<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>71
  Balanceren met beleid
  Wetenschaps- en Innovatiebeleid
  op hoofdlijnen
  Maart 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Vormgeving:        Junior beeldvorming - Zoetermeer
  Druk:              Quantes - Rijswijk
  Maart 2007
  ISBN               978 90 77005 39 2
  Verkoopprijs       € 12,50
  Auteursrecht
  Alle rechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van
  deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoud
  Samenvatting                                                        5
  1         Inleiding                                                 9
  2         Nederland kennissamenleving                              11
            2.1      Kennis blijft belangrijk                        11
            2.2      Een uitgebalanceerd kennis- en innovatiesysteem 12
            2.3      De rol van de overheid                          15
  3         De balans opmaken                                        17
            3.1      Breedte en zwaartepunten                        17
            3.2      Kennis als vermogen en kennis als product       21
            3.3      Autonomie en sturing                            23
            3.4      Stabiliteit en dynamiek                         26
  4         Conclusies en aanbevelingen                              29
            4.1      Conclusies                                      29
            4.2      Aanbevelingen                                   30
  Toelichting: de economische ratio van een actief innovatiebeleid   33
            1.       Inleiding                                       35
            2.       Wat is een ‘actief innovatiebeleid’?            36
            3.       Waarom een actief innovatiebeleid?              37
            4.       Een breder perspectief op legitimiteit          43
  Bijlage 1          Gesprekspartners en projectmedewerkers          47
  Bijlage 2          Literatuurlijst                                 49
  Serie uitgebrachte adviezen van de AWT                             51
3 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>4 Balanceren met beleid</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  Wat zouden de hoofdlijnen van het wetenschaps- en innovatiebeleid van de rege-
  ring in de komende kabinetsperiode moeten zijn? Dit advies geeft de visie van de
  AWT op het kennis- en innovatiesysteem, beschrijft en beoordeelt de stand van
  zaken, en mondt vervolgens uit in aanbevelingen.
  Visie
  Nederland heeft een kennis- en innovatiesysteem nodig dat opties creëert en kan-
  sen grijpt. Opties creëer je door het vermogen te onderhouden om kennis te absor-
  beren en te gebruiken. Kansen grijp je door te investeren in gebieden waar je sterk
  in bent. Om dit te kunnen doen, moet het kennis- en innovatiesysteem in balans
  .
  zijn, en wel op de volgende dimensies.
      Breedte en zwaartepunten: zowel de kennisinfrastructuur als het bedrijfsleven
  .
      dienen te beschikken over een brede basis met een aantal sterke clusters.
      Kennis als vermogen en als product: concrete onderzoeksresultaten moeten tot
  .
      stand komen en onderzoekscompetenties moeten zich ontwikkelen.
      Autonomie en sturing: er moet ruimte zijn voor initiatief binnen duidelijke rand-
  .
      voorwaarden.
      Stabiliteit en dynamiek: vernieuwing moet plaatsvinden met oog voor de
      (middel)lange termijn.
  Beoordeling van de stand van zaken
  Een analyse van de ontwikkelingen in het kennis- en innovatiesysteem en in het
  .
  beleid van de laatste jaren leidt tot de volgende constateringen.
      Breedte: meer inzet is nodig voor het onderhoud van een brede basis in het
  .
      onderzoek. Er mogen geen gaten vallen in de hoogvlakte.
      Zwaartepunten: er moet meer geïnvesteerd worden in bewezen sterktes om de
  .
      positie van onze kennisinstellingen en bedrijven in de wereld te verstevigen.
      Kennis als vermogen: in het wetenschapsbeleid is meer aandacht nodig voor ken-
  .
      nis als vermogen; op dit moment ligt de focus (te) sterk op kennis als product.
      Kennis als product: in het innovatiebeleid dient sterker in te zetten op het stimu-
      leren van concrete innovaties; dit vereist meer aandacht voor het innovatieproces
      zelf: het ontsluiten, combineren en toepassen van bestaande kennis, het uitont-
      wikkelen en lanceren van nieuwe producten, het samenwerken van ondernemers
  .
      met onderzoekers.
      Autonomie: de overheid moet meer bouwen op vertrouwen; aanreiken van hel-
  .
      dere kaders en uitgaan van autonomie horen beleidsuitgangspunten te zijn.
  .
      Sturing: binnen de overheid zijn meer expertise en praktijkkennis nodig.
      Stabiliteit: in de financiering van wetenschappelijk onderzoek is meer stabiliteit
  .
      vereist met oog voor de (middel)lange termijn.
      Dynamiek: meer dynamiek is gewenst in de loopbanen van onderzoekers.
5 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  Aanbevelingen
  Gelet op de stand van zaken, waardeert de AWT de beleidsinitiatieven die in het
  recente coalitieakkoord zijn aangekondigd. Ter aanvulling daarop, komt hij tot de
  volgende aanbevelingen. Deze zijn in de hoofdtekst verder uitgewerkt.
  .
  Aan de minister van OCW:
      Investeer meer in de kennisinfrastructuur, doe dat over de hele breedte en met
  .
      het oog op de lange termijn. Versterk de eerste geldstroom.
      Bouw gericht aan wetenschappelijke zwaartepunten vanuit een visie op de plaats
  .
      van Nederland binnen Europa.
      Hanteer een breed begrip van kwaliteit voor het onderzoek: onderhoud kennis
      als vermogen. Waardeer ook toepassingsgerichte kennisontwikkeling en beloon
  .
      onderzoekers voor valorisatie.
      Geef stelselverantwoordelijkheid meer inhoud door heldere kaders, doelstellingen
      en taken te formuleren voor kennisinstellingen en voer met hen een 'beleidsrijke
      dialoog' over hun strategische agenda en over hun plaats en functie binnen het
      stelsel.
  .
  Aan de minister van EZ:
      Zet de sleutelgebiedenaanpak door en trek hiervoor meer middelen uit.
      Ondersteun de hele keten van innovatieactiviteiten en beperk dit beleid niet tot
      het meefinancieren van onderzoek. Verlang van betrokken bedrijven en kennisin-
      stellingen heldere prioriteiten vanuit een gedeelde visie op de toekomst en op de
  .
      internationale omgeving.
      Versterk de infrastructuur voor kennisdiffusie door meer faciliteiten te scheppen
      voor MKB-toepassers (Syntens, MKB-loketten) en door samenwerking te stimule-
      ren met brancheorganisaties. Bevorder de mobiliteit van onderzoekers en ver-
  .
      breed het bereik van maatregelen als de Casimirbeurs en de kennisvouchers.
      Geef in het overig economisch beleid meer aandacht aan innovatie, vooral in het
      beleid rond mededinging, intellectueel eigendom, onderwijs, arbeidsmarkt, kapi-
      taalmarkt en overheidsfinanciën.
  .
  Aan de leden van het nieuw in te richten Innovatieplatform:
      Zorg bij kennisontwikkeling voor maatschappelijke prioriteiten voor een goede
      coördinatie tussen publieke en private actoren en voor een transparante rolverde-
      ling tussen departementen. Stem de investeringen in onderzoek voor maatschap-
      pelijke prioriteiten goed af met investeringen in onderzoek gericht op weten-
      schappelijke excellentie.
  .
  Aan de ministers van sectordepartementen:
      Stimuleer innovatie langs de vraagkant door standaarden te zetten en uitdagende
      eisen te stellen bij aanbestedingen. Reken overheidsmedewerkers hierbij meer af
      op het benutten van kansen en minder op het voorkomen van fouten.
6 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  .
  Aan alle ministers:
      Waardeer inhoudelijke kennis, zorg in elk ministerie voor een eigen kennisstrate-
      gie en leg in het personeelsbeleid meer nadruk op kennis van inhoud en praktijk.
      Neem innovaties die elders zijn ontwikkeld waar mogelijk over en probeer zo min
      mogelijk zelf het wiel uit te vinden.
7 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 Balanceren met beleid</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                         1              Inleiding
                            De AWT adviseert regering en parlement over het wetenschaps- en innovatiebeleid.
                            Wij doen dat gevraagd en ongevraagd. Het aantreden van een nieuw kabinet lijkt
Bij het aantreden van een   een goed moment om een advies uit te brengen dat dit hele beleidsterrein bestrijkt.
          nieuw kabinet …   Hiermee wordt de samenhang zichtbaar die bestaat tussen het wetenschaps- en
                            innovatiebeleid. De adviesvraag die we in dit advies beantwoorden, luidt dan ook:
                                Wat zouden de hoofdlijnen van het wetenschaps- en innovatiebeleid van de
                                regering in de komende kabinetsperiode moeten zijn?
                            In dit advies staan dus de grote lijnen centraal. Hierbij is rijkelijk geput uit de advie-
    … past een advies over  zen die de AWT de afgelopen jaren heeft uitgebracht. Maar natuurlijk hebben we
            de grote lijnen ook rekening gehouden met recente ontwikkelingen en de ambities die zijn neerge-
                            legd in het coalitieakkoord.
                            .
                            Dit advies is als volgt opgebouwd.
                                Eerst geven we de visie van de AWT op de kennissamenleving. We beschrijven de
                                betekenis van kennis voor economie en samenleving en de vragen waarvoor de
Visie, stand van zaken en
                            .
                                overheid staat bij de vormgeving van het wetenschaps- en innovatiebeleid.
            aanbevelingen       Daarna geven we de stand van zaken weer. We beschrijven het huidige weten-
                                schaps- en innovatiebeleid en trekken conclusies over de richting waarin dit zich
                            .
                                dient te ontwikkelen.
                                Tot slot geven we aanbevelingen. We formuleren adviezen over het beleid dat
                                nodig is voor het kennis- en innovatiesysteem.
                          9 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10 Balanceren met beleid</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                           2   2.1
                                           Nederland kennissamenleving
                                           Kennis blijft belangrijk
         Kennis voor kwaliteit In de Nederlandse samenleving speelt kennis een cruciale rol. Kennis draagt op
                               .
                  van leven... zeker drie manieren bij aan de kwaliteit van ons bestaan.
                                   Welvaart. Onze economie wordt steeds kennisintensiever. Kennisproductie, -dif-
                                   fusie, -uitwisseling en -benutting moeten gekoesterd worden om onze economie
                               .
                                   duurzaam te kunnen ontwikkelen.
    ... voor welvaart, welzijn     Welzijn. We hebben kennis nodig om collectieve uitdagingen aan te gaan. Zo
               en participatie     moeten we leren omgaan met culturele verschillen, het wassende water, klimaat-
                                   verandering, nieuwe gezondheidsproblemen, vergrijzing, congestie en sociale
                               .
                                   veranderingen.
                                   Participatie. Kennis is nodig om te kunnen participeren in een samenleving die
                                   steeds complexer wordt. Meer vrijheid maakt dat burgers meer verantwoordelijk-
                                   heid en initiatief moeten nemen, in hun werk en in hun privé-leven. Zij hebben
                                   kennis nodig om informatie te beoordelen, risico's in te schatten, keuzes te
                                   maken en plannen uit te voeren. Bovendien hebben ze kennis en vaardigheden
                                   nodig om bij te dragen aan publieke besluitvorming en democratie.
                               Het wetenschaps- en innovatiebeleid moet vanuit dit brede perspectief worden
                               gevoerd. De overheid dient niet alleen te kijken naar economische ontwikkeling; het
                               gaat ook om de kwaliteit van (samen)leven.
                               Internationalisering verscherpt uitdagingen
       Kennisontwikkeling en   Kennis en innovatie zijn altijd grensoverschrijdend geweest. Sinds de zeventiende
innovatie zijn internationaal  eeuw heeft Nederland een substantieel aandeel in de internationale kennisontwik-
                 van karakter  keling gehad en daar steeds van geprofiteerd. Op dit moment produceert Nederland
                               elk jaar ongeveer 2% van de mondiale kennis. Dat is ongeveer acht maal meer dan
                               ons aandeel in de wereldbevolking.
                               Door de toepassing van ICT en de voortschrijdende liberalisering van de economie
                               wordt de internationale dimensie van kennis en innovatie steeds belangrijker.
                               Nieuwe partijen komen met innovaties, nieuwe bedrijven veroveren wereldmarkten,
                               nieuwe landen doen zich gelden. De verspreiding van informatie en de ontwikkeling
                               van producten gaan steeds sneller. Hierdoor wordt concurrentievoordeel sneller
                               gewonnen, maar ook sneller verloren. De opkomst van China en India spreekt in dit
                               verband boekdelen.
                               Internationalisering biedt kansen, maar stelt ook hoge eisen. Om van dit proces te
      Globalisering noopt tot  kunnen profiteren, moet Nederland zich toeleggen op activiteiten waarin we een
                 specialisatie concurrentievoordeel hebben. Specialisatie is nodig om schaalvoordelen te realise-
                           11  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                               ren. Dit gebeurt vooral doordat de markt haar werk doet. Maar de overheid hoort
                               het specialisatiepatroon dat zo ontstaat ook te ondersteunen, onder meer met het
                               wetenschaps- en innovatiebeleid. Zij moet de aansluiting tussen onderwijs, onder-
                               zoek en sterke clusters van bedrijven waarborgen.
        Een visie op Europa is In het kader van de internationalisering is de Europese Unie heel belangrijk.
                  noodzakelijk Enerzijds werken landen binnen de EU steeds intensiever samen op het gebied van
                               kennis en innovatie. Anderzijds concurreren landen binnen de EU steeds scherper,
                               bijvoorbeeld op het gebied van vestigingscondities voor bedrijven en voor onder-
                               zoekszwaartepunten. Dit dwingt ons land om duidelijke keuzes te maken. Wanneer
                               trekken we samen op met andere landen en wanneer trekken we een eigen lijn?
                               Aan de slag!
   Nederland heeft een sterke  Op veel terreinen doet Nederland het goed. Onze welvaart en productiviteit horen
             uitgangspositie … tot de wereldtop, we genieten een hoog inkomen, relatief veel vrije tijd en we zijn
                               verhoudingsgewijs tevreden met onze kwaliteit van leven.1 Deze successen stoelen
                               mede op de beschikbaarheid van een goed opgeleide bevolking, een goede kennis-
                               infrastructuur, concurrerende technologie en solide sociaal kapitaal. Onze onderzoe-
                               kers scoren goed op internationale ranglijsten en we bieden een thuisbasis aan rela-
                               tief veel multinationals. Op meerdere mondiale markten spelen we een belangrijke
                               rol. Denk aan de sierteelt, pensioenverzekeringen en de natte bouw, maar ook aan
                               industriële niches zoals de bouw van wafersteppers.2
… maar er zijn zwakke plekken  Toch is er ook reden tot zorg. De ontwikkeling van de kwaliteit van ons onderwijs is
                               de laatste jaren hevig in discussie. Het aantal afgestudeerden in de natuurweten-
                               schappelijke en technische disciplines blijft (te) laag. De uitgaven van private partij-
                               en aan R&D lopen achter bij de ons omringende landen. De beschikbaarheid van
                               durfkapitaal in het eerste stadium van innovatietrajecten (onderzoek, ontwikkeling
                               en start-up) laat te wensen over.3
                               De overheid moet deze uitdagingen oppakken. Zij moet burgers en organisaties
                               toerusten om goed voor zichzelf op te komen, zowel in economisch als in maat-
                               schappelijk opzicht. Onderzoek en ontwikkeling, hoogwaardige scholing en training
                               zijn daarvoor essentieel.
                               2.2           Een uitgebalanceerd kennis- en innovatiesysteem
          Naar een kennis- en  Om de kennissamenleving tot bloei te brengen, is een goed werkend kennis- en
          innovatiesysteem …   innovatiesysteem nodig. Goed werken wil hier zeggen dat het kennis- en innovatie-
                               systeem twee functies vervult: het moet opties creëren én het moet kansen grijpen.
