<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Adviesraad Internationale Vraagstukken
Voorzitter		      Prof.mr. J.G. (Jaap) de Hoop Scheffer
Vicevoorzitter 		 Prof. dr. ir. J.J.C. (Joris) Voorhoeve
Leden   		Prof.mr. C.P.M. (Tineke) Cleiren
			               Prof.dr. J. (Joyeeta) Gupta
			               Prof.dr. E.M.H. (Ernst) Hirsch Ballin
			               Prof.dr. L.J. (Luuk) van Middelaar
			               Prof.dr. M.E.H. (Mirjam) van Reisen
			               Drs. M. (Monika) Sie Dhian Ho
			               LGen b.d. M.L.M. (Marcel) Urlings
Secretaris 		     Drs. M.E. (Marja) Kwast-van Duursen
			Postbus 20061
                  2500 EB Den Haag
                  telefoon 070 - 348 5108/6060
                  aiv@minbuza.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Leden van de Gecombineerde Commissie Klimaat
Voorzitter         Prof.dr. J.B. (Hans) Opschoor
Leden              Prof.dr. K.C.J.M. (Karin) Arts
                   Prof.dr. J. (Joyeeta) Gupta
                   Prof.dr. C.W.A.M. (Kees) van Paridon
Externe deskundige Drs. L.G.J. (Léon) Wijnands
Secretaris         Drs. M.M. (Marenne) Jansen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Mevrouw S.A.M. Kaag
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
Datum		             17 juli 2019
Betreft		           AIV Briefadvies Internationaal Klimaatbeleid
Zeer geachte minister,
We staan aan de vooravond van de Climate Action Summit op 23 september 2019 in
New York, een initiatief van Secretaris-Generaal van de VN António Guterres. Hij maakt
zich grote zorgen over het nakomen van de afspraken van de Overeenkomst van Parijs en
vreest dat het momentum verglijdt. ‘Climate change is running faster than our efforts to
address it – and political will in many parts of the world is unfortunately slowing down.’1
De kans dat de in Parijs gestelde lange termijndoelen gerealiseerd worden, dreigt
inderdaad kleiner te worden. Het zal een hele opgave worden om de temperatuurstijging
te beperken tot 2 graden en zo mogelijk tot 1,5 graad. Die halve graad lijkt een miniem
verschil, maar de gevolgen zijn enorm. Dat maakt het verschil tussen elke vijf jaar
extreme hittegolven voor 14 of voor 37 procent van de wereldbevolking, oftewel een
verschil van 1,7 miljard mensen.2 De gevolgen van klimaatverandering zijn onder meer
tegenvallende oogsten, onleefbare miljoenensteden, toenemende overstromingen,
voortdurende zoetwatertekorten en wereldwijd groeiende migratie binnen en tussen
landen en continenten. De hardste klappen zullen vallen bij de laagste inkomens.3 Het
World Economic Forum geeft in zijn Global Risks Report 2019 aan dat de gevolgen van
klimaatverandering zeer ernstig kunnen zijn en dat de waarschijnlijkheid dat de gevolgen
zich manifesteren zeer groot is.4 Bij een opwarming van meer dan 2 graden zullen steeds
meer mensen in een steeds minder leefbaar klimaat moeten proberen te overleven.
Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs zo te gaan. Om het tij te keren, zal de
internationale gemeenschap vanaf nu wel in gezamenlijkheid alle zeilen moeten bijzetten.
1   UN Secretary-General (2019, 15 May). Secretary-General’s Address to Fijian Parliament.
2   Mommers, J. (2019). Hoe gaan we dit uitleggen, pp. 68-69. Zie ook Matthews, T. K., Wilby, R. L., & Murphy,
    C. (2017). Communicating the Deadly Consequences of Global Warming for Human Heat Stress.
3   Ibid. Zie ook UNEP (2019, 4 maart). Global Environment Outlook 6: Healthy People, Healthy Planet waarin
    de relatie tussen gezondheid, welzijn en het klimaat wordt gelegd, en de complexe verhouding tussen
    leefomgeving, en sociale en economische vraagstukken wordt aangetoond.
4   World Economic Forum (2019). The Global Risks Report 2019, p. 8. Qua waarschijnlijkheid staan extreme
    weersomstandigheden bovenaan, gevolgd door 2) mislukte adaptatie en mitigatie en 3) natuurrampen.
    Qua impact staan massavernietigingswapens bovenaan, gevolgd door 2) mislukte adaptatie en mitigatie,
    3) extreme weersomstandigheden.
                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Als covoorzitter van het NDC-partnerschap (Nationally Determined Contributions)5 kunt u
daarin dit en komend jaar een bijzondere rol vervullen door landen te ondersteunen bij de
uitvoering van de in Parijs opgestelde klimaatdoelen. Naar het oordeel van de AIV kunnen
maatregelen op het gebied van financiële prikkels, financiering en het ontwikkelen van
standaarden het verschil maken. Tevens meent de AIV, in lijn met de inzet van het kabinet,
dat Nederland er goed aan doet hierbij via en binnen de EU actief samenwerking te zoeken
en leiderschap te tonen in New York. De AIV heeft in dit briefadvies aanbevelingen over
deze onderwerpen uitgewerkt en hoopt u hiermee van dienst te zijn bij de uitvoering van
het internationale klimaatbeleid van Nederland.6
De Overeenkomst van Parijs
De inhoud van de Overeenkomst van Parijs is leidend voor het huidige internationale
klimaatbeleid. Maar liefst 185 verdragspartijen hebben zich gecommitteerd aan mondiale
doelstellingen op het gebied van mitigatie, adaptatie en financiering. Onder mitigatie wordt
verstaan: ‘de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder de
2 graden te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te blijven streven
de stijging te beperken tot 1,5 graad, erkennende dat dit de risico’s en de gevolgen van
klimaatverandering aanzienlijk zou beperken’. Adaptatie is gedefinieerd als ‘het vermogen
te vergroten tot aanpassing aan de nadelige gevolgen van klimaatverandering, en de
veerkracht voor klimaatverandering en broeikasgasarme ontwikkeling te bevorderen’.
