<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Maatwerk in
onderzoeksinfrastructuur

Strategisch investeren in grootschalige
onderzoeksfaciliteiten

Adviesraad voor het
a W t Wetenschaps- en Technologiebeleid

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) brengt gevraagd en ongevraagd advies
uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn strategisch van aard en gaan over de
hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en innovatiebeleid. De leden van de AWT zijn afkomstig uit
kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De raad staat onder voorzitterschap van Uri Rosenthal. De AWT
doet zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis, wetenschap en innovatie voor economie
en samenleving groot is en in de toekomst nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
prof.dr. U. Rosenthal (voorzitter)
prof.dr.ing. D.H.A. Blank
mw. ing. T.E. Bodewes
mw. prof. dr. V.A. Frissen
prof.dr. E.C. Klasen
prof.dr. E. Meijer
P. Morley MSc.
dr.ir. A.J.H.M. Peels
prof.dr.ir. M.F.H. Schuurmans
prof.dr. L.L.G. Soete
mw. dr. D.J.M Corbey (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd in Den Haag:
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
T   070-3110920
E   secretariaat@awt.nl
W www.awt.nl
ISBN: 9789077005613
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>80
   Maatwerk in
   onderzoeksinfrastructuur
   Strategisch investeren in grootschalige
   onderzoeksfaciliteiten
   april 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Vormgeving:        Junior beeldvorming - Zoetermeer
  Druk:              Quantes - Rijswijk
  April 2013
  ISBN               9789077005613
  Verkoopprijs       € 12,50
  Auteursrecht
  Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen
  van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Samenvatting                                                   5
  1.    Inleiding                                                7
  2.    Bepalende ontwikkelingen                                13
  3.    Bevindingen en conclusies                               19
  4.    Aanbevelingen                                           23
  Bijlage 1: Adviesvraag Grote Onderzoeksinfrastructuur         33
  Bijlage 2: Criteria voor opname op roadmaps: twee voorbeelden 37
  Bijlage 3: Groot in Nederland                                 43
  Bijlage 4: Deelnemers workshop                                47
  Bijlage 5: Geïnterviewden                                     49
  Bijlage 6: Literatuur                                         51
  Series uitgebrachte adviezen van AWT                          55
3 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>4 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                 Samenvatting
  Dit advies gaat over de vraag welke strategie Nederland het best kan volgen ten aanzien
  van investeringen in en gebruik van grootschalige onderzoeksfaciliteiten. De ministers
  van OCW en van EZ stellen deze vraag tegen de achtergrond van het streven naar meer
  profilering van Nederlandse kennisinstellingen, de ontwikkeling van het topsectorenbe-
  leid, de ontwikkelingen in het Europese onderzoeksbeleid, en de impulsen vanuit Europa
  in de richting van regionale specialisatie.
  Het doel van dit advies is de rijksoverheid te helpen publieke middelen te investeren van-
  uit een strategische visie op wat Nederland nodig heeft. De relevante publieke middelen
  zijn niet alleen de gelden die NWO aan grote onderzoeksfaciliteiten besteedt, maar ook
  de budgetten die universiteiten, publieke onderzoeksinstituten en de diverse rijks-
  departementen en andere overheden hiervoor bestemmen. De strategische visie waaraan
  behoefte is, is een visie op de positie en ontwikkeling van het Nederlandse onderzoek in
  een Europees en mondiaal kader. Het is een visie die aansluit op het profiel van kennis-
  instellingen, de ambities van topsectoren en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen.
  Binnen deze visie bestaat niet alleen aandacht voor het wetenschappelijk belang van
  onderzoeksfaciliteiten, maar ook voor het economisch en maatschappelijk belang en
  voor doelmatigheid en continuïteit.
  Om de ontwikkeling van een strategisch kader structureel te beleggen, beveelt de AWT
  de ministers van OCW en EZ aan om een permanente en onafhankelijke Commissie
  Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten in het leven te roepen. Deze commissie krijgt tot
  taak de veelal bottom-up gedreven investeringsprocessen te overzien en strategisch te
  coördineren. Daartoe dient zij te waarborgen dat men bij beslissingen over investeringen
  in grote onderzoeksfaciliteiten de selectiecriteria op een evenwichtige manier gebruikt
  en een brede blik hanteert. Concreet pleit de AWT ervoor om de blik in vijf richtingen te
  verruimen en meer te kijken:
  s in de breedte: naar het Europese en mondiale speelveld, naar mogelijke publieke en
     private partners;
  s in de verte: naar de hele levenscyclus van infrastructuur en de bijbehorende kosten;
  s in de hoogte: naar wat gegeven de doelstellingen adequate kwaliteit van
     infrastructuur is;
  s in de diepte: naar de mogelijkheden voor publiek-publieke en publiek-private
     samenwerking in de ontwikkeling en het gebruik van infrastructuur;
  s in de spiegel: naar hoe infrastructuur past in de bredere profilerings- en ontwikkel-
     strategie van kennisinstellingen en regio’s.
5 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>  Om te bevorderen dat men bij de evaluatie van investeringsopties een ruimere blik
  hanteert, beveelt de AWT een gefaseerd selectieproces aan, waarbij in de diverse fasen
  uiteenlopende expertises (met betrekking tot wetenschap, innovatie en business)
  betrokken worden. Ten slotte raadt de AWT de ministers aan om de randvoorwaarden
  te scheppen die een Commissie Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten nodig heeft om
  goed te kunnen functioneren. De in Nederland beschikbare grote onderzoeksinfrastructuur
  moet in kaart worden gebracht, de kennisinstellingen en de topsectoren moeten
  expliciteren wat hun strategie betekent voor hun behoeften aan grootschalige onder-
  zoeksfaciliteiten, en het functioneren van faciliteiten moet gemonitord en geëvalueerd
  worden.
6 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                      Wie in de wereld voorop wil lopen,
                                                      moet om te beginnen de juiste schoenen kopen.
    Onderzoeksfaciliteiten zijn
                               1                      Inleiding
                                  Voor succes in onderzoek is toegang tot hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten essentieel.
     belangrijk voor onderzoek,   De beschikbaarheid van uitstekende faciliteiten is van groot belang voor het vermogen
        onderwijs en innovatie    van een onderzoeksgemeenschap om de beste onderzoekers aan te trekken. Ook gaat
                                  van goede onderzoeksfaciliteiten een krachtige stimulans uit op zowel wetenschappelijk
                                  onderwijs als locale bedrijvigheid.
                        Daarom:   Daarom is het belangrijk weloverwogen in onderzoeksfaciliteiten te investeren. In tijden
   weloverwogen investeren ...    van stijgende behoeften en steeds krappere budgetten is dit een grote uitdaging.
                                  Enerzijds is er een toenemende behoefte aan ‘kleine infrastructuur’ (vooral computers,
                                  software en laboratoriumuitrusting), waarin decentraal door kennisinstellingen zelf
                                  wordt voorzien. Anderzijds stijgt de behoefte aan grote infrastructurele voorzieningen
                                  en aan digitale netwerken om gedistribueerde voorzieningen met elkaar te verknopen.
                                  Over deze grote faciliteiten gaat dit advies.1
               ... vanuit diverse De Nederlandse overheid investeert in grote faciliteiten voor wetenschappelijk onder-
              publieke fondsen    zoek via NWO, dat daar jaarlijks een bedrag van ongeveer veertig miljoen euro voor op
                                  de begroting heeft staan. Dit bedrag wordt periodiek via een call for proposals over
                                  verschillende bestemmingen verdeeld. De beoordeling van de ingediende aanvragen
                                  wordt door een tijdelijke commissie van deskundigen gedaan. Daarnaast investeren al-
                                  lerlei andere publieke en private partijen in deze faciliteiten. Instituten als TNO, DLO en
                                  de GTI’s investeren voornamelijk uit eigen of zelf aangetrokken middelen. In het verleden
                                  zijn ook vrij veel FES-middelen gebruikt voor investeringen in grootschalige faciliteiten.
                                  Doel van dit advies is om suggesties aan te dragen om dit investeringsproces ingrijpend
                                  te verbeteren. Daarbij gaat het om zaken als wie in het proces betrokken wordt, met
                                  welk doel, op welk moment, met welke informatie en binnen welke randvoorwaarden.
                                  Het betreft ook de vraag op welke wijze men in het investeringsselectieproces met de
                                  diverse selectiecriteria zou moeten omgaan.
                                  Adviesvraag
                                  De ministeries van OCW en EZ hebben de AWT gevraagd om zich te buigen over de
                                  vraag hoe Nederland het best om kan gaan met de behoefte aan grootschalige
                                  onderzoeksfaciliteiten. Kort samengevat, luidt de adviesvraag:
Hoe strategisch te investeren in  Welke strategie kan Nederland het best volgen ten aanzien van investeringen in en
  grote onderzoeksfaciliteiten?   gebruik van grote onderzoeksinfrastructuur, zowel op nationaal als op Europees en
                                  mondiaal niveau?
                                  1
                                     In dit advies gebruiken we de termen (grote dan wel grootschalige) onderzoeksinfrastructuur en onderzoeksfaciliteiten
                                     als synoniemen.
                                7 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                De ministeries vragen de AWT uitdrukkelijk om deze thematiek te beschouwen in het
                                licht van: i) het streven naar meer profilering van Nederlandse kennisinstellingen, ii) de
                                ontwikkeling van het topsectorenbeleid, iii) de impuls vanuit Europa om te komen tot
                                regionale specialisatie (smart specialisation), en iv) de ontwikkelingen in het Europese
                                onderzoeksbeleid, met name Horizon 2020 en de identificatie daarbinnen van
                                maatschappelijke uitdagingen.2
                                De focus van dit advies
                                Waar het gaat om het voorzien in grote onderzoeksinfrastructuur komen twee complexe
                                opgaven samen. Enerzijds gaat het om investeren en anderzijds om coördineren of zelfs
                                integreren.
     Het gaat om investeren ... Het voorzien in grote onderzoeksinfrastructuur vraagt om beslissingen omtrent omvang-
                                rijke investeringen. Een belangrijk kenmerk van dit soort investeringsbeslissingen is de
                                noodzaak om geheel verschillende investeringsopties tegen elkaar af te wegen.
                                Hoe weeg je een investering in een radiotelescoop of een nanolaboratorium af tegen
                                een investering in een database of een synchrotron? Dat kan alleen door te kijken in
                                hoeverre de verschillende investeringsopties voldoen aan bepaalde criteria. Hiervan kan
                                een lange lijst worden opgesteld (en dat is dan ook gebeurd in allerlei landen die voor
                                dit soort investeringen roadmaps opstellen).3
... maar ook om coördineren ... Het voorzien in grote onderzoeksinfrastructuur vraagt daarnaast om coördinatie.
                                Daarbij kan het gaan om coördinatie in eigen land, bijvoorbeeld om verspreide voor-
                                zieningen aan elkaar te verbinden en met elkaar te laten communiceren, of om
                                onderzoekers uit verschillende instellingen toegang te verschaffen tot elkaars faciliteiten.
                                Het kan ook gaan om coördinatie over de grenzen heen, om aan te haken bij buiten-
                                landse voorzieningen of om buitenlandse onderzoekers toegang te verlenen tot
                                Nederlandse infrastructuur. Het kan verder gaan om coördinatie van de verschillende
                                geldstromen voor de bouw van faciliteiten. Ten slotte kan het gaan om het coördineren
                                van de samenwerking tussen publieke en private partijen om gezamenlijk infrastructuur
                                te ontwikkelen, bouwen, financieren, beheren en gebruiken. Coördinatie van initiatieven
      ... en soms om integreren en financieringsstromen kan soms aanleiding geven tot integratie, tot het samenbrengen
                                van plannen en middelen.
                                Grote investeringsopgaven gaan meestal gepaard met grote coördinatievraagstukken.
                                Een grote investering in onderzoeksinfrastructuur kan vragen om lange termijn commit-
                                ments van ontwikkelaars, exploitanten en beheerders, diverse soorten gebruikers en
                                diverse groepen financiers. Omgekeerd vereisen grote coördinatieopgaven niet altijd
                                grote investeringen. Soms kunnen bezettingsgraad en rendement van infrastructurele
                                2
                                   De volledige adviesaanvraag is opgenomen bij dit document als bijlage 1.
                                3
                                   Zie bijlage 2 voor de criteria die in Nederland en in Duitsland worden gehanteerd voor het samenstellen van de roadmap.
                              8 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                    voorzieningen zonder veel extra kosten vergroot worden door een betere afstemming in
                                    een netwerk, door harmonisatie van standaarden en interfaces, of door meer publieke
                                    dan wel private partners bij de exploitatie te betrekken.
                                    De afbakening van dit advies
    Dit advies gaat over grote      Dit advies gaat over de strategie die Nederland zou moeten volgen waar het gaat om
          publieke faciliteiten ... onderzoeksinfrastructuur die omvangrijke investeringen vereist. Het gaat om de infra-
                                    structuur die de draagkracht van individuele kennisinstellingen te boven gaat en daarom
                                    mede bekostigd wordt uit nationale middelen. We gaan voorbij aan de problematiek
                                    van het coördineren van kleinere infrastructurele investeringen die decentraal door
                                    kennisinstellingen met eigen middelen gepleegd worden.4
     ... voor wetenschappelijk,     In dit advies gaat het om grote faciliteiten die bekostigd worden uit publieke middelen
     beleidsondersteunend en        en daarom in beginsel bedoeld zijn voor niet-commercieel onderzoek. De overheid
    precompetitief onderzoek        financiert immers grote onderzoeksinfrastructuur omwille van verschillende doelen, te
                                    weten wetenschappelijke vooruitgang, ondersteuning van het beleid en het functione-
                                    ren van de publieke sector, en precompetitief toepassingsgericht onderzoek. Faciliteiten
                                    gericht op wetenschappelijke vooruitgang komen veelal terecht bij universiteiten of
                                    para-universitaire instituten.5 Infrastructuur die voor beleidsondersteuning wordt ingezet,
                                    is bijvoorbeeld te vinden bij het RIVM of het CBS, maar ook bij TNO. Faciliteiten voor
                                    precompetitief toepassingsgericht onderzoek staan onder andere bij de TNO, DLO en
                                    de GTI’s.
