<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter          Prof. mr. F.H.J.J. Andriessen (waarnemend Voorzitter)
Leden               Dhr. A.L. ter Beek
                    Mw. prof. dr. C.E. von Benda-Beckmann-Droogleever Fortuijn
                    Prof. Jhr. dr. G. van Benthem van den Bergh
                    Mw. dr. O.B.R.C. van Cranenburgh
                    Mw. drs. A.C. van Es
                    Prof. mr. C. Flinterman
                    Prof. dr. E.J. de Kadt
                    Dr. B. Knapen
                    Mw. mr. E.M.A. Schmitz
Ambtelijk adviseurs Mr. F.A.M. Majoor (Ministerie van Buitenlandse Zaken)
                    Drs. B.W. Bargerbos (Ministerie van Defensie)
Secretaris          Drs. F. van Beuningen
                    Postbus 20061
                    2500 EB Den Haag
                    telefoon 070 - 348 5108/6060
                    fax 070 - 348 6256
                    E-mail AIV@minbuza.nl
                    Internet www.AIV-Advies.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>          Inhoudsopgave
I         Inleiding    5
II        Racisme en rassendiscriminatie in verleden en heden    7
          Het begrip rassendiscriminatie     7
          De Europese agenda       8
          Hedendaagse en historische vormen van racisme en rassendiscriminatie 9
III       Recht op rechtsherstel voor slachtoffers van rassendiscriminatie 13
          Juridisch kader     13
          Classificatie van verschillende vormen van rechtsherstel   13
          Relevante uitspraken en aanbevelingen van het verdragscomité tegen
          rassendiscriminatie (CERD)     14
          Enige andere ontwikkelingen      15
          Enkele conclusies     15
IV        De aanstaande Wereldconferentie:
          ter tafel liggende voorstellen en standpunten   17
          Europese voorstellen      17
          Latijns-Amerikaanse voorstellen     18
          Afrikaanse voorstellen      18
          Aziatische voorstellen     18
          Ontwerptekst van het Secretariaat     19
          Tussenbalans      19
V         Conclusies en aanbevelingen      22
Bijlage I          Adviesaanvraag
Bijlage II         VN. doc. E/CN.4/Sub.2/1993/8, para. 24
Bijlage III        Lijst van afkortingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>I        Inleiding
Op 27 april 2001 is de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) gevraagd te advi-
seren over de Wereldconferentie tegen Racisme, die van 31 augustus tot 7 september
2001 in Durban, Zuid-Afrika, zal worden gehouden.
In de adviesaanvraag (zie bijlage I voor tekst) wordt onder meer aangegeven dat het for-
muleren van maatregelen en beleid op nationaal, regionaal en internationaal niveau ter
bestrijding van hedendaagse vormen van racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en
aanverwante vormen van intolerantie het doel is van de Wereldconferentie. In de aan-
loop naar de Wereldconferentie hebben staten en regio’s zich, tijdens regionale confe-
renties, met name op de eigen problemen gericht. Het is de bedoeling dat de Wereld-
conferentie ‘action oriented’ en ‘forward looking’ resultaten gaat opleveren, die zullen
worden samengebracht in een Verklaring en Actieprogramma.
Voorts wordt ingegaan op ontwikkelingen tijdens de voorbereiding van de conferentie
en wordt aangegeven dat uit de tot nu toe gevoerde discussies is op te maken dat op
vele punten aanvaardbare compromissen te bereiken zijn, maar ook dat een aantal pro-
bleemgebieden blijft bestaan. Eén van deze gebieden betreft het thema compensatoire
maatregelen voor slachtoffers van slavernij en kolonialisme; een thema waarop met
name door de Afrikaanse staten sterk is ingezet. Daarbij gaat het om de vraag of sta-
ten met een koloniaal en/of slavernij-verleden financiële compensatie verschuldigd zijn
aan bepaalde personen, groepen of staten die zich heden ten dage in een positie van
achterstand bevinden ten gevolge van slavernij of kolonialisme in het verleden.
Ook wordt gewezen op het gegeven dat de Europese Unie (EU), tijdens de Europese
Conferentie in Straatsburg, plechtig heeft bevestigd dat leed veroorzaakt door slavernij
of voortgekomen uit kolonialisme in herinnering gehouden moet worden. In de afgelo-
pen maanden is de EU tot het volgende standpunt over rechtsherstel en compensatie
gekomen. Onderkend wordt dat bewustzijn van slavernij en kolonialisme, die in hun
historische context moeten worden geplaatst, noodzakelijk is en breed moet worden
uitgedragen, met name onder jongeren, zodat het aangerichte leed in de toekomst niet
wordt herhaald. Daarnaast is de EU van mening dat de doelstellingen van de Wereld-
conferentie niet zijn gediend met een debat over financiële compensatie met betrek-
king tot de gebeurtenissen uit het verleden. Een dergelijk debat zou de conferentie
afleiden van haar hoofddoel, te weten het behalen van resultaten die gericht zijn op het
heden en de toekomst, en niet het vereffenen van rekeningen uit het verleden. Ook
zou een dergelijk debat niet in overeenstemming zijn met een aantal juridische beginse-
len inzake rechtsherstel. Bovendien meent de EU dat een debat tijdens de conferentie
over financiële compensatie de strijd tegen racisme en discriminatie, vreemdelingen-
haat en aanverwante vormen van intolerantie eerder zou belasten dan bevorderen.
Tegen bovenbeschreven achtergrond wordt om advies verzocht over de volgende
vragen:
1. Nederland wil - voortbouwend op de EU-positie zoals hierboven uiteengezet - op
   positieve wijze bijdragen aan de discussie over hoe invulling te geven aan de onder-
   kenning van het leed dat de slachtoffers van slavernij en kolonialisme hebben
   ondergaan en de mogelijke gevolgen daarvan voor hun nabestaanden. Welke moge-
   lijkheden doen zich in dit verband voor?
                                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>2. Hoe vallen eventuele positieve maatregelen jegens nabestaanden van slachtoffers
    van slavernij en kolonialisme in te passen in een breder antiracisme beleid, dat ook
    andere groepen omvat die met racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en aan-
    verwante vormen van intolerantie worden geconfronteerd?
In antwoord op de adviesaanvraag wordt door de AIV in de eerste plaats ingegaan op
de meer algemene aspecten van het onderwerp, in de vorm van een beschrijving van
racisme en rassendiscriminatie in verleden en heden (hoofdstuk II). In hoofdstuk III
wordt aandacht besteed aan enkele aspecten van het recht op rechtsherstel van
slachtoffers van racisme en rassendiscriminatie.1 Daarbij wordt onder meer ingegaan
op het bestaande juridisch kader en de verschillende vormen van rechtsherstel. In
Hoofdstuk IV wordt aandacht besteed aan uitkomsten en standpuntbepalingen over dit
onderwerp op de regionale bijeenkomsten. Het advies wordt in hoofdstuk V afgesloten
met conclusies en aanbevelingen. De AIV heeft zich, mede in het licht van de korte
periode die nog rest tot de begin van de Wereldconferentie, bij het opstellen van dit
advies noodzakelijkerwijs moeten beperken tot een aantal hoofdlijnen van de onderha-
vige problematiek.
Het advies hierover is voorbereid in een subcommissie van de Commissie Mensenrech-
ten (CMR) van de AIV. Deze Commissie bestaat uit de volgende personen: prof. dr.
P.R. Baehr*, mw. prof. dr. C.E. von Benda-Beckmann-Droogleever Fortuijn (vice-voorzit-
ter), prof. mr. Th.C. van Boven* (voorzitter subcommissie), mw. dr. M.C. Castermans-
Holleman*, mw. prof. mr. C.P.M. Cleiren, prof. dr. P. Cliteur, drs. T. Etty*, prof. mr.
C. Flinterman* (voorzitter), prof. dr. W.J.M. van Genugten*, mw. mr. L.Y. Gonçalves-Ho
Kang You*, mw. mr. C. Hak*, mw. mr. M. Koers-van der Linden, mr. F. Kuitenbrouwer,
mw. A.L.E.C. van der Stoel, mr. J. G. van der Tas en mw. mr. H.M. Verrijn Stuart. De
leden van wie de naam met een asterisk (*) is gemarkeerd, hebben actief deelgeno-
men aan de subcommissie die het conceptadvies heeft voorbereid en de heren Cliteur
en Kuitenbrouwer hebben geparticipeerd als corresponderend lid.
Aan de voorbereiding van het advies is bovendien bijgedragen door prof. dr. I. Wolffers
van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking (COS). De werkzaamheden ten behoeve
van het opstellen van het advies zijn in het bijzonder ondersteund door (ambtelijk)
adviseur mw. mr. W.A. van Aardenne (DMV/MR). Het secretariaat is gevoerd door drs.
T.D.J. Oostenbrink (secretaris CMR) met assistentie van de heren M.M.T. Keyte en
M.F. De Lange en mw. W. Neeft (stagiaires).
