<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter		      Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Vicevoorzitter 		 Prof.dr. A. van Staden
Leden   		        Mw. prof.mr. C.P.M. Cleiren
			               Mw. prof.dr. J. Gupta
			               Prof.dr. E.M.H. Hirsch Ballin			
		                Mw. prof.dr. M.E.H. van Reisen
			               Mw. drs. M. Sie Dhian Ho
			               LGen b.d. M.L.M. Urlings
			               Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Secretaris 		     Drs. T.D.J. Oostenbrink
			Postbus 20061
                  2500 EB Den Haag
                  telefoon 070 - 348 5108/6060
                  aiv@minbuza.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Commissie Vrede en Veiligheid
Voorzitter     Prof.dr.ir. J.J.C. Voorhoeve
Vicevoorzitter LGen b.d. M.L.M. Urlings
Leden          Prof.dr. E. Bakker
               Drs. D.J. Barth
               Drs. A.J. Boekestijn
               Drs. L.F.F. Casteleijn
               Prof.dr. J. Colijn
               Dr. N. van Dam
               Mw. dr. N. de Deugd
               Mw. dr. M. Drent
               Mw. prof.dr. I. Duyvesteyn
               Jhr. P.C. Feith
               Dr. A.R. Korteweg
               LGen b.d. dr. D. Starink
Secretaris     Mw. drs. M.E. Kwast-van Duursen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Woord vooraf
I        Inleiding   6
II       Veiligheidsontwikkelingen met betrekking tot Rusland    7   
         II.1     Politieke doelstellingen   7
         II.2     Militaire capaciteiten   9
III      Reactie NAVO   13   
IV       Consequenties voor Nederland   16  
         IV.1     Veiligheidsbeleid   16
         IV.2     Defensie-inspanningen van Nederland   18
V        Conclusies en aanbevelingen   24
Bijlage I         Adviesaanvraag
Bijlage II        Lijst met gebruikte afkortingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Woord vooraf
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) ontving op 9 november 2016
het verzoek om een advies over de aanpassingen die de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO) zou moeten ondergaan in reactie op de verslechterde
veiligheidssituatie als gevolg van dreigingen vanuit zowel Rusland, het Midden-
Oosten als Noordelijk Afrika.1 Tevens werd de AIV verzocht aan te geven welke
implicaties de AIV ziet voor de Nederlandse veiligheidspolitiek en defensie-
inspanningen. De AIV heeft besloten eerst een kort briefadvies uit te brengen over
de gevolgen van de nieuwe veiligheidssituatie voor de defensie-inspanningen, vooral
in het licht van het beleid van de Russische Federatie. Later dit jaar zal de AIV in
een uitgebreider advies ingaan op de andere onderwerpen uit de adviesaanvraag2,
zoals NAVO-EU-samenwerking en nucleaire en conventionele wapenbeheersing.
Aangezien de AIV in eerdere adviezen uitvoerig heeft stilgestaan bij ontwikkelingen
in het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika3, zal dit briefadvies wat betreft de
veiligheidssituatie zich beperken tot ontwikkelingen in de Russische Federatie. Dit
is vooral relevant met het oog op artikel 5 van het NAVO-verdrag. Het briefadvies
is opgesteld door de Commissie Vrede en Veiligheid (CVV) van de AIV bestaande uit
prof.dr. J.J.C. Voorhoeve (voorzitter), LGen b.d. M.L.M. Urlings (vicevoorzitter), prof.dr.
E. Bakker, drs. D.J. Barth, drs. A.J. Boekestijn, drs. L.F.F. Casteleijn, prof.dr. J. Colijn,
dr. N. van Dam, mw. dr. N. de Deugd, mw. dr. M. Drent, mw. prof.dr. I. Duyvesteyn,
jhr. P.C. Feith, dr. A.R. Korteweg en LGen b.d. dr. D. Starink. Het secretariaat werd
gevoerd door mw. drs. M.E. Kwast-van Duursen, bijgestaan door dhr. H.C. Raaphorst
(stagiair). De ambtelijke contactpersonen waren dhr. J.W.K. Glashouwer MA (ministerie
van Defensie) en drs. C.H.J. Veerman (ministerie van Buitenlandse Zaken).
De AIV heeft het briefadvies vastgesteld op 3 maart 2017.
1    Onder Noordelijk Afrika wordt verstaan de Sahel, West-Afrika, de Hoorn van Afrika en Noord-Afrika.
2    Zie: <http://aiv-advies.nl/8yt/publicaties/adviesaanvraag-aanpassingen-navo-lange-termijn>.
3   Zie: AIV ‘Veiligheid en stabiliteit in Noordelijk Afrika’ (AIV-advies nr. 101, Den Haag, mei 2016) en ’Nederland
    en de Arabische regio: principieel en pragmatisch’ (AIV-advies nr. 91, Den Haag, november 2014).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>I        Inleiding
De onzekerheden, veiligheidsrisico’s en conflicten in en rond Europa zijn sterk
toegenomen. In een aantal van deze conflicten is het Russische optreden reden tot
grote zorg. Daarnaast heeft de uitstraling van spanningen en conflicten in het Midden-
Oosten en op het Afrikaanse continent ingrijpende gevolgen voor de veiligheid van
Europa. In toenemende mate spelen ook niet-statelijke groeperingen een rol. Het gaat
niet alleen om regulier militair optreden, maar vaak ook om hybride acties en opzettelijke
verstoringen in het cyberdomein. Mede door inzet van de nieuwe media is ook de publieke
meningsvorming terrein van, vaak verbeten, strijd geworden. Digitale manipulatie van
de publieke opinie, zelfs directe pogingen tot beïnvloeding van verkiezingen door een
buitenlandse mogendheid leken tot voor kort haast ondenkbaar. Ook op dat gebied is
het Russische optreden een bron van zorg. De gevolgen van internationale onzekerheid,
spanningen en conflicten dringen door tot in de haarvaten van onze maatschappij, vooral
door terroristische aanslagen zoals die in Brussel, Nice, Berlijn of Parijs. De komst van
honderdduizenden vluchtelingen en migranten naar Europa heeft voorts in een aantal
landen binnenlandse sociale en politieke spanningen verhoogd. De verhoudingen in
het Westen zelf zijn eveneens minder stabiel dan voorheen. De besluitvaardigheid
van de Europese Unie (EU) schiet ernstig tekort. Een aantal lidstaten vaart een eigen
koers, in andere landen winnen anti-Europese politieke stromingen terrein. Het Verenigd
Koninkrijk gaat de EU verlaten. Zolang het buitenlands- en veiligheidsbeleid van de nieuwe
Amerikaanse regering geen vaste vorm heeft gekregen, ontbreekt voor de Europese
bondgenoten een belangrijk en vertrouwd oriëntatiepunt.
Het is moeilijk te voorspellen waar de toegenomen internationale onzekerheid en spanning
op uit zullen lopen. De wereld is nóg onoverzichtelijker geworden en mogelijk zullen de
tegenstellingen tussen op eigen kracht opererende staten zich verharden. Wellicht volgt
een langere periode van instabiliteit zonder dat zich nieuwe, herkenbare verhoudingen
aankondigen. Tenslotte is ook een scenario denkbaar dat wordt gekenmerkt door
hernieuwde internationale samenwerking en constructieve dialoog, maar vooralsnog lijkt
dat een wijkend perspectief. Dit alles dwingt tot een herbezinning op het veiligheids- en
defensiebeleid van Nederland en de bondgenoten waarmee het nauw is verbonden en
waarvan de nationale veiligheid van Nederland sterk afhankelijk is. Het veiligheidsbeleid
raakt vele terreinen, zoals preventieve diplomatie, ontwikkelingssamenwerking,
stabiliteitsfondsen en regionale partnerschappen. Het nog uit te brengen volledige
advies zal verder ingaan op deze aspecten van het veiligheidsbeleid. Dit briefadvies is
vooral gericht op de consequenties van de nieuwe veiligheidssituatie voor de defensie-
inspanningen.
Hierna zal eerst het gevoerde beleid in de Russische Federatie (hierna aangeduid met
Rusland) aan de orde komen. Vervolgens worden de door de NAVO genomen maatregelen
beknopt behandeld. Daarna wordt ingegaan op de consequenties voor Nederland
toegespitst op de Nederlandse defensie-inspanningen. Het briefadvies wordt afgesloten
met conclusies en aanbevelingen.
                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>II        Veiligheidsontwikkelingen met betrekking tot Rusland
II.1      Politieke doelstellingen
President Poetin ziet het als zijn roeping om erkenning te krijgen voor de positie van
Rusland als een grootmacht. In zijn visie kan alleen een militair krachtig Rusland
voorkomen dat het land te zeer wordt ingeperkt in zijn mogelijkheden en garanderen dat
Rusland weer de plaats in de geschiedenis inneemt die het zou toekomen. In Russische
ogen is het Westen, onder meer door de uitbreiding van de NAVO en de EU, op omsingeling
van Rusland uit. Daarom is het zaak het Russische grondgebied buiten de grenzen van
het huidige Rusland te verdedigen, met inbegrip van geprivilegieerde belangen rond de
periferie.4 Als grootmacht claimt Rusland invloedssferen, bufferzones tegen vermeende
vijanden en het recht om in te grijpen in het nabije buitenland als dat noodzakelijk wordt
geacht.5 Dit vindt weerslag in de doctrine van Roesski Mir (de Russische wereld), een
doctrine die stelt dat Rusland het recht heeft om Russische personen buiten de grenzen
van de Russische staat zo nodig met geweld te helpen als zij menen bedreigd te worden.6
Daarom kan Rusland thans een revisionist power worden genoemd.7 Streefde Rusland
aanvankelijk naar vergroting van Ruslands positie in Europa, inmiddels vraagt Moskou om
invloedssferen gebaseerd op ‘macht’ en ‘respect’. De Euraziatische Economische Unie
moet een alternatief bieden voor een op de EU-gerichte constellatie.8
Een andere belangrijke drijfveer van president Poetin is het voorkomen van een
‘kleurenrevolutie’ in Rusland. Daarom zijn na de grootscheepse protesten rondom de
verkiezingen in 2011 een reeks vrijheidbeperkende maatregelen afgekondigd. Door
centralisatie van de macht en de besluitvorming is een autoritair politiek systeem
ontstaan waarbij de staat nagenoeg de volledige controle uitoefent over de media, het
internet, het onderwijs, de jeugdbeweging, de cultuursector en het academische leven.
Politieke tegenstanders worden geïntimideerd of op dubieuze gronden berecht, dan wel
vermoord. De mensenrechten worden door repressie ingeperkt.9 Dit is in strijd met de
verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Raad van Europa en het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Poetin staat in het centrum van
4   Term gebruikt door voormalig president Medvedev in 2008. Zie: John Foreman, ‘The Determinants of Recent
    Russian Behaviour: What do these mean for NATO Decision Makers?’ NDC Research Report NDC, October
    2016, p. 4.
5   Timothy Ash, ‘Russia’s long term aims and how the west will respond’, Financial Times, August 1, 2016.
6   Hubert Smeets, Nu zuchten wij onder die ‘totale triomf’, NRC, 19 augustus 2016.
7   Gudrun Persson (ed), ‘Russian Military Capability in a Ten-Year Perspective - 2016’, p. 193.
8   Wit-Rusland, Kazachstan, Armenië en Kirgizië maken naast Rusland deel uit van deze Unie.
9   Jakob Hedenskog, Gudrun Perrson and Carolina Vendil Pallin, ‘Russian Security Policy’, in: ‘Russian
    Military Capability in a Ten-Year Perspective - 2016’, pp. 100-101. De AIV zal naar verwachting dit voorjaar
    een advies uitbrengen over onvrije democratieën.
