<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>52
  Kennis van criminaliteit
  juni 2003
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>0107/03/sh                                                                        juni 2003
advies Kennis van criminaliteit
Excellenties,
Met genoegen biedt de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid u zijn
advies Kennis van criminaliteit aan. Een effectief criminaliteitsbeleid kan niet zonder de
inzet van gedegen kennis, maar die is in Nederland onvoldoende beschikbaar. Er zal heel
wat moeten gebeuren om deze situatie ten goede te keren.
In het advies wordt geconstateerd dat er een te geringe capaciteit is voor fundamenteel
onderzoek. Multidisciplinaire samenwerking in het misdaadonderzoek komt onvoldoende
tot stand. Verder kan de wisselwerking tussen wetenschappelijk onderzoek, beleid en
praktijk verbeteren: nu nog hebben praktijk en beleid weinig aan de inzichten uit het
onderzoek, terwijl het onderzoek te weinig gebruik maakt van de kennis uit de praktijk.
Opvallend is verder dat er voor een zo groot maatschappelijk probleem nauwelijks oplei-
dingen in het hoger onderwijs zijn.
De analyse van de AWT leidt tot drie aanbevelingen:
1. Geef meer ruimte aan fundamenteel, lange termijn onderzoek teneinde een kennisre-
   servoir op te bouwen en te verversen, mede ten dienste van een systematische onder-
   bouwing van het criminaliteitsbeleid.
2. Stimuleer het onderwijs in misdaad- en veiligheidsstudies, zodat het kennispeil in de
   praktijk wordt verhoogd.
3. Verbeter de wisselwerking tussen het onderzoek, beleid en praktijk bij de onderzoeks-
   programmering èn bij het uitvoeren van onderzoek, bijvoorbeeld door gezamenlijk
   onderzoek en dubbelbenoemingen.
Deze inhaal- en verbindingsslag kan gerealiseerd worden door een Nationaal Regie-
orgaan Misdaadkennis. Het budget hiervoor vergt € 50 mln. per jaar en kan gefinancierd
worden uit de extra middelen die het kabinet heeft gereserveerd voor veiligheid. Als kwar-
tiermaker voor het regie-orgaan zal een regisseur aangewezen moeten worden die zelf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>insiders en nieuwkomers op het terrein van misdaadkennis selecteert voor nieuwe tot de
verbeelding sprekende initiatieven voor onderzoek, onderwijs en netwerkvorming.
Namens de AWT,
J.F. Sistermans                              mw. dr. V.C.M. Timmerhuis
voorzitter                                   secretaris
cc.Algemene Zaken, de heer mr.dr. J.P. Balkenende
Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de heer J.W. Remkes
Economische Zaken, de heer mr. L.J. Brinkhorst
Justitie, de heer mr. J.P.H. Donner
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mevrouw M.J.A. van der Hoeven
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Aanbiedingsbrief                                3
  Inleiding                                       7
  1.      Onderzoek, onderwijs en praktijkkennis  9
  2.      Sterke bruggen bouwen                  13
  3.      Naar een nationale regie misdaadkennis 17
  Bijlage                                        21
5 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                            Inleiding
De extra investeringen van  Nederland moet veiliger. In het strategisch akkoord 2002 was daartoe een inten-
het kabinet in veiligheid … sivering voor veiligheid van € 800 mln. overeengekomen. In het hoofdlijnenak-
                            koord voor het kabinet Balkenende II is een additionele intensivering van € 350
                            mln. afgesproken, zodat voor de periode 2004-2007 een totaal van € 1.150 mln.
                            voor veiligheid wordt gereserveerd. De extra middelen zullen worden ingezet
                            voor preventie en de justitiële keten.
 … gaan niet gepaard met       Bij de effectievere aanpak van criminaliteit die het nieuwe kabinet voorstaat,
       kennisintensivering  past sterk verhoogde aandacht voor de systematische onderbouwing van het
                            veiligheidsbeleid door wetenschappelijk onderzoek en kennisoverdracht. Er is bij
                            misdaadpreventie en -bestrijding te weinig kennis van wat echt werkt, waarom,
                            wanneer, onder welke omstandigheden.
 In andere sectoren wordt      Er wordt veel geïnvesteerd in de bestrijding en preventie van misdaad en
 veel meer geïnvesteerd in  onveiligheid. De uitgaven voor onderzoek en onderwijs op het gebied van veilig-
                     kennis heid maken hier een onevenredig klein deel van uit; minder dan 1%. Voor maat-
                            schappelijk probleem nummer 1 wordt relatief weinig in kennis geïnvesteerd. Op
                            andere beleidsterreinen (volksgezondheid, verkeer en waterstaat, landbouw)
                            wordt aanzienlijk meer in onderzoek en onderwijs geïnvesteerd.
   Meer kennis zorgt voor   Er bestaat geen directe relatie tussen verhoging van de kennis van criminaliteit en
       betere preventie en  de afname van de omvang van criminaliteit. Meer kennis leidt echter wel tot een
                bestrijding meer systematische onderbouwing van het veiligheidsbeleid en daarmee tot meer
                            preventie en effectievere bestrijding. Verhoging van het kennispeil kan de schade
                            van criminaliteit helpen beperken.
De schade bedraagt € 16 à      Het is moeilijk de schade van criminaliteit in geld uit te drukken. In een studie
        18 miljard per jaar uit 1998 werd een schatting gemaakt van ca. 35 miljard gulden (€ 16 miljard), 1
                            maar deze was aan de lage kant omdat de niet-geregistreerde criminaliteit buiten
                            beeld is gebleven. Daarnaast is veel leed van slachtoffers niet in cijfers uit te druk-
                            ken. Het gaat daarbij niet alleen om angstgevoelens, maar ook om kosten van een
                            verlies aan gemeenschapszin, afnemend vertrouwen in de samenleving c.q. de
                            overheid; immateriële kosten die onze samenleving echte schade berokkenen.
