<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>##Wat van ver komt...
  De vormgeving van het Nederlandse bilaterale
  onderzoeksbeleid
  oktober 2003
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Mevrouw M.J.A. van der Hoeven
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Postbus 25000
2700 LZ Zoetermeer
                                                                                             23 oktober 2003
Geachte mevrouw Van der Hoeven,
In het AWT-werkprogramma 2003 is de adviesvraag opgenomen of en hoe het nieuwe EU beleid op het
gebied van internationale wetenschappelijke samenwerking de vormgeving van het Nederlandse bilaterale
onderzoeksbeleid dient te beïnvloeden. Meer concreet gaat het hierbij om de vraag hoe de Nederlandse bila-
terale onderzoekssamenwerking met China, Indonesië, Rusland en Hongarije er in de toekomst moet uitzien.
De Raad heeft zich over uw vraag gebogen en adviseert u de bilaterale samenwerking met China, Rusland
en Hongarije te beëindigen. Voor dit standpunt heeft hij in essentie drie argumenten.
1. De instrumenten van het bilaterale onderzoeksbeleid sluiten slecht aan op de doelen.
Het bilaterale onderzoeksbeleid is bedoeld om de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek te versterken.
Hiervoor zijn bilaterale samenwerkingsprogramma's geen goed middel. Wie op zoek gaat naar wetenschap-
pelijke kwaliteit moet niet eerst een land selecteren om daarna de beste onderzoekers te zoeken. Wie weten-
schappelijke kwaliteit najaagt, moet eerst de beste onderzoekers zoeken en voor lief nemen in welk land hij
uiteindelijk terechtkomt.
2. Versterkte EU-activiteiten gericht op internationale onderzoekssamenwerking maken het Nederlandse bila-
terale onderzoeksbeleid overbodig.
De Europese Unie voert in toenemende mate beleid ter versterking van de internationale onderzoekssamen-
werking. Het Zesde Kaderprogramma biedt goede mogelijkheden om toegang te krijgen tot de beste kennis
elders. Allereerst bieden de strenge Europese procedures een goede garantie voor hoge wetenschappelijke
kwaliteit. Verder heeft het Zesde Kaderprogramma een budget waarbij het Nederlandse in het niet verzinkt.
En tot slot biedt dat programma toegang tot alle landen buiten de EU en niet slechts tot de vier landen waar-
mee Nederland samenwerkt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>3. De toegevoegde waarde van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid is gering.
Nederlandse kennisinstellingen werken volop samen met zusterorganisaties elders ter wereld, onder meer in
Rusland, China, Hongarije en Indonesië, maar evenzeer in andere landen. Zij doen dit op zo'n schaal dat het
door de Nederlandse overheid gevoerde bilaterale onderzoeksbeleid weinig extra impact heeft.
Gelet op deze argumenten is de AWT van mening dat u het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid het best
kunt beëindigen. Hierbij wenst hij een uitzondering te maken voor de samenwerking met Indonesië. In Indonesië
bevinden zich grote hoeveelheden uniek onderzoeksmateriaal dat van levensbelang is voor tal van Nederlandse
disciplines. De toegang tot dit materiaal dient te allen tijde gegarandeerd te blijven. Onverlet de bovenstaande
argumenten is continuering van de onderzoekssamenwerking met Indonesië daarom gewenst.
Met dit advies wil de AWT niets afdoen aan de internationale dimensie van de Nederlandse wetenschap. Het is
onmiskenbaar dat het belang van internationalisering voor de wetenschap nog steeds toeneemt. Op dit moment
is er zelfs een internationale battle for brains gaande. Veel Westerse landen stellen versterkt pogingen in het werk
om schaars wetenschappelijk talent aan zich te binden. Bij ongewijzigd beleid lijkt Nederland deze strijd te gaan
verliezen. Deze trend om te buigen, is volgens de AWT de echte opgave waarvoor het Nederlandse weten-
schapsbeleid zich geplaatst ziet in internationaal perspectief. Hij ziet drie wegen die daartoe kunnen leiden en
adviseert u deze te bewandelen:
.   creëer een fonds om toponderzoekers naar Nederland te lokken;
.   verkort de procedures voor verblijfs- en werkvergunningen;
.   verlaag de leges voor verblijfs- en werkvergunningen.
Overigens heeft de AWT met ongenoegen kennis genomen van de rijksbegroting voor 2004. Daarin deelt U mee
dat U de onderzoekssamenwerking met China, Indonesië en Rusland zal continueren en maakt U bekend dat
onlangs nieuwe bilaterale samenwerkingsprogramma's zijn gestart met Bulgarije en Roemenië. De AWT betreurt
deze gang van zaken zeer. Zinvolle advisering over het wetenschaps- en technologiebeleid wordt sterk bemoei-
lijkt indien de beslissingen al genomen zijn voordat het advies is uitgebracht. De AWT spant zich in om de timing
van adviezen te laten aansluiten bij de voorgenomen beleidsontwikkeling. Indien U aangeeft dat spoed vereist
is, komt de AWT daaraan tegemoet. Maar daarvan was in dit geval geen sprake. De AWT wijst er verder op dat
ambtenaren van Uw departement al op 2 april 2003 op de hoogte waren van het hier weergegeven standpunt
inzake het bilaterale onderzoeksbeleid. Op hun uitdrukkelijke verzoek heeft hij dit standpunt destijds nog niet
publiek gemaakt, maar de tijd genomen voor een verdiepingsslag. Het verbaast de AWT des te meer dat belang-
rijke beslissingen over het bilaterale onderzoeksbeleid bij het verschijnen van dit advies reeds genomen zijn.
