<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>              DE SAMENWERKING TUSSEN
           DE EUROPESE UNIE EN RUSLAND
       EEN ZAAK VAN WEDERZIJDS BELANG
                       No. 61, Juli 2008
ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN
      ADVISORY COUNCIL ON INTERNATIONAL AFFAIRS AIV
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter      Mr. F. Korthals Altes
Vice-voorzitter Dhr. A.L. ter Beek
Leden           Mw. S. Borren M.A.
                Prof.dr. W.J.M. van Genugten
                Mw. mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You
                Mw. dr. P. C. Plooij-van Gorsel
                Prof.dr. A. de Ruijter
                Mw. drs. M. Sie Dhian Ho
                Prof.dr. A. van Staden
                Mw. mr. H.M. Verrijn Stuart
                Lt-gen. b.d. M.L.M. Urlings
Secretaris      Drs. T.D.J. Oostenbrink
                Postbus 20061
                2500 EB Den Haag
                telefoon 070 - 348 5108/6060
                fax 070 - 348 6256
                e-mail aiv@minbuza.nl
                www.AIV-Advies.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Leden van de Commissie
de toekomst van de relatie tussen de EU en Rusland
Voorzitter          Prof.dr. A. van Staden
Leden               Mw. prof.dr. M.G.W. den Boer
                    Dr. W.F. van Eekelen
                    Lt-gen. b.d. G.J. Folmer
                    Drs. T.P. Hofstee
                    Mw. dr. P. C. Plooij-van Gorsel
                    Prof.dr. J.Q.Th. Rood
                    Mr. C.G. Trojan
                    Prof.mr. J.W. de Zwaan
Erelid              Drs. E.P. Wellenstein
Corresponderend lid Mw. prof.mr. W.M.F. Thomassen
Extern deskundige   Prof.mr. F.J.M. Feldbrugge
                    Mr. A.P. R. Jacobovits de Szeged
Secretaris          Mw. dr. S. Volbeda
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>       Inhoudsopgave
       Woord vooraf
I        Inleiding      7
II       Beeld van het huidige Rusland         12
III      De EU-Russische samenwerking sinds 1989             22
IV       Gemeenschappelijke buren en de veiligheidspolitieke context            34
V        Conclusies en aanbevelingen: voorstellen voor nieuwe wegen             41
Bijlage I         Adviesaanvraag
Bijlage II        Lijst van geraadpleegde personen
Bijlage III       Enkele gegevens over de Russische Federatie
Bijlage IV        Kaart van de belangrijkste gaspijpleidingen en -wingebieden in de
                  Russische Federatie en de omringende landen
Bijlage V         Lijst met de meeste gebruikte afkortingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Woord vooraf
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) heeft het onderhavige advies uit-
gebracht op verzoek van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De adviesaanvraag
van 22 februari 2008 is integraal opgenomen in bijlage I.
Dit advies is voorbereid door een gecombineerde commissie onder voorzitterschap
van prof.dr. A. van Staden, voorzitter van de Commissie Europese Integratie (CEI).
De leden van deze commissie waren mevrouw prof.dr. M.G.W. den Boer (CEI), dr.
W.F. van Eekelen (CEI), lt-gen. b.d. G.J. Folmer (Commissie Vrede en Veiligheid –
CVV), drs. T.P. Hofstee (Commissie Mensenrechten – CMR), mevrouw dr. P.C. Plooij-
van Gorsel (vice-voorzitter van de CEI), prof.dr. J.Q.Th. Rood (CEI), mr. C.G. Trojan
(CEI) en prof.mr. J.W. de Zwaan (CEI). Mevrouw prof.mr. W.M.F. Thomassen (CMR)
heeft deelgenomen als corresponderend lid. Daarnaast hebben als externe deskun-
digen deelgenomen twee oud-leden van de AIV-commissies: prof.mr. F.J.M. Feld-
brugge en mr. A.P.R. Jacobovits de Szeged, alsmede het erelid drs. E.P. Wellenstein.
Voor dit advies zijn de volgende personen opgetreden als ambtelijk contactpersoon:
drs. S.J.F.M. van Wersch, hoofd Externe Zaken van de directie Integratie Europa
(DIE-EX) van het ministerie van Buitenlandse Zaken; drs. K.J.R. Klompenhouwer,
directeur Zuidoost- en Oost-Europa (DZO), eveneens van het ministerie van Buiten-
landse Zaken, mr. M. Jacobs, Hoofd Oost-Europa (Rusland, Oekraïne en Zuidelijke
Kaukasus), afdeling Economische Zaken op de Permanente Vertegenwoordiging van
Nederland bij de EU; en drs. J. Douma, plv. Chef de Poste, Nederlandse Vertegen-
woordiging bij de Russische Federatie in Moskou. Zij zijn tevens als deskundigen
geraadpleegd. Het secretariaat is gevoerd door mevrouw dr. S. Volbeda, daarin bij-
gestaan door de stagiaires mevrouw S. van Schoten en de heren H. Honnef en
S. van Hooff.
Ter voorbereiding van het advies heeft de commissie met een aantal deskundigen
gesproken in Den Haag, Brussel en Moskou. De lijst van geraadpleegde personen is
in bijlage II opgenomen. De AIV is zeer erkentelijk voor hun bereidwilligheid hun
inzichten met de voorbereidingscommissie te delen.
Het advies is vastgesteld op 4 juli 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>I         Inleiding
De adviesvragen van de Eerste Kamer
De commissie Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en
de commissie Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) van de Eerste Kamer heb-
ben in gezamenlijke vergaderingen besloten de AIV advies te vragen over de toekomst
van de relatie tussen de Europese Unie (EU) en Rusland. Dit onderwerp is onder meer
actueel met het oog op de topontmoeting tussen de EU en Rusland die op 28/29 juni
2008 plaatsvond in Khanty-Mansiisk in Siberië. Bij deze ontmoeting stond onder meer
het starten van onderhandelingen over het vernieuwen van de bestaande Partner-
schaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) op de agenda. Deze werd in 1994
ondertekend en werd in 1997 van kracht voor een periode van 10 jaar. In 2007 is de
PSO met Rusland stilzwijgend verlengd voor een jaar, maar het concept is aan vernieu-
wing toe. Onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst zijn vertraagd, als gevolg
van bilaterale strubbelingen van verschillende aard met individuele lidstaten, maar de
weg is intussen geëffend. Op de top in Siberië is besloten de onderhandelingen over
een nieuwe PSO te beginnen in Brussel op de dag dat de AIV dit advies vaststelde,
namelijk 4 juli 2008.
De hoofdvraag die voorligt is hoe een nieuwe overeenkomst er uit zou moeten zien, wat
de inhoud ervan zou moeten zijn en welke inzet de EU en indirect ook Nederland in
deze kwestie zouden moeten leveren.
De Russische Federatie, in dit advies kortweg als Rusland aangeduid, is door haar
grens met Finland, Estland, Letland, Litouwen en Polen een rechtstreekse buur van de
EU. Rusland is niet alleen het grootste buurland, maar het is tegelijkertijd ook de ándere
buur van de landen die aan de oostkant aan de Unie grenzen. De AIV heeft in juli 2005
een advies uitgebracht over het Europese nabuurschapsbeleid (ENB) met betrekking tot
de oostelijke buurlanden: Belarus (Wit-Rusland), Moldavië en Oekraïne.1 In dit advies
zijn tevens de trans-Kaukasische staten Georgië, Armenië en Azerbeidzjan betrokken,
omdat deze landen buren van de EU worden, mocht Turkije tot de EU toetreden. Ook
voor deze landen geldt dat Rusland de andere buur is.2
De Eerste Kamer merkt in haar adviesaanvraag op dat Rusland de laatste jaren een
duidelijk assertiever buitenlands beleid toont, mede ingegeven door de sterk toegeno-
men strategische waarde van fossiele grondstoffen, in het bijzonder van aardgas. In de
aanvraag wordt gevraagd de relatie tussen de EU en Rusland te beschouwen in het licht
van de bredere omgeving van de landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten
(GOS) en de Verenigde Staten (VS) alsmede in het licht van de Noord Atlantische Ver-
dragsorganisatie (NAVO).
Voorts noemt de Kamer haar zorg over het terugdraaien van democratische ontwikkelin-
gen in Rusland en het niet-vervolgen van mensenrechtenschendingen, de diverse bevro-
ren conflicthaarden in de gezamenlijke buurlanden, het achterblijven van de openstelling
1   AIV-advies nr. 44, De nieuwe oostelijke buurlanden van de Europese Unie, Den Haag, juli 2005.
2   Armenië grenst aan Turkije, Georgië en Azerbeidzjan, maar niet aan Rusland. Azerbeidzjan heeft geen
    grens met Turkije, met uitzondering van de enclave Nachitsjevan (door een grenscorrectie uit 1921).
                                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>van economische markten en de eenzijdige economie, alsmede de sinds het uiteenval-
len van de Sovjet-Unie gestegen armoede en de ongekende afname van de bevolking.
De AIV wordt bovendien gevraagd in te gaan op de mogelijkheden en kansen voor het
intensiveren van de relatie met Rusland, waarbij de Kamer met name uitbreiding van de
voelselproductie en het versterken van de energieleveringszekerheid voor de EU noemt.
Concreet zijn de volgende vragen gesteld:
1. Welke scenario’s zijn denkbaar voor de ontwikkeling van de relaties tussen de EU en
    Rusland, uitgaande van de ontwikkeling van het buitenlands beleid van dit land in de
    richting van (i) een constructief partenariaat met de EU, (ii) een eigenstandig asser-
    tief beleid met geopolitieke ambities?
2. Welke visie heeft Rusland in deze twee scenario’s op de samenwerking met de EU
    op het terrein van vrede, veiligheid en recht? In het bijzonder inzake samenwerking
    op het terrein van terrorismebestrijding, democratisering, vrije media, en respect
    voor mensenrechten en de visie op de bevroren conflicthaarden.
3. Wat betekenen beide scenario’s voor de economische samenwerking met de EU? In
    het bijzonder zijn de openstelling van markten en economische verbreding van
    belang. Bij dat laatste is te denken aan het verhogen van de voedselproductie. En
    wat betekenen deze scenario’s voor de levering van energie aan de Unie, c.q. aan de
    individuele lidstaten?
4. Wat betekenen de scenario’s voor de samenwerking van de EU met de gezamenlijke
    buurlanden, in het bijzonder voor Oekraïne (en hun wens tot toetreding tot de EU),
    maar ook Belarus, Moldavië en de landen van de zuidelijke Kaukasus? En wat bete-
    kenen de scenario’s voor de mogelijkheden tot het oplossen van de bevroren con-
    flicthaarden zoals die er zijn in Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan?
5. Welke instrumenten kan de EU aanwenden in de twee onderscheiden scenario’s?
    Kaderstellend is het bestaande Europese nabuurschapsbeleid (ENB), waarvan alle
    programma’s en fondsen ook openstaan voor Rusland. Onder welke noemer en
    onder welke voorwaarden zou dat kunnen worden vormgegeven? Waar ligt in elk van
    de scenario’s het evenwicht tussen de ‘sticks’ en de ‘carrots’?
6. Hoe kan de Nederlandse regering en specifiek de Staten-Generaal positief bijdragen
    aan de relatie met Rusland en de relatie tussen de EU en Rusland in de twee
    geschetste scenario’s?
De vragen zijn geplaatst in het kader van twee alternatieve scenario’s: óf een constructief
partenariaat van de EU en Rusland, óf een eigenstandig assertief beleid van Rusland met
geopolitieke ambities. Naar het oordeel van de AIV sluiten deze scenario’s elkaar echter
geenszins uit; een beleid kan tegelijkertijd constructief en assertief zijn, of niet-construc-
tief en niet-assertief. De AIV acht het waarschijnlijk dat het beleid van Rusland ten aan-
zien van Europa in de komende jaren gekenmerkt zal zijn door bereidheid tot samen-
werking én assertiviteit in de zin van een streven de eigen belangen te bevorderen in een
bewustzijn van de eigen kracht. Om deze reden heeft de AIV in de beantwoording van de
vragen van de Eerste Kamer afgezien van scenariobeschrijvingen, maar de hoofdpunten
van de vragen komen wel allemaal aan bod.
                                               8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De visie van de regering
De minister van Buitenlandse Zaken heeft sinds de formulering van de adviesaanvraag
door de Eerste Kamer (in twee vergaderingen op 5 en 12 februari 2008) de visie van de
Nederlandse regering op de relaties van Nederland met Rusland uiteengezet in twee
brieven aan de Tweede Kamer.3 In deze brieven wordt ook aandacht besteed aan de
relatie tussen de EU en Rusland.
Nadien heeft de minister van Buitenlandse Zaken in een toespraak voor het CDA in
Zuid-Holland specifiek aandacht aan de bilaterale relatie met Rusland geschonken.4 Hij
memoreert dat tijdens het (aanstaande) bezoek van de Russische premier en de Russi-
sche minister van Landbouw op 29 april 2008 een gemeenschappelijk actieplan zal
worden ondertekend. Hij stelt in deze toespraak dat ondanks de hoge Nederlandse
investeringen en de vele gedeelde belangen, ‘onze relatie met Rusland op dit moment
complex is, en op het eerste gezicht misschien ook een vat vol tegenstrijdigheden lijkt’.
Naast de goede economische betrekkingen wijst hij erop dat op politiek en maatschap-
pelijk gebied eerder sprake is van een verwijdering, terwijl op het gebied van de veilig-
heidspolitiek de nodige botsingen te zien zijn. Hij kenschetst zijn beleid als een ‘strategie
van gepaste samenwerking’, van ‘samenwerking waar mogelijk, kritiek waar nodig’.
Op 14 mei 2008 heeft de minister een brief naar de Tweede Kamer gestuurd inzake het
ENB in het algemeen.5 In deze laatste brief stelt de minister: ‘In 2003 is met Rusland
afgesproken de relatie met de EU vorm te geven door middel van de vier gemeenschappe-
lijke ruimten en de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO), en niet in het
kader van het ENB.’ Hij geeft in deze brief verder geen voorzet voor vernieuwing of wijzi-
ging van de bestaande overeenkomst.
Volledigheidshalve vestigt de AIV er nog de aandacht op dat het Britse Hogerhuis
onlangs een rapport heeft uitgebracht over de relatie tussen de EU en Rusland.6 In dit
rapport wordt bezorgdheid tot uitdrukking gebracht over het vermeende afdrijven van
Rusland van de democratie en nader onderzoek bepleit naar de implicaties van de
recente politieke aflossing van de wacht in het land. Tegelijk doen de opstellers van het
rapport een beroep op de EU om verder te bouwen op haar bestaande relatie met Rus-
land en een politiek van constructieve dialoog en samenwerking (engagement) te voeren
op alle niveaus dwars door alle beleidsterreinen heen.
Het EU-beleid ten aanzien van Rusland
Vijf van de zes gestelde vragen betreffen het beleid van de EU ten aanzien van
Rusland; alleen de laatste vraag richt zich op de Nederlandse inbreng op dit gebied.
Waarop zou een dergelijk EU-beleid gebaseerd moeten zijn en waaruit zou het moeten
bestaan?
3   Kamerbrief DZO/OE-025/08 inzake notitie over de betrekkingen met de Russische Federatie van 15
    februari 2008 en kamerbrief DZO/OE-039/08 inzake vervolg Rusland-notitie van 4 april 2008.
4   Toespraak Verhagen over relatie met Rusland, CDA Zuid-Holland, Wassenaar, 19 april 2008.
5   Kamerbrief DIE-414/08 inzake het partenariaat, d.d. 14 mei 2008.
6   The House of Lords European Committee, The EU and Russia, 22 May 2008.
                                                    9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De Eurocommissaris voor de Externe Betrekkingen en het Nabuurschapsbeleid heeft
onlangs in Salzburg uitgesproken dat de EU en haar lidstaten er goed aan doen
Rusland te nemen zoals het is en niet (langer) uit te gaan van een wensbeeld.7 Deze
stellingname, waarop in het tweede hoofdstuk wordt teruggekomen, geeft blijk van reali-
teitszin van de Commissie voor de aanvang van de onderhandelingen over een nieuwe
overeenkomst, waartoe – als eerder vermeld – op het topoverleg tussen Rusland en de
EU eind juni 2008 is besloten. De weg daartoe is vrijgekomen nadat Litouwen, als laat-
ste van de 27 lidstaten, zijn veto daartegen heeft ingetrokken, waardoor het mandaat
voor de EU, dat al geruime tijd klaar lag, in de Europese Raad van Algemene Zaken en
Externe Betrekkingen (RAZEB) op 26 mei 2008 kon worden vastgesteld.8
De Londense denktank European Council on Foreign Relations (ECFR) heeft een uitvoe-
rig onderbouwde en ambitieuze poging gedaan aan te geven hoe een EU-Ruslandbeleid
er uit zou kunnen zien.9 De ECFR constateert dat er, onder de EU-lidstaten, in hoofd-
zaak twee benaderingen van deze kwestie zijn te onderkennen: soft containment (zachte
inperking) en creeping integration (sluipende integratie). Het stelt voor dat de EU dit
dilemma omzeilt door een derde benadering te kiezen: de rule of law approach, een
benadering waarbij het verbeteren van de rule of law voorop wordt gezet. De AIV wenst
hierover het volgende op te merken.
De AIV acht het onverstandig de toepassing in Rusland van het grondbeginsel van de
rule of law te verheffen tot de enige toetssteen voor de versterking of verzwakking van
de relatie met Rusland. Hij kiest voor een ruimere benadering waarbij, wat de interne
situatie in het land betreft, mede in de beoordeling worden betrokken de voortgang die
Rusland maakt in het proces van economische modernisering en de ontwikkeling van
een civil society, dit wil zeggen het geheel van (vrije) maatschappelijke organisaties.
Onvermijdelijk zal de relatie met Rusland daarnaast ook worden bepaald door geopoli-
tieke belangen en economische overwegingen. De AIV gaat daarbij niet in op de wijdere
context en laat bijvoorbeeld de problematiek van het Midden-Oosten, China of Afrika
buiten beschouwing. Wel wordt de vraag behandeld of Rusland bereid is in een redelijke
verstandhouding met landen in zijn nabije omgeving (wat Rusland zelf aanduidt als de
‘post-Sovjetruimte’) te verkeren. Daarbij spelen de NAVO en de EU ieder een eigen rol
en komt ook de rol van de VS ter sprake. In het bijzonder gaat de AIV in op de vraag of
Rusland bereid is met de EU tot nadere afspraken te komen op het terrein van de ener-
gievoorziening, en welke afspraken recht doen aan de belangen van betrokken partijen
op de langere termijn.
De aanpak van de AIV
Als gesteld in het voorwoord heeft de AIV een breed samengestelde commissie
benoemd ter voorbereiding van dit advies, versterkt met enkele oud-leden die met
betrekking tot de onderhavige materie over een speciale deskundigheid beschikken.
7   Benita Ferrero-Waldner, European Commissioner for External Relations and European Neighbourhood
    Policy, The European Union and Russia – future prospects, Speech/08/175, Salzburg Global Seminar –
    Russia: the 2020 Perspective, Salzburg, 6 April 2008.
8   Zie webpagina van de Europese Commissie over de EU-Rusland relaties onder:
    <http://ec.europa.eu/external_relations/russia/intro/index.htm>.
9   Mark Leonard and Micu Popescu, A Power Audit of EU-Russia Relations, ECFR Policy Paper, ECFR.EU,
    London, November 2007.
                                                     10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>De AIV acht het belangrijk dat de door de Eerste Kamer gestelde vragen niet alleen
beschouwd worden vanuit het Nederlandse en het Europese perspectief, maar dat deze
ook worden geconfronteerd met het perspectief vanuit Rusland. Dit is de hoofdreden
geweest om niet alleen deskundigen uit Nederland en uit kringen van de EU te raad-
plegen, maar ook uit Rusland. Steeds zijn daartoe mensen geraadpleegd zowel uit
beleidskringen als uit het bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties. Een over-
zicht van de personen die de commissie heeft geraadpleegd is opgenomen in bijlage II.
Leeswijzer
In Hoofdstuk II wordt een beeld gepresenteerd van het huidige Rusland. Zowel relevante
ontwikkelingen van buitenlandse politiek als van binnenlandse aard krijgen hierin aan-
dacht. Wat zijn de Russische percepties en ambities? En welke beperkingen moet de
Russische regering in acht nemen? In hoofdstuk III worden eerst beknopt de ingrijpende
veranderingen die sinds 1989 hebben plaatsgevonden in de toenmalige Sovjet-Unie
geschetst. Daarna volgt een analyse van het verloop van de ontwikkeling in de betrek-
kingen tussen Rusland en de EU. Centraal staat de uitvoering van de PSO, die in 1997
in werking is getreden. Hoofdstuk IV gaat in op de problematiek van de gemeenschappe-
lijke buren. Tevens behandelt het een aantal kwesties in de veiligheidspolitieke context
die niet alleen de EU raken, maar waarbij ook de Verenigde Staten en de NAVO zijn
betrokken. In hoofdstuk V wordt de vraag naar de vormgeving van de toekomstige relatie
tussen de EU en Rusland beantwoord en worden – in de vorm van aanbevelingen – voor-
stellen aangereikt voor een inhoudelijke verdieping van de wederzijdse samenwerking.
                                            11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>II        Beeld van het huidige Rusland
Een gemengd beeld van de ontwikkelingen in de buitenlandse politiek
De laatste jaren is de berichtgeving over Rusland in ons deel van de wereld onmisken-
baar negatiever geworden. Dat behoeft geen verwondering te wekken. Werd President
Poetin in de eerste jaren van zijn presidentschap door de EU en de VS omarmd, gaan-
deweg ontstond verwijdering en werden de betrekkingen moeizamer. De redenen daar-
voor zijn niet moeilijk te vinden. Met de verbetering van de economie en de terugkeer
van stabiliteit is het Russische zelfvertrouwen toegenomen en de neiging zich naar het
Westen te richten navenant verminderd. Dit laatste werd en wordt versterkt door frustra-
tiegevoelens over wat Rusland vooral in de jaren negentig heeft ervaren (zoals uitbrei-
ding van de NAVO in oostelijke richting), gepaard aan het breed levende en geleidelijk
sterker geworden gevoel dat westerse adviezen over de omschakeling naar een markt-
economie meer kwaad dan goed hebben gedaan. Zelfs de ernstige economische crisis
van 1998 wordt daaraan geweten.
