<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>74
  Kennis zonder grenzen
  Kennis en innovatie in mondiaal perspectief
  januari 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Vormgeving:        Junior beeldvorming - Zoetermeer
  Druk:              Quantes - Rijswijk
  januari 2010
  ISBN 978-90-77005-48-4
  Verkoopprijs       € 15,–
  Auteursrecht
  Alle rechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van
  deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Samenvatting                                                         5
  1         Inleiding                                                  7
  1.1       Adviesvraag                                                7
  1.2       Afbakening en aanpak                                       8
  1.3       Opbouw van het advies                                      9
  2         Mondialisering van kennis en nationaal beleid             11
  2.1       Drie aspecten van globalisering                           11
  2.2       Mondiaal veld versus nationaal kennis- en innovatiebeleid 15
  2.3       Conclusie                                                 19
  3         Internationaal gericht kennis- en innovatiebeleid         21
  3.1       Meer samenwerken met ontwikkelingslanden                  21
  3.2       Aansluiten op de behoeften van ontwikkelingslanden        27
  3.3       Selectiviteit, focus en massa                             30
  3.4       Conclusie                                                 33
  4         Meer coördinatie en nieuwe verhoudingen                   35
  4.1       Migratie van kenniswerkers                                35
  4.2       Bescherming van intellectueel eigendom                    37
  4.3       Nieuwe verhoudingen                                       40
  4.4       Conclusie                                                 42
  5         Conclusies en aanbevelingen                               43
  Bijlage 1           Adviesvraag                                     49
  Bijlage 2           Geraadpleegde literatuur                        51
  Bijlage 3           Gesprekspartners en projectmedewerkers          57
3 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>4 Kennis zonder grenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>             Samenvatting
  Inhoudelijk raakt het Nederlandse ontwikkelingsbeleid steeds meer aan het kennis-
  en innovatiebeleid. Organisatorisch gaat het hier echter om gescheiden werelden.
  Dit kan beter. De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT)
  ziet aantrekkelijke mogelijkheden voor synergie tussen ontwikkelingsbeleid en
  kennis- en innovatiebeleid.
  Aanbevelingen
  De raad komt in dit advies tot de volgende aanbevelingen (die in de hoofdtekst
  hieronder nader zijn uitgewerkt):
  1. Voer een internationaal georiënteerd beleid voor kennisontwikkeling en
  innovatie.
  De mondialisering van kennisontwikkeling en innovatie vraagt om een overheidsbeleid
  dat meer gericht is op de grensoverschrijdende netwerken waarin kennisontwikkeling
  en innovatie plaatsvinden. Het is tijd voor een omslag in beleidsoriëntatie: stap af van
  de bestaande focus op kennisproductie en kennisvalorisatie binnen Nederland en richt
  het beleid meer op internationale samenwerking.
  2. Voer één geïntegreerd beleid voor kennisontwikkeling en innovatie.
  Doorbreek het huidige isolement van het beleid voor kennisontwikkeling en innova-
  tie gericht op ontwikkelingsdoelstellingen. Betrek daarbij alle relevante partijen en
  belangen. Dat vraagt niet alleen om nieuwe interdepartementale samenwerkingsar-
  rangementen, maar ook om het organiseren van veldpartijen, bijvoorbeeld in the-
  matische ‘kennisplatforms’, samengesteld uit deskundigen uit bedrijfsleven,
  kennisinstellingen, NGO’s en overheid.
  3. Maak mondiale uitdagingen leidend bij de agendering van onderzoek en
  het programmatisch stimuleren van innovatie.
  Meer inzet op kennisontwikkeling en innovatie voor de aanpak van de mondiale
  grand challenges op het gebied van klimaat, milieu, voedsel en gezondheid is
  hoogst noodzakelijk. Daarom is het geboden dat universiteiten en hogescholen
  hieraan meer aandacht besteden in hun opleidingsplannen en onderzoeksagenda’s,
  dat ze in technische disciplines meer ruimte scheppen voor de ontwikkeling van
  praktisch toepasbare kennis, en dat ze hun infrastructuur hierop aanpassen.
  4. Zet vanuit Nederland bij de aanpak van mondiale uitdagingen vooral in
  op bijdrages vanuit de economische en maatschappelijke sleutelgebieden.
  Voor Nederland is internationale samenwerking, ook met ontwikkelingslanden, vooral
  aantrekkelijk op terreinen waar het excelleert en mondiale ambities heeft. Bevorder dit
  door mondiale uitdagingen een plek in het programmatische deel van het innovatie-
  beleid te geven, in de maatschappelijke initiatieven onder Nederland Ondernemend
5 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  Innovatieland, in de programma’s van NWO en STW, in FES-bestedingen en in
  afspraken over strategisch onderzoek bij TNO en DLO.
  5. Bevorder dat kennisinstellingen deze mondiale uitdagingen oppakken
  met partners in ontwikkelingslanden.
  Een kennis- en innovatiebeleid dat een stevige brug slaat tussen mondiale uitdagingen
  en Nederlandse sleutelgebieden moet zijn vertaling krijgen bij kennisinstellingen.
  Stimuleer daarom universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen om partner-
  schappen aan te gaan met kennisinstellingen in ontwikkelingslanden en faciliteer deze
  samenwerking. Hierin kunnen de ‘internationaal onderwijs (IO)-instellingen’ een
  belangrijke rol spelen.
  6. Zoek op het gebied van intellectueel eigendom en van migratie van
  kenniswerkers naar nieuwe arrangementen.
  Nederlands beleid en belangen van ontwikkelingslanden kunnen conflicteren waar
  het gaat om octrooibescherming en kennismigratie. Nieuwe arrangementen zijn
  nodig om verspreiding en hergebruik van kennis te bevorderen, en om brain circula-
  tion beter faciliteren.
  Beoogd effect
  De raad meent dat het opvolgen van deze aanbevelingen een belangrijke impuls zal
  geven aan de ontwikkeling van de kennis- en innovatiecapaciteit in ontwikkelings-
  landen. De verdere groei en integratie van deze lokale capaciteit in wereldomspan-
  nende netwerken is essentieel voor een gecoördineerde aanpak van mondiale
  uitdagingen op het gebied van milieu en klimaat, gezondheid en veiligheid, water-
  beheer en voedselzekerheid.
  Voor de Nederlandse wetenschap biedt de aanbevolen koers een perspectief op ver-
  breding en verdieping. Voor het Nederlandse bedrijfsleven, en dan vooral het MKB,
  biedt het uitzicht op toegang tot nieuwe markten. Het proces van zwaartepuntvor-
  ming rond sleutelgebieden binnen de Nederlandse economie en kennisinfrastruc-
  tuur krijgt langs deze weg een extra impuls.
6 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                          1               Inleiding
                             Het Nederlandse kennis-, wetenschaps- en innovatiebeleid is erop gericht de
Kennis- en innovatiebeleid … Nederlandse kennissamenleving te stimuleren, maatschappelijke uitdagingen aan te
                             pakken en betere condities te creëren voor ondernemerschap en welvaartsontwikke-
                             ling in Nederland. Daarbij ligt de nadruk sinds jaren op ontwikkeling van een optimaal
                             functionerend nationaal kennis- en innovatiesysteem. Essentieel is hierbij de positione-
                             ring van dat systeem in de Europese en internationale context. In het beleid komt dit
                             vooral tot uiting in een hoofdzakelijk, voorwaardenscheppend beleid: het streven naar
                             een gelijk speelveld.
 … en ontwikkelingsbeleid …  Het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking streeft van zijn kant naar
                             duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Dit meer
                             activistische beleid, gericht op met name de Least Developed Countries (LDC’s),
                             heeft lang een sterk morele basis gekend. Het mondiale speelveld is nu eenmaal
                             niet gelijk voor de armste landen. Zij beschikken noch over de kennis, noch over de
                             noodzakelijke scholingsfaciliteiten om internationaal te kunnen concurreren.
                             Daarom is het Nederlandse ontwikkelingsbeleid zich steeds meer gaan richten op
                             het verbeteren van het kennisabsorptievermogen in LDC’s, vanuit de opvatting dat
                             duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden uiteindelijk het resultaat is van de
                                                                                                        1
                             inzet van een eigen lerend en innoverend vermogen.
      … hebben steeds meer   Daarmee hebben het beleid voor kennis en innovatie en het beleid voor ontwikke-
                raakvlakken  lingssamenwerking inhoudelijk steeds meer raakvlakken. Ofschoon beide beleidster-
                             reinen sterk van elkaar verschillen, zowel in hun strategische visie als in de concrete
                             implementatie, lijken er toch tal van mogelijkheden te zijn voor een meer samen-
                             hangend beleid. Daarbij kunnen beide beleidsterreinen winnen aan effectiviteit.
                             1.1         Adviesvraag
                             In dit advies formuleert de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid
                             (AWT) een reeks aanbevelingen die het traditionele wetenschaps- en technologiebe-
                             leidskader overstijgen en betrekking hebben op het Nederlandse beleid voor ont-
                                                                                                                                                  2
                             wikkelingssamenwerking. De vraag die de raad in dit advies beantwoordt, luidt:
  Kunnen we de samenhang     Waar liggen mogelijkheden voor meer samenhangend (nationaal en/of mondiaal) kennis-
                verbeteren?  en innovatiebeleid, waarbij recht wordt gedaan aan oplossingen die leiden tot armoede-
                             vermindering en duurzame ontwikkeling in de minst ontwikkelde landen en aan het
                             streven naar een gelijk speelveld en het stimuleren van maatschappelijk verantwoord
                             ondernemen? En door wie en hoe kunnen die mogelijkheden worden vormgegeven?
                             1   Zie in dit verband bijvoorbeeld Koenders (2008b) en Bieckman en Heres (2007). Ook bij diverse NGO’s staat de rol van
                                 kennis en kennismanagement steeds meer in de belangstelling (Aangeenbrug, 2008; Heres, 2007).
                             2   Zie in Bijlage 1 de volledige adviesvraag.
                          7  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                 Het gaat in dit advies in het bijzonder om meer samenhang tussen ontwikkelingsbe-
                                 leid enerzijds en kennis- en innovatiebeleid anderzijds. Specifiek onderscheidt de
                                 raad hierbij de volgende deelvragen:
 Op zoek naar meer synergie,     •         Welke maatregelen en/of activiteiten zijn nodig om te komen tot een toena-
mplementariteit en coherentie              me van synergie (wederzijdse versterking), met name daar waar Nederlandse
                                           kennis probleemgedreven wordt ingezet ten behoeve van beleidsdoelen en
                                           innovaties in ontwikkelingslanden?
                                 •         Welke maatregelen en/of activiteiten zijn nodig om te komen tot een toena-
                                           me van complementariteit (wederzijdse aanvulling), met name daar waar
                                           Nederlandse kennis en kennis in ontwikkelingslanden elkaar over en weer
                                           versterken?
                                 •         Welke maatregelen en/of activiteiten zijn nodig om te komen tot een toena-
                                           me van coherentie (wederzijdse afstemming), met name daar waar
                                           Nederlandse en kennis- en innovatiecapaciteit conflicteert met die in ontwik-
                                           kelingslanden?
                                 1.2         Afbakening en aanpak
      Dit advies gaat over een   Uitgaande van zijn competenties, beperkt de raad zich in dit advies uitdrukkelijk tot
            onderdeel van het    vragen rond concrete maatregelen voor meer samenhang tussen kennis- en innova-
          ontwikkelingsbeleid    tiebeleid en ontwikkelingsbeleid. Het gaat hier om de vormgeving van relaties tus-
                                 sen Nederland en ontwikkelingslanden op het terrein van kennis en innovatie. Dit
                                 advies gaat dus over een specifiek onderdeel van het ontwikkelingsbeleid. Het gaat
                                 niet over humanitaire hulp of noodhulp, noch over begrotingssteun aan ontwikke-
                                 lingslanden, en ook specifieke steunprogramma’s voor lager- en middelbaar onder-
                                 wijs vallen buiten de focus. De raad beperkt zich tot internationale kennisrelaties
                                 die enerzijds ten goede komen aan de kwaliteit en relevantie van het Nederlandse
                                 kennislandschap, en anderzijds aan duurzame sociale en economische ontwikkeling
                                 in ontwikkelingslanden.
          Het gaat over kennis   De termen kennis en innovatie zoals gebruikt in dit advies reiken verder dan de
                in den brede: …  institutionele arrangementen waar termen als wetenschap en technologie vaak mee
                                 worden geassocieerd, zoals universiteiten en R&D-afdelingen. Zeker wanneer we
                                 spreken over ontwikkelingslanden is dit van belang, omdat kennis en innovatie daar
                                 niet altijd uitgekristalliseerd zijn in onmiddellijk herkenbare instituties. De raad han-
  … kennis ‘als product’ en ‘als teert nadrukkelijk een brede definitie van kennis en beschouwt zowel ‘kennis als
                                                                                     3
                     vermogen’   product’ als ‘kennis als vermogen’.
                                 3   De raad onderscheidt twee aspecten aan kennis, een ‘productaspect’ en een ‘vermogensaspect’. Zie AWT (2007):
                                     “Kennis als product bestaat uit inzichten en uitspraken die aan het papier kunnen worden toevertrouwd, uit theorieën
                                     en feiten die worden vastgelegd in tijdschriften, boeken en tv- programma's. Kennis als vermogen bestaat uit competen-
                                     ties – de competenties om relevante kennis te signaleren en te absorberen, kennis te combineren en verder te ontwikke-
                                     len, te vertalen en te gebruiken. Kennis als vermogen zit in mensen, in organisaties en in infrastructuur.” Kennis als
                                     vermogen komt dichtbij de notie van de capaciteit om kennis te absorberen, te genereren en te gebruiken. Zie tevens
                                     AWT (2006b).
                              8  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                  Dit advies gebruikt de aanduidingen ‘ontwikkelingslanden’, ‘zuidelijke landen’ en
                                  ‘Zuid’ als equivalent. De raad duidt hiermee een groep landen aan die veel breder is
                                  dan de LDC’s waar Nederland op dit moment ontwikkelingsrelaties mee onder-
                                  houdt. Evenzo wordt met ‘geïndustrialiseerde landen’ hetzelfde bedoeld als met
                                  ‘westerse landen’ en ‘Noord’. Met deze laatste aanduidingen verwijzen we naar
                                  landen als Nederland.
                                  Het gebruik van deze algemene termen mag niet verhullen dat hierachter een grote
                                  diversiteit tussen en binnen landen schuilgaat. Ontwikkelingsbeleid op het terrein
                                  van kennis en innovatie moet rekening houden met de aard en kenmerken van elk
                                  specifiek land, elke regio, elke stad. Daarbij moet worden aangetekend dat ontwik-
                                  keling een endogeen proces is, waaraan ontwikkelingssamenwerking slechts een
                                  bescheiden bijdrage kan leveren.
abiliteit en integer bestuur zijn De inbedding van kennisrelaties in het bredere ontwikkelingsbeleid betekent dat er
                 voorondersteld   aan een aantal generieke voorwaarden moet zijn voldaan. Hoewel deze hier maar
                                  kort worden genoemd, acht de raad deze van groot belang. Het gaat dan om een
                                  redelijke mate van politieke en economische stabiliteit en good governance, een
                                                                                                                        4
                                  overheid waar niet structureel sprake is van corruptie. Dat is niet alleen van belang
                                  voor kennisrelaties, maar voor elk aspect van ontwikkelingsbeleid. In dit advies gaat
                                  de raad daar niet nader op in, maar concentreert hij zich op de specifieke dilemma’s
                                  waar kennis- en innovatiebeleid mee te maken krijgen.
                                  In dit advies bouwt de raad voort op zijn expertise op het gebied van kennis- en
                                  innovatiebeleid. Ter voorbereiding heeft hij een literatuurstudie verricht, zijn er
                                  conferenties bezocht, en zijn er interviews afgenomen met experts en partijen uit
                                                5
                                  het veld.
                                  1.3           Opbouw van het advies
                                  De raad bespreekt in het volgende hoofdstuk de spanning tussen de voortgaande
                                  mondialisering van kennis- en innovatieprocessen en de nationale oriëntatie van het
                                  Nederlandse kennis- en innovatiebeleid. In het derde hoofdstuk schetst hij de moge-
                                  lijkheden voor een meer internationaal gericht kennis- en innovatiebeleid. Hij pleit
                                  daarbij voor een integratie van het kennis- en innovatiebeleid dat gevoerd wordt in
                                  het kader van ontwikkelingssamenwerking en het reguliere kennis- en innovatiebe-
                                  leid. Daarbij gaat hij nader in op de voordelen voor Nederland en voor ontwikke-
                                  lingslanden van een geïntegreerd en internationaal georiënteerd kennis- en
                                  innovatiebeleid. In het vierde hoofdstuk bespreekt hij vervolgens enkele thema’s die
                                  kunnen opspelen indien naar meer coherentie wordt gestreefd in kennis- en innova-
                                  4    Het belang van een goed ontwikkelde en integere publieke sector en prudent macro-economisch beleid wordt in veel
                                       publicaties benadrukt, en vormt een belangrijk aandachtspunt van het ontwikkelingsbeleid (zie ook de diverse edities van
                                       het World Development Report van de Wereldbank).
                                  5    Zie bijlage 2 voor een lijst van gebruikte literatuur en bijlage 3 voor een lijst van gesprekspartners.
                               9  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   tiebeleid en pleit hij voor een meer symmetrische verhouding tussen Nederland en
   ontwikkelingslanden. Hij eindigt zijn betoog in het laatste hoofdstuk met conclusies
   en aanbevelingen.
10 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                            2              Mondialisering van kennis
                                           en nationaal beleid
                                Het beleid voor kennis en innovatie en het beleid voor ontwikkelingssamenwerking
                                raken elkaar steeds meer. Om deze ontwikkeling in perspectief te plaatsen, schetsen
                                we in dit hoofdstuk de context waarin dit plaatsvindt: de mondialisering van kennis-
                                ontwikkeling en innovatie.
                                De ontwikkeling van kennis en innovaties is een collectief proces dat zich afspeelt
                                in netwerken. Deze netwerken zijn in de loop van de tijd steeds meer organisaties
                                gaan omvatten. Ze breiden zich ook in geografische zin steeds verder uit.
                                Onderhand strekken veel van deze netwerken zich uit tot landen als China, India
                                en Brazilië, die tot voor kort nog nauwelijks een rol speelden in de ontwikkeling
                                van kennis en innovaties. Deze ontwikkeling gaat verder. Opkomende economische
                                grootmachten krijgen een steeds grotere rol in kennisontwikkeling en innovatie
                                en steeds meer ontwikkelingslanden claimen een plek.
                                2.1        Drie aspecten van globalisering
                                Hieronder stippen we drie aspecten van globalisering van kennisontwikkeling en
                                innovatie aan: mondialisering van kennisproductie, van bedrijfsprocessen en van
                                maatschappelijke uitdagingen. Deze vormen samen de achtergrond waartoe het
                                kennis- en innovatiebeleid en het kennisgerichte ontwikkelingsbeleid zich moeten
                                verhouden. In de volgende paragraaf kijken we hoe het huidige kennis- en innova-
                                tiebeleid zich tot deze mondialisering verhoudt.
                                Mondiale kennisproductie
ennis en innovaties ontstaan in Kennisontwikkeling en innovatie zijn tegenwoordig op mondiale schaal georgani-
           mondiale netwerken   seerd. Net als handelsstromen en productie reizen kennis en innovaties de hele
                                wereld over. Kennis, kenniswerkers en kennisinfrastructuur overbruggen steeds
                                gemakkelijker geografische afstanden. Daardoor is het voor bedrijven en kennis-
                                werkers mogelijk geworden om overal ingrediënten voor innovatie aan te boren,
                                ongeacht de geografische locatie – of dit nu samenwerking met andere bedrijven
                                of kenniswerkers betreft, de feedback van gebruikers, of de beschikbaarheid van
                                schaarse natuurlijke hulpbronnen. Globalisering van kennisstromen biedt nieuwe
                                mogelijkheden om kennis uit te wisselen en het eigen lerend en innovatief vermo-
                                gen te ontwikkelen. Deze ontwikkeling stopt geenszins bij de geïndustrialiseerde
                                landen. Daardoor worden internationale samenwerkingsverbanden van steeds
                                groter belang.
