3     Het nut van aanvullend onderzoek
 commissie nog steeds van toepassing.
                                                                            Gezondheidsonderzoek
 De commissie beveelt op grond van het voorzorgsbeginsel aan dat            Op de korte termijn zal epidemiologisch onderzoek naar gezondheids­
 overheid en agrarische sector de plannen om de landbouw te                 effecten in Nederland geen duidelijkheid bieden. Op langere termijn kan
 verduurzamen, zoals recent nog beschreven in de Toekomstvisie              het echter waardevolle inzichten opleveren, mits de blootstelling aan
 Gewasbescherming 2030108, met kracht ter hand nemen en intensiveren.       gewasbeschermingsmiddelen goed kan worden gekarakteriseerd.
 Maatregelen bij de bron verdienen altijd de voorkeur. Een verminderde      De commissie ziet bijvoorbeeld mogelijkheden om een prospectief
 afhankelijkheid van chemische middelen en een vermindering van het         cohortonderzoek naar ontwikkelingseffecten bij jonge kinderen op te
 gebruik zullen direct leiden tot een lagere blootstelling, niet alleen van zetten, waarbij de kinderen over langere tijd worden gevolgd. Zij beveelt
 telers en werkers in behandeld gewas, maar ook van omwonenden en           aan samenwerking te zoeken met Europese partners, zodat het onderzoek
 consumenten, en dus tot een vermindering van eventuele gezondheids­        groter en beter kan worden opgezet en de zeggingskracht van de
 risico’s voor de hele bevolking.                                           bevindingen groter zal zijn.
 Waar de inzet van chemische middelen noodzakelijk blijft, is het van       Monitoring van gebruik en humane blootstelling
 belang zoveel mogelijk de voorkeur te geven aan middelen met de laagste    Het is volgens de commissie bijzonder zinvol om het gebruik van chemi­
 risico’s voor mens en milieu. Uiteraard dienen daarbij de wettelijke       sche gewasbeschermingsmiddelen te gaan monitoren. Ze raadt aan de
 gebruiksvoorschriften strikt te worden nageleefd en moeten veiligheids­    sinds enige jaren verplichte gewasbeschermingsmonitor, waarin telers
 aspecten alle aandacht krijgen. Educatie en motivatie van telers zijn      onder meer moeten aangeven welke chemische gewasbeschermings­
 hiervoor van groot belang. Het verdient aanbeveling dat overheid en        middelen ze wanneer in welke teelt hebben ingezet, uit te bouwen tot
 landbouworganisaties hierin nog meer investeren. Het preventief medisch    een betrouwbare, uniforme en landelijke registratie van het gebruik van
 onderzoek (pmo) is hiervoor eveneens een geschikt instrument.              gewasbeschermingsmiddelen op perceelsniveau. Verder adviseert de
 Handhaving door de inspecties van betrokken departementen                  commissie om de blootstelling van mensen ten minste periodiek en over
 (NVWA, ILT, ISZW) behoeft eveneens versterking.113                         langere tijd te volgen via biomonitoring. Hierbij sluit zij aan bij de eerdere
36       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                                    38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                             Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 38 van 53
 aanbeveling van de raad en van andere adviescolleges, die recent een            gezinsleden, en zo de aandacht voor veiligheid stimuleren.
 lans hebben gebroken voor (bio)monitoring.103,114 Dit onderzoek dient           Omwonenden profiteren daar ook van. Naar omwonenden en de
 diverse doelen:                                                                 burger in het algemeen toe getuigt een biomonitoringsprogramma
 • Bewaking van de effectiviteit van het gevoerde beleid                         van goede zorg.
    Dit is het belangrijkste doel. Registratie van het gebruik maakt direct   • Opmaat naar beter epidemiologisch gezondheidsonderzoek
    zichtbaar hoe succesvol het streven naar een verminderde                     Als de verzamelde gebruikscijfers op perceelsniveau publiekelijk of
    afhankelijkheid is en biedt aangrijpingspunten voor bijsturing van het       ten minste voor onafhankelijke onderzoekers toegankelijk zijn,
    beleid. Biomonitoring laat zien in hoeverre de maatregelen tot een           bevordert dat de mogelijkheden voor goed epidemiologisch onderzoek
    verminderde blootstelling van telers, werkers in behandeld gewas,            naar eventuele gezondheidseffecten. Biomonitoringsdata kunnen de
    omwonenden en consumenten leiden.                                            mogelijkheden verder verruimen. Als een biomonitoringsprogramma
 • Toetsing van aannames uit de toelatingsprocedure en opsporen                  wordt opgezet in de nabijheid van verschillende teelten en in regio’s
    onjuist gebruik                                                              met veel en weinig landbouw, ontstaat op langere termijn een goed
    De uitkomsten van biomonitoring laten zien wat de totale lichaams­           beeld van de humane blootstelling en de ruimtelijke en temporele
    belasting met een stof of een reeks verwante stoffen is vanuit alle          variatie daarin. De opbrengst wordt het grootst als daarbij aansluiting
    blootstellingsbronnen en langs alle blootstellingsroutes samen.115           wordt gezocht bij biomonitoringsprogramma’s in andere Europese
    Vergelijking van de uitkomsten van de biomonitoring met blootstellings­      landen. Vergelijking van blootstellingsgegevens van eigen bodem met
    schattingen en gezondheidskundige advieswaarden uit de toelatings­           de uitkomsten van epidemiologisch onderzoek elders in de wereld biedt
    procedure levert indicaties voor tekortkomingen in de op afzonderlijke       bovendien inzicht in de gezondheidsrisico’s in Nederland. Uiteindelijk
    producten gerichte toelatingssystematiek of in de blootstellings­            wordt het dan wellicht mogelijk om via epidemiologisch onderzoek te
    schattingen van het Ctgb of voor gebruik dat afwijkt van de voorschriften    verifiëren of de gezondheidskundige grenswaarden van de toelatings­
    en dus voor risicovolle situaties die om nader onderzoek vragen.             procedure daadwerkelijk voldoende bescherming bieden.