De digitale basisinfrastructuur     We gaan in dit advies voorbij aan de investeringen die vereist zijn voor het onderhoud
    blijft buiten beschouwing       en de verdere ontwikkeling van de generieke digitale onderzoeksinfrastructuur in Neder-
                                    land. Dit is het systeem van computers en verbindingen die gebruikt worden voor uitwis-
                                    seling, analyse en opslag van data dat nu bij SURF is ondergebracht. Deze infrastructuur
                                    is een basisvoorziening voor een breed spectrum aan onderzoeksactiviteiten en dient
                                    van een hoog kwaliteitsniveau te zijn. Hoe hoog dit niveau precies moet zijn en hoe het
                                    zich in de loop van de tijd moet ontwikkelen, zijn complexe vraagstukken, die buiten de
                                    afbakening van dit advies vallen. Hier beperken we ons tot de signalering dat er op dit
                                    terrein sprake is van een structureel financieringstekort.6 Ook de toegankelijkheid van
                                    de digitale basisinfrastructuur, de wijze van financiering en de vraag hoe om te gaan
                                    met big data, vallen buiten het bestek van dit advies. We concentreren ons hier op de
                                    investeringen in infrastructuur voor specifieke, meer disciplinegebonden doelstellingen.
                                    4
                                       Zonder coördinatie kunnen concurrerende onderzoeksinstellingen geneigd zijn elk in apparatuur te investeren waarvan de capaci-
                                       teit de eigen behoeften te boven gaat. Dan worden teveel apparaten aangeschaft en wordt elk apparaat onderbenut. De vraag of
                                       coördinatie vanuit de overheid gewenst is om de doelmatigheid van de investeringen door de kennisinstellingen zelf te vergroten,
                                       is geen onderdeel van dit advies.
                                    5
                                       Para-universitaire instituten zijn instituten die rechtstreeks onder de KNAW of onder NWO vallen. Met name de NWO-instituten
                                       zijn in het verleden opgericht rond grootschalige onderzoeksfaciliteiten.
                                    6
                                       Het rapport ICT-regie (2009) geeft een analyse van de behoeften vanuit het onderzoek aan een digitale basisinfrastructuur en
                                       schat de jaarlijkse behoefte aan middelen hiervoor op zo’n 63 miljoen euro. Door de ambities terug te brengen, is deze behoefte
                                       sindsdien gereduceerd tot 37 miljoen euro. De dekking hiervoor is voor de komende jaren niet geregeld: er is een structureel te-
                                       kort van 8 tot 10 miljoen euro per jaar (SURF, 2012).
                                 9  Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>          Het advies reikt verder dan  Dit advies beperkt zich niet tot de investeringen die in het kader van de tenuitvoerleg-
               de nationale roadmap    ging van de nationale roadmap gedaan worden met NWO-middelen. De AWT meent
                                       dat Nederland behoefte heeft aan een integrale strategie die betrekking heeft op alle
                                       investeringen in grote onderzoeksfaciliteiten binnen de publieke kennisinfrastructuur en
                                       op alle budgetten die hiervoor ter beschikking staan.
                                       Waarover hebben we het concreet?
                                       Het is niet eenvoudig te omschrijven wat grootschalige onderzoeksfaciliteiten precies zijn
                                       en te meten hoeveel we daarvan in Nederland hebben. Tot de grootschalige onder-
                                       zoeksfaciliteiten worden niet alleen kostbare laboratoria en apparaten gerekend, maar
                                       ook omvangrijke databanken en onderzoekscollecties. Sommige typen faciliteiten bevinden
                                       zich op één plaats (single sited facilities), terwijl andere verdeeld zijn over verschillende
                                       plekken (distributed facilities) of een immaterieel karakter hebben (virtual facilities).
                                       Onderdelen van gedistribueerde en virtuele faciliteiten zijn met elkaar verbonden via
                                       communicatienetwerken en kunnen zich in verschillende landen bevinden.
        Het gaat over faciliteiten van De praktische begripsomschrijving van een grote faciliteit die de raad hanteert, is een
        meer dan 5 à 10 miljoen euro   faciliteit die voor een individuele kennisinstelling te kostbaar is om alleen te financieren.7
                                       Dit is geen exacte definitie, al is het maar omdat instellingen van elkaar verschillen in
                                       draagkracht en beleid, en omdat sommige grote faciliteiten ook over een reeks van jaren
                                       in kleine stappen kunnen worden opgebouwd (denk bijvoorbeeld aan een dataverzameling
                                       of aan een clean room die stap voor stap met apparaten wordt gevuld). In termen van
                                       ordes van grootte gaat het in dit advies om faciliteiten met een waarde van meer dan
                                       vijf à tien miljoen euro.8
 Hoeveel publieke middelen jaarlijks   Het Rathenau Instituut schatte in 2008 dat Nederland over een publieke kapitaalvoorraad
in grote onderzoeksfaciliteiten gaan,  aan grote onderzoeksinfrastructuur met een vervangingswaarde van rond 3,5 miljard euro
                         is onbekend   beschikt. Een gemiddelde afschrijvingstermijn is vanwege de grote diversiteit van voor-
                                       zieningen niet goed in te schatten. Neem desondanks – alleen om enig beeld van de
                                       omvang van relevante bedragen te krijgen – een conservatieve schatting van twintig
                                       jaar. Een afschrijving van vijf procent per jaar impliceert een behoefte van 175 miljoen
                                       aan investeringsmiddelen per jaar om de voorraad aan voorzieningen niet te laten
                                       slinken.9 NWO heeft per jaar 40 miljoen euro ter beschikking. Uit het feit dat er geen
                                       aanwijzingen zijn dat de beschikbaarheid van onderzoeksfaciliteiten in Nederland sterk
                                       terugloopt, kan men concluderen dat er naast NWO andere financiers zijn die aanzien-
                                       lijke bedragen aan grote infrastructuur spenderen.10 Van de betreffende bedragen
                                       7
                                          Hiermee sluit de raad aan op de definitie die ook het rapport Nijkamp (2005) hanteert en die wordt overgenomen in Rathenau
                                          (2008).
                                       8
                                          In Rathenau (2008) wordt een definitie van grote infrastructuur geoperationaliseerd en wordt een beeld gegeven van de in Neder-
                                          land op dat moment beschikbare faciliteiten: zie bijlage 3.
                                       9
                                          Ter vergelijking, het rapport Nijkamp (2005) schatte dat er jaarlijkse 100 miljoen euro nodig was om aan de behoeften aan groot-
                                          schalige onderzoeksfaciliteiten voor wetenschappelijke doeleinden te voldoen. Deze schatting hield geen rekening met de behoef-
                                          ten aan voorzieningen voor toegepast en beleidsondersteunend onderzoek.
                                       10
                                          Ook een blik op de tabel in bijlage 3 leert dat er een heleboel grote publieke onderzoeksfaciliteiten in Nederland staan die niet ge-
                                          financierd worden uit middelen die via NWO lopen.
                                    10 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>   bestaat geen overzicht, maar samen moeten ze de middelen van NWO ruim overtreffen.
   Publieke financieringsbronnen naast NWO zijn de eigen middelen van universiteiten en
   van para-universitaire instituten, van Universitaire Medische Centra (UMC’s) en van
   publieke instituten voor toegepast onderzoek, van vakdepartementen, regionale overheden
   en gemeentes, en van de Europese Unie.11
   Werkwijze
   De AWT beantwoordt de vraag van de ministeries op basis van een analyse van de
   Nederlandse praktijk en een vergelijking met de gang van zaken in een reeks van andere
   landen. Hiertoe hebben we relevante documenten bestudeerd en interviews met
   deskundigen gehouden. Technopolis heeft voor de AWT de praktijk in een aantal andere
   landen in kaart gebracht. De omkaderde teksten met informatie over de gang van zaken in
   de Verenigde Staten, Canada en Australië zijn op het rapport van Technopolis gebaseerd.12
   We hebben onze belangrijkste bevindingen en onze aanbevelingen tijdens een work-
   shop voorgelegd aan experts met een achtergrond in de wetenschap, het bedrijfsleven
   en de overheid.
   11
      Bij Europese middelen voor nieuwe onderzoeksfaciliteiten ging het tot op heden om beperkte bedragen uit FP7 (onderdeel Capa-
      cities) en de structuurfondsen (EFRO). Vooralsnog zijn EU-middelen niet zozeer bestemd voor de financiering van nieuwe onder-
      zoeksinfrastructuur, als wel voor het koppelen en het gezamenlijk gebruik van grote onderzoeksfaciliteiten uit verschillende lan-
      den. Het financieren van constructie en exploitatie van grote onderzoeksfaciliteiten staat binnen de EU wel ter discussie. Verder
      stimuleert de EU de ontwikkeling van European Research Infrastructure Consortia (ERIC’s), waarvoor een specifiek juridisch raam-
      werk tot stand is gebracht. Zie ec.europa.eu/research/infrastructures voor meer informatie.
   12
      Zie Technopolis (2013), Zuijdam, F., Nooijen, A., Rijnders-Nagle, M., ‘Vergelijkende studie naar het beleid ten aanzien van grote
      onderzoeksfaciliteiten’, beschikbaar op de website van de AWT.
11 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>12 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                 2                    Bepalende ontwikkelingen
                                    Dat de ministeries de AWT vragen om het investeren in grootschalige onderzoeksinfra-
                                    structuur opnieuw tegen het licht te houden, komt niet als een verrassing. Sinds de
                                    vorige keer dat de AWT zich hierover heeft gebogen, is er veel veranderd.13 Er zijn
                                    ontwikkelingen op gang gekomen die nopen tot een bijstelling van het investerings-
                                    proces. Hieronder zetten we een aantal relevante trends op een rij.
                                    Voortgaande mondialisering
                                    Een eerste belangrijke ontwikkeling die aanleiding geeft om de procedures bij het
                                    investeren in onderzoeksinfrastructuur opnieuw tegen het licht te houden, is de voort-
       Internationalisering van     gaande internationalisering van de wetenschap. Onderzoeksgroepen over de hele wereld
                 de wetenschap ...  werken steeds meer in netwerkverbanden en onderzoekers zijn steeds meer internationaal
                                    mobiel. Dit heeft zowel de grensoverschrijdende samenwerking als de internationale
                                    concurrentie geïntensiveerd. Steeds meer onderzoeksstelsels, waaronder niet alleen die
                                    van de continentale Europese landen, maar ook die van landen als Japan, Zuid-Korea,
                                    China en India, integreren binnen het dominante Angelsaksische onderzoekssysteem.
           ... leidt tot koppeling  De intensivering van internationale samenwerking in de wetenschap heeft tot gevolg
                   van faciliteiten dat onderzoeksfaciliteiten steeds meer met elkaar verbonden worden. Dat gebeurt bij-
                                    voorbeeld met biobanken in verschillende Europese landen en daarbuiten. Door dit soort
                                    koppelingen ontstaan wereldwijd gedistribueerde faciliteiten. Het aaneenschakelen van
                                    onderzoeksfaciliteiten is vaak een kapitaal- en arbeidsintensief proces, omdat het
                                    verbinden harmonisatie noodzakelijk maakt. Er moeten standaarden, interfaces en
                                    communicatieprotocollen ontwikkeld worden en er moeten procedures geïmplementeerd
                                    worden die de toegang tot faciliteiten regelen.
    Internationaal speelveld in     Meer concurrentie heeft tot gevolg dat onderzoeksgroepen – en daarmee kennisinstel-
onderzoek noopt tot profilering     lingen – zich steeds meer moeten onderscheiden op een internationaal speelveld.
                                    Ze worden uitgedaagd zich te profileren. Geleidelijk komt zo in de kennisontwikkeling
                                    een nationale profilering in een internationale context tot stand. Een consequentie daar-
                                    van is dat het van belang is bij investeringsbeslissingen beter dan in het verleden te kijken
                                    hoe een voorgestelde investering aansluit bij het voorgenomen profiel. Hoe past een
                                    bepaalde onderzoeksfaciliteit in de profileringsstrategie van betreffende kennisinstellingen,
                                    maar ook in de kennis- en innovatiestrategie van Nederland als geheel (en dan gaat het
                                    bijvoorbeeld om aansluitingen bij bepaalde topsectoren of bij maatschappelijke uitdagingen)?
                                    Naarmate het internationale speelveld groter is en er meer partijen in het veld staan, is
                                    13
                                       Zie AWT (1992) en AWT (2000).
                                 13 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>  Goede faciliteiten werken als een  een duidelijkere, meer integrale profilering noodzakelijk. Hierin spelen hoogwaardige
  magneet op goede onderzoekers      onderzoeksfaciliteiten een belangrijke rol. Deze werken als een magneet op toponder-
                                     zoekers en kunnen grote uitstralingseffecten hebben in termen van innovatieve econo-
                                     mische bedrijvigheid en spinoffs.14
                                     In dit kader is het niet alleen belangrijk te kijken naar wat het rendement is van het
    Onderzoeksfaciliteiten hebben    hebben en onderhouden van specifieke onderzoeksinfrastructuur, maar ook naar wat de
     regionale uitstralingseffecten  ontwikkeling en de bouw ervan betekent voor de betrokken kennisinstellingen, bedrijven
                                     en regio. Het ontwikkelen van infrastructuur kan een stimulans zijn voor het bedrijfsleven
                                     in kwestie om breder inzetbare expertise te ontwikkelen en om te innoveren. Van de
                                     beschikbaarheid van onderzoeksfaciliteiten en bijbehorende onderzoekscapaciteit kan
                                     een positieve invloed uitgaan op het regionale investeringsklimaat.
Internationalisering stelt de vraag: Een andere consequentie van de internationalisering van de wetenschap is dat het
   zelf investeren of samenwerken    belangrijk is bij investeringsbeslissingen uitdrukkelijker dan in het verleden te kijken naar
                                     wat er elders in Europa en de rest van de wereld gebeurt. De meeste grote infrastructuren
                                     zijn niet uniek. Op andere plaatsen in de wereld bestaan reeds vergelijkbare voorzieningen,
                                     al dan niet van een eerdere generatie, of worden vergelijkbare voorzieningen gepland.
                                     Indien het primaire doel van deze voorzieningen ligt in het genereren van specifieke
                                     wetenschappelijke doorbraken (en gerelateerde innovatieve toepassingen), dan heeft
                                     een dergelijk investeringsproces het karakter van een race: er kan maar één de winnaar
                                     zijn. Het verwachte rendement op de investering is in dat geval sterk afhankelijk van
                                     hoeveel concurrenten er in de race zijn en wat hun kwaliteit is. Het is niet verstandig
                                     individueel deel te nemen in een race met veel concurrenten. Beter is het dan om samen-
                                     werking te zoeken. Vaak hebben voorzieningen daarentegen een meer generiek
                                     karakter en kunnen ze in diverse soorten onderzoek gebruikt worden. In dat geval kan
                                     het verstandig zijn te investeren in eigen apparatuur.
