<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezonde eiwittransitie
Aan: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nr. 2023/19, Den Haag, 13 december 2023
                                                             2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoud                                                                                                            Gezonde eiwittransitie | pagina 2 van 96
inhoud
     Samenvatting4                                                                  3.6  Samenvatting en conclusies                                   38
 01 Inleiding9                                                                   04 De eiwittransitie bij specifieke groepen                         40
     1.1 Aanleiding en adviesvraag                                            10    4.1  Specifieke groepen uit de algemene bevolking                 41
     1.2 Commissie en werkwijze                                               12    4.2  Mensen met een chronische ziekte of obesitas                 41
     1.3 Afbakening                                                           14    4.3  Kinderen vanaf 1 jaar                                        42
     1.4 Leeswijzer                                                           15    4.4  Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven           44
                                                                                     4.5  Oudere volwassenen                                           46
 02 De eiwittransitie                                                        16     4.6  Mensen met een lage eiwit- en energie-inname                 48
     2.1 Eiwitten en bronnen van eiwitten                                     17    4.7  Samenvatting en conclusies                                   50
     2.2 Invulling van de eiwittransitie                                      19
     2.3 Eiwitkwaliteit                                                       20 05 Het vegetarische voedingspatroon                                 51
     2.4 Voedingsnormen en biobeschikbaarheid                                 21    5.1  Het vegetarische voedingspatroon en gezondheid               52
 03 De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene                            06 Milieu-impact van de eiwittransitie                              56
     bevolking                                                               23     6.1  Wetenschappelijke ontwikkelingen                             57
     3.1 Aanpak                                                               24    6.2  Milieu-impact                                                61
     3.2 Empirisch onderzoek naar plantaardige ­voedingspatronen              24
     3.3 Modelleeronderzoek naar plantaardige ­voedingspatronen               27 07 Perspectieven voor beleid                                        69
     3.4 De eiwittransitie en de voorziening van ­voedingsstoffen             28    7.1  Brede aanpak                                                 70
     3.5 Substitutie- en optimalisatieonderzoek wijzen in dezelfde richting   36    7.2  Transitie voedselsysteem                                     74
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 3 van 96
08 Advies75
    8.1   Beantwoording adviesvragen           76
    8.2   Aanbevelingen bij de eiwittransitie  77
    8.3   Toekomstige voedingsrichtlijnen      77
    Literatuur79
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 4 van 96
samenvatting
Aanleiding en adviesvraag                                                  eiwitten, oftewel de eiwittransitie. De overheid streeft naar een verhouding
De huidige consumptie en productie van voedsel gaat gepaard met een        van 50% dierlijke en 50% plantaardige eiwitten in 2030, volgens de
grote druk op het milieu. Wereldwijd is het voedselsysteem naar schatting  Schijf van Vijf. Berekeningen wijzen uit dat een verdere verschuiving naar
verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de totale emissie van broeikas-     ­plantaardige eiwitten nodig is ten behoeve van het milieu. Op verzoek van
gassen, 60% van het totale verlies aan biodiversiteit op land en meer dan   de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de
50% van de stikstofemissies. Onderzoek wijst uit dat verandering van het    ­staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de
voedselsysteem nodig is om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelen van        Gezondheidsraad daarom de gevolgen voor de gezondheid onderzocht
de overheid en in de toekomst voldoende gezond voedsel beschikbaar te        van de eiwittransitie, en in het bijzonder de verschuiving naar een
hebben voor de wereldbevolking. Een belangrijk deel van de milieu-impact     voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Ook is
van het Nederlandse voedingspatroon wordt veroorzaakt door dierlijke         de raad gevraagd om de milieu-impact van deze verschuiving in kaart te
voedingsmiddelen. Ook wordt de consumptie van sommige dierlijke              brengen en de implicaties voor toekomstige voedingsrichtlijnen.
­eiwitbronnen in verband gebracht met een verhoogd risico op chronische
 ziekten. In ons huidige voedingspatroon is bovendien sprake van             Commissie en werkwijze
 ­overconsumptie: we eten meer dan nodig.                                    Het advies is opgesteld door de tijdelijke Commissie Eiwittransitie van de
                                                                             Gezondheidsraad. Voor dit advies is gebruik gemaakt van empirisch
  Eiwitten zijn onderdeel van een gezond voedingspatroon. In het             onderzoek naar de relatie tussen een meer plantaardig voedingspatroon,
  ­Nederlandse voedingspatroon worden eiwitten vooral geleverd door          bronnen van eiwit en (risicofactoren voor) chronische ziekten. Ook is door
   vlees(producten), zuivel, brood, granen, rijst en pasta. Momenteel komt   modelleeronderzoek het voedingskundig effect geschat van een
   het merendeel (57%) van de eiwitten uit dierlijke voedingsmiddelen.       ­verschuiving naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedings­
   Het beleid van de Nederlandse overheid richt zich op een verschuiving      patroon. De commissie heeft zich hierbij zowel op de algemene bevolking
   naar een voedingspatroon met meer plantaardige en minder dierlijke
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 5 van 96
als op specifieke groepen gericht. Daarnaast is het effect van de eiwit­     vruchten verlaagt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en
transitie op het milieu geschat.                                             kanker. Ook het eten van minder rood vlees en bewerkt vlees hangt
                                                                             samen met een lager ziekterisico. Verder daalt door de eiwittransitie de
De eiwittransitie als verschuiving én daling                                 inname van verzadigd vet en mogelijk zout, en stijgt de inname van
De eiwittransitie houdt een verandering in van het voedingspatroon van       voedingsvezel. Voor spier- en botgezondheid levert de eiwittransitie naar
een groot deel van de Nederlandse bevolking. Deze verandering gaat           verwachting geen problemen op voor de algemene ­bevolking.
verder dan alleen eiwitten, want door de eiwittransitie verandert ook de
inname van andere voedingsstoffen. De commissie gebruikt de term eiwit-      De commissie onderzocht of de eiwittransitie mogelijk tekorten aan
transitie in dit advies voor de verschuiving naar een voedingspatroon met    bepaalde voedingstoffen zou opleveren. Dierlijke voedingsmiddelen zijn
meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten bij een gelijkblijvende ener- behalve een bron van eiwit immers ook een bron van andere voedings-
gie-inname. De commissie richt zich specifiek op de verschuiving naar        stoffen. De commissie concludeert dat het mogelijk is om de eiwittransitie
60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten, waarbij in de praktijk de totale in te vullen zonder dat tekorten aan voedingstoffen ontstaan. Hierbij gaat
hoeveelheid eiwit ook afneemt. Deze afname komt doordat plantaardige         ze wat betreft dierlijke eiwitbronnen uit van een voedingspatroon waarbij
eiwitbronnen doorgaans minder eiwitten bevatten dan dierlijke eiwit-         de consumptie van vlees wordt verlaagd en niet meer vis en zuivel wordt
bronnen.                                                                     geconsumeerd dan wordt geadviseerd. Voor het verhogen van de inname
                                                                             van plantaardige eiwitbronnen adviseert de commissie om meer peul­
Eiwittransitie gezond voor algemene bevolking                                vruchten en noten te eten en te variëren met eiwitbronnen. Voor kant-en-
De commissie concludeert dat de verschuiving naar een voedingspatroon        klare vervangers van vlees, zuivel en vis is het belangrijk dat de voedings-
met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten goed is voor de gezond-       kundige samenstelling van deze producten verbetert. Deze producten
heid van de meeste Nederlanders. Dit voedingspatroon voldoet beter aan       bevatten namelijk vaak te veel toegevoegd zout of suiker.
de Richtlijnen goede voeding dan ons huidige voedingspatroon. Een            Als consumenten deze producten regelmatig als vervanger gebruiken,
belangrijk voordeel van de eiwittransitie is dat het risico op chronische    dan vindt de commissie het van belang dat de producten essentiële
ziekten omlaag gaat: de consumptie van gezonde (meer) plantaardige           voedingsstoffen leveren die qua hoeveelheden vergelijkbaar zijn met de
voedingspatronen met volkoren granen, fruit, groente, noten en peul-         producten die ze vervangen.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 6 van 96
Aangezien ons huidige voedingspatroon meer dan voldoende eiwit levert,          Vegetarisch eten is een manier om eiwittransitie in te vullen
resulteert een daling van de totale hoeveelheid eiwit bij de meeste             De commissie stelt dat het volgen van een vegetarisch voedingspatroon
­Nederlanders niet in een tekort. De commissie adviseert om de                  waarbij één keer in de week vis wordt gegeten een manier is om de
 ­toereikendheid van de vitamines A, B2 en B12, calcium, ijzer (bij meisjes     verhouding van 60% plantaardig en 40% dierlijk eiwit vorm te geven.
  en vrouwen in de vruchtbare leeftijd), jodium en visvetzuren te blijven       Binnen deze groep is aandacht nodig voor het voedingspatroon van
  monitoren.                                                                    kinderen net als voor het voedingspatroon van zwangere vrouwen,
                                                                                vrouwen die borstvoeding geven, en de mensen met een lage eiwit-en
  De eiwittransitie bij specifieke groepen                                      energie-inname.
  De commissie is de gevolgen van de eiwittransitie nagegaan voor een
  aantal groepen uit de algemene bevolking, namelijk mensen met                 In 2001 werd door de Gezondheidsraad een hogere aanbevolen
  ­chronische ziekten of obesitas, kinderen, ouderen, zwangere en               ­hoeveelheid eiwit geadviseerd voor vegetariërs en veganisten, om te
   ­lacterende vrouwen en mensen met een lage eiwit- en energieinname.           compenseren voor een mogelijk lagere eiwitkwaliteit van hun voedings­
    Voor sommige groepen zijn de voedingsnormen (mogelijk) hoger of              patroon. Op basis van nieuwe berekeningen vindt de commissie dat deze
    lastiger te halen door een lagere voedselconsumptie. Voor deze groepen       hogere eiwitaanbeveling voor vegetariërs niet meer nodig is.
    zijn relatief weinig gegevens over voedselconsumptie en voedingsstatus       De eiwitaanbeveling voor vegetariërs wordt daarmee gelijk aan die voor
    beschikbaar, waardoor de gevolgen moeilijker zijn in te schatten. Toch ziet  de algemene bevolking. De aanbeveling voor veganisten blijft gelden
    de commissie op basis van de beschikbare informatie geen reden om aan        omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de bestaande
    te nemen dat de effecten van de eiwittransitie voor deze groepen anders      aanbeveling te herzien.
    zouden zijn. Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en
    mensen met een lage eiwit- en energie-inname (bijvoorbeeld door ziekte       De eiwittransitie verlaagt de milieu-impact
    of door een kwetsbare gezondheid) is meer aandacht nodig. Als zij meer       Geschat wordt dat de verschuiving naar een voedingspatroon met 60%
    plantaardig willen gaan eten zouden zij dit goed geïnformeerd moeten         plantaardige en 40% dierlijke eiwitten kan leiden tot een afname van
    doen, bijvoorbeeld met hulp van een diëtist.                                 ongeveer 25% in milieu-impact ten opzichte van het huidige voedings­
                                                                                 patroon. Deze afname geldt zowel voor de uitstoot van broeikasgassen
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 7 van 96
als voor het landgebruik. De milieu-impact kan verder verlaagd worden als     dan nu het geval is. Hierbij is aandacht nodig voor verschillende
andere keuzes worden gemaakt binnen productgroepen. Zo is wit vlees           voedings­patronen en eetculturen. De commissie adviseert verder om
(zoals kip) bijvoorbeeld minder belastend voor het milieu dan rood vlees      ­wetenschappelijke gegevens over milieu-impact te betrekken bij het
(zoals rund). De commissie merkt op dat voor het behalen van milieu­           ­kwantificeren van toekomstige voedingsrichtlijnen en voor het onder-
doelstellingen meer nodig is dan alleen de eiwittransitie. Het is ook           bouwen van aanbevelingen over productkeuze binnen voedingsgroepen.
­noodzakelijk dat mensen niet meer eten dan nodig, dat voedselverspilling
 wordt tegengegaan en dat milieu-impact wordt verlaagd via innovatie in         De commissie adviseert om onderzoek te stimuleren naar
 productiesystemen.                                                             1. de biobeschikbaarheid van voedingsstoffen uit plantaardige
                                                                                   voedingspatronen;
              Aanbevelingen                                                     2. de gezondheidseffecten van kant-en-klare vlees-, vis- en
              De commissie ziet de eiwittransitie als een verandering van          zuivelvervangers en alternatieve (nieuwe) eiwitbronnen;
              het voedingspatroon die de gezondheid van de meeste               3. de milieu-effecten van dierlijke, plantaardige en alternatieve eiwit­
 ­Nederlanders ten goede komt en milieuwinst oplevert. Daarom adviseert            bronnen waarbij transparantie van gegevens een aandachtspunt is;
  ze om in te zetten op beleidsmaatregelen gericht op de gehele bevolking       4. de potentiële milieuwinst van het vermijden van overconsumptie;
  om de huidige beleidsdoelen (verhouding 50:50) te behalen en daarna in        5. effecten van (beleids)interventies gericht op de voedselomgeving en
  te zetten op een verdere verschuiving naar 40% dierlijke en 60%                  gedragsverandering.
  ­plantaardige eiwitten. Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding
   geven en mensen met een lage eiwit- en energie-inname is aandacht            Beleid inzetten op brede aanpak
   nodig. De voedings­voorlichting moet zowel gericht zijn op de consument      De inname van plantaardige eiwitten in Nederland is de laatste jaren
   als op scholing van diëtisten en cateraars.                                  gemiddeld gezien gestegen en die van dierlijke eiwitten gedaald.
                                                                                Een snellere verschuiving is echter nodig voor het behalen van het
   De commissie adviseert verder om de voortgang en de gezondheids­             beleidsdoel van 50% plantaardig en 50% dierlijk eiwit in 2030, en het
   effecten van de eiwittransitie te blijven monitoren via voedselconsumptie-   verder verlagen van de milieu-impact van het Nederlandse voedings­
   en statusonderzoek in een grotere diversiteit aan bevolkingsgroepen          patroon. Momenteel wordt in het voedselbeleid vooral de nadruk gelegd
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                Gezonde eiwittransitie | pagina 8 van 96
op de verantwoordelijkheid van de consument, maar deze aanpak is
volgens de commissie te beperkt. Ze adviseert een krachtig beleid dat
streeft naar een fysieke, sociale en economische omgeving waarin
gezonde en duurzame consumptie de standaard wordt. De transitie kan
bovendien alleen plaatsvinden als alle partijen die een rol hebben in de de
voedselketen hierin hun verantwoordelijkheid nemen.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding      Gezonde eiwittransitie | pagina 9 van 96
01
inleiding
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19     2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                             Gezonde eiwittransitie | pagina 10 van 96
1.1        Aanleiding en adviesvraag                                          voedingspatroon wordt geadviseerd (zie kadertekst Richtlijnen goede
Onze huidige manier van voedsel produceren en consumeren gaat                 voeding) en de daarop gebaseerde Schijf van Vijf (met maximaal
gepaard met een grote druk op het milieu. Wereldwijd is het voedsel­          500 gram vlees per week). Vanuit milieu-­oogpunt wordt een verdere
systeem naar schatting verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de totale       ­verschuiving naar 60% ­plantaardige eiwitten geadviseerd.8,11
emissie van broeikasgassen, 60% van het totale verlies aan biodiversiteit
op land en meer dan 50% van de stikstofemissies.1-3 Veranderingen in het       Het uitgangspunt van de overheid is dat de eiwittransitie plaatsvindt
voedselsysteem zijn niet alleen nodig om de internationale duurzaam-           binnen de kaders van een gezond voedingspatroon.8,9,12 De minister
heidsdoelstellingen te halen, maar ook om aan de wereldwijde voedsel-          van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de staatssecretaris
voorziening voor toekomstige generaties te kunnen blijven voldoen4,5           van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vragen daarom de
(zie kadertekst Voedselsysteem en planetaire grenzen en kadertekst             ­Gezondheidsraad wat de verwachte voedingskundige gevolgen zijn van
­Beleidsdoelen voor vermindering milieudruk op de volgende pagina).             de eiwittransitie voor Nederlanders en in het bijzonder voor fysiek
 ­Dierlijke producten dragen in belangrijke mate bij aan de milieu-impact       ­kwetsbare groepen (zoals ouderen, kinderen en mensen met een zwakke
  van het voedselsysteem, onder meer door een hoge uitstoot van broeikas-        gezondheid). Specifiek vragen ze in te gaan op de voedingskundige
  gassen en landgebruik.1,6,7 Ook is bekend dat in ons huidige voedings­         gevolgen van de verandering van de verhouding tussen dierlijke en
  patroon sprake is van overconsumptie, ook van eiwit. Daarom staat onder        ­plantaardige eiwitten in het voedingspatroon van 60:40 naar 40:60, al dan
  meer de eiwittransitie op de Europese en ­Nederlandse beleidsagenda’s.          niet in combinatie met een verlaging van de eiwitconsumptie. Ook zien ze
  Hiermee wordt een verschuiving in de consumptie van dierlijke naar              bij de uitwerking graag een globale schets van de duurzaamheidseffecten
  ­plantaardige eiwitten bedoeld.8,9                                              van de eiwittransitie en een aanzet voor een aanpak voor de integratie
                                                                                  van gezondheid en duurzaamheid die benut kan worden bij toekomstige
   Momenteel komt het merendeel (57%) van de eiwitten in ons voedings­            voedingsrichtlijnen.
   patroon uit dierlijke bronnen. De overheid heeft in haar beleid al
   ­aangekondigd dat in 2030 50% van de eiwitten uit dierlijke en 50% uit
    plantaardige bron moet komen.10 Dit streven komt voort uit de Richtlijnen
    goede voeding uit 2015 waarin een meer plantaardig en minder dierlijk
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 11 van 96
  Het voedselsysteem en planetaire grenzen                                               Beleidsdoelen voor vermindering milieudruk
  Het voedselsysteem betreft alle actoren en activiteiten die te maken hebben met        De beleidsdoelen voor de vermindering van de milieudruk zijn grotendeels
  de productie, verwerking, distributie, voorbereiding en consumptie van voedsel,        ­onderdeel van Europese en Nederlandse afspraken omtrent klimaat, circulaire
  en de uitkomsten van deze activiteiten, waaronder de sociaaleconomische en              economie, natuur en biodiversiteit.12,21-24 Zo moet Nederland in 2030 55% minder
  milieu-uitkomsten.13 Wereldwijd is het voedselsysteem naar schatting verant­            broeikasgassen uitstoten, vergeleken met 1990, en in 2050 wil Nederland
  woordelijk voor ongeveer 30% van de totale emissie van broeikasgassen, 60%              klimaatneutraal zijn.12 Nederland heeft zich in 2022 gecommitteerd aan de
  van het totale verlies aan biodiversiteit op land en meer dan 50% van de stikstof­      ­doelstellingen van het Global Biodiversity Framework waar het verminderen van
  emissies.1-3 Ook legt het beslag op 35-40% van het land en wordt 70% van het             de voetafdruk van consumptie, verminderen van overconsumptie en het halveren
  vers water dat wordt onttrokken, gebruikt voor irrigatie van landbouwgrond.1,2,14        van voedselverspilling onderdeel van uitmaakt.24 Daarnaast streeft Nederland
  De Nederlandse voedselconsumptie is verantwoordelijk voor ongeveer 13% van               naar een volledig circulaire economie in 2050.21 Op het gebied van voedselbeleid
  de broeikasgasuitstoot van de totale Nederlandse consumptie. Het aandeel van             is er vanuit Europa de Farm-to-Fork-strategie waarin wordt ingezet op een eerlijk,
  voedsel in het landgebruik (zowel in Nederland als in het buitenland) ten behoeve        gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem.23 De strategie bevat onder meer
  van de totale Nederlandse consumptie is ongeveer 38%.1 De verwachting is dat             maatregelen gericht op een gezonder voedingspatroon, vermindering van gebruik
  de vraag naar voedsel, en daarmee ook de druk op de leefomgeving alleen maar             van gewasbeschermingsmiddelen en verminderen van voedselverspilling.
  verder zal toenemen: De wereldbevolking groeit en de toenemende welvaart gaat            Een belangrijk onderdeel is een Code of conduct voor bedrijven die onderdeel zijn
  gepaard met een relatief grotere vraag naar dierlijke producten, suiker en vet.6,15,16   van de voedselketen, met onder andere het streven naar een klimaatneutrale
  Het voedselsysteem draagt sterk bij aan het overschrijden van de zogenoemde              voedselketen in 2050.25 In het Nederlandse voedselbeleid wordt onder andere
  planetaire grenzen.17 Wereldwijd gezien is een aantal grenzen zelfs al                   ingezet op reductie van broeikasgasemissies bij de voedselproductie, het
  ­overschreden.18,19 Dat betekent dat de stabiliteit van onder andere klimaat,            ­bevorderen van kringlooplandbouw, het zo hoogwaardig mogelijk benutten van
   ­biodiversiteit en de kringloop van nutriënten (voedingsstoffen) in gevaar zijn, wat     voedsel, het tegengaan van voedselverspilling en aanpassingen in het voedings-
    een bedreiging vormt voor onze voedselvoorziening en die van toekomstige                patroon.8-10,26 27
    generaties.6,20
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                                  Gezonde eiwittransitie | pagina 12 van 96
  Richtlijnen goede voeding
                                                                                    1.2         Commissie en werkwijze
  Wat een gezond voedingspatroon voor de algemene Nederlandse bevolking
                                                                                    Het advies is opgesteld door de tijdelijke Commissie Eiwittransitie van de
  inhoudt, wordt beschreven in de Richtlijnen goede voeding.28 In de Richtlijnen
  goede voeding 2015 heeft de Gezondheidsraad de wenselijke inname van              Gezondheidsraad en getoetst door de Beraadsgroep. Eveneens is het
  voedingsmiddelen en dranken beschreven ter voorkoming van de tien belang-         conceptadvies ter becommentariëring voorgelegd aan een panel van
  rijkste chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en enkele externe deskundigen. De samenstelling van de commissie en het expert-
  vormen van kanker, bij de algemene bevolking vanaf twee jaar.     28,29
                                                                                    panel is te vinden achterin dit advies.
  Richtlijnen goede voeding 2015:
  • Eet volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon             De commissie brengt de gevolgen in kaart van de verschuiving naar een
      conform de onderstaande richtlijnen                                           voedingspatroon met minder dierlijk en meer plantaardig eiwit, en waar
  • Eet dagelijks ten minste 200 gram groente en ten minste 200 gram fruit          mogelijk specifiek de verschuiving naar een voedingspatroon met 40%
  • Eet dagelijks ten minste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere
                                                                                    dierlijk en 60% plantaardig eiwit. Hierbij richt ze zich op de gevolgen van
      ­volkorenproducten
                                                                                    de eiwittransitie voor de gezondheid, zowel voor het risico op chronische
  • Eet wekelijks peulvruchten
  • Eet ten minste 15 gram ongezouten noten per dag                                 ziekten als voor de voorziening van voedingstoffen (nutriënten).
  • Neem enkele porties zuivel per dag, waaronder melk of yoghurt                   ­Onderzoek naar een vegetarisch voedingspatroon is in het advies
  • Eet een keer per week vis, bij voorkeur vette vis                                ­opgenomen als voorbeeld van een voedingspatroon met 60%
  • Drink dagelijks drie koppen thee
                                                                                      ­plant­aardige en 40% dierlijke eiwitten. Ook is onderzoek naar de
  • Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten
                                                                                       ­gezondheidseffecten van een veganistisch voedingspatroon opgenomen
  • Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte
       ­margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën                     omdat het inzicht geeft in de gezondheidseffecten van de meest extreme
  • Vervang ongefilterde door gefilterde koffie                                         verschuiving naar een plantaardig voedingspatroon (zie kader Voedings-
  • Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees                       patronen op pagina 14).
  • Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken
  • Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag
                                                                                        Om de gevolgen van de eiwittransitie voor de gezondheid en duurzaam-
  • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag
  • Het gebruik van voedingsstofsupplementen is niet nodig, behalve voor mensen         heid in te kunnen schatten maakt de commissie gebruik van verschillende
        die tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt.        informatiebronnen:
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                          Gezonde eiwittransitie | pagina 13 van 96
• gegevens over huidige inname (eiwit, eiwitkwaliteit, energie, en             voedingspatroon. Bij modelleeronderzoek gaat het om theoretische
     voedingsstoffen die voornamelijk uit dierlijke eiwitbronnen komen) en     verschuivingen in voedingspatronen. Hierdoor is het mogelijk om naar
     de toereikendheid daarvan, zowel voor de algemene bevolking als voor      grotere verschuivingen te kijken dan bij empirisch onderzoek.
     verschillende specifieke groepen daarbinnen (gezondheid);                 Onderzoek specifiek naar de verschuiving van een voedingspatroon met
• empirisch onderzoek waarin de relatie wordt bestudeerd tussen het            40% plantaardig eiwit naar een voedingspatroon met 60% plantaardig
     eten van (meer) plantaardige versus (minder) dierlijke voeding en         eiwit was vrijwel niet beschikbaar. Daarom heeft de commissie als
     eiwitbronnen, en (risicofactoren van) chronische ziekten (gezondheid);    ­aanvulling optimalisatieonderzoek laten uitvoeren naar de effecten op
• substitutieonderzoek: modelleeronderzoek waarbij het effect wordt             gezondheid en milieu-impact van een dergelijke verschuiving.
     geschat van het vervangen van een of meerdere voedingsmiddelen op
     de inname van voedingsstoffen (gezondheid en duurzaamheid);                Op basis van de vergaarde informatie trekt de commissie conclusies over
• optimalisatieonderzoek: modelleeronderzoek dat inzicht geeft in welke         de verwachte effecten van de eiwittransitie op de gezondheid van
     voedingsgroepen of voedingsmiddelen meer of minder gegeten zouden          ­Nederlanders en op het milieu.
     moeten worden om aan de door het model gestelde voorwaarden van
     gezondheid en duurzaamheid te voldoen (gezondheid en
     duurzaamheid).
Empirisch onderzoek en de twee typen modelleeronderzoek vullen
elkaar aan. Het empirische onderzoek richt zich op bestaande voedings-
patronen in de bevolking. Hierbij worden effecten van voedingspatronen
­gerapporteerd op de toereikendheid van voedingsstoffen en op
 ­gezondheidsuitkomsten bij mensen die nu al meer plantaardig en minder
  dierlijk (eiwit) eten dan anderen. Dit kan inzicht geven in de te verwachten
  gevolgen voor de gezondheid van de Nederlandse bevolking als meer
  mensen zouden opschuiven naar een meer plantaardig en minder dierlijk
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                                Gezonde eiwittransitie | pagina 14 van 96
  Voedingspatronen
                                                                                    1.3      Afbakening
  Omnivoor voedingspatroon
                                                                                    Voor de effecten op gezondheid richt de commissie zich in eerste instantie
  Een voedingspatroon dat bestaat uit zowel dierlijke als plantaardige producten.
  Doorgaans wordt deze term vooral gebruikt voor een patroon waar ook vlees en      op de algemene Nederlandse bevolking, en vervolgens op een aantal
  vis onderdeel van is.                                                             specifieke groepen uit de algemene bevolking. De commissie richt zich in
  Plantaardig voedingspatroon                                                       dit advies niet op kinderen tot 1 jaar; deze groep komt terug bij de
  Een voedingspatroon dat geheel of grotendeels bestaat uit plantaardige            ­advisering rondom ‘Gezonde voeding: eerste duizend dagen’.31 Ook richt
  producten. In de literatuur wordt deze term op veel verschillende manieren         de commissie zich niet specifiek op sporters en niet op patiëntgroepen die
  geoperationaliseerd: geheel plantaardig (veganistisch), allerlei varianten van
                                                                                     een dieet volgen waarbij eiwitinname een rol speelt (bijvoorbeeld nier­
  voedingspatronen zonder vlees,30 of op basis van het relatieve aandeel plant-
  aardig voedsel. De verschillende varianten van ‘plantaardig’ lopen in het onder-
                                                                                     patiënten) of die werken aan herstel van spiermassa. Deze patiënten
  zoek vaak door elkaar. In de context van dit advies wordt gesproken over een       hebben specialistische begeleiding omtrent voeding nodig. Recreatieve
  meer plantaardig voedingspatroon. Daarmee wordt een verschuiving bedoeld           sporters vallen onder de algemene bevolking.
  naar meer plantaardige producten ten opzichte van het huidige veelal omnivore
  voedingspatroon.
                                                                                     De commissie is gevraagd globaal te schetsen wat er bekend is over de
  Vegetarisch voedingspatroon
                                                                                     duuzaamheidseffecten van de eiwittransitie. De definitie van duurzame en
  Een voedingspatroon waar niets in zit van het gedode dier (vlees, gevogelte, vis
                                                                                     gezonde voedingspatronen omvat ook toegankelijkheid, betaalbaarheid,
  en insecten). Hieronder valt ook gelatine of niet-vegetarisch stremsel. Rond
  vegetarisch eten bestaan verschillende definities: pescotariërs eten wel vis,      veiligheid, rechtvaardigheid en culturele aanvaardbaarheid,32,33 maar de
  pollotariërs eten wel gevogelte, ovo-vegetariërs eten geen zuivel, maar wel        commissie richt zich primair op de milieu-effecten.
  eieren, en lacto-vegetariërs eten geen eieren, maar wel zuivel. In de wetenschap-
  pelijke literatuur worden deze groepen vaak niet onderscheiden en wordt de term
                                                                                     De commissie geeft in het huidige advies overwegingen mee voor de
  vegetariër vaak gebruikt voor mensen die geen vlees eten. De commissie
                                                                                     integratie van gezondheid en duurzaamheid die benut kunnen worden bij
  gebruikt de term vegetarisch voedingspatroon voor een voedingspatroon zonder
  vlees, met ruimte voor vis.                                                        toekomstige voedingsrichtlijnen.31
  Veganistisch voedingspatroon
  Een geheel plantaardig voedingspatroon.                                            De commissie richt zich in dit advies niet op alternatieve eiwitbronnen.
                                                                                     Hiermee worden plantaardige en dierlijke eiwitbronnen bedoeld die
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                  Gezonde eiwittransitie | pagina 15 van 96
momenteel in Nederland nog niet of nauwelijks worden geconsumeerd,
zoals eiwitten van insecten, algen of kweekvlees. De commissie stelt dat
voor deze eiwitbronnen te weinig bekend is over (voedingskundige)
samenstelling, de mogelijke rol binnen voedingspatronen en de milieu-­
effecten bij grootschalige consumptie.
1.4       Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijft de commissie wat de eiwittransitie inhoudt.
Daarna zet ze aan de hand van empirisch onderzoek en modelleringen
uiteen wat de verwachte gevolgen zijn van de eiwittransitie voor de
gezondheid van de algemene bevolking (hoofdstuk 3) en specifieke
groepen (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 gaat ze in op voedingskundige
aspecten van het vegetarische voedingspatronen als voorbeeld van
een voedingspatroon met 60% plantaardig en 40% dierlijk eiwit.
Het veganistische voedingspatroon komt hier ook kort aan bod.
­Vervolgens gaat ze in op de adviesvraag gericht op de milieu-impact van
 de eiwittransitie en van eiwitbronnen (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7
 benoemt de commissie beleidsperspectieven voor de eiwittransitie en in
 hoofdstuk 8 formuleert ze haar advies en doet ze aanbevelingen voor de
 eiwittransitie en toekomstige voedingsrichtlijnen.
 Bij dit advies horen 7 achtergronddocumenten waarin in meer detail wordt
 gerapporteerd over de het gebruikte onderzoek.
