<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan:      Het kabinet, ter attentie van:
          De heer drs. M. Rutte, minister-president en minister van Algemene Zaken
          De heer drs. M.J.M. Verhagen, minister van Economische Zaken, Landbouw en
          Innovatie
          Mevrouw J.M. van Bijsterveldt, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
          De heer drs. H. Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
          De heer dr. H. Bleker, staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en
          Innovatie
Cc:       De leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken, Landbouw en
          Innovatie van de Tweede Kamer
          De leden van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van
          de Tweede Kamer
uw brief                         uw kenmerk                ons kenmerk                  datum:
                                                           0019/12/RI                   16 mei 2012
Onderwerp
Briefadvies: Talent is troef!
Geachte mevrouw Van Bijsterveldt, heren Rutte, Verhagen, Zijlstra en Bleker,
Nederland in de top vijf van mondiale kennissamenlevingen. Dat is de ambitie die door de
Tweede Kamer is neergelegd en die door de Adviesraad voor het Wetenschaps- en
                                                            1
Technologiebeleid (AWT) wordt onderschreven. Om deze ambitie te realiseren zijn
                            2
kenniswerkers nodig. Op de arbeidsmarkt voor kenniswerkers spelen de overheid,
kennis- en onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven een belangrijke rol bij het
afstemmen van vraag en aanbod van kenniswerkers. Het is geen automatisme dat dit
succesvol is, de oplopende tekorten aan bètatechnici in Nederland getuigen hiervan.
Kenniswerkers zijn nodig over de gehele breedte van de kennissamenleving in publieke
en private functies. Ze zijn nodig voor innovatie en economische groei, maar ook om
welzijn, sociale cohesie en een betere leefbaarheid te bereiken. Investeringen in de
kwaliteit en de kwantiteit van kenniswerkers zijn daarom van fundamenteel belang. Twee
beleidsagenda’s staan de komende jaren vanuit de overheid centraal als het gaat om het
investeren in kenniswerkers: de topsectoren- en de profileringsagenda. De
topsectorenagenda is belangrijk voor de vraag naar kenniswerkers en deze agenda komt
                                                 3
voort uit het nieuwe bedrijfslevenbeleid. Als leidraad voor het kenniswerkersbeleid van
de overheid zijn vanuit de topsectoren human capital agenda’s opgesteld. Het aanbod
1
  Zie ook Briefadvies AWT naar aanleiding van het Regeerakkoord, AWT 2010
2
  In de meest ruime definitie worden kenniswerkers in Europa aangeduid als de HRST-groep (human resources
in Science &Technology). In Nederland wordt dit door het CBS aangeduid als ‘wetenschappelijk en
technologisch arbeidspotentieel’. De raad hanteert in deze brief de Europese definitie van kenniswerkers. Alle
hoger opgeleiden in hbo en wo behoren tot deze groep, maar ook middelbaar en lager opgeleiden die in een
wetenschappelijk en technologisch beroep werkzaam zijn. In Nederland is 51% van de werkzame
beroepsbevolking kenniswerker, hiermee staat Nederland op de derde plaats in de EU. In de EU is het
gemiddelde 40%. (data Eurostat)
3
  Naar de top: de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid, EL&I 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>aan kenniswerkers staat centraal in de strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek
                                                4
en wetenschap, de ‘profileringsagenda’. Naast de profileringsagenda is aan de
                                                                         5
aanbodzijde ook het beleid voor het middelbaar onderwijs belangrijk. Op dit moment
wordt het toekomstige beleid vormgegeven en zijn de eerste contouren zichtbaar.
Vergroten van het aanbod aan kenniswerkers is belangrijk voor de kennissamenleving.
                                                                               6
Hoewel het aantal kenniswerkers in de periode 2000-2009 met 5% toenam , geven
prognoses aan dat op de Nederlandse arbeidsmarkt in de toekomst tekorten ontstaan.