                            11  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                           Samenwerking op het gebied van kennis en innovatie
                           Internationale onderzoekssamenwerking is zo oud als het onderzoek zelf, maar de
                           huidige explosieve groei aan internationale samenwerking kent geen historisch pre-
                           cedent. Universiteiten en onderzoeksinstellingen raken steeds meer ingebed in een
                           mondiaal systeem van kennisontwikkeling en kennisexploitatie, en wetenschappers
                           aan universiteiten werken steeds meer samen in internationale netwerken. Sinds de
                                                                                                                                                         6
                           jaren ’80 groeit het aantal internationale co-publicaties jaarlijks met 7 à 8 procent.
                           Redenen voor onderzoekers om internationaal samen te werken zijn veelal pragma-
                           tisch van aard: de beschikbaarheid van complementaire kennis, vaardigheden en
                           gegevensbronnen, en het delen van kosten en risico’s.
                           Een voorbeeld van een sector waarin van oudsher goed functionerende kennisnet-
                                                                                                                                                         7
                           werken bestaan die zich tot ontwikkelingslanden uitstrekken, is de medische sector.
                           In Nederland worden niet alleen veel artsen opgeleid die een tijd in ontwikkelings-
                           landen werken, al dan niet in het kader van hun opleiding, maar worden ook veel
                           buitenlandse artsen en medische onderzoekers opgeleid, die op een gegeven
                           moment terugkeren naar hun land van herkomst. Dit resulteert in netwerken waarin
                           artsen en onderzoekers in Nederland en in ontwikkelingslanden kennis uitwisselen
                           en productief samenwerken.
                           De samenwerking met ontwikkelingslanden is in 2007 verstevigd door de oprichting
                           van het Netherlands Platform for Global Health Policy and Health Systems Research.
                           Dit platform heeft tot doel: “het bevorderen van samenwerking en synergie tussen
                           beleid, onderzoek en praktijk en het propageren van global health policy and health
                           systems research”. Het doet dit door de overheid, NGO’s, onderzoeksfinanciers en
                           onderzoeksinstellingen te adviseren op het terrein van de ontwikkeling van gezond-
                           heidszorgsystemen en door de doorstroming van onderzoeksresultaten naar de
                                                             8
                           praktijk te faciliteren.
                           Succes in het integreren in dit wereldwijde systeem van kennisontwikkeling en inno-
                                                                                                                                                9
Ontwikkelingslanden haken  vatie is een belangrijke verklarende factor voor economische vooruitgang. De ont-
             daarbij aan … wikkeling en groei van opkomende economieën als de Newly Industrialized
                           Countries vroeger en de BRIC-landen nu, is voor een belangrijk deel hierop terug te
                                      10
                           voeren.        Het niet weten aan te haken bij internationale kennisnetwerken is mede
                 … of niet oorzaak van een gebrek aan economische groei en ontwikkeling in veel van de
                           6   Zie Velho (2002).
                           7   Dit laat onverlet dat er in de gezondheidszorg nog allerlei zaken te verbeteren vallen; zie bijvoorbeeld de kadertekst
                               ‘gezondheidsonderzoek met mondiale focus’ hieronder.
                           8   Zie http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOA_76WHGN_Eng.
                           9   Zie Juma (2005); Wereldbank (1998/1999).
                           10  Onder de Newly Industrialized Countries (NIC) vallen ondermeer Taiwan, Singapore en Zuid-Korea. BRIC staat voor Brazilië,
                               Rusland, India en China. Daarnaast wordt ook wel Zuid-Afrika meegerekend (samen aangeduid als BRICS). Steeds relevanter in
                               internationaal overleg is echter de zogenaamde G-5: China, India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika.
                        12 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                        minst ontwikkelde landen. Dit geldt met name in Afrika beneden de Sahara, waar
                                                                                                                    11
                        de innovatiekloof met geïndustrialiseerde landen het diepst is.
                        Mondiaal georiënteerd bedrijfsleven
Veel bedrijven opereren Steeds meer bedrijven opereren in een mondiale omgeving. Daarbij gaat het allang
            mondiaal …  niet meer alleen om de afzet van producten en diensten en de inkoop van grond-
                        stoffen en onderdelen op internationale markten. Bedrijven halen ook de kennis en
                        expertise die ze nodig hebben waar die maar te vinden is. Enerzijds werven ze men-
                        sen met specifieke expertise in verre landen, en anderzijds ontwikkelen ze ter plek-
                        ke nieuwe producten en diensten. In dat kader groeit internationale samenwerking
                        van bedrijven met onderzoeksinstellingen, universiteiten en gebruikers en is er
                                                                                                                        12
                        steeds meer sprake van Open Innovatie op internationaal niveau.
    … en zien kansen in Daarnaast komen steeds meer bedrijven tot het besef dat markten in ontwikkelings-
  ontwikkelingslanden   landen meer kansen bieden voor de ontwikkeling en afzet van innovatieve producten
                        en diensten dan tot op heden werden gezien en benut. Het gaat dan vooral om
                        innovaties die inspelen op de behoeften van de grote aantallen mensen in ontwikke-
                                                                                                                                           13
                        lingslanden met minimale koopkracht, de zogenoemde ‘basis van de piramide’.
                        Omkeer bij GE: van glocalisation naar reverse innovation
                        Tientallen jaren heeft General Electric westerse producten aangepast voor verkoop
                        in ontwikkelingslanden. In een poging concurrenten uit opkomende economieën
                        voor te zijn, probeert het nu het omgekeerde: ‘reverse innovation’.
                        GE heeft in westerse landen een behoorlijk marktaandeel op de markt voor echo-
                        grafen (medische apparaten voor het maken van echo’s), maar slaagde er aanvanke-
                        lijk niet in om dit succes naar opkomende markten uit te breiden. De oorzaak bleek
                        te liggen in verschillende eisen die de markt stelt: waar het in westerse markten
                        vooral prestaties tellen, gaat het in China om draagbaar, makkelijk te bedienen en
                        goedkoop. Daarop heeft GE in China een dergelijk apparaat ontwikkeld, dat ver-
                        kocht wordt voor slechts 15 procent van de prijs van een westerse echograaf. Dit
                        apparaat is helemaal in China ontwikkeld, op basis van een alternatieve ontwerp-
                        benadering (uitgaande van het gebruik van een laptop met geavanceerde software).
                        Een dergelijke machine zou men nooit hebben kunnen maken door het bestaande
                        apparaat voor westerse markten te vereenvoudigen.
                        Nu het apparaat er eenmaal is, blijkt het aan een enorme behoefte in ontwikke-
                        lingslanden te voldoen. Inmiddels bedraagt de omzet van dit product bijna 280 mil-
                        joen dollar per jaar en groeit de vraag met tientallen procenten per jaar. Dat is
                        11   Zie bijvoorbeeld de R&D-uitgaven: terwijl de bruto uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling in ontwikkelde landen ruim
                             540 dollar bedragen per capita bedragen, ligt dat bedrag in de minst ontwikkelde landen op minder dan 1 dollar (UNES-
                             CO, 2005). Zie tevens de gegevens over brain drain vanuit de minst ontwikkelde landen in hoofdstuk 4 hieronder.
                        12   Zie Etzkowitz en Leydesdorff (1997); Von Hippel (2006); AWT (2006a); Chesbrough (2003).
                        13   Zie Prahalad (2004), Hart (2005).
                     13 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                               mede veroorzaakt door het feit dat het product allerlei verrassende toepassingen
                               heeft gevonden in westerse landen, bijvoorbeeld waar draagbaarheid belangrijk is
                               (bij huisbezoeken), waar ruimte beperkt is (bijvoorbeeld in ambulances), of waar het
                               gaat om eenvoudige toepassingen (diagnoses in EHBO-afdelingen).
                               Het voorbeeld van de draagbare echograaf bij GE illustreert het potentieel van een
                               nieuwe innovatiestrategie bij grote westerse bedrijven. Van oudsher ontwikkelen
                               deze bedrijven producten dicht bij huis en voor hun thuismarkt, om deze vervolgens
                               wereldwijd te distribueren na aanpassingen aan lokale behoeften en financiële
                               draagkracht: ‘glocalization’. GE wisselt deze strategie nu in voor het omgekeerde,
                               ‘reverse innovation’, niet alleen om de omvangrijke markten in opkomende econ-
                               omieën te bedienen, maar ook uit defensieve overwegingen: “If GE doesn’t come
                               up with innovations in poor countries and take them global, new competitors from
                                                                                                                                          14
                               the developing World – like Mindray, Suzlon, Goldwind, and Haier – will”.
         Bedrijven passen hun  Veel grote bedrijven uit westerse landen hebben de waarde ontdekt van een inno-
        innovatiestrategie aan vatiestrategie waarbij productontwikkeling niet langer in de thuismarkt is geconcen-
                               treerd, maar ook plaatsvindt in markten met andere eisen en mogelijkheden.
                               Nederlandse multinationals als Philips, Unilever en DSM zijn (net als GE: zie kader-
                               tekst hierboven) sterk vertegenwoordigd in opkomende economieën en passen hun
                                                                                                           15
                               innovatiestrategie aan de nieuwe mogelijkheden aan.
                               Mondiale uitdagingen
Onze grootste uitdagingen zijn De klimaatcrisis, de voedselcrisis en de energiecrisis tonen aan dat de belangrijkste
                    mondiaal.  problemen van dit moment mondiaal van aard zijn. Landen worden op tal van
                               gebieden geconfronteerd met dezelfde soort problemen, ongeacht hun ontwikke-
                                                16
                               lingsniveau.          Gebrek aan ecologische duurzaamheid is bij uitstek een mondiaal
                               probleem. De oorzaken van de vernietiging van ecosystemen liggen vooral in geïn-
                               dustrialiseerde landen. Inwoners van deze landen hebben verreweg de grootste eco-
          Milieu en klimaat, … logical footprint (de per capita bijdrage aan milieubelasting door energie- en
                               grondstoffengebruik, uitstoot van broeikasgassen en andere stoffen, en dergelijke).
                               Veel ontwikkelingslanden worden hierdoor disproportioneel geraakt, enerzijds
                               omdat ze in kwetsbare geografische zones liggen, en anderzijds omdat ze niet over
                               voldoende middelen beschikken om tegenmaatregelen te treffen. Maar deze landen
                               dragen ook vaak zelf bij aan de vernietiging van ecosystemen en spelen een sub-
                               stantiële rol in milieuproblemen die burgers waar ook ter wereld raken. Denk aan
                               de ontbossing van regenwouden in Zuid-Amerika of Indonesië, of aan de sterk ver-
                               vuilende industrieën in Aziatische en Afrikaanse landen.
                               14   Jeffrey Immelt, CEO van GE in, Immelt et al. (2009).
                               15   In AWT (2006b) staat een beknopt overzicht van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in China en India van de
                                    grootste Nederlandse bedrijven.
                               16   Men spreekt daarom ook wel van de ‘Global South’, waarin ontwikkelde landen in toenemende mate geconfronteerd
                                    worden met problemen die eerder geassocieerd werden met ontwikkelingslanden (zie onder meer Molenaar, 2008).
                            14 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> … armoede en stagnatie: …   Armoede en stagnatie in ontwikkelingslanden horen ook tot deze mondiale proble-
                             men. Het zijn niet alleen opgaven voor ontwikkelingslanden. Armoede en stagnatie
                             hebben oorzaken en gevolgen op mondiaal niveau. De armoedeproblematiek is
                             steeds meer vervlochten met de voedselcrisis, de energiecrisis en de klimaatcrisis.
                             Landen met een stagnerende economie en een sterke bevolkingsgroei zijn een bron
                             van instabiliteit wereldwijd en vormen mogelijke broeinesten voor fundamentalisme
                             en criminaliteit, inclusief drugshandel en mensenhandel. De ongelijkheid tussen lan-
                             den in kansen op werk en inkomen en in persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden
                             is een belangrijke oorzaak van de grote migratiestromen vanuit ontwikkelingslanden
                             naar geïndustrialiseerde landen. Dit leidt vaak tot sociale ontwrichting in ontwikke-
                             lingslanden en sociale en culturele spanningen in geïndustrialiseerde landen.
                             Armoede speelt ook een belangrijke rol bij gezondheidsproblemen die mondiale risi-
                             co’s met zich meebrengen, zoals de uitbraak en verspreiding van infectieziektes. Dat
                             kan ook gaan om ziektes die in geïndustrialiseerde landen vooralsnog uitgebannen
                             leken, zoals resistente tuberculose, die via immigratie vanuit ontwikkelingslanden
                             verspreiding vindt. Ontwikkelingssamenwerking ter bestrijding van armoede dient
… het gaat ons allemaal aan  dus veel meer doelen dan alleen maar (zo mogelijk duurzame) sociale en economi-
                             sche ontwikkeling in arme landen.17
                             2.2         Mondiaal veld versus nationaal kennis- en
                                         innovatiebeleid
   Waar kennis en innovatie  Waar kennisontwikkeling en innovatie de hele wereld omspannen, is het betreffen-
            mondiaal zijn …  de overheidsbeleid sterk nationaal georiënteerd. Zoals gezegd, kennisontwikkeling
                             is georganiseerd in mondiale netwerken, bedrijven rekruteren en gebruiken kennis
                             en expertise op mondiale schaal, en de belangrijkste kennisopgaven zijn mondiaal
                             van aard. Het Nederlandse kennis- en innovatiebeleid richt zich daarentegen op
                             kennisprocessen binnen de eigen landsgrenzen en op bedrijven en burgers die in
                             Nederland belasting betalen.
… is de focus van het beleid Meer specifiek, het wetenschaps- en onderzoeksbeleid is vooral gericht op het in
                   nationaal stand houden en laten functioneren van de Nederlandse capaciteit voor fundamen-
                             teel en toegepast onderzoek. Het innovatiebeleid sluit daarop aan en stimuleert de
                             valorisatie van de in Nederland geproduceerde kennis. Daarmee bevordert het de
                             kennisdoorstroming van de Nederlandse kennisinstellingen naar het Nederlandse
                             bedrijfsleven, om zo innovatieprocessen te ondersteunen ten bate van de concur-
                             rentiekracht van hier gevestigde bedrijven. Op deze manier wordt getracht binnen
                             een mondiaal systeem een geografisch afgebakend deelsysteem te optimaliseren en
                             te positioneren tegenover andere nationale deelsystemen.
                             17  Zie bijvoorbeeld OECD (2009), p. 22: “Failure to deliver the benefits of globalisation, especially in developing countries,
                                 risks undermining global stability. And this threatens us all, whether we live in rich countries or poor. For this reason,
                                 development co-operation must not be regarded by donor countries as an “optional extra”, but rather as a central fea-
                                 ture of their response to the challenges of globalisation”.
                          15 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                  Dat kan beter Dit roept de vraag op of het in een mondiaal samenhangend kennis- en innovatie-
                                systeem wel zo verstandig is om een nationaal georiënteerd beleid te voeren. De
                                raad meent dat het effectiever is om een meer internationaal georiënteerd beleid te
                                voeren. Hieronder legt hij uit waarom.
                                De beperkingen van nationaal beleid
                                De directe baten van kennis- en innovatiebeleid zijn expertise, onderzoeksresultaten
                                en vindingen: ‘kennis als vermogen’ en ‘kennis als product’. Deze laten zich moeilijk
                                vangen binnen nationale grenzen en komen maar zeer beperkt bij ingezetenen
                                terecht.
 dere landen profiteren van ons Bij het wetenschapsbeleid is het duidelijk dat onderzoeksoutput in de vorm van
                kennisbeleid …  spillovers steeds meer wereldwijd neerslaat. Uitkomsten van academisch onderzoek
                                komen terecht in het publieke domein en zijn wereldwijd beschikbaar via academi-
                                sche tijdschriften. Onze ‘kennis als product’ is een (quasi)publiek goed. Resultaten
                                van publiek onderzoek zijn voor iedereen met voldoende kennis van zaken toegan-
                                kelijk (zie kadertekst). Onze ‘kennis als vermogen’, onze nationale kenniscapaciteit,
                                kan alleen functioneren als onderdeel van de mondiale kenniscapaciteit. Onze ken-
                                nisinstellingen staan in direct contact met kenniscentra elders. Er werken mensen
                                uit de hele wereld, die ervaring van ginder inbrengen en hier opgedane expertise
                                                                                 18
                                meenemen naar andere plaatsen.
                                Kennis als publiek goed
                                Publieke goederen zijn goederen met twee kenmerken: i) non-rivaliteit (iemands
                                gebruik heeft geen gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van anderen), en ii)
                                non-exclusiviteit (niemand kan van het gebruik worden uitgesloten). Quasipublieke
                                goederen zijn goederen die slechts aan één van beide kenmerken voldoen.
                                Geavanceerde kennis kan men beschouwen als een quasipubliek goed, alleen
                                gekenmerkt door non-rivaliteit – het is een zogenaamd club good. In de praktijk
                                zijn veel gebruikers immers uitgesloten van het gebruik van kennis door een ontoe-
                                reikend niveau van eigen expertise. Toegang wordt verkregen door eerst te investe-
                                ren in basiskennis, in kenniscapaciteit, in kennis als vermogen. Dat geldt op voor
                                een individu, maar ook voor een bedrijf, een kennisinstelling of een land. Investeren
                                in kennis als vermogen is als het ware het voldoen van de noodzakelijke ‘clubcontri-
                                butie’ om van kennis als club good gebruik te kunnen maken.
… en van ons innovatiebeleid, … De baten van innovatiebeleid slaan vaak iets meer lokaal neer, maar ook daar zijn er
                                belangrijke spillovereffecten. De opbrengsten van dit beleid komen in de vorm van
                                werkgelegenheid bij werknemers terecht, in de vorm van nieuwe producten bij con-
                                sumenten, en in de vorm van bedrijfswinsten bij ondernemers en aandeelhouders
                                18   Hieraan verwant, naarmate studenten internationaal steeds mobieler zijn, is ook het hogeronderwijsbeleid steeds meer
                                     door internationale spillovers gekenmerkt. Nederland leidt Nederlandse en buitenlandse studenten op, waarvan een deel
                                     hun kennis na afloop van hun studie mee de grens over nemen.
                             16 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                van bedrijven. Zowel consumenten als aandeelhouders bevinden zich vaak buiten de
                                landsgrenzen. Bij internationale bedrijven kan innovatiebeleid lokaal effecten op de
                                werkgelegenheid hebben, maar ook in vestigingen elders.
      … en wij van dat van hen  Dat de effecten van het kennis- en innovatiebeleid langs diverse kanalen over natio-
                                nale grenzen heen weglekken, is op zich prima. Dat weglekken gaat immers in
                                beide richtingen. Zoals het buitenland profiteert van Nederlandse beleidsinspannin-
                                gen en financiële middelen, zo heeft Nederland baat bij kennisontwikkeling en
                                innovatie en het bijbehorende stimuleringsbeleid in het buitenland. Naarmate de
                                mondialisering van kennisontwikkeling en innovatie voortschrijdt, nemen de spill-
                                overs en spill-ins toe. Het is belangrijk dat het beleid zich daaraan aanpast. Een
                                beleid dat sterk op de nationale kennisinstellingen en bedrijven is georiënteerd sluit
                                steeds minder aan op een kenniscapaciteit die uitermate internationaal verweven is
                                geraakt.