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie Gezonde eiwittransitie | pagina 16 van 96
02
de eiwittransitie
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 17 van 96
De eiwittransitie is een verandering van voedingspatroon van het grootste     Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf maken, en deze moeten
deel van de Nederlandse bevolking richting een aandeel van 60% plant-         daarom in voldoende mate in de voeding aanwezig zijn.29
aardige eiwitten. Deze gaat verder dan eiwitten, omdat ook de inname van
andere voedingsstoffen verandert. De commissie gebruikt de term eiwit-        Grootste deel eiwitten uit onze voeding komt uit dierlijke voedingsmiddelen
transitie in dit advies voor de verschuiving naar een voedingspatroon met                 Vlees(producten)
                                                                                     incl. vleesvervangers
meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten bij een gelijkblijvende                                Zuivel
­energie-inname. De commissie richt zich specifiek op de verschuiving           Brood, granen, rijst, pasta
 naar 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten, waarbij in de praktijk             Fruit, noten en olijven
 de totale hoeveelheid eiwit ook afneemt. Deze afname komt doordat            Vis, schaal- en schelpdieren
 ­plantaardige eiwitbronnen doorgaans minder eiwitten bevatten dan                                  Groente
  ­dierlijke eiwitbronnen.                                                                           Eieren
                                                                                             Koek en gebak                                   plantaardige eiwitten
                                                                                             Hartige snacks                                  dierlijke eiwitten
   2.1      Eiwitten en bronnen van eiwitten
                                                                                               Aardappelen
   Eiwitten vormen een belangrijk onderdeel van een gezond voedings­
                                                                                Niet-alcoholische dranken
   patroon. In het Nederlandse voedingspatroon worden eiwitten vooral
                                                                                     Suiker en snoepgoed
   ­geleverd door vlees(producten), zuivel, brood, granen, rijst en pasta.34
                                                                                 Sauzen en smaakmakers
    In het maagdarmkanaal worden de eiwitten uit het voedsel in aminozuren
                                                                                              Peulvruchten
    gesplitst. Eenmaal opgenomen in het lichaam dienen deze aminozuren
                                                                                     Alcoholische dranken
    voor de opbouw van lichaamseiwitten. Eiwitten functioneren als bouwstof                        Diversen
    voor het lichaam (onder andere spieren) en vervullen daarnaast specifieke                       Bouillon
    functies, zoals in het transport van stoffen binnen en tussen cellen, de                 Vetten en oliën
    enzymwerking, de communicatie tussen cellen en hun omgeving, en                                  Overig
    de werking van het afweersysteem. Bovendien leveren eiwitten energie.                                    0   5       10           15        20            25   30%
    Aminozuren worden geclassificeerd als essentieel of niet-essentieel.      Figuur 1 Verhouding plantaardige en dierlijke eiwitten in het voedingspatroon34
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                               Gezonde eiwittransitie | pagina 18 van 96
Uit de Voedselconsumptiepeiling (Voedselconsumptiepeiling) van 2019-           Aandeel plantaardig eiwit stijgt langzaam
                                                                               Plantaardig eiwit als percentage van de totale eiwitconsumptie onder 7-69 jarigen, 2007-2021
2021 blijkt dat het grootste deel van de eiwitten in onze voeding uit dier-
                                                                                              Periode:
lijke voedingsmiddelen komt (zie figuur 1).34,35 Het grootste deel dierlijk                   2007-2010                           2012-2016                            2019-2021
eiwit komt uit vlees (~46%), gevolgd door zuivel (~42%), vis (~7%) en          100%
eieren (~5%). Wel is het gemiddelde relatieve aandeel van de inname van           80
plantaardig eiwit ten opzichte van het totale aandeel over een periode van        60
                                                                                                  39,5                               41,4                                 43,0
12 jaar licht gestegen van 39,5% naar 43,0%. Dat blijkt uit gegevens van          40
drie opeenvolgende Voedselconsumptiepeilingen tussen 2007-2010 en                 20
2019-2021.34 (zie figuur 2 en kader Trends in voedselconsumptie in relatie         0
                                                                                       2007                2010         2012                    2016                2019       2021
tot de eiwittransitie). Het aandeel plantaardig eiwit loopt af met de leeftijd
(zie figuur 3 op de volgende pagina).                                          Totale eiwitinname daalt langzaam
                                                                               Gemiddelde totale eiwitinname (in gram per dag) onder 7-69 jarigen, 2007-2021
                                                                                              Periode:
                                                                                              2007-2010                           2012-2016                            2019-2021
                                                                                100
                                                                                                  83,6                               82,0
                                                                                  80
                                                                                                                                                                          79,1
                                                                                  60
                                                                                  40
                                                                                  20
                                                                                   0
                                                                                       2007                2010        2012                     2016                2019       2021
                                                                               Figuur 2 Verschuiving eiwitinname door de jaren heen34
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 19 van 96
Aandeel plantaardig eiwit hangt samen met de leeftijd
                                                                                                   2.2       Invulling van de eiwittransitie
100%
                                                                                                   De eiwittransitie is een verschuiving naar een voedingspatroon met 60%
   80
                                                                                                   plantaardig en 40% dierlijk eiwit op populatieniveau. De commissie gaat er
   60
               47       46       46        45
                                                                                                   daarbij vanuit dat zoveel mogelijk mensen uit de populatie met een
                                                     43        42        41        40       39
   40
                                                                                                   aandeel dierlijk eiwit van meer dan 40% opschuiven richting een aandeel
   20
                                                                                                   van 40% dierlijk eiwit (en 60% plantaardig). Dit betekent dat de eiwit­
       0
            1 t/m 4  5 t/m 12 13 t/m 17 18 t/m 29 30 t/m 39 40 t/m 49 50 t/m 59 60 t/m 69 ≥70 jaar
                                                                                                   transitie een verandering van voedingspatroon van een groot deel van de
                                                                                                   Nederlandse bevolking is, en niet van een kleinere groep die opschuift
Figuur 3 Plantaardig eiwit als percentage van de totale hoeveelheid eiwit, naar                    naar een extreem plantaardig voedingspatroon.
leeftijd34
                                                                                                   Wat consumptie betreft betekent de eiwittransitie een verandering in
   Trends in voedselconsumptie in relatie tot de eiwittransitie                                    diverse voedingsbronnen en daarmee een verandering van het gehele
   Nederlanders zijn over de jaren minder vlees en zuivel gaan consumeren. Zo is                   voedingspatroon. Een lagere consumptie van dierlijke eiwitbronnen zoals
   de vleesconsumptie in 2019-2021 ten opzichte van 2007-2010 met 18% gedaald                      vlees, zuivel en vis heeft invloed op de inname van voedingsstoffen die
   en die van zuivel met 14%. De consumptie van plantaardige producten zoals
                                                                                                   veel in deze producten voorkomen en waarvan de toereikendheid (verder)
   groente en fruit, en peulvruchten is gestegen, hoewel de consumptie van
                                                                                                   onder druk zou kunnen komen te staan. De commissie heeft zich in dit
   ­peulvruchten nog steeds vrij laag is (gemiddeld op twee dagen van de maand
    peulvruchten). De consumptie van vleesvervangers is toegenomen van                             advies naast eiwit dan ook gericht op visvetzuren en op vitamines en
    ­gemiddeld 1 gram naar 5 gram per dag.35 Het aandeel mensen dat zichzelf                       mineralen waarvan vlees, zuivel of vis in Nederland belangrijke
     ­flexitariër noemt is bovendien flink gestegen; tussen 2011 en 2019 van 13% naar              ­leveranciers zijn (in de top-3 staan).37 Daarnaast heeft de toename van
      43%.36 De mate waarin mensen flexitariër zijn is echter wel afgenomen; er zijn
                                                                                                    plantaardige eiwitbronnen invloed op de inname van diverse gezonde
      steeds meer flexitariërs die 5 tot 6 keer per week vlees eten en steeds minder
                                                                                                    voedingsstoffen zoals voedingsvezel. Plantaardige eiwitbronnen bevatten
      flexitariers die maximaal 2 keer per week vlees eten.36
                                                                                                    bovendien doorgaans minder ongezonde voedingsstoffen zoals verzadigd
                                                                                                    vet en zout dan dierlijke eiwitbronnen.38 Brood en kant-en-klare vlees- en
                                                                                                    vis­­vervangers kunnen overigens wel relatief veel zout bevatten en
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                   Gezonde eiwittransitie | pagina 20 van 96
­zuivelvervangers relatief veel suiker. De commissie weegt zowel de            bevatten van sommige aminozuren relatief te weinig ten opzichte van de
 gunstige en ongunstige effecten van meer plantaardige en minder dierlijke     behoefte. Dit geldt bijvoorbeeld bij graanproducten voor het aminozuur
 voeding mee in het advies.                                                    lysine en bij ­peulvruchten voor de zwavelhoudende aminozuren
                                                                               ­methionine/cysteine. Als verschillende eiwitbronnen gecombineerd
 In plantaardige eiwitbronnen zit doorgaans minder eiwit dan in dierlijke       worden in het voedings­patroon, kunnen deze elkaars limiterende amino-
 eiwitbronnen, wat in de praktijk betekent dat door de verschuiving naar        zuren aanvullen. Ook kan een eventueel minder goede eiwitkwaliteit
 meer plantaardige voedingsbronnen van eiwit de totale inname van eiwit         gecompenseerd worden door een hogere inname.40,41 Als de totale
 lager wordt. Om de totale hoeveelheid eiwit constant te houden zou er          hoeveelheid eiwitten daalt, zou dat kunnen betekenen dat er minder
 namelijk veel meer plantaardig voedsel gegeten moeten worden, wat ook          ruimte is voor deze compensatie.
 zou kunnen leiden tot een stijging van de totale energie-inname.39 Los van
 de vraag hoe haalbaar het is om zoveel meer plantaardig voedsel te eten        Over het concept eiwitkwaliteit, de opname van eiwitten uit diverse
 (vanwege de sterke verzadiging en het volume ervan), is een toename            bronnen en de fysiologische effecten is nog veel onbekend (zie kader
 van de inname van energie voor de meeste mensen ongewenst.                     Eiwitkwaliteit). De commissie zal in de ­hoofdstukken 4, 5 en 6 nader
 De commissie richt zich daarom in dit advies op de gevolgen van de             ingaan op de mogelijke gevolgen van de eiwittransitie op de eiwitkwaliteit.
 ­eiwittransitie bij een verschuiving naar meer plantaardig en minder dierlijk
  eiwit waarbij de totale hoeveelheid eiwit afneemt, tenzij anders vermeld.
  De energie-inname blijft bij een dergelijke verschuiving ongeveer gelijk.
  2.3     Eiwitkwaliteit
  Bij de eiwittransitie moet rekening worden gehouden met het behoud van
  voldoende eiwitkwaliteit in het voedingspatroon. De eiwitkwaliteit is
  ­optimaal als het voedingspatroon alle belangrijke bouwstenen van eiwit
   (aminozuren) in voldoende hoeveelheden levert (zie kader Eiwitkwaliteit
   op de volgende pagina). Individuele, met name plantaardige, eiwitbronnen
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                            Gezonde eiwittransitie | pagina 21 van 96
  Eiwitkwaliteit
                                                                                       voedings­normen. Deze geven informatie over de hoeveelheden van alle
  Eiwitkwaliteit wordt door internationale adviesorganen geoperationaliseerd als de
                                                                                       voedingsstoffen die gezonde mensen met een gezond gewicht dagelijks
  hoeveelheid essentiële aminozuren die voor het lichaam (na de vertering)
  beschikbaar komen ten opzichte van de behoefte aan deze aminozuren bij een           binnen zouden moeten krijgen om verschijnselen van een tekort te voor-
  eiwitinname die op het niveau ligt van de eiwitaanbeveling. Een maat die hiervoor    komen, het lichaam goed te laten functioneren en de kans op chronische
  sinds 2013 door een expertgroep van de FAO wordt geadviseerd is de DIAAS             ziekten zo klein mogelijk te houden (zie kader Voedingsnormen op de
  (digestible indispensible amino acid score). Dit ter vervanging van de PDCAAS
                                                41
                                                                                       volgende pagina).29,48-50 Net als de Richtlijnen goede voeding worden de
  (protein digestibility-corrected amino acid score). Om de DIAAS te kunnen
                                                                                       voedingsnormen voor Nederland afgeleid door de Gezondheidsraad.51
  gebruiken, moest eerst nog veel nieuw onderzoek worden uitgevoerd. Dit onder-
  zoek komt steeds meer beschikbaar. De verwachting is dat binnen enkele jaren         Belangrijk hierbij is dat een inname onder de voedingsnormen niet direct
  DIAAS-gegevens beschikbaar zijn voor vele voedingsmiddelen. Voor de behoefte         betekent dat er sprake is van een tekort, omdat de normen voor de
  aan aminozuren worden referentiepatronen van de WHO uit 2007 gebruikt.42             meeste mensen hoger zijn dan hun daadwerkelijke behoefte.
  Er is echter nog veel onbekend over de werking van lichaamseiwitten en van
  specifieke aminozuren. Er is daarmee ook wetenschappelijke discussie over de
                                                                                       Voor sommige voedingsstoffen is de biobeschikbaarheid, oftewel de mate
  referentiepatronen en in hoeverre er uitgegaan zou moeten worden van specfieke
  patronen voor bijvoorbeeld de oudste ouderen en zwangere vrouwen.43                  waarin ze worden opgenomen door het lichaam, uit dierlijke voedings­
                                                                                       middelen gemiddeld genomen hoger dan uit plantaardige producten.
  Ook is er al vele jaren discussie over de tijdsperiode waarbinnen eiwitbronnen       Dit geldt vooral voor eiwit52,53 en voor ijzer en zink.54,55 Biobeschikbaarheid
  samen gegeten moeten worden om elkaars limiterende aminozuren aan te
                                                                                       wordt ook beïnvloed door de bereidingswijze en van andere voedings­
  kunnen vullen.44-46 Het lichaam gebruikt aminozuren die niet tijdig kunnen worden
                                                                                       middelen of voedingsstoffen die tegelijk worden ingenomen. Fytaat is een
  benut als brandstof (energiebron).44 De discussie over timing is vooral relevant bij
  (te) lage eiwitinnames. Ook over de mate waarin het menselijk lichaam zich kan       voedingsstof in plantaardige voedingsmiddelen, vooral granen en peul-
  aanpassen aan een lagere eiwitinname is ook nog onvoldoende bekend.42,47             vruchten, die de opname van zink en van ijzer, maar ook van eiwit remt.
                                                                                       Het wordt daarom ook wel een anti-nutritionele factor genoemd. Bij het
                                                                                       vaststellen van voedingsnormen wordt de biobeschikbaarheid van
2.4      Voedingsnormen en biobeschikbaarheid                                          voedingsstoffen geschat op basis van het voedingspatroon van een
Om de toereikendheid van voedingsstoffen uit een meer plantaardig                      ­populatie. Als het aandeel plantaardige voedingsmiddelen in een
voedingspatroon te beoordelen baseert de commissie zich op de                           voedingspatroon groter wordt, zou dit tot gevolg kunnen hebben dat de
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 02 | De eiwittransitie                                                                                    Gezonde eiwittransitie | pagina 22 van 96
                                                                              Voedingsnormen
biobeschikbaarheid waarmee bij het vaststellen van de normen rekening
                                                                              Er zijn verschillende voedingsnormen. De gemiddelde behoefte is het niveau van
is gehouden, niet meer passend is. In een onderzoek op basis van 32
                                                                              inname dat voor de helft van de bevolking in de eigen behoefte zou voorzien,
studies bleek echter geen verschil in de geschatte eiwitbehoefte op basis     maar voor de andere helft niet. De gemiddelde behoefte wordt gebruikt om in te
van eiwitten uit dierlijke of uit plantaardige voedingsmiddelen.56 Over ijzer schatten of de iname van een populatie toereikend is. De individuele behoefte is
concludeerde de Europese Voedselveiligheidsorganisatie (EFSA) in 2015         onbekend. Daarom worden er ook voedingsnormen afgeleid die voldoende
                                                                              worden geacht voor vrijwel alle mensen in de betreffende groep (de aanbevolen
dat er geen aangepaste normen nodig zijn voor mensen in Europa met
                                                                              hoeveelheid of de adequate inname). De voedingsaanbevelingen van de Schijf
een vegetarisch voedingspatroon omdat de biobeschikbaarheid van
                                                                              van Vijf zijn zo opgesteld dat deze voor (vrijwel) iedereen voldoende voedings-
(totaal) ijzer voor vegetarische voedingspatronen niet substantieel zou       stoffen leveren (volgens de aanbevolen hoeveelheden of adequate innames) en
afwijken van voedingspatronen met vlees.57 Voor zink is de inschatting        daarnaast voldoen aan de Richtlijnen goede voeding. Normen die zwak
voor veranderingen in biobeschikbaarheid moeilijker te maken. Fytaat          ­onderbouwd zijn, dienen niet gebruikt te worden voor de voedingsvoorlichting en
                                                                               de beoordeling van de inname van een populatie.49 Als op basis van inname­
speelt hierin een rol, maar de Gezondheidsraad vond deze rol bij het
                                                                               gegevens individuen of groepen worden geïdentificeerd die een risico lopen op
vaststellen van de zinknormen door EFSA te zwaar aangezet.58,59
                                                                               een te lage of te hoge inname is bevestiging nodig op basis van onderzoek naar
De fytaatinname is in Nederland bovendien niet bekend.                         de voedingsstatus (bijvoorbeeld bloedwaarden) of het optreden van klinische
                                                                               verschijnselen.
De commissie zal in dit advies, ook bij een verschuiving naar een meer
                                                                               Voor een aantal vitamines en mineralen zijn zogenaamde ‘aanvaardbare boven-
plantaardig voedingspatroon, uitgaan van de huidige voedingsnormen,
                                                                               grenzen’ afgeleid (vitamines A, B3, B6, D, E en synthetisch foliumzuur, koper,
omdat zij inschat dat de veranderingen in biobeschikbaarheid bij een
                                                                               jodium, magnesium, selenium en zink). Dit is het geval als er voldoende aan­­
voedingspatroon van 60% plantaardig eiwit binnen een Westers voedings-         wijzingen zijn dat een (chronisch) hoge inname ongunstige gevolgen kan hebben.
patroon relatief beperkt zullen zijn. De commissie vindt het wel belangrijk    Overschrijding van bovengrenzen is bijna altijd het gevolg van consumptie van te
dat er meer onderzoek komt naar de variatie in biobeschikbaarheid van          veel supplementen of van supplementen met te hoge dosering of van (over­
                                                                               matige) consumptie van verrijkte voedingsmiddelen. Met consumptie van alleen
eiwitten, vitamines en mineralen op basis van (grotere) verschuivingen en
                                                                               niet-verrijkte voeding worden de bovengrenzen voor vitamines en mineralen
dat de toereikendheid gemonitord wordt voor bevolkingsgroepen met
                                                                               zelden overschreden. Uitzonderingen zijn lever (vitamine A), paranoten
verschillende voedingspatronen.                                                ­(selenium) en zeewier (jodium).
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking Gezonde eiwittransitie | pagina 23 van 96
03
de eiwittransitie en de gezondheid
van de algemene bevolking
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 24 van 96
Een verschuiving naar 60% plantaardig en 40% dierlijk eiwit betekent voor     hierbij eerst in op bewijs vanuit empirisch onderzoek naar een meer
de algemene Nederlandse bevolking een gezonder voedingspatroon dat            ­plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon en gezondheid (3.2) en
beter voldoet aan de Richtlijnen goede voeding dan het huidige voedings-       vervolgens op bevindingen vanuit modelleeronderzoek, zowel op basis
patroon. Het risico op chronische ziekten gaat omlaag door de hogere           van substitutieonderzoek als optimalisatieonderzoek (3.3). Empirisch en
consumptie van gezonde (meer) plantaardige voedingsmiddelen zoals              modelleeronderzoek hebben beide voor- en nadelen en vullen elkaar aan.
volkoren granen, fruit, groente, noten en peulvruchten en een lagere           Empirisch onderzoek richt zich op verbanden en effecten met werkelijke
consumptie van rood en bewerkt vlees. Dit resulteert in een hogere             consumptiepatronen. Bij modelleeronderzoek gaat het om theoretische
inname van voedingsvezel en een lagere inname van verzadigd vet en             verschuivingen in voedingspatronen. Hierdoor is het mogelijk om naar
mogelijk zout. Voor de spier- en botgezondheid hoeft de eiwittransitie         een grotere diversiteit aan veranderingen te kijken dan bij empirisch
geen problemen op te leveren voor de algemene bevolking. Hoewel dier-          ­onderzoek. Vervolgens combineert ze de bevindingen van de
lijke voedingsmiddelen ook een bron zijn van vitamines en mineralen, is         ­verschillende typen onderzoek per voedingsstof (3.4) en relateert dit aan
het goed mogelijk de eiwittransitie in te vullen zonder dat hierdoor tekorten    zowel de huidige innames gemeten met de Voedselconsumptiepeiling34,60
ontstaan. De commissie gaat hierbij uit van een voedingspatroon waarbij          als aan de verwachte verschuiving van de innames.
de huidige richtlijnen voor vis en zuivel worden gevolgd en de consumptie
van vlees wordt verlaagd. Aangezien het huidige voedingspatroon meer             3.2       Empirisch onderzoek naar plantaardige
dan voldoende eiwit levert, resulteert een daling van de totale hoeveelheid               ­voedingspatronen
eiwit gemiddeld genomen niet in een tekort aan eiwit of essentiële               De Richtlijnen goede voeding 2015 zijn gebaseerd op systematische
­aminozuren). De commissie adviseert wel om de toereikendheid van de             reviews naar voedingsstoffen, voedingsmiddelen en voedingspatronen en
 vitamines A, B2 en B12, calcium, ijzer (vrouwen in de vruchtbare leeftijd),     het risico op chronische ziekten.28 In 2015 concludeerde de commissie dat
 jodium en visvetzuren te blijven monitoren.                                     er overtuigend bewijs was dat plantaardige voedingspatronen het risico op
                                                                                 coronaire hartziekten verkleinen.28 Dit was gebaseerd op gerandomiseerd
 3.1     Aanpak                                                                  interventieonderzoek (RCT’s) waarin plantaardige voedingspatronen een
 In dit hoofdstuk richt de commissie zich op de voedingskundige effecten         bloeddrukverlagend effect hadden en op cohortonderzoek waarin eten
 van de eiwittransitie op de algemene (volwassen) bevolking. Ze gaat             volgens deze voedingspatronen verband hield met een lager risico (~-25%)
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 25 van 96
op het later optreden van coronaire hartziekten.61 Voor de plantaardige
eiwitbronnen uit de richtlijnen geldt dat hogere innames samengaan met
een lager risico op diverse chronische ziekten (zie figuur 4). De dierlijke
eiwitbronnen rood vlees, en bewerkt rood en wit vlees, hangen samen met
een hoger risico op beroerte, diabetes type 2 en darmkanker. Zuivel hangt
samen met een lager risico op darmkanker (totaal zuivel, melk) en
diabetes type 2 (yoghurt) en vis met een lager risico op coronaire
­hartziekten en beroerte.28,61-68
 In 2015 was er geen onderzoek naar kant-en-klare vlees-, vis- of
 ­zuivelvervangers in relatie tot chronische ziekten en ook nu heeft de
  commissie dit niet gevonden. Het gaat om producten die zijn gemaakt van
  (grotendeels) plantaardige eiwitten die op de markt zijn gebracht om de
  plaats van vlees, vis of zuivel in te nemen en door de consument ook zo
  worden gebruikt. De commissie heeft daarom een systematische review
  gedaan naar de voedingskundige samenstelling van deze producten (zie
  ­achtergronddocument Meat and dairy substitutes). Er is (ook) nog weinig  Figuur 4 Verband tussen eiwitbronnen en chronische ziekten
   onderzoek gedaan naar de fysiologische effecten van deze plantaardige
   vervangers van dierlijke eiwitbronnen.69-71                              De commissie heeft het onderzoek naar plantaardige voedingspatronen
                                                                            en chronische ziekten sinds 2015 voor dit advies systematisch op een rij
                                                                            gezet (zie achtergronddocument Plant-based diets). Uit dit onderzoek
                                                                            blijkt dat meer plantaardige voedingspatronen samenhangen met een 10
                                                                            tot 25% lager risico op (overlijden als gevolg van) coronaire hartziekten,
                                                                            hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Verder is er meer bewijs gekomen
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 26 van 96
voor de conclusie dat een vegetarisch ten opzichte van een omnivoor          mensen die werken aan spiermassa of -functie (bodybuilding of
voedingspatroon de systolische bloeddruk met gemiddeld 5 mm kwikdruk         ­revalidatie). Naar het effect van plantaardige en dierlijke eiwitten en eiwit-
verlaagt. Uit onderzoek sinds 2015 blijkt een vegetarisch voedingspatroon     bronnen op botgezondheid is nog relatief weinig (interventie)onderzoek
het LDL-cholesterol en het lichaamsgewicht (risicofactoren voor o.a. hart-    gedaan. Specifiek voor zuivel is in het kader van de Richtlijnen goede
en vaatziekten en diabetes) te verlagen met effecten die variëren in          voeding 2015 het onderzoek naar fractuurrisico geëvalueerd. Hieruit werd
grootte.                                                                      geconcludeerd dat een verband tussen melkconsumptie en heupfracturen
                                                                              onwaarschijnlijk was. Over andere verbanden tussen zuivel en bot­­
Als onderscheid wordt gemaakt tussen ‘gezonde’ en ‘ongezonde’                 gezondheid konden geen conclusies worden getrokken vanwege
­plantaardige voedingspatronen,72-75 dan blijkt uit overzichtsartikelen dat   ­onvoldoende beschikbaar onderzoek. In een recente observationale
 gezonde plantaardige voedingspatronen samenhangen met een lager               analyse bij bijna 130.000 mensen uit het Verenigd Koninkrijk was er geen
 risico op hart- en vaatziekten, terwijl ongezonde plantaardige voedings­      verband te zien tussen zowel een gezond als een ongezond plantaardig
 patronen samenhangen met een hoger risico. In recentere cohortstudies         voedingspatroon en botbreuken.77 Een verschuiving naar een meer
 worden deze bevindingen meestal,72,76-78 op een uitzondering na,79            ­plantaardig voedingspatroon, met name een geheel plantaardig voedings-
 ­bevestigd. Ook voor diabetes type 2,80 kanker ongeacht type kanker77 en       patroon, zou mogelijk ongunstig kunnen zijn voor het risico op fracturen,
  borstkanker81 zijn deze verbanden voor gezonde en ongezonde plant­            met name als dit gepaard gaat met te lage innames van voor botten
  aardige voedingspatronen gevonden. Het gaat hier overigens niet om            belangrijke voedingsstoffen (zoals calcium en vitamine B12).82 Uit een
  volledig plantaardige voedingspatronen. ‘Gezond plantaardig’ is in deze       systematisch review (op basis van 7 interventieonderzoeken bij gezonde
  studies gedefinieerd als patronen met meer volkoren granen, fruit,            volwassenen) naar effecten van soja- en dierlijk eiwit bleek geen verschil
  groente, noten, peulvruchten, thee en koffie en ‘ongezond plantaardig’ als    in markers voor botgezondheid.83
  patronen met meer ‘witte’ graanproducten, aardappelen, suikerhoudende
  dranken, vruchtensap, zoete snacks en toetjes.                                In een recent systematisch review wordt concludeerd dat het beschikbare
                                                                                onderzoek naar totaal eiwit, dierlijk eiwit of plantaardig eiwit geen
  Het beschikbare onderzoek naar plantaardige voeding en spier­                 uitsluitsel geeft over een verband met botgezondheid. Alleen voor
  gezondheid betreft vooral oudere volwassenen (zie hoofdstuk 4) of             ­heupfracturen is een hogere inname mogelijk gunstiger dan een lagere
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                     Gezonde eiwittransitie | pagina 27 van 96
inname, waarbij het onduidelijk blijft of de eiwitinname hoger zou moeten     Optimalisatiemodellen
zijn dan de voedingsnormen.84                                                 Modelleeronderzoek gericht op een zo gezond en duurzaam mogelijk
                                                                              voedingspatroon geeft inzicht welke voedingsgroepen of voedings­
3.3      Modelleeronderzoek naar plantaardige voedings­                       middelen meer of minder gegeten zouden moeten worden (op groeps­
         patronen                                                             niveau) om aan de door het model gestelde voorwaarden te voldoen
Substitutiemodellen                                                           ­(optimalisatiemodel). Als voorwaarde voor de gezondheid worden vaak
In substitutieonderzoek worden bepaalde voedingsmiddelen uit een               voedingsnormen of voedingsrichtlijnen gebruikt. Ook milieu-impact wordt
voedingspatroon vervangen door andere. Vervolgens wordt bekeken wat            vaak als voorwaarde meegenomen. Voorbeelden van dergelijke modellen
de effecten van deze vervanging zijn op de inname en eventueel de              die in Nederland gebruikt worden zijn Optimeal® en het SHARP-
toereikendheid van voedingsstoffen. In onderzoek van het RIVM bij              model.86,87 Het SHARP-model is gebruikt om berekeningen te doen ten
volwassenen85 is gewerkt met scenario’s van 30% en 100% minder zuivel          behoeve van dit advies (zie kadertekst Consumptiemodellen op de
en vlees, waarbij zuivel en vlees in het huidige voedingspatroon (op basis     volgende pagina, en het achtergrond­document SHARP).
van de Voedselconsumptiepeiling) werden vervangen door bij het eet­­
moment passende plantaardige (deels verrijkte) voedingsmiddelen, zoals
peulvruchten, vlees- en zuivelvervangers en pindakaas. Andere dierlijke
producten (ei, vis) bleven ongewijzigd. Het geschatte aandeel plantaardig
eiwit in het gemodelleerde voedingspatroon in deze studies is niet
­gerapporteerd, maar dit ligt bij de vervanging van 30% vlees waarschijnlijk
 nog onder de 60%. De exacte percentages dierlijk en plantaardig eiwit van
 de twee scenario’s zijn niet bekend, maar het aandeel dierlijk eiwit lag bij
 het scenario van een 30% verlaging van zuivel en vlees naar verwachting
 boven de 40% en het scenario van een 100% verlaging onder de 40%
 (Zie achtergronddocument Modelling studies).
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 28 van 96
   Consumptiemodellen: Optimeal® en SHARP
                                                                                      Het SHARP-model kiest voor verschuivingen die zoveel mogelijk passen
   Optimeal® is een model dat eigendom is van de private partij Blonk Consultants.
                                                                                      bij wat al gegeten wordt en in welke combinaties.
   Het programma geeft een ‘oplossing’ voor een voedingspatroon binnen een set
   vooraf gespecificeerde criteria. Voor de milieuindicatoren wordt de Agri-footprint
   database gebruikt die door Blonk is ontwikkeld.                                    De gemodelleerde verschuiving van dierlijk naar plantaardig eiwit leidde
   SHARP staat voor environmentally Sustainable, Healthy (nutritionally adequate),    gemiddeld genomen tot een voedingspatroon dat beter voldeed aan de
   Affordable (accessible while supporting the European agri-food sector), Reliable
                                                                                      Richtlijnen goede voeding dan het huidige voedingspatroon, ook als
   (stable in their supply), and Preferred (consistent with cultural norms and
                                                                                      ­daarvoor geen aanvullende grenswaarden waren opgenomen. Volgens
   ­preferences).88 Het model identificeert een optimaal voedingspatroon voor
    gewenste effecten op een bepaalde uitkomst (bijvoorbeeld milieu-impact of          deze modelberekeningen leidt de transitie naar 60% plantaardig eiwit dus
    voedingswaarde) en een aantal randvoorwaarden (bijvoorbeeld haalbaarheid).         tot een gemiddeld gezonder voedingspatroon. Ten opzichte van het
    Het gemodelleerde voedingspatroon wordt geïdentificeerd door combinaties van       huidige voedingpatroon nam de consumptie van groente, fruit, granen,
    dagvoedingen die binnen de dataset aanwezig zijn bij vergelijkbare personen of
                                                                                       zuivel (exclusief kaas), koffie en thee toe. De consumptie van vlees, kaas,
    subpopulaties (van bijvoorbeeld hetzelfde geslacht, leeftijd of opleiding).89
                                                                                       en eieren nam af, evenals de consumptie van overige (suikerhoudende)
    Geïdentificeerde voedingspatronen wijken daarom niet extreem af van het
    bestaande voedingspatroon van de populatie. De gezondheidsindicatoren zijn         dranken. Ook de hoeveelheid vis nam af, wat in strijd is met de Richtlijnen
    gebaseerd op nutriëntbehoefte en de Richtlijnen goede voeding. De milieu-­         goede voeding, tenzij de eis van het model voor vis strenger meetelde.
    indicatoren zijn gebaseerd op vaste LCA-getallen vanuit meerdere databases.88      Zie voor een uitgebreide beschrijving de achtergronddocumenten
                                                                                       ­Modelling studies en SHARP.
