<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Veiligheid en rechtsorde
in het Caribisch gebied
Noodzakelijke stappen voor een toekomstbestendig Koninkrijksverband
AIV-advies 116
10 september 2020
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Adviesraad Internationale Vraagstukken
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is het adviescollege voor regering en parlement
op het gebied van buitenlands beleid. De AIV adviseert gevraagd en ongevraagd over internationale
vraagstukken. Het betreft in het bijzonder Europese samenwerking, mensenrechten,
ontwikkelingssamenwerking en veiligheidsbeleid. De adviesraad richt zich op strategische dilemma’s
en op de agendering van nieuwe thema’s met het oog op de langere termijn. De AIV beoogt
met onafhankelijke, zorgvuldig beargumenteerde adviezen actuele internationale ontwikkelingen te
analyseren en te duiden, aanbevelingen te doen voor het Nederlands buitenlands beleid en op deze
manier bij te dragen aan het politieke en maatschappelijke debat over internationale kwesties.
Samenstelling Adviesraad                               Leden Commissie
Internationale Vraagstukken                            Vrede en Veiligheid
Voorzitter                                             Voorzitter
Prof. mr. J.G. (Jaap) de Hoop Scheffer                 Prof. dr. ir. J.J.C. (Joris) Voorhoeve
Vicevoorzitter                                         Vicevoorzitter
Prof. dr. ir. J.J.C. (Joris) Voorhoeve                 LGen b.d. G.J. (Jan) Broeks
Leden                                                  Leden
LGen b.d. G.J. (Jan) Broeks                            Mr. drs. W.J.M. (Willemijn) Aerdts
Prof. mr. C.P.M. (Tineke) Cleiren                      Prof. dr. E. (Edwin) Bakker
Prof. dr. E.M.H. (Ernst) Hirsch Ballin                 Drs. A.J. (Arend Jan) Boekestijn
Prof. dr. L.J. (Luuk) van Middelaar                    Drs. L.F.F. (Lo) Casteleijn
Prof. dr. M.E.H. (Mirjam) van Reisen                   Prof. dr. J. (Jolle) Demmers
Mr. J.N.M. (Koos) Richelle                             Dr. N. (Nienke) de Deugd
Drs. M. (Monika) Sie Dhian Ho                          Jhr. P.C. (Pieter) Feith MA
                                                       Prof. dr. B.A. (Beatrice) de Graaf
Secretaris                                             J. (Jochem) de Groot MA MSc
Drs. M.E. (Marja) Kwast-van Duursen                    LGen b.d. dr. D. (Dirk) Starink
                                                       J.J. (Joris) Teer Double MSc
                                                       Drs. D.H. (Dick) Zandee
                                                       Secretaris
                                                       J.W.K. Glashouwer MA
                                                       Stagiaires
                                                       S. (Sofie) van der Maarel, MA
                                                       N. (Nadia) van de Weem
De AIV heeft het advies Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied (AIV-advies 116)
vastgesteld op 10 september 2020.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                             1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 2</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
      Samenvatting 4                                             Eindnoten            47
      Aanbevelingen 9                                            Bijlagen 56
      Hoofdstuk 1                                            I   Adviesaanvraag 56
                                                             II  Geraadpleegde personen 58
      Rechtsorde van het                                     III Lijst met afkortingen 59
      Koninkrijk onder druk                               11 IV  Artikelen Statuut voor het
                                                                 Koninkrijk der Nederlanden 60
1.1 Inleiding 11                                             V Constitutionele verschillen met
1.2 Grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit 14                 Britse en Franse Caribische eilanden 62
1.3 Mensenrechten en duurzame                                VI Lijst van beelden 64
      ontwikkeling 19                                        VII Lijst van kaders 64
      Hoofdstuk 2
      Regionale
      veiligheidscontext                               25
2.1 Veiligheid van het Koninkrijk in het
      Caribisch gebied 25
2.2 Geopolitieke ontwikkelingen 27
2.3 Onzekere toekomst Venezuela 33
      Hoofdstuk 3
      Institutionele
      belemmeringen?                               36
3.1 Statuut en waarborgfunctie 36
3.2 Samenwerking in Koninkrijksverband 39
3.3 Internationale samenwerking 41
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De relaties binnen het Koninkrijk worden nog teveel gekenmerkt door een verregaande mate van
afstandelijkheid. Gelet op de grote uitdagingen waarvoor de Caribische regio staat, kan geen van de
landen het zich veroorloven op de oude voet door te gaan. Voor Nederland is het urgent geworden
om het blikveld te verbreden naar de andere zijde van de Atlantische Oceaan. De voortdurende crisis
in Venezuela, de sterk toegenomen internationale cocaïnehandel, maar ook recente disruptieve
ontwikkelingen zoals de COVID-19 pandemie, nopen daartoe. De Nederlandse regering heeft de
AIV gevraagd welke veiligheidstrends zich de komende tien jaar zullen ontwikkelen in het Caribisch
gebied en wat de consequenties daarvan zijn voor de buitenlandse betrekkingen en de veiligheid
van het Koninkrijk der Nederlanden en voor de Caribische landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten
in het bijzonder. De verschillende aandachtsgebieden uit de adviesaanvraag impliceren een breed
veiligheidsbegrip. De AIV gebruikt human security als conceptueel kader, waarin menselijke
waardigheid en welbevinden centraal staan. In deze benadering hebben veiligheidsinspanningen
nadrukkelijk ook betrekking op rechtsstatelijkheid en ontwikkeling.
Al langer bekende kwetsbaarheden in de rechtsorde van het Koninkrijk moeten dringend worden
aangepakt: allereerst tekortkomingen bij de terugdringing van ondermijnende (drugs)criminaliteit,
maar ook hiaten op het terrein van de mensenrechten. Nederland heeft naar aanleiding van de
COVID-19 pandemie de Caribische landen voortvarend bijstand verleend en acute financiële steun
geboden, maar zal langdurig betrokken moeten blijven om een neerwaartse spiraal te voorkomen
van sociaaleconomische teruggang, onoplosbare schuldenproblematiek en een uittocht van jonge
werkzoekenden naar Nederland. De tekenen hiervan waren al zichtbaar in de jaren voorafgaand
aan de COVID-19 crisis en zullen zich nog sterker doen gelden indien de landen van het Koninkrijk
in oude patronen terugvallen. De inzet op sterke verbeteringen binnen de bestaande institutionele
kaders heeft naar het oordeel van de AIV de voorkeur boven alternatieven zoals onafhankelijkheid
van de Caribische landen, of samenvoeging van de zes Caribische eilanden tot een provincie van
Nederland.
De Caribische landen zullen moeten overgaan tot structurele hervormingen, om sterker uit de
COVID-19 crisis te komen en uitvoering te kunnen blijven geven aan autonome bevoegdheden. De
beoogde hervormingen dienen gepaard te gaan met de uitwerking van een langetermijnplan voor
de ontwikkeling van het onderwijs, de sociale voorzieningen, de infrastructuur en de diversificatie
en verduurzaming van de economie. Daarvoor bestaan ook goede aanknopingspunten: de
eilanden van het Koninkrijk zijn relatief kansrijk ten opzichte van andere (ei)landen in de regio.
De AIV bepleit voorts een actievere, meer strategische opstelling van het Koninkrijk in de regio.
Veiligheidsinspanningen dienen te worden ingebed in een bredere agenda, waarin mensenrechten,
ontwikkeling en veiligheid onderling zijn verbonden. De tekortkomingen en obstakels in de politiek-
bestuurlijke verhoudingen binnen het Koninkrijk vragen naar het oordeel van de AIV om een radicaal
andere praktijk van veel nauwere samenwerking tussen de vier landen. Een aanpassing van het
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, nog geen tien jaar na de laatste wijziging, is hiervoor
noch noodzakelijk, noch gewenst.
      Grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit
De sterk toegenomen grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit vormt de meest bedreigende
ontwikkeling voor de veiligheid van de bevolkingen, die voor hun welzijn zeer afhankelijk zijn van de
handhaving van de rechtsorde in het Koninkrijk. Latijns-Amerika en het Caribisch gebied behoren
tot de meest criminele en onveilige regio’s ter wereld. De netwerken en transportroutes voor de
cocaïnehandel, de meest lucratieve en gewelddadige criminele activiteit, worden tevens benut voor
de smokkel van wapens, mensen en illegaal gedolven grondstoffen. Ook aan terrorisme gelieerde
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>personen en organisaties profiteren daarvan. Misdaadorganisaties uit Nederland en andere Europese
landen maken misbruik van kwetsbaarheden in de rechtshandhaving in het Caribisch gebied en zijn
de afnemers van steeds grotere hoeveelheden cocaïne afkomstig uit de regio. Vanaf de eilanden en
via Nederland kan toegang worden verkregen tot het internationale (financiële) handelsverkeer en
criminelen met een Nederlands paspoort kunnen gemakkelijk heen en weer reizen tussen landen in
Europa en het Caribisch deel van het Koninkrijk, en vanaf de eilanden naar de bredere regio.
Het Koninkrijk heeft de bestrijding van grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit lange tijd
onvoldoende prioriteit gegeven. Een belangrijke verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij Nederland,
dat zelf is uitgegroeid tot de belangrijkste ‘draaischijf’ in Europa voor de cocaïnehandel en de grootste
exporteur van synthetische drugs ter wereld. Forse verbeteringen zijn nodig om de georganiseerde,
zware en grensoverschrijdende criminaliteit effectief te bestrijden. Vertrouwelijke informatiedeling
tussen de landen en de samenstelling en deling van criminele inlichtingen zijn daarbij essentieel
voor deugdelijke opsporingsonderzoeken. De recherche en veiligheidsdiensten van de eilanden
ontberen hiervoor de capaciteit en uitwisseling van personeel werkzaam in de rechtshandhaving
blijkt om praktische redenen of anderszins vaak niet mogelijk. Nederlandse hulp en expertise zijn
welkom, maar de Caribische landen merken ook op dat de opvolging van in tijd en middelen beperkte
programma’s niet altijd is gewaarborgd.
Het ligt voor de hand om voort te bouwen op succesvolle veiligheidssamenwerking in het Caribisch
gebied zoals de Kustwacht, politie- en recherchesamenwerking en de opleiding en training van
de Curaçaose en de Arubaanse militie. Defensie vervult een belangrijke militaire bijstandstaak ter
ondersteuning van het civiele gezag, ook op het terrein van de rechtshandhaving. De Kustwacht
Caribisch gebied en eenheden van de Koninklijke Marine worden volop ingezet voor maritieme
opsporing, maar er zijn versterkingen nodig om deze taak 24 uur per dag in het omringende
zeegebied en luchtruim te kunnen uitvoeren. Betere inlichtingensamenwerking is ook hier, gezien
de onoverkomelijke schaarste aan middelen, essentieel. De bewaking van lucht- en zeegrenzen op de
eilanden schiet ernstig tekort. De Koninklijke Marechaussee en andere defensieonderdelen kunnen
meer dan nu het geval is een ondersteunende rol vervullen in de rechtshandhaving op land, bij
grensbewaking en door militaire bijstand te leveren.
      Mensenrechten en duurzame ontwikkeling
Kamerleden, juridische deskundigen en vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties
hebben de afgelopen jaren grotere betrokkenheid van de regering gevraagd voor verbetering van de
mensenrechtensituatie op de Caribische eilanden. Het Koninkrijk voldoet wat betreft (toezicht op) de
asielprocedures in een aantal opzichten niet aan internationaal geaccepteerde mensenrechtennormen
en heeft veel te lang geaccepteerd dat met name de omstandigheden bij detentie ver onder de maat
zijn. Ook wordt melding gemaakt van misstanden bij de repatriëring van Venezolanen. Vanwege de
voortdurende crisis in Venezuela is het urgent om snel verbeteringen door te voeren. De Nederlandse
regering is zich hiervan bewust, maar onderstreept dat het primair aan de landen zelf is om een
adequaat niveau van mensenrechtenbescherming te verwezenlijken. Indien dit op problemen stuit,
volgt Nederland bij voorkeur zo lang mogelijk de weg van onderlinge samenwerking en bijstand.
De waarborgfunctie van het Koninkrijk (Art. 43 lid 2 Statuut) wordt door Nederland beschouwd als
laatste redmiddel. Naar het oordeel van de AIV is dat evenwel een te marginale benadering en zou die
waarborgfunctie zich ook moeten uitstrekken tot preventie, het voorkomen van onheil.
Het Caribisch deel van het Koninkrijk is zeer kwetsbaar voor extreem weer als gevolg van
klimaatverandering. De Bovenwindse Eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba liggen op het pad
van tropische seizoenstormen, die vanwege opwarming van de oceanen in de toekomst waarschijnlijk
vaker zullen uitgroeien tot orkanen van destructieve proporties. Sint Maarten heeft zich nog altijd
niet kunnen herstellen van de orkaan Irma in 2017. Alle eilanden van het Koninkrijk kunnen als
gevolg van klimaatverandering te maken krijgen met water- en voedselschaarste, overstromingen
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                    5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>en degradatie van het milieu en de maritieme ecologie. De Caribische landen hebben Nederlandse
ondersteuning nodig bij natuurbescherming, verduurzaming en diversificatie van de economie en
watermanagement. Nederland moet voorts rekening houden met een groter beroep op de krijgsmacht
als first responder.
      Grootmacht-rivaliteit en de voortdurende crisis in Venezuela
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zijn het toneel geworden van grootmacht-rivaliteit.
De Verenigde Staten maken zich zorgen over de groeiende invloed van China en Rusland, die de van
oudsher sterke positie van de Verenigde Staten in de regio ondergraven om hun eigen positie op het
wereldtoneel te versterken. De Verenigde Staten zijn in economisch en militair opzicht duidelijk
dominant, maar zullen meer moeten investeren in regionale samenwerking en ontwikkeling om te
voorkomen dat landen hun heil zoeken bij de andere grootmachten. Rusland wist de afgelopen twee
decennia oude loyaliteiten te revitaliseren en werkt (militair) samen met Cuba, Nicaragua, Venezuela
en Peru. De snelle opmars van China in de regio vormt voor de lange termijn een grotere uitdaging.
Met nieuwe investerings- en handelsovereenkomsten weet China landen in de regio economisch
en politiek aan zich te binden. Van militarisering van de Chinese aanwezigheid is (nog) geen sprake.
Zorgelijk is de levering door Chinese bedrijven van intelligente digitale surveillancetechnologie aan
regeringen die rechtsstatelijke principes niet respecteren. Er is voldoende aanleiding om groeiende
Chinese interesse – ook in de Caribische delen van het Koninkrijk – niet alleen door een economische
bril te bezien. Afhankelijkheid van Beijing kan een grote bedreiging vormen voor de vrijheid en
de veiligheid van burgers in de regio. De landen van het Koninkrijk staan samen sterker indien ze
handelen vanuit een gedeelde visie op de (risico’s van) groeiende Chinese invloed.
De zorgelijke ontwikkelingen in en rond Venezuela zijn van grote invloed op de landen Aruba en
Curaçao. Er is sprake van een groeiende groep illegaal verblijvende Venezolanen, volgens schattingen
tot 15 procent van de bevolking, waarvan een groot deel in een kwetsbare positie verkeert. Op Aruba
is anderzijds een toename zichtbaar van Venezolaanse investeringen in bedrijven en vastgoed, waarbij
de herkomst van het geld onduidelijk is. Als gevolg van de internationale sancties en de economische
ontwikkelingen is de toekomst van raffinage, opslag en overslag van Venezolaanse olie in het
bijzonder op Curaçao ongewis. Dat zet meer druk achter de uitwerking van alternatieve plannen voor
de ontwikkeling van het gebied rond de raffinaderij en de olieterminal. De Benedenwindse Eilanden
zullen zich nadrukkelijker moeten oriënteren op (handels)relaties met andere landen in de regio. Het
Koninkrijk moet rekening houden met een verdere verslechtering van de humanitaire situatie en een
‘implosie’ van de Venezolaanse staat, mogelijk versterkt door de gevolgen van de COVID-19 pandemie.
Nederland dient zich ervan te vergewissen dat buitenlandpolitieke maatregelen, bedoeld om de
druk op het regime van Maduro te verhogen, repercussies kunnen hebben voor de stabiliteit van de
Benedenwindse Eilanden.
      Het Koninkrijk
Hernieuwde betrokkenheid bij de Caribische regio heeft implicaties voor de samenwerking
tussen de Koninkrijkspartners en voor de interdepartementale samenwerking in Den Haag, maar
evenzeer voor de internationale opstelling, zowel wat betreft initiatieven in multilateraal kader
als bilaterale samenwerking met bondgenoten en partnerlanden in de regio. De politieke wil om
meer verantwoordelijkheid te nemen is lange tijd gering geweest, omdat dit van Nederland veel
extra inspanningen vergt en gepaard gaat met risico’s vanwege de gecompliceerde relaties met de
eilandbesturen en gebrek aan steun bij de politieke achterbannen. Postkoloniale gevoeligheden en
beperkende interpretaties van het in 2010 aangepaste Statuut lijken door zowel Nederland als de
landen in het Caribisch gebied te worden aangewend om het gebrek aan politieke wil te maskeren.
Weinig voortvarende besluitvorming in de Rijksministerraad houdt onvoldoende rekening met de
wens van de bevolkingen op de eilanden die schoon genoeg hebben van corruptie en groeiende
ongelijkheid.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Het Statuut en de Rijkswetten bieden naar het oordeel van de AIV voldoende mogelijkheden en
instrumenten voor effectieve veiligheidssamenwerking. Allereerst dient de Rijksministerraad een
Koninkrijksvisie op te stellen inzake de rechtshandhaving die tegemoetkomt aan de behoeften van
alle landen. Die visie zou gericht moeten zijn op de versterking van de gehele veiligheidsketen, op
basis van gemeenschappelijke toepassing van de relevante Rijkswetten op het terrein van Justitie en
Veiligheid. Prioriteit moet worden gegeven aan informatiegestuurd optreden en de oprichting van
een in alle landen werkzaam multidisciplinair interventieteam tegen ondermijnende criminaliteit. De
AIV adviseert voorts om een proeve te laten opstellen voor een Rijkswet die voorziet in waarborgende
regels op het terrein van rechtshandhaving en mensenrechten. Ook in internationaal kader kunnen
samenwerkingsverbanden beter worden benut. Dat betreft bijvoorbeeld de door de Verenigde Staten
geleide Joint Inter-Agency Task Force South, Europese samenwerking in het kader van het European
Intervention Initiative en het Maritime Analysis and Operations Centre – Narcotics, het verdrag van
San José voor drugsbestrijding in het Caribisch gebied en afspraken met de landen van de Caribbean
Community.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                               7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 8</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
      Aanbeveling 1
De landen van het Koninkrijk moeten gezamenlijk veel beter de mogelijkheden benutten
die het Statuut biedt om de daarin vastgelegde verantwoordelijkheden op het terrein van
veiligheid en rechtsstatelijkheid juist ook preventief tot uitvoering te brengen. Dit vereist veel
nauwere samenwerking tussen de landen, vanuit een gedeeld belang bij een toekomstbestendig
Koninkrijksverband.
      Aanbeveling 2
De vitaliteit en weerbaarheid van het Koninkrijk hangen in sterke mate samen met een onderling
verweven gemeenschap van burgers, bedrijven en maatschappelijk middenveld. Een Koninkrijks-
brede civil society ontstaat niet spontaan: de volksvertegenwoordigers en de regeringen van de landen
van het Koninkrijk dienen onderlinge contacten te intensiveren, vaker gezamenlijk naar buiten te
treden en initiatieven uit de samenleving aan te moedigen en te steunen.
      Aanbeveling 3
Koninkrijksrelaties dienen een hogere prioriteit te krijgen in het kabinetsbeleid, zowel op het
ministerieel niveau als door intensivering van de interdepartementale coördinatie in de (onder-)
Raad voor Koninkrijksrelaties. De internationale (veiligheids-)ontwikkelingen nopen tot een actieve
en betrokken opstelling van Nederland, dat zich medeverantwoordelijk moet opstellen voor de
uitwerking van een sociaaleconomisch langetermijnplan voor alle Caribische landen.
      Aanbeveling 4
Van het Koninkrijk mag worden verwacht dat het een grotere bijdrage levert aan de bevordering van
rechtsstatelijkheid en duurzame, inclusieve ontwikkeling in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
Naast eigen inspanningen van de Caribische delen van het Koninkrijk op deze terreinen impliceert
dit Nederlandse steun voor ambitieus, samenhangend regiobeleid in EU-kader. Nederland en de
Caribische landen van het Koninkrijk doen er goed aan om te bezien of versterking van de relaties
met de EU nieuwe kansen kan bieden.
      Aanbeveling 5
De gehele veiligheidsketen in de Caribische landen moet structureel worden versterkt. Dit
betreft de capaciteiten voor recherche en criminele inlichtingen, een op alle eilanden werkzaam
multidisciplinair interventieteam tegen ondermijnende criminaliteit, maar ook de verdere opbouw
van de Arubaanse en de Curaçaose militie. Wat betreft de Kustwacht en marine-inzet moet prioriteit
worden gegeven aan continue beeldopbouw, inlichtingensamenwerking en informatie-gestuurd
optreden. De Koninklijke Marechaussee en andere defensieonderdelen kunnen een grotere
ondersteunende rol vervullen in de rechtshandhaving op land, bij grensbewaking en levering van
militaire bijstand. Uitbreiding van de Defensie-aanwezigheid is onontkoombaar.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>      Aanbeveling 6
Nauwe (militaire) veiligheidssamenwerking met de belangrijkste bondgenoot in de regio, de
Verenigde Staten, is en blijft essentieel. Dit behelst de bestendiging van bijdragen aan de Amerikaanse
drugsbestrijdingsorganisatie Joint Inter-Agency Task Force South, waaraan ook Frankrijk, het Verenigd
Koninkrijk en landen uit de regio deelnemen. Daarnaast zijn er kansen voor nauwere Europese
samenwerking in de Caribische werkgroep van het European Intervention Initiative en in het Maritime
Analysis and Operations Centre – Narcotics.
      Aanbeveling 7
Als belangrijke initiatiefnemer zou het Koninkrijk de landen die het verdrag van San José voor
drugsbestrijding in het Caribisch gebied (Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van
sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch
gebied) hebben getekend maar nog niet geratificeerd – waaronder het Verenigd Koninkrijk – daartoe
moeten aansporen. Voorts moet worden bezien hoe de landen van de Caribbean Community kunnen
worden overgehaald om toe te treden tot dit verdrag, zodat een betere geografische spreiding
ontstaat. Het Koninkrijk kan ook op specifieke terreinen zoals informatiedeling de samenwerking
met deze groep landen intensiveren, naar het voorbeeld van de overeenkomst voor crisiscoördinatie
en rampenbestrijding.
      Aanbeveling 8
Nederland dient de Caribische landen meer hulp te bieden bij het behoud van voor de Caribische
eilandeconomieën essentiële maritieme ecologie, de vergroting van de weerbaarheid tegen lokale
effecten van klimaatverandering en de transitie naar een duurzame, meer gediversifieerde economie.
De Nederlandse krijgsmacht moet rekening houden met het vaker en grootschaliger ondersteunen
van noodhulpoperaties in het Caribisch gebied als gevolg van extreem weer, ook buiten het reguliere
orkaanseizoen.
      Aanbeveling 9
De internationale (veiligheids-)ontwikkelingen nopen ertoe dat de Rijksministerraad in de
beleidsvorming een grotere rol speelt. Een belangrijke voorwaarde vormt de inrichting van een
voor het gehele Koninkrijk werkzaam beleidssecretariaat bij de Rijksministerraad. Zo kan de
Rijksministerraad het voortouw nemen voor een Koninkrijksvisie op de rechtshandhaving, waartoe
de waarborging van de rechtsstaat noopt. Daarvoor kunnen uit het Justitieel Vierlandenoverleg, maar
ook uit overleggen op andere beleidsterreinen, bouwstenen worden aangereikt.
      Aanbeveling 10
De Rijksministerraad is de aangewezen instantie om hiaten en schendingen op het terrein van
rechtshandhaving en mensenrechten te herstellen als de landen hiervoor zelf en in onderlinge
samenwerking onvoldoende maatregelen treffen. De AIV adviseert om een proeve te laten
opstellen voor een Rijkswet die voorziet in waarborgende regels voor transparantie van bestuur
en overheidsfinanciën en in de oprichting van een instituut ter bevordering van mensenrechten
voor het gehele Koninkrijk, overeenkomstig de wereldwijd aanvaarde Paris Principles. Ook kunnen
de landen de bevoegdheid laten vastleggen van de minister van Justitie en Veiligheid om vanwege
de Koninkrijksregering op de genoemde terreinen een aanwijzing te geven, indien internationaal
geaccepteerde normen niet worden gehandhaafd.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1
Rechtsorde van het
Koninkrijk onder druk
      1.1 Inleiding
      Adviesaanvraag
De regering heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) gevraagd (zie bijlage I) in welke
richting het dreigingsbeeld in het Caribisch gebied zich de komende tien jaar zal ontwikkelen en wat
de consequenties daarvan zijn voor de buitenlandse betrekkingen en de veiligheid van het Koninkrijk
in het algemeen en de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het bijzonder.1 Daarbij
vestigt de regering de aandacht op geopolitiek, regionale politiek, grensoverschrijdende (drugs)
criminaliteit en klimaatverandering. De regering vraagt de AIV hoe het Koninkrijk zou moeten
anticiperen op daarmee verbonden risico’s en bedreigingen, mede met het oog op de mogelijkheden
die internationale samenwerking biedt. De veiligheidscontext is in het Caribisch gebied wezenlijk
anders dan voor het Europese deel van het Koninkrijk en per eiland zijn er bovendien aanzienlijke
verschillen. Bonaire staat bijvoorbeeld vanwege de ligging voor de kust van Venezuela aan
vergelijkbare risico’s bloot als de landen Aruba en Curaçao, maar wordt sinds de aanpassing van
het Statuut in 2010 net als Sint Eustatius en Saba gerekend tot Caribisch Nederland. Door de
bovenwindse ligging is Sint Maarten, dat bestaat uit een land van het Koninkrijk en een overzees
gebied van Frankrijk, net als de kleinere eilanden Sint Eustatius en Saba kwetsbaarder voor de
gevolgen van orkaanpassages dan de Benedenwindse Eilanden (zie figuur 1).
