<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>#"1+1>2
  De bevordering van multidisciplinair onderzoek
  september 2003
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Samenvatting                                              5
  Deel A: Advies
  1 Adviesvraag                                            13
         1.1 Achtergrond                                   13
         1.2 Focus en aard van het advies                  15
         1.3 Uitgangspunten                                16
  2 Beantwoording adviesvragen en aanbevelingen            19
         2.1 Korte beantwoording van de adviesvragen       20
         2.2 Aanbevelingen                                 24
               2.2.1 Uitgangspunten                        24
               2.2.2 Voldoende gemotiveerde onderzoekers   26
               2.2.3 Stimuleer interactie en ontmoetingen  28
               2.2.4 Stel uitdagende doelen                32
         2.3 Tot slot                                      35
  Deel B: Toelichting bij het advies
  1 Inleiding                                              39
  2 Analyse van de Nederlandse situatie                    41
         2.1 Inleiding                                     41
         2.2 Voldoende gemotiveerde onderzoekers           43
         2.3 Interactie en ontmoetingen                    46
         2.4 Gemeenschappelijke, uitdagende doelstellingen 50
  3 Internationale vergelijking                            53
         3.1 Inleiding                                     53
         3.2 Amerika                                       54
         3.3 Finland                                       58
         3.4 Zwitserland                                   60
         3.5 Engeland                                      64
  Bijlagen                                                 69
         Bijlage 1, gesprekspartners Nederland             69
         Bijlage 2, gesprekspartners buitenland            70
3 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  1. Adviesvraag en focus
  De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de minister van
  Economische Zaken hebben de Adviesraad voor het Wetenschaps- en
  Technologiebeleid gevraagd advies uit te brengen over de bevordering van mul-
  tidisciplinair onderzoek.
  In toenemende mate bestaat er behoefte aan multidisciplinair onderzoek.
  Wetenschappelijke, maatschappelijke en technologische vraagstukken zijn zo
  complex geworden dat ze steeds vaker vragen om inzet van uiteenlopende disci-
  plines. Daarbij komt dat juist op het raakvlak van vakgebieden de kans op door-
  braken groot is. Diverse partijen staan daarom voor de uitdaging verschillende dis-
  ciplines bijeen te brengen.
  De Raad heeft besloten dit advies vooral te richten op manieren om kansen voor
  multidisciplinair onderzoek te creëren en vervolgens ten volle te benutten. Hij legt
  minder nadruk op een uitgebreide analyse van belemmeringen. Deze zijn com-
  plex, grijpen in elkaar en zijn nationaal en internationaal diep ingebed in het
  wetenschapsbestel. Ze laten zich daarom niet zomaar wegorganiseren.
  De Raad heeft daarbij vooral aandacht voor macrofactoren die het succes van
  multidisciplinair onderzoek beïnvloeden. Dit zijn kwesties die op een hoger niveau
  spelen dan individuele projecten of programmas. De overheid is de aangewezen
  instantie om macrofactoren mede te beïnvloeden en de Raad zoekt daarom op dit
  punt de meerwaarde van zijn advies.
  De Raad heeft voor dit advies diverse praktijkdeskundigen in binnen- en buiten-
  land geraadpleegd. Naast Nederland zijn in drie landen _ Finland, Zwitserland en
  Engeland _ gespreksrondes gehouden. Naar de situatie in de Verenigde Staten is
  een apart literatuuronderzoek gedaan.
5 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  2. Korte algemene beantwoording van de adviesvragen
  a) Wat zijn de precieze achtergronden van het achterblijven van multidisci-
  plinair onderzoek?
  In vergelijking met het buitenland blijft multidisciplinair onderzoek in Nederland
  niet achter. Naast de totstandkoming van veel multidisciplinaire vakgebieden
  (zoals bijvoorbeeld bio-informatica) gedurende een al wat langere termijn zijn er
  diverse multidisciplinaire projecten en initiatieven te noemen die succesvol ver-
  lopen. Toch vindt de Raad dat multidisciplinair onderzoek verder gestimuleerd
  moet worden. Dit is in lijn met initiatieven die daartoe in het buitenland genomen
  worden, maar doet ook recht aan het grote belang van dergelijk onderzoek.
  Gesignaleerde knelpunten die de opbloei van multidisciplinair onderzoek belem-
  meren blijken in alle landen opvallend gelijk:
  - Het disciplinaire karakter van de universitaire structuur;
  - Cultuurverschillen en verschillen in aanpak tussen disciplines;
  - Het peer review systeem en de daaraan gekoppelde beoordelingssystemen;
  - Versnippering aan de vraagzijde van onderzoek.
  b) Hoe kan dit soort onderzoek vanuit de onderzoekswereld zelf worden
  bevorderd? Wat is daarbij specifiek de rol van de universiteiten?
  De Raad is van mening dat alle onderzoeksinstellingen, dus ook de universiteiten,
  een rol te vervullen hebben bij het bevorderen van multidisciplinair onderzoek.
  Vanuit de onderzoekswereld zelf is het vooral zaak om prikkels te introduceren die
  multidisciplinair onderzoek bevorderen. Omdat belemmeringen zich sterker mani-
  festeren aan universiteiten, richt de Raad zich in zijn aanbevelingen vooral op de
  bevordering van multidisciplinair onderzoek aan universiteiten. Er zijn diverse
  redenen waarom juist universiteiten een actieve rol te vervullen hebben. Zo wor-
  den studenten en AIOs niet alleen opgeleid om aan de universiteit onderzoek te
  doen, maar juist ook om daarna binnen multidisciplinair bevolkte instituten of
  bedrijven functies te vervullen. Verder nemen onderzoekers in universiteiten vaak
  op tijdelijke basis deel aan multidisciplinaire projecten en programmas. Dit mag
  geen negatieve consequenties voor hun carrière hebben. Tot slot is de universiteit
  bij uitstek de plaats waar doorbraken en spannende ontwikkelingen plaatsvinden.
  Juist op de grenzen van disciplines is de kans daarop groot.
  c) Heeft de overheid een taak bij het stimuleren van het multidisciplinaire
  onderzoek en zo ja, hoe kan die worden ingevuld?
  De Raad vindt dat het primair aan de kennisinstellingen zélf is om multidisciplinair
6 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  onderzoek te bevorderen en incentives daartoe te ontwikkelen. Multidisciplinair
  onderzoek dient echter aanmerkelijke publieke en private belangen. Daarom is
  bevordering door de overheid in een aantal rollen eveneens gewenst. Allereerst is
  de overheid verantwoordelijk voor het onderzoeksbestel als zodanig. Deze ver-
  antwoordelijkheid geldt vooral de minister van OCenW. Ten tweede is de over-
  heid, en in het bijzonder de minister van EZ, verantwoordelijk voor het stimuleren
  van innovatie in bedrijven. Innovatie is bij uitstek een multidisciplinair proces. Ten
  derde is de overheid kennisvragende partij die met tal van vraagstukken aanklopt
  bij het onderzoeksbestel. Deze verantwoordelijkheid geldt alle departementen,
  met het ministerie van OCenW in een coördinerende rol. De Raad constateert dat
  de overheid haar verantwoordelijkheid voor bovengenoemde taken reeds op tal
  van manieren neemt, maar stelt tegelijkertijd vast dat de bevordering van multi-
  disciplinair onderzoek extra inzet vergt. Hij geeft hiertoe enkele algemene aanbe-
  velingen.
  3. Aanbevelingen
  De Raad onderscheidt drie belangrijke zaken bij het effectief bevorderen van mul-
  tidisciplinair onderzoek. In de eerste plaats moeten er voldoende onderzoekers
  zijn die gemotiveerd en in staat zijn om multidisciplinair onderzoek te verrichten.
  In de tweede plaats moeten gemotiveerde onderzoekers in de gelegenheid zijn
  om elkaar te ontmoeten. Het bijeenbrengen van disciplines veronderstelt het bij-
  eenbrengen van mensen. Het gaat er daarbij niet zozeer om meerdere disciplines
  in één persoon te verenigen, maar om individuen met verschillende achtergron-
  den bij elkaar te brengen. In de derde plaats moeten deze onderzoekers zich ver-
  bonden voelen door interessante, uitdagende doelstellingen. Langs deze drie lij-
  nen geeft de Raad aanbevelingen.
  Voldoende gemotiveerde onderzoekers
  De Raad geeft de volgende aanbevelingen gericht op het creëren van de juiste
  prikkels voor onderzoekers om aan multidisciplinair onderzoek deel te nemen.
  .   Verbreed het begrip van wetenschappelijke kwaliteit. Colleges van Bestuur
      hebben een belangrijke rol bij het bewaken of de ruimte in het _ vernieuwde
      _ visitatiesysteem in praktijk ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Ook bij de
      meta-evaluatie van dit systeem door de KNAW moet dat een belangrijk aan-
      dachtspunt zijn.
7 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>  .  Voer gericht beleid om de loopbaan van wetenschappelijk onderzoekers te
     verbreden. Dit geldt voor alle stadia van de wetenschappelijke loopbaan. Dit
     is een verantwoordelijkheid van zowel de universiteiten, als NWO en KNAW.
     De Raad reikt in dit advies, geïnspireerd door buitenlandse voorbeelden, diver-
     se opties aan om hieraan invulling te geven.
  .  Vergroot het aanzien van multidisciplinair onderzoek. Dit is vooral een taak
     voor de onderzoeksinstellingen zelf.
  Stimuleer interactie en ontmoetingen
  Ontmoetingen en interactie zijn cruciaal voor het opbloeien van multidisciplinair
  onderzoek. Het gaat naast verbindingen en interactie tussen wetenschappers
  onderling, ook om interactie tussen wetenschappers en vertegenwoordigers uit
  andere geledingen zoals beleidsvoorbereiders, vertegenwoordigers uit maat-
  schappelijke groeperingen en mensen uit het bedrijfsleven. De Raad doet concreet
  de volgende aanbevelingen:
  .  Organiseer de inrichting van ontmoetingsplaatsen (horizontale verbanden).
     De Colleges van Bestuur kunnen daarin samen met de decanen en de direc-
     teuren van universitaire onderzoekscentra en instituten een voortrekkersrol
     vervullen.
  .  Richt topinstituten op voor onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken
     zoals onderwijs, volksgezondheid, veiligheid, vergrijzing of mobiliteit (MTIs).
  .  Verstevig de wisselwerking tussen (buitenuniversitaire) thematische instituten
     en universiteiten. Kennis die aan universiteiten wordt ontwikkeld, vormt in veel
     gevallen de voedingsbodem voor onderzoek dat in thematische instituten
     plaatsvindt. Het is essentieel het stromen van kennis tussen universiteiten en
     instituten te bevorderen. Ook netwerkvorming en wisselwerking tussen uni-
     versiteiten en de buitenwereld dienen te worden verstevigd bijvoorbeeld via
     deeltijd-hoogleraren of detachering.
  .  Stimuleer ontmoetingen en interactie met andere disciplines in het onderwijs.
8 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  Stel uitdagende doelen
  Samenwerking kan alleen succesvol zijn bij een gemeenschappelijk, aansprekend
  doel, vraagstelling of ambitie. De Raad doet de volgende aanbevelingen die bij-
  dragen aan een effectieve formulering hiervan:
  .   Regisseer vraagarticulatie, kom tot daadwerkelijke integrale vraagstellingen.
      Verschillende partijen dienen elkaar al in een vroeg stadium op te zoeken om
      gezamenlijk de kernvragen te formuleren. Zeker voor maatschappelijke vraag-
      stukken is externe regie daarbij bijna onontbeerlijk. Het is belangrijk om vanaf
      het begin niet te snel de stap te maken naar oplossingen. Dit leidt tot uit-
      sluiting van perspectieven en in de praktijk veelal tot (te) weinig aandacht voor
      alfa- en gamma-aspecten. Om te (kunnen) komen tot de noodzakelijke uitda-
      gende doelstellingen en de daarbij behorende integrale vraagstellingen,
      draagt de Raad diverse mogelijkheden aan.
  .   Zet meer geld in op gebiedsoverschrijdende themas en vergroot het aandeel
      thematisch onderzoek. Geldverdelende intermediairs als NWO, maar ook de
      Colleges van Bestuur in de universiteiten hebben een sterk instrument in han-
      den om multidisciplinair onderzoek te bevorderen: financiering van initiatie-
      ven. Door het aandeel thematische financiering te vergroten, zal de aantrek-
      kelijkheid voor wetenschappers om eraan deel te nemen toenemen.
  Tot slot
  Geïnspireerd door voorbeelden uit het buitenland heeft de Raad een lange lijst
  met aanbevelingen en suggesties voor het stimuleren van multidisciplinair onder-
  zoek opgesteld. Deze maatregelen kunnen stuk voor stuk bijdragen aan de
  opbloei van multidisciplinair onderzoek. Er leiden immers meerdere wegen naar
  Rome. De Raad hoopt dan ook dat dit advies wetenschappers en beleidsmakers
  zal inspireren eigen initiatieven te ontplooien die waardevol kunnen zijn voor de
  verdere opbloei van multidisciplinair onderzoek.
9 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Deel A
Advies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>               
                            Adviesvraag
                            De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de minister van
                            Economische Zaken hebben de Adviesraad voor het Wetenschaps- en
                            Technologiebeleid (AWT) gevraagd advies uit te brengen over de bevordering van
                            multidisciplinair onderzoek. Meer in het bijzonder hebben zij de Raad de volgen-
                            de vragen voorgelegd.
                            Adviesvraag
                            - Wat zijn de precieze achtergronden van het achterblijven van multidisciplinair
                               onderzoek?
                            - Hoe kan dit soort onderzoek vanuit de onderzoekswereld zelf worden bevor-
                               derd? Wat is daarbij specifiek de rol van de universiteiten?
                            - Heeft de overheid een taak bij het stimuleren van het multidisciplinaire onder-
                               zoek en zo ja, hoe kan die worden ingevuld?
                            1..1 Achtergrond
                            In toenemende mate bestaat behoefte aan multidisciplinair onderzoek.
                            Wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex geworden
                            dat ze amper nog zijn op te lossen vanuit één gezichtspunt. Steeds vaker vergen
                            vraagstellingen aan het front van de wetenschap de inzet van meerdere discipli-
                            nes. Genomics, proteomics, spraaktechnologie, nanotechnologie zijn slechts
                            enkele voorbeelden van vakgebieden die zich onstuimig ontwikkelen doordat zij
                            inzichten uit verscheidene disciplines bij elkaar brengen.
    Wetenschappelijke en    Ook maatschappelijke vraagstukken vragen steeds vaker om de inzet van uiteen-
         maatschappelijke   lopende disciplines. De problemen in de gezondheidszorg zullen niet verdwijnen
ontwikkelingen vragen om    door uitsluitend meer medische technologie te produceren. Sociologisch, demo-
  inzet van uiteenlopende   grafisch, psychologisch, etnologisch en bestuurskundig onderzoek, om slechts
                disciplines enkele vakgebieden te noemen, zijn eveneens noodzakelijk. Pas door zulke
                            uiteenlopende gezichtspunten op elkaar te betrekken, worden de contouren van
                            maatschappelijke vraagstukken in al hun complexiteit zichtbaar.
                        13  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Dit is ook essentieel voor Bedrijven staan eveneens voor de uitdaging om disciplines bijeen te brengen. Als
                innovatie  geen ander weten zij hoe essentieel multidisciplinair onderzoek is voor innovatie.
                           De uitvinding van de CD-speler, bijvoorbeeld, had nooit tot stand kunnen komen
                           wanneer niet veel verschillende disciplines hadden samengewerkt.
                           Een aansprekend voorbeeld waar multidisciplinair onderzoek toe kan leiden staat
                           in het kader.
                           Alan MacDiarmid ontving de Nobelprijs (Chemie, 2000) voor de ontdekking en
                           ontwikkeling van geleidende polymeren. Deze doorbraak staat aan de wieg van
                           de ontwikkeling van oprolbare TFT-schermen en andere flexibele computercom-
                           ponenten. Hij twijfelt niet aan het belang van multidisciplinaire samenwerking
                           voor de wetenschap:1
                           Research used to be primarily restricted to ones own discipline. If you were a chemist,
                           you did chemistry research. If you were a physicist, you did physics research. This
                           award is a wonderful recognition of the importance of interdisciplinary research. Here
                           we have chemists, physicists, electrochemists and now electronic engineers all working
                           together on the same problem. If you have a physicist and a chemist having different
                           concepts, different abilities, different techniques all working the same problems, we
                           have one plus one can often make more than two. The development of this whole
                           synthetic metal field worldwide is probably one of the best examples in the last two or
                           three decades of interdisciplinary research.
                           Science in the future is going to utilize the concept of interdisciplinary research much
                           more, where people get together to solve a given scientific problem-people with com-
                           pletely different backgrounds. Alan Heeger and I found, however, you have to learn a
                           different language _ a different lingo _ for a physicist to talk to a chemist and a che-
                           mist to talk to a physicist. Its not easy; its much easier just to do research in your own
                           discipline. Its tougher to do interdisciplinary research. But I have no doubt that we will
                           see interdisciplinary research receiving more and more attention in the future.
                           Multidisciplinair onderzoek is, met andere woorden, noodzaak. Maar er is meer.
                           Multidisciplinair onderzoek is niet alleen noodzaak, het is ook spannend. Juist op
                           1    Delen uit de persconferentie ter gelegenheid van het winnen van de Nobelprijs Chemie 2000,
                                gehouden op 10 oktober 2000. Voor de complete tekst zie http://www.upenn.edu/almanac/
                                v47/n08/nobel2000.html
                       14  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>   Juist op het raakvlak van  het raakvlak van vakgebieden is de kans op doorbraken groot. Maar al te vaak
    disciplines is de kans op vallen de grenzen van ons weten samen met de grenzen tussen disciplines. Wat
           doorbraken groot   buiten die grenzen ligt, weet niemand, maar prikkelt onze fantasie des te meer.
                              Wetenschap is en blijft een endless frontier.
                              De constatering dat stimulering van multidisciplinair onderzoek gewenst is, is niet
                              nieuw. Keer op keer, niet alleen door de AWT, wordt dit gesignaleerd. Diverse
                              instanties hebben recent het initiatief genomen multidisciplinair onderzoek te sti-
                              muleren (zie kader). Ook in het buitenland worden in toenemende mate de kan-
                              sen gezien van multidisciplinaire samenwerking. De AWT wil met dit advies een
                              eigen bijdrage leveren om te zorgen dat dergelijke initiatieven kunnen slagen.