In de analyses die met het SHARP-optimalisatiemodel bij volwassenen
zijn uitgevoerd ten behoeve van dit advies was de eis dat voedings­                     3.4       De eiwittransitie en de voorziening van
patronen moesten voldoen aan een aandeel plantaardig eiwit van 60%                               ­voedingsstoffen
(ten opzichte van 40% in het huidige voedingspatroon), bij een gelijk­                  In deze paragraaf beschrijft de commissie de nutriëntvoorziening vanuit
blijvende energie-inname. Om ook te zorgen dat het voedingspatroon zo                   het huidige voedingspatroon en de verwachte gevolgen van de eiwit­
gezond mogelijk werd of bleef, zijn er aanvullend grenswaarden                          transitie op de nutriëntvoorziening. Voor de verwachte gevolgen van de
­aangebracht voor de gezondheid van het voedingspatroon op basis van                    eiwittransitie op nutriëntvoorziening maakt ze gebruik van het voorgaande
 een score gebaseerd op de Richtlijnen goede voeding 2015.28                            beschreven modelleeronderzoek. Ze richt zich hierbij vooral op eiwit zelf
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 29 van 96
en voedingsstoffen waarvan de inname mogelijk daalt als gevolg van de          Op basis van het referentiegewicht is de huidige eiwitinname voor het
eiwittransitie. Een overzicht van de toereikendheid van de huidige inname      grootste deel van de volwassen Nederlandse bevolking hoger dan de
van relevante micronutriënten bij de algemene Nederlandse bevolking            behoefte. Het overgrote deel (meer dan 90%) heeft een eiwitinname die
staat in een rapportage van het RIVM op basis van de Voedsel­                  hoger is dan de gemiddelde behoefte en meer dan 70% heeft een inname
consumptiepeiling 2019-2021.34 Er zijn geen gegevens over de                   die hoger is dan de aanbevolen hoeveelheid (zie figuur 5 op de volgende
­nutriëntinname van mensen uit Caribisch Nederland.90 Ook voor wat             pagina).34
 betreft mensen met een migratieachtergrond zijn slechts beperkte
 voedingsinnamegegevens beschikbaar.91,92                                      De berekeningen op basis van het werkelijke gewicht laten zien dat
                                                                               minder dan 10% van de mensen een lagere inname heeft dan de
 3.4.1     Eiwit                                                               ­gemiddelde behoefte, behalve vrouwen in de leeftijdsgroepen 30-39,
 De gemiddelde eiwitbehoefte voor gezonde volwassenen van alle                  40-49 en 50-59 jaar (12,9-14,2%). Lage innames per kilogram lichaams-
 ­leeftijden is 0,66 g/kg lichaamsgewicht/dag.93 Die behoefte is strikt         gewicht komen echter alleen voor bij vrouwen met overgewicht of
  genomen alleen van toepassing voor mensen met een gezond gewicht              obesitas. Bij de berekeningen op basis van het referentiegewicht ligt het
  (het referentiegewicht, ofwel het ideale gewicht bij een bepaalde lengte29).  percentage op maximaal 4,2% bij de vrouwen tussen 40 en 49 jaar.
  Door de eiwitbehoefte in grammen per dag te bepalen met het werkelijke        De commissie gaat er vanuit dat de ­berekening van de behoefte op basis
  lichaamsgewicht zou in het geval van overgewicht en obesitas de eiwit­        van het werkelijke gewicht voor deze groep een overschatting van de
  behoefte hoger uitvallen, en bij ondergewicht zou de behoefte juist lager     eigenlijke behoefte is en ziet de huidige eiwitinname in deze groep
  uitvallen dan wanneer gerekend zou worden met een gezond gewicht.             vrouwen niet als problematisch.
  De commissie heeft de toereikendheid van eiwit daarom zowel berekend
  met het referentiegewicht als met het werkelijke gewicht. De commissie
  gaat er vanuit dat voor mensen met overgewicht en obesitas de behoefte
  daar ergens tussenin ligt. Voor mensen met ondergewicht gaat ze uit van
  de inname op basis van het (hogere) referentiegewicht.
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>  hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 30 van 96
  Eiwitinname voor de meeste volwassen Nederlanders ruim boven de gemiddelde behoefte
                   Eiwitinname (in gram per kilogram lichaamsgewicht)                                               Eiwitinname (in gram per kilogram lichaamsgewicht)
             1,6                                                                                              1,6
                                                                                                                              Werkelijk gewicht       Referentiegewicht
                               Werkelijk gewicht       Referentiegewicht            Mannen                                                                                                 Vrouwen
             1,4                                                                                              1,4
             1,2                                                                                              1,2
             1,0                                                                                              1,0
             0,8                                                                                              0,8
             0,6                                                                                              0,6
             0,4                                                                                              0,4
Frequentie                                                                                       Frequentie
             0,2                                                                                              0,2
              0                                                                                                0
                   0                 0,66 0,83     1                            2            3                      0                 0,66 0,83   1                              2                   3
                   Gemiddelde behoefte      Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid                                       Gemiddelde behoefte      Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid
  Figuur 5 Verdeling eiwitinname bij volwassen Nederlanders van 18-69 jaar (Voedselconsumptiepeiling 2019-2021)34
  Uit meerdere modelberekeningen en eigen berekeningen waarbij de                                       ­plantaardig eiwit gepaard ging met een afname in totaaleiwit van 11-13%.
  hoeveelheid totaal eiwit niet is begrensd en de hoeveelheid energie gelijk                            Omdat Nederlanders ruim voldoende eiwitten eten is er voldoende marge
  is gehouden blijkt de verschuiving naar meer plantaardig eiwit samen te                               voor een dergelijke daling van de eiwitconsumptie bij het grootste deel
  gaan met een verlaging van totaal eiwit.1,39,85 Ook uit de analyse van het                            van de bevolking. Dit bleek ook het geval bij modelberekeningen waarbij
  SHARP-model bleek dat een gemodelleerde verschuiving naar 60%                                         100% van het vlees en de zuivel werd vervangen door plantaardige
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 31 van 96
producten.85 Voor mensen die al een (te) lage eiwitinname hebben kan dit      De commissie merkt in dit kader aanvullend op dat producten met extra
anders zijn (zie hoofdstuk 4).                                                eiwit (zoals shakes en repen), die vaak gericht zijn op recreatieve
                                                                              ­sporters, bij een gezond voedingspatroon niet nodig zijn.
Berekeningen voor eiwitkwaliteit zijn in de meeste onderzoeken naar
effecten van meer plantaardig en minder dierlijk eten niet meegenomen.         Concluderend stelt de commissie dat bij de algemene bevolking sprake is
Uit het SHARP-model bleek dat de eiwitkwaliteit (berekend per maaltijd)        van een ruim voldoende inname van eiwit. Hierdoor leidt een verschuiving
afnam naarmate het voedingspatroon meer plantaardig en minder dierlijk         naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon op
werd, maar deze afname was niet te kwantificeren. In het substitutie­          ­bevolkingsniveau niet tot problemen in de voorziening van eiwit en
onderzoek van het RIVM waarin vlees en zuivel voor 30% of 100%                  ­essentiële aminozuren.
werden vervangen door plantaardige eiwitbronnen werd geconcludeerd
dat de voorziening van essentiële aminozuren (en daarmee de eiwit­               3.4.2    Vitamine A
kwaliteit) bij een gevarieerd Nederlands voedingspatroon voldoende is en         Op basis van de huidige inname is er bij de algemene bevolking al
blijft.85,94 De commissie stelt daarom vast dat het effect van de eiwit­         aandacht voor vitamine A. De huidige inname van vitamine A (uitgedrukt in
transitie op de eiwitkwaliteit voor het grootste deel van de Nederlandse         retinolequivalenten; RE) van de algemene Nederlandse bevolking is voor
bevolking geen of een beperkte rol speelt. Ze noemt hiervoor de volgende         de groepen vanaf 14 jaar gemiddeld aan de lage kant ten opzichte van de
argumenten. In Nederland is sprake van een gevarieerd voedingspatroon            voedingsnorm,34 maar het RIVM concludeerde in 2020 dat er geen
met een situatie van overmaat aan eiwit, zoals in veel Westerse                  concrete aanwijzingen zijn dat de vitamine A-inname zorgwekkend is
landen.39,95 In de voedingsvoorlichting wordt de ‘aanbevolen hoeveelheid’        omdat er geen gezondheidsproblemen bekend zijn die samenhangen met
(zie hoofdstuk 2) eiwit toegepast, die voor de meeste mensen hoger is            deze lage innames.37,96 De belangrijkste bronnen van RE in het huidige
dan nodig. In Nederland ligt de gemiddelde eiwitconsumptie bovendien             voedingspatroon zijn zuivel (25%), vetten en oliën (16%), groente (19%)
hoger dan de aanbevolen hoeveelheid. Zou de eiwitinname met 10-20%               en vlees (11%).37 Bij modelleringen voor Nederland waarbij 30% zuivel en
omlaag gaan, dan is er op populatieniveau nog steeds sprake van                  vlees door plantaardige alternatieven werd vervangen veranderde de
voldoende eiwit. Ook als de eiwitkwaliteit niet optimaal is, levert de totale    gemiddelde vitamine A-inname bij volwassenen niet statistisch
hogere eiwitinname dan nog voldoende essentiële aminozuren.                      ­significant.85 Een gemodelleerde vervanging van 100% van de vlees- en
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 32 van 96
zuivelconsumptie (waarbij vis en ei niet worden vervangen) resulteerde in    van Vijf worden de innames van vitamine B2 op het niveau van de
een vitamine A-inname die voor het merendeel van de volwassenen onder        ­individuele aanbevolen hoeveelheden gehaald, ook als er geen vlees
de gemiddelde behoefte zou liggen.85                                          wordt gegeten.97
De commissie concludeert dat er op basis van de huidige inname bij de         Vitamine B2 lijkt volgens de commissie geen punt van zorg vanuit het
algemene bevolking al aandacht nodig is voor vitamine A. Monitoring blijft    perspectief van de eiwittransitie als de aanbevolen hoeveelheid zuivel
daarom van belang.                                                            wordt gegeten. Als er wordt gekozen voor een zuivelvervanger, dan is het
                                                                              belangrijk om een product te kiezen dat verrijkt is met vitamine B2.
3.4.3      Vitamine B2
De huidige inname van vitamine B2 van de gemiddelde Nederlandse               3.4.4   Vitamine B6
bevolking is aan de lage kant ten opzichte van de normen, vooral bij          Vitamine B6 wordt geleverd door veel verschillende voedingsbronnen,
vrouwen.34,37 Ondanks lage innames bij volwassenen zijn er geen               zowel dierlijke als plantaardige.37 Onder vrouwen worden in het huidige
­indicaties voor volksgezondheidsproblemen, maar gezondheidsrisico’s          voedingspatroon lage innames gevonden,34 maar er zijn geen
 kunnen niet worden uitgesloten. Het RIVM concludeerde in 2020 dat            ­aanwijzingen voor volksgezondheidsproblemen hierdoor. Het RIVM
 onderzoek naar de voedingsstatus van vitamine B2 meer inzicht zou             concludeerde in 2020 dat onderzoek naar voedingsstatus van vitamine B6
 kunnen geven.37                                                               meer inzicht zou kunnen geven in de mate van toereikendheid.37In het
                                                                               modelleeronderzoek is vitamine B6 niet geëvalueerd. De commissie
 De belangrijkste bron van vitamine B2 is zuivel (38%), maar ook vlees         concludeert dat vitamine B6 vanuit het perspectief van de eiwittransitie
 levert B2 (11%).37 Bij het vervangen van 30% zuivel en vlees door             geen punt van zorg is, omdat het door veel verschillende voedings-
 ­plantaardige alternatieven veranderde de vitamine B2-inname bij              bronnen wordt geleverd.
  ­volwassenen niet statistisch significant. Ook een vervanging van 100%
   leidde gemiddeld genomen bij hen niet tot een te lage voorziening.85        3.4.5  Vitamine B12
   Deels kan dit verklaard worden doordat in de modellen werd gerekend         De huidige inname van vitamine B12 door de algemene Nederlandse
   met zuivelvervangers verrijkt met vitamine B2. Bij eten volgens de Schijf   bevolking is toereikend.34,37 Vitamine B12 wordt in het huidige
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 33 van 96
­voedingspatroon vooral geleverd door zuivel (39%), vlees (26%), vis,         Het meten van de voedingsstatus van calcium is nu nog niet mogelijk.
 schaal- en schelpdieren (8%) en eieren (6%).37                               Het RIVM adviseert daarom om hier nader onderzoek naar te doen.37
 In het algemeen neemt de prevalentie van een vitamine B12-tekort toe bij     Zuivel is met een bijdrage van 57% gemiddeld de belangrijkste calcium-
 een afname van dierlijke voedingsmiddelen.98 Bij het vervangen van 30%       bron voor Nederlanders, gevolgd door (water uit) non-alcoholische
 zuivel en vlees door plantaardige alternatieven daalde de inname van         dranken, zoals koffie, thee, sap, frisdrank (11%) en granen (7%).37
 ­vitamine B12, maar bleef deze toereikend. Bij een vervanging van 100%       Bij modelleringen voor Nederland waarbij 30% zuivel en vlees door
  kwamen B12-innames wel te laag uit.85 In het voedingspatroon zoals          ­plantaardige alternatieven werd vervangen bleek ten opzichte van het
  ­berekend door het SHARP-model op basis van 60% plantaardig eiwit            gebruikelijke voedingspatroon een daling van de calciuminname.85,94
   daalde de hoeveelheid vitamine B12, maar deze bleef hoger dan de            De daling bleef echter beperkt. Deels zou dit verklaard kunnen worden
   gemiddelde behoefte, ook als de hoeveelheid eiwit maximaal de               doordat commercieel verkrijgbare plantaardige zuivelvervangers vaak
   ­aanbevolen hoeveelheid was. De commissie concludeert dat de huidige        verrijkt zijn met calcium. Bij de vervanging van 100% was de daling echter
    inname van vitamine B12 toereikend is, maar vanwege de eiwittransitie      ongeveer 25%.
    gemonitord moet worden.
                                                                               Ook uit ander Nederlands modelleeronderzoek blijkt dat de voorziening
    3.4.6  Calcium                                                             van calcium meer onder druk komt te staan bij een voedingspatroon met
    De huidige inname van calcium bij de algemene Nederlandse volwassen        minder zuivel dan het huidige voedingspatroon.99,100 De analyses die voor
    bevolking (18-79 jaar) is laag ten opzichte van de voedingsnorm.34         dit advies zijn uitgevoerd op basis van de verschuiving van 40% naar 60%
    Voor vrouwen vanaf 50 en mannen vanaf 70 jaar is de toereikendheid van     plantaardig eiwit laten zien dat voor vrouwen tot 50 jaar en mannen tot 70
    de calciuminname niet goed te beoordelen.34,37 De calciumnormen voor       jaar de gemiddelde calciuminname nog boven de gemiddelde behoefte
    volwassenen (vrouwen tot 50 jaar en mannen tot 70 jaar) zijn gebaseerd     van 750 mg/d bleef bij een daling van totaaleiwit met 10-15% (zie
    op het op peil houden van de lichaamsvoorraad. Er lijken bij deze laatste  ­achtergronddocumenten SHARP en Modelling studies).
    groepen geen indicaties te zijn voor een probleem voor de volksgezond-
    heid.
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 34 van 96
De commissie concludeert dat als de eiwittransitie gepaard gaat met een     ­(plantaardige bronnen).101 Bij modelleringen voor Nederland waarbij 30%
lagere zuivelconsumptie (zonder dat calcium door andere voedings­            of 100% zuivel en vlees door plantaardige alternatieven werd vervangen
middelen, bijvoorbeeld in de vorm van verrijkte zuivelvervangers, wordt      steeg de ijzerinname (in de vorm van non-heemijzer) ten opzichte van het
geleverd), de calciuminname verder omlaag zal gaan. De commissie             gebruikelijke voedingspatroon.85 De resultaten zijn mede afhankelijk van
adviseert om bij de eiwittransitie de zuivelconsumptie op het niveau van     of de plantaardige alternatieven verrijkt waren.85 De analyses die voor dit
de aanbevelingen te houden, maar niet meer te nemen dan nodig. Als er        advies zijn uitgevoerd op basis van de verschuiving van 40% naar 60%
wordt gekozen voor een zuivelvervanger, dan is het belangrijk om een         plantaardig eiwit laten zien dat totaal ijzer steeg voor het scenario zonder
product te kiezen dat verrijkt is met calcium.                               eisen voor eiwit (waarbij de eiwitinname alsnog daalde). De niveaus van
                                                                             totaal ijzer lagen gemiddeld boven de gemiddelde ijzerbehoefte, ook
3.4.7    IJzer                                                               boven de hogere gemiddelde ijzerbehoefte van meisjes en vrouwen in de
In de algemene Nederlandse bevolking is op basis van het huidige             vruchtbare leeftijd. Hoewel geldt dat de stijging vooral non-heemijzer
voedingspatroon de ijzerinname adequaat bij vrouwen vanaf 51 jaar en         betreft, verwacht de commissie bij deze verschuivingen geen substantiële
mannen. Bij meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd is de ijzerinname   gevolgen voor de toereikendheid van totaal ijzer.57
echter een aandachtspunt.34,37 Zo’n 29% van de meisjes en vrouwen van
19-50 jaar heeft een inname onder de gemiddelde behoefte. Bij de             De commissie concludeert dat er ten aanzien van het huidige voedings­
meisjes van 14-17 jaar wordt dit geschat op 77% en mogelijk hoger.34,37      patroon al aandacht nodig is voor de inname van ijzer bij vrouwen in de
Het RIVM acht nader onderzoek naar de effecten van lage ijzerinnames         vruchtbare leeftijd; dit verandert niet vanuit het perspectief van de eiwit-
op het niveau van de volksgezondheid gewenst.37 De ijzerbehoefte bij         transitie.
meisjes en vrouwen wordt vooral bepaald door de ijzerverliezen (via
menstruatie), waarbij veel variatie tussen personen is.                      3.4.8    Jodium
                                                                             In 2020 werd geconcludeerd dat de jodiumvoorziening was afgenomen
Belangrijke voedingbronnen van ijzer zijn granen (26%), vlees (14%),         maar nog steeds toereikend was.37,102 Wel is de inname sinds 2006/2007
groente (9%), zoetwaren (6%) en supplementen (8%).37 Heemijzer (uit          met ongeveer een derde gedaald.103 Het RIVM concludeerde op basis van
dierlijke bronnen) is makkelijker op te nemen dan non-heemijzer              statusonderzoek in het Lifelines-cohortonderzoek bij volwassenen tussen
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 35 van 96
31 en 50 jaar dat in 2020-2021 de jodiumvoorziening bij mannen nog           3.4.9      Zink
steeds goed was. Voor vrouwen was dit echter nog maar net het geval en       De huidige zinkinname van de gemiddelde Nederlandse bevolking is
de jodiuminname zou dus niet verder moeten dalen.103 Jodium wordt            toereikend.34,37 Zink wordt vooral geleverd door vlees (23%), zuivel (22%)
vooral geleverd door gejodeerd keuken- en broodzout en zuivel.               en granen (20%).37 Bij modelleringen voor Nederland waarbij 30% zuivel
Voor biologisch brood wordt echter niet altijd gejodeerd broodzout           en vlees door plantaardige alternatieven werd vervangen daalde de
gebruikt. Vis is ook een goede bron, maar de gemiddelde visconsumptie        inname van zink, maar bleef de zinkinname toereikend. Bij een
is laag.103                                                                  ­vervanging van alle zuivel en vlees (100%) door plantaardige
                                                                              ­alternatieven kwamen zinkinnames onder de aanbevelingen uit.
Door een verschuiving naar minder dierlijke en meer plantaardige eiwit-        ­Bovendien zal dan de rol van fytaat als remmende factor voor de
bronnen zou de inname van jodium via zuivel en toegevoegd zout kunnen           ­zinkopname een grotere rol spelen, maar de mate hiervan is lastig in te
afnemen en via brood (en eventueel zeewier) kunnen toenemen, maar de             schatten.85 De commissie verwacht vanuit de eiwittransitie geen
informatie over de impact van de eiwittransitie op de toereikendheid van         problemen voor de toereikendheid van zink voor de algemene bevolking.
jodium is nog onbekend. De jodiumvoorziening wordt bij voorkeur
­geëvalueerd via statusonderzoek, omdat de inname van (keuken)zout               3.4.10 Visvetzuren EPA en DHA
 lastig te meten is. Modelleringsstudies rapporteren doorgaans niet over         Voor visvetzuren (EPA en DHA) geldt dat de inname bij de algemene
 jodium.                                                                         Nederlandse bevolking te laag is. De mediane inname (107 mg/d) ligt
                                                                                 namelijk ruim onder de aanbevolen inname (‘adequate inname’ zie kader
 De commissie concludeert dat jodium een punt van zorg is bij vrouwen op         Voedingsnormen) van 200 mg/d).37 Van de algemene bevolking voldoet
 basis van het huidige voedingspatroon, en dat verschuivingen als gevolg         40% niet aan de richtlijn om 1 keer per week vis te eten.28 Tegenover de
 van de eiwittransitie onbekend zijn. Monitoring van de voorziening van          gezondheidseffecten van vis staat dat visconsumptie meer milieu­
 jodium via statusonderzoek is dus belangrijk, ook vanuit de eiwittransitie.     belastend is dan plantaardige eiwitbronnen. Het SHARP-model geeft ten
                                                                                 behoeve van milieu-impact in eerste instantie dan ook een voedings­
                                                                                 patroon met minder vis(vetzuren) als resultaat, tenzij gezondheid
                                                                                 zwaarder meeweegt dan milieu-impact. De commissie concludeert dat
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 36 van 96
visvetzuren vanuit het perspectief van zowel de huidige inname als de       Vezel, zout en verzadigd vet spelen een belangrijke rol bij het ontstaan
eiwittransitie een aandachtspunt zijn bij de algemene bevolking.            van chronische ziekten. Ze zijn vanuit het belang voor de volksgezondheid
De commissie adviseert om de aanbevelingen voor visconsumptie te            door EFSA geprioriteerd als elementen voor een voedselkeuzelogo voor
handhaven, maar niet meer vis te eten dan nodig.                            consumenten106 en komen, net als het percentage groenten, fruit en
                                                                            ­peulvruchten terug in de Nutri-Score die vanaf 2024 in Nederland wordt
3.4.11 Voedingsvezel, verzadigd vet en zout                                  ingevoerd.107
Optimalisatieonderzoek onder Nederlandse volwassenen86,99,104,105 en
kinderen99 uit de algemene bevolking laat zien dat een verschuiving naar     3.5      Substitutie- en optimalisatieonderzoek wijzen in
een meer plantaardig voedingspatroon over het algemeen gezonder is                    dezelfde richting
dan het huidige voedingspatroon. Deze geoptimaliseerde voedings­             Bij een daling van dierlijke eiwitbronnen is het lastiger te voldoen aan de
patronen worden gekenmerkt door hogere hoeveelheden groente, fruit en        voedingsnormen van voedingsstoffen die vooral door dierlijke eiwit-
peulvruchten en lagere hoeveelheden vlees, zuivel, suikerhoudende            bronnen worden geleverd, maar de innames van voedingsstoffen uit
dranken, snoep en snacks. Een dergelijke verschuiving van het voedings-      ­plantaardige bronnen wordt daarentegen hoger. Zowel resultaten uit
patroon gaat gepaard met hogere innames van vezels en lagere innames          modelleer- als substitutieonderzoek laten dit zien. De bevindingen van
van verzadigd vet en in producten verwerkt zout. Ook in substitutie­          substitutieonderzoek zijn logischerwijs sterk afhankelijk van de voedings-
onderzoek leidde de vervanging van 30% of 100% zuivel en vlees door           middelen die elkaar vervangen. Zo leidt het weglaten van vlees en/of
plantaardige voedingsmiddelen tot verbeteringen voor de inname van            gevogelte tot lagere innames van diverse vitamines en mineralen als
verzadigd vet en vezel.85,94 Verder bleek uit berekeningen met het SHARP-     vlees of gevogelte niet wordt vervangen door andere voedingsmiddelen
model dat ten opzichte van het huidige voedingspatroon de gemiddelde          die deze voedingsstoffen leveren.108-110 Rood vlees is een goede bron van
hoeveelheid verzadigd vet en in producten verwerkt zout (natrium)             vitamine B12, heemijzer en zink. Peulvruchten bevatten geen vitamine
daalden in het gemodelleerde voedingspatroon. De hoeveelheid                  B12 en heemijzer en zijn een minder goede bron van zink dan vlees.
voedingsvezel en onverzadigd vet steeg. Dit zijn gewenste                     Een groot internationaal substitutieonderzoek in 150 landen laat zien dat
­verschuivingen, omdat de gemiddelde innames van verzadigd vet                een verlaging (25, 50, 75 en 100%) van de dierlijke producten en
 en zout nu te hoog zijn, en die van vezel te laag.37                         ­vervanging daarvan door 2/3 deel peulvruchten en 1/3 groente in landen
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                          Gezonde eiwittransitie | pagina 37 van 96
met (middel)hoge inkomens doorgaans leidde tot verbeteringen in de              verdeling van de behoefte, in combinatie met statusonderzoek (zie 2.4).
nutriëntvoorziening, behalve voor calcium, vitamine B2, B5 en B12 bij de        Over het algemeen leiden bevindingen uit optimalisatieonderzoek vaak
vervanging van 100%.111                                                         tot een overschatting van mogelijke nutriënttekorten, omdat er bij dit
                                                                                onderzoek doorgaans van wordt uitgegaan dat een voedingspatroon voor
Naast vervangingen op basis van het type product, zoals vlees versus            iedereen de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden aan voedingsstoffen
peulvruchten, noten en andere (grotendeels) onbewerkte producten,               moet leveren, wat in werkelijkheid niet het geval is.
worden resultaten van modelberekeningen mede bepaald door de mate
waarin plantaardige alternatieven van vlees en zuivel verrijkt zijn met         Kant-en-klare vlees- of zuivelvervangers spelen, net als peulvruchten en
voedingsstoffen die de producten die vervangen worden leveren (calcium,         noten, in optimalisatiemodellen ten opzichte van substitutiemodellen
ijzer, B-vitamines). In aanvulling op het Nederlandse onderzoek85,94 laat       meestal een kleine rol. In veel modelleeronderzoek worden voorwaarden
ook ander Europees substitutieonderzoek zien dat verrijkte plantaardige         voor haalbaarheid gesteld aan het nieuwe voedingspatroon.
vervangers een rol kunnen spelen bij het toereikend houden van de               ­Gemodelleerde patronen moeten dan zoveel mogelijk lijken op het
­nutriëntinname.112                                                              bestaande voedingspatroon. Dat heeft tot gevolg dat het model producten
                                                                                 die in bestaande voedingspatronen al meer gegeten worden vaker ‘kiest’
 Ook het EAT-Lancet voedingspatroon, een geoptimaliseerd voedsel­                of in hogere hoeveelheden ten opzichte van producten die minder
 patroon dat binnen de planetaire grenzen blijft, laat zien dat het lastiger is  gegeten worden. De huidige consumptie van vlees- en zuivelvervangers is
 om te voldoen aan de voedingsnormen voor voedingsstoffen die vooral in          niet hoog en de Nederlandse modelleringen zijn (nog) gebaseerd op de
 dierlijke producten zitten.113 Zo werd dit voedingspatroon bekritiseerd         voedselconsumptie van 10 jaar of zelfs 25 jaar geleden, toen de
 omdat het onvoldoende voedingsstoffen zou leveren, vooral voor vrouwen          consumptie van plantaardige vlees- en zuivelvervangers nog lager was
 in de vruchtbare leeftijd (met name ijzer).114 Hoewel ook de commissie          dan nu (zie achtergronddocument Modelling studies).
 ijzer bij deze groep vrouwen als aandachtspunt definieert vanuit de eiwit-
 transitie, kan op basis van een gemodelleerd voedingspatroon niet direct        Hoewel de twee typen modelleeronderzoek andere uitgangspunten
 een uitspraak worden gedaan over deficiënties in een populatie. Hiervoor        hebben, ondersteunen ze wel elkaars bevindingen: Voedingsstoffen die
 is informatie nodig over de verdeling van de innames ten opzichte van de        als eerste ‘kritiek’ worden in een optimalisatiemodel zullen in substitutie-
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking                                                   Gezonde eiwittransitie | pagina 38 van 96
modellen gebaseerd op dezelfde uitwisselingen meestal dalingen laten                      fruit, groente, noten, peulvruchten) hangen samen met een lager risico op
zien. Of deze dalingen ook zullen leiden tot deficiënties, moet dan nader                 hart- en vaatziekten72-75 Ook voor diabetes type 2,80 kanker ongeacht type
worden onderzocht.                                                                        kanker77 en borstkanker81 zijn deze verbanden gevonden. Er zijn voor-
                                                                                          als­nog geen indicaties dat de verschuiving naar een meer plantaardig
3.6         Samenvatting en conclusies                                                    voedingspatroon bij de algemene bevolking negatieve gevolgen heeft voor
In Tabel 1 staat een samenvatting van de bevindingen van de voorziening                   de botgezondheid.
van voedingsstoffen voor de algemene volwassen Nederlandse bevolking
vanuit het perspectief van de eiwittransitie.                                             Voor gezondheid en milieu-impact geoptimaliseerde voedingspatronen
                                                                                          bestaan doorgaans uit een groter aandeel groenten, fruit, peulvruchten en
Tabel 1 Nutriënten van aandacht bij de eiwittransitie voor (groepen van de) algemene      een lager aandeel (rood) vlees, zuivel en suikerhoudende dranken en
bevolking                                                                                 daarmee onder andere meer vezel en minder verzadigde vetzuren, suiker,
  Wie?                                Huidige inname1                     Eiwittransitie2 en mogelijk zout. Berekeningen van het SHARP-model wezen uit dat het
  Algemene bevolking                  Vitamine A                          Vitamine B12
                                      Vitamine B2                                         verschuiven naar een voedingspatroon met 60% plantaardig eiwit in
                                      Calcium
                                      Visvetzuren
                                                                                          plaats van 40%, ook zonder aanvullende eisen voor voedingsnormen of
  In aanvulling op bovenstaande                                                           voedingsrichtlijnen, meer in overeenstemming is met de Richtlijnen goede
  voedingsstoffen gelden voor
  de volgende groepen:                                                                    voeding dan het huidige voedingspatroon.