De AIV heeft het voorliggende advies besproken in zijn vergadering van 1 juni 2001 en
heeft daarbij de procedure, leidend tot vaststelling op 18 juni 2001, vastgesteld.
1  Rechtsherstel is hier gebruikt als het equivalent van het Engelse begrip ‘reparation’, dat niet geheel
   overeenkomt met het Nederlandse woord reparatie.
                                                      6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>II        Racisme en rassendiscriminatie in verleden en heden
Het begrip rassendisciminatie
Het begrip rassendicriminatie is lange tijd in verband gebracht met de overheersing van
blanken over gekleurde volkeren (‘white rule’). In de Verenigde Naties (VN) werd de
strijd tegen rassendiscriminatie en racisme gezien in het verlengde van de strijd tegen
kolonialisme. De Dekolonisatieverklaring van de VN en de Anti-Racisme Verklaring van
de VN tonen opmerkelijke punten van gelijkenis in hun veroordeling van kolonialisme
en in praktijken van segregatie en daarmee gepaard gaande rassendiscriminatie en in
de uitspraak dat ‘elke doctrine van raciale superioriteit wetenschappelijk onjuist,
moreel laakbaar en sociaal ongerechtvaardigd en gevaarlijk is’.2
Tegen dezelfde achtergrond aanvaardden de VN in 1965 het Internationale Verdrag ter
Uitbanning van Elke Vorm van Rassendiscriminatie.3 Dit verdrag, het eerste VN-men-
senrechten-verdrag met een eigen toezichtsmechanisme, is het meest omvangrijke
internationale juridische instrument gericht op de bestrijding en uitbanning van rassen-
discriminatie.4 Bij het Verdrag zijn per 28 maart 2001, 157 staten partij, waaronder
Nederland. Opmerkelijk is de ruime definitie die het Verdrag hanteert met betrekking
tot het begrip rassendiscriminatie. Dit begrip omvat elke vorm van onderscheid, uitslui-
ting, beperking of voorkeursbehandeling die gebaseerd is op ras, huidskleur, afkomst,
nationale of etnische afstamming en die tot doel of gevolg heeft de erkenning, het
genot of de uitoefening, op gelijke voet, van de rechten van de mens en de fundamen-
tele vrijheden te niet te doen of in te perken (art. 1).5 Deze definitie is opmerkelijk,
omdat zij niet alleen ras en huidskleur omvat, maar zich ook uitstrekt tot afkomst en
nationale of etnische afstamming. In de praktijk betekent dit dat, zoals ook voortdu-
rend door het toezichthoudende Comité ter uitbanning van rassendiscriminatie (CERD)
is bevestigd, etnische minderheden, inclusief migranten, inheemse volkeren en andere
door afstamming of afkomst gekenmerkte groeperingen, zoals kastelozen, onder de
werking van het Verdrag vallen.6 Hoewel individuele verdragspartijen in sommige geval-
len deze veelomvattende benadering aanvechten - bijvoorbeeld India ten aanzien van de
Dalits - moet de hierboven vermelde ruime definitie als gezaghebbend worden
beschouwd. De AIV sluit zich bij deze, ook in Nederland door jurisprudentie van de
Hoge Raad aanvaarde, definitie aan.
2  Resolutie 1514 (XV) van de AVVN (1960) en Resolutie 1904 (XVIII) van de AVVN (1963).
3  Resolutie 2106A (XX) van de AVVN (1965).
4  Het begrip discriminatie sluit aan bij soortgelijke definities in ILO-verdrag 111 inzake discriminatie met
   betrekking tot beroep en beroepsuitoefening (1958) en het UNESCO-verdrag tegen discriminatie in het
   onderwijs (1960).
5  Overigens zij opgemerkt, dat het begrip ‘ras’ als onderscheidend kenmerk tussen mensen een sociale
   constructie is met kwalijke veronderstellingen en effecten. Er bestaat slechts één ras, namelijk het men-
   selijke.
6  In dit verband diene dat met racisme en rassendiscriminatie verband houdende vormen van onverdraag-
   zaamheid, zoals die van religieuze aard, ook binnen het bereik van de Conferentie vallen.
                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De toepassing van deze ruime definitie bracht ook de erkenning met zich dat rassen-
discriminatie niet louter een historisch gegeven is dat was verbonden met de perverse
rassenwaan van het nationaal-socialisme, met de geïnstitutionaliseerde blanke apart-
heidspolitiek of met de raciale onderdrukking waartegen de Amerikaanse burgerrech-
tenbeweging zich verzette. Voorts heeft de toepassing van de ruime definitie ertoe
geleid dat rassendiscriminatie niet uitsluitend kan worden beschouwd als een buiten-
lands verschijnsel dat zich elders voordoet. Hoewel het voor bepaalde overheden een
aantrekkelijke optie is het euvel van rassendiscriminatie te associëren met het verle-
den en met praktijken die zich elders voordoen en bijgevolg het genoemde Internationa-
le Verdrag te hanteren als een instrument van buitenlands beleid, heeft de praktijk van
het toezicht op de naleving van het Verdrag bewezen dat problemen van rassendiscrimi-
natie in hun verschillende vormen zich, latent en acuut, overal voordoen, zowel in den
vreemde als in eigen land en regio, en derhalve binnenlandse implicaties hebben. De
AIV meent dat de Wereldconferentie mede aan haar doel zal beantwoorden indien alle
deelnemende staten deze kritische zelfreflectie zullen opbrengen. Vervolgens dient de
Wereldconferentie de resultaten van deze reflectie te weerspiegelen en in het uiteinde-
lijke Actieplan maatregelen te treffen die zijn gericht op toetsing van de uitvoering van
praktische maatregelen ter bestrijding van racisme en rassendiscriminatie.
De Europese agenda
Lange tijd heeft de politieke en rechtsontwikkeling in het Europa van na de Tweede
Wereldoorlog onvoldoende het euvel van racisme en rassendiscriminatie onderkend.7
Terwijl de rechten van de mens in Europa (en ook daarbuiten) een prominente plaats
verwierven op de politieke en juridische agenda’s, bleef rassendiscriminatie onderbe-
licht als mensenrechtenprobleem. Dit blijkt onder meer uit de zeer spaarzame jurispru-
dentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot zaken
die rassendiscriminatie betreffen. Inmiddels is deze situatie gewijzigd, hoewel nog een
lange weg moet worden afgelegd tot het onderwerp de aandacht krijgt die het verdient.
In het kader van de Raad van Europa doet de Europese Commissie tegen Racisme en
Intolerantie (ECRI) belangrijk werk via de publicatie van openhartige landenrapporten en
het propageren van ‘good practices’. Voorts betekent de totstandkoming in juni 2000
van Protocol nr. 12 bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat een
verbreding beoogt van de non-discriminatieformule van het Europese Verdrag,8 een ver-
sterking van het juridische arsenaal om rassendiscriminatie in Europa tegen te gaan.
Het voornemen om binnen Europa met kracht te streven naar bestrijding en voorkoming
van rassendiscriminatie en vreemdelingenhaat is ook verankerd in de Politieke Verkla-
ring die de Ministers van de Raad van Europa hebben aangenomen tijdens de regionale
voorbereidingsconferentie ‘All different, all equal: From principle to practice’, die in
Straatsburg van 11 tot en met 13 oktober 2000 is gehouden.9 Nadere inhoud aan dit
7   Tijdens de behandeling van de het wetgevingstraject van CERD, werd door de toenmalige minister van
    Justitie Polak in de memorie van Toelichting bij de Uitvoeringswet nog het oordeel uitgesproken dat: ‘de
    situatie in Nederland niet zo erg (is), dat grote behoefte bestaat aan nieuwe, speciaal tegen rassendis-
    criminatie gerichte wettelijke maatregelen.’ (MvT. 9724 nr. 3, p. 3).
8   Door het aannemen van dit Protocol wordt het non-discriminatiebeginsel niet meer beperkt tot de rech-
    ten vervat in het EVRM. Ook valt discriminatie ten aanzien van sociale rechten onder de werkingssfeer
    van dit Protocol.
