<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>          DE TOEKOMST VAN DE NAVO EN
             DE VEILIGHEID VAN EUROPA
                  No. 106, oktober 2017
ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN
      ADVISORY COUNCIL ON INTERNATIONAL AFFAIRS AIV
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter		      Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Vicevoorzitter 		 Prof.dr. A. van Staden
Leden   		        Mw. prof.mr. C.P.M. Cleiren
			               Mw. prof.dr. J. Gupta
			               Prof.dr. E.M.H. Hirsch Ballin			
			               Mw. prof.dr. M.E.H. van Reisen
			               Mw. drs. M. Sie Dhian Ho
			               LGen b.d. M.L.M. Urlings
			               Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Secretaris 		     Mw. drs. M.E. Kwast-van Duursen
			Postbus 20061
                  2500 EB Den Haag
                  telefoon 070 - 348 6060/51 08
                  aiv@minbuza.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Leden Commissie Vrede en Veiligheid
Voorzitter     Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Vicevoorzitter LGen b.d. M.L.M. Urlings
Leden          Prof.dr. E. Bakker
               Drs. D.J. Barth
               Drs. A.J. Boekestijn
               Drs. L.F.F. Casteleijn
               Prof.dr. J. Colijn
               Dr. N. van Dam
               Mw. dr. N. de Deugd
               Mw. dr. M. Drent
               Mw. prof.dr. I. Duyvesteyn
               Jhr. P.C. Feith
               Dr. A.R. Korteweg
               LGen b.d. dr. D. Starink
Secretaris     Mw. drs. M.E. Kwast-van Duursen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Woord vooraf
I        Inleiding   6
II       Veiligheidspolitieke ontwikkelingen aan de oostflank    8
         II.1     Politieke doelstellingen van Rusland    8
         II.2     De Russische militaire opbouw    9
III      Veiligheidspolitieke ontwikkelingen aan de zuidflank    14
         III.1    Terrorisme en instabiliteit in Noordelijk Afrika    14
         III.2    Inzet in het Midden-Oosten en Afghanistan    15
IV       Van Wales via Warschau naar Brussel en verder    17
         IV.1     Versterking deterrence and defence posture   17
         IV.2     Scenario’s   19
         IV.3     Appreciatie maatregelen Wales en Warschau – geloofwaardige 			
		                afschrikking met militaire middelen    25
         IV.4     Projecting Stability   30
V        Dialoog met Rusland   32
         V.1      Diplomatieke instrumenten   32
         V.2      Conventionele wapenbeheersing   34
VI       Spanningen binnen het bondgenootschap    37
         VI.1     Scheidslijnen binnen de NAVO    37
         VI.2     Trans-Atlantische samenwerking   40
VII      Samenwerking met derden   41
         VII.1    EU-NAVO samenwerking   41
         VII.2    NAVO-uitbreiding   43
         VII.3    Samenwerking met partnerlanden   44
         VII.4    Samenwerking met de VN en de OVSE    45
VIII     Veiligheids- en defensiebeleid van Nederland    48
         VIII.1   Veiligheidsbeleid   48
         VIII.2   Nederlandse defensie-inspanningen   53
IX       Samenvatting, conclusies en aanbevelingen    55
         IX.1     Samenvatting en conclusies   55
         IX.2     Aanbevelingen   62
Bijlage I         Adviesaanvraag
Bijlage II        Lijst met afkortingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Woord vooraf
In oktober 2016 ontving de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) het
verzoek een nadere analyse te maken van de aanpassingen die de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO) op lange termijn zou moeten ondergaan in het
licht van het diffuse en veranderlijke dreigingsbeeld en tevens in te gaan op de
implicaties van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse veiligheidspolitiek en
defensie-inspanning.1 Het kabinet stelt in de adviesaanvraag dat tijdens de NAVO-
topbijeenkomsten in Wales (september 2014) en Warschau (juli 2016) belangrijke
stappen zijn gezet om het bondgenootschap aan te passen aan de veranderde
veiligheidsomgeving en dat het essentieel is dat de NAVO zich de komende
jaren blijft bezinnen op de reikwijdte en de doeltreffendheid van de tijdens de
topbijeenkomsten van Wales en van Warschau genomen maatregelen. Vooruitlopend
op het algehele advies heeft de AIV op 10 maart 2017 het briefadvies ‘Rusland
en de Nederlandse defensie-inspanningen’ gepubliceerd. In dit briefadvies is
specifiek ingegaan op de gevolgen van de Russische dreiging voor de Nederlandse
krijgsmacht.2
In het voorliggende advies komen ook de overige adviesvragen aan bod. Na een
inleidend hoofdstuk wordt in het tweede hoofdstuk ingegaan op de veiligheids-
politieke ontwikkelingen aan de oostflank van het bondgenootschap, meer in het
bijzonder de gewijzigde politieke opstelling en militaire opbouw van Rusland. In
het derde hoofdstuk worden de veiligheidsdreigingen vanuit het Midden-Oosten en
Noordelijk Afrika behandeld. Een analyse van de verschillende maatregelen van de
NAVO om de veiligheidsdreigingen het hoofd te bieden, staat centraal in het vierde
hoofdstuk. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de mogelijkheden voor diplomatiek
overleg met Rusland en conventionele wapenbeheersing. De interne cohesie van het
bondgenootschap en de trans-Atlantische samenwerking zijn onderwerp van het
zesde hoofdstuk. In het zevende hoofdstuk wordt ingegaan op de samenwerking
tussen de Europese Unie (EU) en de NAVO, de uitbreiding van de NAVO en de
samenwerking met partnerlanden. De implicaties voor het Nederlandse veiligheids-
en defensiebeleid zijn onderwerp van het achtste hoofdstuk. Het negende hoofdstuk
bevat de samenvatting, conclusies en aanbevelingen.
Het advies is opgesteld door de Commissie Vrede en Veiligheid (CVV) van de AIV,
bestaande uit prof.dr. J.J.C. Voorhoeve (voorzitter), LGen b.d. M.L.M. Urlings
(vicevoorzitter), prof.dr. E. Bakker, drs. D.J. Barth, drs. A.J. Boekestijn, drs. L.F.F.
Casteleijn, prof.dr. J. Colijn, dr. N. van Dam, mw. dr. N. de Deugd, mw. dr. M. Drent,
mw. prof.dr. I. Duyvesteyn, jhr. P.C. Feith, dr. A.R. Korteweg en LGen b.d. dr.
D. Starink. Het secretariaat werd gevoerd door mw. drs. M.E. Kwast-van Duursen,
bijgestaan door dhr. M.L.I. van Laake (stagiair) en mw. R.M. Guldemond (stagiaire).
De ambtelijke contactpersonen waren dhr. J.W.K. Glashouwer MA (ministerie van
Defensie) en drs. B. Wels (ministerie van Buitenlandse Zaken).
De AIV heeft het advies vastgesteld op 6 oktober 2017.
1  Zie bijlage I voor de adviesaanvraag.
2  AIV-briefadvies nr. 31, ’Rusland en de Nederlandse defensie-inspanningen’, Den Haag, maart 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>I         Inleiding
De veiligheidsuitdagingen voor het bondgenootschap zijn omvangrijk en complex. De
Europese veiligheid wordt zowel bedreigd door het destabiliserend optreden van Rusland
als door diverse landen in de gordel van instabiliteit in het Midden-Oosten en Noordelijk
Afrika. Rusland ondermijnt de Europese veiligheid door inbreuk te maken op de integriteit
van soevereine staten, door zijn pogingen om zeggenschap te krijgen in het ‘nabije
buitenland’ en pogingen om de geloofwaardigheid van de NAVO en de EU te ondergraven.
Daarnaast is Europa kwetsbaar voor terroristische aanslagen en moet voorlopig ernstig
rekening worden gehouden met terroristische acties van organisaties, van eenlingen of
van teruggekeerde IS-strijders uit Syrië en Irak. Vanuit Noordelijk Afrika wordt Europa
direct bedreigd door veiligheidsrisico’s als terrorisme en religieus extremisme, drugs- en
mensensmokkel en proliferatie van wapens.3
In het licht van deze omvangrijke veiligheidsdreigingen is het des te zorgelijker dat
de samenhang binnen het bondgenootschap onder druk staat. Het onvoorspelbare
Amerikaanse buitenlands beleid onder president Trump leidt tot onduidelijkheid over de
Amerikaanse betrokkenheid bij de NAVO en over de waarde van artikel 5 van het NAVO-
verdrag. Sinds januari 2017 is er geen staat te maken op de leiding van de grootste
lidstaat, die sinds de oprichting van het bondgenootschap in 1949 de politieke en militaire
ruggengraat van de organisatie vormt. De betrekkingen met het strategisch gelegen
NAVO-land Turkije, worden moeizamer omdat president Erdogan in toenemende mate zich
weinig gelegen laat liggen aan de NAVO-bondgenoten. Het voorgenomen vertrek van het
Verenigd Koninkrijk uit de EU als gevolg van het Brexit-referendum is een gevoelig verlies
voor de positie van de EU in de wereld.4 Verder bestaat tussen de Europese bondgenoten
verschil van inzicht over de prioriteiten voor de NAVO. De Baltische staten en Polen vrezen
Russische expansie. Delen van de regeringen in landen als Hongarije, Bulgarije en Turkije
daarentegen, sympathiseren met Rusland. De Zuid-Europese landen maken zich vooral
zorgen over de veiligheidsrisico’s die hun herkomst vinden in het Midden-Oosten en
Noordelijk Afrika.5 Interne verdeeldheid is voor de NAVO geen onbekend fenomeen, maar
de huidige tegenstellingen stellen de cohesie binnen het bondgenootschap ernstig op de
proef.
Vanwege de gewijzigde veiligheidsomgeving zou er alle aanleiding zijn om de NAVO-
strategie te herzien. Het laatste strategische concept dateert uit 2010, getiteld ‘Active
Engagement, Modern Defence’ met als kerntaken: collective defence, crisis management
3   Zie AIV-advies nr. 101, ‘Veiligheid en stabiliteit in Noordelijk Afrika, Den Haag, mei 2016, p. 45.
4   Zie AIV-advies nr. 103, ‘Brexit means Brexit: op weg naar een nieuwe relatie met het VK’, Den Haag,
    maart 2017.
5   Volgens Hans Binnendijk e.a. is de tegenstelling binnen de NAVO over prioritering oost- dan wel
    zuidwaarts een valse tegenstelling. ‘The unfortunate reality is that borders and principles are being
    tested both to Europe’s east and to its south, and the dangers of each region have great potential to
    come together in ways that can directly threaten Europeans, Americans and many others around the
    globe’. In: Hans Binnendijk, Daniel S. Hamilton, Charles L. Barry, ‘Alliance Revitalized: NATO for a New
    Era’, Washington April 2016, p. V.
                                                           6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>en cooperative security.6 Vóór de val van de Berlijnse Muur in 1989 werd de NAVO veertig
jaar lang gedomineerd door de Oost-West tegenstelling. De machtsbalans tussen de
Verenigde Staten (VS) en de Sovjet-Unie bepaalde de veiligheidspolitieke constellatie
in Europa. Afschrikking en verdediging vormden toen de kerntaak van het Atlantisch
Bondgenootschap. Na de val van de Muur veranderde de strategische context, werden de
meeste voormalige tegenstanders lid van de EU en/of de NAVO en richtte de NAVO zich op
crisisbeheersing onder het motto out of area or out of business.7 De Russische annexatie
van de Krim in 2014 maakte een einde aan dit - naar het zich nu laat aanzien - bijzondere
intermezzo. De NAVO wordt gedwongen opnieuw na te denken over de collectieve
verdediging als de kerntaak van het bondgenootschap. Het op dit moment ontbrekende
leiderschap van de VS en de onderlinge meningsverschillen bemoeilijken het bereiken van
overeenstemming over een nieuw strategisch concept.
Desondanks zullen binnen de NAVO de komende jaren op een reeks van terreinen
beslissingen moeten worden genomen die richtinggevend zijn voor de toekomst van
het bondgenootschap. Het gaat daarbij om de volgende vragen: zijn de tijdens de
topbijeenkomsten in Wales (september 2014) en Warschau (juli 2016) getroffen
maatregelen afdoende om het hoofd te bieden aan de Russische dreiging of is
meer noodzakelijk? Hoe kan de dialoog met Rusland weer op gang komen? Hoe kan
conventionele wapenbeheersing nieuw leven worden ingeblazen? Op welke wijze kan de
NAVO invulling geven aan de politieke dimensie van het bondgenootschap? Welke rol kan
de NAVO spelen bij het beheersen van de veiligheidsvraagstukken uit het Midden-Oosten
en Noordelijk Afrika, zoals terrorisme en het vraagstuk van irreguliere migratie? Hoe kan
het Europese aandeel in de bondgenootschappelijke verdediging worden vergroot en hoe
kan de EU-NAVO samenwerking worden verdiept? In dit advies wordt stilgestaan bij deze
vragen. Uiteraard wordt daarbij ook ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse positie
binnen de NAVO en het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid.
6   Zie: <http://www.nato.int/lisbon2010/strategic-concept-2010-eng.pdf>.
7   Richard G. Lugar, ‘NATO: Out of Area or Out of Business’, Remarks Delivered to the Open Forum of the
    U.S. State Department, August 2, 1993.
                                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>II        Veiligheidspolitieke ontwikkelingen aan de oostflank
II.1      Politieke doelstellingen van Rusland
President Poetin ziet het als zijn roeping erkenning te krijgen voor de positie van Rusland
als een grootmacht. Alleen een militair krachtig Rusland kan weer de rechtmatige
plaats in de geschiedenis innemen. In Russische ogen is het Westen, onder meer door
de uitbreiding van de NAVO en de EU, op omsingeling van Rusland uit. In het nabije
buitenland claimt Rusland meer zeggenschap en het recht om in te grijpen.8 Dit vindt
ook zijn weerslag in de benadering van Roesski Mir (de Russische wereld) die Rusland
het recht geeft om Russische personen buiten de grenzen van de Russische staat zo
nodig met geweld te helpen.9 Een andere belangrijke drijfveer van president Poetin is van
binnenlandspolitieke aard, namelijk het voorkomen van een ‘kleurenrevolutie’ in Rusland.
Daarom is na de grootscheepse protesten rondom de verkiezingen in 2011 een reeks
vrijheid beperkende maatregelen afgekondigd. Door centralisatie van de machtsstructuren
is een autoritair politiek systeem ontstaan. De staat oefent nagenoeg volledige controle
uit over de media, het internet, het onderwijs, de jeugdbeweging, de cultuursector en het
academische leven. Politieke tegenstanders worden geïntimideerd of op dubieuze gronden
berecht, dan wel vermoord en mensenrechten worden door repressie ingeperkt.10 Poetin
staat in het centrum van de macht dat wordt gevormd door een netwerk van 30 à 40
sterk belanghebbenden.11 Het staatsapparaat zorgt ervoor dat het netwerk rond Poetin,
bestaande uit inlichtingen- en veiligheidsfunctionarissen, ondernemers, grote bedrijven,
staatsbedrijven en de georganiseerde criminaliteit, in stand blijft. In 2016 is een Nationale
Garde van 400.000 man opgericht die rechtstreeks ressorteert onder de president, als
tegenwicht tegen andere binnenlandse veiligheidsorganisaties, ‘(…) it makes a statement
about the Kremlin’s will to maintain power’.12 Alle inzet is gericht op Poetin’s herverkiezing
in 2018.13
De annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Oekraïne resulteerden
in een nagenoeg volledige breuk met het Westen, zowel op politiek, economisch als
cultureel gebied. Door Russische militaire inmenging is in Oost-Oekraïne een patstelling
ontstaan. De Minsk II-akkoorden worden niet nageleefd en het front is nauwelijks
8   Timothy Ash, ‘Russia’s long term aims and how the west will respond’. Financial Times, August 1, 2016.
9   Hubert Smeets, ‘Nu zuchten wij onder die totale triomf, NRC, 19 augustus 2016.
10 Jakob Hedenskog, Gudrun Perrson and Carolina Vendil Pallin, ‘Russian Security Policy’, in: ‘Russian
    Military Capability in a Ten-Year Perspective - 2016’, p. 76. Zie ook: AIV-advies nr. 104, ‘De wil van het
    volk? Erosie van de democratische rechtsstaat in Europa’, Den Haag, juni 2017.
11 James Sherr, ‘The New East-West Discord. Russian Objectives, Western Interests’, Clingendael Report,
    December 2015, p. 19.
12 Mark Galeotti, ‘National Guard: the watchdog that could break the leash’, August 14, 2017.
    Zie: <https://www.raamoprusland.nl/dossiers/militair-beleid/677-national-guard-the-watchdog-that-could-
    break-the-leash>.
13 Timothy Ash, ‘Russia’s long-term aims’.
                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>verschoven.14 Rusland probeert in toenemende mate invloed uit te oefenen op de
politieke ontwikkelingen in Centraal- en Oost-Europa. Hierbij bewandelt het Kremlin twee
sporen: enerzijds tracht het in Oost-Europese landen zoals Hongarije, Slowakije, Bulgarije
en Servië greep te krijgen op strategische economische sectoren, anderzijds worden
relaties aangegaan met nationalistische, populistische en anti-Europese partijen.15 De
politiek instabiele landen op de Balkan zijn kwetsbaarder geworden omdat onvoldoende
vooruitgang wordt geboekt met economische hervormingen, versterking van de rechtsstaat
en de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad. Het proces van etnische
verzoening verloopt traag. Deze samenloop tussen ondoelmatig bestuur en latent
nationalisme biedt kansen voor Rusland om zijn invloed uit te breiden. Zo mengde Rusland
zich actief in de binnenlandse verhoudingen van Montenegro toen dat land zich opmaakte
lid te worden van de NAVO.16
II.2      De Russische militaire opbouw
De Russische krijgsmacht heeft de afgelopen tien jaar een forse inhaalslag gemaakt
en ook voor de komende jaren is een reeks investeringen voorzien. Keir Giles noemt
dit ‘(…) the unprecedented near-total transformation of Russia’s armed forces since
2008’.17 Voor een bedrag van 700 miljard dollar zou de Russische krijgsmacht in 2020
voor 70% vernieuwd moeten zijn.18 De landmacht investeert vooral in tanks, gepantserde
voertuigen, mobiliteit, raket- en artilleriesystemen met precisiemunitie en elektronische
oorlogvoering. Bij de luchtmacht ligt de prioriteit bij nieuwe gevechtsvliegtuigen en de
grondluchtverdediging. De Russische marine schaft nieuwe onderzeeboten aan. De
14 In Minsk-II werden onder andere de volgende afspraken gemaakt: een wapenstilstand, de terugtrekking
    van zware wapens, de vrijlating van gijzelaars en gevangenen en terugtrekking van alle buitenlandse
    troepen en huurlingen. Zie verder: <http://www.trouw.nl/home/akkoord-op-hoofdlijnen-bereikt-over-
    oekraine-na-17-uur-praten~abcd8c91/>. Het besluit van Rusland op 19 februari 2017 om tijdelijk
    paspoorten en andere identiteitsdocumenten te erkennen van separatisten in het oosten van Oekraïne
    (Donetsk en Loehansk) is in strijd met de akkoorden van Minsk.
15 Christopher Bennett, ‘Backsliding in the Western Balkans’, NATO Review, February 2, 2017. Zie: <http://
    www.nato.int/docu/review/2017/Also-in-2017/backsliding-western-balkans-kosovo-servia-bosnia/EN/
    index.htm>.
16 Volgens Dimitar Bechev moet de macht en invloed van Rusland in de regio niet worden overschat:
    ‘Russia plays the spoiler – relying on media, friendly politicians, civil society with traditionalist and
    nationalist bent, Orthodox clerics to fight against the West. Yet this is a low-cost strategy, which cannot
    secure permanent allies amongst those who actually hold power’. In: Dimitri Bechev, ‘The Influence
    of Russia and Turkey in the Western Balkans’, 01.07.2016. Zie: <https://europeanwesternbalkans.
    com/2016/07/01/the-influence-of-russia-and-turkey-in-the-western-balkans/>.
17 Keir Giles: ‘Two specific tools for exercising Russian power demand close study: the Armed Forces of the
    Russian Federation; and the state’s capacity for information warfare. In both of these fields, Russia’s
    capabilities have developed rapidly in recent years to match its persistent intentions. The most visible
    demonstration of this has been the unprecedented near-total transformation of Russia’s armed forces
    since 2008’. Keir Giles, ‘Russia’s New Tools for Confronting the West. Continuity and Innovation in
    Moscow’s Exercise of Power’, Chatham House, March 2016, p. 2.
18 Margarete Klein, ‘Russia’s Military: On the Rise?’, 2015-2016 Paper Series No. 2, Transatlantic Academy,
    Washington 2016, p. 11.
                                                         9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>plannen voor de aankoop van grote oppervlakteschepen zijn echter uitgesteld. Dit laatste
heeft vergaande consequenties voor Ruslands maritieme ambities, terwijl de Russische
marine zich toch al niet kan meten met Europese NAVO-landen.19
Als gevolg van de forse investeringen zijn de gevechtskracht en de inzetbaarheid van
de Russische krijgsmacht aanzienlijk toegenomen. De vraag rijst of Rusland het hoge
niveau van defensie-uitgaven kan volhouden omdat de olieprijs nog relatief laag is en de
economische vooruitzichten matig zijn. Bovendien heeft de Russische wapenindustrie
last van de sancties en van het feit dat vanuit Oekraïne geen onderdelen meer worden
geleverd. Maar vooralsnog zijn de effecten beperkt, van een significante vertraging van het
moderniseringsprogramma is geen sprake.20 Daarbij moet ook worden aangetekend dat
Rusland voor een vergelijkbaar budget aanzienlijk meer defensiematerieel kan kopen dan
de meeste NAVO-bondgenoten.21
Het Russisch militaire optreden in Oekraïne heeft laten zien dat de Russische
bewapening op belangrijke gebieden geavanceerder is dan de bewapening van Westerse
krijgsmachten. Zo wordt gebruik gemaakt van een nieuwe generatie clustermunitie
voorzien van thermobaric explosives die aanmerkelijk dodelijker zijn dan conventionele
explosieven. Omdat de meeste NAVO-landen geen gebruik meer (mogen) maken van
clustermunitie (verboden wapens), is Russische artillerie op deze manier veel effectiever.22
Ook het grootschalige gebruik van tactische drones voor doelopsporing verhoogt de
doeltreffendheid. Tevens is gebleken dat Rusland over zeer effectieve middelen voor
elektronische oorlogvoering beschikt (voor het verstoren van GPS, radio en radar).23
De huidige national security advisor van de Amerikaanse president, luitenant-generaal
McMaster, concludeerde (in zijn vorige functie) in mei 2016: ‘Should U.S. forces find
19 ‘In terms of naval forces, Europe not only out-matches but also out-builds Russia over the foreseeable
    future.’ Gustav Gressel, ‘Russia’s quiet military revolution and what it means for Europe’, ECFR, Policy
    Brief October 2015, p. 9.
20 Edward Hunter Christie, ‘Does Russia have the financial means for its military ambitions?’ NATO Review
    Magazine, 2016.
21 Er is een aanzienlijk verschil in koopkracht tussen bijvoorbeeld Nederland en Rusland. De kosten voor
    defensiematerieel en personeelsuitgaven liggen in Rusland een stuk lager. De Russische militaire
    uitgaven zijn – omgerekend naar Nederlandse koopkracht – geen 66 maar 164 miljard dollar. Zie: Maarten
    Schinkel, ‘Poetins oorlog: nu 2,5 maal voordeliger’, NRC, 19 januari 2017.
22 Een bom, granaat of een raket die een (groot) aantal kleine bommetjes of explosieven uitstrooit.
    Het gebruik is zeer omstreden vanwege het relatief grote aantal burgerslachtoffers. Verdrag inzake
    clustermunitie (2008).
23 Zie onder meer: Robert H. Scales, ‘Russia’s superior new weapons’, 5 August 2016; Deborah Haynes,
    ‘Russia has edge over us in battle, army admits’, The Times, 10 Augustus 2016; Franz-Stefan Gady,
    ‘Russia’s T-14 Armata: ‘The Most Revolutionary Tank in a Generation?’, 8 November 2016; ‘Near-Term
    U.S. Army Modernization: Buying What Is Available and Buying Time’, Executive Summary in: David A.
    Shlapak,and Michael W. Johnson: ‘Outnumbered, Outranged, And Outgunned: How Russia Defeats NATO’,
    21 April 2016; Mark Pomerleau, ‘Threat from Russian UAV jamming real, officials say’, 20 December
    2016; Keir Giles, ‘Assessing Russia’s Reorganized and Rearmed Military’, 3 May 2017.
                                                        10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>themselves in a land war with Russia, they would be in for a rude, cold awakening’.24
Rusland voert binnen de grenzen van het nieuwe START-verdrag (Strategic Arms Reduction
Treaty) een grootscheepse modernisering van zijn strategische nucleaire strijdmacht door.
Een belangrijk deel van de te moderniseren intercontinentale raketten staat niet langer
in silo’s maar op mobiele lanceerplatforms die regelmatig deelnemen aan grootscheepse
oefeningen.25 Met de ontplooiing van nieuwe nucleaire kruisraketten met een bereik
van meer dan 500 km lijkt Rusland het INF-verdrag (Intermediate Nuclear Forces Treaty)
te schenden. Rusland noemt de stationering van Amerikaanse Ballistic Missile Defence
(BMD)-raketten in Roemenië (operationeel onder NAVO-bevel sinds juli 2016) en Polen als
argument voor de ontplooiing van nucleaire wapens in met name Kaliningrad en de Krim.
Van NAVO-zijde wordt gewezen op het defensieve karakter van het BMD-stelsel als reactie
op de raketdreiging met name vanuit Iran. Rusland betoogt evenwel dat de systemen,
waaronder de radarcomponenten, tegen het Russische grondgebied zijn gericht. BMD-
raketsystemen zijn echter niet in staat Russische intercontinentale raketten te bestrijden,
de trajecten naar de VS gaan immers over de Noordpool.
Het aantal, de duur en de complexiteit van oefeningen van de Russische krijgsmacht
zijn sinds 2009 flink opgevoerd. Vanaf 2013 worden snap exercises26 en grootschalige,
complexe oefeningen gehouden, waarbij de inzet van kernwapens vaak onderdeel van
het scenario uitmaakt.27 In september 2017 is een grootschalige oefening gehouden
in en met deelname van Wit-Rusland (ZAPAD 2017). Rusland onderkent de politieke
en strategische betekenis van een eerste inzet van kernwapens als een zogenaamde
demonstration strike tijdens een escalerend conflict met als doel om te ‘de-escaleren’.
De bedoeling zou kunnen zijn NAVO-landen af te houden van verdere actie. De publieke
verwijzingen naar nucleaire wapens en de gesimuleerde inzet van kernwapens op doelen
als Warschau, Stockholm en het Deense eiland Bornholm, lijken in deze richting te wijzen.
President Poetin verwees expliciet naar Ruslands nucleaire potentieel tijdens de annexatie
van de Krim.28 Sinds begin 2014 is een troepenmacht van 20.000 à 30.000 man langs
de grens met Oekraïne gelegerd. Elke twee à drie maanden roteren deze eenheden tussen
de verschillende districten; daardoor worden deze eenheden voortdurend geoefend.29
Volgens sommige experts moet Rusland in staat worden geacht om binnen 48 uur 47.000
militairen te mobiliseren. Binnen twee à drie weken kunnen nog eens 60.000 militairen
24 Patrick Tucker, ‘How the Pentagon is preparing for a Tank War With Russia, 19 May 2016. Zie: <http://
    www.defenseone.com/technology/2016/05/how-pentagon-preparing-tank-war-russia/128460/>.
25 Alexey Arbatov, ‘Understanding the US-Russian Nuclear Schism’, Survival 59 (2017)(2) 34-36.
26 Snap exercises zijn oefeningen die zonder voorafgaande aankondiging worden gehouden.
27 Johan Norberg en Frederik Westerlund, ‘Russia’s Armed Forces in 2016’, in Gudrun Persson (red.),
    ‘Russian Military Capability in a Ten-year Perspective-2016, FOI, December 2016, p. 51.
28 Adam Withnall, ‘Vladimir Putin says Russia was preparing to use nuclear weapons ‘if necessary’ and blames
    US for Ukraine crisis’, 15 March 2015. Zie: <http://www.independent.co.uk/news/world/europe/vladimir-
    putin-says-russia-was-preparing-to-use-nuclear-weapons-if-necessary-and-blames-us-for-10109615.html>.
29 Military Balance 2016, p. 166.
                                                       11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>worden gemobiliseerd. Deze inzet zou twaalf maanden volgehouden kunnen worden.30
Het belang van niet-conventionele militaire middelen neemt toe. Er is sprake van ‘hybride’
of ‘niet lineaire’ oorlogvoering met vage scheidslijnen tussen een situatie van oorlog en
vrede, tussen reguliere en niet-reguliere eenheden en militaire en niet-militaire eenheden.
In de Russische militaire doctrine wordt niet-lineaire, hybride oorlogvoering als volgt
omschreven: ’[an] integrated use of military force and political, economic, informational, or
other non-military measures with the wide use of the protest potential of the population and
of special operation forces’.31 Onderstaand schema geeft een overzicht van de middelen die
in het kader van hybride oorlogvoering kunnen worden ingezet. Het betreft zowel kinetische
als niet-kinetische middelen. Ook reguliere militaire eenheden behoren hier dus toe.
Bron: Munich Security Report 2015, ‘Collapsing Order, Reluctant Guardians’, Munich,
2015, p. 35.
Elementen van deze geïntegreerde aanpak zijn toegepast in Estland (2007) en Georgië
(2008). In beide situaties was sprake van georganiseerde demonstraties en cyberaanvallen.
