<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter		   Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Vicevoorzitter Mw. mr. H.M. Verrijn Stuart
Leden   		     Mw. prof.dr. J. Gupta
			            Prof.dr. E.M.H. Hirsch Ballin			
			            Mw. dr. P.C. Plooij-van Gorsel
			            Mw. prof.dr. M.E.H. van Reisen
			            Prof.dr. A. van Staden
			            LGen b.d. M.L.M. Urlings
			            Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Secretaris 		  Drs. T.D.J. Oostenbrink
		                      Postbus 20061
			                     2500 EB Den Haag
			                     telefoon 070 - 348 5108/6060
			                     fax 070 - 348 6256
			                     aiv@minbuza.nl
			                     www.AIV-Advies.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Woord vooraf
Onlangs zijn zowel het rapport van het Internationale Beleidsonderzoek (IBO) ‘naar
een nieuwe definitie van ontwikkelingssamenwerking: Beschouwingen over ODA’ van
juni 2013 als de kabinetsreactie van 17 februari 2014 op dit rapport gepubliceerd.
Het rapport en de reactie gaan in op de onderbouwing van het Nederlandse ontwik-
kelingsbeleid binnen het verband van het Development Assistance Committee (DAC)
van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).1
Gezien het belang dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) hecht aan dit
onderwerp heeft de AIV besloten op korte termijn een briefadvies op te stellen. De
AIV wil bijdragen aan de discussie in Nederland. Ideeën over modernisering van de
hulp worden verbonden aan de gevolgen hiervan op Europees en mondiaal niveau.
Niettemin is de verkenning van modaliteiten voor een nieuw kader van inspannings-
normen dringend gewenst. Dit moet voortbouwen op het bestaande raamwerk waar-
binnen donoren verantwoording afleggen over hun hulpinspanningen.
Het briefadvies is, na consultatie en inbreng van de Commissies Ontwikkelings-
samenwerking (COS) en Vrede en Veiligheid (CVV) van de AIV, opgesteld door mw.
prof.dr. M.E.H. van Reisen (AIV/COS) en prof.dr. A. de Ruijter (COS). Secretariële
ondersteuning is verleend door drs. T.D.J. Oostenbrink en mw. E.A.M. Meijers.
Het briefadvies is door de AIV vastgesteld tijdens zijn vergadering van 9 mei 2014.
1  Zie voor een uitgebreidere beschrijving van deze organisatie ook: AIV, ‘De OESO van de toekomst’, advies
   nummer 54, Den Haag, maart 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inleiding
Nederland heeft internationaal een goede reputatie opgebouwd op het terrein van
ontwikkelingssamenwerking door jarenlang kwalitatief hoogwaardige ontwikkelingshulp
te verlenen. Voor een relatief klein land als Nederland is dat een goede investering;
een investering die veel meerwaarde oplevert in de positionering in het buitenland.
De traditie van Nederland in deze sector, de opgedane kennis en de ingangen die dit
creëert, helpen Nederland en de Nederlandse belangen door middel van een positieve
profilering. Een bezinning op herpositionering is daarom geboden. Deze verworven
positie is immers gemakkelijk teniet te doen, maar vervolgens moeilijk te herstellen of
te vervangen door iets anders. In Europees en verder internationaal verband geldt dat
Nederland bij tijden via ontwikkelingssamenwerking (OS) zijn buitenlandspolitieke rol kan
versterken. Dit is mede mogelijk omdat OS ook financieel in EU-verband goed is ingebed.
De AIV heeft met waardering kennisgenomen van zowel het IBO-rapport als de
kabinetsreactie. De AIV hoopt met dit briefadvies bij te dragen aan een nadere
gedachtewisseling over de modernisering van de hulp (ook wel Official Development
Assistance (ODA) genoemd). Het kader voor de hulp wordt door internationale donoren
afgestemd in het DAC van de OESO.
Omdat een nieuwe en brede aanpak nodig is, onderschrijft de AIV het kabinetsstandpunt
dat er afspraken moeten komen over ‘wat van wie mag worden verwacht en hoe die inzet
wordt gemeten’.2 De voorspelbaarheid van inzet vereist een systeem van afspraken en
overeenkomsten.
Observaties over de voorliggende teksten
De AIV gaat in de volgende passages in op een aantal punten.
‘Budgetneutraliteit’ – doorrekening gevolgen voor armste landen
Het IBO-rapport gaat uit van ‘budgetneutraliteit’ in Nederland. Het gaat niet om een
bezuiniging maar om een herijking. Het OESO/DAC-systeem leent zich, naar het
oordeel van de AIV, goed voor een dergelijke herziening. Het rapport maakt een nieuw
onderscheid tussen OS-landen, opkomende landen en fragiele staten. Bij het maken
van scenario’s voor nieuwe definiëring en standaarden is er een noodzaak om door
te rekenen wat de gevolgen zijn voor die landen, die nu nog slecht presteren op de
Millenniumdoelen (MDG’s) en afhankelijk zijn van ODA. Ook is het van belang om
perspectieven te ontwikkelen voor het opheffen van deze afhankelijkheid in de post-2015
ontwikkelingsagenda. Deze doorrekening zou moeten verhelderen wat de (inkomsten)
2   Zie de uitspraken van het Hof van Justitie van de EU. De eerste zaak betrof maatregelen in het kader
    van grensbewaking in de Filippijnen waarbij het Hof argumenteerde dat het gebruik van middelen
    voor ontwikkelingssamenwerking een duidelijke functie moest hebben in de sociaal-economische
    doelstellingen van armoedebestrijding. Ook in een zaak over anti-terrorisme maatregelen in Afghanistan
    argumenteerde het Europese Hof dat geplande activiteiten moesten voldoen aan de doelstelling als
    opgenomen in het Verdrag. Zie voor de uitspraken:
    <http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=en&num=C-403/05> en
    <http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=en&num=C-91/05>.