 • Aandacht voor veiligheid stimuleren
    Biomonitoring kan bijdragen aan de bewustwording van telers over          Via het OBO en door participatie in diverse EU-projecten heeft Nederland
    mogelijke gezondheidsrisico’s, om te beginnen voor henzelf en hun         al de nodige expertise opgebouwd met biomonitoring.115 De commissie
37       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                              Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 39 van 53
 acht het dan ook goed mogelijk dat Nederland een programma opzet             Diverse maatregelen, zoals driftarme spuitdoppen, vanggewassen, spuit­
 dat aan alle eisen voor zinvol onderzoek naar de inwendige blootstelling     vrije zones en ramen sluiten, kunnen de emissie naar het milieu en/of de
 voldoet.4 Verder kan het Vlaamse humane-biomonitoringsprogramma,             blootstelling van omwonenden beperken. De effectiviteit van dergelijke
 dat al achttien jaar loopt en dat op vele chemische stoffen inclusief        maatregelen onder verschillende omstandigheden is echter niet goed
 gewasbeschermingsmiddelen gericht is, als bron van inspiratie dienen.116     bekend. Voor een optimale inzet is nader onderzoek nodig.
 Het verdient aanbeveling om belanghebbende partijen te betrekken bij het
 opzetten, inrichten en onderhouden van een dergelijk biomonitorings­         5.4     Verbetering van de toelatingsprocedure
 programma om zo veel mogelijk aan te sluiten bij hun behoeften. Ook op       De commissie vindt verdere verbetering van de toelatingsprocedure nodig,
 het punt van inspraak van belanghebbenden komen de ervaringen met            maar constateert tegelijkertijd dat dit een complex en langdurig proces is.
 het OBO goed van pas.                                                        Absolute zekerheid dat er geen gezondheidsschade kan optreden, kan
                                                                              een toelatingsprocedure bovendien nooit bieden. Ze moet veeleer gezien
 Aanvullend milieuonderzoek                                                   worden als de eerste van een reeks voorzieningen die samen de
 Het OBO heeft veel inzicht verschaft in het belang van verschillende         veiligheid waarborgen.
 routes van blootstelling van omwonenden in de bollenteelt en vormde een
 belangrijke verificatie van de blootstellingsschattingen van het Ctgb bij de Sinds enkele jaren worden de risico’s voor omwonenden apart beoordeeld
 toelating. De commissie beveelt aan nader te onderzoeken hoe represen­       in de toelatingsprocedure. Daarbij wordt uitgegaan van ongunstige
 tatief de bevindingen in de bollenteelt zijn voor andere teelten. Dit is     omstandigheden die leiden tot een hoge blootstelling. De blootstelling via
 vooral van belang voor de fruitteelt waar ook relatief grote hoeveelheden    huisstof kan hierin nog worden verdisconteerd. Via deze methode wordt
 gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, maar waar zij- en opwaarts        voldoende rekening gehouden met de afstand tot woonobjecten en
 wordt gespoten. De commissie verwacht dat die representativiteit met een     woonkernen. Het OBO heeft bevestigd, zij het voor één teelt en een
 beperkte onderzoeksinspanning bij andere teelten nader te bepalen is,        beperkt aantal middelen, dat de blootstellingsschatting van het Ctgb
 bijvoorbeeld via de analyse van huisstof.                                    voldoende beschermend is. De onzekerheid zit volgens de commissie
                                                                              eerder in de afleiding van gezondheidskundige grenswaarden, die
                                                                              noodgedwongen – in elk geval bij nieuw toe te laten gewasbeschermings­
38       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                  2                               40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                             Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 40 van 53
 middelen – geheel op dierproeven berust. Deze zijn bovendien niet in alle   5.5       Bevordering van de kennisuitwisseling, dialoog
 gevallen optimaal ingericht.                                                          en samenwerking
                                                                             Het RIVM heeft gepleit voor de inrichting van een Kennisplatform
 De commissie acht het van belang dat in internationaal verband verder       Gewasbescherming & Gezondheid.1 Dat zou bestaande wetenschappe­
 wordt gewerkt aan de verbetering van de toelatingsprocedure en dat          lijke en beleidsmatige informatie voor een breed publiek toegankelijk en
 Nederland met zijn ruime expertise daaraan actief bijdraagt. Verbetering    begrijpelijk moeten maken, telers en andere professionals moeten onder­
 van de beoordeling van mogelijke effecten op ontwikkeling van ongeboren     steunen bij een verantwoorde toepassing van chemische gewasbescher­
 en jonge kinderen verdient prioriteit. Dat geldt ook voor de beoordeling    mingsmiddelen en kunnen bijdragen aan een maatschappelijke dialoog
 van het risico op neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte          tussen belanghebbenden, zoals omwonenden, landbouworganisaties en
 van Parkinson.                                                              producenten van gewasbeschermingsmiddelen, over bijvoorbeeld de
                                                                             interpretatie van wetenschappelijke gegevens, het gewenste bescher­
 Er wordt volop gewerkt aan de ontwikkeling van methoden voor                mingsniveau en doelmatige manieren om dit beschermingsniveau te
 geaggregeerde en cumulatieve risicobeoordeling. De inspanningen zijn tot    bereiken. De commissie ondersteunt die aanbeveling. Een platform kan
 nu toe echter vooral gericht op blootstelling via de voeding. De commissie  bijdragen aan het bouwen van vertrouwen door het uitwisselen van
 verwacht niet dat deze methoden binnen afzienbare tijd deel gaan uit        informatie en visies.