                               1    Zie bijvoorbeeld SCP (2005).
                               2    Zie bijvoorbeeld Jacobs en Lankhuizen (2006).
                               3    Zie respectievelijk AWT-advies 67 (2005), Timmer, Ypma en Van Ark (2003), MERIT en JRC (2006).
                            12 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>… dat opties creëert en kansen   Opties creëren in een onvoorspelbare wereld betekent het vermogen op peil houden
                       grijpt, … om kennis te absorberen en te gebruiken, waar ter wereld die ook is geproduceerd.
                                 Kansen grijpen betekent investeren in thema's waarin we goed zijn of kunnen wor-
                                 den en daaruit voordeel halen. De AWT is van oordeel dat beide functies essentieel
                                 zijn. Het is een kwestie van én-én, niet van óf-óf. Exclusief kiezen voor de éne of
                                 voor de andere functie zou op termijn desastreus zijn.
                                 Om tegelijkertijd opties te kunnen creëren en kansen te kunnen grijpen, dient de
                                 inrichting van het kennis- en innovatiesysteem in balans te zijn. Volgens de AWT
                                 .
                                 moet er minimaal sprake zijn van een balans op de volgende dimensies:
                                 .
              … en in balans is      breedte en zwaartepunten;
                                 .
             op vier dimensies       kennis als vermogen en als product;
                                 .
                                     autonomie en sturing;
                                     stabiliteit en dynamiek.
                                 Hieronder lichten we deze dimensies toe. Zij vormen de analytische bril waarmee we
                                 in het volgende hoofdstuk kijken naar de huidige praktijk.
                                 Én breedte, én zwaartepunten
                                 Het kennis- en innovatiesysteem draagt bij aan onze welvaart en welzijn door talent
                                 ruimte te geven en te stimuleren. Het gaat hierbij niet alleen om het schaarse top-
      Voor toptalent en ieders   talent, maar om het talent van iedereen. Goed wetenschaps- en innovatiebeleid
                         talent  helpt ieder mens en elke organisatie om eruit te halen wat erin zit. Daarom pleiten
                                 we voor een goede balans tussen zwaartepunten aan de ene kant en ondersteuning
                                 in de breedte aan de andere kant.
                                 In de kennisinfrastructuur impliceert dit ontwikkeling en instandhouding van een
                                 "hoogvlakte met pieken". Een brede basis is nodig: een ruime capaciteit aan weten-
       Hoogvlakte met pieken     schappelijk onderwijs en onderzoek, gespreid over een breed spectrum aan discipli-
                                 nes, goed toegankelijk voor studenten met uiteenlopende interesses en capaciteiten,
                                 in staat te beantwoorden aan een breed scala aan kennisbehoeften uit bedrijfsleven
                                 en samenleving, regionaal gespreid over Nederland. Daarnaast zijn zwaartepunten
                                 nodig. Op veel terreinen is een behoorlijke massa vereist om mondiaal te excelleren
                                 en zichtbaar te blijven. Nederland is te klein om op alle terreinen de benodigde
                                 massa te mobiliseren, maar kan dat wel op een beperkt aantal. Zwaartepunten en
                                 topprestaties in kennisontwikkeling verbeteren het vestigingsklimaat en de innova-
                                 tiemogelijkheden in Nederland en ze versterken de positie van de Nederlandse ken-
                                 nisinfrastructuur in wereldwijde academische netwerken.
                                 Breedte en zwaartepunten zijn ook te onderscheiden in het bedrijfsleven. Nederland
       Brede basis met sterke    heeft een brede laag van bedrijven die kennis van allerlei aard absorberen en combi-
                       clusters  neren en op basis daarvan innoveren. Daarnaast telt Nederland een aantal clusters
                                 van sterke bedrijven. Deze organiseren veelal hun eigen leerprocessen en kennisuit-
                             13  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                              wisseling en creëren zo specifieke duurzame concurrentievoordelen. Beide delen van
                              het bedrijfsleven, de brede basis en de zwaartepunten, zijn belangrijk voor de
                              Nederlandse economie.
                              Én kennis als vermogen, én kennis als product
                              Het kennis- en innovatiesysteem dient mensen kennis in handen te geven om wel-
         Onderzoeksoutput     vaart en welzijn te genereren en in stand te houden. Het gaat hier om twee soorten
        naast competenties    kennis: kennis als product en kennis als vermogen. Kennis als product bestaat uit
                              inzichten en uitspraken die aan het papier kunnen worden toevertrouwd, uit theo-
                              rieën en feiten die worden vastgelegd in tijdschriften, boeken en tv-programma's.
                              Kennis als vermogen bestaat uit competenties _ de competenties om relevante ken-
                              nis te signaleren en te absorberen, kennis te combineren en verder te ontwikkelen,
                              te vertalen en te gebruiken. Kennis als vermogen zit in mensen, in organisaties en
                              in infrastructuur.
                              Onderzoek creëert kennis als vermogen én als product. Onderzoek levert meer op
Publieke kennisinstellingen   dan resultaten die worden neergelegd in tijdschriften of octrooien. Het levert ook
       zijn er voor allebei … competente onderzoekers op en onderzoeksgroepen die weten hoe je bepaalde
                              vraagstukken tot een goed einde brengt. Volgens de AWT dient de publieke onder-
                              zoeksinfrastructuur beide soorten kennis te leveren. Hierbij moet ruimte zijn voor
                              taakverdeling. Universiteiten en de KNAW- en NWO-instituten zijn er vooral om
                              kennis als vermogen te leveren, terwijl TNO en de GTI's er vooral zijn om kennis als
                              product te leveren.
     … en bedrijven hebben    Bedrijven en maatschappelijke organisaties gebruiken kennis om te innoveren.
                 beide nodig  Daarvoor moeten ze toegang hebben tot kennis als product (concrete onderzoeks-
                              resultaten), maar ook tot kennis als vermogen (goed opgeleide mensen en een
                              goed functionerende onderzoeksinfrastructuur). Dat vergt goede samenwerking,
                              onderling en met kennisinstellingen. Maar het vraagt ook om kapitaalverschaffers
                              die bereid zijn om de risico's van innovatie te delen. Het vraagt bovendien om spe-
                              cifieke standaarden die zekerheden bieden over interoperabiliteit en die uitdagen
                              tot vernieuwing, om goede informatie over de vraag naar innovatieve goederen en
                              diensten en om directe communicatie met gebruikers.
                              Én autonomie, én sturing
                              Een goed werkend kennis- en innovatiesysteem vraagt enerzijds om ruimte binnen
         Concurrentie naast   een stimulerende omgeving en anderzijds om coördinatie en samenwerking.
                 coördinatie  Organisaties binnen het systeem functioneren het best bij een delicate mix van
                              autonomie en sturing. Er is behoefte aan vrijheid en ruimte voor concurrentie, maar
                              ook aan heldere kaders en sturing.
             Vrijheid binnen  Bedrijven en kennisinstellingen presteren optimaal in een stimulerende omgeving
        randvoorwaarden …     die aanzet tot goede prestaties en ruimte biedt voor eigen keuzes. Deze vrijheid kan
                           14 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                               alleen bloeien binnen de juiste randvoorwaarden. Een goed werkend kennis- en
                               innovatiesysteem heeft een heldere en efficiënte toedeling van verantwoordelijkhe-
                               den nodig, bescherming van eigendomsrechten, borging van contracten en afspra-
                               ken, transparantie van markten en inzichtelijkheid van prestaties. Via generiek rand-
                               voorwaardenscheppend beleid heeft de overheid hierop invloed.
                               Maar de overheid is meer dan alleen een bewaker van randvoorwaarden (scheids-
       … en sturen op publieke rechter). Zij is ook een behartiger van maatschappelijke belangen (speler in het
                     belangen  veld). In die rol moet zij de doelen van de publieke onderzoeksinfrastructuur als
                               geheel specificeren en instellingen daarop aanspreken. Aan private zijde is er reden
                               tot overheidsoptreden als concurrentie leidt tot het missen van kansen en interven-
                               tie kan leiden tot wederzijds voordeel. Dat kan via specifiek beleid, toegesneden op
                               belemmeringen en kansen binnen een bepaald domein.
                               Én stabiliteit, én dynamiek
          Dynamiek stimuleert  Wetenschaps- en innovatiebeleid is gericht op vernieuwing. Vernieuwing komt het
                vernieuwing …  gemakkelijkst tot stand in een dynamische omgeving. Deze houdt mensen en orga-
                               nisaties scherp, stimuleert hen tot presteren en biedt ruimte en flexibiliteit. Daar
                               staat tegenover dat kennisontwikkeling en innovatie zaken van lange adem zijn. Ze
                               vereisen planning, langdurige investeringen en uithoudingsvermogen. Kennis wordt
                               langzaam opgebouwd en investeringen renderen vaak pas op termijn, op een
… maar vernieuwing vergt uit-  onvoorziene wijze. Dat vereist een stabiele beleidsomgeving, zekerheden op lange
           houdingsvermogen    termijn, mogelijkheden om te experimenteren en risico's te delen en acceptatie van
                               mislukkingen naast successen.
                               2.3         De rol van de overheid
                               In een goed werkend kennis- en innovatiesysteem zijn de acht aspecten die we hier-
                               boven hebben geschetst goed met elkaar in balans. Volgens de AWT heeft de over-
                               heid een speciale verantwoordelijkheid om daarvoor te zorgen.
                               Waarvoor is de overheid verantwoordelijk?
                               Ten aanzien van het kennis- en innovatiesysteem draagt de overheid drie verant-
                               .
                               woordelijkheden.
              Overheidstaken:      De overheid draagt stelselverantwoordelijkheid voor het functioneren van de
stelselverantwoordelijkheid …      publieke kennisinfrastructuur als geheel. Het publieke onderzoek heeft immers
                                   het karakter van een publiek goed (het gebruik van de resultaten van dit onder-
                                   zoek is niet-rivaliserend en niet-exclusief). Deze verantwoordelijkheid betreft de
                               .
                                   omvang en de kwaliteit van het publieke onderzoek.
       … borging van publieke      De overheid is (mede)verantwoordelijk voor kennisontwikkeling ten behoeve van
                  belangen, …      de borging van publieke belangen. Het gaat daarbij om onderwerpen van staats-
                                   zorg waarvoor onderzoek en innovatie noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld veiligheid,
                                   natuur en milieu, gezondheid en duurzaamheid.
                            15 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>  … en innovatie bevorderen    .   De overheid is medeverantwoordelijk voor de bevordering van innovatie.
                                   Daaronder vallen het scheppen van gunstige randvoorwaarden en een stimule-
                                   rend klimaat voor innovatie, maar ook het bieden van ondersteuning voor private
                                   innovatie-inspanningen, het bevorderen van afstemming van activiteiten in het
                                   publieke en het private onderzoek en het vervullen van een bemiddelende rol
                                   tussen private actoren.
                               De eerste twee verantwoordelijkheden van de overheid zijn nauwelijks omstreden.
                               Over de derde wordt meer gediscussieerd, vooral waar het gaat om de actieve rol
                               van de overheid. Wij menen dat de overheid naast een randvoorwaardelijk beleid
                               ook een actief innovatiebeleid moet voeren, een beleid dat verder gaat dan enkel
                               het scheppen van gunstige randvoorwaarden en het inzetten van generieke instru-
                               menten.
                               Legitimering van een actief innovatiebeleid
Actief innovatiebeleid: 'dicht Een actief innovatiebeleid wordt in onze optiek gekenmerkt door twee aspecten:
             bij de markt' en  het integraal ondersteunen van innovatieprocessen ('dicht bij de markt') en het
           'backing winners'   gericht inzetten van inspanningen en middelen (backing winners). Bij de legitimiteit
                               van een actief innovatiebeleid worden vaak vraagtekens gesteld met verwijzing naar
                               specifieke vormen van marktfalen.
                               De AWT meent dat een actief innovatiebeleid vanuit een marktfalenperspectief vol-
                               strekt legitiem is. Belangrijk is daarbij dat naar alle relevante vormen van marktfalen
                               wordt gekeken, niet alleen naar kennisspillovers van R&D. Daarnaast menen we dat
 Marktfalen noopt tot actief   niet alleen naar marktfalen, maar ook naar netwerkfalen en systeemfalen gekeken
             innovatiebeleid   moet worden. Complexe innovatieprocessen worden gekenmerkt door legio vormen
                               van informatiegebrek, externe effecten en coördinatieproblemen die het private ini-
                               tiatief niet goed kan oplossen. We verwijzen naar de toelichting bij dit advies voor
                               een uitgebreide beschrijving van wat de AWT onder actief innovatiebeleid verstaat
                               en voor de achterliggende economische argumentatie.
                            16 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                          3              De balans opmaken
                             In het vorige hoofdstuk hebben we vier dimensies geschetst waarop het kennis- en
           Is het kennis- en innovatiesysteem in balans hoort te zijn. In dit hoofdstuk kijken we hoe Nederland
innovatiesysteem in balans?  ervoor staat. Is ons kennis- en innovatiesysteem in balans en hoe draagt het gevoer-
                             de wetenschaps- en innovatiebeleid eraan bij?
                             De beantwoording van deze vragen is geen kwestie van mechanisch meten en
                             rekenen. De AWT baseert zijn oordeel niet alleen op een evaluatie van kwantitatieve
                             gegevens, maar ook op kwalitatieve informatie vanuit het systeem, inschattingen
                             van de invloed van trends, eigen expertise en breed gedeelde oordelen over wat
                             maatschappelijk gezien wenselijk is.
                             3.1         Breedte en zwaartepunten
                             Stand van zaken
            Meer nadruk op   Binnen het kennis- en innovatiesysteem is de laatste jaren steeds meer oog
          zwaartepunten …    gekomen voor het belang van het realiseren van zwaartepunten. Het gaat hierbij
                             om kritische massa en om excellentie, in de wetenschap en in het bedrijfsleven. De
                             drijvende kracht hierachter is de het proces van globalisering: internationale concur-
                             rentie dwingt tot specialisatie.
                             Binnen de onderzoeksinfrastructuur zijn vooral universiteiten aangezet tot samen-
                             werking en taakverdeling. Daartoe is de ontwikkeling van onderzoeksscholen gesti-
             … in de kennis- muleerd, zijn technologische en maatschappelijke topinstituten (TTI's en MTI's)
            infrastructuur … opgericht en is de onderlinge samenwerking van de technische universiteiten (het
                             3TU-initiatief) ondersteund. Ook de tweede geldstroom is hier een belangrijk
                             instrument. In haar strategisch plan heeft NWO de National Research Initiatives
                             aangekondigd, programma's van 30 tot 50 miljoen euro in wetenschapsgebieden
                             waar Nederland in de mondiale top meedraait. Daarnaast heeft zwaartepuntvor-
                             ming een flinke impuls gekregen door de inzet van FES-middelen en via de Smart
                             Mix.
                             Ook is er meer oog gekomen voor een reeks zwaartepunten binnen het bedrijfsle-
                             ven. Het Innovatie Platform heeft zes gebieden aangemerkt als sleutelgebied voor
   … en in het bedrijfsleven de Nederlandse economie: 'hightech systemen en materialen', 'water', 'food & flo-
                             wers', 'creatieve industrie', 'chemie' en 'pensioenen en verzekeringen'. Dit zijn
                             .
                             economische clusters met:
                             .
                                 aansprekende en motiverende zakelijke en maatschappelijke ambities;
                                 een groot organiserend vermogen en commitment van de betrokken partijen;
                          17 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                .
                                .
