<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan de minister voor Medische Zorg
Datum:      27 maart 2024     Uw kenmerk: 3754707-1060059-PDCV Ons kenmerk: 3764626/3794523/JVDB/ym/087
Telefoon:   070 340 75 20     E-mail:      voorzitter@gr.nl    Bijlagen:    -
Onderwerp:advies COVID-19-vaccinatie in 2024
Publicatienummer: 2024/06
Geachte minister,
Op 18 januari 2024 vroeg u de raad of het advies Structureel vaccinatieprogramma tegen
COVID-19 geactualiseerd diende te worden en hierbij te adviseren welke groepen in
aanmerking zouden moeten komen voor vaccinatie tegen COVID-19 vanaf 2024. De
adviesaanvraag is te vinden op www.gezondheidsraad.nl. De Subcommissie Vaccinaties
COVID-19 heef t zich over deze vraag gebogen. Een overzicht van de commissiesamenstelling
vindt u onderaan deze brief . Het advies is getoetst door de beraadsgroep van de
Gezondheidsraad.
Doel van vaccinatie
Zoals beschreven in het advies over een structureel vaccinatieprogramma tegen COVID-19 uit
20231, is het doel van COVID-19-vaccinatie het voorkomen van ziekenhuisopname, IC-opname
en sterf te door deze ziekte. Ook voor de komende periode blijf t dit het doel van vaccinatie.
Volgens de commissie geeft de huidige situatie, die vergelijkbaar is met die van 2023, geen
aanleiding om dit doel te herzien. Hoewel de commissie geen toekomstvoorspellingen kan
doen, schat zij in dat onderstaande elementen als beschreven in het advies uit 2023,1 ook in de
komende periode aan de orde zullen zijn:
• Gedurende het hele jaar verdringen nieuwe virusvarianten de bestaande, en de geleidelijke
   af name van immuniteit en de opkomst van deze nieuwe varianten zorgen steeds voor een
   nieuwe besmettingsgolf .
• Het beloop van de ziekte na besmetting is doorgaans mild, maar bij iedere besmettingsgolf is
   een tijdelijke toename te zien in het aantal ziekenhuisopnames en IC-opnames.
• De ziektelast is het hoogst onder mensen van 60 jaar en ouder en in medische (hoog)
   risicogroepen.
Epidemiologie en ziektelast winter 2023-2024
In de maanden oktober, november en december 2023 was er sprake van een hoge mate van
circulatie van SARS-CoV-2 in Nederland, met een piek in de laatste weken van december.2 Het
betrof verschillende varianten van omikron. Sinds eind 2023 is JN.1, een subvariant van
omikronvariant BA.2.86, het meest voorkomend. In vergelijking met de pieken in 2022 en eerder
in 2023, is de viruscirculatie afgelopen wintermaanden flink hoger geweest. Desondanks was
het aantal ziekenhuisopnames vergelijkbaar met de eerdere pieken: gemiddeld 165 opnames
per dag.2 Dit kan verklaard worden doordat omikron minder ernstige ziekte veroorzaakt dan
eerdere varianten zoals de deltavariant en er een hoge mate van immuniteit is onder de
bevolking door eerder doorgemaakte inf ecties en vaccinatie.
Bezoekadres                   e. info@gr.nl
Bezuidenhoutseweg 30          t. 070 340 75 20
2594 AV Den Haag              www.gezondheidsraad.nl                                        Pagina 1 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Figuren 1 en 2 geven een indruk van de ziektelast door COVID-19 in de afgelopen periode. 2 De
ziektelast – het aantal ziekenhuisopnames – is het hoogst onder mensen van 60 jaar en ouder,
vooral als zij daarbij ook in een medische risicogroep vallen. In Figuur 1 is te zien dat onder
mensen die in het najaar van 2023 niet gevaccineerd zijn het risico op ziekenhuisopname sterk
toeneemt met de leeftijd en het hoogst is bij mensen uit de medische hoog-risicogroep. Figuur 2
geef t het absolute aantal ziekenhuisopnames in verschillende groepen weer. Te zien is dat
vooral ouderen met onderliggende aandoeningen die in het najaar van 2023 niet gevaccineerd
zijn in het ziekenhuis worden opgenomen. Omdat de groepen niet even groot zijn, kunnen de
groepen onderling niet vergeleken worden. Belangrijk om te vermelden is dat de gegevens over
ziektelast incompleet zijn, omdat registratie van ziekenhuisopnames (in NICE2) sinds het
voorjaar van 2023 nog slechts gedeeltelijk gedaan wordt en er daarnaast belemmeringen zijn in
de gegevensuitwisseling. Dat betekent dat de hier gepresenteerde gegevens ongeveer de helf t
van de totale ziekenhuisopnames laten zien. Tevens betref t het zowel ziekenhuisopnames
vanwege COVID-19 als ziekenhuisopnames met COVID-19.