Financiering refereert aan ‘het in lijn brengen van geldstromen met een traject naar
broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling en het mobiliseren van ruime
middelen in de rijke landen voor klimaatactie in ontwikkelingslanden’.7 Er is afgesproken
dat landen hun plannen hiervoor in 2020 indienen.
Het IPCC schat in dat de aanvankelijke intenties en acties van de ondertekenaars van
de Overeenkomst van Parijs tekort zullen schieten om de afgesproken klimaatdoelen te
halen.8 Op dit moment is de feitelijke temperatuurstijging al op het niveau van 1 graad ten
opzichte van pre-industriële niveaus. Zonder klimaatbeleid zou er in 2100 ten opzichte van
1990 sprake zijn van een opwarming van ongeveer 5 graden. Met het klimaatbeleid zoals
gedeeltelijk in Parijs uitgewerkt, zal de temperatuurstijging beperkt blijven tot 3 graden.9 Om
onder de 3 graden te blijven, laat staan 2 of 1,5 graad, zullen verdergaande maatregelen
genomen moeten worden. De AIV sluit niet uit dat het noodzakelijk kan zijn om een
ruimere toepassing van kernenergie in beschouwing te nemen, in combinatie met
5   (Nationaal Bepaalde Bijdragen). In de Overeenkomst van Parijs is vastgelegd dat staten hun ambities
    vanaf 2020 elke vijf jaar bekend maken in de vorm van NDCs. Deze NDCs dienen “een zo hoog mogelijk
    ambitieniveau te weerspiegelen, waaruit de gezamenlijke, doch verschillende, verantwoordelijkheden en
    onderscheiden mogelijkheden in het licht van uiteenlopende nationale omstandigheden van landen blijken.”
    Zie artikel 4(3), 4(2) en 4(9) in EUR-Lex (2016, 19 oktober). Vertaling Overeenkomst van Parijs.
6   Het Nederlandse internationale klimaatbeleid is het beleid gericht op niet-Nederlandse klimaatrelevante
    actoren (inclusief UNFCCC en de EU) en op (Nederlandse) maatregelen met een extraterritoriaal klimaat-
    relevant effect. Voor dit briefadvies heeft de commissie ruim 40 personen gesproken afkomstig uit onder
    meer maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, ambassades en departementen.
7   Zie ook EUR-Lex (2016, 19 oktober). Vertaling Overeenkomst van Parijs.
8   Zie bijvoorbeeld het 5e en 6e Assessment Report van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).
9   Climate Action Tracker.
                                                         4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>voorzieningen voor duurzame veiligheid daarvan.
In de Overeenkomst van Parijs wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de positie van
ontwikkelingslanden en de relatie tussen rijke en arme landen. Veel ontwikkelingslanden
beschikken niet over de middelen om de noodzakelijke maatregelen te treffen.
Bovendien zijn ontwikkelingslanden per capita niet de grootste bron van cumulatieve
broeikasgassen.10 Ook is het niet wenselijk als ze eenzelfde schadelijke economische
en industriële ontwikkeling doormaken als rijke landen. Er is daarom afgesproken
dat de ongeveer 40 ontwikkelde landen het voortouw nemen bij het mobiliseren van
klimaatfinanciering. Voor de periode 2020-2025 zal 100 miljard USD per jaar aan
klimaatfinanciering uit publieke en private middelen beschikbaar moeten komen. Voor
2025 zal een nieuwe financieringsdoelstelling worden bepaald die hoger zal moeten liggen
dan de voor 2020 afgesproken 100 miljard USD per jaar.11
Ook Agenda 2030 van de Verenigde Naties en meer specifiek Sustainable Development
Goal 13, beoogt klimaatverandering tegen te gaan. Vooral ontwikkelingslanden worden
geconfronteerd met de grootste negatieve gevolgen van klimaatverandering zoals
tegenvallende oogsten, teruglopende economische productiviteit, verwoestijning,
overstromingen, gezondheidseffecten en migratiestromen. In de preambule van de
Overeenkomst van Parijs wordt terecht gerefereerd aan de mensenrechten. Hoewel
het duidelijk is dat bijvoorbeeld sociaaleconomische rechten – zoals het recht op een
behoorlijke levensstandaard en het recht op gezondheid – snel in het geding komen
bij stijgende temperaturen, wordt het aspect mensenrechten niet nader uitgewerkt
in de hoofdtekst van de Overeenkomst. De AIV is van mening dat de duurzame
ontwikkelingsdoelen – waaronder SDG 13 – en de mensenrechten elkaar kunnen
versterken. Dit is uitgewerkt in AIV-advies nr. 110 ‘Duurzame ontwikkelingsdoelen
en mensenrechten: een noodzakelijk verbond’. In dat advies beveelt de AIV aan om
in rapportages over klimaat systematisch aandacht te schenken aan aspecten van
mensenrechten en aandacht te vragen voor de noodzaak om tot inclusief klimaatbeleid
te komen. In het verlengde van dat advies meent de AIV dat mensenrechten een
vast onderdeel zouden kunnen zijn van toetsingskaders voor het beoordelen van de
opportuniteit en effecten van zowel mitigatie- als adaptatiemaatregelen.12 Dit kan via
participatieve processen die ervoor zorgen dat daarbij voldoende rekening gehouden wordt
met de positie van kwetsbare groepen zoals vrouwen, kinderen, mensen met beperkingen
en inheemse volken.