                                    een diversiteit aan mondiaal concurrerende economische bedrijvigheid;
                                    in internationaal perspectief hoogwaardige kennis en technologie.4
                                Om deze economische zwaartepunten te ondersteunen, heeft EZ een beleid van
EZ zet in op backing winners …  backing winners in het leven geroepen. Dit krijgt vorm in innovatieprogramma's die
                                geformuleerd zijn vanuit de vraag van bedrijven en die gefaciliteerd worden door de
                                overheid. Deze programma's ondersteunen niet alleen R&D, maar ook kennistoe-
                                passing en -vermarkting.5 Ze moeten internationaal onderscheidend zijn en toege-
                                spitst op markten en technologieën waarin Nederland kan uitblinken. Van het
                                bedrijfsleven wordt een behoorlijk financieel commitment gevraagd. In het regiona-
                                le economische beleid is een ommezwaai gemaakt van steun voor zwakke regio's
                                naar investeren in sterke clusters (innovatieve hot spots: 'pieken in de delta').
                                Naar Europese sleutelgebieden
                                Niet alleen in Nederland maar ook binnen de EU zijn tal van initiatieven gestart om
                                voldoende massa te creëren. Denk aan de European Research Council, de Joint
                                Technology Initiatives en het European Institute of Technology. Eind 2006 kondigde
                                de Europese Commissie een verdere versterking van excellente clusters aan, om zo
                                voldoende kritische massa te krijgen door "more and better trans-national European
                                co-operation." Daartoe zal de Commissie "map the strengths of national and cross-
                                border clusters and stimulate practical co-operation between regional authorities
                                and relevant economic actors or associations, supporting co-operation between
                                cluster initiatives." Het streven is om eind 2007 te komen tot een "common cluster
                                agenda for Europe."
                                Verder is het generieke innovatiebeleid op een nieuwe leest geschoeid. Er is meer
 … en vernieuwt ook het gene-   aandacht gekomen voor de brede groep van MKB-bedrijven die innoveert door de
          rieke innovatiebeleid toepassing van bestaande kennis. EZ heeft voor deze groep laagdrempelige instru-
                                menten als kennisvouchers ontwikkeld. OCW ondersteunt regionale netwerken met
                                hogescholen via RAAK. Voor deze bedrijven is ook de SBIR-regeling in het leven
                                geroepen, die beoogt overheidsopdrachten deels bij kleine innovatieve bedrijven
                                terecht te laten komen.
                                Versterking van het beleid voor MKB-toepassers
                                'Toepassers' zijn MKB-bedrijven die innoveren door bestaande kennis slim te combi-
                                neren en te implementeren, en niet door zelf aan R&D te doen.6 Deze groep omvat
                                ongeveer 200.000 bedrijven. In de Kennisinvesteringsagenda van het Innovatie-
                                platform is een ambitieuze doelstelling voor deze toepassers geformuleerd. In 2016
                                zou 25% van hen moeten samenwerken met kennisinstellingen _ nu is dat 15%.
                                4    Zie Innovatieplatform (2004).
                                5    Zie ministerie van Economische Zaken (2006).
                                6    Zie AWT-advies 64, Innovatie zonder inventie - Kennisbenutting in het MKB, 2004.
                             18 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                     De Stichting Innovatie Alliantie (SIA) ondersteunt toepassers door de regionale ken-
                     nisinfrastructuur te versterken en door "korte en snelle verbindingen" te leggen.7
                     De SIA denkt dat er ongeveer 250 miljoen euro extra nodig is om genoemde doel-
                     stelling van de Kennisinvesteringsagenda te realiseren.
OCW zet vooral in op Nieuwe initiatieven in het wetenschapsbeleid zijn vrijwel uitsluitend ingezet op de
    zwaartepunten    vorming van zwaartepunten. De omvang van middelen uit Europese fondsen en uit
                     het FES-fonds is sterk gegroeid en de Smart Mix is ingevoerd. Al deze gelden wor-
                     den ingezet op programmatische basis. Onder nieuwe regelingen wordt van univer-
                     siteiten verwacht dat zij in PPS-constructies meer risico's nemen terwijl de totale
                     matchingslast is toegenomen.8
                     Coalitieakkoord CDA - PvdA - CU 2007
                     Om de basis te versterken, zet het kabinet de komende jaren in op extra investerin-
                     gen in het universitair onderzoek, op een betere ondersteuning van innovatie in het
                     .
                     MKB en op versterking van de WBSO.
                         "Er zal extra worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs, met name via de eer-
                     .
                         ste en tweede geldstroom.
                         "Het MKB zal de komende kabinetsperiode meer aandacht en accent krijgen. De
                         positie van het MKB wordt bevorderd door ruimere toegang tot innovatiesubsi-
                     .
                         dies, innovatievouchers en overheidsopdrachten.
                         "Aan innovatie wordt een impuls gegeven door versterking van de WBSO-rege-
                         ling en een uitbreiding van de innovatievouchers."
                     Het kabinet zet daarnaast in op economische en maatschappelijke zwaartepunten.
                     Het zet de sleutelgebiedenaanpak door, investeert extra in duurzame energie en
                     geeft bovendien via een nieuw Innovatieplatform een extra impuls aan zorg, energie
                     .
                     en waterbeheer.
                         "Kansrijke initiatieven en betekenisvolle sectoren in de Nederlandse economie
                         zullen mede vanuit het kennis- en innovatiebeleid gericht worden ondersteund,
                     .
                         in het kader van de zogenaamde sleutelgebiedenaanpak.
                         "Er wordt _ met speciale aandacht voor de ontwikkeling van duurzame energie _
                         extra geïnvesteerd in het ongebonden en zuiver wetenschappelijk onderzoek en
                     .
                         in het onderzoek in de tweede geldstroom.
                         "Het Innovatieplatform blijft bestaan en wordt opnieuw ingericht voor de taken
                         die in de komende periode aan de orde zijn, met bijzondere aandacht voor de
                         deelgebieden zorg, energie en waterbeheer. De samenstelling en de betrokken-
                         heid van de departementen zal nader worden bekeken."
                     7    Zie SIA, brief Kennisinvesteringsagenda, http://www.hbo-raad.nl/upload/bestand/060221kennisinvesteringsagenda.pdf.
                          Het bestuur van de SIA wordt gevormd door de voorzitters van MKB-Nederland, VNO-NCW, Syntens, TNO, Telematica
                          Instituut en de HBO-raad.
                     8    Blijkend uit de EZ-begroting voor 2007.
                  19 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                              Duurzame energievoorziening is één van de tien speerpunten van het kabinet voor
                              de komende vier jaar. Het doel is om grote stappen te zetten in de transitie naar
                              een duurzame en efficiënte energievoorziening in 2020.
                              Oordeel AWT
                              Bij voortgaande internationalisering heeft een klein land als Nederland baat bij een
    Nederland heeft baat bij  zekere mate van economische en wetenschappelijke specialisatie. Door op bepaalde
                specialisatie gebieden uit te blinken, blijft Nederland interessant als vestigingsplaats voor gere-
                              nommeerde wetenschappers en internationaal opererende bedrijven. Bovendien ver-
                              groot de aanwezigheid van sterke onderzoeksgroepen en bedrijven de absorptieca-
                              paciteit voor kennis. De lokaal gegenereerde spillovers slaan dan ook meer lokaal
                              neer.
                              De omvang van het specifieke innovatiebeleid is nog vrij beperkt in vergelijking met
Omvang specifiek innovatie-   de middelen voor generieke basisvoorzieningen (innovatiesubsidies en belastingfaci-
           beleid is beperkt  liteiten voor R&D, vooral WBSO). De afgelopen jaren zijn daar vrij veel incidentele
                              middelen bijgekomen, maar daarvan is de continuïteit niet gegarandeerd.
  Afstemming academische      Het is goed dat er bij het ontwikkelen van zwaartepunten binnen het Nederlandse
  pieken en sleutelgebieden   kennis- en innovatiesysteem gewerkt wordt in de richting van een betere afstem-
                 is gewenst   ming tussen academische pieken en sleutelgebieden. Het instrumentarium dat
                              wordt ingezet, is wel complex _ het ontbreekt aan transparantie en samenhang.
                              Backing winners in discussie
                              Het benoemen van sleutelgebieden door het Innovatieplatform leidde tot hevige
                              discussies. Vooral macro-economen waarschuwden voor de gevaren van ouderwetse
                              industriepolitiek. Daarbij liepen de termen backing winners, picking winners en bac-
                              king losers vaak door elkaar heen. Bij backing winners is essentieel dat de markt lei-
                              dend is. De overheid kiest niet (pickt geen winners), maar volgt de keuzes van
                              bedrijfsleven en kennisinstellingen. Vervolgens richt het beleid zich op het verster-
                              ken van die clusters en niet op individuele bedrijven. Maatregelen gericht op MKB,
                              starters en bedrijfsopvolgers binnen een sleutelgebied horen een integraal onder-
                              deel van het beleid te zijn. In principe richt het beleid zich op het hele innovatie-
                              proces en niet alleen op R&D. Toch lijkt EZ in de uitwerking van de programmati-
                              sche aanpak vooral nadruk te leggen op de financiële ondersteuning van onderzoek
                              en lijkt de aandacht voor het MKB erg beperkt.
                              Binnen het wetenschapsbeleid is de nadruk te veel komen te liggen op zwaarte-
                              .
Het wetenschapsbeleid mikt    puntvorming. Dit brengt een aantal problemen met zich mee.
 momenteel te eenzijdig op        De stapeling van onderzoekssubsidies (Bsik, Smart Mix, FES-gelden), de groei van
       zwaartepuntvorming         Europese onderzoeksfondsen en de nog steeds knellende matchingsverplichtin-
                                  gen leiden tot een oversturing van het systeem. De omvang van de programma-
                          20  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                  tisch ingezette middelen dreigt op sommige plaatsen de absorptiecapaciteit van
                              .
                                  de kennisinfrastructuur te boven te gaan.
                                  Alle extra middelen zijn ingezet op programmatische basis. Tegelijkertijd heeft de
                                  matchingsproblematiek de investeringen in de breedte onder druk gezet.
                              .
                                  Hierdoor dreigen er nu gaten te vallen in de hoogvlakte.
                                  Het incidentele karakter van veel van de instrumenten en de korte tijdshorizon
                                  waarmee ze worden ingezet, spoort slecht met de aard van fundamenteel onder-
                              .
                                  zoek. Dat heeft vaak langere tijd nodig om te rijpen.
                                  De veelheid aan initiatieven om zwaartepuntvorming te bevorderen in de weten-
                                  schap heeft veel onrust veroorzaakt. Verschillende instrumenten zijn tegelijkertijd
                                  ingezet met vaak overlappende doelstellingen. Gebrek aan overzicht en een wild-
                                  groei aan maatregelen leiden tot hoge transactiekosten.
                              3.2         Kennis als vermogen en kennis als product
                              Stand van zaken
 Veel nadruk op economisch    Net als andere investeringen horen investeringen in kennis en innovatie voldoende
             rendement van    rendement op te leveren. In de discussie hierover is de nadruk meer en meer komen
        kennisinvesteringen   te liggen op het economisch rendement. De afgelopen jaren is de politieke belang-
                              stelling voor kennisvalorisatie, opgevat als economische exploitatie van onderzoek,
                              sterk gegroeid.
        Meer aandacht voor    Dit heeft gevolgen gehad voor de publieke onderzoeksinstellingen. Naast TNO en de
                  valorisatie GTI's, die van oudsher valorisatie tot taak hadden, worden nu ook de universiteiten ster-
                              ker aangesproken op hun valorisatietaak. Het Wetenschapsbudget van 2004 kondigde
                              aan dat men valorisatie in de bekostigingssystematiek tot uitdrukking zou brengen. Dit
                              heeft geleid tot de invoering van de Smart Mix en tot een stroom van incidentele midde-
                              len met valorisatiedoelstellingen. Ook is er geld gekomen om het octrooibeleid van de
                              instellingen te professionaliseren en heeft NWO in zijn strategienota een valorisatietaak
                              op zich genomen. De Casimirregeling is in het leven geroepen om de uitwisseling van
                              onderzoekers tussen bedrijven en kennisinstellingen te verbeteren.
  Een nieuwe taakverdeling    Intussen bouwen bedrijven de laatste jaren hun fundamentele en centrale R&D af
tussen kennisinstellingen en  ten gunste van ontwikkelingsgericht onderzoek. Ze werken in onderzoek en ontwik-
          bedrijven is nodig  keling vaker samen in meer of minder open netwerken met universiteiten en andere
                              bedrijven. Bedrijven richten zich daarmee sterker op kennis als product en worden
                              voor kennis als vermogen meer afhankelijk van hun omgeving.
                              Coalitieakkoord CDA - PvdA - CU 2007
                              Het kabinet signaleert zwaktes in de ontwikkeling van onze kennis als vermogen en
                              pakt deze aan. Naast versterking van de eerste en tweede geldstroom voor universi-
                              tair onderzoek, zijn de volgende punten overeengekomen.
                          21  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                               .   "Het oplopende tekort aan technici en technologen vraagt om een gerichte aan-
                                   pak. Een in te stellen taskforce "technologie, onderwijs en arbeidsmarkt" zal
                               .
                                   worden gevraagd daarvoor advies te geven en actie te ondernemen.
                                   "Herijking van het reguliere vreemdelingenbeleid conform de nota 'Naar een
                                   modern migratiebeleid' wordt uitgewerkt in een meerjarenprogramma voor de
                                   immigratie ten behoeve van de arbeidsmarkt en door continuering en verdere
                                   verbetering van het beleid ten aanzien van "kennismigranten". Bezien wordt of
                                   de hoogte van leges onnodige belemmeringen oplevert voor deze groepen; als-
                                   dan wordt de hoogte van deze leges aangepast."
                               .
                               Het kabinet zal als klant van het bedrijfsleven innovatie bevorderen.
                                   "De mogelijke bevordering van nieuwe innovatieve technieken zal bij aanbeste-
                                   dingen door het Rijk worden meegewogen. De positie van de overheid als laun-
                                   ching customer zal worden versterkt."
                               Oordeel AWT
                               De nadruk op economisch rendement heeft geleid tot een zekere eenzijdigheid in
      Nadruk op economisch     het wetenschapsbeleid. De balans dreigt door te slaan in de richting van (techni-
   rendement is te eenzijdig   sche) kennis als product. Zo gaat er veel aandacht uit naar het produceren van
                               octrooieerbare kennis. Dit kan ten koste gaan van kennis als vermogen en van open
                               toegang tot wetenschappelijke kennis in het publieke domein. Onderinvesteringen
                               in kennis als vermogen vallen niet direct op, maar ondergraven de capaciteit om
                               kennis te absorberen in de toekomst. Ook geeft deze ontwikkeling blijk van te wei-
                               nig oog voor het belang van alfa- en gammaonderzoek.
                               Valorisatie van kennis loopt overigens niet alleen via kennis als product. Veel kennis
Kennisvalorisatie loopt vooral vindt juist zijn weg naar benutting doordat onderzoekers hun vaardigheden meene-
           via kenniswerkers   men naar een volgende baan. De veelal impliciete kennis verhuist dus met onder-
                               zoekers mee _ het is 'kennis op pootjes'. In het beleid wordt dit nog te weinig
                               onderkend. Er is wel veel aandacht voor formele vormen van kennisuitwisseling
                               waarbij alle partners een eigen inbreng hebben, maar veel minder voor personele
                               mobiliteit en loopbaanontwikkeling van kenniswerkers.
                               Valorisatie loopt langs diverse kanalen
                               Van oudsher behoort veel van de kennis die universiteiten ontwikkelen tot het publieke
                               domein. Maar de laatste tijd lijkt het aandeel van de vrij beschikbare kennis in hun out-
                               put kleiner te worden. Zij genereren steeds meer kennis in het kader van onderzoeks-
                               contracten met derden. Universiteiten hebben hiervoor commerciële onderzoeksorgani-
                               saties en technology transfer offices in het leven geroepen. Hieraan zitten positieve
                               aspecten voor de valorisatie van kennis.