 Figuur 1 Incidentie van het aantal COVID-19-ziekenhuisopnames onder niet-gevaccineerde mensen, geregistreerd in
 NICE, per 100.000 niet-gevaccineerde persoonsdagen, in de periode 1 september 2023 tot 31 december 2023,
                                                            2
 uitgesplitst naar leeftijdsgroep en medische risicogroep. De omvang van de verschillende groepen is niet gelijk,
 waardoor absolute aantallen moeilijk te vergelijken zijn. Door de incidentie (in dit geval per 100.000 persoonsdagen) te
 presenteren, zijn de verschillende groepen met elkaar te vergelijken.
 Geen medisch risico: mensen die niet behoren tot de medische risicogroep voor COVID-19-vaccinatie of
 griepvaccinatie. Griepgroep: mensen met een medische aandoening waardoor zij in aanmerking komen voor
 griepvaccinatie (exclusief het leeftijdscriterium). Medisch hoog-risicogroep: mensen met een medische aandoening
 waardoor zij in aanmerking komen voor COVID-19-vaccinatie (exclusief het leeftijdscriterium).
                                                                          3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 2 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> Figuur 2 Aantal COVID-19-ziekenhuisopnames onder gevaccineerde (links) en niet-gevaccineerde (rechts) mensen,
 geregistreerd in NICE, in de periode 1 september 2023 tot 31 december 2023, uitgesplitst naar leeftijdsgroep,
                                              2
 vaccinatiestatus en medische risicogroep. Categorieën waarvoor geen aantallen getoond zijn, bevatten tussen de 0
 en 10 opnames. Dit aantal is niet gegeven in verband met onthullingsrisico. Omdat de groepen niet even groot zijn,
 kunnen de groepen onderling niet vergeleken worden (zie daarvoor figuur 1).
 Geen medisch risico: mensen die niet behoren tot de medische risicogroep voor COVID-19-vaccinatie of
 griepvaccinatie. Griepgroep: mensen met een medische aandoening waardoor zij in aanmerking komen voor
 griepvaccinatie (exclusief het leeftijdscriterium). Medisch hoog-risicogroep: mensen met een medische aandoening
 waardoor zij in aanmerking komen voor COVID-19-vaccinatie (exclusief het leeftijdscriterium).
Vaccineffectiviteit
In het najaar van 2023 is in Nederland het XBB.1.5-vaccin (voornamelijk BioNTech/Pf izer)
gebruikt. De effectiviteit van dit vaccin tegen ziekenhuisopname is berekend in de periode begin
oktober-begin december 2023 bij mensen van 60 jaar en ouder. 3 Er werden 2.050 mensen
opgenomen in het ziekenhuis, waarvan er 295 (14%) waren gevaccineerd. De vaccineffectiviteit
was 71% (95% betrouwbaarheidsinterval (BI): 67-74)) tegen ziekenhuisopname en 73% (42-88)
tegen IC-opname. Ook voor de periode begin oktober 2023-eind december 2023 is de
vaccineffectiviteit tegen ziekenhuisopname berekend. Afhankelijk van de leef tijdsgroep (60-79
jaar of 80+) en medische risicogroep lag de vaccinef f ectiviteit tussen 64 en 73%. In het
buitenland werden vergelijkbare resultaten gezien. In Denemarken, waar eveneens in het
najaar gevaccineerd is met het XBB.1.5-vaccin, werd de vaccinef f ectiviteit bij mensen ouder
dan 65 jaar tegen ziekenhuisopname geschat op 76% (61-84). 4 In de Verenigde Staten (VS)
was de vaccinef f ectiviteit tegen ziekenhuisopname 63% (33-80) bij mensen vanaf 18 jaar
(mediaan 54 jaar). 5 Naast de effectiviteit tegen ziekenhuisopname is ook de vaccinef f ectiviteit
                                                                           3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 3 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>tegen symptomatische inf ectie geschat bij mensen van 18 jaar en ouder, in de periode
september 2023-januari 2024. 6 De vaccinef f ectiviteit was 54% (46-60). 6 Uit Nederlandse
gegevens blijkt de vaccineffectiviteit tegen infectie 51% (45-57) bij mensen van 60 jaar en ouder
in de periode oktober 2023-januari 2024. 2,7 Zoals eerder ook gezien is, is de bescherming tegen
ziekenhuisopname dus beter dan de bescherming tegen inf ectie.
Doelgroepen voor vaccinatie
In het advies over structurele vaccinatie tegen COVID-19,1 adviseerde de commissie om
vaccinatie aan te bieden aan mensen van 60 jaar en ouder, volwassenen die in aanmerking
komen voor de jaarlijkse griepprik en volwassenen en kinderen uit medische hoog-
risicogroepen. De commissie ziet geen reden om hiervan af te wijken, gezien het doel van
vaccinatie en na analyse van de epidemiologie, ziektelast (f iguren 1 en 2) en ef f ectiviteit van
vaccinatie in het winterseizoen van 2023-2024.