  Vrouwen                             Jodium
  Vrouwen en meisjes in de            IJzer
  vruchtbare leeftijd                                                                     De huidige Richtlijnen goede voeding geven al belangrijke richtingen aan
1
   Op basis van Voedselconsumptiepeiling 2019-2021 RIVM34                                 om de eiwittransitie in te vullen. Vis- en zuivelconsumptie draagt bij aan
2
   Genoemde nutriënten worden een punt van aandacht bij de eiwittransitie
                                                                                          het halen van de voedingsnormen voor calcium en vitamine B2 (zuivel) en
De commissie concludeert dat de verschuiving naar een meer plantaardig                    visvetzuren (vis) en aan een goede eiwitkwaliteit. Het is echter niet nodig
voedingspatroon voor de meeste Nederlanders een gezonder voedings-                        om meer zuivel en vis te consumeren dan de richtlijnen aangeven en dan
patroon betekent omdat het beter voldoet aan de Richtlijnen goede                         nodig is om te voldoen aan de voedingsnormen. Bij de visconsumptie is
voeding. Gezonde plantaardige voedingspatronen (veel volkoren granen,                     het belangrijk te kiezen voor vissoorten die niet overbevist worden of die
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | De eiwittransitie en de gezondheid van de algemene bevolking Gezonde eiwittransitie | pagina 39 van 96
op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt.115 In de huidige
­situatie van overconsumptie van eiwit kan de vleesconsumptie bij de
 meeste mensen naar beneden, evenals de zuivelconsumptie voor het
 deel van de mensen dat ruim boven de zuivelaanbeveling zit, zonder dat
 de nutriëntvoorziening in gevaar komt.
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen Gezonde eiwittransitie | pagina 40 van 96
04
de eiwittransitie bij
specifieke groepen
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 41 van 96
De commissie onderzocht de gezondheidseffecten van de eiwittransitie     Voor de genoemde groepen geldt net als voor de algemene bevolking dat
voor een aantal specifieke groepen uit de algemene bevolking voor        de eiwittransitie ten opzichte van het huidige voedingspatroon in het
sommige groepen zijn de voedingsnormen (mogelijk) hoger of lastiger te   ­algemeen gunstig is voor het verlagen van het risico op chronische
halen. Voor mensen met chronische aandoeningen of obesitas, kinderen,     ziekten zoals hart- en vaatziekten. De (inname van de) voedingsstoffen
en ouderen ziet de commissie geen aandachtspunten naast de (inname        die bij de algemene bevolking op basis van het huidige voedingspatroon
van) voedingsstoffen die bij de algemene volwassen bevolking als          als aandachtspunt worden aangemerkt (vitamine A en B2, calcium, ijzer,
aandachtspunt worden aangemerkt (vitamine A en B2, B12, calcium, ijzer,   jodium) zijn ook relevant zijn voor de specifieke groepen in dit hoofdstuk.
jodium en visvetzuren). Wel is meer aandacht nodig voor zwangere          In dit hoofdstuk staan specifieke aanvullingen ten opzichte van de alge-
vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, en mensen met een lage eiwit-    mene bevolking centraal.
en energie-­inname. Als mensen uit deze groepen meer ­plantaardig willen
eten moeten zij dit goed geïnformeerd of onder goede begeleiding doen.    Voor een aantal groepen die niet zijn meegenomen binnen de
Voor alle genoemde specifieke groepen vindt de commissie het van          ­Voedselconsumptiepeiling (zwangere en lacterende vrouwen, ouderen
belang dat de voedingsinname en voedingsstatus beter gemonitord wordt.     boven de 80 jaar) of waarover niet afzonderlijk wordt gerapporteerd
                                                                           (mensen met chronische ziekten en mensen met een lage eiwit- en
4.1     Specifieke groepen uit de algemene bevolking                       ­energie-inname) heeft de commissie aanvullende innamegegevens
De commissie bespreekt de gevolgen van de eiwittransitie voor groepen       gebruikt.116-118
waarvoor de behoeftes aan voedingstoffen (mogelijk) hoger liggen of voor
wie voedingsnormen of -aanbevelingen lastiger te halen zijn (omdat de       4.2      Mensen met een chronische ziekte of obesitas
voedselconsumptie laag is). Dit betreft mensen met chronische               Richtlijnen en voedingsnormen
­aandoeningen of obesitas, kinderen, oudere volwassenen, zwangere           De Richtlijnen goede voeding 201528 zijn ook van toepassing op mensen
 vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, mensen met een lage eiwit-        met diabetes type 2,119 hart- en vaatziekten door atherosclerose120 of
 en energie-inname. Groepen kunnen hierbij deels overlappen.                obesitas. Wel geldt voor mensen met hart- en vaatziekten een iets hogere
                                                                            richtlijn voor vis (1 tot 2 keer per week vis in plaats van 1 keer).120
                                                                            Voedingsnormen worden afgeleid voor gezonde mensen met een gezond
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 42 van 96
gewicht. Voor andere groepen zijn geen specifieke normen beschikbaar        vergelijken van de cijfers met de ­Voedselconsumptiepeiling (zie achter-
en worden doorgaans de voedingsnormen voor gezonde personen                 gronddocument Lifelines). Ook de inname van vitamines en mineralen bij
­toegepast. Het is mogelijk dat bepaalde ziekten en/of medicijngebruik of   mensen met chronische aandoeningen wijkt niet substantieel af van die
 obesitas invloed hebben op de behoefte aan voedingsstoffen, maar hier is   van mensen zonder ­chronische aandoeningen, blijkt uit een Voedsel­
 nog onvoldoende over bekend. Bij groepen die onder specialistische         consumptiepeiling onder (thuiswonende) ouderen uit 2010-2012.121
 behandeling zijn met multi-problematiek, is begeleiding van de diëtist van
 belang.                                                                    Conclusie mensen met een chronische ziekte of obesitas
                                                                            Hoewel er weinig specifieke data beschikbaar zijn over de (zeer diverse)
 Inname                                                                     groep mensen met chronische ziekten en obesitas, concludeert de
 De eiwitinnames van mensen die te zwaar zijn is niet lager dan bij         commissie dat dezelfde voordelen en aandachtspunten gelden als voor
 mensen met een gezond gewicht, maar de toereikendheid is niet exact te     de algemene bevolking.
 beoordelen omdat de eiwitnormen zijn afgeleid voor mensen met een
 gezond gewicht.34 (zie 3.4.1) Dit geldt ook voor de andere voedings-       4.3      Kinderen vanaf 1 jaar
 stoffen. Ook mensen met chronische ziekten (diabetes, hart- en vaat-       De onzekerheden rondom de schatting van het al dan niet toereikend zijn
 ziekten, longziekten) lijken geen lagere eiwitinnames te hebben dan de     van de nutriëntinname zijn bij kinderen groter dan bij volwassenen.
 gezonde volwassen bevolking. Dit blijkt uit het Lifelines-cohortonderzoek  Over het algemeen zijn voedingsnormen voor kinderen minder goed
 met voedingsinnamegegevens van ruim 118.000 mensen uit Noord-­             onderbouwd, omdat er minder onderzoek aan ten grondslag ligt dan bij
 Nederland.116 Het cohort is representatief voor mensen in Noord-Neder-     volwassenen. Bovendien kan de behoefte aan voedingsstoffen sterk
 land, hoewel mensen met een lage opleiding onder­vertegenwoordigd          ­variëren afhankelijk van de groei van kinderen. Verder geldt dat er ten
 zijn.117 De innamegegevens zijn verzameld tussen 2006 en 2013 met een       opzichte van volwassenen veel minder en minder uitgebreid modelleer­
 voedselfrequentievragenlijst. Omdat de methode van het meten van de         onderzoek is uitgevoerd bij kinderen, dus de consequenties van
 eiwitinname anders is dan die van de Voedselconsumptiepeiling (een          ­verschuivingen vanuit de eiwittransitie zijn moeilijker in te schatten.
 voedselfrequentievragenlijst is minder geschikt om de ­toereikendheid van
 nutriëntinnames mee te toetsen), is enige ­voorzichtigheid geboden bij het
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 43 van 96
Eiwit                                                                            Vitamine B2
Kinderen hebben vanwege de groei een hogere eiwitbehoefte per                    Het schatten van de toereikendheid van vitamine B2 is voor jongens vanaf
­kilogram lichaamsgewicht dan volwassenen.93 De eiwitinname bij kinderen         14 jaar niet goed mogelijk omdat de gemiddelde inname onder de
 uit de algemene bevolking is echter toereikend; in alle gevallen ligt het       adequate inname ligt.34 Voor de andere groepen kinderen lijken de
 percentage kinderen dat onder de gemiddelde behoefte zit onder de 5%.34         innames toereikend. Bij Nederlandse kinderen zijn er geen gegevens over
 Van een verschuiving naar een meer plantaardig en minder dierlijk               een verandering van de vitamine-B2 voorziening in relatie tot de eiwit­
 voedingspatroon zijn voor eiwit dan ook weinig problemen te verwachten.         transitie. Vitamine B2 lijkt volgens de commissie geen punt van zorg
 In substitutiemodellen waarbij 30% of 100% van de hoeveelheid zuivel en         vanuit het perspectief van de eiwittransitie als de aanbevolen hoeveelheid
 vlees bij jonge kinderen (2-6 jaar) werd vervangen door plantaardige            zuivel wordt gegeten. Als er wordt gekozen voor een zuivelvervanger, dan
 ­alternatieven werd de totale eiwitinname verlaagd, maar bleef deze             is het belangrijk om een product te kiezen dat verrijkt is met vitamine B2.
  ­toereikend: het percentage kinderen onder de gemiddelde behoefte was
   0%.94                                                                         Vitamine B6
                                                                                 Het schatten van de toereikendheid van vitamine B6 voor meisjes vanaf
   Vitamine A                                                                    14 jaar is niet goed mogelijk omdat de gemiddelde inname onder de
   Voor vitamine A geldt dat op basis van het huidige voedingspatroon lage       adequate inname ligt.34 Voor de andere groepen kinderen lijken de
   innames worden gevonden voor kinderen vanaf 14 jaar, net als voor             ­in­­­names toereikend. Bij Nederlandse kinderen zijn er geen gegevens over
   volwassenen,34 maar dat er geen gezondheidsproblemen bekend zijn in            een verandering van de vitamine-B6 voorziening in relatie tot de eiwit­
   relatie tot deze lage innames (zie 3.4.2).37,96 Bij Nederlandse kinderen zijn  transitie. Vitamine B6 wordt door veel verschillende voedingsbronnen
   er geen gegevens over een verandering van de vitamine-A voorziening in         geleverd, dus de commissie ziet vitamine B6 niet als punt van zorg bij de
   relatie tot de eiwittransitie. De commissie concludeert dat er op basis van    eiwittransitie.
   de huidige inname bij de algemene bevolking inclusief kinderen al
   aandacht nodig is voor vitamine A. Monitoring blijft daarom van belang.        Vitamine B12
                                                                                  De huidige inname van vitamine B12 door de Nederlandse kinderen is
                                                                                  toereikend.34,37 Bij het vervangen van 30% of 100% zuivel en vlees door
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 44 van 96
plantaardige alternatieven daalde de inname van vitamine B12, maar         heeft een inname onder de gemiddelde behoefte. Dit aandachtspunt geldt
bleef deze toereikend.94 De commissie concludeert dat net als bij          op basis van het huidige voedingspatroon; de eiwittransitie lijkt hierop niet
­volwassenen de huidige inname van vitamine B12 toereikend is, maar        veel invloed te hebben. In modelleringen waarbij 30% of 100% van de
 vanwege de eiwittransitie gemonitord moet worden.                         hoeveelheid zuivel en vlees bij kinderen tussen 2 en 6 jaar oud door
                                                                           ­plantaardige alternatieven werd vervangen bleef de voorziening van totaal
 Calcium                                                                    ijzer goed.94 De commissie concludeert dat er ten aanzien van het huidige
 Voor kinderen in de groei is ook calcium belangrijk. De calciuminname bij  voedingspatroon al aandacht nodig is voor de inname van ijzer bij meisjes
 jongens tot en met 8 jaar en meisjes tot en met 3 jaar lijkt adequaat.34   in de vruchtbare leeftijd; dit verandert niet vanuit het perspectief van de
 Voor de oudere kinderen is de toereikendheid niet te beoordelen (de        eiwittransitie.
 gemiddelde inname ligt onder de adequate inname).34 Bij modelleringen
 voor ­Nederland waarbij 30% zuivel en vlees door plantaardige alterna-     Conclusie kinderen
 tieven werd vervangen bij kinderen tussen 2 en 6 jaar oud bleek ten        Van de voedingsstoffen die ook aandacht nodig hebben bij volwassenen
 opzichte van het gebruikelijke voedingspatroon een daling van de           in de algemene bevolking, ziet de commissie vooral de inname van ijzer
 ­gemiddelde calciuminname bij meisjes.94 Bij een vervanging van 100%       bij meisjes vanaf 14 jaar als specifiek aandachtspunt. Dit geldt al voor de
  gold dit ook voor jongens. De commissie adviseert, net als bij volwas-    huidige innames.
  senen om bij de eiwittransitie de zuivelconsumptie op het niveau van de
  aanbevelingen te houden, maar niet meer te nemen dan nodig. Als er        4.4      Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding
  wordt gekozen voor een zuivelvervanger, dan is het belangrijk om een               geven
  product te kiezen dat verrijkt is met calcium.                            De Gezondheidsraad concludeerde in 2021 dat het tijdens de
                                                                            ­zwangerschap moeilijker is om de consumptie van dierlijke producten te
  IJzer                                                                      beperken.122 Dit komt omdat de voedingsnormen voor onder andere eiwit,
  Bij meisjes van 14 t/m 18 jaar worden in het huidige voedingspatroon       vitamines A, B2, B12, calcium, jodium en zink voor zwangere vrouwen
  lage ijzerinnames gevonden.34 Dit betreft een groter aandeel dan bij de    hoger zijn.48-50,93 De Gezondheidsraad gaat nog voedingsaanbevelingen
  vrouwen van 19 t/m 50 jaar; 77% van de groep meisjes van 14 t/m 18 jaar    afleiden voor vrouwen die borstvoeding geven,51 maar ook voor deze
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 45 van 96
groep geldt dat voedingsnormen voor diverse voedingsstoffen (eiwit,             innames van eiwit, vitamine A, B1, B2, B6, B12, ijzer, calcium toereikend
­vitamines A, B2, B12, jodium en zink) hoger liggen dan voor niet-­             lijken.118 Voor calcium geldt echter wel dat de meeste vrouwen de
 zwangere of lacterende vrouwen.48-50,93 Voor lacterende vrouwen is met         ­aanbevolen hoeveelheid van 1000 mg/d die geldt voor de tweede helft
 name de voedingsnorm van vitamine B12 relatief hoog.                            van de zwangerschap waarschijnlijk niet halen. Over de inname van
                                                                                 jodium, koper en zink werd geen gepubliceerd onderzoek gevonden.118
 Voor zwangere vrouwen is ook de richtlijn voor vis hoger (2 keer vis per        Wel is bekend dat in Nederland de toereikendheid van jodium over de
 week) dan voor mannen en niet-zwangere vrouwen (1 keer per week).122            jaren gedaald is en dat de inname van jodium niet verder zou moeten
 Voor de tweede helft van de zwangerschap geldt een suppletieadvies voor         dalen. Vooral voor zwangere vrouwen is jodium belangrijk voor de
 calcium als de calciumnorm niet gehaald wordt met de voeding.122                ­ontwikkeling van het ongeboren kind.122 De auteurs noemen de lage
 Vanwege schadelijke effecten van een te hoge vitamine A-inname voor de           visconsumptie een punt van zorg, evenals een lage inname van groente
 ontwikkeling van de foetus wordt het eten van lever voor zwangere en             en fruit, en (hoge) innames van alcohol, suikerhoudende dranken en zout.
 lacterende vrouwen afgeraden, evenals het gebruik van voedings­                  Veel zwangere vrouwen nemen een multi-vitamine.118
 supplementen die niet speciaal bedoeld zijn voor zwangere vrouwen,               Bruikbare Nederlandse studies onder vrouwen die borstvoeding geven
 omdat doseringen daarin soms te hoog zijn.                                       werden niet gevonden.123 Naast het gebrek aan goede cijfers over inname
                                                                                  of status van voedingsstoffen, zijn er ook geen gegevens uit Nederlands
 Er zijn weinig goede innamecijfers beschikbaar over zwangere                     onderzoek over de consequenties van de eiwittransitie op de inname van
 vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Deze groepen zijn niet                voedingsstoffen.
 ­vertegenwoordigd in de Voedselconsumptiepeiling. Wel houdt het RIVM
  de literatuur op dit gebied bij: in een recent systematisch overzichtsartikel   Conclusie zwangere en lacterende vrouwen
  zijn 54 onderzoekspopulaties gevonden met Nederlandse gegevens over             De commissie concludeert net als voor de algemene bevolking dat de
  voedingsinname of voedingsstatus bij zwangere vrouwen.118 De meeste             inname van vitamine A, B2, B12, calcium, ijzer, jodium en visvetzuren bij
  studies waren gericht op alcoholconsumptie en foliumzuurgebruik                 zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven (lacterende
  en de gegevens waren beperkt wat betreft hoeveelheid, kwaliteit en              vrouwen) op basis van de huidige innames aandacht verdienen. Voor
  ­representativiteit. Desondanks concluderen de auteurs voorzichtig dat de       zwangere of lacterende vrouwen zijn de nutriëntbehoeftes hoger dan voor
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 46 van 96
niet-zwangere of lacterende vrouwen. Daardoor is het lastiger om dierlijke Eiwitten
producten te beperken. Er is een gebrek aan innamegegevens voor deze       Voor gezonde oudere volwassenen is de eiwitnorm niet hoger dan voor
groepen, in het bijzonder voor lacterende vrouwen. Voor zwangere           jongere volwassenen.29 Wel kan gelden dat de (absolute) benodigde
vrouwen is tegelijkertijd het niet overschrijden van de veilige bovengrens hoeveelheid eiwit lastiger te halen zijn voor oudere volwassenen als zij
van inname van vitamine A en jodium van belang.122 Voor lacterende         minder gaan eten.
vrouwen is met name de voedingsnorm voor vitamine B12 een aandachts-
punt omdat deze nog hoger ligt dan voor zwangere vrouwen.                  Vanuit wetenschappelijke organisaties wordt aandacht gevraagd voor
                                                                           verlies van spiermassa en spierkracht (sarcopenie) bij ouderen.124,125
4.5       Oudere volwassenen                                               Zij zouden mogelijk een hogere eiwitbehoefte hebben.124-126
Oudere volwassenen tot 79 jaar zijn vertegenwoordigd in de Voedsel­        Het beschikbare onderzoek naar spierfunctie betreft vooral oudere
consumptiepeiling van 2012-2016 en van 2019-2021. De inname van            volwassenen of mensen die werken aan spieropbouw. Het onderzoek
vitamines en mineralen blijkt voor volwassenen van 71-79 jaar over het     naar (type) eiwitinname bij oudere volwassenen is vaak gericht op (het
algemeen net zo toereikend als voor volwassen onder de 70 jaar,34          voorkomen van) verlies van spiermassa en -kracht.29 Van de vijf
behalve voor vitamine B6 en calcium (zie hieronder). Voor zelfstandig-­    ­observationele onderzoeken uit een overzichtsartikel naar vegetarische en
wonende ouderen vanaf 80 jaar dateren de meest recente cijfers uit          veganistische voedingspatronen bij volwassenen (vanaf 60 jaar) vonden
­2010-2012. Hieruit blijkt dat de gemiddelde inname van mineralen onder     er twee een gunstig verband voor dierlijke voedingsbronnen, één voor
 mannen en vrouwen van 80 jaar en ouder lager is dan bij de 70-79-jarigen   plantaardige voedingsbronnen en twee geen verband met spiermassa.127
 in hetzelfde onderzoek.121 Er is echter niet gerapporteerd of dit ook tot  De onderzoeken varieerden in studiepopulaties, onderzochte hoeveel-
 verschillen leidt in de toereikendheid van de voedingsstoffen tussen de    heden (type) eiwit en uitkomstmaten. Ook het interventieonderzoek (vijf
 leeftijdsgroepen. Hoewel ouderen tot 79 onderdeel zijn van de              onderzoeken naar korte-termijn effecten) naar (alternatieve) plantaardige
 ­Voedselconsumptiepeiling, zijn de resultaten van alle volwassenen bij     eiwitbronnen en spiermassa en spierkracht bij oudere volwassenen laat
  modelleeronderzoek gecombineerd. Specifieke uitspraken voor de            een wisselend beeld zien.127,128 Op basis van deze gegevens ziet de
  subgroep van oudere volwassenen zijn daardoor niet mogelijk.              commissie geen consistente aanwijzingen dat er een probleem zou
                                                                            kunnen ontstaan voor de spiergezondheid als gevolg van de eiwittransitie.
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                               Gezonde eiwittransitie | pagina 47 van 96
Op basis van de gegevens van de Voedselconsumptiepeiling blijkt dat de             (nooit) bekend is, wordt de eiwitinname afgezet tegen de aanbevolen
inname van eiwitten gemiddeld gezien niet afneemt met de leeftijd; bij             hoeveelheid. Bij een (te) lage eiwitinname wordt eiwitkwaliteit belangrijker.
vrouwen is de eiwitinname in de leeftijd van 60-79 jaar juist hoger dan in         Het eten van grotere hoeveelheden, vooral van plantaardig voedsel, kan
de jongere groep (30-59 jaar). Bij mannen neemt de eiwitinname wel iets            voor ouderen (extra) lastig zijn.
af over de leeftijd; in de groep van 18-29 jaar zit slechts 1,2% onder de
gemiddelde behoefte, en in de leeftijdsgroep 70-79 jaar is dit 6,9%.34             Calcium
De leeftijdsgroep van 80 jaar en ouder valt buiten de meest recente                Voor vrouwen vanaf 50 en mannen vanaf 70 jaar geldt ten opzichte van
­Voedselconsumptiepeiling, maar is in een wat oudere Voedselconsumptie-            jongere volwassenen een hogere calciumnorm. Deze hogere norm geldt
 peiling (2010-2012) wel meegenomen.121 Daaruit blijkt dat onder                   omdat voor deze groepen een vitamine D-suppletieadvies wordt
 ­thuiswonende, relatief gezonde ouderen van 80 jaar en ouder de                   gegeven129 en voldoende calciuminname noodzakelijk is voor de ­
  ­eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht nauwelijks lager is dan bij            effectiviteit van vitamine D-suppletie op botgezondheid.49 Mensen die
   70-79-jarigen.                                                                  weinig of geen zuivel gebruiken, hebben een combinatie van vitamine D
                                                                                   en calciumsuppletie nodig.28 Een uitspraak over de huidige toereikendheid
   Aanvullend is voor innamegegevens gebruik gemaakt van het                       van calcium bij deze groepen was niet mogelijk, omdat de mediane
   ­Lifelines-cohortonderzoek116,117 (zie achtergronddocument Lifelines).          inname onder de adequate inname lag. Er is Nederlands optimalisatie­
    Uit de gegevens blijkt dat bij mensen van 80 jaar en ouder (met of zonder      onderzoek beschikbaar voor volwassenen tot 79 jaar, maar in dit
    ­chronische ziekten) het percentage dat onder de eiwitnorm zit iets hoger      ­optimalisatieonderzoek is de hogere calciumnorm voor vrouwen vanaf 50
     ligt dan bij jongere leeftijdsgroepen. Dit is voornamelijk het geval bij       jaar en mannen vanaf 70 jaar niet meegenomen. Dit geldt ook voor de
     vrouwen (rond de 15%); bij mannen ligt het percentage dat onder de norm        analyses van het SHARP-onderzoek uitgevoerd voor dit advies. Echter,
     zit lager (4-12%).                                                             voor de algemene bevolking is gevonden dat het halen van de calcium-
                                                                                    normen lastiger wordt bij een voedingspatroon met minder zuivel.
     Wat betreft eiwitkwaliteit stelt de commissie dat er aandacht nodig is voor
     ouderen die weinig eiwit eten, oftewel een eiwitinname die gelijk of lager is
     dan de individuele eiwitbehoefte. Omdat de individuele eiwitbehoefte niet
     Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                          Gezonde eiwittransitie | pagina 48 van 96
Vitamine B6                                                                Conclusie oudere volwassenen
De inname van vitamine B6 is voor de groep 71-79-jarigen lager dan voor    Voor oudere volwassenen geldt in sterkere mate dan voor jongere
jongere leeftijdsgroepen. Van de mannen van 71-79 jaar heeft 18,9% een     ­volwassenen dat de inname van calcium een aandachtspunt is, vanwege
inname onder de gemiddelde behoefte.37 Dit wordt deels verklaard            de huidige innames, maar ook vanwege de eiwittransitie. Dit komt vooral
doordat de gemiddelde behoefte voor mannen vanaf 50 jaar hoger is dan       door de hogere calciumnorm. Voldoende calcium is belangrijk voor de
voor vrouwen en voor jongere mannen. Deze lage innames worden door          effectiviteit van vitamine D-supplementen ten behoeve van de bot­­
het RIVM echter niet als punt van zorg gezien. Er zijn, net als voor de     gezondheid. Eiwitkwaliteit wordt hierdoor belangrijker. Verder is een
andere leeftijdsgroepen, geen gegevens over het verloop van de inname       verminderde opname van vitamine B12 bij ouderen in het algemeen een
van vitamine B6 als gevolg van de eiwittransitie. Vitamine B6 wordt door    aandachtspunt.
veel verschillende voedingsbronnen geleverd, dus de commissie ziet
vitamine B6 niet als punt van zorg bij de eiwittransitie.                   4.6       Mensen met een lage eiwit- en energie-inname
                                                                            Richtlijnen en voedingsnormen
Vitamine B12                                                                De Gezondheidsraad heeft bij het vaststellen van de eiwitnormen
Voor vitamine B12 zijn de innames bij oudere volwassenen gemiddeld niet     ­vastgesteld dat het mogelijk is dat specifieke subgroepen baat kunnen
lager dan bij jongere volwassenen, maar toch komt een vitamine B12-­         hebben bij meer eiwit dan de algemene gezonde bevolking.29 Bijvoorbeeld
tekort bij deze groep vaker voor. De prevalentie van verlaagde vitamine      patiënten in ziekenhuizen, verpleeghuizen of revalidatiecentra, ouderen
B12-bloedwaarden bij ouderen boven de 70 jaar wordt geschat op 10% of        met thuiszorg, of mensen met risicofactoren voor ondervoeding (zoals
hoger.130 Dit is echter in de meeste gevallen het gevolg van een slechte     mensen die minder mobiel zijn, een geringe eetlust hebben, depressief of
opname van vitamine B12 (in 70% van de gevallen) in plaats van een te        cognitief beperkt zijn) hebben mogelijk een lage eiwitinname ten opzichte
lage inname (15%).98,130 In veel gevallen treden er geen klachten op.        van de behoefte. De lage eiwitinname gaat meestal samen met een lage
­Vitamine B12-tekort wordt in verband gebracht met bloedarmoede en           energie-inname.131 Deze groepen kunnen bovendien vanwege acute of
 neurologische problemen.98,130 Of de eiwittransitie de biobeschikbaarheid   chronische ziekten eiwit verliezen en daardoor een verhoogde
 van vitamine B12 zou kunnen beïnvloeden is onbekend. Voor ouderen die       ­eiwitbehoefte hebben.125 Voor mensen met (risico op) ondervoeding zijn
 deze absorptieproblemen hebben, gelden specifieke medische adviezen.98       specifieke richtlijnen beschikbaar en zij hebben specialistische
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                            Gezonde eiwittransitie | pagina 49 van 96
­begeleiding omtrent voeding nodig.125,132 Zo wordt in de voedingsrichtlijnen Ouderen (2010-2012) bleek dat thuiswonende ouderen (70+) met
 van de European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN)        ­beperkingen waardoor zij minder mobiel zijn (gedefinieerd als: niet in
 2014 voor ondervoede patiënten en voor mensen die hierop een risico           staat om een trap op te lopen) een gemiddeld lagere energie-, eiwit- en
 lopen een eiwitinname geadviseerd van 1,2 tot 1,5 g/kg lichaamsgewicht.       calciuminname hebben dan ouderen zonder die beperkingen.121
 Dit ter ondersteuning van behoud van spiermassa en -kracht.125,133
                                                                               Op basis van de Voedselconsumptiepeiling bij de algemene bevolking
 Inname                                                                        komt een te lage eiwitinname (berekend met het gezonde referentie­
 De hoeveelheid literatuur over de voedingsinname van bovengenoemde            gewicht) het vaakst voor in de groep met (extreem) ondergewicht ten
 groepen is beperkt. Uit inmiddels vrij oude gegevens van de Voedsel­          opzichte van mensen die een gezond gewicht hebben of te zwaar zijn.34
 consumptiepeiling 1998134 bleek dat de eiwitinname per dag van oudere         Iets meer dan 10,3% van de groep mannen van 18-59 jaar met (extreem)
 volwassenen in verzorgingshuizen/verpleeghuizen veel lager was (0,8-0,9       ondergewicht heeft een inname onder de gemiddelde behoefte; 8,3-9,4%
 g/kg lichaamsgewicht) dan bij thuiswonende ouderen (1,03-1,11 g/kg            van de vrouwen tussen de 60 en 79 jaar met (extreem) ondergewicht
 lichaamsgewicht) en bij kwetsbare ouderen (1,0-1,04 g/kg lichaams­            heeft een inname onder de gemiddelde behoefte. Voor alle genoemde
 gewicht).135 Voor 21% en 35% van de ouderen in de instellingen gold           groepen mensen die weinig eiwit (en energie) innemen is extra aandacht
 destijds dat de eiwitinname onder de gemiddelde behoefte lag. Uit een         nodig voor eiwitkwaliteit. Dit geldt ook voor de inname van de voedings-
 studie onder Nederlandse ziekenhuispatiënten bleek in 2019 dat de             stoffen die voor de algemene bevolking ook een punt van aandacht zijn.
