<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>83
   Going Dutch
   De kennissamenleving in internationaal perspectief
   november 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Druk:              Quantes - Rijswijk
  Augustus 2013
  ISBN               9789077005644
  Verkoopprijs       € 12,50
  Auteursrecht
  Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen
  van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Samenvatting			                                                    5
  1.     Inleiding			                                                9
  2.     Kennis			                                                  13
  3.     De kennissamenleving                                       19
  4.     De keuzes van diverse kennissamenlevingen                  25
  5.     Naar een meer open of meer gesloten mondiaal kennissysteem 37
  6.     Aanbevelingen: kiezen voor de kennissamenleving            43
  Bronnenlijst			                                                   46
  Bijlage 1    Essaywedstrijd - Overzicht van de inzendingen        51
  Bijlage 2    Deelnemerslijst workshop Kennissamenleving           53
  Bijlage 3    Serie uitgebrachte adviezen van de AWT               55
3 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>4 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  Hoe ziet de kennissamenleving van de toekomst eruit? Wat betekent de internationalise-
  ring van de wereld van kennis, onderzoek, technologie en innovatie? De AWT wil de dis-
  cussie in politiek en maatschappij over de toekomst van de kennissamenleving voeden
  en inspireren. Op basis van zijn analyse formuleert de Adviesraad voor het Wetenschaps-
  en Technologiebeleid (AWT) vier aanbevelingen om het Nederlandse kennis- en innova-
  tiebeleid meer strategisch en toekomstbestendig te maken.
  Een kennissamenleving omvat meer dan een kenniseconomie. Binnen een kennisecono-
  mie wordt wetenschappelijke onderzoek gericht op het economisch concurrentievermo-
  gen, en bestaat het werk van steeds meer mensen uit het produceren, verwerken, toe-
  passen en overdragen van kennis en informatie. Een kennissamenleving voegt hieraan
  het maatschappelijk perspectief toe. Onder de term kennissamenleving verstaat de AWT
  een samenleving waarin kennis niet alleen als productiefactor wordt gewaardeerd, maar
  ook om zijn intrinsieke waarde en zijn bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke
  problemen.
  De kennissamenleving kan alleen goed tot ontwikkeling komen, als daarvoor een stevig
  en stabiel draagvlak bestaat en als brede lagen van de bevolking in staat zijn hierin te
  participeren. Draagvlak voor de kennissamenleving impliceert een brede waardering
  voor kennis, wetenschap en onderzoek en de bereidheid om daarin te investeren, zowel
  publiek als privaat.
  Investeren in kennis is belangrijk, maar ook lastig. Het rendement is onzeker, laat lang
  op zich wachten, of slaat elders in de wereld neer. De AWT denkt dat er mogelijkheden
  zijn om zo in kennis te investeren, dat deze risico’s beperkt blijven, namelijk door Neder-
  land als kennissamenleving verder te ontwikkelen tot een internationale hotspot van
  kennis.
  Waar ontwikkeling in de industriële samenleving gedreven werd door een wereldwijde
  zoektocht naar goedkopere productiefactoren, vindt de dynamiek van de kennissamen-
  leving plaats binnen internationale kennis-hotspots. En waar door de industriële dyna-
  miek onvermijdelijk ook verliezers ontstaan, kent de kennissamenleving vooral winnaars.
  Voorwaarde is wel dat geïnvesteerd wordt in kennis, en dat samenlevingen verstandig
  kiezen voor kennis. Voor inspiratie hoe Nederland dat nog beter kan doen dan nu al het
  geval is, kijkt de AWT naar andere landen.
  Kennissamenlevingen zijn er in verschillende varianten: de Angelsaksische (avontuurlijke
  kennissamenleving), de Rijnlandse (de behoedzame kennissamenleving) en ten slotte de
  Opkomende samenlevingen. Waar kennisproductie in Angelsaksische samenlevingen
  vooral goed ontwikkeld is binnen topuniversiteiten en innovatieve start-ups, daar zijn
5 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  kennisontwikkeling en kennisuitwisseling in Rijnlandse samenlevingen naar verhouding
  sterk ontwikkeld binnen bedrijven. Terwijl Angelsaksische landen een hechte integratie
  van onderzoek en onderwijs kennen, op afstand van bedrijven, daar kenmerken Rijn-
  landse samenlevingen zich door een hechte integratie van kennisontwikkeling, kennis-
  toepassing en arbeidspraktijk. Opkomende kennissamenlevingen omarmen het belang
  en de rol van kennis in hun economische ontwikkeling en zijn bezig met een inhaalslag.
  Nederland valt in een aparte categorie, en combineert de kenmerken van zowel de
  avontuurlijke als de behoedzame kennissamenleving: de combisamenleving.
  Om te bepalen hoe Nederland zich in de toekomst het best verder kan ontwikkelen als
  kennissamenleving, is het noodzakelijk een beeld te hebben van de internationale con-
  text. Wordt kennis steeds meer vrij toegankelijk of zullen landen toch behoefte voelen
  ‘hun’ kennis af te schermen? De raad ziet drie mogelijke ontwikkelingslijnen: i) ‘Westen-
  wind’ (business as usual): voortgang op de huidige weg, een halfopen kennissysteem
  met een dominante positie voor westerse landen en een afhankelijke positie voor opko-
  mende landen; ii) ‘Open vlakte’ (high trust): een open kennissysteem waarin publiek ge-
  genereerde kennis wereldwijd wordt gedeeld; iii) ‘Eilanden’ (low trust): een gesloten
  kennissysteem waarin publieke gegenereerde kennis alleen wordt gedeeld met een
  groep van landen binnen de eigen omgeving.
  Nederland is als combiland bij uitstek toegerust om te floreren in Westenwind, een toe-
  komst waarin het heden wordt voortgezet. Dat is echter op termijn niet bij voorbaat het
  meest waarschijnlijke toekomstbeeld. De wereld kan veranderen, bijvoorbeeld naar een
  meer open, mondiaal kennissysteem. In dat geval zullen de ‘avontuurlijke’ Angelsaksi-
  sche kennissamenlevingen zich beter thuis zullen voelen. De wereld kan zich ook ont-
  wikkelen in de richting van een meer gesloten, regionaal kennissysteem dat voor de
  ‘behoedzame’ Rijnlandse landen overzichtelijk en hanteerbaar zal zijn. Hoe de internati-
  onale ontwikkeling ook zal zijn, Nederland beschikt over een uitstekende uitgangspositie
  om zich aan elk scenario aan te passen.
  Om ook in de komende decennia tot de meest innovatieve kennissamenlevingen te blijven
  behoren, beveelt de AWT aan to go Dutch. Met Going Dutch bedoelt de AWT in de eerste
  plaats zelfbewust voortbouwen op Nederlandse kwaliteiten, zoals het openstaan voor kri-
  tiek, het koesteren van informele communicatie en onderlinge verhoudingen, het zoeken
  naar consensus en draagvlak (onze poldertraditie) en naar balans (onze ‘en-en-traditie’). Dit
  zijn kwaliteiten die kennisontwikkeling en innovativiteit ten goede komen. In de tweede
  plaats bedoelt hij hiermee dat Nederland verantwoordelijkheid moet nemen en actief een
  gepaste bijdrage moet leveren in mondiaal verband. Ons past geen free rider gedrag. Van-
  daar: let’s go Dutch! Dit pleidooi werkt de AWT uit in de volgende vier aanbevelingen:
  1.    Ontwikkel een rijksbrede kennis- en innovatiestrategie, die voortbouwt op de Neder-
        landse ‘en-en-traditie’ (mondiaal & Europees, toegepast & nieuwsgierigheidsgedreven
        onderzoek, specifiek & generiek innovatiebeleid).
6 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  2.    Zoek brede politieke consensus voor deze strategie onder bedrijfsleven, kenniswereld,
        vakbonden en maatschappelijke organisaties. Versterk daartoe: i) de ambitie van on-
        dernemers, wetenschappers en werknemers, ii) de participatie van alle werkenden en
        de sociale samenhang – met aandacht voor ICT, databanken, onderwijs, kinderop-
        vang, landschappelijke kwaliteit, mobiliteit, bereikbaarheid en infrastructuur – en iii)
        veerkracht en aanpassingsvermogen van sectoren door een internationale oriëntatie.
  3.    Bouw voort op het ‘combikarakter’ van de Nederlandse kennissamenleving (dat ge-
        kenmerkt wordt door een combinatie van Angelsaksische en Rijnlandse elementen),
        maar repareer enkele zwakkere punten en leer: i) van opkomende samenlevingen
        enthousiasme voor een strategie en creativiteit in het wereldwijd speuren naar
        bruikbare kennis; ii) van behoedzame samenlevingen een grotere waardering voor
        online kennisproductie, meer private verantwoordelijkheid voor onderwijs en onder-
        zoek, en het bereiken van consensus over de te voeren strategie; iii) en van avon-
        tuurlijke samenlevingen een grotere waardering voor offline kennisproductie, een
        betere acceptatie van mislukkingen en het steunen van challengers.
  4.    Ontwikkel vanuit het topsectorenbeleid toonaangevende hotspots met een regio-
        nale en een maatschappelijke dimensie en zorg daarbij voor een goede branding
        van Nederland als geheel: Nederland Kennisland.
  Nederland heeft naar de volle overtuiging van de raad alles in huis om ook in de toe-
  komst een belangrijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en toepassing van kennis.
  Daarvoor is een consistent beleid nodig dat oog heeft voor de kwaliteit en de diversiteit
  van het Nederlandse bedrijfsleven en de kennisinstellingen, maar dat vooral onderne-
  mers, werknemers, onderzoekers, scholieren, studenten aanmoedigt om innovatief te
  zijn.
7 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                Kennisontwikkeling
                                  1                        Inleiding
                                     Deze publicatie verkent de kennissamenleving van de toekomst. Kennisontwikkeling in-
                                     ternationaliseert in een rap tempo. De laatste jaren is er veel aandacht voor internationali-
                 internationaliseert sering, ook in het werk van de AWT.1 Kennis kent geen grenzen. Wereldwijd wordt door
                                     steeds meer spelers aan kennis gewerkt. Nieuwe technologieën dienen zich aan en veran-
                                     deren onze wereld. De internationalisering van kennis verandert het internationale speel-
                                     veld op een historisch ongekende manier. Of het nu gaat om de productie van weten-
                                     schappelijk toponderzoek, de aantallen afgestudeerde wetenschappers en ingenieurs, het
                                     aanvragen van octrooien of het succesvol op de markt brengen van innovaties, de wereld
                                     is veel internationaler geworden, met nieuwe kenniscentra en technologische hotspots in
                                     opkomende landen.2 Kennis is daarbij één van de fundamenten van onze nationale wel-
                                     vaart. De Nederlandse kennisinstellingen, van universiteiten tot publieke onderzoekinstel-
    Nederland is voor zijn welvaart  lingen zoals TNO, en ook de onderzoekslaboratoria van enkele grote Nederlandse multina-
afhankelijk van kennisontwikkeling   tionale bedrijven, waren en zijn nog steeds in grote mate bepalend voor onze welvaart.
                                     Zonder eigen kennis zou Nederland al snel verworden tot een louter doorvoerland in Eu-
                                     ropa. Maar kennis is veel meer. Kennis geeft inzicht en betekenis en draagt bij aan de op-
                                     lossing van wereldwijde en lokale maatschappelijke vraagstukken.3 Kennis bindt en ver-
                                     enigt mensen. Het gaat dus niet alleen om de kenniseconomie, maar om de
                                     kennissamenleving van de toekomst.
     Een kennissamenleving is een    Binnen een kennissamenleving moeten mensen met kennis kunnen omgaan om volwaar-
 maatschappij waarin iedereen met    dig te functioneren en te participeren. Het is een samenleving waarin iedereen – hoogop-
     kennis moet kunnen omgaan       geleid en laagopgeleid – toegang heeft tot kennis en deze kan gebruiken of toepassen en
                                     waarin iedereen ook kan bijdragen aan de ontwikkeling van kennis.4 Nederland behoort
                                     de afgelopen decennia tot de top tien van de meest ontwikkelde kennissamenlevingen
                                     van de wereld en is als handelsnatie ook steeds sterk afhankelijk geweest van toegang tot
                                     internationale kennisnetwerken. De Nederlandse politiek is doordrongen van het belang
                                     van kennis en heeft de ambitie neergelegd om op het gebied van hoger onderwijs, weten-
                                     schap en kennisvalorisatie tot de mondiale top vijf op de Global Competitiveness Index te
                                     blijven behoren.5 Ambities vaststellen is relatief gemakkelijk, ambities blijvend realiseren is
                                     echter van een andere orde, zeker binnen een wereld waarin de relatieve positie van Ne-
                                     derland als innovatieland én als onderzoeksland onder druk staat. Net zoals in de topsport
                                     is het moeilijk om tot de top te blijven behoren wanneer steeds meer landen – zoals China
                                     en Zuid-Korea – met al hun talenten gaan deelnemen.6
                                     1
                                        Z ie onder meer AWT, Vasthoudend Innoveren: Een onderzoek naar het Duitse wetenschapslandschap en R&D-beleid (2013), De
                                         Chinese Handschoen (2012), Scherp aan de Wind (2011), Kennis zonder Grenzen (2010).
                                     2
                                         The Royal Society (2011), Knowledge, Networks and Nations, Global Scientific Collaboration in the 21st Century.
                                     3
                                         SEC (2011) 1428 final, Commission Staff Working Paper – Executive Summary of the Impact Assessment, Brussels, 30.11.2011.
                                          Volume 1, p.2.
                                     4
                                          UN (2005), Understanding Knowledge Societies – In Twenty questions and answers with the Index of Knowledge Societies – De-
                                           velopment of Economic and Social Affairs, United Nations, New York, 2005.
                                     5
                                           World Economic Forum (2013), The Global Competitiveness Report 2012-2013.
                                     6
                                           Zie ook het recente AWT rapport (2012), ‘De Chinese Handschoen’.
                                   9 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                     Op het eerste gezicht heeft Nederland de zaken nu goed op orde. We hebben relatief
                                     goede universiteiten en staan zelfs in de top vijf van de meest innovatieve landen. Noch-
                                     tans loopt de relatieve omvang van onderzoekfinanciering binnen de Nederlandse eco-
                                     nomie sinds eind jaren tachtig terug. In 2010 stond de totale investering in onderzoek
                                     en ontwikkeling als percentage van het BBP op 1,82 procent (hetzelfde niveau als in
                 Nederland heeft als 1981). De terugkeer in de top vijf van kenniseconomieën in 2012 was een indicatie dat
kennissamenleving een goede, maar    Nederland de vruchten plukt van zijn R&D-investeringen uit het verleden. De daling van
     ook kwetsbare uitgangspositie   plaats vijf naar plaats acht in de ranglijst van het World Economic Forum maakt de vraag
                                     actueel hoe Nederland een hoge positie kan handhaven. Nederland scoort in vergelijking
                                     met andere landen aan de top laag wanneer het om totale uitgaven aan onderzoek en
                                     ontwikkeling gaat. Vooral het bedrijfsleven blijft achter. Voor een belangrijk deel is dit te
                                     wijten aan de internationale oriëntatie van de Nederlandse bedrijven. Veel van hun in-
                                     vesteringen in kennis vinden niet in Nederland plaats maar elders op wereld. Ook de
                                     sectorstructuur van de Nederlandse economie kan verklaren waarom private R&D inves-
                                     teringen lager zijn in dan andere landen. De farmaceutische sector is bijvoorbeeld in Ne-
                                     derland klein, vergeleken met die in Duitsland, het VK, Frankrijk en Zweden. Er zijn data
                                     die suggereren dat als je maar corrigeert voor sectorstructuur, Nederland heel goed
                                     scoort op private R&D-inspanningen.7 Maar ook dan is de vraag of een economie met een
                                     internationaal georiënteerd bedrijfsleven en een sectorstructuur die weinig R&D-intensief
                                     is op termijn een kennissamenleving kan dragen die tot de mondiale top behoort.
              Extra investeringen in De AWT heeft eerder geconstateerd, dat de bereidheid tot meer investeren in de kennis-
                 kennis zijn nodig … samenleving te wensen overlaat.8 Hoewel het belang van investeringen in onderwijs, in
                                     levenslang leren, in onderzoek en innovatie breed wordt onderschreven, blijkt de bereid-
                                     heid om daadwerkelijk extra te investeren beperkt, zowel bij bedrijven als bij de over-
                                     heid. Het draagvlak binnen bedrijven en binnen de politiek is niet stabiel. In het politieke
                                     debat krijgen andere prioriteiten veelal de overhand. Al jaren waarschuwt een brede
                                     coalitie van onder meer kennisinstellingen en bedrijven (de zogenaamde KIA-coalitie)
                                     dat meer investeringen nodig zijn om de Nederlandse kennisambities waar te maken.
                                     Ook de AWT heeft voortdurend gepleit voor extra investeringen in kennis.9 De politiek
                                     formuleert wel ambitieuze doelstellingen op het gebied van kennis en innovatie, maar
                                     neemt in begrotingsonderhandelingen uitgaven aan onderwijs en onderzoek mee als
                                     kostenpost in plaats van als diepte-investering in onze toekomstige kwaliteit van leven.
           … maar meer investeren    De AWT meent dat de kennissamenleving alleen goed tot ontwikkeling kan komen, als
        vereist een breed draagvlak  daarvoor een stevig en stabiel draagvlak bestaat en als brede lagen van de bevolking in staat
                                     zijn in de kennissamenleving te participeren. Participeren in de kennissamenleving betekent
                                     werken met kennis en vraagt de bereidheid om ondernemend te zijn en om te blijven leren.
                                     Draagvlak voor de kennissamenleving impliceert een brede waardering voor kennis, weten-
                                     schap en onderzoek en de bereidheid om daarin te investeren, zowel publiek als privaat.
                                     7
                                        Dialogic (2012), Wetenschaps-, Technologie & Innovatie indicatoren 2012, fig. 10, p. 19.
                                     8
                                        AWT (2012), achtergrondstudie 42, Kiezen voor de kennissamenleving.
                                     9
                                        AWT (2005), Tijd voor een opKIQer!