Er kunnen altijd individuele situaties bestaan waarin besloten kan worden om vaccinatie aan te
bieden aan personen buiten de gespecificeerde doelgroepen, bijvoorbeeld als er een kwetsbaar
gezinslid is. Naar inzicht van de behandelend arts kan volgens de commissie ook op individuele
basis COVID-19-vaccinatie aangeboden worden als dit nodig wordt geacht.
Medewerkers in de gezondheidszorg
Volgens de commissie zouden, net als in 2023 geadviseerd 1, ook medewerkers in de
gezondheidszorg die direct contact hebben met kwetsbare patiënten weer voor vaccinatie in
aanmerking moeten komen. Er zijn geen nieuwe inzichten over het risico op transmissie en het
risico op ernstige ziekte en sterfte bij kwetsbare patiënten, en daarom zijn de argumenten en
overwegingen hiervoor dezelf de als in 2023. 1
Zwangeren
Tot nu toe kwamen alle zwangeren in aanmerking voor vaccinatie. 1 De commissie heef t
beoordeeld of in de huidige situatie de ziektelast voldoende hoog is om vaccinatie voor alle
zwangeren te blijven adviseren. Gegevens over de ziektelast bij zwangeren laten zien dat het
verhoogde risico op ernstige ziekte van de zwangere door COVID-19 lager is dan voorheen. 8-12
Hier zijn waarschijnlijk twee belangrijke redenen voor. De eerste is dat er in de huidige situatie
een hoge mate van immuniteit is onder de bevolking, als gevolg van doorgemaakte infecties en
vaccinatie.2 Een tweede reden is dat infecties met de omikronvariant een minder ernstig beloop
hebben dan inf ecties met de deltavariant. 8-11 Hierdoor is het risico op ziekenhuis- en IC-
opnames lager dan voor de omikronperiode. Ook vroeggeboortes komen minder vaak voor11,12,
omdat zwangeren minder vaak in het ziekenhuis worden opgenomen en de bevalling niet
vroegtijdig opgewekt hoef t te worden vanwege ademhalingsproblematiek veroorzaakt door
COVID-19. Uit een recent gepubliceerde studie blijkt dat ook in gebieden met een lage
vaccinatiegraad sinds de introductie van de omikronvariant de kans op prematuriteit door
COVID-19 niet meer verhoogd is.12 De commissie heeft vervolgens beoordeeld of vaccinatie
van zwangeren nog voldoende toegevoegde waarde heeft. De veiligheid van vaccinatie tijdens
de zwangerschap is in vele studies aangetoond. 13-16 Ook verkleint vaccinatie van zwangeren
het risico op ernstige ziekte. 17-19 Echter, het risico op ernstige ziekte en vroeggeboorte is
momenteel erg laag. Volgens de commissie is daarom de toegevoegde waarde van vaccinatie
inmiddels te beperkt. De commissie raadt in de huidige situatie dan ook niet meer aan om
vaccinatie tegen COVID-19 standaard aan te bieden aan alle zwangeren. Zwangeren uit de
medische risicogroepen blijven wel in aanmerking komen voor vaccinatie. Mocht er een
                                                            3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 4 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>virusvariant opkomen die leidt tot een ernstiger ziektebeeld of als de immuniteit in de bevolking
aanzienlijk zou af nemen, dan zou vaccinatie van alle zwangeren heroverwogen moeten
worden.
Post-COVID
Post-COVID wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO gedefinieerd als: Post COVID-
19 condition occurs in individuals with a history of probable or confirmed SARS-CoV-2 infection,
usually 3 months from the onset of COVID-19 with symptoms that last for at least 2 months and
cannot be explained by an alternative diagnosis. Common symptoms include fatigue, shortness
of breath, cognitive dysfunction but also others and generally have an impact on everyday
functioning. Symptoms may be new onset following initial recovery from an acute COVID-19
episode or persist from the initial illness. Symptoms may also fluctuate or relapse over time.20
Voorkómen van post-COVID
Post-COVID kan een ernstig ziektebeeld geven. Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over
hoe post-COVID ontstaat, en wat de risicof actoren zijn. Onderzoek laat zien dat een ernstige
COVID-19-inf ectie een verhoogd risico geeft21,22, maar post-COVID komt ook voor bij mensen
die een milde COVID-19-infectie hebben doorgemaakt. Andere risicofactoren die in enige mate
geassocieerd zijn met post-COVID betref f en hogere leef tijd, vrouwelijk geslacht, roken,
overgewicht en comorbiditeit.21-23 Specif ieke risicof actoren zijn nog niet geïdentif iceerd. Dat
betekent dat vrijwel de gehele bevolking gevaccineerd zou moeten worden om post-COVID te
voorkomen. De commissie heeft beoordeeld of het voorkomen van post-COVID een doel van
vaccinatie zou moeten zijn, gegeven dat dan de gehele bevolking voor vaccinatie in aanmerking
zou komen.
Bij de beoordeling heef t de commissie gekeken naar de ziektelast en de ef f ectiviteit van
vaccinatie om post-COVID te voorkomen. Zowel bij de ziektelast als bij de ef f ectiviteit zijn er
veel onzekerheden.
