<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>60
  Samen slimmer in ketens
  Competenties in supply chain management als
  concurrentiefactor voor Nederlandse bedrijven
  december 2004
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Vormgeving:       Junior beeldvorming _ Zoetermeer
  Druk:             Quantes _ Rijswijk
  December 2004
  ISBN 90 77005 25 0
  Verkoopprijs      € 12,50
  Auteursrecht
  Alle rechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van
  deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoud
            Samenvatting                                                               5
  1         Inleiding                                                                 11
            1.1     De adviesvraag                                                    11
            1.2     Breedte en het bereik van het advies                              12
            1.3     Aanpak                                                            13
  2         Analyse                                                                   15
            2.1     Het eigene van innovatie in logistiek                             15
            2.2     Hoe staat het met de Nederlandse innovatiecapaciteit op logistiek
                    gebied, in het bijzonder supply chain management?                 17
                    2.2.1 Vraagzijde                                                  18
                    2.2.2 Bedrijfstructuur                                            21
                    2.2.3 Onderwijs                                                   30
                    2.2.4 Onderzoek aan Nederlandse universiteiten                    32
                    2.2.5 Intermediairen                                              35
                    2.2.6 Randvoorwaarden en infrastructuur                           37
                    2.2.7 Context: internationalisering van handelsstromen            40
            2.3     Algemene conclusies                                               43
  3         Aanbevelingen                                                             45
            3.1     Rol van de overheid                                               45
            3.2     Aanbevelingen
  Bijlage 1         Adviesvraag ‘Kwaliteit en benutting van logistieke expertise’ 55
  Bijlage 2         Gesprekpartners                                                   57
3 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  Adviesvraag
  De minister van Verkeer en Waterstaat heeft de Adviesraad voor het Wetenschaps-
  en Technologiebeleid (AWT) eind 2003 om een advies gevraagd over versterking van
  de logistieke innovatiecapaciteit van het Nederlandse bedrijfsleven. Met zijn beleid
  voor goederenvervoer en logistiek wil het Ministerie namelijk uitdrukkelijk bijdragen
  aan de prestaties van de totale Nederlandse economie. De volgende vragen staan
  centraal in dit advies:
  .   Hoe is het gesteld met de kwaliteit en benutting van logistieke expertise in ons
      land (met de logistieke innovatiecapaciteit)?
  .   Wat zijn de sterktes, zwakten, kansen en bedreigingen hierin?
  .   Wat kan de overheid doen om de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, als-
      mede de benutting van logistieke expertise door het verladende en vervoerende
      bedrijfsleven te verbeteren?
  Analyse
  Bij het analyseren van de Nederlandse logistieke innovatiecapaciteit heeft de AWT
  het model van het dynamisch innovatiesysteem, zoals gehanteerd door het ministe-
  rie van Economische Zaken, als kapstok gebruikt. Voor de verschillende actoren ont-
  staat, op hoofdlijnen, het volgende beeld van sterktes en zwaktes, kansen en
  bedreigingen.
  .   Vraagzijde. Afzetmarkten veranderen, de invloed van afnemers wordt steeds
      groter: verdergaande individualisering en toenemende vraagsturing. Daarnaast
      heeft de druk op (voorraad-) kosten geleid tot verlaging van voorraden en een
      verschuiving naar frequentere, just-in-time leveringen. Tot slot kan nog genoemd
      worden de internationalisering van productie en handel, schaalvergroting in veel
      sectoren _ waaronder retailers _ en de beschikbaarheid van geavanceerdere ICT _
      de opkomst van e-business. Deze trends zijn echter niet in alle markten _
      business to business en business to consumer _ van even groot belang. Het is
      dan ook overdreven om te zeggen dat logistieke expertise dé concurrentiefactor
      van alle bedrijven wordt. Wel geldt dat een goede logistiek een voorwaarde is
      om mee te doen in de internationale concurrentie.
            Kostenbesparing blijft een belangrijk motief voor logistieke innovatie, maar is
      zeker niet het enige argument. De servicegraad _ leversnelheid, -flexibiliteit en -
      betrouwbaarheid _ zijn minstens zo belangrijk. Bedrijven erkennen ook het toe-
      genomen (strategische) belang van logistiek. Dat uit zich onder andere doordat
      logistiek managers opgerukt zijn naar het niveau direct onder de directie.
  .   Bedrijfsstructuur. De hoofdproblematiek rond logistieke innovatiecapaciteit ligt
      bij het bedrijfsleven. Veel van de bedrijven zijn relatief beperkt van omvang, heb-
      ben slechts weinig hogeropgeleiden in dienst en kennen een sterke operationele
      gerichtheid _ er wordt in kleine stapjes geïnnoveerd. De beperkte omvang van
      Nederlandse bedrijven maakt hen kwetsbaar. Voor logistiek dienstverleners geldt
5 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>      dit in het bijzonder. Zij kunnen uit de markt gedrukt worden door grote buiten-
      landse dienstverleners, met ruime budgetten om te investeren in de benodigde
      geavanceerde ICT-systemen.
            Naast de beperkte innovatiecapaciteit van veel individuele bedrijven, is de
      conclusie dat samenwerking tussen bedrijven moeilijk van de grond komt.
      Samenwerking tussen bedrijven met een verschillende positie in de bedrijfskolom
      verloopt nog relatief gemakkelijk, samenwerking tussen logistiek dienstverleners
      wordt als het moeilijkst aangemerkt. Daarbij speelt een belangrijke rol dat dienst-
      verleners ontwikkelingen snel als concurrentiegevoelig aanmerken en weinig
      ruimte zien voor gezamenlijk optrekken bij onderwerpen van algemeen belang.
      Al met al is de conclusie dat samenwerking over grotere delen van ketens alleen
      van de grond komt als er een bedrijf bij is betrokken dat de marktmacht heeft
      om ketens te organiseren en innovaties af te dwingen. Samenwerking tussen
      bedrijven, het delen van informatie, is echter juist de kern van supply chain
      management. Vergroting van de bereidheid tot samenwerking is naar mening
      van de AWT dan ook het belangrijkste thema om aan te pakken.
            In brede kring heerst de mening dat samenwerking tussen verladers nog veel
      onbenut potentieel heeft en gemakkelijker te stimuleren valt. Niet alleen speelt
      concurrentiegevoeligheid minder bij samenwerking tussen verladers, maar omdat
      zij ook de logistiek dienstverleners aansturen, kunnen dergelijke samenwerkings-
      verbanden grote effecten hebben.
  .   Onderzoek. Het Nederlandse universitaire onderzoek op het gebied van logistiek
      is van goede kwaliteit, maar kent een sterk accent op de 'harde' kant: infrastruc-
      tuur en planningsmodellen. Dit terwijl juist de kennis van de 'zachtere' kanten
      van logistiek van groot belang is bij versterking van de logistieke innovatiecapa-
      citeit. Denk onder andere aan vaardigheden nodig voor de samenwerking tussen
      bedrijven. Recent is wel enige vooruitgang geboekt op dit terrein.
      Aandachtspunten zijn verdere versterking van het onderzoek naar samenwer-
      kingsverbanden en de integratie van de verschillende disciplines, leidend tot de
      voor ketenlogistiek benodigde multidisciplinaire aanpak.
            Het ministerie stelt de vraag of nationale kennisontwikkeling nodig is.
      Kennisontwikkeling is internationaal, geen enkel land kan nog een onderzoeks-
      gebied volledig domineren. Het is dus belangrijk dat Nederlandse kennisinstelling
      goed deelnemen aan internationale netwerken. Dat lijkt het geval. Wel is het
      zaak om de benutting van kennis nationaal goed te organiseren. De onderwijs-
      functie van kennisinstellingen speelt daarbij een belangrijke rol. Zij voorzien men-
      sen van de nieuwe, internationaal verkregen, kennis en de vaardigheden om die
      toe te passen.
  .   Onderwijs. Het onderwijs in logistiek is op zichzelf van goede kwaliteit, maar
      modernisering is gewenst, waarbij in het bijzonder de integratie van 'zachtere'
      aspecten meer aandacht moet krijgen. Business schools en hogescholen blijken
      flexibeler in het opzetten van multidisciplinaire opleidingen dan universiteiten. De
      nieuwe Bachelor-Master structuur van opleidingen aan universiteiten biedt een
6 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>      goede mogelijkheid om een Master supply chain management te ontwikkelen.
      Logistiek kampt met een imagoprobleem. De verwachte instroom van studenten
      is duidelijk lager dan de verwachte vraag.
  .   Intermediairen. Er zijn nu reeds meerdere, publieke en private, partijen die
      optreden als intermediair en zodoende kennis toepasbaar maken voor bedrijven.
      Deze intermediaire partijen bieden echter zelden een totaaloplossing aan, bedrij-
      ven moeten bij het innoveren op het gebied van supply chain management, zelf
      de benodigde kennisgebieden combineren. Er is wel behoefte aan een partij die
      dergelijke combinaties kan maken, mede omdat de afstand tussen aan univer-
      siteiten ontwikkelde kennis en de sterk operationeel gerichte kennisbehoefte van
      bedrijven groot is. Naar mening van de AWT is de oplossing echter niet gelegen
      in vraagsturing van onderzoek of publiek-private samenwerkingen. Daarvoor is
      de kloof tussen kennisontwikkeling en kennisvraag te breed.
  .   Randvoorwaarden en infrastructuur. Bedrijven kijken bij hun investeringsbe-
      slissingen naar het 'zakelijk klimaat'. De opstelling van de overheid wordt als
      onduidelijk ervaren: wat is de ambitie van die overheid op het gebied van
      logistiek, onder welke voorwaarden is uitbreiding of vestiging van bedrijvigheid
      mogelijk? Bedrijven roepen de overheid op inzicht te geven in de agenda. Naast
      deze algemene component van het vestigingsklimaat noemen bedrijven nog een
      aantal specifiekere zaken. Zij wijzen op het belang van standaarden, met name
      voor gegevensuitwisseling tussen bedrijven. Bedrijven pleiten voor een actievere
      opstelling van de overheid op nationaal en internationaal niveau bij de totstand-
      koming van standaarden. RFID (tracking and tracing) kan een belangrijke bijdrage
      leveren aan innovatie in logistiek. Individuele bedrijven zullen niet investeren in
      de infrastructuur die nodig is om RFID effectief in te voeren. Ook hier lijkt een rol
      voor de overheid.
            Subsidieregelingen op het gebied van logistiek leggen sterk de nadruk op
      deelaspecten van projecten, met name duurzaamheid. Dit probleem komt het
      sterkst naar voren bij de financiering van pilotprojecten. Die projecten zijn een
      belangrijke stap voor invoering van nieuwe logistieke concepten, maar er worden
      geen integrale financieringsmogelijkheden geboden.
            Duurzaamheid van bedrijvigheid is een steeds belangrijker thema geworden.
      Een aantal ontwikkelingen op logistiek gebeid die commercieel interessant zijn,
      zijn dat ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid, zoals transportbesparing
      door meer samenwerking tussen bedrijven en geografische concentratie van acti-
      viteiten én tracking and tracing, met name van gevaarlijke stoffen. Juist die over-
      eenstemming biedt mooie kansen om versterking van de concurrentiekracht van
      bedrijven en duurzaamheid te combineren.
  .   Context; internationalisering van handelsstromen. Nederland heeft een
      goede positie bij het aantrekken van Europese distributiecentra. Dat is nog eens
      extra aantrekkelijk omdat rond die centra een opwaardering van de werkgelegen-
      heid plaatsvindt (uitvoering van hoogwaardiger serviceactiviteiten) en de centra
      vaak een eerste stap zijn naar verdere activiteiten zoals service centers of hoofd-
7 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>      kantoren. De Nederlandse positie is echter niet onbedreigd. Toetreding van de
      Oost-Europese landen tot de EU kan Duitsland aantrekkelijker maken voor vesti-
      ging van Europese distributiecentra. Maar Nederland heeft ook kansen. Juist de
      huidige expertise in logistiek en de beschikbaarheid van goede main ports kun-
      nen een mogelijkheid zijn om tot nog hoogwaardiger dienstverlening te komen.
      Naarmate afstanden groter worden en er meer productie uitbesteed zal worden
      naar lage lonenlanden, worden leveringsketens complexer en is er meer behoefte
      aan deskundigheid in aansturing van ketens. Nederland kan die positie proberen
      te claimen door juist de goede positie in knooppuntlogistiek te gebruiken als
      basis voor verdere ontwikkeling van een positie in supply chain management.
      Daarvoor is wel een verdere professionalisering van de logistiek dienstverleners
      nodig.
  Al met al leidt bovenstaande analyse tot een antwoord op de adviesvraag 'hoe is
  het gesteld met de logistieke innovatiecapaciteit', namelijk: naast sterke en positie-
  ve punten, zijn op meerdere gebieden verbetering en versterking mogelijk en wen-
  selijk. Alvorens hiertoe aanbevelingen te geven, staat de Raad expliciet stil bij de rol
  van de overheid.
  Rol van de overheid
  Uitgangspunt voor de AWT is dat bedrijven primair zélf verantwoordelijk zijn en blij-
  ven voor het op peil houden of verbeteren van hun concurrentiekracht, met inbe-
  grip van de benodigde logistieke expertise. Bedrijven zijn dus allereerst zelf aan zet.
  Daarnaast heeft de overheid echter ook een rol te spelen. Legitimering hiervoor is
  te vinden in het belang van innovatieve bedrijvigheid voor de Nederlandse econo-
  mie en daarmee voor onze welvaart én welzijn. Toekomstige groei zal in toenemen-
  de mate gerealiseerd moeten worden door productiviteitsstijging gebaseerd op ver-
  hoging van toegevoegde waarde. Logistieke innovaties kunnen daaraan een wezen-
  lijke bijdragen leveren.
  Het mag duidelijk zijn dat de overheid, in casu het ministerie van Verkeer en
  Waterstaat, niet op de stoel van de ondernemer moet of kan gaan zitten.
  Bijvoorbeeld door te kiezen of bepalen welke innovaties nader uitgewerkt kunnen
  worden. In algemene termen is de rol van de overheid vooral van ondersteunende
  aard: organiseren, faciliteren, stimuleren, enthousiasmeren dát innovaties tot stand
  kunnen komen. Het is daarbij van groot belang te beseffen dat innovatie, zeker ook
  logistieke innovatie, méér is dan kennis: kennisontwikkeling is slechts de eerste stap
  bij innovatie en moet nog gevolgd worden door de omzetting van kennis naar prak-
  tische toepassingen en introductie van die toepassing in de markt.
  Vraagstukken rond logistieke innovatiekracht raken _ in toenemende mate _ aan
  het beleidsterrein van andere departementen. Daarom is de AWT géén voorstander
  van een eigen V&W-stimuleringsbeleid en -instrumentarium waar het innovatie in
8 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  supply chain management betreft. Naast de eigen verantwoordelijkheden op het
  gebied van infrastructuur zal de minister van Verkeer en Waterstaat zich vooral
  moeten richten op het 'aanjagen' van gewenste activiteiten bij andere ministeries.
  Aanbevelingen
  Op grond van bovenstaande analyse komt de Raad tot de volgende aanbevelingen
  aan de minister van Verkeer en Waterstaat.
  1. Maak werk van versterking van samenwerking tussen bedrijven:
  - Zorg voor en ondersteun neutrale 'makelaars en schakelaars' die partijen in een
      keten bij elkaar kunnen brengen.
  - Hanteer een thematische aanpak bij de stimulering van innovaties, waarbij de _
      in samenspraak met bedrijven _ te kiezen thema's aansluiten bij de primaire
      belangstelling van bedrijven: het versterken van hun concurrentiekracht.
  - Draag actief successen uit, zorg voor voorlichting en verspreiding van opgedane
      kennis en ervaring.
  - Benut het potentieel van samenwerking tussen verladers.
  - Zorg voor _ goed opgezette _ pilotprojecten.
  2. Verhoog het kennisniveau in bedrijven:
  - Stimuleer de aanstelling van meer hoger opgeleiden, op permanente of tijdelijke
      basis, in logistieke functies in bedrijven.
  - Zet meer en explicieter in op stages rond logistieke projecten vanuit hogescholen
      en universiteiten.
  3. Bevorder multidisciplinair onderzoek en onderwijs:
  - Stimuleer multidisciplinair onderzoek op het gebied van supply chain manage-
      ment, met bijzondere aandacht voor de 'zachtere' kennisaspecten, zoals alliantie-
      vaardigheden.
  - Stimuleer vernieuwing in het onderwijs, waarbij het multidisciplinaire karakter
      van supply chain management centraal moet staan.
  4. Verbeter de aansluiting tussen kennisinstellingen en bedrijven:
  - Werk aan verbetering in aansluiting tussen kennisontwikkeling en -vraag; hanteer
      daartoe een 'ingroeimodel' en vermijd voorlopig strakke(re) vraagsturing van
      onderzoek of een zware nadruk op publiek-private samenwerking in onderzoek.
  5. Zorg voor goede randvoorwaarden:
  - Ontwikkel samen met de andere betrokken ministeries, regionale autoriteiten en
      bedrijven een duidelijke visie en ambitie rond logistieke ontwikkelingen en draag
      die visie uit.
  - Kies zowel op nationaal als op internationaal niveau een actieve opstelling bij het
      tot stand komen van standaarden, om zodoende de Nederlandse belangen te
      behartigen.
9 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                        1   1.1
                                          Inleiding
                                          Adviesvraag
 Ministerie wil met beleid  Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de Adviesraad voor het
  bijdragen aan prestatie   Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) eind 2003 om een advies gevraagd over
          totale economie   versterking van de logistieke innovatiecapaciteit van het Nederlandse bedrijfsleven.
                            Met zijn beleid voor goederenvervoer en logistiek wil het Ministerie namelijk uit-
                            drukkelijk bijdragen aan de prestaties van de totale Nederlandse economie.
                            Afzetmarkten veranderen: handel internationaliseert en afnemers worden steeds
                            veeleisender. Daarnaast hebben bedrijven zich steeds meer gericht op hun kerncom-
logistiek steeds belangrij- petenties en andere activiteiten uitbesteed. Beide ontwikkelingen maken goede
    ker voor concurrentie-  samenwerking in ketens steeds belangrijker voor de concurrentiepositie van bedrij-
          positie bedrijven ven. Innovatie in de logistieke aansturing van ketens (ketenlogistiek) kan die concur-
                            rentiepositie verder versterken.
                            Tegen deze achtergrond heeft de minister van Verkeer en Waterstaat de volgende
adviesvraag: kwaliteit en   vraagstelling voorgelegd:
 benutting van logistieke   .   Hoe is het gesteld met de kwaliteit en benutting van logistieke expertise in ons
    expertise rol overheid      land (met de logistieke innovatiecapaciteit)?
                            .  Wat zijn de sterktes, zwakten, kansen en bedreigingen hierin?
                            .  Wat kan de overheid doen om de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, als-
                                mede de benutting van logistieke expertise door het verladende1 en vervoerende
                                bedrijfsleven te verbeteren?
                            De uitdaging daarbij is om logistieke ketens niet alleen efficiënter en flexibeler in te
                            richten, maar ook duurzamer. Rond de ontwikkeling en benutting van kennis stelt
                            de minister nog twee aanvullende vragen:2 moet kennis in Nederland ontwikkeld
                            worden, of kan die internationaal worden 'ingekocht? Verder vraagt de minister
                            zich af of de aandacht voor knooppuntlogistiek niet ten koste gaat van de
                            (gewenste) aandacht voor ketenlogistiek.3
                            1   Bij het verladende bedrijfsleven kan onderscheid gemaakt worden tussen producerend en ontvangend bedrijfsleven. In het
                                onderstaande volgen wij de door EVO (Eigen Vervoerders Organisatie) gehanteerde definitie, waarbij geen onderscheid
                                tussen beide wordt gemaakt.
                            2   De volledige tekst van de adviesvraag is weergegeven in bijlage 1.
                            3   Dit kan vertaald worden in de vraag of deze concentratie een zwakte is, of als basis kan dienen voor ontwikkelingen in
                                ketenlogistiek.
                         11 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                             1.2          Breedte en het bereik van het advies
                             De adviesvraag van het Ministerie richt zich op de kwaliteit van het onderwijs en
                             onderzoek op het gebied van logistiek en op de benutting van deze expertise in het
                             bedrijfsleven. De AWT hanteert daarbij de volgende beperkingen:
 AWT expertise innovatie-    .   De AWT is om advies gevraagd vanwege zijn expertise op het gebied van innovatiebe-
    beleid in algemene zin       leid in algemene zin. De AWT doet in dit advies dan ook geen uitspraken over speci-
                                 fieke logistieke concepten of concrete innovaties in de logistiek. Ook maken innovaties
                                 in de hardware van logistiek, zoals de infrastructuur en transportmiddelen, geen
                                 onderdeel uit van dit advies. Het advies beperkt zich tot innovatie in logistieke concep-
                                 ten. In dit advies zal de Adviesraad wel ingaan op de vragen hoe de logistieke innova-
      geen uitspraken over       tiecapaciteit van Nederlandse bedrijven versterkt kan worden en wat de rol van de
       specifieke logistieke     overheid daarbij kan zijn. Hij betrekt bij de antwoorden de specifieke kenmerken van
   concepten of hardware         logistiek, van de Nederlandse kennisinfrastructuur en van ons bedrijfsleven.
                             .   Het Ministerie vraagt zich af of de kwaliteit van het onderwijs in Nederland van
      beoordeling kwaliteit      voldoende niveau is. In overleg met het Ministerie beperkt de AWT zich wat dit
  onderwijs: beperkte scan       betreft tot het peilen van de mening van een aantal bedrijven over de kwaliteit
                                 van instromende medewerkers en een beperkte scan van relevante visitatierap-
                                 porten. Een brede inventarisatie van het onderwijsaanbod en de kwaliteit daar-
                                 van valt buiten het bereik van dit advies.