                                Investeringen in kennis- en innovatiebeleid kunnen niet langer gezien worden als
                                uitgaven waarvan de baten, omdat ze uit nationale middelen gefinancierd worden,
                                een-op-een in Nederland terecht moeten komen. Deze investeringen kunnen beter
                                beschouwd worden als de prijs van lidmaatschap van een mondiale kennisgemeen-
                                schap. Het zijn investeringen in een productie- en absorptiecapaciteit voor kennis,
                                die integraal onderdeel is van een mondiaal systeem. Ze verschaffen toegang tot
                                een mondiale kennisvoorraad, een netwerkvoorziening waartoe alleen diegene toe-
                                gang heeft, die er ook zelf aan bijdraagt.
                                Doelstellingen van kennis- en innovatiebeleid
                                De vooronderstelling dat de directe baten van een nationaal georiënteerd kennis- en
                                innovatiebeleid binnen de landsgrenzen neerslaan gaat niet langer op. De baten die
                                in Nederland neerslaan, zijn veeleer indirect. De expertise, onderzoeksresultaten en
                                vindingen waarvan wij profiteren, hebben hun oorsprong op allerlei plekken in de
                                wereld. Dit besef leidt de raad tot de conclusie dat het verstandiger is een meer
                                internationaal georiënteerd beleid te voeren.
arom voeren we dan kennis- en   De raad meent dat het hier van belang is om de hoofddoelstellingen van het
               innovatiebeleid? Nederlandse kennis- en innovatiebeleid in het oog te houden. Hij onderscheidt er
                                drie. In de eerste plaats is het beleid erop gericht te zorgen voor ‘kennis als vermo-
  Voor ‘kennis als vermogen’, … gen’: het vermogen om de kennis die in de wereld geproduceerd wordt en voor-
                                                                            19
                                handen is te absorberen en te gebruiken.       Dat vraagt om een goed opgeleide
                                beroepsbevolking en om kennisinstellingen die in staat zijn om zelf bij te dragen
                                aan verdere kennisontwikkeling aan de grenzen van de wetenschappen – ‘kennis als
                                product’. In de tweede plaats is het beleid bedoeld om bij te dragen aan het con-
   … voor concurrentiekracht, … currentievermogen van de Nederlandse economie door de commerciële exploitatie
                                19  Zie noot 2 voor begripsomschrijvingen.
                             17 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                              van kennis te ondersteunen. Daarbij zij aangetekend dat de Nederlandse economie
                              steeds meer verweven is geraakt met de economieën om ons heen. Zoals ons ken-
                              nissysteem een integraal onderdeel is van een omvattend kennissysteem, zo is onze
                              economie sterk geïntegreerd in het (Noordwest-)Europese economische systeem. In
                              de derde plaats is het beleid erop gericht de oplossing van een aantal maatschappe-
  … en om maatschappelijke    lijke problemen dichterbij te brengen door bij te dragen aan de ontwikkeling van de
     problemen op te lossen   daarvoor noodzakelijke kennis.
       Dat kan het best met   Deze hoofddoelstellingen van beleid worden het best gediend met een beleid dat
internationaal gericht beleid een internationale focus heeft. Dat is een beleid dat de mondiale kennis- en innova-
                              tiecapaciteit versterkt om daar in Nederland van te profiteren, dat valorisatie van
                              kennis waar ook ter wereld bevordert wanneer de Nederlandse economie daar baat
                              bij heeft, en dat zich laat leiden door een agenda die de grote mondiale problemen
                              van onze tijd adresseert.
                              Meer specifiek betekent dat het volgende. Ten eerste, de Nederlandse kennis- en
                              innovatiecapaciteit is een onderdeel van een wereldwijd systeem. Waar het gaat om
                              onderhoud en verdere ontwikkeling van deze nationale capaciteit, is het enerzijds
                              belangrijk om te zorgen voor een goede aansluiting bij en positionering binnen dit
                              systeem, en anderzijds om te komen tot een zekere nationale profilering en speciali-
                              satie. In dit verband is het bijvoorbeeld effectiever om Nederlandse onderzoekers en
                              studenten te stimuleren te werken of te studeren aan de op hun terrein beste ken-
                              nisinstellingen ter wereld, dan om de ondersteuning te concentreren op de kennis-
                              ontwikkeling in Nederland. Het is ook in disciplines waarin Nederland aan de top
                              staat effectiever om de beste buitenlandse onderzoekers en studenten te stimuleren
                              in Nederland te werken of te studeren, dan om met voorrang de carrièreontwikke-
                              ling van Nederlandse onderzoekers te bevorderen.
                              Ten tweede, het concurrentievermogen van de Nederlandse economie is afhankelijk
                              van het vermogen kennis waar ook ter wereld te vinden en te gebruiken. Waar het
                              gaat om het bevorderen van kennisvalorisatie ten behoeve van dit concurrentiever-
                              mogen, is het effectiever bedrijven te ondersteunen de kennis daar te halen waar
                              die te vinden is (valorisatie van buitenlandse kennis), dan het beleid exclusief te
                              richten op de valorisatie van in Nederland ontwikkelde kennis. Er is niets op tegen
                              de bedrijfs-R&D van een Nederlands bedrijf te ondersteunen, ook wanneer die in de
                              Indiase vestiging van dat bedrijf plaatsvindt, zolang het resultaat maar zijn weg naar
                              Nederland vindt. Het is prima de besteding van Nederlandse innovatievouchers in
                                                          20
                              China toe te staan.
                              20   In dat verband kan er ook op wederkerigheid worden aangedrongen: als Nederland subsidieprogramma’s voor Chinese
                                   bedrijven en kennisinstellingen openstelt, zou het billijk zijn als de Chinese overheid bijvoorbeeld subsidieprogramma’s
                                   voor innovatie open zou stellen voor vestigingen van Nederlandse bedrijven in China.
                           18 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                               Ten derde, de meest urgente maatschappelijke problemen zijn mondiaal. Waar het
                               gaat om het bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen is het
                               effectiever de aandacht meer te richten op de aanpak van de mondiale crises en
                               grote uitdagingen van onze tijd, in samenwerking met partners in westerse landen
                               en ontwikkelingslanden, en daarmee te profiteren van de mondiale diversiteit in
                               kenniscapaciteit, dan om vooral te focussen op de oplossing van Nederlandse pro-
                               blemen met Nederlandse kennis.
                               2.3        Conclusie
           Mondialisering van  Er bestaat een toenemende spanning tussen de voortschrijdende mondialisering van
ennisontwikkeling en innovatie kennisontwikkeling en innovatie en de nationale oriëntatie van het kennis- en inno-
      vraagt om internationaal vatiebeleid. Kennisontwikkeling en innovatie vinden plaats in grensoverschrijdende
           georiënteerd beleid netwerken. De belangrijkste uitdagingen zijn mondiale uitdagingen.
                               Onderzoeksinstellingen en bedrijven spelen daarop in. Het overheidsbeleid blijft
                               daar vooralsnog bij achter. Gezien de doelstellingen van het kennis- en innovatie-
                               beleid, is een meer internationale oriëntatie van dit beleid noodzakelijk.
                            19 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>20 Kennis zonder grenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                             3              Internationaal gericht kennis- en
                                            innovatiebeleid
                                 In dit hoofdstuk beschrijft de raad hoe een meer internationaal georiënteerd kennis-
                                 en innovatiebeleid er in de praktijk uit zou kunnen zien, waarbij hij in het bijzonder
                                 kijkt naar samenwerking met ontwikkelinglanden. De raad meent dat een intensive-
                                 ring van de samenwerking met deze landen noodzakelijk is, vooral in het licht van
                                 de aanpak van mondiale uitdagingen. Daarnaast zal dit bijdragen aan de versterking
                                 van de Nederlandse kenniscapaciteit en concurrentiekracht.
 ontwikkelingsgerichte kennis-   In het kader van ontwikkelingssamenwerking bestaat reeds beleid dat op kennisont-
        en innovatiebeleid is al wikkeling en innovatie is gericht. Dit kennisbeleid staat primair ten dienste van
   internationaal georiënteerd   armoedebestrijding en is doorgaans gekoppeld aan specifieke thema’s, waaronder
                                 gezondheidszorg, onderwijs, landbouw en voedselvoorziening, water, huisvesting,
                                 energie en milieu en veiligheid. Het is vaak geïsoleerd van het algemene kennis- en
                                 innovatiebeleid ontwikkeld. Dientengevolge is er een inhoudelijke en een organisa-
                                 torische afstand gegroeid. Deze afstand heeft er bijvoorbeeld toe geleid, dat het
                                 onderzoek ten behoeve van armoedebestrijding veelal is geconcentreerd bij groepen
                                 ontwikkelingsspecialisten, waarin westerse invalshoeken vaak domineren en die hun
                                                                                                                                     21
                                 eigen banden met partners in ontwikkelingslanden onderhouden.                                          Relaties tussen
                                 partijen in Nederland en in ontwikkelingslanden komen daardoor langs twee
                                 gescheiden wegen tot stand, gestuurd door hetzij het Nederlandse ontwikkelingsbe-
                                 leid, hetzij het Nederlandse kennis- en innovatiebeleid.
  Meer afstemming hiermee is     Als Nederland tot een meer internationaal georiënteerd kennis- en innovatiebeleid
                      geboden    besluit, dan is een nauwere afstemming of integratie met het kennis- en innovatie-
                                 beleid voor ontwikkelingssamenwerking geboden. Een geïntegreerd beleid, met een
                                 prominente plaats voor een ontwikkelingsrelevante onderzoeksagenda en voor
                                 samenwerking met ontwikkelingslanden, levert ook voor Nederland een reeks van
                                 voordelen op.
                                 3.1        Meer samenwerken met ontwikkelingslanden
                                 In deze paragraaf kijken we vanuit Nederlands perspectief naar de voordelen van
                                 samenwerking met ontwikkelingslanden. In de volgende paragraaf kijken we naar
                                 de aantrekkelijke kanten van samenwerking met Nederland vanuit het gezichtspunt
                                 van ontwikkelingslanden.
                                 21  Auteurs uit ontwikkelingslanden spreken in dit verband zelfs over ‘cognitive injustice’ (Shiva, 1991), en over de verban-
                                     ning van inheemse kennis naar het museum, enkel nog bewaard als een classificatie van een dode cultuur (Visvanathan,
                                     1997). Zie ook Shrum en Shenhav (1995).
                             21  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                               Mondiale uitdagingen
and challenges’ vragen om een  Vanuit Nederlands perspectief zou vooral de aanpak van de meest urgente mondiale
       gezamenlijke aanpak …   problemen, de zogenoemde grand challenges, zeer gediend zijn met een intensive-
                               ring van de samenwerking met ontwikkelingslanden. De belangrijkste, omvangrijk-
                               ste en meest urgente mondiale problemen manifesteren zich het meest in
                               ontwikkelingslanden. Om deze mondiale uitdagingen het hoofd te bieden, is veel
                               kennisontwikkeling en innovatie nodig. Het gaat daarbij om meer duurzaamheid,
     … met inzet op duurzame   vooral in energiewinning en -gebruik en in gebruik van land, zoetwater en natuur-
                 technologie … lijke hulpbronnen, ten behoeve van agrarische en industriële productie en van trans-
                               port. Het gaat daarnaast om maatschappelijke uitdagingen als preventie van ziekte
                               en betaalbaarheid van gezondheidszorg, om veiligheid en het accommoderen van
                               klimaatverandering. Wetenschappelijke kennis en technologie mogen dan deel heb-
                               ben uitgemaakt van de oorzaak van de onderliggende problemen, maar vormen
                                                                                   22
                               ook zeker deel van de oplossing.
                               Snelle mondiale toepassing van nieuwe kennis is daarbij essentieel. Ook al kan de
  … en snelle verspreiding van huidige energie-, klimaat- en milieucrisis onmogelijk bedwongen worden met de
                    innovaties technologie van vandaag en is nieuwe fundamentele kennis absoluut cruciaal, toch
                               valt op korte termijn nog veel winst te behalen door een brede, wereldwijde inzet
                               van beschikbare ‘groene’ technologie en innovaties. De snelle toepassing van kennis
                               en duurzame technologie wereldwijd, en dan met name in snel groeiende, opko-
                               mende economieën, is uiteindelijk een noodzakelijke voorwaarde voor handhaving
                                                                                         23
                               van welvaart in ontwikkelde landen.
                               Gezondheidsonderzoek met mondiale focus
                               In 2004 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) samen met het Nederlandse
                               ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de belangrijkste neglected
                               diseases en pharmaceutical gaps geïdentificeerd: medicijnen waar grote behoefte
                                                                                                                                                            24
                               aan is, maar die niet ontwikkeld worden omdat de vraag weinig koopkrachtig is.
                               Hierbij is de aandacht speciaal uitgegaan naar ontwikkelbehoeftes die ook relevant
                               zijn voor opkomende en ontwikkelingslanden.
                               Een voorbeeld van een dergelijke pharmaceutical gap is warmteresistente insuline.
                               Naar verwachting zal onder invloed van verstedelijking, vergrijzing en industrialisatie
                               22   Zoals Robbert Dijkgraaf, president van de KNAW, onlangs stelde: “Achter de economische donderwolken doemt [...] een nog
                                    veel dreigender perspectief op: de ecologische crisis met de moderne incarnatie van de vier apocalyptische ruiters: honger,
                                    ziekte, energietekort en klimaatverandering. [...] Bij het adresseren van deze problemen is voor de wetenschap een cruciale
                                    rol weggelegd. Kennis en technologie mogen onderdeel van de oorzaak zijn geweest, zij zullen zeker onderdeel zijn van de
                                    oplossing. In de strijd met deze grote vraagstukken moet de wetenschap al haar wapens inzetten.” (Dijkgraaf, 2009).
                               23   Zie David et al. (2009). Paul Collier spreekt in dit verband over de noodzakelijke verbintenis van compassie en verlicht
                                    eigenbelang: “Compassion because a billion people are living in societies that have not offered credible hope. That is the
                                    human tragedy. Enlightened self-interest because if that economic divergence continues for another forty years, combin-
                                    ed with social integration globally, it will build a nightmare for our children. We need compassion to get ourselves star-
                                    ted, and enlightened self-interest to get ourselves serious.” (Collier, 2008).
                               24   Zie Kaplan en Laing (2004).
                            22 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                            het aantal gevallen van diabetes in de wereld de komende jaren flink toenemen.
                            Tegen 2025 leiden naar schatting 300 miljoen mensen aan deze ziekte, waarvan
                            velen in de tropen. Behandeling van deze diabetespatiënten is lastig, omdat de
                            huidige insulines koel bewaard moeten worden. Koelkasten zijn niet altijd beschik-
                            baar. Hoewel het om grote aantallen mensen gaat, is de koopkracht van de vraag
                            in de tropen te klein en te ongeorganiseerd om onderzoek naar warmtebestendige
                            insuline voor farmaceutische bedrijven aantrekkelijk te maken.
                            De genoemde inventarisatie van neglected diseases en pharmaceutical gaps is heel
                            waardevol en het probleem is breed onderkend. Initiatieven om er werkelijk iets aan
                            te doen zijn evenwel beperkt. Gezien het maatschappelijke belang, zou de publieke
                            sector hier een grotere rol in kunnen spelen.
                            Een instituut dat een rol in de aanpak van deze problematiek op het terrein van
                            gezondheidszorg wil spelen en een mondiale benadering van gezondheidspro-
                            blematiek propageert, is het recent opgerichte Amsterdam Institute for Global
                            Health and Development (AIGDH), een samenwerkingsverband tussen het AMC,
                                                 25
                            de UvA, de VU.
                            Kennis als vermogen
                            Niet alleen voor de aanpak van grand challenges heeft Nederland samenwerking in
Het Nederlandse toegepaste  onderzoek met ontwikkelingslanden nodig. Ook de verdere ontwikkeling van de
   onderzoek profiteert van Nederlandse kenniscapaciteit heeft hier baat bij. In een aantal domeinen van toege-
        samenwerking met    past onderzoek (actionable knowledge) zijn de meest uitdagende, maar veelal ook
     ontwikkelingslanden, … de minst gedocumenteerde, onderzoekscases in ontwikkelingslanden te vinden.
                            Denk aan problemen op het gebied van gezondheidszorg, landbouw en voeding,
                            mobiliteit en klimaatverandering, de ontwikkeling van megasteden, ongelijkheid en
                            armoede. Beschikbare Nederlandse en Europese financieringsbronnen richten toege-
                            past onderzoek dikwijls op ontwikkelde landen die op minder prangende wijze
                            geconfronteerd worden met deze uitdagingen. Een schaalvergroting van het
                            Nederlandse toegepast onderzoek, met name in de richting van ontwikkelingslan-
                            den, zou rechtstreeks bijdragen tot versterking van het Nederlandse kennissysteem.
                            Ontwikkelingslanden zijn echter niet alleen interessant voor toegepast onderzoek.
 … en ook het fundamentele  Ook fundamentele kennisontwikkeling binnen diverse disciplines zou zeer gebaat
                 onderzoek  zijn bij een confrontatie met de specifieke omstandigheden en uitdagingen in
                            ontwikkelingslanden. Daarbij gaat het niet alleen om medische, farmaceutische,
                            landbouwkundige en waterbouwkundige disciplines, maar ook om alfa- en gamma-
                            wetenschappen (bijvoorbeeld rechtswetenschappen, economie en sociologie). De
                            kennisvoorraad die in veel alfa- en gammadisciplines is opgebouwd, is sterk bepaald
                            25  Zie http://www.amc.nl/?sid=1900
                         23 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                          – en gekleurd – door empirisch onderzoek op basis van westerse (vaak
                          Angelsaksische) data, gegeven de organisatorische, institutionele en culturele karak-
                          teristieken van de westerse maatschappij. Een verbreding van de empirische basis
                          van deze wetenschappen tot de organisatie, instituties en cultuur in de diverse ont-
                          wikkelingslanden, leidt naar het oordeel van de raad tot een verbreding en verdie-
                          ping van fundamentele kennis en inzicht.
                          Onderzoek onder uitdagende omstandigheden: duurzaam waterbeheer
                          In de komende decennia leidt klimaatverandering tot een hogere druk op stedelijke
                          gebieden aan de kust en in delta’s om zich te beschermen tegen hoog water. Het
                          Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W) heeft daarom in de afge-
                          lopen jaren internationale projecten geïnitieerd met ontwikkelingslanden die net als
                          Nederland in een delta liggen. Als onderdeel van het Nationaal Water Plan, waarin
                          de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid zijn aangegeven, heeft V&W een aan-
                          tal delta’s in de wereld geselecteerd waar de kennis en expertise van de
                          Nederlandse watersector kan worden ingezet om de bescherming tegen overstro-
                          mingen te verbeteren en een duurzaam waterbeheer te realiseren. Een van die del-
                          ta’s is gelegen in Bangladesh, waar de Ganges en de Brahmaputra vaak
                          overstromen. Met ondersteuning vanuit Nederland richt Bangladesh daar ondermeer
                          waterschappen op en introduceert het watermanagement van en door de bevol-
                          king.26
                          Nederland profiteert zelf ook van deze samenwerking. Een rapport van
                          Rijkswaterstaat legt uit: “Hoewel Dhaka sociaal en economisch hemelsbreed van
                          Nederland verschilt, is het voor Nederland interessant omdat zich hier in ‘versnelde
                          film’ dezelfde autonome ruimtelijke processen afspelen als in Nederland”.27 Zo
                          heeft Rijkswaterstaat verkend wat er valt te leren van de ruimtelijke aanpak van
                          wateroverlast en rivieroverstromingen in Bangladesh.
                          Samenwerking met ontwikkelingslanden kan de Nederlandse kenniscapaciteit niet
                          alleen versterken door het aanreiken van onderzoeksuitdagingen en –cases, maar
Het gaat om kennis en om  ook omdat deze landen een groot onderontwikkeld potentieel aan menselijk kapi-
                 mensen   taal en talent herbergen. Kennissamenlevingen die erin slagen om kennispotentieel
                          elders aan te boren en te ontwikkelen, varen daar wel bij. De vergrijzing van de hui-
                          dige generatie kenniswerkers versterkt deze trend alleen maar. Voor Nederland is
                          ook om die reden toegang tot de groeiende kennis- en innovatiecapaciteit in ont-
                          wikkelingslanden steeds belangrijker, ook al staat die capaciteit nu nog aan het
                          begin van zijn ontwikkeling.
