<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor het

a W C Wetenschaps- en Technologiebeleid Javastraat 42

2585 AP Den Haag

T 070-311 09 20

F 070 - 360 89 92

E secretariaat@awt.nl
W www.awt nl

Aan: Het kabinet, ter attentie van:
De heer drs. M.J.M. Verhagen, minister van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie
De heer drs. H. Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap

uw brief uw kenmerk ons kenmerk datum:

0023/12/RI 26 juli 2012

Onderwerp
Briefadvies: Sociale Innovatie en Horizon 2020

Geachte heer Verhagen en heer Zijlstra,

Sociale innovatie staat in de belangstelling. Er is veel enthousiasme voor het begrip,
maar de invulling roept nog veel vragen op. De Minster van EL&l en de
staatssecretaris van OCW hebben de AWT gevraagd te adviseren over sociale
innovatie: wat is sociale innovatie en wat kan de overheid doen om sociale innovatie
te bevorderen? Daarnaast is gevraagd om een kort advies dat input levert voor de
discussie die op Europees niveau plaatsvindt. Het nieuwe Europese

| kaderprogramma voor onderzoek — Horizon 2020 — besteedt aandacht aan Social
Innovation. Horizon 2020 wordt nu uitgewerkt in een Specifiek Programma. De
vraag is hoe sociale innovatie daarbinnen het best opgenomen kan worden: welke
kennisvragen verdienen prioriteit en wat kunnen de antwoorden opleveren”?
Daarnaast is aansluiting bij Nederlandse wetenschappelijke expertise relevant.

De AWT heeft eerder een advies uitgebracht dat betrekking had op Horizon 2020. In
het AWT advies 77 “Scherp aan de Wind, Handvat voor een Europese strategie
voor Nederlandse (top)sectoren” adviseerde de raad om het Europese beleid en
het kaderprogramma als hefboom te gebruiken. De inzet moet zijn om de eigen
sterktes goed positioneren in de Europese programma’s, zodat Nederlandse
onderzoekers en kennisinstellingen goede aansluiting vinden in Europa. Op
terreinen waar Nederland minder uitblinkt kan samenwerking binnen Europa
bijdragen aan versterking van onze kennisbasis.

Met de onderhavige brief bouwt de AWT hierop voort en voldoet zo aan het verzoek
van de bewindslieden. Hieronder gaan we eerst in op de definitie en de noodzaak
van sociale innovatie, vervolgens op de kennisbehoefte die hiermee verbonden is.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Daarna volgt de aanbeveling om sociale innovatie in alle onderdelen van het
Specifiek Programma op te nemen en volgen enkele suggesties hoe dit vorm kan
krijgen. Wij eindigen met een oproep om het pleidooi voor sociale innovatie
voortvarend, gezamenlijk en breed uit te dragen. Deze brief is mede gebaseerd op
een discussiebijeenkomst over sociale innovatie. De AWT dankt de deelnemers
voor hun inbreng’.

Wat is sociale innovatie?

Er zijn meerdere definities. De eerste - vooral in Nederland gehanteerde definitie -
begint bij de werkplek: innovaties op de werkplek, nieuwe werkvormen of nieuwe
samenwerking leiden tot innovatie in de productieketen en van producten en/of
diensten. De tweede definitie heeft betrekking op de sociale componenten van
technologische innovatie: mensen en samenlevingen moeten technologie kunnen
toepassen en aanwenden voor nuttig gebruik. Nieuwe techniek moetingebed raken
in het dagelijks leven en dat leidt tot of vraagt om sociale veranderingen. De derde
definitie is het vertrekpunt bij Horizon 2020: sociale innovatie is innovatie die
voortkomt uit een maatschappelijk gevoelde behoefte en die tot maatschappelijke
verandering leidt, in het bijzonder tot oplossingen voor de grand challenges

Deze drie definities hebben veel gemeenschappelijke kenmerken. Het gaat steeds
om werkwijzen die samenwerking en multidisciplinariteit zoeken, om het smeden
van nieuwe allianties, om het out of the box denken en daarnaar te handelen. Door
samenwerking op de werkplek buiten de bestaande kaders kan dat. Het kan ook
door gebruikers te betrekken bij technologieontwikkeling. Aanvaarding en optimaal
gebruik is dan vanzelfsprekender. Nieuwe allianties kunnen maatschappelijke
behoeften articuleren en tot nieuwe vormen van innovatie op basis van co-creatie
leiden. Complexe maatschappelijke problemen vragen om systeeminnovaties,
waarbij vanuit meerdere disciplines en met meerdere stakeholders aan oplossingen
wordt gewerkt. De verschillende definities geven dan ook eerder accentverschillen
weer dan principiële verschillen.

