<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>49Gewoon doen!?
  Perspectief op de Barcelona-ambitie
  ‘3% BBP voor O&O’
  juni 2002
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  1      Adviesaanvraag                                  5
  2      De Barcelona-ambitie in perspectief             9
  3      Rol van de overheid: aanbevelingen voor beleid 17
  Bijlagen                                              27
3 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1 Adviesaanvraag
  De Europese regeringsleiders hebben op 16 maart 2002 te Barcelona een Europese
  ambitie geformuleerd om de uitgaven voor O&O (onderzoek en ontwikkeling)
  binnen de Unie te doen verhogen in de richting van 3% van het BBP. De letterlijke
  tekst uit de conclusies van de Europese Raad luidt als volgt:
    ‘De Europese Raad stemt er derhalve mee in dat de algemene uitgaven voor O&O
    en innovatie in de Unie verhoogd worden met het doel 3% van het BBP voor 2010
    te benaderen. Tweederde van deze nieuwe investering moet afkomstig zijn uit de
                          1
    particuliere sector.’
  Bij aanvang van de komende kabinetsperiode wil het kabinet een duidelijke visie
  geven op de Nederlandse invulling van deze ambitie. In de aanloop hiernaar hebben
  de Ministers van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
  de AWT per brief d.d. 8 mei 2002 verzocht op korte termijn te adviseren over dit
                 2
  onderwerp. Met dit advies voldoet de AWT aan het verzoek van beide Ministers.
  Preambule: interpretatie van de Barcelona-ambitie
  Vooraf zij opgemerkt dat het besluit van de Europese Raad niet op alle punten
  eenduidig is. Mede naar aanleiding van toelichtende gesprekken met ambtenaren
  van EZ, OCenW en de Europese Commissie, houdt de AWT in dit advies de volgende
  interpretatie aan.
  •   De Europese Raad spreekt over een verhoging van uitgaven voor O&O en
      innovatie. Conform de klaarblijkelijke bedoeling van de Barcelona-ambitie, vat
      de AWT dit op als een streven naar verhoging van de uitgaven voor O&O.
  •   De Europese Raad spreekt van een verhoging van de O&O-uitgaven in de richting
      van 3% van het BBP binnen de Unie. De AWT vat dit zo op dat niet alle lidstaten
      individueel gehouden zijn 3% van hun BBP uit te geven aan O&O. Wel functio-
      neert de 3%-norm als een richtlijn waaraan de lidstaten trachten te voldoen.
  1   Conclusies van het voorzitterschap. Europese Raad van Barcelona,15 en 16 maart 2002. Te down-
      loaden via http://ue.eu.int/nl/info/eurocouncil/. De aangehaalde zinsnede is onderdeel van een
      paragraaf over het opvoeren van inspanningen op het gebied van O&O en innovatie. Zie bijlage 1
      voor de volledige tekst van deze paragraaf.
  2   Zie bijlage 2 voor de volledige adviesaanvraag.
5 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                              •   De Europese Raad heeft uitgesproken dat tweederde van de nieuwe investe-
                                  ringen afkomstig moet zijn uit de particuliere sector. De AWT interpreteert dit
                                  zo dat tweederde van de totale investeringen in O&O in 2010 afkomstig moet
                                  zijn uit de particuliere sector.
                              Feitelijke stand van zaken: O&O-uitgaven in Nederland
                              De Barcelona-ambitie richt zich nadrukkelijk op het verhogen van de uitgaven
                              voor O&O, voornamelijk door de particuliere sector. Voordat de AWT hierover zijn
                              visie geeft, is het zinvol kort de stand van zaken aan te geven voor wat betreft
                              O&O-uitgaven in Nederland.
    O&O-uitgaven zweven al    Tabel 1 geeft een overzicht van de O&O-uitgaven als percentage van het BBP. Uit
          jaren rond 2% BBP   dit overzicht blijkt dat de Nederlandse uitgaven aan O&O relatief stabiel zijn.
                              Afgezien van de lage score in 1981 bewegen die uitgaven zich al jaren rond de
                              2%. Dit patroon is in lijn met de ontwikkelingen in de EU en OESO. Ook daar zijn
                              de uitgaven aan O&O al jaren stabiel met dien verstande dat de uitgaven in de
                              EU 0,1% tot 0,2% lager zijn dan in Nederland, terwijl de uitgaven in de OESO 0,1
                              tot 0,3% hoger zijn dan in Nederland. Er gaapt dus een flinke kloof tussen de hui-
                              dige Nederlandse uitgaven aan O&O en de Barcelona-ambitie van 3%.
                                                                                                   3
                              Tabel 1. O&O-uitgaven als percentage BBP, 1981-1999.
                                                1981          1985           1991           1995          1999
                                 NL             1,78          1,97           1,97           1,99          2,05
                                 EU             1,69          1,87           1,90           1,81          1,86
                                 OESO           1,97          2,28           2,24           2,11          2,21
       In het buitenland zijn Tabel 2 geeft een overzicht van de O&O uitgaven als percentage van het BBP naar
private O&O-uitgaven hoger    de respectievelijke sponsoren: bedrijven, overheid en overigen (semi-publieke
                              fondsen en internationale bronnen). Deze cijfers laten zien dat er in de EU en in
                              de OESO over het algemeen een andere balans bestaat tussen publieke en private
                              O&O-uitgaven dan in Nederland. In het buitenland geeft de private sector
                              aanmerkelijk meer uit aan O&O dan de publieke sector. In Nederland komen de
                              private en publieke uitgaven O&O dichter bij elkaar in de buurt. Realisering van
                              de Barcelona-ambitie betekent voor Nederland dus een dubbele verandering: niet
                              3   Cijfers voor 1981 tot en met 1995 OECD, Science, technology and industry scoreboard: towards a
                                  knowledge-based economy – 2001 edition (Paris, 2001), p. 147. Cijfers voor 1999: OECD, Main
                                  science and technology indicators – volume 2001/2 (Paris, 2001), p. 18.
                            6 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  alleen zouden de totale uitgaven aan O&O aanmerkelijk moeten stijgen (in de
  richting van 3%), maar tevens zou de verhouding tussen publieke en private uit-
  gaven aanzienlijk moeten veranderen (naar een verhouding eenderde – tweederde).
  De conclusie luidt dat vooral de private sector in Nederland een grote slag zou
  moeten maken om de Barcelona-ambitie te realiseren.
                                                                                          4
  Tabel 2. O&O-uitgaven als percentage BBP naar sponsor, 1981-1999.
