<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Langdurige klachten
na COVID-19
Contouren van het post-COVID-syndroom
Aan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nr. 2022/04, Den Haag, 14 februari 2022
                                                       2 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> Inhoud                                                                                         Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 2 van 29
 inhoud
      Samenvatting                                                        3 04 Effecten van nieuwe ontwikkelingen in
                                                                                de bestrijding van de pandemie                               18
  01 Inleiding                                                            5    4.1  Mogelijke beschermende factoren                          18
      1.1  Aanleiding                                                     5    4.2  Effect vaccinatie op bestaande klachten van het
      1.2  Terminologie                                                   5         post-COVID-syndroom                                      19
      1.3  Werkwijze7
      1.4  Leeswijzer                                                     8 05 Advies21
  02 Aard en omvang klachten bij volwassenen                              9    Literatuur23
      2.1  Verscheidenheid aan langdurige klachten                        9
      2.2  Prevalentie van het post-COVID-syndroom                       11
      2.3  Impact op functioneren en kwaliteit van leven                12
      2.4  Mogelijke mechanismen achter het post-COVID-syndroom         13
      2.5  Risicofactoren voor het ontstaan van het post-COVID-syndroom 15
  03 Langdurige klachten bij kinderen                                   16
1       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                              2                            3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                                       Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 3 van 29
 samenvatting
 Een deel van de mensen die COVID-19 hebben        Om wat voor klachten gaat het?                     aanwijzing dat de klachten kunnen worden
 doorgemaakt houdt klachten of krijgt nieuwe       De beschikbare wetenschappelijke literatuur        toegeschreven aan COVID-19.
 klachten die lang aanhouden. Dit wordt vaak       toont een grote verscheidenheid aan klachten.
 long (langdurige) COVID genoemd of het            Deze kunnen tot meerdere maanden na het            Ook van kinderen is beschreven dat zij na
 post-COVID-syndroom. In dit advies schetst de     doormaken van COVID-19 bestaan. De ernst en        COVID-19 langdurig klachten kunnen ervaren
 Commissie Medische langetermijngevolgen van       het aantal kan afnemen in de loop van de tijd.     die vergelijkbaar zijn met de langdurige
 COVID-19 van de Gezondheidsraad welk beeld        Veelbeschreven klachten zijn: vermoeidheid,        klachten bij volwassenen.
 uit de wetenschappelijke literatuur naar voren    kortademigheid, hoofdpijn, vergeetachtigheid
 komt over de aard, omvang, oorzakelijke           en moeite met concentreren, reukverlies, hart-     Hoe vaak komt het voor?
 mechanismen en risicofactoren van het             kloppingen, spierpijn en angst- en stemmings-      Op basis van de huidige wetenschappelijke
 post-COVID-syndroom.                              klachten. De klachten kunnen invloed hebben        literatuur is voor zowel volwassenen als
                                                   op het functioneren in het dagelijks leven en de   kinderen nog geen goede schatting te geven
 Wetenschappelijk onderzoek naar de                kwaliteit van leven aantasten.                     van hoe vaak het post-COVID-syndroom
 (medische) langetermijngevolgen vraagt dat                                                           optreedt. Schattingen lopen sterk uiteen door-
 COVID-19-patiënten voldoende lang gevolgd         Er is een beperkt aantal studies met controle-     dat studies verschillende definities van het
 worden. Daarom is dit advies gebaseerd op         groepen beschikbaar. Volgens die studies           post-COVID-syndroom gebruiken, met
 studies die zijn verricht bij mensen die vroeg in komen de beschreven klachten significant           verschillende onderzoekspopulaties werken en
 de pandemie COVID-19 hebben doorgemaakt,          vaker voor bij mensen die COVID-19 hebben          de onderzoekspopulaties niet even lang volgen.
 voordat achtereenvolgens de delta- en de          doorgemaakt dan bij mensen die geen
 omikronvariant van het SARS-CoV-2-virus           COVID-19 hebben gehad. Dat is een
 dominant werden.
2        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                2                              4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                                 Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 4 van 29
 Welke processen in het lichaam kunnen        Effecten van nieuwe ontwikkelingen in             heeft voor de zorg en het gezondheidszorg-
 het post-COVID-syndroom verklaren?           de bestrijding van de pandemie                    beleid. Omdat de beschikbare studies nog veel
 In de wetenschappelijke literatuur worden    Van vaccinatie is bekend dat het het risico op    onzekerheden bevatten, is verder onderzoek
 verschillende theorieën beschreven over de   COVID-19 verkleint. Daarmee verkleint het         nodig om beter in te kunnen zetten op
 mechanismen die achter het ontstaan van de   indirect ook het risico op het ontstaan van het   preventie, diagnostiek en behandeling van het
 klachten kunnen zitten. Twee veelgenoemde    post-COVID-syndroom. Of het ook beschermt         post-COVID-syndroom. Ook adviseert de
 mogelijke oorzaken zijn weefselschade en     tegen het post-COVID-syndroom als mensen          commissie om de huidige zorg voor patiënten
 een aanhoudende verstoring van het immuun-   ondanks vaccinatie toch COVID-19 krijgen, is      met het post-COVID-syndroom te monitoren.
 systeem. Er bestaat momenteel maar beperkt   nog niet bekend. Wat ook nog uit onderzoek        De commissie benadrukt tot slot het belang van
 bewijs voor de beschreven theorieën.         moet blijken is of een betere behandeling van     bredere bekendheid van het post-COVID-
                                              COVID-19 in de acute fase het risico op het       syndroom. Dit is zowel van belang op het niveau
 Wat zijn mogelijke risicofactoren voor       ontstaan van het post-COVID-syndroom kan          van de algemene bevolking, opdat mensen dit
 het post-COVID-syndroom?                     verkleinen of de ernst ervan kan verminderen      kunnen meenemen in hun overwegingen ten
 Het is nog niet duidelijk welke factoren het en of vaccinatie van patiënten met het            aanzien van vaccinatie, als op het niveau van
 risico op het post-COVID-syndroom verhogen.  post-COVID-syndroom een positief effect           zorgprofessionals, opdat zij patiënten gericht
 De groep patiënten is heterogeen wat betreft heeft op de klachten.                             kunnen voorlichten, onder andere over het
 leeftijd, gezondheidstoestand en ernst van                                                     perspectief op afname van de klachten.
 de initiële infectie. Ook voorheen gezonde   Advies
 volwassenen en kinderen rapporteren          In de huidige stand van de wetenschap tekenen
 langdurige klachten na COVID-19.             zich volgens de commissie de contouren af van
                                              het post-COVID-syndroom. Op basis van die
                                              contouren verwacht de commissie dat het
                                              syndroom niet alleen gevolgen heeft voor de
                                              patiënten die het betreft, maar ook implicaties
3         Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                       2                                5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                            Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 5 van 29
 01 inleiding                                                              Het advies geeft de huidige stand van de wetenschap weer. Het ligt in de
                                                                           rede dat een update van de stand van de wetenschap in de vorm van een
 1.1      Aanleiding                                                       of meerdere vervolgadviezen in de toekomst nodig zal zijn.
 De COVID-19-pandemie heeft wereldwijd grote gevolgen. De ziekte,
 die wordt veroorzaakt door het severe acute respiratory syndrome          1.2      Terminologie
 coronavirus 2 (SARS-CoV-2), kan verlopen met lichte klachten, maar        In de medische literatuur worden verschillende termen gebruikt voor
 kan ook leiden tot ziekenhuisopname, opname op de intensive care (IC)     langdurige klachten na COVID-19. De commissie vindt het belangrijk om
 of sterfte. Naast deze acute medische gevolgen, lijkt COVID-19 ook op     eenduidige terminologie te gebruiken. Ook wil de commissie aansluiten
 de langere termijn gevolgen te kunnen hebben in de vorm van langdurige    bij de internationale literatuur. Een veel gebruikte term is long COVID, of
 klachten na een doorgemaakte infectie. Dit klachtenbeeld zou in potentie, long haul COVID (en mensen die ermee te maken krijgen worden wel
 net als de acute medische gevolgen, grote implicaties kunnen hebben       aangeduid als long haulers). Het nadeel van die term is dat het Engelse
 voor de zorg en het gezondheidszorgbeleid.                                ‘long’ (voor: langdurig) in het Nederlandse makkelijk kan worden
                                                                           aangezien voor het orgaan de long. Daarnaast suggereert ‘long’ een
 De Gezondheidsraad heeft het initiatief genomen om de Commissie           chronisch karakter van het klachtenbeeld. Daarover is op basis van de
 Medische langetermijngevolgen van COVID-19 samen te stellen ten einde     huidige, relatief kortdurende ervaring met het klachtenbeeld, nog geen
 een advies over langdurige klachten na COVID-19 uit te kunnen brengen.    uitspraak te doen. Daarom kiest de commissie voor een term waar het
 Met dit advies wil de commissie bijdragen aan zicht op het klachtenbeeld, woord ‘long’ niet in voorkomt. Van de termen post-acute COVID-19
 door te schetsen wat nu bekend is over de aard, omvang, oorzakelijke      syndrome (PACS), post-acute sequelae of COVID-19 (PASC) en
 mechanismen en risicofactoren. Daarnaast doet de commissie een aantal     post-COVID-syndroom (PCS) vindt zij die laatste het meest geschikt.
 aanbevelingen ten aanzien van onderzoek, zorg en het gezondheidszorg-
 beleid. In een kamerbrief van 20 september 2021 onderschrijft de minister In dit advies wordt verder de term COVID-19 gebruikt voor de acute
 van VWS het belang van ondersteuning van patiënten met langdurige         infectieziekte die veroorzaakt wordt door het SARS-CoV-2 virus, en
 klachten na COVID-19 en (h)erkenning van het klachtenbeeld.1              staat voor CoronaVirusDisease-2019. Deze term duidt zowel op een
                                                                           asymptomatische als een symptomatische infectie.
