<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter		      Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Vicevoorzitter 		 Prof.dr. A. van Staden
Leden   		        Mw. prof.mr. C.P.M. Cleiren
			               Mw. prof.dr. J. Gupta
			               Prof.dr. E.M.H. Hirsch Ballin			
		                Mw. prof.dr. M.E.H. van Reisen
			               Mw. drs. M. Sie Dhian Ho
			               LGen b.d. M.L.M. Urlings
			               Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Secretaris 		     Drs. T.D.J. Oostenbrink
			Postbus 20061
                  2500 EB Den Haag
                  telefoon 070 - 348 5108/6060
                  aiv@minbuza.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inleiding
De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 17 maart 2017 de Adviesraad
Internationale Vraagstukken (AIV) verzocht op korte termijn en in kort bestek drie vragen
te beantwoorden:
1. Hoe zou de Nederlandse overheid bewerktuigd moeten zijn om in het buitenland de
    Nederlandse belangen in de snel veranderende internationale omgeving adequaat te
    behartigen en waarden uit te dragen? Wat heeft Nederland daarvoor nodig?
2. Is de Nederlandse overheidspresentie (het postennet) in het buitenland
    (Ambassades, Permanente Vertegenwoordigingen, Consulaten-generaal, NBSO’s)
    voldoende toegerust om effectief in de sterk veranderende internationale omgeving
    te kunnen opereren?
3. Heeft Nederland zijn posten in dat perspectief op de goede plaatsen (landen/steden/
    organisaties) ontplooid? Welke geografische of thematische leemtes zijn er? (Voor de
    volledige adviesaanvraag, zie bijlage).
De AIV beantwoordt deze vragen in het hiernavolgende. Daarbij is de aandacht vooral
gericht op de gevolgen van de bezuinigingen die vanaf 2012 aan zowel de posten in
het buitenland als het kerndepartement in Den Haag zijn opgelegd. Dit betekent dat de
AIV zich in dit briefadvies onthoudt van een uitvoerig onderzoek naar de taakvervulling
van beide takken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is immers nog maar
enkele jaren geleden dat de Adviescommissie Modernisering Diplomatie een dergelijk
onderzoek heeft verricht.1 De bevindingen van deze commissie hebben hun geldigheid
voor de actuele situatie behouden en het ministerie heeft de uitvoering van de
aanbevelingen voortvarend ter hand genomen.
De inhoud van dit advies is voorbereid door de AIV-leden De Hoop Scheffer, Van Staden
en Voorhoeve, die daarin werden bijgestaan door de heren Oostenbrink (secretaris) en
Van Laake (stagiair). De tekst is vastgesteld door de AIV op 19 mei 2017.
Het internationale bestel wijzigt sterk
De AIV constateert met de commissie Docters van Leeuwen dat de behoefte aan
vertegenwoordiging door functionarissen van de Nederlandse overheid in het buitenland
aan grote wijzigingen onderhevig is. De AIV vat het belang van een modern en effectief
netwerk van Nederlandse vertegenwoordigingen op vele terreinen samen door de
invloeden van een aantal ontwikkelingen te noemen:
1. De internationalisering van vrijwel alle beleidsterreinen, ook de traditioneel
    binnenlands- departementale onderwerpen. De coördinerende, vertegenwoordigende,
    voorlichtende en faciliterende taken van het ministerie van Buitenlandse Zaken
    nemen de laatste jaren sterk toe als gevolg van de internationale aspecten van het
    beleid van vrijwel alle andere departementen. Om tot een consistent en coherent
    geïntegreerd extern beleid te komen, is nauwgezette afstemming noodzakelijk
    van velerlei beleid in een effectief onderhandelingspakket per land en thema.
    Daarbij gaat het niet alleen om algemene beleidsdoelen die de regering, de
1   Het voorzitterschap van deze Adviescommissie berustte bij Arthur Docters van Leeuwen. Het tussen- en
    slotrapport van de commissie zijn respectievelijk in 2013 en 2014 verschenen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   volksvertegenwoordiging en andere Nederlandse overheden (provincies, gemeenten
   en agentschappen) in Den Haag formuleren om in Brussel en in een groot aantal
   hoofdsteden en organisaties te worden nagestreefd. Het gaat vooral ook om het
   vaststellen van een optimale onderhandelingstactiek en timing, ter plekke en op de
   momenten waarop de beoogde resultaten kunnen worden geboekt.2
2. De groei van het aantal actoren. Steeds meer spelers betreden het toneel van de
   internationale politiek. Waren dat direct na de Tweede Wereldoorlog nog slechts een
   zestigtal staten en een tiental verdragsorganisaties, in de wereld van 2017 gaat het
   om bijna 200 staten die – op een enkele uitzondering na – lid zijn van de Verenigde
   Naties (VN). Daarnaast gaat het om honderden internationale organisaties, variërend
   van verdragsrechtelijke instellingen tot grote en kleine non-gouvernementele
   organisaties, evenals multinationale bedrijven, lagere overheden van vele landen die
   over grenzen heen nauw samenwerken, alsmede internationale kennisinstellingen die
   invloed uitoefenen. De discipline van de naoorlogse deling tussen Oost en West, die
   vooral in de Koude Oorlog de buitenlandse politiek enigszins overzichtelijk maakte, is
   sinds 1990 gewijzigd in een multipolair en zeer pluriform stelsel met grote aantallen
   actoren van diverse aard.