9   EUROCONF (2000) 1 final.
                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>voornemen is gegeven in de Algemene Conclusies van de Europese Conferentie tegen
Racisme.10
Mede onder druk van het Europese Parlement, dat zich in de loop der jaren waakzaam
heeft getoond ten aanzien van de gevaren van extreem rechts en de vele racistische
incidenten die zich voordeden in bij de Europese Unie aangesloten landen, is ook de
Europese Commissie zich actiever gaan betonen in de strijd tegen racisme en in de
bevordering van verdraagzaamheid en respect in een multiculturele samenleving. Het in
1997 gehouden Europese Jaar tegen Racisme en de aanvaarding van een Actieplan
(1998) gaven hiervan blijk. Van groot juridisch en politiek belang was de aanvaarding
door de Raad van de Europese Unie op 29 juni 2000 van Richtlijn 2000/43/EC, ter uit-
voering van artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam, met het doel verdere inhoud te
geven aan het beginsel van gelijke behandeling aan personen ongeacht hun raciale of
etnische afkomst. Deze richtlijn richt zich vooral op terreinen waar in het dagelijkse
leven rassendiscriminatie het meest voelbaar is, t.w. toegang tot beroep en bedrijf,
arbeidsomstandigheden, beroepstraining, lidmaatschap van vakbondsorganisaties,
sociale zekerheid en gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en toegang tot publieke
diensten en gelegenheden. Ook de vestiging van het European Monitoring Centre on
Racism and Xenophobia in Wenen is een positieve stap ter verhoging van waakzaam-
heid, ter versterking van toezicht en ter onderbouwing van beleid. Al deze maatregelen
op het gebied van wetgeving, beleid, toezicht, voorlichting en onderwijs blijven hoogst
noodzakelijk. De jaarlijkse rapporten en de landenrapporten van de ECRI schetsen jaar
in jaar uit een zorgwekkend beeld omtrent de situatie in Europa, zoals wijdverbreide en
voortdurende vijandigheid tegenover migranten, vreemdelingen, asielzoekers en vluch-
telingen; racistisch gedrag in kringen van wetsdienaren; aanwakkering van onverdraag-
zaamheid en raciale of etnische haatzaaierij etcetera.11 De AIV neemt met instemming
kennis van de maatregelen die op verschillende niveaus in Europa worden genomen
om uitingen van racisme en praktijken van rassendiscriminatie tegen te gaan en onder-
streept dat aan deze zaken blijvend prioriteit moet worden gegeven op nationale en
Europese agenda’s. De AIV beveelt tevens aan dat deze prioriteit, mede verwoord in
het slotdocument van de regionale bijeenkomst in Straatsburg, nadrukkelijk over het
voetlicht wordt gebracht tijdens de Wereldconferentie.
Hedendaagse en historische vormen van racisme en rassendiscriminatie
Zichtbare en minder zichtbare, vaak sluipende, vormen van racisme en rassendiscrimi-
natie knagen, ook vandaag de dag, aan alle samenlevingen. Zij vormen een aanslag op
de eigenwaarde van mensen en dragen bij aan een bestel van onrecht, ongelijkheid en
onvrede. Bovendien kunnen zij de kiemen in zich dragen van escalatie tot niveaus van
grove onmenselijkheid en onuitwisbaar leed. Drang naar expansie en overheersing,
agressie, bezetting en annexatie, economische uitbuiting en onderwerping en om in
hedendaagse termen te spreken, etnische zuivering en etnisch geweld. Aan al deze his-
torische en hedendaagse verschijnselen van massaal politiek, economisch en soms
cultureel geweld lagen en liggen vaak racistische attitudes en racistische motieven ten
grondslag. Voorts hebben ze vaak raciale effecten. Mensen worden als koopwaar ver-
handeld en uitgebuit: klassieke vormen van slavernij en lijfeigenschap leven ook nu
nog voort, onder andere in bepaalde landen in Afrika en Azië. Dwangarbeid, mensen-
10 EUROCONF (2000) 7 final.
11 Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, Jaarrapport 1999, pp. 7-9.
                                                 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>handel, in het bijzonder de handel in vrouwen en kinderen,12 zijn evenzovele heden-
daagse vormen van uitbuiting, vaak in combinatie met seksistische onderwerping op
basis van raciale motieven en effecten. Maar bijvoorbeeld ook in de sport zijn uitingen
van racistisch (verbaal) geweld een toenemend verschijnsel. Deze praktijken zijn uitvoe-
rig gedocumenteerd, o.a. door de Anti Slavery Society en in rapporten die jaarlijks aan
de VN-werkgroep inzake Hedendaagse Vormen van Slavernij worden voorgelegd.13 Eeu-
wenlang zijn en worden inheemse volken, wier menszijn door overheersers impliciet of
expliciet werden ontkend, tot slachtoffer gemaakt, geliquideerd, gemarginaliseerd,
geassimileerd of anderszins in hun rechten aangetast.14 Hun grondgebieden werden
tot terra nullius (land van niemand) verklaard en hun natuurschatten in bezit genomen.
Praktijken van racisme en rassendiscriminatie van het verleden, bedreven door en tus-
sen mensen, groepen mensen en volkeren hebben hun gevolgen tot aan de dag van
vandaag toe, zoals discriminatie op grond van huidskleur, historische en hedendaagse
vormen van slavernij, racistische uitbuiting van vrouwen15 , marginalisering van inheem-
se volkeren, antisemitisme en uitsluiting van Roma en Sinti. Discriminatie en onrecht
uit het verleden trekken hun sporen naar het heden en hebben gevolgen gehad die tot
op heden bepalend zijn voor de situatie waarin mensen zich bevinden.16 Dit geldt bij-
voorbeeld voor nazaten van slavenhandel en slavernij, voor inheemse volken, voor
gedeporteerden. Het is ondoenlijk en onmogelijk al het raciale en etnische onrecht dat
in het verleden is gepleegd, te vergoeden en te herstellen, maar onderkend en erkend
dient te worden dat dit onrecht is geschied en voortleeft in de belevingswereld en in de
werkelijkheid van vele mensen.
Voorts is relevant dat sedert de Tweede Wereldoorlog, bij wijze van ‘Wiedergut-
machung’, op grote schaal voorzieningen zijn getroffen voor en claims zijn gehonoreerd
van overlevenden/slachtoffers van vervolgingen.17 Deze compensatie kan natuurlijk
12 Zie bijvoorbeeld: Adviescommissie Mensenrechten Buitenlands Beleid, ‘Mensenhandel’, advies nummer
    14, Den Haag, 1992. Zie verder ook EGM/GDR/Report, ‘Report of the Expertgroup, gender and racial
    discrimination’, Zagreb, 21-24 November 2000, publication of the UN Division on the Advancement of
    Women.
13 Zie laatstelijk: ‘Report on the Working Group on Contemporary Forms of Slavery in its twenty-fifth
    session’, UN.Doc. E/CN.4/Sub.2/2000/23.
14 Zie voor een meer uitgebreide beschrijving van de problematiek van Inheemse volken: Adviescommissie
    Mensenrechten Buitenlands Beleid, ‘Inheemse Volken’, advies nummer 16, Den Haag, 1993. Zie verder
    ook ILO-verdrag 169 inzake Inheemse Volken (1989).
15 Vrouwen worden vaak meervoudig gediscrimineerd, zowel om de huidskleur als om het zijn van vrouw.
16 De gevolgen van langdurige en systematische achterstelling en discriminatie, niet alleen in materiële zin
    maar ook mentaal en emotioneel, zijn treffend verwoord door het US Supreme Court in zijn fameuze uit-
    spraak Brown versus The Board of Education (1954), waar het Hof stelde dat raciaal gescheiden onder-
    wijs ‘…generates a feeling of inferiority as to their status in the community that may effect their hearts
    and minds in a way unlikely ever to be undone’.
17 Zie in dit verband de ‘Study concerning the right to restitution, compensation and rehabilitation for vic-
    tims of gross violations of human rights and fundamental freedoms. Final report by mr. Theo van Boven’,
    UN.doc. E/CN.4/sub.2/1993/8, in het bijzonder paras. 107-11, en 125.
                                                        10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>nooit het toegebrachte leed en het ondergane lijden herstellen, maar zij was niettemin,
vanuit menselijk en moreel oogpunt, essentieel voor de slachtoffers en een belangrijke
voorwaarde voor Duitsland om zijn plaats in de internationale gemeenschap weer in te
nemen. Claims voorgelegd aan Japanse rechters tot compensatie van door het Japan-
se leger seksueel misbruikte vrouwen (de zogenoemde troostmeisjes) en van door
Japan tewerkgestelde dwangarbeiders hebben tot dusverre weinig of geen resultaat
opgeleverd en tot grote frustratie en onvrede geleid bij overlevenden/slachtoffers. Ook
in de Verenigde Staten krijgen dergelijke claims in toenemende mate aandacht. Prece-
denten gericht op Amerikaanse Indianen en Japanse Amerikanen worden door Afro-
Amerikanen als grondslag ingeroepen voor compensatieclaims voor historisch onrecht
als gevolg van slavernij en langdurige systematische rassendiscriminatie.18 In Australië
eisen Aboriginals schadevergoeding in verband met aan hen ontnomen historische
landrechten en voor de uit hun midden weggehaalde kinderen. Voorts zijn in verschillen-
de landen van vooral Latijns-Amerika en Midden- en Oost-Europa, in het kader van de
overgang van autoritaire regime’s naar een democratisch bestel, maatregelen genomen
en claims gehonoreerd ter restitutie en compensatie van slachtoffers van vervolging. Al
deze ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat meer aandacht wordt besteed aan
de gerechtvaardigde belangen en rechten van slachtoffers en dat een politieke en
rechtscultuur aan het ontstaan is, gericht op erkenning en rechtsherstel.