Aan westerse zijde wordt steeds duidelijker ingezien dat de evolutie van het Russische
politieke bestel een ander verloop heeft dan gehoopt en dat een werkelijke scheiding
van machten, zoals in een democratie noodzakelijk is, vooralsnog niet tot stand zal
komen. Daarbij komt dat de controle van het Kremlin over de massamedia10 steeds
duidelijker en openlijker is geworden, dat de totstandkoming van een rechtsstaat op
barrières stuit en burgerorganisaties met buitenlandse affiliaties het leven moeilijk
wordt gemaakt. In het Westen bestaat bovendien het beeld dat het respect voor de
mensenrechten in Rusland steeds meer tekortschiet en zich in toenemende autoritaire
tendensen in het politieke bestel aftekenen. De AIV merkt op dat het overigens niet
juist is te denken in termen van aantasting, laat staan verstikking, van de democratie
onder de tweede president van de Russische Federatie, Poetin. Ook onder Ruslands
eerste president, Jeltsin, was het nodige aan te merken op het functioneren van het
nieuwe bestel, ondanks de politieke wil een snelle omslag te maken van het Sovjet-
systeem naar een open markteconomie en een op democratische waarden gebaseerd
staatsbestel. Deze omslag is niet soepel verlopen en greep diep in de samenleving in.
Rusland ziet zichzelf tegenwoordig als ‘soevereine democratie’, waarbij het adjectief
‘soeverein’ is bedoeld om te onderstrepen dat het om een eigen vorm van democratie
gaat, die het zelf wil bepalen.
In de vroegere Sovjetrepublieken wordt het optreden van Rusland meer dan eens – en
niet ten onrechte – als intimiderend ervaren. Subtiliteit in de behartiging van de betrek-
kingen met zijn kleinere buurlanden is Rusland vooralsnog niet gegeven. Bovendien
wordt in een aantal andere internationale aangelegenheden het Russische gedrag niet
gekenmerkt door souplesse en tegemoetkomendheid, zoals inzake het streven naar
onafhankelijkheid van Kosovo en de voorgenomen plaatsing van het Amerikaanse raket-
afweerschild. Dit laatste was onder andere aanleiding voor Rusland het Verdrag inzake
conventionele strijdkrachten in Europa (het CSE-Verdrag)11 op te schorten.
10 De geschreven pers wordt duidelijk vrijer gelaten in zijn meningsuiting dan de massamedia als radio en tv.
11 Dit verdrag werd tussen de NAVO en het Warschaupact op 19 november 1990 in Parijs getekend en is
    van kracht sinds 6 november 1991. Zie de webpagina: <http://www.st-ab.nl/wetten/0294_Uitvoerings-
    wet_CSE-verdrag.htm>. Zie hierover ook het AIV-advies nr. 2, Conventionele wapenbeheersing, dringende
    noodzaak, beperkte mogelijkheden, Den Haag, april 1998.
                                                      12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De vraag is of de gesignaleerde politieke ontwikkelingen in Rusland betekenen dat het
land kan of moet worden gezien als een macht die streeft naar herstel van invloed in
het gebied van de voormalige Sovjet-Unie. Is het een land dat gepreoccupeerd is met
verhoging van zijn internationale status en gebrand is op herstel van de oude glorie en
eer, dat respect verlangt als grote mogendheid en vrees inboezemt bij andere landen?
Een land ook dat de internationale politiek vooral ziet als machtspolitiek in termen van
een nulsomspel12?
Hoewel de AIV van mening is dat deze vragen vooralsnog met ‘ja’ moeten worden
beantwoord, is het daardoor opgeroepen beeld niet volledig. Enerzijds zijn er ontwikke-
lingen die reden voor bezorgdheid geven. Werkte aanvankelijk Rusland constructief mee
in de contactgroep, bestaande uit de VS, de EU en Rusland, om tot een oplossing te
komen van het conflict in Kosovo, nu distantieert het zich daarvan en steunt het Servië
in zijn streven naar behoud van dit gebied. Ook werkt Rusland niet actief mee aan de
oplossing van het lang slepende conflict rond de positie van Transdnjestrië in Moldavië.
En inzake de twee Georgische deelgebieden Abchazië en Zuid-Ossetië laat Rusland
zelfs oorlogszuchtig aandoende acties zien. Anderzijds constateert de AIV ook een aan-
tal verschijnselen die wijzen op meer positieve tendensen in het Russische optreden
naar buiten. Zo is Rusland als lid van het kwartet van grote mogendheden actief geble-
ven in het zoeken naar een vreedzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse vraag-
stuk. Binnen zekere grenzen was het als lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde
Naties (VN) ook genegen een verzwaring van de sancties tegen Iran te ondersteunen.
De Russische houding tegenover het conflict in Afghanistan wordt gekenmerkt door
afzijdigheid, zo niet door een ‘minzaam laten sloffen’. In de strijd tegen terroristische
organisaties heeft het land zich als een loyaal medestander doen kennen. Bovendien
heeft Rusland, vooral op aandrang van de EU, in 2004 het Kyoto-protocol13 onderte-
kend, hetgeen een doorbraak betekende voor het in werking kunnen treden van interna-
tionale regels voor de uitstoot van broeikasgassen.14 Ten slotte acht de AIV de kans op
een terugval in Rusland naar een totalitaire eenpartijstaat zeer gering, hetgeen van
grote betekenis is voor de ontwikkeling van de Russische buitenlandse politiek als
geheel.
Bij alle voorbehouden die over het Russische beleid in de komende jaren dienen te wor-
den gemaakt, moet volgens de AIV in de nieuwe situatie in Rusland ervan worden uitge-
gaan dat de EU en de lidstaten van doen hebben met een gesprekspartner die op zelf-
verzekerde maar tegelijk ondogmatische wijze zal opkomen voor zijn nationale belangen,
waarbij zeker ook de economische belangen meewegen. Wat dat laatste betreft kan het
zijn dat de Russische inschattingen en afwegingen mogelijk andere zijn dan die onder
westerse ‘liberale’ economen gebruikelijk zijn. Een vooraanstaande vertegenwoordiger
van een in Moskou gevestigde denktank bezigde de volgende kernachtige bewoording:
‘Russia’s business is business’, maar ook: ‘Russia is nobody else’s business.’
De AIV is tot het inzicht gekomen dat het buitenlandse beleid van Rusland in hoofdzaak
wordt gedreven door pragmatisme en traditioneel machtsdenken. Het juiste perspectief
12 Spel waarbij de winst van de een gelijk staat aan het verlies van de ander.
13 Dit protocol, ondertekend in 1997 in Kyoto, regelt de uitstoot van broeikasgassen onder het Klimaat-
    verdrag, dat van kracht is sinds 21 maart 1994.
14 Het Kyoto-protocol werd 90 dagen later, op 15 februari 2005 van kracht.
                                                    13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>waarin dit beleid moet worden gezien is niet dat van het aansturen op een nieuwe
Koude Oorlog,15 maar van de herrijzenis van een Rusland dat krachtig voor zijn eigen
belangen opkomt.
Relatie met de binnenlandse politiek van Rusland en met Ruslands interne
problemen
Zoals in veel andere landen, is de buitenlandse politiek van Rusland in belangrijke mate
een afgeleide van de interne machtsverhoudingen en binnenlandse politieke ontwikke-
lingen. Onduidelijk is hoe het politieke krachtenveld na het aantreden in mei 2008 van
de huidige president, Dmitri Medvedev, zich zal ontvouwen. Nieuw is dat de vorige presi-
dent nu de functie van minister-president heeft gekregen. Dit is overigens geen nieuwe
functie; Poetin is de tiende premier sinds het bestaan van de Russische Federatie,
maar de verwachting is dat deze functie een andere invulling gaat krijgen met aanzien-
lijk meer macht dan voorheen. De vraag is dus hoe de machtsverdeling tussen het
Kremlin, de zetel van de president, en het Witte Huis, de zetel van de minister-presi-
dent, er zal gaan uitzien.16 Zal Medvedev ‘his own man’ blijken te zijn? Het antwoord op
deze vraag is onvermijdelijk speculatief.
Vaak is al opgemerkt dat de stijl van Poetins opvolger weliswaar verschillend zal zijn,
maar dat hij het bestaande beleid zoveel mogelijk zal voortzetten. Anderzijds is ook
naar voren gebracht dat Medvedev op den duur zal falen indien hij, net als zijn voorgan-
ger, zich bovenal toelegt op het brengen van stabiliteit. De nieuwe president heeft in
openbare toespraken gewezen op de noodzaak de Russische economie te vernieuwen
en op een bredere basis te plaatsen. Een belangrijke toetssteen voor het welslagen van
Medvedevs presidentschap zal in elk geval zijn de mate waarin hij in staat is de bureau-
cratie te beperken en de corruptie, die in Rusland een endemisch karakter heeft, effec-
tief te bestrijden. Als bekend heeft de nieuwe president geen wortels in de huidige of
voorgaande veiligheidsdienst en is hij met zijn 42 jaar ook niet opgegroeid in het partij-
kader van de Communistische Partij. Het feit dat hij niet tot de siloviki17 behoort kan in
dit opzicht een voordeel zijn, maar houdt tegelijkertijd een nadeel in omdat hij niet lijkt
te beschikken over een eigen machtsbasis.
Bovendien heeft de wisseling van de ambten iets paradoxaals. De nieuwe premier, die
mede groot geworden is door zijn buitenlands beleid, wordt verantwoordelijk voor de
economische ontwikkeling. Zijn opvolger, evenals Poetin een jurist, heeft krediet opge-
bouwd als een voorstander van een min of meer liberale economie, wordt opperbevel-
hebber van de strijdkrachten en verantwoordelijk voor het buitenlands- en veiligheids-
beleid. Wie zal na dit stuivertje wisselen de blaam krijgen voor de hoge inflatie en
andere economische problemen? Politiek gezien komt de tandem Poetin–Medvedev
voorlopig niet in gevaar. Hun partij, Verenigd Rusland, is met twee miljoen leden de
eerste massabeweging sedert de Communistische Partij en telt driekwart van de 85
regionale gouverneurs tot haar leden.
15 Zie: Edward Lucas, De nieuwe Koude Oorlog, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2008.
16 De nieuwe president, Dmitri Medvedev, is benoemd op 7 mei 2008 en Vladimir Poetin is een dag later in
    zijn nieuwe functie aangetreden.
17 Personen die behoren tot de strijdkrachten, de politie en de staatsveiligheidsdienst FSB (de vroegere
    KGB).
                                                    14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Interne problemen
De AIV merkt op dat zonder de spectaculaire stijging van de olie- en gasprijzen de tweede
Russische president nooit zo hoog te paard zou hebben gezeten. Ondanks de onder
Poetin ingevoerde economische hervormingen is de Russische economie nog altijd te
eenzijdig en is het Russische nationaal inkomen direct afhankelijk van de olieprijs. Bij-
gevolg is ook de economische groei daarvan afhankelijk.
Dit neemt niet weg dat de algemene welvaart in Rusland gedurende de afgelopen tien
jaar duidelijk is toegenomen.18 Niet alleen is het gemiddelde inkomen per hoofd van
bevolking nu hoger dan voor 1998, ook hebben de armen relatief meer baat gehad bij
de economische vooruitgang, hetgeen een belangrijke verklaring is voor Poetins popula-
riteit. Aanvankelijk nam na de crisis van 1997-1998 de ongelijkheid toe, maar daarna is
deze gestaag en gelijkmatig afgenomen.19 Deze vooruitgang blijkt ook uit het gegeven
dat vrouwen en kinderen er relatief méér op vooruitgingen dan de bevolking als geheel;
het zijn vooral de oudere kinderen of jong volwassenen bij wie de armoede zich het
meest concentreert (en juist niet onder de ouderen).20 Ook wat betreft het genderbeleid
en deelname van vrouwen aan het arbeidsproces slaat Rusland geen slecht figuur.21
Toch leeft naar schatting nog altijd meer dan 26 miljoen Russen (ruim 18 procent van
de totale bevolking) beneden de armoedegrens en is de tegenstelling tussen het voor-
zieningenpeil in de grootstedelijke omgeving en op het platteland groot. Bovendien is de
demografische ontwikkeling van het land zorgwekkend; niet alleen is het geboortecijfer
laag, maar ook wordt de gemiddelde Rus niet oud (met name de levensverwachting van
de man is gedaald tot nog geen 59 jaar).22
Het recente rapport van oud-ministers Boris Nemtsov en Vladimir Milov, die thans tot de
oppositie behoren, bekritiseert de interne toestand.23 Volgens hen zijn zowel het leger,
het pensioensysteem, de openbare gezondheid, het middelbaar onderwijs als het
wegennet er onder Poetin op achteruit gegaan, en dat schrijven zij voor een groot deel
18 Algemeen wordt aangenomen dat de welvaart sterk is gedaald (en bijgevolg de armoede sterk gestegen)
    sinds de economische crisis die aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vooraf ging, al zijn vergelijkbare
    gegevens van voor 1998 niet beschikbaar.
19 Dit wil niet zeggen dat de rijken niet rijker geworden zijn, maar statistisch gaat het niet om significante
    aantallen; de ginicoëfficiënt vertoont weinig verandering sinds 1998 (The World Bank, Poverty Asses-
    sment Report on Russia, Washington 2005, p. 71, zie de webpagina: <http://194.84.38.65/mdb/uplo-
    ad/PAR_020805_eng.pdf>.
20 The World Bank, Poverty Assessment Report on Russia, Washington 2005, pp. 73 en 74,
    zie de webpagina: <http://194.84.38.65/mdb/upload/PAR_020805_eng.pdf>.
21 UNDP, Human Development Report 2007/2008, pp. 338 en 339, zie de webpagina:
    <http://hdr.undp.org/en/media/hdr_20072008_en_complete.pdf>.
22 Op. cit. p. 342.
23 Boris Nemtsov and Vladimir Milov, Putin: the bottom line, 2008, zie de webpagina:
    <http://www.420megs.com/users/larussophobe/nemtsov%20bookform.pdf>.
                                                       15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>toe aan toegenomen corruptie.24 Daarenboven is de bureaucratie die toch al zeer
omvangrijk was, verder uitgedijd. Deze problemen belemmeren de groei van de rechts-
zekerheid, terwijl – als eerder gezegd – van scheiding der machten nog niet of nauwe-
lijks sprake is. De Doema is geen onafhankelijke machtsfactor en is nog te vaak vat-
baar voor omkoping. Binnenslands wordt de situatie verder bemoeilijkt doordat de
gezondheidszorg en het onderwijs onder de maat zijn en de landbouw en de high tech-
industrie onvoldoende zijn ontwikkeld. Vooral de slechte toestand waarin de Russische
landbouw verkeert, trekt de aandacht in het licht van de recente stijging van de voedsel-
prijzen. Was Rusland vroeger een der graanschuren in de wereld, als gevolg van wanbe-
leid en verwaarlozing is de productie van granen en andere voedselgewassen in de loop
der jaren aanzienlijk gedaald. Juist met het oog op armoedebestrijding25 en het feit dat
de armen de gestegen voedselprijzen het minst kunnen opbrengen, moet het potentieel
aan beschikbare landbouwgrond met voorrang verder worden ontwikkeld.
De overdracht van het ambt van president van Poetin aan Medvedev en het daarmee
gepaard gaande stuivertje wisselen kwam op een omslagpunt in de economische ont-
wikkeling van Rusland. Onder het bewind van Poetin steeg het gemiddelde inkomen
belangrijk en groeiden de deviezenreserves van niets naar ruim 293 miljard euro.26
Overigens moet men zich geen overtrokken voorstelling maken van de relatieve omvang
van de Russische economie. Deze genereert een nationaal inkomen dat niet veel groter
is dan dat van de Benelux-landen samen.27 Bovendien lijkt Rusland eerder af te steven-
en op stagnatie dan op bloei,28 terwijl de eenzijdige en sterk verouderde economie
24 Ook het artikel in The Economist van 28 februari 2008 (‘Smoke and mirrors, Russia’s economy’) bena-
    drukt dat. Echter, volgens de index van de corruptieperceptie van Transparency International lijkt de cor-
    ruptie niet zozeer te zijn gestegen, al is die wel aan schommelingen onderhevig in het laatste decenni-
    um. Wel is, vooral door lagere corruptieperceptie in andere landen, Rusland gezakt op de ladder van
    internationale vergelijking. Zie: <http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi>.
25 Ook Rusland heeft de millenniumontwikkelingsdoelen onderschreven en voert ook een merkbaar beleid
    van armoedebestrijding. Zie: The World Bank, Poverty Assessment Report on Russia, Washington 2005,
    pp. 71 e.v., zie de webpagina: <http://194.84.38.65/mdb/upload/PAR_020805_eng.pdf>. Zie over de
    millenniumontwikkelingsdoelen de website van de VN op dit terrein: <http://www.un.org/millennium-
    goals/>.
26 “Net Foreign Assets”: opgave 30 mei 2008 van de Russische Centrale Bank (Money Statistics Indica-
    tors, zie de webpagina: <http://cbr.ru/eng/statistics/credit_statistics/ >). De stijging is mede te danken
    aan de daling van de dollar, nu Rusland zijn buitenlandse deviezen niet meer alleen in dollars aanhoudt.
27 De Wereldbank heeft op basis van een hernieuwde berekening van koopkrachtpariteiten het aandeel van
    Rusland in de wereldeconomie op ongeveer 3% geschat. Ter vergelijking: de VS (22,5%), China (bijna
    10%), Japan (7%) en Duitsland (4,6%), Groot-Brittannië (3,5%) en Frankrijk (3,4%). Zie: World Bank, Inter-
    national Comparison Program (New York, Report 17 December 2007). Uitgedrukt in het bruto national
    product (BNP) was de economie van Rusland in 2007 1166 miljard USD, iets kleiner dan die van de
    Benelux die 1190 miljard USD bedroeg in hetzelfde jaar. De EU had in 2007 een BNP van 15849 miljard
    USD. Zie voor deze cijfers: IMF, World Economic Oultook Database, April 2008.
28 Zie: European Commission, Country Strategy Paper 2007-2013, 7 March 2007; OECD Policy Brief, Econo-
    mic Survey of the Russian Federation, 2006, November 2006; The World Bank, Russian Economic Report
    No. 15, November 2007; UNDP, Human Development Report 2007, November 2007; IMF Country Report,
    Russian Federation: Selected Issues, No. 07/352, October 2007.
                                                        16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>kampt met een vrij hoge inflatie.29 Dit hangt ook samen met een niet-functionerende
arbeidsmarkt. Doordat vooral jongeren liever in de – stedelijke – dienstensector werken
in plaats van in de landbouw en de industrie, dreigt voor deze belangrijke sectoren een
toenemend arbeidstekort. Bovendien verhoogde Poetin op zijn laatste dag als president
de binnenlandse energieprijzen met 40 procent, waardoor de toch al hoge inflatie verder
zal oplopen.
De huidige Russische president staat voor de reusachtige opgave voor de in deze para-
graaf geschetste interne problemen een oplossing te vinden en tegelijk een gediversi-
fieerde economische ontwikkeling in gang te zetten. Daarvoor is er grote behoefte aan
buitenlandse technologie, kennis en – niet te vergeten – projectmanagement.30 Dat
Medvedev het essentiële belang voor de toekomst van zijn land van deze economische
diversifiëring en modernisering ten volle inziet, blijkt uit diverse uitspraken. Dat hij daar-
bij speciaal de EU als veelbelovende partner ziet, bleek al in mei 2008 bij zijn gesprek-
ken met de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier, spoedig gevolgd door
een bezoek van Poetin, als nieuwe premier, aan Parijs, over hetzelfde thema.31 Poetin
werd daarbij vergezeld door meer dan twintig Russische zakenlieden. President Sarkozy
verklaarde de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland nog dit
jaar, onder Frans voorzitterschap van de EU, te willen afronden. In de eerste week van
juni heeft Medvedev zijn eerste officiële bezoek aan Berlijn afgelegd. Bij die gelegenheid
sprak hij stevige taal over internationale veiligheidskwesties, maar anderzijds legde hij
ook de nadruk op de noodzaak van interne hervormingen in Rusland en deed hij voor-
stellen tot uitbreiding van de economische samenwerking.32
Rusland is een land dat, anders dan de meeste West-Europese staten, geen langdurige
traditie kent van politieke pluriformiteit, vreedzame machtswisseling en tolerantie
jegens minderheden. De behoefte aan een krachtige politieke leiding die voor stabiliteit
en welvaart kan zorgen, wordt kennelijk door vele Russische burgers gedeeld. Zij lijken
daarvoor, althans voorlopig, de prijs van een zekere repressie te willen betalen. Een bij-
zondere omstandigheid is dat het westerse model van markteconomie en democratie
wordt geassocieerd met de toestand van chaos, vernedering en armoede die onder het
bewind van president Jeltsin heerste. Al te nadrukkelijke Europese bemoeizucht wekt
grote irritatie in een land dat zich koestert in herwonnen zelfrespect. Zoals naderhand
in dit rapport zal blijken, is dit voor de AIV echter geen reden Rusland niet aan te spre-
ken op het nakomen van de internationale verplichtingen die het is aangegaan in de
VN, de Raad van Europa en de OVSE33, speciaal op het terrein van de mensenrechten.
De AIV merkt terzake op dat de nagestreefde verbreding en modernisering van de
Russische economie, indien succesvol, ook zal leiden tot verdere maatschappelijke
29 Het IMF verwacht voor 2008 een inflatie van 11,4%. IMF, World Economic Oultook Database, April 2008.
30 Zie hierover: Andrew Dean, Challenges for the Russian Economy, OECD Economics Department, Moscow,
    7 July 2004.
31 Zie bijvoorbeeld Ben Knapen, Gazprom-diplomatie, NRC-Handelsblad, 28 mei 2008 en ‘France hoping to
    broker EU deal with Russia’, Financial Times, 29 May 2008.
32 Zie artikel ‘Medvedev takes tough line on global security’, Financial Times, 6 juni 2008.
33 Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.
                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>veranderingen in de zin van een verankering en verwevenheid van burgerorganisaties in
de samenleving. Deze zal steun opleveren voor de door Medvedev aangekondigde
bestrijding van het ‘juridisch nihilisme’ en de bevordering van de rule of law in brede
zin. In dit verband is het interessant Ruslands beeld van de EU nader te bezien.
Ruslands perceptie van de EU
De AIV heeft zich de vraag gesteld ‘Hoe ziet Rusland de EU?’ Het Europese deel van
Rusland is hoe dan ook het hartland van de Russische Federatie. In dit verband is de
uitspraak van Vladimir Poetin dat Rusland zich beschouwt als ‘a natural member of the
‘European family’ in spirit, history and culture’ van betekenis.34 Ondanks dat Rusland
zich, anders dan in de jaren negentig, als een grote mogendheid wil manifesteren die
een veel bredere oriëntatie heeft dan Europa, zijn er redenen aan te nemen dat het
land de EU zal blijven beschouwen als een ‘key interlocutor’.35
Toch begint voor veel Russen de leef- en ideeënwereld ‘thuis’. Er is geen begrip dat
zozeer appelleert aan het gevoel van de gemiddelde Rus als het begrip moederland.