De voorspellingen zijn dat het aanbod onvoldoende is om de vraag aan te kunnen. Dit is
nu al het geval in een aantal sectoren, zeker als het gaat om bètatechnische
kenniswerkers. Vanuit de topsectoren is er daarom een ‘Masterplan Bèta en technologie’
opgesteld om met gezamenlijke inspanningen de vijver aan bètatechnisch talent te
vergroten. Het percentage bètatechnisch afgestudeerden moet van 25% nu naar 40% in
2025. De raad wil in deze brief het belang van de integrale uitvoering van dit plan
onderstrepen. De Nederlandse kennissamenleving heeft meer bètatechnische
kenniswerkers nodig. Ook vraagt de raad in deze brief speciale aandacht voor het
betrekken van ‘onderbenutte’ groepen potentiële kenniswerkers in Nederland bij het
arbeidsproces, zoals allochtonen, vrouwen en ouderen. Het mobiliseren van deze
groepen kan op korte termijn al bijdragen aan het terugbrengen van de voorspelde
tekorten.
De raad werkt aan een advies over de arbeidsmarkt voor kenniswerkers op verzoek van
het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Economische
Zaken, Landbouw en Innovatie. Dit advies verschijnt aan het einde van dit jaar. De
hoofdvraag hierbij is hoe op de (middel)lange termijn vraag en aanbod van kenniswerkers
in Nederland op elkaar kunnen worden afgestemd. De koppeling van het profilerings- en
het topsectorenbeleid neemt daarbij een centrale plaats in. Deze koppeling is belangrijk
om de kwantiteit en de kwaliteit aan kenniswerkers in Nederland op hoog niveau te
houden. In de gesprekken en de discussie ter voorbereiding op het advies over de
arbeidsmarkt signaleerde de raad enkele kansen die de overheid al op de korte termijn
kunnen helpen bij het oplossen van de kenniswerkersproblematiek. De raad formuleert in
dit briefadvies op basis van de kansen een drietal aanbevelingen. Het opvolgen van deze
aanbevelingen is urgent, omdat Nederland kansen laat liggen die door andere landen wel
worden benut. Ook een demissionaire regering moet zich bewust zijn van de urgentie. De
aanbevelingen kunnen meegenomen worden in de huidige beleidsontwikkeling rondom
kenniswerkers.
Achtereenvolgens gaat de raad in op de volgende aanbevelingen:
1. Maak strategisch gebruik van de internationale arbeidsmarkt van
    kenniswerkers.
2. Bewaak de variëteit in het initiële onderwijs en stimuleer postinitiële scholing.
3. Maak human capital agenda’s voor de maatschappelijke zwaartepunten.
1. Maak strategisch gebruik van de internationale arbeidsmarkt van kenniswerkers
De raad signaleert de volgende ontwikkelingen:
-          In Nederland was 3,4% van de kenniswerkers in 2007 een buitenlander (van
           binnen of buiten de EU), daarmee bevindt Nederland zich in de achterhoede in
                                                                                 7
           de EU. Het EU gemiddelde is 5%, in België 8.5%, in Duitsland 4.9%.
4
  Kwaliteit in verscheidenheid, OCW 2011
5
  Zie ook: Actieplan mbo focus op vakmanschap 2011-2015, OCW 2011
6
  ICT, kennis en economie, CBS 2011
7
  Science, Technology and Innovation in Europe, Eurostat 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>-          Binnen de totale groep arbeidsmigranten in Nederland neemt de hoeveelheid
           kennismigranten geleidelijk toe. In 2010 was één op de zeven arbeidsmigranten
                                                                             8
           een kennismigrant, In 2005 was dit nog één op de elf.
-          Een aantal Europese lidstaten heeft te maken met een grote uitstroom van
           kenniswerkers. Uit recente migratiecijfers van Griekenland, Ierland, Portugal en
           Spanje blijkt dat kenniswerkers massaal vertrekken vanwege de slechte
           economische situatie. Vooral de oude koloniën van deze lidstaten zijn in trek als
           kennisemigratieland. Brazilië is bijvoorbeeld erg in trek bij Portugezen. In Brazilië
                                                                                                   9
           was de economische groei vorig jaar ruim 4% en er is voldoende werk.