Vervolgens is het concept ook toegepast bij de annexatie van de Krim en in Oost-Oekraïne
waarbij eveneens sprake was van desinformatie, cyberaanvallen en inzet van zowel (para)
militaire eenheden als ‘groene mannetjes’. Het gelijktijdige gebruik van militaire en niet-
militaire middelen is op zich geen nieuw fenomeen in het Russische strategische denken,
maar de afgelopen jaren is deze inzet aanzienlijk toegenomen. Rusland heeft een grote
internetindustrie. Het is de grootste bedrijfstak na fossiele brandstoffen en wapens.
Niet alleen staatsinstellingen zoals de geheime dienst FSB, maar ook cybercriminelen en
particuliere bedrijven zijn betrokken bij activiteiten van de overheid.32
30 House of Commons Defence Committee, ‘Russia: Implications for UK defence and security’. First Report
    of Session 2016-2017, June 2016, p. 12.
31 Margarete Klein, ‘Russia’s Military: On the Rise?’ 2015-2016 Paper Series, No. 2, Transatlantic Academy,
    Washington 2016, p. 9.
32 Volgens Amerikaanse onderzoekers is er al tien jaar sprake van een ‘symbiotische relatie’ tussen de
    Russische overheid en de bloeiende digitale onderwereld. Cybercriminelen die een straf boven het hoofd
    hangt, worden bij bewezen talent actief geworven door de Russische diensten’ in: Steven Derix, ‘Wie
    zijn de Russische cybersoldaten’, zie: <https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/09/wie-zijn-de-russische-
    cybersoldaten-6139697-a1540443>.
                                                      12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Door gebruikmaking van militaire en niet-militaire middelen zoals special forces, proxy
forces, desinformatie en cyberaanvallen wordt beoogd de perceptie en het gedrag van
andere actoren te beïnvloeden, communicatie te verstoren en staten te destabiliseren.33
Hieronder valt een reeks activiteiten zoals het stelen, plaatsen, onderscheppen,
manipuleren, verdraaien of vernietigen van informatie middels door de staat gefinancierde
programma’s die met echt of nepnieuws, online ‘trollencampagnes’, sms’jes en Youtube-
video’s de publieke perceptie proberen te beïnvloeden. Daarnaast spelen de Russische
televisiezenders Russia Today en Sputnik naast websites een belangrijke rol in het
verspreiden van valse berichten.
Het inzetten van desinformatie en cyberaanvallen manifesteerde zich ook tijdens
de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen. De FBI, NSA en de CIA stellen over
voldoende inlichtingen te beschikken om vast te stellen dat Rusland, meer in het
bijzonder president Poetin zelf, verantwoordelijk is voor de hacks bij de Democratische
Partij.34 Naast overheden en democratische processen zijn ook non-gouvernementele
en non-profit organisaties veelvuldig doelwit van cyberaanvallen.35 Nederland is na
het neerschieten van de MH-17 met een Russische afweerraket geconfronteerd met
Russische desinformatie en cyberaanvallen. Direct in de dagen na 17 juli 2014 en bij de
presentatie van de onderzoeken van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) en het Joint
Investigation Team, werden van Russische zijde allerlei elkaar tegensprekende versies
over de toedracht verspreid. Voor en na de presentatie van het onderzoeksrapport op 13
oktober 2015 zouden inlichtingendiensten, aangestuurd vanuit Rusland, hebben getracht
met cyberaanvallen de systemen van de OVV binnen te dringen.36 Volgens de AIVD gaat
van Rusland een aanzienlijke cyberdreiging uit voor Nederland.37
33 A.J.C. Selhorst, ‘Russia’s Perception Warfare. The development of Gerasimov’s doctrine in Estonia and
    Georgia and it application in Ukraine’, Militaire Spectator, jaargang 185, nummer 4, zie: <http://www.
    militairespectator.nl/thema/strategie-operaties/artikel/russias-perception-warfare>. Volgens Keir Giles
    dient het verspreiden van desinformatie een tweeledig doel: ‘isolating the domestic audience from non-
    approved information so that state actions are permissible; and influencing foreign decision-making by
    supplying polluted information, exploiting the fact that Western elected representatives receive and are
    sensitive to the same information flows as their voters’. Keir Giles, ‘Russia’s ‘New Tools for Confronting
    the West. Continuity and Innovation in Moscow’s Exercise of Power’, Research Paper Chatham House,
    March 2016, p. 39.
34 Intelligence Community Assessment, ‘Assessing Russian Activities and Intentions in Recent US
    Elections’, 6 January 2017.
35 Zie: <http://www.politico.com/story/2017/06/08/full-text-james-comey-trump-russia-testimony-239295/>,
    8 June 2017.
36 Zie: <http://www.volkskrant.nl/binnenland/-rusland-zat-achter-cyberaanval-op-onderzoek-ramp-
    mh17~a4317040/>.
37 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
    ‘Jaarverslag AIVD 2015’, april 2016, p. 21.
                                                        13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>III       Veiligheidspolitieke ontwikkelingen aan de zuidflank
Terrorisme is een veiligheidsdreiging waarmee vrijwel alle lidstaten van de NAVO
geconfronteerd worden. Hoewel het geen existentiële dreiging voor de territoriale integriteit
van individuele lidstaten of het bondgenootschap is, vormde een terroristische aanslag wel
de enige aanleiding in de geschiedenis van het bondgenootschap om artikel 5 in werking
te laten treden. De aanslagen op de VS op 11 september 2001, georkestreerd vanuit
Afghanistan, werden gezien als een aanval op allen. De aanslagen deden al snel het besef
groeien dat de terroristische dreiging ook buiten NAVO-grondgebied aangepakt diende te
worden, in Afghanistan, het Midden-Oosten en in andere gebieden. Sindsdien staat het
bestrijden van terrorisme hoog op de agenda van de NAVO.
In de jaren na ‘9/11’ ontwikkelde het bondgenootschap een aantal zogeheten
Contraterrorisme-beleidsrichtlijnen als onderdeel van collectieve verdediging,
crisismanagement en coöperatieve veiligheid. De richtlijnen beoogden de bewustwording
van de dreiging, de capaciteiten en de betrokkenheid van de lidstaten voor een
alomvattende Contraterrorisme-benadering te versterken.38 Daarnaast werd in Ankara in
2005 het Centre of Excellence Defence Against Terrorism opgericht. Dit centrum organiseert
en deelt kennis tussen de lidstaten op het gebied van contraterrorisme.39 In de praktijk
vormen de missies in Afghanistan, in Libië, de trainings- en adviesactiviteiten in Irak en
Jordanië en samenwerking in het kader van de coalitie tegen IS, de hoofdmoot van het
terrorisme-gerelateerde beleid van de NAVO. Hieronder wordt kort ingegaan op de situatie
en de activiteiten van de NAVO in en rond Libië, Syrië, Irak, en Afghanistan.
III.1     Terrorisme en instabiliteit in Noordelijk Afrika
Libië
Op de NAVO-top in Warschau sprak de organisatie politieke steun uit voor de activiteiten
van de Verenigde Naties in Libië en stelde zich op achter de regering van nationale
eenheid als de enige legitieme regering van dit land. Ook was er een principeakkoord over
een mogelijke rol voor de NAVO om de activiteiten van de EU in Libië en de Middellandse
Zee aan te vullen of te ondersteunen. In het kader van de European Union Naval Force
Mediterranean (NAVFORMED) tegen mensensmokkel, zou de NAVO bij kunnen dragen
door middel van inlichtingenverzameling, surveillance en verkenningsactiviteiten of door
versterking van de capaciteit van de Libische kustwacht en marine.40
Ook werd tijdens de top in Warschau herhaald dat de NAVO bereid is de Libische regering
van nationale eenheid te ondersteunen op het gebied van defensie en de ontwikkeling van
de veiligheidsinstituties, zoals eerder toegezegd op de top in Wales.41 Die ondersteuning
38 ‘NATO’s Policy Guidelines on Counter-Terrorism’, Brussels 2015. Zie: <http://www.nato.int/nato_static_
    fl2014/assets/pdf/pdf_2015_11/20151105_151105-ct-policy-guidelines.pdf>.
39 Zie: <http://www.coedat.nato.int/>.
40 Warsaw Summit Communiqué. Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting
    of the North Atlantic Council in Warsaw, 8-9 July 2016. Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_
    texts_133169.htm>.
41 Ibidem.
                                                       14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>is nodig om te voorkomen dat het ernstig verdeelde Libië met een zeer zwak centraal
bestuur, een veilige haven voor jihadistische groeperingen wordt. Islamitische Staat (IS)
heeft in de afgelopen jaren voet aan de grond gekregen, maar bleek, anders dan in Syrië
en Irak, niet in staat grote gebieden onder haar gezag te krijgen. Begin 2017 verloor IS
de stad Sirte, de belangrijke en enige stad van waaruit het in Libië opereerde. De grote
hoeveelheden wapens die in Libië circuleren, vormen een bedreiging voor Europa.
III.2      Inzet in het Midden-Oosten en Afghanistan
Syrië en Irak
Als onderdeel van de coalitie tegen IS levert de NAVO onder meer AWACS-data42 die
gebruikt worden bij het monitoren en analyseren van de situatie op de grond in Syrië en
Irak. Daarnaast ondersteunen diverse individuele lidstaten de coalitie onder meer in de
vorm van luchtaanvallen op IS, de inzet van special forces en de training van Koerdische
milities, het Iraakse leger of gematigde rebellen in Syrië. Specifiek wordt getraind in het
vinden en opruimen van improvised explosive devices (IEDs) dat na de bevrijding van
door IS bezette gebieden van zeer groot belang is, zoals al is gebleken in Mosoel en
omgeving.43
In 2017 verloor IS niet alleen in het noorden van Irak, maar ook elders in Syrië en Irak
veel terrein. De militaire slagkracht van IS is ernstig verzwakt, mede door het ingrijpen
van de door de VS geleide coalitie tegen IS en het ingrijpen van andere coalities (onder
meer die onder leiding van Rusland). De extremistische organisatie is inmiddels verjaagd
uit alle grote steden in Syrië en Irak. De grote vraag is hoe militaire interventie opgevolgd
kan worden door een niet-militaire interventie die op middellange termijn vrede, veiligheid
en stabiliteit in de regio kan brengen. Een succesvol vredesproces gericht op een
duurzaam staakt-het-vuren, machtsdeling en verzoening tussen de etnische en sektarische
groeperingen in Syrië is een eerste voorwaarde. Daarbij kunnen lessen uit Afghanistan en
Libië worden getrokken en met name de lessen over bevordering van de capaciteit van
overheden om in veiligheid te kunnen voorzien. De ervaringen in deze landen laten zien
dat het hierbij gaat om een lastig en lang traject en dat landen weliswaar zoveel mogelijk
zelf moeten doen, maar dat buitenlandse steun gewenst is. De NAVO en de NAVO-lidstaten
doen dit al in Irak.
Afghanistan
In Afghanistan leidde de NAVO van augustus 2003 tot december 2014 de International
Security Assistance Force (ISAF). De transitie van deze stabiliseringsmissie, waarbij de
verantwoordelijkheid voor de veiligheid in Afghanistan bij de Afghanen zelf werd gelegd,
begon in 2011 en werd in december 2014 formeel voltooid. Sindsdien draagt de NAVO bij
aan de veiligheid in Afghanistan door middel van de Resolute Support Mission (RSM) die
gericht is op het trainen, adviseren en ondersteunen van Afghaanse veiligheidstroepen en
veiligheidsinstituties. Op de NAVO-top in Warschau in juli 2016 werd besloten dat RSM ook
na 2016 gecontinueerd zal worden. Inmiddels worden afspraken gemaakt over voortzetting
42 Airborne Warning and Control Systems.
43 In het kader van Defence and Related Capacity Building Initiative bestrijkt de ondersteuning van de NAVO
    in Irak zeven aandachtgebieden: SSR, C-IED, EOD/ontmijning, ondersteuning voor civiel-militaire planning,
    cyber, geneeskundige ondersteuning, civiel-militaire emergency planning.
                                                       15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>van militaire bijdragen na 2017.44 De recente aankondiging van president Trump dat de
VS zich zullen blijven inspannen voor een veilig en stabiel Afghanistan sluit hierbij aan en
maakt de weg vrij voor militaire versterkingen en nieuwe diplomatieke en economische
initiatieven.45 Verwacht wordt dat de NAVO ook na beëindiging van de missie een civiele
aanwezigheid in Afghanistan zal houden om de Afghaanse veiligheidsinstituties met advies
en financiële middelen te blijven ondersteunen.46 Daarmee moet worden voorkomen
dat Afghanistan ooit weer een basis van Al-Qaida en andere jihadistische terroristen kan
worden.
Dat de dreiging op de zuidflank gezien wordt als een dreiging waar de komende jaren
rekening mee moet worden gehouden, mag blijken uit het besluit van de ministers van
Defensie van de NAVO (februari 2017) om een steunpunt voor het Zuiden (Hub for
the South) op te richten binnen het Joint Force Command van de NAVO in Napels. Dit
steunpunt moet de NAVO helpen de dreiging en uitdagingen aan de zuidflank beter te
monitoren. Naast deze hub is het naar de mening van de AIV voor de NAVO zaak om de
situatie in Noordelijk Afrika, het Midden-Oosten en Afghanistan nauwlettend te volgen en
partnerschappen met relevante actoren aan te gaan. De terroristische dreiging uit dit deel
van de wereld houdt niet op bij de Middellandse Zee, zoals bleek in Parijs, Brussel, Berlijn
en Barcelona. Daarnaast wordt NAVO-lidstaat Turkije dagelijks geconfronteerd met de
gevolgen van de burgeroorlogen in Syrië en Irak en de stroom van migranten, onder meer
vanuit Afghanistan.
De door de NAVO gevolgde benadering van deze en andere out of area-dreigingen was
de afgelopen 15 jaar tweeledig: aan de ene kant een militaire benadering en aan de
andere kant een benadering die gericht is op opbouw van de veiligheidsinstellingen. De
toegevoegde waarde van de NAVO ligt onder meer op het gebied van veiligheidsexpertise
en het optreden in een non-permissive environment. Ook in de toekomst zullen beide
benaderingen noodzakelijk blijven om de dreiging aan de zuidflank het hoofd te kunnen
bieden.
44 Brief van de minister van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over
    verslag van de bijeenkomst van de NAVO-ministers van Defensie op 29 juni 2017 en de beëindiging van
    de Nederlandse bijdrage aan UNAMA, Den Haag, 20 juli 2017, p. 3.
45 Zie: <https://www.nytimes.com/2017/08/21/world/asia/afghanistan-troops-trump.html>.
46 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_8189.htm>.
                                                     16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>IV         Van Wales via Warschau naar Brussel en verder
IV.1       Versterking deterrence and defence posture
De afgelopen jaren zijn de nodige maatregelen getroffen om invulling te geven aan
het hernieuwde belang van de collectieve verdediging. Stond tijdens de top in Wales
(september 2014) de reassurance van de oostelijke bondgenoten centraal en werd
daarvoor het Readiness Action Plan (RAP) in het leven geroepen, op de top van Warschau
(juli 2016) lag de nadruk – mede vanwege de verder verslechterde veiligheidssituatie – op
deterrence. In het kader van het RAP werd een stand by Very High Readiness Joint Task
Force (VJTF, een multinationale brigade van ongeveer 5000 militairen) opgericht, deel
uitmakend van de NATO Response Force (NRF) om indien nodig snel in actie te kunnen
komen (één bataljon binnen 48 uur, de rest van de VJTF binnen vijf tot zeven dagen). De
VJTF zou desgewenst ondersteund kunnen worden met onder meer eenheden van de
luchtmacht, marine en special forces met een totale sterkte van ca. 13.000 militairen.
De NRF omvat daarnaast Immediate Follow on Forces bestaande uit een stand down
VJTF (reactietijd 30 dagen) en een stand up VJTF (reactietijd 45 dagen). De NATO’s
Air Policing Mission kreeg versterking en werd uitgebreid naar Roemenië. Daarnaast
werd voor het eerst weer een aantal grote militaire oefeningen gehouden. In juni 2015
besloten de NAVO-ministers van Defensie tot aanpassing van de politieke en militaire
besluitvormingsprocedures zodat de NAVO, indien nodig, sneller in actie kan komen. De
Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) kreeg de bevoegdheid ‘to prepare troops
for action as soon as a political decision is made’. Tevens werd een nieuw concept voor
advance planning goedgekeurd.47 Acht NATO Force Integration Units (NFIUs) in Estland,
Letland, Litouwen, Polen, Roemenië en Bulgarije en twee nieuwe hoofdkwartieren in Polen
en Roemenië moeten een snelle ontplooiing mogelijk maken.
Op de top van Warschau viel het besluit om NAVO-militairen in het oostelijk deel van
het bondgenootschap prominenter aanwezig te laten zijn zonder dat tot permanente
stationering werd overgegaan, aangezien dat in strijd zou zijn met de NATO-Russia
Founding Act (1997)48. De lidstaten kwamen overeen om in het kader van de zogenaamde
Enhanced Forward Presence (EFP) vier multinationaal samengestelde bataljons met
47 Statement by NATO Defence Ministers, 25 June 2015 ‘To enhance the ability to respond quickly and
    effectively to any contingency, we have significantly adapted our advance planning. We have also adapted
    our decision making procedures to enable the rapid deployment of our troops’. Zie: <http://www.nato.int/
    cps/en/natohq/news_121133.htm?selectedLocale=en>.
48 ‘NATO reiterates that in the current and foreseeable security environment, the Alliance will carry out
    its collective defence and other missions by ensuring the necessary interoperability, integration, and
    capability for reinforcement rather than by additional permanent stationing of substantial combat forces.
    Accordingly, it will have to rely on adequate infrastructure commensurate with the above tasks. In this
    context, reinforcement may take place, when necessary, in the event of defence against a threat of
    aggression and missions in support of peace consistent with the United Nations Charter and the OSCE
    governing principles, as well as for exercises consistent with the adapted CFE Treaty, the provisions of
    the Vienna Document 1994 and mutually agreed transparency measures. Russia will exercise similar
    restraint in its conventional force deployments in Europe’. Founding Act on Mutual Relations, Cooperation
    and Security between NATO and the Russian Federation signed in Paris, France, 27 May 1997. Zie:
    <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_texts_25468.htm>.
                                                         17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>roulerende eenheden te stationeren in Estland, Letland, Litouwen en Polen. Zeventien
NAVO-landen leveren eenheden voor deze bataljons. De deelname van zoveel bondgenoten
geeft uitdrukking aan de onderlinge solidariteit maar doet afbreuk aan de militaire
effectiviteit. Tevens werd besloten een multinationale brigade in Roemenië te legeren
waaraan Bulgarije, Canada, Duitsland, Nederland, Turkije en de VS een bijdrage leveren,
ook wel Tailored Forward Presence genoemd.
In Wales en Warschau hebben de lidstaten tevens afspraken gemaakt over een aantal
niet-conventionele dreigingen. Voor de eerste maal werd vastgelegd dat een hybride
aanval, ook als geen sprake is van reguliere militaire inzet, beschouwd zou kunnen worden
als een situatie waarbij artikel 5 van het NAVO-verdrag aan de orde is.49 In Wales werd
de Enhanced Cyber Defence Policy goedgekeurd en bepaald dat cyber defence onderdeel
uitmaakt van de collectieve verdediging waarbij artikel 5 kan worden ingeroepen.
Offensieve cyberoperaties zijn thans geen onderdeel van de NAVO-strategie. Naar de
mening van de AIV zouden de offensieve cybercapaciteiten van afzonderlijke NAVO-landen
een belangrijke rol moeten spelen als bijdrage aan afschrikking.
Op het gebied van cyberveiligheid ligt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van
nationale netwerken en infrastructuur bij de lidstaten zelf. De NAVO concentreert zich op
de verdediging van de communicatie- en informatiesystemen van het bondgenootschap en
de uitwisseling van informatie en kan lidstaten bijspringen met NATO Cyber Rapid Reaction
Teams.50 In Warschau werd cyber erkend als vierde operationeel domein, ‘we affirm NATO’s
defensive mandate, and recognise cyberspace as a domain of operations in which NATO
must defend itself as effectively as it does in the air, on land, and at sea’.51
In de verklaring van Warschau werd de rol van kernwapens iets sterker aangezet. De
gebruikelijke mantra ‘as long as nuclear weapons exist, NATO will remain a nuclear alliance’
werd herhaald. Maar waar eerder werd gesteld dat ‘the circumstances in which any use of
nuclear weapons might have to be contemplated are extremely remote’, luidde de passage
in de slotverklaring in Warschau: (…) ‘the circumstances in which NATO might have to use
nuclear weapons are extremely remote’, waarmee de NAVO een signaal richting Rusland
lijkt te willen afgeven.52 De verklaring noemt ook voor het eerst omstandigheden waarin
inzet aan de orde zou kunnen zijn: ‘If the fundamental security of any of its members were
to be threatened however, NATO has the capabilities and resolve to impose costs on an
adversary that would be unacceptable and far outweigh the benefits that an adversary
could hope to achieve’.53
49 ‘The Alliance and Allies will be prepared to counter hybrid warfare as part of collective defense. The
     Council could decide to invoke Article 5 of the Washington Treaty’, Warsaw Summit Communiqué. Issued
     by the Heads of State and Government participating in the meeting of the North Atlantic Council in
     Warsaw, 8-9 July 2016. Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_texts_133169.htm>.
50 Judy Dempsey, ‘Can Europe Deal With Cyberattacks?’, May 17, 2017. Zie: <http://carnegieeurope.eu/
     strategiceurope/69992/>.
51 Warsaw Summit Communiqué. Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting
     of the North Atlantic Council in Warsaw 8-9 July 2016. Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_
     texts_133169.htm>.
52 Michael Turner, ‘Deterring to Defend. NATO After the Warsaw Summit’, Brussels 2016, p. 51.
53 Ibidem.
                                                       18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>De NAVO-top in mei 2017 in Brussel had een beperkte agenda: de opening van het nieuwe
hoofdkwartier en kennismaking met de nieuwe Amerikaanse president. In die zin was deze
top onvergelijkbaar met die van Wales en Warschau. Het optreden van president Trump
– het feit dat hij de andere NAVO-landen de mantel uitveegde over hun defensiebudget
en artikel 5 ongenoemd liet – leek een nieuwe fase in de trans-Atlantische relatie in
te luiden.54 De tijdens de top van Wales gemaakte afspraak over de 2%-norm werd
herbevestigd en er werd een monitoringrapportage overeengekomen.55 Mede om president
Trump tegemoet te komen werd het besluit genomen om de NAVO als organisatie
deel te laten nemen aan de anti-IS coalitie en het bondgenootschap in te zetten voor
contraterrorisme.
IV.2       Scenario’s
Het kabinet heeft de AIV verzocht in te gaan op de vraag hoe de NAVO zich zou moeten
opstellen bij provocaties en conflictsituaties beneden de drempel van artikel 5 van het
NAVO-verdrag. In de actuele, diffuse veiligheidsconstellatie, met veiligheidsdreigingen
aan de oost- en de zuidflank van het bondgenootschap, een onvoorspelbaar Amerikaans
leiderschap, een verdeelde EU, terroristische dreigingen en hybride oorlogvoering zijn
uiteenlopende scenario’s denkbaar waarin deze situatie zich zou kunnen voordoen.56
Het hoogste besluitvormingsorgaan is de Noord-Atlantische Raad (NAR), die op
ministers- of ambassadeursniveau bijeenkomt (of op het niveau van staatshoofden en
regeringsleiders tijdens een top). De agenda van de Raad is gericht op bespreking van
de voornaamste crisisgebieden, waartoe vaak internationale vertegenwoordigers van
bijvoorbeeld de EU, de VN, de Afrikaanse Unie, Australië, Oekraïne en China, worden
uitgenodigd. Tot de inzet van militaire middelen en andere maatregelen wordt binnen het
bondgenootschap op politiek niveau beslist. Tussen de bondgenoten vindt doorlopende
informatie-uitwisseling en discussie plaats, mede met het oog op mogelijke preventie
in een vroeg stadium van een crisissituatie. Het is van groot belang dat alle landen hier
ruimhartig aan bijdragen. Het vormt immers het bindmiddel voor onderlinge cohesie
en solidariteit. Bij oplopende spanningen kan een lidstaat eerst een beroep doen op
artikel 4: ’The Parties will consult together whenever, in the opinion of any of them, the
territorial integrity, political independence or security of any of the Parties is threatened’.
De afgelopen jaren is dit artikel enkele malen ingeroepen, bijvoorbeeld in 2014 door Polen
om de spanningen in Oekraïne te bespreken en in 2015 door Turkije in verband met de
terroristische aanslagen in het land.
Artikel 5 omschrijft de zogenaamde bijstandsclausule: ’Parties agree that an armed attack
54 ‘Highlights: In Brussels, Trump Scolds Allies on Cost-Sharing, and Stays Vague on Article 5’, May 25,
    2017. Zie: <https://www.nytimes.com/2017/05/25/world/europe/trump-brussels-nato.html?_r=0>.
55 1. Hoe de verhoging tot minimaal 2% BBP en de investeringsquote van 20% wordt bereikt; 2. In welke
    mate additionele financiële middelen zullen worden gebruikt om capaciteiten aan te schaffen waar de
    NAVO om vraagt; 3. Welke bijdragen aan missies en operaties binnen en buiten NAVO-kader voor het
    komende kalenderjaar in de planning staan. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister
    van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over verslag van de speciale
    bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten op 25 mei 2017 te Brussel,
    Den Haag 15 juni 2017, p. 2.
56 In dit advies worden onder de ‘zuidflank’ de volgende regio’s verstaan: Noordelijk Afrika en het Midden-
    Oosten.
                                                     19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>against one or more of them in Europe or North America shall be considered an attack
against them all and consequently they agree that, if such an armed attack occurs, each
of them, in exercise of the right of individual or collective self-defense recognized by Article
51 of the Charter of the United Nations, will assist the Party or Parties so attacked by
taking forthwith, individually and in concert with the other Parties, such action as it deems
necessary, including the use of armed force, to restore and maintain the security of the
North Atlantic area’. In de afgelopen decennia is als eerder vermeld artikel 5 slechts één
maal ingeroepen, namelijk in 2001 na de aanval op de Twin Towers en het Pentagon.57
Overigens is het aan de bondgenoten individueel ter beoordeling op welke wijze bijstand
wordt verleend. Het staat dus niet op voorhand vast dat dit met militaire middelen
gebeurt.
Indien de NAVO tot militaire inzet zou besluiten dan doorloopt het NAVO-besluitvormings-
proces verschillende stadia met een rol voor de NAR, SACEUR, het Militair Comité en de
parlementen van de NAVO-landen. Mede omdat binnen de NAVO de consensusregel van
toepassing is, kan de politieke besluitvorming geruime tijd in beslag nemen, hetgeen
problematisch is als de VJTF binnen een kort tijdsbestek ter plekke moet zijn. Het militaire
advies, op basis waarvan de NAR besluiten neemt, moet ook aspecten omvatten die
beantwoorden aan de hedendaagse complexiteit van crisissituaties en het hybride karakter
van moderne oorlogvoering, waaronder desinformatie en eventuele cyberdreigingen. De
besluitvormingsprocedures moeten dan ook regelmatig en tot op het hoogste niveau
worden beoefend en getest op snelheid en doelmatigheid. De slagvaardigheid van het
bondgenootschap wordt uiteindelijk bepaald door de mate van politieke overeenstemming
tussen de hoofdsteden.
De AIV vraagt in het bijzonder aandacht voor de positie van de nationale parlementen wier
instemming nodig is om een breed draagvlak te scheppen voor risicovolle militaire inzet.
Dat is gegeven de uiteenlopende opvattingen tussen de bondgenoten niet op voorhand
een uitgemaakte zaak. In het advies nr. 96 ‘Inzet van snelle reactiemachten’ heeft de AIV
gewezen op het belang om de volksvertegenwoordiging zo royaal mogelijk te informeren en
maximaal te betrekken indien militaire inzet aan de orde is, desnoods vertrouwelijk indien
een publiek debat niet mogelijk is. Dat geldt ook voor de inzet van de VJTF in een artikel-5
situatie of bij oplopende spanningen. In hetzelfde advies heeft de AIV het parlement
aanbevolen jaarlijks uitgebreid stil te staan bij het toewijzen van eenheden aan onder
andere de NRF/VJTF.58 Als een beroep wordt gedaan op artikel 5 van het NAVO-verdrag is
artikel 97 van de Grondwet van toepassing, waarin is vastgelegd dat er een krijgsmacht is
‘ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk,
alsmede ten behoeve van de internationale rechtsorde’. In dit artikel is niets bepaald
ten aanzien van de rol van de volksvertegenwoordiging, in tegenstelling tot artikel 100
van de Grondwet, waaraan het parlement een materieel instemmingsrecht ontleent. In
de afgelopen decennia is door de Tweede Kamer met enige regelmaat van gedachten
gewisseld over de rol van het parlement bij de inzet van de krijgsmacht. Dergelijke
debatten zijn de afgelopen jaren niet gevoerd, hoewel daarvoor naar het oordeel van de
AIV wel alle aanleiding is vanwege de verslechterde internationale veiligheidssituatie, het
beroep dat waarschijnlijk in toenemende mate zal worden gedaan op de Nederlandse
krijgsmacht en de noodzakelijke verdieping van de Europese defensiesamenwerking.
57 Edgar Buckley, ‘Invoking Article 5’, zie: <http:// www.nato.int/docu/review/2006/issue2/english/art2.html>.
58 AIV-advies, nr. 96, ‘Inzet van snelle reactiemachten’, Den Haag, oktober 2015, pp. 42-45.
                                                        20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Enkele scenario’s
De AIV acht verschillende scenario’s denkbaar waarbij sprake zou kunnen zijn van
Russische betrokkenheid, die mogelijk een reactie van de NAVO vereisen. Hierna worden
de volgende scenario’s (niet limitatief) aan de orde gesteld: een onbedoeld incident, een
digitale aanval, dreigen met een nucleaire aanval, een aanval op een niet-NAVO land en
een militaire interventie in een NAVO-land.