                            1   Ministerie van Justitie, Werkgroep Effecten Rechtspraak, Rechtspraak en rechtshandhaven: maatschap-
                                pelijke effecten van verbetering; Den Haag, mei 1998.
                          7 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Fraude en illegale handel         Een andere schatting is nauwkeuriger. Nadeel is dat de cijfers uit deze schat-
               zijn de grootste   ting betrekking hebben op 1989,2 maar ze geven toch een indicatie van het aan-
              schadeposten …      deel per misdaadcategorie en de extra kosten voor misdaadbestrijding en -pre-
                                  ventie. Dit levert het volgende beeld op: totale schade 40 miljard gulden (ruim
                                  € 18 mld.). Daar bovenop moet de burger als belastingbetaler en verzekering-
                                  nemer nog eens meer dan 20% van die schade (9 miljard gulden; € 4 mld.) beta-
                                  len aan criminaliteitsbestrijding (politie, justitiële keten) en particuliere preventie,
                                  verzekeringen e.d. Opvallende uitkomst uit de studie was ook dat ‘slechts’ 16%
                                  van de totale schade wordt veroorzaakt door “veelvoorkomende criminaliteit” en
                                  dat de meeste schade ontstaat door minder zichtbare misdaad (50% fraude, 25%
                                  illegale handel).
   … terwijl het beleid vooral        Het veiligheidsbeleid is vooral gericht op de misdaad die we dagelijks op straat
    gericht is op de zichtbare    zien, hoewel natuurlijk ook de actualiteit van diverse fraudezaken de aandacht
                    criminaliteit krijgt. Ook in het onderzoek ligt het accent op de zichtbare criminaliteit. Uit een
                                  verkenning die de AWT heeft laten uitvoeren komt een andere onderzoeks-
                                  agenda naar voren, waarin thema’s zijn genoemd zoals fraude, corruptie, inter-
                                  nationaal terrorisme, computercriminaliteit e.d.3
Er moet zoveel gebeuren dat           Een effectief veiligheidsbeleid kan niet zonder de inzet van gedegen kennis.
      nationale regie nodig is    Daarom is, gelet op de tekortkomingen in de kennisopbouw en -verspreiding,
                                  overheidshandelen dringend noodzakelijk. In dit advies doet de AWT het voorstel
                                  om te komen tot een nationale regie voor enerzijds vergroting van de kennis-
                                  intensiteit en anderzijds vergroting van de kennisoverdracht en de toepassingen
                                  van kennis in de praktijk. Er moeten meer denkers en doeners komen die met
                                  elkaar samenwerken.
                                      Dit advies is voor een belangrijk deel gebaseerd op de genoemde verkenning
                                  (zie voetnoot 3). Daarnaast heeft de Raad in een gespreksronde een aantal
                                  deskundigen geraadpleegd.(zie de Bijlage)
                                  2    McKinsey & Company in opdracht van de Stichting Maatschappij en Politie (SMP), Veiligheid en poli-
                                       tie: een beheersbare zaak, 1991.
                                  3    Prof.dr. G.J.N. Bruinsma, Prof.dr. H.G. van de Bunt, Prof.dr. I. Haen Marshall, Met het oog op de toe-
                                       komst: verkenning naar de kennisvragen over misdaad en misdaadbestrijding in 2010; AWT-achter-
                                       grondstudie nr. 24, december 2001.
                               8  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                 1
                            Onderzoek, onderwijs en
                            praktijkkennis
 Inhaalslag voor onderzoek  De kennis van misdaad vertoont een aantal tekortkomingen. Er is te weinig
   en brug naar de praktijk fundamenteel inzicht in de oorzaken van de verschillende vormen van misdaad,
                   gewenst  de nieuwe (technologische) ontwikkelingen waar criminelen gebruik van maken,
                            de effectiviteit van maatregelen van bestrijding en preventie, enzovoort. En de
                            brugfunctie die het wetenschappelijk onderzoek zou moeten hebben voor de
                            praktijk van het veiligheidsbeleid komt onvoldoende van de grond: er zijn te
                            weinig opleidingen in hoger onderwijs, waardoor de praktijk onvoldoende gevoed
                            wordt door nieuwe wetenschappelijke inzichten, en het ontbreekt aan een syste-
                            matische onderbouwing van het veiligheidsbeleid. Naast een inhaalslag aangaan-
                            de het fundamenteel onderzoek is ook een verbindingsslag nodig tussen onder-
                            zoek, onderwijs en veiligheidsbeleid.
                            Er is behoefte aan verdieping van de kennis van misdaad en misdaadbestrij-
                            ding _ oorzaken?, wat werkt? _, maar de bestaande capaciteit voor funda-
                            menteel onderzoek is te gering en wordt subkritisch ingezet. Fundamenteel
                            onderzoek vergt tijd en is op de lange termijn gericht.
Fundamenteel onderzoek is   De ontwikkelingen gaan zo snel en de vorderingen op afzonderlijke vakgebieden
       schaars in Nederland zijn internationaal zo talrijk, dat er in Nederland een kennisreservoir nodig is waar-
                            in de nieuwste wetenschappelijke inzichten gebundeld zijn. Aan dit kennisreser-
                            voir moet voortdurend worden toegevoegd, terwijl er ook uit geput moet kunnen
                            worden. Een gedegen kennisbasis is nodig met de actuele wetenschappelijke
                            inzichten, om snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen die zich op het terrein
                            van de misdaad voordoen. Minimale vereiste is om op de hoogte te blijven van
                            de vooruitgang in de wetenschap. Daartoe is het nodig dat onderzoekers in
                            Nederland hun bijdrage wereldwijd leveren. Bijblijven vereist immers bijdragen.