De eerste onzekerheid betref t de omvang van de ziektelast van post-COVID. Hoewel er
schattingen zijn gerapporteerd van tienduizenden patiënten24, is onduidelijk wat de incidentie is
van post-COVID in de huidige epidemiologische situatie. De meerderheid van de bestaande
groep patiënten werd getroffen in de eerste fase van de pandemie, toen er nog geen immuniteit
(door vaccinatie of infectie) aanwezig was en er virusvarianten circuleerden die ziekmakender
waren dan de huidige omikron-varianten. Het risico op post-COVID is hoger bij patiënten die
ernstige COVID-19 hebben gehad.21,22 Gezien de immuunstatus in de bevolking (vanwege
doorgemaakte infectie en/of vaccinatie) en de omikron-varianten is in de huidige situatie het
risico op ernstige COVID-19 en daarmee post-COVID duidelijk lager dan voorheen25-27, maar
onduidelijk is hoeveel lager precies. Gegevens over het jaarlijks aantal nieuwe patiënten zijn
niet beschikbaar, waardoor onzeker is wat de omvang van de ziektelast is die eventueel met
vaccinatie voorkomen zou kunnen worden.
De tweede onzekerheid betref t die over ef f ectiviteit van vaccinatie om post-COVID te
voorkomen. Vaccinatie beschermt voor ongeveer 50% tegen inf ectie met het virus.2,6 Deze
bescherming is echter niet langdurig, wat betekent dat het risico op post-COVID steeds
terugkeert, tenzij er regelmatig (meerdere keren per jaar) opnieuw gevaccineerd wordt zodat er
continu voldoende hoge antistofniveaus zijn om infectie te voorkomen. Vaccinatie is ongeveer
70% ef f ectief tegen ernstige COVID-19.3-6 Deze bescherming is langduriger, omdat het
immunologisch geheugen hierbij een rol speelt. Het risico op post-COVID is hoger bij ernstige
                                                            3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 5 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>COVID-19, waardoor vaccinatie mogelijk in enige mate post-COVID kan voorkomen. Ook reeds
aanwezige immuniteit (door eerdere vaccinatie of doorgemaakte inf ectie) kan op die manier
bescherming bieden tegen deze ziekte. Post-COVID kan echter ook voorkomen zonder dat
daar ernstige COVID-19 aan vooraf gegaan is. Of vaccinatie ook op andere manieren dan door
het voorkomen van (ernstige) COVID-19 beschermend kan werken tegen post-COVID is niet
bekend. Dit komt omdat niet bekend is wat de onderliggende pathofysiologische mechanismes
van post-COVID zijn, welke vorm van afweer er nodig is (bijvoorbeeld circulerende antistoffen of
immunologisch geheugen) en hoe lang die afweer bescherming biedt. Daardoor is in de huidige
situatie onzeker wat de toegevoegde waarde van vaccinatie is om post-COVID te voorkomen.
De commissie stelt vast dat post-COVID kan leiden tot een ernstig ziektebeeld, wat aanleiding
geef t om vaccinatie te overwegen. Echter, alles overziend, komt de commissie tot de conclusie
dat er te veel onzekerheden zijn om vaccinatie in te zetten om post-COVID te voorkomen.
Doorslaggevend hierbij is dat dan de gehele bevolking (doorlopend) gevaccineerd zou moeten
worden, wat gepaard gaat met een zekere belasting en nadelen, terwijl onzeker is hoeveel
gevallen van post-COVID in deze fase van de epidemie hiermee voorkomen kunnen worden.
Om de onzekerheden over post-COVID weg te nemen, onderstreept de commissie het belang
van wetenschappelijk onderzoek naar de epidemiologie van post-COVID en naar de effectiviteit
van vaccinatie hiertegen.
Patiënten met post-COVID
De commissie heef t ook beoordeeld of patiënten met post-COVID in aanmerking zouden
moeten komen voor vaccinatie. Dit zou het geval kunnen zijn wanneer deze groep patiënten bij
een herinf ectie een verhoogd risico heef t op ziekenhuisopname, IC-opname of sterf te door
COVID-19. Deze vraag betreft de patiënten die jonger zijn dan 60 jaar en niet behoren tot de
medische risicogroep. Immers, mensen boven de 60 jaar en medische risicogroepen,
bijvoorbeeld mensen met functiestoornissen van de luchtwegen en longen (mogelijk als gevolg
van post-COVID), komen al in aanmerking voor vaccinatie.
De commissie stelt op basis van de ziektelast vast dat er geen aanwijzingen zijn dat post-
COVID een verhoogd risico geeft op ziekenhuisopname, IC-opname of sterfte door COVID-19.
De commissie ziet daarom onvoldoende aanleiding om patiënten met post-COVID te
classificeren als medische risicogroep die in aanmerking zou moeten komen voor COVID-19-
vaccinatie om ziekenhuisopname, IC-opname en sterf te door deze ziekte te voorkomen.
