<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Over stromen
Kennis- en innovatieopgaven voor een
waterrijk Nederland
Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid
Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek
Juni 2000
NRLO 2000/4
AWT advies 45
RMNO 147
ISBN 90-5059-108-6
                                                                        3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Inhoud
Advies                                                                   6
Verkenning                                                              10
Samenvatting                                                            11
1. Inleiding                                                            17
2. Doel, afbakening en positionering van de verkenning                  18
3. Context: grenzen aan integraal waterbeheer                           20
4. Uitdaging: de grenzen doorbreken                                     23
5. Issues: kennisthema’s in een drieluik                                27
6. Knelpunten: oriëntatie en inrichting van de kennisinfrastructuur     30
7. Focus: naar adequate kennisontwikkeling                              34
8. Acties: groeimodel voor verandering                                  36
Bijlage 1. Aanpak van de verkenning                                     42
Bijlage 2. Deelnemers aan de verkenning                                 44
Bijlage 3. Inhoud achtergronddocument                                   47
Bijlage 4. Lijst met afkortingen                                        48
                                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                        Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                                                   Advies
                                                                   Aanleiding
                                                                   Het waterbeheer in Nederland verkeert in een
                                                                   overgangsfase. De eeuwenoude strategie van versneld
                                                                   afvoeren van water biedt onvoldoende mogelijkheden, en
                                                                   is zelfs contraproductief als het gaat om de huidige
                                                                   drieledige opgave van het waterbeheer: het voorkomen
                                                                   van wateroverlast, het tegengaan van verdroging en het
                                                                   waarborgen van een goede waterkwaliteit. Vereist is een
                                                                   andere benaderingswijze, die ruimte laat voor de
                                                                   natuurlijke veerkracht van watersystemen. Deze omslag
                                                                   van “water keren” naar “water accommoderen” opent
                                                                   niet alleen nieuwe perspectieven voor waterkwantiteit
                                                                   en -kwaliteit, maar creëert ook nieuwe kansen voor
                                                                   waterrecreatie en natuur en draagt bij aan een
                                                                   aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Toch verloopt de
                                                                   overgang naar het nieuwe paradigma niet probleemloos.
                                                                   Integendeel. In Nederland wordt van oudsher land
                                                                   bebouwd dat in wezen onderdeel uitmaakt van het
                                                                   natuurlijke watersysteem (polders, uiterwaarden). Het
                                                                   invullen van het nieuwe paradigma raakt derhalve aan
                                                                   gevestigde belangen van uiteenlopende partijen. Voor het
                                                                   realiseren van deze omslag zijn inspanningen nodig die
                                                                   qua omvang vergelijkbaar zijn met de bouw van de
                                                                   deltawerken en deze qua bestuurlijke en maatschappelijke
                                                                   complexiteit zelfs overtreffen. Kan de kennisinfrastructuur
De omslag van “water keren” naar “water accommoderen” is           deze paradigmaverandering adequaat initiëren en
de laatste tijd sterk op de voorgrond getreden in de publieke      ondersteunen? Welke verandering in oriëntatie en werkwijze
discussie over het waterbeheer in Nederland. Wat betekent die      zijn hiervoor eventueel nodig? Die vragen staan centraal in dit
paradigmaverandering voor de inrichting van de water-              advies, dat is gebaseerd op een uitgebreide verkenning.
gerelateerde kennisinfrastructuur? Om die vraag te kunnen
beantwoorden, is een verkenning uitgevoerd, met als motor een
                                                                   Opgaven voor de
projectgroep van NRLO, AWT en RMNO, onder begeleiding van
                                                                   kennisinfrastructuur
een breed samengestelde klankbordgroep. De in de verkenning
beschreven visie en actievoorstellen zijn gebaseerd op interviews, Nederland beschikt op watergebied over een omvangrijke
brainstormsessies, essays, een inventarisatie van de               kennisinfrastructuur. Deze kennisinfrastructuur is vanouds
watergerelateerde kennisinfrastructuur en een afsluitende          sterk gericht op veiligheid en “water keren”. Bij deze vorm
conferentie. Deze bronnen zijn verwerkt in het achtergrond-        van waterbeheer ligt in de kennisontwikkeling het accent
document (zie bijlage 3).                                          op het technische en natuurwetenschappelijke vlak
                                                                   (zie achtergronddocument, deel 2).
6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Deze bovengeschetste paradigmaverandering biedt talrijke      beoogde veranderingen vergen een procesbenadering.
nieuwe opgaven voor kennisontwikkeling en innovatie.          De raden bepleiten een groeimodel om geleidelijk een
Nieuwe kennis en inzichten zijn nodig, vooral op het          verschuiving te realiseren van het oude naar het nieuwe
raakvlak van het waterbeheer en de maatschappelijke           paradigma. Dit groeiproces kan gaandeweg resulteren in
omgeving. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de in de      een meer structurele herschikking van de organisatie van
verkenning als prioritair aangemerkte kennisthema’s allen     de kennisinfrastructuur. Het groeiproces omvat vier
betrekking hebben op de interactie tussen het                 componenten, die hieronder worden toegelicht.
waterbeheer en de samenleving. Deze kennisthema’s
(beleving van water, waarde van water, participatieve         Kennisontwikkeling in innovatieve
planvorming in het waterbeheer, interbestuurlijk              praktijkprojecten
management van ruimte en water) zijn in het huidige           Het nieuwe paradigma vraagt om kennis uit verschillende
onderzoek nog onderbelicht. Voorts komt uit de                disciplines (bèta én gamma) die wordt ontwikkeld en
verkenning het beeld naar voren van een versnipperde,         benut in interactie tussen overheden, bedrijven,
verkokerde en technocratische kennisinfrastructuur op het     maatschappelijke groeperingen en kennisinstellingen.
gebied van water, met een grote kloof tussen de               Een uitstekend kader hiervoor vormen strategische
onderzoekers enerzijds en beleid en praktijk anderzijds.      praktijkprojecten op regionaal schaalniveau (“stroom-
In het verleden mag deze opstelling van de kennis-            gebied”), waarin door ruimtelijke ingrepen vorm wordt
infrastructuur voldoende effectief geweest zijn, in het licht gegeven aan het anders omgaan met water. Dergelijke
van het nieuwe paradigma is deze benaderingswijze niet        grootschalige praktijkprojecten zijn her en der reeds
langer toereikend.                                            gestart of in de planvormingsfase. Nieuwe praktijk-
                                                              projecten zijn te verwachten, bijvoorbeeld als gevolg van
De conclusie uit de verkenning is dat aanpassingen in de      het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, de
inrichting en werkwijze van de watergerichte kennis-          Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en de Nota Natuur, Bos
infrastructuur dringend noodzakelijk zijn om adequaat in      en Landschap 21e eeuw. De raden stellen voor om de
cultuurverandering. Er moet met name ervaring worden          strategische kenniscomponent in deze projecten te
opgedaan met andere, meer interactieve en inter-              versterken en experimenteerruimte te creëren. Het gaat
disciplinaire wijzen van kennisontwikkeling. De prioritaire   daarbij om een interactieve en kennisintensieve ontwik-
kennisthema’s, die overwegend een gammakarakter               keling van innovatieve en integrale benaderingswijzen van
hebben, moeten worden versterkt. De raden nemen deze          ruimte voor water op stroomgebiedsniveau. Ook het
resultaten van de verkenning als uitgangspunt voor het        genereren van nieuwe creatieve ontwerpen (technisch en
advies.                                                       bestuurlijk) valt onder deze vorm van kennisontwikkeling.
                                                              Dit dient te geschieden langs twee lijnen. Ten eerste dient
                                                              de betrokkenheid van kennisinstellingen bij een aantal
Vo o r s t e l l e n v o o r a c t i e
                                                              strategische praktijkprojecten te worden vergroot. Ten
De verkenning geeft de richting aan waarin veranderingen      tweede moet de opgedane kennis en ervaring benut
nodig zijn, maar genereert nog geen terreindekkende           kunnen worden bij andere soortgelijke projecten.
agenda voor de watergerelateerde kennisinfrastructuur in
de komende decennia. Voor zo’n langjarige agenda is het       Strategische onderzoekprogramma’s
te vroeg; de notie dat een paradigmaverandering in het        De vier prioritaire kennisthema’s (beleving van water;
waterbeheer nodig is, is nog pril en er is te weinig ervaring de waarde van water; participatieve planvorming in het
opgedaan met projecten die op het nieuwe paradigma zijn       waterbeheer; interbestuurlijk management van ruimte en
gebaseerd. De complexiteit en ingrijpendheid van de           water) lopen grotendeels parallel aan het GAMIN-
                                                                                                                       7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                        Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
De raden bepleiten een groeimodel om geleidelijk een           programma. Dit is een interdepartementaal gefinancierd
verschuiving te realiseren naar het nieuwe paradigma.          NWO-programma, gericht op het versterken van de
Dit groeimodel bestaat uit vier sporen.                        gamma-kennis in milieu- en natuuronderzoek. Versterking
•   Het entameren van kennisontwikkeling binnen regionale      van dit programma biedt goede mogelijkheden om de
    innovatieve praktijkprojecten op stroomgebiedsniveau, met  achterstanden op deze kennisthema’s weg te werken.
    nauwe interactie tussen onderzoek, beleid en praktijk,     Bij de concrete invulling van deze thema’s dienen de vraag-
    waarbij ruimte voor water het leidmotief is.               stellingen vanuit de bovengenoemde innovatieve
•   Het versterken van de kennisbasis inzake ruimte voor water praktijkprojecten richtinggevend te zijn. Omgekeerd moet
    via strategische onderzoekprogramma’s gericht op de        vanuit deze onderzoeksprogramma’s een robuuste
    prioritaire kennisthema’s: beleving van water, waarde van  kennisbasis geschapen worden voor het voeden van de
    water, participatieve planvorming in het waterbeheer en    innovatieve praktijkprojecten.
    interbestuurlijk management van ruimte en water.
•   Het creëren van een kweekvijver voor de ontwikkeling van   Kweekvijver voor nieuwe visies en
    langetermijnvisies en innovatieve concepten.               innovatieve concepten
•   Het verbreden van de opleiding van studenten en werkers in Naast praktijkgerichte innovatieprojecten en strategische
    de waterwereld door het vergroten van de mogelijkheden     onderzoeksprogramma’s is een investering nodig in de
    voor combinaties van gamma- en bèta-elementen in           ontwikkeling van langetermijnvisies en innovatieve
    onderwijs en trainingen.                                   concepten op het gebied van ruimte en water. Deze
                                                               langetermijnverkenningen, met een tijdshorizon van 20 tot
                                                               50 jaar, kunnen de nodige nieuwe impulsen geven aan de
                                                               praktijkprojecten en de onderzoekprogramma’s. Denkers
                                                               en doeners afkomstig uit kringen van overheden,
                                                               bedrijfsleven, maatschappelijke groeperingen en kennisin-
                                                               stellingen komen in wisselende samenstellingen bijeen om
                                                               toekomstgerichte visies en concepten op het gebied van
                                                               water en ruimte te ontwikkelen.
                                                               Anders opleiden en trainen
                                                               De verbreding van het waterbeheer staat of valt met de
                                                               beschikbaarheid van mensen met een brede visie, die een
                                                               grondige kennis van een of meer specialismen koppelen
                                                               aan affiniteit met een breed palet aan culturen en
                                                               disciplines. Er zijn vele mogelijkheden om die verbreding in
                                                               opleidingen en trainingen vorm te geven, van multi-
                                                               disciplinair samengestelde studie- en werkgroepen tot
                                                               stages en leeronderzoeken over maatschappelijke
                                                               problemen. Ook de noodzaak voor natuurwetenschap-
                                                               pelijke opleidingen om een maatschappelijke
                                                               afstudeervariant te ontwikkelen - als uitvloeisel van de
                                                               verlenging van de cursusduur - biedt perspectieven.
                                                               Potenties voor een verbreding van de opleiding zijn ook te
                                                               vinden binnen het major-minor-model, waarbij een bèta-
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
major kan worden gecombineerd met een gamma-minor             De raden adviseren om de task force in te stellen voor
en omgekeerd. Ook de plannen voor een bachelors-              deze periode. Voor de uitvoering van de verschillende
masters opzet bieden mogelijkheden. Behalve voor              acties stellen de raden voor om gedurende de transitie-
studenten dienen ook voor de werkenden op het terrein         periode jaarlijks een budget in de orde van ƒ 10 à 15
van ruimte en water faciliteiten voor verbreding van hun      miljoen te reserveren. Binnen het kader van ICES-KIS
kennis en ervaring beschikbaar te zijn. Voor beide groepen    zouden hiervoor de benodigde gelden gevonden kunnen
kunnen de eerder genoemde praktijkprojecten een               worden, aan te vullen met een vergelijkbaar bedrag vanuit
waardevolle leerschool vormen.                                het veld.
                                                              Om een vliegende start te kunnen maken valt te
Implementatie
                                                              overwegen om de “waterpoot” te versterken binnen het
Deze vier acties vormen een belangrijke aanzet voor de        Expertisecentrum Meervoudig Ruimtegebruik (Habiforum).
noodzakelijke veranderingen in de watergerelateerde           Tevens dienen in dit verband de mogelijkheden van het
kennisinfrastructuur. De acties zijn elk op zich van belang,  nieuw op te starten Innovatienetwerk Groene Ruimte en
maar voor de effectiviteit is het wezenlijk ze in onderlinge  Agrocluster en de Raad voor Ruimte- Milieu- en
samenhang uit te werken. De ministeries van V&W, VROM         Natuuronderzoek te worden geëxploreerd.
en LNV dienen het voortouw te nemen bij het scheppen
van de organisatorische en financiële voorzieningen voor      Voorzitter Adviesraad               Dr.ir. B.P.Th. Veltman
het realiseren van de acties.                                 voor het Wetenschaps-
                                                              en Technologiebeleid (AWT)
De raden adviseren de drie genoemde ministeries om
gezamenlijk voor de uitvoering van de vier genoemde           Directeur Nationale Raad            Dr.ir. A.P. Verkaik
acties een onafhankelijke task force in te stellen.           voor Landbouwkundig
De belangrijkste taken van deze task force “kennis en         Onderzoek (NRLO)
innovatie inzake ruimte voor water” zijn het versterken
van de kenniscomponent van strategische praktijk-             Voorzitter Raad voor het            Prof.dr. R.J. in ‘t Veld
projecten, het stimuleren van strategisch onderzoek, het      Milieu- en Natuur-
bevorderen van de ontwikkeling van innovatieve                Onderzoek (RMNO)
concepten en het stimuleren van bèta/gamma-integratie
in het HBO en het universitair onderwijs. Deze task force
bestaat uit overheden, bedrijven, maatschappelijke
organisaties en kennisinstellingen en wordt ondersteund
door een kleine hoogwaardige faciliteit. Belangrijk is dat
gamma- en bèta-elementen een gelijkwaardige positie
krijgen, die mede tot uiting komt in de samenstelling van
de task force.
Gelet op het grote maatschappelijke belang van duurzaam
waterbeheer, is een snelle incorporatie van het nieuwe
denken in de reguliere kennisontwikkeling van groot
belang. Om dit proces te versnellen zijn gedurende een
transitieperiode van drie tot vijf jaar extra middelen nodig.
                                                                                                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                  Verkenning
                                  Dit rapport is het resultaat van een verkenningstraject,
                                  met als motor een projectgroep van NRLO, AWT en
                                  RMNO, onder begeleiding van een breed
                                  samengestelde klankbordgroep (bijlage 1).
                                  Velen binnen en buiten de waterwereld hebben een
                                  bijdrage geleverd (bijlage 2). De ontwikkelde visie en
                                  de actievoorstellen zijn gebaseerd op interviews,
                                  brainstormsessies, essays, een inventarisatie van de
                                  watergerelateerde kennisinfrastructuur en een
                                  afsluitende conferentie. Deze bronnen zijn
                                  gepubliceerd in een achtergronddocument (bijlage 3).
                                  Ter illustratie zijn tekstfragmenten uit het
                                  achtergronddocument weergegeven in de marges van
                                  dit rapport.
10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                                            heeft niet alleen grote potenties voor waterkwantiteit
Samenvatting
                                                            en -kwaliteit, maar creëert ook nieuwe kansen voor
Kader en doelstelling                                       waterrecreatie en natuur en draagt bij aan een
                                                            aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Het nieuwe
In deze verkenning staat de vraag centraal welke verande-   paradigma “ruimte voor water” vraagt bij uitstek om
ringen - inhoudelijk en organisatorisch - in de             nieuwe vormen van meervoudig ruimtegebruik.
kennisinfrastructuur noodzakelijk zijn om het waterbeheer
adequaat te ondersteunen. Hiermede onderscheidt deze        Het realiseren van deze ingrijpende omslag wordt
verkenning zich van andere initiatieven, zoals de Commissie vooralsnog bemoeilijkt doordat in Nederland van oudsher
Waterbeheer 21e eeuw, die is gericht op de beleidsadvi-     land wordt bebouwd dat in wezen onderdeel uitmaakt van
sering op het gebied van waterbeleid en -beheer, en het     het natuurlijke watersysteem (polders, uiterwaarden).
project van het Rathenau Instituut, dat zich bezighoudt     Het invullen van het nieuwe paradigma raakt derhalve aan
met de politieke agendering van bestuurlijke vraagstukken   gevestigde belangen van uiteenlopende partijen, terwijl
rondom waterbeheer. De drie projecten verschillen ook qua   de urgentie van een ingrijpende omslag niet door alle
inhoudelijke insteek: integraal waterbeheer (deze           betrokkenen wordt ingezien. Daarbij komt dat de
verkenning), wateroverlast (Commissie WB21) en stroom-      belangrijke opgave om Nederland te vrijwaren van
gebiedbeheer (Rathenau). Met de beide andere initiatieven   overstromingen onomstreden voorop blijft staan. Er dienen
heeft inhoudelijke afstemming plaatsgevonden.               verbanden te worden gelegd tussen het oude en het
                                                            nieuwe paradigma. Deze factoren werken complicerend als
Deze verkenning pretendeert niet een terreindekkende        het gaat om het realiseren van de geschetste omslag.
agenda voor de watergerelateerde kennisinfrastructuur       Echter, zowel op rijks- als op regionaal niveau zijn er
in de komende decennia te genereren; wel worden             aanzetten voor een benadering die meer ruimte laat voor
prioritaire kennisthema’s aangedragen in het licht van een  de natuurlijke veerkracht van watersystemen. Deze andere
noodzakelijke omslag in het waterbeheer. Tevens worden      benaderingswijze, die leidt tot talrijke nieuwe opgaven
acties voorgesteld om te komen tot een wezenlijke           voor kennisontwikkeling en innovatie, staat centraal in
verandering in het functioneren van de kennisinfra-         deze verkenning.
structuur op watergebied.