                                  10 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>         Nederland heeft geen reëel  Er is voor Nederland geen reëel alternatief voor de kennissamenleving, waarin iedereen
alternatief, maar kan wel richtingen optimaal kan deelnemen aan het creëren en toepassen van kennis. Alleen met continue
                              kiezen ontwikkeling en benutting van talent, kennis en intellectuele capaciteiten van indivi-
                                     duen, bedrijven en organisaties zullen we ons huidige niveau van welzijn en welvaart
                                     kunnen handhaven. Daarbij zijn wel keuzes mogelijk. De vraag is dan welk doel Neder-
                                     land nastreeft met de kennissamenleving. Gaat het vooral om economische groei, of
                                     gaat het ook om bredere maatschappelijke doelen? Welk type kennissamenleving past
                                     bij Nederland? Wat betekent de enorme groei en honger naar kennis in de opkomende
                                     landen voor ons? De snel veranderende mondiale context maakt een nieuwe, breed ge-
                                     deelde, visie op kennis en de kennissamenleving noodzakelijk. Tegelijkertijd is de inrich-
                                     ting van de Nederlandse kennissamenleving een zaak van lange adem die vraagt om
                                     continuïteit en een brede consensus. De AWT wil met deze publicatie een bijdrage leve-
                                     ren aan de discussie over de kennissamenleving en zo de politiek en anderen inspireren
                                     na te denken over de toekomst van onze kennissamenleving. Meer nog wil de AWT dat
                                     ‘de politiek’ het voortouw neemt en een weg kiest die leidt naar een betere kennissa-
                                     menleving.
                                     Om enige kijk op deze thematiek te verschaffen, zetten we vier stappen. In hoofdstuk 2
                                     omschrijven we wat kennis is. In hoofdstuk 3 stellen we ons de vraag wat een kennis-
                                     samenleving precies is en hoe zij werkt. In hoofdstuk 4 geven we een schets van hoe
                                     andere landen zich als kennissamenleving ontwikkelen. Dan volgt hoofdstuk 5 waarin
                                     we kijken naar de internationale context waarbinnen onze maatschappij zich ontwikkelt.
                                     De conclusie is optimistisch. Nederland heeft een goede uitgangspositie om ook in de
                                     toekomst aan de top te staan. Er is een visie nodig om beleid te ontwikkelen en rand-
                                     voorwaarden goed in te vullen. Op basis van deze conclusie doet de raad in het laatste
                                     hoofdstuk een viertal aanbevelingen.
                                     Dit advies is voorbereid door een projectgroep die onder leiding stond van Luc Soete.
                                     Aan de projectgroep namen deel: Dave Blank, Eduard Klasen, Patrick Morley, Arno Peels
                                     en Martin Schuurmans. Vanuit de staf was Dorette Corbey verantwoordelijk. Sophie
                                     Roborgh en Victor van Rij hebben bijdragen geleverd.
                                     Ter voorbereiding van dit advies is een essaywedstrijd georganiseerd. De essays zijn te
                                     lezen op www.awt.nl. Zie bijlage 1 voor een overzicht van de inzendingen. Daarnaast is
                                     een workshop gehouden. Zie bijlage 2 voor een deelnemerslijst.
                                  11 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                             2                        Kennis
                                 Kennisontwikkeling ligt aan de basis van technologische vooruitgang en is daarmee een
                                 bron van productiviteitsontwikkeling en welvaart. Kennis heeft ons leven veranderd, niet
                                 alleen in economische zin, maar ook in sociale, politieke en culturele zin.
                                 Wat is kennis?
Kennis is meer dan informatie    Kennis omvat ons geheel van theoretisch en praktisch weten en is niet alleen te vinden in
                                 bibliotheken of databanken en de hoofden van mensen, maar ook in hun aangeleerde
                                 vaardigheden. Het gaat om ‘weten wat en waarom’ naast ‘weten dat en hoe’. Om duide-
                                 lijk te maken wat kennis is, helpt het een onderscheid te maken tussen kennis en informa-
                                 tie. Informatie bestaat uit gegevens die gestructureerd zijn binnen een betekenisvol ver-
                                 band. Ze kan worden opgeslagen in geschreven media of in databases. Om iets met
                                 informatie aan te vangen, is kennis nodig, het vermogen om informatie te interpreteren
                                 en te verwerken – om ‘betekenis te geven aan feiten’. Kennis reproduceren – leren – kost
                                 veel moeite. Informatie reproduceren is eenvoudigweg een kwestie van kopiëren.
             Soms kan kennis     Kennis kan worden verwoord en gecodificeerd, en uitdrukking krijgen in taal. Een boek,
          verwoord worden …      een tijdschriftartikel, een handleiding of een expertsysteem is een fysieke drager van
                                 kennis. Door codificatie schuift kennis op in de richting van informatie. Codificatie van
                                 kennis heeft twee functies (Foray, 2004). Op de eerste plaats zorgt codificatie voor com-
                                 modificatie. Door codificatie wordt kennis een goed dat kan worden opgeslagen in de
                                 vorm van gestructureerde informatie, hetzij op papier, hetzij in een database of in een
                                 andere vorm. Codificatie maakt het makkelijker om kennis te transporteren, te delen en
                                 over te dragen. Op de tweede plaats maakt codificatie het mogelijk om kennis te bewer-
                                 ken en op die manier nieuwe kennis te produceren.
    … maar vaak blijft kennis    Kennis kan echter ook tacit zijn: “we can know more than we can tell” (Polanyi, 1966).10
               impliciet (tacit) Daar waar explicit knowledge vastgelegd is of gecodificeerd kan worden in boeken, we-
                                 tenschappelijke tijdschriften en met een muisknop de hele wereld rond kan worden ge-
                                 stuurd, is tacit knowledge te omschrijven als het geheel van intuïtief weten, ervarings-
                                 kennis en vaardigheden. Deze kennis is moeilijker te verspreiden, omdat deze kennis zich
                                 in de hoofden, handen of vingertoppen van mensen bevindt. Daar tacit kennis impliciet,
                                 procedureel en sociaal is, is deze maar beperkt codificeerbaar.
                                 10
                                      ichael Polanyi (1958, 1967) introduceerde de term tacit knowledge om het onderscheid te maken tussen een vorm van mense-
                                     M
                                     lijke kennis, verschillend maar complementair met kennis die expliciet is. Zie ook Cowan et al. (1999).
                             13  Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                      De ontwikkeling van kennis
  Kennisontwikkeling is een kwestie   Kennisontwikkeling gaat niet vanzelf: het kost tijd, geld, aandacht en moeite. Het gaat
                     van investeren   om het ontwikkelen en weerleggen van veronderstellingen, om trial and error, vallen en
                                      opstaan. De wereldwijde productie van expliciete kennis groeit niettemin fors. In tien
                                      jaar tijd is de wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen sterk toegeno-
                                      men.11 Dat maakt het selectieproces natuurlijk wel moeilijker: welke kennis is van
                                      waarde en welke kunnen we al dan niet benutten?
   Sommige nieuwe kennis komt uit     Voor de ontwikkeling en toepassing van kennis is zowel expliciete als ervaringskennis
laboratoria en onderzoeksinstituten   nodig. Ze vormen beide de basis voor het scheppen van nieuwe inzichten, of nieuwe
                         (offline), … producten, diensten of werkprocessen. Hoewel ervaringskennis en vaardigheden van
                                      groot belang zijn, zowel voor het selectieproces (welke kennis is bruikbaar?) als voor het
                                      creatieve kennisontwikkelingsproces, is er in het beleid vooral aandacht voor expliciete
                                      kennis en veel minder voor het benutten of ontwikkelen van vaardigheden en ervarings-
                                      kennis.
                                      Nieuwe kennis wordt op twee manieren gegenereerd. Op de eerste plaats gebeurt dit in
                                      formeel onderzoek, door Foray (2004) aangeduid als offline kennisontwikkeling. De re-
                                      den waarom onderzoek op een afstand van reguliere activiteiten is komen te staan, on-
                                      dergebracht binnen universiteiten en laboratoria, is gelegen in het feit dat onderzoek
                                      specifieke randvoorwaarden vereist (waaronder fysieke faciliteiten, ruimte en vrijheid
                                      voor onderzoekers). Kennisontwikkeling is het zoeken naar iets dat nog onbekend is. De
                                      uitkomsten hiervan zijn onzeker en het snelste en meest efficiënte pad naar het uitein-
                                      delijk resultaat is onbekend. De afstand van onderzoek tot de dagelijkse praktijk brengt
                                      echter ook problemen met zich mee; afstand creëert immers de noodzaak deze op enig
                                      moment weer te overbruggen.
                                      Offline onderzoek kan ‘exploratief’ zijn, op zoek naar nieuwe kennis, of ‘exploitatief’, op
                                      zoek naar nieuwe toepassingen van beschikbare kennis. Sinds de jaren tachtig heeft bin-
                                      nen bedrijven, met het verdwijnen van de grote centrale laboratoria, een verschuiving in
                                      accent plaatsgevonden van exploratief naar exploitatief, toegepassingsgericht onder-
                                      zoek.12 Ook het publieke onderzoek schuift de laatste jaren dichter aan tegen de prak-
                                      tijk. Van publieke onderzoeksinstituten wordt meer en meer gevraagd dat ze hun mid-
                                      delen verwerven uit opdrachten voor klanten. Universiteiten worden scherper
                                      aangesproken op hun inspanningen ter valorisatie van hun onderzoeksresultaten en zien
                                      hun ruimte voor vrij en ongebonden onderzoek geleidelijk slinken.
                                      11
                                          olgens het UNESCO Science Report 2010 is het aantal SCI papers wereldwijd gestegen van 733.305 in 2002 tot 986.099 in
                                         V
                                         2008, mede vanwege een sterke stijging van het aantal artikelen uit de BRIC-landen (zie specifiek Chapter 1, The growing role of
                                         knowledge in the global economy).
                                      12
                                         WRR (2008).
                                   14 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>      … terwijl andere in de praktijk De tweede vorm van kennisontwikkeling is een bijproduct van gangbare activiteiten als
                    ontstaat (online) bestuur, productie, handel en gebruik, door Foray (2004) online kennisontwikkeling ge-
                                      noemd. Dit is sterk gerelateerd aan het verwerven van kennis via learning by doing.13 Le-
                                      ren in de praktijk is een belangrijke bron van nieuwe kennis en innovatie. De meeste
                                      grote technologische doorbraken zijn niet direct gebaseerd op wetenschappelijke inzich-
                                      ten, maar vinden hun oorsprong mede in ervaringen die op de werkvloer zijn opgedaan
                                      en pogingen om problemen in de praktijk op te lossen.14 Allereerst leert men in de prak-
                                      tijk doordat mensen handigheden en routines ontwikkelen. Daarnaast is de praktijk een
                                      laboratorium, waarin aan het gangbare proces voortdurend gesleuteld wordt.
                                      Een variant van learning by doing is het leren in het gebruik van een specifiek product of
                                      proces, aangeduid met learning by using.15 Gebruikers leren hoe iets verbeterd kan wor-
                                      den en raken actief betrokken bij innovatieprocessen. In sommige gevallen nemen ge-
                                      bruikers (lead users) de innovatiefunctie vergaand over en reiken de resultaten daarvan
                                      aan producenten aan.16 Bij industriële productie zijn learning by doing en learning by
                                      using belangrijke bronnen van nieuwe kennis naast R&D. Het zijn misschien wel de voor-
                                      naamste bronnen van nieuwe kennis in sectoren waarin niet aan formele R&D wordt ge-
                                      daan, waaronder private en publieke diensten als de creatieve sector, het onderwijs, de
                                      rechtspraak en het openbaar bestuur.
          Verschillende vormen van    Verschillende vormen van kennisproductie – offline en online, exploratief en exploitatief
  kennisproductie vullen elkaar aan   – zijn complementair aan elkaar. Ze vullen elkaar aan. Innovaties zijn al door Schumpeter
                                      gekenschetst als neue Kombinationen, waarin kennis uit verschillende bronnen samen-
                                      komt. Hierin komt het belang naar voren van een diversiteit aan vormen van kennisont-
                                      wikkeling, waarbij men niet alleen zoekt naar nieuwe toepassingen van kennis binnen
                                      de grenzen van wat bekend is, maar ook door fundamenteel onderzoek dat deze gren-
                                      zen verder verlegt.
                                      De baten van investeringen in kennis
Nederland moet in kennis investeren   Kennis ontwikkelen, doorgeven en verwerven kost geld, tijd en moeite. Waarom zouden
        omwille van de economie, …    we dat ervoor over moeten hebben?17 Daarvoor zijn diverse redenen. Op de eerste
                                      plaats levert investeren in kennis economisch gewin op. Nieuwe kennis ligt aan de basis
                                      van slimmere overslag in de haven van Rotterdam, nieuwe geneesmiddelen, vindingrij-
                                      kere organisatiesystemen in de zorg – voorbeelden te over. Nederland concurreert met
                                      een groot aantal (opkomende) economieën, die ernaar streven zelf een grote speler te
                                      zijn op het gebied van kennis en innovatie, zoals China, Brazilië, Zuid-Korea en India.
                                      Kennis verhoogt de productiviteit; door toepassing van kennis kan meer waarde gepro-
                                      13
                                         Arrow (1962).
                                      14
                                         Mowery en Rosenberg (1998).
                                      15
                                         Rosenberg (1982); zie ook AWT-advies 79 (2013), ‘Diensten Waarderen’.
                                      16
                                         Von Hippel (2005).
                                      17
                                         Zie D. Borghans en L. Webbink (2012) over hoeveel tijd wij tegenwoordig gemiddeld met kennis bezig zijn.
                                   15 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                    duceerd worden met minder mensen en minder kapitaal. Daarom wil Nederland tot de
                                    top tien en liefst tot de top vijf van kenniseconomieën blijven behoren en zijn kennissa-
                                    menleving verder ontwikkelen. Het geld dat eerder is geïnvesteerd in fundamenteel on-
                                    derzoek, heeft ons geen windeieren gelegd – daar profiteren we nu van.18
… om maatschappelijke redenen, …    Op de tweede plaats is investeren in kennis belangrijk vanwege maatschappelijke redenen.
                                    Kennis draagt bij aan maatschappelijke samenhang: kennis van geschiedenis, land en cul-
                                    tuur ondersteunt de vorming van een gezamenlijke identiteit. Kennis van andere talen, ge-
                                    woonten en culturen maakt het mogelijk om (handels)relaties met andere landen aan te
                                    gaan. Kennis is nodig voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken als de behan-
                                    deling van ziektes en het omgaan met schaarste aan grondstoffen.19 Het is noodzakelijk
                                    om te voorzien in publieke goederen als nationale veiligheid, openbare veiligheid, rechts-
                                    zekerheid, infrastructuur, het droog houden van de polder, en dergelijke. Kennis heeft
                                    daarnaast zelf ook kenmerken van een publiek goed: het is voor private partijen niet ren-
                                    dabel om fundamenteel onderzoek te doen. Om deze redenen ligt de taak tot (fundamen-
                                    tele) kennisontwikkeling voor een belangrijk deel op het bord van de overheid.
              … omwille van macht,  Op de derde plaats brengt kennis (politieke) macht met zich mee, macht tegenover de bui-
          emancipatie, persoonlijke tenwereld (onder andere via een defensieapparaat) en macht binnen de samenleving. Mili-
                 ontwikkeling en …  taire kennis, van het buskruit tot het Manhattan Project, en logistieke kennis, van kennis
                                    over zeevaartroutes in de Gouden Eeuw tot kennis van GPS-systemen nu, hebben steeds
                                    een essentiële rol gespeeld in de wereldgeschiedenis en in politieke omwentelingen.20 Van-
                                    daag maken landen zich zorgen om cyber-aanvallen die, al dan niet gecoördineerd, zwak-
                                    heden in de soms cruciale beveiliging van private en publieke data bloot leggen.
                                    Op de vierde plaats kan investeren in kennis persoonlijke ontwikkeling en emancipatie
                                    ondersteunen. Een zekere mate van kennis is noodzakelijk om te participeren binnen
                                    een democratische samenleving.21 Toename van het ontwikkelingsniveau van grote de-
                                    len van de bevolking heeft in combinatie met een grotere toegankelijkheid van informa-
                                    tie en grotere mogelijkheden tot netwerkcommunicatie geleid tot veranderingen in de
                                    aard van het burgerschap en het democratisch proces.
… de intrinsieke waarde van kennis  Ten slotte is investeren in kennis belangrijk omwille van de intrinsieke waarde van kennis.
                                    Mensen zijn nieuwsgierig. Ze willen meer weten van een onderwerp, willen begrijpen en
                                    zoeken daarom naar verklaringen, of het nou gaat om het ontstaan van het heelal, het
                                    uitsterven van de dinosauriërs, het functioneren van de cel, de opkomst en ondergang van
                                    beschavingen, of de vraag of sociale netwerken een duurzame samenleving bevorderen.22
                                    18
                                       Z ie KNAW (2013, te verschijnen), ‘Waarde van wetenschap’, rapport van de commissie die zich gebogen heeft over de economi-
                                        sche waarde van fundamenteel onderzoek.
                                    19
                                        UN (2005); SEC (2011) 1428 final, Commission Staff Working Paper – Executive Summary of the Impact Assessment, Brussels,
                                         30.11.2011. Volume 1.
                                    20
                                         UN (2005).
                                    21
                                         Zie: The Royal Society (2012), 22-24; UN (2005); In ‘t Veld (2010), ‘Kennisdemocratie – Opkomend stormtij’.
                                    22
                                         KNAW (2011), De Nederlandse wetenschapsagenda.