                            Echter, fundamenteel misdaadonderzoek is in Nederland schaars. De aandacht is
                            vooral gericht op korte termijn onderzoek, in opdracht van de vakdepartementen
                            Justitie en BZK, politie e.a. Hoe belangrijk en beleidsrelevant dit onderzoek ook is,
                            in totaal is de huidige onderzoekscapaciteit betrekkelijk gering.
    In WODC, NFI en NSCR        Het Ministerie van Justitie heeft de ‘eigen’ onderzoeksinstituten: het
     gebeurt het nodige …   Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) en het
                            Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Deze instituten zijn ingesteld om onderzoek
                          9 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                te doen naar zaken die de aandacht van het beleid hebben en de actualiteit raken.
                                Er is ruimte voor fundamenteel onderzoek, maar deze is beperkt. Het NFI zoekt
                                aansluiting bij de universiteiten. En om het tekort aan meer diepgaand criminolo-
                                gisch onderzoek te compenseren is het Nederlands Studiecentrum voor
                                Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in het leven geroepen, gefinancierd
                                door het WODC en NWO.
            … maar de totale        De onderzoekscapaciteit aan de universiteiten is zeer gering. Het vakgebied
      onderzoekscapaciteit is   strafrecht is overal in ruime mate aanwezig, maar de aandacht voor criminaliteit
                      beperkt   en criminaliteitsbestrijding vormt een minderheid binnen de faculteiten
                                Rechtsgeleerdheid, en de leerstoelen forensische wetenschappen zijn op de vin-
                                gers van één hand te tellen. Drie universiteiten (VUA, EUR, Leiden) en TNO-FEL
                                hebben de krachten gebundeld in de onderzoekschool Maatschappelijke
                                Veiligheid. De aandacht vanuit andere vakgebieden voor criminaliteit (economie,
                                psychologie, sociologie, technische wetenschappen) hoewel hard nodig, is zeer
                                beperkt.
  Er moet tijd en geld komen        De huidige onderzoekscapaciteit in totaal is te gering, zo stelt de verkennings-
          voor verdieping en    commissie die aan de AWT rapport heeft uitgebracht. Deze conclusie is bevestigd
transnationale vergelijkingen   in de gesprekken die door en namens de Raad zijn gevoerd met vertegenwoordi-
                                gers uit het veiligheidsbeleid. Er is meer fundamenteel onderzoek nodig naar mis-
                                daad en misdaadbestrijding. Hiervoor is te weinig tijd en geld. Fundamenteel
                                onderzoek is vooral lange termijn onderzoek: het vergt tijd om oorzaken van
                                diverse vormen van misdaad aan het licht te brengen, te achterhalen welke pre-
                                ventie- en bestrijdingsmaatregelen echt werken en onder welke omstandigheden,
                                internationale vergelijkingen te maken door middel van transnationaal onderzoek,
                                de inzichten vanuit diverse disciplines te bundelen, cohortanalyses te maken,
                                nieuwe ontwikkelingen in de technologie en in de samenleving op hun betekenis
                                voor de groei van de misdaad te onderzoeken, enzovoort.
                                    De omvang van het onderzoek is niet alleen gering, ook is er sprake van sub-
                                kritische inzet van de onderzoekscapaciteit. Op allerlei plaatsen wordt door ver-
                                schillende groepen van beperkte omvang onderzoek gedaan.
             Multidisciplinaire     Door het geringe onderzoeksvolume in totaal en per instelling is er weinig
         samenwerking komt      ruimte voor samenwerking. Dat geldt met name de multidisciplinaire samenwer-
     nauwelijks van de grond    king. Tussen de moederdisciplines _ criminologie, strafrecht, forensische weten-
                                schappen _ is al weinig samenwerking, maar dat geldt nog meer voor de andere
                                vakgebieden, zoals economie, accountancy, bestuurskunde, biotechnologie, tech-
                                nische wetenschappen, psychologie e.a. Dit belemmert de benodigde integrale
                                benadering van criminaliteit en criminaliteitsbestrijding.
                            10  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                              Er is grote behoefte aan hoogopgeleide praktijkdeskundigen
                              op het terrein van veiligheid en aan onderzoekers, maar het
                              ontbreekt aan voldoende opleidingen
      Voor maatschappelijk    In Nederland bestaan in het hoger onderwijs pas sinds kort slechts enkele oplei-
    probleem nr. 1 bestaan    dingen op het terrein van misdaad. Dit geldt niet zozeer voor de politie-opleidin-
amper opleidingen in hoger    gen en de universitaire studies strafrecht als wel voor opleidingen die aandacht
                   onderwijs  schenken aan de studie van oorzaken, preventie, bestrijding van criminaliteit en
                              veiligheidsbeleid. Er is in de samenleving grote behoefte aan hooggekwalificeerde
                              professionals bij de overheid, locale overheden en in het bedrijfsleven. Voor een
                              zo groot maatschappelijk probleem zou men toch al lang een groot opleidingen-
                              aanbod in het hoger onderwijs verwachten, maar recentelijk zijn slechts enkele
                              opleidingen van start gegaan: een universitaire opleiding criminologie aan drie
                              samenwerkende universiteiten (EUR, VUA, Leiden) en twee instituten (WODC,
                              TNO-FEL) en twee HBO-opleidingen veiligheidsstudies (Den Haag en Enschede).