    Zie ook: Bart Van Vooren, Ramses A. Wesse, EU External Relations Law: Text, Cases and Materials,
    Cambridge University Press, 2014, pp. 330-331.
                                                       4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>implicaties zijn van de veranderende definitie van ODA in landen waar nog veel armoede
heerst.
ODA-stromen in een breder kader gezet
Het rapport geeft duidelijk aan dat financiële stromen naar OS-landen van karakter
verschillen. De stromen zijn vanaf het begin onderscheiden in het OESO/DAC-stramien. Er
is een toenemende erkenning van de wenselijkheid dat deze verschillende stromen elkaar
versterken. De OESO/DAC is er in geslaagd om een grote mate van verantwoording
te creëren inzake officiële publieke ODA-middelen in het kader van OS (overheid naar
overheid en niet-gouvernementeel OS-kanaal). Deze kaders ontbreken voor de andere
(private) stromen. In eerdere adviezen heeft de AIV gewezen op de noodzaak om de
bestaande architectuur verder uit te breiden naar de nieuwe additionele internationale
uitdagingen in internationale samenwerking (waaronder klimaatverandering, migratie en
veiligheidsbeleid én naar nieuwe (private) actoren).3
Eigenaarschap en voorspelbaarheid
OESO/DAC-normen zijn in de loop der tijden aangepast aan veranderende realiteiten.4
Hoe relevant regelmatige herziening ook is, een dergelijke lijst genereert nog onvoldoende
afstemming tussen donoren om effectief grote armoedeuitdagingen op te nemen. In
een recent OESO/DAC-rapport wordt bijvoorbeeld gesteld dat er een negatieve trend
voor ODA-middelen is naar Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Dit is het
geval ondanks een algemene positieve ontwikkeling die in 2013 werd geregistreerd.5
De Declaraties van Parijs, Accra en Busan zijn overeengekomen om het gezamenlijke
partnerschap in armoedebestrijding te concretiseren en eigenaarschap te bevorderen.
Voorspelbaarheid is een voorwaarde voor eigenaarschap. Het is dus van groot belang dat
een herziening van ODA-definitie met grote zorgvuldigheid wordt gedaan. Samenwerking
met partnerlanden is daarbij een vereiste.
Millenniumdoelen: armste landen en middeninkomenslanden
Het IBO-rapport stelt terecht dat de lijst ODA-ontvangende landen niet meer volledig
recht doet aan de veranderde context. Een eerste vereiste zou moeten zijn uit te zoeken
welke landen sterk afhankelijk zijn van ODA en slecht presteren op de voortgang in
de MDG’s. Er blijft een groep landen die behoefte heeft aan ODA via publieke of niet-
gouvernementele kanalen omdat de private sector nog onderontwikkeld is. De OESO/
DAC spreekt ook haar zorg uit over de verwachte afnemende hulp per capita naar
middeninkomenslanden en naar opkomende economieën, waar ondanks economische
3   Zie in dit verband ook AIV, ‘Wisselwerking tussen actoren in internationale samenwerking: naar flexibiliteit
    en vertrouwen’, advies nummer 82, Den Haag, februari 2013 en ‘Nieuwe wegen voor internationale
    milieusamenwerking’, advies nummer 84, Den Haag, maart 2013.
4   Voor 1989 werd door het DAC slechts gekeken naar het bedrag dat landen aan ODA ontvingen (zonder
    normering of rechtvaardigingsbeginsel). Na 1989 was er behoefte aan een meer normatief ingestelde
    lijst; een lijst die in daaropvolgende jaren werd opgesteld en regelmatig werd herzien.
5   Zie: <http://www.oecd.org/development/aid-to-developing-countries-rebounds-in-2013-to-reach-an-all-time-
    high.htm>, bekeken op 17/05/2014.
                                                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>groei nog altijd 75% van de mensen onder de armoedegrens leeft.6 Daarnaast spreekt
het DAC haar zorg uit over de concentratie in enkele landen (zogenaamde donor darlings)
waardoor andere landen niet of onvoldoende bediend worden. Het blijkt dat juist landen
met de grootste tekortkomingen in hun prestatie op de MDG’s minder ODA-middelen
ontvangen. Het DAC roept de internationale gemeenschap dan ook op om meer
middelen beschikbaar te stellen aan deze groep landen.7 Er is dus geen sprake van
‘verzadiging’ voor ODA, maar eerder van verwachte tekorten van officiële hulpstromen.