Een andere belangwekkende ontwikkeling die na 1945 een beslissende wending heeft
veroorzaakt in het internationale rechtsbewustzijn en die rassendiscriminatie op bijzon-
dere wijze kwalificeert, is de opvatting dat praktijken van systematische rassendiscrimi-
natie in strijd zijn met de fundamentele beginselen van de internationale rechtsorde en
met de eisen van dwingend recht (ius cogens). Met deze rechtsontwikkeling houdt
tevens verband dat, voorzover raciale of etnische praktijken genocidale dimensies ver-
tonen of binnen de termen vallen van de definitie van misdrijven tegen de menselijk-
heid (zie artikelen 6 en 7 van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof),
sprake is van internationale misdrijven waarvoor plegers en medeplegers strafrechtelijk
ter verantwoording kunnen worden geroepen. De maatstaven van het hedendaagse
internationale recht zijn op dit gebied dwingend en onmiskenbaar, een rechtsontwikke-
ling waarin de tweede helft van de twintigste eeuw zich onderscheidt van eerdere
perioden.
Het hedendaagse racisme wordt in grote mate mede beïnvloed, meer dan ooit in het
verleden, door wat de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens in een recent
rapport treffend aanduidde: ‘movement of people’ (migratie, mensenhandel, ontheem-
ding en ontworteling), ‘movement of information’ (o.a. haatzaaierij via de media en
internet), ‘movement of capital’ (met nadelige sociale effecten en uitbuiting van achter-
gestelden en gemarginaliseerden).19
Samenvattend meent de AIV dat historische en hedendaagse praktijken van rassendis-
criminatie en hun effecten wel van elkaar dienen te worden onderscheiden, doch niet
altijd zijn te scheiden. Afhankelijk van plaats en tijd zijn wel verschillen en veranderin-
gen opgetreden. Gebeurtenissen en praktijken van het verleden werken in de beleving
18 Natasha Parassram Concepcion, ‘Reparations for Afro-Americans’, in: Human Rights Brief, Center for
    Human Rights and Humanitarian Law, Washington College of Law, Vol. 8, Issue 2 (Winter 2001), p. 16.
19 Report of the High Commissioner for Human Rights and Follow-Up to the World Conference on Human
    Rights, UN doc. E/CN.4/2001/16.
                                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>veelal door en hebben daarom effecten tot op het heden. Naast de materiële gevolgen
van langdurige achterstelling en systematische discriminatie voor betrokkenen en nabe-
staanden, dienen ook de mentale en morele gevolgen mede betrokken te worden in
het recht op rechtsherstel voor slachtoffers van rassendiscriminatie.
                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>III      Recht op rechtsherstel voor slachtof fers van
         rassendiscriminatie
De discussie over compensatoire claims en compensatoire maatregelen met het oog
op het verlenen van rechtsherstel aan slachtoffers van historische en hedendaagse
praktijken van rassendiscriminatie dient in een breder juridisch kader te worden
geplaatst. Dit kader biedt openingen en opties die niet beperkt blijven tot financiële
vormen van rechtsherstel, maar die zich ook uitstrekken tot andere vormen van erken-
ning en genoegdoening ten gunste van de slachtoffers. In dit verband zal in het kort
worden verwezen naar enige relevante bepalingen van verdragen op het gebied van de
rechten van de mens. Voorts volgt een classificatie van verschillende vormen van
rechtsherstel, waarna aandacht wordt gevestigd op een aantal relevante aanbevelingen
van het Comité ter Uitbanning van Rassendiscriminatie (CERD), het toezichthoudende
verdragscomité tegen rassendiscriminatie. Tenslotte komen nog enige andere ontwikke-
lingen aan de orde ter verheldering van het geschetste juridische kader.
Juridisch kader
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bepaalt dat een ieder recht
heeft op een effectief rechtsmiddel van bevoegde nationale instanties tegen handelin-
gen die in strijd zijn met de grondrechten die zijn gewaarborgd bij de grondwet of de
wet (art. 8). Deze bepaling wordt nader bevestigd en uitgewerkt in het Internationale
Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (art. 2 (3) (a)). Bijzonder relevant is
de bepaling in het Internationale Verdrag inzake de Uitbanning van Elke Vorm van Ras-
sendiscriminatie die staten verplicht te voorzien in effectieve bescherming en rechts-
middelen en meer in het bijzonder aan slachtoffers van rassendiscriminatie het recht
toekent een ‘rechtvaardig en toereikend rechtsherstel of genoegdoening voor geleden
schade’ na te streven (art. 6). Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens
geeft het Europese Hof de bevoegdheid, in geval van geconstateerde schending van
het Verdrag, billijke genoegdoening aan de benadeelde toe te kennen (art. 41), en
krachtens het Amerikaanse Verdrag voor de Rechten van de Mens kan het Inter-Ameri-
kaanse Hof bepalen dat de gevolgen van een schending van het Verdrag worden goed-
gemaakt en dat billijke compensatie wordt betaald aan de benadeelde partij
(art. 63 (1)). Het juridische kader verschaft weliswaar de basis en het uitgangspunt
voor rechtsherstel aan slachtoffers, maar de uitwerking en toetsing daarvan zijn com-
plex en laten nog veel te wensen over.
Classificatie van verschillende vormen van rechtsherstel
De Commissie van Internationaal Recht van de Verenigde Naties (‘International Law
Commission’) heeft in haar activiteiten op het gebied van de staatsaansprakelijkheid
regels opgesteld met betrekking tot verschillende vormen van rechtsherstel in intersta-
telijke betrekkingen. Zij brengt onder het generieke begrip rechtsherstel de volgende
modaliteiten: restitutie, compensatie en genoegdoening.20 Hierop voortbouwend is in
de Basisbeginselen en Richtlijnen over het Recht op Rechtsmiddelen en Rechtsherstel
voor Slachtoffers van Schendingen van de Rechten van de Mens en het Internationale
Humanitaire Recht, welke thans voorliggen bij de VN-Commissie voor de Rechten van
de Mens,21 nadere inhoud gegeven aan de verschillende vormen van rechtsherstel.
20 Zie VN.doc. A/CN.4/L.600, art. 35 e.v.
21 Zie VN.doc. E/CN.4/2000/62, Annex.
                                            13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Het genoemde document, dat nog niet is goedgekeurd door de Commissie voor de
Rechten van de Mens, vormt een goede basis om het begrip rechtsherstel te verduide-
lijken en te specificeren.
In het document wordt de volgende indeling gehanteerd:
• Het recht op rechtsherstel (‘reparation’) heeft tot doel de gerechtigheid te dienen
    door middel van het herstellen van schendingen van de rechten van de mens.
    Rechtsherstel dient evenredig te zijn aan de zwaarte van de schendingen en de
    geleden schade (para. 15). Rechtsherstel kan geschieden in de volgende modalitei-
    ten: restitutie, compensatie, rehabilitatie, genoegdoening en waarborgen tegen her-
    haling van onrecht (para. 21).
• Restitutie moet waar mogelijk de situatie herstellen van vóór de tijd dat schendin-
    gen plaatshadden. Restitutie kan inhouden: teruggave van vrijheid, herstel juridische
    en sociale status, familieleven, en burgerschapsrechten, terugkeer naar eigen land
    en woning, herstel in beroep en beroepsuitoefening, en teruggave van eigendommen
    (para. 22).
• Compensatie kan worden verleend voor in economische termen te waarderen schade
    als gevolg van lichamelijk of geestelijk letsel, verloren kansen (onder andere op het
    gebied van onderwijs), materiële schade en verlies aan inkomsten, schade aan eer
    en goede naam, kosten ten behoeve van juridische bijstand, medische diensten,
    psychologische en sociale dienstverlening (para. 23).
• Rehabilitatie kan medische en psychologische zorg inhouden, als ook juridische en
    sociale dienstverlening (para. 24).
• Genoegdoening en waarborgen tegen herhaling van onrecht kunnen een breed scala
    van voorzieningen en beleidsmaatregelen inhouden. In de context van dit advies
    worden genoemd: onderzoek van feiten en publieke bekendmaking daarvan, officië-
    le verklaringen of rechterlijke uitspraken ter herstel van waardigheid en goede naam,
    erkenning van feiten en aanvaarding van verantwoordelijkheid, herdenkingen en het
    betonen van eer aan slachtoffers en overlevenden.
Er dient op gewezen te worden dat ‘reparation’ het algemene, veelomvattende begrip
vormt om onrecht te redresseren en dat restitutie, compensatie, rehabilitatie alsmede
genoegdoening en waarborgen tegen herhaling van onrecht bijzondere vormen zijn van
rechtsherstel. Het verlenen van één wijze van rechtsherstel sluit overigens andere vor-
men van rechtsherstel niet uit. Verscheidene vormen van rechtsherstel kunnen hand in
hand gaan om tegemoet te komen aan geleden onrecht.