De opleidingscapaciteit voor     Door de ondercapaciteit op het gebied van het onderwijs (en het onderzoek)
   jonge onderzoekers is te   bestaat er al jaren een tekort aan jonge onderzoekers i.c. promovendi die zich met
                        klein criminaliteit en veiligheid bezighouden, zowel in de criminologie en de forensi-
                              sche wetenschappen als de vakgebieden daarbuiten, nodig voor de multidiscipli-
                              naire aanpak.
                              Zwakke brug tussen wetenschap en praktijk
  Fundamenteel onderzoek      Het geringe volume van het fundamentele onderzoek betekent dat het aanbod
          staat te ver af van voor de praktijk gefragmenteerd is. Het ontbreekt veelal aan een systematische
           praktijkvragen …   onderbouwing van het beleid voor misdaadpreventie en -bestrijding. Er wordt
                              zeer veel opdrachtonderzoek uitgezet waarin de aandacht voor de korte termijn
                              overheerst. De resultaten van fundamenteel onderzoek, die ondanks de geringe
                              capaciteit toch worden behaald, bereiken de praktijk nauwelijks. Er wordt door
                              wetenschappers weinig energie gestoken in kennistransfer richting praktijk.
                                 Ook wordt bij de formulering van fundamentele onderzoeksvragen onvol-
                              doende gelet op de vragen waar de praktijkmensen mee worstelen. Weliswaar zijn
                              de praktijkvragen meestal op de korte termijn gericht, maar wetenschappers zou-
                              den daar in samenspraak met de praktijkmensen fundamentele vragen uit kunnen
                              destilleren. Van samenspraak is nog weinig sprake. Onderzoekers volgen meestal
                              hun eigen wetenschappelijke agenda.
                           11 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> … en de vraagkant doet te      Omgekeerd bestaat er bij de vragende partijen, met name de ministeries van
      weinig aan verdieping  Justities en BZK, geen onderzoekstraditie gericht op de lange termijn en de fun-
                             damentele vragen. De absorptiecapaciteit voor fundamentele inzichten is, zeker
                             bij de politie, gering. De praktijkmensen, met name bij BZK en de politie, zijn
                             gericht op de actualiteit en op “meer” en “doen”: meer blauw op straat, meer
                             gevangeniscellen, meer rechters, meer …, terwijl er minder aandacht is voor de
                             vraag hoe het anders kan, wat echt werkt. Het veiligheidsbeleid en de uitvoe-
                             ringsinstanties leven te veel bij de dingen van de dag en hollen achter de nieuwe
                             ontwikkelingen aan.
       Wisselwerking tussen     Toch is ‘de praktijk’ ook steeds meer zelf kennis gaan ontwikkelen. Dat is onder
wetenschap en praktijk moet  meer in de private sector te zien. Er zijn adviesbureaus ontstaan die zich richten
                   versterkt op het veiligheidsbeleid van de (locale) overheden. Een nieuw vakgebied als
                             forensic accountancy is een voornamelijk private aangelegenheid. Bij de banken en
                             verzekeraars is veel kennis van criminaliteit aanwezig, waar de publieke kennis-
                             infrastructuur nauwelijks toegang toe heeft. Op het gebied van de technische
                             kennis- en productontwikkeling (intelligente camera’s, biometrie, track & tracing,
                             encryptie) is de wisselwerking tussen de private en publieke kennisinfrastructuur
                             wel iets beter, maar ook hier is versterking van die wisselwerking nodig.
     Wetenschap kan beter       Niet alleen in de private sector wordt, los van de wetenschap, steeds meer ken-
         gebruikmaken van    nis ontwikkeld, ook in de publieke sector is een rijkdom aan kennis aanwezig:
              praktijkkennis Justitie en BZK, en de andere vakdepartementen die met specifieke vormen van
                             criminaliteit te maken hebben (EZ, VROM, VWS, LNV), gemeenten met integrale
                             veiligheidsplannen, politie, brandweer, Defensie, marechaussee, recherche, diver-
                             se inspectie- en keuringsdiensten, douane. Dat men niet altijd succesvol optreedt
                             in het aandragen van bewijzen die voor de rechterlijke macht acceptabel zijn,
                             neemt niet weg dat er veel, vaak informele, kennis aanwezig is van misdadige
                             praktijken. Van deze praktijkkennis kan de wetenschap beter gebruik maken.
                                Verder zijn er bedrijven en beroepsgroepen die veel met misdaad te maken
                             hebben en daardoor veel praktijkkennis van specifieke vormen van criminaliteit
                             opdoen: internetproviders, journalisten, grootwinkelbedrijven, advocaten,
                             accountants, notarissen, ingenieursbureaus voor bouw en milieu, e.a.
                                Beide partijen _ de wetenschappers en de praktijkmensen uit de private en
                             publieke sector _ zouden elkaar goed kunnen aanvullen, maar dat gebeurt in
                             onvoldoende mate.
                         12  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                2
                                Sterke bruggen bouwen
 Voor het veiligheidsbeleid is  Wil Nederland een dynamische en concurrerende regio binnen Europa worden,
           veel kennis nodig:   dan zal Nederland ook een veilige plek moeten zijn: voor de eigen burgers, voor
                                buitenlandse ondernemingen die vestigingen in Nederland hebben of willen openen,
                                voor toeristen, voor kennismigranten, en vele anderen. Het veiligheidsbeleid
                                verdient systematische onderbouwing. Daarvoor is kennis nodig. Veel kennis.