Rusland is in hoge mate zijn eigen wereld.36 Conform deze visie wenst Rusland geen
deel te hebben aan het Europese integratiemodel, waarin de nadruk ligt op vrij verkeer
in een gemeenschappelijke markt, het irrelevant maken van nationale grenzen en het
naleven van de rule of law. Naar het oordeel van de huidige politieke elite van Rusland
vormt het Russische systeem van autocratisch leiderschap en sterke staatsinvloed op
strategische sectoren van de economie een aantrekkelijk alternatief; niet alleen voor
Rusland zelf, maar bijvoorbeeld ook voor Centraal-Aziatische landen.
Vooral dank zij het bezit van een zeker arsenaal kernwapens en grote energievoorraden
heeft Rusland het potentieel op een aantal terreinen een strategische partner van de
VS te zijn. De Russische leiders zien bij voorkeur hun land als een zelfstandige pool die
aanspraak kan maken op een eigen plaats in de ontwikkeling van een multipolaire
wereldorde. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, noemde dit
een ‘concert of the powers of the 21st century’, daarmee herinneringen oproepend aan
het model van het 19e eeuwse ‘concert van Europa’, waarin ook het tsaristische
34 Vladimir Poetin, Europe has nothing to fear from Russia, Financial Times, 21 November 2007. Zie ook de
   bundel gezamenlijke standpunten, artikelen, interviews, speeches en persberichten van Rusland over de
   EU, samengebracht (in het Engels) in de uitgave ‘Towards strategic partnership, Overview of the main
   documents on Russia-EU relations’, Permanent Mission of the Russian Federation to the European
   Communities, Brussels, January 2008.
35 Deze uitdrukking wordt gebezigd in het in 2006 verschenen rapport The New Global Puzzle. What World
   for the EU in 2025?, uitgegeven door het European Union Institute for Security Studies (Parijs), onder
   redactie van Nicole Gnesotto en Giovanni Grevi (zie p. 111). Voor een overzicht van de betrekkingen tus-
   sen de EU en Rusland, zie verder ook het hoofdstuk van James Hughes, EU relations with Russia: part-
   nership or asymmetric interdependency?, in: Nicola Casarini and Constanza Musu (eds), The EU’s foreign
   policy in an evolving international system: the road to convergence, Palgrave, London, 2006 en Katinka
   Barysch, The EU and Russia: From Principle to Pragmatism?, Centre for European Reform, London,
   November 2006.
36 Aldus Arnout Brouwers tijdens een voordracht voor het Nederlands Genootschap voor Internationale
   Zaken te Den Haag op 20 maart 2008.
                                                       18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Rusland een belangrijke rol vervulde.37 Het proces van institutionalisering van de
dialoog die de G-838 onderhoudt met landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika zou
volgens hem in dit concept passen. In de Euro-Atlantische zone zouden de VS, de EU
en Rusland op voet van gelijkheid met elkaar dienen samen te werken. Deze gedachte
werd herhaald bij het recente bezoek van president Medvedev aan Berlijn, dat in de
voorgaande paragraaf al ter sprake kwam.
De Russische verhouding met de NAVO is moeizaam. Weliswaar functioneert de NAVO-
Rusland-Raad, waar Rusland samen met de NAVO-leden aan tafel zit, maar Rusland
heeft de reeds tot stand gekomen uitbreiding met voormalige Sovjetrepublieken met
lede ogen aangezien en het verzet zich dan ook sterk tegen een eventuele verdere uit-
breiding met Oekraïne en Georgië. Rusland beschouwt dit gebied als zijn achtertuin,
waar het zélf de dienst wil uitmaken en geen bemoeienis van de NAVO wenst. Deze
Russische visie bemoeilijkt voor de EU de uitvoering van haar burenbeleid in die landen.
Een steeds nauwere samenwerking van de NAVO met Rusland kan misschien op termijn
verandering in deze situatie teweegbrengen, maar daar moet natuurlijk ook Rusland aan
meewerken.
Het behoeft nauwelijks betoog dat de Russische opvattingen over de plaats van Rus-
land in een nieuwe internationale orde grenzen stellen aan de mogelijkheden de betrek-
kingen met de EU te verbreden en te verdiepen. In elk geval verdraagt het hervonden
Russisch zelfbewustzijn zich slecht met het concept van de huidige PSO. Deze overeen-
komst is inhoudelijk gebaseerd op het denken van het ENB, dat alle buurlanden gelijk
behandelt, inclusief Rusland, en hen stap voor stap ‘begeleidt’ in de transitie naar een
open markteconomie en naar een rechtsstaat gebaseerd op democratische principes.
Rusland wenst echter niet als een ‘junior partner’ te worden behandeld en wenst al
helemaal geen rapportcijfers van de EU-controleurs te krijgen over de gemaakte vorde-
ringen. Tegen deze achtergrond zal het geen verbazing wekken dat Rusland telkenmale
de nadruk legt op het feit dat het alleen op voet van gelijkheid en wederkerigheid met
de EU wenst samen te werken.
Evenals andere spelers op het wereldtoneel, beschouwt Rusland de EU overwegend als
een civiele macht, als een ‘zoete verleider’, die in staat is met de verlokkingen van lid-
maatschap, speciale economische banden en hulp, landen aan zich te binden. Rusland
is niet onder de indruk van de militaire capaciteiten van de EU en de lidstaten. De Rus-
sische machthebbers hebben dan ook geen ernstige bezwaren laten horen tegen toetre-
ding van Midden-Europese landen tot de EU, terwijl zij dat wel deden tegen hun toetre-
ding tot de NAVO. Ten aanzien van de oostelijke Europese landen, die tegelijkertijd in de
onmiddellijke omgeving van Rusland liggen en die nog geen lid zijn, is dit nu een van de
hoofdpunten van het Russische buitenlandse beleid. Hoewel de EU zich nadrukkelijk
bemoeit met haar oostelijke buurlanden wordt dit door Rusland niet als een bedreiging
van zijn veiligheid gezien. Doordat de EU militair geen grootmacht is, kunnen de Russen
bovendien de EU niet gebruiken als hefboom ter neutralisering van de VS. Toch zal
Rusland vermoedelijk ervan uitgaan dat naarmate het investeert in een goede relatie
met de EU, lidstaten minder geneigd zijn altijd dicht tegen Washington aan te leunen.
37 Zie: Sergei Lavrov, The Foreign Policy of Russia: A New Phase, The Journal Expert, 17 December 2007.
38 De Groep van Acht of G-8 is een intergouvernementeel forum van acht vooraanstaande industriële sta-
   ten. Het werd in 1975 opgericht door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en de VS
   als G-6; sinds de toetreding van Canada (in 1976) en Rusland (in 1998) heet het forum G-8. De EU
   neemt sinds 1977 ook deel, waardoor wel van de G-9 wordt gesproken.
                                                      19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>In dit verband kan het de Russische leiding niet ontgaan dat lidstaten op het terrein
van de buitenlandse betrekkingen lang niet altijd met één mond spreken.39 Niet alleen
ontbreekt een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van de betrekkingen met Rus-
land, maar het ontbreekt ook aan consensus over de keuze van middelen en de toepas-
sing ervan. Rusland realiseert zich zeker dat om die reden het belang van de EU als
politieke machtsfactor beperkt is. Door het lang uitblijven van een mandaat voor de
Europese Commissie voor onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst ter vervan-
ging van de in 1997 gesloten PSO, werd voor Moskou als het ware onderstreept hoe
sterk de positie van de individuele lidstaten in de EU-besluitvorming is.
Ten aanzien van Rusland proberen afzonderlijke EU-landen elkaar inderdaad af te troe-
ven door een bijzondere relatie met Rusland aan te gaan. Blijkbaar doen ze dit in de
verwachting dat zulks meer voordelen zal opleveren dan een gemeenschappelijk Euro-
pees optreden. Moskou lijkt op de verdeeldheid van de EU in te spelen door met
bepaalde lidstaten aparte overeenkomsten aan te gaan.40 Niettemin kan ook Rusland
niet om de Europese Commissie heen op alle terreinen van gemeenschappelijk beleid,
zoals bijvoorbeeld handel, visumregels of toegang tot de interne markt. Een bijkomend
probleem is dat lidstaten die specifieke geschillen met Rusland geregeld willen zien, de
EU gebruiken als hefboom om hun doel te bereiken. Al met al zullen de onderhandelin-
gen over een nieuw akkoord niet gemakkelijk zijn. Moskou wil een ‘strategisch’ akkoord
zonder duidelijk te maken wat het daarmee precies bedoelt, anders dan dat het een
kort document zou moeten zijn dat alleen de grote lijnen van de betrekkingen bevat. In
deze visie zouden details moeten worden uitgewerkt in voortgaand overleg. In het laat-
ste hoofdstuk zal nader worden ingegaan op deze kwestie.
Positief is het feit dat de EU verreweg de belangrijkste handelspartner voor Rusland is.
Meer dan tweederde van de Russische handel41 wordt met de EU gedreven en drie-
kwart van de directe buitenlandse investeringen in Rusland is afkomstig van EU-lidsta-
ten.42 Dit schept een goede basis voor verdere samenwerking. Zonder overdracht van
technologie en inschakeling van bedrijven uit deze landen zal verbreding van de Russi-
sche economie en aansluiting op de Europese interne markt niet mogelijk zijn. Een
cruciale stap in dit verband is het verwerven door Rusland van het lidmaatschap van de
Wereldhandelsorganisatie (WTO). Rusland heeft onder de voorgaande president een
aanvraag daartoe ingediend, maar het is niet duidelijk wanneer de noodzakelijke voor-
39 Behalve het reeds vermelde ECFR-rapport (zie voetnoot 9) legt ook Katinka Barysch in haar publicatie
   ‘Russia, realism and EU unity’, Policy Brief Centre for European Reform (London, July 2007) hier een ster-
   ke nadruk op. Overigens spreken de lidstaten evenmin met een mond ten aanzien van andere hoofdspe-
   lers op het wereldtoneel, zoals de VS of China.
40 Een politiek van-verdeel-en-heers aan Russische kant en ‘bilateralisering’ aan EU-kant is een van de
   kernthema’s in het ECFR-rapport.
41 Naar de EU-25 exporteerde Rusland in 2006 voor 137 miljard euro of 17,5% van zijn BNP (het BNP in
   2006 was 780 miljard euro). Fossiele brandstoffen hadden een waarde van 91,1 miljard euro, hetgeen
   66% van de Russische export naar de EU betrof. Bron: DG Handel, Europese Commissie, zie het docu-
   ment Russia – Trade Statistics, op hun webpagina: <http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2006/
   september/tradoc_113440.pdf>.
42 Zie hierover verder hoofdstuk III van dit advies. Overigens gaat het daarbij voor een deel om Russisch
   geld, ondergebracht op Cyprus en Curaçao.
                                                      20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>bereidingen gereed zullen zijn. De belangstelling van de nieuwe president van Rusland
voor dit lidmaatschap betekent dat in het Kremlin de bereidheid bestaat de weg van de
economische hervormingen verder af te leggen. In het volgende hoofdstuk wordt nader
stilgestaan bij de perspectieven voor de samenwerking op de verschillende terreinen.
Tot slot
Rusland heeft in de vorige eeuw geen traditie opgebouwd van politieke pluriformiteit,
vreedzame machtswisseling en tolerantie jegens minderheden. Ook heeft het staatsbe-
stel grote moeite nieuwe, particuliere economische initiatieven te ondersteunen. Voor
de meerderheid der Russen is de abrupte overgang van het Sovjetsysteem naar een
open markteconomie en een op westerse leest geschoeide democratie een traumati-
sche periode geweest. Ondanks dat de armoedeval voor een groot deel te wijten is aan
het volledig vastlopen van de staatsgeleide Sovjeteconomie, wordt deze periode van
chaos, ontreddering en toenemende armoede vooral geassocieerd met de economische
omschakeling, terwijl de periode erna – met minder vrijheden en ingeperkte bericht-
geving door de media – gekenmerkt werd door herwonnen politieke stabiliteit,
zelfverzekerdheid en een langzaam afnemen van de armoede. Daarboven wordt terecht
of onterecht de ontstane rampspoed mede geweten aan de naïviteit waarmee westerse
adviezen werden gevolgd en westerse ideeën werden overgenomen. Daarbij wordt soms
ook achteraf de goede trouw van het Westen in die jaren in twijfel getrokken.43 Hoe dit
ook zij, op dit moment is Rusland allergisch voor wat wordt gezien als betweterigheid
van het Westen.
Tegen deze achtergrond vindt de AIV dat de EU in de relatie met Rusland de nodige
terughoudendheid in acht dient te nemen en de pretentie moet vermijden de Russen
voor te schrijven hoe zij hun samenleving en ook hun economie moeten inrichten. De
woorden die de Eurocommissaris voor Externe Betrekkingen en het Nabuurschapsbe-
leid, Benita Ferrero-Waldner, in april jl. in haar eigen land sprak, getuigden dan ook van
wijsheid: ‘we should be sure to talk to Russia as it is, rather than with Russia as we
would like it to be.’44
Deze gedachte moet naar de mening van de AIV richtinggevend zijn bij de bepaling van
nieuwe verhoudingen tussen de EU en Rusland.
43 Dit wantrouwen is zeer versterkt door de gebeurtenissen in Kiev en Tbilisi van enkele jaren geleden,
    waarin men een buitenlandse hand ziet.
44 Benita Ferrero-Waldner, European Commissioner for External Relations and European Neighbourhood Policy,
    The European Union and Russia – future prospects, Speech/08/175, Salzburg Global Seminar – Russia:
    the 2020 Perspective, Salzburg, 6 April 2008. George Kennan ging indertijd nog verder in zijn uitspraak,
    aangehaald door Rodric Braithwaite (voormalig Brits ambassadeur in Rusland) in zijn artikel ‘Let the Rus-
    sians sort out Russia’ in de Financial Times van 11 maart 2008: “Give them time; let them be Russians; let
    them work out internal problems in their own manner. The ways by which people advance towards dignity and
    enlightenment in government are things that constitute the deepest and most intimate processes of national
    life. There is nothing less understandable to foreigners, nothing in which foreign influence can do less good”.
                                                         21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>III      De EU-Russische samenwerking sinds 1989
De ontbinding van de Sovjet-Unie en toetreding van Midden-Europese landen tot
de NAVO en de EU
De val van de Berlijnse muur in 198945 wordt wel gezien als de markering van het
einde van de Koude Oorlog, maar feitelijk werd reeds enkele jaren daarvoor door de
secretaris-generaal van de communistische partij en latere president van de Sovjet-Unie
Michail Gorbatsjov, een nieuwe trend ingezet die de relaties tussen Oost- en West-Europa
grondig heeft gewijzigd. Sinds de jaren zeventig ging het al slecht met de Russische eco-
nomie; langzamerhand liep de staatsgeleide economie meer en meer vast. De Sovjet-Unie
kon de wapenwedloop en haar militaire aanwezigheid in Afghanistan niet langer financie-
ren. Met een beleid van voorzichtige democratisering, van economische hervorming
naar een meer open economie, de beëindiging van het militaire ingrijpen in Afghanistan
en de opheffing van de almacht46 van de communistische partij heeft Gorbatsjov de
Russen meer ruimte gegeven politieke initiatieven te nemen en economische activitei-
ten op te zetten.
Na de val van de Berlijnse muur werden in enkele maanden tijd bijna alle communisti-
sche regeringen in Midden-Europa omvergeworpen en stapten deze landen massaal
over op een democratisch georiënteerd staatsbestel. Ook de drie Baltische staten bra-
ken met de Sovjet-Unie. Eind 1991 werd de Sovjet-Unie ontbonden, waarbij de twaalf
(overgebleven) republieken volledige onafhankelijkheid verkregen. Tegelijkertijd werd het
Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) opgericht in Alma Ata, maar dit is een los
verband; onvergelijkbaar met de oude Sovjet-Unie. De Russische Federatie, de nieuwe
naam van de Russische republiek, werd algemeen erkend als rechtsopvolger van de
Sovjet-Unie, waardoor bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Veiligheidsraad van de VN
naadloos op Rusland overging.47
Intussen zeiden Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije hun lidmaatschap van het
Warschaupact op. Deze stap werd spoedig gevolgd door Bulgarije en op 1 juli 1991 is dit
militaire verbond officieel ontbonden. In 1999 verkregen Hongarije, Tsjechië en Polen het
lidmaatschap van de NAVO; in 2004 gevolgd door Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen,
Roemenië, Slovenië en Slowakije. Oost-Duitsland had door de aansluiting bij de Bonds-
republiek Duitsland in 1990 opgehouden te bestaan. Door deze aansluiting werd het
grondgebied automatisch opgenomen in zowel de EU als in de NAVO. Ook de andere
Midden-Europese landen opteerden voor het EU-lidmaatschap en na een zekere voor-
bereidingstijd verkregen in 2004 de drie Baltische staten, Hongarije, Polen, Slovenië,
Slowakije en Tsjechië het EU-lidmaatschap, samen met Cyprus en Malta. In 2007 traden
ook Bulgarije en Roemenië toe.
45 Op 2 mei 1989 knipten Hongaarse grenswachten een gat in de grens met Oostenrijk. Spoedig volgde
   andere gaten in het IJzeren Gordijn dat West- van Oost-Europa scheidde. Op 9 november 1989 viel de
   muur in Berlijn, waarmee de grens tussen Oost- en West-Duitsland openging.
46 Formeel heette het ‘de leidende rol van de (communistische) partij’.
47 De ironie van de geschiedenis is dat het VN-lidmaatschap van Oekraïne en Belarus, een feit vanaf de
   oprichting van de volkerenorganisatie, met de onafhankelijkheid van beide landen eerst materiële betekenis
   kreeg.
                                                     22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Thans hebben, behalve Turkije, Kroatië en Macedonië de status van kandidaat-lidstaat.48
Daarnaast hebben ook Oekraïne, Moldavië en Georgië zich voor EU-lidmaatschap uitge-
sproken, maar voor de Unie is de opname van deze landen niet aan de orde.
De ontwikkeling van de EU-Russische relaties sinds de ontbinding van de
Sovjet-Unie
In het kielzog van de ontbinding van de Sovjet-Unie werden de relaties tussen de EU en
Rusland aanvankelijk vormgegeven op basis van een Handels- en Samenwerkingsover-
eenkomst (HSO). Deze overeenkomst werd getekend eind 1989. In 1990 stelde de
Europese Raad in Rome dat hij inzake het Externe Beleid nauwere betrekkingen met de
Sovjet-Unie wenselijk achtte, zodat de EU, op het moment dat het dramatische wel-
vaartsverlies zich in het hele gebied begon af te tekenen,49 haar deuren kon openen
voor voedselhulp en technische assistentie.50 Een jaar later verzocht de Raad de Com-
missie met onderhandelingen te beginnen voor uitbreiding van het programma, zodat
niet alleen economische en financiële samenwerking, maar ook politieke en culturele
activiteiten konden worden gefinancierd.51 Deze onderhandelingen hebben geresulteerd
in ondertekening van een PSO in 1994.52 Deze PSO trad in werking op 1 december
1997 met een looptijd van tien jaar; in 2007 is deze met een jaar verlengd.53
De PSO met Rusland is meer omvattend dan de voorgaande HSO, maar minder uitge-
breid dan de overeenkomsten die in die tijd met de Midden-Europese toetredingslanden
werden gesloten. Toetreding van Rusland tot de EU was (en is) ook niet aan de orde,
omdat noch de EU noch Rusland dat wenst. In de PSO werd respect voor mensenrech-
ten door de EU benadrukt54 en werd afgesproken dat in 1998 partijen gezamenlijk
48 Met Turkije worden al sinds lange tijd toetredingsonderhandelingen gevoerd. Zie onder meer AIV-advies
   nr. 37, Turkije: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, Den Haag, juli 2004 (met het adden-
   dum De Europese Unie ten aanzien van Turkije van 1963 tot juni 2004), en AIV-advies nr. 9, Naar rustiger
   vaarwater: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, Den Haag, juli 1999.
49 Precieze cijfers zijn niet voorhanden, omdat de Sovjet-Unie dergelijke gegevens niet verzamelde, maar
   het teruglopen van de bevolking en het omlaag gaan van de levensverwachting zijn sterke indicatoren dat
   het welvaartsverlies in de jaren negentig zeer substantieel is geweest.
50 Respectievelijk ter waarde van 750 miljoen ECU en 400 miljoen ECU, zie: European Council,
   Luxembourg, 28 and 29 June 1991, Presidency Conclusions, Bulletin 02.07.91, PE 151.797, p. 12.
51 Op. cit., p. 13.
52 Partnership and Cooperation Agreement between the European Communities and the member states of
   the one part and the Russian Federation, of the other part, L/CE/RU/en, zie de webpagina:
   <http://ec.europa.eu/external_relations/ceeca/pca/pca_russia.pdf>.
53 Twee jaar later, in 1999, worden ook PSO’s gesloten met andere oud-Sovjetrepublieken, zoals Armenië,
   Azerbeidzjan, Georgië, Kazakstan, Kirgizië, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmeni-
   stan. Ook met Belarus is een PSO gesloten, maar die is niet van kracht. Zie de webpagina:
   <http://ec.europa.eu/external_relations/ceeca/pca/index.htm>.
54 De mensenrechtenclausule maakte het mogelijk de hulp aan Rusland ten tijde van de Tsjetsjeense
   oorlog in 1999 op te schorten.
                                                     23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>zouden bekijken of en wanneer onderhandelingen over een vrijhandelsgebied kunnen
worden geopend.55 Verder bevat de PSO een kader voor een regelmatige politieke dia-
loog, waarbij elk half jaar op het hoogste politieke niveau een conferentie tussen de EU
en Rusland wordt gehouden, waar zowel de politieke als de economische transitie op
de agenda staat.56
Hiermee is vanaf het begin de relatie met Rusland in een ander institutioneel kader
gegoten en heeft zij een andersoortig politiek karakter dan de relaties met de andere
buurlanden van de EU, zoals die zijn vormgegeven in het concept van het ENB.57 Rus-
land wilde ook niet over één kam geschoren worden met de andere buurlanden van de
EU, maar het wilde wél gebruik maken van de programma’s die de EU aan haar buur-
landen aanbiedt. Dit betekent dat de financiële instrumenten die voor het ENB gelden
ook van toepassing zijn op de PSO met Rusland.
Rusland was aanvankelijk beducht voor de uitbreiding van de EU met de vroegere
COMECON-landen58 van Midden-Europa, omdat het vreesde voor concurrentie van
export uit deze landen, die na toetreding binnen de gemeenschappelijke markt van de
Unie zouden opereren. Bovendien vreesde het in zijn eigen export beperkt te worden
door tariefmuren van de EU. De EU toonde zich gevoelig voor deze argumenten. Als
gevolg hiervan heeft als eerste de samenwerking op het economische terrein gestalte
gekregen, met het doel handelsbarrières op te ruimen, de handel te diversifiëren en
stap voor stap toe te werken naar een vrijhandelsgebied en lidmaatschap van de
Wereldhandelsorganisatie (WTO). In het kader van de PSO werd aldus, naast de men-
senrechten, vooral de economische transitie naar een markteconomie centraal gesteld.