3. De externe onveiligheid neemt toe. De tendens naar grotere onveiligheid in het
   wereldpolitieke bestel heeft veel oorzaken. Een aantal staten meent geen belang
   te hebben bij bevordering van de stabiliteit van de status quo. Sommige daarvan
   zijn duidelijk uit op verandering van hun positie en van het stelsel als geheel.
   Instabiliteit biedt hen kansen om hun invloed uit te breiden. Daartoe worden
   diverse instrumenten van hybride oorlogvoering ingezet: clandestiene militaire en
   inlichtingenoperaties, desinformatie en economische druk, evenals proxy wars. In
   dit verband vraagt de toegenomen dreiging vanuit Rusland bijzondere aandacht.3
   Naast de onveiligheid die in veel fragiele staten heerst en door extremistische non-
   statelijke actoren wordt aangewakkerd, is sinds enige tijd de kans op het uitbreken
   van gewapende conflicten tussen grote mogendheden toegenomen. Zo is rond
   de Perzische Golf en in de Zuid-Chinese Zee sprake van hevige machtspolitieke
   concurrentie, met als inzet de beheersing van grondgebied, claims op energie
   en grondstoffen in internationale maritieme gebieden en zeeverbindingen. Ook
   de kleinere staten rondom Europa bieden grote mogelijkheden om instabiliteit te
   exploiteren ten bate van uitbreiding van invloedssferen. Het complexe schaakspel
   tussen grote en kleine actoren om hun internationale belangen en waarden te
   bevorderen is daardoor gecompliceerder dan voorheen.4
4. De interne veiligheid staat onder druk. Als gevolg van hier opgesomde ontwikkelingen
   neemt ook de binnenlandse onveiligheid toe. Het internationale terrorisme, cyber
   wars en open of heimelijke interventies in politieke discussies door buitenlandse
   mogendheden beïnvloeden de besluitvorming, stabiliteit en beleidsopties ook in
   Nederland.
2  Zie hiervoor het eindrapport Samenhangend internationaal beleid van de Gemengde Commissie
   ‘Geïntegreerd buitenlands beleid’, 6 juni 2005. Programma Andere Overheid: Rijksbrede Takenanalyse.
3   AIV, Rusland en de Nederlandse defensie-inspanningen, briefadvies nummer 31, Den Haag, maart 2017.
4  Zie ook: WRR, Veiligheid in een wereld van verbindingen. Een strategische visie op het defensiebeleid,
   WRR-rapport nr. 98, Den Haag, april 2016.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>5. Politiek-ideologische tendensen. De groei van specifieke nationaal-populistische
    stromingen in diverse landen vereist nauwkeurige analyse van de gevolgen voor
    Nederland en de internationale organisaties waarin met de betrokken landen
    wordt samengewerkt. Op de Nederlandse vertegenwoordigingen wordt een sterker
    beroep gedaan dan voorheen om uitleg te geven inzake binnenlandse politieke
    en maatschappelijke ontwikkelingen. Er blijkt in andere landen lang niet altijd een
    juist beeld te bestaan van de ontwikkelingen in Nederland en de discussie over de
    immigratieproblematiek. Mede in het licht van de opkomst van illiberal democracies
    vraagt ook het actief volgen van de naleving van mensenrechten in diverse landen
    veel van het diplomatieke apparaat.
6. De duurzaamheid van onze samenleving wordt bedreigd door de (geo)politieke
    gevolgen van klimaatverandering. Sterke demografische groei in Afrika, humanitaire
    crises en (burger)oorlogen van etnische, religieuze of andere aard leiden verder tot
    grote kwetsbaarheid van staten waarin Nederland zijn waarden en belangen tracht
    te bevorderen. De uitvoering van de 2030 Agenda for Sustainable Development Goals
    en de Milieuagenda van Parijs vereisen ook van Nederland een grote diplomatieke
    inspanning.5
7. De migratie groeit sterk als gevolg van politieke en oorlogsvluchtelingen en
    survival-migrants veroorzaakt door grote verstoringen van het natuurlijke milieu
    (droogte, overstromingen en stijging van de zeespiegel). Dit is niet voorbijgaand als
    gevolg van actuele oorlogen, maar heeft langetermijnoorzaken die mede liggen in
    klimaatverandering en voortgaande bevolkingsgroei, vooral in Afrika.6
8. Erosie van het multilaterale stelsel. Het bestel van internationale organisaties dat
    na 1945 is opgebouwd is geen stabiel, min of meer vanzelf groeiend mechanisme
    meer. De leiding die hieraan is gegeven door grote staten, de Verenigde Staten (VS)
    in de eerste plaats, geldt niet langer als vanzelfsprekend. De formele verdeling van
    zeggenschap in internationale organisaties weerspiegelt de krachtsverhoudingen
    in de wereld niet meer goed. Dit heeft ook consequenties voor Nederland.
    Nieuw opkomende landen eisen een grotere stem op, vooral in de internationale
    economische en financiële instellingen, hetgeen ten koste gaat van de invloed van
    de Europese landen. Dit alles vereist een actieve diplomatieke opstelling om op
    andere wijze invloed uit te oefenen.
9. Bilateralisering van de Europese politiek. Het beleid van de Europese Unie (EU)
    wordt in toenemende mate vanuit de nationale hoofdsteden bepaald. Hierdoor wordt
    een wissel getrokken op het werk van de ambassades en vertegenwoordigingen in
    de EU-lidstaten om nationale standpunten te analyseren en te beïnvloeden. Tegelijk
    vergt het besluit van het Verenigd Koninkrijk (VK) de EU te verlaten tijdrovende
    aanpassingen in de EU. Dit heeft invloed op het Nederlandse beleid op vele
    gebieden, variërend van financiële dienstverlening tot landbouw en visserij.7 Waar
    Nederland en het VK in een aantal Europese dossiers (onder andere vrijhandel
    en de uitbouw van de interne markt) gemeenschappelijke posities innamen, is
    Nederland als gevolg van de komende Britse uittreding genoodzaakt meer tijd en
    energie te steken in de vorming van nieuwe coalities.
