<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
                                                                                                                Directoraat-generaal
                                                                                                                Bedrijfsleven & Innovatie
De Voorzitter van de Tweede Kamer                                                                               Directie Topsectoren en
der Staten-Generaal                                                                                             Industriebeleid
Prinses Irenestraat 6                                                                                           Bezoekadres
2595 BD DEN HAAG                                                                                                Bezuidenhoutseweg 73
                                                                                                                2594 AC Den Haag
                                                                                                                Postadres
                                                                                                                Postbus 20401
                                                                                                                2500 EK Den Haag
                                                                                                                Overheidsidentificatienr
                                                                                                                00000001003214369000
                                                                                                                T 070 379 8911 (algemeen)
                                                                                                                F 070 378 6100 (algemeen)
                                                                                                                www.rijksoverheid.nl/ezk
Datum          8 juli 2022
Betreft        Het verschil maken met strategisch en groen industriebeleid                                      Ons kenmerk
                                                                                                                DGBI-TOP / 22266731
Geachte Voorzitter,
Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister
voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de visie en
uitvoeringsagenda voor strategisch en groen industriebeleid van het kabinet aan.
In deze brief ga ik ook in op het SER-advies over reshoring van februari 20211 en
het AIV-advies over Europese industriepolitiek van april 2022.2 Het kabinet
verwelkomt de aanbevelingen van de SER en de AIV en neemt deze ter harte.
Daarom maken de appreciatie en beleidsvertaling van deze adviezen integraal
onderdeel uit van deze brief.3 Daarnaast geef ik invulling aan verschillende moties
en toezeggingen met betrekking tot behoud en versterking van de weerbaarheid
van onze industrie en onze strategische autonomie.4
Waarom is de industrie belangrijk?
Het belang van de industrie5 is groter dan ooit. Niet voor niets is het een
belangrijke pijler van mijn beleid als minister van Economische Zaken en Klimaat.
Het is een sector waarin ruim achthonderdduizend mensen werkzaam zijn. En nog
eens honderdduizenden mensen werken in bedrijven die deze industrie
ondersteunen. Daarmee is deze sector van ongekend belang voor ons land.
Een sector om trots op te zijn. Een sector die er mede voor heeft gezorgd dat ons
land er na de Tweede Wereldoorlog weer bovenop kwam. Waarin in de vorige
eeuw het geld is verdiend waarmee we de belangrijke voorzieningen hebben
opgebouwd die inmiddels zo kenmerkend voor Nederland zijn. Onze zorg, ons
onderwijs, maar ook de infrastructuur van ons land.
1 SER advies 21/01, Reshoring, Februari 2021.
2 Adviesraad internationale vraagstukken, Slimme Industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU, april
2022.
3 Specifiek aanbeveling #3 van het AIV advies betreft het ontwikkelen van een Europees afwegingskader. Dit is
als bijlage bij deze brief opgenomen. Vanwege de reactie op het AIV-advies wordt deze brief mede namens de
minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.
4 Motie van het lid Van Haga 29 juni 2021 (Kamerstuk 32637, nr. 461), en moties van het lid Amhaouch c.s. van
29 september 2021 (Kamerstuk 35420, nr. 388) en (35420 nr. 389). Toezeggingen: commissiedebat 23 maart
2022 maatwerkafspraken industrie, TMD 31 maart 2022 inzet korte en middellange termijn strategische
autonomie.
5 Hieronder verstaat deze brief zowel de basisindustrie, de verwerkende industrie als de maakindustrie. De
industrie volgens deze afbakening draagt voor 12% direct bij aan het BBP (2020).
                                                                                                                Pagina 1 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                                                Directoraat-generaal
Het is ook de sector die ons een belangrijke plek heeft gegeven in de wereld.                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                Directie Topsectoren en
Die keer op keer laat zien waarin wij, als klein land, voorop lopen. Onze                                       Industriebeleid
voedingsmiddelen gaan de wereld over. Onze raffinaderijen, chemie en
metaalindustrie staan aan de basis van een breed scala aan producten.                                           Ons kenmerk
Van wasmiddelen tot medicijnen en van gereedschap tot verf. Nederlandse                                         DGBI-TOP / 22266731
producten staan in huishoudens in heel Europa - en ver daarbuiten - op de plank.
En ook nu loopt Nederland weer voorop, nu de industrie een belangrijke rol speelt
in de taak die op het gebied van verduurzaming voor ons ligt. Die ons klaar moet
stomen voor een schone toekomst, ook voor onze kinderen en kleinkinderen. En
die ons, als het bijvoorbeeld gaat om duurzame energie, maar ook om medicijnen
en hulpmiddelen, minder afhankelijk maakt van andere landen. Zeker in de wereld
van vandaag, waarin geopolitieke spanningen oplopen, is die weerbaarheid van
steeds groter belang.
Denk bijvoorbeeld aan de microchipindustrie die door zijn vele toepassingen ook
binnen de gezondheidszorg, veiligheid en verduurzaming niet meer weg te denken
is. Om die publieke belangen goed te kunnen borgen, kijkt het kabinet kritisch
naar de strategische afhankelijkheden van dit soort producten. Wanneer slechts
één of twee landen de gehele productie domineren, kan dat tot te grote
afhankelijkheid leiden. In deze tijd ontkomen we er niet meer aan om daar goed
over na te denken. Tegelijkertijd wil het kabinet zoveel mogelijk openheid
behouden om de vele voordelen van internationale samenwerking te benutten. Dit
evenwicht wordt in de EU ’open strategische autonomie’ genoemd.6
Te vaak lijkt het of onze industrie alleen maar onderdeel is van de problemen
waar ons land voor staat. Omdat de industrie bijdraagt aan de uitstoot van CO2.
Haar effect heeft op onze leefomgeving. Of teveel gebruik zou maken van fiscale
voordelen waar te weinig tegenover staat. Maar wat mij betreft is zij juist een
belangrijk deel van de oplossing. Dag in dag uit laat ook de industrie zien hoe zij
vooruit en om zich heen kijkt. Wordt gewerkt aan nieuwe, schonere manieren van
produceren en technieken die ook mensen thuis in staat stellen schoner te leven.
Met de industrie kan Nederland het verschil maken bij de grote transities waar
Nederland en de EU voor staan. De industrie speelt een sleutelrol in de
verduurzaming van het energieverbruik en het circulair maken van het
grondstoffengebruik. En de industrie is de motor van onze innovatieve economie
door het ontwikkelen en toepassen van digitale en andere sleuteltechnologieën.7
We mogen trots zijn op de prominente positie die onze industrie wereldwijd
inneemt. Onze industrie is echter geen rustig bezit. Nederland concurreert met de
hele wereld om industriële activiteit. De recente zetelverplaatsing van Unilever,
Shell en DSM laat zien dat industriebedrijven zich altijd naar het buitenland
kunnen verplaatsen. Hoewel in deze gevallen de banen voor Nederlanders
vooralsnog behouden blijven, vraagt dit voor de komende periode wel alertheid.8
De internationale concurrentieslag vergt een inspanning van de industrie én de
overheid. Het kabinet zal daarom een actief industriebeleid voeren, gericht op
vergroening en ontwikkeling van de industrie.
6 Voor het Nederlandse kabinet staat open strategische autonomie van de EU voor het vermogen om als mondiale
speler, in samenwerking met internationale partners, op basis van eigen inzichten en keuzes haar publieke
belangen te borgen en weerbaar te zijn in een onderling verbonden wereld.
7 De industrie draagt voor 50% bij aan de R&D-uitgaven van het Nederlandse bedrijfsleven (2019).
8 Op de verschillende aspecten van het Nederlandse vestigingsklimaat ga ik uitgebreid in in mijn brief over het
vestigingsklimaat die ik na de zomer aan uw Kamer zal sturen.
                                                                                                                Pagina 2 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-generaal
                                                                                     Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                     Directie Topsectoren en
Die concurrentie vraagt van ons dat wij zorgen voor een goed opgeleide               Industriebeleid
beroepsbevolking. Dat ons onderwijs aansluit op dat wat de industrie aan kennis
en vaardigheden nodig heeft. En dat wij ervoor zorgen dat mensen zich kunnen         Ons kenmerk
blijven ontwikkelen en flexibel inzetbaar blijven in de snel veranderende            DGBI-TOP / 22266731
technologie.
De flexibiliteit die onze industrie bijvoorbeeld recent tijdens de COVID-19-uitbraak
heeft laten zien, is van groot belang geweest om Nederlanders veilig te houden.
Verschillende Nederlandse bedrijven produceerden toen, naast hun kernactiviteit,
ook (cruciale onderdelen van) gecertificeerde mondmaskers voor de zorg.
Aanvankelijk om aan het tekort van medische mondmaskers in Nederland en
Europa te voldoen. Maar hiermee ontstond ook een nieuwe markt voor de
specialistische filters in de mondmaskers. Een sterke industriële basis die de
mogelijkheid geeft om snel oplossingen te bieden voor acute uitdagingen, en bij
een afnemende vraag weer af te schalen en de reguliere productie te hervatten, is
een groot goed.
De Nederlandse economie is dus gebaat bij een sterke en adaptieve industrie. Zo
verdient Nederland voor wat betreft de goederenexport voor ongeveer de helft
van zijn boterham in het buitenland aan productie in de basis-, maak- en
verwerkende industrie.9 Daarmee is bovendien een compleet ecosysteem van
Nederlandse bedrijven verbonden, mkb-bedrijven die direct goederen en diensten
leveren of afnemen van de industrie. De industrie is daarmee een van de
belangrijkste motoren achter de economie en zorgt voor bedrijvigheid en
werkgelegenheid. Voor onze brede welvaart, inclusief de transitie naar een
duurzame economie, hebben we in Nederland voldoende verdiencapaciteit nodig
om dat te financieren. Met een sterke industrie is de economie bovendien meer
gediversifieerd en schokbestendig dan een economie die zich alleen op diensten
richt.
Waarom en hoe moet de industrie zich aanpassen?
We staan voor een grote verbouwing van de Nederlandse industrie. Het kabinet
wil dat Nederland koploper wordt in het verduurzamen van de industrie en het
realiseren van de oplossingen die daarvoor nodig zijn, zoals technologische
innovatie en een circulaire economie. De problemen als gevolg van
klimaatverandering en niet-circulair grondstoffengebruik worden namelijk steeds
urgenter. Dat geldt voor Nederland, maar ook voor de rest van de wereld. Omdat
de industrie in veel basisbehoeften voorziet, is het stoppen of verplaatsen van
vervuilende industrie geen bestendige oplossing. Industrie verduurzamen is dat
wel. En bovendien biedt dit ook kansen voor het toekomstig verdienvermogen van
Nederland. Investeren in innovatieve techniek heeft echter alleen zin als we ook
een industrie hebben waarmee we dat kunnen ontwikkelen. Aanpassing is ook
nodig om internationale concurrentie het hoofd te blijven bieden. Daarnaast
vergen de oplopende mondiale geopolitieke spanningen een weerbare industrie.
Een sterke Nederlandse industrie is dus belangrijk. Een industrie die zich inspant
en investeert om zich aan te passen aan de eisen van deze tijd, in het bijzonder
verduurzaming. Verduurzaming vergt dat de industrie nieuwe productiefaciliteiten
opbouwt, bestaande ombouwt en sommige producten afbouwt (zoals fossiele
9 Op basis van cijfers van CBS voor 2019, voor export van Nederlandse makelij.
                                                                                     Pagina 3 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                   Directoraat-generaal
brandstof). Het kabinet stimuleert bedrijven die deze omslag willen maken, maar    Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                   Directie Topsectoren en
formuleert ook normen voor circulariteit en beprijst CO2-uitstoot. Het economisch  Industriebeleid
proces zorgt er vervolgens voor dat bedrijven die de verduurzamingstransitie niet
willen of kunnen maken, op termijn zullen verdwijnen.                              Ons kenmerk
                                                                                   DGBI-TOP / 22266731
Bij de eisen van deze tijd hoort ook dat de industrie maatschappelijk verantwoord
onderneemt. Niet alleen hier in Nederland, maar overal ter wereld waar de
industrie opereert: bij de aankoop van grondstoffen tot de verkoop en het gebruik
van de eindproducten. Dat vergt een diepe kennis van, en verantwoordelijkheid
voor, herkomst van grondstoffen en eindproducten om een negatieve impact op
mens en milieu te minimaliseren.
Om internationaal te concurreren zullen we ons nog meer blijvend moeten
onderscheiden door innovatie, met kennis én kunde. Het gaat daarbij niet alleen
om investeren in onderzoek en ontwikkeling, maar ook om opschalen en het
sneller naar de markt brengen van innovaties door nieuwe en bestaande spelers.
Opschaling vergt een gerichte aanpak die rekening houdt met de specifieke
uitdagingen waar de verschillende industriële waardeketens in Nederland voor
staan. Hierbij passen nieuwe samenwerkingsvormen met innovatiepartners in
gelijkgestemde landen.
Nederland heeft een goede uitgangspositie dankzij onze cultuur van
samenwerking binnen innovatieve ecosystemen, onze handelsgeest, onze
creativiteit, de hoge digitalisering van onze economie en maatschappij, en de
unieke positie van Nederland als knooppunt van handelsstromen via de Noordzee,
het Europese achterland en Schiphol. Nederland is bovendien sterk in het
implementeren van technische innovaties. Door slim gebruik te maken van
middelen en netwerken kunnen Nederlandse bedrijven vaak de beslissende stap
naar betere marktadaptatie zetten.
Wat gaat de overheid doen?
De hiervoor genoemde doelen en voorwaarden worden niet vanzelf gerealiseerd.
Daar is een actief industriebeleid voor nodig. Daarvoor zal het kabinet gebruik
maken van sturende instrumenten, in de vorm van stimuleren, normeren en
beprijzen, om te bevorderen dat de industrie de benodigde aanpassingen maakt.
Voor het stimuleren van innovatie en opschaling van (groene) technologie binnen
de industrie heeft het kabinet miljarden extra vrijgemaakt, in het bijzonder via
middelen voor maatwerkafspraken voor CO2-reductie en innovatie in het mkb
(3 miljard euro) en het Nationaal Groeifonds (in totaal 20 miljard euro).
Bij inzet van stimulerende instrumenten zijn keuzes nodig. We kunnen namelijk
niet in alle takken van duurzame industrie goed zijn en niet in alle strategische
sectoren leidend zijn. Maar de keuze welke sectoren en waardeketens we
stimuleren, wordt niet alleen top-down gemaakt. De kwaliteit van de
samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en andere belanghebbenden is
de unieke kracht van Nederland en blijft hierbij het uitgangspunt. Een voorbeeld
hiervan is het Nationaal Groeifonds. Hierbij worden keuzes gemaakt voor
grootschalige investering in specifieke waardeketens en technologieën die
veelbelovend zijn voor Nederland, zoals quantum, fotonica en groene plastics. Dit
gebeurt via een werkwijze waarbij initiatieven van kennisinstellingen en bedrijven
de ruimte krijgen en worden geselecteerd op basis van een transparant proces
                                                                                   Pagina 4 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                                                 Directoraat-generaal
met advies van een onafhankelijke commissie. Ook maatwerkafspraken voor CO2                                      Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                 Directie Topsectoren en
reductie zijn een voorbeeld van actief industriebeleid in dialoog met de                                         Industriebeleid
industrie.10
                                                                                                                 Ons kenmerk
Daarnaast zal het kabinet nog meer inzetten op aansluiting op het EU-                                            DGBI-TOP / 22266731
industriebeleid. Door gewijzigde geopolitieke ontwikkelingen hebben we elkaar
harder nodig dan ooit en is dit beleid ook actiever geworden.11 Voor aansluiting is
nodig dat Nederland adequaat investeert in Europese industriële projecten, zoals
ten aanzien van de chipindustrie. Dergelijke stimulerende maatregelen zijn van
belang om de strategische en veiligheidsbelangen van Nederland en de EU te
verdedigen. Ook beschermende maatregelen, zoals investeringstoetsing, zijn
hiervoor nodig. Verder benutten we de kracht van de interne markt en blijven we
ons inzetten voor een gelijk speelveld binnen en buiten de EU. Dat betreft onder
meer Europese regelgeving ten aanzien van IMVO. Daarnaast moet de overheid
zelf voldoende kennis en personele capaciteit organiseren om de actievere rol
waar te kunnen maken in de uitvoering.