Vervolgens heeft de commissie gekeken of met vaccinatie verergering van post-COVID bij een
herinf ectie voorkomen kan worden. De commissie stelt vast dat er, voor zover bekend, geen
duidelijke wetenschappelijke evidentie is over verergering van post-COVID bij een herinf ectie
en de rol van vaccinatie daarbij. Er worden zowel suggesties gedaan dat vaccinatie verergering
kan voorkomen bij herinfecties als suggesties dat vaccinatie zelf tot verergering van klachten
leidt. Vanwege deze grote onzekerheid kan de commissie geen uitspraak doen over vaccinatie
van patiënten met post-COVID ter voorkoming van verergering van het bestaande ziektebeeld
na een herinf ectie met SARS-CoV-2. Evenmin zijn er gronden om bij de huidige stand van
wetenschap vaccinatie af te raden bij deze patiënten. Therapeutisch inzetten van vaccinatie valt
buiten de reikwijdte van dit advies.
Post-vaccinatie-syndroom
Vaccins worden alleen geregistreerd als ze door het Europees Medicijn Agentschap (EMA)
voldoende veilig zijn bevonden op grond van de resultaten uit klinische trials. Inmiddels is de
                                                          3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 6 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>veiligheid van de vaccins tegen COVID-19 ook in praktijk aangetoond. Miljoenen mensen zijn
een of meerdere keren gevaccineerd en de veiligheid ervan is in grote cohortstudies
aangetoond.28-30 Dat neemt niet weg dat het van belang is om voortdurend mogelijke
bijwerkingen te monitoren. Bijwerkingencentrum Lareb onderzocht daarom recent meldingen
van klachten lijkend op post-COVID-syndroom die langer dan 6 maanden duurden en die
binnen 28 dagen na vaccinatie waren ontstaan. Het Lareb concludeerde dat er onvoldoende
bewijs is voor een verband tussen de klachten en de coronavaccins: in ongeveer de helf t van
de meldingen was geen medisch onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaken van de
klachten, of was dit niet bekend, waardoor niet duidelijk is of er mogelijke andere oorzaken een
rol gespeeld hebben, zoals een SARS-CoV-2-inf ectie.31 Het College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen (CBG) deelt deze conclusie, maar houdt eventuele nieuwe meldingen
nauwlettend in de gaten.
Uitvoeringsaspecten
Vaccin en virusvarianten
In de af gelopen periode is er gevaccineerd met omikron XBB.1.5-vaccins. Circulatie van nieuwe
virusvarianten kan aanpassing van vaccins nodig maken. 32 De WHO, het Europees Centrum
voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en het EMA adviseren daarom jaarlijks over de
samenstelling van de vaccins, zodat de vaccins tijdig aangepast kunnen worden voor vaccinatie
in het najaar.
Timing
De commissie heeft in 2023 geadviseerd jaarlijks een vaccinatieronde te houden in het najaar,
zodat de bescherming tegen COVID-19 optimaal is gedurende de winter. 1 Hoewel niet uit te
sluiten is dat zich een verheffing van COVID-19-infecties voordoet in een andere periode van
het jaar, worden de meeste infecties verwacht gedurende de wintermaanden. De commissie
acht het namelijk aannemelijk dat de verspreiding van SARS-CoV-2 in de winter gemakkelijker
plaatsvindt, zoals dat ook het geval is voor andere respiratoire virussen (bijvoorbeeld inf luenza
en RSV). De commissie blijft dan ook bij haar advies om (vroeg) in het najaar te vaccineren
tegen COVID-19.
Deelname en bereiken doelgroepen
In het najaar van 2023 zijn ruim 2,7 miljoen mensen gevaccineerd. 2 De deelnamegraad onder
mensen van 60 jaar en ouder was daarmee 50%. Binnen de groep 60+ was deelname het
hoogst onder 80-84-jarigen (66%) en het laagst onder 60-64-jaringen (32%). Onderzoek laat
zien dat de deelnamegraad bij mensen jonger dan 60 jaar en behorend tot een medische
risicogroep (griepgroep en medische hoog risicogroep) lager was dan 25%.2 De laagste
deelnamegraad is gezien bij (eerste generatie) migranten uit Turkije en Marokko (lager dan
10%), maar ook bij andere groepen met een migratieachtergrond was de deelname lager dan
bij mensen met een Nederlandse herkomst. Uit de literatuur blijkt dat verschillende f actoren,
zoals migratieachtergrond, opleidingsniveau en politieke voorkeur, samenhangen met
deelname aan vaccinatieprogramma’s. 2,33,34
Hoewel mensen een weloverwogen keuze kunnen maken om van vaccinatie af te zien, acht de
commissie het waarschijnlijk dat de lage deelnamegraad ook ten dele is veroorzaakt omdat niet
alle doelgroepen voor vaccinatie zijn bereikt. Zo ontvingen voor de vaccinatieronde in 2023
alleen de mensen van 60 jaar en ouder een brief dat zij voor vaccinatie in aanmerking kwamen.