5 AIV, Toekomst ODA, briefadvies nummer 29, Den Haag, november 2016.
6 AIV, Veiligheid en Stabiliteit in Noordelijk Afrika, advies nummer 101, Den Haag, mei 2016.
7 AIV, Brexit means Brexit: op weg naar een nieuwe relatie met het VK, advies nummer 103, Den Haag, maart 2017.
                                                              5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>10. Internationale criminaliteit. De omvang en intensiteit van internationale criminele
     netwerken en de dreiging van corruptief handelen groeien door. Bestrijding van
     de invloeden op de samenleving en ondermijning van de rechtsorde en ordelijke
     marktwerking vergen grotere expertise en inlichtingencapaciteit dan in het
     verleden.8
11. Economische concurrentie. De Nederlandse economie is sterk afhankelijk van in-
     en uitvoer. De nationale economie is niet alleen tot in de haarvaten verweven met
     de ontwikkelde OESO-lidstaten, maar wordt ook beïnvloed door de economische
     opkomst van Azië, met name China en India. De verschuiving van de dynamiek
     in de mondiale economie van het Westen naar Azië, de economische gevolgen
     van de Brexit en de protectionistische tendensen door economisch nationalisme,
     stellen Nederland voor dringende vraagstukken van economische diplomatie. Deze
     veranderingen bieden ook kansen op nieuwe markten.
12. Wetenschap, technologie en innovatie. De sterk technologisch gedreven mondiale
     economische veranderingen en de versnelling van wetenschap en kennis vereisen
     een hoger niveau van deskundigheid en contacten op deze gebieden met
     buitenlandse kennisinstellingen. Ter zake heeft de Adviesraad voor Wetenschap,
     Technologie en Innovatie (AWTI) geconcludeerd dat een uitbreiding van het netwerk
     van kennis- en innovatie-attachés hard nodig is.9
13. De nieuwe taken die in het externe beleid van belang worden geacht, zoals
     conflictpreventie en bevordering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, die op brede
     consensus bogen, vereisen een meer divers samengestelde vertegenwoordiging
     op terreinen die traditioneel niet tot de interstatelijke diplomatie behoorden,
     zoals democratisering, staatsopbouw in andere landen en omgang met non-
     gouvernementele stromingen op etnisch en religieus gebied.
Bovenstaande schets laat zien dat het takenpakket van de Nederlandse vertegenwoor-
digingen in het buitenland in de afgelopen jaren aanzienlijk is uitgebreid en complexer is
geworden, terwijl ook aan de uitvoering van specifieke taken hogere eisen worden gesteld.
Dit geldt ook voor de consulaire dienstverlening, een van de kerntaken van het ministerie
van Buitenlandse Zaken. In de afgelopen jaren heeft het ministerie fors geïnvesteerd in de
verbetering van deze dienstverlening. Zo kunnen Nederlanders en buitenlanders momenteel
24 uur per dag, 7 dagen per week overal in de wereld terecht bij het 24/7 Contactcenter.
Dit centrum heeft inmiddels 3000 klantcontacten per etmaal. Ook is aanzienlijk meer
aandacht besteed aan ondersteuning van Nederlandse gevangenen in het buitenland.
Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat tot de landen waar Nederlandse diplomaten
werkzaam zijn meer en meer landen zijn gaan behoren die worden getroffen door
gewelddadigheden. Hierdoor zijn de risico’s voor de persoonlijke veiligheid van
Nederlandse diplomaten toegenomen. De beveiliging van de vertegenwoordigingen en
het personeel in een aantal staten gaat met hogere kosten gepaard dan in het verleden.
8   AIV, Criminaliteit, Corruptie en Instabiliteit: een verkennend advies, advies nummer 85, Den Haag, mei 2013.
9   AWTI, WTI-diplomatie – offensief voor internationalisering van wetenschap, technologie en innovatie, mei 2017.
                                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Gevolgen voor het postennet
In antwoord op de tweede adviesvraag merkt de AIV allereerst op dat in de afgelopen
decennia economische rationalisering en veranderingen in opvattingen over traditionele
diplomatie ertoe hebben bijgedragen dat de omvang van het postennetwerk van
Nederland is verkleind vanuit de veronderstelling dat de versnelde wereldwijde
communicatie de fysieke aanwezigheid in het buitenland minder belangrijk maakte.
Er bestaat echter geen substituut voor presentie ter plaatse als het om effectieve
beïnvloeding van buitenlandse regeringen en het openen van deuren voor Nederlandse
bedrijven gaat. Daartoe dienen rechtstreekse relaties met regeringsvertegenwoordigers
en netwerken met lokale spelers te worden onderhouden. Dit kan niet op afstand vanuit
Den Haag gebeuren.