                                                            Prioritaire kennisthema’s
Paradigmaverandering
                                                            De geschetste paradigmaverandering “ruimte voor water”
Het waterbeheer in Nederland verkeert in een                betekent dat het water zowel letterlijk als figuurlijk buiten
overgangsfase. De eeuwenoude strategie van versneld         haar oevers treedt; en op die oevers staan mensen. Deze
afvoeren van water blijkt onvoldoende mogelijkheden te      omslag vraagt om nieuwe kennis en inzichten, vooral in de
bieden om de huidige, drieledige opgave van het             relaties tussen het waterbeheer en de maatschappelijke
waterbeheer te vervullen: het voorkomen van                 omgeving. Juist op het vlak van de interactie tussen
wateroverlast, het tegengaan van verdroging en het          waterbeheer en maatschappij liggen de kennisthema’s die in
waarborgen van een goede waterkwaliteit. Een andere         de verkenning als prioritair zijn geïdentificeerd. Dit neemt
benaderingswijze, gebaseerd op het vasthouden van           niet weg dat deze omslag ook kan leiden tot een behoefte
gebiedseigen water en het geven van ruimte aan rivieren is  aan specifieke technische (bèta-)kennis, bijvoorbeeld
noodzakelijk. Bij de ruimtelijke inrichting van Nederland   omtrent boeren met water, veerkrachtig wonen en de
zou water meer leidend moeten zijn dan volgend.             ecologie van vernatting. Deze thema’s kunnen echter
De omslag van “water keren” naar “water accommoderen”       relatief gemakkelijk worden geabsorbeerd door de huidige
                                                                                                                     11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                           Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Mensen willen graag contrasten in hun leefomgeving. Water kan een
                                                                        kennisinfrastructuur. Dat geldt niet of in veel mindere mate
venster openen op een “andere wereld” dan de dagelijkse leefwereld,
een “contra-structuur”. Mensen zijn op zoek naar dat soort vensters,    voor de hieronder genoemde prioritaire kennisthema’s met
naar een doorbreking van monotonie, naar ankerpunten in een wereld
                                                                        een overwegend gamma-karakter.
die steeds meer “footloose” wordt (“vertraging” versus “versnelling”).
Gebruik water daarbij als leidraad, om dynamisch met de belevings-
waarde van de omgeving om te gaan.                                      Beleving van water
Interview Prof.dr. A.G.J. Dietvorst, Wageningen UR                      Water wordt - zeker in het nieuwe paradigma - een belangrijk
                                                                        onderdeel van de belevingswereld van mensen. Steeds meer
                                                                        mensen zullen water gebruiken voor steeds meer uiteen-
Het ontwikkelen van methodieken voor de waardering van water is
wellicht een van de grootste bijdrage die de wetenschap aan integraal   lopende maatschappelijke activiteiten. Bij ruimtelijke
waterbeheer kan leveren, maar het is ook een van de meest complexe.     planontwikkeling en waterbeheer moet daarom meer
Ook internationaal is er veel aandacht voor “the valuation of water”.
Helaas wordt dit dikwijls, vooral door de anglo-saksische school,       rekening worden gehouden met de culturele en emotionele
vanuit een louter financiële invalshoek benaderd. Hierbij ligt er voor  betekenis van water voor diverse groepen gebruikers. De
Nederland een interessante niche.
                                                                        kennis van deze aspecten en de wijze waarop deze kunnen
Essay “De sociaal-economische betekenis van water”                      worden benut bij planvorming schiet ernstig tekort.
De beleidscontext is niet ontvankelijk voor belevingen van burgers, de  Waarde van water
experts denken het wel te weten; waterbeheer is technocratisch en sterk Om kosten en opbrengsten van bepaalde ingrepen in water
geprofessionaliseerd: burgers hebben nauwelijks toegang tot
besluitvormingskanalen en -processen.                                   en ruimte te kunnen aangeven en verdisconteren,
                                                                        is het essentieel dat water op de juiste waarde wordt geschat.
Verslag conferentie “Kennisstromen in waterland”
                                                                        Deze waarde is meervoudig: er is een gebruikswaarde, een
                                                                        belevingswaarde en een toekomstwaarde van water.
Er zou een analyse gemaakt moeten worden van de bestuurlijke            Bovendien varieert deze waarde als functie van plaats, tijd en
arrangementen die tegenhouden dat water gaat fungeren als ordenend
principe in de R.O. Richt de analyse bijvoorbeeld op “Ruimte voor de    verschijningsvorm (regenwater, bodemwater, grondwater,
rivier”; de gang van zaken rond dat project weerspiegelt goed de        oppervlaktewater). De kennis om deze gedifferentieerde
bestuurlijke verhoudingen: er worden nog steeds huizen in het
                                                                        waarde te bepalen en om de resultaten in de besluitvorming
zomerbed gebouwd, het kabinet heeft de waterschade van 1998
vergoed alsof we niet in een delta leven, het conflict wordt binnen de  mee te nemen, staat nog in de kinderschoenen.
dijken gehouden (uitgraven; er worden slechts technische oplossingen
gezocht, het conflict met de R.O. wordt niet aangegaan), enz. Het gaat
om een complex geheel van taken en bevoegdheden, bestuursculturen,      Participatieve planvorming in het
personen, macht, financieringsstructuren en dergelijke. Hoe zitten de   waterbeheer
bestuurlijke arrangementen, de ketens van beslissingen, in elkaar?
Wat is de (historische gegroeide) ratio erachter? Welke bestuurlijke    Zonder de medewerking van vele partijen buiten de
processen kunnen nu niet plaatsvinden en waarom niet? Inzicht in het    waterwereld is het onmogelijk om de omslag van “water
verloop van de processen kan bijdragen aan het doorbreken van
                                                                        keren” naar “water accommoderen” te maken. De
gevestigde bestuurlijke verhoudingen.
                                                                        uitdaging is om de veelstemmigheid van de bij water
Brainstormsessie “Beheer van waterkringlopen”
                                                                        betrokken belangen te integreren in planvormings-
                                                                        processen en te laten doorklinken in het uiteindelijke
                                                                        waterbeheer. Dit vergt andere processen dan de huidige
                                                                        “open planvormingsprocessen”, waarbij de experts ernaar
                                                                        streven om sectoren (zoals landbouw en transport) en
                                                                        burgers te laten instemmen met de door hen van tevoren
                                                                        bedachte oplossingen. Kennis van en ervaring met
                                                                        dergelijke participatieve processen is - voor zover
                                                                        aanwezig - sterk gefragmenteerd.
12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Interbestuurlijk management                                vraagstukken op het gebied van water. De aanpak van
water en ruimte                                            watervraagstukken is derhalve niet meer primair een
Ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis vraagt samen-       kwestie van wetenschappelijke kennis en technisch kunnen;
werking en afstemming tussen diverse beleidsterreinen en   ervaringskennis van direct betrokken maatschappelijke
bestuurslagen. De logica van de huidige bestuurlijke       actoren en bestuurlijke afwegingen spelen een minstens zo
organisatie en het functioneren daarvan zijn nog te        belangrijke rol. In dit licht staat de watergerelateerde
weinig toegesneden op de logica van watersystemen.         kennisinfrastructuur voor drie grote opgaven:
Een belangrijke opgave is te komen tot een samen-
hangend beheer per stroomgebied. Ook liggen er grote       Naar een sterkere interactie tussen
uitdagingen op het gebied van drinkwatervoorziening en     onderzoek, beleid en praktijk
waterzuivering (de waterketen), waar maatschappelijke      In de waterwereld is er sprake van een moeizame
ontwikkelingen rond nutsfuncties vragen om een grotere     interactie tussen onderzoek en de beleids- en beheers-
rol van de markt. Het is zaak om de aanwezige weten-       praktijk. Dit bemoeilijkt enerzijds de benutting van
schappelijke en ervaringskennis te mobiliseren teneinde te wetenschappelijke vernieuwingen in beleid en praktijk,
komen tot nieuwe bestuurlijke arrangementen en vormen      terwijl anderzijds innovaties in het beleid in de praktijk
van publiek-private samenwerking, zowel in het water-      onvoldoende wetenschappelijk worden uitgediept. Veel
systeem als in de waterketen.                              onderzoek dat vanuit beleid en praktijk wordt geïnitieerd,
                                                           heeft een ad hoc karakter en is overwegend volgend op de
De watergerelateerde                                       ontwikkelingen. Illustratief is het feit dat de paradigma-
kennisinfrastructuur                                       verandering van “water keren” naar “water
                                                           accommoderen” nog nauwelijks is opgepakt in de
De verandering van paradigma in het waterbeheer heeft      watergerelateerde kennisinfrastructuur.
niet alleen gevolgen voor de inhoud van de kennisagenda.
Minstens zo groot zijn de consequenties voor het           Naar versterking van gamma-kennis
functioneren van de watergerelateerde kennisinfra-         In de huidige kennisinfrastructuur ligt het accent sterk op
structuur: het samenstel van financiers, uitvoerders en    een technisch-wetenschappelijke benaderingswijze, gericht
gebruikers van onderzoek. Uit de in het kader van deze     op het fysieke watersysteem. De omslag naar “ruimte voor
verkenning uitgevoerde inventarisatie van de huidige       water” vraagt naast technologische (bèta) ook sociaal-
watergerichte kennisinfrastructuur komt het beeld naar     wetenschappelijke (gamma) expertise, zoals wordt
voren van een versnipperde, verkokerde en technocratische  geïllustreerd door bovengenoemde thema’s. De gamma-
kennisinfrastructuur, met een grote kloof tussen de        kennis blijkt dun gezaaid in de watergerelateerde
onderzoekers enerzijds en beleid en praktijk anderzijds.   kennisinfrastructuur. Dit type kennis wordt wel ontwikkeld
Dit is een uitvloeisel van de traditionele perceptie van   buiten de watergerichte kennisinfrastructuur.
watervraagstukken: maatschappelijke doelen en middelen
waren helder (zorg voor veiligheid door waterbouw-         Naar departementsoverstijgende
kundige maatregelen) en het vinden van oplossingen kon     financiering en aansturing
aan technici worden overgelaten. In het verleden mag deze  De programmering en financiering van kennisontwikkeling
opstelling van de kennisinfrastructuur effectief geweest   zijn ingericht naar sectoren (water, landbouw, natuur,
zijn, gelet op de toekomstige bredere perceptie van        milieu, ruimte) en naar branches (waterhuishouding, drink-
vraagstukken op het gebied van ruimte en water is deze     water, afvalwater, riolering). Sector- en branche
benaderingswijze niet langer toereikend. In het algemeen   overstijgende aansturing en samenwerking komt slechts
is er sprake van een vermaatschappelijking van             incidenteel voor. De financiering is sterk
                                                                                                                   13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                           Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Het huidige verloop van vernattingsprojecten is nog teveel getekend
                                                                      departementsgewijs gestructureerd, waarbij V&W
door een ‘potlood-en-teken’ mentaliteit: eerst een plan, dan de
uitvoering. Misschien zijn plannen er echter wel niet primair om      verreweg het grootste deel van het onderzoeksbudget
gerealiseerd te worden (‘blauwdruk’) maar meer om een
                                                                      fourneert. Elk van de kokers wil in eigen huis integraal
(communicatie)proces tussen betrokkenen op gang te brengen, waaruit
een nieuw, breed gedragen plan voortkomt: meer procesplanning dan     waterbeheer ontwikkelen; dit leidt tot een harde kern van
resultaatplanning. Fixatie op een ‘hard’ (deel)resultaat kan een      eigen expertise en amateurisme aan de randen.
interactief zoekproces gericht op integrale oplossingen frustreren.
Planprocessen zouden minder moeten worden ‘getrechterd’ (naar een     Ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis vraagt om
bepaald resultaat toe) en meer moeten worden geregisseerd. Dat vergt  departementsoverstijgende financiering en aansturing.
een omslag in de politiek-bestuurlijke cultuur want die vraagt nog om
resultaten, liefst binnen vier jaar.
                                                                      Voorstellen voor actie
Brainstormsessie “Vernatting van de ruimtelijke inrichting”
                                                                      De conclusie uit deze verkenning is dat naast de inhoudelijke
Een belangrijke rol in de profilering van de emotionele waarde van    kennisagenda ook het functioneren van de watergerelateerde
water is weggelegd voor ontwerpend en ontwerp-gericht onderzoek.
                                                                      kennisinfrastructuur vraagt om herziening. Aanpassingen in
Ontwerpers zouden water moeten gebruiken voor het creëren van
nieuwe identiteiten van landschappen, voor het aandragen van          de werkwijze van de watergerichte kennisinfrastructuur
oplossingen op het raakvlak van de “snelle wereld” en de “droom-
                                                                      hebben de eerste prioriteit, aangezien deze noodzakelijk zijn
wereld” (vgl. Lefebre’s “second” and “third space”). Een belangrijke
voorwaarde daarvoor is conceptueel kunnen denken, buiten de           om de nieuwe kennisthema’s adequaat te kunnen oppakken.
gebaande paden durven treden. Conceptuele denkers/generalisten zijn   Deze andere werkwijze van de watergerelateerde kennisinfra-
ook nodig om op fundamenteel-wetenschappelijk niveau tot integratie
te komen; zij kunnen doorsnijdende, integrerende thematieken uit een  structuur vergt een cultuurverandering. Er moet met name
problematiek abstraheren.                                             ervaring worden opgedaan met andere, meer interactieve en
Interview Prof.dr. A.G.J. Dietvorst, Wageningen UR                    interdisciplinaire wijzen van kennisontwikkeling.
                                                                      Deze nieuwe wijze van kennisontwikkeling vraagt ook aan-
                                                                      passingen in de financiering, de organisatie en de inrichting
                                                                      van de kennisinfrastructuur. Zo zou bijvoorbeeld naast het
                                                                      onderzoek dat de afzonderlijke departementen bij “hun”
                                                                      instituten financieren, een substantieel deel interdeparte-
                                                                      mentaal en probleemgericht moeten worden ingezet bij
                                                                      uiteenlopende combinaties van instituten. Een rigoureuze
                                                                      herschikking van budgetten en instellingen is echter niet
                                                                      verstandig. Daarvoor is er nog te weinig ervaring opgedaan
                                                                      met kennisontwikkeling in het licht van het nieuwe
                                                                      paradigma. Bovendien is de financiering en inrichting van de
                                                                      kennisinfrastructuur deels toegesneden op oude taken die
                                                                      belangrijk blijven. Nodig is een geleidelijke verschuiving van
                                                                      het oude naar het nieuwe paradigma. Dit groeiproces, gericht
                                                                      op het verbreden, verdiepen en verbinden van de kennis-
                                                                      ontwikkeling in de watergerichte kennisinfrastructuur,
                                                                      kan uitmonden in een meer structurele verandering van de
                                                                      watergerelateerde kennisinfrastructuur. Tijdens de verken-
                                                                      ning is gebleken dat deze benaderingswijze breed wordt
                                                                      ondersteund door sleutelactoren binnen en buiten de water-
                                                                      wereld. Het hier voorgestelde groeimodel kent vier sporen:
14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
a. het verbeteren van de interactie tussen beleid en        interbestuurlijk management van ruimte en water.
   praktijk enerzijds en kennisinstellingen anderzijds door Deze kennisthema’s lopen grotendeels parallel aan het
   het bevorderen van kennisontwikkeling in innovatieve     GAMIN-programma, een interdepartementaal gefinancierd
   praktijkprojecten op stroomgebiedsniveau;                NWO-programma gericht op de versterking van gamma-
b. het versterken van de gamma-kennis component in          kennis in milieu- en natuuronderzoek. Via een versterking
   watervraagstukken door het initiëren van hierop          van dit programma kunnen achterstanden op de
   gerichte strategische onderzoeksprogramma’s;             genoemde kennisvelden worden weggewerkt.
c. het vergroten van de lange termijn oriëntatie in de
   kennisontwikkeling door het instellen van een            c. Kweekvijver voor nieuwe visies en
   kweekvijver voor langetermijnvisies en innovatieve           innovatieve concepten
   concepten;                                               Naast praktijkgerichte innovatieprojecten en
d. het opleiden van mensen die een grondige kennis van      fundamenteel-strategische onderzoekprogramma’s is een
   een of meer specialismen koppelen aan affiniteit met     investering nodig in de ontwikkeling van nieuwe visies en
   een breed palet aan culturen en disciplines.             ideeën op het gebied van ruimte en water, met een
De elementen van dit groeimodel zijn uitgewerkt in vier     tijdshorizon van 20 tot 50 jaar. Hierbij wordt gedacht aan
onderling samenhangende voorstellen voor actie.             een kweekvijver van denkers en doeners afkomstig uit
                                                            kringen van overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke
a. Kennisontwikkeling in innovatieve                        groeperingen en kennisinstellingen, die in wisselende
    praktijkprojecten op stroomgebiedsniveau                samenstellingen bijeenkomen om toekomstgerichte visies
Ruimtelijke ordening op waterbasis vraagt om kennis uit     en vernieuwende concepten op het gebied van water en
verschillende disciplines (bèta én gamma) die               ruimte te ontwikkelen.
samenhangend wordt ontwikkeld en benut in de context
van interactieve planvormingsprocessen. Dit betekent: co-   d. Anders opleiden en trainen
productie van kennis door participanten (overheden,         De verbreding van het waterbeheer staat of valt met de
bedrijven, maatschappelijke groeperingen en kennisinstel-   beschikbaarheid van mensen met een brede visie, die een
lingen) binnen strategische praktijkprojecten, waarin door  grondige kennis van een of meer specialismen koppelen
ruimtelijke ingrepen het anders omgaan met water wordt      aan affiniteit met een breed palet aan culturen en
vormgegeven (learning by doing). Internationale             disciplines. Er zijn vele mogelijkheden om die verbreding in
verbreding en samenwerking binnen deze praktijkpro-         opleidingen en trainingen vorm te geven, van
jecten moet worden bevorderd. Gelet op de aard, de          multidisciplinair samengestelde studie- en werkgroepen
omvang en het gewenste tempo van de veranderingen in        tot stages en leeronderzoeken over maatschappelijke
het waterbeheer - zowel in de planontwikkeling als in de    problemen. Ook liggen er perspectieven voor verbreding in
uitvoering - lijkt het reëel om voor deze praktijkgestuurde het ontwikkelen van een maatschappelijke afstudeer-
kennisontwikkeling in de komende 5-10 jaar een totaal       variant in natuurwetenschappelijke opleidingen, evenals in
budget van ƒ 150-200 miljoen vrij te maken (publiek-        het combineren van een bèta-major met een gamma-
publieke en publiek-private financiering).                  minor (en omgekeerd). Ook de plannen voor een
b. Strategische onderzoeksprogramma’s                       “bachelors-masters”-opzet bieden mogelijkheden voor
Om een robuuste kennisbasis te creëren voor het voeden      dergelijke bredere combinaties. De departementen van
van de innovatieve praktijkprojecten is een strategische    V&W, VROM en LNV dienen de financiële en
kennisimpuls nodig, gericht op de als prioritair            organisatorische voorwaarden te scheppen voor het
aangemerkte thema’s: beleving van water, waarde van         realiseren van de acties a,b enc. Bij actie d dienen vooral
water, participatieve planvorming in het waterbeheer en     de universiteiten en hogescholen het voortouw te nemen.