                               Toch moeten we de waarde van zulke initiatieven niet overschatten. Openheid in de
                               wetenschap is ook een effectieve manier om kennis te laten stromen naar gebruikers.
                           22  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                Vaak geven bedrijven hieraan de voorkeur boven formele kennistransfer via onderhan-
                                delingen en contracten.9 En er zijn goede ervaringen opgedaan met een people centric
                                approach. Het helpt kennisdoorstroming als onderzoek zich meer richt op de ontwik-
                                keling van kennis en vaardigheden waar in de praktijk vraag naar is, als academische
                                opleidingen meer aandacht besteden aan ondernemerschap en als universiteiten zich
                                meer richten op studenten met interesse in ondernemen. Zo'n 'mensgerichte benade-
                                ring' sluit ook aan bij 'Open Innovatie', waarbij innovaties ontwikkeld worden in open
                                netwerken.10
    Competentieontwikkeling     Kennis als vermogen stelt mensen in staat om hun weg te vinden op een steeds
verdient meer aandacht in het   flexibelere en dynamischere arbeidsmarkt. Baanzekerheid vervangen door arbeidsze-
          wetenschapsbeleid     kerheid vraagt van burgers steeds meer competentieontwikkeling. Ook dat pleit
                                voor meer aandacht voor kennis als vermogen.
                                Waar het wetenschapsbeleid meer oog zou moeten hebben voor kennis als vermo-
 Het innovatiebeleid inzetten   gen, zou de aandacht in het innovatiebeleid meer op kennis als product gericht
            op het hele traject moeten zijn. Nog steeds zet dit beleid sterk in op kennis- en technologieontwikke-
                                ling als zodanig, de 'voorkant' van het innovatietraject, terwijl belemmeringen en
                                kansen in het héle traject de aandacht verdienen. Juist in latere fasen van het inno-
                                vatietraject, wanneer het erom draait van proof of principle naar proven concept te
                                komen, kan gerichte ondersteuning een belangrijke bijdrage leveren aan innovatie.
                                Het innovatiebeleid moet zich minder exclusief richten op het stimuleren van de
                                ontwikkeling van nieuwe kennis en meer op de vertaling naar toepassing binnen
                                een integrale benadering.11
                                3.3           Autonomie en sturing
                                Stand van zaken
        Overheid komt steeds    De afgelopen jaren heeft de overheid de autonomie van veel publieke onderzoeksin-
              meer op afstand   stellingen vergroot. Zij zijn op afstand geplaatst en ontvangen tegelijkertijd meer
                                prikkels om goed te functioneren. Ook veel bedrijven ondervinden meer concurren-
                                tie door steeds toegankelijker internationale markten en een scherper mededin-
                                gingsbeleid. Directe sturing is vervangen door indirecte sturing, administratieve
                                bevoegdheden door markt. Het publieke belang wordt minder behartigd per decreet
                                en meer door te sturen met geld.
        De indirecte sturing is In de praktijk blijkt indirecte sturing van onderzoeksinstellingen en bedrijven niet
         weinig gestroomlijnd   gemakkelijk. De centrale overheid streeft ernaar bepaalde doelen te bereiken zonder
                                in te breken op de autonomie van veldpartijen. Tot op heden probeert zij dit vooral
                                te bereiken door extra financiële middelen in te zetten (Bsik, FES-gelden, Smart Mix
                                9    Zie Arundel en Bordoy (2006).
                                10   Zie Allott (2005) die dit bepleit voor de Engelse universiteiten.
                                11   Zie AWT-adviezen 64, 66 en 68.
                            23  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                              en dergelijke). In de praktijk leidt dit tot een wildgroei van geoormerkte fondsen en
                              budgetten en tot sterk oplopende transactiekosten en administratieve lasten, zowel
                              voor de overheid als voor de instellingen.
                              Het op afstand plaatsen van veel publieke onderzoeksinstellingen heeft er ook toe
                              geleid dat de overheid inhoudelijke expertise anders is gaan waarderen.
Inhoudelijke expertise binnen Ambtenaren die in contact treden met onderzoeksinstellingen gedragen zich
      de overheid erodeert …  steeds meer als procesdeskundigen. De vaardigheden om processen goed te man-
                              agen, treden steeds meer in de plaats van inhoudelijke kennis van zaken. Deze
                              ontwikkeling wordt versterkt door de toenemende roulatie van ambtenaren binnen
                              de rijksoverheid.
                              Intussen is de noodzaak voor de overheid om onderzoeksinstellingen en bedrijven in
         … terwijl het beroep specifieke richtingen te sturen alleen maar groter geworden. In allerlei transitietra-
                daarop stijgt jecten wordt zij geacht het voortouw te nemen, bijvoorbeeld op het gebied van
                              energie of milieu. Ook in Europees verband worden afspraken gemaakt, waarbij de
                              overheid in een leidende rol komt waarvoor veel expertise is vereist. Het gaat daar-
                              bij bijvoorbeeld om het creëren van geselecteerde lead markets via overheidsaanbe-
                              stedingen, standaardisering en regulering.12
                              Coalitieakkoord CDA - PvdA - CU 2007
                              Het kabinet heeft zich meer dan de vorige regering voorgenomen "voor het verwer-
                              ven van een breed draagvlak voor het te voeren beleid [...] het gesprek aan [te]
                              gaan met burgers, maatschappelijke organisaties en medeoverheden." Deze voor-
                              genomen bijstelling in werkwijze klinkt door in de plannen betreffende economie,
                              .
                              ondernemerschap, kennis en innovatie:
                                  "Ondernemingen, maatschappelijke organisaties en instellingen en de mensen
                                  die daarin werken, verdienen het vertrouwen en de ruimte om zich voluit te kun-
                              .
                                  nen ontplooien.
                                  "Een goede samenwerking en uitwisseling tussen universiteiten, hogescholen,
                                  kenniscentra en het bedrijfsleven komt het innoverende vermogen van onze eco-
                                  nomie ten goede. Hier ligt een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid
                                  van instellingen in het (beroeps)onderwijs en van werkgevers."
                              Het kabinet beoogt verbeteringen aan te brengen in de aansturing en financiering
                              .
                              van het hoger onderwijs, maar de plannen daartoe zijn nog niet uitgekristalliseerd:
                                  "Er komt na overleg met het onderwijsveld op korte termijn één nieuw geïnte-
                                  greerd wetsvoorstel voor bekostiging en besturing van hoger onderwijs en
                                  onderzoek. Dit wetsvoorstel zal o.a. aandacht besteden aan kwaliteitsverbetering
                                  en de positie van kwetsbare opleidingen. Tevens zal het uniforme, eenvoudige en
                                  handhaafbare bekostigingsregels bevatten die oneigenlijke bekostiging kunnen
                              12   Zie document Fins voorzitterschap EU (2006).
                           24 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                      tegengaan en recht doen aan de positie van de student. Het wetsvoorstel leer-
                                      rechten zal in afwachting van dit wetsvoorstel worden aangehouden."
                                  Oordeel AWT
                Vertrouw op de    De AWT is van mening dat vertrouwen in het zelfsturend vermogen van autonome
professionaliteit in het veld     veldpartijen het uitgangspunt dient te zijn voor het wetenschaps- en innovatiebe-
                                  leid. Waar sturing nodig is, verdient sturen met financiële prikkels en via overleg
                                  (een 'beleidsrijke dialoog') de voorkeur. Wel moet aan een reeks van voorwaarden
             Voer expertise bij   zijn voldaan. Een eerste voorwaarde is voldoende kennis en expertise aan de kant
                 de overheid op   van de overheid. Om effectief te kunnen sturen, moet je een inhoudelijke dialoog
                                  kunnen voeren.
                                  Een tweede voorwaarde is het bestaan van richtinggevende kaders. Die zijn ten aan-
                                  zien van het onderzoeksstelsel op dit moment onvoldoende ontwikkeld. Op deelter-
        Stel richtinggevende      reinen (sleutelgebieden, bevordering van focus en massa) is wel vooruitgang
                          kaders  geboekt. De 'beleidsrijke dialoog' tussen overheid en semi-publieke en private veld-
                                  partijen krijgt steeds meer vorm. Maar op de volgende punten is dringend meer hel-
                                  .
                                  derheid gewenst.
  Voor breedte en pieken ...          De gewenste breedte en diepte in de wetenschapsbeoefening. Doordat de over-
                                      heid in het publieke onderzoek sterk heeft ingezet op de bevordering van focus
                                      en massa wekt zij (ongewild) de indruk dat kerndisciplines niet langer over de
                                      volledige breedte gehandhaafd hoeven te worden. Uit het voorgaande moge dui-
                                      delijk zijn dat de AWT een andere mening is toegedaan. Hoe dan ook dient de
                                      overheid helderheid te verschaffen op dit punt. Daarnaast dient zij, samen met
                                      het veld, te komen tot een keus voor zwaartepunten die komende jaren gestimu-
                                  .
                                      leerd zullen worden.
         ... positionering van        De mate van taakdifferentiatie tussen onderzoeksinstellingen. De afgelopen jaren
                  instellingen...     heeft de overheid veelvuldig geprobeerd om onderzoeksinstellingen aan te sturen
                                      met behulp van financiële instrumenten. Niet zelden stonden deze open voor uit-
                                      eenlopende soorten instellingen (universiteiten, KNAW- en NWO-instituten, TNO
                                      en GTI's). Dit heeft ertoe geleid dat er onzekerheid is ontstaan over hun missie
                                      en profiel. Een hernieuwde positionering van de publieke onderzoeksinstellingen
                                  .
                                      is daarom gewenst.
                                      De verhouding tussen concurrentie en samenwerking. Op veel terreinen worden
            ... concurrentie en       onderzoeksinstellingen aangezet tot meer concurrentie (bijvoorbeeld om midde-
              samenwerking ...        len), terwijl zij op andere terreinen juist geacht worden meer samen te werken
                                      (focus en massa). Een duidelijke visie op de verhouding tussen concurrentie en
                                      samenwerking, ook in relatie tot internationale verhoudingen, is dringend
                                  .
                                      gewenst.
                                      De rol van de overheid zelf. De overheid dient ten slotte duidelijk te maken tot
      ... en de eigen stelsel-        hoever haar stelselverantwoordelijkheid reikt. Onduidelijkheid op dit punt kan
      verantwoordelijkheid            ertoe leiden dat belangrijke taken blijven liggen of dat instellingen zich verweesd
                                      voelen.
                             25   Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                              Op dit ogenblik leidt het gebrek aan heldere kaders en regie op hoofdlijnen tot ver-
                              warring en wantrouwen in het veld, tot oversturing van sommige delen van het
                              systeem en ondersturing van andere, tot een gebrek aan coördinatie tussen diverse
                              partijen en tot departementen die het stelsel overbelasten met ad hoc maatregelen
                              en incidentele middelen.
                              3.4         Stabiliteit en dynamiek
                              Stand van zaken
   Onderzoeksfinanciering is  De afgelopen jaren is het kennis- en innovatiesysteem verder gedynamiseerd.
      sterk gedynamiseerd …   Onderzoeksgelden en innovatiesubsidies worden steeds meer toegewezen in con-
                              currentie en op tijdelijke basis. De tweede en derde geldstroom van het universitair
                              onderzoek zijn aanzienlijk harder gegroeid dan de eerste geldstroom. Daarnaast leg-
                              gen deze stromen via matchingsverplichtingen ook nog eens een fors beslag op de
                              middelen uit de eerste geldstroom. In de financiering van de Nederlandse publieke
  … door groei van tweede en  onderzoeksinstituten (TNO, DLO en de GTI's) is de basisfinanciering grotendeels ver-
   derde geldstroom en door   vangen door outputfinanciering. Soms gaat het daarbij om contracten waar institu-
                    matching  ten om concurreren.
                              In het bedrijfsleven zorgen de internationale integratie van financiële markten en de
Dynamiek in het bedrijfsleven versterking van de wettelijke positie van aandeelhouders voor meer dynamiek. De
                   neemt toe  korte termijn oriëntatie van aandeelhouders kan op gespannen voet staan met het
                              lange termijn perspectief dat nodig is voor innovatie. Daar staat tegenover dat de
                              nadruk op rendement ook prikkelt tot snellere innovatie. Dit is één van de drijvende
                              krachten achter Open Innovatie. Door deze winstprikkel en door de snellere verou-
                              dering van kennis zijn bedrijven geneigd om kennis zo min mogelijk 'op de plank'
                              te laten liggen en haar actief te vermarkten.
                              Coalitieakkoord CDA - PvdA - CU 2007
                              Op essentiële punten bevordert het nieuwe kabinet dynamiek in economie en maat-
                              schappij. Ondernemerschap wordt op allerlei wijzen gefaciliteerd en krijgt ook in
                              het onderwijs meer aandacht. Een betere toegang tot risicodragend kapitaal wordt
                              .
                              bevorderd.
                                  "Zelfstandig ondernemerschap zal worden gestimuleerd. Het wordt gemakkelij-
                                  ker gemaakt om de overstap te zetten van werknemerschap naar ondernemer-
                                  schap en omgekeerd. Het starten van een eigen onderneming ook naast de
                                  dienstbetrekking zal _ mede fiscaal _ worden gestimuleerd. Bijzondere aandacht
                              .
                                  zullen startende ondernemingen in oude achterstandswijken krijgen.
                                  "In het onderwijs krijgt ondernemerschap meer aandacht. Opname in het studie-
                                  programma van het vak ondernemerschap wordt bevorderd. Samenwerking
                                  tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven wordt gestimuleerd om een
                           26 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                .
                                    betere aansluiting van het onderwijs met de beroepspraktijk te bewerkstelligen.
                                    "Bestaande durfkapitaalregelingen zullen worden gebundeld en effectiever inge-
                                    zet, gericht op een goede toegang tot de kapitaalmarkt voor starters en groeien-
                                    de bedrijven. Ook de beschikbaarheid van micro-kredieten voor startende onder-
                                    nemers wordt verbeterd."
                                Daarnaast is er oog voor de noodzakelijke stabiliteit en langetermijnoriëntatie, bij-
                                .
                                voorbeeld in de financiering van het onderzoek.
                                    "De aardgasbaten zullen na 2025 opdrogen, maar Nederland zal ook na 2025
                                    ambities hebben op het gebied van FES-waardige investeringen. Er zal een nieu-
                                    we voedings- en uitgavensystematiek worden geformuleerd met meer stabiliteit
                                    (vaste voeding) en goede criteria gericht op investeringen die de economische
                                    structuur versterken (waarbij overwogen worden: infrastructuur, kennis en inno-
                                    vatie, duurzame energie, waterbeheersing, ruimtelijke investeringen)."
                                Oordeel AWT
      Onderzoek en innovatie    Meer dynamiek heeft grote voordelen. Producenten passen zich sneller aan voorkeu-
 vergen uithoudingsvermogen     ren van gebruikers aan en resources worden efficiënter ingezet. Daar staat tegeno-
                                ver dat voor onderzoek en ontwikkeling ook stabiliteit noodzakelijk is. Onderzoek
                                moet rijpen; innovatie vergt uithoudingsvermogen. Investeringen dragen pas vrucht
                                na jaren. Dit vraagt om een financierings- en een personeelsbeleid met een lange
                                tijdshorizon. Daar komt bij dat veel investeringen nooit vrucht afwerpen _ zeker niet
                                als we alleen kijken naar kennis als product. Voor spreiding van rendementen en
                                risico's is dan ook een portfoliobenadering nodig.