Relevante uitspraken en aanbevelingen van het verdragscomité tegen rassen-
discriminatie (CERD)
Het CERD heeft zich in zijn concluderende evaluaties van landenrapporten en in zijn uit-
spraken over individuele klachten, in het licht van artikel 6 van het Verdrag, talrijke
malen uitgelaten over het toekennen van rechtvaardig en toereikend rechtsherstel aan
slachtoffers van rassendiscriminatie in de ruime betekenis van dit begrip conform arti-
kel 1 van het Verdrag.22
Ook in een reeks Algemene Aanbevelingen heeft het CERD ten aanzien van bepaalde
categorieën personen gewezen op het belang van rechtsherstel in de één of andere
vorm om geleden onrecht goed te maken. Zo stelde het Comité met betrekking tot
22 Zie ‘Common Problems linked to all Remedies Available to Victims of Racial Discrimination’, background-
    paper by Theo van Boven, Doc. HR/GVA/WCR/SEM.1/2000/BP. 5.
                                                 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>vluchtelingen en andere personen die om raciale of etnische redenen ontheemd zijn
dat zij na terugkeer naar hun landen van herkomst, recht hebben op restitutie van hun
eigendommen of, zo zulks niet mogelijk is, op compensatie in plaats daarvan.23 In een
andere Algemene Aanbeveling over de rechten van inheemse volkeren doet CERD een
beroep op verdragspartijen de rechten van deze volkeren te erkennen en te bescher-
men waar het gaat om het bezit, gebruik en beheer van hun gemeenschappelijke terri-
toria en hulpbronnen en, voorzover deze territoria en hulpbronnen aan deze volkeren
zijn ontnomen zonder hun vrijelijk geuite toestemming, dat stappen moeten worden
genomen tot teruggave daarvan. Slechts wanneer dat feitelijk niet mogelijk is, dient het
recht op restitutie te worden vervangen door het recht op rechtvaardige, billijke en
onverwijlde compensatie.24 Ten aanzien van discriminatie tegen Roma beval CERD aan
dat ‘verdragspartijen het kwaad erkennen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog aan hun
gemeenschappen is aangedaan door middel van deportatie en uitroeiing en dat midde-
len overwogen dienen te worden om aan hen compensatie te verschaffen’.25 Deze
Aanbevelingen, bedoeld om rechtsherstel te bewerkstelligen voor onrecht en schade
berokkend aan groepen personen, minderheden en volkeren waarbij raciale en etnische
factoren in het geding zijn, zijn ook van belang voor andere groeperingen die eveneens
langdurig en hardnekkig het kind van de rekening zijn in verleden en heden. Zij hebben
veelal gemeen dat het door hen geleden onrecht wereldwijd onvoldoende werd erkend
en onderkend, of werd weggecijferd tegen ander onrecht of andere belangen.
Enige andere ontwikkelingen
Het is opmerkelijk dat ingevolge het Statuut van Rome voor een Internationaal Strafhof
(art. 75) beginselen moeten worden opgesteld voor rechtsherstel voor slachtoffers,
waaronder begrepen restitutie, compensatie en rehabilitatie. Te zijner tijd kan het Straf-
hof op deze basis, hetzij op verzoek hetzij uit eigen beweging, de omvang van door
slachtoffers geleden schade, verlies en letsel vaststellen. Deze bepaling uit het Statuut
van Rome is in de context van de Wereldconferentie tegen Racisme in die zin relevant
dat misdrijven ten aanzien waarvan het Internationale Strafhof jurisdictie heeft, met
name volkerenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid, veelal worden gepleegd in
situaties van raciaal en etnisch geweld en conflict en gruwelijke uitingen zijn van wijd-
verbreide of systematische rassendiscriminatie.
Enkele conclusies
Uit het hierboven geschetste kader, de classificatie, de uitspraken en de ontwikkelin-
gen ter onderbouwing van het recht op rechtsherstel van slachtoffers van rassendiscri-
minatie, concludeert de AIV het volgende:
• Op grond van het bestaande juridische kader, neergelegd in internationale verdragen
    over de rechten van de mens en nader geadstrueerd in recente ontwikkelingen van
    het internationaal strafrecht hebben slachtoffers van rassendiscriminatie recht op
    rechtsherstel.
• Het begrip rechtsherstel kent verschillende modaliteiten, namelijk restitutie, com-
    pensatie, rehabilitatie, genoegdoening en waarborgen tegen herhaling van onrecht.
    Welke vormen van rechtsherstel, in onderlinge samenhang of afzonderlijk, aan
    slachtoffers van rassendiscriminatie worden toegekend hangt van omstandigheden
23 Algemene Aanbeveling XXII (1996).
24 Algemene Aanbeveling XXIII (1997).
25 Algemene Aanbeveling XXVII (2000).
                                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>  af, zoals de wensen en verlangens van slachtoffers zelf, de ernst van het toege-
  brachte leed, de rechtscultuur van de samenleving en de beschikbaarheid van mid-
  delen.
• Om recht te doen aan slachtoffers van rassendiscriminatie, zijn zowel financiële als
  niet-financiële vormen van rechtsherstel van groot belang. Niet-financiële vormen
  van rechtsherstel houden onder meer in: het aan het licht brengen en verificatie van
  feiten, het doen van rechterlijke uitspraken en andere publieke verklaringen gericht
  op herstel van eer, waardigheid en goede naam, erkenning van toegebracht onrecht
  en aanvaarding van verantwoordelijkheid, correcte geschiedschrijving, eerbewijs aan
  slachtoffers via herdenkingen, monumenten en andere middelen om de nagedachte-
  nis levend te houden.
                                           16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>IV      De aanstaande Wereldconfer entie: ter tafel liggende
        voorstellen en standpunten
Het is van cruciaal belang dat van de thans geplande Wereldconferentie tegen Racisme
een stimulans uitgaat op internationaal, regionaal en nationaal niveau om rassendiscri-
minatie, vreemdelingenhaat en daarmee verwante vormen en verschijnselen van onver-
draagzaamheid zo effectief mogelijk te bestrijden en een klimaat te scheppen van meer
begrip, respect en verdraagzaamheid tussen mensen, groepen en volkeren. De vorige
twee Wereldconferenties tegen Racisme, respectievelijk gehouden in 1978 en 1983,
werden overschaduwd door diepe politieke tegenstellingen (o.a. veroorzaakt door
zionisme als vorm van racisme te brandmerken). Er is veel aan gelegen dat de derde
Wereldconferentie onder een beter gesternte zal plaatshebben.
De derde Wereldconferentie wordt in ieder geval grondiger voorbereid dan de twee vori-
ge conferenties, mede dank zij de persoonlijke inzet van de Hoge Commissaris van de
VN voor de Rechten van de Mens. De regionale bijeenkomsten, de expert-seminars, de
bijdragen van organen als CERD en de Sub-Commissie voor de Bevordering en Bescher-
ming van de Rechten van de Mens, alsmede de inbreng van niet-gouvernmentele orga-
nisaties, hebben een veelheid aan denkbeelden en voorstellen opgeleverd die bouwste-
nen vormen voor de voorziene uitkomst van deze Wereldconferentie in de vorm van een
Verklaring en een Actieprogramma. Ondanks deze voorbereidingen is het waarschijnlijk
dat ook op deze Conferentie politieke verdeeldheid zal ontstaan in verband met de ver-
scherpte situatie in het Midden-Oosten en als gevolg van het voornemen, o.a. tot uiting
gebracht door Afrikaanse landen, dat de Wereldconferentie zich zal uitspreken over
financiële compensatie voor slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Deze laatste
kwestie heeft bij de Verenigde Staten en andere Westelijke landen veel weerstand
opgeroepen.
In de aanloop naar de Wereldconferentie zijn op regionaal niveau voorbereidingsconfe-
renties gehouden. Deze hebben plaatsgevonden in Straatsburg (Europa, 11 tot 13
oktober 2000), Santiago de Chile (Amerika, 5 tot 7 december 2000), Dakar (Afrika,
23 tot 25 januari 2001) en Teheran (Azië, 19 tot 21 februari 2001). Daarnaast hebben
meer algemene gezamenlijke voorbereidende bijeenkomsten plaatsgevonden (‘prep-
coms’). Op al deze bijeenkomsten is de thematiek van rechtsherstel een onderwerp
van soms intense discussie geweest. In de context van dit advies volgt thans eerst
een samenvatting van de aspecten inzake de thematiek van rechtsherstel, die op deze
bijeenkomsten aan de orde zijn gesteld.
