<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>68
  Opening van zaken
  Beleid voor Open innovatie
  juli 2006
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Vormgeving:       Junior beeldvorming - Zoetermeer
  Druk:             Quantes - Rijswijk
  Juli 2006
  ISBN 90 77005 35 8
  Verkoopprijs      € 12,50
  Auteursrecht
  Alle rechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van
  deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoud
  Samenvatting                                                                   5
  1         Inleiding                                                           15
            1.1     Onderwerp                                                   15
            1.2     Adviesvraag en aard van het advies                          15
            1.3     Aanpak                                                      16
  2         Analyse van het verschijnsel Open innovatie                         17
            2.1     Het concept Open innovatie                                  17
            2.2     Wat drijft bedrijven tot Open innovatie?                    19
            2.3     Een scala van antwoorden op deze ontwikkelingen             24
            2.4     Conclusies over de variëteit aan Open innovatie             34
            2.5     Nadere analyse en reflectie: Drie vormen van Open innovatie 38
  3         Beleid voor Open innovatie                                          47
            3.1     Verbreding van het innovatiebeleid                          49
            3.2     Beleid voor samenwerking en alliantievorming                56
            3.3     Beleid voor Intellectueel Eigendom en Mededinging           62
            3.4     Het ecosysteem vergt voortdurende aandacht en onderhoud     69
  Bijlage 1: Gesprekspartners                                                   73
  Bijlage 2: Geraadpleegde literatuur                                           75
  Serie uitgebrachte adviezen van de AWT                                        79
3 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>4 awt-advies nr. 68</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  1            Onderwerp en vraagstelling advies
  Dit advies gaat over de trend van Open innovatie en de beleidsconsequenties die
  daaraan verbonden dienen te worden. Open innovatie betreft het verschijnsel dat
  innovatieprocessen in het bedrijfsleven steeds meer tot stand komen door samen-
  werking van verschillende soorten partijen en door betrokkenheid van gebruikers bij
  de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Door over de grenzen van hun
  eigen bedrijf te kijken, krijgen bedrijven eerder en beter zicht op innovatieve idee-
  ën, kennis en technologieën dan wanneer zij alleen op eigen bronnen zouden ver-
  trouwen. Open innovatie geeft dus in essentie weer dat bedrijven in toenemende
  mate innoveren in interactie met andere partijen.
  In dit advies staan twee vragen centraal:
  1. Wat zijn trends in de innovatiepraktijk van bedrijven in Nederland; is er sprake
      van een toename in Open innovatie?
  2. Welke aanpassingen in (innovatie)beleid zijn gewenst om goed in te spelen op de
      ontwikkelingen in de innovatiepraktijk van bedrijven?
  Voor het antwoord op vraag 1 gaat het advies beschrijvend en analyserend te werk,
  met als doel het concept Open innovatie te verhelderen. Vraag 2 wordt beantwoord
  op basis van een analyse van de belangrijkste knelpunten die bedrijven ervaren bij
  Open innoveren. Daaruit komt een aantal beleidsvraagstukken naar voren, waarover
  het advies vervolgens aanbevelingen formuleert.
  2            Open innovatie in een Nederlandse context:
               redenen en vormen
  Open innovatie is een betrekkelijk recente term uit de managementliteratuur die
  zich vooral op grote Amerikaanse bedrijven richt. In dit advies gaan we op zoek
  naar Nederlandse voorbeelden van Open innovatie. Het blijkt dat ook hier bedrijven
  voortdurend bezig zijn met strategische herpositionering. In dat proces stellen zij
  zich vragen als: waarmee gaan wij ons geld verdienen, welke kennis, competenties
  en componenten hebben we daarvoor nodig, ontwikkelen wij die zelf of zoeken wij
  die elders, en met wie moeten wij daartoe allianties sluiten? Het resultaat is dat
  bedrijven steeds meer in netwerken opereren en hun innovatieprocessen in toene-
  mende mate openstellen voor inbreng van andere partijen. Om beter te begrijpen
  waarom bedrijven dit doen, bekijken we eerst de drijfveren voor Open innovatie.
5 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  Wat drijft bedrijven tot Open innoveren?
  De belangrijkste drijfveer is de need for speed in innovatie. Willen bedrijven de
  mondiale concurrentie aan blijven kunnen, dan zullen zij steeds sneller en effectie-
  ver moeten innoveren. Daarbij komt de toenemende complexiteit van producten en
  dienstverlenende processen _ denk bijvoorbeeld aan de onderlinge afhankelijkheden
  van organisaties bij het verlenen van diensten over de mobiele telefoon. Dit hangt
  samen met veranderingen op de markt in de richting van een belevingseconomie.
  De toenemende welvaart zorgt voor veeleisende consumenten die maatwerk verlan-
  gen. Maar zij zorgt ook voor meer kennis en engagement bij klanten _ soms in die
  mate dat zij mee gaan innoveren. De vlucht die ICT als enabling technology heeft
  genomen, maakt de voor Open innovatie vereiste samenwerking tussen partijen ook
  mogelijk. Zeker nu er sprake is van convergentie van een aantal technologieën (bio-,
  nano- en informatietechnologie). Samenwerking over sectoren heen krijgt en biedt
  daardoor steeds meer kansen. Tot slot is het kennislandschap buiten bedrijven ook
  flink veranderd, niet in de laatste plaats door overheidsbeleid dat is gericht op het
  laten stromen van kennis. Kennisinstellingen hebben een andere positionering
  gekregen met een sterkere gerichtheid op valorisatie. Maar ook kleinere, private,
  kennisintensieve partijen zijn een grotere rol gaan spelen in het kennislandschap.
  Antwoord           een scala aan vormen van Open innovatie
  Bovenstaande ontwikkelingen betekenen voor innovatieprocessen in de praktijk van
  Nederlandse bedrijven dat de klant nog sterker centraal is komen te staan. Dit in
  plaats van de eigen technologie of kennis. R&D is dan ook vaak niet meer het start-
  punt van innovatie. Bovendien organiseren bedrijven hun innovatieproces veel ster-
  ker integraal en cyclisch, met daarin terugkoppelingsmomenten en beslissingen over
  in- en uitstroom van input. In Nederland heeft dit geleid tot een breed palet aan
  ontwikkelingen in de innovatiepraktijk. Dat palet valt te karakteriseren als Open
  innovatie. Verbindend element daarin is, dat bedrijven niet meer alleen innoveren,
  maar in samenwerking met andere partijen. In de dagelijkse praktijk neemt dat ver-
  .
  schillende vormen aan:
      Verticale allianties in ketens, met toeleveranciers en afnemers. Vaak is hier sprake
  .
       van één grote, dominante speler, die de allianties definieert.
      Horizontale allianties tussen concurrenten, vooral om gezamenlijk een standaard
  .
       te zetten.
      Horizontale allianties tussen partijen in verschillende branches, zoals Philips met
  .
       Sara Lee voor de Senseo.
      Het delen van resources en faciliteiten tussen verschillende partijen, zoals op een
  .
       open campus.
      Allianties met publieke kennisinstellingen, te zien aan een groei in publiek-private
  .
       samenwerkingsverbanden, zoals rond de voedingsindustrie.
      Investeren in andere bedrijven met Corporate Venture Capital, inclusief participa-
       tie in VC-fondsen en actief spin off en spin in-beleid zoals bij DSM.
6 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  .  Een bloeiende handel in octrooien en licenties. Handelen in Intellectueel
      Eigendom, een activiteit die in de VS al een enorme vlucht heeft genomen, maar
  .
      ook in Europa en Nederland aan een opmars bezig is.
     Samenwerking zoeken met gebruikers, door creatief hun wensen en ideeën voor
      innovaties te onderzoeken of hun vernieuwingen van producten en processen
  .
      over te nemen.
     Het vrijgeven van Intellectuele eigendomsrechten _ octrooien en licenties _ aan
      open gemeenschappen, zoals bijvoorbeeld IBM heeft gedaan.
  Conclusies over de variëteit aan Open innovatie
  Open innovatie is ook in Nederland een duidelijk herkenbare trend. Het is zeker niet
  nieuw, maar neemt wel in belang, intensiteit en diversiteit van verschijningsvormen
  duidelijk toe. Juist de grote bedrijven, de multinationals, zijn hierin actief. Het
  Midden- en kleinbedrijf is al langer op een meer samenwerkende, open manier aan
  het innoveren. Dat kan bij hen ook niet anders; zij hebben nooit de mogelijkheid
  gehad om volledige innovatietrajecten binnen hun bedrijf uit te voeren. Bedrijven
  ondernemen vaak meerdere van de hierboven beschreven activiteiten tegelijkertijd;
  het is niet òf-òf (òf corporate venture capital aanwenden, òf faciliteiten delen) maar
  vaak én-én (horizontale allianties sluiten met én andere bedrijven, én met open
  communities). De variëteit en de complexiteit van innovatieprocessen nemen
  daardoor toe. Open innovatie heeft nadrukkelijk betrekking op alle aspecten van het
  innovatieproces: marktintroductie, kennisontwikkeling, productie, proto-typing of
  vernieuwing van het business model. In iedere fase van het innovatietraject maken
  bedrijven de keuze meer of minder open te opereren. Open innovatie gaat dus
  nadrukkelijk om méér dan alleen gezamenlijk onderzoek verrichten. Recht doen aan
  Open innovatie vergt daarom een visie op het gehele innovatietraject, tot en met de
  wisselwerking met klanten.
  Het woord 'open' in Open innovatie is in veel verschijningsvormen op te vatten als:
  'meer open dan in het verleden' en met meer betrokkenheid van partijen van buiten
  het eigen bedrijf. Veel allianties stellen zelf echter weer hun eigen grenzen en uit-
  sluitingcriteria vast voor partijen buiten het samenwerkingsverband. Die allianties
  functioneren dan weer als gesloten constellaties. Deze dynamiek maakt het voor
  bedrijven van cruciaal belang in welke samenwerkingsrelaties ze deelnemen.
  Immers: deelname aan één bepaald netwerk betekent vaak dat men niet meer wel-
  kom is in een ander. Het zijn in toenemende mate netwerkconstellaties die met
  elkaar concurreren. Over het algemeen is er geen sprake van geheel Open innova-
  tieprocessen in de zin van 'voor ieder toegankelijk en vrij beschikbaar'. Niettemin
  zijn er ook constellaties te vinden waar 'open' wel volledig open of 'openbaar' bete-
  kent. Daarin maken partijen hun kennis, vindingen en innovaties openbaar zonder
  er exclusieve rechten op te vestigen.
7 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>  Nadere analyse en reflectie: drie vormen van Open innovatie
  De verschijningsvormen van Open innovatie overziend, zijn er twee dimensies waar-
  op zij gesitueerd kunnen worden: (a) de aard en mate van openheid voor andere
  partijen, en (b) de mate van openheid van het innovatieproces zelf, zowel wat opzet
  als wat uitkomsten betreft. Aan de hand van deze twee dimensies tekent zich een
  spectrum af aan manieren waarop bedrijven Open innoveren _ van markt tot
  meent. In dit spectrum onderscheidt de AWT drie hoofdstijlen: Inkopend innoveren,
  Collaboratief innoveren en Openbaar innoveren.
  Inkopend innoveren
  Bij inkopend innoveren verloopt de interactie van bedrijven met andere partijen in
  het kennislandschap via het inkopen van input voor het innovatieproces. Vragers en
  aanbieders van kennis, intellectuele eigendomsrechten en innovaties vinden elkaar en
  maken nieuwe combinaties. Deze manier van Open innoveren lijkt dan ook op knip-
  en plakwerk met verschillende elementen. In dit model wheelen en dealen bedrijven
  met elkaar, geven elkaar opdrachten, ruilen of bundelen licenties, investeren in spin
  offs en andere starters, of kopen octrooien op een veiling. De principal-agent-relatie
  staat hier centraal, ofwel de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
  Het bijpassende coördinatiemechanisme is de markt, met bijbehorende verschijnselen
  als prijsbepalingen, contracten, onderhandelingen, monitoring van geleverde presta-
  ties en uitspraken van de rechter als er conflicten rijzen. Inkopend innoveren werkt
  dus vooral goed wanneer de markt voor innovatie-input (kennis, rechten, kapitaal of
  vindingen) goed werkt. Dat vergt in ieder geval lage transactiekosten, transparantie
  van de markt en heldere intellectuele eigendomsrechten.
  Collaboratief innoveren
  Wanneer bedrijven collaboratief innoveren, dan gaan zij een (veelal langdurig)
  samenwerkingsverband aan om gezamenlijk een innovatie tot stand te brengen.
  Meerdere partijen hebben hier een inbreng. De uitkomsten van het traject zijn
  tamelijk open; er is wel een gemeenschappelijk doel, maar dat is meestal nog niet
  zeer gespecificeerd. Goede afspraken over wederzijdse verwachtingen en verdeel-
  sleutels voor de inbreng en de te verwachten resultaten zijn hier cruciaal. Ook reci-
  prociteit, vertrouwen en reputatie zijn essentiële mechanismen om succesvol allian-
  ties op te bouwen. Voor collaboratief innoveren is het van groot belang dat partijen
  in staat zijn om allianties te sluiten; dat zij elkaar weten te vinden, dat zij mogen
  samenwerken met elkaar, dat zij er de goede modellen voor hebben en dat zij er de
  vaardigheden voor bezitten. Dat laatste behelst bijvoorbeeld het vermogen cultuurver-
  schillen te overbruggen of interdisciplinaire samenwerkingsprojecten te
  managen.
  Openbaar innoveren
  De partijen die Openbaar innoveren, geven hun innovaties zonder enig voorbe-
  houd prijs aan de openbaarheid. Daardoor kunnen anderen verder voortborduren
8 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  op hun innovatie. Vaak zijn dit individuele gebruikers, maar het komt ook voor
  onder bedrijven, bijvoorbeeld in zich snel ontwikkelende sectoren. Met openbaar
  innoveren maken vele handen licht werk en verbeteren de prestaties van het hele
  netwerk. Met de innovatie zelf kan men vaak geen geld verdienen, maar er zijn
  andere beloningen voor openbare innovatie: de intrinsieke beloning van het inno-
  veren, van het precies kunnen maken wat je nodig hebt, of die van de reputatie in
  het netwerk. Bedrijven kunnen bovendien rond openbare innovaties economisch
  renderende activiteiten ontwikkelen: ondersteunende dienstverlening of versnelling
  van het eigen innovatieproces. Openbaar innoverende partijen moeten in vrijheid
  kunnen innoveren en hebben vooral een goede toegang tot elkaar en dus het
  internet nodig.
  3            Beleid voor Open innovatie
  Beleid voor innovatie hoort op de praktijk van innovatie aan te sluiten. Daarbij is het
  uitgangspunt dat de overheid niet op de stoel van bedrijven kan en mag gaan zit-
  ten. Bedrijven moeten zelf beslissen over hun innovatiestrategie en -vorm. Maar de
  overheid moet wel knelpunten wegnemen waar deze zich voordoen, en stimuleren
  dat kansen worden benut. De AWT vindt dat er door de trend van Open innovatie
  verschillende redenen zijn voor overheidsoptreden. Deels speelt de overheid al op
  deze ontwikkelingen in en stelt de AWT aanpassingen voor. In andere gevallen stelt
  de AWT nieuw beleid voor. De legitimiteit van overheidsoptreden is drieledig: Ten
  eerste moet de overheid met haar eigen wet- en regelgeving aan innoverende
  bedrijven de ruimte geven. Ten tweede kan overheidsoptreden wenselijk zijn wan-
  neer zich marktfalen voordoet, zoals informatietekorten of spill overs. Tot slot heeft
  zij een taak wanneer Nederlandse bedrijven kansen op innovaties mislopen _
  bijvoorbeeld door competentietekorten. De aanbevelingen voor beleidswijzigingen
  .
  zijn geordend volgens de volgende lijnen:
  .
      Verbreding van het innovatiebeleid
  .
      Beleid voor samenwerking en alliantievorming
      Beleid voor Intellectueel Eigendom en Mededinging
  Open innovatie is een veelomvattend en alles doorsnijdend fenomeen, dat louter
  gedijt in een innovatief ecosysteem. Alle betrokken partijen moeten de bereidheid
  hebben bij te dragen aan een positief klimaat. Dit advies richt zich echter vrij exclu-
  sief op de overheid in deze, omdat het nu eenmaal de taak van de AWT is om
  Regering en Staten Generaal te adviseren over het overheidsbeleid.
  Verbreding van het innovatiebeleid
  Open innovatie maakt meer nog dan voorheen duidelijk, dat het lineaire model van
  innovatie niet aansluit bij de praktijk. Innovatie is een cyclisch proces, met input van
  steeds verschillende partijen en met constante terugkoppelingen. Innovatie verloopt
  niet volgens een vaste lijn van fundamenteel, naar toegepast- en vervolgens markt-
9 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   onderzoek, maar verloopt grillig en combineert allerlei typen kennis van diverse par-
   tijen. Innovatie is niet voorbehouden aan R&D, maar komt tot stand in samenwer-
   king met marketingspecialisten, gebruikers- en consumentenvertegenwoordigers,
   concurrerende ondernemingen of leveranciers. Het Europese en Nederlandse stimu-
   leringsbeleid voor innovatie gaat echter nog wel steeds uit van een lineair verloop.
   De overheid moet daarom echt doorzetten met de integrale benadering van innova-
   tie, in alle details van de beleidsuitvoering.
   Een meer integrale benadering is met name nodig waar het de inbreng van eindge-
   bruikers bij innovatie betreft. Klanten vormen immers een steeds belangrijker bron
   voor innovatie. Bedrijven moeten gebruikers op creatieve manieren kunnen inscha-
   kelen en 'aftappen' _ via innovatief marktonderzoek, door in contact te treden met
   gebruikersgemeenschappen of door ontwerpinstrumentarium aan te bieden aan
   klanten. Modellen hiervoor ontbreken vaak, net als de competenties bij bedrijven
   om hiervan een succes te maken. Gebruikers zelf lopen zo nu en dan tegen blokka-
   des op wanneer zij in openbare gemeenschappen innoveren. Dan worden zij bij-
   voorbeeld door een multinational aangeklaagd, terwijl zij volstrekte openbaarheid
   betrachten en operen zonder winstoogmerk. Dat gebeurt veelal rond digitale pro-
   ducten in de creatieve sector, wanneer gebruikers samplen en fragmenten gebrui-
   ken waarop auteursrechten rusten. De overheid zou deze obstakels moeten wegne-
   men en zelfs de ontwikkeling van modellen voor openbare innovatie dienen te
   ondersteunen.
   De noodzaak van verbreding van het innovatiebeleid geldt helemaal voor zelfstan-
   dig ondernemerschap. Ondernemerschap is zonder meer een belangrijke factor in
   het ecosysteem voor innovatie. Er is al het nodige beleid ontwikkeld voor het oplos-
   sen van knelpunten en het bevorderen van ondernemerschap. Met name de zelf-
   standigen zonder personeel ondervinden echter nog veel hindernissen. Daardoor
   komt hun potentiële bijdrage aan het innovatieklimaat niet goed tot zijn recht. Die
   obstakels bevinden zich vooral op het fiscale vlak en in de regelgeving voor sociale
   zekerheid. Uitgangspunt zou moeten zijn dat de overheid gelijke ondersteuning
   biedt aan werknemers, zelfstandigen en werkgevers in de organisatie van hun
   arbeid.
   Aanbeveling 1: Voer de integrale benadering van innovatie verder
   door
   .   Zet de pleidooien voor verbetering van de Europese regels voor staatssteun door.
       Zorg dat er één brede categorie voor Research, Development & Innovation wordt
       erkend als door de overheid te ondersteunen onderzoeks- en innovatieprojecten.
       Vertaal de vigerende Brusselse regels ondertussen zo ruimhartig mogelijk. Zoek in
       het Nederlandse innovatiestimuleringsbeleid de grenzen op, en ondersteun
       bedrijven ook actief bij het kunnen voldoen aan de Europese regels.
10 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   .  Start in Nederland beleidsexperimenten met het stimuleren van de stappen in
       innovatieprocessen die dichter bij de markt plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan
       het ondersteunen van ‘Innovatie centra’, waarin alle bij een innovatie betrokken
       partijen interdisciplinair met elkaar aan een project kunnen samenwerken; onder-
   .
       zoekers, ontwikkelaars, designers, ergonomen, marketeers en eindgebruikers.
      Draag ook zorg voor een uitvoeringspraktijk die de integrale benadering van
       innovatie recht doet. Let bijvoorbeeld goed op bij de selectiecriteria en samen-
       stelling van beoordelingscommissies voor te stimuleren innovatieprojecten.
   Aanbeveling 2: Meer aandacht en ruimte voor gebruikers in het
   innovatiebeleid
   .  Start beleidsexperimenten voor het vaker en beter inschakelen van gebruikers bij
       innovatietrajecten van bedrijven. Doe dat binnen de kaders van het bestaande
       innovatiebeleid en zet de uitvoering daarvan op afstand. De experimenten dienen
       vooral om de kennisontwikkeling te stimuleren zodat zich een instrumentarium
       ontwikkelt voor samenwerking tussen bedrijven en gebruikers. Denk daarbij aan
       internetplatforms met ontwerpsoftware, 'open laboratoria', innovatiesalons of
   .
       nieuwe vormen van gebruikers- en marktonderzoek.
      Start tevens beleidsexperimenten rond het ondersteunen van openbaar innove-
       rende gebruikersgemeenschappen. Denk bijvoorbeeld aan het uitloven van een
       prijs, zoals de 'Prijsgeef'-prijs voor de meest lonende, vrijelijk openbaar gemaak-
       te, innovatie. Of fungeer _ op hun verzoek _ als incubator van open gemeen-
       schappen in de startfase. Werk mee aan het stellen van de kaders, het formule-
       ren van projectdoelen en standaarden, of het ontwikkelen van een eerste proto-
       type. Zet ook hier de uitvoering op afstand. Kijk voor een concrete uitwerking
   .
       naar de regeling voor Digitale Pioniers.
      Draag verder zorg voor het verzamelen en verspreiden van kennis en best practi-
       ces over gebruikersinnovatie en de inschakeling van gebruikers in innovatiepro-
       cessen van bedrijven. Maak de impact van het fenomeen gebruikersinnovatie
       beter inzichtelijk door het op te nemen in de reguliere statistieken.
   Aanbeveling 3: Promoot en faciliteer zelfstandig ondernemerschap
   .  Vereenvoudig de bestaande regelgeving rond zelfstandig ondernemerschap en
       verlaag de administratieve lasten voor zelfstandigen. Stel de fiscale regels nog
       verder bij, zodat het beginnen van een bedrijf aantrekkelijk wordt. De regels rond
       de fiscale voordelen van het zelfstandig ondernemerschap moeten voor onderne-
   .
       mingen in de beginfase eenvoudig, helder en ruimhartig zijn.
      Toets nieuwe regels, vooral op het vlak van sociale zekerheid, op hun neutraliteit
       voor werknemers tegenover zelfstandigen. Daar waar de overheid werknemers in
       loondienst ondersteunt bij levensloopkeuzen, zou zij dat ook moeten doen bij ZZP-
       ers (Zelfstandigen Zonder Personeel). Om de positie van zelfstandige ondernemers
       goed op het netvlies te krijgen, pleit de AWT voor een tijdelijke (bijv. voor 5 jaar)
       Zelfstandigen Effect Rapportage (ZER) van sociaal-economische regelgeving.
11 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   Samenwerking en alliantievorming tussen organisaties
   Samenwerken is de kern van Open innovatie. Bedrijven zoeken doorgaans zelf de
   meest geschikte partners en ontwikkelen gezamenlijk modellen daarvoor. Niettemin
   kan en moet de overheid wel bijdragen aan het ontstaan van bloeiende netwerken
   tussen bedrijven. Beleid voor hot spots zou daarbij de kernactiviteit van overheden
   dienen te zijn. Binnen hot spots moeten alle condities op lokaal, regionaal, natio-
   naal en grensoverschrijdend niveau op elkaar zijn afgestemd _ von Kopf biss Fuss
   auf Innovation eingestellt. Soms moet de overheid ook buiten de hot spots bedrij-
   ven een drempel overhelpen, vooral de middelgrote en kleinere ondernemingen _
   bijvoorbeeld met het organiseren van ontmoetingen of het (op verzoek) aanjagen
   van samenwerkingsverbanden.
   Bedrijven moeten ook in staat zijn om allianties met elkaar en andere partijen aan
   te gaan. Daarvoor hebben zij verschillende competenties nodig. Het gaat om stra-
   tegische en alliantievaardigheden en om juridische en financiële modellen voor
   samenwerking. Tevens gaat het om de competentie de interne organisatie zo te
   managen, dat hij geschikt wordt voor Open innovatie en medewerkers zo aan te
   sturen dat zij succesvol met andere partijen kunnen innoveren. De overheid kan
   een rol spelen door het bevorderen van kennisontwikkeling en competenties op
   deze punten en door het stimuleren van de verspreiding van modellen en best
   practices.
   Aanbeveling 4: Versterk het beleid gericht op hot spots en onder-
   steun de totstandkoming van samenwerking
   .  Zet versterkt _ maar selectief! _ in op hot spots en lever als overheid (lokaal,
       regionaal, nationaal en internationaal) dát maatwerk waarvan partijen aangeven
       dat zij daar behoefte aan hebben. Laat dit maatwerk aansluiten bij de sleutelge-
   .
       bieden, zoals benoemd door het Innovatieplatform.
      Zet daarnaast versterkt in op het faciliteren van ontmoetingen en aangaan van
       nationale en internationale samenwerkingsrelaties _ met name voor de koplopers
       en toepassers in het MKB. Hier is vaak sprake van een informatietekort dat door
       makel- en schakelactiviteiten verminderd wordt. Maak hierover afspraken met
   .
       partijen als SenterNovem, de NFIA/EVD en Syntens.
      Stel een projectfonds in dat voorstellen van bedrijven ondersteunt voor het aanja-
       gen van samenwerkingsverbanden rond duidelijk benoemde uitdagingen. Leg de
       uitvoering van dit projectfonds bij SenterNovem.
   Aanbeveling 5: Versterk kennis en vaardigheden voor samenwerking
   .  Draag zorg voor de ontwikkeling, maar vooral ook de overdracht van kennis over
       samenwerking en alliantievorming voor innovatie. Draag ook zorg voor de
       opbouw van competenties, nodig voor Open innovatie:
       - Strategische vaardigheden; competenties op het gebied van strategische
           besluitvorming;
12 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>       - Alliantievaardigheden; het vermogen om succesvol samen te kunnen werken
           met externe partijen, en de uitwerking en uitwisseling van modellen voor
           samenwerking;
       - Organisatorische vaardigheden; het kunnen managen van de interne organisatie
   .
           en werknemers, zodanig dat deze beter in staat zijn in netwerken te innoveren.
      Deze kennis en vaardigheden zijn vooral nodig in het MKB. Spreek branchevereni-
       gingen, Syntens het centrum voor sociale innovatie en andere partijen met een
       brugfunctie naar het MKB hierop aan, en biedt ze daartoe ook de ruimte.
   Beleid voor Intellectueel Eigendom en Mededinging
   Een robuust en rechtszeker systeem voor intellectuele eigendomsrechten met lage
   transactiekosten is cruciaal voor Open innovatie. Daarbij nemen immers gezamenlijke
   kennisontwikkeling en handel in intellectueel eigendom een vlucht. De bestaande uit-
   voeringspraktijk komt onvoldoende aan deze voorwaarde tegemoet, omdat er vaak te
   veel en onduidelijke octrooirechten worden verleend. Dat brengt onzekerheid en hoge
   kosten met zich mee.
   Het toenemend belang van Openbare innovatie vraagt bovendien om het opnieuw
   doordenken van de toegang tot kennis. Met name het auteursrecht is toe aan her-
   bezinning op enkele punten. Vooral waar het digitale producten betreft, omdat
   bedrijven hun digitale producten vaak verzegelen. Het principe dat klanten of
   kopers met hun product mogen doen wat zij willen (bijvoorbeeld samplen), zeker
   als het voor niet-commercieel gebruik is, komt daardoor in de knel. Dat is principi-
   eel onjuist en het frustreert innovatie.
   Er bestaat eveneens onduidelijkheid over de toepassing van de Mededingingswet in
   Europa en Nederland op Open innoverende conglomeraten van bedrijven, vooral wan-
   neer zij trachten standaarden te zetten of Intellectuele eigendomsrechten te bundelen.
   Fundamentele herbezinning op het verband tussen beleid voor innovatie, mededin-
   ging en intellectueel eigendom is daarom nodig. Het is van belang de huidige onze-
   kerheden in kaart te brengen en te doordenken wat de knelpunten kunnen worden
   wanneer partijen meer en meer open gaan innoveren.
   Aanbeveling 6: Verhoog de kwaliteit van de uitvoeringspraktijk van
   octrooiverlening
   De Nederlandse overheid dient zich in het bestuur van het EOB te blijven inspannen
   om het Europees Octrooibureau tot strengere beoordeling van octrooien aan te zet-
   ten. Daartoe zou naar de interne werkwijze van het EOB gekeken moeten worden,
   bijvoorbeeld naar de middelen die een examiner krijgt voor een afwijzing of toeken-
   ning. Ook zou zij moeten onderzoeken of het verhogen van de kosten van een
   afgewezen octrooiaanvraag mogelijk een effectieve en doelmatige prikkel kan geven
   om het overmatig aanvragen van octrooien tegen te gaan.
13 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   Aanbeveling 7: Bewaak de toegang tot kennis voor openbare inno-
   vatie
   In EU en internationaal (OESO, WIPO) verband zou Nederland de discussie moeten
   blijven voeren over de toegang tot kennis voor openbaar innoverende partijen, zoals
   wetenschappers en gebruikers. Justitie heeft hier een rol als eerstverantwoordelijke
   voor het auteursrecht. In de discussie over vrijstellingen voor de wetenschap is ook
   OCW aan zet. EZ is hier vanuit haar verantwoordelijkheid voor het innovatiebeleid
   bij betrokken. Prioriteit verdient daarbij de wet- en regelgeving die innoverende
   gebruikers en kunstenaars de toegang tot digitale producten verhindert.