 maken van de toelatingsprocedure. Ze acht de invoering van een
 ‘allocatie­factor’ van nader te bepalen grootte de meest pragmatische       De commissie tekent daar wel bij aan dat er kwaliteitsvoorwaarden
 oplossing voor dit probleem. Die allocatiefactor moet ervoor zorgen dat elk moeten worden gesteld aan de opzet en het onderhouden van een derge­
 gewasbeschermingsmiddel via elke blootstellingsroute (werk, omgeving,       lijk platform. Zo zou vooraf moeten worden vastgelegd welke doelen het
 particulier gebruik, voeding) maar een beperkt deel van de gezondheids­     platform nastreeft, welke middelen het platform daartoe gebruikt, wie het
 kundige grenswaarde opvult. Op die manier blijft er ruimte voor bloot­      platform beheert, welke inspraak de belanghebbende partijen hebben en
 stelling via andere routes en aan andere stoffen. De commissie beveelt      welke spelregels gelden bij het aanmaken en aanbrengen van documen­
 aan dat Nederland zich binnen de Europese Unie actief inspant voor de       tatie en gepubliceerde informatie. Reeds bestaande kennisplatforms op
 invoering van zo’n factor in het toelatingsbeleid.                          andere terreinen, zoals het Kennisplatform Elektromagnetische Velden
39       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                                 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 41 van 53
 en Gezondheid, kunnen als voorbeeld dienen. Het platform zou ook een
 geschikte plek kunnen zijn waar belanghebbende partijen en experts
 samen nadenken over een zinvolle opzet en invulling van het door
 de commissie voorgestelde biomonitoringsprogramma. Daarmee zou
 het gezamenlijk opzetten van onderzoek, dat met het OBO gestart is7,
 een nuttig vervolg krijgen.
40      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                2                             42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre> Literatuur                           Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 42 van 53
 literatuur
41      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                2                             43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                      Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 43 van 53
 1
    Montforts MHMM, Bodar CWM, Smit CE, Wezenbeek JM, Rietveld AG.          9
                                                                               Blair A, Ritz B, Wesseling C, Freeman LB. Pesticides and human
    Bestrijdingsmiddelen en omwonenden - samenvattend rapport over             health. Occup Environ Med 2015; 72(2): 81-2.
    blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten. Bilthoven: RIVM, 2019;  10
                                                                               Ntzani EE, Chondrogiorgi M, Ntritsos G, Evangelou E, Tzoulaki I.
    2019-0052.                                                                 Literature review on epidemiological studies linking exposure to
 2
    RIVM. Bestrijdingsmiddelen en omwonenden. Bilthoven: RIVM, 2020.           pesticides and health effects. EFSAsupporting publication. 2013;
    https://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/. Geraadpleegd:             EN-497.
    16 mei 2020.                                                            11
                                                                               Mostafalou S, Abdollahi M. Pesticides and human chronic diseases:
 3
    Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s door gewasbeschermings­               evidences, mechanisms, and perspectives. Toxicol Appl Pharmacol
    middelen in de landbouw: het nut van onderzoek onder omwonenden.           2013; 268(2): 157-77.
    Den Haag: Gezondheidsraad, 2011; 2011/18.                               12
                                                                               Mostafalou S, Abdollahi M. Pesticides: an update of human exposure
 4
    Gezondheidsraad. Gewasbescherming en omwonenden.                           and toxicity. Arch Toxicol 2017; 91(2): 549-99.
    Den Haag: Gezondheidsraad, 2014; 2014/02.                               13
                                                                               Van Maele-Fabry G, Hoet P, Vilain F, Lison D. Occupational exposure
 5
    Rietveld AG, Simões M, Brouwer M, Krop E, Huss A, Vermeulen R,             to pesticides and Parkinson’s disease: a systematic review and meta-
    et al. Gezondheidsverkenning omwonenden van landbouwpercelen.              analysis of cohort studies. Environ Int 2012; 46: 30-43.
    Bilthoven: RIVM, Universiteit Utrecht, NIVEL, 2018; 2018-0068.          14
                                                                               van der Mark M, Brouwer M, Kromhout H, Nijssen P, Huss A,
 6
    Vermeulen RCH, Duyzer J, Figueiredo DM, Gerritsen-Ebben MG,                Vermeulen R. Is pesticide use related to Parkinson disease?
    Gooijer YM, Hoftijser GW, et al. Research on exposure of residents to      Some clues to heterogeneity in study results. Environ Health Perspect
    pesticides in the Netherlands - OBO flower bulbs. Utrecht: Universiteit    2012; 120(3): 340-7.
    Utrecht, CLM Advies en Onderzoek, Radboudumc, Schuttelaar en            15
                                                                               Pezzoli G, Cereda E. Exposure to pesticides or solvents and risk of
    Partners, TNO, Wageningen University and Research, 2019.                   Parkinson disease. Neurology 2013; 80(22): 2035-41.
 7
    Buitenkamp M, Kool M. Uitgesproken - Weergave uitkomsten                16
                                                                               Allen MT, Levy LS. Parkinson’s disease and pesticide exposure - a new
    verkennende gesprekken telers, omwonenden en organisaties.                 assessment. Crit Rev Toxicol 2013; 43(6): 515-34.
    Peize: Adviesbureau Anantis, 2019.                                      17
                                                                               Breckenridge CB, Berry C, Chang ET, Sielken RL, Jr., Mandel JS.
 8
    Eddleston M. Poisoning by pesticides. Medicine 2020; 48(3): 214-7.         Association between Parkinson’s Disease and Cigarette Smoking,
42       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                              44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                     Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 44 van 53
    Rural Living, Well-Water Consumption, Farming and Pesticide Use:       24
                                                                              Freire C, Koifman S. Pesticide exposure and Parkinson’s disease:
    Systematic Review and Meta-Analysis. PLoS One 2016;                       epidemiological evidence of association. Neurotoxicology 2012;
    11(4): e0151841.                                                          33(5): 947-71.