4        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                2                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                          Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 6 van 29
 Definitie                                                                NICE-definitie zijn dat deze een indicatie geeft van de ernst van
 Aangezien het post-COVID-syndroom een nieuw syndroom is waarvan          de klachten, door te stellen dat de klachten over het algemeen invloed
 de afbakening nog in ontwikkeling is, ontbreekt het nog aan een uniform  hebben op het dagelijks functioneren, en dat deze de mogelijkheid biedt
 gehanteerde definitie en algemeen geaccepteerde diagnostische criteria.  om voor kinderen een aparte definitie te hanteren.
 In de wetenschappelijke literatuur worden veel verschillende criteria en
 onderverdelingen gehanteerd. Zowel het National Institute for Health and Overige verschillen tussen de definities hebben betrekking op de duur
 Care Excellence (NICE) als de wereldgezondheidsorganisatie (WHO)         en op het beloop van de klachten. Waar de NICE-definitie aangeeft dat
 hebben een definitie geformuleerd, zie kader op pagina 7.2,3             klachten meer dan 12 weken aanhouden, stelt de WHO-definitie dat het
 Beide definities omschrijven het post-COVID-syndroom als een beeld dat   beeld meestal 3 maanden na het begin van COVID-19 voorkomt en dat
 optreedt na een (waarschijnlijke) SARS-CoV-2-infectie met klachten die   klachten ten minste 2 maanden aanhouden. Wat betreft het beloop van
 kunnen optreden in diverse orgaansystemen, die kunnen fluctueren in de   de klachten: Aanvullend op het kenmerk dat klachten kunnen fluctueren,
 tijd en die niet verklaard kunnen worden door een andere diagnose.       geeft de NICE-definitie aan dat klachten ook kunnen veranderen in de
 In beide definities kan het zowel gaan om nieuwe klachten na initieel    loop van de tijd en de WHO-definitie dat klachten kunnen recidiveren.
 herstel als om klachten die zijn ontstaan tijdens de acute fase van de
 infectie.
 De definities verschillen ook op een aantal punten van elkaar. De
 commissie spreekt geen voorkeur uit voor een van de twee definities
 omdat zij van beide voordelen ziet. De NICE-definitie heeft als
 voornaamste voordeel dat deze niet uitsluitend over ‘symptoms’ spreekt,
 zoals de WHO-definitie, maar over ‘signs and symptoms’. Hierdoor is een
 onderscheid mogelijk tussen enerzijds subjectieve klachten (symptoms)
 en anderzijds objectiveerbare tekenen van orgaanschade (signs).
 Belangrijkste voordelen van de WHO-definitie ten opzichte van de
5        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                             2                               7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                   Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 7 van 29
   Definities post-COVID-syndroom NICE en WHO
                                                                                    1.3     Werkwijze
   NICE hanteert de term post-COVID-19 syndrome en definieert dat als volgt:
                                                                                    Commissie
   Signs and symptoms that develop during or after an infection consistent with
   COVID‑19, continue for more than 12 weeks and are not explained by an            Het advies is opgesteld door een brede, multidisciplinaire commissie
   alternative diagnosis. It usually presents with clusters of symptoms, often      met zowel klinische ervaring, als wetenschappelijke affiniteit met de
   overlapping, which can fluctuate and change over time and can affect any         problematiek. De samenstelling van de commissie staat achterin dit
   system in the body. Post‑COVID‑19 syndrome may be considered before 12
                                                                                    advies.
   weeks while the possibility of an alternative underlying disease is also being
   assessed.
                                                                                    Afbakening
   WHO hanteert de term post-COVID-19 condition en definieert dat als volgt:        De commissie heeft zich voor dit advies primair gericht op de
   Post-COVID-19 condition occurs in individuals with a history of probable or      langetermijngevolgen bij mensen die COVID-19 hebben doorgemaakt.
   confirmed SARS-CoV-2 infection, usually 3 months from the onset of COVID-19
                                                                                    Indirecte medische gevolgen door bijvoorbeeld uitgestelde medische
   with symptoms that last for at least 2 months and cannot be explained by an
                                                                                    zorg (als gevolg van de pandemie) of psychosociale gevolgen door de
   alternative diagnosis. Common symptoms include fatigue, shortness of breath,
   cognitive dysfunction but also others which generally have an impact on          coronamaatregelen worden buiten beschouwing gelaten. Deze inperking
   everyday functioning. Symptoms may be new onset, following initial recovery      impliceert echter niet dat dergelijke gevolgen beoordeeld worden als
   from an acute COVID-19 episode, or persist from the initial illness. Symptoms    minder belangrijk.
   may also fluctuate or relapse over time. A separate definition may be applicable
   for children.
                                                                                    De commissie heeft de literatuur beoordeeld die over het post-
                                                                                    COVID-syndroom is verschenen vanaf begin 2020 tot medio december
                                                                                    2021. In die periode zijn meer dan duizend artikelen over het onderwerp
                                                                                    gepubliceerd. Tussen medio december en de datum van publicatie van
                                                                                    het advies zijn er nog veel nieuwe wetenschappelijke artikelen
                                                                                    verschenen over verschillende aspecten van het syndroom en de
                                                                                    verwachting is dat dit ook het geval zal zijn kort na publicatie van het
                                                                                    advies. Het huidige advies geeft dan ook een tussenstand weer.
6        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                       2                               8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                             Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 8 van 29
 Voorts beschrijft het advies het beeld dat naar voren komt uit studies die   zoals: gebrekkige omschrijving van de onderzoekspopulatie, heterogene
 zijn verricht bij mensen die vroeg in de pandemie COVID-19 hebben            populaties, ontbreken van elementaire beschrijvende statistische
 doorgemaakt, voordat achtereenvolgens de delta- en de omikronvariant         gegevens, tekortschietende informatie over definities van gerapporteerde
 van het SARS-CoV-2-virus dominant werden.                                    uitkomsten, geen blindering van beoordelaars, en als belangrijkste
                                                                              probleem zijn er vaak geen relevante controlegroepen bij de onderzoeken
 Beperkingen bij het beoordelen van de literatuur                             betrokken.5
 Een belangrijke beperking bij de interpretatie van de wetenschappelijke
 literatuur is het eerdergenoemde gebrek aan consensus over de definitie      De commissie benadrukt daarom dat de huidig beschikbare gegevens
 en diagnostische criteria van het post-COVID-syndroom. Daarnaast             met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd en dat het nog niet
 bestaan er verschillen tussen studies wat betreft de onderzoekspopulatie     mogelijk is om op basis hiervan definitieve conclusies te trekken.
 en de periode sinds het verstrijken van de acute fase van COVID-19.
 Deze heterogeniteit maakt vergelijkingen tussen studies lastig. Ook is       1.4     Leeswijzer
 vaak niet duidelijk in hoeverre onderzoekers het post-COVID-syndroom         In hoofdstuk 2 wordt de huidige kennis omtrent het post-COVID-syndroom
 hebben kunnen onderscheiden van andere ziektebeelden, zoals het post-        bij volwassenen besproken. Achtereenvolgens komen hierbij aan bod:
 IC-syndroom. Dit syndroom wordt gekenmerkt door langdurige fysieke,          aard, prevalentie, de impact op het functioneren en de kwaliteit van leven,
 psychologische en cognitieve klachten bij patiënten die op de IC             werkingsmechanismen en risicofactoren. In hoofdstuk 3 bespreekt de
 opgenomen zijn geweest, waarbij de klachten niet noodzakelijkerwijs          commissie wat bekend is over het post-COVID-syndroom bij kinderen.
 het gevolg zijn van COVID-19.4                                               In hoofdstuk 4 gaat de commissie na of vaccinatie en/of een betere
                                                                              behandeling van COVID-19 in de acute fase het risico op het post-
 Een andere belangrijke beperking is dat de kwaliteit van de beschikbare      COVID-syndroom kunnen verkleinen. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk
 literatuur veelal te wensen over laat. De relatief korte tijdsspanne die tot beschreven wat er bekend is ten aanzien van het effect van vaccinatie op
 nu toe beschikbaar was voor onderzoekers voor het opzetten, uitvoeren        de bestaande klachten van patiënten met het post-COVID-syndroom.
 en publiceren van onderzoek speelt hierbij mogelijk een rol. Een overzicht   In hoofdstuk 5 formuleert de commissie haar advies.
 van 145 studies bijvoorbeeld bracht veel tekortkomingen aan het licht,
7        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                 2                                 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                             Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 9 van 29
 02 aard en omvang klachten bij                                             interviews zonder klinisch onderzoek. Daarnaast zijn de studiepopulaties
                                                                            heterogeen zonder rekening te houden met de ernst van COVID-19, met
          volwassenen                                                       eventuele andere aandoeningen, medicijngebruik, leeftijd en geslacht.
                                                                            Ook bestaan de huidig beschikbare reviews nog overwegend uit studies
 Een deel van de mensen die COVID-19 hebben doorgemaakt krijgt of           zonder controlegroepen. Op basis van deze reviews is het daarom niet
 houdt nog lange tijd een grote verscheidenheid aan klachten.               mogelijk om betrouwbare conclusies te trekken over de directe
 Voor hoeveel mensen dat geldt is op basis van de huidige stand van         oorzakelijke rol van COVID-19 in het ontstaan van het post-COVID-
 de wetenschap niet te zeggen door de heterogeniteit van de studies.        syndroom. In de loop van de pandemie is een beperkt aantal individuele
 Ook is niet altijd duidelijk in hoeverre de klachten toe te schrijven zijn studies beschikbaar gekomen waarin wel controlegroepen zijn
 aan COVID-19 door een gebrek aan controlegroepen in veel studies.          opgenomen.