                                     Vaak is wetenschappelijk vooruitkomen niet afhankelijk van het beschikken over de aller-
                                     nieuwste generatie infrastructuur. Van sommige voorzieningen volgen nieuwe versies,
                                     met een toename in capaciteit, snelheid of nauwkeurigheid, elkaar in snel tempo op.15
    Belangrijker dan het technisch   Nieuwer is niet altijd beter – het gaat erom te investeren in faciliteiten die fit for purpose
  hoogst haalbare is fit for purpose zijn. Omwille van een doelmatige besteding van middelen is het belangrijk te specificeren
                                     waarvoor een voorziening gebruikt gaat worden en welk niveau van kwaliteit en flexibi-
                                     liteit dan aan de behoeften tegemoet komt. Wanneer technologische ontwikkeling in
                                     faciliteiten erg snel gaat en desondanks toegang tot de nieuwste generatie apparatuur
                                     noodzakelijk is, is dit een extra argument om goed te kijken naar mogelijkheden om bij
                                     mondiale koplopers aan te sluiten en samen met hen te investeren.
                                     14
                                        Zie bijvoorbeeld Technopolis (2011).
                                     15
                                        Bij wijze van voorbeeld kunnen supercomputers genoemd worden, naast apparatuur voor DNA sequencing en
                                        NMR spectrometers.
                                  14 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>ESFRI kan helpen om tot profilering  Binnen Europa is de ESFRI-roadmap een instrument dat tot doel heeft het coördineren
          en positionering te komen  van investeringen in grote onderzoeksfaciliteiten te faciliteren. De ESFRI-lijst draagt bij
                                     aan de inzichtelijkheid van de plannen binnen verschillende Europese landen en vormt
                                     een eerste stap om tot afstemming te komen. Het proces waarlangs de lijst tot stand
                                     komt, is sterk bottom up georganiseerd. Vertegenwoordigers van de lidstaten stellen
                                     gezamenlijk prioriteiten vast op basis van door wetenschappers ingediende voorstellen,
                                     voorzien van peer reviews. Gegeven de manier waarop de ESFRI-lijst tot stand komt, is
                                     het raadzaam deze te gebruiken als bron van informatie en vehikel voor samenwerking.
                                     De lijst kan echter individuele lidstaten geen strategisch kader aanreiken dat voor hen
                                     bepaalt wat zij zelf nodig hebben en hoe ze zich het best kunnen profileren en positio-
                                     neren binnen Europa. Het is aan de landen zelf om een strategische visie te ontwikkelen,
                                     die uitdrukking geeft aan wat ze voor bepaalde wetenschapsgebieden nodig hebben of
                                     waaraan ze behoefte hebben vanuit innovatieperspectief of omwille van economische
                                     en maatschappelijke ontwikkeling. Op basis van meer doordachte visies van de lidstaten
                                     kan op den duur een Europees strategisch kader voor investeringen in grote infrastructuur
                                     tot ontwikkeling komen.
                                     Stijgende kapitaalbehoeften
            Onderzoek wordt steeds   Een tweede aanleiding om het investeringsproces opnieuw te bezien, is de ontwikkeling
                 kapitaalintensiever van de vraag naar onderzoeksinfrastructuur. Technologische vooruitgang leidt ertoe dat
                                     onderzoek een steeds kapitaalintensiever karakter krijgt. Dientengevolge stijgt weliswaar
                                     de arbeidsproductiviteit en gaat de snelheid van wetenschappelijk onderzoek omhoog,
                                     maar neemt ook de behoefte aan apparatuur en voorzieningen toe. De gestegen vraag
                                     lokt op zijn beurt meer aanbod en verdere technologische ontwikkeling uit.
  Daarom: beter kijken naar kosten   Een gevolg hiervan is dat het steeds belangrijker wordt bij het investeren in infrastruc-
   van ontwikkeling, exploitatie en  tuur rekening te houden met te verwachten kostenontwikkelingen. Het gaat daarbij niet
                             afbouw  alleen om de huidige ontwikkelkosten en stichtingskosten, maar ook om het verloop
                                     van de exploitatiekosten in de loop van de tijd, de eventuele kosten van upgrading op
                                     termijn, en de kosten van afbouw (decommissioning) tegen het eind van de levenscyclus.
                                     Een ander gevolg van de grotere behoefte aan kapitaal voor infrastructuur is dat de
Verschillende financieringsbronnen   verschillende financieringsbronnen elk op zich steeds vaker ontoereikend zijn. Niet alleen
                          zijn nodig zijn kennisinstellingen vaak niet in staat de middelen voor grote infrastructuur op te
                                     brengen, ook bedrijven missen veelal de noodzakelijke draagkracht. Daarbij zullen zowel
                                     publieke als private budgetten ten gevolge van de economische malaise de komende
                                     jaren onder druk blijven staan. Dit noopt tot steeds meer samenwerking, coördinatie en
                                     het combineren van financiering uit uiteenlopende bronnen met nationale middelen.
                                     Er zijn succesvolle voorbeelden die als model kunnen dienen voor het structureren van
                                     samenwerkingsverbanden en het toegang bieden tot infrastructuur.
                                  15 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                     Het Holst Centre, een samenwerkingsverband van TNO en het Vlaamse IMEC, maakt
                                     niet alleen gebruik van eigen onderzoeksfaciliteiten, maar doet ook geregeld een beroep
                                     op de faciliteiten van Philips Innovation Services. Het Center for Imaging Research and
                                     Education (CIRE), een gezamenlijk initiatief van de TU Eindhoven en Philips, is een labo-
                                     ratorium dat publieke en private onderzoeksfaciliteiten ten behoeve onderzoek en inno-
                                     vatie in medische beeldvorming bundelt en bijbehorende opleidingsfaciliteiten voor on-
                                     derzoekers biedt.
Een overzicht van fondsen is er niet Kennisinstellingen – niet alleen universiteiten, maar ook TNO, DLO en de GTI’s – hebben
                                     eigen middelen. Private bedrijven die behoefte hebben aan onderzoeksinfrastructuur
                                     kunnen als partner mee investeren. Diverse ministeries, provincies en regio’s hebben
                                     plannen en vaak enige fondsen voor faciliteiten. Banken zijn wellicht bereid onder voor-
                                     waarden mee te financieren. Buitenlandse partners zijn mogelijk tot deelname bereid.
                                     Het ontbreekt hier in het algemeen aan overzicht en aan coördinatievermogen.
                                     Signalen omtrent doelmatigheid
Gebrekkige businessplannen leiden    Een derde aanleiding om opnieuw naar het investeringsproces te kijken, is gelegen in
gemakkelijk tot exploitatietekorten  de signalen die geregeld naar boven komen van ervaringen die de afgelopen decennia
                                     zijn opgedaan met het investeren in grote onderzoeksinfrastructuur. Deze signalen
                                     suggereren dat er doelmatigheidswinst behaald kan worden door dit proces aan te passen.
                                     Een bekend signaal is dat men geregeld tot investeringen in onderzoekfaciliteiten be-
                                     sluit, zonder dat er een degelijk en kostendekkend exploitatieplan (business case) is uit-
                                     gewerkt.16 Het gevolg daarvan is dat men na verloop van tijd tegen tekorten aanloopt
                                     en een onvoorzien beroep moet doen op de algemene middelen van kennisinstellingen.
                                     Exploitatiekosten komen langs deze weg zwaar op budgetten van universiteiten en
                                     instituten te drukken en beperken daarmee hun investeringsruimte en de flexibiliteit.
     Afbouw van grote faciliteiten   Een ander bekend verschijnsel is de neiging om eenmaal gestichte infrastructuur op een
                blijkt vaak moeilijk ad hoc manier in stand te houden, zonder gedegen evaluatie of de noodzakelijke vervolg-
                                     investeringen doelmatig zijn. Bij aanvang van de levenscyclus van een infrastructurele
                                     voorziening bestaat vaak weinig aandacht voor hoe continuïteit te garanderen wanneer
                                     een faciliteit veroudert en aan een upgrade toe is.17 Het ontbreekt vaak evenzeer aan
                                     sunset clauses, aan plannen voor hoe en wanneer over te gaan tot afbouw.
                                     Een volgend signaal is dat het huidige investeringsproces leidt tot overlap, overcapaciteit
                                     en onderbenutting. Dit investeringsproces heeft een bottom up karakter. Wetenschappers
                                     zoeken op basis van investeringsvoorstellen in onderlinge concurrentie naar middelen uit
                                     16
                                        De observatie dat te weinig aandacht wordt besteed aan een goede business case komt onder meer uit de boezem van de com-
                                        missie die de aanvragen in het kader van de laatste NWO-call heeft beoordeeld. Ze werd breed herkend, zowel door de deelne-
                                        mers aan de workshop als door de leden van de AWT. Betrokkenheid van organisaties voor toegepast onderzoek als TNO, die
                                        meer ervaring hebben met het uitwerken van business cases dan universiteiten, zou kunnen leiden tot betere business cases.
                                     17
                                        Bijvoorbeeld, bij biobanken blijken noodzakelijke vervolginvesteringen vaak aanzienlijk te zijn, maar zijn ze vaak niet in de oor-
                                        spronkelijke voorstellen omschreven.
                                  16 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   Het huidige investeringsproces  verschillende bronnen. Naast middelen van de eigen faculteit en instelling kijkt men naar
 werkt overlap, overcapaciteit en  NWO-middelen, regionale, provinciale of departementale middelen, private middelen en
       onderbenutting in de hand   Europese middelen. Het is een weinig transparant proces met veel spelers aan beide zijden
                                   van de tafel. Een gebrek aan transparantie en coördinatie leidt tot overlap in investeringen,
                                   en daarmee tot overcapaciteit en onderbenutting. De kwaliteit van de Nederlandse
                                   onderzoeksinfrastructuur is hoog, maar de bezettingsgraad ervan ligt volgens deskundigen
                                   naar internationale maatstaven laag.18 In sommige gevallen probeert men hier iets aan
                                   te doen door publieke faciliteiten in te zetten voor commerciële dienstverlening om
                                   langs deze weg de gaten in de exploitatie te dekken.19
Er valt te leren van andere landen Van belang is hier om vast te stellen dat het om signalen gaat. Er bestaat geen omvattend
                                   overzicht van beschikbare grootschalige onderzoeksfaciliteiten en er zijn geen systemati-
                                   sche evaluaties van hun effectiviteit en opbrengsten. Het schort aan transparantie, zowel
                                   waar het gaat om de investeringen als waar het de resultaten betreft. Hier valt te leren
                                   van een aantal andere landen. Vele daarvan hebben de afgelopen decennia nuttige
                                   expertise ontwikkeld als het gaat om hoe te voorzien in grote onderzoeksinfrastructuur.
                                   Sommige landen hebben meer ervaring dan Nederland opgedaan met thema’s als het
                                   gebruik van verkenningen als instrument in het beslissingsproces, het uitwerken van
                                   business cases, het afstemmen van investeringen op maatschappelijke behoeften (grand
                                   challenges), het samenwerken met het bedrijfsleven en het mobiliseren van privaat geld,
                                   het realiseren van grensoverschrijdende (bilaterale) investeringsprojecten.
                                   18
                                      Het signaal dat bezettingsgraad van veel onderzoeksfaciliteiten laag is, is ons diverse malen bevestigt. Harde cijfers ontbreken ech-
                                      ter (en dat zou niet zo moeten zijn – hier komen we in de aanbevelingen op terug). Indrukken betreffen specifieke gevallen. Zo
                                      zouden bijvoorbeeld MRI-scanners, die een uptime van 75 procent aankunnen, in de praktijk niet meer dan een gemiddelde up-
                                      time van 20 procent halen.
                                   19
                                      Indien zich op de markt voor commerciële dienstverlening ook private aanbieders bewegen, is het hierbij van belang te waken
                                      voor concurrentieverstoring.
                                17 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>18 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                  3                   Bevindingen en conclusies
Soms staat de science case voorop ... In de huidige praktijk is het proces dat leidt tot grote investeringen in onderzoeksfaciliteiten
                                      sterk gedreven door bevlogen wetenschappers die geavanceerde faciliteiten vragen om in
                                      de fundamentele kennisontwikkeling voorop te kunnen lopen. Dat geldt met name waar
                                      het de competitie om NWO-middelen betreft, maar ook waar het gaat om het verwerven
                                      van een plaats op de ESFRI-roadmap. In het proces waarin geselecteerd wordt tussen de
                                      diverse investeringsopties, is de science case, het perspectief op de bijdrage die een
                                      faciliteit levert aan excellentie in wetenschap, dan ook het overheersende criterium.
                                      Alle andere belangrijke criteria zijn wel geformuleerd, maar hebben in de beoordelings-
                                      praktijk een volstrekt ondergeschikte rol. In dit proces zou men evenwichtiger met de
                                      diverse criteria om moeten gaan. Daarvoor is het niet alleen nodig dat beoordelaars deze
                                      andere criteria zwaarder meewegen, maar ook dat aanvragers hun aanvragen op de
                                      betreffende aspecten beter uitwerken en onderbouwen.
        ... en in andere gevallen de  Naast NWO en universiteiten investeren ook publieke kennisinstellingen voor toegepast
                     innovation case  onderzoek en bedrijven in grote onderzoeksfaciliteiten. Die doen dit vanuit een andere,
                                      meestal meer instrumentele en commerciële, motivatie. Zij kijken uiteraard primair naar de
                                      innovation case, de bijdrage die een faciliteit levert aan nieuwe toepassingen van kennis
                                      en technologie. Van enige afstemming tussen het NWO-proces en deze investerings-
                                      processen is echter nauwelijks sprake. De stijgende investeringsvraag en de toenemende
                                      schaarste aan middelen maken deze afstemming wel wenselijk.
          Investeringsopties zijn te  Dat de science case een groot gewicht in de beoordeling krijgt bij aanvragen voor faciliteiten
 beoordelen naar hun primaire doel    die de wetenschap verder moeten brengen, ligt voor de hand. Even zozeer ligt het voor de
                                      hand, dat de innovation case een groot gewicht krijgt in de beoordeling van voorstellen
                                      voor faciliteiten die bedoeld zijn om kennis te gebruiken en te vertalen in producten.
                                      Net zo ligt het in de rede een aanvraag voor een onderzoekfaciliteit die bedoeld is om
                                      publieke taken te vervullen op de eigen merites te beoordelen. Men dient aanvragen
                                      primair te beoordelen naar de mate waarin de gevraagde faciliteiten bijdragen aan het
                                      bereiken van het doel waarvoor ze bedoeld zijn. Daarnaast zijn extra punten te verdienen
                                      door goed te scoren op de andere criteria.