 ­eiwitinname van ~32% van de oudere volwassenen (gemiddeld 67 jaar)
  opgenomen voor een knie- of heupoperatie onder de 0,6 g/kg lichaams­         Conclusie mensen met een lage eiwit- en energie-inname
  gewicht lag.136 Van een groep ouderen (65 en jaar en ouder) in revalidatie-  Voor mensen met een lage eiwit- en energie-inname (zoals patiënten in
  centra bleek dat 41% de aanbevolen hoeveelheid eiwit van 0,8 g/kg            ziekenhuizen, verpleeghuizen of revalidatiecentra, of ouderen met
  lichaamsgewicht niet haalde.137 Bij deze onderzoeken speelt zowel een te     ­thuiszorg) is naast de inname van totaal eiwit een goede eiwitkwaliteit
  lage eiwit- als een te lage energie-inname. De lage innames bij zieken-       extra belangrijk. In sommige gevallen kan de eiwitbehoefte hoger zijn dan
  huizen en revalidatiecentra kunnen verklaard worden doordat maaltijden        gemiddeld. Naast eiwit en eiwitkwaliteit is ook aandacht nodig voor
  niet altijd geheel worden opgegeten.136,137 Bij de Voedselconsumptiepeiling   inname van de andere voedingsstoffen. Daarom vindt de commissie dat
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De eiwittransitie bij specifieke groepen                                                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 50 van 96
deze groepen extra aandacht nodig hebben voor wat betreft de eiwit­          te geven over plantaardige voeding. Ook bijscholing en begeleiding van
transitie. De commissie ziet hier een belangrijke rol voor de diëtist.       cateraars is nodig, met name van cateraars voor patiënten en bewoners
                                                                             van zorginstellingen (zoals ziekenhuis, verpleeghuis en revalidatie­
4.7      Samenvatting en conclusies                                          centrum) en kwetsbare thuiswonende ouderen.
Voor alle genoemde specifieke groepen gelden dezelfde voedingskundige
aandachtspunten als voor de algemene bevolking. Ondanks dat niet voor        Tabel 2 Nutriënten van aandacht bij de eiwittransitie voor (groepen van de) algemene
                                                                             bevolking en voor specifieke groepen daarbinnen
alle groepen evenveel gegevens beschikbaar zijn, concludeert de
commissie dat de eiwittransitie ook voor mensen met chronische ziekten         Wie?                                Huidige inname1                       Eiwittransitie2
                                                                               Algemene bevolking                  Vitamine A                            Vitamine B12
en obesitas gezondheidswinst zou opleveren. Dit geldt ook voor kinderen,                                           Vitamine B2
                                                                                                                   Calcium
maar wel met het aandachtspunt dat de voedingsnormen voor hen minder                                               Visvetzuren
goed onderbouwd zijn, de voedingsbehoeftes sterk kunnen variëren               In aanvulling op bovenstaande
                                                                               voedingsstoffen gelden voor
afhankelijk van de groeisnelheid en daardoor de voedingsstatus lastiger te     de volgende groepen:
                                                                               Vrouwen                             Jodium
toetsen is. Monitoring van voedingsinname en -status (groei) is daarom
                                                                               Vrouwen en meisjes in de            IJzer
voor (jonge) kinderen extra belangrijk.                                        vruchtbare leeftijd
                                                                               Zwangere vrouwen                    Jodium                                Zink3
                                                                               Lacterende vrouwen                  Jodium                                Zink3
Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, en mensen               Mensen met een lage eiwit- en       Eiwit
                                                                               energie-inname                      Eiwitkwaliteit
met een lage eiwit- en energie-inname (door ziekte of een kwetsbare                                                Voedingspatroon en
                                                                                                                   voedingsstoffen in bredere zin
gezondheid) is meer aandacht en onderzoek nodig. Voor zwangere en
                                                                                Op basis van Voedselconsumptiepeiling 2019-2021 RIVM34
lacterende vrouwen wordt zink extra belangrijk (zie tabel 2) en voor
                                                                             1
                                                                             2
                                                                                Genoemde nutriënten worden een punt van aandacht bij de eiwittransitie
mensen met een lage eiwit- en energie-inname geldt dit voor eiwit en         3
                                                                                Vanwege een hogere zinknorm bij deze groepen, en in afwezigheid van inname- en statusgegevens
eiwitkwaliteit, maar in feite voor alle voedingsstoffen. Als deze groepen nu
al meer plantaardig willen eten, dan is voldoende informatie en
­begeleiding van een diëtist belangrijk. Hiervoor is het nodig dat onder
 andere diëtisten (aanvullend) worden opgeleid om gespecialiseerd advies
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 05 | Het vegetarische voedingspatroon Gezonde eiwittransitie | pagina 51 van 96
05
het vegetarische
voedingspatroon
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 05 | Het vegetarische voedingspatroon                                                                  Gezonde eiwittransitie | pagina 52 van 96
De commissie stelt dat het volgen van een vegetarisch voedingspatroon       chronische ziekten lager bij vegetariërs (zie hoofdstuk 3). De hoeveelheid
waarbij één keer in de week vis wordt gegeten een manier is om de           onderzoek naar spier- en botgezondheid bij vegetariërs is beperkt.
verhouding van 60% plantaardig en 40% dierlijk eiwit in Nederland vorm      ­Mogelijk is een geheel plantaardig voedingspatroon ongunstig voor de
te geven. In 2001 zijn hogere eiwitnormen voor vegetariërs en veganisten     botgezondheid.82 Vooral voor mensen met een veganistisch voedings­
geadviseerd om een mogelijk lagere eiwitkwaliteit te compenseren.            patroon kan het lastiger zijn om voldoende van alle voedingsstoffen
De commissie vindt op basis van nieuwe berekeningen dat deze hogere          binnen te krijgen die vooral in dierlijke producten zitten. In het algemeen
eiwitnorm voor ­vegetariërs niet meer nodig is. Naar de eiwitnorm voor       neemt bijvoorbeeld de prevalentie van een vitamine B12-tekort toe bij een
­veganisten is meer onderzoek nodig, dus deze blijft vooralsnog gelden.      afname van dierlijke voedingsmiddelen.98 Daarom geldt sinds 2009 voor
 Voor zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, mensen met         veganisten het advies een vitamine B12-supplement te gebruiken.28,140
 een lage eiwit- en ­energieinname, en kinderen die vegetarisch eten is wel
 extra aandacht nodig.                                                       Eiwitinname
                                                                             Er is weinig informatie over de nutriëntinname en -toereikendheid bij
 5.1      Het vegetarische voedingspatroon en gezondheid                     Nederlandse vegetariërs. Ten behoeve van dit advies zijn nutriëntinnames
 Een vegetarisch voedingspatroon (met 1x per week vis) is in Nederland       van mensen met een vegetarisch (met of zonder vis) waaronder ook een
 een van de mogelijke voedingspatronen die de verhouding 60%                 aantal mensen met een veganistisch) voedingspatroon vergeleken met
 ­plantaardig en 40% dierlijk benaderen.34,138 Mensen die vegetarisch eten   niet-vegetariërs op basis van de meest recente Voedselconsumptie­
  hebben de eiwittransitie dus al doorgemaakt en zijn daarmee als groep      peiling.34 Vegetariërs waren relatief vaak vrouw, van middelbare leeftijd en
  informatief voor de rest van de bevolking.                                 hoog opgeleid. Zowel voor niet-vleeseters als voor vleeseters gold dat een
                                                                             hogere opleiding samenhangt met een betere voedingsstatus. Vanwege
  In onderzoek uit Westerse landen hangt een vegetarisch voedingspatroon     mogelijke vertekening van de resultaten is de vergelijking daarom alleen
  vaak samen met een gezondere leefstijl: vegetariërs roken minder en zijn   bij vrouwen (18-79 jaar) uitgevoerd (n=70 van de in totaal 136
  lichamelijk actiever dan omnivoren.61 Ook zijn vegetariërs gemiddeld       ­vegetariërs).
  hoger opgeleid.34 Hoewel deze verschillen niet altijd worden gevonden,139
  kan dit onderzoeksresultaten vertekenen. Desondanks is het risico op
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 05 | Het vegetarische voedingspatroon                                                               Gezonde eiwittransitie | pagina 53 van 96
Iets meer dan 16% van de vrouwen die vegetarisch eten heeft een eiwit­    eten met 1x per week vis een manier is om te voldoen aan een aandeel
inname onder de gemiddelde behoefte als er gerekend wordt met het         van 60% plantaardig en 40% dierlijk eiwit.
werkelijke lichaamsgewicht ten opzichte van 10,2% van de vrouwen die
niet-vegetarisch eten. Als er gerekend wordt met het gezonde referentie-  Eiwitnormen en eiwitkwaliteit
gewicht dan liggen de percentages onder de 10%. Volgens de Voedsel-       De hoeveelheid eiwit kan een eventueel minder goede eiwitkwaliteit
consumptiepeiling hebben vrouwen vaker een eiwitinname onder de           compenseren. In 2001 is deze gedachte leidend geweest bij het bepalen
gemiddelde behoefte dan mannen en kinderen (zie hoofdstuk 3).             van de verhoging van de eiwitaanbevelingen met een factor 1,2 voor
De commissie verwacht daarom dat de percentages vegetarische mannen       mensen met een vegetarisch voedingspatroon.40 In het licht van de eiwit-
en kinderen met een eiwitinname onder de gemiddelde eiwitbehoefte niet    transitie naar meer plantaardige eiwitbronnen voor de gehele bevolking
hoger zal liggen dan bij de vegetarische vrouwen.                         zijn deze berekeningen herzien en uitgebreid met meer eiwitbronnen, met
                                                                          name plantaardige, en diverse combinaties daarvan. In dit advies heeft de
Een analyse in het Lifelines-onderzoek onder een grotere groep mensen     commissie de factor (van 1,3) voor veganisten niet herzien.40 Momenteel
met een vegetarisch voedingspatroon (n=2390) bevestigt de invloed van     is er nog weinig bekend over de huidige voedingsinname (welke eiwit-
lichaamsgewicht op de schattingen voor toereikendheid van de eiwit­       bronnen er worden gegeten en in welke combinaties) van deze groep.
inname (zie achtergronddocument Lifelines). Als gerekend wordt met het    Zo zijn veganisten vrijwel niet vertegenwoordigd in de Voedsel­
werkelijke lichaamsgewicht dan is het percentage vegetariërs (mannen en   consumptiepeiling.
vrouwen) dat onder de gemiddelde behoefte zit 12,9%. Als gerekend
wordt met het gezonde referentiegewicht dan is dit 7,2%. Van de 160       Voor vegetarische voedingspatronen zijn er volgens de commissie wel
mensen met een veganistisch voedingspatroon in het Lifelines cohort,      voldoende gegevens om de conversiefactor opnieuw te evalueren. Uit de
komt 22,2% (op basis van werkelijk gewicht) en 14,5% (op basis van het    nieuwe berekeningen van de commissie (zie achtergronddocument Eiwit-
referentiegewicht) onder de gemiddelde eiwitbehoefte uit.                 kwaliteit) blijkt dat wanneer twee eiwitbronnen, één dierlijke en één plant-
                                                                          aardige in een eiwitverhouding van 60:40 worden gecombineerd, dit in
De commissie concludeert dat gemiddeld genomen de huidige inname          geen enkele voorbeeldsituatie resulteert in een eiwitkwaliteit van <100%
van eiwitten onder vegetariërs voldoet aan de behoefte en dat vegetarisch (waarbij 100 of hoger optimaal is). Het aanpassen van de ­verhouding naar
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 05 | Het vegetarische voedingspatroon                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 54 van 96
40% dierlijk en 60% plantaardig eiwit verlaagt de eiwitkwaliteit van alle     van voedingsmiddelen en/of een verhoging van de inname van de
combinaties van twee producten. Wel blijft de eiwit­kwaliteit in een groot    hoeveelheid eiwit.
aantal voorbeeldcombinaties boven de 90%. Als het aantal bronnen van
twee naar drie wordt uitgebreid (één dierlijke bron en twee plantaardige      De commissie concludeert dat het met een meer plantaardig voedings­
bronnen), verhoogt dat over het algemeen de eiwit­kwaliteit. Voor de          patroon goed mogelijk is om voldoende eiwitten te eten en een eiwit­
meeste voorbeeldcombinaties wordt een waarde tussen de 95% en 100%            inname van voldoende kwaliteit te hebben. Wel is het dan van belang om
gevonden. De commissie merkt op dat ook mensen met een omnivoor               eiwitbronnen te combineren, wat in de praktijk kan betekenen dat bronnen
voedingspatroon onder de 100% uit kunnen komen.                               als peulvruchten vaker of in grotere hoeveelheden op het menu staan.
Binnen de berekende scenario’s werd de laagste waarde gevonden voor           In het kader van combineren noemt de commissie ontwikkelingen op het
de combinatie van rood vlees, aardappelen en paddenstoelen (81%).             gebied van (individuele) advisering over eiwitkwaliteit (zoals websites en
                                                                              apps). De commissie acht de hogere eiwitnorm voor alle vegetariërs ook
De berekeningen van de eiwitkwaliteit moeten worden gezien als                vanuit het oogpunt van het milieu niet meer zinvol en niet wenselijk.
­illustratief. Extra plantaardige eiwitbronnen, en/of andere verhoudingen in  Een aanbeveling om meer (eiwitten) te eten gaat immers gepaard met
 de combinatie van eiwitbronnen kunnen de resultaten beïnvloeden.             een hogere milieu-impact.
 Verder geldt dat er binnen enkele jaren nieuwe gegevens worden
 verwacht om eiwitkwaliteit beter te kunnen schatten (volgens de door         Overige voedingsstoffen
 experts geadviseerde DIAAS-methode).41 Ondanks de methodologische            Op basis van de Voedselconsumptiepeiling is de inname van de vitamines
 kanttekeningen geven deze theoretische berekeningen wél aan dat de           en mineralen apart geschat voor vegetarische (n=70) ten opzichte van de
 verschuiving van 60:40 naar 40:60 (dierlijk:plantaardig eiwit) bij een       niet-vegetarische vrouwen.34 De toereikendheid van vitamine A, vitamine
 ­gelijkblijvende hoeveelheid eiwit implicaties heeft voor de eiwitkwaliteit. B2 en calcium verschilde niet wezenlijk tussen de groepen. Hoewel de
  Bij deze transitie lijken er voldoende mogelijkheden om een omnivoor of     gemiddelde totale ijzerinname niet verschilde tussen de groepen, kwamen
  vegetarisch patroon met goede eiwitkwaliteit te realiseren. Bij verder-     vegetarische vrouwen vaker (18%) onder de gemiddelde ijzerbehoefte uit
  gaande verschuivingen is extra aandacht nodig voor goede combinaties        dan niet-vegetarische vrouwen (~10%). Voor zink geldt dat ruim 17% van
                                                                              de vegetarische vrouwen onder de gemiddelde zinkbehoefte uitkwam, ten
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 05 | Het vegetarische voedingspatroon                               Gezonde eiwittransitie | pagina 55 van 96
opzichte van 3,5% van de niet-vegetarische vrouwen. De inname van
vitamine B12 lag bij ruim 30% van de vegetarische vrouwen onder de
gemiddelde behoefte, ten opzichte van bij 10% van de niet-vegetarische
vrouwen. Innames van supplementen zijn hierbij niet meegenomen.
Omdat het een vergelijking van een kleine groep vegetarische vrouwen
betreft, zijn de gegevens lastig te beoordelen.
Een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf zonder vlees (met 1x per
week vis), waarbij vlees is vervangen door peulvruchten, noten en ei,
voorziet voor een aantal voedingsstoffen voor een aantal doelgroepen niet
volledig in de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Echter, ook als wel
vlees wordt gegeten geldt dit.97 In aanvulling hierop wordt bij het voedings-
patroon zonder vlees (met vis) de zinknorm niet volledig gehaald bij
jongens van 1 tot 13 en meisjes van 1 tot 8 jaar en wordt de norm voor
vitamine B12 niet volledig gehaald bij vrouwen die borstvoeding geven.97
De commissie concludeert dat het belangrijk is om de nutriëntinname en
-status voor mensen met een vegetarisch voedingspatroon op bevolkings-
niveau (beter) in kaart te brengen, omdat deze groep in de Voedsel­
consumptiepeiling in beperkte mate vertegenwoordigd is. Voor zwangere
of lacterende vrouwen, mensen met een lage eiwit- en energieinname, en
in aanvulling hierop kinderen die vegetarisch eten is extra aandacht nodig.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie Gezonde eiwittransitie | pagina 56 van 96
06
milieu-impact van
de eiwittransitie
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 57 van 96
Dierlijke eiwitten leveren een grotere milieu-impact dan plantaardige         dierlijke eiwitbronnen.141-144 Schattingen voor de milieu-impact van kweek-
eiwitten. Geschat wordt dat de eiwittransitie kan leiden tot een afname van   vlees zijn nog lastig te geven doordat de kweek- en productie­processen
ongeveer 25% in uitstoot van broeikasgassen en in landgebruik ten             nog volop in ontwikkeling zijn.145
opzichte van het huidige voedingspatroon. De commissie concludeert dat
meer verandering dan alleen de eiwittransitie nodig is om de klimaat­         6.1.1     Databases
doelstellingen te halen en binnen planetaire grenzen te blijven, zoals de     De ontwikkeling van databases met gegevens over de milieu-impact van
innovatie van productiesystemen en het tegengaan van voedsel­                 voedingsmiddelen heeft een belangrijke rol gespeeld in de kennis­
verspilling. De commissie vindt het van belang dat de milieu-impact van       ontwikkeling (zie kadertekst Levenscyclusanalyse op de volgende
eiwitbronnen en voeding verder gemonitord wordt. Daarnaast zijn er voor       pagina). De milieu-impact van voedingsmiddelen over de volledige
de Nederlandse situatie schattingen nodig van de milieuwinst die te           ­levenscyclus, van productie tot consumptie, wordt daarin steeds beter
behalen valt als overconsumptie wordt vermeden.                                meegenomen. Ook het aantal indicatoren van milieu-impact in de data-
                                                                               bases neemt toe. Dat is relevant omdat het effect op verschillende
6.1      Wetenschappelijke ontwikkelingen                                      ­milieu-indicatoren anders kan uitpakken. Een voorbeeld: bij biologische
Er is momenteel veel aandacht voor de duurzaamheid en de milieu-impact          landbouw is de uitstoot van broeikasgassen en de druk op biodiversiteit
van voedselsystemen, zowel in de maatschappij, bij de Nederlandse en            lager, maar is het landgebruik juist hoger dan in de gangbare land-
Europese overheid,10,23 in de private sector als in de wetenschap.              bouw.146,147 Het RIVM heeft de milieu-impact op zes milieu-indicatoren
­Investeringen in wetenschappelijk onderzoek op dit gebied hebben geleid        berekend voor verschillende voedingsmiddelen die in Nederland veel
 tot nieuwe kennis op dit gebied. Ook wordt onderzoek gedaan naar               worden gegeten (zie kadertekst Database milieubelasting voedings­
 ­duurzamere (alternatieve) eiwitbronnen, voedingspatronen en voedsel­          middelen op de volgende pagina, en paragraaf 6.2.3).
  productie zoals bijvoorbeeld het verlagen van emissies en kringloop­
  landbouw. Er valt op dit gebied nog veel te verwachten de komende jaren.
  Op het gebied van alternatieve eiwitbronnen gaat het om eiwitbronnen
  van zowel dierlijke (insecten of kweekvlees) als plantaardige (zoals lupine
  of algen) oorsprongmet een (potentieel) lagere milieu-impact dan reguliere
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 58 van 96
  Levenscyclusanalyse                                                                 Database milieubelasting voedingsmiddelen
  Voor de berekening van de huidige milieu-impact van voedingsgroepen of              Het RIVM heeft LCA-gegevens van zes milieu-indicatoren voor 250 voedings­
  producten wordt meestal een levenscyclusanalyse (LCA) gebruikt. Deze kan            middelen opgenomen in de database milieubelasting voedingsmiddelen. Voor het
  uitgevoerd worden voor een product of een proces en heeft betrekking op alle        berekenen van deze LCA-gegevens (uit LCI-databases) gebruikt het RIVM het
  fases van de levenscyclus. Bij een voedingsmiddel gaat het om de fases van          zogenaamde ReCiPe-model.157 Deze voedingsmiddelen dekken 75% van de
  productie, verwerking, verpakking, transport, verkoop, opslag, bereiding,           Nederlandse voedselconsumptie.158 Met extrapolaties naar andere voedings­
  consumptie en afval. Het resultaat van een LCA-analyse is een kwantitatieve         middelen is het op basis hiervan mogelijk om schattingen te doen van de
  schatting voor diverse milieu-indicatoren. Dit is een set vaste getallen waarbij    ­milieu-impact van het huidige Nederlandse voedingspatroon.157-159
  geen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen                      Uitstoot van broeikasgassen: een indicator voor de opwarming van de aarde.
  ­milieu-indicatoren. Een voorbeeld hierbij is dat veranderingen in landgebruik       De uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in de eenheid kg CO2-equivalent.
   effect hebben op uitstoot van broeikasgassen maar dit wordt niet meegenomen         Hiermee kunnen verschillende broeikasgassen bij elkaar opgeteld worden.
   in de LCA analyse.                                                                  Waterverbruik: een indicator voor de consumptie van zoetwater als gevolg van
                                                                                       menselijke activiteit. Het betreft irrigatiewater tijdens de teelt van gewassen, ook
   De getallen in een LCA-database zijn geen directe meetgegevens maar                 wel de blauwwatervoetafdruk genoemd. Waterverbruik wordt uitgedrukt in m3
   ­samengestelde getallen. De basis hiervoor vormen LCI (life cycle inventory)-data.  water.
    Dit zijn gegevens over alle relevante materaal- en emissiestromen gedurende de
                                                                                       Landgebruik: een indicator voor het gebruik van landoppervlakte. Daarin wordt
    gehele levenscyclus van een voedingsmiddel. LCI-data zijn soms directe
                                                                                       ook de transformatie meegenomen van een bepaald landoppervlak om het
    ­meetgegevens maar vaak extrapolaties of modelleringen van andere meet­
                                                                                       geschikt te maken voor productie. Landgebruik wordt uitgedrukt in de eenheid
     gegevens.148,149 Voorbeelden van inventarisatiedatabases zijn the Agrifootprint
                                                                                       m2*jaar: gebruikt oppervlak land vermenigvuldigd met de periode van gebruik.
     database van Blonk Consultants, the Agribalyse database van ADEME, de World
                                                                                       Verzuring van de bodem: een indicator voor de verandering van de zuurgraad in
     Food LCA-database van Agroscope en Quantis en Ecoinvent.150-153 Deze LCI-data
                                                                                       de bodem als gevolg van het neerslaan van reactieproducten van gassen zoals
     worden in de LCA-analyse met behulp van een model gecombineerd en vertaald
                                                                                       sulfaten, nitraten en fosfaten uit de lucht. Deze reactieproducten vormen zuren.
     naar milieu-impactindicatoren. Voor zowel de inventarisaties (LCI) als voor de
                                                                                       Verzuring wordt uitgedrukt in kg SO2-equivalent.
     LCA-methodieken bestaan internationale standaarden en Europese regels.154,155
     Momenteel wordt door de Europese Commissie ook een methode ontwikkeld voor        Vermesting van zoutwater en vermesting van zoetwater: Vermesting van
     het meten en communiceren over milieu-impact van producten en diensten.156        zout- en zoetwater zijn indicatoren voor de verrijking van de zout- en zoetwater-
                                                                                       omgeving door voedingsstoffen. Het gaat dan voornamelijk om stikstof- en
                                                                                       fosfaatverbindingen uit diverse bronnen. Vermesting wordt uitgedrukt in kg
                                                                                       N-equivalent (zoutwater) en kg P-equivalent (zoetwater).
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 59 van 96
Tegelijkertijd zijn er nog kennislacunes. Sommige indicatoren worden              binnen hetzelfde onderzoek.168 Deze gegevens gebruikt de commissie
zelden meegenomen, bijvoorbeeld omdat er nog geen standaard                       dan ook in dit advies om verschillen (tussen dierlijke en ­plantaardige
­meetmethode voor is. Biodiversiteit, overbevissing, gebruik van antibiotica      producten) te schatten. De commissie vindt het van belang dat er actuele
 en chemische vervuiling ontbreken daarom meestal als uitkomst­                   data over de milieu-­impact van voedingsmiddelen zijn en dat
 indicatoren.160,161 Verder is een verfijning van de gegevens binnen              ­veranderingen in milieu-impact over de tijd gemonitord worden.
 ­productgroepen nodig. Daarbij zijn gegevens nodig waarbij rekening               De commissie vindt het daarbij ook van belang dat de herkomst van
  wordt gehouden met verschillen in productieprocessen, productie­                 ­gegevens over milieu-impact transparanter wordt. Die transparantie voor
  systemen (gangbaar, biologisch of kringlooplandbouw) en locatie van               zowel de LCA-berekeningen van milieu-­impact (LCA) als de bron­
  productie.160,162                                                                 gegevens (LCI) is nodig om data beter te kunnen beoordelen en onzeker-
                                                                                    heden te verkleinen.
  Rapportage van onzekerheid is een aandachtspunt bij het beter in kaart
  brengen van de milieu-impact van voeding. De Gezondheidsraad wees                 6.1.2   Modellen
  hier in 2011 al op.115,163 Onzekerheden zitten in de meetgevens zelf en in        Op het gebied van consumptiepatronen, productiesystemen, en
  de rekenmodellen die worden gebruikt164 (zie kader Levenscyclus­analyse).         ­duurzaamheidsindicatoren wordt veel geïnvesteerd in het ontwikkelen van
  Ook resulteert de berekening van de milieu-impact van een product vaak             rekenkundige modellen.169-171 Deze modellen worden gebruikt om de
  in 1 getal, terwijl dit getal in de praktijk voor ditzelfde product soms anders    complexe relaties binnen het voedselsysteem te bestuderen, bijvoorbeeld
  kan zijn, afhankelijk van productieproces, exacte teelt of transport. Over         op het gebied van milieu en voedingskundige aspecten. Ook kunnen
  de tijd kunnen deze gegevens bovendien ­veranderen. Onzekerheden                   met dergelijke modellen effecten van toekomstige veranderingen (in
  worden wel erkend maar meestal niet ­gekwantificeerd.164,165 Uit vergelij-         consumptie, productie of beleid) worden gesimuleerd. Voorbeelden zijn
  kingen van analyses met verschillende databronnen blijkt dat er voor-              modellen gericht op voedselconsumptiepatronen, modellen gebaseerd op
  zichtig moet worden omgegaan met de ­interpretatie van de getallen in              productiesystemen en modellen waarbij het gehele voedselsysteem in
  absolute zin en de vergelijking van de onderzoeken onderling.166,167 Wel           kaart wordt gebracht, inclusief de sociale en economische factoren.
  zijn milieu-impactdata bruikbaar om verschillen tussen productgroepen in           De ontwikkeling op dit gebied gaat richting het integreren van zo veel
  beeld te krijgen en om effecten van consumptieveranderingen te schatten
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                            Gezonde eiwittransitie | pagina 60 van 96
mogelijk componenten van het voedselsysteem.172 Vooralsnog zijn diverse     dergelijk model gebruikt om de milieu-impact van het systeem te schatten
modellen aanvullend aan elkaar.                                             bij de verwachte toename in vraag naar voedsel in de komende
                                                                            decennia.175 Voor de Europese context is het Circular Food System model
Modellen met informatie over voedselconsumptie en milieu-impact kunnen      (CiFoS) ontwikkeld171 (zie kadertekst Een model voor kringlooplandbouw:
worden gebruikt om gewenste consumptiepatronen te identificeren,            CiFoS op de volgende pagina).
bijvoorbeeld een voedingspatroon dat zowel voedingskundig toereikend is
als een lage milieu-impact heeft (zie ook Hoofdstuk 6.2.2).173 De modellen
kunnen zowel op innamegegevens van individuen als van groepen
­gebaseerd zijn. Voor de milieu-impact gebruiken deze modellen vaste
 (LCA-)getallen voor de milieu-impact per voedingsmiddel. Dit geldt ook
 voor het Optimeal en het SHARP-model.86 87 LCA-data zijn geschikt om
 een indicatie te geven van de milieu-impact van het huidige voedings­
 patroon en om de milieu-impact van relatief kleine veranderingen in te
 schatten.174 Voor het analyseren van grote veranderingen in voedsel­
 consumptie (op populatieniveau) of van productie zijn (vaste) LCA-data
 niet meer geschikt, omdat het voedselsysteem dan moet meeveranderen
 en daarmee ook de LCA-data veranderen. Dan zijn er modellen nodig van
 het productiesysteem.174 Daarin wordt rekening gehouden met de
 hoeveelheid beschikbaar land, welk type land geschikt is voor welke teelt,
 en met eventuele samenhang in de productieketens (zoals rundvlees van
 geslachte melkkoeien en zuivel). De resultaten die dergelijke modellen
 geven zijn hoeveelheden geproduceerde grondstoffen, en eventueel ook
 de bijbehorende voedingsstoffen en/of milieu-impact, die het productie­
 systeem levert, voor een bepaald land of regio. Op wereldschaal is een
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 61 van 96
  Een model voor kringlooplandbouw: CiFoS (Circular Food System-model)
                                                                                        veranderingen nodig zijn. De planetaire grenzen geven aan binnen welke
  Het CiFoS-model is ontwikkeld om een duurzaam Europees voedselsysteem te
                                                                                        milieukaders de voedselproductie moet blijven om blijvend gebruik te
  ontwerpen. Het model bevat informatie over alle componenten van het
  ­productiesysteem zoals types land (bijvoorbeeld grasland), productiegegevens         kunnen maken van de aanwezige hulpbronnen op aarde en daarmee
   van dierlijke en plantaardige voeding, visserij en afvalstromen. Het model ­         toekomstige generaties te kunnen voorzien van gezonde voeding.17
   berekent ­combinaties en hoeveelheden product, door het systeem geleverde            Verondersteld wordt dat ecosystemen instabiel worden als planetaire
   voedingsstoffen en milieu-impact van diverse scenario’s. Binnen scenario’s
                                                                                        grenzen worden overschreden.
   kunnen diverse eisen worden gesteld. Zo kunnen de EFSA-voedingsnormen of
   hoeveelheden voedingsmiddelen als voedingskundige eisen worden ingevoerd en
   kan voor uitstoot van broeikasgassen een maximale waarde worden gegeven.             Hoewel voorspellingen van toekomstige milieudruk en schattingen van
   Binnen deze kaders zoekt het model naar de optimale combinatie van producten.        planetaire grenzen de nodige onzekerheid kennen,175 is het beeld dat uit
   De milieu-impact wordt berekend op basis van formules volgens internationale         verschillende analyses opkomt consistent. Veranderingen in consumptie
   standaarden.      171
                         Het CiFoS-model kan circulariteit toepassen. Dit betekent dat
                                                                                        zijn nodig, maar op zichzelf onvoldoende.6,113,175 De milieu-impact van
   afval of bijproducten van een bepaald proces elders in de keten worden gebruikt.
                                                                                        productiesystemen en voedselverspilling moeten ook omlaag (figuur 6).
   Het minimaliseren van de milieu-impact voorkomt dat producten die geschikt zijn
   voor menselijke consumptie aan dieren worden gevoerd; diervoeding zal
   ­grotendeels bestaan uit overgebleven landbouwproducten en grasland.                 Wat consumptie betreft zijn er in westerse context, en ook voor
    Andere uitgangspunten zijn dat alle eetbare delen van vee kunnen worden             ­Nederland, twee belangrijke strategieën voor het verminderen van de
    ­geconsumeerd (ook orgaanvlees) en dat gebruik van meststoffen zoveel mogelijk
                                                                                         milieu-impact van de voeding. De eerste is het voorkomen van over­
     circulair is. Dit laatste betekent dat overbemesting wordt voorkomen en er zo veel
                                                                                         consumptie (meer energie consumeren dan nodig) en de tweede is de
     mogelijk gebruik wordt gemaakt van compost.171
                                                                                         verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon: de eiwit­
                                                                                         transitie.111,113,115 In westerse landen zoals Europa is namelijk sprake van
6.2        Milieu-impact                                                                 overconsumptie in het algemeen en is de consumptie van vlees en zuivel
6.2.1      Voedingspatronen binnen planetaire grenzen                                    veel hoger dan het gemiddelde wereldwijd.166 In een systematische review
Schattingen van de milieu-impact van voedselsystemen worden steeds                       van internationale modelleringsstudies naar gezonde voedingspatronen
beter. Door deze af te zetten tegen bepaalde grenzen (zoals de klimaat-                  met een lagere milieu-impact werd geconcludeerd dat een deel van de
doelstellingen of de planetaire grenzen) kan worden nagegaan welke
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 62 van 96
milieuwinst wordt verklaard door een verlaging van de totale voedsel­                Ook zijn schattingen in de omgekeerde richting gedaan: Hoe ziet een
inname.176                                                                           voedingspatroon eruit als wordt uitgegaan van de planetaire grenzen?
                                                                                     Hierbij wordt verondersteld dat tegelijk ook de voedselproductie efficiënter
                                                                                     wordt en de voedselverspilling sterk vermindert.6,113 Bij het zogenaamde
Kaderstellend: wat is er nodig om de milieu-impact van voeding te verlagen?
                                                                                     EAT-Lancet-voedingspatroon blijft de impact ervan binnen de planetaire
         Productie                                             Consumptie            grenzen.113 De totale energie-inname is in deze analyse ongeveer gelijk
           Efficiënter                                     Minder eten (niet meer
                                                                                     gehouden aan de huidige inname. Geschat wordt dat de consumptie van
          produceren                                     energie en eiwit dan nodig)
                                      Verspilling                                    rood vlees moet dalen tot maximaal ongeveer 1 portie per week en dat de
                                   Verspilling in de
                                                                                     consumptie van noten, groente, fruit en vooral peulvruchten sterk stijgt.