                                                          7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>de macht dat wordt gevormd door een netwerk van 30 à 40 sterk belanghebbenden.10
Het staatsapparaat zorgt ervoor dat het netwerk rond Poetin, bestaande uit inlichtingen-
en veiligheidsfunctionarissen, ondernemers, grote bedrijven, staatsbedrijven en de
georganiseerde criminaliteit, in stand blijft. Alle inzet is nu gericht op herverkiezing in
2018.11
Hoewel op korte termijn niet waarschijnlijk, valt niet uit te sluiten dat de Russische president
– voor zover verenigbaar met behoud van zijn machtspositie – op termijn bereidheid aan de
dag zal leggen om constructief overleg te openen over vertrouwenwekkende maatregelen
of zelfs stappen te zetten op het terrein van conventionele en nucleaire wapenbeheersing
en ontwapening. Vooralsnog lijkt echter een ‘stevige’ buitenlandpolitiek het doel te dienen
om nationale grootheid te demonstreren en zo de aanvaarding van het presidentschap van
Poetin en zijn populariteit te versterken. Militair optreden in het buitenland en schermen
met een grote dreiging vanuit het Westen fungeren als bliksemafleider voor de ernstige en
structurele sociaaleconomische problemen van Rusland en dragen vooralsnog bij tot het
machtsbehoud.
Rusland kan zijn wens om als grote mogendheid te worden gezien in economisch opzicht
niet realiseren; het is ‘een reus op lemen voeten’. Het land heeft grote economische
problemen: de aanhoudend lage olieprijs, de financiële crisis, de val van de roebel en (in
mindere mate) de Westerse sancties zijn hieraan debet. Met een BBP dat vergelijkbaar
is met Spanje, kan het geen status van wereldmacht claimen.12 Rusland heeft beperkte
toegang tot de internationale financiële markten. Buitenlandse investeringen, noodzakelijk
voor hoogwaardige technologische innovatie en duurzame economische groei, ontbreken.
Structurele hervorming van de economie zou vergen dat de grote rol van de staat, die
ook via onderwereldnetwerken loopt, sterk wordt teruggedrongen voor een sociale
markteconomie, maar dat zou de machtspositie van president Poetin en zijn steunpilaren
bedreigen.13
De illegale annexatie van de Krim en de daaropvolgende oorlog in Oekraïne resulteerden
in een nagenoeg volledige breuk met het Westen, zowel op politiek, economisch als
cultureel gebied. Eerst ontkende Poetin dat er sprake was van directe Russische militaire
inmenging in Oekraïne, maar later werd dit toch toegegeven. De Organisatie voor Veiligheid
en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft de aanwezigheid van Russische militairen en
militair materieel meermaals bevestigd.14 Vooral door deze Russische militaire inmenging
is in Oost-Oekraïne een patstelling ontstaan. De Minsk II-akkoorden worden niet nageleefd
10 James Sherr, ‘The New East-West Discord. Russian Objectives, Western Interests’, Clingendael Report,
    December 2015, p. 19.
11 Timothy Ash, ‘Russia’s long-term aims’, and how the west will respond’, Financial Times, August 1, 2016.
12 Rusland staat wereldwijd qua BNP op de 13e plaats, tussen Australië en Spanje, zie: <http://data.
    worldbank.org/data-catalog/GDP-ranking-table>.
13 Financial Times, 16 January 2017, zie: <https://www.ft.com/content/3bf85efa-dbea-11e6-9d7c-
    be108f1c1dce>.
14 Zie voor de wekelijkse rapportage hierover: <http://www.osce.org/om/reports>.
                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>en het front is nauwelijks verschoven.15 Inmiddels zijn door de vijandelijkheden in Oost-
Oekraïne 9000 tot 10.000 doden gevallen en 1,5 miljoen mensen in Oekraïne op de
vlucht geslagen. Bovendien heeft Rusland zich via inmenging in het conflict in Syrië een
rol toegeëigend op het internationale toneel, zodanig dat een oplossing zonder steun van
Rusland ondenkbaar is geworden. Meest recentelijk manifesteert Rusland zich als speler
in Afghanistan, waarbij het zeslandenoverleg in Moskou een tweede platform biedt voor
een nadrukkelijke internationale rol.
II.2       Militaire capaciteiten
De Russische krijgsmacht heeft de afgelopen tien jaar een forse inhaalslag gemaakt. Het
defensiebudget is fors verhoogd en de krijgsmacht moderniseert op diverse fronten. Sinds een
aantal jaren is een sterk groeiende inzet zichtbaar van niet-conventionele militaire middelen,
zoals grootscheepse cyberaanvallen en information warfare. Er is sprake van ‘hybride’ of ‘niet
lineaire oorlogvoering’ met vage scheidslijnen tussen een situatie van oorlog en vrede, tussen
reguliere en niet-reguliere eenheden en militaire en niet-militaire eenheden.16 In de Russische
militaire doctrine wordt niet-lineaire oorlogvoering als volgt omschreven: [an] integrated use
of military force and political, economic, informational, or other non-military measures with the
wide use of the protest potential of the population and of special operation forces.17 Elementen
van deze geïntegreerde aanpak zijn toegepast in Estland (2007) en Georgië (2008). In beide
situaties was sprake van georganiseerde demonstraties en cyberaanvallen. Vervolgens is
het concept ook toegepast bij de illegale annexatie van de Krim en in Oost-Oekraïne waarbij
zich eveneens desinformatie, grootscheepse cyberaanvallen en inzet van zowel paramilitaire
eenheden als ‘groene mannetjes’ voordeden.
Het inzetten van desinformatie en cyberaanvallen heeft recentelijk veel aandacht
getrokken, onder andere in het kader van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De FBI,
NSA en de CIA stellen over voldoende inlichtingen te beschikken om vast te stellen dat
Rusland, meer in het bijzonder president Poetin zelf, verantwoordelijk is voor de hacks bij
de Democratische Partij.18 Volgens Keir Giles is de information warfare in de Russische
context geen nieuw fenomeen. Evenmin beperkt het zich tot tijden van oorlog, it is an
15 In Minsk-II werden onder andere de volgende afspraken gemaakt: een wapenstilstand, de terugtrekking
    van zware wapens, de vrijlating van gijzelaars en gevangenen en terugtrekking van alle buitenlandse
    troepen en huurlingen. Zie verder: <http://www.trouw.nl/home/akkoord-op-hoofdlijnen-bereikt-over-
    oekraine-na-17-uur-praten~abcd8c91/>. Het besluit van Rusland van 19 februari 2017 om tijdelijk
    paspoorten en andere identiteitsdocumenten te erkennen van separatisten in het oosten van Oekraïne
    (Donetsk en Loehansk) is in strijd met de akkoorden van Minsk.
16 Rob de Wijk, ‘Hybrid Conflict and the Changing Nature of Actors,’ in Julian Lindley-French en Yves Boyer
    (red.), The Oxford Handbook of War, Oxford: Oxford University Press, 2012, p. 358.
17 Margarete Klein, ‘Russia’s Military: On the Rise?’, 2015-2016 Paper Series, No. 2, Transatlantic Academy,
    Washington 2016, p. 9.
18 Intelligence Community Assessment, ‘Assessing Russian Activities and Intentions in Recent US Elections’,
    6 January 2017.
                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>ongoing activity regardless of the state of relations with the opponent.19 Hieronder valt een
reeks activiteiten zoals het stelen, plaatsen, onderscheppen, manipuleren, verdraaien of
vernietigen van informatie door middel van staatsgefinancierde programma’s die met echt
of nepnieuws, online ‘trollencampagnes’, sms’jes en Youtube video’s de publieke perceptie
proberen te beïnvloeden. Daarnaast spelen de Russische televisiezenders en websites
RT (voorheen Russia Today) en Sputnik een belangrijke rol in het verspreiden van valse
berichten.
Nederland is zelf in de afgelopen jaren ook geconfronteerd met Russische desinformatie
en cyberaanvallen na het neerhalen van de MH-17. Direct in de dagen na het neerschieten
van het toestel en bij de presentatie van de onderzoeken van de Onderzoeksraad voor
Veiligheid (OVV) en het Joint Investigation Team, werden van Russische zijde allerlei en
elkaar tegensprekende versies over de schuldigen voor het neerhalen van de MH-17
verspreid. Voor en na de presentatie van het onderzoeksrapport op 13 oktober 2015
hebben inlichtingendiensten, aangestuurd vanuit Rusland, getracht met cyberaanvallen de
systemen van de OVV binnen te dringen.20 Rusland vormt volgens de AIVD, samen met
China en Iran, de grootste cyberdreiging voor de Nederlandse veiligheid.21
Modernisering Russische krijgsmacht
Na 1989 heeft Rusland de krijgsmacht fors ingekrompen (van vijf naar één miljoen
militairen). Tijdens de oorlog tegen Georgië in 2008 werden grote tekortkomingen
geconstateerd. Poetin startte een omvangrijk moderniseringsprogramma dat heeft geleid
tot een ingrijpende metamorfose van de Russische krijgsmacht. Keir Giles merkt hierover
op: Two specific tools for exercising Russian power demand close study: the Armed Forces
of the Russian Federation; and the state’s capacity for information warfare. In both of these
fields, Russia’s capabilities have developed rapidly in recent years to match its persistent
intentions. The most visible demonstration of this has been the unprecedented near-total
transformation of Russia’s armed forces since 2008.22
In 2020 zou de Russische krijgsmacht voor 70% vernieuwd moeten zijn, overigens zonder
conventionele pariteit met de Verenigde Staten na te streven. Het moderniserings-
programma 2011-2020 voorziet voor een bedrag van 700 miljard dollar in de aanschaf van
modern materieel.23 De modernisering van kernwapens heeft een hoge prioriteit gekregen.
19 Keir Gilles, ‘Handbook of Russian Information Warfare’, Fellowship Monograph, Research Division NATO
    Defense College, November 2016, p. 4. Deze geïntegreerde wijze van opereren wordt ook wel aangeduid
    als de ‘Gerasimov-doctrine’, naar de uiteenzetting die de chef-staf van de Russische krijgsmacht Gerasimov
    in februari 2013. Zie ook: A.J.C. Selhorst, ‘Russia’s Perception Warfare. The development of Gerasimov’s
    doctrine in Estonia and Georgia and it application in Ukrain, Militaire Spectator, Jaargang 185, nummer 4.
20 Zie: <http://www.volkskrant.nl/binnenland/-rusland-zat-achter-cyberaanval-op-onderzoek-ramp-
    mh17~a4317040/>.
21 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
    ‘Jaarverslag AIVD 2015’, april 2016, p. 21.
22 Keir Giles, ‘Russia’s ‘New Tools for Confronting the West. Continuity and Innovation in Moscow’s Exercise
    of Power’, Chatham House, March 2016, p. 2.
23 Margarete Klein, ‘Russia’s Military: On The Rise?’, 2015-2016 Paper Series No. 2, Transatlantic Academy,
    Washinghton 2016, p. 11.
                                                        10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Er wordt geïnvesteerd in raketsystemen die zowel conventioneel als nucleair kunnen
worden ingezet.24 De landmacht investeert in tanks en gepantserde voertuigen, mobiliteit,
raket- en artilleriesystemen met precisiemunitie en elektronische oorlogvoering. Bij de
luchtmacht ligt de prioriteit bij nieuwe gevechtsvliegtuigen en de grondluchtverdediging.
Voor de Russische marine is voorzien in een ambitieus moderniseringsprogramma,
met een prioriteit voor de aanschaf van nieuwe onderzeeboten uit de Borey-klasse. De
Russische marine kan zich overigens niet meten met de NAVO en ontbeert de capaciteit
om wereldwijd te opereren.25 De gevechtskracht en inzetbaarheid van de Russische
krijgsmacht zijn aanzienlijk toegenomen, maar de modernisering verloopt niet zonder
problemen. De Russische wapenindustrie heeft last van de sancties en van het feit dat
niet langer onderdelen worden geleverd vanuit Oekraïne. Bovendien rijst de vraag of
Rusland het hoge niveau van defensie-uitgaven gedurende langere tijd kan volhouden.26
Daarbij moet wel worden aangetekend dat Rusland zich meer defensiecapaciteiten kan
permitteren bij eenzelfde defensiebudget als de meeste Westerse landen.27
Naast zeer geavanceerde cybercapaciteiten en effectieve information warfare heeft het
Russisch militaire optreden in Oekraïne laten zien dat ook de Russische bewapening thans
op belangrijke gebieden zeer geavanceerd is. Zo werden tijdens de Slag bij Zelenopilla in
juli 2014 in enkele minuten tijd twee Oekraïense gemechaniseerde bataljons compleet
vernietigd door Russische artillerie, gebruikmakend van een nieuwe generatie submunitie
voorzien van thermobaric explosives die aanmerkelijk dodelijker zijn dan conventionele
explosieven. Omdat NAVO-landen geen gebruik meer mogen maken van submunitie28
(verboden wapens), is Russische artillerie veel effectiever. Ook het grootschalige gebruik
van tactische drones voor doelopsporing (superieur aan de NAVO) verhoogt de effectiviteit.