                                  19  Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                            De economische impact meewegen 20
                            In Canada besteden de federale financier CFI en het Large Infrastructure Fund van de staat
                            Ontario structureel aandacht aan de economische en maatschappelijke betekenis van
                            investeringsvoorstellen. Bij CFI wegen het wetenschappelijk belang, de versterking van de
                            innovatiecapaciteit en de voordelen voor de concurrentiepositie in de beoordelingsproce-
                            dure allemaal even zwaar mee. Bij deze laatste criteria wordt bijvoorbeeld gekeken naar de
                            effecten op (multidisciplinaire) samenwerking binnen Canada en met partijen in andere
                            landen, naar de bijdrage aan de internationale positie van de Canadese wetenschap en
                            innovatie binnen het betreffende domein, naar de creatie van een innovatieve leeromge-
                            ving en de transfer van opgebouwde kennis en resultaten van onderzoek naar eind-
                            gebruikers, naar de mate waarin de diverse betrokkenen een commitment aangaan voor
                            de lange termijn voor wat betreft het management en het gebruik van een faciliteit, en
                            naar mogelijke positieve effecten op het beleid en op de kwaliteit van leven.
                            In Ontario probeert men zich een beeld te vormen van de mate waarin het onderzoek waar-
                            voor nieuwe faciliteiten aangevraagd worden leiden tot meer investeringen en banen, tot
                            nieuwe producten en diensten en tot meer R&D en versterking van de industrie, om de eco-
                            nomische impact in te schatten. Daartoe vraagt men van indieners van voorstellen een
                            Commercialization Implementation Plan, met daarin een omschrijving van de praktische
                            toepassing van onderzoeksresultaten en van het potentieel voor kennistransfer naar de
                            industrie, een onderbouwing van het commercieel potentieel, een strategie en tijdsplanning
                            ten aanzien van commercialisering van onderzoeksresultaten, een marktanalyse en een
                            beschrijving van (geplande) licentieovereenkomsten en strategische allianties of partner-
                            ships, eventueel ondersteund met verklaringen van bedrijven. Om de maatschappelijke
                            impact in te schatten kijkt men naar potentiële effecten op de maatschappij in het alge-
                            meen en thema’s als gezondheid, milieu, kwaliteit van overheidsbeleid en kwaliteit van
                            leven in het bijzonder. Waar het gaat om de internationale concurrentiepositie vormt men
                            zich een beeld van de gevolgen voor de wetenschappelijke en de economische positie.
                            Nu middelen voor onderzoeksfaciliteiten steeds schaarser worden, neemt bij het toewijzen
                            van deze middelen aan investeringsprojecten het belang van de impact op economie en
                            maatschappij toe. In Canada wordt hierop gestuurd door het in de aanvraagprocedures
                            expliciet mee te nemen. Dit leidt tot een bewustwordingsproces onder wetenschappers
                            die voorstellen voor faciliteiten ontwikkelen. Zij worden gestimuleerd vanaf het begin na
                            te denken over de mogelijke economische en maatschappelijke impact van hun onderzoek
                            en over de mogelijkheden om deze impact te vergroten.
Publieke fondsen inzetten   Net zoals verschillende aanvragen verschillende doelen hebben – op het gebied van we-
naar hun primaire doel, ... tenschap, van innovatie, van allebei – zo hebben ook financieringsbronnen verschillende
                            20
                               Op basis van Technopolis (2013).
                       20   Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                (primaire) doelen. Uiteraard is het belangrijk om financieringsbronnen in te zetten naar
                                hun eigen doel. NWO-middelen en universitaire middelen zijn er primair voor om de
                                wetenschap te dienen. Publieke middelen van organisaties als TNO, ECN, Deltares en het
... maar met oog voor synergie  RIVM zijn er om innovatie te ondersteunen of het overheidsbeleid te faciliteren. Echter,
                                omwille van een efficiënte besteding van publieke middelen is het gewenst deze budget-
                                ten in te zetten vanuit een perspectief op het geheel.
                                Het vergt transparantie, overzicht en coördinatie om de verschillende bronnen aan de
                                verschillende investeringsopties te koppelen, zodat publieke middelen doelmatig worden
                                ingezet en de verschillende publieke doelen efficiënt worden bediend. Op dit moment
    Dat vraagt om overzicht en  ontbreekt het strategisch kader dat noodzakelijk is om dit te doen. Niemand heeft
          een strategisch kader overzicht over: i) wat er in Nederland aan grootschalige onderzoeksfaciliteiten voorhanden
                                is, hoe deze gebruikt worden en wat ze opleveren, ii) waaraan behoefte is, gegeven
                                ontwikkelingen in de diverse onderzoeksgebieden en met het oog op de diverse relevante
                                ontwikkelingsstrategieën (de profileringsstrategieën van instellingen, de nationale strate-
                                gieën zoals tot uiting gebracht in het topsectorenbeleid, de aanpak van maatschappelijke
                                uitdagingen, onder andere in het kader van het Europese onderzoeksprogramma Horizon
                                2020), en iii) het totaal aan plannen, voorstellen en aanvragen zoals die in het veld worden
                                ontwikkeld.
                             21 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>22 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                              4                   Aanbevelingen
            Investeer vanuit een  Vanuit het hierboven geschetste perspectief, komt de AWT tot de aanbeveling om ervoor
strategische en integrale visie   te zorgen dat beslissingen tot publieke investeringen in grootschalige onderzoeksfaciliteiten
                                  in het vervolg genomen worden vanuit een strategische en integrale visie op wat Nederland
                                  in de toekomst nodig heeft. Deze visie is strategisch in de zin van gebaseerd op een
                                  identificatie van doelen waarop te sturen valt en integraal in de zin van kijkend naar de
                                  wetenschappelijke, economische en maatschappelijke betekenis van onderzoeksfaciliteiten.
                                  Deze visie moet gebaseerd zijn op een inventarisatie en evaluatie van beschikbare faciliteiten,
                                  van ontwikkelingen in relevante onderzoeksvelden, en van de strategieën en het lange-
                                  termijnbeleid van alle relevante partijen.
  Weeg het wetenschappelijk       Het is daarbij vooral van belang de huidige bottom-up gedreven investeringsprocessen die
                       belang ... gefocust zijn op de science case en het bevorderen van wetenschappelijke vooruitgang in
                                  te bedden in een breder strategisch kader. Binnen dit kader moet niet alleen oog zijn voor
                                  het belang van wetenschappelijke vooruitgang, maar ook voor innovatie. Het is bedoeld
                                  om van daaruit veel nadrukkelijker te kijken naar zaken als: i) strategische inpassing
                                  (aansluiting op instellingsprofilering, op topsectoren, op regionale ecosystemen),
                                  ii) potentieel commercieel belang (de innovation case, met aandacht voor zowel directe
    ... binnen een breder kader   effecten als invloeden op het vestigingsklimaat), iii) de potentiële betekenis voor maat-
                                  schappelijke uitdagingen, iv) de business case (met daarin dekking van exploitatiekosten,
                                  waarborgen voor continuïteit en bekostiging van vervangingsinvesteringen dan wel van
                                  afbouw op termijn), en v) de plaatsbepaling binnen Europa en de wereld.
                                  Om de ontwikkeling van een strategisch kader en het overzien en coördineren van bottom-
        Stel een permanente en    up gedreven investeringsprocessen structureel te beleggen, beveelt de AWT aan om een
 onafhankelijke Commissie in      permanente en onafhankelijke Commissie Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten in het leven
                                  te roepen. Deze commissie dient te waarborgen dat men bij beslissingen over investeringen
                                  in grote onderzoeksfaciliteiten een brede blik hanteert. De AWT pleit ervoor om de blik in
                                  vijf richtingen te verruimen. Concreet betekent dit, kijk meer:
                 Verruim de blik  s     in de breedte: naar het Europese en mondiale speelveld, naar mogelijke publieke en
                                        private partners;
                                  s     in de verte: naar de hele levenscyclus van infrastructuur en de bijbehorende kosten;
                                  s     in de hoogte: naar wat gegeven de doelstellingen adequate kwaliteit van
                                        infrastructuur is;
                                  s     in de diepte: naar de mogelijkheden voor publiek-publieke en publiek-private
                                        samenwerking in de ontwikkeling en het gebruik van infrastructuur;
                                  s     in de spiegel: naar hoe infrastructuur past in de bredere profilerings- en ontwikkel-
                                        strategie van kennisinstellingen en regio’s.
                              23  Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>  Pas het beoordelingsproces     Het is van belang het beslissingsproces zo in te richten dat er inderdaad ‘breed, ver, hoog,
                    daartoe aan  diep en in de spiegel’ gekeken wordt en dat de informatie die dit oplevert op een even-
                                 wichtige manier in het keuzeproces doorklinkt. Hieronder werkt de AWT deze lijn van ad-
                                 vies uit in drie aanbevelingen. De eerste aanbeveling concretiseert het ‘verruimen van de
                                 blik’. Deze aanbeveling staat voorop, om duidelijk te maken wat er volgens de AWT moet
                                 gebeuren. De tweede aanbeveling gaat over hoe dit moet gebeuren, namelijk door een
                                 andere organisatie van het besluitvormingsproces. Dit is in feite de hoofdaanbeveling van
                                 dit advies. De derde aanbeveling gaat over het scheppen van de juiste voorwaarden.
                                 Aanbeveling 1: Zorg voor blikverruiming in vijf richtingen
                                 De AWT beveelt de ministers van OCW en EZ aan erop toe te zien dat bij het nemen van
    Neem alle selectiecriteria   investeringsbeslissingen alle relevante criteria op gepaste wijze worden meegenomen. Dit
          op gepaste wijze mee   impliceert niet alleen dat beoordelaars van investeringsaanvragen een breed spectrum van
                                 criteria meewegen, maar ook dat aanvragers de relevante cases voldoende professioneel uit-
                                 werken. Dit geldt niet alleen waar het de fondsen van NWO voor grootschalige faciliteiten
                                 betreft, maar ook waar het gaat om middelen uit andere bronnen. Specifiek beveelt de AWT
                                 aan om de blik te verruimen in vijf richtingen, die hieronder stuk voor stuk worden toegelicht.
                                 a. De breedte
               Positionering in  Evalueer investeringsopties vanuit een Europees en mondiaal perspectief. Start het beoorde-
    internationaal verband ...   lingsproces vanuit een analyse van ontwikkelingen op het internationale speelveld, met aan-
                                 dacht voor:
                                 s    $E TE VERWACHTEN DAN WEL GEAMBIEERDE ONTWIKKELINGEN IN DE RELEVANTE VAKGEBIEDEN SLEU-
                                      teltechnologieën dan wel maatschappelijke uitdagingen, zowel binnen Europa als elders in
                                      de wereld.
                                 s    $E WERELDWIJD OP HET TERREIN ACTIEVE ONDERZOEKSGROEPEN DE LANGETERMIJNSTRATEGIEÑN VAN
                                      deze groepen, en de door hen gepleegde en geplande investeringen in infrastructuur.
                                 s    $E VOORDELEN EN NADELEN VAN VERSCHILLENDE ALTERNATIEVEN VOOR ZELFSTANDIG INVESTEREN WAAR-
                                      onder samen met buitenlandse partijen investeren, aansluiten bij buitenlandse voorzienin-
                                      gen dan wel buitenlandse kennisinstellingen laten aansluiten bij nationale voorzieningen.
                                 De informatie die nodig is om een aanvraag in een dergelijk breed kader te kunnen evalueren,
      ... op basis van foresight behoren aanvragers in kaart te brengen door middel van foresight. Een wetenschappelijke en
                                 technologische toekomstverkenning hoort een kernonderdeel van de science case te zijn.21
                                 b. De verte
   Gedegen evaluatie van de      Besteed in het beslissingsproces meer aandacht aan de business case. Een realistisch busi-
business case, met oog voor ...  ness plan is noodzakelijk om de continuïteit van het gebruik van een faciliteit te waarbor-
                                 gen. Financier in principe alleen stichtingskosten, maar stel wel duidelijke eisen aan de
                                 voorziene dekking van exploitatiekosten door eigenaren en gebruikers. Richt daarbij de
                                 blik op de lange termijn, met specifieke aandacht voor:
                                 21
                                    Australië, Japan en Zuid-Korea maken in dit verband systematisch gebruik van wetenschaps- en technologieverkenningen.
                              24 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>... exploitatiekosten, ...   s Het verwachte verloop van de exploitatiekosten (onder invloed van onder andere bezettings-
                                  graad, technologische ontwikkeling en leerprocessen), de onzekerheidsmarges rond dit ver-
                                  wachte verloop, de bronnen van dekking voor exploitatiekosten, de hardheid en tijdshorizon
                                  van de commitments om deze kosten te dekken.
        ... tarieven, en ... s $E DOORBEREKENING VAN KOSTEN AAN GEBRUIKERS 5ITERAARD DIENEN AAN EXTERNE GEBRUIKERS ZA-
                                  ken als personeelskosten en materiaalkosten (variabele kosten) in rekening gebracht te wor-
                                  den, bijvoorbeeld via een uurtarief. Daarbovenop moeten in principe ook kosten in rekening
                                  gebracht moeten worden die de afschrijvingen op de stichtingskosten van faciliteiten dekken.
... mogelijkheden voor       s (ET POTENTIEEL VOOR MEDEFINANCIERING MET VREEMD VERMOGEN GEGEVEN DAT EEN SOLIDE
      medefinanciering            business case mogelijkheden kan openen om financiële instellingen (bijvoorbeeld een
                                  instelling als de European Investment Bank) te doen participeren.22
                             De business case: een paar principes
                             De AWT meent dat het van belang is bij de beoordeling van business cases een aantal
                             principes in het oog te houden. Principes zijn er om in het algemeen te volgen en er ge-
                             motiveerd vanaf te wijken als daar goede redenen voor zijn. Nuttige principes zijn:
                             s .ATIONALE MIDDELEN ZIJN ALLEEN TER DEKKING VAN DE STICHTINGSKOSTEN VAN GROOTSCHALIGE ON-
                                  derzoeksfaciliteiten. De exploitatiekosten komen niet uit deze fondsen, maar uit de eigen
                                  middelen van kennisinstellingen. Van kennisinstellingen mag een financieel commitment
                                  verwacht worden als zij met nationale middelen van faciliteiten worden voorzien. Daar-
                                  naast speelt mee dat de exploitatiekosten sterk beïnvloed worden door de manier waarop
                                  een faciliteit wordt ingezet. Het is van belang dat kennisinstellingen een duidelijke prikkel
                                  ervaren om de exploitatiekosten zo laag mogelijk te houden.