Het Statuut specificeert dat het Koninkrijk de verantwoordelijkheid draagt voor de buitenlandse
betrekkingen en de bescherming van het grondgebied van het Caribisch deel van het Koninkrijk,
dat buiten het toepassingsgebied van de oprichtingsverdragen van de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO) valt en waarvoor de wetgeving van de Europese Unie (EU) slechts
beperkt toepasselijk is. Op dit onderwerp zijn de bepalingen van de Grondwet voor het Koninkrijk
der Nederlanden van toepassing. De Nederlandse regering vervult een dominante rol bij de
uitvoering van de hieruit voortvloeiende taken in Koninkrijksverband. Nederland zal zich echter altijd
rekenschap moeten geven van de effecten van (wijzigingen in) het buitenlands- en defensiebeleid
voor de Caribische delen van het Koninkrijk, op basis van intensief overleg met de autonome landen.
Tegelijk dienen de Caribische (ei)landen zich bewust te zijn van de gevolgen van hun handelen voor
de buitenlandse betrekkingen en defensie van het Koninkrijk, waarvoor Nederland internationaal ter
verantwoording wordt geroepen. Zaken waarover de autonome landen volgens de bepalingen van het
Statuut zelfstandig beslissen, kunnen een internationale dimensie krijgen als daaraan veiligheids-
of mensenrechtenimplicaties kleven.
In de brede veiligheidsanalyse waar de regering om heeft gevraagd, zal aandacht moeten worden
geschonken aan terreinen zoals rechtshandhaving en ecologische veiligheid, die volgens de
bepalingen van het Statuut niet zijn aangemerkt als Koninkrijksaangelegenheid. De Caribische
Koninkrijksdelen liggen vanwege toegenomen handelsverkeer, toerisme en digitalisering ‘dichterbij’
Nederland dan aan het begin van deze eeuw. Grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit, maar ook
klimaatverandering betreft per definitie problemen die geen van de landen zelfstandig kan
aanpakken. Op het terrein van Justitie en Veiligheid zijn in samenhang met de wijziging van het
Statuut in 2010 vier (consensus) rijkswetten en daarmee samenhangende rijksregelingen van kracht,
waarin de samenwerking en bestuurlijke inrichting zijn vastgelegd.2 De vraag dringt zich tien jaar
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>na dato op of de samenwerking in dit kader toereikend is in het licht van het zich ontwikkelende
dreigingsbeeld.
Figuur 1: Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn landen binnen het Koninkrijk.
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden) zijn openbare lichamen.
                                                Dominicaanse
                                                  Republiek
                                                                                              Saba
                                                                   Bonaire
                                                             Curaçao
                                                        Aruba
                     Colombia                                               Venezuela
                                                          Sint                         Sint
               Aruba                Curaçao             Maarten        Bonaire      Eustatius       Saba
            110.800 Inw           160.012 Inw          40.535 Inw     19.179 Inw    3.250 Inw     2.010 Inw
              180 Km2               444 Km2              34 Km2        288 Km2        21 Km2       13 Km2
             Oranjestad            Willemstad          Philipsburg    Kralendijk   Oranjestad    The Bottom
      Veiligheid, mensenrechten en ontwikkeling
De AIV beveelt aan om human security te gebruiken als conceptueel kader voor de uitwerking van
een samenhangende visie op veiligheid in het Caribisch gebied.3 Human security stelt de waarborging
van rechten en belangen van burgers centraal en legt zich toe op terugdringing van onderliggende
oorzaken van machtsmisbruik, uitbuiting en geweld. Nederland draagt vanuit deze optiek in
Koninkrijksverband allereerst de verantwoordelijkheid om met de Statuutpartners het eigen huis op
orde te brengen en te houden wat betreft de waarborging van mensenrechten, deugdelijk bestuur en
rechtshandhaving. In het verlengde hiervan is het welslagen van veiligheidsinspanningen in de regio
van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied mede afhankelijk van een bredere buitenlandpolitieke
agenda voor inclusieve duurzame ontwikkeling, waarin mensenrechten, economische ontwikkeling
en veiligheid onderling zijn verbonden. Een dergelijke agenda kan alleen effectief gestalte krijgen
in samenwerking met landen en organisaties in de regio, met bondgenoten en met multilaterale
instellingen.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                      12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Het is onzeker of fundamentele beginselen van rechtsstatelijkheid en democratie overal in de regio
voet aan de grond houden. Waar statelijke instituties zwak zijn en slechte sociaaleconomische
omstandigheden heersen, nemen criminele organisaties kernfuncties van de staat over. Zwakkere
landen zoeken voor hun ontwikkeling steun bij de grootmachten, die in onderlinge rivaliteit verkeren
en hun strategische belangen voorop plaatsen. Anders dan in de periode van de Koude Oorlog,
toen sprake was van een ideologische strijd tussen communisme en kapitalisme, lijken sommige
landen in de regio nu ontvankelijk voor een staatsgeleide variant van het kapitalisme, dat zoals
China de afgelopen decennia heeft laten zien, kan floreren zonder liberaal-democratische waarden
te incorporeren. De aantrekkingskracht die hiervan uitgaat – zeker op autoritaire regeringen – kan
weerklank vinden bij delen van de bevolking die er niet op vertrouwen dat door rechtsstatelijke
democratieën uitgedragen principes uiteindelijk zullen bijdragen tot duurzame economische groei.
Ook in de Verenigde Staten en Europa zelf, traditioneel de belangrijkste pleitbezorgers van vrijhandel
en op mensenrechten gebaseerde democratische instituties, staat dit vertrouwen onder druk.
      Gevolgen COVID-19
De landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied houden rekening met een forse
sociaaleconomische teruggang, verslechtering van de mensenrechtensituatie en sociale en politieke
instabiliteit. De Caribische landen van het Koninkrijk zijn abrupt getroffen door het wegvallen van de
belangrijkste inkomstenbron, het toerisme. De armoede en het beroep op voedselbanken namen snel
toe. De eenzijdige economieën en daarmee wankele basis voor de overheidsfinanciën wreken zich, nu
blijkt dat de eilanden voor hulp en leningen alleen kunnen aankloppen bij Nederland. De klap komt
volgens een recent economisch onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer extra hard aan vanwege
‘decennialang gebrek aan noodzakelijk onderhoud aan de economie en overheidsfinanciën’, hetgeen
nu noopt tot hervormingen en stringent begrotingsbeleid.4 De Nederlandse regering heeft voldaan
aan eerste hulpverzoeken en is bereid om ruimhartig leningen te verstrekken die kunnen oplopen
tot een miljard euro, maar stelt structurele hervormingen op het gebied van financiën en bestuur
als voorwaarde. De Caribische landen erkennen de noodzaak hiervan, maar hekelen het gedicteerde
tempo en zoeken alternatieven voor de door Nederland voorgestelde ‘Caribische hervormingsentiteit’,
die een inbreuk zou vormen op hun autonomie.5 De Nederlandse regering lijkt tot dusver niet bereid
om concessies te doen, mogelijk mede ter voorkoming van een herhaling van zetten. Het risico is dat
vooral kwetsbare burgers de dupe worden.6
Nederland zal zich moeten herbezinnen op het vooral op vrijhandel geënte beleid ten aanzien
van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. De weerstand tegen grote vrijhandelsverdragen
is de afgelopen jaren sterk toegenomen.7 De hulpprogramma’s van de Europese Unie voor
ontwikkelingslanden in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen) en de
regelingen voor overzeese delen van de lidstaten waaronder in het Caribisch gebied, bevatten
belangrijke aanknopingspunten voor duurzame ontwikkeling van de regio. Momenteel worden
nieuwe meerjarige associatieafspraken voorbereid, die mede als gevolg van de Brexit van invloed
zullen zijn op de verdere vormgeving van de relaties.8 Het leiderschap van de Verenigde Staten in de
regio is minder vanzelfsprekend geworden. De huidige Amerikaanse regering stelde in 2019 voor
om het budget voor buitenlandse hulp met meer dan 30 procent te verminderen.9 China lijkt nog
duidelijker dan voorheen gezag te willen verwerven als een verantwoordelijke grootmacht, waar
hulpbehoevende landen kunnen aankloppen. De situatie van de bevolking in Venezuela, dat zich al
in een precaire situatie bevond, is in meerdere opzichten uitzichtloos te noemen. De landen van het
Koninkrijk zijn in deze sterk veranderlijke internationale context nog meer dan voorheen op elkaar
aangewezen.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>      Opbouw advies
      Hoofdstuk 1 vestigt allereerst de aandacht op kwetsbaarheden in het Koninkrijk die dringend
      moeten worden aangepakt, zoals tekortschietende bestrijding van ondermijnende (drugs)
      criminaliteit, maar ook hiaten op het terrein van mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
      Hoofdstuk 2 geeft nader duiding aan de regionale context en aan de rivaliteit tussen de
      Verenigde Staten, China en Rusland en de voortdurende crisis in Venezuela. In hoofdstuk 3
      staat de vraag centraal in hoeverre institutionele belemmeringen een actievere opstelling van
      het Koninkrijk in de weg staan. De AIV is van mening dat veel meer mogelijk is binnen de
      bestaande institutionele kaders en doet verschillende suggesties voor intensievere
      samenwerking, zowel in Koninkrijksverband als internationaal.
      1.2 Grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit
      Een gezamenlijk probleem
De grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit heeft in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied
veel verschijningsvormen. Geweld komt voort uit strijd tussen gewapende bendes en drugkartels,
fungeert als verdienmodel (losgeld voor kidnapping, mensensmokkel), maar geschiedt tevens in de
sfeer van omkoping en intimidatie van gezagsdragers, waarmee corruptie in stand wordt gehouden.
Het grootse probleem vormt de distributie en handel in cocaïne vanwege de enorme financiële
opbrengsten en het wijdvertakte karakter van de criminele netwerken. Het Caribisch gebied wordt
door Zuid-Amerikaanse drugskartels al decennia gebruikt als doorvoergebied naar afzetmarkten in de
Verenigde Staten en Europa. De combinatie van de geografische ligging, de statelijke ‘versnippering’,
relatief zwakke overheidsbesturen en endemische corruptie, maken het Caribisch gebied aantrekkelijk
voor transport, tijdelijke opslag en doorvoer van drugs en voor andere illegale activiteiten zoals de
handel in wapens en illegaal gedolven grondstoffen en mensensmokkel. Naast commerciële en private
vluchten worden luxejachten, go-fasts en kleine vissersboten gebruikt als vervoermiddel voor illicit
flows door de regio (zie figuur 2).
Criminele organisaties zijn in de loop der jaren inventiever geworden om een continue toevoer
van cocaïne te kunnen garanderen, ook rechtstreeks naar Europa en Nederland. Werknemers van
vlieghavens met toegang tot beveiligde terreinen zijn betrokken bij smokkel van grotere hoeveelheden
drugs, soms verstopt op plekken die de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen.10 Met speciaal
gefabriceerde onderwatervaartuigen die eerder alleen in de regio zelf werden aangetroffen, wordt
nu ook de Atlantische oversteek gewaagd.11 In de havens van Antwerpen en Rotterdam worden
regelmatig zeecontainers onderschept uit landen zoals Colombia, Suriname, Brazilië, Ecuador en de
Dominicaanse Republiek, die grote hoeveelheden drugs blijken te bevatten. In 2019 is in beide havens
gezamenlijk 100.000 kilo cocaïne onderschept, 50 procent meer dan het jaar ervoor.12 De toename
is het gevolg van betere opsporingsmethoden, maar volgens onderzoek moet nog altijd rekening
worden gehouden met lage onderscheppingspercentages.13 De pakkans is in Rotterdam –
met 0,5 procent gecontroleerde containers op het totaal – in ieder geval nog altijd erg klein.
De betrokkenheid van corrupte haven- en douanemedewerkers is een groeiend probleem.14
Tegen deze achtergrond is het niet verbazingwekkend dat onderzoekers de alarmbel hebben
geluid over de ondermijnende gevolgen van drugsgerelateerde georganiseerde criminaliteit die
een miljardenindustrie is geworden.15 De cocaïnehandel vormt vanwege de criminele afrekeningen
en liquidaties op straat de meest zichtbare aantasting van de rechtsstaat, waarbij ook onschuldige
slachtoffers vallen. De Nederlandse regering zet in op een veelomvattende aanpak om corruptie en
het omvangrijke witwassen van crimineel geld in Nederland te bestrijden.16 Daarbij zijn inmiddels
belangrijke successen geboekt.17 De problematiek laat zich in het Caribisch gebied en Latijns-
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Figuur 2 - Drugsroutes Caribisch gebied
                  Verenigde Staten                              Atlantische Oceaan
                                                       BS
           Golf van Mexico
                                                   CU
                                                                                     Sint
                                                                                   Maarten
                                                                HT      DO
                                                       JM                     PR
      Mexico              BZ
                     GT
                             HN                                      Aruba
                        SV                                            Curaçao
                                  NI
                                              Caribische Zee                   Bonaire
                                                                                             TT
    Grote Oceaan
                                       CR                                                 Port
                                                                                        of Spain
                                               PA
                                                                              Venezuela
                                                                                                      SR   GF
                                                            Colombia                             GY
                                                  Ecuador
                                                                                           Brazilië
                                                       Peru
BS       De Bahamas                    PA        Panama                JM     Jamaica
GT       Guatemala                     GY        Guyana                DO     Dominicaanse Republiek
GZ       Belize                        SR        Suriname              PR     Puerto Rico
SV       El Salvador                   GF        Frans Guyana          HT     Haiti
NI       Nicaragua                     CU        Cuba                  TT     Trinidad en Tobago
CR       Costa Rica
                                                                                               Bron: The Economist
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Amerika echter veel lastiger bestrijden. Venezuela vormt daar de grootste bedreiging direct aan
de grens van het Koninkrijk. Het land heeft de positie in de regio als belangrijkste vrijhaven voor
gewelddadige narco-organisaties overgenomen van Colombia. Hoewel de situatie in Colombia sinds
het vredesakkoord met de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) in 2016 rustiger
is geworden, zijn vooral in perifere gebieden nog altijd gewapende groepen in conflict met elkaar
en met de strijdkrachten en politie.18 Mede vanwege de destabiliserende gevolgen van de situatie
in Venezuela, blijft de uitkomst van het vredesproces onzeker. Met een overwegend repressieve
benadering wordt de voedingsbodem voor de drugscriminaliteit in ieder geval niet weggenomen.19
De eilanden van het Koninkrijk zijn aantrekkelijk voor criminelen uit de regio waaronder Suriname,
maar ook voor misdaadbendes uit Nederland en andere Europese landen. Hoewel het geen
bronlanden betreft en het ook niet de belangrijkste steunpunten zijn, vormen Aruba en Curaçao,
op enkele tientallen kilometers voor de kust van Venezuela, tussenstations voor uit Zuid-Amerika
afkomstige cocaïne op weg naar andere (ei)landen in de regio. In het oostelijke deel van het Caribisch
gebied vormt Sint Maarten eveneens een tussenstation voor transporten naar Puerto Rico, de
Amerikaanse Maagdeneilanden en Europa.20 Het toezicht is ontoereikend wat betreft investeringen
in projectontwikkeling en vastgoed, de handel via free trade zones en gokactiviteiten.21 De banken in
de Caribische landen vervullen een brugfunctie voor omvangrijke financiële stromen tussen Europa
en Noord- en Zuid-Amerika, waarvan een deel van illegale oorsprong. Door strengere internationale
regels rond compliance en maatregelen tegen witwassen en de financiering van terrorisme, gaan
sommige internationale banken ertoe over om hun banden met Caribische banken te verbreken.
Het Parket van de Procureur-Generaal van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba acht de bedreigingen van de internationale georganiseerde misdaad onverminderd groot, zo
niet groter dan ooit. De landen zijn onvoldoende hiertegen opgewassen, waardoor het Caribisch deel
van het Koninkrijk ook zelf een broeinest vormt van zware criminaliteit.22 Integriteitsschendingen
en corruptie worden, blijkens de gesprekken die de Commissie Onderzoek Curaçao in 2011 voerde
met bewoners op Curaçao, mede beschouwd als onderdeel van een historisch gewortelde cultuur van
patronage en zorg voor de familie. Vriendjespolitiek en belangenverstrengeling liggen op de loer in de
relatief kleine gemeenschappen, waar de politiek per definitie dichtbij de burger staat. De commissie
stelde destijds vast dat deze cultuur gevolgen heeft voor de noodzakelijke checks and balances die
wezenlijk zijn voor een goed functionerende democratie.23 Uit een recent opinieonderzoek van
de Centrale Bank van Aruba blijkt dat driekwart van de respondenten corruptie nog altijd een
wijdverbreid probleem vindt en dat de politiek tot de meest corrupte van alle instituties moet worden
gerekend.24
      Tekortkomingen in de rechtshandhaving
Het is geen nieuws dat de instanties voor de rechtshandhaving in het Caribisch gebied voor een
buitengewoon lastige opgave staan. De kleine schaal van de eilandgemeenschappen zorgt ervoor
dat organisaties in de justitiële keten kampen met een tekort aan mensen en middelen waardoor
ze minder goed kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Mede om capaciteitstekorten te
ondervangen, levert Nederland functionarissen voor de rechterlijke macht, het openbaar ministerie
en de politie, die tijdelijk op de eilanden worden geplaatst. Bij een noodzaak tot ‘opschaling’ zijn
de grenzen van het handelingsvermogen niettemin snel bereikt. Met de invoering van digitale
informatiesystemen is een belangrijk begin gemaakt,25 maar er zijn nog flinke stappen te zetten. De
sociaaleconomische situatie is niet bevorderlijk voor de terugdringing van lokale criminaliteit, er
is sprake van relatief hoge armoede en werkloosheid.26 In de bestrijding van de drugsproblematiek
(waaronder lokaal gebruik) wordt onvoldoende geïnvesteerd in het preventieve deel van het beleid.27
De Nederlandse regering heeft vanaf 2015 geïnvesteerd in de veiligheidssamenwerking en de
rechtshandhaving in het Caribisch deel van het Koninkrijk. De inspanningen richtten zich
aanvankelijk vooral op Sint Maarten, dat kampte met de ‘aanzienlijke en duurzame problematiek’
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>van georganiseerde (drugs)criminaliteit.28 Mede op verzoek van de Kamer werd de aanpak verbreed
naar Curaçao met een onderzoek naar (illegale) geldstromen tussen de onder- en bovenwereld op
Curaçao en Sint Maarten. Het Team Bestrijding Ondermijning (TBO) maakt vanaf 2016 deel uit
van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), een al langer bestaand samenwerkingsverband van
de landen in het Koninkrijk voor de aanpak van georganiseerde, zware en grensoverschrijdende
criminaliteit. Voor het TBO wordt tussen 2016 en 2021 in totaal 70 miljoen euro uitgetrokken voor
capaciteitsversterking van het Openbaar Ministerie, het Gemeenschappelijke Hof van Justitie en
het RST. Andere prioriteiten zijn opsporingsonderzoeken binnen de autonome bevoegdheden van
de landen Sint Maarten en Curaçao en binnen het gezagsgebied van de procureur-generaal van
Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Met een gewijzigd Protocol
voor gespecialiseerde recherchesamenwerking legden de vier landen van het Koninkrijk op 23
januari 2019 nieuwe afspraken vast met een heldere verdeling van verantwoordelijkheden over het
opsporingsbeleid (ministers van Justitie van de vier landen), het gezag (procureur-generaal van Aruba
en procureur-generaal van Curaçao, van Sint Maarten, en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en het
beheer (minister Justitie en Veiligheid Nederland, Korpschef Nederlandse politie).29
In de praktijk verlopen de informatiedeling, de inlichtingensamenwerking voor opsporing en
vervolging en de uitwisseling van personeel tussen de (ei)landen nog altijd moeizaam. Zonder
vertrouwelijke informatiedeling en de uitwisseling van criminele inlichtingen is een deugdelijk
opsporingsonderzoek niet mogelijk, waarbij de integriteit van het systeem een gezamenlijke
verantwoordelijkheid is én ‘conditio sine qua non’. Voor een effectieve werking van de justitiële
(strafrechts-) keten is eigenlijk een criminele inlichtingeneenheid nodig. De landrecherches en de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de landen in het Caribisch gebied zijn goed op de hoogte
van lokale ontwikkelingen, maar van nature niet geneigd tot samenwerking met de diensten van de
andere landen en te klein om zelfstandig een verbeterslag te maken. Op Aruba, het enige land dat
geen partij is in de Rijkswet OM en de Rijkswet politie en waar het TBO niet mag werken, moet voor
elke inzet met Nederlandse betrokkenheid apart toestemming worden gevraagd bij de minister van
Justitie. Indien snelheid is geboden, kunnen kansen op effectieve samenwerking verloren gaan.
De Raad voor de Rechtshandhaving heeft in het inspectieonderzoek naar de uitvoering van
de opsporingstaak door de Kustwacht in Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
toegelicht waarom de inzet van de Kustwacht voor de rechtshandhaving niet optimaal verloopt.30
Volgens de Raad zijn de vastgestelde knelpunten niet het gevolg van de wettelijke opzet of de
organisatiestructuur, maar veeleer van de gebrekkige wijze waarop de landen samenwerken en
daaraan verder invulling geven. Er zou sprake zijn van een ‘vicieuze cirkel: verhoudingen staan in
de weg dat eensluidend en concreet wordt geformuleerd wat van de Kustwacht wordt verwacht,
en de onduidelijkheid over wat van de Kustwacht wordt verwacht is een voedingsbodem voor het
voortduren van gespannen verhoudingen’.31 De Raad plaatst kritische noten bij de samenwerking
op het gebied van gezamenlijke beeldopbouw, informatiedeling en bij de integraliteit van de
criminaliteitsbestrijding. Verbeteringen rond de Bovenwindse Eilanden zijn volgens de Raad verder
te behalen door een betere verdeling van beschikbaar materieel (vliegtuigcapaciteit) en real time
informatievergaring (mogelijkheid van een walradarsysteem).
Uit de gesprekken met geraadpleegde deskundigen blijkt dat de militaire aanwezigheid en
de Kustwacht Caribisch gebied op de eilanden brede steun genieten. Naast de maritieme
opsporingstaken kan een ondersteunende rol bij rechtshandhaving op land, steun bij grensbewaking
(KMAR) en militaire bijstand op verzoek van de landsregeringen worden geleverd. Op sommige
eilanden wordt hiervan spaarzaam gebruik gemaakt. Er bestaat behoefte aan 24/7 informatiegestuurd
optreden op zee en in de lucht, waarvoor verbetering van de situational awareness/situational
understanding en toereikende operationele capaciteiten belangrijke voorwaarden vormen. Dit vergt
personele beschikbaarheid, structurele opleidingen, verbeterde werkwijzen en tijdige versterking
van de walradarketen en de interceptiemiddelen. Hieraan wordt in het ‘Kustwacht Jaarplan’
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>(2020) de nodige aandacht besteed, zij het dat het huidige budget ontoereikend is.32 De opbouw
en professionalisering gedurende de afgelopen tien jaar van de Curaçaose en de Arubaanse militie
vorderen gestaag. De milities kunnen een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van bijstandstaken
waaronder beteugeling van sociale onrust en hulp bij de rechtshandhaving. Ze genereren steun
voor gezamenlijk optreden met Defensie en vervullen een rol bij de integratie van de Antilliaanse
bevolkingen in het Koninkrijk.
      Het ontbreken van samenhangend regiobeleid
Gezien de aard en omvang van de bedreigingen voor het Koninkrijk in het Caribisch gebied, ligt
het eigenlijk voor de hand dat in de Nederlandse veiligheidsstrategieën wordt ingezet op een
gecoördineerde beleidsaanpak. Daarvan is echter momenteel geen sprake. De regering onderstreept
in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS)33 weliswaar het belang van
samenhangend, preventief beleid, maar in de uitwerking ten aanzien van het Caribisch gebied ligt de
klemtoon toch meer op het buiten de deur houden van ongecontroleerde migratie en onveiligheid.
In de Nationale Veiligheid Strategie 201934 wordt het Caribisch gebied eigenlijk nauwelijks genoemd,
terwijl de veiligheid van Nederland in belangrijke mate is verknoopt met de ontwikkelingen in
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Nederland heeft de afgelopen jaren stappen gezet om
intern en extern veiligheidsbeleid beter te verbinden, mede op basis van geïntegreerde risico- en
scenarioanalyses.35 Ten aanzien van het Caribisch deel van het Koninkrijk beperkt deze aanpak zich
vooralsnog tot de drie kleinere eilanden (‘Caribisch Nederland’).
     Het belang van samenhangend
     regiobeleid en actievere Nederlandse
     en Europese betrokkenheid tekent
     zich steeds duidelijker af, nu
     grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit
     de veiligheid en rechtsorde van het
     Koninkrijk in ernstige mate dreigt te
     verzwakken
Vanaf 2010 herdefinieerde Nederland zijn rol in de regio36 tegen de achtergrond van kritisch debat
over de traditionele grondslagen van ontwikkelingssamenwerking, en van overheidsbezuinigingen
op ontwikkelingsbeleid en het postennet naar aanleiding van een financieel-economische crisis. In
het beleid ten aanzien van Latijns-Amerika kwam het accent te liggen op diplomatie en duurzame
handels- en investeringsrelaties, in plaats van ontwikkelingssamenwerking en bilaterale inzet
voor mensenrechtenbevordering. Het regiobeleid diende verder in EU-verband gestalte te krijgen.
Onder de noemer ‘veiligheid en rechtsorde’ werden in het beleid voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) nog altijd programma’s opgesteld, maar dan toegespitst op
de focusregio’s, waarvan Latijns-Amerika geen deel meer zou uitmaken. Nederland vertrouwde
voor de aanpak van grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit vooral op internationale verdragen
en initiatieven, en op de reeds genoemde inspanningen op het terrein van de rechtshandhaving.