Als gevolg van de economische crisis hebben het vorige en huidige (demissionaire)
kabinet besloten tot omvangrijke reducties op het budget voor de apparaatskosten
van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De cumulatieve bezuinigingstaakstelling
tot 2018 bedraagt EUR 150,5 miljoen.10 De AIV beseft dat ook Buitenlandse Zaken
de afgelopen jaren een bijdrage diende te leveren aan de gezondmaking van de
Nederlandse overheidsfinanciën. Nu de effecten van de bezuinigingen zichtbaar zijn
geworden, blijkt echter dat deze een zeer forse aanslag hebben gepleegd op het
vermogen van de diplomatieke posten om op te komen voor fundamentele waarden en
om doeltreffend op te treden voor Nederlandse belangen. Zoals in de vorige paragraaf
duidelijk is gemaakt geven recente internationale ontwikkelingen geen aanleiding tot
een verminderde prioriteitsstelling in de bekostiging van de overheidspresentie in het
buitenland ten opzichte van andere collectieve voorzieningen.
Op dit moment (stand april 2017) onderhoudt Nederland 108 ambassades,
24 Consulaten-generaal, 7 permanente vertegenwoordigingen en 7 regionale service
organisaties. Het aantal posten zegt echter lang niet alles over de omvang en de
kwaliteit van de Nederlandse overheidspresentie. Deze zijn mede afhankelijk van
het aantal vertegenwoordigers van Nederland per post. Dit aantal is over het geheel
genomen gedaald. Er heeft een aanzienlijke ‘verdunning’ van de vertegenwoordigingen
plaatsgevonden. Tekenend is dat Nederland thans relatief veel kleine posten kent, dat
wil zeggen posten van minder dan 15 formatieplaatsen, die bovendien gemiddeld voor
twee derde door lokaal personeel worden bezet. Het aantal ambassades dat onder deze
definitie van ‘klein’ valt bedraagt 40, waaronder 7 éénmansposten. In totaal zijn thans
834 BZ-ambtenaren in het buitenland geplaatst. Ter vergelijking: in 2012 was dit aantal
948 en in 1997 nog 1250. Bij ongewijzigd bezuinigingsbeleid zal het aantal vrijwel zeker
tot onder de 800 dalen.
Tegelijk met het inkrimpen van het aantal posten en de bezetting daarvan, bleef door de
geschetste internationale veranderingen de werkdruk sterk groeien. Efficiencymaatregelen,
onder andere op het terrein van digitalisering, konden dit niet ondervangen. Daarom zijn
kunstgrepen toegepast, zoals het inzetten van grote aantallen stagiair(e)s (thans 735)11 op
functies die in het verleden door afgestudeerden en intern opgeleide medewerkers werden
vervuld. Besparing op ondersteunend personeel en secretariële functies had voorts tot
10 Dit bedrag zou EUR 40 miljoen hoger zijn uitgevallen, indien niet in een tweetal Tweede Kamermoties was
    aangedrongen op vermindering van de bezuinigingen.
11 In dit aantal zijn ook de stagiair(e)s begrepen die op het departement zijn geplaatst.
                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>gevolg dat bij de hogere functies het tijdsbeslag van administratieve werkzaamheden
aanmerkelijk groeide. Hierdoor is de beschikbare tijd voor de kern van het diplomatieke
werk, het uitdragen van de Nederlandse belangen en waarden, ernstig in de knel gekomen.
Ook het personeel op het ministerie in Den Haag is zwaar onder druk komen te staan.
De jaarlijkse werknemerstevredenheidsonderzoeken wijzen uit dat het personeel
gedurende een reeks van jaren een toenemende werklast ervaart en dat dit meer
en meer als een probleem wordt gezien. Van vele kanten wordt een beroep op het
departement gedaan. Naast de vele beleidsvoorbereidende taken die moeten worden
uitgevoerd en de externe contacten die dienen te worden onderhouden, behoort ook
de Staten-Generaal steeds goed te worden geïnformeerd. Het zou onaanvaardbaar zijn
indien het recht van het parlement om door de verantwoordelijke bewindslieden ten volle
te worden geïnformeerd over alle aspecten van het buitenlands beleid in het gedrang zou
komen als gevolg van een verdere toename van de werkdruk of capaciteitsgebrek.
De AIV constateert dat de verwachting dat door de Europese samenwerking en
gezamenlijk optreden van de lidstaten fors bespaard zou kunnen worden op Nederlandse
vertegenwoordigingen, niet is uitgekomen. De AIV vindt het in dit verband teleurstellend
dat de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) weinig of geen werk van de
ambassades van de lidstaten uit handen heeft genomen. Dit geldt in het bijzonder voor
een belangrijke diplomatieke taak: het verzamelen van informatie en het maken van
analyses van complexe politieke processen in landen met een groot conflictpotentieel.
Wat de interne Europese verhoudingen betreft is al eerder in dit advies gezinspeeld
op situaties waarin de gegroeide behoefte aan overleg tussen de EU-staten en de
verschillen tussen de hoofdsteden juist het tijdsbeslag van analyse, rapportage
en persoonlijk diplomatiek verkeer in diverse hoofdsteden vergrootte. Additionele
inspanningen zijn nodig om onder de lidstaten medestanders te winnen voor het door
Nederland in de EU gewenste beleid.
De minister stelt in de aanvraag dat Nederland een middelgrote mogendheid is. Dat
is Nederland inderdaad in bepaalde sectoren, vooral handel, investeringen en enkele
bijzondere terreinen zoals water- en landbouwtechnologie. De vraag kan worden gesteld
of Nederland in de wereld van de toekomst al dan niet nog als een ‘middelgrote
mogendheid’ moet worden gezien die op alle terreinen moet zijn bewerktuigd, of dat
Nederland zich beter kan concentreren op een aantal kritieke regio’s en thema’s. Het
antwoord op die vraag heeft echter niet veel invloed op de bepaling van de optimale
omvang van het Nederlandse postennetwerk. Want zowel als middelgrote of als
kleinere mogendheid is het cruciaal om goed geïnformeerd te zijn over internationale
ontwikkelingen, het beleid van partnerlanden en het hebben van persoonlijke netwerken
van diplomaten met politieke en ambtelijke vertegenwoordigers van andere landen
waarin op het juiste moment invloed kan worden uitgeoefend.