                                De AWT doet hiertoe de volgende aanbevelingen:
                                1.        Geef meer ruimte aan het lange-termijn onderzoek
          Meer fundamenteel     De AWT is van mening dat het lange-termijn onderzoek naar criminaliteit moet
onderzoek door buitenlanders    worden gestimuleerd. Een goede kennisbasis is nodig als voedingsbodem voor
             aan te trekken …   zowel het ad hoc, op de korte termijn gerichte, beleidsonderzoek als voor een
                                systematische onderbouwing van het veiligheidsbeleid. Deze kennisbasis moet
                                vroegtijdig georganiseerd zijn, wil zij gefundeerde antwoorden kunnen leveren op
                                knellende vragen uit de samenleving en het beleid. Daartoe verdient de bestaan-
                                de onderzoekscapaciteit uitbreiding. Dit kan door onderzoekers uit andere vak-
                                gebieden dan de moederdisciplines voor het thema criminaliteit te interesseren,
                                en door buitenlandse onderzoekers aan te trekken.
             … en economen,        Niet alleen het lange-termijn onderzoek in de moederdisciplines _ criminologie,
        psychologen, chemici,   strafrecht en de forensische wetenschappen _ heeft versterking nodig. Binnen die
   ingenieurs, biotechnologen   disciplines bestaat een tekort aan onderzoekers en er is behoefte aan vers bloed.
                      et cetera Daarom moeten ook andere disciplines _ bijvoorbeeld economie, psychologie,
                                biotechnologie, chemie, bedrijfskunde, technische wetenschappen, antropologie
                                en biologie _ betrokken worden bij het thema criminaliteit om zo het lange-
                                termijn onderzoek een nieuwe impuls te geven.
                                2.        Stimuleer het hoger onderwijs in misdaad- en veilig-
                                          heidsstudies
  Nieuwe opleidingen leveren    De AWT is van mening dat het hoger onderwijs op het gebied van criminaliteits-
            professionals af …  bestrijding en rechtshandhaving uitbreiding behoeft. Nieuwe studierichtingen
                            13  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                          kunnen de professionals en onderzoekers afleveren die in de toekomst nodig
                          zullen zijn op dit gebied. Bovendien kunnen nieuwe studierichtingen de kiem
                          leggen voor nieuw wetenschappelijk onderzoek. De Amerikaanse regering heeft
                          jarenlang geïnvesteerd in brede multidisciplinaire opleidingen Criminal Justice en
                          dit heeft het academische onderzoek een grote impuls gegeven. Het hoger onder-
                          wijs in Nederland telt op dit moment maar weinig opleidingen op dit gebied.
… en geven het onderzoek      Bij de vormgeving van nieuwe opleidingen veiligheidsstudies hoeft niet meteen
            een stimulans gedacht te worden aan complete academische of hbo-studierichtingen. De
                          bachelor-master structuur biedt een uitgelezen mogelijkheid om te experimente-
                          ren met kortdurende masteropleidingen, al dan niet in postinitiële vorm. Gezien de
                          urgentie van dit vraagstuk lijkt het raadzaam om meerdere experimenten te star-
                          ten en na enige tijd, bijvoorbeeld 5 à 10 jaar, na te gaan welke formule het meeste
                          succes heeft.
                          3.          Verbeter de wisselwerking tussen het onderzoek en de
                                      praktijk
      Sla een brug tussen Naast een inhaalslag op het gebied van onderzoek en onderwijs (zie de vorige
  onderzoek en praktijk … twee punten) is er een verbindingsslag nodig tussen het onderzoek en de praktijk
                          bij de overheid, de politie, het OM, het bedrijfsleven e.a.
                          3.a         Transfer van fundamentele kennis “über die Köpfe”
                          Over het algemeen is de wisselwerking tussen het wetenschappelijk onderzoek en
                          de praktijk van criminaliteitsbestrijding en rechtshandhaving beperkt.
                          Functionarissen die met het beleid van vandaag en morgen bezig zijn, lezen
                          meestal geen wetenschappelijke verhandelingen. Zeker in de top van de vakde-
                          partementen heeft men geen tijd om op de hoogte te blijven van de stand van de
                          wetenschap. Omgekeerd laat het lange-termijn onderzoek zich veelal weinig gele-
                          gen liggen aan de vragen waarmee het beleid worstelt.4 De afstand tussen het
                          4    De AWT-verkenningscommissie is met een onderzoeksagenda voor de toekomst gekomen. Er zou
                               meer lange-termijn onderzoek moeten worden verricht naar organisatiecriminaliteit als fraude, naar
                               corruptie en witwassen, naar criminele loopbanen van veelplegers, naar grensoverschrijdende mis-
                               daad, naar effecten van afnemende sociale controle en terugtredende overheid en naar criminoge -
                               ne effecten van technologische innovaties en de Europese eenwording. Over deze onderzoeksagen-
                               da heeft de Raad geen inhoudelijk oordeel. Dat is aan de deskundigen in het veld. De AWT is van
                               mening dat de sectorraad Openbaar Bestuur, Justitie en Veiligheid (OBJV) die zeer binnenkort van
                               start zal gaan, zich hierover zal moeten buigen.
                       14 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                         beleid en de wetenschap blijft groot. De contacten die er zijn, beperken zich tot
                         korte termijn opdrachtonderzoek met weinig diepgang.
… door uitwisseling van      De strijd tegen criminaliteit heeft een grotere kans van slagen indien het
     voorstellen voor de veiligheidsbeleid systematisch wordt onderbouwd. Daartoe dienen bruggen
  onderzoeksagenda …     gebouwd te worden tussen wetenschap en praktijk. Ten eerste is het van belang
                         dat er bij de programmering en/of opzet van nieuw onderzoek voldoende over-
                         leg plaatsvindt. Academici zouden veel meer interesse moeten tonen in de vragen
                         waarmee het beleid en de uitvoeringspraktijk worstelen en zich hierdoor laten
                         inspireren bij het formuleren van hun eigen, wetenschappelijke vragen. En omge-
                         keerd zouden de beleids- en praktijkmensen zich meer met de programmering
                         van onderzoeksvragen moeten bemoeien. Ten tweede zouden academici bij de
                         uitvoering van onderzoek meer gebruik moeten maken van de kennis van prak-
                         tijkdeskundigen. Een voorwaarde hiervoor is dat de, vaak informele, kennis van
                         praktijkdeskundigen op waarde wordt geschat. En ten derde zouden de resultaten
                         van wetenschappelijk onderzoek sterker dan nu teruggekoppeld moeten worden
                         naar de praktijk.