 Veelbeschreven langdurige klachten zijn vermoeidheid, kortademigheid,      Ook deze studies kunnen echter onderhevig zijn geweest aan
 hoofdpijn, vergeetachtigheid en moeite met concentreren, reukverlies,      verschillende vormen van vertekening, bijvoorbeeld als gevolg van
 hartkloppingen, spierpijn en angst- en stemmingsklachten. Hoe deze         misclassificatie van de ziektestatus bij de controlepatiënten
 klachten tot stand komen is nog niet bekend.                               (asymptomatische infectie) of als gevolg van de wetenschap over de
                                                                            eerder doorgemaakte ziekte bij COVID-19-patiënten.
 2.1    Verscheidenheid aan langdurige klachten
 De beschikbare wetenschappelijke literatuur toont een grote verscheiden-   Hieronder wordt eerst gefocust op gegevens uit reviews en daarna op
 heid aan klachten. Klachten kunnen tot meerdere maanden na het             een aantal individuele studies met controlegroepen.
 doormaken van COVID-19 aanhouden. De ernst en het aantal kan
 afnemen in de loop van de tijd.6,7                                         De beschreven (individuele) studies zijn dermate heterogeen wat betreft
                                                                            studieopzet dat een visuele weergave van de belangrijkste gegevens
 Kwaliteit en opzet studies                                                 onvoldoende informatief zou zijn.
 Een groot deel van de studies heeft belangrijke methodologische
 beperkingen. Veelal is gewerkt met zelf ingevulde vragenlijsten of online
8       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                 2                             10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                           Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 10 van 29
 Reviews                                                                 reukverstoring (11%) en hoofdpijn (8%). Onder mentale problemen
 In een systematische review met meer dan 48.000 patiënten met een       werden angststoornis (24%), depressie (20%) en slaapstoornissen (27%)
 COVID-19-diagnose werden 55 verschillende langdurige klachten           genoemd. Daarnaast kwamen haarverlies (21%), gastro-intestinale
 gerapporteerd. De vijf meest voorkomende waren vermoeidheid (58%),      klachten (6%), hartkloppingen (9%) en pijn op de borst (13%) als
 hoofdpijn (44%), aandachtstoornissen (27%), haarverlies (25%) en        langdurige klachten voor.
 kortademigheid (24%).8
                                                                         Dit is ook in grote lijnen het beeld dat wordt beschreven in een vierde
 In een systematische review met 9751 COVID-19-patiënten (met een        review.11 Daarnaast benadrukken de auteurs van de review dat uit
 follow-up van ten minste twee maanden of langer na diagnose) werden     verschillende studies naar voren komt dat de klachten zich kunnen
 vermoeidheid (mediane frequentie 40%), kortademigheid (36%), en         voordoen of verergeren na inspanning.
 slaapstoornissen (29%) als meest voorkomende langdurige klachten
 genoemd. Andere veel voorkomende langdurige klachten waren reuk-        Studies met controlegroepen
 verlies (24%) en reukverstoring (16%), angststoornis (22%) en depressie Op basis van de beperkt beschikbare studies met controlegroepen lijken
 (15%) en gerapporteerde cognitieve klachten (concentratieproblemen      de langdurige klachten toe te kunnen worden geschreven aan COVID-19.
 22%, geheugenproblemen 28%).9                                           De enkele studies met controlegroepen concluderen dat de beschreven
                                                                         klachten significant vaker voorkomen bij de COVID-19-patiënten dan bij
 In een andere systematische review met ruim 250.000 patiënten met een   de (verschillende) controlegroepen.
 COVID-19-diagnose (waarvan 79% opgenomen in ziekenhuis) worden
 klachten die tot na zes maanden aanhielden beschreven.10 Dit waren met  Een Amerikaanse studie liet in een groep van 44.489 niet-opgenomen
 name vermoeidheid of spierzwakte (mediane frequentie 38%) en            patiënten zien dat COVID-19-patiënten in vergelijking met een gemengde,
 kortademigheid (30%).                                                   maar uitvoerig gematchte groep controlepatiënten na één tot twee
                                                                         maanden significant vaker last hadden van nieuwe klachten zoals
 Neurologische klachten die werden genoemd waren concentratie-           aspecifieke pijn op de borst, vermoeidheid, hoofdpijn, neurocognitieve
 problemen (24%), geheugenproblemen (19%), reukverlies of                en gastro-intestinale klachten.12
9        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                             2                              11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                                        Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 11 van 29
 In een andere studie werden 273.618 zowel opgenomen als niet-                          hadden van een van de onderzochte klachten (66% versus 33% van de
 opgenomen COVID-19-patiënten vergeleken met een controlegroep van                      controlegroep). De meest voorkomende klachten waren slaapproblemen
 influenzapatiënten.7 De patiënten met COVID-19 hadden na drie en zes                   (25% versus 13%), gewrichtspijn (25% versus 7%), haarverlies (23%
 maanden significant vaker klachten. Dit gold voor alle negen onderzochte               versus 9%), vermoeidheid of spierzwakte (22% versus 6%). Ook was er
 klachten: vermoeidheid/malaise, kortademigheid, keelpijn/aspecifieke pijn              significant vaker mobiliteitsverlies (9% versus 4%), pijn (29% versus 5%),
 op de borst, spierpijn, hoofdpijn, algemene pijn, gastro-intestinale                   angst en/of depressie (26% versus 5%).13
 klachten, cognitieve klachten, angst en/of depressie met een absoluut
 risicoverschil van 16,6% voor het hebben van ten minste 1 klacht, en                   2.2     Prevalentie van het post-COVID-syndroom
 hazard ratio’s (HR) voor afzonderlijke klachten tussen de 1,44 en 2,04.                Schattingen over de prevalentie van het post-COVID-syndroom lopen nog
 Ook kwamen deze klachten bij de COVID-19-patiënten vaker in                            uiteen. De WHO stelt dat ongeveer 10 tot 20% van de mensen met
 samenhang voor in vergelijking met de influenzapatiënten.                              COVID-19 na drie maanden nog aanhoudende of nieuwe symptomen
                                                                                        ervaart (ongeacht de aanvankelijke ernst van de ziekte).3,14
    Odds ratio (OR), hazard ratio (HR) en betrouwbaarheidsinterval
    In de beschreven onderzoeken wordt de odds ratio (OR) of hazard ratio (HR)          In de beschikbare wetenschappelijke literatuur bestaan er tussen
    gebruikt om de verhouding van de risico’s tussen twee groepen weer te geven.        studies grote verschillen in de definitie van het klachtenpatroon van
    Hoe dichter bij 1, hoe kleiner het verschil tussen de risico’s op bepaalde klachten het post-COVID-syndroom en de geïncludeerde patiëntenpopulatie
    in beide groepen. Bij deze risicoschattingen wordt vaak ook het betrouwbaar-
                                                                                        (bijvoorbeeld met of zonder ziekenhuisopname). Daarnaast verschilt
    heidsinterval (BI) genoemd, een statistische maat die aangeeft hoe waarschijnlijk
                                                                                        de gehanteerde periode sinds het verstrijken van de acute fase van
    een bepaalde onderzoeksuitkomst is.
                                                                                        COVID-19. Hierdoor is een betrouwbare schatting van de prevalentie
                                                                                        op dit moment niet mogelijk. In verschillende reviews, soms betrekking
 Een derde studie waarin de klachten van 1276 COVID-19-patiënten                        hebbend op vele tienduizenden patiënten, lopen de schattingen van de
 12 maanden na ziekenhuisopname werden vergeleken met een controle-                     prevalentie sterk uiteen.
 groep uit de algemene bevolking (gematcht voor leeftijd, geslacht en
 comorbiditeit), wees uit dat COVID-19 patiënten significant vaker last
10        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                            2                             12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                                  Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 12 van 29
 Een systematische review liet zien dat 46% van de patiënten na                 hanteren van ten minste één klacht. Door deze aanpak worden veel
 COVID-19 één of meer klachten ervoer drie maanden of langer na                 mensen met langdurige klachten meegenomen in de studies (de sensi-
 opname in het ziekenhuis of begin van de symptomen.15 Volgens een              tiviteit is hoog) maar de keerzijde is dat de resultaten weinig specifiek zijn
 andere systematische review had 54% van alle patiënten die COVID-19            (de specificiteit is laag). Op basis van deze reviews is het niet mogelijk
 hadden doorgemaakt na zes maanden of langer nog één of meer                    om te bepalen of de prevalentie afhankelijk is van een eerdere ziekenhuis-
 langdurige klachten.10 In een derde systematische review concluderen de        opname in de acute fase (wat waarschijnlijk een indicator is voor de ernst
 auteurs dat dit gold voor 73% van de onderzochte COVID-19-patiënten.9          van de infectie, eventuele comorbiditeit, de leeftijd van de patiënt, of een
                                                                                combinatie daarvan).