OS-architectuur en DAC-normen als verworvenheid voor mondiale afspraken
Inmiddels zijn de sterk doorontwikkelde DAC-normen de basis voor het acquis dat
internationale afspraken met betrekking tot OS onderbouwt. Ook vormt zij de basis
van het mechanisme om afspraken te maken, de uitvoering na te gaan en onderlinge
controleerbaarheid te vergroten. In het bredere kader van internationale samenwerking
is behoefte aan een dergelijk raamwerk. Zoals blijkt uit het toenemende aantal
internationale afspraken en de uitbreiding van het aantal DAC-leden kan worden
geconcludeerd dat met dergelijke invloed effectieve kaders zijn ontwikkeld om mondiale
uitvoeringsmechanismen te creëren. Deze kaders betreffen niet alleen de kwantiteit
van hulp, maar ook de kwaliteit, de doelgerichtheid, de effectiviteit, de voorspelbaarheid
en de coördinatie. Hieraan is een steeds dringender behoefte in het bredere kader van
internationale samenwerking, inclusief op het gebied van klimaat, migratie en vrede en
veiligheid.
6   ‘Aid to low-income countries (LICs) is expected to continue to increase – however at a slower pace
    compared to the previous decade. Its increase will however lag significantly behind the projected
    population growth rate in poor countries; thus aid per capita is likely to decline. The majority of countries
    are projected to receive less aid in 2015 compared to 2012 since most of the overall increase in aid is
    earmarked for a few populous low-income countries with high scores on institutional performance (e.g.
    Bangladesh, Kenya, Tanzania and Uganda).’ OECD DAC, 2012 DAC Report on Aid Predictability: Survey on
    Donors’ Forward Spending Plans 2012-2015 and efforts since HLF-4, OECD: Paris, p. 6. Het betreft hier de
    verwachte Country Programmable Aid (CPA). Zie: <http://www.oecd.org/dac/aid-architecture/2012_DAC_
    Report_on_Aid_Predictability.pdf >, bekeken op 17/05/2015.
7   ‘Above and beyond overall levels, that on a country by country basis, CPA is not being programmed to
    where it is most needed. The major increases in CPA are projected for middle-income countries in the
    Far East and South and Central Asia, primarily China, India, Indonesia, Pakistan, Sri Lanka, Uzbekistan and
    Vietnam. It is most likely that the increased programming towards those countries will be in the form of
    bilateral and multilateral soft loans. The survey suggests a slight increase in aid to Africa; however, this
    mainly results from increased funding to countries in Northern Africa and large recipients such as Kenya and
    Nigeria.’ OECD DAC, Outlook on Aid Survey on Donor’s Forward Spending Plans 2013-2016, beschikbaar op:
    <http://www.oecd.org/dac/aid-architecture/OECD%20Outlook%20on%20Aid%202013.pdf>, bekeken op
    17/04/2014, p. 2.
                                                         6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Definiëring van ODA en van Internationale Publieke Goederen
In een rapport van het Britse ministerie van Financiën (2003) over de ODA wordt de
relatie tussen financiële hulpmiddelen en resultaten besproken.8 Daarnaast wijst
het ministerie op het verband tussen uitgaven, acties en resultaten (zoals het aantal
uitgevoerde vaccinaties en gezondheid of kind-moederzorg en kindersterfte), als
voorbeelden van een aannemelijk verband tussen input en output. De 0,7%-norm lijkt
te werken om internationale toezeggingen te creëren zolang er een duidelijke definitie
gehandhaafd wordt met betrekking tot uitgaven die onder de norm vallen.9 De AIV heeft
zich steeds uitgesproken voor het belang van een internationaal geaccepteerde norm.
Dat de norm internationale deelname in armoedebestrijding motiveert, zou kunnen
blijken uit het feit dat, ondanks de financiële crisis, ODA toenam in 2013 waarbij ook
niet-DAC leden hun ODA-uitgaven verhoogden.10
Internationale Publieke Goederen
Naast de ODA-norm die betrekking heeft op sociaalgeoriënteerde publieke goederen,
wordt er in toenemende mate gevraagd om normstelling in de financiering van overige
publieke goederen (waaronder klimaat en veiligheid) en financiering van Internationale
Publieke Goederen (IPG’s) via andere actoren. De eventuele consequenties van een
dergelijke verbreding zullen echter groot zijn en veel middelen vergen.