                             s $E MIDDELEN UIT DE EERSTE GELDSTROOM VAN DE UNIVERSITEITEN WORDEN NIET INGEZET VOOR DE
                                  stichtingskosten van grootschalige onderzoeksfaciliteiten. Deze middelen zijn bij voorkeur
                                  ter dekking van de lopende kosten van het onderzoek.
                             s /NDERZOEKSFACILITEITEN WORDEN OP EEN REALISTISCHE TERMIJN AFGESCHREVEN 4E WEINIG AFSCHRIJ-
                                  ven en te weinig voorzieningen treffen, leidt na verloop van tijd tot continuïteitsproble-
                                  men. Om die te voorkomen, moeten realistische afschrijvingen worden meegenomen in de
                                  berekening van de gebruikskosten van faciliteiten.
                             s !AN EXTERNE GEBRUIKERS VAN FACILITEITEN WORDEN INTEGRALE KOSTEN DOORBEREKEND INCLUSIEF AF-
                                  schrijvingen. Het niet doorberekenen levert niet alleen een gat in de exploitatie en een
                                  continuïteitsprobleem op, maar komt ook neer op een verborgen subsidie van private
                                  commerciële activiteiten uit publieke middelen (een vorm van industriepolitiek). Bovendien
                                  leidt het subsidiëren van tarieven tot concurrentievervalsing als op dezelfde markt ook pri-
                                  vate dienstverleners actief zijn.
                             s 7ANNEER MET PUBLIEKE FACILITEITEN OP COMMERCIÑLE BASIS DIENSTEN WORDEN AANGEBODEN AAN
                                  externe partijen, worden de Europese regels met betrekking tot mededinging en staats-
                                  steun in acht genomen. Dit impliceert dat de dienst tegen de geldende marktprijs wordt
                             22
                                De European Investment Bank heeft een Risk Sharing Finance Facility (RSFF) die hierin een rol zou kunnen spelen.
                        25   Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                      aangeboden, of – indien er geen marktprijs is – tegen integrale kosten plus een redelijke
                                      winstmarge.23
                                      Het komt vaak voor dat de vigerende tarieven op de (internationale) markt voor diensten
                                      die met grootschalige onderzoeksfaciliteiten worden geleverd ver beneden de integrale
                                      kosten liggen: ‘de markt kan de integrale kosten niet dragen’. Dit kan het gevolg zijn van
                                      allerlei marktverstoringen. In dat geval bepaalt Europese regelgeving welke tarieven mini-
                                      maal gehanteerd moeten worden.
                 Bereken in principe  Ga in principe uit van het doorberekenen van integrale kosten aan externe gebruikers. Het
               integrale kosten door  afwijken hiervan behoort overtuigend gemotiveerd te worden. Als evenwichtsprijzen op
                                      (internationale) markten zo liggen dat integrale kosten niet kunnen worden doorbere-
                                      kend, dient een sluitend exploitatieplan aan te geven uit welke andere bronnen deze kos-
                                      ten gedekt worden.
                                      c. De hoogte
                                      Ga niet onvoorwaardelijk uit van de gedachte dat investeringen in nieuwe onderzoeksinfra-
                                      structuur alleen optimaal wetenschappelijk (of economisch of maatschappelijke) rendement
                                      opleveren indien deze infrastructuur beantwoordt aan de hoogste standaarden op het gebied
  Stem kwaliteitseisen af op beoogd   van kwaliteit, flexibiliteit en technologische nieuwheid. Stem kwaliteitseisen af op de doelstel-
             gebruik: fit for purpose lingen van het gebruik. Een voorziening moet fit for purpose zijn (en niet meer dan dat). Hou
                                      rekening met de snelheid waarmee nieuwe generaties op de markt komen die betere presta-
                                      ties leveren tegen lagere kosten. Hoe hoger die snelheid, hoe korter de afschrijvingstermijn.
                                      Doelmatigheid is een belangrijk criterium. Hou bij de bepaling van de gewenste standaarden
                                      rekening met de positieve neveneffecten die het verleggen van technologische grenzen kun-
                                      nen hebben in termen van leereffecten, maar ook met de additionele risico’s.
                                      d. De diepte
                                      Mobiliseer waar relevant actief publieke kennisinstellingen voor toegepast onderzoek
Investeer waar mogelijk gezamenlijk   (TNO, DLO en de GTI’s) en private partijen om deel te nemen en mee te investeren in grote
                                      onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijke doeleinden.24 Directe participatie van
                                      deze kennisinstellingen en van bedrijven heeft belangrijke voordelen boven dienstverlening
                                      tegen commerciële tarieven aan externe partijen. Voordelen zijn:
                                      s     $IRECTE PARTICIPATIE BRENGT BEDRIJFSECONOMISCHE KENNIS EN MANAGEMENTVAARDIGHEDEN
                                            binnen bij het beheer van infrastructurele voorzieningen. Dit versterkt de aandacht
                                            voor de soliditeit van de business case.
                                      23
                                         Zie Europese Commissie (2006).
                                      24
                                         In Japan bestaat een sterke betrokkenheid van de industrie bij investeringen grote onderzoeksinfrastructuur en in Australië is een
                                         privaat fonds actief dat grootschalige onderzoeksfaciliteiten meefinanciert.
                                   26 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                          s     %EN BREDER AANTAL DEELNEMERS HELPT RISICOS SPREIDEN
                                          s     0ARTICIPATIE BEPERKT DE GEBRUIKELIJKE MOEILIJKHEDEN DIE KENNISINSTELLINGEN IN DIT TYPE
                                                gevallen ondervinden om kosten goed te maken in de tarieven.25
                                          Deze pluspunten kunnen in de beoordeling van investeringsopties van consortia, waaraan
                                          een publieke instelling voor toegepast onderzoek deelneemt of waarvan het penvoerder
                                          is, meegenomen worden als positieve aspecten die een dergelijke aanvraag in de concur-
                                          rentie om middelen tot voordeel strekt.
                                          e. De spiegel
  Beoordeel investeringen in het licht    Kijk bij de beoordeling van investeringsopties naar hoe een beoogde investering past bij
             van instellingsprofielen ... het profileringsbeleid van de betrokken kennisinstellingen. Beoordeel investeringsplannen
                                          ook in relatie tot de relevante sectorplannen (scheikunde, natuurkunde, biologie, wis-
                                          kunde, al naargelang) en tot ontwikkelingsplannen van topsectoren. Investeer alleen in in-
                                          frastructuur die de reeds uitgezette profileringskoers van een kennisinstelling versterkt.
                                          Laat een investering afhangen van het lange termijn commitment van de instelling.
... en concrete ontwikkelingsplannen      Kijk in dit verband met name naar het instellingsbeleid op het terrein van verdere ontwik-
                                          keling van wetenschappelijke capaciteit, door investeringen in en werving van personeel
                                          en waar relevant door investeringen in dataverzamelingen en dataverwerkingscapaciteit.
                                          Kijk ook naar geplande investeringen in ondersteunende functies (data scientists, pro-
                                          grammeurs, infrastructuurtechnici en -experts, facilitair managers). Investeringen in facili-
                                          teiten en in expertise zijn complementair. Ondersteun waar opportuun infrastructurele
                                          investeringen met flankerende maatregelen die deze capaciteitsopbouw versterken.26
    Kijk naar effecten op het regionale   Heb tevens oog voor de ‘uitstralingseffecten’ van investeringen in grootschalige onder-
     ecosysteem en vestigingsklimaat      zoeksfaciliteiten op het locale vestigingsklimaat en op het bedrijfsleven in de omgeving –
                                          het regionale ‘ecosysteem’ en de daarin vertegenwoordigde topsectoren. Kijk daarbij niet
                                          alleen naar de extra omzet die bedrijven maken ten gevolge van deze investeringen, zowel
                                          bij de ontwikkeling en de bouw als bij het beheer en het gebruik, maar ook naar de effec-
                                          ten in termen van capaciteitsontwikkeling en innovatievermogen.
                                          25
                                             Dit heeft te maken met het feit dat dit soort infrastructurele voorzieningen vaak het karakter van ‘relatiespecifieke investeringen’
                                             hebben (asset specificity): na het plegen van de investering is de investeerder overgeleverd aan de bereidheid van de afnemer om
                                             voor de diensten te betalen (waarbij de laatste vaak meer ‘alternatieve opties’ heeft dan de eerste).
                                          26
                                             Duitsland heeft flankerend beleid dat de ontwikkeling van toptalent en het stimuleren van samenwerking en clustervorming ver-
                                             bindt aan grootschalige onderzoeksfaciliteiten. De Verbundforschung stelt topwetenschappers van Duitse universiteiten in staat
                                             gebruik te maken van deze faciliteiten. De Exzellenzinitiative ondersteunt het aantrekken van toptalent voor onderzoek, strategie-
                                             ontwikkeling en clustervorming..
                                     27   Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                           Uitgaan van een nationale agenda 27
                           Net als veel andere landen, heeft Australië een nationale roadmap voor investeringen in
                           grootschalige onderzoeksfaciliteiten opgesteld. Het vertrekpunt voor de ontwikkeling van
                           deze roadmap vormde de Australische innovatieagenda Powering Ideas – An Innovation
                           Agenda for the 21th Century. Onderdeel van de agenda was de vorming van een aparte
                           raad voor grote onderzoeksfaciliteiten. De nationale roadmap is georganiseerd rond de
                           speerpunten van het wetenschapsbeleid zoals vastgelegd in National Research Priorities
                           (NRP), te weten: i) Environmentally Sustainable Australia, ii) Promoting and Maintaining
                           Good Health, iii) Frontier Technologies for Building & Transforming Australian Industries,
                           en iv) Safeguarding Australia. Specifiek voor de roadmap werd hieraan nog de prioriteit
                           Understanding Cultures and Communities toegevoegd.
                           Deze speerpunten hebben geen wetenschappelijke, maar economische en maatschappe-
                           lijke doelen. Ze zijn vergelijkbaar met de Grand Challenges van de Europese Commissie in
                           Horizon 2020. De onderzoeksfaciliteiten die op de roadmap staan, zijn bedoeld om aan
                           onderzoek ten behoeve van deze economische en maatschappelijke doelstellingen bij te
                           dragen. Daarnaast zijn er meer generieke voorzieningen opgenomen in het kader van de
                           ontwikkeling van een eResearch Infrastructure.
                           Voor het ontwikkelen van de roadmap die in 2011 is opgesteld, heeft er een breed consul-
                           tatieproces plaatsgevonden, waarbij niet alleen wetenschappers, maar ook andere belang-
                           hebbenden betrokken waren. De gedachte hierachter was dat het belangrijk is om een be-
                           tere verbinding tussen wetenschap en nationale doelstellingen tot stand te brengen. Door
                           de thema’s van de NRP als leidraad voor de roadmap te nemen, is die verbinding min of
                           meer gewaarborgd. Hierdoor wordt er sterker gestuurd op de relevantie van wetenschap
                           en wordt er een verbinding gelegd tussen het wetenschapsbeleid en andere beleidsterrei-
                           nen van de overheid. Tevens geeft het een impuls aan de bewustwording van het belang
                           van onderzoek voor nationale ambities.
                           Aanbeveling 2: Organiseer het proces beter
                           De AWT raadt de ministers van OCW en EZ aan om bottom-up gedreven processen van
                           investeren in grootschalige onderzoeksfaciliteiten met publieke middelen in te bedden in
Zorg voor meer coördinatie een top-down ontwikkeld strategisch kader en hiermee te zorgen voor meer helderheid
           en samenhang    omtrent gewenste richtingen van investeringen en voor meer coördinatie en samenhang.
                           Om dit te doen, beveelt de AWT ten eerste aan om een structuur in het leven te roepen
                           waarbinnen coördinatie kan plaatsvinden en ten tweede om te zorgen dat het feitelijke
                           selectieproces van investeringsopties anders wordt ingericht.28
                           27
                              Op basis van Technopolis (2013).
                           28
                              Hierbij zij opgemerkt dat het van belang is terughoudend te zijn met het afstemmen en coördineren van investeringen in publieke
                              onderzoeksfaciliteiten waarmee (ook) op commerciële basis diensten aan derden worden geleverd, daar dit mogelijk opgevat kan
                              worden als leidend tot marktverdeling, hetgeen niet toegestaan is onder Europees en Nederlands mededingingsrecht.
                        28 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                           a. De structuur
   Breng publieke middelen samen           Breng de publieke middelen die voor investeringen in grote onderzoeksinfrastructuur
                                           beschikbaar zijn bij overheden en bij publieke financiers – bij NWO, bij de KNAW, bij de
                                           diverse departementen, bij provincies en gemeenten – samen in een geïntegreerd pro-
     Stel daartoe een Commissie in         ces. Geef dit geïntegreerd proces vorm door oprichting van een permanente en onaf-
                                           hankelijke Commissie Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten, ondergebracht bij NWO, be-
                                           last met:
                   Deze ontwikkelt een     s (ET ONTWIKKELEN VAN EEN STRATEGISCHE VISIE OP INVESTERINGEN IN GROTE ONDERZOEKSINFRA-
                    strategische visie ...     structuur, gebaseerd op verkenning en analyse van wetenschappelijke, economische
                                               en maatschappelijke ontwikkelingen en ambities, en de daaruit voortkomende be-
                                               hoefte aan faciliteiten.
            ..., ontwikkelt overzicht ...  s (ET ONTWIKKELEN VAN OVERZICHT OVER BESCHIKBARE GROOTSCHALIGE ONDERZOEKSFACILITEITEN
                                               en het waarborgen van transparantie van investeringsprocessen.
      ... en organiseert afstemming        s (ET ENTAMEREN VAN AFSTEMMING TUSSEN PUBLIEKE FINANCIERS VAN GROTE ONDERZOEKSFACILI-
                                               teiten (waaronder externe financiers en kennisinstellingen) en het coördineren – en
                                               waar zinvol het integreren dan wel onder gezamenlijke regie brengen – van de di-
                                               verse processen die leiden tot selectie van investeringsopties.
            Zij toetst investeringen ...   s (ET TOETSEN VAN GEPLANDE EN GEPLEEGDE INVESTERINGEN AAN HET ONTWIKKELDE STRATE-
                                               gisch kader.