 Nederlandse onderzoekers vonden in een populatie van 342 zowel
 opgenomen als niet-opgenomen COVID-19-patiënten dat ruim 40% van               2.3       Impact op functioneren en kwaliteit van leven
 hen na 12 maanden nog één of meer klachten rapporteerde. Ook vonden            Om iets te kunnen zeggen over de impact van het post-COVID-syndroom
 de onderzoekers dat de percentages afnamen met de tijd. Na 3 maanden           is niet alleen de inventarisatie van klachtenpatronen van belang, maar ook
 had 31% van patiënten met lichte COVID-19 nog één of meer klachten en          onderzoek naar de invloed op het functioneren en kwaliteit van leven van
 na 12 maanden was dit afgenomen tot 16%. Voor patiënten met matig              mensen.16 Op basis van huidig, nog beperkt beschikbaar onderzoek, lijkt
 ernstige COVID-19 gold dat het percentage afnam van 64% (3 maanden)            het post-COVID-syndroom geassocieerd te zijn met een vermindering
 naar 50% na 12 maanden. En voor patiënten met ernstige/kritieke                van het functioneren en een afname van de kwaliteit van leven.
 COVID-19 werd een afname van 87% (3 maanden) naar 53% (12                      Het is echter lastig om inzicht te krijgen in hoeverre andere factoren een
 maanden) gevonden.6                                                            rol spelen in het ontstaan van functionele achteruitgang. Bij ouderen
                                                                                speelt bijvoorbeeld mee dat functionele achteruitgang na ernstige ziekte
 Vanwege de grote heterogeniteit van de studies zijn de resultaten niet         frequent voorkomt, wat het lastig maakt om in deze groep te bepalen of
 goed te vergelijken. Desondanks vallen twee zaken op. Om te beginnen           het functieverlies door het post-COVID-syndroom komt of aspecifiek is.17
 lijkt de tijd die is verstreken na het begin van de infectie van invloed op de Daarnaast maakt de heterogeniteit van de studies dat studies onderling
 prevalentie: over het algemeen geldt hoe meer tijd is verstreken, hoe lager    niet goed vergeleken kunnen worden.
 de prevalentie.6,7 Daarnaast valt op dat de meeste studies het criterium
11        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                    2                                 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                             Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 13 van 29
 De WHO concludeert in een recente scientific brief dat er een significante rapporteerde (gemeten met de EQ-5D-5L vragenlijst) in vergelijking met
 afname wordt gezien in kwaliteit van leven en/of functioneren bij het      een gematchte controlegroep.13
 post-COVID-syndroom in alle studies die dit onderzochten. Dit geldt voor
 volwassenen en kinderen (met en zonder ziekenhuisopname) na                2.4     Mogelijke mechanismen achter het
 COVID-19.18                                                                        post-COVID-syndroom
                                                                            Ook na andere infectieziekten kunnen langdurige klachten voorkomen.
 In een Amerikaanse studie met 156 COVID-19-patiënten concluderen de        Naast de meer bekende voorbeelden, zoals langdurige klachten na een
 auteurs dat de langdurige klachten van invloed zijn op de fysieke en       infectie met het Epstein Barr virus (ziekte van Pfeiffer) en bacteriële
 cognitieve functie, gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven en         infecties als Coxiella burnetii (Q-koorts) en Borrelia burgdorferi (ziekte
 maatschappelijk functioneren zoals bij studie, werk, vrije tijd en sociale van Lyme), zijn ook langdurige klachten beschreven na infecties met
 contacten.19 Zweeds onderzoek met 100 COVID-19-patiënten zonder            coronavirussen anders dan SARS-CoV-2. Uit studies die verricht zijn na
 ziekenhuisopname laat zien dat COVID-19 tot minstens 1 jaar na de          de SARS-CoV-1-epidemie van 2003 en de MERS-Cov-epidemie van
 infectie geassocieerd wordt met verminderd functioneren en beperkingen     2012 blijkt dat een deel van de overlevenden nog maanden tot jaren na
 in de activiteiten.20 In een Zwitserse studie rapporteerden 12 van de 41   de infectie last hielden van met name vermoeidheid, benauwdheid,
 COVID-19-patiënten na 12 maanden na ziekenhuisopname nog                   psychische problemen en een verminderde kwaliteit van leven.23-29
 functionele beperkingen.21
                                                                            Net als bij deze postinfectieuze klachtenbeelden is ook bij langdurige
 In een review rapporteert 37% van de 807 COVID-19-patiënten                klachten na COVID-19 de pathofysiologie nog onbekend. Inmiddels zijn er
 na 4 maanden of langer een verminderde kwaliteit van leven                 wel diverse theorieën beschreven ten aanzien van mogelijke oorzakelijke
 (95%-betrouwbaarheidsinterval 18% - 60%).22                                mechanismen. De commissie wil sterk benadrukken dat dit veelal
                                                                            hypothesen betreft waar vooralsnog maar beperkt bewijs voor is.
 Een studie van 1276 COVID-19 patiënten 12 maanden na ziekenhuis-           Dat verschillende studies verschillende definities van het post-COVID-
 opname wees uit dat deze groep een significant lagere kwaliteit van leven  syndroom hanteren maakt het lastig om goed inzicht te krijgen in de
                                                                            pathofysiologie. Daarnaast kunnen er verschillen zijn tussen individuen in
12       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                2                                14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                               Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 14 van 29
 welke onderliggende mechanismen de klachten veroorzaken; er bestaan          De literatuur beschrijft naast het post-COVID-syndroom ook een ander
 mogelijk verschillende symptoomprofielen van het post-COVID-syndroom,        syndroom dat erop kan duiden dat COVID-19 een dysregulerend effect
 die mogelijk elk hun eigen onderliggende pathofysiologie kennen.30           kan hebben op het immuunsysteem (dat wil zeggen dat het het vermogen
 Tot slot kunnen binnen een individu mogelijk meerdere mechanismen            kan aantasten om de normale werking van het immuunsysteem te hand-
 een rol spelen.31,32                                                         haven of te herstellen). Dat andere syndroom betreft het zeldzame, maar
                                                                              ernstige multisysteem inflammatoir syndroom dat zowel bij volwassenen
 Een in de wetenschappelijke literatuur veelbeschreven mogelijke oorzaak      (MIS-A) als bij kinderen (MIS-C) weken na de primaire infectie kan
 van het post-COVID-syndroom is de aanwezigheid van weefselschade als         optreden. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat dit syndroom ook bij
 gevolg van COVID-19. Bij patiënten die COVID-19 hebben doorgemaakt           neonaten voor kan komen (MIS-N) als gevolg van een door de moeder
 zijn aanwijzingen gevonden voor schade aan onder andere de longen, het       doorgemaakte COVID-19 tijdens de zwangerschap. Het syndroom
 hart en de hersenen.32-34 Daarnaast wordt een voortdurende dysfunctie        kenmerkt zich door uitgebreide ontstekingen in verschillende orgaan-
 van het immuunsysteem als mogelijke oorzaak genoemd. Chronische              systemen.38-40 Of er een samenhang bestaat tussen MIS en het
 ontsteking en auto-immuniteit zouden hierbij kunnen leiden tot klachten in   post-COVID-syndroom is nog onbekend.
 diverse orgaansystemen.33,35,36 Andere beschreven, mogelijke immuun-
 gemedieerde, oorzaken die een rol zouden kunnen spelen zijn vasculaire       Daarnaast kunnen ook andere factoren bijdragen aan het ontstaan en
 dysfunctie, trombo-embolieën en dysfunctie van het zenuwstelsel.31           voortduren van de klachten, zoals niet-specifieke effecten van de eerdere
                                                                              (ernstige) ziekte en/of ziekenhuisopname in het kader van COVID-19,
 Aanhoudende aanwezigheid van fragmenten van het virus (zoals                 deconditionering door langdurige vermoeidheid en de manier van omgaan
 eiwitmoleculen) is een andere mogelijkheid waarvoor enige aanwijzingen       met de klachten (zoals vermijdingsgedrag door negatieve emoties en
 zijn.32,33 Volgens deze theorie, waar nog geen direct bewijs voor is, zouden negatieve uitkomstverwachtingen). Of de klachten uiteindelijk leiden tot
 deze virusfragmenten een immuunrespons onderhouden.33 Een andere             disfunctioneren hangt daarbij ook af van de situatie waarin iemand zich
 theorie is dat COVID-19 zou kunnen leiden tot een verstoring van het         bevindt en de eisen die worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van
 microbioom in de darm, met nadelige effecten op de homeostase van het        werk.41
 immuunsysteem als gevolg.37 Ook daarvoor is er nog geen direct bewijs.
13         Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                               2                               15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Aard en omvang klachten bij volwassenen                                              Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 15 van 29
 2.5     Risicofactoren voor het ontstaan van het                           tussen de ernst van de acute infectie en het ontwikkelen van het
         post-COVID-syndroom                                                post-COVID-syndroom.33 Een review vond vergelijkbare percentages
 Het is nog niet duidelijk welke factoren het risico verhogen. De groep van van mensen met het post-COVID-syndroom voor studies waarbij een
 patiënten met het post-COVID-syndroom is heterogeen wat betreft leeftijd,  groter percentage patiënten opgenomen was in het ziekenhuis voor
 gezondheidstoestand en ernst van de initiële infectie. Ook voorheen        COVID-19 (>60%) in vergelijking met studies waarbij dit percentage
 gezonde volwassenen zonder ziekenhuisopname rapporteren langdurige         lager lag (<60%).10 Volgens andere studies lijkt de ernst van de acute
 klachten na COVID-19.7,42                                                  infectie echter wel van invloed. Die studies beschrijven het aantal dagen
                                                                            in het ziekenhuis en het aantal symptomen tijdens de acute infectie als
 Studies waarin mogelijke risicofactoren voor langdurige klachten na        risicofactoren voor het ontstaan van het post-COVID-syndroom.15
 COVID-19 beschreven worden laten verschillende bevindingen zien.