                              Multidisciplinair onderzoek is een belangrijk onderdeel van de strategie van NWO
                              voor de komende jaren. Verder heeft de KNAW een werkgroep multidisciplinair
                              onderzoek benoemd. Deze werkgroep heeft hierover recent gerapporteerd. Ook
                              TNO onderschrijft het belang in haar strategisch plan. Multidisciplinair onderzoek
                              is ook prominent aanwezig in de missie van diverse universiteiten. De missie van
                              veel buitenuniversitaire onderzoeksinstituten is bij uitstek multidisciplinair. Hun
                              primaire bestaansrecht is in de meeste gevallen het uitvoeren van multidisciplinair
                              onderzoek.
                              1..2 Focus en aard van het advies
                              Aan de basis van dit advies ligt de notie dat doorbraken veelal plaatsvinden door
De Raad richt zich vooral op  grenzen van disciplines te overschrijden. In dit advies wil de Raad zich vooral rich-
  het creëren van kansen      ten op manieren om dergelijke kansen te creëren en vervolgens ten volle te benut-
                              ten. De Raad zoekt zijn toegevoegde waarde in het aandragen van inventieve en
                              effectieve beleidsmaatregelen die aanknopingspunten bieden om de opkomst en
                              het voortbestaan van multidisciplinair onderzoek binnen het bestaande systeem te
  en legt minder nadruk op    stimuleren. De Raad legt minder nadruk op een uitgebreide analyse van belem-
         het wegnemen van     meringen voor multidisciplinair onderzoek. Het is de Raad gebleken dat deze
             belemmeringen    complex zijn, in elkaar grijpen en nationaal en internationaal diep ingebed zijn in
                              het wetenschapsbestel. Ze laten zich daarom niet zomaar weg organiseren. De
                              Raad zal zijn adviezen dan ook richten op manieren ze hanteerbaar te maken.
                              In dit advies richt de Raad zijn aandacht vooral op de macrofactoren die het suc-
                              ces van multidisciplinaire projecten en programmas beïnvloeden. Het gaat daar-
                           15 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   Vooral aandacht voor      bij bijvoorbeeld om de facultaire indeling van universiteiten of de beschikbaarheid
        macrofactoren .      van voldoende fondsen. Dit zijn kwesties die op een hoger niveau spelen dan indi-
                             viduele projecten of programmas. Voor direct betrokkenen bij multidisciplinair
                             onderzoek _ bijvoorbeeld onderzoekers of programmaleiders _ zijn deze factoren
                             moeilijk te beïnvloeden. Zij hebben slechts invloed op microfactoren zoals goede
                             communicatie of goed management. Naar de optimalisatie daarvan is veel studie
                             verricht. Dezelfde onderzoeken tonen echter vaak aan dat gunstige microfactoren
                             niet voldoende zijn. Om multidisciplinaire projecten en programmas te laten sla-
                             gen, zijn gunstige macrofactoren evenzeer van belang. Aanbevelingen voor de
                             optimalisatie van macrofactoren worden echter beperkt gegeven. Daarom richt
                             de Raad dit advies op de macrofactoren bij multidisciplinair onderzoek. De Raad
                             is van mening dat de overheid de aangewezen instantie is om macrofactoren
                             mede te beïnvloeden. De AWT zoekt juist op dit punt de meerwaarde van zijn
                             advies.
  én voor samenwerking       De Raad heeft de indruk dat samenwerking tussen niet-verwante disciplines meer
    tussen niet-verwante     stimulering behoeft dan samenwerking tussen verwante disciplines. Steeds vaker
                disciplines  klinkt een roep naar meer en tijdige inbreng van gammadisciplines. De Raad zal
                             daarom in dit advies extra aandacht schenken aan samenwerking tussen niet ver-
                             wante disciplines en in het bijzonder tussen bèta- en gammadisciplines.
                             1..3 Uitgangspunten
Mono- en multidisciplinair   De Raad wil benadrukken dat mono- en multidisciplinair onderzoek elkaar geens-
 onderzoek sluiten elkaar    zins uitsluiten. In zijn algemeenheid geldt dat monodisciplines de voedingsbodem
                    niet uit leveren waarop multidisciplinair onderzoek kan opbloeien. Deze verhouding
                             impliceert echter geen hiërarchie. Veel van de monodisciplines die wij tegen-
                             woordig kennen, zijn in het verleden ontstaan als combinaties van uiteenlopende
                             vakgebieden. De grenzen tussen mono- en multidisciplines zijn, met andere woor-
                             den, veranderlijk. Dit vormt des te meer aanleiding om multidisciplinaire initiatie-
                             ven te stimuleren.
Multidisciplinariteit is een Verder hanteert de Raad de term multidisciplinariteit in dit advies als een koepel-
   overkoepelend begrip      term die verwijst naar alle mogelijke vormen van samenwerking tussen weten-
                             schappers uit verschillende disciplines. Begrippen als interdisciplinariteit en trans-
                             disciplinariteit doen dat eveneens, maar voegen daar extra dimensies aan toe. Zo
                             vraagt het begrip interdisciplinariteit aandacht voor de mate van integratie van
                          16 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>   werkwijzen en resultaten van onderzoek en doet het begrip transdisciplinariteit
   dat voor de mate van samenwerking tussen wetenschappers en vertegenwoor-
   digers uit andere geledingen zoals overheid, bedrijfsleven of gebruikers. Alhoewel
   de Raad zich bewust is van de betekenisverschillen die hiermee gepaard gaan,
   wenst hij buiten definitiekwesties te blijven. Derhalve maakt hij in dit advies geen
   gebruik van het onderscheid tussen de verschillende termen.
17 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                           Beantwoording adviesvragen en
                           aanbevelingen
                           Door kennis uit verschillende disciplines actief bijeen te brengen, wordt de kans
                           vergroot op maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke vernieuwin-
                           gen. Met dit advies wil de Raad een bijdrage leveren aan het stimuleren van mul-
                           tidisciplinair onderzoek. Hij gaat hierbij pragmatisch te werk. In dit hoofdstuk doet
                           de Raad aanbevelingen waarvan de Raad verwacht dat deze hun waarde in de
                           praktijk zullen bewijzen en waarbij het accent wordt gelegd op het creëren en
                           benutten van kansen. De Raad laat deze aanbevelingen bewust niet gepaard gaan
                           met uitgebreide bespiegelingen over de belemmeringen bij het opbloeien van
                           multidisciplinair onderzoek. De aanbevelingen zijn ook niet sterk gericht op het
     De aanbevelingen zijn oplossen van knelpunten, maar veeleer op manieren om ze hanteerbaar te
gericht op het hanteerbaar maken. Uiteraard heeft de Raad zich wel op de hoogte gesteld van de belangrijk-
maken van knelpunten, niet ste knelpunten. Bij de beantwoording van de adviesvragen wordt daar kort op
        het oplossen ervan ingegaan; in de toelichting (deel B van dit rapport) uitgebreider.
                           De Raad heeft bij de voorbereiding van dit advies diverse praktijkdeskundigen in
                           binnen- en buitenland geraadpleegd. In Nederland is een gespreksronde en een
                           workshop gehouden. Bijlage 1 geeft een overzicht van de gesprekspartners en
                           deelnemers aan de workshop in Nederland. In drie landen _ Finland, Zwitserland
                           en Engeland _ zijn eveneens gespreksrondes gehouden. Naar de situatie in de
                           Verenigde Staten is literatuuronderzoek gedaan. In achtergronddocumenten per
                           land worden de bevindingen beschreven.2 In bijlage 2 staat een overzicht van de
                           gesprekspartners in het buitenland. De inzichten uit deze consultaties heeft de
                           Raad gebruikt bij het opstellen van de aanbevelingen die in paragraaf 2.2 van dit
                           hoofdstuk zullen volgen.
                           Alvorens over te gaan tot de aanbevelingen gaat de Raad in paragraaf 2.1 eerst
                           kort in op beantwoording van de afzonderlijke adviesvragen.
                           2   Deze achtergronddocumenten zijn beschikbaar op www.awt.nl.
                        19 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                              2..1 Korte beantwoording van de adviesvragen
                              Wat zijn de precieze achtergronden van het achterblijven van multidiscipli-
                              nair onderzoek?
                              De adviesvraag veronderstelt dat er sprake is van achterblijven van multidsicipli-
                              nair onderzoek. De Raad constateert dat deze term te sterk is voor de feitelijke situ-
    In vergelijking met het   atie. In vergelijking met het buitenland blijft multidisciplinair onderzoek in
            buitenland blijft Nederland niet achter. Er gebeurt veel goeds met betrekking tot multidisciplinair
multidisciplinair onderzoek   onderzoek. Naast de totstandkoming van veel multidisciplinaire vakgebieden
               niet achter    gedurende een al wat langere termijn (zoals epidemiologie, econometrie, cogni-
                              tiewetenschappen, taal- en spraaktechnologie, bio-informatica), zijn er diverse
                              multidisciplinaire projecten en initiatieven te noemen die succesvol verlopen.Toch
           toch moet het in   is de Raad van mening dat multidisciplinair onderzoek verder gestimuleerd moet
          Nederland verder    worden. Dit is niet alleen in lijn met de initiatieven die daartoe in het buitenland
      gestimuleerd worden     genomen worden, maar doet ook recht aan het grote belang van multidisciplinair
                              onderzoek voor wetenschappelijke, maatschappelijke en technologische vernieu-
                              wingen.
                              Zoals gesteld wil de Raad zich vooral richten op kansen om het opbloeien van
                              multidisciplinair onderzoek te vergemakkelijken en te versnellen. Hij is echter niet
                              blind voor structurele belemmeringen. Gesignaleerde knelpunten die de opbloei
 De knelpunten zijn in alle   van multidisciplinair onderzoek belemmeren blijken in alle landen opvallend
   landen opvallend gelijk    gelijk:
                              - Het disciplinaire karakter van de universitaire structuur.
                                  De facultaire structuur wordt in binnen- en buitenland ervaren als belemme-
                                  rend voor het opbloeien van multidisciplinair onderzoek. Bijna overal, ook waar
                                  deze structuur niet door de wet wordt voorgeschreven, hanteren universiteiten
                                  een indeling in (vrij smalle) faculteiten. Dit leidt tot hokjesgeest. Positief is dat
                                  in binnen- en buitenland volop initiatieven zijn om samenwerking tussen facul-
                                  teiten te bevorderen door faculteiten te verbreden en door (thematische) hori-
                                  zontale structuren in te stellen.
                              - Cultuurverschillen en verschillen in aanpak tussen disciplines.
                                  Er zijn grote verschillen in wetenschapscultuur en werkwijze tussen disciplines,
                                  zeker tussen gamma- en bètadisciplines. Dit heeft onder andere te maken met
                                  het studieobject. Het studieobject van bètas leidt veeleer tot resultaten die
                                  universeel in tijd en ruimte zijn. Gammas worden vaak geconfronteerd met
                                  resultaten die sterk kunnen wisselen in tijd en ruimte (veel meer onduidelijk-
                                  heden). Deze verschillende werelden zijn moeilijk samen te brengen.
                         20   AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                              - Het peer review systeem en daaraan gekoppelde beoordelingssystemen.
                                  Wereldwijd wordt wetenschappelijke kwaliteit vooral gedefinieerd als kwaliteit
                                  in wetenschapsinterne zin, namelijk het aantal publicaties in toptijdschriften en
                                  het aantal citaties. Wetenschappers zijn voor erkenning en indirect vaak ook
                                  voor bekostiging van hun onderzoek afhankelijk van beoordeling door peer
                                  groups. Deze peer groups en de tijdschriften hebben vaak een sterk monodisci-
                                  plinair karakter.
                              - Versnipperde vraagarticulatie.
                                  Onderzoek naar maatschappelijke kwesties wordt vaak gedreven door korte
                                  termijn belangen en vraagstellingen worden veelal versnipperd geformuleerd.
                                  Vragende partijen, waaronder de overheid, spannen zich onvoldoende in om
                                  te komen tot een integrale, departementsoverstijgende aanpak van onder-
                                  zoeksvragen in de publieke sector. Dit terwijl maatschappelijke vragen in prin-
                                  cipe interdepartementale vraagstukken zijn die een brede interdisciplinaire aan-
                                  pak vereisen.
                              In de toelichting bij dit advies gaat de Raad uitgebreider op deze knelpunten in.
                              De Raad signaleert dat genoemde knelpunten zich veel sterker manifesteren aan
                              universiteiten dan aan buitenuniversitaire onderzoeksinstituten.3 Veel van zulke
 Knelpunten manifesteren      instituten hebben een duidelijke, thematische invalshoek en bieden daarmee een
        zich het sterkst aan  omgeving waarin multidisciplinair onderzoek volop tot zijn recht kan komen.
               universiteiten Verschillende van deze instituten worden ook gekenmerkt door een substantiële
                              input vanuit de gammadisciplines. Bij universiteiten ligt dat veelal anders. Daar
                              zijn veel krachten werkzaam die de ontwikkeling van multidisciplinair onderzoek
                              tegenwerken. Voor onderzoekers die multidisciplinair onderzoek willen verrichten,
                              zijn buitenuniversitaire onderzoeksinstituten dan veelal ook aantrekkelijker dan
                              universiteiten.
                              Hoe kan dit soort onderzoek vanuit de onderzoekswereld zelf worden
                              bevorderd? Wat is daarbij specifiek de rol van de universiteiten?
                              De Raad is van mening dat alle onderzoeksinstellingen, dus ook de universiteiten,
                              een rol te vervullen hebben bij het bevorderen van multidisciplinair onderzoek.
  Alle instellingen moeten    Vanuit de onderzoekswereld zelf is het vooral zaak om incentives te introduceren die
multidisciplinair onderzoek   multidisciplinair onderzoek aantrekkelijk maken. Uitsluiten van monodisciplinair
                stimuleren    onderzoek is geen issue. Het gaat om het creëren van een juiste balans en het naast
                              elkaar laten opbloeien van beide vormen van onderzoek, met wederzijds respect en
                              3    Voorbeelden van dergelijke instituten zijn: NIVEL, NIZW, TNO, NIDI et cetera.
                           21 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                               kruisbestuiving. Het stimuleren van multidisciplinair onderzoek aan buitenuniversi-
                .zeker ook de  taire onderzoeksinstituten verloopt relatief gemakkelijk. De Raad ziet echter goede
                universiteiten redenen om multidisciplinair onderzoek ook aan universiteiten te stimuleren:
                               1. Studenten en AIOs worden niet alleen opgeleid om aan de universiteit onder-
                                   zoek te doen, maar ook om daarna binnen instituten of in bedrijven onderzoek
                                   te doen of andere functies te vervullen. Multidisciplinaire kennisopbouw ver-
                                   dient daarom aandacht in de opleidingstrajecten. Om dit goed te kunnen ver-
                                   zorgen is het nodig dat universitaire docenten en onderzoekers kennisnemen
                                   van en ervaring opdoen met multidisciplinaire kennisontwikkeling.
                               2. Bij multidisciplinaire projecten en programmas op tijdelijke basis worden vaak
                                   universitaire onderzoekers betrokken. Deze onderzoekers keren daarna veelal
                                   terug naar de universiteit. Zij moeten dan de mogelijkheid hebben (multidisci-
                                   plinaire) onderzoekslijnen te kunnen voortzetten. De periode in een multidisci-
                                   plinair project of programma moet geen onderbreking zijn van de carrière
                                   maar een (verrijkend) onderdeel.
                               3. Doorbraken en spannende ontwikkelingen vinden met name op grenzen van
                                   disciplines plaats. Juist universiteiten moeten zich dit type ontwikkelingen niet
                                   willen ontzeggen. Verder ontstaan door ontmoetingen van disciplines nieuwe
                                   invalshoeken die ook meer diepgang kunnen betekenen voor de monodiscipli-
                                   naire onderzoekslijnen.
                               Zowel buitenuniversitaire onderzoeksinstituten als universiteiten hebben dus een
                               rol bij de bevordering van multidisciplinair onderzoek. Vanwege het feit dat de
                               belemmeringen zich pregnant manifesteren aan universiteiten, heeft de Raad
                               besloten zich in zijn aanbevelingen vooral op de bevordering van multidisciplinair
                               onderzoek aan universiteiten te richten. Dit wil niet zeggen dat de Raad de ver-
                               dere ontwikkeling van incentives voor en de voortzetting van multidisciplinair
                               onderzoek aan instituten minder belangrijk acht. Integendeel, ook buitenuniversi-
                               taire instituten dienen waar mogelijk ondersteund en gefaciliteerd te worden.
Beleidsmatige aandacht voor    Beleidsmatige aandacht voor buitenuniversitaire instituten mag ook zeker niet ver-
  multidisciplinair onderzoek  slappen. De Raad hoopt bovendien dat een deel van zijn aanbevelingen ook voor
        in buitenuniversitaire deze instituten vruchten zal afwerpen. De concrete aanbevelingen volgen hier-
       instituten blijft nodig onder in paragraaf 2.2.
                               Heeft de overheid een taak bij het stimuleren van het multidisciplinaire
                               onderzoek en zo ja, hoe kan die worden ingevuld?
                               Multidisciplinair onderzoek is van groot belang voor tal van partijen. Het ligt aan
                            22 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                             de basis van wetenschappelijke doorbraken, het speelt een grote rol bij het
                             bewerkstelligen van maatschappelijke vernieuwingen en is een belangrijke voor-
                             waarde om te (kunnen) komen tot innovaties in bedrijven. Daarmee dient multi-
                             disciplinair onderzoek aanmerkelijke publieke en private belangen. Met de
                             ministers van OCenW en EZ stelt de Raad evenwel vast dat de verbreiding van
                             multidisciplinair onderzoek minder groot is dan zijn (potentiële) belang wettigt.
                             Bevordering van multidisciplinair onderzoek is daarom gewenst.
             Stimuleren van  De Raad is van mening dat het primair aan de kennisinstellingen zélf is om multi-
multidisciplinair onderzoek  disciplinair onderzoek te bevorderen en incentives daartoe te ontwikkelen. De
           is primair aan de Raad juicht dan ook toe dat de bevordering van multidisciplinair onderzoek een
  kennisinstellingen zélf... duidelijke plaats heeft in de strategische plannen van diverse kennisinstellingen.