                       Bedrijven                     Overheid                       Overigen
                 1981     1991 1999           1981      1991 1999            1981      1991 1999
    NL           0,82     0,94     1,02       0,84      0,96     0,73        0,11      0,08     0,30
    EU           0,82     0,99     1,04       0,79      0,78     0,64        0,08      0,13     0,18
    OESO         1,01     1,32     1,39       0,89      0,80     0,65        0,07      0,12     0,17
  4   Cijfers voor 1981 en 1991: OECD, Science, technology and industry scoreboard: towards a knowledge-
      based economy – 2001 edition (Paris, 2001), p. 150. Cijfers voor 1999: OECD, Main science and
      technology indicators – volume 2001/2 (Paris, 2001), p. 18 en 24-25.
7 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>           2              De Barcelona-ambitie in perspectief
                          Alvorens in te gaan op het beleid dat de Nederlandse overheid zou moeten voeren
                          om de Barcelona-ambitie te doen realiseren, hecht de AWT eraan enkele kant-
                          tekeningen te plaatsen bij die ambitie. Hij gaat achtereenvolgens in op de volgende
                          punten.
                          •   De Barcelona-ambitie in het licht van de Lissabon-doelstelling: een bepaald
                              niveau van O&O-uitgaven is geen doel op zich, maar een middel tot innovatie.
                          •   Het gebruik van de 3%-norm als indicator voor O&O: bestaande statistieken
                              miskennen nieuwe ontwikkelingen in O&O.
                          •   Beleidsconcurrentie: nationaal beleid kan op gespannen voet komen te staan
                              met de eveneens gewenste internationalisering van O&O.
                          •   Het realiteitsgehalte van een nationale Barcelona-ambitie: de hoogte van private
                              O&O-uitgaven hangt nauw samen met de sectorstructuur van het bedrijfsleven.
                          De Barcelona-ambitie in het licht van de
                          Lissabon-doelstelling
Barcelona-ambitie is maar Het voornemen om de uitgaven voor O&O binnen de Unie te doen verhogen,
    één van de middelen   moet gezien worden in het licht van de Lissabon-doelstelling om de Europese
                          Unie vóór 2010 te doen uitgroeien ‘tot de meest concurrerende en dynamische
                          kenniseconomie van de wereld die in staat is tot duurzame economische groei
                                                                                                            5
                          met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang’. Die zeer ambi-
                          tieuze ambitie, met een nadrukkelijke koppeling tussen economische en sociale
                          doelen, dient de inzet te vormen van het beleid in de komende jaren. Versterking
                          van het innovatief vermogen van bedrijven kan daaraan een bijdrage leveren,
                          maar vormt niet het enige middel. Verhoging van de arbeidsproductiviteit, onder
                          andere door vermindering van het aantal arbeidsongeschikten, is van vergelijk-
                          baar belang. Verhoging van de O&O-uitgaven levert op haar beurt een bijdrage
                          aan de versterking van het innovatief vermogen van bedrijven, maar is evenmin
                          het enige middel. Innoveren vereist veel meer dan O&O. Geschoold personeel,
                          5   Zie Conclusies van het voorzitterschap: Europese Raad van Lissabon, 23 en 24 maart 2000. Te down-
                              loaden via http://ue.eu.int/nl/info/eurocouncil/.
                        9 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                          nieuwe productiemiddelen, licenties, marketing, software enzovoorts zijn even-
                          eens noodzakelijk om nieuwe producten of diensten met succes in de markt te
                          zetten.
                          Verhoging van de O&O-uitgaven is dus slechts één van de manieren om te werken
                          aan het uiteindelijke doel zoals vervat in de Lissabon-verklaring. Naar de mening
                          van de AWT zijn hieraan twee conclusies te verbinden.
                          •   Om te beginnen moet de Barcelona-ambitie niet verabsoluteerd worden. Een
                              verhoging van de investeringen in O&O kan op zich gewenst zijn, maar het
                              behalen van de 3%-norm moet geen doel op zichzelf worden. De omvang van
                              de investeringen in O&O moet afhangen van de resultaten die daarmee worden
                              beoogd. Het is zaak niet alleen te denken in termen van inputs, maar vooral in
                              termen van outcomes.
                          •   Ten tweede mogen investeringen in O&O niet geïsoleerd worden beschouwd.
                              Alle instrumenten die een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de
                              Lissabon-doelstelling moeten in samenhang worden bezien. Dat geldt in het
                              bijzonder voor de samenhang tussen O&O en innovaties. Zoals gezegd, vormen
                              O&O-uitgaven niet het enige ingrediënt voor innovaties; inspanningen op
                              andere beleidsterreinen zijn eveneens essentieel. De overheid dient deze
                              samenhang goed in het oog te houden. Investeren in O&O ten einde innovatie
                              te stimuleren, is niet effectief als andere essentiële factoren daarbij achterblijven.
                          Kanttekeningen bij het gebruik van 3%
                          O&O-uitgaven als indicator
                          Met het bovenstaande is aangegeven dat het niet om de O&O-uitgaven op zich
                          gaat, maar om het hogere doel dat daarmee gediend wordt. Naast deze strategische
                          afweging, kunnen ook praktische kanttekeningen worden geplaatst bij het gebruik
                          van O&O-uitgaven als indicator voor innovatie: meten we wel wat we willen
                          meten?
O&O verandert van vorm en •   Niet alle onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten binnen bedrijven worden gemeten.
                   inhoud     Bij de samenstelling van O&O-statistieken maken instanties als het CBS en de
                              OESO gebruik van een meetinstrumentarium dat geen recht meer doet aan de
                              huidige O&O-activiteiten binnen bedrijven. Er wordt vooral gekeken naar acti-
                              viteiten die plaatsvinden in bedrijfslaboratoria. O&O-activiteiten worden echter
                              steeds meer verricht binnen andere bedrijfsonderdelen waar ze niet of minder
                              herkenbaar zijn als O&O (denk bijvoorbeeld aan afdelingen new business
                       10 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                               development). Deze ontwikkeling doet zich voor in de maakindustrie, maar
                               ook in de dienstensector. Hierbij wordt ook steeds meer aandacht besteed aan
                               alfa- en gamma-onderzoek. Traditionele O&O-statistieken houden geen gelijke
                               tred met deze ontwikkelingen. Deze kanttekening geldt voor alle landen, maar
                               is voor Nederland van bijzonder belang vanwege het grote aandeel diensten-
                               bedrijven in Nederland.