                             .   In de adviesaanvraag stelt het Ministerie dat Nederland veel expertise heeft op het
advies richt zich op innova-     gebied van knooppuntlogistiek of mainport logistics, maar minder sterk is in de keten-
      ties in ketenlogistiek     logistiek ofwel supply chain management. Dit advies richt zich dan ook op ontwikkelin-
                                 gen en innovatie in ketenlogistiek: integrale verbeteringen in leveringsketens.
                             Knooppunt versus Keten
                             Knooppuntlogistiek heeft betrekking op de afhandeling van goederen op overslagpunten
                             zoals havens. Deze overslagpunten kunnen variëren van lokale voorraadpunten tot inter-
                             nationale main ports. In overslagpunten komen goederen aan van verschillende leveran-
                             ciers die gecombineerd worden tot zendingen aan verschillende afnemers. Optimalisering
                             van de afhandeling van goederenstromen in de knooppunten, met als gevolg lage afhan-
                             delingskosten, staan centraal in deze soort van logistiek.
                             Ketenlogistiek is te definiëren als de besturing en beheersing van alle materiaal-, geld- en
                             informatiestromen in de logistieke keten, vanaf de inkoop van grondstoffen tot en met
                             de levering van eindproducten aan de consument.4 Hierin staan concepten als beschik-
                             baarheid en responsiviteit centraal. Ook worden modellen voor de besturing van leve-
                             ringsketens en voor efficiënt voorraadbeheer ontwikkeld.
                             4   Logistieke uitdagingen voor de Nederlandse economie, van visie naar actie, Raad voor Verkeer en Waterstaat (2003)
                          12 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                              1.3 Aanpak
   voorbereiding via litera-  Bij de voorbereiding van dit advies is gebruik gemaakt van eerder literatuuronder-
tuuronderzoek, interviews     zoek en van interviews die de AWT heeft gehouden rond de voorbereiding van het
             en workshops     advies Backing winners.5 Literatuuronderzoek en interviews werden uitgebreid, met
                              speciale aandacht voor ketenlogistiek: overwegingen van producerende bedrijven bij
                              de inrichting van hun logistieke processen en structuren en de invloed die bedrijven
 ook gekeken naar ontwik-     kunnen uitoefenen op innovaties in ketens. Bovendien zijn de ontwikkelingen in de
  kelingen rond main ports    logistieke knooppunten, de Nederlandse main ports, nader onder de loep genomen.
                              Naast interviews en literatuurstudie heeft de AWT twee workshops georganiseerd,
                              waarin een uitgebreide sterkte/zwakte analyse van de logistieke innovatiecapaciteit
conceptadvies getoetst via    in Nederland is gemaakt. Een conceptversie van het advies is tot slot besproken met
               gesprekken     verschillende betrokkenen in een 'toetsingsronde'.6
                              In hoofdstuk 2 worden de resultaten van de voorbereidende activiteiten geanaly-
                              seerd aan de hand van het model van het dynamische nationale innovatiesysteem.
                              In hoofdstuk 3 doet de AWT op basis van deze analyse zijn aanbevelingen aan de
                              Minister van Verkeer en Waterstaat.
                             5   Backing winners, van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid', AWT-advies nr. 53 (juli 2003). Hierbij werd
                                 gekeken naar veranderingen in het innovatiegedrag van bedrijven en naar belemmeringen en kansen voor innovatie.
                                 Logistieke dienstverlening was één van de onderzochte sectoren voor dit advies.
                             6   Een lijst met deelnemers aan de workshops, de gesprekspartners bij de interviews en toetsingsronde is opgenomen in bij-
                                 lage 2.
                          13 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                           2  2.1
                                           Analyse
                                           Het eigene van innovatie in logistiek
                              Heeft innovatie in (keten-)logistiek specifieke eigen kenmerken, een eigen aard?
verschilt logistieke innova-  Verschilt logistieke innovatie van andere typen van innovatie of van innovatie in
tie van innovatie in andere   andere soorten van bedrijvigheid? Deze vraag is voor dit advies belangrijk, omdat
                    sectoren? het innovatiebeleid voor een bepaalde soort bedrijvigheid zo goed mogelijk moet
                              aansluiten op de innovatiepraktijk van de bedrijven waarvoor het beleid bedoeld is.
                              Innovatie: definitie en trends
                              Onder innovatie verstaat de AWT het 'met succes naar de markt brengen van nieu-
                              we, verbeterde of meer concurrerende producten, processen, diensten of organisa-
                              tievormen'. Dit kan bijvoorbeeld door de toepassing van nieuwe, maar ook van al
                              bestaande kennis. Innovatie moet dan ook niet verward worden met inventie.
                              Inventie is 'het bedenken van iets geheel nieuws'. Dat kan weliswaar ook leiden tot
                              innovatie, maar daarvoor is dan vaak nog een heel traject nodig van ontwikkeling
                              en commercialisering.
                                        De AWT ziet in de praktijk van innovatie twee trends zich aftekenen: innova-
                              tie vindt ten eerste steeds meer plaats in netwerken en ten tweede worden de niet-
                              technologische aspecten van innovatie steeds belangrijker. Door concentratie op
                              kerncompetenties, een explosieve toename van kennis en een kortere terugverdien-
                              tijd besluiten steeds meer bedrijven innovatie onder te brengen in allianties met
                              anderen _ in netwerken. Daarnaast komen consumenten en hun individuele wensen
                              steeds centraler te staan in bedrijfsprocessen. Dat maakt dat een behandeling op
                              maat, gebruiksvriendelijkheid en vormgeving _ niet technologische aspecten _
                              belangrijker worden in de praktijk van innovatie.
                              Vrij naar: AWT, Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid, Advies 59,
                              Den Haag (2004)
                              De vraag of logistieke innovatie verschilt van andere vormen van innovatie, is in eer-
                              ste instantie ontkennend te beantwoorden. Net als bij andere typen gaat het bij
     in eerste lijn innovatie innovatie in de logistiek voornamelijk om het combineren van wetenschappelijke
                 gelijk, maar kennis met kennis van klanten tot een innovatie die op de markt gebracht kan wor-
          accentverschillen   den.
                              Er is in die algemene omschrijving echter wel een paar accenten aan te geven:
                              .   Logistiek, in het bijzonder ketenlogistiek, gaat om het slim inrichten van leve-
                                  ringsketens van bedrijven. Dat vereist verregaande vormen van samenwerking die
                           15 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>  samenwerking bedrijven        de leverantie van goederen in de keten kunnen optimaliseren.7 Bij andere vormen
         absoluut vereiste      van innovatie kunnen bedrijven zelfstandig een innovatietraject doorlopen, maar
                                bij innovatie in (keten-) logistiek is samenwerking tussen bedrijven een absoluut
                                vereiste. Het is daarbij vooral belangrijk dat de in de keten opgenomen bedrijven
                                informatie uitwisselen, elkaar inzicht in hun bedrijfsprocessen geven en dat zij
                                gemeenschappelijke systemen en standaarden ontwikkelen.
                            .  Juist omdat het bij logistieke innovatie om het slim inrichten van leveringsketens
 ICT belangrijk, maar kern      gaat, is niet-technologische kennis, zoals organisatiekunde, informatiebeheer en
      van innovatie is niet     kostencalculatie van essentieel belang voor innovatie in deze sector. ICT is hierbij
                  technisch     een belangrijke ondersteunende technologie. De beste perspectieven om logistie-
                                ke innovaties tot stand te brengen, biedt momenteel de ontwikkeling van nieuwe
                                logistieke modellen en concepten _ een niet-technologische aangelegenheid.
                            .   Een andere vorm van niet-technologisch kennis verdient daarbij nog extra aan-
kennis over samenwerking        dacht _ dat betreft de kennis van alliantievaardigheden, modellen voor samen-
   verdient extra aandacht      werking en voor het kweken van vertrouwen tussen verschillende partijen. Als
                                samenwerking een conditio sine qua non van logistieke innovatie is, dan is het
                                versterken van samenwerkingsrelaties de kern. Dat vraagt in ieder geval om een
                                stevige inbreng van de gamma-disciplines.
                            Vertrouwen en samenwerking
                            Veel keten- en netwerkinitiatieven falen omdat het vertrouwen tussen de betrokken
                            partijen ontbreekt, de incentives om deel te nemen onjuist zijn ontworpen of de bij-
                            behorende contracten niet of onjuist gespecificeerd zijn. Zelfs in de gunstige
                            omstandigheid van een zogenaamde win-win situatie, kunnen deze faalfactoren
                            optreden. Het inrichten van ketens en netwerken vergt immers investeringen van de
                            verschillende betrokken partijen, zowel in ICT als in de organisatie van processen of
                            in de opbouw van competenties van personen. Dat neemt niet weg dat een herin-
                            richting van de keten vele voordelen kan bieden. Dat is echter alleen succesvol,
                            indien investeringen en opbrengsten eerlijk verdeeld worden en op voorwaarde dat
                            partijen elkaar daarin vertrouwen.
                            Vrij naar: Keten en netwerkkunde op koers _ eindrapportage van het project KLICT,
                            (2004).
                            Conclusie
                            Innovatie in de logistiek verschilt in grote lijnen niet wezenlijk van andere vormen
                            van innovatie. Er is echter wel een aantal accenten te zien: samenwerking tussen
                            bedrijven is een absoluut vereiste. Daarnaast geldt dat niet-technische kennis de
                            kern van logistieke innovatie is, nog meer dan in andere sectoren. Het vergt boven-
                            7    Samenwerking tussen bedrijven bij innovatie is natuurlijk niet beperkt tot optimalisatie in leveringsketens. Het kan daarbij
                                ook gaan om het samen ontwikkelen van nieuwe producten voor afnemers in of buiten de leveringsketen. Dit advies
                                beperkt zich tot ketenlogistiek, integrale verbeteringen in (bestaande) leveringsketens en richt zich dus niet op de ontwik-
                                keling van nieuwe producten.
                         16 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                           dien extra input van niet-technologische kennis, in het bijzonder kennis van
                           samenwerkingsvormen en het opbouwen van vertrouwen tussen partijen.
                           2.2          Hoe staat het met de Nederlandse innovatiecapaciteit
                                        op logistiek gebied, in het bijzonder supply chain
                                        management?
    dynamisch innovatie-   Bij het analyseren van de Nederlandse logistieke innovatiecapaciteit heeft de AWT
systeem gebruikt als kap-  het model van het dynamisch innovatiesysteem, zoals gehanteerd door het
          stok bij analyse ministerie van Economische Zaken, als kapstok gebruikt _ zie figuur 1.
                           Nationale innovatiesystemen
                           In de beleidsontwikkeling rond innovatie is het denken in termen van systemen
                           centraal komen te staan.8 Basisgedachte daarbij is dat er altijd diverse actoren
                           betrokken zijn bij innovatie. Kennis wordt ontwikkeld op verschillende plaatsen,
                           zowel in bedrijven als in kennisinstellingen. Veranderingen bij leveranciers en
                           afnemers of in de regelgeving van de overheid kunnen innovatie mogelijk of
                           noodzakelijk maken. De aanname is dat als al deze elementen samenkomen, het
                           innoverende bedrijf verschillende ontwikkelingen kan combineren, innovatie het
                           meest effectief verloopt. Het systeemdenken gaat er dan ook van uit dat de ver-
                           schillende actoren (bedrijven, kennisinstellingen en overheid) goed op elkaar inge-
                           speeld moeten zijn en het combineren van ontwikkelingen vlot moet kunnen ver-
                           lopen.
                                     In dit systeemdenken heeft de overheid twee rollen: enerzijds is zij actor
                           (kan zelf als afnemer optreden, of regelgeving initiëren, bijvoorbeeld op het
                           gebied van duurzaamheid), anderzijds wordt zij verantwoordelijk geacht voor
                           goede werking van het innovatiesysteem als geheel (kwaliteit van onderwijs en
                           publiek onderzoek, maar ook het wegnemen van belemmeringen in de werking
                           van het systeem). Dat laatste is onderwerp van het innovatie(stimulerings)beleid
                           van de overheid.
                           In dit model wordt in principe alleen gekeken naar nationale partijen. Juist omdat
                           handel en logistiek zich in een internationale context afspelen, is aan het dyna-
internationale context als misch innovatiesysteem een extra element toegevoegd: de internationale context
            extra element  waarin logistieke en verladende bedrijven opereren.9
                            8  Zie onder andere: Innovation in networks, co-operation in national innovation systems, OECD, Parijs (2001)
                            9  Dit advies richt zich op de nationale overheid. De beschrijving van de internationale context beperkt zich dan ook tot de
                               omgeving waarin Nederlandse bedrijven opereren bij hun productie en afzet. Internationale samenwerking binnen _
                               landsgrensoverschrijdende _ ketens en de rol van internationale overheden, zoals de EU, worden buiten beschouwing
                               gelaten.
                        17 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                           In de onderstaande paragrafen worden de verschillende actoren in het logistieke
                           innovatiesysteem systematisch langsgelopen bij het beoordelen van de Nederlandse
                           innovatiecapaciteit op dit gebied. De nummering van onderstaande paragrafen
                           komt overeen met de nummering van actoren in figuur 1.
                           Figuur 1: Dynamisch innovatiesysteem
                           2.2.1 Vraagzijde
                           Het belang van (innovatie in) logistiek wordt vaak beargumenteerd door te wijzen
 wijzigingen in vraagzijde op de dynamiek in de afzetmarkt, ofwel de veranderingen aan de vraagzijde. Snel
maken logistiek complexer  wijzigende wensen en het sterker worden van de behoefte aan een behandeling op
                           maat worden gezien als belangrijke factoren van invloed op het complexer worden
                           van logistiek.
                        18 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                         Trends in supply chains
                         .   Ketenomkering; toenemende vraagsturing in ketens
                         .   Massa-individualisering; segmentering van de vraag
                         .   Het steeds minder voorspelbaar worden van de vraag
                         .   Verschuiving naar just-in-time levering; druk op voorraadkosten
                         .   Schaalvergroting van retailers; vervaging van traditionele sectoren
                         .   Verschuiving van productie naar lage lonenlanden; internationale logistiek
                         .   E-business; tussen bedrijven onderling en in consumentengoederen
                         Zie onder andere Been there, seen that, doing it tomorrow _ een verkennend
                         onderzoek naar de consument in de 21e eeuw10
                         Achtergrond van veel van deze ontwikkelingen is het steeds mondiger worden van
                         consumenten, segmentering en individualisering van de markt en de internationali-
                         sering van bedrijvigheid, handel en productie. Ontegenzeggelijk is een aantal van
maar invloed trends niet deze trends breed geldig. Toch zou het te simpel zijn om te denken dat alle markten
gelijk voor alle markten (business-to-business en business-to-consumer), en alle goederen in gelijke mate
                         getroffen worden door deze ontwikkelingen.
                         Bij het kijken naar logistiek en supply chain management zullen altijd de kenmerken
 verschillen markten en  van goederen en de bijbehorende markten in het oog moeten worden gehouden.
 producten altijd in het .   De belangrijkste factoren blijken daarin te zijn:11
            oog houden   .   Het product _ o.a. fysieke en economische houdbaarheid;12
                         .   De manier waarop men concurreert op deze markt _ op prijs, productkenmerken,
                             branding of servicegraad;
                         .   De 'waardedichtheid'13 van de producten.
                         .   De locatie van productie en markten.14
                         De betekenis van verschillende trends in afzetmarkten en de doorwerking hiervan in
                         leveringsketens moet dus genuanceerd bekeken worden, er kan niet voorbij gegaan
                         worden aan specifieke kenmerken van markten en producten.
                         10 Dialogic in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (2000)
                         11 Zie onder andere Strategische verkenningen voor DGG, RAND Europe (2003) en Excellente logistiek, de optimale
                             combinatie van slimme, gevarieerde en efficiënte netwerken maakt het verschil, Nederland Distributieland (2003).
                         12 Bijvoorbeeld bij versproducten beperkt de 'fysieke' houdbaarheid de mogelijkheden van opslag en transport.
                             Microprocessoren voor PCs zijn een voorbeeld waarbij de economische houdbaarheid erg belangrijk is. De ontwik-
                             keling van (de snelheid van) processoren gaat zo snel, dat het window om een bepaalde versie op de markt te
                             brengen beperkt is en dus snelle aanvoer van het product belangrijk is.
                         13 Onder waardedichtheid wordt verstaan de handelswaarde per eenheid product (bijvoorbeeld kg of m 3). In zijn
                             algemeenheid gesproken maken producten met hogere waardedichtheid duurdere (en snellere) vormen van trans-
                             port mogelijk. Zo is het heel gewoon dat microprocessoren ingevlogen worden, maar wordt voor bulkchemicaliën
                             of cement voor andere vormen van transport gekozen.
                         14 Eén van de overwegingen bij de keuze van productielocaties is de gewenste schaalgrootte van de productie. Als
                             schaalgrootte nauwelijks of niet relevant is voor het productierendement kan voor een gedecentraliseerde produc-
                             tie, dicht bij afzetmarkten, gekozen worden. Als schaalgrootte van bijzonder groot belang is, bijvoorbeeld bij de
                             productie van bulkchemicaliën, zal eerder gekozen worden voor één (grote) centrale productie-locatie.
                      19 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                              Kledinglogistiek
                              Zelfs in homogeen lijkende markten, zoals de kledingindustrie, zijn vaak nog deel-
                              segmenten te onderscheiden, die ieder hun eigen logistiek vereisen. In bovenstaan-
                              de figuur zijn de subsegmenten in de kledingmarkt verbeeld als onderdelen van de
                              product-levenscyclus. De voorspelbaarheid van de vraag en de strategieën voor
                              marktintroductie en bevoorrading verschillen navenant. Trendsetting producten ken-
                              nen een grote afzetonzekerheid (slaat het aan?), maar tegelijkertijd een grote plan-
                              baarheid (de producent zet het product in eenmalige batches in de markt; op=op in
                              deze push strategie). De markt kenmerkt zich door hoge logistieke flexibiliteit met
                              snel opeenvolgende collecties en kleine zendingen.
                              In de groei- of modefase wordt het trendsettende product geïmiteerd en aan de
                              massa aangeboden. De logistieke structuur is tweeledig: productie en eerste aanle-
                              vering in grote batches, gecombineerd met flexibele nalevering in kleinere partijen.
                              In de verzadigings- of basics-fase is inmiddels een stabiele vraag ontstaan. Op basis van
                              historische gegevens zijn afzet, productie en bevoorrading redelijk te voorspellen.
                              Uit: Kledinglogistiek in de mode, Logistieke studie NDL (2003)
                              Dit gezegd hebbende, geldt wel dat logistiek in het algemeen een steeds belangrij-
                              ker aspect van bedrijfsvoering wordt. Bijvoorbeeld door de druk op voorraadkosten,
                              de ontwikkeling dat bedrijven steeds lagere voorraden aanhouden, is het belang
 logistiek wel noodzakelijk   van leverbetrouwbaarheid toegenomen. Bedrijven die niet aan de overeenkomstige
voorwaarde voor meedoen       eisen van afnemers kunnen voldoen, vallen af in de concurrentie. Goede logistiek
           in concurrentie... heeft dus wel degelijk strategische waarde voor bedrijven.15
                              Maar het gaat te ver om te stellen dat logistieke competenties dé concurrentiefac-
   ... maar logistiek niet dé tor voor bedrijven wordt, die factor is waarop zij zich in markten kunnen onder-
    concurrentiefactor voor   scheiden.16 Onverkort geldt echter dat de logistiek op orde moet zijn.
                   bedrijven
                              15 Bedrijven onderkennen dit belang. Dit blijkt ook uit het feit dat logistiek managers zijn 'opgeklommen' in organisaties tot
                                  het niveau direct onder directie of raad van bestuur. Toch is het zeker niet zo dat in alle bedrijven de logistiek manager
                                  direct betrokken is bij strategische beslissingen. In Op weg naar een betere positie van logistiek binnen het bedrijf (EVO,
                                  september 2003) beschrijven Scheffer en Lammers een aantal redenen waarom de voordelen van logistieke verbeteringen
                                  niet altijd doorkomen op het hoogste niveau. Daarbij wordt ook genoemd dat logistiek managers niet altijd goed in staat
                                  zijn om de voordelen te kwantificeren.
                              16 Dit laat onverlet dat bedrijven soms door slimme logistieke concepten een concurrentievoordeel kunnen opbouwen, zoals
                                  Dell bij PCs.
                           20 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                          Conclusies
                          Verschillende veranderingen in afzetmarkten maken logistiek steeds complexer.
                          Daarmee wordt het ook strategisch belangrijker voor bedrijven, al verschilt dat per pro-
                          duct en bijbehorende markt. Het gaat te ver om te zeggen dat logistiek dé concurren-
                          tiefactor voor verladende bedrijven wordt. Wel moet logistiek op orde zijn, is het een
                          belangrijke voorwaarde voor het meedoen in de (internationale) concurrentie.
                          Hoewel een aantal trends brede uitwerking hebben op bedrijvigheid en logistiek,
                          verschillen leveringsketens op essentiële punten van elkaar. Logistieke innovatie zal
                          met die specifieke kenmerken rekening moeten houden.