Van Parijs naar New York en verder
De Climate Action Summit op 23 september 2019 in New York is niet alleen een
gelegenheid om nogmaals de urgentie van het klimaatvraagstuk te onderstrepen, het
is ook een geschikt moment om de mogelijkheden voor een gezamenlijke aanpak te
benadrukken en zo een impuls te geven aan de ontwikkeling van de door landen voor
2020 in te dienen nieuwe klimaatplannen.
10 Zie Ritchie, H. & Roser, M. (2019). CO2 and other Greenhouse Gas Emissions: Per Capita CO2 Emissions.
11 Zie Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (2016, 19 februari). Kamerstuk 31 793 nr. 136
    Internationale Klimaatafspraken.
12 Dit sluit aan bij het werk van de VN-Mensenrechtenraad op dit terrein, zie OHCHR (z.d.). Human Rights
    and Climate Change Overview.
                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Echter bij nogal wat landen ontbreekt een gevoel van urgentie. In toenemende mate ontstaat
discussie over de vraag of landen hun beloftes wel gestand doen. Bovendien is er sprake
van een groeiende weerstand tegen de aanzienlijke kosten van klimaat-mitigatiemaatregelen
en de mogelijke verdeling van deze kosten. De internationale beleidsinspanning hangt af van
de mate waarin landen hun nationale afspraken nakomen. Wil men mondiaal vooruitgang
boeken, dan is het gewenst dat die vooruitgang in zoveel mogelijk landen wordt nagestreefd
en gerealiseerd. Het argument dat Nederland te klein zou zijn om enige impact te hebben op
klimaatverandering is niet steekhoudend. Juist de optelsom van de nationale inspanningen
staat garant voor het noodzakelijke mondiale resultaat.
Vanuit financieel oogpunt is ook duidelijk dat nu ingrijpen verstandig is. Ook al gaan ook
in die situatie de kosten voor de baat uit, dan nog geldt dat de uiteindelijke baten van
tijdig optreden tegen klimaatverandering ruimschoots opwegen tegen de kosten van
niet ingrijpen. De maatschappelijke kosten van een wereldwijde inactieve opstelling ten
opzichte van klimaatverandering zijn geschat door een gezaghebbend rapport op een
verlies van ten minste 5 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp)
per jaar.13 Daarnaast blijkt uit onderzoek van het EU-project Climate Cost, dat niet tijdig
optreden resulteert in grote economische en maatschappelijke gevolgen voor EU-lidstaten.
Het gaat voor Europa om een bbp-verlies van gemiddeld 4 procent per jaar, terwijl het
nemen van mitigatiemaatregelen dit verlies kan reduceren tot 0,5-1 procent.14 Recent
onderzoek bevestigt dit eens te meer.
Aanbevelingen
De AIV constateert dat de schadelijke gevolgen van klimaatverandering meer dan
voldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn en dat ook duidelijk is dat menselijk
gedrag daarbij een belangrijke factor is. Acties van staten en andere actoren om
klimaatverandering binnen de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te houden
zijn zowel noodzakelijk als mogelijk. Snelle en krachtige interventie is daarom gewenst.
Het realiseren van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs is de leidende
ambitie geweest bij de opstelling van onderstaande aanbevelingen die zich in het bijzonder
richten op mitigatie en het coherent maken van hulp, handel en financiering.
1. Het bevorderen van de inzet van financiële prikkels
De derde doelstelling van de Overeenkomst van Parijs refereert aan het in lijn brengen
van geldstromen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige
ontwikkeling en het mobiliseren van ruime middelen in de rijke landen voor klimaatactie in
ontwikkelingslanden. U heeft het mobiliseren van financiering en het mogelijk maken van
de uitvoering van de klimaatactie- en investeringsplannen ook genoemd als speerpunten
van uw co-voorzitterschap van het NDC-partnerschap.15 De AIV onderschrijft het belang
hiervan. De huidige financiering is immers ontoereikend om de gestelde klimaatdoelen
te behalen.16 Hieronder worden drie financiële instrumenten uitgewerkt die naar
de mening van de AIV van belang zijn: CO2 beprijzing, het uitfaseren van investeren
13 Stern, N.H. (2006). Review on the Economics of Climate Change.
14 Watkiss, P. et. al. (2011). The Climate Cost Project. Final report. Volume 1: Europe. The impacts and
    economic costs of climate change in Europe and the costs and benefits of adaptation.