J.F. Sistermans
Voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  1 Adviesvraag      7
  2 Standpunt AWT   13
  3 Aanbeveling AWT 19
5 AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>          
                        Adviesvraag
                        De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de Adviesraad voor het
                        Wetenschaps- en Technologiebeleid verzocht advies uit te brengen over de vraag
                        of en hoe
                           het nieuwe EU beleid op het gebied van internationale wetenschappelijke
                           samenwerking de vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid
                           dient te beïnvloeden om maximaal te kunnen profiteren van het EU beleid. En
                           vice versa: of en in welke richting Nederland, met het oog op het (toekomstige)
                           bilaterale wetenschapbeleid, het EU beleid op het gebied van internationale
                           samenwerking moet beïnvloeden om maximaal te kunnen profiteren van dit EU
                           beleid.
                        Met dit advies geeft de AWT antwoord op deze vragen.
                        Achtergrond bij de adviesvraag: ontwikkelingen in Nederland
    De wetenschap       De Nederlandse wetenschap kent van oudsher een sterke internationale oriëntatie.
internationaliseert...  Al vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog onderhielden veel Nederlandse
                        wetenschappers nauwe contacten met buitenlandse collegas. Nadien is die
                        gewoonte alleen maar sterker geworden.1 Eind jaren tachtig heeft de minister van
                        Onderwijs en Wetenschappen besloten de internationale oriëntatie van de
                        Nederlandse wetenschap verder te versterken. In 1988 verscheen de beleidsnota
                        Internationalisering van onderwijs en onderzoek.2 Sindsdien is de internationalise-
     ... en het beleid  ring van het hoger onderwijs en onderzoek een niet meer weg te denken element
          versterkt dit van het beleid.
                        Sinds het begin van de jaren negentig wordt in het Nederlandse wetenschapsbe-
                        leid expliciet aandacht besteed aan bilateraal onderzoeksbeleid. Dit beleid betreft
                        1   Zie J.C.C. Rupp, Van oude en nieuwe universiteiten: de verdringing van Duitse door Amerikaanse invloeden
                            op de wetenschapsbeoefening en het hoger onderwijs in Nederland, 1945-1995 (Den Haag, 1997).
                        2   Ministerie van O&W, Internationalisering van onderwijs en onderzoek (Den Haag 1988).
                     7  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                              de onderzoekssamenwerking tussen landen op een één-op-één basis. De doelstel-
       Nederlands bilateraal  lingen hiervan zijn niet altijd helder geformuleerd. In de wetenschapsbudgetten
onderzoeksbeleid dient twee   van 1993, 1995 en 1997 zijn zij in elk geval lastig terug te vinden. Het weten-
                      doelen  schapsbudget van 2000 heeft hierin verbetering gebracht doordat het twee doel-
                              stellingen toeschrijft aan het bilaterale onderzoeksbeleid van Nederland:
                                 .    kwaliteitsversterking van het Nederlandse onderzoek door aansluiting bij de
                                     beste kennis in andere landen;
                                 .   de inzet van het internationale wetenschapsbeleid overeenkomstig de doel-
                                     stellingen van het algemene buitenlandbeleid dat de Nederlandse economi-
                                     sche of culturele belangen dient of bijdraagt aan vrede en veiligheid.3
        Kwaliteitsversterking Volgens de projectgroep die verantwoordelijk was voor de voorbereiding van deze
 Nederlands onderzoek staat   tekst zijn genoemde doelstellingen geenszins nevenschikkend. Voor OCW weegt
                      voorop  de eerste doelstellig het zwaarst. De tweede doelstelling wordt weliswaar niet
                              onbelangrijk gevonden, maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij OCW.4
                              Van meet af aan heeft het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid parallel
  Nederlands beleid parallel  gelopen met initiatieven van de Europese Unie. Reeds in 1990 heeft de minister
     aan Europees beleid      van Onderwijs en Wetenschappen vastgesteld dat de toegenomen betekenis van
                              het bilateraal onderzoeksbeleid in Europese verband noopt tot een terughoudend
                              bilateraal onderzoeksbeleid in Nederlands verband:
                                 Mede als consequentie van deze ( ) verschuiving van samenwerking op bila-
                                 teraal niveau naar EG-niveau heb ik mij voorgenomen de samenwerking op
                                 nationaal niveau tussen Nederland en andere landen te concentreren op slechts
                                                    5
                                 enkele landen.
         en daarom beperkt    In de jaren die volgden, is deze terughoudendheid inzake het Nederlandse bilate-
       Nederland het aantal   rale onderzoeksbeleid gecontinueerd. In de wetenschapsbudgetten van 1993,
              partnerlanden   1995, 1997 en 2000 is het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid steeds
                              beperkt tot een aantal landen: China, Indonesië, Rusland, Hongarije, Vlaanderen,
                              3   Ministerie van OCenW, Wetenschapsbudget 2000 (Den Haag 1999), p. 44.
                              4   Ministerie van OCenW, Project bilaterale onderzoeksamenwerkingen: eind-rapport en annex 1 (interne noti-
                                  tie 17 december 1998), p. 2.