                          2.2.2 Bedrijfsstructuur
                          In dit advies over de logistieke innovatiecapaciteit is het van belang om, voor zowel
                          verladende als dienstverlenende17 bedrijven, goed inzicht te hebben in de factoren
                          die aanzetten tot innovatie en de kenmerken van bedrijven die het vermogen tot
                          innoveren bepalen. In het onderstaande zullen achtereenvolgens de effecten van
                          bedrijfsgrootte, de betekenis van samenwerking en motieven voor innovatie bespro-
                          ken worden.
                          Bedrijfsgrootte
                          De omvang van bedrijven bepaalt in hoge mate:
                          .    Welk serviceniveau in de operaties een logistieke afdeling of dienstverlener kan
                               leveren en welk ontwikkelingspotentieel men op dat vlak heeft;
omvang bedrijf belangrijk .    Welke mogelijkheden er zijn om te investeren, bijvoorbeeld in de ontwikkeling
    voor mogelijkheden         van hoogwaardige ICT of capaciteiten van medewerkers
               innovatie  .    Welke invloed een bedrijf kan uitoefenen op de samenwerking binnen zijn leve-
                               ringsketen, dus wat het niveau van aansturing, of regie, van de keten kan zijn;
                                      aantal werknemers         018   1-10 10-50        50-200     200-1000       1000 +       aantal bedrijven
                                        vervoer over land    45,3     34,5    15,7          4,0          0,45         0,07                  14.425
                                      vervoer over water     53,2     42,0      3,4         1,2          0,24         0,00                    4165
                                       vervoer over lucht    59,0     30,8      5,1         5,1          0,00         0,00                      195
                              dienstverlening tbv vervoer    41,4     41,0    12,3          4,4          0,95         0,08                    6320
                                           totaal logistiek  45,8     37,3    12,7          3,6          0,54         0,06                  25.105
                           totaal Nederlandse bedrijven      50,7     39,3      7,2         2,2          0,43         0,09                 694.510
                            -   Tabel 1: Grootteverdeling van logistieke bedrijven in percentages van totaal en totaal aantal bedrijven
                                (peildatum 1-1-2002, bron: CBS Statline)
                          17 Onder dienstverlenende bedrijven wordt hier verstaan het geheel van bedrijven dat zich richt op het vervoer en de opslag
                               van goederen voor derden, ongeacht het niveau van de dienstverlening (zie ook kader over PL-niveaus)
                          18 Bedrijven met alleen een directeur/eigenaar, zonder verdere werknemers
                      21  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                           Dwars door alle sectoren heen is het aantal grote bedrijven in Nederland beperkt.
                           De logistieke dienstverlening vormt daarop geen uitzondering. Op de Europese
veel bedrijven met beperk- markt bedraagt het aantal logistieke ondernemingen met meer dan 20.000 werkne-
                te omvang  mers niet meer dan 10, in Nederland heeft alleen TPG/TNT een dergelijke omvang
                           (zie figuur 2).19 In de logistieke sector heeft een relatief groot aantal bedrijven een
                           omvang van tussen de 10 en 200 werknemers, zie tabel 1.
                           Figuur 2: top 25 logistiek dienstverleners met vestigingen in Nederland
                           (bron: NDL&LogistiekKrant, Europese logistieke ondernemingen gerangschikt naar
                           aantal werknemers in Europa). Sommige dienstverleners uit deze lijst hebben zich
                           gespecialiseerd op bepaalde deelmarkten (bijvoorbeeld gekoeld transport), anderen
                           hebben een bredere dienstverlening. De ondernemingen die zich bezighouden met
                           express-leveringen (veel kleine zendingen in een dicht netwerk) zijn groot qua
                           omvang. het merendeel van de Nederlandse logistieke dienstverleners is beduidend
                           kleiner dan de grootste in de lijst.
Nederlandse bedrijven sco- Nederlandse bedrijven scoren, zeker in vergelijking met Europese concurrenten, rela-
                  ren goed tief goed op het gebied van logistieke competenties, ook op het gebied van supply
                           chain management.20 Maar die positie is niet onbedreigd. De beperkte omvang van
                           Nederlandse logistiek dienstverleners maakt hen wel kwetsbaar voor concurrentie
                           van grote buitenlandse logistieke ondernemingen, bijvoorbeeld uit de Verenigde
   maar beperkte omvang    Staten. Deze beschikken over ruimere (ICT-)budgetten en kunnen daardoor sneller
     maakt hen kwetsbaar   en krachtiger inspelen op marktontwikkelingen.21
                           19 Bron: Logistiek Krant (mei 2004).
                           20 De goede internationale reputatie van Nederland op het gebied van logistiek blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Nederland
                               goed scoort op de ranglijsten voor vestiging van distributiecentra van Amerikaanse en Aziatische ondernemingen, die toe-
                               gang zoeken tot de Europese markt (zie onder andere The Netherlands, Excellence in integrating supply chain capabilities,
                               HIDC 2001). De goede reputatie van Nederland op het gebied van logistiek blijkt ook uit het feit dat de logistieke compe-
                               tence centers van (internationaal opererende) consultants vaak gevestigd zijn in Nederland.
                           21 Zie ook Backing winners, p. 65-66.
                        22 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                             Serviceniveau
                             Het niveau van services _ de mate van aansturing van ketenactiviteiten _ dat een
                             logistieke afdeling van een verlader of een logistiek dienstverlener kan leveren,
                             hangt af van de grootte van die afdeling of het totale bedrijf. In zijn simpelste vorm
                             _ zie onderstaand kader _ kan logistiek gezien worden als het regelen van trans-
                             port. Maar, integrale aansturing van ketens vraagt aanzienlijk meer dan alleen trans-
                             port, bijvoorbeeld planning samen met andere partners in de keten.
                             Serviceniveaus van logistieke dienstverlening
                             Bij het karakteriseren van het serviceniveau van een logistiek dienstverlener worden
                             de zogenaamde PL-niveaus gehanteerd. Op niveau 1 vindt er geen uitbesteding
                             plaats maar regelt het bedrijf de logistiek zelf. Naarmate het niveau hoger wordt,
                             neemt de logistiek dienstverlener steeds meer taken op zich. In de praktijk komen
                             echter niveaus hoger dan 3PL nauwelijks voor.
     vermogen om in ICT te   Zeker bij gezamenlijke planning van bedrijven is het vermogen om te investeren in
      investeren belangrijk  nieuwe ICT-systemen een belangrijke factor. Dat vraagt niet alleen om financiële
                             middelen, maar ook om de inzetbaarheid van mensen bij de ontwikkeling en imple-
                             mentatie van die systemen. In de praktijk zijn alleen de grotere bedrijven in staat
                             om die middelen en mensen vrij te maken.
   dienstverleners strategi- 90% van de Europese verladers heeft zijn logistieke activiteiten (geheel of gedeelte-
sche partners, steeds hoger  lijk) uitbesteed. Logistieke dienstverleners hebben zich ontwikkeld van transport-
    niveau dienstverlening   ondernemingen naar ondernemingen die steeds vaker de planning en informatie-
                  gevraagd   voorziening rond de logistieke processen op zich nemen. Logistieke bedrijven zijn
                             daarom voor veel andere bedrijven van toenemend belang. Opvallend is dat
                             Europese organisaties, meer dan Amerikaanse, hun logistieke dienstverleners als
                         23  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                        strategisch partner aanmerken. Zij vragen daarbij ook een steeds hoger niveau van
                        dienstverlening,22 in het bijzonder de inzet van moderne ICT- zie onderstaand kader.
                        3PL: Management van complexe ketens
                        De markt voor 3PL-dienstverlening is momenteel continu aan verandering onderhe-
                        vig. Zowel gebruikers als dienstverleners worden meer ervaren, met als resultaat dat
                        eisen op een hoger niveau komen te liggen. De rol van de 3PL wordt in Europa vaak
                        als strategisch betiteld. Bij de taken die worden uitbesteed op dit niveau ligt de
                        nadruk nog steeds op traditionele diensten als transport en warehousing. Meer
                        geavanceerde diensten, zoals product-retourneren, reparaties uitvoeren en inventory
                        management, zijn echter wel groeiende.
                                  Toekomstige behoeften aan (IT-gerelateerde) diensten van 3PL'ers zijn in
                        West-Europa onder andere: Shipment Tracking / Tracing / Event Management, Web-
                        enabled communications en Supplier Management Systems. De beschikbaarheid van
                        adequate IT-oplossingen vormt steeds vaker een integraal onderdeel van 3PL-dienst-
                        verlening. Duidelijk is dat klanten op bovengenoemd gebied hogere verwachtingen
                        hebben dan de 3PL's op dit moment kunnen waarmaken. Iets meer dan een kwart
                        van de klanten slechts is tevreden over de IT-faciliteiten en vaardigheden die 3PL's
                        hun klanten bieden.
                        Uit: Cap Gemini Ernst & Young, Third Party Logistics (3PL) Study Results and
                        Findings of the 2003 Eight Annual Study (2003).
                        Ontwikkelingspotentieel en absorptiecapaciteit voor kennis in bedrijven
                        Innovatie is mensenwerk. De kennis en vaardigheden van de medewerkers bepalen
                        in hoge mate het innovatiegedrag van bedrijven.23 Die factoren bepalen de aard van
                        de kennis die de bedrijven kunnen inzetten bij veranderingen en het tempo waar-
 aantal hogeropgeleide  mee dat gebeurt. Het aantal hoger opgeleiden in het bedrijf, oftewel het aantal
medewerkers belangrijk  medewerkers dat kennis kan opnemen en omzetten in innovaties, speelt daarbij een
                        belangrijke rol. De mogelijkheid om hoger opgeleiden in dienst te nemen hangt ook
                        weer samen met de bedrijfsomvang.
                        De praktijk is dat alleen de grotere bedrijven hogeropgeleiden in dienst kunnen
                        nemen, die vrijgesteld van de dagelijkse uitvoering, innovatieprojecten kunnen uit-
                        voeren. Het zijn ook deze bedrijven die de middelen hebben om te investeren in
                        geavanceerde ICT-systemen.
                        Het merendeel van de Nederlandse bedrijven kenmerkt zich wat hun logistiek
                        betreft door:
        bedrijven sterk .   Een sterke operationele gerichtheid, zowel van de logistieke dienstverleners als
   operationeel gericht     van de logistieke afdelingen binnen verladende bedrijven. Deze bedrijven zoeken
                        22 'EU enlargement, European Distribution Centers on the move?', Cap Gemini Ernst & Young (September 2003)
                        23 Zie ook AWT-advies nr. 53, Netwerken met kennis, kennisabsorptie en kennisbenutting in bedrijven (november 2003).
                     24 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                               zelf oplossingen voor de dagelijkse logistieke problemen en innoveren in kleine
                               stapjes;
 pas recent meer hogerop-   .  Een beperkte absorptiecapaciteit voor wetenschappelijke kennis. Zo is pas recent
       geleide werknemers      een stijging waar te nemen in het aantal hoger opgeleiden binnen logistieke
                               afdelingen van Nederlandse bedrijven.
                            Invloed in de keten
 marktmacht belangrijk bij  Marktmacht en de positie van een bedrijf in de keten zijn belangrijke factoren bij de
  invoering veranderingen   invloed die zij uit kunnen oefenen op hun leveringsketens, en dus op de mate waar-
                            in zij supply chain management werkelijk kunnen doorvoeren. Grote ondernemin-
                            gen zijn beter in staat om ketenlogistiek op hoog niveau door te voeren. Zij kunnen
                            dwingende afspraken maken met toeleveranciers, ook met bedrijven verderop in de
                            keten. Voor kleinere bedrijven zijn de beïnvloedingsmogelijkheden veel geringer.
SCM op hoog niveau alleen   supply chain management beperkt zich in hun geval vaak tot kleinere delen van een
       voor grote bedrijven leveringsketen, bijvoorbeeld één of twee schakels.24
                            Supply chain management, (nog) niet voor iedereen
                            Onderzoek van de LogistiekKrant en IT Logistiek geeft aan dat van de bedrijven met
                            100-500 medewerkers al 62% en van bedrijven met meer dan 500 medewerkers al
                            71% een strategie met betrekking tot supply chain management (SCM) heeft ont-
                            wikkeld. Bedrijven met minder dan 100 medewerkers blijven echter duidelijk achter,
                            van hen heeft slechts 28% een strategie.25 In een reactie op dit onderzoek wijst
                            Wissink van ASML er op dat, naast bedrijfsomvang, ook de positie in de bedrijfsko-
                            lom van belang is voor de wens om SCM in te voeren. Veel Nederlandse bedrijven
                            werken als toeleverancier. Pas als het niveau van OEM (original equipment manufac-
                            turer) bereikt wordt, zal de behoefte aan SCM toenemen, stelt Wissink. Deze reactie
                            heeft vooral betrekking op de maakindustrie.
                                     In breder verband reageert Wortman (RU-Groningen)26 op de stelling dat het
                            MKB het belang van SCM onderschat met: "Ik denk dat de stelling juist is, alleen al
                            omdat de afnemers van deze kleine bedrijven wel over SCM nadenken. Bovendien
                            denk ik dat de hele economie beweegt in de richting van netwerkorganisaties. Nota
                            bene: misschien denken kleine bedrijven er wel over na, maar niet onder het label
                            SCM."
                                     SCM lijkt dus (nog) niet voor alle bedrijven te zijn weggelegd. Toch kan
                            geconstateerd worden dat SCM, het denken in leveringsketens, meer is dan het
                            laatste buzz word. De onderliggende concepten kunnen een belangrijk kader voor
                            innovatie kan zijn, basis voor verbetering van samenwerking tussen bedrijven; lever-
                            ancier en afnemer. Veel van de problemen in leveringsketens zijn terug te voeren op
                            24 Ook grote bedrijven kunnen beperkte mogelijkheden hebben als ook andere partijen in de keten groot zijn. Daarbij kan
                                gedacht worden aan de chemische industrie of retail. In dergelijke gevallen is innovatie in logistieke concepten ook vaak
                                beperkt tot kleinere delen van ketens, die delen waarin samengewerkt wordt met kleinere bedrijven.
                            25 LogistiekKrant nr. 19, 28 november 2003
                            26 De reacties van Wissink en Wortman zijn te vinden op het discussieforum van zibb.nl
                         25 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                            gebrekkige communicatie en afstemming tussen partijen.27 Dat geldt niet alleen
                            voor de levering van goederen, het onderwerp van dit advies, maar ook voor heel
                            andere sectoren. Zo geeft een analyse van Bakker28 aan dat in de gezondheidszorg
                            belangrijke besparingen te bereiken zijn door invoering van logistieke concepten.
                            Hoewel logistiek dienstverleners voor veel bedrijven belangrijk zijn, ook als bron van
                            innovatie, lijkt hun rol in de aansturing van ketens beperkt. Zij dragen nu eenmaal
mogelijkheden dienstverle-  geen verantwoordelijkheid voor productie en afzet.29 Een rol als ketenregisseur lijkt
    ners als ketenregisseur dan ook niet goed denkbaar.30 Wel kan een dienstverlener frictiepunten in leverings-
                    beperkt ketens verminderen door goederen en informatie efficiënter te laten stromen.
                            Samenwerking
 steeds meer behoefte aan   Vanuit het verladende bedrijfsleven ontstaat steeds meer behoefte aan pan-
  pan-Europese netwerken    Europese logistieke netwerken.31 De handel krijgt immers een steeds internationaler
                            karakter. Er zijn echter nog maar weinig logistiek dienstverleners die een dergelijk
       nu voornamelijk van  netwerk aanbieden. Zo deze er al zijn, zijn zij voornamelijk van buitenlandse (Franse
       buitenlandse origine en Britse) origine.32
                            De samenwerking tussen logistieke bedrijven neemt wel toe, constateren verladers
       meer samenwerking    in de workshops, maar met het oog op de vorming van Europese netwerken, zou
   dienstverleners gewenst  dat versterkt moeten worden. Het lijkt er nu op dat logistieke dienstverleners er
                            moeite mee hebben afwisselend in de rol van hoofd- en onderaannemer op te tre-
                            den en informatie over capaciteit en afzet met elkaar te delen. Terwijl samenwer-
                            king onderling vertrouwen delen van informatie vereist. Een dergelijk proces komt
                            niet gemakkelijk van de grond, vooral niet omdat de markt van logistieke diensten
                            gekenmerkt wordt door lage marges en prijsconcurrentie.33
                            Logistieke bedrijven proberen uit de prijsconcurrentie te komen door het verhogen
  balans tussen samenwer-   van het serviceniveau, het creëren van onderscheidend vermogen en het bieden van
king en concurrentie nodig  een hogere toegevoegde waarde- zie ook onderstaand kader. Samenwerken is in
                            een dergelijke situatie een delicate aangelegenheid tussen allianties op punten van
                            27 Een vermaard fenomeen is het zogenaamde bullwhip effect, dat het eerst in een samenwerking tussen HP en Stanford
                                university beschreven werd. Bij gebrek aan communicatie tussen partijen kunnen orders, voorraden en productie sterke
                                slingeringen vertonen, toenemend van achter naar voor in de keten. Dit kan niet alleen leiden tot problemen met beschik-
                                baarheid, maar ook tot hoge kosten door onnodige voorraden en productiecapaciteit en correctiezendingen. (zie onder
                                andere Hau L. Lee, V. Padmanabhan en Seungjin Wang, The bullwhip effect in supply chains, Sloan Management Review
                                1997(38,3), p. 93-102)
                            28 Het kan ècht, betere zorg voor minder geld, P. Bakker, eindrapport TPG, juni 2004.
                            29 Hier is ook sprake van een andere vorm van 'marktmacht'. Verladers bepalen wat zij uitbesteden en aan wie. Daarmee bepa-
                                len zij ook de ruimte die logistiek dienstverleners hebben om meer te regelen dan transport en warehousing.
                            30 Veilingen, van oorsprong vaak coöperatieve bedrijven, kunnen in sommige gevallen een bijzondere rol spelen. Zo zijn er veilin-
                                gen die leveringscontracten afsluiten met telers en zo dus een meer regisserende rol op zich nemen (bron: Demkes, Raad voor
                                Verkeer en Waterstaat).
                            31 Zie onder andere EU enlargment, European Distribution Centers on the move?, Cap Gemini Ernst & Young, Ernst & Young,
                                September 2003
                            32 In Duurzame mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit van de 3PLP markt (Novem en VROM, 2003) worden enkele voorbeelden
                                gegeven van Nederlandse bedrijven die wel uitgebreide netwerken hebben.
                            33 De OECD concludeert ook dat samenwerking tussen bedrijven moeizaam verloopt als prijsconcurrentie het dominante concur-
                                rentie mechanisme is (zie: 'Innovative clusters, drivers of national innovation systems', OECD (2001))
                         26 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                              algemeen belang en concurrentie op onderscheidende terreinen. Waar logistiek
opbouw vertrouwen sleutel     dienstverleners zich op verschillende marktsegmenten richten (gekoeld transport,
          tot samenwerking    gevaarlijke stoffen etc. of verschillende geografische gebieden), zal samenwerking
                              natuurlijk eenvoudiger zijn. Het opbouwen van vertrouwen, het besef dat samen-
                              werking voor alle partijen voordelen biedt en voordelen eerlijk verdeeld zullen wor-
 neutrale partij kan samen-   den, is de sleutel om hier voortgang te boeken. Een neutrale partij kan daarin een
         werking stimuleren   belangrijke rol spelen.34
                              Nieuwbouw Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen
                              De gebouwen van het UMC St. Radboud worden vernieuwd. Vanaf 2002 is de
                              installateur HVL betrokken bij de nieuwbouw van het kinderziekenhuis. In de oude
                              situatie haalden monteurs de benodigde onderdelen op bij een centraal magazijn
                              van HVL in een loods op het bouwterrein. Dat leidde tot veel onproductieve uren.
                              De leverancier, Technische Unie, bood in overleg met HVL een oplossing aan.
                              Technische Unie heeft een medewerker op het bouwterrein gestationeerd, die niet
                              alleen de voorraad in het centrale magazijn beheert, maar ook mobiele kasten vult
                              voor elke monteur. De samenstelling van de grijpvoorraad in die kasten wordt
                              bepaald in overleg met de HVL-projectleider en verschilt per monteur en werkplek.
                              De samenwerking tussen Technische Unie en HVL leidde tot een besparing van 8%
                              op monteursuren.
                              naar: EVO paper: Ketenlogistiek in de steigers, Lammers, Ploos van Amstel,
                              Schoonderwoerd
    bij verladers trend naar  In het verladende bedrijfsleven, zeker in sectoren waar het product en de branding
        meer samenwerking     dominant zijn in de concurrentiestrategie, is niettemin een trend naar meer samen-
                              werking op logistiek vlak te bespeuren. Deze bedrijven gaan ervan uit dat zij beter
                              op andere dingen dan logistiek met elkaar kunnen concurreren.35
                              Concurrentie en samenwerking
                              Concurrentie, de wens om onderscheidend te zijn, wordt gezien als een belangrijke
                              drijfveer voor innovatie. Samenwerking tussen bedrijven zou daarentegen kunnen
                              leiden tot afscherming van markten en vermindering van innovatie. Vanuit die
                              gedachte zou het stimuleren van samenwerking tussen bedrijven dus ongewenst
                              zijn en zou de overheid zich juist moeten richten op het verhogen van de intensiteit
                              van concurrentie: het wegnemen van belemmeringen voor concurrentie en het zor-
                              gen voor vrije mededinging. Daarbij is echter een aantal kanttekeningen te maken.
                                         Bij samenwerking tussen bedrijven moet onderscheid gemaakt worden tus-
                              sen horizontale samenwerking (samenwerking tussen bedrijven met dezelfde positie
                              in de bedrijfskolom) en verticale samenwerking (bedrijven die complementair zijn,
                             34 De autoriteiten rond de havens van Amsterdam en Rotterdam en rond Schiphol zijn al actief op dit gebied. Zij proberen het
                                 lokale bedrijfsleven bij elkaar te brengen en aan te zetten tot gezamenlijk innoveren.