De bestrijding van de cocaïnehandel beperkte zich veelal tot de bijdragen van de krijgsmacht voor
grensbewaking en rechtshandhaving op zee.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                               18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>In de zich ontwikkelende veiligheidscontext is het hard nodig om rechtsstatelijkheid en ontwikkeling
te bevorderen om op zijn minst een achteruitgang op deze terreinen te helpen voorkomen. Het
belang van samenhangend regiobeleid en actievere Nederlandse en Europese betrokkenheid tekent
zich steeds duidelijker af, nu grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit de veiligheid en rechtsorde
van het Koninkrijk in ernstige mate dreigt te verzwakken en het steeds duidelijker wordt dat de visie
op duurzame ontwikkeling van de regio bijstelling behoeft. Zonder samenhangend regiobeleid zal
louter repressieve bestrijding van grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit in Latijns-Amerika en het
Caribisch gebied al snel verworden tot ‘dweilen met de kraan open’.
      1.3 Mensenrechten en duurzame ontwikkeling
      Venezolaanse vluchtelingen en detentieomstandigheden
Terwijl een groter wordend deel van de Venezolaanse bevolking hulp nodig heeft en de uittocht
naar omringende landen blijft toenemen, is van werkelijke verlichting van de slechte humanitaire
situatie in Venezuela geen sprake. Hieraan liggen politieke tegenstellingen ten grondslag, zowel
binnenlands als tussen rivaliserende grootmachten. De Verenigde Staten troffen in 2019 tevergeefs
voorbereidingen voor een hulpoperatie met de inrichting van een ‘humanitaire hub’ op Curaçao, maar
het regime en zijn bondgenoten wantrouwden de regering-Trump, die daarvoor ook aanleiding had
gegeven. De EU stelde meer dan 90 miljoen euro beschikbaar voor programma’s van de Verenigde
Naties (VN), Non-Gouvernementele Organisaties (NGO’s) en het internationale Rode Kruis.37 De VN
kunnen echter slechts een bescheiden rol spelen in het land zelf, omdat het regime de hulpverlening
in eigen hand wil houden en de VN-Veiligheidsraad verdeeld is over de oorzaken en de ernst van de
situatie in Venezuela.
Venezolanen gaan relatief makkelijk op in de bevolkingen van de nabijgelegen eilanden, maar zonder
verblijfsvergunning is het niet mogelijk om werk te vinden in de formele sector. Problematisch is de
situatie van de ‘trago-meisjes’, Venezolaanse vrouwen die belanden in de prostitutie. Het ministerie
van Justitie van Curaçao plaatst aangehouden Venezolanen zonder verblijfsvergunning in detentie,
maar de toestroom blijft groot. Venezolaanse vrouwen lopen bij gebrek aan bescherming grote risico’s,
bijvoorbeeld wanneer zij onbedoeld zwanger raken.38 Venezolaanse (jonge) mannen zijn makkelijk
te ronselen voor criminele activiteiten. De situatie lijkt momenteel redelijk onder controle, maar
kan snel verslechteren afhankelijk van de ontwikkelingen in Venezuela en van het vermogen van de
omringende landen om migrantenstromen op te vangen.
De voortdurende crisis in Venezuela legt kwetsbaarheden bloot in de mensenrechtensituatie binnen
het Koninkrijk. De AIV beklemtoonde in het advies ‘Fundamentele rechten in het Koninkrijk:
eenheid in bescherming’ (nr. 107, juni 2018)39 het belang van gelijkstelling van de internationale
mensenrechtennormen binnen het Koninkrijk en de uitvoering en handhaving van deze normen
door elk van de vier landen. De opvang en bescherming van Venezolaanse vluchtelingen en de
detentieomstandigheden op de eilanden van het Koninkrijk vergen in dit kader nader aandacht.
Hoewel exacte aantallen niet bekend zijn, schatte de United Nations High Commissioner for Refugees
(UNHCR) in december 2019 dat 17.000 Venezolanen zijn uitgeweken naar Aruba en 16.500 naar
Curaçao. Dat betreft ongeveer 15,5 procent van de bevolking van Aruba en 11 procent van de bevolking
van Curaçao.40 Een groot deel kan aanspraak maken op de internationale vluchtelingenstatus. Op
Curaçao worden Venezolaanse ‘ongedocumenteerden’ echter behandeld als economische migranten.41
Ook de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beschouwt hen in algemene zin
niet als vluchtelingen.42 Venezolaanse migranten laat zich in veel gevallen liever niet registreren
als vluchteling, uit vrees voor repercussies voor achtergebleven familie en bij terugkeer naar het
thuisland, of uit hoop op een snellere toegang tot werk, opleiding en sociale voorzieningen.43
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>      De uittocht van Venezolanen vormt wereldwijd één van de grootste migratiecrises.
      Van de in totaal 5,1 miljoen vluchtelingen en migranten verblijven 4,3 miljoen in omringende
      landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, waarvan het grootste deel is opgevangen
      door Colombia (1,8 miljoen). Daarna volgen Peru (861.000), Chili (455.500), Ecuador (363.000)
      en Brazilië (253.500). Landen in Midden-Amerika en het Caribisch gebied nemen ook een
      groot aantal Venezolanen op. In het Caribisch gebied betreft het Dominicaanse Republiek
      (34.000), Trinidad en Tobago (24.000), Aruba (17.000) en Curaçao (16.500). Vanwege de slechte
      humanitaire situatie in Venezuela, wordt het grootste deel van de mensen die het land
      verlaat, door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR beschouwd als vluchteling. Sinds 2014
      is het percentage van Venezolanen die een vluchtelingenstatus aanvragen, toegenomen met
      8.000 procent. De afwezigheid van deugdelijke opvangmogelijkheden, asielprocedures en
      nationale asielwetgeving vormen in veel landen waaronder het Caribisch deel van het
      Koninkrijk een probleem. Veel asielprocedures voldoen niet aan de eis om – volgens het
      internationaal recht verplichte – bescherming aan vluchtelingen te bieden.
      Bron: UNHCR factsheet Venezuela situation 25 mei 2020, Regional Refugee and Migrant
      Response Plan for Refugees and Migrants from Venezuela 2019.
Tot 2017 werd op Curaçao de registratie van asielzoekers uitgevoerd door de UNHCR. Daarna
konden vluchtelingen alleen een beroep doen op bescherming krachtens art. 3 van het Europees
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), dat
stelt dat ‘niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende
behandelingen of bestraffingen’, ook niet door mensen te deporteren naar een land waar zij hiervan
het slachtoffer worden.44 Het EVRM geldt voor alle delen van het Koninkrijk. Ten aanzien van het
Vluchtelingenverdrag ligt dit gecompliceerder. Curaçao en Sint Maarten zijn geen partij bij het
Vluchtelingenverdrag. De UNHCR is hierdoor niet gemandateerd om supervisie uit te oefenen op
deze eilanden.45 Dit terwijl de normen en internationale verplichtingen van het Koninkrijk wat
betreft de fundamentele mensenrechten voor alle landen dienen te gelden.46
In juni 2018 stelde het ministerie van Justitie van Curaçao een nieuwe procedure in: om in
aanmerking te komen voor asiel, moet bij aankomst op het eiland direct een verzoek op bescherming
onder Artikel 3 worden ingediend.47 De indiener wordt in hechtenis gehouden tot de aanvraag in
behandeling is genomen door het Korps Politie Curaçao. De UNHCR moet daarbij op de hoogte
worden gesteld, om te onderzoeken of een persoon een vluchtelingenstatus heeft. In maart
2019, bijna een jaar na de invoering, had de UNHCR nog geen doorverwijzingen ontvangen.48
Mensenrechtenorganisaties uitten stevige kritiek op de gang van zaken. Human Rights Watch
stelde vast dat de overheid van Curaçao het EVRM schendt. De non-refoulementbepaling in dit
verdrag verbiedt volgens de organisatie uitzettingen van Venezolanen. Door niet in te grijpen, is het
Koninkrijk volgens Human Rights Watch medeverantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen
op Curaçao.49 Amnesty International constateerde op Curaçao mensenrechtenschendingen bij de
detentie van asielzoekers en bij de uitzetting van personen die niet in aanmerking komen voor asiel.
Door de tekortschietende asielprocedure, zouden irreguliere migranten zich niet goed beschermd
weten tegen exploitatie, geweld en discriminatie.50
In oktober 2018 en in januari 2019 vroeg de regering van Curaçao assistentie van Nederland. In
februari 2019 ging Nederland akkoord met steun bij het opknappen van de detentiecentra, waarvoor
132.000 euro beschikbaar werd gesteld. Op het terrein van de vreemdelingenbewaring kwam 2
miljoen euro beschikbaar en in totaal maakte Nederland in 2019 een bedrag van 23,8 miljoen euro
beschikbaar, evenredig verdeeld tussen Curaçao en Aruba, waarvan 7,2 miljoen euro was bestemd
voor optimalisering van de vreemdelingenketen.51 Amnesty International waarschuwde op 18
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>december 2019 echter opnieuw dat de toegang tot de (vernieuwde) procedure niet is gewaarborgd en
dat uitzettingen met enige regelmaat plaatsvinden.52 Tijdens een bijeenkomst die dag in de Tweede
Kamer,53 brachten verschillende deskundigen naar voren dat het Koninkrijk in een aantal opzichten
nog altijd niet voldoet aan internationaal geaccepteerde mensenrechtennormen bij (het toezicht op)
asielprocedures en vreemdelingenbewaring.
Ook de Nederlandse regering maakt zich ondanks de genomen stappen nog steeds zorgen over de
vreemdelingenbewaring op Curaçao.54 Een omvangrijkere migratie naar de Benedenwindse Eilanden
als gevolg van een verslechtering van de situatie in Venezuela zou snel tot forse problemen kunnen
leiden. De Nederlandse regering is zich hiervan bewust, maar onderstreept consequent dat het
primair aan de Caribische landen zelf is om een adequaat niveau van mensenrechtenbescherming
te verwezenlijken. Bij voortdurende problemen volgt Nederland bij voorkeur zo lang mogelijk de
weg van onderlinge samenwerking en bijstand. Ingrijpen door het Koninkrijk op grond van de
waarborgbepaling in het Statuut (Art. 43 lid 2 Statuut, zie bijlage IV) wordt aangemerkt als een laatste
redmiddel, waarvan de regering liever geen gebruik maakt,55 hoewel het voor de hand ligt om onder
waarborgen ook preventie te begrijpen.
      Duurzame ontwikkeling: klimaat en ecologie
De verstrekkende gevolgen van klimaatverandering vormen (op termijn) een grote bedreiging voor het
welzijn van burgers van het Koninkrijk. Niet alleen als aanjager van bestaande onveiligheid, maar ook
als op zichzelf staande oorzaak van menselijk leed. Het Caribisch deel van het Koninkrijk is hiervoor
veel kwetsbaarder dan het Europese deel van het Koninkrijk. De regio behoort volgens recente
studies naar klimaatveiligheid zelfs tot de meest kwetsbare ter wereld.56 De Nederlandse krijgsmacht
is hiervan reeds doordrongen, naar aanleiding van ervaringen op en rond de Bovenwindse Eilanden.
Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba liggen op het pad van tropische seizoenstormen, die vanwege
opwarming van de oceanen in de toekomst naar verwachting vaker zullen uitgroeien tot orkanen
van destructieve proporties. Zeespiegelstijging kan het risico op overstromingen verder vergroten,
waardoor strand en zeeweringen verdwijnen en zeewater doordringt in de grondwaterlagen aan de
kust. Een verouderde staat van waterdistributienetwerken, wegen en elektriciteitsnetten verhoogt
de kwetsbaarheid.57 Bij rampen en crises als gevolg van extreem weer treedt Defensie in het Caribisch
deel van het Koninkrijk vaak op als first responder. Klimaatverandering stelt hogere eisen aan de
Defensieorganisatie zelf, maar ook aan interdepartementale, civiel-militaire en multinationale
samenwerking.58
Sint Maarten heeft zich nog altijd niet kunnen herstellen van de orkaan van de hoogste categorie
‘Irma’ (september 2017). Naast de direct te betreuren slachtoffers was de schade aan huizen,
infrastructuur en communicatienetwerken enorm. Water- en voedseltekorten veroorzaakten sociale
onrust en leidden tot geweld en plunderingen. Defensie zette 1.000 militairen in voor humanitarian
assistance and disaster relief en bijstand aan het civiele gezag. De wederopbouw kwam echter traag op
gang. Nederland, dat wilde voorkomen dat hulpgelden in de verkeerde handen zouden vallen, besloot
550 miljoen euro beschikbaar te stellen waarvan maximaal 470 miljoen euro dient te worden besteed
via een trustfonds van de Wereldbank. Sint Maarten ontbeerde echter de kennis en capaciteit om
op hoog tempo projectvoorstellen te doen die voldoen aan alle eisen. Volgens de Rekenkamer Sint
Maarten was eind 2019 nog maar 5,8 procent van het totaal beschikbaar gestelde bedrag uitgekeerd.59
Het gebrek aan vooruitgang resulteerde in een politieke crisis op het eiland, zorgt voor spanningen in
de relatie met Nederland en roept de vraag op of het eiland tijdig zal zijn voorbereid op een volgende
zware orkaanpassage.
Klimaatverandering heeft naast de directe impact van extreem weer ook andere gevolgen voor
de regio, die (op termijn) evenzeer de stabiliteit en veiligheid van de Caribische delen van het
Koninkrijk bedreigen. Dit betreft secundaire effecten zoals schaarste, geleidelijke verslechtering van
de leefbaarheid, en toenemende druk op overheidsstructuren als gevolg van armoede, sociale onrust,
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>stijging van de criminaliteit en ongecontroleerde migratie. De economieën van de (ei)landen in de
regio zijn veelal afhankelijk van sectoren die gevoelig zijn voor klimaateffecten. Aruba, Bonaire en
Curaçao hebben door hun ligging meer kans op een nog warmer klimaat en toenemende droogte.
Naar verwachting vinden halverwege deze eeuw vaker periodes van droogte plaats, waardoor de
voedsel- en waterzekerheid worden bedreigd.60 Hierdoor zal de competitie over ruimte en natuurlijke
hulpbronnen toenemen. De impact op voedselzekerheid betreft niet alleen de binnenlandse
voedselconsumptie, maar ook de op export gerichte landbouw en visserij.61 Bij een gebrek aan
economische alternatieven zullen teruglopende opbrengsten resulteren in hogere werkloosheid,
armoede en criminaliteit. Deze schrikken investeerders en toerisme af, waardoor een neerwaartse
spiraal kan ontstaan.62
Koraalriffen zijn van cruciaal belang voor de Caribische eilanden. Zij trekken toerisme aan, dragen op
een aantal plaatsen bij aan de kustveiligheid en er wordt hoogwaardig voedsel gevangen. Belangrijke
oorzaken van het verdwijnen van de koralen zijn: overmatige aanvoer van voedingsstoffen vanaf
land (eutrofiëring), erosie, overbevissing, verkeerde vormen van kustontwikkeling, vervuiling,
introductie van gebiedsvreemde soorten én opwarming van de zeeën en oceanen als gevolg van
klimaatverandering.63 Koraalverbleking en kolonie-dood van zeedieren heeft een negatieve invloed
op het toerisme dat goed is voor een groot deel van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in veel
Caribische landen. In 20 tot 30 jaar kan massale koraalverbleking in het oostelijk Caribisch gebied
twee keer per jaar plaatsvinden. Dit leidt ook tot vermindering van commerciële visserij, een andere
economische inkomstenbron. Alle eilanden hebben nationale parken en NGO’s die voor het beheer
zorgdragen. Deze parken hebben zich samen verenigd in de Dutch Caribbean Nature Alliance. De
maritieme parken spelen een cruciale rol bij de bescherming van het koraal. Bescherming van de
koraalriffen zou een vast element moeten zijn van natuurbeschermingsbeleid op de eilanden, als
onderdeel van een bredere aanpak voor verduurzaming van de economieën, waarvoor al plannen zijn
uitgewerkt.64
     Bescherming van de koraalriffen
     zou een vast element moeten zijn van
     natuurbeschermingsbeleid op de
     eilanden, als onderdeel van een bredere
     aanpak voor verduurzaming van de
     economieën
Over klimaatverandering in het Caribisch gebied wordt veelal gesproken in het verband van Small
Island Developing States (SIDS)65, waaraan Aruba, Curaçao en Sint Maarten als non-UN Members/
Associate Members of Regional Commissions zijn gelieerd. De SIDS en de Alliance of Small Island
States, een coalitie van 44 kleine eilanden en laag gelegen kuststaten, zijn erin geslaagd om
klimaatverandering prominenter op de agenda van de VN-Veiligheidsraad te krijgen.66 In 2017 is in
Den Haag als onderdeel van het Planetary Security Initiative een verklaring opgesteld ten behoeve
van een programma met concrete acties waaraan Curaçao deelneemt. In 2018 werd op Aruba een
klimaatveiligheidsconferentie georganiseerd door de Caribbean Disaster Emergency Management
Agency (CDEMA). Tijdens deze bijeenkomst werd een plan van aanpak opgesteld voor adaptatie en
risicovermindering in de Caribische SIDS.67 Een recent gesloten memorandum of understanding tussen
het Koninkrijk en CDEMA is al productief gebleken, maar verdient nadere uitwerking met het oog
op capaciteitsversterking en advisering en training. Klimaatveiligheid vormt voorts een belangrijk
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>terrein van samenwerking tussen de Verenigde Staten en CARICOM in het kader van het Caribbean
Basin Security Initiative. Tot slot werkt het Planetary Security Initiative aan een actieplan om regionale
coördinatie te versterken en (financiële) capaciteit en kennis over klimaatveiligheid te vergroten.68
De autonome landen van het Koninkrijk trekken gezamenlijk op bij de internationale afspraken over
klimaatveiligheid. In juli 2018 vertegenwoordigde de minister-president van Curaçao het Koninkrijk
bij de VN-Veiligheidsraad in New York.69 In september 2019 vertegenwoordigden voor het eerst de
premiers van de vier landen gezamenlijk het Koninkrijk in de Algemene Vergadering van de VN.70
Ondanks de genoemde initiatieven zijn op de eilanden nog geen wezenlijke maatregelen ingevoerd.
Klimaat- en milieubeleid betreffen landsaangelegenheden die nog in de kinderschoenen staan.
Veranderingen gaan langzaam vanwege de gevestigde belangen van minder duurzame sectoren
(olieraffinage, cruiseschiptoerisme, hotelketens), die belangrijk zijn voor de werkgelegenheid.
Nederland belijdt met de mond steun voor de Caribische landen en SIDS tijdens internationale
(VN-) bijeenkomsten, maar ziet geen rol voor zichzelf weggelegd bij de uitwerking en financiering
van concrete maatregelen. De Caribische landen kunnen geen aanspraak maken op specifieke
(internationale) klimaatfondsen waarvoor de status van ontwikkelingsland of een nauwere relatie
met de EU een voorwaarde vormt. Nederland zal in zijn plannen voor de samenstelling en toerusting
van de krijgsmacht de komende decennia in ieder geval rekening moeten houden met frequentere
en grootschaliger (hulp)inzet in het Caribisch gebied, ook buiten het reguliere orkaanseizoen. Dat
kan uitbreiding van de permanente maritieme ondersteuningscapaciteit vergen, maar ook betere
beeldopbouw, search and rescue en inzet van de Koninkrijke Marechaussee voor grensbewaking.71
Achterblijvende inspanningen op het terrein van natuurbescherming en diversificatie van de
economie kunnen zich op langere termijn wreken. Nederland zal zich dan nog grotere (en duurdere)
inspanningen moeten getroosten om de veiligheid en stabiliteit in het Caribisch deel van het
Koninkrijk te kunnen garanderen.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 24</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2
Regionale
veiligheidscontext
      2.1 Veiligheid van het Koninkrijk in het Caribisch gebied
      Buitenlandse betrekkingen en defensie
Volgens Art. 2 van het Statuut is ‘de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van
het Koninkrijk’ een aangelegenheid van het Koninkrijk (zie bijlage IV). In het verlengde hiervan
stelt Art. 97 van de Grondwet vast dat er een krijgsmacht is ‘ten behoeve van de verdediging en ter
bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de
bevordering van de internationale rechtsorde’. De regering geeft er bij de totstandkoming van het
veiligheids- en defensiebeleid dan ook blijk van ontwikkelingen in het Caribisch gebied nadrukkelijk
te willen betrekken. In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ (2017) onderstreept het
kabinet de verbondenheid binnen het Koninkrijk. Die vraagt om constructieve samenwerking,
zeker in het licht van de onzekere politieke situatie in sommige buurlanden in Zuid-Amerika.
De GBVS verduidelijkt dat dit vooral geldt voor de situatie in Venezuela, die kan leiden tot ‘grote
migratiestromen naar en onrust in de Caribische Koninkrijksdelen’. In dit verband wordt het belang
onderstreept van samenwerking met de Verenigde Staten en landen in de regio (Colombia, Mexico,
Brazilië) en op goede bewaking van de buitengrenzen en het grondgebied.72 De GBVS stelt voorts vast
dat vitale onderdelen van de Caribische gebiedsdelen doelwit kunnen worden van (externe) politieke
beïnvloeding, ‘omdat ze vanwege hun geringe omvang relatief kwetsbaar [zijn] voor regionale
instabiliteit, ongewenste buitenlandse overnames en handelsverstoringen’.73
De Defensienota ‘Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid’ (2018) noemt als eerste
hoofdtaak de bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het
Caribisch deel van het Koninkrijk. De belangrijkste veiligheidsrisico’s in het Caribisch gebied zijn
volgens het document de fragiele situatie in Venezuela, drugssmokkel en natuurrampen. Om de
Koninkrijkstaken (zie kader) te kunnen vervullen stelt Defensie permanente capaciteit beschikbaar
in het Caribisch gebied: een schip, een marinierscompagnie (Aruba), een mariniersdetachement (Sint
Maarten), een bootpeloton, een ondersteuningsschip, personeel en middelen voor de Kustwacht
Caribisch Gebied en een detachement Koninklijke Marechaussee. Op rotatiebasis is een compagnie
van de Koninklijke Landmacht in het Caribisch Gebied aanwezig. De Koninklijke Marechaussee
vervult een belangrijke ondersteunende rol in de rechtshandhaving, zoals grensbewaking,
vreemdelingentoezicht en bestrijding van zware geweldsmisdrijven en drugs- en migratiecriminaliteit
samen met de lokale politie en de Kustwacht. Defensie kan via de procedure militaire bijstand
humanitaire hulp verlenen en de openbare orde herstellen na rampen of ongevallen, zoals bij
orkaanpassages. Het civiele gezag op de eilanden kan tevens militaire bijstand inroepen voor de
ondersteuning van rechtshandhaving op land.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                               25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>      De ongeveer 800 medewerkers van Defensie in het Caribisch gebied houden zich naast de
      grensverdediging (eerste hoofdtaak) bezig met handhaving van de internationale rechtsorde
      (tweede hoofdtaak) en de ondersteuning van civiele autoriteiten bij het handhaven van de
      nationale rechtsorde, rampenbestrijding en humanitaire hulp (derde hoofdtaak).
      Tot de handhaving van de rechtsorde worden gerekend:
      • bestrijding internationale drugshandel;
      • handhaving openbare orde;
      • ondersteuning Kustwacht Caribisch Gebied bij toezicht op illegale visserij
           en milieudelicten op zee, zoek- en reddingsacties in de Caribische wateren.
           Bron: https://www.defensie.nl/onderwerpen/taken-in-nederland/caribisch-gebied
      Bijzondere kenmerken
Geografie, schaal, internationale samenwerking, regio-specifieke veiligheidsvraagstukken en de
bestuurlijke verhoudingen, maken buitenlandse betrekkingen en defensie in deze regio wezenlijk
anders dan in de Nederlandse en Europese context.74 De geografie stelt andere voorwaarden aan
territoriale verdediging dan in het Europese deel van het Koninkrijk. De Benedenwindse Eilanden
liggen zeer ver verwijderd van Nederland (7.800 kilometer hemelsbreed) en de Bovenwindse en
Benedenwindse Eilanden liggen ook nog eens op grote afstand van elkaar (de afstand tussen Curaçao
en Sint Maarten bedraagt hemelsbreed 900 kilometer), verspreid over een zeegebied met een groot
aantal, onderling in allerlei opzichten verschillende eilandstaten en -gebieden. De Antillen zijn in
staatkundige zin versnipperd en mede daardoor kwetsbaar, omdat deze de samenwerking tussen
overheden op het terrein van kustwacht en bestrijding van drugshandel alleen al juridisch en
praktisch erg ingewikkeld maakt. De eilanden beschikken over lange kuststroken in verhouding tot
hun oppervlak en de uitgestrekte omringende zeegebieden zijn vanwege de schaarste aan middelen
nooit geheel te bewaken.
De Caribische delen van het Koninkrijk vallen buiten de internationaalrechtelijke bescherming van
de NAVO en de EU. Art. 6 van het Noord-Atlantisch Verdrag beperkt de collectieve zelfverdediging
tot het gebied ten noorden van de Kreeftskeerkring. In tegenstelling tot de Ultra-Perifere Gebieden
van de EU (UPG) ten zuiden van de Kreeftskeerkring, geldt voor de zogenoemde Landen en Gebieden
Overzee (LGO) waartoe de Caribische delen van het Koninkrijk behoren, niet de verplichting van
EU-lidstaten tot wederzijdse bijstand ingeval van een gewapende aanval (bijstandsclausule Art. 42
lid 7 van het VWEU). Het Koninkrijk is daar voor de verdediging aangewezen op samenwerking
met bondgenoten zoals de Verenigde Staten en de twee Europese landen met Caribische overzeese
gebieden, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
De regio kent geen geschiedenis van statelijk conflict zoals Europa, maar schendingen van de
territoriale soevereiniteit zijn niet ondenkbaar. Er zijn onopgeloste grensgeschillen tussen Venezuela
en Guyana, die strijden om de controle over natuurlijke hulpbronnen en over grensgebieden waar
criminele organisaties actief zijn. Een verandering van de machtsverhoudingen kan daar uitmonden
in een militair conflict.75 Indachtig de Argentijnse militaire inval in een overzees gebied van het
Verenigd Koninkrijk in 1982 (‘Falklandoorlog’) zou van Venezuela een dreiging kunnen uitgaan voor
de Benedenwindse Eilanden, bijvoorbeeld indien het zich daarbij gesteund zou weten door Rusland.