Europese voorstellen
Uit de documenten van de Europese Unie met betrekking tot rechtsherstel voor de
Wereldconferentie tegen Racisme26 valt op te maken dat rechtsherstel voor heden-
daagse vormen van racisme en rassendiscriminatie eerst en vooral op nationaal niveau
geregeld dient te worden, bij voorkeur via gerechtelijke procedures. Als vermeld in de
adviesaanvraag, is het standpunt verwoord dat rechtsherstel vooral een niet-financieel
karakter dient te krijgen en dat de doelstellingen van de Wereldconferentie niet gediend
zijn met een debat over financiële compensatie met betrekking tot gebeurtenissen uit
het verleden. De nadruk dient te liggen op maatregelen op het terrein van de rechtsbe-
26 General Conclusions of the European Conference against Racism, Strasbourg, 16 October 2000.
                                                 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>scherming, rechtshandhaving en educatie. Kort gezegd dient in Europese ogen de
invulling van het begrip rechtsherstel met name gezien te worden in termen van juridi-
sche en/of beleidsmatige maatregelen ten gunste van individuele slachtoffers.
Latijns-Amerikaanse voorstellen
Ook uit de aanbevelingen van de Amerikaanse regionale conferentie kan worden opge-
maakt dat rechtsherstel vooral een zaak is die op nationaal niveau geregeld dient te
worden.27 In paragraaf 70 van de verklaring wordt een oproep gedaan te komen tot
rechtsherstel en vooral ook erkenning van het onrecht dat een gevolg is van de slaver-
nij. Ten aanzien van deze specifieke paragraaf is door Canada en de Verenigde Staten
een voorbehoud gemaakt.28
Voorts wordt opgeroepen op nationaal en internationaal niveau te komen tot speciale
fondsen (voor ontwikkeling en educatie), voor herstel van schade toegebracht aan Afri-
kaanse nazaten van slavernij en aan inheemse volken. Programma’s en maatregelen
dienaangaande dienen vooral te worden geëffectueerd door staten die materieel voor-
deel hebben genoten.
Afrikaanse voorstellen
In de uitkomsten van de Afrikaanse voorbereidingsbijeenkomst leggen de Afrikaanse
staten grote nadruk op verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap voor
de gevolgen van slavernij en andere vormen van racisme.29 Het belang van financieel
rechtsherstel staat op de voorgrond. Daartoe worden onder meer voorstellen gedaan te
komen tot het opzetten van een Ontwikkeling Reparatie Fonds, herstel van economi-
sche, culturele en politieke schade en financiering van voorgestelde instituties mede
uit private bronnen. Voorts wordt aangedrongen op het aanbieden van verontschuldigin-
gen en op zowel effectieve bescherming en remedies als juridische hulp.30
Aziatische voorstellen
De aanbevelingen van de Aziatische voorbereidingsbijeenkomst leggen nadruk op maat-
regelen die moeten worden genomen op nationaal niveau ter voorkoming van racisme.31
Daarbij dient speciale aandacht te bestaan voor de slachtoffers en ook grote aandacht
te worden besteed aan preventie en educatie. Voorts wordt gevraagd om erkenning van
en categorisering van vormen van racistisch geweld. Uitgaande van rechtvaardigheid
jegens slachtoffers dient historische verantwoordelijkheid te worden aanvaard. Het
document wijst erop dat rechtsherstel prompt, adequaat en rechtvaardig moet zijn.
27 Documents adopted by the Regional Conference of the Americas, Santiago de Chile, 5-7 December
    2000, paras. 68, 70, 193 and 194.
28 Ibid, 41: Note 3.
29 Recommendations by the African Regional Preparatory Conference for a Programme of Action to the
    World Conference against Racism, Racial Discrimination, Xenophobia and Related Intolerance, Dakar,
    25 January 2001.
30 Ibid, art. 3, 5, 6, 21, 22, and 24 bis.
31 Asian Preparatory Meeting for the World Conference against Racism, Racial Discrimination, Xenophobia
    and Related Intolerance, Teheran, 19-21 February 2001.
                                                   18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Ontwerptekst van het VN-Secretariaat
Tijdens de intersessionele werkgroepen ter voorbereiding van de Wereldconferentie is
gesproken over een ontwerpverklaring.32 In de ontwerptekst van het VN-Secretariaat
wordt slechts in algemene zin een uitspraak gedaan over de problematiek van interna-
tionale financiële compensatie. De nadruk ligt op nationale juridische regelingen en
maatregelen. De tekst, die is opgesteld vóór de werkgroepbijeenkomst van 6 tot 9
maart 2001, heeft in ontwerpartikel 88 een formulering opgenomen die luidt:
‘De Wereldconferentie dringt er bij Staten op aan de nodige maatregelen aan te nemen
om de rechten van slachtoffers te verzekeren, in het bijzonder het recht op een effec-
tief rechtsmiddel en het recht op prompt, adequaat en rechtvaardig rechtsherstel voor
daden van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en aanverwante intolerantie, en
effectieve maatregelen gericht op het voorkomen van de heropleving van dergelijke
daden. In dit opzicht verzoekt de Wereldconferentie de Commissie voor de Rechten van
de Mens de suggestie te overwegen, die is voortgekomen uit de regionale conferentie
in Afrika, om de instelling van een internationaal compensatie programma en een ont-
wikkelingsreparatiefonds te overwegen.’.
Tussenbalans
In de voorstellen die vanuit de verschillende regio’s naar voren zijn gekomen, valt dui-
delijk verschil waar te nemen in benadering en accenten ten aanzien van rechtsherstel
van geleden onrecht en toegebrachte schade en leed. Daarbij lijken de Europese voor-
stellen en de Afrikaanse voorstellen het meest uiteen te lopen. De eerste beschouwen
‘reparation’ vooral als rechtsherstel binnen het nationale kader ten gunste van individu-
ele slachtoffers. Daarentegen leggen de Afrikaanse voorstellen de nadruk op rechtsher-
stel in de vorm van financiële overdracht tussen staten en in de internationale gemeen-
schap voor systematisch en massaal onrecht dat in het verleden is geschied als gevolg
van kolonialisme en slavernij. Men kan hier globaal van twee benaderingen c.q. twee
sporen spreken. De Latijns-Amerikaanse en de Aziatische voorstellen bevatten elemen-
ten uit beide benaderingen.
De AIV is zich bewust van de complexe juridische, morele en politieke aspecten van de
vraagstukken die hier aan de orde zijn. Een algemene vraag is of met het leggen van
historische claims en het concentreren van de discussie daarop, geen zware hypotheek
wordt gelegd op het vinden van oplossingen van al het raciaal onrecht dat zich in de
wereld van vandaag voordoet.
Tevens meent de AIV, het is al eerder opgemerkt, dat historische en hedendaagse
praktijken wel van elkaar dienen te worden onderscheiden, doch niet altijd zijn te schei-
den. Ernstig onrecht uit het verleden heeft veelal gevolgen op de leefomstandigheden
en de belevingswereld van mensen van vandaag. In dit verband moet ook het leed wor-
den onderkend dat de slachtoffers van slavernij en kolonialisme hebben ondergaan en
de effecten daarvan op de nabestaanden van deze slachtoffers.33 Hieromtrent merkt
de AIV het volgende op:
32 Draft Declaration of The World Conference against Racism, Racial Discrimination, Xenophobia and Rela-
    ted Intolerance, UN. Doc. A/Conf. 189/WG.1/3, 22 February 2001, Draft plan of action, art. 15-16.
33 Zie voetnoot 17, paragraaf 24 van dit rapport is relevant in deze context en is opgenomen in bijlage II.
                                                     19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Slavernij en kolonialisme werden gekenmerkt door diep gewortelde percepties en prak-
tijken van ongelijkheid tussen mensen. De sociale, psychologische, politieke en econo-
mische gevolgen van laakbare en misplaatste opvattingen over en gedragingen van
menselijke superioriteit en inferioriteit zijn evident.34 Daarbij dient wel te worden opge-
merkt, dat mogelijkerwijs ook andere factoren een rol spelen, die de achterstandsposi-
tie van deze groeperingen hebben veroorzaakt. Overigens hebben ook andere vormen
van structureel historisch en hedendaags onrecht tot gevolg dat grote groepen nabe-
staanden van slachtoffers van slavernij en kolonialisme nog steeds leven in omstandig-
heden van achterstelling en armoede. Slavernij en koloniale overheersing zijn naar
thans geldende normen van internationaal recht in strijd met fundamentele beginselen
en doelstellingen van de internationale rechtsorde. Ook Nederland heeft een aandeel in
dit historisch onrecht.
Waar de vraag aan de orde komt van rechtsherstel voor huidige generaties slachtoffers
van rassendiscriminatie benadrukt de AIV dat deze slachtoffers in het licht van het
gestelde van hoofdstuk III aanspraak moeten kunnen maken op de verschillende vor-
men van rechtsherstel, van financiële en niet-financiële aard. Veelal wordt dit recht op
rechtsherstel via nationale rechtsmiddelen verwezenlijkt.