-          Duitsland is niettemin zeer in trek bij Zuid-Europese kenniswerkers.
           Bondskanselier Merkel riep vorig jaar werkloze Spaanse ingenieurs op naar
           Duitsland te komen vanwege de tekorten. Duitsland houdt bijvoorbeeld
                                                                        10
           wervingscampagnes onder Spaanse ingenieurs. In de eerste zes maanden van
           2011 steeg het aantal Spanjaarden dat naar Duitsland verhuisde met 49%, voor
           Grieken was dat zelfs 84%. De migratie nam zulke grote vormen aan dat
                                                                                                 11
           Duitsland voor het eerst in acht jaar weer een bevolkingsgroei kende.
-          In België is de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) begonnen met
           het aanbieden van achtduizend banen aan hooggeschoolde Portugezen op het
                                                          12
           vlak van wetenschap en technologie.
-          Landen beconcurreren elkaar in toenemende mate als het gaat om het
           aantrekken van de beste kenniswerkers, vooral bètatechnici. Volgens een
           onderzoek van Manpower zijn wereldwijd de vacatures voor technici het
                                       13
           moeilijkst vervulbaar. Vooral in Japan, India, Brazilië en Australië zijn de
           tekorten groot.
Immigratie van kenniswerkers is voor Nederland belangrijk en wordt steeds belangrijker.
Het huidige kabinet onderschrijft dit belang. De raad vindt het kabinet echter nog te
reactief op dit vlak, vooral als het gaat om het aantrekken van talent uit Europa. Het
kabinet kan en moet actiever omgaan met de kansen die het vrije verkeer van personen
in Europa biedt. In de zuidelijke landen bijvoorbeeld, waar het dit moment economisch
slechter gaat, zijn groepen kenniswerkers beschikbaar die voor Europa behouden
zouden moeten blijven. Duitsland springt hier actief op in. De raad vindt dat het kabinet
actief beleid moet voeren om deze groepen Europese kenniswerkers aan Nederland te
binden. Eén van de doelen van het vrije verkeer van personen is juist om het Europese
arbeidspotentieel te behouden voor Europa, in concurrentie met opkomende
economieën.
Randvoorwaarden met betrekking tot kennisimmigratie moeten in Nederland aantrekkelijk
zijn voor alle groepen buitenlandse kenniswerkers. Nog steeds is een aantal zaken
onvoldoende geregeld. Een voorbeeld is de waardeoverdracht van pensioenen op
Europees niveau. Het is moeilijk om de opgebouwde waarde van pensioenen over te
dragen van de ene naar de andere Europese lidstaat. Het kabinet moet zich voor de
waardeoverdracht van pensioenen op Europees niveau sterk maken.
2. Bewaak de variëteit in het initiële onderwijs en stimuleer postinitiële scholing
De raad overweegt en signaleert het volgende:
-          Om een zo goed mogelijke aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs te
           realiseren moet in het initiële onderwijs een afweging worden gemaakt tussen
8
  Zie www.cbs.nl; Onder kennismigranten worden hoogopgeleide vreemdelingen verstaan die een
arbeidsovereenkomst bij een Nederlands bedrijf hebben, en daarbij een bepaald minimum brutosalaris
verdienen dat gekoppeld is aan een leeftijdscategorie. Per 1 januari 2010 bedroeg het vereiste bruto
jaarinkomen € 50.183,- voor kennismigranten van 30 jaar of ouder en € 36.801,- voor kennismigranten jonger
dan 30 jaar.