                                De AWT is van mening dat een verdere dynamisering van de financiering van het
 Verdere dynamisering van de    publieke onderzoek het bestel zou destabiliseren. De afgelopen twintig jaar is de
      onderzoeksfinanciering    financiering al zeer veel dynamischer geworden, ook in de toewijzing van de eerste
     de-stabiliseert het bestel geldstroom. Matching is voor succesvolle universitaire onderzoeksgroepen een nij-
                                pend probleem. Het doet een te grote aanslag op de investeringscapaciteit van
                                instellingen en ondergraaft daarmee de toekomstige kracht en kwaliteit van de
                                Nederlandse kennisinfrastructuur. Verdere dynamisering van de eerste geldstroom is
                                daarom af te raden. Van een thematisch en programmatisch inzetten van onder-
                                zoeksmiddelen binnen het innovatiebeleid zijn wel gunstige gevolgen te verwachten.
                                In andere opzichten is een verdere dynamisering van het publieke onderzoeksbestel
Meer dynamiek in onderzoeks-    wel gewenst. Jonge onderzoekers hebben vaak beperkte carrièreperspectieven van-
       loopbanen wenselijk …    wege een gebrek aan doorstroming onder oudere medewerkers. Ook de moeizame
                                groei van multi- en interdisciplinair onderzoek duidt op een gebrek aan dynamiek.
                                Nieuwe ontwikkelingen doen zich immers vaak voor op de snijvlakken tussen
                                wetenschapsgebieden.13 Aanpassingen in het loopbaanbeleid van onderzoeksinstel-
                                lingen en in de ontwikkeling van onderzoeksprogramma's zijn dan ook gewenst,
                                13   Zie AWT, 1 plus 1 is meer dan 2.
                            27  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>… evenals meer waardering   evenals aanpassingen in de kwaliteitsbeoordeling van onderzoek om ruimer baan te
     voor multidisciplinair geven aan de ontwikkeling van multi- en interdisciplinaire onderzoeksprogramma's.
   onderzoek en valorisatie Ook zouden kenniswerkers in het publieke onderzoeksbestel minder eenzijdig
                            beoordeeld moeten worden op hun bijdragen aan de creatie van nieuwe kennis,
                            maar evenzeer op hun bijdragen aan kennisdiffusie en -valorisatie.
                        28  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                         4   4.1
                                         Conclusies en aanbevelingen
                                         Conclusies
         Recent beleid biedt De afgelopen jaren is veel nieuw beleid in gang gezet om het kennis- en innovatie-
  perspectief, maar hier en  systeem beter te laten functioneren. Op diverse terreinen ontwaart de AWT hiervan
       daar is aanscherping  al de eerste vruchten. Maar op onderdelen zien wij dat de ontwikkelingen te lang-
                    gewenst  zaam gaan, de verkeerde kant opgaan of te ver doorschieten. Hier onder vatten we
                             de belangrijkste punten van aandacht samen.
                             .
                             Breedte en zwaartepunten
 Houdt absorptievermogen         Meer inzet is nodig voor het onderhoud van een brede basis in het onderzoek.
                     op peil     Als gevolg van internationalisering wordt het vermogen om kennis te absorberen
                             .
                                 steeds belangrijker. Daarom mogen er geen gaten in de hoogvlakte vallen.
                                 Zwaartepuntvorming is een noodzaak. Er moet meer geïnvesteerd worden in
        Bouw op excellentie      bewezen sterktes. Daarmee houdt Nederland een eigen plek in de wereld en een
                                 basis voor concurrentiekracht.
                             .
                             Kennis als vermogen en kennis als product
Focus in wetenschapsbeleid       In het wetenschapsbeleid is meer aandacht nodig voor kennis als vermogen.
               op kennis als     Kennis als vermogen is steeds belangrijker voor de weerbaarheid en zelfredzaam-
                vermogen …       heid van bedrijven en burgers. Toch blijkt het beleid nog vaak gefocust op het
                             .
                                 ontwikkelen van kennis als product.
 … en in innovatiebeleid op      In het innovatiebeleid is meer aandacht nodig voor het innovatieproces zelf. Veel
           kennisexploitatie     ondernemingen hebben behoefte aan steun bij het ontsluiten, combineren en toe-
                                 passen van bestaande kennis, bij het uitontwikkelen en lanceren van nieuwe pro-
                                 ducten, bij het samenwerken met andere bedrijven en met potentiële gebruikers.
                             .
                             Autonomie en sturing
   Bouw op vertrouwen en         De overheid moet meer bouwen op vertrouwen. Aanreiken van heldere kaders
       biedt heldere kaders      voor de verdeling van taken en verantwoordelijkheden in het publieke kennis- en
                                 innovatiebestel en uitgaan van autonomie daarbinnen horen de uitgangspunten
                                 te zijn voor het wetenschaps- en innovatiebeleid. De overheid mag meer vertrou-
                                 wen stellen in de intrinsieke motivatie van professionals die het kennis- en inno-
                             .
                                 vatiesysteem aanjagen.
      Investeer in expertise     Meer expertise en praktijkkennis binnen de overheid zijn nodig. Waar publieke
         binnen de overheid      belangen aan de orde zijn of waar coördinatie op nationaal niveau nodig is,
                                 moet de overheid verantwoordelijkheid nemen en een actieve rol op zich nemen.
                                 Dat vraagt om meer expertise en praktijkkennis dan de overheid nu vaak in huis
                                 heeft.
                          29 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                .
                                Stabiliteit en dynamiek
                 Stabiliteit in     Meer stabiliteit is vereist in de financiering van het wetenschappelijk bedrijf. Veel
    onderzoeksfinanciering …        onderzoek heeft een lange rijpingstijd en moet zich in de regel verzekerd weten
                                .
                                    van financiering over een flink aantal jaren.
                                    Meer dynamiek is gewenst in de loopbanen van onderzoekers aan universiteiten.
 … en dynamiek in loopbanen         De aantrekkelijkheid van een universitaire carrière lijdt onder een gebrek aan per-
                                    spectief.
                                4.2         Aanbevelingen
                                De AWT constateert met voldoening dat CDA, PvdA en CU in het coalitieakkoord
       Het coalitieakkoord is   van februari 2007 veel aandacht geven aan kennis en innovatie. De nieuwe coalitie
         veelbelovend; onze     heeft plannen ontwikkeld die voor een belangrijk deel stroken met de opvattingen
              aanbevelingen     van de AWT (zie het vorige hoofdstuk). Maar de voornemens in het coalitieakkoord
           scherpen het aan     zouden op onderdelen nog aangescherpt en aangevuld kunnen worden. Daarop
                                richten wij onze aanbevelingen.
                                1 Aan de minister van OCW: investeer meer in de kennisinfrastructuur, doe
              Investeer in de       dat over de hele breedte en met het oog op de lange termijn.
          eerste geldstroom     Zorg in de onderzoeksfinanciering voor meer stabiliteit en oriëntatie op de lange
                                termijn. Besteed de extra middelen vooral aan een versterking van de eerste geld-
                                stroom.
                                2 Aan de minister van OCW: bouw gericht aan wetenschappelijke zwaarte-
          Versterk de pieken        punten.
                                Verstevig de pieken binnen de Nederlandse kennisinfrastructuur. Zorg dat dit
                                gebeurt vanuit een visie op de plaats van Nederland binnen Europese kaders.
                                Stimuleer onderzoeksinstellingen om te komen tot profilering en samenwerking.
                                Bevorder waar nodig focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek met struc-
                                turele financiering.
                                Beleg de zorg voor de vorming van wetenschappelijke zwaartepunten structureel bij
                                één organisatie, bij voorkeur bij NWO. Laat NWO zijn budget voor een substantieel
                                deel inzetten ter bevordering van focus en massa. Sluit hiervoor aan bij het nieuwe
                                strategisch plan 2007 - 2011 van NWO (bijvoorbeeld bij de vorming van National
                                Research Initiatives).
                                3 Aan de minister van OCW: hanteer een breed begrip van kwaliteit voor
Waardeer multidisciplinariteit      het onderzoek.
               en valorisatie   Onderhoud het vermogen van Nederland om de kennis die elders wordt ontwikkeld
                                te kunnen absorberen en gebruiken. Dat gebeurt niet door onderzoekers uitsluitend
                                af te rekenen op hoogwetenschappelijke, meest monodisciplinaire kennis die gepu-
                            30  Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                               bliceerd wordt in A-tijdschriften. Zorg dat er binnen de evaluatieprotocollen ook
                               ruimte komt voor kennis die gericht is op toepassing. Zorg dat onderzoekers ook
                               beloond kunnen worden voor bijdragen aan valorisatie, onder meer door mobiliteit
                               positief te waarderen. Meer aandacht en waardering voor multidisciplinair onder-
                               zoek zijn hierbij gewenst.
                               4 Aan de minister van OCW: geef stelselverantwoordelijkheid meer inhoud.
   Maak duidelijk wat de over- Vertrouw onderzoeksinstellingen ex ante op hun expertise en vraag ex post om ver-
heid van instellingen verwacht antwoording. Geef daarbij heldere kaders aan waarbinnen de verschillende instellin-
                               gen moeten functioneren. Ga vermenging van functies tegen waar deze niet functi-
                               oneel en productief is. Schep duidelijkheid over taken en doelen in het nieuwe
                               Wetenschapsbudget. Voer met elk van de instellingen een 'beleidsrijke dialoog' over
                               hun plaats en functie binnen het stelsel en over hun strategische agenda.
                               5 Aan de minister van EZ: zet de sleutelgebiedenaanpak door.
              Verduurzaam het  Versterk het sleutelgebiedenbeleid door hiervoor meer middelen uit te trekken. Zorg
         sleutelgebiedenbeleid dat dit beleid niet verengd raakt tot enkel het meefinancieren van onderzoek. Houd
                               de blik op de hele innovatieketen en wees bereid om waar nodig in te springen.
                               Verlang dat direct betrokken bedrijven en kennisinstellingen in samenspraak met de
                               overheid prioriteiten stellen vanuit een gedeelde visie op de toekomst en op de
                               Europese en mondiale context.
                               Waarborg een open en transparante aanpak met inbreng van alle relevante partijen.
                               Een verkenning per sleutelgebied dient hiervan onderdeel te zijn. Transparantie is
                               gediend bij een stroomlijning van het huidige model. Het vormen van één totaaloor-
                               deel kan het best in handen komen van één onafhankelijke commissie.
                               6 Aan de minister van EZ: schenk meer aandacht aan de infrastructuur voor
                                   kennisdiffusie.
                               Richt het innovatiebeleid niet alleen op de ontwikkeling en eerste toepassing van
      Stimuleer kennisdiffusie kennis maar ook op de diffusie van innovaties en de absorptie van kennis. Versterk
                    onder MKB  daartoe de 'kennisdiffusie-infrastructuur' voor MKB-toepassers (Syntens, MKB-loket-
                               ten) en de samenwerking met brancheorganisaties. Bevorder de mobiliteit van
                               onderzoekers tussen kennisinstellingen onderling en tussen kennisinfrastructuur en
                               bedrijfsleven. Verbreed het bereik van maatregelen als de Casimirbeurs voor perso-
                               nele mobiliteit en de kennisvouchers. Geef hierbij meer aandacht aan gebruikers van
                               innovaties en aan niet-technische kennis, bijvoorbeeld voor innovaties in diensten.
                               7 Aan de minister van EZ: geef in het overig economisch beleid meer aan-
                                   dacht aan innovatie.
      Evalueer de effecten van Evalueer systematisch de effecten van beleid met betrekking tot mededinging, intel-
 innovatie-beleidsmaatregelen  lectueel eigendom, onderwijs, de arbeidsmarkt (ontslagbescherming), de kapitaal-
                               markt en de overheidsfinanciën op innovatie en innovatievermogen. Benoem deze
                               effecten in de bestaande BedrijfsEffectRapportage expliciet als toetsingscriterium.
                            31 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                               8 Aan de leden van het nieuw in te richten Innovatieplatform: concentreer
                                   kennisontwikkeling voor maatschappelijke prioriteiten.
                               Zet systematisch en krachtig in op kennisontwikkeling en -toepassing voor duurza-
        Concentreer het IP op  me energie, zorg en waterbeheer. Zorg voor een betere coördinatie tussen publieke
maatschappelijke prioriteiten  en private actoren en een helderder en transparanter proces van afstemming tussen
                               departementen bij de toedeling van middelen. Zorg voor een betere afstemming
                               met investeringen gericht op wetenschappelijke excellentie en schenk ook meer
                               aandacht aan wat er gebeurt in Europees verband.
                               9 Aan de ministers van sectordepartementen: stimuleer innovatie langs de
                                   vraagkant.
                               Daag marktpartijen en kennisinstellingen uit om te innoveren door standaarden te
        Lok innovatie uit met  zetten en uitdagende eisen te stellen bij aanbesteding van overheidsopdrachten of
              aanbestedingen   in bijvoorbeeld het milieubeleid. Breng een cultuuromslag teweeg: reken overheid-
                               smedewerkers minder af op het voorkomen van fouten en meer op het benutten
                               van kansen. Deel best practices rond innovatief inkopen en aanbesteden breder.
                               10Aan alle ministers: waardeer inhoudelijke kennis en zorg voor toepassing
                                   van 'best practices' binnen de overheid.
                               Zorg in elk ministerie voor een eigen expliciete kennisstrategie met een verantwoor-
                               delijke in de top van het ministerie. Leg in het personeelsbeleid meer nadruk op
     Investeer in expertise en kennis van inhoud en praktijk. Ga de concurrentie om schaarse hooggekwalificeer-
 stimuleer innovatie in eigen  de mensen aan met de private sector. Hanteer voor prioritaire gebieden een speciale
                    gelederen  procedure om op flexibele wijze en voor concurrerende tarieven de juiste mensen
                               aan te kunnen trekken.
                               Zorg ook voor identificatie en verspreiding van best practices. Overheidsorganisaties
                               kunnen veel winnen door elders beschikbare innovaties te implementeren. Kijk hier-
                               bij bijvoorbeeld naar ICT-toepassingen om transparantie te bevorderen, de interactie
                               met de burger te verbeteren, informatieverwerking efficiënter en effectiever te
                               maken en beslissingsprocessen te ondersteunen.
                               Aldus beveelt de AWT aan om de komende kabinetsperiode te balanceren met
                               beleid, opdat ons kennis- en innovatiesysteem de uitdagingen waarvoor het zich
                               gesteld ziet het hoofd kan bieden.
                               Aldus vastgesteld te Den Haag, maart 2007
                               J.F. Sistermans, voorzitter
                               Dr. P. Baggen, waarnemend secretaris
                            32 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>   Toelichting: de economische ratio
   van een actief innovatiebeleid
33 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34 Balanceren met beleid</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>   1           Inleiding
       "Het leveren van een 'roadmap' waarmee de beleidsmaker uiteindelijke de
       enige en juiste keuze maakt is een onmogelijke vraag. Economie is zowel een
       wetenschap als een kunst en het zal altijd een kunst blijven om de vruchten
       van de wetenschap op een bevredigende wijze toe te passen." (C.N. Teulings,
       A.L. Bovenberg en H.P. van Dalen, De Calculus van het Publieke Belang, Juni
       2003)
   De AWT meent dat de Nederlandse overheid een actief innovatiebeleid moet voe-
   ren, een innovatiebeleid dat verder gaat dan enkel het scheppen van gunstige rand-
   voorwaarden en het inzetten van generieke instrumenten. Twee componenten ken-
   .
   merken dit actieve innovatiebeleid:
       innovatieprocessen integraal ondersteunen (en daarbij ook 'dichter op de markt
   .
       zitten');
       inspanningen en middelen geconcentreerd inzetten op sterke economische
       clusters ('backing winners').
   Een pleidooi van de AWT voor een actief innovatiebeleid is niet nieuw. Het is terug
   te vinden in vrijwel alle adviezen die de Raad de afgelopen jaren heeft uitgebracht
   en vormt ook een leidende gedachte voor dit advies. Deze toelichtingop het advies,
   voorbereid door raadsmedewerkers Paul Diederen en Rens van Tilburg, geeft in eco-
   nomische termen aan waarom de AWT meent dat actief innovatiebeleid gewenst is.