                             Hij roept de kennisinstellingen op die strategische ambities in praktisch handelen
                             te (blijven) vertalen. In dit advies doet hij meerdere handreikingen hiertoe (zie
                             aanbevelingen in paragraaf 2.2).
       ... maar de overheid  Ook de overheid heeft in de ogen van de Raad een taak bij het stimuleren van
         heeft ook een taak  multidisciplinair onderzoek. Juist vanwege de hiervoor geschetste grote publieke
                             en private belangen, pleit de Raad voor meer aandacht en betrokkenheid van de
                             overheid. De verantwoordelijkheid van de overheid voor het (multidisciplinaire)
                             onderzoek kent meerdere dimensies.
                             Allereerst is de overheid verantwoordelijk voor de kwaliteit, de omvang en het ver-
         OCenW vanuit zijn   nieuwend vermogen van het onderzoeksbestel als zodanig. Deze (systeem)ver-
verantwoordelijkheid voor    antwoordelijkheid geldt vooral de minister van OCenW. Vanuit deze verantwoor-
  het onderzoeksbestel als   delijkheid moet de overheid speciale aandacht besteden aan het stimuleren van
                  zodanig    multidisciplinair onderzoek in de kennisinstellingen die onder zijn verantwoorde-
                             lijkheid vallen. De Raad beveelt hiertoe in algemene zin twee zaken aan:
                             - spreek kennisinstellingen in de bestuurlijke overleggen aan op hun verant-
                                 woordelijkheid om zélf stimulerende impulsen te ontwikkelen en te implemen-
                                 teren;
                             - besteed bij het initiëren, inrichten en evalueren van speciale onderzoeksstimu-
                                 leringsprogrammas zoals de vernieuwingsimpuls speciale aandacht aan de
                                 bevordering van multidisciplinair onderzoek.
                         23  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                   .EZ vanuit Ten tweede is de overheid verantwoordelijk voor het stimuleren van innovatie in
     innovatieperspectief     bedrijven. Deze verantwoordelijkheid geldt vooral de minister van EZ. Ook in dit
                              verband moet de overheid volgens de Raad speciale aandacht besteden aan het
                              bevorderen van multidisciplinair onderzoek. De Raad beveelt hiertoe aan:
                              - besteed bij het initiëren, inrichten en evalueren van innovatiestimuleringspro-
                                 grammas waarin kennisontwikkeling een duidelijke component is speciale aan-
                                 dacht aan de bevordering van multidisciplinair onderzoek.
      en alle ministeries als Ten derde is de overheid ook een kennisvragende partij die met tal van vraag-
      kennisvragende partij   stukken aanklopt bij het onderzoeksbestel. Deze verantwoordelijkheid geldt alle
                              departementen, met het ministerie van OCenW in een coördinerende rol. Om te
                              komen tot een goede kennisinput en onderbouwing voor de aanpak van maat-
                              schappelijke vraagstukken is veelal een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk. In
                              dit verband beveelt de Raad aan:
                              - draag zorg voor een brede vraagstelling die alle relevante invalshoeken omvat én
                                 zie erop toe dat de uitvoering van projecten daadwerkelijk multidisciplinair is.
                              De Raad constateert dat de overheid zijn verantwoordelijkheid voor bovenge-
                              noemde taken reeds op tal van manieren neemt. Hij juicht deze initiatieven van
                              harte toe, maar stelt vast dat de bevordering van multidisciplinair onderzoek een
                              extra inzet vergt. Daarom werkt hij de algemene aanbevelingen die hierboven zijn
                              gedaan in de volgende paginas specifieker uit.
                              2..2 Aanbevelingen
                              2.2.1 Uitgangspunten
                              Mede gevoed door de praktijkervaringen van een breed scala aan gesprekspart-
 Drie zaken zijn van belang   ners onderscheidt de Raad drie zaken die van groot belang zijn bij het effectief
      bij het stimuleren van  bevorderen van multidisciplinair onderzoek. In de eerste plaats moeten er vol-
multidisciplinair onderzoek:  doende onderzoekers zijn die gemotiveerd en in staat zijn om multidisciplinair
                              onderzoek te verrichten. Zonder de beschikbaarheid van een kritisch volume
                              menselijk kapitaal maakt multidisciplinair onderzoek geen schijn van kans. In de
                              tweede plaats moeten gemotiveerde en competente onderzoekers in de gelegen-
                              heid zijn om elkaar te ontmoeten. Het bijeenbrengen van disciplines veronderstelt
                              het bijeenbrengen van mensen. En in de derde plaats moeten gemotiveerde en
                          24  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                           competente onderzoekers die elkaar hebben gevonden zich verbonden voelen
                           door interessante, uitdagende doelstellingen. Niets verenigt beter dan een
                           gemeenschappelijk doel. Hieronder werkt de Raad deze drie zaken kort uit.
                           1. Voldoende gemotiveerde onderzoekers
                           Om multidisciplinair onderzoek te laten slagen, zijn allereerst mensen nodig die
            gemotiveerde   bereid zijn tot samenwerken en die naast gedegen kennis van hun eigen discipli-
          onderzoekers,    ne voldoende affiniteit hebben met andere disciplines. Zij moeten niet alleen
                           intrinsiek, maar ook extrinsiek gemotiveerd worden om deel te nemen aan multi-
                           disciplinair onderzoek. Het is niet alleen een kwestie van willen, maar ook van
                           mogen en kunnen. Dit heeft consequenties voor het wetenschappelijk onderwijs,
                           voor de wetenschappelijke loopbaan, voor de kwaliteitscriteria en voor de bekosti-
                           ging van onderzoek.
                           2. Ontmoeten van onderzoekers
                           Veel prikkels in de wetenschap zijn erop gericht onderzoekers te laten opereren
         ontmoetingen en   binnen de grenzen van hun eigen discipline. Juist daarom moet er actief gelegen-
              interactie   heid worden geschapen om elkaar te ontmoeten en samen te werken: 1+1>2. De
                           Raad wijst erop dat het er niet zozeer om gaat meerdere disciplines in één per-
                           soon te verenigen, maar om individuen met verschillende achtergronden bij
                           elkaar te brengen. Deze ontmoetingen zijn cruciaal in verschillende stadia van het
                           wetenschapsproces. Informeel en in het onderwijs kunnen ontmoetingen leiden
                           tot het creëren van wederzijds begrip en respect en het leren herkennen van
                           elkaars potentiële bijdrage. Bij het bepalen van onderzoeksthemas en/of maat-
                           schappelijke vraagstukken zijn interactie en wisselwerking cruciaal, evenals bij het
                           formuleren van concrete programmas en projecten en bij het identificeren van de
                           onderzoeksvragen. In veel, zo niet alle, gevallen zal blijken dat traditionele gren-
                           zen tussen disciplines, maar ook tussen wetenschap en praktijk, overschreden
                           moeten worden.
                           3. Gemeenschappelijke, uitdagende doelstellingen
                           Het samenkomen en samenwerken van onderzoekers kan alleen succes hebben als
                           sprake is van een gemeenschappelijk doel of een gezamenlijke ambitie. Ook bij
                    en een nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek zal samenwerking slechts slagen wanneer
gemeenschappelijke ambitie deelnemers een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben. De Raad is van
                           mening dat het formuleren van uitdagende doelstellingen en aansprekende
                           themas en het daaraan koppelen van langere termijn financiering een belang-
                           rijke impuls kan zijn voor multidisciplinair onderzoek.
                        25 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                               In de rest van dit hoofdstuk presenteert de Raad zijn aanbevelingen om het
                               opbloeien van multidisciplinaire onderzoek in Nederland te stimuleren. De invals-
                               hoek die hierbij is gekozen is: hoe creëren we optimale condities om multidiscipli-
                               nair onderzoek, meer dan nu het geval is, te koesteren, te stimuleren en tot bloei
                               te laten komen? Deze aanbevelingen zijn opgezet langs bovengenoemde lijnen.
   De Raad zet op meerdere     Nog een opmerking vooraf: de Raad draagt een grote hoeveelheid mogelijkheden
    fronten tegelijk in, maar  aan. Gezien de complexiteit van de materie, acht de Raad het verstandig en wen-
streeft geen volledigheid na   selijk op meerdere fronten tegelijk in te zetten. Zijn voorstellen voor de stimule-
                               ring van multidisciplinair onderzoek binnen de drie hoofdcategorieën van beno-
                               digde actie zijn niet de enig denkbare. De hier aanbevolen maatregelen en
                               voorbeelden leveren een bijdrage, maar kunnen ook inspiratie zijn voor andere ini-
                               tiatieven.
                               2.2.2 Voldoende gemotiveerde onderzoekers
                               De Raad gaat met de aanbevelingen in deze paragraaf in op het creëren van de
                               juiste prikkels voor onderzoekers om aan multidisciplinair onderzoek deel te nemen.
                               Verbreed het kwaliteitsbegrip
                               De (inter)nationale maatstaven voor de beoordeling van de kwaliteit van weten-
  Verbreding van het begrip    schappelijk onderzoek en daarmee het aanzien van onderzoekers zetten onderzoe-
      van wetenschappelijke    kers veelal niet aan tot multidisciplinair onderzoek. Wat telt is het aantal publicaties
     kwaliteit is noodzakelijk en citaties in internationale (veelal monodisciplinaire) toptijdschriften. Deze maat-
                               staven zijn duidelijk herkenbaar in de visitatiecriteria die tot nu toe werden gebruikt
                               bij de beoordeling van de kwaliteit van onderzoeksgroepen. Het nieuwe Standard
                               Evaluation Protocol 2003-2009 for Public Research Organisations, dat onlangs is opge-
                               steld door VSNU, KNAW en NWO, biedt ruimte voor een verbreding van het kwali-
                               teitsbegrip. Onderzoeksgroepen worden geacht een missie te formuleren en ande-
                               re groepen met vergelijkbare missies te noemen met wie zij door de
                               visitatiecommissies vergeleken willen worden. Dit soort ontwikkelingen acht de Raad
                               zeer wenselijk om te komen tot de noodzakelijke verbreding van het begrip van
                               wetenschappelijke kwaliteit. De Colleges van Bestuur hebben een belangrijke rol bij
                               het bewaken of de ruimte die wordt aangebracht in de bestaande visitatiesystemen
                               ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Bij de meta-evaluatie moet de KNAW als een
                               belangrijk aandachtspunt meenemen of multidisciplinair onderzoek in het nieuwe
                               systeem beter beoordeeld kan worden dan voorheen.
                          26   AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                              Voer gericht beleid om onderzoekers hun loopbaan te laten verbreden
                              De Raad is van mening dat er meer mogelijkheden moeten worden gecreëerd om
                              de loopbaan van wetenschappelijk onderzoekers te verbreden. Hij signaleert dat
                              vooral jonge hoogleraren op dit moment weinig mogelijkheden hebben om in
                              een nieuwe richting expertise op te bouwen.
Opties om multidisciplinaire  Ruimhartige financiële incentives gedurende een langere termijn geven talentvol-
 verbreding aan te brengen    le jonge onderzoekers en hoogleraren de mogelijkheid een nieuwe richting in te
                 zijn nodig   slaan en deze richting te bestendigen door een eigen groep op te richten. De
                              Vernieuwingsimpuls van NWO (VENI-VIDI-VICI beurzen) is een voorbeeld van een
                              dergelijke incentive. Jonge onderzoekers krijgen de gelegenheid eigen onder-
                              zoekslijnen uit te zetten en deze later te bestendigen door eigen onderzoekers aan
                              te stellen en een eigen onderzoeksgroep op te zetten. In hoeverre multidisciplinair
                              onderzoek hiermee een plaats krijgt, moet punt van aandacht zijn in de evaluatie
                              van de vernieuwingsimpuls.
        in alle stadia van de De Raad wil benadrukken dat in alle stadia van de wetenschappelijke loopbaan
wetenschappelijke loopbaan    verbreding gestimuleerd moet worden. Dit is een verantwoordelijkheid van zowel
                              de universiteiten, als NWO en de KNAW.
                              Concrete opties ter verbreding van de loopbaan zijn onder andere geïnspireerd op
                              voorbeelden in het buitenland (voor meer details zie de toelichting bij dit advies):
                              - Beurzen voor samenwerking tussen onderzoekers uit verschillende disciplines
                                  voor het ontwikkelen van nieuwe ideeën of het uitvoeren van onderzoek in
                                  nieuwe richtingen (bijvoorbeeld de discipline hopping awards in de UK)
                              - Onderzoeksbeurzen voor bijvoorbeeld één jaar om kennistransfer van de éne
                                  naar de andere discipline te bewerkstelligen (bijvoorbeeld postdoctoral mobility
                                  in de UK).
                              - Het stimuleren van loopbaanstappen naar andere organisaties of vanuit ande-
                                  re organisaties (bijvoorbeeld wetenschappers naar beleid of bedrijfsleven; en
                                  omgekeerd). In Europees verband worden in het Zesde Kaderprogramma in
                                  het kader van de Marie Curie actions on mobility, training, knowledge transfer
                                  and excellence recognition mogelijkheden hiertoe geboden. Dergelijke pro-
                                  grammas kunnen ook op nationaal niveau worden opgezet. Het betreft nu
                                  namelijk altijd uitwisseling tussen verschillende landen.
                              - Het instellen van fondsen voor avontuurlijk multidisciplinair onderzoek. De UK
                                  stelde hiertoe het adventurous fund in, waarin onderzoekers, maar ook groepen
                                  onderzoekers ertoe worden uitgedaagd nieuwe wegen in te slaan door
                                  bestaande technieken op een heel nieuwe discipline toe te passen, bestaande
                          27  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                  conventies te trotseren et cetera. Belangrijk hierbij is dat een negatieve uit-
                                  komst van dergelijk onderzoek niet als mislukking wordt gezien. Dergelijk
                                  onderzoek impliceert namelijk een hogere faalkans.
                               Vergroot het aanzien van multidisciplinair onderzoek
                               Veel onderzoekers beschouwen multidisciplinair onderzoek als tweederangs
            Het aanzien van    onderzoek. Dit is bepalend voor de (lage) status van dit type onderzoek. De Raad
 multidisciplinair onderzoek   acht dit onterecht. Het aanzien van multidisciplinair onderzoek moet derhalve
     moet worden vergroot      worden verbeterd. De Raad doet daarbij de volgende concrete suggesties, vooral
                               gericht aan de onderzoeksinstellingen zelf:
                               - Geef topwetenschappers de ruimte om multidisciplinaire initiatieven te
                                  ontwikkelen. Talent trekt talent: er zal een aanzuigende werking van hun
                                  betrokkenheid uitgaan.
                               - Betrek topwetenschappers in de uitvoering van multidisciplinair onderzoek. Dit
                                  kan bijvoorbeeld door scientific advisory boards in te stellen waarin topweten-
                                  schappers deelnemen. Hun aanzien zal uitstraling hebben op het project of het
                                  programma.
                               - Zorg voor commitment voor thematisch onderzoek op hoog niveau. In
                                  Zwitserland bleek een multidisciplinair project op het gebied van global sustai-
                                  nability pas topwetenschappers aan te trekken, toen de bestuurders van MIT,
                                  ETH-Zürich en de universiteit van Tokio zich persoonlijk inzetten voor het pro-
                                  gramma (zie toelichting Zwitserland).
                               2.2.3. Stimuleer interactie en ontmoetingen
                               Ontmoetingen en interactie zijn cruciaal voor het opbloeien van multidisciplinair
                               onderzoek. Het gaat niet alleen om verbindingen tussen wetenschappers onder-
Ontmoetingen en interactie     ling, maar eveneens om interactie tussen wetenschappers en beleidsvoorberei-
                 zijn cruciaal ders, wetenschappers en vertegenwoordigers uit maatschappelijke groeperingen,
                               en tussen wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven.
                               Ontmoetingen kunnen op allerlei manieren georganiseerd worden. In het onder-
                               wijs, in de onderzoeksprogrammeringsfase, maar ook in de uitvoeringsfase. Ook
                               informele ontmoetingen kunnen ertoe leiden dat nieuwe invalshoeken gezien
                               worden. Verbreding in het onderzoek of nieuwe onderzoekslijnen kunnen daarvan
                               het gevolg zijn.
                           28  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                De Raad doet concreet de volgende aanbevelingen:
                                Organiseer de inrichting van horizontale verbanden (ontmoetingsplaatsen):
                                Universiteiten moeten om multidisciplinair onderzoek te bevorderen zich actief
                                opstellen bij het inrichten van ontmoetingsplaatsen. Dit is geen geheel nieuwe
                Richt daartoe   gedachte. De Delftse interfacultaire onderzoekscentra (DIOCs),4 de Twentse
      ontmoetingsplaatsen in    speerpuntinstituten en interfacultaire onderzoeksinstituten5 of de matrix-actige
       binnen universiteiten... constructies rondom een thema aan diverse andere universiteiten zoals bijvoor-
                                beeld het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) aan de UvA6 zijn
                                bestaande initiatieven om interactie tussen onderzoekers uit verschillende discipli-
                                nes te bevorderen. Initiatieven daartoe moeten actief gestimuleerd worden. Het
                                College van Bestuur kan daarin samen met de decanen en de directeuren van
                                universitaire onderzoekscentra en instituten een voortrekkersrol vervullen.
                                Een verdergaande vorm van organiseren van horizontale verbanden is de
                                oprichting van _ tijdelijke _ organisaties rond brede, (bestendige) multidiscipli-
                                naire themas. Dit kan verschillende vormen aannemen zoals het model van de
...en waar nodig _ tijdelijke _ Technologische topinstituten (TTIs) of dat van het Regie-orgaan Genomics. De
     zelfstandige organisaties  Raad adviseert om meer van dergelijke zelfstandige _ tijdelijke _ organisaties
                                voor andere bestendige themas op te richten. Daarbij is een aandachtspunt
                                dat disciplines ingeschakeld worden over de volle breedte van de themas (dus
                                zowel alfa, bèta als gamma indien nodig). Als onderzoekers uit de verschillende
                                disciplines elkaar gevonden hebben en samenwerkingsverbanden goed gewor-
                                teld zijn, kan dit soort tijdelijke organisaties weer beëindigd worden.
                                Richt topinstituten voor maatschappelijke vraagstukken op (MTIs)
                                Vooralsnog richten TTIs zich vooral op de samenwerkingsrelaties tussen onder-
                                zoeksinstellingen en bedrijfsleven en zijn derhalve nu vooral gericht op innovatie.