        Een nieuwe private  •  Onderzoek en ontwikkeling vindt ook buiten bedrijven plaats.
       kennisinfrastructuur    Bij de samenstelling van O&O-statistieken wordt vooral gekeken naar activiteiten
                               die plaatsvinden in bedrijfsverband. Als gevolg van de wens om zich te beperken
                               tot de core-business is O&O de afgelopen jaren steeds meer verplaatst naar
                               externe locaties. Er is sprake van outsourcing naar publieke kennisinstellingen,
                               maar ook naar aparte, vaak nieuwe bedrijven die O&O ten behoeve van andere
                               bedrijven als core-business hebben. Dit kan gezien worden als het ontstaan
                                                                                             6
                               van een nieuw soort private kennisinfrastructuur. Het is twijfelachtig of de sta-
                               tistieken deze private O&O als zodanig (h)erkennen en meetellen.
O&O-uitgaven groeien hard,  •  Veranderingen in de noemer beïnvloeden het O&O-cijfer sterk.
             maar BBP ook      Een kanttekening van een andere dan meettechnische aard, is dat Nederland
                               in de voorgaande jaren een sterkere groei van het BBP heeft gekend dan andere
                               landen. De absolute O&O-uitgaven in Nederland zijn het laatste decennium
                                                                                           7
                               sterk gegroeid met gemiddeld 3,16% per jaar. Maar de sterke toename van
                               het Nederlandse BBP in diezelfde periode maakte dat de gestegen O&O-
                               uitgaven slechts ten dele tot uitdrukking komen in het quotiënt van O&O-
                               uitgaven en het BBP. Deze nuchtere constatering roept het beeld op van een
                               kat die zijn eigen staart najaagt. Het is immers de verwachting en bedoeling
                               dat een verhoging van O&O-uitgaven resulteert in een hoger BBP. Het is derhalve
                               realistischer niet alleen te kijken naar O&O-uitgaven als percentage van het
                               BBP, maar eveneens naar de absolute uitgaven aan O&O.
                              6    Zie D. Jacobs & J. Waalkens, Innovatie2: vernieuwingen in de innovatiefunctie van ondernemingen,
                                   AWT-achtergrondstudie nr.23 (Deventer, 2001), pp. 79-86.
                              7    OECD, Science, technology and industry scoreboard: towards a knowledge-based economy – 2001
                                   edition (Paris, 2001), p. 148.
                        11  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                             Spanning van 3%-norm met verdergaande
                             internationalisering van O&O
                             Innovatie alsook onderzoek en ontwikkeling spelen zich steeds meer af in een
                             internationale context. Dit geldt zeker voor Nederland met zijn open economie.
                             Nederlandse (publieke) kennisinstellingen opereren op een internationale markt:
                             ze werken niet alleen voor ‘Nederlandse’ bedrijven of instellingen. Op hun beurt
                             laten bedrijven hun O&O in toenemende mate uitvoeren in andere landen dan
                             hun moederland. Illustratief hiervoor zijn de grote Nederlandse bedrijven die een
                             steeds groter deel van hun O&O in het buitenland zijn gaan doen (zie tabel 3).
                             En omgekeerd komen er ook steeds meer vestigingen van buitenlandse onder-
                             nemingen in Nederland, die vaak een deel van hun O&O hier beleggen.
                                                                                                                            8
                             Tabel 3. Percentage O&O in Nederland voor diverse bedrijven, 1977 en 2000.
                                                          1977            2000
                                Philips                   50              38
                                Akzo Nobel                61              50
                                Unilever                  25              14
                                DSM                       100             80
                                Shell                     42              37
                                Océ                       99              57
Pas op voor een bekrompen,   In het licht van de Barcelona-ambitie roept deze internationalisering van O&O de
              nationale blik vraag op wat nog als ‘Nederlandse’ O&O is aan te merken. Naar de mening van
                             de AWT is dit een irrelevante vraag, opgeroepen door een fixatie op streefcijfers
                             als de Barcelona-norm. Hij waarschuwt voor een te bekrompen, nationale blik.
                             Indien de Barcelona-ambitie te zeer op nationale niveaus wordt bekeken, kan dit
                             contraproductieve effecten sorteren. De Barcelona-ambitie zal de concurrentie
                             tussen EU-landen onderling verder aanscherpen. Dit terwijl een grotere mate van
                             samenwerking, integratie en coördinatie op het gebied van onderzoek en ont-
                             wikkeling in de EU gewenst is.
                             8   M. Cornet & M. Rensman, The location of R&D in the Netherlands: trends, determinants and policy
                                 (Den Haag, 2001), p. 20.
                         12  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                Nederlandse    Een concreet punt waarop de spanning tussen de Barcelona-ambitie en verder-
  onderzoeksysteem openen      gaande internationalisering van onderzoek zich voordoet, haakt aan bij de (prille)
                      of niet? discussies over geslotenheid, dan wel openheid van het Nederlandse onderzoeks-
                               en innovatiesysteem. Het gaat daarbij over de mate waarin, de manier waarop en
                               het tempo waarin nationale subsidieregelingen kunnen of moeten worden open-
                               gesteld voor buitenlandse deelname. Of de mate waarin en de wijze waarop
                               instellingen als TNO, de GTI’s en TTI’s hun activiteiten internationaliseren, onder
                               andere door te werken voor buitenlandse bedrijven. Een straffe, nationale inter-
                               pretatie van de Barcelona-ambitie zou leiden tot meer afscherming van nationale
                               onderzoeksmarkten. Gezien de verdergaande internationalisering van het onder-
                               zoek acht de AWT dit ondenkbaar. Naar zijn verwachting zal de openstelling van
                               regelingen in de toekomst een prominent vraagstuk worden. Samen met andere
                               partijen dient de Nederlandse overheid hieromtrent een nadere visie te ontwikkelen
                               en experimenten te organiseren. Uiteraard zonder hiermee ver voor de muziek uit
                               te lopen. Nederland kan hierin niet alleen opereren, reciprociteit met andere landen
                               is noodzakelijk.
                               Realiteitsgehalte van de Barcelona-ambitie voor
                               Nederland
Bedrijven hebben een enorm     Om de Barcelona-ambitie waar te maken, zouden de uitgaven aan O&O tot 2010
                   probleem    ieder jaar substantieel verhoogd moeten worden. Dit is een buitengewoon grote
                               opgave gezien het feit dat de totale O&O-uitgaven in Nederland zich al jaren
                               bewegen rond de 2% van het BBP en gezien het feit dat O&O steeds meer plaats-
                               vindt in internationale netwerken. Daarbij zou de grootste inspanning geleverd
                               moeten worden door de private sector. Bij een gelijkblijvend BBP, zouden de absolute
                               O&O-uitgaven van bedrijven tussen 1999 en 2010 moeten verdubbelen. Gelet op
                               het feit dat het BBP het komende decennium waarschijnlijk zal groeien en dat
                               multinationals hun eigen weg zullen volgen, is het evident dat de overige bedrijven
                               voor een enorm probleem staan!