                                 16 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                      Investeren in kennis kost moeite
            Het draagvlak voor meer   Genoeg reden dus om fors in kennis te investeren. Toch blijkt het moeilijk in Nederland
      kennisinvesteringen is beperkt  een breed draagvlak te ontwikkelen voor grotere investeringen in kennis. Als puntje bij
                                      paaltje komt, is niet iedereen ervan overtuigd dat wetenschap, onderzoek en kennis
                                      meer prioriteit verdienen. Investeringen in wetenschap leveren de samenleving niet altijd
                                      tastbare resultaten. Waarom moet Nederland dan zo nodig voorop lopen? Kunnen we
                                      niet beter meeliften op de kennisinvesteringen elders in de wereld en onze investeringen
                                      op andere doelen concentreren? Wetenschap, onderzoek en kennis worden daarbij
                                      soms ook gezien als elitair, waardoor brede maatschappelijke en politieke steun voor
                                      wetenschappelijk onderzoek niet vanzelfsprekend is. Het draagvlak voor de kennissa-
                                      menleving stuit dan snel op politieke grenzen. Daar komt bij dat het vertrouwen in de
                                      instituties van de wetenschap niet vanzelfsprekend is – en dat vertrouwen is wel nodig,
                                      ook met het oog op politieke steun voor financiering van onderzoek.23 Het gebrek aan
                                      een enthousiast en stabiel draagvlak steekt schril af tegen de consensus die karakteris-
                                      tiek is voor heel wat opkomende landen waar innovatie en economische ontwikkeling
                                      steeds meer als complementair worden gezien.24
De opbrengsten van investeringen in   Investeren in kennis is lastig, alleen al omdat het rendement onzeker is: kennis kan ook
    kennis zijn erg onzeker en liggen onverwacht devalueren. Aangezien er veel nieuwe kennisproducenten zijn bijgekomen,
             vaak ver in de toekomst  heeft een kennisvoorsprong nog maar beperkte waarde en houdbaarheid. Het is steeds
                                      moeilijker om een unieke kennispositie vast te houden en uit te bouwen. Een kennisach-
                                      terstand inlopen is relatief steeds makkelijker. Het heeft voordelen wanneer nuttige ken-
                                      nis snel overal beschikbaar is, maar het rendement op kennisinvesteringen is door toene-
                                      mende concurrentie moeilijker te voorspellen. Lastig is ook dat de baten niet
                                      noodzakelijk terecht komen bij de investeerder of bij de belastingbetalers die kennisont-
                                      wikkeling mogelijk maken. Kennis houdt geen halt aan grenzen. Enerzijds betekent dit
                                      dat belangrijke kennis die elders gegenereerd is, snel in Nederland geabsorbeerd kan
                                      worden, maar anderzijds dat het op het eerste gezicht vaak makkelijker en goedkoper is
                                      om af te wachten en andere landen het werk te laten doen. Fundamentele kennis is
                                      vaak een kostbare investering voor het land dat de kennis ontwikkelt. Belastingbetalers
                                      hebben niet de garantie dat zijzelf of hun landgenoten hier ook de meeste vruchten van
                                      zullen plukken. Kennisontwikkeling is ook nog duur. De directe kosten van een onder-
                                      zoek worden immers voorafgegaan door de investeringen in de voorwaarden die dit on-
                                      derzoek mogelijk maken: het opleiden van kenniswerkers, het onderhouden van ken-
                                      nisabsorptievermogen, het up to date houden van onderzoeksinfrastructuur, het
                                      koesteren van een cultuur waarin kennisontwikkeling en kennisuitwisseling gedijen: het
                                      gaat allemaal niet vanzelf en het vraagt visie en een lage adem.25 Tot slot stelt investeren
                                      in kennis ons ook voor moeilijke keuzes: in welk type kennis kan het beste geïnvesteerd
                                      23
                                         Zie AWT, Vertrouwen in wetenschap niet langer vanzelfsprekend, 2010.
                                      24
                                         Zie onder meer Xiaolan Fu and Luc Soete (Eds.), The Rise of Technological Power in the South, 2010.
                                      25
                                         Zie onder andere AWT-advies 80 (2013), ‘Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur – Strategisch investeren in grootschalige onder-
                                         zoeksfaciliteiten’.
                                   17 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                worden? Een focus op bestaande technologische kennis en incrementele verbeteringen
                                leidt niet noodzakelijkerwijs tot de beste uitkomsten op de lange termijn. Men loopt het
                                risico dat end of pipe technologie gebruikt wordt als substituut voor noodzakelijke struc-
                                turele hervormingen. Kennisontwikkeling kent daarnaast ook doodlopende wegen, en
                                het is moeilijk bij voorbaat veelbelovende richtingen te selecteren. Investeringen in ken-
                                nis zijn soms zeer rendabel maar soms ook niet. Het is dan in het laatste geval van be-
                                lang om de investering niet als weggegooid geld te zien.26
    Reden temeer om slim in de  Kortom, investeren in kennis is om meerdere redenen van belang. Maar dit belang verta-
kennissamenleving te investeren len in concrete maatregelen is in de praktijk niet gemakkelijk. Het rendement is dikwijls
                                niet meteen duidelijk, laat lang op zich wachten, of slaat elders in de wereld neer. Of
                                zijn er mogelijkheden om zo in kennis te investeren, dat de bovengenoemde risico’s be-
                                perkt blijven? De AWT denkt van wel, namelijk door Nederland als kennissamenleving
                                verder te ontwikkelen tot een internationale nederzetting van kennis: ‘Nederkennis’ is
                                van belang voor de toekomst van Nederland. Het is daarbij van belang om oog te heb-
                                ben voor offline, maar zeker ook voor online kennisproductie.
                                26
                                    N (2005); European Commission (2007), Taking European Knowledge Knowledge Society Seriously, Report of the Expert Group
                                   U
                                   on Science and Governance to the Science, Economy and Society Directorate, Directorate-General for Research, European Com-
                                   mission, Bryan Wynne (chairman), EU22700.
                             18 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                  3
De kenniseconomie is een belangrijk
                                                         De kennissamenleving
                                     Onderdeel van de kennissamenleving is de kenniseconomie. De OECD (1996) definieert
     deel van de kennissamenleving   knowledge-based economies als economieën “which are directly based on the produc-
                                     tion, distribution and use of knowledge and information.” In de kenniseconomie ‘krijgt
                                     de instrumentele waarde van wetenschappelijke kennis voor het economische concur-
                                     rentievermogen prioriteit’.27 In een dergelijke economie bestaat het werk van steeds
                                     meer mensen uit het produceren, verwerken, toepassen en overdragen van kennis en in-
                                     formatie.
  Kennisontwikkeling en -absorptie   Een kenniseconomie stelt onder andere specifieke eisen aan de organisatie van kennis,
        bepalen de dynamiek in een   met name het toegankelijk maken, overzicht houden, integreren en in eigendom heb-
                    kenniseconomie   ben van kennis. Meer fundamenteel verandert de versnelling van de kennisproductie en
                                     kennisuitwisseling de aard van het economisch proces. Waar in het verleden relatief
                                     korte periodes van exploratie, ontwikkeling en de opbouw van nieuwe productiecapaci-
                                     teit werden gevolgd door langere periodes van exploitatie, daar is vernieuwing nu veel
                                     meer een permanente activiteit. Innovatie bepaalt meer dan in het verleden en veel di-
                                     recter de concurrentiepositie en overlevingskansen van bedrijven (zie bijvoorbeeld de lot-
                                     gevallen van Nokia). Het reageren op en genereren van verandering is in de kenniseco-
                                     nomie dan ook een belangrijke functie geworden waar een steeds groter deel van de
                                     werknemers van bedrijven bij ingeschakeld wordt. Dit genereren van verandering stelt
                                     nieuwe eisen aan eigenschappen en vaardigheden van personeel, vooral op het gebied
                                     van het absorberen en toepassen van nieuwe kennis. Het stelt ook verdergaande eisen
                                     aan aanpassingsvermogen, flexibiliteit en mobiliteit.
               Kenmerkend voor een   De kennissamenleving wordt doorgaans beschouwd als opvolger van de industriële sa-
        kennissamenleving is brede   menleving.28 Een kennissamenleving voegt aan de kenniseconomie het maatschappelijke
  participatie in kennisproductie en perspectief toe. Kennis wordt niet alleen als productiefactor gewaardeerd, maar ook om
                         -toepassing zijn intrinsieke waarde en zijn bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke proble-
                                     men.29 De essentie van de kennissamenleving is brede participatie. De economie en sa-
                                     menleving ontwikkelen zich door toevoeging van waarde op basis van nieuwe toepas-
                                     singen van kennis. Dat gebeurt niet alleen door een kleine groep professionals, maar is
                                     een proces waar brede lagen van de samenleving aan deelnemen. Deze massaparticipa-
                                     tie aan het kennisproces is het onderscheidende kenmerk ten opzichte van de industriële
                                     economie. Vroeger was kenniswerk voorbehouden aan mensen die geld en tijd hadden
                                     om te studeren. Het praktische belang van online kennis, de ervaringskennis en vaardig-
                                     27
                                        E uropean Commission (2007), Taking European Knowledge Society Seriously, Report of the Expert Group on Science and Gover-
                                         nance to the Science, Economy and Society Directorate, Directorate-General for Research, European Commission, Bryan Wynne
                                         (chairman), EU22700, p. 14.
                                     28
                                         M. Castells (1996), The Rise of the Network Society, Oxford: Blackwell; M. Castell (1998), End of the Millennium, Oxford:
                                          Blackwell.
                                     29
                                          UN (2005), 55, 142.
                                  19 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                    heden die mensen in de praktijk opdoen, in de diverse omgevingen waarin zij actief zijn,
                                    maakt in principe van iedereen een potentiële kenniswerker. Meerdere vormen van ken-
                                    nis kunnen immers mogelijke oplossingen bieden voor de problemen van het heden en
                                    de toekomst.
                                    De bouwstenen van de kennissamenleving
      Een kenniseconomie kent       In het AWT-advies De Chinese Handschoen (2012) onderscheidt de raad drie typen bedrij-
verschillende typen bedrijven, ...  ven: bouwers, stijgers en toppers. Bouwers zijn de bedrijven die het fundament leggen voor
                                    kenniscreatie, -uitwisseling en -distributie. Stijgers (challengers) zijn bedrijven die de potentie
                                    hebben om toppers te worden. Toppers (winners) zijn bedrijven die al aan de top staan. Bou-
                                    wers kunnen stijgers worden en stijgers toppers; toppers kunnen hun koppositie verliezen.
                                    Samen vormen ze een dynamisch geheel: er zijn geen stijgers en toppers zonder bouwers.
                                    Daarom verdienen alle drie aandacht in de kennissamenleving. Een kennissamenleving waar-
                                    deert zowel bouwers en stijgers als toppers. Binnen een kennissamenleving ontstaan net-
                                    werken en samenwerkingsverbanden tussen verschillende soorten bedrijven en ontstaan in
                                    de interactie weer nieuwe kennis en nieuwe groeimogelijkheden.30
             verschillende soorten  Niet alleen zijn er verschillende typen bedrijven te onderscheiden, ook vormen kenniswer-
                  kenniswerkers ... kers geen eenduidige groep. Onder kenniswerkers zijn ondernemers, werknemers en ZZP-
                                    ers. Het zijn hooggeschoolde bèta’s, alfa’s en gamma’s, maar ook lager geschoolden. Inge-
                                    nieurs, kunstenaars, managers en marketeers kunnen allemaal tot de kenniswerkers
                                    gerekend worden. Wat zij delen is een zekere mate van autonomie, creativiteit en oplos-
                                    send vermogen. Dit is – zoals gezegd – niet gebonden aan een opleidingsniveau, maar
                                    scholing kan helpen om de typische vaardigheden van een kenniswerker te ontwikkelen.31
        ... en verschillende typen  Naast bedrijven zijn onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties belangrijke bouw-
                kennisinstellingen  stenen voor de kennissamenleving. Ook deze kenmerken zich door een grote diversiteit.
                                    Deze instellingen specialiseren zich in uiteenlopende disciplines en bieden onderwijs aan
                                    op verschillende niveaus. Ze verrichten onderzoek variërend van fundamenteel tot toe-
                                    gepast. Ook hier geldt dat elk van deze instellingen noodzakelijke ingrediënten levert
                                    voor de ontwikkeling van de kennissamenleving. De kwaliteiten van de afzonderlijke
                                    ingrediënten bepalen samen de kwaliteit van de kennissamenleving als geheel.32
                                    Hotspots
            Deze werken samen in    Kennisontwikkeling vindt vooral plaats in netwerken van individuen die zich richten op het
           netwerken en hotspots    produceren en uitwisselen van nieuwe kennis, in knowledge communities. Kenniswerkers
                                    functioneren zelden als lone wolf,33 ook al kwam een aantal van de meest baanbrekende
                                    ideeën tot stand in relatief isolement. Nieuwe ideeën zijn niet te plannen. De vraag voor de
                                    30
                                       AWT rapport (2012), ‘De Chinese Handschoen’.
                                    31
                                       Zie AWT-advies 81 (2013), ‘Kiezen voor Kenniswerkers’.
                                    32
                                       Nederland investeert in vergelijking met omringende landen gemiddeld in onderwijs, maar bereikt daarmee relatief goede resulta-
                                        ten. Zie CBS (2012), Jaarboek onderwijs in cijfers 2012; OECD (2009), PISA; OECD (2012), Education at a Glance.
                                    33
                                        David en Foray (2001).
                                20  Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                    lange termijn is daarom hoe vaardigheden, ervaringskennis en creativiteit onder kenniswer-
                                    kers kunnen worden gestimuleerd om de kans op nieuwe ideeën te optimaliseren. Het ant-
                                    woord is netwerken, clusters en hotspots: plaatsen waar mensen elkaar ontmoeten, samen-
                                    werken en ideeën ontwikkelen. Meer dan de industriële samenleving kenmerkt de
                                    kennissamenleving zich door clustering van kenniswerk. Industrie vestigt zich bij voorkeur
                                    nabij grondstoffen, nabij logistieke/infrastructurele faciliteiten, nabij arbeid en/of nabij afzet-
                                    markten. Kennisontwikkeling gedijt het best in een innovatieve en dynamische omgeving,
                                    waarin kennisnetwerken tot stand kunnen komen en interacties tot nieuwe ideeën of con-
  Kennisontwikkeling raakt steeds   cepten leiden. Kenniswerk vindt daarom meer en meer plaats binnen nieuwe kennis-hot-
meer geografisch geconcentreerd ... spots. Soms komen die tot stand rond grote onderzoeksfaciliteiten.34 Deze internationale
                                    clustering vraagt flexibiliteit en mobiliteit van kenniswerkers. Talent verhuist de hele wereld
                                    over. De best and brightest neigen ertoe zich te concentreren in een beperkt aantal hotspots
                                    met mondiale reputatie. Gesprekspartners zijn nu collega’s met een andere culturele achter-
                                    grond, afkomstig uit een andere innovatiecultuur. Voor Nederland als geheel en Nederlandse
                                    regio’s is het van belang om aantrekkelijk te blijven als kennis-hotspot, in ieder geval op een
                                    aantal kennisdomeinen. Uit onderzoek binnen de Verenigde Staten blijkt dat bij elke nieuwe
                                    baan voor een kenniswerker die tot stand komt er gemiddeld vijf andere nieuwe banen wor-
                                    den gecreëerd.35 Overeenkomstige cijfers zijn voor Nederland niet bekend, maar er zijn geen
                                    redenen aan te nemen dat de dynamiek hier sterk afwijkt van die in de Verenigde Staten.36
         en dat wordt gefaciliteerd Een belangrijke bouwsteen is de toegang tot ICT-infrastructuur. Aspecten daarvan zijn het di-
                door aantrekkelijke gitaal beschikbaar stellen van informatie, het vergemakkelijken van zoekopdrachten op het
            arbeidsmarkten en ICT   internet, en de kwaliteitscontrole van beschikbare informatie. Daarnaast is een arbeidsmarkt
                                    nodig die mensen in staat stelt aan de kennissamenleving deel te nemen en ervaringskennis
                                    op te bouwen. Participatie op de arbeidsmarkt is op haar beurt weer afhankelijk van arbeids-
                                    mobiliteit, levenslang leren, gepaste kinderopvang, en dergelijke. Dit vraagt om een breed
                                    perspectief vanuit het beleid. Het gaat niet alleen om beleid dat is gericht op de kenniseco-
                                    nomie (onderwijs, wetenschap en innovatie), maar ook om beleid met oog voor de context
                                    daaromheen en voor de internationale dynamiek van kennisontwikkeling.
                                    Dynamiek in de kennissamenleving
  De overgang van een industriële   De ontwikkeling van de kennissamenleving is een proces, waarin oude vormen van pro-
   naar een kenniseconomie is een   ductie en werkgelegenheid verdwijnen en nieuwe ontstaan. Dat is niets nieuws. De
    proces van creatieve destructie overgang naar de industriële samenleving ging gepaard met het verlies van ambachten,
                                    de opkomst van nieuwe beroepen, en nieuwe vormen van arbeidsorganisatie (Fordisme,
                                    Taylorisme). De overgang naar de kennissamenleving, gefaciliteerd door de opkomst van
                                    ICT, draagt ertoe bij dat geschoolde vakkennis wordt vervangen door ‘kennismachines’
                                    in een proces van automatisering.37 Schumpeter noemde dit proces creatieve destructie.
                                    34
                                       AWT-advies 80 (2013), ‘Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur’.
                                    35
                                       Moretti, E. (2012), The new geography of jobs, p. 13.
                                    36
                                       Integendeel, onderzoek in Leiden en in Eindhoven wijst in dezelfde richting
                                    37
                                       Y. Masuda (1980), Information Society: As Post-Industrial Society, World Future Society, Bethesda, Maryland, Verenigde Staten; C.
                                        Freeman en L. Soete (1987), Technical Change and Full Employment, Blackwell, Oxford.
                                 21 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                       Verouderde en minder concurrerende sectoren maken plaats voor opkomende sectoren.
                       Per saldo is het proces van creatieve destructie tot op heden altijd gepaard gegaan met
                       economische groei en ontwikkeling.38 Niettemin, creatieve destructie leidt tot aanpassings-
                       problemen op maatschappelijk vlak. Er kunnen nieuwe scheidslijnen ontstaan tussen
                       hoog- en laagopgeleiden. Creatieve destructie wordt versterkt door globalisering omdat in
                       veel landen vergelijkbare ontwikkelingen plaatsvinden.39
Dit proces wordt mede  De ontwikkeling van de kennissamenleving wordt in belangrijke mate gefaciliteerd en ge-
     gedreven door ICT dreven door ICT. Technologische veranderingen, met name op het gebied van ICT, hebben
                       geleid tot snellere productie, absorptie en verspreiding van kennis. Door snellere en mak-
                       kelijkere communicatie is innovatie in een hogere versnelling gekomen.40 Er vindt ‘com-
                       pressie van ruimte, tijd en kennisoverdracht’ plaats, resulterend in nieuwe werkverdelingen
                       en verdienmodellen. Dat stelt nieuwe uitdagingen. Op het moment dat we vrijwel allemaal
                       dezelfde makkelijke toegang tot informatie hebben, levert dit geen concurrentievoordeel
                       meer op. Dan is het vooral van belang wie er het best met informatie om kan gaan en het
                       best kennis kan omzetten in kunde en kassa.
 De schaal is mondiaal De ontwikkeling van de kennissamenleving vindt plaats in mondiaal verband. Nederland is
                       onderdeel van wereldwijde economische en innovatienetwerken. Grote technologische
                       sprongen op communicatie- en logistiek gebied hebben de mondialisering van de econo-
                       mie versterkt en geleid tot de opkomst van een wereldwijde kennismarkt. Arbeid, kapitaal,
                       kennis en sociale netwerken zijn internationaal steeds mobieler geworden. Hoewel veel
                       bedrijven vooral op lokaal of regionaal terrein actief zijn, zijn economieën toch grotendeels
                       afhankelijk van een kern aan mondiaal actieve bedrijven.41
                       Bron: R&D Magazine, December 2011 (2012 Global R&D Funding Forecast)
                       38
                          S oete argumenteert dat ook het omgekeerde proces van ‘destructieve creatie’ bestaat, met precies het omgekeerde effect. Zie
                           Soete, L. Tans lezing, 2011.