                                  keten verminderen
                                                                                     Andere schattingen, waarbij de klimaatdoelstellingen als uitgangspunt zijn
                                                                                     genomen, vallen voor vlees minder extreem uit en hebben vooral
           Emissies                                             Minder dierlijk,     ­betrekking op de de bevolkingsgroep met de hoogste consumptie van
           verlagen                                            meer plantaardig
                                                                                      rood vlees: De 20% van de bevolking die het meeste rood vlees eet zou
                                                                                      deze met 40% moeten beperken.6 Als uitgegaan wordt van kringloopland-
                                   Verspilling bij de
                               consument verminderen
                                                                                      bouw levert dat voedingspatronen met andere dierlijke eiwitbronnen op
                                                                                      dan het EAT-Lancet voedingspatroon en wordt een lagere milieu-impact
       Meer productie van                                     Keuze voor variant
         plantaardige                                       binnen voedingsgroep      geschat.177
       voedingsmiddelen                                   met minder milieuimpact
                                                                                      Voor de Nederlandse situatie is door het Wereld Natuur Fonds (WNF)
                                                                                      onderzocht hoe een voedingspatroon binnen planetaire grenzen eruit zou
                                                                                      zien.178 Daarbij is gebruik gemaakt van het Optimeal® model. Er is
                                                                                      ­uitgegaan van vijf planetaire grenzen: uitstoot van broeikasgassen,
Figuur 6 Aanpassingen in productie en consumptie die de milieu-impact van voeding      ­landgebruik, stikstofoverschot, fosfaatgebruik en irrigatiewatergebruik.
verlagen                                                                                Aannames zijn gedaan over toekomstige efficiëntere productiesystemen,
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 63 van 96
gebruik van groene energie en een afname van voedselverspilling.          om milieu-impact van het voedingspatroon te verlagen165 en zij vindt
Het gemodelleerde voedingspatroon binnen planetaire grenzen bevat veel    daarom dat er gegevens moeten komen om de effecten van de
minder vlees (rond 1 portie per week), minder kaas en meer groente en     ­consumptieverschuivingen en -verminderingen afzonderlijk te kunnen
fruit, noten, peulvruchten, soja en vleesvervangers dan het huidige        kwantificeren. Verder zijn in de WNF-studie aannames gedaan over
voedingspatroon. Het aandeel plantaardige eiwitten bedraagt tussen de      ­efficiënter produceren en een vermindering van voedselverspilling.
64 en 74% en de totale hoeveelheid eiwitten daalt met 4-7%. De auteurs      Er zijn wel extra maatregelen nodig om de doelen voor reductie van
concluderen dat een aandeel van 60% plantaardige eiwitten net niet          ­voedselverspilling te kunnen halen.179 Dit onderstreept het belang van
genoeg is om binnen planetaire grenzen te blijven, maar dat 80 of 100%       veranderingen op het gebied van zowel productie, verspilling als
plantaardig niet nodig is, mits wordt voldaan aan de aannames om             consumptie.
­duurzamer te produceren. Bij dit voedingspatroon daalt ten opzichte van
 het huidige voedingspatroon de uitstoot van broeikasgassen met 49-83%,      Eerdere Nederlandse studies, op basis van Optimeal® met een
 dalen landgebruik, fosfaatgebruik, stikstofoverschot en biodiversiteits­    ­beperktere set aan milieu-indicatoren, lieten een vergelijkbaar beeld
 verlies met 50-80% en is er een verandering in irrigatiewatergebruik van     zien.1,104 De grootste verandering naar een voedingspatroon waarbij
 +7% (bij vrouwen) en -43% (bij mannen).178 De onderzoekers hebben bij        klimaatdoelstellingen (een reductie van CO2-equivalenten van 50% in
 de ontwikkeling rekening gehouden met haalbaarheid, maar niettemin           2030 en 75% in 2050) worden gehaald is minder vlees eten en een kleiner
 betekent het voedingspatroon binnen planetaire grenzen een grote             aandeel dierlijk eiwit.104 De auteurs hebben echter twijfels over de
 ­verandering voor wat betreft de vleesconsumptie.                            ­maatschappeljike acceptatie van deze voedingspatronen en wijzen
                                                                               daarom op de noodzaak van innovaties in voedselproductie.104
  De aanname in de studie van het WNF is dat de energie-inname gelijk          ­Berekeningen van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) kwamen in
  blijft aan die in het huidige voedingspatroon. De huidige voedsel­            2019 uit op een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 30-40%
  consumptie is echter te hoog; veel mensen hebben overgewicht of               en van landgebruik van 25-40% ten opzichte van het huidige voedings­
  obesitas. Er zijn geen schattingen uit Nederlandse studies gevonden           patroon (2010) voor een combinatie van met name minder vlees of dierlijk
  van het effect van (alleen) overconsumptie op milieu-indicatoren.             eiwit eten, minder voedsel verspillen, en efficiënter en zorgvuldiger
  De commissie constateert dat dit aspect onderbelicht is als een manier        ­produceren.1 Het beschikbare onderzoek laat dus zien dat een combinatie
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 64 van 96
van veranderingen in consumptie, minder voedsel verspillen en efficiënter    vleesvervangers, de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de
produceren nodig is.1,104,178                                                ­voedselconsumptie tot een derde kan verminderen.112
6.2.2. Milieuwinst van de eiwittransitie                                      Binnen het Nederlandse voedingspatroon komt de milieu-impact
Het geheel of gedeeltelijk vervangen van dierlijke door plantaardige eiwit-   ­voornamelijk door dierlijke producten.158 Deze geconsumeerde producten
bronnen in het voedingspatroon kan dus een belangrijke bijdrage leveren        leveren de grootste bijdrage aan uitstoot van broeikasgassen, land­
aan het verlagen van de milieu-impact van het voedingspatroon.                 gebruik, verzuring en vermesting (zoet en zout water). Het gaat dan
Het effect van dergelijke voedingspatronen (vegetarische, inclusief            ­voornamelijk om vlees, zuivel en kaas en in mindere mate om vis en ei.
­veganistische, voedingspatronen, en voedingspatronen met weinig vlees)         De impact van vis is laag omdat er relatief weinig van geconsumeerd
 is in diverse systematische reviews van internationale studies onder-          wordt. In de samenstelling van het huidige voedingspatroon leveren
 zocht.165,180-182 De geschatte effecten lopen sterk uiteen vanwege de grote    ­plantaardige producten de grootste bijdrage aan watergebruik; het gaat
 methodologische verschillen tussen de studies. De afname in milieu-­            dan niet om eiwitbronnen maar voornamelijk om fruit, vruchten- en
 impact lijkt min of meer evenredig met de afname van de hoeveelheid             groentesappen, koffie en thee.
 vlees in de voeding, met een (mediane) afname van tussen de 20-30% in
 zowel uitstoot van broeikasgassen, land- en watergebruik.181                    Uit Nederlands onderzoek met substitutiemodellen (waarbij het effect van
 Voor voedingspatronen waarin veel rood vlees (zoals van rund) wordt             het vervangen van voedingsmiddelen wordt onderzocht) wordt geschat
 gegeten levert het vervangen daarvan door varkensvlees en wit vlees             dat het verminderen van dierlijke productgroepen in het voedingspatroon
 (zoals kip) milieuwinst (20-30% lagere uitstoot van broeikasgassen ten          of de vervanging door plantaardige alternatieven gepaard zal gaan met
 opzichte van de uitstoot van het bestaande voedingspatroon).165                 een verminderde milieu-impact (achtergronddocument Modelling
 Verder kunnen vlees- en zuivelvervangers een rol spelen in het het              studies).85,94,183,184 Een gedeeltelijke vervanging van dierlijke producten
 verminderen van de milieu-impact van het voedingspatroon.                       (verlaging vlees- en zuivelconsumptie met 30% of halvering van vlees- en
 Een modelleringsstudie onder een aantal Europese landen liet zien dat bij       matige verlaging van zuivelconsumptie) verlaagt zowel broeikasgas­
 vervanging van 75% van het vlees uit huidige voedingspatronen door              uitstoot als landgebruik met ongeveer 15% ten opzichte van het huidige
                                                                                 voedingspatroon.85,183,184 Volledige vervanging van vlees en zuivel door
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 65 van 96
plantaardige producten verlaagt de broeikasgasuitstoot met 47% en het       huidige voedingspatroon. De werkelijke reductie in uitstoot van
landgebruik met 41-50%.85,184 Uit een modelleringsstudie onder oudere       ­broeikasgassen kan overigens groter zijn omdat ander landgebruik
Nederlanders bleek dat ten opzichte van een gezond voedingspatroon           ook effect heeft op de uitstoot.186 Hiermee is in deze onderzoeken geen
(volgens de Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen) met een          rekening gehouden. In het SHARP-optimalisatiemodel is alleen gekeken
verhoogd eiwitgehalte (1,2 g/kg lichaamsgewicht) een 50% reductie in         naar broeikasgasuitstoot, deze wordt 22-24% lager. Uit beide onder­
uitstoot van broeikasgassen (en 30% in landgebruik) ten gevolge van het      zoeken blijkt dat de verschuiving gepaard gaat met een afname van de
gebruikelijke voedingspatroon bij deze groep gepaard ging met een            totale eiwitinname met 11-13%. Deze afname betekent dat als er meer
­kleinere verschuiving in consumptie van dierlijk eiwit (van 55% naar 50%).  plantaardige eiwitbronnen worden geconsumeerd, en de hoeveelheid
 Deze groep had een relatief hoge consumptie van rood vlees dat in de        geconsumeerde energie gelijk blijft, de hoeveelheid eiwitten in de voeding
 studie allemaal werd vervangen door gevogelte zoals kip en in mindere       af zal nemen. In het SHARP optimalisatiemodel is naast een reductie in
 mate door varkensvlees. Verder werden plantaardige eiwitbronnen             uitstoot gestreefd naar een eetpatroon waarbij voldaan werd aan de
 verhoogd.185 Als er veel rood en bewerkt vlees wordt geconsumeerd kan       ­Richtlijnen goede voeding 2015 (zie achtergronddocumenten Modelling
 er dus ook milieuwinst worden geboekt door dit te vervangen door wit         studies en SHARP).
 vlees.
                                                                              6.2.3    Milieu-impact van eiwitbronnen
 Er zijn twee studies naar het effect van de verschuiving naar een            Consumptie van dierlijke voedingsmiddelen draagt meer bij aan de
 voedingspatroon met een verhouding van 40% dierlijke en 60% plant­           uitstoot van broeikasgassen, landgebruik, en indirect aan verlies van
 aardige eiwitbronnen op milieu-impact in Nederland. Het Planbureau voor      biodiversiteit dan van plantaardige voedingsmiddelen.1,7,187 De verschillen
 de Leefomgeving (PBL) heeft dit effect onderzocht en ook is ten behoeve      in milieu-impact tussen dierlijke en plantaardige eiwitbronnen worden
 van dit advies het SHARP-model gebruikt om dit effect te schatten1 (zie      veroorzaakt door de inefficiënte omzetting van plantaardige eiwitten naar
 achtergronddocument SHARP). De twee onderzoeken hebben een                   dierlijke eiwitten.166,188 Geschat wordt dat voor de productie van één
 ­vergelijkbare uitkomst. Een verschuiving naar een voedingspatroon met       ­kilogram dierlijk eiwit gemiddeld zes kilogram plantaardig eiwit nodig is,
  60% plantaardig eiwit geeft naar schatting een reductie van 25% in zowel     waarvan drie kilogram plantaardig eiwit dat ook eetbaar is voor
  uitstoot van broeikasgassen als in landgebruik ten opzichte van het          mensen.189,190 Figuur 7 (op pagina 68) geeft de milieu-impact van een
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 66 van 96
aantal eiwitrijke voedingsmiddelen op verschillende indicatoren weer.         Ook op andere indicatoren is van de plantaardige eiwitbronnen de
De gegevens komen uit de database milieubelasing voedingsmiddelen die         ­milieu-impact van noten het grootst (vergeleken met peulvruchten, brood,
gebaseerd is op vaste LCA-gegevens per voedingsmiddel. Hierin is geen          pasta en rijst). Uitgedrukt per kg product is de milieu-impact van vochtrijke
rekening gehouden met de samenhang binnen productiesystemen (zoals             producten (melk, yoghurt, sojamelk, aardappelen) niet direct te vergelijken
kip en ei; vlees van melkkoeien en melk). Hieruit blijkt dat per kilogram      met de andere productgroepen. Daarvoor zou de milieu-impact uitgedrukt
product dierlijke eiwitbronnen vergeleken met plantaardige eiwitbronnen        per kg eiwit relevanter zijn. Uitgedrukt per kilogram eiwit ligt de milieu-­
vooral sterker bijdragen aan uitstoot van broeikasgassen en landgebruik        impact van plantaardige producten dichterbij die van dierlijke producten,
(zie figuur 7). Dat geldt ook voor het effect op verzuring van de bodem en     omdat plantaardige producten relatief minder eiwitten bevatten. De impact
vermesting van zout water (niet weergegeven in figuur 7).157 Wel zijn er       is dan nog altijd lager die dan van dierlijke producten. De database bevat
aanzienlijke verschillen tussen dierlijke eiwitbronnen: de impact van rund-    geen informatie over variatie in schattingen van milieu-impact binnen
vlees van vleeskoeien is hoger dan die van varkensvlees, en die is weer        productgroepen. Uit een vergelijking van producten wereldwijd blijkt dat de
hoger dan die van kip, ei en vis. Ten opzichte van andere dierlijke eiwit-     variatie groot kan zijn, maar daarbij blijft staan dat dierlijke producten een
bronnen is echter nog relatief weinig bekend over de milieu-impact van         hogere milieu-impact hebben dan plantaardige producten.2
(typen) vis en zeevoedsel.191 De huidige schattingen laten zien dat de
variatie in impact tussen verschillende vissoorten groot is.                   Bij dierlijke producten levert het primaire productieproces (waaronder het
                                                                               voer, en bij runderen de emissie van methaan) de grootste impact op het
Wat irrigatiewatergebruik betreft lijken plantaardige en dierlijke eiwit-      milieu. Bij plantaardige producten is dit ook de teelt, maar dragen fases
bronnen ongeveer in dezelfde orde van grootte te zitten, met uitzondering      van verwerken, verpakken, transporteren, bewaren en bereiden relatief
van cashewnoten en andere noten die een hoog irrigatiewatergebruik             gezien meer bij.193 Vlees- en zuivelvervangers worden gemaakt van plant-
hebben.157 Hierbij merkt de commissie op dat dit alleen geldt voor irrigatie-  aardige ingrediënten zoals soja (zie achtergronddocument Vlees- en
water. Uit een systematisch onderzoek blijkt het totale watergebruik (dus      zuivelvervangers: voedingswaarde). Deze hebben dan ook een lagere
inclusief regenwater) van dierlijke eiwitbronnen juist hoger te liggen dan     milieu-impact dan dierlijke eiwitbronnen (zie figuur 7). Wel is soms meer
dat van plantaardige eiwitbronnen.192                                          energie nodig voor de verwerking van ingrediënten en verdere productie.
                                                                               Afhankelijk van het type product wordt een groot deel, of het grootste
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 67 van 96
deel, van de ­milieu-impact van vlees- en zuivelvervangers bepaald door    Uit recente analyses met het Europese voedselsysteemmodel CiFoS
het productieproces.194 Hiervoor is het verlagen van emissies van          (preprint Nature Food) blijkt dat met kringlooplandbouw inderdaad grotere
­productiesystemen van belang.                                             verbeteringen voor het milieu kunnen worden bereikt wanneer de hoeveel-
                                                                           heid eiwit (dierlijk:plantaardig) verschuift van 60:40 naar 40:60 dan met
 6.2.4  Kringlooplandbouw                                                  het huidige systeem.198 Als de huidige inname van de totale hoeveelheid
 Voorgaande berekeningen gaan uit van verandering in de voedsel­           eiwit en ook de verhouding van 60% dierlijk en 40% plantaardig eiwit
 consumptie binnen huidige voedsel(productie)systemen. In voedsel­         gehandhaafd blijft, bevat het geoptimaliseerde voedingspatroon op basis
 systeemmodellen kunnen ook effecten van grotere aanpassingen worden       van kringlooplandbouw vooral veel minder rood vlees, maar ook minder
 gemodelleerd, zoals de aanpassing naar kringlooplandbouw.7                eieren en zuivel en meer vis, kip en granen. Dit betekent dat kringloop-
 De wetenschappelijke adviesraad van de EU (Science Advice for Policy      landbouw, samen met de verschuiving naar een gezonder voedings­
 by European Academies (SAPEA)) merkt een dergelijk voedselsysteem         patroon, een aanzienlijke milieuwinst kan opleveren. Wanneer in het
 aan als een veelbelovend ontwerp voor een toekomstbestendig               model gestreeft werd naar een voedselsysteem waarin zowel land als
 systeem.195 Bij kringlooplandbouw worden voedingsstoffen zo hoog-         broeikasgassen binnen de grenzen van de planeet blijven dan was het
 waardig mogelijk benut. Dat betekent dat dieren alleen de reststromen     noodzakelijk om de totale eiwitinname te verlagen van de huidige inname
 van voedsel­productie krijgen die niet geschikt zijn voor consumptie door (gemiddeld 80 gram) naar de gemiddelde behoefte (46 gram per persoon
 de mens. Verder betekent het dat koeien alleen grazen op land dat niet    per dag). Het optimale percentage dierlijk eiwit is dan nog steeds 40%,
 geschikt is voor de productie van voedsel voor mensen. Bij kringloopland- maar de totale consumptie van dierlijk eiwit gaat dan omlaag naar 18
 bouw blijft dus ruimte voor een bepaald aandeel dierlijke producten.7,196 gram per persoon per dag.198 Dit is ruim onder de huidige Nederlandse
 Het gaat dan wel om minder dierlijke producten dan momenteel wordt        consumptie van dierlijke eiwitten (48 gram voor volwassenen).34,198
 geconsumeerd en minder dan in huidige voedingsrichtlijnen wordt
 ­aanbevolen.197 Een circulair systeem vraagt dus ook om veranderingen in
  voedsel­consumptie.
  Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 06 | Milieu-impact van de eiwittransitie                                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 68 van 96
Dierlijke eiwitbronnen hebben over het algemeen een grotere milieu-impact dan plantaardige eiwitbronnen
                               Eiwit in gram                 Broeikasgasemissie in kg CO2-equivalent            Landgebruik in m2/jaar           Irrigatiewaterverbruik in m3
              Dierlijke        (per 100g product)            (per kg product)                                   (per kg product)                 (per kg product)
              producten       0      10     20    30        0        5        10   15     20       25 30        0       5        10    15       0        0,5     1,0     1,5  2,0
  Kipfilet
  Rundergehakt
  Varkensschouderkarbonade
  Koolvis (gekookt)
  Goudse kaas 48+
  Zalmfilet (gekweekt)
  Hollandse garnalen
  Ei
  Yoghurt (halfvol)
  Melk (halfvol)
              Plantaardige
              producten
  Pinda’s (ongezouten)
  Tahoe
  Cashewnoten
  Vegetarische hamburger
  Volkorenbrood
  Bruine bonen
  Kikkererwten
  Witte pasta
  Champignons
  Sojadrink
  Witte rijst
  Aardappelen
                              0      10     20    30        0        5        10   15     20       25 30        0       5        10    15       0        0,5    1,0      1,5  2,0
Figuur 7 Impact van diverse dierlijke en plantaardige eiwitbronnen op uitstoot van broeikasgassen en landgebruik (per kg product).157
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid Gezonde eiwittransitie | pagina 69 van 96
07
perspectieven voor
beleid
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 70 van 96
Om de eiwittransitie te realiseren is een brede aanpak nodig die verder       constateert desondanks dat een versnelling van de eiwittransitie nodig is
gaat dan de verantwoordelijkheid van de individuele consument.                om van de huidige 43% plantaardig eiwit uit te komen op een aandeel van
Een brede aanpak omvat het creëren van een sociale, fysieke,                  50% in 2030, het huidige beleidsdoel. Dit geldt des te meer als er verder
­economische en politieke voedselomgeving waarin gezonde en duurzame          opgeschoven moet worden naar een aandeel plantaardig eiwit van 60%.
 voeding de standaard worden. Dit houdt onder meer in dat het voedsel­
 aanbod gezonder en duurzamer wordt en dat voedsel­vaardigheden               De eiwittransitie vraagt om een verandering in gedrag van een groot deel
 worden verbeterd. Alle partijen in de voedselketen, van producenten tot      van de populatie, en gedragsverandering is niet eenvoudig te realiseren.
 overheid, hebben hierin een rol te vervullen. De commissie vindt kennis      Het huidige voedselbeleid richt zich sterk op voorlichting (het Voedings-
 over gedragsverandering een belangrijke bouwsteen voor toekomstig            centrum) en recenter ook op nudging (aanpassingen in de omgeving die
 beleid en voor beleidsadvisering. Daarom vindt ze het van belang dat         gedrag onbewust sturen).200 De overheid gaat daarbij vooral uit van
 onderzoek naar effectieve ­beleidsinterventies gericht op de voedsel­        consumptie als individuele keuze. Dit legt veel verantwoordelijkheid bij de
 omgeving en gedrags­verandering gestimuleerd wordt.                          individuele consument en dat is een te beperkte aanpak om gedrag te
                                                                              kunnen veranderen. Voedselconsumptie is het resultaat van interacties
 7.1      Brede aanpak                                                        tussen allerlei factoren op verschillende niveaus (van sociale groepen, de
 De commissie geeft in dit advies een aantal hoofdpunten mee die op de        fysieke voedselomgeving en op macroniveau (politiek en economisch)
 korte termijn kansen bieden voor beleid. Ze doet dit op basis van recente    (zie figuur 8 op de volgende pagina).201-203 Alleen via veranderingen op al
 systematische reviews en onderzoek dat voor de Nederlandse context           deze niveaus zal de eiwittransitie voor consumenten mogelijk en haalbaar
 relevant is. De commissie signaleert hierbij dat verder onderzoek naar de    worden.200,202,204-206
 sociale, fysieke, economische en politieke voedselomgeving van belang is
 voor het ontwikkelen van toekomstig beleid.
 Het aandeel plantaardige eiwitten in het Nederlandse voedingspatroon
 stijgt en het aandeel dierlijk daalt (zie hoofdstuk 2) en een groot deel van
 de bevolking lijkt bereid te zijn om minder vlees te eten.199 De commissie
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid                                                                                              Gezonde eiwittransitie | pagina 71 van 96
Voedingsgedrag is het resultaat van verschillende omgevingsinvloeden                           gezondheidseffecten van voedselconsumptie is nodig maar op zichzelf
                                                                                               onvoldoende voor het veranderen van gedrag.202,207
                                         Het macro-systeem
                                                  Politiek
                        Demografie                                       Economie              Veel mensen weten niet goed hoe ze gezonde, smaakvolle maaltijden
                                                Fysieke
                                          voedselomgeving                                      kunnen bereiden.208,209 Een gebrek aan voedselvaardigheden (zoals in
                           Toegankelijkheid, aanbod en informatievoorziening:
                                                                                               staat zijn om een maaltijd samen te stellen, te bereiden en recepten toe te
                        Kantines                                           Catering
                                          Sociale omgeving
                                                                                               passen) kan een barrière zijn om consumptiepatronen te veranderen.202
                Supermarkten                                                       Product-
                                       Sociaal-economische positie                informatie   Het belang van voedselvaardigheden wordt vaak onderschat.202
            Restaurants          Religie                         Leefstijl             Reclame
                                              Individuele                                      ­Onderzoek gericht op het verbeteren van voedselvaardigheden onder
                            Cultuur             factoren              Relaties
                                          Voedselvaardigheden                                   groepen met een lagere sociaal-economische status laat beperkte, maar
                        Sociale                                             Sociale
                                     Kennis                 Intenties
                        normen                                            netwerken             positieve effecten daarop zien.210 Naar de effecten op voedingsinname op
                                  Attitude     Voedings- Voorkeuren
                                                 gedrag                                         de langere termijn is meer onderzoek nodig.210
Figuur 8 Meerdere niveaus van effecten op voedingsgedrag.
                                                                                                7.2.2     De sociale omgeving
7.2.1    Individuele factoren                                                                   Factoren in de sociale omgeving (cultuur en religie, relaties, sociale
Op individueel niveau spelen onder meer kennis, attitude, intenties en                          netwerken, leefstijl en sociaal-economische positie) spelen een
voedselvaardigheden en voorkeuren een rol.202,205 Voorlichting over                             ­belangrijke rol in het vormen van voedselgedrag. Dit gaat deels via de
gezonde, duurzame en veilige voeding is een taak van het Voedings­                               vorming van sociale normen rondom voeding.200,202,205,211 Sociale normen
centrum. Het Voedingscentrum geeft aan hoe voedingspatronen,                                     zijn de gedeelde opvattingen over welke gedragingen binnen een
dagmenu’s en maaltijden eruit zien die voldoen aan zowel de voedings-                            bepaalde groep juist en passend zijn. In de meeste westerse landen wordt
richtlijnen als de voedingsnormen van de Gezondheidsraad en zoveel                               bijvoorbeeld vlees beschouwd als een belangrijk onderdeel van een
mogelijk aansluiten bij bestaande voedingspatronen voor verschillende                            ­maaltijd.212 Vooral bij speciale gelegenheden wordt vlees als ‘passend’
bevolkingsgroepen in Nederland. Het verhogen van kennis over milieu- en                           gezien.213 Sociale normen kúnnen veranderen maar er is nog niet veel
                                                                                                  onderzoek gedaan welke interventies daarbij effectief zijn. Wel is duidelijk
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid                                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 72 van 96
dat het veranderen van normen vraagt om aanpassingen op meerdere              twee specifieke aspecten van de voedselomgeving die zij in het kader van
onderdelen van de samenleving.214 Dit betreft onder meer de                   de eiwitransitie van belang vindt en waarvoor meer eenduidig bewijs is:
­wetenschappelijke kennis over de voordelen van een meer plantaardige         het voedselaanbod (restaurants, cateraars, supermarkten) en de
 voeding zoals in voedingsrichtlijnen. Maar ook het voedselaanbod in de       voedingskundige samenstelling van kant-en-klare plantaardige vlees- en
 fysieke omgeving speelt een rol.211,214 Polarisatie van opvattingen over     zuivelvervangers (voornamelijk in de supermarkt).
 dierlijk en plantaardig eten belemmert de sociale acceptatie van de
 ­eiwittransitie in de samenleving.214                                        Voedselaanbod
                                                                              In supermarkten leidt het vergroten van de zichtbaarheid van plantaardige
  7.2.3     De fysieke voedselomgeving                                        producten en het verkleinen van de de verpakkingsmaat van vlees tot
  De fysieke voedselomgeving is de omgeving waar voedselkeuzes worden         een afname in de totale hoeveelheid vlees die wordt gekocht en
  gemaakt.215 Deze voedselomgeving wordt gevormd door de plaats waar          ­geconsumeerd.219 Ook op plekken waar maaltijden worden geserveerd
  het voedsel beschikbaar is (thuis, op het werk, in de supermarkt, via        (restaurants, cateraars en kantines) blijkt het goed mogelijk om
  horeca, en catering van bijvoorbeeld ziekenhuizen, zorginstellingen) en de   ­consumenten meer plantaardig en/of minder dierlijk te laten eten.216,219,220
  toegankelijkheid daarvan, de samenstelling van voedsel en de manier           Een verandering naar een kleinere portie dierlijk en een grotere
  waarop het voedselaanbod wordt gepresenteerd (zie figuur 8). Het betreft      ­hoeveelheid plantaardig blijkt bovendien heel acceptabel voor
  ook de informatievoorziening over het aangeboden voedsel (zowel labels         ­consumenten. Er zijn momenteel al restaurants en cateraars die hun
  op producten als digitale informatie) en reclames.202,215-217 Hoewel er         aanbod aanpassen. Cateraars die de maaltijden in zorginstellingen
  ­relatief veel onderzoek gedaan is naar de effecten van het voedselaanbod       (ziekenhuizen, verzorgingshuizen en revalidatiecentra) of voor ouderen
   op het niveau van verkooppunten in bijvoorbeeld wijken, winkelcentra en        thuis verzorgen moeten rekening houden met de voedingskundige
   rondom scholen op aankoopgedrag zijn de resultaten wisselend en lastig         behoeftes van de patiënten of bewoners. Het aanbieden van scholings-
   te interpreteren.215,218 De commissie vindt meer onderzoek naar dat niveau     programma’s voor cateraars in zorginstellingen kan hierbij in een behoefte
   van de fysieke voedselomgeving noodzakelijk om de potentie van het             voorzien.
   aanpassen van het aanbod in diverse omgevingen voor een gezonde en
   duurzame voeding beter in beeld te brengen. De commissie zal ingaan op
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid                                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 73 van 96
Voedingskundige samenstelling van kant-en-klare vlees- en                    ­internationale criteria voor de voedingskundige samenstelling van vlees-
­zuivelvervangers                                                             en zuivelvervangers.107
 De voedingskundige kwaliteit en de positionering van kant-en-klare vlees-
 en zuivelvervangers zijn voor de commissie een belangrijk aandachtspunt.     7.2.4     De economische en politieke omgeving
 De voedingskundige samenstelling varieert sterk (zie achtergrond­            De economische en politieke keuzes in de macro-omgeving werken door
 document Meat and dairy substitutes). De commissie stelt dat kant-en-        in de prijs van producten. Prijs speelt een belangrijke rol bij de voedsel-
 klare vlees- en zuivelvervangers in het huidige aanbod zowel voedings-       keuze van de consument203 vooral in landen met lagere inkomens, en in
 kundige voor- als nadelen kunnen hebben ten opzichte van vlees en            de huishoudens met de laagste inkomens.32,33,221,222 Ook bij de keuze voor
 zuivel. Ze bevatten meestal minder verzadigd vet en meer vezel, maar         meer plantaardige eiwitbronnen spelen kostenoverwegingen een rol.223
 meestal ook minder eiwit en meer toegevoegd zout of suiker. Lang niet        Over de prijs van duurzame voedingspatronen is nog niet veel informatie
 alle vervangers worden verrijkt met vitamines en mineralen (ijzer, calcium,  beschikbaar. De beperkte informatie die er is laat zien dat voeding met
 vitamine B2 en vitamine B12) en als de producten verrijkt worden varieert    een lagere milieu-impact vergelijkbaar is met die van de huidige
 het niveau van verrijking. Als consumenten deze producten regelmatig als     voeding.224,225
 vervanger gebruiken, dan vindt de commissie het van belang dat de
 producten essentiële voedingsstoffen leveren die qua hoeveelheden            De commissie heeft een schatting gemaakt van de kosten van de
 vergelijkbaar zijn met de producten diet ze vervangen. Verder vindt de       verschuiving van een voedingspatroon met 60% dierlijk en 40%
 commissie het belangrijk dat de gehaltes toegevoegd zout en suiker           plantaardig eiwit naar een voedingspatroon met 40% dierlijk en 60%
                                                                              ­
 verbeteren. Er is geen regelgeving voor wanneer kant-en-klare                ­plantaardig eiwit. De berekeningen laten zien dat de verschuiving naar
 ­vervangers van vlees, zuivel, of vis als vervangers van deze producten       een 40% dierlijk, 60% plantaardig voedingspatroon, inclusief een
  aangemerkt mogen worden. Wel heeft het Voedingscentrum criteria              ­verlaging van 10% totaal eiwit (bij gelijke energie-inname) gemiddeld
  ­opgesteld voor kant-en-klare vlees- en zuivelvervangers om te bepalen of     gezien niet veel effect heeft op de prijs (zie achtergronddocument Kosten
   ze in de Schijf van Vijf mogen staan.97 De commissie onderstreept de         eiwittransitie voor de consument). Uiteraard zijn er keuzes te maken die
   eerdere aanbeveling van de Gezondheidsraad om te komen tot                   een plantaardig voedingspatroon goedkoper of duurder maken. Zo is
   Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 07 | Perspectieven voor beleid                                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 74 van 96
vlees relatief duur en de vervanging door peulvruchten zal voordeliger zijn      De transitie naar een duurzamer en gezonder voedselsysteem kan alleen
dan vervanging van vlees door noten.                                             plaatsvinden als alle betrokken partijen hierin hun verantwoordelijkheid
                                                                                 nemen. De overheid dient hierin de regie te nemen.