Het Internationale en Europese raamwerk
De internationale consensus met betrekking tot de 0,7%-norm is gegroeid in het
laatste decennium. In 2002 riepen de VN-leden op om concrete inspanningen te doen
om de doelstelling te halen in de Verklaring van de VN Financiering voor Ontwikkeling
in Monterrey. Tijdens de Europese Raad in dat jaar in Barcelona gingen EU-lidstaten
verplichtingen aan via concrete interimdoelstellingen om in 2015 de 0,7%-norm te
realiseren. Nieuwe EU-lidstaten bonden zich aan een lagere interim doelstelling (0,33%
in 2015) en aanvaardden daarmee ook hun verantwoordelijkheid in het kader van de
financiering van de MDG’s. Bovendien definieert het Verdrag van Lissabon de bestrijding
8   Booth, L., The 0,7% aid target, SN/EP/3714, House of Commons Library, 10 June 2013. Aan de ene kant
    wordt gewezen op de input-oriëntatie van het ODA-stelsel door een verwijzing naar een discussiebijdrage
    van Clemens en Moss (2005), dat beschrijft dat de norm van 0,7% van GNP niets zegt over de
    daadwerkelijke behoeften van een land. Aan de andere kant bekritiseren zij hiermee het rapport dat in
    2002 voor de VN berekende dat een bedrag overeenkomstig 0,7% van GNP nodig zou zijn in het kader
    van het bereiken van de Millenniumdoelen. Echter, Clemens en Moss kwalificeerden deze opmerkingen
    ook door aan te geven dat de normering wel degelijk iets aangeeft over internationale betrokkenheid
    bij mondiale armoedebestrijding. Clemens, Michael A. & Moss, Todd. J. Ghost of 0,7%: Origins and
    Relevance of the International Aid Target, Centre of Global Development, Working Paper Number 68,
    September 2005.
9   De oprekking van de norm door lidstaten is voortdurend in discussie. Hierom heeft de DAC het
    zogenaamde peer-review ingesteld waarbij landen elkaars beleid evalueren op basis van het ODA-kader.
10 Estonia (+22.3%): due to increases in humanitarian aid and contributions to EU Institutions; Hungary
    (-2.1%); Israel (-6.2%); Latvia (+12.2%); Russia (+26.4%): due to an increase in bilateral aid; Turkey
    (+29.7%) (due to the Syria refugee crisis); UAE (+375.5%): due to needs in Egypt. Zie het persbericht:
    <http://www.oecd.org/development/aid-to-developing-countries-rebounds-in-2013-to-reach-an-all-time-
    high.htm>, bekeken op 17/05/2014.
                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>van armoede als hoofddoel van OS.11 Europese lidstaten zijn gehouden OS te binden
aan resultaten in het kader van armoedebestrijding.
In diverse landen zijn ODA-uitgaven al flink verhoogd. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland
streven ernaar om deze doelstelling in 2015 te realiseren. Ook nieuwe Europese lidstaten
hebben bijdragen geleverd aan OS via de Europese begroting, het Europese Ontwikkelings
Fonds en bilaterale hulp. Wijzigingen in de 0,7%-normdoelstelling hebben daarom grote
gevolgen voor alle begrotingen.
Bevorderen van Nederlandse prioriteiten
Nederland speelt traditioneel een belangrijke rol in het stellen van prioriteiten in OS,
zoals met betrekking tot Gender, Sexual and Reproductive Health and Rights (SRHR),
Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender (LGBT) rights en mensenrechten in het
algemeen, waarbij Nederlandse middelen worden aangevuld met middelen van andere
donoren. Het is dus in het belang van Nederland dat een internationaal kader wordt
bevorderd om financiering van andere donoren op deze terreinen te kunnen verhogen.
Definitie en accountability van innovatieve financiële instrumenten
De definitie van innovatieve financiële instrumenten (IFI’s) is niet eenduidig.12 De
bestemming van milieu, inclusief klimaat- en energieheffingen voor bijdragen aan de
financiering van internationale milieusamenwerking stuit in Nederland bijvoorbeeld
op begrotingstechnische bezwaren en regels. In internationaal verband (zowel EU als
multilateraal) zijn echter dergelijke IFI’s voor internationale samenwerking zeker wel
denkbaar en onderwerp van discussie.
Middelen van de private sector
Soms wordt met IFI’s ook de private sector bedoeld, en in toenemende mate vermenging
van financiële stromen, zoals publiek-private partnerschappen of andere financiële
mechanismen om meer invloed voor financiële middelen te verkrijgen. Hierbij ontstaat
toenemende overlap tussen private en officiële geldstromen. Het is daarom belangrijk
om de niet-officiële financiële stromen zoveel mogelijk separaat te registreren en te
controleren. De ontwikkeling van goede registratiesystemen (met labeling of earmarking
en peer reviews) kan de transparantie en verantwoordingsmogelijkheden vergroten.
Overlap en coherentie
In de kabinetsreactie wordt de verwachting uitgesproken dat op middellange
termijn OS ‘onderdeel wordt van een nieuw en breder systeem van internationale
11 Art. 208 betreffende de Werking van de Europese Unie (Verdrag van Lissabon):
    1. Het beleid van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking wordt gevoerd in het kader
        van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie. Het ontwikkelings-
        samenwerkingsbeleid van de Unie en dat van de lidstaten completeren en versterken elkaar.
        Hoofddoel van het beleid van de Unie op dit gebied is de armoede terug te dringen en uiteindelijk
        uit te bannen. De Unie houdt bij de uitvoering van beleid dat gevolgen kan hebben voor de
        ontwikkelingslanden rekening met de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking.
    2. De Unie en de lidstaten houden zich aan de verbintenissen en de doelstellingen die zij in het kader
        van de Verenigde Naties en andere bevoegde internationale organisaties hebben onderschreven.