Pas op de topconferentie in mei 2003 in Sint-Petersburg59 is in het kader van de
bestaande PSO de ‘gemeenschappelijke economische ruimte’ uitgebreid met drie
andere ruimten voor samenwerking op lange termijn, namelijk die van:
 vrijheid, veiligheid en recht;
 externe veiligheid;
 onderzoek, onderwijs en cultuur.
In 2005 werd ten slotte overeenstemming bereikt over de nadere invulling van deze vier
gemeenschappelijke ruimten.
55 Partnership and Cooperation Agreement between the European Communities and the member states of
   the one part and the Russian Federation, of the other part, L/CE/RU/en, zie de artikelen 1, 2 and 3,
   pp. 7-8.
56 Op. cit., zie de artikelen 6 en 7, pp. 9-10.
57 Zie hierover AIV-advies nr. 44, De nieuwe oostelijke buurlanden van de Europese Unie, Den Haag, juli
   2005 en de website van de EU hierover op:
   zie de webpagina: <http://ec.europa.eu/world/enp/index_en.htm>.
58 Raad voor gezamenlijke economische hulp tussen de Sovjet-Unie, Polen, Oost-Duitsland, Tsjecho-Slowa-
   kije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Cuba en Mongolië.
59 Zie voor de relevante documenten en voor een nadere beschrijving van de activiteiten en in de vier
   ruimten de website van de EU op:
   zie de webpagina: <http://ec.europa.eu/external_relations/russia/intro/index.htm>.
                                                      24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>De inrichting van de vier ruimten
De verschillen tussen de vier ruimten zijn groot. Niet alleen zijn er grote verschillen in
thematiek, maar ook de instrumenten lopen uiteen. Wat betreft de verhouding tussen
de vier ruimten onderling, laten de Russen geen onduidelijkheid bestaan: economische
samenwerking is nog altijd veruit het belangrijkst.
1. De samenwerking in de ruimte van handel en economie60
Als gesteld is de EU veruit de belangrijkste handelspartner van Rusland. Meer dan de
helft van de totale Russische export gaat naar de EU; tweederde daarvan bestaat uit
gas en olie. Rusland is de derde handelspartner van de EU, na de VS en China. De uit-
voer van de EU naar Rusland is meer divers en omvat onder meer machines, chemi-
sche producten, transportmateriaal, voedingsmiddelen en levend vee. Handel in dien-
sten is vooralsnog van betrekkelijk geringe omvang, maar neemt gestaag toe. De
directe buitenlandse investeringen (FDI) vertonen een snel groeiende trend. Voor 2006
wordt de FDI in Rusland afkomstig uit de EU rond de 18 miljard euro geschat. Dit reflec-
teert slechts ten dele een verbetering in het ondernemingsklimaat, omdat veel van deze
investeringen worden gedaan in de vorm van leningen aan staatsbedrijven (met name in
de sector energie). Het recente dispuut van het energieconcern BP met zijn Russische
partners van TNK vormt andermaal een illustratie van de problemen van buitenlandse
investeerders in Rusland. Hoewel de FDI in Rusland in 2006 24 miljard euro is, beloopt
het in totaal niet meer dan drie procent van het bruto nationaal product (BNP). De direc-
te buitenlandse investeringen blijven bovendien achter ten opzichte van het niveau in
bijvoorbeeld Oekraïne; in sectoren anders dan energie is de FDI sinds 1999 zelfs sterk
teruggelopen. Het investeringsklimaat in Rusland behoeft dus verdere verbetering; in
het bijzonder is een meer effectieve bescherming van eigendomsrechten geboden. Dit
is essentieel voor een evenwichtige ontwikkeling van de economische relaties tussen
de EU en Rusland. Tot nu toe werden de economische relaties sterk belemmerd door
gebrek aan voldoende rechtszekerheid. Het gebrek daaraan stelt ook meer in het alge-
meen beperkingen aan de verdere ontwikkeling van handel en investeringen. Overigens
bedragen de buitenlandse schulden van Russische ondernemingen naar schatting zo’n
400 miljard USD, niet veel minder dan de deviezenreserves van het land.
Viervijfde van de Russische export bestaat uit olie en gas, grondstoffen en halffabrica-
ten. Een en ander brengt mee dat éénderde van het Russische BNP afhankelijk is van
grondstoffen waarvan de wereldmarktprijzen onderhevig kunnen zijn aan grote prijs-
schommelingen. Diversificatie van de Russische economie is derhalve noodzakelijk voor
een duurzame economische groei. Dit vergt een geleidelijke integratie in de wereld-
economie. Een meer open en geïntegreerde markt met de EU kan daar substantieel toe
bijdragen.
De ‘gemeenschappelijke economische ruimte’ moet in de hier aangeduide context wor-
den geplaatst. Vooralsnog heeft deze weinig om het lijf gehad. Dat neemt niet weg dat
er op tal van terreinen dialogen op gang zijn gebracht tussen de Russische overheid en
Commissiediensten.61 Zo zijn er dialogen op het gebied van investeringen, bescherming
van intellectuele eigendom, publieke aanbestedingen en technische regelgeving
60 De gegevens in deze paragraaf zijn ontleend aan: IMF, Balance of Payments Statistics, Yearbook 2007
    en aan het artikel ‘Smoke and mirrors, Russia’s economy’, The Economist, February 28th, 2008.
61 Volgens informatie van de Commissie betreft het ambtelijk overleg alleen al zeker 50 werkgroepen waar
    Russische en Europese ambtenaren in deelnemen.
                                                    25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>(standaarden en dergelijke). Hiernaast bestaat er sinds 2000 ook een energiedialoog.
Allengs bestaan er tientallen werkgroepen op technisch ambtelijk niveau die in ieder
geval het wederzijds inzicht in elkanders reglementeringen vergroten en contacten
bevorderen die voor toekomstige onderhandelingen van belang kunnen zijn.
Het onderhandelingsmandaat voor een nieuwe PSO omvat een waslijst van onderwer-
pen op het gebied van handel en economische samenwerking, met het oog op het weg-
nemen van belemmeringen voor handel en investeringen en op een maximale conver-
gentie van regelgeving. Juist in dit verband is het zaak voor Rusland vaart te maken
met het WTO-lidmaatschap. Dit lidmaatschap lost uiteraard niet alle economische pro-
blemen op, maar het is een noodzakelijke voorwaarde voor het creëren van een gelijk
speelveld met duidelijke en afdwingbare non-discriminatieverplichtingen en spelregels
voor beslechting van handelsgeschillen. Tevens maakt het lidmaatschap korte metten
met de mogelijkheid om politiek geïndiceerde handelsbeperkingen op te leggen. WTO-
lidmaatschap dient ook vooraf te gaan aan verdere verdieping en uitbreiding van de
economische relaties met de EU. Er is echter nog geen duidelijkheid wanneer Rusland
de noodzakelijke voorbereidingen daartoe zal hebben afgerond.
Daarom kunnen de WTO-toetredingsonderhandelingen niet worden afgesloten. De bal
ligt nu duidelijk op het Russische veld. Rusland werpt een aantal randproblemen op om
de zaak te traineren, vermoedelijk onder druk van een aantal binnenlandse lobby’s die
de liberalisering niet aandurven. Angst de concurrentie niet aan te kunnen of door dum-
pingpraktijken te worden weggespeeld zal hier een rol spelen. Feit is echter dat de WTO-
onderhandelingen leiden tot gedetailleerde afspraken over wederzijdse verplichtingen,
met bijbehorende tijdpaden. Dumpingpraktijken zullen daardoor niet langer mogelijk zijn,
terwijl per sector of bedrijfstak een tijdpad wordt afgesproken zodat de Russische
ondernemingen zich kunnen instellen op de nieuwe situatie. De genoemde angst is dan
ook niet gegrond. Toch wordt van Russische zijde een aantal bilaterale strubbelingen
met bepaalde lidstaten uitgebuit om de onderhandelingen uit te stellen.62 Meer recent
lijken ook nationalistische tendensen in Rusland toe te nemen, hetgeen mogelijk een
politieke factor kan zijn die toetreding verder kan vertragen. De AIV is van mening dat
de WTO-toetreding prioriteit heeft in de verdere besprekingen tussen de EU en Rusland,
daar zonder Russisch WTO-lidmaatschap geen uitzicht bestaat op verbreding en verdie-
ping van de economische betrekkingen met de EU.
Pas als de WTO-toetreding rond is, kan een aanvang worden genomen met onderhande-
lingen over een vrijhandelsovereenkomst. Zo’n Free Trade Agreement (FTA) omvat alle
handel in goederen en diensten, inclusief handel in energieproducten. Voorts kan een
62 Polen trok in 2007 zijn veto tegen de PSO-onderhandelingen in na opheffing van het Russische invoer-
    verbod op Pools vlees; Litouwen deed dit in mei 2008 (het wilde langs deze weg normaal gebruik van
    de oliepijpleiding die Rusland in 2006 sloot wegens ‘onderhoudswerkzaamheden’ forceren en verder
    legde het juridische medewerking van Rusland voor het ophelderen van een aanslag in 1991 waarbij 14
    mensen omkwamen en over de moord op 8 grenswachten kort daarna in de waagschaal). Verder speel-
    de op de ministerraad van Algemene en Buitenlandse Zaken (RAZEB, 29 april 2008, 8619/08 (Presse
    105), Provisional version) in Luxemburg de kwestie van de toekomstige toetreding van Servië en de
    onafhankelijkheid van Kosovo een rol. Daarnaast wordt met argusogen gekeken naar de ontwikkelingen
    in de opstandige regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië, twee deelgebieden in het noorden van Georgië.
    Rusland heeft aangegeven zijn vredesmacht er uit te breiden om een Georgische inval te voorkomen;
    Georgië dreigt nu het Russisch lidmaatschap van de WTO te zullen dwarsbomen.
                                                     26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>FTA, naast verdere liberaliseringsverplichtingen, zogeheten WTO-plus-bepalingen63 bevat-
ten op het gebied van investeringen, aanbestedingen en samenwerking inzake regelge-
ving. Het zijn per definitie onderhandelingen die op voet van gelijkheid met Rusland wor-
den gevoerd. Namens de EU treedt de Commissie op, waardoor de lidstaten niet of in
mindere mate tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. De onderhandelingen moeten
– als gesteld – uitmonden in een gedetailleerd tijdpad van wederzijdse verplichtingen en
afspraken aangaande het opruimen van handelsbarrières, dumpingpraktijken, over-
gangsbepalingen en dergelijke. De verwezenlijking hiervan is een zaak van lange adem.
Daarnaast speelt de kwestie van het Energiehandvest. De weigering van Rusland om
het mede door hem ondertekende handvest (en het additionele protocol over transit via
pijpleidingen) te ratificeren verdient nadere bespreking. Dit handvest bevat vele WTO-
gelijke bepalingen en lidmaatschap van de WTO zou dan ook in plaats van ratificatie
van dit handvest kunnen treden, zij het dat het Energiehandvest ook regels bevat voor
wederzijdse investeringen op energiegebied en dat regelt de WTO niet. Investeringsbe-
scherming is van belang voor de ontwikkeling van een evenwichtige wederkerige relatie
op energiegebied. Wederkerige regels voor investeringsbescherming, met name op ener-
giegebied, moeten worden nagestreefd in een FTA, zodra Rusland lid van de WTO is
geworden. De AIV wijst dan ook op het belang in een FTA met Rusland daarover speci-
fieke regels op te nemen.
De vorige Russische president heeft kort voor het beëindigen van zijn ambtstermijn een
nieuwe wet ondertekend die strenge voorwaarden en beperkingen stelt aan buitenland-
se investeringen in 42 strategische sectoren. Als zodanig worden olie- en gas aange-
merkt, naast kernenergie, het delven van tal van metalen, wapens, lucht- en ruimte-
vaart, infrastructuur en defensie.64 Deze wet staat investeringen overigens niet in de
weg, maar vereist de goedkeuring ervan door de Russische autoriteiten en stelt de
additionele eis van een Russisch meerderheidsbelang.
Daarentegen beschikt de EU, noch haar lidstaten, over een generieke mogelijkheid tot
ingrijpen, anders dan de concurrentieregels. Deze laatste regels laten echter alleen bij
specifieke inbreuken ingrijpen toe. Hoewel de AIV signaleert dat hier een onevenwichti-
ge situatie is ontstaan, wijst hij er ook op dat het buitenlandse bedrijfsleven de nieuwe
Russische regels een verbetering acht boven de oude situatie van onduidelijkheid.
In de sector energie ligt een veelbelovend terrein voor arrangementen tot wederzijds
voordeel. Immers, Rusland heeft een enorme behoefte aan investeringen en technolo-
gie, om enerzijds zijn energiepotentieel op peil te houden en te vergroten en anderzijds
diversificatie van zijn zeer eenzijdige economie en opwaardering van de landbouw te sti-
muleren. Het bedrijfsleven in de EU zou daartoe een gerede partner zijn, mits er maat-
regelen worden getroffen die een minimum van betrouwbare regelgeving en de toepas-
sing daarvan kunnen garanderen. Daar staat tegenover dat de EU ook open moet staan
voor Russische investeringen in de eigen energiesector. Het vereiste van ontbundeling
van productie en distributie, zoals aanvankelijk door de Commissie voorgesteld, zou wat
63 Dit zijn nadere afspraken die verder gaan dan de gewone WTO-bepalingen; deze kunnen zowel een per-
    manent als een tijdelijk karakter dragen. Met bijvoorbeeld Australië en China zijn dergelijke afspraken
    overeengekomen.
64 Zie hierover bijvoorbeeld: Economist Inteligence Unit, Russia economy: Foreign investment’s limits,
    May 6th, 2008.
                                                      27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>de gassector betreft wederzijdse investeringsafspraken in de weg kunnen staan. De
omstandigheid dat de EU-ministers van Energie begin juni de eis van ontbundeling heb-
ben afgezwakt, komt wellicht aan het belang van dergelijke afspraken tegemoet. Veel
hangt echter van de uitwerking af. Hier ligt een taak voor de Nederlandse regering dit
nauwgezet te volgen.
2. De samenwerking in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
De samenwerking in deze ruimte wordt ook wel de samenwerking inzake Interne Veilig-
heid, Justitie en Binnenlandse Zaken genoemd. Hieronder valt het werken aan de rule
of law, democratie en mensenrechten. De onderhavige ruimte voorziet ook in samenwer-
king van politiediensten en de rechterlijke macht. Vooral op dossiers als mensenhan-
del, kinderpornografie, cybercrime en de uitwisseling van inlichtingen in het kader van
de bestrijding van terrorisme waarderen beide partijen deze samenwerking positief.
Meer dan eens beperkt de EU zich hierbij overigens niet tot Rusland en worden ook de
andere lidstaten van het GOS bij gezamenlijke inspanningen betrokken. Aan de basis
van de samenwerking liggen de vele gemeenschappelijke belangen op het gebied van
grensoverschrijdende veiligheid, zoals terrorisme, wapenhandel, financiële misdaad, ille-
gale migratie en milieucriminaliteit. Het feit dat de EU-lidstaten zelf openstaan voor kri-
tiek op hun wijze van opereren, vormt aan Russische kant een extra stimulans dit
onderdeel van de lopende PSO serieus te nemen. Naar de mening van de AIV moet de
bestaande samenwerking op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht aan een tussen-
tijdse evaluaties worden onderworpen om te zien of de samenwerking op dit terrein
daadwerkelijk de gewenste effecten sorteert.
De verantwoordelijkheid van de EU voor de mensenrechtensituatie in Rusland is in
belangrijke mate een afgeleide van de primaire verantwoordelijkheid in dezen van de Raad
van Europa. Daarom wordt op deze plaats ook aandacht besteed aan de betrokkenheid
van de laatste organisatie. In 1996 is Rusland partij bij het Europees Verdrag tot
Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) gewor-
den en daarmee volledig lid geworden van de Raad van Europa.65 Voorwaarde voor dit lid-
maatschap is de naleving van de rule of law en de mensenrechten als onder meer vervat
in het EVRM, het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)
en het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR),
waarbij Rusland partij is. Deze rechten en vrijheden, waaronder ook de vrijheid van
meningsuiting valt, zijn minimumnormen waaraan dus ook Rusland is gebonden. Deze
voorwaarden staan geenszins in de weg dat een lidstaat als Rusland zijn eigen weg kiest
bij de vormgeving van zijn nieuwe democratie.66 Voorwaarde is voorts de erkenning van de
rechtsmacht van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Rusland,67
de erkenning van het individuele klachtrecht en de naleving van de uitspraken van het
65 Er zijn 47 staten lid van deze internationale organisatie, waaronder alle lidstaten van de EU. De EU zelf
    kan pas lid worden na ratificatie van het Verdrag van Lissabon, hetgeen na de negatieve uitslag van het
    referendum in Ierland op 12 juni 2008 onzeker is geworden. Zie voorts de webpagina van de Raad van
    Europa: <http://www.coe.int/T/NL/Com/About_COE/Member_states/default.asp>.
66 Zie ook AIV-advies nr. 33, De Raad van Europa: minder en (nog) beter, Den Haag, oktober 2003 en
    AIV-advies nr. 40, De parlementaire assemblee van de Raad van Europa, Den Haag, februari 2005.
67 Art. 1 jo. art. 13 EVRM.
                                                      28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>EHRM.68 Rusland – de grootste betaler is van het EHRM – weigert als enige van de 47
lidstaten het 14e Protocol bij het EVRM te ratificeren. Dit Protocol behelst de moderni-
sering van de organisatie van het Hof. Zeker nu tegen Rusland een veelheid van zaken
van mensenrechtenschendingen – meest rond de Tsjetsjeense oorlog – aanhangig is
gemaakt, heeft dit in Rusland geen politieke prioriteit. Deze Russische houding onder-
graaft de geloofwaardigheid van deze internationale instelling. Het ratificeren van het
14e Protocol moet volgens de AIV als een concrete wens van de zijde van de EU in de
contacten met Rusland aan de orde worden gesteld. Het gaat hier immers niet om indi-
viduele schendingen waarover de EU Rusland zou moeten kapittelen (daar heeft vooral
de Raad van Europa een taak) maar om het structurele gebrek aan respect voor de
kern van de verdragsverplichtingen waaraan Rusland zich heeft verplicht.
Tegen deze achtergrond deelt de AIV de internationale bezorgdheid over Ruslands nale-
ving van zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechtenbescher-
ming en wijst in dit verband ook op de mensonwaardige toestanden in het Russische
gevangeniswezen, welke dringend verbetering behoeven. De problematische houding
van Rusland ten opzichte van de mensenrechten uit het EVRM is ernstig. Weliswaar
betaalt Rusland na een veroordeling de door het EHRM opgelegde schadevergoeding,
maar het maakt geen haast met institutionele verbeteringen. Er is naar de mening van
de AIV zowel sprake van onwil,69 als van tegenwerking.70 Een bijzonder probleem is dat
Moskou er moeite mee heeft te geloven dat andere landen doelen nastreven die niet
direct het nationale belang dienen. Dit geldt in het bijzonder voor de bevordering van
universele mensenrechten, hetgeen op groot wantrouwen stuit. Bovendien wenst Mos-
kou niet langer door het buitenland de les te worden gelezen. Deze houding mag echter
noch voor Nederland, noch voor de EU een reden zijn om stil te blijven en de AIV vindt
dan ook dat Rusland moet worden aangesproken op de naleving van de uitspraken van
het Hof.
68 Op 4 juli 2008 heeft de Russische president de Russische gezant bij de Raad van Europa ontslagen na
    nieuwe uitspraken van het Hof die Rusland gelasten tot schadebetaling inzake Tsjetsjeense zaken. Tot
    nu toe heeft Rusland 4,3 miljoen euro moeten betalen aan slachtoffers van mensenrechtenschendingen
    die hun zaak bij het Hof aanhangig hebben gemaakt. Bron: NRC-Handelsblad, 7 juli 2008, webversie:
    <http://www.nrc.nl/buitenland/article1155905.ece/Medvedev_ontslaat_gezant_mensenrechten>.
69 Zie hierover het rapport van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, Member states’ duty
    to co-operate with the European Court of Human Rights, 9 February 2007, doc. 11183. Uit dit rapport
    blijkt een schrikbarend hoog aantal klachten over tegenwerking van de Russische autoriteiten; 23 con-
    crete gevallen zijn in het rapport uitvoerig gedocumenteerd.
70 Zaken waarin het EHRM heeft geoordeeld dat Rusland door niet-samenwerking met het Hof artikel 38
    van het EVRM heeft geschonden: 7615/02; Imakayeva/RUS, 09/11/06, definitief 09/02/07;
    74237/01 Baysayeva/RUS, 05/04/07, definitief 24/09/07; 40464/02 Akhmadova & Sadulayeva/RUS,
    10/05/07, definitief 12/11/07; 57953/00 Bitiyeva/RUS, judgment 21/06/07, definitief 30/01/08;
    6846/02 Khamila Isayeva/RUS, 15/11/07, verzoek verwijzing naar Grand Chamber is nog aanhangig;
    67797/01 Zubayrayev/RUS, 10/01/08, verzoek verwijzing naar Grand Chamber is nog aanhangig;
    7178/03 Dedovskiy & others/RUS, 15/05/08, nog niet definitief; 29361/02 Kukayev/RUS, 15/11/07,
    verzoek verwijzing naar Grand Chamber is nog aanhangig; 57935/00 TANGIYEVA v. RUSSIA
    29/11/2007, verzoek verwijzing naar GC is nog aanhangig; 839/02 MASLOVA AND NALBANDOV v.
    RUSSIA, 24 January 2008, verzoek verwijzing naar Grand Chamber is nog aanhangig; 7653/02,
    KAPLANOVA v. RUSSIA 29/04/2008, nog niet definitief; 74239/01 MUSAYEVA AND OTHERS v. RUSSIA,
    26/07/2007, definitief 31/03/2008; 77626/01, AZIYEVY v. RUSSIA 20/03/2008, nog niet definitief.
                                                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Rusland heeft niet alleen internationale verplichtingen op zich genomen uit hoofde van
zijn lidmaatschap van de Raad van Europa, maar ook van de OVSE, die zich vanaf de
Slotakte van Helsinki (1975) heeft onderscheiden door een sterke gerichtheid op de
mensenrechten in het kader van de ‘menselijke dimensie’ van haar missie.71 Onder-
meer heeft de OVSE specifieke procedures en mechanismen in het leven geroepen voor
verkiezingen en minderhedenvraagstukken. Rusland heeft in dit kader dezelfde verplich-
tingen als de andere leden, zoals (onder meer) de EU-lidstaten. De AIV vindt zonder
meer dat Rusland moet worden aangesproken op de nakoming van zijn verplichtingen.