   In deze toelichting beschrijven we allereerst wat de AWT verstaat onder 'integraal
   ondersteunen' en 'backing winners'. Dat laatste wijkt mogelijk op een aantal pun-
   ten af van de programmatische aanpak van het ministerie van EZ en van de sleu-
   telgebiedenaanpak van het Innovatieplatform. Dan komt de vraag aan de orde of
   de Nederlandse overheid een dergelijk beleid moet voeren louter vanuit de optiek
   van marktfalen. We geven aan welke vormen van marktfalen zich voordoen, en
   hoe een actief innovatiebeleid daarop inspeelt. Vervolgens kijken we vanuit een
   wat breder perspectief naar de legitimering van de overheidsrol. Dit leidt tot een
   relativering van marktfalen als exclusieve legitimering voor overheidsinterventie.
   Een minder krampachtig hanteren van het marktfalencriterium leidt tot een ver-
   schuiving van het perspectief op overheidsbeleid van 'nee, tenzij marktfalen kan
   worden aangetoond' naar 'ja, mits beleid effectief en efficiënt is'. Dat laatste per-
   spectief huldigt de AWT.
35 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>   2           Wat is een 'actief innovatiebeleid'?
   Zoals gesteld, een actief innovatiebeleid bevat volgens de AWT twee elementen:
   innovatieprocessen integraal ondersteunen, en inspanningen en middelen gecon-
   centreerd inzetten op de meest krachtige gebieden van de economie. Dit actieve
   beleid ziet hij als aanvulling op generiek en randvoorwaardenscheppend beleid dat
   vanzelfsprekend de basis van het innovatiebeleid moet vormen. Goed innovatiebe-
   leid begint bij het op orde hebben van de randvoorwaarden, en vereist ruime steun
   voor wetenschappelijk onderzoek en précompetitieve R&D.
   Wat is innovatieprocessen 'integraal ondersteunen'?
   Onder innovatiebeleid dat innovatieprocessen integraal steunt verstaat de AWT
   beleid dat niet alleen bij précompetitief onderzoek aangrijpt, maar ook processen
   .
   steunt die 'dichter bij de markt' plaatsvinden. Denk daarbij aan overheidsbeleid dat:
       Niet alleen inzet op de ontwikkeling van kennis, maar ook op de diffusie en de
   .
       benutting ervan, bijvoorbeeld via demonstratieprojecten.
       Niet alleen aanbodgedreven is door zich op R&D te richten, maar ook de aanslui-
   .
       ting op de vraag ondersteunt en interactie met potentiële gebruikers faciliteert.
       Niet alleen technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling onder-
       steunt, maar ook steun geeft op andere punten, zoals de ontwikkeling en orga-
       nisatie van innovatieve netwerken en het mobiliseren van commerciële, juridische
   .
       en andersoortige expertise.
       Niet alleen subsidieert, maar ook inspeelt op behoeften aan informatie, kennis-
       overdracht en advies, regulering (bijvoorbeeld in de vorm van standaarden), coör-
   .
       dinatie, bemiddeling en regie.
       Niet alleen faciliteert, maar ook participeert, bijvoorbeeld in het partijen bijeen
       brengen en ondersteunen bij het uitwerken van plannen, partners vinden, afspra-
       ken maken, vertrouwen ontwikkelen, samenwerking gestalte geven of commit-
   .
       ment organiseren.
       Niet alleen steun verleent aan précommercieel onderzoek ('proof of principle'),
       maar ook steun verleent aan risicovol ontwikkelingswerk waarvoor commerciële
       financiering meestal niet te krijgen is (tot aan 'proven concept').
   Nederland voert in zekere mate een actief en integraal innovatiebeleid, maar is hier-
   in te terughoudend. Op dit moment gaapt er een te groot gat tussen waar de
   begeleiding en ondersteuning van de overheid ophoudt en waar het normale
   ondernemersrisico begint.
   Wat is 'backing winners'?
   Bij backing winners zet de overheid haar middelen geconcentreerd in op die gebie-
   den waarin we als land internationaal uitblinken, zowel in wetenschappelijk als in
   economisch opzicht. In essentie gaat het bij backing winners om innovatiebeleid dat
   voortbouwt op bewezen sterktes, dat terreinen faciliteert waarop private partijen in
36 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>   het verleden hebben laten zien succesvol te kunnen innoveren. In de praktijk blijken
   er over de door de AWT voorgestane beleidslijn nogal wat misverstanden te
   .
   bestaan. Het is daarom belangrijk de volgende punten te benadrukken:
       De markt bepaalt wie de 'winners' zijn, de overheid volgt deze selectie.
       De AWT staat geen beleid voor waarbij de overheid kiest, maar waarbij zij de
       keuzes van bedrijven en kennisinstellingen met een deel van haar innovatiemid-
       delen volgt. Bedrijven en kennisinstellingen die kunnen bogen op een zekere
       track record, worden uitgenodigd dit zichtbaar te maken en gezamenlijk een
       strategisch plan te ontwikkelen om hun positie op wereldmarkten te versterken.
       De overheid besluit tot ondersteuning aan de hand van criteria die betrekking
       hebben op aantoonbaar innovatief vermogen, samenwerking en toekomstper-
   .
       spectief.
       Ook de uitdagers binnen een sterk gebied krijgen extra ondersteuning.
       Het is niet de bedoeling dat backing winners uitmondt in het de pas afsnijden
       van innovatieve challengers die met onverwachte alternatieven komen of die in
       andere gebieden actief zijn. Ook de uitdagers en toetreders dienen toegang te
       hebben tot programma's of gebruik te kunnen maken van bijvoorbeeld incuba-
       torfaciliteiten en instrumenten van kennisdiffusie. Een beleid van backing winners
       mag niet verworden tot steun aan dominante bedrijven die zichzelf min of meer
       in een monopoliepositie gewerkt hebben.14
   3             Waarom een actief innovatiebeleid?
   Een vaak gehanteerd uitgangspunt is dat de overheid pas moet interveniëren en
   .
   beleid moet voeren indien aan drie voorwaarden is voldaan:
   .
       er is sprake van een publiek belang (legitimiteit);
   .
       de inzet van beleid dient dit publieke belang (effectiviteit);
       de baten van dit beleid overtreffen de kosten (efficiëntie).
   Hieronder zullen we kijken of aan de eerste van bovenstaande voorwaarden is vol-
   daan: is een actief innovatiebeleid legitiem? Aan vragen rond effectiviteit en effici-
   ëntie van ingezette beleidsinstrumenten zullen we hier verder voorbijgaan.15
   Een vraag die dit uitgangspunt oproept, luidt: wat is een publiek belang? Veel eco-
   nomen zijn geneigd het antwoord op deze vraag te zoeken in marktfalen: er is spra-
   ke van een publiek belang als de markt faalt.16 "De redenering is als volgt. De
   Nederlandse economie is georganiseerd als een markteconomie. Voor zover die
   markteconomie effectief werkt, levert ze een positieve bijdrage aan de welvaart van
   14   Zoals Aghion en Howitt (2006) argumenteren (zie sectie 3.4).
   15   Wij onderkennen de zorgen omtrent effectiviteit en efficiëntie van beschikbare instrumenten en van de aanpak zoals in
        praktijk gebracht, maar zien ook dat er nog sprake is van een leerproces.
   16   En bovendien blijft falen. In veel gevallen levert de markt ook zelf weer oplossingen voor vormen van marktfalen, of zoals
        sommige Amerikanen ondernemend stellen: 'Every market failure is a business opportunity.'
37 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>   de burgers. In dat geval borgt de markt het publieke belang. Er is dan geen reden
   voor de overheid om in te grijpen. Markten werken echter niet altijd perfect.
   Markten falen."17
   Marktfalen
   Hoewel marktfalen een term is die breed ingang gevonden heeft in de wereld van
   het beleid, is de literatuur niet geheel eensluidend over wat dit begrip inhoudt.
   Markten heten te falen als ze als coördinatiemechanisme niet leiden tot een Pareto-
   optimale uitkomst, als het totale maatschappelijke vermogen niet wordt gemaxima-
   liseerd.18/19 In de literatuur circuleren verschillende lijstjes van vormen van marktfa-
   .
   len. Vaak worden de volgende categorieën van marktfalen onderscheiden:
       Imperfecte mededinging, leidend tot marktmacht (monopolievorming en kartel-
       vorming tengevolge van toetredingsbelemmeringen of van 'collusie' (samenspan-
   .
       ning));
       Externe effecten (wanneer private partijen dingen doen _ acties ondernemen,
       transacties aangaan _ die negatieve of positieve gevolgen hebben voor andere
       actoren, die bij de beslissingen over deze acties en transacties niet betrokken
       zijn. Bij negatieve externe effecten ondervinden deze niet-betrokkenen 'last' en is
       er ruimte voor welvaartsverbetering door hen enigermate te beschermen; bij
       positieve externe effecten ondervinden ze 'baat' (als free-riders) en is er ruimte
   .
       voor welvaartsverbetering door ze te dwingen tot bijdragen);
       Informatiegebreken en onzekerheid, gecombineerd met de mogelijkheid dat
       anderen zich opportunistisch gedragen, leidend tot hoge transactiekosten of het
       niet tot stand komen van wederzijds voordelige transacties. Daarbij zijn transac-
       tiekosten onder andere kosten van informatieverzameling (zoeken, monitoren,
       meten van kwaliteit en dergelijke), beslissen (onderhandelen, afwegen) en bor-
       gen (contracten en afspraken effectueren, eigendomsrechten handhaven).
       Daarbij kunnen transacties niet tot stand komen tengevolge van hold-up (rela-
       tiespecifieke investeringen) of tengevolge van ex ante onwaarneembare karakte-
       ristieken (adverse selection) of de dreiging van ex post onwaarneembaar gedrag
       (moral hazard).20/21
   17   De gegeven formulering is afkomstig uit Theeuwes (2004).
   18   Van marktfalen is sprake als het totale maatschappelijke vermogen niet wordt gemaximaliseerd. Het begrip zegt niets
        over de verdeling van dit vermogen. De Calculus van het Publiek Belang erkent dat de aanvaardbaarheid van de resulte-
        rende inkomensverdeling (en daarmee de vermogensverdeling) een aparte legitimering voor overheidsingrijpen kan zijn.
        Dit onderschrijven we.
   19   Een andere vraag die hierbij ook aan de orde is, betreft de mogelijkheid om de omvang van het marktfalen te meten -
        dat is immers nodig om te kunnen bepalen hoe sterk de beleidsinzet zou moeten zijn om het falen te compenseren. Het
        zal niemand verbazen dat het kwantificeren en waarderen van martktfalen in het geval van innovatieprocessen in de
        praktijk onmogelijk is (en wijselijk ook nooit echt wordt geprobeerd, ondanks het feit dat aan het aantonen van marktfa-
        len zoveel belang wordt gehecht).
   20   Een volledige expositie van dit leerstuk zou veel meer tekst en uitleg vereisen dan waarvoor hier ruimte beschikbaar is.
   21   Een bekend coördinatietekort bij veel transacties is averechtse selectie: de verkoper kan de kwaliteit van zijn koopwaar
        beter beoordelen dan de koper (denk bijvoorbeeld aan de markt voor tweedehands auto's). Bij gebrek aan eigen beoor-
        delingsvermogen, houdt de koper er rekening mee dat hij een lemon (een slecht exemplaar) koopt, en wil hij dus maar
        weinig betalen. De verkoper is niet bereid voor dat lage bedrag zijn beste kwaliteit van de hand te doen, en levert dus
        inderdaad een lemon. Goede kwaliteit kan aldus niet worden verhandeld.
38 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>   Er zijn andere indelingen van marktfalen. Sommige onderscheiden het bestaan van
   publieke goederen (goederen die gekenmerkt worden voor non-rivaliteit in het
   gebruik en niet-uitsluitbaarheid van het gebruik) als een aparte vorm van marktfa-
   len.22 Het belangrijkste probleem bij publieke goederen is (net als bij common-pool-
   goederen) gelegen in de niet-uitsluitbaarheid _ dit is een extern effect. Andere
   onderscheiden specificiteit (het hold-upprobleem) en onzekerheid (adverse selection,
   moral hazard) als aparte vormen van marktfalen, maar geven wel aan dat ook dit
   specifieke vormen van externe effecten zijn (missing markets).23 De Calculus van het
   Publieke Belang reduceert alle marktfalen tot externe effecten:
       "De behartiging van publieke belangen is dus niet veel anders dan het interna-
       liseren van externe effecten door free-rider gedrag in te dammen met behulp
       van publiekrechtelijke dwang." en "Om een publiek belang te borgen 'kiest'
       een samenleving tussen coördinatie via de markt of via politieke besluitvor-
       ming, waarbij de institutie met de laagste transactiekosten de voorkeur
       geniet." (ibid.)
   Marktfalen en innovatiebeleid 'dicht op de markt'
   Dat het stimuleren van R&D onderdeel is van innovatiebeleid staat niet of nauwelijks
   ter discussie. Er bestaat een redelijke overeenstemming dat zekere steun gerecht-
   vaardigd is vanwege de positieve externe effecten die van private R&D uitgaan (ken-
   nisspillovers). Vanwege deze positieve externe effecten zullen private actoren uit
   zichzelf minder in R&D investeren dan maatschappelijk gezien wenselijk is.
   Een integraal innovatiebeleid dat daarnaast ook nog dichter op de markt zit, ver-
   leent steun die meer ten goede komt aan specifieke individuele ondernemers.
   Tegenstanders van dit beleid claimen dat de resultaten van activiteiten dichter bij de
   markt minder in het publieke domein terecht komen. In het geval de baten aan de
   individuele ondernemer toevallen, is er geen reden om ondersteuning uit publieke
   middelen te leveren. Het behoort dan tot het ondernemerschap om de investeringen
   vooraf zelf te plegen. Ondersteuning moet plaatsvinden waar de externe effecten
   het grootst zijn. Ondersteuning dicht bij de markt verstoort alleen maar de markt-
   werking.
   Externe effecten dicht bij de markt
   Wij menen dat het optreden van kennisspillovers niet beperkt is tot de précompeti-
   tieve fase in het onderzoeks- en ontwikkelingsproces, en ook niet tot de technische
   aspecten van het innovatieproces. In dat verband wijzen we op de volgende aspec-
   .
   ten:
       Ook innovatieprocessen die dicht op de markt zitten, waar het gaat om het com-
       bineren en toepassen van bestaande kennis of om vernieuwingen in organisatie
   22   Aldus Theeuwes, op. cit., die verwijst naar tekstboeken van Lipsey en Courant (1996) en van Pindyck en Rubinfeld (1998).
   23   Het CPB onderscheidt bijvoorbeeld in Challenging Neighbours (1997) deze twee als aparte vormen van marktfalen.
39 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>       en design, gaan met externe effecten gepaard. Concurrenten leren immers van
       pioniers in de sector. Innovaties die op de markt komen, maken kennis zichtbaar
       die voorheen tacit was. Het is niet voor niets dat second movers en early adop-
   .
       ters vaak meer winst uit een innovatie halen dan pioniers.
       Waar de technische aspecten van innovaties nog vaak met octrooien te bescher-
       men zijn, kunnen organisatorische en logistieke vernieuwingen, nieuwe 'business
       concepten', innovaties in vormgeving en stijl, nieuwe ideeën voor softwaretoe-
       passingen meestal probleemloos gekopieerd worden. Bescherming van intellectu-
       eel eigendom is hier lastig. Dit type innovaties levert daarom veel spillovers.24
   Van de andere kant: de resultaten van précommercieel onderzoek zijn weliswaar
   voor iedereen beschikbaar, maar de groep actoren die er iets aan heeft, is meestal
   heel beperkt. Waarom zou précommercieel onderzoek met publieke middelen
   gesteund moeten worden, als degenen die er mogelijk van profiteren op een paar
   handen te tellen zijn? Er is er vaak maar een kleine groep die in staat is om de uit-
   komsten van précommercieel onderzoek te absorberen. De vraag is hier veeleer:
   wat is het publieke belang?