Tijdens de inzet bleek dat Rusland wereldwijd over de meest effectieve middelen voor
elektronische oorlogvoering beschikt (verstoren van GPS, radio en radar).29
24 Gustav Gressel, ‘Russia’s quiet military revolution and what it means for Europe’, ECFR, Policy Brief 2015,
     p. 2.
25 Gustav Gressel, ‘Russia’s quiet military revolution and what it means for Europe’, ECFR, Policy Brief 2015,
     p. 7.
26 FT View, ‘Russia needs a revolution to reform its economy. Kudrin does well to make the case for change
     in geopolitical terms’, Financial Times, January 16, 2017.
27 Maarten Schinkel, ‘Poetins oorlog: nu 2,5 maal voordeliger’, NRC, 19 januari 2017.
28 Een bom, granaat of een raket die een (groot) aantal kleine bommetjes of explosieven uitstrooit. Het
    gebruik is zeer omstreden vanwege het relatief grote aantal burgerslachtoffers.
29 Zie onder meer: Robert H. Scales, Russia’s superior new weapons, 5 August 2016, Deborah Haynes,
    Russia has edge over us in battle, army admits (The Times), 10 Augustus 2016, Franz-Stefan Gady,
    Russia’s T-14 Armata: ‘The Most Revolutionary Tank in a Generation?’, 8 November 2016, Near-Term
    U.S. Army Modernization: Buying What Is Available and Buying Time, Executive Summary, David A.
    Shlapak And Michael W. Johnson, Outnumbered, Outranged, And Outgunned: How Russia Defeats NATO,
    21 April 2016, Mark Pomerleau, Threat from Russian UAV jamming real, officials say, 20 December 2016.
                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Het aantal, de duur en de complexiteit van oefeningen is sinds 2009 flink opgevoerd en
vanaf 2013 worden weer snap exercises30 gehouden om de inzetgereedheid te trainen.
Aan de laatste grote oefening KAVKAZ 16 in september 2016 namen 120.000 man
deel. Sinds begin 2014 is een troepenmacht van 20.000 à 30.000 man langs de grens
met Oekraïne gelegerd. Elke twee à drie maanden roteren deze eenheden tussen de
verschillende districten; daardoor worden deze eenheden voortdurend geoefend.31 Volgens
sommige experts is Rusland in staat om binnen 48 uur 47.000 militairen te mobiliseren;
binnen twee à drie weken kunnen 60.000 militairen worden gemobiliseerd. Deze inzet kan
twaalf maanden worden volgehouden.32 Bij oefeningen maakt de inzet van kernwapens
sinds 2000 vast onderdeel uit van de scenario’s.33 Oefeningen zijn overigens niet alleen
gericht op militaire capaciteiten, maar op een complete keten van militaire en civiele
capaciteiten in een whole of government approach to conflict/war.
De conclusie die uit het voorgaande moet worden getrokken is dat Rusland onder zijn
huidige leiding gericht is op het wijzigen van de status quo in Europa en naar grotere
dwangmacht streeft. Rusland richt zijn externe beleid op het ondermijnen van de invloed
en macht van het Westen. De daarvoor gekozen strategie is het zaaien van verdeeldheid
met diverse middelen zoals beschreven in het voorgaande terwijl tegelijkertijd een
verontrustende opbouw van de krijgsmacht plaatsvindt. Rusland kan een grootschalig,
langdurig conflict met de NAVO niet winnen. Daarom kiest het Kremlin voor een snel
inzetbaar militair vermogen dat gericht is tegen omliggende landen die geen lid van de
NAVO zijn, dan wel perifere NAVO-leden die niet snel door de NAVO te verdedigen zijn.
Rusland vermijdt tot nog toe een rechtstreekse militaire confrontatie met de NAVO, maar
hoewel op dit moment niet waarschijnlijk, een (conventionele) aanval is nooit uit te sluiten.
Het kan vooralsnog zijn doelen bereiken zonder een openlijk conflict met de NAVO. Door
het zaaien van verdeeldheid en het toepassen van deceptie en verrassing kan het in de
directe omgeving toch voordeel behalen in het herscheppen van een eigen machtssfeer.
Daarbij staan Oekraïne, de Baltische Staten, Moldavië, Roemenië, Bulgarije, de Balkan, het
gebied van de Zwarte Zee, Georgië en wellicht Griekenland op de agenda van het Kremlin
als zwakke plekken van het Westen waar de invloed is uit te breiden.
30 Snap exercises zijn oefeningen die zonder voorafgaande aankondiging worden gehouden.
31 Military Balance 2016, p. 166.
32 House of Commons Defence Committee, ‘Russia: Implications for UK defence and security’. Fourth
    Special Report of Session 2016-2017, p. 13.
33 Johan Norberg en Frederik Westerlund, 2. Russia’s Armed Forces in 2016’, in Gudrun Persson (red.),
    ‘Russian Military Capability in a Ten-year Perspective-2016, FOI, December 2016, p. 53.
                                                       12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>III        Reactie NAVO
Zonder het uitzicht op vruchtbare samenwerking met Rusland uit te sluiten, moet
het Russische optreden nu met vastberadenheid tegemoet worden getreden. De
NAVO moet zich concentreren op een samenhangend beleid van de drie hoofdtaken:
Collective Defense, Crisis Management and Cooperative Security. Tijdens de top van
Wales (september 2014) werd het Readiness Action Plan (RAP) aangenomen met een
tweeledig doel: assurance van de oostelijke NAVO-bondgenoten en deterrence. De NATO
Response Force (NRF) is uitgebreid van 13.000 naar 40.000 militairen. Verder is de
Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) – een brigade van ca. 5000 militairen –
opgericht waarvan een deel binnen 48 tot 72 uur gereed dient te staan.34 Met de VJTF
wordt beoogd de gereedheid en reactiesnelheid van de NAVO te verhogen. In Wales is
tevens afgesproken dat bondgenoten die minder dan 2% van het BBP besteden aan
defensie hun defensie-uitgaven de komende tien jaar op dit niveau zullen brengen.35 De
Amerikaanse minister van Defensie Mattis heeft de Europese bondgenoten en Canada in
februari 2017 gewaarschuwd en alle landen – voor zover van toepassing – opgeroepen
om voor het einde van 2017 concreet aan te geven op welke wijze de 2% BBP zal worden
behaald: ‘Showing immediate and steady progress to honor commitments made at Warsaw
and Wales must become a reality if we are to sustain a credible Alliance and adequately
defend ourselves’.36
Tijdens de NAVO-top in Warschau (juli 2016) is besloten tot een vooruitgeschoven NAVO-
aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen37: vier multinationale battlegroups (met
de omvang van een bataljon) onder leiding van de VS, het Verenigd Koninkrijk, Canada
en Duitsland, naast uitbreiding van de presentie in Bulgarije en Roemenië. Verder werd
cyberveiligheid aangemerkt als vierde operationeel domein.
Het is zeer de vraag of de getroffen maatregelen voldoende afschrikkende werking
hebben om Rusland ervan te weerhouden op enig moment met behulp van militaire inzet
de invloedssfeer uit te breiden, bijvoorbeeld in de Baltische Staten. De Baltische Staten
zijn onder meer kwetsbaar vanwege de Suwalki Gap, een strook land van ongeveer 100
kilometer op de grens van Polen met Litouwen tussen Kaliningrad en Wit-Rusland.38
Rusland zou deze grens vanuit Kaliningrad en Wit-Rusland kunnen afsluiten en het zo voor
34 Nederland levert in 2017 de volgende bijdragen aan de NAVO: een raiding squadron mariniers voor
    de VJTF, twee Nederlandse mijnenjagers (elk voor een periode van drie tot vier maanden), een fregat
    (voor twee perioden van drie maanden), een onderzeeboot (tweede helft van het jaar, op afroep),
    vier F-16’s voor Baltic Air Policing en samen met Duitsland het hoofdkwartier van het Eerste Duits-
    Nederlandse Legerkorps als Joint Task Force Headquarters. Kamerbrief ‘Rapportage internationale
    defensiesamenwerking’, Den Haag, 29 november 2016, p. 10.
35 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_texts_112964.htm>.
36 Zie: <https://nato.usmission.gov/feb-2017-defense-secretary-mattis-press-conference/>.
37 Zie: <http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_texts_133169.htm>.
38 Agnia Grigas, NATO’s Vulnerable Link in Europe: Poland’s Suwalki Gap, February 9, 2016, zie:
    <http://www.atlanticcouncil.org/blogs/natosource/nato-s-vulnerable-link-in-europe-poland-s-suwalki-gap>.
                                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>de NAVO onmogelijk maken versterkingen aan te voeren. De uitbreiding en stationering
van Russische raket(verdedigings-)systemen vormen ook een belangrijke belemmering voor
de NAVO om de Baltische Staten te hulp te schieten (Anti-Access Area Denial, A2/AD).
Er zijn scenario’s denkbaar van een grootschalige, snelle militaire actie tot en met
het opstoken van Russische minderheden bijvoorbeeld in Estland die vervolgens een
Russische interventie zou kunnen legitimeren. De kans op een directe en grote aanval op
de Baltische Staten lijkt minder waarschijnlijk aangezien dit zou leiden tot het inroepen
van artikel 5 van het NAVO-verdrag en Rusland direct met de NAVO in oorlog zou brengen.
Overigens kent de EU ook een bijstandsverplichting.39 Het tweede scenario is eerder
voorstelbaar en voor Rusland aantrekkelijker. Binnen de NAVO zal discussie ontstaan
over het al dan niet aan de orde zijn van een artikel 5-situatie en dit zal de nodige
tijd vergen. In de tussentijd kan Rusland voldongen feiten hebben gecreëerd zoals de
RAND-studie ‘Reinforcing Deterrence on NATO’s Eastern Flank. Wargaming the Defense
of the Baltics’ betoogt.40 Duidelijk is dat de nieuwe veiligheidsomgeving consequenties
heeft voor de NAVO en de bijdragen van haar lidstaten. De noodzaak om grootschalig te
kunnen optreden in het hoogste deel van het geweldsspectrum stelt andere eisen aan de
omvang, beschikbaarheid en samenstelling van de benodigde capaciteiten. Aangezien de
grotere focus op Collective Defense niet gepaard gaat met een lagere prioriteit voor Crisis
Management en Cooperative Security, is er een grotere behoefte aan snel beschikbare
robuuste eenheden.
Ook met betrekking tot de uitdagingen aan de zuidflank en het wereldwijde probleem van
terrorisme, is de NAVO duidelijk op zoek naar de rol die zij hierin kan en moet spelen.
Hoewel daarop nog geen eensluidend antwoord te formuleren is, ligt de sleutel in het
verbeteren van samenwerking met de EU, de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties,
de OVSE en andere organisaties die zich op deze terreinen bewegen, elk met haar
eigen specialisme. Het bundelen van die specialismen in samenwerkingsverbanden
maakt het mogelijk om een meer ’inclusieve’ (comprehensive) benadering te kiezen. De
samenwerking tussen de NAVO en de EU/FRONTEX in de Egeïsche Zee is daar een goed
voorbeeld van. Daarnaast zal de NAVO alle beschikbare kanalen moeten openhouden om
via dialoog, onderhandeling of preventieve diplomatie geweldsconflicten te voorkomen en
stabiliteit te bevorderen.