Onbedoeld incident
Een incident waarbij militaire vliegtuigen van Rusland en NAVO-bondgenoten met
elkaar in botsing komen - een militair-militair incident - zou onbedoeld op een militaire
confrontatie kunnen uitlopen.59 De afgelopen jaren hebben NAVO-vliegtuigen regelmatig
Russische vliegtuigen gevolgd en onderschept.60 Het neerhalen van een Russisch
jachtvliegtuig op 24 november 2015 door Turkije is een incident dat in potentie op een
militaire confrontatie had kunnen uitdraaien. Een confrontatie kan ook het gevolg zijn
van een militair-civiel incident. Russische militaire vliegtuigen vliegen regelmatig zonder
ingeschakelde transponders, dat vergroot de kans op botsingen met civiele vliegtuigen.61
Sinds de annexatie van de Krim worden aanzienlijk meer militaire activiteiten ontplooid in
de Baltische Zee, de Zwarte Zee, de Noordelijke IJszee, de Atlantische Oceaan en nabij de
grens tussen Rusland en NAVO-bondgenoten. Ook daardoor neemt de kans op onbedoelde
escalatie toe.62
Digitale aanval
Een digitale aanval van Russische zijde zou eveneens tot een militaire confrontatie kunnen
leiden. Er kan een diffuse situatie ontstaan waarbij het onduidelijk is of een digitale
aanval kan worden aangemerkt als een armed attack in de zin van artikel 5 van het NAVO-
Verdrag (en artikel 51 van het VN-Handvest). In de NATO Wales Summit Declaration wordt
hierover gesteld: ‘Cyberattacks can reach a threshold that threatens national and Euro-
Atlantic prosperity, security, and stability. Their impact could be as harmful to modern
societies as a conventional attack. We affirm therefore that cyber defence is part of
NATO’s core task of collective defence. A decision as to when a cyber-attack would lead
to the invocation of Article 5 would be taken by the North Atlantic Council on a case-
59 ‘With the increase of military activities in the region there is also the risk of unintentional escalation
    as a result of miscommunication or miscalculation. Incidents in the Baltic and Black Seas, involving
    fighter aircraft conducting high-speed passes of warships, aggressive interceptions of reconnaissance
    aircraft, and other encounters continue to carry a risk to life, as has been clearly demonstrated by the
    Turkish downing of a Russian aircraft over its Syrian border last November, in: Thomas Frear, Denitsa
    Raynova, ‘Russia-West Military Incidents: Skirting the Law’, 7 December 2016. Zie: <http://www.
    europeanleadershipnetwork.org/russia-west-military-incidents-skirting-the-law_4270.html>.
60 In 2016 zijn 780 keer NAVO-vliegtuigen vanaf Europese vliegbases in actie gekomen. Lizzie Deardan,
    ‘Russian planes intercepted EU Europe fighter jets scrambled bombers’, 22 April 2017.
    Zie: <http://www.independent.co.uk/news/world/europe/nato-russian-planes-intercepted-eu-europe-
    fighter-jets-scrambled-bombers-raf-typhoons-alaska-putin-a7696561.html>.
61 Overigens is dit niet illegaal aangezien militaire vliegtuigen niet onder de regels van de Civil Aviation
    Organisation vallen.
62 Lukasz Kules, Thomas Frear, Denitsa Raynova, ‘Managing Hazardous Incidents in the Euro-Atlantic Area:
    A New Plan of Action’, European Leadership Network, November 2016, p. 7.
                                                        21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>by-case basis’.63 Daarmee volgt de NAVO de benadering die eerder door de AIV en de
Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken(CAVV) is aanbevolen en in
de Tallinn Manual is vastgelegd.64 De drempel voor het inroepen van artikel 5 is evenwel
hoog. De AIV en CAVV kwamen tot de volgende conclusie: ‘Het is [...] denkbaar dat een
serieuze georganiseerde digitale aanval op essentiële functies van de staat kan worden
aangemerkt als een ‘gewapende aanval’ in de zin van artikel 51, indien deze mogelijk of
daadwerkelijk leidt tot ernstige verstoring van het functioneren van de staat of tot ernstige
en langdurige gevolgen voor de stabiliteit van de staat. Hierbij moet sprake zijn van een
(aanhoudende poging tot) ontwrichting van de staat en/of de samenleving en niet slechts
een belemmering of vertraging bij het normaal uitvoeren van taken […]’.65
De NAVO beschouwt de te nemen maatregelen bij zowel een cyberaanval als bij een andere
niet-kinetische hybride aanval primair als een verantwoordelijkheid van het aangevallen
land. Vanuit de NAVO kan ondersteuning worden geleverd, al dan niet via consultatie
in het kader van artikel 4. Ook ingeval van een niet-kinetische hybride aanval is NAVO-
inzet in het kader van artikel 5 niet uitgesloten. In de NATO Wales Summit Declaration is
bepaald dat het bondgenootschap en de bondgenoten ‘will be prepared to counter hybrid
warfare as part of collective defence. The Council could decide to invoke Article 5 of the
Washington Treaty’.66 Volgens Keir Giles leidt de Russische manier van optreden tot ‘the
specific question of when, or whether, hostile action in information space or cyberspace
constitutes an act or state of war.67 In geval van een digitale aanval laat zich dat lastig
vaststellen en wordt de NAVO gesteld voor vragen als: wie is de agressor, is er sprake van
een artikel 5-situatie, op welke wijze moet de NAVO reageren en wat is een proportionele
tegenreactie (een symmetrisch of asymmetrisch antwoord), op welk moment moet de NAR
een besluit nemen?68
Ook andere vormen van hybride oorlogvoering door Rusland kunnen tot vergelijkbare
onduidelijkheid leiden en het plannings- en besluitvormingsproces van de NAVO voor
lastige vraagstukken stellen. Hierdoor zal tussen de NAVO-bondgenoten verdeeldheid
63 Wales Summit Declaration Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting
    of the North Atlantic Council in Wales, 5 September 2014. Zie:<www.nato.int/cps/en/natohq/official_
    texts_112964.htm>.
64 AIV & CAVV–advies nr. 77/22, ‘Digitale oorlogvoering, Den Haag, december 2011. Zie ook: M.N. Schmitt,
    (Ed.), Tallinn manual on the international law applicable to cyber warfare. New York: Cambridge University
    Press, 2013, p. 258. De Tallinn manual bevat een analyse over de toepasbaarheid van internationaal
    recht op het gebied van cyber warfare.
65 Volgens deze benadering werd bij de grootscheepse (kortdurende) cyberaanvallen op Estland in 2007 op
    overheids-, financiële en economische instellingen, de artikel 5-drempel niet overschreden.
66 Wales Summit Declaration Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting
    of the North Atlantic Council in Wales, 5 September 2014. Zie: <www.nato.int/cps/en/natohq/official_
    texts_112964.htm>.
67 Keir Giles, ’Handbook of Russian Information Warfare’, Fellowship Monograph. Research Division NATO
    Defense College. Rome, November 2016, p. 76.
68 F. Stephen Larrabee e.a., Russia and the West After The Ukrainian Crisis. European Vulnerabilities to
    Russian Pressures’, RAND Corporation Santa Monica, 2017, p. 11.
                                                        22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>kunnen ontstaan over de vraag of en hoe de NAVO moet reageren (is een collectieve
reactie gewenst, wel of niet militair, hoe te handelen als de agressor onbekend is). Volgens
Binnendijk e.a. kiest Rusland met opzet voor een hybride benadering ‘to achieve aims
without war by staying below NATO’s threshold for reaction, dividing Europeans from each
other as well as from their North American allies, and slowing, if not outright blocking,
NATO decision-making and unity of purpose’.69
Dreigen met een nucleaire aanval
Het dreigen met een nucleaire aanval is een derde scenario, waarbij de kernwapens
niet alleen voor afschrikking worden gebruikt, maar ook om te intimideren en te
chanteren.70 In 2013 maakte een nucleaire aanval op Zweden onderdeel uit van
een Russische oefening.71 Aan Denemarken is te verstaan gegeven dat, als het
raketverdedigingssystemen zou plaatsen op oorlogsbodems, ’Danish warships will be
targets for Russian nuclear missiles’, aldus de Russische ambassadeur in Kopenhagen.72
Poetin verwees, als gezegd, verder expliciet naar Ruslands nucleair potentieel tijdens de
annexatie van de Krim.
Aanval op een niet-NAVO land
Inroeping van artikel 4 is ook denkbaar in geval van een Russische aanval op een niet-
NAVO bondgenoot. Indien het Finland of Zweden zou betreffen – beide lid van de EU – ligt
consultatie voor de hand omdat beide landen nauw samenwerken met het bond-
genootschap. Mogelijk wordt in een dergelijke situatie ook de wederzijdse bijstandsclausule
van de EU (artikel 42.7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie) ingeroepen. Indien
het om landen als Oekraïne, Georgië of delen van voormalig Joegoslavië zou gaan, zal van
geval tot geval bezien moeten worden welke actie van NAVO-zijde passend is.
Er bestaat een risico dat met plotselinge verheviging van de strijd in het oosten van
Oekraïne stap voor stap delen van dat land onder feitelijk beheer van Rusland komen.
Indien de opbouw van snel inzetbare Russische troepen nabij Oekraïne toeneemt, worden
de kansen voor Rusland op militair succes bij het ondergraven van de onafhankelijkheid
van dat land groter. De respectering van de integriteit van Oekraïne, die in het Boedapest
Memorandum uit 1994 is gegarandeerd door de VS, het VK en Rusland zelf, is in het
belang van de veiligheid en geloofwaardigheid van de leden van de NAVO en de EU.
Militaire interventie in een NAVO-land
Een vijfde scenario betreft een conventionele militaire interventie in een NAVO-land,
in de vorm van een verrassingsaanval vanuit bijvoorbeeld een snap exercise. Deze
interventie zou in de Russische doctrine altijd gepaard gaan met verschillende andere
activiteiten zoals weergegeven in het schema over hybride oorlogvoering, zoals informatie-
69 Hans Binnendijk e.a. ’Alliance Revitalized: NATO for a New Era, The Washington Project, April 2016, p. 21.
70 Jacek Durkalec, ‘Russia’s evolving nuclear strategy and what it means for Europe’, European Council on
    Foreign Affairs, 5th July 2016. Zie: <http://www.ecfr.eu/article/commentary_russias_evolving_nuclear_
    strategy_and_what_it_means_for_europe>.
71 Damien Sharkov, ‘Russia Practiced Nuclear Strike on Sweden: NATO Report’, April 2, 2016.
    Zie: <http://www.newsweek.com/russia-practiced-nuclear-strike-sweden-nato-report-422914>.
72 ‘Russia threatens to aim nuclear missiles at Denmark ships if it joins NATO shield’,
    March 22, 2015. Zie: <http://www.reuters.com/article/us-denmark-russia-idUSKBN0MI0ML20150322>.
                                                      23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>en propagandamaatregelen en digitale aanvallen. De geografische nabijheid, hogere
gereedheid, de mogelijkheid om snel troepen aan te voeren uit andere militaire districten
en een sneller besluitvormingsproces verschaffen Rusland een aantal belangrijke
voordelen ten opzichte van de NAVO. In verschillende studies is uiteengezet hoe kwetsbaar
in het bijzonder de Baltische staten zijn en hoe lastig het is voor de NAVO om deze landen
in geval van nood effectief bij te staan. Rusland zou een strook land kunnen innemen
op de grens van Litouwen met Polen tussen Kaliningrad en Wit-Rusland, de zogenaamde
Suwalki-gap met een lengte van ruim 100 kilometer.73 Rusland zou de Suwalki-gap vanuit
Kaliningrad en Wit-Rusland kunnen afsluiten en het zo voor de NAVO onmogelijk maken
versterkingen over land en door de lucht aan te voeren.
De uitbreiding en stationering van Russische raket(verdedigings-)systemen in Kaliningrad
vormen een belangrijke belemmering voor de NAVO om de Baltische Staten te hulp te
schieten omdat het gebruik van het land, de zee of het luchtruim deels onmogelijk is.
Rusland heeft met de inrichting van deze Anti-Access and Area Denial-zones (A2/AD) de
militaire balans in de Baltische Regio ingrijpend gewijzigd en de invloed in de Zwarte Zee,
het Oostelijk Middellands Zeegebied en het Midden-Oosten aanzienlijk vergroot. Hierdoor
rijst de vraag of de NAVO luchtoverwicht kan krijgen in strategisch belangrijke theaters, met
name in de Baltische staten en voorts in onder meer een belangrijk deel van het gebied
rond de Zwarte Zee, het noordelijk deel van Polen en delen van Turkije.74 In tegenstelling
tot de Baltische staten kan het gebied rond de Zwarte Zee overigens versterkt worden
via land en de lucht. De Zwarte Zee kan bovendien worden bereikt via de Dardanellen
die onder controle staan van NAVO-lid Turkije, waarmee de samenwerking overigens in
toenemende mate stroef verloopt.75
73 Agnia Grigas, NATO’s Vulnerable Link in Europe: Poland’s Suwalki Gap, February 9, 2016. Zie: <http://www.
    atlanticcouncil.org/blogs/natosource/nato-s-vulnerable-link-in-europe-poland-s-suwalki-gap>.
74 Rem Korteweg, Sophia Besch, ’No denial: How NATO can deter a creeping Russian threat Insight’,
    9 February 2016. Zie: <https://www.cer.org.uk/insights/no-denial-how-nato-can-deter-creeping-russian-
    threat>.
75 Octavian Manea, Dealing with the Access-Denial Challenge in Europe, 5 October 2016. Zie: <http://
    defencematters.org/news/dealing-access-denial-challenge-europe/1137/.
                                                      24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Tot slot
Ook de instabiele politieke situatie in een aantal Balkanlanden, bijvoorbeeld in Kosovo,
zou bij oplopende spanningen aanleiding kunnen zijn voor Rusland zich actief te mengen
in de binnenlands politieke situatie.76 De situatie is volatiel vanwege achterblijvende
sociale en economische ontwikkelingen, politieke en etnische verdeeldheid en zwakke
democratische structuren. Naast beïnvloeding door Rusland (maar ook: China, Turkije en
de Golfstaten) worden de Balkanlanden geconfronteerd met de destabiliserende effecten
van irreguliere migratie en terrorisme. Onzekerheid over de werkelijke betrokkenheid van
de Europese landen en twijfels bij de geloofwaardigheid van toetredingsperspectieven,
lijken in een aantal landen ruimte te bieden voor interne en externe krachten die zich
verzetten tegen de democratische hervormingsagenda en verdere integratie van de
regio in de Euro-Atlantische (veiligheids-) structuren.77 De EU is met respectievelijk de
European Union Force (EUFOR) Althea (600 militairen), de European Union Rule of Law
Mission in Kosovo (EULEX), de toetredingsonderhandelingen en hervormingsagenda nauw
betrokken bij de regio. Met de Kosovo Force (KFOR (4300 militairen), het Partnership for
Peace en capaciteit ondersteunende activiteiten heeft de NAVO directe betrokkenheid bij
de Balkanlanden. Veiligheidspolitieke spanningen in deze regio vragen niet op de eerste
plaats om militaire oplossingen, maar nopen ook in NAVO-verband tot een alerte en
proactieve opstelling ter voorkoming van escalatie.
Wat de zuidflank betreft dient eveneens rekening te worden gehouden met een situatie
waarin artikel 4 of 5 ingeroepen zou kunnen worden, zoals Turkije in 2015 heeft gedaan
toen het werd geconfronteerd met terroristische aanslagen. Een beroep op artikel 4 of 5
is bijvoorbeeld denkbaar indien een terroristische groep (met vertakkingen in Europa) een
aanval met een gegijzeld passagiersvliegtuig zou uitvoeren op een van de bondgenoten.
Met een beroep op artikel 4 kan de solidariteit van het bondgenootschap tot uitdrukking
worden gebracht en een uitwisseling van inlichtingen (met name met de VS) tot stand
komen. In een dergelijk geval liggen uitgebreide consultaties voor de hand en zal
waarschijnlijk intensieve samenwerking met de EU plaatsvinden.
De AIV is van mening dat regelmatige oefeningen met betrokkenheid van onder meer
de NAR, SACEUR, het Militair Comité en de nationale parlementen van de NAVO-landen
cruciaal zijn om in voorkomend geval adequaat te kunnen handelen. Bij deze oefeningen
zal vooral de besluitvorming bij conflictsituaties beneden de drempel van artikel 5 van het
NAVO-verdrag, zoals cyberaanvallen, aan de orde moeten komen.
IV.3      Appreciatie maatregelen Wales en Warschau - geloofwaardige afschrikking met
          militaire middelen
Afschrikking kan worden gerealiseerd door inzet van militaire en niet-militaire
machtsmiddelen. Niet-militaire machtsmiddelen omvatten bijvoorbeeld diplomatieke-
en economische sancties en het ontzeggen van de toegang tot het betalingssysteem
SWIFT. Afschrikking met militaire middelen kan worden nagestreefd door deterrence by
76 Zie ook: Arend Jan Boekestijn, ‘Zal Poetin zich kunnen beheersen’, Raam op Rusland, 16 februari 2017,
    zie: <https://raamoprusland.nl/dossiers/geopolitiek/462-zal-poetin-zich-kunnen-beheersen>.
77 Sabina Lange, Zoran Nechev and Florian Trauner, ‘Resilience in the Western Balkans’, ISS report no. 36,
    August 2017.
                                                     25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>denial en door deterrence by punishment.78 De eerste strategie is preventief en tracht
een tegenstander ervan te overtuigen dat het niet mogelijk is zijn doel te bereiken.
Deze strategie vereist een duidelijk zichtbare, sterke conventionele aanwezigheid van
de verdediger in de gebieden die de agressor zou kunnen aanvallen. Deterrence by
punishment veronderstelt dat een tegenstander ervan kan worden overtuigd dat een
bereikt doel slechts tijdelijke waarde heeft en er altijd een reactie volgt die het behaalde
voordeel meer dan teniet doet. Het bezit van kernwapens draagt bij aan beide vormen van
afschrikking.
Effectieve afschrikking met militaire middelen berust op drie pijlers: capabilities (voldoende
militaire slagkracht hebben om de tegenstander zijn nagestreefde doel te ontzeggen),
credibility (de tegenstander ervan overtuigen dat zo nodig alle middelen kunnen en zullen
worden ingezet) en communication (heldere communicatie over de bereidheid zo nodig
alle middelen in te zetten). Een van de adviesvragen beoogt een antwoord te krijgen op de
effectiviteit van de tijdens de topbijeenkomsten van Wales en van Warschau afgesproken
maatregelen op het gebied van afschrikking met militaire middelen. Deze maatregelen
dienen dan ook getoetst te worden aan deze drie pijlers. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor
een mogelijke Russische inval in een van de Baltische staten waar de NAVO het meest
kwetsbaar is?
Verschillende studies betogen dat de door de NAVO getroffen maatregelen niet
toereikend zijn om het hoofd te bieden aan eventuele Russische agressie. De RAND-
studie Reinforcing Deterrence on NATO’s Eastern Flank maakt inzichtelijk hoe kwetsbaar
de Baltische staten zijn voor een Russische aanval. Binnen 60 uur zouden Talinn of
Riga kunnen zijn ingenomen waarbij de NAVO slechts over een beperkt aantal, weinig
aantrekkelijke, opties beschikt: een gewapend antwoord, het dreigen met escalatie of
toegeven waardoor niet alleen één of meer Baltische staten worden opgegeven maar
tegelijkertijd de toekomst van de NAVO op het spel komt te staan.79 Om dit scenario te
voorkomen zouden zeven brigades, waaronder drie tankbrigades, in de Baltische Staten
aanwezig moeten zijn met voldoende ondersteunende eenheden zoals artillerie en
adequate luchtsteun.
Het is de vraag of Europese NAVO-lidstaten thans in staat zijn inzetbare brigades binnen
korte tijd op de been te brengen. Volgens Michael Shurkin zullen landen als Frankrijk,
Duitsland en het VK daartoe niet of nauwelijks in staat zijn. In een nieuwe RAND-studie
The abilities of the British, French and German Armies to Generate and Sustain Armored
Brigades in the Baltics, schetst hij een ontluisterend beeld: ‘(…) expectations for European
contributions to defending the Baltic nations must be low. Beyond rushing initial units
of light infantry into theater, perhaps to serve as a tripwire force (the three armies could
probably generate light companies within a day), they would have a hard time generating
armored forces quickly and subsequently sustaining their forces. A single armored brigade
each appears to represent a maximum sustainable effort’.80 Duitsland zou waarschijnlijk
78 Wesley Clark, Jüri Luik, Egon Ramms, Richard Shireff, ‘Closing NATO’s Baltic Gap, Report RKK/ICDS,
    Talinn, May 2016, p. 14.
79 David A. Shlapak en Michael W. Johnson, ‘Reinforcing Deterrence on NATO’s Eastern Flank. Wargaming
    the Defense of the Baltics, RAND Corporation, 2016.
80 Michael Shurkin, The abilities of the British, French and German Armies to Generate and Sustain Armored
    Brigades in the Baltics, RAND Corporation, 2017, p. 9.
                                                       26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>een maand nodig hebben om een gemechaniseerde brigade gereed te hebben voor
inzet, Frankrijk enkele weken tot een maand en het VK 30 tot 90 dagen. Dit is volgens
deskundigen vooral zorgwekkend omdat er geen alternatief is voor voorwaarts ontplooide
tankeenheden.81
Julian Lindley-French schetst in NATO: The Enduring Alliance 2016 een scenario waarbij
de VS verwikkeld zijn in een conflict met China in de Zuid-Chinese Zee en tegelijkertijd
grootscheepse Russische oefeningen worden gehouden bij het schiereiland Kola, bij
Kaliningrad, Wit-Rusland, aan de grens met Oekraïne en bij de Zwarte Zee. Als de NAR bij
wijze van tegenmaatregel besluit de VJTF on notice to move te plaatsen, zou Rusland dit
kunnen opvatten als daad van agressie en zowel aan Litouwse als aan Poolse zijde van
de Suwalki-gap land kunnen innemen om zo de doorgang naar Kaliningrad veilig te stellen.
Als vervolgens de NAVO dreigt met artikel 5 zou Rusland als tegenreactie kunnen dreigen
met een nucleaire aanval op Europese steden. In dit korte tijdsbestek zou de NAVO niet
in staat zijn om de VJTF al ter plaatse te hebben en door de sterk verbeterde Russische
A2/AD-capaciteiten zouden NAVO-vliegtuigen het Russische luchtruim niet zonder grote
verliezen kunnen binnendringen. Lindly-French verwacht dat de NAVO in een dergelijk
scenario onder druk van een dreiging met nucleaire raketten, zal toegeven.82 Verder is hij
van mening dat de NAVO-landen een principiële discussie zouden moeten voeren over de
vraag wat afschrikking vandaag de dag precies behelst.83
Jens Ringsmose en Sten Rynning zijn al even weinig optimistisch in Can NATO’s new Very
High Readiness Joint Task force deter. Zij beschouwen de optelling tot 40.000 militairen
voor de NRF als een geval van creatieve boekhouding omdat het gros van de eenheden
(de Initial Follow on Forces Group) pas inzetbaar is na een periode van 30-45 dagen.84
De daarna volgende Follow on Forces zullen zelfs aanzienlijk meer tijd nodig hebben om
inzetbaar te zijn. Daarnaast stellen ze dat voor de NAVO de te prefereren deterrence by
denial85 niet zal werken omdat de thans voorziene troepensterkte daarvoor ten ene male
onvoldoende is en het bondgenootschap noodgedwongen moet terugvallen op deterrence
by punishment. Deze zwakke opstelling vergroot dus het risico dat kernwapens moeten
worden ingezet. NAVO is met de VJTF geen partij voor de conventionele overmacht van
Rusland. Niet alleen de voorwaarts ontplooide multinationale bataljons, maar ook de
VJTF en de Amerikaanse eenheden in het kader van het European Reassurance Initiative
fungeren als tripwire. Ringmose en Rynning wijzen verder op het belang van snelle politieke
besluitvorming om de inzet van de eerste eenheden van de VJTF binnen 48 uur mogelijk
81 Octavian Manea, Warsaw Summit: Why NATO Needs a heavy Defensive Ground Force, 11 July 2016.
    Zie: <http://defencematters.org/news/deterrence-nato-needs-heavy-defensive-ground-force/969/>.
82 Julian Lindley-French, NATO: The Enduring Alliance 2016. Warsaw, June, 2016.
83 ‘If NATO is to fulfil its mission the Alliance must not only fill the deterrence gaps, it must think anew about
    just what deterrence actually means and demands in the twenty-first century’. Zie: <https://www.linkedin.
    com/pulse/closing-natos-deterrence-gaps-professor-dr-julian-lindley-french>.
84 Jens Ringsmose en Sten Rynning in ‘Can NATO’s new Very High Readiness Joint Task force deter’, NUPI
    Policy Brief 15/2016, pp. 1-2.
85 Deterrence by denial impliceert dat de militaire sterkte aan eigen (NAVO) zijde zodanig is, dat de
    tegenstander ervan kan worden overtuigd dat geen voordeel kan worden behaald met een aanval.
    Deterence by punishment impliceert dat de tegenstander ervan kan worden overtuigd dat een behaald
    voordeel na een aanval slechts tijdelijk is en er altijd een (NAVO) reactie volgt die het voordeel meer dan
    teniet doet.
                                                        27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>te maken.86 Oostelijke bondgenoten zullen een dergelijke besluit zo snel mogelijk willen
nemen, terwijl Westelijke bondgenoten dit waarschijnlijk zo lang mogelijk zullen willen
uitstellen.
Ook Wesley Clark, Jüri Luik, Egon Ramms en Richard Shirreff’ betogen in Closing NATO’s
Baltic Gap dat de huidige opstelling van de NAVO weinig geloofwaardig is.87 De reeks
Russische oefeningen uit de afgelopen jaren zou laten zien dat scenario’s waarin sprake
is van een aanval op de Baltische staten, tot de mogelijkheden behoren. Volgens de
schrijvers van deze studie zal het besluitvormingsproces van het bondgenootschap het
altijd verliezen van Moskou. ‘This can be compensated for by a larger forward presence,
greater automaticity and adequate delegated authority, which so far has not been carried
out by the level required’. SACEUR heeft namelijk wel de bevoegdheid ‘to stage and
prepare forces’, maar niet ‘to deploy and commit’. De opstellers van de studie stellen
dat vooral de verkleining van de landstrijdkrachten van de NAVO-landen opmerkelijk is:
‘Combat forces with sufficient firepower have been replaced with light capabilities better
suited to expeditionary crisis response and counter-insurgency operations. NATO has
limited capacity to conduct a combined arms battle at brigade level, let alone divisional or
corps level’. Om een geloofwaardige afschrikking te realiseren zou in elk van de Baltische
staten een eenheid van brigadesterkte met adequate slagkracht moeten worden gelegerd.
Ook stellen ze voor de air policing mission in de Baltische staten om te zetten in een
volwaardige luchtverdedigingsoperatie.88
Michael Turner, voorzitter van de Parlementaire Assemblée van de NAVO, stelt in Deterring
to Defend: NATO After The Warsaw Summit, dat de NAVO de rapid response capability dient
te versterken door een scala aan ingrijpende maatregelen zoals een oplossing te vinden
voor de financiering van de VJTF (nu geldt het costs lie where they fall-principe), SACEUR pre-
authorization to deploy the VJTF te geven, regeringen en parlementen regelmatig oefeningen
te laten houden, de NAVO-commandostructuur te herzien, een antwoord te vinden op
de A2/AD-capaciteit van Rusland, de prepositioning van materieel verder uit te breiden,
(logistieke) belemmeringen weg te nemen om militair materieel en personeel zeer snel over
landsgrenzen te verplaatsen (Military Schengen89), grotere en meer realistische oefeningen
te organiseren, een meer gestructureerde samenwerking met Finland en Zweden en het
permanent stationeren van NAVO-eenheden in voormalige Warschaupact-landen.
86 Zie ook AIV advies, nr. 96 ‘Inzet van snelle reactiemachten’, Den Haag, oktober 2015.
87 Wesley Clark e.a., p. 14. De opstellers van deze studie hielden al rekening met de stationering van
    bataljons in de Baltische staten. Dit zou in hun ogen evenwel niet voldoende zijn. ‘These units should
    be ‘battaljon-plus’ battle groups. They should have full manpower, combined arms, high firepower, high
    tactical mobility, a robust anti-armour capability, and organic Combat Support and Combat Service
    Support as artillery and tactical missiles, ground-based air defence, attack helicopters and other
    enablers. These units should have detailed and immediately executable plans (…), Rules of Engagement
    and the pre-autorisation to respond to Russia’s aggression immediately’. Wesley Clark e.a., ‘Closing
    NATO’s Baltic Gap’, p. 22.
88 Wesley Clark, ‘Closing NATO’s Baltic Gap’, p. 16.
89 Elisabeth Braw, ‘A Schengen Zone for NATO - Why the Alliance Needs Open Borders for Troops’. Foreign
    Affairs, 6 juni 2016.
                                                         28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Alles overziende is de AIV van mening dat het zeer de vraag is of de op de NAVO-toppen
van Wales en Warschau getroffen maatregelen op het gebied van forward presence
voldoende afschrikkende werking hebben om Rusland ervan te weerhouden op enig
moment met behulp van militaire inzet de invloedssfeer uit te breiden. Deterrence by
denial steunt op de zichtbare omvang, kracht en locatie van de in vredestijd voorwaarts
ontplooide eenheden. De multinationaal samengestelde bataljons in de Baltische staten
ontberen evenwel slagkracht en hebben uitsluitend een tripwire-functie.90 Ook de VJTF
– mocht die binnen de gestelde reactietijd in het inzetgebied kunnen zijn – bestaat
grotendeels uit lichte eenheden en voegt onvoldoende slagkracht toe om een militaire
krachtmeting met Russische troepen te winnen. De Initial Follow On Forces Group (IFFG)
die de NRF completeert, kent lange reactietijden van 30 respectievelijk 45 dagen en
biedt nauwelijks soelaas bij een verrassingsaanval. Bij de huidige defence and deterrence
posture van de NAVO is een strategie van deterrence by denial dan ook niet geloofwaardig.