                                                                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                            Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Op de keper beschouwd is Nederland een van de zoetwaterarmste
landen ter wereld. Zo gauw de afvoer van de grote rivieren afneemt,       1. Inleiding
zitten we met een probleem, niet alleen de natuur maar ook de
landbouw. Op een termijn van 25 jaar zal landbouw in het westen van
                                                                          Grote delen van Nederland - en economisch gezien niet de
Nederland niet meer kunnen, althans niet op de manier zoals het nu
gebeurt (onder andere vanwege verzilting).                                minst belangrijke - bevinden zich beneden de zeespiegel.
                                                                          Omvangrijke infrastructurele voorzieningen, zoals dijken
Interview Dr. L. de Jong, Wereldnatuurfonds
                                                                          en gemalen, zijn de afgelopen eeuwen aangelegd om deze
                                                                          gebieden droog te maken en te houden. Daarbij is een
Door de vele riolering en drainage is er nauwelijks bergingscapaciteit in
                                                                          strategie gevolgd van “pompen” om niet te “verzuipen”.
de stroomgebieden. Toch zullen we in de toekomst per gebied moeten
kunnen toekomen met de neerslag die op het gebied valt: suppletie van     Steeds duidelijker wordt dat deze strategie op langere
gebiedsvreemd water en afvoer van overtollig water moeten worden          termijn niet houdbaar is: “pompen” leidt juist tot
geminimaliseerd. Zeker als de Rijn op termijn een regenrivier wordt,
zijn we volledig afhankelijk van de retentie van water in het stroom-     “verzuipen”. Bovendien is deze aanpak contraproductief
gebied. Op dit moment is de overheid echter nog de grootste               als het gaat om het voorkómen van verdroging en het
waterverspiller.
                                                                          verbeteren van de waterkwaliteit.
In plaats van te werken aan een grotere retentie bouwt zij grotere
pompen. We zullen moeten leren accepteren dat deelgebieden
periodiek overstromen in plaats van overstromingen alleen maar te
                                                                          Bij velen binnen en buiten de watersector groeit het besef
willen voorkomen. Ook zouden verzandings- en veenvormingspro-
cessen weer de ruimte moeten krijgen; die zijn inherent aan de            dat de wateroverlast en de daarmee gepaard gaande
vernatting van Nederland.                                                 miljardenschade in de negentiger jaren geen incidenten
Brainstormsessie “Sociaal-economische betekenis van water”                waren, maar eerder voorboden van een structurele
                                                                          problematiek, die voortkomt uit de huidige wijze van
                                                                          waterbeheer. Het versneld afvoeren van water uit
Nederland is gedaald van een niveau van juist boven de zeespiegel tot
een niveau van 3-4 meter onder de zeespiegel. Bodemdaling is voor         stedelijke en landelijke gebieden resulteert in piek-
Nederland belangrijker dan zeespiegelrijzing. Dit zal ook de water-       belastingen voor rivieren, met toenemende risico’s van
kwaliteit beïnvloeden (kwel). Levert dat een duurzame situatie op?
Het watersysteem is inmiddels geheel opgesloten; het neerleggen van       wateroverlast en de daarmee samenhangende
sediment, waaruit Nederland is ontstaan, is in de huidige situatie        economische schade. Klimaatveranderingen veroorzaken
vrijwel uitgesloten. Moeten we veenvorming introduceren in droog-
                                                                          grotere variatie in de regenval. Enerzijds vergroot dit de
makerijen om de bodem te verhogen? Wat is de rol van het
watersysteem daarbij?                                                     overstromingsrisico’s, anderzijds neemt daardoor de kans
Interview Prof.dr.ir. C. van den Akker, TU-Delft                          op het onbevaarbaar worden van bepaalde stukken van
                                                                          onze rivieren in de zomerperiode toe. Tenslotte vergroot
                                                                          het huidige waterbeheer de verdrogingsproblematiek en
Na de bijna-rampen langs de Maas en de Rijn(takken) realiseert men
zich dat deze aanpak leidt tot een sterke vermindering van de hydro-      maakt deze in feite onoplosbaar.
logische veerkracht. Verdroging en bijna-overstromingen wisselen
elkaar in een snel tempo af. Daarbij komt dat de beheerskosten van alle
                                                                          Dit complex van nadelige effecten heeft een urgentie voor
waterstaatswerken de pan uit rijzen. Alleen een compleet andere
benadering van watersystemen zal het mogelijk maken om uit deze           een nieuwe denkrichting in het waterbeheer doen
neerwaartse spiraal te ontsnappen. Vanaf nu moeten de water- en           ontstaan, gebaseerd op voorraadbeheer in plaats van op
rivierbeheerders hun technologie en intellect niet langer gebruiken om
natuurlijke watersystemen aan te passen aan de voor de handen zijnde      peilbeheer. Motto’s als “ruimte voor water’, “water als
(ruimte)gebruiksfuncties maar andersom!                                   ordenend principe” en “leven met water” zijn exponenten
Interview Prof.dr. A.J.M. Smits, Rijkswaterstaat Oost/KUN                 van dit nieuwe denken. Een en ander kan impliceren dat
                                                                          bepaalde gebieden worden aangewezen als “natte”
                                                                          gebieden, die vaker overstromen en waar de grondwater-
                                                                          standen hoog worden gehouden om vervening en
                                                                          aanslibbing te bevorderen. Dit zal ons in staat stellen de
                                                                          “droge” gebieden een hogere graad van bescherming te
16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
geven. De “natte” gebieden zullen waarschijnlijk een         Resumerend: de huidige wijze van waterbeheer is niet
natuurfunctie, een rurale woonfunctie en extensieve          duurzaam en zal leiden tot toenemende economische en
landbouwfunctie kunnen krijgen. De “droge” gebieden          ecologische schade als gevolg van wateroverlast, verlies
zullen een urbane en industriële functie kunnen krijgen.     van waterkwaliteit en verdroging. Een nieuwe benadering,
De “natte” gebieden van nu kunnen door vervening en          die meer ruimte laat voor de natuurlijke veerkracht van
aanslibbing de droge gebieden van de verre toekomst          watersystemen, biedt op de langere termijn meer
worden.                                                      perspectief. Realisatie heeft echter ingrijpende gevolgen
                                                             voor bestaande functies van gebieden, is omgeven door
Deze nieuwe wijze van waterbeheer leidt niet alleen tot de   een aantal onzekerheden en is bestuurlijk complex.
preventie van waterschade, maar draagt tevens bij aan het    Bovendien ligt er een opgave om het oude paradigma
ontstaan van andere positieve effecten, waarvan enkele       “water keren” en het nieuwe paradigma “water
met een grote economische betekenis. Zo bieden waterrijke    accommoderen” met elkaar te verbinden. De optelsom van
gebieden nieuwe mogelijkheden voor waterrecreatie en         kansen en problemen biedt vele uitdagingen voor
natuur. Bovendien vormen water- en natuurrijke gebieden      innovatie en kennisontwikkeling. Dit is in het kort de
een belangrijke component van een aantrekkelijke woon-       aanleiding voor deze verkenning.
en leefomgeving. Dit is een positieve vestigingsfactor voor
internationale bedrijven. Tenslotte kan water een
belangrijk structurerend element zijn bij de ruimtelijke
ordening, bijvoorbeeld om te voorkomen dat open ruimten
in stedelijke gebieden (zoals het Groene Hart) dichtslibben.
Dit nieuwe paradigma “ruimte voor water” vraagt bij
uitstek om nieuwe vormen van meervoudig ruimtegebruik,
waarbij verschillende functies van water harmonisch
worden gecombineerd.
Ondanks het groeiende besef in de waterwereld van de
noodzaak om deze omslag in het waterbeheer te
realiseren (zie Vierde Nota Waterhuishouding en recente
uitlatingen van de staatssecretaris van V&W) komt hier in
de praktijk nog weinig van terecht. Het maken van
“ruimte voor water” heeft vaak ingrijpende gevolgen voor
bestaande functies zoals wonen en bedrijvigheid in de
betreffende gebieden. Bovendien is het realiseren van de
paradigmaverandering bestuurlijk complex en zijn niet alle
partijen doordrongen van de urgentie van de nieuwe
aanpak. Ook spelen onzekerheden over mogelijke
ongewenste effecten, bijvoorbeeld op de gezondheid, een
rol. Daarbij komt dat ook het oude paradigma “water
keren” uiteraard van belang blijft als het gaat om het
vrijwaren van landsdelen voor overstromingen.
                                                                                                                   17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Waterbouwkundige werken (sluizen, stuwen en dergelijke) waren
ecologisch gezien vaak al verouderd op het moment dat ze gebouwd   2 . Doel, afbakening en
werden. We moeten op een andere manier met de kunstwerken leren
                                                                          positionering van de
omgaan: het zijn beheersinstrumenten voor de transformatie van het
landschap en niet louter instrumenten voor peilbeheer.                    verkenning
Brainstormsessie “Sociaal-economische betekenis van water”
                                                                   De verkenning “Over stromen - Kennis- en innovatie-
                                                                   opgaven voor een waterrijk Nederland” is gestart vanuit de
                                                                   vraag of de watergerichte kennisinfrastructuur voldoende
                                                                   inspeelt op de geschetste bredere benadering van
                                                                   watervraagstukken. Doelstellingen van de verkenning zijn:
                                                                   1. De identificatie van prioritaire kennis- en innovatie-
                                                                      thema’s voor integraal waterbeheer: waar liggen de
                                                                      grote vraagstukken nu en in de toekomst en welke rol
                                                                      zou het onderzoek moeten spelen om deze issues verder
                                                                      te brengen?
                                                                   2. De ontwikkeling van voorstellen voor noodzakelijke
                                                                      veranderingen in de kennisinfrastructuur op het gebied
                                                                      van water en hieraan gerelateerde vraagstukken: hoe
                                                                      moet het onderzoek worden georganiseerd en hoe
                                                                      verhoudt zich dat tot de huidige situatie?
                                                                   De onderhavige verkenning pretendeert niet een
                                                                   terreindekkende agenda voor de water-kennisinfra-
                                                                   structuur in de komende decennia te genereren; wel
                                                                   worden prioritaire kennisthema’s aangedragen in het licht
                                                                   van een noodzakelijke omslag in het waterbeheer.
                                                                   Tevens worden acties voorgesteld om te komen tot een
                                                                   wezenlijke verandering in het functioneren van de kennis-
                                                                   infrastructuur op watergebied.
                                                                   Afbakening
                                                                   De verkenning is gericht op Nederland. Dit betekent niet
                                                                   dat de grensoverschrijdende vraagstukken in de stroom-
                                                                   gebieden van de grote rivieren buiten beschouwing zijn
                                                                   gelaten. De waterproblematiek in Nederland hangt nauw
                                                                   samen met wereldwijde ontwikkelingen, zoals veranderende
                                                                   klimatologische omstandigheden. In de Nederlandse delta is
                                                                   de waterproblematiek ten nauwste verbonden met ontwik-
                                                                   kelingen in bovenstroomse buurlanden. De overgang naar
                                                                   het “nieuwe denken”, geschetst in de inleiding, wordt
                                                                   echter eerst en vooral ingegeven door ontwikkelingen in
                                                                   eigen land. De toegenomen kans op wateroverlast is niet
                                                                   alleen een gevolg van een stijgende zeespiegel en
                                                                   veranderende rivierafvoeren maar ook van de hoge
18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
bevolkingsdichtheid en van de bodemdaling, die de zee-       nauwelijks in daden omzet). WB21 is gericht op
spiegelrijzing in omvang en tempo overtreft. Dat de bodem    waterbeleid en -beheer en het Rathenau-project op de
daalt, is mede een gevolg van het “traditionele”             politieke agenda van bestuurlijke watervraagstukken.
waterbeheer in Nederland.                                    De drie projecten verschillen ook qua inhoudelijke insteek:
                                                             integraal waterbeheer (deze verkenning), wateroverlast
Verder is in de verkenning het accent gelegd op het water-   (Commissie WB21) en stroomgebied- beheer (Rathenau).
systeembeheer (beheer van de grote of “natuurlijke”          Afstemming van deze verkenning met beide andere
waterkringloop: rijkswateren, regionale wateren en grond-    projecten heeft plaatsgevonden via periodiek overleg.
water), aangezien met name op dat vlak grote knelpunten en
uitdagingen worden gesignaleerd. Het waterketenbeheer
(beheer van de kleine of “stedelijke” waterkringloop: drink-        fysiek                            bestuur en
                                                                   systeem                            organisatie
watervoorziening, rioolbeheer en afvalwaterbehandeling)
staat centraal in een RMNO-project over veranderingen in de
nutssectoren. In de onderhavige verkenning is de aandacht
voor de waterketen beperkt tot aspecten die nadrukkelijk
samenhangen met het watersysteem.
Integraal waterbeheer is breed opgevat. Het gaat niet                                  maat-
alleen om de integratie van oppervlaktewater en
                                                                                      schappij
grondwater, van waterkwantiteit en waterkwaliteit en
dergelijke (met andere woorden: een integrale benadering
van het fysieke watersysteem), maar ook om integratie c.q.    Afbeelding 1. Componenten van integraal waterbeheer
meeweging van alle bij water betrokken maatschappelijke
activiteiten en belangen, en om de implicaties van die       In dit verkenningsrapport wordt eerst de veranderende
integratie voor de ruimtelijke inrichting en het bestuur en  context van integraal waterbeheer geschetst en de
de organisatie van het waterbeheer (zie afbeelding 1).       uitdagingen die dat met zich meebrengt (hoofdstuk 4).
In deze brede benadering zijn er geen scherpe grenzen        Daarna wordt gefocust op prioritaire kennisthema’s
tussen waterbeheer, milieubeheer, natuurbeheer en            (hoofdstuk 5) en wordt de bestaande kennisinfrastructuur
ruimtelijke ordening. Waterbeheer is één van de sectoren     tegen het licht gehouden (hoofdstuk 6). Vervolgens wordt een
die een bijdrage levert aan de kwaliteit van leven en        nieuwe wijze van kennisontwikkeling bepleit (hoofdstuk 7).
leefomgeving voor diverse groepen gebruikers.                Tenslotte worden actievoorstellen met betrekking tot de
                                                             kennisinfrastructuur geformuleerd (hoofdstuk 8). Deze
Relatie met andere initiatieven                              voorstellen vormen de basis voor het advies van de raden.
Gelijktijdig met deze verkenning zijn twee andere            De aanpak van de verkenning is beschreven in bijlage 1.
projecten op het gebied van water uitgevoerd met een         Velen binnen en buiten de waterwereld hebben een bijdrage
brede, strategische doelstelling: het project Waterbeheer    geleverd (bijlage 2).
21e eeuw (WB21) en het project Duurzaam Waterbeheer in       De geschetste visie en de actievoorstellen zijn gebaseerd op
de Praktijk (Rathenau Instituut). De onderhavige             interviews, brainstormsessies, essays, een inventarisatie van de
verkenning focust op kennis en innovatie, mede om de         watergerelateerde kennisinfrastructuur en een conferentie.
tijdlek te verminderen tussen het beleid (dat de             Deze bronnen zijn gepubliceerd in een achtergronddocument
paradigmaverandering “ruimte voor water” in recente          (bijlage 3). Fragmenten uit het achtergronddocument zijn ter
nota’s centraal stelt) en de praktijk (die deze omslag nog   illustratie in dit verkenningsrapport verwerkt.
                                                                                                                       19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Engeland, bijvoorbeeld, heeft rwzi’s ‘uit het jaar 0’ maar nog redelijk
veel gave beek- en rivierlopen en daardoor ook meer kennis van            3. Context: grenzen aan
‘natuurlijke’ watersystemen. De Engelsen accepteren ook periodiek
                                                                                 integraal waterbeheer
wateroverlast. Een en ander in tegenstelling tot Nederland, waar het
watersysteem even geconditioneerd is als een laboratorium (“en o wee
als het water uit het reageerbuisje schiet…”). Technisch loopt          Waterbeheer is in Nederland vanouds een zaak van water
Nederland voorop maar ten aanzien van ‘natuurlijkheid’ en qua           weren. Water was in veel landsdelen een bedreiging die
mentaliteit kunnen we nog veel leren van andere landen.
                                                                        moest worden buitengesloten, buitendijks en buitengaats.
Interview A. Finkers, ANWB                                              Waar mogelijk werd zelfs land veroverd op het water
                                                                        (polders en droogmakerijen). Nederland heeft een interna-
Indien water als leidend principe wordt gehanteerd, welke gevolgen      tionale reputatie opgebouwd op het gebied van
heeft dit voor de inrichting; wat kost dat en welke baten staan daar    waterkering en drainage: “God created the world but the
tegenover voor verschillende partijen, in materiële en immateriële zin
(zeggingschap en dergelijke); om welk deel van de waterinfrastructuur   Dutch created the Netherlands”. Water keren en afvoeren
gaat het (10% of 40% of 80%?) en moeten beleidsnota’s worden            was het devies. De zorg voor de vrijwaring van Nederland
herzien? Heeft dit gevolgen voor de ligging van de Ecologische
                                                                        van overstromingen blijft ook in de komende eeuwen van
Hoofdstructuur? Moet deze anders gesitueerd worden, of groter
worden? Is er naast een ecologische ook een hydrologische ruggengraat   groot belang. Hieraan mogen geen concessies worden
nodig?
                                                                        gedaan.
Interview Mr. C.N. de Boer, Natuurmonumenten
                                                                        De traditionele vormen van waterbeheer (“water keren”)
                                                                        zijn echter niet toereikend, zoals aan het einde van de 20e
                                                                        eeuw duidelijk is gebleken. De druk op de harde, technisch
                                                                        gefixeerde grenzen tussen water en land wordt van beide
                                                                        zijden te groot. Dit heeft een aantal oorzaken. Allereerst
                                                                        doen zich veranderingen voor in de hydrologische cyclus:
                                                                        er is sprake van zeespiegelstijging en sterker fluctuerende
                                                                        rivierafvoeren, gepaard aan bodemdaling. Deze verande-
                                                                        ringen betekenen een grotere druk van watersystemen op
                                                                        het land. Anderzijds neemt ook vanaf het land de druk op
                                                                        watersystemen toe. In Nederland wordt van oudsher land
                                                                        bebouwd dat in wezen onderdeel uitmaakt van het
                                                                        natuurlijke watersysteem (polders, uiterwaarden).
                                                                        De bebouwing neemt toe door de groei van de bevolking
                                                                        en de bedrijvigheid. Bovendien wordt water in toenemende
                                                                        mate gebruikt om aan te wonen en voor allerlei vormen van
                                                                        watersport en waterrecreatie.