   Informatieproblemen
   Daar komt bij dat het optreden van externe effecten niet de enige reden is waarom
   de markt faalt. Innovatie vergt vaak een complex proces van interactie tussen uit-
   eenlopende actoren. Dit proces wordt gekenmerkt door allerhande informatiepro-
   blemen. Innoveren gaat uiteraard met veel onzekerheid gepaard: er is niet alleen
   gebrek aan inzicht in de toekomst (technische mogelijkheden om een innovatie te
   realiseren, praktische mogelijkheden voor productie en distributie, commercieel per-
   spectief, zoals bepaald door kosten- en marktontwikkelingen, leercurven en verbe-
   termogelijkheden), maar ook in de inzet van andere partijen (kwaliteit van de
   inbreng, mogelijkheden tot opportunistisch gedrag). Die laatste factoren leiden bij
   gezamenlijke innovatie-inspanningen, gegeven de noodzaak tot het plegen van rela-
   tiespecifieke investeringen, onvolledigheid van eigendomsrechten, mogelijkheden
   tot onwaarneembaar gedrag (moral hazard), tot het niet tot stand komen van pro-
   fijtelijke acties en transacties _ tot marktfalen.
   Een praktisch voorbeeld van marktfalen ten gevolge van informatieproblemen is het
   verschijnsel dat ondernemers moeite hebben om innovatietrajecten door banken
   gefinancierd te krijgen. Het is bekend dat de kapitaalmarkt faalt in het ter beschik-
   king doen komen van financiële middelen om in het innovatieproces van proof of
   principle tot proven concept te komen. Dat speelt vooral in het geval van kleine en
   middelgrote bedrijven en grote innovatieprojecten. Dit is een gevolg van onvolledige
   24   Er bestaat een afruil tussen de reikwijdte van intellectueel eigendom en de omvang van kennisspillovers: naarmate op
        meer zaken intellectueel eigendom gevestigd kan worden, zijn er minder spillovers. Echter, een bredere toepasbaarheid
        van intellectueel eigendom brengt ook kosten met zich mee voor registratie en handhaving en het vertraagt het diffusie-
        proces. In de VS is de balans anders gekozen dan in Europa: daar kan er ook op meer immateriële innovaties intellectueel
        eigendom worden geclaimd.
40 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   en asymmetrische informatie, in combinatie met een gebrek aan zekerheden die een
   ondernemer tegenover een krediet kan stellen.
   Marktfalen en backing winners
   Backing winners is een vorm van specifiek innovatiebeleid. Het maakt een onder-
   scheid tussen actoren die wel en die niet op een terrein van erkende sterkte actief
   zijn. In de discussie over de legitimiteit van dit beleid wordt daarom de vraag
   gesteld naar het marktfalen dat dit onderscheid tussen actoren rechtvaardigt.
   Externe effecten: sterke gebieden absorberen meer kennisspillovers
   Als de legitimatie van overheidssteun berust op het argument van externe effecten
   (resultaten van innovatie komen ook bij partijen terecht die er niet aan hebben bij-
   gedragen _ potentiële free-riders _ waardoor bedrijven uit zichzelf te weinig in R&D
   en innovatie zullen investeren), dan zou een beleid van backing winners kunnen
   worden gelegitimeerd door het feit dat innovatieprocessen in sommige bedrijfstak-
   ken meer kennisspillovers genereren dan in andere. Wij hebben echter geen aanwij-
   zingen dat kennisspillovers (aan de marge) verschillen tussen bedrijfstakken, techno-
   logiegebieden of regio's.
   Wij menen niet dat Nederland sommige sectoren meer met publieke middelen moet
   steunen dan andere, omdat de spillovers er structureel hoger zijn dan in andere. Wij
   denken dat de Nederlandse overheid dit moet doen omdat de binnenlandse absorp-
   tiecapaciteit voor die spillovers op sommige terreinen in Nederland veel groter is dan
   op andere terreinen. In sectoren waar Nederland sterk is en een breed palet aan
   sterke actoren heeft, profiteert het disproportioneel veel van binnenlands en inter-
   nationaal gegenereerde kennisspillovers.25 Dit is deels een gevolg van de aanwezige
   expertise (kennis als vermogen), die de mate bepaalt waarin kennis kan worden
   begrepen, beoordeeld, opgenomen en verwerkt. Deels is het een gevolg van de
   beschikbare productie- en distributiecapaciteit, die de mogelijkheden bepaalt om
   geabsorbeerde kennis snel economisch te exploiteren. Dit profiteren van kennis-
   spillovers wordt nog versterkt waar sprake is van agglomeratie-effecten.
   Agglomeratie-effecten
   Van een agglomeratie-effect is sprake wanneer soortgelijke bedrijven of bedrijven
   binnen eenzelfde branche zich bij elkaar in de buurt vestigen. Het optreden hiervan
   is al bekend sedert de middeleeuwen, toen in steden ondernemers in hetzelfde
   ambacht en van hetzelfde gilde zich in dezelfde buurt plachten te vestigen. Ook
   tegenwoordig zijn deze effecten relevant. In een vergelijkende studie van de
   Spaanse econoom Ciccione (CREI) naar agglomeratie effecten in de VS en EU bleek
   25   In technische termen: als de nationale bijdrage van de R&D-inspanning van bedrijven aan de kennisvoorraad in het inter-
        nationale publieke domein lineair stijgt met het aantal binnenlandse bedrijven, dan stijgt de nationale absorptie van ken-
        nis uit dit internationale domein kwadratisch met het aantal binnenlandse bedrijven.
41 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   dat deze in beide werelddelen in gelijke mate voorkomen en dat deze bovendien
   zeer significant zijn: "a large part of regional productivity differences can be explai-
   ned by agglomeration effects. In fact, agglomeration effects appear to be more
   important for explaining regional productivity differences than, for example, educa-
   tion."26
   Binnen agglomeraties treedt vaak specialisatie van bedrijven op. Er ontstaat een
   markt voor een diversiteit aan gespecialiseerde dienstverleners, die op hun beurt het
   cluster meer productief maken. De grotere dichtheid aan verwante bedrijven en
   kennisinstellingen vergroot de onderlinge concurrentie en daarmee de selectie van
   succesvolle bedrijven en innovaties.
   Het ontstaan van agglomeraties van bedrijven wordt gestimuleerd door kennisspill-
   overs. Deze hebben vaak een sterk lokaal karakter. De overdracht van tacit know-
   ledge tussen mensen loopt via persoonlijke contacten. De verspreiding van vaardig-
   heden en de transfer van tacit knowledge tussen organisaties en is vaak afhankelijk
   van arbeidsmobiliteit. Contacten zijn intensiever en arbeidsmobiliteit is groter
   binnen agglomeraties waar mensen elkaar fysiek tegenkomen.
   De groei van een agglomeratie of cluster is een zichzelf versterkend effect (sneeuw-
   baleffect). Elke volgende toevoeging van een nieuwe actor aan een gevestigd net-
   werk doet het aantal mogelijke contacten en profijtelijke interacties met meer toe-
   nemen. Langs deze weg draagt de ontwikkeling van agglomeraties en clusters bij
   aan de ontwikkeling van duurzame comparatieve voordelen binnen een economie.
   Informatieproblemen
   Niet alleen externe effecten maar ook informatieproblemen nopen ertoe bedrijven
   in omvangrijke, sterke clusters meer te steunen dan die in andere gebieden. In
   deze gebieden zijn de informatieproblemen groter, juist vanwege de omvang en
   diversiteit van deze clusters. Innovatieve clusters zijn bedrijfstakken die bij uitstek
   gekenmerkt worden door een scala van complementaire actoren die allemaal in
   Nederland te vinden zijn: bedrijven in verschillende schakels van de keten, onder-
   zoeksinstellingen en universiteiten, kennismakelaars, financiers en dienstverleners.
   Deze staan voor de uitdaging in netwerkverband innovatieprocessen vorm te
   geven. De interactie tussen al deze partijen is doordrongen van legio informatie-
   problemen die samenwerking bemoeilijken. Daarin is binnen deze sectoren in
   belangrijke mate het falen van de markt gelegen.27
   In het geval van innovatieve clusters hebben we dus te maken met twee vormen
   van marktfalen die zich hier sterker doen gelden dan elders: kennisspillovers en
   26   Zie http://www.crei.cat/research/opuscles/op9ang.pdf.
   27   Sommigen geven er de voorkeur aan haperende interactie tussen actoren in het systeem als systeemfalen te karakterise-
        ren. Waar de interactie tussen partijen niet het karakter heeft van marktinteractie, zoals voor een deel de interactie tus-
        sen kennisinstellingen en bedrijven, valt hier iets voor te zeggen.
42 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>   informatieproblemen die te maken hebben met samenwerken. Deze vergen een
   extra beleidsinspanning. Deze extra beleidsinspanning neemt niet alleen de vorm
   aan van subsidies voor R&D, maar ook van het genereren van informatie (bijvoor-
   beeld door regulering, door standaardisatie te bevorderen, door contractzekerheid
   te waarborgen), het bevorderen van transparantie, het faciliteren van samenwer-
   king, of het optreden als onafhankelijke bemiddelende partij. Maar ook hier geldt:
   bedrijven moeten het in eerste instantie zelf doen. De overheid moet aan sectoren
   de eis stellen dat ze aantonen voldoende zelforganiserend vermogen te hebben om
   informatie- en coördinatieproblemen aan te pakken, alvorens die sectoren te erken-
   nen als gebied van erkende sterkte en hen extra ondersteuning te bieden.
   Waarom juist nu een actief innovatiebeleid?
   De discussie over de noodzaak van een (meer) actief innovatiebeleid is niet nieuw.
   Wel geldt dat enkele dominante ontwikkelingen de relevantie van een actief innova-
   .
   tiebeleid nog vergroten:
       Steeds meer Open Innovatie. Innovaties komen steeds meer tot ontwikkeling
       binnen min of meer open netwerken. Innovatie is in meer en meer gevallen een
       complex proces waarbij diverse partijen betrokken zijn en waarbij uitdagingen en
       te overwinnen barrières niet alleen van technische, maar ook van organisatori-
       sche aard zijn. Innoveren is immers vaak een kwestie van slim combineren.
       Daarmee is de ontwikkeling en instandhouding van netwerken van voldoende
       omvang, diversiteit en openheid een belangrijke randvoorwaarde voor innovatie.
       De barrières in het innovatieproces zitten voor een belangrijk deel in de coördina-
       tie van veel verschillende partijen met uiteenlopende belangen, die elk eigen
       expertises en diensten inbrengen. Een integraal innovatiebeleid helpt deze barriè-
   .
       res te slechten.
       Internationalisering dwingt tot specialisatie. Een aanpak van backing winners
       richt de beleidsinspanningen op die gebieden waar vanuit nationaal perspectief
       de opbrengsten het hoogst zijn. We kunnen als klein land niet alles doen. Naast
       een goed algemeen economisch klimaat en generiek innovatiebeleid is het daar-
       om wijs om ook extra inzet te plegen op de voor ons land meest kansrijke gebie-
       den. Gegeven schaarse middelen, moet er hoe dan ook gekozen worden waarin
       te investeren, en wel op basis van beperkte informatie. Een beleid van backing
       winners heeft als kenmerk dat het informatie over successen in het verleden een
       zeker gewicht geeft, naast belang te hechten aan overtuigende plannen voor de
       toekomst.
   4           Een breder perspectief op legitimiteit
   Hierboven zijn we gestart vanuit de stelling dat er sprake is van een publiek belang
   in het geval van marktfalen. We beschouwden onze samenleving als een markteco-
   nomie, een economie waarbinnen het marktmechanisme zorgt voor coördinatie van
43 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   economisch gedrag en allocatie van productiefactoren, goederen en diensten.
   Economische relaties zijn ruilrelaties tussen vrije actoren. Leidend is de gedachte
   dat de overheid zich van bemoeienis moet onthouden zolang de markt goed
   werkt. In deze paragraaf plaatsen we vraagtekens bij dit perspectief. De samenle-
   ving is meer dan een markteconomie en relaties tussen mensen zijn niet beperkt
   tot marktrelaties.
   Netwerkfalen en systeemfalen
   Coördinatie, motivatie en allocatie worden binnen de private sector niet alleen gere-
   geld en gestuurd door het marktmechanisme. Ook andere institutionele mechanis-
   men spelen een rol: hiërarchieën en sociale netwerken.28 Hiërarchie (coördinatie
   door het gebruik van gezagsverhoudingen) is het coördinatiemechanisme dat vooral
   binnen organisaties wordt gebruikt. Sociale netwerken coördineren gedrag door
   gebruik te maken van sociale normen (wederzijds vertrouwen, wederkerigheid, loya-
   liteit) en sancties (uitsluiting). Ze spelen niet alleen een rol tussen individuen binnen
   organisaties, maar ook tussen organisaties. Economische relaties tussen actoren zijn
   niet louter marktrelaties, maar ook sociale en hiërarchische relaties. Net zoals het
   falen van het marktmechanisme in het genereren van een Pareto-optimaal wel-
   vaartsniveau grond kan zijn voor een publieke interventie, kan het hierin falen van
   het sociale netwerk of de hiërarchie dat ook zijn.
   Hoewel er geen algemeen geaccepteerde theorie over netwerkfalen is, liggen een
   aantal mogelijke elementen daarvan wel voor de hand. Sociale netwerken zijn
   kwetsbare coördinatiemechanismen. Relaties worden aangegaan op basis van
   wederkerigheid en vertrouwen. Sociale netwerken zijn in een wereld van onzeker-
   heid een soort verzekering voor de toekomst. Ze functioneren echter steeds onder
   de dreiging van opportunistisch gedrag. Sociale netwerken zijn stabiel als partners
   elkaar vertrouwen, als ze verwachten elkaar in de toekomst vaker nodig te hebben
   en als onzeker is wie wat voor wie in de toekomst kan betekenen. Vertrouwen
   wordt opgebouwd in de loop van de tijd en is het resultaat van investeringen: het
   afzien van kortetermijnwinst door niet opportunistisch te zijn. Netwerken falen bij
   gebrek aan vertrouwen; dan komen wederzijds profijtelijke initiatieven en activitei-
   ten niet van de grond. De overheid kan hier interveniëren door zekerheden te
   scheppen: rechten te vestigen, afspraken te borgen, transparantie te eisen, actoren
   met elkaar in contact te brengen, sfeer te scheppen, waarden te propageren en
   normen te handhaven, of sociaal kapitaal te helpen ontwikkelen.29
   28   Instituties worden veelal breed gedefinieerd als: 'sets of common habits, routines, established practices, formal and
        informal rules, laws that regulate relations and interactions between individuals and groups of actors'. In Challenging
        Neighbours onderscheidt het CPB vier institutionele mechanismen: competition, control, common values and norms, en
        cooperative exchange (waarbij die laatste een intermediaire positie ten opzichte van de andere drie inneemt).
   29   Voorbeeld: bij de recente wijziging van het burgerlijk rechtboek is de aansprakelijkheid van de verkopende partij belang-
        rijk uitgebreid, ook nadat de transactie is verricht. De wijziging van het burgerlijk wetboek verkleint het probleem van
        adverse selection (denk aan het voorbeeld van verborgen gebreken in de markt voor tweedehands auto's uit voetnoot
        21) door de koper achteraf verhaalsrecht te geven. Aldus worden de transactiekosten in de markt voor producten van
        goede kwaliteit gereduceerd (uit Teulings et al. (2003)).