                          26  Het zogenaamde IPSWAM project: zie http://www.ipswam-bwdb.org.bd/.
                          27  Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2006).
                       24 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>   Het Mattheüseffect
   Wil een land aansluiting vinden bij mondiale netwerken van kennisproductie, dan
   moet het rekening houden met de specifieke dynamiek van het mondiale kennis-
   systeem. Kennis is weliswaar mobiel, maar onderzoek is geografisch sterk
   geclusterd. Wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksinfrastructuur zijn vooral te
                                                                                                            29
   vinden in of nabij bepaalde grote steden in geïndustrialiseerde landen.
   Wetenschappers in ontwikkelingslanden ontberen vaak goede verbindingen met
                                            30
   deze centra van onderzoek.
   Deze onevenredige verdeling is een gevolg van de organisatie en sociale normen
   van de wetenschappelijke praktijk zelf. Wetenschappers van naam worden meer
   geciteerd en weten meer onderzoeksgelden te verwerven dan onbekende weten-
   schappers die soortgelijk werk leveren. Daardoor kunnen zij meer en beter onder-
   zoek te doen, hetgeen wederom tot nog meer citaties en middelen leidt. Dit wordt
                                               31
   het Mattheüseffect genoemd.                     Uiteindelijk resulteert dit in een eenzijdige verde-
   ling: een handvol bekende topwetenschappers wordt massaal geciteerd en trekt het
   merendeel van de onderzoeksmiddelen naar zich toe, terwijl de grote massa der
                                                                                                32
   wetenschappers zich in netwerktermen in de periferie bevindt.
   Dit mechanisme is ook waarneembaar op het niveau van organisaties en regio’s.33
   Universiteiten van naam, gelegen in dynamische regio’s, trekken topwetenschappers
   uit de hele wereld aan. Dit effect versterkt zichzelf: kwaliteit trekt meer kwaliteit
         34
   aan.      Dientengevolge is wetenschappelijke activiteit geconcentreerd in een paar
   landen, en daarbinnen in bepaalde regio’s. Duidelijke uitschieters zijn Californië,
                                                         35
   Boston, New York, London en Tokyo.
   De globalisering van internationale netwerken waarin kennis circuleert biedt opko-
   mende landen kansen. Toch dreigt de kenniskloof tussen ontwikkelde en opkomen-
   de landen ten gevolge van het Matheüseffect te verdiepen. Immers, voor een
   geografische regio die in de wetenschappelijke periferie is beland, is het moeilijk om
   op te boksen tegen de gevestigde wetenschappelijke centra.
   29  Wereldbank (2009).
   30  Overigens liggen de verbindingen die er zijn vaak bij de nodes die al veel verbindingen hebben. Dit uit zich bijvoorbeeld
       in het feit dat onderzoekers uit ontwikkelingslanden meer samenwerken met Noordelijke partners dan met onderzoekers
       uit hun buurlanden
   31  De term is in 1968 door de wetenschapssocioloog Robert Merton geïntroduceerd, refererend aan Mattheüs, 25:14-30,
       de parabel van de talenten: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal
       zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”
   32  Zie Wagner (2008).
   33  Een voorbeeld van het cumulatieve voordeel dat hierbij een doorslaggevende rol speelt is te vinden in Geneve, dat al
       lange tijd een centrum voor natuurkundig onderzoek was, en daarmee een logische keus werd voor de vestiging voor de
       European Organization for Nuclear Research (CERN).
   34   Zie Merton (1968).
   35  Zie Wagner (2008), p. 72.
25 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                Concurrentiekracht
                                Tenslotte heeft de concurrentiekracht van de Nederlandse economie baat bij meer
arkten in ontwikkelingslanden   samenwerking met ontwikkelingslanden op het gebied van kennisontwikkeling en
         vragen om innovaties   innovatie. Hierboven is al gerefereerd aan het feit dat markten in ontwikkelingslan-
                                den commercieel aantrekkelijke mogelijkheden bieden aan bedrijven die innovatie-
                                inspanningen meer afstemmen op de behoeften van de ‘basis van de piramide’.36
                                Daar komt bij dat bij veel innovatieprocessen de vroegtijdige interactie met gebrui-
                                kers een steeds belangrijkere rol speelt.37 Innovatie is steeds vaker een interactief
   Interactie met gebruikers is proces waarbij gebruikers een eigen inbreng hebben. Dit ‘democratiseren van inno-
             daarbij belangrijk vatie’ beperkt zich echter niet langer tot zeer betrokken en gespecialiseerde gebrui-
                                kers met hoge inkomens uit ontwikkelde landen, maar betreft ook steeds meer de
                                omvangrijke groepen van gebruikers in ontwikkelingslanden. Gebruikers uit de
                                middenklasse in ontwikkelingslanden, of zelfs uit de onderkant van de inkomens-
                                piramide, oefenen vraag naar product- en procesinnovaties uit.
                                Dit stelt nieuwe uitdagingen voor de manier waarop bedrijven uit ontwikkelde
                                                                                                        38
                                landen hun onderzoek wereldwijd organiseren.                                Daar waar het grensverleggende
                                fundamentele onderzoek steeds meer geconcentreerd wordt in kennisclusters van
                                wereldfaam (‘Mattheüsclusters’), zal het meer toegepaste ontwerp- en ontwikke-
                                lingswerk zich geografisch steeds meer richting marktvraag bewegen. Door ter
                                plaatse producten en diensten voor de midden- en lagere inkomensklassen te
                                ontwikkelen, worden bedrijven met nieuwe omstandigheden geconfronteerd en
                                                                                      39
                                verleid tot ‘out of the box’ denken.
                                Nokia in Afrika
                                Sinds een aantal jaren stuurt Nokia antropologen naar Afrika die op zoek gaan naar
                                nieuwe toepassingen van mobiele telefoons. Voor Nokia zijn ontwikkelingslanden
                                niet alleen een interessante markt voor bestaande producten en diensten, maar ook
                                                                                            40
                                een inspiratiebron voor vernieuwingen.                          Volgens Nokia zijn dit de plaatsen “in
                                which we can best learn about the kinds of mobile use that will become mainstre-
                                am in other parts of the world. We find these communities to be incredibly innova-
                                                                                                       41
                                tive in the way they use their mobile phones”.
                                36  Zie Prahalad (2006).
                                37  Zie Von Hippel (2006).
                                38  In de woorden van Soete (2008): “In the old industrial S&T model, the focus within the context of development was quite
                                    naturally on technology transfer and imitation: imitation to some extent as the opposite of innovation. In the new model,
                                    innovation is anything but imitation. Every innovation appears now unique with respect to its application. Re-use and
                                    re-combinations of sometimes routine, sometimes novel pieces of knowledge are likely to be of particular importance,
                                    but their successful application might ultimately well involve engineering expertise, design capabilities, even research.”
                                39  Naast bedrijven als Unilever en Philips zijn ook Nederlandse banken als Triodos, met producten op het gebied van micro-
                                    financiering en micro-verzekeringen, voorlopers geweest in de ontwikkeling van typische innovaties voor de ‘basis van de
                                    piramide’.
                                40  Afrika had in 2008 de snelst groeiende markt voor mobiele telefonie. Ook in landen als India groeit deze markt snel. Op
                                    het platteland geven mobiele telefonie en internet boeren een veel ruimere toegang tot informatie dan vroeger, bijvoor-
                                    beeld over actuele inkoopsprijzen in verschillende regio’s voor hun gewassen. Dat draagt bij aan een verminderde afhan-
                                    kelijkheid van lokale opkopers, lagere transactiekosten, en hogere inkomsten, met name uit de verkoop van bederfelijke
                                    producten (Wereldbank, 2008; African Economic Outlook, 2009).
                                41  Palmer (2008).
                            26  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                               Zo constateerden antropologen bijvoorbeeld dat sommige prijsbewuste Ghanese
                               consumenten in een houder aan hun telefoon twee of meer SIM-kaarten monteer-
                               den, één voor elke provider, om daarmee goedkoop naar telefoons die tot verschil-
                               lende netwerken behoren te kunnen bellen. Dit leidde tot nieuwe
                               productontwikkelingen bij Nokia voor markten in zowel ontwikkelingslanden als
                               westerse landen.
menwerking is aantrekkelijk, … Samenwerking met ontwikkelingslanden is in het belang van de aanpak van mondiale
                               uitdagingen, de ontwikkeling van onze kennis als vermogen, en de bevordering van
                               de concurrentiekracht van in Nederland gevestigde bedrijven. De huidige jacht op
                               samenwerkingsovereenkomsten met partners in opkomende economieën als China en
                               India illustreert dit belang. Jaarlijks trekken tientallen delegaties van bedrijven en ken-
                               nisinstellingen daarheen om tot samenwerking op het gebied van kennisontwikkeling
                               en innovatie te komen, inclusief de uitwisseling van kenniswerkers. Geslaagde samen-
… maar relaties opbouwen kost  werkingsverbanden vinden echter in veel gevallen hun oorsprong in langdurige con-
                          tijd tacten die in een eerder ontwikkelingsstadium gelegd zijn. Chinese betrokkenheid bij
                               de Europese kaderprogramma’s blijft bijvoorbeeld grotendeels beperkt tot samenwer-
                               king met Europese partners waarmee al sedert lang samenwerkingsrelaties
                                              42
                               bestonden.         Een vroege betrokkenheid bij de opbouw van kennis- en innovatiepo-
                               tentieel in ontwikkelingslanden is daarom van groot belang voor Nederland.
                               3.2        Aansluiten op de behoeften van ontwikkelingslanden
ok ontwikkelingslanden willen  Niet alleen kan Nederland profiteren van meer samenwerking met ontwikkelings-
              samenwerken: …   landen op de terreinen van kennisontwikkeling en innovatie, ook hebben ontwikke-
                               lingslanden baat bij deze samenwerking. Het gegeven dat de omvang van de
                               kennisvoorraad in de wereld de laatste decennia fors is gegroeid, biedt ontwikke-
                               lingslanden de kans om een snelle ontwikkeling door te maken en om daarbij ont-
                               wikkelingsstappen over te slaan die westerse landen hebben moeten maken
                               (leapfrogging).
  … voor toegang tot mondiale  Een eerste voorwaarde daartoe is dat het ontwikkelingslanden lukt om toegang te
           kennisnetwerken …   krijgen tot het mondiale kennissysteem. Toegang krijgen tot mondiale kennisnet-
                               werken wordt sterk gefaciliteerd door het steeds breder beschikbaar komen van
                               informatie- en communicatietechnologie (ICT). Gebruik van internet neemt rap toe
                               op het zuidelijk halfrond en de kosten dalen. Beschikbaarheid van ICT is weliswaar
                               een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde. Ook spelen de toegankelijk-
                               heid en openheid van kennisnetwerken een belangrijke rol. Netwerken functioneren
                               in het algemeen op basis van wederkerigheid en wederzijds belang. De bereidheid
                               om kennis in netwerken met anderen te delen hangt af van de mogelijke bijdrage
                               die deze anderen zelf kunnen leveren. Voor zuidelijke landen ligt deze inbreng vaak
                               vooral in de sfeer van aantrekkelijke toepassingsmogelijkheden.
                               42  Zie Arnold et al. (2009).
                           27  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                               Internet in Afrika
                               Toegang tot internet is een
                               belangrijk instrument in het delen
                               van kennis. Op dit moment heeft
                               Afrika beneden de Sahara niet
                               alleen de laagste internetdicht-
                               heid ter wereld, maar ook de
                               hoogste prijzen voor internettoe-
                                       43
                               gang.      Dit is een gevolg van een
                               gebrek aan internationale netwer-
                               ken. Momenteel komt daarin ver-
                               andering. Vóór 2012 worden er
                               maar liefst zeven onderzeese
                               kabels aangelegd die de
                               Afrikaanse kusten zullen verbin-
                               den met Europa, het Midden-Oosten, en Azië (zie afbeelding). De kosten voor inter-
                                                                                                                                      44
                               nettoegang zullen hierdoor naar verwachting met 80 tot 90% dalen.
                               Toegang tot het mondiale kennissysteem is echter niet voldoende om werkelijk aan-
                               sluiting te vinden. Een tweede voorwaarde voor leapfrogging is capaciteitsopbouw.
                               Capaciteit om van de beschikbare kennis gebruik te maken moet lokaal beschikbaar
                               zijn, om daarmee in te spelen op lokale behoeften en problemen. Daarvoor is vol-
                               doende vermogen tot kennisontwikkeling en innovatie in zuidelijke landen zelf
                               noodzakelijk.45 Het gaat daarbij niet alleen om kennisabsorptievermogen, maar ook
en om ‘kennis als vermogen’ op om de capaciteit om kennis lokaal toe te passen. Wat nodig is, zijn vooral compe-
                     te bouwen tenties om relevante kennis te signaleren en te absorberen, te combineren en verder
                               te ontwikkelen, te vertalen en te gebruiken, kortom, ‘kennis als vermogen’, zoals
                               belichaamd in mensen, in organisaties en in infrastructuur.
                               Ten aanzien van het belang van lokaal absorptievermogen en gebruikscapaciteit van
                               kennis zijn de inzichten de laatste decennia veranderd. Traditioneel dacht men bij
                               het ontsluiten van technologie voor ontwikkeling vooral in termen van technologie-
                               overdracht. Men probeerde technologie die in het Noorden was ontwikkeld beschik-
                               baar te maken voor ontwikkelingslanden, door deze goedkoper te maken en te
                                                                                                                 46
                               doen aansluiten op lokale behoeften en mogelijkheden.                                Dat gebeurt nog steeds.
                               Technologieoverdracht via buitenlandse investeringen van Westerse multinationals,
                               ‘belichaamd’ in hoogtechnologische kapitaalgoederen, is nog altijd een belangrijke
                               stimulans voor catching up en groei in opkomende economieën.
                               43  African Economic Outlook (2008).
                               44  Bron: Shuttleworth Foundation; overgenomen uit Grosskurth (2009).
                               45  Zie OECD/DAC (2006); Wagner (2008).
                               46. Noties als ‘technology transfer’ en ‘appropriate technology’ vinden hun oorsprong in deze tijd – zie Schumacher (1973).
                            28 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>               Eigen kennis-, en Daarnaast is het belang van een eigen vermogen om kennis aan te boren en in te zet-
      innovatiecapaciteit is van ten steeds meer een cruciale factor voor ontwikkeling gebleken. Kennisnoden en
                   levensbelang  innovatiebehoeften in ontwikkelingslanden zijn specifiek en contextgebonden.
                                 Ontwikkeling is geen deterministisch, lineair proces waarin een land een reeks van
                                 vaststaande ontwikkelingsfasen doorloopt, maar een proces dat zich langs verschillen-
                                 de paden kan voltrekken en waarin landen hun eigen weg moeten zoeken. In het
                                 toepassen van kennis gaat het daarbij niet zozeer om imitatie en diffusie van wat
                                 elders al beschikbaar is, als wel om innovatie voor een nieuwe context. Hergebruik en
                                                                                                           47
                                 recombinatie van bestaande kennis en technologie zijn daarbij cruciaal.
                                 Innovatieve NGO’s
                                 Het ‘System of Rice Intensification’ (SRI) is een innovatie in de rijstbouw die is ont-
                                 wikkeld door non-gouvernementele organisaties en boeren. Bij SRI strooien boeren
                                 niet vanuit de losse pols zaden op het veld, maar planten ze systematisch om de 25
                                 centimeter een enkel zaadje. Ook zetten ze de rijstvelden niet onder water en
                                 maken ze vaak geen gebruik van chemische kunstmest en agrochemicaliën. Dit
                                 heeft een besparing van zaaizaad met 80 tot 90 procent tot resultaat en een
                                 opbrengststijging van 25 tot 50 procent dankzij een betere wortelgroei en bloei aan
                                 bodemorganismen. Bovendien kunnen rijstplanten die met SRI worden verbouwd
                                 dankzij de grotere wortels beter stormen, droogte en extreme koude overleven.
                                 SRI werd in de jaren ’80 ontwikkeld door een Franse Jezuïetenpriester die werkzaam
                                 was voor een NGO in Madagaskar. De methode week echter zo sterk af van de
                                 reguliere praktijk, waarin rijstvelden onder water werden gezet, dat het door veel
                                                                                                                   48
                                 beleidsmakers en wetenschappers werd afgewezen als ‘too good to be true’.
                                 NGO’s en individuele boeren bleven de methode echter promoten, en langzaam
                                 maar zeker schoot SRI wortel in een tiental landen. Na verloop van tijd kwam daar
                                 steun vanuit Cornell University bij. Inmiddels passen boeren in meer dan 25 landen
                                 wereldwijd SRI toe. De Chinese overheid heeft inmiddels SRI experimenten uitge-
                                 breid naar 250.000 hectare en de Indonesische overheid tracht zo snel mogelijk
                                 organische SRI te praktiseren op 400.000 hectare bouwland.
                                 Het potentieel tot kennisabsorptie en -toepassing waar het hier om gaat, is niet alleen
 gaat niet alleen formele, maar  te vinden in kennisinstellingen als universiteiten, onderzoeksinstituten en R&D-afdelin-
       ook om informele kennis   gen van bedrijven. ‘Kennis als vermogen’ moet hier breder worden geïnterpreteerd.
                                                                                                              49
                                 Het gaat ook om de toepassing van kennis door gebruikers in de praktijk.        Meer dan
                                 nu het geval is, is er aandacht nodig voor kenniscirculatie buiten de muren van instel-
                                 lingen en instituten. Enkel wanneer deze lokaal en internationaal samenwerken met
                                 overheden, belangengroepen, bedrijven en andere onderzoeksorganisaties, kan kennis
                                 lokaal bijdragen aan het oplossen van problemen.
                                 47  Zie Ghosh en Soete (2006).
                                 48  Zie Surridge (2004).
                                 49  Zie Von Hippel (2006).
                              29 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                               Centres of excellence and relevance
                               De Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) bestaat uit
                               een vijftiental onderzoekscentra in ontwikkelingslanden, verspreid over de hele
                               wereld. De CGIAR is opgericht in 1971 om landbouwinnovaties te genereren ten
                               behoeve van ontwikkelingslanden. Sindsdien zijn door de CGIAR meer dan 8000
                               verbeterde variëteiten van landbouwgewassen in ontwikkelingslanden geïntrodu-
                               ceerd.
                               De CGIAR-instellingen hebben niet alleen een centrale rol in de Groene Revolutie
                               gespeeld, maar ook daarna. Bijna de helft van de productiviteitsgroei in de land-
                               bouw in de jaren tachtig en negentig toe te schrijven aan verbeterde gewassen die
                               via de CGIAR ter beschikking kwamen: “Without those gains in yields, world cereal
                               prices would have been 18–21 percent higher in 2000, caloric availability per capita
                               in developing countries would have been 4–7 percent lower, 13–15 million more
                               children would have been classified as malnourished, and many more hectares of
                                                                                                                    50
                               forest and other fragile ecosystems would have been brought under cultivation.”
                               Niettemin is het voor de CGIAR een voortdurende uitdaging om buiten de muren
                                                                             51
                               van de eigen instellingen te treden.
                               Bedrijven bouwen op het publieke onderzoek voort. Inmiddels overtreffen hun uit-
                               gaven die van de CGIAR ruimschoots. Zo spenderen de vijf grootste landbouwmulti-
                               nationals (Bayer, Dow Agro, DuPont, Monsanto en Syngenta) samen 18 keer meer
                               aan landbouwkundig onderzoek dan de CGIAR – zo’n 7,3 miljard dollar.