       Private O&O-uitgaven    Of bedrijven te stimuleren dan wel te verleiden zijn tot extra O&O-investeringen
               hangen af van   wordt in sterke mate bepaald door de sector waarin ze opereren. Sommige sectoren
              sectorstructuur  zijn nu eenmaal kennisintensiever en daarmee O&O-intensiever dan andere. Voor
                               Nederland als geheel gaat het derhalve om de vraag of het, gezien onze sector-
                               structuur, in de lijn der verwachtingen ligt dat bedrijven dergelijke extra O&O-
                               investeringen zullen plegen. De AWT is daar uitermate sceptisch over. In vergelijking
                               met andere landen herbergt Nederland weinig bedrijven die grote investeringen
                           13  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                       in O&O kunnen en willen genereren. De maakindustrie, die van oudsher gepaard
                       gaat met veel O&O, is ons land ondervertegenwoordigd. Daarentegen kent
                       Nederland een relatief grote dienstensector – een sector waarin relatief minder
                       O&O omgaat. Dit type sectorverschillen verklaart mede waarom de private uit-
                       gaven aan O&O in Nederland de afgelopen jaren structureel lager zijn geweest
                       dan in andere OESO-landen. Schattingen laten zien dat een kwart tot de helft van
                       de vermeende achterstand in private O&O-uitgaven van Nederland kan worden
                                                                             9
                       verklaard uit zijn afwijkende sectorstructuur. Het is al met al onwaarschijnlijk dat
                       de private sector in Nederland in de nabije toekomst substantieel meer zal gaan
                       uitgeven aan O&O. Laat staan dat die investeringen voldoende zullen blijken om
                       de totale O&O-uitgaven van Nederland in 2010 op te stuwen tot 3% van het BBP.
                       Conclusie: hoe de Barcelona-ambitie te zien
                       In de voorgaande paragrafen zijn enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de
                       Barcelona-ambitie. Deze kanttekeningen leiden de AWT tot de conclusie dat het
                       voornemen om in 2010 3% van het BBP te besteden aan O&O niet te letterlijk
                       moet worden nagestreefd. De overheid dient dit voornemen steeds te relateren
                       aan de bredere Lissabon-doelstelling. Verhoging van O&O-uitgaven is daarbij
                       slechts één van de middelen. Daarnaast is enige scepsis bij het gebruik van de tra-
                       ditionele O&O-indicatoren gerechtvaardigd. Geven zulke indicatoren een betrouw-
                       baar beeld van de gang van zaken in bedrijven? Verder kan omarming van de
                       Barcelona-ambitie leiden tot blikvernauwing. Alhoewel de AWT een zekere
                       beleidsconcurrentie tussen lidstaten zinvol acht, moet worden voorkomen dat de
                       Barcelona-ambitie leidt tot een té nationale focus ten koste van de zo noodzake-
                       lijke Europese samenwerking. Tot slot kunnen vraagtekens worden gesteld bij het
                       realiteitsgehalte van de Barcelona-ambitie. Het is onwaarschijnlijk dat Nederland
                       over voldoende bedrijven beschikt die grote investeringen in O&O kunnen en willen
                       genereren.
3% als baken, niet als Hoe moet de overheid het voornemen om in 2010 3% van het BBP te doen
             meetlat   besteden aan O&O wel zien? Naar de mening van de AWT dient de overheid de
                       Barcelona-ambitie vooral te beschouwen als een baken dat oriënterend werkt en
                       ontwikkelingen in gang zet. Het voornaamste is dat de innovativiteit van
                       Nederland en van de EU toeneemt. Verhoging van de O&O-uitgaven kan hieraan
                       9    H. Hollanders & B. Verspagen, De invloed van de sectorstructuur op de R&D-uitgaven van en het
                            aantal toegekende patenten aan het Nederlandse bedrijfsleven (Maastricht, 2001), pp. 6-11.
                   14  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>   een bijdrage leveren en valt daarom toe te juichen. Verhoging van de O&O-
   uitgaven vormt echter geen doel op zichzelf. Het gebruik van de 3%-norm als een
   planningsinstrument dat voorschrijft hoe de O&O-uitgaven zich van jaar tot jaar
   moeten ontwikkelen, wijst de AWT dan ook af. Een dergelijke omgang met
   ‘Barcelona’ zou bedrijven en uiteindelijk ook de overheid frustreren in plaats van
   stimuleren.
15 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>        3               Rol van de overheid:
                        aanbevelingen voor beleid
                        Het voornemen om de uitgaven voor O&O in 2010 te doen uitkomen in de buurt
                        van 3% van het BBP is een besluit van de Europese regeringsleiders; de nationale
                        overheden zijn in die zin ‘probleemeigenaren’ voor de realisatie van die ambitie. De
                        grootste inspanningen hiertoe moeten echter worden geleverd door een andere
                        partij, de private sector. De kernvraag is derhalve: welke maatregelen kunnen over-
                        heden in het algemeen, en de Nederlandse overheid in het bijzonder, treffen om
                        de private sector te stimuleren tot het doen van hogere uitgaven aan O&O?
Private O&O-uitgaven    De mogelijkheden van overheden om bedrijfsbeslissingen aangaande innovatie-
        hangen af van   processen en meer specifiek de hoogte van private O&O-uitgaven te beïnvloeden,
      bedrijfsstrategie zijn beperkt. Bedrijven kennen immers een eigen innovatie-dynamiek, die niet
                        noodzakelijkerwijs spoort met overheidsambities als de Barcelona-norm. In hun
                        beslissingen rondom O&O-uitgaven laten bedrijven zich vooral leiden door over-
                        wegingen die samenhangen met hun bedrijfsstrategie. Een ondernemingsbestuur
                        kijkt uiteraard naar de financiële kerngegevens van het eigen bedrijf. Daarnaast
                                                                                                                         10
                        speelt het investeringsgedrag van concurrenten wereldwijd een grote rol. Hier-
                        door is het niveau van O&O-uitgaven voor een wezenlijk deel het resultaat van
                        groepsgedrag binnen de sector; overheden hebben hierop weinig invloed. Voor
                        het overige hangt het niveau van O&O-uitgaven nauw samen met de marktpositie
                        die bedrijven beogen. Wil een bedrijf zich opstellen als technologieleider of als
                        technologievolger, wil het concurreren op kwaliteit of op prijs? Al deze beslissingen
                        hebben gevolgen voor het niveau van O&O-uitgaven; wederom hebben overheden
                        hier weinig invloed op.