                                In potentie is het model van topinstituten ook zeer geschikt voor onderzoek
                                naar maatschappelijke vraagstukken.
                 Pleidooi voor  In lijn met de voorgaande aanbeveling pleit de Raad voor de oprichting van maat-
            Maatschappelijke   schappelijke topinstituten (MTIs). Geschikte onderwerpen voor deze MTIs zijn
          Topinstituten naast  bijvoorbeeld: onderwijs, volksgezondheid, veiligheid, vergrijzing of mobiliteit. Het
     Technische Topinstituten   gaat in feite om kabinetsbrede prioriteiten die ondersteuning vanuit een brede
                                4    Zie voor meer informatie: www.tudelft.nl
                                5    Zie voor meer informatie: www.utwente.nl
                                6    Zie voor meer informatie: www.illc.uva.nl
                            29  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                             kennisbasis vereisen. De minister van OCenW heeft daarin een coördinerende rol.
                             In dergelijke maatschappelijk gerichte topinstituten komen de lijnen van grote
                             inspirerende doelen en ontmoetingsplaatsen samen. Belangrijk is daarbij een
                             dergelijk instituut te organiseren rond een vraag of thema en niet rond een tech-
                             nologiegebied zoals nu meestal het geval is bij de TTIs. Een bijkomend positief
                             effect van zon MTI is dat het vanwege de consortiumaanpak goed past binnen
                             de Europese Onderzoeksruimte.
                             Zorg voor ontmoetingen in het onderwijs
                             In een eerder advies7 heeft de Raad al vastgesteld dat onderzoekers gevoelig
      Laat studenten in het  behoeven te zijn voor bijdragen uit andere vakgebieden en dat zij in staat moe-
onderwijs kennismaken met    ten zijn te communiceren met mensen uit andere vakgebieden om kennis uit ver-
      andere disciplines   . schillende vakgebieden te kunnen combineren en integreren. Van academici mag
                             worden verwacht dat zij minimaal de taal van de buren leren spreken. Dit geldt
                             niet alleen voor de studenten die de universiteit bezoeken met de bedoeling later
                             een maatschappelijke carrière te vinden, maar ook voor aankomend onderzoe-
                             kers. Het is kortom van groot belang om in het onderwijs ontmoetingen en inter-
                             actie met andere disciplines te organiseren.
                             De Raad stelt vast dat de nieuwe BaMa-structuur goede mogelijkheden biedt om
                             te komen tot de noodzakelijke verbreding van opleidingen. Hij roept de Colleges
                             van Bestuur op er op toe te zien dat opleidingen voldoende breed worden inge-
                             vuld. Het is nu de tijd om vernieuwingen door te voeren.
 dat hoeft niet ten koste te De Raad is overigens van mening dat de noodzakelijke verbreding van het weten-
  gaan van de academische    schappelijk onderwijs niet ten koste hoeft te gaan van de diepgang. Er moet ruim-
                  diepgang   te zijn voor zowel mono- als multidisciplinaire opleidingen. Niet alle opleidingen
                             moeten in eenzelfde keurslijf worden gedwongen.
                             Verstevig de wisselwerking tussen (buitenuniversitaire) thematische institu-
                             ten en de universiteiten
                             Kennis die aan universiteiten wordt ontwikkeld, vormt in veel gevallen de voedings-
                             bodem voor onderzoek dat in thematische, veelal buitenuniversitaire instituten
                             plaatsvindt. Multidisciplinair onderzoek lijkt in de praktijk gemakkelijker aan derge-
                             lijke instituten op te bloeien. Het is essentieel het stromen van kennis van univer-
                             7    Zie AWT-advies 29: Wisselwerking tussen zachte en harde kennis; benutting van alfa en gamma-ken-
                                  nis in van oudsher bèta-dominante sectoren
                         30  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                               siteiten naar deze instituten en andersom te bevorderen. Goede onderlinge relaties
     Het stromen van kennis    zijn voor beide partijnen essentieel voor de kwaliteit van onderzoek en onderwijs.
     tussen universiteiten en  Voorbeelden van maatregelen die hiertoe genomen zouden kunnen worden zijn:
buitenuniversitaire instituten - Meer deeltijdaanstellingen voor onderzoekers en hoogleraren die én in een
                 is essentieel     instituut én aan de universiteit werken. In Amerika is dit zeer gebruikelijk en
                                   mede hierdoor heeft een multidisciplinaire benadering duidelijk impact op de
                                   organisatie van onderzoek aan de universiteiten
                               - Incentives voor buitenuniversitaire onderzoeksinstituten en universiteiten die
                                   gezamenlijk onderzoeksprogrammas willen opzetten (zoals bijvoorbeeld de in
                                   de toelichting bij dit advies beschreven institutional bridging awards in de UK).
                                   Dit stelt onderzoeksinstituten in staat de relaties met universiteiten te verstevi-
                                   gen onder andere door promovendi en stagiaires aan te stellen.
                               Verstevig de netwerkvorming en wisselwerking tussen universiteiten en de
                               buitenwereld8
                               Persoonsgebonden interactie verstevigt de wisselwerking en netwerkvorming tus-
   Bouw menselijk en sociaal   sen universiteiten en de buitenwereld. Door persoonlijke interactie wordt zowel
  kapitaal op in persoonlijke  menselijk kapitaal opgebouwd (inhoudelijke verbreding) als sociaal kapitaal
                   netwerken   (samenwerkingsrelaties). Het gaat daarbij niet alleen om interactie met bedrijven,
                               maar ook met de overheid en maatschappelijke organisaties. Er zijn diverse manie-
                               ren om deze interactie vorm te geven, bijvoorbeeld:
                               - deeltijdhoogleraren: met name het aantal deeltijdhoogleraren bij de overheid
                                   en bij de maatschappelijke organisaties zou fors uitgebreid kunnen worden.
                               - (deeltijd)detachering van onderzoekers bij bedrijven, overheid en instellingen,
                                   maar ook vice versa.
                               - fora rondom bepaalde themas die zowel wetenschapsintern als wetenschaps-
                                   extern gericht zijn (zoals bijvoorbeeld ProClim in Zwitserland; zie voor meer
                                   details de toelichting bij dit advies).
                               8    Deze aanbeveling raakt aan een veel breder vraagstuk van wisselwerking en kennisstromen tussen
                                    universiteiten, onderzoeksinsitituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De Raad beperkt
                                    zich in dit advies tot een enkele, direct voor multidisciplinair onderzoek relevante aanbeveling. De
                                    Raad is van plan in volgende adviezen op de brede thematiek van wisselwerking terug te komen.
                            31 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                            2.2.4 Stel uitdagende doelen
                            Samenwerking kan alleen succesvol zijn wanneer deelnemers een gemeenschap-
                            pelijk, aansprekend doel, vraagstelling of ambitie hebben. In deze paragraaf doet
                            de Raad aanbevelingen die bijdragen aan een effectieve formulering van inspire-
                            rende doelen, vraagstellingen en ambities.
                            Regisseer vraagarticulatie, kom tot daadwerkelijk integrale vraagstellingen
                            Veel van de huidige maatschappelijke en wetenschappelijke vraagstukken gaan
                            gepaard met een hoge mate van complexiteit. Meerdere invalshoeken en disci-
Start met een goede, brede  plines zijn nodig om vraagstukken in voldoende breedte te benaderen en aan te
geïntegreerde vraagstelling pakken. Een dergelijke brede benadering start met een goede, brede en geïnte-
                            greerde vraagstelling waarbij problemen niet verkokerd en in stukken gehakt aan
                            de orde komen. In de praktijk worden hiertoe wel pogingen ondernomen, maar
                            het blijkt telkens weer lastig om een integrale aanpak daadwerkelijk tot stand te
                            brengen (zie een voorbeeld in het kader).
                            Voorbeeld van gebrek aan integrale vraagstelling rond voeding
                            De maatschappelijke partijen die de kennisvragen stellen op het voedingsterrein,
                            zoals overheden (LNV, VWS, EZ) en het bedrijfsleven (Voedingsindustrie,
                            Landbouwsector), opereren verkokerd. Daardoor stellen zij uiteenlopende en vaak
                            korte termijn onderzoeksvragen in plaats van te komen tot geïntegreerde vraagstel-
                            lingen die met meer diepgravende kennis en inzichten uit verschillende disciplines
                            beantwoord moeten worden. Zo worden de recente voedselcrises door afzonderlijke
                            partijen verschillend geïnterpreteerd: als landbouwkundig of gezondheidskundig
                            probleem, als handelspolitieke kwestie, technologische uitdaging of als juridische
                            casus. En voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen worden evenzeer op uiteen-
                            lopende manieren geduid: als sociaal-economisch, voorlichtingskundig, voe-
                            dingstechnologisch of als genetisch vraagstuk. Onderzoeksgroepen worden hierdoor
                            door uiteenlopende probleemeigenaren in verschillende richtingen gestuurd.
                            (Bron: AWT-briefadvies Onderzoek naar Voeding _ voeding aan onderzoek, mei
                            2003)
                            De Raad pleit daarom voor een aanpak waarbij een geïntegreerde vraagstelling tot
  Zorg daarbij voor externe stand komt. De verschillende partijen dienen elkaar in een vroeg stadium op te
                    regie   zoeken en gezamenlijk de kernvragen te formuleren. Juist voor maatschappelijke
                            vraagstukken is externe regie van dergelijke ontmoetingen bijna ontontbeerlijk.
                            Vragende partijen zoals ministeries of bedrijven kunnen het initiatief nemen tot
                            het bijeenbrengen van diverse partijen. Uiteraard kan dit ook op initiatief van
                         32 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                              wetenschappers plaats vinden. Belangrijk is ervoor zorg te dragen dat alle rele-
                              vante partijen om de tafel zitten. Deelbelangen en eigenbelang moeten daarbij
                              ondergeschikt zijn aan het goed neerzetten van de brede, centrale vraagstelling.
                              Welke partijen precies betrokken dienen te worden, verschilt uiteraard per onder-
     .en maak niet te snel de
                              werp. Het is zaak om vanaf het begin de vraagstelling breed te houden en niet te
       stap naar oplossingen
                              snel de stap te maken naar oplossingen. Dit leidt tot uitsluiting van perspectieven
                              en in de praktijk veelal tot (te) weinig aandacht voor alfa- en gamma-aspecten.
Meerdere mogelijkheden om
                              Om te (kunnen) komen tot de noodzakelijke integrale vraagstellingen, ziet de
 integrale vraagstellingen te
                              Raad de volgende concrete mogelijkheden:
                  versterken
                              - Grote, belangrijke onderwerpen kunnen aangepakt worden door het organise-
                                 ren van sandpit meetings: een meerdaagse brainstormperiode waarin diverse
                                 partijen gericht om de tafel gaan zitten om nieuwe vraagstellingen uit te die-
                                 pen en te komen tot nieuwe initiatieven en onderzoeksvoorstellen (zie ook toe-
                                 lichting UK). Deelnemers bestaan idealiter uit representanten uit de hele
                                 (onderzoeks)cyclus: mono- en multidisciplinaire wetenschappers, vertegen-
                                 woordigers van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven et cetera.
                                 Hiervoor dient vanzelfsprekend geld en tijd ingeruimd te worden. Vantevoren
                                 moet bovendien de bereidheid uitgesproken zijn om goede initiatieven en
                                 bruikbare onderzoeksvoorstellen ook daadwerkelijk uit te voeren. Een flinke
                                 som geld moet daartoe beschikbaar zijn.
                              - Werk aan de totstandkoming van een structurele dialoog op diverse terreinen.
                                 Veldpartijen en wetenschappers kunnen elkaar inzicht geven in de grote the-
                                 mas die hen bezig houden. Persoonsgebonden interactie (bijvoorbeeld
                                 dubbelaanstellingen of mobiliteit) kan daarvoor een belangrijke stimulans zijn.
                              - Breng betrokkenheid tot stand van diverse partijen, maar zorg per onderwerp
                                 voor een duidelijke aansturing c.q. regie. De verantwoordelijkheid daarvoor
                                 dient bij één actor gelegd te worden. Een projectmatige aanpak, met een
                                 sterke trekker is daarvoor geschikt.
                              - Stel een apart budget beschikbaar voor de fase om te komen tot geïntegreer-
                                 de vraagstelling en programmering. Een goede start is van dermate groot
                                 belang, dat deze activiteit niet tussendoor kan. Het is verstandig een dergelijk
                                 programmeringsbudget los te koppelen van een eventueel later (mogelijk zelfs
                                 aan andere onderzoekers) toe te kennen programmabudget voor uitvoering
                                 van het onderzoek.
                              - Bouw in de financieringscondities dwingende mechanismen in zodat daadwer-
                                 kelijke integrale vraagstellingen tot stand komen en ook vastgehouden worden.
                          33  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                           - Train beleidsmedewerkers in het realiseren van geïntegreerde vraagstellingen.
                              Er wordt te weinig gebruik gemaakt van expertise op dit vlak; deze activiteit
                              wordt vaak aan junioren overgelaten.
                           - Beleg de verkenningsfunctie bij specifieke partijen. Wie precies, kan verschil-
                              len per sector of soort vraagstuk. Waar het om gaat is het organiseren van
                              vroegtijdige signalering van issues. ProClim in Zwitserland is een voorbeeld
                              hiervan (zie toelichting Zwitserland).
                           - Stimuleer initiatieven om gebruikerscommissies bij onderzoek in te stellen.
                              Voor een brede formulering van vragen, voor het vaststellen van themas en
                              voor het betrekken van praktijkkennis bij de uitvoering is een goede wisselwer-
                              king tussen praktijk en wetenschap noodzakelijk. Een voorbeeld op program-
                              meringsniveau is het instellen van belanghebbendencommissies en/of maat-
                              schappelijke adviesraden. Deze moeten een stevige onafhankelijke positie
                              hebben bij de programmering van het onderzoek.
                           Zet meer geld in op gebiedsoverschrijdende themas en vergroot het aan-
                           deel thematisch onderzoek
                           Geldverdelende intermediairs als NWO, maar ook de Colleges van Bestuur in de
     Vergroot het aandeel  universiteiten hebben een sterk instrument in handen: financiering van initiatie-
thematische ondersteuning  ven. Door het aandeel thematische financiering te vergroten, zal naar de ver-
           en daarmee de   wachting van de Raad de aantrekkelijkheid voor wetenschappers van multidisci-
    aantrekkelijkheid voor plinair onderzoek toenemen. Eerder in dit advies is al aangegeven dat het
          wetenschappers   wenselijk is dat universiteiten meer horizontale, thematische verbanden creëren.
                           De Raad doet hieronder enkele aanbevelingen specifiek gericht aan NWO:
                           - De Raad vindt het wenselijk dat NWO de horizontale, thematische lijnen over
                              de (disciplinaire) gebiedsbesturen heen zwaarder aanzet. De Raad constateert
                              dat de huidige indeling in brede gebiedsbesturen een vooruitgang is ten
                              opzichte van de eerdere indeling van halverwege de jaren negentig. Hij heeft
                              veel waardering voor de gebiedsoverstijgende thema-aanpak in het lopend
                              strategisch plan van NWO. De Raad moedigt NWO aan om in de toekomst op
                              deze ingeslagen weg verdere stappen te zetten.
                           - Creëer een duidelijke loketfunctie (frontoffice) voor maatschappelijk georiën-
                              teerde vraagstellingen. Departementen en andere vragende partijen zijn
                              immers niet geïnteresseerd in en hoeven niet geconfronteerd te worden met
                              de interne organisatie van de NWO-backoffice (i.c. de gebiedsgewijze inde-
                              ling). NWO zou zich naar de buitenwacht nadrukkelijker kunnen profileren als
                              een organisatie die probleem- en vraaggericht wil en kan werken en in staat is
                              hierbij de juiste onderzoeksgroepen te betrekken.
                       34  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                             - In de uitvoeringsfase moet dit maatschappelijk georiënteerd onderzoek vanuit
                                 NWO actief worden gevolgd om zeker te stellen dat de uitgevoerde werk-
                                 zaamheden voldoen aan de geformuleerde _ brede, multidisciplinaire _ doel-
                                 stellingen.
                             - De opgebouwde kennis en gerealiseerde netwerken moeten beklijven nadat
                                 een programma is afgelopen. Verankering moet worden meegenomen in het
                                 beleid.
                             - Dit alles vergt een goede periodieke evaluatie van het beleid van NWO met bij-
                                 behorende tussentijdse aanpassingen waar nodig. Het betreft immers work in
                                 progress.
                             2..3 Tot slot
                             De Raad heeft zich in dit advies gericht op het creëren van kansen voor het ver-
                             der opbloeien van multidisciplinair onderzoek. Bewust heeft de Raad zich ont-
                             houden van een uitgebreide analyse van knelpunten, zonder daarbij overigens
            De Raad hoopt    hun bestaan te negeren. Geïnspireerd door voorbeelden uit het buitenland heeft
        wetenschappers en    hij een lange lijst met aanbevelingen en suggesties opgesteld. De Raad is ervan
beleidsmakers te inspireren  overtuigd dat deze maatregelen stuk voor stuk kunnen bijdragen aan de opbloei
       eigen initiatieven te van multidisciplinair onderzoek. Hij heeft echter geen volledigheid nagestreefd.
                ontplooien   Binnen de drie hoofdlijnen van noodzakelijke acties kunnen andere maatregelen
                             dan de genoemde evenzeer een bijdrage leveren aan de opbloei van multidisci-
                             plinair onderzoek: vele wegen leiden naar Rome. De Raad hoopt dan ook dat dit
                             advies wetenschappers en beleidsmakers zal inspireren eigen initiatieven te ont-
                             plooien die waardevol kunnen zijn voor de verdere opbloei van multidisciplair
                             onderzoek.
                             Aldus vastgesteld te Den Haag, 11 september 2003
                             J.F. Sistermans
                             voorzitter
                             mw.dr. V.C.M. Timmerhuis
                             secretaris
                         35  AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Deel B
Toelichting bij het advies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>
   Inleiding
   In deze toelichting wordt achtergrondinformatie gegeven die de Raad relevant
   acht bij de in het advies gedane aanbevelingen.
   De informatie in hoofdstuk 2 van deze toelichting is gebaseerd op een gespreks-
   ronde en een workshop met vertegenwoordigers van relevante overheidsinstan-
   ties, wetenschappelijke instellingen en het bedrijfsleven in Nederland. In bijlage 1
   wordt een overzicht gegeven van de betreffende vertegenwoordigers.