... en levert een bijdrage aan Euro-       s (ET BINNEN %3&2) VERBAND PROPAGEREN VAN EN BIJDRAGEN AAN DE ONTWIKKELING VAN EEN
         pese strategie-ontwikkeling           Europees strategisch kader naar analogie van en aansluitend op het hier bepleite
                                               strategische kader voor Nederland.
                                           Vraag van deze commissie dat zij zorgt: i) dat transparant is welke publieke middelen uit
                                           welke bron beschikbaar zijn voor de financiering van grootschalige onderzoeksfacilitei-
                                           ten en met welk doel, ii) dat transparant is welke organisaties een beroep doen op
                                           welke combinatie van publieke middelen, en iii) dat financiers hun investeringen coördi-
                                           neren en waar doelmatig integreren.
                                           Als de commissie is ondergebracht bij NWO, heeft ze directe toegang tot relevante in-
                                           formatie en expertise. Dit komt de doelmatigheid ten goede en beperkt de kosten. De
                                           kosten van het verbeteren van het investeringsproces door de instelling van de voorge-
                                           stelde commissie zijn naar verwachting laag in verhouding tot de te verwachten baten
                                           van effectievere en efficiëntere investeringen.
                                           b. Het beoordelingsproces
   Faseer het beoordelingsproces ...       Deel het beoordelingsproces van investeringsopties op in fasen of onderdelen, waarbij
                                           stapsgewijs een bredere kring van deskundigen en belanghebbenden betrokken wordt.
                                           Begin met experts die naast een technische evaluatie een beoordeling kunnen leveren
                                           van hetzij de wetenschappelijke merites (science case), hetzij de waarde voor enginee-
                                      29   Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                           ring en innovatie (innovation case), al naargelang de doelstelling van de betreffende fi-
                           nanciële middelen. Vraag hen investeringsopties met voldoende perspectief te selecteren
 ... en betrek hierbij een en te rangschikken. Betrek in vervolgstappen deskundigen die de business case en die
breed scala aan experts    strategische aspecten (de rol van een bepaalde investering binnen de strategie van be-
                           paalde kennisinstellingen of van Nederland als land; het belang van een faciliteit vanuit
                           maatschappelijk perspectief) kunnen evalueren.29
                           Een gefaseerde beoordelingsprocedure 30
                           De National Science Foundation (NSF) neemt ongeveer twintig procent van het federaal
                           gefinancierde academisch onderzoek in de VS voor haar rekening. Ze heeft per jaar een
                           bedrag van rond een miljard dollar beschikbaar voor investeringen in grootschalige onder-
                           zoeksfaciliteiten en heeft de eindverantwoordelijkheid voor het overzicht en het manage-
                           ment van de faciliteitenportfolio.
                           Het initiatief voor investeringen in faciliteiten ligt bij wetenschappers. De besluiten worden
                           genomen door het bestuur van de NSF op basis van adviezen van daartoe ingestelde pa-
                           nels. In de besluitvorming over aanvragen voor financiering kijkt men niet alleen naar de
                           kwaliteiten van ingediende voorstellen, maar houdt men ook rekening met concurrerende
                           voorstellen en bestaande faciliteiten. Aanvragen doorlopen een beoordelingsproces dat uit
                           diverse fasen bestaat.31 Het proces begint met een globaal plan dat stapsgewijs wordt uit-
                           gewerkt. Elke fase in het proces mondt uit in een beoordeling en elke positieve beoorde-
                           ling in een verzoek om verdere concretisering als input voor de volgende fase.
                           In de eerste stap (horizon planning) beoordeelt men een aanvraag niet alleen op de we-
                           tenschappelijke meerwaarde (de science case) van een voorgesteld project, maar ook naar
                           de inbedding ervan in de gehele faciliteitenportfolio en de aansluiting op de missie en stra-
                           tegische plannen van NSF. Ook kijkt men naar de samenwerkingsverbanden die eventueel
                           worden overwogen, de uitdagingen die het project stelt en de redelijkheid van het voorziene
                           tijdpad. In de volgende stap (conceptual design), waarvoor een conceptontwerp van het
                           project wordt gevraagd, beoordeelt men een eerste opzet van de business case, waarbij on-
                           der andere gekeken wordt naar een globaal projectplan voor de ontwikkeling van de facili-
                           teit inschattingen en naar van de kosten van bouw en exploitatie van de faciliteit en van de
                           risico’s. In de derde stap (preliminary design) ligt de focus op een uitwerking van de techni-
                           sche kanten van de bouw van de faciliteit, met aandacht voor de uitwerking van de plan-
                           ning en het budget, de verdeling van verantwoordelijkheden over de diverse partners, de ri-
                           sicoanalyse en de projectie van exploitatiekosten. De vierde fase (final design) is een laatste
                           beoordelingsstap alvorens een project wordt voorgedragen voor financiering. Daarna volgen
                           de uitvoering van het project (construction) en de exploitatie (operations),
                           29
                              Buitenlandse voorbeelden: CFI in Canada hanteert een proces waarin een voorstel op deze wijze vier beoordelingsfasen door-
                              loopt. Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk brengen een scheiding aan tussen de beoordeling van de wetenschappelijke merites
                              en de business case van een investeringsvoorstel.
                           30
                              Op basis van Technopolis (2013).
                           31
                              Zie ook het schema op pagina 8 van de NSF Large Facilities Manual (2013).
                        30 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                             waarbij elk jaar op basis van een review wordt gekeken of een faciliteit nog past binnen de
                             strategie en de portfolio van de NSF en op grond daarvan steun verdient.
                             Niet alleen de NSF hanteert een gefaseerde beoordelingsprocedure, ook de Canadese fe-
                             derale financier van grote onderzoeksinfrastructuur Canada Foundation for Innovation
                             (CFI) werkt met een procedure in stappen, waarbij aanvragen in opeenvolgende fasen be-
                             oordeeld worden door commissies van steeds bredere samenstelling en waarbij weten-
                             schappelijke expertise stapsgewijs wordt aangevuld met kennis van onderzoeksmanage-
                             ment, technologieontwikkeling, en economische en maatschappelijke valorisatie. In
                             Vlaanderen heeft men de beoordelingen van aanvragen voor faciliteiten binnen het Hercu-
                             lesprogramma gesplitst in een beoordeling van de wetenschappelijke merites (Hercules
                             Science) en de bedrijfseconomische kant (Hercules Invest).
                             Aanbeveling 3: Schep de juiste voorwaarden
                             De AWT beveelt de ministers van OCW en EZ aan om ervoor te zorgen dat aan de voor-
Voorzie de Commissie van     waarden is voldaan die een Commissie Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten in staat stel-
 noodzakelijke informatie    len goed te functioneren. Een dergelijke commissie moet daarvoor kunnen terugvallen op
                             informatie over wat in Nederland aan grootschalige onderzoeksfaciliteiten voorhanden is
                             en welke budgetten voor onderzoeksinfrastructuur ter beschikking komen, over hoe ken-
                             nisinstellingen, overheden en topsectoren zich verder willen ontwikkelen en profileren, en
                             over wat de resultaten zijn van eerdere investeringen in faciliteiten.
                             a. Weten wat er staat en wat er kan
 Breng in kaart wat er aan   Breng beter in kaart waarover Nederland op het gebied van grootschalige onderzoeksin-
          faciliteiten staat frastructuur beschikt en wat daarvan met publieke middelen is gefinancierd. Geef aan wat
                             de betekenis en kwaliteit van Nederlandse faciliteiten is in Europees en mondiaal verband.
                             Een goed beeld van wat er staat, hoelang het al meegaat en in welke mate het gebruikt
                             wordt, is er niet. Evenmin is er een goed beeld van de verschillende publieke en private
                             fondsen die voor investeringen in grootschalige onderzoeksvoorzieningen gebruikt kunnen
                             worden. Een dergelijk beeld helpt niet alleen om verantwoorde besluiten te nemen over
                             nieuwe investeringen, maar ook om het gebruik van bestaande faciliteiten beter te coördi-
                             neren en in bepaalde gevallen om voorzieningen met elkaar te verbinden en te laten sa-
                             menwerken.
                             b. Strategisch kiezen mogelijk maken
   Vraag topsectoren naar    Spreek topsectoren aan op het verhelderen welke investeringen in grote onderzoeksinfra-
       hun behoeften aan     structuur voor hen van belang is en waar – bij welke universiteit of instituut voor toege-
onderzoeksinfrastructuur     past onderzoek – deze het best gevestigd kan worden. Vraag van hen om binnen hun
                          31 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                   innovatie-roadmaps nadrukkelijker aandacht te besteden aan foresight en hun ambities op
                                   het gebied van technologie duidelijk te verwoorden. Vraag hen om hun toekomstige be-
                                   hoeften aan grootschalige onderzoeksfaciliteiten in kaart te brengen en hun plannen en
                                   initiatieven onderling af te stemmen.
 Spreek kennisinstellingen aan op  Spreek tevens kennisinstellingen aan op verdieping van hun profileringsstrategie. Om een
         hun profileringsstrategie goede aansluiting van nationale investeringen in grootschalige faciliteiten bij de strategie
                                   van instellingen te waarborgen, moet een kennisinstelling een helder en uitgesproken pro-
                                   fiel hebben.
                                   c. Leren van ervaringen
                                   Besteed consequent aandacht aan het registreren van het gebruik van grote onderzoeksin-
Monitor en evalueer investeringen  frastructuren en aan ex post evaluatie van investeringsbeslissingen. Monitor en evalueer
                                   bestaande grote infrastructurele voorzieningen op nut, intensiteit van gebruik, en bijdrage
                                   aan strategische doelstellingen (profilering op sleuteldisciplines of sleuteltechnologieën).
                                   Analyseer de ervaringen en inventariseer op welke wijze resultaten ex post systematisch en
                                   persistent afwijken van verwachtingen ex ante. Gebruik deze evaluaties systematisch om
                                   investeringsbeslissingen in de toekomst te informeren.
                                   Aldus vastgesteld te Den Haag, april 2013
                                   prof.dr. U. Rosenthal (voorzitter)
                                   mevr. dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
                                32 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>b1                     Adviesvraag
                       Grote Onderzoeksinfrastructuur
    Adviesvraag grootschalige faciliteiten voor onderzoek
    Wetenschappelijke vooruitgang in alle wetenschappelijke velden is afhankelijk van talent
    en van een state of the art onderzoeksinfrastructuur32, waarmee excellent en grensverleg-
    gend onderzoek gedaan kan worden. Het opzetten en onderhouden van grootschalige
    onderzoeksfaciliteiten33 in deze infrastructuur brengt hoge kosten met zich mee die afzon-
    derlijke onderzoeksgroepen maar ook afzonderlijke (vooral kleinere) landen niet kunnen
    opbrengen. Daarom worden de ambities en investeringsplannen voor dit soort grootschalige
    onderzoeksfaciliteiten steeds meer in nationaal dan wel in internationaal verband afgestemd.
    Het hebben van of deelnemen aan deze grootschalige onderzoeksfaciliteiten wordt door
    veel landen geambieerd, omdat ze een concentratiepunt vormen voor internationale sa-
    menwerking en hoogwaardig onderzoek en ze als een magneet werken die (internatio-
    naal) talent aantrekt. Daarnaast heeft de opbouw en het onderhoud van kapitaalinten-
    sieve voorzieningen een direct effect op lokale economieën, doordat ze zowel gedurende
    hun opbouw als exploitatie diverse economische activiteiten en vaak hoogwaardige werk-
    gelegenheid met zich meebrengen. De ontwikkeling van grootschalige onderzoeksfacilitei-
    ten leidt verder vaak direct dan wel indirect tot belangrijke innovatieve spinoff.
    In Europees verband vindt afstemming van wensen en plannen voor veel van de groot-
    schalige onderzoeksfaciliteiten plaats binnen het in 2002 ingestelde European Strategy
    Forum for Research Infrastructures (ESFRI), dat vanaf 2006 regelmatige updates van de
    roadmap publiceert voor grootschalige onderzoeksfaciliteiten die de komende tien tot
    vijftien jaar zouden moeten worden gerealiseerd. ESFRI zorgt voor een gezamenlijke
    prioriteitstelling en integratie van de uit verschillende landen en wetenschapsgebieden
    komende initiatieven voor infrastructuren. De laatste update verscheen in 2010 en omvatte
    38 projecten.34
    32
        De term ‘onderzoeksinfrastructuur’ verwijst naar faciliteiten, middelen en verwante diensten die worden gebruikt door de
        wetenschappelijke gemeenschap om alle gebieden kwalitatief hoogstaand onderzoek te verrichten. Deze door de Europese
        Commissie gehanteerde definitie (Verordening 723/2009 van 25 juni 2009) omvat: de belangrijkste apparatuur en instrumenten
        die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt; kennisgebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of
        gestructureerde wetenschappelijke informatie; op informatie- en communicatietechnologie gebaseerde infrastructuren zoals
        gridnetwerken, computers, software en verbindingen, alsook andere apparatuur die onontbeerlijk is voor excellentie in onderzoek.
    33
        In het advies zal de in de Nederlandse roadmaps gehanteerde term ‘onderzoeksfaciliteiten’ worden gebruikt. Deze valt samen
        met het hiervoor gegeven begrip ‘onderzoeksinfrastructuur’, dat door de EC wordt gehanteerd.
    34
        Die vergen in totaal een bedrag van ongeveer €13 miljard voor opbouw. Het onderhoud van deze faciliteiten zal naar schatting
        €1,5 miljard per jaar kosten.
 33 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>   In Nederland vindt mede naar aanleiding van de ESFRI roadmap en een advies van het
   Innovatie Platform (Rapport Nijkamp, ‘Kennisambitie en researchinfrastructuur’, 2005)
   nationale afstemming van initiatieven plaats door middel van ‘nationale roadmaps voor
   grootschalige onderzoeksfaciliteiten’. De eerste hiervan werd eind 2008 opgesteld door de
   Commissie van Velzen. Een update daarvan (opgesteld op basis van het advies van de
   Commissie Meijer) verscheen op 28 februari 2012.35 De Nederlandse roadmap geeft een
   prioriteitstelling van Nederlandse initiatieven, die aansluiten op de ESFRI roadmap en die in
   Europese of mondiale samenwerking tot stand komen, maar ook van initiatieven die voor-
   namelijk van belang worden geacht voor Nederland. De roadmap voorziet in een financie-
   ringsvoorstel voor een periode van 4 jaar vanuit een aan NWO toegekend budget.