De noodzaak voor sociale innovatie

De AWT signaleert dat technologische innovatie noodzakelijk is. Er is echter een
brede erkenning dat technologische innovatie, zoals deze nu plaatsvindt, niet
toereikend is om antwoorden te vinden op de grote uitdagingen van onze tijd. Ten

* Een workshop over de invulling van sociale innovatie in Horizon 202 vond plaats op 14 juni jl. Aan
de workshop namen deel: Floor Avelino, EUR; Arjen Wals, Wageningen Universiteit; Barbara van
Mierlo, Wageningen Universiteit; Frans Brom, Rathenau Instituut; Rob Weterings, TNO; Henk
Volberda, EUR; Hans Mommaas, Universiteit van Tilburg; Steven Dhondt, TNO; Pieter Hooimeijer,
UU; Jeroen van den Hoven, TU Delft; Jan Raaijmakers, GSK. Daarnaast waren vertegenwoordigers
van EL&I, OCW en de AWT aanwezig.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>eerste verdienen sommige problemen en vraagstukken meer prioriteit dan ze nu
krijgen. Schaarste van natuurlijke hulpbronnen zoals water en mineralen vraagt om
duurzame productie en consumptie. Verduurzaming van energievoorziening kan
alleen op grote schaal doorgevoerd worden als er ook nieuwe technologische
doorbraken zijn.

Daarnaast vragen maatschappelijke uitdagingen niet alleen een technologische fix,
maar ook om sociale sensitiviteit: het vermogen om techniek effectief toe te passen
en te laten landen in de maatschappij. Er is meer aandacht nodig voor de mogelijke
maatschappelijke implicaties van techniek. Sociale en technologische innovatie zijn
zo onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Dat vraagt ook een andere manier van denken en werken in de wetenschap. De
specialisatie van de afzonderlijke disciplines en de ivoren toren van de wetenschap
hebben veel resultaten gebracht maar brengen ons nu niet veel verder als het gaat
om complexe maatschappelijke uitdagingen. Steeds breder wordt erkend dat
nieuwe wegen en samenwerkingsvormen nodig zijn om echte oplossingen aan te
dragen voor sociale problemen en voor maatschappelijke uitdagingen als vergrijzing
of schaarste. Marginale verbeteringen van bestaande technieken of strikt
technologische oplossingen helpen te weinig. Er zijn nog werelden te ontdekken
wanneer grenzen tussen disciplines verdwijnen, nieuwe allianties ontstaan en co-
creatie meer ingeburgerd raakt. Nieuwe samenwerking tussen bedrijven en
kennisinstellingen moet baanbrekende ideeën daadwerkelijk verzilveren. Nieuwe
werkwijzen maken ook ontwikkeling van andere, maatschappelijk gerichte
vraagstellingen mogelijk. De waarde van onderzoek is dan niet vooral economisch
bepaald, maar zeker ook maatschappelijk, sociaal, ethisch en ecologisch.

Sociale innovatie is niet alleen een randvoorwaarde voor het succes van techno-
logische innovatie maar kan ook de drijfveer zijn van technologische doorbraken.
ICT bijvoorbeeld is een sleuteltechnologie die tot innovaties in alle sectoren van de
economie leidt. De noodzaak voor sociale innovatie geeft de ontwikkeling van ICT
nieuwe richting en nieuwe dimensies. Minder top-down, meer bottom-up, meer
betrokkenheid van gebruikers, meer interactief. Dat leidt weer tot nieuwe creativiteit
in de ICT sector’.

Sociale innovatie in Nederland en in het Europese onderzoeksprogramma

Hoe ziet dit eruit in de praktijk van vandaag? We vinden het begrip sociale innovatie
in Nederland terug in de innovatiecontracten en human capital agenda's van
verschillende topsectoren en in de onderzoeksprogramma's van
onderzoeksinstituten, TNO, de KNAW en NWO. Het Nederlands Centrum voor
Sociale innovatie (NCIS) heeft van 2006 tot 2012 sociale innovatie in Nederland

? Zie htto://cordis.europa.eu/fp7/ict/istag/documents/istag-key-recommendations-beyond-2013-
printed.pdf

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>aangejaagd, mede op basis van adviezen van de SER. Sociale innovatie heeft
weerklank gevonden binnen bedrijven, KvKs, branche-organisaties en
onderwijsinstellingen.