                               3.3        Selectiviteit, focus en massa
amenwerking met Nederland is   Voor Europese landen als Nederland liggen er kansen in samenwerking met ontwik-
            aantrekkelijk voor kelingslanden op het terrein van kennis en innovatie. Voor ontwikkelingslanden lig-
      ontwikkelingslanden …    gen er kansen in het aansluiten op mondiale kennisnetwerken en het verder
                               ontwikkelen van de capaciteit voor kennisabsorptie en -toepassing. Wat kunnen
                               Nederland en ontwikkelingslanden in dit verband voor elkaar betekenen?
                               Voor ontwikkelingslanden is het aantrekkelijk om kennis en technologie daar te
  … vooral op sleutelgebieden  halen waar die het verst ontwikkeld is en aan haken bij centra van mondiale excel-
                               lentie. Bekeken vanuit zuidelijk perspectief, is Nederland een aantrekkelijke partner
                               op die gebieden waar het excelleert en zelf ook iets te winnen heeft. In het geval
                               van Nederland komen dan de economische en maatschappelijke sleutelgebieden in
                               beeld. Sleutelgebieden zijn gebieden van kennisontwikkeling en economische
                               bedrijvigheid en/of maatschappelijke activiteit die aan een aantal criteria voldoen:
                               i) betrokken partijen moeten aansprekende en motiverende zakelijke en maatschap-
                               pelijke ambities hebben; ii) ze moeten blijk geven van voldoende organiserend ver-
                               mogen; iii) een economisch sleutelgebied moet diverse en mondiaal concurrerende
                               50  Zie Wereldbank (2008), p. 160.
                               51  Zie Greenland (1997) en Dalrymple (2008).
                            30 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                              economische bedrijvigheid omvatten; iv) het moet in internationaal perspectief
                                                                                                     52
                              hoogwaardige kennis en technologie genereren.                             Nederland heeft op sleutelgebie-
                              den niet alleen iets extra’s te bieden op het gebied van kennisontwikkeling en inno-
                              vatieve bedrijvigheid, maar heeft in deze sectoren ook ambities om een leidende rol
                              in de wereld te blijven spelen.
Dat is ook aantrekkelijk voor Omgekeerd is het aantrekkelijk voor Nederland om vooral op sleutelgebieden samen
                  Nederland   te werken met ontwikkelingslanden. Door in te zetten op gebieden waar het nu al
                              tot de internationale voorhoede behoort, kan Nederland investeringen en talent uit
                              het buitenland aantrekken. Een sterke uitgangspositie maakt de kans op succesvolle
                              internationale samenwerking groter en versterkt de eigen leidende positie. Dit ver-
                              stevigt het draagvlak voor ontwikkelingsbeleid.
                              Sierteelt in Oeganda
                              Sierteelt, of ‘floriculture’, is een veelbelovende sector in Oeganda. Het land combi-
                              neert gunstige klimatologische omstandigheden en goedkope arbeid met een
                              strategische ligging ten opzichte van opkomende afzetmarkten als China en India.
                              De sector gaat echter gebukt onder een gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten.
                              Sinds 2006 financiert DGIS daarom via een NPT-fonds de capaciteitsopbouw van de
                                                                     53
                              sierteeltsector in Oeganda.
                              Het doel van het project is om de capaciteit voor scholing en training in Oeganda te
                              ontwikkelen. Twee Oegandese onderwijsinstellingen, Bukalasa Agricultural College
                              (BAC) en Mountains of the Moon University (MMU), ontwikkelen nieuwe curricula
                              in samenwerking met Wageningen UR en PTC+, een aanbieder van agrarische prak-
                              tijktrainingen. Er vindt ook gezamenlijk onderzoek plaats.
                              Om te zorgen dat de nieuw opgebouwde kennis op de juiste plaats terecht komt,
                              tracht het project institutionele banden te creëren tussen opleidingen en bedrijven.
                              Zo is bijvoorbeeld de Uganda Flower Exporters Association (UFEA) direct betrokken
                                                                                                               54
                              bij de voorbereiding en implementatie van het project.                               Men stimuleert daarmee
                              de doorstroom van kennis en studenten naar bedrijven en verzekert de voortzetting
                              van het onderwijs nadat de Nederlandse inbreng in het project is afgelopen.
                              De sleutelgebieden moeten de plaatsen zijn waar “meer dan gemiddeld experimen-
                                                                                                                                   55
                              ten plaatsvinden op het terrein van kennisverwerving en opleiden”.                                      Een verbre-
                              ding van die experimenten tot toepassingen in ontwikkelingslanden zal de kennis
                              en innovatiecapaciteit binnen de sleutelgebieden in Nederland versterken.
                              Sleutelgebieden met toegang tot kennis, ervaring en expertise uit ontwikkelingslan-
                              den, kunnen uit een bredere internationale kennisbasis putten. De Nederlandse
                              52   Zie Innovatieplatform (2004, 2008, 2009). De AWT kijkt hierbij nadrukkelijk niet alleen naar de economische zwaarte-
                                   punten van Nederland, maar ook naar de thema’s op de maatschappelijke innovatieagenda.
                              53   Zie ECORYS (2007).
                              54   Zie Nuffic (2009).
                              55   Zie Innovatieplatform (2008)
                           31 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                sleutelgebieden kunnen daarmee een ‘sleutelrol’ spelen in het op kennis en innova-
                                tie gerichte Nederlandse ontwikkelingsbeleid.
                                De sleutelgebieden moeten de plaatsen zijn waar “meer dan gemiddeld experimen-
                                                                                                                                  56
                                ten plaatsvinden op het terrein van kennisverwerving en opleiden”.                                     Een verbre-
                                ding van die experimenten tot toepassingen in ontwikkelingslanden zal de kennis
                                en innovatiecapaciteit binnen de sleutelgebieden in Nederland versterken.
                                Sleutelgebieden met toegang tot kennis, ervaring en expertise uit ontwikkelingslan-
                                den, kunnen uit een bredere internationale kennisbasis putten. De Nederlandse
                                sleutelgebieden kunnen daarmee een ‘sleutelrol’ spelen in het op kennis.
ntwikkelingsproblematiek sluit  Ontwikkelingslanden hebben een brede behoefte aan kennis en innovatie, maar
         goed aan bij sommige   een paar thema’s springen eruit, waaronder voedsel, water, gezondheid, onderwijs,
                sleutelgebieden energie en veiligheid. Deze sluiten naadloos aan op Nederlandse sleutelgebieden en
                                                                                    57
                                maatschappelijke innovatieagenda’s.                      Bij de thema’s voedsel en water is het volstrekt
                                duidelijk dat ze een groot potentieel bieden voor intensieve samenwerking tussen
                                Nederland en ontwikkelingslanden (zie de kadertekst hierboven en die over duurzaam
                                waterbeheer). Dat geldt ook bij thema’s als gezondheid, onderwijs, energie en veilig-
                                heid, die prominent op de maatschappelijke innovatieagenda staan. Sleutelgebieden
                                als de creatieve industrie en pensioenen en sociale verzekeringen sluiten minder aan,
                                maar het kan de moeite waard zijn de mogelijkheden te verkennen.
Sturing vanuit de vraagzijde en De AWT pleit niet voor aanbodsturing in het ontwikkelingsbeleid, maar voor sturing
 selectiviteit aan aanbodszijde vanuit de vraag gecombineerd met selectiviteit vanuit het aanbod. Vraagsturing ligt
                                in de lijn van de afspraken in de Paris Declaration on Aid Effectiveness en de Accra
                                Agenda for Action met hun nadruk op alignment (“Donors base their overall sup-
                                port on partner countries’ national development strategies, institutions and proce-
                                             58
                                dures.”).       Selectiviteit helpt om de effectiviteit en de doelmatigheid van de
                                Nederlandse ontwikkelingsinspanningen te verhogen. Door systematisch gebruik te
                                maken van de kennis, expertise en contacten die Nederland heeft opgebouwd in de
                                gebieden waarin het vooroploopt, kunnen de ontwikkelingsinspanningen op een
                                bredere kennisbasis bouwen. Daar bedrijven hieraan systematisch meedoen, leiden
                                deze ontwikkelingsinspanningen makkelijker tot economische activiteiten die op
                                sterktes van het Nederlandse bedrijfsleven aansluiten. Tezelfdertijd brengt dit focus
                                aan in de enorme waaier van relevante kennisgebieden waarop het ontwikkelings-
                                beleid zich richt. Een dergelijke focus kan bovendien de administratieve lastendruk
                                van ontwikkelingslanden verlichten. Bilaterale samenwerking met westerse partners
                                krijgt een toegespitst en afgebakend karakter.
                                56  Zie Innovatieplatform (2008).
                                57  Nederland kent de volgende sleutelgebieden: flowers & food, hightech systemen en materialen, water, chemie, creatieve
                                    industrie, pensioenen en sociale verzekeringen. Om deze sleutelgebieden verder te ontwikkelen, zijn een aantal innova-
                                    tieprogramma’s in het leven geroepen: Food & Nutrition Delta, Hightech Automotive Systems, Innovatietraject Chemie,
                                    Life Sciences & Health, Logistiek en Supply Chains, Maritiem, Materialen M2i, Point One, Watertechnologie. Daarnaast
                                    zijn er maatschappelijke innovatieagenda’s gedefinieerd op de thema’s energie, gezondheid, veiligheid, water, onderwijs
                                    en duurzame agroproductie, en zijn Energie en ICT als ‘innovatieassen’ geïdentificeerd.
                                58  Zie Paris Declaration on Aid Effectiveness (2005); Accra Agenda for Action (2008).
                             32 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                Bureaucratische druk
                                Ontwikkelingslanden moeten vaak voor veel verschillende projecten aan veel ver-
                                schillende donoren verantwoording afleggen. In de afgelopen tien jaar is het aantal
                                bilaterale donorprojecten gestegen van 10,000 naar 80,000, en in 2005-2006 had-
                                                                                                                                59
                                den tenminste 38 landen 25 of meer multilaterale en DAC donoren.                                     Nieuwe
                                donoren betreden het speelveld, het aantal NGO’s en private filantropische organi-
                                saties en initiatieven groeit. Dit leidt tot een grote administratieve lastendruk voor
                                ontwikkelingslanden en een erosie van de kwaliteit van de overheidsbureaucratie
                                van het ontvangende land.60 Bovendien leidt deze fragmentatie tot overlap tussen
                                                                                                      61
                                donorinspanningen en verlies van schaalvoordelen.                          Mede daarom is harmonisatie
                                naast alignment een belangrijk element in de Paris Declaration on Aid Effectiveness
                                en de Accra Agenda for Action.
                                3.4         Conclusie
  Een internationaal gericht en Nederland is gebaat bij een geïntegreerd en internationaal gericht kennis- en inno-
       geïntegreerd kennis- en  vatiebeleid. Binnen dit geïntegreerde beleid verdient samenwerking met ontwikke-
    innovatiebeleid is nodig, … lingslanden een belangrijke plaats. Vanuit Nederlands perspectief bekeken, zou deze
                                samenwerking zich moeten toespitsen op een gezamenlijke aanpak van de grand
 gericht op grand challenges …  challenges op het gebied van duurzaamheid en gezondheid waarmee de wereld
                                zich geconfronteerd weet. Daarnaast heeft Nederland baat bij deze samenwerking
                                voor de verdere ontwikkeling en profilering van zijn ‘kennis als vermogen’ en voor
                                de bevordering van het concurrentievermogen van onze economie.
                                Voor ontwikkelingslanden is deze samenwerking in kennisontwikkeling en innovatie
                                ook belangrijk. De concurrentiepositie en sociale ontwikkeling van landen hangt
                                steeds meer af van het vermogen om zich strategisch te positioneren in internatio-
                                nale netwerken en de beschikbare kennis uit deze netwerken te vertalen naar eigen
                                                               62
                                behoeften en noden.                Kenniscirculatie en het vermogen om deze kennis op nieu-
                                we wijze in te zetten zijn van doorslaggevend belang geworden.
                                In dit verband kan Nederland het best samenwerkingsrelaties aangaan op het ter-
    … met een concentratie op   rein van de eigen economische en maatschappelijke sleutelgebieden en daarmee
               sleutelgebieden  zijn internationale concurrentiepositie op deze terreinen versterken. Voor ontwikke-
                                lingslanden is het aantrekkelijk om relaties aan te gaan met westerse partners op
                                terreinen waarop de deze internationaal excelleren. Dientengevolge is er winst te
                                behalen door een geïntegreerd kennis- en innovatiebeleid, ook waar het betrekking
                                heeft op ontwikkelingsdoelstellingen, beter te doen aansluiten bij de sleutelgebie-
                                den.
                                59  DAC staat voor Development Assistance Committee. Deze OECD-commissie is een forum voor ontwikkelingssamen-
                                    werking waarin de grootste bilaterale donoren samenwerken om de effectiviteit van hun gezamenlijke inspanningen
                                    ter bevordering van duurzame ontwikkeling te vergroten. OECD/DAC (2008); Reisen (2008).
                                60  Zie Knack en Rahman (2007).
                                61  Zie Easterly en Pfutze (2008).
                                62  Zie OECD (2004).
                             33 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34 Kennis zonder grenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                           4               Meer coördinatie en nieuwe
                                           verhoudingen
elangentegenstellingen vragen  De ontwikkeling van mondiale kennisnetwerken en de groeiende urgentie om mondi-
                     om beleid ale problemen aan te pakken, bieden aantrekkelijke kansen voor Nederland en ont-
                               wikkelingslanden om productief samen te werken op kennis- en innovatiegebied.
                               Echter, in elke samenwerkingsrelatie spelen niet alleen gedeelde belangen een rol,
                               maar zijn er ook altijd belangentegenstellingen. In een gezonde relatie worden belan-
                               gentegenstellingen niet ontkend of onder het tapijt geveegd, maar wordt gezocht
                                                                                                          62
                               naar manieren om er constructief mee om te gaan.                              Hieronder bespreken we twee
                               aspecten van samenwerking waar belangentegenstellingen aan het licht kunnen tre-
                               den en die daarom meer aandacht vragen: migratie van kenniswerkers en de bescher-
                               ming van intellectueel eigendom. Vervolgens vragen we aandacht voor de noodzaak
                               meer in het algemeen tot meer symmetrische verhoudingen te komen.
                               4.1         Migratie van kenniswerkers
                               ‘Kennis als vermogen’ voor sociale en economische ontwikkeling is in grote mate
        Brain drain ondermijnt belichaamd in menselijk kapitaal, in zogenaamde kenniswerkers. Deze kenniswer-
         capaciteitsopbouw in  kers zijn tegenwoordig veel meer internationaal mobiel dan vroeger. In veel landen
       ontwikkelingslanden …   zijn ze de schaarse productiefactor geworden en daarom concurreren landen dan
                               ook wereldwijd om talent. Ontwikkelde landen trekken daarbij meestal aan het
                               langste eind. Zoals we gezien hebben, werken locaties waar reeds topwetenschap-
                               pers en innovatieve bedrijven zijn gevestigd als een magneet op kenniswerkers. In
                               de praktijk leidt dit tot ‘brain drain’, een trek van hoogopgeleide werknemers in
                               ontwikkelingslanden naar westerse landen. Dit ondergraaft de kenniscapaciteit van
                               ontwikkelingslanden.
                               Brain drain kan een substantieel probleem vormen. De United Nations Conference
                               on Trade and Development (UNCTAD) schat dat maar liefst een miljoen hoogop-
                               geleide werknemers uit de minst ontwikkelde landen in 2004 werkzaam waren in
                                                                                                                                 63
                               ontwikkelde landen, een brain drain van ongeveer vijftien procent.                                     In een aantal
                               landen is zelfs meer dan de helft van de universitair geschoolde burgers geëmi-
                                                                                                                64
                               greerd naar ontwikkelde landen (zie figuur hieronder).                              Het brain drain probleem
                               zal in de komende jaren naar verwachting in intensiteit toenemen. Naarmate de
                               mondialisering van kennisarbeid verder gaat, kenniswerkers in het noorden vergrij-
                               zen en die uit het zuiden mobieler worden, zullen migratiestromen aanwassen.
                               Recente OECD-data bevestigen dit beeld.
                               62  Zie Haver Droeze (2008)
                               63  Ervan uitgaande dat er ongeveer 6,6 miljoen mensen universitair geschoold zijn in de minst ontwikkelde landen,
                                   zie UNCTAD (2007).
                               64  Overigens spreidt deze ontwikkeling zich over alle sectoren uit, en de veelgehoorde claim dat dit met name professionals
                                   uit de gezondheidssector betreft is dan ook juist (OECD, 2007).
                            35 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                          Extreme gevallen van brain drain
                          Minst ontwikkelde landen met hoogste percentages uitgaande migratie van kennis-
                          werkers (als percentage van het totale aantal universitair geschoolde personen in
                          het land) (UNCTAD 2007).
                          Echter, enkele nuanceringen zijn hier op hun plaats. Migratie van hogeropgeleiden
                          heeft niet alleen een negatief effect op de ontwikkeling van het zuiden.
                          Buitenlandse kenniswerkers leggen immers ook waardevolle verbindingen tussen
… maar kan in goede banen westerse landen en hun land van herkomst. Verder stelt een tijdelijk verblijf in het
            worden geleid westen kenniswerkers uit het zuiden in staat hun kenniscapaciteit verder te ontwik-
                          kelen en hun netwerk verder uit te bouwen. Wanneer dit leidt tot mobiliteit van ken-
                          nis tussen Zuid en Noord in beide richtingen, spreekt men van ‘brain circulation’.
                                                                              66
                          Migratie en remigratie verhogen de productiviteit.     Hoger opgeleiden uit India,
                          China en Taiwan in de Verenigde Staten leveren bijvoorbeeld niet alleen een cruciale
                          bijdrage aan de innovativiteit van Silicon Valley, maar evenzeer aan de ontwikkeling
                                                        67
                          in hun landen van herkomst.      Meer dan een derde van de onderzoekers in Silicon
                          Valley is afkomstig uit deze drie landen. Veel van hen onderhouden hechte relaties
                          met hun vaderland en keren na verloop van tijd weer terug. Sommigen beginnen
                          daar eigen bedrijven die contacten onderhouden met Silicon Valley en zo een
                          belangrijke brug tussen de twee landen vormen. Dit fenomeen is ook buiten Silicon
                          Valley te zien. Maar liefst een derde van alle wetenschappers die internationaal
                                                                                         68
                          samenwerkt, doet dat met iemand uit zijn land van herkomst.
                          66  Zie ILO (2001).
                          67  Zie Saxenian (2006).
                          68  Zie Wagner (2001).
                       36 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                               Wageningse brain circulation
                               Wageningen Universiteit en Research Centre (WUR) heeft een speciaal model opgezet
                               voor promovendi uit ontwikkelingslanden – zogenaamde ‘sandwich PhD’s’. In dit PhD-
                               programma is de promovendus niet in dienst van Wageningen Universiteit, maar van
                               een lokale organisatie in zijn of haar moederland. Het eerste halfjaar van het onder-
                               zoekstraject spenderen promovendi in Wageningen. Daar volgen ze een op maat
                               gemaakt programma en bereiden ze een onderzoeksvoorstel voor. Vervolgens verrich-
                               ten ze drie jaar onderzoek in hun thuisland, om in de laatste zes tot negen maanden
                               in Wageningen hun dissertatie te schrijven. Promovendi uit ontwikkelingslanden bin-
                               den zich aan terugkeer naar het land van herkomst, wat vergemakkelijkt wordt door-
                               dat ze daar steeds een werkgever hebben waarbij ze gedurende het promotietraject
                               in dienst blijven. Uiteindelijk maken de meesten daar carrière.
                               Om geëmigreerde kenniswerkers deze brugfunctie goed te laten vervullen, is het
                               belangrijk dat ze toegang behouden tot hun netwerken in beide landen. Zowel in
                               Noord als in Zuid is behoefte aan nieuwe arrangementen om de uitwisseling van
                               kenniswerkers te faciliteren, die niet altijd de vorm van permanente migratie hoeft
                               aan te nemen.