   Alhoewel de nationale roadmap en de ESFRI-roadmap een aardig beeld geven van de
   nieuwe en in ontwikkeling zijnde grote gedeelde voorzieningen voor onderzoek, zijn er
   ook infrastructurele voorzieningen die buiten zicht blijven omdat die vanuit andere bronnen
   dan NWO gefinancierd worden.
   De afweging van prioriteiten en de planning van de financiering van de grootschalige
   onderzoeksfaciliteiten binnen een beperkt middelenkader is complex. Dit heeft verschil-
   lende oorzaken. De in de roadmaps opgenomen faciliteiten zijn sterk verschillend omdat
   ze zich richten op uiteenlopende wetenschappelijke vraagstellingen en thema’s. De facili-
   teiten variëren van meer traditionele singled sited voorzieningen tot gedistribueerde en
   virtuele faciliteiten die zich over tal van landen uitstrekken, maar ook van voorzieningen
   die voor een enkele (sub)discipline van belang zijn tot voorzieningen die voor alle disciplines
   van belang zijn (zoals e-infrastructures). De kosten van opbouw, exploitatie en onderhoud,
   maar ook de duur van de constructie en de economische en maatschappelijk baten variëren
   daardoor enorm. Naast het criterium van wetenschappelijke excellentie is de druk opgeko-
   men om de investeringen mede te laten plaatsvinden in relatie tot het ‘topsectorenbeleid’.
   Op Europees niveau komt hier een afstemmingsvraagstuk met ‘Horizon 2020’ bij. Het
   advies van de commissie Meijer (2012) benadrukt dat de relatie met bestaande infrastructuur
   in GTI’s en bedrijven zou kunnen worden verstrekt.
   In verband hiermee wordt de AWT de volgende adviesvraag gesteld:
   Welke strategie dient het Nederlands wetenschaps- en innovatiebeleid te volgen als het
   gaat om de inzet voor grootschalige onderzoeksfaciliteiten op nationaal, Europees en
   mondiaal niveau om de eigen Nederlandse onderzoeksinfrastructuur te optimaliseren,
   maar ook om de benutting van buitenlandse voorzieningen zo optimaal mogelijk te
   maken voor de Nederlandse wetenschap en innovatie?
   35
       Aangeboden aan de Tweede Kamer op 2 maart 2012, ref. 384258.
34 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>   Als subvragen spelen hierbij:
   s 7ELKE TRENDS EN ONTWIKKELINGEN ZIJN INTERNATIONAAL ZICHTBAAR EN WELKE UITDAGINGEN
      en kansen ontstaan daardoor voor Nederland? Kunnen er lessen van het buitenland
      geleerd worden voor het beleid ten aanzien van de planning van grootschalige facili-
      teiten voor onderzoek. Zo ja, welke?
   s 7ELK BELEID EN STRATEGIE MOET DE .EDERLANDSE OVERHEID VOEREN OM OPTIMAAL IN TE
      spelen op deze trends en ontwikkelingen (zoals Horizon 2020)? Hoe kan het best
      ingespeeld worden op het Europese beleid dat zich richt op grootschalige onderzoeks-
      infrastructuur?
   s +AN PRIORITEITSTELLING EN PLANNING VAN OVERHEIDSINVESTERINGEN IN GROOTSCHALIGE ONDER-
      zoeksfaciliteiten, met veelal een lange termijnkarakter, gekoppeld worden aan maat-
      schappelijk vraagstellingen, het (topsectoren)beleid en de regionale ontwikkelings-
      planning (smart specialisation)?, welke vaak een kortere tijdshorizon hebben? Zo ja,
      op welke wijze kan deze koppeling gestalte krijgen? Wat valt hierbij te leren van
      vraaggestuurde investeringen uit het verleden en in andere landen?
   s (OE KAN DE PLANNING EN ONTWIKKELING VAN NIEUWE GROOTSCHALIGE FACILITEITEN VOOR
      onderzoek duurzaam ingebed worden in de bestaande onderzoeksinfrastructuur,
      rekening houdend met de profilering bij universiteiten en bestaande faciliteiten
      zoals de GTI’s.
   s )S EEN VERBETERDE AFSTEMMING ENOF WEDERZIJDSE BENUTTING TUSSEN PUBLIEK GEFINAN
      cierde en privaat gefinancierde grootschalige faciliteiten voor onderzoek op
      Nederlands dan wel Europees niveau wenselijk en mogelijk, en zo ja, hoe?
   s (OE KAN DE BALANS TUSSEN VOLDOENDE VERNIEUWING EN DUURZAAMHEID ONDER ANDERE
      contributie voor exploitatie en onderhoud) gewaarborgd worden?
   s (OE KAN HIERBIJ HET BELANG VAN RELATIEF NIEUWE GROOTSCHALIGE BASALE FACILITEITEN ZOALS
      e-infrastructures – datasystemen) worden geborgd en hoe moet daarmee omgegaan
      worden in verband met het toenemend belang van big data en de waarborgen voor
      ‘open toegankelijkheid’?
   s )S EEN AFSTEMMING TUSSEN DE ONDERZOEKSPROGRAMMERING EN DE INVESTERINGEN GEDAAN
      in grootschalige onderzoeksfaciliteiten op Nederlands dan wel op Europees niveau
      wenselijk en zo ja, hoe kan deze het beste worden vormgegeven?
35 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>36 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>b2                    Criteria voor opname
                      op roadmaps: twee voorbeelden
    Nederland
    De door de Commissie Nederlandse roadmap ontwikkelde criteria – waarvan de eerste zes
    ook door ESFRI zijn gehanteerd – luiden als volgt: 36
            1.      De kans op wetenschappelijke doorbraken (science case)
                    Innovatie dient het te hebben van wetenschappelijke doorbraken. Als men
                    grote investeringen wil plegen in onderzoeksfaciliteiten dan moeten deze facili-
                    teiten ertoe leiden dat er (mede) daardoor een grotere kans op wetenschappe-
                    lijke doorbraken op het betreffende onderzoeksterrein ontstaat.
            2.      De potentie tot brain gain (talent case)
                    Een kennisland kan niet zonder veelbelovend onderzoekstalent. Om dit talent
                    naar Nederland te halen of voor Nederland te behouden is een aantrekkelijke
                    en uitdagende werkplek een voorwaarde. Geavanceerde researchfaciliteiten zijn
                    hierbij essentieel.
            3.      Het belang voor maatschappij of bedrijfsleven (innovation case)
                    Onderzoeksfaciliteiten zijn noodzakelijk voor het bedrijfsleven en voor innova-
                    tieve overheden. Juist grootschalige onderzoeksfaciliteiten werken als een mag-
                    neet voor nieuwe kennis en dat schept een uitstekend klimaat voor zowel het
                    kleine als het grote bedrijfsleven.
            4.      Samenwerking en concurrentie (partnership case)
                    Grote onderzoeksfaciliteiten zijn ingebed in brede netwerken. Onderzoek in
                    grote faciliteiten geschiedt via (internationale) netwerken; bovendien zorgen
                    faciliteiten met een grote kritische massa voor synergie tussen kenniswerkers.
    36
       Zie NWO (2012).
 37 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>         5.      Financiële aspecten (business case)
                 Innovatie kost geld. Om een faciliteit van internationale allure naar Nederland te
                 halen en te exploiteren zullen de kosten de beschikbare budgetten te boven
                 gaan. Een zorgvuldige budgetanalyse is daarom noodzakelijk.
         6.      Technische haalbaarheid/technische uitdagingen (technical case)
                 Nieuwe faciliteiten bergen risico’s in zich. Het is daarom van belang om te we-
                 ten of het technisch mogelijk is om de gevraagde faciliteit te bouwen. Het is
                 goed om ook de technische uitdagingen in te schatten, omdat dat eveneens
                 een extra reden kan zijn om al dan niet aan deze faciliteit te beginnen.
         7.      Mogelijke focus voor Nederland
                 Bij elke faciliteit die de Commissie heeft beoordeeld heeft ze de volgende vra-
                 gen gesteld:
                 a.     Neemt Nederland een internationaal leidende positie in?
                 b.     Kan Nederland (op een deelgebied) een unieke positie gaan innemen?
                 c.     Nemen buitenlandse onderzoeksgroepen een internationaal leidende
                        positie in, maar zijn er redenen om toch in deze faciliteit te investeren en
                        zo de (wetenschappelijke) concurrentie aan te gaan?
         8.      Kritische massa
                 Grootschalige onderzoeksfaciliteiten zijn er primair ten behoeve van onderzoe-
                 kers. Dit betekent dat naar het oordeel van de Commissie geïnvesteerd moet
                 worden in onderzoeksfaciliteiten op die onderzoeksterreinen waarin (kwalita-
                 tief en kwantitatief) voldoende toptalent binnen Nederland aanwezig is. Ook
                 moet uit de resultaten van recente onderzoeksvisitaties blijken dat Neder-
                 landse onderzoeksgroepen op hun onderzoeksterrein een internationale kop-
                 positie innemen.
         9.      Inbedding
                 Grootschalige internationale onderzoeksfaciliteiten moeten financieel en institu-
                 tioneel zijn ingebed in de Nederlandse kennisinfrastructuur. Dit geldt naar het
                 oordeel van de Commissie ook voor de grootschalige internationale onder-
                 zoeksfaciliteiten waarbij Nederland niet de trekkersrol vervult. Deze institutio-
                 nele en financiële inbedding kan onder meer blijken uit de bundeling van de
                 onderzoeksgroepen binnen Nederland, de inbedding van Nederlandse onder-
                 zoeksgroepen in Europese netwerken en de investeringen van de Nederlandse
                 overheid, via bijvoorbeeld FES-gelden, in het betreffende onderzoeksterrein.
38 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>          10.    Bewezen wil tot samenwerking
                 De Commissie hecht veel waarde aan samenwerking en de wil tot samenwer-
                 king. De grootschalige onderzoeksfaciliteiten moeten de samenwerking tussen
                 de betrokken Nederlandse onderzoeksgroepen op het betreffende onderzoek-
                 sterrein versterken. De betrokken Nederlandse onderzoeksgroepen bevestigen
                 deze wil tot samenwerking ook in financiële zin door een bepaald percentage
                 van hun onderzoeksbudget te bestemmen voor exploitatie van de betreffende
                 grootschalige onderzoeksfaciliteit.
          11.    Aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen
                 De Commissie hecht veel waarde aan de maatschappelijke relevantie van on-
                 derzoek. Om die reden acht ze het van belang dat naast de wetenschappelijke
                 en economische aspecten ook aandacht wordt besteed aan landelijke maat-
                 schappelijke ontwikkelingen en trends, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de door het
                 kabinet vastgestelde maatschappelijke innovatieagenda’s op het gebied van
                 water, energie, zorg en veiligheid.
   Duitsland
   De Wissenschaftsrat van Duitsland stelt in haar advies de volgende criteria voor, voor op-
   name van grootschalige faciliteiten in de Duitse roadmap:
   If possible and useful, please reinforce your information on the four dimensions of evalua-
   tion (scientific potential, utilization, relevance for Germany as a location of science and
   research, feasibility) also with quantitative data.
   1. Scientific potential
          1.1. What is the significance of the research infrastructure? Which issues of the rele-
                 vant field(s) of research can be addressed via the research infrastructure? Which
                 new fields of research could be made accessible through the planned research
                 infrastructure? Which alternative ways have been explored to scientifically work
                 on these research questions or fields of research? Please answer these questions
                 with a short report against the background of the present state of research.
          1.2. For which field(s) of research is the research infrastructure of relevance? What
                 significance does this project have for the development – at the moment and
                 on the long run – of the field(s) of research? What would the consequences
                 for the field(s) of research be if the research infrastructure was not supported?
          1.3. Which scientific and technological innovations are expected of the research in-
                 frastructure? Will new co-operations be supported within and beyond the dis-
                 cipline due to the planned research infrastructure?
39 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>         1.4. Which possible modes of operations will be opened up by the planned re-
                 search infrastructure? Can these change within the course of the lifetime of
                 the infrastructure (multipurpose platform), or is it a specific infrastructure?
         1.5. What are the differences between the planned and other existing or planned
                 research infrastructures? Please specify competing and complementary re-
                 search infrastructures from all over the world in the appendix. In case of an
                 overlap, what is the additional benefit? Are synergies made use of?
   2. Utilization
         2.1. Who will use the planned research infrastructure? Please define the size of the
                 user groups, their disciplinary and institutional origin, preferably differentiated
                 by their intensity of utilization. Does the capacity of the planned infrastructure
                 fit to the size of the expected user group? Are new user groups supposed to
                 be attracted by the new research infrastructure? Do concrete expressions of
                 interest of institutions exist? How big is the percentage of international users?
                 Why is the international community of users interested in the research infra-
                 structure? Are companies interested in the research infrastructure?
         2.2. What impact will the planned research infrastructure have on the use of other
                 already existing research infrastructures?
         2.3. How will the access to the planned research infrastructure be organised? The
                 choice of research projects respectively the authorised people is based on
                 which criteria? Will access procedures vary for users from different countries or
                 institutions? Will the operating of the research infrastructure be co-financed
                 via user fee?
         2.4. Which expertise is required for the utilization of the planned research infra-
                 structure? How will it be ensured that users actually have this expertise?
   3. Relevance for Germany as a location of science and research
         3.1. Does the planned research infrastructure follow up on the strengths of Ger-
                 many’s research or does it compensate a weakness? In what respect does it
                 strengthen Germany’s research? How does the planned research infrastructure
                 support the medium- and long-term visibility and attractiveness of Germany as
                 a location of science and research within the European and international con-
                 text, especially with the new generation of academics in mind?
         3.2. For which German scientific institutions (universities/non-university research in-
                 stitutes) is the planned research infrastructure of importance? Which role does
                 the research infrastructure play especially for the training of the new genera-
                 tion of academics?
40 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>         3.3. How does the planned research infrastructure fit into the whole field of re-
                 search infrastructures in Germany, in Europe and world-wide? How is it related
                 to existing German research infrastructures that are competing or complemen-
                 tary? Please add a list of competing and complementary research infrastructu-
                 res of the field from around the world which already exist or are planned in
                 the appendix. How have the preparation, construction and operation of these
                 research infrastructures been coordinated with the institutions?
         3.4. How can the research infrastructure help Germany address the grand challen-
                 ges? Have measures been arranged for the support or activation of the realiza-
                 tion of concrete solutions?
         3.5. In case of an international project: What position does Germany have (leading
                 position/taking over important work packages)? Have the interests of Ger-
                 many been adequately taken into account within the concepts?
         3.6. Where does the exceptional political significance of the planned research in-
                 frastructure for the German science and research landscape additionally lie?