                             35 Tijdens de workshops werd het voorbeeld van de kledingindustrie genoemd, een industrie die al tientallen jaren werkt met
                                 productie in lagelonenlanden. Bij het transport naar en van die landen is zichtbaarheid van het eigen merk nauwelijks rele-
                                 vant en kan het dus lonen gezamenlijk transport te regelen.
                          27 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                      met verschillende positie in de bedrijfskolom deel uitmaken van een leveringsketen).
                      Juist verticale samenwerking wordt gezien als een goede manier om innovatie te
                      realiseren, met ook minder risico's voor ongewenste markteffecten.36 Niet alleen
                      levert de complementariteit van bedrijven, het kijken over grenzen in de bedrijfsko-
                      lom, vaak nieuwe inzichten op, maar bundeling van de krachten kan ook de nade-
                      len van de beperkte omvang van individuele bedrijven wegnemen: leiden tot vergro-
                      ting van de innovatiecapaciteit.37 Daarnaast is er sprake van een zeker optimum in
                      de relatie tussen innovatie en concurrentie. Niet alleen te weinig concurrentie
                      (monopolie van bedrijven) zou nadelig zijn voor innovatie, maar ook een teveel aan
                      concurrentie kan innovatie remmen.38
                                 Het aanjagen van innovatie door het bevorderen van samenwerking tussen
                      bedrijven vraagt om een delicate balans tussen samenwerking en concurrentie: het
                      onderscheiden van elementen die van algemeen belang zijn voor een bedrijfstak,
                      leveringsketen of de nationale economie (bijvoorbeeld de ontwikkeling van
                      gemeenschappelijke standaarden voor e-business) en elementen die van belang zijn
                      voor concurrentie tussen bedrijven op gelijk niveau in een bedrijfskolom.
                                 In typen bedrijvigheid waarin de concurrentie intensief is, worden ontwikke-
                      lingen vaak snel als concurrentiegevoelig gezien. De bedrijven zien weinig ruimte
                      voor samenwerking op punten van algemeen (en concurrentieongevoelig) terrein,
                      ook al is die er wel. Bij het bij elkaar brengen van bedrijven in samenwerking is het
                      in die gevallen belangrijk dat eerst zichtbaar wordt op welke gebieden men wel kan
                      samenwerken en waar het concurrentiegevoelige van samenwerking begint.39/40
samenwerking tussen   Uit de verschillende gesprekken komt naar voren dat verticale samenwerking in veel
  dienstverleners het gevallen nog wel lukt, zij het vaak op beperkte delen van ketens. Samenwerking
           moeilijkst tussen logistiek dienstverleners wordt als het moeilijkst aangemerkt, bij deze vor-
                      men van samenwerking worden ontwikkelingen het snelst aangemerkt als concur-
                      rentiegevoelig. Vrij algemeen is de mening dat samenwerking tussen verladers meer
                      36 In Kansen door synergie: de overheid en op innovatie gerichte clustervorming (Kamerstukken II 1997/98, 25518 nr. 1, 1
                          september 1997) en Voortgangsrapportage clusterbeleid (brief aan de Tweede Kamer, kenmerk ID/ABC/BA 99017140)
                          worden verschillende (horizontale en verticale) vormen van bedrijfsclusters besproken.
                      37 Toch moet ook bij het opzetten van verticale samenwerkingsverbanden opgelet worden voor ongewenste lock-in effecten. Een
                          verticaal consortium kan zich beperken tot oplossingsrichtingen waarbij alleen partijen uit dat consortium betrokken zijn.
                          Betere oplossingen waarbij niet alle partijen uit het consortium betrokken zijn, maar eventueel wel andere partijen, worden
                          uitgesloten. Dat betekent dat vooral bij de opzet van consortia voldoende openheid moet bestaan voor alternatieve oplos-
                          singsrichtingen.
                      38 Zie onder andere de discussie over concurrentie en innovatie in Werken aan innovatiekracht, eindrapportage projectgroep IBI,
                          pag. 38-39, EZ december 2002
                      39 In mei 2003 heeft Technopolis, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, een aantal clusterprojecten (in essentie
                          samenwerkingsverbanden van bedrijven) geëvalueerd (Evaluatie van het clusterbeleid, eindrapport voor het ministerie van
                          Economische Zaken, Patries Boekholt, Rosalinde Klein Woolthuis, Maureen Lankhuizen, Technopolis, mei 2002). In die evalua-
                          tie worden een aantal factoren genoemd die het succes van samenwerkingsverbanden bepalen. Voorop staat een gedeelde
                          visie en de wil tot samenwerken. Voor samenwerkingsverbanden rond logistiek voegt het ministerie van EZ daar nog aan toe
                          dat het belangrijk is dat er een partij deelneemt die de marktmacht heeft om uiteindelijk ook vernieuwingen door te voeren.
                          Overigens werd in de evaluatie van Technopolis ook vastgesteld dat EZ de samenwerkingsverbanden te vroeg los liet, op het
                          moment dat er nog geen vertrouwen was ontstaan tussen de potentiële partners.
                      40 (Business) games kunnen helpen bij het zichtbaar maken van de voordelen van samenwerking. In haar eindrapport constateert
                          KLICT dat Nederlandse kennisinstellingen, internationaal gezien, sterk zijn in de ontwikkeling van dergelijke games. KLICT pleit
                          voor meer inzet van dit middel.
                   28 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                            mogelijkheden biedt dan tot nu toe benut worden. Zeker in de retail is het zeer
                            gebruikelijk dat verladers _ met verschillende, niet concurrerende producten _
                            dezelfde afnemers bedienen. Daar zou bundeling van logistieke netwerken kunnen
                            leiden tot belangrijke voordelen _ zie ook onderstaand kader _, terwijl dit geen
                            gevolgen heeft voor de onderlinge concurrentiepositie.
                            Bundeling van ladingsstromen: Kimberley-Clark en Lever Fabergé
                            De bedrijven Kimberley-Clark en Lever Fabergé beleveren beide retailers. In de oude
                            situatie waren de goederenstromen van beide bedrijven volledig gescheiden. Elk van
                            hen leverde direct aan de distributiecentra van de retailers. In samenwerking met de
                            logistiek dienstverlener Hays werd overgegaan tot bundeling van de stromen via een,
                            door Hays beheerd, manufacturer's consolidation center. Beide leveranciers hebben
                            voorraden in dit center, van waaruit de retailers, in gecombineerde stromen, beleverd
                            worden. Niet alleen leidde dit tot kostenbesparingen in de orde van 5-10%, maar ook
                            tot een verbetering van de leverbetrouwbaarheid en leverflexibiliteit.
                            naar praktijkcase EVO SCM-netwerk (www.evo.nl)
                            Motieven voor innovatie in ketenlogistiek
                            Het optimaliseren van ketens biedt bedrijven verschillende voordelen, maar de
 belangstelling verladers   belangstelling van verladers daarvoor is niet altijd groot. Vaak wordt logistiek nog
 voor logistiek niet altijd als louter kostenpost gezien. Het kost daarom nogal wat moeite om verladers te
                     groot  overtuigen van het nut van innovatie op dat gebied. Niettemin onderkennen de
                            meeste verladende bedrijven wel het belang van logistiek voor hun eigen prestaties,
                            en onderschrijven zij de stelling dat logistiek voor hen belangrijker wordt. Het is ook
                            zeker niet zo dat de beslissingen ten aanzien van logistiek louter gedreven zijn door
 kosten altijd belangrijk,  financiële overwegingen. Kosten zijn altijd belangrijk, maar voorop lijkt te staan dat
maar goed serviceniveau     er een goed serviceniveau geleverd wordt. Het gaat dan bijvoorbeeld om lever-
             staat voorop   betrouwbaarheid en -flexibiliteit.
                            Daarnaast is er een maatschappelijk, of collectief, belang bij het optimaliseren van
                            leveringsketens. Immers, inefficiënte goederenstromen hebben negatieve effecten
    ook maatschappelijk     op ruimtebeslag en milieu (duurzaamheid). Ook kan een mismatch tussen orders en
belang bij optimalisering   productie leiden tot vernietiging van goederen, het opruimen van incourante of
                    ketens  beperkt houdbare voorraden. Tot slot zijn er ook verschillende veiligheidsissues
                            gekoppeld aan (internationale) logistiek.
                            Er zijn in Nederland (en internationaal) nauwelijks partijen die de hele keten over-
                            zien. Noch zijn er veel partijen die zich probleemeigenaar voelen voor 'de totale
maar weinig partijen met    kosten in de keten'. Sterker nog, er zijn ook partijen die belang hebben bij frictie-
      zicht op hele keten   punten in ketens, omdat het wegnemen van die fricties hun bron van inkomsten
                            vormt. Het is dan ook voor alle partijen moeilijk om boven het niveau van optimali-
                            satie van individuele schakels in de keten uit te stijgen.
                        29  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                       Conclusies
                       .   90% van de Europese verladers heeft zijn logistieke activiteiten (geheel of
                           gedeeltelijk) uitbesteed. Logistieke dienstverleners vervullen dan ook een belang-
                           rijke rol in veel ketens en kunnen een bron van innovatie zijn. Het is gezien hun
                           beperkte rol in de productie en afzet van goederen, echter niet aannemelijk dat
                           zij snel de rol van ketenregisseur op zich kunnen nemen.
                       .   Nederlandse bedrijven, zowel logistiek dienstverleners als logistieke afdelingen in
                           het verladende bedrijfsleven, zijn sterk operationeel gericht. Zij innoveren in klei-
                           ne stapjes.
                       .   Pas recent is het aantal hoger opgeleiden in de logistieke sector toegenomen. Dat
                           betekent dat de absorptiecapaciteit voor wetenschappelijke kennis nog beperkt is.
                       .   supply chain management op het hoogste niveau lijkt slechts weggelegd voor
                           een klein aantal bedrijven. Alleen grote ondernemingen uit het verladende
                           bedrijfsleven verkeren in een positie dat zij werkelijk invloed kunnen uitoefenen
                           op gehele ketens. Toch moet supply chain management als meer dan het laatste
                           buzz word worden aangemerkt. De onderliggende concepten kunnen een
                           belangrijk kader voor innovatie zijn; verbetering in de samenwerking tussen
                           leveranciers en afnemers.
                       .   Er is toenemende behoefte aan samenwerking tussen logistieke dienstverleners
                           om tot een betere, pan-Europese, dekking in netwerken te komen.
                           Samenwerking kan ook een goed middel zijn om de nadelen van de beperkte
                           omvang van bedrijven te compenseren: de innovatiecapaciteit te versterken.
                       .   Samenwerking tussen bedrijven komt moeizaam tot stand, ontwikkelingen
                           worden al snel als concurrentiegevoelig beoordeeld. De verschillende gespreks-
                           partners beoordelen samenwerking tussen logistiek dienstverleners als het meest
                           problematisch. Samenwerking tussen verladers lijkt meer mogelijkheden te
                           bieden dan tot nu toe worden benut, concurrentiegevoeligheid kan bij samen-
                           werking minder aan de orde zijn.
                       .   Bij de inrichting van logistieke netwerken blijven kosten altijd belangrijk, maar
                           zijn zeker niet de enige factor; zaken als leverbetrouwbaarheid en -flexibiliteit
                           kunnen belangrijker zijn.
                       .   Er is een maatschappelijk belang bij het optimaal inrichten van logistieke ketens.
                           Het biedt namelijk mogelijkheden de negatieve effecten van logistiek op ruimte
                           en milieu te beperken.
                       2.2.3 Onderwijs
                niveau Bedrijven beoordelen het algemene niveau van instromende medewerkers als goed.
        onderwijs goed Daaruit kan worden afgeleid, dat het niveau van het onderwijs in de logistiek op
maar vernieuwing nodig peil is. Wel lijkt er vernieuwing in het onderwijs nodig te zijn; studenten krijgen
                       vaak nog dezelfde leerstof als 10 jaar geleden. Vernieuwing van de leerstof kan bij-
                       dragen aan een innovatief klimaat in de sector.
                    30 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                              Rond de instroom in het onderwijs zijn een aantal probleempunten aan te geven:
                              .   lage aantrekkelijkheid van de logistieke sector: in de periode tot 2008 verwacht
                                  het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) een vraag van 4900
                                  mensen met een HBO-opleiding in het profiel 'vervoer en logistiek', terwijl de
                                  verwachte instroom maar 2600 bedraagt.41/42
                              .   Toename van breed opgezette opleidingen. supply chain management heeft een
 SCM vraagt om multidisci-        multidisciplinair karakter en vraagt dus om een zekere breedte, maar die breedte
        plinaire benadering       moet wel gecombineerd zijn met goede diepgang in de onderliggende discipli-
                                  nes. Bedrijven signaleren dat bij de huidige vorm van verbreding van opleidingen
                                  de diepgang verloren dreigt te raken. Ook in onderwijsvisitaties wordt geconsta-
                                  teerd dat de onderbouwing vanuit de onderliggende disciplines niet overal op
                                  orde is.43
                              Vanuit het ICES/KIS2 samenwerkingsverband KLICT is een aantal onderwijsleergan-
 monodisciplinaire opbouw     gen in de logistiek ontwikkeld. Volgens KLICT levert de mono-disciplinaire opbouw
  universiteiten hinderpaal,  in het onderwijs, vooral van universiteiten, belemmeringen op voor het inpassen van
   hogescholen en business    de multidisciplinaire leerstof in de normale curricula. Het ziet daarvoor meer moge-
           schools flexibeler lijkheden binnen MBA-opleidingen van business schools.44 Hogescholen blijken in
                              dat opzicht ook flexibeler.45
                              De BaMa-structuur46 aan universiteiten biedt tegenwoordig mogelijkheden om een
                              Masterprogramma in supply chain management te ontwikkelen.47 Daarin kan men een
BaMa structuur universitei-   goede invulling geven aan het multidisciplinaire karakter van logistiek, met name de inbreng
   ten biedt mogelijkheden    van gamma-disciplines. op het gebied van alliantievaardigheden en samenwerking.
                              Conclusies
                              .   Onderwijs in (keten-)logistiek is gebaat bij modernisering. Het multidisciplinaire
                                  karakter behoeft daarin de nodige aandacht, met name de inbreng van gamma-
                                  disciplines.
                              .   Hogescholen en Business schools zijn tot nu toe flexibeler in het aanbieden van toe-
                                  gesneden logistieke opleidingen. De BaMa-structuur aan universiteiten biedt echter
                                  een goede kans voor het ontwikkelen van een Masters opleiding in supply chain
                                  management, met een goede invulling van het multidisciplinaire karakter.
                              41 Vergelijkbare cijfers voor universitair geschoolden zijn niet beschikbaar.
                              42 Ook rond de uitstroom van studenten constateren de gesprekspartners een probleem. Studenten zijn eerder geneigd om
                                  in dienst te treden bij (grotere) verladers dan bij logistiek dienstverleners.
                              43 Zie onder andere de visitatierapporten 'Technische bedrijfskunde en Technische bestuurskunde', maart 2004 en
                                  'Economie', juni 2003. De visitatierapporten zijn redelijk positief over de kwaliteit van het onderwijs in logistiek. Maar er
                                  worden wel kanttekeningen geplaatst bij de verknoping met sociale wetenschapsdiciplines.
                              44 Een voorbeeld is de EMLog 'executive master' (postacademische) opleiding die de Vereniging Logistiek Management (vLM
                                  Logistiek college), in samenwerking met de TIAS Business school organiseert.
                              45 HAS Den Bosch en INHolland hebben recentelijk lectoren Netwerkkunde aangesteld, de Hogeschool Arnhem/Nijmegen
                                  een lector Logistiek in allianties.
                              46 Het opdelen van universitaire studies in twee fasen: de Bachelor (3 jaar) en de Masters (1 of 2 jaar) fase.
                              47 Er zijn wel master-opleidingen op het gebied van logistiek, maar die omvatten niet alle elementen die van belang zijn voor
                                  supply chain management: een combinatie van verschillende disciplines op zowel het gebied van planning en besturing als
                                  de zachtere kanten (alliantievaardigheden en alliantiemanagement).
                          31  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                           2.2.4 Onderzoek aan Nederlandse universiteiten
kwaliteit onderzoek goed   Het Nederlandse onderzoeksveld op het gebied van logistiek is overzichtelijk en
                           goed georganiseerd. Het gaat om een beperkt aantal mensen dat elkaar zonodig
                           weet te vinden. De aansluiting op het internationale onderzoeksveld lijkt in orde te
                           zijn. Het niveau van het logistieke onderzoek aan de Nederlandse universiteiten is,
   maar sterk accent op    op deelterreinen, goed.48 Wel ligt er in Nederland een sterk accent op infrastructuur
              'harde' kant en het 'exacte' deel van (keten-) logistiek: plannings- en besturingsmodellen (zie
                           ook onderstaand kader). De laatste soort onderzoek beweegt zich op het snijvlak
                           van wiskunde, bedrijfseconomie en econometrie.49
                           Ketennetwerken
                           In deze representatie van logistieke ketennetwerken worden 4 deelsystemen onder-
                           scheiden: de operationele laag (de leveringen), de financiële laag, de informatielaag
                           en de laag van de onderlinge relaties. In het Nederlandse onderzoek bestaat relatief
                           veel aandacht voor de operationele laag, beperkte aandacht voor de financiële en
                           informatielaag en weinig aandacht voor de relationele laag.
                           Bron: Keten- en netwerkkunde op koers, eindrapportage van het project KLICT
                           De kern van ontwikkelingen op het gebied van supply chain management is samen-
                           werking van bedrijven in leveringsketens. Al eerder is gesignaleerd dat alliantie-
                           vaardigheden en kennis van samenwerkingsverbanden meer aandacht zou moeten
                           krijgen in het Nederlandse onderzoek.50
 vooruitgang geboekt op    Met KLICT heeft de Nederlandse kennisinfrastructuur, in de laatste jaren, vooruit-
           'zachte' kanten gang geboekt op het gebied van 'keten- en netwerkkunde', de zachtere kanten van
                           supply chain management.De verankering van de ontwikkelde kennis is echter niet
                            48 Zie ook de visitatierapporten van de verschillende onderzoeksgroepen, waaonder 'Business administration and manage-
                               ment' (december 2002) en 'Technology and management' (mei 2004)
                            49 In dit verband wordt de afname van het aantal studenten in 'hardere' vakken als wiskunde en econometrie als een
                               bedreiging voor het Nederlandse onderzoek gezien.
                            50 In Vertrouwen van groot belang voor innovatie (Staatscourant, 6 september 2004) stelt ook B. Nooteboom dat vertrou-
                               wen van groot belang is voor samenwerking en innovatie, maar dat de wetenschap hier nog maar weinig aandacht aan
                               besteed. "In de sociologie ontstond er pas 30 jaar geleden belangstelling voor. De economische wetenschap verwaarloost
                               vertrouwen nog steeds en in de managementliteratuur overheerst een chaos aan inzichten en meningen".
                        32 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                             verzekerd.51 Er is wel degelijk ontwikkeling van nieuwe samenwerkingsverbanden
                             tussen kennisinstellingen waar te nemen, maar de vraag is of daarmee het gehele
                             terrein van keten- en netwerkkunde afgedekt wordt.52 Juist omdat het tot stand
 maar verankering kennis     komen van samenwerking tussen bedrijven zo moeizaam verloopt is verdere ont-
            niet verzekerd   wikkeling van kennis over samenwerkingsrelaties, bij uitstek in de logistiek, van
                             groot belang. Hoe kan samenwerking het best gestimuleerd worden? Wat zijn de
                             critical success factors bij samenwerking en welke vaardigheden van personen en
                             organisaties zijn nodig voor het opbouwen van goede samenwerkingsverbanden?53
                             Een mogelijke drempel voor de aansluiting tussen bedrijven en het logistieke onder-
                             zoek aan universiteiten, is het feit dat de laatste voornamelijk monodisciplinair zijn
                             ingericht. De afrekenmechanismen voor onderzoek zijn daar ook grotendeels op ont-
                             worpen. Keten- en netwerkvorming vergen echter een multidisciplinaire aanpak.54
    benutting kennis blijft  Hoewel het kennisniveau aan de Nederlandse universiteiten door de bank genomen
                    achter   dus van goede kwaliteit is, blijft de benutting van de door onderzoeksinstellingen
                             gegenereerde kennis door bedrijven achter. Door de sterke operationele gerichtheid
                             en het lage aantal hoger opgeleiden in het gemiddelde bedrijf blijkt het moeilijk
grote kloof tussen aanbod    voor universiteiten om in de kennisbehoefte van dat bedrijf te voorzien. De kloof is
 en operationele behoefte    daarvoor vaak te groot.
                             Er is overigens wel sprake van enige samenwerking tussen bedrijven en kennisin-
                             stellingen: grotere bedrijven geven gastcolleges en sommige bedrijven bieden stage-
                             plaatsen aan voor universitaire stagiaires.
                             Dat laatste wordt overigens als een belangrijk wervingsinstrument voor personeel
                             gezien. Omgekeerd hebben universiteiten vaak behoefte aan praktijkcases voor
                             onderzoek en onderwijs.
                             Kennis, make or buy?
                             Het ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt de expliciete vraag "of logistieke
                             expertise in het buitenland 'ingekocht' kan worden of nationaal beschikbaar moet
                            51 Interview met Paul van Hal, directeur KLICT. KLICT legt de ontwikkelde kennis vast in een serie boeken. Voor daadwerke-
                                lijke verankering is echter voortzetting van het onderzoek in kennisinstellingen en samenwerkingsverbanden tussen bedrij-
                                ven en kennisinstellingen nodig.