   Uitgangspunt moet zijn dat het recht om voort te borduren op bestaande werken
   ook in praktische zin mogelijk moet zijn. Dit stelt dus grenzen aan de mate van 'ver-
   zegeling' die aan digitale content in de informatie- en cultuursectoren gegeven kan
   worden. Waar zich conflicten voordoen tussen openbare gemeenschappen en
   bedrijven moet de overheid zorg dragen voor een juridisch level playing field.
   Aanbeveling 8: Verduidelijk de relatie tussen IE en Mededinging
   door een brede discussie
   Start samen met de meest betrokken instanties _ zoals de Europese Commissie, de
   NMa, het Europese Octrooibureau en het Octrooicentrum Nederland, bedrijvenvere-
   nigingen als VNO-NCW/MKB-Nederland en UNICE, en vertegenwoordigers van ken-
   nisinstellingen zoals VSNU, EUA en EARTO _ een brede discussie over de relatie tus-
   sen Intellectueel Eigendomsrechten, Mededinging en Innovatie. Daarbij zou aan de
   orde moeten komen in hoeverre de ontwikkeling richting meer Open innoveren
   vraagt om een beleidsmatige reactie op onzekerheden rond mededinging en intel-
   lectueel eigendom. De grootscheepse hearing die het Department of Justice en de
   Federal Trade Commission van de VS in 2003 wijdden aan deze onderwerpen, acht
   de AWT een aansprekend voorbeeld en inspiratiebron hiertoe.
   Het ecosysteem vergt voortdurend onderhoud
   Deze aanbevelingen laten onverlet dat er verschillende cruciale condities zijn die de
   overheid op peil moet houden: Open innovatie vergt een steeds hogere scholings-
   graad van de bevolking en een solide publieke kennisinfrastructuur met voldoende
   middelen om te bouwen aan het Nederlandse kennisvermogen. Maar ook een uit-
   muntende ICT-infrastructuur, een high trust omgeving waarin vertrouwen tussen
   ondernemingen kan gedijen, en een goed werkende kapitaalmarkt.
   Bovenal heeft de trend van Open innovatie een open overheid nodig. Deze ontwik-
   keling vergt immers dat alle partijen hun rol in het innovatieve ecosysteem optimaal
   vervullen. De overheid zal in haar verschillende hoedanigheden _ als regelgever,
   marktordenaar en dienstverlener, maar zeker ook als grote klant en gebruiker _
   belangrijke bijdragen moeten leveren aan het ecosysteem dat steeds meer open
   gaat innoveren. In een wereld van Open innovatie dient iedereen opening van
   zaken te geven.
14 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                        1               Inleiding
                           1.1          Onderwerp
                           Philips nodigt andere bedrijven _ soms zelfs concurrenten _ uit om zich te vestigen
                           op zijn campus en bestormt de markt met partners uit andere branches. DSM
                           investeert met zijn eigen venture capital fonds in startende bedrijven en Procter &
                           Gamble besluit dat 40 procent van zijn innovaties voortaan van buitenaf moet
 Bedrijven vernieuwen hun  komen. Daartoe tapt het een wereldwijd netwerk af, onder andere van gepensio-
   innovatiemanagement…    neerde ingenieurs. Unilever start een kookstudio en hun marktonderzoekers nemen
                           'reporters' in dienst om digitale foto's van de nieuwste trends door te mms-en.
                           Kledingbedrijven bieden een platform op internet waar modeontwerpers en thuis-
                           naaisters hun creaties kunnen presenteren en internet communities ontwikkelen
                           gezamenlijk hun eigen encyclopedieën, software en zelfs bier.1
                           Innovatieprocessen ondergaan momenteel een transformatie. Open innovatie is de
                           term die hierbij veelvuldig valt. Dit advies gaat over de trend van Open innovatie en
                           de beleidsconsequenties die daaraan verbonden dienen te worden. Onder Open
                           innovatie verstaan wij in dit advies de ontwikkeling dat innovatieprocessen in het
                           bedrijfsleven steeds meer worden gekenmerkt door samenwerking van verschillende
                           soorten partijen in keten- en netwerkverband, en door een grotere betrokkenheid
                           van gebruikers bij de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Open inno-
…zij innoveren vaker samen vatie geeft dus in essentie weer dat bedrijven niet in splendid isolation tot innova-
               met anderen ties komen, maar in toenemende mate in interactie met andere partijen.
                           1.2          Adviesvraag en aard van het advies
                           Het ministerie van EZ ziet Open innovatie als een belangrijke trend voor de (middel-)
                           lange termijn, die de achtergrond zal vormen voor het te voeren innovatiebeleid. De
                           ontwikkelingen in de innovatiepraktijk van bedrijven hebben het ministerie van EZ,
                           verantwoordelijk voor het innovatiebeleid, dan ook geïnspireerd tot de volgende
                           adviesvraag aan de AWT:
                           1. Wat zijn trends in de innovatiepraktijk van bedrijven in Nederland; is er sprake
                               van een toename in Open innovatie?
                           2. Welke aanpassingen in (innovatie-)beleid zijn gewenst om goed in te spelen op
                               de ontwikkelingen in de innovatiepraktijk van bedrijven?
                           1     Bronnen: www.plos.ac.uk, www.wikipedia.nl, www.apache.com, www.voresoel.dk.
                        15 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                Deze adviesvraag heeft een breed bereik en een langere termijn oriëntatie. Het
                                ministerie heeft gevraagd naar ontwikkelingen op termijn, over het geheel van
                                bedrijvigheid in Nederland en over het totaal van het innovatiebeleid.
                                De AWT wil met dit advies het inzicht over wat Open innovatie is vergroten en bij-
                                dragen aan de visieontwikkeling aangaande deze trend. Dit doen wij door de diver-
                                se verschijningsvormen van Open innovatie te beschrijven en deze nader te analyse-
                                ren (hoofdstuk 2). Aansluitend formuleren wij uitdagingen voor het (innovatie-)
   Dit advies wil conceptuele   beleid gezien de ontwikkeling naar meer Open innovatie en geven wij de richting
helderheid bieden en richtin-   aan waarin het innovatiebeleid zich zou moeten ontwikkelen wil het goed inspelen
    gen voor beleid aangeven    op de veranderingen in de innovatiepraktijk van bedrijven (hoofdstuk 3).
                                1.3            Aanpak
                                Bij de voorbereiding van dit advies heeft de AWT diverse informatiebronnen aange-
                                .
                                boord:
                                    Een reeks van interviews die we hebben gehouden onder ondernemers en inno-
                                    vatiedeskundigen, in Nederland en daarbuiten (zie bijlage 1). Naast deze serie
                                    gesprekken over Open innovatie, hebben we ook gebruik gemaakt van informa-
                                .
  Input voor dit advies kwam        tie en inzichten verkregen uit eerder uitgevoerde gespreksronden.2
 van een enquête, een essay-        Een empirisch onderzoek naar Open innovatie in het MKB, op basis van een tele-
     wedstrijd, interviews en       fonische enquête onder 600 innovatieve MKB-bedrijven; dit is door het EIM uit-
                    literatuur      gevoerd in opdracht van de AWT. De resultaten hiervan zijn te vinden in de publi-
                                    catie Meer Open innoveren, Praktijk, ontwikkelingen, motieven en knelpunten in
                                .
                                    het MKB, een AWT-achtergrondstudie.3
                                    Een serie essays over het verschijnsel Open innovatie, de oogst van een door de
                                    AWT uitgeschreven essaywedstrijd. De meest bruikbare essays zijn opgenomen in
                                    de bundel Open stellingen, de overige essays zijn op de AWT-website te vinden
                                .
                                    onder 'werkdocumenten'.4
                                    Literatuuronderzoek (zie bijlage 2 voor geraadpleegde literatuur).
                               2    Dit betreft interviews gehouden ter voorbereiding van de AWT-adviezen Backing winners (AWT-advies nr. 53), Netwerken
                                    met kennis (AWT-advies nr. 56) en Handelen met kennis (AWT-advies nr. 46).
                               3    J.P.J. de Jong, Meer Open innoveren (2006), te vinden op www.awt.nl.
                               4    AWT, Open Stellingen (2006), ook te vinden op www.awt.nl
                            16 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                           2            Analyse van het verschijnsel Open
                                        innovatie
                              In dit hoofdstuk gaan we eerst kort na waar het concept van Open innovatie van-
                              daan komt. Dan onderzoeken we de drijvende krachten achter Open innovatie.
                              Vervolgens kijken we naar de antwoorden die bedrijven geven op de dynamiek in
                              hun omgeving. Daarop volgt een analyse van de beweging van gesloten naar ope-
                              ner vormen van innovatie. We maken duidelijk dat Open innovatie in wezen een
                              verzamelterm is voor een spectrum aan ontwikkelingen. Tevens interpreteren we
                              deze beweging als een overstap naar andere coördinatiemechanismen.
                              2.1          Het concept Open innovatie
                              Het concept Open innovatie is in de wereld gebracht door Henry Chesbrough in zijn
                              Open innovation, the new Imperative.5 Hij constateerde het openbreken van het
                              gesloten model van innovatie vanaf de jaren '80 in grote, Amerikaanse technologie-
                              bedrijven. Kern van het gesloten model is dat _ vooral in de grote bedrijven _
                              innovaties tot stand komen door inzet van eigen kennis en capaciteiten binnen de
                              grenzen van de onderneming. Bedrijven genereren zelf ideeën, werken die in R&D-
                              afdelingen uit en ontwikkelen de resultaten op eigen kracht, tot aan de marktintro-
Open innovatie is een recente ductie van nieuwe producten en processen. Zij vertrouwen daarvoor volledig op
   term uit de management-    eigen kracht en middelen. De op die manier opgebouwde onderzoeksresultaten en
                  literatuur… kennis tracht men binnen de grenzen van de onderneming te houden.
                              Chesbrough constateerde dat bedrijven in toenemende mate andere methoden en
                              modellen hanteren om tot innovaties te komen. Daarin wordt externe kennis gezien
                              als een belangrijke bron voor innovatie, en worden verschillende trajecten buiten de
                              onderneming geïnitieerd om innovatie te bereiken of te versnellen. Open innovatie
                              vindt plaats in netwerken, waarin specialisatie, samenwerking en kennisdeling voor-
                              opstaan, in plaats van solitair opereren. Het gaat er in Open innovatie om kennis,
                              competenties en creativiteit van buiten de onderneming te betrekken voor het
                              eigen innovatieproces. Het volgende kader kenschetst 'Gesloten' en 'Open' innova-
                              tie met enkele principes:
                              5    Chesbrough, H.W., Open innovation (2003). Overigens was hij niet de eerste die de term gebruikte. Die eer komt toe
                                   aan Horwith, Parikh en Ziv, die de term reeds in een paper in 2000 hanteerden.
                           17 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                              Gesloten innovatie                                              Open innovatie
                              De slimste mensen op ons gebied werken voor ons.                Niet alle slimme mensen werken voor ons; we moe-
                                                                                              ten samenwerken met mensen buiten ons bedrijf.
                              Om van R&D te profiteren, moeten we nieuwe pro-                 Externe R&D kan veel waarde creëren; interne R&D is
                              ducten zelf ontdekken, zelf ontwikkelen en zelf ver-            nodig om daarvan een portie voor onszelf te claimen.
                              markten.
                              Als we het zelf ontdekken, krijgen we het als eerste            Wij hoeven het onderzoek niet zelf gestart te hebben
                              op de markt.                                                    om ervan te kunnen profiteren.
                              Het bedrijf dat een innovatie als eerste op de markt            Een beter business model is meer waard dan een
                              krijgt, wint.                                                   innovatie als eerste op de markt brengen.
                              Als we de meeste en beste ideeën ontwikkelen, win- Wij winnen wanneer we externe en interne ideeën
                              nen wij.                                                        het beste weten in te zetten.
                              Wij moeten onze IPR bewaken, opdat concurrenten                 We moeten profiteren van andermans gebruik van
                              niet van onze ideeën profiteren.                                onze IPR, en we moeten IPR kopen als het past in
                                                                                              ons business model.
                              Bron: H.W. Chesbrough, Open innovation (2003)
                              Niet alleen Chesbrough heeft geconstateerd dat bedrijven steeds meer het belang
                              onderkennen van interactie met andere partijen. Dat deden bijvoorbeeld ook Miller
                              & Morris.6 Zij zien Open innovatie als het voorlopige eindspel van verschillende
                              generaties innovatiemanagement. Dat loopt van simpel lineair met een technology
                              push via een geïntegreerd, cyclisch proces van push & pull, naar een continu inno-
                              vatieproces in netwerken. Ook zij constateren dat in het innovatiemanagement de
                              nadruk veel meer is komen te liggen op samenwerking met andere partijen. In
…maar het fenomeen van inno-
                              Nederland hebben onder meer Berkhout en Jacobs dit proces van een lineair naar
   veren in netwerken werd al
                              een interactief proces met voortdurende terugkoppelingen en feedback van externe
            eerder beschreven
                              partijen uitgebreid beschreven.7
                              De Amerikaan Von Hippel trekt deze observaties verder door en constateert een
                              toenemende inbreng van klanten (gebruikers, consumenten) bij innovatie. De inspi-
                              ratie voor vernieuwingen komt voor 70 % van klanten _ eindgebruikers, zowel als
                              afnemers uit het bedrijfsleven _, voor 15 % van leveranciers en voor slechts 15 %
                              van R&D-afdelingen. Gebruikers zijn daarbij niet alleen een bron van inspiratie,
                              maar verbeteren ook vaak zelf producten met ingrepen die onverkort door fabrikan-
                              ten kunnen worden overgenomen. Dit blijken bovendien de meest succesvolle inno-
                              vaties te zijn.8 Al deze auteurs constateren een toenemende vernetwerking van de
                              innovatiefunctie. Vanuit bedrijven gezien betekent dat het doorlaatbaar maken van
 Nieuw is de aandacht voor de
                              de grenzen van de onderneming voor inbreng van buiten af. Met deze noties in het
          inbreng van klanten
                              6    Miller, M. & L. Morris, Fourth Generation R&D: managing knowledge. technology and innovation (1999)
                              7    Bijvoorbeeld in Berkhouts bijdrage aan: Ministerie van EZ, Het Nederlandse innovatiebeleid: tijd voor vernieuwing?
                                   (2002) en in Jacobs & Waalkens, Innovatie² (2001)
                              8    Von Hippel, E. Sources of Innovation (1988) en Democratizing Innovation (2005)
                          18  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                             achterhoofd onderzoeken wij in dit advies de drijfveren, verschijningsvormen en
                             knelpunten voor Open innovatie.
                             2.2          Wat drijft bedrijven tot Open innovatie?
                             Waarom staan de ramen van innovatieve ondernemingen steeds meer open? Wat
                             verandert er in de wereld, dat bedrijven deze beweging maken? Hieronder bespre-
                             ken we de voornaamste drijvende krachten achter Open innovatie. Het gaat daarbij
                             zowel om ontwikkelingen die het werkelijk noodzakelijk maken het innovatieproces
                             meer open te organiseren, als om ontwikkelingen die dit mogelijk maken. Er is dus
Waarom staan de ramen van
                             noodzaak én gelegenheid tot Open innoveren. Deze drijvende krachten zijn overi-
bedrijven steeds meer open?
                             gens niet in alle sectoren even bepalend en zijn soms plaatsgebonden _ zo is de
                             mobiliteit van kenniswerkers notoir groter in de VS dan in Europa, evenals de
                             beschikbaarheid van Venture capital.
                             Economische noodzaak
                             De internationale concurrentie is in de laatste decennia over de hele linie sterk
                             toegenomen, niet in het minst door de snelle groei van de 'nieuwe economieën'
                             in China en India. Niet alleen zijn hierdoor concurrenten op de markt verschenen
 Internationale concurrentie die goedkoper dezelfde producten kunnen produceren. Deze zijn bovendien
   zorgt voor need for speed steeds sneller in staat nieuwe producten na te maken en processen te imiteren.
                             Het gevolg is dat de productlevenscyclus veel korter is geworden; er kan maar in
                             zeer korte tijd verdiend worden aan een innovatie (zie hieronder).
                             Figuur 1 Need for speed, verschillen in 'verdientijd' voor VCR en DVD-R
                               Price, Euro
                                                             VCR DVD-R
                                   1800
                                   1600
                                   1400
                                   1200
                                   1000
                                     800
                                     600
                                     400
                                     200
                                        0
                                               1975 1979 1983 1987 1991 1995 1999            2003
                             Bron: Hoekstra, B., Innovation@Philips (2004)
                             Dit maakt natuurlijk dat innoveren zo snel, zo effectief en zo goedkoop mogelijk
                             moet gebeuren. Het innovatieproces moet flexibeler, creatiever en efficiënter wor-
                             den ingericht. De sterkere nadruk op shareholders value, met bijverschijnselen als
                             efficiëntiedrang en een korte termijn oriëntatie, legt bovendien extra druk op een
                          19 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                              snelle return on investment, ook op de kennis- en innovatie-investeringen. Bedrijven
                              zijn mede hierdoor veel actiever geworden in het verkopen en verhandelen van
                              octrooien en licenties; liever de rechten verkopen van kennis die we nu niet gebrui-
                              ken voor innovatie, dan deze op de plank te laten liggen.
                              Bij dit alles komt dat producten en diensten steeds meer complex en geïntegreerd
                              van karakter zijn, hetgeen inzet en betrokkenheid van meerdere partijen vergt _ ook
 Bovendien worden producten   over de grenzen van sectoren heen. Dit maakt dat een bedrijf een innovatie
    en diensten complexer en  gewoonweg niet meer alleen tot stand kan brengen. De onderlinge afhankelijkhe-
raken met elkaar geïntegreerd den zijn te groot geworden. Denk bijvoorbeeld aan de benodigde afstemming tus-
                              sen bedrijven om een mobiele telefoon te laten functioneren. Dan gaat het onder
                              meer om een informatiediensten- en mp3 files-leverancier, een netwerkbeheerder,
                              een softwareprogrammeur, een lenzenfabrikant, de producent van het apparaatje
                              en de fabrikant van de simkaart. Dergelijke wederzijdse afhankelijkheden maken dat
                              voor veel vernieuwingen gezamenlijk optrekken een noodzaak is geworden. Met als
                              bijkomend voordeel dat kosten en risico's gedeeld kunnen worden.
                              Sociaal-culturele factoren
                              Tegelijkertijd is de welvaart _ althans in de westerse economieën _ spectaculair
                              toegenomen en is het gemiddelde opleidingsniveau gestegen. Bedrijven hebben
                              hierdoor te maken met steeds meer veeleisende consumenten die maatwerk ver-
                              langen. Zij willen geïntegreerde diensten en producten die precies op hun behoef-
Welvarende en hoogopgeleide   ten zijn toegesneden (mass-customization).9 De roep om maatwerk wordt nog ver-
consumenten verlangen maat-   sterkt door een toenemende diversiteit. De westerse bevolking splitst zich steeds
  werk, maar ook engagement   meer uit in onderscheiden bevolkingsgroepen en subculturen. Deze groepen, die
                              zich over generaties, etnische definities en landsgrenzen heen aftekenen, laten
                              steeds sterker hun specifieke klantenwensen zien. Bedrijven richten zich bovendien
                              in toenemende mate op beleving en zingeving als dè meerwaarde van hun produc-
                              ten en diensten. Zie daar de opkomst van de 'belevingseconomie'. Al met al is de
                              klant nog meer dan voorheen centraal komen te staan in het innovatieproces.
                              Maar de toegenomen welvaart en het gestegen opleidingsniveau zorgen ook voor
                              meer kennis en engagement bij klanten en gebruikers _ soms in die mate dat zij
                              zelf gaan innoveren als lead users of als prosumers.10 Onderstaand kader geeft
                              daar voorbeelden van.
                              9    Prahalad, C.K. & Venkat Ramaswamy, The Future of Competition (2004).
                              10   Een prosumer is het product van een producer en een consumer; het is iemand die consumeert tijdens het produceren,
                                   en produceert tijdens het consumeren. Het zijn bloggers, hackers, knutselaars, kunstenaars en participanten in virtuele
                                   community’s. Zij produceren vaak in groepsverband samen iets nieuws. Gebruikersinnovatie komt in veel gevallen tot
                                   stand door prosumers. Zij worden ook vaak lead users genoemd, om aan te duiden dat zij vooroplopen in het gebruik
                                   van bepaalde producten of diensten. Die term wordt dan niet gehanteerd om aan te geven dat zij de grootste gebruiker
                                   zijn.
                           20 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                 Surfboys, computernerds en chirurgen…wat hebben zij gemeen?
                                 De betrekkelijk nieuwe sport kitesurfen is door de surfers zelf ontwikkeld, net als de
                                 all terrain bike (ATB) door fietsers. Door elkaar op de hoogte te houden van nieuwe
                                 modellen en materialen, tijdens wedstrijden of via het internet, hebben zij nieuwe
                                 typen planken, zeilen, vliegers en fietsen gemaakt. Later hebben fabrikanten de ont-
                                 wikkeling overgenomen en nieuwe markten gecreëerd. Op dit moment is 65 % van
                                 de verkochte fietsen een variant van de ATB. Dit is zeker niet alleen een
                                 Californische aangelegenheid; Nederlanders hebben in beide gevallen flink bijgedra-
                                 gen aan de ontwikkeling van materialen en modellen. Wij zijn immers een surfend
                                 en fietsend volkje, met een traditie in de zeilplank- en fietsenindustrie.
                                 Misschien wel het bekendste voorbeeld van gebruikersinnovatie is de ontwikkeling
                                 van de zogenaamde Open Source Software. Software waarvan de broncode vrij toe-
                                 gankelijk is en daarmee door iedereen aangepast kan worden. Duizenden program-
                                 meurs werken via websites samen aan het ontwikkelen van programma's die vervol-
                                 gens vrij gebruikt kunnen worden. Zo ontstond uit het initiatief van één Finse stu-
                                 dent, en met de gratis hulp van duizenden manjaren, het besturingssysteem Linux.
                                 Berekeningen van de marktwaarde van deze inspanning lopen uiteen van 175 tot
                                 meer dan 600 miljoen dollar. Het is tot dusver het enige alternatief voor Windows.
                                 Waar Linux genoegen moet nemen met een beperkt marktaandeel, beheerst
                                 Apache, op dezelfde manier tot stand gekomen Open source serversoftware, maar
                                 liefst 60 % van de markt.
                                 Meer dan 20 % van de chirurgen in academische ziekenhuizen verbetert zelf zijn
                                 medische apparatuur of instrumenten. Het gaat vaak om aanpassingen die bij de
                                 handelingen van een bepaald specialisme passen. 48 % van de innovaties die chirur-
                                 gen eerst zelf bedacht èn uitgevoerd hebben, wordt door producenten in productie
                                 genomen. De industrie voor deze instrumenten werkt dan ook nauw samen met de
                                 beroepsgroep om hun voorstellen en vindingen zo snel mogelijk over te nemen.
                                 Bronnen: Von Hippel, E. Democratizing Innovation (2005), Vandeberg R. in: Open stellingen (2006) en
                                 Lüthje, C. Costumers as Co-inventors (2003) voor de voorbeelden. Informatie over Linux en Apache:
                                 http://www.dwheeler.com/essays/linux-kernel-cost.html en http://news.netcraft.com/archives/web_server_sur-
                                 vey.html
                                 Positief voor bedrijven is, dat de hogere scholingsgraad ook zorgt voor een groter
                                 aanbod van kenniswerkers _ met een net zo grote diversiteit als onder consumen-
                                 ten. Er is zodoende een breed aanbod aan competenties op de arbeidsmarkt ont-
                                 staan, dat vruchtbaar bij innovatieprocessen ingezet kan worden. Kenniswerkers zijn
                                 overigens vaak veeleisende werknemers. Ze zijn uit zichzelf tamelijk mobiel; zij ver-
                                 huizen voor het volgen van een studie of het schrijven van een proefschrift betrek-
  Er zijn meer kenniswerkers,    kelijk gemakkelijk naar een ander werelddeel. Maar ze vragen ook om een grotere
die vrijheid en verantwoorde-    autonomie en om werk waar ze hun ei in kwijt kunnen. Ze zijn moeilijk aan te stu-
                 lijkheid willen ren binnen vaste kaders; zij verlangen naar vrijheid en verantwoordelijkheid. Dat is zo
                              21 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                             mogelijk nog sterker als het gaat om werknemers die juist om hun creativiteit,
                             ondernemerschap, innovatieve competenties en vermogen tot samenwerking zijn
                             aangenomen.11
                             Kennis- & Technologische factoren
                             Door de transformatie van de economie zijn andere typen kennis en competenties
                             belangrijker geworden voor het succes van innovatie. Naast technologische kennis
                             gaat het in toenemende mate om kennis van klanten en om de vaardigheid om met
                             hen in contact te treden. Het belang van ergonomie, design, marketing en andere
                             niet-technologische kennis en kunde neemt dus toe. Maar technologie en de daar-
                             mee geboden mogelijkheden zijn tegelijkertijd wel vaak van doorslaggevend belang
                             voor het meer open kúnnen innoveren. Denk vooral aan de introductie en versprei-
                             ding van Informatie- en communicatietechnologie (ICT) als enabler van vernieu-
                             wings- en veranderingsprocessen. De verspreiding van gecodificeerde kennis heeft
ICT versnelt de verspreiding door ICT een enorme vlucht genomen. Het kost bijna niets meer in tijd en geld om
   van kennis en innovaties  een ontwerptekening, artikel of foto over de wereld te verspreiden.
                             En dus maakt deze technologie, samen met verbeterde transportmogelijkheden
                             (snel en goedkoop vliegen), samenwerken tussen verschillende partijen zeer veel
                             sneller en goedkoper. Input voor innovatie is steeds makkelijker van elders te halen.
                             Overigens is kennis van binnen daarmee ook gemakkelijker naar buiten te brengen.
                             ICT is ook een bron van economische groei en een aanjager van R&D. Tegelijkertijd
                             versterkt het de internationale concurrentie. Via het internet kan niet alleen samen-
                             gewerkt worden met een bedrijf aan de andere kant van de wereld, dat bedrijf kan
                             ook direct met jouw klanten in contact treden. Bovendien maakt ICT het nieuwe
                             partijen makkelijker om de markt te betreden. Bijvoorbeeld prosumers die elkaar via
                             het internet van hun ontwerpen en modellen op de hoogte stellen, en zo een
                             nieuw ontwikkelkanaal openen.
                             Lezers schrijven
                             Het karakter van de nieuwsmedia verandert momenteel drastisch. Lezers gaan zelf
                             de nieuwsberichten schrijven, verslaan evenementen met foto's en films, en ventile-
                             ren hun mening als zelfbenoemd columnist. Het aantal weblogs is daarvan een
                             goede indicatie, en dat groeit de laatste twee jaar exponentieel. Een weblog als
                             www.geenstijl.nl heeft meer dan vijfenzeventig duizend bezoekers per dag en is
                             werkelijk een nieuwe nieuwsbron geworden. De traditionele kranten proberen aan-
                             sluiting te vinden bij deze beweging en nodigen lezers steeds nadrukkelijker uit het
                             nieuws mee te produceren. Ik@nrc.nl is een klein begin, de voor jongeren ontwik-
                             kelde nrc.next pakt zijn nieuwsgaring interactiever aan via het internet. Iets meer
                             dan tien jaar geleden werd het internet nog slechts gebruikt door 1% van de
                             Nederlandse bevolking.
                             Bron: www.volkskrant.nl, www.geenstijl.nl en www.nrc.next.nl
                             11    Zie: Y. Benkler, Coase's Penguin (2002) en Evans, P. & B. Wolf, Collaboration rules (2005)
                          22 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                Meer samenwerken, ook over sectoren heen, wordt bovendien aangejaagd door de
                                convergentie van verschillende technologieën, en dan vooral van nano-, bio- en
                                informatietechnologie. Die convergentie kan bijvoorbeeld leiden tot bio-chips die in
                                het menselijk lichaam worden ingebracht en lichaamsfuncties monitoren en bijstel-
                                len. Samenwerking wordt ook belangrijker door de toenemende integratie van tech-
                                nologieën met diensten. De auto die zelf met behulp van zijn GPS een wegenwacht
                                oproept bij panne bijvoorbeeld. Die integratie maakt het zetten van internationale
Convergentie van technologie-   standaarden steeds belangrijker. De integratie van producten en diensten maakt
   ën en hogere kosten van de   interoperabiliteit tot een sleutel-succesfactor voor innovatie _ in ieder geval in high
infrastructuur zorgen ook voor  tech sectoren. In sommige sectoren speelt daarnaast dat de kosten van de innova-
           meer samenwerking    tie-infrastructuur (cleanrooms) of van het innovatieproces op zich (in de farmacie),
                                exorbitant hoog zijn geworden. Dat geeft eveneens aanleiding tot het spreiden van
                                kosten en risico's van een vernieuwing, of tot het delen van de infrastructuur.
                                Veranderingen in het kennislandschap
                                Tot slot is het kennislandschap buiten bedrijven ook flink veranderd. Zo zijn er de
 Het kennislandschap is veran-  laatste twintig jaar veel kennisintensieve starters opgekomen. Grotere bedrijven
      derd: meer spelers in het gaan daar allianties mee aan of kopen ze op. Een combinatie van veranderingen in
                         spel…  het beleid voor Intellectueel eigendom en de beschikbaarheid van risicokapitaal ligt
                                mede ten grondslag aan die groei van kennisintensieve starters. De bescherming van
                                Intellectueel eigendom is uitgebreid tot nieuwe technologiegebieden zoals de bio-
                                technologie. Het aantal octrooiaanvragen is in de laatste jaren dan ook flink geste-
            …meer octrooien…    gen. De groei in octrooien heeft bovendien een markt geschapen met nieuwe
                                spelers die handelen in intellectuele eigendomsrechten.
                                Figuur 2 Octrooiaanvragen bij het Europees Octrooi Bureau 1995-2004
                                   180000
                                   160000
                                   140000
                                   120000
                                   100000
                                    80000
                                    60000
                                    40000
                                    20000
                                        0
                                             1995  1996      1997   1998      1999    2000      2001     2002   2003    2004
                                Bron: EPO _ Facts and figures op www.european-patent-office.org. N.B. het aantal toegewezen octrooien is
                                in deze jaren natuurlijk ook gestegen, zij het niet zo sterk in lijn met de aanvragen als in de VS.