De verwevenheid van de belangen en waarden van Nederland met de buitenwereld
is dermate groot en bestrijkt zoveel belangrijke thema’s, dat de relatieve grootte van
Nederland in vergelijking met andere mogendheden niet veel invloed heeft op omvang
en aard van een effectief postennetwerk. Het is niet de omvang van de machtsmiddelen
die bepalend is, maar de sterke verbondenheid van de Nederlandse maatschappij
met de buitenwereld en de breedte van de doelen die de staat en maatschappelijke
organisaties in de omgang met andere landen nastreven. Omdat Nederland tot de
meest geïnternationaliseerde landen in de wereld moet worden gerekend, geeft een
vergelijking met andere staten met een vergelijkbare bevolkingsomvang en inkomen niet
veel inzicht in wat Nederland nodig heeft voor een effectief postennetwerk. De andere
                                              8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>staten hebben immers ook een andere ligging en andere belangen dan Nederland in het
wereldpolitieke, economische en geografische krachtenveld.
De AIV concludeert uit het voorgaande dat niet een verdere inkrimping maar juist een
versterking van het postennetwerk van Nederland en vooral een ruimere toewijzing van
ondersteunende functies op de ambassades nodig zijn om de waarden en belangen
van ons land te bevorderen. Deze conclusie betreft niet alleen het ministerie van
Buitenlandse Zaken, maar – gezien de internationalisering van het overheidsbeleid in de
volle breedte – ook vele andere departementen, zoals Economische Zaken, Defensie,
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Infrastructuur en Milieu en Veiligheid en Justitie.12
Actuele knelpunten
De AIV beantwoordt de derde vraag door te wijzen op de knelpunten in het postennet
die dringend moeten worden aangepakt. Een eerste knelpunt betreft het ontbreken van
vertegenwoordigingen in landen in Afrika met een grote feitelijke dan wel potentiële
uitstroom van vluchtelingen en/of arbeidsmigranten naar West-Europa, zoals Somalië,
Niger en Tsjaad. Posten ter plaatse kunnen de Nederlandse regering tijdig informeren
over actuele ontwikkelingen op het terrein van (de bestrijding van) terrorisme, religieus
extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit. Overleg met de verantwoordelijke
Afrikaanse regeringen over de terugkeer van afgewezen asielzoekers maakt meer kans
op resultaat wanneer de mogelijkheid bestaat tot direct en frequent contact, zowel in
bilateraal- als EU-verband. Daarbij is de ontwikkelingsrelatie een factor van betekenis.
In veel Afrikaanse landen zal de komende jaren prioriteit dienen te worden gegeven
aan het scheppen van werkgelegenheid voor jongeren. Hulp van buiten is daarbij
essentieel. De modaliteiten van economische bijstand en speciaal een optimale rol van
Nederlandse organisaties en bedrijven daarin kunnen het beste op basis van analyses
van Nederlandse ambassades worden bepaald.
Door sluiting van een aantal ambassades in Centraal- en Zuid-Amerika is de
Nederlandse representatie in dit deel van de wereld beneden een kritische grens
gekomen. Hier is niet alleen het economische belang van Nederland in het geding,
maar ook de verbondenheid met het stelsel van pan-Amerikaanse samenwerking op
grond van de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de buitenlandse betrekkingen
van de rijksdelen overzee. Diplomatieke steun van landen op het westelijk halfrond
kan Nederland bij onvoorziene crisissituaties in of rond de Antillen te stade komen.
Heropening van een aantal ambassades in dit deel van de wereld ligt in de rede.
Daarnaast is, ter wille van de handelsbevordering, de vestiging van enkele Consulaten-
generaal opportuun. Na overleg met het bedrijfsleven kan worden bepaald in welke
plaatsen de nieuwe consulaire posten de grootste meerwaarde opleveren.
Wat de onderbezetting van een groot aantal ambassades betreft adviseert de AIV om
bij intensivering prioriteit te geven aan (1) de posten in die landen die gelegen zijn in
de ring van instabiliteit aan de oost- en zuidflank van Europa en (2) de Nederlandse
vertegenwoordigingen in de EU-lidstaten. Versterking van de posten aan de randen
van Europa vindt haar rechtvaardiging in het Nederlands beleid dat is gericht op de
voorkoming van conflicten en de stabilisatie van onrustige gebieden. Diplomatieke
12 Het aantal attachés dat op de buitenlandse posten is geplaatst, bedraagt volgens de meest recente cijfers
    319. Deze zijn afkomstig van de navolgende vakdepartementen: Defensie (inclusief KMAR en Diensten), EZ
    (inclusief Landbouwraden), V&J (inclusief IND en Politie), BZK (inclusief Diensten) en Financiën.