Deze zwakke opstelling kan agressie uitlokken en vergroot het risico dat de verdediger een
beroep moet doen op kernwapens.
De NAVO moet thans dus onvermijdelijk terugvallen op deterrence by punishment. Met
deze strategie moet de echte slagkracht komen van inzetbare en beschikbare follow-on-
forces in samenhang met nucleaire wapens en een geloofwaardige nucleaire strategie.
Betrokkenheid van de VS is ook bij deze strategie cruciaal. Geloofwaardige deterrence
by punishment veronderstelt dat genoemde follow-on-forces beschikbaar zijn en dat de
NAVO eensgezind tot besluitvorming kan komen over militaire inzet met grote verliezen.
Jarenlange bezuinigingen en een focus op lichte eenheden en counter-insurgency- en
stabilisatie-missies hebben het vermogen van vooral de Europese NAVO-landen om in
een high intensity conflict succesvol te kunnen optreden, ernstig aangetast. Op een groot
aantal gebieden zouden jarenlang aanzienlijke verbeteringen noodzakelijk zijn om van een
geloofwaardige deterrence by punishment te kunnen spreken en om de afhankelijkheid van
kernwapens te verminderen.
De grootste kwetsbaarheid van een deterrence by punishment-strategie voor de NAVO ligt
in de vereiste eensgezinde besluitvorming tijdens een militair conflict met Rusland. De
vraag rijst of kan worden voorkomen dat Rusland, onder meer door (nucleaire) intimidatie
en desinformatie, maximaal gebruik kan maken van het gebrek aan eensgezindheid,
cohesie en solidariteit binnen de NAVO en daardoor een zekere verlamming in de NAVO-
besluitvorming kan doen ontstaan. Deterrence by punishment is ook daarom aanmerkelijk
risicovoller dan deterrence by denial.
Rusland is naar alle waarschijnlijkheid niet uit op een (langdurig) grootschalig conflict met
de NAVO. In het geheel van afwegingen zullen daarbij niet-militaire factoren en risico’s een
rol kunnen spelen die Moskou tot voorzichtigheid manen, zoals de lasten voortvloeiend uit
lopende interventies in Oekraïne en Syrië, het effect van verscherpte Westerse sancties op
de economie en verzet onder de bevolking tegen een nieuw militair avontuur. Rusland kan
wel regionaal, met name in het Baltisch gebied met nauwelijks strategische diepte, door
snel en verrassend optreden een militair overwicht creëren. De AIV is van mening dat het
grootste risico voor de NAVO ligt in een miscalculatie door Rusland. Rusland mag niet in
de verleiding komen snel een voldongen feit te creëren door bijvoorbeeld een plotselinge
inval in een van de Baltische staten.
90 De ratio van de tripwire is niet zozeer gelegen in slagkracht, als wel in de politieke betekenis: namelijk de
    aanname dat Rusland niet bereid zal zijn de tripwire ‘te overschrijden’ omdat dit een militaire confrontatie
    met de NAVO betekent met (onaanvaardbare) risico’s van escalatie en punishment in de vervolgfase.
                                                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Naar de mening van de AIV moet de NAVO-strategie dan ook zoveel mogelijk gericht
zijn op deterrence by denial. Besluitvorming aan NAVO-zijde zal altijd (aanzienlijk) trager
verlopen dan aan Russische zijde. Wil deterrence by denial geloofwaardig zijn, dan is
het noodzakelijk de op roulatiebasis voorwaarts ontplooide eenheden in met name
de Baltische Staten te versterken. Hierbij kan worden gedacht aan een eenheid van
brigadesterkte met voldoende slagkracht en luchtbescherming in elk van deze landen.
Daarmee kan meer reactietijd worden verkregen om de VJTF te ontplooien. Dit is te meer
van belang omdat pre-positioning van materieel van de VJTF niet mogelijk is vanwege het
multinationale karakter en de veranderende samenstelling bij elke rotatie. Voorts zou de
huidige air policing missie omgevormd moeten worden tot een luchtverdedigingsmissie.
Op maritiem gebied zou versterking van de Standing Naval Forces in de Baltische zee in de
rede liggen. Ook moet zo snel mogelijk invulling worden gegeven aan de beschikbaarheid
van inzetbare follow-on-forces. Als deterrence by denial faalt, zal de NAVO immers moeten
kunnen terugvallen op deze follow-on-forces. Voor Rusland moet het voorts volstrekt
duidelijk zijn dat de inzet van een kernwapen in een conventioneel conflict, de aard van het
conflict fundamenteel verandert. Een geloofwaardige nucleaire NAVO-strategie is hiervoor
essentieel, teneinde te voorkomen dat ooit kernwapens feitelijk zouden moeten worden
ingezet.
De snelle verplaatsing van de VJTF naar een inzetgebied is van groot belang. Hier liggen
thans de nodige problemen die dringend om een oplossing vragen, zoals het gebrek
aan spoor- en wegvervoer voor zwaar militair materieel. Het belangrijkste struikelblok is
het zeer tijdrovende proces voor het verkrijgen van toestemming voor de grenspassage
van NAVO-eenheden. Nu moet voor elke grenspassage afzonderlijk toestemming
worden verleend door het betreffende NAVO-land. Snelle verplaatsing van de VJTF naar
(de omgeving van) een crisisgebied kan instrumenteel zijn om een militair conflict te
voorkomen en draagt bij aan de geloofwaardigheid van deterrence by denial. Het is
dan ook noodzakelijk om belemmeringen voor het transport van militaire eenheden en
materieel over landsgrenzen zo snel mogelijk op te heffen. In feite gaat het om het creëren
van een ‘militaire Schengen zone’. Het ligt voor de hand dat voor de totstandkoming
nauwe samenwerking tussen de NAVO en de EU nodig is.
Vanzelfsprekend gaat het niet alleen om versterking van conventioneel-militaire capaciteiten.
De NAVO zal ook een effectieve offensieve cyber strategie moeten ontwikkelen en een
geloofwaardige nucleaire strategie om inhoud te geven aan een geloofwaardige militaire
afschrikking. Daarnaast zijn maatregelen nodig tegen andere hybride dreigingen die uitgaan
van Rusland, vooral op het gebied van desinformatie. Deze dreigingsvormen kunnen
een (groot) beroep doen op de weerbaarheid van de samenleving in de NAVO-landen.
Samenwerking met de EU, onderlinge solidariteit en cohesie binnen de NAVO zijn naar de
mening van de AIV meer dan ooit cruciaal.
IV.4     Projecting Stability
De veiligheidsdreigingen vanuit het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika vragen in
toenemende mate de aandacht van de NAVO. De verschillende terroristische aanslagen
en het vluchtelingen- en migrantenvraagstuk hebben ertoe geleid dat zowel de NAVO als
de EU steeds meer aandacht besteden aan deze regio’s. Veel NAVO-lidstaten leveren een
bijdrage aan de anti-IS coalitie, het bondgenootschap verzorgt een training van Iraakse
veiligheidstroepen en de verdediging van Turkije is versterkt. Verder zijn twee Standing
Maritime Groups actief in de Egeïsche zee.
Tijdens de Top van Warschau werd besloten de trainingsmissie in Irak uit te breiden,
                                              30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>door niet alleen trainingen te verzorgen in Jordanië maar nu ook in Irak zelf. Verder werd
besloten tot de inzet van AWACS-toestellen en de lancering van Operation Sea Guardian
ter ondersteuning van de EU-operatie EUNAVFOR MED Sophia. De NAVO-inzet is van
bescheiden omvang, een aantal lidstaten vindt de EU beter geëquipeerd voor operaties
in deze regio en een aantal lidstaten, zoals Duitsland, voelen niets voor directe militaire
bemoeienis van de NAVO. In Warschau werd aangekondigd dat de NAVO aanvullend op het
RAP een framework ontwikkelt voor NATO’s adaption in response to growing challenges and
threats emanating from the south.
De NAVO-inspanningen in het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika maken onderdeel
uit van Projecting Stability, een door de NAVO gehanteerd containerbegrip zonder
duidelijke geografische en inhoudelijke afbakening. Het illustreert het diffuse en
vage karakter van de NAVO-bemoeienis met deze regio’s. Ondanks de oprichting
van diverse samenwerkingsverbanden zoals de Mediterranean Dialogue en Istanbul
Cooperation Initiative (zie paragraaf VII.3), ontbreekt binnen de NAVO een duidelijke
eenduidige strategie voor de zuidflank. De activiteiten van de NAVO op het gebied
van contraterrorisme, het Framework for the South, het Defence and Related Security
Capacity Building Initiative, het Partnerships and Cooperative Security Committee staan
min of meer naast elkaar, een overkoepelende visie ontbreekt evenwel. De AIV is van
mening dat de NAVO er goed aan zou doen een zuidelijke strategie te ontwerpen met
capaciteitsondersteuning en het dienen als overlegforum als belangrijkste speerpunten.
De SG-NAVO kan hierin het voortouw nemen, onder meer door het regelmatig organiseren
van ministeriële bijeenkomsten. De AIV acht het van belang dat de NAVO niet aan de kant
blijft staan en het speelveld overlaat aan landen als Rusland, Turkije en Iran. Tegelijkertijd
realiseert de AIV zich terdege dat de NAVO slechts een beperkte rol kan spelen en daarom
is het van belang nauw samen te werken met de EU.
                                                31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>V         Dialoog met Rusland
V.1       Diplomatieke instrumenten
Business as usual in de dialoog en samenwerking tussen de NAVO en Rusland kwam tot
een einde in april 2014, vanwege de Russische inlijving van de Krim en de voortgaande
destabilisering van oostelijk Oekraïne. Het voornaamste forum voor die relatie is de NAVO-
Rusland Raad (NRR), die in 2002 op basis van de NATO-Russia Founding Act van 1997
werd opgericht; hiermee werd een strategisch partnerschap opgezet. De voornaamste
punten op de agenda van de NRR zijn het doorlopende politieke overleg tussen de
NAVO-landen enerzijds en Rusland anderzijds; gemeenschappelijke stappen, praktische
samenwerking op civiel en militair gebied en gezamenlijke vredesbewarende operaties. Bij
de ISAF-operatie in Afghanistan werd nauw met Rusland samengewerkt.
De betrekkingen waren overigens al verslechterd als gevolg van meningsverschillen over
de status van Kosovo en de Russische militaire actie tegen Georgië die werd gevolgd door
de erkenning door Moskou van de afgescheiden Georgische provincies Zuid-Ossetië en
Abchazië. Als reactie op de ontwikkelingen in Oekraïne werden tegen Rusland sancties
ingesteld door de Europese Unie en de G7. Van zijn kant verscherpte president Poetin zijn
retoriek tegen het Westen, vooral na aanvaarding van zijn derde ambtstermijn in 2012 en
werd het moderniseringsprogramma van de Russische strijdkrachten in versneld tempo
doorgevoerd. Dit alles droeg bij tot een atmosfeer van confrontatie die tot op heden
voortduurt.
Tijdens de topbijeenkomst van Wales in 2014 verklaarden de bondgenoten bereid
te zijn om de dialoog met Rusland te richten op risicobeperking, transparantie en
voorspelbaarheid. Maar hieraan werd toegevoegd dat terugkeer naar business as usual
niet mogelijk is zonder dat Rusland van koers verandert. De boodschap van de top van
Warschau, ging in dezelfde richting. De NAVO stelde een ‘periodieke, gerichte en zinvolle
dialoog’ voor. Dit betekende dat het tempo van vergaderen en de inhoud van de agenda
per geval door het bondgenootschap zou worden beoordeeld. Daarenboven werd Rusland
aangeboden om te consulteren over het in aanbouw zijnde NAVO-raketschild, dat inmiddels
zijn initiële operationele capaciteit heeft bereikt. Tevens werd duidelijk gemaakt dat wat
de NAVO betreft het conflict in Oekraïne in ieder geval bovenaan de agenda van de NRR
dient te staan. Gelijktijdig met verdieping van het RAP ter versterking van de collectieve
verdediging kondigde SG Stoltenberg een tweesporenbeleid Defense and Dialogue
tegenover Rusland aan.
De bijeenkomsten op ambassadeursniveau van de NRR in 2016 en 2017 leverden weinig
nieuws op. De NRR blijft het voornaamste forum voor overleg met Rusland. Er bestaat
geen bereidheid Moskou een medebeslissingsrecht te geven in bondgenootschappelijke
aangelegenheden. Dit geeft Rusland naar eigen zeggen, het gevoel niet op voet van
gelijkheid te worden behandeld. Toch wil de Russische delegatie van dit kanaal gebruik
blijven maken, althans ervoor zorgen dat iedere vergadering van de NRR niet de laatste
zal worden.91 De logistieke aanvoerlijnen voor de huidige NAVO-presentie in Afghanistan,
zouden voor Rusland een interessant onderwerp kunnen zijn voor verdere samenwerking.
91 Gesprek met Ambassadeur Alexander Grushko (Permanente Vertegenwoordiger van Rusland bij de NAVO),
    6 maart 2017.
                                               32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Poetins beleid wordt bepaald door binnenlandse en buitenlandse overwegingen.92 Wat
dat laatste betreft geldt in de eerste plaats de uitbreiding van de NAVO als onderwerp van
Russische zorg. Er bestaan verschillende lezingen over de vraag of het Westen hiermee
afspraken heeft geschonden tijdens onderhandelingen na de val van de Muur.93 Hoe dit
ook zij, Russische achterdocht werd verder aangewakkerd door het besluit dat Georgië en
Oekraïne op termijn lid kunnen worden van de NAVO. Tijdens de top te Boekarest in 2008
tekende president Poetin bezwaar aan, waarvoor van Duitse en Franse zijde begrip bleek te
bestaan. Uitbreiding vormt in Russische ogen een bedreiging van de eigen veiligheid.
Rusland ziet verder met lede ogen aan dat de NAVO met het RAP bezig is haar defensief
vermogen te versterken, hoewel dit in geen enkele verhouding staat tot de Russische
troepenopbouw. Dit geldt vooral de gebieden die door Moskou als van (maritiem)-
strategisch belang worden gezien, de Baltische Zee-regio en de Zwarte Zee-regio.
Mede tegen deze achtergrond stagneert het overleg over de status van de Krim en het
zogenaamde Minsk-proces om een oplossing te vinden voor het gewapend conflict in
oostelijk Oekraïne. Het betreft hier de uitvoering van overeengekomen stappen zoals
een duurzaam staakt-het-vuren, de terugtrekking van zware wapens en autonomie voor
Donetsk en Lugansk. Moskou zegt zich verder bedreigd te voelen door de aanleg van het
NAVO-raketschild dat onlangs geactiveerd werd in Roemenië en bedoeld is om raketten
afkomstig van buiten het Euro-Atlantisch gebied te onderscheppen. Ook hier wordt
daadwerkelijke inspraak verlangd. Moskou heeft hiervoor vergaande constructies in
gedachten, zoals een veto op het afvuren van het systeem of overname van een sector
van de luchtverdediging (de Baltische regio, bijvoorbeeld) door de Russische strijdkrachten.
Met de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS wordt een element van
grote onzekerheid aan het beeld toegevoegd. Tijdens de verkiezingscampagne heeft
Trump bereidheid kenbaar gemaakt persoonlijk met Poetin tot afspraken te komen over
strategische kwesties en regionale conflicten. Maar de regering-Trump heeft nog geen
coherent beleid ontwikkeld voor Rusland en de implicaties voor de NAVO. Het gevolg is dat
op het NAVO-hoofdkwartier het nadenken over de toekomst van de politieke dialoog met
Rusland op dit moment stil is komen te liggen.94
De vraag dringt zich op of Rusland op korte termijn daadwerkelijk geïnteresseerd is in een
inhoudsvolle en constructieve dialoog. In zijn briefadvies van 10 maart 2017 merkt de AIV
hierover op: ‘Hoewel op korte termijn niet waarschijnlijk, valt niet uit te sluiten dat de
Russische president – voor zover verenigbaar met zijn machtspositie – op termijn bereid-
heid aan de dag zal leggen om constructief overleg te openen over vertrouwenwekkende
maatregelen of zelfs stappen te zetten op het terrein van conventionele en nucleaire
wapenbeheersing en ontwapening’.95 Dat moment lijkt nog niet gekomen; ook Moskou lijkt
af te willen wachten tot Washington zijn positie heeft bepaald. In haar reactie op het
AIV-advies ‘Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid’ van 11
november 2015 stelt de regering: ‘Nederland treedt Rusland tegemoet met een combinatie
92 Zie briefadvies nr. 31, ‘Rusland en de Nederlandse defensie-inspanningen’, Den Haag, maart 2017.
93 Rodric Braithwaite, ‘NATO enlargement: Assurances and misunderstandings’, in: ‘How do you solve a
    problem like Russia? NATO-Russia relations after Ukraine’, ECFR, July 2016.
94 Gesprekken met de Internationale Staf van de NAVO, 6 maart 2017.
95 AIV-briefadvies nr. 31, ’Rusland en de Nederlandse defensie-inspanningen’, Den Haag, maart 2017, p. 8.
                                                     33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>van druk en dialoog, waarbij eensgezindheid met EU-partners en NAVO-bondgenoten van
essentieel belang is (…) en door middel van de politieke dialoog gericht op het vinden van
een oplossing voor het conflict in Oekraïne’.96 Dit uitgangspunt blijft ook voor de AIV nog
onverminderd van kracht.
Nederland moet verder rekening houden met het feit dat de bondgenoten uiteenlopende
standpunten hebben over de relatie met Rusland. Sommige oostelijke landen voelen zich
direct bedreigd; Frankrijk houdt het oog ook op instabiliteit komende vanuit het zuiden;
Duitsland wil van zijn kant de communicatie met Moskou zoveel mogelijk openhouden.
Nieuwe stappen zouden er niet toe moeten leiden dat Russische gebiedsverovering in
Oekraïne en Georgië enigerlei erkenning zou verwerven. De tegengestelde uitgangspunten,
percepties en politieke belangen - evenals het heersende wantrouwen en achterdocht
ten aanzien van elkaars bedoelingen - laten alles bijeengenomen weinig ruimte voor
verbetering van de NAVO-Rusland relatie. Anderzijds bestaat er onmiskenbaar behoefte
de huidige situatie zo snel mogelijk te stabiliseren, voordat ongelukken en misrekening
kunnen leiden tot een ernstige escalatie.
Het verdient overweging om de complementariteit tussen de NATO-Russia Founding Act
en de EU-Rusland Partnerschap en Samenwerkingsovereenkomst optimaal te benutten
voor trilateraal overleg over onderwerpen van gemeenschappelijk belang en waar ook
de EU competentie heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor terrorismebestrijding waarvoor van
Russische zijde belangstelling bestaat, maar waar tussen de bondgenoten onderling nog
verdere afstemming moet plaatsvinden.
V.2       Conventionele wapenbeheersing
De Russische militaire opbouw, het toenemend aantal incidenten met Russische vliegtuigen
en de gespannen verhoudingen met het Westen maken het des te belangrijker om te
streven naar maximale transparantie om misverstanden te voorkomen. Dit zou de kans
op gevaarlijke reacties verkleinen en zou de voorspelbaarheid en het onderling vertrouwen
en daarmee de stabiliteit en de veiligheid, vergroten.97 Daarom is het volgens de AIV
noodzakelijk te zoeken naar openingen om de conventionele wapenbeheersingsbesprekingen
die al geruime tijd in het slop zitten, weer op gang te brengen.
Conventionele wapenbeheersing in Europa berust op drie pijlers: het Weens document
(1990), het Verdrag betreffende de Conventionele Strijdkrachten (1990) en het Open Skies-
verdrag (2002). Het Weens Document – één van de belangrijkste vertrouwenwekkende en
veiligheidsbevorderende instrumenten (Confidence and Security Building Measures, oftewel
CSBMs) die de OVSE ter beschikking staan – biedt hiervoor een platform. Het Weens
Document is naar het oordeel van de AIV een belangrijk instrument om via hernieuwde
gesprekken over verdere wapenbeheersing en verbetering van de betrekkingen met Moskou
meer stabiliteit in Europa te bewerkstelligen. In het Forum for Security Co-operation kan
overleg plaatsvinden over politiek-militaire aangelegenheden.
96 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie aan de voorzitter van de
    Tweede Kamer der Staten-Generaal, ‘Kabinetsreactie op AIV-advies nr. 94’, Den Haag, 11 november
    2015, p. 2.
97 Lucien Kleinjan, Conventional Arms Control in Europe: Decline, Disarray, and the Need for Reinvention,
    June 2016. Zie: <https://www.armscontrol.org/ACT/2016_06/Features/Conventional-Arms-Control-In-
    Europe>.
                                                    34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Het Document van Wenen betreffende de onderhandelingen over vertrouwenwekkende en
veiligheidsbevorderende maatregelen is aangenomen door alle landen die op dat moment
aangesloten waren bij – toen nog – de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking.
Het Weens Document committeert de thans 57 deelnemende staten om op jaarlijkse
basis informatie te verstrekken over hun krijgsmacht (inclusief gegevens over budgetten,
planning en organisatie, en wapensystemen), elkaar op de hoogte te stellen van
grootscheepse militaire oefeningen, inspecties toe te staan en deel te nemen aan
monitoring-activiteiten. Het Weens Document is in de loop der jaren een aantal keer
aangepast (in 1992, 1994, 1999 en in 2011). Diverse nieuwe deelnemende staten van
de OVSE hebben zich aangesloten bij het Weens Document, de inspectie- en monitoring-
activiteiten zijn nader uitgewerkt en er bestaat de mogelijkheid om op bilateraal en/of
regionaal niveau aanvullende afspraken te maken.
In 2016 is de voorziene herziening van het Weens document door Rusland
tegengehouden. Nieuwe militaire ontwikkelingen (zoals het gebruik van unmanned aerial
vehicles), de wens om de drempel voor notificatie te verlagen (als het gaat om militaire
activiteiten met minder personeel maar zwaarder materieel) en de snap exercises van
Rusland maken een update van het Weens Document noodzakelijk, juist om bepaalde
loopholes te sluiten die het nu mogelijk maken letter en geest van het Weens document
te omzeilen.98 Het valt te betwijfelen of Rusland zit te wachten op gesprekken over het
Weens Document, laat staan over wapenbeheersing in bredere zin. De antiwesterse
retoriek is de afgelopen jaren zodanig opgevoerd dat het niet eenvoudig zal zijn om terug
te keren naar de onderhandelingstafel. Daarnaast is het nog maar zeer de vraag of de
landen uit Midden- en Oost-Europa heil zien in een dialoog met de Rusland. Duitsland
heeft in 2016, bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken Walter Steinmeier, een
poging gedaan om het onderwerp wapenbeheersing opnieuw op de agenda te plaatsen.99
De concrete stappen die minister Steinmeier voorstelde betroffen onder meer het instellen
van regionale plafonds, maatregelen ter bevordering van de transparantie en dialoog over
de nieuwe militaire en strategische ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben
voorgedaan.
De eerste reacties op Steinmeiers initiatief waren voorzichtig positief. In het kader van
CSBMs kan het idee om de dialoog over wapenbeheersing te herstarten alleen maar
worden toegejuicht. Tegelijkertijd doen de eerder genoemde problemen ten aanzien
van het actualiseren van het Weens Document opgeld. Bovendien bestaat bij sommige
landen de zorg dat dit debat de implementatie van huidige instrumenten zoals het Weens
Document kan ondermijnen. Het Steinmeier-initiatief heeft nog niet tot concrete resultaten
geleid maar is mede aanleiding geweest voor ministers om een Structured Dialogue aan te
gaan: een informele gedachtewisseling over veiligheidsvraagstukken in Europa.
Wat de tweede pijler onder de conventionele wapenbeheersing, de Treaty on Conventional
Armed Forces in Europe – het CSE-verdrag – betreft, is eveneens sprake van een impasse.
In het kader van het CSE-verdrag vernietigden de NAVO en het Warschaupact 72.000
stuks zwaar materieel waarmee een einde kwam aan het enorme kwantitatieve voordeel
qua conventionele wapens aan Russische zijde. Het bijbehorende inspectieregime hield
98 Lucien Kleinjan, Conventional Arms Control in Europe: Decline, Disarray, and the Need for Reinvention,
    June 2016. Zie: <https://www.armscontrol.org/ACT/2016_06/Features/Conventional-Arms-Control-In-
    Europe>.
99 Zie: <http://www.auswaertiges-amt.de/DE/Infoservice/Presse/Interviews/2016/160826_BM_FAZ.html>.
                                                    35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>toezicht op de uitvoering en het geheel droeg bij aan wederzijds vertrouwen. Rusland heeft
echter het verdrag in 2007 eenzijdig opgeschort.100 Hierdoor heeft het overleg binnen
CSE-verband aanzienlijk aan belang ingeboet.
Het Open Skies-verdrag, de derde pijler onder de conventionele wapenbeheersing,
functioneert relatief goed. Het feit dat op dit moment de voordelen voor Rusland van het
respecteren van dit verdrag groter zijn dan de nadelen, speelt hierbij waarschijnlijk een
rol. Wel interpreteert Rusland het verdrag restrictiever waar het vluchten over Russisch
grondgebied betreft. Aan het Open Skies-verdrag nemen 34 partijstaten deel die op
grond van dit verdrag boven elkaars grondgebied (bijvoorbeeld militaire installaties en
wapencomplexen) observatievluchten mogen houden. Ook deze observatievluchten
beogen bij te dragen aan het onderling vertrouwen.
Naar het oordeel van de AIV zou de inzet van de NAVO – en van Nederland in het
bijzonder – erop gericht moeten zijn om de gesprekken over het actualiseren van het
Weens Document vlot te trekken. Elementen uit de plannen van voormalig minister
Steinmeier, bijvoorbeeld aandacht voor de vele nieuwe militaire en strategische
ontwikkelingen, moeten daarbij zeker worden meegenomen. De nadruk zal dan minder
komen te liggen bij numerieke afbouw van categorieën wapensystemen, dan bij het
beperken van nieuwe bedreigende ontwikkelingen die verband houden met hybride
oorlogvoering zoals desinformatie en cyberwapens. Hoe groot de bezwaren bij sommige
landen ook zijn en hoe moeilijk oplosbaar de problemen mogen lijken, dialoog blijft naar
het oordeel van de AIV noodzakelijk.
100 Kingston Reif, ‘Russia Completes CFE Treaty Suspension’, April 2015. Zie: <https://www.armscontrol.
     org/ACT/2015_04/News-Briefs/Russia-Completes-CFE-Treaty-Suspension>.
                                                  36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>VI        Spanningen binnen het bondgenootschap
VI.1      Scheidslijnen binnen de NAVO
De NAVO mag de grootste en tot nog toe meest succesvolle alliantie heten, het
bondgenootschap heeft te kampen met ernstige interne problemen. Sinds januari
2017 is er geen staat te maken op de politieke leiding van de machtigste lidstaat,
de VS, die sinds de oprichting van het bondgenootschap in 1949 de politieke en
militaire ruggengraat van de organisatie vormen. Met de komst van president Trump
is het officieuze beschermheerschap van het bondgenootschap en het nakomen van
de verdragsverplichtingen door de VS van ernstige vraagtekens voorzien. Thans is nog
niet goed vast te stellen waar het (onduidelijke) beleid van de huidige president toe zal
leiden. Desondanks kan ervan worden uitgegaan dat het NAVO-verdrag door een grote
meerderheid in het Amerikaanse Congres blijvend zal worden gesteund.
Brexit
De uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie lijkt in eerste instantie
geen grote gevolgen te hebben voor de NAVO. Het is te verwachten dat na de Brexit
het Britse veiligheidsbeleid nog meer de nadruk zal leggen op het trans-Atlantische
bondgenootschap. Minister van Defensie Michael Fallon zei hierover: ‘Brexit has coincided
with our stepping up in NATO.’101 Het VK is al lange tijd fel tegenstander van duplicatie
van capaciteiten binnen de EU. De NAVO blijft het primaire vehikel waarlangs de Britten
Europese militaire samenwerking willen vormgeven. De Britse verplichtingen binnen
het NAVO-bondgenootschap en de beschikbaarheid van Britse militaire middelen bij
NAVO-operaties staan niet ter discussie. Bilaterale afspraken tussen het VK en andere
bondgenoten evenmin. Juist via de NAVO zal het VK zijn relevantie als partner van de
VS en Europa zichtbaar kunnen maken. Tegelijkertijd heeft de Britse regering in een in
september uitgebracht paper te kennen gegeven nauw te willen blijven samenwerken met
de EU: ‘It is the UK’s ambition to work as closely as possible together with the EU, protecting
our citizens, promoting our values and ensuring the future security of our continent.’102
Het VK vervulde traditioneel een belangrijke rol als intermediair tussen de EU en de NAVO,
en tussen de VS en Europa, op veiligheids- en defensiegebied. Die rol wordt kleiner. Gezien
zijn militaire omvang en lidmaatschap van beide organisaties, is het te verwachten dat
Frankrijk deze brugfunctie zal overnemen. Ondanks het feit dat de banden tussen de NAVO
en Frankrijk sterk zijn verbeterd, is op dit moment onduidelijk wat een sterkere positie
van Frankrijk als spil in het Europese veiligheidsdebat gaat inhouden. Daarnaast kan ook
het gewicht van Duitsland toenemen, vooral wanneer de nieuwe Duitse regering na de
verkiezingen besluit om de defensie-uitgaven naar de 2%-norm op te hogen. Brexit kan
ook gevolgen hebben voor de positie van de DSACEUR, een positie die traditioneel door
een Brit wordt bezet en die een belangrijke schakel vormt tussen EU en NAVO militaire
samenwerking.
101 ‘Splendid isolation? Tight budgets and imminent Brexit threaten Britain’s armed forces’, July 6th, 2017.
     Zie: <https://www.economist.com/news/britain/21724826-new-aircraft-carrier-symbolises-britains-
     ambitionbut-also-its-confusion-tight-budgets-and>.
102 ‘Foreign policy, defence and development. A future partnership paper’, 12 September 2017. Zie:
     <https://www.gov.uk/government/publications/foreign-policy-defence-and-development-a-future-
     partnership-paper>.