                                Tegelijkertijd is er een groei van venture capital te constateren, zowel in de vorm
              …meer kapitaal…
                                van Corporate Venture Capital als in de vorm van investeringsfondsen of bij business
                                angels. Het volume aan risicokapitaal is in de laatste twintig jaar dan ook toegeno-
                                men _ overigens in veel sterkere mate in de VS dan in de EU.
                             23 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                               Figuur 3 Toename Venture Capital in VS en EU
                                1,800
                                1,600
                                1,400
                                1,200
                                1,000                                                                         VS
                                  800                                                                         Europa
                                  600
                                  400
                                  200
                                     0
                                   19
                                   19
                                   19
                                   19
                                   19 75
                                     77
                                      79
                                      81
                                      83
                                   19
                                   19
                                   19
                                   19
                                   19 85
                                      87
                                      89
                                      91
                                      93
                                   19
                                   19
                                   19
                                   20
                                   20 95
                                      97
                                      99
                                      01
                                      03
                               Bron: De Rochemont & Van de Vrande in Open stellingen (2006)
                               Daarnaast is het kennislandschap flink veranderd doordat publieke kennisinstellin-
                               gen in toenemende mate open staan en zich richten op bedrijven. Dit gebeurt niet
                               in de laatste plaats door overheidsbeleid dat is gericht op het beter laten stromen
 …een opener opstelling van
                               en benutten van kennis. De Europese en nationale onderzoek- en innovatiepro-
             universiteiten…
                               gramma's hebben in belangrijke mate bijgedragen aan deze veranderende opstel-
                               ling van partijen in het innovatiesysteem. In het kielzog hiervan verschijnen er andere
                               partijen in het kennislandschap: organisaties die een brugfunctie vervullen tussen
                               universiteiten en bedrijven, expertisecentra, consultancy bedrijven en al of niet virtue-
                               le veilinghuizen voor octrooien en licenties. Er zijn meer aanbieders van kennis, meer
                               partijen met een intermediaire functie, en meer organisaties die kennis en innovaties
          …en meer, nieuwe
                               overdragen en verspreiden. Het resultaat van dit alles is dat de kwaliteit en het volu-
          kennisleveranciers
                               me van toepasbare kennis van buiten de grote R&D bedrijfslaboratoria toenemen.
                               2.3          Een scala van antwoorden op deze ontwikkelingen
                               Op de ontwikkelingen die in de vorige paragraaf zijn beschreven, reageren bedrijven
                               met het zoeken naar manieren om sneller, efficiënter en beter te innoveren. Zij
                               beseffen dat innoveren beter gaat in netwerken dan in stand alone organisaties.
Hoe reageren bedrijven op de
                               Voor zowel de snelheid als de kwaliteit van innoveren is het nodig om met partners
      ontwikkelingen in hun
                               samen te werken. Dit neemt vele en diverse vormen aan, zo kunnen we waarnemen
                 omgeving?
                               in de innovatiepraktijk van bedrijven. De term Open innovatie omvat dit hele palet
                               aan samenwerkingsverbanden en netwerkconstructies.
                               Voortdurende strategische (her)positionering ten opzichte van andere
                               bedrijven
                               Het belangrijkste antwoord van bedrijven op hun veranderende omgeving is de
                               voortdurende positionering en herformulering van hun identiteit (wat zijn en ver-
                         24    awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                              kopen we eigenlijk?), van de grenzen van hun organisatie en van hun plaats in de
                              keten of het netwerk. De strategie en het businessmodel worden aangepast, de
                              core competenties geherformuleerd, het bedrijf geherdefinieerd en onderdelen van
                              de hand gedaan of aangekocht. Bedrijven zoeken naar precies die vernieuwingen,
Bedrijven zijn voortdurend op waarmee zij bij uitstek toegevoegde waarde kunnen leveren. Zij communiceren hier-
         zoek naar hun unieke over opener dan voorheen met hun share- en stakeholders. In deze toenemende
competenties en meerwaarde    openheid zullen zij de voorsprong op hun concurrenten vooral moeten verkrijgen
                              door snelheid van handelen.
                              Deze voortdurende strategische (her)positionering raakt het hele bedrijf en alle pro-
                              cessen daarbinnen. Op een aantal gebieden zijn bedrijven al eerder nadrukkelijk
 Dit proces van herpositione- samenwerkingsrelaties aangegaan, bijvoorbeeld rond productie en distributie. Dat
 ring leidde al tot samenwer- nu ook de innovatiefunctie meer open plaatsvindt, is te zien als een laatste stap in
 king op andere terreinen; nu een proces waarin bedrijven op steeds meer terreinen samenwerking zoeken. Het
           ook rond innovatie innovatiemanagement is in de laatste decennia dan ook ingrijpend veranderd.
                              Voorbeelden van veranderingen in het innovatiemanagement
                              Bedrijven innoveren zeker ook hun innovatieproces zelf. Versnelling van de innova-
                              tiefunctie wordt via reorganisaties en andere interne ingrepen bewerkstelligd: Focus
                              aanbrengen in de innovatieactiviteiten, verzakelijking in de aansturing en strategie-
                              vorming, HRM voor kenniswerkers opzetten, stimuleren intern ondernemerschap.
                              Maar ook inzet van portfoliomanagementtechnieken, sterker programmeren van
                              innovatietrajecten, aanbrengen van concurrentie tussen verschillende afdelingen,
                              concurrent engineering & research organiseren en het inzetten van ICT bij product-
                              ontwikkeling.
                              Bron: Jacobs & Waalkens, Innovatie² (2001)
                              Ook rond innovatieprocessen zijn de klant en het succes op de markt in toenemen-
                              de mate centraal komen te staan. Waar in het verleden sprake was van een min of
                              meer lineair innovatieproces van helder af te bakenen en opeenvolgende fasen
                              (Research         Development           Productie Marketing), verlopen deze fasen nu
                              parallel en met veel terugkoppelingen met diverse partijen binnen en buiten het
                              eigen bedrijf. Het cyclische innovatiemodel heeft definitief zijn intrede gedaan. Het
                              innovatieproces is bovendien wat opportunistischer geworden; veel bedrijven
Vele verschijningsvormen van  mikken eerder op incrementele vernieuwingen dan op radicale. Het zelf verrichten
              Open innoveren: van R&D heeft met dit alles aan belang ingeboet en krijgt een andere functie in veel
                              bedrijven: het is niet meer de enige bron voor innovatie. In veel bedrijven is R&D
                              nadrukkelijker gekoppeld aan de strategieën van de business units en van de marke-
                              tingafdeling. De innovatiefunctie is kortom al jaren flink in beweging. Open innova-
                              tie is zodoende op te vatten als een toevoeging bovenop al eerder ingezette veran-
                              deringen. Hieronder schetsen we de diverse verschijningsvormen ervan.
                           25 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                  Verticale en horizontale allianties tussen bedrijven
                                  Vaker dan voorheen gaat innovatie gepaard met allianties.12 Deze allianties zijn
                                  zowel verticaal in een keten georganiseerd, als horizontaal tussen verschillende onder-
                                  nemingen. Dat kunnen concurrenten zijn, of bedrijven uit totaal andere branches.
                                  Figuur 4 Aantal gesloten allianties per jaar
                                                    10000
                                                     9000
                                                     8000
                                                     7000
                                   # of alliances
                                                     6000
                                                     5000
                                                     4000
                                                     3000
                                                     2000
                                                     1000
                                                        0
                                                            1986   1987   1988   1989   1990   1991   1992   1993   1994   1995   1996   1997   1998   1999
                                                                                                      Year
                                  Bron: V. Gilsing & C. Lemmens, Strategic Alliance Networks (2005)
                                  Verticale allianties worden gesloten tussen toeleveranciers en afnemers. Vaak is hier
                                  sprake van één grote speler, die de allianties definieert en de keten domineert.
                                  Horizontale allianties worden vaak tussen concurrenten gesloten. Dat doen zij voor-
  …allianties met leveranciers,   al om gezamenlijk een standaard te zetten. Maar horizontale allianties worden ook
    afnemers, concurrenten en     tussen partijen in verschillende branches gesloten. Het klassieke voorbeeld is de
bedrijven uit andere branches…    Senseo, als product van een alliantie tussen Philips en Sara Lee.
                                  Ketenallianties bij ASML
                                  Het bedrijf ASML maakt lithografische apparatuur, oftewel de machines die nodig
                                  zijn om computerchips te maken. De technologische ontwikkelingen in die branche
                                  gaan razendsnel. ASML besteedt zelf veel R&D-werk uit aan leveranciers in
                                  Nederland, maar ook vaak in het buitenland. Daarvoor zijn verschillende redenen: Je
                                  kunt niet op alle onderdelen excelleren. Als je machines wil maken die zijn samen-
                                  gesteld uit onderdelen die elk op zichzelf de best beschikbare zijn, dan moet je die
                                  beste onderdelen van buiten halen. Het levert ook meer flexibiliteit op en leidt tot
                                  minder risico op zinloze kennisinvesteringen. ASML heeft geleerd om modulair te
                                  ontwerpen en te werken, samengestelde systemen te definiëren en interfaces hel-
                                  der te specificeren. Dit heeft geleid tot een vermogen om ingewikkelde processen
                                  te beheersen. De kerncompetentie van ASML ligt daarom nu vooral in het combine-
                                  ren en integreren van elementen die door anderen worden ontwikkeld. Recent
                                  heeft ASML samen met Philips een investeringsfonds opgericht, ter aanvulling van
                                  deze strategie van het managen van innovatie in de keten.
                                  12                  Zie bijvoorbeeld A. de Man, & G. Duysters, Samenwerking en innovatie (2002)
                            26    awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                            Allianties voor standaarden; Blu-Ray vs HD-DVD
                            Door de komst van de HDTV, televisie met een superieure beeldkwaliteit, is de
                            gewone DVD te klein geworden om een film op te draaien. Bedrijven uit de consu-
                            mentenelektronica zagen dit aankomen en zijn de opvolger van de DVD gaan ont-
                            wikkelen. Daardoor zijn er nu twee systemen uitontwikkeld; de Blu-ray disc en de
                            HD-DVD. Sony, Samsung en Philips zijn van het Blu-ray-systeem, maar Microsoft,
                            Toshiba en Intel zitten in het HD-DVD-kamp. Om die twee standaarden heen zijn
                            inmiddels allianties gevormd. In hun eentje redden de afzonderlijke bedrijven het
                            zonder meer niet. Consumenten hebben belang bij de introductie van maar een
                            systeem, met een type afspeelapparaat. Wat wordt nu de standaard? Je ziet dat con-
                            currerende bedrijven elkaar opzoeken om een zo groot mogelijk kracht te ontwikke-
                            len en de strijd te beslissen. Maar de beslissing ligt in dit geval misschien uiteindelijk
                            wel bij de grote filmmaatschappijen (Warner Bros, Disney), in plaats van bij de
                            elektronicamultinationals. Een teken van de integratie van producten en diensten.
                            Allianties over branches heen
                            De Senseo en de Beertender zijn beide uitgesproken voorbeelden van een vruchtba-
                            re samenwerkingsovereenkomst tussen totaal verschillende bedrijven. Samen ont-
                            wikkelden deze nieuwe manieren van koffiezetten of bierschenken thuis. Het zijn
                            vaak constructies met lock-in effecten voor consumenten _ eenmaal zo'n apparaat,
                            altijd een bepaald type koffie of bier in huis _ en zijn daarom langdurig lucratief.
                            Hoewel de ontwikkeling van deze producten dus relatief open _ tussen twee bedrij-
                            ven _ heeft plaatsgevonden, is de uitkomst een product met een gesloten standaard,
                            beschermd door Intellectuele eigendomsrechten.
                            Delen van faciliteiten en campusvorming
                            Tijdens het innovatieproces delen bedrijven meer faciliteiten en resources met
                            elkaar. Zij doen dit vooral vanwege de hoge kosten van de innovatie-infrastructuur,
                            technologie, onderzoek of kenniswerkers, en om de risico's van onzekere innovatie-
                            trajecten te delen. Positief bijeffect hiervan is het ontstaan van een aantrekkelijke
…samen in een laboratorium  ontmoetingsplaats voor kenniswerkers, bloeiende interactie, intensieve communica-
        of op een Campus…   tie en het stromen van kennis.
                            Samen aan het werk op één Campus
                            De concentraties van innovatieve bedrijvigheid rond Leuven, Eindhoven en Crolles
                            zijn voorbeelden van het effect dat het delen van dure faciliteiten kan opleveren.
                            Vaak begint het met hoge investeringen voor onderzoeks- en ontwikkelfaciliteiten
                            (bijvoorbeeld een cleanroom) of met onvoldoende bezetting van bestaande labora-
                            toria en gebouwen. Door tegenvallers om te buigen tot aantrekkingsfactoren voor
                            andere bedrijvigheid, kan een positieve spiraal, een bruisend eco-systeem, ontstaan.
                            Zo is de High Tech Campus Eindhoven de Nederlandse hot spot op het terrein van
                            high tech R&D bedrijvigheid geworden voor ICT, micro- en nano-elektronica en
                            medische technologie. Naast verbindingen met andere kenniscentra in Nederland,
                         27 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                zoals rond Delft, Twente en Nijmegen, is de Campus ook internationaal verbonden
                                met o.a. Leuven en Aken. Op dit voormalige terrein van Philips R&D, is Philips nog
                                steeds dominant aanwezigheid, maar haar naambord en de toegangscontrole bij
                                het hek zijn inmiddels wel verdwenen. Overigens is daarmee uiteraard niet alles
                                open; innovatie is ook hier een combinatie van gezamenlijke (open) en gesloten
                                activiteiten. Wel vestigen bedrijven zoals IBM, Sun Microsystems of Fluxxion zich
                                hier, met de bedoeling om de concentratie van kennis en bedrijvigheid ten volle te
                                benutten en daar zelf aan bij te dragen. Maar ook publieke kennisinstellingen vin-
                                den vestiging op en rond de Campus interessant, zoals TNO en de TUE. De Campus
                                biedt volop gelegenheid de mogelijkheden van synergie te benutten. Zo zijn er
                                diverse initiatieven gestart als het Holst centrum, MiPLaza en het Center for
                                Molecular Medicine. Op informele wijze ontmoet men elkaar op de 'Strip' met zijn
                                hippe restaurants, café, kapper en sportcentrum. De venture capitalist New Venture
                                Partners zoekt er actief naar nog ongebruikte kennis.
                                Allianties met publieke kennisinstellingen
                                Bedrijven sluiten vaker allianties met publieke kennisinstellingen. Het resultaat is een
                                groei in publiek-private samenwerkingsvormen zoals Technologische Top Instituten
                                (TTI's), Technology Platforms en andere strategische samenwerkingsverbanden. Deze
                                zijn gericht op kennisontwikkeling ten behoeve van innovatie, en versterken de ten-
…bedrijven schakelen vaker      dens dat het bedrijfsleven in toenemende mate onderzoek in publieke onderzoeks-
  onderzoeksinstituten in…      instituten financiert.
                                Figuur 5 Bedrijfsfinanciering van hoger onderwijsinstellingen, 1981-2003
                                     8
                                     7
                                     6
                                     5
                                     4
                                     3
                                     2
                                     1
                                     0
                                     81    82    83    84    85    86    87    88    89    90    91    92    93    94    95    96    97      98     00    01    02    03
                                  19      19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19    19     19
                                                                                                                                          19  99   20    20    20    20
                                Bron: OECD, Main Science and Technology Indicators (2005)
                                Dit leidt tot een verschuiving in de rollen van de betrokken partijen; een proces dat
…er ontstaat een triple helix
                                wel wordt aangeduid met de term triple helix, waarbij bedrijven, kennisinstellingen
  tussen overheden, kennis-
                                en overheden niet alleen meer samenwerken, maar ook naar elkaar toegroeien en
 instellingen en bedrijven…
                                soms zelfs elkaars rollen overnemen.13 Deze samenwerking kan plaatsvinden rond
                                13        Zie Etzkovitz & Leydesdorff, Universities and the Global Knowledge Economy (2002)
                          28    awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                               faciliteiten of een campus, maar is niet per se aan een locatie gebonden. Bedrijven
                               zijn voor hun onderzoek altijd op zoek naar de beste kwaliteit voor de beste prijs.
                               Die kan natuurlijk ook in het buitenland gevonden worden.
                               Life meets science in Leiden
                               Een mooi voorbeeld van waar de samenwerking tussen universiteiten, bedrijven en
                               overheden toe kan leiden is te zien in Leiden. Daar heeft zich rond de universiteit en
                               het Leids Universitair Medisch Centrum een cluster van bedrijvigheid gevormd op
                               het Bio Science Park. Het betreft hier zowel jonge en kleine start ups als snel groei-
                               ende bedrijven als OctoPlus en Crucell. Voor een belangrijk deel zijn dit bedrijven
                               die inspelen op de kans die de meer open houding van de grote farmabedrijven
                               biedt. Deze kopen juist de vroege fase van de ontwikkeling van medicijnen en
                               methodes in. Een bedrijf als Crucell dat in 1993 is ontstaan als spin out van de
                               Universiteit Leiden heeft op dit moment een beurswaarde van meer dan 1 miljard
                               dollar. Belangrijk voor het cluster is ook de aanwezigheid van een grote onderne-
                               ming als Centocor, dat met zijn duizend werknemers naast de universiteit een
                               belangrijke werkgever is. De Leidse Universiteit en het LUMC spelen uiteraard een
                               belangrijke rol in dit cluster door hun actieve beleid van kennisoverdracht. De aan-
                               wezige bedrijven onderhouden echter ook contacten met andere universiteiten (en
                               bedrijven) in Nederland en daarbuiten.
                               Investeren in andere bedrijven, actief met spin off en spin in
                               Een apart type 'alliantie' is het investeren van grote bedrijven in kleinere; hetzij spin
                               offs van de eigen firma, hetzij bedrijven waarmee voorheen geen band bestond. Het
                               gaat dan om Corporate venturing met kapitaal in ruil voor aandelen, het bijleggen
                               in een Venture capital fonds en om andere activiteiten rond (door-)startende bedrij-
                               ven. Dat wordt in toenemende mate gedaan om de vinger aan de pols te houden
                               van de jongste ontwikkelingen _ zeker ook in het buitenland. Een uitkomst hiervan
…corporate venturing, spin off kan zijn, dat het kleinere bedrijf wordt opgekocht (spin in), maar dat hoeft zeker
                   & spin in…  niet altijd het eindresultaat te zijn. Een duurzame alliantie behoort ook tot de moge-
                               lijkheden.
                               DSM's Corporate Ventures
                               DSM heeft in de jaren '90 een sterke strategie voor Corporate venturing en New
                               business development ontwikkeld. In het begin heeft het in ongeveer 10 jaar 40
                               miljoen euro gespendeerd aan het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid (spin off
                               en spin out), met in ieder geval twee nieuwe DSM-dochters als resultaat. Vervolgens
                               heeft DSM in 2001 50 mensen ondergebracht in de unit DSM Venturing & Business.
                               Naast het verder ontwikkelen van spin off bedrijvigheid van DSM zelf, hebben deze
                               mensen de taak kansen in de buitenwereld te ontdekken en voor DSM vruchtbaar
                               te maken. Dat kan verschillende resultaten hebben: directe participaties en investe-
                               ringen in startende bedrijven, deelname in gespecialiseerde venture capital fondsen,
                               licenties kopen van of verkopen aan andere bedrijven, of volledige overname van
                           29  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                 een bedrijf dat de competenties van DSM aanvult. Door deze activiteiten scant DSM
                                 zijn omgeving en is het op zoek naar steeds nieuwe mogelijkheden voor bedrijvig-
                                 heid in of buiten de firma. Deze bedrijvigheid moet passen binnen de brede
                                 bedrijfsstrategie, die een sterke focus op innovatie heeft. Het ontwikkelen van nieu-
                                 we bedrijvigheid is een dynamisch proces en vereist in de verschillende stadia ver-
                                 schillende competenties. Het heeft in ieder geval een op innovatie gerichte cultuur
                                 nodig.
                                 Bron: Kirschbaum in: Research & Technology Management (2005)
                                 Bloeiende handel in octrooien en licenties
                                 De handel in Intellectuele Eigendomsrechten tussen bedrijven (octrooien, licenties)
                                 bloeit als nooit tevoren. Bedrijven kopen en verkopen, ruilen of bundelen, en sluiten
        …of het verhandelen van  contracten over de te verwachten revenuen. Dit gebeurt voornamelijk met als doel
intellectuele eigendomsrechten   innovatietrajecten te versnellen. Maar het gebeurt ook wel om defensieve redenen.
                                 Soms daagt men elkaar voor de rechter wanneer eigendomsrechten met voeten
                                 worden getreden, of dreigt daarmee. Het resultaat is dat de inkomstenstromen uit
                                 de handel in intellectueel eigendom explosief zijn toegenomen (zie hieronder).
                                 Figuur 6 Inkomsten uit handel in intellectueel eigendom 1950-2000
                                  The age of proliferation
                                   Intellectual-property receipts, $bn
                                                                            100
                                                                            80
                                                                            60
                                                                            40
                                                                            20
                                                                             0
                                   1951     60     70      80       90 2003
                                 Bron: Athreye & Cantwell, Creating Competition? (2005)
                                 Ook in Nederland zien we grote partijen, vooral in sectoren waar intellectuele
                                 eigendomsrechten belangrijk zijn, steeds meer werk maken van de puur zakelijke
                                 aspecten ervan. Een onderneming als Philips krijgt aanzienlijke inkomsten uit licen-
                                 ties (naar verluidt zelfs meer dan haar investeringen in R&D), maar een bedrijf als
                                 Tulip Computers bijvoorbeeld ook (28 miljoen euro in 2004).14 Daarnaast zien we
                                 intermediaire spelers opkomen die louter Intellectuele eigendomsrechten verhande-
                                 len. Dat neemt de vorm aan van bemiddeling tussen octrooihouders en bedrijven
   Bemiddelaars in intellectueel
                                 die een licentie willen (NineSigma), zelf risicovol investeren in octrooiportefeuilles,
            eigendom komen op
                                 het begeleiden van spin outs uit grote ondernemingen (New Venture Partners), of
                                 het veilen van octrooien en licenties.
                                 14   Zie www.tulip.com
                             30  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                              Kennisveilingen
                              Een recente ontwikkeling is het veilen van intellectuele eigendomsrechten. In de
                              Verenigde Staten was het bedrijf Ocean Tomo de eerste die dit jaar voor het eerst
                              een openbare veiling heeft opgezet voor octrooien en licenties. In Nederland heeft
                              TNO al een aantal innovatieveilingen georganiseerd waarop octrooien worden ver-
                              handeld aan MKB-bedrijven (www.innovatieveiling.nl). Er zijn overigens ook al onli-
                              ne veilingen van intellectuele eigendomsrechten actief, bijvoorbeeld op
                              www.yet2.com.
                              Innoveren in samenwerking met de gebruiker
                              Een aantal bedrijven richt zich explicieter dan voorheen tot de klant of eindgebrui-
                              ker, om de geijkte distributiekanalen heen. Dit doen zij niet alleen om beter zicht te
                              krijgen op klantenwensen of de context waarin hun producten worden gebruikt.
Het draait om de klant en hoe Maar zeker ook om meer te weten te komen over de door gebruikers aangebrachte
   die producten en diensten  vernieuwingen van hun producten. Samen innoveren met de gebruiker neemt ver-
          werkelijk gebruikt… schillende vormen aan. Om te beginnen wordt er innovatiever marktonderzoek inge-
                              zet of aan datamining van klantenbestanden gedaan.
                              Marktonderzoek met foto's
                              Het Belgische marketingbureau de Compagnie heeft wereldwijd de vraag uitgezet
                              aan zijn trend-reporters om digitale foto's van verbeteringen van auto-dashboards in
                              te sturen. Een aantal foto's van zelfgemaakte constructies voor laptopgebruik heeft
                              hun klant, een autofabrikant, doen besluiten het handschoenenvakje heel anders in
                              te richten en geschikt te maken voor het installeren van een laptop.
                              Marktonderzoekbureau Blauw uit Rotterdam heeft voor een wasmachinefabrikant in
                              de Margriet een oproep gedaan om foto's van 'de was' in te sturen. Dat had als
                              resultaat een alternatief dispenser-systeem voor het altijd vieze waspoederbakje. 3M
                              is via een fotowedstrijd op het idee gekomen doorzichtig Duct Tape te maken, in
                              plaats van glimmend grijs. Uit de wedstrijd bleek namelijk dat het traditionele Duct
                              Tape veel gebruikt wordt voor reparaties, maar vaak wel zeer ontsierend is. Nu kun-
                              nen strandballen, schemerlampen en autobumpers onzichtbaar gerepareerd worden.
                              Overigens moest wel het geluid bij het afhalen van de tape intact blijven. Dat geluid
                              blijkt consumenten vertrouwen te geven in de kracht van het materiaal.
                              Ook nodigen sommige bedrijven consumenten uit te experimenteren met nieuwe produc-
…dat wordt niet alleen onder- ten en diensten, of om zelf aan het innoveren te slaan. Gebruikers doen dat graag. Door
 zocht met innovatief markt-  massaproductiemethoden kunnen zij immers vaak net niet krijgen wat zij willen, ook al
                  onderzoek…  stappen veel bedrijven over op mass-customization. Het op maat laten verbeteren of toe-
                              snijden van een product of dienst is vaak te duur. Innoveren gebruikers daarentegen zelf,
                              dan krijgen zij precies wat ze nodig hebben. Bovendien _ en dit geldt meer voor individu-
                              ele gebruikers dan voor bedrijven _ kan het innovatieproces plezierig en intrinsiek motive-
…maar ook door ze te betrek-  rend zijn. Met andere woorden: het loont om zelf te innoveren. Dit wordt extra duidelijk
       ken bij experimenten…  doordat gebruikers hun innovaties vaak openbaar maken, in plaats van hun vernieuwin-
                              gen proberen te verkopen of er een octrooi op te krijgen.
                           31 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                              Unilever en Philips halen de klant in huis
                              Unilever onderzoekt haar klanten dicht bij huis. Dit bedrijf heeft een kookschool
                              ingericht, waarin zij klanten laat experimenteren met producten in ontwikkeling.
                              Door de koks, vooral 'gewone' kokers, goed te observeren komt Unilever erachter
                              hoe haar producten daadwerkelijk gebruikt worden in de keuken. Dit lijkt sterk op
                              het HomeLab, waarin Philips mensen in hun omgang met nieuwe technologie
                              bestudeert. Philips wil dit Experience and Application Research Centre (EARC) gaan
                              uitbreiden, bijvoorbeeld met een winkel, een zorgvoorziening en wellicht een mode-
                              atelier. Deze ontwikkelingen onderstrepen nog eens het belang van gammakennis
                              en -kunde voor innovatie. De verdere ontwikkeling van dergelijke EARC's wordt dan
                              ook aanbevolen door de Europese Information Society Advisory Group voor het
                              zevende Kaderprogramma.
                              Bron: http://cordis.europa.eu/ist/
     …een kijkje te nemen bij Een andere manier om gebruikersinnovaties te ontdekken, is om een kijkje te
gebruikers-gemeenschappen…    nemen bij zogenaamde gebruikersgemeenschappen. In het geval dat er geen
                              gemeenschappen bestaan, kunnen bedrijven proberen zelf een virtuele gemeen-
                              schap op te richten.
                              Gebruik van gebruikersinnovatie door Lego
                              Dat Lego trouwe klanten heeft was bekend. Ze ontmoeten elkaar op de website
                              LUGNET en komen jaarlijks bijeen om Brickfest te vieren en elkaars creaties te
                              bewonderen. Toch was het bedrijf verrast toen er, slechts drie weken na de lance-
                              ring van de 'bouw-het-zelf' robot Mindstorms, op het internet verbeterde versies
                              van het besturingssysteem verschenen. Een actieve gemeenschap van zo´n duizend
                              hackers bleek wereldwijd actief. Een duidelijke schending van de rechten van Lego.
                              Na een jaar besloot het bedrijf echter om de hackers niet te vervolgen, maar om ze
                              een eigen plek te geven op de Lego website en een officiële licentie. Hierdoor wer-
                              den de verbeterde versies eenvoudig voor iedereen toegankelijk. Mindstorms bleek
                              een overweldigend succes. Bedrijven in Silicon Valley zagen zich genoodzaakt het
                              gebruik van de Lego robots op het werk te verbieden. Sinds 1997 verkocht Lego 1 mil-
                              joen van deze robot kits á 199 dollar per stuk. Daarmee is het _ zonder enige adver-
                              tentie _ Lego's best verkochte product aller tijden. Bij de ontwikkeling van de volgende
                              generatie robots betrok Lego enkele vooraanstaande hackers. Een jaar lang dacht dit
                              Mindstorms User Panel mee. Voor hun deelname ontvingen ze enkele Lego crane sets
                              en Mindstorms NXT prototypes. Hun ticket naar een bijeenkomst in Denemarken
                              betaalden ze zelf. De lancering van de NXT is verwacht voor de herfst van 2006.
                              De samplende gebruiker als innovator in de cultuursector
                              In de informatie- en cultuursector is de rol van de gebruikers bij innovatie sterk toe-
                              genomen. Daarbij neemt de ontwikkeling van nieuwe content door gebruikers vaak
                              de vorm aan van het voortborduren op bestaand werk. PC's en internet brengen de
                              instrumenten voor het maken van content binnen ieders bereik. Het gevolg is dan
                          32  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                             ook dat in populaire cultuuruitingen als hiphop zeer veel 'geciteerd' wordt. Zo mixte
                             DJ Danger Mouse het Black Album van rapper Jay Z met het White Album van de
                             Beatles. Het resultaat, het Grey Album, werd alom gevierd als een artistiek hoogte-
                             punt. De platenmaatschappij die de rechten op de Beatles heeft, wilde echter onder
                             geen beding een licentie afgeven en verbood de distributie. Dit leidde in 2004 tot
                             een wereldwijd protest waarbij op Grey Tuesday (24 februari 2004) de plaat van 170
                             websites te downloaden viel. Niet alleen was het de meest gedownloade plaat van
                             2004, hij kwam tevens terug in menig lijstje van 'beste plaat van 2004'. Ook de
                             filmindustrie kent inmiddels de potentie van de gebruikers. Op websites als
                             ifilm.com en youtube.com kunnen zij hun filmpjes plaatsen. Vaak gebruiken zij hier-
                             voor materiaal van bestaande films, die ze mixen met ander (zelfgemaakt) materiaal
                             en zo iets geheel nieuws construeren. Zo werd de horrorfilm The Shining uit 1980
                             omgetoverd tot een 'gezellige familiefilm', die op het hoogtepunt van zijn popula-
                             riteit 200 duizend keer per dag werd gedownload. De reputatiewinst van de maker
                             hiervan heeft hem inmiddels een betaalde baan als adviseur van de
                             Hollywoodstudio's opgeleverd.