 18
    Ahmed H, Abushouk AI, Gabr M, Negida A, Abdel-Daim MM.                 25
                                                                              Wirdefeldt K, Adami HO, Cole P, Trichopoulos D, Mandel J.
    Parkinson’s disease and pesticides: A meta-analysis of disease            Epidemiology and etiology of Parkinson’s disease: a review of
    connection and genetic alterations. Biomed Pharmacother 2017;             the evidence. Eur J Epidemiol 2011; 26 Suppl 1: S1-58.
    90: 638-49.                                                            26
                                                                              Tanner CM, Kamel F, Ross GW, Hoppin JA, Goldman SM, Korell M,
 19
    Gunnarsson LG, Bodin L. Parkinson’s disease and occupational              et al. Rotenone, paraquat, and Parkinson’s disease. Environ Health
    exposures: a systematic literature review and meta-analyses. Scand J      Perspect 2011; 119(6): 866-72.
    Work Environ Health 2017; 43(3): 197-209.                              27
                                                                              Ascherio A, Schwarzschild MA. The epidemiology of Parkinson’s
 20
    Martino R, Candundo H, Lieshout PV, Shin S, Crispo JAG, Barakat-          disease: risk factors and prevention. Lancet Neurol 2016;
    Haddad C. Onset and progression factors in Parkinson’s disease:           15(12): 1257-72.
    A systematic review. Neurotoxicology 2017; 61: 132-41.                 28
                                                                              Goldman SM. Environmental toxins and Parkinson’s disease.
 21
    Yan D, Zhang Y, Liu L, Shi N, Yan H. Pesticide exposure and risk of       Annu Rev Pharmacol Toxicol 2014; 54: 141-64.
    Parkinson’s disease: Dose-response meta-analysis of observational      29
                                                                              Ball N, Teo WP, Chandra S, Chapman J. Parkinson’s Disease and
    studies. Regul Toxicol Pharmacol 2018; 96: 57-63.                         the Environment. Front Neurol 2019; 10: 218.
 22
    Vaccari C, El Dib R, Gomaa H, Lopes LC, de Camargo JL.                 30
                                                                              Fei Q, Ethell DW. Maneb potentiates paraquat neurotoxicity by inducing
    Paraquat and Parkinson’s disease: a systematic review and meta-           key Bcl-2 family members. J Neurochem 2008; 105(6): 2091-7.
    analysis of observational studies. J Toxicol Environ Health B Crit Rev 31
                                                                              Costello S, Cockburn M, Bronstein J, Zhang X, Ritz B. Parkinson’s
    2019; 22(5-6): 172-202.                                                   disease and residential exposure to maneb and paraquat from
 23
    Tangamornsuksan W, Lohitnavy O, Sruamsiri R, Chaiyakunapruk N,            agricultural applications in the central valley of California.
    Norman Scholfield C, Reisfeld B, et al. Paraquat exposure and             Am J Epidemiol 2009; 169(8): 919-26.
    Parkinson’s disease: A systematic review and meta-analysis.
    Arch Environ Occup Health 2019; 74(5): 225-38.
43      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                2                             45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                            Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 45 van 53
 32
    Wang A, Costello S, Cockburn M, Zhang X, Bronstein J, Ritz B.                    of Parkinson’s disease. J Geriatr Psychiatry Neurol 2006;
    Parkinson’s disease risk from ambient exposure to pesticides.                    19(1): 32-5.
    Eur J Epidemiol 2011; 26(7): 547-55.                                          39
                                                                                     Caballero M, Amiri S, Denney JT, Monsivais P, Hystad P, Amram O.
 33
    Terron A, Bal-Price A, Paini A, Monnet-Tschudi F, Bennekou SH,                   Estimated Residential Exposure to Agricultural Chemicals and
    Members EWE, et al. An adverse outcome pathway for parkinsonian                  Premature Mortality by Parkinson’s Disease in Washington State.
    motor deficits associated with mitochondrial complex I inhibition.               Int J Environ Res Public Health 2018; 15(12):
    Arch Toxicol 2018; 92(1): 41-82.                                              40
                                                                                     Wang G, Fan XN, Tan YY, Cheng Q, Chen SD. Parkinsonism after
 34
    Elbaz A, Moisan F. The scientific bases to consider Parkinson’s disease          chronic occupational exposure to glyphosate. Parkinsonism Relat
    an occupational disease in agriculture professionals exposed to                  Disord 2011; 17(6): 486-7.
    pesticides in France. J Epidemiol Community Health 2016;                      41
                                                                                     Zheng Q, Yin J, Zhu L, Jiao L, Xu Z. Reversible Parkinsonism induced
    70(4): 319-21.                                                                   by acute exposure glyphosate. Parkinsonism Relat Disord 2018;
 35
    Deutscher Bundestag. Kurzmeldung Heute im Bundestag 15-08-2019                   50: 121.
    Parkinson als Berufskrankheit. Berlin: Deutscher Bundestag,                   42
                                                                                     Eriguchi M, Iida K, Ikeda S, Osoegawa M, Nishioka K, Hattori N, et al.
    Parlamentsnachrichten, 2019; hib 896/2019.                                       Parkinsonism Relating to Intoxication with Glyphosate. Intern Med
 36
    Furlong M, Tanner CM, Goldman SM, Bhudhikanok GS, Blair A,                       2019; 58(13): 1935-8.