Van vlees, zuivel en vis is bekend dat een verandering in prijs een relatief
groot effect heeft op de aanschaf daarvan.222,226 Onderzoek naar
­financieringsmodellen zoals true pricing, waarbij externe effecten
 ­(onbedoelde bijwerking van voedselproductie of consumptie) op het
  gebied van milieu-, sociale en gezondheidskosten van voedselproductie in
  de prijs worden meeberekend, vindt momenteel plaats.227,228
  7.2       Transitie voedselsysteem
  De eiwittransitie is onderdeel van een transitie naar een duurzamer
  ­voedselsysteem. Transities, of systeemveranderingen zoals die van het
   voedselsysteem, komen pas op gang als deze op meerdere plekken van
   de samenleving plaatsvinden.229 Innovatie is nodig en veranderingen
   moeten gestimuleerd worden door de politieke en economische
   ­omgeving.229 Het voedselsysteem is een complex geheel van vele partijen
    met diverse belangen, maar alle partijen hebben een rol te vervullen voor
    het slagen van de eiwittransitie.204,206 Het gaat om partijen die het aanbod
    genereren (producenten, verwerkers, distributeurs, leveranciers van
    voedsel, supermarkten, cateraars, restaurants) en kennisinstellingen,
    maatschappelijke organisaties en influencers die een informerende rol
    hebben.204,206
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 08 | Advies         Gezonde eiwittransitie | pagina 75 van 96
08
advies
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 08 | Advies                                                                                                Gezonde eiwittransitie | pagina 76 van 96
8.1         Beantwoording adviesvragen                                         gezondheid) is meer aandacht nodig. Mensen uit deze groepen die
De commissie concludeert dat de eiwittransitie goed is voor de                 ­overwegend plantaardig willen gaan eten zouden dit goed geïnformeerd
­gezondheid van de meeste Nederlanders en het risico op chronische              moeten doen, bijvoorbeeld met hulp van een diëtist.
 ziekten verlaagt. Het nieuwe voedingspatroon sluit zelfs beter aan op de
 Richtlijnen goede voeding dan het huidige Nederlandse voedingspatroon.         Het volgen van een vegetarisch voedingspatroon met 1 keer per week vis
 De commissie adviseert daarom in te zetten op bevolkingsbrede                  is een manier om de eiwittransitie vorm te geven. De commissie adviseert
 ­beleidsmaatregelen om de huidige beleidsdoelen (verhouding van 50%            op basis van nieuwe berekeningen om de hogere eiwitnormen voor
  dierlijke en 50% plantaardige eiwitten in 2030) te behalen en daarna in te    ­vegetariërs te laten vervallen. Wel is het bij een vegetarisch voedings­
  zetten op een verdere verschuiving naar 40% dierlijke en 60%                   patroon belangrijk om eiwitbronnen zorgvuldig te combineren. De hogere
  ­plantaardige eiwitten.                                                        eiwitnorm voor veganisten blijft vooralsnog geldig vanwege een gebrek
                                                                                 aan gegevens over inname en eiwitkwaliteit. De commissie adviseert om
   Een belangrijk voordeel van de eiwittransitie is dat de consumptie van        deze gegevens te genereren en daarna de eiwitnormen voor veganisten
   gezonde (meer) plantaardige voedingspatronen met volkoren granen,             te evalueren.
   fruit, groente, noten en peulvruchten het risico op hart- en vaatziekten,
   diabetes type 2 en kanker verlaagt. Ook het eten van minder rood vlees        De commissie stelt dat de eiwittransitie onderdeel is van een grotere
   en bewerkt vlees hangt samen met een lager ziekterisico. Verder daalt         verandering van het voedselsysteem die nodig is om de milieu-impact te
   door de eiwittransitie de hoeveelheid verzadigd vet en mogelijk zout, en      verkleinen en om aan de werelwijde voedselvoorziening te kunnen blijven
   stijgt de hoeveelheid voedingsvezel. Het is goed mogelijk de eiwittransitie   voldoen. De eiwittransitie levert daarin een belangrijke bijdrage aan het
   zo in te richten dat de inname van voedingstoffen als eiwit, calcium, ijzer   verlagen van de milieu-impact van de voedselconsumptie. Aanvullend
   en vitamines toereikend blijft. Voor spier- en botgezondheid hoeft de         kunnen andere keuzes binnen productgroepen de milieu-impact verder
   ­eiwittransitie geen problemen op te leveren voor de algemene bevolking.      verlagen. Om klimaatdoelstellingen te halen en binnen planetaire grenzen
                                                                                 te blijven is het naast de eiwittransitie ook nodig dat overconsumptie wordt
    Voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en mensen met          vermeden, dat milieu-impact wordt verlaagd via innovatie in productie­
    een lage eiwit- en energie-inname (door ziekte of door een kwetsbare         systemen en voedselverspilling wordt tegengegaan.
    Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 08 | Advies                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 77 van 96
Om de eiwittransitie voor consumenten mogelijk te maken adviseert de           zuivelvervangers en alternatieve eiwitbronnen;
commissie een brede aanpak gericht op meerdere niveaus van de samen-      • milieu-effecten van dierlijke, plantaardige en alternatieve eiwitbronnen
leving. Dat houdt in dat wordt ingezet op een omgeving waarin gezonde          (en ontwikkelingen daarin) waarbij transparantie van gegevens een
en duurzame consumptie wordt gestimuleerd. Om die te realiseren                aandachtspunt is;
moeten alle partijen in de voedselketen hun verantwoordelijkheid nemen    • de potentiële milieuwinst van het vermijden van overconsumptie;
en moet de overheid de regie nemen.                                       • effecten van (beleids)interventies in de sociale, fysieke, politieke en
                                                                               economische omgeving om verandering van voedselconsumptie
8.2     Aanbevelingen bij de eiwittransitie                                    mogelijk te maken.
De commissie adviseert de voortgang en de gezondheidseffecten van de      De commissie heeft een veganistisch voedingspatroon in dit advies niet
eiwittransitie te monitoren via de Voedselconsumptiepeiling en voedings-  geëvalueerd in relatie tot gezondheid of duurzaamheid, omdat het geen
statusonderzoek van het RIVM en dit te doen onder een grotere diversiteit onderdeel was van de adviesvraag. De commissie signaleert echter een
aan groepen van de bevolking (vegetariërs, mensen in Caribisch Neder-     toenemende trend om veganistisch te eten, ook bij kinderen in de groei en
land, groepen met een migratieachtergrond, zwangere vrouwen, vrouwen      bij zwangere vrouwen. Om een volwaardig veganistisch voedingspatroon
die borstvoeding geven, kinderen en oudste ouderen).                      samen te stellen is voldoende voedingskennis belangrijk of ondersteuning
                                                                          hierin. Er is momenteel onvoldoende informatie beschikbaar over de
Ook adviseert de commissie om ten behoeve van de eiwittransitie in te     ­nutriëntinname en -status bij mensen met een veganistisch voedings­
zetten op scholing en opleiding van diëtisten en cateraars, en op          patroon. De commissie adviseert daarom onderzoek om het veganistische
voedingsvoorlichting met aandacht voor verschillende voedingspatronen      voedingspatroon op bevolkingsniveau beter in kaart te kunnen brengen.
en eetculturen.
                                                                           8.3      Toekomstige voedingsrichtlijnen
De commissie adviseert ook om onderzoek te stimuleren naar:                De minister heeft gevraagd om een aanzet voor een aanpak voor de
• de biobeschikbaarheid van voedingsstoffen uit plantaardige               ­integratie van gezondheid en duurzaamheid die benut kan worden bij
   voedingspatronen ten behoeve van het afleiden van voedingsnormen;        toekomstige voedingsrichtlijnen (Richtlijnen goede voeding).51
• de gezondheidseffecten van kant-en-klare vlees-, vis- en                  De commissie Eiwittransitie heeft in een gezamenlijke vergadering met de
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 08 | Advies                                                                                                 Gezonde eiwittransitie | pagina 78 van 96
commissie Voeding gesproken over manieren waarop deze integratie zou         2. Het uitbreiden van aanbevelingen voor productkeuze binnen
kunnen plaatsvinden. Ze heeft daarbij informatie ingewonnen uit het               productgroepen (zoals types vlees, vis of noten). Dit maakt het mogelijk
buitenland (zie kader Europese ontwikkelingen in relatie tot voedings­            om informatie over milieu-impact daarin te betrekken.
aanbevelingen). Op basis van deze informatie en eventuele andere
recente ontwikkelingen zal de commissie Voeding haar werkwijze omtrent
                                                                               Europese ontwikkelingen in relatie tot voedingsrichtlijnen
de Richtlijnen goede voeding nader uitwerken.
                                                                               In juni 2023 hebben de Noordse landen nieuwe voedingsnormen en richtlijnen
                                                                               gepubliceerd.230 Hierbij zijn per voedingsgroep de gezondheidseffecten, de
Bij het opstellen van het huidige advies concludeert de commissie              gezondheidsrisico’s en de milieueffecten in kaart gebracht en naast elkaar
­Eiwittransitie dat er steeds meer en betere gegevens over milieu-impact       ­gepresenteerd. Dit levert aanbevelingen op met een bepaalde bandbreedte.
                                                                                De aanbevelingen worden per land verder uitgewerkt tot specifiekere
 zijn. Dit maakt het steeds beter mogelijk om de impact van product-
                                                                                ­aanbevelingen (food based dietary guidelines), waarbij elk land zijn eigen
 groepen met elkaar te vergelijken. De commissie heeft een aantal
                                                                                 accenten kan leggen.
 aspecten geïdentificeerd die nadere uitwerking in richtlijnen verdienen
 om zo de milieu-impact van voeding te kunnen verlagen.                          Eind 2023 worden de nieuwe Duitse voedingsrichtlijnen verwacht. Deze richtlijnen
                                                                                 worden ontwikkeld op basis van een optimalisatiemodel, waarbij effecten op
                                                                                 gezondheid en milieu-impact geïntegreerd zijn. In dit model worden rand­
 Bij het ontwikkelen van toekomstige richtlijnen zou ten behoeve van zowel
                                                                                 voorwaarden opgenomen voor gezondheid (zoals voedingsnormen) en te
 de gezondheid als van het milieu nagegaan moeten worden in hoeverre er
                                                                                 behalen winst met betrekking tot milieu-impact (een bepaalde reductie van
 wetenschappelijke onderbouwing is voor:                                         ­milieu-impact).
 1. Het kwantificeren van productgroep-specifieke richtlijnen. In de huidige
    Richtlijnen goede voeding zijn aanbevelingen voor vlees en zuivel niet
    gekwantificeerd, omdat de gezondheidseffecten daar onvoldoende
    basis voor gaven. Richtlijnen voor veel plantaardige producten zijn
    gekwantificeerd op basis van de gezondheidseffecten. De commissie
    Eiwittransitie adviseert om informatie over de milieu-impact te
    betrekken bij de overwegingen tot het kwantificeren van richtlijnen.
 Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Literatuur                    Gezonde eiwittransitie | pagina 79 van 96
literatuur
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                     Gezonde eiwittransitie | pagina 80 van 96
1
   PBL. Dagelijkse kost. Hoe overheden, bedrijven en consumenten           12
                                                                              Klimaatakkoord. Den Haag, 28 juni 2019.
   kunnen bijdragen aan een duurzaam voedselsysteem. Den Haag:                https://www.klimaatakkoord.nl/.
   Planbureau voor de Leefomgeving, 2019.                                  13
                                                                              HLPE. Nutrition and food systems. A report by the High Level Panel of
2
   Poore J, Nemecek T. Reducing food’s environmental impacts through          Experts on Food Security and Nutrition of the Committee on World
   producers and consumers. Science 2018; 360(6392): 987-992.                 Food Security. Rome, 2017.
3
   Crippa M, Solazzo E, Guizzardi D, Monforti-Ferrario F, Tubiello FN,     14
                                                                              FAO. Water for sustainable food and agriculture. Rome, 2016.
   Leip A. Food systems are responsible for a third of global              15
                                                                              Tilman D, Clark M. Global diets link environmental sustainability and
   anthropogenic GHG emissions. Nat Food 2021; 2(3): 198-209.                 human health. Nature 2014; 515(7528): 518-522.
4
   United Nations. Sustainable Development Goals.                          16
                                                                              OECD-FAO. Agricultural Outlook 2022-2031. 2022.
   https://www.un.org/sustainabledevelopment/.                                https://www.oecd.org/publications/oecd-fao-agricultural-
5
   FAO. Sustainable food systems. Concept and framework. 2016.                outlook-19991142.htm.
6
   World Resources Institute. Creating a sustainable food future. A menu   17
                                                                              Steffen W, Richardson K, Rockstrom J, Cornell SE, Fetzer I, Bennett
   of solutions to feed nearly 10 billion people by 2050. Washington, USA,    EM, et al. Sustainability. Planetary boundaries: guiding human
   2018.                                                                      development on a changing planet. Science 2015; 347(6223):
7
   Van Zanten HHE, Herrero M, Van Hal O, Roos E, Muller A, Garnett T,         1259855.
   et al. Defining a land boundary for sustainable livestock consumption.  18
                                                                              Global Nutrition Report. Chapter 2: What we eat matters: Health and
   Glob Chang Biol 2018; 24(9): 4185-4194.                                    environmental impacts of diets worldwide. 2021.
8
   Rijksoverheid. Transitieagenda biomassa en voedsel. 2018.                  https://globalnutritionreport.org/reports/2021-global-nutrition-report/.
9
   Ministerie van LNV. Nationale Eiwitstrategie. 2020.                     19
                                                                              Richardson K, Steffen W, Lucht W, Bendtsen J, Cornell SE, Donges JF,
10
   Tweede Kamer der Staten-Generaal. Evaluatie voedselagenda 2016-            et al. Earth beyond six of nine planetary boundaries. Sci Adv 2023;
   2020 en het voedselbeleid. Den Haag, 2022.                                 9(37): eadh2458.
11
   Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI). Duurzaam en          20
                                                                              IPCC. Summary for Policymakers. In: Climate Change and Land: an
   gezond. Samen naar een houdbaar voedselsysteem. Den Haag, 2018.            IPCC special report on climate change, desertification, land
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 81 van 96
   degradation, sustainable land management, food security, and              29
                                                                                Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor eiwitten. Den Haag, 2021;
   greenhouse gas fluxes in terrestrial ecosystems. 2019.                       publicatie nr. 2021/10.
21
   Rijksoverheid.nl. Nederland circulair in 2050 https://www.rijksoverheid.  30
                                                                                Storz MA. What makes a plant-based diet? a review of current
   nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-2050.              concepts and proposal for a standardized plant-based dietary
   Geraadpleegd: 12 mei 2022.                                                   intervention checklist. Eur J Clin Nutr 2022; 76(6): 789-800.
22
   Tweede Kamer der Staten-Generaal. Gezamenlijk Programma Natuur.           31
                                                                                Gezondheidsraad. Werkprogramma 2023 Gezondheidsraad.
   Voedselkwaliteit Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.        https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/overige/2023/09/19/
   Den Haag, 2020.                                                              werkprogramma-2024.
23
   European Commission. Farm to Fork Strategy. For a fair, healthy and       32
                                                                                FAO. FAO Sustainable diets and biodiversity. Rome, 2010.
   environmentally-friendly food system. 2020.                               33
                                                                                FAO and WHO. Sustainable healthy diets - Guiding principles Rome,
   https://ec.europa.eu/food/horizontal-topics/farm-fork-strategy_nlaction.     2019.
24
   2030 Targets Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework.              34
                                                                                RIVM. Inname van eiwit, energie en microvoedingsstoffen ten behoeve
   Convention on Biological Diversity. https://www.cbd.int/gbf/targets/.        van Gezondheidsraadadvies eiwittransitie. Resultaten van VCP 2019-
25
   EU Code of Conduct on responsible food buseliness and marketing              2021. Bilthoven: RIVM, 2023. https://www.wateetnederland.nl/inname-
   practices. A common aspirational path towards sustainable food               van-eiwit-energie-en-microvoedingsstoffen-ten-behoeve-van-
   systems. Brussels, 5 July 2021. https://food.ec.europa.eu/horizontal-        gezondheidsraad-advies-eiwittransitie
   topics/farm-fork-strategy/sustainable-food-processing/code-conduct_       35
                                                                                RIVM. Wat eet en drinkt Nederland. https://www.wateetnederland.nl/.
   en. Geraadpleegd: 26 november 2023.                                       36
                                                                                Verain MCD, Dagevos H, Jaspers P. Flexitarianism in the Netherlands
26
   Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit. Landbouw, natuur         in the 2010 decade: Shifts, consumer segments and motives. Food
   en voedsel: waardevol en verbonden. Den Haag, 2018.                          Quality and Preference 2022; 96: 104445.
27
   Kamerbrief Nationale eiwit Strategie. 2022. https://www.rijksoverheid.nl/ 37
                                                                                van Rossum CTM, Buurma-Rethans E, Dinnissen CS, Beukers MH,
   documenten/kamerstukken/2022/06/03/nationale-eiwit-strategie                 Brants HAM, Dekkers ALM, et al. National Institute for Public Health
28
   Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag, 2015;             and the Environment. The diet of the Dutch. Results of the Dutch
   publicatienr. 2015/24.                                                       National Food Consumption Survey 2012-2016. Bilthoven, 2020.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 82 van 96
38
   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Nederlands                47
                                                                               Millward DJ. An adaptive metabolic demand model for protein and
   voedingsstoffenbestand (NEVO). https://nevo-online.rivm.nl/.                amino acid requirements. Br J Nutr 2003; 90(2): 249-260.
   Geraadpleegd: 14 november 2023.                                          48
                                                                               Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor
39
   Gardner CD, Hartle JC, Garrett RD, Offringa LC, Wasserman AS.               zwangere vrouwen. Referentiewaarden voor inname van vitamines en
   Maximizing the intersection of human health and the health of the           mineralen voor zwangere vrouwen. Den Haag, 2021; publicatie nr.
   environment with regard to the amount and type of protein produced          2021/27.
   and consumed in the United States. Nutr Rev 2019; 77(4): 197-215.        49
                                                                               Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor
40
   Gezondheidsraad. Voedingsnormen - energie, eiwitten, vetten en              volwassenen. Den Haag, 2018; publicatienr. 2018/19.
   verteerbare koolhydraten. Den Haag, 2001; publicatienr. 2001/19.         50
                                                                               Gezondheidsraad. Tijdelijke voedingsnormen.
41
   FAO. Dietary protein quality evaluation in human nutrition. Report of an    https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2015/11/04/
   FAO Expert Consultation. Rome: FAO, 2013; ISSN 0254-4725.                   tijdelijke-voedingsnormen.
42
   World Health Organization. Protein and amino acid requirements in        51
                                                                               Gezondheidsraad. Werkprogramma 2023 Gezondheidsraad.
   human nutrition. Report of a Joint WHO/FAO/UNU Expert Consultation.         https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/overige/2022/09/20/
   Geneva, Switzerland, 2007.                                                  werkprogramma-2023.
43
   Elango R, Ball RO. Protein and Amino Acid Requirements during            52
                                                                               Gilani S, Tome, D., Moughan, P., Burlingame, B.,. Report of a
   Pregnancy. Adv Nutr 2016; 7(4): 839s-844s.                                  Sub-Committee of the 2011 FAO Consultation on “Protein Quality
44
   Adhikari S, Schop M, de Boer IJM, Huppertz T. Protein quality in            Evaluation in Human Nutrition” on: The assessment of amino acid
   perspective: a review of protein quality metrics and their applications.    digestibility in foods for humans and including a collation of published
   Nutrients 2022; 14(5): 947.                                                 ileal amino acid digestibility data for human foods. 2011.
45
   Young VR, Pellett PL. Plant proteins in relation to human protein and    53
                                                                               Ciuris C, Lynch HM, Wharton C, Johnston CS. A Comparison of Dietary
   amino acid nutrition. Am J Clin Nutr 1994; 59(5 Suppl): 1203S-1212S.        Protein Digestibility, Based on DIAAS Scoring, in Vegetarian and
46
   Melina V, Craig W, Levin S. Position of the Academy of Nutrition and        Non-Vegetarian Athletes. Nutrients 2019; 11(12): 3016.
   Dietetics: Vegetarian Diets. J Acad Nutr Diet 2016; 116(12): 1970-1980.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                     Gezonde eiwittransitie | pagina 83 van 96
54
   Allen LH, Carriquiry AL, Murphy SP. Perspective: Proposed harmonized     62
                                                                               Gezondheidsraad. Eieren - Achtergronddocument bij Richtlijnen goede
   nutrient reference values for populations. Adv Nutr 2020; 11(3):            voeding 2015 Den Haag, 2015; publicatienr nr. A15/09.
   469-483.                                                                 63
                                                                               Gezondheidsraad. Eiwit - Achtergronddocument bij Richtlijnen goede
55
   Global Harmonization of Methodological Approaches to Nutrient Intake        voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/10.
   Recommendations: Proceedingsof a Workshop. National Academies of         64
                                                                               Gezondheidsraad. Granen en graanproducten - Achtergronddocument
   Sciences, Engineering and Medicine, 2018.                                   bij Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr.
56
   Rand WM, Pellett PL, Young VR. Meta-analysis of nitrogen balance            A15/11.
   studies for estimating protein requirements in healthy adults. Am J Clin 65
                                                                               Gezondheidsraad. Noten en zaden - Achtergronddocument bij
   Nutr 2003; 77(1): 109-127.                                                  Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/16.
57
   EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition, and Allergies (NDA).         66
                                                                               Gezondheidsraad. Peulvruchten - Achtergronddocument bij Richtlijnen
   Scientific Opinion on Dietary Reference Values for iron. EFSA Journal       goede voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/18.
   2015; 13(10): 4254.                                                      67
                                                                               Gezondheidsraad. Vis - Achtergronddocument bij Richtlijnen goede
58
   The Health Council of the Netherlands. An evaluation of the EFSA’s          voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/25.
   dietary reference values (DRVs), Part 1, Dietary reference values for    68
                                                                               Gezondheidsraad. Zuivel - Achtergronddocument bij Richtlijnen goede
   vitamins and minerals for adults. The Hague, 2018; publication no.          voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/32.
   2018/19A.                                                                69
                                                                               van Vliet S, Burd NA, van Loon LJ. The Skeletal Muscle Anabolic
59
   EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition, and Allergies (NDA).            Response to Plant- versus Animal-Based Protein Consumption. J Nutr
   Scientific Opinion on Dietary Reference Values for zinc. EFSA Journal       2015; 145(9): 1981-1991.
   2014; 12(10): 3844.                                                      70
                                                                               Kouw IWK, Pinckaers PJM, Le Bourgot C, van Kranenburg JMX,
60
   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Onderzoekspopulatie.         Zorenc AH, de Groot L, et al. Ingestion of an ample amount of meat
   https://www.wateetnederland.nl/achtergrond/onderzoekspopulatie.             substitute based on a lysine-enriched, plant-based protein blend
61
   Gezondheidsraad. Voedingspatronen - Achtergronddocument bij                 stimulates postprandial muscle protein synthesis to a similar extent as
   Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag, 2015; publicatie nr. A15/29.      an isonitrogenous amount of chicken in healthy, young men. Br J Nutr
                                                                               2021: 1-11.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                    Gezonde eiwittransitie | pagina 84 van 96
71
   Dunlop MV, Kilroe SP, Bowtell JL, Finnigan TJA, Salmon DL, Wall BT.     77
                                                                              Thompson AS, Tresserra-Rimbau A, Karavasiloglou N, Jennings A,
   Mycoprotein represents a bioavailable and insulinotropic non-animal-       Cantwell M, Hill C, et al. Association of Healthful Plant-based Diet
   derived dietary protein source: a dose-response study. Br J Nutr 2017;     Adherence With Risk of Mortality and Major Chronic Diseases Among
   118(9): 673-685.                                                           Adults in the UK. JAMA Netw Open 2023; 6(3): e234714.
72
   Hemler EC, Hu FB. Plant-Based Diets for Cardiovascular Disease          78
                                                                              Wang DD, Li Y, Nguyen XT, Song RJ, Ho YL, Hu FB, et al. Degree of
   Prevention: All Plant Foods Are Not Created Equal. Curr Atheroscler        Adherence to Based Diet and Total and Cause-Specific Mortality:
   Rep 2019; 21(5): 18.                                                       Prospective Cohort Study in the Million Veteran Program. Public Health
73
   Gan ZH, Cheong HC, Tu YK, Kuo PH. The authors declare no conflict          Nutr 2022: 1-38.
   of interests. Association between Plant-Based Dietary Patterns and      79
                                                                              Weston LJ, Kim H, Talegawkar SA, Tucker KL, Correa A, Rebholz CM.
   Risk of Cardiovascular Disease: A Systematic Review and Meta-              Plant-based diets and incident cardiovascular disease and all-cause
   Analysis of Prospective Cohort Studies. Nutrients 2021; 13(11): 3952.      mortality in African Americans: A cohort study. PLoS Med 2022; 19(1):
74
   Satija A, Bhupathiraju SN, Spiegelman D, Chiuve SE, Manson JE,             e1003863.
   Willett W, et al. Healthful and Unhealthful Plant-Based Diets and the   80
                                                                              Satija A, Bhupathiraju SN, Rimm EB, Spiegelman D, Chiuve SE, Borgi
   Risk of Coronary Heart Disease in U.S. Adults. J Am Coll Cardiol 2017;     L, et al. Plant-Based Dietary Patterns and Incidence of Type 2 Diabetes
   70(4): 411-422.                                                            in US Men and Women: Results from Three Prospective Cohort
75
   Kim H, Caulfield LE, Garcia-Larsen V, Steffen LM, Coresh J, Rebholz        Studies. PLoS Med 2016; 13(6): e1002039.
   CM. Plant-Based Diets Are Associated With a Lower Risk of Incident      81
                                                                              Romanos-Nanclares A, Willett WC, Rosner BA, Collins LC, Hu FB,
   Cardiovascular Disease, Cardiovascular Disease Mortality, and              Toledo E, et al. Healthful and Unhealthful Plant-Based Diets and Risk of
   All-Cause Mortality in a General Population of Middle-Aged Adults. J       Breast Cancer in U.S. Women: Results from the Nurses’ Health
   Am Heart Assoc 2019; 8(16): e012865.                                       Studies. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2021; 30(10): 1921-1931.
76
   Keaver L, Ruan M, Chen F, Du M, Ding C, Wang J, et al. Conflict of      82
                                                                              Iguacel I, Miguel-Berges ML, Gomez-Bruton A, Moreno LA, Julian C.
   Interest (COI) Statement: None of the authors has conflicts of interest    Veganism, vegetarianism, bone mineral density, and fracture risk: a
   to report. Plant- and animal-based diet quality and mortality among US     systematic review and meta-analysis. Nutr Rev 2019; 77(1): 1-18.
   adults: a cohort study. Br J Nutr 2021; 125(12): 1405-1415.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 85 van 96
83
   Shams-White MM, Chung M, Fu Z, Insogna KL, Karlsen MC, LeBoff            90
                                                                               Volksgezondheid Instituut Curaçao. Nationale Gezondheidsenquete
   MS, et al. Animal versus plant protein and adult bone health: A             Curaçao. 2013. https://vic.cw/ned/publicaties.
   systematic review and meta-analysis from the National Osteoporosis       91
                                                                               Overdevest E, Dorhout BG, Nicolaou M, van Valkengoed IGM,
   Foundation. PLoS One 2018; 13(2): e0192459.                                 Haveman-Nies A, Ozturk H, et al. Dietary Protein Intake in Older Adults
84
   Zittermann A, Schmidt A, Haardt J, Kalotai N, Lehmann A, Egert S, et        from Ethnic Minorities in the Netherlands, a Mixed Methods Approach.
   al. Protein intake and bone health: an umbrella review of systematic        Nutrients 2021; 13(1):
   reviews for the evidence-based guideline of the German Nutrition         92
                                                                               RIVM. Voeding van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en autochtone
   Society. Osteoporos Int 2023; 34(8): 1335-1353.                             Nederlanders in Amsterdam. 2015.
85
   Seves SM, Verkaik-Kloosterman J, Biesbroek S, Temme EH. Are more         93
                                                                               Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor eiwitten. Referentiewaarden
   environmentally sustainable diets with less meat and dairy nutritionally    voor de inname van eiwitten.. Den Haag, 2021; publicatienr. 2021/10.
   adequate? Public Health Nutr 2017; 20(11): 2050-2062.                    94
                                                                               Temme EH, Bakker HM, Seves SM, Verkaik-Kloosterman J, Dekkers
86
   Heerschop SN, Kanellopoulos A, Biesbroek S, van ‘t Veer P. Shifting         AL, van Raaij JM, et al. How may a shift towards a more sustainable
   towards optimized healthy and sustainable Dutch diets: impact on            food consumption pattern affect nutrient intakes of Dutch children?
   protein quality. Eur J Nutr 2023; 62(5): 2115-2128.                         Public Health Nutr 2015; 18(13): 2468-2478.
87
   Blonk Milieu Advies. Optimeal - Defining sustainable nutrition.          95
                                                                               Katz DL, Doughty KN, Geagan K, Jenkins DA, Gardner CD.
   https://blonksustainability.nl/tools-and-databases/optimeal.                Perspective: The Public Health Case for Modernizing the Definition of
88
   Mertens E, Kaptijn G, Kuijsten A, van Zanten H, Geleijnse JM, van ‘t        Protein Quality. Adv Nutr 2019: 2019; 10(5): 755-764.
   Veer P. SHARP-Indicators Database towards a public database for          96
                                                                               Gezondheidseffecten door lage vitamine A-innames in Nederland.
   environmental sustainability. Data Brief 2019; 27: 104617.                  Bilthoven: RIVM, 2020.
89
   Mertens E, Kuijsten A, Kanellopoulos A, Dofkova M, Mistura L,            97
                                                                               Voedingscentrum. Richtlijnen Schijf van Vijf 2016. Den Haag:
   D’Addezio L, et al. Improving health and carbon footprints of European      Voedingscentrum, Februari 2020; 6e druk.
   diets using a benchmarking approach. Public Health Nutr 2021; 24(3):     98
                                                                               Allen LH, Miller JW, de Groot L, Rosenberg IH, Smith AD, Refsum H, et
   565-575.                                                                    al. Biomarkers of Nutrition for Development (BOND): Vitamin B-12
                                                                               Review. J Nutr 2018; 148(suppl_4): 1995S-2027S.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 86 van 96
99
    Kramer GF, Tyszler M, van ‘t Veer P, Blonk H. Decreasing the overall    106
                                                                                EFSA Panel on Nutrition, Novel Foods and Food Allergens. Scientific
    environmental impact of the Dutch diet: how to find healthy and             advice related to nutrient profiling for the development of harmonised
    sustainable diets with limited changes. Public Health Nutr 2017; 20(9):     mandatory front-of-pack nutrition labelling and the setting of nutrient
    1699-1709.                                                                  profiles for restricting nutrition and health claims on foods. EFSA
100
    van Dooren C, Tyszler M, Kramer GFH, Aiking H. Combining low price,         Journal 2022; 20(4): e07259.
    low climate impact and high nutritional value in one shopping basket    107
                                                                                Gezondheidsraad. Evaluatie van het algoritme van Nutri-Score. Den
    through diet optimization by linear programming. Sustainability             Haag: Gezondheidsraad, 2022; publicatie nr. 2022/29.
    (Switzerland) 2015; 7(9): 12837-12855.                                  108
                                                                                Agarwal S, McCullough KR, Fulgoni VL, 3rd. Nutritional effects of
101
    Lynch S, Pfeiffer CM, Georgieff MK, Brittenham G, Fairweather-Tait S,       removing a serving of meat or poultry from healthy dietary patterns-A
    Hurrell RF, et al. Biomarkers of Nutrition for Development (BOND)-Iron      dietary modeling study. Nutrients 2023; 15(7): 1717.