15 Rijksoverheid (2018, 12 december). Nederland Helpt Ontwikkelingslanden met Klimaatplannen.
16 UNEP (2018, 27 november). Emissions Gap Report 2018.
                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>in fossiele brandstoffen, en het ontwikkelen van fiscale prikkels. Omdat dergelijke
financiële hervormingen een goed gecoördineerde internationale actie vereisen, zijn
deze onderwerpen bij uitstek geschikt om op multilateraal niveau te bespreken en te
organiseren.
a) CO2 beprijzing
De AIV acht het van belang dat gestreefd wordt naar een realistische en brede beprijzing
van externaliteiten – de onbedoeld schadelijke effecten van economische activiteit. Om
in internationaal verband een daadwerkelijke energietransitie tot stand te brengen, is
als eerste een effectieve CO2 beprijzing nodig. Via wet- en regelgeving kan een ‘gelijk
speelveld’ gecreëerd worden, zodat onwenselijke afgeleide effecten kunnen worden
voorkomen. Dit zal het draagvlak voor verscherpte regelgeving versterken. De AIV beveelt
aan om dit vanuit de EU te initiëren, en via die weg internationale coalities aan te gaan.
b) Fossiele brandstoffen
Momenteel worden subsidies, exportkredieten en belastinggelden gebruikt voor
internationale handel en investeringen in fossiele brandstoffen. Dit is niet in lijn met de in
Parijs geformuleerde doelen. Daarom beveelt de AIV aan om publieke financiële steun voor
het exploreren van fossiele brandstoffen en de daarmee samenhangende internationale
investeringen in infrastructuur in ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen snel uit te
faseren.17 In plaats daarvan zou publieke financiering voor duurzame ontwikkeling en
onderzoek naar hernieuwbare energie gebruikt moeten worden. Daarnaast wordt hiermee
voorkomen dat in ontwikkelingslanden het reservoir aan mogelijke stranded assets
(financiële activa die voortijdig moeten worden afgeschreven) zal toenemen.
c) Fiscale prikkels
Voor een doeltreffend klimaatbeleid zijn wijzigingen van belastingheffing noodzakelijk.
Prioriteit verdient het krachtig bestrijden van belastingontduiking en het ontmoedigen
van belastingontwijking vooral door de - fossiele brandstof gerelateerde - industrie. De
middelen die daarmee beschikbaar komen, zijn hard nodig om een structurele duurzame
transitie te realiseren. Fiscale prikkels kunnen de circulaire economie, hernieuwbare
energie en werkgelegenheid stimuleren.
2. Nieuwe en aanvullende financiering
Nieuwe en aanvullende financieringsbronnen zijn nodig om andere vormen van internationale
internationale (milieu-)samenwerking te bekostigen waaronder de internationale klimaat-
financiering. In Parijs is toegezegd om in 2020 100 miljard USD beschikbaar te stellen
aan ontwikkelingslanden. De OECD heeft berekend dat er nu 67 miljard USD beschikbaar
is gesteld. Dat is nog niet voldoende. De AIV meent dat Nederland deze toezegging
moet nakomen en duidelijkheid moet verschaffen over de verhoogde bijdrage voor de
financieringsdoelstelling van 2025. Daarna kan Nederland ook in internationaal verband
de noodzaak van nieuwe en aanvullende financiering sterker inbrengen. Langs die weg kan
verdere internationale inzet voor de realisatie van het gestelde doel worden bevorderd.
17 Deze aanbeveling sluit aan op het actieplan Beleidscoherentie, zie Minister voor Buitenlandse Handel
    en Ontwikkelingssamenwerking (2018, 13 juli). Kamerstuk 33 625 nr. 265 over Herziening Actieplan en
    Jaarrapportage Beleidscoherentie voor Ontwikkeling, en is in lijn met beleid van de Wereldbank, zie World
    Bank Group (2018). The World Bank Annual Report 2018, p. 28, zie ook The Guardian (2017,
    12 december). World Bank to End Financial Support for Oil and Gas Extraction en World Bank Group
    (2014, 8 december). Speech by World Bank Group President Jim Yong Kim: Sending a Signal from Paris:
    Transforming the Economy to Achieve Zero Net Emissions.
                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>3. De ontwikkeling van internationaal geldende standaarden
Het vermogen om systematisch de geldstromen te volgen die klimaatadaptatie
ondersteunen, levert een belangrijke bijdrage aan het helpen van samenlevingen om
effectiever om te gaan met de negatieve gevolgen van klimaatverandering. In dit kader is
het dringend gewenst om inzicht te krijgen in de adaptatie- en mitigatie-activiteiten van
financiële instellingen en bedrijven. Zo ontstaat een beter zicht op het effect van financiële
maatregelen om het klimaat te verbeteren.
Al in 2015 hebben de toonaangevende mondiale ontwikkelingsfinancieringsinstellingen
een belangrijke stap gezet in het consequenter volgen van de geldstromen die landen
en mensen helpen omgaan met de gevolgen van klimaatverandering.18 Momenteel zijn
er echter geen eenduidige en bruikbare internationale standaarden voor het definiëren en
meten van duurzaamheid en klimaateffecten op financieel gebied. Daarnaast is
de beschikbaarheid van klimaateffectendata binnen de private sector beperkt.19 Dit
vertraagt de vergroening van het financiële systeem. Binnen de EU en de Wereldbank20
wordt momenteel een taxonomie (classificatiesysteem) ontwikkeld om klimaatimpact
op financieel gebied in kaart te brengen, en in het verlengde ook beleid om financiële
informatie toegankelijk te maken (financieel disclosure beleid). De AIV beveelt aan om
Nederlandse expertise hierop verder te ontwikkelen en internationaal beschikbaar te
stellen voor de ontwikkeling van internationaal geldende standaarden. Naar analogie
van het AIV-advies ‘Duurzame ontwikkelingsdoelen en mensenrechten: een noodzakelijk
verbond’ kan ook op dit terrein een rapportageverplichting worden geïntroduceerd.