                              5   Ministerie van O&W, Wetenschapsbudget 1991 (Den Haag 1990), p. 65.
                            8 AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                          Frankrijk en Noordrijn-Westfalen. De laatste jaren bestaat er een tendens om
                          alleen de eerste vier landen op te voeren als partners in het Nederlandse bilatera-
                          le onderzoeksbeleid. In de voortgangsrapportages over het wetenschapsbeleid uit
                          2000 en 2002 worden Vlaanderen, Frankrijk en Noordrijn-Westfalen in elk geval
                          niet meer aangeduid als prioriteitslanden.6
                          Sinds 1995 wordt het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid met China,
De programma's hebben     Indonesië, Rusland en Hongarije uitgevoerd door KNAW en NWO. De program-
 een bescheiden omvang    mas hebben een bescheiden omvang (zie tabel 1). In 2000 zijn zij geëvalueerd:
                          de uitkomsten waren positief.7
                          Tabel 1: budget voor het bilaterale onderzoeksbeleid in 2002
                          Via KNAW                                   Via NWO
                          China  1,5 miljoen per jaar               Rusland:  1,8 miljoen per jaar
                          Indonesië:  2,1 miljoen per jaar          Hongarije:  0,23 miljoen per jaar
                          Achtergrond bij de adviesvraag: ontwikkelingen in de EU
                          Net als de Nederlandse overheid voert de Europese Unie een beleid dat de inter-
                          nationale dimensie van de wetenschap wil versterken. Het belangrijkste instru-
                          ment waarvan de EU zich in dezen bedient, zijn de successievelijke
                          Kaderprogrammas. Op dit moment wordt het Zesde Kaderprogramma van de
                          Europese Unie ten uitvoer gebracht. De centrale gedachte hiervan is dat de onder-
                          zoeksinfrastructuren van de lidstaten moeten uitgroeien tot één Europese onder-
                          zoeksruimte.
                          De Kaderprogrammas hebben altijd al aandacht gehad voor de internationale
                          dimensie van de Europese wetenschap. Maar de laatste jaren neemt deze aan-
 KP6 legt veel nadruk op  dacht hand over hand toe. Binnen het Zesde Kaderprogramma neemt internatio-
     internationalisering nalisering in elk geval een prominente plaats in. Dit vanuit de gedachte dat de
                          Europese onderzoeksruimte geen eiland mag zijn, maar in open verbinding moet
                          staan met de rest van de wereld. Meer in het bijzonder wil de Europese
                          Commissie:
                          6   Ministerie van O&W, Voortgangsrapportage wetenschapsbeleid 2000 (Den Haag 2000), pp. 23-24;
                              Ministerie van O&W, Voortgangsrapportage wetenschapsbeleid 2002 (Den Haag 2001), pp. 33-34.
                          7   Handelingen van de Tweede Kamer, 2000-2001, 26658, nr. 16.
                        9 AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                           .   de Europese onderzoeksruimte wereldwijd aantrekkelijk maken voor de beste
                               wetenschappers;
                           .   de toegang waarborgen van de Europese onderzoeksruimte tot kennis en tech-
                               nologie die elders worden ontwikkeld;
                           .   wetenschappelijke en technische activiteiten stimuleren die bijdragen aan de
                               uitvoering van het buitenlands beleid van de Unie;
                           .   wetenschap en technologie binnen de Unie aanwenden voor de aanpak van
                               mondiale problemen.8
                           Om deze doelstellingen te realiseren, bedient de EU zich in essentie van drie
                           instrumenten die alle deel uitmaken van het Zesde Kaderprogramma.
                           In de eerste plaats heeft de EU een apart budget gereserveerd om niet-lidstaten te
                           laten participeren in het Zesde Kaderprogramma. Bij deelname aan het Zesde
                           Kaderprogramma worden niet-lidstaten net zo behandeld als lidstaten. Zij moe-
    Niet-lidstaten kunnen
                           ten intekenen op onderzoeksthemas die van tevoren zijn vastgesteld en moeten
   deelnemen aan KP6
                           daarbinnen hoge wetenschappelijke en/of technologische kwaliteit leveren. Het
                           budget bedraagt  285 miljoen voor de periode 2002-2006.
                           In de tweede plaats kent de EU een apart budget voor internationale samenwer-
...er is een apart budget
                           king. Dit is bestemd voor wetenschappelijke en technologische samenwerking van
       voor internationale
                           lidstaten met groepen van landen buiten de Unie. Deze partijen kunnen samen-
          samenwerking
                           werkingsovereenkomsten aangaan op gebieden als gezondheid, water en voedsel
                           (zie tabel 2). Het budget voor de periode 2002-2006 is  315 miljoen.
                           Tabel 2: onderzoeksthemas bij Internationale Samenwerking
                             Rusland en NOS                                  Milieu, productiemethoden in de industrie,
                                                                             gezondheidszorg
                             Middellandse Zee-gebieden                       Watermanagement, zonne-energie, cultu-
                                                                             reel erfgoed
                             Westelijke Balkan                               Milieu, gezondheidszorg
                             Ontwikkelingslanden                             Gezondheidszorg, watermanagement,
                                                                             voedselveiligheid
                             Alle regios                                    Forum opzetten voor W&T-contacten
                           8    Europese Commissie, De internationale dimensie van de Europese onderzoeksruimte (Brussel 2001), p. 4.
                       10  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                       In de derde en laatste plaats wil de EU de internationale mobiliteit van onderzoe-
                       kers stimuleren. Daarvoor heeft zij het Marie Curie Programma in het leven geroe-
      en onderzoekers  pen. Dit programma wil Europese onderzoekers de mogelijkheid bieden om gedu-
kunnen het Marie Curie rende langere tijd uitgezonden te worden naar kennisinstellingen of bedrijven
 programma gebruiken   buiten hun geboorteland. Omgekeerd krijgen onderzoekers uit niet-lidstaten de
                       mogelijkheid om voor een langere periode neer te strijken in Europese kennisin-
                       stellingen of bedrijven. In de periode 2002-2006 kan het Marie Curie programma
                       beschikken over een budget van  1580 miljoen.
                       De intensivering van het internationale wetenschapsbeleid van de Europese Unie
                       en de grote budgetten die daarmee gemoeid zijn, vormen de achtergrond van de
                       adviesvraag. Net als in 1990 het geval was, moet ook nu worden bezien hoe het
                       bilaterale onderzoeksbeleid op Nederlandse schaal zich verhoudt tot dat op
                       Europese schaal.