Het regime zal daartoe waarschijnlijk niet snel besluiten. De Verenigde Staten, die de luchthavens op
Curaçao en Aruba beschouwen als een belangrijk militair-logistiek steunpunt, zullen een dergelijke
aanval interpreteren als een gevaarlijke provocatie, waardoor een concrete aanleiding ontstaat om
militair te interveniëren en een machtswisseling af te dwingen. Er staan weliswaar strategische
belangen op het spel – Curaçao beschikt over de op twee na grootste opslagcapaciteit voor crude oil
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>in de regio en over een diepzeehaven waar grote schepen vracht kunnen overladen – maar Rusland
zal hiervoor niet het risico willen lopen van een militaire escalatie met de Verenigde Staten, wat niet
zonder gevolgen zou blijven voor (grotere) Russische belangen elders.
      2.2 Geopolitieke ontwikkelingen
      Amerikaans leiderschap minder vanzelfsprekend
In een hoorzitting voor de Amerikaanse Senaat op 9 juli 2019 verklaarde Commander United States
Southern Command Craig Faller (SOUTHCOM) dat het hoog tijd is voor de Verenigde Staten om de
banden met het Caribisch gebied en Latijns-Amerika te versterken. Volgens de verklaring misbruiken
China en Rusland de kwetsbaarheid van landen die hebben te kampen met zwakke instituties,
corruptie en grensoverschrijdende criminaliteit, om hun grip op de regio te versterken. Hiervan
zou overduidelijk sprake zijn in Venezuela, maar ook in de bredere regio. De grootste zorg betreft
China, dat de afgelopen jaren bezig is om de Verenigde Staten in zijn nabije omgeving in rap tempo
te vervangen als ‘partner of choice’.76 De groeiende Chinese betrokkenheid en aanwezigheid zou
met het oog op de lange termijn gericht zijn op ondermijning van democratische en rechtsstatelijke
principes, controle over strategische maritieme knooppunten zoals kanalen en diepzeehavens, en
intensivering van samenwerking op militair en veiligheidsgebied. De Amerikaanse minister van
Buitenlandse Zaken Pompeo had zich tijdens een bezoek aan de regio medio april 2019 ook al in
vergelijkbare bewoordingen uitgelaten over China. Hij waarschuwde voor op het oog aantrekkelijke
Chinese leningen die gepaard gaan met economische en politieke afhankelijkheden (‘debt diplomacy’),
omkoping van functionarissen, diefstal van intellectueel eigendom en persoonsgegevens, en
gedwongen transfer van technologie en grondstoffen (‘predatory economics’).77
De uitspraken zijn tekenend voor het wantrouwen en de groeiende zorg waarmee de Verenigde
Staten de opmars van China op het Westelijk halfrond gadeslaan. De gretigheid waarmee landen in
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC-landen) de uitgestoken hand van China aannemen
zou wel eens het einde kunnen inluiden van de lange periode waarin de Verenigde Staten de regio
in strategisch opzicht als ‘achtertuin’ konden beschouwen.78 Het is volgens de onderzoeksdienst
van het Congres dan ook de vraag hoe tegenwicht kan worden geboden aan het alternatieve
economische ontwikkelingsmodel dat China de regio biedt.79 China valt vanuit de Amerikaanse
optiek het nodige te verwijten, maar heeft volgens andere analyses slechts de gaten gevuld die
de Verenigde Staten vanwege verstoorde relaties of gebrek aan interesse hebben laten ontstaan.
Volgens deze al langer bestaande zienswijze 80 hebben de Verenigde Staten de afgelopen decennia de
banden met landen in de regio vooral laten afhangen van de mate waarin regeringen als steunpunt
konden worden beschouwd voor de strijd tegen terrorisme en drugshandel en de bevordering
van vrijhandelsbelangen. Hulp bij diplomatie, opbouw van de rechtsstaat en sociaaleconomische
vooruitgang kwam op het tweede plan; het zwaartepunt lag bij de harde (militaire) aanpak van
drugshandelaren en van guerrillabewegingen die werden aangemerkt als terroristische organisaties
(Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia – FARC, Ejército de Liberación Nacional – ELN), maar
zich tevens manifesteerden als ‘narco-organisaties’.81
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>      De militaire steunpunten van de Verenigde Staten in de regio betreffen, naast de
      forward-based expeditionary Joint Taskforce Bravo in Honduras en de permanente militaire
      aanwezigheid op Puerto Rico en op Cuba (Guantanamo Bay), twee Cooperative Security
      Locations (CSL): Comalapa International Airport in El Salvador en de vliegvelden Hato
      International Airport en Reina Beatrix International Airport op de gecombineerde CSL
      Aruba/Curaçao. Onder de verantwoordelijkheid van SOUTHCOM valt ook de Amerikaanse
      drugsbestrijdingsorganisatie Joint Inter-Agency Task Force South (JIATF-S). De Nederlandse
      Commandant Zeemacht Caribisch gebied (CZMCARIB) levert in zijn nevenfunctie
      als Commandant Task Group 4.4 hieraan bijdragen en geeft leiding aan maritieme
      drugsbestrijdingsoperaties met deelneming van een marineschip of onderzeeboot,
      kustwachtmiddelen en eenheden van bondgenoten en partners.
      Bron: https://www.southcom.mil en https://www.jiatfs.southcom.mil
De huidige Amerikaanse regering legt nog explicieter dan vorige regeringen het accent op
bescherming van de Verenigde Staten tegen bedreigingen vanuit het Zuiden, waartoe ook
ongecontroleerde immigratie wordt gerekend. Het State Department en de diplomatie zijn in
algemene zin verzwakt door het ongevuld laten van functies, maar vanaf 2019 wordt tevens een forse
bezuiniging nagestreefd op het budget voor buitenlandse steun, waaronder aan de landen in Latijns-
Amerika.82 President Trump onderhoudt een goede relatie met de Braziliaanse president Bolsonaro
en heeft erop gezinspeeld dat de NAVO nauwer kan samenwerken met Brazilië.83 Onderwerp van
gesprek tussen de twee presidenten vormt onder meer de toekomst van Venezuela84, dat bijzondere
aandacht van Washington geniet omdat daar de confrontatie met de zelfbenoemde strategische
rivalen China en Rusland, maar ook met landen zoals Cuba en Iran duidelijk zichtbaar is geworden.
De Venezolaanse oppositieleider Juan Guaidó was begin dit jaar prominent aanwezig tijdens de
State of the Union-toespraak van de Amerikaanse president en ongeveer gelijktijdig passeerde een
Amerikaans marineschip voor de Venezolaanse kust.85 In het voorjaar kondigde president Trump
een substantiële versterking aan van de drugsbestrijding in het Caribisch gebied86, die mede middels
Freedom Of Navigation Operations (FONOPS) de druk op het regime van Maduro moet verhogen.87
De regering Trump lijkt Amerikaanse kiezers, strategische rivalen en landen in de regio hiermee
duidelijk te willen maken dat de Verenigde Staten hun belangen desnoods met harde hand zullen
beschermen.
Het lijdt geen twijfel dat de Verenigde Staten in economisch en militair opzicht dominant zijn op het
Westelijk halfrond. Wel is de vraag aan de orde of het land zich wil laten voorstaan op waarden en
principes waarvan een zekere aantrekkingskracht uitgaat (soft power), of dat regeringen in Latijns-
Amerika en het Caribisch gebied vooral de middelen moeten vrezen waarmee Washington zijn wil
kan opleggen. Onafhankelijk VN-mensenrechtenrapporteur Alfred M. de Zayas voedde het debat
hierover met een rapport over de situatie in Venezuela en Ecuador (3 augustus 2018), waarin hij
vergaande kritiek uitte op het Amerikaanse beleid. De crisis in Venezuela zou mede zijn veroorzaakt
door ‘economische oorlogvoering’ en gerichte pogingen tot regimeverandering, waarbij de
mensenrechten inzet worden van een politiek machtsspel.88 Opeenvolgende Amerikaanse regeringen
hebben zelf onduidelijkheid laten ontstaan over de rol die men ambieert: voormalig minister van
buitenlandse zaken Kerry verklaarde in november 2013 ’The era of the Monroe Doctrine is over’89,
maar voormalig nationale veiligheidsadviseur Bolton merkte in april 2019 op ‘The Monroe Doctrine is
alive and well’.90 Het moet worden betwijfeld of louter sancties en (dreiging met) militaire interventie
zullen bijdragen tot versterking of herstel van het Amerikaanse leiderschap. Verschillende LAC-
landen bewaren slechte herinneringen aan Amerikaans interventionisme.91 Goed nabuurschapsbeleid,
steun en regionale samenwerking zijn onmisbaar om te voorkomen dat meer landen in de regio zich
wenden tot andere grootmachten.92
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>      Chinese ambities
De groeiende invloed van China in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied maakt deel uit van de
mondiale vertakking van handelsrelaties van het land, die vanaf het begin van de eeuw een hoge
vlucht heeft genomen. Anders dan in de periode van de Koude Oorlog, toen sprake was van een
ideologische strijd tussen communisme en kapitalisme, beroept China zich nu op een staatgeleide
variant van het kapitalisme, dat zoals het land de afgelopen decennia heeft laten zien, ook kan
floreren zonder liberaal-democratische waarden te incorporeren.93 De Chinese diplomatieke,
culturele en economische activiteiten kregen een duidelijke impuls na 2013, het jaar waarin
president Xi aantrad en een bezoek bracht aan de regio. De ambities werden in 2016 vastgelegd in
een beleidsstrategie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Aanvankelijk opgezet om de
grondstoffentoevoer uit Afrika en het Midden-Oosten te verzekeren en Euraziatische economieën
nauwer met China te verbinden, heeft het One Belt One Road-initiatief onder de nieuwe noemer
Belt and Road Initiative vanaf januari 2018 ook een oostwaarts-gerichte dimensie gekregen met
de uitnodiging aan landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied om zich aan te sluiten.94
Inmiddels zouden 18 LAC-landen hieraan deelnemen95 waaronder Suriname, waar een groot olieveld
voor de kust is gevonden.96 Op 1 november 2019 trad Ecuador als eerste land in Latijns-Amerika toe
tot de Asian Infrastructure Investment Bank die op initiatief van China als alternatief voor financiële
instellingen zoals de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, maar ook de New Development
Bank (‘BRICS-bank’) tot stand is gekomen.97
China bestendigt niet alleen de relaties met LAC-landen die interessant zijn als afzetmarkt voor
Chinese producten (Brazilië, Argentinië), of die beschikken over strategische assets zoals grondstoffen
(Venezuela, Ecuador, Suriname) en maritieme infrastructuur (Panama), maar investeert ook in relatief
kleine Caribische eilanden met soms zeer beperkte economische mogelijkheden. China biedt naar het
zich laat aanzien aantrekkelijke vormen van samenwerking waarmee het landen in de regio weet ‘los
te weken’ uit de Amerikaanse invloedssfeer, zonder de Verenigde Staten openlijk uit te dagen of het
risico te lopen van een militaire confrontatie. Dat doel bereikt China enerzijds door een alternatieve
ontwikkelingsroute te bieden zonder de strenge voorwaarden die ‘Westerse’ bedrijven en instellingen
daaraan verbinden op het terrein van democratisch bestuur en rechtsstatelijkheid. Volgens Chinese
overheidsfunctionarissen handelt het land niet anders dan andere economische grootmachten die
hun soft power aanwenden. Westerse analisten wijzen er echter op dat geïntensiveerde relaties door
Beijing tevens worden benut om het stemgedrag te beïnvloeden in de VN en om de internationale
erkenning van Taiwan te ondergraven.98 Tussen (militaire) hard power en soft power lijkt China volgens
wetenschappelijke analyses nog een derde, lastiger te definiëren beïnvloedingsmogelijkheid te hebben
gevonden, die zich wellicht het best laat omschrijven als ‘sharp power’ of ‘soft power with Chinese
characteristics’. Uit die analyses, die ook landen in Latijns-Amerika betreffen, rijst het beeld op dat
Chinese overheidsfunctionarissen, ondernemers en culturele instellingen de economische macht
van China ook inzetten voor beïnvloedingsmethoden met manipulatieve, misleidende en dwingende
kenmerken.99
Bilaterale handels- en investeringsovereenkomsten met China gaan vergezeld van ruimhartige
leningen en welkome schenkingen, maar kunnen ook nieuwe afhankelijkheden scheppen
die zelfstandige ontwikkeling belemmeren. Dit scenario dreigt wellicht in het bijzonder voor
bestuurlijk en economisch kwetsbare landen, zoals de SIDS in het Caribisch gebied.100 Grote
infrastructuurprojecten bieden kansen, maar leveren geen extra werkgelegenheid op indien daarvoor
overwegend Chinese bedrijven en werknemers worden ingeschakeld. De vestiging van Chinese
middenstand zoals levensmiddelenwinkels heeft een verdringend effect. Bij economische tegenslag
kunnen landen zich genoodzaakt zien om kosteloos grondstoffen te leveren of de zeggenschap
over strategische infrastructuur over te dragen. Het schrikbeeld vormt Sri Lanka dat in 2017
noodgedwongen een leasecontract sloot met China voor het gebruik gedurende 99 jaar van zijn aan
de Indische Oceaan gelegen haven.101 Het is verre van zeker dat het Chinese ‘ontwikkelingsmodel’
ook elders ter wereld succesvol kan worden toegepast en zijn aantrekkingskracht zal behouden.102
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Afhankelijkheid van China in plaats van de Verenigde Staten zal in landen in Latijns-Amerika en het
Caribisch gebied waarschijnlijk evenmin steun genieten van de bevolking indien de ongelijkheid
persisteert en corruptie en willekeur hoogtij vieren.
Op veiligheidsterrein speelt China in de regio vooralsnog een beperkte rol in vergelijking met
de Verenigde Staten. Op militair vlak gaat het tot dusver voornamelijk om havenbezoeken,
personeelsuitwisselingen en training. Er valt een lichte stijging waar te nemen van de verkoop van
militair materieel waaronder hoogwaardige uitrusting en wapensystemen (aan Venezuela, maar
ook aan Bolivia, Ecuador en Peru).103 Trinidad en Tobago hebben patrouillevaartuigen gekocht
van het Chinese Volksbevrijdingsleger en Cuba zou onder meer op het gebied van militaire
inlichtingen samenwerken.104 Permanente militaire presentie op en nabij strategische knooppunten
zoals het Panamakanaal en gunstig gelegen diepzeehavens zou China op langere termijn wellicht
de mogelijkheid geven om vitale transportlijnen af te sluiten, ook bij oplopende spanningen
elders in de wereld.105 Van Chinese militarisering is momenteel echter geen sprake. De daarvoor
noodzakelijke investeringen worden mogelijk te veeleisend en risicovol geacht. Er zijn eerste tekenen
dat de Chinese activiteiten teruglopen, omdat projecten worden geplaagd door vertragingen en
kostenoverschrijdingen en de grote afstand van China tot de regio als een belemmering wordt
ervaren.106 Het geopolitieke belang van het Caribisch gebied zou de komende decennia in vergelijking
met andere werelddelen wel eens beperkt kunnen blijven.107
     De landen van het Koninkrijk staan
     samen sterker indien ze handelen vanuit
     een gedeelde visie op de (risico’s van)
     groeiende Chinese invloed
Op korte termijn baart de verkoop door Chinese bedrijven van intelligente technologie voor
gezichtsherkenning (‘AI-surveillance’) en de opslag van biometrische gegevens wel zorgen. De vrees
is dat machthebbers in landen zoals Venezuela en Ecuador, die Chinese surveillancetechnologie
kregen geleverd, de nieuwe toezichtmogelijkheden zullen misbruiken om hun grip te verstevigen
op politieke oppositiegroepen en om burgerlijke protestacties te onderdrukken. Zo levert een
Chinees bedrijf technologie aan de Venezolaanse regering ter ondersteuning van haar zogenoemde
‘Vaderlandkaart’. Daarmee kunnen Venezolanen onder meer betalen, maar de kaart verzamelt tevens
persoonsgegevens, en in het geval burgers het gebruik ervan weigeren kan hen basisvoorzieningen als
pensioenen of medicatie worden ontzegd. Sommigen spreken in dit kader van export door China van
de ‘surveillance-staat’.108 Hierbij zijn verschillende kanttekeningen te plaatsen. De Chinese regering
kan moeilijk worden beticht van een vooropgezet plan om landen wereldwijd een allesomvattend
‘digitaal autoritarisme’ op te dringen.109 Er zijn vele manieren waarop regeringen misbruik kunnen
maken van digitale technologieën en AI-surveillance en gezichtsherkenningstechnologie zijn daar
voorbeelden van. Ook rechtsstatelijke democratieën gebruiken in toenemende mate intelligent
digitaal toezicht en bedrijven uit deze landen exporteren net als China de daarvoor benodigde
apparatuur, zogenoemde dual use-technologie. Anderzijds is China – waarvan de AIV eerder
vaststelde dat het individuele, democratische vrijheidsrechten ondergeschikt acht aan beginselen van
soevereiniteit en binnenlandse stabiliteit 110 – verreweg de grootste exporteur van AI-surveillance naar
63 landen, waarvan 36 landen deelnemen in het Belt and Road Initiative.111 Een aantal daarvan betreft
repressieve regeringen die eerder geneigd zullen zijn om misbruik te maken van AI-surveillance dan
regeringen die burgerlijke en politieke rechten en vrijheden koesteren.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Tegen deze achtergrond is er voldoende aanleiding om de Chinese interesse in de Caribische delen
van het Koninkrijk niet alleen door een economische bril te bezien. De prominentere aanwezigheid
op de eilanden past in de regionale trend van investeringen door Chinese bedrijven en nauwere
samenwerking met Beijing. Op 17 januari 2014 werd de vestiging gevierd van het eerste consulaat-
generaal van de Volksrepubliek China op Curaçao. Op Bonaire en (in mindere mate) Sint Eustatius
groeit de invloed van Chinese ondernemers die een belangrijk deel van de middenstand beheersen.
In dit verband wordt wel gesproken van een ‘silent invasion’.112 De aanwezigheid van inwoners van
Chinese komaf heeft op verschillende eilanden een langere geschiedenis, maar de gemeenschappen
groeien, stellen zich actiever op in de samenleving en lijken vatbaar voor beïnvloeding vanuit
Beijing.113 De onderhandelingen tussen Curaçao en een Chinese handelsonderneming over
de overname van de zwaar verouderde Isla-raffinaderij zijn in juli 2019 afgebroken omdat de
autoriteiten de beoogde Chinese projectleider niet betrouwbaar achtten.114 De raffinaderij zou met
Chinese investeringen kunnen moderniseren en haar voortbestaan zekerstellen, waarmee een
belangrijk deel van de werkgelegenheid op het eiland (meer dan 1.000 directe banen) kan worden
behouden. Anderzijds zouden dan waarschijnlijk ook de strategische olieopslag, -overslag en
diepzeehavenfaciliteiten (deels) in Chinese handen komen. Vanwege de Amerikaanse sancties op
Venezolaanse olie en de recente economische ontwikkelingen zijn ook andere overnameplannen
voorlopig van de baan.115
      Rusland terug van weggeweest?
Rusland heeft sinds 2008 verschillende initiatieven ontplooid om zijn diplomatieke, militaire en
commerciële banden met landen in de regio te versterken.116 Na de jaren negentig waarin Rusland
niet in staat was om internationaal een rol van betekenis te spelen, bleek in het eerste decennium
van deze eeuw in meerdere LAC-landen het politieke klimaat gunstig om toenadering te zoeken.
Daarvoor bleken op de eerste plaats de landen ontvankelijk van de Alianza Bolivariana para los Pueblos
de Nuestra América (Bolivariaanse Alliantie – ALBA), een regionaal samenwerkingsverband van op
socialistische leest geschoeide regeringen, opgericht in 2004 door de links-populistische Venezolaanse
president Hugo Chávez en de leider van de Cubaanse revolutie Fidel Castro. Met Brazilië, waarmee
Rusland vooral de handelsrelatie, commerciële samenwerking en politieke contacten intensiveerde,
kwam de samenwerking onder meer in ‘BRICS-format’ tot stand. De handel met Brazilië en Mexico
vormt samen ongeveer de helft van de handel van Rusland met de gehele regio. Volgens data van
het Stockholm International Peace Research Institute was de wapenverkoop van Rusland aan Latijns-
Amerika en het Caribisch gebied in de periode 2000-2017 vergelijkbaar met die van de Verenigde
Staten aan de regio.117 De krijgsmachten van Cuba, Nicaragua, Venezuela en Peru zijn afhankelijk van
materieel, kennis en ondersteuning uit Rusland. In Nicaragua opende Rusland in november 2017 een
gezamenlijk centrum voor drugsbestrijding in de regio en in Cuba wordt de (her)opening overwogen
van een faciliteit voor inlichtingenvergaring.
De Russische inspanningen dienen belangen van (energie-)bedrijven en defensie-industrie (die
vanwege sancties steeds meer onder druk zijn komen te staan), maar zijn evenzeer bedoeld om de
binnenlandse steun voor president Poetin te verzekeren, die zich ten doel heeft gesteld om de status
van Rusland als mondiale grootmacht te herstellen. Om deze aspiratie geloofwaardig te maken, zoekt
Rusland ook buiten zijn nabije invloedssfeer partnerschappen met landen die zich afkeren van de door
Westerse mogendheden gedomineerde internationale orde en instituties. Daarbij kan Rusland zich
deels beroepen op relaties met landen en bewegingen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied die
zich tijdens de Koude Oorlog schaarden in het kamp van de Sovjet-Unie en een antiwesterse politieke
koers volgden vanuit links-ideologische of pragmatische overwegingen. De afgelopen twee decennia
staat vooral de versteviging van de banden met Venezuela, Cuba, Nicaragua en Bolivia symbool
voor de ‘terugkeer’ van Rusland, dat ferm aan de zijde staat van landen die niet afhankelijk willen
zijn van de Verenigde Staten. Diplomatieke initiatieven en politieke verklaringen op het hoogste
niveau bevorderen de handel, maar geven Rusland ook toegang tot strategische infrastructuur
zoals energieproductie, havens en vliegvelden, en door de staat gecontroleerde media (Spaanstalige
uitzendingen van Russia Today – RT).
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Voor het oog van de camera’s landden op 24 maart 2019 Russische militaire vliegtuigen op de
luchthaven van Caracas met naar schatting honderd militaire experts aan boord.118 Hiermee gaf
Moskou een duidelijk signaal dat het Maduro’s regime zou blijven steunen, mochten de Verenigde
Staten werkelijk een militaire interventie overwegen. In de weken daarvoor had president Trump
herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat ten aanzien van Venezuela ‘alle opties open stonden’.119 Volgens
sommige analisten was de stap van president Poetin niet louter symbolisch. Deze zou deel uitmaken
van een groter plan om de banden met Venezuela zowel militair als financieel-economisch verder
te versterken. In een bijeenkomst van de defensieministers van beide landen in augustus 2019 zou
de afspraak zijn gemaakt dat de marineschepen van de landen elkaars havens mogen gebruiken.
Daardoor kan Rusland, dat al over een vergelijkbare afspraak met Nicaragua beschikt, eventuele
marine-operaties van de Verenigde Staten in het zuidelijk deel van het Caribisch gebied dwarsbomen
of op verzoek van Cuba olietankers op weg vanuit Venezuela beveiligen en escorteren.120
Volgens SOUTHCOM zijn honderden Russische militairen en private veiligheidsexperts inmiddels
geïntegreerd in Venezolaanse eenheden, om mogelijk op een vergelijkbare manier verwarring te
kunnen scheppen als bij de Russische interventie in Oost-Oekraïne.121 Zijn uitspraak lijkt eerdere
analyses in de media te bevestigen dat Russische huurlingen van de beruchte Wagner Group niet alleen
het regime van Maduro adviseren, maar dat deze door Moskou ook als hybride strijdmacht kunnen
worden ingezet om de controle over kritische hulpbronnen en infrastructuur zeker te stellen.122
Russische specialisten zouden voorts onderhoud verrichten aan een eerder geleverd S-300
raketverdedigingssysteem.123 Verontrustender is de openlijke speculatie door Russische
commentatoren dat het land, als reactie op het besluit van de Verenigde Staten om uit het verdrag
tegen Intermediate-range Nuclear Forces (INF-verdrag) te treden, kan besluiten om nuclear capable
raketten en kruisvluchtwapens te ontplooien in de nabijheid van het Amerikaanse grondgebied,
bijvoorbeeld op schepen en onderzeeboten die opereren vanuit Venezuela.124
De mogelijkheid voor Rusland om in militaire zin invloed te (blijven) projecteren vanuit steunpunten
in het Caribisch gebied hangt samen met de middelen die het land beschikbaar kan en wil stellen voor
leningen, steunprogramma’s en permanente (militaire) aanwezigheid. Hierbij komen in vergelijking
met China – en zeker de Verenigde Staten – voor Rusland relatief snel de grenzen in zicht (zie kader).
De beperkingen vloeien voort uit de eenzijdige, veel kleinere economie van het land en de militaire
prioriteiten van Rusland rond het NAVO-gebied, in het Midden-Oosten en in het Arctisch gebied.
Hier wreekt zich bovendien, zoals ook voor China geldt, de grote afstand tot de regio. Hoewel China
en Rusland een gedeeld belang zien bij ondermijning van de Amerikaanse hegemonie, zijn het in
geopolitiek opzicht ook strategische rivalen die exclusieve overeenkomsten trachten te sluiten voor
het gebruik van havens, oliewinning en de levering van militair materieel.
      Rusland kan teren op een langere historische betrokkenheid bij de regio en nauwe
      samenwerking met enkele landen in het bijzonder, maar legt het duidelijk tegen China af
      als het gaat om nieuwe handels- en investeringskansen. Veelzeggend in dit kader zijn de
      handelscijfers: in de periode 2006 tot 2016 groeide de handel tussen China en Latijns-Amerika
      en het Caribisch gebied met meer dan 200 procent tot een handelsvolume ter waarde van
      200 miljard dollar. De handel van Rusland met de regio steeg in dezelfde periode weliswaar
      met 44 procent, maar had een volume van slechts 12 miljard dollar in 2016. De Verenigde Staten
      boekten tot slot minder groei (38 procent), maar spanden nog altijd duidelijk de kroon wat
      betreft het handelsvolume, dat tegen de 800 miljard dollar bedroeg. De EU vormt voor delen
      van de regio momenteel de tweede of derde handelspartner, na de Verenigde Staten en China.