Onderlinge solidariteit en cohesie binnen de NAVO zijn meer dan ooit cruciaal. Het
vermogen om als een coherente alliantie te kunnen optreden, ligt grotendeels in
handen van de lidstaten. Die cohesie is echter fragiel omdat individuele lidstaten mede
als gevolg van de veranderende veiligheidssituatie uiteenlopende nationale belangen
hebben. Dit maakt besluitvorming vaak complex en langdurig. De trans-Atlantische band
maakt de NAVO uniek en is essentieel voor de cohesie – een leidende rol van de VS is
onmisbaar. Die leidende rol staat onder druk van de isolationistische stroming in de VS
en de nationalistische bewegingen in verschillende Europese landen. Om de mogelijke
gevolgen van die isolationistische stroming enigszins te mitigeren, moeten landen als
Nederland laten zien dat ze de moeite van het verdedigen waard zijn en dus hun defensie-
inspanningen serieus nemen. De NAVO heeft de eerste stappen gezet om de alliantie aan
39 Artikel 42 lid 7 (VEU) verplicht alle lidstaten om ‘met alle middelen’ hulp en bijstand te verlenen, indien
    een lidstaat slachtoffer wordt van gewapende agressie op zijn territorium.
40 David A. Shlapak, Michael Johnson, ‘Reinforcing deterrence on NATO’s Eastern Flank. Wargaming the
    Defense of the Baltics’. Volgens RAND heeft de NAVO zeven brigades nodig om een dergelijk scenario te
    voorkomen.
                                                        14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>te passen aan de gewijzigde veiligheidssituatie in en rond Europa. De AIV zal in het nog uit
te brengen advies over de noodzakelijke aanpassingen van de NAVO nader ingaan op de
vereiste aanvullende maatregelen en de rol die Nederland daarbij kan spelen.
                                            15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>IV        Consequenties voor Nederland
IV.1      Veiligheidsbeleid
In september 2016 signaleerde de regering: ‘Er is sprake van een verontrustende
realiteit. Verontrustend omdat de internationale veiligheidssituatie de afgelopen jaren
ernstig verslechterde en ook onze samenleving aan de effecten daarvan bloot staat. Deze
verslechterde internationale veiligheidssituatie zal niet snel overwaaien of aan ons voorbij
trekken, integendeel’.41 Voor het beheersen van de zich opstapelende bedreigingen van
de veiligheid is een scala van maatregelen nodig. Naar het oordeel van de AIV is het
noodzakelijk de zich ontwikkelende internationale verhoudingen met een open en actieve
houding tegemoet te treden. De situatie vereist dat Nederland in staat zal zijn flexibel
op nieuwe gebeurtenissen te reageren. Daarnaast is het Nederlandse belang zeker niet
gediend met een vrij spel van centrifugale krachten, fragmentatie van de internationale
betrekkingen en erosie van internationale afspraken en structuren. Zonder de ogen te
sluiten voor nieuwe ontwikkelingen moet het beleid gericht zijn op behoud en zo nodig
herstel van de relevante instituties. Dat geldt in het bijzonder voor de NAVO, de EU, de
OVSE en de VN. Nederland kan dit streven dit jaar mede tot gelding brengen als lid van
de Veiligheidsraad.
Het Russische optreden moet met vastberadenheid tegemoet worden getreden en
de Europese NAVO-lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid nemen wat betreft hun
defensie-inspanningen. Tegelijkertijd is een intensieve dialoog met Rusland nodig over
Oost-Europa, Syrië, Noordelijk Afrika en andere gebieden. Die dialoog dient te zijn gericht
op voorkoming en beheersing van wapengeweld en oplossing van dringende politieke
vraagstukken. Er moet voorts worden gezocht naar hervatting en vernieuwing van
wapenbeheersingsafspraken die in het verleden zijn gemaakt maar niet meer worden
nageleefd, in het bijzonder tijdige aanmelding van militaire oefeningen en verplaatsingen
van troepen en wapensystemen.42 In de politieke dialoog met Rusland zal van Westerse
zijde rekening moeten worden gehouden met de afwijkende visie die de leiding in
Moskou heeft op het aflopen van de Koude Oorlog. Daarbij is het van belang te beseffen
dat Rusland uit is op het terughalen van Oekraïne binnen de Russische invloedssfeer.
Moskou aanvaardt de onafhankelijkheid van Oekraïne niet en vindt ook dat de Baltische
Staten en Georgië binnen de Russische invloedssfeer zouden moeten terugkeren.
De EU dient aan slagvaardigheid te winnen. Versterking van het buitenlandse beleid van
de EU maakt hier deel van uit. Duitsland en Frankrijk dragen hiervoor een belangrijke
verantwoordelijkheid. Nederland doet er goed aan te bevorderen – in Brussel en door
het verder aanhalen van de directe contacten op veiligheids- en defensiegebied – dat die
landen hun leidinggevende rol niet nationaal, maar in Europees verband kunnen
41 Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelings-
    samenwerking aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, ‘Samenhang Nederlandse
    inspanningen in missies’, Den Haag, 9 augustus 2016, Kamerstuk 33694, 29521 nr. 9, p. 4.
42 Met het gesprek tussen de Chairman of the Joint Chiefs of Staff Dunford en zijn counterpart de Russische
    generaal Gerasimov op 16 februari 2017 vond voor de eerste maal sinds januari 2014 weer een gesprek
    op hoog militair niveau plaats. Zie: <https://www.defense.gov/News/Article/Article/1085746/dunford-
    meets-russian-counterpart-to-strengthen-mil-to-mil-contacts>.
                                                      16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>vormgeven. Wat het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid van de EU
betreft moet worden ingezet op versterkte samenwerking in kopgroepen en uitbreiding
van het civiel-militaire instrumentarium voor het uitvoeren van crisisbeheersingsmissies.
Daarnaast zijn terrorismebestrijding en het migratie- en asielbeleid topprioriteiten voor de
EU. Europese defensiesamenwerking, hoe belangrijk ook, mag overigens niet langer een
politieke ‘vluchtheuvel’ zijn. Bij deze samenwerking gaat de kost voor de baat uit en zal er
eerst flink geïnvesteerd moeten worden om op termijn financiële voordelen te behalen.
Het geschetste beleid is alleen geloofwaardig als het wordt ondersteund door krachtige
instrumenten van veiligheids- en defensiebeleid. De versterking daarvan is één van de
belangrijkste verantwoordelijkheden van het nieuwe Nederlandse kabinet. Het is niet
overdreven te stellen dat 2017 hiervoor het jaar van de waarheid is. Het gaat daarbij om
versterking van onze diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland, forse vergroting
van de Nederlandse defensie-inspanning en het vermogen internationaal militair optreden
te laten samengaan met institutionele versterking en economische ontwikkeling (3D). Ook
de inlichtingendiensten spelen een belangrijke ondersteunende rol.
De internationale en binnenlandse veiligheidssituatie zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Het is van wezenlijk belang te voorkomen dat Nederland uit het lood
geslagen wordt door (internationale) pogingen de meningsvorming te beïnvloeden,
door cyberaanvallen en door de dreiging van terroristische acties. In dit verband is de
beveiliging van cruciale objecten en processen in belangrijke mate bepalend voor het
incasseringsvermogen en de resilience (veerkracht) van onze samenleving. Daarom is
het onvermijdelijk het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid vorm te geven in nauwe
samenwerking tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Veiligheid en
Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zo is het bestrijden van hybride
dreigingen (cyberaanvallen en desinformatie) tegen de Nederlandse samenleving een
kabinetsbrede verantwoordelijkheid en vereist dit interdepartementale financiering.
Zoals in de inleiding van dit briefadvies is gesteld, beoogt dit voorschot op het NAVO-
advies dat de AIV in de zomer hoopt uit te brengen, thans vooral aan te geven wat de
gevolgen zijn van de verslechterde veiligheidssituatie voor de Nederlandse inspanning
op defensiegebied. In het komende, bredere advies zal op diverse andere onderwerpen
worden ingegaan om tot een integrale visie te komen. De defensie-inspanningen
beogen een bijdrage te leveren aan het buitenlands- en veiligheidsbeleid. Hoewel dit
briefadvies vooral ingaat op de dreiging die uitgaat van Rusland, zijn vanzelfsprekend
ook andere ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie relevant voor de
defensie-inspanningen (onder meer beschreven in eerdere AIV-adviezen).43 Hierna zal
eerst de huidige situatie van de Nederlandse krijgsmacht worden geschetst. Daarna
worden de gevolgen van de ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie voor
de hoofdtaken van de krijgsmacht in kaart gebracht. Vervolgens volgt een beschouwing
van de financiële consequenties. Ten slotte wordt ingegaan op noodzakelijk geachte
operationele maatregelen.
43 Zie onder meer AIV ’Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid’ (AIV-advies
    nr. 94, Den Haag, april 2015) en AIV ‘Veiligheid en Stabiliteit in Noordelijk Afrika (AIV-advies nr. 101,
    Den Haag, mei 2016).
                                                       17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>IV.2      Defensie-inspanningen van Nederland
Huidige situatie
Het ambitieniveau van de krijgsmacht is sinds 1990 stelselmatig neerwaarts bijgesteld;44
het ‘vredesdividend’ is veelvuldig geïnd. Een vergelijking van de Nederlandse defensie-
inspanningen met die van een representatieve groep benchmark-landen, uitgevoerd in
het kader van de ‘Verkenningen – Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’, toonde
al in 2009 aan dat Nederland zijn krijgsmacht sinds 1990 meer verkleind heeft dan de
meeste benchmark-landen. Afgezet tegen het inwonertal beschikte Nederland na Polen over
de kleinste krijgsmacht van de Europese benchmark-landen. Sindsdien zijn door nieuwe
bezuinigingen de omvang van de krijgsmacht, de slagkracht en de inzetbaarheid aanzienlijk
verder afgenomen. In het briefadvies Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel stelde
de AIV ruim vier jaar geleden vast dat de inzetbaarheid van de krijgsmacht zorgwekkend
is en dat verdere bezuinigingen desastreus uitpakken voor de defensieorganisatie en
tevens in strijd zijn met de grondwettelijke taak van de krijgsmacht en de in internationaal
verband aangegane verplichtingen.45 In het Regeerakkoord Bruggen slaan van oktober
2012 bleef de krijgsmacht echter niet verschoond van nieuwe bezuinigingen.46 De
inzetbaarheidsproblemen zijn door de Algemene Rekenkamer de afgelopen jaren periodiek
gemeld aan de Staten-Generaal. De Rekenkamer spreekt over een zorgwekkende situatie.47
Het ministerie van Defensie moest vorig jaar toegeven dat het niet in staat is volledig
te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstelling voor de verdediging van het eigen en het
bondgenootschappelijk grondgebied.48
In de Defence Planning Capability Review 2015/16 spreekt de NAVO forse kritiek uit
op de Nederlandse defensiebijdrage: ‘Configuring the Netherlands Armed Forces to
meet the significant challenges of the new security environment (…) without sustained
predictable increases in defence expenditures in real terms, will be an almost impossible
task’. De kritiek spitst zich vooral toe op de landstrijdkrachten: ‘The highest priority for
the Netherlands is to increase the readiness and combat effectiveness of its land forces,
…’ en ‘Budget cuts have resulted in significant downsizing of the Netherlands’ land forces
accompanied by reductions in combat capabilities, indirect fire support, ground-based
air defence, engineering, maintenance, logistics, and operational stocks of ammunition.
Furthermore, the armoured capability of two, previously mechanised brigades, has been
removed altogether, rendering a remaining mechanised brigade and a new motorized (light)
brigade (both having only two manoeuvre battalions) unable to fight effectively a high-intensity
44 Het ambitieniveau geeft weer wat de krijgsmacht moet kunnen in het licht van de Grondwet en de
    drie hoofdtaken van Defensie. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal gelijktijdig uit te voeren operaties
    en de omvang en de duur van de bijdragen daaraan. Het ambitieniveau wordt geconcretiseerd in
    inzetbaarheidsdoelstellingen.