                       Aanpak
                       Ter voorbereiding van dit advies heeft de AWT zich laten informeren door een
                       aantal gesprekspartners. Hij heeft gesproken met de organisaties die direct betrok-
                       ken zijn bij de uitvoering van het beleid (OCW, KNAW en NWO), met voorzitters
                       van de commissies die de bilaterale programma's hebben geëvalueerd en met
                       organisaties die ervaring hebben met internationaal onderzoeksbeleid (Nuffic en
                       Senter-EGL). Nadat deze gesprekken hebben plaatsgevonden, heeft de Raad zijn
                       eigen standpunt bepaald inzake het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid.
                   11  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                              Standpunt AWT
                              Kort samengevat luidt de adviesvraag of het nieuwe beleid van de Europese Unie
                              inzake internationale onderzoekssamenwerking gevolgen dient te hebben voor
                              het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid. Om te komen tot een antwoord op
                              deze vraag ontwikkelt de AWT in dit hoofdstuk een standpunt ten aanzien van het
                              Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid. Dit standpunt valt in drie delen uiteen:
                              .  de instrumenten van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid sluiten slecht
                                 aan op de doelen;
                              .  versterkte EU-activiteiten gericht op internationale onderzoekssamenwerking
                                 maken het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid overbodig.
                              .  de toegevoegde waarde van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid is
                                 gering.
                              De instrumenten van het Nederlandse bilaterale onderzoeks-
                              beleid sluiten slecht aan op de doelen
                              De doelstelling van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid is tweeledig. In
                              de eerste plaats dient het ter versterking van de kwaliteit van het Nederlandse
                              onderzoek door aansluiting tot stand te brengen met de beste kennis in andere
                              landen. In de tweede plaats dient het ter ondersteuning van het buitenlandbeleid
                              van Nederland. Met het departement is de AWT van mening dat deze doelen niet
                              nevenschikkend zijn. Voor het wetenschapsbeleid dient de eerste doelstelling,
                              kwaliteitsversterking van het Nederlandse onderzoek, voorop te staan. Deze doel-
Kwaliteitsversterking van het stelling maakt immers duidelijk waarom de onderzoekssamenwerking met andere
     Nederlandse onderzoek    landen deel is van het wetenschapsbeleid en niet, bijvoorbeeld, van het buiten-
     dient voorop te staan... landbeleid. Hiermee is de tweede doelstelling, ondersteuning van het buitenland-
                              beleid, een afgeleide.
                              Waar kwaliteitsversterking van het Nederlandse onderzoek de dominante doel-
                              stelling is van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid acht de AWT bilatera-
                              le samenwerkingsovereenkomsten geen goed instrument. Wetenschappelijke
                              excellentie stoort zich immers niet aan landsgrenzen. Wie aansluiting zoekt bij de
                              beste kennis elders dient zijn speurtocht niet te beperken tot vier landen. In China,
                          13  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                               Hongarije, Indonesië en Rusland werken allicht uitmuntende wetenschappers.
                               Maar het is niet zo dat deze landen per definitie onderdak bieden aan de beste
... en vergt een wereldwijde   wetenschappers ter wereld _ laat staan dat ze dat op alle terreinen doen. Daarom
               jacht op talent dient de zoektocht naar wetenschappelijke excellentie een wereldwijd karakter te
                               hebben. Wie op zoek gaat naar wetenschappelijke kwaliteit moet niet eerst een
                               land selecteren om daarna de beste onderzoekers te zoeken. Wie wetenschappe-
                               lijke kwaliteit najaagt, moet eerst de beste onderzoekers zoeken en voor lief
                               nemen in welk land hij uiteindelijk terechtkomt.
                               Het voorgaande wil niet zeggen dat de AWT tegenstander is van bilaterale onder-
                               zoekssamenwerking als zodanig. Er zijn constructies denkbaar waarbij weten-
       Bilaterale onderzoeks-  schappelijke samenwerking deel uitmaakt van een breder beleid. Zo heeft
  samenwerking kan wel het     Nederland culturele verdragen gesloten met diverse landen, waaronder Australië,
  buitenlandbeleid dienen      Japan, Mexico en Turkije. In deze verdragen is ook sprake van onderzoekssamen-
                               werking. Het departement van Ontwikkelingssamenwerking bevordert onderzoek
                               in en ten behoeve van ontwikkelingslanden. In dit verband wordt samenwerking
                               met Nederlandse universiteiten ondersteund, onder meer met het Netherlands
                               Fellowships Programme (budget voor 2003:  24,3 miljoen). En het Programma
                               Samenwerking Oost-Europa van het ministerie van Economische Zaken bevordert
                               de kennisoverdracht van het Nederlandse bedrijfsleven naar Oost-Europese lan-
                               den (budget voor 2003:  43,5 miljoen). In al deze gevallen is de keuze voor bila-
                               terale onderzoekssamenwerking goed te verdedigen. Die samenwerking dient
                maar niet het  hier immers niet de belangen van het Nederlandse wetenschapsbeleid, maar die
           wetenschapsbeleid   van het Nederlandse buitenlandbeleid. Maar zo gauw wetenschappelijk excellen-
                               tie centraal komt te staan, en niet cultuur, ontwikkeling of economie, veranderen
                               de zaken. Dan dient het niet meer om samenwerking met een beperkt aantal lan-
                               den te gaan, maar om een wereldwijde zoektocht. De instrumenten van bilatera-
                               le samenwerking zijn hiervoor ongeschikt.
                               Versterkte EU-activiteiten gericht op internationale onderzoeks-
                               samen werking maken het Nederlandse bilaterale onderzoeks-
                               beleid overbodig
                               De AWT acht het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid met de komst van het
    KP6 biedt goede toegang    Zesde Kaderprogramma grotendeels overbodig geworden. Nog meer dan zijn
             tot kennis elders voorgangers biedt het Zesde Kaderprogramma goede mogelijkheden om toe-
                               gang te krijgen tot de beste kennis elders. Allereerst bieden de strenge Europese
                               procedures een goede garantie voor hoge wetenschappelijke kwaliteit, ook op het
                           14  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                            gebied van bilaterale onderzoekssamenwerking. Verder heeft het Zesde
                            Kaderprogramma een budget waarbij het Nederlandse in het niet verzinkt.