                                                                        De groeiende druk vanaf het land op het water en van het
                                                                        water op het land roept vanuit het waterbeheer de
                                                                        behoefte op aan flexibilisering van de harde, technisch
                                                                        gefixeerde grenzen tussen water en land. Concreet gaat het
                                                                        om zaken als een groter waterbergend vermogen van het
                                                                        land en een herstel van de natuurlijke veerkracht van
                                                                        watersystemen (zie bijvoorbeeld initiatieven als
                                                                        “Meegroeien met de zee”, “Ruimte voor de rivier” en
20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
“Levende berging”). De hoogteverschillen in het landschap          ruimtelijke ontwikkeling. Land kan niet langer van het
en de loop van rivieren vormen de beeldbepalende                   water worden geïsoleerd; water moet worden geïntegreerd
componenten van de “onderlaag” van Nederland. Deze                 in de ruimtelijke inrichting van Nederland als waterland.
onderlaag, het natuurlijk substraat, is niet of uitsluitend        Binnen een dergelijk paradigma is waterbeheer niet alléén
tegen hoge kosten en nadelige consequenties op langere             een zaak van water keren. Water keren en afvoeren blijft
termijn (verzilting, verdroging, bodemdaling, overstro-            ook in de toekomst van groot belang, maar daarnaast
mingen en dergelijke) dienstbaar te maken aan                      groeit de noodzaak om water in te laten en vast te houden.
maatschappelijke occupatie.                                        Water is niet langer per definitie alleen een last maar ook
                                                                   een karakteristiek element van de leefomgeving, dat kan
                    maatschappelijke occupatie                     worden benut en genoten. Daarbij dienen zich nieuwe
                                                                   functies van watersystemen aan, zoals volkshuisvesting
                                                                   (wonen aan en op het water), diverse vormen van water-
                                                         wenselijk recreatie en -toerisme, natuurontwikkeling, waterberging
                                                                   en voorraadvorming (ten behoeve van drinkwaterwinning,
gebruikelijk                                                       voedselvoorziening, energie-opwekking, warmteopslag, en
                                                                   dergelijke). Ruimtelijke ordening op waterbasis biedt
                                                                   mogelijkheden om de voortgaande verstedelijking beter te
                                                                   geleiden en water als nieuwe economische drager van de
                    natuurlijk substraat
                                                                   groene ruimte te laten fungeren. Zo kunnen waterpartijen
                                                                   dienen als structurerend element in stedelijke uitbreidingen
 Afbeelding 2. Ruimtelijke ontwikkeling en watersysteem            of bij de herinrichting van bestaand stedelijk en landelijk
                                                                   gebied, en worden ingericht ten behoeve van
De uitdaging voor de komende decennia is de maatschappe-           waterrecreatie, drinkwatervoorziening en/of natte natuur.
lijke occupatie c.q. het landgebruik (weer) meer af te             Deze nieuwe functies van water genereren tal van
stemmen op de randvoorwaarden en potenties van het                 vraagstukken op het gebied van meervoudig ruimtegebruik.
natuurlijk substraat c.q. de watersystemen (afbeelding 2).
De natuurlijke samenhangen binnen en tussen                        “Ruimte voor water” kan worden beschouwd als een
watersystemen zullen meer als gidsprincipes moeten gaan            volgende sprong in de ontwikkeling van het concept
fungeren in de ruimtelijke ontwikkeling: de grenzen van            “integraal waterbeheer”. In de zeventiger jaren stond dit
stroomgebieden, boven- en benedenstroomse gebieden,                begrip voor de integratie van waterkwantiteit en
infiltratie- en kwelgebieden, gebiedseigen en gebieds-             waterkwaliteit (“van peilbeheer naar waterbeheer”), in de
vreemd water, hydrologische buffers en dergelijke                  tachtiger jaren werd het verbreed tot de watersysteem-
                                                                   benadering (“van waterloop tot ecotoop”) en in de
Een nieuw paradigma is nodig om de uitdaging van                   negentiger jaren komt de integratie van water en land
ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis te kunnen aangaan.          geleidelijk op de agenda (“RO op waterbasis”). In het “fin
Doorgaande “puzzle-solving” binnen het oude paradigma              de siècle” van de 20e eeuw zijn waterbeleid en -beheer
(dijkverhoging, pompen, drainage) biedt geen of                    begonnen de omslag van “water keren” naar “water
ongewenste perspectieven (aantasting van landschappen,             accommoderen” te maken. Het thema “ruimte voor water”
bodemdaling, verdroging). In het oude paradigma zijn               figureert prominent in de Vierde Nota Waterhuishouding en
water en land gescheiden: het land bestaat dankzij de              in de voorbereiding van de Vijfde Nota Ruimtelijke
afwezigheid van water. Het nieuwe paradigma zal minder             Ordening is water een centraal element in de regulatie van
exclusief moeten zijn: nodig is een water-inclusieve               het natuurlijk systeem.
                                                                                                                           21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                           Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Buiten de waterwereld wordt harder gelopen voor het in praktijk
                                                                         Op provinciaal niveau zijn de eerste integrale omgevings-
brengen van een nieuwe kijk op water dan door de waterwereld zelf.
Met de aanloop tot de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening wordt     plannen (integratie van streekplan, waterhuishoudingsplan
vanuit de ruimtelijke ordening water naar voren geschoven als leidend
                                                                         en milieubeleidsplan) verschenen. Er zijn diverse plan-
beginsel bij de verdere inrichting van Nederland, het aankomende
streekplan voor Noord-Brabant gaat beduidend verder met de vermaat-      concepten ontwikkeld voor een water- en natuurrijk
schappelijking van waterbeheer dan het waterhuishoudingsplan, een        Nederland (bijvoorbeeld de “blue belt”, de “blauwe-
grote bouwcombinatie komt met een concept voor een drijvende stad,
het naar de beurs lonkende NUON ontwikkelt zich tegen alle dromen        knopen”-benadering, de “ecopolis” en de “strategie van de
over waterketens in tot een multi-utility company met gas, stroom én     twee netwerken - S2N”). In de praktijk blijkt het moeilijk dit
water in het pakket, Amerikaanse ondernemingen kopen meerder-
                                                                         beeld te realiseren. Afzonderlijke projecten stagneren door
heidsbelangen in Nederlandse rwzi’s, het Wereldnatuurfonds is de
aanjager geweest voor programma’s als Ruimte voor de Rivier en de        maatschappelijke weerstanden, lange grondverwervings-
Consumentenbond staat klaar om het nieuwe financieringsstelsel voor      procedures en een gebrek aan financiële middelen. Slechts
waterbeheer te kritiseren als een nieuwe jas voor de gedateerde trits
belang-betaling-zeggenschap. De waterwereld blijft achter de feiten      een beperkt aantal relatief kleine en monofunctionele
aanlopen, ook als het over water gaat en gaat daarmee het ene verlies    projecten wordt daadwerkelijk in uitvoering genomen,
na het andere tegemoet.
                                                                         terwijl juist grootschalige projecten op regionale schaal
Essay “Trendbreuk in Waterland”                                          nodig zijn om de integratieslag van watersysteembeheer en
                                                                         ruimtelijke ontwikkeling gestalte te geven (zie achtergrond-
Er wordt opgemerkt dat er al heel veel gebeurt rond integraal            document, essay “Naar een waterrijk Nederland”).
waterbeheer en dat er niet alleen bèta’s mee bezig zijn. Het deel van de
waterwereld dat inmiddels anders denkt over water is beperkt tot een
kleine groep. Een zorg is of de grote groep die nog moet volgen de       Ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis gaat de
omslag ook kan maken.                                                    competenties van watermanagers te buiten. Hierin
Verslag conferentie “Kennisstromen in waterland”                         onderscheidt de nieuwe uitdaging zich van de eerdere
                                                                         integratieopgaven (kwantiteit-kwaliteit, water-ecologie),
                                                                         die intern binnen het waterbeheer konden worden
Het voornaamste knelpunt is misschien niet zozeer een kennislacune
maar eerder een attitudekwestie. Het soort mensen dat werkzaam is in     aangevat. Met de integrale watersysteembenadering zijn
de waterwereld is niet echt communicatief ingesteld. Het zijn            de grenzen van integraal waterbeheer bereikt; het verder
“bouwers”, sterk gericht op de oplossing van problemen (bouwen van
                                                                         oprekken van deze grenzen doorkruist andere beleidster-
dijken etc.), maar minder sensitief voor probleemdefinities van andere
betrokkenen bij het waterbeheer (moet die dijk wel daar komen; moet      reinen. “Ruimtelijk waterbeheer” of “waterlijke ordening”
er überhaupt een dijk komen? etc.). Waterbeheer wordt nog sterk
                                                                         van Nederland vergt het overschrijden van de grenzen van
technocratisch en top-down gevoerd (vgl. normstelling), ook door de
decentrale waterschappen. Er gaapt een kloof met interactief werken en   integraal waterbeheer. Nodig is een gezamenlijke
het gezamenlijk tot een probleemdefinitie en oplossingsstrategie         innovatieve aanpak door verschillende partijen.
komen. In het geïntegreerde gebiedsgerichte beleid bijvoorbeeld, bij het
opstellen van gebiedscontracten, schitteren waterkwaliteitsbeheerders
vaak door afwezigheid. Zij hebben niets met RO en lijken het spel van
geven en nemen met andere actoren niet te kunnen spelen. Alleen een
crisis zou hier verandering in kunnen brengen (geen overstroming
want dat is koren op de molen van de “dijkenbouwers” maar een
bestuurlijke crisis; vgl. LNV). Dit wordt ook weerspiegeld in de kennis-
infrastructuur, waarin nauwelijks aandacht is voor sociale
sturingsprocessen. Het meeste onderzoek is gericht op technische
onderwerpen.
Interview Ir. M.L. de Rooij, Stichting Reinwater
22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
4. Uitdaging:
      de grenzen doorbreken                                 Van overwegend technisch naar
                                                            maatschappelijk georiënteerd
Nauwere samenwerking tussen integraal waterbeheer en        Het voorgaande impliceert de noodzaak van een grotere
ruimtelijke ordening vergt een cultuurverandering aan       maatschappelijke oriëntatie van watermanagers. Nu
beide zijden. De kern van de cultuuromslag binnen de        bestaat de neiging om - ook bij de eerste aanzetten voor
ruimtelijke ordening is hierboven geschetst: de ruimte niet het geven van ruimte aan water - te vluchten in het veilige
meer primair ordenen op grond van de maatschappelijke       domein van de traditionele, technisch georiënteerde
occupatie van het land maar meer vanuit natuurlijke         aanpak. Kennis en ervaringswerelden van burgers en
samenhangen, in het bijzonder binnen en tussen water-       andere watergebruikers zijn echter minstens zo relevant in
systemen. Cultureel vergt dit niet minder dan een           besluitvorming over de ruimtelijke inrichting als technische
“Umwertung” van vigerende waarden binnen de                 expertise. Technisch optimale oplossingen kunnen
ruimtelijke ordening: van een pre-occupatie met             maatschappelijk zeer omstreden zijn (bijvoorbeeld dijk-
maatschappelijke activiteiten naar “verdieping” in de       verhoging) of minder effectief op langere termijn
onderlaag van de ruimtelijke inrichting. Deze verdie-       (bijvoorbeeld pompen). De uiteenlopende waarden die
pingsslag kan belangrijk worden ondersteund door            burgers en gebruikers toekennen aan water moeten
kennisuitwisseling met beleidsterreinen zoals het           zwaarder worden meegewogen in besluitvormings-
waterbeheer.                                                processen. Een louter functioneel-technische oriëntatie
                                                            schiet tekort voor het maken van integrale afwegingen.
Voor actoren in de watersector omvat de cultuuromslag de
volgende, onderling samenhangende, attitude-                Van volgend naar meer leidend
veranderingen:                                              Een meer leidende functie van water in de ruimtelijke
•   Van relatief gesloten naar open en interactief;         inrichting (op stroomgebiedsniveau) vergt een gebieds-
•   Van overwegend technisch naar maatschappelijk           gerichte benadering en een sterkere regisseursrol van
    georiënteerd;                                           watermanagers. Waterbeheer is tot nu toe overwegend
•   Van volgend naar meer leidend.                          volgend geweest. Dit hangt samen met de traditionele
                                                            perceptie van watervraagstukken. Het waren gestructu-
Van relatief gesloten naar                                  reerde beleidsproblemen, dat wil zeggen problemen met
open en interactief                                         maatschappelijke consensus over doeleinden en vaak ook
De watersector heeft de reputatie een zeer professioneel    over middelen (bijvoorbeeld het probleem “wateroverlast”
maar relatief gesloten bolwerk te zijn. Technische experts  met als doel “droge voeten” en als middel
maken de dienst uit. Buitenstaanders, waaronder burgers     waterbouwkunde). Gegeven de maatschappelijke
en politici, vinden moeilijk toegang of worden niet voor    consensus over doeleinden, hadden de problemen een
vol aangezien. Interactie met de buitenwereld blijft vaak   technisch karakter: het vinden van oplossingen kon aan
beperkt tot informatievoorziening en inspraak achteraf.     technici worden overgelaten. In de huidige maatschap-
Een dergelijke attitude is onwerkbaar wanneer bredere       pelijke context zijn de traditionele problemen echter
afwegingen over de inrichting van de leefomgeving           ongestructureerd of semi-gestructureerd geworden, dat
moeten worden gemaakt. Daarbij zijn vele partijen           wil zeggen er is niet altijd consensus over de middelen
betrokken en belanghebbend: grondbezitters, overheden       (bijvoorbeeld het probleem “veiligheid” oplossen door
en belangengroepen. In deze context vergt integraal         pompen of door “vernatten”?) en vaak ook niet meer over
waterbeheer een open stijl van planvorming waarin alle      de doeleinden (bijvoorbeeld het vergroten van de
partijen interactief participeren.                          veerkracht van watersystemen omwille van de veiligheid of
                                                                                                                  23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                            Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Veel wateronderzoek zit op een te hoog detailniveau (“tellen van
                                                                             van de natte natuur?) (tabel 1). Het vraagstuk van
algen”). De maatschappelijke relevantie is vaak te ver te zoeken. De
relatie naar ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld, ontbreekt vrijwel in het    ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis is een nog
wateronderzoek. Wateronderzoekers hebben ook niet de netwerken om
                                                                             ongestructureerd beleidsprobleem: er is bepaald geen
die relatie te kunnen leggen. Een en ander heeft ook te maken met het
feit dat het waterbeheer nog maar nauwelijks het debat met de R.O.           consensus over doelstellingen (variërend van NIMBY - “not
aangaat. Als dat wel gebeurt, komen er vanzelf andere kennisbehoeften.       in my backyard”: de spreekwoordelijke muggenplagen, tot
Brainstormsessie “Beheer van waterkringlopen”                                PLIMBY- “please in my backyard”: het veelbegeerde wonen
                                                                             aan het water). Ook over de manier waarop en de mate
                                                                             waarin water als ordenend principe zou moeten fungeren,
Er zit enorm veel kennis bij de waterschappen maar de waterschaps-
wereld is erg gesloten. Waterbeheer is nog te technocratisch. Van            lopen de meningen uiteen (variërend van “inpassing” van
belang is een “alfa-benadering”: bestuur en organisatie gaan voor de         water tot “aanpassing” van de ruimtelijke ontwikkeling).
techniek. Hier wordt weinig onderzoek naar gedaan. Er is veel techno-
logische kennis maar veel minder over instrumentatie en bestuur en
organisatie; hoe organiseren we integraal waterbeheer?                       Vanwege de bredere maatschappelijke perceptie van de
Interview J.J. Feenstra, Lid Tweede Kamer, PVDA                              land-waterproblematiek zijn de traditionele technische
                                                                             oplossingen niet langer toereikend. Oplossingen zijn niet
                                                                             meer primair een kwestie van wetenschappelijke kennis en
Een belangrijk manco van de waterwereld is het gesloten karakter
ervan. Men spreekt een eigen taal en communiceert slecht naar buiten         technisch kunnen; ervaringskennis van direct betrokken
toe. Er is heel veel kennis maar deze is slecht ontsloten. Onderzoek en      maatschappelijke actoren en bestuurlijke afwegingen
beleid zijn gescheiden werelden.
                                                                             spelen een minstens zo belangrijke rol. Bij deze verbrede
Interview Ir. H.W. Kamphuis, Rijksplanologische Dienst                       probleempercepties en kennishuishouding kunnen
                                                                             watermanagers zich niet langer opstellen als “aannemers”
                                                                             van de Nederlandse samenleving. Watermanagers zullen
                                                                             hun kennis van de samenhangen binnen en tussen
                                                                             watersystemen met kracht van argumenten moeten
                                                                             inbrengen in overleg- en onderhandelingsprocessen over
                                                                             mogelijke en wenselijke ruimtelijke inrichtingsvarianten.
                                                                          Consensus over middelen          Onenigheid over middelen
                                                          Consensus over  Gestructureerde problemen        Semi-gestructureerde
                                                          doeleinden                                       (technische) problemen
                                                                          voorbeeld:                       voorbeeld:
                                                                          “wateroverlast”                  “veiligheid”
                                                          Onenigheid over Semi-gestructureerde,            Ongestructureerde
                                                          doeleinden      (bestuurlijke) problemen         problemen
                                                                          voorbeeld:                       voorbeeld:
                                                                          “veerkracht van                  “R.O. op waterbasis”
                                                                          watersystemen”
                                                                              Tabel 1. Verbreding van probleempercepties
                                                                             De centrale vraag in de verkenning is of de watergerichte
                                                                             kennisinfrastructuur, traditioneel gericht op opvoering van
                                                                             het technisch kunnen, de paradigmaverschuiving in beleid
24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
en beheer niet alleen meemaakt maar ook adequaat
ondersteunt en stimuleert. Deze vraagstelling zal langs
twee lijnen worden benaderd:
1. Inhoudelijk: in hoeverre worden de in het licht van de
   paradigmaverandering als prioritair aangemerkte
   kennisthema’s voldoende opgepakt? (hoofdstuk 5)
2. Organisatorisch: in hoeverre spoort cultuur en
   werkwijze van de kennisinfrastructuur met het nieuwe
   paradigma? (hoofdstuk 6)
                                                                        25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Tot nu toe hebben wetenschap en technologie weinig bijgedragen aan
de geschetste innovatie-opgaven. De innovaties komen overwegend uit       5 . I s s u e s : k e n n i s t h e m a ’s
de praktijk. Versterking en verdieping van de praktijkinitiatieven vanuit
                                                                                in een drieluik
wetenschap en technologie is echter dringend gewenst.
Nu komen veel projecten na de eerste fase van “ongeïnformeerd
optimisme” (alles is interessant, alles kan) niet verder dan de fase van  De geschetste paradigmaverschuiving en cultuur-
“geïnformeerd pessimisme” (realisatie is moeilijk). Om de derde fase      verandering vragen om nieuwe en andere kennis ter
van “geïnformeerd optimisme” (manieren waarop het zou kunnen) te
bereiken, is meer kennisbagage nodig dan veel procesbureaus in huis       ondersteuning van het waterbeheer. De maatschappij
hebben. Wetenschap en technologie kunnen een basis leggen voor het        komt nadrukkelijk in beeld, zowel de “civil society”
passeren van dit “omslagpunt” van pessimisme naar gefundeerd
                                                                          (burgers en belangenorganisaties) als de “market”
optimisme.