Het kabinet moet de voorwaarden scheppen voor industriebedrijven om
activiteiten te ontplooien. Om de voorgaande doelen te bereiken, moet er ruimte
zijn voor de industrie; zowel letterlijk als figuurlijk. Letterlijk moet er fysieke
ruimte zijn voor de industrie in een land waar veel concurrentie is met andere
belangrijke bestemmingen voor dezelfde schaarse ruimte. Voor de basisindustrie
heeft het kabinet al vijf clusters aangewezen waar voldoende ruimte van bijzonder
belang is voor de verduurzamingsopgave van de industrie. Tegelijkertijd moet er
ook rekening mee worden gehouden dat door de opgaven waar we voor staan om
de wereld schoner te maken, niet alles meer kan in Nederland en dat dit ook
bedrijven raakt. Het kabinet gaat in overleg met regionale overheden om te
komen tot optimale verdeling van de schaarse ruimte.
In figuurlijke zin is ruimte nodig in de vorm van voorspelbare en passende
regelgeving, die zowel innovatie de ruimte geeft als de veiligheid voor mens en
milieu borgt. Ook is ruimte in de vorm van toegang tot internationale markten op
basis van een gelijk speelveld essentieel. Verder moeten overheid en industrie
zich meer inzetten voor de beschikbaarheid van voldoende (technisch) personeel
om deze ambities waar te maken. Deze ruimte tot stand brengen, is een
verantwoordelijkheid van de overheid als geheel, van de betrokken ministeries en
van lokale overheden.
Wat is het doel?
Wat dit kabinet betreft, blijft Nederland ook de komende decennia voorop lopen in
de wereld. Mede dankzij onze industrie. Dit is de taak van dit kabinet en van mij
als minister. Mogelijkheden scheppen om onze industrie haar werk te laten doen.
Werk te bieden - direct en indirect - aan meer dan een miljoen mensen in ons
land. Te blijven zorgen dat onze producten de wereld blijven veroveren. In de
sectoren waarin we al bekend waren, maar ook in nieuwe sectoren zoals de
creatieve industrie, duurzame producten en high tech sleuteltechnologieën.
Met onze fysieke positie in de wereld, met onze denkkracht en ons
doorzettingsvermogen hebben wij goud in handen. Dat zien wij dagelijks terug in
10 Op maatwerk als onderdeel van groen industriebeleid ga ik in in een aparte brief aan uw Kamer die tevens voor
het zomerreces aan uw Kamer is toegezegd.
11 Adviesraad internationale vraagstukken, Slimme Industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU, april
2022, p. 25.
                                                                                                                 Pagina 5 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                    Directoraat-generaal
onze industrie. In het vervolg van deze brief leest u hoe ik ons industriebeleid in Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                    Directie Topsectoren en
de komende jaren namens het kabinet vorm geef.                                      Industriebeleid
                                                                                    Ons kenmerk
Figuur 1: Essentie Strategisch en Groen industriebeleid                             DGBI-TOP / 22266731
M.A.M. Adriaansens
Minister van Economische Zaken en Klimaat
                                                                                    Pagina 6 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                    Directoraat-generaal
BIJLAGE: UITWERKING                                                                 Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                    Directie Topsectoren en
                                                                                    Industriebeleid
In deze bijlage werk ik uit welke doelen het kabinet stelt voor de ontwikkeling van
de industrie, met welke middelen het kabinet deze wil behalen, en onder welke       Ons kenmerk
voorwaarden. Tot slot ga ik in op de uitvoering. De bijlage is dus als volgt        DGBI-TOP / 22266731
opgebouwd:
Deel I: Doelen
1. Waar doen we het voor?
Deel II: Middelen
2. Waarmee kan de Nederlandse industrie zich onderscheiden in de wereld?
3. Wat de industrie nodig heeft om kansen te benutten: het bredere
    bedrijvenbeleid
4. Hoe voert de overheid actief industriebeleid om te zorgen dat specifieke
    doelen gehaald worden?
Deel III: Voorwaarden
5. Aan welke voorwaarden moet de industrie voldoen?
Deel IV: Uitvoering
6. Uitvoering en vervolg
Bijlage
AIV advies ‘Slimme industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU’
DEEL I: DOELEN
In dit deel wordt uitgewerkt welke doelen het industriebeleid nastreeft. In het
volgende deel komt aan de orde hoe het kabinet deze wil bereiken.
1. Waar doen we het voor?
a) Waarborgen van economische veiligheid en open strategische autonomie
Doel: De (veiligheids)risico’s als gevolg van kwetsbaarheden van Nederland en de
EU in industriële sectoren - bijvoorbeeld risicovolle afhankelijkheid van één of
enkele landen - adequaat mitigeren en daarbij zoveel mogelijk openheid
behouden.
Uitwerking
      De industrie en in het bijzonder vitale economische processen binnen de
      industrie zijn op proportionele wijze beschermd tegen veiligheidsdreigingen;
      De positie van Nederland en de EU in strategische industriële sectoren en
      industriële toeleveringsketens is geborgd;
      De industrie draagt bij aan technologisch leiderschap van Nederland en de
      EU.
Toelichting
De industrie is nodig om te voldoen aan basale levensbehoeften en om cruciale
posities te bezetten in strategisch belangrijke waardeketens. We hebben de
producten van de industrie nodig om bijvoorbeeld ons te voeden, genezen,
verplaatsen, communiceren, ons land te verdedigen.
                                                                                    Pagina 7 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                                                                                    Directoraat-generaal
In defensief opzicht dienen processen binnen de industrie die vitaal zijn voor de                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                    Directie Topsectoren en
nationale veiligheid beschermd te zijn tegen dreigingen. Dit gaat onder meer om                                     Industriebeleid
bestendigheid tegen cyberaanvallen, tegen economische spionage en ongewenste
invloed via buitenlandse investeringen. Verder wil het kabinet risicovolle                                          Ons kenmerk
afhankelijkheden vermijden. Deze kunnen onder meer ontstaan wanneer                                                 DGBI-TOP / 22266731
grondstoffen of industriële producten raken aan publieke belangen en we ervoor
afhankelijk zijn van een klein aantal landen en er geen alternatieven voor zijn.
In offensief opzicht dienen we te werken aan een industrie die sleutelposities
inneemt binnen mondiale waardeketens, met name degene met hoge (verwachte)
toegevoegde waarde. Dit is belangrijk om evenwicht te bewaren in economische
relaties met derde landen. Nederland wil op het snijvlak van geopolitiek en
economie een onmisbare partner blijven voor gelijkgestemde landen binnen en
buiten de EU.
b) Een klimaatneutrale en circulaire industrie
Doel: Nederland wordt in de wereld een koploper met verduurzaming van de
industrie
Uitwerking
      20 Megaton CO2-reductie door de industrie op jaarbasis per 2030, te
      realiseren door vergroening van industriële activiteit hier en niet door
      verplaatsing naar elders;
      Halvering van gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 en
      volledige circulariteit in 2050.12
Toelichting
De industrie heeft een cruciale rol te spelen in de verduurzamingstransitie. Niet
alleen vanwege de CO2-uitstoot aan de industriële schoorsteen, maar ook doordat
duurzame industriële producten emissies reduceren in de rest van de economie,
zoals in de transportsector. Daarnaast kan de industrie een spilfunctie vervullen in
de circulaire economie, bijvoorbeeld voor grootschalig hergebruik van plastic. Het
circulair maken van de economie draagt bij aan CO2-reductie maar ook aan het
terugdringen van milieuvervuiling, de biodiversiteitsopgave en het vergroten van
de leveringszekerheid van grondstoffen.
Het kabinet kiest daarom voor groen industriebeleid, waarbij gelijktijdig wordt
ingezet op reductie van CO2-uitstoot en het zo veel mogelijk behouden van de
basisindustrie voor Nederland, ook als die energie-intensief is. Desalniettemin zal
niet elk bedrijf de transitie naar duurzame en circulaire productie kunnen of willen
maken. Het economisch proces zorgt ervoor dat dergelijke bedrijven op termijn
zullen verdwijnen.
Bovenstaande doelen voor CO2-reductie van de industrie zijn gebaseerd op het
Coalitieakkoord. Het doel kan nog worden aangescherpt als uit doorrekening van
het PBL blijkt dat het doel van de Klimaatwet (55 % emissiereductie ten opzichte
van 1990) niet in zicht is. Circulaire economie doelen komen voort uit het
Rijksbrede programma Nederland Circulair en zijn verankerd in de
maatschappelijke missies van het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid.
12 Primaire abiotische grondstoffen zijn mineralen (bijvoorbeeld grind, zout en fosfaat), metalen, (zoals ijzererts
en bauxiet) en fossiele grondstoffen (zoals aardgas en olie) die in de natuur voorkomen.
                                                                                                                    Pagina 8 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                                               Directoraat-generaal
Deze doelen zullen verder worden uitgewerkt in het nieuwe Nationaal Programma                                  Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                               Directie Topsectoren en
Circulaire Economie.                                                                                           Industriebeleid
c) Diversificatie van de Nederlandse economie                                                                  Ons kenmerk
Doel: Nederland houdt een significante industriële basis als onderdeel van een                                 DGBI-TOP / 22266731
gediversifieerde economie
Uitwerking
      De industriële productie blijft 10-15% van het Nederlandse BBP bedragen.
Toelichting
Momenteel levert de industrie een directe bijdrage aan het BBP van 12% (2020).
Met het indicatieve streefcijfer van 10-15% drukt het kabinet uit dat het een
substantiële industriële basis in Nederland wil behouden en maakt het deze
doelstelling meetbaar. Een hoger aandeel is niet uitgesloten maar acht het kabinet
niet waarschijnlijk. Een significante industriële basis komt ook andere sectoren,
zoals diverse dienstensectoren, ten goede, en is belangrijk voor de export. Deze
doelstelling gaat behalve over de hoogte van onze economische output ook over
de schokbestendigheid van de Nederlandse economie. Een van de krachten van de
Nederlandse economie is dat deze divers is. De toekomst is inherent onzeker,
maar we weten dat door spreiding van onze economische activiteiten we beter
bestand zijn de tegen nieuwe schokken die ongetwijfeld nog gaan komen in een
snel veranderende wereld.
Deze doelstelling betekent niet dat we aan elk industrieel bedrijf zullen
vasthouden. Het hoort bij een markteconomie dat industriële ondernemingen
worden ingehaald door innovatievere bedrijven en uiteindelijk failliet kunnen gaan.
Op de lange termijn komt het disciplinerende effect van de markt onze economie
ten goede.13 Ook zullen markten verdwijnen of aanzienlijk kleiner worden als
gevolg van de verduurzamingstransitie, zoals raffinage voor fossiele brandstoffen
en fossiele plastics. Dergelijke omslagen zorgen voor nieuwe bedrijvigheid, terwijl
een deel van de industriële ondernemingen oude activiteiten geheel of gedeeltelijk
zal beëindigen.
DEEL II: MIDDELEN
In het vorige deel is aan de orde gekomen welke doelen het kabinet in het
industriebeleid wil bereiken. In dit deel wordt geschetst hoe het kabinet dit wil
doen.
2. Waarmee kan de Nederlandse industrie zich onderscheiden in de
      wereld?
De industrie moet voorgaande doelen realiseren in concurrentie met bedrijven
over de hele wereld. Succes is niet vanzelfsprekend. Om succesvol te zijn in het
behalen van de hiervoor beschreven doelen, is het nodig dat de Nederlandse
industrie zich continu blijft onderscheiden. De Nederlandse industrie kan gebruik
maken van de volgende sterke punten:
13 Voor individuele bedrijven die in moeilijkheden komen, blijft het Afwegingskader voor steun aan individuele
bedrijven leidend.
                                                                                                               Pagina 9 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                                                   Directoraat-generaal
                                                                                                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                   Directie Topsectoren en
                                                                                                                   Industriebeleid
       Onze (ondernemings)cultuur en menselijk kapitaal.
       De industrie in Nederland kan zijn voordeel doen met de kwaliteiten van de                                  Ons kenmerk
       Nederlandse beroepsbevolking en (ondernemings)cultuur. Nederland                                            DGBI-TOP / 22266731
       onderscheidt zich in de wereld door zijn handelsgeest14, hoogopgeleide
       beroepsbevolking15, hoge arbeidsproductiviteit16 en creatieve en
       ondernemende instelling.17
       Innovatie door nieuwe en bestaande spelers binnen hoogwaardige regionale
       en thematische ecosystemen.
       Innovatie is een sleutel voor alle doelen van het industriebeleid. Nederland
       weet met relatief beperkte investeringen in R&D hoogwaardige innovatie-
       ecosystemen te organiseren, met zowel sterke kennisinstellingen als
       bedrijven.18 In een klein gebied zijn een groot aantal spelers van wereldniveau
       bij elkaar in de verschillende regio’s in Nederland. Daarin is een belangrijke rol
       weggelegd voor nieuwe spelers, die met innovatie en vernieuwing bestaande
       partijen uitdagen. Een bijkomende kracht is dat Nederland ruime ervaring
       heeft met publiek-private samenwerking. Dit krijgt gestalte via onder meer de
       Topsectoren en via consortia van bedrijven, kennisinstellingen en overheden
       die zich richten op specifieke waardeketens, zoals fotonica.
       EU-samenwerking.
       Het lidmaatschap van de EU is een bron van kracht voor onze industrie. Het
       biedt de mogelijkheid om het nadeel van een kleine Nederlandse thuismarkt te
       ondervangen door toegang tot een gigantische markt: de EU-interne markt.
       De EU biedt ook de schaal die nodig is om ons samen met EU-partners teweer
       te stellen tegen geopolitieke spanningen en om ons assertief op te kunnen
       stellen om een gelijk speelveld af te dwingen tegenover derde landen. De EU
       is de laatste jaren actiever geworden op het gebied van (sectorspecifiek)
       industriebeleid, onder meer via industriële allianties en de zogenaamde
       Important Projects of Common European Interest (IPCEI’s).19 Nederland sluit
       daarbij op selectieve basis aan in ketens waar we een sterke technologische
       positie hebben of kunnen krijgen, zoals microchips. Dit kan kansen voor
       bedrijven bieden, indien Nederland dan ook volwaardig meedoet.
       Digitalisering van producten en productieprocessen.
       Nederland is één van de meest ontwikkelde digitale economieën van de EU.20
       Digitalisering van producten draagt bij aan een hoogwaardig aanbod van de
       Nederlandse industrie. Digitalisering van productieprocessen is een vorm van
       procesinnovatie die de kans biedt om de productiviteit van de Nederlandse
       industrie te vergroten. En het geeft een kans om ons concurrentievermogen
       ten opzichte van landen met lagere lonen te versterken in een krappe
       arbeidsmarkt.
14 Nederland is het vijfde handelsland ter wereld gemeten naar export. Cijfers van 2020; bron: WTO.
15 Nederland is het negende land in de Education Index die onderdeel is van de Human Development Index van de
Verenigde Naties. Cijfers van 2018.
16 Wat betreft arbeidsproductiviteit is Nederland het negende land in de wereld. Bron: OECD.
17 Nederland is het veertiende land in de wereld wat betreft het aantal start-ups met een waarde van meer dan
USD 1 miljard (“unicorns”).
18 Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Nederland wereldwijd in 2021 de zesde plaats inneemt volgens de Global
Innovation Index van de World International Property Organization (WIPO). Deze index meet hoe innovatief een
land is ten opzicht van andere landen.
19 Een IPCEI is een geïntegreerd Europees project dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven
en/of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten die complementair zijn, synergie hebben en bijdragen aan
strategische Europese doelen.
20 Nederland bezet in 2021 een vierde plaats op de Digital Economy and Society Index van de Europese
Commissie. Deze index meet de digitale prestaties van de economie en de maatschappij van EU-lidstaten.
                                                                                                                   Pagina 10 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                                             Directoraat-generaal
                                                                                                             Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                             Directie Topsectoren en
                                                                                                             Industriebeleid
      Gebruik maken van de positie van Nederland als internationaal knooppunt.
      Een concurrentievoordeel van Nederland is de centrale plaats die Nederland                             Ons kenmerk
      inneemt in wereldwijde netwerken dankzij onze ligging en de uitstekende                                DGBI-TOP / 22266731
      infrastructuur, zowel via het water (diepzeehavens en rivierverbindingen met
      Duitsland en andere EU-lidstaten), over land, als door de lucht, en via digitale
      infrastructuur.21 Ook het internationale karakter van Nederland, zoals goede
      beheersing van het Engels, maakt hier onderdeel van uit.
Naast bovenstaande aspecten waar Nederland zich mee wil onderscheiden, zijn
ook de overige aspecten van een hoogwaardig vestigings- en
ondernemingsklimaat van belang. Hierop wordt nader ingegaan in de
Kamerbrieven over het vestigings- en ondernemingsklimaat.22
3. Wat de industrie nodig heeft om kansen te benutten: het bredere
      bedrijvenbeleid
Om de hiervoor beschreven doelen te behalen en daarbij de hiervoor beschreven
kansen te benutten, is in de eerste plaats de industrie zelf aan zet. Daarvoor is
het wel nodig dat de overheid de juiste voorwaarden schept om te zorgen dat de
industrie dit kan doen en waar nodig investeert en regie voert.
a) Innovatie
Doelen:
Uitgaven R&D stijgen tot 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) (Lissabon-
doelstelling), zonder dat het private aandeel daalt.