9
   http://www.deondernemer.nl/economie/624534/Over-de-grens-is-alles-beter.html
10
   http://www.latimes.com/news/nationworld/world/la-fg-germany-migrants-20120312,0,6777956.story
11
   http://www.joop.nl/wereld/detail/artikel/wie_slim_is_gaat_naar_duitsland/
12
   http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/04/20/belgie-zoekt-3000-portugese-ingenieurs-melden-kranten-
in-lissabon
13
   http://www.careerwise.nl/2011/05/26/dreigend-tekort-aan-technici/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                        14
             specialisme (smal opleiden) en flexibiliteit (breed opleiden). De overheid en de
             onderwijsinstellingen spelen bij deze afweging een belangrijke rol.
-            De discussie over breed versus smal opleiden is van alle tijden en is sterk
             gekoppeld aan de discussie over vaardigheden: beroepsgerichte vaardigheden
             (firm specific skills, vaak meer monodisciplinair alfa, bèta of gamma) versus meer
             algemene vaardigheden (general skills, vaak meer multidisciplinair door een
             combinatie van zowel alfa, bèta als gamma).
-            Meer breed opleiden zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt beter ingedekt is tegen
             schommelingen in de vraag naar arbeid als gevolg van conjuncturele
             verschuivingen, maar de kosten om de arbeidsproductiviteit te verhogen zijn
             relatief hoog. Er moet veel worden geïnvesteerd in postinitiële scholing. Smal
             opleiden levert een hogere arbeidsproductiviteit, dus minder kosten voor
             postinitiële scholing. Maar de arbeidsmarkt is minder ingedekt tegen
             schommelingen in de vraag naar arbeid als gevolg van conjuncturele
             verschuivingen.
-            Kennis veroudert snel. Kenniswerkers zullen zich veel meer dan in het verleden
             moeten blijven scholen om hun functie of beroep goed te kunnen blijven
             uitoefenen. Ook voor werkzoekenden geldt dat zij meer kansen hebben om aan
             de slag te komen als ze adequaat geschoold zijn. Postinitiële scholing wordt
                                                                                                           15
             daarom steeds belangrijker. Deelname hieraan lijkt in Nederland te stagneren.
-            Arbeidsmarktontwikkelingen zijn belangrijk om de initiële en postinitiële
             scholingsbehoeftes te kunnen inschatten op de langere termijn. De prognoses
             over vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zijn echter met veel onzekerheden
             omgeven. Illustratief voor de onzekerheid zijn de voorspellingen over de
             ontwikkeling van de beroepsbevolking. In Nederland staat nu tegenover elk
             werkend persoon gemiddeld 0,9 niet-werkend persoon. In 2050 zal deze
             verhouding gestegen zijn naar 1,2 in een scenario met sterke economische groei
                                                            16
             tegen 1,4 in het geringe groeiscenario.
-            Ook in de topsectoren speelt de economische ontwikkeling een belangrijke rol bij
             de vraag naar kenniswerk. Prognoses laten zien dat het cumulatieve aantal
             arbeidsplaatsen in de topsectoren afhankelijk van de economische situatie gelijk
                                                           17
             blijft, of jaarlijks kan stijgen met 1-2%. Bij individuele topsectoren kan er zelfs
             sprake zijn van een daling.
-            Ook over de impact van nieuwe technologische ontwikkelingen op de
             arbeidsmarkt voor kenniswerkers is veel onzekerheid. ICT heeft bijvoorbeeld veel
             invloed gehad. ICT vaardigheden zijn inmiddels voor vrijwel al het kenniswerk
                                                                                         18
             nodig en de markt voor ICT professionals groeit nog steeds. Maar ook huidige
             opkomende technologieën, zoals nanotechnologie hebben mogelijk grote invloed
                                                              19
             op de arbeidsmarkt voor kenniswerkers.