      Bron: UN Comtrade Database 2017; EU trade with Latin America and the Caribbean.
      Overview and Figures, EPRS, december 2019.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>      2.3 Onzekere toekomst Venezuela
      Brandpunt van grootmacht-rivaliteit
Sinds de dood van Hugo Chávez in 2013 is de situatie in Venezuela snel achteruitgegaan. Het land,
wiens inkomsten voor ongeveer 95 procent afhankelijk zijn van de oliehandel, belandde in een
zware economische crisis nadat in 2014 de olieprijzen instortten. Na mei 2018 ontstond ook een
politieke crisis toen Chávez’ opvolger Nicolás Maduro een tweede presidentstermijn van zes jaar
claimde na een niet erkende verkiezingswinst. Vanwege de dramatische geldontwaarding en algehele
schaarste van eerste levensbehoeften klonk de roep van een deel van de bevolking om het vertrek
van Maduro steeds luider. Zich gesteund wetend door massale demonstraties tegen de regering, riep
oppositieleider Juan Guaidó zich op 23 januari 2019 uit tot interim-president, met als doel om nieuwe
verkiezingen te organiseren. De Verenigde Staten en een groot aantal landen van de zogenoemde
Lima-groep en van de EU (waaronder Nederland) erkenden de toenmalige parlementsvoorzitter als
rechtmatige leider van het land en drongen aan op een democratische transitie. De Verenigde Staten
en de EU stelden aanvullende sancties in,125 maar Maduro hield de steun van onder meer Rusland
en China en wist zo aan de macht te blijven. Pogingen van de International Contact Group voor
Venezuela126 (waarvan Nederland deel uitmaakt) om tot een vreedzame politieke oplossing te komen,
liepen tot dusver stuk op politieke onwil van beide zijden. Onderhandelingen door bemiddeling van
Noorwegen bleken tot nu toe eveneens vruchteloos.
Zolang het regime toegang houdt tot financiering waarmee de pijn van teruglopende olieopbrengsten
en sancties kan worden verlicht en privileges voor de ‘Chavistas’ onder de elite en de militaire top
in stand blijven, zien deze geen reden om Maduro te laten vallen. Het regime spant zich in om in de
hoofdstad Caracas, waar de machthebbers en veel buitenlanders verblijven, het normale leven zoveel
mogelijk doorgang te laten vinden. Het groeiende aandeel arme inwoners, dat niet zoals de elite
toegang heeft tot buitenlandse valuta, is echter afhankelijk van door het regime verstrekt voedsel en
medicijnen. Maduro draagt naar buiten toe het beeld uit van een krachtige leider die korte metten
maakt met ‘overlopers’ uit de veiligheidsdiensten.127 Waarschijnlijker is het dat zijn leiderschap valt of
staat met de steun van een kleine groep getrouwen die het meeste profiteert van de huidige situatie.128
De mede door de Verenigde Staten geregisseerde oproep van oppositieleider Guaidó aan militairen
en veiligheidsfunctionarissen om in opstand te komen kreeg weinig navolging.129 De positie van
Guaidó lijkt verder te zijn verzwakt nadat het parlementslid Luis Parra met steun van Maduro’s partij
werd beëdigd tot de nieuwe voorzitter, omdat Guaidó zelf door veiligheidstroepen de toegang tot de
stemming was ontzegd. Later volgde alsnog de beëdiging van Guaidó, zodat het parlement nu over
twee voorzitters beschikt die parallelle bijeenkomsten kunnen houden.130 Maduro heeft gevangen
gehouden oppositieleden recent gratie verleend en zegt nieuwe parlementsverkiezingen te willen
houden, maar veel oppositiepartijen boycotten deze omdat vrije verkiezingen onmogelijk zijn.131
In ruil voor miljardenleningen en -investeringen beschikt Rusland nu over een preferent aandeel
in de exploitatie van de enorme oliereserves van het land en een licentie voor de ontwikkeling van
gasvelden voor de kust. Dit belang is recent door de Russische staat overgenomen van Rosneft,
voorheen afnemer van de helft van de Venezolaanse olie-uitvoer, waarschijnlijk om het bedrijf te
beschermen tegen nieuwe Amerikaanse sancties en andere verwachte tegenslagen op de oliemarkt.132
Het op het eerste gezicht duurbetaalde belang (sinds 2010 totaal meer dan 9 miljard dollar) lijkt
uiterst risicovol, gezien de grote onzekerheden die met de diepe crisis in Venezuela gepaard gaan,
maar de kans op verliezen is volgens deskundigen waarschijnlijk ingecalculeerd door het Kremlin en
de politieke baten wegen daar ruimschoots tegenop. Met een – zeker in vergelijking tot de militaire
interventie in Syrië – relatief overzichtelijke inspanning weet Rusland de door de Verenigde Staten
gewenste uitkomst in Venezuela te dwarsbomen en heeft het een gunstige uitgangspositie verkregen
die het verder kan uitbouwen.133
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>China, dat sinds 2007 leningen verstrekt in ruil voor olie, lijkt tot nu toe een vergelijkbare afweging
te maken, zij het dat de Chinese financiële belangen veel groter zijn (meer dan 50 miljard dollar
aan leningen en 6 miljard dollar aan rechtstreekse investeringen). China zal mogelijk eerder dan
Rusland openstaan voor een politieke oplossing waarmee uitzicht ontstaat op terugbetaling door
Venezuela of compensatie anderszins.134 Vanwege de niet eenvoudig oplosbare productieproblemen
van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA, de scherpe prijsdaling van olie als gevolg van
rivaliteit tussen grote olie-exporterende landen en de verwachte wereldwijde economische recessie,
ligt een dergelijke oplossing niet snel binnen handbereik. Het Koninkrijk moet zich voorbereiden
op verschillende scenario’s, op de eerste plaats bij een verdere verslechtering van de humanitaire
situatie en denkbare ‘implosie’ van de Venezolaanse staat. Omdat er voorlopig geen uitzicht is op
normalisering van de relatie en opheffing van sancties op de olie-industrie weinig soelaas zou bieden
in de huidige economische context, is het voor de langetermijnontwikkeling van de Benedenwindse
Eilanden van belang om met andere landen in de regio (handels)relaties te ontwikkelen.
      Criminalisering van de staat
De transformatie van meest beloftevolle democratie van Latijns-Amerika in de jaren zeventig van
de vorige eeuw, naar de falende staat van nu, is radicaal en moeilijk te bevatten.135 De problematiek
reikt dieper dan de geopolitieke rivaliteit en de interne politieke impasse die daar mede debet aan is.
Vanaf het begin van deze eeuw is de staat gecriminaliseerd en hebben machtsmisbruik en cliëntelisme
zich diep kunnen nestelen. Hierdoor groeide Venezuela uit tot de belangrijkste exporteur in de
regio van grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit. Volgens lokale deskundigen op het gebied van
transnational organised crime is het niet overdreven om Venezuela als ‘maffiastaat’ te betitelen.136
Mede vanwege de halfslachtige opstelling van voormalig president Chavez kon de georganiseerde
criminaliteit sterk groeien. Nadat Chavez in 2002 door een mislukte militaire coup twee dagen
uit het ambt was gezet, besloot hij het geweldsmonopolie van de Venezolaanse krijgsmacht over
verschillende veiligheidsorganisaties te verdelen. Irreguliere gewapende groepen (colectivos) kregen de
zeggenschap over veelal arme buurten in en rond de hoofdstad Caracas en hebben zich in veel andere
plaatsen gevestigd. Bovendien besloot het regime om afspraken te maken met criminele bendes om
het hoogoplopende geweld te kunnen beteugelen. Dit leidde ertoe dat het gevangeniswezen voor
een belangrijk deel onder controle staat van bendeleiders en dat in bepaalde gebieden criminele
organisaties de basisfuncties van de staat zijn gaan vervullen (‘peace zone policy’).137
Alle belangrijke overheidsorganen zijn betrokken geraakt bij georganiseerde criminaliteit, zoals de
smokkel van brandstof en van illegaal gedolven coltan en goud, verkoop van medicijnen en voedsel op
de zwarte markt, en het opzetten van netwerken en transportroutes voor de wereldwijde verspreiding
van cocaïne. De grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit wordt niet langer bestreden, maar maakt
deel uit van de hybride machtsstructuur van het land waarvan politici, het leger, justitie en het
bestuur afhankelijk zijn geworden. Naar schatting 300 miljard dollar overheidsgeld is verdwenen
zonder te zijn verantwoord,138 het land behoort tot de minst transparante ter wereld.139 Het systeem
voor valuta-uitwisseling en prijscontrole dat werd ingevoerd in 2003 maakte het gemakkelijk voor
overheidsfunctionarissen om op grote schaal winst te maken met de inkoop en verkoop van dollars.
De toegang tot dollars blijft voor het regime een middel om loyaliteit te ‘kopen’, onder meer van het
leger dat daar grotendeels van profiteert bij de import en distributie van voedsel en medicijnen op
de zwarte markt, waar het een crimineel monopolie op heeft. Voor een groter wordend deel van de
Venezolaanse bevolking vormen illegale activiteiten nog de enige manier om in hun levensonderhoud
te kunnen voorzien.
Talloze hooggeplaatste Venezolaanse functionarissen van het leger, de inlichtingendienst en de
nationale garde – het zogenoemde cartel de los soles – 140 profiteerden van de cocaïnehandel vanuit
de grensstreek met Colombia. De Verenigde Staten vaardigden internationale arrestatiebevelen
en sancties uit, gericht op verschillende kopstukken van het regime. Dit gaat onder meer om de
vicepresident Tareck El Aissami, die naast betrokkenheid bij drugshandel ervan wordt verdacht
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>banden te hebben met de terroristische organisatie Hezbollah.141 Op 26 maart 2020 vaardigde
het Amerikaanse ministerie van Justitie een nieuwe strafrechtelijke aanklacht uit tegen Maduro
en 14 huidige en voormalige overheidsfunctionarissen voor betrokkenheid bij narco-terrorisme
(samenwerking met de FARC), corruptie, drugshandel en andere criminele praktijken.142 Het betreft
ook de voormalig directeur van de militaire inlichtingendienst Hugo Carvajal Barrios, die in 2014
als Venezolaanse consul-generaal op Aruba korte tijd werd vastgehouden, maar vanwege de hem
toegekende diplomatieke immuniteit op last van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken
moest worden vrijgelaten.143 Berichten in de Nederlandse media suggereerden dat dreigementen
uit Caracas hierbij een rol speelden, hetgeen door de regering is weersproken.144 Voormalig generaal
Carvajal sprak in februari 2019 overigens zijn steun uit voor oppositieleider Guaidó en zag zich
vervolgens gedwongen om te vluchten naar Spanje. Spanje heeft Amerikaanse verzoeken om zijn
uitlevering tot nu toe afgewezen.145
      Het Koninkrijk moet zich voorbereiden op
      langdurende problematiek in Venezuela,
      ongeacht eventuele wijzigingen in de
      binnenlandspolitieke verhoudingen van
      het land
Venezuela heeft de positie in de regio van vrijhaven voor terroristische narco-organisaties
overgenomen van Colombia.146 De vredesovereenkomst met de FARC uit 2016 beëindigde een periode
van gewelddadig conflict die vijf decennia duurde. Een Amerikaans steunprogramma, waarbij van
2000 tot 2015 voor meer dan 10 miljard dollar werd geïnvesteerd in opbouw van de rechtsstaat
schiep mede de voorwaarden. Hiermee kwam geen einde aan de grensoverschrijdende (drugs)
criminaliteit in de grensgebieden van de twee landen. Integendeel: ELN en restanten van FARC
verplaatsten hun criminele activiteiten naar Venezuela (naast cocaïnehandel ook wapen-, brandstof-
en goudsmokkel, kidnapping en afpersing) en wisten de cocaproductie in Colombia verder op te
voeren.147 De Verenigde Staten eisen sinds het aantreden van president Trump van Colombia dat het
de toegenomen cocaïnehandel harder aanpakt, of anders hulpgelden zal mislopen. Na het aantreden
van de conservatieve president Duque in 2018 is het vredesproces, waaronder de demobilisatie en
re-integratie van voormalige FARC-strijders, in onzeker vaarwater terechtgekomen. Voormalige
FARC-leiders hebben gedreigd de wapens opnieuw op te pakken en volgens sommige analyses zou dit
reeds het geval zijn.148 De opvang van naar schatting meer dan 1,6 miljoen Venezolanen compliceert
de situatie.149 Anderzijds is er sprake van politieke continuïteit en heeft het land ondanks de moeilijke
omstandigheden veel veerkracht getoond.150
Het regime van Maduro controleert de grenzen met de Benedenwindse Eilanden en bepaalt zo of
er handel wordt gedreven, of er wordt opgetreden tegen (mensen-)smokkel, en of Venezolanen die
huiswaarts wensen te keren, kunnen worden gerepatrieerd. Aruba en Curaçao onderhouden om
economische en veiligheidsredenen goede banden met de Verenigde Staten, maar zijn er tevens van
doordrongen dat maatregelen tegen het regime van Maduro repercussies kunnen hebben voor de
eigen bevolking. Het is denkbaar dat het regime de migratiestroom naar de Benedenwindse Eilanden
en zijn invloed op de eilandgemeenschappen als drukmiddel zal gebruiken.151 Het Koninkrijk moet
zich voorbereiden op langdurende problematiek in Venezuela, ongeacht eventuele wijzigingen in
de binnenlandspolitieke verhoudingen. Nederland dient zich in de buitenlandpolitiek ten aanzien
van Venezuela, die mede in EU-verband en in samenwerking met de Verenigde Staten vorm krijgt,
ervan te vergewissen dat de veiligheid en stabiliteit van de Benedenwindse Eilanden in elk scenario
gegarandeerd blijven.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                    35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3
Institutionele
belemmeringen?
      3.1 Statuut en waarborgfunctie
      Debat over het Statuut
De AIV hanteert in dit advies de huidige constitutionele structuur van het Koninkrijk als
uitgangspunt. Uit de analyse in voorafgaande hoofdstukken blijkt dat de bestaande politiek-
bestuurlijke verhoudingen behept zijn met tekortkomingen en obstakels, die een effectieve aanpak
van de rechtshandhaving en de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit in de weg staan.
Dit roept de vraag op of de huidige instituties een belemmering vormen voor de aanpak van de in
dit rapport beschreven veiligheidsdreigingen. Beantwoording van deze vraag is opportuun met het
oog op het debat in de Tweede Kamer over het Statuut en de waarborgfunctie (3.1), maar ook in het
licht van de vragen van de Nederlandse regering uit de adviesaanvraag of het Koninkrijk adequaat
kan reageren (3.2) en of er mogelijkheden zijn om de internationale kaders voor samenwerking in het
Caribisch gebied beter te benutten (3.3).
De Tweede Kamer is sinds de aanpassing van het Statuut in 2010 verdeeld over de vraag of Nederland
meer invloed zou moeten hebben op het bestuur en de rechtshandhaving van de landen in het
Caribisch gebied, dan wel juist meer afstand zou moeten houden. In 2013 pleitten de Kamerleden
Bosman en Van Raak in een gezamenlijke initiatiefnota voor een lossere relatie en onafhankelijke
status voor de landen naar het voorbeeld van het Gemenebest (Commonwealth of Nations), door
hen soms als ‘Britse Gemenebest’ (de tot 1949 gebezigde naam) aangeduid.152 De Tweede Kamer heeft
rechtsvergelijkend onderzoek laten verrichten naar de overzeese staatsrechtelijke verhoudingen in
het Koninkrijk, de Franse Republiek, het Koninkrijk Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.153 Het
lid Bosman stelde kritische vragen over de totstandkoming van het Statuut en de daarin vastgelegde
staatkundige verhoudingen in het licht van het dekolonisatieproces.154 Met de motie van het lid Van
Dam c.s. is de regering verzocht om in overleg met de regering van Sint Maarten te spreken over een
scheiding van beheer en gezag in de rechtshandhaving en of Nederland voor een periode van vijf
jaar een grotere rol kan vervullen in het beheer.155 Naar aanleiding van moties in de Tweede Kamer
en in de Eerste Kamer156 en bespreking van het betreffende onderwerp in het Interparlementair
Koninkrijksoverleg (IPKO), is het voornemen van de regeringen van de vier landen om een ambtelijke
werkgroep te laten rapporteren (2020/2021) over de interpretatie(s) van de verdeling volgens het
Statuut van verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en van het Koninkrijk als geheel.157
Wat de genoemde initiatieven gemeen lijken te hebben, is de veronderstelling dat het Statuut
in zijn huidige vorm vruchtbare samenwerking tussen de Koninkrijksdelen in de weg staat en
de gemeenschappelijkheid niet bevordert. De genoemde voorstanders van een lossere relatie
beschouwen de in het Statuut vastgelegde verdeling van verantwoordelijkheden en de belegging
van de Koninkrijksfunctie als een belemmering voor de groei naar zelfstandigheid van de Caribische
landen en evenwichtiger relaties met Nederland. De Nederlandse regering heeft desgevraagd nog eens
onderstreept dat alle Caribische (ei)landen zelf kunnen bepalen om de rechtsorde van het Koninkrijk
te verlaten, of met de andere Koninkrijkspartners het overleg te voeren over andere staatkundige
verhoudingen.158 Indien de Caribische landen daartoe niet het initiatief nemen, zou overigens ook
Nederland zelf afscheid kunnen nemen van het Koninkrijksverband, zoals al eerder geopperd.159
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                              36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Voorstanders van een grotere rol van Nederland zoals het lid Van Dam menen evenwel dat
terugkerende problemen juist aantonen dat de Caribische landen niet in staat zijn deze zelfstandig op
te lossen. Volgens deze zienswijze hadden de landen er bij nader inzicht wellicht beter aan gedaan om
de rechtshandhaving in 2010 een Koninkrijksaangelegenheid te maken.160
Op de eilanden overheerst de overtuiging dat de Koninkrijksbanden cruciaal zijn, maar klaagt men
over de last van bestuurlijke inmenging en misbruik van de ongelijke verhoudingen door Nederland,
dat onvoldoende oog zou hebben voor de grote uitdagingen en de specifieke context waarvoor de
landsbesturen zich zien gesteld. Het financiële toezicht op de overheidsfinanciën van de landen lijkt
bijvoorbeeld tegen de afspraken in een permanent karakter te krijgen, zodat van financiële autonomie
sinds 2010 geen sprake is.161 Nederlandse steunverlening in de vorm van leningen of sanering van
schulden zou gepaard gaan met dusdanig strenge voorwaarden dat de afhankelijkheid alleen maar
groter wordt.162 Tegelijkertijd komt de Algemene Rekenkamer Curaçao tot de conclusie dat het
financieel beheer nog altijd niet ordelijk en niet controleerbaar verloopt. De jaarrekening van 2018
bevatte met betrekking tot de rechtmatigheid en de getrouwheid totaal NAf 664,5 miljoen aan fouten
en NAf 5.991 miljoen aan onzekerheden.163 De situatie met betrekking tot de overheidsfinanciën
was dan ook reeds voorafgaand aan de COVID-19 crisis zeer zorgelijk. Sinds 2010 vertoonde de
schuldenontwikkeling als percentage van het bruto binnenlands product reeds een opgaande lijn wat
betreft Curaçao en Aruba.164
De COVID-19-crisis vereist nu acute hulp vanuit Nederland maar stemt tevens weinig hoopvol wat
betreft het vermogen van de Caribische landen om zelfstandig de overheidsfinanciën op orde te
krijgen. Structurele hervormingen zijn noodzakelijk.165 Voor aanvullende renteloze leningen hebben
de drie Caribische landen moeten instemmen met versobering van salarissen en arbeidsvoorwaarden
van politici en ambtenaren. Curaçao en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten dienen
daarnaast De Nederlandsche Bank inzicht te verschaffen in de situatie in de financiële sector
in den brede.166 Voor een derde tranche liquiditeitssteun zullen de Caribische landen moeten
voldoen aan de eerder gestelde voorwaarden en instemmen met een nieuwe Rijkswet Caribische
hervormingsidentiteit die toezicht zal houden op de ontwikkeling en uitvoering van landspecifieke
projecten en maatregelen.167 De regeringen van de Caribische landen hebben hiermee tot dusver niet
ingestemd, omdat het erop lijkt dat men een ‘Nederlands schaduwbestuur’ krijgt opgedrongen.168
Om de spanning tussen gekoesterde zelfstandigheid en de facto afhankelijkheid definitief te
doorbreken, resteren volgens sommigen commentatoren op termijn nog slechts twee uitwegen: ofwel
de Caribische landen ambiëren werkelijke autonomie die alleen via de weg van de onafhankelijkheid
wordt bereikt (met alle risico’s van dien), dan wel ze aanvaarden hun afhankelijkheid en worden
samen met de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius, Saba) als provincie geïntegreerd in het
Nederlands staatsbestel. In het laatste scenario vormt gelijkheid het uitgangspunt: één en hetzelfde
Nederlanderschap voor alle burgers van het Koninkrijk en één norm voor het niveau van sociale
voorzieningen, onderwijs, zorg, financieel beheer en rechtshandhaving.169
Debat over de staatkundige verhoudingen met de overzeese gebiedsdelen, al dan niet geïnspireerd
door de invulling die andere Europese landen daaraan hebben gegeven (zie bijlage V), dreigt de
aandacht af te leiden van de vraag hoe het Statuut tot nu toe in de praktijk is benut. De Raad van
State merkte in 2004 al op dat het Statuut sinds 1954 vooral is gebruikt als onderlinge afbakening van
bevoegdheden en dat de artikelen die zien op realisering van gezamenlijke verantwoordelijkheden
en samenwerking tot dan toe weinig waren gebruikt.170 Hierin is naar het oordeel van de AIV ten
aanzien van de hoofdonderwerpen van dit advies ook na 2010 in essentie geen verandering gekomen.
In hoofdstuk I zijn tekortkomingen in de rechtshandhaving behandeld en is de aandacht gevestigd op
hiaten in de mensenrechtensituatie en in het beleid voor duurzame ontwikkeling. De landsregeringen
belijden met de mond de wens om stappen voorwaarts te zetten, maar lijken te verzanden in
praktische, procedurele en financiële bezwaren zodra gezamenlijke actie is vereist. Doorbraken
bij de opheffing van humanitaire misstanden en de bestrijding van corruptie en ondermijnende
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>criminaliteit blijven uit. Het Statuut verplicht de landen op basis van Art. 36 (zie bijlage IV) juist tot
wederzijdse hulp en bijstand, en maakt samenwerking mogelijk in verschillende vormen: van overleg
en praktische hulp en bijstand tot samenwerkingsregelingen, consensusrijkswetten en algemene
maatregelen van rijksbestuur.
      Waarborgfunctie en samenwerking in de praktijk
De landen zijn autonoom, maar als zij de fundamentele mensenrechten, de rechtszekerheid en
de deugdelijkheid van bestuur niet verwezenlijken, is volgens Art. 43 lid 2 van het Statuut het
Koninkrijk aanvullend verantwoordelijk om deze te waarborgen. De Koninkrijksregering kan op
basis van Art. 51 van het Statuut (zie bijlage IV) een algemene maatregel van rijksbestuur vaststellen
waarmee een land dat in gebreke blijft, gehouden is om aan vast te stellen kwaliteitseisen op de
genoemde terreinen te voldoen (‘waarborgfuntie’). Van deze mogelijkheid wordt geen gebruik
gemaakt, tot frustratie van diegenen die menen dat benutting ervan bij wijze van ultimum remedium
gerechtvaardigd zou zijn, omdat de landen in bepaalde opzichten ernstig en langdurig tekortschieten
in hun verantwoordelijkheid en geen uitzicht bestaat op verbetering. Een complicerende factor
hierbij is dat betrokkenheid vanuit het Koninkrijk, bij afwezigheid van separate Koninkrijksorganen,
door de Caribische landen moeilijk los kan worden gezien van Nederlandse bemoeienis.171 Als de
Koninkrijksregering zijn verantwoordelijkheid niet neemt, is het eerst afwachten tot een onhoudbare
situatie ontstaat (bestuurlijke legitimiteitscrisis, internationale reputatieschade, ondragelijke
schuldenlast), alvorens een land in kwestie hulp en externe bemoeienis aanvaardt, ter voorkoming
van een verdergaande inbreuk op de autonomie op een later moment.
De Raad van State stelde in 2011 vast dat het niet zover hoeft te komen en bepleitte een nieuwe
benadering van Art. 43 lid 2: als stimulans om in gezamenlijk overleg een ondergrens te definiëren
en maatregelen te treffen ter voorkoming dat landen daar beneden raken. Deze preventieve
benadering vereist wel dat de landen onderling en op voet van gelijkheid samenwerken, zich
openstellen en werkelijk willen bijdragen aan verbetering als de gezamenlijke analyse van de
situatie daartoe aanleiding geeft.172 Omdat artikel 43, tweede lid, een Koninkrijksaangelegenheid
omschrijft, zouden bij rijkswet waarborgende regels, bijvoorbeeld over de transparantie van bestuur
en overheidsfinanciën voor het gehele Koninkrijk kunnen worden vastgesteld. Wetten op dit terrein
in andere landen hebben een bijdrage geleverd aan de bestrijding van corruptie.173 Ook zou zo’n
wet kunnen voorzien in een Human Rights Institute voor het gehele Koninkrijk, overeenkomstig
de wereldwijd aanvaarde Paris Principles174, zoals in Nederland het College voor de rechten van de
mens. De AIV acht het raadzaam om van zo’n rijkswet een proeve te laten opstellen, die kan worden
besproken in alle landen van het Koninkrijk. Het feit dat velen in Nederland zulke waarborgen voor
zichzelf overbodig achten, mag geen reden zijn om daarvan af te zien, nog afgezien van de vraag
of – gelet op ervaringen in enkele Nederlandse gemeenten – deze mening steekhoudend is.
     Binnen het kader van het Statuut zijn
     verschillende vormen van samenwerking
     mogelijk die de landen in de praktijk tot
     nu toe weinig of niet hebben benut
De politieke wil om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de waarborging van de uitgangspunten
van het Statuut in het Caribisch gebied – juist ook in preventieve zin – is tot nu toe gering gebleken.
Wat Nederland betreft zou dit veel extra inspanningen vergen en gepaard gaan met risico’s vanwege
de gecompliceerde relaties met de eilandbesturen en gebrek aan steun bij de politieke achterbannen.