    Chade A, et al. Protective glove use and hygiene habits modify the            43
                                                                                     Malek AM, Barchowsky A, Bowser R, Youk A, Talbott EO.
    associations of specific pesticides with Parkinson’s disease.                    Pesticide exposure as a risk factor for amyotrophic lateral sclerosis:
    Environ Int 2015; 75: 144-50.                                                    a meta-analysis of epidemiological studies: pesticide exposure as a risk
 37
    Parron T, Requena M, Hernandez AF, Alarcon R. Association between                factor for ALS. Environ Res 2012; 117: 112-9.
    environmental exposure to pesticides and neurodegenerative diseases.          44
                                                                                     Kang H, Cha ES, Choi GJ, Lee WJ. Amyotrophic lateral sclerosis and
    Toxicol Appl Pharmacol 2011; 256(3): 379-85.                                     agricultural environments: a systematic review. J Korean Med Sci 2014;
 38
    Yesavage JA, Sheikh J, Noda A, Murphy G, O’Hara R, Hierholzer R,                 29(12): 1610-7.
    et al. Spatial test for agricultural pesticide “blow-in” effect on prevalence
44       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                     2                                46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                     Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 46 van 53
 45
    Yan D, Zhang Y, Liu L, Yan H. Pesticide exposure and risk of              exposure to organophosphate pesticides: a systematic review.
    Alzheimer’s disease: a systematic review and meta-analysis.               Neurotoxicology 2013; 39: 158-68.
    Sci Rep 2016; 6: 32222.                                                52
                                                                              Gonzalez-Alzaga B, Lacasana M, Aguilar-Garduno C, Rodriguez-
 46
    Gunnarsson LG, Bodin L. Amyotrophic Lateral Sclerosis and                 Barranco M, Ballester F, Rebagliato M, et al. A systematic review of
    Occupational Exposures: A Systematic Literature Review and Meta-          neurodevelopmental effects of prenatal and postnatal organophosphate
    Analyses. Int J Environ Res Public Health 2018; 15: 2371.                 pesticide exposure. Toxicol Lett 2014; 230(2): 104-21.
 47
    Gunnarsson LG, Bodin L. Occupational Exposures and                     53
                                                                              Abreu-Villaca Y, Levin ED. Developmental neurotoxicity of succeeding
    Neurodegenerative Diseases-A Systematic Literature Review                 generations of insecticides. Environ Int 2017; 99: 55-77.
    and Meta-Analyses. Int J Environ Res Public Health 2019; 16: 337.      54
                                                                              Sapbamrer R, Hongsibsong S. Effects of prenatal and postnatal
 48
    MacKenzie-Ross S, McManus IC, Harrison V, Mason O.                        exposure to organophosphate pesticides on child neurodevelopment in
    Neurobehavioral problems following low-level exposure to                  different age groups: a systematic review. Environ Sci Pollut Res Int
    organophosphate pesticides: a systematic and meta-analytic review.        2019; 26(18): 18267-90.
    Crit Rev Toxicol 2013; 43(1): 21-44.                                   55
                                                                              Rauh VA, Perera FP, Horton MK, Whyatt RM, Bansal R, Hao X, et al.
 49
    Koureas M, Tsakalof A, Tsatsakis A, Hadjichristodoulou C. Systematic      Brain anomalies in children exposed prenatally to a common
    review of biomonitoring studies to determine the association between      organophosphate pesticide. Proc Natl Acad Sci U S A 2012;
    exposure to organophosphorus and pyrethroid insecticides and human        109(20): 7871-6.
    health outcomes. Toxicol Lett 2012; 210(2): 155-68.                    56
                                                                              Roberts JR, Dawley EH, Reigart JR. Children’s low-level pesticide
 50
    Burns CJ, McIntosh LJ, Mink PJ, Jurek AM, Li AA. Pesticide exposure       exposure and associations with autism and ADHD: a review. Pediatr
    and neurodevelopmental outcomes: review of the epidemiologic and          Res 2019; 85(2): 234-41.
    animal studies. J Toxicol Environ Health B Crit Rev 2013;              57
                                                                              Dalsager L, Fage-Larsen B, Bilenberg N, Jensen TK, Nielsen F,
    16(3-4): 127-283.                                                         Kyhl HB, et al. Maternal urinary concentrations of pyrethroid and
 51
    Munoz-Quezada MT, Lucero BA, Barr DB, Steenland K, Levy K,                chlorpyrifos metabolites and attention deficit hyperactivity disorder
    Ryan PB, et al. Neurodevelopmental effects in children associated with    (ADHD) symptoms in 2-4-year-old children from the Odense Child
                                                                              Cohort. Environ Res 2019; 176: 108533.
45       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                              2                               47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                      Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 47 van 53
 58
    von Ehrenstein OS, Ling C, Cui X, Cockburn M, Park AS, Yu F, et al.        chlorpyrifos: from clinical findings to preclinical models and potential
    Prenatal and infant exposure to ambient pesticides and autism              mechanisms. J Neurochem 2017; 142 Suppl 2: 162-77.
    spectrum disorder in children: population based case-control study.     64
                                                                               New York State American Academy of Pediatrics. New York’s
    BMJ 2019; 364: l962.                                                       Pediatricians Call on Governor to Ban Chlorpyrifos. New York:
 59
    Ongono JS, Beranger R, Baghdadli A, Mortamais M. Pesticides used           NYSAAP, 2019. http://nysaap.org/pdf/Chlorpyrifos2019.pdf.
    in Europe and autism spectrum disorder risk: can novel exposure            Geraadpleegd: 15 april 2020.
    hypotheses be formulated beyond organophosphates, organochlorines,      65
                                                                               European Food Safety Authority (EFSA). Statement on the available
    pyrethroids and carbamates? - A systematic review. Environ Res 2020;       outcomes of the human health assessment in the context of the
    187: 109646.                                                               pesticides peer review of the active substance chlorpyrifos.
 60
    Sioen I, Den Hond E, Nelen V, Van de Mieroop E, Croes K, Van               EFSA Journal 2019; 17(8): 5809.