                            52 Er is een aantal voorbeelden te vinden. Zonder volledig te willen zijn, kunnen de volgende genoemd worden: Wageningen
                                Universiteit heeft het Wageningen Expertcentrum Keten Kennis (WECKK) opgericht, voortbouwend op het DLO onder-
                                zoeksprogramma's 'Ketens en Logistiek'. WECKK coördineert onderzoek. Het accent daarbij ligt zwaar op agroketens. In
                                Eindhoven richt het onderzoeksinstituut ECIS zich op de ontwikkeling van netwerken van bedrijven en alliantiemanage-
                                ment.
                            53 In De positie van Nederlandse bedrijven in innovatienetwerken (A.P. de Man en G.M. Duysters, EZ onderzoeksreeks, 2003)
                                wordt een vergelijking gemaakt tussen samenwerkingsverbanden in o.a. de VS, Japan en Nederland. Daarin zijn duidelijke
                                verschillen aan te geven, zoals de professionalisering van het management van samenwerkingsverbanden en de rol die
                                contracten en joint ventures spelen.
                            54 Bron: Keten- en netwerkkunde op koers, eindrapportage van het project KLICT (2004). Zie ook AWT advies Netwerken
                                met kennis (2003)
                        33  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>    zijn" (zie ook bijlage 1). Bij de beantwoording van die vraag moet een onderscheid
    gemaakt worden tussen ontwikkeling en benutting van kennis.
               De praktijk is dat kennisontwikkeling internationaal is. Ontwikkelingen gaan
    snel en steeds vaker ontstaan de nieuwe inzichten op raakvlakken van disciplines.
    Het is vrijwel niet voorstelbaar dat een land het totale veld van logistiek kan bestrij-
    ken. Deel uitmaken van internationale netwerken is dan ook belangrijk.55 Zoals hier-
    boven aangegeven is die aansluiting er op de gebieden waarin Nederlandse kennis-
    instellingen actief zijn.56
               Het tweede element is kennisbenutting. Kennis die, via internationale con-
    tacten, tot ons komt, moet kunnen worden geïnterpreteerd en omgezet in toepas-
    singen. Dat vraagt dus om een zeker absorptievermogen voor kennis.
    Kennisinstellingen spelen hierin een belangrijke rol. Enerzijds moeten zij in staat zijn
    om nieuwe kennis te integreren in hun onderzoeksprogramma's, anderzijds moet
    die kennis ook worden overgedragen aan studenten die uiteindelijk in bedrijven de
    kennis kunnen toepassen.
    Deze noties combinerend, ontstaat het beeld:57
    - Het is belangrijk dat onderzoeksgroepen actief deelnemen aan internationale
        netwerken; haal nieuwe kennis waar die gehaald kan worden
    - Absorptievermogen moet lokaal goed verzorgd zijn, zowel in kennisinstellingen
        als in bedrijven. Bij het laatste speelt de opleidingsfunctie van studenten een
        belangrijke rol.
    Conclusies
    .  Ook in de logistiek lijkt sprake te zijn van de zogenaamde 'Europese paradox':
        het onderzoek van universiteiten is doorgaans van goede wetenschappelijke kwa-
        liteit, maar de benutting door bedrijven van wetenschappelijke kennis blijft ach-
        ter. De kloof tussen de kennisontwikkeling enerzijds en de operationele kennis-
        behoefte van bedrijven anderzijds is groot.
    .  Kennisontwikkeling op het gebied van logistiek veronderstelt een multidiscipli-
        naire aanpak. Dat sluit slecht aan bij de, in hoofdzaak, mono-disciplinaire inrich-
        ting van universiteiten.
    .  Verankering van ontwikkelde kennis verdient aandacht. De met ICES/KIS2 gelden
        ontwikkelde kennis en netwerken moeten geborgd worden, een plaats vinden in
        onderzoeksprogramma's aan kennisinstellingen en in samenwerkingsverbanden
        tussen kennisinstellingen en bedrijven.
   55 In The world should share its science (Financial Times 25 augustus 2004) stellen Caroline Wagner en Yee-cheong Lee dat
       het voor geen enkel land, zelfs niet voor de VS, meer mogelijk is om een wetenschapsgebied volledig te domineren. De
       ontwikkelingen gaan te snel en zijn te breed. Bovendien ontstaan innovaties steeds vaker op grensvlakken van disciplines.
       Wagner en Lee constateren dan ook dat landen weg moeten van het idee van kennisontwikkeling als een race between
       nations en zich moeten richten op deelname aan en benutting van internationale netwerken.
   56 Een andere vorm van deelname in internationale netwerken is natuurlijk te vinden in multinationale ondernemingen, die
       via hun diverse locaties aansluiting hebben bij locale kennisinstellingen. Via, vaak ondernemingsbrede, ontwikkelingspro-
       gramma's wordt die internationaal verkregen kennis gecombineerd.
   57 Zie ook AWT-advies nr. 57, Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte, strategisch kader voor de internatio-
       nalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid, januari 2004.
34 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                              .  Het antwoord op de vraag of logistieke expertise nationaal beschikbaar moet zijn
                                 of internationaal kan worden ingekocht moet in twee delen gesplitst worden.
                                 Kennisontwikkeling is internationaal en goede deelname aan internationale net-
                                 werken is dan ook belangrijk. Kennisabsorptievermogen moet lokaal goed geor-
                                 ganiseerd zijn.
                              2.2.5 Intermediairen
veelheid van specialistische  Op het terrein van de logistiek kent Nederland een groot aantal intermediaire
            intermediairen    partijen, die onder andere tot taak hebben de kennisoverdracht naar bedrijven te
                              verzorgen. Elk van de intermediaire partijen heeft een eigen specialisme. Dat bete-
                              kent dat deze partijen bedrijven zelden een totaaloplossing voor een concrete
bedrijven moeten specialis-   logistieke opgave kunnen bieden. Daarnaast constateren bedrijven dat de inter-
        men zelf integreren   mediairs meestal over weinig operationele kennis beschikken. De bedrijven moeten
                              de verschillende specialistische oplossingen en operationele kennis zelf integreren.
                              Dat impliceert weer dat alleen grotere bedrijven op basis van de input van inter-
                              mediaire partijen in staat zijn tot innovaties van enige omvang en reikwijdte. Dit
                              sluit aan bij de eerdere constatering dat slechts een handjevol grotere logistiek
    daardoor innovatie van    dienstverleners (en verladende bedrijven) in staat is tot zelfstandig innoveren. De
 enige omvang voorbehou-      kleinere zijn aangewezen op uitrol van de nieuwe ontwikkelingen bij grotere con-
    den aan grote bedrijven   currenten. Dat vindt bijvoorbeeld plaats wanneer zij voor grotere dienstverleners
                              werken.
                              Partijen met een rol in kennisoverdracht
                              .  TNO (Inro) fungeert nauwelijks als partner voor afzonderlijke bedrijven met een
                                 logistiek probleem. Het richt zich vooral op brancheorganisaties in de logistiek.
                              .   Brancheorganisaties treden meer op als algemene belangenbehartiger voor de
                                 logistieke sector, dan als initiator en bron van kennis voor innovatie.
                              .   Connekt, KLICT en Transumo worden door bedrijven gezien als 'neutrale' ont-
                                 moetingsplaatsen. Het organiseren van netwerken, in een omgeving waarin
                                 samenwerking tussen bedrijven niet vanzelfsprekend is, heeft waarde.
                              .   TRAIL, de onderzoeksschool waarin de universiteiten van Delft, Rotterdam en
                                 Groningen samenwerken. Het onderzoeksprogramma van deze onderzoeksschool
                                 heeft een sterk accent op de inrichting van logistieke netwerken en infrastructu-
                                 rele en ruimtelijke aspecten. TRAIL is actief in netwerken als Connekt en
                                 Transumo, maar wordt door bedrijven minder als directe partner gezien.
                              .  ATO-DLO en de stichting AKK, hebben een sterke focus op agrologistiek, maar
                                 met potentieel uitstraling naar andere sectoren.
                              .   Commerciële intermediairs, in het bijzonder ICT leveranciers, kunnen ook een
                                 rol spelen in de kennisoverdracht. De samenwerking met ICT-leveranciers is ech-
                                 ter niet vrij van problemen. De frontline-ontwikkelingen moeten de bedrijven zelf
                                 ter hand nemen. Grote ICT-leveranciers, zoals SAP, vinden de logistieke markt
                          35 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                namelijk te klein voor de ontwikkeling van specifieke toepassingen. Deze situatie
                                is overigens niet uniek voor Nederland, maar geldt ook voor de rest van Europa
                                en de VS.
                            .    Publiek-private samenwerkingen Rond Schiphol en de Rotterdamse haven
                                hebben de verschillende betrokken partijen gezamenlijk stichtingen opgericht om
                                softwareontwikkelingen op maat te begeleiden. Deze vervullen een intermediaire
                                rol voor de main ports, ook wat kennisoverdracht betreft.
                            .  Hogescholen zijn het meest aangewezen om een grotere rol te spelen in de ken-
                                nisoverdracht naar met name kleinere bedrijven met logistieke vragen. Gezien de
                                beperkte absorptiecapaciteit van de laatste, kan ook hier de kloof nog erg groot
                                zijn.
                            .  Collega's en andere partijen in leveringsketens blijven een belangrijke bron van
                                kennis, bijvoorbeeld waar het gaat om operationele zaken. Als zodanig hebben
                                deze concullega's een intermediaire rol.
behoefte aan intermediair   Er is wel behoefte aan een partij die verschillende kennisdomeinen integreert en op
   die kennis combineert    die manier kennis geschikt maakt voor toepassing door bedrijven.58 Immers, de
                            kloof tussen wetenschappelijke kennis enerzijds en de absorptiecapaciteit daarvoor
                            bij bedrijven anderzijds, is groot.
                            Een publiek-privaat instituut supply chain management, volgens het model van de
                            TTI's,59 lijkt wat organisatiemodel betreft geschikt voor deze functie. Op dit moment
   model TTI niet geschikt  is dat echter nog te hoog gegrepen, de kloof tussen universitaire kennis en (operati-
 voor logistieke innovatie  onele) kennisbehoefte en kennisabsorptievermogen van bedrijven is te groot.
                            Eerdere pogingen om universiteiten en bedrijven bij elkaar te brengen (zoals
                            Connekt en KLICT) hebben wel nieuwe kennis en samenwerkingsverbanden tussen
                            kennisinstellingen onderling opgeleverd, maar weinig duurzame samenwerking tus-
                            sen kennisinstellingen en bedrijven.
                            Conclusies
                            .  De rol van intermediaire partijen in de logistiek is beperkt waar het innovatie
                                betreft. Zij zijn niet in staat totaaloplossingen te bieden en beschikken doorgaans
                                over te weinig operationele kennis. Bedrijven moeten daardoor de kennis uit ver-
                                schillende bronnen zelf combineren. Innovaties van enige reikwijdte zijn dan ook
                                voorbehouden aan grotere bedrijven.
                            .  Collega's en andere partijen uit de leveringsketens vormen een belangrijke bron
                                van informatie. Neutrale ontmoetingsplaatsen of -gelegenheden (netwerkvor-
                                ming) ondersteunen informatie-uitwisseling tussen concullega´s.
                            .  Er is behoefte aan een intermediaire partij die kennis uit verschillende expertise-
                                gebieden van logistiek kan integreren en geschikt maakt voor toepassing in
                           58 Zie onder andere Binnenlandse (multimodale) verplaatsingsnetwerken, bouwstenen voor een programma, Buck
                               Consultants, (2001).
                           59 TTI = technologisch topinstituut een (publiek-privaat) samenwerkingsverband tussen bedrijven en kennisinstellingen waar-
                               in gezamenlijke onderzoeksprogramma's worden opgezet.
                       36  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                bedrijven. Een dergelijke partij zou moeten aansluiten bij de competenties van
                                bedrijven en primair de ambitie moeten hebben om die competenties op een
                                hoger plan te brengen.
                            .  Vooralsnog lijkt wat betreft kennisoverdracht op het terrein van de logistiek een
                                grotere rol weggelegd voor de hogescholen dan voor universiteiten.
                            2.2.6 Randvoorwaarden en infrastructuur
                            Op het vlak van de randvoorwaarden of de zorg voor infrastructuur is een aantal
                            punten te noemen die van belang zijn voor innovatie in de logistiek. Congestie op
                            de wegen is natuurlijk een belangrijk punt van zorg in dit verband, maar valt buiten
                            het bestek van dit advies.60 Hier gaat de AWT in op andere voorwaarden die de
                            logistieke innovatiecapaciteit van ons land beïnvloeden.
                            Standaarden
   standaarden belangrijk   Op verschillende punten ontbreken (internationale) standaarden, zoals voor afmetin-
            voor innovatie  gen van laadeenheden of voor gegevensuitwisseling. Vooral het komen tot stan-
                            daarden voor informatie- en gegevensstromen is op het moment van groot belang
                            voor vernieuwing in de logistiek. Uit de aard der zaak moeten standaarden in inter-
 actievere opstelling over- nationaal, minimaal Europees, verband worden afgestemd. Nederlandse partijen
             heid gewenst   kunnen daarin, vanuit onze sterke positie in de Europese logistiek, het voortouw
                            nemen. Wat betreft standaarden is er behoefte aan interventies op twee niveaus:
                            een integrerend proces op nationaal niveau en belangenbehartiging op Europees
                            niveau. Bedrijven vragen de overheid hierin een actieve rol te spelen.61
                            RFID infrastructuur
RFID belangrijke innovatie  Radio-frequency identification (RFID) biedt een goede mogelijkheid om de trans-
                            parantie en stuurbaarheid van ketens te verhogen. Bijvoorbeeld doordat het nauw-
                            keurige informatie kan genereren over de locatie van bepaalde goederen (tracking
                            and tracing). Voor de logistieke sector lijkt dit een belangrijke innovatie te zijn.
 infrastructuur nodig voor  Individuele bedrijven zullen echter niet gauw investeren in de infrastructuur die
                 invoering  nodig is voor een effectieve invoering van RFID. Hier lijkt een rol te liggen voor de
                            overheid. Een voorbeeld waarin het ministerie van Verkeer en Waterstaat al actief
                            betrokken is bij de ontwikkeling van RFID is het rivierinformatiesysteem voor de
                            beroepsvaart.62
                            60 In het advies 'Logistieke uitdagingen voor de Nederlandse economie, van visie naar actie', gaat de Raad van Verkeer en
                                Waterstaat uitgebreid in op congestie en knelpunten in de fysieke infrastructuur en regelgeving voor transportmiddelen.
                            61 Deze oproep kwam in de workshops zowel van verladend bedrijfsleven als van logistiek dienstverleners.
                            62 De inzet van de overheid is vooral vanuit overwegingen van veiligheid (security).
                        37  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                              Integrale financiering van pilotprojecten
pilotprojecten sleutelrol bij Pilots vervullen vaak een sleutelrol bij de invoering van nieuwe logistieke concepten.
        overtuigen partijen   Zij zijn nodig om partijen te overtuigen van de waarde van een nieuw concept. De
                              mogelijkheden en bereidheid van bedrijven om te investeren in dergelijke pilots is
                              echter, door de lage marges in de sector, beperkt.
                              Maar ook de subsidiemogelijkheden vanuit de overheid blijken voor dergelijke pro-
          maar financiering   jecten beperkt te zijn. Bestaande regelingen sluiten niet aan bij projecten die als
                 moeizaam     kerndoelstelling het versterken van de concurrentiepositie van bedrijven hebben. De
                              regelingen van de overheid hebben niet logistiek als concurrentiefactor van bedrij-
                              ven tot uitgangspunt, maar veeleer het verbeteren van duurzaamheid of het beper-
                              ken van transportbewegingen. Alleen waar delen van pilotprojecten aansluiten bij
                              dergelijke doelen, wordt momenteel subsidie verstrekt, integrale financiering blijft
                              problematisch.63
in verleden veel pilots met   Zowel door verschillende gesprekspartners als in het rapport van Buck Consultants64
             weinig impact    en een advies van de Raad van Verkeer en Waterstaat65 wordt geconstateerd dat er
                              in het verleden al veel pilots zijn geweest, maar dat de impact van die pilots beperkt
                              is gebleven. Zij leidden meestal niet tot invoering van de gedemonstreerde concep-
                              ten. De conclusie is dat pilots nog teveel worden benaderd als een volgende stap in
                              het onderzoek naar een bepaald concept zijn, het testen van de theoretische con-
                              cepten in een praktische omgeving. Pilots worden niet altijd opgezet als de de laat-
                              ste stap vóór het nemen van een beslissing over invoering, met als belangrijke voor-
                              waarde dat er partijen bij betrokken zijn werkelijk belang hebben bij uitvoering en
                              daarover ook kunnen beslissen.
                              Agenda van de overheid
                              Bedrijven kijken bij hun investeringsbeslissingen naar het algemene vestigingskli-
                              maat. Zij geven aan dat er onzekerheid is over de 'agenda' van de overheid. Heeft
                              de Nederlandse regering de ambitie als distributieland uit te groeien, waar ligt de
 duidelijkheid over ambitie   gewenste balans tussen uitbreiding van (hoogwaardige) activiteiten en de impact op
             overheid nodig   ruimte en milieu? Een eenduidige en transparante visie hierop is voor (logistieke)
                              bedrijven van groot belang.
                              Duurzaamheid
                              Productie en transport van goederen heeft gevolgen voor ruimtegebruik en voor het
                              milieu _ bijvoorbeeld in de vorm van emissies. De milieuaspecten hebben internatio-
milieuaspecten internatio-    naal al de nodige aandacht gekregen. Het is daarbij aannemelijk dat Europese initia-
naal steeds meer aandacht     tieven of internationale verdragen tot nieuwe inspanningen zullen leiden, gericht op
                              het terugdringen van deze negatieve gevolgen.
                              63 Ook in Backing winners (AWT-advies nr 53, juni 2003) werd al geconstateerd dat betrokkenen bij pilotprojecten aangewezen
                                  zijn op het bijeen sprokkelen van subsidies uit verschillende regelingen en telkens maar voor onderdelen van een project.
                              64 Binnenlandse (multimodale) verplaatsingsnetwerken, bouwstenen voor een programma, Buck Consultants, (2001).
                              65 Logistieke uitdagingen voor de Nederlandse economie, juni 2003
                          38  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>duurzaamheids-doelstellin- De Nederlandse overheid heeft daarnaast eigen doelstellingen voor een meer duurzaam
   gen kunnen impuls voor  karakter van onze bedrijvigheid en de daaraan gepaard gaande logistiek. Het
            innovatie zijn Ministerie van VenW onderscheidt daarin de volgende elementen: milieu (geluid,
                           emissie, etc.), veiligheid (personen en stoffen) en ruimtegebruik.
                           Duurzaamheiddoelstellingen kunnen een belangrijke impuls vormen voor innovatie _
                           zie kader.
                           Duurzaamheid als impuls voor innovatie
                           Transportbesparing: zonder verdere maatregelen zal het aantal vervoerskilometers
                           in de komende jaren fors toenemen.66 Daarvoor zijn twee oorzaken aan te geven:
                           groei van internationale handel en verschuiving naar just-in-time leveranties: fre-
                           quente levering van kleine hoeveelheden. Het combineren van ladingen, oftewel het
                           verbeteren van de beladingsgraad, is een voor de hand liggende manier om het
                           aantal vervoerskilometers te beperken. Gezien het inmiddels al hoge peil van uitbe-
                           steding naar logistieke dienstverleners is met transportbesparing door verdere uitbe-
                           steding niet veel meer te bereiken. Maar bundeling van (de netwerken van) logistie-
                           ke dienstverleners biedt nog wel perspectieven.67 Een andere optie voor transportbe-
                           sparing is het geografisch concentreren van bedrijven die deel uitmaken van dezelf-
                           de leveringsketen. Een voorbeeld daarvan is de 'Optical Village', een productie- en
                           distributieknooppunt in Columbus Ohio.68 Geografische concentratie van bedrijven
                           in een leveringsketen is echter natuurlijk niet altijd mogelijk.69
                           Veiligheid _ tracking and tracing: Het op elk moment kunnen weten waar
                           bepaalde goederen zijn, is een ontwikkeling die al enige jaren in gang is. Deze ont-
                           wikkeling is vooral gedreven door de wens om afnemers zicht te geven op levertij-
                           den. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bijvoorbeeld het volgen van gevaarlijke stof-
                           fen, biedt dit duidelijke voordelen. Met RFID kan de informatie over goederenstro-
                           men verder worden verrijkt. Een andere mogelijkheid voor het verbeteren van veilig-
                           heid is het toevoegen van specifieke sensoren aan laadeenheden. Bijvoorbeeld met
                           het oog op voedselveiligheid het aanbrengen van sensoren die de temperatuurhisto-
                           rie van de gekoelde ladingen registreren.
                           66 De adviesvraag noemt een groei van 60% in de periode tot 2020.
                           67 ‘Duurzame mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit van de 3PLP markt', Novem en VROM (2003). In dit rapport wordt geconclu-
                               deerd dat bundeling van netwerken van logistiek dienstverleners potentieel tot hogere besparingen kan leiden dan verdere
                               uitbesteding. Dat laat onverlet dat slimmere organisatie van reeds bestaande distributiepatronen nog significante winst
                               kan opleveren. De resultaten van het programma transportbesparing laten dit zien (informatie van ministerie van VenW).