De Europese Unie heeft Social! Innovation erkend als belangrijk nieuw
aandachtsgebied. Het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek, Horizon 2020
besteedt aandacht aan sociale innovatie. Het programma onderkent ook de
noodzaak van multidisciplinaire samenwerking. Tegelijkertijd zijn de ambities van
Horizon 2020 groot: er moeten oplossingen komen voor grote problemen op het
terrein van zorg, voedselvoorziening, energie. Dat vraagt — naar de overtuiging van
de AWT — zeker ook om sociale innovatie. Meer precies: het gaat om een
combinatie van sociale en technologische innovatie. Tot welke nieuwe
kennisbehoefte en onderzoeksvragen leidt dit?

De kennisbehoefte: wetenschap as usual maar ook beyond-vragen

De KNAW benadrukt in zijn adviesrapport “Kwetsbaarheid en veerkracht van
maatschappelijke systemen”? dat de sociale wetenschappen een grotere bijdrage
kunnen leveren aan de oplossing van urgente maatschappelijke opgaven. De zorg,
het onderwijs, de mobiliteit, het openbaar bestuur, de ruimtelijke ordening, de
rechtspraak, het financiële stelsel, het zijn allemaal systemen met een eigen
dynamiek, maar ook met gemeenschappelijke kenmerken. Meer regelgeving en
meer toezicht dragen bij aan meer rigiditeit en niet noodzakelijk aan meer
vertrouwen of veerkracht van de maatschappij. Analyse van gemeenschappelijke
kenmerken brengt nieuwe inzichten en kan bijdragen tot reductie van rigiditeit en
van complexiteit. Dat verhoogt het aanpassingsvermogen en de veerkracht van
maatschappelijke systemen.

Mede op basis van het KNAW advies ontwikkelde NWO een Sociale Infrastructuur
Agenda‘. De context is hier het topsectorenbeleid. De agenda richt zich op het
onderzoeken van maatschappelijke systemen als arbeidsmarkt, welzijn, veiligheid,
onderwijs en openbaar bestuur. Als Nederland de economische, technologische en
maatschappelijke uitdagingen aan wil pakken dan zijn er transities noodzakelijk op
het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs, welzijn en veiligheid. De samenhang is hier
van belang: de topsectoren zijn ingebed in maatschappelijke structuren — en die
moeten goed functioneren. ©

Om de kennisbehoefte te omschrijven is een onderscheid nuttig naar micro, meso
en macro niveau. Op het microniveau van de werkplek, de buurt, het ziekenhuis of

* KNAW, 2010
4 http://www.nwo.nl/files.nsf/pages/NWO P_8PPHKU/Sfile/NWOSocialeinfrastructuurAgenda.pdf
> www.nwo.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>de gevangenis ontstaan problemen, die door te vertalen zijn naar ontwikkelingen op
het meso-niveau van sectoren als de zorg of, het onderwijs. Op het macro-niveau
zien we hoe sociale en technologische veranderingen elkaar beïnvloeden en
ingrijpende transformatieprocessen met zich meebrengen, meer of minder
disruptieve veranderingen. Op hun beurt hebben die dan weer hun weerslag op
bijvoorbeeld de zorgsector of in het ziekenhuis.

Kennisvragen gaan niet uitsluitend om de ontwikkelingen op micro, meso en macro-
niveau, maar juist ook om de verbindingen daartussen en de onderlinge
afhankelijkheid. Waar liggen oorzaken, waar gevolgen, waar ontstaan problemen en
waar zijn oplossingen te vinden? Welke systemen zijn immuun voor verandering,
welke systemen zijn in staat om zich aan te passen en tonen veerkracht? Hoe
vergelijkbaar zijn systemen: wat valt er te leren van andere systemen? Hoe draagt
technologie bij aan complexiteit of aan complexiteitsreductie? Hoe kan het beste
omgegaan worden met non-lineariteit, zelforganisatie en onvoorspelbaarheid
(wicked problems)? Kunnen positieve voorbeelden en ervaringen “opgeschaald”
worden? Of is schaalvergroting juist oorzaak van problemen en moeten er vooral
veel lokale initiatieven naast elkaar bestaan? Vervolgens is de vraag welke
besluitvorming past bij de inzichten die hieruit voortkomen. Welke aanpassingen zijn
nodig in ons poldermodel? Onder welke voorwaarden kan sociale innovatie binnen
ondernemingen zowel de kwaliteit van de arbeid als de prestaties verbeteren? Hoe
kan management of bestuur inspelen op het zelforganiserende karakter van de
processen van sociale innovatie?