                            Bovendien biedt dat programma toegang tot alle landen buiten de EU en niet
                            slechts tot de vier landen waarvoor in het Nederlandse bilaterale beleid is gekozen.
                            Een     veelgehoord       argument         tegen      dit    standpunt        is    dat    het    Zesde
                            Kaderprogramma het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid niet overbodig
                            maakt, maar juist veronderstelt. Achterliggende gedachte is dat de Europese
                            Kaderprogrammas relatief complex en ontoegankelijk zijn. Het Nederlandse bila-
                            terale onderzoeksbeleid wordt dan geacht de groeikernen te leveren waaruit
                            samenwerkingsverbanden in Europees verband kunnen ontstaan. De AWT erkent
                            het bestaan van deze mogelijkheid, maar stelt tegelijkertijd vast dat de praktijk
                            anders uitwijst. Tabel 3 laat zien dat alleen in Hongarije sprake is van een flinke
                            oogst; in Rusland is de oogst bescheidener en in Indonesië en China zelfs afwezig.
                            Hierbij moet worden bedacht dat de goede score van Hongarije zo goed als zeker
Bilateraal onderzoeksbeleid wordt veroorzaakt door het feit dat dit land kandidaat-lidstaat is. Zo bezien vormt
 blijkt geen goede opmaat   het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid dus geen goede opmaat voor deel-
                  voor KP6  name aan het Europese Kaderprogramma.
                            Tabel 3: aantal samenwerkingsprogrammas van Nederland met niet-lidstaten
                            in het Europese kaderprogramma anno 20009
                            Met bilateraal onderzoeksbeleid                      Zonder bilateraal onderzoeksbeleid
                            Hongarije                             72             Tsjechië                                100
                            Rusland                               19             Polen                                     90
                            China                                  0             Israël                                    89
                            Indonesië                              0             Brazilië                                    8
                                                                                 Japan                                       7
                                                                                 Argentinië                                  7
                                                                                 Zuid-Afrika                                 6
                            Dat het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid geen opmaat vormt voor deelna-
                            me aan het Europese Kaderprogramma ligt overigens niet aan de complexiteit van
                            dat laatste. In dat programma werkt Nederland namelijk volop samen met andere
                            niet-lidstaten. Tabel 3 geeft een aantal voorbeelden. Hierbij valt op dat de samen-
                            werking met Tsjechië, Polen en Israël zeer intensief is zonder dat vooraf sprake is
                            geweest van ondersteuning door het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid.
                            9   Cijfers ontleend aan Ministerie van OCW, Onderzoekssamenwerking van de EU met derde landen: kansen
                                voor Nederland en gevolgen voor het bilaterale onderzoeksbeleid (interne notitie, september 2002).
                        15  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                Nederlandse   Een voorwaarde voor succesvolle samenwerking binnen het Europese
wetenschappers hebben het     Kaderprogramma is het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid dus allerminst.
bilaterale onderzoeksbeleid   Ook zonder de helpende hand van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid
                   niet nodig weten Nederlandse wetenschappers hun collegas in het buitenland wel te vinden!
                              De toegevoegde waarde van het Nederlandse bilaterale onder-
                              zoeksbeleid is gering
                              De AWT stelt vast dat de Nederlandse wetenschap de afgelopen jaren zeer inter-
                Nederlandse   nationaal van karakter is geworden. Nederlandse kennisinstellingen werken volop
           kennisinstellingen samen met zusterorganisaties elders ter wereld, onder meer in Rusland, China,
   internationaliseren volop  Hongarije en Indonesië, maar evenzeer in andere landen. Deze bilaterale onder-
                              zoekssamenwerking vanuit de kennisinstellingen zelf is wijd verbreid en neemt tal
                              van vormen aan.
                              Allereerst hebben universiteiten eigen programmas voor internationale onder-
Universiteiten creëren eigen  zoekssamenwerking opgestart. Zo is de RUG een PhD-Fellowship Programme
             programma's      begonnen voor ontwikkelingslanden en Oost-Europese landen. Hierin wordt de
                              "sandwich-formule" gehanteerd: een buitenlandse onderzoeker werkt in een
                              periode van vier jaar elk jaar maximaal 6 maanden aan de RUG. In dit verband zijn
                              overeenkomsten gesloten met universiteiten uit circa 20 landen, waaronder China,
                              India, Indonesië, en Zuid-Afrika. De TU/e heeft een eigen stimuleringsfonds
                              "Prioriteitslanden" opgezet. Dit fonds wil bevorderen dat de wetenschappelijke staf
                              van de TU/e samenwerkt met onderzoekers elders. Er bestaan reeds contacten met
                              onderzoekers uit China, Singapore en Zuid-Afrika. Andere universiteiten hebben
                              vergelijkbare voorzieningen getroffen.
         maken gebruik van    Behalve met eigen programmas werken universiteiten ook met bestaande beur-
       bestaande beurzen      zenprogrammas voor internationale samenwerking. Hiervan bestaat een groot
                              aantal: NATO Fellowships, European Science Foundation, European Co-operation in
                              the field of Scientific and Technical Research, Netherlands America Commission for
                              Educational Exchange, Socrates, de vele beurzen van buitenlandse universiteiten,
                              de beurzen voortvloeiend uit de culturele verdragen enzovoort. De lijst met beur-
                              zen waaruit reislustige onderzoekers kunnen putten, is zo lang dat de program-
                              mas van het ministerie van OCW met China, Indonesië, Rusland en Hongarije er
                              nauwelijks in opvallen.