                                                      37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Mochten de onderhandelingen over de toekomstige relatie tussen het VK en de EU27
uitlopen op een mislukking, waarna sprake kan zijn van een ‘chaotische’ Brexit zonder
duidelijke afspraken over samenwerking op handels- en veiligheidsgebied, dan kan dat de
verhouding tussen Europese landen en het VK aantasten. Als de sfeer verslechtert tussen
het VK en zijn continentale partners, dan zal ook samenwerking binnen de NAVO hieronder
lijden, als ook tussen de EU en de NAVO. Het is daarmee in het belang van de NAVO dat
de scheidingsprocedure tussen de EU en het VK constructief verloopt. Teneinde het VK te
blijven betrekken bij de Europese veiligheid, verdient het aanbeveling binnen de NAVO de
Eurogroup die tussen 1968 en 1994 een nuttige ondersteunende bijdrage leverde, nieuw
leven in te blazen.103 De Eurogroup werd in 1968 opgericht op initiatief van de toenmalige
Britse minister van Defensie Healey met als doel de Europese defensiesamenwerking
binnen de NAVO te versterken. In een nieuwe Eurogroup kunnen het VK, Frankrijk (dat
in het verleden overigens niet aan de Eurogroup deelnam) en Duitsland samen met de
andere Europese lidstaten informeel en in NAVO-context bespreken hoe hun politieke,
militaire en financiële inspanningen de trans-Atlantische samenwerking het beste kunnen
dienen.
Interne verdeeldheid
Binnen de NAVO lopen de opvattingen over de aard van de dreiging en de verhouding met
Rusland sterk uiteen. In het oostelijk deel van Europa is men vooral beducht voor een
herlevende Russische dreiging en legt men de nadruk op een militair antwoord, terwijl
Duitsland, Italië, Frankrijk en ook Nederland ten opzichte van Rusland een tweesporen-
benadering willen volgen, namelijk afschrikking en dialoog. Tevens is er verschil van
mening over de prioriteiten van de NAVO. Voor de oostelijke lidstaten liggen die aan
de oostflank, voor de zuidelijke lidstaten juist aan de zuidflank. De oostelijke lidstaten
hebben een voorkeur voor permanente stationering van NAVO-eenheden, andere lidstaten
willen niet verder gaan dan de stationering van een vooruitgeschoven (roterende) militaire
aanwezigheid van NAVO-eenheden. Ook bestaat er verdeeldheid binnen de NAVO over de rol
van kernwapens en de rol die deze bij afschrikking spelen. Ook de energieafhankelijkheid
van een aantal Europese landen kan leiden tot onderlinge onenigheid. Rusland is voor een
aantal NAVO-landen, waaronder Duitsland, een belangrijke energieleverancier. Europese
landen zijn voor 30% afhankelijk van Russische gasleveranties. Dit maakt deze landen
kwetsbaar wat energieleveranties betreft. Met de realisatie van Nordstream 2 (een pijpleiding
van St. Petersburg naar Duitsland) kan de Russische gasleverantie aan Duitsland worden
verdubbeld. Het besluit van het Amerikaanse congres in juli 2017 om het sanctiepakket
uit te breiden, kan Nordstream 2 gaan raken, hetgeen tot felle Duitse reacties heeft geleid
en kan uitgroeien tot een splijtzwam tussen Europese landen en de VS.104 De AIV is van
oordeel dat de veiligheidspolitieke implicaties van Nordstream 2 onderkend dienen te worden
en dat het gesprek hierover binnen de EU niet uit de weg kan worden gegaan.
De gemeenschappelijke waarden op het terrein van mensenrechten, democratie en de
rechtsstaat staan in een aantal NAVO-lidstaten onder druk. Veel inspanning zal nodig
103 ‘Aspects of NATO. The Eurogroup’. Zie:<http://archives.nato.int/uploads/r/null/1/3/137609/0159_
     Aspects_of_NATO-The_Eurogroup_1972_ENG.pdf>, p. 24. Deze Eurogroep mag niet worden verward met
     de huidige Eurogroep bestaande uit de ministers van financiën van landen die deel uitmaken van de
     Eurozone.
104 Zie: <https://www.volkskrant.nl/buitenland/acuut-conflict-tussen-vs-en-europa-dreigt-nu-congres-nieuwe-
     sancties-tegen-rusland-wil~a4508199/>. Arthur Beesley and Stefan Wagstyl, ‘Europe caught in crossfire
     as US turns screw on Russia’, Financial Times, 27 July 2017.
                                                    38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>zijn om het Atlantische bondgenootschap als een effectieve verdedigingsorganisatie
en een gemeenschap van gedeelde waarden in stand te houden. In het bijzonder
zijn zorgen gerechtvaardigd over Turkije, dat in toenemende mate een autocratische
ontwikkeling doormaakt. Tienduizenden personen zijn ontslagen of gevangen gezet
omdat zij meningen zouden hebben die afwijken van die van president Erdogan. De NAVO
wordt ook direct met de gevolgen geconfronteerd, Turkse militairen en kaderpersoneel
bij de Turkse krijgsmacht en bij NAVO-instellingen zijn ontslagen en nog niet vervangen.
Het huidige buitenlands beleid van Turkije wijkt sterk af van de traditionele politieke
oriëntatie van de Turkse republiek van na 1945. Onder president Erdogan vervreemdt
Turkije zich in toenemende mate van de NAVO en de EU.105 De aanschaf van Russische
S 400-luchtverdedigingssystemen vormt hiervan een duidelijke indicatie. Ook de politieke
ontwikkelingen in Hongarije en Bulgarije en hun houding jegens Rusland zijn aanleiding tot
zorg.106 Dit geldt ook voor Polen waar de rechtsstatelijkheid onder druk staat en sprake is
van een forse reorganisatie van de krijgsmacht om partijpolitieke redenen.107
Tussen de lidstaten bestaan grote verschillen in de defensie-inspanningen die de lidstaten
leveren voor de gezamenlijke verdediging, variërend van een BBP - percentage van 0,4 tot
3,6%. Vooral de VS en het VK spreken de andere bondgenoten al jaren aan op free rider-
gedrag. De ongelijke bereidheid bij te dragen aan de gezamenlijke verdediging tast de
kern van het bondgenootschap aan. Dit geldt ook voor de kennelijk beperkte bereidheid
in sommige Europese NAVO-landen om een ander NAVO-lid dat door Rusland militair wordt
bedreigd, te hulp te schieten. In Duitsland is volgens opiniepeilingen, slechts 40% hiertoe
bereid (in Nederland 72%).108 Verdeeldheid blijkt ook bij pogingen om te komen tot een
gezamenlijk optreden van Bulgarije, Roemenië en Turkije tegen de Russische militaire
opbouw in de Zwarte Zee-regio. Roemenië pleit al sinds begin 2016 voor een sterkere
NAVO-aanwezigheid in de Zwarte Zee. Turkije en Bulgarije zijn terughoudend. Niet toevallig
behoren Turkije en Bulgarije met Griekenland en Slovenië tot de vier landen waarvan de
bevolking eind 2016 in een enquête van WIN/Gallup International aangaf Rusland te
prefereren als bondgenoot als ze zouden worden aangevallen.109
105 Aykan Erdemir and Merve Tahiroglu, ‘Turkye’s Drift from the West: from Transactionalism to Hostility’,
      August 17, 2017. Zie: <https://warontherocks.com/2017/08/turkeys-drift-from-the-west-from-
      transactionalism-to-hostility/>.
106 Zie ook AIV-advies nr. 104, ‘De wil van het volk? Erosie van de democratische rechtsstaat in Europa’,
      Den Haag, juni 2017.
107 ‘In 2016, 90 percent of leading positions were replaced in the armed forces’ General Staff, responsible
      for strategic planning, and 82 percent in the General Command, which has operational control. Even
      Poland’s defence university was reorganized, with 100 staff losing their jobs’. Zie: <https://www.ft.com/
      content/cc83fcaa-3a1c-11e7-ac89-b01cc67cfeec>.
108 Bruce Stokes, NATO’s Image Improves on Both Sides of Atlantic, 23 May 2017. Zie: <http://www.
      pewglobal.org/2017/05/23/natos-image-improves-on-both-sides-of-atlantic/>.
109 Bloomberg News, Four NATO Nations Would Pick Russia to Defend Them If Threatened: Poll,
      17 February, 2017.
                                                      39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>VI.2     Trans-Atlantische samenwerking
De relatie tussen Europa en de VS is nooit ongecompliceerd geweest en er zijn vaker
lastige periodes geweest: de NAVO als een troubled partnership.110 Daar komt nog bij
dat de Amerikaanse regeringen zich gedurende het afgelopen decennium al veel meer
richtten op Azië. De Amerikaanse regering heeft haar handen vol aan Noord-Korea en de
Chinese expansie in de Zuid-Chinese Zee. Los van de in NAVO-verband overeengekomen
maatregelen heeft de VS overigens de afgelopen jaren in reactie op de Russische dreiging
de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa versterkt: Operation Atlantic Resolve. Dit
gebeurt niet door het aantal permanent in Europa gelegerde militairen (67.000, waaronder
2 Army Brigade Combat Teams) te verhogen maar door onder meer op rotatiebasis een
derde Army Brigade Combat Team met de nodige logistieke ondersteuning te stationeren.
De kosten van het European Reassurance Initiative voor de stationering, de prepositioning
van materieel, infrastructuur en oefeningen bedragen naar verwachting ongeveer 5 miljard
dollar.111
President Trump heeft de trans-Atlantische relaties verder onder druk gezet door de te
Wales overeengekomen 2%-norm voor defensie-uitgaven te koppelen aan de Amerikaanse
bereidheid om de Europese bondgenoten te hulp te schieten in geval van agressie. De
AIV deelt de Amerikaanse zorg, die ook al werd verwoord door Trumps voorgangers, over
het feit dat de Europese bondgenoten hun verplichtingen niet nakomen. Solidariteit moet
gebaseerd zijn op evenredige bijdragen aan de gemeenschappelijke verdediging (burden
sharing).
De opmerking van president Trump dat de NAVO ‘obsolete’ is geworden, is later
teruggenomen maar daarmee is het vertrouwen niet zomaar terug. Tijdens de top in
Brussel in mei 2017 werd alom verwacht dat de Amerikaanse president artikel 5 expliciet
zou onderschrijven, dit gebeurde evenwel niet. In een kennelijke poging deze omissie te
repareren verklaarde hij later (9 juni) tijdens een persconferentie: ‘I’m committing the
United States to Article 5, and certainly we are there to protect, and certainly that’s one
of the reasons that I want people to make sure we have a very, very strong force by paying
the kind of money necessary to have that force,’ (…) ‘Absolutely, I’d be committed to
Article 5.’112 De AIV acht het van het grootste belang dat de Amerikaanse regering hierover
glashelder is en geen onduidelijkheid laat bestaan over de Amerikaanse gehechtheid aan
de bondgenootschappelijke solidariteit.
Alles overziend, zijn er meer redenen dan ooit voor de Europese lidstaten van de NAVO om
de handen ineen te slaan. Alle oude Atlantische bezwaren tegen Europese samenwerking
verliezen aan overtuigingskracht. Meer Europese samenwerking in een wereld waarin
China en India zich steeds meer doen gelden, Rusland gedreven wordt door revanchisme
en de VS gepreoccupeerd is met interne strubbelingen, lijkt geen overbodige luxe. Samen
staan de Europese landen sterker in een wereld waarin Europa sowieso aan macht inboet.
110 Henry A. Kissinger, ‘The Troubled Partnership: A Re-Appraisal of the Atlantic Alliance’, Praeger 1982.
111 European Reassurance Initiative. Department of Defense Budget, Fiscal Year (FY) 2018, Office of
     the Under Secretary of Defense (Comptroller). Zie: <http://comptroller.defense.gov/Portals/45/
     Documents/defbudget/fy2018/fy2018_ERI_J-Book.pdf>, p. 25.
112 Zie: <https://www.whitehouse.gov/the-press-office/2017/06/09/remarks-president-trump-and-
     president-iohannis-romania-joint-press>.
                                                     40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>VII		               Samenwerking met derden
VII.1		             EU-NAVO samenwerking
De EU en de NAVO zoeken al lang naar mogelijkheden om samen te werken, zeker sinds
de veiligheidssituatie is verslechterd en er zich veel nieuwe bedreigingen aandienen. Deze
samenwerking is in het verleden niet of nauwelijks van de grond gekomen, mede door het
zogenaamde ‘lidmaatschapsprobleem’, waarbij de onenigheid tussen Cyprus (lid van de
EU, niet van de NAVO) en Turkije (lid van de NAVO, niet van de EU) de samenwerking bijna
onmogelijk maakte. Er ligt echter ook enige rivaliteit over de rolverdeling in de Europese
veiligheid tussen beide organisaties aan deze moeizame relatie ten grondslag. Praktische
obstakels voor de samenwerking zijn er ook omdat moeilijk geheime en geclassificeerde
informatie kan worden uitgewisseld.
Nu lijkt het besef tot de lidstaten van beide organisaties te zijn doorgedrongen dat als
gevolg van de complexe veiligheidssituatie, nauwer samenwerken onontbeerlijk is. Er
is sprake van een significante verbetering van de relatie tussen de EU en de NAVO.113
In februari 2016 is bijvoorbeeld een overeenkomst over cyberverdediging gesloten
over verbeterde informatie-uitwisseling tussen de EU en de NAVO. Ook werkten beide
organisaties samen bij maritieme grensmanagement operaties in de Egeïsche Zee en
vanaf november 2016 ook in de Middellandse Zee met EUNAVFOR MED Sophia. Beide
NAVO-operaties assisteerden de EU met inlichtingen en logistieke steun. In juli 2016
brachten de EU en de NAVO een gemeenschappelijke verklaring uit114 met 42 actiepunten
op het gebied van hybride dreigingen, cyberveiligheid, operationele samenwerking,
defensiecapaciteiten, defensie-industrie en defensieonderzoek en oefeningen en
capaciteitsopbouw.115
De NAVO speelt een relatief beperkte rol in de problematiek aan de zuidgrenzen van
Europa. De veiligheid in Europa wordt vooral aangetast door de spill-over effecten van
de conflicten in het Midden-Oosten en Afrika: vluchtelingenstromen, irreguliere migratie,
transnationale criminaliteit en terrorisme. Voor het aanpakken van deze problemen
is de EU beter toegerust. Deze organisatie heeft een veel breder instrumentarium en
bevoegdheden op het gebied van de ‘interne veiligheid’ zoals grensbewaking, contra-
terrorisme en bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. De EU-landen hebben
tijdens het Nederlandse voorzitterschap in sneltreinvaart besloten het bestaande
grensbewakingsagentschap Frontex te vervangen door het European Border Security
and Coast Guard Agency dat over ruimere bevoegdheden kan beschikken en een
grotere omvang zal hebben. Op het terrein van contraterrorisme werken nationale
113 Margriet Drent en Dick Zandee, ‘Hybride dreigingen en EU-NAVO samenwerking’, Magazine Nationale
     Veiligheid en Crisisbeheersing, no. 5, december 2016.
114 Joint Declaration by the President of the European Council, the President of the European Commission
     and the Secretary-General of NATO, Warsaw, 8 July 2016.
115 Margriet Drent en Dick Zandee, ibidem. Op een aantal terreinen zijn al maatregelen getroffen. De
     EU en de NAVO ontwikkelen informele handboeken voor betere afstemming bij hybride dreigingen.
     Op cybergebied wordt gewerkt aan de informatie-uitwisseling en gezamenlijke trainings- en
     opleidingsactiviteiten.
                                                     41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>inlichtingendiensten steeds nauwer samen, mede omdat naar aanleiding van recente
terroristische aanslagen de noodzaak ervan eens te meer is gebleken. In het verleden
was het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) vooral gericht op
stabilisatie en wederopbouw van failed states, ver weg van Europa. Tegenwoordig vinden
EU-militaire operaties ook plaats nabij de Europese buitengrenzen. De maritieme Operatie
Sophia is erop gericht de activiteiten van mensensmokkelaars in het centrale deel van
de Middellandse Zee in beeld te brengen en, voor zover het mandaat het toestaat, te
bestrijden.
Zo lijkt een natuurlijke taakverdeling tussen de EU en de NAVO te ontstaan in antwoord
op de nieuwe dreigingen. Maar dat is in de ogen van de AIV niet voldoende, omdat geen
van beide organisaties alleen in staat is deze dreigingen effectief het hoofd te bieden. De
NAVO kan met louter militaire afschrikking en territoriale verdediging niet effectief optreden
tegen de meeste hybride (niet-militaire) uitdagingen, simpelweg omdat de Alliantie op dit
terrein weinig of geen bevoegdheden heeft. De EU zal haar niet-militaire middelen verder
gaan versterken – met veel aandacht voor het dominante vraagstuk van grensbewaking –
maar kan zonder de NAVO (lees: de VS) geen vuist maken tegen president Poetin of
tegen escalatie van een militair conflict (en de effecten ervan) aan de zuidflank. Beide
organisaties hebben elkaar nodig om effectieve en geïntegreerde antwoorden te vinden
op het brede scala van veiligheidsuitdagingen. De NAVO en de EU zijn bovendien
complementair wat betreft het scheppen van de voorwaarden voor een ‘militair Schengen’.
De recente vooruitgang in de onderlinge samenwerking is niet in de laatste plaats
te danken aan de inzet van de EU Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken
en Veiligheidsbeleid, Federica Mogherini en SG NAVO Jens Stoltenberg. Zij hebben in
juni 2017 gerapporteerd over de interim-resultaten van de implementatie.116 Uit dit
rapport blijkt dat er in het halve jaar tussen de Gemeenschappelijke Verklaring en het
interimrapport sprake is van een cultuurverandering en dat EU-NAVO samenwerking meer
de norm is geworden. Op praktisch samenwerkingsvlak worden vooral stappen gezet op
het terrein van hybride dreigingen door uitwisselingen tussen de EU Hybrid Fusion Cell en
de nieuwe NATO Hybrid Analysis Branch en gezamenlijke oefeningen. Op 2 oktober jl. is in
Helsinki het European Centre of Excellence for Countering Hybrid Threats geopend. Ook dit
gezamenlijke NAVO-EU centrum is een voorbeeld van intensievere samenwerking.117
Met het EU Defence Action Plan (EDAP) zal de Europese Commissie door middel van
een European Defence Fund (EDF) een grote rol gaan spelen bij defensieonderzoek en
gezamenlijke capaciteitenontwikkeling en -aankoop door groepen EU-lidstaten. Vooral
Duits-Frans leiderschap zou, door de recente initiatieven van de Raad en de Commissie op
het gebied van defensie, een impuls kunnen geven aan de versterking van de Europese
slagkracht. Nu Angela Merkel een nieuwe termijn als Duitse bondskanselier tegemoet kan
zien en president Emmanuel Macron zijn ambitieuze plannen voor Europese (defensie-)
116 Progress Report on the implementation of the common set of proposals endorsed by NATO and EU
     Councils on 6 December 2016, Brussel, 14 June 2017. Zie: <http://www.nato.int/nato_static_fl2014/
     assets/pdf/pdf_2017_06/20170619_170614-Joint-progress-report-EU-NATO-EN.pdf>.
117 ‘EU-NATO hybrid threat center launched in Finland’. Zie: <http://www.dw.com/en/eu-nato-hybrid-threat-
     center-launched-in-finland/a-40784773>.
                                                    42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>samenwerking heeft ontvouwd118, lijkt hiervoor nieuw momentum te ontstaan. Dit komt
zowel aan de EU als ook aan de NAVO ten goede, het zijn immers de Europese NAVO-
lidstaten die op het gebied van onderzoek, innovatie en capaciteiten een inhaalslag
moeten maken. De samenwerking tussen het Europees Defensie Agentschap (EDA) en
de NAVO heeft met de Gemeenschappelijke Verklaring een meer gestructureerde vorm
gekregen. Zo hebben twintig van de tweeëntwintig NAVO/EU landen de informatie die aan
de NAVO wordt verstrekt voor het NATO Defence Planning Process (NDPP) ook beschikbaar
gemaakt voor het EU Capability Development Plan (CDP), dat begin 2018 wordt herzien.
Voor de vervanging van de gemeenschappelijke AWACS NAVO capaciteit, heeft de NAVO
assistentie gezocht bij het EDA ten behoeve van het reguleren van militaire luchtvaart in
het Europese luchtruim (Single European Sky). Het EDA-programma voor de gezamenlijke
aankoop van tankertransportvliegtuigen (met Nederland als lead nation) is een ander
goed voorbeeld, terwijl de NAVO namens de deelnemende landen het contract tekent met
Airbus.
De Europese Raad van 22-23 juni 2017 heeft besloten tot concrete uitwerking van
permanent gestructureerde samenwerking (PESCO) ter versterking van de Europese
veiligheid en defensie en om uitvoering te geven aan de EU Global Strategy. Volgens
planning zal de Europese Raad eind 2017 of begin 2018 besluiten PESCO in de praktijk
te brengen. Het merendeel van de lidstaten heeft interesse voor deelname getoond,
waaronder voor Nederland belangrijke partners zoals Duitsland en België.
Het aantreden van president Trump en het aanstaande vertrek van het Verenigd
Koninkrijk uit de EU maken het naar de mening van de AIV nog meer van belang dat de
EU en de NAVO goed samenwerken. De Europeanen zullen optimaal gebruik moeten
maken van de mandaten, verschillende lidmaatschappen en instrumenten die de beide
organisaties ter beschikking hebben om hun eigen veiligheid te kunnen waarborgen en
zich als geloofwaardige veiligheidspartner aan de Amerikanen te tonen. In dit licht bezien,
heeft de EU-NAVO samenwerking ontegenzeggelijk vooruitgang geboekt, maar is er nog
een lange weg te gaan. In het verleden opgekomen gedachten over een zogenaamde
tweepijlerstructuur binnen de NAVO stuitten toen en ook nu nog op overwegende bezwaren.
De positie van Canada en die van de EU-landen die niet lid zijn van de NAVO en verschillen
van mening aan Europese kant over de opportuniteit van een drastische hervorming van
het Bondgenootschap staan realisatie van het onderhavige concept in de weg.
VII.2    NAVO-uitbreiding
In Warschau heeft de NAVO nogmaals het open door-beleid bevestigd. Op 5 juni 2017
trad Montenegro toe tot de NAVO, de eerste uitbreiding na de toetreding van Albanië
en Kroatië in 2009. Het is onwaarschijnlijk dat de NAVO op korte termijn een nieuwe
uitbreidingsronde tegemoet zal zien. Sommige bondgenoten zijn van mening dat de
uitbreiding van de NAVO in de afgelopen decennia te snel is verlopen en dat de NAVO eerst
een reeks problemen moet oplossen inclusief de omgang met Rusland, voordat nieuwe
lidstaten kunnen worden opgenomen. Andere NAVO-landen menen dat een eventueel
118 Tijdens zijn speech op 26 september 2017 aan de Sorbonne pleitte de Franse president Macron
     voor autonoom Europees handelingsvermogen, complementair aan de NAVO. Zijn plannen behelzen
     onder meer de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategische cultuur, de oprichting van een
     nieuwe Europese interventiemacht en een gezamenlijk defensiebudget, zie: <http://www.elysee.fr/
     declarations/article/initiative-pour-l-europe-discours-d-emmanuel-macron-pour-une-europe-souveraine-
     unie-democratique/>.
                                                        43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>NAVO-lidmaatschap Rusland juist van agressie jegens deze landen zal afhouden en dat om
die reden wel tot uitbreiding moet worden overgegaan.119
VII.3     Samenwerking met partnerlanden
Naast samenwerkingsverbanden met de Europese Unie en andere internationale
organisaties heeft de NAVO ook partnerschappen met andere landen.120 Het betreft
de volgende samenwerkingsverbanden: de Euro-Atlantische Partnerschapsraad, de
Mediterrane Dialooggroep, het Samenwerkingsinitiatief van Istanbul en de Partners
across the Globe. De Euro Atlantic Partnership Council (EAPC) is een multilateraal forum
waarin de 29 NAVO-lidstaten en 21 deelnemende partnerlanden, voornamelijk voormalige
Sovjetstaten of Warschaupactlanden, zitting hebben.121 Van het oorspronkelijke idee om
met EAPC de toenadering tussen de NAVO en voormalige Oostblokstaten te bevorderen is
na de Russische annexatie van de Krim niet veel meer over.
De overtuiging dat veiligheid in Europa nauw verbonden is met stabiliteit en veiligheid in het
gebied rondom de Middellandse Zee, heeft geleid tot de oprichting van de Mediterranean
Dialogue (MD) in 1994 (samenwerking tussen de NAVO en Tunesië, Marokko, Mauritanië,
Jordanië, Israël, Egypte en Algerije).122 De samenwerking is veelal bilateraal en praktisch
van aard123, ook omdat , de veiligheidsbelangen van de verschillende partnerlanden sterk
uiteenlopen. Zo ligt het accent bij de samenwerking tussen Israël en de NAVO op het gebied
van raketverdediging, terwijl in de samenwerking met Jordanië de strijd tegen IS centraal
staat. De bijdrage van de MD-partnerlanden aan NAVO-missies is beperkt. Jordanië leverde
als enig partnerland uit de MD een bijdrage aan de ISAF-missie in Afghanistan en Operation
Unified Protector in Libië in 2011.
Het Istanbul Cooperation Initiative (ICI), opgericht in 2004, beoogt praktische regionale
veiligheidssamenwerking tussen de NAVO en Bahrein, Koeweit, Qatar en de Verenigde
Arabische Emiraten.124 Ook in het ICI werkt de NAVO voornamelijk op bilaterale basis.
Overigens is het opmerkelijk dat Oman en Saudi-Arabië, die samen goed zijn voor meer
dan de helft van de totale defensie-uitgaven in de regio, geen deel uitmaken van het
ICI.125 Zowel het ICI als de MD spelen nauwelijks een rol in het beheersen van de huidige
veiligheidsproblemen in Syrië en Irak.
119 Paul Belkin, ‘NATO’s Warsaw Summit: In Brief’, Congressional Research Service, November 14, 2016, p. 8.
120 De genoemde vormen van samenwerking krijgen gestalte onder de gemeenschappelijke noemer
     Cooperative Security. Deze in 2010 geïntroduceerde (derde) kerntaak behelst een niet scherp
     afgebakend netwerk van partnerschappen, waarmee een scala aan doelstellingen wordt nagestreefd
     waaronder naast politieke dialoog en regionale samenwerking ook wapenbeheersing, non-proliferatie
     en ontwapening, militaire interoperabiliteit, informatie-uitwisseling en coördinatie bij de uitvoering van
     militaire operaties.
121 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_49276.htm>.
122 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_60021.htm>.
123 Ibidem.
124 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_58787.htm>.
125 K.H. Kamp, & H. Reisinger (2013). NATO’s Partnerships After 2014: Go West! NATO Research Division, No. 92.
                                                        44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Het Partners Across The Globe (PATG)-initiatief betreft bilaterale samenwerking van de
NAVO met Afghanistan, Australië, Irak, Japan, Zuid-Korea, Mongolië, Nieuw-Zeeland
en Pakistan.126 De invulling van de praktische bilaterale samenwerking verschilt per
partnerland. In Irak en Afghanistan ligt de nadruk op state-building, civiel-militaire planning
en capaciteitsopbouw van de veiligheidssector. Australië daarentegen is een belangrijke
strategische partner die een significante bijdrage heeft geleverd aan de ISAF-missie in
Afghanistan.127
Tijdens de NAVO-top in Wales is onder meer besloten om de politieke dialoog en
praktische samenwerking met belangrijke en gelijkgezinde partners te intensiveren. Zo
zijn onder meer verdere stappen gezet in de samenwerking met Finland en Zweden, die
formeel onderdeel uitmaken van de EAPC, inclusief mogelijke bijdragen aan de NRF.128
Verder is besloten tot het Defence and Related Capacity Building Initiative (DCB)129, waarbij
de NAVO ondersteuning biedt bij capaciteitsopbouw. In Georgië, Irak, Jordanië en Moldavië
is het DCB toegepast.
Naar het oordeel van de AIV zou de NAVO de partnerschappen beter kunnen benutten.
Dat zou op verschillende manieren kunnen gebeuren. Zo pleit Markus Kaim voor het
opzetten van een tweejaarlijkse werkprogramma, dat per land en prioriteit kan worden
uitgewerkt.130 Karl Heinz Kamp en Heidi Reisinger stellen een totaal nieuwe opzet van
partnerschappen voor waarbij geografie minder de dominante factor is, landen kunnen
immers vergelijkbare problemen ondervinden. Verder menen zij dat partnerlanden een
vorm van spreekrecht zouden moeten kunnen krijgen binnen de NAVO en er zou gekeken
kunnen worden naar lossere vormen van (ad hoc-) samenwerking zonder dat sprake is van
een partnerschap.131 De AIV vindt dit waardevolle ideeën.
VII.4     Samenwerking met de VN en de OVSE
Verenigde Naties
In de preambule van het Verdrag van Washington onderschrijven de verdragspartijen ‘their
faith in the purposes and principles of the Charter of the United Nations’.132 Sinds de
jaren negentig hebben de NAVO en de VN samengewerkt in het kader van crisisbeheersing
in landen als Soedan en Somalië waar de VN ondersteuning verleende aan operaties van
de Afrikaanse Unie. Verder heeft de NAVO geholpen bij de VN-hulpoperatie in Pakistan
in 2005. Veiligheidsraadsresoluties hebben mandaat verstrekt voor NAVO-operaties in
126 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_49188.htm>.
127 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_48899.htm>.
128 M. Kaim, ‘The Four “Waves” of NATO Partnership Formats’. Stiftung Wissenschaft und Politik, Research
     Paper 1, Berlin January 2017, pp. 16-17.
129 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_132756.htm>.
130 M. Kaim, ‘The Four “Waves” of NATO Partnership Formats’, p. 22.
131 Karl-Heinz Kamp, Heidi Reisinger ‘NATO’s Partnerships After 2014: Go West!’, NATO Research Division,
     No. 92, Rome, 2013.