   De informatie in hoofdstuk 3 is gebaseerd op een internationale vergelijking. De
   Raad is van mening dat het incorporeren van een internationale component een
   belangrijke uitbreiding is op reeds bestaande studies en adviezen. In het buiten-
   land kon bij diverse relevante instanties inspiratie worden opgedaan met betrek-
   king tot stimulerende maatregelen voor multidisciplinair onderzoek.
   De Raad heeft bij het vergelijken van de Nederlandse situatie met die in een aan-
   tal andere landen niet de pretentie diepgaand en uitputtend te zijn. Het ging de
   Raad om het verkrijgen van een beeld op hoofdlijnen. De vergelijking met het bui-
   tenland biedt vooral inspiratie voor _ eventuele _ stimulerende maatregelen.
   Gekozen is voor een vergelijking met:
   - Engeland, waar de Science & Technology Council recent een advies uitbracht
       over een vergelijkbaar onderwerp;9
   - Zwitserland dat veel beleidsmatige aandacht heeft voor het stimuleren van
       multidisciplinair onderzoek;
   - Finland dat geldt als voorbeeldland op het gebied van onderzoek en innovatie;
       en
   - de Verenigde Staten die gelden als toonbeeld van een goede samenwerking
       tussen uiteenlopende disciplines.
   9    Het advies Imagination and Understanding. A Report on the Arts and Humanities in relation to Science
        and Technology gaat over versterking van de relatie tussen de arts and humanities en overige weten-
        schappen (gamma en beta). Zie ook: http://www.cst.gov.uk/cst/imagination.htm
39 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>   In de eerste drie bovengenoemde landen _ Finland, Zwitserland en Engeland _
   zijn uitgebreide gespreksrondes gehouden. Naar de situatie in het laatste land _ de
   Verenigde Staten _ is literatuuronderzoek gedaan.
   Op de website van de AWT (www.awt.nl) zijn de achtergronddocumenten te vin-
   den waarin uitgebreider verslag wordt gedaan van de bevindingen in de diverse
   landen. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van alle buitenlandse gespreks-
   partners die bij de voorbereiding van het advies gehoord zijn.
40 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Analyse van de Nederlandse situatie
   2..1 Inleiding
   In Nederland gebeurt veel goeds met betrekking tot multidisciplinair onderzoek. Naast
   de totstandkoming van veel multidisciplinaire vakgebieden gedurende een al wat lan-
   gere termijn (zoals epidemiologie, econometrie, cognitiewetenschappen, taal- en
   spraaktechnologie, bio-informatica), zijn er diverse multidisciplinaire projecten, insti-
   tuten en initiatieven te noemen die succesvol verlopen. Toch kan met name aan de
   universiteiten dit type onderzoek nog niet tot volle bloei komen. Onderzoekers die
   graag multidisciplinair onderzoek zijn veelal werkzaam buiten de universiteiten.
   Een kenmerk van de huidige initiatieven gericht op het stimuleren van multidisci-
   plinair onderzoek is dat ze vaak gericht zijn op het stimuleren van bèta-bèta
   onderzoek. Het bevorderen van samenwerking tussen bèta- en gamma disciplines
   wint in belangstelling. In toenemende mate zien bètawetenschappers de meer-
   waarde van de professionaliteit van gammaonderzoekers. Zo is bijvoorbeeld
   binnen het genomics-programma momenteel grote aandacht voor juist de maat-
   schappelijke component van de problematiek. Hiervoor is nu apart een program-
   ma opgezet.
   Zoals reeds gezegd in het advies is multidisciplinair onderzoek van groot belang
   voor zowel wetenschappelijke, maatschappelijke en technologische vernieuwin-
   gen. Twee zaken vallen steeds weer op. In de eerste plaats blijkt het in veel geval-
   len noodzakelijk om gammakennis (tijdig) te incorporeren in het vaak bèta-
   georiënteerde onderzoek. Dit geldt zowel voor het formuleren van de juiste vraag-
   stellingen als voor de uiteindelijke uitvoering van het onderzoek. Ten tweede blijkt
   het in veel gevallen zinvol om praktijkkennis te betrekken in het onderzoek. In het
   kader staan hiervan twee voorbeelden. Het betreft hier maatschappelijk georiën-
   teerd onderzoek.
   In het advies Kennis van criminaliteit (juli 2003) signaleert de AWT dat de strijd
   tegen criminaliteit niet succesvol gevoerd kan worden als niet meer en beter
   gebruik wordt gemaakt van praktijkkennis. Bovendien moeten naast de moeder-
41 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   disciplines _ criminologie, strafrecht en de forensische wetenschappen _ ook
   andere disciplines _ zoals bijvoorbeeld economie, psychologie, biotechnologie,
   chemie, bedrijfskunde, technische wetenschappen, antropologie en biologie _
   betrokken worden bij het thema veiligheid om het lange-termijn onderzoek de
   benodigde impuls te geven.
   In het advies Over Stromen (juni 2000) benadrukken de AWT, de NRLO en de
   RMNO dat om de huidige drieledige opgave van waterbeheer _ het voorkomen
   van wateroverlast, het tegengaan van verdroging en het waarborgen van een
   goede waterkwaliteit _ naar behoren te kunnen vervullen, het van belang is lange
   termijn vraagstellingen breed te formuleren. Zowel bij de formulering van vragen
   als bij de uitvoering van het onderzoek is het tijdig samenbrengen van kennis uit
   verschillende disciplines, in het bijzonder bèta- en gammadisciplines, van groot
   belang.
   Het stimuleren van samenwerking tussen alfa en gamma, en alfa en bèta krijgt nu
   geen specifieke aandacht. Er zijn echter wel grootschalige initiatieven, zoals de
   vele programmas en initiatieven op het gebied van de spraak- en taaltechnolo-
   gie, waarin zowel alfa-, gamma-, als bètaonderzoek geïncorporeerd is. Zowel voor
   fundamenteel wetenschappelijk onderzoek als ook voor maatschappelijke en
   industriële toepassingen zijn op dit terrein samenwerkingsverbanden opgezet
   Ondanks de vele goede voorbeelden zijn velen met de Raad van mening dat het
   stimuleren van multidisciplinair onderzoek aandacht verdient. Alhoewel de Raad
   geluiden hoort dat het onderwerp aan een zoveelste modieuze opleving onder-
   hevig is, is de Raad van mening dat terugkerende serieuze aandacht voor deze
   thematiek hard nodig is. Kansen om multidisciplinair onderzoek te doen, kunnen
   actiever gestimuleerd en opgepakt worden.
   In de volgende paragrafen geeft de Raad een analyse van de huidige stimulansen
   en belemmeringen voor het opbloeien van multidisciplinair onderzoek langs de
   drie in het advies geschetste lijnen:
   1. Voldoende gemotiveerde onderzoekers.
   2. Interactie en ontmoetingen
   3. Gemeenschappelijke, uitdagende doelstellingen.
42 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>   2..2 Voldoende gemotiveerde onderzoekers
   Om multidisciplinair onderzoek te laten slagen, zijn allereerst mensen nodig die bereid
   zijn tot samenwerken en die naast gedegen kennis van hun eigen discipline voldoen-
   de affiniteit hebben met andere disciplines. Zij moeten niet alleen intrinsiek, maar ook
   extrinsiek gemotiveerd worden om deel te nemen aan multidisciplinair onderzoek. Het
   is niet alleen een kwestie van willen, maar ook van mogen en kunnen. Dit heeft con-
   sequenties voor het wetenschappelijk onderwijs, voor de wetenschappelijke loopbaan,
   voor de kwaliteitscriteria en voor de bekostiging van onderzoek.
   Hieronder gaat de Raad dieper in op enkele van laatstgenoemde punten.
   A Kwaliteitscriteria
   Een eerste aandachtspunt is de manier waarop wetenschappelijke kwaliteit en
   daaraan gekoppeld succes wordt gedefinieerd. Wereldwijd wordt wetenschappe-
   lijke kwaliteit gedefinieerd als kwaliteit in wetenschapsinterne zin, namelijk het
   aantal publicaties in A- en B-tijdschriften. Daarvan afgeleid telt ook het aantal cita-
   ties van de betreffende artikelen in dezelfde A- en B-tijdschriften zwaar mee. Deze
   tijdschriften zijn vaak monodisciplinair van aard. Bijdragen aan deze tijdschriften
   worden veelal gereviewed door wetenschappers uit de monodisciplinaire peer
   groups van de betreffende discipline.
   Ook de beoordeling van het succes van universiteiten is opgehangen aan de
   gangbare kwaliteitscriteria, in casu het aantal publicaties en citaties die een betref-
   fende universiteit produceert. Universiteiten hebben dus direct belang bij het sti-
   muleren van publicaties, omdat hun wereldwijde reputatie en daarmee de aan-
   trekkingskracht voor studenten daarvan afhangt. Bekostiging van universiteiten
   door de overheid is op dit moment niet direct aan publicaties gerelateerd, stu-
   dentenaantallen spelen daarin wel een belangrijke rol. Intern wordt de verdeling
   van gelden over de vakgroepen vaak gerelateerd aan de resultaten van de VSNU-
   visitaties, die veelal direct gebaseerd zijn op bovengenoemde criteria.
   Het is belangrijk te realiseren dat universitaire onderzoekers dus zowel door de
   organisatie waarin ze werkzaam zijn, als ook door de bredere wetenschappelijke
   gemeenschap waar ze deel van uitmaken worden beoordeeld op basis van publi-
   caties. Voor universitaire onderzoekers is deze beoordeling van doorslaggevend
   belang voor de persoonlijke status en carrière.
43 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   Deze kwaliteitsopvatting leidt tot een sterke en impliciete hiërarchie van hetgeen
   echt belangrijk is binnen universiteiten: monodisciplinair onderzoek is belangrijker
   dan multidisciplinair onderzoek, kennisoverdracht naar vakgenoten in de vorm van
   publicaties belangrijker dan kennisoverdracht in een andere vorm naar andere (bre-
   dere) velden of doelgroepen.
   Onderzoekers die deelnemen aan multidisciplinair onderzoek leveren naast onder-
   zoeksoutput in publicaties vaak ook andere onderzoeksoutput (prototype-ontwik-
   keling, artikelen gericht op specifieke doelgroepen of het bredere publiek, lezin-
   gen, seminars, kennisoverdracht). De huidige criteria zijn daarom voor
   beoordeling van dit type onderzoek ontoereikend. Publicaties in multidisciplinaire
   tijdschriften worden doorgaans minder gewaardeerd, zowel bij onderzoeksvisita-
   tie als door vakgenoten. Andersoortige output dan publicaties wordt in het geheel
   niet meegenomen en daardoor in feite niet gewaardeerd. Doordat het onderzoek
   van dit type onderzoekers door hun collegas vaak van mindere kwaliteit bevon-
   den wordt, worden deze onderzoekers vaak beschouwd als tweederangsonder-
   zoekers. De Raad vindt dit onterecht. Dit stelsel leidt tot zelfselectie en instand-
   houding van de huidige situatie. Onderzoekers die graag multidisciplinair
   onderzoek doen, voelen zich minder thuis in universiteiten. Onderzoekers zullen
   daarom ofwel meegaan in de cultuur aan de universiteiten en zich richten op
   monodisciplinair onderzoek, of hun onderzoek voortzetten aan speciaal daarvoor
   toegeruste, meer vraaggestuurde instituten (meestal buiten, maar steeds meer
   ook binnen de universiteiten) of industriële laboratoria.
   B Loopbaanperspectief
   Wetenschappers aan universiteiten zijn aan een monodisciplinair afrekensysteem
   onderworpen. Wetenschappelijke verschuivingen verlopen daardoor langzamer
   dan zou kunnen. De wens tot verschuivingen in wetenschapsgebieden komt van-
   uit de dynamiek van wetenschappelijke vragen tot stand, zo is de veronderstelling.
   Echter, de mate waarin onderzoekers bereid zijn van gebaande paden af te wij-
   ken, hangt sterk af van hoeveel reputatie zij hiermee op het spel zetten.
   Jonge onderzoekers hebben minder te verliezen en zijn bereid risicos te nemen.
   Onderzoekers met een gevestigde reputatie kunnen zich ook veroorloven derge-
   lijke risicos te nemen. De middencategorie, jonge hoogleraren, wil echter de
   recent verworven reputatie niet in de waagschaal zetten en werkt liever voort op
   het eenmaal ingeslagen pad. De risicos zijn te groot. Nieuw, grensverleggend,
   multidisciplinair onderzoek is risicovol en leidt daarom niet per definitie tot publi-
44 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   caties en in veel gevallen niet tot monodisciplinaire publicaties volgens boven
   geschetste normen. Juist die zijn echter belangrijk voor continuering van de
   onderzoeksloopbaan: zowel geldtoekenning als status zijn hieraan gerelateerd.
   Het is echter deze middencategorie die nieuwe grensverleggende kansen zou
   moeten kunnen oppakken. Ten eerste vanwege de reeds opgedane ervaring en
   het stevige fundament in de discipline, waardoor zij een kwalitatief hoogstaande
   bijdrage kunnen leveren aan vraagstukken of andere disciplines. Ten tweede van-
   wege de tijd die zij nog voor zich hebben om een nieuwe onderzoekslijn tot een
   succes te maken en een eigen groep op te zetten. De hieraan verbonden risicos
   leiden er echter toe, dat vaak sprake is van doorgaan op reeds ingeslagen wegen.
   De Raad is van mening dat er op dit moment te weinig verbredingsmogelijkhe-
   den zijn in de wetenschappelijke loopbaan. Vooral voor jonge hoogleraren zijn er
   weinig mogelijkheden om in een nieuwe richting expertise op te bouwen.
   C Bekostiging
   Het huidige incentivesysteem en daaraan gerelateerde statustoekenning werkt
   ook door in de toekenning van onderzoeksmiddelen. Hierbij hebben multidisci-
   plinaire onderzoeksvoorstellen het veelal moeilijker dan projecten die zich bewe-
   gen binnen de kern van een discipline. Redenen hiervoor zijn:
   - Zoals reeds boven aangestipt hebben universiteiten (en met name de facultei-
      ten) er belang bij onderzoeksvoorstellen met een hoge kans op veel A- en B-
      publicaties te honoreren. Onderzoeksvoorstellen met een monodisciplinair
      karakter zullen daardoor in het voordeel zijn bij financiering uit de eerste geld-
      stroom door faculteiten.
   - Indieners van multidisciplinaire voorstellen moeten concurreren met projecten
      die wel in het hart van een bepaalde discipline zitten. Vaak wordt bij gelijke
      kwaliteit van voorstellen de voorkeur gegeven aan projecten in dat hart.
      Multidisciplinaire voorstellen moeten kortom duidelijk beter zijn, willen ze een
      kans krijgen. De nieuwe NWO-structuur is erop gericht dergelijke indelings- en
      toedelingsproblemen rond multidisciplinair onderzoek te verminderen. NWO
      biedt zelfs de mogelijkheid aan indieners om aan te geven dat zij door meer-
      dere, en ook welke, gebiedsbesturen beoordeeld wensen te worden. In praktijk
      wordt daar nu weinig gebruik van gemaakt. Andere redenen om af te zien van
      multidisciplinair onderzoek zijn kennelijk doorslaggevender.
   - De inhoudelijke beoordeling van multidisciplinaire voorstellen is moeilijk.
      Beoordeling vindt veelal plaats door wetenschappers uit één discipline, die
45 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>       minder kennis hebben van de andere betrokken disciplines in het voorstel. Dit
       maakt het derhalve moeilijk voor de referees om de specifieke kwaliteit en
       waarde van het voorstel te waarderen. Daarbij is het overigens niet zo dat je je
       als multidisciplinaire onderzoeker kunt verschuilen achter het predikaat multi-
       disciplinariteit bij gebrek aan wetenschappelijke kwaliteiten, je moet kunnen
       concurreren met de besten uit de disciplines die je gebruikt. Maar ook indien
       meerdere referees een voorstel beoordelen, blijft het lastig het geheel in
       samenhang te beoordelen.
   - Het is moeilijk om voor multidisciplinaire onderzoekers de past performance vast
       te stellen. Zij publiceren in een brede range van tijdschriften. Bij het meten van
       bijv. citatiescores in een bepaald gebied wordt vaak maar een beperkt aantal
       vaktijdschriften (belangrijk voor die discipline) in beschouwing genomen.
   Conclusie
   Bovengenoemde krachten vragen om continue alertheid ten aanzien van de effec-
   tieve balans tussen multidisciplinair en monodisciplinair onderzoek. Via diverse
   prikkels kunnen de overheid, maar ook de wetenschapsinstellingen zelf bijdragen
   aan het stimuleren van de multidisciplinaire aanpak. Verbreding van kwaliteitscri-
   teria en verbredingsmogelijkheden in de loopbaan zijn hard nodig. Nieuwe, opko-
   mende onderzoeksgebieden die op een bepaald moment in de belangstelling van
   het beleid staan, zijn daarbij kansrijk (denk aan de aandacht die achtereenvolgens
   in de tijd is opgetreden voor defensie, klimaatonderzoek, milieu, genomics, life
   sciences). De risicos voor wetenschappers om er aan deel te nemen zijn minder
   hoog vanwege de financiële incentives en omdat er nog geen uitontwikkelde
   reputatiesystemen zijn.
   2..3 Interactie en ontmoetingen
   Veel prikkels in de wetenschap zijn erop gericht onderzoekers te laten opereren binnen
   de grenzen van hun eigen discipline. Juist daarom moet er actief gelegenheid worden
   geschapen om elkaar te ontmoeten en samen te werken: 1+1 > 2. De Raad wijst erop
   dat het er niet zozeer om gaat meerdere disciplines in één persoon te verenigen, maar
   om individuen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. Deze
   ontmoetingen zijn cruciaal in verschillende stadia van het wetenschapsproces.
   Informeel en in het onderwijs kunnen ontmoetingen leiden tot het creëren van weder-
   zijds begrip en respect en het leren herkennen van elkaars potentiële bijdrage. Bij het
   bepalen van onderzoeksthemas en/of maatschappelijke vraagstukken zijn interactie
46 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   en wisselwerking cruciaal, evenals bij het formuleren van concrete programmas en
   projecten en bij het identificeren van de onderzoeksvragen. In veel, zo niet alle, geval-
   len zal blijken dat traditionele grenzen tussen disciplines, maar ook tussen wetenschap
   en praktijk, overschreden moeten worden.