                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>vertegenwoordigers in de betrokken landen kunnen niet alleen een early-warning functie
vervullen en waken voor de veiligheid van Nederlandse staatsburgers. Ze treden zo
mogelijk ook bemiddelend op tussen strijdende partijen en zijn onder omstandigheden
behulpzaam bij het verlenen van humanitaire hulp. Nederlandse vertegenwoordigers
zijn ook onmisbaar bij het verzamelen van inlichtingen over terroristische organisaties
of cellen die mogelijk doelen in West-Europa proberen te treffen. Over de noodzaak tot
versterking van de bilaterale posten in de EU-lidstaten is in dit advies al het nodige
gezegd. De AIV is ervan overtuigd dat het gewicht dat Nederland in de schaal van de
Europese besluitvorming legt, mede wordt bepaald door het voorwerk dat in de diverse
Europese hoofdsteden wordt verricht.
Uitbreiding en vooral de versterking van het postennet, zoals in dit advies aangeduid,
hebben onvermijdelijk budgettaire consequenties. De AIV schat dat op structurele basis
ten minste een bedrag van EUR 70-80 miljoen nodig is teneinde de meest dringende
knelpunten bij de overheidspresentie in het buitenland te verbeteren. Naar het oordeel
van de AIV staat tegenover deze investering, die gemeten naar de omvang van de totale
rijksbegroting bescheiden is, een groot maatschappelijk nut in termen van internationale
samenwerking, veiligheid, consulaire bijstand van burgers, andere gewichtige belangen
en waarden van Nederland en bevordering van de financieel-economische belangen.
                                            10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bijlage I</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Spoedadvies aanvraag: “Bewerktuiging van het buitenlandse beleid: Nederlandse
overheidspresentie in het buitenland”.
Inleiding
Nederland is als middelgrote mogendheid, met een open samenleving en een open economie,
en een historisch gegroeide ‘mondiale’ oriëntering, zeer sterk afhankelijk van het buitenland.
Het palet aan buitenlandse uitdagingen heeft een grote en directe invloed op Nederland en
Nederlandse burgers.
De invloed van ontwikkelingen in het buitenland op de veiligheid, welvaart en duurzaamheid
in Nederland verandert van aard en neemt in omvang toe.
Veiligheid van Nederland en Nederlanders wordt direct beïnvloed door een toenemend
assertief Rusland, fragiele en gefaalde staten aan de randen van Europa, terrorisme, cyber
en hybride dreigingen, opkomst van “illiberal democracies”, sterk toegenomen invloed
van non-statelijke actoren (ook vijandelijke) op buitenlands beleid alsmede toenemende
(onwenselijke) buitenlandse beïnvloeding van het Nederlandse sociaal-politieke bestel.
Onze welvaart is sterk afhankelijk van de export, die wordt beïnvloed door de “rise
of the rest” en een economische shift naar Azië, van de gevolgen van de Brexit, van
protectionistische tendensen, maar ook van kansen om nieuwe markten aan te boren.
De duurzaamheid van onze samenleving wordt geraakt door (geo)politieke gevolgen van
klimaatverandering, de gevolgen van de demografische explosie in Afrika, humanitaire crises/
ongelijkheid en de daaruit ontstane migratiestromen.
Antwoorden op deze vraagstukken die de Nederlandse samenleving direct raken, zocht
Nederland traditiegetrouw via een sterke Transatlantische relatie, via versterking van
het multilaterale stelsel alsmede via Europese samenwerking. Velen voelen onzekerheid
over de trans-Atlantische verhoudingen. Het multilaterale (liberaal-democratische) stelsel
dat is opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog, alsmede de universaliteit van bepaalde
ordeningsprincipes (inclusief mensenrechten en internationaal recht), staan sterk ter
discussie. Die ordeningsprincipes zijn essentieel voor het Nederlands economisch
belang (level playing field, afspraken over internationale vrijhandel, etc.). We zien dat de
samenwerking in de Europese Unie steeds intensiever wordt, waarbij de belangen die voor
Nederland op het spel staan steeds groter worden. De onderwerpen op de agenda zijn ook in
toenemende mate onderwerp van (binnenlands-) politieke controverse, zowel in Brussel als in
de Europese hoofdsteden. Het onderhandelingsspel vindt in een Unie van 28 lidstaten niet
alleen meer plaats aan de tafel in Brussel, maar ook tussen de hoofdsteden. De kwaliteit
van de informatiepositie bepaalt mede de effectiviteit van de onderhandelingsinzet.
Dit alles vereist een actief en wendbaar optreden van Nederland in het buitenland (zowel in
bilateraal als multilateraal verband) om de Nederlandse belangen veilig te stellen en ons
waardenstelsel uit te dragen en te verdedigen.
Vragen
Tegen deze achtergrond stelt het kabinet het op prijs een advies van de AIV te mogen
ontvangen met een antwoord op de volgende 3 vragen:
1. Hoe zou de Nederlandse overheid bewerktuigd moeten zijn om in het buitenland de
    Nederlandse belangen in deze snel veranderende internationale omgeving adequaat te
    behartigen en waarden uit te dragen? Wat heeft Nederland daarvoor nodig?
2 Is de Nederlandse overheidspresentie (postennet) in het buitenland (Ambassades,
    Permanente Vertegenwoordigingen, Consulaten-generaal, NBSO’s) voldoende toegerust
    om effectief in de sterk veranderende internationale omgeving te kunnen opereren?