132 ‘The North Atlantic Treaty’, Washington 4 April 1949. Zie: <http://www.nato.int/cps/iw/natohq/official_
     texts_17120.htm?selectedLocale=en>.
                                                     45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>de Balkan, Afghanistan, Libië en de trainingsmissie in Irak. Samenwerking tussen beide
organisaties kan een win-win situatie opleveren omdat de VN de noodzakelijke militaire
capaciteiten mist, terwijl VN-programma’s op het vlak van state-building en wederopbouw
belangrijke elementen vormen voor een comprehensive approach. Een militair ingrijpen in
conflictgebieden moet plaatsvinden in het kader van een geïntegreerde inzet samen met
diplomatieke initiatieven en ontwikkelingssamenwerking.
De samenwerking verloopt in de praktijk niet altijd even gemakkelijk wat voortkomt
uit de uiteenlopende oriëntatie en belangen van de VN en de NAVO.133 De NAVO-VN
samenwerking in Libië in 2011 is hiervan een goede illustratie. In eerste instantie was
de NAVO afhankelijk van de VN, vanwege de behoefte aan een mandaat van de VN-
veiligheidsraad voor een militaire interventie. Zodra de NAVO echter een mandaat kreeg
om alle middelen te gebruiken ter bescherming van de burgerbevolking, veranderde deze
afhankelijkheidssituatie. De VN was vanaf het moment dat Operation Unified Protector
(OUP) van start ging afhankelijk van de NAVO voor informatie over en uitvoering van de
operatie.134 Rusland en China beschuldigen de NAVO ervan het mandaat te hebben
overschreden en vooral op regime change uit te zijn geweest.135 QadhafiDe samenwerking
tussen de NAVO en de VN in Afghanistan verliep evenmin zonder problemen. De
afstemming en taakverdeling tussen de United Nations Assistance Mission in Afghanistan
(UNAMA) verantwoordelijk voor het politieke proces en de ISAF van de NAVO was
problematisch.136 Desondanks is de AIV van oordeel dat de VN en de NAVO elkaar hard
nodig hebben. De VN kan bij het uitvoeren van een missie in bepaalde situaties niet
zonder de militaire ondersteuning van de NAVO. Omgekeerd kunnen VN-programma’s
bijdragen aan het welslagen van een NAVO-missie.
Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa					
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is een belangrijke
partner voor de NAVO, aangezien de twee organisaties elkaar aanvullen bij de bevordering
van de veiligheid en stabiliteit in het Euro-Atlantisch gebied, bijvoorbeeld in Kosovo en
Bosnië Herzegovina.137
De OVSE kan als grote regionale veiligheidsorganisatie met 57 deelnemende lidstaten,
waaronder ook Rusland,138 een waardevolle rol vervullen als overlegforum en heeft dat
in het verleden ook gedaan. Vandaag de dag lijken de mogelijkheden daarvoor vanwege
de onderlinge tegenstellingen, aanzienlijk geringer te zijn. De SG van de OVSE sprak in dit
133 J. Varwick, J. & M.F. Harsch, M.F. ‘NATO and the UN’. The International Institute for Strategic Studies.
     Survival (2009), 51(2).
134 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_71652.htm>.
135 M.F. Harsch, ‘NATO and the UN: Partnership with potential?’. Stiftung Wissenschaft und Politik.
     Research Paper 2, Berlin, January 2012.
136 Ibidem.
137 Zie: <http://www.osce.org/mission-in-kosovo/what-we-do>.
138 Zie: <http://www.osce.org/participating-states>.
                                                     46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>verband over een ‘shrinking space’ voor dialoog.139 Met de Special Monitoring Mission en
het begeleiden van het Minsk-overleg levert de organisatie een waardevolle bijdrage aan
bevordering van de stabilisatie in Oekraïne. De poging van het Duitse voorzitterschap van
de OVSE in 2016 om een nieuwe impuls aan een inhoudelijke dialoog te geven gericht op
het herstel van coöperatieve veiligheid in Europa, bleef grotendeels zonder succes.
De rol van de OVSE op veiligheidsgebied zou aan kracht kunnen winnen, onder meer door
de aanwezigheid van de OVSE in crisisgebieden uit te breiden en door het opzetten van
een permanente dialoog tussen Rusland en het Westen met als doel om het overleg over
wapenbeheersing en vertrouwenwekkende maatregelen nieuw leven in te blazen, aldus
‘Reviving Co-operative Security in Europe through the OSCE’ opgesteld door het OSCE
Network.140
139 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-
    Generaal over de Geannoteerde agenda OVSE, Ministeriële Raad 8-9 december 2016, Den Haag,
    24 november 2016.
140 ‘Reviving Co-operative Security in Europe through the OSCE Contribution of the OSCE Network of Think
    Tanks and Academic Institutions to the Panel of Eminent Persons 2015’. Edited by Teija Tiilikainen,
    Vienna 2015.
                                                    47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>VIII               Veiligheids- en defensiebeleid van Nederland
VIII.1   Veiligheidsbeleid
Lange tijd bewoog het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid zich binnen bekende
internationale verbanden en met vaste samenwerkingspartners. De NAVO als ‘hoeksteen’
van het veiligheidsbeleid, nauwe samenwerking met de VS en het VK en een tamelijk
overzichtelijke internationale veiligheidssituatie. Zoals in voorgaande hoofdstukken
is beschreven leiden het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president, de op de
proef gestelde cohesie van de NAVO, de aanstaande Brexit, afnemende invloed van ‘het
Westen’ en de veiligheidsdreiging vanuit de Oost- en zuidflank en het Midden-Oosten tot
een diffuus veiligheidsbeeld. Naar het oordeel van de AIV is het noodzakelijk dat in het
Nederlands veiligheids- en defensiebeleid, naast de trans-Atlantische oriëntatie, meer
gewicht wordt toegekend aan de continentale oriëntatie. Hoewel de VS en het VK ook in
de toekomst belangrijke veiligheidspartners blijven, zal naar verwachting de ontwikkeling
van het Europese veiligheids- en defensiebeleid onder leiding van Duitsland en Frankrijk de
komende jaren een hoge vlucht nemen. Het is zaak dat Nederland zich daarbij aansluit.
Het veiligheidsbeleid ontleent zijn geloofwaardigheid aan ondersteuning met krachtige
instrumenten. Hier ligt in de ogen van de AIV een belangrijke taak voor het nieuwe
Nederlandse kabinet. Het gaat daarbij om een volwaardig geïntegreerd veiligheids-
en defensiebeleid met een toereikend budget.141 In het licht van de actuele
veiligheidsuitdagingen acht de AIV fors extra investeringen op internationaal terrein
noodzakelijk, niet alleen voor versterking van de krijgsmacht, maar ook op het terrein
van buitenlandbeleid zoals de versterking van het postennetwerk. Voor dit laatste
onderwerp heeft de AIV ook aandacht gevraagd in het briefadvies ‘De vertegenwoordiging
van Nederland in de wereld’.142 Samenhangend buitenlandbeleid impliceert voorts
inspanningen ter voorkoming van verdere ontregeling van de landen ten oosten en ten
zuiden van het Europese NAVO-gebied. Versterking van de preventiecapaciteit zou, zoals
ook de WRR betoogt, nationaal gestalte moeten krijgen, maar ook in de EU en de NAVO.143
Nederland en de oostflank
De Nederlandse regering beschouwt de annexatie van de Krim als een ‘waterscheiding’
in de betrekkingen met Rusland.144 Een terugkeer naar business as usual is niet aan de
orde. Tegelijkertijd vindt Nederland het van belang de communicatielijnen open te houden,
omdat er veel gemeenschappelijke belangen zijn. De regering spreekt daarom van een
beleid van ‘vuist en open hand’: afschrikking via de NAVO en waar mogelijk samenwerking
via de OVSE en de NRR. Het ontbreken van de Russische bereidheid mee te werken
141 Zie ook: WRR-rapport 98, ‘Veiligheid in een wereld van verbindingen. Een strategische visie op het
     defensiebeleid’, Den Haag, mei 2017.
142 AIV-briefadvies nr. 32, ‘De vertegenwoordiging van Nederland in de wereld’, Den Haag, mei 2017.
143 WRR-rapport 98, ‘Veiligheid in een wereld van verbindingen. Een strategische visie op het
     defensiebeleid’, Den Haag, mei 2017, p. 133.
144 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-
     Generaal over Beleidsbrief betrekkingen met Rusland, Den Haag, 13 mei 2015, p. 6.
                                                    48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>aan het strafrechtelijke onderzoek naar aanleiding van het neerschieten van de MH-17
belast de onderlinge betrekkingen. Nederland geldt momenteel als een ‘lastig’ land en
de contacten met regeringsvertegenwoordigers in Moskou worden beperkt. Al lange tijd is
er een intensieve samenwerkingsrelatie tussen Nederlandse en Russische bedrijven op
energiegebied, maar sinds 2014 onthoudt de Nederlandse overheid zich van het faciliteren
van overleg met Russische energiepartijen. De import van Russisch gas is overigens – als
gevolg van het terugschroeven van de gaswinning in de Groningse bodem – tussen 2010-
2015 zelfs verdubbeld.145 De AIV vindt het van belang dat de Europese – en dus ook de
Nederlandse – afhankelijkheid van Russisch gas afneemt. Een Europees energiebeleid,
diversificatie van de aanvoer van olie en gas en verduurzaming van de energievoorziening
kunnen daaraan bijdragen, zoals de AIV in 2014 heeft bepleit in het briefadvies ‘De
EU-gasafhankelijkheid van Rusland.146 Na de annexatie van de Krim is de militaire
samenwerking tussen Nederland en Rusland opgeschort. Spoedige hervatting ligt naar het
oordeel van de AIV niet in de rede. Op overige gebieden wordt de opportuniteit per geval
bekeken. Zo wordt er wel samengewerkt op politiegebied en cybercrime. De AIV is van
mening dat gelet op de Russische cyberactiviteiten, uiterste voorzichtigheid op dit terrein
op z’n plaats is.
Nederland en de Zuidflank
Nederland ziet een rol voor de NAVO met betrekking tot de veiligheidsdreigingen aan de
zuidflank, vooral op het vlak van capaciteitsopbouw en ondersteuning bij de bestrijding
van mensensmokkel. Binnen de anti-IS coalitie levert Nederland thans een bijdrage aan
capaciteitsopbouw in Noord-Irak, een KDC-10 voor air-to-air refueling en force protection
voor Belgische F-16’s in de regio naast de financiering van diverse projecten en trainers
en adviseurs in samenwerking met andere internationale organisaties.147 Nederland had
aanvankelijk aarzelingen bij het voorstel van de VS om de NAVO als organisatie te laten
toetreden tot de anti-IS coalitie vanwege de militaire betekenis van een dergelijke stap
en de implicaties voor de relatie met Arabische bondgenoten. De AIV is van mening dat
waar mogelijk, NAVO-middelen voor capaciteitsondersteuning en terrorismebestrijding niet
onbenut moeten blijven.
Interne spanningen bondgenootschap
De samenwerking met en de posities van de VS en het VK waren voor Nederland
traditioneel in belangrijke mate richtinggevend voor het buitenlands- en veiligheidsbeleid.
De Nederlandse regering is van mening dat met het aantreden van de nieuwe
Amerikaanse regering de Amerikaanse betrokkenheid bij de Europese veiligheid ‘geen
vanzelfsprekendheid’ meer is. Volgens minister Koenders is ‘een sterk Duitsland’ (…),
‘meer dan ooit, in het Nederlandse belang’ en doet Nederland er goed aan Duitsland te
145 Zie: <https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/16/import-compenseert-vermindering-aardgaswinning/>.
146 AIV-briefadvies nr. 26, ‘De EU-gasafhankelijkheid van Rusland: hoe een geïntegreerd EU-beleid dit kan
     verminderen’, Den Haag, 13 mei 2014.
147 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie aan de voorzitter van de
     Tweede Kamer der Staten-Generaal over het Verslag van de speciale bijeenkomst van de staatshoofden
     en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten op 25 mei 2017, Den Haag, 15 juni 2017, p. 3.
                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>helpen ‘zijn leiderschapsrol in Europa te aanvaarden – zeker nu’.148 De AIV steunt deze
visie en heeft eerder in het AIV-advies ‘Instabiliteit rond Europa’ de regering geadviseerd
Duitsland aan te moedigen ‘ook op veiligheidsgebied een meer geprononceerde positie
in te nemen’.149 Naar verwachting zullen Frankrijk en Duitsland de komende maanden
het initiatief nemen om de Europese veiligheids- en defensiesamenwerking verder te
verdiepen. De AIV is van mening dat Nederland zich hierbij zou moeten aan sluiten. De AIV
is met de Nederlandse regering de mening toegedaan dat het daarnaast van belang is een
‘veiligheidsarrangement’ met het VK overeen te komen, zodat dit land betrokken blijft bij
de Europese veiligheidspolitieke samenwerking.
De Nederlandse regering hecht aan voortzetting van de samenwerking binnen NAVO-
verband met Turkije, ondanks de complexe politieke situatie, de autocratische
ontwikkeling, de mensenrechtenschendingen, de aankoop van geavanceerde Russische
luchtafweersystemen en de aanvankelijke weigering om Duitse parlementariërs toe
te laten tot de vliegbasis Incirlik. Wegens de strategische ligging van het land en de
NAVO-taken die er worden uitgevoerd (inzet AWACS-radarvliegtuigen) en vanuit de hoop
dat Turkije op termijn weer de ontwikkeling naar rechtsstatelijkheid en democratie zal
hervatten, kan de AIV zich goed vinden in deze beleidslijn. Tegelijkertijd is het noodzakelijk
Turkije te blijven aanspreken op de waarden en normen van het bondgenootschap.
Nederland en de maatregelen van Wales en Warschau
Nederland behoorde bij de eerste landen die na de NAVO-top in Wales (september
2014) een bijdrage leverden aan de VJTF. In 2017 draagt Nederland in het kader van
de Enhanced Forward Presence bij aan de multinationale battlegroup in Litouwen en aan
de maritieme component van de NRF. In de tweede helft van 2017 levert ons land een
bijdrage aan de luchtcomponent van de VJTF. Ook voor 2018 zijn diverse Nederlandse
bijdragen toegezegd. In 2017 neemt Nederland ook deel aan diverse oefeningen die
worden gehouden in het kader van de geruststellende maatregelen en draagt Nederland
bij aan de Air Policing in de Baltische staten. De AIV is van mening dat Nederland ook in
de toekomst proportioneel moet bijdragen aan deze NAVO-inzet.
Nederland neemt een bijzondere positie in wat betreft kernwapens. Nederland ziet
voor zichzelf op ontwapeningsgebied een ‘bruggenbouwers’-functie. Afstoting van de
Nederlandse kernwapentaak is evenwel thans niet aan de orde. De Nederlandse regering
wil deze taak behouden zolang de NAVO een nucleaire alliantie is.150 Nederland nam als
enig NAVO-land in de VN met 131 andere landen deel aan onderhandelingen over een
verdrag met als doel een kernwapenverbod te realiseren maar stemde uiteindelijk als
enige tegen vanwege de onverenigbaarheid met ons NAVO-lidmaatschap, een gebrek aan
verifieerbaarheid, en het risico op aantasting van bestaande afspraken en standaarden.151
148 Toespraak minister Koenders over wereldwijde veiligheid, Leiden, 17 november 2016. Zie: <https://
      www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2016/11/17/toespraak-minister-koenders-over-
      wereldwijde-veiligheid>.
149 AIV-advies nr. 94, ’Instabiliteit rond Europa. Confrontatie met een nieuwe werkelijkheid’, Den Haag, april
      2015, p. 46.
150 Verslag van een schriftelijk overleg 19 april 2017 (2017Z07999), pp. 14-15 en p. 21.
151 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-
      Generaal over ‘Appreciatie uitkomst onderhandelingen kernwapenverbod’, Den Haag, 14 juli 2017, p. 4.
                                                       50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>De AIV acht het van groot belang dat Nederland zich blijft conformeren aan de NAVO-
lijn, juist vanwege de solidariteit en politiek-militaire burdensharing binnen de NAVO. De
toekomstige rol van kernwapens betreft een van de onderwerpen waarover de AIV de
komende periode nader zal adviseren.152
OVSE
Nederland beschouwt de OVSE als een belangrijk forum voor het voeren van de dialoog
met Rusland en is voorstander van de actualisering van het Weens Document. Op dit
moment liggen er twee Nederlandse voorstellen op tafel: één over het beteugelen van
zogenoemde snap-exercises en één over het houden van bijzondere inspectiemissies bij
zorgwekkende militaire activiteiten. De AIV acht het van belang dat Nederland initiatieven
blijft nemen om de besprekingen in OVSE-verband op gang te houden.
NAVO-uitbreiding
Nederland is van mening dat Rusland geen zeggenschap dient te hebben over eventuele
EU- of NAVO-uitbreiding. Bosnië-Herzegovina, Oekraïne en Georgië voldoen in Nederlandse
ogen momenteel niet aan de voorwaarden om lid te worden van de NAVO. Dat geldt
evenmin voor andere landen op de Westelijke Balkan. Tegelijkertijd vindt de Nederlandse
regering het wel van belang om – in samenwerking met de EU – bijzondere aandacht aan
de Westelijke Balkan te besteden vanwege de risico’s voor de regionale stabiliteit op het
gebied van stagnerende hervormingsprocessen, georganiseerde criminaliteit, terrorisme
en de invloed van Rusland. De AIV acht verdere uitbreiding van de NAVO op dit moment
evenmin opportuun en steunt de Nederlandse opstelling ter zake.
Europese defensiesamenwerking
Vanwege de trans-Atlantische oriëntatie behoorde Nederland in het verleden niet tot de
grootste pleitbezorgers voor een Europees defensiebeleid. De Nederlandse regering lijkt
evenwel nu, vanwege de gewijzigde opstelling van de VS en het VK, voorzichtig stappen
te zetten in de richting van Nederlandse deelname aan de verdieping van Europese
defensiesamenwerking. De Nederlandse regering heeft positief gereageerd op het
Reflectiepaper van de Europese Commissie.153 De regering ziet zowel in het tweede
(‘gedeelde veiligheid en defensie’) als het derde scenario (‘gemeenschappelijke veiligheid
en defensie’) de nodige positieve aanknopingspunten, maar geeft de voorkeur aan het
tweede scenario. Het is verder opmerkelijk dat Nederland na jarenlang verzet tegen een
Europees militair hoofdkwartier akkoord is gegaan met het opzetten van een Military
Planning and Conduct Capability.
Het is twijfelachtig of Nederland eventuele Frans-Duitse voorstellen om er een
echt hoofdkwartier – door voormalig minister van Defensie Hennis afgedaan als
window dressing – van te maken, ook zal steunen.154 Nederland is nu – met enige
terughoudendheid – voorstander van versterkte samenwerking op defensiegebied, ‘vanaf
het begin hebben we gezegd dat PESCO kansen kan bieden, maar het moet geen doel op
152 AIV-werkprogramma 2017-2019. Zie: <http://aiv-advies.nl/63r/in-voorbereiding#werkprogramma-
       aiv-2017-2019>.
153 Zie: <https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage_en/27948/Reflection%20
       Paper%20on%20the%20Future%20of%20European%20Defence,%2007%20June%202017>.
154 Zie: <https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2016/09/27/hennis-eu-niet-gebaat-bij-window-
       dressing>.
                                                 51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>zichzelf worden. In zijn algemeenheid is het grootste risico van Europa dat men doorgaat
en met een project eindigt waarvan de toegevoegde waarde op zijn minst twijfelachtig is’,
aldus voormalig minister Hennis tijdens een debat in de Tweede Kamer.155 De nieuwe
rol van de Commissie op het gebied van defensieonderzoek en financiële steun bij de
ontwikkeling en aanschaf van defensiecapaciteiten kan de komende jaren een belangrijke
impuls vormen voor Europese defensiesamenwerking.156 Ook zou Nederland graag zien
dat het civiele GVDB wordt versterkt, vooral op het gebied van migratie, terrorisme en
hybride dreigingen.157 De AIV is van mening dat het van belang is dat Nederland zich
achter de nieuwe initiatieven op dit gebied schaart, want een afwijzende of afwachtende
houding is niet in het Nederlands en Europees belang. Nederland hecht verder veel
waarde aan de samenwerking tussen NAVO en EU en ziet vooral mogelijkheden voor
verbetering op het gebied van de aanpak van hybride dreigingen, het versterken van de
operationele samenwerking en voor het organiseren van gezamenlijke of gecoördineerde
crisismanagementoefeningen.
Cyberverdediging
Cyberverdediging verloopt in Nederland over vele schijven. Nederland heeft een
internationale cyberstrategie158, een defensie-cyberstrategie159 en een nationale
cyberstrategie.160 Het rapport ‘De economische en maatschappelijke noodzaak van
meer cybersecurity’ - opgesteld op verzoek van de Cyber Security Raad, stelt vast: ‘Het
dreigingsbeeld is ronduit zorgelijk. Nederlandse overheidsinstellingen en in Nederland
gevestigde bedrijven zijn structureel doelwit van digitale spionage door onder andere
Rusland en China’.161 De opstellers van het rapport adviseren daarom meer sturing
vanuit de overheid en een meerjarig actieprogramma in samenwerking met de private
155 Verslag van een Algemeen Overleg over de Defensieraad op 5 september 2017, Kamerstuk 21501-28,
     nr. 163, p. 11.
156 Margriet Drent and Dick Zandee, ‘European Defence: From Action to Commitment’, Clingendael Institute,
     March 2017.
157 Brief van de minister van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de
     Geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken met ministers van Defensie op 18 mei a.s., Den Haag,
     4 mei 2017, p. 4.
158 ‘Digitaal bruggen slaan, Internationale cyberstrategie, naar een geïntegreerd internationaal cyberbeleid’,
     12 februari 2017. Zie: <https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/02/12/
     internationale-cyberstrategie-naar-een-geintegreerd-internationaal-cyberbeleid-getitield-digitaal-bruggen-
     slaan>.
159 Brief van de minister van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over
     ‘Actualisering Defensie Cyberstrategie’, Den Haag, 23 februari 2015.
160 Nationale Cybersecurity strategie 2. Zie: <https://www.ncsc.nl/organisatie/nationale+cybersecurity+
     strategie>.
161 ‘De economische en maatschappelijke noodzaak van meer cybersecurity. Nederland digitaal droge
     voeten’, Den Haag, september 2016.
                                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>sector.162 Naar het oordeel van de AIV zou Nederland inderdaad fors moeten investeren in
cyberverdediging. Daarnaast dient de interdepartementale aansturing te worden verbeterd
en moet de samenwerking met de private sector worden uitgebreid.
VIII.2   Nederlandse defensie-inspanningen
De Nederlandse defensie-inspanningen beogen een bijdrage te leveren aan het
buitenlands- en veiligheidsbeleid. Naar aanleiding van deze adviesaanvraag over
aanpassingen van de NAVO heeft de AIV besloten eerst een kort briefadvies uit te brengen
over de gevolgen van de nieuwe veiligheidssituatie voor de defensie-inspanningen,
vooral in het licht van het beleid van Rusland. Dit briefadvies is begin maart van dit
jaar uitgebracht. In het advies zijn de huidige situatie van de Nederlandse krijgsmacht
geschetst, de gevolgen van de ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie
voor de hoofdtaken van de krijgsmacht, de financiële consequenties en de noodzakelijk
geachte operationele maatregelen. De belangrijkste bevindingen worden hierna beknopt
weergegeven.
De AIV heeft vastgesteld dat de staat van de Nederlandse krijgsmacht zeer zorgwekkend
is. De raad vindt het zeer ernstig en onverantwoord dat, bij ongewijzigd beleid, de
basisgereedheid van de krijgsmacht pas op zijn vroegst in 2021 weer op orde is. Terwijl
de veiligheidssituatie de afgelopen jaren sterk verslechterde als gevolg van dreigingen
vanuit zowel Rusland, het Midden-Oosten als Noordelijk Afrika, is de inzetbaarheid van
de krijgsmacht verder uitgehold. Ook de NAVO heeft forse kritiek op de Nederlandse
defensiebijdrage: ‘Configuring the Netherlands Armed Forces to meet the significant
challenges of the new security environment (…) without sustained predictable increases
in defence expenditures in real terms, will be an almost impossible task’. De kritiek spitst
zich vooral toe op de landstrijdkrachten: ‘The highest priority for the Netherlands is to
increase the readiness and combat effectiveness of its land forces’.163 De AIV adviseert
in het briefadvies met klem in de nieuwe kabinetsperiode de financiële afspraken serieus
te nemen die in 2014 tijdens de NAVO-top van Wales zijn gemaakt. In de komende
vier jaar zal het defensiebudget moeten groeien naar het Europees NAVO-gemiddelde.
In de daaropvolgende vier jaar moet de 2%-norm worden bereikt. De Nederlandse
defensiebijdrage was in 2015 volgens opgave van het Ministerie van Defensie 1,09% van
het BBP en ligt ver onder het gemiddelde van de Europese NAVO-landen (2015: 1,43%
BBP).164 Rekening houdend met het deel van het budget dat niet ten goede komt van de
instandhouding van de krijgsmacht is zelfs minder dan 0,7% van het BBP beschikbaar
en niet de officiële 1,09%. De AIV is voorts van mening dat naast de 2%-norm een
outputnorm165 moet gelden.
162 Zie ook: Isabelle Duyvesteyn, ‘Cyberaanvallen: organisatie, besluitvorming en strategie’, Internationale
     Spectator 6-2016 (jrg. 70).
163 NATO Defence Planning Capability Review 2015/16, The Netherlands, Draft Overview, p. 5.
164 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
     begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag, 7 november 2016,
     Kamerstuk 34550 X, nr. 14, pp. 6-8.
165 Hierbij kan onder meer worden gedacht aan bijdragen aan missies en operaties binnen en buiten NAVO-
     kader.
                                                    53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Behoudens inzet op Nederlands grondgebied zal de toekomstige inzet van de krijgsmacht
altijd in internationaal verband plaatsvinden en rekening moeten houden met diffuse
dreigingen en (vormen van) hybride oorlogvoering. De kans op gelijktijdige inzet voor alle
drie de hoofdtaken is groter geworden. De relatie tussen interne en externe veiligheid is
sterker geworden als gevolg van onder meer (de dreiging van) terroristische aanslagen.
Het belang van operationele inlichtingen- en cybercapaciteiten van Defensie neemt toe.
Dit geldt ook voor andere niet-lethale middelen van oorlogvoering. Het belang van een
goede balans tussen de ‘tanden van de organisatie’ (lethale capaciteiten), capaciteiten
in het informatiedomein (niet-lethaal) en de ondersteunende capaciteiten kan niet genoeg
worden onderstreept. Wil de krijgsmacht relevant blijven, dan moet er blijvende aandacht
zijn voor operationele vernieuwing en innovatie.
Met een stapsgewijze verhoging van het defensiebudget in de komende jaren, zullen in
de eerste plaats de huidige tekortkomingen moeten worden weggewerkt. Dit betreft niet
alleen tekorten aan onder meer reservedelen en munitievoorraden, het herstellen van de
balans tussen gevechts- en ondersteunende capaciteiten, het voorkomen van veroudering
van de wapensystemen, maar óók ‘reparatie’ van operationele capaciteiten die puur om
bezuinigingsredenen de afgelopen jaren zijn weggesneden. Het toegenomen belang van
alle drie de hoofdtaken en in het bijzonder de eerste hoofdtaak, maakt herstel van deze
tekortkomingen extra urgent. Prioriteit moet worden gegeven aan het op orde krijgen van
de slagkracht van de krijgsmacht, vooral door herstel van toereikende escalatiedominantie
bij grondgebonden optreden en verbetering van de balans tussen gevechts- en
ondersteunende capaciteiten van de krijgsmacht. Pas daarna kan naar de mening van de
AIV uitbreiding van het ambitieniveau en het vergroten van het voortzettingsvermogen aan
de orde zijn, rekening houdend met de tekortkomingen in NAVO-verband.
                                              54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>IX        Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
IX.1      Samenvatting en conclusies
De veiligheidsuitdagingen voor het bondgenootschap zijn omvangrijk en complex. De
Europese veiligheid wordt bedreigd door het destabiliserend optreden van Rusland en de
gordel van instabiliteit in het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika. Rusland ondermijnt de
Europese veiligheid door inbreuk te maken op de integriteit van soevereine staten, door
zijn pogingen om zeggenschap te krijgen in het ‘nabije buitenland’ en pogingen om de
geloofwaardigheid van de NAVO en de EU te ondergraven. Daarnaast is Europa kwetsbaar
voor terroristische aanslagen en moet voorlopig ernstig rekening worden gehouden met
terroristische acties van organisaties, van eenlingen of van teruggekeerde IS-strijders uit
Syrië en Irak. Vanuit Noordelijk Afrika wordt Europa direct bedreigd door veiligheidsrisico’s
als terrorisme en religieus extremisme, drugs- en mensensmokkel en proliferatie van
wapens.
In het licht van deze omvangrijke dreigingen is het des te zorgelijker dat de samenhang
binnen het bondgenootschap broos is. Sinds januari 2017 is er geen staat te maken
op de politieke leiding van de VS, die sinds de oprichting van het bondgenootschap in
1949 de politieke en militaire ruggengraat van de organisatie vormt. De interne cohesie
van het bondgenootschap staat verder onder druk door verschil van inzicht tussen de
oostelijke en zuidelijke bondgenoten over de koers van de NAVO, de uiteenlopende
defensie-inspanningen van de NAVO-landen en de moeizame relatie met Turkije. Ook
de energieafhankelijkheid van een aantal Europese landen kan leiden tot onderlinge
onenigheid. Rusland is voor een aantal NAVO-landen, waaronder Duitsland, een
belangrijke energieleverancier. Daarom bepleit de AIV, evenals in het briefadvies ‘ De EU
gasafhankelijkheid van Rusland’, de totstandkoming van een Europees energiebeleid,
diversificatie van de aanvoer van olie en gas en verduurzaming van de energievoorziening.