12 Deze kunnen betrekking hebben op de ‘International Financial Transactions for Development’ (een
    belasting op buitenlandse valutatransacties), een ‘developmental focus on special drawing rights’, een
    ‘international financial facility’, private donaties, een ‘global lottery’ en overmakingen van migranten.
                                                            8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>samenwerking’. Dit is een visie die de AIV deelt. Het gaat hierbij aan de ene kant om
coherentiebeleid en aan de andere kant om overlap tussen ontwikkeling en klimaat/
milieu, veiligheid en migratie. Coherentie van beleid in het Europese acquis heeft
betrekking op die beleidsterreinen die een invloed hebben op het bereiken van de
ontwikkelingsdoelstellingen. Het gaat hierbij dus om bijvoorbeeld handel, financieel
beleid, visserij en landbouw. Ook met betrekking tot migratiebeleid is overlap een
gegeven, maar zonder een effectief armoedebeleid zal de (ongewenste) migratie
toenemen en een helder OS-beleid blijft dus relevant. In het OESO/DAC-kader is dit
belangrijke principe van beleidscoherentie nog onderbelicht. Het gaat er hier vooral om
dat discrepantie tussen beleidsterreinen wordt vermeden.
Klimaat en ontwikkeling
De aanwezigheid van overlap van OS met aanpalende beleidsterreinen is een feit. In het
kader van klimaatbeleid kan men stellen dat adaptatieprogramma’s ook relevant zijn
vanuit een OS-perspectief. Ontwikkeling zal zeker bijdragen aan verhoogde veerkracht
om schokken en trends in klimaatverandering en milieudegradatie op te vangen.
Internationale samenwerking met betrekking tot klimaat is een breed thema dat weliswaar
deels parallel loopt aan ontwikkeling in de zin van armoedebestrijding, maar zeker niet
in zijn algemeenheid. Te denken valt aan kosten van programma’s ter reductie van
emissies in industriële- en transportsystemen. Die laatste soort inspanning vindt veelal
plaats met andere landen dan lage-inkomenslanden en uit effectiviteitsoverwegingen
is dat ook zeer wenselijk. Internationaal milieu- en klimaatbeleid zal dus veelal verder
strekken dan OS, ook wat betreft de ‘officiële’ (overheids-) inzet van middelen. Algehele
incorporatie van klimaatbeleid in het ontwikkelingsbeleid (en de middelen ervoor binnen
ODA) is dus conceptueel problematisch en praktisch onwenselijk. De doelstelling van
0,7% zal in de toekomst nog belangrijker worden om armoededoelstellingen te kunnen
realiseren, gezien de verwachte toenemende druk van financiële stromen in het kader
van klimaatverandering. Daarom is de vraag belangrijk hoeveel extra middelen moeten
worden gereserveerd om maatregelen in het kader van klimaatverandering te financieren
in aanvulling op de 0,7%-doelstelling voor armoedebestrijding.
Vrede en Armoedebestrijding
Er is een belangrijk verband tussen conflict en armoede. Gezien de relevantie van
een veilige omgeving als één van de voorwaarden voor effectieve armoedebestrijding
is het van belang dat coherentie wordt nagestreefd tussen militaire vredesoperaties
en armoedebestrijding. De wereldwijde militaire uitgaven bedroegen in 2012 $1753
miljard, equivalent aan 2,5% van wereld GDP.13 Voor OS bedroegen de mondiale
uitgaven in 2013 daarentegen slechts $134.8 miljard (equivalent aan 0,3% van GNI).14
In Nederland slaat de balans echter door naar de andere kant. Nederland behoort bij
de top zes wat betreft ODA, maar is in NAVO-verband gaan behoren tot de onderste
groep van landen in relatieve omvang van het defensiebudget en blijft ver onder de
13 Zie: SIPRE, <http://www.sipri.org/research/armaments/milex>, bekeken op 14/04/2014.
14 Zie: <http://www.oecd.org/development/aid-to-developing-countries-rebounds-in-2013-to-reach-an-all-
    time-high.htm>. In 2012 was het totaal uitgaven ODA lager. Bij de vergelijking van beide categorieën
    van uitgaven moet worden bedacht dat ‘defensie’ een kerntaak is van de overheid (die beschikt over
    het geweldsmonopolie), terwijl de uitgaven van de overheid op het gebied van OS complementair zijn
    aan exportinkomsten, particuliere buitenlandse investeringen en overmakingen van migranten aan het
    moederland.
                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>2%-norm.15 Dit roept de vraag op of in Nederland deze uitgaven in balans zijn met
internationale bijdragen. Het laat echter ook zien dat de internationale hulpuitgaven
voor armoedebestrijding verhoudingsgewijs relatief laag zijn vergeleken met mondiale
uitgaven voor veiligheid.
Aanbevelingen
1. Betrouwbaarheid, eigenaarschap en voorspelbaarheid
    De definitie van ODA is een belangrijk onderdeel van het stelsel van internationale
    afspraken die niet zonder meer unilateraal kan worden losgelaten. Een discussie
    over een verandering van de ODA-definitie moet worden afgestemd op de Declaraties
    van Parijs, Accra en Busan over effectiviteit van hulp alsmede op de VN Sustainable
    Development Goals en post-2015 ontwikkelingsagenda. Dit is belangrijk om een
    basis van vertrouwen te handhaven tussen ontwikkelingspartners, wat van groot
    belang is voor de effectiviteit van OS.