R&D uitgaven van de industrie stijgen naar 7% van de BBP-bijdrage van de
industrie.
Knelpunten in de innovatieketen worden weggenomen en kansen worden optimaal
benut.
Als opgemerkt beschikt Nederland over hoogwaardige industriële innovatie-
ecosystemen. Quantum Delta en Brainport Eindhoven zijn hier voorbeelden van.
Niettemin zijn uitgaven voor R&D in Nederland relatief laag, terwijl deze in
opkomende landen, zoals China, stijgen. Met Nederland vergelijkbare landen als
België en Duitsland hebben aanzienlijk hogere R&D uitgaven als percentage van
hun BBP.23 Om op wereldniveau mee te blijven doen zal de industrie het juist
meer dan ooit van innovatie moeten hebben. Daarom zal het kabinet R&D extra
stimuleren. Vervolgens is het essentieel dat investeringen in onderzoek en
ontwikkeling worden omgezet in toepassingen met zo veel mogelijk
maatschappelijke en economische impact (“valorisatie”). Hier zal kabinet regie op
voeren.
21 Volgens de World Competitiveness Index van Business School IMD neemt Nederland in 2021 wereldwijd een
zevende plaats in op het gebied van kwaliteit van de infrastructuur.
22 Zie: Kamerstuk 32637, nr. 493. Na het zomerreces en voor de begrotingsbehandeling zal ik een vervolgbrief
over het vestigings- en ondernemingsklimaat aan uw Kamer sturen.
23 Voor België is dit 3,5% van het BBP, voor Duitsland 3,1% (2020). Voor Nederland 2,3% (2020). Bron: CBS.
                                                                                                             Pagina 11 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                                                                                                Directoraat-generaal
                                                                                                                Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                Directie Topsectoren en
                                                                                                                Industriebeleid
Stimuleren van R&D
Het kabinet zet in op verhoging van R&D investeringen van 2,3% (2020)24 tot 3%                                  Ons kenmerk
van het BBP. Specifiek voor de industrie streeft het kabinet naar een evenredige                                DGBI-TOP / 22266731
bijdrage hieraan van de bedrijven in de sector industrie door stijging van de R&D
uitgaven van 5,6% tot 7% van de BBP-bijdrage (toegevoegde waarde) van de
industrie.25 Het kabinet intensiveert de investeringen in kennisontwikkeling en
onderzoek, ontwikkeling en innovatie binnen het Nationaal Groeifonds (NGF) met
EUR 6 miljard. Met name als de innovaties en technologie dichter bij de markt
staan, wordt er relatief meer private cofinanciering verwacht in voorstellen. Het
Nationaal Groeifonds zorgt dus voor een hefboomwerking: publieke investeringen
laten ook meer private investeringen loskomen.
Deze intensivering komt bovenop de bestaande generieke en gerichte innovatie-
instrumenten. Daar blijft het kabinet, met regionale en EU-partners in investeren:
      Fiscaal middels de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (budget: EUR
      1.337 miljoen in 2022) en de Innovatiebox (EUR 1.600 miljoen in 2020).
      Subsidies binnen het Missiegedreven beleid: de Publiek-Private Samenwerking
      programmatoeslag (PPS-toeslag) (budget: EUR 185 miljoen in 2022) en de
      MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (EUR 40 miljoen euro in
      2022).
      Horizon Europe: in totaal wordt EUR 821 miljoen op jaarbasis uitgekeerd aan
      Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen (op basis van cijfers 2020,
      realisatie 2022 niet vooraf bekend). Daarnaast maakt Nederland gebruik van
      andere EU fondsen zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en het Europees
      Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).
      Daarnaast vinden investeringen in innovatie plaats via Regionale
      Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs): EUR 177 miljoen op jaarbasis voor
      innovatietrajecten (op basis van cijfers 2020, realisatie 2022 niet vooraf
      bekend).
Knelpunten voor innovatie wegnemen en kansen optimaal benutten
Impactvolle innovatie vergt het doorlopen van de keten van kennisontwikkeling
naar toepassing en opschaling. Nederland heeft in veel kennisgebieden een sterke
positie, maar in niet alle gebieden lukt het om deze op te schalen tot evenredige
economische en maatschappelijke toepassingen.
In het bijzonder gaat het om:
(1) De overdracht van kennis van kennisinstellingen naar bedrijven. Uit onderzoek
blijkt dat er verbeterpunten zijn waaronder: de prioriteit die kennisinstellingen
geven aan valorisatie, consistente en transparante regelingen voor overdracht van
intellectueel eigendom vanuit kennisinstellingen, de band tussen bedrijven
(inclusief mkb) en kennisinstellingen, en vroege-fase financiering voor
kennisintensieve start-ups.26
24 Bron: CBS, 2022.
25 Voor Italië is de gerealiseerde waarde 4,05%, voor VK 5,08%, voor Duitsland 9,14%, voor Japan 10,85%, voor
Verenigde Staten 11,87%, voor Zuid-Korea 12,09% (2020). Bron: OESO.
26 Zie onderzoeken van Roland Berger, Valorisatie Ontketend: van technologietransfer
naar samen innoveren, november 2021; Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, Beter van start:
de sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups, oktober 2020; Rathenau Instituut, Tussen uitvinding en
uitdaging: over de relatie tussen universiteiten, start-ups en de samenleving, 2021.
                                                                                                                Pagina 12 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                                 Directoraat-generaal
(2) Knelpunten en kansen voor opschaling van overgedragen kennis. Hierbij gaat                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                 Directie Topsectoren en
het onder meer om de beschikbaarheid van financiering voor start-ups en scale-                                   Industriebeleid
ups om door te groeien. Ook ontbreekt het bij sommige hoogwaardige
kennisgebieden aan bedrijven in Nederland met voldoende schaal om de                                             Ons kenmerk
benodigde investeringen te doen.27 Verder ligt er een kans om vanuit de overheid                                 DGBI-TOP / 22266731
meer aandacht te besteden aan het creëren van markten voor nieuwe producten
(“marktcreatie”).
Meer regie van de overheid is nodig om deze punten te adresseren:
(ad 1) Het kabinet zet in op het bevorderen van de start van kennisintensieve
startups vanuit kennisinstellingen en het bevorderen van kennisoverdracht van
kennisinstellingen naar bestaande bedrijven. In een separate Kamerbrief over
Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid zal het kabinet na de zomer
ingaan op hoe de specifieke knelpunten op dit vlak zullen worden geadresseerd.
Verder zal het kabinet het gehele Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
(dat breder is dan de industrie alleen) meer richten op de toepassing van nieuwe
kennis. Ook dit zal in voornoemde brief aan de orde komen.28 Verder zal het
kabinet de PPS-toeslag herzien, mede in het licht van bovenstaande knelpunten.
(ad 2) Het Nationaal Groeifonds is vanwege de omvang van de beschikbare
financiering een belangrijk instrument voor opschaling van innovatieve
toepassingen. EZK zal valorisatie en opschaling stimuleren binnen Nationaal
Groeifonds-projecten via guidance voor voorstellen bij het Nationaal Groeifonds.
Verder is onder het vorige kabinet Invest-NL opgericht met als functie om een
bijdrage te leveren aan de financieringsmogelijkheden voor onder meer de
Nederlandse industrie, hetgeen ten goede komt aan de mogelijkheden voor
opschaling. EZK en Invest-NL hebben dit jaar het Deep tech fund opgericht met
een budget van EUR 250 miljoen voor investeringen in high tech start-ups en
scale-ups.
De Topsectoren behouden een belangrijke rol in de publiek-private coördinatie
binnen het innovatie-ecosysteem. Voor de komende periode zal het kabinet de
Topsectoren vragen daarbij aandacht te hebben voor hele keten van innovatie,
inclusief opschaling. Ook zal het kabinet zelf meer aandacht besteden aan het
aanjagen van marktcreatie29 via regelgeving en innovatieve aanbesteding. Hiertoe
zal een interdepartementale agenda voor marktontwikkeling worden opgesteld.
Tot slot vergt opschaling een gerichte aanpak die rekening houdt met de
specifieke uitdagingen en kansen van elke industriële sector. Hier zal het kabinet
rekening mee houden in de uitwerking van het beleid.
Op EU-niveau is het IPCEI-instrument bij uitstek geschikt voor valorisatie en
opschaling. Dit is het geval omdat het (onder voorwaarden) voorziet in een lichter
staatssteunrechtelijk kader voor zogeheten first industrial employment. Ook om
deze reden is het belangrijk dat Nederland voldoende betrokken is bij IPCEI’s. Het
27 Zie KPMG, SWOT-analyse strategische waardeketens, oktober 2020.
28 Het kabinet werkt aan de verdere ontwikkeling van het missiegedreven innovatiebeleid. Hiermee wordt invulling
gegeven aan het Coalitieakkoord, de bevindingen uit de evaluatie van de PPS-toeslagregeling en de uitkomst van
een enquête onder de partners van het Kennis- en InnovatieConvenant 2020-2023. Belangrijke elementen zullen
zijn de toepassing van nieuwe kennis in de hele keten van onderzoek, innovatie, toepassing (valorisatie) en
marktontwikkeling, het voorbereiden van strategische keuzes, en de versterking van de doelmatigheid van de
governance en het instrumentarium. Na de zomer zal het kabinet de Tweede Kamer verder informeren.
29 Marktcreatie: het creëren van een markt voor maatschappelijk gewenste innovaties, bijvoorbeeld via innovatief
aanbesteden en het stellen van normen die prikkelen tot innovatie.
                                                                                                                 Pagina 13 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-generaal
vorige kabinet heeft EUR 335 miljoen beschikbaar gemaakt voor IPCEI                  Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                     Directie Topsectoren en
participatie door Nederlandse bedrijven, welke bedragen de komende periode           Industriebeleid
zullen worden gealloceerd. Één route die in het vervolg mogelijk kan zijn voor
financiering van IPCEI’s, is het Nationaal Groeifonds. Ook zal per IPCEI worden      Ons kenmerk
bezien of deze gebruik kunnen maken van andere voorhanden middelen die               DGBI-TOP / 22266731
passen bij het onderwerp van de specifieke IPCEI.30
Passende regelgeving
Het kabinet wil dat zoveel mogelijk van de investeringen in innovatie wordt
gedaan door de markt. Hiervoor is het belangrijk dat de regelgeving die in
Nederland geldt, dit zoveel mogelijk faciliteert. Hiervoor is regelgeving nodig die
consistent is in de tijd en zo lange-termijn planning door private partijen mogelijk
maakt. Daarnaast gaat het om passende regelgeving die geen onnodige of
disproportionele barrières voor innovatie opwerpt. De themateams van de
verschillende missies binnen het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid
zullen gevraagd worden bij te dragen aan het in kaart brengen van regelgeving
die in dit licht aanpassing behoeft.
Tabel 1: Overzicht van acties voor innovatie
    Maatregel                                                       Deadline
         EUR 6 miljard extra investeringen in kennisontwikkeling    nvt
         en innovatie via Nationaal Groeifonds tot een totaal van
         EUR 20 miljard voor 5 jaar
         Instelling van een Deep tech fund van EZK en Invest-NL     In uitvoering
         van EUR 250 miljoen voor investeringen in high tech
         industrie
         Kamerbrief Missiegedreven Innovatiebeleid, waarin          2022Q3-Q4
         mede in zal worden ingegaan op maatregelen ten
         behoeve van valorisatie
         Opstellen interdepartementale agenda voor regie op         2023Q1
         marktontwikkeling via (EU) regelgeving en inkoop
         Guidance EZK voor Topsectoren voor aandacht voor           2022Q4
         opschaling en valorisatie
         Guidance van EZK voor NGF-voorstellen gericht op           2022Q4
         onder meer valorisatie
         Themateams van het missiegedreven innovatiebeleid          2022Q4
         richten op het wegnemen van barrières voor
         verduurzamings- en digitale transitie en innovatie
30 Zie nader paragraaf 4.
                                                                                     Pagina 14 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                                                   Directoraat-generaal
                                                                                                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                   Directie Topsectoren en
                                                                                                                   Industriebeleid
b) Regie op fysieke ruimte voor de industrie
Doelen:                                                                                                            Ons kenmerk
Voldoende fysieke ruimte voor de industrie                                                                         DGBI-TOP / 22266731
Efficiënte allocatie van schaarse ruimte en infrastructuur die beschikbaar is voor
de industrie
Ruimte is schaars in Nederland. Deze schaarste neemt toe door zowel private
investeringsplannen als maatschappelijke opgaven zoals woningbouw en de
aanleg van energie-infrastructuur en andere projecten om de klimaatdoelen te
bereiken.31 Naast de schaarste aan fysieke ruimte is er ook schaarste aan
ontwikkelruimte door restricties vanwege stikstof, geluid en andere milieufactoren.
Het is van belang dat er voldoende ruimte in Nederland beschikbaar is voor de
industrie, in het bijzonder in de vijf grote industriële clusters van Nederland32 (zie
figuur 2). Ook voor de verwerkende en maakindustrie is ruimte nodig. Daarbij
moet de ruimte die voor de industrie beschikbaar is, zo efficiënt mogelijk worden
benut. De prioriteit dient daarbij te liggen bij in maatschappelijk en economisch
hoogwaardige industriële activiteit.
Deze verschillende vormen van schaarste vragen om slim ruimtegebruik en goede
afstemming van belangen en behoeften zoals, naast de industrie, natuur,
landbouw, mobiliteit en wonen. Een integrale afweging tussen deze belangen bij
het verdelen van de beschikbare ruimte is noodzakelijk. Hier ligt een regierol voor
de overheid. De bevoegdheden op dit terrein worden vooral ingevuld door
regionale overheden. De schaarste van ruimte vergt echter van de overheid dat
meer centrale regie plaatsvindt. Hiervoor is vooral goede samenwerking tussen
het Rijk en de regio vereist. Veelal op gebiedsniveau en met waar mogelijk het
combineren van functies. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft hier al
handvatten voor. In de Ruimtelijke ordeningsbrief worden de contouren van deze
samenwerking geschetst.33 Het Rijk gaat nader in overleg met provincies over de
ruimtebehoefte van de industrie. Daarnaast brengen Rijk en regionale overheden
samen in kaart op welke locaties we de bovenregionale vraag naar ruimte voor
economische activiteit het beste kunnen clusteren.
Ruimte is in het bijzonder van belang voor de verduurzaming van de industrie.
Hiervoor moeten nieuwe, groene fabrieksinstallaties worden gebouwd en nieuwe
infrastructuur worden aangelegd. De verzwaring van bestaande infrastructuur en
aanleg van nieuwe infrastructuur gaat niet vanzelf en daarom voert het kabinet
hier regie op via het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
(MIEK) dat wordt uitgevoerd binnen het Programma Infrastructuur Duurzame
Industrie van het ministerie van EZK. Doel hierbij is het verkleinen van
doorlooptijden van infrastructuurprojecten, o.a. het slim clusteren van projecten,
het eerder starten met ruimtelijke procedures en het wegnemen van financiële
31 Uit prognoses blijkt dat bedrijven gezamenlijk tot 2030 minimaal een extra fysieke ruimtebehoefte van 17%
hebben. Grote ruimtevraag komt vanuit sectoren als groothandel en logistiek maar ook de chemie en metaal-
elektro vragen bovengemiddeld veel extra ruimte.
32 Nederland kent vijf industriële regio’s waar de bedrijvigheid van de energie-intensieve basisindustrie sterk is
geclusterd: Rotterdam/Moerdijk, Zeeland-West Brabant (Terneuzen en omstreken), Noordzeekanaalgebied,
Noord-Nederland (Eemshaven-Delfzijl en Emmen) en Chemelot (regio Geleen, Limburg).
33 Zie: ‘Kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening’, van 17 mei 2022.
                                                                                                                   Pagina 15 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                                                                Directoraat-generaal
knelpunten. Het gaat hierbij onder andere om een waterstofbackbone,             Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                Directie Topsectoren en
deltacorridor en verzwaring van het elektriciteitsnet. Voor het behalen van de  Industriebeleid
verduurzamingsdoelen van de industrie is het essentieel dat deze projecten zo
snel mogelijk worden gerealiseerd.                                              Ons kenmerk
                                                                                DGBI-TOP / 22266731
Figuur 2: Totaalkaart Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en
Klimaat (MIEK-projecten) 34
In de toekomst zal er naar verwachting ook een andere ruimtevraag ontstaan
voor de circulaire industrie om retourstromen duurzaam te kunnen verwerken. Dit
vergt bijvoorbeeld meer opslag, omdat minder goederen worden vernietigd of
weggegooid. Een ander voorbeeld zijn (binnen)havens op plekken die nu vaak al
34 Bron: MIEK projectenoverzicht 2021.
                                                                                Pagina 16 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                      Directoraat-generaal
beschikbaar zijn, maar die die functie dan wel moeten kunnen behouden, ook als                        Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                      Directie Topsectoren en
er met milieucategorie-goederen wordt gewerkt.                                                        Industriebeleid
Tabel 2: Acties met betrekking tot ruimte en industrie                                                Ons kenmerk
                                                                                                      DGBI-TOP / 22266731
    Maatregelen                                                                         Deadline
    Het Rijk gaat in overleg met provincies om hun regierol met                         In uitvoering
    betrekking tot deze vraagstukken te versterken en samen te
    zoeken naar oplossingen.