 De heterogeniteit van de studies en de mogelijke verschillende onder-      Ook over leeftijd worden verschillende bevindingen gepubliceerd.
 liggende pathofysiologische mechanismen van het post-COVID-syndroom        Een studie stelt dat het syndroom vaker lijkt voor te komen bij jong-
 kunnen hierbij een rol spelen.22,30,33                                     volwassenen.7 In een review wordt beschreven dat meerdere studies
                                                                            oudere leeftijd als risicofactor zien.22
 Astma, diabetes en het hebben van twee of meer andere aandoeningen         Het is nog niet duidelijk of sociale factoren, zoals opleidings- en
 (comorbiditeit) lijken een hoger risico met zich mee te brengen. Verder    inkomensniveau en migratieachtergrond, van invloed zijn op het risico
 worden overgewicht en obesitas genoemd als risicofactoren.15,22,36,43      op het post-COVID-syndroom.
 Ook wordt een mogelijk verband tussen het vrouwelijke geslacht en het      Ook is momenteel nog onduidelijk of er een verschil is tussen de
 risico op het post-COVID-syndroom gerapporteerd.22 Hoewel er ook           virusvarianten en het risico op het syndroom.36 De huidig beschikbare
 meerdere studies zijn die dit verband niet aantonen.15,33                  studies zijn verricht in de tijd voordat achtereenvolgens de deltavariant
                                                                            en de omikronvariant van het SARS-CoV-2-virus dominant werden.
 Over de ernst van de voorafgaande acute COVID-19 als risicofactor is       Toekomstig onderzoek moet uitwijzen wat het effect is van deze en
 evenmin consensus. Een aantal studies vond geen positieve associatie       eventueel nieuwere varianten.
14       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                 2                              16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | Langdurige klachten bij kinderen                                                  Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 16 van 29
 03 langdurige klachten bij                                               uitgezette vragenlijsten en als belangrijkste beperking het ontbreken van
                                                                          controlegroepen. Ook de follow-up-tijden en daarmee de definitie van
          kinderen                                                        langdurige klachten varieerden aanzienlijk tussen de studies, wat waar-
                                                                          schijnlijk heeft bijgedragen aan de verschillen in gevonden prevalenties.
 Ook van kinderen is beschreven dat zij na COVID-19 langdurig klachten    Drie van de vijf studies waarin wel controlegroepen waren opgenomen
 kunnen ervaren die vergelijkbaar zijn met de langdurige klachten bij     vonden een hogere prevalentie van langdurige symptomen bij de kinderen
 volwassenen.44 In de literatuur is nog onduidelijkheid over de ernst en  en adolescenten die COVID-19 hadden doorgemaakt.45
 omvang van het probleem.
                                                                          Een later verschenen meta-analyse beschrijft de gegevens (uit zowel
 In verschillende studies is nagegaan hoe vaak het post-COVID-syndroom    ongecontroleerde als gecontroleerde studies) van ongeveer 23.000
 voorkomt bij kinderen en adolescenten die COVID-19 hebben door-          kinderen en jongeren van onder de 20 jaar. De gepoolde prevalentie (de
 gemaakt. Veelal is gewerkt met zelf ingevulde vragenlijsten of online    prevalentie die het resultaat is van de combinatie van de prevalenties uit
 interviews zonder klinisch onderzoek. De gegevens zijn vaak afkomstig    de afzonderlijke studies) onder de kinderen en jongeren met COVID-19
 van ouders of verzorgers.                                                liep uiteen van 15% voor diarree tot 47% voor vermoeidheid. De mediane
                                                                          follow-up duur betrof 125 dagen (interkwartielafstand 99-231 dagen).
 In een narratieve review van 14 studies naar het post-COVID-syndroom     Hogere studiekwaliteit was geassocieerd met een lagere prevalentie van
 bij kinderen en adolescenten liep de prevalentie van langdurige klachten langdurige klachten, behalve in het geval van reukverlies en cognitieve
 tussen studies uiteen van 4% tot 66%. De review omvat zowel studies      klachten. Wanneer onderzoekers alleen gecontroleerde studies in hun
 die ten tijde van de publicatie van de review al gepubliceerd waren als  analyse betrokken, bleek dat de meeste gerapporteerde langdurige
 studies die nog niet waren beoordeeld door collega-wetenschappers        klachten even vaak voorkwamen bij de kinderen en jongeren met de
 (peer reviewed). De auteurs van de review wijzen erop dat de meeste      doorgemaakte infectie als bij kinderen en jongeren zonder doorgemaakte
 geïncludeerde studies belangrijke methodologische beperkingen kenden,    infectie. Langdurige klachten die wel vaker voorkwamen na COVID-19:
 waaronder een onduidelijke definitie van het post-COVID-syndroom,        cognitieve problemen (gepoold risicoverschil 3%, 95%-BI 1-4), hoofdpijn
 inclusie van kinderen zonder bevestigde COVID-19, lage respons op de
15       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                              2                                17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 03 | Langdurige klachten bij kinderen                                                Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 17 van 29
 (5% (1-8)), verlies van reuk (8% (2-15)), pijnlijke keel (2% (1-2)) en    met (gematchte) kinderen en adolescenten zonder COVID-19 in de
 pijnlijke ogen (2% (1-3)).                                                voorgeschiedenis. De studie, die nog niet peer reviewed is, liet zien dat
                                                                           bij de groep die COVID-19 had doorgemaakt ten minste drie maanden na
 De gepoolde prevalenties bij kinderen en jongeren die COVID-19 hadden     de diagnose vaker dan bij de controlegroep sprake was van klachten en
 doorgemaakt vielen voor alle symptomen veel hoger uit dan de gepoolde     aandoeningen die nog niet aanwezig waren voor de COVID-19
 risicoverschillen tussen deze kinderen en jongeren en de controles.       diagnose.47
 Voor hoofdpijn en vermoeidheid was dit zelfs ongeveer een factor 7 hoger.
 Wanneer hoofdpijn als voorbeeld wordt genomen: de gepoolde
 prevalentie was in de kinderen en jongeren die COVID-19 hadden
 doorgemaakt (uit zowel de gecontroleerde als ongecontroleerde studies)
 35%. Bij studies die de kinderen en jongeren die COVID-19 hadden
 doorgemaakt vergeleken met een controlegroep van kinderen en jongeren
 zonder infectie, bleek dat het gepoolde verschil in prevalentie van
 langdurige hoofdpijn tussen beide groepen slechts 5% was. Dit kan
 verklaard worden door de hoge achtergrondprevalentie van klachten
 als hoofdpijn en vermoeidheid en onderstreept het belang van inclusie
 van controlegroepen in studies naar het post-COVID-syndroom.
 Bij deze meta-analyse moet aangetekend worden dat een groot deel van
 de geïncludeerde studies van lage kwaliteit was en dat er in de meeste
 analyses sprake was van grote heterogeniteit tussen de studies.46
 Auteurs van een Duitse cohortstudie vergeleken gegevens van ongeveer
 12.000 kinderen en adolescenten die COVID-19 hadden doorgemaakt
16        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                           2                                  18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Effecten van nieuwe ontwikkelingen                                                  Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 18 van 29
 04 effecten van nieuwe
                                                                             Israëlische onderzoekers vonden dat onder 1.497 zorgmedewerkers die
          ontwikkelingen in de bestrijding                                   twee doses van het BioNTech/Pfizer-vaccin hadden gekregen 39 mensen
                                                                             een doorbraakinfectie doormaakten (met lichte of geen klachten) in de 4
          van de pandemie                                                    maanden follow-up na de tweede vaccindosis. Van deze 39 mensen hield
                                                                             19% klachten gedurende meer dan 6 weken.53
 Ontwikkelingen in de bestrijding van de pandemie kunnen mogelijk
 beschermen tegen het ontstaan van het post-COVID-syndroom of de             In een grote Britse studie vonden onderzoekers dat mensen die een
 klachten ervan doen verminderen. Onderzoek naar het beschermende            doorbraakinfectie doormaakten na 2 doses van de vaccins van BioNTech/
 effect van vaccinatie op het ontstaan van het syndroom is nog summier.      Pfizer, Moderna of AstraZeneca een significant kleiner risico hadden op
 Welke effecten een betere behandeling van COVID-19 in de acute fase         klachten die ten minste 4 weken aanhielden dan ongevaccineerde
 heeft op het ontstaan van het syndroom of op het verloop ervan is nog       geïnfecteerde mensen (OR 0,51; 95%-betrouwbaarheidsinterval
 onbekend. Daarnaast is nog niet heel duidelijk wat het effect van           0,32-0,82).54
 vaccinatie is op de klachten van mensen die het post-COVID-syndroom
 hebben.                                                                     Hierna zijn nog enkele studies verschenen die nog niet peer reviewed zijn.