45 AIV ‘Kabinetsformatie 2012: Krijgsmacht in de knel’ (AIV-briefadvies nr. 22, Den Haag, september 2012).
46 Bruggen Slaan, Regeerakkoord VVD-PvdA, 29 oktober 2012.
47 Algemene Rekenkamer, ‘Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015, Ministerie van Defensie (X)’,
    Rapport bij het jaarverslag, p. 4.
48 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie, Den Haag, 18 mei 2016, Kamerstuk 34475 X, nr. 1, p. 135.
                                                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>battle with an opponent using mechanised forces’.49
Het valt op dat de regering in verschillende brieven aan de Kamer met betrekking tot
het defensiebudget echter een opvallend positieve toonzetting kiest en benadrukt dat
de trend van bezuinigen is omgekeerd en dat in de huidige kabinetsperiode enkele
malen budgetaanvullingen hebben plaatsgevonden. In beantwoording van Kamervragen
over de Defensiebegroting 2017 wordt onder meer opgemerkt: ‘Met de begroting
van 2017 laat dit kabinet opnieuw zien veiligheid als prioriteit te beschouwen’.50
Deze positieve framing dient wellicht een politiek doel, maar roept een onjuist beeld
op en miskent de ernst van de huidige situatie. Het geeft te denken dat in diezelfde
beantwoording wordt gesteld dat (pas) in 2021 de basisgereedheid weer op orde moet
zijn.51 De Commandant der Strijdkrachten zegt hierover in een interview in De Telegraaf
eind 2016: ‘We beschikken dan over genoeg mensen en middelen om de krijgsmacht
operationeel te hebben’.52 Deze ontstane situatie is zeer ernstig en onverantwoord,
gelet op de zorgwekkende inzetbaarheid van de krijgsmacht bij aanvang van deze
kabinetsperiode en de snel verslechterende veiligheidssituatie sindsdien. Voorts is
helemaal niet voorzien in budget voor versterking van de krijgsmacht (investeringen om
de huidige krijgsmacht te continueren en vernieuwen) en voor verbetering van de balans
tussen de gevechtseenheden en de zwaar onder druk staande operationele (gevechts)
ondersteuning en logistiek. Laat staan dat sprake is van uitbreiding en modernisering van
de slagkracht.53
Hoofdtaken krijgsmacht
De eerste hoofdtaak van de krijgsmacht (bescherming van het eigen en bondgenoot-
schappelijk grondgebied, met inbegrip van het Koninkrijk in het Caribische gebied) heeft
als gevolg van het destabiliserend optreden van Rusland duidelijk aan belang gewonnen.
In feite is sprake van een paradigmaverschuiving: een verschuiving van wars of choice naar
wars of necessity. De artikel 5-solidariteit in NAVO-verband krijgt in de huidige geopolitieke
realiteit weer nadrukkelijk betekenis. Deze ontwikkelingen vragen van Nederland een
proportionele bijdrage aan verdediging en afschrikking in internationaal verband, waaronder
een bijdrage aan snelle reactiemachten, zoals de VJTF en NRF. Ook de stationering van
Nederlandse eenheden in de Baltische Staten, de NATO enhanced Forward Presence (eFP)
past in dit kader. De nieuwe veiligheidssituatie stelt hoge eisen aan de beschikbaarheid,
verplaatsbaarheid en inzetbaarheid van de toegezegde eenheden. Deze eenheden moeten
gelijktijdig beschikbaar zijn met de eenheden die zijn ingezet in het kader van de tweede en
49 NATO Defence Planning Capability Review 2015/16, The Netherlands, Draft Overview, p. 5.
50 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van D fensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag, 7 november 2016,
    Kamerstuk 34550 X, nr. 14, p. 8.
51 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag, 7 november 2016,
    Kamerstuk 34550 X p. 38, vraag 119.
52 Interview met Commandant der Strijdkrachten in de Telegraaf op 31 december 2016.
53 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag, 7 november 2016,
    Kamerstuk 34550 X, nr. 14, p. 8.
                                                     19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>derde hoofdtaak. In kwalitatieve zin stelt een onverhoopt optreden in een artikel 5-scenario
hoge eisen aan het vermogen tot escalatiedominantie.54 In dit scenario moet rekening
worden gehouden met een tegenstander die over robuuste Anti Acces/Area Denial (A2/AD)
capaciteiten beschikt waardoor het gebruik van het land, de zee of het luchtruim deels
onmogelijk is. De krijgsmacht moet ook rekening houden met alle vormen van hybride
oorlogvoering. Hierbij is geen duidelijk onderscheid te maken tussen artikel 5- en niet-
artikel 5-situaties. Ook het belang van de huidige aanwezigheid in het Caribische gebied
blijft onverminderd, mede met het oog op de zorgwekkende ontwikkelingen in Venezuela.
Door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika heeft eveneens de
tweede hoofdtaak aan belang gewonnen.55 Militair ingrijpen in deze conflictgebieden
zal onvermijdelijk kunnen worden omdat de gevolgen van onder meer internationaal
terrorisme, massale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit zoals mensensmokkel,
diep ingrijpen in de westerse samenlevingen. Dat zou dan wel moeten plaatsvinden
in het kader van een geïntegreerde inzet, samen met diplomatieke initiatieven en
ontwikkelingssamenwerking. Een comprehensive, whole of government approach is
noodzakelijk als antwoord op de ontstane dreigingen. De inzet zal doorgaans langdurig
moeten zijn om succes te laten beklijven: geen end date, maar een end state. Dit raakt
het beschikbare voortzettingsvermogen van de Nederlandse krijgsmacht. Vooral op dit
vermogen is meer dan verantwoord ingeleverd als gevolg van eerdere bezuinigingen
en gemaakte keuzes. Naast dit kwantitatieve aspect stelt inzet ook in kwalitatieve zin
hoge eisen; hoogwaardige middelen met voldoende escalatiedominantie zijn nodig om
geloofwaardige eenheden te vormen tegen potentiële tegenstanders. Als voorbeeld geldt
de inzet tegen IS, die onder meer beschikt over (buitgemaakt) zwaar gepantserd materieel
en moderne wapensystemen.
Ook het belang van de derde hoofdtaak – de overheid ondersteunen bij rechtshandhaving,
rampenbestrijding en humanitaire hulp, nationaal en internationaal – zal toenemen.
De samenhang tussen interne en externe veiligheid is duidelijker dan ooit. Naast de
dreigingen vanuit het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika is sprake van een toenemende
dreiging op het gebied van digitale spionage en digitale sabotage.56 De kans op een
terroristische aanslag in Nederland is reëel. Als dit gebeurt is inzet van een (groot)
deel van de krijgsmacht onvermijdelijk, zoals onlangs in Frankrijk en België maar ook in
Nederland (Schiphol). Voorts kunnen calamiteiten zoals extreme weersomstandigheden en
epidemieën leiden tot een groot beroep op de krijgsmacht. In het kader van civiel-militaire
samenwerking wordt nu al ongeveer een derde deel van de krijgsmacht dagelijks ingezet
ter ondersteuning van civiele autoriteiten. Het Nationaal Veiligheidsprofiel (NVP) geeft een
goed overzicht van de risico’s van verschillende rampen, crises en dreigingen met een
mogelijk ontwrichtend effect op onze samenleving.57 De krijgsmacht is uitgegroeid tot een
structurele partner in het nationale veiligheidsdomein. Ook zullen bij een gewapend conflict
aan de randen van het NAVO-verdragsgebied, maatregelen getroffen moeten worden om de
continuïteit van de processen in onze samenleving in Nederland te waarborgen.
54 Escalatiedominantie als inherent vermogen om geweldsaanwending (over een breed geweldsspectrum)
     met minimale voorbereiding te kunnen (op)schalen naar de behoefte van de plaats en het moment.
55 AIV ‘Veiligheid en Stabiliteit in Noordelijk Afrika’ (AIV-advies nr. 101), Den Haag, mei 2016).
56 AIV ‘Digitale Oorlogvoering’ (AIV/CAVV-advies nr. 77/22, Den Haag, december 2011).
57 Nationaal Veiligheidsprofiel 2016.
                                                         20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Het financiële kader
Tijdens de NAVO-top in Wales is afgesproken dat de lidstaten die hier niet aan voldoen,
hun defensiebudget binnen 10 jaar naar de norm van 2% van hun BBP laten stijgen. De
Nederlandse defensiebijdrage bedroeg in 2015 volgens opgave van het Ministerie van
Defensie 7,8 miljard euro (1,09% van het BBP; ten tijde van de Verkenningen in 2009
was dit nog 1,5%).58 Dit cijfer geeft echter een veel te rooskleurig beeld. In dit budget
is ca. 1,3 miljard opgenomen voor pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. Voorts
komt bijna 400 miljoen euro ten goede van de Koninklijke marechaussee, wier taken
grotendeels buiten de krijgsmacht liggen59, is er sprake van jaarlijkse Btw-afdrachten
aan het ministerie van Financiën (ca. 600 miljoen), wordt ca. 180 miljoen afgeroomd als
fiscale eindheffing over de Uitkering Gewezen Militairen (UGM), draagt Defensie ca. 100
miljoen bij aan de Rijksbrede ruilvoettegenvaller en moet Defensie jaarlijks ca. 60 miljoen
afdragen ten behoeve van het Budget Internationale Veiligheid.60 Rekening houdend met
deze bedragen die niet ten goede komen van de instandhouding van de krijgsmacht, is
slechts ca. 0,7% van het BBP daadwerkelijk beschikbaar voor de instandhouding van de
krijgsmacht en niet de officiële 1,09%.
Daarnaast derft Defensie jaarlijks inkomsten aan niet uitgekeerde loon- en prijscompensatie.
Volgens onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en de inzichten van het Europees
Defensieagentschap (EDA) stijgen de kosten van investeringen in militair materieel met
naar schatting twee tot zeven procent per jaar sneller dan de inflatie.61 De financiële
duurzaamheid van Defensie staat ook onder druk van andere exogene factoren zoals de
fluctuaties in de valutakoersen, de gevolgen van een te voorzien AOW-gat en verschillende
gerechtelijke uitspraken met soms vergaande financiële gevolgen. Defensie is een
uitvoeringsdepartement en heeft nagenoeg geen budgetflexibiliteit of financiële instrumenten
om de gevolgen van dergelijke exogene factoren op te vangen. Met andere woorden,
dergelijke uitgaven die worden veroorzaakt door die exogene factoren, gaan vroeg of laat ten
koste van de operationele capaciteiten van Defensie.
Ondanks deze ontwikkelingen en de bij de NAVO-top van Wales afgesproken groei van het
defensiebudget naar 2% van het BBP de komende tien jaar, zijn eerder aangekondigde
bezuinigingen slechts ten dele teruggedraaid door budgetverhogingen in de huidige
kabinetsperiode en is nog geen sprake van groei. In diverse brieven aan de Staten-
Generaal komt de mantra ‘meer geld voor defensie, waar nodig en mogelijk’ steeds weer
terug. Hoewel de urgentie uit eigen analyse van de regering overduidelijk blijkt, stelt de
regering ‘meer geld voor Defensie’ afhankelijk van de budgettaire ruimte. Deze benadering
miskent de urgentie en gaat voorbij aan het gegeven dat defensie een kerntaak van
de overheid is en een structurele prioriteit moet zijn. Dit knelt des te meer, omdat bij
Defensie, anders dan bij andere overheidstaken (zoals zorg, cultuur en onderwijs) het niet
58 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag 7 november 2016,
    Kamerstuk 34550 X, nr. 14, p. 6.
59 AIV ‘Kabinetsformatie 2012: Krijgsmacht in de knel’ (AIV-briefadvies nr. 22), Den Haag, september 2012.
60 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag 7, november 2016,
    Kamerstuk 34550 X, nr. 14, pp. 10, 13, en 14.