    Rijk en lokale overheden brengen samen in kaart op welke                            2022Q3
    locaties we de bovenregionale vraag naar ruimte voor
    economische activiteit het beste kunnen clusteren.
    Programma Werklocaties                                                              2022Q3
c) Regie op een gelijk speelveld en internationale markttoegang
Doelen:
Nederlandse bedrijven, waaronder de industrie, hebben optimale toegang tot
buitenlandse markten.
Mede op instigatie van Nederland stelt de EU zich op als een assertieve en
effectieve internationale speler bij het nastreven van een mondiaal gelijk
speelveld voor EU-bedrijven.
Toegang tot de EU-interne markt en internationale markten is van levensbelang
voor de Nederlandse industrie. Dit belang vergt de komende jaren extra aandacht
door de urgente transitievraagstukken en de geopolitieke spanningen in de
wereld, wat tot verschuivingen in handelsstromen en waardeketens leidt. Binnen
de EU zal Nederland consequent blijven pleiten voor het versterken van de interne
markt, wat bijdraagt aan de weerbaarheid en het concurrentievermogen van de
EU. Daarnaast is een herijking van de internationaliseringsagenda nodig, zodat we
transities kunnen versnellen en open strategische autonomie35 van Nederland met
EU-partners kunnen versterken. Innovatiesamenwerking met buitenlandse
partners is hier een wezenlijk onderdeel van.
Internationaal ondernemen
Het kabinet voert beleid om buitenlandse kennis, technologie en markten voor
Nederlandse bedrijven toegankelijk te maken. Dit wordt gefaciliteerd door het
netwerk van EU handels- en investeringsakkoorden. Bedrijven kunnen verder
gebruik maken het postennetwerk, het dienstenaanbod van Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland (RVO) en het bijbehorende handelsinstrumentarium,
Invest International en exportkredietverzekeringen (Atradius DSB).
Voor komende periode zet het kabinet in op een betere koppeling van het
nationale en internationale beleid, door deze meer te sturen op de belangrijke
transitievraagstukken: verduurzaming en digitalisering.36 Daarbij gaat het kabinet
binnen en buiten de EU meer innovatiesamenwerkingsovereenkomsten met
35 Zie nader paragraaf 4 hieronder.
36 Zie ‘Kamerbrief internationaal-economische samenwerking BZ en EZK’ van 17 juni 2022.
                                                                                                      Pagina 17 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                                                                          Directoraat-generaal
gelijkgestemde landen sluiten, zoals onder het vorige kabinet al met Duitsland en                         Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                          Directie Topsectoren en
India is gebeurd.                                                                                         Industriebeleid
Om onze innovaties beter te kunnen valoriseren, is het nodig om de                                        Ons kenmerk
internationale handels-, innovatie- en investeringsagenda’s sterker te verbinden.                         DGBI-TOP / 22266731
Hiervoor moeten afspraken tussen de regio en het Rijk, met EU-lidstaten, en een
select aantal partnerlanden buiten de EU worden gemaakt. Voortbouwend op de
strategische meerjarige marktbewerkingsplannen van de Topsectoren werkt het
kabinet aan een gefocuste internationaliseringsagenda die in het vierde kwartaal
van dit jaar zal verschijnen.37 Om de jarenlange inspanningen voor de versterking
van de R&D positie van Nederland meer te laten renderen, zullen
marktontwikkelingstrajecten worden geïdentificeerd rond bewezen sterktes van
Nederland waarvan het verdienpotentieel nog onvoldoende wordt benut. Hierbij
ligt de nadruk op initiatieven met een sterk privaat commitment die met hulp van
de overheid tot stand kunnen worden gebracht. Ook is speciale aandacht voor
publiek-private projecten die een impuls kunnen geven aan de verduurzamings-
en digitaliseringsopgave, en die de open strategische autonomie van de EU
kunnen versterken.
De Topsectoren worden gevraagd om een actievere rol te spelen in de opzet van
internationale proposities; inspelend op Europese programma’s en gebruikmakend
van het beschikbare internationale instrumentarium, kennis en capaciteit binnen
het postennetwerk en bij publiek-private internationale uitvoeringsorganisaties. In
aanloop naar een nieuwe EZK opdracht aan de Regionale
Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zullen regionale en nationale
beleidsdoelstellingen op internationale handel en innovatie terrein nog beter op
elkaar worden afgestemd.38 De internationale prioriteiten van de Topsectoren
vormen hier een belangrijke leidraad. Hierbij past ook een goede koppeling met
de nieuwe acquisitieagenda van de NFIA die in het derde kwartaal van dit jaar
naar de Kamer zal worden gestuurd.
Internationaal gelijk speelveld
Het disciplinerende effect van concurrentie tussen bedrijven is essentieel om onze
industrie efficiënt en innovatief te houden. Maar deze concurrentie moet wel
eerlijk zijn. Om een mondiaal gelijker speelveld af te dwingen, dient de EU
assertief gebruik te maken van haar marktmacht. Gevoed door voorstellen van
onder meer Nederland, heeft de Commissie de afgelopen jaren aanvullende
instrumenten gepresenteerd die hieraan zullen bijdragen: de Verordening voor
buitenlandse subsidies en het Internationaal Aanbestedingsinstrument. Nederland
steunt deze voorstellen en wil vaart maken met de afrondingen en implementatie
ervan.
Ook binnen de EU kan het gelijke speelveld onder druk komen te staan wanneer
de mededingings- en staatssteunkaders versoepeld worden en sommige lidstaten
meer staatssteun kunnen en willen geven dan andere lidstaten. Actualisering van
de steunkaders (de regels waarbinnen lidstaten staatssteun mogen geven aan
bedrijven) is nodig, met name in het licht van technologische ontwikkelingen en
37 Zie ook ‘Kamerbrief over het belang van het Nederlandse vestigings- en ondernemingsklimaat’, Kamerstuk
32637, nr. 493.
38 Zie in dit kader ook Motie Amhaouch over verzoek tot ROM’s blijvend extra te ondersteunen in de
facilitering van de internationalisering van het mkb, Kamerstukken II 2021/22, 35925 XVII, nr.34.
                                                                                                          Pagina 18 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                    Directoraat-generaal
de digitale en groene transitie. Een subsidierace tussen lidstaten moet echter      Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                    Directie Topsectoren en
voorkomen worden.                                                                   Industriebeleid
Op de interne markt heeft Nederland het gelijk speelveld deels zelf in de hand,     Ons kenmerk
door terughoudend om te springen met de mogelijkheid om bij                         DGBI-TOP / 22266731
minimumharmonisatie aanvullende voorschriften voor de Nederlandse industrie
op te leggen. Ook bij aanbestedingen heeft de overheid invloed op het gelijk
speelveld. Het kabinet zal daarom bij de aanbesteding van verduurzaming- en
digitaliseringsprojecten IMVO-kaders gaan hanteren. Specifiek op het gebied van
verduurzaming zal het kabinet verkennen of in de kavelbesluiten en tenders voor
Wind op Zee en waterbouwtrajecten in de voorwaarden rekening kan worden
gehouden met innovatieve oplossingen die een wezenlijke bijdrage kunnen
leveren aan de vermindering van de CO2-uitstoot en stikstof, of bijvoorbeeld de
verbetering van de economische veiligheid. Dit om te voorkomen dat partijen die
lagere normen hanteren of geen ketenverantwoordelijkheid willen dragen,
bedrijven uit Europa of gelijkgestemde landen uit de markt prijzen.
Technische standaarden hebben grote impact op het concurrentievermogen en
zijn de laatste jaren meer onderdeel geworden van wereldwijde concurrentie
tussen zowel staten als bedrijven. Daarom heeft Nederland een Strategie voor
technische standaarden ontwikkeld, inclusief voor industriële standaarden.
Tabel 3: Overzicht van acties voor internationaal ondernemen en een
gelijk speelveld
 Maatregel                                                         Deadline
      Uitbreiding EU-instrumentarium met een Verordening           Nader vast te
      over buitenlandse subsidies en een Internationaal            stellen op basis
      aanbestedingsinstrument                                      van EU-
                                                                   besluitvorming
      Implementatie Nederlandse strategie voor technische          In uitvoering
      standaarden
      Internationaliseringsagenda van BZ en EZK opstellen          2022Q4
      Gelijk speelveld maatregelen in aanbestedingsprocedures      2023Q1
      implementeren (IMVO) en verkennen (innovatie)
d) Menselijk kapitaal
Onze vaardige en hoogopgeleide beroepsbevolking is een bron van kracht voor
Nederland. Tegelijkertijd staat deze bron van kracht onder druk. In zijn
algemeenheid heeft Nederland nu te maken met een krappe arbeidsmarkt. De
industrie heeft te kampen met een stijgend tekort aan technisch geschoold
personeel.
Nederland heeft vergeleken met het buitenland relatief weinig technisch
geschoolden ten opzichte van de totale beroepsbevolking. De afgelopen jaren
hebben voorgaande kabinetten beleid gevoerd om dit aandeel omhoog te krijgen,
in samenwerking met bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. Het Techniekpact,
Level Lang Ontwikkelen en het MKB-actieplan zijn hier een uiting van. In de
                                                                                    Pagina 19 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                                                                                                  Directoraat-generaal
periode van 2013 tot 2019 is het aantal afgestudeerde technici per 1000 inwoners                                  Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                  Directie Topsectoren en
gestegen van 9,9 tot 13,6.                                                                                        Industriebeleid
De monitor Techniekpact laat zien dat het aantal openstaande vacatures voor                                       Ons kenmerk
technische beroepen is gestegen tot 104.500 in 2021Q4. Op alle beroepsniveaus                                     DGBI-TOP / 22266731
zijn de openstaande vacatures ten opzichte van 2016 meer dan verdubbeld. Voor
het hoogste beroepsniveau zijn de vacatures verviervoudigd. Ook de geringe
deelname van vrouwen binnen technische studies is nog steeds een punt van
aandacht.39
Zonder voldoende technisch personeel zijn investeringen in innovatie minder
effectief en komt de groene en digitale transitie in gevaar. Daarom werkt het
kabinet aan een aanvalsplan voor de techniek gericht op de klimaat- en
energietransitie en digitalisering. Hierover wordt uw Kamer binnenkort
geïnformeerd.
Tabel 4: Acties Menselijk kapitaal
  Maatregel                                                                                      Deadline
        Aanvalsplan voor de techniek gericht op de klimaat- en                                   2022Q3
        energietransitie en digitalisering
        Generieke aanpak arbeidsmarkt-krapte                                                     In
                                                                                                 uitvoering40
4. Hoe voert de overheid actief industriebeleid om te zorgen dat
      specifieke doelen gehaald worden?
In voorgaande paragraaf 1 zijn specifieke doelen geformuleerd op het gebied van
open strategische autonomie, verduurzaming en is een streefwaarde opgenomen
voor het aandeel van de industrie in de economie. In deze paragraaf wordt nader
uiteengezet hoe de overheid actief beleid zal voeren op de afzonderlijke doelen
van open strategische autonomie en verduurzaming van de industrie. Dit draagt
tevens bij aan het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie en zo aan
het behoud van een significante industriële basis.
a) Proactieve aansluiting bij verticaal EU-industriebeleid
Doelen:
Nederland is een van de meest proactieve, invloedrijke en constructieve landen in
het EU-industriebeleid
De Nederlandse industrie is goed aangesloten op verticaal EU-industriebeleid
Zoals de AIV heeft vastgesteld in zijn recente rapport, manifesteert de EU zich de
laatste jaren nadrukkelijker op het terrein van het industriebeleid.41 Dit geldt in
bijzonder voor “verticaal industriebeleid”, dat wil zeggen: actief industriebeleid
gericht op stimulering van specifieke ecosystemen42 en sectoren. Toenemend
39 Zie nader: ‘Kamerbrief met visie op genderverschillen in het onderwijs’ van 12 mei 2022.
40 Zie ‘Kamerbrief over aanpak krapte op arbeidsmarkt’ van 24 juni 2022.
41 Adviesraad internationale vraagstukken, Slimme Industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU, april
2022, p. 25.
42 De veertien ecosystemen die zijn afgebakend door de EU zijn: lucht- en ruimtevaart en defensie, agrovoeding,
bouw, culturele en creatieve sectoren, digitale sector, elektronica, energie-intensieve industrieën, hernieuwbare
                                                                                                                  Pagina 20 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                                                 Directoraat-generaal
gebruik van industriële allianties, IPCEI’s, de EU Chips Act en de nieuwe EU-                                    Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                 Directie Topsectoren en
Ruimtevaartprogramma’s zijn hier voorbeelden van. De gebundelde economische                                      Industriebeleid
kracht van de EU-lidstaten stelt ons in staat om gewicht in de schaal te leggen in
de wereld. Dit is cruciaal voor zowel verduurzaming, digitalisering als open                                     Ons kenmerk
strategische autonomie. In lijn met het AIV-advies zet het kabinet daarom in op                                  DGBI-TOP / 22266731
een proactieve aansluiting op verticaal EU-industriebeleid.
Dit vergt investeringen die evenredig dienen te zijn aan het belang van de
Nederlandse economie en industrie in de EU. Het vorige kabinet heeft al geld vrij
gemaakt voor deelname aan diverse IPCEI’s voor een bedrag van in totaal EUR
335 miljoen. Zoals de AIV opmerkt zijn dit echter relatief geringe bedragen
vergeleken met wat sommige lidstaten beschikbaar stellen, ook als we rekening
houden met het verschil in omvang tussen lidstaten.43 Dit dreigt tot achterstelling
van Nederlandse bedrijven te leiden. Om dit te adresseren is nodig dat een lange-
termijn oplossing wordt gevonden voor adequate en tijdige financiering van de
Nederlandse deelname aan IPCEI’s. Als opgemerkt is één route die mogelijk kan
zijn voor financiering van IPCEI’s het Nationaal Groeifonds. Voor de volgende
(derde) financieringsronde van het Nationaal Groeifonds zal het kabinet kijken
naar de mogelijkheid om IPCEI’s via het Nationaal Groeifonds in te dienen.
Vervolgens zal de balans worden opgemaakt. Daarnaast zal het kabinet nog
steeds, afhankelijk van het onderwerp van de IPCEI, andere
financieringsmogelijkheden in ogenschouw nemen.
Deelname aan IPCEI’s is geen automatisme en Nederland wil gebruik van het
instrument ook beperken tot strategische ecosystemen en waardeketens waar de
markt tekortschiet en er een grote maatschappelijke uitdaging ligt. Zoals de AIV
terecht stelt, zou onterecht gebruik van IPCEI’s inbreuk maken op het gelijk
speelveld, waarbij dit vooral ten koste dreigt te gaan van kleinere lidstaten met
minder middelen. In lijn met het AIV-advies heeft het kabinet een afwegingskader
opgesteld voor Nederlandse deelname aan het Europese verticale industriebeleid
en daarbinnen aan IPCEI’s (zie bijlage). Dit dient om de wenselijkheid van
Nederlandse deelname aan IPCEI’s consistent te beoordelen. In lijn met het AIV-
advies zal Nederland de principes van het afwegingskader proactief uitdragen in
EU-verband, om ertoe bij te dragen dat IPCEI-initiatieven alleen in
gerechtvaardigde gevallen gebruikt worden. Om de besluitvorming over Europees
industriebeleid optimaal te beïnvloeden zal het kabinet ook aansluiting zoeken bij
de grote en middelgrote lidstaten, zoals het gezamenlijke non-paper van
Nederland en Spanje in het kader van open strategische autonomie.44
Daarnaast is het essentieel dat EU- en nationale overheden, bedrijven en
kennisinstellingen de opgave om te verduurzamen, te digitaliseren en te werken
aan open strategische autonomie onderling coördineren. Daarom ligt publiek-
private samenwerking binnen het EU-industriebeleid in de rede. Bij een proactieve
aansluiting van Nederland op EU-industriebeleid hoort dat Nederland hier actief
energiebronnen, gezondheid, mobiliteit/vervoer/automobielsector, nabijheid, sociale economie en civiele
veiligheid, detailhandel, textiel en toerisme.