Het goed inspelen op de vraag naar kenniswerkers is moeilijk vanwege de vele
onzekerheden. Het is onmogelijk om exact te voorspellen welke kenniswerkers er nodig
zijn in de toekomst. Het is daarom volgens de raad onverstandig het beleid alleen te
funderen op arbeidsmarktprognoses, binnen en buiten de topsectoren. Om met de
onzekerheden op de arbeidsmarkt om te kunnen gaan is er in de ogen van de raad één
belangrijke voorwaarde: het aanpassingsvermogen van het stelsel moet op orde blijven.
Dit kan op twee manieren, die beide nodig zijn.
Ten eerste moet de variëteit van het initiële onderwijsstelsel in stand worden gehouden,
met name in het mbo, hbo en wo. De variëteit aan brede en smalle opleidingen moet op
peil blijven en de kwaliteit van deze opleidingen moet hoog zijn en blijven. De raad vindt
dat het kabinet bij de uitvoering van het topsectoren- en profileringsbeleid de balans
tussen specialisme en flexibiliteit in het oog moet houden. Vanuit de topsectoren wordt
veelal de nadruk gelegd op specialistisch opleiden, vooral vanwege de meer korte termijn
behoeftes in het bedrijfsleven. Dat is voor Nederland als geheel te eenzijdig.
14
   Zie ook: Smal en breed opleiden: Productiviteit versus flexibiliteit, Gids voor de beroepspraktijk 1999
15
   Zie ook: Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt, SER 2012
16
   http://www.pbl.nl/publicaties/2011/sterke-daling-beroepsbevolking-verwacht-in-grote-delen-van-europa
17
   Quick Scan Arbeidsmarkt topsectoren, Bureau Louter 2011
18
   http://ictoffice.nl/Files/ICT/ICT_Kwartaalmonitor_aug_2011.pdf
19
   Hoe zorgen we voor voldoende gekwalificeerd personeel in de industrie? J. de Koning, SEOR 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Ten tweede moet de overheid de mogelijkheden voor postinitiële scholing stimuleren.
Een kenniswerker is nooit uitgeleerd en kennis is steeds sneller verouderd. Een leven
lang leren wordt de standaard voor kenniswerkers. Het bedrijfsleven moet hier zijn
verantwoordelijkheid nemen en kenniswerkers de mogelijkheid bieden om zich continu te
blijven scholen. Postinitiële scholing moet binnen en buiten het topsectorenbeleid een
meer prominente rol krijgen. De raad volgt hierbij de aanbevelingen zoals ze zijn gedaan
                                                                                  20
in het SER-rapport over postinitiële scholing dat onlangs verscheen.
Het bewaken van de variëteit van het initiële onderwijs en het stimuleren van postinitiële
scholing dient ervoor dat:
      -    kenniswerkers in de toekomst kunnen blijven worden ingezet over de gehele
           breedte van de kennissamenleving, binnen en buiten de topsectoren;
      -    er naast voldoende hoogopgeleide kenniswerkers (hbo, wo), ook voldoende
           middelbaar opgeleide kenniswerkers (mbo) worden opgeleid;
      -    kenniswerkers over een brede basis aan kennis en vaardigheden beschikken
           zodat bij- of omscholing en het switchen van baan in een latere carrièrefase
           gemakkelijker wordt. Een brede basis is essentieel om postinitiële scholing tot
           een succes te maken. Vooral voor hoogopgeleiden is dit van belang;
      -    multidisciplinariteit binnen opleidingen voldoende ruimte kan krijgen;
      -    de kennissamenleving van de toekomst in staat is snel in te springen op externe
           ontwikkelingen en op conjuncturele schommelingen, zonder teveel aan
           productiviteit te verliezen.
3. Maak human capital agenda’s voor de maatschappelijke zwaartepunten
De raad overweegt het volgende:
-          In de discussie over kenniswerkers speelt de focus van de kennissamenleving
           van de toekomst een grote rol. De gekozen focus bepaalt in belangrijke mate het
           ‘soort’ kenniswerker dat nodig is in de toekomst. De overheid speelt een
           belangrijke rol bij het bepalen van de focus. De overheid kiest voor economische,
           wetenschappelijke en maatschappelijke zwaartepunten waarin geïnvesteerd
                  21
           wordt.