                       39
                           The Royal Society (2011), Knowledge, Networks and Nations, Global Scientific Collaboration in the 21st Century, March 2011,
                            London.
                       40
                            David en Foray (2001).
                       41
                            M. Carnoy and M. Castells (2001), p. 3.
                    22 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>            Nieuwe spelers zijn aan  De opkomst van een aantal nieuwe spelers op het gebied van kennisproductie verandert
                  een opmars bezig   het speelveld. Nog steeds zijn westerse landen dominant op het gebied van R&D (zie de
                                     figuur hierboven) maar de BRIC-landen spelen een steeds belangrijkere rol in de wereld-
                                     economie en transformeren zich van werkplaats van de wereld tot innovatieleiders. Ze
                                     investeren veel in kennis en innovatie en worden steeds belangrijker in global innovation
                                     networks. Het aandeel van China in publicaties, citaties en patenten neemt sterk toe.
                                     Ook India, met zijn hoogwaardige technologische instituten en demografisch dividend,
                                     ontwikkelt zich snel,42 evenals landen als Turkije en Brazilië. De concurrentie met deze
                                     nieuwe spelers vindt in toenemende mate plaats in markten voor mediumtech en high-
                                     tech producten.43 Daarnaast kenmerken veel opkomende economieën zich door grote
                                     consumentenmarkten voor innovatieve producten.44 Dit maakt het interessant voor mul-
                                     tinationals om naast productie ook steeds meer onderzoek, productontwikkeling en
                                     coördinatieactiviteiten te verplaatsen naar deze landen.
Kennissamenlevingen ontwikkelen      Wereldwijde toegang tot kennis resulteert niet alleen in mondiale concurrentie maar ook
         zich door concurrentie en   in wereldwijde samenwerking op het gebied van kennisproductie. Niet alleen binnen Eu-
                      samenwerking   ropa, maar ook tussen westerse landen en opkomende economieën en tussen ontwik-
                                     kelingslanden onderling neemt samenwerking toe. Daarvoor is toenemende afstemming
                                     nodig. Dit is echter niet zo gemakkelijk. Zo is op het vlak van harmonisatie van wetge-
                                     ving rond intellectueel eigendom (Intellectual Property, IP), markttoegang en standaardi-
                                     satie volgens het European Patent Office nog een grote sprong te maken.45 Intellectueel
                                     eigendom in de mondiale kennissamenleving wordt steeds complexer. Met de totstand-
  Dat vraagt om geharmoniseerde      koming van wereldwijde innovatienetwerken en de toenemende modulariteit van inno-
      instituties, bijvoorbeeld voor vatieve producten, waarvan onderdelen over de gehele wereld los ontwikkeld en gefa-
            intellectueel eigendom   briceerd worden om vervolgens als een legobouwwerk te worden geassembleerd, wordt
                                     intellectueel eigendom steeds gecompliceerder.46 De huidige stelsels op het gebied van
                                     IP en standaarden zijn vaak (nog) niet afdoende op elkaar afgestemd. Zo gaan verschil-
                                     lende IP-systemen op uiteenlopende wijze om met de bescherming van software, gene-
                                     tische codes, business models, en dergelijke. Ook verschillen landen in de mate waarin
                                     ze inbreuken op intellectuele eigendomsrechten bestrijden. Het belang van kennisbe-
                                     scherming via octrooien verschilt sterk tussen sectoren onderling. Naarmate kennisont-
                                     wikkeling sneller gaat, komt commercieel succes minder aan op formele bescherming
                                     van kennis en meer op een snelle vertaling van kennis in toepassingen.
                                     Kennissamenlevingen kenmerken zich kortom door brede participatie en door een dyna-
                                     miek die verschilt van industriële samenlevingen. Waar de industriële ontwikkeling ge-
                                     dreven werd door een wereldwijde zoektocht naar goedkopere productiefactoren, vindt
                                     42
                                        Zie AWT-advies 78 (2011), De Chinese Handschoen.
                                     43
                                        R&D Magazine (2010), 2011 R&D Funding Forecast. December 2010 www.rdmag.com, 33.
                                     44
                                        MITI (2010), White Paper on International Economy and Trade 2010.
                                     45
                                        European Patent Office (2007), Scenarios for the Future, München, Germany, http://www.epo.org/news- issues/issues/scenarios/
                                         download.html.
                                     46
                                         The Royal Society (2012), 45-47; Ernst, D. (2011) Indigenous Innovation and Globalization – the challenge for China’s standardi-
                                          zation strategy. Honolulu: East-West Center.
                                  23 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Potentieel wint iedereen bij de de dynamiek van de kennissamenleving plaats binnen internationale kennis-hotspots. En
          ontwikkeling van de   waar door de industriële dynamiek onvermijdelijk ook verliezers ontstaan, kent de ken-
           kennissamenleving    nissamenleving vooral winnaars. Voorwaarde is wel dat geïnvesteerd wordt in kennis, en
                                dat samenlevingen verstandig kiezen voor kennis. Welke keuzes maken andere landen
                                en hoe verhoudt de Nederlandse kennissamenleving zich tot andere landen?
                             24 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    Kennissamenlevingen zijn er in
                                  4                       De keuzes van diverse
                                                          kennissamenlevingen
                                     Landen kunnen de kennissamenleving op diverse manieren invullen. Hun keuzes resulte-
              verschillende smaken   ren in verschillende soorten kennissamenleving, met elk hun eigen beperkende en sti-
                                     mulerende kenmerken. Landen beginnen echter niet met een leeg blad. Ze bouwen
                                     voort op ontwikkelingen uit het verleden. Zo hebben sommige landen een hoogopge-
                                     leide beroepsbevolking, of reeds excellente onderzoeksinstituten of universiteiten die be-
                                     horen tot de wereldtop. Deze kenmerken stellen randvoorwaarden waarbinnen de ken-
                                     nissamenleving zich op korte en middellange termijn kan ontwikkelen. Cultuur speelt
                                     daarbij een belangrijke rol. In sommige landen is kenniswerk een activiteit met veel sta-
                                     tus en goede betaling, terwijl in andere een militaire loopbaan of financial engineering
                                     in hoger aanzien staan. In die laatste zullen de meest getalenteerde mensen eerder kie-
                                     zen voor het leger of een bank, dan voor de wetenschap.47
             Er valt voor Nederland  Hoewel Nederland al een kennissamenleving is met een eigen geschiedenis en cultuur, valt
                  dus wat te kiezen  er best iets te kiezen en wellicht iets te leren van andere landen. Ook andere landen zetten
                                     immers in op de verdere ontwikkeling van de kennissamenleving. Een korte inventarisatie
                                     van de ontwikkeling van de kennissamenleving in een aantal landen, met name Duitsland,
                                     Israël, Frankrijk, de Verenigde Staten, Japan, China en Zuid-Korea, geeft inzicht in de ver-
                                     schillende keuzes die deze landen maken. Het nu volgende overzicht baseert de AWT mede
                                     op interviews met de innovatieattachés die in de genoemde landen zijn gestationeerd.
                                     Typen kennissamenleving
      We onderscheiden vier typen    Uit onze inventarisatie komt naar voren dat kennissamenlevingen ruwweg in vier ver-
                kennissamenleving:   schillende groepen zijn in te delen. Deze bouwen voort op bekende indelingen in typen
                                     samenlevingen in de literatuur over industrial relations en Varieties of Capitalism: het
                                     Angelsaksische, het Rijnlandse en het Mediterrane model. Daarnaast onderscheiden we
                                     de opkomende economie als apart type.48
de Angelsaksische, de Rijnlandse, de Het Angelsaksische model (liberal market economies) kenmerkt zich door een dominan-
    Mediterrane en de Opkomende      tie van het marktmechanisme om relaties tussen mensen en tussen organisaties te struc-
                kennissamenleving    tureren. Het Rijnlandse model (coordinated market economies) kent uitgebreide overleg-
                                     structuren tussen sociale partners. Er is een belangrijke rol voor samenwerking en
                                     afstemming tussen actoren. Typisch Angelsaksisch zijn de Verenigde Staten, het Ver-
                                     enigd Koninkrijk en Australië; typisch Rijnlands zijn Duitsland, Oostenrijk, Japan en de
                                     Scandinavische landen. Als derde categorie, is er het Mediterrane model. Dit model
                                     47
                                        Z o wijten sommige historici de relatieve neergang in de economische en innovatieve wereldpositie in Engeland aan het eind van
                                         de 19e en begin van de 20e eeuw aan het feit dat de technologist nooit als een gentleman werd gezien. Zie bijvoorbeeld Drucker
                                         (1999).
                                     48
                                         Zie bijvoorbeeld Hall, P.A. en Soskice, D. (2001), Varieties of Capitalism; Sapir, A. (2006), Globalization and reform of European
                                          social models; Streeck, W. (2010) E Pluribus Unum? Varieties and Commonalities of Capitalism.
                                  25 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                           wordt gekenmerkt door nauwere banden tussen staat en bedrijfsleven en door meer
                                           overheidsinterventie in het functioneren van de economie.49 Typische Mediterrane lan-
                                           den zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Tot slot kunnen ook nog de opkomende industriële
                                           landen als een aparte categorie beschouwd worden, die kortheidshalve aangeduid kan
                                           worden als de BRIC’s, hoewel de groep zich niet beperkt tot Brazilië, Rusland, India en
                                           China.
            Angelsaksische landen zijn     Bij deze types past ook een specifieke voorkeur en inzet op kennisontwikkeling. Angel-
relatief sterk in offline kenniscreatie    saksische landen, mede door hun focus op het belang van markten als instituties voor
                      en - overdracht, ... het verhandelen van goederen en diensten, en dus ook van kennis, zijn vooral sterk in
                                           offline kennisproductie en offline kennisoverdracht.50 Ze kunnen bogen op de beste uni-
                                           versiteiten en kennisinstituten ter wereld en hebben een sterke integratie van onderwijs
                                           en onderzoek. Ze hebben een omvangrijke en sterke kenniscreatiesector. Er is een strikte
                                           scheiding tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Dat levert hen uitermate
                                           competente onderzoekers, ontwikkelaars en ondernemers op. Deze stroom van talent
                                           voedt niet alleen het bestuur en management van grote ondernemingen, maar levert
                                           ook de mensen die dynamisch, creatief en ondernemend zijn en nieuwe bedrijven in
                                           nieuwe niches en opkomende sectoren starten. Angelsaksische landen zijn minder sterk
                                           waar het gaat om het opleiden van arbeidskrachten in de praktijk, met name in techni-
                                           sche en ambachtelijke richtingen. Het type innovatieproces dat past bij Angelsaksische
                                           kennisontwikkeling, drijft op de creativiteit van individuele ondernemers die mensen
                                           rond een innovatief idee weten te mobiliseren, vaak in startende bedrijven binnen opko-
                                           mende en/of hightech sectoren (wat in de literatuur ook nog omschreven wordt als het
                                           Schumpeter I model).51 Dit type innovatieproces bevordert radicale innovatie en daarop
                                           gebaseerde verandering in economische structuur: continue sanering van sectoren met
                                           lage toegevoegde waarde (creatieve destructie) en een opkomst van nieuwe sectoren
                                           met hoge toegevoegde waarde.
     ... en Rijnlandse landen in online    Rijnlandse economieën zijn vooral sterk in online kennisproductie en online kennisover-
          kenniscreatie en - overdracht    dracht. Ze beschikken over uitgekiende arrangementen om werknemers on the job op
                                           te leiden en te trainen en hen bedrijfsspecifieke en sectorspecifieke vaardigheden te la-
                                           ten ontwikkelen. Dat levert hen, naast een relatief betrokken werknemersbestand, een
                                           sterk online innovatievermogen op. De Rijnlandse economieën zijn echter minder sterk
                                           in de integratie van toponderwijs en toponderzoek. Het type innovatieproces dat past bij
                                           Rijnlandse kennisontwikkeling, drijft op de kwaliteit en vasthoudendheid van specialisten
                                           en professionals binnen degelijke, en over het algemeen conservatief gefinancierde, on-
                                           dernemingen, vaak in het hogere kwaliteitssegment binnen gevestigde, al dan niet high-
                                           tech, sectoren. Dit innovatieproces wordt in de economische literatuur wel aangeduid
                                           als innovatie volgens het Schumpeter II model. Dit type innovatieproces bevordert incre-
                                           49
                                              Zie bijvoorbeeld Gradus, R.H.J.M., Hospers, G.J. en Varkevisser, M. (1999), Industrie- en dienstenbeleid: een nadere verdieping.
                                           50
                                              Een verklaring hiervoor is gelegen in de historische ontwikkeling van arbeidsverhoudingen. Zie hierover Streeck, W. (2011), Skills
                                               and Politics – General and Specific, Max-Planck-Institute für Gesellschaftsforschung, Discussion Paper 11/1; Thelen, K. (2009), In-
                                              stitutional Change in Advanced Political Economies, British Journal of Industrial Relations.
                                           51
                                               Zie bijvoorbeeld Freeman, C. en L. Soete (1997), The Economics of Industrial Innovation, MIT Press.
                                      26   Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                     mentele innovatie en daarop gebaseerde evolutie in economische structuur van binnen-
                                     uit: een geleidelijke ontwikkeling binnen sectoren, uit niches met lage toegevoegde
                                     waarde (creatieve destructie) naar niches met hoge toegevoegde waarde.
      Nederland is deels Rijnlands   Nederland deelt veel kenmerken met de Rijnlandse economieën: er bestaan in Neder-
             en deels Angelsaksisch  land veel overlegstructuren, sociale partners spelen een belangrijke rol en werken samen
                                     met de overheid. Tegelijkertijd heeft Nederland een groot aantal kenmerken met Angel-
                                     saksische landen gemeen. De band tussen overheid en bedrijfsleven is minder sterk dan
                                     in andere Rijnlandse landen, er is een vertrouwen in de markt en in marktpartijen.
Mediterrane landen kennen sterke     Het derde type, de Mediterrane samenleving, valt niet zo makkelijk te typeren als sterk
       banden tussen overheid en     in offline dan wel online kennisproductie. Wellicht zijn Mediterrane landen, in vergelij-
                       bedrijfsleven king met Angelsaksische en Rijnlandse economieën, in het algemeen niet zo sterk in
                                     kennisproductie.52 Van oudsher kenmerken deze landen zich door een sterke band tus-
                                     sen nationale overheid en bedrijfsleven. Voorheen waren overheden nogal eens geneigd
                                     ‘nationale kampioenen’ te steunen met instrumenten als directe subsidies, overheidsop-
                                     drachten en gesubsidieerde leningen. Dit is binnen de kaders die Europese regelgeving
                                     stelt minder mogelijk, maar nog altijd zijn de banden tussen staat en vooral het grootbe-
                                     drijf hecht. Dat werkt een defensief beleid in de hand dat inzet op het behoud van be-
                                     staande sterktes, sterk leunt op overheidsopdrachten in defensie, luchtvaart en spoor-
                                     wegen maar dat geen innovatie bevordert die tot ‘creatieve destructie’ leidt. Het
                                     Mediterrane model wordt gekenmerkt door sterke vakbonden, die vooral de belangen
                                     van werknemers in overheidssectoren en in, aan de overheid gerelateerde, bedrijven ver-
                                     dedigen, vrij hiërarchische organisatiestructuren en sterke netwerkvorming, ook op regi-
                                     onaal gebied tussen de top van het bedrijfsleven en die van de overheidsadministratie.
                                     Dat laatste werkt ook regionale clustervorming (pôles de compétitivité) in de hand.
Angelsaksisch is meer avontuurlijk,  Het onderscheid tussen het Angelsaksische, het Rijnlandse en het Mediterrane model is
   Rijnlands meer behoedzaam ...     gebaseerd op de verschillen in de manier waarop het economisch proces binnen ver-
                                     schillende samenlevingen, is geïnstitutionaliseerd. De kennissamenleving omvat echter
                                     meer dan het economisch proces. Daarom duiden we twee modellen – Angelsaksisch en
                                     Rijnlands – hieronder aan met enkele meeromvattende termen, namelijk de avontuur-
                                     lijke en de behoedzame kennissamenleving. Daarnaast onderscheiden we een tussen-
                                     vorm (Combi-kennissamenleving) en de opkomende kennissamenleving als apart types.
         ... en Nederland is Combi   Nederland beschouwen we als een Combi-kennissamenleving, een type kennissamenle-
                                     ving dat avontuurlijke en behoedzame kenmerken probeert te integreren, juist door de
                                     groeiende internationalisering van de kennissamenleving aan te grijpen om institutionele
                                     aanpassingen te bewerkstelligen. Daarmee speelt Nederland, zonder zich dat direct te
                                     realiseren, een voortrekkersrol in de internationalisering van de kennissamenleving.
                                     52
                                         Z ie onder andere Eurostat (2013), Science, technology and innovation in Europe; World Economic Forum (2013), The Global
                                          Competitiveness Report 2012-2013.
                                  27 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>    Labels duiden archetypen aan        Bij onze classificatie past meteen een forse disclaimer. We gaan voorbij aan allerlei nuan-
                                        ces die individuele landen van elkaar doen verschillen. Geen enkel land past precies of
                                        helemaal in het hokje ‘avontuurlijk’ of ‘behoedzaam’. Bovendien zijn er binnen sommige
                                        landen grote regionale verschillen wat betreft de kennissamenleving. Binnen landen zijn
                                        er vaak ook grote verschillen tussen sectoren, bijvoorbeeld tussen de praktijken en nor-
                                        men zoals beleefd in de life sciences en die in de creatieve industrie. Die interne verschil-
                                        len kunnen heel groot zijn – zie bijvoorbeeld Japan, dat enerzijds een superieure high-
                                        tech maakindustrie en anderzijds een tamelijk archaïsche landbouwsector heeft. Ten
                                        slotte verminderen juist door internationalisering de institutionele verschillen tussen de
                                        kennissamenlevingen. Ondanks een aantal tekortkomingen helpt een classificatie om de
                                        Nederlandse kennissamenleving in een context te plaatsen en zo ook beter te begrijpen.
Avontuurlijke landen zetten vooral      De avontuurlijke kennissamenleving
      in op markt en concurrentie       De avontuurlijke kennissamenleving is vooral gebaseerd op het Angelsaksische model en
                                        wordt beleidsmatig gekenmerkt door een sterke inzet op de volgende keuzes:
                                        • Verregaande internationale samenwerking op mondiaal vlak en afstemming met di-
                                            recte partners: de Angelsaksische dominantie in internationale communicatie en me-
                                            dia, inclusief sociale media, is hier leidend.