                             Bron: Volkskrant, Parodieën tornen aan het gezag van Hollywood (15 juni 2006)
                             Nog een methode om gebruikersinnovatie uit te lokken, is om toolkits, ontwerpin-
                             strumenten of platforms uit te brengen. Een toolkit is een set onderdelen voor ont-
                             werp en prototypering, met de bedoeling dat gebruikers daarmee de producten
…of door gemeenschappen te   ontwerpen die zij zelf het liefst zouden willen hebben. Ook verkopen bedrijven plat-
  ondersteunen bij innovatie forms aan klanten die ze de mogelijkheid bieden om zelf te innoveren. Uiteindelijk
                             blijkt dat zelfs overheden op deze manier burgers inschakelen als bron van kennis.
                             Toolkits en Gebruikersplatforms
                             De firma BMW heeft een Virtual Innovation Agency opgericht, waar klanten en klei-
                             ne bedrijven hun ideeën voor verbeteringen aan BMW's kunnen indienen. Alle voor-
                             stellen worden door een integraal R&D team beoordeeld, en de beste worden _ in
                             samenwerking met de indiener _ geïmplementeerd.
                             Nestlé stuurt professionele koks experimenteerdozen met de ingrediënten die de
                             firma zelf industrieel kan verwerken. De koks kunnen dan in een wedstrijd recepten
                             indienen wanneer het gemaakt is met louter ingrediënten uit de doos. De lekkerste
                             recepten worden vervolgens in productie genomen. Dit proces heeft de ontwikkel-
                             tijd van nieuwe producten sterk verkort, omdat er nu geen vertaalslag meer nodig is
                             van gewone keukeningrediënten naar de industriële ingrediënten die Nestlé zelf
                             moet gebruiken voor kant-en-klaar maaltijden. Een goed voorbeeld van het bieden
                             van een platform voor gebruikersinnovatie is te vinden in de computerspelindustrie.
                             Producenten verkopen de basis van een spel, waarop spelers zelf allerlei varianten
                             en elementen kunnen maken (nieuwe karakters, voorwerpen, virtueel geld etc).
                             Sony heeft bijvoorbeeld op internet een marktplaats geopend waarop virtuele objec-
                             ten worden verhandeld voor echt geld.
                             Bron: http://stationexchange.station.sony.com/
                             Bron: www.bmwgroup.com.
                         33  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                Open Intelligence: het Amerikaans leger, Irak en een openbaar vertalingproject
                                Op voorspraak van conservatieve partij in het Congress heeft het Amerikaans leger
                                duizenden documenten uit Irak openbaar gemaakt op internet. Omdat het leger
                                zelf de capaciteit niet heeft om deze documenten te vertalen, verzoekt het iedereen
                                die ze wel kan lezen, informatie en vertalingen op te sturen. Op deze manier wil
                                het Amerikaans parlement de vrij beschikbare intelligentie in het land mobiliseren
                                voor de operatie Iraqi Freedom.
                                Bron: fmso.leavenworth.army.mil/products-docex.htm
                                Vrijgeven van IPR aan gebruikers
Soms geven bedrijven octrooi-   Soms geven bedrijven hun octrooien vrij aan andere partijen, terwijl zij die kennis
        en vrij aan gebruikers- nog wel gebruiken om te innoveren. Dat gebeurt niet alleen gedwongen, maar vaak
                     groepen…   ook vrijwillig, met als doel innovaties te kunnen 'oogsten' die door zogenaamde
                                professional communities worden geproduceerd of om versnelling van het innova-
                                tieproces te realiseren.
                                Het Open Invention Network
                                IBM, Philips, Novell, Sony en Red Hat hebben in 2005 gezamenlijk het Open
                                Invention Network opgericht. Deze onderneming zal haar softwareoctrooien vrij ter
                                beschikking stellen om innovatie van het besturingssysteem Linux te bevorderen.
                                Iedereen mag deze octrooien gebruiken, mits ook zij hun octrooirechten niet doen
                                gelden tegenover de andere participanten van het netwerk.
                                Bron: nieuwsbericht op www.philips.com
                                Sommige bedrijven leveren producten of diensten die complementair zijn aan
 …om er later zelf geld mee te  gebruikersinnovaties. Zo profiteren diverse softwarebedrijven van gebruikersinnova-
                     verdienen  ties in de Open Source Software, door er bijpassende hardware bij te verkopen en
                                er dienstverlening op te enten, zoals onderhoud, update en beheer. Om deze reden
                                ondersteunen bedrijven ook gebruikersgemeenschappen, bijvoorbeeld door ze de
                                helpende hand te bieden in juridische zaken als zij aangeklaagd worden. IBM is bij-
                                voorbeeld Red Hat, distributeur van Open Source software, te hulp geschoten in
                                een conflict met de Unix-leverancier SCO.15
                                2.4          Conclusies over de variëteit aan Open innovatie
                                Er gebeurt binnen Nederlandse bedrijven momenteel veel tegelijkertijd onder de
 Er gebeurt veel tegelijk; Open verzamelterm Open innovatie. Het verbindende element is: niet meer alleen innove-
     innovatie is daarvoor een  ren maar in samenwerking met andere partijen. De verschillende vormen die Open
                 verzamelterm   innovatie daarbij aanneemt, brengt de AWT tot een aantal conclusies over deze
                                trend.
                                15   Zie voor de laatste ontwikkelingen in dit conflict: www.opensourcenieuws.nl
                             34 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                Exemplarisch voorbeeld: Connect & Develop bij Procter & Gamble
                                De Firma Procter & Gamble heeft zijn innovatiestrategie in de 21-ste eeuw radicaal
                                anders aangepakt. In plaats van R&D-management ging het over op een Connect &
                                Develop-programma. Doelstelling is om binnen 5 jaar 50 % van de ideeën voor
                                innovaties van buiten te laten komen. Op het moment gaat al 35 % van de vernieu-
                                wingen door het laboratorium, in plaats van dat zij uit het lab komen. P&G heeft
                                hiertoe een uitgebreide netwerkstrategie opgezet. De netwerken waarin het wil par-
                                ticiperen heeft P&G in twee soorten ingedeeld: de vaste netwerken waarmee eigen-
                                doms- of andere stevige verhoudingen bestaan (bijvoorbeeld van technologische
                                entrepreneurs en van leveranciers), en de open netwerken waarmee het lossere rela-
                                ties onderhoudt. Bij die laatste netwerken moeten we denken aan klantengroepen
                                en consumentenorganisaties. Maar ook aan private makel-schakel partijen als
                                NineSigma, InnoCentive en Yet2.com. Een ander open netwerk is YourEncore,
                                bestaande uit meer dan 800 gepensioneerde wetenschappers en ingenieurs. In dat
                                wereldwijde netwerk heeft P&G mee geïnvesteerd, en nu stelt het er gerichte vra-
                                gen aan. Als P&G bijvoorbeeld op zoek is naar een handiger manier van spaghetti
                                produceren, dan zendt het een e-mail uit naar dit netwerk. Binnen enkele dagen
                                krijgt de vrager respons _ en dat kan van een Italiaanse pastamaker zijn, maar ook
                                van een gepensioneerde medewerker om de hoek. P&G waarschuwt bij deze open
                                strategie voor de volgende misverstanden: denk niet dat je zonder ontwikkelingsac-
                                tiviteiten zomaar een innovatie kan implementeren. Maar belangrijker: onderschat
                                de waarde van je eigen mensen niet. Uiteindelijk moeten zij alle input van buiten
                                kunnen toepassen, inschakelen en gebruiken.
                                Bron: Huston, L. & N. Sakkab, Connect and Develop (2006)
                                Niet alleen in grote bedrijven, juist ook in het MKB
                                De eerste conclusie is, dat we deze ontwikkelingen niet alleen bij de grote, R&D
                                intensieve bedrijven zien. Ook middelgrote, innovatieve bedrijven ondergaan deze
                                veranderingen. Het MKB was _ noodgedwongen _ altijd al opener in haar innovatie-
                                proces, in de zin dat het voor hen vaak onmogelijk was om helemaal op eigen
   Open innovatie is zeker niet kracht een innovatie in de markt te zetten. Hoe groter de middelgrote onderne-
iets van multinationals alleen; ming, hoe sterker deze op het moment bezig is met Open innoveren in alle vormen:
     het MKB was altijd al veel alliantievorming, spin off / spin out, licenties nemen of geven of het betrekken van
       opener in het innoveren  gebruikers, klanten en werknemers en andere netwerkpartijen bij innovatie. De
                                belangrijkste motieven hiervoor zijn het vergroten van het vernieuwingsvermogen
                                van het eigen bedrijf, het beter kunnen inspelen op de markt en tot slot het vergro-
                                ten van de eigen kennisbasis.
                                Open innovatie in het MKB
                                Het empirische onderzoek naar Open innovatie in kleine en middelgrote bedrijven
                                dat EIM in opdracht van de AWT heeft uitgevoerd, levert een aantal inzichten op
                                over de ontwikkeling van deze trend:
                             35 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                            .   Innoverende MKB-bedrijven maken veel gebruik van open vormen van innovatie.
                            .
                                Hoe groter zij zijn, hoe sterker zij dat in de afgelopen jaren zijn gaan doen.
                                Innovatieve bedrijven zijn in te delen in drie typen, afhankelijk van de manier
                                waarop zij hun innovatiefunctie vormgeven: Opportunity-gedreven bedrijven, die
                                nauwelijks expliciet Open innoveren, leunen sterk op de persoon van de onder-
                                nemer (31%); Markt-/klantgedreven innovatoren innoveren veel op geleide van
                                afnemers, eindgebruikers of medewerkers (46%); Strategiegedreven bedrijven
                                innoveren volgens diverse manieren van Open innovatie, zoals met venturing,
                            .
                                participaties, licentiering et cetera (26%).
                                Het voornaamste motief om meer open te innoveren is gelegen in marktoverwe-
                                gingen. Veel MKB-ers ervaren het als een noodzaak om te kunnen voldoen aan
                            .
                                de wens van klanten of om de concurrentie bij te houden.
                                Verreweg het belangrijkste knelpunt dat zij daarbij ervaren, betreft de organisa-
                                tie- en cultuurverschillen die de samenwerking tussen verschillende partijen
                                bemoeilijken.
                            Bron: J.P.J. de Jong, Meer Open innovatie (2006)
                            Niet nieuw, maar wel aan het doorzetten
                            De tweede conclusie is dat Open innovatie ook in Nederland een duidelijk herken-
                            bare trend is. Open innovatie is overigens zeker niet geheel nieuw, maar neemt in
                            belang, intensiteit en diversiteit van verschijningsvormen duidelijk toe. In veel bedrij-
                            ven verloopt het grootste deel van het innovatietraject nog steeds gesloten en
 Open innovatie neemt in    komen innovaties toch vooral of uitsluitend door eigen inspanningen tot stand. Ook
 belang en intensiteit toe, de flink toegenomen en drukke handel in octrooien wil niet zeggen dat die kennis-
maar is geen totaal novum   markt volledig open is: van de aangevraagde octrooien wordt 15% verhandeld op
                            de markt, waartegenover ruim 50% staat, die enkel intern worden gebruikt.16
                            Historische voorbeelden van 'Open innovatie'
                            Bedrijven hebben altijd naar buiten gekeken voor bruikbare kennis en vaardigheden
                            en elkaar opgezocht als dat opportuun was. Er zijn ook historische voorbeelden van
                            zeer open vormen van innovatie _ bijvoorbeeld tussen stoommachinebouwers in
                            Engeland of weverijen rond Lyon in de 19e eeuw- waarbij bedrijven hun nieuwe
                            kennis en verbeteringen openlijk met elkaar deelden. Zo zijn er diverse historische
                            gevallen bekend van 'collectieve inventie'. Dit is het fenomeen dat bedrijven en
                            ingenieurs vrijwillig afzien van intellectuele eigendomsrechten, zodat zij vrijelijk op
                            elkaars bevindingen kunnen voortbouwen. Bijvoorbeeld rond de mijnbouw en staal-
                            industrie in Cleveland halverwege de 19e eeuw. Geld werd verdiend met comple-
                            mentaire producten (bv. grondstoffen voor steeds efficiëntere ovens) of een algeme-
                            ne verhoging van de productiviteit. In Cornwall ontstond in dezelfde tijd een zeer
                            vruchtbare vorm van collectieve inventie, nadat de regio 30 jaar lang flink had moe-
                            ten betalen aan James Watts, die een strikt licentiebeleid voerde. Het ging om een
                            16    EC-DG Interne Markt, Study on evaluating the knowledge economy (2005)
                        36  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                (zeer breed geformuleerd) octrooi op een verbetering van de stoommachine. Watts
                                stond in zijn licentie geen verdere verbeteringen toe. In reactie hierop ontstond een
                                cultuur waarin men zeer terughoudend werd om geoctrooieerde technologie toe te
                                passen, of om zelf te octrooieren. De regio gaf daarentegen een eigen blad uit
                                waarin ingenieurs de resultaten en technieken van hun nieuwste verbeteringen
                                publiceerden. Op deze wijze bleven zij wel concurreren, maar ook snel best practi-
                                ces verspreiden. Het resultaat was een aanzienlijke versnelling van de groei van de
                                doelmatigheid van hun machines.
                                Bron: Nuvolari, A. et al, The Diffusion of the Steam Engine in Eighteenth-Century Britain (2003)
                                Èn-èn, in plaats van òf-òf
                                Bedrijven ondernemen vaak meerdere van de hierboven beschreven activiteiten
                                tegelijkertijd; het is niet of-òf (of investeren met corporate venture capital òf faci-
                                liteiten delen met anderen), maar vaak èn-èn (horizontale allianties sluiten èn met
                                andere bedrijven, èn met open communities). Zij experimenteren met alle vormen en
                                zijn op zoek naar combinaties van acties die het beste renderen.
                                Meer dan alleen gezamenlijk kennis ontwikkelen
                                Bedrijven werken meer met elkaar samen om sneller en beter, efficiënter en effectie-
                                ver te innoveren. Soms betreft de samenwerking kennis, in andere gevallen compe-
                                tenties, creativiteit, technologieën, infrastructuur, geld of menskracht. Open innove-
                                ren gaat dus zeker niet alleen over gezamenlijke kennisontwikkeling. In de praktijk
                                zien we dan ook, dat bedrijven op elk moment in het innovatietraject bepalen of zij
Samen innoveren kan op ieder    ontwikkelingen zelfstandig of met partners uitvoeren. Open innoveren kan betrek-
       moment in het traject    king hebben op alle onderdelen van het innovatieproces (design, opschaling, kennis-
                                ontwikkeling, prototyping, marktintroductie). In iedere fase van het innovatietraject
                                maken bedrijven de keuze meer of minder open te opereren. Zo kun je als bedrijf
                                heel open zijn in de kennisontwikkeling en vervolgens weer zelfstandig de exploita-
                                tie van die kennis via een innovatie in de markt ter hand nemen. Maar het kan ook
                                andersom; door heel gesloten in het eigen bedrijf nieuwe kennis te ontwikkelen en
                                wel samenwerking te zoeken bij de marktintroductie. Beide uitersten zijn aan te
                                treffen, en ook alles ertussen in. Recht doen aan Open innovatie vergt daarom een
                                visie op het gehele innovatietraject, tot en met de inbreng van klanten.
                                Openheid vindt vaak in beslotenheid plaats
                                Het woord 'open' in Open innovatie is ten slotte in veel verschijningsvormen op te
                                vatten als: 'meer open dan in het verleden'. Dat wil zeggen met betrokkenheid van
                                partijen van buiten het eigen bedrijf. Veel allianties kennen zelf echter weer hun
                                eigen grenzen en uitsluitingscriteria voor partijen buiten het samenwerkingsverband.
                                Die allianties innoveren zelf weer gesloten. Dat maakt het voor bedrijven van
  Het is meer open dan voor-    cruciaal belang in welke samenwerkingsrelaties ze deelnemen. Immers: deelname aan
heen, maar veel allianties zijn één bepaald netwerk betekent vaak dat men niet meer welkom is in een ander. Het
          zelf weer gesloten    zijn in toenemende mate netwerkconstellaties die met elkaar concurreren. Over het
                            37  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                             algemeen is er dan ook geen sprake van geheel Open innovatieprocessen in de zin
                             van 'voor ieder toegankelijk en beschikbaar'. Niettemin zijn er ook instanties te vin-
                             den waar 'open' wel volledig open of 'openbaar' betekent. Daar geven partijen hun
                             kennis, vindingen en innovaties vrij, zonder er exclusieve rechten op te vestigen.
                             2.5           Nadere analyse en reflectie: Drie vormen van
                                           Open innovatie
                             Open innovatie kent vele verschijningsvormen, zo hebben we in de vorige paragraaf
                             gezien. Er tekent zich een spectrum af aan manieren waarop bedrijven meer Open
                             innoveren; van 'markt' tot 'meent'. In dit spectrum onderscheidt de AWT drie
                             hoofdstijlen van Open innovatie: Inkopend innoveren, Collaboratief innoveren17 en
                             Openbaar innoveren. Deze stijlen gaan samen met de overstap of het gebruik van
                             andere coördinatiemechanismen.
                             Van gesloten naar Open innovatie: indeling in drie stijlen
                             Het gesloten, interne model voor innovatie wordt in de laatste decennia steeds
                             meer verlaten; de grenzen van bedrijven worden permeabel, de firma zelf is niet
                             meer de entiteit waarbinnen innovatie primair tot stand komt, R&D wordt niet meer
                             gezien als de voornaamste bron van innovatie, het innovatieproces opent zich. Waar
                             vroeger het concurrentieoordeel meer gebaseerd was op het beschikken over (sleu-
                             tel-) technologie, is dit tegenwoordig veel vaker gebaseerd op flexibele organisatie
                             en snelle toegang tot de markt en consumenten.
                             Opening up
                             Van "Not invented here" naar "Proudly found elsewhere";
                             Van "The brightest minds work for us", naar "The world is our laboratory";
                             Van "Thick, closed walls around the firm" naar "Making your walls porous";
                             Van "Playing chess, to playing poker, to even playing dice".
                             Bron: Eirma, KM for Open innovation (2005)
                             Het meer Open innoveren kent vele verschijningsvormen; Open innovatie is zodoen-
Twee dimensies van openheid: de een paraplubegrip. Nadere duiding en analyse kan helpen beter inzicht te krijgen
        openheid voor andere in dit geheel en daarmee ook een beter zicht op eventuele beleidsissues die spelen
                   partijen… rond Open innovatie. De verschijningsvormen van Open innovatie overziend, signa-
                             leert de AWT dat er twee dimensies zijn waarop zij gesitueerd kunnen worden:
                             a. De aard en mate van openheid voor (samenwerking met) andere partijen. Is er
                                 sprake van vrije toetreding van partijen tot het samenwerkingsverband of juist
                             17   De AWT is zich bewust van de connotatie die het woord 'collaboratie' sinds de Tweede wereldoorlog heeft. In het Engels
                                  heeft dit woord die bijbetekenis veel minder en 'collaborative innovation' is daarom een redelijk vaak gebruikte term .
                                  Alternatieven als 'collectief' of 'samenwerkend' stuitten op andere bezwaren, vandaar dat wij deze term toch gebruiken
                                  in dit advies.
                          38 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                   niet? En is de samenwerking zelf open of is er één partij die toch vooral de lead
                                   heeft en bepaalt wat er gebeurt?
     …en openheid van het      b. De mate van openheid van het innovatieproces zelf, zowel wat de opzet als wat
                      proces,…     de uitkomsten betreft. Is er sprake van een open zoekproces, vertrouwend op
                                   synergie en meerwaarde van samenwerken gedurende het traject of gaat men
                                   veel doelgerichter te werk? Dit hangt uiteraard samen met mogelijkheden om
                                   ex ante te sturen en te specificeren, en dus met de complexiteit van innovaties.
  …leveren drie vormen van         En hoe open gaat men om met de uitkomsten of resultaten van een innovatie-
          Open innovatie op        traject: zijn die open en voor ieder toegankelijk, of niet?
                               Aan de hand van deze twee dimensies tekent zich een spectrum af aan manieren
                               waarop bedrijven Open innoveren. In dit spectrum onderscheidt de AWT drie
                               hoofdstijlen van Open innoveren: Inkopend innoveren, Collaboratief innoveren en
                               Openbaar innoveren. In onderstaand figuur zijn deze drie hoofdstijlen globaal
                               geplaatst in de twee onderscheiden dimensies. Daarbij zijn uiteraard geen harde
                               scheidslijnen te trekken, het gaat veeleer om het inzichtelijk maken dát de drie stij-
                               len van Open innovatie op deze dimensies verschillen.
                               Figuur 7 Dimensies van Open innovatie en drie hoofdlijnen
                                openheid voor
                                partijen
                                                                                     Openbaar
                                                                                     Innoveren
                                                 Inkopend
                                                 Innoveren
                                                             Collaboratief Innoveren
                                                                                     openheid van het proces
                               Van de drie open manieren van innoveren is inkopend innoveren via de markt het
                               meest ontwikkeld. Sterk in opkomst, maar wel al langer in ontwikkeling, is colla-
                               boratieve innovatie. Openbare innovatie vindt verspreid plaats en het is moeilijk in
                               te schatten wat de economische waarde ervan is. De AWT merkt verder op dat de
                               ene manier van Open innoveren natuurlijk niet inherent beter is dan de andere.
                               Bedrijven kiezen voor een bepaalde wijze van Open innoveren omdat sommige
  Bedrijven beslissen zelf in  innovatiedoelen beter bereikt kunnen worden met de ene stijl dan met de andere.
 welke stijl zij innoveren; de Daarbij zullen ze rekening houden met de typische (transactie-)kosten die gemoeid
ene manier is niet beter dan   zijn met de gekozen vorm. We lichten de drie hoofdstijlen van Open innovatie _
                    de andere  die lopen van 'markt' tot 'meent' _ hieronder nader toe.
                               Inkopend innoveren
                               Bij Inkopend innoveren verloopt de interactie met andere partijen via het in-, aan-
                            39 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                           en verkopen van input voor het innovatieproces. Vragers en aanbieders van kennis,
                           creativiteit en innovaties vinden elkaar op zoek naar nieuwe combinaties van
                           bestaande elementen. Deze manier van Open innovatie lijkt dan ook op knip-en-
                           plak-werk met losse elementen die elders ingekocht worden. In de praktijk komt
                           dat neer op het aankopen van bestaande kennis (octrooien, auteursrechten, onder-
                           zoeksresultaten), het verlenen of nemen van licenties, het binnenhalen van kennis-
                           werkers of onderzoeksgroepen, het kopen of overnemen van (kleine) bedrijven met
                           veelbelovende innovaties in de pijplijn, of juist het verkopen of uitplaatsen van
     Inkopend innoveren is eigen innovatieve groepen (spinning in en spinning off). Maar het kan ook door het
handelen in elementen voor verlenen van een (afgeronde en eenmalige) opdracht voor onderzoek, advies of de
                innovatie… ontwikkeling van een product. Tot slot is ook het investeren in nieuwe, innovatieve
                           bedrijvigheid een manier van inkopend innoveren _ met bijvoorbeeld Venture
                           Capital verzekeren grote bedrijven zich van toekomstige opties op de toegang tot
                           interessante innovaties. Het is daarbij de bedoeling om _ op termijn _ kennis of
                           competenties te incorporeren in het eigen innovatieproces.
                           Voor wat betreft de onderscheiden dimensies geldt dat er bij Inkopend innoveren
                           maar een beperkte mate van openheid voor partijen is; vrije toetreding tot het net-
                           werk is niet aan de orde. Bedrijven hebben en houden zelf in de hand wie welkom
                           is en met wie ze in zee gaan. Veelal is er een groot bedrijf dat een spilfunctie ver-
                           vult. Er is tevens een vrij lage openheid van het proces en de uitkomsten: opdrach-
                           ten worden vrij gedetailleerd aangegeven, men weet wat men koopt en verkoopt.
                           Bij deze vorm van Open innoveren behoudt het bedrijf nog de meeste controle over
                           het innovatieproces. Voor partijen die snel en flexibel willen opereren of willen
                           inspelen op specifieke klantenwensen, is deze vorm van innovatie een goede optie.
                           Dit model kent namelijk een grote mate van flexibiliteit doordat partijen tamelijk
                           opportunistisch kunnen wheelen en dealen met elkaar.
                           Inkopend innoveren gaat natuurlijk ook met specifieke (transactie)kosten gepaard.
                           Denk aan de moeite en inspanning om de goede partijen te vinden, de kosten van
                           informatieverzameling, van het specificeren van de opdracht of het gewenste pro-
                           duct, het komen tot sluitende afspraken en contracten, de benodigde monitoring
                           van de vorderingen en gewenste resultaten, en zonodig van het afdwingen van
                           contractbepalingen. Inkopend innoveren werkt goed wanneer de markt voor de in
…en dus heeft het een goed te kopen elementen soepel loopt. Daarvoor zijn in ieder geval nodig: voldoende
    werkende markt nodig   aanbod van gecodificeerde kennis en kenniswerkers, voldoende informatie over
                           vraag en aanbod, lage toetredingsdrempels voor uitdagers, voldoende kapitaal en
                           voldoende helderheid over eigendomsrechten.
                           Ipod _ Easy listening door snel inkopen doen
                           Binnen slechts 6 maanden is de uiterst succesvolle iPod ontwikkeld. Het begon met
                           een onafhankelijk entrepreneur, Tony Fadell, die met het business model voor iTunes
                           & iPod de firma Apple binnenstapte. Tony kreeg binnen 6 weken carte blanche om
                        40 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                           een team samen te stellen uit mensen van Apple en allerlei andere bedrijven _
                           Philips, IDEO, General Magic, Connectix et cetera. Het design voor de iPod en voor
                           de gebruikersinterface (altijd al sterke punten van Apple) bleef in handen van Apple.
                           Het technische ontwerp en de specificatie voor het platform zijn in opdracht uitge-
                           voerd door de firma Portal Player, die daarbij weer andere spelers als Toshiba en Texas
                           Instruments inschakelde. Razendsnel werden bestaande elementen aan elkaar gekop-
                           peld en verder ontwikkeld. Het project was succesvol omdat men snel beslissingen
                           nam en opdrachten plaatste in een iteratief en zeer interactief ontwikkelproces.
                           Bron: Estola, K., Open innovation (2005)
                           Collaboratief innoveren
                           Bij collaboratieve innovatie gaat het om het aangaan van een veelal langdurig
                           samenwerkingsverband, waarin betrokken partijen gezamenlijk een innovatie tot
   Collaboratief innoveren stand proberen te brengen. Daarbij worden competenties en sterktes gecombineerd,
gebeurt in samenwerking…   vaak op basis van gelijkwaardigheid; men zoekt elkaar op om samen sterker te
                           staan. Onder Collaboratief innoveren verstaan we ook de samenwerkingsconstruc-
                           ties waar partijen elkaar fysiek opzoeken en interactie tussen medewerkers stimule-
                           ren, ook zonder dat een vooropgezet innovatiedoel is gesteld. Veelal ligt hier de
                           overtuiging aan ten grondslag dat innovatie en het komen tot goede ideeën gedijt
                           bij dit soort interacties.
                           Collaboratief innoveren kan zowel in verticale als in horizontale allianties plaatsvin-
                           den. Collaboratieve innovatie vindt men ketengewijs, tussen aanbieder(s) en afne-
                           mers die beiden belang bij dezelfde innovatie hebben. Zodra zich hierbij echter een
                           striktere opdrachtgever-opdrachtnemer relatie vormt, dan is er sprake van Inkopend
                           innoveren. Soms vindt Collaboratief innoveren ook horizontaal plaats, tussen con-
                           currenten. Bijvoorbeeld als zij de benodigde investeringen zelf niet kunnen opbren-
                           gen, kennis willen bundelen of men elkaar nodig heeft voor het zetten van stan-
                           daarden. Maar men ziet ook wel branche- of sectoroverstijgende collaboratieve
                           innovatie. Publiek-private samenwerkingsconstructies, zoals Technologische
                           Topinstituten, de Franse Pôles de competitivité en grensoverschrijdende verbanden
                           als Imec, zijn ook voorbeelden van Collaboratief innoveren. Hier gaat het vooral om
                           vormen van collaboratieve kennisontwikkeling, waarin bedrijven participeren met
                           het oog op innovatie. Steeds vaker wordt dit gecombineerd met vestiging dichtbij
                           bedrijven, bijvoorbeeld op een 'open campus'.
                           Voor wat betreft de onderscheiden dimensies geldt dat bij Collaboratief innoveren
                           meerdere partijen inbreng hebben in het invullen van het innovatietraject, echter
                           met strikte 'toetredingsregels'; van open toetreding is zeker geen sprake. De grada-
                           tie van openheid voor nieuwe partijen verschilt uiteraard tussen een collaboratief
                           samenwerkingsverband gericht op het tot stand brengen van een concrete innovatie
                           of de toegang tot een campus. Verder is het innovatieproces zelf en zijn de uitkom-
                           sten van te voren niet zeer gespecificeerd. Hierdoor is het innovatietraject meer
                        41 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                              'open' dan bij bedrijven die via het inkoopmodel innoveren. De betrokken partijen
…en dus zijn afspraken nodig, maken van te voren afspraken over wat ze van elkaar verwachten en investeren,
    en vertrouwen tussen de   over de te lopen risico's en over de eigendomsverhoudingen van (eventuele) resulta-
                     partners ten. De uitkomsten worden in het algemeen dus niet openbaar gemaakt.