3. Heeft Nederland zijn posten in dat perspectief op de goede plaatsen (landen/steden/
    organisaties) ontplooid? Welke geografische of thematische leemtes zijn er?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
 2 CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS: recente ontwikkelingen, april 1998
 4 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE VERSCHEIDENHEID, juni 1998
 5 EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
 6 HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP, november 1998
 8 ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
 9 NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE IN DE JAREN NEGENTIG:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, september 1999
12 DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000**
14 ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15 EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16 DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17 DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18 GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21 REGISTRATIE VAN GEMEENSCHAPPEN OP HET GEBIED VAN GODSDIENST OF OVERTUIGING, juni 2001
22 DE WERELDCONFERENTIE TEGEN RACISME EN DE PROBLEMATIEK VAN RECHTSHERSTEL, juni 2001
23 COMMENTAAR OP DE NOTITIE MENSENRECHTEN 2001, september 2001
24 EEN CONVENTIE OF EEN CONVENTIONELE VOORBEREIDING: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 INTEGRATIE VAN GENDERGELIJKHEID: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 NEDERLAND EN DE ORGANISATIE VOOR VEILIGHEID EN SAMENWERKING IN EUROPA IN 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 DE AMERIKAANSE PLANNEN VOOR RAKETVERDEDIGING NADER BEKEKEN: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 PRO-POOR GROWTH IN DE BILATERALE PARTNERLANDEN IN SUB-SAHARA AFRIKA: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 EEN MENSENRECHTENBENADERING VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, april 2003
31 MILITAIRE SAMENWERKING IN EUROPA: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en
   slagvaardigheid voor de Europese Unie, april 2003
33 DE RAAD VAN EUROPA: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 NEDERLAND EN CRISISBEHEERSING: drie actuele aspecten, maart 2004
35 FALENDE STATEN: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 PREËMPTIEF OPTREDEN, juli 2004**
37 TURKIJE: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 DE VERENIGDE NATIES EN DE RECHTEN VAN DE MENS, september 2004
39 DIENSTENLIBERALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN: leidt openstelling tot achterstelling?, september 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>40 DE PARLEMENTAIRE ASSEMBLEE VAN DE RAAD VAN EUROPA, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 DE INVLOED VAN CULTUUR EN RELIGIE OP ONTWIKKELING: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43 MIGRATIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 NEDERLAND IN DE VERANDERENDE EU, NAVO EN VN, juli 2005
46 ENERGIEK BUITENLANDS BELEID: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling,
   december 2005***
47 HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale
   aanpak, januari 2006
48 MAATSCHAPPIJ EN KRIJGSMACHT, april 2006
49 TERRORISMEBESTRIJDING IN MONDIAAL EN EUROPEES PERSPECTIEF, september 2006
50 PRIVATE SECTOR ONTWIKKELING EN ARMOEDEBESTRIJDING, oktober 2006
51 DE ROL VAN NGO’S EN BEDRIJVEN IN INTERNATIONALE ORGANISATIES, oktober 2006
52 EUROPA EEN PRIORITEIT!, november 2006
53 BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54 DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55 MET HET OOG OP CHINA: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56 INZET VAN DE KRIJGSMACHT: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57 HET VN-VERDRAGSSYSTEEM VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: stapsgewijze versterking in een
   politiek geladen context, juli 2007
58 DE FINANCIËN VAN DE EUROPESE UNIE, december 2007
59 DE INHUUR VAN PRIVATE MILITAIRE BEDRIJVEN: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 NEDERLAND EN DE EUROPESE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, mei 2008
61 DE SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN RUSLAND: een zaak van wederzijds
   belang, juli 2008
62 KLIMAAT, ENERGIE EN ARMOEDEBESTRIJDING, november 2008
63 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS: principes, praktijk en perspectieven, november 2008
64 CRISISBEHEERSINGSOPERATIES IN FRAGIELE STATEN: de noodzaak van een samenhangende aanpak,
   maart 2009
65 TRANSITIONAL JUSTICE: gerechtigheid en vrede in overgangssituaties, april 2009**
66 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, juli 2009
67 HET NIEUWE STRATEGISCH CONCEPT VAN DE NAVO, januari 2010
68 DE EU EN DE CRISIS: lessen en leringen, januari 2010
69 SAMENHANG IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: reactie op WRR-rapport ‘Minder pretentie,
   meer ambitie’, mei 2010
70 NEDERLAND EN DE ‘RESPONSIBILITY TO PROTECT’: de verantwoordelijkheid om mensen te
   beschermen tegen massale wreedheden, juni 2010
71 HET VERMOGEN VAN DE EU TOT VERDERE UITBREIDING, juli 2010
72 PIRATERIJBESTRIJDING OP ZEE: een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden, december 2010
73 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE NEDERLANDSE REGERING: zoeken naar constanten in een
   veranderende omgeving, februari 2011
74 ONTWIKKELINGSAGENDA NA 2015: millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief, april 2011
75 HERVORMINGEN IN DE ARABISCHE REGIO: kansen voor democratie en rechtsstaat?, mei 2011