   Type ontmoetingsplaatsen
   Er zijn verschillende momenten waarop ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Er
   zijn ook verschillende settings voor ontmoetingen denkbaar. Zowel formele als
   informele ontmoetingen worden van groot belang geacht. Het samenkomen
   rondom bepaalde themas van kopstukken uit verschillende disciplines wordt als
   inspirerend en zeer waardevol beschouwd. Maar ook de mogelijkheid voor insti-
   tuten en universiteiten om met elkaar samen te werken of de mogelijkheid om
   met meerdere AIOs aan een project te werken.
   In feite zijn er ook al diverse netwerken en meer specifiek ontmoetingsplaatsen. In het
   kader staat een voorbeeld genoemd.
   Climate Options of Long Term
   Een voorbeeld van een ontmoetingsplaats was het project COOL (Climate Options
   of Long Term). In dit project kwamen vertegenwoordigers uit allerlei hoeken:
   bedrijven, milieuorganisaties, wetenschappers en overheid bij elkaar. Dat is onge-
   veer zeven keer gebeurd. In een dergelijk project worden er persoonlijke relaties
   gelegd waardoor je een multidisciplinair netwerk opbouwt. Daar kun je dan later
   weer gebruik van maken.
   Onderzoekers kunnen ook bijeen gebracht worden rondom een gezamenlijk
   thema. NWO heeft een keuze gemaakt voor een tiental themas. Dit is een stap in
   de goede richting, maar NWO zou hier nog veel verder in kunnen gaan. De tech-
   nologische topinstituten (TTIs), waarbij door de overheid een grote som geld
   voor langere termijn (in samenwerking met het bedrijfsleven) wordt besteed aan
   onderzoek rond de themas voeding, telematica, nanotechnologie en katalyse,
   kunnen ook worden gezien als instrument voor het opbloeien van multidisciplinair
   onderzoek. De Raad is echter van mening dat de technologie hier nog teveel cen-
   traal staat. Gammadisciplines zouden veel explicieter bij dit onderzoek betrokken
   kunnen worden. Zeker een onderwerp als voeding leent zich daar uitstekend voor.
   In Delft ontwikkelde het College van Bestuur een aantal jaar geleden de Delftse
47 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>   interfacultaire ontwerp- en onderzoekcentra (DIOCs).10 In Twente zijn er speer-
   puntinstituten en interfacultaire onderzoeksinstituten.11 Ook aan andere univer-
   siteiten ontwikkelt men matrix-achtige constructies om multidisciplinair onder-
   zoek te bevorderen zoals bijvoorbeeld het Institute for Logic, Language and
   Computation (ILLC) aan de UvA.12 Deze centra ziet de Raad als een voorbeeld hoe
   multidisciplinaire samenwerking tot stand kan komen binnen de universitaire
   muren.
   Delftse interfacultaire ontwerp- en onderzoekcentra (DIOCs)
   DIOCs lijken nog het meest op de technologische topinstituten die door
   minister Wijers zijn benoemd, maar dan op Delftse schaal, zegt prof.dr.ir. A.J.
   Berkhout, die het plan voor de interfacultaire onderzoekscentra ontwikkelde. Een
   DIOC is een baksteenloos instituut. Flexibeler dan een onderzoekschool en per
   definitie multidisciplinair. Groepjes wetenschappers, verspreid over vakgroepen
   van diverse faculteiten, werken erin samen aan enkele centrale vraagstukken. De
   vraagstelling moet wetenschappelijk uitdagend zijn en een urgent maatschappe-
   lijk probleem betreffen. Om even oneerbiedig samen te vatten gaat het om
   wereldverbeterend onderzoek met een hoog Willie-Wortelgehalte.
   Samenwerking tussen bètadisciplines lijkt als de samenwerking éénmaal tot stand
   is gekomen relatief gemakkelijk te verlopen. Samenwerking tussen bèta- en gam-
   maonderzoekers kent specifieke problemen die hieronder zullen worden toege-
   licht.
   Samenwerking tussen bèta- en gammadisciplines
   Tussen de diverse _ zelfs aanpalende _ disciplines zijn fikse verschillen. De Raad
   vestigt speciale aandacht op bèta-gamma samenwerking. De volgende punten
   worden in den brede ervaren als een rem op goede samenwerking tussen bèta- en
   gammadisciplines. De Raad wil echter benadrukken dat het geen zwart-wit beeld
   betreft, er zijn altijd uitzonderingen:
   - De werkwijze in projecten wordt vaak door bètas bepaald. Gammas worden
       er vervolgens volgens bètanormen ingepast. Een probleem daarbij is dat er
       grote verschillen zijn in wetenschapscultuur en werkwijze tussen gamma- en
       bètadisciplines. Dit heeft onder andere te maken met het studieobject. Het stu-
   10 Zie voor meer informatie over DIOCs: www.tudelft.nl
   11 Zie voor meer informatie over deze instituten: www.utwente.nl
   12 Zie voor meer informatie: www.illc.uva.nl.
48 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>       die-object van bètas leidt veeleer tot resultaten die universeel in tijd en ruimte
       zijn. Gammas worden vaak geconfronteerd met resultaten die sterk kunnen
       wisselen in tijd en ruimte (veel meer onduidelijkheden). Deze verschillende
       werelden zijn niet gemakkelijk in één project samen te brengen, ook omdat het
       verschillende onderzoeksmethoden impliceert. Het is daarom belangrijk bij
       multidisciplinair onderzoek waakzaam te zijn dat samenwerken niet doorslaat
       naar compromissen die vlees noch vis zijn.
   - Gammaonderzoekers worden vaak (te) laat betrokken in het onderzoek. Ze
       worden er nu vaak bijgehaald als zouden het loodgieters zijn in plaats van als
       co-architecten in de ontwerpfase van het onderzoek. Gentechnologie wordt
       daarbij vaak als voorbeeld genoemd. In dit project wordt men geconfronteerd
       met het probleem dat er veel weerstand is in de maatschappij. Gammas wor-
       den er dan bij gehaald voor de communicatie naar het publiek. Deze puur
       instrumentele rol lost niet het echte probleem op. Beter is vanaf het begin
       onderzoekers vanuit verschillende perspectieven naar een probleem te laten kij-
       ken om te zorgen dat je start vanuit een breed denkkader. Vervolgens houdt je
       daar ook in de uitvoering van het project rekening mee.
   - Goede samenwerking tussen enerzijds bèta en anderzijds de gamma- en/of alfa-
       gemeenschap wordt nu vaak gehinderd doordat alfa en gamma zich veel minder
       georganiseerd hebben dan bètas. Ten eerste is daarvoor een minder grote urgen-
       tie omdat alfa- en/of gammaonderzoekers minder vaak zeer dure apparatuur hoe-
       ven aan te schaffen voor het onderzoek, zoals de bètas. Ten tweede werkt de
       interne scholenstrijd soms contraproductief. Bij het verkrijgen van subsidies of het
       verwerven van een rol in projecten is sprake van onderlinge concurrentie, in plaats
       van samen iets voor elkaar te krijgen. Bètas vinden het daarom moeilijk een dui-
       delijk aanspreekpunt te vinden wanneer zij willen samenwerken.
   Project Mondiale milieurisicos
   Een voorbeeld van multidisciplinair werken is het project Mondiale milieurisicos.
   Aan dit project werkten ongeveer 40 mensen, waaronder ongeveer 20 AIOs uit
   10 landen. Om aan de verschillen in theoretisch perspectief tussen de gamma-
   deelnemers tegemoet te komen, is er niet één leidend perspectief gekozen.
   Verschillende te testen hypothesen zijn in het onderzoek meegenomen (eclec-
   tisch). Er is door de bètas binnen dit project dus een duidelijk concessie gedaan
   richting de gammahoek door niet één leidend perspectief te kiezen. Mensen die
   zich desondanks niet wilden confirmeren konden binnen dit project niet meer als
   lead author optreden.
49 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>   Tot slot is het opvallend dat onderzoekers aan bètazijde zich nu heel bewust zijn
   dat gammadisciplines kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de oplossing voor
   problemen. Waar in het verleden een sterke tendens was om de sociale/maat-
   schappelijke kant er maar zelf bij te doen, daar heeft per slot van rekening ieder-
   een verstand van, zien ze nu steeds meer de meerwaarde van professionaliteit in
   de gammadisciplines.
   Conclusie
   De Raad vindt ontmoetingen tussen wetenschappers van groot belang. Het gaat
   daarbij niet zozeer om het verenigen van meerdere disciplines in één persoon,
   maar juist om het bijeenbrengen van disciplines. Het actief stimuleren van ont-
   moetingen is belangrijk, omdat de Raad constateert dat het allemaal niet vanzelf
   gaat. Waar actieve pogingen worden ondernomen om mensen bijeen te brengen
   leidt dit tot goede resultaten.
   2..4 Gemeenschappelijke, uitdagende doelstel-
             lingen
   Het samenkomen en samenbrengen van onderzoekers kan alleen succes hebben als
   sprake is van een gemeenschappelijke doel of een gezamenlijke ambitie. Ook bij
   nieuwsgierigheidgedreven onderzoek zal samenwerking slechts slagen wanneer deel-
   nemers een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben. De Raad is van mening dat het
   formuleren van uitdagende doelstellingen en aansprekende themas, en het daaraan
   koppelen van langere termijn financiering, een belangrijke impuls kan zijn voor het
   multidisciplinair onderzoek.
   De volgende zaken zijn hierbij van belang:
   - Het benoemen en signaleren van themas
   - Het breed opzetten van de bijbehorende vraagstellingen en onderzoeks-
       programmas
   - Een partij die de regie van dergelijk onderzoek op zich neemt
   A Het signaleren van themas
   Bij het signaleren en kiezen van themas is het belangrijk diverse partijen te betrek-
   ken. Wetenschappers moeten het vertrouwen krijgen dat ze voor wetenschappe-
   lijk onderzoek eigen themas kunnen kiezen. Voor maatschappelijke en economi-
   sche vraagstukken dienen diverse partijen betrokken worden om te komen tot een
50 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>   duidelijk inzicht over welke themas een brede kennisbasis nodig hebben en der-
   halve versterkt dienen te worden. Themas als onderwijs, volksgezondheid, veilig-
   heid, mobiliteit en vergrijzing zijn themas die een brede kennisbasis ontberen.
   Zowel wetenschappelijk als maatschappelijke liggen hier uitdagingen.
   B Brede vraagstellingen en onderzoeksprogrammas
   Eenmaal gekozen themas en doelstellingen moeten worden vertaald in brede
   onderzoeksvragen. Bij de vertaling in onderzoeksvragen is het van cruciaal belang
   dat er geen (onnodige) complexiteitsreductie optreedt. De onderzoeksvragen
   moeten dusdanig worden gearticuleerd dat de problematiek in al haar breedte
   wordt gevat. Nu wordt te vaak de problematiek uitsluitend vanuit technisch oog-
   punt benaderd. Gammawetenschappers met name worden onvoldoende tijdig
   betrokken bij het onderzoek. Maar er is ook een goede en regelmatige wisselwer-
   king nodig tussen vertegenwoordigers uit de wetenschap, de samenleving, de
   overheid en het bedrijfsleven.
   Eén van de gesignaleerde problemen bij onderzoek rondom maatschappelijke
   themas is de verkokering binnen de overheid waardoor een integrale vraagstel-
   ling onvoldoende tot stand komt. Daarbij komt dat vragen veelal worden gedre-
   ven door de korte termijn. Ministeries werken onvoldoende samen om tot een
   gemeenschappelijke aanpak van onderzoek te komen. In principe zijn maat-
   schappelijke vraagstukken bijna altijd interdepartementale vraagstukken, die ook
   een brede multidisciplinaire aanpak vereisen. De vraagstellingen en subsidies van
   de overheid gericht aan kennisinstellingen sluiten daar nu onvoldoende bij aan.
   Binnen de brede onderzoeksvragen die zijn geïdentificeerd, moeten vervolgens
   concrete onderzoeksprogrammas en -projecten worden ontwikkeld. In veel
   gevallen moeten traditionele grenzen tussen disciplines, maar ook tussen
   wetenschap en praktijk, overschreden worden. Tal van actoren moeten betrokken
   worden bij dat onderzoek: wetenschappers uit uiteenlopende disciplines en waar
   het maatschappelijke of technologische vraagstellingen betreft ook beleidsmakers,
   politici, ondernemers, burgers et cetera.
   C Een partij die ontmoetingen en onderzoek regisseert
   Multidisciplinair onderzoek komt gemakkelijker van de grond als er een partij is
   die faciliteert bij het opzetten van het onderzoek of die ontmoetingen arrangeert.
   Veel onderzoekers zien dat er meerwaarde schuilt in het ontmoeten en betrekken
   van andere disciplines, maar steun bij de daadwerkelijke realisatie is essentieel.
51 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>   Conclusie
   De Raad concludeert dat op bovengenoemd terrein in Nederland nog veel winst
   te behalen valt. Actieve inzet van de overheid en de wetenschappelijke gemeen-
   schap is daarvoor gewenst. De Raad gaat daar in zijn aanbevelingen in het advies
   dieper op in.
52 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>!
    Internationale vergelijking
    3..1 Inleiding
    In de door ons onderzochte Europese landen is de situatie wat betreft het voor-
    komen van multidisciplinair onderzoek vergelijkbaar. Nederland doet niet onder
    voor het buitenland. Beleidsmatig is er overal, maar vooral in Zwitserland en
    Engeland, aandacht voor het stimuleren van multidisciplinair onderzoek. De
    gelegde accenten in de diverse landen zijn echter verschillend en gerelateerd aan
    het wetenschapsbestel ter plaatse.
    Alhoewel drijfveren en de mate waarin er aandacht is voor het stimuleren van mul-
    tidisciplinair onderzoek verschillen tussen de landen, bleken er opvallend veel
    gelijkenissen in de analyse van de structurele belemmeringen. De situatie zoals
    beschreven in hoofdstuk 2 van deze toelichting is grotendeels toepasbaar op alle
    onderzochte landen.
    Specifieke beleidskeuzes (genomen onafhankelijk van het vraagstuk multidiscipli-
    nair) lijken bepaalde belemmerende factoren te verlichten. Bijvoorbeeld:
    - De tweede geldstroom is in Finland en Engeland in verhouding tot de eerste
        geldstroom een stuk groter dan in Nederland. Via de tweede geldstroom wordt
        in deze landen geprobeerd multidisciplinair onderzoek te bevorderen.
    - De marktgeoriënteerdheid van de Amerikaanse universiteiten zorgt ervoor dat
        Amerikaanse wetenschappers zich relatief minder afhankelijk voelen van het
        peer review systeem.
    Het opheffen van de structurele belemmeringen is een lastig issue dat veel voeten
    in de aarde heeft. Op veel plaatsen wordt betwijfeld of het bepalen van weten-
    schappelijke kwaliteit aan de hand van publicaties de enige juiste methode is. In
    Engeland probeert de overheid in samenwerking met de kennisinstellingen de
    Research Assessment Exercise (RAE) aan te passen. In Zwitserland probeert het
    Transdisciplinair Forum criteria te ontwikkelen speciaal voor het beoordelen van
    multidisciplinair onderzoek (zie voor meer details de paragraaf in deze toelichting
    over Zwitserland). Tegelijkertijd constateert eenieder dat het een wereldwijd diep
    ingewortelde gewoonte in de wetenschappelijke wereld is, die in feite als fact of
    life beschouwd moet worden.
 53 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>   Ieder land heeft daarom zijn eigen instrumenten ontwikkeld om multidisciplinair
   onderzoek ondanks structurele belemmeringen te stimuleren. Samengevat kun-
   nen deze stimulansen opgevat worden als:
   1. Persoonlijke impulsen: zoals mogelijkheden om te verbreden gedurende de
       loopbaan en aanpassingen in het onderwijs.
   2. Mogelijkheden om elkaar te ontmoeten zoals workshops, fora, panels en
       samenwerkingsverbanden tussen instituten
   3. Het benoemen van uitdagende themas met daaraan gekoppeld een flinke
       financiële injectie over een termijn van 5-10 jaar.
   In de volgende paragrafen wordt de situatie per land besproken. Het is goed om
   te begrijpen in hoeverre en waarom het stimuleren van multidisciplinair onder-
   zoek in de verschillende landen een issue is. Verder geven verschillen in beleids-
   context in de betreffende landen meer achtergrond bij de keuze voor de diverse
   stimulerende maatregelen om multidisciplinair onderzoek te bevorderen. De Raad
   heeft bij de totstandkoming van de aanbevelingen uitgebreid gebruik gemaakt
   van de inspirerende voorbeelden voor het stimuleren van multidisciplinair onder-
   zoek. Enkele voorbeelden per land zullen in kaders worden toegelicht.
   In de beschrijving per land laat de Raad de driedeling die in het advies gehanteerd
   wordt echter los. In het ene land wordt namelijk meer ingezet op de persoonlijke
   impulsen, terwijl het andere land juist meer inzet op themas. Een overeenkomst tus-
   sen de diverse landen is dat de ontwikkelde instrumenten vaak bedoeld zijn voor het
   stimuleren van bèta-bèta-onderzoek. Het bevorderen van samenwerking tussen bèta-
   en gammadisciplines wint in belangstelling. Het stimuleren van samenwerking tus-
   sen alfa en gamma, en alfa en bèta staat nergens expliciet in de aandacht. Wel zien
   we dat in Engeland recent veel aandacht gaat naar het volwaardig incorporeren van
   de arts & humanities in het wetenschapsbestel. In het verlengde daarvan zien we
   enkele initiatieven tot samenwerking tussen science en de arts en humanities.
   3..2 Amerika
   Amerika heeft een lange traditie op het gebied van multidisciplinair onderzoek.