61 Eindrapport Verkenningen: Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst, p. 297.
                                                     21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>mogelijk is ter aanvulling van het defensiebudget een beroep te doen op maatschappelijke
of particuliere bijdragen. Er zal nooit een overvloed aan financiële middelen zijn, het gaat
altijd om het stellen van prioriteiten bij de besteding van overheidsgeld.
De ‘Antwoorden op feitelijke vragen van de vaste commissie voor Defensie over de
begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017’ laten zien dat
het defensiebudget de komende jaren bij gelijkblijvend beleid zelfs afneemt van 1,17% in
2016 naar 1,12% in 2021. De Nederlandse defensiebijdrage ligt ruim onder het Europese
NAVO-gemiddelde. De afstand tot dit gemiddelde (2015: 1,43% BBP) is in 2021 opgelopen
tot 2,3 miljard euro en de afstand tot de NAVO-norm van 2% van het BBP is in dat jaar 6,6
miljard euro.62 Deze bedragen zijn het afgelopen jaar verder opgelopen, onder meer omdat
andere landen meer investeren in hun krijgsmacht en omdat het BBP van Nederland
groeit. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om de rooskleurige presentatie van het
Nederlandse defensiebudget.
Nederland, één van de rijkste landen van Europa, verloochent zijn verantwoordelijkheid.
Tijdens deze kabinetsperiode, die gekenmerkt wordt door verontrustende veiligheids-
politieke ontwikkelingen, is de inzetbaarheid van de krijgsmacht verder achteruit
gehold. De defensie-uitgaven als percentage van het BBP liggen op een historisch laag
niveau. Hoewel opeenvolgende regeringen steevast de NAVO als hoeksteen van het
Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid hebben benoemd, is de financiële vertaling
daarvan uitgebleven. Tijdens de komende formatie zullen stevige besluiten moeten
worden genomen. In de opmaat naar de verkiezingen zullen politieke partijen ‘meer
geld voor defensie’ niet alleen vanuit het perspectief van maatschappelijk draagvlak
mogen legitimeren. Het gaat om de grondwettelijke taak van de krijgsmacht en de in
internationaal verband aangegane verplichtingen. De politiek heeft hier een eigen, zware
verantwoordelijkheid.
De ontwikkeling van de veiligheidssituatie, de zorgwekkende inzetbaarheid van de
krijgsmacht, de afspraken tijdens de Top van Warschau63 en het buitenlandse beleid
van de VS onder een nieuwe president, vergen dat de in Wales afgesproken groei van
het defensiebudget naar 2% van het BBP, nu wél serieus wordt genomen. Een ‘Deltaplan-
krijgsmacht’ dat een meerjarig financieel kader schept voor een stabiele ontwikkeling van
de krijgsmacht is naar de mening van de AIV meer dan ooit nodig. Een dergelijk kader
moet verder reiken dan de huidige kabinetsperiode. In lijn met de in Wales gemaakte en in
Warschau herbevestigde afspraken ligt een akkoord voor een periode van 10 jaar voor de
hand. De snelheid waarmee het defensiebudget kan groeien, wordt onder meer bepaald
door het (financiële) absorptievermogen van de organisatie. Gelet op de afstand tussen
het huidige niveau van defensiebestedingen en de NAVO-norm van 2% is een fasegewijze
groei van het defensiebudget noodzakelijk. In de komende (kabinets)periode van vier
jaar zal het budget moeten groeien naar het Europese NAVO-gemiddelde. Tijdens de
daaropvolgende vier jaar zal de 2%-norm moeten worden bereikt.
62 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van de vaste commissie voor Defensie over de
    begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017, Den Haag, 7 november 2016,
    Kamerstuk 34550 X, nr. 14, p. 7.
63 Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der
    Staten-Generaal ‘Verslag NAVO-top 8 en 9 juli 2016 te Warschau’, Den Haag, 25 juli 2016, Kamerstuk
    28 676, nr. 252.
                                                     22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Noodzakelijke maatregelen
Behoudens inzet op Nederlands grondgebied zal de toekomstige inzet van de krijgsmacht
altijd in internationaal verband plaatsvinden en rekening moeten houden met diffuse
dreigingen en (vormen van) hybride oorlogvoering. De kans op gelijktijdige inzet voor alle
drie de hoofdtaken is groter geworden. De relatie tussen interne en externe veiligheid
is sterker geworden als gevolg van onder meer foreign terrorist fighters. Het belang
van operationele inlichtingen- en cybercapaciteiten van Defensie neemt toe. Dit geldt
ook voor andere niet-lethale middelen van oorlogvoering. Bij huidige conflicten spelen
percepties een belangrijke rol. Het belang van een goede balans tussen de ‘tanden van de
organisatie’ (lethale capaciteiten), capaciteiten in het informatiedomein (niet-lethaal) en
de ondersteunende capaciteiten kan niet genoeg worden onderstreept. Wil de krijgsmacht
relevant blijven, dan moet blijvende aandacht zijn voor operationele vernieuwing en
innovatie.
Met een stapsgewijze verhoging van het defensiebudget in de komende jaren, zullen
in de eerste plaats de huidige tekortkomingen moeten worden weggewerkt. Dit betreft
niet alleen tekorten aan onder meer reservedelen en munitievoorraden, het herstellen
van de balans tussen gevechts- en ondersteunende capaciteiten, het voorkomen van
veroudering van de wapensystemen, maar óók ‘reparatie’ van operationele capaciteiten
die puur om bezuinigingsredenen de afgelopen jaren zijn weggesneden. De AIV heeft
eerder – bij verschillende gelegenheden – aandacht gevraagd voor deze tekortkomingen in
de krijgsmacht.64 Het toegenomen belang van alle drie de hoofdtaken en in het bijzonder
de eerste hoofdtaak, maakt herstel van deze tekortkomingen extra urgent. De NATO
Defence Planning Capability Review 2015/16 heeft deze tekortkomingen helder in kaart
gebracht.65 Naast ‘reparatie’ is budget nodig voor verdere versterking van de krijgsmacht;
investeringen zijn absoluut en dringend nodig om de huidige krijgsmacht te continueren
en vernieuwen, om operationele (gevechts-)ondersteuning te verbeteren en de slagkracht
in vooral het hogere deel van het geweldsspectrum uit te breiden en te moderniseren. In
deze tijd van verandering van het veiligheidsparadigma is het cruciaal dat de krijgsmacht
beslissende slagkracht kan leveren.
64 AIV ’Europese Defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen, (AIV-advies nr. 78,
    Den Haag, januari 2012), AIV ‘Kabinetsformatie 2012: Krijgsmacht in de knel’ (AIV-briefadvies nr. 22,
    Den Haag, september 2012).
    Rondetafelgesprek van de Vaste Commissie voor Defensie Tweede Kamer over de Nederlandse
    Krijgsmacht, 5 november 2012. Rondetafelgesprek over de nota over de toekomst van de krijgsmacht
    ‘In het belang van Nederland’, 2 oktober 2013 en AIV ‘Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een
    nieuwe werkelijkheid’ (AIV-advies nr. 94, Den Haag, april 2015).
65 NATO Defence Planning Capability Review 2015/16, The Netherlands, Draft Overview.
                                                     23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>V         Conclusies en aanbevelingen
De internationale veiligheidssituatie binnen en buiten Europa is de afgelopen drie jaar
fundamenteel veranderd. Zowel de aard, de schaalgrootte als de snelheid van deze
veranderingen zijn verontrustend. Internationale instituties als de EU en de NAVO staan
onder druk, waarbij in het laatste geval ook de trans-Atlantische band niet buiten schot
lijkt te blijven. Het laat zich moeilijk voorspellen waar de toegenomen internationale
onzekerheid en spanning op zullen uitlopen. Beheersing van deze spanningen vraagt
een breed veiligheidsbeleid, met name op diplomatiek, economisch en defensiegebied.
Rusland is erop uit in Europa verdeeldheid te zaaien met cyberaanvallen, desinformatie
en het ondersteunen van populistische bewegingen. Sinds 2008 heeft Rusland fors
geïnvesteerd in de modernisering van de krijgsmacht en daardoor een snel inzetbaar
militair vermogen opgebouwd dat op sommige onderdelen superieur is aan de NAVO.
Na de annexatie van de Krim heeft de NAVO een reeks maatregelen getroffen om de
oostelijke bondgenoten gerust te stellen en ter versterking van de afschrikking. Ondanks
deze maatregelen blijven vooral de Baltische Staten kwetsbaar voor een mogelijke
Russische interventie die zou kunnen worden uitgelokt door (vermeende) problemen met
Russisch sprekende minderheden. Het risico bestaat dat op de grond voldongen feiten zijn
gecreëerd voordat de NAVO een besluit over een mogelijke reactie heeft genomen.
Het Russische optreden moet eensgezind en vastberaden tegemoet worden getreden.
Duidelijk is dat de nieuwe veiligheidsomgeving andere eisen stelt aan de NAVO en de
bijdragen van haar lidstaten. De noodzaak om weer grootschalig te kunnen optreden in
het hoogste geweldsspectrum stelt andere eisen aan de omvang, beschikbaarheid en
samenstelling van de benodigde capaciteiten. Zo is er een grotere behoefte aan snel
beschikbare robuuste eenheden ten behoeve van een geloofwaardige afschrikking. De
leidende rol van de VS in de NAVO staat onder druk en mede daarom moeten landen als
Nederland laten zien dat ze het bondgenootschap serieus nemen, lotsverbondenheid met
andere bondgenoten waarmaken en dus hun defensie-inspanningen verhogen.
Tegelijkertijd is een dialoog met Rusland nodig over Oost-Europa, Syrië, Noordelijk Afrika
en andere gebieden. Deze dialoog, afhankelijk van de Russische opstelling, dient te
zijn gericht op voorkoming en beheersing van wapengeweld en oplossing van dringende
politieke vraagstukken. Gepoogd moet worden door multilateraal overleg een constructieve
opstelling van Rusland te bevorderen. In dit verband is versterking nodig van de
diplomatieke posten van Nederland in de landen die het meest worden geconfronteerd
met de toegenomen dreiging vanuit Rusland. Er moet voorts worden gezocht naar
hervatting en vernieuwing van wapenbeheersingsafspraken die in het verleden zijn
gemaakt maar niet meer worden nageleefd, in het bijzonder tijdige aanmelding van
militaire oefeningen en verplaatsingen van troepen en wapensystemen.
De Nederlandse defensiebijdrage was in 2015 volgens opgave van het Ministerie van
Defensie 1,09% van het BBP en ligt ver onder het NAVO-gemiddelde (2015: 1,43% BBP).
Rekening houdend met het deel van het budget dat niet ten goede komt van de
instandhouding van de krijgsmacht (zoals pensioenen en wachtgelden en Btw-afdrachten),
is zelfs minder dan 0,7% van het BBP beschikbaar en niet de officiële 1,09%. Tijdens deze
kabinetsperiode is de inzetbaarheid van de krijgsmacht verder achteruit gehold. De AIV
betitelt het als zeer ernstig en onverantwoord dat het gevoerde beleid ertoe leidt, dat de
basisgereedheid pas in 2021 weer op orde is. Zowel de Algemene Rekenkamer als de
NAVO heeft forse kritiek op de inzetbaarheid van de krijgsmacht. De NAVO-kritiek spitst
                                                 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>zich vooral toe op de landstrijdkrachten. Een lange weg moet dus worden afgelegd voordat
de Nederlandse krijgsmacht weer in staat is op een verantwoorde wijze invulling te geven
aan de grondwettelijke taken en de in internationaal verband aangegane verplichtingen.
De AIV zal in het nog uit te brengen advies over de noodzakelijke aanpassingen van de
NAVO, nader ingaan op de vereiste maatregelen en de rol die Nederland daarbij kan
spelen. Met betrekking tot de Nederlandse defensie-inspanningen doet de AIV de volgende
aanbevelingen:
1. De verslechterde veiligheidssituatie als gevolg van de Russische dreiging maakt het
   dringend gewenst dat de collectieve bijstandsverplichting van de NAVO en de trans-
   Atlantische band hun effectiviteit blijven behouden. Met het oog hierop dienen de in
   Wales gemaakte afspraken (defensiebudget 2% BBP in 2024) te worden nagekomen.