                              Collaboratieve innovatie is vooral een goede strategie als de mogelijkheden voor
                              innovaties over sectorgrenzen heen groot lijken, bijvoorbeeld door de combinatie
                              van product- en marktkennis van spelers uit heel verschillende sectoren. Dan spelen
                              allianties in op de toenemende vraag naar geïntegreerde diensten en producten.
                              Maar collaboratieve innovatie is ook een goede optie als de investeringen, nodig
                              voor innovaties, hoog zijn, en risico's en kosten gedeeld moeten worden.
                              Uiteraard zijn er ook nadelen en (transactie-)kosten verbonden aan dit model van
                              innoveren. Het vinden van partners, het aangaan van relaties, onderhoud en moni-
                              toring ervan, en zeker ook het overwinnen van cultuurverschillen tussen bedrijven,
                              kunnen aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Verder zijn er evident kosten
                              gemoeid met het helder krijgen en op schrift zetten van verwachtingen en afspra-
                              ken, van de verdeling van eventuele revenuen of van het inschatten van de waarde
                              van de inbreng bij aanvang. Collaboratief innoveren vereist dat bedrijven in staat
                              zijn om langdurige samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere partijen. Dat
                              vergt niet alleen een regelgevend kader dat dit toestaat, maar vooral ook hoog-
                              waardige alliantievaardigheden binnen en tussen de organisaties.
                              Collaboratieve innovatie avant la lettre: de Europese kaderprogramma's
                              Binnen de Europese kaderprogramma's wordt al ruim 20 jaar samenwerking in
                              onderzoek en ontwikkeling gestimuleerd. Hierin wordt gezamenlijk kennis ontwik-
                              keld, en soms gezamenlijk geïnnoveerd. Er is een praktijk gegroeid van expliciete
                              regels en impliciete normen over hoe de verschillende partijen zich horen te gedra-
                              gen en wat ze van elkaar kunnen verwachten. Kennisinstellingen, bedrijven en non
                              profit organisaties leren elkaar hier kennen. De samenwerking die vervolgens vorm
                              krijgt, is vaak de basis voor verdergaande samenwerking rond innovatie buiten het
                              kaderprogramma om. Bij dreigende geschillen, onvermijdelijk in de onzekere onder-
                              zoeks- en innovatietrajecten, kan de Europese Commissie meestal succesvol
                              bemiddelen. De lange historie van het instrument geeft de Commissie het nodige
                              gezag en ervaring om de rol van trusted third party te vervullen. Hiermee heeft de
                              EU een vorm van sociaal kapitaal in handen die zeer goed van pas komt bij collabo-
                              ratieve innovatie. De Technology Platforms, die nu gestimuleerd worden, zijn een
                              logische volgende stap in de richting van werkelijk collaboratief innoveren.
                              Openbaar innoveren
                              Openbaar innoveren is de meest Open innovatiestijl. Men borduurt met wederzijds
                              goedvinden op elkaars werk en ideeën voort. Met openbaar innoveren maken vele
                              handen licht werk en verbetert de kwaliteit van het hele netwerk. Openbaar innove-
                          42  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                 ren ligt dicht tegen gebruikersinnovatie aan. Vaak zijn dit individuele gebruikers,
                                 maar het komt ook voor onder bedrijven, bijvoorbeeld in zich snel ontwikkelende
                                 sectoren. Voor wat betreft de onderscheiden dimensies geldt dat zowel de openheid
                                 voor partijen als de openheid van proces en uitkomsten bijna volledig zijn. Vele par-
                                 tijen kunnen en mogen hun inbreng leveren; er is vrije toegang tot het innovatie-
Openbaar innoveren betekent      proces. Wel zijn er soms nadrukkelijke regels gesteld aan de inbreng, bijvoorbeeld
    iedereen toelaten en alles   bij openbare software-ontwikkeling. Dan worden de ingebrachte vernieuwingen
                   prijsgeven…   eerst op kwaliteit getoetst door poortwachters uit het netwerk, en van bugs ont-
                                 daan. Eenzelfde soort peer-review is ook georganiseerd bij openbare encyclopedieën
                                 als Wikipedia of de Public Library of Science.
                                 In het algemeen is er ook een volledige openheid van het proces van innoveren: van
                                 te voren is niet gespecificeerd wat het gewenste eindresultaat is; dat wordt bepaald
                                 door wat de deelnemers er zelf van maken. De primaire drijfveren voor openbare
                                 gebruikersinnovatie zijn expressiemogelijkheden, reputatie in de peer group of het
                                 kunnen krijgen van een product geheel naar eigen wens. Maar zij kunnen ook lig-
                                 gen in een gemeenschappelijke vijand (Microsoft voor de Linux community) of een
                                 aansprekend groot project met maatschappelijke waarde. In openbaar innoverende
                                 netwerken jagen mensen en bedrijven dus wel degelijk hun eigen belang na, maar
                                 van een andere soort dan geldelijk gewin. Met de innovatie zelf verdient men over
                                 het algemeen geen geld. Rond openbare innovaties kunnen bedrijven echter even-
                                 eens economisch renderende activiteiten ontwikkelen: ondersteunende dienstverle-
                                 ning bieden of er verbeteringen van eigen producten aan ontlenen. De actieve en
                                 betrokken inzet van gebruikers kan voor bedrijven een belangrijke reden zijn om
                                 aan te sluiten bij openbaar innoverende netwerken en het als model na te streven.
                                 Uiteraard gaat ook dit model met (transactie-)kosten gepaard. Kosten verbonden
                                 aan onzekerheid van uitkomsten, van het prijsgeven van geheimhouding, het lastige
                                 integreren van gebruikerswensen in bedrijfsprocessen, of coördinatiekosten om een
                                 goede aansluiting te verkrijgen waar de verschillen tussen gebruikersgroepen en
                                 bedrijfscultuur groot kunnen zijn. Openbare innovatie werkt goed bij een goedlo-
     …en dus is er een toegan-   pende netwerkinfrastructuur. Dan kunnen de leden met weinig kosten snel hun
kelijke netwerkinfrastructuur    innovaties openbaar maken en doorborduren op elkaars vindingen. Toegang tot het
                         vereist netwerk is dus cruciaal voor de innoverende gebruikers zelf en voor de bedrijven die
                                 willen participeren in openbare innovatieprocessen.
                                 Stressed-skin panelen
                                 In de Engelse bouwwereld vindt de ontwikkeling van zogenaamde stressed-skin
                                 panelen bijna volledig openbaar plaats. Bouwbedrijven passen deze panelen als iso-
                                 latiemateriaal toe in de hout- en skeletbouw, maar ondervinden daarbij nogal eens
                                 toepassingsproblemen. 82 % van de verbeteringen in de panelen, bijvoorbeeld van
                                 specifieke bevestigingsconstructies, is afkomstig van de bouwbedrijven zelf, en
                                 maar 18 % van de producent. De oplossingen worden onderling aan elkaar doorge-
                             43  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                             geven via vakbladen, op beurzen, of worden zelfs onmiddellijk doorgebeld.
                             Concurrenten in de bouw en de fabrikant van de panelen gaan er blijkbaar vanuit
                             uit dat het uitwisselen van oplossingen volledig wederkerig gebeurt. Elke innovatie
                             is het antwoord op een probleem dat men in de praktijk daadwerkelijk tegenkomt.
                             Bron: Slaughter, S. Innovation and Learning during Implementation (1993)
                             Open Farma
                             De farma-industrie is het terrein bij uitstek waar een goede bescherming van het
                             intellectueel eigendom onmisbaar is. De ontwikkeling van medicijnen duurt immers
                             jaren en kost miljarden, kosten die terugverdiend moeten worden. Het is ook daar-
                             om dat in deze sector de mogelijkheid bestaat om een langere octrooibescherming
                             dan de gebruikelijke 20 jaar te verkrijgen. Toch zijn er ook hier initiatieven om via
                             openbare innovatie medicijnen te ontwikkelen. Net als bij softwareontwikkeling
                             worden (een groot deel van de) medicijnen ontwikkeld door vele kleine stapjes.
                             Waar programmeurs zoeken naar fouten (bugs) en deze herstellen (patches), zoe-
                             ken farmaceuten naar proteïnen (targets) en chemicaliën (drug candidates) die deze
                             op een gewenste manier beïnvloeden. De opmars van computational biology met
                             enorme databases, nieuwe software en rekenkracht, biedt de open farma kansen.
                             Hierin wordt door vele wetenschappers in een computernetwerk gezocht naar drug
                             candidates. Naast de mogelijkheid om zo aan je reputatie (en daarmee markt-
                             waarde) te bouwen betreft het hier ook een ideëel doel. De initiatieven richten zich
                             namelijk op medicijnen waarvan de ontwikkeling commercieel niet interessant is,
                             bijvoorbeeld omdat een voldoende koopkrachtige vraag ontbreekt. Dat geldt onder
                             andere voor tropische ziekten. Onderzoekers van diverse Amerikaanse universiteiten
                             hebben de website www.tropicaldisease.org opgezet. Daar werken onderzoekers
                             van private en publieke laboratoria nu samen aan het vinden van een medicijn voor
                             de ziekten malaria en bilharzia.
                             Bron: Maurer et al, Finding cures for tropical diseases: is open source an answer? (2004)
                             Stijlen van Open innovatie leunen op verschillende coördinatiemechanismen
                             De drie onderscheiden stijlen van Open innovatie kennen elk eigen mechanismen
                             voor het coördineren van het innovatieproces en van de diverse betrokken partijen.
                             Gesloten innovatie houdt in dat een bedrijf ervoor kiest het innovatieproces in eigen
                             hand te houden. Voor de benodigde coördinatie leunt men op hiërarchie; het inno-
                             vatieproces wordt vooral in de hiërarchische relatie tussen werkgever en werknemer
Gesloten innovatie leunt op  geregeld. Innovatie is immers een interne aangelegenheid die binnen de grenzen
 hiërarchie als coördinatie- van een onderneming wordt gemanaged. Beslissingen over beginnen of stopzetten
             mechanisme…     van innovatieprojecten, over budgettoewijzing, over te halen deadlines en deliverab-
                             les, over de te realiseren kwaliteit, worden binnen het eigen bedrijf genomen, met
                             directe zeggenschap over de betrokken medewerkers.
                             Bij Inkopend innoveren maken bedrijven veel gebruik van in- aan en verkopen van
                             input voor het innovatieproces; bedrijven nemen immers constant make or buy
                         44    awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>                            beslissingen. Gesloten innoverende bedrijven doen het zelf (make), bij inkopend inno-
                            verende bedrijven komt die beslissing op buy uit. De principal-agent-relatie staat daarbij
                            centraal, ofwel de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het bijpassen-
 …inkopend innoveren op de  de coördinatiemechanisme is de markt, met bijbehorende verschijnselen als prijsbepa-
                    markt … lingen, contracten, onderhandelingen, monitoring van geleverde prestaties en uitspra-
                            ken van de rechter als er conflicten rijzen.
                            Zowel collaboratief als openbaar innoveren houden in dat bedrijven kiezen voor samen-
                            werking met partners op basis van gelijkwaardigheid van de inbreng. Hier wordt het
                            delen van kennis belangrijk. De benodigde coördinatie verloopt via het netwerk, waarbij
                            zaken als reciprociteit, vertrouwen en reputatie van groot belang zijn. Omdat op voor-
                            hand nog niet helemaal duidelijk is wat een bijdrage aan het innovatieproces oplevert,
                            moet men elkaar kennen en (kunnen) vertrouwen. Openbare innovatie is hiervan de
                            meest uitgesproken vorm (share), collaboratieve innovatie is meer een mengvorm met
                            elementen van zowel markt- als netwerkcoördinatie (to partner). Onderstaande tabel
…collaboratieve en openbare illustreert de verschillen in coördinatiemechanismen tussen de verschillende innovatiestij-
   innovatie op het netwerk len en de wijze waarop dit doorwerkt in de cultuur en organisatie van bedrijven.18
                                                   Gesloten                   Inkopend                   Collaboratieve         Openbare
                                                   innovatie                  innoveren                  innovatie              innovatie
                             Dominant coör-        Hiërachie                  Markt                      Reciprociteit op basis Netwerk op basis van
                             dinatiemecha-                                                               van afspraken          reputatie en vertrou-
                             nisme                                                                                              wen
                             Plaats van inno-      Binnen de grenzen          In opdracht van de         In samenwerkingsver- In netwerk van partij-
                             vatie                 van de onderneming         ene partij aan de          banden van partijen    en
                                                                              andere
                             Normatieve basis Arbeidsrelatie                  Contract                   Complementaire         Uitwisselen en vrijge-
                                                                                                         sterktes, afspraken    ven
                             Eigendom van          Behoren via arbeids-       Worden via contrac-        Afspraken worden       Worden openbaar
                             kennis, creati-       contract toe aan het       ten verhandeld of in       gemaakt tussen par-    gemaakt, soms in
                             viteit en innova- bedrijf                        licentie gegeven; de       tijen over de rechten  alternatieve juridische
                             ties                                             opdrachtgever exploi- op exploitatie              regimes onderge-
                                                                              teert deze                                        bracht (commons),
                                                                                                                                nooit exclusief geëx-
                                                                                                                                ploiteerd
                             Cultuur, klimaat      Formeel, bureaucra-        Georganiseerd ver-         Gedeeld belang         Gedeelde interesse
                                                   tisch                      trouwen/
                                                                              wantrouwen
                             Flexibiliteit         Laag; arbeidsrelaties      Hoog; inkoop-relaties      Medium; samenwer-      Hoog; toe- en uittre-
                                                   zijn voor langere tijd     kunnen opportu-            kings-relaties worden ding geheel open
                                                                              nistisch aangegaan en veelal voor langere
                                                                              afgebroken worden          tijd aangegaan
                             Dominante com- Routines                          Prijsstelling              Relatiemanagement      Openbaar maken
                             municatie
                             Conflict-             Parafen, supervisie        Onderhandelen,             Normen van recipro-    Eruit stappen; af- en
                             bestrijding                                      rechtbank                  citeit                 aanhaken
                             vooral via
                            18     Deze tabel is geïnspireerd op Powell, Neither market nor hierarchy (1990)
                         45 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                                 Kortweg komt de afweging van innoverende bedrijven neer op de vraag: Make,
                                 Buy, Partner or Share?. Inzicht in de verschillen in coördinatiemechanismen en bijbe-
                                 horende cultuur- en organisatiefactoren is daarbij van belang, juist omdat bedrijven
                                 vaak meerdere innovatiestijlen naast elkaar hanteren. Zeker grote bedrijven innove-
                                 ren vaak zowel op eigen kracht ('gesloten'), maar zijn tegelijkertijd ook actief met
                                 inkopend innoveren én met collaboratief innoveren. Sommige bedrijven beginnen
                                 daar bovenop met openbaar innoveren. Een dergelijke mix van Open innovatiestijlen
                                 kan zeker naast elkaar en tegelijkertijd bestaan; ze sluiten elkaar immers niet uit.
                                 Het is voor bedrijven belangrijk te realiseren dat er wèl eventueel fricties kunnen
De verschillende innovatiestij-  ontstaan tussen de diverse modi van innoveren. Het gaat immers om behoorlijk ver-
    len sluiten elkaar niet uit, schillende innovatiestijlen die elk gepaard gaan met eigen mechanismen voor het
  maar er kunnen wel fricties    coördineren van het proces en van betrokken partijen. Bedrijven die meerdere inno-
              tussen ontstaan    vatiestijlen naast elkaar gebruiken, zullen intern (bijv. in de aansturing van mede-
                                 werkers die vanuit hun werk participeren in openbare gemeenschappen) eventuele
                                 spanningen of tegenstrijdigheden op dit vlak moeten oplossen. Dit geldt in versterk-
                                 te mate voor samenwerking met andere partijen, buiten de eigen organisatie. Het is
                                 dan cruciaal te weten wat er komt kijken bij een bepaalde innovatiestijl en bijbeho-
                                 rende modus van coördinatie. Onduidelijkheid over verwachtingen en stijlen kan
                                 immers leiden tot grote fricties.
                             46  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                            3                Beleid voor Open innovatie
                                In hoofdstuk 2 is de trend naar meer Open innoveren beschreven en aan een nade-
                                re beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aangegeven waarom bedrijven de
                                weg op zijn gegaan van Open innovatie en hoe bedrijven dat vormgeven in de
                                Nederlandse praktijk. In dit hoofdstuk richten we de blik op overheidsbeleid dat
                                past bij deze bedrijfspraktijk, beleid dat die praktijk goed accommodeert.
Welk beleid past bij bedrijven  Overheidsbeleid dient in te spelen op dat wat er speelt in de innovatiepraktijk van
          die meer open gaan    bedrijven. Bij dit alles staat voorop dat Open innoveren niet zonder meer beter is
                   innoveren?   dan Gesloten innoveren. Het is aan bedrijven zelf om te bepalen welke innovatiestijl
                                voor hen het meest passend is. Zij weten als geen ander hoe zij, gegeven de kansen
                                en bedreigingen vanuit de omgeving en gegeven hun eigen sterktes en zwaktes,
                                innovatie het beste aan kunnen pakken. Maar nu bedrijven meer open gaan innove-
                                ren, is het zaak dat het overheidsbeleid daar adequaat op inspeelt.
                                De AWT ziet in de trend van Open innovatie aanleiding voor overheidsoptreden.
                                Deels speelt de overheid al op de beschreven ontwikkelingen in en stelt de AWT in
                                dit hoofdstuk dus aanpassingen van bestaand beleid voor. In andere gevallen
                                beveelt de AWT nieuw beleid aan. De legitimiteit van overheidsoptreden is driele-
                                dig: Ten eerste moet de overheid met haar eigen wet- en regelgeving een kader
                                scheppen dat innoverende bedrijven optimaal de ruimte geeft. Ten tweede kan
                                overheidsoptreden wenselijk zijn wanneer zich marktfalen voordoet, zoals informa-
                                tietekorten of spill overs. Tot slot heeft zij een taak wanneer Nederlandse bedrijven
In ieder geval beleid dat knel- kansen op innovaties mislopen _ bijvoorbeeld door competentietekorten. Bij ieder
         punten wegneemt en     overheidsoptreden geldt dat het alleen wenselijk is indien de maatschappelijke
   waardoor bedrijven kansen    baten de maatschappelijke kosten overstijgen. Ook moet gewaakt worden voor
           kunnen verzilveren   zogenaamd overheidsfalen. Dat is het verschijnsel waarbij de kosten van beleid
                                achteraf hoger blijken te zijn dan de gemiste baten als gevolg van marktfalen.
                                Kernvraag in dit hoofdstuk is dus: wat zijn de meest cruciale beleidsissues die extra
                                aandacht of inzet behoeven om Open innovatie te accommoderen? Ter beantwoor-
                                ding van deze vraag heeft de AWT gekeken naar de knelpunten die bedrijven erva-
                                ren in hun transitie naar Open innovatie: wat belemmert, waar hebben zij moeite
                                mee? Op basis van gesprekken met bedrijven, het EIM-onderzoek in opdracht van
                                de AWT en literatuur, is hierin inzicht verkregen. De AWT groepeert deze knelpun-
                                ten in drie grote thema's en onderwerpt deze aan een nadere analyse. Het zijn the-
                                ma's waarop méér of andersoortig beleidsinspanningen gewenst zijn. Het betreft de
                                volgende thema's:
                                1. De achterliggende, lineaire, beleidsvisie op innovatie, die verbreed moet worden
                                2. Samenwerking en alliantievorming tussen organisaties, die belangrijker worden
                                3. Intellectueel Eigendom en Mededinging in relatie tot innovatie
                            47  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                             Deze thema's worden hieronder nader uitgewerkt en geanalyseerd (paragraaf 3.1
                             t/m 3.3). Het uitlichten van deze drie thema's laat overigens onverlet dat er méér
                             zaken goed geregeld moet zijn en blijven om Open innovatie te laten gedijen (zie
                             paragraaf 3.4). Dat zijn thema's die voortdurend aandacht en onderhoud vergen, en
                             op delen aan flinke hervorming toe zijn. De AWT gaat niet en detail in op deze the-
                             ma's, òf omdat ze op het moment geen grote knelpunten geven, òf omdat ze al
                             expliciet op de beleidsagenda staan. Let wel, het gaat daar om belangrijke condities
                             waaronder bedrijven blijvend kunnen Open innoveren. Zij vergen alleen naar
                             inschatting van de AWT op dit moment geen bijzondere beleidsaandacht; we weten
                             wat er moet gebeuren, het is zaak dat in praktijk te brengen.
                             .
                             Twee opmerkingen vooraf:
                                 Open innovatie is een veelomvattend en alles doorsnijdend verschijnsel, zo is geïl-
                                 lustreerd in het vorige hoofdstuk. Om Open innovatie te laten bloeien, is een sti-
                                 mulerend ecosysteem nodig. Zo'n klimaat tot stand brengen vergt actie op vele ter-
                                 reinen tegelijk, met inzet en betrokkenheid van alle relevante partijen: bedrijven,
                                 overheden op diverse niveaus en kennisinstellingen. Wat precies nodig is, is niet op
                                 voorhand gedetailleerd te benoemen. Het gaat veeleer om de bereidheid om dát te
                                 doen dat nodig is om het klimaat positief te beïnvloeden. Elk van de betrokken
                                 partijen dient dit voortdurend in het oog te houden en zelf waar nodig actie te
Iedereen moet bijdragen aan      ondernemen. De aanbevelingen die de AWT hieronder geeft, dragen hiertoe bij,
      een klimaat voor Open      met name in het scheppen van betere condities voor Open innovatie. Maar ze zijn
                             .
                   innovatie     geenszins op te vatten als een uitputtend overzicht van álle benodigde acties.
                                 Open innovatie vergt inzet van diverse partijen. Desondanks richt de AWT zijn aan-
                                 bevelingen in dit advies vrij exclusief op de overheid. De aanbevelingen zijn dus
                                 niet gericht op bedrijven, bijvoorbeeld hoe zij zelf beter (open) kunnen innoveren.
                                 De simpele reden hiervoor is dat het nu eenmaal de taak van de AWT is om
                                 Regering en Staten Generaal te adviseren over het te voeren overheidsbeleid. De
                                 sterke gerichtheid in dit advies op wat de overheid zou moeten doen, betekent
                                 natuurlijk niet dat zij op de stoel van bedrijven moet gaan zitten. Bedrijven zijn zelf
                                 primair verantwoordelijk voor hun innovatiesucces, ook in een wereld van Open
                                 innovatie. Het maatschappelijk belang van een innovatief bedrijfsleven is echter
                                 groot. De innovatiekracht van het bedrijfsleven bepaalt in belangrijke mate de pro-
                                 ductiviteitsontwikkeling en concurrentiekracht van onze economie. Dit is niet alleen
                                 voor private, maar ook voor collectieve inkomensstromen van belang, en bepaalt
                                 de kwaliteit van leven in ons land. De overheid heeft daarom de taak het innova-
                                 tievermogen van bedrijven te bevorderen. Door knelpunten weg te nemen waar
                                 deze zich voordoen _ zeker wanneer de overheid zelf er de oorzaak van is. Maar
                                 eveneens door het stimuleren van het benutten van kansen, bijvoorbeeld wanneer
De overheid heeft echter een     dat uitblijft door informatie- of capaciteitstekorten. Juist in een wereld van Open
             bijzondere taak     innovatie is een actieve rol van de overheid gewenst; de overheid dient zich als
                                 gedreven netwerkspeler in het innovatiesysteem op te stellen. In algemene zin
                                 bepleit de AWT dan ook een 'Ja-mits' in plaats van een 'Nee-tenzij' aanpak.
                          48 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>                               'Ja-mits' in plaats van 'Nee-tenzij'
                               De AWT vindt het overheidsbeleid al met al nog te veel gericht op het wegnemen
                               van knelpunten. Het gaat niet alleen om wat ons tegenhoudt, het gaat ook om
                               welke kansen en mogelijkheden er voor ons liggen. Het is daarom wenselijk dat de
                               overheid zich nog nadrukkelijker richt op het versterken van het vermogen om kan-
                               sen te benutten en daarin zelf een actieve rol speelt. Hierbij dienen uiteraard de
                               gebruikelijke criteria voor overheidsoptreden gehanteerd te worden, zoals:
                               - Het maatschappelijke nut moet het private nut overstijgen;
                               - Overheidsoptreden alleen bij die zaken die zonder interventie niet zouden plaats-
                                   vinden;
                               - De overheidssteun mag niet leiden tot 'socialisering van risico's', ofwel afwente-
                                   ling van het ondernemersrisico op de maatschappij.
                               De AWT pleit voor een 'ja, mits' aanpak in plaats van een 'nee, tenzij' beleid. Dus
                               'ja, de overheid speelt een actieve rol, mits voldaan is aan de legitimatiecriteria'.
                               Want een 'nee, tenzij' beleid van alleen optreden bij falen van de markt of het
                               systeem, leidt in de ogen van de Raad tot een afwachtende houding en het missen
                               van kansen.
                               3.1           Verbreding van het innovatiebeleid
                               De AWT pleit voor een meer integrale benadering van innovatie in het overheidsbe-
                               leid. Het huidige innovatiebeleid is nog te zeer gestoeld op een lineair denken over
                               innovatie; een denken waarbij de nadruk wordt gelegd op kennisontwikkeling als
                               hèt startpunt voor innovatie.19 De trend van Open innovatie maakt eens te meer dui-
                               delijk dat een integrale en cyclische beleidsvisie op innovatie centraal hoort te staan
                               in het beleid en dat hieraan concrete beleidsconsequenties verbonden moeten wor-
Een integrale benadering van   den. Door waar nodig elk aspect van innovatie te ondersteunen, doet het beleid
          innovatie is nodig…  meer recht aan de veranderende innovatiepraktijk in bedrijven.
                               De innovatiepraktijk is er een waar veel meer partijen bij innovatie komen kijken
                               dan onderzoekers en R&D-managers alleen: klanten of gebruikers, marketingspecia-
                               listen, business developers, andere bedrijven, onderzoekers uit publieke kennisinstel-
                               lingen, starters, zelfstandig ondernemers et cetera. Creativiteit en ondernemerschap
                               zijn daarbij minstens zo belangrijk voor succesvol innoveren als kennisontwikkeling.
     …met erkenning voor de    Het is dus wenselijk om het hele innovatietraject in ogenschouw te nemen, van
     inbreng van alle partijen onderzoek tot en met marktintroductie, en alle koppelingen daartussen. Dit dient
                               beter dan nu het geval is in het beleid erkend en weerspiegeld te worden. Concreet
                               19   Het denkraam van een Nationaal of Dynamisch Innovatie Systeem (DIS) dat EZ hanteert biedt hiervoor een prima uit-
                                    gangspositie: een brede blik op zaken die relevant zijn voor innovatie, inclusief de vraag zijde (klanten, gebruikers) en
                                    diverse randvoorwaarden (framework conditions). De AWT merkt echter op dat in de vertaling naar concreet beleid de
                                    aandacht zich toch (te) sterk richt op het middenstuk van het DIS: kennisontwikkeling in wisselwerking tussen bedrijven
                                    en kennisinstellingen. Stellingname van de AWT _ al meermalen expliciet in adviezen verwoord _ is dat innovatie méér
                                    behelst dan kennisontwikkeling.
                            49 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>                                wijst de AWT op de volgende drie punten waar bedrijven mee worstelen en waar
                                sprake is van gemiste kansen in het innovatiebeleid:
                                a.         De lineaire benadering in het stimuleringsbeleid voor innovatie
                                b.         De rol van gebruikers bij innovatie
                                c.         Hindernissen voor zelfstandig ondernemerschap.
                                a. Het subsidie-instrumentarium doet weinig recht aan Open innoveren:
                                    integrale benadering van innovatie gewenst
                                Bedrijven zijn in toenemende mate open aan het innoveren, maar _ een veelgehoor-
                                de verzuchting in bedrijven _ het innovatiestimuleringsbeleid zowel in Nederland als
                                in de EU is hier nog onvoldoende op ingericht. Veel samenwerkingsverbanden (pri-
                                vaat-privaat of publiek-privaat) lopen aan tegen een achterhaalde, lineaire visie op
                                innovatieprocessen _ vooral wanneer zij in aanmerking willen komen voor subsidie.
                                Positief is dat in het bestaande subsidie-instrumentarium al flink wordt ingezet op
                                het stimuleren van samenwerking tussen bedrijven onderling en met kennisinstellin-
                                gen. Daarin staat echter gezamenlijke kennisontwikkeling _ in plaats van gezamen-
                                lijk innoveren _ nog steeds centraal. Dit hangt samen met een macro-economische
                                kijk op de legitimatie van innovatiebeleid, waarbij de markt zijn werk moet doen en
                                overheidsoptreden alleen wenselijk is bij evident marktfalen of het ontstaan van spill
                                overs. De blik richt zich hierdoor automatisch en sterk op het stimuleren van zoge-
Overheden subsidiëren vooral    naamd precompetitief onderzoek, en daarmee op de 'voorkant' van het innovatie-
        kennisontwikkeling…     traject.
                                Alhoewel begrijpelijk, is een nuchtere observatie dat dit geen recht doet aan de
                                bedrijfspraktijk van innoveren, waar de nadruk juist steeds minder exclusief op
                                kennisontwikkeling is komen te liggen. Juist vanwege het cyclische karakter van
                                innoveren, is er sprake van constante koppelingen en terugkoppelingen tussen ken-
                                nisontwikkeling en marktvraag. Onderscheidingen in verschillende stadia van inno-
                                vatie zijn daardoor irreëel geworden. Toch bestaan dergelijke onderscheiden nog als
                                harde schotten in zowel de Nederlandse als EU-subsidieregelgeving. Zo maken de
                                vigerende EU-regels voor staatssteun een onderscheid tussen precompetitive en
                                competitive research, en stellen zij per type een maximaal percentage subsidie
    …terwijl zij een integrale, vast.20 Ook de Nederlandse 'vertaling' van Europese regels voor publiek-private
  cyclische visie op innovatie  samenwerking in R&D, bijvoorbeeld voor de verdeling van daaruit voortvloeiende
       moeten ontwikkelen…      intellectuele eigendomsrechten, doet weinig recht aan de aard van Open innovatie.