                               4.2        Bescherming van intellectueel eigendom
                               In de afgelopen decennia is de toegang tot kennis in toenemende mate geregeld
                               via intellectuele eigendomsrechten. Zo zijn met de ondertekening van het Trade-
trooien hinderen kennisgebruik Related Aspects of Intellectual Property Rights Agreement (TRIPS) in 1993 grote
      in ontwikkelingslanden … delen van het octrooirecht wereldwijd van toepassing geworden. Intellectueel eigen-
                               domsrecht biedt uitvinders de mogelijkheid om de vruchten te plukken van ontwik-
                               kelwerk door een tijdelijk monopolie te verlenen op het commercieel gebruik van
                               een uitvinding middels de verlening van een tijdelijk monopolie. Het geeft daarmee
                               een prikkel om innovaties te ontwikkelen. Tegelijkertijd wordt informatie omtrent de
                               uitvinding openbaar gemaakt, waarmee kennisdiffusie wordt gestimuleerd.
                               Het beleid ten aanzien van intellectueel eigendom tracht een balans te vinden tus-
                               sen ruimte voor commerciële exploitatie en vrije verspreiding van kennis. In de loop
                               van de jaren is deze balans opgeschoven naar een bredere bescherming van eigen-
                               domsrechten ten gunste van commerciële exploitatie (een versteviging van de
                               rechtspositie en uitbreiding van de rechten van octrooihouders), ten koste van vrije
                               verspreiding en hergebruik van kennis – zie het voorbeeld van het kwekersrecht
                                             69
                               hieronder.       Dit werpt voor ontwikkelingslanden vaak meer barrières op dan dat het
                               stimulansen en mogelijkheden biedt. Niet alleen beschikken partijen in ontwikke-
                               lingslanden zelf niet over veel octrooien, ook hebben ze vaak onvoldoende midde-
                               len om licenties te bemachtigen voor kennis en innovaties van partijen uit
                               69  Ook op het gebied van “open source software” heeft Nederland, naast Europa (het Europees Parlement tegen de toen-
                                   malige Europese Commissie), een voortrekkersrol gespeeld in het zich verzetten tegen uitbreiding van intellectuele eigen-
                                   domsbescherming middels octrooien op zogenaamde “Computer-implemented inventions” (software octrooien).
                            37 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>   ontwikkelde landen (zoals Nederland). Bovendien vereist het onderhoud van een
   patentsysteem een ingewikkelde administratie en is daarom zelf kostbaar.70
   Kwekersrecht
   Kwekersrecht is een vorm van intellectueel eigendomsrecht waarmee nieuwe plan-
   tenrassen en paddenstoelen beschermd kunnen worden. Als een veredelaar een ras
   heeft ontwikkeld dat nieuw, uniform en bestendig is, en onderscheidbaar van
   bestaande rassen, dan kan er kwekersrecht worden verleend. Het kwekersrecht
   biedt een veredelaar de mogelijkheid een vergoeding te vragen voor het gebruik
   van een nieuw ras en zo zijn investeringen terug te verdienen.
   Het kwekersrecht wijkt op twee belangrijke punten af van het octrooi. In de eerste
   plaats mag een boer, als hij de kweker eenmaal heeft betaald voor het gebruik van
   een bepaald ras, het zaaigoed dat hij verkrijgt uit de oogst van het beschermde ras
   gewoon gebruiken. Dit is het zogenaamde farmer’s privilege. Een tweede verschil is
   het zogenaamde breeders exemption. Concurrerende kwekers mogen rassen met
   kwekersrecht vrij gebruiken voor het maken van nieuwe kruisingen, waar zij op hun
   beurt weer kwekersrecht op kunnen krijgen.
   In de loop van de tijd is de effectiviteit van het kwekersrecht verzwakt en groeit de
   druk om ook plantenrassen te octrooieren. In het TRIPS-verdrag worden dieren en
   planten weliswaar uitgesloten van patenteerbaarheid (artikel 27(3)b), maar grote
   gentechnologische bedrijven en de Amerikaanse overheid lobbyen om deze clausule
   te schrappen. Een belangrijk gevolg daarvan zou zijn dat boeren die werken met
   geoctrooieerde rassen elk jaar opnieuw zaad zouden moeten kopen – een aanzien-
   lijke additionele kostenpost. Het zou ook betekenen dat kwekers die met een gepa-
   tenteerd ras verder willen veredelen, afspraken moeten maken met de houder van
   het octrooi over royalties. Het is de vraag of dit ten goede zou komen aan de maat-
   schappelijke doelstelling van intellectueel eigendom, het bevorderen van innovatie.
   Het octrooirecht wint terrein op het kwekersrecht door de opkomst van de biotech-
   nologie. Het is weliswaar niet mogelijk om een patent te krijgen op plantenrassen,
   maar wel op genen die in een groep plantenrassen voorkomen. Een genetische ver-
   andering die in een soort voorkomt, is patenteerbaar. Dit betekent dat een nieuw
   plantenras dat door kruising tot stand is gekomen niet zomaar gebruikt kan worden
   zonder de houder van het octrooi royalties te betalen, indien het een geoctrooieerd
   gen bevat.
   Nederland is een centrum van veredeling in de wereld. Toepassing van octrooirecht
   op levende organismen werpt extra barrières op voor ontwikkelingslanden.
   70   Zie Coolsaet (2003).
38 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                           Verzwakking van het kwekersrecht en bredere toepassing van het octrooirecht op
                           levende organismen is niet in het belang van Nederland en ook niet in dat van ont-
                           wikkelingslanden.71
                           Ook hier zijn een paar nuancerende kanttekeningen op hun plaats.
                           Ontwikkelingslanden hebben ook behoefte aan een zekere bescherming van intel-
   Ook ontwikkelings-      lectuele eigendom. Zonder deze bescherming zijn investeerders niet bereid in die
        landen hebben      landen in nieuwe technologie te investeren en er innovaties op de markt te bren-
          baat bij IPR,... gen. Bovendien groeit naarmate ontwikkelingslanden zelf meer kennis en innovaties
                           genereren hun behoefte aan bescherming van intellectueel eigendom. Verder win-
                           nen niet alleen in ontwikkelingslanden, maar ook in westerse landen stemmen om
                           de balans in het huidige systeem richting meer ruimte voor kennisdiffusie te schui-
                           ven aan kracht. Een te omvattende bescherming van intellectueel eigendomsrecht
                           conflicteert steeds meer met het maatschappelijk belang van een snelle spreiding
                           van toegepaste en herbruikbare kennis, met name in ontwikkelingslanden.
                           Voorts komen de waarde en functie van intellectueel eigendom de laatste tijd in
                           een wat ander licht te staan ten gevolge van open innovatie. Bepalend voor de con-
                           currentiepositie van veel ondernemingen is steeds meer hun vermogen om innova-
                           ties op de markt te brengen in nauwe samenwerking met andere bedrijven en met
                           kennisinstellingen en gebruikers. Cruciaal hierbij is snelheid van handelen, en daar-
                           mee competenties op het gebied van ketenorganisatie, distributie en marketing.
                           Intellectueel eigendom speelt hierbij weliswaar een rol in de onderlinge verhoudin-
                           gen binnen een keten of netwerk van ondernemingen, bijvoorbeeld ten aanzien van
                           de verdeling van de opbrengsten, maar is minder essentieel voor de totstandkoming
                           van innovaties als zodanig.72
                           Niettemin is de vraag opportuun of in het licht van de huidige uitdagingen om
                           mondiale crises het hoofd te bieden en de wereldeconomie te verduurzamen, de
                           balans in intellectuele eigendomsbescherming niet te ver is doorgeslagen naar
                           bescherming van monopolies op kennistoepassingen, ten koste van snelle en wijde
                           diffusie van deze toepassingen. Willen we deze uitdagingen aangaan, dan hebben
                           we baat bij snelle spreiding van toegepaste kennis, mondiale kennisdeling, lokale
                           adaptatie van kennis en meer participatieve vormen van ‘collaboratief innoveren’,
            ... maar het   waarbij vrije toegang tot kennis dikwijls essentieel is. Moet op deze terreinen de
      huidige systeem      manier van bescherming van kennis niet aan andere, minder restrictieve regels
 laat te weinig ruimte     onderworpen worden? Zou het ontwikkelingsbeleid niet een actieve, wellicht lei-
voor kennishergebruik      dende rol moeten hebben in de ontwikkeling van deze regels? Gedacht kan worden
                           aan regimes waarbij, net als in het geval van kwekersrecht en intellectueel eigen-
                           dom op software, de eigendomsrechten zich niet uitstrekken tot de onderliggende
                           71  Zie onder meer Van der Steur (2003), Bostyn et al. (2001) en Barents (2004).
                           72  Dit geldt minder in bepaalde sectoren, zoals de farmaceutische sector en de biotechnologie.
                      39   Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                kennis, die dan ook vrij hergebruikt kan worden. Dit brengt naast een veel snellere
                                spreiding van kennis ook ontwikkeling van absorptiecapaciteit met zich mee.73
                                4.3          Nieuwe verhoudingen
Gelijkwaardigheid van partners  Om gezamenlijk de voor ons liggende uitdagingen en kansen op het terrein van
      en erkenning van elkaars  kennis en innovatie aan te vatten, is een nieuwe verhouding tussen Nederland en
         belangen is belangrijk ontwikkelingslanden noodzakelijk. In wezen is de verhouding tussen donor en ont-
                                vanger in een traditionele ontwikkelingsrelatie asymmetrisch van karakter.
                                Ontvangers zijn afhankelijk van donoren. In de praktijk leidt dat er vaak toe dat ont-
                                vangende overheden zich meer laten sturen door externe financiers dan door de
                                eigen bevolking, dat de interne ontwikkelingsdynamiek geblokkeerd wordt, en dat
                                er een ‘learned helplessness’ ontstaat. Ontwikkeling is uiteindelijk een endogeen
                                proces. Steeds breder onderkent men dat afhankelijkheid van hulp ontwikkeling
                                danig in de weg kan zitten. De landen die zich de afgelopen decennia het best uit
                                armoede omhoog hebben gewerkt, zijn dan ook over het algemeen landen die wei-
                                nig of geen ontwikkelingshulp ontvingen.
                                In de praktijk hebben donoren als Nederland de nadelen van een asymmetrische
                                relatie proberen op te vangen door vraagsturing in ontwikkelingssamenwerking
                                sterk aan te zetten. Vraagsturing gaat ervan uit dat zuidelijke partners het best een
                                inschatting weten te maken van de eigen behoeften en mogelijkheden.74 Nederland
                                heeft dit ook toegepast op kennisbeleid. Echter, ontwikkelingssamenwerking base-
                                ren op vraagsturing maskeert hoogstens het asymmetrische karakter van de ontwik-
                                                                                                           75
                                kelingsrelatie, maar verandert deze niet wezenlijk.
                                73  Zoals Ghosh in het geval van open source software heeft aangetoond: “While access to knowledge may build skills
                                    through passive absorption (e.g. through textbooks), access to technology in a form that can be shared and modified
                                    without entry barriers (as with open source software) can build advanced skills, compensate for the absence of formal
                                    training and generate increased employment. […] lowering entry barriers for the modification of technology reduces
                                    search costs, allowing participants in the market of producer-consumers to more efficiently allocating skills and other
                                    resources to needs for improvement. This leads to more efficient and faster technical innovation with the entrepreneurial
                                    risks of innovation spread more widely.” (Ghosh en Soete, 2006).
                                74  Zie ook Wiedenhof (2006, p. 8). Vraagsturing heeft onder de term ownership inmiddels breed ingang gevonden als een
                                    van de belangrijkste uitgangspunten voor ontwikkelingssamenwerking. Ownership is het belangrijkste principe van de
                                    Paris Declaration on Aid Effectiveness (2005), een internationale overeenkomst die wordt gezien als de belangrijkste uit-
                                    komst van een verschuiving in het denken over ontwikkelingssamenwerking. De recente Accra Agenda for Action (2008)
                                    is een voortzetting van dit beleid.
                                75  Een vraaggestuurd kennisbeleid kan in sommige gevallen zelfs contraproductief werken (zie IOB, 2007). Ook gaat men
                                    er met een al te eenzijdig doorgevoerde vraagsturing aan voorbij dat ontwikkelde landen zelf ook kunnen leren van zui-
                                    delijke landen (zie Wiedenhof, 2006).
                            40  Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Ervaringen met vraaggestuurd beleid
   Vraaggestuurd kennisbeleid in een ontwikkelingscontext blijkt vaak problematisch.
   Pogingen om lokale partners een stem te geven in de programmering van onder-
   zoek verlopen in de praktijk vaak moeizaam, consultatierondes duren lang, en een
   grote diversiteit aan vragen leidt nogal eens tot versnipperd onderzoek. Bovendien
   zitten academische partners in ontwikkelingslanden nogal eens ‘in een ivoren toren’,
   waardoor de resultaten van onderzoek niet optimaal worden verspreid en benut.
   Niettemin is participatie in onderzoek van de uiteindelijke doelgroep van groot
   belang. Juist de vraagarticulatie van deze gebruikers is echter zwak. Ze missen het
   politieke of economische gewicht om kennisagenda’s te kunnen sturen. NGO’s kun-
                                         76
   nen hierin een rol spelen.
   Een meer symmetrische verhouding tussen gelijkwaardige partners, gebaseerd op
   gedeelde belangen, vormt een beter fundament voor samenwerking op het gebied
   van kennisontwikkeling en innovatie. Dat impliceert niet alleen ruimte voor belan-
   gen van ontwikkelingslanden, maar ook voor Nederlands eigenbelang. Sturen op
   gedeelde belangen draagt bij aan de effectiviteit van ontwikkelingsinspanningen
   omdat het beide zijden prikkelt om middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te
   zetten. Daarnaast verschuift het verantwoordelijkheden: het maakt mensen in ont-
                                                                                               77
   wikkelingslanden tot partners in plaats van hulpbehoevenden.                                    Het legt het ‘eige-
   naarschap’ van het ontwikkelingsproces bij ontwikkelingslanden en stimuleert
   ondernemerschap. Tenslotte levert het betrokkenheid en voordelen op voor kennis-
   instellingen en bedrijven in Nederland. Dit verstevigt het maatschappelijk draagvlak
   voor het ontwikkelingsbeleid.
   Akkoord van Schokland en Schoklandfonds
   Een stap in de richting van een betere aansluiting tussen algemene kennisontwikke-
   ling en ontwikkelingssamenwerking is het Akkoord van Schokland. In juni 2007
   heeft het Nederlandse kabinet met partijen uit de onderzoekswereld dit akkoord
   gesloten, waarbij zij zich verplichten zich in te zetten om de Millennium
   Ontwikkelingsdoelen in 2015 daadwerkelijk te behalen.78 Zij nemen zich voor dat te
   doen door:
   76  Zie respectievelijk Shrum en Champion (2000), IOB (2007), Sande (2006), Soete (2008).
   77  De positieve effecten hiervan zijn onder andere zichtbaar in de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met ver-
       lening van microkredieten.
   78  De Millennium Development Goals (MDG’s), zoals geformuleerd in VN-verband, specificeren een aantal ontwikkelings-
       doelstellingen waarbij het accent is komen te liggen op het stimuleren van “inclusieve” groei en die prioriteit geven aan
       de bestrijding van de ergste vormen van armoede. Ze zijn geformuleerd in termen van vermindering van extreme armoe-
       de, kinder- en zwangerschapsterfte en ziekte, en toename van toegang tot basisonderwijs en emancipatie. De MDG’s
       zijn: 1) eradicate extreme poverty and hunger; 2) achieve universal primary education; 3) promote gender equality and
       empower women; 4) reduce child mortality; 5) improve maternal health; 6) combat HIV/AIDS, malaria and other diseases;
       7) ensure environmental sustainability; 8) develop a Global Partnership for Development. Effectief betekenen de MDG’s
       een door de internationale gemeenschap opgelegde vorm van conditioneel ontwikkelingsbeleid.
41 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                                •         “het verbreden van de internationaliseringsstrategie van de Nederlandse ken-
                                          nisinstellingen gericht op betere samenwerking met onderzoekers uit ont-
                                          wikkelingslanden bij het formuleren, uitvoeren en evalueren van onderzoek;
                                •         “betere samenwerking tussen Nederlandse onderzoeksinstellingen en ont-
                                          wikkelingssamenwerkingsorganisaties, bedrijven en ministeries bij de plan-
                                          ning, uitvoering en evaluatie van ontwikkelingsactiviteiten;
                                •         “samenwerking tussen de Nederlandse technologische topinstituten op het
                                          gebied van water, plantenveredeling en medicijnontwikkeling en onderzoe-
                                          kers uit ontwikkelingslanden voor de ontwikkeling van technologieën die
                                          geënt zijn op de lokale omstandigheden en cultuur;
                                •         “genoeg mogelijkheden voor talenten uit ontwikkelingslanden om aan
                                          Nederlandse kennisinstellingen onderwijs te ontvangen en onderzoek uit te
                                                       79
                                          voeren.”
                                Tevens is toen ter stimulering hiervan door de minister voor OS het Schoklandfonds
                                ingesteld, met een budget van 50 miljoen euro voor vier jaar. Het fonds is bestemd
                                voor matching van de kosten van vernieuwende projecten, die door een samenwer-
                                kingsverband van partijen worden uitgevoerd. Na twee rondes is er 48 miljoen euro
                                toegekend aan 28 verschillende projecten, ingediend door diverse NGO’s, maar ook
                                                                                                                        80
                                door TNO, de ‘MDG-profs’ (een project over IPR), en Heineken.
                                4.4         Conclusie
                                Globalisering en mondiale uitdagingen bieden niet alleen maar kansen voor
                                Nederland en ontwikkelingslanden om relaties aan te gaan gericht op kennisontwik-
 Migratie van kenniswerkers en  keling en innovatie, maar brengen ook spanningen aan het licht. Die vragen om
ellectueel eigendom vragen om   coördinatie in beleid. Twee thema’s waarbij dit het geval is, zijn migratie van kennis-
         coördinatie van beleid werkers en bescherming van intellectueel eigendomsrecht. Met betrekking tot deze
                                kwesties is er behoefte aan samenwerking tussen de verschillende verantwoorde-
                                lijke beleidsmakers. Meer in het algemeen is het zaak te komen tot meer symmetri-
                                sche verhoudingen tussen westerse (donor)landen en ontwikkelingslanden.
                                79   Zie VSNU et al. (2007); zie ook KNAW et al. (2007).
                                80   De minister voor ontwikkelingssamenwerking heeft in 2008 aangegeven meer werk te willen maken van beleids-
                                     coherentie (Koenders, 2008a).
                             42 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>5              Conclusies en aanbevelingen
   Hieronder vat de raad zijn conclusies samen en formuleert hij zes algemene aanbe-
   velingen aan het kabinet, met daarbij een aantal suggesties voor concrete uitwer-
   king. De aanbevelingen zijn nadrukkelijk aan het kabinet als geheel gericht omdat
   ze een integratie van beleid en budgetten over departementen heen beogen.
   De voortschrijdende mondialisering van kennisontwikkeling en innovatie vraagt om
   een overheidsbeleid dat de traditionele oriëntatie op het eigen nationale kennis- en
   innovatiesysteem achter zich laat. Het vraagt om een beleid dat inspeelt op de
   grensoverschrijdende verbanden en netwerken waarin kennisontwikkeling en inno-
   vatie plaatsvinden. Kennis- en innovatiebeleid heeft drie hoofddoelstellingen: onder-
   houd van de Nederlandse kenniscapaciteit, ondersteuning van het
   concurrentievermogen van de nationale economie, en bijdragen aan het oplossen
   van maatschappelijke problemen. Een internationaal georiënteerd beleid dient deze
   hoofddoelstellingen van beleid het best. Het is daarom tijd voor een omslag in
   beleidsoriëntatie: van ‘kennis binnen grenzen’ naar ‘kennis zonder grenzen’!