                           68 Communities in logistiek, de meerwaarde van communities als nieuwe vorm van organiseren en samenwerken in de
                               logistiek sector, NDL (2003). De Optical Village is een concentratie van producenten van brillen en lenzen, en van hun toe-
                               leveranciers.
                           69 Voortbouwend op de Visie Agrologistiek (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2002) wil de overheid
                               voor de agro-sector een vijftal clusters of greenports ontwikkelen, namelijk Aalsmeer, de bollenstreek, Westland en
                               Oostland (glastuinbouw), Boskoop (bomenteelt) en Venlo (agologistiek), zie Pieken in de Delta, Gebiedsgerichte
                               Economische Perspectieven, ministerie van Economische Zaken, juli 2004.
                       39  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>     commerciële en duur-     Bovengenoemde innovaties kunnen begrijpelijkerwijs ook rekenen op commerciële
       zaamheidsbelangen      interesse vanuit het verladend bedrijfsleven en logistieke dienstverleners. Juist deze
        kunnen samengaan      eenstemmigheid biedt een mooie kans om duurzaamheid te combineren met ver-
                              sterking van concurrentiekracht.
                              Conclusies
                              .   Bedrijven zien een groot belang in het zetten van standaarden, met name voor
                                  gegevensuitwisseling. Zij pleiten voor een actieve opstelling van de overheid op
                                  nationaal en Europees niveau.
                              .   Openheid rond de 'agenda' of de ambities van de overheid is belangrijk,
                                  bedrijven zullen hierop hun investeringspolitiek afstemmen.
                              .   RFID kan een belangrijk hulpmiddel zijn voor het verrijken van informatiestromen.
                                  Dit is interessant vanuit zowel een commercieel als een duurzaamheidperspectief.
                              .   Pilotprojecten vervullen een belangrijke rol bij innovatie. Financiering daarvan is
                                  echter een probleem: bedrijven zijn erg terughoudend en subsidieregelingen slui-
                                  ten niet goed aan bij de integrale projectdoelstelling.
                              .   Maatregelen die vanuit commercieel oogpunt interessant zijn, bijvoorbeeld bun-
                                  deling van logistiek dienstverleners en het invoeren van RFID, dragen ook bij aan
                                  verduurzaming van transport.
                              2.2.7 Context: internationalisering van handelsstromen
     logistieke competenties  Logistieke competenties zijn een belangrijk onderdeel van de (internationale) con-
  belangrijk voor individuele currentiekracht van bedrijven. Deze kracht kan op twee niveaus bekeken worden:
bedrijven en totale economie  op het niveau van individuele bedrijven en ketens én op het niveau van de totale
                              Nederlandse economie. Het onderstaande gaat in op de internationale context en
                              de positie van Nederland als vestigingsplaats voor (logistieke) bedrijvigheid.
                              Nederland heeft een sterke positie in logistieke knooppunten. Dit biedt kansen om
                              een sterke positie in supply chain management op te bouwen. Het beheer van
       beheer knooppunten     knooppunten kan immers een eerste stap zijn naar de ontwikkeling van een meer
             eerste stap naar regisserende rol in de ketens die daarop aankomen of een hoger (kennisintensiever)
              hoogwaardiger   niveau van dienstverlening. Om de kans te bepalen dat Nederlandse bedrijven die
             dienstverlening  rol ook daadwerkelijk krijgen, is het belangrijk te kijken naar ontwikkelingen in
                              internationale handelsstromen, zoals opkomende markten, verplaatsing van produc-
                              tie en ontwikkelingen rond Europese distributiecentra.
                              Open grenzen
   open grenzen leiden tot    Met het wegvallen van de Europese binnengrenzen is een trend ingezet naar het
      concentratie logistiek  centraliseren van logistieke activiteiten, in Europees Distributiecentra (EDC's).
                           40 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                              Dat had, naast het wegvallen van de grenzen, overigens ook te maken met de rela-
                              tief lage kosten van transport en met schaalvoordelen, behaald door centralisatie.70
                              Tot nu toe zijn vooral de Benelux en Frankrijk populair gebleken voor het vestigen
  Nederland goede positie bij van EDC's van buitenlandse ondernemingen, voornamelijk vanuit de VS en Azië.71
 aantrekken distributiecentra Meer dan de helft van die EDC's zijn eigendom van logistieke dienstverleners en
                              voeren dus uitbesteed werk uit voor producerende bedrijven. Er is sprake van een
                              stijging in de mate van uitbesteding.72
                              Internationale trends
                              .  Tradeport model _ In Hong Kong mikken overheid en bedrijven vooral op een
                                  verhoging van het niveau van logistieke dienstverlening.73 Het hier gehanteerde
                                  Tradeport model strekt zich uit van het regelen van het transport naar het man-
                                  agen van totale goederenstromen. Deze strategie wordt gedragen door grote
                                  investeringen in ICT en in verbindingen met het achterland.
                              .  Opwaardering van EDC's _ De werkgelegenheid rond de EDC's stijgt. Ten
                                  eerste worden er steeds meer eenvoudige 'productiehandelingen' in en rond de
                                  EDC´s verricht (verpakking, labelling, assemblage), de zogenaamde value-added
                                  logistics (VAL). Ten tweede breiden de EDC's hun dienstenpakket uit, bijvoorbeeld
                                  richting ordermanagement, financiële afhandeling en douanezaken, de zoge-
                                  naamde value-added services (VAS). Het opleidingsniveau van medewerkers rond
                                  EDC´s stijgt navenant.74 Een EDC blijkt tot slot in veel gevallen (circa 50%) de eer-
                                  ste stap naar vestiging van meer activiteiten van de betreffende bedrijven, zoals
                                  een callcenter, het hoofdkantoor of technische dienstverlening.75
                              .  Footloose logistics _ De ontkoppeling van fysieke stromen enerzijds en de aan-
                                  sturing ervan anderzijds is in technisch opzicht al mogelijk. Zeker het operatione-
                                  le deel van planning van logistieke processen is door de introductie van ICT 'foot-
                                  loose' geworden. De dreiging is dat internationaal opererende bedrijven de
                                  logistieke aansturing steeds meer bij hun nieuwe vestigingen in de opkomende
                                  markten (China, India, Oost-Europa) onderbrengen. Immers, het gaat vaak om
                                  gebieden waar goede, relatief goedkope, medewerkers te vinden zijn.
  kan Nederland zich profile- Kan Nederland, met excellente logistieke expertise en diensten, een blijvende con-
ren als Tradeport Nederland?  currentievoorsprong opbouwen? Zou Nederland zich kunnen profileren als dé plaats
                              om zaken met de EU te doen: Tradeport Nederland?
                              70 In Herstructurering van Europese distributienetwerken (Ernst & Young ILAS, International Investment Update (2002)) wordt
                                  overigens aangegeven dat recente stijgingen in brandstofkosten en tolheffingen aanleiding kunnen geven tot een herover-
                                  weging van de balans tussen transport enerzijds en opslagpunten anderzijds. Er is dus een verschuiving denkbaar naar
                                  meer gedecentraliseerde netwerken.
                              71 In de laatste jaren is zekere verschuiving in vestigingsplaats waar te nemen, Zuid- en Oost-Europa trekken meer EDC´s
                                  aan. Binnen de grote vijf (België, Nederland, VK, Frankrijk en Duitsland) zijn er ook verschuivingen: Duitsland en het VK
                                  verliezen marktaandeel, Nederland en België stijgen, waarbij België de grootste stijging in marktaandeel kent. (Zie
                                  Herstructurering van Europese distributienetwerken)
                              72 The Netherlands, Excellence in integrating supply chain capabilities, HIDC (2001)
                              73 In feite gaat het hier om een verhoging van 3PL naar het 4PL niveau
                              74 Value added logistics offers more and more employment, Nederlands Tijdschrift voor Inkoop & Logistiek (2001)
                              75 The Netherlands, Excellence in integrating supply chain capabilities, HIDC (2001)
                          41  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                            Een dergelijke ambitie vereist in ieder geval verdere professionalisering van logistiek
 dan verdere professiona-   dienstverleners en ook van logistieke afdelingen in bedrijven. Actuele probleempun-
   lisering logistiek nodig ten daarbij zijn de beperkte beschikbaarheid van goede mensen _ relatief lage aan-
                            tallen studenten die voor een opleiding in de logistiek kiezen _ en het slechte imago
                            van logistiek in Nederland.
                            Uitbreiding EU: bedreiging of kans
           EU wordt groter  De afstanden in de uitgebreide EU zijn te groot geworden om alle landen te bedie-
                            nen vanuit één EDC. Daarom ligt de ontwikkeling naar een meerlaagse logistieke
                            structuur in de rede; een combinatie van een EDC met diverse regionale centra, die
                            als satelliet en voorraadpunt van het EDC werken.
                            Duitsland
                            Waar zullen de EDC's met hun satellieten zijn gevestigd? Eén van de meningen is
                            dat de EDC's van buitenlandse ondernemingen verder naar het oosten komen te
                            liggen. Nu het zwaartepunt van de Europese economie naar het oosten verschuift,
                            neemt Duitsland, dichter bij de opkomende markten in Oost-Europa, als vestigings-
                            plaats in populariteit toe, is de redenering. De Noord-Duitse havens (Bremen en
                            Hamburg) vervullen dan de functie van mainports, en sluiten aan op de goede
                            spoorwegnetten in de nieuwe Oost-Europese landen.76 Anderen werpen echter
                            tegen dat Duitsland wel goede Noord-Zuid verbindingen kent, maar nog helemaal
                            geen goede aansluiting heeft op de spoorwegnetten van de toetredende landen.77
                            Bovendien kampt de infrastructuur in Oost-Europa zelf voorlopig nog met grote
                            onderhoudsachterstanden. Ook al heeft de Europese Commissie daar inmiddels al
                            een fors budget voor uitgetrokken, wegwerken van de achterstand zal nog geruime
                            tijd duren.
                            Waar het gaat om het verplaatsen van arbeidsintensieve productie, het zogenaamde
verplaatsing productie zet  off sourcing, is vrij algemeen de verwachting dat Oost-Europa 'overgeslagen' zal
                       door worden. De verwachting is dat de lonen in de nieuwe landen op een termijn van
                            5-10 jaar zullen stijgen naar het niveau van West-Europa. Nu al zijn de vestigings-
                            kosten in de nieuwe EU-landen nauwelijks lager dan in het westen.78 De echte
                            bedreiging van goedkope arbeid lijkt te komen van landen verder naar het oosten,
                            met China als koploper.79
                            76 De Russische invloed in de Oost-Europese landen heeft geleid tot een sterk accent op railvervoer. Het spoorwegennet is
                                dan ook veel beter ontwikkeld dan het wegennet.
                            77 EU enlargement, European Distribution Centers on the move?, CapGemini Ernst & Young en Ernst & Young, september
                                2003
                            78 Compass Eastwards, assessing the impacts of EU enlargment on pan-European supply chains, HIDC (2003). Opvallend is
                                ook dat recente vestigingen in de Oost-Europese landen veelal hoogwaardige activiteiten betreffen, zoals farmaceutica en
                                elektronica. De nabijheid van (groeiende) afzetmarkten lijkt nu al belangrijker te zijn dan de beschikbaarheid van goedko-
                                pe arbeidskrachten.
                            79 Dit beeld wordt bevestigd door de Global Manufacturing Benchmark 2003 van Deloitte & Touche, waarin China als de
                                meest aantrekkelijke locatie voor verschuiving van productie uit West-Europa wordt genoemd.
                         42 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>toenemende complexiteit  Maar bij uitbesteding van de productie naar dergelijke (verre) lagelonenlanden,
      biedt kansen voor  neemt de complexiteit van logistieke ketens zienderogen toe.80 Dan bieden expertise
   Nederlandse bedrijven en organiserend vermogen aanzienlijke meerwaarde. Daarmee zouden Nederlandse
                         logistieke ondernemers het internationale bedrijfsleven een aanbod kunnen doen.81
                         Conclusies
                         .  De uitbreiding van de EU en off sourcing bieden kansen. Zij bieden een verrui-
                             ming van afzetmarkten voor Nederlandse bedrijven, toename van de internatio-
                             nale handel. Daarnaast is er sprake van een vergroting van de complexiteit van
                             leveringsketens en een groeiende behoefte aan expertise in aansturing en onder-
                             steunende diensten.
                         .  Open grenzen en lage transportkosten hebben geleid tot centralisatie van
                             logistieke activiteiten in Europese Distributiecentra (EDC's). Rond deze centra
                             vindt een opwaardering van werkgelegenheid plaats. Enerzijds door verhoging
                             van het serviceniveau in EDC's, anderzijds door vestiging van andere activiteiten
                             in de nabijheid van de centra.
                         .  Nederland heeft tot nu toe een goede positie gehad bij het aantrekken van
                             EDC's. De toenemende investeringen in markten buiten Europa en de technische
                             mogelijkheden om fysieke stromen en logistieke aansturing te ontkoppelen, kun-
                             nen echter tot verlies van werkgelegenheid leiden.
                         .  Vooralsnog is er geen antwoord te geven op de vraag of andere landen de prefe-
                             rente positie van de Benelux en Frankrijk als gateway for Europe zullen overne-
                             men. Feit is echter dat de race nog niet gelopen is. Nederland heeft nog een
                             goede uitgangspositie. Uitbreiding van die positie, het opwaarderen van het
                             niveau van dienstverlening, zou die positie kunnen versterken.
                         2.3 Algemene conclusies
                         Bovenstaande analyse van de factoren in het dynamisch systeem voor innovatie in
                         de logistiek leidt tot het volgende overzicht van sterktes, zwakte, kansen en bedrei-
                         gingen:
                         80 Leverbetrouwbaarheid en responsiviteit worden moeilijker te beheersen, zie Mastering complexity in Global
                             Manufacturing, Deloitte & Touche (2003). Uiteraard zijn er daarbij verschillen tussen leveringsketens, de producten en
                             markten.
                         81 In het kader van de discussie over de kenniseconomie, pleit ook prof. A.G. den Butter (Wees innovatief in de handel, NRC
                             2 augustus 2004) voor meer aandacht voor innovatie in dienstverlening ten behoeve van de internationale handel. Off
                             sourcing zal alleen maar toenemen, zo stelt hij. "Die ontwikkeling maakt de afstemming van goederenstromen (de regie-
                             functie in productie) steeds belangrijker, met lage transactiekosten als focus. Nederland heeft een eeuwenlange traditie als
                             handelsland en Nederlanders hebben gevoel voor het omgaan met culturele verschillen. Die sterkte zouden wij moeten
                             benutten."
                      43 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                                Zwaktes:
   .   Sterktes:
       Over het algemeen kennis van vol-      . Kennis aan universiteiten is beperkt
                                                tot de exacte kant er ligt een sterke
       doende kwaliteit aan de universiteiten
       - zeker op deelgebieden, in die gebie-   nadruk op infrastructuur en plannings-
       den goede aansluiting op internatio-     modellen, nog geen goede integratie
                                                van gamma-disciplines;
   .
       nale netwerken;
       Een sterke positie op het gebied van   . Een beperkte absorptiecapaciteit in
                                                het bedrijfsleven _ sterke operationele
       Main ports, EDC's en uitbesteding van
       logistieke activiteiten.                 gerichtheid en relatief weinig hoge-
   .   Erkende expertise van Nederlandse
       bedrijven op logistiek gebied          .
                                                ropgeleide werknemers;
                                                geringe bereidheid tot samenwerken
                                                tussen bedrijven, in het bijzonder
                                                logistiek dienstverleners;
                                              . Nederlandse logistieke dienstverleners
                                                zijn veelal klein in vergelijking met bui-
                                                tenlandse concurrenten;
                                              . Ontbreken van intermediaire partij die
                                                verschillende kennisdomeinen inte-
                                                greert;
                                              . slecht imago van de sector logistiek,
                                                een te lage instroom in opleidingen;
                                              . onduidelijkheid over de agenda van de
                                                overheid met betrekking tot logistieke
                                                activiteiten;
                                              . weinig mogelijkheid voor financiering
                                                van pilots.
       Kansen:
   .   Toenemende complexiteit leveringske-
       tens vergt hoogwaardige logistieke
                                              . Bedreigingen:
                                                Verschuiving van het economische
                                                zwaartepunt van de EU maakt het
       expertise;
   .   De sterke positie in knooppuntlo-
                                                oosten (Duitsland) aantrekkelijker voor
                                                vestiging van logistieke activiteit;
       gistiek biedt uitbouwmogelijkheden
       voor supply chain management;
                                              . Verschuiving investeringen bedrijven
   .   Innovaties die leiden tot duurzamer
       goederenvervoer zijn ook commercieel
                                                naar opkomende markten,en het
                                                footloose worden van de logistieke
                                                besturing, leiden tot verlies van hoog-
       interessant _ en andersom.               waardige werkgelegenheid.
44 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>         onderwerp advies:
                          3                 Aanbevelingen
                               Centraal in dit advies staat de vraag hoe het is gesteld met de kwaliteit en benut-
                               ting van logistieke expertise in ons land oftewel met de logistieke innovatiecapa-
     kwaliteit en benutting    citeit. De analyse in hoofdstuk 2 geeft als antwoord dat er naast sterke en positieve
        logistieke expertise   punten, op meerdere gebieden verbetering in- en versterking van de logistieke
                               innovatiecapaciteit mogelijk en wenselijk is. In paragraaf 3.2 geeft de Raad hiertoe
                               aanbevelingen langs drie lijnen:
                               .   gericht op bedrijven: versterking van samenwerking tussen bedrijven en verster-
                                   king van het innovatievermogen van bedrijven;
                               .   gericht op de publieke kennisinfrastructuur (inclusief onderwijs): de wenselijkheid
                                   van een multidisciplinaire benadering in het onderzoek, vernieuwing in het
                                   onderwijs en betere aansluiting tussen kennisinstellingen en bedrijven;
                               .   gericht op het eigen taakgebied van de overheid: meer helderheid over de visie
                                   op logistiek in Nederland, als kader voor investeringsbeslissingen van bedrijven
                                   en betere aansluiting van beleid bij de behoeften van het bedrijfsleven.
                               De Raad hecht eraan hieraan voorafgaand (in paragraaf 3.1) stil te staan bij de rol
                               van de overheid bij dit alles.
                               3.1          Rol van de overheid
   bedrijven allereerste aan   Uitgangspunt voor de AWT is dat bedrijven primair zélf verantwoordelijk zijn en blij-
                        zet... ven voor het op peil houden of verbeteren van hun concurrentiekracht, met inbe-
                               grip van de benodigde logistieke expertise.
...maar ook een rol voor de    Bedrijven zijn dus allereerst zelf aan zet. Daarnaast heeft de overheid echter ook
                   overheid    een rol te spelen. Legitimering hiervoor is te vinden in het belang van innovatieve
                               bedrijvigheid voor de Nederlandse economie en daarmee voor onze welvaart én
                               welzijn. Toekomstige groei zal in toenemende mate gerealiseerd moeten worden
                               door productiviteitsstijging gebaseerd op verhoging van toegevoegde waarde.
                               Logistieke innovaties kunnen daaraan een wezenlijke bijdragen leveren. De AWT
                               onderschrijft dan ook het startpunt van de adviesvraag namelijk dat het doel van
                               het V&W-beleid ten aanzien van logistiek is om bij te dragen aan een maximale
                               prestatie van de totale Nederlandse economie, met aandacht voor duurzaamheid.
                               Logistieke expertise wordt daarbij gekenschetst als een 'sleutelvaardigheid' voor alle
                               bedrijvigheid en als een belangrijk onderdeel van de concurrentiekracht van bedrij-
                               ven. Het is vanuit deze achtergrond dat de minister van V&W de vraag stelt wat de
                               rol van de overheid is om de kwaliteit en benutting van logistieke expertise door het
                               verladende en vervoerende bedrijfsleven te verbeteren.
                               Het mag duidelijk zijn dat de overheid, in casu het ministerie van Verkeer en
                               Waterstaat, niet op de stoel van de ondernemer moet of kan gaan zitten.
                          45   awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                         Bijvoorbeeld door te kiezen of bepalen welke innovaties nader uitgewerkt kunnen
ondersteunen innovatie   worden. In algemene termen is de rol van de overheid vooral van ondersteunende
            in bedrijven aard: organiseren, faciliteren, stimuleren, enthousiasmeren dát innovaties tot stand
                         kunnen komen (zie paragraaf 3.2 voor de concrete aanbevelingen). Dit betekent in
                         ieder geval een actieve rol gericht op het aanpakken van concrete belemmeringen
                         of knelpunten in kwaliteit en benutting van logistieke expertise. Zo kan de minister
                         van Verkeer en Waterstaat, vanuit de directe betrokkenheid als regelgever kijken
                         naar mogelijke belemmeringen van regelgeving voor innovatie en of verruiming van
                         regelgeving innovatie kan bevorderen. Maar in de ogen van de Raad gaat het niet
                         alleen om het aanpakken van belemmeringen. De AWT pleit juist ook voor een
                         meer (pro)actieve rol van de overheid, gericht op benutting van kansen om innova-
  pro-active benadering  ties te versnellen.82 Essentie daarbij is dat overheid, bedrijven en kennisinstellingen
    gericht op benutten  gezamenlijk optrekken en situatiegericht, dus met maatwerk, bepalen en bespreken
                 kansen  welke acties nodig of wenselijk zijn.