Sinds de Koude Oorlog waren niet eerder de veiligheidsrisico’s zo groot en stond de
NAVO er zo slecht voor. Het laatste strategische concept van de NAVO dateert uit 2010.
Sindsdien is de veiligheidssituatie ingrijpend veranderd en het was naar het oordeel
van de AIV wenselijk geweest de uitgangspunten en beleidslijnen uit het strategisch
concept van 2010 opnieuw tegen het licht te houden. Vanwege het op dit moment
ontbrekende leiderschap van de VS en als gevolg van onderlinge meningsverschillen
zal overeenstemming over een nieuw strategisch concept moeilijk te verwezenlijken zijn.
De AIV betreurt dit. Voorlopig zullen de slotverklaringen van de topbijeenkomsten van
Wales en van Warschau – die dateren uit de regeerperiode Obama – moeten dienen als
strategische richtsnoeren voor het bondgenootschap.
In dit advies heeft de AIV een analyse gemaakt van de veiligheidsdreigingen aan de oost-
en de zuidflank, is een appreciatie gemaakt van de door de NAVO getroffen maatregelen
en is in kaart gebracht welke besluiten noodzakelijk zijn om de NAVO toekomstbestendig
te maken voor de langere termijn. Tevens zijn aanbevelingen geformuleerd voor het
Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid.
Veiligheidspolitieke en militaire ontwikkelingen aan de oostflank
Rusland streeft de status van grote mogendheid na, die ook buiten de eigen regio
militair kan optreden. De versterking van zijn militair potentieel (‘hard power’) is daarvoor
instrumenteel. Het heeft laten zien niet terug te deinzen voor de inzet van militaire
                                              55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>middelen (Georgië, Oekraïne, Syrië) of ermee te dreigen als de gelegenheid zich voordoet.
Het probeert in toenemende mate invloed uit te oefenen op de politieke ontwikkelingen
in Midden- en Oost-Europa. De politiek instabiele landen op de Balkan zijn kwetsbaarder
geworden. Er is onvoldoende vooruitgang geboekt met economische hervormingen, de
versterking van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad.
Het proces van etnische verzoening verloopt traag. Dit biedt kansen voor Rusland om zijn
invloed uit te breiden.
Rusland kan een grootschalig, langdurig conflict met de NAVO niet winnen, maar is
wel in staat om regionaal, bijvoorbeeld nabij de Baltische Staten, zeer snel een grote
troepenmacht samen te stellen. Rusland is in 2008 begonnen met een zeer ambitieus,
grootschalig moderniseringsprogramma van de krijgsmacht en de gevechtskracht is in
kwalitatieve- en kwantitatieve zin fors toegenomen. Rusland beschikt onder meer over
hoogwaardige (offensieve) cybercapaciteit en is zeer bedreven in information warfare. Het
Russisch militaire optreden in Oekraïne heeft laten zien dat de Russische bewapening op
belangrijke gebieden geavanceerder is dan die van de NAVO-landen (onder meer op het
gebied van artillerie, gebruikmakend van een nieuwe generatie clustermunitie voorzien
van thermobaric explosives die aanmerkelijk dodelijker zijn dan conventionele explosieven,
het grootschalige gebruik van tactische drones voor doelopsporing en elektronische
oorlogvoering). Rusland beschikt over robuuste Anti Acces/Aerial Denial (A2/AD)
capaciteiten waarmee een tegenstander het gebruik van het land, de zee of het luchtruim
(deels) ontzegd kan worden. Deze wapensystemen, waaronder luchtverdedigingssystemen
en ballistische raketten die van een nucleaire lading kunnen worden voorzien, zijn vooral
een bedreiging voor de Baltische Staten.
Bij een verrassingsaanval zijn oefeningen als ‘aanloop’ naar een aanval, een effectieve
methode om de bedoeling te maskeren. Een dergelijke omstandigheid zou de NAVO bij een
aanval op Baltische Staten nauwelijks reactietijd geven. Veel oefeningen worden gekenmerkt
door offensieve scenario’s, gericht tegen de Baltische Staten, Polen en Scandinavische
landen. De NAVO kan, gelet op het huidige gebrek aan transparantie, moeilijk anders doen
dan vooral rekening te houden met capabilities; intenties kunnen snel veranderen. Hoewel
Rusland nu niet de intentie lijkt te hebben deze landen aan te vallen, is het niet uit te
sluiten. Het zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren als de NAVO en EU door een andere crisis
zijn afgeleid, als een reactie op het optreden van de VS in een ander deel van de wereld of
vanwege binnenlandse problemen in Rusland. De Russische propagandamachine zou in
dit geval bijvoorbeeld kunnen framen dat de onderdrukte Russisch sprekende minderheid
moest worden beschermd, of dat gereageerd werd op een voorgenomen aanval door de
NAVO of dat de toegang tot Kaliningrad moest worden zeker gesteld.
De NAVO kan zich niet veroorloven de illusie te koesteren dat de confrontatie met
Rusland van voorbijgaande aard is. Mogelijk lukt het bescheiden resultaten te boeken
op het gebied van wapenbeheersing en kunnen afspraken worden gemaakt om de kans
te verkleinen dat een war by accident uitbreekt. Nooit mag aan de Russische wens om
zeggenschap te hebben in buurlanden, worden toegegeven. Zogenaamde Realpolitik
bedrijven en bijvoorbeeld de annexatie van de Krim accepteren, zou moreel verwerpelijk
en strategisch onverstandig zijn. Rusland maakt deel uit van de wereldgemeenschap en is
betrokken bij de besluitvorming over velerlei zaken. Rusland kan dan ook niet geïsoleerd
en genegeerd worden. De NAVO kan wel duidelijke voorwaarden verbinden aan zaken doen
met het regime en zo nodig nieuwe sancties instellen.
Voor de stabiliteit van de Baltische staten is het van belang dat Estland en Letland een
oplossing vinden voor het vraagstuk van de stateloosheid van Russischtalige minderheden
                                               56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>en het feit dat zij geen politieke rechten hebben, zoals stemrecht. Zowel om principiële als
veiligheidspolitieke redenen moeten officiële en non-gouvernementele vertegenwoordigers
van andere NAVO-landen in gesprekken met Estland, Letland en Litouwen de integratie
van Russische minderheden in de Baltische staten blijven benadrukken. Discriminatie,
werkloosheid en andere achterstelling van met Rusland sympathiserende minderheden
bieden ruimte voor openlijke en heimelijke pogingen van de Russische regering om
de maatschappelijke samenhang in de Baltische staten te verzwakken en redenen tot
ingrijpen vanuit Rusland voor te wenden.
Defence and deterrence posture - geloofwaardige afschrikking met militaire middelen
Afschrikking kan worden gerealiseerd door inzet van militaire en niet-militaire
machtsmiddelen. Niet-militaire machtsmiddelen betreffen bijvoorbeeld diplomatieke- en
economische sancties en het ontzeggen van de toegang tot het betalingssysteen SWIFT.
Afschrikking met militaire middelen kan worden nagestreefd door deterrence by denial
en door deterrence by punishment. De eerste strategie tracht een tegenstander ervan
te overtuigen dat het niet mogelijk is zijn doel te bereiken. Deze preventieve strategie
vereist een duidelijk zichtbare, sterke conventionele aanwezigheid van de verdediger in de
gebieden die de agressor zou kunnen aanvallen. Deterrence by punishment veronderstelt
dat een tegenstander ervan kan worden overtuigd dat een bereikt doel slechts tijdelijke
waarde heeft en er altijd een reactie volgt die het behaalde voordeel meer dan teniet doet.
Het bezit van kernwapens draagt bij aan beide vormen van afschrikking, waarbij deterrence
bij denial verre te verkiezen is omdat dan gewapende agressie en het risico van nucleaire
escalatie kan worden voorkomen.
Effectieve afschrikking met militaire middelen berust op drie pijlers: capabilities (voldoende
militaire slagkracht hebben om de tegenstander zijn nagestreefde doel te ontzeggen),
credibility (de tegenstander ervan overtuigen dat zo nodig alle middelen kunnen en zullen
worden ingezet) en communication (heldere communicatie over de bereidheid zo nodig
alle middelen in te zetten). Een van de adviesvragen beoogt een antwoord te krijgen op de
effectiviteit van de tijdens de topbijeenkomsten van Wales en van Warschau afgesproken
maatregelen. Deze dienen dan ook getoetst te worden aan deze drie pijlers. Wat betekent
dit bijvoorbeeld voor een mogelijke Russische inval in een van de Baltische staten waar de
NAVO het meest kwetsbaar is?
Deterrence by denial steunt op de zichtbare omvang, kracht en locatie van de in vredestijd
voorwaarts ontplooide eenheden. De multinationaal samengestelde bataljons in de
Baltische staten ontberen evenwel slagkracht en hebben uitsluitend een tripwire-functie.
Ook de VJTF – mocht die binnen de gestelde reactietijd in het inzetgebied kunnen zijn –
bestaat grotendeels uit lichte eenheden en heeft onvoldoende slagkracht om een militaire
krachtmeting met Russische troepen te winnen. De Initial Follow On Forces Group (IFFG)
die de NRF completeert, kent lange reactietijden van 30 respectievelijk 45 dagen en
biedt nauwelijks soelaas bij een verrassingsaanval. Bij de huidige defence and deterrence
posture van de NAVO is een strategie van deterrence by denial dan ook niet geloofwaardig.
Deze zwakke opstelling kan agressie uitlokken en vergroot het risico dat de NAVO een
beroep moet doen op kernwapens.
De NAVO moet thans dus onvermijdelijk terugvallen op deterrence by punishment. Met
deze strategie moet de echte slagkracht komen van inzetbare en beschikbare follow-
on-forces in samenhang met een geloofwaardige nucleaire strategie. Betrokkenheid
van de VS is ook bij deze strategie cruciaal. Geloofwaardige deterrence by punishment
veronderstelt dat genoemde follow-on-forces beschikbaar zijn en dat de NAVO eensgezind
tot besluitvorming kan komen over militaire inzet met grote verliezen. Jarenlange
                                              57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>bezuinigingen en een focus op lichte eenheden en counter-insurgency- en stabilisatie-
missies hebben het vermogen van vooral de Europese NAVO-landen om in een high
intensity conflict succesvol te kunnen optreden, ernstig aangetast. Op een groot aantal
gebieden zouden gedurende vele jaren aanzienlijke verbeteringen noodzakelijk zijn om van
een geloofwaardige deterrence by punishment te kunnen spreken en om de afhankelijkheid
van kernwapens te verminderen.
De grootste kwetsbaarheid van een deterrence by punishment-strategie voor de NAVO ligt
in de vereiste eensgezinde besluitvorming tijdens een militair conflict met Rusland. De
vraag rijst of kan worden voorkomen dat Rusland, onder meer door (nucleaire) intimidatie
en desinformatie, maximaal gebruik zal maken van het gebrek aan eensgezindheid
binnen de NAVO met verlamming van de NAVO-besluitvorming als gevolg. Deterrence by
punishment is ook daarom aanmerkelijk risicovoller dan deterrence by denial.
Rusland is naar alle waarschijnlijkheid niet uit op een (langdurig) grootschalig conflict met
de NAVO. In het geheel van afwegingen zullen daarbij niet-militaire factoren en risico’s een
rol kunnen spelen die Moskou tot voorzichtigheid manen, zoals de lasten voortvloeiend uit
lopende interventies in Oekraïne en Syrië, het effect van verscherpte Westerse sancties op
de economie en verzet onder de bevolking tegen een nieuw militair avontuur. Rusland kan
wel regionaal, met name in het Baltisch gebied met nauwelijks strategische diepte, door
snel en verrassend optreden een militair overwicht creëren. De AIV is van mening dat het
grootste risico voor de NAVO ligt in een miscalculatie door Rusland. Rusland mag niet in
de verleiding komen snel een voldongen feit te creëren door bijvoorbeeld een plotselinge
inval in een van de Baltische staten.
Naar de mening van de AIV moet de NAVO-strategie dan ook zoveel mogelijk gericht zijn op
deterrence by denial. Besluitvorming aan NAVO-zijde zal altijd (aanzienlijk) trager verlopen
dan aan Russische zijde. Geloofwaardige deterrence by denial vraagt om meer voorwaarts
ontplooide eenheden met voldoende slagkracht. Daarmee kan meer reactietijd worden
verkregen om de VJTF te ontplooien. Dit is te meer van belang omdat pre-positioning
van materieel van de VJTF niet mogelijk is vanwege het multinationale karakter en de
veranderende samenstelling bij elke rotatie. Voorts zou de huidige air policing missie
omgevormd moeten worden tot een luchtverdedigingsmissie. Op maritiem gebied zou
versterking van de Standing Naval Forces in de Baltische zee in de rede liggen. Ook moet
zo snel mogelijk invulling worden gegeven aan inzetbare follow-on-forces. Als deterrence
by denial faalt, zal de NAVO immers moeten kunnen terugvallen op deze follow-on-forces.
Voor Rusland moet het voorts volstrekt duidelijk zijn dat de inzet van een kernwapen
in een conventioneel conflict, de aard van het conflict fundamenteel verandert. Een
geloofwaardige nucleaire NAVO-strategie is hiervoor essentieel, teneinde te voorkomen dat
ooit kernwapens zouden moeten worden ingezet.
Daarnaast zijn andere maatregelen noodzakelijk om de reactietijd te verkorten, zoals het
opheffen van belemmeringen van het transport van militaire eenheden en materieel over
landsgrenzen (een militaire Schengen-zone), een verkorting van de reactietijd voor NRF-
eenheden en een fast-track procedure voor politieke goedkeuring in nationale hoofdsteden.
Het is naar de mening van de AIV onjuist te veronderstellen dat maatregelen ten behoeve
van een geloofwaardige deterrence escalerend zouden werken. Integendeel, een zwakke
opstelling aan NAVO-zijde zou Rusland eerder in de verleiding kunnen brengen.
Kernwapens spelen een belangrijke rol in de Russische militaire doctrine. Rusland
onderkent de politieke en strategische betekenis van een eerste inzet van kernwapens
als een zogenaamde demonstration strike tijdens een escalerend conflict met als doel
                                              58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>om te ‘de-escaleren’. Een dergelijke inzet van kernwapens zou als doel kunnen hebben
NAVO-landen te weerhouden van betrokkenheid bij een conflict of van verdere actie. Zo
is er sprake van veelvuldige publieke verwijzingen naar nucleaire wapens. Poetin verwees
expliciet naar Ruslands nucleaire potentieel tijdens de annexatie van de Krim. De AIV is
dan ook van mening dat moet worden bezien of de nucleaire strategie en middelen van de
NAVO, vooral wat betreft de sub strategische, in het bijzonder ‘tactische’ kernwapens, nog
voldoende afschrikkend (oorlog voorkomend) vermogen hebben.
Communicatie is een wezenlijk element van geloofwaardige afschrikking. Daarom is het
van belang dat de lidstaten van de NAVO zoveel mogelijk met één stem spreken, een
gezamenlijke koers uitzetten en de bevolking in de lidstaten goed informeren. In sommige
NAVO-landen is twijfel zichtbaar over de bereidheid een ander bedreigd NAVO-land te hulp
te schieten. In Duitsland bijvoorbeeld is slechts 40% van de bevolking van mening dat
hun land militaire middelen zou moeten inzetten als een NAVO-bondgenoot door Rusland
wordt aangevallen. Naar de mening van de AIV moeten deze signalen serieus worden
genomen en ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid op het gebied van strategische
communicatie.
Dialoog met Rusland
Het is van groot belang dat tussen de NAVO en Rusland de dialoog weer op gang komt.
Sinds de annexatie van de Krim zijn de gesprekken in het belangrijkste forum
– NAVO-Rusland Raad (NRR) – nagenoeg stil komen te liggen. Tegelijkertijd is het juist in
tijden van gespannen verhoudingen noodzakelijk in gesprek te blijven om misverstanden
en ongelukken te voorkomen. Onderwerpen van gemeenschappelijk belang zoals de
ontwikkelingen in Syrië en terrorismebestrijding zouden moeten worden besproken. Het
is echter de vraag of Rusland daadwerkelijk geïnteresseerd is in een inhoudsvolle en
constructieve dialoog.
Ook de gesprekken over conventionele wapenbeheersing stokken. Rusland heeft de
herziening van het Weens Document over vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende
maatregelen in 2016 tegengehouden en het verdrag met betrekking tot conventionele
strijdkrachten in 2007 opgeschort. De tegengestelde uitgangspunten, percepties en
politieke belangen – evenals het heersende wantrouwen en achterdocht ten aanzien van
elkaars bedoelingen – laten alles bijeengenomen weinig ruimte voor verbetering van de
NAVO-Rusland relatie. Anderzijds bestaat er onmiskenbaar behoefte de huidige situatie
zo snel mogelijk te stabiliseren, voordat ongelukken en misrekening kunnen leiden
tot een ernstige escalatie. Naar de overtuiging van de AIV verdient het overweging de
complementariteit tussen de NATO-Russia Founding Act en de EU-Rusland Partnerschap
en Samenwerkingsovereenkomst optimaal te benutten voor trilateraal overleg over
onderwerpen van gemeenschappelijk belang en waar ook de EU competentie heeft. Dit
geldt bijvoorbeeld terrorismebestrijding waarvoor van Russische zijde belangstelling
bestaat, maar waar tussen de bondgenoten onderling nog verdere afstemming moet
plaatsvinden.
Verder zou de inzet van de NAVO – en van Nederland in het bijzonder – erop gericht
moeten zijn om de gesprekken over het actualiseren van het Weens Document, vlot
te trekken. Elementen uit de plannen van voormalig minister Steinmeier, bijvoorbeeld
aandacht voor de vele nieuwe militaire en strategische ontwikkelingen, moeten daarbij
zeker worden meegenomen. De nadruk zal dan minder komen te liggen bij numerieke
afbouw van categorieën wapensystemen en meer bij het beperken van nieuwe
bedreigende ontwikkelingen die verband houden met hybride oorlogvoering zoals
desinformatie en cyberwapens. Datzelfde geldt voor de geest van het Duitse initiatief: hoe
                                              59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>groot de bezwaren bij sommige landen ook zijn en hoe moeilijk oplosbaar de problemen
mogen lijken, dialoog blijft naar het oordeel van de AIV noodzakelijk.
Veiligheidspolitieke ontwikkelingen aan de zuidflank
De veiligheidsdreigingen vanuit het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika – vluchtelingen-
stromen, irreguliere migratie, transnationale criminaliteit en terrorisme – vragen in
toenemende mate de aandacht van de NAVO. De NAVO-inspanningen in het Midden-Oosten
en Noordelijk Afrika maken onderdeel uit van Projecting Stability, een containerbegrip zonder
duidelijke geografische en inhoudelijke afbakening. Het illustreert het diffuse karakter van
de NAVO-bemoeienis met deze regio’s. Individuele NAVO-landen nemen deel aan de strijd
tegen IS onder andere in de vorm van luchtacties, via de RSM draagt de NAVO bij aan de
ondersteuning van de Afghaanse veiligheidsinstituties en in het kader van het DCB verzorgt
de NAVO trainingsactiviteiten en levert het bondgenootschap capaciteitsondersteuning. De
AIV zou het toejuichen indien deze DCB-activiteiten, waar mogelijk, verder zouden worden
uitgebouwd. In nauwe samenwerking met de EU – dat over een breder instrumentarium
beschikt – kan de NAVO vooral in een non permissive environment meerwaarde leveren.
Het ontbreekt de NAVO aan een eenduidige strategie voor de zuidflank. De AIV is van
mening dat de veiligheidsdreigingen aan de zuidflank de komende decennia eerder toe-
dan af zullen nemen en vindt het mede daarom noodzakelijk dat het bondgenootschap een
zuidelijke strategie ontwikkelt en de samenwerking met de EU intensiveert. Hiermee wordt
tevens tegemoetgekomen aan de zorgen van de zuidelijke bondgenoten, kan unilaterale
militaire inmenging worden ontmoedigd en wordt bijgedragen aan de cohesie van het
bondgenootschap.
EU-NAVO samenwerking
Jarenlang kende de samenwerking tussen de EU en de NAVO een stroef verloop
vanwege onenigheid tussen Cyprus en Turkije en rivaliteit tussen beide organisaties.
Inmiddels is het besef doorgedrongen tot de lidstaten van beide organisaties dat de
complexe veiligheidssituatie samenwerken urgent maakt en ontstaat een natuurlijke
taakverdeling tussen de EU en de NAVO. Er is sprake van een significante verbetering
van de relatie tussen de EU en de NAVO. In juli 2016 brachten de EU en de NAVO
een gemeenschappelijke verklaring uit met 42 actiepunten op het gebied van hybride
dreigingen, cyberveiligheid, operationele samenwerking, defensiecapaciteiten, defensie-
industrie en defensieonderzoek en oefeningen en capaciteitsopbouw.
Met het EU Defence Action Plan (EDAP) zal de Europese Commissie door middel van
een European Defence Fund (EDF) een grote rol gaan spelen bij defensie-onderzoek en
gezamenlijke capaciteitenontwikkeling en -aankoop door groepen EU-lidstaten. Vooral
Duits-Frans leiderschap zou, door de recente initiatieven van de Raad en de Commissie op
het gebied van defensie, een impuls kunnen geven aan de versterking van de Europese
slagkracht. De AIV juicht het toe dat de Europese Raad in juni 2017 heeft besloten tot
concrete uitwerking van permanent gestructureerde samenwerking (PESCO), ter verdieping
van de defensiesamenwerking.
Het aantreden van president Trump en het aanstaande vertrek van het Verenigd Koninkrijk
uit de EU maken het naar de mening van de AIV nog belangrijker dat de EU en de NAVO
goed samenwerken. De Europeanen zullen optimaal gebruik moeten maken van de
mandaten, verschillende lidmaatschappen en instrumenten die de beide organisaties
ter beschikking hebben om hun eigen veiligheid te kunnen waarborgen en zich als
geloofwaardige veiligheidspartner aan de Amerikanen te tonen. In dit licht bezien, heeft de
EU-NAVO samenwerking ontegenzeggelijk vooruitgang geboekt, maar is er nog een lange
weg te gaan.
                                               60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Teneinde het VK te blijven betrekken bij de Europese veiligheid, verdient het aanbeveling
binnen de NAVO de Eurogroup die tussen 1968 en 1994 een nuttige ondersteunende
bijdrage leverde, nieuw leven in te blazen. De Eurogroup werd in 1968 opgericht op
initiatief van de toenmalige Britse minister van Defensie Healey met als doel de Europese
defensiesamenwerking binnen de NAVO te versterken. In een nieuwe Eurogroup kunnen
het VK, Frankrijk (dat in het verleden overigens niet aan de Eurogroup deelnam) en
Duitsland samen met de andere Europese lidstaten informeel en in NAVO-context
bespreken hoe hun politieke, militaire en financiële inspanningen de trans-Atlantische
samenwerking het beste kunnen dienen. Dit kan tevens behulpzaam zijn om de
communicatie met Turkije open te houden.
Veiligheids- en defensiebeleid van Nederland
Naar het oordeel van de AIV is het noodzakelijk dat in het Nederlands veiligheids- en
defensiebeleid, naast de trans-Atlantische oriëntatie, meer gewicht wordt toegekend
aan de continentale oriëntatie. Hoewel de VS en het VK ook in de toekomst belangrijke
veiligheidspartners blijven, zal naar verwachting de ontwikkeling en verdieping van het
Europese veiligheids- en defensiebeleid onder leiding van Duitsland en Frankrijk de
komende jaren een hoge vlucht nemen. De AIV is van mening dat Nederland er goed aan
doet om aan te sluiten bij deze ontwikkeling omdat de onduidelijkheid van het beleid
in Washington, de Brexit en de actuele veiligheidssituatie een gecoördineerde aanpak
vereisen. De AIV is met de Nederlandse regering van mening dat het daarnaast van
belang is een ‘veiligheidsarrangement’ met het VK overeen te komen, zodat dit land
betrokken blijft bij de Europese veiligheidspolitieke samenwerking. De AIV plaatst hier
wel een kanttekening bij. In het verleden heeft Londen vaak een blokkade opgeworpen bij
voorstellen voor uitbreiding van Europese defensiesamenwerking. Die ruimte dient het VK
in de nieuwe constellatie niet te worden geboden en een faciliterende rol van Nederland
hierbij is dan ook ongewenst.
De versterking van de collectieve verdediging en de afschrikking doen niets af aan de
betekenis van de beide andere kerntaken van het bondgenootschap: crisismanagement
en coöperatieve veiligheid. Als zich een confrontatie voordoet met Rusland, dan zal die
zich naar alle waarschijnlijkheid in uiteenlopende gradaties niet alleen in Oost-Europa
manifesteren, maar in de gehele periferie van ons continent. En ook los van de relatie met
Rusland kunnen onze veiligheidsbelangen in de omgeving van het bondgenootschap of
elders in de wereld bedreigd worden. In dit verband moet ook rekening worden gehouden
met de toenemende invloed van de Volksrepubliek China. Daarom zal het diplomatieke
en militaire instrumentarium voor preventie, partnerschappen en outreach ten volle benut
moeten kunnen worden. Ook het initiëren of deelnemen aan crisisbeheersingsoperaties
kan daarbij aan de orde zijn. Dit betekent dat de Nederlandse krijgsmacht haar vermogen
tot het uitvoeren expeditionaire operaties dient te behouden.
In het licht van de actuele veiligheidsuitdagingen acht de AIV forse extra investeringen
op veiligheidsgebied noodzakelijk, niet alleen voor versterking van de krijgsmacht, maar
ook voor cyberverdediging en voor de uitbreiding van het postennetwerk. Voor dit laatste
onderwerp heeft de AIV aandacht gevraagd in het briefadvies ‘De vertegenwoordiging
van Nederland in de wereld’. De NAVO heeft forse kritiek op de Nederlandse defensie-
inspanningen, deze spitst zich vooral toe op de landstrijdkrachten. De AIV acht het
noodzakelijk dat het defensiebudget de komende vier jaar op het Europees NAVO-
gemiddelde wordt gebracht. In de daaropvolgende vier jaar moet de 2%-norm worden
bereikt. De Nederlandse defensiebijdrage was in 2015 volgens opgave van het Ministerie
van Defensie 1,09% van het BBP en ligt ver onder het gemiddelde van de Europese NAVO-
landen (2015: 1,43% BBP).
                                              61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Met een zeer noodzakelijke verhoging van het defensiebudget in de komende jaren, zullen
in de eerste plaats de huidige tekortkomingen moeten worden weggewerkt. Dit betreft niet
alleen tekorten aan onder meer reservedelen en munitievoorraden, het herstellen van de
balans tussen gevechts- en ondersteunende capaciteiten, het voorkomen van veroudering
van de wapensystemen, maar óók ‘reparatie’ van operationele capaciteiten die puur om
bezuinigingsredenen de afgelopen jaren zijn weggesneden. Het toegenomen belang van
alle drie de hoofdtaken en in het bijzonder de eerste hoofdtaak, maakt herstel van deze
tekortkomingen extra urgent. Naar het oordeel van de AIV zou Nederland ook fors moeten
investeren in cybercapaciteiten zowel financieel, als qua interdepartementale aansturing
en wat betreft de samenwerking met de private sector.
Nederland neemt op het gebied van kernwapens een bijzondere positie in en ziet voor
zichzelf op ontwapeningsgebied een ‘bruggenbouwers’-functie. Nederland onderhandelde
als enig NAVO-land in de VN met 131 andere landen over een verdrag voor een algeheel
kernwapenverbod maar stemde uiteindelijk als enige tegen. De AIV plaatst vraagtekens bij
een ‘bruggenbouwers’-functie voor Nederland op het terrein van nucleaire ontwapening.
Nederland kan het zich niet veroorloven op dit gebied een eigen koers te varen. De AIV
acht het van groot belang dat Nederland zich blijft conformeren aan de NAVO-lijn.
De AIV vraagt in het bijzonder aandacht voor de positie van de Staten-Generaal vanwege
de verslechterde internationale veiligheidssituatie, het beroep dat waarschijnlijk in
toenemende mate zal worden gedaan op de Nederlandse krijgsmacht en de noodzakelijke
verdieping van de Europese defensiesamenwerking. In geval van een artikel 5-situatie is
de regering conform artikel 97 van de Grondwet niet verplicht de volksvertegenwoordiging
te informeren. De regering heeft wel aan de Tweede Kamer toegezegd dit zoveel mogelijk
te zullen doen. De AIV vindt het noodzakelijk dat de Tweede Kamer zich verdiept in de
mogelijke scenario’s, juist ook onder de grens van artikel 5, en zich beraadt op de eigen rol
daarbij. Ook acht de AIV het van belang dat stevig wordt geïnvesteerd in interparlementaire
contacten om gemeenschappelijke overeenstemming te bevorderen over aangelegenheden
die alle NAVO-bondgenoten aangaan.
IX.2      Aanbevelingen
1. Het politieke overleg in de NAVO, gebaseerd op informatie-uitwisseling en consultaties
met partners, moet frequent en ruimhartig worden gevoerd. De Secretaris-Generaal van de
NAVO dient een herkenbaar profiel te krijgen onder meer door hem met eigen initiatieven
een rol te laten spelen in het internationale diplomatieke overleg.
2. Het is essentieel om onverminderd te investeren in de trans-Atlantische relatie. De
Verenigde Staten blijven onmisbaar voor de veiligheid van Europa. In dat verband is een
gemeenschappelijke politiek inzake de sancties tegen Rusland van groot belang. Teneinde
het VK te blijven betrekken bij de Europese veiligheid, verdient het de aanbeveling binnen
de NAVO de Eurogroup nieuw leven in te blazen.166
3. Nederland doet er tegelijk goed aan van meet af aan actief mee te denken met
de Frans-Duitse voorstellen voor de ontwikkeling en verdieping van de Europese
defensiesamenwerking en op ambitieuze wijze deel te nemen aan versterkte
166 Deze Eurogroep mag niet worden verward met de huidige Eurogroep bestaande uit de ministers van
     financiën van landen die deel uitmaken van de Eurozone. Zie voetnoot 103.