76 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE EUROPESE UNIE: tussen ambitie en ambivalentie, juli 2011
77 DIGITALE OORLOGVOERING, december 2011**
78 EUROPESE DEFENSIESAMENWERKING: soevereiniteit en handelingsvermogen, januari 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>79   DE ARABISCHE REGIO, EEN ONZEKERE TOEKOMST, mei 2012
80   ONGELIJKE WERELDEN: armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking,
     september 2012
81   NEDERLAND EN HET EUROPEES PARLEMENT: investeren in nieuwe verhoudingen, november 2012
82   WISSELWERKING TUSSEN ACTOREN IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: naar flexibiliteit en
     vertrouwen, februari 2013
83   TUSSEN WOORD EN DAAD: perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, maart 2013
84   NIEUWE WEGEN VOOR INTERNATIONALE MILIEUSAMENWERKING, maart 2013
85   CRIMINALITEIT, CORRUPTIE EN INSTABILITEIT: een verkennend advies, mei 2013
86   AZIË IN OPMARS: strategische betekenis en gevolgen, december 2013
87   DE RECHTSSTAAT: waarborg voor Europese burgers en fundament van Europese samenwerking,
     januari 2014
88   NAAR EEN GEDRAGEN EUROPESE SAMENWERKING: werken aan vertrouwen, april 2014
 89  NAAR BETERE MONDIALE FINANCIËLE VERBONDENHEID: het belang van een coherent
     internationaal economisch en financieel stelsel, juni 2014
 90  DE TOEKOMST VAN DE ARCTISCHE REGIO: samenwerking of confrontatie?, september 2014
 91  NEDERLAND EN DE ARABISCHE REGIO: principieel en pragmatisch, november 2014
 92  HET INTERNET: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht, november 2014
 93  ACS–EU-SAMENWERKING NA 2020: op weg naar een nieuw partnerschap?, maart 2015
 94  INSTABILITEIT ROND EUROPA: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, april 2015
 95  INTERNATIONALE INVESTERINGSBESLECHTING: van ad hoc arbitrage naar een permanent
     investeringshof, april 2015
 96  INZET VAN SNELLE REACTIEMACHTEN, oktober 2015
 97  AUTONOME WAPENSYSTEMEN: de noodzaak van betekenisvolle menselijke controle, oktober 2015**
 98  GEDIFFERENTIEERDE INTEGRATIE: verschillende routes in de EU-samenwerking, oktober 2015
 99  DAADKRACHT DOOR DE DUTCH DIAMOND: ondernemen in het licht van de nieuwe duurzame
     ontwikkelingsdoelen, januari 2016
100 GOED GESCHAKELD? Over de verhouding tussen regio en de EU, januari 2016
101 VEILIGHEID EN STABILITEIT IN NOORDELIJK AFRIKA, mei 2016
102 DE BESCHERMING VAN DE BURGERBEVOLKING IN GEWAPEND CONFLICT: over gebaande paden en
     nieuwe wegen, juli 2016
103 ‘BREXIT MEANS BREXIT’: op weg naar een nieuwe relatie met het VK, maart 2017
Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
 1 Briefadvies UITBREIDING EUROPESE UNIE, december 1997
 2 Briefadvies VN-COMITÉ TEGEN FOLTERING, juli 1999
 3 Briefadvies HANDVEST GRONDRECHTEN, november 2000
 4 Briefadvies OVER DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE UNIE, november 2001
 5 Briefadvies NEDERLANDS VOORZITTERSCHAP EU 2004, mei 2003****
 6 Briefadvies RESULTAAT CONVENTIE, augustus 2003
 7 Briefadvies VAN BINNENGRENZEN NAAR BUITENGRENZEN - ook voor een volwaardig
    Europees asiel- en migratiebeleid in 2009, maart 2004
 8 Briefadvies DE ONTWERP-DECLARATIE INZAKE DE RECHTEN VAN INHEEMSE VOLKEN.
    Van impasse naar doorbraak?, september 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>  9 Briefadvies REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: hoe halen wij de Millennium Doelen, april 2005
10 Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11 Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF,
    interim-advies over het folterverbod, december 2005
12 Briefadvies REACTIE OP DE MENSENRECHTENSTRATEGIE 2007, november 2007
13 Briefadvies EEN OMBUDSMAN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, december 2007
14 Briefadvies KLIMAATVERANDERING EN VEILIGHEID, januari 2009
15 Briefadvies OOSTELIJK PARTNERSCHAP, februari 2009
16 Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: nut en noodzaak van draagvlak, mei 2009
17 Briefadvies KABINETSFORMATIE 2010, juni 2010
18 Briefadvies HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: beschermer van burgerlijke
    rechten en vrijheden, november 2011
19 Briefadvies NAAR EEN VERSTERKT FINANCIEEL-ECONOMISCH BESTUUR IN DE EU, februari 2012
20 Briefadvies NUCLEAIR PROGRAMMA VAN IRAN: naar de-escalatie van een nucleaire crisis, april 2012
21 Briefadvies DE RECEPTORBENADERING: een kwestie van maatvoering, april 2012
22 Briefadvies KABINETSFORMATIE 2012: krijgsmacht in de knel, september 2012
23 Briefadvies NAAR EEN VERSTERKTE SOCIALE DIMENSIE VAN DE EUROPESE UNIE, juni 2013
24 Briefadvies MET KRACHT VOORUIT: reactie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op de
    beleidsbrief ‘Respect en recht voor ieder mens’, september 2013
25 Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: meer dan een definitiekwestie, mei 2014
26 Briefadvies DE EU-GASAFHANKELIJKHEID VAN RUSLAND: hoe een geïntegreerd EU-beleid dit kan
    verminderen, juni 2014
27 Briefadvies FINANCIERING VAN DE INTERNATIONALE AGENDA VOOR DUURZAME ONTWIKKELING,
    april 2015
28 Briefadvies DE TOEKOMST VAN SCHENGEN, maart 2016
29 Briefadvies TOEKOMST ODA, november 2016
30 Briefadvies ASSOCIATIEOVEREENKOMST EU-OEKRAÏNE: de noodzaak tot ratificatie, december 2016
31 Briefadvies RUSLAND EN DE NEDERLANDSE DEFENSIE-INSPANNINGEN, maart 2017
*     Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
**    Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
      Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
***   Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie voor
      Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>