                         Het is daarbij van groot belang te beseffen dat innovatie, ook logistieke innovatie,
                         meer is dan kennis. Kennisontwikkeling is slechts de eerste stap bij innovatie en
                         moet nog gevolgd worden door de omzetting van kennis naar praktische toepassin-
                         gen en introductie van die toepassing in de markt. Zoals uit hoofdstuk 2 blijkt, is
  innovatie is meer dan  kennisontwikkeling met betrekking tot supply chain management _ op dit moment
    kennisontwikkeling   _ niet het grootste probleem. Er is juist vooral aandacht nodig voor de benutting
                         van kennis en alle aspecten die daarbij aan de orde zijn, zoals het kennis- en
                         absorptieniveau in bedrijven en samenwerking tussen bedrijven.
                         De gekozen benadering in het advies, logistieke expertise als onderdeel van de con-
                         currentiekracht van bedrijven, roept tevens de vraag op wat de eigen rol van het
                         ministerie van Verkeer en Waterstaat moet zijn in relatie tot andere departementen.
   meerdere ministeries  Het mag duidelijk zijn dat vraagstukken over de inrichting van onderwijs en onder-
              betrokken  zoek aan publieke kennisinstellingen direct raken aan het beleidsterrein van het
                         ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Andere elementen zoals aantrek-
                         kelijkheid van Nederland voor vestiging van bedrijvigheid of inrichting van de
                         publieke ruimte raken direct aan de beleidsterreinen van de ministeries van
                         Economische Zaken en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Juist van-
       geen eigen V&W    wege de _ toenemende _ verwevenheid van beleidsterreinen tussen departementen
  stimuleringsbeleid en  is de AWT géén voorstander van een eigen V&W-stimuleringsbeleid en -instrumen-
       instrumentarium   tarium waar het innovatie in supply chain management betreft. Naast de eigen
                         82 Met inachtneming van de gebruikelijke criteria voor overheidsacties bij innovatiestimulering, zoals:
                            -     het maatschappelijk nut moet het private nut overstijgen;
                            -     additionaliteit: overheidsacties alleen indien de resultaten zonder die acties niet zouden plaats vinden;
                            -     de overheidsacties mogen niet leiden tot afwenteling van ondernemersrisico's op de maatschappij.
                      46 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                            verantwoordelijkheden op het gebied van infrastructuur zal de minister van Verkeer
maar gewenste activiteiten  en Waterstaat zich vooral moeten richten op het 'aanjagen' van gewenste activitei-
                  aanjagen  ten bij andere ministeries.83
                            In deze paragraaf heeft de AWT in algemene termen aangegeven wat de rol van de
                            minister van Verkeer en Waterstaat behelst voor wat betreft versterking van kwa-
                            liteit en benutting van logistieke expertise. En ook dat deze rol eindig is. Bedrijven
                            zijn en blijven primair zélf verantwoordelijk voor hun concurrentiekracht met inbe-
                            grip van logistieke aspecten. En andere departementen dan V&W spelen _ op deel-
                            terreinen _ een zeker zo belangrijke rol. In de onderstaande aanbevelingen richt de
                            AWT zich desondanks primair tot de minister van Verkeer en Waterstaat, aangezien
                            de Raad nu eenmaal beleidsadvisering tot zijn hoofdtaak heeft (en niet advisering
                            van bedrijven). Waar dit aan de orde is, moedigt de Raad de minister aan tot
                            afstemming met andere betrokken ministers te komen.
                            3.2 Aanbevelingen
                            1. Maak werk van versterking van samenwerking tussen bedrijven:
                            -          Zorg voor en ondersteun neutrale 'makelaars en schakelaars'
                            -          Hanteer een thematische aanpak bij de stimulering van innovaties
                            -          Draag actief successen uit,
                            -          Benut het potentiëel van samenwerking tussen verladers.
                            -          Zorg voor _ goed opgezette _ pilotprojecten.
SCM = samenwerking, daar    Supply chain management heeft per definitie betrekking op de samenwerking tus-
belangrijkste verbeteringen sen bedrijven, verbeteringen in leveringsketens. Conclusie uit hoofdstuk 2 is dat die
                      nodig samenwerking verbetering behoeft. Verbetering van samenwerking is, naar de
                            mening van de Raad, zelfs het belangrijkste punt dat aangepakt moet worden ter
                            versterking van de logistieke innovatiecapaciteit in Nederland. Dit is tegelijkertijd het
                            moeilijkste punt omdat bedrijven _ zeker logistiek dienstverleners _ ontwikkelingen
                            snel als concurrentiegevoelig beleven.
                            De cruciale vraag is hoe bedrijven in beweging te krijgen, hoe hen te stimuleren c.q.
                            verlokken meer innovatieve logistieke samenwerkingsrelaties aan te gaan. De Raad
                            beveelt de volgende concrete punten aan:
                            83 Voor het aanjagen van activiteiten zijn verschillende mogelijkheden. Binnen het financieel instrumentarium is een aardig voor-
                                beeld uit het verleden de 'premie' die VROM verstrekte voor ontwikkelingen met een positief milieueffect die in de regeling
                                Bedrijfsgerichte Technologische Samenwerking (BTS) van EZ subsidie verkregen. Dergelijke projecten leidden tot uitbreiding van
                                het budget van BTS door toevoeging van VROM-gelden. Probleempunt bij het gebruiken van bestaande regelingen is wel dat
                                de aansluiting tussen beleidsontwikkeling van andere ministeries en de logistieke sector niet altijd goed is. In Backing winners
                                (AWT advies nr 53) heeft de AWT al gewezen op de tendens dat het beleidsinstrumentarium van EZ zich steeds meer richt op
                                de ontwikkeling van nieuwe kennis in samenwerkingsverbanden tussen kennisinstellingen en bedrijven. Deze tendens sluit niet
                                goed aan bij de praktijk van innovatie van bedrijven in de logistieke sector. Voor die bedrijven is juist meer aandacht voor
                                benutting en implementatie van (bestaande) kennis nodig.
                         47 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                          .   zorg voor en ondersteun84 neutrale 'makelaars en schakelaars' die partijen in een
                              keten bij elkaar kunnen brengen.
 inzet neutrale makelaars     Daarbij moeten voorop staan: het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie,
           en schakelaars     duidelijk zicht op 'totale kosten in de keten', de opties om tot win-win situaties
                              te komen en faire verrekening van de voordelen. De in te stellen Task Force
                              Logistiek kan daarbij als een belangrijke katalysator fungeren. Daarnaast beveelt
                              de Raad aan om de ervaringen van het ministerie van Economische Zaken op het
                              gebied van clusterprojecten te gebruiken. Dit ministerie beschikt over relevante
                              tools voor en ervaring met de ontwikkeling van samenwerkingsverbanden. Een
                              belangrijk leerpunt is met name dat deelname van een dominante speler die ook
                              wíl innoveren van cruciaal belang is.
                          .   Hanteer een thematische aanpak bij de stimulering van innovaties, waarbij de _
                              in samenspraak met bedrijven _ te kiezen thema's aansluiten bij de primaire
                              belangstelling van bedrijven: het versterken van hun concurrentiekracht.
                              De ervaring leert dat stimulering van samenwerking tussen bedrijven niet van de
thema's kiezen in overleg     grond komt zonder duidelijk zicht op de waarde ervan voor deelnemende bedrij-
            met bedrijven     ven. Samenwerking moet ergens toe leiden, het moet ergens over gaan.
                              Teneinde samenwerking te bevorderen is daarom een aanpak rond een concreet
                              thema aan te bevelen. Naar mening van de AWT kan bijvoorbeeld de verdere
                              ontwikkeling van RFID dienen als een interessant thema om samenwerkingsrela-
                              ties op te bouwen. Dergelijke onderwerpen, neutraal en in ieders belang, kunnen
                              ervoor zorgen dat bedrijven elkaar ontmoeten en opzoeken, dat er onderling ver-
                              trouwen ontstaat en dat zij (verdere) ervaring opdoen met samenwerken.
                              Uiteraard is het zaak de uiteindelijke keuze van een thema in samenspraak met
                              bedrijven te doen; de taak van de overheid is om te zorgen dát een thema opge-
                              pakt en uitgewerkt worden, niet om te bepalen wélk thema.
                          .   Draag actief successen uit, zorg voor voorlichting en verspreiding van opgedane
                              kennis en ervaring.
      successen uitdragen     Bedrijven _ zeker kleinere bedrijven _ zijn zich niet altijd bewust van de voorde-
                              len die supply chain management kan bieden. Voorlichting en verspreiding van
                              opgedane kennis en ervaringen kunnen middelen zijn om bedrijven te activeren.
                              Opnieuw kan de Taskforce logistiek een nuttige rol vervullen, maar ook branche-
                              organisaties.
                          .   Benut het potentieel van samenwerking tussen verladers.
    samenwerking tussen       Dat bedrijven ontwikkelingen al snel als concurrentiegevoelig aanmerken is een
     verladers stimuleren     belangrijke hinderpaal voor het komen tot samenwerking. Dit thema speelt min-
                              der sterk tussen verladers. Er zijn bovendien belangrijke voordelen voor verladers
                              te halen, bijvoorbeeld door bundeling van logistieke stromen. Daarnaast zijn het
                              ook de verladers die de logistiek dienstverleners inschakelen en hen dus kunnen
                              sturen. Het stimuleren van samenwerking van verladers wordt dan ook breed
                              gezien als een goede optie om logistieke innovaties in gang te zetten.
                          84 In hoofdstuk 2 is al aangegeven dat bijvoorbeeld autoriteiten rond de main ports deze rol al vervullen. Ook branchevereni-
                              gingen kunnen hierbij een rol spelen. Een voorbeeld hiervan is het EVO SCM-netwerk.
                       48 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>                             Brancheorganisaties en andere verenigingen van verladers (zoals de EVO) kunnen
                             ook hier een belangrijke rol vervullen. Zij kunnen hun leden stimuleren om ont-
                             wikkelingen in te zetten. De overheid kan dergelijke initiatieven ondersteunen. In
                             dat verband is beveelt de AWT uitbreiding van de regeling Subsidie
                             Kennisoverdracht Brancheorganisaties MKB (SKB) aan.85
                         .   Zorg voor _ goed opgezette _ pilotprojecten.
   goed opgezette pilots     Pilotprojecten zijn een belangrijk middel om partijen, zeker in de logistiek met
                             lage marges, te overtuigen van de voordelen van een nieuwe ontwikkeling.
                             Pilotprojecten moeten worden behandeld als de laatste stap voor een beslissing
                             over invoering van het nieuwe logistieke concept. De overheid kan als voor-
                             waarde voor ondersteuning stellen dat partijen die kunnen beslissen over invoe-
                             ring bij de pilot betrokken zijn. De opzet van de pilots moet aansluiten bij de pri-
                             maire interesse van bedrijven, versterking van hun concurrentiekracht. Ook subsi-
                             dieregelingen voor pilotprojecten moeten de versterking van concurrentiekracht
                             als uitgangspunt nemen en financiering van het gehele innovatieproject mogelijk
                             maken. Andere doelstellingen _ zoals verbetering van de duurzaamheid _ moeten
                             niet als primaire ingang voor subsidies genomen worden, maar kunnen onderdeel
                             gemaakt worden van de beoordeling van subsidieaanvragen.
                         2. Verhoog het kennisniveau in bedrijven:
                         -           Stimuleer de aanstelling van meer hoger opgeleiden
                         -           Zet meer en explicieter in op stages
                         Innovatie is het werk van mensen, mensen die kennis en vaardigheden hebben: zelf
innovatie is mensenwerk  kennis kunnen ontwikkelen, kennis van buiten kunnen opnemen, ideeën en kennis
                         kunnen omzetten naar praktische toepassingen en de vaardigheid hebben om
                         samen te werken met andere bedrijven en kennisleveranciers. De praktijk van alle-
                         dag wijst uit dat het aantal hoger opgeleiden in logistieke afdelingen van verladers
                         en bij logistiek dienstverleners nog maar sinds kort toeneemt. De ontwikkelingen
                         rond logistiek vragen om verdere professionalisering. Een verdere toestroom van
                         hoger opgeleide mensen is dan ook belangrijk voor de versterking van de logistieke
                         innovatiecapaciteit van bedrijven.
                         Ter verhoging van het kennisniveau in bedrijven geeft de Raad de volgende aanbe-
                         velingen aan de minister van Verkeer en Waterstaat:
                         .   Stimuleer de aanstelling van meer hoger opgeleiden, op permanente of tijdelijke
                             basis, in logistieke functies in bedrijven.
meer hogeropgeleiden in      Dit kan bijvoorbeeld door het verlagen van de kosten van medewerkers die
      bedrijven gewenst      logistieke concepten ontwikkelen. Met betrekking tot het laatste adviseert de
                             Raad om de WBSO-regeling te verbreden, zodat ook niet-technologische ontwik-
                         85 De regeling SKB beperkt zich nu tot het verzamelen en verspreiden van technologische kennis. In het kader van dit advies,
                             ligt een uitbreiding naar logistieke kennis voor de hand. Overigens kent de regeling nog andere problemen. De toeganke-
                             lijkheid voor kleine brancheverenigingen is problematisch (zie Een analyse van 20 projecten uit de Subsidieregeling
                             Kennisoverdracht Brancheorganisaties MKB, H.P. Lengkeek, Senter, 2003, te downloaden op www.awt.nl).
                      49 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>          uitbreiding WBSO       kelingen zoals ontwikkeling van logistieke concepten, onder deze regeling vallen.
                      en KIM     De overheid kan de aanstelling van meer hoger opgeleiden verder stimuleren met
                                 regelingen gericht op het _ tijdelijk _ inhuren of detacheren van hoger opgelei-
                                 den. Hiertoe bestaat in Nederland reeds een enkele regeling, zoals in het verle-
                                 den de KIM-regeling.86 Ook voor deze regeling is eenzelfde uitbreiding en verbre-
                                 ding wenselijk als voor de WBSO. Inspiratie kan verder in het buitenland gevon-
                                 den worden.87
                             .   Zet meer en explicieter in op stages rond logistieke projecten vanuit hogescholen
                                 en universiteiten.
      duale leertrajecten en     Stages, onderzoeks- en afstudeeropdrachten en duale leertrajecten bieden een
                      stages     belangrijke laagdrempelige impuls om meer hoger opgeleiden in bedrijven te krij-
                                 gen. Die bedrijven kunnen ervaring opdoen met de aanwezigheid van hoger
                                 opgeleiden én ze bouwen netwerken op met instellingen voor hoger onderwijs
                                 en onderzoek via de stagebeleiders.88 Dit soort ervaringen hebben _ idealiter _
                                 dus niet alleen een direct effect (een project dat uitgevoerd wordt), maar ook
                                 een effect op de langere termijn (leereffect voor het bedrijf, betere netwerken
                                 met kennisinstellingen). Nederland kent in algemene zin reeds veel goede praktij-
                                 ken op dit punt; het verdient aanbeveling het stagebeleid voor de logistiek expli-
                                 ciet onder de loep te nemen.
                             3. Bevorder multidisciplinariteit in onderzoek en onderwijs:
                             -          Stimuleer multidisciplinair onderzoek
                             -          Stimuleer vernieuwing in het onderwijs
 kennisontwikkeling niet de  In hoofdstuk 2 is al geconcludeerd dat _ op dit moment _ kennisontwikkeling niet
        grootste bottleneck  de belangrijkste bottleneck is bij innovatie in supply chain management. Niettemin
                             is er wel verbetering wenselijk. Nederland beschikt over goede onderzoeksgroepen,
                             met ook goede deelname aan internationale netwerken. Maar, de sterke kennispo-
                             sitie in Nederland is vooral gecentreerd rond de 'hardere' kanten van supply chain
                             management: plannings- en besturingsmodellen, kostencalculaties, etc. De 'zachte-
                             re' kanten, als alliantievaardigheden, verdienen meer aandacht. Gerealiseerd moet
maar integratie en veranke-  worden dat juist ontwikkelingen van die 'zachte' kant nog maar pril zijn, het is nog
          ring kennis nodig  jonge wetenschap. Een goede verankering van ontwikkelde kennis behoeft aan-
                             dacht, evenals de integratie van 'harde' en 'zachte' kanten: een multidisciplinaire
                             86 KIM (kennisdragers in het MKB) was een regeling waarbij innovatieve bedrijven, met subsidie, tijdelijk een hoger opgelei-
                                 de konden aanstellen. De regeling is met een aantal beperkingen voortgezet voor technologievolgende bedrijven als
                                 onderdeel van de Subsidieregeling Kennisoverdracht Ondernemers MKB (SKO).
                             87 Frankrijk (zie www.anvar.fr) en het Verenigd Koninkrijk (Knowledge Transfer Partnerships) kennen uitgebreide programma's
                                 waarbij studenten van verschillend niveau voor kortere of langere tijd in een bedrijf werken. In beide landen wordt daarbij
                                 veel aandacht gegeven aan de begeleiding van die studenten vanuit de achterliggende kennis- of onderwijsinstelling.
                                 Daardoor ontstaat niet alleen een leerplaats voor de student, maar wordt ook netwerkvorming tussen instellingen en bedrij-
                                 ven versterkt.
                             88 De AWT is van mening dat met name de rol van stagebegeleiders moet worden verbreed. In Nederland ligt de nadruk nog
                                 sterk op het 'regelen' van een leerplaats voor studenten. Netwerkvorming, het opbouwen van meer permanente samen-
                                 werking tussen bedrijven en instelling, zou meer aandacht moeten krijgen.
                          50 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>                             opzet van onderzoek. Kennisontwikkeling is internationaal, maar het is zaak om de
                             absorptiecapaciteit voor kennis nationaal goed in te richten. Het onderwijs vervult
                             daarin een centrale rol.
                             De Raad adviseert de minister van Verkeer en Waterstaat:
                             .   Stimuleer multidisciplinair onderzoek op het gebied van supply chain manage-
                                 ment, met bijzondere aandacht voor de 'zachtere' kennisaspecten, zoals alliantie-
                                 vaardigheden.
multidisciplinair onderzoek      De bestaande kennis over samenwerkingsrelaties moet worden uitgebreid en
                 stimuleren      goed verknoopt worden met de 'harde aspecten van supply chain management.
                                 Het is daarbij zaak _ samen met de andere betrokken ministeries als OCW en EZ
                                 _ te zorgen voor continuïteit in onderzoek en verankering van de kennis bijvoor-
                                 beeld in de vorm van een onderzoeksschool of onderzoeksinstituut. Het rende-
                                 ment van impulsgewijze financiering (ICES/KIS) is tot nu toe te laag gebleven.
                             .   Stimuleer vernieuwing in het onderwijs, waarbij het multidisciplinaire karakter
                                 van supply chain management centraal moet staan.
 vernieuwing in onderwijs,       De 'zachtere' kanten van supply chain management, vaardigheden met betrek-
meer aandacht voor ‘zach-        king tot samenwerking, verdienen daarbij bijzondere aandacht. Naast aanpassing
                  te’ kanten     van reguliere onderwijsprogramma's, adviseert de Raad het ontwikkelen van een
                                 Masters opleiding supply chain management.
                             In hoofdstuk 2 is opgemerkt dat de logistieke sector, in het bijzonder logistiek
                             dienstverleners met een imagoprobleem kampt. De (verwachte) instroom van stu-
                             denten is duidelijk lager dan de (verwachte) vraag en bij de uitstroom lijken studen-
                             ten de voorkeur te geven aan het werken bij (grotere) verladers. De AWT heeft geen
                             pasklare oplossing voor imagoverbetering. Maar, het probleem van een te lage
                             instroom van studenten speelt op meer plaatsen. De Raad adviseert de minister en
                             de Tasforce logistiek te kijken welke ander initiatieven, zoals bijvoorbeeld Jetnet,
                             navolging verdienen.
                             4 Verbeter de aansluiting tussen kennisontwikkeling en -vraag:
                             - Werk aan verbetering in aansluiting tussen kennisinstellingen en bedrijven, ken-
                                 nisontwikkeling en -vraag
                             De kloof tussen de operationele kennisbehoefte van bedrijven en de aan universitei-
                             ten ontwikkelde kennis is te groot. Die kloof zal geleidelijk aan gedicht moeten
  eerst beide kanten kloof   worden. De Raad adviseert dan ook een 'ingroeimodel' te hanteren. Eerst is het
           op orde brengen   belangrijk om aan beide kanten van de 'kloof' verbeteringen aan te brengen: de
                             kennisinstellingen moeten wat te bieden hebben (betere integratie van deelgebie-
                             den, multidisciplinair onderzoek) en de bedrijven moeten hun kennisabsorptievermo-
                             gen toe laten nemen (verhoging van het aantal hoger opgeleide medewerkers). Pas
 pas dan doorgroeien naar    als hier wezenlijke stappen vooruit zijn gemaakt, zou het opzetten van gezamenlijke
   gezamenlijk onderzoek     onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's moeten worden nagestreefd.
                          51 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                              Ondertussen kan wel gewerkt worden aan verbetering in aansluiting tussen kennis-
                              instellingen en bedrijven op andere manieren, zoals de eerder genoemde stages en
                              modernisering van het onderwijs. Voor de meerderheid van bedrijven lijken op dit
                              moment hogescholen betere samenwerkingspartners dan universiteiten.