                                                    62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>samenwerking. Dit impliceert onder meer actieve betrokkenheid bij de verwezenlijking van
PESCO. Een halfslachtige opstelling zou afbreuk doen aan de positie van Nederland als
belangrijke gesprekspartner bij de totstandkoming van nieuwe samenwerkingsinitiatieven.
Het is van belang het VK betrokken te houden bij de Europese veiligheid, echter zonder dat
het VK enige zeggenschap krijgt over de vormgeving van de defensiesamenwerking binnen
de EU.
4. De collectieve verdediging aan de Oostgrens van het verdragsgebied is de komende
jaren een hoofdopgave voor de NAVO. De AIV acht het noodzakelijk zoveel als mogelijk
inhoud te geven aan deterrence by denial. Hiertoe dienen de voorwaarts ontplooide
eenheden in met name de Baltische Staten aanmerkelijk te worden versterkt. Hierbij kan
worden gedacht aan een roterende eenheid van brigadesterkte met voldoende slagkracht
in elk van deze landen teneinde in voorkomend geval extra reactietijd te creëren voor
de eenheden van met name de VJTF. Ook dient de NAVO een adequaat antwoord te
ontwikkelen tegen de A2/AD-dreiging. De huidige air policing-missie zou omgevormd
moeten worden tot een luchtverdediging missie. Op maritiem gebied zou versterking
van de Standing Naval Forces in de Baltische zee in de rede liggen. Voorts moet zo snel
mogelijk invulling worden gegeven aan de beschikbaarheid van inzetbare follow-on forces.
5. Naast de forse investeringen in militaire capaciteiten, heeft de snelle verplaatsing van
militaire eenheden prioriteit; de talrijke formele belemmeringen voor het transport van
militair materieel en logistieke middelen over de grenzen van de Europese NAVO-landen
moeten worden opgeheven. De landen dienen zo snel mogelijk, in samenwerking met de
EU, een militaire Schengen-zone tot stand te brengen.
6. Verbetering van de relatie met Rusland is van groot belang. De agenda van de NAVO-
Rusland Raad (NRR) zou vooral betrekking moeten hebben op maatregelen ter vermijding
van ongelukken in de lucht en op zee (risk reduction), zogenaamde hotlines tussen
militaire hoofdkwartieren en naleving van het Weens Document, vooral waar het gaat om
aanmelding en waarneming van de als bedreigend ervaren Russische oefeningen die op
zeer korte termijn worden gehouden.
7. De slagvaardigheid van het bondgenootschap wordt bepaald door de mate van politieke
overeenstemming tussen de hoofdsteden. Het militaire advies, op basis waarvan de NAR
besluiten neemt, moet in geconsolideerde vorm aspecten omvatten die beantwoorden aan
de hedendaagse complexiteit van crisissituaties. De AIV is van mening dat regelmatige
oefeningen met betrokkenheid van onder meer de NAR, SACEUR, het Militair Comité en de
nationale parlementen van de NAVO-landen cruciaal zijn om in voorkomend geval adequaat
te kunnen handelen. Bij deze oefeningen zal vooral de besluitvorming bij conflictsituaties
beneden de drempel van artikel 5 van het NAVO-verdrag, zoals cyberaanvallen, aan de orde
moeten komen.
8. De AIV beveelt de Staten-Generaal aan een parlementaire commissie in te stellen
die zich buigt over de rol van de volksvertegenwoordiging bij een mogelijke inzet van de
Nederlandse krijgsmacht en de verschillende scenario’s die daarbij aan de orde kunnen
komen.
9. De NAVO dient ook de komende jaren een bijdrage te leveren aan de strijd tegen
terrorisme en andere veiligheidsrisico’s vanuit Noordelijk Afrika en het Midden-Oosten.
Crisisbeheersing buiten het verdragsgebied blijft onverminderd een belangrijke taak van
de NAVO. Een militair ingrijpen in conflictgebieden moet plaatsvinden in het kader van een
geïntegreerde inzet samen met diplomatieke initiatieven en ontwikkelingssamenwerking.
                                               63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>In nauwe samenwerking met de EU kan de NAVO vooral in een non permissive environment
meerwaarde leveren. De AIV is van mening dat de NAVO vanwege de veiligheidsbelangen
in deze regio’s een zuidelijke strategie moet formuleren.
10. President Erdogan van Turkije heeft blijk gegeven wat betreft democratie, vrijheid van
meningsuiting en rechtsstaat opvattingen te hebben die afwijken van de waarden die in de
aanhef van het Verdrag van Washington worden genoemd. Turkije dient hierop te worden
aangesproken, zowel in NAVO-verband als in andere internationale gremia. Desondanks
waarschuwt de AIV ervoor het land niet van de NAVO te vervreemden. Turkije blijft door zijn
ligging en omvang een zeer belangrijke partner bij de vele veiligheidsuitdagingen van de
alliantie. Het kan ook nodig zijn andere NAVO-landen zoals Hongarije, Bulgarije en Polen
aan te spreken op stappen die afbreuk doen aan de rechtsstatelijkheid en in strijd zijn met
de gedeelde waarden waarvoor de NAVO staat.
11. De NAVO moet thans afzien van verdere uitbreiding. De relatie met Oekraïne, Georgië
en de landen in de Balkan-regio dient op een andere leest te worden geschoeid, waaronder
versterking van de bi- en multilaterale samenwerking met Oekraïne.
12. De NAVO dient een effectieve offensieve cyber-strategie te ontwikkelen. Voorts
dienen de inspanningen van NAVO en EU op het gebied van cybersecurity te worden
geïntensiveerd. Dat geldt ook voor de samenwerking met de private sector en de
onderlinge samenwerking tussen de NAVO-landen.
13. Een adequate nucleaire NAVO-strategie is essentieel om inhoud te geven aan een
geloofwaardige afschrikking. Zolang kernwapens onmisbaar zijn voor afschrikking en
verdediging dient Nederland geen eenzijdig besluit te nemen om de kernwapentaak af te
stoten. De vraag rijst of de nucleaire strategie en middelen van de NAVO, vooral wat betreft
de sub-strategische ‘tactische’ kernwapens, nog adequaat zijn. De AIV is dan ook van
mening dat de ontwikkelingen op nucleair gebied de NAVO nopen tot het evalueren van
haar nucleaire strategie.
14. Door de ontwikkeling van de (internationale) veiligheidssituatie is het belang van de
drie hoofdtaken van de krijgsmacht, in het bijzonder de eerste hoofdtaak – bescherming
van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied – toegenomen. De Nederlandse
krijgsmacht zal voor alle drie de hoofdtaken capaciteiten gelijktijdig beschikbaar moeten
hebben. In de komende (kabinets-) periode van vier jaar zal het budget het Europees
NAVO-gemiddelde dienen te bereiken. Tijdens de daaropvolgende drie jaar zal de 2%-norm
moeten worden bereikt.
15. Prioriteit moet worden gegeven aan het op orde krijgen van de basisgereedheid en de
slagkracht van de krijgsmacht, vooral door herstel van toereikende escalatiedominantie
bij grondgebonden optreden en verbetering van de balans tussen gevechts- en
ondersteunende capaciteiten van de krijgsmacht. Pas daarna kan naar de mening van de
AIV uitbreiding van het ambitieniveau en het vergroten van het voortzettingsvermogen aan
de orde zijn, rekening houdend met de tekortkomingen in NAVO- en EU-verband. Wil de
krijgsmacht relevant blijven, dan zullen operationele vernieuwing en innovatie, onder meer
in het informatie- en cyberdomein, een prominente plaats moeten innemen bij iedere stap
die de komende jaren wordt gezet.
                                              64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                                                                           Bijlage I
Adviesaanvraag
Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Voorzitter Adviesraad Internationale Vraagstukken
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
Datum oktober 2016
Betreft Adviesaanvraag aanpassingen NAVO lange termijn
Geachte heer de Hoop Scheffer,
Tijdens de Topbijeenkomsten in Wales en in Warschau hebben de staatshoofden en
regeringsleiders van de NAVO-landen belangrijke stappen gezet om het bondgenootschap
aan te passen aan de veranderde veiligheidsomgeving. Het Readiness Action Plan (RAP)
komttegemoet aan de zorgen van de bondgenoten die zich het meest bedreigd voelen door
Rusland en toont de vastberadenheid van het bondgenootschap om het verdragsgebied te
beschermen. In de turbulente veiligheidsomgeving is het essentieel dat de NAVO zich de
komende jaren blijft bezinnen op de reikwijdte en de doeltreffendheid van de adaptation
measures van het RAP en de in Warschau goedgekeurde enhanced forward presence in de
Baltische staten en Polen.
Na een periode waarin het accent vooral lag op crisisbeheersingsoperaties buiten het
bondgenootschappelijk grondgebied heeft de oorspronkelijke functie van het bondgenootschap,
de collectieve verdediging en afschrikking, duidelijk aan betekenis gewonnen, vooral vanwege
de veranderde opstelling van Rusland. Naast de bevestiging van de deterrence and defence
posture houdt de NAVO nadrukkelijk de blik gericht op dialoog met Rusland, samenwerkingmet
partners en op wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie. Tot slot blijven naast
de collectieve verdediging ook crisisbeheersing en coöperatieve veiligheid, de andere twee
kerntaken van de NAVO, onverminderd van belang.
Het optreden van Rusland vraagt om een gedegen antwoord, zoals de AIV al terecht kenbaar
maakte in haar advies ‘Instabiliteit rond Europa’ (nr. 94, april 2015). Het gaat niet alleen
om de inname van de Krim en destabiliserend optreden door Rusland in Oost-Oekraïne en in
Syrië. Het gaat ook om toegenomen militaire activiteiten langs de Oost- en Noordflank van het
bondgenootschap, de ingrijpende modernisering van de Russische strijdkrachten, uitbreiding
van de zogenaamde Anti-Access/Area Denial-capaciteiten met een directe bedreiging voor de
Baltische staten en de regio rond de Zwarte Zee, de Russische doctrine met betrekking tot de
inzet van kernwapens en toepassing van zogenoemde hybride of new generation oorlogvoering
waarin het informatiedomein een prominente plaats inneemt.
Daarnaast wordt het bondgenootschap vanuit het Midden-Oosten en vanuit Noordelijk
Afrika bedreigd door terrorisme, onder meer door de aanwezigheid van ISIS, en zien de
Europese NAVO-landen zich geconfronteerd met een prangend migratievraagstuk en met
grensoverschrijdende problematiek ten gevolge van falend statelijk gezag. In algemene zin
staan tot slot de belangen en waarden van het bondgenootschap in toenemende mate onder
druk ten gevolge van mondiale machtsverschuivingen en geopolitieke veranderingen.
Het bondgenootschap moet zich manifesteren als collectieve verdedigingsorganisatie in een
situatie die in meerdere opzichten wezenlijk anders is dan de Koude Oorlog. Er is nu niet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>sprake van één (in zekere zin voorspelbare) tegenstander en de organisatie is, mede ten
gevolge van de uitbreiding met een groot aantal nieuwe leden, ingrijpend veranderd. Nader
moet worden bezien hoe de NAVO zich optimaal te weer kan stellen tegen zowel conventionele
militaire dreigingen, als tegen gemengde, hybride strijdmethoden en geavanceerde cyber
warfare. Vanwege de complexiteit en de veelheid van (samengestelde) dreigingen vergt
hedendaagse crisisbeheersing nauwere samenwerking met veiligheidspartners zoals de EU,
om samen over een breder pallet aan capaciteiten en instrumenten te beschikken. De recente
NAVO-EU verklaring tijdens de Top-bijeenkomst in Warschau geeft hieraan uitdrukking.
Door de verslechterde veiligheidssituatie is er in toenemende mate sprake van extra beslag
op militaire eenheden voor de collectieve verdedigingstaak van de NAVO. In het licht van de
nieuwe veiligheidscontext stelt de NAVO hogere eisen aan gereedheid, snelle inzetbaarheid en
beschikbaarheid van militaire capaciteiten. Nederland is met reden lid van de NAVO en ook van
Nederland wordt een serieuze bijdrage in bondgenootschappelijk verband verwacht. De rollen
en taken die de krijgsmacht moet kunnen vervullen met het oog op verschillende dreigingen
en in verschillende gebieden en fasen van conflict, hebben belangrijke implicaties voor de
samenstelling, toerusting en gereedstelling van de krijgsmacht.
Binnen deze kaders heeft het kabinet behoefte aan een nadere analyse van de aanpassingen
die het Bondgenootschap op lange termijn moet ondergaan en de implicaties hiervan voor
Nederland. Daarbij kan de AIV voortbouwen op de analyse uit het advies ‘Instabiliteit rond
Europa’, maar zouden ook ontwikkelingen sindsdien moeten worden betrokken. Dit betreft
bijvoorbeeld de uitkomsten van de NAVO-Top in Warschau waaronder onderstreping van het
belang van wapenbeheersing en non proliferatie, VN vredesoperaties, de vaststelling en
nadere uitwerking van de EU Global Strategy, het verloop van het militaire conflict in Oost-
Oekraïne en in Syrië, het besluit van het Verenigd Koninkrijk om uit de EU te treden, de (reactie
op de) militaire couppoging in Turkije, alsmede het Nederlandse publieke debat over deze
ontwikkelingen. Tot slot kunnen ook gewijzigde accenten in het Amerikaans buitenland- en
veiligheidsbeleid ten gevolge van het aantreden van een nieuwe president en administration
deel uitmaken van de analyse.
Tegen deze algemene achtergrond luiden de specifieke onderzoeksvragen als volgt:
Hoofdvraag:
Hoe geeft de NAVO in het licht van een diffuus en veranderlijk dreigingsbeeld op lange termijn
duurzaam invulling aan zijn drie hoofdtaken, hoe kan het best worden voortgebouwd op de
resultaten van de Topbijeenkomsten in Wales en Warschau, en welke implicaties hebben de
noodzakelijke aanpassingen van de NAVO voor de Nederlandse veiligheidspolitiek en defensie-
inspanning?
Deelvragen:
1.     Hoe beoordeelt de AIV de maatregelen die de NAVO tot dusver heeft genomen in reactie
       op de dreigingen aan de Oost- en Zuidflank van Europa, zowel in termen van versterking
       van de deterrence and defence posture alsmede de benutting van diplomatie en andere
       veiligheidspolitieke instrumenten?
2.     Welke vervolgstappen acht de AIV noodzakelijk? We verzoeken de AIV bij de
       beantwoording van deze deelvraag in ieder geval de volgende aandachtsgebieden te
       betrekken:
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>      -       De gewijzigde Russische opstelling en de nieuwe manier van oorlogvoering. Welke
              eisen stelt dit aan de NAVO? Hoe moet de NAVO zich opstellen bij provocaties
              en conflictsituaties beneden de drempel van artikel 5 van het NAVO-verdrag? Op
              welke wijze kan een inhoudsvolle en constructieve politieke dialoog met Rusland
              vorm krijgen, zonder terug te keren naar business as usual? Welke onderwerpen
              lenen zich hiervoor en wat zou redelijkerwijs moeten kunnen worden bereikt?
      -       Projecting Stability. Welke rol moet de NAVO spelen met betrekking tot de
              Zuidflank en de dreiging van terrorisme? Hoe verhoudt de bijdrage aan stabilisatie
              en crisisbeheersing in deze regio zich tot inspanningen in dit kader in andere,
              verder weg gelegen inzetgebieden zoals Afghanistan?
      -       Coöperatieve veiligheid. Welke aanbevelingen heeft de AIV voor samenwerking
              met andere internationale organisaties zoals de VN en de EU in het bijzonder? De
              uitwerking van de NAVO-EU verklaring in concrete samenwerkingsmogelijkheden
              vormt een belangrijk aanknopingspunt. De AIV wordt gevraagd zich in dit kader
              ook te buigen over de samenwerkingsrelatie met partnerlanden, met landen die
              wensen toe te treden en met landen in instabiele regio’s. Welke (aanvullende)
              mogelijkheden biedt het Defence and Related Security Capacity Building (DCB)
              initiatief? Wat is een reëel pad voor de NAVO om tot herleving van (de discussie
              over) conventionele wapenbeheersing in Europa te komen? Wat zijn kansen en
              actuele relevantie voor een nieuw regime ‘à la CSE’? Moet vanuit NL perspectief
              allereerst worden ingezet op modernisering van het Weens Document? Ook het
              recentelijk door Minister Steinmeier gelanceerde initiatief om de conventionele
              wapenbeheersing een nieuwe impuls te geven en de Amerikaanse terughoudende
              reactie daarop spelen hier een rol. Cruciale vraag hierbij: welke soort en mate van
              militaire transparantie zijn nodig om tegemoet te komen aan de zorgen bij vooral
              de oostelijke NAVO- bondgenoten, met name ten aanzien van Rusland?
3.    Hoe kan de NAVO verzekeren dat het in staat blijft alle drie de kerntaken effectief uit
      te voeren? Welke rol is hierbij voor de NAVO-lidstaten en Nederland in het bijzonder
      weggelegd?
Deze adviesaanvraag is opgenomen in het werkprogramma voor 2016. Wij zien uw advies met
belangstelling tegemoet, bij voorkeur in het eerste kwartaal 2017 zodat de aanbevelingen nog
kunnen worden betrokken bij de voorbereidingen op de volgende NAVO-Top.
Hoogachtend,
De Minister van Buitenlandse Zaken                   De Minister van Defensie
Bert Koenders 			                                    J.A. Hennis-Plasschaert
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>                                                                              Bijlage II
Lijst met afkortingen
A2/AD                 Anti-Access and Area Denial
AIV			                Adviesraad Internationale Vraagstukken
AWACS			              Airborne Warning and Control Systems
BBP                   Bruto Binnenlands Product
BMD                   Ballistic Missile Defence
CAVV		                Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
CSBMs			              Confidence and Security Building Measures
CSE                   Conventionele Strijdkrachten Europa
CVV			                Commissie Vrede en Veiligheid
DCB                   Defence and Related Capacity Building Initiative
EAPC                  Euro Atlantic Partnership Council
EDA			                Europees Defensie Agentschap
EU                    Europese Unie
GVDB			               Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid
ICI			                Istanbul Cooperation Initiative
IFFG                  Initial Follow on Forces Group
IS                    Islamitische Staat
ISAF			               International Security Assistance Force (Afghanistan)
MD                    Mediterranean Dialogue
NAR                   Noord-Atlantische Raad
NAVO                  Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NRF			                NATO Response Force
NRR                   NAVO-Rusland Raad
OVSE			               Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
OVV			                Onderzoeksraad voor Veiligheid
RAP                   Readiness Action Plan
RSM			                Resolute Support Mission (Afghanistan)
SACEUR                Supreme Allied Commander Europe
SG NAVO		             Secretaris-Generaal van de NAVO
VJTF			               Very High Readiness Joint Task Force
VK                    Verenigd Koninkrijk
VN                    Verenigde Naties
VS                    Verenigde Staten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
 2 CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS: recente ontwikkelingen, april 1998
 4 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE VERSCHEIDENHEID, juni 1998
 5 EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
 6 HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP, november 1998
 8 ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
 9 NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE IN DE JAREN NEGENTIG:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, september 1999
12 DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000**
14 ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15 EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16 DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17 DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18 GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21 REGISTRATIE VAN GEMEENSCHAPPEN OP HET GEBIED VAN GODSDIENST OF OVERTUIGING, juni 2001
22 DE WERELDCONFERENTIE TEGEN RACISME EN DE PROBLEMATIEK VAN RECHTSHERSTEL, juni 2001
23 COMMENTAAR OP DE NOTITIE MENSENRECHTEN 2001, september 2001
24 EEN CONVENTIE OF EEN CONVENTIONELE VOORBEREIDING: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 INTEGRATIE VAN GENDERGELIJKHEID: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 NEDERLAND EN DE ORGANISATIE VOOR VEILIGHEID EN SAMENWERKING IN EUROPA IN 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 DE AMERIKAANSE PLANNEN VOOR RAKETVERDEDIGING NADER BEKEKEN: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 PRO-POOR GROWTH IN DE BILATERALE PARTNERLANDEN IN SUB-SAHARA AFRIKA: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 EEN MENSENRECHTENBENADERING VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, april 2003
31 MILITAIRE SAMENWERKING IN EUROPA: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en
   slagvaardigheid voor de Europese Unie, april 2003
33 DE RAAD VAN EUROPA: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 NEDERLAND EN CRISISBEHEERSING: drie actuele aspecten, maart 2004
35 FALENDE STATEN: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 PREËMPTIEF OPTREDEN, juli 2004**
37 TURKIJE: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 DE VERENIGDE NATIES EN DE RECHTEN VAN DE MENS, september 2004
39 DIENSTENLIBERALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN: leidt openstelling tot achterstelling?, september 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>40 DE PARLEMENTAIRE ASSEMBLEE VAN DE RAAD VAN EUROPA, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 DE INVLOED VAN CULTUUR EN RELIGIE OP ONTWIKKELING: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43 MIGRATIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 NEDERLAND IN DE VERANDERENDE EU, NAVO EN VN, juli 2005
46 ENERGIEK BUITENLANDS BELEID: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling,
   december 2005***
47 HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale
   aanpak, januari 2006
48 MAATSCHAPPIJ EN KRIJGSMACHT, april 2006
49 TERRORISMEBESTRIJDING IN MONDIAAL EN EUROPEES PERSPECTIEF, september 2006
50 PRIVATE SECTOR ONTWIKKELING EN ARMOEDEBESTRIJDING, oktober 2006
51 DE ROL VAN NGO’S EN BEDRIJVEN IN INTERNATIONALE ORGANISATIES, oktober 2006
52 EUROPA EEN PRIORITEIT!, november 2006
53 BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54 DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55 MET HET OOG OP CHINA: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56 INZET VAN DE KRIJGSMACHT: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57 HET VN-VERDRAGSSYSTEEM VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: stapsgewijze versterking in een
   politiek geladen context, juli 2007
58 DE FINANCIËN VAN DE EUROPESE UNIE, december 2007
59 DE INHUUR VAN PRIVATE MILITAIRE BEDRIJVEN: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 NEDERLAND EN DE EUROPESE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, mei 2008
61 DE SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN RUSLAND: een zaak van wederzijds
   belang, juli 2008
62 KLIMAAT, ENERGIE EN ARMOEDEBESTRIJDING, november 2008
63 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS: principes, praktijk en perspectieven, november 2008
64 CRISISBEHEERSINGSOPERATIES IN FRAGIELE STATEN: de noodzaak van een samenhangende aanpak,
   maart 2009
65 TRANSITIONAL JUSTICE: gerechtigheid en vrede in overgangssituaties, april 2009**
66 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, juli 2009
67 HET NIEUWE STRATEGISCH CONCEPT VAN DE NAVO, januari 2010
68 DE EU EN DE CRISIS: lessen en leringen, januari 2010
69 SAMENHANG IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: reactie op WRR-rapport ‘Minder pretentie,
   meer ambitie’, mei 2010
70 NEDERLAND EN DE ‘RESPONSIBILITY TO PROTECT’: de verantwoordelijkheid om mensen te
   beschermen tegen massale wreedheden, juni 2010
71 HET VERMOGEN VAN DE EU TOT VERDERE UITBREIDING, juli 2010
72 PIRATERIJBESTRIJDING OP ZEE: een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden, december 2010
73 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE NEDERLANDSE REGERING: zoeken naar constanten in een
   veranderende omgeving, februari 2011
74 ONTWIKKELINGSAGENDA NA 2015: millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief, april 2011
75 HERVORMINGEN IN DE ARABISCHE REGIO: kansen voor democratie en rechtsstaat?, mei 2011
76 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE EUROPESE UNIE: tussen ambitie en ambivalentie, juli 2011
77 DIGITALE OORLOGVOERING, december 2011**
78 EUROPESE DEFENSIESAMENWERKING: soevereiniteit en handelingsvermogen, januari 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>79   DE ARABISCHE REGIO, EEN ONZEKERE TOEKOMST, mei 2012
80   ONGELIJKE WERELDEN: armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking,
     september 2012
81   NEDERLAND EN HET EUROPEES PARLEMENT: investeren in nieuwe verhoudingen, november 2012
82   WISSELWERKING TUSSEN ACTOREN IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: naar flexibiliteit en
     vertrouwen, februari 2013
83   TUSSEN WOORD EN DAAD: perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, maart 2013
84   NIEUWE WEGEN VOOR INTERNATIONALE MILIEUSAMENWERKING, maart 2013
85   CRIMINALITEIT, CORRUPTIE EN INSTABILITEIT: een verkennend advies, mei 2013
86   AZIË IN OPMARS: strategische betekenis en gevolgen, december 2013
87   DE RECHTSSTAAT: waarborg voor Europese burgers en fundament van Europese samenwerking,
     januari 2014
88   NAAR EEN GEDRAGEN EUROPESE SAMENWERKING: werken aan vertrouwen, april 2014
 89  NAAR BETERE MONDIALE FINANCIËLE VERBONDENHEID: het belang van een coherent
     internationaal economisch en financieel stelsel, juni 2014
 90  DE TOEKOMST VAN DE ARCTISCHE REGIO: samenwerking of confrontatie?, september 2014
 91  NEDERLAND EN DE ARABISCHE REGIO: principieel en pragmatisch, november 2014
 92  HET INTERNET: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht, november 2014
 93  ACS–EU-SAMENWERKING NA 2020: op weg naar een nieuw partnerschap?, maart 2015
 94  INSTABILITEIT ROND EUROPA: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, april 2015
 95  INTERNATIONALE INVESTERINGSBESLECHTING: van ad hoc arbitrage naar een permanent
     investeringshof, april 2015
 96  INZET VAN SNELLE REACTIEMACHTEN, oktober 2015
 97  AUTONOME WAPENSYSTEMEN: de noodzaak van betekenisvolle menselijke controle, oktober 2015**
 98  GEDIFFERENTIEERDE INTEGRATIE: verschillende routes in de EU-samenwerking, oktober 2015
 99  DAADKRACHT DOOR DE DUTCH DIAMOND: ondernemen in het licht van de nieuwe duurzame
     ontwikkelingsdoelen, januari 2016
100 GOED GESCHAKELD? Over de verhouding tussen regio en de EU, januari 2016
101 VEILIGHEID EN STABILITEIT IN NOORDELIJK AFRIKA, mei 2016
102 DE BESCHERMING VAN DE BURGERBEVOLKING IN GEWAPEND CONFLICT: over gebaande paden en
     nieuwe wegen, juli 2016
103 ‘BREXIT MEANS BREXIT’: op weg naar een nieuwe relatie met het VK, maart 2017
104 DE WIL VAN HET VOLK?: erosie van de democratische rechtsstaat in Europa, juni 2017
105 IS DE EUROZONE STORMBESTENDIG?: over verdieping en versterking van de EMU, juli 2017
Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
 1 Briefadvies UITBREIDING EUROPESE UNIE, december 1997
 2 Briefadvies VN-COMITÉ TEGEN FOLTERING, juli 1999
 3 Briefadvies HANDVEST GRONDRECHTEN, november 2000
 4 Briefadvies OVER DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE UNIE, november 2001
 5 Briefadvies NEDERLANDS VOORZITTERSCHAP EU 2004, mei 2003****
 6 Briefadvies RESULTAAT CONVENTIE, augustus 2003
 7 Briefadvies VAN BINNENGRENZEN NAAR BUITENGRENZEN - ook voor een volwaardig
    Europees asiel- en migratiebeleid in 2009, maart 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>  8 Briefadvies DE ONTWERP-DECLARATIE INZAKE DE RECHTEN VAN INHEEMSE VOLKEN.
    Van impasse naar doorbraak?, september 2004
  9 Briefadvies REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: hoe halen wij de Millennium Doelen, april 2005
10 Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11 Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF,
    interim-advies over het folterverbod, december 2005
12 Briefadvies REACTIE OP DE MENSENRECHTENSTRATEGIE 2007, november 2007
13 Briefadvies EEN OMBUDSMAN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, december 2007
14 Briefadvies KLIMAATVERANDERING EN VEILIGHEID, januari 2009
15 Briefadvies OOSTELIJK PARTNERSCHAP, februari 2009
16 Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: nut en noodzaak van draagvlak, mei 2009
17 Briefadvies KABINETSFORMATIE 2010, juni 2010
18 Briefadvies HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: beschermer van burgerlijke
    rechten en vrijheden, november 2011
19 Briefadvies NAAR EEN VERSTERKT FINANCIEEL-ECONOMISCH BESTUUR IN DE EU, februari 2012
20 Briefadvies NUCLEAIR PROGRAMMA VAN IRAN: naar de-escalatie van een nucleaire crisis, april 2012
21 Briefadvies DE RECEPTORBENADERING: een kwestie van maatvoering, april 2012
22 Briefadvies KABINETSFORMATIE 2012: krijgsmacht in de knel, september 2012
23 Briefadvies NAAR EEN VERSTERKTE SOCIALE DIMENSIE VAN DE EUROPESE UNIE, juni 2013
24 Briefadvies MET KRACHT VOORUIT: reactie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op de
    beleidsbrief ‘Respect en recht voor ieder mens’, september 2013
25 Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: meer dan een definitiekwestie, mei 2014
26 Briefadvies DE EU-GASAFHANKELIJKHEID VAN RUSLAND: hoe een geïntegreerd EU-beleid dit kan
    verminderen, juni 2014
27 Briefadvies FINANCIERING VAN DE INTERNATIONALE AGENDA VOOR DUURZAME ONTWIKKELING,
    april 2015
28 Briefadvies DE TOEKOMST VAN SCHENGEN, maart 2016
29 Briefadvies TOEKOMST ODA, november 2016
30 Briefadvies ASSOCIATIEOVEREENKOMST EU-OEKRAÏNE: de noodzaak tot ratificatie, december 2016
31 Briefadvies RUSLAND EN DE NEDERLANDSE DEFENSIE-INSPANNINGEN, maart 2017
32 Briefadvies DE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND IN DE WERELD, mei 2017
*     Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
**    Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
      Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
***   Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie voor
      Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>