… en meer persoonlijke       Een vruchtbare wisselwerking tussen wetenschap en praktijk is onder andere
           contacten en  sterk afhankelijk van persoonlijke contacten en uitwisselingen. Om dat te berei-
   dubbelbenoemingen     ken, moeten beide circuits persoonlijke contacten aangaan, bijvoorbeeld door
                         middel van dubbelbenoemingen. Mensen uit de praktijk _ hogere ambtenaren,
                         consultants, officieren van justitie e.a. _ zouden deeltijds verbonden kunnen wor-
                         den aan universiteiten. En wetenschappelijk onderzoekers zouden op hun beurt
                         deeltijds verbonden kunnen worden aan politiekorpsen, parketten en dergelijke.
                         Ze zouden deel moeten uitmaken van de relevante overlegstructuren. Dergelijke
                         dubbelbenoemingen zouden de bruggenhoofden kunnen vormen waarlangs een
                         echte dialoog tussen wetenschap en praktijk op gang komt en blijft bestaan. Want
                         dat is essentieel, dat het beleid de academie niet voor de zoveelste keer vraagt om
                         snel een rapport te schrijven dat slechts door een paar ingewijden wordt gelezen.
                         Nee, de top van het beleid zou elk half jaar de top van het onderzoek moeten uit-
                         nodigen om een tot twee dagen van gedachten te wisselen en af te stemmen.
                         Geen rapporten maar discussie, geen contracten maar contacten.
                         3.b       Praktijkonderzoek
Laat wetenschappers en   In de ogen van de AWT beschikken de praktijkdeskundigen die zijn betrokken bij
         praktijkmensen  het veiligheidsbeleid (OM, politie, inspecties, brandweer, delen van het bedrijfs-
          samenwerken    leven) een onschatbare rijkdom aan kennis. Van deze kennis zou veel meer gebruik
                      15 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   gemaakt moeten worden dan thans het geval is. De AWT acht dit praktijkonderzoek
   van groot belang. Lange-termijn onderzoek alleen is niet zaligmakend. Juist in een
   kennissamenleving doet de overheid er goed aan alle beschikbare kennisbronnen
   aan te boren. Daarom dient de overheid voorzieningen te treffen om de uitwisseling
   van kennis tussen praktijkdeskundigen en wetenschappers sterk te vergroten, in het
   bijzonder door praktijkonderzoek door wetenschappers en praktijkmensen samen te
   stimuleren.
16 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>               3
                              Naar een nationale regie
                              misdaadkennis
   Bundeling van activiteiten De voorgestelde verbeteringen op de terreinen van het onderzoek, het onderwijs
 door nationale regie nodig   en het kennisarsenaal in de praktijk van het veiligheidsbeleid vragen om krachtig
                              optreden. Bundeling van activiteiten is hard nodig. Dit gebeurt al op diverse
                              terreinen, door de Commissie Politie en Wetenschap, de onderzoekschool
                              Maatschappelijke Veiligheid, het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing
                              (NPC), het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP) en het programma
                              Technologie & Criminaliteitspreventie van het agentschap Senter. Geen van deze
                              activiteiten richt zich evenwel op de volle breedte van de kennisinfrastructuur
                              inzake criminaliteit en rechtshandhaving. De huidige situatie is zodanig urgent,
                              dat extra inspanningen nodig zijn onder een nationale regie.
                              Een regisseur die zelf de casting doet
    Eerste stap: nieuw bloed  Er dient zo spoedig mogelijk een Nationaal Regie-orgaan Misdaadkennis te
                  aantrekken  komen. Het is nodig initiatieven te ontplooien voor versterking van het onderzoek
                              en het onderwijs, en versterking van de band tussen wetenschap en praktijk. Een
                              eerste stap daarbij is de casting van actoren; het bestaande veld zal uitgebreid en
                              verrijkt moeten worden met nieuw bloed. De AWT pleit daarom in eerste instan-
                              tie voor een daadkrachtige kwartiermaker, een regisseur die deze noodzakelijke
                              casting voor zijn rekening neemt. Hij/zij zou toegevoegd kunnen worden aan de
                              nieuwe sectorraad Openbaar Bestuur, Justitie en Veiligheid (OBJV). Wanneer er na
                              een korte speurtocht (maximaal 2 jaar) voldoende levensvatbare initiatieven zijn,
                              kunnen deze worden overgedragen aan een regie-orgaan om de acties verder te
                              stimuleren en faciliteren.
 Zoek naar toponderzoekers        Allereerst zal de regisseur op zoek moet gaan naar onderzoekers die hebben
uit binnen- en buitenland …   laten blijken multidisciplinair te kunnen samenwerken. Aan goede bedoelingen
                              ontbreekt het niet; het gaat om onderzoekers die zich hierin hebben onderschei-
                              den. Naast de kerngebieden (criminologie, strafrecht en forensische wetenschap-
                              pen) kijkt de regisseur vooral naar toponderzoekers in vakgebieden als economie,
                              accountancy, psychologie, biotechnologie, technische wetenschappen e.a. De
                              regisseur let ook nadrukkelijk op de top in het buitenland en polst ze voor een ver-
                              blijf in Nederland. De toponderzoekers hechten ook groot belang aan de transfer
                           17 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                              van hun kennis richting de praktijk via lezingen en adviesgesprekken met top-
                              mensen uit het veiligheidsbeleid.