De commissie wijst op het belang van een hoge deelnamegraad en de rol die het bereiken van
                                                            3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 7 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>de doelgroepen daarin speelt.35 Zij raadt dan ook aan om voor komende vaccinatierondes meer
inspanningen te leveren om alle groepen die voor vaccinatie in aanmerking komen goed te
bereiken. Hierbij kan gedacht worden aan gerichte communicatiecampagnes (bijvoorbeeld
persoonlijke oproepbrieven), het gecombineerd aanbieden van COVID-19- vaccinatie en
griepvaccinatie, en de nabijheid en toegankelijkheid van vaccinatielocaties.
Gegevensverzameling en -uitwisseling
De commissie wijst op het grote belang van de gegevensverzameling en -uitwisseling tussen
verschillende (uitvoerende) organisaties, ten aanzien van vaccinatie, ziekenhuisopnames en
sterf te. Momenteel worden er belemmeringen ervaren die ertoe leiden dat er onvoldoende goed
zicht is op de resultaten en ef f ectiviteit van het vaccinatieprogramma en die ook
wetenschappelijk onderzoek hinderen. Volgens de commissie is het evident dat er voor de
kwaliteit en de ontwikkeling van het programma zicht moet blijven op (onder andere) de
deelname en ziekenhuisopnames, en benadrukt dat beschikking over dergelijke gegevens
essentieel is. De commissie raadt dan ook aan deze belemmeringen zoveel mogelijk weg te
nemen.
Advies
De commissie adviseert, net als in 20231, om in het komende najaar vaccinatie aan te bieden
aan mensen van 60 jaar en ouder, volwassenen die in aanmerking komen voor de jaarlijkse
griepprik en volwassenen en kinderen uit medische hoog-risicogroepen. Ook blijf t zij bij haar
advies om medewerkers in de gezondheidszorg die direct contact hebben met kwetsbare
patiënten voor vaccinatie in aanmerking te laten komen. In de huidige situatie raadt de
commissie niet meer aan om standaard alle zwangeren vaccinatie aan te bieden.
De commissie concludeert daarnaast dat er te veel onzekerheden zijn om vaccinatie in te zetten
met als doel post-COVID te voorkomen, gegeven dat dan de gehele bevolking (doorlopend)
gevaccineerd zou moeten worden.
Ten slotte raadt zij aan om voor komende vaccinatierondes meer inspanningen te leveren om
alle groepen die voor vaccinatie in aanmerking komen goed te bereiken, de inf ormatie af te
stemmen op de doelgroep, en vaccinatie zo laagdrempelig mogelijk te maken.
Met vriendelijke groet,
prof . dr. B.J. Kullberg,
voorzitter
                                                            3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 8 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Literatuur
1       Gezondheidsraad. Structureel vaccinatieprogramma tegen COVID-19. Den Haag:
        Gezondheidsraad, 2023; publicatie nr. 2023/10.
2       Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) - Centrum
        Inf ectieziektenbestrijding (CIb). COVID-19-vaccinatie. Achtergrondinformatie voor de
        Gezondheidsraad. 2024; 2024-0055.
3       van Werkhoven CH, Valk AW, Smagge B, de Melker HE, Knol MJ, Hahne SJ, et al.
        Early COVID-19 vaccine effectiveness of XBB.1.5 vaccine against hospitalisation and
        admission to intensive care, the Netherlands, 9 October to 5 December 2023. Euro
        Surveill 2024; 29(1).
4       Hansen CH, Moustsen-Helms IR, Rasmussen M, Soborg B, Ullum H, Valentiner-Branth
        P. Short-term effectiveness of the XBB.1.5 updated COVID-19 vaccine against
        hospitalisation in Denmark: a national cohort study. Lancet Infect Dis 2024; 24(2): e73-
        e74.
5       Tartof ; SY, Slezak; JM, Frankland; TB, Puzniak; L, Hong; V, Ackerson; BK, et al.
        BNT162b2 XBB1.5-adapted Vaccine and COVID-19 Hospital Admissions and
        Ambulatory Visits in US Adults. medRxiv 2023.
6       Link-Gelles R, Ciesla AA, Mak J, Miller JD, Silk BJ, Lambrou AS, et al. Early Estimates
        of Updated 2023-2024 (Monovalent XBB.1.5) COVID-19 Vaccine Effectiveness Against
        Symptomatic SARS-CoV-2 Infection Attributable to Co-Circulating Omicron Variants
        Among Immunocompetent Adults - Increasing Community Access to Testing Program,
        United States, September 2023-January 2024. MMWR Morb Mortal Wkly Rep 2024;
        73(4): 77-83.
7       Huiberts AJ, Hoeve CE, de Gier B, Cremer J, van der Veer B, de Melker HE, et al.
        Effectiveness of Omicron XBB.1.5 vaccine against infection with SARS-CoV-2 Omicron
        XBB and JN.1 variants, prospective cohort study, the Netherlands, October 2023 to
        January 2024. Euro Surveill 2024; 29(10).