                        Dit vastgesteld hebbende, blijft de vraag wat een overheid wél kan doen. Bij
                        gebrek aan directe sturingsinstrumenten hebben overheden steeds gezocht naar
                        mogelijkheden om innovatie en meer in het bijzonder de private uitgaven aan
                        O&O indirect te beïnvloeden. In de loop der tijd heeft dit een tweeledig pakket
                        van maatregelen opgeleverd:
                        10 Zie B. Minne. International battle of giants: the role of investment in research and fixed assets. CPB-
                            memorandam no. 136 (Den Haag, 1997).
                    17  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                           •   maatregelen die zodanige omstandigheden beogen te creëren waarin innovatie
                               goed gedijt en waarin investeringen in private O&O aantrekkelijker worden
                               (stimulerend innovatieklimaat, goede vestigingsplaatsfactoren);
                           •   maatregelen die zodanige faciliteiten beogen te creëren dat het verrichten van
                               O&O door bedrijven aantrekkelijker wordt (faciliteren O&O, risicovermindering).
                           Al deze beleidsmaatregelen dienen, in de ogen van de AWT, erop gericht te zijn
                           om bedrijven ertoe te verleiden en te stimuleren zich in kennisintensievere seg-
                           menten van de markt te begeven. Dit als onderdeel van de (overheids)inspanning
                           om ‘Nederland kennisland’ gestalte te geven.
Radicaal nieuw beleid niet Een beleid gericht op realisatie van de Barcelona-ambitie zal zich in de ogen van
              aan de orde  de AWT eveneens binnen de twee genoemde hoofdlijnen van beleid afspelen.
                           Positief is dat veel van het huidig beleid al ondersteunend is aan de Barcelona-
                           ambitie en, belangrijker, aan de Lissabon-doelstelling. Ingrijpende beleidswijzigingen
                           of het inslaan van geheel nieuwe beleidspaden zijn niet aan orde. De overheid zal
                           inspanningen moeten blijven plegen om het algemene innovatieklimaat in
                           Nederland te bevorderen en meer specifiek de omstandigheden waaronder O&O
                           wordt uitgevoerd te verbeteren. Hiertoe kan het bestaande beleidspalet verder
                           verbeterd en waar nodig uitgebreid worden. De effectiviteit en efficiëntie van
                           afzonderlijke beleidsmaatregelen moeten worden vergroot en een betere onder-
                           linge samenhang van maatregelen moet worden gerealiseerd. Hiertoe is onder
                           andere vroegtijdige coördinatie binnen en ook tussen departementen nodig. Minstens
                           zo belangrijk is het daadwerkelijk aanpakken van problemen (beleidsimplementatie),
                           het niet blijven hangen in probleemsignaleringen. In het navolgende bespreekt de
                           AWT de belangrijkste beleidsterreinen waarop hij een dergelijke intensivering danwel
                           bijstelling van beleid wenselijk acht.
                           Stimulerend innovatieklimaat, goede vestigings-
                           voorwaarden
                           Binnen Nederland kunnen de condities waaronder innovatie plaatsvindt aanzienlijk
                           worden verbeterd. Gewerkt moet worden aan een stimulerend innovatieklimaat
                           dat goede vestigingsvoorwaarden biedt. Op zijn minst moet het overheidsbeleid
                           innovatieve bedrijvigheid niet afschrikken of tegenwerken. Hieronder worden
                           enkele hoofdlijnen van beleid aangegeven. Het is zaak al deze factoren tegelijkertijd
                           in ogenschouw te nemen en te ontwikkelen.
                       18  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Ondernemerschap in het    •  Stimuleer ondernemerschap, waaronder technostarters
               onderwijs     Innovatie floreert bij ondernemerschap en bij mensen die bereid zijn risico’s te
                             nemen. Helaas is het maatschappelijk aanzien van ondernemerschap in
                             Nederland niet hoog; het is geen centraal bestanddeel van de Nederlandse
                             cultuur. Zo worden scholieren en studenten voor het overgrote deel opgeleid
                             tot werknemer. Onder de regie van de Commissie Onderwijs en Ondernemer-
                             schap zijn er evenwel projecten gestart – van het basisonderwijs tot het hoger
                             onderwijs – om deze trend te keren. Voortzetting en bestendiging van dit beleid
                             is ten zeerste gewenst; het moet niet blijven bij enkele voorbeeldprojecten.
Continueer startersbeleid    Een gerichte manier van bevordering van ondernemerschap is een starters-
                             beleid. De AWT ziet het hoger onderwijssysteem als een belangrijke voedings-
                             bodem voor nieuwe, hoogwaardige bedrijvigheid. Dit potentieel wordt nog
                             onvoldoende aangesproken. Hij is er voorstander van dat universiteiten, HBO’s
                                                                                                              11
                             en publieke onderzoeksinstellingen een actief en expliciet startersbeleid voeren.
                             De AWT juicht de recent gestarte regeling (april 2002) voor bevordering van
                             startende technologiebedrijven vanuit publieke kennisinstellingen dan ook van
                             harte toe. Bij gebleken succes verdient het aanbeveling deze regeling te con-
                             tinueren en uit te breiden.
               Regel het  •  Regel intellectuele eigendomsverhoudingen
   gemeenschapsoctrooi       Een goede regeling van intellectuele eigendomsverhoudingen is een hoek-
                             steen van elk innovatiebeleid. Als gevolg van de toenemende globalisering
                             wordt de erkenning van en strijd om intellectuele eigendomclaims steeds
                             internationaler. Daarmee is vereenvoudiging en harmonisatie van wetgeving
                             op dit gebied gewenst. Het ontbreken van een communautair octrooirecht is
                             een grote handicap bij het zetten van mondiale standaarden voor nieuwe pro-
                             ducten. Met het oog hierop moet de invoering van het gemeenschapsoctrooi
                             voortvarend afgerond worden. De Nederlandse overheid dient hieraan een
                             krachtige bemiddelende bijdrage te leveren.
               Let op de  •  Draag zorg voor een aantrekkelijk fiscaal klimaat
 vennootschapsbelasting      Het fiscaal regime in een land is een belangrijke vestigingsplaatsfactor. De AWT
                             uit zijn zorg over de relatieve teruggang in de aantrekkelijkheid van het
                             Nederlands fiscaal klimaat. Hij doelt hierbij met name op de vennootschaps-
                             belasting; andere landen verlagen die met grote stappen. Hij acht het van groot
                             belang dat de vennootschapsbelasting voor kennisintensieve, technologisch
                          11 AWT, Hoofdlijnen Innovatiebeleid (Den Haag, 1999), pp.18-19.
                      19  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                hoogwaardige bedrijvigheid geen negatieve factor wordt. Juist in deze bedrijven
                                is eigen kapitaal van doorslaggevend belang. Dit vanwege de combinatie van
                                korte terugverdientijden en de grote risico’s verbonden aan technologisch
                                hoogwaardige innovaties.