                                                                             Twee hiervan lijken te wijzen in de richting van een beschermend effect,
 4.1     Mogelijke beschermende factoren                                     terwijl een andere geen beschermend effect vindt.55-57
 4.1.1   Vaccinatie tegen COVID-19
 Van vaccinatie is bekend dat het het risico op COVID-19 verkleint.48-51     4.1.2    Betere behandeling in de acute fase van COVID-19
 Indirect verkleint het hierdoor zeker ook in belangrijke mate het risico op In de loop van de pandemie is de behandeling voor patiënten in de acute
 het post-COVID-syndroom. Het is echter nog onduidelijk of vaccinatie        fase van COVID-19 veranderd, onder andere door voortschrijdend inzicht
 beschermt tegen het ontstaan van het syndroom als er toch een               en uitbreiding van de beschikbare behandelmogelijkheden.58 Zo is vroege
 doorbraakinfectie plaatsvindt. Hierover zijn nog te weinig data beschikbaar behandeling met monoklonale antilichamen veilig en effectief gebleken bij
 en gegevens spreken elkaar tegen.52                                         patiënten met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19
17       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                 2                              19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Effecten van nieuwe ontwikkelingen                                                  Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 19 van 29
 (met een infectie door een variant anders dan de omikronvariant).59-61 Het vaccinatie in elk geval niet in grote mate te leiden tot toename van de
 is nog onbekend of deze en andere verschuivingen in de behandeling         klachten.
 effect hebben op het risico op het post-COVID-syndroom en de aard
 hiervan.                                                                   In een Britse studie van 36 initieel opgenomen COVID-19-patiënten die
                                                                            nog klachten hadden na 8 maanden en daarna waren gevaccineerd met
 4.2     Effect vaccinatie op bestaande klachten van het                    het BioNTech/Pfizer-vaccin of AstraZeneca-vaccin vonden de onder-
         post-COVID-syndroom                                                zoekers dat 1 maand na vaccinatie 71% van de klachten onveranderd
 Uit analyses van gegevens van sociale media blijkt dat sommige mensen      was, 23% verbeterd en 6% verslechterd. Mentaal welbevinden was stabiel
 met het post-COVID-syndroom huiverig zijn zich te laten vaccineren tegen   gebleven en er was geen significante verslechtering in de kwaliteit van
 COVID-19 uit angst voor toename van klachten door een (veronderstelde)     leven. Belangrijke beperkingen van deze studie, naast het observationele
 nadelige reactie van het lichaam op het vaccin.62 Aan de andere kant       karakter, zijn dat de individuen nog maar één vaccindosis hadden
 stellen sommige onderzoekers juist dat vaccinatie een gunstig effect zou   ontvangen en dat een controlegroep ontbrak. Door dit laatste is niet uit
 kunnen hebben op bestaande klachten bij nog ongevaccineerde mensen         te sluiten dat de gevonden verbetering van klachten het gevolg was van
 met het post-COVID-syndroom.63,64 Deze hypothese is onder andere           natuurlijk herstel.65
 gestoeld op de eerdergenoemde theorie van aanhoudende aanwezigheid
 van virusfragmenten als mogelijke oorzaak van het syndroom.                In een andere studie onder mensen met langdurige klachten, die nog niet
 Het veronderstelt dat vaccinatie via de opgewekte immuunrespons zou        is peer reviewed, is wel gewerkt met een controlegroep. In de studie zijn
 kunnen zorgen voor eliminatie van de virusfragmenten. Of vaccinatie        455 gevaccineerde patiënten gematcht met 455 ongevaccineerde
 daadwerkelijk een positief effect heeft op de klachten is op dit moment    controlepatiënten. Ook in deze studie werd alleen het effect beoordeeld
 echter nog onduidelijk.52 De huidige beschikbare gegevens zijn beperkt en  van een eerste vaccindosis (van BioNTech/Pfizer, AstraZeneca,
 studies hebben methodologische beperkingen waarvan het observationele      Moderna of Janssen). Na 120 dagen vonden de onderzoekers dat in
 karakter de voornaamste is. Zo zouden gevonden verbeteringen van de        de gevaccineerde groep de ziekte-ernst lager was en de impact van de
 klachten na vaccinatie (deels) verklaard kunnen worden door een            klachten op het leven kleiner. Ook was in deze groep het aandeel van de
 placebo-effect. Op basis van de huidig beschikbare gegevens lijkt          patiënten met een compleet herstel van de klachten groter (16,6% vs.
18       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                2                               20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Effecten van nieuwe ontwikkelingen                     Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 20 van 29
 7,5%; HR: 1,97; 95%-betrouwbaarheidsinterval: 1,23 - 3,15) en
 rapporteerde een kleiner aandeel van patiënten onacceptabele klachten
 te ervaren (38,9% vs. 46,4%, risicoverschil -7,5%; 95%-betrouwbaar-
 heidsinterval: -14,4 - -0,5).63
19      Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                  2                               21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                                              Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 21 van 29
 05 advies                                                                  Om in te kunnen schatten welke implicaties het syndroom op de zorg en
                                                                            het zorgbeleid zal hebben is het niet alleen van belang om meer inzicht te
 Een deel van de mensen die COVID-19 hebben doorgemaakt houdt nog           verwerven in de aard en omvang, maar ook in de prognose van het
 lange tijd een grote verscheidenheid aan klachten. De commissie heeft      klachtenbeeld. De beschikbare studies hebben een relatief korte
 de wetenschappelijke literatuur over de aard, omvang, oorzakelijke         follow-uptijd, tot maximaal 12 maanden. In deze studies wordt over het
 mechanismen en risicofactoren van deze langdurige klachten na              algemeen gezien dat de prevalentie van de klachten over de tijd afneemt.
 COVID-19 in kaart gebracht. De beschikbare wetenschappelijke literatuur    Een deel van de mensen houdt klachten na 12 maanden. Hoeveel van
 is zeer heterogeen wat betreft definities, onderzoekspopulaties en         hen op de langere termijn alsnog herstellen is onbekend. Daarvoor zijn
 follow-uptijden. Dat maakt dat er nog veel onzekerheden zijn. Toch tekent  studies met langere follow-uptijd nodig.
 zich een beeld af van een post-COVID-syndroom dat niet alleen gevolgen
 heeft voor de patiënten, maar ook implicaties heeft voor de zorg en het    Wat betreft de opzet van studies is het van belang om prospectief
 gezondheidszorgbeleid.                                                     gegevens te verzamelen, een uniforme definitie van het post-COVID-
                                                                            syndroom te hanteren en om controlegroepen op te nemen.
 De commissie beschouwt dit advies nadrukkelijk als een tussenstand         Om bestudering van specifieke onderliggende mechanismen mogelijk
 en beveelt aan de ontwikkelingen in de wetenschap te blijven volgen.       te maken is het van belang subgroepen van patiënten te kunnen onder-
 Momenteel lopen er meerdere Nederlandse studies die nog met resul-         scheiden. Dit vraagt om onderzoek van voldoende omvang, waarvoor in
 taten zullen komen.1,66 In de tussentijd zijn vaccinatie tegen COVID-19 en Nederland samenwerking tussen onderzoeksgroepen aangewezen zal
 naleving van de specifieke gedragsadviezen om verspreiding van het         zijn.
 virus tegen te gaan vanzelfsprekend de belangrijkste interventies ter
 voorkoming van een infectie en daarmee het post-COVID-syndroom.            Monitor huidige zorg voor patiënten met het post-COVID-syndroom
                                                                            Er is geen gerichte medicamenteuze behandeling voor het post-
 Zet in op onderzoek                                                        COVID-syndroom beschikbaar. De huidige zorg richt zich momenteel op
 Verder wetenschappelijk onderzoek is nodig om beter in te kunnen zetten    multidisciplinaire (para)medische zorg. Op dit moment is er nog nauwelijks
 op preventie, diagnostiek en behandeling van het post-COVID-syndroom.      wetenschappelijk bewijs ten aanzien van effectiviteit of efficiëntie van de
20       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                               2                                  22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 05 | Advies                                                                           Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 22 van 29
 beschikbare interventies of combinatie van interventies voor het          Zorg voor bekendheid over het post-COVID-syndroom
 syndroom. Gezien de nog vele onzekerheden rondom het syndroom             Tot slot benadrukt de commissie het belang van bredere bekendheid
 vraagt dat om goede observatie, monitoring en daarmee evaluatie van       van het post-COVID-syndroom. Dit is zowel van belang op het niveau
 deze zorg.                                                                van de algemene bevolking, opdat mensen dit kunnen meenemen in hun
                                                                           overwegingen ten aanzien van vaccinatie, als op het niveau van
 Zet in op maatwerk                                                        zorgprofessionals opdat zij patiënten gericht kunnen voorlichten, onder
 Gezien de diversiteit aan klachten en de heterogeniteit van het klachten- andere over het perspectief op afname van de klachten.
 beeld vraagt het post-COVID-syndroom om een multidimensionele visie
 met maatwerk en indien nodig een multidisciplinaire aanpak. Uitgaande
 van een integrale visie op gezondheid is het bij iedere persoon met het
 post-COVID-syndroom van belang om de bijdragende (biomedische,
 psychologische en sociale) factoren in kaart te brengen, alvorens een
 interventie of een combinatie van interventies te kiezen. Op grond van
 analogie met herstel na andere aandoeningen is daarbij ook aandacht
 nodig voor individuele copingstijl, veerkracht en emotieregulatie.67
 Het gebruik van het ICF-model van de WHO kan behulpzaam zijn bij
 de analyse van de factoren die (vooral) van invloed zijn op het
 disfunctioneren en op het klachtenpatroon.41,68-70
21      Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                              2                               23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                        Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 23 van 29
 literatuur                                                                8
                                                                              Lopez-Leon S, Wegman-Ostrosky T, Perelman C, Sepulveda R,
                                                                              Rebolledo PA, Cuapio A, et al. More than 50 long-term effects of
 1
    VWS. Commissiebrief inzake verzoek om reactie op petitie en op het        COVID-19: a systematic review and meta-analysis. Sci Rep 2021;
    10-puntenplan LongCovid. Den Haag: Vergaderjaar 2021, nr. 3231554-        11(1): 16144.