    … zet in op drie tot vier    De uitkomst van deze actie zou kunnen zijn dat de regisseur vijftig onderzoe-
                 thema's …    kers enthousiast weet te krijgen voor drie of vier thema’s van maatschappelijk
                              belang die om fundamenteel multidisciplinair onderzoek vragen. Dit zou moeten
                              uitmonden in onderzoeksprogramma’s met elk een duidelijke tot de verbeelding
                              sprekende doelstelling en tijdshorizon: bijvoorbeeld fraude, terrorisme, milieucri-
                              minaliteit en techno-crime. Natuurlijk zullen er andere doelstellingen uitkomen,
                              maar de AWT wil benadrukken dat het moet gaan om een enthousiaste ploeg met
                              toppers die de tijd en het geld krijgt zichtbare prestaties neer te zetten met maat-
                              schappelijk belang.
… en geef steun aan nieuwe       De regisseur moet ook op pad gaan en aandacht vragen voor de noodzaak van
                opleidingen   meer overdracht van veiligheidskennis via het hoger onderwijs. Gezocht moet
                              worden naar initiatiefnemers in het hoger onderwijs (hbo en wo) die in samen-
                              spraak met praktijkmensen uit het veiligheidsbeleid onderwijsprogramma’s willen
                              opzetten.
  Breng topwetenschappers        De regisseur kan natuurlijk niet in zijn eentje de werelden van wetenschap en
en topambtenaren bij elkaar   (beleids)praktijk dichter bij elkaar brengen. Maar hij kan wèl mensen opsporen die
                              het belang inzien van synergie van dubbelbenoemingen van topambtenaren en
                              toponderzoekers. Hij kan ook ontmoetingen organiseren waar topmensen uit
                              wetenschap en beleids- en uitvoeringspraktijk met elkaar van gedachten wisselen
                              over toekomstige vraagstukken. De regisseur zou best practices kunnen zoeken
                              (in binnen- en buitenland) van praktijkonderzoek, waarbij wetenschappers en
                              kenniswerkers uit de publieke en private sector samen aan onderzoeksprojecten
                              werken. Dit zou kunnen leiden tot nieuwe initiatieven.
Regisseur moet zelf ook een      Het profiel van de regisseur omvat, naast de eis van deskundigheid, de vol-
                 topper zijn  gende eigenschappen:
                              - oog heben voor nieuwe ontwikkelingen op het terrein van criminaliteit;
                              - geen belang hebben bij de bestaande structuren;
                              - van buitenaf naar de bestaande circuits kunnen kijken en met die blik buiten-
                                 staanders van andere disciplines en insiders bij elkaar brengen;
                              - de werelden van de wetenschap en het veiligheidsbeleid kennen;
                              - Nederland zien als een provincie van Europa en een stipje op de wereldkaart.
                              Naar een regie-orgaan
                              Wanneer het werk van de regisseur erop zit, kan het startschot worden gegeven
                              voor een Nationaal Regie-orgaan Misdaadkennis.
                          18  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>      Het regie-orgaan moet       Het bestuur van het regie-orgaan moet breed samengesteld zijn. Niet alleen is
 breed zijn samengesteld …     de inbreng gewenst vanuit de diverse wetenschappelijke disciplines, inclusief bij
                               voorkeur buitenlandse wetenschappers, ook is participatie gewenst van vertegen-
                               woordigers uit de betrokken vakdepartementen, het OM, politie, banken en
                               verzekeraars, beveiligingsindustrie e.a.
       … en breed gedragen        De oprichting van het regie-orgaan zou niet alleen in handen gelegd moeten
                               worden van de direct betrokken departementen (Justitie, BZK) en de sectorraad
                               OBJV i.o., maar ook andere departementen, in het bijzonder OCenW.
                               Financiering
   De financiering moet fors   De financiering moet voldoende van omvang zijn. Aan weer een klein program-
         zijn en zeker 10 jaar ma bestaat geen behoefte. Onderbouwing van het veiligheidsbeleid vraagt om
                     duren …   forse investeringen om het kennistekort aan fundamenteel onderzoek en hoger
                               onderwijs weg te werken en bruggen te bouwen tussen wetenschap en praktijk.
                               De financieringsbehoefte loopt volgens de AWT in de procenten van de extra
                               investeringen van het nieuwe kabinet in veiligheid. Daarmee is de financiering van
                               de activiteiten van het regie-orgaan voor een lange tijd gewaarborgd. Een perio-
                               de van tien jaar is gewenst.
     … en gedragen worden         De AWT is van mening dat de financiering niet alleen de verantwoordelijkheid
       door het hele kabinet   van de direct betrokken ministeries Justitie en BZK is. Van het ministerie van
                               OCenW kan voor met name het fundamentele onderzoek en het hoger onderwijs
                               een bijdrage worden verwacht. Ook andere ministeries hebben belang bij de
                               verhoging van het kennispeil ter bestrijding van en preventie van criminaliteit op
                               de respectieve beleidsterreinen, zoals EZ, VWS, VROM, LNV, en zeker ook het
                               Ministerie van Financiën als het gaat om het terugbrengen van de te hoge over-
                               heidsuitgaven als gevolg van fraude en corruptie en de derving van belastingin-
                               komsten als gevolg van het zwarte-geldcircuit. De financiering is kortom een
                               aangelegenheid van het hele kabinet.