43 Het AIV advies noemt twee voorbeelden: (1) Het vorige kabinet reserveerde 35 miljoen euro voor projecten
binnen de IPCEI waterstof. Dit blijft ver achter bij Duitsland (dat 8 miljard in deze IPCEI-ronde investeert) en
Frankrijk (dat 1,5 miljard investeert). En ook Vlaanderen alleen al (met de haven van Antwerpen) doet voor 100
miljoen aan IPCEI-waterstofprojecten mee. (2) In de IPCEI over micro-elektronica bestaat de Duitse deelname
aan deze IPCEI-ronde uit 32 projecten en deze is met een totaal investeringsvolume van ruim 10 miljard euro het
omvangrijkst.
44 AIV aanbeveling #3, 5, 6, 10. Zie verder ‘Spain-Netherlands non-paper on strategic autonomy while preserving
an open economy’.
                                                                                                                 Pagina 21 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-generaal
aan deelneemt. Dit geldt onder meer voor het EU Industrial Forum waar de EU-         Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                     Directie Topsectoren en
brede coördinatie van voornoemde opgaven plaatsvindt. Het geldt ook voor meer        Industriebeleid
gerichte Industriële Allianties. Hierin komt een breed aantal belanghebbenden uit
één industrieel ecosysteem samen. Voorbeelden zijn de European Raw Materials         Ons kenmerk
Alliance (ERMA) en de European Clean Hydrogen Alliance (ECHA).                       DGBI-TOP / 22266731
Nederland is voorstander van dergelijke Industriële Allianties. In de komende
periode zal het kabinet zich inspannen om de nationale activiteiten van de
Topsectoren meer te integreren met het Industrial Forum en de Industriële
Allianties. Ook zal het kabinet een high-level bijeenkomst organiseren waarbij
overheid en bedrijfsleven de prioriteiten voor de Nederland binnen de EU-
industriepolitiek nader kunnen bespreken.
Tabel 5: Overzicht acties voor aansluiting op verticaal EU industriebeleid
 Maatregel                                                     Deadline
      Nederlandse participatie in IPCEI’s: IPCEI Micro-        In uitvoering
      electronica 2 voor EUR 230 miljoen, IPCEI Cloud
      Infrastructuur en diensten voor EUR 70 miljoen en
      IPCEI Waterstof voor EUR 35 miljoen.
      Voor de volgende (derde) financieringsronde van het      2023Q2
      NGF zal het kabinet kijken naar de mogelijkheid om
      IPCEIs via het NGF in te dienen, naast andere
      financieringsmogelijkheden.
      Topsectoren aansluiten op EU publiek private             2023Q1
      samenwerking via Industrial Forum, industriële
      ecosystemen, en de Industriële allianties.
      High-level bijeenkomst ten behoeve van strategische      2022Q4
      dialoog tussen bedrijfsleven en overheid over EU-
      industriebeleid
      Vaststelling afwegingskader Verticaal EU                 Zie bijlage
      lndustriebeleid in het bijzonder voor deelname aan
      ICPEI’s
      Principes van afwegingskader Verticaal EU                n.t.b.
      Industriebeleid actief uitdagen in de EU
b) Specifiek beleid op verduurzaming: innovatie en opschaling door stimulering,
     beprijzing en normering
Succesvolle verduurzaming van de industrie in Nederland biedt export- en
toepassingsmogelijkheden wereldwijd, waarmee de potentiële bijdrage van
Nederland aan het oplossen van het mondiale klimaatprobleem verveelvoudigt.
Hetzelfde geldt voor de bijdrage die de industrie kan leveren aan een circulaire
economie wereldwijd. Volgens McKinsey betekent de transitie naar
klimaatneutraliteit in 2050 de grootste reallocatie van kapitaal in de geschiedenis,
met een verschuiving van biljoenen dollars investeringen in hoogemissie- naar
laagemissie kapitaalgoederen (zoals machines). McKinsey wijst op elf hoog-
potentie value pools die jaarlijks tussen de USD 9 en 12 biljoen aan opbrengsten
                                                                                     Pagina 22 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                                                                         Directoraat-generaal
kunnen genereren.45 Het gaat dan om de totale verduurzaming van waardeketens                             Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                         Directie Topsectoren en
voor transport (land, zee en lucht), gebouwen, elektriciteit opwek en opslag,                            Industriebeleid
watervoorziening, consumentenproducten (elektronica, verpakkingen, textiel),
landbouw (inclusief alternatieve eiwitten), brandstoffen (bio- en synfuels),                             Ons kenmerk
waterstof (productie en transmissie), afvalhergebruik, industriële producten                             DGBI-TOP / 22266731
(groen staal, chemicaliën, etc) en CO2-management (o.a. Carbon Capture and
Utilisation, CCU).
Uit een analyse door TNO in opdracht van EZK blijkt dat de Nederlandse
wetenschap en industrie de technische kennis en kunde in huis hebben om in een
deel van deze mondiale groeimarkten te voorzien.46 Onder meer op terreinen als
circulaire grondstoffen en materialen (inclusief digitalisering van
ketenmanagement), groene energiedragers en leven met de zee (van offshore
windproductie en sea farming tot duurzame schepen op biobrandstoffen) liggen er
kansen die goed aansluiten bij datgene waar onze bedrijven goed in zijn. Waar de
overeenkomsten liggen tussen groeimarkt (vraag) en Nederlandse sterktes
(aanbod) ligt de basis van een duurzame industriële portfolio voor Nederland. Het
doel van het kabinet is deze portfolio richting 2030 op te bouwen.
De opbouw van een kansengerichte portfolio voor CO2 neutrale en circulaire
industrie vergt langdurige samenwerking van uiteenlopende bedrijven uit
verschillende bedrijfstakken in consortia voor innovatie en opschaling. Hierbij
neemt het kabinet de regierol. Zoals geschetst in de Kamerbrief over
Verduurzaming van de industrie van 5 april 2022, zet het kabinet bij het voeren
van regie op de verduurzaming van de industrie in op een combinatie van
stimuleren, normeren en beprijzen. Als onderdeel hiervan heeft het kabinet EUR 3
miljard vrijgemaakt voor bindende maatwerkafspraken met de industrie voor
CO2-reductie (inclusief het stimuleren van innovatie door het mkb). Om de
kansen van de verduurzamingstransitie te benutten is het essentieel om de
verduurzaming op een innovatieve manier te doen plaatsvinden. Hiertoe zal het
kabinet de bestaande instrumenten aanpassen en nieuwe instrumenten in het
leven roepen.
CO2 reductie
Voor efficiënte en effectieve CO2 reductie zijn innovatieve technieken nodig. Een
groot deel van de publieke-private middelen voor innovatie wordt daarom besteed
aan de energietransitie en duurzaamheid. De publiek-private partners van het
Kennis en Innovatieconvenant (KIC) hebben hier in 2020 EUR 1,017 miljard aan
uitgegeven op een totaal van circa EUR 4,9 miljard.47 Het kabinet blijft in de
komende periode duurzame innovatie stimuleren via het KIC.
Daarnaast is het Nationaal Groeifonds een bron van stimulering voor projecten
verduurzaming van de industrie. Tot nu toe is voor EUR 1,118 miljard toegekend
aan projecten die de verduurzaming van de industrie ten goede komen (zie box
1). Binnen de Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)
regeling is EUR 21 miljoen beschikbaar voor de industrie.
45 McKinsey, Playing offense to create value in the net-zero transition, McKinsey Quarterly, April 2022.
46 TNO, Portfolioanalyse 2022 - Hoofdrapportage, 6 juli 2022.
47 ‘Kamerbrief Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid’ van oktober 2021, p. 9.
                                                                                                         Pagina 23 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-generaal
                                                                                     Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                     Directie Topsectoren en
                                                                                     Industriebeleid
Box 1: NGF voorstellen die ten goede komen aan klimaatneutraliteit en                Ons kenmerk
circulariteit van de industrie                                                       DGBI-TOP / 22266731
GroenvermogenNL (EUR 838 miljoen, deels voorwaardelijk)
Dit project richt zich op de realisatie van groene waterstofprojecten door te
investeren in (i) klein- en grootschalige demonstratieprojecten, (ii) grootschalige
pilotprojecten en innovaties in de waardeketens chemie, vliegtuigbrandstoffen,
staal en kunstmest (iii) een R&D-programma en (iv) een human capital
programma. Het doel van het voorstel is om toepassingen van groene waterstof
en groene chemie in o.a. de chemie, transport en zware industrie versneld
mogelijk te maken door innovatie en kostenreductie. Daarmee kan het voorstel
ook een waardevolle bijdrage leveren aan de overgang naar een CO2-neutrale
samenleving. Uit groeifondsronde 1 werd in 2021 EUR 338 miljoen beschikbaar
gesteld voor R&D, human capital en kleine demonstratieprojecten. In ronde 2 van
het groeifonds is nog eens EUR 500 miljoen beschikbaar gesteld voor de
opschaling en toepassing van technologie op industrieel relevante schaal. De
budgetten zijn deels voorwaardelijk beschikbaar gesteld.
Duurzame MaterialenNL (circulaire plastics): EUR 220 miljoen voorwaardelijk
toegekend (ronde 2022)
Er worden demonstrators gebouwd en er zijn overkoepelende
ontwikkelingsprogramma’s en faciliteiten in zogenaamde dwarsverbanden. Het
oordeel over het onderdeel circulaire plastics is positief. Dit voorstel past binnen
de pijler Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen van de
Groeistrategie, omdat het bij materiaalinnovaties knelpunten in de opschaling van
laboratoriumschaal naar productie wegneemt. Ook sluit dit voorstel aan op de
pijler Transities benutten, omdat het nieuwe technologieën ten behoeve van
emissiereductie ontwikkelt en mogelijkheden ontsluit om materiaalstromen
circulair te maken.
Cellulaire agricultuur: EUR 60 miljoen voorwaardelijk toegekend (ronde 2022)
Dit project gaat over de techniek voor het kweken van cellen zonder tussenkomst
van dieren om tot een dier- en planeetvriendelijker vlees- of melkproduct te
komen. Het project speelt daarmee in op de eiwittransitie. Hoewel de producten
nog niet in de schappen liggen, is er veelbelovende wetenschap en zijn de eerste
bedrijven al actief.
Daarnaast is er een aantal stimuleringsregelingen gericht op opschaling van
groene technologie, waarvan de SDE++ de grootste is. De SDE++ is een
exploitatiesubsidie die de onrendabele top vergoedt van projecten die CO2-
uitstoot reduceren. Hiervoor is dit jaar EUR 13 miljard beschikbaar, onder meer
voor reductie van CO2 uitstoot bij productie door de industrie. De SDE++ werkt
met openstellingsrondes (tenders) waarin projecten met elkaar concurreren op
kosteneffectiviteit (reductiekosten in euro’s per ton CO2-eq). Onderzoek onder
grote industriebedrijven laat zien dat bedrijven vooral op de korte termijn
voornemens zijn om CO2 reductie vooral via Carbon Capture and Storage (CCS)
te doen plaatsvinden (figuur 3).
                                                                                     Pagina 24 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Directoraat-generaal
                                                                                                 Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                 Directie Topsectoren en
                                                                                                 Industriebeleid
Figuur 3: Geplande scope 1 emissiereductie tot en met 2030 per
techniekoptie en verwacht uitvoeringsjaar, in Mton CO₂ eq.                                       Ons kenmerk
                                                                                                 DGBI-TOP / 22266731
Bron: RVO, Klimaatmonitor 2021, op basis van bedrijfsinterviews
CCS is een kosteneffectieve techniek om de klimaatdoelen voor 2030 te halen. Op
de langere termijn zijn innovatieve technieken nodig waarmee de emissies naar
netto nul kunnen worden teruggebracht en fossiele grondstoffen vervangen zijn
door biotische en hergebruikte grondstoffen. Denk hierbij aan chemisch recycling,
Carbon Capture and Utilisation (CCU) en toepassing van waterstof en elektriciteit
in industriële productieprocessen. Om deze technieken tijdig op grote schaal in te
kunnen zetten is het van belang om nu al meer innovatieve oplossingen op te
schalen.48 Dit doet de kosten dalen en dat is van belang voor het
concurrentievermogen van de industrie. Om het voorgaande te realiseren, wordt
de SDE++ stapsgewijs uitgebreid met meer innovatieve technieken. Door te
werken met schotten in de regeling zullen innovatieve oplossingen niet
concurreren met CCS-projecten.
Op fiscaal gebied zijn de Energie Investeringsaftrek (EIA), Milieu
Investeringsaftrek (MIA), Willekeurige Afschrijving Milieu Investeringen (VAMIL)
van belang om eigen CO2-reducerende initiatieven van industriebedrijven te
stimuleren. De regeling Topsector energie industrie studies stimuleert specifiek de
mkb-industrie om onderzoek te doen naar verduurzamingsmogelijkheden.
Daarnaast heeft het kabinet het voornemen om een aantal regelingen voor
opschaling van groene technologie voort te zetten uit te breiden, en in te voeren:
      DEI+: voornemen om deze uit te bereiden. Circulaire, energie- en
      klimaatgerelateerde innovaties die eerder op laboratorium- en pilotschaal zijn
      ontwikkeld kunnen met ondersteuning van de DEI+ subsidie op industriële
48 Zie: “Visie verduurzaming basisindustrie 2050; de keuze is aan ons”, Kamerstuk 29696, nr. 15.
                                                                                                 Pagina 25 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                                                                                            Directoraat-generaal
      schaal worden gedemonstreerd. De DEI+ regeling heeft bewezen een                                      Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                            Directie Topsectoren en
      belangrijke rol te vervullen bij marktklaar maken van duurzame innovaties.                            Industriebeleid
      Het voornemen is om de DEI+ regeling uit te breiden, waardoor toepassing
      van nieuwe klimaatneutrale- en circulaire technologie nog breder kan worden                           Ons kenmerk
      ondersteund.                                                                                          DGBI-TOP / 22266731
      Voornemen om de Versnelde Klimaatinvesteringen Industrie (VEKI) regeling
      voort te zetten en te optimaliseren. Deze is beschikbaar voor projecten voor
      energiebesparing en elektrificatie op basis van bewezen technologieën. Op
      korte termijn zal besloten worden hoe deze regeling kan worden
      geoptimaliseerd.
      Voornemen om Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie
      (NIKI) in te voeren. Deze regeling maakt het mogelijk om innovatieve
      technieken zoals groene chemie of elektrificatie, grootschalig uit te rollen in de
      industrie. Dit is aanvullend op SDE++, die zich richt op bestaande bedrijven
      die nu CO2 uitstoten.
De budgetten voor deze regelingen maken deel uit van de besluitvorming over het
Klimaatfonds. Voorts zal het kabinet maatwerkbeleid gaan voeren voor de
grootste CO2-uitstoters in de industrie, als toegelicht in de brief over
Verduurzaming van de industrie van 5 april jl.49 In een separate Kamerbrief wordt
nader uitgewerkt hoe het kabinet dit wil vormgeven.50
Een belangrijke stok achter de deur om CO2-reductie te waarborgen, in de
industrie en daarbuiten, is beprijzing van het teveel aan uitstoot via de CO2-
heffing. Het kabinet zal de CO2-heffing aanscherpen. In het Belastingplan 2023
komt te staan hoe de aanscherping van de heffing eruit komt te zien. Daarnaast
zal het kabinet ook de fiscale vergroening met betrekking tot de Energiebelasting
en Opslag Duurzame Energie (EB/ODE) in het coalitieakkoord uitvoeren. Om de
effecten hiervan op energie- en uitstootintensieve bedrijven te kunnen
beoordelen, laat het kabinet momenteel effectmeting(en) uitvoeren.
Ook de EU wordt gewerkt aan hogere beprijzing van fossiele energie-inputs en
emissies (naast bijmengverplichtingen voor groene waterstof en biobrandstoffen).
Deze maatregelen maken deel uit van het pakket Fit for 55% van de Europese
Commissie, ter implementatie van de Europese Green Deal. Zo wordt ook het
emissiehandelsstelsel flink aangescherpt, waardoor er rond 2040 geen gratis
rechten meer uitgereikt worden aan elektriciteitsproducenten en industrie. Om te
voorkomen dat dit leidt tot een ongelijk speelveld is invoering van de EU Carbon
Border Adjustment Mechanism van groot belang.