                                Noch aan de verschillende belangen die zijn gemoeid bij collaboratieve innovatie.
                                Aan een PPS participerende bedrijven mogen bijvoorbeeld over de gezamenlijk ont-
                                wikkelde kennis geen rechten claimen, zelfs al is die kennis gegenereerd door een
                                medewerker van het bedrijf. Zij moeten voor die rechten op kennis marktconforme
                                20   Zie: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_en.html voor ontwikkelingen rond de regels voor staatssteun. Onlangs
                                     hebben de Europese werkgevers (UNICE), de onafhankelijke expertcommissie Aho en onze eigen Nederlandse overheid
                                     tevergeefs pogingen gedaan om dit te veranderen in de nieuwe regels voor staatssteun. Voorstel was om deze twee
                                     categorieën te vervangen door een enkele categorie "industrial R&D", met eenzelfde toegestane maximale subsidie van
                                     bijvoorbeeld 50 %. Dit zou inclusief prototyping, software, testing and trials moeten zijn.
                            50  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>                               prijzen betalen _ dat nodigt bedrijven niet echt uit tot samenwerking met kennis-
                               instellingen. De overheid zou daarentegen bedrijven eerder moeten helpen bij het
                               invullen van aanvragen voor Europese ondersteuning bij innovatie en het voldoen
                               aan de uitgebreide Europese criteria daarvoor. Samen zouden zij de grenzen moeten
                               verkennen van wat is toegestaan door 'Brussel'.
                               Het is zaak _ zowel in het Europese als ook in het Nederlandse stimuleringsbeleid
                               voor innovatie _ om een integrale kijk op innovatietrajecten als uitgangspunt te
                               nemen. Dat loopt van kennisontwikkeling tot marktintroductie, en de overheid zou
                               zich moeten richten op belemmeringen en kansen in dit hele traject. Juist gerichte
                               ondersteuning in 'latere' fasen van een innovatie (zoals ontwikkelingsactiviteiten en
                               demonstratieprojecten) kan innovatie wezenlijk opstarten of versnellen. De AWT is
                               van mening dat het Nederlandse innovatiestimuleringsbeleid de grenzen dient op te
   …en Nederland de grenzen    zoeken van wat mogelijk is binnen het EU-staatssteunbeleid. De nadruk in het
moet opzoeken van wat is toe-  Nederlandse innovatiestimuleringsbeleid dient meer te liggen op de economische
      gestaan in het Europese  waarde _ te realiseren met een innovatie _, dan op de nieuwheid van kennisontwik-
                 steunkader…   keling.21 Bijvoorbeeld door naast Technologische Top Instituten waarin kennisontwik-
                               keling centraal staat, ook zogenaamde Innovatie Centra te ondersteunen, die veel
                               dichter bij de markt staan. In dergelijke centra kunnen verschillende bedrijven ,
                               onderzoeksinstellingen en gebruikers interdisciplinair aan een business case of gear-
                               ticuleerde marktvraag werken. Niet-technologische aspecten van innovatie, zoals
                               markt- en klantenkennis, ergonomie, design en de inbreng van eindgebruikers
                               komen daarin sterker aan bod.
                               Het is vooral belangrijk om de integrale kijk op innovatie ook daadwerkelijk goed
                               vorm te geven in de uitvoeringspraktijk van het stimuleringsbeleid; door concrete
                               voorwaarden en 'spelregels' voor deelname kan toch snel de voorkeur uitgaan naar
…en dat goed vormgeven in de   projecten waarbij kennisontwikkeling centraal staat. Dit is bijvoorbeeld het geval
           uitvoeringspraktijk indien onderzoeks- en ontwikkelingsprojectaanvragen (en mengvormen) onderling
                               in één tender vergeleken en beoordeeld worden. Scheiding van verschillende typen
                               projecten heeft de voorkeur; de samenstelling van adviescommissies dient daaraan
                               uiteraard aangepast te worden.
                               21   Dat zou ook meer recht doen aan de _ terechte _ overstap in terminologie van 'technologiebeleid' naar 'innovatiebeleid'
                                    zoals EZ inmiddels hanteert.
                           51  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                  Aanbeveling 1: Voer de integrale benadering van innovatie verder door
                                  (gericht aan EZ)
                                  Zet de pleidooien voor verbetering van de Europese regels voor staatssteun
                                  door. Zorg dat er één brede categorie voor Research, Development &
                                  Innovation wordt erkend als door de overheid te ondersteunen onderzoeks-
                                  en innovatieprojecten. Vertaal de vigerende Brusselse regels ondertussen zo
                                  ruimhartig mogelijk. Zoek in het Nederlandse innovatiestimuleringsbeleid de
                                  grenzen op, en ondersteun bedrijven ook actief bij het kunnen voldoen aan
                                  de Europese regels.
                                  Start in Nederland beleidsexperimenten met het stimuleren van de stappen in
                                  innovatieprocessen die dichter bij de markt plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld
                                  aan het ondersteunen van Innovatie centra, waarin alle bij een innovatie
                                  betrokken partijen interdisciplinair met elkaar aan een project kunnen samen-
                                  werken; onderzoekers, ontwikkelaars, designers, ergonomen, marketeers en
                                  eindgebruikers.
                                  Draag ook zorg voor een uitvoeringspraktijk die de integrale benadering van
                                  innovatie recht doet. Let bijvoorbeeld goed op bij de selectiecriteria en samen-
                                  stelling van beoordelingscommissies voor te stimuleren innovatieprojecten.
                              b. Doe meer recht aan de rol van gebruikers
                              De rol en het gedrag van gebruikers zijn als inspiratiebron voor innovatie altijd groot
Benutting van het potentieel  geweest. Maar in toenemende mate zijn zij zelf ook de innovatoren, doordat zij
 van gebruikers wordt steeds  actief producten en processen in het gebruik optimaliseren. Het benutten van dit
               belangrijker…  potentieel wordt daardoor steeds belangrijker. Veel bedrijven _ zowel grote als
                              kleine _ zijn druk op zoek naar effectieve manieren om klanten en gebruikers in te
                              schakelen bij hun innovatieprocessen. Uiteraard richten zij daarbij hun blik op
                              gebruikers in zowel binnen- als buitenland. Zij proberen informatie over klanten-
                              groepen in te winnen, een beter zicht te krijgen op hun latente wensen, of om hun
                              ideeën voor verbeteringen van producten en diensten intensiever te gebruiken.
                              Daarbij worden diverse manieren gehanteerd, van creatief marketingonderzoek met
                              'reporters' tot en met het aanbieden van een prototype aan klanten om hen vervol-
                              gens te observeren in hun gebruik daarvan. Deze sterkere gerichtheid op klanten
                              gaat echter binnen bedrijven niet vanzelf. Voor grote bedrijven, zeker daar waar van
…bedrijven leren dit met val- oudsher veel aan R&D is gedaan, impliceert dit een ware cultuuromslag waarmee ze
            len en opstaan…   in de praktijk behoorlijk worstelen.22
                              Ook veel MKB-bedrijven zijn _ met meer en minder succes _ aan het experimente-
                              ren met de rol van gebruikers bij hun innovaties. Uit het EIM-onderzoek Meer Open
                              22   Een mooie illustratie hiervan is te vinden in het winnende essay van de door de AWT uitgeschreven essaywedstrijd rond
                                   Open innovatie: Steen, M., Open voor eindgebruikers. in: Open stellingen (2006)
                          52  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                               innovatie komt dan ook een aantal knelpunten naar voren. Gebruikers, klanten en
                               consumenten blijk je als producent of leverancier moeilijk te kunnen sturen.
                               Bijvoorbeeld als ze langzaam zijn in het terugrapporteren over producten of als ze
                               speciale wensen hebben. Vaak hebben zij te specifieke aanpassingen nodig om
                               commercieel interessant te zijn. Die afweging maken _ heeft deze klantenwens
                               commerciële mogelijkheden? _, en de verwachtingen van de klant managen, erva-
                               ren vooral MKB-bedrijven als lastig. Bedrijven hebben vaak nog te weinig ervaring
                               met effectieve manieren om klanten te raadplegen of in te schakelen bij het innova-
…ondersteuning, bijvoorbeeld   tieproces. Het zou daarom goed zijn als er meer kennis en best practices werden
met best practices, kan helpen ontwikkeld op dit punt. Het initiatief hiervoor ligt natuurlijk bij bedrijven, maar
                               enige ondersteuning op dit punt is wel gewenst.
                               Denemarken ontwikkelt beleid voor gebruikersinnovatie
                               Op 20 april 2006 heeft het Deense kabinet haar 'globaliserings'-strategie gepubli-
                               ceerd, een agenda met meer dan 300 initiatieven op het terrein van onderwijs,
                               onderzoek, ondernemerschap, mededinging e.a. Onderdeel van de strategie vormt
                               een nieuw programma, gericht op het ontwikkelen en verspreiden van kennis over
                               de inzet van gebruikers in het innovatieproces. Daarin kunnen bedrijven die op ver-
                               nieuwende wijze gebruik maken van lead users of andere manieren van 'bedrijfsan-
                               tropologie' (in een open competitie) aanspraak maken op een fonds. Een nieuw
                               instituut zal deze methodes beoordelen en zo wetenschappelijke inzichten vergaren.
                               Het is de bedoeling dit instituut te ontwikkelen tot het eerste wereldwijde kennis-
                               centrum op het interdisciplinaire terrein van gebruikersinnovatie.
                               De rol van gebruikers bij innovatie beperkt zich trouwens niet tot het articuleren van
                               vragen en behoeften of het meedenken over innovatieprocessen van bedrijven.
                               Gebruikers slaan soms zélf aan het innoveren, en vaak gaat dat via open communi-
                               ties. Uit de voorbeelden rond kitesurfing, mountainbikes en Linux, blijkt dat deze
                               gemeenschappen interessante producten en diensten en een eigen markt kunnen
                               ontwikkelen. Het bieden van ruimte aan innovatie door gebruikers kan ook direct in
                               het voordeel zijn van bedrijven, als voedingsbodem voor innovaties die zij in hun
                               business kunnen incorporeren. Juist omdat veel gebruikers innoveren zonder expli-
                               ciet winstmotief, kunnen bedrijven profiteren van het resultaat van hun werk. Om
                               deze reden vinden sommige bedrijven het interessant om innoverende gebruikersge-
                               meenschappen zelf te organiseren en te ondersteunen. Natuurlijk wel alleen indien
                               zij daar een redelijke return on investment van kunnen verwachten. Dit vergt een
                               hoge mate van openheid van het bedrijf voor onverwachte ideeën en aanpassingen.
                               Bovendien veronderstelt het de bereidheid om eigen plannen, instrumenten en ont-
                               wikkelingen te delen met gebruikers en klanten.
                               Openbare gebruikersinnovatie, vooral die in grote gemeenschappen, brengt gunsti-
                               ge spill over effecten teweeg. De uitkomsten zijn immers vrij beschikbaar voor ieder-
                               een. Dat is voor de overheid een reden om deze vorm van gebruikersinnovatie goed
                            53 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>                              op het netvlies te krijgen en waar mogelijk een plek in het innovatiebeleid te geven.
                              Vooral als deze gemeenschappen openbaar innoveren rond activiteiten met een
Gemeenschappen van gebrui-    maatschappelijke waarde of een publiek belang.23 Dit soort openbare gemeenschap-
kers hebben soms ook onder-   pen komt niet altijd vanzelf tot stand. Vooral in de beginfase is vaak een trekkende
 steuning nodig bij innovatie partij nodig die de partijen om tafel brengt, die een eerste prototype maakt waar
                              een gemeenschap verder mee aan de gang kan gaan, of die meehelpt een open
                              standaard te stellen.24
                                  Aanbeveling 2: Meer aandacht en ruimte voor gebruikers in het innovatiebeleid
                                  (gericht aan EZ)
                                  Start beleidsexperimenten voor het vaker en beter inschakelen van gebruikers
                                  bij innovatietrajecten van bedrijven. Doe dat binnen de kaders van het
                                  bestaande innovatiebeleid en zet de uitvoering daarvan op afstand. De experi-
                                  menten dienen vooral om de kennisontwikkeling te stimuleren zodat zich een
                                  instrumentarium ontwikkelt voor samenwerking tussen bedrijven en gebrui-
                                  kers. Denk daarbij aan internetplatforms met ontwerpsoftware, 'open labora-
                                  toria', innovatiesalons of nieuwe vormen van gebruikers- en marktonderzoek.
                                  Start tevens beleidsexperimenten rond het ondersteunen van openbaar inno-
                                  verende gebruikersgemeenschappen. Denk bijvoorbeeld aan het uitloven van
                                  een prijs, zoals de 'Prijsgeef'-prijs voor de meest lonende, vrijelijk openbaar
                                  gemaakte, innovatie. Of fungeer _ op hun verzoek _ als incubator van open
                                  gemeenschappen in de startfase. Werk mee aan het stellen van de kaders, het
                                  formuleren van projectdoelen en standaarden, of het ontwikkelen van een
                                  eerste prototype. Zet ook hier de uitvoering op afstand. Kijk voor de concrete
                                  uitwerking naar de regeling voor Digitale Pioniers.
                                  Draag verder zorg voor het verzamelen en verspreiden van kennis en best
                                  practices over gebruikersinnovatie en de inschakeling van gebruikers in inno-
                                  vatieprocessen van bedrijven. Maak de impact van het fenomeen gebruikersin-
                                  novatie beter inzichtelijk door het op te nemen in de reguliere statistieken.
                              c. Hindernissen voor zelfstandig ondernemerschap wegnemen
                              Wil Open innovatie _ zeker in de varianten van inkopend en openbaar innoveren _
                              een vlucht kunnen nemen in ons land, dan is een ruime aanwezigheid van zelfstan-
                              dige ondernemers van groot belang. Kennis, creativiteit en ondernemerschap moet
                              in voldoende mate aanwezig zijn en gemakkelijk kunnen overlopen van de ene
                              23   Bijvoorbeeld rond onderwijs en gezondheidszorg, zie Foray, D. The Economics of Knowledge (2004). Foray stelt daarin
                                   dat onderwijs en gezondheidszorg niet alleen van groot publiek belang zijn, maar ook worden gedragen door professio-
                                   nals die vooral in de praktijk innoveren en kennis opdoen en overdragen. Dat zijn naar zijn idee twee extra redenen die
                                   ondersteuning door de overheid rechtvaardit bij het vormen van open gemeenschappen.
                              24   Wat open source theoreticus Raymond noemt een plausible promise, in de softwareontwikkeling bijvoorbeeld een pro-
                                   gramma dat 'can be crude, buggy, incomplete and poorly documented' in een citaat in: Nuvolari, Open Source Software
                                   Developments (2003)
                          54  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Zeflstandig ondernemerschap      organisatie naar de andere. Zelfstandig ondernemers bieden de voedingsbodem
    is de voedingsbodem voor     waarop grotere bedrijven samenwerking kunnen zoeken in hun innovatietrajecten.
              Open innovatie…    Zelfstandig ondernemerschap bloeit bij een soepele arbeidsmarkt, waarop starten
                                 gemakkelijk is, een faillissement niet al te zeer wordt bestraft, de administratieve
                                 lasten dragelijk zijn en de hiring and firing kosten betrekkelijk laag. Juist op deze
                                 punten ervaren bedrijven, met name kleine zelfstandigen en dus vaak ook starters,
  …de knelpunten zijn bekend     flinke obstakels. Zij zijn in de regelgeving te klein voor het tafellaken maar te groot
                                 voor het servet. De constateringen en analyses hieromtrent zijn bekend. De overheid
                                 werkt er ook hard aan om een aantal van dergelijke knelpunten aan te pakken,
                                 onder andere door de administratieve lastendruk te verminderen. De AWT gaat
                                 daarom de aanbevelingen daarover niet nog eens herhalen.
                                 Wel vraagt de AWT op deze plek om speciale aandacht voor de ZZP'er: de
  Heb meer aandacht voor de      Zelfstandige Zonder Personeel. Die dreigt namelijk tussen wal en schip te vallen,
          ‘Zelfstandige Zonder   aangezien de overheid in principe maar twee modellen kent voor arbeid: werkge-
Personeel,’ die aanloopt tegen   vers en werknemers. ZZP-ers vallen daar precies tussenin. De ZZP-er is echter het
     administratieve obstakels   bedrijfsmodel bij uitstek voor gebruikers die hun innovatie op de markt willen bren-
                                 gen. Zij doen dat veelal als ZZP-er, vaak gecombineerd met een halve of hele baan
                                 in loondienst. Het gaat bij hen immers in veel gevallen om waarde die wordt gecre-
                                 ëerd uit de activiteiten die zij in hun vrije tijd uitvoeren. Willen zij die waarde probe-
                                 ren te verzilveren, dan lopen ze tegen betrekkelijk grote obstakels aan in de admi-
                                 nistratieve sfeer: het vestigen van een bedrijf is al niet gemakkelijk, de fiscale romp-
                                 slomp rondom zelfstandig ondernemerschap is werkelijk een probleem. Die speelt in
                                 het begin vooral rond de fiscale typering van de verschillende activiteiten, de eisen
                                 die verbonden zijn aan de Verklaring Arbeidsrelatie, het minimaal aantal benodigde
                                 opdrachtgevers die men nodig heeft om als zelfstandige erkend te worden, en de
                                 administratie rond de BTW-plicht. Veel van deze regels ontmoedigen de stap opzij
                                 uit een loopbaan of het oppakken van ondernemerschap naast een baan, ook al zijn
                                 zij bedoeld om fiscale voordelen te genereren voor ondernemers.
                                 Voeg daaraan toe de onevenredig hoge lasten voor sociale zekerheid, arbeidsonge-
                                 schiktheid en pensioenverzekeringen die gepaard gaan met volledig zelfstandig
                                 ondernemerschap. Dat genereert onzekerheid op de lange termijn of hoge kosten
                                 op dit moment. Waar de overheid werknemers ondersteunt bij keuzes in hun
                                 levensloop om arbeidsdeelname te bevorderen, zou zij dat ook moeten doen voor
                                 zelfstandigen. Dat is nu in ieder geval niet zo bij zwangerschap of ouderschap en de
    Er zijn te grote verschillen levensloopregelingen. Voorkomen moet worden dat de moed de ondernemer in spé
 tussen de lusten en de lasten   in de schoenen zinkt. Deze drempels zijn een gemiste kans voor het soort van
   van werknemers en ZZP-ers     ondernemerschap waarvan innovatie in het algemeen, maar Open innoveren in het
                                 bijzonder, het zal moeten hebben. Beleidsinspanningen om deze drempels te verla-
                                 gen zijn zeer gewenst. Er is meer systematische aandacht nodig voor de positie van
                                 zelfstandigen, resulterend in een volwaardige erkenning van hun belang voor de
                                 economie.
                              55 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>       Aanbeveling 3: Promoot en faciliteer zelfstandig ondernemerschap
       (gericht aan EZ, Financiën en Sociale Zaken)
       Vereenvoudig de bestaande regelgeving rond zelfstandig ondernemerschap en
       verlaag de administratieve lasten voor zelfstandigen. Stel de fiscale regels
       zodanig bij, dat het beginnen van een bedrijf aantrekkelijk wordt. De regels
       rond de fiscale voordelen van het zelfstandig ondernemerschap moeten aan
       het begin eenvoudig, helder en ruimhartig zijn.
       Toets nieuwe regels op het vlak van sociale zekerheid op hun neutraliteit voor
       werknemers tegenover zelfstandigen. Daar waar de overheid werknemers in
       loondienst ondersteunt bij levensloopkeuzen, zou zij dat ook moeten doen bij
       ZZP-ers (Zelfstandigen Zonder Personeel). Om de positie van zelfstandige
       ondernemers goed op het netvlies te krijgen, pleit de AWT voor een tijdelijke
       (bijv. voor 5 jaar) Zelfstandigen Effect Rapportage (ZER) van sociaal-economi-
       sche regelgeving.
   3.2         Beleid voor samenwerking en alliantievorming
               tussen organisaties
   Open innovatie impliceert een toename in interacties en transacties en een toene-
   mend belang van samenwerkingsverbanden en allianties tussen organisaties. Nu
   komen die samenwerkingsverbanden niet spontaan en ook niet zonder strubbelin-
   gen tot stand; ze vergen veel inzet, strategisch inzicht en samenwerkingscompeten-
   ties van bedrijven. Bedrijven vinden dit bepaald niet altijd even gemakkelijk en sig-
   naleren bovendien dat kansen gemist worden wat betreft het tot stand komen van
   allianties. Recht doen aan Open innovatie vergt versterking van alliantievorming en
   van competenties tot samenwerking _ met vooral het MKB als doelgroep.
   De AWT signaleert twee punten waar bedrijven knelpunten ervaren en waarbij over-
   heidsinzet zou helpen om kansen te verzilveren. De markt voor kennis, technologie
   en innovaties is weinig transparant, omdat inschattingen van baten en risico's van
   transacties rond deze 'producten' per definitie zeer onzeker zijn.
   Informatieverspreiding en makel-en-schakelactiviteiten door de overheid zijn derhal-
   ve gelegitimeerd. Versterking van het innovatievermogen door competentieontwik-
   keling is in de ogen van de AWT evenzeer een onderwerp van staatszorg. Dat is
   namelijk niet alleen vruchtbaar voor individuele bedrijven, maar ook voor de
   Nederlandse economie als geheel. De AWT adviseert dan ook samenwerking en alli-
   .
   anties te bevorderen door:
   .
       Beleid voor clusters en hot spots uit te bouwen;
       Vaardigheden voor samenwerking te versterken.
56 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>                             a. Beleid voor clusters en hot spots uitbouwen
                             Bedrijven geven aan dat samenwerking tussen partijen actieve inzet en organisatie
                             vergt. Het begint bij het elkaar ontmoeten, leren vertrouwen en het vormen van
                             netwerken. Maar waar het _ met name in een globaliserende economie _ uiteinde-
                             lijk om draait, is het kunnen creëren van hot spots waarin internationale innovatieve
                             bedrijven zich willen vestigen. Anders gezegd: het gaat om herkenbare bruisende
                             biotopen waarin innovatie gedijt en men elkaar weet te inspireren en tot grotere
     Nederland is gebaat bij hoogten op te zwepen. Hot spots zijn belangrijk omdat ‘proximity matters’.
'bruisende biotopen' waarin  Impliciete kennis is immers cruciaal voor innovatieprocessen, en wordt alleen in
            innovatie gedijt onderling contact tussen mensen overgedragen. In een wereld van Open innovatie
                             wordt het belang van die nabijheid zeker niet minder.
                             In hot spots komt een diversiteit aan factoren samen die elkaar versterken. Het zijn
                             kansrijke 'samenklonteringen' van innoverende bedrijven _ groot èn klein-, omringd
                             door voldoende hoogwaardige toeleveranciers, kennisinstellingen en (top)-onderzoe-
                             kers op de relevante gebieden, genoeg beschikbaar gekwalificeerd personeel, goede
                             faciliteiten die men met elkaar kan delen, toegang tot kapitaal, een goede bereik-
                             baarheid, coöperatieve overheden en andere gunstige vestigingsvoorwaarden.
                             Bovendien een bloeiend cultureel en sociaal klimaat, een veilige omgeving en de
                             aanwezigheid van hoogwaardige (internationale) scholen. Bedrijven kunnen een
                             deel van deze factoren zelf voor hun (gezamenlijke) rekening nemen. Maar zij geven
                             ook aan daarbij de betrokkenheid van overheden (lokaal, regionaal en nationaal)
                             hard nodig te hebben.
                             De AWT hecht veel waarde aan het creëren en uitbouwen van hot spots in
                             Nederland, met inbegrip uiteraard van grensoverschrijdende samenwerking, bijvoor-
                             beeld in Euregio's. Hot spot-vorming is immers niet alleen in het belang van betrok-
                             ken bedrijven, maar ook voor de Nederlandse economie. Via hot spots kunnen we
                             bestaande bedrijvigheid aan Nederlandse regio's binden (lock in), innovatie in
                             bestaande en nieuwe (MKB-)bedrijven tot grotere hoogten drijven, en actief inzetten
                             op het aantrekken van buitenlandse bedrijvigheid. Vanuit onze hot spots kunnen we
                             ook beter internationale verbindingen leggen met andere bruisende innovatiebiot-
                             open. Dit alles uiteraard met het oog op werkgelegenheid en economische groei
                             waarmee we onze welvaart en welzijn schragen.
                             Nederland heeft op een aantal gebieden zeker een goede uitgangspositie voor het
                             ontstaan of uitgroeien van hot spots. Een aantal grote bedrijven heeft immers zijn
      Wij hebben een goede   thuisbasis in Nederland; de aanwezigheid van dergelijke anchor or key stone compa-
           uitgangspositie…  nies blijkt voor de vorming van hot spots van groot belang.25 Deze grote onderne-
                             mingen staan ook steeds meer open voor de rol van key stone in een innovatief
                             ecosysteem, getuige hun eigen initiatieven op het gebied van Open innovatie. De
                             trend van Open innovatie biedt de kans om de dominante positie die enkele grote
                              25  Boekholt, P., Technological Top Regions (2005)
                         57  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>                                internationaal opererende ondernemingen in de Nederlandse economie innemen,
                                met gericht hot spot beleid beter te benutten. De Raad waardeert dan ook de inzet
                                en betrokkenheid van de overheden op verschillende niveaus om mee te werken
                                aan het realiseren van hot spots en roept hen in algemene zin op dit versterkt door
…maar dan moeten overheden      te zetten. Het is wel zaak daarbij zeer selectief te blijven: hot spots hebben alleen
 wel _ selectief _ hun hot spot zin als ze internationaal sterk staan en daarvoor zijn herkenbaarheid (focus) en
             beleid doorzetten  schaal (massa) belangrijke voorwaarden.
                                Naast een zeer selectieve hot spot aanpak pleit de AWT voor extra beleidsinzet
                                langs twee lijnen, ter versterking van samenwerking en clustervorming in meer alge-
                                .
                                mene zin.
                                    Het faciliteren van ontmoetingen en samenwerkingsrelaties _ Vruchtbare samen-
                                    werking ontstaat pas werkelijk wanneer mensen elkaar ontmoeten, leren kennen
                                    en zaken met elkaar doen; wanneer partijen elkaar vertrouwen. In een wereld
                                    van Open innovatie is het creëren van ontmoetingsmogelijkheden, waar daad-
                                    werkelijk kennis en ervaring kan worden uitgewisseld en samenwerkingsrelaties
                                    kunnen worden aangegaan, daarom van eminent belang. Dat gebeurt niet alleen
                                    op congressen en beurzen, maar ook door gezamenlijke besprekingen te organi-
                                    seren van scenariostudies, roadmaps of door gerichte handelsmissies te organise-
Het MKB kan ondertussen nog         ren e.d.26 Ook hierbij is het zaak een internationaal perspectief goed voor ogen
   wel wat makel- en schakel-       te houden en ertoe bij te dragen dat bedrijven in Nederland goed aangehaakt
    inspanningen gebruiken…         zijn bij hot spots of voor hen relevante clusters in het buitenland. Zeker bij klei-
                                    nere en middelgrote bedrijven ontbreekt vaak de capaciteit om deze dimensie te
                                .
                                    overzien en internationale samenwerkingsverbanden te organiseren.
                                    Het aanjagen van samenwerkingsverbanden met zelforganiserend vermogen _
                                    Met samenwerkingsverbanden rond duidelijk benoemde uitdagingen (business-
                                    gedreven en niet kennisgedreven) valt een wereld aan innovatiekracht te winnen
                                    in Nederland. Uiteraard dient het initiatief tot dergelijke concrete samenwer-
                                    kingsverbanden uit bedrijven zelf te komen, en moeten ze het zelf echt willen.
                                    Maar in sommige gevallen is een aanjagende rol vanuit de overheid gewenst.
                                    Samenwerking komt immers vaak maar moeizaam tot stand, zelfs rond uitdagin-
                                    gen waar innovatiekansen evident lijken. Knelpunt is dan vaak dat er geen per-
                                    soon of partij is die een trekkersrol op zich neemt. Iemand die wéét waar de
…en kansrijke samenwerkings-        grote uitdagingen liggen, die _ met verstand van zaken _ daar een business case
   verbanden behoeven soms          op weet te bouwen, de juiste partijen in een consortium bijeen weet te organise-
                   een aanjager     ren en bovendien samenwerkingsverbanden vlot weet te trekken indien deze vast
                                    lopen. Bedrijven geven aan dat een dergelijke aanjagende rol in een behoefte
                                    zou voorzien en katalyserend kan werken. De overheid zou in dergelijke gevallen
                                    voorstellen vanuit bedrijven kunnen 'matchen', mits er sprake is van voldoende
                                    betrokkenheid en zelforganiserend vermogen.
                                26   SenterNovem, EVD, brancheverenigingen en ook Syntens stellen zich hierin reeds actief op. Deze organisaties zouden
                                     hiertoe nog meer aangezet kunnen worden en hiervoor meer ruimte moeten krijgen. Zie ook: Van Assen, M. & J.
                                     Krebbekx in Open stellingen (2006), voor een illustratie van het belang van een geïnformeerde makelaarsfunctie bij Open
                                     innovatie.
                             58 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>                                Aanbeveling 4: Versterk het beleid gericht op hot spots en ondersteun de totstand-
                                koming van samenwerking
                                (gericht op EZ)
                                Zet versterkt _ maar selectief! _ in op hot spots en lever als overheid (lokaal,
                                regionaal, nationaal en internationaal) dát maatwerk waarvan partijen aange-
                                ven dat zij daar behoefte aan hebben. Laat dit maatwerk aansluiten bij de
                                sleutelgebieden, zoals benoemd door het Innovatieplatform.
                                Zet daarnaast versterkt in op het faciliteren van ontmoetingen en aangaan van
                                nationale en internationale samenwerkingsrelaties _ met name voor de koplo-
                                pers en toepassers in het MKB. Hier is vaak sprake van een informatietekort
                                dat door makel- en schakelactiviteiten verminderd wordt. Maak hierover
                                afspraken met partijen als SenterNovem, de EVD en Syntens.
                                Stel een projectfonds in dat voorstellen van bedrijven ondersteunt voor het
                                aanjagen van samenwerkingsverbanden rond duidelijk benoemde uitdagingen.