2. Door de ontwikkeling van de (internationale) veiligheidssituatie is het belang van de
   drie hoofdtaken van de krijgsmacht, in het bijzonder de eerste hoofdtaak – bescherming
   van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied – toegenomen. De krijgsmacht
   zal voor alle drie de hoofdtaken capaciteiten gelijktijdig beschikbaar moeten hebben.
3. Een ‘Deltaplan-krijgsmacht’ moet een meerjarig financieel kader scheppen voor een
   stabiele ontwikkeling van de krijgsmacht. Gelet op de afstand tussen het huidige niveau
   van defensiebestedingen en de NAVO-norm van 2%, en rekening houdend met het
   absorptievermogen van de krijgsmacht, is een fasegewijze groei van het defensiebudget
   noodzakelijk. In de komende (kabinets-)periode van vier jaar zal het budget moeten
   groeien naar het Europees NAVO-gemiddelde. Tijdens de daaropvolgende vier jaar zal
   de 2% norm moeten worden bereikt.
4. De AIV is van oordeel dat bij de gefaseerde groei van het defensiebudget eerst
   en vooral ‘reparatie’ zal moeten plaatsvinden van operationele tekortkomingen bij
   basiscapaciteiten, die altijd nationaal voorhanden moeten blijven. De NATO Defence
   Planning Capability Review 2015/16 heeft deze tekortkomingen in kaart gebracht. Wil
   de krijgsmacht relevant blijven, dan zullen operationele vernieuwing en innovatie, onder
   meer in het informatie- en cyberdomein, een prominente plaats moeten innemen, bij
   iedere stap die de komende jaren wordt gezet, vanaf ‘reparatie’ en herstel van de
   balans tussen gevechts- en ondersteunende capaciteiten tot en met uitbreiding van de
   slagkracht.
5. Prioriteit moet worden gegeven aan het op orde krijgen van de slagkracht van de
   krijgsmacht, vooral door herstel van toereikende escalatiedominantie bij grondgebonden
   optreden en verbetering van de balans tussen gevechts- en ondersteunende
   capaciteiten van de krijgsmacht. Pas daarna kan naar de mening van de AIV uitbreiding
   van het ambitieniveau en dus het vergroten van het voortzettingsvermogen aan de orde
   zijn, rekening houdend met de tekortkomingen in NAVO-verband.
                                               25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                                                                           Bijlage I
Adviesaanvraag 									
Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Voorzitter Adviesraad Internationale Vraagstukken
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
Datum oktober 2016
Betreft Adviesaanvraag aanpassingen NAVO lange termijn
Geachte heer de Hoop Scheffer,
Tijdens de Topbijeenkomsten in Wales en in Warschau hebben de staatshoofden en
regeringsleiders van de NAVO-landen belangrijke stappen gezet om het bondgenootschap
aan te passen aan de veranderde veiligheidsomgeving. Het Readiness Action Plan (RAP) komt
tegemoet aan de zorgen van de bondgenoten die zich het meest bedreigd voelen door Rusland
en toont de vastberadenheid van het bondgenootschap om het verdragsgebied te beschermen.
In de turbulente veiligheidsomgeving is het essentieel dat de NAVO zich de komende jaren blijft
bezinnen op de reikwijdte en de doeltreffendheid van de adaptation measures van het RAP en
de in Warschau goedgekeurde enhanced forward presence in de Baltische staten en Polen.
Na een periode waarin het accent vooral lag op crisisbeheersingsoperaties buiten het
bondgenootschappelijk grondgebied heeft de oorspronkelijke functie van het bondgenootschap,
de collectieve verdediging en afschrikking, duidelijk aan betekenis gewonnen, vooral vanwege
de veranderde opstelling van Rusland. Naast de bevestiging van de deterrence and defence
posture houdt de NAVO nadrukkelijk de blik gericht op dialoog met Rusland, samenwerking
met partners en op wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie. Tot slot blijven naast
de collectieve verdediging ook crisisbeheersing en coöperatieve veiligheid, de andere twee
kerntaken van de NAVO, onverminderd van belang.
Het optreden van Rusland vraagt om een gedegen antwoord, zoals de AIV al terecht kenbaar
maakte in haar advies ‘Instabiliteit rond Europa’ (nr. 94, april 2015). Het gaat niet alleen
om de inname van de Krim en destabiliserend optreden door Rusland in Oost-Oekraïne en in
Syrië. Het gaat ook om toegenomen militaire activiteiten langs de Oost- en Noordflank van het
bondgenootschap, de ingrijpende modernisering van de Russische strijdkrachten, uitbreiding
van de zogenaamde Anti-Access/Area Denial-capaciteiten met een directe bedreiging voor de
Baltische staten en de regio rond de Zwarte Zee, de Russische doctrine met betrekking tot de
inzet van kernwapens en toepassing van zogenoemde hybride of new generation oorlogvoering
waarin het informatiedomein een prominente plaats inneemt.
Daarnaast wordt het bondgenootschap vanuit het Midden-Oosten en vanuit Noordelijk
Afrika bedreigd door terrorisme, onder meer door de aanwezigheid van ISIS, en zien de
Europese NAVO-landen zich geconfronteerd met een prangend migratievraagstuk en met
grensoverschrijdende problematiek ten gevolge van falend statelijk gezag. In algemene zin
staan tot slot de belangen en waarden van het bondgenootschap in toenemende mate onder
druk ten gevolge van mondiale machtsverschuivingen en geopolitieke veranderingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Het bondgenootschap moet zich manifesteren als collectieve verdedigingsorganisatie in een
situatie die in meerdere opzichten wezenlijk anders is dan de Koude Oorlog. Er is nu niet
sprake van één (in zekere zin voorspelbare) tegenstander en de organisatie is, mede ten
gevolge van de uitbreiding met een groot aantal nieuwe leden, ingrijpend veranderd. Nader
moet worden bezien hoe de NAVO zich optimaal te weer kan stellen tegen zowel conventionele
militaire dreigingen, als tegen gemengde, hybride strijdmethoden en geavanceerde cyber
warfare. Vanwege de complexiteit en de veelheid van (samengestelde) dreigingen vergt
hedendaagse crisisbeheersing nauwere samenwerking met veiligheidspartners zoals de EU,
om samen over een breder pallet aan capaciteiten en instrumenten te beschikken. De recente
NAVO-EU verklaring tijdens de Top-bijeenkomst in Warschau geeft hieraan uitdrukking.
Door de verslechterde veiligheidssituatie is er in toenemende mate sprake van extra beslag
op militaire eenheden voor de collectieve verdedigingstaak van de NAVO. In het licht van de
nieuwe veiligheidscontext stelt de NAVO hogere eisen aan gereedheid, snelle inzetbaarheid en
beschikbaarheid van militaire capaciteiten. Nederland is met reden lid van de NAVO en ook van
Nederland wordt een serieuze bijdrage in bondgenootschappelijk verband verwacht. De rollen
en taken die de krijgsmacht moet kunnen vervullen met het oog op verschillende dreigingen
en in verschillende gebieden en fasen van conflict, hebben belangrijke implicaties voor de
samenstelling, toerusting en gereedstelling van de krijgsmacht.
Binnen deze kaders heeft het kabinet behoefte aan een nadere analyse van de aanpassingen
die het Bondgenootschap op lange termijn moet ondergaan en de implicaties hiervan voor
Nederland. Daarbij kan de AIV voortbouwen op de analyse uit het advies ‘Instabiliteit rond
Europa’, maar zouden ook ontwikkelingen sindsdien moeten worden betrokken. Dit betreft
bijvoorbeeld de uitkomsten van de NAVO-Top in Warschau waaronder onderstreping van het
belang van wapenbeheersing en non proliferatie, VN vredesoperaties, de vaststelling en
nadere uitwerking van de EU Global Strategy, het verloop van het militaire conflict in Oost-
Oekraïne en in Syrië, het besluit van het Verenigd Koninkrijk om uit de EU te treden, de (reactie
op de) militaire couppoging in Turkije, alsmede het Nederlandse publieke debat over deze
ontwikkelingen. Tot slot kunnen ook gewijzigde accenten in het Amerikaans buitenland- en
veiligheidsbeleid ten gevolge van het aantreden van een nieuwe president en administration
deel uitmaken van de analyse.
Tegen deze algemene achtergrond luiden de specifieke onderzoeksvragen als volgt:
Hoofdvraag:
Hoe geeft de NAVO in het licht van een diffuus en veranderlijk dreigingsbeeld op lange termijn
duurzaam invulling aan zijn drie hoofdtaken, hoe kan het best worden voortgebouwd op de
resultaten van de Topbijeenkomsten in Wales en Warschau, en welke implicaties hebben de
noodzakelijke aanpassingen van de NAVO voor de Nederlandse veiligheidspolitiek en defensie-
inspanning?
Deelvragen:
1. Hoe beoordeelt de AIV de maatregelen die de NAVO tot dusver heeft genomen in reactie
    op de dreigingen aan de Oost- en Zuidflank van Europa, zowel in termen van versterking
    van de deterrence and defence posture alsmede de benutting van diplomatie en andere
    veiligheidspolitieke instrumenten?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre> 2. Welke vervolgstappen acht de AIV noodzakelijk? We verzoeken de AIV bij de beantwoording
    van deze deelvraag in ieder geval de volgende aandachtsgebieden te betrekken:
    - De gewijzigde Russische opstelling en de nieuwe manier van oorlogvoering. Welke
    eisen stelt dit aan de NAVO? Hoe moet de NAVO zich opstellen bij provocaties en
    conflictsituaties beneden de drempel van artikel 5 van het NAVO-verdrag? Op welke wijze
    kan een inhoudsvolle en constructieve politieke dialoog met Rusland vorm krijgen, zonder
    terug te keren naar business as usual? Welke onderwerpen lenen zich hiervoor en wat zou
    redelijkerwijs moeten kunnen worden bereikt?
    - Projecting Stability. Welke rol moet de NAVO spelen met betrekking tot de Zuidflank en de
    dreiging van terrorisme? Hoe verhoudt de bijdrage aan stabilisatie en crisisbeheersing in
    deze regio zich tot inspanningen in dit kader in andere, verder weg gelegen inzetgebieden
    zoals Afghanistan?
    - Coöperatieve veiligheid. Welke aanbevelingen heeft de AIV voor samenwerking met
    andere internationale organisaties zoals de VN en de EU in het bijzonder? De uitwerking
    van de NAVO-EU verklaring in concrete samenwerkingsmogelijkheden vormt een belangrijk
    aanknopingspunt. De AIV wordt gevraagd zich in dit kader ook te buigen over de
    samenwerkingsrelatie met partnerlanden, met landen die wensen toe te treden en met
    landen in instabiele regio’s. Welke (aanvullende) mogelijkheden biedt het Defence and
    Related Security Capacity Building (DCB) initiatief? Wat is een reëel pad voor de NAVO om
    tot herleving van (de discussie over) conventionele wapenbeheersing in Europa te komen?
    Wat zijn kansen en actuele relevantie voor een nieuw regime ‘à la CSE’? Moet vanuit
    NL perspectief allereerst worden ingezet op modernisering van het Weens Document?
    Ook het recentelijk door Minister Steinmeier gelanceerde initiatief om de conventionele
    wapenbeheersing een nieuwe impuls te geven en de Amerikaanse terughoudende reactie
    daarop spelen hier een rol. Cruciale vraag hierbij: welke soort en mate van militaire
    transparantie zijn nodig om tegemoet te komen aan de zorgen bij vooral de oostelijke NAVO-
    bondgenoten, met name ten aanzien van Rusland?
 3. Hoe kan de NAVO verzekeren dat het in staat blijft alle drie de kerntaken effectief uit
    te voeren? Welke rol is hierbij voor de NAVO-lidstaten en Nederland in het bijzonder
    weggelegd?