                                                                          (bedrijven en marktpartijen, zoals private investeerders en
Brainstormsessie “Betrokkenheid van burgers in het waterbeheer”
                                                                          projectontwikkelaars). Binnen de watersector is de
                                                                          verbreding van het integraal waterbeheer met een sterke
Water is een natuurverschijnsel waartegen strijd werd aangegaan, met      maatschappelijke component een nieuw element. In de
allerlei middelen. Maar het is tevens aanleiding tot zeer verscheiden
                                                                          jaren 1970 en 1980 heeft de verbreding van het fysieke
vormen van gebruik. Vooral in de vrije tijd. Men zwemt in water, vaart
erop, hengelt eruit, duikt erin, wandelt er langs. De vakantiebe-         object van zorg een belangrijke impuls gegeven tot kennis-
stemming wordt vaak gekozen omdat daar water is waarin de kinderen
                                                                          ontwikkeling ten aanzien van het functioneren van
kunnen spelen. De groteren begeven zich in alles wat maar varen wil.
Hengelaars zetten zich aan de waterkant. De één met het hoofd vol         watersystemen in hun totaliteit, met name op de gebieden
dromen over de meest wonderbaarlijke visvangst. De ander zit gewoon       van de ecologie en de ecotoxicologie. Deze verbreding van
aan de waterkant en versmelt met de natuur.
                                                                          het object van zorg ging gepaard met vragen naar de
Essay “De culturele en emotionele betekenis van water”                    bestuurlijke organisatie van integraal waterbeheer, wat
                                                                          een bescheiden impuls heeft gegeven tot bestuurskundige
Kennis die nodig is voor aspecten van water, is niet zelden in wezen      kennisontwikkeling op dit terrein. Nu de relatie met de
kennis die ook ten aanzien van andere omgevings- en beheersaspecten       ruimtelijke ordening wordt gelegd, komen vragen naar de
van belang is… Het is opvallend dat nu pas geleidelijk aandacht komt
voor een kennisdomein als vrije tijd, recreatie en toerisme, dat buiten-  maatschappelijke omgang met en waardering van water
gewoon nuttige bijdragen kan leveren aan de kennisinfrastructuur voor     sterk naar voren (water- en landgebruik).
integraal waterbeheer.
Essay “De culturele en emotionele betekenis van water”                    In interviews met vertegenwoordigers van maatschap-
                                                                          pelijke organisaties, overheden, bedrijven en
                                                                          kennisinstellingen (zie achtergronddocument, deel 3) zijn
                                                                          vier kennisthema’s pregnant naar voren gekomen als
                                                                          zijnde elementair voor het realiseren van de paradigma-
                                                                          verandering. Dit neemt niet weg dat deze omslag ook kan
                                                                          leiden tot een behoefte aan kennis op andere gebieden,
                                                                          bijvoorbeeld omtrent boeren met water, veerkrachtig
                                                                          wonen en de ecologie van vernatting. Deze thema’s, met
                                                                          een overwegend technisch (bèta-)karakter, kunnen echter
                                                                          gemakkelijk worden geabsorbeerd door de huidige kennis-
                                                                          infrastructuur. Dat geldt niet of in veel mindere mate voor
                                                                          de hieronder genoemde prioritaire kennisthema’s met een
                                                                          overwegend sociaal-wetenschappelijk (gamma-)karakter
                                                                          (zie hoofdstuk 6).
26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
a. Beleving van water (culturele en emotionele betekenis   In integraal waterbeheer en ruimtelijke ordening moet
    van water):                                            meer rekening worden gehouden met de culturele achter-
b. Waarde van water (sociaal-economische betekenis):       gronden en de emotionele betrokkenheid van mensen bij
c. Participatieve planvorming in het waterbeheer:          water. De daartoe benodigde kennis gaat verder dan
d. Interbestuurlijk management van water en ruimte.        (omgevings)psychologie. De kennis zal interdisciplinair
Deze thema’s houden alle nauw verband met de               moeten zijn, met inbegrip van maatschappelijke,
maatschappij in relatie tot het fysieke systeem en de      historische, ethische en psychologische invalshoeken met
bestuurlijke organisatie (afbeelding 3). Hieronder worden  betrekking tot de betekenisgeving aan de ruimte. Daarbij
de kennisthema’s kort beschreven. In de essays zijn deze   valt onderscheid te maken tussen verschillende betekenis-
thema’s verder uitgewerkt (zie achtergronddocument).       ladingen, zoals amusement, interesse, onderbreking
                                                           (“er even uit”), vervoering (onalledaagse ervaringen,
                                                           bijvoorbeeld in de natuur) of toewijding (“serious leisure”,
       fysiek                         bestuur en           bijvoorbeeld watersport).
     systeem                          organisatie
                                                           b. Waarde van water
                                                           Waardebepaling van water dient om opties en belangen te
       1. beleving                    3. participatieve
          van water                      planvorming       kunnen afwegen in de allocatie van water en ruimte. De
       2. waarde                      4. interbestuurlijk
          van water                      management        waarde van water is meervoudig: naast de functionele
                                                           gebruikswaarde is er een belevingswaarde (de waarde van
                       maat-                               wonen of recreëren aan of op het water) en een toekomst-
                      schappij                             waarde (de waarde van een gezond functionerend
                                                           watersysteem). Bovendien varieert de waarde van water als
                                                           functie van plaats, tijd en verschijningsvorm (regenwater,
 Afbeelding 3. Prioritaire kennisthema’s                   bodemwater, grondwater, oppervlaktewater). Zo heeft
                                                           (schoon) bovenstrooms water een andere waarde dan
a. Beleving van water                                      (vervuild) benedenstrooms water, grondwater en
Water wordt - zeker in het nieuwe paradigma - een          oppervlaktewater en verschilt de waarde van water in
belangrijk onderdeel van de belevingswereld van mensen.    perioden van hevige neerslag en droogte. Het product
Water wordt steeds massaler gebruikt voor uiteenlopende    water is zeer gedifferentieerd en de waardebepaling moet
maatschappelijke activiteiten. Het groeiende belang dat    hierop zijn toegesneden. Daarbij dienen niet alleen
mensen hechten aan de identiteit van hun leefomgeving      economische maatstaven, maar ook andere, niet in
en de toenemende vrije tijd en mogelijkheden tot           geldeenheden uit te drukken criteria te worden
vrijetijdsbesteding (waaronder recreatie aan, op en in het gehanteerd.
water) nopen tot meer kennis van de uiteenlopende          Methoden van economische en niet-economische
belevingswerelden van de vele verschillende groepen        kosten/baten-analyse om de variabele waarde van water te
watergebruikers. De kennis- en ervaringswerelden van       bepalen, zijn nog onderontwikkeld. In kosten/baten-
watermanagers en watergebruikers moeten dringend           analyses van waterstaatkundige werken wordt vooral
beter op elkaar worden afgestemd: pas dan kan water een    rekening gehouden met de economische onttrekkings-
werkelijk effectief ordenend principe in de ruimtelijke    waarde van water, hetgeen kan leiden tot kostbaar
ontwikkeling worden. De culturele en emotionele            vermogensverlies in termen van beleving en ecologie.
betekenis van water is van groot belang voor de            Nieuwe berekeningsmethoden, waarin (toekomstige)
waardering van de ruimtelijke kwaliteit.                   externaliteiten worden geïnternaliseerd, zijn nodig en deze
                                                                                                                 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Hoe het kan: De Vliert in ’s-Hertogenbosch
                                                                          methoden zullen moeten worden verankerd in besluit-
Een illustratie van het hiervoor geschetste deliberatieve ontwerpproces
wordt aangetroffen in ’s-Hertogenbosch, in de wijk De Vliert, een         vormingsprocessen om daadwerkelijk tot meer integrale en
woonwijk met circa 5000 inwoners, grotendeels gebouwd in de jaren
                                                                          ook op lange termijn verantwoorde afwegingen te komen,
’30. Het betreft hier een voorbeeld van hoe doelen voor stedelijk
waterbeheer kunnen worden gerealiseerd in bestaand gebied.                die zijn gebaseerd op de samenhangen binnen het
De gemeente is hier de initiatiefnemer geweest, tezamen met               watersysteem als geheel.
waterschap De Maaskant.
Het blijkt dat een begrip als “integraal waterbeheer” pas echt gaat leven
bij bewoners als ze het plaatsen binnen de context van hun eigen          c. Participatieve planvorming in het
leefomgeving. Tijdens de workshop zijn via het principe van rekenen,
                                                                              waterbeheer
tekenen en argumenteren ontwerpen gemaakt voor vier buurten.
Over algemene principes kon men het erg oneens zijn, echter als een       Zonder de medewerking van vele partijen buiten de
vertaling moest worden gemaakt naar een praktische situatie, was vaak     waterwereld is het onmogelijk om de omslag van “water
sprake van verbazingwekkend veel consensus. Er zijn ontwerpen
gemaakt die waterhuishoudkundig gezien niet volledig optimaal zijn,       keren” naar “water accommoderen” te maken. Om de
maar goed aansluiten bij de wensen van bewoners over parkeren, het        aansluiting tussen het waterbeheer en de maatschappij tot
tegengaan van sluipverkeer, de kwaliteit van groenvoorzieningen, de
                                                                          stand te brengen, moet een participatieve sturingsfilosofie
mogelijkheden voor kinderen om te spelen en zelfs het ouderenbeleid.
Er werd echt integraal gedacht.                                           worden ontwikkeld, die verder gaat dan de huidige open
Met name in het begin verliep het proces zeer soepel. Het bleek dat
                                                                          of interactieve planvormingsprocessen. Veel “open
water een goede wegvoorbereider is voor meer gevoelige onderwerpen,
zoals parkeren en verkeersdrempels. Water is relatief onschuldig en       planvorming” behelst traditioneel werken met een sociaal
daardoor erg geschikt om in de beginfase de partijen tot elkaar te        sausje. Het is eenrichtingsverkeer, waarbij de experts
brengen en het onderhandelingsproces over het aanvaardbare en
haalbare te laten plaatsvinden. Er werd dan ook gesteld: “Begin met       ernaar streven om burgers en belangengroeperingen te
water, de rest komt later.”                                               laten instemmen met de door hen tevoren bedachte
Op het moment dat het proces het punt van de detaillering naderde,
                                                                          oplossingen. De uitdaging is om de veelstemmigheid van
verhardden de standpunten en moest alles op alles worden gezet om de
inbreng van bewoners te continueren. Zo waren er enige verkeersdes-       de bij water betrokken belangen te integreren in
kundigen die hun professionele inbreng aanzienlijk waardevoller           planvormingsprocessen en te laten doorklinken in het
vonden dan de inbreng van de bewoners. Een zorgvuldig opgebouwd
vertrouwen werd in korte tijd afgebroken. Ook waren er enige              uiteindelijke waterbeheer. Dit vergt een doorbreking van
financiële tegenvallers, waardoor bepaalde toezeggingen moesten           het technocratische, lineaire denken van doelen naar het
worden teruggedraaid.
                                                                          optimale maatregelenpakket (waarvoor dan nog
Een proces zoals dat in De Vliert is doorlopen, is nu nog eerder uitzon-
dering dan regel. Er zal nog heel wat water door de Maas stromen voor     “draagvlak” moet worden “gecreëerd”) en het leren
een aanpak als die uit ’s-Hertogenbosch ook naar elders is
                                                                          omgaan met de niet-lineaire dynamiek van maatschap-
gediffundeerd. Het is bovendien duidelijk dat zulke processen op
verschillende plaatsen een verschillende vorm en een verschillend         pelijke processen, waarin een variëteit aan actoren
verloop zullen hebben. Immers, men moet inspelen op de aard van de        uiteenlopende probleemdefinities en doelstellingen
betrokken groepen, op het specifieke type problematiek, op de mate
van aanwezig systeemvertrouwen, enzovoorts. Het is van belang om de       inbrengt, hetgeen de processen dynamisch en onvoor-
komende jaren te werken aan een methodische catalogus:                    spelbaar maakt. Kennis van dergelijke processen is - voor
een combinatie van methodologische richtlijnen met een min of meer
                                                                          zover aanwezig - sterk disciplinair gefragmenteerd.
generieke geldigheid enerzijds, en een repertoire aan methoden en
technieken om daaraan contextueel invulling te geven anderzijds.          Er liggen interdisciplinaire kennisvragen naar adequate
                                                                          procesarchitecturen van planvorming, besluitvorming en
Essay “Betrokkenheid van burgers in het waterbeheer”
                                                                          uitvoering, naar veranderende machtsposities en rollen van
                                                                          actoren, naar sturingsstrategieën.
                                                                          Het is bovendien van belang de kennis te ontwikkelen in
                                                                          nauwe interactie met degenen die direct belang hebben
                                                                          bij water en daaraan de betekenis ontlenen: interactieve
                                                                          kennisontwikkeling. Een prikkelende benadering daartoe
                                                                          is interactief ontwerpen: het verkennen van ruimtelijke
28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
ontwikkelingsmogelijkheden via ruimtelijke beelden met     Welke sturingsstrategieën bieden perspectief? Wat is de
behulp van computer ondersteunde technieken. Hierdoor      mogelijke rol van marktpartijen, zoals project-
kunnen betrokkenen, die vaak geen ervaring hebben in       ontwikkelaars, in waterbeheer? Welke lessen vallen te
het lezen van planschetsen en kaartbeelden een beter       leren uit “best-practice”-evaluaties? In hoeverre zijn “best
begrip krijgen van de consequenties van maatregelen,       practices” gebiedsspecifiek?
zodat zij vervolgens effectiever kunnen participeren in de
planvorming. Deze benadering doet meer recht aan de
praktijkkennis van mensen dan een aanpak waarbij zij in
een later stadium met een planontwerp worden
geconfronteerd.
d. Interbestuurlijk management
Ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis vraagt
samenwerking en afstemming tussen diverse beleids-
terreinen en bestuurslagen, van regionaal tot
internationaal. De bestuurlijke organisatie en het
functioneren daarvan zijn nog te weinig toegesneden op
de loop van het water (afbeelding 2). Met andere
woorden: de (machts)logica van instituties spoort niet
altijd met de (natuurlijke) logica van watersystemen.
Een belangrijke innovatieopgave is om per (stroom)gebied
te komen tot een samenhangend beheer. Daarbij zouden
oplossingen op een lager schaalniveau (bijvoorbeeld
beekdal) moeten bijdragen aan integrale oplossingen op
hogere schaalniveaus, tot en met het totale rivierstroom-
gebied. Daarbij is ook de vraag aan de orde hoe integraal
waterbeheer zich institutioneel zou moeten verhouden tot
de ruimtelijke ordening en omgevingsbeheer in brede zin.
Een ander bestuurlijk vraagstuk is de afstemming tussen
watersysteembeheer en waterketenbeheer. Het water-
ketenbeheer en het watersysteembeheer staan bloot aan
vrijwel tegengestelde maatschappelijke en politieke
krachten. In het beheer van de waterketen is er interna-
tionale druk tot privatisering, meer marktwerking en
internationalisering. Het watersysteembeheer daarentegen
tendeert, mede onder invloed van de EU-Kaderrichtlijn
Water, naar regionalisering op de schaal van stroom-
gebieden en naar het publieke domein. De opgave is het
beheer van watersystemen en waterketens adequaat op
elkaar af te stemmen, mede gebruik makend van
ervaringen in het buitenland.
Welke bestuurlijke arrangementen zijn nodig en haalbaar?
                                                                                                                  29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                           Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Kennisontwikkeling zou geïntegreerd moeten plaatsvinden. Dit gebeurt
nu onvoldoende. De water-gerelateerde kennisinfrastructuur is uitzon-    6. Knelpunten: oriëntatie
derlijk sterk verkokerd. De waterkwantiteitstak bestaat uit een
                                                                                en inrichting van de
cultuurtechnische koker (Wageningen) en een civieltechnische koker
(Delft), de waterkwaliteitstak uit een waterzuiveringskoker en een              kennisinfrastructuur
waterwinningskoker (KIWA) en dan heb je ook nog de ecologen en
hydrologen. Elk van deze kokers wil in eigen huis integraliteit          De vraag is nu in hoeverre de paradigmaverandering ook
ontwikkelen. Dat leidt tot een harde kern van eigen expertise en
amateurisme aan de randen (“schaamrandjes”). Men is niet bereid tot      consequenties heeft voor de werkwijze en de organisatie
werkelijke samenwerking.                                                 van de watergerelateerde kennisinfrastructuur. Ook is
Interview Dr. A.N. van der Zande, ALTERRA Research Institute             relevant in hoeverre de genoemde prioritaire kennis-
                                                                         thema’s worden onderkend en opgepakt binnen de
                                                                         watergerichte kennisinfrastructuur. De kennisinfrastructuur
De financiële impuls tot intersectorale projecten komt ook niet primair
vanuit de watersector. Financiers zijn voornamelijk VROM en LNV. De      is het geheel van organisaties en samenwerkingsverbanden
betreffende geldstromen vanuit deze ministeries zijn minder              dat betrokken is bij kennisontwikkeling voor integraal
omvangrijk dan die vanuit V&W. VROM (DGM-DWL) besteed
                                                                         waterbeheer, niet alleen kennisinstituten maar ook
ongeveer Mƒ 2,5 per jaar aan wateronderzoek, in 1999 circa Mƒ 0,3
aan normstelling en de monitoring van oppervlaktewater en circa          financiers en doelgroepen van onderzoek. In het kader van
Mƒ 2,1 aan drinkwater, de waterketen, water internationaal en
                                                                         deze verkenning is de inhoudelijke oriëntatie en organisa-
afvalwater. De financiering vanuit LNV geschiedt op basis van het
DLO-Onderzoekplan. In 1999 was Mƒ 5,2 gereserveerd voor het              torische inrichting van de kennisinfrastructuur in het licht
programma ‘Waterbeheer voor landbouw en natuur’ (1999-2002;              van de prioritaire kennisthema’s geïnventariseerd (zie
trekker: Alterra) en Mƒ 4,8 voor ‘Aquatische ecosystemen’ (1998-2001;
trekker: Alterra), in totaal ca. Mƒ 10 over 3 jaar. Deze geldstroom gaat achtergronddocument).
geheel richting DLO-instituten en het landbouwkundig Praktijk-
onderzoek; er is nauwelijks een relatie met de twintigvoudige(!)
                                                                         De inventarisatie geeft een groot aantal kenniscentra en
WONS-financiering door RWS-HW.
                                                                         kennisnetwerken van uiteenlopende aard te zien:
Studie “Inventarisatie Kennisinfrastructuur Integraal Waterbeheer”
                                                                         in totaal circa 250 kenniscentra, waarvan 35 grote, en 32
                                                                         geïnstitutionaliseerde kennisnetwerken. De kennisinfra-
Een bijkomend probleem is de sterke versnippering van het onderzoek:     structuur is dus omvangrijk en kent een hoge
er komen steeds meer spelers bij. Er gaat veel energie zitten in het
                                                                         organisatiegraad. Inhoudelijk is de “mainstream” van de
rondpompen van bestaande kennis, zonder dat er veel nieuwe kennis
wordt gegenereerd. Daarom moet worden gestreefd naar de ontwik-          kennisontwikkeling (dat wil zeggen het onderzoek bij de
keling van een waterrijker Nederland zonder nieuwe instituten te
                                                                         35 grote waterkenniscentra) sterk gericht op het fysieke
creëren en zonder reorganisaties van bestaande instellingen. Nieuwe
netwerken bouwen; ICT biedt daartoe nieuwe wegen.                        watersysteem (ca. 60%) en op de fysieke effecten van
                                                                         beheersmaatregelen (ca. 25%). Sociale en bestuurlijke
Verslag conferentie “Kennisstromen in waterland”
                                                                         aspecten krijgen bij deze kenniscentra relatief weinig
                                                                         aandacht (afbeelding 4).