Postkoloniale gevoeligheden of beperkingen die zouden voortvloeien uit het in 2010 aangepaste
Statuut lijken door zowel Nederland als de landen in het Caribisch gebied te worden aangewend om
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>niet nader tot elkaar te hoeven komen. Politici op de eilanden die menen niet te zijn gebaat bij betere
samenwerking met Nederland, zullen trachten om anti-Nederlandse sentimenten te mobiliseren
als de Rijksministerraad zich meer doet gelden in de bescherming van rechtsstatelijkheid en de
bevordering van transparant en betrouwbaar bestuur. De voorzichtigheid van de Rijksministerraad
houdt echter – naast eerder genoemde risico’s en reputatieschade voor het Koninkrijk als geheel –
onvoldoende rekening met de wens van de bevolkingen, die schoon genoeg hebben van corruptie en
het uitblijven van sociaaleconomisch perspectief en zich grote zorgen maken over de leefbaarheid op
lange termijn.
De AIV acht het alles overziend niet productief om het debat over de juiste verhoudingen in het
Koninkrijk nu toe te spitsen op een nieuwe aanpassingsronde van het Statuut, nog geen tien jaar na
de laatste wijziging. Binnen het kader van het Statuut zijn verschillende vormen van samenwerking
mogelijk die de landen in de praktijk tot nu toe weinig of niet hebben benut. De landen Aruba,
Curaçao en Sint Maarten hebben autonome bevoegdheden. Dat betekent dat zij gemachtigd
zijn binnen het Statuut zelf wetten aan te nemen. Het Statuut van het Koninkrijk bepaalt dat
de Koninkrijksregering de taak heeft de rechtsorde, goed bestuur en de rechten van de mens te
garanderen. Daar waar de eilandbesturen om welke redenen dan ook nalaten om wetten vast te
stellen en te handhaven die noodzakelijk zijn voor de rechtsorde, goed bestuur en rechten van de
mens, geldt nog steeds het Statuut. Alle volksvertegenwoordigers en leden van de regeringen in het
Koninkrijk zijn gebonden aan het Statuut. De wet- en regelgeving en de tenuitvoerlegging daarvan
is de verantwoordelijkheid van de Rijksministerraad. Daar waar de rechtsorde niet goed wordt
gehandhaafd, de regels van goed (integer) bestuur worden veronachtzaamd en de rechten van de
mens worden geschonden, is dus de Rijksministerraad de instantie die verantwoordelijk is om deze
ernstige tekortkomingen te herstellen.
      3.2 Samenwerking in Koninkrijksverband
      Koninkrijksrelaties
De samenwerking in Koninkrijksverband zoals tot dusver behandeld, betreft in de eerste plaats
politiek-bestuurlijke en ambtelijke contacten en overleggen, het opstellen en implementeren van
(consensus)wetten en het afstemmen van beleid. Achter de samenwerking tussen de vier landen gaat
op landsniveau een complexe werkelijkheid schuil van verschillende binnenlandse actoren en (deel)
belangen die richting geven aan de opstelling en inzet van een land in Koninkrijksverband. Het blijkt
in de praktijk lastig om deze op één lijn te brengen. In Nederland ontbreekt een overkoepelende visie
op de veiligheid van het Koninkrijk. De ministeries van Buitenlandse Zaken, van Justitie en Veiligheid,
en van Defensie besteden in hun strategische documenten in beperkte mate aandacht aan het
Caribisch gebied. In Nederland heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) de coördinerende taak voor Caribisch Nederland en de Koninkrijksrelaties, die thans is belegd
bij de staatssecretaris van BZK. In het verleden is reeds uit verschillende onderzoeken gebleken
dat het Nederlands bestuur ten aanzien van de Koninkrijksrelaties is gefragmenteerd en dat de
andere ministeries veel speelruimte hebben om eigen beleidsdoelen te realiseren in samenwerking
met politieke en ambtelijke counterparts en uitvoeringsorganisaties in het Caribisch deel van
het Koninkrijk. Zo krijgt de samenwerking op het terrein van justitie gestalte in het horizontaal
gestructureerde Justitieel Vier-landen Overleg (JVO), waaraan de ministers van Justitie (en Veiligheid)
van de landen deelnemen. Daarbij is van afstemming en coördinatie met het internationale
veiligheidsbeleid niet of nauwelijks sprake. Grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit, maar ook
ongewenste buitenlandse beïnvloeding en klimaatveiligheid vergen nauwere interdepartementale
samenwerking en een gecoördineerde transnationale aanpak.
Met het regeerakkoord van 10 oktober 2017 heeft BZK een sterkere coördinerende taak gekregen.
Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO-rapport van 10 juni 2019)
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>constateert dat BZK in de afgelopen jaren ten aanzien van Caribisch Nederland inderdaad een
grotere rol op zich heeft genomen en de Haagse interdepartementale samenwerking verder
heeft gestructureerd. In de interviews kwam tot uitdrukking dat BZK vooral een begeleidende/
organisatorische rol vervult, maar minder die van een proactieve en doortastende coördinator/
regisseur.175 Het is nog altijd ‘niet duidelijk wat de rol van het ministerie precies is, dan wel wat
de coördinerende taak zou moeten en kan inhouden. Het ministerie heeft de taak zelf ook niet
uitgewerkt’.176 De IBO-werkgroep concludeert dat de inhoudelijke bevindingen op een aantal
relevante punten gelijk zijn aan die van eerdere onderzoeken en beklemtoont de noodzaak van een
integrale visie en versterking van de coördinerende taak van het ministerie van BZK, waarvoor het
rapport verbetersuggesties doet. In de kabinetsreactie op het IBO-rapport en op de Voorlichting van
de Raad van State over Caribisch Nederland en de coördinerende rol van BZK,177 onderschrijft de
regering de hoofdlijnen van de aanbevelingen om de minister van BZK een sterkere (coördinerende
en toezichthoudende) rol te geven, de ambtelijke ondersteuning te versterken en werkafspraken te
maken in de ministerraad. Tevens omarmt de regering de oproep van de Raad van State voor nauwere
samenwerking tussen Caribisch Nederland en de drie landen. Naast een vorm van vrijhandelsgebied
of douane-unie ziet de regering kansen voor kennisdeling over landbouw en energievoorziening en
samenwerking bij zorg voor kwetsbare inwoners.
In het verleden is er al vaker op gewezen dat het Koninkrijk meer moet zijn dan een ‘politiek
en ambtelijk gezelschapsspel’178, dat zich vooral lijkt toe te spitsen op de overheidsfinanciën, de
kwaliteit van het bestuur en de rechtshandhaving. Omdat vaak de focus ligt op tekortkomingen en
problemen, is er minder aandacht voor de sterke punten van de Caribische delen van het Koninkrijk
in vergelijking met andere (ei)landen in de regio: de verbinding met de Europese markt en met de
Nederlandse rechtsorde en economie, toerisme uit welvarende landen, maritieme ecologie, financiële
dienstverlening, en een beter opleidingsniveau. Naast structurele, formele verhoudingen heeft
samenwerking betrekking op initiatieven van maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers die
culturele verschillen overbruggen en de samenhang bevorderen. Dat kan gaan om projecten op het
terrein van onderwijs, culturele uitwisselingen, natuurbescherming, opvang van kwetsbare jongeren,
of zoals recent naar aanleiding van COVID-19, de verstrekking van voedselpakketten.179 Door veel
vaker vanuit de samenlevingen van de landen onderlinge verbindingen te leggen, zullen burgers de
meerwaarde van het Koninkrijk beter inzien, wat kan bijdragen tot concrete en duurzame versterking
van de Koninkrijksbanden en -structuren.180 Een dergelijke Koninkrijksbrede civil society ontstaat niet
spontaan: de volksvertegenwoordigers en de regeringen van de landen van het Koninkrijk dienen
onderlinge contacten te intensiveren, vaker gezamenlijk naar buiten te treden en initiatieven aan te
moedigen en te steunen.
      Grotere rol Rijksministerraad
De Rijksministerraad bestaat uit de leden van de ministerraad van Nederland en de gevolmachtigde
ministers van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten. De gevolmachtigde ministers zijn niet zoals
de Nederlandse ministers verantwoordelijk voor een eigen beleidsterrein, maar vertegenwoordigen
de landsregering voor alle aangelegenheden van het Koninkrijk (toepassing van het Statuut,
voorstellen van Rijkswet, aanwijzingen, buitenlands beleid en defensie in het Caribisch gebied).
De Rijksministerraad functioneert niet op basis van een regeerakkoord en heeft dan ook een
ander karakter dan het kabinet van een land binnen het Koninkrijk.181 De Rijksministerraad neemt
alleen gezamenlijke besluiten over zaken waarover tevoren overeenstemming is bereikt tussen de
regeringen van alle landen. Dit geschiedt in de praktijk doorgaans op initiatief van Nederland, dat de
inhoudelijke voorbereidingen treft voor de Rijksminsterraadvergaderingen onder voorzitterschap van
de minister-president. Vanaf 2008 worden vergaderingen van de Rijksministerraad voorafgegaan door
behandeling van de ministerraadsstukken in de (onder)raad voor Koninkrijksrelaties.
Van gemeenschappelijke visievorming op het Koninkrijk is echter nog altijd nauwelijks sprake.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>De AIV is van mening dat de Rijksministerraad een grotere rol kan en moet spelen met het oog
op gezamenlijke visie- en beleidsvorming. Op afzonderlijke terreinen wordt ‘vier-landenoverleg’
gehouden, maar van integrale afstemming en bundeling van inspanningen in de Rijksministerraad
is geen sprake. Hierbij speelt een rol dat de onderlinge relaties vruchtbare samenwerking in de
weg kunnen staan: het vertrouwen ontbreekt om open kaart te spelen. De Rijksministerraad is
echter een van de weinige gemeenschappelijke instituties en het Koninkrijk kan het zich niet
veroorloven daarvan suboptimaal gebruik te maken. Een grotere rol impliceert een bredere, meer
inhoudelijke en op de lange termijn gerichte agenda. De voorbereiding van de Rijksministerraad
zal daarvoor ook anders moeten worden gestructureerd. In navolging van eerdere adviezen van de
Raad van State,182 bepleit de AIV om ter ondersteuning van de Rijksministerraad een voor het gehele
Koninkrijk werkzaam beleidssecretariaat in te richten, dat samenwerkt met, maar niet hoofdzakelijk
is georiënteerd op de Nederlandse departementen en regering. In een dergelijk secretariaat zouden
idealiter ambtenaren werkzaam moeten zijn met achtergronden uit alle delen van het Koninkrijk.
Met deze aanpassing zal het Koninkrijk beter zijn opgewassen tegen nieuwe, deels voorzienbare
schokken in het internationale bestel en krachten die de rechtsstaat ondermijnen. Het versterkt
zijn geloofwaardigheid als internationale pleitbezorger van veiligheid, rechtsstatelijkheid en
duurzaamheid.
    Een grotere rol van de Rijksministerraad
    impliceert een bredere, meer
    inhoudelijke en op de lange termijn
    gerichte agenda
In het verlengde hiervan acht de AIV de Rijksministerraad de aangewezen instelling om het voortouw
te nemen bij de ontwikkeling van een Koninkrijksvisie op de rechtshandhaving. Die visie zou gericht
moeten zijn op een versterking van de gehele veiligheidsketen (justitie, politie, defensie, kustwacht,
inlichtingen- en veiligheidsdiensten), op basis van gemeenschappelijke toepassing van de relevante
Rijkswetten. De visie zou de vorming kunnen voorstellen van één Openbaar Ministerie onder leiding
van een Procureur-Generaal die samenwerkt met lokale hoofdofficieren van Justitie, en dat wordt
ondersteund door één politiekorps voor de Caribische eilanden. Prioriteit moet worden gegeven aan
verbetering van de informatieverzameling en het delen van informatie voor opsporingsonderzoeken,
zodat meer informatiegestuurd optreden mogelijk wordt. Het Nederlandse initiatief voor een
multidisciplinair interventieteam tegen ondermijnende criminaliteit zou ook in Koninkrijksverband
opvolging moeten krijgen. Het ligt voor de hand dat de vier landen voortbouwen op succesvolle
vormen van veiligheidssamenwerking in het Caribisch gebied zoals de Kustwacht, politie- en
recherchesamenwerking en de opleiding en training van de Curaçaose militie en de Arubaanse militie.
Defensie vervult een belangrijke militaire bijstandstaak ter ondersteuning van het civiele gezag,
ook op het terrein van de rechtshandhaving. Van de militaire aanwezigheid kan effectiever gebruik
worden gemaakt.
      3.3 Internationale samenwerking
      Bondgenoten en partners
In het Nederlandse buitenlands- en veiligheidsbeleid stond de Caribische en Latijns-Amerikaanse
regio lange tijd minder in de belangstelling dan andere regio’s. Vanuit veiligheidsoptiek was er
vooral oog voor de ontwikkelingen in Venezuela. Het Koninkrijk vertrouwde de afgelopen jaren
voor de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>hoofdzakelijk op internationale verdragen en initiatieven. De bestrijding van de cocaïnehandel
spitste zich toe op incidentele onderschepping van transporten door de Caribische zee en controles
nabij en in aankomsthavens in Europa. De verschuiving van de aandacht van de Verenigde Staten
naar drugsroutes via Midden-Amerika en aan de Stille Oceaanzijde van het continent werd niet
opgevangen met een grotere inzet van middelen vanuit Nederland of andere Europese landen in het
Caribisch gebied. Hoewel de Verenigde Staten recent heeft besloten om voor de drugsbestrijding
meer middelen beschikbaar te maken in het Caribisch gebied, is het onzeker of dit een permanent
karakter zal krijgen. Naar aanleiding van de COVID-19 crisis stelt Nederland in het gebied tijdelijk
extra militaire capaciteit beschikbaar (luchttransport, ondersteuningsschepen, militaire bijstand op
land), maar vooral in een logistiek-ondersteunende rol en ter bewaking van de grenzen. Ook Frankrijk
en het Verenigd Koninkrijk hebben naar aanleiding van COVID-19 besloten extra schepen in te
zetten. Defensie staat in nauw contact met beide landen in het kader van het delen van informatie en
om mogelijkheden tot militaire samenwerking te identificeren. Op het Franse eiland Martinique is
hiervoor een coördinatiepunt ingericht.183
Intensivering van de strijd tegen grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit vergt nauwere
samenwerking op het gebied van counterdrugsoperaties met bondgenoten zoals Verenigde Staten,
Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie Joint Interagency
Task Force South (JIATF-S) vormt hierbij een voor de hand liggend samenwerkingsverband, waaraan
naast de genoemde bondgenoten ook verschillende landen in de regio deelnemen.184 De ‘klassieke’
inzet van marineschepen, onderzeeboten, vliegtuigen en helikopters blijft belangrijk, maar er is meer
nodig om de druk op te voeren op internationaal opererende criminele organisaties. Het gaat hier
op de eerste plaats om het beter delen van criminele inlichtingen tussen bondgenoten en partners
in de regio (en tussen de relevante organisaties binnen de betreffende staten) om de internationale
criminele netwerken en financiële stromen in kaart te kunnen brengen. De samenwerking met
landen uit de regio is essentieel. Potentiële regionale partners zijn Colombia en Panama, maar ook
de Dominicaanse Republiek en de (kleinere) eilandstaten van de Organisation of Eastern Caribbean
States. Daarnaast neemt het belang toe van samenwerking met Brazilië, Suriname, Costa Rica, Peru en
Ecuador, vooral als landen van herkomst of transit van drugs en andere contrabande.
Regionale organisaties kunnen een effectief multilateraal samenwerkingskader bieden. De
veiligheidssamenwerking met CARICOM kan bijvoorbeeld op het terrein van de gegevensuitwisseling
worden versterkt door een formelere samenwerking aan te gaan tussen het Koninkrijk en de
Implementation Agency for Crime and Security (IMPACS), naar het voorbeeld van het memorandum of
understanding met CARICOM’s agentschap voor crisiscoördinatie en rampenbestrijding CDEMA.
Ook het delen tussen bondgenoten van militaire inlichtingen kan met het oog op bestrijding van de
grensoverschrijdende criminaliteit van groot belang zijn. Dit geldt momenteel in het bijzonder ten
aanzien van Venezuela, de regionale spil in de grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit, wiens regime
nauwe banden onderhoudt met landen zoals Rusland, China en Iran. De Verenigde Staten volgen
de ontwikkelingen nauwlettend, maar stellen ook in de richting van bondgenoten waarmee nauw
wordt samengewerkt zelf de prioriteit wie, wanneer, welke informatie krijgt. Europese bondgenoten
zullen in ruil voor informatie vaker zelf een relevante bijdrage moeten leveren, waarvoor (militaire)
aanwezigheid in de regio een voorwaarde vormt.
Naast de drugsbestrijding onder Amerikaanse leiding zijn er voor de Europese landen mogelijkheden
voor nauwere operationele en inlichtingensamenwerking in het in Lissabon gevestigde Maritime
Analysis and Operations Centre – Narcotics (MAOC-N), waaraan naast Frankrijk, Nederland en het
Verenigd Koninkrijk ook Ierland, Italië, Portugal en Spanje deelnemen. Een noodzakelijke omslag in
het Nederlandse denken betreft verbreding van de beleidsmatige focus, zodat een samenhangende
nationale en internationale aanpak ontstaat, in de gehele keten tot en met de bron. De intensivering
van de politiesamenwerking met Colombia verdient navolging elders in de regio. Betrokkenheid
van andere departementen (Buitenlandse Zaken, Defensie) is daarbij een pré. Nederland en andere
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                 42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Europese landen zouden de banden met de eilanden in het Caribisch gebied en landen in Latijns-
Amerika moeten beschouwen als kans om up stream de strijd aan te binden met grensoverschrijdende
(drugs)criminaliteit die een serieuze bedreiging vormt van nationale en Europese (veiligheids-)
belangen. Als er niet wordt ‘teruggedrukt’, zullen criminele organisaties vice versa trachten vanaf de
eilanden gemakkelijker Europa te bereiken. Voor de aanpak van sociaaleconomische problematiek in
de regio kan Nederland in EU-verband samen optrekken met lidstaten die traditioneel meer gericht
zijn op de regio, zoals Spanje, Portugal en Frankrijk. Verbetering van de Europese samenwerking ligt
tot slot voor de hand in de Caribbean Working Group van het European Intervention Initiative (EI2),
waarin de Europese landen met overzeese gebieden in de Caribische regio en landen die willen
assisteren bij noodhulpverlening (Duitsland en Spanje) zich ten doel stellen om responstijden te
verminderen en capaciteit optimaal te gebruiken.185
      Verdrag van San José
Op 10 april 2003 is het Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel in verdovende
middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch gebied ondertekend
(Verdrag van San José)186 dat in 2008 in werking is getreden. Het Koninkrijk, dat als een van de
voortrekkers nauw betrokken is geweest bij de totstandkoming van het verdrag, heeft het verdrag
in 2010 geratificeerd. Het verdrag biedt deelnemende landen onder meer de mogelijkheid om met
toestemming van een andere deelnemende partij van smokkel verdachte schepen te achtervolgen
tot binnen diens territoriale wateren. Een belangrijke bepaling betreft het op volle zee kunnen
aanhouden en doorzoeken van (verdachte) schepen zonder vlagstatus. Hiervan wordt door
CZMCARIB het meeste gebruik gemaakt. Tot slot zijn voorwaarden vastgelegd voor het plaatsen van
rechtshandhavingsteams aan boord van (elkaars) schepen.
Er zijn verschillende redenen waarom het verdrag nog beperkt in praktijk wordt gebracht. Dat heeft
voor sommige landen te maken met de deelneming van de Verenigde Staten, wellicht in het bijzonder
vanwege zorgen over mogelijke aantasting van de soevereiniteit. Daarnaast is de geografische
verdragswerking nog onvoldoende (te weinig spreiding in de regio). De CARICOM-landen hebben
zich tot dusverre afzijdig gehouden en een eigen Maritime and Airspace Security Cooperation
Arrangement opgesteld, dat is gericht op een breder palet aan criminele bedreigingen. Deze
overeenkomst is in werking getreden na ratificatie door drie deelnemende landen, maar besprekingen
over een herziening zijn vastgelopen vanwege juridische geschillen. Vier belangrijke landen in de regio
hebben het Verdrag van San José getekend, maar nog niet geratificeerd. Dit behelst naast Panama,
Jamaica en Haïti ook het Verenigd Koninkrijk. De overzeese gebiedsdelen in het Caribisch gebied van
het Verenigd Koninkrijk hebben bedongen dat ze eerst over voldoende (kustwacht-)capaciteit moeten
beschikken om uitvoering te geven aan het verdrag, alvorens het Verenigd Koninkrijk overgaat tot
ratificatie.
Het Koninkrijk zou het voortouw moeten nemen om het Verdrag van San José nieuw leven in te
blazen, door landen die dat nog niet hebben gedaan op te roepen tot spoedige ratificatie. Het Verenigd
Koninkrijk vormt in dit kader vanuit Europees perspectief een onmisbare bondgenoot. Ook kunnen
de landen van het Koninkrijk zich gezamenlijk inspannen om de belangstelling voor deelneming te
wekken van CARICOM-landen. Voor een eventuele uitbreiding met nieuwe landen kan bespreking
nodig zijn van de bepalingen die de soevereiniteit waarborgen en van het perspectief op verbreding
van de reikwijdte van het verdrag (middels amendement) naar terreinen zoals wapensmokkel, illegale
migratie en mensenhandel. Het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) is een belangrijke
speler in de regio die betere benutting van het Verdrag van San José kan helpen bevorderen, mogelijk
als onderdeel van zijn Global Maritime Crime Programme.187 Bespreking van deze onderwerpen zou
opportuun zijn in een tweede Meeting of States Parties bij het verdrag, waarvoor het Koninkrijk bij de
eerste bijeenkomst in 2017 heeft toegezegd de organisatie op zich te nemen.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>      Mogelijkheden in relatie tot de EU
De Europese verdragen gelden in beginsel voor de staten die daarbij partij zijn als geheel, dat betekent
in dit kader voor het Koninkrijk. Het verdrag of de akte van bekrachtiging kan echter in een beperking
tot een deel van de betrokken staat of in bijzondere bepalingen voorzien. Een van de varianten van
een dergelijke beperking betreft de regeling voor landen en gebieden overzee (LGO) die begin jaren
zestig van de vorige eeuw is gekozen voor de Nederlandse Antillen (destijds alle tot het Koninkrijk
behorende eilanden) en Suriname. De zes eilanden van het Koninkrijk in het Caribisch gebied vallen
nog steeds onder deze regeling, waarmee ze zijn uitgezonderd van de volledige werking van de EU-
verdragen, al kunnen ze wel aanspraak maken op steunprogramma’s die worden gefinancierd uit het
Europees Ontwikkelingsfonds en op investeringen via de Europese Investeringsbank. Het raamwerk
voor deze bijzondere associatieregeling is nader uitgewerkt in opeenvolgende LGO-besluiten, die
steeds meer het uitgangspunt hanteren van een wederzijds partnerschap om duidelijker onderscheid
te maken met de ontwikkelingshulp voor ACS-landen. Het huidige LGO-besluit dateert van 2013,
waarvoor in 2018 een herziening is voorgesteld met het oog op de periode 2021-2027.188 Behalve
Groenland betreffen de LGO kleine gebieden – meestal eilanden – van de lidstaten, met een kleine
bevolking, al zijn er in sociaal, economisch, geografisch en klimatologisch opzicht grote verschillen.189
Na uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU wordt het aantal LGO met twaalf verminderd,
waardoor naast de zes eilanden van het Koninkrijk in het Caribisch gebied en Groenland, een zestal
dun bevolkte Franse LGO resteren die geografisch versnipperd liggen: de Franse Zuidelijke en
Antarctische Gebieden, Frans-Polynesië, Nieuw-Caledonië, Saint-Barthélemy (enige Franse LGO
in het Caribisch gebied), Saint-Pierre en Miquelon, en Wallis en Futuna.
In Ultraperifere Gebieden (UPG), een alternatieve regeling voor gebieden die ver verwijderd liggen
van het Europees grondgebied, is het Europees recht in beginsel volledig van toepassing, met dien
verstande dat bepaalde uitzonderingen mogelijk zijn op basis van schaalkenmerken en een aantal
andere bijzondere eigenschappen. Tot Frankrijk behoren zes UPG (Guadeloupe, Frans-Guyana,
Martinique, Mayotte, Réunion, Saint-Martin), tot Portugal twee UPG (de Azoren, Madeira) en tot
Spanje één UPG (de Canarische eilanden). De status van het Franse Mayotte is in 2014 veranderd van
LGO in UPG. De EU-verdragen maken zo’n verandering ook mogelijk voor andere LGO’s, indien de
Europese Raad op initiatief van de betrokken lidstaat daartoe besluit (artikel 355, zesde lid, VWEU).
De UPG moeten voldoen aan dezelfde eisen als alle andere delen van lidstaten, maar hebben dus ook
toegang tot de interne markt en tot reguliere EU-financiering zoals cohesiefondsen en fondsen voor
landbouw en visserij. In 2018 is een begin gemaakt met nieuw EU-beleid voor de UPG waaronder
initiatieven op het gebied van de bevordering van innovatie, circulaire economie en blue growth.