   Aanbeveling 1
   Voer een internationaal georiënteerd beleid voor kennisontwikkeling en innovatie.
   Stap daarmee af van de bestaande focus op kennisproductie en kennisvalorisatie
   binnen de eigen landsgrenzen. Richt het beleid meer op internationale samenwer-
   king en afstemming en op nationale profilering binnen de internationale context.
   •         Neem het voortouw in de oprichting of uitbouw van internationale kenni-
             scentra die bijdragen aan de oplossing van mondiale problemen (bijvoorbeeld
             voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen of van medicijnen voor
             neglected deseases).
   •          Zet meer in op het stimuleren van verdere ontwikkeling van bestaande inter-
                                                   81
             nationale kennisnetwerken.
   Een internationaal georiënteerd beleid voor kennisontwikkeling en innovatie vraagt
   om een geïntegreerd beleid. Het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwer-
   king staat tamelijk los van overig beleid, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Alle
   belanghebbenden kunnen winnen bij een doorbreking van dit isolement.
   De Nederlandse kennisinfrastructuur heeft baat bij toegang tot uitdagende thema’s
   van onderzoek in uitdagende omstandigheden en bij toegang tot lokaal kenniskapi-
   taal. Het Nederlandse innovatieve bedrijfsleven haalt voordeel uit tijdige toegang tot
   veeleisende, nieuwe groeimarkten. Ontwikkelingslanden profiteren van een brede
   betrokkenheid van Nederland bij een duurzame capaciteitsopbouw voor kennis-
   81  Voorbeelden zijn CABI in de landbouw en het World Water Council.
43 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   ontwikkeling en innovatie en een effectieve ‘brain circulation’. Alle partijen hebben
   iets te winnen bij een gezamenlijke aanpak van mondiale uitdagingen.
   Aanbeveling 2
   Voer één geïntegreerd beleid voor kennisontwikkeling en innovatie. Doorbreek
   daarmee het bestaande isolement van het beleid voor kennisontwikkeling en inno-
   vatie, ook in financiële zin gericht op ontwikkelingsdoelstellingen.
   •         Ontwikkel nieuwe interdepartementale samenwerkingsarrangementen waar-
             bij alle relevante partijen en belangen worden betrokken.
   •         Stel in dit kader thematische ‘kennisplatforms’ in, samengesteld uit deskun-
             digen uit bedrijfsleven, kennisinstellingen, NGO’s en overheid, afkomstig uit
                                                                 82
             Nederland en ontwikkelingslanden.                       Geef hen de taak het kennisbeleid op
             een specifiek thema kritisch te volgen en advies te geven aan de verantwoor-
             delijke ministers en de relevante vakdepartementen over verdere gezamen-
             lijke en coherente ontwikkeling van dit beleid.
   Meer inzet op kennisontwikkeling en innovatie voor de aanpak van de grand chal-
   lenges van onze tijd is hoogst noodzakelijk. De grote mondiale uitdagingen op het
   gebied van klimaat, milieu, voedsel en gezondheid nopen tot een intensivering van
   de inspanningen. Daarbij moet het streven naar duurzame ontwikkeling leidend
   zijn. Dit is in het belang van Nederland, maar draagt ook bij aan het oplossen van
   armoedeproblematiek in ontwikkelingslanden. Het dienen van gezamenlijke belan-
   gen zal het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland verstevigen.
   Aanbeveling 3
   Maak mondiale uitdagingen leidend bij de agendering van onderzoek en het
                                                                82
   programmatisch stimuleren van innovatie.
   •         Stimuleer universiteiten en hogescholen in hun opleidingsplannen meer
             aandacht te besteden aan mondiale uitdagingen.
   •         Stimuleer in dat verband ontwikkeling van actionable knowledge, vooral
                                     83
             binnen de TU’s.
   •         Stem investeringen in onderzoeksinfrastructuur af op behoeften
             voortkomend uit mondiale uitdagingen.
   Voor Nederland en voor ontwikkelingslanden is samenwerking op het terrein van
   kennisontwikkeling en innovatie vooral aantrekkelijk op die terreinen waar samen-
   werkingspartners elkaar iets extra’s te bieden hebben. Vanuit Nederlands perspectief
   82  Een voorbeeld van een dergelijke organisatie die als model kan dienen, is het in hoofdstuk 2 genoemde Netherlands
       Platform for Global Health Policy and Health Systems Research (zie
       http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOA_76WHGN_Eng). Thema’s die in aanmerking komen voor de instelling van
       een kennisplatform, liggen eerst en vooral op terreinen binnen de Nederlandse sleutelgebieden, waaronder landbouw en
       voeding, water en internationaal recht, maar ook op die van mondiale uitdagingen als energie, milieu en klimaat, en
       governance en veiligheid.
   83  Dat kan bijvoorbeeld door een betere beloning van deze output, zowel op het niveau van individuen (carrièreperspectie-
       ven) als op dat van instellingen.
44 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   bekeken, gaat het dan vooral om economische en maatschappelijke sleutelgebie-
   den. Dat zijn de terreinen waarop Nederland excelleert en mondiale ambities heeft.
   Diverse sleutelgebieden sluiten prima aan bij de uitdagingen waar ontwikkelings-
   samenwerking voor staat.
   Aanbeveling 4
   Stimuleer bij de aanpak van mondiale uitdagingen vooral bijdrages uit die gebieden
   waarin ons land een comparatief voordeel heeft, niet alleen in de kennisinfrastruc-
   tuur, maar ook bij bedrijven en NGO’s. Benut de organisatorische infrastructuur voor
   ontwikkelingssamenwerking om een goede match te waarborgen tussen kennis- en
   innovatiebehoeften in zuidelijke landen en capaciteiten in Nederland..
   •         Geef mondiale uitdagingen een plek in het programmatische deel van het
             innovatiebeleid (de innovatieprogramma’s gericht op sleutelgebieden) en in
             de maatschappelijke initiatieven die vallen onder Nederland Ondernemend
             Innovatieland (zoals het Meerjaren Innovatie en Kennis Kompas).
   •         Geef mondiale uitdagingen een prominentere plaats in NWO- en STW-pro-
             gramma’s, in FES-bestedingen, in afspraken over strategisch onderzoek bij
             TNO en DLO.
   •         Benut het “Programma Onderzoek en Innovatie” en de IS-academie van het
             Ministerie van Buitenlandse Zaken meer om bruggen te slaan tussen kennis-
             en innovatiebehoeften vanuit een ontwikkelingsperspectief en erkende
             Nederlandse sterktes.
   Een geïntegreerd en internationaal gericht kennis- en innovatiebeleid dat mondiale
   uitdagingen weet te verbinden aan Nederlandse expertise, kan alleen werken, wan-
   neer het zijn vertaling krijgt in de organisatie en processen van kennisinstellingen en
   bedrijven. Voor zover het hier om publieke organisaties gaat, kan de overheid dit
   sturen.
   Aanbeveling 5
   Bevorder dat kennisinstellingen deze mondiale uitdagingen oppakken in internatio-
                                                                                                       84
   naal verband, ook en vooral met partners in ontwikkelingslanden.
   •         Stimuleer Nederlandse universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen
             strategische partnerschappen of formele samenwerkingsverbanden (twin-
             ning) aan te gaan met kennisinstellingen in ontwikkelingslanden. Draag
             daarmee bij aan opbouw van onderwijscapaciteit (met ondersteuning in
             accreditatie van opleidingen, kwaliteitsbeheer, digitaal onderwijs, met uitwis-
             seling van docenten, gemeenschappelijke diploma’s en gemeenschappelijke
             aanstellingen) en de ontwikkeling van onderzoekscapaciteit (middels
   84  De Nederlandse overheid heeft met de ondertekening van het Schokland Akkoord reeds toegezegd zich sterk te maken
       voor een aantal zaken die in deze lijn liggen (zie kadertekst in hoofdstuk 4) en heeft daarbij verdere stappen in het voor-
       uitzicht gesteld (zie ministerie van OCW, 2009).
45 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>               sandwich-PhD programma’s, uitwisseling van onderzoekers, het delen
               van onderzoeksfaciliteiten).85
   •           Zorg hierbij voor voldoende focus en massa. Concentreer de beschikbare
               publieke middelen op de ontwikkeling van een beperkt aantal samenwerkings-
                                                                                                                           86
               relaties met de beste partners op hun werkterrein in ontwikkelingslanden.
   •           Zorg daarnaast voor een betere inbedding van de internationaal onderwijs
                                                                                               87
               (IO)-instellingen in het Nederlandse kennislandschap.                               Geef hen een brug-
               functie tussen nationale onderzoeksprogramma’s en internationale netwer-
                                                                                               88
               ken van expertise, met name in ontwikkelingslanden.
   •           Streef naar het openstellen van de European Research Area, niet alleen voor
               onderzoekers uit ontwikkelingslanden, maar ook voor onderzoeksbehoeften
               uit deze landen.
   Een internationaal georiënteerd kennis- en innovatiebeleid, waarin ontwikkelings-
   doelstellingen zijn geïntegreerd, biedt niet alleen perspectief op synergievoordelen,
   maar stelt ook uitdagingen. Deze liggen onder andere op het terrein van kennis-
   migratie en van bescherming van intellectueel eigendom. Het is van belang om op
   deze gebieden tot arrangementen te komen die toegang tot kennis, diffusie en her-
   gebruik van kennis, en brain circulation beter faciliteren.
   Aanbeveling 6
   Zoek op die punten waar Nederlands beleid en belangen van ontwikkelingslanden
   lijken te conflicteren naar nieuwe arrangementen waarmee samenwerking bij het
   aangaan van mondiale uitdagingen gediend is. Maak daar waar nodig en mogelijk
   een beleid dat differentieert tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden.
   •           Zoek mogelijkheden om op terreinen waar toegang tot onderliggende kennis
               vanuit ontwikkelingsperspectief essentieel is, bescherming van intellectueel
               eigendom op deze kennis in te perken (analoog aan kwekersrecht) en bepleit
               deze in internationaal verband. Daarbij gaat het met name om kennis die
               nodig is voor innovaties die bijdragen aan leniging van armoede, afwending
               van mondiale crises en verduurzaming.
   •           Geef ruim baan aan kenniscirculatie en aan mobiliteit van kenniswerkers tus-
               sen Nederland en ontwikkelingslanden. Stel kenniswerkers werkelijk in de
   85   In dit verband kan voortgebouwd worden op bestaande Nederlandse expertise op het gebied van evaluatie in het kennis-
        en ontwikkelingsbeleid, bijvoorbeeld bij de NVAO.
   86   Dat zijn partners – publieke kennisinstellingen, maar wellicht ook commerciële partijen – die aan de grenzen van de ken-
        nisontwikkeling werken, die hun procesmanagement op orde hebben, die goed lokaal zijn ingebed en daardoor in staat
        zijn lokale kennisbehoeften te identificeren en kennis efficiënt naar doelgroepen door te geleiden.
   87   Het Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS), het International Institute for Geo-information Science
        and Earth Observation (ITC), het Institute for Social Studies (ISS), het UNESCO-IHE Institute for Water Education en de
        Maastricht School of Management (MSM).
   88   Universiteiten kunnen meer gebruik maken van de relaties en samenwerkingsverbanden die IO-instellingen over meer
        dan 50 jaar met partners in ontwikkelingslanden hebben opgebouwd. Het ITC, nu een aparte faculteit binnen de
        Universiteit Twente, vervult deze brugfunctie heel goed. MSM laat zien hoe universiteiten het alumninetwerk van de IO-
        instellingen goed kunnen benutten. Alumni van IO-instellingen komen vaak op invloedrijke posities terecht en zijn veelal
        uitstekende ambassadeurs voor Nederland.
46 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>              gelegenheid een brugfunctie tussen kennisontwikkeling in Nederland en in
              ontwikkelingslanden te vervullen. Introduceer daartoe een Green Card voor
              alumni, studenten en onderzoekers uit ontwikkelingslanden die hier een aca-
              demische graad halen om hen permanente toegang tot Nederland te bieden
              en daarmee in staat te stellen hun netwerken en toegang tot Nederlandse
                                                89
              kennis te onderhouden.
   Aldus vastgesteld te Den Haag, januari 2010
   J.F. Sistermans (voorzitter)
   dr. P.J.M. Diederen (plv. secretaris)
   89   Hieraan bestaat behoefte naast de huidige Nederlandse regeling voor kennismigranten en de nieuwe Europese Blue Card
        voor kennismigranten die binnen twee jaar geïntroduceerd zal worden (en wellicht de Nederlandse regeling zal vervan-
        gen).
47 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>48 Kennis zonder grenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>b1              Adviesvraag
    De AWT heeft met de ministeries van BuZa (OS), EZ en OCW afzonderlijk en samen
    op ambtelijk niveau overleg gevoerd over de adviesvraag die aan dit advies ten
    grondslag ligt. Dit heeft geresulteerd in de volgende formulering.
    Achtergrond bij de adviesvraag
    Wetenschap, technologie en innovatie (WT&I) zijn sleutelfactoren voor duurzame
    economische groei. Nederland streeft dan ook naar een optimaal functionerend
    nationaal (en Europees) kennis- en innovatiesysteem. Essentieel is de positionering
    van dat systeem in de internationale context, zowel uit oogpunt van concurrentie
    als in mondiale verantwoordelijkheid. In het beleid komt dit tot uiting in het streven
    naar een gelijk speelveld en het stimuleren van maatschappelijk verantwoord onder-
    nemen.
    In het Nederlandse ontwikkelingsbeleid staan mondiale problemen, zoals armoede,
    milieu, klimaat, voedsel, veiligheid centraal. Dit uit zich vooral bij de Least
    Developed Countries (LDC’s). Vanuit dat perspectief bezien dient WT&I beleid - in
    algemene zin - bij te dragen aan oplossingen die leiden tot armoedevermindering
    en duurzame ontwikkeling in LDC’s. Het gaat in het kader van het ontwikkelings-
    beleid om de volgende uitdagingen:
    1.        Stimuleren van de ontwikkeling van baanbrekende, nieuwe kennis en toe-
              passingen voor mondiale problemen en hun uitwerking op ontwikkelingslan-
              den. Nieuwe ideeën zijn nodig om nieuwe kansen voor LDC’s te creëren.
    2.        Verbeteren van het vermogen in LDC’s tot absorptie, aanpassing en toepas-
              sing van kennis en omzetting in nieuwe producten en diensten.
              Ontwikkeling, laat staan duurzame ontwikkeling, zal slechts het resultaat
              kunnen zijn van de inzet van een eigen lerend en innoverend vermogen.
    3.        Meenemen van de basis in LDC’s (MKB, base of the pyramid) in de verdere
              ontwikkeling tot een mondiale kennissamenleving. Zowel uit oogpunt van
              mondiale rechtvaardigheid, als marktpotentieel, maar ook in het licht van de
              mondiale crises.
    Adviesvraag
    De bovenstaande context van nationale en internationale belangen en uitdagingen
    leidt de volgende vragen voor de Nederlandse overheid, waarover wij graag uw
    raad vragen:
    1.        Waar liggen mogelijkheden voor een meer samenhangend, zowel nationaal
              als mondiaal, Wetenschaps-, Technologie- en Innovatiebeleid, waarbij recht
              wordt gedaan aan oplossingen die leiden tot armoedevermindering en duur-
 49 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>             zame ontwikkeling in LDC’s én aan het streven naar een gelijk speelveld en
             het stimuleren van maatschappelijk verantwoord ondernemen?
   2.         Door wie en hoe kunnen die mogelijkheden worden vormgegeven?
   3.        Welke concrete maatregelen en/of activiteiten zijn nodig om te komen tot
             een toename van:
             a. synergie, met name daar waar Nederlandse kennis ‘probleemgedreven’
                 wordt ingezet ten behoeve van Zuidelijke beleidsdoelen en innovaties
                 (zoals de inzet van Nederlandse landbouwkennis binnen onderzoeksagen-
                 da's in LDC’s). Hier is het Nederlandse ontwikkelingsbeleid leidend;
             b. complementariteit, met name daar waar Nederlandse en Zuidelijke kennis
                 elkaar over en weer versterken. Te denken valt aan inzet van Nederlandse
                 sleutelgebieden-kennis voor armoedevermindering en duurzame ontwik-
                 keling, of van Zuidelijke kennis in Nederlandse productieketens. Hier is
                 het Nederlandse WT&I-beleid leidend;
             c. coherentie, met name daar waar Nederlandse en Zuidelijke kennis- en
                 innovatiecapaciteit conflicteren (zoals mondiale ‘braindrain’ en ‘braingain’,
                 bescherming van intellectueel eigendom, normen van duurzaamheid). Hier
                 dienen Nederlands ontwikkelingsbeleid en Nederlands WT&I-beleid op
                 elkaar te worden afgestemd.
50 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>b2  •
               Geraadpleegde literatuur
        Aangeenbrug, M. (2008). Leve de nieuwsgierigheid. Kennismanagement loopt
        stroef. Vice Versa. Vol. 42(6). Te downloaden via:
        http://www.viceversavakblad.nl/index.php?page=30_3_1&viceversaissueId=30.
    •   Accra Agenda for Action (2008). Te downloaden via:
        http://siteresources.worldbank.org/ACCRAEXT/Resources/4700790-
        1217425866038/ACCRA_4_SEPTEMBER_FINAL_16h00.pdf.
    •   African Economic Outlook (2009). Technology Infrastructure and Services in
        Africa. Te downloaden via:
        http://www.africaneconomicoutlook.org/en/in-depth/innovation-and-ict-in-
        africa/technology-infrastructure-and-services-in-africa/.
    •   Arnold, E., Schwaag Serger, S., Bussillet, S. en Brown, N. (2009). Evaluation of
        Chinese participation in the EU Framework Programme. Te downloaden via
        http://www.technopolis-
        group.com/resources/downloads/reports/893_China_FPs_Final_090307.pdf.
    •   AWT (2005). Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
        Den Haag: AWT. Te downloaden via:
        http://www.awt.nl/uploads/files///Adviezen/a61.pdf.
    •   AWT (2006a). Opening van zaken. Beleid voor een open innovatie. Den Haag:
        AWT. Te downloaden via:
        http://www.awt.nl/uploads/files///Adviezen/a68_open_innovatie.pdf.
    •   AWT (2006b). Bieden en binden. Internationalisering van R&D als
        beleidsuitdaging. Den Haag: AWT. Te downloaden via:
        http://www.awt.nl/uploads/files///Adviezen/a69.pdf.
    •   AWT (2007). Balanceren met beleid. Wetenschaps- en innovatiebeleid op
        hoofdpunten. Den Haag: AWT. Te downloaden via:
        http://www.awt.nl/uploads/files///Adviezen//a71.pdf.
    •   Barents, R. (2004). Industriële en intellectuele eigendom. Deventer: Wolters.
    •   Bieckman, F. en Heres, M. (2007). In search of a strategy. Foreign affairs and
        knowledge management. The Broker. Te downloaden via:
        http://www.thebrokeronline.eu/en/articles/In-search-of-a-strategy.
    •   Bostyn, S.J.R., Dommering, E.J., Gevers, J.K.M. en Vroom-Cramer, B.M. (2001).
        Moderne biotechnologie en recht. Deventer: Wolters.
    •   CEDEFOP (2008). Future skills needs in Europe. Medium-term forecast. Te
        downloaden via:
        http://www.roa.unimaas.nl/pdf_publications/other%20pub/ROA-
        Cedefop%202008.pdf.
    •   Chesbrough, H.W. (2003). Open innovation. The new imperative for creating
        and profiting from technology. Boston: Harvard Business School Press.
 51 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>   •   Collier, P. (2008). Paul Collier on “the bottom billion”. Te downloaden via:
       http://www.ted.com/talks/paul_collier_shares_4_ways_to_help_the_bottom_billion.html.