    Larebeke N, et al. Prenatal exposure to environmental contaminants      66
                                                                               Dusseldorp A, Schaap M, Gram J, Schoevaars-Lops S, Jonker R.
    and behavioural problems at age 7-8years. Environ Int 2013;                Meldingen van milieugerelateerde gezondheidsklachten bij GGD’en
    59: 225-31.                                                                Periode 2017 - 2018. Bilthoven: RIVM, 2019; Briefrapport 2019-0132.
 61
    Viel JF, Warembourg C, Le Maner-Idrissi G, Lacroix A, Limon G,          67
                                                                               Kan AA, Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Mulder-Spijkerboer HN, van
    Rouget F, et al. Pyrethroid insecticide exposure and cognitive             Velzen AG, de Lange DW, van Riel AJHP, et al. Acute vergiftigingen
    developmental disabilities in children: The PELAGIE mother-child           bij mens en dier - Jaaroverzicht NVIC 2018. Utrecht: Nationaal
    cohort. Environ Int 2015; 82: 69-75.                                       Vergiftigingen Informatie Centrum, Universitair Medisch Centrum
 62
    Viel JF, Rouget F, Warembourg C, Monfort C, Limon G, Cordier S, et al.     Utrecht, 2019; 07/2019.
    Behavioural disorders in 6-year-old children and pyrethroid insecticide 68
                                                                               van der Molen H, Kuijer P, de Groene G, Bakker J, Sorgdrager B,
    exposure: the PELAGIE mother-child cohort. Occup Environ Med 2017;         Lenderink A, et al. Beroepsziekten in cijfers 2018. Amsterdam:
    74(4): 275-81.                                                             Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Coronel Instituut voor
 63
    Burke RD, Todd SW, Lumsden E, Mullins RJ, Mamczarz J, Fawcett WP,          Arbeid en Gezondheid, Amsterdam UMC, 2018.
    et al. Developmental neurotoxicity of the organophosphorus insecticide  69
                                                                               van der Molen H, Kuijer P, de Groene G, Bakker J, Sorgdrager B,
                                                                               Lenderink A, et al. Beroepsziekten in cijfers 2016. Amsterdam:
46       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                 2                                48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                      Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 48 van 53
    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Coronel Instituut voor          76
                                                                               Mulder TA, van den Dries MA, Korevaar TIM, Ferguson KK, Peeters
    Arbeid en Gezondheid, AMC, UvA, 2016.                                      RP, Tiemeier H. Organophosphate pesticides exposure in pregnant
 70
    Houtman I, van der Ploeg K, de Vroome E, Ramaekers M, Kraan K,             women and maternal and cord blood thyroid hormone concentrations.
    Fernandez Beiro L, et al. Arbobalans 2018 - Kwaliteit van de arbeid,       Environ Int 2019; 132: 105124.
    effecten en maatregelen in Nederland. Leiden: TNO, 2018.                77
                                                                               Brouwer M, Koeman T, van den Brandt PA, Kromhout H, Schouten LJ,
 71
    Brouwer M, Huss A, van der Mark M, Nijssen PCG, Mulleners WM,              Peters S, et al. Occupational exposures and Parkinson’s disease
    Sas AMG, et al. Environmental exposure to pesticides and the risk of       mortality in a prospective Dutch cohort. Occup Environ Med 2015;
    Parkinson’s disease in the Netherlands. Environ Int 2017; 107: 100-10.     72(6): 448-55.
 72
    Bukalasa JS, Brunekreef B, Brouwer M, Koppelman GH, Wijga AH,           78
                                                                               van der Mark M, Vermeulen R, Nijssen PC, Mulleners WM, Sas AM,
    Huss A, et al. Associations of residential exposure to agricultural        van Laar T, et al. Occupational exposure to pesticides and endotoxin
    pesticides with asthma prevalence in adolescence: The PIAMA birth          and Parkinson disease in the Netherlands. Occup Environ Med 2014;
    cohort. Environ Int 2018; 121(Pt 1): 435-42.                               71(11): 757-64.
 73
    Ferguson KK, van den Dries MA, Gaillard R, Pronk A, Spaan S,            79
                                                                               Rooney J, D’ovidio F, Visser AE, Vermeulen R, Logroscino G, Veldink J,
    Tiemeier H, et al. Organophosphate Pesticide Exposure in Pregnancy         et al. Euro-MOTOR: A multi-centre population-based case-control study
    in Association with Ultrasound and Delivery Measures of Fetal Growth.      of pesticides exposure as risk factor for Amyotrophic Lateral Sclerosis.
    Environ Health Perspect 2019; 127(8): 87005.                               Eur J Neurol 2017; 24: 634.
 74
    Jusko TA, van den Dries MA, Pronk A, Shaw PA, Guxens M, Spaan S,        80
                                                                               Koeman T, Slottje P, Schouten LJ, Peters S, Huss A, Veldink JH, et al.
    et al. Organophosphate Pesticide Metabolite Concentrations in Urine        Occupational exposure and amyotrophic lateral sclerosis in a
    during Pregnancy and Offspring Nonverbal IQ at Age 6 Years.                prospective cohort. Occup Environ Med 2017; 74(8): 578-85.
    Environ Health Perspect 2019; 127(1): 17007.                            81
                                                                               Koeman T, Schouten LJ, van den Brandt PA, Slottje P, Huss A, Peters
 75
    van den Dries MA, Guxens M, Pronk A, Spaan S, El Marroun H,                S, et al. Occupational exposures and risk of dementia-related mortality
    Jusko TA, et al. Organophosphate pesticide metabolite concentrations       in the prospective Netherlands Cohort Study. Am J Ind Med 2015;
    in urine during pregnancy and offspring attention-deficit hyperactivity    58(6): 625-35.
    disorder and autistic traits. Environ Int 2019; 131: 105002.