Tegelijkertijd stelt de AIV dat een positieve ontwikkeling kansrijker zal zijn naarmate dit
aanspreken óók van binnen uit in Rusland gebeurt en steun krijgt. De door Medvedev
nagestreefde economische verbreding en modernisering, waarbij de economische
samenwerking met juist de EU belangrijke perspectieven kan bieden, zal naar de over-
tuiging van de AIV op de lange termijn bijdragen tot de verbreding van de burgerorgani-
saties op velerlei terrein in de Russische samenleving. Een dergelijke verwevenheid van
de Russische civil society zal een voedingsbodem zijn voor een sterkere roep om het
respecteren van de rule of law in brede zin. Wel moet daarbij de aantekening worden
gemaakt dat de huidige wetgeving maatschappelijke organisaties die afhankelijk zijn van
buitenlandse fondsen, ernstig belemmert in hun functioneren. Dit treft met name
mensenrechtenorganisaties, maar zeker niet alleen deze.
Ten aanzien van het vrije verkeer van personen en de visumverplichting heeft de Schen-
genovereenkomst een gevoelig effect gehad in Rusland. Hoewel vrij reizen voor de massa
in de Sovjettijd uitgesloten was, zijn er door de toetreding van de Midden-Europese landen
tot het Schengenverdrag scherpere grenscontroles ontstaan aan de buitenrand van dit
gebied.72 Juist in de jaren na de ontbinding van de Sovjet-Unie heeft men tussen de oude
Sovjetrepublieken wél vrijelijk kunnen reizen. Een regeling voor het kleine grensverkeer is
in dit opzicht belangrijk en daaraan zou meer gedaan kunnen worden. Het kleine grensver-
keer betreft een specifieke regeling voor mensen die voor korte tijd familie of de markt
willen bezoeken over de grens. De regeling die hiervoor getroffen is tussen Polen en
Belarus, tussen Polen en Oekraïne en tussen Roemenië en Moldavië werkt nu goed. Het
tot stand brengen van dergelijke regelingen is niet altijd eenvoudig. Zo heeft die voor de
Russische enclave Kaliningrad de nodige moeite gekost, maar ook deze werkt nu naar
tevredenheid.
In Rusland wordt wel gesteld dat het graag volledige visumvrijdom met de EU zou wil-
len. De vraag is hoe serieus deze uiting moet worden genomen. Slechts een gering per-
centage (minder dan tien procent) van de Russen beschikt over een paspoort en zou
dus een visum kunnen aanvragen. Wegens de krimpende bevolking en het groeiende
kennisaanbod is Rusland enorm beducht voor vertrek van hooggeschoolden. Tegelijker-
tijd is de EU, c.q. Europa, wel een toeristenoord voor steeds meer Russen geworden.
Over het visumregime moet volgens de AIV met Rusland onderhandeld worden op basis
van wederkerigheid om de procedures te versnellen en goedkoper te maken. Bekeken
71 De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is de voortzetting van de Conferentie
    over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). In december 1994 werd tot omvorming besloten.
    Anders dan de Raad van Europa heeft de OVSE geen verdragsbasis. Momenteel nemen 56 landen aan
    het werk van de organisatie deel. Zij bestrijkt een geografische ruimte die zich uitstrekt van Vancouver
    tot Vladivostok.
72 Zie hierover AIV-advies nr. 44, De nieuwe oostelijke buurlanden van de Europese Unie, Den Haag,
    juli 2005.
                                                       30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>moet worden of de visumduur kan worden verlengd en of het mogelijk is bepaalde
geselecteerde groepen, hetzij in aanmerking te laten komen voor visumvrijdom, hetzij
voor een versnelde procedure. Aan de EU-zijde zal het eerstgenoemde niet veel verschil
maken omdat de procedure, mits alle formulieren juist zijn ingevuld, een kwestie van
enkele dagen is. Van belang is evenwel de wederkerigheid: het dwingt Rusland zijn pro-
cedures navenant aan te passen.
3. Samenwerking in de ruimte van externe veiligheid
Het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Europees Vei-
ligheids- en Defensiebeleid (EVDB) zijn grotendeels intergouvernementeel van aard.
Medio 1999 heeft de EU in het kader van het GBVB en met het oog op de Russische
betrokkenheid in het conflict rond Kosovo een strategienota (als voorzien in artikel 13
van het EU-Verdrag) met betrekking tot Rusland gemaakt.73 Rusland is duidelijk geïnte-
resseerd in betrokkenheid bij de uitvoering van het GBVB van de EU. Het is in beginsel
bereid een aandeel te leveren in vredesoperaties die onder de vlag van de Unie worden
ondernomen, tenminste voor zover deze niet plaatsvinden in het gebied van de voor-
malige Sovjet-Unie. De – overigens bescheiden – logistieke steun aan de militaire
EU-missie in Tsjaad is daarvan een voorbeeld. De Russische regering lijkt daarbij veel
waarde te hechten aan medebeslissingsrecht. Met andere woorden, zij wenst niet te
worden geplaatst voor voldongen feiten die haar geen andere mogelijkheid bieden dan
‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen EU-verzoeken om deelname. Daarom bepleit Rusland de
instelling van een EU-Rusland-Raad, min of meer of meer naar analogie van de NAVO-
Rusland-Raad, waar het met alle lidstaten aan tafel zit. Vanuit het perspectief van de
Unie kan een dergelijke constructie niet worden overwogen, vooral omdat zij strijdig is
met de verdragssystematiek van de Unie.
Wijsheid in dit opzicht is waarschijnlijk het treffen van praktische vormen van overleg
om te bewerkstelligen dat in elk geval op werkniveau in redelijkheid met Russische
desiderata rekening kan worden gehouden. De AIV pleit ervoor dat Nederland aanstuurt
op herziening van de genoemde strategienota uit 1999 en op het ad hoc aangaan van
zakelijke vormen van overleg ter zake in concrete situaties die dat voor beide partijen
aantrekkelijk doen lijken.
Zie overigens over de relatie met de NAVO hoofdstuk IV, waarin ook wordt ingegaan op
de wens van Georgië en Oekraïne lid te worden van deze verdragsorganisatie.
4. Samenwerking in de ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur
Op dit gebied is een beperkt aantal initiatieven ondernomen. Zo vond samenwerking
met Rusland plaats binnen het Zesde Kaderprogramma van de EU voor Onderzoek en
Technologie.74 Een voorbeeld op het gebied van onderwijs is het European Studies
Institute (ESI) in Moskou dat de Europese Unie en Rusland gezamenlijk hebben opgericht
73 Common Strategy of the European Union of 4 June 1999 on Russia, 1999/414/CFSP, OJ L 157/1,
    zie de webpagina: <http://ec.europa.eu/external_relations/ceeca/com_strat/russia_99.pdf>.
74 Overeenkomst inzake samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie tussen de EU en de
    Russische Federatie van 6 november 2003 maakte deelname van Rusland aan het Zesde Kaderprogram-
    ma voor onderzoek van de EU (KP6 2002-2006) mogelijk. De vorige overeenkomst, die in werking was
    getreden in mei 2001, liep af op 31 december 2002. Zie persbericht IP/03/1509: De EU en Rusland
    ondertekenen nieuwe overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking.
                                                   31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>in het kader van de huidige PSO, en dat eind 2006 zijn werkzaamheden is begonnen.75
Vanaf 2007 geldt het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologie en ook
daarin is een groot programma voor Rusland voorzien. Om dat programma vorm te
geven is een permanente samenwerkingsraad voor onderzoek tussen de EU en Rusland
ingesteld.76
De onderhavige ruimte is in politiek opzicht in beginsel non-controversieel en leent zich
daarom goed voor intensivering van de samenwerking. Contacten tussen mensen in het
algemeen en ook zeker tussen professionals (peer to peer) kunnen een concrete bijdra-
ge leveren aan een betere verstandhouding tussen de Europese Unie en Rusland en
kunnen ook vertrouwen scheppen om verdergaande projecten te ondernemen. Daarbij
kan gezocht worden naar onderwerpen waar beide partijen van elkaar kunnen leren.
Hoe slaagt Rusland er bijvoorbeeld in een effectief armoede- en genderbeleid tot stand
te brengen, zoals gesignaleerd is in hoofdstuk II en op welke wijze draagt het bij aan
het realiseren van de millenniumontwikkelingsdoelen?
In deze ruimte kan dan ook meer gebeuren. Op het gebied van onderzoek kan gedacht
worden aan meerjarenprogramma’s op gemeenschappelijk vast te stellen terreinen. De
doelgroepen kunnen kennisinstellingen zijn, maar natuurlijk ook (hoge) scholen of uni-
versiteiten. Omdat Rusland geen kandidaat-lidstaat van de EU is, kan het land niet
meedoen aan de uitwisselingprogramma’s van studenten en docenten van de EU-lidsta-
ten, zoals het Erasmus-Socrates Programma of het zogenoemde Life Long Learning Pro-
gramma. Wel staan de programma’s die de EU aanbiedt in het kader van het burenbe-
leid open voor Rusland. In dit kader zou de Unie met Rusland ook een programma voor
hogeronderwijssamenwerking kunnen ontwikkelen, met gelden ter bekostiging van beur-
zen voor studenten, uitwisselingsprogramma’s voor docenten en gemeenschappelijke
onderwijs- en/of onderzoeksprogramma’s (cursussen, bachelor- en masterprogramma’s,
zomercursussen en dergelijke). Parallel zouden de lidstaten ook zelf het nodige kunnen
doen om de samenwerking met Russische instellingen van (hoger) onderwijs te verster-
ken. Te denken valt aan het kwijtschelden van inschrijfgelden door universiteiten of het
ter beschikking stellen van gelden voor beurzen. Op het terrein van cultuur zou geïnves-
teerd kunnen worden in talenprogramma’s en cursussen om elkanders geschiedenis en
cultuur beter te leren kennen. Daarnaast kunnen uitwisselingsprogramma’s voor (lagere
en middelbare) scholen en jeugdorganisaties een goede bijdrage leveren. Voorts is de
uitwisseling van gezelschappen (muziek, toneel, opera en ballet) en verzamelingen
(musea) van belang. Voor de financiering daarvan kan zo nodig naar sponsors worden
75 Het ESI is organisatorisch verbonden aan MGIMO, de Russische Universiteit voor Internationale Betrek-
    kingen in Moskou. Het ESI heeft een bestuur bestaande uit EU-vertegenwoordigers (in de regel experts
    op een van de deelgebieden van Europese Studiën) en een gelijk aantal Russen (vertegenwoordigers van
    de centrale overheid, de universitaire wereld en de Russische Academie van Wetenschappen). ESI ont-
    wikkelt postacademische programma’s in eerste instantie voor ambtenaren van de Russische overheid
    (centrale, regionale en lokale overheid en uitvoerende diensten). Docenten komen zowel uit de landen
    van de EU als uit Rusland zelf.
76 De eerste bijeenkomst is gehouden te Ljubljana op 26 mei 2008. Zie: Joint statement of EU-Russia
    Permanent Partnership Council on Research, Ljubljana, 26 May 2008. Daarnaast is er een specifiek
    programma voor Sustainable Development met Rusland en Oekraïne: SCOPE EAST, in het kader van het
    nabuurschapsbeleid van de EU, zie hierover de webpagina: <http://scope-east.net/?p=about_general>.
                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>gezocht onder het belanghebbend bedrijfsleven.77 Ten slotte, maar niet in de laatste
plaats, kan gedacht worden aan initiatieven ter stimulering van het toerisme van en
naar Rusland. De AIV is in dit verband voorstander van het vereenvoudigen van het
bestaande visaregime, zoals hierboven is aangegeven met betrekking tot de ruimte van
vrijheid, veiligheid en recht.
De AIV merkt op dat de beleidsterreinen onderwijs en cultuur voornamelijk behoren tot
de bevoegdheden van de lidstaten en niet van de Unie. Wel heeft de EU expliciete (aan-
vullende) bevoegdheden op het terrein van onderzoek. Toch zou de Unie ook op het
gebied van onderwijs en cultuur concrete gemeenschappelijke samenwerkingsprogram-
ma’s kunnen stimuleren. Daarbij zal het veelal om aanloopfinanciering gaan, waarmee
geen grote bedragen zijn gemoeid. Niettemin kunnen de resultaten belangrijk zijn en
duurzame effecten sorteren.
Conclusie
De economische en handelsbetrekkingen zijn verreweg het belangrijkste terrein van
samenwerking, ook in de Russische visie. Deze hebben zich echter niet kunnen ontwik-
kelen zoals gehoopt was, omdat Rusland daartoe eerst lid moet worden van de WTO.
Dat valt evenwel buiten het kader van de PSO. Binnen dit raamwerk is in elk van de
vier ruimten een aantal nuttige projecten ter hand genomen. De resultaten zijn echter
duidelijk achtergebleven bij de beleidsvoornemens, die soms ook te hoog gegrepen
waren. Vooral op het gebied van externe veiligheid valt er weinig substantieels waar te
nemen. De samenwerking in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is steeds meer
gestuit op verzet van Russische zijde tegen de vermeende bemoeizucht van de EU. In
de ‘zachte sector’, de ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur, zou de bestaande
samenwerking kunnen worden geïntensiveerd. Contacten tussen mensen in het alge-
meen en zeker tussen professionals onderling (peer to peer) zijn nuttig en kunnen een
concrete en relevante bijdrage leveren aan een betere verstandhouding tussen de EU en
Rusland.
Voor de AIV zijn deze vaststellingen aanleiding ervoor te pleiten de doelstellingen die in
een nieuwe overeenkomst worden vervat, af te stemmen op de mate waarin beide par-
tijen zich werkelijk in staat voelen met elkaar op de verschillende terreinen samen te
werken.
77 Denk aan de diverse tentoonstellingen van Russische kunst die de laatste jaren in het Gronings
    Museum hebben plaatsgevonden en die, althans gedeeltelijk, zijn medegefinancierd door de Gasunie.
                                                  33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>IV        Gemeenschappelijke buren en de veiligheids-
          politieke context
De adviesaanvraag strekt zich ook uit tot het nabuurschapsbeleid van de EU in de geza-
menlijke buurlanden Oekraïne, Belarus en Moldavië. Ook wordt gevraagd naar de hou-
ding tegenover de bevroren conflicthaarden in de landen van de zuidelijke Kaukasus
(Georgië, Armenië en Azerbeidzjan) en die in Moldavië. De vragen die hiermee verband
houden worden in dit hoofdstuk behandeld. In dit bestek wordt ingegaan op de meer
algemene veiligheidspolitieke omgeving waarbij ook de verhouding van de NAVO tot Rus-
land in het geding is. Weliswaar zijn de EU en de NAVO twee gescheiden organisaties,
maar besluiten van het Atlantische Bondgenootschap hebben ook effecten op de kwali-
teit van de relatie tussen het Westen en Rusland als geheel.
De vraag is in welk kader en op welk niveau de EU het beste overleg kan voeren met
Rusland met het doel in het wederzijdse belang zoveel mogelijk stabiliteit aan elkanders
grenzen te scheppen, onder eerbiediging van de rechten van de betrokken volken.
De samenwerking aangaande de gezamenlijke buurlanden
De AIV wil niet onder stoelen of banken steken dat de wederzijdse omgang met de
gezamenlijke buurlanden misschien de meest problematische kant van de relatie tus-
sen de EU en Rusland raakt. Zeker, beide partijen hebben belang bij stabiliteit aan hun
grenzen. Dit is ook van Russische kant erkend. In mei 2007 is door de toenmalige pre-
sident Poetin gesteld, dat ‘de betrekkingen met de landen van het GOS de belangrijkste
prioriteit van het Russische buitenlandse beleid uitmaken’ en dat ‘Rusland er belang bij
heeft aan zijn grenzen vriendschappelijke, bloeiende, democratische en stabiele staten te
hebben’.78
Het zal de EU echter veel moeite kosten Rusland ervan te overtuigen dat nauwe betrek-
kingen van de EU met voormalige Sovjetrepublieken niet tegen Moskou zijn gericht en
dat de EU deze betrekkingen plaatst in het kader van wederzijds belang, in plaats van
in de Russische visie van een nulsomspel. Rusland is overigens geen uitzondering op
de regel dat post-imperiale mogendheden grote emotionele weerstanden moeten over-
winnen om zich te verzoenen met de realiteit van een sterk ingekrompen territorium. In
officiële Russische stukken worden de voormalige Sovjetrepublieken samen aangeduid
als de ‘post-Sovjetruimte’. Die formulering lijkt gekozen om aan te geven dat het gaat
om één ruimte waar Rusland deel van is en waar het (als vanouds) de dienst uitmaakt.
Het Russische beleid in die ‘post-Sovjetruimte’ wordt bepaald en voor een groot deel uit-
gevoerd door de leden van de presidentiële administratie en de Russische Veiligheids-
raad, niet door het ministerie van Buitenlandse Zaken, al wordt dit ministerie in zekere
mate bij dat beleid betrokken. Tot hoofd van de presidentiële administratie is Sergej
Naryshkin benoemd, die eerder onder meer vice-premier en lid van de veiligheidsdienst,
de KGB, was. Secretaris van de Nationale Veiligheidsraad is Nikolaj Patroesjev gewor-
den, die tot voor kort de FSB79 leidde. Beide organisaties worden dus door siloviki
geleid, hetgeen niet zonder relevantie is voor het beleid in de ‘post-Sovjetruimte’.
78 Russian Ministry of Foreign Affairs, A Survey of Russian Federation Foreign Policy, policy document
    translated from Russian, Moscow, May 2007.
79 Dit is de benaming van de Russische Veiligheidsdienst. De FSB is de opvolger van de KGB.
                                                     34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Doel van dit beleid is economische en waar mogelijk ook politieke integratie, teneinde
de dominante positie van Rusland in de regio te herstellen en te behouden, met name
op het terrein van het buitenlandse en het veiligheidsbeleid. Juist op deze terreinen wil
Moskou de regie in handen hebben.
Deze zienswijze botst met die van de EU die, conform het grondbeginsel van het inter-
nationale recht, ervan uitgaat dat een soevereine staat zelf mag beslissen over zijn
staatsinrichting en van welke politieke organisaties het lid wil zijn.80 Dit impliceert
tevens dat een ander land (in casu Rusland) niet gerechtigd is de uitoefening van een
dergelijk recht te verhinderen, al kan Rusland daarover natuurlijk wel een mening uiten
en het is ook niet realistisch te eisen dat Rusland zich daarbij van elke actie onthoudt.
Echter, altijd moet daarbij de vraag worden gesteld of volgens het internationaal recht
een bepaalde actie wel of niet toelaatbaar is.
De AIV verwacht dat men bij de beantwoording van deze vraag niet veel verder kan
komen dan de vaststelling dat bepaalde acties (bijvoorbeeld dreigen met geweld) in
ieder geval onrechtmatig zijn. Er zal ongetwijfeld een aanzienlijke grijze zone in de
beoordeling blijven. Nog moeilijker ligt het bij de bepaling van de politieke opportuniteit
(political expediency). Anders gezegd: niet alles wat juridisch mag is ook verstandig. Ook
in het dagelijks leven zal een redelijk mens rekening houden met de gevoeligheden van
zijn buren, of die nu rechtmatig zijn of niet.
De AIV is ervan overtuigd dat mogelijke conflicten met Rusland aan de buitenranden
van dit land alleen te voorkomen zijn door de legitieme belangen en opvattingen van
Rusland zoveel mogelijk mee te wegen. Dit mag natuurlijk niet betekenen dat dit land
de facto een vetorecht krijgt over EU-beslissingen. Evenmin mag de EU de confrontatie
met Rusland uit de weg gaan, indien Moskou het recht op politieke zelfbeschikking van
de voormalige Sovjetlanden met voeten zou treden. Nederland en ook de EU moeten
onverkort vasthouden aan het beginsel dat soevereine staten zelf mogen beslissen van
welke organisatie zij lid willen worden. De AIV verwacht dat het gemakkelijker zal zijn
samen met Rusland de conflicten in de buurlanden op te lossen, wanneer de relatie
tussen de EU en Rusland over de volle breedte meer wederzijds voordeel oplevert.
Met betrekking tot de veiligheidssituatie in de ‘post-Sovjetruimte’ neemt de kwestie van
de (verdere) uitbreiding van de NAVO een speciale plaats in. Door de recente uitspraak
van de NAVO-top in Boekarest dat zowel Oekraïne als Georgië lid kunnen worden (zij het
na een uitgebreide voorbereiding)81 domineert dit thema nu het debat.82 Als gevolg van
deze, als compromis bedoelde, stap hebben echter de leiders van Oekraïne en Georgië
80 Dit is uiteraard ook het standpunt van de Nederlandse regering. In de twee Kamerbrieven van de minis-
    ter van Buitenlandse Zaken wordt gesteld dat de buurlanden ‘in alle vrijheid hun keuzes moeten kunnen
    bepalen’.
81 Bucharest Summit Declaration, Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting
    of the North Atlantic Council in Bucharest on 3 April 2008. Zie hierin artikel 23 terzake: ‘NATO welcomes
    Ukraine’s and Georgia’s Euro-Atlantic aspirations for membership in NATO. We agreed today that these
    countries will become members of NATO. Both nations have made valuable contributions to Alliance ope-
    rations. We welcome the democratic reforms in Ukraine and Georgia and look forward to free and fair
    parliamentary elections in Georgia in May. MAP is the next step for Ukraine and Georgia on their direct
    way to membership. Today we make clear that we support these countries’ applications for MAP. There-
    fore we will now begin a period of intensive engagement with both at a high political level to >>
                                                                           vervolg voetnoot 81 en 82 op pag. 36
                                                      35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>hun inspanningen voor het verkrijgen van het NAVO-lidmaatschap verdubbeld, terwijl de
onvrede en de verontwaardiging van Rusland er juist door zijn toegenomen.83 Terecht
heeft de Nederlandse regering tot nog toe, tezamen met Duitsland en enkele andere
staten, behoedzaam en terughoudend geopereerd. De NAVO moet zorgvuldig de mogelij-
ke voordelen van deze uitbreiding afwegen tegen de mogelijke nadelen. Bepalende ele-
menten zijn: het democratische gehalte van kandidaat-lidstaten, de militaire bijdrage die
deze staten kunnen leveren (zij moeten niet alleen consumenten maar ook producenten
van veiligheid zijn) alsmede de repercussies op de verhouding tot derde landen. Wat dit
laatste betreft is relevant dat in Georgië een tweetal bevroren conflicten spelen, waar-
door het niet ondenkbaar is dat Rusland op enig moment daar in een actieve strijd
betrokken raakt. Mede met het oog hierop is in de visie van de AIV nadrukkelijk de
geloofwaardigheid van de bondgenootschappelijke bijstandsverplichting, ex artikel 5 van
het NAVO-Verdrag, in het geding.