                                        • Nadruk op offline kennisproductie. Maatschappelijke erkenning en aandacht voor ex-
                                            cellentie werkt als internationale attractiepool voor kennistalent.
                                        • Hoge inzet op ontwikkeling van nieuwe kennis met talrijke financieringsmogelijkhe-
                                            den.
                                        • Veel aandacht voor fundamenteel en nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek vanuit
                                            zowel de publieke als private sector.
                                        • Inzet op toepassing en valorisatie van kennis, waaronder nieuwe actoren.
                                        • Acceptatie en tolerantie voor falen.
                                        • Inzet op een dynamische samenleving als basis voor sociale cohesie.
                                        • Naast publieke verantwoordelijkheid grote nadruk op private en individuele verant-
                                            woordelijkheid.
                                        • Generiek innovatiebeleid: goede randvoorwaarden voor zowel winners als challen-
                                            gers (toppers en stijgers).
                                        Elementen hiervan zijn zichtbaar in de meest liberale delen van de Verenigde Staten, zo-
                                        als aan de noordelijke Oostkust en de Westkust, maar ook in Israël, het Verenigd Ko-
                                        ninkrijk, Singapore en Taiwan. Hier staan zowel overheid, bedrijfsleven als grote delen
                                        van de bevolking zeer positief tegenover kennis, wetenschap en onderzoek. Het onder-
                                        wijs staat in het teken van het opbouwen van een goede basis, om hier vervolgens op
                                        verder te bouwen. Probleemoplossend vermogen en innovativiteit worden hoog gewaar-
                                        deerd.
           Ze zijn ‘risicotolerant’ ... Het nemen van risico wordt eveneens gewaardeerd. Risico nemen wordt gezien als een
                                        inherent onderdeel van het innovatieve proces en van kennisproductie. Het mislukken
                                   28   Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                     van een onderneming wordt gezien als een leerzame ervaring. Kennis wordt ingezet ten
                                     behoeve van ontwikkeling van de maatschappij en de economie. Er is minder zekerheid
                                     op de flexibele arbeidsmarkt. Zowel overheid, bedrijfsleven als kennisinstellingen denken
                                     en handelen internationaal; er wordt gezocht naar de beste mensen uit het buitenland
                                     om de kennissamenleving te versterken.
... en belonen privaat initiatief en De avontuurlijke kennissamenleving kent een sterke, expliciete vorm van interactie tus-
                 ondernemerschap     sen de overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen, waarin ruimte is voor nieuwe initia-
                                     tieven en ontwikkelingen. De overheid heeft veel aandacht voor starters, experimenten
                                     en pilots, waarvoor financiering beschikbaar is vanuit marktpartijen zoals venture capita-
                                     lists. De overheid ondersteunt daarnaast het nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek in
                                     typische ‘overheidsdomeinen’ zoals defensie, ruimtevaart, gezondheid, energie, milieu
                                     en fundamenteel onderzoek, en ziet dit als haar belangrijkste bijdrage voor de kennissa-
                                     menleving van morgen. Kortom, in de avontuurlijke samenleving zijn zowel overheid als
                                     bedrijfsleven ‘avontuurlijk’ maar elk binnen hun, vrij scherp omlijnd, uitoefeningsgebied.
                                     De internationalisering van de kennissamenleving past vrijwel naadloos binnen deze
                                     taakomschrijving: de overheid blijft de nationale, avontuurlijke kartrekker; de private
                                     sector internationaliseert en past zich geografisch aan.
Behoedzame landen zetten in op       De behoedzame kennissamenleving
            coördinatie en cohesie   De behoedzame kennissamenleving is geworteld zowel in Rijnlandse als het Mediterrane
                                     model en wordt in zijn beleidskeuzes gekenmerkt door sterke inzet op de volgende keuzes:
                                     • Pragmatische internationale samenwerking in functie van bestaande sterktes met zo-
                                         wel regionale als mondiale partners.
                                     • Aandacht voor online kennisproductie waarbij bedrijven, overheden en kennisinstel-
                                         lingen actief samenwerken.
                                     • Minder aandacht voor potentiële excellentie die zich niet reeds bij bestaande toppers
                                         of vertegenwoordigers van de elite bevindt.
                                     • Gericht immigratiebeleid in de richting van buitenlandse kenniswerkers met als doel-
                                         stelling lokale tekorten op te vangen.
                                     • Vooral aandacht voor absorptie van kennis.
                                     • Veelal aandacht voor toegepast onderzoek - fundamenteel onderzoek omwille van
                                         nationaal prestige (Nobelprijzen) of van nationale veiligheid dan wel onafhankelijk-
                                         heid (zoals in de energiesector).
                                     • Specifiek innovatiebeleid voor toppers en beleid om bestaande sectoren te bescher-
                                         men tegen te agressieve externe concurrentie.
                                     • Heersend idee dat dynamiek ten koste kan gaan van sociale cohesie.
        Ze zijn meer risicomijdend   Ook een behoedzame kennissamenleving is uiteraard nooit volledig risicomijdend. De
                                     overheid vertrouwt in mindere of meerdere mate op het zelfsturende en zelfcontrole-
                                     rende vermogen in de samenleving. Dat alleen al geeft risico’s. Niettemin zijn sommige
                                     kennissamenlevingen te typeren als meer behoedzaam dan andere. Van de hier ge-
                                  29 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                    noemde landen komen Japan, Duitsland en Frankrijk hier het dichtst bij in de buurt,
                                    hoewel zij ook onder druk van internationalisering steeds meer neigen naar een wat
                                    meer Combi-kennissamenleving. In de behoedzame kennissamenleving worden, met
                                    uitzondering van nationale prestigeprojecten, experimenten en risico’s eerder ontweken,
                                    zowel door politiek als door maatschappij.
                                    Kennisproductie wordt niet exclusief neergelegd bij een selecte groep kenniswerkers, die
                                    onderwijs hebben genoten op elite-instituten. Kennisabsorptie en -distributie zijn van
                                    groot belang; er bestaat minder aandacht voor kenniscreatie en creativiteit. De arbeids-
                                    markt wordt gedomineerd door hiërarchische structuren, maar ook door loyaliteit en ze-
                                    kerheid.
De rol van de overheid is er groter De overheid is de sleutelspeler op innovatiegebied, en bepaalt de innovatieagenda. Pu-
                                    bliek-private innovatie wordt door de overheid geïnitieerd. Er is relatief weinig aandacht
                                    voor starters en bottom-up initiatieven. Er wordt vooral ingezet op de industrie, en een
                                    aantal grote industriële bedrijven heeft dan ook relatief veel invloed op de beleidsvorming.
                                    Er wordt ingezet op backing winners en bescherming van politiek gevoelige, maar minder
                                    concurrerende sectoren, terwijl challengers relatief weinig aandacht krijgen en het moeilijk
                                    vinden de opstap tot winner te maken. De behoedzame kennissamenleving heeft vaak
                                    een behoudende industriepolitiek en een voorzichtige en pragmatische houding tegenover
                                    het buitenland. De aandacht voor toegepast onderzoek is groot. Fundamenteel onderzoek
                                    wordt wel verricht, maar in het bijzonder in het kader van prestigeprojecten. Het beleid
                                    kent grote continuïteit maar heeft minder flexibiliteit en veerkracht.
                                    De internationalisering van de kennissamenleving stelt de behoedzame kennissamenle-
                                    ving voor grote uitdagingen. De overheidsneiging tot controle en tot sturen, met zijn
                                    sterke focus op bewezen sterktes en industriële zekerheden, past moeilijk in een interna-
                                    tionale omgeving die bol staat van onvoorspelbare, externe veranderingen.
                                    De Combi-kennissamenleving
Nederland als Combi-variant: het    Met de kenmerken van de avontuurlijke en behoedzame kennissamenleving kunnen we
        beste van twee werelden?    Nederland als Combi-kennissamenleving beschrijven. Het Combi-kennisbeleid wordt ge-
                                    kenmerkt door een combinatie van Angelsaksische en Rijnlandse keuzes. Met de Angel-
                                    saksische, avontuurlijke, kennissamenleving heeft Nederland gemeen:
                                    • Combinatie van enerzijds, een sterke internationale, Angelsaksische kennisprofilering
                                          op het gebied van wetenschappelijke publicaties, communicatie en media, en ander-
                                          zijds een grote nadruk op grensoverschrijdende samenwerking. Offline kennisontwik-
                                          keling.53
                                    • Focus op wetenschappelijke excellentie als talent attractiepool, maar binnen relatief
                                          gespecialiseerde gebieden.
                                    53
                                       E en voorbeeld van offline kennisontwikkeling is hier ook de sociologie. Volgens de beoefenaren heeft de sociologie geen band
                                        meer met de samenleving NSV, Naar een evenwichtige kwaliteitsbeoordeling van sociologisch onderzoek, maart 2013.
                                 30 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                • Het wetenschappelijk onderzoek is gericht op internationale kennisabsorptie en is en-
                                    try-ticket voor internationale wetenschappelijke samenwerking.
                                Met de Rijnlandse, behoedzame kennissamenleving deelt Nederland:
                                • Het gebrek aan acceptatie en tolerantie voor beleidsfalen. Dat vertaalt zich enerzijds
                                    in een sterk doorgedreven beleidsevaluatiecultuur bij de overheid, maar anderzijds
                                    ook in een continue drang naar beleidsverandering en zonder echter de beleidsevalu-
                                    atie af te wachten.
                                • Onder druk van internationalisering is het bedrijfsleven in zijn kennisinvesteringen
                                    over de jaren heen eerder “behoedzaam” geworden.
                                • Er is een grote afhankelijkheid van het internationale speelveld waarin nieuwkomers
                                    een steeds grotere rol opeisen. De Combi-kant van de kennissamenleving rust dan
                                    ook zwaar op eigen continue vernieuwing binnen het relatief kleine veld van excel-
                                    lent fundamenteel onderzoek, en op de continue incrementele vernieuwing van het
                                    even kleine veld van wereldwijd leading toegepast onderzoek bij bedrijven.
                                • Vooral aandacht voor absorptie van kennis, met beperkte inzet op kenniscreatie in
                                    specifieke gebieden (creatie van lokale hotspots). Inzet op toepassing en valorisatie
                                    van kennis door toppers, weinig aandacht voor challengers (stijgers).
                                • Erkenning dat dynamiek essentieel is, maar tegelijk de vrees dat dynamiek ten koste
                                    zou kunnen gaan van sociale cohesie: een ‘avontuurzame’ kennissamenleving.
                                • Veel aandacht voor publieke verantwoordelijkheid, maar ook zelfredzaamheid en ini-
                                    tiatieven door private en individuele actoren.
Een verstandige mix - maar niet Wanneer we alle bescheidenheid zouden laten varen, zou de Combi-kennissamenleving
     zonder beleidsuitdagingen  ook de ‘verstandige kennissamenleving’ genoemd kunnen worden. Het is geen compro-
                                mis tussen avontuurlijk en behoedzaam maar een verstandige mix van elementen uit an-
                                dere kennissamenlevingen. Maar deze benaming zou de beleidsuitdagingen vertroebe-
                                len. De belangrijkste beleidsuitdaging is het bedrijfsleven te betrekken bij het
                                “avontuurlijke” fundamentele onderzoek. Er bestaat een toenemende spanning in be-
                                leid tussen het zoeken naar het juiste evenwicht tussen de wat meer “avontuurlijke” be-
                                leidsfocus op fundamenteel onderzoek en de meer “behoedzame” beleidsfocus op toe-
                                gepast onderzoek in reeds gespecialiseerde sectoren.
Het gaat om het vinden van het  Veel van de elementen van de Combi-kennissamenleving zijn ook zichtbaar in andere
               juiste evenwicht kleine Europese landen, zoals Zweden, Denemarken en Zwitserland. Kennis wordt veelal
                                gezien als een belangrijke factor in het creëren van economische groei en het behoud
                                van veiligheid, maar het vinden van de juiste balans tussen overheid en private sector en
                                tussen radicale kennisvernieuwing versus kennisbehoud blijft moeilijk. Experimenteel on-
                                derzoek, innovatie en risico worden gewaardeerd maar tegelijkertijd is men weinig com-
                                fortabel met het falen dat inherent is aan experimenteren en innoveren.
                             31 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                   Dat is ook zichtbaar in het (hoger) onderwijs. Onderwijs is strak georganiseerd met ener-
                                   zijds veel autonomie maar anderzijds ook veel toezicht, evaluatie en controle (inclusief
                                   accreditaties). Daarbij is onderwijs niet alleen gericht op kennisabsorptie maar is er ook
                                   veel aandacht voor creatief denken, leren leren en probleemoplossend vermogen. In de
                                   praktijk blijkt echter dat de kloof tussen opleiding en praktijk groot is, groter dan in de
                                   typisch Rijnlandse kennissamenleving. De overheid fungeert als belangrijke driver en fa-
                                   cilitator van innovatieve projecten. Zij zoekt daarbij in toenemende mate publiekprivate
                                   samenwerking op. Backing winners is de belangrijkste strategie; backing challengers
                                   wordt beschouwd als te risicovol. De aandacht voor toegepast onderzoek binnen het
                                   bedrijfsleven is groot en de verantwoordelijkheid voor fundamenteel onderzoek wordt
                                   volledig gelegd bij de overheid.
                                   In het vorige hoofdstuk hebben we gewezen op de snelle opkomst van (onder meer) de
                                   BRIC landen. Onze classificatie is niet compleet zonder deze categorie hier ook toe te
                                   voegen.
Opkomende landen zijn pragmatisch  De opkomende kennissamenleving
       en zetten in op catching up De manier waarop de opkomende economieën het belang en de rol van kennis in hun
                                   economische ontwikkeling hebben omarmd, rechtvaardigt het gebruik van een vierde,
                                   separate categorie van kennissamenleving. Deze wordt gekenmerkt door een sterke in-
                                   zet op de volgende keuzes:
                                   • Bij internationale samenwerking is het bijdragen aan de catching-up van de eigen be-
                                       drijven en kennisinstellingen een belangrijke doelstelling.
                                   • Beleidsfocus op enkele universitaire eilanden van wetenschappelijke excellentie die als
                                       attractiepool voor de eigen diaspora van topwetenschappers moeten dienen en een
                                       vliegwielfunctie hebben voor de rest van het wetenschappelijke en universitaire on-
                                       derzoek.
                                   • Sterke aandacht voor opbouw van een smalle kenniselite die voor kennisabsorptie,
                                       -distributie en -creatie zorg moet dragen; bredere participatie wordt ondersteund om
                                       een basis op te bouwen waarop kennisabsorptie door de bredere bevolking kan
                                       plaatsvinden, bijvoorbeeld door strijd tegen analfabetisme.
                                   • Veel aandacht voor absorptie van kennis en toegepast onderzoek waarbij eigen pro-
                                       blemen richtinggevend zijn.
                                   • Kenniscreatie en fundamenteel onderzoek gericht op prestigeprojecten of met een
                                       nationaal veiligheidsaspect (zoals in de energiesector, of space).
                                   • Inzet op toepassing en valorisatie van kennis door een nieuwe elitegroep kenniswer-
                                       kers.
                                   • Inzet op dynamiek en maatschappelijke uitdagingen om sociale cohesie te versterken,
                                       met name door specifiek beleid op toppers (winners). Stijgers hebben in de innovatie-
                                       strategie minder aandacht.
                                   • Vooral aandacht voor publieke verantwoordelijkheid voor de kennissamenleving.
                                   • Sterke nationale erkenning voor belang van wetenschap en kennis.
                                32 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                    Aspecten van de opkomende kennissamenleving zijn onder meer zichtbaar in China, In-
                                    dia en Brazilië, en recentelijk ook Rusland, maar sinds enkele decennia al in Zuid-Korea.
                                    Ook landen als Chili en Equador vallen binnen deze groep. De opkomende kennissa-
                                    menleving is – net als de Combi-samenleving – zowel risicovriendelijk als risicomijdend,
                                    maar verschilt sterk van de Combi-kennissamenleving op andere gebieden. De overheid
                                    heeft een meer sturende rol, er is een grotere inzet op kennisabsorptie en er wordt meer
                                    strategisch naar het buitenland gekeken. Kennis wordt primair gezien als middel tot
                                    economische groei, en als mogelijke oplossing voor maatschappelijke problemen als de-
                                    mografische groei en vergrijzing, armoede en ongelijkheid of schaarste van grondstof-
                                    fen. Er wordt minder belang gehecht aan de intrinsieke waarde van kennis.
  Kennisontwikkeling steunt in veel Door de overheid wordt sterk ingezet op het vergroten van het aantal deelnemers aan
opkomende landen op een breed en    kennisabsorptie, kennisdistributie en kennisproductie. Overheid en burger zijn overtuigd
                  stevig draagvlak  van het belang van kennis die als stairway tot meer welvaart wordt beschouwd, zowel
                                    collectief als individueel. Zo wordt door zowel ouders als overheid sterk geïnvesteerd in
                                    het onderwijs, dat gekenmerkt wordt door kennisabsorptie en (nog) relatief weinig aan-
                                    dacht schenkt aan de ontwikkeling van eigen creativiteit. Kenniswerkers uit het buiten-
                                    land en de oprichting van elite-instituten moeten een inhaalslag mogelijk maken en bij-
                                    dragen aan kennisontwikkeling. Op de arbeidsmarkt is in een aantal strategische
                                    sectoren een verschuiving waar te nemen van vraag naar productiewerkers naar vraag
                                    naar kenniswerkers. Deze verschuiving gaat gepaard met grote maatschappelijke veran-
                                    deringen.
     De overheid speelt daarbij een De overheid speelt een doorslaggevende rol als driver van innovatie. Hierbij wordt inge-
                  stimulerende rol  zet op strategische sectoren, opbouw van de tertiaire sector, versterking van de secun-
                                    daire sector, onder andere via industriepolitiek, alsook ontwikkeling van de binnenlandse
                                    markt. Speciale aandacht is er voor creating winners en inzet op sectoren met veel pres-
                                    tige en dual use potentie (waarbij er naast militaire toepassingen ook civiele zijn). Toege-
                                    past onderzoek en kennisabsorptie worden als zeer belangrijk gezien, terwijl fundamen-
                                    teel onderzoek afgezien van prestige projecten, beperkt blijft. Het beleid kent over het
                                    algemeen grote continuïteit en kan een planmatig karakter hebben.