47       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                                49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                      Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 49 van 53
 82
    de Jong K, Boezen HM, Kromhout H, Vermeulen R, Postma DS,               88
                                                                               Spinder N, Bergman JEH, Boezen HM, Vermeulen RCH, Kromhout H,
    Vonk JM, et al. Pesticides and other occupational exposures are            de Walle HEK. Maternal occupational exposure and oral clefts in
    associated with airway obstruction: the LifeLines cohort study.            offspring. Environ Health 2017; 16(1): 83.
    Occup Environ Med 2014; 71(2): 88-96.                                   89
                                                                               Simoes M, Huss A, Portengen L, Vermeulen R, Baliatsas C,
 83
    de Jong K, Boezen HM, Kromhout H, Vermeulen R, Postma DS,                  Dückers M, et al. Health survey on people living in the direct vicinity
    Vonk JM. Association of occupational pesticide exposure with               of agricultural plots – additional analyses. Bilthoven: RIVM, 2020;
    accelerated longitudinal decline in lung function. Am J Epidemiol 2014;    2020-0056, ongepubliceerd; publicatie later in 2020 verwacht.
    179(11): 1323-30.                                                       90
                                                                               Ctgb. Advies Ctgb over het Onderzoek bestrijdingsmiddelen en
 84
    van den Dries MA, Pronk A, Guxens M, Spaan S, Voortman T,                  Omwonenden en het bodemonderzoek Westerveld. Ede: College voor de
    Jaddoe VW, et al. Determinants of organophosphate pesticide                Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb), 2019.
    exposure in pregnant women: A population-based cohort study in          91
                                                                               Oomen AG, Janssen PJCM, Dusseldorp A, Noorlander CW. Exposure
    the Netherlands. Int J Hyg Environ Health 2018; 221(3): 489-501.           to chemicals via house dust. Bilthoven: RIVM, 2008; 609021064/2008.
 85
    Steunpunt Milieu en Gezondheid. Waat? Vervuilende stoffen in mijn lijf. 92
                                                                               Andersson N, Arena M, Auteri D, Barmaz S, Grignard E, Kienzler A,
    Vlaams humane-biomonitoringsprogramma 2016-2020. Referentie­               et al. Guidance for the identification of endocrine disruptors in the
    waarden bij jongeren. Mol: Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020.           context of Regulations (EU) No 528/2012 and (EC) No 1107/2009.
 86
    Han J, Zhou L, Luo M, Liang Y, Zhao W, Wang P, et al.                      EFSA Journal 2018; 16(6): 5311.
    Nonoccupational Exposure to Pyrethroids and Risk of Coronary Heart      93
                                                                               Gezondheidsraad. Briefadvies Test chemische stoffen.
    Disease in the Chinese Population. Environ Sci Technol 2017;               Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; 2012/34.
    51(1): 664-70.                                                          94
                                                                               EFSA Panel on Plant Protection Products and their Residues (PPR).
 87
    Bao W, Liu B, Simonsen DW, Lehmler HJ. Association Between                 Scientific Opinion on the developmental neurotoxicity potential of
    Exposure to Pyrethroid Insecticides and Risk of All-Cause and Cause-       acetamiprid and imidacloprid. EFSA Journal 2013; 11(12): 3471.
    Specific Mortality in the General US Adult Population. JAMA Intern Med  95
                                                                               Bal-Price A, Fritsche E. Editorial: Developmental neurotoxicity.
    2020; 180(3): 367-74.                                                      Toxicol Appl Pharmacol 2018; 354: 1-2.
48      Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                  2                               50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                           Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 50 van 53
 96
     Bal-Price A, Pistollato F, Sachana M, Bopp SK, Munn S, Worth A.                chemical mixtures: challenges and ways forward. Crit Rev Toxicol
     Strategies to improve the regulatory assessment of developmental               2019; 49(2): 174-89.
     neurotoxicity (DNT) using in vitro methods. Toxicol Appl Pharmacol         103
                                                                                    Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Greep op gevaarlijke
     2018; 354: 7-18.                                                               stoffen. Den Haag: Rli, 2020; 2020/01.
 97
     Fritsche E, Grandjean P, Crofton KM, Aschner M, Goldberg A,                104
                                                                                    Kortenkamp A. Which chemicals should be grouped together for
     Heinonen T, et al. Consensus statement on the need for innovation,             mixture risk assessments of male reproductive disorders? Mol Cell
     transition and implementation of developmental neurotoxicity (DNT)             Endocrinol 2020; 499: 110581.
     testing for regulatory purposes. Toxicol Appl Pharmacol 2018; 354: 3-6.    105
                                                                                    Nagy K, Duca RC, Lovas S, Creta M, Scheepers PTJ, Godderis L,
 98
     Terron A, Bennekou SH. Towards a regulatory use of alternative                 et al. Systematic review of comparative studies assessing the toxicity
     developmental neurotoxicity testing (DNT). Toxicol Appl Pharmacol              of pesticide active ingredients and their product formulations.
     2018; 354: 19-23.                                                              Environ Res 2020; 181: 108926.
 99
     Sachana M, Bal-Price A, Crofton KM, Bennekou SH, Shafer TJ,                106
                                                                                    Committe of Combination of effects and assessing chemicals in groups.
     Behl M, et al. International Regulatory and Scientific Effort for Improved     Future chemical risk management - Accounting for combination effects
     Developmental Neurotoxicity Testing. Toxicol Sci 2019; 167(1): 45-57.          and assessing chemicals in groups. Stockholm: Swedish Government
 100
     Behl M, Ryan K, Hsieh JH, Parham F, Shapiro AJ, Collins BJ, et al.             Inquiries, 2019; SOU 2019:45.