    1012841-CZ.                                                            9
                                                                              Nasserie T, Hittle M, Goodman SN. Assessment of the Frequency and
 2
    NICE. COVID-19 rapid guideline: managing the longterm effects of          Variety of Persistent Symptoms Among Patients With COVID-19: A
    COVID-19. 18 december 2020.                                               Systematic Review. JAMA Netw Open 2021; 4(5): e2111417.
 3
    WHO. A clinical case definition of post COVID-19 condition by a Delphi 10
                                                                              Groff D, Sun A, Ssentongo AE, Ba DM, Parsons N, Poudel GR, et al.
    consensus. 6 oktober 2021.                                                Short-term and Long-term Rates of Postacute Sequelae of
 4
    Zapatero DC, Rondia K, Chalon P, Heede Kvd. KCE. Langdurige               SARS-CoV-2 Infection: A Systematic Review. JAMA Netw Open 2021;
    COVID Synthese. Hypothesen voor de pathogenese van langdurige             4(10): e2128568.
    Covid. 18 mei 2021.                                                    11
                                                                              Nalbandian A, Sehgal K, Gupta A, Madhavan MV, McGroder C,
 5
    Salamanna F, Veronesi F, Martini L, Landini MP, Fini M. Post-COVID-19     Stevens JS, et al. Post-acute COVID-19 syndrome. Nat Med 2021
    Syndrome: The Persistent Symptoms at the Post-viral Stage of the          27(4): 601-615.
    Disease. A Systematic Review of the Current Data. Front Med            12
                                                                              Chevinsky JR, Tao G, Lavery AM, Kukielka EA, Click ES, Malec D, et
    (Lausanne) 2021; 8: 653516.                                               al. Late Conditions Diagnosed 1-4 Months Following an Initial
 6
    Wynberg E, van Willigen HDG, Dijkstra M, Boyd A, Kootstra NA, van         Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) Encounter: A Matched-Cohort
    den Aardweg JG, et al. Evolution of COVID-19 symptoms during the          Study Using Inpatient and Outpatient Administrative Data-United
    first 12 months after illness onset. Clin Infect Dis 2021; ciab759.       States, 1 March-30 June 2020. Clin Infect Dis 2021; 73(Suppl 1):
 7
    Taquet M, Dercon Q, Luciano S, Geddes JR, Husain M, Harrison PJ.          S5-S16.
    Incidence, co-occurrence, and evolution of long-COVID features: A      13
                                                                              Huang L, Yao Q, Gu X, Wang Q, Ren L, Wang Y, et al. 1-year outcomes
    6-month retrospective cohort study of 273,618 survivors of COVID-19.      in hospital survivors with COVID-19: a longitudinal cohort study. The
    PLoS Med 2021; 18(9): e1003773.                                           Lancet 2021; 398(10302): 747-758.
22        Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                            2                                24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                           Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 24 van 29
 14
    WHO. Expanding our understanding of post COVID-19 condition web           21
                                                                                 Betschart M, Rezek S, Unger I, Ott N, Beyer S, Böni A, et al. One year
    series: Rehabilitation Care [geraadpleegd 27 december 2021].                 follow-up of physical performance and quality of life in patients
 15
    Fernandez-de-Las-Penas C, Palacios-Cena D, Gomez-Mayordomo V,                surviving COVID-19: a prospective cohort study. Swiss Med Wkly 2021;
    Florencio LL, Cuadrado ML, Plaza-Manzano G, et al. Prevalence of             151: w30072.
    post-COVID-19 symptoms in hospitalized and non-hospitalized               22
                                                                                 Michelen M, Manoharan L, Elkheir N, Cheng V, Dagens A, Hastie C, et
    COVID-19 survivors: A systematic review and meta-analysis. Eur J             al. Characterising long COVID: a living systematic review. BMJ Glob
    Intern Med 2021; 92: 55-70.                                                  Health 2021; 6(9): e005427.
 16
    Boggs D, Polack S, Kuper H, Foster A. Shifting the focus to functioning:  23
                                                                                 Hickie I, Davenport T, Wakefield D, Vollmer-Conna U, Cameron B,
    essential for achieving Sustainable Development Goal 3, inclusive            Vernon SD, et al. Post-infective and chronic fatigue syndromes
    Universal Health Coverage and supporting COVID-19 survivors. Glob            precipitated by viral and non-viral pathogens: prospective cohort study.
    Health Action 2021; 14(1): 1903214.                                          BMJ 2006; 333(7568): 575.
 17
    Blomaard LC, Lucke JA, de Gelder J, Anten S, Alsma J, Schuit SCE, et      24
                                                                                 Morroy G, Keijmel SP, Delsing CE, Bleijenberg G, Langendam M,
    al. The APOP screener and clinical outcomes in older hospitalised            Timen A, et al. Fatigue following Acute Q-Fever: A Systematic Literature
    internal medicine patients. Neth J Med 2020; 78(1): 25-33.                   Review. PLoS One 2016; 11(5): e0155884.
 18
    WHO. Rehabilitation needs of people recovering from COVID-19. 29          25
                                                                                 Ursinus J, Vrijmoeth HD, Harms MG, Tulen AD, Knoop H, Gauw SA, et
    november 2021.                                                               al. Prevalence of persistent symptoms after treatment for lyme
 19
    Tabacof L, Tosto-Mancuso J, Wood J, Cortes M, Kontorovich A,                 borreliosis: A prospective observational cohort study. Lancet Reg
    McCarthy D, et al. Post-acute COVID-19 syndrome negatively impacts           Health Eur 2021; 6: 100142.
    physical function, cognitive function, health-related quality of life and 26
                                                                                 Kullberg BJ, Vrijmoeth HD, van de Schoor F, Hovius JW. Lyme
    participation. Am J Phys Med Rehabil 2022; 101(1): 48-52.                    borreliosis: diagnosis and management. BMJ 2020; 369: m1041.
 20
    Norrefalk JR, Borg K, Bileviciute-Ljungar I. Self-scored impairments in   27
                                                                                 Candy B, Chalder T, Cleare AJ, Wessely S, White PD, Hotopf M.
    functioning and disability in post-COVID syndrome following mild             Recovery from infectious mononucleosis: a case for more than
    COVID-19 infection. J Rehabil Med 2021; 53(11 November): jrm00239.           symptomatic therapy? A systematic review. Br J Gen Pract 2002;
                                                                                 52(483): 844-851.
23       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                  2                               25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                        Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 25 van 29
 28
    Lam MH WY, Yu MW. Mental Morbidities and Chronic Fatigue in Severe     36
                                                                              Crook H, Raza S, Nowell J, Young M, Edison P. Long covid-
    Acute Respiratory Syndrome Survivors: Long-term Follow-up. Arch           mechanisms, risk factors, and management. BMJ 2021; 374: n1648.
    Intern Med 2009; 169(22): 2142-2147.                                   37
                                                                              Hilpert K, Mikut R. Is There a Connection Between Gut Microbiome
 29
    O’Sullivan O. Long-term sequelae following previous coronavirus           Dysbiosis Occurring in COVID-19 Patients and Post-COVID-19
    epidemics. Clin Med (Lond) 2021; 21(1): e68-e70.                          Symptoms? Front Microbiol 2021; 12: 732838.
 30
    Yong SJ, Liu S. Proposed subtypes of post-COVID-19 syndrome (or        38
                                                                              Datta SD, Talwar A, Lee JT. A Proposed Framework and Timeline of the
    long-COVID) and their respective potential therapies. Rev Med Virol       Spectrum of Disease Due to SARS-CoV-2 Infection: Illness Beyond
    2021: e2315.                                                              Acute Infection and Public Health Implications. JAMA 2020; 324(22):
 31
    Maltezou HC, Pavli A, Tsakris A. Post-COVID Syndrome: An Insight on       2251-2252.
    Its Pathogenesis. Vaccines (Basel) 2021; 9(5): 497.                    39
                                                                              Morris SB, Schwartz NG, Patel P, Abbo L, Beauchamps L, Balan S, et
 32
    Proal AD, VanElzakker MB. Long COVID or Post-acute Sequelae of            al. Case Series of Multisystem Inflammatory Syndrome in Adults
    COVID-19 (PASC): An Overview of Biological Factors That May               Associated with SARS-CoV-2 Infection - United Kingdom and United
    Contribute to Persistent Symptoms. Front Microbiol 2021; 12: 698169.      States, March-August 2020. MMWR Morb Mortal Wkly Rep 2020;
 33
    Yong SJ. Long COVID or post-COVID-19 syndrome: putative                   69(40): 1450-1456.
    pathophysiology, risk factors, and treatments. Infect Dis (Lond) 2021; 40
                                                                              Pawar R, Gavade V, Patil N, Mali V, Girwalkar A, Tarkasband V, et al.
    53(10): 737-754.                                                          Neonatal Multisystem Inflammatory Syndrome (MIS-N) Associated with
 34
    Dennis A, Wamil M, Alberts J, Oben J, Cuthbertson DJ, Wootton D, et       Prenatal Maternal SARS-CoV-2: A Case Series. Children (Basel) 2021;
    al. Multiorgan impairment in low-risk individuals with post-COVID-19      8(7): 572.
    syndrome: a prospective, community-based study. BMJ Open 2021;         41
                                                                              Patel K, Straudi S, Yee Sien N, Fayed N, Melvin JL, Sivan M. Applying
    11(3): e048391.                                                           the WHO ICF Framework to the Outcome Measures Used in the
 35
    Silva Andrade B, Siqueira S, de Assis Soares WR, de Souza Rangel F,       Evaluation of Long-Term Clinical Outcomes in Coronavirus Outbreaks.
    Santos NO, Dos Santos Freitas A, et al. Long-COVID and Post-COVID         Int J Environ Res Public Health 2020; 17(18): 6476.