Circulaire industrie
De hiervoor genoemde acties voor reductie van CO2-uitstoot komen grotendeels
ook ten goede aan circulariteit omdat zij bijdragen aan reductie van verbruik van
fossiele energiedragers. Voor een circulaire economie is het echter essentieel dat
niet alleen energiedragers, maar alle grondstoffen circulair worden gebruikt. Ook
voor het bereiken van een circulaire industrie is het nodig om te innoveren en op
te schalen. Het gaat hierbij om innovatie in de vorm van het reduceren van
materiaalgebruik in het ontwerp en het productieproces, hergebruik en reparatie
om materialen zo lang mogelijk en hoogwaardig mogelijk in de keten te houden,
49 Kamerstuk 29826, nr. 135.
50 Zie de Kamerbrief over maatwerk voor verduurzaming van de industrie die voor de zomer aan uw Kamer wordt
gestuurd.
                                                                                                            Pagina 26 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                                                                                               Directoraat-generaal
en recycling. Om al deze aspecten te bewerkstelligen is essentieel dat hier al in                              Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                               Directie Topsectoren en
de ontwerpfase van nieuwe producten rekening mee wordt gehouden en dat                                         Industriebeleid
bestaande producten opnieuw worden ontworpen.
                                                                                                               Ons kenmerk
De hiervoor genoemde innovatiemiddelen die zijn besteed aan duurzaamheid en                                    DGBI-TOP / 22266731
de energietransitie komen mede te goede aan circulair gebruik van grondstoffen.
Onder het vorige kabinet EUR 85 miljoen gecommitteerde innovatiesubsidies voor
het circulair maken van de industrie voor 2019-2020.51 Ook de hiervoor in box 1
beschreven Nationaal Groeifonds-projecten over circulaire plastics en cellulaire
agricultuur dragen bij aan onderzoek en ontwikkeling voor een circulaire industrie.
De voorgenomen uitbreiding van de DEI maakt ook meer demonstratieprojecten
voor circulaire technieken mogelijk.
Bij circulariteit liggen grote kansen om door sterkere normering tot meer
valorisatie en opschaling van innovaties te komen. Omdat deze normen primair
productstandaarden betreffen, is EU-wetgeving de meest geëigende weg om
impact te bereiken en tegelijkertijd het gelijk speelveld te behouden. Het EU
Circulaire Economie Actieprogramma van maart 2022 biedt hiervoor een goede
basis. Kern van het actieplan is een voorstel voor een verordening voor circulair
ontwerp van een brede categorie van productgroepen (Ecodesign for Sustainable
Products Regulation52).
Op nationaal niveau zal het kabinet dit jaar voor de circulaire opgave van de
industrie en de economie als geheel een nieuw Nationaal programma Circulaire
Economie 2023-2030 opstellen. Naast een generieke inzet zal er specifieke inzet
zijn op de meest impactvolle productgroepen, inclusief productgroepen die
behoren tot de maak- en basisindustrie.53 Voor deze productgroepen zullen
routekaarten met effects- en circulariteitsdoelen worden vastgelegd. Tot slot leent
circulariteit zich voor marktcreatie, te coördineren via een Agenda voor
marktontwikkeling.
Midden- en kleinbedrijf (mkb)
Ook het mkb moet bijdragen aan verduurzaming van de sector, maar deze
bedrijven ervaren knelpunten om aan de slag te gaan omdat voor hen vaak
onduidelijk is wat er van hen wordt verwacht en ze fgeen tijd en expertise hebben
om dit uit te zoeken. Bovendien zijn er problemen om de financiering rond te
krijgen.
Het kabinet zet sterk in op het ondersteunen van het mkb om te verduurzamen.
Zo wordt een ontzorgingsprogramma voor het mkb ontwikkeld als onderdeel van
het Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving. Zoals uiteengezet in de
brief van 21 november 2021 over ondersteuning van het mkb bij de klimaat- en
energietransitie, kan het mkb gebruik maken van subsidies als de ISDE om hun
bedrijfspand te verduurzamen en de SEBA voor de aanschaf van emissieloze
bestelwagens. Daarnaast wordt voor goede informatievoorziening, ondersteuning
bij het nemen van maatregelen en toegang tot financiering gezorgd. Het kabinet
beziet de mogelijkheden om een groene module aan de regelingen toe te voegen
51 Monitor Klimaatbeleid 2021, p. 16.
52 Voorstel van de Europese Commissie van 30 maart 2022.
53 Voor de maakindustrie zijn de volgende productgroepen voorzien: hightech equipment, windparken, elektrische
apparaten, zonneparken en batterijen. Voor de basisindustrie zijn in het bijzonder van belang: plastic
verpakkingen, chemische producten, verven, coatings en schoonmaakmiddelen.
                                                                                                               Pagina 27 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                                                                  Directoraat-generaal
waarmee een hoger garantiepercentage geboden kan worden voor leningen om          Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                  Directie Topsectoren en
bedrijfspanden energiezuiniger te maken en bedrijfsprocessen te verduurzamen.     Industriebeleid
Financiering hiervan loopt mee in de besluitvorming over het Klimaatfonds.
                                                                                  Ons kenmerk
Energie besparen is een van de goedkoopste manieren om CO2 te reduceren en is     DGBI-TOP / 22266731
essentieel om de klimaatdoelen te bereiken. De energiebesparingsplicht verplicht
bedrijven om energiebesparingen met een terugverdientijd van minder dan vijf
jaar uit te voeren. De energiebesparingsplicht wordt in 2023 uitgebreid naar ETS-
en vergunningplichtige bedrijven. Dat betekent dat het kabinet, naast uitbreiding
van de doelgroep en het aantal maatregelen, de Erkende Maatregelenlijst zal
aanpassen. Hierdoor weten met name mkb-bedrijven welke maatregelen voor hen
verplicht zijn. Het kabinet zet ook extra middelen in voor toetsing en handhaving
door het bevoegd gezag (medeoverheden).
Het (industriële) mkb maakt al veel gebruik van regelingen die innovatie en
investeringen in toepassing van duurzame technieken subsidiëren. Regelingen als
de DEI en VEKI zijn vaak overtekend (meer vraag dan er subsidie beschikbaar is).
Door deze regelingen uit te breiden voorziet het kabinet ook in een behoefte van
deze bedrijven.
Tabel 6: Overzicht van acties voor verduurzaming van de industrie
 Maatregel                                                     Deadline
 Klimaat
     Invoering fiscaal vergroeningspakket, waaronder           2023
     aanscherping van de nationale CO2-heffing,
     aanpassing van tarieven in EB/ODE
     Bindende maatwerkafspraken met de industrie voor          n.t.b.
     CO2-reductie.
     Invoering van de NIKI                                     2023
     Intensivering, continuering en uitbreiding generiek       2022Q4
     instrumentarium verduurzaming: (o.a.) DEI+, VEKI
     SDE++ uitbreiden met meer innovatieve technieken          2023
     Maatregelen EU ‘Fit for 55’-pakket, inclusief carbon      EU-besluitvorming
     border adjustment mechanism en groene
     waterstofverplichting industrie
     Marktcreatie voor CO2-vrije producten via regelgeving     2023Q1
     te coördineren via een Agenda voor marktontwikkeling
 Circulaire industrie
     EU Circulair Economy Action Plan                          In uitvoering
     Nationaal programma Circulaire Economie                   2022Q4
                                                                                  Pagina 28 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                                                                                                 Directoraat-generaal
                                                                                                                 Bedrijfsleven & Innovatie
       Marktcreatie voor circulaire producten via regelgeving                        2023Q1                      Directie Topsectoren en
       en innovatieve aanbesteding te coördineren via een                                                        Industriebeleid
       Agenda voor marktontwikkeling
                                                                                                                 Ons kenmerk
  Mkb                                                                                                            DGBI-TOP / 22266731
       Specifieke ondersteuningsmaatregelen bij                                      n.t.b.
       verduurzaming
c)    Specifiek beleid voor economische veiligheid en open strategische autonomie:
      defensieve en offensieve maatregelen
Nederland en de EU worden geconfronteerd met toenemende geopolitieke
spanningen die raken aan ons verdienvermogen, maatschappelijke uitdagingen,
en de nationale veiligheid. Nederland streeft daarom in Europees verband naar
bescherming van deze belangen met behoud van zo veel mogelijk openheid.54
Hiervoor zijn defensieve en offensieve maatregelen nodig.
In defensief opzicht heeft het vorige kabinet de afgelopen jaren nieuwe
instrumenten voorgesteld waarmee we kunnen reageren op acties van derde
landen in de economische sfeer die veiligheidsbelangen raken, zoals wetgeving om
ongewenste overnames te voorkomen. Ook zal het kabinet de strafbaarstelling
van spionage moderniseren onder meer om (digitale) diefstal van technologie
beter te kunnen bestrijden. Het kabinet zal dit verder brengen door de
wetgevingstrajecten af te ronden en deze wetten uit te voeren.
In offensief opzicht dienen we de komende jaren prioriteit te geven aan het
versterken van onze economische kracht. Daarbij dient ook oog te zijn voor
risicovolle afhankelijkheden van derde landen. Hier kan het nodig zijn om gericht
sectoren en waardeketens te versterken. Daarbij is het belangrijk om
afhankelijkheden niet alleen per product te bezien, maar ook of onze
afhankelijkheden ten opzichte van andere landen wederzijds en in evenwicht zijn.
In lijn met het SER-advies over reshoring blijft de vrijheid en verantwoordelijkheid
van bedrijven om hun bedrijfsactiviteiten geografisch vorm te geven daarbij het
uitgangspunt.55 Ingrijpen hierin door de overheid dient altijd onderbouwd te
worden op basis van publieke belangen.56
Om het inzicht in onze strategische afhankelijkheden te vergroten laten BZ en EZK
een geo-economische monitor ontwikkelen. De monitor geeft inzicht de
afhankelijkheden van Nederland voor goederen en diensten en onze relatieve
kennispositie.
Om ook in de toekomst onze belangen op het vlak van veiligheid,
verdienvermogen en maatschappelijke uitdagingen te kunnen verdedigen, is het
belangrijk om toegang te hebben en houden over cruciale technologieën en
toepassingen. Dat vraagt om een slim samenspel tussen het behoud van zo goed
mogelijke toegang tot cruciale technologieën en toepassingen wereldwijd enerzijds
en versterken van technologische capaciteiten binnen de EU anderzijds. Dit mag
54 Volgens de formele definitie van het kabinet houdt open strategische autonomie in dat we nu en in de toekomst
onze publieke belangen kunnen borgen en weerbaar zijn in een onderling verbonden wereld.
55 Sociaal-Economische Eaad, Advies 21/01, Reshoring, februari 2021. Zie in het bijzonder beleidsconclusie 1:
Reshoring is een middel, geen doel, p. 17.
56 Sociaal-Economische Raad, Advies 21/01, Reshoring, februari 2021. Zie in het bijzonder Beleidsconclusie 2:
“Essentiële ketens”, p. 17-18.
                                                                                                                 Pagina 29 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                                                                                                   Directoraat-generaal
niet leiden tot ongerechtvaardigde marktverstoringen. Daarbij is het van belang                                    Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                   Directie Topsectoren en
dat Nederland en de EU op een deel van de sleuteltechnologieën en de                                               Industriebeleid
gerelateerde industriële capaciteit wereldleider zijn (“technologisch leiderschap”).
Technologisch leiderschap stelt Nederland en andere EU-lidstaten in staat om                                       Ons kenmerk
toegang te houden tot technologie elders, maar ook om ons te kunnen                                                DGBI-TOP / 22266731
verdedigen, spelregels internationaal af te dwingen en de koers van
technologische ontwikkeling mede te bepalen volgens onze waarden.
Samenwerking met EU-partners en andere bondgenoten is cruciaal om risicovolle
afhankelijkheden efficiënt en effectief te adresseren en wederzijdse
afhankelijkheden op een verantwoorde manier te laten voortbestaan. Het
versterken van de samenwerking met de VS via de EU-US Trade and Technology
Council (TTC) is hiervan een voorbeeld. Hetzelfde geldt voor het voorstel van de
Europese Commissie voor een EU anti-dwang instrument om economische dwang
tegen de EU en EU-lidstaten te voorkomen.57
Diverse onderzoeken laten zien dat de afhankelijkheden van de EU op het vlak
van kritieke grondstoffen groot en geconcentreerd zijn.58 Kritieke grondstoffen zijn
van cruciaal belang voor de industrie en de publieke belangen die daarmee
gepaard gaan. Grondstoffen staan nationaal en internationaal, in het bijzonder in
EU-verband, steeds hoger op de agenda en krijgen in toenemende mate een
strategische dimensie. Het kabinet vindt het belangrijk dat onze bedrijven toegang
hebben tot grondstoffen die nodig zijn om onze publieke belangen, bijvoorbeeld
op het gebied van veiligheid en verduurzaming, te kunnen borgen. Bedrijven
hebben hierin zelf een belangrijke rol.59 Daarnaast is het nodig dat de overheid op
tijd risicovolle afhankelijkheden of systeemrisico’s als gevolg onvoldoende toegang
tot grondstoffen signaleert en waar nodig maatregelen neemt. Het kabinet komt
daarom met een strategie voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen,
aanvullend op het EU Raw Materials Action Plan.60
Stimulering van onderzoek en ontwikkeling
Er zijn geen geoormerkte investeringen in open strategische autonomie. Wel
verschaffen het Nationaal Groeifonds en het Deep tech fund, de participatie in
IPCEIs, het ruimtevaartbeleid61, het EU Defensie fonds en de middelen voor
veiligheid in het KIC vanuit het ministerie van Defensie, middelen die ten goede
komen aan open strategische autonomie. Ook wordt binnen het Missiegedreven
Topsectoren en Innovatiebeleid een hernieuwde aanpak voor de
sleuteltechnologieën ontwikkeld welke meer gefocust is op het gedachtegoed van
open strategische autonomie.
57 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de Unie en
haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen van 8 december 2021.
58 Europese Commissie, Critical Raw Materials for Strategic Technologies and Sectors in the EU: A foresight study,
2020.
59 Sociaal-Economische Raad, Advies 21/01, Reshoring, februari 2021. Zie in het bijzonder beleidsconclusie 1:
Reshoring is een middel, geen doel, p. 17.
60 Zie in dit verband ook de motie van het lid Hagen c.s. van 1 juni 2022, Kamerstuk 32852, nr. 192.
61 Ik ben voornemens voor de zomer van 2022 een Kamerbrief over het ruimtevaartbeleid aan uw Kamer te
zenden.
                                                                                                                   Pagina 30 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                  Directoraat-generaal
                                                                                  Bedrijfsleven & Innovatie
Box 2: Een aantal NGF projecten uit investeringsrondes 1 en 2 relevant
                                                                                  Directie Topsectoren en
voor open strategische autonomie en industrie                                     Industriebeleid
NEXTGEN Hightech: EUR 450 miljoen voorwaardelijk toegekend
NEXTGEN Hightech ontwikkelt een nieuwe generatie high tech equipment binnen       Ons kenmerk
zes toepassingsdomeinen: lasersatellietcommunicatie, biomedische                  DGBI-TOP / 22266731
productietechnologie, semiconductors, composieten, energie en agrifood. Er wordt
binnen het programma gestuurd op het verkrijgen van belangrijke posities in
internationale waardeketens. Daarop wordt geselecteerd, en er zullen dus ook
projecten afvallen.
PhotonDelta: EUR 471 miljoen voorwaardelijk toegekend
PhotonDelta heeft het voornemen het Nederlandse ecosysteem voor geïntegreerde
fotonica naar Europees topniveau te tillen. Met een ontwerpbibliotheek voor
toepassingen en opschaling van de fotonische chipindustry naar een Europees
zwaartepunt heeft het de potentie voor een nieuwe hoogwaardige sector.
QuantumDeltaNL: EUR 282 miljoen toegekend + reservering van EUR 333
miljoen
Het voorstel QuantumDeltaNL richt zich op het versterken van Nederlands
quantum ecosysteem, door te investeren in: (1) quantumcomputers, (2)
quantumnetwerken en (3) quantumsensoren. Quantum is een ontwikkelende
technologie die disruptief kan zijn op het gebied van rekenkracht en daarmee voor
nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke problemen kan
zorgen. Door quantumtechnologie kunnen er in de toekomst mogelijk veel
veiligere netwerken en communicatie tot stand gebracht worden.
Opschaling
Binnen het Nationaal Groeifonds wordt met de voorstellen QuantumDeltaNL,
PhotonDelta en NXTGEN Hightech in totaal EUR 1.536 miljoen geïnvesteerd rond
projecten voor het ontwikkelen van sleuteltechnologie van geopolitiek belang (zie
box 2). Als opgemerkt, participeert Nederland in diverse IPCEI’s. Deze komen
allen de open strategische autonomie van de EU ten goede.
Specifiek voor de Nederlandse en EU defensie-industrie is van belang dat
ingevolge de hiervoor genoemde geopolitieke spanningen, in het bijzonder de
oorlog in Oekraïne, meer investeringen zullen worden gedaan op defensiegebied.