Anderzijds meent de AIV dat de zogenoemde herstelbetalingen, zoals die vooral in het
verleden tussen staten, bijvoorbeeld tussen voormalige oorlogvoerende partijen, wer-
den gehanteerd om rekeningen te vereffenen, zich niet lenen als geschikt compensa-
toir middel ten aanzien van historische praktijken van slavernij en kolonialisme. Aan
een dergelijke benadering kleven naar de mening van de AIV aanzienlijke praktische en
juridische haken en ogen. In de eerste plaats is er de zorg dat dit soort herstelbetalin-
gen, die aan staten en regeringen worden toegewezen niet ten goede zullen komen aan
eigenlijke slachtoffers of hun nabestaanden. Maar ook al zouden compensatoire maat-
regelen slachtoffer gericht zijn dan rijzen vragen omtrent wie wel en wie niet aanspraak
kunnen maken op schadevergoeding van in het verleden gepleegd onrecht en welke
staten of andere rechtspersonen verplicht zouden zijn aan compensatoire voorzienin-
gen bij te dragen. Ook kunnen vragen worden gesteld omtrent het individuele of collec-
tieve karakter van de aanspraken, omtrent kwantificering van geleden schade en
omtrent de juridische, politieke of administratieve weg waarlangs aanspraken kunnen
worden gevorderd en hard gemaakt. Voorts dient nog het vraagstuk van de verjaring te
worden genoemd. De overheersende internationale opinie is dat oorlogsmisdrijven en
misdrijven tegen de menselijkheid strafrechtelijk niet voor verjaring vatbaar zijn, maar
er bestaat een minder eenduidige opvatting omtrent niet-verjaring van civiele claims
voor schadevergoeding.35
Derhalve moet naar de mening van de AIV de weg van compensatoire claims en midde-
len niet worden ingeslagen om het historische onrecht van slavernij en kolonialisme te
redresseren. Wel acht de AIV het wenselijk dat, mede met erkenning van het leed dat
de slachtoffers in het verleden hebben ondergaan, ten behoeve van hun nabestaan-
den, die in een achterstandspositie verkeren zowel nationaal als internationaal beleids-
maatregelen worden genomen, die zijn gericht op een meer rechtvaardige verdeling van
welvaart en hulpbronnen. Dergelijke maatregelen dienen trouwens te gelden voor alle
34 Zie International Council on Human Rights Policy, The persistence and mutation of racism, Versoix,
    Genève, 2000, pp. 12-13.
35 Zie ‘Basisbeginselen en Richtlijnen’ in voetnoot 21, met name paragrafen 6 en 7.
                                                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>raciaal en etnisch achtergestelde, kansarme en structureel benadeelde groeperingen,
met name ter verwezenlijking van gelijke rechten op sociaal-economisch gebied, onder-
wijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg (bijvoorbeeld HIV/aidsbestrijding). In dit ver-
band wijst de AIV op de verplichting vervat in het Internationale Verdrag inzake Econo-
mische, Sociale en Culturele Rechten,36 dat staten, zowel zelfstandig als binnen het
kader van internationale hulp en samenwerking en met volledige gebruikmaking van
beschikbare hulpbronnen (‘to the maximum of available resources’), passende maatre-
gelen moeten nemen ter verwezenlijking van de in dit Verdrag erkende rechten. Deze
verplichting, indien zij au sérieux wordt genomen, is van bijzondere betekenis voor de
ontwikkeling van sociaal-economische achtergestelde en kansarme groeperingen in de
nationale en internationale samenleving, daaronder begrepen die groeperingen die
structureel de gevolgen ondervinden van raciaal onrecht.
Indien de Wereldconferentie tegen Racisme zou aanbevelen bijzondere voorzieningen te
treffen ten behoeve van laatstgenoemde groepering, bijvoorbeeld door instelling van
een Speciaal Fonds, dan dienen naar het oordeel van de AIV waarborgen worden
geschapen dat deze voorzieningen metterdaad gericht zijn op slachtoffers van raciaal
onrecht en discriminatie.
36 Zie vooral artikelen 2 en 22 van dit Verdrag. Bij dit Verdrag zijn per 18 mei 2001 in totaal 144 staten
   partij, waaronder Nederland en alle andere lidstaten van de Europese Unie.
                                                      21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>V       Conclusies en aanbevelingen
• De AIV constateert dat het van cruciaal belang is dat van de in Durban (Zuid-Afrika)
  te houden Wereldconferentie van de Verenigde Naties tegen Racisme een stimulans
  uitgaat om op internationaal, regionaal en nationaal niveau rassendiscriminatie,
  vreemdelingenhaat en daarmee verwante vormen en verschijnselen van onverdraag-
  zaamheid zo effectief mogelijk te bestrijden en een klimaat te scheppen van meer
  begrip, respect en verdraagzaamheid tussen mensen, groepen en volkeren.
• De AIV sluit zich ten aanzien van het begrip rassendiscriminatie aan bij de ruime
  definitie vervat in het Internationale Verdrag ter Uitbanning van Elke Vorm van Ras-
  sendiscriminatie, welke omvat elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of
  voorkeursbehandeling die gebaseerd is op ras, huidskleur, afkomst, nationale of
  etnische afstamming.
• De AIV constateert dat op vele plaatsen in de wereld, ook in Europa, sprake is van
  zorgwekkende verschijnselen van rassendiscriminatie, racistisch gedrag en racisti-
  sche praktijken. De AIV neemt met instemming kennis van de maatregelen die op
  verschillende niveaus in Europa worden genomen om uitingen van racisme en prak-
  tijken van rassendiscriminatie tegen te gaan, en legt de nadruk op de hoge prioriteit
  die aan deze zaken moet worden gegeven op nationale en Europese agenda’s.
• De AIV constateert dat in het verleden gepleegd onrecht in vele gevallen sporen
  heeft getrokken en gevolgen heeft gehad die bepalend kunnen zijn voor de situatie
  waarin mensen zich vandaag de dag bevinden. Het is weliswaar ondoenlijk en onmo-
  gelijk al het raciale en etnische onrecht dat in het verleden gepleegd is te vergoeden
  en te herstellen, maar wel dient te worden onderkend en erkend dat dit onrecht is
  geschied en voortleeft in de belevingswereld en in de werkelijkheid van vele mensen.
• De AIV wijst erop dat sedert de Tweede Wereldoorlog, vanwege het in deze oorlog
  toegebrachte leed en lijden en in het kader van de overgang van autoritaire regimes
  naar een democratisch bestel, in vele landen en soms op ruime schaal voorzienin-
  gen zijn getroffen en aanspraken gehonoreerd voor overlevenden/slachtoffers van
  vervolgingen.
• De AIV constateert dat deze en andere aanspraken ertoe hebben bijgedragen dat
  meer aandacht wordt besteed aan de gerechtvaardigde belangen en rechten van
  slachtoffers en dat een politieke rechtscultuur is ontstaan, gericht op erkenning en
  rechtsherstel. Tegen deze achtergrond moeten ook de voorstellen worden
  beschouwd omtrent rechtsherstel die zijn geformuleerd met het oog op de aanstaan-
  de Wereldconferentie.
• De AIV wijst erop dat naast bij uitstek materiële en financiële vormen van rechtsher-
  stel, in het bijzonder restitutie en compensatoire maatregelen, ook andere vormen
  van rechtsherstel bestaan zoals rehabilitatie alsmede genoegdoening en waarbor-
  gen tegen herhaling van onrecht. Financiële en niet-financiële modaliteiten van
  rechtsherstel zijn gelijkelijk van belang om recht te doen aan slachtoffers van ras-
  sendiscriminatie. Tot de niet-financiële vormen van rechtsherstel, die vooral ook van
  belang zijn voor erkenning van historisch onrecht, behoren onder andere onderzoek
  naar feiten en verantwoordelijkheden (accurate geschiedschrijving en onderzoek) en
  openbaarmaking daarvan, de erkenning van verantwoordelijkheden, herstel van eer
  en goede naam van slachtoffers, herdenking van onrecht dat geschied is (bijvoor-
  beeld door middel van slavernijmonumenten) en eerbetoon aan slachtoffers. Via
  onderwijs, onderzoek en voorlichting en door de media kan een belangrijke rol
  worden gespeeld om uitvoering te geven aan deze niet-financiële vormen van rechts-
                                            22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>  herstel. De AIV beveelt aan dat al deze vormen van rechtsherstel in ruime zin op de
  Wereldconferentie over het voetlicht worden gebracht.
• De AIV constateert dat velen een causaal verband leggen tussen historisch onrecht
  en hedendaags onrecht in gevolgen en effecten op het leven en samenleven van
  mensen en groepen mensen. Waar het gaat om rechtsherstel voor huidige genera-
  ties slachtoffers van rassendiscriminatie bestaat, zoals uiteengezet in hoofdstuk III
  van dit advies, een juridisch kader. Daarentegen is de AIV van oordeel dat een
  ander spoor gevolgd moet worden ten aanzien van aanspraken tot compensatie van
  het leed dat slachtoffers van slavernij en kolonialisme hebben ondergaan. Het
  bezwaar van deze aanspraken is dat zij op interstatelijk niveau worden gepresen-
  teerd en dat dientengevolge het perspectief van de slachtoffers en hun nabestaan-
  den buiten beeld dreigt te blijven. Bovendien biedt het eerder geschetste juridische
  kader te veel praktische vraagpunten en onduidelijkheden om adequaat te kunnen
  worden gehanteerd bij wijze van rechtsherstel van dit historisch onrecht.