   Alhoewel het fenomeen multidisciplinair onderzoek als zodanig pas met de
   opkomst van de biotechnologie in de jaren 80 veel aandacht kreeg, gaat het fei-
   telijk bestaan ervan al terug tot begin vorige eeuw. Toen al waren specifieke
   bureaus vanuit de overheid belast met het bijeenzoeken van wetenschappelijke
54 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>   experts om bepaalde problemen op te lossen. In de vijftiger jaren nam samen-
   werking een vlucht door de zeer grote overheidsinvesteringen in fundamenteel
   onderzoek voor defensiedoeleinden: de ontwikkeling van de atoombom en de
   ontwikkeling van de digitale computer. Ook de NASA die op grote schaal onder-
   zoekers verenigde in een project dat tot doel had een reis naar de maan te maken,
   mag in dit rijtje niet ontbreken. In de tachtiger jaren vormde Genomics een enor-
   me impuls voor het multidisciplinair onderzoek. Men zag in wat een kansen er
   zouden ontstaan door multidisciplinair onderzoek op de grenzen en door combi-
   natie van de disciplines biologie, geneeskunde en scheikunde.
   Momenteel zijn het naast grote uitgaven voor medisch onderzoek en defensie-
   onderzoek, ook de zeer grote investeringen vanuit het bedrijfsleven in weten-
   schappelijk onderzoek die ervoor zorgen dat aan universiteiten samenwerking (en
   dan met name tussen bètawetenschappers) relatief veel en makkelijk plaatsvindt.
   Het Sematech-project beschreven in het kader is hiervan een voorbeeld.
   Universiteiten zijn grotendeels afhankelijk van deze geldstromen omdat de eerste
   (ongebonden) geldstroom relatief zeer klein is, en voor de kleinere universiteiten
   en onderzoeksinstituten onvoldoende om stevige onderzoekslijnen op te zetten.
   Sematech
   Originally created to reinvigorate the U.S. semiconductor industry, International
   SEMATECH has evolved into the worlds premiere research consortium, recently ente-
   ring into globalization with the formation of International SEMATECH from our origi-
   nal consortium, SEMATECH. Member companies cooperate precompetitively in key
   areas of semiconductor technology, sharing expenses and risk. Their common aim is
   to accelerate development of the advanced manufacturing technologies that will be
   needed to build tomorrows most powerful semiconductors
   (bron: www.sematech.org)
   Beleidsmatig is er in Amerika met name op het niveau van de individuele staten
   veel aandacht voor het stimuleren van multidisciplinair onderzoek. De staten pro-
   beren stevige samenwerkingsverbanden op te zetten tussen de lokale universitei-
   ten en het bedrijfsleven. Door de beschikbaarheid van baanbrekend onderzoek in
   combinatie met aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden hopen ze meer bedrijven
   naar de betreffende staat toe te lokken. De life sciences spelen hierin een belang-
   rijke rol (een voorbeeld staat in het kader).
55 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>   Life sciences corridor in Michigan
   Een goed voorbeeld is de life sciences corridor in Michigan. De staat Michigan heeft
   er de afgelopen 20 jaar veel tijd en geld ingestoken om deze corridor van de
   grond te krijgen. Tevens was het streven Michigan te laten behoren tot de top 5
   bio-staten van de Verenigde Staten. Door diverse belastingmaatregelen voor
   bedrijven en veel overheidssteun aan de universiteiten in de staat, hopen ze de
   economische ontwikkeling te stimuleren. Ze richten zich daarbij op het stimule-
   ren van partnerships tussen universiteiten en bedrijven en het bevorderen van
   commercieel toepasbaar multidisciplinair onderzoek.13
   Op federaal niveau zie je ook diverse inspanningen om multidisciplinair onderzoek
   (vooral bèta-bèta) te stimuleren. De National Science Foundation14 besteedt onge-
   veer 8% ($400.000) van het totale budget bewust aan multidisciplinaire pro-
   grammas.
   Het defensiedepartement heeft een multidisciplinair stimuleringsprogramma ter
   grote van 100 miljoen dollar voor 5 jaar. Dit is bedoeld voor aanvragen vanuit uni-
   versiteiten die een traditionele discipline en een technische discipline met elkaar
   verenigen in één project.15
   De National Institutes of Health waar inherent al veel onderzoek multidisciplinair
   van aard is, hebben in het verleden inspanningen gedaan om met name de
   samenwerking tussen bèta- en gammawetenschappers te vergemakkelijken (zie
   kader). Het overgrote deel van de inspanningen om multidisciplinair onderzoek te
   bevorderen is momenteel overigens gericht op bèta-bèta samenwerking.
   13 Meer informatie over deze initiatieven is te vinden op http://medc.michigan.org/lifescience/Stats/
   14 Meer informatie is te vinden in NSF publicatie: Summary of FY 2003 Budget Request to Congress.
       Beschikbaar op: http://www.nsf.gov/bfa/bud/fy2003/
   15 Meer informatie over dit Multidisciplinary Research Program of the University Research Initiative
       (MURI) is te vinden op de MURI homepage http://www.onr.navy.mil/sci_tech/industrial/muri.html
56 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>   National Institutes of Health (NIH)
   Een aantal instituten van de NIH probeerden halverwege jaren negentig om soci-
   ale wetenschappers, gedragswetenschappers en biomedische wetenschappers
   ertoe aan te moedigen elkaars methoden, procedures en theoretische perspectie-
   ven te leren begrijpen en ook om wetenschappers te leren hoe ze multidiscipli-
   naire samenwerkingsverbanden konden (Azar, 1998).16 Daartoe werd een serie
   van 10 workshops en een aantal conferenties georganiseerd.17 Verder werd er een
   handleiding ontwikkeld hoe samen te werken in samenwerking met de Social
   Sciences Research Council. Deze handleiding was gebaseerd op eerdere succes-
   volle samenwerkingen.
   De impact van multidisciplinair onderzoek is steeds meer zichtbaar in de organi-
   satie van onderzoek aan de universiteiten (zie onderstaand kader). Over het alge-
   meen worden deze ontwikkelingen en inspanningen door wetenschappers in de
   Verenigde Staten als positief ervaren. Zij zien daarin kansen voor baanbrekend
   onderzoek en ook de potentiële economische voordelen die multidisciplinair
   onderzoek kan opleveren. Door de grote afhankelijkheid van externe financiering
   op de universiteiten spelen wetenschapsinterne belemmeringen voor dit type
   onderzoek, zoals publicaties en citaties, veel minder een rol bij de keuze multidis-
   ciplinair onderzoek wel of niet uit te voeren.
   Virtuele instituutsvorming
   Steeds meer grote en inmiddels ook kleinere universiteiten hebben aparte
   research units waarin aan bepaalde projecten gewerkt wordt. Medewerkers wer-
   ken steeds meer parttime in hun traditionele discipline en voor de rest van hun
   tijd met collegas aan projecten in deze aparte centers. Steeds meer zie je dat der-
   gelijke instituten een virtuele vorm gaan aannemen. Een soort overkoepelende
   organisaties die de onderlinge uitwisseling, ontmoetingen en samenwerking sti-
   muleert, maar waarbij de verschillende onderzoekers fysiek op hun oorspronkelijke
   locatie blijven zitten (ook in Zwitserland, Engeland en Nederland zie je deze ten-
   dens naar virtuele instituutsvorming).
   16 Azar, B. (1998, May). Federal agencies encourage more cross-disciplinary work. American Psychological
        Association Monitor. (29) 5. [On-line] available: www.apa.org/monitor/may98/cross.html
   17 Voor meer informatie over deze conferenties zie de achtergrondstudie over Amerika op www.awt.nl
57 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   3..3 Finland
   In Finland zijn de drijfveren voor het stimuleren van multidisciplinair onderzoek
   voornamelijk ingegeven door de wens de technologische innovatie te vergroten.
   Het stimuleren van multidisciplinair onderzoek als zodanig heeft in Finland
   beleidsmatig geen zeer hoge urgentie. Enkele instanties zoals Tekes doen echter
   wel pogingen multidisciplinair onderzoek te stimuleren (zie onderstaand kader).
   De algemene mening is dat een aantal algemene kenmerken van Finland gecom-
   bineerd met een aantal trends ervoor zorgt dat multidisciplinair onderzoek nu en
   in de toekomst vanzelf redelijk gemakkelijk van de grond zal komen. In het ver-
   lengde daarvan zien de Finnen ook de samenwerking tussen bèta- en
   alfa/gamma-disciplines in de toekomst volgen. Deze komt nu minder gemakkelijk
   tot stand. Echter, door het feit dat ook dit type samenwerking in de toekomst
   onontbeerlijk is, en dat ook breed gezien en erkend wordt, is men van mening dat
   het in de toekomst vanzelf makkelijker zal worden.
   De kenmerken van Finland die de vertegenwoordigers van de diverse door de
   Raad bezochte instanties in dit verband van belang achten zijn:
   1. Finland is klein, iedereen kent elkaar en de drempel om samen te werken is
      daardoor laag.
   2. Bij de bestrijding van de economische crisis van begin jaren negentig hebben
      Finse partijen als overheid, intermediaire organisaties en bedrijfsleven nadruk-
      kelijk de handen ineengeslagen. Inmiddels wordt die samenwerkingsgedachte
      beschouwd als een waardevol cultuurgoed. In veel beleidsinitiatieven is verde-
      re versterking van deze netwerkstructuur een belangrijk aandachtspunt.
   3. Het centraal stellen van het innovatiesysteem heeft de afgelopen jaren geleid
      tot een toenemende nadruk op mogelijke bijdragen van onderzoek aan tech-
      nologische innovaties ten behoeve van het bedrijfsleven. Onderzoek gericht op
      productontwikkeling is sterk ontwikkeld. Ter illustratie: maar liefst 30% van de
      overheidsbestedingen aan R&D gaat via Tekes.
   4. Een combinatie van drie ontwikkelingen leidt in de toekomst tot een nog gro-
      ter aandeel van vraaggestuurd onderzoek aan de universiteiten (hetzij t.b.v.
      bedrijfsleven, hetzij gericht op maatschappelijke vraagstukken). De problema-
      tiek waarvoor vraaggestuurd onderzoek wordt ingezet vraagt om multidiscipli-
      nair onderzoek. De drie ontwikkelingen zijn:
      - de industrie besteed zijn onderzoek steeds meer uit,
      - de overheid legt steeds meer nadruk op privatisering en
      - universiteiten zijn in toenemende mate afhankelijk van externe funding.
58 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>   Tekes
   Tekes verdeelt 30% van het overheidsbudget voor R&D. Tekes richt zich traditio-
   neel vooral op onderzoek ten behoeve van innovatie. Vertegenwoordigers van de
   industrie oefenen via posities in stuurgroepen invloed uit op de richting van het
   onderzoek. Universiteiten hebben geen positie in deze stuurgroepen. Tekes ziet
   voor zichzelf een actieve rol weggelegd in het stimuleren van multidisciplinair
   onderzoek (omdat vragen uit de praktijk nu eenmaal multidisciplinair zijn). Tekes
   kan daarbij een relatief zelfstandige positie innemen. In de praktijk gaat het nu
   vooral om multidisciplinair onderzoek binnen bètadisciplines. Bij vraagstukken die
   naar de mening van Tekes om bredere samenwerking vragen, probeert Tekes dit
   te stimuleren. Waar mogelijk binnen één project, of anders door verschillende
   onderzoeken binnen één programma met elkaar te combineren. Als dat nodig is
   neemt Tekes zelf een coördinerende rol op zich van onafhankelijke onderzoe-
   ken/programmas van bèta en gamma-disciplines. Tekes is een groot voorstander
   van versterking van onderzoek naar sociale en organisatorische innovatie. Ter
   illustratie: Tekes en het ministerie van handel benadrukken beiden het belang van
   een recentelijk door hen geïnitieerd onderzoeksprogramma (ProACT). Dit pro-
   gramma richt zich geheel op de relatie tussen technologie en economie/maat-
   schappij. Bèta- en gammaonderzoek zitten daarbij echter in verschillende boxen.
   Tekes coördineert de afstemming tussen deze boxen. Het totale budget van het
   programma bedraagt P10 mio (dit is 2,5% van het totale jaarlijkse budget van
   Tekes). Het vierjarig programma is begin 2002 gestart en omvat 25 projecten
   Een tweetal trends stimuleren volgens de geïnterviewden een natuurlijke toe-
   name van multidisciplinair onderzoek gebaseerd op samenwerking tussen bèta en
   alfa/gamma:
   1. Dienstverlening en dienstverlenende sectoren nemen een steeds belangrijkere
       plaats binnen de Finse economie in. Ten eerste doordat de ICT gerelateerde
       sectoren zich zo sterk hebben ontwikkeld. Ten tweede omdat ook in andere
       sectoren dienstverlening een steeds belangrijker component wordt. Het toene-
       mend belang van dienstverlening in de economie heeft tot gevolg dat de vraag
       wat de gebruiker wil steeds belangrijker wordt. Dit leidt niet alleen tot een toe-
       nemend inschakelen van alfa- en/of gammawetenschappers, maar ook tot een
       verschuiving van inbreng door deze disciplines naar eerdere stadia van het
       onderzoek.
   2. Het innovatiedenken en de innovatiepraktijk is het laatste decennium sterk
       technologisch georiënteerd geweest. In verschillende kringen (Tekes, STPC,
       Committee for the Future) wordt gesignaleerd dat toekomstig succes niet meer
59 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>       zozeer staat of valt met technologische innovaties, maar veel meer met sociale
       en organisatorische innovaties. Om verschillende redenen, zoals: de verwach-
       ting dat in de toekomst niet zozeer de technologische mogelijkheden beper-
       kend op het handelen zullen zijn, alswel de mate waarin een samenleving zich
       op die technologie kan instellen.
       Ter illustratie: de snelle opkomst van de ICT industrie in Finland heeft geleid tot
       grote regionale verschillen in economische ontwikkeling. Alhoewel de werk-
       loosheid de afgelopen jaren sterk is gedaald (hij was 20%), bedraagt deze nog
       altijd zon 10%. Dit is een structurele werkloosheid als gevolg van niet meer
       passende vaardigheden en ervaringen. Sociale issues als vergrijzing, effectiviteit
       en efficiëntie in de zorgsector komen in Finland steeds hoger op de agenda te
       staan. Finland ontbeert echter op dit moment research op deze terreinen.
   In Finland ziet de overheid op dit moment geen noodzaak om multidisciplinariteit
   op de één of andere manier mee te nemen als beoordelingsaspect voor onder-
   zoeksinstituten en universiteiten. Wel probeert de overheid in strategische discus-
   sies met de universiteiten de voor het onderzoek gewenste richtingen aan de orde
   te stellen. Indien multidisciplinair onderzoek nodig is, wordt dit ook aan de orde
   gesteld.
   3..4 Zwitserland
   In Zwitserland gaat beleidsmatige aandacht traditioneel vooral uit naar funda-
   menteel onderzoek. Op dat terrein heeft Zwitserland in de wereld traditioneel een
   toppositie die ze willen handhaven. Deze tendens wordt versterkt door de relatief
   centrale funding rol van de Swiss National Science Foundation (SNSF) die zich voor-
   al richt op het stimuleren van fundamenteel onderzoek.
   In Zwitserland is de mening vrij algemeen dat multidisciplinair bij fundamenteel
   onderzoek eigenlijk geen issue is of mag zijn. Immers, dit soort onderzoek is bij
   uitstek gebaat bij bottom up processen. Sturing van bovenaf werkt de creativiteit
   tegen. Overeenkomstig richt de SNSF zich primair op de bevordering van funda-
   menteel onderzoek, en is als dat nodig is, volgend m.b.t. multidisciplinair onder-
   zoek. Multidisciplinair onderzoek is prima, zolang het kan concurreren met mono-
   disciplinair toponderzoek.
60 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   Programma global sustainability ETH-Z
   Aan de ETH-Z was een programma dat zich richtte op global sustainability. Het
   betrof een samenwerkingsverband tussen ETH-Z, MIT en Tokyo. Een rijke industri-
   eel ondersteunde het programma met CHF 10 mio. Het programma probeerde
   multidisciplinair onderzoek te stimuleren via de toelatingscriteria: alleen projecten
   werden toegelaten waarbij minimaal 2 disciplines waren betrokken. Het pro-
   gramma kwam in het begin moeizaam van de grond. Het kostte een paar jaar om
   toponderzoekers te interesseren. Deze kwamen op den duur op het geld af,
   bovendien kwam het onderwerp meer in de belangstelling. Maar belangrijker
   naast het geld was het commitment van de hoofden van ETH-Z, MIT en Tokyo.
   Deze hoofden haalden persoonlijk mensen over om mee te werken.
   Aan de andere kant: daar waar wetenschappelijk onderzoek wordt verbonden met
   maatschappelijke vraagstukken, wordt multidisciplinariteit _ onder de vlag van
   transdisciplinariteit _ wel degelijk als een issue beschouwd. De belangstelling voor
   maatschappelijke vraagstukken, en dan met name milieuvraagstukken en ethische
   vraagstukken, is de laatste jaren sterk gestegen en de belangrijkste drijfveer voor
   de huidige aandacht voor multidisciplinair onderzoek.
   Recent scoorde Zwitserland met haar fundamenteel onderzoek lager op de inter-
   nationale ranglijsten. De roep om meer aandacht voor fundamenteel onderzoek
   in het wetenschapsbeleid is daarom nu harder. Echter, veel partijen zijn het erover
   eens dat multidisciplinair onderzoek met name voor maatschappelijke vraagstuk-
   ken belangrijk is en dat Zwitserland onvoldoende incentives kent om multidisci-
   plinair onderzoek van de grond te krijgen. Deze problematiek krijgt daarom aan-
   dacht. Die aandacht is versterkt door:
   1. De evaluatie van de 10 jaar durende prioriteitenprogrammas van de Swiss
      National Science Foundation (zie onderstaand kader).
   SNSF prioriteitenprogrammas
   De schwerpunktprogrammas van de SNSF rondom een thema (zoals de Zwitserse
   sociale structuur, environment, biotechnologie en informatie) hadden een looptijd
   van 10 jaar. Het waren zeer grote programmas waarin veel universiteiten met elkaar
   samenwerkten. De opvolgers, de National Compentence Centres, zijn meer gecon-
   centreerd op één universiteit. De NCCRs zijn afgelopen jaar gestart. Er zijn nu 14
   verschillende centra gestart. De competence centres zijn ook multidisciplinair. Men
   denkt dat de structuur van de schwerpunktprogrammas geschikter was voor sti-
61 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   mulering van multidisciplinair onderzoek. Nu ontbreekt samenwerking tussen uni-
   versiteiten. Om de volle breedte van de onderwerpen te kunnen omvatten, vinden
   sommigen samenwerking tussen universiteiten essentieel.