    Let op de couleur locale •  Meer aandacht gewenst voor regionaal innovatiebeleid
                                Ook al doet de globalisering zich steeds meer voelen, een belangrijk deel van
                                onze economische activiteiten is en blijft verknoopt aan het regionaal niveau.
                                Het merendeel van het innovatiebeleid is evenwel (inter)nationaal georiënteerd.
                                Dit valt te betreuren omdat zo geen recht wordt gedaan aan de specifieke
                                sterktes en zwaktes van de regionale bedrijvigheid. Om het innovatiebeleid
                                beter af te stemmen op de couleur locale moeten regio’s meer invloed krijgen.
                                Daarnaast moeten bedrijven regionaal worden aangezet om meer samen te
                                werken met publieke kennisinstellingen. De AWT vraagt daarbij bijzondere
                                aandacht voor het HBO. Hogescholen hebben de potentie om uit te groeien
                                tot regionale kenniscentra die met name het MKB op tal van manieren voorzien
                                van kennis. In een eerder uitgebracht advies zijn de AWT en Onderwijsraad
                                                                      12
                                specifiek op dit punt ingegaan.
Coördineer beleid binnen en  •  Toets wet- en regelgeving
     tussen departementen       Onbedoeld kan wet- en regelgeving een rem zetten op innovaties. Voorafgaand
                                aan grotere wet- en regelgeving zou moeten worden nagegaan of de betreffende
                                wetten en regels innovaties in de weg staan. Het gaat daarbij niet alleen om
                                afzonderlijke wet- en regelgeving, maar zeker ook om de wijze waarop diverse
                                zaken op elkaar inwerken en deels tegen kunnen werken. Om ongewenste
                                effecten te vermijden, is vroegtijdige coördinatie binnen en tussen departe-
                                menten noodzakelijk.
                             •  Lever mededingingsbeleid op maat
  Maak O&O-samenwerking         Concurrentie dwingt bedrijven tot innoveren. Een sterk mededingingsbeleid is
            niet onmogelijk     dan ook essentieel om innovatief gedrag te stimuleren. Maar dit geldt niet
                                onverkort: om innovaties te realiseren, moeten bedrijven vaak samenwerken
                                op O&O-gebied. Dit geldt onder meer in markten met veel jonge bedrijven en
                                een snelle technische vooruitgang. Maar ook in andere gevallen, bijvoorbeeld
                                wanneer bedrijven elkaars octrooien nodig hebben om innovaties te realiseren,
                                kan samenwerking noodzakelijk zijn. De EU staat echter niet alle samenwerking
                             12 AWT, Hógeschool van kennis: kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen (Den Haag,
                                2001).
                         20  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                              op O&O-gebied toe; sommige vormen zijn verboden uit het oogpunt van
                              mededinging. Een streng mededingingsbeleid kan zodoende innovatief gedrag
                              tegenwerken. Deze mogelijke negatieve effecten van mededinging op het
                              innovatieklimaat dienen meer aandacht te krijgen dan tot nu toe. De Nederlandse
                              overheid dient dit in EU-verband actief aan de orde te stellen.
                          Faciliteer private O&O
                          In het bovenstaande zijn maatregelen aangegeven die in algemene zin het inno-
                          vatieklimaat in Nederland aantrekkelijk(er) dienen te maken. Daarnaast zijn
                          beleidsmaatregelen nodig die private investeringsbeslissingen in O&O beïnvloeden.
                          Het gaat daarbij om zaken die het aantrekkelijk maken voor bedrijven om juist in
                          Nederland O&O-activiteiten te verrichten en die activiteiten in omvang te doen
                          toenemen.
Verbeter bèta-opleidingen •   Zorg voor voldoende menselijk kapitaal
                              Innoveren is mensenwerk: gekwalificeerd personeel is onmisbaar. In dit verband
                              baart vooral het tekort aan technische en natuurwetenschappelijke medewerkers
                              zorgen. De beschikbaarheid van voldoende bèta-personeel is van groot belang
                              – niet alleen met het oog op bestaande vacatures, maar tevens als trekpleister
                              voor nieuwe bedrijvigheid. Tot op heden hebben pogingen om de instroom
                              van studenten in technische en natuurwetenschappelijke opleidingen te
                                                                                                                    13
                              bevorderen beperkt succes gehad. Lokale initiatieven zijn er volop. Alhoewel
                              hiermee aan mogelijke oplossingen wordt gewerkt, vreest de Raad dat dit leidt
                              tot enorme versnippering van activiteiten en energie. Een meer structureel en
                              samenhangende uitvoering van beleid is gewenst om contraproductieve effecten
                              tegen te gaan. Verder blijft de Raad van mening dat, ten behoeve van een vitale
                              opleidings- en onderzoeksinfrastructuur, concentratie van de bestaande
                              onderwijs en onderzoekscapaciteit in bèta-opleidingen noodzakelijk is, met
                                                                                             14
                              name bij wiskunde, scheikunde en natuurkunde.
                             Met alleen beleid gericht op instroom van mensen in het bèta-vakgebied, zijn
                              we er overigens zeker niet. De AWT signaleert dat vele bèta-opgeleiden direct
                          13 Hierbij doelt de AWT op activiteiten van de Stichting Axis, maar ook op bijv. een recent initiatief van
                              enkele grote bedrijven om op middelbare scholen te participeren in het b-onderwijs. Financieele
                              Dagblad ‘Bedrijfsleven investeert in bèta-onderwijs’ (3 juni 2002).
                          14 AWT, Vitaliteit en kritische massa: strategie voor de natuur- en technische wetenschappen (Den
                              Haag, 1999).
                       21 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>    Houd bèta-talent vast    na hun studie of na een tijd in het bèta-veld werkzaam te zijn geweest, bewust
                             een stap naar buiten maken. Daarmee gaat bèta-capaciteit verloren. Uiteraard
                             zijn dit vrije keuzen van mensen. Maar bedrijven kunnen dit trachten te beïn-
                             vloeden, onder meer door het verrichten van O&O aantrekkelijker te maken –
                             hetzij door de status van O&O binnen het bedrijf te verhogen, hetzij door
                             uitdrukkelijk in te zetten op kwalitatief hoogstaand onderzoek. Daarnaast is het
                             wellicht zinvol om, in navolging van vrijwel alle Europese landen, de totstand-
                             koming van een ‘Academie’ voor technologie en innovatie te bevorderen.
Bevorder brain gain actief   Zolang Nederland niet zelf kan voldoen aan de vraag naar hooggeschoold
                             personeel moet zulk personeel in het buitenland geworven kunnen worden.