    Review. J Nutr 2018; 148(suppl_1): 1001S-1067S.                         109
                                                                                Fabricius FA, Thomsen ST, Fagt S, Nauta M. The health impact of
102
    Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EJM, Dekkers ALM, van                 substituting unprocessed red meat by pulses in the Danish diet. Eur J
    Rossum CTM. Decreased, but still sufficient, iodine intake of children      Nutr 2021; 60(6): 3107-3118.
    and adults in the Netherlands. Br J Nutr 2017; 117(7): 1020-1031.       110
                                                                                Kaartinen NE, Tapanainen H, Maukonen M, Paivarinta E, Valsta LM,
103
    Jodiuminname van volwassenen in Noord Nederland in 2020-2021 en             Itkonen ST, et al. Partial replacement of red and processed meat with
    trend sinds 2006-2007. Resultaten van voedingsstatusonderzoek in het        legumes: a modelling study of the impact on nutrient intakes and
    Lifelines cohort. RIVM, 2022.                                               nutrient adequacy on the population level. Public Health Nutr 2022:
104
    Broekema R, Tyszler M, van ‘t Veer P, Kok FJ, Martin A, Lluch A, et al.     1-12.
    Future-proof and sustainable healthy diets based on current eating      111
                                                                                Springmann M, Wiebe K, Mason-D’Croz D, Sulser TB, Rayner M,
    patterns in the Netherlands. Am J Clin Nutr 2020; 112(5): 1338-1347.        Scarborough P. Health and nutritional aspects of sustainable diet
105
    Grasso AC, Olthof MR, van Dooren C, Broekema R, Visser M, Brouwer           strategies and their association with environmental impacts: a global
    IA. Protein for a healthy future: How to increase protein intake in an      modelling analysis with country-level detail. Lancet Planet Health 2018;
    environmentally sustainable way in older adults in the Netherlands. J       2(10): e451-e461.
    Nutr 2021; 151(1): 109-119.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                    Gezonde eiwittransitie | pagina 87 van 96
112
    Mertens E, Biesbroek S, Dofková M, Mistura L, D’Addezio L, Turrini A, 119
                                                                              Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding voor mensen met
    et al. Potential impact of meat replacers on nutrient quality and         diabetes type 2. Den Haag: Gezondheidsraad 2021; publicatie nr.
    greenhouse gas emissions of diets in four European countries.             2021/41.
    Sustainability (Switzerland) 2020; 12(17): 1475-1493.                 120
                                                                              Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding voor mensen met hart- en
113
    Willett W, Rockstrom J, Loken B, Springmann M, Lang T, Vermeulen S,       vaatziekten door atherosclerose. Den Haag: Gezondheidsraad, 2023;
    et al. Food in the Anthropocene: the EAT-Lancet Commission on             publicatie nr. 2023/02.
    healthy diets from sustainable food systems. Lancet 2019; 393(10170): 121
                                                                              Ocké M. Diet of community-dwelling older adults. Dutch National Food
    447-492.                                                                  Consumption Survey Older adults 2010-2012. RIVM,, 2013.
114
    Beal T, Ortenzi F, Fanzo J. Estimated micronutrient shortfalls of the 122
                                                                              Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen.
    EAT-Lancet planetary health diet. Lancet Planet Health 2023; 7(3):        Den Haag: Gezondheidsraad 2021; publicatienr. 2021/26.
    e233-e237.                                                            123
                                                                              Ter Borg S, Koopman N, Verkaik-Kloosterman J. Food Consumption,
115
    Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding ecologisch belicht. Den        Nutrient Intake and Status during the First 1000 days of Life in the
    Haag, 2011; publicatienr. 2011/08.                                        Netherlands: a Systematic Review. Nutrients 2019; 11(4):
116
    Scholtens S, Smidt N, Swertz MA, Bakker SJ, Dotinga A, Vonk JM, et    124
                                                                              Barazzoni R, Bischoff SC, Boirie Y, Busetto L, Cederholm T, Dicker D,
    al. Cohort Profile: LifeLines, a three-generation cohort study and        et al. Sarcopenic obesity: Time to meet the challenge. Clin Nutr 2018;
    biobank. Int J Epidemiol 2015; 44(4): 1172-1180.                          37(6 Pt A): 1787-1793.
117
    Klijs B, Scholtens S, Mandemakers JJ, Snieder H, Stolk RP, Smidt N.   125
                                                                              Deutz NE, Bauer JM, Barazzoni R, Biolo G, Boirie Y, Bosy-Westphal A,
    Representativeness of the LifeLines Cohort Study. PLoS One 2015;          et al. Protein intake and exercise for optimal muscle function with
    10(9): e0137203.                                                          aging: recommendations from the ESPEN Expert Group. Clin Nutr
118
    Ter Borg S, Koopman N, Verkaik-Kloosterman J. An Evaluation of Food       2014; 33(6): 929-936.
    and Nutrient Intake among Pregnant Women in The Netherlands: A        126
                                                                              Wagenaar CA, Dekker LH, Navis GJ. Prevalence of sarcopenic obesity
    Systematic Review. Nutrients 2023; 15(13):                                and sarcopenic overweight in the general population: The lifelines
                                                                              cohort study. Clin Nutr 2021; 40(6): 4422-4429.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                      Gezonde eiwittransitie | pagina 88 van 96
127
    Domic J, Grootswagers P, van Loon LJC, de Groot L. Perspective:          134
                                                                                 Hulshof KFAM, Kistemaker C, Bouma M. De inname van energie en
    Vegan Diets for Older Adults? A Perspective On the Potential Impact          voedingsstoffen door de Nederlandse bevolkingsgroepen -
    On Muscle Mass and Strength. Adv Nutr 2022: 2022; 13(3): 712-725.            Voedselconsumptiepeiling 1997-1998. Zeist: TNO-voeding, 1998.
128
    de Marco Castro E, Valli G, Buffiere C, Guillet C, Mullen B, Pratt J, et 135
                                                                                 Tieland M, Borgonjen-Van den Berg KJ, van Loon LJ, de Groot LC.
    al. Peripheral Amino Acid Appearance Is Lower Following Plant Protein        Dietary protein intake in community-dwelling, frail, and institutionalized
    Fibre Products, Compared to Whey Protein and Fibre Ingestion, in             elderly people: scope for improvement. Eur J Nutr 2012; 51(2):
    Healthy Older Adults despite Optimised Amino Acid Profile. Nutrients         173-179.
    2022; 15(1): 35.                                                         136
                                                                                 Weijzen MEG, Kouw IWK, Verschuren AAJ, Muyters R, Geurts JA,
129
    Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D.            Emans PJ, et al. Protein Intake Falls below 0.6 g*kg-1*d-1 in Healthy,
    Den Haag, 2012; publicatienr. 2012/15.                                       Older Patients Admitted for Elective Hip or Knee Arthroplasty. J Nutr
130
    Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-standpunt Diagnostiek van             Health Aging 2019; 23(3): 299-305.
    vitamine-B12-deficientie. Huisarts en Wetenschap 2014; 57(9):            137
                                                                                 van Zwienen-Pot JI, Visser M, Kruizenga HM. Predictors for achieving
    472-475.                                                                     adequate protein and energy intake in nursing home rehabilitation
131
    van Bokhorst-de van der Schueren MA, Roosemalen MM, Weijs PJ,                patients. Aging Clin Exp Res 2018; 30(7): 799-809.
    Langius JA. High waste contributes to low food intake in hospitalized    138
                                                                                 Voedingscentrum. Naar een meer plantaardig voedingspatroon. Den
    patients. Nutr Clin Pract 2012; 27(2): 274-280.                              Haag, 2019.
132
    Stuurgroep ondervoeding h, diagnosestelling en behandeling van           139
                                                                                 Heiss S, Coffino JA, Hormes JM. Eating and health behaviors in
    ondervoeding bij volwassenen,. Richtlijn Ondervoeding. 2019.                 vegans compared to omnivores: Dispelling common myths. Appetite
    https://www.kenniscentrumondervoeding.nl/screenen-en-behandeling-            2017; 118: 129-135.
    van-ondervoeding-in-richtlijnen/.                                        140
                                                                                 Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en
133
    Bauer J, Biolo G, Cederholm T, Cesari M, Cruz-Jentoft AJ, Morley JE,         mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2009; publicatie nr. 2009/06.
    et al. Evidence-based recommendations for optimal dietary protein        141
                                                                                 Voedingscentrum. Factsheet Nieuwe eiwitbronnen als vleesvervanger.
    intake in older people: a position paper from the PROT-AGE Study             2015. https://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/
    Group. J Am Med Dir Assoc 2013; 14(8): 542-559.                              voedingscentrum/Documents/Professionals/Pers/Factsheets/
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 89 van 96
    Factsheet%20Nieuwe%20eiwitbronnen%20als%20vleesvervanger%20            150
                                                                               Blonk Milieu Advies. Agri-footprint | The world’s leading source of
    versie%20okt%202015.pdf.                                                   environmental footprint data for the agri-food sector.
142
    Mazac R, Meinila J, Korkalo L, Jarvio N, Jalava M, Tuomisto HL.            https://blonksustainability.nl/tools/agri-footprint.
    Incorporation of novel foods in European diets can reduce global       151
                                                                               ADEME. AGRIBALYSE agricultural and food database.
    warming potential, water use and land use by over 80. Nat Food 2022;       https://simapro.com/products/agribalyse-agricultural-database/.
    3(4): 286-293.                                                         152
                                                                               Quantis. World Food LCA database https://quantis.com/who-we-guide/
143
    Parodi A, Leip A, De Boer IJM, Slegers PM, Ziegler F, Temme EHM, et        our-impact/sustainability-initiatives/wfldb-food/.
    al. The potential of future foods for sustainable and healthy diets.   153
                                                                               Ecoinvent. For the availability of environmental data worldwide.
    Nature Sustainability 2018; 1(12): 782-789.                                https://ecoinvent.org/.
144
    van Huis A, Oonincx DGAB. The environmental sustainability of insects  154
                                                                               International Organization for Standardization. ISO 14040:2006
    as food and feed. A review. Agronomy for Sustainable Development           Environmental management — Life cycle assessment — Principles and
    2017; 37(5): 43.                                                           framework.
145
    CE Delft. LCA of cultivated meat. Future projections for different     155
                                                                               European Commission. Product Environmental Footprint Category
    scenarios., 2021.                                                          Rules Guidance. 2018. https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/
146
    Steinmann ZJ, Schipper AM, Hauck M, Huijbregts MA. How Many                pdf/PEFCR_guidance_v6.3.pdf.
    Environmental Impact Indicators Are Needed in the Evaluation of        156
                                                                               European Commission. Environmental Footprint methods.
    Product Life Cycles? Environ Sci Technol 2016; 50(7): 3913-3919.           https://green-business.ec.europa.eu/environmental-footprint-methods_
147
    Jones AD, Hoey L, Blesh J, Miller L, Green A, Shapiro LF. A Systematic     en. Geraadpleegd: 13 November 2023.
    Review of the Measurement of Sustainable Diets. Adv Nutr 2016; 7(4):   157
                                                                               RIVM. Milieubelasting van voedingsmiddelen. Rijksinstituut voor
    641-664.                                                                   Volksgezondheid en Milieu, 2019. https://www.rivm.nl/voedsel-en-
148
    Blonk Milieu Advies. Agri-footprint 6 Methodology Report Part 1:           voeding/duurzaam-voedsel/database-milieubelasting-
    Methodology and basic principles. 2022.                                    voedingsmiddelen. Geraadpleegd: 30 november 2021.
149
    Huijbregts MAJ. Framework for Modelling Data Uncertainty in Life       158
                                                                               RIVM. Wat eten we in Nederland 2012-2016 De verhouding dierlijk en
    Cycle Inventories. Int J LCA 2001; 6(3): 127-132.                          plantaardig voedsel, eiwitten en milieubelasting. 2023.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 90 van 96
159
    Hollander A, Temme EH, Zijp MC. The environmental sustainability of        165
                                                                                   Hallström E, Carlsson-Kanyama A, Börjesson P. Environmental impact
    the Dutch diet. Background report to ‘What’s on our plate? Safe,               of dietary change: A systematic review. Journal of Cleaner Production
    healthy and sustainable diets in the Netherlands’.. National Institute for     2015; 91: 1-11.
    Public Health and the Environment, 2017; 2016-0198.                        166
                                                                                   Westhoek H. The Protein Puzzle: The consumption and production of
160
    Fan J, Liu C, Xie J, Han L, Zhang C, Guo D, et al. The authors declare         meat, dairy and fish in the European Union. The Hague: PBL
    no conflict of interest. Life Cycle Assessment on Agricultural                 Netherlands Environmental Assessment Agency 2011.
    Production: A Mini Review on Methodology, Application, and                 167
                                                                                   Trolle E, Nordman M, Lassen AD, Colley TA, Mogensen L. Carbon
    Challenges. Int J Environ Res Public Health 2022; 19(16): 9817.                Footprint Reduction by Transitioning to a Diet Consistent with the
161
    Scherer L, Tomasik B, Rueda O, Pfister S. Framework for integrating            Danish Climate-Friendly Dietary Guidelines: A Comparison of Different
    animal welfare into life cycle sustainability assessment. The                  Carbon Footprint Databases. Foods 2022; 11(8): 1119.
    International Journal of Life Cycle Assessment 2017; 23(7): 1476-1490.     168
                                                                                   Westhoek H. Kwantificering van de effecten van verschillende
162
    Cucurachi S, Scherer L, Guinée J, Tukker A. Life Cycle Assessment of           maatregelen op de voetafdruk van de Nederlandse voedselconsumptie.
    Food Systems. One Earth 2019; 1(3): 292-297.                                   Planbureau voor de Leefomgeving, 2019.
163
    Blonk H, Kool, A., Luske, B., de Waart, S., ten Pierick, E..               169
                                                                                   van Dooren C. A Review of the Use of Linear Programming to Optimize
    Milieueffecten van Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten:            Diets, Nutritiously, Economically and Environmentally. Front Nutr 2018;
    gevolgen van vervanging van dierlijke eiwitten anno 2008., 2008.               5: 48.
    https://edepot.wur.nl/117665.                                              170
                                                                                   Gazan R, Brouzes CMC, Vieux F, Maillot M, Lluch A, Darmon N.
164
    Bamber N, Turner I, Arulnathan V, Li Y, Zargar Ershadi S, Smart A, et          Mathematical Optimization to Explore Tomorrow’s Sustainable Diets: A
    al. Comparing sources and analysis of uncertainty in consequential and         Narrative Review. Adv Nutr 2018; 9(5): 602-616.
    attributional life cycle assessment: review of current practice and        171
                                                                                   van Zanten HHE, Simon W, van Selm B, Wacker J, Maindl TI, Frehner
    recommendations. The International Journal of Life Cycle Assessment            A, et al. Circularity in Europe strengthens the sustainability of the global
    2019; 25(1): 168-180.                                                          food system. Nat Food 2023: 2023; 4(4): 320-330
                                                                               172
                                                                                   Dengerink J, Brouwer H. 2020: Food system models and
                                                                                   methodologies within Wageningen University & Research:
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                             2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                         Gezonde eiwittransitie | pagina 91 van 96
    Opportunities for deepening our food systems work. Wageningen,                cijfers-voedselverspilling-bij-huishoudens-keten-onderzoek-
    Wageningen University & Research, Report 2020-023.                            versnellingsagenda
173
    Barre T, Perignon M, Gazan R, Vieux F, Micard V, Amiot MJ, et al.         180
                                                                                  Nelson ME, Hamm MW, Hu FB, Abrams SA, Griffin TS. Alignment of
    Integrating nutrient bioavailability and co-production links when             Healthy Dietary Patterns and Environmental Sustainability: A
    identifying sustainable diets: How low should we reduce meat                  Systematic Review. Adv Nutr 2016; 7(6): 1005-1025.
    consumption? PLoS One 2018; 13(2): e0191767.                              181
                                                                                  Aleksandrowicz L, Green R, Joy EJM, Smith P, Haines A. The impacts
174
    Frehner A, Muller A, Schader C, De Boer IJM, Van Zanten HHE.                  of dietary change on greenhouse gas emissions, land use, water use,
    Methodological choices drive differences in environmentally-friendly          and health: A systematic review. PLoS One 2016; 11(11): e0165797.
    dietary solutions. Global Food Security 2020; 24: 100333.                 182
                                                                                  Kowalsky TO, Morilla Romero de la Osa R, Cerrillo I. Sustainable Diets
175
    Springmann M, Clark M, Mason-D’Croz D, Wiebe K, Bodirsky BL,                  as Tools to Harmonize the Health of Individuals, Communities and the
    Lassaletta L, et al. Options for keeping the food system within               Planet: A Systematic Review. Nutrients 2022; 14(5): 928.
    environmental limits. Nature 2018; 562(7728): 519-525.                    183
                                                                                  van de Kamp ME, Seves SM, Temme EHM. Reducing GHG emissions
176
    Perignon M, Darmon N. Advantages and limitations of the                       while improving diet quality: exploring the potential of reduced meat,
    methodological approaches used to study dietary shifts towards                cheese and alcoholic and soft drinks consumption at specific moments
    improved nutrition and sustainability. Nutr Rev 2022; 80(3): 579-597.         during the day. BMC Public Health 2018; 18(1): 264.
177
    van Selm B, Frehner A, de Boer IJM, van Hal O, Hijbeek R, van             184
                                                                                  Temme EH, van der Voet H, Thissen JT, Verkaik-Kloosterman J, van
    Ittersum MK, et al. Circularity in animal production requires a change in     Donkersgoed G, Nonhebel S. Replacement of meat and dairy by plant-
    the EAT-Lancet diet in Europe. Nat Food 2022; 3(1): 66-73.                    derived foods: estimated effects on land use, iron and SFA intakes in
178
    van Dooren C. Gezond eten binnen de grenzen van één aarde. WWF,               young Dutch adult females. Public Health Nutr 2013; 16(10): 1900-
    2023.                                                                         1907.
179
    Kamerbrief over voedselverspilling in Nederland - nieuwe cijfers          185
                                                                                  Grasso AC, Olthof MR, van Dooren C, Broekema R, Visser M, Brouwer
    voedselverspilling bij huishoudens & keten, onderzoek                         IA. Protein for a healthy future: How to increase protein intake in an
    versnellingsagenda. 2023. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/            environmentally sustainable way in older adults in the Netherlands.
    kamerstukken/2023/04/19/voedselverspilling-in-nederland-nieuwe-               Journal of Nutrition 2021; 151(1): 109-119.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 92 van 96
186
    Hayek MN, Harwatt H, Ripple WJ, Mueller ND. The carbon opportunity        195
                                                                                  Science Advice for Policy by European Academies. A sustainable food
    cost of animal-sourced food production on land. Nature Sustainability         system for the European Union. 2022.
    2021; 4(1): 21-24.                                                            https://doi.org/10.26356/sustainablefood.
187
    Aiking H, de Boer J. The next protein transition. Trends Food Sci         196
                                                                                  van Dooren C, Man L, Seves M, Biesbroek S. A Food System
    Technol 2020; 105: 515-522.                                                   Approach for Sustainable Food-Based Dietary Guidelines: An
188
    Food and Agriculture Organization of the United Nations. Livestock’s          Exploratory Scenario Study on Dutch Animal Food Products. Front Nutr
    long shadow - Environmental issues and options. 2006.                         2021; 8: 712970.
189
    Aiking H. Protein production: planet, profit, plus people? Am J Clin Nutr 197
                                                                                  Frehner A, Cardinaals RPM, de Boer IJM, Muller A, Schader C, van
    2014; 100 Suppl 1: 483S-489S.                                                 Selm B, et al. The compatibility of circularity and national dietary
190
    Mottet A, de Haan C, Falcucci A, Tempio G, Opio C, Gerber P.                  recommendations for animal products in five European countries: a
    Livestock: On our plates or eating at our table? A new analysis of the        modelling analysis on nutritional feasibility, climate impact, and land
    feed/food debate. Global Food Security 2017; 14: 1-8.                         use. Lancet Planet Health 2022; 6(6): e475-e483.
191
    Gephart JA, Henriksson PJG, Parker RWR, Shepon A, Gorospe KD,             198
                                                                                  Simon W, Hijbeek, R, Frehner, A, Cardinaals, R, Talsma, EF, Van
    Bergman K, et al. Environmental performance of blue foods. Nature             Zanten, H 40:60: The optimal ratio between animal and plant-based
    2021; 597(7876): 360-365.                                                     proteins for health and environment. Nature Portfolio, 2023; Under
192
    Harris F, Moss C, Joy EJM, Quinn R, Scheelbeek PFD, Dangour AD, et            Review.
    al. The Water Footprint of Diets: A Global Systematic Review and Meta-    199
                                                                                  Planbureau voor de Leefomgeving. Hoe circulair zijn nederlandse
    analysis. Adv Nutr 2020; 11(2): 375-386.                                      consumenten. 2023.
193
    de Valk E, Hollander A, Zijp M. Milieubelasting van de voedsel­           200
                                                                                  Planbureau voor de Leefomgeving. Voedselconsumptie-veranderen,
    consumptie in Nederland. 2016. RIVM rapport 2016-0074.                        bouwstenen voor beleid om verduurzaming van eetpatronen te
194
    Detzel A, Kruger M, Busch M, Blanco-Gutierrez I, Varela C, Manners R,         stimuleren. 2020.
    et al. Life cycle assessment of animal-based foods and plant-based        201
                                                                                  RIVM. Voedselconsumptie in Nederland en de determinanten hiervan.
    protein-rich alternatives: an environmental perspective. J Sci Food           2016.
    Agric 2022; 102(12): 5098-5110.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                       Gezonde eiwittransitie | pagina 93 van 96
202
    Stoll-Kleemann S, Schmidt UJ. Reducing meat consumption in                   insects, plant-based meat alternatives, and cultured meat. Appetite
    developed and transition countries to counter climate change and             2021; 159: 105058.
    biodiversity loss: a review of influence factors. Regional Environmental 210
                                                                                 Garcia AL, Reardon R, McDonald M, Vargas-Garcia EJ. Community
    Change 2017; 17(5): 1261-1277.                                               Interventions to Improve Cooking Skills and Their Effects on
203
    Science Advice for Policy by European Academies. Towards                     Confidence and Eating Behaviour. Curr Nutr Rep 2016; 5(4): 315-322.
    sustainable food consumption. 2023.                                      211
                                                                                 Higgs S, Thomas J. Social influences on eating. Curr Opin Behav
    https://sapea.info/topic/food-consumption/.                                  Scienc 2016; 9: 1-6.
204
    Biesbroek S, Kok FJ, Tufford AR, Bloem MW, Darmon N, Drewnowski          212
                                                                                 Valli C, Rabassa M, Johnston BC, Kuijpers R, Prokop-Dorner A, Zajac
    A, et al. Toward healthy and sustainable diets for the 21st century:         J, et al. Health-Related Values and Preferences Regarding Meat
    Importance of sociocultural and economic considerations. Proc Natl           Consumption: A Mixed-Methods Systematic Review. Ann Intern Med
    Acad Sci U S A 2023; 120(26): e2219272120.                                   2019; 171(10): 742-755.
205
    Fenta ET, Tiruneh MG, Anagaw TF. Exploring Enablers and Barriers of      213
                                                                                 Elzerman JE, Keulemans L, Sap R, Luning PA. Situational
    Healthy Dietary Behavior Based on the Socio-Ecological Model, a              appropriateness of meat products, meat substitutes and meat alter­
    Qualitative Systematic Review. Nutr Diet Suppl 2023; 15: 13-23.              natives as perceived by Dutch consumers. Food Qual Prefer 2021; 88:
206
    WRR. Naar een voedselbeleid. Amsterdam: Wetenschappelijke Raad               104108.
    voor het Regeringsbeleid, 2014.                                          214
                                                                                 de Boer J, Aiking H. Favoring plant instead of animal protein sources:
207
    Szenderák J, Fróna D, Rákos M. Consumer Acceptance of Plant-Based            Legitimation by authority, morality, rationality and story logic. Food Qual
    Meat Substitutes: A Narrative Review. Foods 2022; 11(9):                     Prefer 2021; 88: 104098.
208
    Silva P. The author declares no conflict of interest. Food and Nutrition 215
                                                                                 Downs SM, Ahmed S, Fanzo J, Herforth A. Food Environment
    Literacy: Exploring the Divide between Research and Practice. Foods          Typology: Advancing an Expanded Definition, Framework, and
    2023; 12(14): 2751.                                                          Methodological Approach for Improved Characterization of Wild,
209
    Onwezen MC, Bouwman EP, Reinders MJ, Dagevos H. A systematic                 Cultivated, and Built Food Environments toward Sustainable Diets.
    review on consumer acceptance of alternative proteins: Pulses, algae,        Foods 2020; 9(4): 532.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                                                        Gezonde eiwittransitie | pagina 94 van 96
216
    Stiles G, Collins J, Beck KL. Effectiveness of Strategies to Decrease    223
                                                                                 Eckl MR, Biesbroek S, Van’t Veer P, Geleijnse JM. Replacement of
    Animal-Sourced Protein and/or Increase Plant-Sourced Protein in              Meat with Non-Meat Protein Sources: A Review of the Drivers and
    Foodservice Settings: A Systematic Literature Review. J Acad Nutr Diet       Inhibitors in Developed Countries. Nutrients 2021; 13(10):
    2022; 122(5): 1013-1048.                                                 224
                                                                                 Blonk Milieu Advies. Menu van Morgen, Gezond en duurzaam eten in
217
    Jalil AJ, Tasoff J, Vargas Bustamante A. Eating to save the planet:          Nederland: nu en later. 2015.
    Evidence from a randomized controlled trial using individual-level food  225
                                                                                 Questionmark. Hoe betaalbaar is plantaardig? Prijsverschillen tussen
    purchase data. Food Policy 2020; 95: 3444642.                                plantaardige alternatieven en hun dierlijke tegenhangers in de
218
    Mackenbach JD, Dijkstra SC, Beulens JWJ, Seidell JC, Snijder MB,             Nederlandse supermarkt., 2022.
    Stronks K, et al. Socioeconomic and ethnic differences in the relation   226
                                                                                 Andreyeva T, Long MW, Brownell KD. The impact of food prices on
    between dietary costs and dietary quality: the HELIUS study. Nutr J          consumption: a systematic review of research on the price elasticity of
    2019; 18(1): 21.                                                             demand for food. Am J Public Health 2010; 100(2): 216-222.
219
    Kwasny T, Dobernig K, Riefler P. Towards reduced meat consumption:       227
                                                                                 de Adelhart Toorop R, Yates, J., Watkins, M., Bernard, J., de Groot
    A systematic literature review of intervention effectiveness, 2001–2019.     Ruiz, A.,. Methodologies for true cost accounting in the food sector. Nat
    Appetite 2022; 168: 105739.                                                  Food 2021; 2: 655-663.
220
    Taufik D, Verain MCD, Bouwman EP, Reinders MJ. Determinants of           228
                                                                                 NWO. Onderzoeksprogramma - Transitie naar een duurzaam
    real-life behavioural interventions to stimulate more plant-based and        voedselsysteem. https://www.nwo.nl/onderzoeksprogrammas/
    less animal-based diets: A systematic review. Trends in Food Science         nationale-wetenschapsagenda/thematische-programmering/transitie-
    & Technology 2019; 93: 281-303.                                              naar-een-duurzaam-voedselsysteem.
221
    Januszewska R, Pieniak Z, Verbeke W. Food choice questionnaire           229
                                                                                 Geels FW, Schot J. Typology of sociotechnical transition pathways.
    revisited in four countries. Does it still measure the same? Appetite        Research Policy 2007; 36(3): 399-417.
    2011; 57(1): 94-98.                                                      230
                                                                                 Blomhoff R, Andersen R, Arnesen EK, Christensen JJ, Eneroth H,
222
    Green R, Cornelsen L, Dangour AD, Turner R, Shankar B, Mazzocchi             Erkkola M, et al. Nordic Nutrition Recommendations 2023. Integrating
    M, et al. The effect of rising food prices on food consumption:              environmental aspects. Nordic Council of Ministers, 2023.
    systematic review with meta-regression. BMJ 2013; 346: f3703.                https://pub.norden.org/nord2023-003.
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>Commissie                                                                                                                                           Gezonde eiwittransitie | pagina 95 van 96
Commissie en geraadpleegd deskundigen
Samenstelling tijdelijke Commissie Eiwittransitie voor het advies Gezonde eiwittransitie             •  dr. ir. C.T.M. van Rossum, senior voedingskundige, RIVM, Bilthoven
•  prof. dr. ir. M. Visser, hoogleraar gezond ouder worden, Vrije Universiteit Amsterdam, voorzitter •  dr. N. van der Wielen, universitair docent en onderzoeker afdeling diervoeding, universitair docent
•  prof. dr. ir. I.A. Brouwer, hoogleraar voeding voor gezond leven, Vrije Universiteit Amsterdam       en onderzoeker afdeling humane voeding en gezondheid, Wageningen Universiteit - tevens
•  prof. dr. ir. C.P.G.M. de Groot, hoogleraar Nutrition and Ageing, Wageningen Universiteit            incidenteel geconsulteerd voor achtergronddocument over eiwitkwaliteit
•  dr. J.A.E. Langius, diëtist, hoofddocent-teamleider voeding en diëtetiek, Haagse Hogeschool, Den  •  dr. J.D. Mackenbach-van Es, universitair docent epidemiologie en data onderzoek, Amsterdam UMC
   Haag                                                                                                 - tevens incidenteel geconsulteerd voor achtergronddocument over kosten
•  prof. dr. G.J. Navis, hoogleraar voeding in de geneeskunde/experimentele nefrologie, UMC
   Groningen                                                                                         Waarnemers
•  prof. dr. E.W.M.L. de Vet, dean University College Tilburg, hoogleraar Tilburg University         •  dr. ir. E.J. Brink, Voedingscentrum, Den Haag (tot september 2022)
•  prof. dr. L.J.C. van Loon, hoogleraar bewegingsfysiologie en voeding, Maastricht University,      •  drs. C.L.E. van Houte, VWS, Den Haag
   structureel geraadpleegd deskundige vanaf juli 2023                                               •  mr. J. Lok, LNV, Den Haag (vanaf september 2022)
•  dr. ir. E.H.M. Temme, wetenschappelijk medewerker, RIVM en bij Voeding en gezondheid,             •  drs. E.M. van Nes, LNV, Den Haag (tot september 2022)
   Wageningen Universiteit, structureel geraadpleegd deskundige                                      •  dr. ir. M. Seves, Voedingscentrum, Den Haag (vanaf september 2022)
•  prof. dr. ir. P. van ’t Veer, hoogleraar voeding, volksgezondheid en duurzaamheid, Wageningen
   Universiteit, structureel geraadpleegd deskundige                                                 Secretarissen
•  prof. dr. H.H.E. van Zanten, universitair hoofddocent, Farming Systems Ecology group, Wageningen  •  dr. M.J. Alssema, Gezondheidsraad, Den Haag
   Universiteit, structureel geraadpleegd deskundige                                                 •  dr. ir. J. de Goede, Gezondheidsraad, Den Haag
                                                                                                     •  dr. K.G. van der Mark-Reeuwijk, Gezondheidsraad, Den Haag
Geraadpleegde deskundigen tijdens besloten commentaarronde op het conceptadvies
•  dr. ir. C. van Dooren, senior adviseur duurzame voedingspatronen, WWF-NL, Zeist
•  ir. H.J. Westhoek, senior onderzoeker voedsel- en landbouwsysteem, Planbureau voor de
   leefomgeving, Den Haag
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen,
en ontwikkelingen of trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Gezonde eiwittransitie.
Den Haag: Gezondheidsraad 2023; publicatienr. 2023/19.
Auteursrecht voorbehouden
Gezondheidsraad | Nr. 2023/19                                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>