   2. Een initiatief van de SANW (Zwitserse Akademie voor Natuurwetenschappen)
       om een platformfunctie in te richten speciaal gericht op vraagstukken rond het
       stimuleren van multidisciplinaire projecten. De SANW wil de goede ervaringen
       uit bovengenoemd prioriteitenprogramma op deze manier continueren in de
       toekomst. Vooral voor de sociale wetenschappen waren deze programmas een
       enorme impuls. Dit Transdisciplinair Forum18 heeft de steun van de staatssecre-
       taris en er is overheidsfinanciering voor (zie onderstaand kader).
   Het transdisciplinair platform
   Niet alleen het samenbrengen van mensen is een manier om tot succesvol multi-
   disciplinair werken te komen, ook goede randvoorwaarden en technieken om
   samen te werken zijn belangrijk. Een specifiek platform transdisciplinariteit zou
   hierin moeten voorzien. De belangrijkste taken van een dergelijk onafhankelijk
   platform zijn:
   - De SNSF (Swiss National Science Foundation) helpen bij het beoordelen van mul-
       tidisciplinaire research-aanvragen·
   - Het ontwikkelen van een transdisciplinaire community (ontwikkelen netwerk-
       functie)·
   - Het ontwikkelen van criteria en kwaliteitsstandaarden om multidisciplinair onder-
       zoek mee te toetsen.
   - Door de drijvende kracht die uitgaat van een transdisciplinair forum zouden er
       vanzelf nieuwe transdisciplinaire banen moeten ontstaan.
   - De sociale wetenschappen helpen zich verder te ontwikkelen en meer invloed te
       krijgen op nationaal niveau.
   - Helpen bij het zoeken naar referenten en de oprichting van transdisciplinaire tijd-
       schriften.
   Het ontwikkelen van criteria en kwaliteitsstandaarden wordt door de gesprekspart-
   ners gezien als de belangrijkste taak van het forum. Het SANW is de trekker, maar
   alle academies hebben zich formeel gecommitteerd aan de doelstellingen.
   18 In Zwitserland wordt nadrukkelijk steeds gesproken over transdisciplinair onderzoek. Zoals uiteengezet
        in paragraaf 1.3 van het advies (uitgangspunten) wil de Raad niet verder ingaan op de verschillen in het
        gebruik van deze termen. De Raad heeft de indruk dat in Zwitserland transdisciplinair als koepelterm
        gehanteerd wordt, alhoewel in veel gevallen wel degelijk samenwerking wordt beoogd tussen weten-
        schappers en andere geledingen zoals overheid, bedrijfsleven of gebruikers.
62 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>   In de praktijk blijkt de waardering binnen Zwitserland voor deze initiatieven als het
   congres en het platform van de SANW sterk te variëren. Er zijn veel enthousiaste
   voorstanders (die het belang van multidisciplinariteit voor maatschappelijke
   vraagstukken benadrukken), maar er zijn ook sceptici. De staatssecretaris is een
   groot voorstander en wil de eis van transdisciplinariteit als criterium bij subsidie-
   verlening hanteren. Tegenstanders zijn bang dat multidisciplinair onderzoek een
   doel op zich wordt. Het overheersend beeld is echter dat in Zwitserland bij veel
   instanties initiatieven ter stimulering van multidisciplinair onderzoek worden
   genomen.
   De SANW is een grote drijvende kracht achter multidisciplinaire samenwerking.
   Binnen de SANW zijn diverse fora en commissies actief die een sterk multidiscipli-
   nair karakter hebben en door hun werkwijze een enorme impuls zijn voor alle vor-
   men van multidisciplinair samenwerken. Een voorbeeld staat in onderstaand
   kader.
   Proclim
   Proclim is een platform dat alle wetenschappers op het gebied van klimaatonder-
   zoek in Zwitserland samenbrengt en vertegenwoordigt. Samenkomen en com-
   municeren is volgens hen een voorwaarde voor het van de grond komen van mul-
   tidisciplinair onderzoek. Dit moet worden gefaciliteerd. Als iemand (uit
   bedrijfsleven of overheid) bepaalde wetenschappelijke expertise nodig heeft, faci-
   liteert Proclim bij het bij elkaar brengen van de juiste mensen voor advies of
   onderzoek.Proclim respecteert monodisciplinair werken als wetenschappers daar
   behoefte aan hebben. Ze moeten echter indien nodig bereid zijn tijd in te ruimen
   om nuttig te zijn voor de maatschappij. Met één been flink in de wetenschap,
   maar met tentakels in de maatschappij. De opzet van ProClim maakt dat makke-
   lijker. Proclim heeft vier poten, waarvan er twee intern-wetenschappelijk gericht
   zijn, en twee gericht op de buitenwereld.
   Overheid                                                   Media-      Maatschappij
                                 Proclim /OcCC
   Wetenschapppers in CH                                                 Internationaal
   De onderste laag is intern wetenschappelijk gericht. De bovenste laag extern.
   Proclim helpt wetenschappers de juiste funding te zoeken voor hun projecten.
63 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>   Proclim werkt aan kennistransfer door bijvoorbeeld alle abstracts van alle artikelen
   die over klimaatonderzoek zijn verschenen te bundelen. Internationaal vervullen
   zij een brugfunctie. Zij zorgen voor contacten, voor informatie over grote inter-
   nationale projecten, informatie over internationale conferenties en informatie-
   overdracht. Proclim onderhoudt relaties met de overheid en via de media ook met
   de maatschappij. Wetenschappers vinden het aantrekkelijk om aan Proclim deel te
   nemen juist omdat deze vierhoek goed is ingevuld.
   3..5 Engeland
   Het stimuleren van multidisciplinair is voor de overheid in de UK een belangrijk
   issue. Voor het ministerie van Education & Skills (E&S) gaat het dan met name om
   nieuwsgierigheidgedreven onderzoek op de grenzen van disciplines. E&S heeft
   niet de ambitie probleemgestuurd onderzoek te promoten. Dat is meer de taak
   van het ministerie van Trade & Industry via de Councils. De wet schrijft voor dat
   E&S disciplines financiert en geen instituten.
   In diverse strategische notas is multidisciplinair onderzoek als speerpunt
   benoemd. Het gaat daarbij zowel om vraaggestuurd als nieuwsgierigheidgedre-
   ven onderzoek. Het gaat bovendien om alle mogelijke vormen van samenwerking
   bèta-bèta, bèta-gamma etc. Met name de life sciences zijn hiervoor een enorme
   impuls geweest. Het idee is dat deze nieuwe gebieden ondanks structurele belem-
   merende krachten opbloeien en daarbij als voorbeeld kunnen fungeren voor
   andere gebieden.
   Er is momenteel een brede bewustwording dat real life problems niet monodiscipli-
   nair kunnen worden opgelost. Op zich zijn dit bewustzijn en de daaruit volgende
   aandacht voor multidisciplinair niet nieuw. Recente initiatieven tonen echter aan
   dat de beleidsmatige aandacht voor het onderwerp een nieuwe impuls heeft.
   - In de laatste Research Assessment Exercise was de ruimte voor multidisciplinair
       onderzoek een specifiek aandachtspunt. Op basis van de resultaten is gecon-
       stateerd dat de geboden ruimte in de RAE voor multidisciplinair onderzoek niet
       genomen wordt. Het meest veilig is zich te beperken tot het insturen van
       monodisciplinaire publicaties die in de beoordeling door panels onverminderd
       hoog scoren. Dit is één van de punten die in de herziening van de RAE zal wor-
       den meegenomen.
64 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>   - Na een recente review van het functioneren van de Research Councils is er een
       overkoepelende strategiegroep aangebracht over de Research Councils, de
       Research Councils UK. Eén van de grote drijvende krachten achter de oprichting
       van een dergelijke overkoepelende organisatie was de constatering dat Real
       world problems do not respect the boundaries of established academic disciplines _
       nor indeed the traditional boundaries of science and engineering. Het doel is om
       gezamenlijke planningen, processen en strategie uit te werken
   - Voor de komende jaren heeft de overheid een aantal speerpunten benoemd
       waarvan het multidisciplinaire karakter expliciet wordt onderstreept: hersen-
       onderzoek, stamcellenonderzoek, proteomics, duurzame energie en landbouw
       en ruimtegebruik.
   Net als in de andere landen zijn ook in Engeland de gesprekspartners overigens
   eensgezind van mening dat multidisciplinair onderzoek geen doel op zich is.
   De Research Councils zijn actief in het ontwikkelen van stimulansen voor multidis-
   ciplinair onderzoek. De mogelijkheden om dit via de tweede geldstroom te doen
   zijn kansrijk, omdat de tweede geldstroom ten opzichte van de eerste geldstroom
   in Engeland groot is.19 Er zijn diverse programmas die een multidisciplinair karak-
   ter hebben. Verder zijn er diverse fondsen en stimuleringsfondsen die erop gericht
   zijn mensen de mogelijkheid te bieden te verbreden of om elkaar te ontmoeten.
   Met name de ESPRC (Engineering and Physical Sciences Research Council) is hierin
   zeer actief. Multidisciplinair onderzoek heeft bij alle Councils echter een zeer hoge
   prioriteit. In de kaders geven we enkele voorbeelden.
   Interface PhD centres
   In de interface PhD centres binnen het Life Science Programma werken 10 PhDs
   samen aan één onderwerp. Ze krijgen 1 jaar extra funding, omdat ze dat jaar
   nodig hebben om elkaar te leren kennen en begrijpen.
   19 Voor meer informatie over financiering van onderzoek in de UK zie het achtergronddocument over de
        UK op www.awt.nl.
65 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>   Multidisciplinaire centra rondom ICT
   In 2000 zijn er vijf multidisciplinaire research centra opgericht rondom ICT. Deze
   hebben een grant van 10 miljoen Pond gekregen voor 5 jaar. Gebleken is uit de
   eerste review dat het multidisciplinaire karakter moet worden vastgehouden, maar
   niet in de vorm van centra op één lokatie. Beter is het om alle mensen af en toe
   een week bij elkaar te zetten. Iedereen kan dan op zijn eigen lokatie de juiste part-
   ners zoeken.
   Sandpit meetings
   Sandpit meetings zijn zevendaagse studieperiodes rondom een bepaald complex
   thema binnen de life sciences. Ze worden gefinancierd door de Engineering and
   Physical Sciences Research Council (EPSRC). De Council is van mening dat juist door
   het samenbrengen van de kennis van deskundigen en wetenschappers met ver-
   schillende achtergronden nieuwe doorbraken bereikt kunnen worden. Een aantal
   geselecteerde deelnemers met verschillende achtergronden krijgt gedurende deze
   dagen presentaties van verschillende deskundigen. Daarnaast zijn er intensieve
   discussiesessies. Het is de bedoeling dat in deze discussies de verschillende
   gezichtspunten van de deelnemers gecombineerd worden tot nieuwe inzichten.
   Goede, veelbelovende nieuwe ideeën die uit een sandpit meeting komen, worden
   beloond met 1 miljoen pond onderzoeksfinanciering. De ideeën kunnen dan ver-
   der worden uitgewerkt en uitgevoerd. De financiering voor de sandpit meeting
   zelf wordt aangevraagd door de host van de meeting (bijvoorbeeld een instituut).
   Deze neemt ook de organisatie op zich.
   Postdoctoral mobility
   Een beurs van één jaar om kennistransfer te bewerkstelligen van de ene naar de
   andere discipline. Meestal gaat dit om aanpalende disciplines die binnen de
   ESPRC vallen. De meeste van deze beurzen gaan momenteel naar de life sciences.
   Institutional Discipline Bridging Awards
   Een beurs voor instituten die gezamenlijk nieuwe research programmas willen
   opzetten. Het gaat bij deze beurzen van de EPSRC om een combinatie van natuur-
   wetenschappen en de life sciences.
66 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>   Discipline Hopping Awards
   Beurzen voor samenwerking gedurende een kortere termijn voor ingenieurs,
   natuurwetenschappers en life scientists met de bedoeling een lange termijn
   samenwerking op te zetten. Wetenschappers die hun naam gevestigd hebben in
   hun eigen veld krijgen de gelegenheid hun ideeën ook toe te passen en uit te wer-
   ken in een hele nieuwe richting. Dat geldt zowel voor natuurwetenschappers die
   hun ideeën bijvoorbeeld willen toepassen in de life sciences of voor medisch onder-
   zoek, als ook voor life scientists die hun ideeën willen toepassen in technische dis-
   ciplines of in de natuurwetenschappen. Er moet in ieder geval sprake zijn van
   samenwerking.
   Adventurous Fund
   Een geoormerkt fonds van de EPSRC van £4.5M om zeer avontuurlijk, risicovol
   multidisciplinair onderzoek te ondersteunen. Het doel is om mensen ertoe uit te
   dagen nieuwe richtingen in te slaan met alle risicos die daarbij horen. Het opmer-
   kelijke aan deze beurs is dat een negatieve uitkomst van het onderzoek niet als
   falen wordt bestempeld omdat dit nu juist is wat mensen tegenhoudt om risico-
   volle wegen in te slaan. Het is de bedoeling om bestaande conventies te door-
   breken, nieuwe grenzen op te zoeken, nieuwe technieken te ontwikkelen of toe te
   passen op andere gebieden dan waarvoor ze ontwikkeld zijn. Een vereiste is dat
   het onderzoek multidisciplinair is.
67 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>   Bijlagen
   Bijlage 1 gesprekspartners Nederland
   - prof.dr. J. Aasman (TU Delft, hoogleraar informatie-ergonomie)
   - prof.dr. G. Berkhout (TU Delft, hoogleraar management van technologie)
   - prof.dr.ir. J. Blaauwendraad (TU Delft, hoogleraar Civiele Techniek)
   - drs. J.P. Broersen (ministerie van EZ)
   - drs. E.E.A.M. Broesterhuizen (ministerie van OCenW)
   - prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten (UvT, rector magnificus)
   - mw.dr. J.C.M. van Eijndhoven (Erasmus Universiteit Rotterdam, voorzitter
     College van Bestuur)
   - dr. C.L. Ekkers (TNO, directeur Strategie, Research en Planning)
   - prof.dr. M. Hajer (UvA, hoogleraar politicologie)
   - dr. K. Hilberdink (KNAW, secretaris Geesteswetenschappen)
   - dr. P.H.M. van Hoesel (directeur EIM)
   - dr. E.C. Klasen (voormalig directeur NWO)
   - dr. J.K. Koppen (directeur NWO MaGW)
   - dr. P. Kwant (Shell, Group Research Advisor)
   - drs. E. van de Linde (directeur STW)
   - dr. J. Marks (directeur NWO-ALW)
   - dr. A.J. Nijman (Philips Research, directeur Research, Strategie en Business
     Development)
   - drs. D.R. Polman (ministerie van EZ)
   - prof.dr. A. Rip (TU Twente, hoogleraar filosofie van wetenschap en techniek)
   - prof.dr. R. van Santen (rector magnificus TU Eindhoven)
   - dr.ir. C.M. Vos (ministerie van VWS)
   - dr. D.C. Zijderveld (hoofd algemene beleids- en bestuurszaken, NWO)
69 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>   Bijlage 2 gesprekspartners buitenland
   Finland
   - M. Arajärvi (Ministry of Education, Science Policy Division, Special Government
     adviser)
   - R. Dammert (Academy of Finland, Research Council for Natural Sciences and
     Engineering, Scientific Secretary)
   - K. Halme (Science and Technology Policy Council of Finland, Chief Planning
     Officer)
   - M. Hildén (Syke, Finnish Environment Institute, Programme Director)
   - S. Kangaspunta (Ministry of Trade and industry, Projectmanager technologiv-
     cal Foresight)
   - S. Karjalainen (Ministry of Education, Science Policy Division, Director)
   - L. Kauppi (Syke, Finnish Environment Institute, Director General)
   - A. Kuparinen (Ministry of Trade and Industry, Deputy Director General)
   - J. Romanainen (Tekes, Executive Director Strategy)
   - V.P. Saarnivaara (Tekes, Director General)
   - E.O. Seppäla (Science and Technology Policy Council of Finland, Chief
     Planning Officer)
   - M. Sorsa (Ministry of Education, Department for Education and Science Policy,
     Director)
   - M. Suurnäkki (Ministry of Agriculture and Forestry, Agricultural Councellor)
   - P. Vuorinen (Ministry of Trade and Industry, Senior Advisor)
   Engeland
   - A. Alsop (ESRC, Economic & social research Council Head Politics, Economics
     & Geography team, Deputy director of Research)
   - N. Birch (EPSRC, Engineering & Physical Sciences Research Council Head,
     Corporate International Group)
   - P.D. Clark (Department for Education & SkillsHE Research, Innovation &
     Science Team)
   - G. Costigan (Office of Science and Technology, Department of Trade and
     Industry, Acting director Research Councils)
   - G. Crossick (Arts and Humanities Research Board, Chief Executive)
   - C. Henshall (Office of Science and Technology, Department of Trade and
     Industry, Director, Science & Engineering Base Group)
   - M. Jubb (Arts and Humanities Research Board, Director of Policy and
     Programmes)
70 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>   - S. Macnee (NESTA)
   - M. Potts (Office of Science and Technology, Department of Trade and Industry,
     Science and Technology Council)
   - E. Rothschild (Centre for History and Economics, Kings College Director)
   - R. Smith-Bingham (NESTA, Research officer)
   - C. Tansley (EPSRC, Engineering & Physical Sciences Research Council
     Chemistry Programme)
   Zwitserland
   - S. Bellucci (TA, Centre for Technology Assessment)
   - R. Bolzern (Swiss National Science Foundation, Head of Division Humanities
     and Social Sciences)
   - C. Haag (Swiss Science and Technology Council (SSTC), Staff member)
   - H. Hänni (SATW, Swiss Academy of Technical Sciences, Secretary General,)
   - I. Kissling-Näf (SANW, Swiss Academy of Sciences, Secretary General)
   - M. Leuthold (SAMW, Swiss Academy of Medical Sciences, Secretary General)
   - G. Miescher (Swiss Science and Technology Council (SSTC), Scientific Advisor,
     Staff member)
   - C. Ritz (Proclim forum van de SANW, Stafmedewerker)
   - M. Salm (Swiss Science and Technology Council (SSTC), Scientific Adjunct,
     Staff member)
   - G. Schatz (Swiss Science and Technology Council (SSTC), Voorzitter)
   - T. Scheuer (forum van de SANW, Stafmedewerker ICAS)
71 AWT-advies nr. 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>