    Gezien de impact van een eventuele wijziging van de definitie van de 0,7%-norm op
    onder andere de Europese OS-begroting, het EOF en de bilaterale OS-relaties van EU-
    lidstaten, stelt de AIV dat vastgehouden moet worden aan deze norm als basis voor
    een nieuw breder stelsel van internationale samenwerking, waarin controleerbare
    afspraken worden gemaakt in internationaal verband over financiering van het bredere
    spectrum van internationale publieke goederen, zoals milieu, klimaatverandering en
    veiligheid.
    Een herziening van OESO/DAC-normen zou in het kader van de opvolging van de
    verklaringen over de effectiviteit van de hulp moeten worden overeengekomen met
    partnerlanden, in de geest van een daadwerkelijk partnerschap. Dit is noodzakelijk in
    het streven naar eigenaarschap en voorspelbaarheid van de hulp. Ook in de context
    van de post-2015 ontwikkelingsagenda moeten doelen gekoppeld worden aan
    duidelijke meetbare afspraken over financiering, uitvoering en samenwerking.
2. Conformiteit met Europese wetgeving
    Het Verdrag van Lissabon definieert de bestrijding van armoede als hoofddoel van
    OS. Europese lidstaten zijn dan ook gehouden OS te binden aan resultaten in het
    kader van armoedebestrijding en uitgaven moeten daarom relevant zijn voor het
    bereiken van deze doelstelling.
3. Vergroting van inspanningen in landen die achterblijven op de MDG’s
    Analyses van de resultaten van de MDG’s laten duidelijk zien dat in ODA-afhankelijke
    landen de resultaten met betrekking tot MDG’s sterk zijn achtergebleven. Er is dus
    een inhaalactie nodig met betrekking tot deze landen. Grotere inspanningen zijn
    hier nodig. In het kader van de uitvoering van de Busan-agenda en de New Deal
    voor fragiele staten zal meer coördinatie ertoe kunnen bijdragen dat deze landen
    effectiever kunnen worden ondersteund in de bestrijding van armoede.
4. Definitie van innovatieve financiële instrumenten en bijdrage private sector
    In het kader van dit briefadvies kunnen deze innovatieve financiële initiatieven
    niet nader worden uitgewerkt, maar het is alleszins belangrijk op te merken dat
15 Zie: AIV, ‘briefadvies Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel’, briefadvies nummer 22, Den Haag,
   september 2012.
                                                      10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   een heldere definiëring van dergelijke initiatieven moet worden overeengekomen.
   Verantwoordingsplicht (accountability) van innovatieve financiële instrumenten en
   private sector instrumenten en blending zouden sterk gekoppeld moeten worden
   aan resultaatverplichtingen met betrekking tot armoedebestrijding en andere
   doelstellingen van internationale samenwerking. Dit kan slechts worden gerealiseerd
   als private actoren zich binden aan verantwoordingsmechanismen, waarin de
   realisatie van de resultaatverplichting op onafhankelijke wijze kan worden getoetst.
   De noodzaak van de ontwikkeling van transparante verantwoordingsmechanismen
   van IFI’s wordt des te groter, naarmate daar voor de toekomstige financiering van een
   sterk verbrede agenda voor internationale samenwerking mogelijk een toenemend
   beroep op gedaan zal gaan worden.
5. Overlap en coherentie
   Het coherentiebeginsel kan in het DAC-kader zeker nader worden uitgewerkt.
   Met betrekking tot overlap met aanpalende beleidsterreinen is de kernvraag welke
   inspanningen complementair zijn aan ODA en welke een ODA-element in zich hebben.
   Voor de eerste zou de inspanning bovenop de ODA-inspanning moeten komen en voor
   de tweede zouden deze onder ODA-inspanningen moeten vallen. In het licht van de
   toenemende financiële stromen in het kader van klimaatverandering zal dus moeten
   worden bepaald welke additionaliteit gerealiseerd moet worden om maatregelen
   rond klimaatverandering te financieren in aanvulling op de 0,7%-doelstelling
   voor armoedebestrijding en welke maatregelen kunnen worden toegerekend aan
   armoedebestrijding. De klimaatspecifieke financiering zou in een aanvullende
   doelstelling moeten worden vastgelegd die wordt vertaald in een aanvullende set van
   internationale normen voor klimaatbestedingen. Hetzelfde geldt voor uitgaven in het
   kader van vrede en veiligheid en migratie, die via additionele doelstellingen kunnen
   worden gebonden aan internationale afspraken. De vorm van zulke afspraken zal
   nader moeten worden bekeken zodat zij ook in de uitvoering realistisch en effectief
   zijn. Dit zal op termijn kunnen leiden tot een inbedding van ODA in een breder kader
   van internationale publieke goederen om de nieuwe uitdagingen van deze tijd aan te
   kunnen.