     Screening for Developmental Neurotoxicity at the National Toxicology       107
                                                                                    Ministerie van Economische Zaken. Gezonde Groei, Duurzame Oogst
     Program: The Future Is Here. Toxicol Sci 2019; 167(1): 6-14.                   - Tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023.
 101
     More SJ, Hardy A, Bampidis V, Benford D, Hougaard Bennekou S,                  Den Haag: Ministerie van Economische Zaken, 2013.
     Claude Bragard, et al. Guidance on harmonised methodologies for            108
                                                                                    Ministerie van LNV. Toekomstvisie gewasbescherming 2030,
     human health, animal health and ecological risk assessment of                  naar weerbare planten en teeltsystemen. Bijlage bij Kamerbrief
     combined exposure to multiple chemicals. EFSA Journal 2019;                    Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en
     17(3): 5634.                                                                   teeltsystemen en Pakket van maatregelen emissiereductie
 102
     Bopp SK, Kienzler A, Richarz AN, van der Linden SC, Paini A,                   gewasbescherming open teelten van 16 april 2019 van Minister
     Parissis N, et al. Regulatory assessment and risk management of                Schouten van LNV. Den Haag: Ministerie van LNV, 2019.
49        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                   2                                51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                       Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 51 van 53
     https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/04/16/          112
                                                                                Gezondheidsraad. Voorzorg met rede.
     toekomstvisie-gewasbescherming-2030-naar-weerbare-planten-en-              Den Haag: Gezondheidsraad, 2008; 2008/18.
     teeltsystemen. Geraadpleegd: 16 april 2020.                            113
                                                                                NVWA. Gewasbescherming toepassingsinspecties 2019.
 109
     Tiktak A, Bleeker A, Boezeman D, van Dam J, van Eerdt M, Franken R,        Utrecht: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2020.
     et al. Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd.                 114
                                                                                Group of Chief Scientific Advisors. EU authorisation processess of plant
     Tussenevaluatie van de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst.                 protection products from a scientific point of view. Brussel: Europese
     Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), 2019;                     Commissie, Scientific Advice Mechanism, 2018; Scientific Opinion 5.
     Rapport 3549.                                                          115
                                                                                Louro H, Heinala M, Bessems J, Buekers J, Vermeire T, Woutersen M,
 110
     Boon PE, van Donkersgoed G, van der Vossen W, Sam M, Noordam               et al. Human biomonitoring in health risk assessment in Europe:
     MY, van der Schee H. Tussenevaluatie van de nota Gezonde Groei,            Current practices and recommendations for the future.
     Duurzame Oogst Deelproject Voedselveiligheid. Bilthoven: RIVM, 2019;       Int J Hyg Environ Health 2019; 222(5): 727-37.
     Rapport 2018-0127.                                                     116
                                                                                Reynders H, Colles A, Morrens B, Mampaey M, Coertjens D,
 111
     Spaan S, van Duuren-Stuurman B, van de Brug F, Voogd E,                    Koppen G, et al. The added value of a surveillance human
     Gerritsen-Ebben R. Evaluatie nota Gezonde Groei Duurzame Oogst             biomonitoring program: The case of FLEHS in Flanders (Belgium).
     (GGDO) - Deelproject Arbeidsveiligheid en Productverantwoordelijkheid.     Int J Hyg Environ Health 2017; 220(2 Pt A): 46-54.
     Zeist: TNO, 2019; Rapport R10343.
50        Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                               2                                52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                                                                                            Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 52 van 53
 De commissie
 Samenstelling Commissie Gewasbescherming en omwonenden:                                             Secretarissen:
 •  dr. F. Woudenberg, psycholoog, hoofd afdeling leefomgeving, GGD, Amsterdam, voorzitter           •   dr. M.J. Alssema, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  prof. dr. M.B.M. van Duursen, hoogleraar gezonde leefomgeving en toxicologie, VU Amsterdam       •   dr. H.F.G. van Dijk, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  prof. dr. I. Loots, hoogleraar milieusociologie, Universiteit van Antwerpen, België
 •  prof. dr. A.M.J. Ragas, Universitair hoofddocent Radboudumc, Nijmegen en hoogleraar              Incidenteel geraadpleegde deskundigen:
    milieu-natuurwetenschappen, Open Universiteit, Heerlen                                           •   prof. dr. J. Keulartz, emeritus-hoogleraar milieufilosofie Radboud Universiteit, Nijmegen
 •  prof. dr. G.E.R. Schoeters, hoogleraar milieu en gezondheid, Universiteit van Antwerpen, België;     en senior onderzoeker Universiteit van Wageningen
    tevens VITO, Moll, België                                                                        •   dr. M.H.M.M. Montforts, risicobeoordelaar stoffen in het milieu, RIVM, Bilthoven
 •  prof. dr. M.J. van Tongeren, professor of occupational and environmental health,                 •   prof. dr. ir. R.C.H. Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie en exposoom analyse,
    Universiteit van Manchester, Verenigd Koninkrijk                                                     Institute for Risk Assessment Sciences, Universiteit Utrecht
                                                                                                     •   de vaste Commissie Ethiek en recht van de Gezondheidsraad
 Waarnemers:
 •  dr. J.J.W. Broeders, Ctgb, Ede
 •  drs. M. ten Hove, IenW, Den Haag
 •  dr. J.P.G. van Leuken, VWS, Den Haag
 •  dr. J.-P. Zock, RIVM, Bilthoven
51         Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                                                                       2                                   53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre> De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
 ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
 De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
 Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en
 ontwikkelingenof trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
 De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
 benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
 U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
 Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
 Gezondheidsraad. Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden.
 Den Haag: Gezondheidsraad, 2020; publicatienr. 2020/10.
 Auteursrecht voorbehouden
52       Gezondheidsraad | Nr. 2020/10                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>