                             De AWT wijst erop dat deze strategie inmiddels door vrijwel alle landen wordt
                             gevolgd. Dit leidt tot een enorme concurrentieslag tussen landen om het
                             schaarse bèta-talent. Om een Nederlandse strategie van brain gain te kunnen
                             realiseren, is een veel zwaardere beleidsprioritering noodzakelijk dan nu het
                             geval is. Minimale vereiste is dat de formele zaken soepel en snel geregeld kunnen
                             worden. Het is voor buitenlandse kenniswerkers nu niet eenvoudig om werk-
                             en verblijfsvergunningen te krijgen, terwijl fiscale voorzieningen en pensioen-
                             voorzieningen vaak slecht op elkaar zijn afgestemd. Met het introduceren van
                             één loket waar buitenlandse kenniswerkers werk- en verblijfsvergunningen
                             kunnen aanvragen, is een stap in de goede richting gezet. Maar er kan aan-
                             merkelijk meer gebeuren. Actief en creatief beleid om topkader naar Nederland
                             te trekken is urgent. Bedrijven en kennisinstellingen hebben hierbij zelf de eerste
                             verantwoordelijkheid; de overheid dient een en ander te faciliteren.
 Bevorder samenwerking     • Zorg voor een hoogwaardig publiek onderzoeksbestel en goede kenniscirculatie
                             De aanwezigheid van een goed publiek onderzoeksbestel maakt het aantrekkelijk
                             voor bedrijven om O&O-activiteiten in Nederland te verrichten. Internationale
                             (beleids)concurrentie maakt het in toenemende mate belangrijk om in te zetten
                             op excellentie en zwaartepuntvorming om voldoende kritische massa te garan-
                             deren en momentum te creëren in het onderzoek. Dit maakt verdergaande
                             samenwerking binnen het bestel noodzakelijk. De AWT constateert dat in het
                             huidige Nederlandse onderzoeksbestel de incentives sterk gericht zijn op con-
                             currentie tussen groepen; met positieve effecten op de onderzoeksproductie en -
                             kwaliteit. Wat nu echter nodig is, zijn incentives om juist de samenwerking te
                             bevorderen. De rol van de overheid is om het beschikbare instrumentarium zo
                             in te zetten dát excellentie en zwaartepunten tot stand komen, niet om zelf de
                             keuzen te maken.
                       22  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Stimuleer wisselwerking    In het licht van innovatie gaat het uiteraard niet alleen om de kennisproductie,
                           maar ook om de benutting van kennis. Onderzoek laat zien dat de benutting
                           van kennis uit het Nederlandse publieke onderzoeksbestel door derden beter
                                15
                           kan. De samenwerking en wisselwerking tussen kennisinstellingen en private
                           partijen moet worden gestimuleerd. Bijvoorbeeld door versterking van bewezen
                           succesvolle activiteiten, zoals die van de Technologiestichting STW, die specifiek
                           gericht zijn op publiek-private samenwerking met als doel het innovatieve
                           vermogen van Nederland te vergroten. Ook universiteiten hebben hierin een
                           rol te spelen, maar de aandacht voor het meer op directe toepassingen gerichte
                           onderzoek mag niet ten koste gaan van het meer fundamentele wetenschap-
                           pelijke onderzoek. Ruimte blijft nodig voor baanbrekend onderzoek, deels
                           buiten de gebaande paden; dit moet immers de basis vormen voor O&O in de
                           toekomst. Verder moet de mobiliteit van onderzoekers worden bevorderd, niet
                           alleen tussen kennisinstellingen onderling, maar vooral ook tussen kennis-
                           instellingen en de private sector. De AWT beveelt de overheid aan hiertoe con-
                           crete stimulerende acties te starten, in samenwerking met het bedrijfsleven.
                           Daarnaast is het zaak de beoordelingsprocedures van (universitair) onderzoek
                           zodanig in te richten dat onderzoeksgroepen, behalve op wetenschappelijke
                           kwaliteit, eveneens worden aangesproken op de maatschappelijke en econo-
                           mische kwaliteit van hun onderzoek. De nadruk op internationale publicaties
                           schiet nu door ten koste van kennisdiffusie en –benutting.
 Investeer in onderzoek    Om deze vernieuwingen in het onderzoeksbestel te kunnen realiseren, zal een
                           financiële impuls nodig zijn. In de opvatting dat extra investeringen nodig zijn,
                           onderschrijft de AWT het VNO-NCW, KNAW, NWO, TNO en VSNU manifest
                                                        16
                           met dezelfde strekking.
         vereenvouding  •  Vereenvoudiging technologiesubsidies
   technologiesubsidies    Technologiesubsidies vormen één van de weinige instrumenten waarover de
                           overheid beschikt om private O&O direct te stimuleren. Wel klinken er geregeld
                           geluiden dat het aantal subsidieregelingen te groot en onoverzichtelijk wordt.
                                                                                         17
                           In het verlengde van het IBO Technologiebeleid dienen aanpassingen in dit
                        15 CPB, De pijlers onder de kenniseconomie: opties voor institutionele vernieuwing (Den Haag, 2001),
                           pp. 129-138.
                        16 VNO-NCW, KNAW, NWO, TNO & VSNU, Investeren in kennis: een gezamenlijk manifest van VNO-
                           NCW, KNAW, NWO, TNO & VSNU (Den Haag, 2001); Open brief aan de Kabinetsformateur (Den
                           Haag, 2002).
                        17 IBO Technologiebeleid, Samenwerken en stroomlijnen: opties voor een effectief innovatiebeleid (Den
                           Haag, 2002).
                     23 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                         instrumentarium doorgevoerd te worden. De AWT is in ieder geval voorstander
                         van vereenvoudiging van het soort en het aantal regelingen. Bij herbezinning
                         op de technologiesubsidies, verdient het tevens aanbeveling te bekijken of de
                         dienstensector tot een hogere onderzoeksintensiteit aangezet kan worden.
Continueer de WBSO   •   Ga door met de WBSO
                         Innovatie kan tenslotte worden gestimuleerd met behulp van fiscale middelen.
                         Een succesvol instrument in dit verband is de WBSO. Schattingen van het CPB
                         laten zien dat de maatschappelijke baten van deze regeling aanzienlijk kunnen
                              18
                         zijn. Gelet op het succes en de potentiële opbrengst van de WBSO adviseert
                         de AWT deze faciliteit in ieder geval te behouden en op elementen uit te bouwen.
                         Meer in het bijzonder moet worden gezocht naar mogelijkheden om de
                         WBSO nog aantrekkelijker te maken voor de dienstensector.