                                    Hoewel buitenlandse partijen in de economie en het kenniswerk van belang zijn, wor-
                                    den hoofdzakelijk binnenlandse initiatieven gestimuleerd. Hierbij wordt het buitenland
                                    eerder op een pragmatische wijze benaderd, dan dat het gezien wordt als bedreiging.
                                    Naast buitenlandse partijen speelt ook de informele economie een belangrijke rol in de
                                    innovativiteit van de samenleving. Hier worden soms nieuwe business modellen opgezet
                                    (zie o.m. Prahalad’s Base of the Pyramid cases van innovaties) en concrete lokale, aange-
                                    paste oplossingen bedacht.54
                                    54
                                       Zie onder meer AWT-advies 74 (2010), ‘Kennis zonder grenzen’.
                                 33 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                         Overzicht van typen kennissamenlevingen
                         De diverse kennissamenlevingen zoals hierboven beschreven, verschillen op essentiële
                         punten van elkaar. Deze verschillen zijn vaak geworteld in de van oudsher heersende ar-
                         beids- en innovatiecultuur. Maar historisch verankerde cultuur en instituties zijn niet al-
                         lesbepalend. Met de internationalisering van kennis zijn deze verschillende ontwikkelin-
                         gen in een nieuw tijdsgewricht beland. Nieuwe uitdagingen doen zich voor elk van de
                         type kennissamenlevingen voor, zoals hierboven beschreven en samengevat in tabel 1.
                         Tabel 1 – Typen kennissamenlevingen
                  Avontuurlijk                   Combi                         Behoedzaam                   Opkomend
Overheersend      Risicovriendelijk              Tussen risicovriendelijk en   Risicomijdend                Tussen risicovriendelijk en
sentiment                                        risicomijdend in                                           risicomijdend in
Drivers in        Ondersteuning bottom up        Groeiende steun bottom up Sturing innovatieagenda;         Krachtige sturing, vooral op
innovatie­beleid  initiatieven; financiering     initiatieven                  weinig steun starters en     strategische sectoren; inzet
                  starters en fundamenteel                                     bottom up initiatieven;      op Grand Challenges
                  onderzoek                                                    prestigeprojecten.
Inclusiviteit en  Brede maatschappelijke         Beperkte participatie (ken-   Beperkte participatie (ken-  Nadruk op kennisabsorptie;
participatie in   participatie                   niswerkers)                   niswerkers)                  kennisgeneratie door elite
kenniscreatie en
gebruik
Rol van kennis    Voor maatschappij, econo-      Voor economie en veilig-      Voor economische ontwik- Voor economische groei en
                  mie, veiligheid en persoon-    heid; minder voor maat-       kelingen en beperkte secto- van oplossing maatschap-
                  lijke ontwikkeling             schappelijke en persoonlijke ren                           pelijke problemen
                                                 ontwikkeling
Innovatie-strate- Backing challengers; accent    Backing winners; combina-     Backing winners en existing  Creating winners, inzet op
gie               op starters                    tie van generiek en speci-    success; weinig aandacht     sectoren met prestige of
                  Generiek beleid                fiek beleid                   voor backing challengers     dual use potentie
                                                                               Specifiek beleid
Focus             Fundamenteel onderzoek         Minder aandacht voor fun-     Fundamenteel onderzoek       Fundamenteel onderzoek
                  naast toegepast onderzoek      damenteel onderzoek           voor prestigeprojecten; ver- op korte termijn beperkt
                                                                               der toegepast onderzoek
Continuïteit in   Grote continuïteit, wel aan-   Weinig continuïteit, groot    Grote continuïteit, maar     Grote dynamiek in beleid
beleid            passingen onder druk van       aanpassingsvermogen           ook starheid
                  internationalisering
Arbeidscultuur    Informeel en flexibelaccep-     ‘Nieuw werken’ in platte     Arbeidszekerheid, meer hië-  Verschuiving van productie-
                  tatie beperkte arbeidszeker- organisaties naast hiërarchi- rarchische arbeidsrelaties     werk naar kenniswerk;
                  heid                           sche arbeidsrelaties                                       slechte arbeidsvoorwaarden
                                                 duale arbeidsmarkt: vaste                                  voor productie, goede ar-
                                                 banen en flexwerkers/zzp-                                  beidsvoorwaarden voor
                                                 ers                                                        kenniswerkers; werk voor
                                                                                                            overleving
Onderwijs­cultuur Gericht op kenniscreatie en    Meer gericht op kennisab-     Gericht op kennisabsorptie;  Gericht op kennisabsorptie;
                  kennisabsorptie; projectma-    sorptie dan op kenniscrea-    schools systeem              creativiteit van minder be-
                  tig onderwijs, creatief den-   tie; wel gericht op ontwik-                                lang; oprichting elite-insti-
                  ken, leren leren en pro-       keling van creativiteit                                    tuten; voorkomen brain
                  bleem-gestuurd leren                                                                      drain
Internationa­     Zeer open blik naar buiten;    Aantrekking kenniswerkers     Pragmatische houding; sa-    Pragmatische blik naar bui-
lisering          aantrekking kenniswerkers;     en uitwisseling, maar beducht menwerking waar gewenst, ten toe
                  veel uitwisseling              voor negatieve gevolgen       afscherming waar nodig
Voorbeelden       Israël, delen van de Ver-      Nederland, Zwitserland (in    Duitsland, Japan, Frankrijk  China, India, Brazilië
                  enigde Staten                  toenemende mate) Japan        (in beperkte mate)
               34        Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                          Overeenkomsten in de ontwikkeling van kennissamenlevingen
       Internationalisering bevordert     Ofschoon kennissamenlevingen op allerlei punten vrij fundamenteel van elkaar verschil-
                          convergentie    len, ondergaan ze, onder meer door de internationalisering van kennis, op bepaalde
                                          punten een gelijksoortige ontwikkeling. Dat leidt ook tot een zekere convergentie. Zo is
                                          er overal een grote dynamiek zichtbaar, bijvoorbeeld op het vlak van arbeids- en innova-
                                          tiecultuur, op cultureel vlak en in de betrokkenheid van het publiek. De meeste landen
                                          laten niettemin een grote continuïteit van beleid zien, bijvoorbeeld in de wijze waarop
                                          financiering verkregen kan worden. Een voorbeeld van geplande continuïteit, is de aan-
                                          dacht voor overdracht van kennis tussen generaties die in Israël bestaat en waar ook in
                                          de Verenigde Staten mee wordt geëxperimenteerd. Succesvolle entrepreneurs helpen
                                          (jonge) starters en ervaren werknemers nemen jongeren onder hun hoede. In Duitsland
                                          vormen familiebedrijven, die met een langetermijnblik beslissingen nemen, een belang-
                                          rijke bron van continuïteit.55 Daarnaast draagt het systeem van vakopleidingen bij aan de
                                          continuïteit van de waardering van het vakmanschap. Juist door de brede scope en de
                                          brede waaier van mogelijkheden is continuïteit in combisamenlevingen minder geborgd.
                                          Maar daardoor is het vermogen om flexibel te reageren op veranderende omstandighe-
                                          den ook groter.
                 Welvaartstoename en      In vrijwel alle kennissamenlevingen is er meer aandacht gekomen voor de individuele be-
technologische ontwikkelingen (ICT)       hoeften van mensen. Zo wordt in de Verenigde Staten extra geïnvesteerd in de kwaliteit
                      helpen daarbij, ... van het onderwijs en in een onderwijsaanbod dat tegemoet komt aan de specifieke ta-
                                          lenten en capaciteiten van mensen. Daarnaast bieden vrijwel alle landen grotere flexibili-
                                          teit en meer mogelijkheden tot levenslang leren. In bijna alle kennissamenlevingen groeit
                                          de aandacht voor internationalisering. Aan de hogere onderwijskant vormt de wereld-
                                          wijde digitalisering van cursussen, de zogenaamde MOOCs, een radicaal nieuwe inter-
                                          nationale toegang tot excellent universitair onderwijs. Tezelfdertijd biedt de iPad tal van
                                          mogelijkheden voor de absorptie van kennis vanaf de basisschool. Het nationale onder-
                                          wijssysteem, van laag tot hoog, lijkt tegenwoordig sterk onder druk te komen staan van
                                          de internationale mogelijkheden tot leren en van de toegang tot best-practice kennis.
                                          De manier waarop de verschillende kennissamenlevingen al dan niet antwoord vinden
                                          op deze uitdagingen, zou wel eens bepalend kunnen zijn voor hun toekomst.
  ... net als internationale mobiliteit   Er is in alle kennissamenlevingen steeds meer openheid ten aanzien van buitenlandse
                                          kenniswerkers. Steeds meer landen proberen in de mondiale strijd om the brightest juist
                                          hun eigen talent te behouden. Dit leidt in landen als China, Japan, Canada en Frankrijk
                                          tot de oprichting van programma’s die speciaal gericht zijn op het terughalen van land-
                                          genoten die in het buitenland werken of studeren.56
 Her en der komen Grand Challenges        In veel kennissamenlevingen leidt de erkenning van de zogenaamde Grand Challenges
                   hoger op de agenda     tot aanpassingen in het innovatiesysteem en het innovatiebeleid en tot nieuwe verhou-
                                          55
                                             AWT (2013).
                                          56
                                             AWT (2012), De Chinese Handschoen.
                                     35   Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                      dingen tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Deze aanpassingen zijn het
                                      onderwerp van een afzonderlijk AWT-advies (oktober 2013). Daarom gaan we hier niet
                                      al te diep op deze nieuwe ontwikkelingen in. Het zal echter duidelijk zijn dat er Grand
                                      Challenges zijn in allerlei vormen en maten, en dat de internationalisering van kennis
                                      hier een centrale rol speelt. Tot op heden lijkt het debat rond Grand Challenges een,
                                      hoofdzakelijk nationaal, en in Europa, Europees debat. In zoverre de grote maatschap-
                   Landen gaan hier   pelijke uitdagingen, zoals vergrijzing, klimaatverandering, duurzame energie en trans-
                verschillend mee om   port, urbanisatie, voedsel- en waterzekerheid, veiligheid, uitdagingen vormen die we-
                                      reldwijd voorkomen, valt er echter juist internationaal veel te leren. De verschillen in
                                      aanpak, beleidsexperimenten, behaalde successen maar ook de minder bekende voor-
                                      beelden van falend beleid kunnen leerzaam zijn. In heel wat landen hebben overheids-
                                      bestedingen een sleutelrol gespeeld in procurement-led innovatie. In Frankrijk bijvoor-
                                      beeld speelt de overheid hier traditioneel een belangrijke faciliterende rol. De Franse
                                      overheid laat bepaalde overheidsdiensten in elektrische auto’s rijden en helpt zo mee
                                      aan de opbouw van een infrastructuur van oplaadpunten voor elektrisch rijden. Hiermee
                                      wordt de aantrekkelijkheid van elektrische auto’s vergroot voor particuliere gebruikers en
                                      dit versnelt de transitie van gangbare naar elektrische auto’s. Maar zo zijn er ook tal van
                                      mislukkingen. Nu de Europese Unie de Grand Challenges centraal stelt in het nieuwe
                                      onderzoeksprogramma Horizon 2020, is het de vraag hoe dit beleid succesvol uitge-
                                      voerd kan worden. En een soortgelijke vraag stelt zich evenzeer in de VS, Japan en
                                      China.
Kennissamenlevingen hebben sterke     Kennissamenlevingen wortelen in een historische, industriële traditie en laten allemaal
 wortels in cultuur en traditie, maar een zekere mate van continuïteit zien. De tradities uit de industriële samenleving zijn
             veranderen desondanks    herkenbaar in de kennissamenlevingen van nu. De vraag is hoe de verschillende kennis-
                                      samenlevingen het gaan doen in de 21ste eeuw. Hoe aangepast, maakbaar, geschikt zijn
                                      de avontuurlijke, de behoedzame, de Combi en de opkomende kennissamenleving in de
                                      wereld van morgen? Om die vraag te beantwoorden volgen nu een drietal schetsen van
                                      de toekomst.
                                   36 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Toekomstbeelden kunnen helpen bij
                                  5                       Naar een meer open of meer
                                                          gesloten mondiaal kennissysteem
                                     Hoe ziet de wereld van kennis, internationale kennisuitwisseling en onderzoek er over
   het nadenken over robuust beleid  tien à twintig jaar uit? Zal de openheid nog verder vergroot worden, of zijn er redenen
                                     om aan te nemen dat we in een minder open mondiaal kennissysteem terecht zullen ko-
                                     men? Worden alle landen kennissamenlevingen, en gaan die steeds meer op elkaar lij-
                                     ken? Of leidt de drang tot profilering en het ontwikkelen en uitdragen van een eigen
                                     identiteit juist tot grotere verschillen? En wat betekent dat voor de huidige kennissamen-
                                     levingen? We schetsen drie toekomstbeelden, maar ook hier geldt een disclaimer: in de
                                     toekomst kijken is onmogelijk – de toekomstbeelden zijn gebaseerd op de trends die we
                                     vandaag waarnemen. Over twintig jaar kan blijken dat er in feite een mix is ontstaan van
                                     verschillende trends, maar ook dat er iets geheel nieuws is ontstaan. Toch zijn toekomst-
                                     beelden relevant voor het maken van keuzes.
                                     Drie toekomstbeelden voor het mondiale kennissysteem
   Een belangrijke vraag is hoe open Drie toekomstbeelden lijken op het eerste gezicht relevant. Het eerste beeld veronder-
  landen in de toekomst met kennis   stelt dat de huidige situatie zich min of meer voortzet. Het tweede beeld schetst een
                      zullen omgaan  meer open mondiaal kennissysteem en het derde een minder open kennissysteem. Het
                                     voornaamste onderscheid tussen de toekomstbeelden is de mate waarin publiek gefi-
                                     nancierde kennis internationaal openbaar is. Hoewel dit slechts één van de factoren is
                                     die van invloed is op de ontwikkeling van het mondiale kennissysteem, is het één van de
                                     weinige factoren waar de overheid rechtstreeks invloed op kan uitoefenen.57
                                     Zoals gebruikelijk in de beschrijving van toekomstbeelden proberen we in een naam
                                     voor elk toekomstbeeld, de kern van het toekomstbeeld te vatten. Het Business as Usual
                                     toekomstbeeld noemen we Westenwind, het open mondiaal kennissysteem Open Vlakte
                                     en het minder open kennissysteem Eilanden. In Westenwind blijft westerse kennis domi-
                                     nant, al hebben opkomende landen een bijrol. In Open Vlakte is publiek gefinancierde
                                     kennis volledig toegankelijk, van westerse dominantie is geen sprake – alle werelddelen
                                     nemen op gelijkwaardige basis deel aan kennisproductie en -toepassing. In Eilanden
                                     wordt kennis alleen gedeeld met gelijkgestemde landen.
                                     1. westenwind (business as usual)
     Voortzetting van de status quo: Dit toekomstbeeld wordt gekenmerkt door een houding van voorzichtige en pragmati-
       voorzichtige en pragmatische  sche openheid wat kennistoegang betreft tussen landen. Dat draagt ertoe bij dat de
                            openheid Westerse dominantie in de productie van kennis blijft voortbestaan. Publieke kennis is en
                                     57
                                         et is belangrijk om hierbij op te merken dat het onderscheid tussen publieke en private kennis in veel landen minder helder is
                                        H
                                        dan in Nederland. Zo heeft in een land als China de overheid veel meer invloed in het bedrijfsleven en kan het druk uitoefenen
                                        op het bedrijfsleven om bepaalde kennis te beschermen of vrij te geven. Hierdoor is in deze landen een scheiding tussen publieke
                                        en private kennis minder makkelijk te maken.
                                  37 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                     blijft openbaar en internationaal toegankelijk, maar is in de praktijk niet of weinig toe-
                                     gankelijk voor wie geen Engels spreekt of wie de traditionele wetenschappelijke en aca-
                                     demische denkwijzen niet beheerst. Overheden zien erop toe dat publieke investeringen
                                     in kennis vooral ten goede komen aan het ‘eigen’ bedrijfsleven. Zo proberen ze de pu-
                                     blieke kennisontwikkeling meer te gaan richten op het versterken van de concurrentie- en
                                     innovatiekracht van het bedrijfsleven dat in hun land gevestigd is. Dit kan leiden tot hoge
                                     verwachtingen bij bedrijven ten aanzien van het verkrijgen van overheidssteun bij kennisin-
                                     vesteringen en indirect tot het achterblijven van private investeringen in innovatie.
      De dominantie van westerse     Er bestaat een wereldwijde wedloop tussen landen om het aantrekken van kennisinten-
                landen duurt voort   sieve bedrijven en kenniswerkers, maar de race wordt bijna altijd gewonnen door wes-
                                     terse landen. Zij slagen erin hun kennisvoorsprong te behouden. Uiteraard zijn er ook
                                     voor opkomende landen kansen, maar meer dan een interessante bijrol zit er niet in. De
                                     elites in opkomende landen blijven zich richten op kennis die ontwikkeld wordt in de VS
                                     of in Europa. Zij houden een achterstand die weliswaar kleiner wordt, maar moeilijk in te
                                     halen is omdat de toegang tot extern gegenereerde publieke en private kennis niet ge-
                                     makkelijk is. Westerse landen concurreren onderling om de beste posities, het beste on-
                                     derzoek, de beste onderzoekers. Dit is een stimulans voor innovatie en kennisgeneratie,
                                     maar vanuit mondiaal perspectief bekeken is het inefficiënt. Privaat onderzoek richt zich
                                     vooral op toegepast onderzoek. Het nationaal gefinancierde fundamentele onderzoek
                                     vindt plaats op gebieden waarin de eigen wetenschappers uitblinken. Voor afstemming
                                     tussen landen is weinig animo – hooguit als het gaat om het zoeken naar niet-commer-
Beperkte animo voor internationale   ciële oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Vanuit maatschappelijk perspec-
                    samenwerking     tief daarentegen blijft er in deze landen grote steun voor innovatie en onderzoek als in-
                                     tegraal onderdeel van het ontwikkelingsproces.