    Health Complications: An Up-to-Date Review on Clinical Conditions
    and Their Possible Molecular Mechanisms. Viruses 2021; 13(4): 700.
24       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                             2                                26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                     Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 26 van 29
 42
    Davis HE, Assaf GS, McCorkell L, Wei H, Low RJ, Re’em Y, et al.      49
                                                                            Gezondheidsraad. COVID-19-vaccinatie: Janssen-vaccin. Den Haag,
    Characterizing long COVID in an international cohort: 7 months of       2021; publicatie nr. 2021/13.
    symptoms and their impact. EClinicalMedicine 2021; 38: 101019.       50
                                                                            Gezondheidsraad. COVID-19-vaccinatie: AstraZeneca-vaccin. Den
 43
    Sudre CH, Murray B, Varsavsky T, Graham MS, Penfold RS, Bowyer          Haag, 2021; publicatie nr. 2021/04.
    RC, et al. Attributes and predictors of long COVID. Nat Med 2021;    51
                                                                            Gezondheidsraad. COVID-19-vaccinatie: Moderna-vaccin en de
    27(4): 626-631.                                                         vaccinatiestrategie. Den Haag, 2021; publicatie nr. 2021/01.
 44
    Brackel CLH, Lap CR, Buddingh EP, van Houten MA, van der Sande L,    52
                                                                            Ledford H. How vaccination affects the risk of longCovid. Nature 25
    Langereis EJ, et al. Pediatric long-COVID: An overlooked                November 2021; 599: 546-548.
    phenomenon? Pediatr Pulmonol 2021; 56(8): 2495-2502.                 53
                                                                            Bergwerk M, Gonen T, Lustig Y, Amit S, Lipsitch M, Cohen C, et al.
 45
    Zimmermann P, Pittet LF, Curtis N. How Common is Long COVID in          Covid-19 Breakthrough Infections in Vaccinated Health Care Workers.
    Children and Adolescents? Pediatr Infect Dis J 2021; 40(12): e482-      N Engl J Med 2021; 385(16): 1474-1484.
    e487.                                                                54
                                                                            Antonelli M, Penfold RS, Merino J, Sudre CH, Molteni E, Berry S, et al.
 46
    Behnood SA, Shafran R, Bennett SD, Zhang A, O’Mahoney LL,               Risk factors and disease profile of post-vaccination SARS-CoV-2
    Stephenson TJ, et al. Persistent symptoms following SARS-CoV-2          infection in UK users of the COVID Symptom Study app: a prospective,
    infection amongst children and young people: A meta-analysis of         community-based, nested, case-control study. Lancet Infect Dis 2022;
    controlled and uncontrolled studies. J Infect 2021; S0163-              22(1): 43-55.
    4453(21)00555-7.                                                     55
                                                                            Taquet M, Dercon Q, Harrison PJ. Six-month sequelae of post-
 47
    Roessler M, Tesch F, Batram M, Jacob J, Loser F, Weidinger O, et al.    vaccination SARS-CoV-2 infection: a retrospective cohort study of
    Post COVID-19 in children, adolescents, and adults: results of a        10,024 breakthrough infections. (preprint) 2021.
    matched cohort study including more than 150,000 individuals with    56
                                                                            Simon MA, Luginbuhl RD, Parker R. Reduced Incidence of Long-
    COVID-19. (preprint) 2021.                                              COVID Symptoms Related to Administration of COVID-19 Vaccines
 48
    Gezondheidsraad. COVID-19-vaccinatie: BioNTech/Pfizer. Den Haag,        Both Before COVID-19 Diagnosis and Up to 12 Weeks After. (preprint)
    2020; publicatie nr. 2020/29.                                           2021.
25      Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                             2                               27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                          Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 27 van 29
 57
    Ziyad A-A, Benjamin B, Yan X. Long Covid after Breakthrough COVID-       64
                                                                                Massey D, Berrent D, Akrami A, Assaf G, Davis H, Harris K, et al.
    19: the post-acute sequelae of breakthrough COVID-19. (preprint)            Change in Symptoms and Immune Response in People with Post-
    2021.                                                                       Acute Sequelae of SARS-Cov-2 Infection (PASC) After SARS-Cov-2
 58
    Vollaard AM GM, van der Linden PD, Sinha B, de Boer M.                      Vaccination. (preprint) 2021.
    Medicamenteuze behandelopties bij patiënten met COVID-19 (infecties      65
                                                                                Arnold DT, Milne A, Samms E, Stadon L, Maskell NA, Hamilton FW.
    met SARS-CoV-2): Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB).             Symptoms After COVID-19 Vaccination in Patients With Persistent
    2021                                                                        Symptoms After Acute Infection: A Case Series. Ann Intern Med 2021;
 59
    Gupta A, Gonzalez-Rojas Y, Juarez E, Crespo Casal M, Moya J, Falci          174(9): 1334-1336.
    DR, et al. Early Treatment for Covid-19 with SARS-CoV-2 Neutralizing     66
                                                                                https://www.zonmw.nl/nl/subsidies/openstaande-subsidieoproepen/
    Antibody Sotrovimab. N Engl J Med 2021; 385(21): 1941-1950.                 detail/item/onderzoek-naar-aanhoudende-klachten-na-covid-19-
 60
    Dougan M, Nirula A, Azizad M, Mocherla B, Gottlieb RL, Chen P, et al.       projectideeen/[geraadpleegd 20-01-2022].
    Bamlanivimab plus Etesevimab in Mild or Moderate Covid-19. N Engl J      67
                                                                                van der Horn HJ, Out ML, de Koning ME, Mayer AR, Spikman JM,
    Med 2021; 385(15): 1382-1392.                                               Sommer IE, et al. An integrated perspective linking physiological and
 61
    Weinreich DM, Sivapalasingam S, Norton T, Ali S, Gao H, Bhore R, et         psychological consequences of mild traumatic brain injury. 2020
    al. REGN-COV2, a Neutralizing Antibody Cocktail, in Outpatients with        Sep;267(9):2497-2506.
    Covid-19. N Engl J Med 2021; 384(3): 238-251.                            68
                                                                                Zeng B, Chen D, Qiu Z, Zhang M, Wang G, Wang J, et al. Expert
 62
    Miyake E, Martin S. Long Covid: Online patient narratives, public health    consensus on protocol of rehabilitation for COVID-19 patients using
    communication and vaccine hesitancy. Digit Health 2021; 7:                  framework and approaches of WHO International Family
    20552076211059649.                                                          Classifications. Aging Med (Milton) 2020; 3(2): 82-94.
 63
    Tran V-T, Perrodeau E, Saldanha J, Pane I, Ravaud P. Efficacy of         69
                                                                                World Health Organization. (‎2007)‎. International classification of
    COVID-19 vaccination on the symptoms of patients with long COVID: a         functioning, disability and health: children and youth version: ICF-CY.
    target trial emulation using data from the ComPaRe e-cohort in France.      World Health Organization.
    (preprint) 2021.                                                         70
                                                                                World Health Organization. (‎2001)‎. International classification of
                                                                                functioning, disability and health: ICF. World Health Organization.
26       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                  2                               28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                 Langdurige klachten na COVID-19 | pagina 28 van 29
 De commissie
 Samenstelling Commissie Medische langetermijngevolgen van COVID-19                                 Waarnemer
 •  prof. dr. W.A. van Gool, hoogleraar neurologie, Amsterdam UMC, voorzitter                       •  drs. A.F. Sandkuyl, VWS, Den Haag
 •  prof. dr. C.P. Bleeker-Rovers, hoogleraar uitbraken van infectieziekten/internist-infectioloog,
    Radboudumc, Nijmegen                                                                            Secretarissen
 •  dr. M.C. Brouwer, neuroloog, Amsterdam UMC                                                      •  dr. R.J. Baines, Gezondheidsraad, Den Haag (tot 1 oktober 2021)
 •  prof. dr. W. Cahn, hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen,          •  dr. L.S.M. Eurelings, Gezondheidsraad, Den Haag (vanaf 15 oktober 2021)
    UMC Utrecht                                                                                     •  dr. S.J.W. Kunst, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  prof. dr. A.W.M. Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie, LUMC, Leiden
 •  dr. T.J. Hoogeboom, senior onderzoeker bewegingswetenschappen/revalidatie, Radboudumc,
    Nijmegen
 •  prof. dr. H.E. van der Horst, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde, Amsterdam UMC
 •  dr. P.W.A. Kunst, longarts, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam, en medisch adviseur en
    CMIO, Integraal Kankercentrum Nederland, Utrecht
 •  dr. S.P. Mooijaart, internist-ouderengeneeskunde en hoofd afdeling Ouderengeneeskunde,
    afdeling Interne Geneeskunde, LUMC, Leiden
 •  dr. S.W.J. Terheggen-Lagro, kinderarts-pulmonoloog (kinderlongarts) Emma Kinderziekenhuis,
    Amsterdam UMC
 •  prof. dr. A.M.C.F. Verbunt, hoogleraar revalidatiegeneeskunde en vakgroepvoorzitter vakgroep
    revalidatiegeneeskunde, Maastricht UMC+
 •  prof. dr. W.J. Wiersinga, hoogleraar Interne Geneeskunde, Amsterdam UMC
27         Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                                                                 2                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre> De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
 ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
 De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
 Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen,
 en ontwikkelingen of trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
 De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
 benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
 U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
 Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
 Gezondheidsraad. Langdurige klachten na COVID-19.
 Den Haag: Gezondheidsraad 2022; publicatienr. 2022/04.
 Auteursrecht voorbehouden
28       Gezondheidsraad | Nr. 2022/04                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>