                     Tot besluit
  Voer consistent en In het voorgaande heeft de AWT een aantal aanbevelingen gedaan om innovatie,
  consequent beleid  en meer in het bijzonder private uitgaven aan O&O te stimuleren. Ter afsluiting
                     wil de AWT benadrukken dat het sorteren van beleidseffecten vaak een kwestie
                     van lange adem is. Dit geldt zeker voor het wetenschaps- en innovatiebeleid. Het
                     is daarom zaak te streven naar een zekere bestendigheid en consistentie van
                     beleid. De Raad waarschuwt ervoor om eenmaal ingezet beleid te snel en te ‘hard’
                     af te rekenen op behaald resultaat. Alhoewel beleidsverantwoording een groot
                     goed is, kan een strikte toepassing hiervan frustrerend werken. Dit neemt
                     uiteraard niet weg dat een nauwgezette monitoring noodzakelijk is.
 Geen bezuinigingen  Eén ding is zeker: bezuinigen van overheidswege op uitgaven ten behoeve van
                     wetenschap en innovatie is uit den boze. Nederland heeft zich voorgenomen om
                     binnen acht jaar uit te groeien tot één van de meest krachtige en duurzame ken-
                     niseconomieën ter wereld. Mede als gevolg van straffe bezuinigingen op over-
                     heidsinvesteringen in het verleden is de kloof met deze doelstelling nu al groot.
                     Verdere bezuinigingen op wetenschap en technologie zou die kloof alleen maar
                     vergroten en de Lissabon-doelstelling feitelijk onhaalbaar maken.
                     18 CPB, De pijlers onder de kenniseconomie: opties voor institutionele vernieuwing (Den Haag, 2001),
                         pp. 208-212.
                 24  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Maak een masterplan In een eerder briefadvies heeft de AWT het nieuwe kabinet opgeroepen om een
                    breed gedragen, baanbrekend en departementsoverstijgend masterplan op te
                    stellen om de Lissabon-doelstelling te realiseren. De maatregelen die beogen de
                    private uitgaven aan O&O te stimuleren, dienen onderdeel uit te maken van een
                                     19
                    dergelijk plan.
                    Aldus vastgesteld te Den Haag, 12 juni 2002
                    Dr.ir. B.P.Th. Veltman
                    voorzitter
                    Dr. V.C.M. Timmerhuis
                    secretaris
                    19 AWT, Adviserende brief aan de opstellers van het nieuwe regeerakkoord inzake realiseren van
                        Lissabon-doelstelling (Den Haag, 8 mei 2002).
                25  AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>   Bijlagen
   Bijlage 1: Tekst uit de conclusies van de
                      Europese Raad te Barcelona
   De conclusies over onderzoek en speerpunttechnologieën:
   47. Teneinde de kloof tussen de EU en haar belangrijkste concurrenten te dichten,
   moeten alle inspanningen op het gebied van O&O en innovatie in de Unie aan-
   zienlijk worden opgevoerd met bijzondere aandacht voor speerpunttechnologieën.
   De Europese Raad:
   •   stemt er derhalve mee in dat de algemene uitgaven voor O&O en innovatie in de
       Unie verhoogd worden met het doel 3% van het BBP voor 2010 te benaderen.
       Tweederde van deze nieuwe investering moet afkomstig zijn uit de particuliere
       sector;
   •   neemt nota van het voornemen van de Commissie in het voorjaar van 2003
       maatregelen voor te stellen om innovatie beter in een Europese kennisruimte
       te integreren, teneinde het gebruik van intellectuele-eigendomsrechten in heel
       Europa te verbeteren, de particuliere investeringen en het gebruik van risico-
       kapitaal op het gebied van onderzoek verder te ontwikkelen en te versterken,
       en de vorming van netwerken tussen het bedrijfsleven en de wetenschappelijke
       basis te bevorderen;
   •   bevestigt het belang van het Gemeenschapsoctrooi en verzoekt de Raad tijdens
       zijn zitting in mei overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke
       politieke benadering. Het Gemeenschapsoctrooi moet een doeltreffend en
       flexibel instrument zijn dat tegen een betaalbare prijs voor ondernemingen
       beschikbaar is, stoelen op de beginselen van rechtszekerheid en non-discriminatie
       tussen de lidstaten en een hoog kwaliteitsniveau waarborgen.”
27 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>   Bijlage 2: Tekst adviesaanvraag, ingediend door
                      EZ en OCenW
   De Europese regeringsleiders hebben op 16 maart 2002 tijdens de Europese Raad
   in Barcelona een Europese ambitie geformuleerd over uitgaven aan R&D:
     “De Europese Raad stemt er derhalve mee in dat de algemene uitgaven voor O&O
     en innovatie in de Unie verhoogd worden met het doel 3% van het BBP voor 2010
     te benaderen. Tweederde van deze nieuwe investering moet afkomstig zijn uit de
     particuliere sector.”
   Het streven is om in het begin van de volgende kabinetsperiode een duidelijke
   kabinetsvisie te geven over de Nederlandse invulling van deze Barcelona-ambitie.
   In de aanloop hiernaar past een onafhankelijk briefadvies van hét adviesorgaan op
   het terrein van wetenschaps- en technologiebeleid, de AWT. Het advies dient op
   korte termijn (14 juni) gereed te zijn:
   De AWT wordt verzocht vóór 14 juni 2002 aanbevelingen te doen voor de
   Nederlandse invulling van de Barcelona-ambitie.
   Hierbij komen de volgende vragen aan bod:
   •   In hoeverre komt het huidige beleid tegemoet aan de realisatie van dit ambitie-
       niveau?
   •   Wat zijn de oorzaken van het mogelijk achterblijven van Nederland?
   •   Op welke gebieden is overheidshandelen gelegitimeerd?
   •   Welke nieuwe beleidsalternatieven kunnen realisatie van het nieuwe ambitie-
       niveau dichterbij brengen?
   Ten aanzien van de beleidsalternatieven gelden de volgende overwegingen:
   1. Een goede analyse van systeem- en marktimperfecties, en van mogelijk overheids-
       falen dient ten grondslag te liggen aan beleidsaanbevelingen.
   2. Nieuw beleid mag niet ten koste gaan van de kwaliteit en kwantiteit van het
       fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in Nederland.
   3. Niet alleen het wetenschaps- en innovatiebeleid, maar ook aanpalende beleids-
       terreinen dienen in de analyse te worden meegenomen.
   4. Beleidsaanbevelingen hoeven zich niet te beperken tot de zeggenschap van EZ
       en OC&W, maar kunnen / moeten ook die van andere ministeries meenemen.
28 AW T- a d v i e s n r. 4 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>