Volgens de Europese Commissie bieden de UPG de EU kansen vanwege hun ligging in gebieden van
de wereld die in strategische zin van groot belang kunnen zijn.190
Er kleven voor- en nadelen aan de status LGO en aan de status UPG, blijkens onderzoeken die dateren
uit 2008.191 Van belang is dat zich ontwikkelingen voordoen in de internationale omgeving en in
de vormgeving van de relaties tussen de EU en de LGO en UPG, die een heroriëntatie opportuun
maken. UPG vallen ook onder de collectieve veiligheidsgarantie die de lidstaten in artikel 42,
zevende lid, VEU hebben verankerd. De Brexit zou wel eens de katalysator kunnen zijn van al langer
zich ontwikkelende, geleidelijke convergentie tussen de LGO en UPG, die vergaande gevolgen kan
hebben voor het constitutionele recht van de betrokken lidstaten. Het vertrek betekent niet dat
de twaalf resterende LGO (exclusief Groenland) aanspraak maken op minder financiële middelen
van de EU, maar wel valt een belangrijk LGO-machtsblok in de Caribische regio weg, waardoor
een ander dynamiek zal ontstaan tussen de (lidstaten met) resterende LGO.192 De inventarisatie
van kansen en behoeften tot intensievere samenwerking (denk aan: handelspolitiek, klimaatbeleid
en justitiesamenwerking) zou deel moeten uitmaken van toekomstgerichte beleidsontwikkeling
waarvan momenteel niet of nauwelijks sprake is. Het verdient aanbeveling dit onderwerp opnieuw te
agenderen in de overleggen tussen de landen van het Koninkrijk.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                    44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Ter afsluiting beklemtoont de AIV dat voor de bevordering van veiligheid en rechtsstatelijkheid in
het Caribisch gebied de besproken instituties geen belemmering vormen, maar juist mogelijkheden
scheppen voor nauwere en effectievere samenwerking. Hiervan hebben de landen tot dusver
in de praktijk onvoldoende gebruikgemaakt. Om historische redenen rust op Nederland de
verantwoordelijkheid zich als grootste Koninkrijkspartner in te spannen voor de veiligheid en
het welbevinden van burgers in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Tegelijk mag Nederland
verwachten dat de regeringen en besturen van de Caribische landen concrete stappen vooruitzetten
in het belang van hun bevolkingen en voor een toekomstbestendig Koninkrijksverband.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                             45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 46</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Eindnoten
1
     Sinds de wijziging van het Statuut van 10 oktober 2010 maken vier landen deel uit van het
     Koninkrijk: naast Nederland betreft dit Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De landen van het
     Koninkrijk behartigen zelfstandig hun eigen belangen. Het Statuut wijst evenwel een aantal
     onderwerpen aan die vallen onder de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk, zoals buitenlandse
     betrekkingen en bescherming van het grondgebied (defensie). Omdat het Statuut geen eigen, van
     de landen gescheiden, overkoepelende Koninkrijksorganen kent, betreft dit in essentie
     Nederlandse organen die handelen in het kader van een Koninkrijksfunctie. Bonaire, Sint
     Eustatius en Saba worden vanaf 2010 gerekend tot Caribisch Nederland.
2
     Bijlage bij Kamerstukken 2014/2015, 34 000 IV, nr. F, Voorlichting over de evaluatie van de
     rijkswetten “Justitie”, 2 mei 2014.
3
     Zie voor een uitwerking van de verschillende veiligheidsbegrippen: WRR, ‘Veiligheid in een wereld
     van verbindingen. Een strategische visie op het defensiebeleid’, 12 april 2017, hoofdstuk 2.
4
     Van Buiren, Koert, Matthijs Gerritsen en Leonie Ernst, Kleine eilanden, grote uitdagingen.
     Het Caribisch deel van het Koninkrijk in regionaal perspectief: prestaties, kansen en oplossingen,
     Economisch Bureau Amsterdam, 2020: 4-5.
5
     Kamerbrief staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluitvorming
     Rijksministerraad 10 juli 2020. inzake (financiële) ondersteuning aan Aruba, Curaçao
     en Sint Maarten, kenmerk 2020-0000418140, 10 juli 2020, bijlage 2; De Haseth, Carel,
     Haags dictaat is ongepast in ons bestel, NRC, 16 juli 2020.
6
     Van Raak, Ronald, Onze hulp moet terecht komen bij de armen, niet bij de rijken op de eilanden,
     Koninkrijk.nu, 14 juli 2020; Trouw, Ombudsman Curaçao: ‘Uitblijven coronasteun is voor ons fataal,
     8 augustus 2020.
7
     NOS, Kamer stemt tegen handelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen, 2 juni 2020.
8
     Karapetian, G., Hoe verder met de Landen en Gebieden Overzee na Brexit?, SEW nummer 6,
     juni 2020.
9
     United States Congressional Research Service, U.S. Foreign Assistance to Latin America
     and the Caribbean: FY2019 Appropriations, 1 maart 2019.
10
     Haenen, Marcel, Veiligheid Schiphol bedreigd door infiltraties drugscriminelen, NRC, 20 mei 2020.
11
     Dolz, Patricia Ortega, Apresado en Galicia el primer ‘narcosubmarino’ de Europa con más de 3.000
     kilos de cocaína, El País, 16 december 2019.
12
     FD, Rotterdam en Antwerpen melden recordvangsten cocaïne in 2019, 9 januari 2020.
13
     Staring, R., L. Bisschop, R. Koks, E. Brein en H. van de Bunt, Drugscriminaliteit in de Rotterdamse
     haven: aard en aanpak van het fenomeen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 26 mei 2019: 53-54.
14
     Idem: 8-9.
15
     Tops, Pieter en Jan Tromp, De achterkant van Amsterdam. Een verkenning van drugsgerelateerde
     criminaliteit, 2019.
16
     Voor een overzicht zie: Kamerbrief minister van Justitie en Veiligheid, ‘Reactie op het bericht:
     Nederland is corrupter dan we denken’, 6 februari 2020. Voor witwassen zie ook: Gaby de Groot
     en Johan Leupen, ‘Bijna €13 mrd wordt er jaarlijks witgewassen in Nederland’, FD, 13 november
     2019.
17
     Van Heerde, Johan, De politie kon meelezen met versleutelde chatberichten: duizenden kilo’s drugs
     onderschept, honderden arrestaties, Trouw, 2 juli 2020.
18
     International Crisis Group, Calming the Restless Pacific: Violence and Crime on Colombia’s Coast,
     8 augustus 2019.
19
     Kruijt, Dirk, Colombia 2020: tussen de FARC en Venezolaanse vluchtelingen, Clingendael Institute,
     29 januari 2020.
20
     Raad voor de Rechtshandhaving, Inspectieonderzoek naar de aanpak van drugscriminaliteit en
     drugsgerelateerde problematiek in Sint Maarten, 13 juli 2020.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>21
     Zie bijvoorbeeld: United States Department of State, Bureau of International Narcotics and
     Law Enforcement Affairs, International Narcotics Control Strategy Report, maart 2019, Vol I Drug
     and chemical control: 151-153, Vol II Money laundering: 47-49 (Aruba), 85-87 (Curaçao) en 170-172
     (Sint Maarten).
22
     Openbaar Ministerie, Parket Procureur-Generaal van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire,
     Sint Eustatius en Saba, Perspectief op de criminaliteitsbestrijding 2016-2021, mei 2016.
23
     Commissie Onderzoek Curaçao, Doe het zelf: Rapport van de Commissie Onderzoek Curaçao,
     ingesteld bij Koninklijk besluit van 8 augustus 2011, 30 september 2011.
24
     Centrale Bank van Aruba, Corruption survey 2018, augustus 2019.
25
     Position Paper en toelichting van de Stichting Beheer ICT Rechtshandhaving (SBIR) tijdens de
     ronde tafelbijeenkomst over rechtshandhaving in het Caribisch gebied in de Tweede Kamer op
     18 december 2019.
26
     Van Buiren, Koert en Leonie Ernst, Kerncijfers Caribisch deel van het Koninkrijk: Economische,
     financiële en sociale ontwikkelingen 2010 – 2017, SEO-rapport, februari 2019.
27
     Raad voor de Rechtshandhaving, Inspectieonderzoek naar de aanpak van drugscriminaliteit en
     drugsgerelateerde problematiek in Sint Maarten, 13 juli 2020: 40.
28
     Verhoeven, M.A., R.J. Bokhorst, F.L. Leeuw, S. Bogaerts en P.C.M. Schotborgh-van de Ven,
     Georganiseerde criminaliteit en rechtshandhaving op St. Maarten, WODC-rapport, 2007.
29
     Kamerstuk 29628/29279 nr. 861, Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid, 12 februari 2019.
30
     Inspectieonderzoek van de Raad voor de rechtshandhaving naar de uitvoering van de
     opsporingstaak door de Kustwacht in Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland, juni 2018.
     Het onderzoek heeft geen betrekking op Aruba omdat het land geen partij is in de Rijkswet Raad
     voor de rechtshandhaving.
31
     Idem: 12.
32
     Voor het langetermijnplan van de Kustwacht Caribisch gebied is in het regeerakkoord (2017)
     structureel 10 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Het Jaarplan 2020 bevat in een
     ‘groeihoofdstuk’ ambities waarvoor nog geen financiële dekking is. Kustwacht voor het Koninkrijk
     der Nederlanden in het Caribisch gebied, Jaarplan 2020, januari 2020: 3.
33
     Ministerie van Buitenlandse Zaken, Wereldwijd voor een veilig Nederland: Geïntegreerde Buitenland
     en Veiligheidsstrategie 2018 – 2022, maart 2018: 26-27.
34
     Nationale Veiligheid Strategie 2019,
     https://www.nctv.nl/documenten/publicaties/2019/6/07/nationale-veiligheid-strategie-2019.
35
     Zie: https://www.rivm.nl/onderwerpen/nationale-veiligheid.
36
     De Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van
     Buitenlandse Zaken evalueerde het gewijzigde regiobeleid in de periode 2004 – 2010 en bracht
     daarover in 2013 verslag uit: IOB, Op zoek naar nieuwe verhoudingen: Evaluatie van het Nederlandse
     buitenlandbeleid in Latijns-Amerika, augustus 2013.
37
     Europese Commissie, European Civil Protection and Humanitarian Aid Operations: Venezuela, 2019.
38
     Leghtas, Izza, en Jessica Thea, Hidden and Afraid-Venezuelans Without Status or Protection on the
     Dutch Caribbean Island of Curaçao, Refugees international, 10 april 2019: 7.
39
     AIV-advies nr. 107, Fundamentele rechten in het Koninkrijk: eenheid in bescherming. Theorie en
     praktijk van territoriale beperkingen bij de ratificatie van mensenrechtenverdragen, juni 2018.
40
     UNHCR, 2019 End-of-year report Caribbean sub-region, 2020.
41
     Ebus, Bram, Venezuelan migrants live in shadows on Caribbean’s sunshine islands, The Guardian,
     13 november 2018.
42
     Kamerbrief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Landenbeleid Venezuela,
     kenmerk 2942197, 25 augustus 2020.
43
     Regional RMRP for Refugees and Migrants from Venezuela, Regional Refugee and Migrant Respons
     Plan for Refugees and Migrants from Venezuela, december 2018: 79.
44
     Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, 1950,
     Zie: https://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf.
45
     Eerste Kamer der Staten-Generaal Kamerstuk nr. 29 653 C, Het Nederlands buitenlands beleid ten
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>     aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben, Verslag van een deskundigenbijeenkomst,
     11 december 2018.
46
     AIV-advies nr. 107, Fundamentele rechten in het Koninkrijk: eenheid in bescherming. Theorie en
     praktijk van territoriale beperkingen bij de ratificatie van mensenrechtenverdragen, juni 2018.
47
     Ministerie van Justitie Curaçao, Procedure voor bescherming op grond van artikel 3 EVRM,
     2018. Staatssecretaris Knops stelt hierover in een Kamerbrief op 13 november 2018:
     ‘De Toelatingsorganisatie in Curaçao beoordeelt onder verantwoordelijkheid van de minister van
     Justitie van Curaçao de aanvraag en bepaalt of betrokkene in aanmerking komt voor bescherming
     op grond van een artikel 3 EVRM procedure.’
48
     Leghtas, Izza, en Jessica Thea, Hidden and Afraid-Venezuelans Without Status or Protection
     on the Dutch Caribbean Island of Curaçao, Refugees international, 10 april 2019: 9-10.
49
     Vivanco, José Miguel, Brief aan Curaçaose en Nederlandse autoriteiten over Venezolaanse
     asielzoekers, Human Rights Watch, 15 oktober 2018.
50
     Amnesty International, Detained and Deported. Venezuelans Denied Protection in Curacao,
     september 2018: 9-10.
51
     Kamerstuk 29653 nr. 58, Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika
     en de Cariben, 6 september 2019.
52
     Nazarski, Eduard, Rechtshandhaving Caribisch deel Koninkrijk: Position Paper Amensty International,
     Amnesty International, 18 december 2019.
53
     Zie: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/
     details?id=2019A05010.
54
     Antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens
     de minister van Defensie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, 5 maart 2020.
     Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2019–2020, nr. 1954.
55
     Kamerbrief, Antwoord op Kamervragen over het bericht ‘Vreemdelingenadvocaten:
     Curaçao zet Venezolanen collectief uit, kenmerk 2020-0000087104, 5 maart 2020.
56
     International Military Council on Climate and Security (i.s.m. Clingendael en HCSS),
     The World Climate and Security Report 2020, februari 2020: 84-101.
57
     Planetary Security Initiative, Fighting an Existential Threat: Small Island States Bringing
     Climate Change to the UN Security Council, maart 2018: 2.
58
     Van Schaik, Louise, Dick Zandee, Tobias von Lossow, Brigitte Dekker, Zola van der Maas en
     Ahmad Halima, Ready for take-off? Military responses to climate change, Netherlands Institute of
     International Relations Clingendael, maart 2020: 25-27.
59
     Algemene Rekenkamer Sint Maarten, Focus-onderzoek naar de wederopbouwgelden voor
     Sint Maarten. Een verzameling van feiten, mei 2020: 9.
60
     Planetary Security Initiative, Stormclouds and Solutions: Anticipating and Preparing for
     Climate Change and Security Risks in the Caribbean, februari 2019: 2-3.
61
     Idem: 6.
62
     Idem: 4-5.
63
     The Economist, No longer in the pink. The world is going to have to start thinking radically to
     safe its coral reefs, 26 oktober 2019: 16.
64
     Prof. dr. Han J. Lindeboom, Concept delta-plan voor het redden van de koraalriffen bij, de economieën
     van, de veiligheid op en de relaties met de eilanden, 5 april 2017; Ministeries van Landbouw, Natuur
     en Voedselkwaliteit, Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties,
     ‘Plan voor land en water. Beleidsplan natuur en milieu Caribisch Nederland 2020-2030’ maart 2020.
65
     UN SDG’s Knowledge Platform, Small Island Developing States,
     https://sustainabledevelopment.un.org/topics/sids.
66
     Planetary Security Initiative, Fighting an Existential Threat: Small Island States Bringing Climate
     Change to the UN Security Council, maart 2018: 8.
67
     Planetary Security Initiative, Planetary Security in the Caribbean region:
     Plan of Action on resilience, februari 2019.
68
     Kingdom of the Netherlands, CDEMA, Clingendeal Insitute, Planetary Secuirty Initiatieve,
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>     COE en Aruba, Planetary Security in the Caribbean Region: A Roadmap to Climate Resilience
     Plan of Action (draft), februari 2019.
69
     Curaçao Chronicle, Prime Minsiter Rhuggenaath Speaks in the UN Security Council, 12 juli 2018.
70
     Antilliaans Dagblad, Enthousiaste Aftrap VN-vergadering, 24 september 2019.
71
     Van Schaik, Louise, Dick Zandee, Tobias von Lossow, Brigitte Dekker, Zola van der Maas en
     Ahmad Halima, Ready for take-off? Military responses to climate change, Netherlands Institute of
     International Relations Clingendael, maart 2020: 29-30.
72
     Ministerie van Buitenlandse Zaken, Wereldwijd voor een veilig Nederland:
     Geïntegreerde Buitenland en Veiligheidsstrategie 2018-2022, maart 2018: 32-33.
73
     Idem: 36.
74
     WRR, Veiligheid in een wereld van verbindingen. Een strategische visie op het defensiebeleid,
     2017: 116-119.
75
     Ebus, Bram, Troubled Waters along the Guyana-Venezuela Border, International Crisis Group,
     28 oktober 2019.
76
     Statement of Admiral Craig S. Faller, Commander United States Southern Command,
     Before the 116th Congress Senate Armed Forces Committee, Subcommittee on Emerging Threats and
     Capabilities, 9 juli 2019.
77
     Jiangtao, Shi, Trade deal nears, but tensions are rising over China’s inroads into America’s backyard,
     South China Morning Post, 15 april 2019.
78
     Vanaf het einde van de negentiende eeuw hadden de Verenigde Staten niet langer de invloed te
     duchten van Europese koloniale machten zoals Engeland, Frankrijk en Spanje. De Sovjet-Unie
     vormde tijdens de Koude Oorlog de enige serieuze rivaal en bedreiging, maar na de Cubacrisis
     in 1962 zag Moskou ervan af om de confrontatie te zoeken in het Caribisch gebied. De plaatsing
     van Russische nucleaire raketten op Cuba werd onder dreiging van Amerikaanse (nucleaire)
      repercussies op het laatste moment afgeblazen.
79
     Sullivan, Mark P. en Thomas Lum, China’s engagement with Latin America and the Caribbean,
     Congressional Research Service, 11 april 2019.
80
     Lindsay-Poland, John, U.S. Military Bases in Latin America and the Caribbean,
     Institute for policy studies, 5 oktober 2005.
81
     Suárez, Samuel Augusto Gallego, Colombia: US military presence’s repercussions, Latin American
     Post, 4 februari 2019. Zie ook: Tobias, Franz, The Legacy of Plan Colombia, 24 mei 2017.
82
     United States Congressional Research Service, U.S. Foreign Assistance to Latin America and the
     Caribbean: FY2019 Appropriations, 1 maart 2019.
83
     Gehrke, Joel, ‘That would really be historic’: Trump wants NATO to tighten ties with Brazil’s Jair
     Bolsonaro, Washington Examiner, 7 maart 2020.
84
     Adghirni, Samy, John Harney en Mario Parker, Trump and Bolsonaro Discuss Venezuela over
     Mar-a-largo Dinner, Bloomberg, 7 maart 2020.
85
     Sink, Justin en Jennifer Jacobs, Venezuela’s Guaido Attends Trump’s State of Union Speech,
     Bloomberg, 5 februari 2020, en Woody, Christopher, A US warship sailed along Venezuela’s
     cost to gather intelligence and send a message to Maduro, Business Insider, 1 februari 2020.
86
     Goodman, Joshua, Trump: US to deploy anti-drug Navy ships near Venezuela, Associated Press,
     2 april 2020.
87
     Ziezulewicz, Geoff, Destroyer Pinckney challenges Venezuela’s maritime territorial claims,
     Navy Times, 15 juli 2020.
88
     Report of the Independent Expert on the promotion of a democratic and equitable international
     order on his mission to the Bolivarian Republic of Venezuela and Ecuador (A/HRC/39/47/Add.1),
     3 augustus 2018. Zie ook: Tricontinental, UN Rapporteur Alfred de Zayas Criticises Regime Change
     Efforts and Economic Warfare Against Venezuela, Medium, 2019.
89
     De ‘Monroe-doctrine’, ontleend aan een toespraak van de Amerikaanse president Monroe voor
     het Congres in 1823, was aanvankelijk gericht tegen Europese kolonisatie op het Westelijk
     halfrond en om de Amerikaanse aanspraken op territorium veilig te stellen, maar heeft in de loop
     van de geschiedenis de bijklank gekregen van Amerikaanse dominantie en militaire interventies in
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                      50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>     Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Met de symbolische uitspraak wilde voormalig minister
     van Buitenlandse Zaken Kerry waarschijnlijk vooral onderstrepen dat de Verenigde Staten
     hechten aan gelijkwaardige relaties. Zie: Zachary Keck, The US Renounces the Monroe Doctrine?,
     The Diplomat, 21 november 2013.
90
     Richardson, Davis, John Bolton Reaffirms America’s Commitment to the Monroe Doctrine
     With New Sanctions, Observer, 17 april 2019.
91
     Funnekotter, Bart, Schoffelen in de Amerikaanse achtertuin, NRC, 15 februari 2019.
92
     Schake, Kori, Let the Monroe Doctrine Die, Foreign Policy, 29 mei 2019.
93
     Milanovic, Branko, The Clash of Capitalisms. The Real Fight for the Global Economy’s Future,
     Foreign Affairs, januari/februari 2020.
94
     Het ‘CELAC and China Joint Plan of Action for Cooperation on Priority Areas 2019 – 2021’
     werd aangenomen tijdens de tweede bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van
      het forum voor de Community of Latin American and Caribbean States (CELAC) en China.
95
     Belt and Road Portal, zie: https://eng.yidaiyilu.gov.cn/info/iList.jsp?cat_id=10076&cur_page=5.
96
     Jurna, Nina, Suriname in extase door alle olie voor de kust, NRC, 17 januari 2020.
97
     Lozano, Génesis, Can Latin America’s first AIIB member learn from past mistakes?,
     China dialogue, 9 maart 2020.
98
     Beëindiging van de diplomatieke erkenning van Taiwan lijkt een van de politieke aandachtspunten
     te zijn in afspraken met China over handels- en investeringsovereenkomsten. Hoewel het beeld
     niet eenduidig is, zijn verschillende LAC-landen waarmee China nauwe banden is aangegaan
     hiertoe de afgelopen jaren overgegaan (Panama in 2017, de Dominicaanse Republiek en
     El Salvador in 2018). Indien de Verenigde Staten geïsoleerd zouden komen te staan in hun
     erkenning van de Taiwanese zelfstandigheid, kan China zich gesterkt voelen om meer risico te
     nemen bij de nagestreefde politieke hereniging met het Chinese vaste land.
99
     Bayles, Martha, Hard Truths about China’s ‘Soft Power’, The American Interest, Volume 15,
     Number 5: 23-25.
100
     Voor een overzicht van de Small Island Development States zie:
     https://sustainabledevelopment.un.org/topics/sids/list.
101
     Kiran, Stacey, China signs 99-year lease on Sri Lanka’s Hambantota port, Financial Times,
     11 december 2017.
102
     Banerjee, Abhijit V. en Esther Duflo, How Poverty Ends. The Many Paths to Progress-and
     Why They Might Not Continue, 3 december 2019.
103
     Sullivan, Mark P. en Thomas Lum, China’s engagement with Latin America and the Caribbean,
     Congressional Research Service, 11 april 2019.
104
     Tannenbaum, Ben, Filling the Void: China’s expanding Caribbean Presence,
     Council on Hemispheric Affairs, 3 april 2018.
105
     Oosterveld, Willem, Eric Wilms en Katarina Kertysova, The Belt and Road Initiative Looks East.
     Political Implications of China’s Forays in the Caribbean, HCSS, 24 oktober 2018.
106
     Myers, Margaret, The Reasons for China’s Cooling Interest in Latin America, AS/COA, 23 april 2019.
107
     Stratfor, How the Caribbean Faded from the Geopolitical Scene, Stratfor assessment, 5 juli 2017.
108
     Berwick, Angus, How ZTE helps Venezuela to create China style social control, Reuters special report,
     14 november 2018, en Mozur, Paul, Jonah M. Kessel en Melissa Chan, Made in China,
     Exported to the World: The Surveillance State, The New York Times, 24 april 2019.
109
     Feldstein, Steven, When it comes to digital authoritarianism, China is a challenge – but not the only
      challenge, War on the Rocks, 12 februari 2020.
110
     Zie ook: AIV-advies nr. 111, ‘China en de strategische opdracht voor Nederland in Europa’,
     juni 2019, pag. 65-66.
111
     Feldstein, Steven, The Global Expansion of AI Surveillance, Carnegie Endowment for
     International Peace, september 2019.
112
     Antilliaans Dagblad, De ‘Silent invasion’ van Bonaire, 15 februari 2019.
113
     De Feijter, Tycho, De internationale expansie van China. China in het Caribisch deel van het
     Koninkrijk der Nederlanden, Atlantisch perspectief nr. 3 – 2020: 37-42.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>114
     Curacao.nu, Curaçao wijst Chinese kandidaat voor overname van Isla-raffinaderij de deur, 16 juli 2019.
115
     Het is lastig om in te schatten wat op lange termijn de gevolgen zullen zijn van de Amerikaanse
     sancties die het verbieden om handel te drijven met de Venezolaanse staatsoliemaatschappij
     PdVSA. Het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft Curaçao een tijdelijke ontheffing gegeven
     voor raffinage van Venezolaanse crude oil tot eind 2020, maar het is onzeker wat er na die datum
     gaat gebeuren. Zie ook: Koninkrijk.nu, Overname raffinaderij Curaçao voorlopig uitgesteld,
     8 mei 2020.
116
     Gurganus, Julia, Russia: playing a geopolitical game in Latin America, Carnegie endowment
     for international peace, mei 2018.
117
     SIPRI, SIRI Arms Transfers Database, 12 maart 2018.
118
     Gotev, Georgi, EU frowns, US roars as Russian troops start arriving in Venezuela, Euractiv/Reuters,
     28 maart 2019.
119
     Reuters, Trump says all options are on the table for Venezuela, 23 januari 2019 en Caputo,
     Marc, Gabby Orr, Trump: ‘All options are on the table’ for Venezuela, Politico, 18 februari 2019.
120
     Berg, Ryan C. Russia Is Gearing Up for a Conflict With the United States in the Caribbean,
     Foreign Policy, 9 oktober 2019.
121
     Lopez, C. Todd, Southcom Commander: Foreign Powers Pose Security Concerns,
     U.S. Dept of Defense, 4 oktober 2019.
122
     Sukhankin, Sergey, Russian mercenaries on the march: next stop Venezuela?, ECFR, 1 februari 2019.
123
     Arostegui, Martin, Russian Missiles Venezuela Heighten US Tensions, VOA News, 29 april 2019.
124
     Peck, Michael, Will Venezuela Become a Russian Missile Base, The National Interest,
     13 september 2019.
125
     De EU hanteert sinds eind 2017 een sanctielijst tegen wapens en goederen die voor interne
     repressie kunnen worden gebruikt, en tegen functionarissen van het regime die in verband zijn
     gebracht met mensenrechtenschendingen en ondermijning van de democratie en rechtsstaat
     (zie: https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/venezuela/). De sancties van de Verenigde
     Staten gaan veel verder en zijn erop gericht om alle bezittingen van Venezuela in de Verenigde
     Staten te bevriezen en transacties van (ook niet-Amerikaanse) personen en bedrijven met
     Venezuela onmogelijk te maken, tenzij daarvoor uitzonderingsbepalingen gelden.
     Laatstgenoemde betreffen ook de levering van Venezolaanse crude oil aan de raffinaderij op
     Curaçao, waarvoor Washington ontheffing moet verlenen
     (zie: https://crsreports.congress.gov/product/pdf/IF/IF10715).