                           16 AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                        Een andere belangrijke vorm van internationale samenwerking krijgt haast slui-
                        penderwijs gestalte via het aannamebeleid van kennisinstellingen. In toenemende
en trekken buitenlandse mate trekken universiteiten en instituten buitenlands personeel aan (zie tabel 4).
        werknemers aan  Alhoewel soms uit nood geboren, maakt deze ontwikkeling dat Nederland als
                        geheel beter aangesloten raakt op de kennisinfrastructuur in het buitenland.
                        Tabel 4: wetenschappers uit niet-lidstaten in dienst bij universiteiten in 200310
                                                TU/e               434
                                                TUD                300
                                                UT                 231
                                                UvT                200
                                                UL                 200
                        Gelet op de omvang en reikwijdte van de vele lokale initiatieven acht de AWT de
                        toegevoegde waarde van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid gering.
                        Nederlandse kennisinstellingen onderhouden al zoveel contacten met hun zuster-
                        organisaties elders ter wereld dat het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid
                        weinig extra impact heeft. Men kan dit ook positief formuleren. Daar waar een
                        Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid halverwege de jaren tachtig nog nood-
                        zaak was, wordt internationale onderzoekssamenwerking thans volop gedragen
                        door het veld.
                        10 Cijfers ontleend aan F. Koning, "Kennismigranten vinden Nederland onbetaalbaar en ongastvrij",
                           Transfer, april 2003, p. 6-7.
                    17  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>               !
                               Aanbevelingen AWT
                               In de voorgaande paginas heeft de AWT zijn standpunt bepaald ten aanzien van
                               het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid. In zijn ogen is dat beleid niet effec-
                Het bilaterale tief (gezien de slechte aansluiting van de instrumenten op de doelen), grotendeels
        onderzoeksbeleid kan   overbodig (gezien de activiteiten in het Zesde Kaderprogramma van de EU) en
         worden beëindigd      van weinig toegevoegde waarde (gezien de activiteiten vanuit de kennisinstellin-
                               gen zelf). Op basis hiervan komt de AWT tot de conclusie dat het Nederlandse
                               bilaterale onderzoeksbeleid van het ministerie van OCW kan worden beëindigd.
                               Voor alle helderheid: de AWT adviseert de minister van OCW het Nederlandse
                               bilaterale onderzoeksbeleid niet langer voort te zetten als onderdeel van het
                               Nederlandse wetenschapsbeleid. Het is niet ondenkbaar dat vanuit andere doelstel-
     ...als onderdeel van het  lingen dan kwaliteitsversterking van het Nederlandse onderzoek een bilateraal
         wetenschapsbeleid...  onderzoeksbeleid wel zinvol wordt geacht, bijvoorbeeld vanwege cultuur, ont-
                               wikkeling of economie. In dit advies doet de AWT geen uitspraken over de wen-
                               selijkheid hiervan. Hij wenst wel te onderstrepen dat de beleidsdoelstellingen in
                               dat geval helder dienen te zijn. Het ligt dan voor de hand de voortrekkersrol bij
                               een ander departement dan OCW te beleggen (bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken
                               of Economische Zaken), met OCW in een ondersteunende rol.
                               Bij zijn advies het bilaterale onderzoeksbeleid te beëindigen, wenst de Raad een
                               uitzondering te maken voor de samenwerking met Indonesië. Die samenwerking
                               is namelijk van groot belang voor de Nederlandse wetenschap. In Indonesië
                               bevinden zich grote hoeveelheden uniek onderzoeksmateriaal dat van levensbe-
 ... maar de samenwerking      lang is voor tal van Nederlandse disciplines, waaronder de letteren, de biosyste-
met Indonesië moet blijven     matiek en het maritieme onderzoek. De toegang tot dit materiaal dient te allen
                               tijde gegarandeerd te blijven. Daarom pleit de AWT, ondanks zijn kanttekeningen
                               bij het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid, voor continuering van de samen-
                               werking met Indonesië.
                               De AWT heeft overigens met ongenoegen kennis genomen van de rijksbegroting
                               voor 2004. Daarin deelt de minister van OCW mee dat zij de onderzoekssamen-
                               werking met China, Indonesië en Rusland zal continueren en maakt zij bekend dat
                           19  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                              onlangs nieuwe bilaterale samenwerkingsprogrammas zijn gestart met Bulgarije
 Belangrijke beslissingen op  en Roemenië. De AWT betreurt deze gang van zaken zeer. Zinvolle advisering over
         dit gebied lijken al het wetenschaps- en technologiebeleid wordt sterk bemoeilijkt indien de beslissin-
                 genomen      gen al genomen zijn voordat het advies is uitgebracht. De AWT spant zich in om
                              de timing van adviezen te laten aansluiten bij de voorgenomen beleidsontwikke-
                              ling. Indien spoed vereist is, komt de AWT daaraan tegemoet. Maar daarvan was
                              in dit geval geen sprake. De AWT wijst er verder op dat ambtenaren van OCW al
                              op 2 april 2003 op de hoogte waren van het hier weergegeven standpunt inzake
                              het bilaterale onderzoeksbeleid. Op hun uitdrukkelijke verzoek heeft hij dit stand-
                              punt destijds nog niet publiek gemaakt, maar de tijd genomen voor een verdie-
  ...en de AWT betreurt dit   pingsslag. Het verbaast de AWT des te meer dat belangrijke beslissingen over het
                         zeer bilaterale onderzoeksbeleid bij het verschijnen van dit advies reeds genomen zijn.
                              Met dit advies wenst de AWT niets af te doen aan de internationale dimensie van de
                              (Nederlandse) wetenschap. Het is onmiskenbaar dat het belang van internationalise-
                              ring voor de wetenschap nog steeds toeneemt. Op dit moment is er zelfs een inter-
                              nationale battle for brains gaande. Veel Westerse landen stellen versterkt pogingen in
                              het werk om schaars wetenschappelijk talent aan te trekken en aan zich te binden. Bij
                              ongewijzigd beleid loopt Nederland het risico deze strijd te gaan verliezen.