Optreden ten opzichte van bevroren conflicthaarden
Zoals hierboven is opgemerkt, stelt Moskou zich ten doel zijn dominante positie in de
‘post-Sovjetruimte’ te herstellen en te behouden. Om dat doel te bereiken worden vele
middelen geschikt geacht. Eén ervan is het opkomen voor de Russische of Russisch-
talige minderheden in de staten die tot deze ruimte worden gerekend, hetgeen op uit-
eenlopende wijze geschiedt. Een andere mogelijkheid is druk uit te oefenen door steun
te geven aan de gebieden die zich willen afscheiden. Dit zijn Transdnjestrië, dat zich
onafhankelijk van Moldavië heeft verklaard, alsmede Abchazië en Zuid-Ossetië die zich
hebben losgemaakt van Georgië. Men spreekt hier van ‘bevroren conflicten’, omdat er
geen sprake is van een gewapend conflict, maar de onderliggende problemen en tegen-
stellingen reeds langere tijd sluimeren en zonder dat een politieke regeling is gevonden.
Geen van de desbetreffende onafhankelijkheidsverklaringen is overigens door enig land
ter wereld gehonoreerd met diplomatieke erkenning, ook niet door Rusland. Door de
steun van Rusland aan deze gebieden worden Moldavië en Georgië eraan herinnerd, dat
>> vervolg voetnoot 81 en voetnoot 82 van pag. 35
    address the questions still outstanding pertaining to their MAP applications. We have asked Foreign
    Ministers to make a first assessment of progress at their December 2008 meeting. Foreign Ministers
    have the authority to decide on the MAP applications of Ukraine and Georgia’.
82 Er ligt evenwel nog meer conflictstof in het dossier ‘nabuurschap’, zoals het probleem van de ongeveer
    20 miljoen etnische Russen in de buurlanden, de energiebetrekkingen, de Krim of de ontmanteling van
    nucleaire wapens op diverse Russische militaire bases.
83 Zie bijvoorbeeld Stephen Cohen, Russia: The Missing Debate, International Herald Tribune, 3-4 May 2008.
    Voorts wijst de AIV erop dat artikel 10 van het NAVO-Verdrag uitbreiding van de NAVO mogelijk maakt met
    betrekking tot Europese landen die daartoe door de NAVO worden uitgenodigd. Volgens de meeste gangba-
    re definities ligt Georgië niet in Europa maar in Azië en zou het dus evenmin als bijvoorbeeld Israël of
    Algerije voor het NAVO-lidmaatschap in aanmerking komen. Als men het NAVO op dit punt niet aanpast,
    leidt het lidmaatschap van Georgië onvermijdelijk tot de consequentie dat ook Armenië en Azerbeidzjan dan
    als Europese landen beschouwd moeten worden. Dit is vooral met betrekking tot Azerbeidzjan ongerijmd
    (een land dat tot in de 19de eeuw veelal deel van Iran was, met een bevolking die hoofdzakelijk uit islamiti-
    sche Turken bestaat waarvan de meerderheid over de grens in Iran woont). Ook voor Georgië en Armenië
    geldt overigens dat hun contacten met Europa, of eigenlijk alleen Rusland, dateren uit de 19de eeuw;
    daarvoor maakten zij meestal deel uit van het Turkse of Perzische rijk. De historie van de drie Trans-
    Kaukasische republieken is volledig in Azië gesitueerd. Als men het woord ‘Europese’ uit artikel 10 van het
    NAVO-Verdrag schrapt zouden overigens ook landen als Australië lid kunnen worden.
                                                         36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>medewerking van Moskou onontbeerlijk is voor het herstel van de territoriale integriteit
van deze landen en dat zij, willen zij dat herstel ooit bereiken, er beter aan doen een
beleid te voeren dat rekening houdt met Rusland.
De laatste maanden is een interessant verschil ontstaan in de Russische benadering
van Transdnjestrië ener- en Abchazië/Zuid-Ossetië anderzijds. Bij het eerste geschil
doet Rusland het voorkomen een hereniging van Transdnjestrië met Moldavië te willen
bevorderen. Moldavië heeft aangegeven aan de daarvoor door Rusland gestelde eisen
te willen voldoen, zoals het garanderen van een permanente neutraliteit en het erken-
nen van de Russische eigendomsrechten van de door de Transdjnestrische ‘overheid’
aan Russen verkochte Moldavische bedrijven en onroerend goed. Die neutraliteit houdt
in dat Moldavië geen lid mag worden van de NAVO en daarenboven wil Rusland dat die
neutraliteit gegarandeerd wordt door de VS, de EU, de OVSE en Oekraïne, opdat Moldavië
niet over een aantal jaren kans ziet alsnog lid van de NAVO te worden. De Moldavische
president Voronin heeft ook doen weten dat zijn land bereid zou zijn uit GUAM te stap-
pen, de regionale organisatie van Georgië, Oekraïne, Azerbeidzjan en Moldavië, die in
Moskou als anti-Russisch wordt gezien.
Waar het leiderschap in Transdnjestrië in het kader van het bovenstaande onder zekere
druk van Moskou wordt gezet, gebeurt het tegenovergestelde in Abchazië en Zuid-
Ossetië. De Russische steun aan die ‘overheden’ neemt alleen maar toe. Het doel
daarvan is duidelijk: de Moldavische lijn wordt Georgië ten voorbeeld gesteld.
Het nabuurschapsbeleid van de EU is er in essentie op gericht de buurlanden econo-
misch en politiek dichter tot het niveau van de EU te brengen, de welvaartskloof zoveel
mogelijk te dichten, de stabiliteit in de regio te vergroten en deze gebieden stap voor
stap te integreren in de interne markt. Russische maatregelen gaan zo nu en dan
dwars tegen dit beleid in. Zo sloot eind 2006, toen de Wereldbank, het IMF en wester-
se donoren 1,2 miljard dollar bijeenbrachten voor Moldavië, Rusland zijn markt af voor
de landbouwproductie van dit overwegend agrarische land en verhoogde het zijn gas-
prijs tot het hoogste niveau van alle republieken van de voormalige Sovjet-Unie.84
In het Transdnjestrische geschil zijn de EU en de VS waarnemers in het onderhande-
lingsproces tussen Chisinau en Tiraspol over de hereniging van dit land. Rusland,
Oekraïne en de OVSE zijn in dit kader bemiddelaars. Door Russisch verzet hebben de
EU en de VS laatstgenoemde status niet. Sinds Rusland in 2004 de waarnemersstatus
van de EU en de VS onder de druk van Oekraïne en Moldavië heeft geaccepteerd, heeft
84 Om kennelijke politieke redenen heeft Rusland bijvoorbeeld de import van wijn en andere landbouw-
    producten uit Moldavië stopgezet van maart 2006 tot november 2007, die uit Georgië sinds maart 2006
    tot op heden (deze stopzetting betreft ook mineraalwater) en is ook voor Oekraïne een importverbod van
    kracht. Ook Polen had te maken met een verbod op de import van vlees tussen november 2005 en
    december 2007. Zie hierover bijvoorbeeld de webpagina’s:
    <http://economie.moldova.org/stiri/eng/74333/>,
    <http://www.kommersant.com/p-11498/r_500/wine_export_Moldova/>,
    <http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/6194072.stm>, <http://www.kommersant.com/
    p-11033/r_500/wine_export/>,
    <http://uk.reuters.com/article/worldNews/idUKL0142079420071101?pageNumber=1&virtual-
    BrandChannel=0>,
    <http://www.ceps.be/files/NW/NWatch15.pdf> (p. 13),
    <http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/europe/4976304.stm>, <http://www.euractiv.com/en/trade/russia-
    lifts-embargo-polish-meat/article-169365>.
                                                     37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>het getracht dat kader van ‘5+2’ zo min mogelijk in te schakelen. Enkele jaren is het
helemaal niet bijeen geweest, terwijl Moldavië en Rusland intussen bilateraal trachtten
tot een vergelijk te komen.
Problemen als die rond Transdnjestrië, Abchazië en Zuid-Ossetië worden op het niveau
van de staatshoofden en regeringsleiders beslist. De AIV concludeert dat, wil de EU, of
de VS, enige invloed uitoefenen op het gebeuren, behandeling op het niveau van staats-
hoofden en regeringsleiders is geboden, omdat behandeling op een lager niveau inef-
fectief is gebleken. Het probleem is evenwel dat de westerse staatshoofden en rege-
ringsleiders niet genegen zijn de bevroren conflicten te agenderen voor de besprekingen
met hun Russische ambtgenoot uit vrees dat een dergelijke confrontatie voor hun bilate-
rale relaties schadelijk kan zijn. Het belang van de EU bij de oplossing deze geschillen is
echter zonneklaar: het draagt in hoge mate bij tot de stabiliteit in de desbetreffende
buurlanden en het dient tegelijkertijd een economisch belang. Ook in het rapport van het
Britse Hogerhuis, dat in de inleiding van dit advies is aangehaald, wordt een lans gebro-
ken voor de gedachte dat de EU met Rusland diepgaand overleg dient te voeren over
alle aspecten van Europese politiek die betrekking hebben op de gemeenschappelijke
buren, met inbegrip van voormalige Sovjetlanden als Oekraïne en Georgië.85 Volgens de
AIV hoeft een grotere activiteit van de EU op dit gebied ook niet op confronterende wijze
te geschieden, omdat de ruimte van het externe veiligheidsbeleid alle legitieme moge-
lijkheden biedt voor samenwerking tussen de EU en Rusland, gericht op het vinden van
een gezamenlijke oplossing van deze slepende conflicten. De AIV ziet het derhalve als
een prioritaire taak van de Hoge Vertegenwoordiger (HV) van de Unie voor het GBVB de
mogelijkheden te verkennen om op permanente basis met Rusland in dezen overleg te
voeren, zodat oplossingen in zicht komen die recht doen aan de belangen van álle
betrokken partijen. Indien het Verdrag van Lissabon zou worden geratificeerd zou de HV
als vice-voorzitter van de Europese Commissie in de positie verkeren ook de handelspo-
litieke en ontwikkelingsinstrumenten van de EU in te zetten om partijen tot matiging van
hun standpunten te brengen.
Overige veiligheidspolitieke kwesties
Behalve de bevroren conflicten, de positie van de Russische minderheden in Estland en
Letland, de betwiste onafhankelijkheid van Kosovo en geschillen over de implementatie
van het CSE-Verdrag, bestaan er evenwel nog meer belangrijke veiligheidspolitieke
geschilpunten. Het belangrijkste is wel de Russische afwijzing van de Amerikaanse plan-
nen voor de plaatsing van een raketverdedigingssysteem in Europa. Tot voor kort was
de raketverdediging van de VS gericht tegen China en Noord-Korea. De opstellingen van
de opsporingsmiddelen (Hawaï, Alaska, Amerikaanse westkust) duidden daarop, evenals
de opstelling van raketten op de basis in Grand Forks, in de staat Noord-Dakota. De
laatste jaren groeit in de VS – terecht of onterecht – de overtuiging dat Iran zich op ter-
mijn zal ontwikkelen tot een nucleaire mogendheid met het bijbehorende arsenaal van
overbrengingsmiddelen. Mocht deze these juist zijn, evenals de stelling dat de VS blij-
vend als aartsvijand van Iran wordt aangemerkt, dan is het uit hoofde van de vigerende
strategie voor de VS onontkoombaar niet te wachten met het nemen van tegenmaatre-
gelen. Maar het is de vraag of dit dan de vorm van het voorgestelde raketschild moet
krijgen: de AIV deelt de wijdverbreide twijfel aan de technische uitvoerbaarheid en effec-
tiviteit ervan.
85 The House of Lords European Committee, The EU and Russia, 22 May 2008.
                                                38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>De desbetreffende tegenmaatregelen worden beheerst door de verwachting dat een
langeafstandstraject voor kernraketten van Iran naar de VS (Washington), niet over de
Stille Oceaan, maar via Europa verloopt.86 Plaatsing van opsporingsmiddelen, maar ook
afweerraketten in deze baan lijkt dan geboden. De keuze voor Tsjechië en Polen is daar-
bij niet van logica ontbloot, hoewel ook andere gebieden daarvoor in aanmerking zou-
den kunnen komen, waaronder Litouwen of delen van zuidelijk Rusland. De keuze voor
Tsjechië en Polen heeft als voordeel dat daarbij een betere verdediging van het Europe-
se NAVO-gebied is gewaarborgd en kan dus als bonuseffect voor de acceptatie van de
plannen door de Europese staten te gelde worden gemaakt (hetgeen op de laatste top-
conferentie van de NAVO ook zo heeft gewerkt).
Dat Rusland zich hiertegen zo sterk, en in de ogen van velen overdreven verzet is waar-
schijnlijk eerder gebaseerd op de wens invloed op westerse besluitvorming uit te oefe-
nen, dan op militair-strategische motieven. Voor Rusland is het beoogde raketverdedi-
gingssysteem zonder wezenlijke consequenties. Het staat te dicht bij Russische
raketbases opgesteld om raketten gericht op de VS onschadelijk te kunnen maken.
Bovendien kan het, gezien het beperkte aantal lanceerinrichtingen, zonder meer door
verzadiging (dat wil zeggen door het afvuren van een groot aantal raketten tegelijk) wor-
den geneutraliseerd. Met andere woorden, de stelling van de VS dat een raketafweer-
schild alleen waarde heeft tegenover de in opkomst zijnde dreiging van geringe aantal-
len lange- en middellangeafstandsraketten87 is naar de mening van de AIV juist. Dat de
VS de politieke dimensie van dit initiatief hebben onderschat en zodoende Rusland sco-
ringskansen voor open doel hebben gegeven is een andere zaak. Positief is dat nog
door toedoen van Poetin een aantal spanningen is verminderd. Zo heeft hij zijn goed-
keuring gegeven aan het transport van civiele goederen over Russisch grondgebied ten
behoeve van ISAF88 in Afghanistan en is met Polen een regeling getroffen over de han-
del in vlees. Ook heeft Rusland zich positief getoond over samenwerking in de VN
betreffende Iran en de Palestijnse kwestie. Op de verhouding EU-Rusland heeft de
raketverdedigingszaak op zichzelf geen rechtstreekse invloed. Blijkens de Russische
reactie beschouwt Moskou hierbij de NAVO als de primaire gesprekspartner.
Ook wijst de AIV erop dat tot dusverre de veiligheidspolitieke dialoog opvallend afwezig
is in de discussie tussen de EU en Rusland. Een en ander kan worden verklaard door
de asymmetrie in de onderlinge machtsverhoudingen. Tegenover een EU, die haar
invloed vooral moet putten uit morele kracht (normative power) en het arsenaal van niet-
militaire instrumenten, staat Rusland dat van een nieuw zelfbewustzijn is vervuld. Welis-
waar heeft ook Rusland (ondanks de stille jaarlijkse verhoging van de uitgaven voor
defensie) geen noemenswaardige militaire macht in de zin van power projection, maar
het weet zijn energievoorraden ten volle uit te buiten. De AIV is van oordeel dat de
86 Dergelijke langeafstandsraketten zijn ontworpen voor het lanceren van kernwapens over een afstand van
    meer dan 5500 km. Deze wapens worden kort aangeduid als ICBM; deze afkorting staat voor interconti-
    nental ballistic missiles. Zie hierover bijvoorbeeld de informatie van het US Department of State and
    Department of Defense, Proposed U.S. Missile Defense Assets in Europe, Missile Defense Agency, June
    15, 2007, te vinden op de webpagina: <http://www.fas.org/irp/threat/missile/bmd-europe.pdf>.
87 Een middellangeafstandsraket is ontworpen voor het overbruggen van een afstand van 3000 tot 5500
    km. Dit type raket wordt kort aangeduid als IRBM. Deze afkorting staat voor intermediate-range ballistic
    missile.
88 NATO International Security Assistance Force.
                                                        39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>enige veiligheidspolitieke samenwerking die Rusland met de EU nastreeft (en daarom
enige kans van slagen heeft) ligt op het gebied van vredesmissies.
Conclusie
De AIV trekt de conclusie dat de patstelling in de structurering van het overleg over
veiligheid in de buurlanden, inclusief de bevroren conflicten, met Rusland alleen op
onconventionele wijze kan worden doorbroken. Daarbij hoort ook de erkenning dat bete-
re samenwerking tussen de EU en de NAVO op veiligheidspolitiek terrein is geboden om
een halt toe te roepen aan de huidige situatie, waarbij Rusland gebruik maakt van het
verbrokkelde beleid en ongecoördineerde optreden aan westerse zijde.
In dit verband is in de AIV de vraag opgekomen of het onder de gegeven omstandigheden
een goed idee zou zijn vanuit de kring van westerse landen een drietal ‘wijze personen’ te
benoemen die het overleg met Rusland over de gehele problematiek van gemeenschap-
pelijke buren, bevroren conflicten en Europese veiligheidskwesties welke zowel NAVO
als EU betreffen, op topniveau moeten voeren. Daarbij denkt de AIV aan voormalige pre-
sidenten, premiers en – eventueel – ministers, die kunnen bogen op groot gezag: één
uit de VS, één van een groot en één van een kleiner Europees land. Essentieel is dat zij
een mandaat krijgen van de lidstaten van de EU om deze onderhandelingen te voeren
op het niveau waar beslissingen worden genomen.
                                            40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>V          Conclusies en aanbevelingen: voorstellen voor
           nieuwe wegen
De vormgeving van de nieuwe relatie
De AIV komt tot de slotsom dat de EU op een aantal terreinen van gemeenschappelijk
of complementair belang constructief met Rusland kan samenwerken, ook indien dit
land zich in de toekomst assertief blijft opstellen. Die terreinen betreffen allereerst de
economische betrekkingen, uiteraard vooral op het vlak van de energievoorziening.
Energie is een kernsector in het wederzijdse belang tussen beide partijen. Enerzijds is de
EU een belangrijke importeur van Russisch gas en olie, anderzijds blijft de EU voor Rus-
land een vitale afzetmarkt. Anders dan vaak wordt beweerd, is er dus geen sprake van
eenzijdige maar van onderlinge afhankelijkheid. Weliswaar groeit de nog altijd sterk
eenzijdige Russische economie als gevolg van de stijging van de olie- en (dus) de gas-
prijzen, maar tegelijk is het ook zo dat driekwart van de directe buitenlandse investerin-
gen uit de lidstaten van de EU komt en Rusland grote behoefte heeft aan westerse
technologie om zijn economie te diversifiëren. Hier liggen derhalve tal van mogelijkhe-
den voor wederzijds voordelige ontwikkelingen en tal van kansen voor het West-Europe-
se bedrijfsleven, niet alleen in de sector energie, maar zeker ook in de land- en tuin-
bouw. Daarnaast bestaan tussen de EU en Rusland parallelle belangen met betrekking
tot het scheppen van stabiele verhoudingen in landen aan de randen van elkanders
grenzen, de bestrijding van terroristische groeperingen en de georganiseerde misdaad.
De AIV verbindt het woord ‘assertief’, dat tegenwoordig zo veelvuldig op Rusland wordt
toegepast, met het krachtig opkomen voor eigen belangen, het stellen van harde voor-
waarden aan samenwerking en een drang zich te doen gelden als grote mogendheid.
Hoezeer de EU zichzelf in de wereld wenst te profileren als ‘postmoderne eenheid’ die
heeft afgerekend met de regels van de klassieke machtspolitiek, zij loopt aan tegen
een harde werkelijkheid waarin relatieve machtsposities van staten nog steeds zwaar
wegen, regeringen in eigen land plegen te worden afgerekend op de resultaten die ze
uit onderhandelingen met andere landen wegslepen en nationaal prestige een belangrij-
ke bron van invloed is. In het geval van Rusland betekent een assertieve opstelling
zeker ook dat het aanspraak maakt op gelijkwaardigheid en wederkerigheid in de onder-
linge samenwerking. Dit is van bijzondere betekenis bij zowel de toonzetting als de
inhoud van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland.
In het voorgaande hoofdstuk is naar voren gekomen dat Russische vertegenwoordigers
de lopende PSO als bevoogdend ervaren. Rusland wil met zijn hervonden zelfbeeld als
grote mogendheid niet langer door de EU worden ‘begeleid’ op weg naar democratie,
een rechtsstaat en een vrije markteconomie. Een dergelijke rol van de EU is niet onbe-
grijpelijk tegenover kleinere landen die een reëel vooruitzicht hebben op een EU-lid-
maatschap of die zich nog op een relatief laag ontwikkelingsniveau bevinden (zoals bij-
voorbeeld het merendeel van de ACS-landen).89 Ook is het niet onbegrijpelijk dat de EU
een dergelijke houding aannam ten opzichte van Rusland ten tijde van het uiteenvallen
van de Sovjet-Unie en het scherpe verlies aan welstand dat samenging met het vast-
lopen van de Sovjeteconomie. Echter, tegenover een gewezen supermogendheid die de
weg omhoog weer heeft gevonden, is zo’n benadering misplaatst.
89 Dit zijn 79 landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan die partij zijn bij de Conventie van Lomé en
    daarmee bepaalde handelspreferenties met de EU genieten, alsmede in aanmerking komen voor bepaalde
    hulpprogramma’s van de EU.
                                                       41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Van Russische zijde is keer op keer aangegeven dat men de verdragsrelatie tussen de
EU en Rusland in een nieuw conceptueel kader wenst vorm te geven. Deze opstelling
ligt rechtstreeks in het verlengde van de Russische wens, c.q. eis, om op voet van
gelijkheid door de EU te worden behandeld en dit op passende wijze institutioneel te
verankeren. Feitelijk wordt daarmee met zoveel woorden gezegd dat Rusland niet behan-
deld wil worden volgens het stramien dat de Unie voor de buurlanden heeft ontwikkeld.
Dat stramien is in Russische ogen asymmetrisch en gebaseerd op het uitgangspunt dat
Rusland zich als junior partner dient aan te passen aan de regels, normen en waarden
van de EU. Modernisering is in Russische ogen niet gelijk aan Europeanisering. Deze
Russische opstelling vertaalt zich in het door de Russen bepleite concept van een stra-
tegisch partnerschap en verklaart wellicht ook waarom men over een verdrag in plaats
van een overeenkomst wenst te spreken.