                                                                                                                     systeem
                                                                                                                     bestuur
                                                                                                                     systeem-bestuur
                                                                                                                     systeem-maatschappij
                                                                                                                     integraal waterbehee
                                                                          Afbeelding 4. Inhoudelijke oriëntatie kennisinfrastructuur
30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
De vier in hoofdstuk 5 genoemde prioritaire kennisthema’s   oriëntatie van het onderzoek, gevoed vanuit meerdere
zijn nog onderbelicht. Er is wel relevante expertise in     beleidsterreinen: interdepartementale aansturing is nodig.
ontwikkeling, maar deze ontwikkeling is nog marginaal:
de prioritaire kennisthema’s zijn nog niet opgenomen in     Ook internationaal is nauwere samenwerking en
de “mainstream” van de kennisontwikkeling. De kern van      afstemming gewenst. Op de internationale watermarkt
de kennisinfrastructuur kent een andere oriëntatie, met     vertoont de Nederlandse kennisinfrastructuur een gefrag-
een accent op de waterketen en het fysieke watersysteem.    menteerd beeld. De meeste instituten hebben wel
Gamma-expertise wordt niet of onvoldoende                   bilaterale samenwerkingsrelaties met buitenlandse kennis-
geïntegreerd, terwijl de geschetste maatschappelijke        centra, maar de onderlinge samenwerking van
verbreding van watervraagstukken een gamma-inbreng          Nederlandse instellingen in het buitenland zou intensiever
wel dringend noodzakelijk maakt.                            kunnen. Het is eerder “ieder voor zich” dan “samen sterk
                                                            in waterwerk” (het motto van het Netherlands Water
Een beperkt aantal kenniscentra en kennisnetwerken, met     Partnership). Hierdoor wordt de Nederlandse water-
name in de “rand” van de watergerichte kennisinfra-         expertise internationaal niet optimaal benut en is ook de
structuur (dat wil zeggen instituten waar water geen “core  vertegenwoordiging in internationale fora en de interna-
business” is) beschikt wel over relevante expertise maar    tionale concurrentiekracht van de kennisinfrastructuur
voor het substantieel oppakken van deze thema’s moeten      sub-optimaal.
“externe” sociaal-psychologisch, milieu-economisch en
juridisch-bestuurskundig georiënteerde instituten bij de    Tenslotte is er een moeizame interactie tussen kennis-
kennisontwikkeling worden betrokken.                        ontwikkeling en de beleids- en beheerspraktijk.
                                                            Beleidsmakers en beheerders denken nauwelijks
De vrij smalle inhoudelijke oriëntatie van de kennis-       structureel na over kennisvragen op langere termijn en
infrastructuur hangt samen met een sterke sectorale en      maken niet altijd optimaal gebruik van beschikbare kennis
branchegewijze kennisontwikkeling. Zowel de program-        voor problemen op de kortere termijn. Daardoor heeft
mering als de financiering van wateronderzoek zijn          veel beleidsonderzoek een ad-hoc karakter.
ingericht naar beleidssectoren (water, landbouw, natuur,    Kennisontwikkeling is vaak meer reactief dan pro-actief,
milieu, ruimte) en naar branches (waterhuishouding,         meer volgend op beleid dan initiërend. Ook meerjaren-
drinkwater, afvalwater, riolering): V&W, LNV, VROM,         onderzoekprogramma’s worden vaak op basis van
VEWIN/KIWA, STOWA en Stichting RIONED. Elke sector en       vigerend beleid op- dan wel bijgesteld. Nieuwe thema-
branche heeft eigen programmastructuren en                  tiseringen en kennisvragen, ingegeven door verwachte
financieringsmechanismen. Sector- en branche-               toekomstige ontwikkelingen, worden niet of vertraagd
overstijgende samenwerking in de aansturing van             geagendeerd en geadresseerd. De paradigmaverschuiving
kennisontwikkeling komt weinig voor en is zeker niet        in beleid en beheer heeft dan ook nog nauwelijks
structureel. De departementale programmering en             doorgewerkt in de kennisontwikkeling (zie afbeelding 4),
financiering van onderzoek is nog teveel verkokerd voor     laat staan dat zij is geïnitieerd en gestimuleerd door de
integrale kennisontwikkeling. Daarbij komt dat verreweg     kennisinfrastructuur. De kennisontwikkeling is overwegend
het grootste deel van het op water gerichte onderzoeks-     volgend op beleidsontwikkelingen in plaats van
budget van de vakdepartementen wordt gealloceerd door       anticiperend op maatschappelijke ontwikkelingen.
het ministerie van V&W (meer dan het tienvoudige van de
financiering door VROM en LNV tezamen). Dit onderzoek       Dit knelpunt geldt ook en vooral voor het fundamentele
is begrijpelijkerwijs gefocust op het fysieke watersysteem. en strategische onderzoek. Juist dit type kennisontwik-
Ruimtelijke ontwikkeling op waterbasis vraagt een bredere   keling beweegt zich vaak los van de praktijk.
                                                                                                                   31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
De analyse die aan de stelling ten grondslag ligt wordt wel
                                                                      Er zijn bijvoorbeeld weinig kennisnetwerken waarin
onderschreven: veel instituten, beperkte samenwerking en een kennis-
infrastructuur die over het geheel genomen de verkeerde (bèta-)vragen universitaire of para-universitaire instituten samen met
beantwoordt. De kennisinfrastructuur moet inderdaad veranderen. Er
                                                                      beheersinstanties zijn vertegenwoordigd. Dit bemoeilijkt
zijn echter ook andere oplossingen denkbaar dan een nieuw netwerk:
bestaande netwerken uitbreiden? allianties aangaan met netwerken      de benutting van wetenschappelijke vernieuwingen,
buiten de watersector (bijvoorbeeld KING, NIDO)? een nieuw integraal  terwijl praktische innovaties niet fundamenteel worden
‘delta’-instituut (a+b+g) vormen? andere financieringsmechanismen van
kennisontwikkeling om bestaande machtsverhoudingen te doorbreken?     uitgediept. Ook wetenschappelijk onderzoek heeft baat bij
                                                                      vraagstellingen die vernieuwend zijn en maatschappelijke
Verslag conferentie “Kennisstromen in waterland”
                                                                      relevantie hebben. Praktische watervraagstukken kunnen
                                                                      zeer inspirerend zijn voor fundamenteel-strategisch
                                                                      onderzoek en innovatieve kennisvragen genereren.
                                                                      Dit potentieel van de waterbeheerspraktijk wordt nu
                                                                      onvoldoende benut. Er is onvoldoende participatie van
                                                                      maatschappelijke actoren in de kennisontwikkeling.
                                                                      Resumerend, de belangrijkste kenmerken van de
                                                                      watergerelateerde kennisinfrastructuur, die in deze
                                                                      verkenning naar voren komen, zijn:
                                                                      •   De sectorgewijze opstelling van de kennisinstellingen;
                                                                      •   De aansturing door afzonderlijke departementen;
                                                                      •   De sterk technologische inslag (vooral van de “echte”
                                                                          waterinstituten, ressorterend onder V&W);
                                                                      •   De afstand tussen de kennisinstellingen enerzijds en
                                                                          het beleid en de praktijk anderzijds.
32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                                                        33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                         Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Een belangrijke bottleneck in de kennisinfrastructuur is de geringe
actiegerichtheid van onderzoek. Onderzoek is te weinig ingebed in een     7. Focus: naar adequate
beleidscontext. Een betere positionering van de kennisontwikkeling is
                                                                                 kennisontwikkeling
dringender dan het aangeven van nieuwe inhoudelijke kennisvragen.
Onderzoek moet ertoe doen: wat gaan we anders doen dan voorheen
op basis van de uitkomsten?                                               De voorgaande analyse heeft een aantal knelpunten in de
                                                                          watergerichte kennisinfrastructuur belicht. Het adequaat
Interview Dr.ir. M.C.H. Wagemans - Ministerie van LNV en Ir. G.C. van
Wijnbergen, Zuiveringschap Limburg                                        oppakken van de prioritaire kennisthema’s voortkomend
                                                                          uit het nieuwe paradigma vergt een andere wijze van
                                                                          kennisontwikkeling en daaraan gekoppelde veranderingen
                                                                          in de werkwijze van de kennisinfrastructuur. Op basis van
                                                                          discussies in het kader van de verkenning en in aansluiting
                                                                          op nieuwe concepten van kennisontwikkeling laten de
                                                                          verschillen tussen het oude en het nieuwe paradigma zich
                                                                          karakteriseren wegens tabel 2:
                                                                       Water keren                        Water accommoderen
                                                        Dominante      Technisch                          Maatschappelijk
                                                        invalshoek
                                                        Kennis-        Lineair:                           Interactief:
                                                        ontwikkeling   onderzoeksprogrammering            learning-by-doing
                                                                       Mono-disciplinair                  Multi- en transdisciplinair
                                                                       Exclusief wetenschappelijk:        Inclusief ervaringskennis:
                                                                       codified knowledge                 tacit knowledge
                                                        Kennis-        Departementale                     Nationaal stimuleringsplatform
                                                        infrastructuur beleidskokers
                                                                       (Rijks)Instituten                  Regionale innovatienetwerken
                                                                       Instituutsfinanciering             Probleemgestuurde financiering
                                                                           Tabel 2.    Verschillen in kennisontwikkeling tussen
                                                                                       “water keren” en “water accommoderen”
                                                                          ”Ruimte voor water” vraagt om kennis vanuit verschillende
                                                                          disciplines (technisch- én maatschappij-wetenschappelijk),
                                                                          die samenhangend wordt benut in de context van interactieve
                                                                          planvormingsprocessen. In tegenstelling tot de traditionele
                                                                          technische kennisvragen zijn de maatschappelijke vragen vaak
                                                                          contextspecifiek. Dit betekent dat kennisontwikkeling niet
                                                                          lineair en “top-down” kan worden geprogrammeerd (identi-
                                                                          ficatie kennisthema’s uitwerking tot kennisvragen
                                                                          uitbesteding aan kenniscentra oplevering resultaten
                                                                          implementatie in de praktijk) maar interactief moet zijn:
                                                                          co-productie van kennis(vragen) door “vragers” en
                                                                          “aanbieders” gezamenlijk rond strategische projecten
                                                                          (learning by doing). Daarbij zijn vele disciplines en actoren
                                                                          betrokken, niet alleen wetenschappelijke maar ook
34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
bestuurlijke en maatschappelijke kringen (trans-
disciplinariteit). Kenmerkend voor de gewenste wijze van
kennisontwikkeling is de creatieve interactie tussen kennis-
dragers met uiteenlopende achtergronden, zoals
watermanagers en ruimtelijke planners, beleidsmakers en
onderzoekers, technische en sociale wetenschappers, publieke
en private partijen. Zonder een dergelijke brede interactie,
met inbreng van nieuwe en uiteenlopende percepties, zullen
de noodzakelijke verbreding en vernieuwing in het
waterbeheer niet of nauwelijks van de grond komen.
Het vormen van nieuwe kennis- en innovatienetwerken vergt
gezamenlijke actie van drie partijen: kenniscentra
(onderzoeksinstituten en opleidingscentra), financiers van
kennisontwikkeling en gebruikers van kennis (afbeelding 5).
           tra
         en                            fin
      isc                                 an
    nn           innovatie-                 cie
  ke                                          rs
                 netwerken
                 gebruikers
Afbeelding 5. Partners in innovatie en kennisontwikkeling
De conclusie uit het voorgaande is dat naast de
inhoudelijke kennisagenda ook en vooral het functioneren
van de watergerelateerde kennisinfrastructuur toe is aan
herziening. Aanpassingen in de werkwijze van de kennis-
infrastructuur hebben de eerste prioriteit, aangezien deze
noodzakelijk zijn om de nieuwe kennisthema’s (beleving
van water, waarde van water, participatieve planvorming
in het waterbeheer en interbestuurlijk management van
water en ruimte) adequaat te kunnen oppakken. De
geschetste wijze van kennisontwikkeling kan bovendien
leiden tot het agenderen van andere vernieuwende
kennisthema’s, naast de vier hier genoemde.
                                                                          35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                          Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
De uitdaging ligt ook niet in het opstellen van een pasklare
onderzoeksagenda. De relevante kennis is vaak situationeel bepaald.    8. Acties: groeimodel
Kennislacunes zullen eerst in (deel)projecten zichtbaar worden. De
                                                                             voor verandering
benodigde kennis zal op dat locaal-regionale niveau ontwikkeld
moeten worden: “kennisontwikkeling in context”; ‘toegepaste
wetenschap’ (top-down) bestaat niet.                                   Deze andere werkwijze van de watergerelateerde kennis-
                                                                       infrastructuur vergt een cultuurverandering en het opdoen
Brainstormsessie “Vernatting van de ruimtelijke inrichting”
                                                                       van ervaringen met nieuwe, meer interactieve en inter-
                                                                       disciplinaire wijzen van kennisontwikkeling. Bovendien is
Een andere wijze van aansturing is nodig. Een belangrijk middel
                                                                       het essentieel dat de interdepartementale opgaven die uit
daarbij zijn de financieringsstromen. Zie de aanpak van EZ, dat voor
een nieuw geïdentificeerd innovatiegebied standaard ± 80 miljoen       het nieuwe paradigma voortvloeien, ook in de onderzoeks-
gulden vrijmaakt om het gebied een stimulans te geven. Bestaande,      financiering tot uiting komen. Naast het onderzoek dat de
verkokerde financieringsstromen moeten worden gekrompen en
nieuwe, geoormerkte stromen op gang gebracht.                          afzonderlijke departementen bij “hun” instituten
                                                                       financieren, zou een substantieel deel interdepartementaal
Brainstormsessie “Vernatting van de ruimtelijke inrichting”.
                                                                       en probleemgericht moeten worden ingezet bij uiteen-
                                                                       lopende combinaties van instituten. De complexiteit en
In planvormingsprocessen zou meer dan nu gebruikelijk is, aandacht
                                                                       ingrijpendheid van deze veranderingen vergen een proces-
moeten zijn voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht. In veel van
de eerder geïnventariseerde projecten speelt kennisontwikkeling geen   benadering: een groeiproces om geleidelijk een
rol van betekenis meer. Kennis lijkt vooral een signalerende en        verschuiving te realiseren van het oude naar het nieuwe
initiërende rol te spelen. Juist bij de uitvoering van projecten komen
echter belangrijke nieuwe kennisvragen naar voren. Veel van deze       paradigma. Dit groeiproces, gericht op het verbreden,
vereiste kennis is dan ook locatiespecifiek, zoals bijvoorbeeld het    verdiepen en verbinden van de kennisontwikkeling in de
verwachte ecologisch succes van ingrepen, de te verwachte hinder van
                                                                       watergerichte kennisinfrastructuur, kan uitmonden in een
muggen en eventuele wateroverlast en de gevolgen voor de hydrologie
in het plangebied. Hiernaast liggen nog er een aantal belangrijke      meer structurele herschikking van budgetten en instel-
kennisvragen op het raakvlak van economie en ecologie, zoals           lingen. De eerste stappen in het groeiproces - hieronder
bijvoorbeeld kennis over de sociaal-economische kosten en baten van
natte natuur, de verenigbaarheid van gebruiksfuncties met natuur-      weergegeven in voorstellen voor actie - ondersteunen en
functies en de ruimtelijke relaties tussen functies.                   versterken initiatieven die her en der reeds opbloeien.
Essay “Naar een waterrijk Nederland”                                   Tijdens het verkenningsproces is gebleken dat deze
                                                                       benaderingswijze breed wordt ondersteund door sleutel-
                                                                       actoren binnen en buiten de waterwereld.
                                                                       Kern van het groeiproces wordt gevormd door een
                                                                       “learning by doing”-benadering in een aantal innovatieve
                                                                       praktijkprojecten met een aanzienlijke kenniscomponent,
                                                                       die zowel qua doelstelling als proces op stroomgebieds-
                                                                       niveau vorm geven aan het nieuwe paradigma “ruimte
                                                                       voor water”. Deze projecten - waarin een breed palet van
                                                                       maatschappelijke organisaties, nationale, regionale en
                                                                       lokale overheden, NGO’s, bedrijven, waterschappen,
                                                                       projectontwikkelaars en kennisinstellingen participeren -
                                                                       vormen de motor van het veranderingsproces van de
                                                                       watergerelateerde kennisinfrastructuur. De projecten zijn
                                                                       grootschalig (regionale schaal, eventueel grensover-
                                                                       schrijdend) en gericht op het combineren van waterrijke
                                                                       gebieden met natuur-, recreatie- en woonfuncties en
36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
waterbeheer. Naast context specifieke kennis leveren deze a. Kennisontwikkeling in innovatieve
projecten vraagstellingen voor het meer fundamenteel-         praktijkprojecten op stroomgebieds-
strategische alpha-, bèta- en gamma-onderzoek.                niveau
Omgekeerd kan de in deze programma’s ontwikkelde          Een krachtig vehikel voor praktijkgerichte kennis-
kennis toepassing vinden binnen de praktijkprojecten.     ontwikkeling over de kokers van departementen, instituten
Bovendien bieden de praktijkprojecten uitgelezen          en disciplines heen zijn grootschalige, innovatieve praktijk-
mogelijkheden voor opleiding en training. Ideeën voor     projecten, waarin de integrale problematiek van
dergelijke innovatieve praktijkprojecten worden           waterbeheer in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling in al
gegenereerd in “kweekvijvers”, waarin uiteenlopende       haar facetten aan de orde is. Het regionale schaalniveau is
partijen samen werken aan langetermijnvisies en           het meest geschikt voor dergelijke praktijkprojecten.
innovatieve concepten op het gebied van water en ruimte.  Dit niveau spoort het best met de schaal van watersystemen
                                                          (“stroomgebieden”) en regionaal zijn er uitgesproken
Om de gewenste omslag in de watergerelateerde kennis-     probleemeigenaars c.q. belanghebbenden, in tegenstelling
infrastructuur op gang te brengen worden de volgende      tot nationaal. Enkele voorbeelden van mogelijke projecten
samenhangende strategische acties voorgesteld             zijn “het Blauwe Netwerk”, “Chaining Waters” en “Levende
(afbeelding 6):                                           Berging”. In elk van de genoemde projecten is waterbeheer
a. Kennisontwikkeling in innovatieve praktijkprojecten op nauw gerelateerd aan ruimtelijke ontwikkeling en alle drie
    stroomgebiedsniveau, met nauwe interactie tussen      zijn nog in een pril stadium: nadere uitwerking is nodig,
    onderzoek, beleid en praktijk.                        waarin integrerende kennisvragen zullen worden
b. Strategische onderzoeksprogramma’s (met het oog op     opgeworpen. Daarbij gaat het niet alleen om project-
    het creëren van een robuuste kennisbasis).            gebonden kennis maar ook om projectoverstijgende kennis.