De investering vergt 5% van       De AWT geeft als indicatie de volgende bedragen: in de startfase € 10 mln. ter
 de extra investeringen voor   stimulering van het fundamentele lange termijn onderzoek, € 10 mln. voor de
                    veiligheid start van opleidingen in het hoger onderwijs, en € 10 mln. voor “transdisciplinair”
                               onderzoek, d.w.z. onderzoek dat gezamenlijk door netwerken van wetenschap-
                               pers en praktijkmensen wordt uitgevoerd. Minimaal is in de aanloopfase dus in
                               totaal € 30 mln. per jaar nodig (3% van de extra uitgaven van het nieuwe kabinet
                               voor veiligheid). Wanneer het regie-orgaan misdaadkennis van start is gegaan, zal
                               nog eens € 20 mln. nodig zijn om de Nederlandse kennisinfrastructuur op het
                           19  AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   gebied van kennis van misdaad en veiligheid tot de top van Europa te brengen.
   Omstreeks 2005 zullen de totale extra uitgaven voor misdaadonderzoek jaarlijks
   ca. € 50 mln. bedragen.
   Aldus vastgesteld te Den Haag 2 juni 2003
   J.F. Sistermans
   Voorzitter
   Mw.dr. V.C.M. Timmerhuis
   secretaris
20 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>   Bijlage
   Geraadpleegde personen
   Bij de voorbereiding van haar rapport Met het oog op de toekomst: verkenning naar
   de kennisvragen over misdaad en misdaadbestrijding in 2010 heeft de verkennings-
   commissie een groot aantal deskundigen, in binnen- en buitenland, geraad-
   pleegd. Daarnaast heeft de AWT een gespreksronde georganiseerd. De
   volgende personen zijn geraadpleegd:
   - Drs. A.H.C. Annink, destijds directeur-generaal Openbare orde en veiligheid,
       Ministerie van BZK
   - Mr. G.P. Beek, destijds plv. hoofdofficier, Arrondissementsparket Rotterdam
   - Mw. T.S.I. van den Broeck-Oosterhoff, secretaris Nationaal Platform
       Criminaliteitsbeheersing (NPC)
   - Mr.drs. C.W.M. Dessens, directeur-generaal Rechtshandhaving, Ministerie van
       Justitie
   - F. van Dijk, hoofd afdeling Ontwikkeling, Raad voor de Rechtspraak
   - J.H.J.M. ten Doeschate MPM, Ministerie van BZK, directeur Directie Grote
       Stedenbeleid
   - Prof.dr. D.J. Hessing (†), Onderzoekschool Maatschappelijke Veiligheid
   - Mr. E.M. d’Hondt, voorzitter VSNU
   - Drs. V. Jammers, Ministerie van Justie, DG Preventie, Jeugd en Sancties,
       directeur sector Criminaliteitspreventie en slachtofferzorg
   - Dr. A.S.M. Koeleman, directeur Nederlands Forensisch Instituut
   - Prof.mr.dr. E.R. Muller, hoogleraar bestuurskundige aspecten van geschillen-
       beslechting Universiteit Leiden, directeur Crisis Onderzoeksteam (COT)
   - Mr.dr. E. Niemeijer, Ministerie van Justitie, WODC, sectorhoofd afdeling
       Onderzoek en universitair hoofddocent criminologie VU
   - K.H. Oey, Senter, secretaris Technologie & Criminaliteitspreventie
   - Mr.drs. M.B. Schuilenburg, Openbaar Ministerie, College van Procureurs-
       Generaal, medewerker kabinet
   - mr. D.W. Steenhuis, Openbaar Ministerie, Vice-Voorzitter College van
       Procureurs-Generaal
21 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>   - Prof.dr. D.R.A. Uges, plv. hoofd apotheek AZG en hoogleraar klinische en
      forensische toxicologie
   - Drs. T.G. Veenkamp, Ministerie van Justitie, directeur Directie Algemene
      Justitiële Strategie
   - G.C.K. Vlek, Commissie Politie & Wetenschap, directeur programmabureau
   - Ir. J.A. Vogel, directeur TNO-FEL
   - A. Weggelaar, Ministerie van BZK, Directie Grote Stedenbeleid, beleidsmede-
      werker Veiligheid en Jeugd
   - Drs. H.M. Willemse, Ministerie van Justitie, beleidscoördinator Directie
      Algemene Justitiële Strategie
   - Dr. D.C. Zijderveld MPA, NWO, hoofd Algemene Beleids- en Bestuurszaken
   - E. van Zuidam, lid korpsleiding Regiopolitie Groningen
   Ook heeft de AWT een workshop georganiseerd over het rapport van de verken-
   ningscommissie. De toenmalige minister van Justitie, mr. A.H. Korthals, heeft zijn
   reactie op het rapport gegeven, evenals mr. E.M. d’Hondt, voorzitter van de
   VSNU. Naast een aantal personen die al eerder tijdens de gespreksronde waren
   geraadpleegd, werd deelgenomen aan de workshop door de leden van de ver-
   kenningscommissie (Prof.dr. G.J.N. Bruinsma, Prof.dr. H.G. van de Bunt en
   Prof.dr. I. Haen Marshall), de toenmalige voorzitter van de AWT, dr.ir. B.P.Th.
   Veltman, de secretaris van de AWT, mw. dr. V.C.M. Timmerhuis, AWT-stafmede-
   werker Ton Langendorff, en de volgende genodigden:
   - Drs. A.C. Berghuis, Openbaar Ministerie, College van Procureurs-Generaal,
      hoofd Ontwikkeling & Onderzoek
   - W. Bruggeman, plv. directeur Europol
   - Prof.mr. H.W.K. Kaspersen, hoogleraar informatica en recht, UvA
   - Prof.dr. E.C. Klasen, destijds algemeen directeur NWO
22 AWT-advies nr. 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>