-          Zwaartepunten veranderen in de loop van de tijd. De economische,
           maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen die de
           zwaartepuntkeuzes bepalen, zijn niet statisch maar constant in beweging. Kijk
           bijvoorbeeld naar de snelle opkomst van moderne biotechnologie vanaf de jaren
           ‘70. Of meer recent de opkomst van de nanotechnologie.
-          De maatschappelijke uitdagingen krijgen aandacht in de topsectoren, maar er zijn
           in Nederland geen maatschappelijke zwaartepunten benoemd. De Europese
           Unie doet dit wel. Door de maatschappelijke uitdagingen geen centrale plaats te
           geven zijn mogelijk niet alle relevante stakeholders in publieke en private
           organisaties betrokken bij de discussies over de behoefte aan kenniswerkers in
           de toekomst.
-          Maatschappelijke zwaartepunten liggen over meerdere topsectoren heen. Een
           voorbeeld is de in Europa benoemde maatschappelijke uitdaging ‘vergrijzing’ die
                                                                               22
           inhoudelijk raakvlakken heeft met vrijwel alle topsectoren.
-          Multidisciplinariteit van kenniswerkers is in maatschappelijke zwaartepunten
           belangrijk. Kenniswerkers moeten vaak verstand hebben van meerdere sectoren.
           Bij vergrijzing speelt bijvoorbeeld kennis over nieuwe thuiszorgtechnologieën een
           belangrijke rol, maar ook kennis over voeding en pensioenen. Deze kennis hoeft
           niet in één persoon verenigd te zijn, maar breed opgeleide kenniswerkers met
           een combinatie van alfa-, bèta- en gammavaardigheden worden wel steeds
           belangrijker.
-          Nieuwe vaardigheden worden steeds belangrijker bij het aanpakken van
           maatschappelijke uitdagingen. Op Europees niveau wordt speciale aandacht
20
   Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt, SER 2012
21
   Zie ook: Backing winners, AWT 2003
22
   Scherp aan de wind! AWT 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>          gevraagd voor green skills en health and social care skills. Hiervoor is nog
                                                         23
          onvoldoende aandacht in opleidingen.
-         In Nederland is de zorg een maatschappelijke uitdaging. Voor de zorgsector
          worden grote kwalitatieve en kwantitatieve tekorten aan arbeidskrachten
          voorspeld. Scholing is hier belangrijk om de tekorten terug te dringen: het
          bijscholen van lager gekwalificeerd zorgpersoneel, het omscholen en het werven
          van meer personeel en het opleiden en meer inzetbaar houden van het huidige
                       24
          personeel.
 -        Ook de keuze van wetenschappelijke zwaartepunten door de overheid (in het
          verleden waren dit onder andere Genomics, ICT en Nanotechnologie) beïnvloedt
          de arbeidsmarkt voor kenniswerkers. De focus op wetenschappelijke
          zwaartepunten zorgt bijvoorbeeld voor het opleiden van veel onderzoekers
          (promovendi, postdocs). Deze focus bepaalt mede het fundament aan
          kenniswerkers voor de economische en maatschappelijke zwaartepunten. In het
          verleden zijn de FES middelen belangrijk geweest voor wetenschappelijke
          zwaartepunten.
De overheid ziet het topsectorenbeleid als een belangrijk middel om uit de economische
crisis te komen. Innovatie is hier het sleutelwoord. Maar innovatie is ook nodig om de
maatschappelijke problemen op te lossen, in het Europese beleid vormen zij de leidraad
voor de toekomst. Al eerder pleitte de raad voor het benoemen van maatschappelijke
zwaartepunten in Nederland, onder andere om in de pas te blijven lopen met de
                               25
Europese ontwikkelingen. Partijen in Nederland zijn nu onvoldoende georganiseerd
rondom de maatschappelijke zwaartepunten maar eerder rondom de economische
zwaartepunten; de topsectoren.