c. Kweekvijver voor nieuwe visies en innovatieve          Ook is veel te leren van een grootschaliger aanpak,
    concepten (met het oog op een toekomstgerichte        bijvoorbeeld op het niveau van het IJsselmeer of het
    oriëntatie van de kennisinfrastructuur).              rivierengebied. Nieuwe praktijkprojecten zijn te
d. Anders opleiden en trainen (met het oog op beschik-    verwachten, mede als uitvloeisel van het advies van de
    baarheid van kennismanagers).                         Commissie Waterbeheer 21e eeuw, de Vijfde nota
                                                          Ruimtelijke Ordening en de Nota Natuur, Bos en Landschap
                                                          21e eeuw. Het is van groot belang dat regionale overheden
                                        anders            en belanghebbenden probleemeigenaars zijn.
  kweekvijver                          opleiden
                                                          De strategische kenniscomponent in deze strategische
                                     en trainen
                                                          praktijkprojecten moet worden versterkt en er moet ruimte
               kennisontwikkeling                         worden gecreëerd voor het experimenteren met nieuwe
                 in innovatieve                           innovatieve concepten en ontwerpen, zowel op het
                praktijkprojecten
                                                          technische als op het bestuurlijke vlak. Uitgangspunt is een
                                                          integrale benaderingswijze van water en ruimte in
                                                          onderlinge interactie tussen de regionale stakeholders.
                   strategische                           De projecten dienen een voorbeeldwerking te hebben.
                   onderzoek-
                                                          Gelet op de aard, de omvang en het gewenste tempo van
                  programma's
                                                          de veranderingen in het waterbeheer - zowel in de planont-
                                                          wikkeling als in de uitvoering - lijkt het reëel om voor deze
                                                          praktijkgestuurde kennisontwikkeling in de komende 5-10
 Afbeelding 6. Voorstellen voor actie in samenhang        jaar een totaal budget van ƒ 150-200 miljoen vrij te maken
                                                                                                                  37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                              Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Onder regie van bijvoorbeeld de provincie en met financiering van de
                                                                       (publiek-publieke en publiek-private financiering). Dit
verantwoordelijke departementen (LNV, VROM, V&W en EZ) zouden
verschillende actoren moeten worden uitgedaagd om concurrerende        budget zou kunnen worden beheerd door een platform
regionale projecten te formuleren. Voor het welslagen ervan is het
                                                                       bestaande uit strategische denkers en doeners met
nodig aan deze projecten een stevige kenniscomponent te koppelen. De
projecten zijn grootschalig (regionale schaal) en zijn gericht op het  verschillende achtergronden: overheden, bedrijven,
combineren van waterrijke gebieden met natuur-, recreatie- en          maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
woonfuncties en waterbeheer omdat gebleken is dat juist deze
projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. De projecten     Kenmerkend voor het platform is een sterke langetermijn-
hebben een eigen projectgroep bestaande uit nationale, regionale en    oriëntatie; een koppeling met de onder c genoemde actie
lokale overheid, waterschappen, maatschappelijke organisaties en
                                                                       (kweekvijver voor innovatieve concepten) ligt voor de hand.
projectontwikkelaars en hebben een eigen budget (orde ƒ 50 mln.
gezamenlijke subsidie van de ministeries LNV, VROM, V&W en EZ).        Het platform heeft ook een informatiefunctie.
Stimuleringssubsidies kunnen worden toegekend op basis van
competitieve inschrijving. Kandidaatprojecten voor zo’n aanpak zijn
bijvoorbeeld een kwaliteitsimpuls voor het Groene Hart (ideeën voor    Veel nieuwe strategieën voor waterbeheer ontwikkelen zich
een waterrijke metropool), waterberging in Noord Holland, natuur en    op het niveau van internationale stroomgebieden. Dat
recreatie in de Vechtstreek of grondwaterstandverhoging in Brabant.
                                                                       impliceert dat kennisontwikkeling met bovenstroomse
Zo’n gerichte stimulering is absoluut nodig om te komen van de
huidige “postzegeltjes” aanpak naar een waarlijk water- en natuurrijk  buurlanden gewenst is. Op het gebied van water en ruimte
Nederland.
                                                                       groeit de samenwerking met de buurlanden in het kader
Essay “Naar een waterrijk Nederland”                                   van INTERREG-III. Internationale verbreding en
                                                                       samenwerking binnen de innovatieve praktijkprojecten
De genoemde regionale projecten moeten niet getrokken worden           moet worden bevorderd. In voorkomende gevallen kan
vanuit de departementen maar vanuit een onafhankelijk bureau op        daartoe tevens een beroep worden gedaan op EU-fondsen.
enige afstand van de overheid. Geen nieuwe onderzoeksinstituten! De
bestaande instituten evolueren en integreren ook: zie DLO, zie RIKZ en
RIZA etc. Op termijn zou een expertisecentrum voor water- en ruimte-   Actie:
beheer kunnen ontstaan.                                                De ministeries van V&W, VROM en LNV stellen een
Interview Prof.dr.ir. P. Vellinga, IVM                                 onafhankelijk platform in voor toekomstgerichte
                                                                       watervraagstukken, met als belangrijkste taken het
                                                                       bevorderen van kennisnetwerken rond strategische
                                                                       praktijkprojecten en het agenderen van strategische
                                                                       watervraagstukken. Essentieel is dat gamma- en bèta-
                                                                       inbreng een gelijkwaardige positie krijgen op alle niveaus,
                                                                       zowel in de besluitvorming over als in de uitvoering van de
                                                                       projecten. Om de transitie naar een probleemgerichte
                                                                       werkwijze - zoals hierboven geschetst - te versnellen,
                                                                       stellen de departementen een gezamenlijk aanvullend
                                                                       kennis- en innovatiebudget beschikbaar, bijvoorbeeld uit
                                                                       ICES/KIS. Het toevoegen van een “waterpoot” aan het
                                                                       Expertisecentrum Meervoudig Ruimtegebruik (Habiforum),
                                                                       dat deel uitmaakt van ICES/KIS-2 met een mogelijk vervolg
                                                                       in ICES/KIS-3, zou een goede optie kunnen zijn om een
                                                                       snelle start te maken.
                                                                       b. Strategische onderzoekprogramma’s
                                                                       Om een robuuste kennisbasis te creëren voor het voeden
                                                                       van de innovatieve praktijkprojecten is een strategische
38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
kennisimpuls nodig, gericht op de in hoofdstuk 5              een substantiële verschuiving van input- naar output-
genoemde prioritaire thema’s:                                 financiering aan te brengen. Gezien het multidisciplinaire
•    de beleving van water;                                   karakter van de waterproblematiek dient output-
•    de waarde van water;                                     financiering ook de samenwerking te bevorderen tussen
•    participatieve planvorming in het waterbeheer;           de watergerichte kenniscentra en gamma-instituten uit de
•    interbestuurlijk management van ruimte en water.         “rand” van de watergerelateerde kennisinfrastructuur.
Deze kennisthema’s lopen parallel aan die in het GAMIN-
programma, een interdepartementaal gefinancierd               Actie:
NWO-programma gericht op het versterken van gamma-            De ministeries van V&W, VROM en LNV belasten het onder
kennis in milieu- en natuuronderzoek. De strategische         actie a genoemde platform met de taak om strategische
kennisontwikkeling moet daarbij worden geënt op               bèta/gamma-onderzoekprogramma’s te initiëren voor de
vraagstukken die zich voordoen in de praktijkprojecten;       bovengenoemde kennisthema’s en eventuele andere
integrale kennisontwikkeling komt niet tot stand in           kennisthema’s, die voortkomen uit de “learning by doing”-
“ivoren torens”. Op basis van ervaringen in de praktijkpro-   projecten. Voor dit doel kan een deel van het onder actie a
jecten kunnen ook strategische onderzoekprogramma’s           genoemde budget worden gebruikt.
worden geïnitieerd voor andere dan de hier genoemde
kennisthema’s.                                                b. Kweekvijver voor nieuwe visies en
                                                                  innovatieve concepten
Versterking van de prioritaire kennisthema’s vergt            Naast praktijkgerichte innovatieprojecten en
allianties van kenniscentra in de watergerichte kennis-       fundamenteel-strategische onderzoekprogramma’s is een
infrastructuur met “externe” gamma-instituten. Binnen         investering nodig in de ontwikkeling van nieuwe visies en
diverse gamma-disciplines is relevante kennis beschikbaar     ideeën op het gebied van ruimte en water, met een
die geïntegreerd moet worden met de bèta-expertise ten        tijdshorizon van 20 tot 50 jaar. Deze langetermijn-
aanzien van waterbeheer. Het inbrengen van gamma-             verkenningen kunnen de nodige nieuwe impulsen geven
expertise in bèta-instituten alléén leidt niet tot werkelijke aan de praktijkprojecten en de onderzoeksprogramma’s.
integratie; multidisciplinaire samenwerking tussen            Denkers en doeners afkomstig uit kringen van overheden,
instituten is nodig.                                          bedrijfsleven, maatschappelijke groeperingen en kennisin-
                                                              stellingen komen in wisselende samenstellingen bijeen om
Parallel aan deze beweging vanuit de kenniscentra kan         toekomstgerichte visies en ambities op het gebied van
heroriëntatie van de kennisontwikkeling belangrijk            water en ruimte te ontwikkelen. Als aanjager van de
worden gestimuleerd door financiers van onderzoek.            hiervoor noodzakelijke processen, dient een kleine
Nodig is een structurele interdepartementale financiering     faciliteit in het leven te worden geroepen. Indien mogelijk
van kennisontwikkeling voor waterbeheer en ruimtelijke        moet hiervoor aansluiting worden gezocht bij bestaande
ontwikkeling, met name door V&W, VROM en LNV. Zonder          structuren zoals sectorraden.
doorbreking van departementale scheidsmuren komt
integrale kennisontwikkeling niet tot stand. Dit impliceert   Actie:
herprioritering en herallocatie van reguliere onderzoeks-     V&W, VROM en LNV belasten het onder acties a en b
programma’s en onderzoeksbudgetten. Het accent zou            genoemde platform met het stimuleren van de
moeten verschuiven van financiering van de eigen              ontwikkeling van nieuwe visies en innovatieve concepten
(rijks)instituten naar interdepartementale financiering van   op het gebied van ruimte voor water. Hiervoor wordt
kennisontwikkeling in relatie tot integrale projecten. In de  tevens een beperkt deel van het onder a genoemde
onderzoeksbekostiging dienen de betrokken ministeries         budget gereserveerd.
                                                                                                                   39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                             Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Er is behoefte aan transdisciplinaire kennis. Voor de ontwikkeling
daarvan zijn regisseurs van netwerkstructuren nodig: mensen met een
                                                                          d. Anders opleiden en trainen
brede visie, die “meertalig” zijn (verschillende vakgebieden “verstaan”   Veel watervraagstukken worden steeds complexer
en de culturen kennen), die gezag in de vakwereld(en) hebben, en die
                                                                          vanwege de raakvlakken met onder andere ruimtelijke
creativiteit bij jongere mensen kunnen onderkennen en weten te
activeren. De grote vraag is hoe aan dat soort mensen te komen. Alleen    ordening, bestuurlijke besluitvorming en gedrag van
op basis van ervaring (60-plussers) of kunnen ze ook worden opgeleid?     mensen. Om de hierboven geschetste integrale
Minstens 90% van de hoger opgeleiden hoeft geen regisseur te zijn
maar hoe kom je aan die 1-10%? Door een praktijkopleiding te              benaderingswijze in de praktijk te kunnen realiseren,
koppelen aan een wetenschappelijke opleiding? Middels een werkstuk        zijn mensen nodig met een brede visie, die een grondige
en het studeren/werken in een interdisciplinair gezelschap? In ieder
                                                                          kennis van een of meer specialismen koppelen aan
geval niet in een aparte faculteit! Vergelijk milieukunde: ook verworden
tot specialismen. Er valt meer te verwachten van het invlechten van       affiniteit met een breed palet aan culturen en disciplines;
integraliteit in reguliere vakken, en dat op de werkvloer, dus in gesprek van civiele techniek tot internationaal recht, van wiskunde
met de docenten. Dan komen we uit bij een echte (“universele”)
universiteit.                                                             tot sociale psychologie. In wezen gaat het om “T-vormige”
                                                                          kennis en vaardigheden, waarbij de verticale lijn symbool
Interview Prof.dr.ir. J.L.A. Jansen, DTO/KOV en Prof.ir. H. Molenaar, EUR
                                                                          staat voor diepgaande kennis van een bepaald vakgebied
                                                                          en de horizontale lijn vaardigheden in de breedte
                                                                          symboliseert. De huidige specialistische opleidingen op
                                                                          watergebied vormen geen geschikte basis voor het zich
                                                                          eigen maken van deze brede kennis en vaardigheden.
                                                                          Er zijn vele mogelijkheden om die verbreding vorm te
                                                                          geven, van multidisciplinair samengestelde studie- en
                                                                          werkgroepen tot stages en leeronderzoeken over
                                                                          maatschappelijke problemen. Hiervoor zijn verschillende
                                                                          ontwikkelingen binnen het wetenschappelijk onderwijs
                                                                          van belang. Als uitvloeisel van de verlenging van de
                                                                          cursusduur moet voor alle natuurwetenschappelijke
                                                                          opleidingen een maatschappelijke afstudeervariant
                                                                          worden ontwikkeld. De waterproblematiek biedt hiervoor
                                                                          tal van aanknopingspunten. Goede mogelijkheden zijn ook
                                                                          te vinden binnen een major-minor-model. Daarbij is het
                                                                          wel van belang om de major en minor goed op elkaar af te
                                                                          stemmen. Een inspirerend voorbeeld van een geïnte-
                                                                          greerde combinatie kan gevonden worden in de opleiding
                                                                          civiele techniek van de Universiteit Twente waar een
                                                                          bestuurskundig minor is toegesneden op een civiel-
                                                                          technisch major. Wat de UT hier doet op het gebied van
                                                                          bouwprocessen, is binnen verschillende universiteiten ook
                                                                          mogelijk voor het waterbeheer. Daarbij gaat het niet
                                                                          alleen om technisch gerichte majors met een daarop
                                                                          afgestemde aanvulling in de juridische, economische,
                                                                          geneeskundige of gedragswetenschappelijke richting.
                                                                          Het gaat evenzeer om gamma-majors met een daarop
                                                                          toegesneden technisch minor. Interessante mogelijkheden
40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
voor verbreding van de opleiding kunnen ook ontstaan als
binnen het hoger onderwijs verder invulling wordt
gegeven aan een “bachelors-masters” opzet. Analoog aan
het major-minor-model valt te denken aan een combinatie
van een “bachelor” en “master” uit verschillende
vakgebieden.
Behalve voor studenten dienen ook voor de werkenden op
het terrein van ruimte en water faciliteiten voor training
en opleiding te worden gecreëerd. Voor beide groepen
kunnen de eerder genoemde praktijkprojecten een nuttige
leerschool vormen.
Actie:
De universiteiten, in het bijzonder de sociale en technische
faculteiten, zouden (regionale) watervraagstukken in
binnen- of buitenland moeten opnemen als aandachts-
gebied en keuzemogelijkheid in interfacultaire
leertrajecten. Dit geldt zowel voor het initiële als het post-
academische onderwijs. Het platform kan daarbij een
stimulerende rol vervullen.
                                                                        41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>              Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                             Bijlage 1.
                                             Aanpak van de
                                             verkenning
                                             Kader en doel
                                             De Verkenning “Over stromen - Kennis- en innovatie-
                                             opgaven voor een waterrijk Nederland” is een gezamenlijk
                                             initiatief van de NRLO (Nationale Raad voor
                                             Landbouwkundig Onderzoek), de AWT (Adviesraad voor
                                             het Wetenschaps- en Technologiebeleid) en de RMNO
                                             (Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek). Doel van
                                             deze verkenning is:
                                             a. De identificatie van prioritaire kennis- en innovatie-
                                                 thema’s voor integraal waterbeheer; waar liggen de
                                                 grote vraagstukken nu en in de toekomst en welke rol
                                                 zou het onderzoek moeten spelen om deze issues
                                                 verder te brengen?
                                             b. De ontwikkeling van voorstellen voor noodzakelijke
                                                 veranderingen in de kennisinfrastructuur op het gebied
                                                 van water en hieraan gerelateerde vraagstukken;
                                                 hoe moet het onderzoek worden georganiseerd en hoe
                                                 verhoudt zich dat tot de huidige situatie?
             februari                                                       projectplan
             april/juli                                                     interviews
          september                                                         brainstormsessies
                                                                            per thema
   oktober/december                                                         essays + inventarisatie
  1999                                                                      kennisinfrastructuur
  2000
             februari                                                       conferentie
            april/mei                                                       discussies in raden
                  juni                                                      eindrapport
42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Proces                                                        Discussies in de raden
                                                              In april en mei zijn concept-versies van het verkennings-
Interviews                                                    rapport en het advies besproken in de raden. Tevens is het
De verkenning is gestart in april 1999 en afgerond in juni    draagvlak voor de voorgestelde acties gepeild bij de meest
2000. In de maanden april en mei 1999 is gewerkt aan een      betrokken ministeries.
voorlopige identificatie van kennis- en innovatiethema’s.