6. Naar een nieuw kader van inspanningsnormen
   De AIV adviseert de doelstellingen en inspanningsnormen voor internationale
   samenwerking spoedig en fundamenteel te moderniseren door deze af te leiden
   van de reëel te schatten middelen en maatregelen die nodig zijn om de door de VN
   en de OESO gestelde ontwikkelingsdoelen op afzienbare termijn te bereiken. De
   huidige normstelling is bijna een halve eeuw geleden opgesteld op basis van een
   berekening van de financiële behoeften van ontwikkelingslanden, waarvan een groot
   aantal destijds in totaal andere omstandigheden verkeerde dan thans het geval is.
   Bij de herijking van de norm en definiëring van randvoorwaarden moet, afgezien van
   de financiering van noodhulp, vooral rekening worden gehouden met de tekorten
   in kapitaal dat beschikbaar is voor de lage-inkomenslanden. Dat vereist ook een
   nadere analyse van de inspanningen die wereldwijd nodig zijn om de Millennium
   Doelen waar te maken, alsook de nog vast te stellen nieuwe MDG’s vanaf 2015
   en in samenhang daarmee de mondiale duurzaamheidsdoelen van de VN. Daarbij
   dienen de mogelijkheden en verantwoordelijkheden van diverse categorieën landen,
   bedrijven en internationale en maatschappelijke organisaties om bij te dragen aan
   de realisering van de mondiale ontwikkelingsdoelen zo objectief mogelijk te worden
   vastgesteld. Een dergelijke integrale berekening is dringend nodig. De AIV is uiteraard
   bereid hieraan bij te dragen door de punten in dit briefadvies nader uit te werken.
                                              11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Lijst van gebruikte afkortingen
AIV                Adviesraad Internationale Vraagstukken
COS		              Commissie Ontwikkelingssamenwerking (van de AIV)
CVV		              Commissie Vrede en Veiligheid (van de AIV)
DAC		              Development Assistance Committee
EOF		              Europees Ontwikkelings Fonds
EU			              Europese Unie
GDP		              Gross Domestic Product
GNI		              Gross National Income
IBO		              Internationaal Beleidsonderzoek
IFI 		             Innovatieve Financiële Instrumenten
IPG		              Internationaal Publiek Goed
LGBT		             Lesbian Gay Bisexual and Transgender
MDG		              Millennium Development Goal
NAVO		             Noord Atlantische Verdrags Organisatie
ODA		              Official Development Assistance
OESO		             Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OS 		              Ontwikkelingssamenwerking
SRHR		             Sexual and Reproductive Health and Rights
VN 		              Verenigde Naties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 Europa inclusief, oktober 1997
 2 Conventionele wapenbeheersing: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 De doodstraf en de rechten van de mens: recente ontwikkelingen, april 1998
 4 Universaliteit van de rechten van de mens en culturele verscheidenheid, juni 1998
 5 Europa inclusief II, november 1998
 6 Humanitaire hulp: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 commentaar op de criteria voor structurele bilaterale hulp, november 1998
 8 Asielinformatie en de europese unie, juli 1999
 9 Naar rustiger vaarwater: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie in de jaren negentig:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 Het functioneren van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens, september 1999
12 de igc 2000 en daarna: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 Humanitaire interventie, april 2000**
14 enkele lessen uit de financiële crises van 1997 en 1998, mei 2000
15 een europees handvest voor grondrechten?, mei 2000
16 defensie-onderzoek en parlementaire controle, december 2000
17 de worsteling van afrika: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18	Geweld tegen vrouwen: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 een gelaagd europa: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 europese Militair-industriËle samenwerking, mei 2001
21 Registratie van gemeenschappen op het gebied van godsdienst OF overtuiging, juni 2001
22 De wereldconferentie tegen racisme en de problematiek van rechtsherstel, juni 2001
23 Commentaar op de notitie mensenrechten 2001, september 2001
24 Een conventie of een conventionele voorbereiding: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 nederland en de organisatie voor veiligheid en samenwerking in europa in 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 een brug tussen burgers en brussel: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 De Amerikaanse plannen voor raketverdediging nader bekeken: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 Pro-poor growth in de bilaterale partnerlanden in sub-sahara afrika: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 Een mensenrechtenbenadering van ontwikkelingssamenwerking, april 2003
31 Militaire samenwerking in Europa: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies een brug tussen burgers en brussel: naar meer legitimiteit en
   slagvaardigheid voor de Europese Unie, april 2003
33 De Raad van Europa: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 Nederland en crisisbeheersing: drie actuele aspecten, maart 2004
35 Falende staten: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 Preëmptief optreden, juli 2004**
37 Turkije: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 De verenigde naties en de rechten van de mens, september 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>39 Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden: leidt openstelling tot achterstelling?,
   september 2004
40 De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43	Migratie en ontwikkelingssamenwerking: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 Nederland in de veranderende EU, NAVO en VN, juli 2005
46 Energiek Buitenlands beleid: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling,
   december 2005***