                              Nederland positioneren als aantrekkelijke plaats om wetenschap te bedrijven, te
                              zorgen dat Nederland aantrekkelijk is voor de beste brains _ dát is volgens de AWT
                              de echte opgave waarvoor het Nederlandse wetenschapsbeleid zich geplaatst ziet
  Echte opgave: Nederland     in internationaal perspectief. Daarom ontwikkelt hij in dit advies drie voorstellen
moet aantrekkelijker worden   die bedoeld zijn om de aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland te ver-
     voor buitenlands talent  groten. Deze behelzen het volgende:
                              .  creëer een fonds om toponderzoekers naar Nederland te lokken;
                              .  verkort de procedures voor verblijfs- en werkvergunningen;
                              .  verlaag de leges voor verblijfs- en werkvergunningen.
                              Eventuele kosten die zijn verbonden aan deze voorstellen, kunnen worden gedekt
                              door de middelen die vrijkomen met de beëindiging van het Nederlandse bilate-
                              rale onderzoeksbeleid.
                              Creëer een fonds om toponderzoekers naar Nederland te lokken
                              Het is wenselijk een budget vrij te maken voor het aantrekken van internationaal
                              toptalent en Nederlandse toponderzoekers die ons land hebben verlaten. Diverse
                          20  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                         landen gaan al op deze manier de internationale concurrentie aan (zie kader).
                         Nederland kan hierbij niet achterblijven. Op die gebieden waarop Nederland zich
           Creëer goede  wil versterken, moet de wetenschappelijke wereldtop naar ons land worden
arbeidsvoorwaarden voor  gelokt. Tegen internationaal concurrende arbeidsvoorwaarden en met aantrekke-
               toptalent lijke faciliteiten, ondersteuning en apparatuur moet een select deel van de weten-
                         schappelijke wereldtop verleid worden zich in Nederland te vestigen. Ter onder-
                         steuning van de activiteiten vanuit de kennisinstellingen zelf, zou de overheid
                         hiertoe een speciaal fonds in het leven moeten roepen.
                         Canada heeft in 2000 een programma gestart voor het aantrekken van toptalent
                         op hoogleraarniveau. Het programma omvat Can. $ 900 miljoen en heeft tot doel
                         2000 chairs te bezetten in het jaar 2005 (45% voor de bètawetenschappen, 35%
                         medische wetenschappen, 20% sociale en geesteswetenschappen). Er wordt
                         nadrukkelijk gekeken naar buitenlandse kandidaten. Er zijn inmiddels 837 chairs
                         ingesteld, waarvan 19% voor buitenlandse onderzoekers. Bij de laatste ronde, in
                         2003, hadden de buitenlandse hoogleraren een aandeel van eenderde.
                         Bron: www.chairs.gc.ca
                         Het Verenigd Koninkrijk heeft voor een periode van 5 jaar een budget van
                         £ 4 mln. per jaar beschikbaar gesteld voor hogere salarissen van 50 toponderzoe-
                         kers. Hiermee moest de brain drain richting de VS worden omgezet in een brain
                         gain richting het VK. Het jaarsalaris van een hoogleraar is £ 35,000 tot £ 40,000;
                         voor de 50 toponderzoekers wordt dit opgetrokken tot £ 100,000. Bron:
                         Excellence and Opportunity _ a science and innovation policy for the 21st century
                         (DTI, juli 2000).
                         In Duitsland heeft de Bundesländerkommission für Bildungsplanung und
                         Forschungsförderung in oktober 2000 een actieprogramma gestart. Tweeëntwintig
                         organisaties namen deel: de Fraunhofer Gesellschaft, DFG, organisaties van werkne-
                         mers en werkgevers, het Goethe Institut en vele anderen. Deze groep heeft veel
                         maatregelen voorgesteld om Duitsland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse
                         onderzoekers en studenten en voor Duitse onderzoekers die naar het buitenland
                         waren uitgeweken. Onder andere werd een fonds voorgesteld voor het aantrekken
                         van onderzoekers en studenten uit het buitenland. Dat fonds is er gekomen. In
                         februari 2001 kondigde de minister van onderwijs aan dat de regering hiervoor een
                         budget van DM 170 mln. heeft uitgetrokken. Bron: www.bmbf.de.
                     21  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                              Verkort de procedures voor verblijfs- en werkvergunningen
                              Nederland maakt het kennismigranten helaas niet gemakkelijk. Als buitenlandse
                              wetenschappers in ons land willen komen werken, krijgen zij te maken met:
                              .  een lange visumprocedure;
                              .  de plicht een gecertificeerde geboorteakte te overleggen;
                              .  zeer hoge leges (waarover straks meer).
                              En dat gebeurt in de gunstigste gevallen want vaak zijn buitenlandse weten-
                              schappers niet eens op de hoogte van Nederlandse vacatures. Nederlandse
                              kennisinstellingen zijn namelijk verplicht eerst in eigen land te werven, daarna in
                              de EU en dan pas buiten de EU.
                              Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Nederland slecht scoort op de immigratie
                              van hooggeschoolden. In de OECD-studie Trends in International Migration (2003)
Nederland is zeer restrictief wordt Nederland op één rij gezet met restrictieve landen als Italië. In de studie
     voor kennismigranten     worden Australië, Canada, de VS, het VK, Frankrijk en Noorwegen genoemd als
                              landen die het meest toegankelijk zijn voor kennismigranten. Dat is geen toeval
                              want deze landen hebben maatregelen genomen om de toegang van hoogge-
                              schoolden tot hun land te vergemakkelijken (zie kader).