Deze adviesaanvraag is opgenomen in het werkprogramma voor 2016. Wij zien uw advies met
belangstelling tegemoet, bij voorkeur in het eerste kwartaal 2017 zodat de aanbevelingen nog
kunnen worden betrokken bij de voorbereidingen op de volgende NAVO-Top.
Hoogachtend,
De Minister van Buitenlandse Zaken			                         De Minister van Defensie
Bert Koenders						J.A. Hennis-Plasschaert
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                                                             Bijlage II
Overzicht gebruikte afkor tingen       					
AIV		        Adviesraad Internationale Vraagstukken
AIVD		       Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
AOW		        Algemene Ouderdomswet
BBP		        Bruto Binnenlands Product
CIA		        Central Intelligence Agency
CVV		        Commissie Vrede en Veiligheid
EDA		        Europees Defensie Agentschap
EFP		        NATO Enhanced Forward Presence
EU           Europese Unie
EVRM         Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
FBI		        Federal Bureau of Investigation
FRONTEX      European Border and Coast Guard Agency (Frontières extérieures)
GPS		        Global Positioning System
IS		         Islamitische Staat
NAVO		       Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NRF		        NATO Response Force
NSA		        National Security Agency
NVP		        Nationaal Veiligheidsprofiel
OVSE		       Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
OVV		        Onderzoeksraad voor Veiligheid
RAP		        Readiness Action Plan
UGM		        Uitkering Gewezen militairen
VJTF		       Very High Readiness Joint Task Force
VN		         Verenigde Naties
VS		         Verenigde Staten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
 2 CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS: recente ontwikkelingen, april 1998
 4 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE VERSCHEIDENHEID, juni 1998
 5 EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
 6 HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP, november 1998
 8 ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
 9 NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE IN DE JAREN NEGENTIG:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, september 1999
12 DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000**
14 ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15 EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16 DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17 DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18 GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21 REGISTRATIE VAN GEMEENSCHAPPEN OP HET GEBIED VAN GODSDIENST OF OVERTUIGING, juni 2001
22 DE WERELDCONFERENTIE TEGEN RACISME EN DE PROBLEMATIEK VAN RECHTSHERSTEL, juni 2001
23 COMMENTAAR OP DE NOTITIE MENSENRECHTEN 2001, september 2001
24 EEN CONVENTIE OF EEN CONVENTIONELE VOORBEREIDING: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 INTEGRATIE VAN GENDERGELIJKHEID: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 NEDERLAND EN DE ORGANISATIE VOOR VEILIGHEID EN SAMENWERKING IN EUROPA IN 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 DE AMERIKAANSE PLANNEN VOOR RAKETVERDEDIGING NADER BEKEKEN: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 PRO-POOR GROWTH IN DE BILATERALE PARTNERLANDEN IN SUB-SAHARA AFRIKA: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 EEN MENSENRECHTENBENADERING VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, april 2003
31 MILITAIRE SAMENWERKING IN EUROPA: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, april 2003
33 DE RAAD VAN EUROPA: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 NEDERLAND EN CRISISBEHEERSING: drie actuele aspecten, maart 2004
35 FALENDE STATEN: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 PREËMPTIEF OPTREDEN, juli 2004**
37 TURKIJE: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 DE VERENIGDE NATIES EN DE RECHTEN VAN DE MENS, september 2004
39 DIENSTENLIBERALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN: leidt openstelling tot achterstelling?,
   september 2004
40 DE PARLEMENTAIRE ASSEMBLEE VAN DE RAAD VAN EUROPA, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 DE INVLOED VAN CULTUUR EN RELIGIE OP ONTWIKKELING: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43 MIGRATIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 NEDERLAND IN DE VERANDERENDE EU, NAVO EN VN, juli 2005
46 ENERGIEK BUITENLANDS BELEID: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling,
   december 2005***
47 HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale aanpak, januari 2006
48 MAATSCHAPPIJ EN KRIJGSMACHT, april 2006
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>49 TERRORISMEBESTRIJDING IN MONDIAAL EN EUROPEES PERSPECTIEF, september 2006
50 PRIVATE SECTOR ONTWIKKELING EN ARMOEDEBESTRIJDING, oktober 2006
51 DE ROL VAN NGO’S EN BEDRIJVEN IN INTERNATIONALE ORGANISATIES, oktober 2006
52 EUROPA EEN PRIORITEIT!, november 2006
53 BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54 DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55 MET HET OOG OP CHINA: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56 INZET VAN DE KRIJGSMACHT: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57 HET VN-VERDRAGSSYSTEEM VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: stapsgewijze versterking in een politiek
   geladen context, juli 2007
58 DE FINANCIËN VAN DE EUROPESE UNIE, december 2007
59 DE INHUUR VAN PRIVATE MILITAIRE BEDRIJVEN: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 NEDERLAND EN DE EUROPESE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, mei 2008
61 DE SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN RUSLAND: een zaak van wederzijds belang, juli 2008
62 KLIMAAT, ENERGIE EN ARMOEDEBESTRIJDING, november 2008
63 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS: principes, praktijk en perspectieven, november 2008
64 CRISISBEHEERSINGSOPERATIES IN FRAGIELE STATEN: de noodzaak van een samenhangende aanpak,
   maart 2009
65 TRANSITIONAL JUSTICE: gerechtigheid en vrede in overgangssituaties, april 2009**
66 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, juli 2009
67 HET NIEUWE STRATEGISCH CONCEPT VAN DE NAVO, januari 2010
68 DE EU EN DE CRISIS: lessen en leringen, januari 2010
69 SAMENHANG IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: reactie op WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’,
   mei 2010
70 NEDERLAND EN DE ‘RESPONSIBILITY TO PROTECT’: de verantwoordelijkheid om mensen te beschermen
   tegen massale wreedheden, juni 2010
71 HET VERMOGEN VAN DE EU TOT VERDERE UITBREIDING, juli 2010
72 PIRATERIJBESTRIJDING OP ZEE: een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden, december 2010
73 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE NEDERLANDSE REGERING: zoeken naar constanten in een
   veranderende omgeving, februari 2011
74 ONTWIKKELINGSAGENDA NA 2015: millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief, april 2011
75 HERVORMINGEN IN DE ARABISCHE REGIO: kansen voor democratie en rechtsstaat?, mei 2011
76 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE EUROPESE UNIE: tussen ambitie en ambivalentie, juli 2011
77 DIGITALE OORLOGVOERING, december 2011**
78 EUROPESE DEFENSIESAMENWERKING: soevereiniteit en handelingsvermogen, januari 2012
79 DE ARABISCHE REGIO, EEN ONZEKERE TOEKOMST, mei 2012
80 ONGELIJKE WERELDEN: armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking,
   september 2012
81 NEDERLAND EN HET EUROPEES PARLEMENT: investeren in nieuwe verhoudingen, november 2012
82 WISSELWERKING TUSSEN ACTOREN IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: naar flexibiliteit en vertrouwen,
   februari 2013
83 TUSSEN WOORD EN DAAD: perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, maart 2013
84 NIEUWE WEGEN VOOR INTERNATIONALE MILIEUSAMENWERKING, maart 2013
85 CRIMINALITEIT, CORRUPTIE EN INSTABILITEIT: een verkennend advies, mei 2013
86 AZIË IN OPMARS: strategische betekenis en gevolgen, december 2013
87 DE RECHTSSTAAT: waarborg voor Europese burgers en fundament van Europese samenwerking, januari 2014
88 NAAR EEN GEDRAGEN EUROPESE SAMENWERKING: werken aan vertrouwen, april 2014
89 NAAR BETERE MONDIALE FINANCIËLE VERBONDENHEID: het belang van een coherent internationaal
   economisch en financieel stelsel, juni 2014
90 DE TOEKOMST VAN DE ARCTISCHE REGIO: samenwerking of confrontatie?, september 2014
91 NEDERLAND EN DE ARABISCHE REGIO: principieel en pragmatisch, november 2014
92 HET INTERNET: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht, november 2014
93 ACS–EU-SAMENWERKING NA 2020: op weg naar een nieuw partnerschap?, maart 2015
94 INSTABILITEIT ROND EUROPA: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, april 2015
95 INTERNATIONALE INVESTERINGSBESLECHTING: van ad hoc arbitrage naar een permanente investeringshof, april 2015
96 INZET VAN SNELLE REACTIEMACHTEN, oktober 2015
97 AUTONOME WAPENSYSTEMEN: de noodzaak van betekenisvolle menselijke controle, oktober 2015**
98 GEDIFFERENTIEERDE INTEGRATIE: verschillende routes in de EU-samenwerking, oktober 2015
99 DAADKRACHT DOOR DE DUTCH DIAMOND: ondernemen in het licht van de nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen,
   januari 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>100 GOED GESCHAKELD? Over de verhouding tussen regio en de EU, januari 2016
101 VEILIGHEID EN STABILITEIT IN NOORDELIJK AFRIKA, mei 2016
102 DE BESCHERMING VAN DE BURGERBEVOLKING IN GEWAPEND CONFLICT: over gebaande paden en
      nieuwe wegen, juli 2016
Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
  1 Briefadvies UITBREIDING EUROPESE UNIE, december 1997
  2 Briefadvies VN-COMITÉ TEGEN FOLTERING, juli 1999
  3 Briefadvies HANDVEST GRONDRECHTEN, november 2000
  4 Briefadvies OVER DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE UNIE, november 2001
  5 Briefadvies NEDERLANDS VOORZITTERSCHAP EU 2004, mei 2003****
  6 Briefadvies RESULTAAT CONVENTIE, augustus 2003
  7 Briefadvies VAN BINNENGRENZEN NAAR BUITENGRENZEN - ook voor een volwaardig Europees asiel- en
    migratiebeleid in 2009, maart 2004
  8 Briefadvies DE ONTWERP-DECLARATIE INZAKE DE RECHTEN VAN INHEEMSE VOLKEN.
    Van impasse naar doorbraak?, september 2004
  9 Briefadvies REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: hoe halen wij de Millennium Doelen, april 2005
10  Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11  Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF,
    interim-advies over het folterverbod, december 2005
12  Briefadvies REACTIE OP DE MENSENRECHTENSTRATEGIE 2007, november 2007
13  Briefadvies EEN OMBUDSMAN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, december 2007
14  Briefadvies KLIMAATVERANDERING EN VEILIGHEID, januari 2009
15  Briefadvies OOSTELIJK PARTNERSCHAP, februari 2009
16  Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: nut en noodzaak van draagvlak, mei 2009
17  Briefadvies KABINETSFORMATIE 2010, juni 2010
18  Briefadvies HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: beschermer van burgerlijke rechten
    en vrijheden, november 2011
19  Briefadvies NAAR EEN VERSTERKT FINANCIEEL-ECONOMISCH BESTUUR IN DE EU, februari 2012
20  Briefadvies NUCLEAIR PROGRAMMA VAN IRAN: naar de-escalatie van een nucleaire crisis, april 2012
21  Briefadvies DE RECEPTORBENADERING: een kwestie van maatvoering, april 2012
22  Briefadvies KABINETSFORMATIE 2012: krijgsmacht in de knel, september 2012
23  Briefadvies NAAR EEN VERSTERKTE SOCIALE DIMENSIE VAN DE EUROPESE UNIE, juni 2013
24  Briefadvies MET KRACHT VOORUIT: reactie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op de beleidsbrief
    ‘Respect en recht voor ieder mens’, september 2013
25  Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: meer dan een definitiekwestie, mei 2014
26  DE EU-GASAFHANKELIJKHEID VAN RUSLAND: hoe een geïntegreerd EU-beleid dit kan verminderen, juni 2014
27  Briefadvies FINANCIERING VAN DE INTERNATIONALE AGENDA VOOR DUURZAME ONTWIKKELING, april 2015
28  Briefadvies DE TOEKOMST VAN SCHENGEN, maart 2016
29  Briefadvies TOEKOMST ODA, november 2016
30  Briefadvies ASSOCIATIEOVEREENKOMST EU-OEKRAÏNE: de noodzaak tot ratificatie, december 2016
*     Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
**    Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
      Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
***   Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie voor
      Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>