44 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   Naast netwerkfalen zijn er andere vormen van systeemfalen die overheidsinterventie
   kunnen legitimeren, zoals lock-in en padafhankelijkheid.30
   Wat een publiek belang is, is een politieke keuze
   Onze eerste stap hierboven was te beargumenteren dat het vanuit een perspectief
   van marktfalen legitiem is om een actief innovatiebeleid te voeren. Onze tweede
   stap was te stellen dat het perspectief van marktfalen te beperkt is: onze economie
   is meer dan alleen een markteconomie. Ook sociale mechanismen die niet het
   karakter hebben van markten zijn van belang voor het goed functioneren van de
   economie. Ook die sociale mechanismen kunnen falen en daarmee overheidsingrij-
   pen legitimeren.
   Voor onze laatste stap keren we terug naar het begin van deze paragraaf, naar de
   gedachte dat overheidsingrijpen pas opportuun is als aan drie voorwaarden is vol-
   .
   daan:
   .
       er is sprake van een publiek belang (legitimiteit);
   .
       de inzet van beleid dient dit publieke belang (effectiviteit);
       de baten van dit beleid overtreffen de kosten (efficiëntie).
   Laten we de eerste voorwaarde beschouwen: beleidsinterventie is alleen toegestaan
   als een publiek belang kan worden aangetoond. Veel economen stellen dat er alleen
   sprake is van een publiek belang als de markt faalt. De gedachte hierachter is dat
   de overheid zich niet met iets moet bemoeien dat in wezen privé is. Actoren (men-
   sen, organisaties, bedrijven) zijn in principe vrij om te doen en te laten wat ze wil-
   len. Overheden mogen zich daar slechts in mengen wanneer privaat gedrag gevol-
   gen heeft voor derden.31 Wil men beargumenteren dat overheidsingrijpen legitiem
   is, dan is stap één om aan te tonen dat er een publiek belang is, omdat de markt
   faalt.
   Het is de vraag of die eerste voorwaarde niet gemist kan worden. Waarom zouden
   de tweede en de derde voorwaarde niet voldoende zijn? Als beleid effectief en effi-
   ciënt is, dan is het opportuun om beleid te voeren. Als het effectief is, dan werkt
   het; als het efficiënt is, dan levert het meer op dan het kost. Is beleid niet vanzelf
   legitiem en geboden als aan die twee voorwaarden is voldaan? Geen beleid voeren
   zou dan immers de kans op een Pareto-verbetering in welvaart laten liggen.
   30   Menselijk gedrag wordt niet alleen gekenmerkt door beperkte rationaliteit (bounded rationality, veroorzaakt door ons
        onvermogen om in beslissingsprocessen alle relevante informatie te overzien en te verwerken), maar ook door irrationa-
        liteit (systematische afwijkingen van rationeel gedrag _ voorbeelden zijn tijdsinconsistentie en framing effecten).
        Innovatieprocessen zijn van nature complex en onzeker en kennen een lange tijdshorizon. Irrationaliteit in beslissingspro-
        cessen rond innovatie kan leiden tot het systematisch achterblijven van het gerealiseerde sociale vermogen bij het poten-
        tiële vermogen _ ook dit is een vorm van falen waarin een grond voor overheidsinterventie kan liggen.
   31   Dit is het duidelijkst waar het gaat om externe effecten van acties en transacties. Met wat goede wil is in te zien dat dit
        ook het geval is indien voordelige acties en transacties niet tot stand komen vanwege informatieproblemen. Wel komt
        het probleem dan veeleer voor rekening van private partijen die allerlei baten missen en zijn de effecten op het collectief
        dan van een indirect karakter.
45 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>   Waarom dan nog de aparte eis dat marktfalen wordt aangetoond? Dit lijkt voort te
   komen uit het vooropstellen van de vrijheid van het individu: overheidsbemoeienis is
   slechts toegestaan als ondubbelzinnig kan worden aangetoond dat vrije interactie
   tussen actoren niet tot een welvaartsoptimum leidt. Daar is wat voor te zeggen,
   maar aan het belang van de vrijheid van het individu een absolute waarde toeken-
   nen, is een politieke keuze. Voor het gelijkstellen van publiek belang aan het falen
   van de markt is géén objectieve grond. Wat men als legitiem beschouwt, is norma-
   tief. Daarmee is legitimiteit van een wezenlijk ander karakter dan doelmatigheid.
   In die zin is de WRR in 'Borging van het publieke belang' veel opener in zijn defini-
   tie van een publiek belang: een publiek belang is wat de politiek als zodanig aan-
   wijst _ het is een politieke beslissing. Ten aanzien van de legitimiteit van weten-
   schaps- en innovatiebeleid volgt de AWT deze lijn van de WRR. Aangezien een ver-
   sterking van het innovatief vermogen van onze economie een duidelijk geformuleer-
   de politieke wens is, is elk beleid dat dit tracht te verwezenlijken legitiem.
   Resteren nog de tweede en de derde voorwaarde: als actief innovatiebeleid effectief
   en efficiënt is, dan is het opportuun om dit beleid te voeren. Gegeven het complexe
   karakter van dit beleid, is dit niet ex ante vast te stellen. Effectiviteit en efficiëntie
   zijn slechts proefondervindelijk aan te tonen, mede omdat de ontwikkeling en
   implementatie van dit beleid een leerproces met zich meebrengt. Zowel effectiviteit
   als efficiëntie zullen in de loop van de tijd veranderen.
   Conclusie
   Dit leidt de AWT tot de conclusie dat actief innovatiebeleid opportuun is. Het is
   gelegitimeerd omdat het marktfalen aanpakt. Het is daarnaast gelegitimeerd omdat
   het een antwoord biedt op netwerkfalen en systeemfalen. Het is tenslotte gelegiti-
   meerd omdat we op democratische wijze de politieke keuze gemaakt hebben inno-
   vatie in private bedrijven te bevorderen. De AWT meent op grond hiervan dat het
   uitgangspunt voor actief innovatiebeleid niet zou moeten zijn: 'nee, tenzij er sprake
   is van marktfalen', maar 'ja, mits het effectief en efficiënt blijkt te zijn'. Dat laatste
   kan overigens alleen worden geconstateerd door het lang genoeg te proberen en
   ermee te experimenteren.
46 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>b1  Nederland:
                Gesprekspartners en
                projectmedewerkers
    Commissie van Wijzen                               dhr. A. van der Hek
    Commissie van Wijzen                               dhr. W. Zegveld
    Ministerie van Economische Zaken                   dhr. J. Broerse
    Ministerie van Economische Zaken                   dhr. H. de Groene
    Ministerie van Economische Zaken                   dhr. I.B. Ostendorf
    Ministerie van Economische Zaken                   dhr. T. Roelandt
    Ministerie van Economische Zaken                   mw. C.C.H.M. van de Werk
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dhr. J. Bartelse
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mw. F. Heijs
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dhr. R. Roborgh
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mw. G.R. Valenti
    SenterNovem                                        dhr. J.B.M. Heijs
    Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid    dhr. W. van den Donk
    Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid    dhr. A.C. Hemerijck
    Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid    dhr. B. Nooteboom
    Finland:
    Gaia consulting, Helsinki                          mw. M. Hjelt
    Kitewing, Espoo                                    dhr. J.E. Luther
    Nexstim Ltd. Helsinki                              dhr. J.P. Särkkä
    Science and Technology Policy Council              dhr. K. Husso
    Science and Technology Policy Council              dhr. E. Seppälä
    Tekes                                              mw. P. Kyläkoski
    Tekes                                              dhr. J. Romanainen
    Tekes                                              dhr. P. Peltonen
    Betrokken projectmedewerkers AWT:
    Peter Baggen, Paul Diederen en Rens van Tilburg
 47 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>48 Balanceren met beleid</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>b2              Geraadpleegde literatuur
    - Aghion, P. en Howitt, P., Appropriate growth policy: a unifying framework,
        Journal of the European Economic Association, (2006).
    - Allott, S., From science to growth - what exactly is the mechanism by which
        scientific research turns into economic growth?, Hughes Hall Cambridge
        University City Lecture, (6 maart 2006).
    - Arundel, A. en Bordoy, C., Developing internationally comparable indicators for
        the commercialization of publicly-funded research, UNU-MERIT, (2006).
    - AWT, advies 53, Backing Winners - Van generiek technologiebeleid naar actief
        innovatiebeleid, (juli 2003).
    - AWT, advies 54, Één plus één is meer dan twee - De bevordering van multidisci-
        plinair onderzoek, (september 2003).
    - AWT, advies 61, Een vermogen betalen - De financiering van universitair onder-
        zoek, (februari 2005).
    - AWT, advies 64, Innovatie zonder inventie - Kennisbenutting in het MKB, (juli
        2005).
    - AWT, advies 66, Diensten beter bedienen - Innovatiebeleid voor diensten, (sep-
        tember 2005).
    - AWT, advies 67, Tijd voor een opKIQer! - Méér investeren in onderwijs en onder-
        zoek, (oktober 2005).
    - AWT, advies 68, Opening van zaken - Beleid voor open innovatie, (juni 2006).
    - AWT, advies 69, Bieden en binden - Internationalisering van R&D als beleidsuitda-
        ging, (januari 2007).
    - Bemer, R., Gilsing, V.A. en Roelandt, T.J.A., Grondslagen voor vernieuwing van
        het innovatiebeleid, in: Gradus, R.H.J.M., Kremer, J.J.M. en Van Sinderen, J.
        (eds.), Nederland Kennisland?, Senfert Kroese, Groningen, (2000).
    - Centraal Planbureau, Challenging Neighbours: Rethinking German and Dutch
        Economic Institutions, Springer, Heidelberg, (1997).
    - Centraal Planbureau, Kansrijk Kennisbeleid, CPB-document 124, CPB, Den Haag,
        (2006).
    - Donders, J.H.M. en Nahuis, N.J., De risico's van kiezen, ESB, 89e jaargang, nr.
        4428, pagina 106, (2004).
    - Europese Commissie, Een innovatiegezind, modern Europa, Mededeling van de
        Commissie aan de Europese Raad, (12 oktober 2006).
    - Experts Group Knowledge for Growth, Foray, D. (rep.), Globalization of R&D: lin-
        king better the European economy to 'foreign' sources of knowledge and
        making EU a more attrachtive place for R&D investment, (4 april 2006).
    - Fins voorzitterschap EU, Demand as a driver of innovation: towards a more effec-
        tive European innovation policy, Discussion note to the informal meeting of the
        competitiveness ministers, Jyväskylä, Finland, (juli 2006).
 49 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>   - Hers, J. en Niek J. Nahuis, N.J., The tower of Babel? The innovation system
       approach versus mainstream economics, paper beschikbaar via http://econpa-
       pers.repec.org.
   - Innovatieplatform, Kennisinvesteringsagenda 2006 - 2016, Nederland, hét land
       van talenten!, Den Haag, (oktober 2006).
   - Innovatieplatform, Voorstellen Sleutelgebiedenaanpak, Den Haag, (oktober
       2004).
   - Jacobs, B. en Theeuwes, J.J.M. (red.), Innovatie in Nederland: de markt draalt en
       de overheid faalt, preadviezen 2004, Koninklijke Vereniging voor de
       Staatshuishoudkunde, (2004).
   - Jacobs, D. en Lankhuizen, M., De Nederlandse exportsterkte geclusterd, ESB, (2
       juni 2006).
   - Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology (MERIT) en
       Joint Research Centre (Institute for the Protection and Security of the Citizen) of
       the European Commission, European Innovation Scoreboard 2006: comparative
       analysis of innovation performance, Innometrics, (2006).
   - Ministerie van Economische Zaken, Investeren in innovatieprogramma's -
       Sleutelgebieden-aanpak: samenwerken aan innovatie op kansrijke gebieden, Den
       Haag, (juli 2006).
   - OESO, Policy issues paper for the joint Dutch-OECD conference on globalisation
       and open innovation, Den Haag, (6 december 2006).
   - Raad van Economisch Adviseurs, Innovatie en economische groei: de onbetwist-
       bare noodzaak van meer onderzoek, onderwijs en ondernemerschap, (25 novem-
       ber 2005), Kamerstuk 30385, nrs. 1 en 2.
   - Sociaal Cultureel Planbureau, Sociale staat van Nederland, SCP-publicatie
       2005/14, Den Haag, (2005).
   - Soete, L. en Verspagen, B., Innovatie in Nederland: de markt faalt, de overheid
       draalt, ESB discussie, (2005).
   - Stichting Innovatie Alliantie, brief Kennisinvesteringsagenda, http://www.hbo-
       raad.nl/upload/bestand/060221kennisinvesteringsagenda.pdf, (2006).
   - Teulings, C.N., Bovenberg, A.L., en Van Dalen, H.P., De Calculus van het Publieke
       Belang, Kenniscentrum voor Ordeningsvraagstukken, (2003), beschikbaar via
       www.marktordening.nl.
   - Theeuwes, J.J.M., Een kritische beschouwing van de Calculus van het Publieke
       Belang, in: Kenniscentrum voor Ordeningsvraagstukken, Essays over de Calculus
       van het Publieke Belang, (2004), beschikbaar via www.marktordening.nl.
   - Timmer, M.P., Ypma, G., Van Ark, B., IT in the European Union: Driving
       Productivity Divergence?, Research Memorandum GD-67, Groningen Growth and
       Development Centre, (2003).
   - Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Het borgen van publiek
       belang, rapport 56, Sdu, Den Haag, (2000).
50 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>   Serie uitgebrachte adviezen van de
   AWT
   71 Balanceren met beleid. Wetenschaps- en Innovatiebeleid op hoofdlijnen. Maart
        2007. ISBN 978 90 77005 39 2. € 12,50.
   70 Alfa en Gamma stralen. Valorisatiebeleid voor de Alfa- en
        Gammawetenschappen. Maart 2007. ISBN 978 90 77005 38 5. € 12,50.
   69 Bieden en binden. Internationalisering van R&D als beleidsuitdaging.
        December 2006. ISBN 90 77005 37 4. € 12,50.
   68 Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie. Juni 2006.
        ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
   67 Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
        Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
   66 Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
        September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
   65 Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
        hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
   64 Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB. Juli 2005. ISBN 90
        77005 29 3. € 12,50.
   63 Kennis voor beleid - beleid voor kennis. Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5.
        € 12,50.
   62 De waarde van weten.De economische betekenis van universitair onderzoek.
        April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
   61 Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
        Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60 Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als concur-
        rentiefactor voor Nederlandse bedrijven. December 2004. ISBN 90 77005 25 0.
        € 12,50.
   59 Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid. Juni 2004. ISBN 90
        77005 24 2. € 12,50.
   58 De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellin-
        gen. April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57 Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
        de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid. Januari 2004.
        ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56 Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
        November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55 Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeks-
        beleid. Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54 1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek. September 2003.
        ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
51 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>   53 Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid. Juli
        2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52 Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00
   51 Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek. Juni 2003.
        ISBN 90 77005 15 3. € 9,00
   50 Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke kennisinstell-
        lingen en de Nederlandse kennissamenleving. Januari 2003.
        ISBN 90 77005 14 5. € 5,00
   49 Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie '3% BBP voor O&O'. Juli
        2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08
   48 KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid. Juli 2002.
        ISBN 90 77005 10 2. € 12,50
   47 Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen.
        Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34
   46 Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
        Juni 2001. ISBN 90 77005 03 X. € 9,08
   45 Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
        Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34
   44 Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08
   43 Halfslachtige wetenschap. Onderbenutting van vrouwelijk potentieel als existenti-
        eel probleem voor academia, januari 2000. ISBN 90 346 3798 0. € 11,34
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
52 Balanceren met beleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>