• Naar de mening van de AIV moet daarom niet de weg van compensatoire claims en
  daarop gebaseerde maatregelen te worden ingeslagen om het historische onrecht
  van slavernij en kolonialisme te redresseren, maar moeten grotere nationale en
  internationale inspanningen worden getroost om tot een meer rechtvaardige verde-
  ling van welvaart en hulpbronnen te komen. Dergelijke inspanningen en maatregelen
  dienen in het bijzonder ten goede te komen aan nabestaanden van slachtoffers van
  historisch raciaal onrecht en aan alle raciaal en etnisch achtergestelde, kansarme
  en structureel benadeelde groeperingen, in het bijzonder ter verwezenlijking van
  gelijke rechten op sociaal-economisch terrein. Het Internationale Verdrag inzake
  Economische, Sociale en Culturele Rechten biedt hiertoe een normatieve basis.
• Indien tegen deze achtergrond de Wereldconferentie tegen Racisme aanbevelingen
  zou doen tot het treffen van bijzondere voorzieningen, bijvoorbeeld de instelling van
  een Speciaal Fonds, dan dienen naar het oordeel van de AIV waarborgen worden
  geschapen dat deze voorzieningen metterdaad ten goede komen aan slachtoffers
  van raciaal onrecht en discriminatie.
                                           23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Bijlage I</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Ministerie van
Buitenlandse Zaken

Met name vanuit de Afrikaanse groep is sterk ingezet op het thema compensatoire
maatregelen voor nabestaanden van slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Daarbij
gaat het om de vraag of staten met een koloniaal en/of slavernij-verleden financiële
compensatie verschuldigd zouden zijn aan bepaalde personen, groepen of staten die
zich heden ten dage in een achterstandspositie bevinden ten gevolge van slavernij of
kolonialisme uit het verleden.

Tijdens de Europese Conferentie in Straatsburg heeft de EU plechtig bevestigd dat het
leed veroorzaakt door slavernij of voortgekomen uit kolonialisme in herinnering
gehouden moet worden. In de afgelopen maanden is de EU tot de volgende positie
over reparatie en compensatie gekomen. Onderkend wordt dat bewustzijn van slavernij
en kolonialisme, die in hun historische contekst moeten worden geplaatst, noodzakelijk
is en breed moet worden uitgedragen, met name onder jongeren, zodat het aangerichte
leed in de toekomst niet wordt herhaald. Daarnaast is de EU van mening dat de
doelstellingen van de Wereldconferentie niet gediend zijn met een debat over
financiële compensatie met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden. Een
dergelijk debat zou de Conferentie afleiden van haar hoofddoel, te weten het behalen
van resultaten die gericht zijn op het heden en de toekomst, en niet het vereffenen van
rekeningen uit het verleden. Zo’n debat zou voorts niet in overeenstemming zijn met
een aantal juridische beginselen inzake reparatie.’ Bovendien meent de EU dat een
debat over financiële compensatie de uitkomst van de Conferentie wel eens heel
ineffectief zou kunnen maken voor wat betreft de werkelijke strijd tegen racisme en
discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante vormen van intolerantie.

Het is tegen deze achtergrond dat ik u verzoek om advies omtrent de volgende vraag:

NEN) Maand) 7

1) Nederland wil — voortbouwend op de EU-positie zoals hierboven uiteengezet — op
positieve wijze bijdragen aan de discussie over hoe invulling te geven aan de
onderkenning van het leed dat de slachtoffers van slavernij en kolonialisme hebben
ondergaan en de mogelijke gevolgen daarvan voor hun nabestaanden. Welke
mogelijkheden doen zich in dit verband voor?

! De EU baseert haar handelen met betrekking tot reparatie van slachtoffers van racisme
hoofdzakelijk op de volgende instrumenten: Artikel 8 van de Universele Verklaring inzake de
Rechten van de Mens, Artikel 6 van het Verdrag inzake de Uitbanning van Rassendiscrimi-
natie, Artikel 2 van het Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten, het Europees Verdrag ter
Bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden en additionele
protocollen, in het bijzonder Artikel 13 van dat Verdrag, en het Europees Verdrag inzake de
Compensatie van Slachtoffers van Gewelddadige Misdaden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Ministerie van
Buitenlandse Zaken

Daarnaast zou ik uw advies op prijs stellen omtrent de volgende vraag:

2) Hoe vallen eventuele positieve maatregelen jegens nabestaanden van slachtoffers
van slavernij en kolonialisme in te passen in een breder anti-racisme beleid, dat
ook andere groepen omvat die met racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en
aanverwante vormen van intolerantie worden geconfronteerd?

Ik zie uw advies met veel belangstelling tegemoet,

MEN) aaan dd)”
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                                                                        Bijlage II
(E/CN.4/Sub. 2/1993/8)
COMMISSION ON HUMAN RIGHTS
Sub-Commission on Prevention of
Discrimination and Protection
of Minorities
Forty-fifth session
Item 4 of the provisional agenda
                      REVIEW OF FURTHER DEVELOPMENT IN FIELDS WITH
                     WHICH THE SUB-COMMISSION HAS BEEN CONCERNED
  Study Concerning the Right to Restitution, Compensation and Rehabilitation for Victims of
                 Gross Violations of Human Rights and Fundamental Freedoms
               Final report submitted by Mr. Theo van Boven, Special Rapporteur
Paragraph 24
The Working Group on Contemporary Forms of Slavery also referred to the need for moral
compensation for victims of the slave trade and other early forms of slavery. The problem
was also touched upon by two African members of the Sub-Commission in connection with
the issue of compensation to the African descendants of the victims of gross violations of
human rights by colonial Powers. 15/ In this respect the Special Rapporteur would draw
attention to the report of the Secretary-General on the international dimensions of the right
to development as a human right in which a series of ethical aspects of the right to deve-
lopment were listed, among these a moral duty of reparation to make up for past exploita-
tion by the colonial Powers and some others. The Secretary-General noted that acceptance
of such a moral duty is by no means universal. 16/ Perhaps more to the point on this
issue are some recommendations included in the study on the achievements made and
obstacles encountered during the Decades to Combat Racism and Racial Discrimination,
prepared by Special Rapporteur Mr. A. Eide. 17/ In the section of recommendations rela-
ting to situations originating in slavery, the following are pertinent in the present context:
(a) Research should be carried out in the countries concerned to determine the degree to
    which descendants of persons held as slaves continue to suffer from social handicaps
    or deprivations (recommendation 17);
(b) Effective affirmative action should be carried out until such time as members of these
    groups experience no further handicaps or deprivations. Such affirmative action should
    not be construed to constitute discrimination against members of the dominant society
    (recommendation 18).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>While it would be difficult and complex to construe and uphold a legal duty to pay compen-
sation to the descendants of the victims of the slave trade and other early forms of slavery,
the present Special Rapporteur agrees that effective affirmative action is called for in
appropriate cases as a moral duty. In addition, an accurate record of the history of slavery,
including an account of the acts and the activities of the perpetrators and their accomplices
and of the sufferings of the victims, should receive wide dissemination through the media,
in history books and in educational materials.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                                                                Bijlage III
Lijst van gebruikte afkortingen
AIV            Adviesraad Internationale Vraagstukken
AVVN           Algemene Vergadering van de Verenigde Naties
CERD           Comité ter Uitbanning van Rassendiscriminatie
CMR            Commissie Mensenrechten van de AIV
COS            Commissie Ontwikkelingssamenwerking van de AIV
DMV            Directie Mensenrechten en Vredesopbouw
EC             Europese Commissie
ECRI           Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie
EU             Europese Unie
EUROCONF       Europese Conferentie
EVRM           Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
ILO            Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organisation)
MvT            Memorie van Toelichting
OS             Ontwikkelingssamenwerking
VN             Verenigde Naties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
1      EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
2      CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte
       mogelijkheden, april 1998
3      DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS; recente ontwikkelingen,
       april 1998
4      UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE
       VERSCHEIDENHEID, juni 1998
5      EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
6      HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
7      COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP,
       november 1998
8      ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
9      NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen
       Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10     DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE
       IN DE JAREN NEGENTIG: van onveilige zekerheid naar onzekere
       veiligheid, september 1999
11     HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS,
       september 1999
12     DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van der tig
       lidstaten, januari 2000
13     HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000 **
14     ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15     EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16     DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17     DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
*  De adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels.
** Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en
   de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>18   GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19   EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en
     subnationale overheden, april 2001
20   EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21   REGISTRATIE VAN RELIGIEUZE GEMEENSCHAPPEN, juni 2001 ***
*** Momenteel alleen beschikbaar in het Engels
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>