                                     2. open   vlakte (high trust)
       Groei van vertrouwen: meer    In een wereld waar internationalisering en onderling vertrouwen overheerst, kan een
        openheid en verdergaande     open mondiale kennissamenleving tot volledige ontwikkeling komen. Landen zijn gelijk-
                       specialisatie waardig en publieke kennis kan in zo’n wereld vrij bewegen. Onderzoek van publieke in-
                                     stellingen, of gefinancierd door publieke en in toenemende mate ook private giften, is
                                     openbaar beschikbaar zonder hoge kosten voor burgers en bedrijven, ook uit andere lan-
                                     den. Dat is een voordeel voor iedereen. Het kan sommige landen tot free rider gedrag ver-
                                     leiden: waarom nog moeizaam investeren in onderzoek als je kennis ook gratis elders kunt
                                     verkrijgen? Maar waarschijnlijker is dat er een specialisatiepatroon ontstaat, waarbij klei-
                                     nere of minder kapitaalkrachtige landen zich vooral richten op kennisabsorptie en minder
                                     bijdragen aan kennisgeneratie in specifieke disciplines, bijvoorbeeld vanwege gebrek aan
                                     infrastructuur, expertise of financiering. Ondanks, of eerder dankzij, de open mondiale
                                     kennisstromen ontstaan zo wereldwijd een groot aantal hotspots voor kennis, waar agglo-
                                     meratievoordelen volledig tot hun recht kunnen komen. Pieken in een wereldwijde flat
                                     world. Juist omdat publieke kennis vrij toegankelijk is, is er grote aandacht voor verster-
                                     king van het IP-stelsel. Dat maakt het voor de private sector aantrekkelijk te investeren in
                                     (toegepast) onderzoek. Innovatie en nieuwe kennisgeneratie vinden zo voor een groot
                                  38 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                           deel in het bedrijfsleven plaats, waar onderzoeksprojecten vooral worden gestart op basis
                                           van de mogelijkheden tot valorisatie van resultaten. Kennisintensieve bedrijven spelen een
                                           belangrijke rol. Ze voelen zich minder aan het eigen thuisland gebonden. Bedrijven raken,
                                           meer dan in Westenwind, verder los van hun nationale achtergrond.
           Kennisabsorptievermogen         De eerste grote uitdaging binnen Open Vlakte is psychologisch: aanvaarden dat kennis
                          is cruciaal, ... overal vandaan komt en daarnaar handelen. De landen die er het best in slagen kennis
                                           vanuit alle windstreken te absorberen, combineren en genereren, zijn de winnaars in dit
                                           scenario. Opkomende technologiemachten kunnen er mogelijk in slagen om op korte
                                           termijn goed kennis te absorberen. Maar de wedloop om kennis wordt er meer een tus-
                                           sen bedrijven dan tussen nationale overheden. Overheden streven ernaar één of meer-
                                           dere kennis-hotspots op hun grondgebied onderdak te bieden – en dat is meteen de
      ... net als het vinden van eigen     tweede beleidsuitdaging: op welk kennisgebied, met welke scope en breedte kan een
                              niches, ...  nationale kennissamenleving zich het best ontwikkelen in zo’n open vlakte? En hoe
                                           vindt men aansluiting bij het bedrijfsleven?
... het bijdragen aan fundamentele         De derde beleidsuitdaging is het op peil houden van investeringen in fundamenteel on-
     onderzoeksinspanningen en de          derzoek en het begeleiden van de opkomst en het verdwijnen van nieuwe en oude sec-
    aanpak van de Grand Challenges         toren en spelers.
                                           De vierde uitdaging is de aanpak van de Grand Challenges. Voor een mondiale aanpak
                                           moet het free rider probleem overwonnen worden. Dat kan door afspraken te formule-
                                           ren. Vanwege de grensoverschrijdende aard van deze problemen, is het niet alleen van
                                           belang dat zoveel mogelijk landen een bijdrage leveren aan het vinden van oplossingen,
                                           maar ook dat vanuit verschillende – ook cultureel verschillende – invalshoeken wordt bij-
                                           gedragen. Niet alleen het beschikbaar stellen van elders gegenereerde kennis aan zwak-
                                           kere kennispartners zorgt voor een effectievere aanpak van de problemen. Ook de con-
                                           frontatie met gedachten en benaderingen waaraan de eigen kenniswereld niet heeft
                                           gedacht, draagt bij tot versterking van de efficiëntie van maatregelen in eigen land.
         Groeiend wantrouwen: meer         3. eilanden (low trust)
    nationalisme en protectionisme         Binnen Eilanden heerst naar analogie van Huntington’s Botsende beschavingen een
                                           wantrouwen tussen werelddelen, of tussen groepen van gelijkgestemde landen. Dit
                                           wantrouwen wordt mogelijk gevoed door spionage-incidenten of strategische veilig-
                                           heidsoverwegingen. Toegang van buitenlandse bedrijven of kenniswerkers wordt be-
                                           perkt en dit is de voedingsbodem voor technonationalisme: de perceptie van kennis als
                                           een product dat vooral ten voordele van het eigenbelang dient te worden ingezet. Zo
                                           kan een wedloop om kennis ontstaan tussen verschillende grootmachten en technolo-
                                           gisch sterke regio’s. Maar deze wedloop heeft een ander karakter dan onder het Wes-
                                           tenwindscenario. Elk land of continent probeert voor zichzelf eigen kennis te ontwikke-
                                           len en eigen kenniswerkers in sleuteltechnologieën op te leiden. Er is weinig mondiale
                                           kennisuitwisseling – hooguit afstemming binnen Europa of binnen de gevestigde wes-
                                           terse wereld. Op mondiaal niveau vindt door concurrentie tussen de verschillende
                                      39   Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                       werelddelen veel overlap in onderzoek plaats. Er is verminderde toegang tot elders ge-
                                       genereerde publieke en private kennis.
                                       Overheden zijn sterk aanwezig in de kennis- en innovatiewereld en bieden ook omvang-
                                       rijke ondersteuning aan hun bedrijfsleven. Publieke investeringen zijn gericht op verho-
                                       ging van de eigen welvaart. Ook is de rol van de overheid zichtbaar in de extra aandacht
  Cruciaal is dan voldoende schaal te  voor economische diplomatie. Het bedrijfsleven oefent daarbij grote invloed uit op be-
  realiseren - bijvoorbeeld binnen de  leidsvorming. De belangrijkste uitdaging onder dit scenario is om te blijven investeren in
   EU - om toch impact te genereren    Europese samenwerking op het terrein van onderzoek en innovatie zodat de schaal niet
                                       ingeperkt wordt tot het nationale niveau. Zo kunnen inefficiënties overwonnen worden.
                                       Onderzoek vindt immers plaats met het oog op het nationale belang en ook vanuit pres-
                                       tigeoverwegingen. Het prestigeaspect betekent echter niet meteen dat de fondsen ook
                                       geïnvesteerd worden in projecten met groot maatschappelijk belang. Onderzoek naar
                                       Grand Challenges wordt gepolitiseerd. Hoogstens op regionaal vlak vindt interactie en
                                       onderlinge afstemming plaats. Landen die niet deelnemen aan het onderzoek op het ge-
                                       bied van maatschappelijke uitdagingen worden uitgesloten van resultaten. Dit vertaalt
                                       zich in wereldwijde inefficiëntie. Op de korte termijn wordt de inhaalslag van opko-
                                       mende technologische machten vertraagd. Opkomende economieën hebben meer
                                       moeite om de catch-up fase te volbrengen, doordat extern gegenereerde kennis minder
                                       beschikbaar is en minder goed geabsorbeerd kan worden.
                                       De kennissamenlevingen op het mondiaal speelveld van de
                                       toekomst
Een permanente ‘Westenwind’ is het     De hier geschetste toekomstbeelden zijn alle mogelijk en voorstelbaar. Ze kunnen ook te-
                  minst waarschijnlijk gelijkertijd in verschillende sectoren realiteit worden. Sommige sectoren, zoals medisch on-
                                       derzoek, farmacie en agro, zullen waarschijnlijk een meer open kennissysteem kennen,
                                       terwijl sectoren als defensie en veiligheid zich in een meer gesloten kennissysteem zullen
                                       bewegen. De vraag is welke type samenleving het best floreert in welke toekomst. In Wes-
                                       tenwind zullen zowel de avontuurlijke, de behoedzame als de combisamenleving zich
                                       thuis voelen. Het is immers een voortzetting van de bestaande situatie. Maar opgemerkt
 Avontuurlijke kennissamenlevingen     moet worden dat dit op lange termijn niet het meest waarschijnlijke toekomstbeeld is. Op-
bloeien het meest bij meer openheid    komende landen zullen westerse dominantie aanvechten, en waarschijnlijk met succes. De
                                       reactie kan zijn meer openheid of juist meer geslotenheid. Het ligt voor de hand dat de
                                       Avontuurlijke samenleving zich het meest thuis zal voelen in het toekomstbeeld Open
                                       Vlakte – er is immers al een internationale oriëntatie, en de bereidheid om risico’s te ne-
                                       men. Voor de behoedzame kennissamenleving is de wereld van Eilanden overzichtelijk en
                                       hanteerbaar. Voor de opkomende landen biedt de Open Vlakte alle kansen op verbetering
        Behoedzame samenlevingen       van welvaart en welzijn. Maar hoe zit het met het Combi-Nederland? Dankzij zijn com-
 kunnen het best omgaan met meer       bi-oriëntatie kan Nederland in principe beide kanten uit: zowel Open Vlakte als Eilanden
                        geslotenheid   zijn werelden waarin te leven valt. Wanneer we ervan uitgaan dat de toekomst zowel ele-
                                       menten van Eilanden als van Open Vlakte heeft (verschillende sectoren kunnen meer of
                                       minder open zijn) dan bevindt Nederland zich in een bijzonder gunstige uitgangspositie.
                                   40  Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                           Tabel 2 – Drie toekomstbeelden
                                                          Open Vlakte– High Trust        Westenwind BAU                     Eilanden– Low Trust
                                   Sentiment              Techno-cosmopolitisme, ver-    Voorzichtigheid, arrogantie        Techno-nationalisme, weinig
                                                          trouwen tussen staten                                             vertrouwen, vooral samenwer-
                                                                                                                            king met partnerstaten
                                   Vergroting mondi-      Geen afscherming van pu-       Publieke kennisproductie voor      Afscherming van publieke ken-
                                   ale kennisvoorraad     blieke kennis, wel van private het eigen bedrijfsleven; concur-   nis; veel overlap in onderzoek
                                                          kennis                         rentie en zekere overlap
                                   Geografische focus     Mondiale kennisstromen,        Multilaterale interactie in enkele Concurrentie tussen regionale
                                                          multilaterale samenwerking,    sectoren, maar overwegend ge-      blokken (aanvankelijk ten
                                                          o.a. op Grand Challenges,      richt op regionale westerse sa-    koste van ontwikkelings-lan-
                                                          wereldwijde hotspots           menwerking                         den)
                                   Wie profiteert?        Landen die kennis kunnen ab- Westerse landen die een kennis-      Sterke Eilanden
                                                          sorberen en combineren – op- voorsprong hebben –
                                                          komende landen
                                   Welke kennissa-        Avontuurlijk, opkomend         Combi, avontuurlijk en behoed-     Behoedzaam
                                   menleving is het                                      zaam
                                   best toegerust
                                           Nederland op een mondiaal speelveld
Meer openheid vraagt om een                De vraag of kennis open en vrij toegankelijk is, is bepalend voor de vraag waar Neder-
     faciliterende overheid en ...         land op in moet zetten en hoe overheden en bedrijfsleven zich tot elkaar verhouden. De
                                           rol van nationale overheden binnen een meer open of gesloten mondiaal kennissysteem
                                           is fundamenteel anders. In een meer open systeem (Open Vlakte) zijn bedrijven aan zet
                                           en zijn overheden van belang voor randvoorwaarden en regelgeving. In een gesloten
                                           systeem (Eilanden) zijn overheden eerder de initiators van kennisontwikkeling, hoewel
 ... meer geslotenheid om een              bedrijven machtige economische spelers zijn en overheden tegen elkaar kunnen uitspe-
             initiërende overheid          len. Keuzes die afzonderlijke landen maken, voor of tegen meer openheid, hebben bete-
                                           kenis voor de mondiale kennissamenleving. Hoe meer landen kiezen voor een open sys-
                                           teem, hoe opener de mondiale kennissamenleving wordt.
          Voor Nederland zijn de           Nederland heeft een bijzonder goede uitgangssituatie om meerdere redenen:
           perspectieven gunstig
                                           - N
                                               ederland doet het nu al goed in verschillende internationale ranglijsten. Universitei-
                                              ten doen het uitzonderlijk goed. Wanneer gecorrigeerd wordt voor de sectorstructuur
                                              van de economie, blijkt ook de private sector naar verhouding redelijk veel in R&D te
                                              investeren. Daarbij moet ook in aanmerking genomen worden dat een deel van het
                                              Nederlandse bedrijfsleven zeer internationaal is en R&D voor een deel in andere lan-
                                              den verricht. De kennis die elders ontwikkeld wordt, komt niettemin ook ten goede
                                              aan het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem. Bij aanhoudende Westenwind zal
                                              Nederland het goed kunnen blijven doen.
                                           - N
                                               ederland heeft met de avontuurlijke kennissamenlevingen een sterke internationale
                                              oriëntatie gemeen. Bovendien heeft het een open, informele cultuur, gericht op sa-
                                              menwerking, en een traditie van goede offline kennisproductie. Die kwaliteiten komen
                                              van pas in het Open Vlakte toekomstbeeld.
                               41          Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                                      ederland heeft met de behoedzame kennissamenlevingen ook een online innova-
                                  - N
                                     tieve cultuur gemeen, evenals een traditie die gericht is op overleg en consensus.
Maar er zijn ook punten van zorg  Zowel voor Open Vlakte als voor Eilanden heeft Nederland goede kaarten in handen.
                                  Dat wil niet zeggen dat er geen zorgpunten zijn. De participatie van vrouwen is relatief
                                  gering en de bèta oriëntatie is relatief zwak. Belangrijker nog is een gemis aan een ge-
                                  deelde visie en een duidelijke langetermijnkennis- en innovatiestrategie. De vraag is hoe
                                  Nederland in het licht van deze uitgangssituatie en de hierboven geschilderde toekomst-
                                  beelden responsief beleid kan voeren. Hoe kan Nederland zijn troefkaarten inzetten en
           Tijd voor een (nieuwe) zorgpunten overwinnen, zodat onze kennissamenleving over tien of twintig jaar nog
           langetermijnstrategie  steeds goed meekomt in het mondiale kennissysteem?
                               42 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>              Een samenhangende
                                 6                  Aanbevelingen: kiezen voor de
                                                    kennissamenleving
                                    De kennissamenleving is een ingewikkeld systeem waarin veel onderdelen met elkaar sa-
                   aanpak is nodig: menhangen. Draai aan één knop – onderwijs, arbeidsmarkt, sociale verzekeringen, pen-
                                    sioenstelsels, fiscaal en monetair beleid, kinderopvang, wat dan ook – en overal begint
                                    iets te schuiven. Daarom vereist de ontwikkeling van Nederland als kennissamenleving
                                    een holistische aanpak. De maakbaarheid van de samenleving is gering. Landen ontwik-
                                    kelen zich vanuit een traditie die in het verleden waardevol is gebleken. Ze kunnen niet
                                    veel anders dan voortbouwen op de fundamenten die in het verleden gelegd zijn. Tot
                                    deze fundamenten behoren niet alleen de specifieke instituties die zich in de loop der ja-
                                    ren hebben uitgekristalliseerd, maar ook de culturele eigenheid die samenlevingen ken-
                                    merkt. De kennissamenleving heeft zich de afgelopen decennia bijzonder snel ontwik-
                                    keld. Internationalisering en de toegenomen wereldwijde mogelijkheden tot verspreiding
                                    van kennis en toegang daartoe lagen hieraan ten grondslag. De toekomst is onzeker,
                                    maar Nederland heeft alles in zich om ook de komende decennia tot de meest innova-
                                    tieve kennissamenlevingen te horen. Om deze ambitie waar te maken, beveelt de AWT
                                    aan ‘to go Dutch’. Met Going Dutch bedoelt de AWT in de eerste plaats zelfbewust
                                    voortbouwen op Nederlandse kwaliteiten, zoals het openstaan voor kritiek, het koeste-
                                    ren van informele communicatie en onderlinge verhoudingen, het zoeken naar consen-
                                    sus en draagvlak (onze poldertraditie) en naar balans (onze ‘en-en-traditie’). Dit zijn kwali-
                                    teiten die kennisontwikkeling en innovativiteit ten goede komen. In de tweede plaats
                                    bedoelt hij hiermee dat Nederland verantwoordelijkheid moet nemen en actief een ge-
                                    paste bijdrage moet leveren in mondiaal verband. Ons past geen free rider gedrag. Van-
                                    daar: let’s go Dutch! Dit pleidooi werkt de AWT uit in de volgende vier aanbevelingen:
Ontwikkel een rijksbrede kennis- en 1. Ontwikkel een rijksbrede kennis- en innovatiestrategie. Het huidige kennis- en inno-
                 innovatiestrategie     vatiebeleid heeft ons geen windeieren gelegd en bevat bruikbare elementen, maar is
                                        niet toereikend om een onzekere toekomst tegemoet te treden. Bouw wel voort op
                                        de en-en-traditie van Nederland. Kies voor mondiaal en Europees, voor offline en on-
                                        line, voor toegepast en nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek, voor specifiek en ge-
                                        neriek innovatiebeleid. Dat is de beste garantie dat beleid ook toekomstbestendig is.
     Zoek daarvoor brede politieke  2. Zoek brede politieke consensus voor de kennis- en innovatiestrategie. Betrek het be-
                         consensus      drijfsleven, de kenniswereld, maar ook de vakbonden en andere maatschappelijke or-
                                        ganisaties bij het formuleren van de rijksbrede strategie. Een combinatie van drie
                                        kernpunten kan daarvoor de basis leveren:
                                        a. Ambitie. Richt het beleid zodanig in dat het ambitie versterkt: ambitieuze onderne-
                                            mers, ambitieuze wetenschappers, ambitieuze werknemers. Blijf sturen op excel-
                                            lentie en kwaliteit. Geef veelbelovende ondernemers ruimte om vooruit te komen.
                                 43 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                  b. Participatie en sociale samenhang: een kennissamenleving kan alleen functioneren
                                      op basis van brede participatie waarin naast offline ook online kennisproductie
                                      wordt gewaardeerd. Zie alle werkenden als potentiële kenniswerkers en zorg er-
                                      voor dat deze potentie wordt benut. Maak levenslang leren aantrekkelijk voor
                                      werkgevers, werknemers en zelfstandigen. (zie het AWT-advies Kiezen voor Ken-
                                      niswerkers). Heb aandacht voor het ondersteunende beleid: van ICT tot databan-
                                      ken, van onderwijs tot kinderopvang, van investeringen in de landschappelijke
                                      kwaliteit tot verbetering van mobiliteit, bereikbaarheid en infrastructuur.