   •   Coolsaet, S. (2003). Samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven inzake
       onderzoek(sresultaten): intellectuele eigendomsrechten, conflicten en interfaces.
       Brussel: Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB). Te downloaden via:
       http://www.vrwb.be/MFiles/Studiereeks%2010.pdf.
   •   David, P., Huang, C., Soete, L. en Zon, A. van (2009). Towards a Global Science
       and Technology Policy Agenda for Sustainable Development. UNU-MERIT Policy
       Brief. Te downloaden via: http://www.unu.edu/publications/briefs/policy-
       briefs/2009/UNU_PolicyBrief_04-09.pdf.
   •   David, P. (2009). Preparing for the next, very long crisis: Towards a “cool” S&T
       policy for a globally warming economy. UNU-MERIT Working Paper.
       Te downloaden via:
       http://www.merit.unu.edu/publications/wppdf/2009/wp2009-031.pdf.
   •   Dalrymple, D.G. (2008). International Agricultural research as a global public
       good: concepts, the CGIAR experience, and policy issues. Journal of
       International Development. Vol. 20: pp. 347-379.
   •   Dijkgraaf, R. (2009). Kennis en crisis. Jaarrede voor de Verenigde Vergadering van
       de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen gehouden op 25 mei
       2009. Te downloaden via: http://www.knaw.nl/publicaties/pdf/20091026.pdf.
   •   Easterly, W. en Pfutze, T. (2008). Where does the money go? Best and worst
       practices in foreign aid. Journal of Economic Perspectives. Vol. 22(2), pp. 29-52.
   •   ECORYS (2007). Evaluation NPT/NFP. The case of Uganda. Report of a field
       investigation. In: ECORYS (2007). Evaluation of the international and education
       programmes NPT and NFP managed by NUFFIC. Te downloaden via:
       http://www.minbuza.nl/dsresource?objectid=buzabeheer:28848&type=pdf.
   •   Etzkowitz, H. en Leydesdorff, L. (Red.) (1997). Universities and the Global
       Knowledge Economy: A Triple Helix of University-Industry-Government Relations.
       London: Cassell.
   •   Ghosh, R. en Soete, L. (2006). Information and intellectual property: the global
       challenges. Industrial and Corporate Change. Vol. 15(6), pp. 919-935.
   •   Greenland, D.J. (1997). International Agricultural research and the CGIAR system
       – past, present and future. Journal of International Development. Vol. 9(4), pp.
       459-482.
   •   Grosskurth, J. (2009). Afrika op weg naar het licht. Financieel Dagblad, Outlook,
       maart 2009.
   •   Gupta, A.K. (1997). The Honey Bee Network: linking knowledge-rich grassroots
       innovations. Development. Vol. 40(4), pp. 36-40.
   •   Hart, S. L. (2005). Capitalism at the crossroads: The unlimited business
       opportunities in solving the world's most difficult problems. Upper Saddle River,
       N.J.: Wharton School.
   •   Haver Droeze, F. (2008). Policy coherence for development. The world beyond
       aid. Te downloaden via:
52 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>       http://www.minbuza.nl/dsresource?objectid=buzabeheer:48074&type=org.
   •   Heres, M. (2007). Aid is a knowledge industry. NGOs: learning from experience?
       The Broker. Te downloaden via:
       http://www.thebrokeronline.eu/en/articles/Aid-is-a-knowledge-industry.
   •   Immelt, J.R., Govindarajan, V. en Trimble, C. (2009), How GE Is Disrupting Itself,
       Harvard Business Review. Te downloaden via:
       http://hbr.harvardbusiness.org/2009/10/how-ge-is-disrupting-itself/ar/1.
   •   International Labour Organization (2001). Migration of highly skilled persons
       from developing countries: impact and policy responses. Te downloaden via:
       http://www.ilo.org/public/english/protection/migrant/download/imp/imp44.pdf.
   •   Innovatieplatform (2004). Voorstellen Sleutelgebieden-aanpak. Ambitie,
       excellentie en actie. Te downloaden via:
       http://www.wiskgenoot.nl/nieuws/dossier/kennisland/Sleutelgebiedenaanpak.pdf.
   •   Innovatieplatform (2008). Nederland in de wereld. Connecting global ambitions.
       Te downloaden via:
       http://www.innovatieplatform.nl/publicaties/rapport-nederland-in-de-wereld.pdf.
   •   Innovatieplatform (2009). Voortgang Sleutelgebieden en tussentijdse evaluatie
       Sleutelgebieden-aanpak. Den Haag. Te downloaden via:
       http://www.innovatieplatform.nl/publicaties/sleutelgebieden-rapport.pdf.
   •   IOB (2007). Evaluation of the Netherlands’ Research Policy 1992-2005.
       Te downloaden via:
       http://nl.sitestat.com/minbuza/minbuza/s?en-pdf.iob-evaluatie.rapporten.rapport-
       304summary&amp;ns_type=pdf&amp;ns_url=http://www.minbuza.nl/binaries/en-
       pdf/iob-evaluatie/rapporten/rapport-304-summary.pdf.
   •   Juma, C. en Yee-Cheong, L. (2005). Innovation: applying knowledge in
       development. UN Millennium Project Task Force on Science, Technology and
       Innovation. Te downloaden via:
       http://www.unmillenniumproject.org/documents/Science-complete.pdf.
   •   Kaplan, W. en Laing, R. (2004). Priority medicines for Europe and the World.
       Geneva: World Health Organization. Te downloaden via:
       http://whqlibdoc.who.int/HQ/2004/WHO_EDM_PAR_2004.7.pdf.
   •   Knack, S. en Rahman, A. (2007). Donor fragmentation and bureaucratic quality
       in aid recipients. Journal of Development Economics. Vol. 83(1), pp. 176-197.
   •   KNAW, NWO-WOTRO, SAIL en VSNU (2007). Onderzoek en Internationale
       Samenwerking. Versterking van de bijdrage van het Nederlandse onderzoek aan
       het Nederlandse beleid voor ontwikkeling en armoedebestrijding.
       Te downloaden via:
       http://www.knaw.nl/pdf/Onderzoek_en_internationale_samenwerking.pdf.
   •   Koenders, B. (2008a). Internationale samenwerking 2.0. Agenda voor moderne
       armoedebestrijding. Rede uitgesproken op 8 november op de Universiteit van
       Amsterdam. Te downloaden via:
       http://www.heiligehuisjes.org/img/OS2.0-Lang.pdf.
53 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>   •   Koenders, B. (2008b). Knowledge, growth and distribution: strengthening the
       capacity of innovation systems. Rede uitgesproken op 28 februari tijdens de
       Knowledge on the Move Conference op het Institute for Social Studies. Te
       downloaden via:
       http://www.nuffic.nl/home/docs/events/kotm/abstracts-and-
       papers/Speech%20Koenders%20conferentie%20knowledge%20on%20the%20
       move%20.pdf.
   •   Merton, R.K. (1968). The Matthew effect in science. Science. Vol. 159(3810),
       pp. 56-63.
   •   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2009). Internationale
       positionering van de Nederlandse onderwijs- en kennisinstellingen. Aanvullende
       actielijnen in het kader van de internationaliseringsagenda ‘Het Grenzenloze
       Goed’. Te downloaden via:
       http://www.minocw.nl/documenten/160600a.pdf.
   •   Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2006). Rode delta’s.
       Overstromingsrisicobeheer in verstedelijkt gebied – de praktijk in het buitenland.
       Te downloaden via:
       http://www.verkeerenwaterstaat.nl/kennisplein/3/5/357896/Rode_deltas.pdf.
   •   Molenaar, H. (2008). Position paper: Knowledge on the move: research for
       development in a globalizing world. Te downloaden via:
       http://www.nuffic.nl/home/docs/events/kotm/position-paper.pdf.
   •   Nuffic (2009). Capacity building. Floriculture Uganda. Te downloaden via:
       http://www.flowertraininguganda.org.
   •   OECD (2004). Global knowledge flows and economic development.
       Te downloaden via:
       http://www.oecd.org/document/59/0,3343,en_2649_34461_38964027_1_1_1_1
       ,00.html#getbook.
   •   OECD/DAC (2006). The Challenge of Capacity Development. Working towards
       good practice. Te downloaden via:
       http://www.oecd.org . http://www.oecd.org/dataoecd/4/36/36326495.pdf.
   •   OECD (2007). Editorial. The medical brain drain: myths and realities.
       International Migration Outlook. Te downloaden via:
       http://www.oecd.org. http://www.oecd.org/dataoecd/32/18/38823798.pdf.
   •   OECD/DAC (2008). Scaling up: aid fragmentation, aid allocation and aid
       predictability. Te downloaden via:
       http://www.oecd.org/dataoecd/37/20/40636926.pdf.
   •   OECD (2009). Development Co-operation Report 2009. Parijs: OECD.
       Te downloaden via:
       http://masetto.sourceoecd.org/vl=2155489/cl=18/nw=1/rpsv/dac09/index.htm.
   •   Palmer, J. (2008). The cellphone anthropologist. New Scientist.
       Te downloaden via:
       http://www.newscientist.com/article/mg19826602.000-interview-the-cellphone-
       anthropologist.html?full=true.
54 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>   •   Paris Declaration on Aid Effectiveness. Te downloaden via:
       http://www.oecd.org/dataoecd/11/41/34428351.pdf.
   •   Prahalad, C.K. (2004). The Fortune at the Bottom of the Pyramid. Eradicating
       poverty through profits. Wharton School Publishing.
   •   Reisen, H. (2008). En route to Accra: the global development-finance non-
       system. OECD Development Centre Policy Insight 72. Te downloaden via:
       http://www.oecd.org/dataoecd/21/20/41125891.pdf.
   •   Sande, T. van de (2006). Priority setting in research for development: a donor’s
       perspective. In: L. Box en R. Engelhard (Eds). Science and Technology Policy for
       Development. Dialogues at the Interface. London: Anthem Press.
       Te downloaden via:
       http://knowledge.cta.int/en/content/download/8635/95692/file/Knowledge_Sande.pdf.
   •   Saxenian, A.L. (2006). The New Argonauts: Regional Advantage in a Global
       Economy. Cambridge, MA: Harvard University.
   •   Schumacher, E. F. (1973). Small Is Beautiful: Economics As If People Mattered.
       New York: Harper and Row.
   •   Sociaal Economische Raad (SER) (2008). Duurzame globalisering. Een wereld te
       winnen. Den Haag: SER. Te downloaden via:
       http://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2000-2007/2008/b26895.aspx.
   •   Shiva, V. (1991). The violence of the Green Revolution. Londen: Zed Books.
   •   Shrum, W. en Shenhav, Y. (1995). Science and Technology in Less Developed
       Countries. In: S. Jasanoff, G. Markle, J. Peterson en T. Pinch (Eds.). Handbook of
       Science, Technology, and Society. Newbury Park: Sage.
   •   Shrum, W. en Champion, P. (2000). Are scientists in developing countries
       isolated? Science, Technology, and Society. Vol. 5(1), pp. 1-34.
   •   Soete, L. (2008). International research partnerships on the move. Rede
       uitgesproken op 28 februari tijdens de Knowledge on the Move Conference op
       het Institute for Social Studies. Te downloaden via:
       http://www.nuffic.nl/home/docs/events/kotm/abstracts-and-
       papers/L.%20Soete%20International%20Research%20Partnerships%20on%20t
       he%20move.pdf.
   •   Soete, L. (2009). Malthus’ revenge. UNU-MERIT Working Paper Series.
       Te downloaden via:
       http://www.merit.unu.edu/publications/wppdf/2009/wp2009-030.pdf.
   •   Steur, J.C. van der (2003). Grenzen van rechtsobjecten. Een onderzoek naar de
       grenzen van objecten van eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten.
       Deventer: Kluwer.
   •   Surridge, C. (2004). Rice cultivation: feast or famine? Nature (428), pp. 360-
       361.
   •   UNCTAD (2007). The least developed countries report 2007. Knowledge,
       technological learning and innovation for development. Te downloaden via:
       http://www.unctad.org/en/docs/ldc2007_en.pdf.
55 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>   •   UNESCO (2005). UNESCO Science Report 2005. New York: UNESCO Publishing.
       Te downloaden via:
       http://www.unesco.org/science/psd/publications/science_report2005.pdf.
   •   Velho, L. (2002). North-South collaboration and systems of innovation. In:
       KNAW (Ed.) North-South research cooperation. Te downloaden via:
       http://www.knaw.nl/publicaties/pdf/20021020.pdf.
   •   Visvanathan, S. (1997). A carnival for science. New Delhi: Oxford University
       Press.
   •   Von Hippel, E. (2006). Democratizing Innovation. Cambridge: MIT Press.
       Te downloaden via: http://web.mit.edu/evhippel/www/democ1.htm.
   •   VSNU, NWO-WOTRO, KNAW, SAIL, DPRN, PIE, OCW, OS en LNV (2007).
       Het akkoord van Schokland. Te downloaden via:
       http://www.knaw.nl/pdf/Akkoord_van_Schokland.pdf.
   •   Wagner, C.S., Brahmakulan, I., Jackson, B., Wong, A. en Yoda, T. (2001).
       Science and technology collaboration: building capacity in developing countries?
       Santa Monica: RAND Science and Technology.
   •   Wagner, C.S. (2008). The New Invisible College. Science for Development.
       Washington D.C.: Brookings Institution Press.
   •   Wereldbank (1998/1999). World Development Report 1998/1999. Knowledge
       for Development. Te downloaden via: http://www-
       wds.worldbank.org/external/default/WDSContentServer/IW3P/IB/1998/11/17/000
       178830_98111703550058/Rendered/PDF/multi0page.pdf.
   •   Wereldbank (2008). World Development Report 2008. Agriculture for
       development. Te downloaden via: http://www.worldbank.org/wdr2008.
   •   Wereldbank (2009). World Development Report 2009. Reshaping economic
       geography. Te downloaden via: http://www.worldbank.org/wdr2009.
   •   Wiedenhof (2006). One never knows Research policy and knowledge
       management in Dutch development cooperation. Knowledge Management for
       Development Journal. Vol. 2(3), pp. 5-18. Te downloaden via:
       http://www.km4dev.org/journal/index.php/km4dj/article/viewFile/75/130.
   •   Wilén, H. (2006). Ageing work force – how old are Europe’s human resources in
       science and technology? Brussel: EUROSTAT. Te downloaden via:
       http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-NS-06-011/EN/KS-NS-06-
       011-EN.pdf.
   •   WTO (2008). World Trade Report 2008. Trade in a globalising world.
       Te downloaden via:
         http://www.wto.org/english/res_e/booksp_e/anrep_e/world_trade_report08_e.pdf
56 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>b3             Gesprekspartners
    Ter voorbereiding op dit advies heeft de AWT gesproken met de volgende personen.
    Adviesraad Internationale Vraagstukken          mw. W. van Aardenne
    Ambassade van Zuid-Afrika                       dhr. N. Sebothoma
    DSM                                             dhr. dr. R. van Leen
    CIS – Vrije Universiteit                        dhr. K. Kouwenaar
    ECDPM                                           dhr. dr. P. Engel
    ETC                                             dhr. F. Verberne
    HIVOS                                           mw. J. Stremmelaar
    ICCO / HBO-raad                                 dhr. D. Terpstra
    Institute for Social Studies                    dhr. prof. dr. L. de la Rive Box
    Institute for Social Studies                    dhr. dr. P. Knorringa
    ITC Enschede – Universiteit Twente              dhr. prof. dr. M. Molenaar
    KIT                                             dhr. dr. B. de Steenhuijse Piters
    Ministerie van Buitenlandse Zaken               dhr. J. Rijniers
    Ministerie van Buitenlandse Zaken               dhr. M.D.A.M. Timmerman
    MUNDO – Universiteit Maastricht                 dhr. H. Aarts
    Nuffic                                          dhr. J. Houterman
    Nuffic                                          dhr. dr. J. Walenkamp
    NWO-WOTRO                                       mw. dr. R.R. van Kessel-Hagesteijn
    Oxfam Novib                                     dhr. P. Huisman
    PSO                                             dhr. dr. R. van Poelje
    SenterNovem                                     dhr. T. Manning
    SER                                             mw. J. Parlevliet
    SER                                             mw. A. van Selm
    STT                                             dhr. dr. J. Grosskurth
    TNO                                             mw. M. Miedema
    Universiteit van Amsterdam                      dhr. prof. dr. A.J. Dietz
    Universiteit Twente                             dhr. prof. dr. A. Rip
    UNU-MERIT                                       mw. dr. M. Iizuko
    UNU-MERIT                                       dhr. prof. dr. E. Szirmai
    Wageningen International – WUR                  dhr. dr. ir. B. Huijsman
    Wageningen International – WUR                  dhr. dr. A.J. Woodhill
    WRR                                             dhr. dr. R.C.P.M. Went
    WUR                                             dhr. prof. dr. M. Kropff
    WUR                                             dhr. prof. dr. R. Rabbinge
    Projectmedewerkers: K. Beumer, P.J.M. Diederen, R.M. Weehuizen
 57 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>58 Kennis zonder grenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>   Serie uitgebrachte adviezen van de AWT
   75 Kennis plaatsen. Onderzoeksinstituten in een veranderende omgeving. Februari
       2010. ISBN 978-90-77005-49-1. Verkoopprijs € 10
   74 Kennis zonder grenzen. Kennis en innovatie in mondiaal perspectief. Januari
       2010. ISBN 978-90-77005-48-4. Verkoopprijs € 15
   73 Meer laten gebeuren. Innovatiebeleid voor de publieke sector. Maart 2008.
       ISBN 978 90 77005 43 9. Verkoopprijs € 15,00.
   72 Weloverwogen impulsen. Strategisch investeren in zwaartepunten.
       November 2007. ISBN 978 90 77005 42 2. € 15,00.
   71 Balanceren met beleid. Wetenschaps- en Innovatiebeleid op hoofdlijnen. Maart
       2007. ISBN 978 90 77005 39 2. € 12,50.
   70 Alfa en Gamma stralen. Valorisatiebeleid voor de Alfa- en
       Gammawetenschappen. Maart 2007. ISBN 978 90 77005 38 5. € 12,50.
   69 Bieden en binden. Internationalisering van R&D als beleidsuitdaging. December
       2006. ISBN 90 77005 37 4. € 12,50.
   68 Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie. Juni 2006.
       ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
   67 Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
       Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
   66 Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
       September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
   65 Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
       hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
   64 Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB. Juli 2005.
       ISBN 90 77005 29 3. € 12,50.
   63 Kennis voor beleid - beleid voor kennis. Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5.
       € 12,50.
   62 De waarde van weten. De economische betekenis van universitair onderzoek.
       April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
   61 Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
       Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60 Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als
       concurrentiefactor voor Nederlandse bedrijven. December 2004.
       ISBN 90 77005 25 0. € 12,50.
   59 Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid. Juni 2004.
       ISBN 90 77005 24 2. € 12,50.
   58 De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in
       kennisinstellingen. April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57 Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
       de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid. Januari 2004.
       ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
59 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>   56 Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
       November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55 Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale
       onderzoeksbeleid. Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54 1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek. September 2003.
       ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53 Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid.
       Juli 2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52 Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00.
   51 Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek. Juni 2003.
       ISBN 90 77005 15 3. € 9,00.
   50 Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke
       kennisinstelllingen en de Nederlandse kennissamenleving. Januari 2003.
       ISBN 90 77005 14 5. € 5,00.
   49 Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie ‘3% BBP voor O&O’.
       Juli 2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08.
   48 KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid. Juli
       2002. ISBN 90 77005 10 2. € 12,50.
   47 Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en
       hogescholen. Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34.
   46 Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
       Juni 2001.ISBN 90 77005 03 X. € 9,08.
   45 Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
       Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34.
   44 Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08.
   43 Halfslachtige wetenschap. Onderbenutting van vrouwelijk potentieel als
       existentieel probleem voor academia, januari 2000. ISBN 90 346 3798 0.
       € 11,34.
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
60 Kennis zonder grenzen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>