8       Adhikari EH, MacDonald L, SoRelle JA, Morse J, Pruszynski J, Spong CY. COVID-19
        Cases and Disease Severity in Pregnancy and Neonatal Positivity Associated With
        Delta (B.1.617.2) and Omicron (B.1.1.529) Variant Predominance. Jama 2022; 327(15):
        1500-1502.
9       Birol Ilter P, Prasad S, Mutlu MA, Tekin AB, O'Brien P, von Dadelszen P, et al. Maternal
        and perinatal outcomes of SARS-CoV-2 infection in unvaccinated pregnancies during
        Delta and Omicron waves. Ultrasound Obstet Gynecol 2022; 60(1): 96-102.
10      Floyd R, Hunter S, Murphy N, Lindow SW, O'Connell MP. A retrospective cohort study
        of pregnancy outcomes during the pandemic period of the SARS-CoV-2 omicron
        variant: A single center's experience. Int J Gynaecol Obstet 2022; 159(2): 605-606.
11      Stock SJ, Moore E, Calvert C, Carruthers J, Denny C, Donaghy J, et al. Pregnancy
        outcomes after SARS-CoV-2 infection in periods dominated by delta and omicron
        variants in Scotland: a population-based cohort study. Lancet Respir Med 2022; 10(12):
        1129-1136.
12      Torche F, Nobles J. Vaccination, immunity, and the changing impact of COVID-19 on
        infant health. Proc Natl Acad Sci U S A 2023; 120(49): e2311573120.
13      Fu W, Sivajohan B, McClymont E, Albert A, Elwood C, Ogilvie G, et al. Systematic
        review of the safety, immunogenicity, and effectiveness of COVID-19 vaccines in
                                                          3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 9 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   pregnant and lactating individuals and their infants. Int J Gynaecol Obstet 2022; 156(3):
   406-417.
14 Ciapponi A, Berrueta M, E PKP, Bardach A, Mazzoni A, Anderson SA, et al. Safety of
   COVID-19 vaccines during pregnancy: A systematic review and meta-analysis. Vaccine
   2023; 41(25): 3688-3700.
15 Norman M, Magnus MC, Soderling J, Juliusson PB, Naver L, Ortqvist AK, et al.
   Neonatal Outcomes After COVID-19 Vaccination in Pregnancy. Jama 2024; 331(5):
   396-407.
16 Rimmer MP, Teh JJ, Mackenzie SC, Al Wattar BH. The risk of miscarriage following
   COVID-19 vaccination: a systematic review and meta-analysis. Hum Reprod 2023;
   38(5): 840-852.
17 Schrag SJ, Verani JR, Dixon BE, Page JM, Butterfield KA, Gaglani M, et al. Estimation
   of COVID-19 mRNA Vaccine Effectiveness Against Medically Attended COVID-19 in
   Pregnancy During Periods of Delta and Omicron Variant Predominance in the United
   States. JAMA Netw Open 2022; 5(9): e2233273.
18 Birol Ilter P, Prasad S, Berkkan M, Mutlu MA, Tekin AB, Celik E, et al. Clinical severity
   of SARS-CoV-2 infection among vaccinated and unvaccinated pregnancies during the
   Omicron wave. Ultrasound Obstet Gynecol 2022; 59(4): 560-562.
19 Eid J, Abdelwahab M, Williams H, Caplan M, Hajmurad S, Venkatesh KK, et al.
   Decreased severity of COVID-19 in vaccinated pregnant individuals during
   predominance of different SARS-CoV-2 variants. Am J Reprod Immunol 2022; 88(3):
   e13596.
20 World Health Organization (WHO). A clinical case definition of post COVID-19 condition
   by a Delphi consensus. WHO/2019-nCoV/Post_COVID-
   19_condition/Clinical_case_def inition/2021.1.
21 Tsampasian V, Elghazaly H, Chattopadhyay R, Debski M, Naing TKP, Garg P, et al.
   Risk Factors Associated With Post-COVID-19 Condition: A Systematic Review and
   Meta-analysis. JAMA Intern Med 2023; 183(6): 566-580.
22 Luo D, Mei B, Wang P, Li X, Chen X, Wei G, et al. Prevalence and risk factors for
   persistent symptoms after COVID-19: a systematic review and meta-analysis. Clin
   Microbiol Inf ect 2024; 30(3): 328-335.
23 Notarte KI, de Oliveira MHS, Peligro PJ, Velasco JV, Macaranas I, Ver AT, et al. Age,
   Sex and Previous Comorbidities as Risk Factors Not Associated with SARS-CoV-2
   Infection for Long COVID-19: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Clin Med
   2022; 11(24).
24 Maatschappelijk Impact Team (MIT). Maatschappelijke gevolgen van long covid. 19 juni
   2023.