Hoe dient de EU op de gegeven situatie te reageren? Allereerst stelt de AIV vast dat
Rusland geen ambitie heeft toe te treden tot de EU. Mede gegeven het belang en de
statuur van het partnerland Rusland moet de organisatie van de betrekkingen tussen
de EU en Rusland in een eigen kader vorm krijgen. Rusland dient naar het oordeel van
de AIV als gelijkwaardige partij aan het proces deel te nemen om de nieuwe relatie
vorm en inhoud te geven. Dit betekent uiteraard dat de EU niet alleen in eigen kring
moet beraadslagen over wat zij belangrijk vindt, maar ook open moet staan voor de
Russische overwegingen ter zake.
Dit geldt ook voor de vorm van het nieuwe arrangement. De AIV is in dit verband nage-
gaan welke modellen de EU voor de samenwerking met andere grote landen hanteert.
Zoals eerder aangegeven, was de bestaande PSO met Rusland destijds geschoeid op
de systematiek van de instrumenten die openstaan voor de buurlanden van de EU (het
ENB en de ENB-instrumenten). Echter, met andere landen dan de buurlanden hanteert
de EU ook andersoortige vormen van samenwerking, bijvoorbeeld met de VS. Met dit
land is in 1990 een Transatlantische Verklaring inzake de EU-VS-relaties vastgesteld.90
Deze verklaring is uitgewerkt in:
- een Gemeenschappelijke Agenda (in 1995);
- een Gemeenschappelijk Actieplan (eveneens in 1995); en
- een Actieplan voor Economische Partnerschap (in 1998).
De structuur van het overleg is verder gelijk aan die tussen de EU en Rusland, met een
halfjaarlijkse ontmoeting op het hoogste politieke niveau, welke telkens wordt afgerond
met gezamenlijke plannen en verklaringen op specifieke terreinen. Onder dat topniveau
ontwikkelen zich naar behoefte velerlei bilaterale samenwerkingsvormen en contacten.
Om het overleg te structureren wordt in Moskou, naar analogie met de NAVO-Rusland-
Raad, een ‘EU-Rusland-Raad’ bepleit. Deze analogie gaat echter niet op. De NAVO is
een zuiver intergouvernementele organisatie waarin de regeringen samen beslissingen
nemen. Regeringsvertegenwoordigers onder elkaar kunnen echter in EU-zaken geen
beslissingen nemen buiten het institutionele kader van de EU om. De AIV merkt hierbij
op dat er met de VS, evenmin als met andere grote mogendheden als China of Japan,
dan ook geen specifieke raad voor overleg is waar alle lidstaten aan tafel zitten. Wel is
er met de VS, net als met Rusland, een halfjaarlijkse topontmoeting op het hoogste
politieke niveau. Wanneer Rusland, zo concludeert de AIV, als grote mogendheid tege-
90 Zie de webpagina: <http://ec.europa.eu/external_relations/us/economic_partnership/declara-
    tion_1990.htm>. Op deze pagina staan ook alle relevante documenten en kunnen de verklaringen en
    plannen bij elke topontmoeting worden ingezien.
                                                    42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>moet wil worden getreden, dan kan het aanspraak maken op dezelfde procedurele rela-
tie als de VS, niet minder, maar ook niet meer. Dit betekent dat de EU bereid kan zijn
tot samenwerking en afspraken conform haar handelingscapaciteiten en verantwoorde-
lijkheden binnen het bestaande verdragskader: zij kan een kaderovereenkomst sluiten,
waarbinnen de ruimten voor samenwerking in de praktijk in sectorovereenkomsten kun-
nen worden ingevuld. Elk van de ruimten zal dan een eigen mandaat vereisen. De ruim-
ten voor samenwerking komen, conform het verdragskader van de EU, overeen met die
van de huidige PSO.
Bouwstenen voor een evenwichtige relatie in de toekomst
Nu hierboven een antwoord is gegeven op de vraag naar de vormgeving van de toekom-
stige relatie met Rusland, zal de AIV hieronder ideeën aanreiken om nadere inhoud aan
de relatie te geven. Hoe men het ook wendt of keert, in de betrekkingen met dit land
zullen de energiebelangen op de voorgrond staan. Dit is onderdeel van de ruimte voor
handel en economische samenwerking; deze ruimte komt in het onderstaande eerst
aan bod. Daarna volgt een paragraaf over de ruimte voor het externe veiligheidsbeleid,
waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de relatie met de wederzijdse
buurlanden en de diverse bevroren conflicten. Vervolgens wordt ingegaan op de ruimte
voor vrijheid, veiligheid en recht. Dit betreft zaken als binnenlandse veiligheid, justitiële
samenwerking, mensenrechten en visumaangelegenheden. Dit deel wordt afgesloten
met de ruimte voor onderzoek, onderwijs en cultuur. Tot slot gaat de AIV in op de vraag
hoe de Nederlandse regering en specifiek de Staten-Generaal een positieve invloed
kunnen uitoefenen op de relatie van Nederland met Rusland en de relatie van de EU
met dit land.
Aanbevelingen
a. met betrekking tot de ruimte voor handel en economische samenwerking
Het is in het wederzijdse belang van de EU en Rusland dat de handel zich verder kan
uitbreiden en dat ondernemers worden gestimuleerd hogere investeringen te doen.
Daarvoor zijn vaste regels die stabiele verwachtingen en voorspelbaar gedrag creëren,
noodzakelijk. Die regels dienen te worden gesteld via het WTO-lidmaatschap van Rus-
land (het gaat hierbij dus niet om EU-regelgeving). De AIV acht toetreding van Rusland
tot de Wereldhandelsorganisatie een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle
implementatie van een nieuwe PSO, waarna verdere verbreding en verdieping van de
relaties tussen de EU en Rusland op het terrein van handel en economie kunnen wor-
den vormgegeven.
    Aanbeveling 1:
    Voor een succesvolle implementatie van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst op
    het terrein van handel en economische samenwerking moet Rusland zo spoedig
    mogelijk lid worden van de WTO. De AIV beveelt dan ook aan dat de EU haar onder-
    handelingsstrategie op dit kerngegeven afstemt.
De AIV wijst erop dat onderhandelingen over toetreding tot de WTO meteen voldoen
aan de eis van gelijkwaardigheid: de EU (in casu de Europese Commissie) onderhan-
delt immers op dit gemeenschapsterrein namens de 27 lidstaten met Rusland. De
onderhandelingen zijn bovendien niet algemeen, maar specifiek en er worden gedetail-
leerde tijdpaden afgesproken. Dit zal het nodige geduld vergen, maar dat is niet onge-
woon (men vergelijke bijvoorbeeld het verloop van de onderhandelingen met India).
Alles wat buiten afbraak van de douanerechten valt, blijft ook na het ingaan van het lid-
maatschap van de WTO onderhandelbaar, zoals bijvoorbeeld accountingafspraken,
investerings-garanties of harmonisatie van de procedures voor de certificering van
                                               43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>producten die in Rusland worden ingevoerd. Alle non-discriminatiewetgeving is bij het
ingaan van het lidmaatschap van toepassing op alle handelsgoederen, inclusief olie en
gas.
Verder is het de AIV gebleken dat het niet te verwachten valt dat Rusland het Energie-
handvest zal ratificeren. Bij het ingaan van het WTO-lidmaatschap zal echter de inhoud
ervan wat handel betreft automatisch van kracht worden. Er is echter één manco,
namelijk de investeringsbescherming. Dit laatste kan dan alleen in het kader van WTO-
plus-onderhandelingen over een FTA worden meegenomen.
   Aanbeveling 2:
   Verwacht niet dat Rusland het Energiehandvest zal ratificeren; neem de clausules voor
   de investeringsbescherming (als vermeld in het Energiehandvest) mee in de WTO-plus-
   onderhandelingen met Rusland. Neem de wederkerige regels voor de investeringsbe-
   scherming op energiegebied op in een FTA, zodra Rusland lid van de WTO is geworden.
   Zo’n FTA moet het einddoel van de economische samenwerking zijn.
Ten aanzien van investeringen heeft Rusland kort geleden zelf regels gesteld. De AIV
beoordeelt dit positief omdát er nu regels zijn, waar die er eerder niet waren. Onderhan-
delen over de waslijst van zaken die onder het hoofdstuk economische samenwerking
van de huidige PSO staat, leidt naar zijn mening nergens toe. Het is belangrijk het WTO-
lidmaatschap als doel voorop te stellen en als leidraad te nemen. De AIV wil evenwel
meer, namelijk een vrijhandelszone met Rusland, die tot stand gebracht wordt conform
het in de EU afgesproken onderhandelingsmandaat. Nogmaals, zolang het WTO-lidmaat-
schap niet tot stand is gekomen kan er op het terrein van de economische samenwer-
king geen vooruitgang worden geboekt, anders dan de huidige invulling van ambtelijke
werkgroepen.
   Aanbeveling 3:
   In het kader van een vrijhandelszone met Rusland gaat het niet alleen om afbraak van
   de douanerechten, maar ook om WTO-plus-zaken zoals regels voor openbare aanbeste-
   ding, harmonisatie van belastingen en harmonisatie van de certificering van
   goederen die in Rusland worden ingevoerd. Verbreedt daarom de agenda van de
   afschaffing (althans vermindering) van tarifaire handelsbelemmeringen met het
   opruimen van non-tarifaire hindernissen.
Ten aanzien van de energiemarkt merkt de AIV op dat het in de EU nog niet is gelukt
deze geheel te liberaliseren. Een bijzonder probleem vormt daarbij de scheiding tussen
productie, transport en levering van energieproducten (de ‘ontbundeling’). Begin juni
2008 hebben de EU-ministers van Energie een beginselakkoord bereikt over de kwestie
van ‘ontbundeling’. In afwijking van de oorspronkelijke voorstellen van de Europese
Commissie is op Franse en Duitse aansporing afgesproken dat er geen formele split-
sing van verticaal geïntegreerde energiebedrijven hoeft plaats te vinden (ownership
unbundling), zolang er garanties zijn dat de distributienetwerken als apart bestuurde
eenheden worden ingericht. Een en ander moet nog nader worden uitgewerkt en boven-
dien moet het Europees Parlement er nog een uitspraak over doen. Die nadere uitwer-
king is niet zonder belang. In hoeverre netwerken als onderpand kunnen dienen voor
financieringsarrangementen van het moederbedrijf, alsmede de mogelijkheden van
cashflow van het distributiebedrijf naar het moederbedrijf, zijn vragen die van doorslag-
gevend belang kunnen zijn. Dat neemt niet weg dat deze ontwikkeling in het EU-beleid
perspectief biedt voor een mogelijke oplossing voor buitenlandse investeerders, zoals
Gazprom, die gekenmerkt worden door een vergaande verticale integratie van de
bedrijfskolom.
                                             44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>    Aanbeveling 4:
    De EU dient wederzijdse investeringsafspraken met Rusland na te streven in de ener-
    giesector. Hierbij kan aangesloten worden op de desbetreffende bepalingen van het
    Energiehandvest. Een afgezwakte eis tot ‘ontbundeling’ kan het tot stand komen van
    dergelijke afspraken vergemakkelijken.
b. met betrekking tot de ruimte voor externe veiligheid
De EU dient naar het oordeel van de AIV nadrukkelijk de deur open te houden voor
Russische deelname aan, c.q. materiële ondersteuning van EU-vredesmissies buiten
Europa. De AIV is positief over de bereidheid van Rusland de EU-operatie in Tsjaad
logistiek te ondersteunen. Wat betreft de Russische wens tot medezeggenschap over
de voorbereiding en uitvoering van operaties, valt te denken aan praktische arrange-
menten, per geval te maken. De AIV vestigt er in dit verband de aandacht op dat het bij
internationale GBVB-onderhandelingen gebruikelijk is dat de EU-lidstaten, die het leeu-
wendeel van de inspanningen voor hun rekening nemen, zitting nemen in een voor dat
doel ingestelde ‘contactgroep’. Niets lijkt uit te sluiten dat, indien Rusland bereid is
aan een vredesondersteunende operatie mee te doen en indien zijn bijdrage substan-
tieel is, Rusland dan ook meespreekt over opzet, werkverdeling en aansturing van zo’n
operatie, dus met de betrokken deelnemers uit de EU aan tafel zit in een dergelijke
contactgroep ad hoc. Daarvoor is geen aparte structuur nodig. Ook in VN-verband
bestaan dergelijke vormen niet; wel bestaan er commissies ad hoc. Zodra de Veilig-
heidsraad van de VN besluit tot een missie, wordt voor de duur van de missie een
zogenaamde contributers committee opgericht, dat de details uitwerkt en waarin alle bij-
dragende leden zitting hebben. Iets dergelijks zou bij eventuele gezamenlijke missies
van de EU en Rusland mogelijk moeten zijn. Bovendien kan elke vorm van verdergaan-
de samenwerking ter sprake worden gebracht op de gebruikelijke, halfjaarlijkse top-
ontmoetingen tussen de EU en Rusland.
    Aanbeveling 5:
    Op basis van praktische arrangementen, zoals contactgroepen ad hoc en comités van
    contribuanten, kan Rusland een passende stem worden verleend in de uitvoering van
    vredesoperaties waaraan zowel Rusland als de EU deelnemen. De EU dient in voor-
    komende gevallen het pad te effenen voor de totstandkoming van dergelijke arrange-
    menten.
Naast samenwerking op het gebied van de internationale vrede en veiligheid in het
algemeen, liggen juist op het terrein van de gezamenlijke buurlanden ook gedeelde
belangen, ook al denkt Rusland op dit terrein eerder in termen van een nulsomspel. De
Russische regering stelt in formele beleidsdocumenten dat ook zij in dit gezamenlijk
grensgebied zal streven naar een ontwikkeling van ‘vriendschappelijke, democratische
buurlanden’. Met betrekking tot de veiligheidssituatie in de landen die zich bevinden
aan de west- en zuidkant van het Russische grondgebied spelen de EU en de NAVO
ieder een eigen rol. De inspanningen die beide organisaties zich getroosten om te
komen tot vergroting van de stabiliteit in de betrokken landen, vragen om een zo goed
mogelijke afstemming, die thans nagenoeg ontbreekt. Wat de EU betreft, komt het
scharnierpunt in het overleg over vraagstukken van vrede en veiligheid nog sterker te
liggen bij de HV van de EU voor het GBVB, indien het Verdrag van Lissabon alsnog door
alle lidstaten wordt geratificeerd. De samenvoeging in één persoon van de verantwoor-
delijkheid voor het klassieke Buitenlandse Beleid en de gemeenschapscompetenties
voor de Externe Betrekkingen (Handelsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking) biedt kan-
sen op een grotere coherentie in de uitvoering van het Nabuurschapsbeleid, ook met
betrekking tot de gemeenschappelijke buurlanden.
                                             45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Als gezegd is de veiligheid en stabiliteit van de buurlanden die de EU gezamenlijk heeft
met Rusland een gedeeld belang. Inzake Georgië en ook inzake Moldavië, twee landen
waar bevroren conflicten spelen is er overleg tussen de EU en Rusland; de EU benoemt
zelfs jaarlijks speciale vertegenwoordigers voor beide gebieden. Het is dus niet zo dat
het kanaal voor dit belangrijke overleg ontbreekt, maar wel dat dit niet plaatsvindt op
het niveau waar de besluiten worden genomen, namelijk op het hoogste politieke
niveau. Dat moet worden verbeterd.
Het is belangrijk dat de EU onverkort vasthoudt aan het uitgangspunt dat soevereine
staten zelf mogen bepalen van welke internationale organisaties zij al dan niet lid wor-
den. Dit is actueel naar aanleiding van de aanvraag van het lidmaatschap van de NAVO
door Georgië en Oekraïne. Het eerstgenoemde land mag dan geografisch niet tot Euro-
pa worden gerekend, in politiek opzicht hoort het wel bij ons deel van de wereld. Hierbij
is ook de vraag aan de orde of de formulering van artikel 10 van het NAVO-verdrag, dat
de mogelijkheid opent tot toetreding van Europese staten, herziening behoeft. De AIV
vindt overigens wel dat het recht dat bedoelde landen hebben zich aan te melden voor
het lidmaatschap van het Atlantische Bondgenootschap, niet betekent dat het Bondge-
nootschap gehouden is de uitoefening van dit recht met toetreding te honoreren. De
NAVO-landen hebben in dit opzicht een eigen verantwoordelijkheid. Zij dienen zorgvuldig
te overwegen of de veiligheidssituatie in oostelijk Europa en de Kaukasus gediend is
met een verdere uitbreiding van de Alliantie. Uiteraard speelt hierbij het effect op de
relatie met Rusland op langere termijn een belangrijke rol.
   Aanbeveling 6:
   Nederland moet er in EU-verband op aandringen dat er over de gezamenlijke buren
   van de EU en Rusland inhoudelijk overleg wordt gevoerd, gebaseerd op een gemeen-
   schappelijk EU-standpunt. Indien de HV van de EU ‘nieuwe-stijl’ er komt, dient deze de
   mogelijkheid te onderzoeken op welke wijze het overleg met Rusland het beste kan
   worden gestructureerd om, in het wederzijdse belang, te komen tot grotere stabiliteit in
   de betrokken landen.
c. met betrekking de ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht
Gebleken is dat de samenwerking met Rusland op het terrein van Binnenlandse Veilig-
heid, in het algemeen naar het oordeel van betrokkenen bevredigend verloopt. Dit geldt
in het bijzonder voor de samenwerking van politie en justitie op thema’s als mensen-
handel, kinderpornografie en cybercrime. De AIV constateert dat er aan EU-zijde even-
min klachten zijn over de uitwisseling van inlichtingen op strategisch vlak, zoals terroris-
mebestrijding en het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens.
Ook worden de gemeenschappelijke belangen met betrekking tot bestrijding van finan-
ciële misdaad, illegale immigratie en milieucriminaliteit genoegzaam onderkend. In het
kader van de Schengengrenzen is er verder samenwerking gaande bij de grensbewa-
king. Wel is er aanleiding de resultaten van gezamenlijke projecten op deze terreinen
aan onderzoek te onderwerpen. Er is nog weinig over de praktische effecten bekend.
   Aanbeveling 7:
   De AIV beveelt aan bij de EU aan te dringen op een tussentijdse evaluatie van de
   bestaande samenwerking op de hierboven genoemde terreinen en op basis van de
   bevindingen deze samenwerking op pragmatische wijze krachtig voort te zetten.
Een van de onderwerpen die in de wederzijdse relatie op het terrein van Binnenlandse
Veiligheid een steen des aanstoots is, is visumverlening. Vooral ontheffing van de
visumverplichting ligt politiek gevoelig en zal een zaak van lange termijn zijn.
                                             46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>    Aanbeveling 8:
    De AIV beveelt aan dat de EU en Rusland gelijktijdig de visumprocedures voor elkaar
    versnellen en de visa langer geldig en goedkoper maken, alsmede voor beperkte,
    geselecteerde groepen ontheffing van de visumverplichting nastreven.
Op het terrein van de mensenrechten staan alle juridische instrumenten ter beschikking
die Nederland en de EU zich zouden wensen. Er is derhalve geen behoefte aan nieuwe
regels. Rusland is immers lid van de Raad van Europa, (en daarmee partij bij het
EVRM), lid van de OVSE en partij bij de belangrijkste mensenrechtenverdragen – al deze
verbanden brengen de nodige verplichtingen met zich mee. Waar het aan ontbreekt is
de naleving van de verdragsverplichtingen. De manier waarop de Europese landen de
zaak van de mensenrechten bij de Russen aan de orde stellen luistert nauw. Belerend
optreden werkt averechts. Daarnaast is het belangrijk dat burgerorganisaties in Rusland
vrijheid krijgen op te komen voor de bescherming van de grondrechten van de Russi-
sche burgers. De Russische wetgeving maakt het moeilijk contacten met buitenlandse
organisaties te onderhouden en vooral om fondsen aan te nemen; dit treft in het bijzon-
der mensenrechtenorganisaties, maar zeker niet alleen deze. Toch verwacht de AIV dat
op de lange termijn verbreding en modernisering van de economie in Rusland mede
ertoe zal bijdragen dat bredere groepen van de samenleving zullen opkomen voor de
naleving van de rule of law en de bestrijding van ‘juridisch nihilisme’. Op de lange duur
zal dit waarschijnlijk ook het meest effectief zijn.
Van Rusland mag in elk geval worden verlangd dat het de EVRM-normen van mensen-
rechten en rechtsbescherming respecteert. Een appèl op Rusland als verantwoordelijke
belanghebbende kan meer perspectief bieden op de verwezenlijking van genoemde
standaarden. Aandringen op ratificatie van het 14e Protocol, dat voorziet in de moderni-
sering van het Hof moet in dit licht worden geplaatst. Deze modernisering is dringend
nodig omdat het functioneren van het rechtssysteem van de Raad van Europa in het
geding is. Verder kan pragmatische ondersteuning, bijvoorbeeld bij de reorganisatie van
de rechterlijke macht in Rusland en de herziening van het Russische gevangenissys-
teem, een duw in de goede richting geven.
    Aanbeveling 9:
    De EU moet blijven insisteren dat de mensenrechten in Rusland beter worden nage-
    leefd en dat het zich houdt aan de uitspraken van het Europese Hof van de Rechten
    van de Mens. Overigens is niet de EU maar de Raad van Europa het meest directe
    kanaal om Rusland te houden aan het EVRM. Daarnaast moet Rusland, ook door de
    EU, worden aangesproken op zijn medeverantwoordelijkheid voor deze organisatie. De
    lidstaten van de Raad van Europa mogen hun pogingen niet staken Moskou te overre-
    den mee te werken aan een hervorming van de klachtprocedures behorende bij het
    EVRM.
d. met betrekking tot de ruimte voor onderzoek, onderwijs en cultuur
De ‘zachte’ sector leent zich goed voor een versterking van de samenwerking tussen de
EU en Rusland. Contacten tussen burgers, studenten en professionals kunnen vertrou-
wen wekken en de weg vrijmaken voor verdergaande gezamenlijke projecten. Daartoe
kan de EU haar (aanvullende) bevoegdheid op het terrein van onderzoek, zoals vormge-
geven in het nieuwe, Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologie, voor
Rusland invullen. De beleidsterreinen onderwijs en cultuur zijn in essentie de verant-
woordelijkheid van de lidstaten, maar ook hier zou de Unie stimulansen – onder andere
via aanloopfinanciering – kunnen geven om de samenwerking op deze terreinen te
intensiveren. Deze samenwerking kan zowel in een algemeen als in een meer specifiek
                                             47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>kader worden vormgegeven. In het eerste geval kan worden gedacht aan overkoepelen-
de programma’s, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs (lager, middelbaar en hoger
onderwijs). Dit vereist wel een selectiemechanisme voor de toekenning van financiële
middelen. In het tweede geval zou per sector te werk kunnen worden gegaan. Naast de
invulling van het genoemde Kaderprogramma voor onderzoek verdient samenwerking in
het hoger onderwijs prioriteit, evenals samenwerking in het onderwijs van talen, en ken-
nis van elkanders geschiedenis en cultuur. Een interessant onderzoeksonderwerp is
hoe Rusland zijn gender- en zijn armoedebeleid vorm geeft.