Het kabinet zal het defensiebudget laten toegroeien naar de NAVO-norm van 2%
van het BBP. Het kabinet zal daarnaast de samenwerking binnen Europa op het
gebied van defensie zal intensiveren. Een vitale Nederlandse Defensiesector is
nodig om onze eigen veiligheid te kunnen beschermen en een bijdrage te kunnen
leveren aan de Europese veiligheid. Met nadere uitwerking van de maatregelen uit
de Defensie industrie Strategie (DIS) wordt invulling gegeven aan het versterken,
beschermen en (internationaal) positioneren van deze sector.
De verhoging van de defensie-uitgaven alsmede de toegenomen aandacht voor
veiligheid binnen het innovatie-instrumentarium van EZK, biedt mogelijkheden de
om de capaciteiten binnen de sector te beschermen, te versterken en
internationaal te positioneren. Bij het aanspreken van de innovatie-instrumenten
is ook oog voor producten en diensten die dual-use van aard zijn. Gezien de
geopolitieke context en veranderd dreigingsbeeld vraagt dit om maatwerk naast
het bestaande generieke beleid. Ook dit is een aspect van open strategische
                                                                                  Pagina 31 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                                                                                                   Directoraat-generaal
autonomie.62 Daarnaast hebben innovaties op het gebied van Defensie niet alleen                                    Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                   Directie Topsectoren en
een veiligheidswaarde, maar ook een economische waarde door de spin-off en                                         Industriebeleid
spill-overs die deze innovaties hebben naar andere sectoren.
                                                                                                                   Ons kenmerk
Tabel 7: Acties Economische veiligheid en open strategische autonomie                                              DGBI-TOP / 22266731
die raken aan de industrie
  Maatregel                                                                            Deadline
  Beschermingsmaatregelen (“Protect”)
       Afronden wetgevingstraject investeringstoets en                                 2022Q3/in
       implementatie door Bureau Toetsing Investeringen                                uitvoering
       binnen EZK
       Afronden wetgevingstraject investeringstoets defensie-                          2024Q2
       industrie
       Modernisering strafbaarstelling spionage                                        n.t.b.
       Voorstel EU anti-dwanginstrument                                                Nader vast te
                                                                                       stellen op basis
                                                                                       van EU-
                                                                                       besluitvorming
  Stimuleringsmaatregelen (“Promote”)
       Grondstoffenstrategie voor leveringszekerheid van                               n.t.b.
       kritieke grondstoffen
       Een hernieuwde aanpak voor de sleuteltechnologieën                              2022Q3
       binnen het Missiegedreven Topsectoren en
       Innovatiebeleid die meer gefocust is op het
       gedachtegoed van open strategische autonomie.
       Versterking van de Nederlandse en EU waardeketen                                In uitvoering
       voor halfgeleiders via Nederlandse participatie IPCEI
       micro-electronica 2 met budget van EUR 230 miljoen
       en de EU Chips Act. Daarnaast participatie in IPCEI
       Cloud Infrastructuur en diensten voor EUR 70 miljoen
       en IPCEI waterstof voor EUR 35 miljoen.
       Strategische dialoog met EU en internationale partners                          In uitvoering
       over sensitieve industrie en wederzijdse
       afhankelijkheden, onder meer via EU-US Trade and
       Technology Council
       Nadere uitwerking maatregelen Defensie industrie                                2022/2023
       Strategie gericht op versterken, beschermen en
       internationaal positioneren van de sector
62 In het verlengde van de DIS gaat het hier bij strategische autonomie om de gegarandeerde toegang tot, en
beschikbaarheid van, (internationale) kennis, rechten, mensen en middelen die noodzakelijk zijn om militaire
capaciteiten in stand te houden en operaties uit te voeren, ongeacht de coalitie waarbinnen inzet plaatsvindt. Het
kabinet legt hierbij de nadruk op een zelfredzamer Europa.
                                                                                                                   Pagina 32 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                                                                                   Directoraat-generaal
d) Digitalisering                                                                                                  Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                                   Directie Topsectoren en
Digitalisering van industriële productieprocessen is een instrument om de                                          Industriebeleid
arbeidsproductiviteit, verduurzaming en open strategische autonomie voor de
toekomst veilig te stellen. Digitalisering is een ontwikkeling die de industrie op                                 Ons kenmerk
verschillende manieren beïnvloedt. In de eerste plaats via digitalisering van                                      DGBI-TOP / 22266731
productieprocessen, zoals robotisering. Daarnaast via digitalisering van
producten: steeds meer producten uit de maakindustrie krijgen een digitale
component en raken verweven met digitale dienstverlening.
Digitalisering is in eerste instantie een opgave voor de industrie zelf. Daarnaast is
er ook een stimulerende en coördinerende rol voor de overheid. Het stimuleren
van ontwikkeling van digitale technologie maakt onderdeel uit van het bredere
innovatiebeleid. Daarnaast is er een coördinerende en stimulerende rol voor de
overheid om te zorgen dat zoveel mogelijk industriële bedrijven hun
productieprocessen digitaliseren zodat zij productiever worden.63 Dit is het
bijzonder in het belang van mkb-bedrijven, die minder middelen hebben om zelf
de digitale transitie door te maken. Tot slot is personeel met de juiste digitale
vaardigheden schaars binnen de industrie.
Stimulering van onderzoek en ontwikkeling
Binnen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid wordt 20% van de
middelen voor sleuteltechnologieën besteed aan digitalisering. Het Nationaal
Groeifonds kent verschillende projecten waarin R&D op het gebied van digitale
technologie wordt ontwikkeld (zie box 3).
Box 3: NGF-projecten die raken aan digitalisering van de industrie
NEXTGEN High Tech – component Smart Industry met voorwaardelijke toekenning
van 100 miljoen (ronde 2022)
In dit - hiervoor reeds genoemde - voorstel zit een voorwaardelijke toekenning
van EUR 100 miljoen voor Smart Industry.
Health-RI (22 miljoen + 47 miljoen gereserveerd (ronde 2021)
Het voorstel Health-RI investeert in (i) de ontwikkeling van een geïntegreerde,
nationale gezondheidsdata- en onderzoeksinfrastructuur, (ii) het wegnemen van
sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afsprakenstelsel,
en (iii) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life
sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen
en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid,
patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en
met elkaar te verbinden.
*zie ook voorstellen Photondelta en QuantumDelta (al hiervoor genoemd)
Stimulering van opschaling
De valorisatie en opschaling van digitale producten wordt gestimuleerd door de al
eerder genoemde Nederlandse deelname aan IPCEI Microelectronica 2 voor EUR
230 miljoen en IPCEI Cloud Infrastructure and Services voor EUR 70 miljoen. De
hiervoor vermelde Nationaal Groeifonds-projecten komen behalve aan R&D ook
aan valorisatie en opschaling ten goede.
63 Hierbij is het volgende van belang. De mate waarin een bedrijf gedigitaliseerd is heeft impact op de werking en
efficiëntie van de keten. Het maken van afspraken in de keten en de coördinatie van deze toepassingen gaan het
(individuele) bedrijfsniveau te boven. Tevens is er ook binnen de brede maakindustrie het probleem om mensen
met de juiste vaardigheden aan te trekken, in het bijzonder voor het mkb.
                                                                                                                   Pagina 33 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                                                                                       Directoraat-generaal
In antwoord op de hiervoor beschreven knelpunten op het gebied van                                     Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                       Directie Topsectoren en
digitalisering van productieprocessen, heeft EZK in 2014 samen met FME, KMU,                           Industriebeleid
TNO, KVK en de ROM’s, het Smart industry programma in het leven geroepen.
Binnen dit kader zijn tientallen Smart Industry Fieldlabs in Nederland geopend.                        Ons kenmerk
Dit zijn experimenteerlocaties verspreid door heel Nederland. Het Smart Industry                       DGBI-TOP / 22266731
programma gaat nu een nieuwe fase in gericht op opschaling.64 Er ligt een
ambitieuze agenda waarin activiteiten zijn gericht op digitalisering van de ketens,
van de fabrieken en voor de medewerkers.
Het Europese instrument van de European Digital Innovation Hubs (EDIH’s) biedt
een kans om het Smart industry programma te versterken. EDIH’s zijn regionale
samenwerkingsverbanden die bedrijven ondersteunen in hun digitaliseringsproces.
Dit gebeurt via het bieden van testruimte, begeleiding naar financiering indien een
test succesvol is, het initiëren van netwerkactiviteiten en het trainen en opleiden
van medewerkers. Hiervoor is EUR 30 miljoen beschikbaar vanuit de EU, EZK en
PPS-verbanden van regionale overheden en bedrijven. Binnen het Nationaal
Groeifonds voorstel NEXTGEN Hightech is EUR 100 miljoen gereserveerd voor
Smart Industry. Ook dit programma biedt hiermee een grote kans om het Smart
Industry programma op te schalen.
Tabel 8: Acties digitalisering
  Maatregelen                                                                         Deadline
       Nieuwe fase van het Smart Industry                                             In uitvoering
       Programmaprogramma (Schaalsprong)
       Oprichting vijf European Digital Innovation Hubs (EDIHs)                       In uitvoering
       in Nederland
       Deelname IPCEI micro-electronica 2 met budget van EUR                          In uitvoering
       230 miljoen en IPCEI Cloud Infrastructuur en diensten
       voor EUR 70 miljoen
       NGF-toekenningen digitalisering voorstellen                                    In uitvoering
DEEL III: VOORWAARDEN WAAR DE INDUSTRIE AAN MOET VOLDOEN
7. Voorwaarden: wederkerigheid en IMVO-standaarden
a) Wederkerigheid
Industriebeleid betekent dat de overheid soms gericht investeert in de industrie
om doelen te bereiken en op andere manieren de industrie faciliteert, zoals door
allocatie van schaarse ruimte. Maar dit betekent niet dat de overheid cadeaus
uitdeelt aan bedrijven. Tegenover elke investering zal een inspanning moeten
staan die waarborgt dat de investering in lijn is met het principe van
wederkerigheid tussen overheid, bedrijfsleven en samenleving. Hierbij gaat het
onder meer om het langjarig blijven investeren in Nederland door deze bedrijven,
over mee-investeren in opleidingen, over goed werkgeverschap en over de
64 Het nieuwe programma van Smart industry deel ik via een separate Kamerbrief op korte termijn met uw
Kamer.
                                                                                                       Pagina 34 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                                  Directoraat-generaal
kwaliteit van de leefomgeving. Meer in het algemeen is essentieel dat alle        Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                  Directie Topsectoren en
belanghebbenden in de samenleving delen in de voordelen van de digitale en        Industriebeleid
duurzaamheidstransitie (“inclusiviteit”). Dit geldt onder meer voor werknemers,
regio’s en mkb.                                                                   Ons kenmerk
                                                                                  DGBI-TOP / 22266731
b) IMVO
Zoals aangekondigd in het coalitieakkoord bevordert het kabinet in de EU
internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en voert nationale
IMVO-wetgeving in die rekening houdt met een gelijk speelveld met omringende
landen en implementatie van mogelijke EU-regelgeving.
De Europese commissie heeft in april 2021 de Corporate Sustainability Reporting
Directive (CSRD) voorgesteld. Op 21 juni jl. is een principe akkoord over de CSRD
bereikt tussen de Raad van de EU en het Europees Parlement. De CSRD zal
volgens dit akkoord vanaf 2024 gefaseerd van kracht worden voor grote bedrijven
en alle beursgenoteerde ondernemingen (m.u.v. micro-ondernemingen). De CSRD
verplicht bedrijven transparant te rapporteren over duurzaamheidsaspecten die
samenhangen met hun activiteiten, waaronder ook de sociale aspecten zoals
kinderarbeid of andere vormen van uitbuiting.
Daarnaast heeft de Commissie in februari 2022 een voorstel gepresenteerd voor
een richtlijn voor gepaste zorgvuldigheidsverplichtingen voor ondernemingen in de
EU: de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Het voorstel
van de Commissie heeft als doel te bevorderen dat ondernemingen bijdragen aan
de eerbiediging van mensenrechten en milieu in hun eigen activiteiten en via hun
waardeketens. Het voorstel heeft betrekking op ondernemingen die actief zijn op
de Europese interne markt en is ten dele gebaseerd op de internationale
raamwerken op het gebied van IMVO, namelijk: de OESO-richtlijnen voor
multinationale ondernemingen (OESO-richtlijnen) en de UN Guiding Principles on
Business and Human Rights (UNGP’s). Het toepassen van gepaste zorgvuldigheid
zal volgens het Commissievoorstel verplicht worden voor alle zeer grote bedrijven
(>500 werknemers en >EUR 150 miljoen netto-omzet), en voor grote bedrijven in
bepaalde sectoren (>250 werknemers en >EUR 40 miljoen netto-omzet, waarvan
minstens 50% gegenereerd in een aantal sectoren met een hoog risico). Concreet
betekent dit dat alle Europese bedrijven die onder de richtlijn vallen negatieve
gevolgen van hun activiteiten op het gebied van mens en milieu in hun
waardeketens dienen te identificeren en aanpakken, hier transparant over moeten
rapporteren en slachtoffers van misstanden toegang moeten bieden tot herstel.
Een BNC-fiche hierover is op 7 april jl. aan de Tweede Kamer gestuurd. Het
kabinet heeft dit voorstel verwelkomd, en zet in op coherentie met andere EU-
maatregelen zoals de CSRD, en met de OESO-richtlijnen en de UNGP’s.
Zoals uiteengezet in de Kamerbrief met stand van zaken IMVO-wetgeving d.d. 27
mei jl. zal het nationale wetsvoorstel waarnaar het coalitieakkoord verwijst rond
de zomer van 2023 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Het CSDDD-
voorstel van de Europese Commissie zal als basis dienen voor het nationale
wetsvoorstel, dat vooruitloopt op de implementatie van de toekomstige CSDDD.
Het streven is om beide voorstellen zoveel mogelijk parallel op te laten lopen.
EZK past momenteel ook (I)MVO-standaarden toe op haar
bedrijfsleveninstrumentarium. Zo worden bedrijven geïnformeerd over risico’s
voor mens en milieu wanneer zij bijvoorbeeld een subsidie ontvangen voor de
                                                                                  Pagina 35 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                                                                                          Directoraat-generaal
inkoop van zonnepanelen of een innovatietraject, en geadviseerd en gestimuleerd                           Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                          Directie Topsectoren en
om op een verantwoorde manier met deze risico’s om te gaan door ze in kaart te                            Industriebeleid
brengen, te mitigeren en zo nodig waardeketens te verleggen en/of toegang tot
herstel te bieden. Op deze manier leren bedrijven hoe zij verantwoord kunnen                              Ons kenmerk
ondernemen in hun sector. Zoals toegezegd aan de Kamer loopt hiervoor tot eind                            DGBI-TOP / 22266731
2022 bij EZK een pilot.65 De informatie hieruit zal gebruikt worden om de
komende jaren (I)MVO proportioneel te integreren in het gehele bedrijfsleven-
instrumentarium.
Tabel 9: Overzicht acties voor IMVO
  Maatregelen                                                         Deadline
      Pilot om (I)MVO-standaarden toe te passen                       Eind 2022. Jaren
      op het bedrijfsleveninstrumentarium van EZK                     daaropvolgend om
                                                                      (I)MVO voorwaarden te
                                                                      stellen aan alle EZK-
                                                                      bedrijfsleveninstrumenten
      Corporate Sustainability Reporting Directive                    2024, graduele invoering
      (CSRD)
      Richtlijn voor gepaste                                          Nader vast te stellen op
      zorgvuldigheidsverplichtingen voor                              basis van EU-
      ondernemingen in de EU (CSDDD)                                  besluitvorming
      Invoeren nationale IMVO-wetgeving                               Rond zomer 2023
                                                                      wetsvoorstel naar Tweede
                                                                      Kamer. Wetgevingstraject
                                                                      zal zoveel mogelijk
                                                                      parallel lopen met de
                                                                      CSDDD.
DEEL IV: UITVOERING
8. Uitvoering en vervolg
Informatiepositie
Om meer regie te kunnen voeren op de hiervoor genoemde doelen, dient de
overheid over meer en andere informatie te beschikken. Voor een deel gaat het
erom nog meer door andere lenzen naar de economie te kijken, zoals vanuit
milieu-impact en geopolitiek. Daarnaast is meer sectorspecifieke kennis nodig om
te kunnen zorgen voor doordachte interventies als onderdeel van een actief
industriebeleid dat rekening houdt met de specifieke kenmerken en uitdagingen
van afzonderlijke sectoren.
Het is noodzakelijk om een scherper beeld te krijgen van de strategische
afhankelijkheden van Nederland en de EU en de positie van Nederland en de EU in
strategische waardeketens, inclusief strategische knooppunten. Dit in aanvulling
op de diverse onderzoeken die al hebben plaatsgevonden en met de Kamer zijn
gedeeld.