                              Het Verenigd Koninkrijk heeft de regelgeving voor werk- en verblijfsvergunnin-
                              gen versoepeld voor buitenlandse studenten en wetenschappers. Er hoeven geen
                              aparte vergunningen meer te worden aangevraagd voor verblijf en (aanvullend)
                              werk. Een werkvergunning wordt binnen 24 uur afgegeven voor vijf jaar (was vier
                              jaar) en is aan minder strenge regels onderhevig. Het Highly Skilled Migrant Scheme
                              maakt het voor hooggeschoolde buitenlanders mogelijk in het VK naar werk te
                              zoeken zonder een aanbod voor werk op zak te hebben. Verder worden de belem-
                              meringen weggenomen die nog bestaan voor buitenlandse onderzoekers om deel
                              te nemen aan het Zesde Kaderprogramma. Bron: Investing in Innovation (DTI,
                              HMT, DES, juli 2002).
                              Denemarken heeft sinds juli 2002 het Job Card Scheme waardoor buitenlanders
                              met een geoormerkt beroep direct een verblijfs- en werkvergunning kunnen krij-
                              gen. Deze geldt voor drie jaar (residence card) zonder dat men het paspoort hoeft
                              af te geven aan de Deense immigratiedienst. Geoormerkte beroepen zijn IT-spe-
                              cialisten, artsen en verpleegkundigen, technici, en researchers in de technische en
                              natuurwetenschappen. Bron: www.udlst.dk.
                              Ook Finland heeft een lijst met geoormerkte beroepen. Personen met bepaalde
                              beroepen, onder wie studenten, ondernemers, universitaire docenten en onder-
                              zoekers, krijgen automatisch een werkvergunning. Bron: www.mol.fi/migration.
                          22  AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                             Zweden kent een regeling voor buitenlandse onderzoekers. Als deze langer dan
                             drie maanden blijven, moet een werkvergunning worden aangevraagd. De regels
                             hiervoor zijn soepeler dan voor andere groepen.
                             Bron: www.migrationsverket.se/english.
                             Nederland heeft al enige stappen gezet om kennismigranten minder ongastvrij te
                             behandelen. Zo is in 2002 de interdepartementale werkgroep Van Leeuwen gestart
                             om ons land aantrekkelijker te maken voor wetenschappers uit niet-lidstaten.
                             Verder zijn het IND-loket voor arbeidsmigratie en het loket voor TWV-aanvragen
                             gecombineerd tot één loket. Bovendien hebben werkgevers de mogelijkheid gekre-
                             gen om de aanvraag voor een verblijfsvergunning in te dienen waardoor de tus-
                             senschakels van ambassade en vreemdelingendienst vervallen.
                             De AWT juicht voornoemde stappen toe, maar constateert dat zij nog niet ver
                             genoeg gaan. Kennismigranten mogen weliswaar langer blijven en de werkver-
Creëer een korte procedure
                             gunning mag sneller binnen zijn, de procedure voor de verblijfsvergunning duurt
       voor werk en verblijf
                             nog steeds te lang. Daarom dringt de AWT aan op één korte procedure voor werk
                             èn verblijf samen.
                             Verlaag de leges voor verblijfs- en werkvergunningen
                             De leges voor verblijfsvergunningen voor immigranten van niet-lidstaten zijn in
                             2002 fors verhoogd: van  56 naar  430 voor volwassenen en van  23 naar
                              285 voor kinderen onder de 12 jaar. Het verlengen van een verblijfsvergunning
Leges voor werk en verblijf
                             was kosteloos, maar kost tegenwoordig  285. Hiermee is Nederland in één klap
  zijn heel hoog geworden
                             een van de duurste immigratielanden in Europa geworden. In Zweden, Oostenrijk
                             en België zijn verblijfsvergunningen namelijk gratis; in Italië en Duitsland kosten
                             ze respectievelijk  10 en  20.
                             Buitenlandse wetenschappers zien de verhoging van de leges met lede ogen aan.
                             Onlangs kwam een Australische hoogleraar met een vaste aanstelling aan de RUG
                             in het nieuws doordat hij de hogere leges voor het verblijf van zijn gezin niet lan-
                             ger wilde betalen.11 De indruk bestaat dat dit geen geïsoleerd geval is. Daarom zijn
                             kennisinstellingen ertoe overgegaan de leges voor hun buitenlandse werknemers
                             te vergoeden. Dat doen ook Nuffic voor het beurzenprogramma en NWO en
                             11 Volkskrant, 15 maart 2003.
                        23   AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre> Kennisinstellingen KNAW voor de uitvoering van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid. Dit
vergoeden de leges  kost hen veel geld. De RUG, bijvoorbeeld, is jaarlijks  300.000 kwijt aan com-
                    pensatie van de leges voor haar buitenlandse wetenschappers.
                    De AWT betreurt deze gang van zaken zeer. De verhoging van de leges leidt ertoe
                    dat kennisinstellingen zich gedwongen zien hun schaarse middelen aan te wen-
                    den voor andere doelen dan de bevordering van het onderzoek. Bovendien wor-
                    den potentiële kennisimmigranten erdoor afgeschrikt. De minister van OCW heeft
                    er blijk van gegeven dezelfde mening te zijn toegedaan. In het recente verleden
                    heeft zij tot twee maal toe bezwaar aangetekend tegen de verhoging van de leges
   Verlaag de leges bij de toenmalige minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De AWT advi-
                    seert de minister van OCW te volharden in dit standpunt en bij de minister van
                    Justitie te blijven aandringen op een verlaging van de leges voor verblijfsvergun-
                    ningen voor kenniswerkers.
                    Aldus vastgesteld te Den Haag oktober 2003
                    J.F.Sistermans
                    Voorzitter
                    Mw.dr. V.C.M. Timmerhuis
                    Secretaris
                 24 AWT-advies nr. 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>