4. Leiderschap van de EU in New York en daarna
De AIV deelt de keuze van het kabinet om de Nederlandse klimaatinspanningen zoveel
mogelijk via de EU gestalte te geven. Gezamenlijke Europese afspraken leveren uiteindelijk
het meeste resultaat op. Via de EU kan Nederland invloed uitoefenen op de mondiale
implementatie van de Overeenkomst van Parijs. De EU heeft zelf het nodige werk te
verzetten. Uit de laatste rapportage van de Europese Commissie blijkt namelijk dat de
ingediende voorstellen van de lidstaten gezamenlijk nog onvoldoende ambitieus en weinig
concreet zijn.
Aan de vooravond van de informele Europese Raad in Sibiu op 9 mei 2019 bracht een
kopgroep van landen (Frankrijk, Nederland, Denemarken, België, Luxemburg, Zweden,
Spanje en Portugal) een non-paper uit waarin terecht een oproep voor leiderschap van de
EU in New York werd gedaan. Tijdens de Europese Raad op 20 en 21 juni 2019 bleek dat
een gezamenlijke EU-inzet bij de klimaattop niet haalbaar is. Weliswaar sloot een aantal
landen waaronder Duitsland, zich aan bij het initiatief van de kopgroep, voor een aantal
18 De zes grote multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB’s) en de International Development Finance Club
    (IDFC is een netwerk van nationale, regionale en internationale ontwikkelingsbanken) bereikten in dat
    jaar overeenstemming over een gemeenschappelijke reeks standaarden voor het volgen van financiële
    toezeggingen. European Investment Bank (2015). Development Banks Agree Common Approach to
    Measure Climate Finance.
19 Dit is een van de bevindingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosure (TCFD), zie TCFD
    (2017). Recommendations of the Task Force on Climate-related Financial Disclosures Final Report, en TCFD
    (2018). Task Force on Climate-related Financial Disclosures: Status Report 2018.
20 Hallegatte, S., et al. (2016). Shock Waves: Managing the Impacts of Climate Change on Poverty.
                                                         8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>andere landen waaronder Polen, kwam een committering aan een klimaatneutraal Europa
in 2050 te vroeg.
De AIV meent dat de EU het aan haar stand verplicht is om bij de Climate Action Summit in
september 2019 goed voor de dag te komen en acht het gewenst dat de Europese
staatshoofden en regeringsleiders zelf aanwezig zijn bij de top en zich verbinden aan
het doel om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Nederland zou dit actief kunnen
bepleiten. De AIV ondersteunt het streven van het kabinet om in de Europese Unie tot
aanscherping van een Europees 2030-doel van 55 procent CO2-reductie te komen. De AIV
is tevens van mening dat – ondanks het feit dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit
de EU onafwendbaar lijkt – dit land vanwege zijn vooruitstrevende klimaatbeleid ook na
een mogelijke Brexit aangehaakt zou moeten blijven bij de initiatieven van de kopgroep.
Vanuit de EU kunnen ook bestaande coalities met India, China en Afrikaanse
samenwerkingsverbanden zoals de Afrikaanse Unie (AU) en de African, Caribbean and
Pacific Group of States (ACS) inclusief Polynesië en de eilanden in het Caribisch gebied die
horen bij de LGO (Landen en Gebieden Overzee), naar het oordeel van de AIV verder
worden uitgebouwd. China en India zijn voor de EU als geheel belangrijke partners.
Gezamenlijk stoten zij ruim een derde van alle broeikasgassen uit. Beide landen
ontwikkelen zich tot economische grootmacht met een grote bevolking, ze kampen nu al
met groot watertekort, overstromingen en droogte mede als gevolg van klimaatverandering.
Tevens vormen beide landen belangrijke nieuwe markten voor koolstofvrije mitigatie- en
adaptatietechnologie. Aangezien de VS naar verwachting een geringe rol zullen spelen in
New York, beveelt de AIV aan dat de EU – voortbouwend op het EU-China Partnership on
Climate Change en het India-European Clean Energy and Climate Partnership – het initiatief
neemt om samen met China en India de uitfasering van investeringen in de fossiele sector
als prioritair onderwerp te agenderen voor het verdere internationale klimaatoverleg. Op
het gebied van watermanagement kan Nederland in het bijzonder expertise leveren.
Het Afrikaanse continent en de ACS-landen zijn extra kwetsbaar voor alle negatieve
gevolgen van klimaatverandering. De AIV meent, dat de EU zich in New York zou
moeten committeren aan een extra inspanning ten aanzien van hernieuwbare energie,
duurzame waterwinning, het tegengaan van ontbossing, de aantasting van ecosystemen,
bodemherstel en verduurzaming van het landgebruik in samenwerking met lokale
gemeenschappen en bedrijven. Op die manier wordt vanuit het klimaatbeleid een bijdrage
geleverd aan bredere ontwikkelingsdoelen, met name die inzake gezondheid,
werkgelegenheid en goede werkomstandigheden.
Tot slot
De AIV meent dat bovenstaande aanbevelingen kunnen bijdragen aan een succesvolle
uitkomst van de Climate Action Summit in New York en de toekomstige internationale
klimaatonderhandelingen. De tijd dringt en de internationale gemeenschap dient haar
verantwoordelijkheid te nemen.