126
     De International Contact Group voor Venezuela bestaat uit de EU en zeven van haar lidstaten
     (Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden), het Verenigd Koninkrijk
     en vier Latijns-Amerikaanse landen (Bolivia, Costa Rica, Ecuador, Uruguay).
127
     NTN24, Maduro expulsó a 13 aficiales de la FAN por reconocer Guidó, 4 april 2019.
128
     Kurmanaev, Anatoly and Isayen Herrera, Venezuela’s Madura Cracks Down on
     His Own Military in Bid to Retain Power, The New York Times, 13 augustus 2019.
129
     The Guardian, The plot that failed: how Venezuela‘s ‘uprising’ fizzled, 3 mei 2019.
130
     NOS, Chaos Venezuela verergert, ‘Maduro lijkt sterker met twee voorzitters’, 7 januari 2020.
131
     NRC, Venezolaanse regering verleent gratie aan ruim 100 oppositieleden, 1 september 2020.
132
     NRC, Russisch staatsoliebedrijf Rosneft stopt activiteiten in Venezuela, 28 maart 2020.
133
     Galeotti, Mark, Venezuela is a cheap gamble for Moskow, Raam op Rusland, 7 mei 2019.
     Zie ook: Berg, Ryan C., Russia is gearing up for a conflict with the United States in the Caribbean,
     Foreign Policy, 9 oktober 2019.
134
     Pina, Carlos Eduardo, China will determine the future of Venezuela, Al Jazeera, 14 juli 2019.
     Zie ook: Rendon, Moises, When Investments Hurts : Chinese influence in Venezuela, CSIS,
     3 april 2018 en The Dialogue, China-Latin America Finance Database, 2020.
135
     Naím, Moisés, en Francisco Toro, Venezuela’s suicide. Lessons from a failed state,
     Foreign Affairs, November/December 2018.
136
     InSight Crime, Venezuela: a Mafia State? Venezuela has become a hub of organized
     crime in the region, 2018.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>137
     InSight Crime, The Devolution of State Power: The Pranes, 2018 en InSight Crime,
     The Devolution of State Power: The ‘Colectivos’, 2018.
138
     El Impulso.com, Héctor Navarro ratificó que chavismo deviso 300 mil milliones de dólares,
     14 april 2016.
139
     Transparency International, Corruption Perceptions Index 2017, 2018.
140
     Voor achtergronden over het zogenoemde ‘cartel de los soles’ zie: https://www.insightcrime.org/
     investigations/drug-trafficking-venezuelan-regime-cartel-of-the-sun/.
141
     Casey, Nicholas, Secret Venezuela Files Warn About Maduro Confidant, The New York Times,
     2 mei 2019.
142
     The United States Department of Justice, Nicolás Maduro Moros and 14 Current and Former
     Venezuelan Officials Charged with Narco-Terrorism, Corruption, Drug Trafficking and Other Criminal
     Charges, 26 maart 2020.
143
     Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, nr. 2686, 7 augustus 2014.
144
     Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, nr. 3196, 28 augustus 2015.
145
     BBC News, Hugo Carvajal: Spain denies US extradition request, 16 september 2019.
146
     InSight Crime, Colombia and Venezuela: Criminal Siamese twins, 2018.
147
     De totale cocaproductie in Colombia, het land waaruit verreweg de meeste cocaïne wereldwijd
     afkomstig is, is sinds 2010 bijna verdrievoudigd en bevindt zich op een historisch hoogtepunt, zie:
     https://www.unodc.org/documents/crop-monitoring/Colombia/Censo_cultivos_coca_2018.pdf
     en https://www.unodc.org/unodc/en/frontpage/2018/September/coca-crops-in-colombia-at-all-
     time-high--unodc-report-finds.html?ref=fs1.
148
     Acosta, Luis Jaime, en Helen Murphy, Exclusive: Thousands of Colombian Farc rebels return to
     arms despite peace accord – military intelligence report, Reuters, 5 juni 2019.
149
     Angelo, Paul J., Peace is slipping away in Colombia. How the United States can help win it back,
     Foreign Affairs, 11 oktober 2019.
150
     Kruijt, Dirk, Colombia 2020: tussen de FARC en Venezolaanse vluchtelingen, Clingendael Institute,
     29 januari 2020.
151
     Oostindie, Gert, De Venezolaanse gevaren voor Aruba, Bonaire en Curaçao, Clingendael spectator,
     17 april 2019.
152
     Kamerstuk 33689 nr. 2, Initiatiefnota van de leden Bosman en Van Raak over het Nederlandse
     Gemenebest, 3 juli 2013.
153
     Hoogers, Prof. mr. H.G. en mr. G. Karapetian, Het Koninkrijk tegen het licht,
     Rijksuniversiteit Groningen, april 2019.
154
     Beantwoording Kamervragen lid Bosman over het dekolonisatieproces van de voormalig
     Nederlandse Antillen, 2019Z15876, 27 september 2019.
155
     Kamerstuk 35300 IV nr.22, Motie van het lid van Dam C.D., 10 oktober 2019.
156
     Kamerbrief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
     Uitvoering motie Van Raak c.s. inzake nadere invulling verantwoordelijkheden van de landen en van
     het Koninkrijk, kenmerk 2019-0000510045, 2 oktober 2019.
157
     Kamerbrief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
     Kabinetsappreciatie afsprakenlijst IPKO, kenmerk 2020-0000129115 11 maart 2020.
158
     Beantwoording Kamervragen lid Bosman over het dekolonisatieproces van de voormalig
     Nederlandse Antillen, 2019Z15876, 27 september 2019, antwoord op vraag 10.
159
     Jessurun D’Oliveira, H.U., Zeg de koloniën snel vaarwel, NRC, 12 augustus 2003.
160
     Van Reenen, Piet, Op Curaçao wint het gezag, maar staan de politieauto’s stil, NRC,
     20 augustus 2019.
161
     Samson, John, Bemoeit Den Haag zich onterecht met begroting Curaçao? Onderzoeker uit fors kritiek,
     Caribisch Netwerk, 6 maart 2020 en Drayer, Dick, Colleges financieel toezicht ruziën in tijden van
     Corona, Koninkrijk.nu, 7 april 2020.
162
     Gibbs, Natasja, Nederland duwt de eilanden dieper de coronacrisis in, One World, 6 april 2020.
163
     Algemene Rekenkamer Curaçao, Rapport Jaarrekening 2018 Curaçao, april 2020.
164
     Algemene Rekenkamer, Rapport bij het jaarverslag: Resultaten verantwoordingsonderzoek 2018.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                   53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>     Koninkrijksrelaties (IV) en BES-fonds (H), 2019: 25-26.
165
     Kamerbrief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Financiële
     ondersteuning Caribische landen in verband met COVID-19, kenmerk 2020-0000199262,
     16 april 2020.
166
     Kamerbrief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
     Resultaten Rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Curaçao en Sint Maarten
     in verband met Covid-19, kenmerk 2020-0000300590, 22 mei 2020.
167
     Brief staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Voorwaarden derde tranche
     liquiditeitssteun Landen, 10 juli 2020, zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_
     regering/detail?id=2020Z13853&did=2020D29426
168
     NRC, Hulp aan Curaçao lijkt op herintroductie Nederlands bestuur, 14 juli 2020.
169
     Broek, Aart G. en Jan Wijenberg, Geef Caribische eilanden de status van Nederlandse gemeenten,
     Volkskrant, 11 februari 2019. Zie ook: Koninkrijk.nu, Hoog tijd om het Statuut af te schaffen,
     17 april 2020.
170
     Raad van State, 50 jaar Raad van State voor het Koninkrijk, kenmerk W04.04.0425/I/K,
     10 december 2004: 2-3.
171
     Omdat regering en parlement van het Koninkrijk zijn ingericht vanuit de Nederlandse organen
     en de Caribische landen daarin getalsmatig een gering gewicht hebben, wordt het optreden van
     het Koninkrijk in de Caribische landen al snel ervaren als het optreden van Nederland. Bovendien
     ontbreekt vooralsnog een onafhankelijk (rechterlijk) orgaan dat toetst of het Koninkrijk bevoegd
     is om op te treden. In dit kader wordt ook wel gesproken van een ‘democratisch deficit’.
     Kamerstuk 27 570 (R1672), nr. 20, Voorlichting van de afdeling advisering van de Raad van State
     van het Koninkrijk over beperking van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te
     vaardigen’, 11 november 2016: 56.
172
     Raad van State, Voorlichting inzake een te ontwikkelen visie op het Koninkrijk,
     kenmerk W04.11.0154/I, 5 september 2011: 10-12.
173
     Transparancy International, Freedom of information: a tool for people power, 26 september 2019,
     https://www.transparency.org/en/news/right-to-information-people-power#.
174
     Principles relating to the status of national human rights institutions (The Paris Principles), zie:
     https://nhri.ohchr.org/EN/AboutUs/Pages/ParisPrinciples.aspx.
175
     IBO Koninkrijksrelaties, Samen-werken. Samenwerken waar het moet, zelfstandig waar het kan,
     10 juni 2019: 21-22.
176
     Idem: 7.
177
     Kamerbrief staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Kabinetsreactie Raad
     van State en Interdepartementaal Beleidsonderzoek, kenmerk 2019-0000521305, 4 oktober 2019.
178
     Inleiding van de voormalige vice-president van de Raad van State mr. H.D. Tjeenk Willink ter
     gelegenheid van het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties, 13 juni 2006: 11.
179
     De Telegraaf, Inzamelingsactie Jandino passeert miljoen euro, 11 mei 2020.
180
     Gastcollege vice-president Raad van State mr. T. de Graaf voor de Universiteit van Curaçao,
     4 november 2019, https://www.raadvanstate.nl/publicaties/toespraken-vice/65-jaar-statuut-een-
     kwetsbaar-koninkrijk/.
181
     Kamerstuk 27 570 (R1672), nr. 20, Voorlichting van de afdeling advisering van de Raad van State
     van het Koninkrijk over beperking van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te
     vaardigen, 11 november 2016:5.
182
     Zie bijvoorbeeld: Raad van State, Voorlichting inzake een te ontwikkelen visie op het Koninkrijk,
     kenmerk W04.11.0154/I, 5 september 2011: 18.
183
     Kamerbrief staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Maatregelen Caribische
     delen van het Koninkrijk i.v.m. Covid-19, kenmerk 2020-0000185236, 7 april 2020; Kamerbrief
     minister van Defensie, Inzet Zr.Ms. Karel Doorman in Caribisch gebied in het kader van COVID-19,
     kenmerk BS2020006449, 9 april 2020.
184
     Cook, Geraldine, JIATF South: The Strenght of Relationships, Diálogo, 9 september 2019.
185
     Van Schaik, Louise, Dick Zandee, Tobias von Lossow, Brigitte Dekker, Zola van der Maas en
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                    54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>     Ahmad Halima, Ready for take-off? Military responses to climate change, Clingendael Institute,
     2020: 29-30.
186
     Agreement concerning co-operation in suppressing illicit maritime and air trafficking in narcotic
     drugs and psychotropic substances in the Caribbean area, verdrag op 10 april 2003 gesloten te
     San José. zie: https://verdragenbank.overheid.nl/en/Verdrag/Details/010467#Partijen .
187
     UNODC, Maritime crime and piracy, https://www.unodc.org/unodc/piracy/latin-america-and-the-
     caribbean.html.
188
     Rijksoverheid, Fiche 8: MFK – LGO-besluit, 2018.
189
     Ministerie van Buitenlandse Zaken, Landen en gebieden overzee (LGO),
     https://ecer.minbuza.nl/ecer/dossiers/landen-en-gebieden-overzee-lgo.
190
     Europese Commissie, The new EU strategy for the outermost regions, one year on, 23 november
     2018. Zie ook: Europese Commissie, Regional policy & outermost regions, 2020,
     https://ec.europa.eu/regional_policy/en/policy/themes/outermost-regions/.
191
     SEOR, LL&A, Economische gevolgen van de status van Ultraperifeer gebied voor de Nederlandse
     Antillen en Aruba, 2 juni 2008; Bröring et al., Schurende rechtsordes: Over juridische implicaties van
     de UPG-status voor de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen en Aruba, 31 maart 2008.
192
     Karapetian, G., Hoe verder met de Landen en Gebieden Overzee na Brexit?, SEW nummer 6,
     juni 2020.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                      55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>     Bijlage I
     Adviesaanvraag
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied 57</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>     Bijlage II
     Geraadpleegde personen
•    E.B. Abath – Directeur Buitenlandse Betrekkingen van Aruba
•    A.N.V. Begina – Gevolmachtigde Minister van Curaçao
•    B. Beijnvoort – Ministerie van Defensie
•    J.A. Boekhoudt – Gouverneur van Aruba
•    N.W.M. Braakhuis – Ambassadeur in Venezuela
•    A. van Dam – Voormalig Procureur-Generaal van Aruba
•    L. Emrencia – Hoofd beleid en strategie NCTVI Aruba
•    S.M. van Genugten – Ministerie van Defensie
•    L.A. George-Wout – Gouverneur van Curaçao
•    A. Groot-Philipps – Directeur Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao
•    R. Hagedoorn – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
•    E.B. Holiday – Gouverneur van Sint Maarten
•    H. Knegt – Ministerie van Buitenlandse Zaken
•    M. La Haye – Directeur Rode Kruis Aruba
•    R. de Kort – Plaatsvervangend Directeur Kabinet van de Gouverneur van Curaçao
•    J.A.J. Leijtens – Commandant Koninklijke Marechaussee
•    J. McDermott – Executive Director InSight Crime
•    J.M. Newton – Directeur Kabinet van de Gouverneur van Aruba
•    G. Oostindie – Hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Geschiedenis Universiteit Leiden
•    A.E. Richardson – Directeur NCTVI Aruba
•    G. Schulting – Ministerie van Buitenlandse Zaken
•    A.P. Taselaar – Ministerie van Justitie en Veiligheid
•    F. Versluijs – Ministerie van Defensie
•    P.J. de Vin – Commandant Zeemacht Caribisch gebied
•    M.J. de Vink – Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directeur Westelijk Halfrond
•    R.F. Violenus – Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten
•    C. Voges – Directeur Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten
•    L.N.B. Walrave – Ministerie van Defensie, Directeur Internationale Aangelegenheden en Operaties
•    N. van Woudenberg – Ministerie van Buitenlandse Zaken
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                               58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>     Bijlage III
     Lijst met afkortingen
ACS                   (ontwikkelings)landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan
AI                    Artificial Intelligence
AIV                   Adviesraad Internationale Vraagstukken
ALBA                  Alianza Bolivariana para los Pueblos de Nuestra América (Bolivariaanse Alliantie)
BES                   Bonaire, Saba, Sint Eustatius
BHOS                  Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
BRICS                 Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika
CARICOM               Caribbean Community
CDEMA                 Caribbean Disaster Emergency Management Agency
COVID-19              Corona Virus Disease 2019
CSL                   Cooperative Security Location
CZMCARIB              Commandant Zeemacht Caribisch gebied
EI2                   European Intervention Initiative
ELN                   Ejército de Liberación Nacional
EU                    Europese Unie
EVRM                  Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
                      en de fundamentele vrijheden
FARC                  Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia
FONOPS                Freedom of Navigation Operations
GBVS                  Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie
IBO                   Interdepartementaal Beleidsonderzoek
IMPACS                Implementation Agency for Crime and Security
IND                   Immigratie- en Naturalisatiedienst
INF                   Intermediate-range Nuclear Forces
IPKO                  Interparlementair Koninkrijksoverleg
JIATF-S               Joint Inter-Agency Task Force South
JVO                   Justitieel Vier-landen Overleg
KMAR                  Koninklijke Marechaussee
LAC                   Latijns-Amerika en het Caribisch gebied
LGO                   Landen en gebieden overzee
MAOC-N                Maritime Analysis and Operations Centre – Narcotics
NAVO                  Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NGO                   Non-Gouvernementele Organisatie
PdVSA                 Petróleos de Venezuela S.A. (Venezolaanse staatsoliemaatschappij)
RST                   Recherche Samenwerkingsteam
RT                    Russia Today
SIDS                  Small Island Development States
SOUTHCOM United States Southern Command
TBO                   Team Bestrijding Ondermijning
UNHCR                 United Nations High Commissioner for Refugees
UNODC                 United Nations Office on Drugs and Crime
UPG                   Ultraperifere gebieden
VEU                   Verdrag betreffende de Europese Unie
VN                    Verenigde Naties
VWEU                  Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                  59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>     Bijlage IV
     Artikelen Statuut voor het
     Koninkrijk der Nederlanden
Artikel 3
1. Onverminderd hetgeen elders in het Statuut is bepaald, zijn aangelegenheden van het
      Koninkrijk:
      a. de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk;
      b. de buitenlandse betrekkingen;
      c. het Nederlanderschap;
      d. de regeling van de ridderorden, alsmede van de vlag en het wapen van het Koninkrijk;
      e. de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot
           de veiligheid en de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren,
           met uitzondering van zeilschepen;
      f. het toezicht op de algemene regelen betreffende de toelating en uitzetting van Nederlanders;
      g. het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen;
      h. de uitlevering.
2. Andere onderwerpen kunnen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk
      worden verklaard. Artikel 55 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. De aangelegenheden van het Koninkrijk worden in samenwerking van Nederland, Aruba,
      Curaçao en Sint Maarten behartigd overeenkomstig de navolgende bepalingen.
2. Bij de behartiging van deze aangelegenheden worden waar mogelijk de landsorganen
      ingeschakeld.
Artikel 30
1. Aruba, Curaçao en Sint Maarten verlenen aan de strijdkrachten, welke zich op hun gebied
      bevinden, de hulp en bijstand, welke deze in de uitoefening van hun taak behoeven.
2. Bij landsverordening worden regelen gesteld om te waarborgen, dat de krijgsmacht van het
      Koninkrijk in Aruba, Curaçao en Sint Maarten haar taak kan vervullen.
Artikel 31
1. Personen, die woonachtig zijn in Aruba, Curaçao en Sint Maarten, kunnen niet dan bij
      landsverordening tot dienst in de krijgsmacht dan wel tot burgerdienstplicht worden verplicht.
2. Aan de Staatsregeling is voorbehouden te bepalen, dat de dienstplichtigen, dienende bij de
      landmacht, zonder hun toestemming niet dan krachtens een landsverordening naar elders
      kunnen worden gezonden.
Artikel 32
In de strijdkrachten voor de verdediging van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, zullen zoveel mogelijk
personen, die in deze landen woonachtig zijn, worden opgenomen.
Artikel 33
1. Ten behoeve van de verdediging geschiedt de vordering in eigendom en in gebruik van goederen,
      de beperking van het eigendoms- en gebruiksrecht, de vordering van diensten en de
      inkwartieringen niet dan met inachtneming van bij rijkswet te stellen algemene regelen, welke
      tevens voorzieningen inhouden omtrent de schadeloosstelling.
2. Bij deze rijkswet worden nadere regelingen waar mogelijk aan landsorganen opgedragen.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Artikel 34
1. De Koning kan ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid, in geval van oorlog of
      oorlogsgevaar of ingeval bedreiging of verstoring van de inwendige orde en rust kan leiden tot
      wezenlijke aantasting van belangen van het Koninkrijk, elk gedeelte van het grondgebied in
      staat van oorlog of in staat van beleg verklaren.
2. Bij of krachtens rijkswet wordt de wijze bepaald, waarop zodanige verklaring geschiedt,
      en worden de gevolgen geregeld.
3. Bij die regeling kan worden bepaald, dat en op welke wijze bevoegdheden van organen van het
      burgerlijk gezag ten opzichte van de openbare orde en de politie geheel of ten dele op andere
      organen van het burgerlijk gezag of op het militaire gezag overgaan en dat de burgerlijke
      overheden in het laatste geval te dezen aanzien aan de militaire ondergeschikt worden. Omtrent
      het overgaan van bevoegdheden vindt waar mogelijk overleg met de regering van het betrokken
      land plaats. Bij die regeling kan worden afgeweken van de bepalingen betreffende de vrijheid van
      drukpers, het recht van vereniging en vergadering, zomede betreffende de onschendbaarheid
      van woning en het postgeheim.
4. Voor het in staat van beleg verklaarde gebied kunnen in geval van oorlog op de wijze, bij rijkswet
      bepaald, het militaire strafrecht en de militaire strafrechtspleging geheel of ten dele op een ieder
      van toepassing worden verklaard.
Artikel 35
1. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen in overeenstemming met hun draagkracht bij in de
      kosten, verbonden aan de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het
      Koninkrijk, zomede in de kosten, verbonden aan de verzorging van andere aangelegenheden van
       het Koninkrijk, voor zover deze strekt ten gunste van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint
      Maarten.
2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt door de raad
      van ministers voor een begrotingsjaar of enige achtereenvolgende begrotingsjaren vastgesteld.
      Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat beslissingen worden
      genomen met eenparigheid van stemmen.
3. Indien de in het tweede lid bedoelde vaststelling niet tijdig plaats heeft, geldt in afwachting
      daarvan voor de duur van ten hoogste een begrotingsjaar de overeenkomstig dat lid voor het
      laatste begrotingsjaar vastgestelde bijdrage.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing ten aanzien van de kosten van voorzieningen,
      waarvoor bijzondere regelingen zijn getroffen.
Artikel 36
Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten verlenen elkander hulp en bijstand.
Artikel 43
1. Elk der landen draagt zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten
      en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur.
2. Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur
      is aangelegenheid van het Koninkrijk.
Artikel 51
1. Wanneer een orgaan in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet of niet voldoende voorziet in
      hetgeen het ingevolge het Statuut, een internationale regeling, een rijkswet of een algemene
      maatregel van rijksbestuur moet verrichten, kan, onder aanwijzing van de rechtsgronden en de
      beweegredenen, waarop hij berust, een algemene maatregel van rijksbestuur bepalen op welke
       wijze hierin wordt voorzien.
2. Voor Nederland wordt in dit onderwerp voor zover nodig in de Grondwet voorzien.
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                     61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>     Bijlage V
     Constitutionele verschillen
     met Britse en Franse Caribische
     eilanden
                                   Aruba, Curaçao,           Britse Caribische         Franse Caribische
                                   Sint Maarten              eilanden                  eilanden
Staatkundige                       Constitutionele rege-     Britse Koningin staats-   Constitutionele positie
inbedding                          ling ‘het Statuut’, staat hoofd, elk overseas       vastgelegd in Franse
                                   boven de Nederlandse      territory heeft eigen     Grondwet artikelen
                                   Grondwet; de Grond-       regering                  72-74
                                   wetsbepalingen inzake
                                   buitenlandse betrek-      Constitutioneel
                                   kingen gelden ingevol-    raamwerk van een
                                   ge het Statuut voor       regelgevende Order
                                   het gehele Koninkrijk     in Council
                                   Elk land heeft eigen
                                   regering, Rijksminister-
                                   raad bespreekt Konink-
                                   rijksaangelegenheden
Regelgeving                        Elk land heeft de         Lokale wetten met         Guadeloupe en
                                   bevoegdheid om zelf       instemming van de         Martinique:
                                   wetten vast te stellen    Governor, mogen niet      Franse recht in beginsel
                                   over interne              in strijd zijn met Britse integraal van toepas-
                                   aangelegenheden           wetgeving                 sing (départements et
                                                                                       régions d’outre-mer)
                                                             Britse regering en
                                                             parlement bevoegd         Saint-Martin en
                                                             om, zonder overleg        Saint-Barthélemy
                                                             met lokale autoritei-     Bijzondere regels voor
                                                             ten, regelgeving uit te   de toepasbaarheid van
                                                             vaardigen                 het Franse recht, zij het
                                                                                       dat voor Saint-Martin
                                                                                       als ultraperifeer gebied
                                                                                       de kaders van het
                                                                                       EU-recht van toepas-
                                                                                       sing zijn (collectivités
                                                                                       d’outre-mer)
Geschillenbeslechting              Rijkswet                  Geen aparte               Geen aparte
                                   Koninkrijksgeschillen     voorzieningen             voorzieningen
                                   in voorbereiding
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                           62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Defensie en                        Koninkrijksaangelegen- Verantwoordelijkheid    Verantwoordelijkheid
buitenlandse                       heid, Verantwoordelijk- van het Verenigd       van Frankrijk
betrekkingen                       heid van Nederland      Koninkrijk
Rechtshandhaving                   Landsaangelegenheid     Grote mate van         Franse autoriteiten
                                                           zelfstandigheid
                                   Verschillende
                                   Rijkswetten             De Governor heeft
                                                           bevoegdheden met
                                   Op verzoek steun of     betrekking tot
                                   (militaire) bijstand    handhaving van de
                                   van Nederland           openbare orde
EU-regeling                        LGO                     Tot de Brexit: LGO     Guadeloupe, Martini-
(UPG/LGO)                                                                         que, Saint-Martin:
                                                                                  UPG Saint-Barthélemy:
                                                                                  LGO
Staatsburgerschap                  Nederlands              Onderscheid Britse     Frans burgerschap
                                   burgerschap             overzeese burger en
                                                           Britse staatsburger    Frans kiesrecht
                                   Geen Nederlands                                Eigen zetels in het
                                   kiesrecht               Geen Brits kiesrecht   Franse parlement
Financiën                          Landsaangelegenheid     Financiële             Wetgevende macht in
                                                           zelfredzaamheid, steun Parijs stelt overheids-
                                   Aanwijzing mogelijk     op ad hoc basis        begrotingen vast
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                                                    63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>     Bijlage VI
     Lijst van beelden
Figuur 1 -      De Caribische delen van het Koninkrijk                        12
Figuur 2 -      Drugsroutes in het Caribisch gebied (bron: The Economist)     15
Foto 1 -        Philipsburg, Sint Maarten door Sean Pavone via Shutterstock   omslag
Foto 2 -        Voetgangers Willemstad, Curaçao door gg-foto via Shutterstock 8
Foto 3 -        Luchtfoto kust Curaçao door NaturePicsFilms via Shutterstock  24
Foto 4 -        Kustwacht Caribisch gebied door ministerie van Defensie       46
     Bijlage VII
     Lijst van kaders
Opbouw advies                                                                 14
Migranten uit Venezuela                                                       20
Defensie in het Caribisch gebied                                              26
Militaire steunpunten Verenigde Staten                                        28
Handel met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied                            32
AIV | Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied                               64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>