65 Kamerbrief ‘Toepassing IMVO op EZK-bedrijfsleveninstrumentarium’, juni 2021, Kamerstuk 26485, nr. 371.
                                                                                                          Pagina 36 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                   Directoraat-generaal
Concreet is EZK bezig zijn informatiepositie op de volgende punten te versterken:  Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                   Directie Topsectoren en
    dashboard verduurzaming industrie                                              Industriebeleid
    geoeconomische monitor
    kennis van industriële ecosystemen en sectoren, inclusief internationale       Ons kenmerk
    benchmarking                                                                   DGBI-TOP / 22266731
    kennisopbouw circulariteit materialen
Ook is Nederland voorstander van verdere versterking van de informatiepositie
van de Europese Commissie, onder meer via een “Resilience Office” van de
Europese Commissie dat informatie verzamelt over economische dwang door de
landen jegens lidstaten en EU bedrijven en een “Critical technologies
observatory”.
Capaciteit
Succesvolle uitvoering van het strategisch industriebeleid vergt voldoende
mankracht. Daarom zal binnen EZK een team voor maatwerk worden opgericht
voor de uitvoering van maatwerk als onderdeel van groen industriebeleid. Ook de
uitvoering van de handhaving van nieuwe (EU-)regelgeving op gebied van circulair
gebruik van grondstoffen vergt mankracht voor handhaving.
Vervolg
Het kabinet zal direct aan de slag gaan met het implementeren van de in deze
brief vervatte industriestrategie. Ik zal uw Kamer op de hoogte blijven houden van
de voortgang van het industriebeleid.
Tabel 10: Acties voor uitvoering
 Maatregel                                                           Deadline
     Oprichting team voor maatwerk verduurzaming industrie           In uitvoering
     binnen EZK
     Geoeconomische monitor                                          2022Q4
     Sectorale kennis EZK versterken in samenspraak met              2022Q4
     Topconsortia voor Kennis en Innovatie en Innovatie
     Attaché’s.
     Dashboard verduurzaming industrie                               In uitvoering
                                                                                   Pagina 37 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                                                                    Directoraat-generaal
Bijlage: AIV advies ‘Slimme industriepolitiek: een opdracht voor                    Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                    Directie Topsectoren en
Nederland in de EU’                                                                 Industriebeleid
Op 18 maart jl. heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) het advies    Ons kenmerk
‘Slimme industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU’ opgeleverd. Aan    DGBI-TOP / 22266731
de basis van dit rapport stonden een 3-tal door de ministeries van Buitenlandse
Zaken (BuZa) en Economische Zaken en Klimaat (EZK) geformuleerde vragen:
1. Hoe kan Nederland zich, gegeven de huidige kabinetsstandpunten, het beste
     positioneren in het debat over industriebeleid in de EU, met welke
     boodschappen, dankzij welke coalities van lidstaten en in welke ‘industriële
     allianties’?
2. Hoe kan Nederland zich het beste verhouden tot internationale partners buiten
     de EU in deze discussie, gezien het feit dat sommige van hen het streven naar
     ‘strategische autonomie’ opvatten als een beweging naar meer
     protectionisme?
3. Adviseert de AIV, op grond van bovenstaande overwegingen, het kabinet tot
     een aanpassing van de Nederlandse positie ten aanzien van het Europees
     industriebeleid, en zo ja, op welke elementen en deelterreinen?
Samenvatting AIV advies
In haar advies ziet de AIV een omslag bij het Europees industriebeleid van
oorspronkelijk vooral generiek en voorwaardenscheppend beleid naar een
industriepolitiek met in toenemende mate een verticaal karakter, waarbij
overheden in de markt ingrijpen met stimulansen en investeringen voor specifieke
bedrijfstakken of industriële ecosystemen. Dit is een uiting van de machtsstrijd
tussen economische blokken. Industriepolitiek is een vorm van ‘promote’, maar
helpt ook het denken over ‘protect’, over defensieve maatregelen, scherper te
maken in die machtsstrijd. Deze omslag zal blijvend zijn en alhoewel deze
meerdere oorzaken heeft is deze met name geopolitiek gedreven. De AIV stelt dat
grote publieke Nederlandse belangen kwetsbaar kunnen worden en roept op tot
urgentie.
In haar aanbevelingen legt de AIV vooral nadruk op een belangrijk, relevant en
zichtbaar deel van het Europese industriebeleid of industriepolitiek, gerichte
financiële steun aan sectoren, zoals aan micro-elektronica en waterstof via IPCEIs.
De AIV doet een tiental aanbevelingen rondom de Nederlandse positionering in de
EU, in verhouding tot internationale partners buiten de EU en roept op tot een
aanpassing van de Nederlandse positie ten aanzien van het Europese
industriebeleid. Daarbij roept zij ook op tot een meer constructieve houding van
het kabinet bij onder andere het geven van staatssteun. Hierdoor kan het kabinet
proactief en aan de voorkant van het Europese debat deelnemen.
Opsomming aanbevelingen AIV (voor achtergrondinformatie verwijzen wij u graag
naar het betreffende rapport):
De Nederlandse positionering in de EU
1. Kom in beweging. Een proactieve positionering van Nederland in het EU-
    industriebeleid veronderstelt helder industriebeleid op nationaal niveau.
2. Spreek in termen van Europese publieke belangen en sluit aan bij de
    geopolitieke wending in het Europese debat.
3. Breng rust en voorspelbaarheid in het EU-industriedebat met één gerichte
    ingreep: een bindend Europees afwegingskader.
                                                                                    Pagina 38 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                                                        Directoraat-generaal
4. Dring bij EU-partners aan op het strategische belang van economische schaal,         Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                        Directie Topsectoren en
    kracht en dynamiek ter wille van een blijvend goed functionerende interne           Industriebeleid
    markt en het Europese concurrentievermogen.
5. Zoek de bondgenoten in de EU niet alleen onder de kleine, op vrijhandel              Ons kenmerk
    gerichte lidstaten maar tevens onder de middelgrote lidstaten.                      DGBI-TOP / 22266731
6. Zoek bovendien meer aansluiting bij Berlijn en Parijs.
Verhouding tot internationale partners buiten de EU
7. Bepleit binnen de EU, waar nuttig, samenwerking met de VS, maar ook met
    bijvoorbeeld ZuidKorea, Australië, Canada, het VK en de Maghreblanden, om
    ongewenste afhankelijkheid in toeleveringsketens terug te dringen.
Bijstelling van de Nederlandse inzet
8. Toon meer urgentie en ambitie ten aanzien van EU-maatregelen die specifieke
    industriële ecosystemen versterken.
9. Waarborg strategische oordeelskracht dankzij beter geïntegreerde nationale en
    Europese besluitvorming.
10.Neem in de nationale openbare arena duidelijker verantwoordelijkheid voor
    grote industriepolitieke besluiten.
Het afwegingskader genoemd in aanbeveling #3 is hierna opgenomen.
Afwegingskader Verticaal EU lndustriebeleid in het bijzonder voor
deelname aan ICPEI’s
  Afwegingskader                    Door beknopt antwoord te geven op de onderstaande vragen kan
  Industriebeleid/ -politiek        per terrein bepaald worden waar een actief verticaal
                                    industriebeleid initiatief nodig is en achterhaald worden of ook
                                    een IPCEI gewenst zou zijn.
  A.1. Is een actieve overheidsrol nodig?
  1) Aanleiding                     Hier wordt beschreven wie een Europees industriebeleid/-politiek
       Wat is de aanleiding?        initiatief wil starten en waarom. Daarbij wordt ook aangegeven
                                    waarom het urgent en van belang is voor Nederland/andere
                                    lidstaat/Europa om hier ook naar te kijken.
  2) Hoe wezenlijk is het           Hier wordt beschreven wat de onderliggende problemen en
       probleem?                    uitdagingen zijn die spelen in het (industriële) ecosysteem, of
       Wat zijn de onderliggende    betrekking hebben op het behalen van de nationale en Europese
       problemen/uitdagingen        beleidsdoelen en de aanleiding vormen voor het verkennen van
       achter de aanleiding?        de behoefte aan een actief industriebeleid/-politiek initiatief.
       [Niveau “paracetamol” of
       “levensbedreigend”?]
                                                                                        Pagina 39 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                                                                   Directoraat-generaal
                                                                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                   Directie Topsectoren en
                                                                                   Industriebeleid
                                                                                   Ons kenmerk
                                                                                   DGBI-TOP / 22266731
3) Hoe gaan we het            Hier wordt aangeven wat het beleidsdoel is of wat de
   probleem oplossen?         beleidsdoelen zijn van het industriebeleid/-politiek initiatief zoals
   Wat is het doel en de      gepresenteerd door de Europese Commissie of initiërende
   scope van het              lidstaat. Wat wilt het initiatief oplossen of bijdragen aan de
   voorhanden                 oplossing en waar wilt het op focussen? Ook wordt hier
   industriebeleid/-politiek  beschreven welke andere beleidsdoelen er zijn voor dit initiatief
   initiatief? Hoe wil het de op deze beleidsterreinen.
   onderliggende problemen
   helpen oplossen?
4) Ligt er een actieve taak   Hier wordt beschreven waarom actieve overheidsinterventie nodig
   voor de overheid?          en gerechtvaardigd zou zijn. Daarbij wordt aangegeven welk
Wat rechtvaardigt             publiek belang de aanleiding vormt om in te grijpen en van welk
overheidsinterventie?         markt- en/of transformatiefalen sprake is. Van belang is om in te
                              gaan op de nuloptie: wat gebeurt er wanneer de overheid geen
                              nieuw beleid maakt, wat zijn daarvan de effecten?
5) Past het bij eerder        Hier wordt aangeven of het industriebeleids/-politieke initiatief
   vastgestelde nationale     past binnen de Nederlandse en nationale prioriteiten van andere
   prioriteiten?              lidstaten (voor NL bijvoorbeeld aansluiting op klimaatbeleid, op
                              de missies uit het missiegedreven innovatiebeleid, op de
                              sleuteltechnologieaanpak en/of de kennis & innovatieagenda’s of
                              op andere prioriteiten of uit het CoalitieAkkoord).
A.2. Is Europese samenwerking nodig?
6) Wat is toegevoegde         Hier wordt beschreven waarom Europese samenwerking de meest
   waarde van Europa?         doelmatige manier is om het beoogde doel te
   Subsidiariteit: Is         bereiken/knelpunten weg te nemen.
   Europese samenwerking
   nodig?
                                                                                   Pagina 40 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-generaal
                                                                                     Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                     Directie Topsectoren en
                                                                                     Industriebeleid
                                                                                     Ons kenmerk
                                                                                     DGBI-TOP / 22266731
7) Sluit het aan op              Hier wordt aangeven of het doel van het potentiële initiatief
     Europese prioriteiten?      bijdraagt aan een van de doelstellingen van de Unie, zoals de
Sluit het industriebeleids/-     commissiespeerpunten Klimaatneutraliteit, digitale transities en
politieke initiatief aan bij de  open strategische autonomie. Is er een gemeenschappelijk
EU prioriteiten en is er         Europees belang? Sluit het industriebeleids/-politieke initiatief aan
commitment van EU                bij bestaande strategieën/roadmaps van de Commissie, zoals de
lidstaten?                       Green Deal?
                                 Daarbij wordt ook aangegeven of er onder de EU lidstaten veel
                                 steun is (uitgesproken) voor het industriebeleids/-politieke
                                 initiatief.
B. 1. Is dit initiatief alleen mogelijk via IPCEI?
8) Is de oplossing hoog-         Een IPCEI wordt alleen toegekend aan: 1) R&D&I-projecten die
     innovatief met grote        bijzonder innovatief zijn; 2) aan projecten van industriële
     Europese impact?            toepassing die de ontwikkeling van een nieuw product of dienst
     Betreft het                 mogelijk maken, die een sterke R&D component hebben of de
     industriebeleids/-politieke ontwikkeling van een fundamenteel innovatief productieproces
     initiatief een IPCEI? Is de mogelijk maken; 3) milieu-, energie- of vervoer-, gezondheid- en
     scope van de IPCEI          digitaliseringsprojecten die van groot belang zijn voor de Unie; 4)
     bijzonder innovatief en     als projecten binnen bovengenoemde categorieën kwantitatief of
     heeft het een kwantitatief  kwalitatief zeer belangrijk zijn (groot in omvang of reikwijdte met
     of kwalitatief grote        een aanzienlijk technologisch en financieel risico). Geef hier aan
     reikwijdte?                 of het voorgestelde project hier binnen valt.
9) Is staatssteun                Hier wordt onderbouwd aangegeven of staatssteun de meest
     noodzakelijk?               doelmatige manier is om het beoogde doel te
                                 bereiken/knelpunten weg te nemen. Daarbij wordt beschreven
                                 waarom staatssteun vereist is om het doel te behalen en dezelfde
                                 doelen niet op een meer doelmatige wijze met andere
                                 instrumenten zoals wet- en regelgeving bereikt kunnen worden.
                                 Is er een aantoonbare funding gap?
                                                                                    Pagina 41 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                                                                                   Directoraat-generaal
                                                                                   Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                   Directie Topsectoren en
                                                                                   Industriebeleid
                                                                                   Ons kenmerk
                                                                                   DGBI-TOP / 22266731
10) Zijn er alternatieven?     Hier wordt beschreven waarom het doel niet bereikt kan worden
    Is er binnen bestaande EU  met financiering binnen de huidige EU staatssteunkaders of met
    staatssteunregels en       alternatief instrumentarium dat nationaal of Europees voorhanden
    beleidsprogramma’s geen    is, zoals bv. industrie allianties of programma’s zoals Horizon
    redelijke mogelijkheid     Europe.
    voor financiering en zijn  Is IPCEI het beste instrument? Zijn er geen instrumenten die
    er geen doelmatiger        doeltreffender/effectiever zijn om de doelen te bereiken?
    instrumenten of
    programma’s dan IPCEI?
B.2. Is Nederlandse/nationale deelname aan de IPCEI wenselijk?
11) Wat is de verwachte        Hier wordt aangeven of de investeringen een positief effect
    impact van de IPCEI?       hebben op de productiviteit nieuwe banen gaan creëren of een
    Heeft deelname aan de      significante bijdrage levert aan kennis/capaciteiten die NL/andere
    IPCEI significante         lidstaat graag wilt hebben en wat de gevolgen zijn voor de brede
    versterkende effecten op   welvaart in NL/andere lidstaat van deelname.
    de brede welvaart,
    productiviteit of
    werkgelegenheid in NL of
    andere lidstaat zorgt voor
    bepaalde essentiële
    kennis?
12) Is het Nederlandse         Hier wordt aangeven of er binnen het NLse bedrijfsleven, en/of
    bedrijfsleven en die       dat van andere lidstaten interesse is om deel te nemen.
    van andere lidstaten
    bereid te investeren?
                                                                                  Pagina 42 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                                                                               Directoraat-generaal
                                                                                                               Bedrijfsleven & Innovatie
                                                                                                               Directie Topsectoren en
                                                                                                               Industriebeleid
                                                                                                               Ons kenmerk
                                                                                                               DGBI-TOP / 22266731
    13) Zijn de voordelen                    Hier wordt aangeven of er ook negatieve effecten zitten aan
        groter dan de nadelen?               wel/geen deelname. Denk aan kosten, complexiteit, te
        Wegen eventuele                      verwachten lange doorlooptijd, negatieve gevolgen milieu,
        positieve aspecten van               diplomatieke gevolgen van geen deelname, zoals: Kunnen
        deelname op tegen de                 marktverstoringen vermeden worden? Komen de baten van de
        kosten en mogelijke                  IPCEI bij meerdere en voldoende lidstaten terecht? Wordt de
        negatieve externe                    multilaterale orde niet nodeloos belast? Wegen de eventuele
        effecten van op andere               opbrengsten van deelname wel of niet op tegen deze eventuele
        publieke belangen?                   kosten?
    Concluderend:
        A. Is een actieve overheidsrol nodig? /
    Is Europese samenwerking nodig?
    B. Is dit initiatief alleen mogelijk via IPCEI? /
    Is NLse of nationale deelname aan de IPCEI wenselijk?
    14) Conclusie: Advies                    Hier wordt aangeven wat het definitieve advies is over wel/geen
                                             Nederlandse/nationale deelname aan een Europees
                                             industriebeleids/-politiek initiatief en/of IPCEI en waar voor
                                             Nederland of andere lidstaat de focus dient te liggen.66
66 Daadwerkelijke deelname aan de IPCEI door Nederland hangt in geval van een positief advies uiteraard nog af
van de beschikbaarheid van de benodigde publieke middelen en politieke besluitvorming dienaangaande.
                                                                                                               Pagina 43 van 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>