Hoogachtend,
Prof.mr. J.G. (Jaap) de Hoop Scheffer
Voorzitter AIV
                                              9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte adviezen*
 1 EUROPA INCLUSIEF, oktober 1997
 2 CONVENTIONELE WAPENBEHEERSING: dringende noodzaak, beperkte mogelijkheden, april 1998
 3 DE DOODSTRAF EN DE RECHTEN VAN DE MENS: recente ontwikkelingen, april 1998
 4 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN CULTURELE VERSCHEIDENHEID, juni 1998
 5 EUROPA INCLUSIEF II, november 1998
 6 HUMANITAIRE HULP: naar een nieuwe begrenzing, november 1998
 7 COMMENTAAR OP DE CRITERIA VOOR STRUCTURELE BILATERALE HULP, november 1998
 8 ASIELINFORMATIE EN DE EUROPESE UNIE, juli 1999
 9 NAAR RUSTIGER VAARWATER: een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie, juli 1999
10 DE ONTWIKKELINGEN IN DE INTERNATIONALE VEILIGHEIDSSITUATIE IN DE JAREN NEGENTIG:
   van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid, september 1999
11 HET FUNCTIONEREN VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, september 1999
12 DE IGC 2000 EN DAARNA: op weg naar een Europese Unie van dertig lidstaten, januari 2000
13 HUMANITAIRE INTERVENTIE, april 2000**
14 ENKELE LESSEN UIT DE FINANCIËLE CRISES VAN 1997 EN 1998, mei 2000
15 EEN EUROPEES HANDVEST VOOR GRONDRECHTEN?, mei 2000
16 DEFENSIE-ONDERZOEK EN PARLEMENTAIRE CONTROLE, december 2000
17 DE WORSTELING VAN AFRIKA: veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling, januari 2001
18 GEWELD TEGEN VROUWEN: enkele rechtsontwikkelingen, februari 2001
19 EEN GELAAGD EUROPA: de verhouding tussen de Europese Unie en subnationale overheden, april 2001
20 EUROPESE MILITAIR-INDUSTRIËLE SAMENWERKING, mei 2001
21 REGISTRATIE VAN GEMEENSCHAPPEN OP HET GEBIED VAN GODSDIENST OF OVERTUIGING, juni 2001
22 DE WERELDCONFERENTIE TEGEN RACISME EN DE PROBLEMATIEK VAN RECHTSHERSTEL, juni 2001
23 COMMENTAAR OP DE NOTITIE MENSENRECHTEN 2001, september 2001
24 EEN CONVENTIE OF EEN CONVENTIONELE VOORBEREIDING: de Europese Unie en de IGC 2004,
   november 2001
25 INTEGRATIE VAN GENDERGELIJKHEID: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit, januari 2002
26 NEDERLAND EN DE ORGANISATIE VOOR VEILIGHEID EN SAMENWERKING IN EUROPA IN 2003:
   rol en richting, mei 2002
27 EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en slagvaardigheid voor
   de Europese Unie, mei 2002
28 DE AMERIKAANSE PLANNEN VOOR RAKETVERDEDIGING NADER BEKEKEN: voors en tegens van
   bouwen aan onkwetsbaarheid, augustus 2002
29 PRO-POOR GROWTH IN DE BILATERALE PARTNERLANDEN IN SUB-SAHARA AFRIKA: een analyse van
   strategieën tegen armoede, januari 2003
30 EEN MENSENRECHTENBENADERING VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, april 2003
31 MILITAIRE SAMENWERKING IN EUROPA: mogelijkheden en beperkingen, april 2003
32 Vervolgadvies EEN BRUG TUSSEN BURGERS EN BRUSSEL: naar meer legitimiteit en
   slagvaardigheid voor de Europese Unie, april 2003
33 DE RAAD VAN EUROPA: minder en (nog) beter, oktober 2003
34 NEDERLAND EN CRISISBEHEERSING: drie actuele aspecten, maart 2004
35 FALENDE STATEN: een wereldwijde verantwoordelijkheid, mei 2004**
36 PREËMPTIEF OPTREDEN, juli 2004**
37 TURKIJE: de weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie, juli 2004
38 DE VERENIGDE NATIES EN DE RECHTEN VAN DE MENS, september 2004
39 DIENSTENLIBERALISERING EN ONTWIKKELINGSLANDEN: leidt openstelling tot achterstelling?, september 2004
40 DE PARLEMENTAIRE ASSEMBLEE VAN DE RAAD VAN EUROPA, februari 2005
41 DE HERVORMINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES: het rapport Annan nader beschouwd, mei 2005
42 DE INVLOED VAN CULTUUR EN RELIGIE OP ONTWIKKELING: stimulans of stagnatie?, juni 2005
43 MIGRATIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: de samenhang tussen twee beleidsterreinen, juni 2005
44 DE NIEUWE OOSTELIJKE BUURLANDEN VAN DE EUROPESE UNIE, juli 2005
45 NEDERLAND IN DE VERANDERENDE EU, NAVO EN VN, juli 2005
46 ENERGIEK BUITENLANDS BELEID: energievoorzieningszekerheid als nieuwe hoofddoelstelling, december 2005***
47 HET NUCLEAIRE NON-PROLIFERATIEREGIME: het belang van een geïntegreerde en multilaterale aanpak, januari 2006
48 MAATSCHAPPIJ EN KRIJGSMACHT, april 2006
49 TERRORISMEBESTRIJDING IN MONDIAAL EN EUROPEES PERSPECTIEF, september 2006
50 PRIVATE SECTOR ONTWIKKELING EN ARMOEDEBESTRIJDING, oktober 2006
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>51  DE ROL VAN NGO’S EN BEDRIJVEN IN INTERNATIONALE ORGANISATIES, oktober 2006