                                Leg de uitvoering van dit projectfonds bij SenterNovem.
                            b. Versterken van vaardigheden voor samenwerking
                            De kern van meer Open innoveren is dat in toenemende mate wordt samengewerkt _
                            over de grenzen van de eigen organisatie heen. Wil een bedrijf hierbij succesvol ope-
                            reren, dan dient het _ meer dan ooit _ te beschikken over specifieke vaardigheden:
                            - strategisch vermogen om keuzes te maken in samenwerkingsverbanden;
                            - alliantievaardigheden om effectief samen te kunnen werken;
                            - het vermogen de interne organisatie zodanig in te richten, dat zij Open innove-
                                ren uitlokt.
                            Open innovatie vereist een groter strategisch vermogen van bedrijven om succesvol-
                            le keuzes te maken. Keuzen tussen verschillende business modellen, innovatiestrate-
                            gieën, leveranciers, samenwerkingspartners en -modellen.27 In essentie gaat het hier-
                            bij om de vaardigheid het bedrijf voortdurend te (her)positioneren, te weten waar je
                            toegevoegde waarde kunt leveren en de daarbij passende allianties aan te gaan.
   Open innovatie vergt een Voor grote bedrijven die meer open gaan innoveren, betekent dit dat zij kennis,
groter strategisch vermogen mensen en mogelijkheden scouten in de buitenwereld en hun strategisch innovatie-
             van bedrijven… management daarop aanpassen. En dus continu vragen stellen als: Wat kopen we,
                            wat verkopen we, wat ontwikkelen we zelf? Met wie gaan we, in welk project, tot
                            hoever, samenwerken? Willen we onze klanten, leveranciers en eindgebruikers er
                            meer bij betrekken en hoe doen we dat dan? Investeren we in ons eigen onderzoek
                            en ontwikkeling, betrekken we dat bij kennisinstellingen, vinden we de benodigde
                            kennis in een open gemeenschap, of kopen we een ander bedrijf op?
                            27   Zie Vanhaverbeke & Kirschbaum, Building new competencies for new business creation (2005)
                         59 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>                          Onze gesprekspartners in grote bedrijven stellen niet zozeer dat ze hier grote pro-
                          blemen mee ondervinden, maar zijn er wel intensief mee bezig en geven aan dit
                          'spel' ingewikkeld te vinden. Onderling ontwikkelen R&D-intensieve multinationals
                          dan ook best practices op dit terrein.28 Voor kleinere bedrijven spelen ongeveer
                          dezelfde vragen, maar op een andere schaal en het komt er bij hen nog meer op
                          aan. Welke bronnen van kennis en creativiteit passen bij mijn behoeften? Hoe vind
                          ik die ene partij, die mijn competenties en ambities het beste aanvult? Willen en
                          kunnen we zelfstandig blijven, of zien we in een fusie of overname ook voordelen?
                          Als ik met dit ene grote bedrijf ga samenwerken, wat betekent dat dan voor de rest
                          van mijn activiteiten? Strategisch inzicht en de capaciteiten om daarnaar te hande-
                          len, worden steeds belangrijker in een wereld van Open innovatie. Bedrijven moeten
                          deze vermogens opbouwen en zeker het MKB kan daarbij ondersteuning gebruiken.
                          In Open innovatietrajecten zijn ten tweede alliantievaardigheden van cruciaal
                          belang; de vaardigheden om succesvol samen te kunnen werken met externe partij-
…en ook alliantievaardig- en. In de praktijk is er vaak sprake van flinke knelpunten op dit punt. Bedrijven
                 heden…   moeten de verschillen tussen bedrijfsculturen, nationale culturen, disciplines, manie-
                          ren van werken en routines kunnen overbruggen. Als het om ventures, fusies of
                          participaties gaat, is het eens te meer lastig de cultuurverschillen te combineren en
                          de verschillende manieren van werken optimaal op elkaar aan te laten sluiten. Het is
                          voor Open innovatie belangrijk de competenties op te bouwen voor het omgaan
                          met die verschillen. Het onderwijs kan daarin een grote rol spelen. Het gaat hier om
                          essentiële vaardigheden voor overleven in een gedivergeerde netwerksamenleving,
                          die men niet vroeg genoeg kan leren.
                          Ondernemingen moeten ook de gemaakte afspraken goed kunnen managen. Het
                          gaat dan om het kunnen opstellen en hanteren van overeenkomsten over te leveren
                          input en te verkrijgen revenuen, het maken van reële inschattingen (van intellectu-
                          eel kapitaal, investeringen, te nemen risico's) en het beslissen over doorgaan of
                          afbouwen op basis van evaluaties en beproefde exit-modellen. Contacten en
                          contracten rond Open innovatie kunnen nog flink winnen aan kwaliteit als daarvoor
                          modellen voorhanden zijn. Modellen voor het uitbesteden van onderzoek en ont-
                          wikkeling, venturing van activiteiten, voor spin in, off en out van nieuwe activitei-
                          ten, voor waardering en licentiering van Intellectueel Eigendom, voor de verdeling
                          van lusten en lasten en voor risicomanagement. Daaraan is meer behoefte dan ooit
                          in deze tijd van Open innovatie, maar zij komen niet zomaar vanzelf tot stand.
                          Multinationals als Philips kunnen daarvoor een afdeling inrichten, maar de
                          gemiddelde MKB-er is natuurlijk niet in staat de ontwikkelingen op dit vlak bij te
                          houden.
                          Het belang van alliantievaardigheden geldt wellicht nog het meest voor bedrijven
                          die inkopend innoveren. Kennis over deze vaardigheden, modellen en best practices
                          28   Eirma, Technology Access for Open innovation (2004)
                      60  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>                          zou beter verspreid en uitgewisseld moeten worden tussen organisaties. De afspra-
                          ken die tussen Europese netwerkpartijen gemaakt zijn in het document ‘Responsible
                          Partnering’, geven een goede aanzet hiervoor, in ieder geval voor wat betreft de
                          samenwerking tussen private en publieke partijen. Dat geldt overigens ook voor de
                          afspraken die zijn gemaakt tussen de Nederlandse werkgevers en universiteiten.29
                          Wil Open innovatie een kans van slagen hebben, dan is er ten derde een goede
                          interne organisatie nodig. Het is een aparte opgave om een bedrijf zo in te richten
                          en werknemers zò aan te sturen, dat zij de interface met de buitenwereld goed
                          vormgeven.30 Daarvoor hebben medewerkers doorgaans meer vrijheid van handelen
…èn management-vaardig-   nodig dan gebruikelijk in de hiërarchische omgeving van 'gesloten innovatie'. Maar
heden, zodat medewerkers  tegelijkertijd een sterkere binding, zodat zij hun interacties wel vormgeven in het
beter in netwerken kunnen belang van het bedrijf. Momenteel wordt hier veel over gesproken onder de para-
                innoveren pluterm 'Sociale innovatie'. Wat de AWT betreft zou de belangstelling voor sociale
                          innovatie er in ieder geval aan moeten bijdragen dat bedrijven beter in staat zijn in
                          netwerken te opereren, en dus open te innoveren.
                          In de praktijk wordt er dan ook veel mee geëxperimenteerd. Bedrijven vragen zich
                          af hoe zij medewerkers kunnen betrekken bij innovatie. Maar ook: hoe intra- en
                          entrepreneurship te ondersteunen en te stimuleren, hoe talent te ontwikkelen èn te
                          binden? Dat heeft niet alleen te maken met de samenwerkingstrategie van bedrij-
                          ven, maar ook met het karakter van de moderne werknemer. Jongere, hoogopgelei-
                          de, werknemers lijken steeds meer behoefte te hebben aan vrijheid en zelfstandig-
                          heid in hun werk. Bedrijven willen wel op deze trends inspelen, maar zouden gehol-
                          pen zijn met ondersteuning; dat geldt wederom vooral voor het MKB. Het ontwik-
                          kelen van kennis en best practices rond sociale innovatie in relatie tot Open innova-
                          tie en de vaardigheden om die toe te passen, zijn al met al van groot belang voor
                          de innovatiekracht van Nederlandse bedrijven. De overheid zou de uitwisseling van
                          kennis en ervaring op dit gebied verder moeten stimuleren.
                          29   Zie: Europese Commissie et al, Responsible Partnering (2005) en NFU et al, Innovation Charter Bedrijfsleven en
                               Kennisinstellingen (2004)
                          30   Zie voor een analyse van wat Open innovatie voor het management van bedrijfsorganisaties betekent: Erken, H. & T.
                               Grosfeld in Open stellingen (2006)
                       61 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>                                    Aanbeveling 5: Versterk kennis en vaardigheden voor samenwerking
                                    (gericht aan EZ)`
                                    Draag zorg voor de ontwikkeling, maar vooral ook de overdracht van kennis
                                    over samenwerking en alliantievorming voor innovatie. Draag ook zorg voor
                                    .
                                    de opbouw van competenties, nodig voor Open innovatie:
                                          Strategische vaardigheden; competenties op het gebied van strategische
                                    .
                                          besluitvorming;
                                          Alliantievaardigheden; het vermogen om succesvol samen te kunnen
                                          werken met externe partijen, en de uitwerking en uitwisseling van
                                    .
                                          modellen voor samenwerking;
                                          Organisatorische vaardigheden; het kunnen managen van de interne
                                          organisatie en werknemers, zodanig dat deze beter in staat zijn in
                                          netwerken te innoveren.
                                    Deze kennis en vaardigheden zijn vooral nodig in het MKB. Spreek branchevere-
                                    nigingen, Syntens, het Centrum voor sociale Innovatie en andere partijen met
                                    een brugfunctie naar het MKB hierop aan, en biedt ze daartoe ook de ruimte.
                                3.3          Beleid voor Intellectueel Eigendom en
                                             Mededinging
                                Een goed werkend systeem voor Intellectueel Eigendom (IE) is van cruciaal belang
                                voor Open innovatie. Open innovatie vergt zowel heldere eigendomsrechten om
                                zakelijke afspraken op te baseren, als een goede toegang tot elkaars intellectueel
                                eigendom. Het huidige IE-rechtssysteem kan in principe aan deze eisen tegemoet
                                komen en zijn rol spelen voor alle drie de onderscheiden vormen van Open innova-
                                tie. Wel ziet de AWT, met het oog op Open innovatie, een aantal mogelijkheden
                                voor verbetering.
                                De AWT ziet in het licht van Open innovatie de volgende mogelijkheden ter verbe-
                                .
                                tering van het beleid voor intellectueel eigendom en mededinging:
                                .
                                    Verhoging van de kwaliteit van de uitvoeringspraktijk van octrooirechten;
                                .
Meer zicht nodig op de relaties     Bewaking van de toegang tot kennis voor openbare- en gebruikersinnovatie;
  tussen mededingingsbeleid,        Het entameren van een discussie over het verband tussen innovatie, mededin-
 het intellectuele eigendoms-       gingsbeleid en intellectuele eigendomsrechten.
    recht en de veranderende    Zowel de wereld van het mededingingsbeleid als die van het intellectuele eigen-
        praktijk van innovatie  domsrecht zijn buitengewoon specialistisch van aard. Daardoor is er vaak weinig oog
                                voor de onderlinge relatie tussen die twee beleidsterreinen. Dat geldt ook voor de
                                relatie met de praktijk van innovatie. De trend van Open innovatie maakt het leggen
                                van deze verbindingen echter steeds belangrijker. De hier volgende aanbevelingen
                                bieden een voorzet om deze hoogstnoodzakelijke dialoog op gang te brengen.
                             62 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>                            a. Kwaliteit van uitvoeringspraktijk van octrooiverlening verhogen
                            Een robuust en rechtszeker systeem van intellectuele eigendomsrechten met lage
                            (transactie-) kosten is een noodzakelijke voorwaarde voor Open innovatie. Dat geldt het
  Er zijn knelpunten in de  sterkst voor inkopend innoveren, wat gepaard gaat met drukke handel in IE. De
         uitvoering van de  bestaande uitvoeringspraktijk van octrooiverlening komt daaraan onvoldoende tege-
          octrooiverlening: moet. Bedrijven lopen aan tegen hoge transactiekosten en juridisch onzekerheid.31
                            Deels zijn de hoge kosten en onzekerheid het gevolg van het nog altijd uitblijven van
                            één Europees Gemeenschapsoctrooi. De kosten van vertalingen van octrooien en de
                            verschillende nationale rechtspraken blijven een rem op de Europese innovatiekracht.
                            Recente initiatieven bieden weliswaar verlichting maar het streven naar het
                            Gemeenschapsoctrooi en één hoog kwalitatief Europees Hof blijft hoogst noodzakelijk.32
                            Daarnaast zijn er _ binnen het huidige systeem _ concrete knelpunten en dus verbe-
                            terpunten in de uitvoeringspraktijk. De kritiek is dat het Europese Octrooi Bureau
                            (EOB) onvoldoende streng is in het toepassen van criteria als nieuwheid en daardoor
    …te gemakkelijk en te   te gemakkelijk, en dus te veel, octrooien verleent.33 Bovendien zijn, bijvoorbeeld in
           veel octrooien…  de biotechnologie, octrooien vaak te breed.34 Daardoor is het in veel gevallen ondui-
                            delijk wie nou waarvoor precies octrooirechten heeft verkregen, en of dat wel
                            terecht is geweest. Door deze ruime octrooiverlening zijn zogenaamde patent thic-
                            kets ontstaan.35 Die zorgen voor onzekerheid en maken het voor bedrijven risicovol
                            om te innoveren. Het gevolg is dat bedrijven zelf kostbare onderzoeken uit moeten
                            voeren om de gewenste rechtszekerheid te verkrijgen. Dat betreft onderzoek naar
                            de IE-rechten die ze mogelijk schenden met hun innovatie, en naar de rechtsgeldig-
…dus onzekerheid over de    heid van IE-rechten die ze willen (ver)kopen. Bovendien stimuleert deze ontwikke-
             waarde ervan   ling bedrijven om zelf ook agressief te octrooieren, om maar niet achter te blijven
                            bij de concurrentie.36 Deze problemen raken kleinere bedrijven en toetreders
                            onevenredig hard. Zij beschikken niet over een uitgebreide octrooiportefeuille waar-
                            mee ze kunnen 'dealen’ en rechtszaken voorkomen, en zijn vaak ook niet in staat
                            de hoge kosten van juridische procedures te dragen. Dit kan de concurrentie versto-
                            ren en is nadelig voor verdere innovatie.37 Overigens zien sommige multinationals de
                            kosten van juridische procedures ook schrikbarend stijgen.
                            31   De volgende uitspraak van Jaffe en Lerner illustreert dit: "Increasingly, the firm with the best lawyers or the greatest
                                 capacity to withstand the risk of litigation wins the innovation wars- rather than the company with the brightest scien-
                                 tists or most original, valuable ideas." Recente voorstellen van de staatssecretaris van EZ (persbericht 21 juni 2006) rich-
                                 ten zich op het MKB-vriendelijker maken van het Nederlandse octrooisysteem. De AWT richt zich hier op het Europese
                                 octrooisysteem.
                            32   De bedoelde initiatieven zijn het zogenaamde 'Vertalingenprotocol' en het European Patent Litigation Agreement
                            33   Dit probleem doet zich zowel voor in de VS (Jaffe en Lerner (2004)) als in de EU (Schalkwijk (2005), Adviesgroep
                                 Software octrooien (2005) en Van Gennip (2005)). Cijfers suggereren dat de stormachtige groei van de markt voor
                                 octrooien zeker niet alleen maar een gevolg is van de toegenomen kennisintensiteit van de economie. Zo overstijgt de
                                 groei van het aantal octrooien ruimschoots die van bestedingen aan R&D. Eind jaren '90 konden bedrijven tweemaal
                                 zoveel patenten krijgen voor dezelfde hoeveelheid R&D-dollars (Economist (2005)).
                            34   KNAW, De gevolgen van het octrooieren van humane genen voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland (2003)
                            35   Shapiro, Navigating the patent thicket (2001)
                            36   Neem het terrein van de microprocessoren waar in 2003 meer dan 90.000 elkaar overlappende en blokkerende patenten
                                 bestonden, in handen van meer dan 10.000 verschillende partijen Bron: FTC, To promote innovation (2003).
                            37   FTC (2003): "Questionable patents are a significant competitive concern and can harm innovation. In industries with
                                 incremental innovation, questionable patents can increase 'Defensive patenting' and licensing complications. This can
                                 frustrate competition by current manufacturers as well as potential entrants."
                         63 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>                               Een verklaring van de stijging van octrooiaanvragen en de ruime verlening is ook gele-
                               gen in de manier waarop de kosten van aanvragen nu zijn geregeld. Bedrijven betalen
                               een vast bedrag voor de initiële aanvraag, onafhankelijk van de vraag of deze wordt
                               gehonoreerd of niet. Deze tarieven _ en de interne beloningsstructuur bij de EOB _
                               houden onvoldoende rekening met het feit dat een toewijzing van een octrooi aan-
                               zienlijk minder werk vergt dan een afwijzing. Een afwijzing moet namelijk beargumen-
                               teerd worden en bedrijven tekenen daar in veel gevallen beroep tegen aan. Het in de
                               tarieven en beloningsstructuur tot uiting brengen van de meerkosten van een afwij-
                               zing, geeft mogelijk een prikkel aan bedrijven om kritischer naar hun eigen aanvraag te
                               kijken. Bovendien geeft het de examiner van het EOB meer ruimte om kritisch te zijn.
                               Naast de hogere kosten van een afwijzing, zal ook de wetenschap dat de examiner
                               meer ruimte heeft om tot een afwijzing te komen, bedrijven tot meer selectiviteit in
                               hun octrooiaanvragen verleiden. Omdat dit voor alle bedrijven geldt, vermindert ook de
                               noodzaak om uit concurrentieoverwegingen agressief te octrooieren.
   Het grote aantal octrooien  De 'wildgroei' aan IE-rechten bemoeilijkt ook de vorming van nieuwe standaarden.
bemoeilijkt bovendien het zet- Terwijl door converging technologies en een groeiende onderlinge afhankelijkheid van
          ten van standaarden  producten en diensten het belang van standaarden, normen en interfaces verder toe-
                               neemt. Dit geldt niet alleen (maar wel sterk) voor de elektrotechnische- en ICT-secto-
                               ren. De afgelopen jaren is het aantal partijen dat bij het zetten van standaarden
                               betrokken is, sterk toegenomen.38 Het gevolg is dat de kosten van standaarden soms
                               zo hoog worden, dat zij niet tot stand komen of dat bedrijven de voorkeur geven aan
                               eigen gesloten standaarden boven open standaarden.39 De werkgroep Aho maakte het
                               bevorderen van standaarden daarom tot één van haar centrale aanbevelingen.40 De
                               inbreng van het MKB verdient hierbij bijzondere aandacht. Deze analyse leidt de AWT
                               tot de volgende aanbevelingen om een verhoging van de kwaliteit van de uitvoering
                               van octrooiverlening te realiseren. Daarbij is de AWT zich bewust van de initiatieven die
                               Nederland in de EOB al ontplooit om tot kwaliteitsverhoging te komen.
                                    Aanbeveling 6: Verhoog de kwaliteit van de uitvoeringspraktijk van octrooiverlening
                                    (gericht aan EZ)
                                   De Nederlandse overheid dient zich in het bestuur van het EOB te blijven
                                   inspannen om het Europees Octrooibureau tot strengere beoordeling van
                                   octrooien aan te zetten. Daartoe zou naar de interne werkwijze van het EOB
                                   gekeken moeten worden, bijvoorbeeld naar de middelen die een examiner
                                   krijgt voor een afwijzing of toekenning. Ook zou zij moeten onderzoeken of
                                   het verhogen van de kosten van een afgewezen octrooiaanvraag mogelijk een
                                   effectieve en doelmatige prikkel kan geven om het overmatig aanvragen van
                                   octrooien tegen te gaan.
                               38   Partijen hebben er belang bij om 'onnodige' octrooien in de patent pool van de te zetten standaard te krijgen, en noodzake-
                                    lijke octrooien juist zo lang mogelijk daarbuiten, zodat ze daarvoor uiteindelijk de hoogste licentieprijs voor kunnen vragen.
                               39   Rahnasto, Intellectual property and competition (2004)
                               40   Commissie Aho, Creating an Innovative Europe (januari 2006)
                           64  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                b. Bewaak de toegang tot kennis voor openbare innovatie
                                Het toenemende belang van openbare innovatie vraagt om het opnieuw doorden-
                                ken van de toegang die de daarbij betrokken partijen hebben tot kennis waar intel-
                                lectuele eigendomsrechten voor gelden. Dit geldt in het bijzonder voor de relatief
                                nieuwe partij van de innoverende eindgebruikers op de markt voor informatie- en
                                cultuurproducten. Een bloeiende praktijk van openbare innovatie biedt voordelen
                                aan iedereen. Van oudsher heeft de wetenschap deze rol vervuld, in toenemende
                                mate vervullen ook innoverende eindgebruikers deze rol. Openbare innovatie biedt
                                aan bedrijven de mogelijkheid om de inzet, creativiteit en specifieke deskundigheid
                                van een groot aantal wetenschappers, ontwikkelaars en eindgebruikers te benutten.
                                Zij kunnen deze rol echter enkel vervullen als zij voort kunnen bouwen op de vaak,
                                en in toenemende mate, via intellectueel eigendom beschermde kennis van anderen.
                                Het Intellectuele Eigendom Recht heeft altijd een balans gezocht tussen enerzijds
                                het (exclusieve) recht op commerciële exploitatie van kennis en cultuurgoederen en
Het IE-beleid is altijd op zoek anderzijds het recht voor derden om hierop door te ontwikkelen. Hiertoe bevat de
naar een balans tussen com-     octrooiwetgeving specifiek de zogenaamde 'onderzoeksexceptie'. Deze maakt het
 merciële exploitatie en vrije  mogelijk om, voor niet-commercieel gebruik, voort te bouwen op geoctrooieerde
  ontwikkeling van kennis…      kennis. Het veranderen van de rol van universiteiten, vooral het feit dat zij ook
                                steeds meer op commerciële basis werken, heeft de discussie over de effectiviteit
                                van deze wetenschappelijke uitzondering weer doen oplaaien.41 Vooral ook omdat
                                bedrijven, zoals we hebben gezien, in de afgelopen decennia veel meer rechten zijn
                                gaan claimen op kennis. De Nederlandse universiteiten lijken echter nog niet tegen
                                veel problemen aan te lopen op dit vlak. De ministeries van EZ en OCW zouden dit
                                scherp in de gaten moeten houden en actief aan de internationale discussies hier-
                                omtrent deel moeten nemen. De opties waarvoor de OESO een eerste verkenning
                                heeft uitgevoerd, vormen hiervoor een goed vertrekpunt.42 En universiteiten kunnen
                                bij het octrooieren van kennis expliciet de wetenschappelijke vrijstelling bewaken via
                                de licenties die ze uitgeven.
                                Urgenter is de ontwikkeling van technische beveiligingen van informatie- en cultuur-
                                producten. Wat dreigt is een feitelijke uitholling van de beperkingen die de auteurs-
                                wet kent voor de rechthebbende, zoals ten aanzien van de gebruikers en hun recht
                                om voor eigen gebruik te kopiëren. Het gaat om handelingen die in feite zijn toege-
                                staan door de auteurswet, maar in praktische zin onmogelijk zijn gemaakt door het
                                gebruik van beveiligingstechnieken.43 Gebruikers worden hierdoor beperkt in hun
                                innovatieve mogelijkheden. Juist in de ICT- en cultuursector is het potentieel van
                                41   Zie OESO (2006) dat samenvattend stelt dat "There is a legitimate concern that the effects of increased patenting activity
                                     on research may increase over time". Zie ook de uitspraak Madey vs Duke University uit 2002 waarin de federale recht-
                                     bank van de VS stelt dat onderzoek van universiteiten niet per definitie onder de wetenschappelijk uitzondering valt. De
                                     National Academy bepleitte in reactie voor een versterking van de wetenschappelijke uitzondering.
                                42   ESO, Research use of patented knowledge (2006)
                                43   Dialogic en SEO, Auteursrechten, economische lust of last? (2003), in het bijzonder aanbeveling 9 die stelt: "Houdt goed
                                     in de gaten wanneer het gebruik van technische systemen een feitelijke uitholling van de beperkingen in de auteurswet
                                     veroorzaakt."
                             65 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>                                  gebruikersinnovatie groot, zowel wat betreft de mogelijkheid om zelf software of
                                  content te ontwikkelen, als om via het internet samen te werken in wereldomspan-
  …dat wringt in de ICT- en cul-  nende netwerken.44 De afgelopen jaren zijn in de auteurswetgeving in de VS en EU
 tuursector, waar producenten     stappen gezet waardoor bedrijven technische beveiligingen mogen aanbrengen op
      hun content verzegelen…     hun producten (Digital Rights Management). Maar in deze snel groeiende sectoren
                                  vindt innovatie plaats door voort te borduren op bestaand werk of aan het origineel
   …zodat gebruikers niet meer    iets toe te voegen. De AWT is van mening dat het belang van de rechthebbenden
      door kunnen ontwikkelen     om auteursrechten te beschermen opnieuw afgewogen dient te worden tegen het
                                  recht van gebruikers om, voor niet-commerciële doeleinden, bestaand werk aan te
                                  passen.45 De uitdaging is een systeem te ontwerpen dat de creativiteit van gebrui-
                                  kers volledig benut en tegelijkertijd piraterij voorkomt. Daarvoor zijn andere wijzen
                                  denkbaar dan het 'verzegelen' van de producten. Het internet biedt immers veel
                                  mogelijkheden om piraterij vast te stellen en vervolgen.
                                  Nog los van de regelgeving vormt het cultuurverschil tussen openbare innovatoren
                                  en bedrijven een extra moeilijkheid voor de (juridische) interactie tussen beiden. De
                                  juridische cultuur die de werelden van inkopend en collaboratief innoveren ken-
                                  merkt, staat op gespannen voet met de vrije en lage-kosten cultuur van openbare
                                  innovatie. Alleen al de dreiging van juridische stappen heeft vaak een chilling effect,
                                  zodat openbare innovatieactiviteiten niet van de grond komen.
                                  Juist in het licht van de onzekerheden rondom de bestaande vrijstellingen voor
                                  wetenschappers en gebruikers, is het zaak als overheid scherp toe te zien op de
                                  naleving van de regels. Voorkomen moet worden dat onder dreiging van kostbare
                                  juridische procedures koudwatervrees ontstaat om gebruik te maken van de vrijstel-
     Duidelijkheid is nodig over  ling _ ook in de universiteiten. Eén mogelijkheid om dit te doen is door het onder-
vrijstellingen, alsook een strik- steunen van open gemeenschappen van wetenschappers of gebruikers. Dat kan
            te handhaving ervan   door garantstellingen of een juridisch steunfonds. Bedrijven als IBM, Nokia, Sony en
                                  Philips zien een dermate groot belang in open gemeenschappen, dat zij ze steunen
                                  via initiatieven als de Patent commons en het Open Invention Network (OIN). Hiermee
                                  voorzien zij de openbare gemeenschap van een 'vrije' IE-portefeuille. Dergelijke stap-
                                  pen kan de overheid ook zetten en daarbij de alternatieve regimes voor intellectuele
                                  eigendomsrechten, zoals de Creative Commons, verder ondersteunen.46
                                  44   Von Hippel, Democratizing Innovation (2005), Benkler, Coase's Penguin (2002) en Lessig, Free Culture (2004)
                                  45   In beleidsstukken wordt vaak verwezen naar de conclusie van het onderzoek van Dialogic en SEO uit 2003 dat het
                                       auteursrecht geen hindernis vormt voor innovatie. Daarbij is het van belang te bedenken dat het onderzoek zich richtte
                                       op het "middelste" deel van de waardeketen en er minder aandacht was voor de auteurs zelf of de eindgebruiker. Ook
                                       is de softwaresector buiten beschouwing gelaten. De AWT richt zich hier juist expliciet wel op de rol van de auteur of
                                       gebruiker.
                                  46   Zie www.creative-commons.org om te zien welk type gebruikerslicenties men daarin aan elkaar verstrekt.
                              66  awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>                               Aanbeveling 7: Bewaak de toegang tot kennis voor openbare innovatie
                               (gericht aan de ministeries van EZ en Justitie)
                               In EU en internationaal (OESO, WIPO) verband zou Nederland de discussie
                               moeten blijven voeren over de toegang tot kennis voor openbaar innoverende
                               partijen, zoals wetenschappers en gebruikers. Justitie heeft hier een rol als
                               eerstverantwoordelijke voor het auteursrecht. In de discussie over vrijstellingen
                               voor de wetenschap is ook OCW aan zet. EZ is hier vanuit haar verantwoorde-
                               lijkheid voor het innovatiebeleid bij betrokken. Prioriteit verdient daarbij de
                               wet- en regelgeving die innoverende gebruikers en kunstenaars de toegang
                               tot digitale producten verhindert. Uitgangspunt moet zijn dat het recht om
                               voort te borduren op bestaande werken ook in praktische zin mogelijk moet
                               zijn. Dit stelt dus grenzen aan de mate van 'verzegeling' die aan digitale con-
                               tent in de informatie- en cultuursectoren gegeven kan worden. Waar zich con-
                               flicten voordoen tussen openbare gemeenschappen en bedrijven moet de
                               overheid zorg dragen voor een juridisch level playing field.
                           c. Meer discussie en bezinning op het verband tussen innovatie, mededin-
                               ging en intellectueel eigendom
                           Open innovatie leidt _ vanwege de toenemende samenwerkingsrelaties _ tot nieuwe
                           vragen over de kaders voor mededinging en de verhouding daarvan tot innovatie en
                           .
  Open innovatie leidt tot het Intellectueel Eigendomsbeleid. Bedrijven wijzen hierbij op de volgende punten:
          nieuw vragen…       Onzekerheid over toepassing Mededingingswet. Hoewel mededingingsautoritei-
                               ten niet snel ingrijpen in dynamische, innovatieve sectoren, stellen bedrijven dat
                               zij wel degelijk gehinderd worden door het mededingingsrecht. Zij zijn onzeker
                               over welke vormen van samen innoveren toegestaan zullen worden, en welke
…vanwege de onzekerheid        niet. Er bestaat bijvoorbeeld onzekerheid over de vrijstellingen in het mededin-
     over mededinging…         gingsbeleid, over de mogelijkheden tot het gezamenlijk zetten van standaarden
                               en over de handel in Intellectuele eigendomsrechten.47 De vrees op mededin-
                               gingsbezwaren te stuiten, leidt tot terughoudendheid, waardoor markttransacties
                           .