                                  c. V
                                      eerkracht en aanpassingsvermogen. Door de en-en traditie is Nederland als ge-
                                     heel in staat zich aan te passen. Dat hoeft niet te gelden voor alle sectoren. Ver-
                                     sterk het aanpassingsvermogen van sectoren door een internationale oriëntatie en
                                     begeleid sectoren in een omschakeling waar ze het niet redden.
  Bouw voort op het bestaande  3. Bouw voort op het combikarakter van de Nederlandse kennissamenleving, maar repa-
fundament en leer van anderen     reer enkele zwakkere punten en leer van anderen
                                  a. Leer van opkomende samenlevingen:
                                       i.   Enthousiasme voor een strategie;
                                      ii.   Creativiteit in het wereldwijd speuren naar bruikbare kennis.
                                  b. Leer van behoedzame samenlevingen:
                                      iii.   Grotere waardering voor online kennisproductie – de waarde van
                                             incrementele verbeteringen op de werkvloer kan zeer groot zijn. Schep ruimte
                                             voor online kennisproductie;
                                       iv. Hoe de private sector meer verantwoordelijkheid neemt voor de
                                             kennissamenleving (onderwijs, onderzoek, etc.);
                                        v.   Het formuleren van consensus over de te voeren strategie en de te maken
                                             keuzes.
                                  c. Leer van avontuurlijke samenlevingen:
                                        vi.   Grotere waardering voor offline kennisproductie, grote waardering voor
                                              nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek zonder uitzicht op onmiddellijk te
                                              benutten uitkomsten (maar waak voor de situatie dat de kloof tussen
                                              wetenschap en samenleving te groot en onoverbrugbaar wordt);
                                       vii.   Betere acceptatie van mislukkingen: zowel van ondernemingen als
                                              onderzoekers. Iedereen kan leren van mislukte initiatieven, doodlopende
                                              wegen enz.;
                                      viii.   Backing challengers: steun ‘stijgers’.
            Zet in op een paar 4. Zet in op de ontwikkeling van een vijftal toonaangevende hotspots. Maak deze aan-
     toonaangevende hotspots      trekkelijk voor buitenlandse kenniswerkers. Monitor het functioneren van deze hot-
                                  spots. Werk daarbij vanuit het topsectorenbeleid, maar zoek ook een regionale en
                            44 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>       een maatschappelijke dimensie. Zorg voor een goede branding van Nederland als ge-
       heel: Kenniszetting Nederland.
   De raad hoopt en verwacht dat deze aanbevelingen een opstap zijn naar een meer stra-
   tegisch en toekomstbestendig kennis- en innovatiebeleid.
   Aldus vastgesteld te Den Haag, november 2013
   prof. dr. U. Rosenthal (voorzitter)
   dr. D.J.M. Corbey (secretaris
45 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                   Bronnenlijst
   Alberts, G., M. Blankesteijn, B. Broekhans, en Y. van Tilborgh, Burger zijn in een kennis-
               samenleving - Inleiding, AWT
   Argumentenfabriek/AWT, Argumentenkaart Vertrouwen in de wetenschap
   Arrow, K. (1962) The economic implications of learning by doing, Review of Economic
               Studies, vol. 29, no. 3
   Autor, D. en Acemoglu, D. (2010) Skills, Tasks and Technologies: Implications for
               Employment and Earnings, in: Handbook of Labor Economics, Volume 4b,
               Ashenfelter, O. en Card, D.E. (eds.), Amsterdam: Elsevier
   AWT (2005), Tijd voor een opKIQer!
   AWT (2010), Kennis zonder grenzen
   AWT (2012), De Chinese Handschoen
   AWT (2013), Arbeidsmarkt voor Kenniswerkers
   AWT (2013), Vasthoudend Innoveren
   AWT (2011), Scherp aan de Wind
   AWT (2013), Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
   AWT: Dorette Corbey en Anne Janssen: ‘Vertrouwen in wetenschap is niet vanzelfspre-
               kend’ website AWT
   Carnoy¸ M. and M. Castells (2001), Globalization, the knowledge society, and the Net-
               work State: Poulantzas at the millennium, Global Networks 1, 1 (2011), 1-18.
   Castell, M. (1998), End of the Millennium, Oxford: Blackwell
   Castells, M. (1996), The Rise of the Network Society, Oxford: Blackwell
   CPB – Weel, B., Van der Horst, A. en Gelauff, G. (2010) The Netherlands of 2040, CPB
               (zie http://www.nl2040.nl)
   David, P. and Foray, D. (2003) Economic Fundamentals of the Knowledge Society, Policy
               Futures in Education – An e-Journal, 1 (Special Issue Education and the
               Knowledge Economy, Januari 2003
   David, P.A. and D. Foray (2001), An Introduction to the Economy of the Knowledge Soci-
               ety, Department of Economics Discussion Paper Series, Nr. 84, December 2001.
   Den Haag Centrum voor Strategische Studies en TNO (2012), De Staat van Nederland In-
               novatieland 2012, Amsterdam University Press
   Dialogic (2012), Wetenschaps-, Technologie & Innovatie indicatoren 2012
   Dijck, J. van (2008). De Googlisering van de kennissamenleving. In: Valerie Frissen & Jop
               Esmeijer (eds.). Omzien naar de Toekomst. Jaarboek ICT en Samenleving 2008-
               09. Gorredijk: Media Update. 85-100.
   Dijstelbloem, H. en R. Hagendijk (2011), Onzekerheid troef? Het betwiste gezag van de
               wetenschap, Gennep B.V.
   Drucker, P. (1999), Beyond the Information Revolution, The Atlantic Monthly, oktober 1999
   Economist (2013), Repairing the rungs on the ladder – How to prevent a virtuous meri-
               tocracy entrenching itself at the top – Feb 9th, 2013, http://www.economist.
               com/news/leaders/21571417-how-prevent-virtuous-meritocracy-entrenching-it-
               self-top-repairing-rungs
46 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   Ernst, D. (2011) Indigenous Innovation and Globalization – the challenge for China’s
               standardization strategy. Honolulu: East-West Center
   European Commission (2007), Taking European Knowledge Knowledge Society Seri-
               ously, Report of the Expert Group on Science and Governance to the Science,
               Economy and Society Directorate, Directorate-General for Research, European
               Commission, Bryan Wynne (chairman), EU22700
   European Commission Innovation Union (2011) Effect of the economic crisis on R&D
               investment. European Commission Innovation Union, chapter from ‘Innovation
               Union Competitiveness Report 2011’ http://ec.europa.eu/research/innova-
               tion-union/pdf/competitiveness-report/2011/chapters/part_i_chapter_2.pdf
   European Patent Office (2007), Scenarios for the Future, München, Germany, http://
               www.epo.org/news-issues/issues/scenarios/download.html
   Eurostat (2013), Science, technology and innovation in Europe.
   Feyerabend, P. (2010) Against method, 4e editie.
   Fisher, K. en Fisher, M.D. (1998), Shedding Light on Knowledge Work, The Journal for
               Quality and Participation, Cincinnati, Ohio, juli/augustus 1998
   Foray, D. (2004) The economics of knowledge, MIT Press.
   Freeman, C. en L. Soete (1987), Technical Change and Full Employment, Blackwell,
               Oxford
   Giddens, A. (1990) The Consequences of Modernity, Stanford University Press, Stanford
   Godement, F. en J. Parello-Plesner met A. Richard (2011) The scramble for Europe.
               European Council on Foreign Relations website. Juli 2011. http://www.ecfr.eu/
               page//ECFR37_Scramble_For_Europe_AW_v4.pdf
   Gradus, R.H.J.M., Hospers, G.J. en Varkevisser, M. (1999), Industrie- en dienstenbeleid:
               een nadere verdieping
   Hall, P.A. en Soskice, D. (2001), Varieties of Capitalism
   Hartog, C., J. Hessels, A. van Stel en S. Wennekers, Global Entrepreneurship Monitor
               2010 The Netherlands – the emergency of an entrepreneurial society, Zoeter-
               meer, August 2011
   In ’t Veld, R. (2010), Kennisdemocratie – Opkomend stormtij, Academic Service
   Johnston, D.J. (1998) Lifelong Learning for All, The OECD Observer, oktober/november
               1998, No. 214.
   KNAW (2011), ‘De Nederlandse wetenschapsagenda’, Amsterdam: KNAW.
   KNAW (2013, te verschijnen), ‘Waarde van wetenschap’, Amsterdam: KNAW.
   Leadbeater, C., J. Wilsdon (2010), The Atlas of Ideas: Europe and Asia in the new
               geography of science and innovation. DEMOS. 17 januari 2010
   Masuda, Y. (1980), Information Society: As Post-Industrial Society, World Future Society,
               Bethesda, Maryland, Verenigde Staten
   MITI (2010) White Paper on International Economy and Trade 2010. (Summary,
               provisional translation)
   Mokyr, J. (2002) The Gifts of Athena: Historical Origins of the Knowledge Economy,
               Princeton University Press
   Moretti, E. (2012), The new geography of jobs
47 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>   Mowery, D. en Rosenberg, N. (1998) Paths of innovation – Technological change in 20th
               century America, Cambridge University Press
   Nonaka, I. en Takeuchi, H. (1995) The Knowledge-Creating Company, Oxford University
               Press, New York and Oxford
   NSV, 2013: Naar een evenwichtige kwaliteitsbeoordeling van sociologisch onderzoek
   Popper, K. (2002), De groei van Kennis, Uitgeverij Boom
   R&D Magazine (2010) 2011 R&D Funding Forecast. December 2010 www.rdmag.com
   Roborgh, S. (2012), Geopolitics, Innovation and China – the Strategic Nature of Innova-
               tion, vision paper, HCSS, The Hague
   Rosenberg, N. (1982) Inside the black box, Cambridge University Press
   Sapir, A. (2006), Globalization and reform of European social models
   Schumpeter, J.A. (1911) The theory of economic development
   Schumpeter, J.A. (1942), Capitalism, Socialism and Democracy
   SEC (2011) 1428 final, Commission Staff Working Paper – Executive Summary of the Im-
               pact Assessment, Brussels, 30.11.2011. Volume 1, p.2
   Sociaal-Wetenschappelijke Raad (2006), Naar een effectieve kennissamenleving – De rol
               van de gedrags- en maatschappijwetenschappen in de opmaat naar morgen,
               KNAW, Amsterdam
   Streeck, W. (2010) E Pluribus Unum? Varieties and Commonalities of Capitalism
   Streeck, W. (2011), Skills and Politics – General and Specific, Max-Planck-Institute für
               Gesellschaftsforschung, Discussion Paper 11/1
   Surowiecki, J. (2004) Why the Many Are Smarter Then the Few and How Collective Wis-
               dom is Shaping Business, Economics, Societies and Nations, Doubleday
   Teichler, U. (1999), Research on the Relationships between Higher Education and the
               World of Work: Past Achievements, Problems and New Challenges, Higher Ed-
               ucation, 38(2), 169-190
   The Economist Intelligence Unit (2007) Sharing the idea – The emergence of global in-
               novation networks. Economist Intelligence Unit, http://www.eiu.com/site_info.
               asp?info_name=eiu_IRA_Sharing_the_idea&rf=0
   Thelen, K. (2009), Institutional Change in Advanced Political Economies, British Journal
               of Industrial Relations
   The Royal Society (2011), Knowledge, Networks and Nations, Global Scientific Collabo-
               ration in the 21st Century, March 2011, London
   The Royal Society (2012), Science as an open enterprise, June 2012,
   Tuomi, I. (2005), The Future of Learning in the Knowledge Society: Disruptive Changes
               for Europe by 2010
   UN (2005), Understanding Knowledge Societies – In Twenty questions and answers with
               the Index of Knowledge Societies – Development of Economic and Social Af-
               fairs, United Nations, New York, 2005.
   Von Hippel, E. (2005) Democratizing innovation, MIT Press
   Von Hippel, E. (2006), Democratizing innovation <<zie http://web.mit.edu/evhippel/
               www/books.htm>>
48 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>   Webbink, D. en L. Borghans (2012), Canon deel 1: onderwijseconomie, jaargang 97,
               editie 4628
   Wilsdon, J. ‘At last, real creative spark, Times Higher Education Supplement, 27 March
               2008
   Wilsdon, J., B. Wynne, and J. Stilgoe (2005), The Public value of Science – Or how to en-
               sure that science really matters, Demos, London
   World Economic Forum (2013), The Global Competitiveness Report 2012-2013, Full
               Data Edition, K. Schwab, http://reports.weforum.org/global-competitiveness-re-
               port-2012-2013/#=
   WRR (2008) Innovatie vernieuwd – Opening in viervoud, Amsterdam University Press
49 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>50 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>b1               Essaywedstrijd - Overzicht van
                 de inzendingen
    Matthieu Besemer                           The knowledge society
    Hans Dagevos, Volkert Beekman*             Kennissamenleving als pleonasme: naar
                                               mobilisatie van sociale intelligentie
    Peter Hoogeweg en Ester van der Sterre 		
    Anouk van Kampen en Jan Truijens Martinez* Woorden die ik niet begrijp
    Wasima Khan* 	The cultivation of intergenerational
                                               know-how
    Frank van Kesteren*                        The ICT-based convenience society
    Frits Prakke*                              Onze kennis op de Olympus
    René Slabbekoorn*	Appels van oranje. Groeien, snoeien en
                                               bloeien.
    Marc Steen* 	Doelgericht samenwerken aan het op-
                                               lossen van maatschappelijke problemen
                                               en vergroten van welzijn
    Marij Veldman	Onderwijs als fundament van de
                                               kennissamenleving
    Tobias Vermeer                             What does the society of knowledge
    Peter van der Wel                           Het einde van de kenniseconomie
    Peter van der Wel en Agaath Sluijter        Het belang van sociale uitvindingen
    * gepubliceerd, zie www.awt.nl
 51 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>52 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>b2              Deelnemerslijst workshop
                Kennissamenleving
   Alexander van den Anker AWT
   Janneke Boerman		       Mijn Eigen Jurist
   Pieter van Boheemen		   Amplino / Bits ‘n Bases / Waag Society
   Carolina Castaldi			    TU Eindhoven, Industrial Engineering & Innovation Sciences
   Dorette Corbey			       AWT
   Hans Dagevos			         Landbouw Economisch Instituut (LEI)
   Paul Diederen			        AWT
   Adrian de Groot Ruiz		  Sociaal entrepreneur / promovendus UvA
   Joop Hazenberg			       Change Generation / Prospect
   Edgar van Leest			      Sectormanager strategie, Brainport
   Jerom Maas			           Stagiair AWT
   Frits Prakke				        Lector Hogeschool Saxion
   Sophie Roborgh    		    AWT
   Josephine Scholten		    VSNU
   Mark Steen				          TNO
   Tamar de Waal			        Filosofe en jurist, promovenda
53 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>54 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>b3                Serie uitgebrachte adviezen
                  van de AWT
    82	Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen. Oktober 2013 ISBN
           9789077005637. Verkoopprijs 12,50
    81     Kiezen voor kenniswerkers. Vaardigheden op de arbeidsmarkt voor kenniswerkers.
           Augustus 2013. ISBN 9789077005620. Verkoopprijs 12,50
    80	Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur. Strategisch investeren in grootschalige on-
           derzoeksfaciliteiten. April 2013. ISBN: 9789077005613. Verkoopprijs € 12,50.
    79	Diensten Waarderen.
           December 2012. ISBN 9789077005606. Verkoopprijs € 12,50.
    78	De Chinese handschoen. Hoe Chinese en Nederlandse kennis elkaar
           kunnen versterken. Februari 2012. ISBN 978 90 77005 58 3. Verkoopprijs € 12,50.
    77	Scherp aan de wind! Strategie voor Nederlandse (top)sectoren.
           Augustus 2011. ISBN 978 90 77005 77 4. Verkoopprijs € 15,00.
    76	Kapitale kansen. Slim geld voor ambitieuze ondernemers.
           Februari 2011. ISBN 978 90 77005 52 1. Verkoopprijs € 15,00.
    75	Kennis plaatsen. Onderzoeksinstituten in een veranderende omgeving.
           Januari 2010. ISBN 978 90 77005 49 1. Verkoopprijs € 10,00.
    74	Kennis zonder grenzen. Kennis en innovatie in mondiaal perspectief.
           Januari 2010. ISBN 978 90 77005 48 4. Verkoopprijs € 15,00.
    73	Meer laten gebeuren. Innovatiebeleid voor de publieke sector.
           Maart 2008. ISBN 978 90 77005 43 9. Verkoopprijs € 15,00.
    72	Weloverwogen impulsen. Strategisch investeren in zwaartepunten.
           November 2007. ISBN 978 90 77005 42 2. € 15,00.
    71	Balanceren met beleid. Wetenschaps- en Innovatiebeleid op hoofdlijnen.
           Maart 2007. ISBN 978 90 77005 39 2. € 12,50.
    70	Alfa en Gamma stralen. Valorisatiebeleid voor de Alfa- en Gammawetenschappen.
           Maart 2007. ISBN 978 90 77005 38 5. € 12,50.
    69	Bieden en binden. Internationalisering van R&D als beleidsuitdaging.
           December 2006. ISBN 90 77005 37 4. € 12,50.
    68	Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie.
           Juni 2006. ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
    67	Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
           Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
    66	Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
           September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
    65	Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
           hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
    64	Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB.
           Juli 2005. ISBN 90 77005 29 3. € 12,50.
 55 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>   63	Kennis voor beleid - beleid voor kennis.
          Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5. € 12,50.
   62	De waarde van weten. De economische betekenis van universitair onderzoek.
          April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
   61	Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
          Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60	Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als
          concurrentiefactor voor Nederlandse bedrijven.
          December 2004. ISBN 90 77005 25 0. € 12,50.
   59	Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid.
          Juni 2004. ISBN 90 77005 24 2. € 12,50.
   58	De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellingen.
          April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57	Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
          de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid.
          Januari 2004. ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56	Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
          November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55	Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid.
          Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54	1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek.
          September 2003. ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53	Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid.
          Juli 2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52	Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00.
   51	Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek.
          Juni 2003. ISBN 90 77005 15 3. € 9,00.
   50	Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke
          kennisinstelllingen en de Nederlandse kennissamenleving.
          Januari 2003. ISBN 90 77005 14 5. € 5,00.
   49	Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie ‘3% BBP voor O&O’.
          Juli 2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08.
   48	KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid.
          Juli 2002. ISBN 90 77005 10 2. € 12,50.
   47	Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen.
          Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34.
   46	Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
          Juni 2001.ISBN 90 77005 03 X. € 9,08.
   45	Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
          Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34.
   44	Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08.
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
56 Going Dutch
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>57 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>58 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>59 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>60 Going Dutch</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>