In de maatschappelijke zwaartepunten zijn er andere behoeften met betrekking tot de
inzet van kenniswerkers dan in de topsectoren. De raad vindt daarom human capital
agenda’s voor maatschappelijke zwaartepunten op zijn plaats. Deze agenda’s zorgen
ervoor dat de vraag van publieke en private stakeholders, die niet betrokken zijn bij de
topsectordiscussies, ook worden geagendeerd. Het maakt duidelijk welke (nieuwe)
vaardigheden en kenniswerkers nodig zijn om bij te dragen aan oplossingen voor de
maatschappelijke problemen van deze tijd. En het laat zien hoe Nederland aansluit bij de
Europese discussies rondom de maatschappelijke uitdagingen. De raad ziet hier ook
kansen om onderbenutte groepen potentiële kenniswerkers, zoals allochtonen, vrouwen
en ouderen, in te zetten als kenniswerkers in de maatschappelijke zwaartepunten.
Concluderend…
Door actiever overheidsbeleid met betrekking tot het mobiliseren van de onder- en
onbenutte groepen van kenniswerkers wereldwijd, maar met name in Europa en
Nederland, kan Nederland op de kortere termijn al een belangrijke stap zetten in het
terugdringen van de voorspelde tekorten. De ontwikkelingen op de internationale
arbeidsmarkt moeten daarbij als referentiekader worden gebruikt, dat gebeurt nu nog te
weinig. Europa is daarbij belangrijk voor Nederland. In de arbeidsmarktanalyses in
Nederland moeten daarom de arbeidsmarktontwikkelingen in andere Europese landen
worden meegenomen. Zeker als het gaat om bètatechnici. In de analyses wordt nog
teveel uitgegaan van de nationale arbeidsmarktontwikkelingen. Met name in Zuid-Europa
liggen er kansen om op korte termijn (werkloze) kenniswerkers te werven.
Het onderwijs op mbo, hbo en wo niveau vormt de kenniswerker van de toekomst. De
raad vindt het essentieel dat de variëteit in het initiële onderwijs gewaarborgd blijft. De
balans tussen specialisme en flexibiliteit moet in stand worden gehouden om te kunnen
omgaan met conjuncturele schommelingen en om de productiviteit van de
kennissamenleving op hoog niveau te houden. Ook moet de overheid, samen met
onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, actiever postinitiële scholing van
kenniswerkers stimuleren. Kenniswerkers zijn immers nooit uitgeleerd. Op deze manier is
23
   Green Paper; Restructuring and anticipation of change: what lessons from recent experience? Europese
Commissie 2012
24
   Arbeidsmarktprognoses van VOV personeel in zorg en welzijn 2011-2015, Panteia 2012
25
   Scherp aan de wind! AWT 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>de kennissamenleving beter toegerust om de economische, maatschappelijke en
wetenschappelijke uitdagingen van de toekomst adequaat te kunnen adresseren. Daarbij
is speciale aandacht voor de behoefte aan kenniswerkers voor de maatschappelijke
uitdagingen in Nederland op zijn plaats.
Talent is de troef die wereldwijd wordt gespeeld. Andere landen nemen initiatieven om
vraag en aanbod van kenniswerkers beter op elkaar af te stemmen door gebruik te
maken van de in deze brief benoemde kansen. Ook Nederland moet deze kansen
benutten. In de ogen van de raad is daarom snelle actie gewenst. Deze brief geeft aan
hoe dit op korte termijn al kan. Maar ook op de langere termijn zijn er kansen die kunnen
worden benut. In het uitgebreide advies over de arbeidsmarkt voor kenniswerkers, dat
eind dit jaar verschijnt, gaat de raad hier uitgebreid op in.
Hoogachtend,
Prof.dr. J.A. Bruijn                                        mevrouw dr. D.J.M. Corbey
voorzitter AWT                                              secretaris AWT
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>