Hiervoor is een interviewronde gehouden onder de leden        Klankbordgroep
van de klankbordgroep. De uitkomsten van deze
interviews zijn gecomprimeerd tot een zestal thema’s op       Ir. J. van der Vlist (voorzitter) Hoogheemraadschap
de raakvlakken van de drie kernelementen van integraal                                          USHN
waterbeheer: maatschappij; fysieke systeem; en                Prof.dr.ir. C. van den Akker      TU Delft
bestuur/organisatie. In juni en juli 1999 zijn de zes thema’s Mr. C.N. de Boer                  Natuurmonumenten
getoetst in een interviewronde met organisaties van           Drs. F.A. Eybergen                Ministerie van OCenW
watergebruikers: ANWB, LTO Nederland, Shell, Unilever,        Ir. J. Faber                      Arcadis (tot 1 juni 1999)
Stichting Reinwater, Stichting Waterpakt, VEWIN en WNF.       J.J. Feenstra                     Tweede Kamer
De teksten van de interviews zijn opgenomen in het            Prof.dr. P. Glasbergen            Universiteit Utrecht
achtergronddocument*.                                         Prof.dr.ir. J.L.A. Jansen         DTO/KOV
                                                              Ir. H.W. Kamphuis                 RPD
Brainstormsessies en essays                                   B.J. Krouwel                      Rabobank Nederland
In augustus en september 1999 is over elk van de zes          Ir. A.B. van Luin                 Ministerie van V&W
thema’s een brainstorm met enkele deskundigen georga-                                           (tot 1 maart 2000), EMR
niseerd. In deze bijeenkomsten is de basis gelegd voor een    Prof.ir. H. Molenaar              EUR
nadere uitwerking van de verschillende thema’s in vijf        Mw. ir. A.G. Nijhof               Ministerie van OCenW (tot
essays. Een neerslag van de discussie is te vinden in het                                       1 juli 1999), RPD
achtergronddocument*.                                         Prof.dr. A.J.M. Smits             Rijkswaterstaat Oost / KUN
                                                              Dr. J.-P.R.A. Sweerts             Rabobank Nederland
Inventarisatie kennisinfrastructuur                           Prof.dr.ir. P. Vellinga           IVM
In oktober 1999 is tevens gestart met een inventarisatie      Dr.ir. M.C.H. Wagemans            Ministerie van LNV
van de kennisinfrastructuur voor integraal waterbeheer in     Ir. G.C. van Wijnbergen           Zuiveringschap Limburg
Nederland, gericht op het vaststellen van het kennispo-       Dr. A.N. van der Zande            ALTERRA Research Instituut
tentieel voor de innovatiethema’s. De inventarisatie is
opgenomen in het achtergronddocument*.                        Projectteam
Conferentie                                                   Drs F. Duijnhouwer (RMNO, vanaf 1 januari 2000)
Het spanningsveld tussen kennisopgaven en het kennispo-       Dr. H. Snijders (AWT, vanaf 1 september 1999)
tentieel is aan de hand van stellingen besproken met de       Mw. Drs. M.A.H. Soeters (RMNO, tot 1 januari 2000)
stakeholders tijdens de conferentie “Kennisstromen in         Dr.ir. C.M. Vos (AWT, tot 1 september 1999)
waterland” op 2 februari 2000. Deze conferentie heeft         Dr.ir. J.G. de Wilt (NRLO; projectleider)
aanzetten opgeleverd voor concrete acties. Een neerslag       Dr.ir. J. Wisserhof (KUN; projectsecretaris, gedetacheerd bij
van de discussie is te vinden in het achtergronddocument*.    NRLO)
* Zie bijlage 3
                                                                                                                       43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                  Bijlage 2.
                                  Deelnemers aan de
                                  verkenning
                                  Projectteam
                                  (zie bijlage 1)
                                  Klankbordgroep
                                  (zie bijlage 1)
                                  Interviews
                                  Maatschappelijke organisaties
                                  Mr. C.N. de Boer             Natuurmonumenten
                                  A. Finkers                   ANWB
                                  Dr. L. de Jong               WNF
                                  Ir. M.L. de Rooy             Stichting Reinwater
                                  Ing. W.H. Streekstra         LTO Nederland
                                  Ir. J. de Wit                Stichting Waterpakt
                                  Bedrijven
                                  Dr. C. Dutilh                Unilever Milieuzaken
                                  Ir. J. Faber                 Arcadis Heidemij Advies
                                  Ir. R.H.F. Kreutz            VEWIN
                                  B.J. Krouwel                 Rabobank Nederland
                                  Dr. C.H. Smit                Shell Global Solutions
                                  Dr. J.-P.R.A. Sweerts        Rabobank Nederland
                                  Overheden
                                  Drs. F. Eybergen             Ministerie van OCenW
                                  J.J. Feenstra                Tweede Kamer, PvdA
                                  Prof.mr. A. van Hall         Waterschap Eemszijlvest /
                                                               Universiteit Utrecht
                                  Ir. H.W. Kamphuis            Ministerie van VROM - RPD
                                  Ir. A.B. van Luin            Ministerie van V&W - RWS
                                  Prof.dr. A.J.M. Smits        Rijkswaterstaat Oost / KUN
                                  Dr.ir. M.C.H. Wagemans       Ministerie van LNV -
                                                               Directie Zuid
                                  Ir. G.C. van Wijnbergen      Zuiveringschap Limburg
                                  Kennisinstellingen
                                  Prof.dr.ir. C. van den Akker TU Delft
44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Prof.dr. A.G.J. Dietvorst   Wageningen UR              Conferentie “Kennisstromen in
Prof.dr. P. Glasbergen      Universiteit Utrecht       Waterland”
Prof.dr.ir. J.L.A. Jansen   DTO/KOV
Prof.ir. H. Molenaar        EUR                        Ir. G.W. Ardon             Ministerie van VROM
Prof.dr.ir. P. Vellinga     IVM                        Jhr.ir. A.J.H. de Beaufort De Beaufort Consult
Dr. A.N. van der Zande      ALTERRA Research Instituut Prof.ir. E. van Beek       WL
                                                       Ir. A.R. van Bennekom      RIZA
Brainstormsessies prioritaire kennis-                  Mw.dr. H.M. de Boois       RLG Gebied
en innovatiethema’s                                    Dr. H.M. de Boois          NWO
                                                       Ir. J.A. Boswinkel         TNO
Beleving van water                                     Dr. J.J. Bouma             EUR
Dr. J.F. Coeterier          ALTERRA Research Instituut Ir. A.H.M. Bresser         RIVM
Mw. M. Kers                 Publiciste                 Dr. J.F. Coeterier         ALTERRA Research Instituut
Dr. J. Lengkeek             Wageningen UR              Drs. W.D. Denneman         KIWA
                                                       Drs. F.J. Duijnhouwer      RMNO
Sociaal-economische betekenis van water                G. van Ee                  TAUW B.V.
Dr. J.J. Bouma              EUR                        Drs. F.A. Eybergen         Ministerie van OCenW
Prof.dr. W. Hafkamp         EUR                        Ir. J. Faber               Arcadis
Mw. ir. P.J.G.J. Hellegers  LEI                        Dhr. A. Finkers            ANWB
Prof.dr. H.L.F. Saeijs      EUR                        Drs. H.J. Gastkemper       Stichting Rioned
Prof.dr.ir. H.H.G. Savenije IHE                        Ir. G.D. Geldof            TAUW B.V.
                                                       Mw. A. de Gier             KNAW
Vernatting van de ruimtelijke inrichting               Mw. ir. M.E.A. van Gijsen  ALTERRA Research Instituut
Ir. M. Schenk               NEXT architects            Drs. H. Goosen             IVM
Dr. S.P. Tjallingii         ALTERRA Research Instituut Dr. J. Grin                UvA
Prof.dr.ir. P. Vellinga     IVM                        Dr. H. Hetsen              NRLO
                                                       J.R. Hoekstra              CLM
Beheer van waterkringlopen                             Dhr. P. Holdert            Stichting LWI
Ir. P.A.E. van Erkelens     Waterschap Regge en        Ir. M.A. Hofstra           Ministerie van V&W
                            Dinkel                     Drs. J.T.M. Houweling      Stichting Reinwater
Ir. K.J. Hoogsteen          WMD                        V. Hunnik                  Ministerie van LNV
Dr. P.T.J.C. van Rooy       Accanto BV                 Prof.dr.ir. J.L.A. Jansen  DTO/KOV
Dr.ir. M.J. van der Vlist   RIZA                       Mw. M. Kers                Publiciste
                                                       Drs. J.A.G. van Kleef      Van Kleef Milieuadvies
Betrokkenheid van burgers in het waterbeheer           Ir. R. Klomp               WL
Ir. G.D. Geldof             TAUW B.V./UT               Drs. R. Koopmans           RMNO
Prof.dr. C.M.J. van Woerkum Wageningen UR              Ir. R.H.F. Kreutz          VEWIN
                                                       B.J. Krouwel               Rabobank Nederland
Rol van de markt                                       Ir. J.M.J. Leenen          STOWA
Ing. A.A.L. van Kessel      NUON                       Dr. J. Lengkeek            Wageningen UR
Dr. J.-P.R.A. Sweerts       Rabobank Nederland         Ir. A.B. van Luin          Ministerie van V&W
E.H. Togtema                Waterschap Friesland                                  (tot 1 maart 2000), EMR
                                                                                                        45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                  Drs. T. Lycklama à Nijeholt Stichting Reinwater
                                  Prof.ir. H. Molenaar        EUR
                                  Mw. C. Ramakers             RPD
                                  Dr. P.T.J.C. van Rooy       Accanto B.V.
                                  Ir. H.K.A. Rotermundt       NUON
                                  Ir. R. Ruijtenberg          Provincie Noord-Brabant
                                  F. Rutgers                  RIZA
                                  Prof.dr. H.L.F Saeijs       EUR
                                  Prof.dr.ir. H.H.G. Savenije IHE
                                  Dr. H. Snijders             AWT
                                  Dr. H. Speelman             TNO
                                  Ing. W.H. Streekstra        LTO
                                  Prof.ir. J. Stuip           Stichting CUR
                                  Ir. J.L. Terwey             Raadgevend
                                                              Ingenieursbureau
                                  Mw. dr. V.C.M. Timmerhuis   AWT
                                  E.H. Togtema                Waterschap Friesland
                                  Prof.dr.ir. P. Vellinga     IVM
                                  Prof.dr.ir. B.P.Th. Veltman AWT
                                  Dr.ir. A.P. Verkaik         NRLO
                                  Ir. J. van der Vlist        USHN
                                  Dr.ir. M.J. van der Vlist   RIZA
                                  Dr.ir. M.C.H. Wagemans      Ministerie van LNV
                                  Ir. G.C. van Wijnbergen     Zuiveringschap Limburg
                                  Dr.ir. J.G. de Wilt         NRLO
                                  Dr.ir. J. Wisserhof         KUN
                                  Prof.dr. C.M.J. van Woerkum Wageningen UR
                                  Dr. A.N. van der Zande      ALTERRA Research Instituut
                                  W.P.C. Zeeman               Dienst Landelijk Gebied
                                  Ir. P. Ziel                 Bureau Zandvoort Ordening
                                                              & Milieu
                                  Ir. J. Zonderland           Ministerie van LNV
                                  Ir. F.N. Zwart              Ministerie van LNV
46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Bijlage 3.                                                       Brainstormsessies over kennis- en innovatiethema’s:
                                                                 •   Beleving van water
                                                                 •   Sociaal-economische betekenis van water
Inhoud achtergrond-
                                                                 •   Vernatting van de ruimtelijke inrichting
document
                                                                 •   Beheer van waterkringlopen
In een apart achtergronddocument bij dit hoofdrapport            •   Betrokkenheid van burgers in het waterbeheer
zijn de bouwstenen voor de verkenning gepubliceerd. Dit          •   Rol van de markt
document bestaat uit drie delen.                                 De deelnemers aan de verschillende sessies worden
                                                                 genoemd in bijlage 2.
Deel 1.
Vijf essays                                                      Conferentie:
1. De culturele en emotionele betekenis van water -              “Kennisstromen in Waterland” d.d. 2 februari 2000
    J. Lengkeek (Wageningen UR)                                  De deelnemers aan de conferentie worden vermeld in
2. De sociaal-economische betekenis van water                    bijlage 2.
    H.H.G. Savenije (IHE), J.J. Bouma (EUR), W.A. Hafkamp -
    (EUR), H.L.F. Saeijs (EUR/RWS)                               Dit achtergronddocument is verschenen als NRLO-rapport
3. Naar een waterrijk Nederland -                                2000/7, AWT-Achtergrondstudie 18 , RMNO-rapport 148
    H. Goosen (IVM), P. Vellinga (IVM), S.P. Tjallingii (Alterra
    Research Institute)
4. Trendbreuk in Waterland. Omgaan met kennis van
    waterkringlopen -
    P.T.J.C. van Rooij (Accanto B.V.), M.J. van der Vlist (RIZA)
5. Betrokkenheid van burgers in het waterbeheer-
    G.D. Geldof (Tauw/UT), J. Grin (UvA), M. Hajer (UvA),
    C.M.J. van Woerkum (Wageningen UR)
Deel 2.
Inventarisatie Kennisinfrastructuur
Inventarisatie Kennisinfrastructuur Integraal Waterbeheer
(met bijlagen) - J. Wisserhof (KUN)
Deel 3.
Verslagen interviews, brainstormsessies en
conferentie
Interviews:
De geïnterviewde personen, afkomstig van overheden,
bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kennisin-
stellingen worden vermeld in bijlage 2.
                                                                                                                     47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>   Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
                                  Bijlage 4.
                                  Lijst van afkortingen
                                  ANWB     Algemene Nederlandse Wielrijders Bond
                                  AWT      Adviesraad voor het Wetenschaps- en
                                           Technologiebeleid
                                  CLM      Centrum voor Landbouw en Milieu
                                  CUR      Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en
                                           Regelgeving
                                  DGM      Directoraat-Generaal Milieubeheer
                                  DLO      Dienst Landbouwkundig Onderzoek
                                  DTO/KOV Duurzame Technologie Ontwikkeling -
                                           Kennisoverdracht
                                  DWL      Directie Drinkwater, Water en Landbouw
                                  EMR      Expertisecentrum Meervoudig Ruimtegebruik
                                  EU       Europese Unie
                                  EUR      Erasmus Universiteit Rotterdam
                                  EZ       Ministerie van Economische Zaken
                                  GAMIN    Onderzoekprogramma Gamma-kennis in Milieu- en
                                           Natuurwetenschappen
                                  HBO      Hoger Beroepsonderwijs
                                  HW       Hoofdkantoor van de Waterstaat
                                  ICES-KIS Interdepartementale Commissie voor de Economische
                                           Structuurversterking - Kennisinfrastructuur
                                  ICT      Informatie- en Communicatietechnologie
                                  IHE      International Institute for Infrastructural, Hydrolic
                                           and Environmental Engineering
                                  IVM      Instituut voor Milieuvraagstukken
                                  KING     Kennis- en Innovatienetwerk Groene Ruimte
                                  KIWA     Keuringsinstituut voor Waterleidingartikelen
                                  KNAW     Koninlijke Nederlandse Akademie van
                                           Wetenschappen
                                  KUN      Katholieke Universiteit Nijmegen
                                  LEI      Landbouw-Economisch Instituut
                                  LTO      Land- en Tuinbouworganisatie
                                  LNV      Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
                                  LWI      Land Water Milieu Informatietechnologie
                                  NIDO     Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling
                                  NGO      Non-gouvernementele organisatie
                                  NRLO     Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
NWO    Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
       Onderzoek
OCenW  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
PvdA   Partij van de Arbeid
RIKZ   Rijksinstituut voor Kust en Zee
RIONED Stichting Platform Buitenriolering Nederland
RIVM   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RIZA   Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en
       Afvalwaterbehandeling
RLG    Raad voor het Landelijk Gebied
RMNO   Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek
RO     Ruimtelijke Ordening
RPD    Rijksplanologische Dienst
RWS    Rijkswaterstaat
rwzi   Rioolwaterzuiveringsinstallatie
S2N    Strategie van de twee Netwerken
STOWA  Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer
TNO    Nederlandse Organisatie voor Toegepast
       Natuurwetenschappelijk Onderzoek
TU     Technische Universiteit
UR     Universiteit en Research Centrum
USHN   Uitwaterende Sluizen Hollands Noorderkwartier
UT     Universiteit Twente
UvA    Universiteit van Amsterdam
VEWIN  Vereniging van Exploitanten van
       Waterleidingbedrijven in Nederland
VROM   Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
       en Milieubeheer
V&W    Ministerie van Verkeer en Waterstaat
WB21   Waterbeheer 21e eeuw
WL     Waterloopkundig Laboratorium
WMD    Waterleiding maatschappij Drenthe
WNF    Wereld Natuurfonds
WONS   Werkstructuur Onderzoek Natte Sector
                                                                        49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                       Over stromen - Kennis- en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland
Colofon
AW T                                                                                        AWT
 De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) is het adviesorgaan         Javastraat 42
van de regering in Nederland voor het wetenschaps- en technologiebeleid. Binnen het         2585 AP Den Haag
Kabinet worden deze beleidsterreinen gecoördineerd door de Minister van Onderwijs,          Tel 070 - 363 99 22
Cultuur en Wetenschappen (wetenschapsbeleid) en de Minister van Economische Zaken           Fax 070 - 360 89 92
(technologiebeleid). De Raad is aanvankelijk ingesteld bij Wet van 2 november 1990, en      E-mail: Secretariaat@awt.nl
daarna opnieuw bij Wet van 30 januari 1997.                                                 URL: http://www.awt.nl
Taken
 1. Raad heeft tot taak de regering en de Staten-Generaal te adviseren over het te
    voeren wetenschaps- en technologiebeleid in nationaal en internationaal verband,
    daaronder begrepen de wetenschappelijke en technologische informatieverzorging.
 2 De Raad heeft tevens tot taak op het verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur
    en Wetenschappen verkenningen op het gebied van wetenschap en technologie uit
    te voeren, dan wel deze te doen uitvoeren. De Raad stelt de resultaten van deze
    verkenningen in de vorm van rapporten algemeen verkrijgbaar en brengt deze ter
    kennis van de daarvoor in aanmerking komende instellingen op het gebied van
    wetenschap en technologie.
De kern van de adviestaak richt zich op het kennis- en innovatietraject en de ontwikke-
lingen daarvan. De advisering kan ook betrekking hebben op aangelegenheden die
invloed hebben op, dan wel het gevolg zijn van wetenschapsbeoefening en technolo-
gische ontwikkeling.
De leden zijn afkomstig uit de verschillende geledingen (universiteit, bedrijfsleven, e.d.)
van de maatschappij. De leden hebben op persoonlijke titel zitting in de Raad en
vertegenwoordigen geen gevestigde belangen.
NRLO                                                                                        NRLO
De Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) is een denktank, bestaande           Bezuidenhoutseweg 73
uit op vernieuwing gerichte personen uit kennisinstellingen, bedrijfsleven,                 Postbus 20401
maatschappelijke organisaties en overheidsorganisaties.                                     2500 EK Den Haag
                                                                                            Tel 070 378 56 53
De doelstelling van de NRLO is bij te dragen aan vernieuwingen in het kennis- en            Fax 070 378 61 49
innovatiebeleid voor de agrosector, groene ruimte en visserij door middel van               E-mail: m.j.v.schouten@nrlo.agro.nl
strategische toekomstverkenningen. De NRLO fungeert als broedplaats voor systeem-           URL: http://www.agro.nl/nrlo
innovaties.
RMNO                                                                                        RMNO
De Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) is een sectorraad met de taak de         Huis te Landelaan 492,
Regering, i.c. de Ministers van EZ, LNV, OCenW, VROM en V&W te adviseren over               postbus 5306
aangelegenheden betreffende het milieu- en natuuronderzoek op de (middel)lange              2280 HH Rijswijk
termijn. Daartoe ontwikkelt de Raad een visie op onderzoeksbeleid, kennis en kennis-        Tel 070-336 43 00
infrastructuur in verband met milieu en natuurvraagstukken op de (middel)lange termijn      Fax 070-336 43 10
en doet hij voorstellen ter bevordering van de coördinatie en stimulering van het           E-mail: mailto:bureau@rmno.nl
onderzoek.                                                                                  URL: http://www.rmno.nl
De Raad is tripartite samengesteld en bestaat uit vertegenwoordigers afkomstig uit het
beleid, onderzoek en gebruikers van onderzoek (NGO’s).
50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>