52  EUROPA EEN PRIORITEIT!, november 2006
53  BENELUX, NUT EN NOODZAAK VAN NAUWERE SAMENWERKING, februari 2007
54  DE OESO VAN DE TOEKOMST, maart 2007
55  MET HET OOG OP CHINA: op weg naar een volwassen relatie, april 2007
56  INZET VAN DE KRIJGSMACHT: wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming, mei 2007
57  HET VN-VERDRAGSSYSTEEM VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: stapsgewijze versterking in een
    politiek geladen context, juli 2007
58 DE FINANCIËN VAN DE EUROPESE UNIE, december 2007
59 DE INHUUR VAN PRIVATE MILITAIRE BEDRIJVEN: een kwestie van verantwoordelijkheid, december 2007
60 NEDERLAND EN DE EUROPESE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, mei 2008
61 DE SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN RUSLAND: een zaak van wederzijds belang, juli 2008
62 KLIMAAT, ENERGIE EN ARMOEDEBESTRIJDING, november 2008
63 UNIVERSALITEIT VAN DE RECHTEN VAN DE MENS: principes, praktijk en perspectieven, november 2008
64 CRISISBEHEERSINGSOPERATIES IN FRAGIELE STATEN: de noodzaak van een samenhangende aanpak, maart 2009
65 TRANSITIONAL JUSTICE: gerechtigheid en vrede in overgangssituaties, april 2009**
66 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, juli 2009
67 HET NIEUWE STRATEGISCH CONCEPT VAN DE NAVO, januari 2010
68 DE EU EN DE CRISIS: lessen en leringen, januari 2010
 69 SAMENHANG IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: reactie op WRR-rapport ‘Minder pretentie,
    meer ambitie’, mei 2010
 70 NEDERLAND EN DE ‘RESPONSIBILITY TO PROTECT’: de verantwoordelijkheid om mensen te beschermen
    tegen massale wreedheden, juni 2010
 71 HET VERMOGEN VAN DE EU TOT VERDERE UITBREIDING, juli 2010
 72 PIRATERIJBESTRIJDING OP ZEE: een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden, december 2010
 73 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE NEDERLANDSE REGERING: zoeken naar constanten in een
    veranderende omgeving, februari 2011
 74 ontWIKKELINGSAGENDA NA 2015: millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief, april 2011
 75 Hervormingen in de arabische regio: kansen voor democratie en rechtsstaat?, mei 2011
 76 HET MENSENRECHTENBELEID VAN DE EUROPESE UNIE: tussen ambitie en ambivalentie, juli 2011
 77 Digitale Oorlogvoering, december 2011**
 78 EUROPESE DEFENSIESAMENWERKING: soevereiniteit en handelingsvermogen, januari 2012
 79 De ARABISCHE REGIO, EEN ONZEKERE TOEKOMST, mei 2012
 80 ONGELIJKE WERELDEN: armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking,
    september 2012
 81 NEDERLAND EN HET EUROPEES PARLEMENT: investeren in nieuwe verhoudingen, november 2012
 82 WISSELWERKING TUSSEN ACTOREN IN INTERNATIONALE SAMENWERKING: naar flexibiliteit en
    vertrouwen, februari 2013
 83 TUSSEN WOORD EN DAAD: perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, maart 2013
 84 NIEUWE WEGEN VOOR INTERNATIONALE MILIEUSAMENWERKING, maart 2013
 85 CRIMINALITEIT, CORRUPTIE EN INSTABILITEIT: een verkennend advies, mei 2013
 86 AZIË IN OPMARS: strategische betekenis en gevolgen, december 2013
 87 DE RECHTSSTAAT: waarborg voor Europese burgers en fundament van Europese samenwerking, januari 2014
 88 NAAR EEN GEDRAGEN EUROPESE SAMENWERKING: werken aan vertrouwen, april 2014
 89 NAAR BETERE MONDIALE FINANCIËLE VERBONDENHEID: het belang van een coherent internationaal economisch
    en financieel stelsel, juni 2014
 90 DE TOEKOMST VAN DE ARCTISCHE REGIO: samenwerking of confrontatie?, september 2014
 91 NEDERLAND EN DE ARABISCHE REGIO: principieel en pragmatisch, november 2014
 92 HET INTERNET: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht, november 2014
 93 ACS–EU-SAMENWERKING NA 2020: op weg naar een nieuw partnerschap?, maart 2015
 94 INSTABILITEIT ROND EUROPA: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, april 2015
 95 INTERNATIONALE INVESTERINGSBESLECHTING: van ad hoc arbitrage naar een permanent investeringshof,
    april 2015
 96 INZET VAN SNELLE REACTIEMACHTEN, oktober 2015
 97 AUTONOME WAPENSYSTEMEN: de noodzaak van betekenisvolle menselijke controle, oktober 2015**
 98 GEDIFFERENTIEERDE INTEGRATIE: verschillende routes in de EU-samenwerking, oktober 2015
 99 DAADKRACHT DOOR DE DUTCH DIAMOND: ondernemen in het licht van de nieuwe duurzame
    ontwikkelingsdoelen, januari 2016
100 GOED GESCHAKELD? Over de verhouding tussen regio en de EU, januari 2016