25 Bosworth ML, Shenhuy B, Walker AS, Nafilyan V, Alwan NA, O'Hara ME, et al. Risk of
   New-Onset Long COVID Following Reinfection With Severe Acute Respiratory
   Syndrome Coronavirus 2: A Community-Based Cohort Study. Open Forum Inf ect Dis
   2023; 10(11): of ad493.
26 Hernandez-Aceituno A, Garcia-Hernandez A, Larumbe-Zabala E. COVID-19 long-term
   sequelae: Omicron versus Alpha and Delta variants. Inf ect Dis Now 2023; 53(5):
   104688.
27 Antonelli M, Pujol JC, Spector TD, Ourselin S, Steves CJ. Risk of long COVID
   associated with delta versus omicron variants of SARS-CoV-2. Lancet 2022;
   399(10343): 2263-2264.
                                                     3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 10 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>28 Faksova K, Walsh D, Jiang Y, Griffin J, Phillips A, Gentile A, et al. COVID-19 vaccines
   and adverse events of special interest: A multinational Global Vaccine Data Network
   (GVDN) cohort study of 99 million vaccinated individuals. Vaccine 2024.
29 Naf ilyan V, Bermingham CR, Ward IL, Morgan J, Zaccardi F, Khunti K, et al. Risk of
   death following COVID-19 vaccination or positive SARS-CoV-2 test in young people in
   England. Nat Commun 2023; 14(1): 1541.
30 Andersson NW, Thiesson EM, Hansen JV, Hviid A. Safety of BA.4-5 or BA.1 bivalent
   mRNA booster vaccines: nationwide cohort study. BMJ 2023; 382: e075015.
31 Bijwerkingencentrum Lareb. Long COVID-like symptoms following immunization with
   COVID-19 vaccines. https://www.lareb.nl/news/meer-onderzoek-nodig-naar-long-covid-
   klachten-na-coronavaccinatie. Geraadpleegd: Februari 2024.
32 Roemer C, Sheward DJ, Hisner R, Gueli F, Sakaguchi H, Frohberg N, et al. SARS-
   CoV-2 evolution in the Omicron era. Nat Microbiol 2023; 8(11): 1952-1959.
33 Maleki M, Bahrami M, Menendez M, Balsa-Barreiro J. Social Behavior and COVID-19:
   Analysis of the Social Factors behind Compliance with Interventions across the United
   States. Int J Environ Res Public Health 2022; 19(23).
34 Pijpers J, van Roon A, van Roekel C, Labuschagne L, Smagge B, Ferreira JA, et al.
   Determinants of COVID-19 Vaccine Uptake in The Netherlands: A Nationwide Registry-
   Based Study. Vaccines (Basel) 2023; 11(9).
35 Robertson DA, Timmons S, Lunn PD. Behavioural evidence on COVID-19 vaccine
   uptake. Public Health 2024; 227: 49-53.
                                                     3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 11 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Samenstelling Subcommissie COVID-19-vaccinaties voor het advies COVID-19-vaccinatie
in 2024:
• prof . dr. J.M. Prins, hoogleraar interne geneeskunde, Amsterdam UMC, voorzitter
• drs. M.W.H. van Beek, klinisch geriater, Catharina Ziekenhuis, Eindhoven
• prof . dr. C.J.P.A. Hoebe, hoogleraar sociale geneeskunde en inf ectieziektebestrijding,
    Maastricht UMC, GGD Zuid-Limburg
• dr. R. van der Graaf , associate prof essor medische ethiek, UMC Utrecht
• prof . dr. M.P.G. Koopmans, hoogleraar virologie, Erasmus MC, Rotterdam
• em. prof . dr. M.E.T.C. van den Muijsenbergh, hoogleraar gezondheidsverschillen en
    persoonsgerichte eerstelijnszorg, Radboudumc, Nijmegen
• dr. S. Schoenmakers, gynaecoloog (perinatoloog), Erasmus MC, Rotterdam
• prof . dr. M. de Bruin, hoogleraar Behavioural Medicine & Health Psychology, Radboudumc,
    Nijmegen; Centrum Gezondheid en Maatschappij, RIVM, Bilthoven, structureel geraadpleegd
    deskundigea
• dr. H.E. de Melker, af delingshoof d epidemiologie en surveillance RVP, Centrum
   Inf ectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven, structureel geraadpleegd deskundigea
Waarnemersa
• M.C.W. Gadella, MSc., VWS, Den Haag
• drs. T.E. Nutma, RIVM, Bilthoven
Secretaris
• dr. J. van der Berg, Gezondheidsraad, Den Haag
a Geraadpleegd     deskundigen worden door de commissie geraadpleegd vanwege hun
deskundigheid. Geraadpleegd deskundigen en waarnemers hebben spreekrecht
tijdens de vergadering. Ze hebben geen stemrecht en dragen geen
verantwoordelijkheid voor de inhoud van het advies van de commissie.
                                                         3764626/3794523/JVDB/ym/087 | Pagina 12 van 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>