                              De Raad adviseert de minister van Verkeer en Waterstaat:
                              .   Werk aan verbetering in aansluiting tussen kennisontwikkeling en -vraag; hanteer daar-
                                  toe een 'ingroeimodel' en vermijd voorlopig strakke(re) vraagsturing van onderzoek of
                                  een zware nadruk op publiek-private samenwerking in onderzoek.
   voorlopig geen srakkere        Verbeter eerst de situatie aan beide kanten van de kenniskloof. Pas daarna zou gestreefd
               vraagsturing       moeten worden naar gezamenlijke onderzoeksprogramma's. De AWT is van mening dat
                                  de Stichting CUR tot voorbeeld kan dienen voor het groeien naar meer samenwerking
                                  en verhoging van het niveau van kennisontwikkeling en benutting.89
                              5. Zorg voor goede randvoorwaarden :
                              -         Ontwikkel een duidelijke visie en ambitie rond logistieke ontwikkelingen
                              -         Kies een actieve opstelling bij het tot stand komen van standaarden
                              Intensief contact en overleg tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen is
                              belangrijk om innovatie te bevorderen en beleidsontwikkelingen aan te laten sluiten
                              bij de praktijk. In het bovenstaande zijn verschillende punten aangegeven waarop
 beleid laten aansluiten bij  die samenwerking zich zou moeten richten. Daarnaast zijn er nog activiteiten die
                 de praktijk  meer direct op het eigen werkterrein van de overheid liggen. In algemene zin geldt
                              dat de overheid moet zorgen voor goede randvoorwaarden voor Nederlandse
                              bedrijven. Uit de verschillende gesprekken rond dit advies zijn daarbij nog twee spe-
                              cifieke punten naar voren gekomen: de ontwikkeling van een duidelijke visie op
                              logistiek en zorg voor standaarden.
                              De Raad adviseert de minister van Verkeer en Waterstaat:
                              .   Ontwikkel samen met de andere betrokken ministeries, regionale autoriteiten en bedrij-
                                  ven een duidelijke visie en ambitie rond logistieke ontwikkelingen en draag die visie uit.
duidelijke ambitie formule-       Bedrijven kijken bij hun investeringsbeslissingen naar het 'zakelijk klimaat'.
           ren en uitdragen       Belangrijk daarbij is dat de overheid helder is in haar ambities en een betrouwba-
                                  re partner is. Toegespitst op logistiek is het belangrijk dat de overheid duidelijk
                                  uitspreekt welke soorten bedrijvigheid zij wenst te stimuleren en onder welke
overheid moet partner voor        voorwaarden (als duurzaamheid) een groei in bedrijvigheid mogelijk is. Naar
              bedrijven zijn      mening van de AWT zou de minister van Verkeer en Waterstaat het voortouw
                             89 CUR (Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving) is een kennisnetwerk waarin kennisaanbieders en kennis-
                                 vragers deelnemen. Het bestuur wordt gevormd door bedrijven en overheid. De bedrijven zijn afkomstig uit de hele civieltech-
                                 nische keten. CUR kent drie werkgebieden: contacten met onderwijsinstellingen, standaarden en normering en kennisontwik-
                                 keling en -benutting. De eerste twee werkgebieden zijn naar mening van de AWT neutraal terrein, onderwerpen van alge-
                                 meen belang. Zij kunnen dan ook als ontmoetingsplaats van bedrijven fungeren en samenwerking versterken. Vanuit het
                                 derde werkterrein zouden bedrijven en kennisinstellingen de kennisbehoeften kunnen inventariseren en kunnen kijken wie,
                                 gegeven de beschikbare kennis en competenties in bedrijven, het best in die behoeften kan voorzien: commerciële adviseurs,
                                 hogescholen, universiteiten, etc. Daar zou dus het genoemde 'ingroeimodel' het meest tot uiting komen.
                         52  awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                         moeten nemen bij de ontwikkeling van de visie rond logistiek
                     .   Kies zowel op nationaal als op internationaal niveau een actieve opstelling bij het tot
                         stand komen van standaarden, om zodoende de Nederlandse belangen te behartigen.
                         Al eerder is gesteld dat innovatie meer vergt dan aandacht voor kennisontwikke-
                         ling. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de totstandkoming van standaarden, in
                         het bijzonder voor gegevensuitwisseling tussen bedrijven. De overheid heeft hier-
belangrijke bijdrage     bij een actieve rol te spelen. Standaarden op het gebied van gegevensuitwisseling
  rond standaarden       tussen bedrijven verdienen daarbij bijzondere aandacht. Uiteraard dient elk over-
                         heidsoptreden in nauwe samenwerking met bedrijven te geschieden. De op te
                         richten Task Force Logistiek kan mede vorm geven aan het kiezen van een effec-
                         tieve structuur voor overleg en acties.
                     Tot slot
                     Veel van de hierboven aangegeven verbeteringsmogelijkheden vragen tijd. Het is
                     belangrijk om zaken als het stimuleren van multidisciplinair onderzoek en onderwijs
                     of het verhogen van het kennisniveau in bedrijven nu te starten, maar de vruchten
                     daarvan zullen pas op wat langere termijn geplukt worden. Wat kan de overheid
                     doen wat op kortere termijn vruchten af zal werpen? Naar mening van de AWT is
                     dat vooral op het terrein van het verbeteren van de samenwerking tussen bedrijven,
                     meer in het bijzonder het oppakken van ontwikkelingsthema's die op brede belang-
                     stelling in het bedrijfsleven kunnen rekenen. Er is al veel gedaan, er is de nodige
                     kennis voorhanden, maar er is ook veel versnippering. Het is zaak om de beperkte
                     middelen gericht in te zetten, slechts enkele thema's aan te pakken, maar die dan
                     ook met volle vaart tot invoering in de markt te brengen.90
                     Supply chain management is meer dan het laatste buzz word, de onderliggende
                     concepten kunnen verbeteringen brengen in een breed scala van bedrijvigheid en
                     activiteiten. Belangrijk daarbij is om beide voeten stevig op de grond te houden.
                     Supply chain management op het hoogste niveau, de optimalisatie van totale leve-
                     ringsketens, is niet voor iedereen weggelegd. De AWT adviseert dan ook om kleine-
                     re samenwerkingsverbanden, samenwerking over beperkte delen van ketens, niet
                     uit het oog te verliezen. Niet alleen zijn daar voordelen te halen in economisch
                     opzicht en qua duurzaamheid, zij kunnen ook als inspiratie dienen voor meer ambi-
                     tieuze ontwikkelingen.
                     Aldus vastgesteld te Den Haag, december 2004
                     J.F. Sistermans (voorzitter)
                     mw. dr. V.C.M. Timmerhuis (secretaris)
                     90 Ook de Raad voor Verkeer en Waterstaat roept in Logistieke uitdagingen voor de Nederlandse economie op tot terugdringen
                         van versnippering en een actiegerichte aanpak.
                  53 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>b1                Adviesvraag 'Kwaliteit en benutting
                  van logistieke expertise'
    Belang van logistieke expertise
    Het doel van het V&W- beleid m.b.t. goederenvervoer en logistiek is om bij te dra-
    gen aan een maximale prestatie van de Nederlandse economie in termen van gerea-
    liseerde toegevoegde waarde.
    Vanwege trends als globalisering, specialisatie, massa-individualisering, voorraad
    reductie en just-in-time productie bepaalt de efficiency van logistieke ketens in toe-
    nemende mate de concurrentiepositie van het internationaal opererende, verladen-
    de bedrijfsleven. Daarom is logistiek van belang voor de nationale economie. Naar
    analogie van de sleuteltechnologieën kan logistieke expertise dan ook worden
    gezien als een 'sleutelvaardigheid', waarbij het meer om organisatorische dan tech-
    nologische innovatie gaat, met een belangrijke rol voor ICT als ondersteunende
    technologie.
    De grootste uitdaging is om logistieke ketens niet alleen efficiënter en flexibeler in
    te richten, maar ze ook duurzamer te maken, want goederenvervoer heeft behalve
    positieve ook negatieve effecten en de hierboven genoemde logistieke trends heb-
    ben tot dusver tot gevolg dat het goederenvervoer harder groeit dan de economie,
    volgens de laatst beschikbare prognoses mogelijk nog met 60% tot 2020.
    Context
    V&W wil om bovenstaande redenen _ en mede naar aanleiding van een recent
    advies van de Raad voor Verkeer en Waterstaat91 _ het goederenvervoer beleid meer
    baseren op een integrale benadering van logistieke ketens: de keten die loopt van
    de inkoop van grondstoffen tot en met de levering van eindproducten aan consu-
    menten. Ook in het innovatiebeleid van V&W krijgt dit een doorwerking.
    Er gebeurt in Nederland veel op het gebied van logistieke innovatie. Er lopen veel
    projecten bij veel verschillende organisaties. Het belangrijkste probleem is volgens
    de Raad voor Verkeer en Waterstaat dat van de versnippering. V&W onderkent dit
    probleem en onderneemt daarom ook actie om _ samen met EZ en de intermediaire
    organisaties _ de versnippering tegen te gaan en zodoende het innovatiebeleid
    effectiever te maken. Maar V&W maakt zich ook zorgen om een mogelijk dieper
    liggend probleem: dat van de innovatiecapaciteit van ons land op het gebied van
    logistiek.
    91 'Logistieke uitdagingen voor de Nederlandse economie', Raad voor Verkeer en Waterstaat, juni 2003
 55 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>    Hoewel Nederland in het buitenland bekend staat om z'n logistieke expertise,
    bestaat bij velen het gevoel dat _ hoewel het onderzoek van hoge kwaliteit lijkt te
    zijn _ de kwaliteit van het onderwijs achter dreigt te blijven, en dat het verladende
    en vervoerende bedrijfsleven onvoldoende in staat is om nieuwe logistieke kennis te
    absorberen en benutten. In ons land lijkt de aanwezige expertise zich nogal rond de
    mainports te concentreren (knooppuntlogistiek). We zijn minder sterk op het gebied
    van ketenlogistiek (supply chain management). De grote spelers op dit gebied
    bevinden zich vooral in het buitenland (Duitsland en de VS). Een belangrijke vraag is
    wat de huidige concentratie op knooppuntlogistiek op termijn betekent voor de
    concurrentiepositie van het verladende bedrijfsleven.
    Vraagstelling
    De belangrijkste vragen:
    .  hoe is het gesteld met de kwaliteit en de benutting van logistieke expertise in
        ons land (met de logistieke innovatie capaciteit)?
    .  wat zijn de sterkten en zwakten en de kansen en bedreigingen hierin?
    .   wat kan de overheid doen om de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek
        alsmede de benutting van logistieke expertise door het verladende en vervoeren-
        de bedrijfsleven te verbeteren?
    Specifieke aspecten:
    .   de eigen aard van logistieke innovatie ten opzichte van andere typen innovatie
    .   de typen logistieke innovatie die van belang zijn voor de concurrentiepositie van
        het producerende en verladende bedrijfsleven
    .   de typen logistieke innovatie die van belang zijn voor duurzamer goederenver-
        voer
    .   of logistieke expertise in het buitenland 'ingekocht' kan worden of nationaal
        beschikbaar moet zijn
    .   de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek op het gebied van de logistiek
    .   de benutting van logistieke expertise: door bedrijven die goederen laten vervoe-
        ren en door goederenvervoerders.
56 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>b2               Gesprekspartners
    Voorbereiding eerder AWT-advies Backing winners (nr. 53, juni 2003)
    (interviews):
    - Jan de Rijk Logistics: mw. J.G.M. de Rijk, directeur eigenaar en ir. W.N.C. Heeren,
        algemeen directeur en voorzitter KNV Goederenvervoer
    - Van der Luyt transport en consultancy: drs. J.L van der Luit, directeur en D. van
        Velzen, consultant
    - Vos Logistics: W. Kusters, directeur management en logistical development
    - Nederland Distributieland (NDL): C. Verweij, kennismanager
    Voorbereiding dit advies:
    Deelnemers workshops:
    - Almende: H. Abbink, CEO
    - Havenbedrijf Rotterdam NV: Ir. C. Deelen, hoofd afdeling ontwikkeling logistiek
    - Hogeschool Arnhem Nijmegen: drs. S.J.C.M. Weijers, lector logistiek in allianties
        (tevens part-time senior adviseur Adviesdienst Verkeer en Vervoer)
    - IBM Nederland NV: ing. B. Gräve, director of global service logistics
    - Mexx International BV: mw. E. Damen, manager purchasing & logistics
    - Schiphol Group: I. de Graaf MSc, director cargo
    - Shell Nederland Chemie BV: E. van der Werff, distribution manager Europe
    - TNO Inro: dr. B. Kuipers, adviseur
    - TNT Benelux & Multi Country Logistics: W. Tholhuijsen, director transport solu-
        tions
    - TU Eindhoven: prof.dr. A.G. de Kok, professor operationa, planning, accounting
        and control, director European supply chain forum
    - Vos Logistics Organizing BV: W. Kusters, adjunct directeur
    Aanvullende interviews:
    - KLICT: P. van Hal, directeur
    - Nederland Distributieland: mw. drs. F.N. van den Broek, senior projectmanager
        kennisontwikkeling
    - Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam: H. Journé, director strategic development
    Toetsingsronde conceptadvies
    - Eigen vervoerders organisatie (EVO): drs. B.R.H. Lammers, manager cluster
        Vervoermarkten
    - Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV): drs. R. Enthoven, algemeen secretaris
    - Ministerie van Economische Zaken, directoraat generaal voor ondernemen en
        innovatie: J.J. van Scheijen, directeur industrie en diensten, T.S. Staal en mw.
        R.M. van der Linden, beleidsmedewerkers
 57 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   - Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directoraat generaal goederenvervoer:
       mw. J. Tammenons Bakker, directeur generaal, mw. G. Dinkelman en mw B. van
       Dorst, beleidsmedewerkers
   - Raad voor Verkeer en Waterstaat: dr. R.H.J. Demkes
   - Schiphol Group: mw. Ir. M.E. van Lier Lels, executive vice president & chief opera-
       ting officer
   - TPG: P. van Laarhoven, director corporate strategy and business development
   - Universiteit van Tilburg: Th. Verhallen, decaan en P. Ribbers, hoogleraar
   - Vereniging Logistiek Management (vLm): H.C. Nieuwenbroek, opleidingsmanager
       vLm Logistiek College
   - VNO-NCW: A. Mesker, senior adviseur transport en infrastructuur
58 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>   Serie uitgebrachte adviezen van de
   Adviesraad voor het Wetenschaps-
   en Technologiebeleid
   60 Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als concur-
        rentiefactor voor Nederlandse bedrijven. December 2004
        ISBN 90 77005 25 0. € 12,50.
   59 Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid. Juni 2004.
        ISBN 90 77005 24 2. € 12,50.
   58 De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellin-
        gen. April 2004.
        ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57 Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
        de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid. Januari 2004.
        ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56 Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
        November 2003.
        ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55 Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeks-
        beleid. Oktober 2003.
        ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54 1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek. September 2003.
        ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53 Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid. Juli
        2003.
        ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52 Kennis van criminaliteit. Juni 2003.
        ISBN 90 77005 16 1. € 9,00
   51 Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek. Juni 2003.
        ISBN 90 77005 15 3. € 9,00
   50 Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke kennisinstell-
        lingen en de Nederlandse kennissamenleving. Januari 2003.
        ISBN 90 77005 14 5. € 5,00
   49 Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie '3% BBP voor O&O'. Juli
        2002.
        ISBN 90 77005 11 0. € 9,08
   48 KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid. Juli
        2002.
        ISBN 90 77005 10 2. € 12,50
59 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>   47 Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen.
        Juli 2001.
        ISBN 90 77005 05 6. € 11,34
   46 Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
        Juni 2001.
        ISBN 90 77005 03 X. € 9,08
   45 Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
        Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34
   44 Investeren in onderzoek, april 2000.
        ISBN 90 346 3823 5. € 9,08
   43 Halfslachtige wetenschap. Onderbenutting van vrouwelijk potentieel als existen-
        tieel probleem voor academia, januari 2000.
        ISBN 90 346 3798 0. € 11,34
   42 Communicatie over wetenschap en techniek, november 1999.
        ISBN 90 346 3758 1. € 9,08
   41 Vitaliteit en kritische massa. Strategie voor de natuur- en technische weten-
        schappen, augustus 1999.
        ISBN 90 346 3724 7. € 13,61
   40 Cultureel erfgoed en wetenschapsbeoefening. Advies van de AWT en de Raad
        voor Cultuur, juli 1999.
   39 Advies HBO en Kenniscirculatie. Advies van de AWT en de Onderwijsraad, juni
        1999.
   38 Hoofdlijnen Innovatiebeleid, juni 1999.
        ISBN 90 346 3685 2; € 11,34.
   37 Hoofdlijnen Wetenschapsbeleid, februari 1999.
        ISBN 90 346 3658 5; € 11,34.
   36 Ruimtevaartbeleid, juli 1998.
        ISBN 90 346 3590 2; € 11,34.
   35 Prioriteiten 1998, beleidsadvies naar aanleiding van de verkenningen uit de peri-
        ode 1996-1998, juni 1998.
        ISBN 90 346 3586 4; € 13,61.
   34 Reactie op Strategisch Plan TNO 1999-2002, maart 1998.
        ISBN 90 346 3549 x; € 9,08.
   33 Onschatbare rijkdom aan kennis; financiële verslaglegging en innovatief
        vermogen van ondernemingen, maart 1998.
        ISBN 90 346 3534 1; € 11,34.
   32 Het nut van de grote technologische instituten, februari 1998.
        ISBN 90 346 3532 5; € 13,61.
   31 De structurele behoefte aan informatici, februari 1998.
        ISBN 90 346 3527 9; € 11,34.
   30 Reactie op ontwerp-HOOP 1998, november 1997.
        ISBN 90 346 3502 3; € 11,34.
60 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   29 Wisselwerking tussen 'zachte' en 'harde' kennis, oktober 1997.
        ISBN 90 346 3488 4; € 11,34.
   28 Een werkzaam leven lang leren, juli 1997.
        ISBN 90 346 3460 4; € 11,34.
   27 De invloed van wet- en regelgeving op innovaties, maart 1997.
        ISBN 90 346 3420 5; € 13,61.
   26 Reactie op het Wetenschapsbudget 1997, oktober 1996.
        ISBN 90 346 3359 4; € 13,61.
   25 Oude wereld, nieuwe kansen.... Kennisuitwisseling met Oost-Azië, juni 1996.
        ISBN 90 346 3312 8; € 13,61.
   24 Report on the Netherlands position on the Fifth Framework Programme of the
        EU, april 1996.
        ISBN 90 346 3307 1; € 11,34.
   23 Regionaal Technologiebeleid, november 1995.
        ISBN 90 346 3241 5; € 11,34
   22 Onderzoek is mensenwerk; ruimte voor management van human resources, juli
        1995.
        ISBN 90 346 3203 2; € 13,61.
   21 Advies over relatie overheid-TNO, april 1995.
        ISBN 90 346 3167 2; € 9,08.
   20 Advies inzake de para-universitaire instituten, februari 1995.
        ISBN 90 3463156 7; € 9,08.
   19 Exploitatie van universitaire kennis, februari 1995.
        ISBN 90 346 3151 6; € 9,08.
   18 Jaarbeschouwing 1994, oktober 1994.
        ISBN 90 346 3115 x; € 9,08.
   17 Verankering van onderzoekstimuleringsprogramma's, oktober 1994.
        ISBN 90 346 3108 7; € 9,08.
   16 Technologiebeleid en economische structuur, april 1994.
        ISBN 90 346 3071 4; € 15,88.
   15 Advies over onderzoekscholen, januari 1994.
        ISBN 90 346 2900 7; € 9,08.
   14 Advies over de NWO-organisatie, oktober 1993.
        ISBN 90 346 3011 0; € 9,08.
   13 Nederland Vestigingsland, april 1993.
        ISBN 90 346 2991 0; € 13,61.
   12 Advies over het Strategisch Beleidsdocument 1993, maart 1993.
        ISBN 90 346 2986 4; € 9,08.
   11 Technici en onderzoekers: kwaliteit en kwantiteit, december 1992.
        ISBN 90 346 2973 2; € 11,34
   10 Jaarbeschouwing 1992: Vier aandachtspunten voor het Kabinetsbeleid,
        oktober 1992.
        ISBN 90 346 2955 4; € 11,34.
61 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   9    Opmaat voor profilering; advies inzake het Meerjarenplan 1993-1997 van NWO,
        juli 1992.
        ISBN 90 346 2923 6; € 11,34.
   8    Advies inzake de apparatuurvoorziening voor het (para-)universitaire onderzoek,
        juli 1992.
        ISBN 90 346 2917 1; € 11,34.
   7    Advies inzake de verhouding tussen nationaal en internationaal W&T-beleid,
        mei 1992.
        ISBN 90 346 2820 5; € 11,34.
   6    Techniek & Maatschappij; advies over de factor techniek voor de maatschappij
        van morgen, mei 1992.
        ISBN 90 346 2813 2; € 11,34.
   5    Advies inzake het Beleidsplan Wetenschap en Technologie 1991-1994 van het
        Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, april 1992.
        ISBN 90 346 2807 8; € 6,81.
   4    Wetenschappen en weten scheppen; advies over de overheidsfinanciering van
        universitair onderzoek, januari 1992.
        ISBN 90 346 2751 9; € 11,34.
   3    Jaarbeschouwing 1991, oktober 1991.
        ISBN 90 346 2679 2; € 4,54.
   2    Advies inzake de Technische Universiteiten (te zamen met de Adviesraad
        voor het Hoger Onderwijs (ARHO) uitgebracht), juli 1991.
        ISBN 90 346 2617 2; € 11,34.
   1    Advies Voorstellen voor de agenda van de Overlegcommissie Verkenningen, juli
        1991.
        ISBN 90 346 2628 8; € 6,81.
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Het is ook mogelijk schriftelijk of telefonisch te bestellen bij:
   AWT Secretariaat
   Javastraat 42
   2585 AP Den Haag
   T 070-3110920
   F 070-3608992
   E secretariaat@awt.nl
   Vermeld u duidelijk titel, ISBN en afleveradres.
62 awt-advies nr. 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>