101 VEILIGHEID EN STABILITEIT IN NOORDELIJK AFRIKA, mei 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>102 DE BESCHERMING VAN DE BURGERBEVOLKING IN GEWAPEND CONFLICT: over gebaande paden en
      nieuwe wegen, juli 2016
103 ‘BREXIT MEANS BREXIT’: op weg naar een nieuwe relatie met het VK, maart 2017
104 DE WIL VAN HET VOLK?: erosie van de democratische rechtsstaat in Europa, juni 2017
105 IS DE EUROZONE STORMBESTENDIG?: over verdieping en versterking van de EMU, juli 2017
106 DE TOEKOMST VAN DE NAVO EN DE VEILIGHEID VAN EUROPA, oktober 2017
107 FUNDAMENTELE RECHTEN IN HET KONINKRIJK: EENHEID IN BESCHERMING: theorie en praktijk
      van territoriale beperkingen bij de ratificatie van mensenrechtenverdragen, juli 2018
108 COALITIEVORMING NA DE BREXIT: Allianties voor een Europese Unie die moderniseert en beschermt, juli 2018
109 KERNWAPENS IN EEN NIEUWE GEOPOLITIEKE WERKELIJKHEID: hoog tijd voor nieuwe wapenbeheersingsinitiatieven,
      januari 2019
110 DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELEN EN MENSENRECHTEN: een noodzakelijk verbond, mei 2019
111 CHINA EN DE STRATEGISCHE OPDRACHT VOOR NEDERLAND IN EUROPA, juni 2019
Door de Adviesraad Internationale Vraagstukken uitgebrachte briefadviezen
  1 Briefadvies UITBREIDING EUROPESE UNIE, december 1997
  2 Briefadvies VN-COMITÉ TEGEN FOLTERING, juli 1999
  3 Briefadvies HANDVEST GRONDRECHTEN, november 2000
  4 Briefadvies OVER DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE UNIE, november 2001
  5 Briefadvies NEDERLANDS VOORZITTERSCHAP EU 2004, mei 2003****
  6 Briefadvies RESULTAAT CONVENTIE, augustus 2003
  7 Briefadvies VAN BINNENGRENZEN NAAR BUITENGRENZEN - ook voor een volwaardig Europees asiel- en migratiebeleid
    in 2009, maart 2004
  8 Briefadvies DE ONTWERP-DECLARATIE INZAKE DE RECHTEN VAN INHEEMSE VOLKEN.
    Van impasse naar doorbraak?, september 2004
  9 Briefadvies REACTIE OP HET SACHS-RAPPORT: hoe halen wij de Millennium Doelen, april 2005
10  Briefadvies DE EU EN DE BAND MET DE NEDERLANDSE BURGER, december 2005
11  Briefadvies TERRORISMEBESTRIJDING IN EUROPEES EN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF, interim-advies over het
    folterverbod, december 2005
12  Briefadvies REACTIE OP DE MENSENRECHTENSTRATEGIE 2007, november 2007
13  Briefadvies EEN OMBUDSMAN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, december 2007
14  Briefadvies KLIMAATVERANDERING EN VEILIGHEID, januari 2009
15  Briefadvies OOSTELIJK PARTNERSCHAP, februari 2009
16  Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: nut en noodzaak van draagvlak, mei 2009
17  Briefadvies KABINETSFORMATIE 2010, juni 2010
18  Briefadvies HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS: beschermer van burgerlijke rechten en vrijheden,
    november 2011
19  Briefadvies NAAR EEN VERSTERKT FINANCIEEL-ECONOMISCH BESTUUR IN DE EU, februari 2012
20  Briefadvies NUCLEAIR PROGRAMMA VAN IRAN: naar de-escalatie van een nucleaire crisis, april 2012
21  Briefadvies DE RECEPTORBENADERING: een kwestie van maatvoering, april 2012
22  Briefadvies KABINETSFORMATIE 2012: krijgsmacht in de knel, september 2012
23  Briefadvies NAAR EEN VERSTERKTE SOCIALE DIMENSIE VAN DE EUROPESE UNIE, juni 2013
24  Briefadvies MET KRACHT VOORUIT: reactie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op de beleidsbrief
    ‘Respect en recht voor ieder mens’, september 2013
25  Briefadvies ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: meer dan een definitiekwestie, mei 2014
26  Briefadvies DE EU-GASAFHANKELIJKHEID VAN RUSLAND: hoe een geïntegreerd EU-beleid dit kan verminderen, juni 2014
27  Briefadvies FINANCIERING VAN DE INTERNATIONALE AGENDA VOOR DUURZAME ONTWIKKELING, april 2015
28  Briefadvies DE TOEKOMST VAN SCHENGEN, maart 2016
29  Briefadvies TOEKOMST ODA, november 2016
30  Briefadvies ASSOCIATIEOVEREENKOMST EU-OEKRAÏNE: de noodzaak tot ratificatie, december 2016
31  Briefadvies RUSLAND EN DE NEDERLANDSE DEFENSIE-INSPANNINGEN, maart 2017
32  Briefadvies DE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND IN DE WERELD, mei 2017
*     Alle adviezen zijn ook beschikbaar in het Engels. Sommige adviezen ook in andere talen.
**    Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
      Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV).
***   Gezamenlijk advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Algemene Energieraad (AER).
**** Gezamenlijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviescommissie voor
      Vreemdelingenzaken (ACVZ).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>