    Aanbeveling 10:
    De AIV beveelt aan de uitwisseling van scholieren, studenten en docenten van instel-
    lingen van (hoger) onderwijs- en (wetenschappelijke) onderzoek en van instellingen
    van (elkanders) cultuur, taal en geschiedenis te bevorderen.
Via dergelijke stimuleringsprogramma’s zou bovendien het toerisme van en naar Rus-
land bevorderd kunnen worden.
e. met betrekking tot de mogelijke bijdrage van Nederland
Een van de grote problemen bij de uitvoering van het EU-beleid is de afstemming van
acties die op gezag van en namens de EU-instellingen ten opzichte van Rusland worden
ondernomen met de betrekkingen die EU-lidstaten bilateraal met Rusland onderhouden.
Zin voor realiteit is hier echter geboden. Het is een illusie te menen dat lidstaten kun-
nen worden gedwongen zich volledig ondergeschikt te maken aan een gemeenschappe-
lijk EU-beleid. Dat geldt in het bijzonder voor de grotere lidstaten. Toch zou er al heel
wat gewonnen zijn, indien de bilaterale betrekkingen in overeenstemming kunnen wor-
den gebracht met althans een aantal gemeenschappelijke posities welke tezamen
gezien kunnen worden als een algemeen beleidskader voor de behartiging van de rela-
tie met Rusland. Nederland lijkt in een goede positie te verkeren om te proberen brug-
gen te slaan tussen het beleid van in het bijzonder de grotere lidstaten en het geza-
menlijke beleid op EU-niveau.
    Aanbeveling 11:
    Nederland moet proberen bij te dragen aan de opstelling van een algemeen beleids-
    kader in EU-verband dat richtlijnen stelt voor de omgang van de EU-landen met Rus-
    land. Een goed middel hiertoe zou de opstelling door de EU van een nieuwe Rusland-
    strategie zijn, welke strategie rekening houdt met de sterke veranderingen die zich in
    Rusland hebben voltrokken.
Nederland is een van de grootste investeerders in Rusland. Deze investeringen worden
vooral gedaan door de grotere bedrijven en de AIV ziet dat kansen blijven liggen voor
het midden- en kleinbedrijf. Zeker in de land- en tuinbouw heeft Rusland een enorm
potentieel tot het in ontwikkeling brengen van uitgestrekte gebieden die daarvoor
geschikt zijn. Nederland zou zijn vooraanstaande positie als agro-industrieel land in de
wereld kunnen uitbuiten door actief bij te dragen aan een verhoging van de voedselpro-
ductie in Rusland. Gezien de stijgende voedselprijzen en het feit dat in wereldverband
de armen hierdoor het meest worden getroffen, zou een dergelijk beleid passen in de
Russische inspanningen voor armoedebestrijding en het behalen van de millenniumont-
wikkelingsdoelen. Hier lopen de belangen van de EU en Rusland parallel.
                                              48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>   Aanbeveling 12:
   Nederland is een zeer grote investeerder in Rusland, maar kan meer doen om investe-
   ringen van het midden- en kleinbedrijf te stimuleren, vooral in de land- en tuinbouw,
   naarmate in Rusland betere investeringsbescherming tot stand komt.
Ten slotte dient Nederland in het verleden opgezette programma’s die gericht zijn op
verbetering van de rechtspraak en de kwaliteit van het openbaar bestuur van Rusland
voort te zetten en, waar mogelijk, te versterken. Dit geldt evenzeer voor uitwisselingen
op het terrein van wetenschap, kunst en cultuur. Parlementaire bezoeken op nationaal
niveau naar en uit Rusland zouden zich niet alleen moeten richten op de discussie over
actuele beleidsthema’s (zoals mensenrechten), maar ook op de uitwisseling van erva-
ringen met de werking van de volksvertegenwoordigingen in EU-landen en in Rusland.
Samenvattend stelt de AIV dat Rusland eerst lid moet worden van de WTO, voordat zin-
vol inhoud kan worden gegeven aan verdere invulling van de samenwerking tussen de
EU en Rusland op het terrein van handel en economie. Daarnaast ligt het wederzijdse
belang van een goede samenwerkingsrelatie vooral in het vergroten van de veiligheid in
Europa, speciaal in de buurlanden die de EU en Rusland gemeenschappelijk hebben.
Daar kunnen zij gezamenlijk bijdragen aan het vinden van oplossingen van de diverse
bevroren conflicten in de betrokken landen. Nederland moet zich inspannen beide pun-
ten in het middelpunt van de discussie in de EU te plaatsen.
                                            49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Bijlage I</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>datum 22 februari 2008
kenmerk 140343/u/HesM/EN
blad 2

op het terrein van economische integratie en op het terrein van goed bestuur, democrati-
sering en mensenrechten open staan voor al haar buurlanden, ook voor Rusland. De buur-
landen zijn vrij om aan te geven in welke sectoren zij met de EU willen werken. Dit wordt,
na bespreking in de regering en in het parlement van het betrokken land, vastgelegd in
een samenwerkingsprogramma. De PCA is de juridische basis daarvoor. Eenmaal afgespro-
ken doet de EU een nulmeting en houdt vervolgens jaarlijks de voortgang bij.

Zorgen zijn er over het terugdraaien van democratiseringsprocessen en van vrije speel-
ruimte voor de media, het niet-vervolgen van mensenrechtenschendingen met name in
relatie tot de bestaande, bevroren conflicthaarden. In dit verband is het de vraag welke rol
de Raad van Europa en de OVSE kunnen vervullen en hoe effectief het Hof voor de Rechten
van de Mens kan zijn. Zorgelijk is verder het maar mondjesmaat openstellen van de eco-
nomische markten en de eenzijdige economie. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet Unie is
de armoede sterk gestegen en heeft de afname van de bevolking ongekende vormen aan-
genomen.

Daarnaast doet de vraag zich voor welke nieuwe magelijkheden het intensiveren van de
banden met Rusland zou kunnen bieden. Te denken is aan uitbreiding van voedselproductie
in dit uitgestrekte land, naast het versterken van de energieleveringszekerheid voor de
Unie.

Adviesvragen zijn:

« Welke scenario’s zijn denkbaar voor de ontwikkeling van de relaties tussen de EU
en Rusland, uitgaande van de ontwikkeling van het buitenlandbeleid van dit land in
de richting van (i) een constructief partenariaat met de EU en (ii) een eigenstandig
assertief beleid met geopolitieke ambities?

* _ Welke visie heeft Rusland in deze twee scenario’s op de samenwerking met de EU
op het terrein van vrede, veiligheid en recht? In het bijzonder in zake samenwer-
king op het terrein van terrorismebestrijding, democratisering, vrije media, en
respect voor mensenrechten en de visie op de bevroren conflicthaarden.

« Wat betekenen beide scenario’s voor de economische samenwerking met de EU?
In het bijzonder zijn de openstelling van markten en economische verbreding van
belang. Bij dat laatste is te denken aan het verhogen van de voedselproductie. En
wat betekenen deze scenario's voor de levering van energie aan de Unie, c.q. aan
de individuele lidstaten?

« Wat betekenen de scenario's voor de samenwerking van de EU met de gezamenlij-
ke buurlanden, in het bijzonder voor Oekraïne (en hun wens tot toetreding tot de
EU), maar ook Belarus, Moldavië en de landen van de zuidelijke Kaukasus? En wat
betekenen de scenario’s voor de mogelijkheden tot het oplossen van de bevroren
conflicthaarden zoals die er zijn in Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>datum 22 februari 2008
kenmerk 140343/u/HesM/EN
blad 3

* _ Welke instrumenten kan de EU aanwenden in de twee onderscheiden scenario's?
Kaderstellend is het bestaande Europese nabuurschapsbeleid (ENB), waarvan alle
programma's en fondsen ook openstaan voor Rusland. Onder welke noemer en
onder welke voorwaarden zou dat kunnen worden vormgegeven? Waar ligt in elk
van de scenario’s het evenwicht tussen de 'sticks' en de 'carrots'?

* Hoe kan de Nederlandse regering en specifiek de Staten-Generaal positief bijdra-
gen aan de relatie met Rusland en de relatie tussen de EU en Rusland in de twee

geschetste scenario's?

De Eerste Kamer ziet met belangstelling uit naar uw spoedige advisering,

met vriendelijke groet en hoogachting,

Erman-Buck
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                                                                       Bijlage II
Lijst met geraadpleegde personen
Gesprekspartners in Den Haag
Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Integratie Europa, hoofd Externe Zaken (DIE-EX)
         Stefan van Wersch
Ministerie van Buitenlandse Zaken, directeur Zuidoost en Oost-Europa (DZO)
         Kees Klompenhouwer
Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU, Afdeling Economische Zaken, Hoofd
Oost-Europa (Rusland, Oekraïne en Zuid-Kaukasus)
         Mark Jacobs
Clingendael International Energy Programme (CIEP), directeur; hoogleraar Geopolitics and Energy
Management, RU Groningen
         Coby van der Linde
President Energy Delta Institute te Groningen; eerder onder meer president van de International
Gas Union en van Eurogas (respectievelijk de Wereld en de Europese organisatie van de gasin-
dustrie) en hoofddirecteur van de N.V. Nederlandse Gasunie
         George Verberg
Gesprekspartners in Brussel
Vertegenwoordiger van Nederland bij de NAVO
         Herman Schaper
Vertegenwoordiger van Nederland naar het Politiek en Veiligheidscomité van de Europese Unie
         Robert Milders
Europese Commissie, DG External Relations, Dep. Head Relations with Russia,
Northern Dimension Policy
         Michael Webb
Raad van de Europese Unie, Adviseur Rusland
         Carl Hallergård
Permanente vertegenwoordiging van de Russische Federatie bij de Europese Unie
         Nicolai Kobrinets, plv. ambassadeur
         Andrey Panyukhov, senior raadsadviseur
         Igor Sevastiyanov, senior raadsadviseur
         Vladimir Epaneshnikov, senior raadsadviseur
Gesprekspartners in Moskou
Carnegie Endowment,
         Dmitri V. Trenin, onderzoeksdirecteur
Centre for European Security,
         Dr Tatyana G. Parkhalina, directeur
Centre for the Development of Democracy and Human Rights,
         Yuri Dzhibladze, voorzitter
Doema,
         Andrey Klimov, plv. voorzitter Comité Buitenlandse Betrekkingen
Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie (MID)
         Alexander V. Grushko, plv. minister
         Mikhail Evdokimov, plv. directeur afdeling Europese Samenwerking
         Vasily Koltyshev, attaché Eerste Europese afdeling
         Vladimir Naidenov, Senior Raadsadviseur Benelux, Eerste Europese afdeling
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Moscow State Institute of International Relations (MGIMO)
         Mark Entin, directeur Europese Studies Programma
         Mikhail T. Marchan, plv. directeur
Permenante Vertegenwoordiging van de EU in Moskou,
         Marc Franco, ambassadeur,
         Timo Hammaren, hoofd afdeling Economie, Handel en Landbouw
         Tanelli Lahti, hoofd Politieke afdeling
Gesprek met jonge Russen
         Vsevolod Bolshakov
         Ilja Konstantinovitc Haripov
         Larisa Sadovnikova
         Aleksei Tolstik
         Vadim Terehov
         Darja Tschesnokova
Gesprek met Nederlandse zakenmensen
         Maarten van den Belt, VISA CMEA, algemeen manager
         Marc van der Plas, KPMG Russia, partner and hoofd Corporate Finance
         Maarten Pronk, Fortis, landenmanager Rusland;
         Bob Steetskamp, Campina A.G., algemeen directeur;
         Herman Verstraeten, Unilever, algemeen manager CIS
         Jacob Westerlaken, CEO Rosgostrakh verzekeringen
Gastenlijst dinergesprekken:
         Mw. Nadia Arbatova, Institute of World Economy and International Relations
         Andrei Benedejcic, ambassadeur van Slovenië
         Dimitry Bogachev, Van den Ende Musical Entertainment Industry
         Konstantin Eggert, correspondent BBC
         Pavel Felgenhauer, journalist
         Justin Harman, ambassadeur van Ierland
         Wim van der Harst, Leger des Heils
         Grigory Javlinsky, leider Jabloko partij
         Alexandr Kramarenko, MID, directeur afdeling Buitenlandse Beleidsplanning Department
         Michel Krielaars, correspondent NRC-Handelsblad
         Fedor Lukyanov, analyst Russia in Global Affairs
         Bisschop Mark, aartsbisschop van de Russisch Orthodoxe Kerk
         Andrey Mellvile, hoogleraar MGIMO (Moscow State Institute of International Relations)
         Mons. Antonio Mennini, aartsbisschop van het Vaticaan
         Andronyk Migranyan, lid Doema
         Roger Munnings, KPMG
         Mw. Natalia Narochnitskaya, directeur Stichting Historisch Perspectief
         Alexandr Panov, rector Academie voor diplomaten
         Sergey Ryabkov, MID, directeur afdeling Europese Samenwerking
         Frank Schauff, CEO Association European Business
         Mw. Margarita Simonyan, directeur TV zender Russia Today
         Andrew Somers, voorzitter Amerikaanse Kamer van Koophandel
         Nikolay Spassky, plv. directeur Russisch atoomagentschap
         Andrey Zagorsky, hoogleraar MGIMO (Moscow State Institute of International Relations)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Gesprek rond het thema energie:
        Helmer Horling, Gasunie
        Erik Houlleberghs, Exxon Mobil
        Jörg Kirsch, Duitse Ambassade
        Geoffrey Lyon, Amerikaanse Ambassade
Betrokkenheid van de Nederlandse ambassade te Moskou
        Jan Paul Dirkse, ambassadeur
        Jos Douma, plv. CdP
        Laura Birkman, landbouwattaché
        Ed Hoeks, consul-generaal te Sint-Petersburg
        Thymen Kouwenaar, CWO Raad
        Olga Ovechkina, assistente politieke afdeling
        Marinus Overheul, Landbouwraad
        Richard Roemers, tweede secretaris economische afdeling
        Peter Verheyen, eerste handelssecretaris
        Gerben Visser, BZK Raad
        Erik Weststrate, eerste secretaris politieke afdeling
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Bijlage III
Enkele gegevens over de Russische Federatie 91
Oppervlakte                                     17.075.200 km2
Bevolkingsomvang                                142,1 miljoen (2007); 142,8 miljoen (2006)
Bevolkingsafname                                -0,474% (schatting 2008)
BNP                                             780 miljard euro (2006)
BNP per capita                                  5.460 euro (2006)
Gini-index (inkomensverdeling)                  41,3 (september 2007)
Inflatie (consumentenprijzen)                   8,1% (2007)
Overheidsbudget                                 inkomsten 299 miljard USD (2007)
                                                uitgaven 262 miljard USD (2007)
Militaire uitgaven                              3,9% van het BNP (2005)
Overheidsschuld                                 6,2% van het BNP (2007)
Buitenlandse schuld                             384,8 miljard USD (2007)
Rusland is lid van de VN-Veiligheidsraad, de G8 (sinds 1998), de OVSE, de Raad van
Europa, en is NAVO-partner (sinds 1997). Rusland bereidt zich voor op WTO-lidmaatschap.
Exportwaarde                230,5 miljard euro (2006); hiervan 137 miljard euro naar de EU25
                            (60%); hiervan 91,1 miljard euro energieproducten (66%)
Exportproducten             aardolie en aardolieproducten, natuurlijk gas, hout en houtproducten,
                            metalen, chemicaliën, en civiele en militaire industrieproducten.
Exportpartners              China 5,4%, Duitsland 8,4%, Italië 8,6%, Nederland 12,3%,
                            Turkije 4,9%, Oekraïne 5,1%, Zwitserland 4,1% (2006)
Importwaarde                104,6 miljard euro (2006); hiervan 71,9 miljard euro uit de
Importproducten             EU25 (69%) machinerie, consumptiegoederen, medicijnen, vlees,
                            suiker, metallurgische halffabricaten.
Importpartners              China 9,7%, Duitsland 13,9%, Frankrijk 4,4%, Italië 4,3%, Japan
                            5,9%, Oekraïne 7%, Zuid-Korea 5,1% (2006)
91 Bronnen: DG Trade, Russia, EU bilateral trade and trade with the world, 7 August 2007, zie webpagina:
    <http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2006/september/tradoc_113440.pdf>;
    IMF, World Economic Oultook Database, April 2008; World Bank Group, World Development Indicators
    database, April 2007 en CIA, The World Factbook, 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>                                                                                    Bijlage IV
Kaar t van de belangrijkste gaspijpleidingen en –wingebieden in de
Russische Federatie en omliggende landen 92
92 Bron: <http://news.bbc.co.uk/nol/shared/spl/hi/guides/456900/456974/img/1152550748.gif>.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>                                                                                Bijlage V
Lijst met de meeste gebruikte afkor tingen
AIV                 Adviesraad Internationale Vraagstukken
BNP                 Bruto Nationaal Product
CEI                 Commissie Europese Integratie (van de AIV)
CSE-Verdrag         Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa
DIE                 Directie Integratie Europa, ministerie van Buitenlandse Zaken
DIE/EX              Afdeling Externe zaken van de directie Integratie Europa
DZO                 Directie Zuidoost- en Oost-Europa
DZO/OE              Afdeling Oost-Europa en Centraal Azië van de directie Zuidoost- en
                   Oost-Europa.
ECFR                European Council on Foreign Relations
EER                 Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte
EHRM                Europees Hof van de Rechten van de Mens
ENB                 Europees Nabuurschapsbeleid
EVDB                Europees Veiligheids- en Defensiebeleid
EVRM                Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en
                    de Fundamentele Vrijheden
EU                  Europese Unie
FTA                 Free Trade Agreement (vrijhandelsovereenkomst)
G-8                 Groep van acht vooraanstaande industriële naties
GBVB                Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid
GOS                 Gemenebest van Onafhankelijke staten
HSO                 Handels - en Samenwerkingsovereenkomst
IMF                 Internationaal Monetair Fonds
IVBPR               Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
                    (ook wel afgekort als BuPo)
IVESCR              Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele
                    rechten
NAVO                Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
OVSE                Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
PSO                 Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst
VN                  Verenigde Naties
WTO                 World Trade Organisation (Wereldhandelsorganisatie)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
 2 CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS; recente ontwikkelingen, april 1998
 4 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE VERSCHEIDENHEID, juni 1998
 5 EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
 6 HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP, november 1998
 8 ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
 9 NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE IN DE JAREN NEGENTIG:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, september 1999
12 DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000**
14 ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15 EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16 DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17 DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18 GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21 REGISTRATIE VAN GEMEENSCHAPPEN OP HET GEBIED VAN GODSDIENST OF OVERTUIGING, juni 2001
22 DE WERELDCONFERENTIE TEGEN RACISME EN DE PROBLEMATIEK VAN RECHTSHERSTEL, juni 2001
23 COMMENTAAR OP DE NOTITIE MENSENRECHTEN 2001, september 2001
24 EEN CONVENTIE OF EEN CONVENTIONELE VOORBEREIDING: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 INTEGRATIE VAN GENDERGELIJKHEID: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 NEDERLAND EN DE ORGANISATIE VOOR VEILIGHEID EN SAMENWERKING IN EUROPA IN 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 DE AMERIKAANSE PLANNEN VOOR RAKETVERDEDIGING NADER BEKEKEN: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 PRO–POOR GROWTH IN DE BILATERALE PARTNERLANDEN IN SUB–SAHARA AFRIKA: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 EEN MENSENRECHTENBENADERING VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, april 2003
31 MILITAIRE SAMENWERKING IN EUROPA: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en
   slagvaardigheid voor de Europese Unie, april 2003
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>33 DE RAAD VAN EUROPA: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 NEDERLAND EN CRISISBEHEERSING: drie actuele aspecten, maart 2004
35 FALENDE STATEN: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 PREËMPTIEF OPTREDEN, juli 2004**
37 TURKIJE: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 DE VERENIGDE NATIES EN DE RECHTEN VAN DE MENS, september 2004
39 DIENSTENLIBERALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN: leidt openstelling tot achterstelling?,
    september 2004
40 DE PARLEMENTAIRE ASSEMBLEE VAN DE RAAD VAN EUROPA, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 DE INVLOED VAN CULTUUR EN RELIGIE OP ONTWIKKELING: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43 MIGRATIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 NEDERLAND IN DE VERANDERENDE EU, NAVO EN VN, juli 2005
46 ENERGIEK BUITENLANDS BELEID: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling,
    december 2005***
47 HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale
    aanpak, januari 2006
48 MAATSCHAPPIJ EN KRIJGSMACHT, april 2006
49 TERRORISMEBESTRIJDING IN MONDIAAL EN EUROPEES PERSPECTIEF, september 2006
50 PRIVATE SECTOR ONTWIKKELING EN ARMOEDEBESTRIJDING, oktober 2006
51 DE ROL VAN NGO’S EN BEDRIJVEN IN INTERNATIONALE ORGANISATIES, oktober 2006
52 EUROPA EEN PRIORITEIT!, november 2006
53 BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54 DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55 MET HET OOG OP CHINA: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56 INZET VAN DE KRIJGSMACHT: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57 HET VN-VERDRAGSSYSTEEM VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: stapsgewijze versterking in een
    politiek geladen context, juli 2007
58 DE FINANCIËN VAN DE EUROPESE UNIE, december 2007
59 DE INHUUR VAN PRIVATE MILITAIRE BEDRIJVEN: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 NEDERLAND EN DE EUROPESE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, mei 2008
* Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
** Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
    Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
*** Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
1 Briefadvies UITBREIDING EUROPESE UNIE, december 1997
2 Briefadvies VN-COMITÉ TEGEN FOLTERING, juli 1999
3 Briefadvies HANDVEST GRONDRECHTEN, november 2000
4 Briefadvies OVER DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE UNIE, november 2001
5 Briefadvies NEDERLANDS VOORZITTERSCHAP EU 2004, mei 2003****
6 Briefadvies RESULTAAT CONVENTIE, augustus 2003
7 Briefadvies ‘VAN BINNENGRENZEN NAAR BUITENGRENZEN - ook voor een volwaardig
   Europees asiel- en migratiebeleid in 2009’, maart 2004
8 Briefadvies ‘DE ONTWERP-DECLARATIE INZAKE DE RECHTEN VAN INHEEMSE VOLKEN.
   Van impasse naar doorbraak?’, september 2004
9 Briefadvies ‘REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: Hoe halen wij de Millennium Doelen?’, april 2005
10 Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11 Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF,
   interim-advies over het folterverbod, december 2005
12 Briefadvies REACTIE OP DE MENSENRECHTENSTRATEGIE 2007, november 2007
13 Briefadvies EEN OMBUDSMAN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, december 2007
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie voor
      Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>