Het is van belang te onderkennen dat er juist onderzoek moet plaatsvinden op
gebieden waar Nederland onvoldoende expertise heeft in de zoektocht naar een
nieuwe maatschappelijke ordening. Nederland is altijd goed geweest in het
“polderen” en in verzorgingsarrangementen in de zin van inclusive society. Maar
maatschappelijke verandering laat zich in Nederland niet (meer) sturen door de
voormannen en — vrouwen uit de polder. De maatschappelijke dynamiek is veel
meer divers en veelkleurig. Dat roept de vraag op of er nog een rol voor de overheid
is en wat die rol van de overheid daarin kan of zou moeten zijn. Hoe kan de
overheid maatschappelijke innovatie faciliteren? Welke kwaliteiten, competenties en
capaciteiten hebben mensen nodig om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke
innovaties? Welke methode van problem structuring kan daarbij behulpzaam zijn
(bijvoorbeeld scenariomethodes, design thinking, drama theory)?

Een deel van de kennisbehoefte bestaat uit de gewone (wetenschap as usual)
kennisvragen. Hoe kan de werking van systemen (ziekenhuizen, gevangenissen en
scholen ofwel zorg, strafrecht en onderwijs) geoptimaliseerd worden? Een ander
deel van de kennisbehoefte betreft ‘beyond vragen”: vragen naar achterliggende
oorzaken, krachten en drijfveren. Ofwel: vragen naar de next challenge.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Toepassing in Horizon 2020: specifiek programma

Er is volgens de AWT een noodzaak voor sociale innovatie en er is ook nieuwe
kennis nodig. Daarom adviseert de AWT in dit briefadvies om sociale innovatie
volledig en op alle onderdelen in te bedden in Horizon 2020 en geeft hieronder een
aantal suggesties om dit op een praktische wijze te doen.

Horizon 2020 erkent de noodzaak van multidisciplinaire samenwerking. In het
Specifiek programma worden thema's en werkwijze verder uitgewerkt. Het
Specifiek Programma bestaat na de inleidende passages uit drie delen:

|. Wetenschap op top niveau (EOR)
Het gaat hier om fundamentele en toegepaste wetenschap — de beoordeling vindt
plaats op kwaliteit (excellentie).

II. Industrieel leiderschap

Het gaat hier om ontsluitende technologiën: ICT, robotica, nanotechnologie.
Innovatieve ondernemingen hebben een nadrukkelijke plaats in dit deel van het
programma, ook het MKB. De maatschappelijke dimensie van nano wordt hier
tevens benoemd.

III. Maatschappelijke uitdagingen

Bij maatschappelijke uitdagingen gaat het om (1) verbeteren van gezondheid en
welzijn gedurende het hele leven; (2) voedselzekerheid (3) het energiesysteem, (4)
mobiliteit (5) schaarste aan hulpbronnen en (6)inclusieve samenleving en (7)
veiligheid.

Vooral in dit maatschappelijke deel van het programma is aandacht voor sociale
innovatie, met name bij (6) Inclusieve samenlevingen. Het gaat dan om
optimaliseren van samenlevingen, empowerment van het platteland, gebruiks-
vriendelijkheid, sociale transformatie en sociale innovatie.

Sociale innovatie is zo vooral te vinden in het hoofdstuk over social inclusiveness.
De AWT vindt zoals gezegd dat sociale innovatie in elk onderdeel en bij alle
maatschappelijke uitdagingen een plaats moet kunnen krijgen. De kracht van
sociale innovatie en van innovatieve werkmethoden komt juist in samenhang met
andere perspectieven tot groei. In alle onderdelen van het Specifiek Programma
zouden daarom passages passen die wijzen op de noodzaak van sociale innovatie,
moeten worden opgenomen. Ter toelichting het volgende:

Enkele suggesties ter toelichting

In de inleidende passages ontbreekt de notie dat de uitdaging voor de wetenschap
zelf is om innovatief te zijn: nieuwe antwoorden zoeken op bestaande vragen, maar
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>ook nieuwe vragen stellen. Het moet in het specifieke programma niet alleen om
mainstream wetenschap (wetenschap as usual) gaan maar ook om vragen die
voorbij bestaande kaders gaan. Wil Europa een werkelijk innovatieve samenleving
zijn, dan is ook innovatieve wetenschap van belang. Wetenschap is veel meer dan
het zoeken naar lineaire verbanden en het blootleggen van positieve of negatieve
verbanden. Dat heeft vervolgens ook consequenties voor de beoordelings-
procedures. Wetenschappelijke vooruitgang is niet volledig te plannen — excellentie
en kwaliteit zijn niet altijd vooraf te toetsen (en af te vinken), zeker niet als het
onderzoeksvragen betreft die de randen van bestaande paradigma's verkennen en
nieuwe inzichten openen. Het gaat om parallellen en verschillen tussen
verschillende systemen (steden, ecosystemen, zorg en monetair) om complexiteit
en veerkracht van systemen. Wetenschap is ook steeds meer co-creatie:
interdisciplinair — maar ook in samenwerking met gebruikers.

In de drie onderdelen van het specifiek programma ontbreken eveneens belangrijke
kapstokken om projecten en onderzoeksvoorstellen, die betrekking hebben op
sociale innovatie, in te dienen.

Bij Wetenschap op topniveau kan toegevoegd worden dat het programma multi-
en transdisplinariteit waardeert en wellicht zelfs prioriteert. Co-creatie, interactie met
gebruikers, toepassers en participanten in de samenleving versnelt immers de
totstandkoming van nieuwe hypothesen en inzichten.

Bij Industrieel leiderschap moet het uitgangspunt zijn dat het niet alleen gaat om
technologie, maar ook om het toepassen en/of gebruiken van de techniek. En het
gaat niet alleen om vragen die voortkomen uit bedrijfseconomische drijfveren, maar
ook om maatschappelijke en ethische waarden.

Bij Maatschappelijke uitdagingen is het van belang te erkennen dat sociaal
wetenschappelijke kennis, de combinatie van alfa-beta-gamma, in alle uitdagingen
nodig is. De sociale wetenschappen hebben een tweeledige rol: het begrijpen van
de samenleving en het zoeken naar en participeren in oplossingsgerichte initiatieven
(social engineering). Het gaat juist om de interactie om het onderkennen van
verschillende belangen en om de maatschappelijke veranderingsprocessen op
meerdere niveaus. Er moet daarom prioriteit zijn voor interdisciplinaire
benaderingen met oog voor de sociale context met name toepassing, gebruik en
ethiek. Onderzoeksmethoden die participanten, gebruikers en cliënten niet alleen
als subject zien, maar nadrukkelijk betrekken bij de vraagstelling, zouden de
voorkeur moeten verdienen.

De AWT vermoedt dat sociale innovatie de verbinding kan zijn tussen de
verschillende maatschappelijke uitdagingen. Het een voor een oplossen van
maatschappelijke problemen zonder achterliggende samenhang er bij te betrekken
zal waarschijnlijk niet erg succesrijk zijn. Aandacht voor sociale veranderingen,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>structuren, zelforganisatie van mensen en innovatie kan bijdragen aan het opsporen
van de samenhang tussen problemen.

Tot Slot

De hierboven beschreven benadering verdient krachtige verdediging in de
Brusselse arena. Ze sluit aan bij de Nederlandse kennis en ook bij in Nederland
ontwikkelde methoden en inzichten. Die inzichten en methoden zijn effectief als ze
gedeeld en gedragen worden door anderen. Het Europese Kaderprogramma
Horizon 2020 is een goed vehicle om sociale innovatie verder te brengen.

De AWT wijst er daarnaast op dat een pleidooi voor versterking van sociale
innovatie in Horizon 2020 vooral effect zal hebben als het consequent worden
uitgedragen op meerdere niveaus en door meerdere partijen. De AWT is van
mening dat een pleidooi voor de bovenbeschreven invulling van sociale innovatie op
het juiste moment komt. Alom wordt immers erkend dat de veerkracht van mensen,
samenlevingen en economieën versterkt moet worden in het licht van toenemende
schaarste, bevolkingsdruk en sociale spanningen. De AWT is er eveneens van
overtuigd dat een pleidooi alleen vruchtbaar kan zijn als het zelf ook een co-creatie
is: ingevuld, gedragen en verwoord door het brede veld van wetenschappers,
kennisinstellingen, innovatieve bedrijven en representanten van de samenleving.
De AWT heeft een aanzet willen geven voor een dergelijke benadering en is
uiteraard bereid hierover verder van gedachten met u te wisselen.

Hoogachtend,
( VGA —— x
Prof.dr. J.A. Bruijn mevrouw dr. DJ.M. Corbey

voorzitter AWT secretaris AWT
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>