47	HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale
   aanpak, januari 2006
48 Maatschappij en Krijgsmacht, april 2006
49 Terrorismebestrijding in mondiaal en Europees perspectief, september 2006
50 Private sector ontwikkeling en armoedebestrijding, oktober 2006
51 De rol van NGO’s en bedrijven in internationale organisaties, oktober 2006
52 Europa een prioriteit!, november 2006
53	BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54 DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55 Met het oog op China: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56 Inzet van de krijgsmacht: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57 Het VN-Verdragssysteem voor de Rechten van de Mens: stapsgewijze versterking in een
   politiek geladen context, juli 2007
58 De financiËn van de europese unie, december 2007
59 De inhuur van private militaire bedrijven: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 Nederland en de Europese Ontwikkelingssamenwerking, mei 2008
61 DE SAMENWERKING TUSSEN De EUROPESE UNIE EN RUSLAND: een zaak van wederzijds
   belang, juli 2008
62 Klimaat, energie en armoedebestrijding, november 2008
63 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS: principes, praktijk en perspectieven, november 2008
64 CRISISBEHEERSINGSOPERATIES IN FRAGIELE STATEN: de noodzaak van een samenhangende aanpak,
   maart 2009
65 Transitional Justice: gerechtigheid en vrede in overgangssituaties, april 2009**
66 Demografische veranderingen en ontwikkelingssamenwerking, juli 2009
67 HET NIEUWE STRATEGISCH CONCEPT VAN DE NAVO, januari 2010
68 De EU en de crisis: lessen en leringen, januari 2010
69 SAMENHANG IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: reactie op WRR-rapport ‘Minder pretentie,
   meer ambitie’, mei 2010
70	Nederland en de ‘Responsibility to Protect’: de verantwoordelijkheid om mensen te
   beschermen tegen massale wreedheden, juni 2010
71	HET VERMOGEN VAN DE EU TOT VERDERE UITBREIDING, juli 2010
72	Piraterijbestrijding op zee: een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden, december 2010
73	Het mensenrechtenbeleid van DE Nederlandse regering: zoeken naar constanten in een
   veranderende omgeving, februari 2011
74 ontwikkelingsagenda na 2015: millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief, april 2011
75	Hervormingen in de arabische regio: kansen voor democratie en rechtsstaat?, mei 2011
76	HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE EUROPESE UNIE: tussen ambitie en ambivalentie, juli 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>77 Digitale Oorlogvoering, december 2011**
78 Europese defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen, januari 2012
79 De Arabische regio, een onzekere toekomst, mei 2012
80	Ongelijke werelden: armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking,
   september 2012
81 NEDERLAND EN HET EUROPEES PARLEMENT: investeren in nieuwe verhoudingen, november 2012
82 Wisselwerking tussen actoren in Internationale Samenwerking: naar flexibiliteit en
   vertrouwen, februari 2013
83 Tussen woord en daad: perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, maart 2013
84 Nieuwe wegen voor internationale milieusamenwerking, maart 2013
85	CRIMINALITEIT, CORRUPTIE EN INSTABILITEIT: een verkennend advies, mei 2013
86	Azië in opmars: strategische betekenis en gevolgen, december 2013
87 De rechtsstaat: waarborg voor Europese burgers en fundament van Europese samenwerking,
   januari 2014
88 Naar een gedragen Europese samenwerking: werken aan vertrouwen, april 2014
Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
 1	Briefadvies uitbreiding Europese Unie, december 1997
 2	Briefadvies VN-Comité tegen Foltering, juli 1999
 3	Briefadvies Handvest Grondrechten, november 2000
 4	Briefadvies over de toekomst van de Europese unie, november 2001
 5	Briefadvies Nederlands voorzitterschap EU 2004, mei 2003****
 6	Briefadvies Resultaat Conventie, augustus 2003
 7	Briefadvies Van binnengrenzen naar buitengrenzen - ook voor een volwaardig
   Europees asiel- en migratiebeleid in 2009, maart 2004
 8	Briefadvies De Ontwerp-Declaratie inzake de Rechten van Inheemse Volken.
   Van impasse naar doorbraak?, september 2004
 9	Briefadvies REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: Hoe halen wij de Millennium Doelen, april 2005
10	Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11	Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF,
   interim-advies over het folterverbod, december 2005
12	Briefadvies Reactie op de mensenrechtenstrategie 2007, november 2007
13	Briefadvies Een ombudsman voor ontwikkelingssamenwerking, december 2007
14	Briefadvies Klimaatverandering en Veiligheid, januari 2009
15	Briefadvies Oostelijk Partnerschap, februari 2009
16	Briefadvies Ontwikkelingssamenwerking: Nut en noodzaak van draagvlak, mei 2009
17	Briefadvies Kabinetsformatie 2010, juni 2010
18	Briefadvies HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: beschermer van burgerlijke
   rechten en vrijheden, november 2011
19	Briefadvies Naar een versterkt financieel-economisch bestuur in de EU, februari 2012
20	Briefadvies Nucleair programma van Iran: naar de-escalatie van een nucleaire crisis, april 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>21	Briefadvies De receptorbenadering: een kwestie van maatvoering, april 2012
22	Briefadvies Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel, september 2012
23	Briefadvies NAAR EEN VERSTERKTE SOCIALE DIMENSIE VAN DE EUROPESE UNIE, juni 2013
24	Briefadvies MET KRACHT VOORUIT: reactie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op de
    beleidsbrief ‘Respect en recht voor ieder mens’, september 2013
*    Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
**   Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
     Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
***  Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie
     voor Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>