                               mogelijk niet tot stand komen.
                              Bijzondere aandacht voor auteursrechten. De wet- en regelgeving van auteurs-
                               rechten verdient in dit kader bijzondere aandacht. In toenemende mate vormen
                               auteursrechtelijk beschermde werken een input voor verdere innovaties- denk
                               aan samplende dj's en games die leunen op bestaande verhalen, personages en
                               muziek. Net als bij octrooien is er inmiddels een levendige handel in auteursrech-
                               ten. Het auteursrecht groeit daarmee in economisch gebruik toe naar dat van
                               octrooien. Tegelijkertijd heeft dit tot veel discussie geleid over de mededingings-
                               rechtelijke aspecten hiervan, zoals in de muziekindustrie rond het gebruik van het
                               internet als distributiekanaal. De vraag komt op of het auteursrecht niet meer in
                           47   De belangrijkste regelgeving op dit mededingingsterrein betreft de door de Europese Commissie opgestelde vrijstellingen
                                voor overeenkomsten op het gebied van de technologietransfer (de zgn. TTBE 2004). Deze geven aan welke afspraken
                                (tussen welke partijen) in ieder geval niet onder de Mededingingswet vallen, en dus sowieso zijn toegestaan.
                                Overeenkomsten die daar niet toe behoren, kunnen evengoed toegestaan zijn, maar dat valt niet op voorhand te zeggen.
                        67 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre> …maar ook door de ontwikke-       lijn gebracht zou moeten worden met het octrooirecht. Zo is de beschermings-
   lingen in het auteursrecht…     duur van auteursrechten veel langer (70 jaar na dood van de auteur of creator)
                                   dan die van octrooien (20 jaar in de meeste gevallen). Sommigen bepleiten dan
                                   ook het registreren en tussentijds verlengen van auteursrechten _ net als bij
                                   octrooien.48 Andere oplossingsrichtingen uit de discussie betreffen het vanuit
                                   mededingingsopzicht beperken van (specifieke) auteursrechten in duur, of door
                               .
                                   er een recht op (redelijke) vergoeding van te maken.49
                                  Wenselijkheid rol overheid bij het bevorderen van open standaarden. Hiervoor is
                                   al gewezen op de groeiende complexiteit van standaardsetting, in het bijzonder
                                   die van open standaarden. Vanuit het oogpunt van innovatie kunnen open stan-
                                   daarden te verkiezen zijn boven gesloten. Open standaarden bieden de mogelijk-
                                   heid om enerzijds maximaal te profiteren van netwerkeffecten en anderzijds de
                                   concurrentie op aanpalende markten niet te hinderen.50 De vraag is, in hoeverre
   …en het toenemend belang        de overheid bij kan (of moet) dragen aan het bevorderen van open standaarden.
              van standaarden      Bijvoorbeeld door actiever te makelen en schakelen, toe te zien op oneigenlijk
                                   gebruik van IE hierbij, de interoperabiliteit en toegang tot standaarden onder
                                   'redelijke' voorwaarden te eisen, of door hier meer structurele aandacht voor te
                                   hebben in het eigen aanbestedingsbeleid.51
                               De AWT concludeert dat er nog te weinig expliciet wordt nagedacht over een juiste
                               balans tussen mededinging, intellectueel eigendom en innovatie; het lijken geschei-
                               den, verkokerde, beleidsgebieden met elk hun eigen specialisten in beleid en de
                               juridische praktijk. Gezien de sterke en groeiende onderlinge afhankelijkheid tussen
                               deze gebieden, is een meer constante en expliciete dialoog tussen deze werelden
                               wenselijk. Het streven daarbij zou moeten zijn optimale synergie te bereiken tussen
                               het mededingings- en IE-beleid als randvoorwaarden voor innovatie. Tegelijkertijd
                               geven bedrijven aan door de bestaande onzekerheid kansen te missen.
Werk aan het verhelderen van   Overheidsactie op dit punt is gewenst, vooral gericht op het verkrijgen van meer
het verband tussen innovatie-, helderheid op bovengenoemde onduidelijkheden en onzekerheden.
    mededingings- en IE-beleid
                               De AWT is zich bewust van de lange adem die nodig is om _ in dit geval groten-
                               deels _ Europees beleid bij te stellen. Dat is reden te meer om daar nu mee te
                               beginnen. Een oproep tot een discussie moge daarbij niet al te daadkrachtig lijken.
                               Maar wil de overheid ook in de toekomst _ waarin internationale netwerkconstella-
                               ties razendsnelle ontwikkelingen zullen doormaken _ haar rol als marktordenaar
                               blijven vervullen, dan zal zij zich nu eerst ernstig moeten bezinnen, alvorens dan
                               ook snel te beginnen.
                               48   Bijvoorbeeld Lessig, L. in: Free Culture (2004) . Daarin stelt hij voor, om de administratieve lasten beperkt te houden.
                                    auteursrechten net zo decentraal te registreren als internet-domeinnamen.
                               49   Dialogic/ SEO, Auteursrechten, economische lust of last? (2003)
                               50   FLOSSPOLS, Open standards and interoperability report (2005)
                               51   Redelijke voorwaarden, in de discussie ook wel genoemd: Reasonable And Non Discriminatory Licensing (RAND). Zie hier-
                                    voor: SEO, Kosten en baten van open standaarden en open source software in de Nederlandse publieke sector, (juni
                                    2005) en Dialogic/SEO, Auteursrechten, economische lust of last? (2003), in het bijzonder aanbeveling 4.
                            68 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>                           Aanbeveling 8: Verduidelijk de relatie tussen IE en Mededinging door een brede discussie
                           (gericht aan de ministeries van EZ en Justitie)
                           Start samen met de meest betrokken instanties _ zoals de Europese
                           Commissie, de NMa, het Europese Octrooibureau en het Octrooicentrum
                           Nederland, bedrijvenverenigingen als VNO-NCW/MKB-Nederland en UNICE, en
                           vertegenwoordigers van kennisinstellingen zoals VSNU, EUA en EARTO _ een
                           brede discussie over de relatie tussen Intellectueel Eigendomsrechten,
                           Mededinging en Innovatie. Daarbij zou aan de orde moeten komen in hoever-
                           re de ontwikkeling richting meer Open innoveren vraagt om een beleidsmatige
                           reactie op onzekerheden rond mededinging en intellectueel eigendom. De
                           grootscheepse hearing die het Department of Justice en de Federal Trade
                           Commission van de VS in 2003 wijdden aan deze onderwerpen, acht de AWT
                           een aansprekend voorbeeld en inspiratiebron hiertoe.52
                       3.4          Het ecosysteem vergt voortdurende aandacht en
                                    onderhoud
                       In het bovenstaande hebben we aangegeven waar de AWT vindt dat er flinke bijstel-
                       lingen in het beleid nodig zijn om goed in te spelen op Open innovatie. In deze para-
                       graaf gaat de AWT tot slot kort in op een aantal belangrijke randvoorwaarden voor
                       Open innovatie; factoren in het innovatie-ecosysteem die voortdurende aandacht en
                       onderhoud vergen. Hiermee wordt duidelijk dat de trend van Open innovatie veelom-
                       vattend is en op vele punten zijn doorwerking heeft, of behoort te krijgen.
                       Met de voorgaande aanbevelingen richt de AWT zich op de belangrijkste issues
                       waar zich in een wereld van Open innovatie de belangrijkste knelpunten voordoen
                       die meer of nieuwe beleidsaandacht vergen. Daarmee zijn we er echter nog niet.
                       Om Open innovatie goed te laten gedijen is veel meer nodig. Namelijk aandacht en
                       inzet op alle factoren die bijdragen aan een stimulerend innovatie-ecosysteem.53
Overigens zijn wij van Hieronder benoemt de AWT kort de belangrijkste factoren, ook om aan te geven
             mening…   hoe veelomvattend en doorsnijdend Open innovatie als trend is. Het gaat daarbij om
                       zaken die in de ogen van de AWT momenteel niet met grote knelpunten gepaard
                       gaan, òf waarbij de knelpunten al flink wat beleidsaandacht krijgen. Het is dus wel
                       zaak dat de overheid aandacht blijft schenken aan deze thema's, en de voorzienin-
                       gen op een hoog peil houdt. Maar onderstaande thema's vergen op dit moment
                       naar het oordeel van de AWT geen extra inspanningen of grote beleidswijzigingen.
                       52   Daarin werd geconcludeerd dat: "Competition policy can undermine the innovation that the patent system promotes, if
                            overzealous antitrust enforcement restricts the pro-competitive use of a valid patent". Overigens is momenteel ook het
                            Patent Office uit de UK bezig met een consultatieronde over hoe het in haar beleid innovatie beter kan ondersteunen.
                            Zie: www.patent.gov.uk.
                       53   Chesbrough, Vanhaverbeke & Cloodt spreken eerder van beleidsprincipes dan van factoren die nodig zijn om de innovatie-
                            kracht van Nederland te versterken in een internationale omgeving die naar Open innovatie tendeert. De reikwijdte van hun
                            aanbevelingen komt echter overeen met die van de aanbevelingen in deze paragraaf. Zie hun essay in Open stellingen (2006)
                    69 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>                                 Veelal is volstrekt duidelijk wat er moet gebeuren, en is het vooral zaak dat in prak-
                                 tijk te brengen.
                                 Onderwijs en scholing
                                 Open innovatie heeft _ net als alle vormen van innovatie _ voldoende goed opgeleide
                                 mensen met een hoog scholingsniveau nodig. Dit het liefst met een zo groot mogelijke
                                 diversiteit (in disciplines, subculturen, afkomst, sekse en leeftijdscategorieën). De bevol-
                                 king moet goed in kunnen spelen op de te verwachten behoefte aan kenniswerkers.
      …dat scholing voor Open    Naast diversiteit in kenniswerkers zijn vooral competenties nodig voor samenwerking
       innovatie essentieel is…  over grenzen heen: over de grenzen van organisaties, tussen disciplines, tussen ver-
                                 schillende afdelingen in ondernemingen, tussen landen en tussen continenten.
                                 Een sterke en open publieke kennisinfrastructuur
                                 Open innoverende bedrijven zullen voor hun kennis steeds vaker een beroep doen
                                 op universiteiten en andere publieke kennisinstellingen. Het is dus belangrijk dat de
                                 kennisinstellingen een open houding hebben jegens de behoeften van bedrijven.
                                 Valorisatie van ontwikkelde kennis wordt een steeds belangrijker taak van deze
                                 publieke onderzoeksinstellingen. Deze taak krijgt momenteel terecht veel beleids-
                                 aandacht. De kennisinstellingen zouden zelf hun incentive-structuur beter moeten
                                 aanpassen op de gewenste wisselwerking met het bedrijfsleven en andere maat-
… en responsieve, zelfstandige   schappelijke partners. Niettemin moeten zij daarnaast voldoende vrijheid en ook
 kennisinstellingen eveneens…    middelen houden om zelf hun nieuwsgierigheid te volgen, fundamenteel onderzoek
                                 te verrichten en kennis als vermogen op te bouwen. Dit vermogen staat momenteel
                                 onder druk, daarop heeft de AWT al eerder gewezen. Voor een ecosysteem waarin
                                 Open innovatie zou moeten gedijen, is dit een zorgelijke ontwikkeling. Het betekent
                                 dat de overheid zorg moet dragen voor voldoende basisfinanciering.
                                 Uitmuntende ICT-infrastructuur
                                 Een uitstekende netwerkinfrastructuur, waardoor bedrijven en individuen snelle toe-
                                 gang tot internet en elkaar hebben, hoort ook bij de voorwaarden waaronder Open
                                 innovatie gedijt. Niet alleen om bestaande samenwerkingsverbanden te vergemak-
                                 kelijken, maar ook om innovaties vanuit het netwerk zelf uit te lokken en te accom-
…net als een uitmuntende ICT-    moderen. Bijvoorbeeld de innovaties die te verwachten zijn van de rekencapaciteit
                infrastructuur…  die wordt losgemaakt door Grid-computing.
                                 High trust omgeving
                                 Een institutionele omgeving die vertrouwen tussen partijen waarborgt, zal aan
                                 belang winnen in een wereld waarin partijen in toenemende mate op elkaar zijn
                                 aangewezen. Vertrouwen komt niet alleen voort uit daadwerkelijke herkenning,
                                 ontmoeting en ervaring met elkaar, maar ook uit een omgeving die de zekerheid
                                 biedt dat men kan ingrijpen als het misgaat. En dus kan de overheid vertrouwen
…en vertrouwen, geborgd door     bevorderen door bijvoorbeeld voldoende mogelijkheden te bieden tot het inschakelen
                    instituties… van arbitrage, mediation, trusted third parties of de rechter. Maar ook door een
                              70 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>                            adequate handhaving van eisen aan integriteit en transparantie van bedrijven en
                            overheidsorganisaties. Dit institutionele 'vangnet' zal door Open innovatie naar ver-
                            wachting steeds belangrijker worden.
                            Goed werkende kapitaalmarkt
                            Een goed werkende kapitaalmarkt, met voldoende risicokapitaal en exit-mogelijkhe-
                            den voor investeerders behoort tot het ecosysteem van Open innovatie. In Europa
                            kunnen we nog wel wat kapitaal gebruiken, maar zeker ook inventiviteit op het
…maar ook voldoende risico- punt van de exit-strategieën. Bijvoorbeeld een technologiebeurs voor risicovolle
                  kapitaal  investeringen (de overheid zou de huidige plannen daarvoor zeker moeten onder-
                            steunen), of sterke veilinghuizen voor Intellectueel eigendom.
                            Een open overheid
                            De overheid is in dit advies steeds benaderd in haar rol als beleidsmaker en regelgever.
                            De overheid is echter meer dan dat; zij is vaak klant en dus gebruiker, en zij is zelf ook
                            een organisatie die diensten levert. In beide rollen zou de overheid veel meer het spel
                            van Open innovatie actief mee kunnen spelen. Als innoverende gebruiker, als aanbe-
                            steder, als hoeder van het publiek belang dat op veel gebieden gebaat is bij innovatie.
   Maar bovenal: een open   Juist maatschappelijke of overheidsvraagstukken lenen zich voor open en openbare
                 overheid   ontwikkelprocessen. Als dienstverlener is de overheid, net als bedrijven, een speler die
                            constant moet innoveren om nog mandaat van de burger te krijgen. De suggesties in
                            dit rapport aangaande de vormen die dat kan aannemen, de competenties die daar-
                            voor nodig zijn en de afwegingen die organisaties daarvoor moeten maken, moet zij
                            vertalen van het private naar het publieke domein.
                            Kortom: voor iedereen werk aan de winkel
                            Nederland zou zich moeten transformeren tot een ecosysteem waarin Open innove-
                            rende organisaties gedijen, allemaal: bedrijven, non-profitorganisaties, overheidsin-
                            stellingen, onderzoeksinstituten, universiteiten, gebruikersgemeenschappen, ZZP-ers,
                            starters, uitdagers en netwerken in alle soorten en maten. In ieder geval in een aan-
                            tal hot spots, maar ook daarbuiten moet een klimaat heersen waarin innovatie in
                            samenwerkingsverbanden kan opbloeien. Om het hele systeem in synergie te laten
                            werken, moet ieder zijn rol met verve spelen. Dat is nodig, omdat de trend van Open
                            innovatie zal doorzetten en van verstrekkende betekenis zal zijn. Dit advies handelt
                            slechts over wat de overheid in haar innovatiebeleid aan dat klimaat kan bijdragen.
       Opening van zaken!   In de wereld van Open innovatie moet echter iedereen opening van zaken geven.
                            Aldus vastgesteld te Den Haag, juli 2006
                            J.F. Sistermans, voorzitter
                            mw. dr. V.C.M. Timmerhuis, secretaris
                         71 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>72 awt-advies nr. 68</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>b1               Gesprekspartners
    AkzoNobel, VNO-NCW, IE-commissie             Dhr. drs. P.C. Schalkwijk
    ASML                                         Dhr. ir. H. Borggreve
    Bousie advocaten                             Dhr. mr. H. Bousie
    Bureau Blauw                                 Mw. K. Totté
    Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht UU Dhr. mr.ir. R. Bakels
    Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht UU Dhr. prof. J.J. Brinkhof
    Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht UU Dhr. dr. F.W. Grosheide
    Crucell                                      Dhr. drs. A. Lahr MBA
    Dialogic                                     Dhr. drs. P. den Hertog
    Dialogic                                     Dhr. drs. S.J. Kern
    DSM                                          Mw. dr. E.M.M. De Brabander
    DSM                                          Dhr. dr. R. van Leen
    DSM                                          Dhr. dr. J. Zuidam
    DSM                                          Dhr. R. Kirschbaum
    EIM                                          Mw. dr. Y.M. Prince
    EIM                                          Dhr. drs. J.P.J. de Jong
    EIRMA                                        Dhr. dr. A. Dearing
    IBM Nederland N.V.                           Dhr. M. van Bilsen
    IBM Nederland N.V.                           Dhr. J.M. Schiferli
    IBM Nederland N.V.                           Dhr. ir. A.A.J. Reuver
    ICT Office                                   Mw. mr. S.J.M. Roelofs
    ICT Office                                   Dhr. D. van Rooden
    Projectbureau Innovatieplatform              Dhr. ir. S. Akkerman
    Katholieke Universiteit Nijmegen             Dhr. prof.dr. B. Dankbaar
    Kluwer                                       Dhr. P. Morley m.sc.
    Life Meets Science                           Mw. dr.ir. R.M. Buitelaar MBA
    Ministerie van Economische Zaken             Dhr. mr. J.P.J. Barendse
    Ministerie van Economische Zaken             Dhr. drs. C.P. Buijink
    Ministerie van Economische Zaken             Dhr. drs. T. Grosfeld
    Ministerie van Economische Zaken             Dhr. drs. H.C.M. Pennings
    Ministerie van Economische Zaken             Mw. drs. K. de Ruijter
    Ministerie van EZ Frankrijk                  Dhr. J.M. Dessapt
    Ministerie van Sociale Zaken                 Dhr. drs. J. van Weeren
    MKB Nederland                                Dhr. drs. L.M.L.H.A. Hermans
    Nederland Kennisland                         Dhr. S. Groeneveld
    Nederlandse Vereniging voor                  Mw. drs. T.D. Molenaar
    Participatiemaatschappijen
    NMa                                          Dhr. drs. A.J.M. Kleijweg
 73 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>   NMa                                          Dhr. dr. T.B.P.M. Tjin-A-Tsoi
   NMa                                          Dhr. dr. J.K. Winters
   OctoPlus                                     Dhr. J.J.M. Holthuis Ph.D.
   Octrooicentrum Nederland                     Dhr. dr. F. Liefrink
   Octrooicentrum Nederland                     Dhr. drs. J.J. Winnink
   OECD                                         Dhr. J.R. Sheehan
   Optics Valley, Paris                         Dhr. J.C. Sirieys
   Optics Valley, Paris (pole de competitivité) Mw. N. Babaali
   PamGene International B.V.                   Dhr. drs. T. Kievits
   Philips Research                             Dhr. prof.dr. E.H.L. Aarts
   Philips Research                             Dhr. dr. J.J.H. van den Biesen
   Philips Corporate Legal Department           Dhr. H.H. P. Lugard
   Raad voor Kwekersrecht                       Dhr. mr. K.A. Fikkert (telefonisch)
   Rijks Universiteit Groningen                 Dhr. prof.dr. D. Jacobs
   Senternovem                                  Dhr. ir. W.J. Zwalve
   STT                                          Dhr. ir. M.H.J. Doorn
   Syntens Den Haag                             Dhr. drs. H. Hovestadt
   Syntens Den Haag                             Dhr. dr.ing. H.M. Lardenoye
   Syntens Den Haag                             Dhr. ir.mr. M. Peutz
   Technische Universiteit Delft                Dhr. prof.dr. J.A. Arnbak
   Technische Universiteit Eindhoven            Dhr. drs.ing. A.N.M. Langendorff
   Unilever N.V.                                Dhr. G. Cross Ph.D.
   Universiteit Hasselt, Tue                    Dhr. prof.dr. W. Vanahaverbeke
   Universiteit Leiden                          Dhr. prof. M. Danhof Ph.D.
   Universiteit Leiden                          Dhr. dr. B. Smailes
   Universiteit Utrecht                         Dhr. prof.dr. R.E. Smits
   Universiteit van Tilburg                     Dhr. prof.dr. B. Nooteboom
   VNO-NCW, Qanbridge BV                        Dhr. T. Gorter m.sc.
   VNO-NCW                                      Dhr. drs. C. Oudshoorn
   VNO-NCW                                      Mw. drs. J.A. van den Bandt-Stel
   VU                                           Mw. dr. K.M. Bijlsma
   Wageningen Centre for Food Sciences          Dhr. drs. D.J. Vergouwen
74 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>b2               Gebruikte literatuur
    - Adviesgroep Software octrooien (commissie Giskes), Advies inzake Richtlijn voor
        octrooiering van in computers geïmplementeerde uitvindingen (mei 2005)
    - Athreye, S. & J. Cantwell, Creating Competition? Globalisation and the emergen-
        ce of new technology producers, Open University UK (2005)
    - AWT, Open Stellingen - Essays over Open innovatie - AWT-Achtergrondstudie nr.
        32 (2006)
    - Bekkers, R. et al, Auteursrecht, economische lust of last? Een literatuurstudie
        naar de economische aspecten van auteursrecht, Dialogic & SEO (2003)
    - Benkler, Y., Coase's Penguin, or, Linux and the Nature of the Firm in: The Yale
        Law Journal, Vol. 112 (2002)
    - Berkhout A.J., Van poldermodel naar innovatiebeleid in: Ministerie van EZ, Het
        Nederlandse Innovatiebeleid: tijd voor vernieuwing? Beschouwingen over het
        Nederlandse innovatiebeleid, Den Haag (2002)
    - Boekholt, P., Technological Top Regions - The Governance of European 'hot-
        spots', Technopolis (2005)
    - Chesbrough, H.W., Open innovation - The new Imperative for Creating and
        Profiting from Technology, Harvard Business School Press, Boston (2003)
    - Commissie Aho, Creating an Innovative Europe, report of the independent expert
        group on R&D and innovation following the Hampton Court Summit (januari
        2006)
    - Dialogic en SEO, Auteursrechten, economische lust of last? (2003)
    - The Economist, A market for ideas; A survey of patents and technology (22 okto-
        ber 2005)
    - Eirma, Knowledge Management (KM) for Open innovation, Parijs (2005)
    - Eirma, Technology Access for Open innovation, Parijs (2004)
    - Estola, K., Open innovation, Nokia (2005)
    - Etzkovitz, H. & L. Leydesdorff (eds.), Universities and the Global Knowledge
        Economy - A Triple Helix of University-Industry-Government Relations - London
        (2002)
    - Europese Commissie - DG Interne Markt, Study on evaluating the knowledge
        economy - What are patents actually worth? Brussel (2005)
    - Europese Commissie, Eirma, EUA, Earto & Proton, Responsible partnering -
        Joining forces in a world of Open innovation, Brussel (2005)
    - Evans, P. & B. Wolf, Collaboration rules in: Harvard Business Review, Harvard (July
        2005)
    - EZ, Intellectueel eigendom en innovatie; over de rol van intellectueel eigendom in
        de Nederlandse kenniseconomie (2001)
    - EZ, Het Nederlandse Innovatiebeleid: tijd voor vernieuwing? Beschouwingen over
        het Nederlandse innovatiebeleid, Den Haag (2002)
 75 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>   - FLOSSPOLS, Open standards and interoperability report - An Economic basis for
       Open standards Merit/Maastricht (2005)
   - Foray, D., The Economics of Knowledge, MIT Press (2004)
   - Federal Trade Commission, To promote innovation: the proper balance of compe-
       tition and patent law and policy - A report by the Federal Trade Commission,
       Washington (October 2003)
   - Gennip, C. van, Speech voor de Commissie Industriële Eigendom VNO-NCW (9
       november 2005)
   - Gilsing V. & C Lemmens, Strategic Alliance Networks and Innovation: a determin-
       istic and voluntaristic view combined, ECIS (januari 2005), te vinden op:
       http://fp.tm.tue.nl/ecis
   - Hippel, E. von, The Sources of Innovation, Oxford University Press (1988)
   - Hippel, E. von, Democratizing Innovation, Cambridge (2005)
   - Hoekstra B., Innovation@Philips, presentatie op IMR Conferentie (17 dec. 2004),
       te vinden op: http://202.41.106.14/~review/DOCUMENTS/Bob%20Hoekstra.pdf
   - Horwith, M., M. Parikh & N. Ziv, Open innovation: Transferring Lessons from
       Software for Modern Value Creation, Paper op de CISEP workshop (24 januari
       2000)
   - Huston, L. & N. Sakkab, Connect and Develop - Inside Procter & Gamble's New
       Model for Innovation, in: Harvard Business Review, Harvard (March 2006)
   - Jacobs D. & J. Waalkens, Innovatie² - Vernieuwingen in de innovatiefunctie van
       ondernemingen, AWT (2001) AWT-achtergrondstudie nr. 23.
   - Jaffe, A.B. en J. Lerner, Innovation and its discontents, Princeton University Press
       (2004)
   - Jong, J.P.J. de (EIM), Meer Open innoveren - Praktijk, ontwikkelingen, motieven
       en knelpunten in het MKB, AWT-Achtergrondstudie nr. 33 (2006)
   - Kirschbaum, R., Open innovation in Practice in: Research & Technology
       Management (July-August 2005)
   - KNAW, De gevolgen van het octrooieren van humane genen voor het weten-
       schappelijk onderzoek in Nederland (2003)
   - Lessig, L. Free Culture; how big media uses technology and the law to lock down
       culture and control creativity the Penguin Press/New York (2004)
   - Lüthje, C. Costumers as Co-inventors, An Empirical Analysis of the Antecedents
       of Customer-Driven Innovations in the Field of Medical Equipment, Proceedings
       of the 32th EMAC Conference, Glasgow (2003)
   - Man, A. de & G. Duysters, Samenwerking en innovatie; literatuuroverzicht van de
       relatie tussen innovatiekracht en interorganisatorische samenwerking CGCP/TUe
       (2002)
   - Maurer, Rai & Sali, Finding cures for tropical diseases: is open source an answer?,
       in: Plos Medicine (December 2004)
   - Miller, M. & L. Morris, Fourth Generation R&D: managing knowledge. technology
       and innovation, Wiley, New York (1999)
76 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>   - NFU, VNO/NCW, VSNU et al, Innovation Charter Bedrijfsleven en kennisinstellin-
       gen - Beschermde kennis is bruikbare kennis (2004)
   - Nuvolari, A. & B. Verspagen et al, The Diffusion of the Steam Engine in
       Eighteenth-Century Britain, Ecis/Eindhoven (2003)
   - Nuvolari, A. Open source softweare developments: some historical perspectives,
       ECIS/ Eindhoven (januari 2003)
   - OESO, Research use of patented knowledge - A Review, STI Working Paper
       2006/2 (2006)
   - Powell, W. Neither markets not hierarchy: network forms of organization, in:
       Research in organizational behavior, vol.12 p. 295-336, (1990)
   - Prahalad, C.K. & Venkat Ramaswamy, The Future of Competition, Harvard
       Business School Press, (2004)
   - Rahnasto, I. Intellectual property rights and competition- European perspectives,
       presentatie London, (juni 2004)
   - Schalkwijk, P. De betekenis van het octrooisysteem voor de innoverende industrie,
       presentatie octrooicongres (23 maart 2005)
   - SEO, Kosten en baten van open standaarden en open source software in de
       Nederlandse publieke sector (juni 2005)
   - Shapiro, C. Navigating the patent thicket (2001) op:
       http://haas.berkeley.edu/~shapiro/thicket.pdf
   - Slaughter, S. Innovation and Learning during Implementation - a Comparison of
       User and Manufacturer Innovations, in: Research Policy (22) (1993)
   - Vanhaverbeke, W.P.M. & Kirschbaum, Building new competencies for new busin-
       ess creation based on breakthrough technological innovations. In: Understanding
       Growth: Entrepeneurship, Innovation and Diversification (2005)
   - West, J. en S. Gallagher, Key challenges of Open innovation: lessons from open
       source, (mei 2004)
77 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>78 awt-advies nr. 68</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>   Adviezen van de AWT
   68 Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie. Juni 2006.
        ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
   67 Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
        Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
   66 Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
        September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
   65 Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
        hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
   64 Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB. Juli 2005. ISBN 90
        77005 29 3. € 12,50.
   63 Kennis voor beleid - beleid voor kennis. Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5.
        € 12,50.
   62 De waarde van weten.De economische betekenis van universitair onderzoek.
        April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
   61 Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
        Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60 Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als concur-
        rentiefactor voor Nederlandse bedrijven. December 2004. ISBN 90 77005 25 0. €
        12,50.
   59 Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid. Juni 2004. ISBN 90
        77005 24 2. € 12,50.
   58 De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellin-
        gen. April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57 Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
        de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid. Januari 2004.
        ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56 Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
        November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55 Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeks-
        beleid. Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54 1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek. September 2003.
        ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53 Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid.
        Juli 2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52 Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00
   51 Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek. Juni 2003.
        ISBN 90 77005 15 3. € 9,00
   50 Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke kennisinstell-
        lingen en de Nederlandse kennissamenleving. Januari 2003.
        ISBN 90 77005 14 5. € 5,00
79 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>   49 Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie '3% BBP voor O&O'. Juli
        2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08
   48 KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid. Juli
        2002. ISBN 90 77005 10 2. € 12,50
   47 Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen.
        Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34
   46 Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
        Juni 2001. ISBN 90 77005 03 X. € 9,08
   45 Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
        Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34
   44 Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08
   43 Halfslachtige wetenschap. Onderbenutting van vrouwelijk potentieel als existen-
        tieel probleem voor academia, januari 2000. ISBN 90 346 3798 0. € 11,34
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
80 awt-advies nr. 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>