   4. Feasibility
   Technical requirements
         4.1. Are there technical innovations necessary for the realization of the research in-
                 frastructure? Which steps are planned for these?
         4.2. Have technical alternatives – also in respect of cost-benefit-aspects – been
                 checked? (Justification required not only in terms of the general financing but
                 also from a technological point of view)
         4.3. Are preliminary studies necessary? If this is the case, are these already sche-
                 duled or planned? (For completed preliminary studies cf. III.1.2)
         4.4. Are there special requirements for e-infrastructures? If so, which plans exist for
                 the provision of it and how is it embedded into the national and European
                 landscape of e-infrastructures?
41 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   Institutional requirements
          4.5. Why is the hosting institution interested in becoming the headquarters of the
                 planned research infrastructure project? How is the new research infrastruc-
                 ture integrated into the long-term strategy of the hosting institution (and the
                 cooperating institutions)? How will the hosting institution get involved (inclu-
                 ding the financial support)?
          4.6. If the project is part of a research network or some other project-like research
                 association: How is it guaranteed that the project outlasts the existence of the
                 association?
          4.7. What kinds of scientific expertise already exist within the hosting institution re-
                 garding the field(s) of research that is/are related to the research infrastruc-
                 ture? Please quote five relevant publications of scientists of your institution of
                 the last five years.
          4.8. Which technological expertise is necessary for the preparation, construction
                 and operation of the research infrastructure? Which skills do the involved
                 have? (For maintenance staff cf. 4.11)
          4.9. Which concepts of governance – if applicable also for different implementa-
                 tion phases – have been developed?
          4.10. In case of a totally new construction will existing facilities of the hosting insti-
                 tution be abandoned? To what extent could costs be reduced?
          4.11. Do any ethical and/or legal issues need to be taken into account concerning
                 the construction, operation and decommissioning of the project? Any environ-
                 mental consequences? How high is the risk of modification or abortion due to
                 ethical, legal or environmental reasons? What method has been planned as to
                 clarify the issue at an early stage and to come to a decision?
   Personnel requirements
          4.12. Which personnel capacities in the scientific and technological (maintenance
                 staff) area do the involved have? If these are not sufficient for the preparation
                 and respectively the operation, what concepts for the recruitment have been
                 developed?
          4.13. How will you recruit and train the new generation of academics? Do any con-
                 cepts exist? Do any co-operations with (further) universities exist?
42 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>b3                      Groot in Nederland
    Een van de redenen waarom het lastig is om te definiëren en af te bakenen wat groot-
    schalige onderzoeksfaciliteiten precies zijn, is gelegen in het feit dat het hier om heel di-
    verse faciliteiten gaat.37 Waar het traditioneel vooral ging om technische hardware, zoals
    telescopen, laboratoria en onderzoeksschepen, betreft het nu ook dataverzamelingen en
    andere onderzoekscollecties, gedistribueerde systemen en softwaremodellen. De vergro-
    ting van de diversiteit aan faciliteiten houdt verband met de digitalisering van het onder-
    zoek en de ontwikkeling van e-science.38 Deze diversiteit maakt het lastig om te bepalen
    wat nu eigenlijk ‘groot’ is. Daarom karakteriseert het Rathenau-rapport grote faciliteiten
    aan de hand van zeven kenmerken:
              1.       De initiële investering en eventuele vernieuwings- en vervangingsinvesteringen
                       gaan het vermogen van een individuele faculteit, instelling of financieringspro-
                       gramma te boven.
              2.       Een grootschalige faciliteit heeft hoge potentiële leer-, netwerk- en
                       clustereffecten.
              3.       Een grootschalige onderzoeksfaciliteit heeft een eigen onderzoeksgroep en
                       ondersteunend (technisch en administratief) personeel.
              4.       Een grootschalige onderzoeksfaciliteit is institutioneel ingebed en heeft een
                       eigen bestuurlijk model dat een beschrijving geeft van de rol van verschillende
                       partijen, de periodieke evaluatie, het eigendom, het kostenmodel en de toe-
                       gankelijkheid van de infrastructuur.
              5.       Grootschalige onderzoeksfaciliteiten hebben een nationale of internationale ori-
                       entatie in plaats van een lokale oriëntatie en zijn op samenwerking gebaseerd.
              6.       Sommige grootschalige faciliteiten zijn uniek in Nederland of zelfs uniek in de
                       wereld.
              7.       Onderzoeksfaciliteiten zijn toegankelijk voor gebruikers van buiten, al dan niet
                       tegen betaling, en oefenen aantrekkingskracht uit op onderzoekers uit het
                       buitenland en het bedrijfsleven.
    Uitgaande van deze karakterisering, komt het rapport in 2008 tot een lijst van 66 facilitei-
    ten, die hieronder ter illustratie is weergegeven. Van de waarde van deze faciliteiten geeft
    het rapport met veel slagen om de arm een ruwe raming, die uitkomt op een totaal van
    3,5 miljard euro. Ook al is dit een grove schatting (waarbij een paar faciliteiten waarvan de
    waarde niet te schatten is niet meegenomen zijn), toch geeft het een indruk van relevante
    37
       Deze bijlage is gebaseerd op Rathenau (2008).
    38
       Zie hierover bijvoorbeeld AWT (2011).
 43 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>   ordes van grootte. De verdeling van de waarde van de faciliteiten over de verschillende
   wetenschapsgebieden schat het rapport als volgt in: ruim zestig procent is bedoeld voor
   natuurwetenschappelijk en technisch onderzoek; medisch onderzoek, informatietechnolo-
   gie en astronomie nemen elk zo’n tien procent of meer voor hun rekening; collecties en
   sociale wetenschappen beslaan een paar procent van de totale waarde.
   Omdat de faciliteiten zo divers van karakter zijn, is het ook niet goed mogelijk algemene
   uitspraken te doen over (technische dan wel economische) levensduur en afschrijvingster-
   mijnen. Deze lopen uiteen van vijf jaar (bijvoorbeeld in het geval van de inventaris van een
   clean room) tot meer dan vijfentwintig jaar (bijvoorbeeld waar het gaat om biobanken,
   collecties en dataverzamelingen, maar ook om radiotelescopen).
   Onderstaande tabel geeft een overzicht van de grootschalige onderzoeksfaciliteiten die de
   auteurs van het Rathenau-rapport in 2008 hebben gevonden.
   Faciliteit                                       Eigenaar              Locatie
   - AGOR                                           FOM                   Groningen
   - BIG GRID                                       NWO NCF               Diverse
   - Bijvoet Center for Biomolecular Research       UU                    Utrecht
   - Biomedical Primate Research Centre (BPRC)      BPRC                  Rijswijk
   - Centraal Bureau voor de Statistiek             CBS                   Voorburg
   - Centraal Veterinair Instituut                  WUR                   Lelystad; Wageningen
   - CESAR Observatory                              Consortium            Cabauw
   - DANS                                           KNAW                  Den Haag
   - DAREnet                                        KNAW                  Den Haag
   - Delft Software Systems                         Deltares              Delft
   - Desdemona                                      TNO                   Delft
   - Deltares goten- en stromingslaboratoria        Deltares              Delft; Marknesse
   - DNW Wind tunnels                               DNW                   Emmeloord
   - F.C. Donders Centre for Cognitive Neuroimaging RU Nijmegen           Nijmegen
   - GeoBrain                                       Deltares              Delft
   - GeoLab                                         Deltares              Delft
   - High Field Magnet Laboratory                   RU Nijmegen           Nijmegen
   - Hoge Flux Reactor                              JRC/NRG               Petten
   - Ion Beam Applications Centre                   UU                    Utrecht
   - IR User Facility FELIX                         FOM                   Nieuwegein
   - KNMI Meetnet                                   KNMI                  De Bilt
   - Koninklijke Bibliotheek                        KB                    Den Haag
   - Laser Centre Vrije Universiteit (LCVU)         VU                    Amsterdam
   - Life courses in context                        IISG                  Amsterdam
   - Life Science Trace Gas Exchange Facility       RU Nijmegen           Nijmegen
   - Lifelines                                      UMC Groningen         Groningen
44 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   Faciliteit                                               Eigenaar            Locatie
   - Low Frequency Array (LOFAR)                            ASTRON              Dwingeloo; Borger-Odoorn
   - MARIN Bassins                                          MARIN               Wageningen
   - MARIN Simulatoren                                      MARIN               Wageningen
   - MARIN Software tools                                   MARIN               Wageningen
   - MESS                                                   UvT CentERdata      Tilburg
   - NanoLab NL                                             NanoNed             Groningen; Enschede;
                                                                                Delft; Eindhoven
   - Nationaal Archief                                      Nationaal Archief   Den Haag
   - Nationaal Herbarium Nederland                          Nationaal Herbarium Leiden
                                                            Nederland
   - Naturalis                                              Naturalis           Leiden
   - Nederlands Referentielaboratorium
     (Laboratorium voor Infectieziekten en Screening)       RIVM                Bilthoven
   - Nederlands Vaccin Instituut                            NVI                 Bilthoven
   - Netherlands Bioinformatics Centre (NBIC)               NBIC                Diverse
   - Netherlands Metabolomics Centre                        NMC                 Diverse
   - Netherlands Proteomics Centre                          NPC                 Diverse
   - Nijmegen Centre for Advanced                           RU Nijmegen         Nijmegen
   - Spectroscopy
   - NIOZ                                                   NIOZ                Texel
   - NLBIF/GBIF                                             UvA                 Amsterdam
   - NLR Laboratoriumvliegtuigen                            NLR                 Amsterdam
   - NLR Simulatoren                                        NLR                 Amsterdam
   - NLR Testfaciliteiten en engineeringfaciliteiten        NLR                 Amsterdam
   - PALGA                                                  Stichting PALGA     Utrecht
   - Parelsnoer (landelijke infrastructuur
     voor nationale biobanken)                              NFU                 Diverse
   - Pilotlijn kristallijn silicium zonnecellen en –modules ECN                 Wieringerwerf
   - PSI-lab                                                FOM                 Rijnhuizen
   - Reactor Institute Delft                                TU Delft            Delft
   - RIVM Luchtmeetnet                                      RIVM                Diverse
   - Sanquin                                                Sanquin             Amsterdam
   - SARA                                                   SARA                Amsterdam; Almere
   - Spinozacentrum                                         AMC, UvA; VU; NIN-
                                                            KNAW                Amsterdam
   - SRON                                                   SRON                Utrecht
   - SURFnet6                                               SURFnet             Utrecht
   - TRAILS                                                 UMC Groningen       Groningen
   - TuBaFrost                                              Erasmus MC          Rotterdam
   - VeHIL                                                  TNO                 Helmond
45 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>   Faciliteit                           Eigenaar            Locatie
   - Virtual Laboratory for e-science   VL-e consortium     Amsterdam; Groningen;
                                                            Dwingelo
   - VISTA                              LUMC, UMC, Utrecht, Leiden; Utrecht;
                                        RU Nijmegen         Nijmegen;
                                                            Duisburg/Essen
   - Wageningen NMR Centre              WUR                 Wageningen
   - Windturbine testpark Wieringermeer ECN                 Wieringermeer
   - WMC Kennis- en testcentrum         ECN                 Wieringerwerf
   - WSRT                               ASTRON              Dwingeloo
46 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>b4                 Deelnemers workshop
    Workshop in het kader van de voorbereidingen van het advies inzake het beleid voor
    grootschalige onderzoeksinfrastructuur op 24 januari 2013.
    Deelnemers                                     Organisatie
    Bedrijven
          -       Jacques Joosten                  DSM
          -       Emmo Meijer                      FrieslandCampina / AWT
          -       Leon Sintnicolaas                NXP
          -       René Aarnink                     Philips
          -       Jan van den Biesen               Philips
          -       Teun Graafland                   Shell
          -       Rob Hamer                        Unilever
          -       Thomas Grosfeld                  VNO-NCW
    Onderzoek
          -       Steven Krauwer                   CLARIN
          -       Rob de Kleuver                   FOM
          -       Wouter Los                       LifeWatch
          -       Bas Buchner                      MARIN
          -       Miriam Luizink                   MESA+ / NanoLab NL
          -       Carolien Bouma                   Nederlandse Federatie van Universitair
                                                   Medische Centra (NFU)
          -       Ruben Kok                        Netherlands Bioinformatics Centre (NBIC)
          -       Rob Klöpping                     Nikhef / CERN
          -       Anton Franken                    RU Nijmegen
          -       Colja Laane                      TKI Life Science and Health, NGI
          -       Dave Blank                       Universiteit Twente, MESA+ / AWT
          -       Hans de Jonge                    VSNU
    Overheid
          -       Patrick Schelvis                 EZ
          -       Jos Engelen                      NWO
          -       Cas Maessen                      NWO
          -       Anko Wiegel                      NWO
          -       Richard Derksen                  OCW
          -       Jeanette Ridder                  OCW
 47 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>   Overig
         -       Peter Tindemans        Consultant
         -       Edwin Horlings         Rathenau Instituut
         -       Anke Nooijen           Technopolis
         -       Frank Zuijdam          Technopolis
         -       Paul Diederen          AWT
         -       Victor van Rij         AWT
48 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>b5                 Geïnterviewden
    Bedrijven
          -       Bert Kip               DSM (Chemelot)
          -       Alfred van Roosmalen   NXP / TKI High Tech Systems & Materials
          -       Jan van den Biesen     Philips
          -       André Gehring          Philips – MiPlaza
          -       Thecla Bodewes         Scheepswerven Bodewes / De Kaap
          -       Thomas Grosfeld        VNO-NCW
    Onderzoek en ontwikkeling
          -       Steven Krauwer         CLARIN
          -       Wim van Saarloos       FOM
          -       Wouter Los             LifeWatch
          -       Bas Buchner            MARIN
          -       Miriam Luizink         MESA+ / NanoLab NL
          -       Colja Laane            TKI Life Sciences and Health, NGI
          -       Jan Mengelers          TNO
          -       Bernard de Geus        TTI Green Genetics
    Beleid
          -       Arana Antelo           EC, DG Research & Innovation
          -       Annemarie Johanson     EC, DG Research & Innovation
          -       Brigitte Sambain       EC, DG Research & Innovation
          -       Paul Tuinder           EC, DG Research & Innovation
          -       Maarten Kool           EZ
          -       Rene Bok               EZ
          -       Patrick Schelvis       EZ
          -       Tibbe Breimer          EZ
          -       Marjan van Meerlo      EZ
          -       Hans Chang             KNAW
          -       Jos Engelen            NWO
          -       Cas Maessen            NWO
          -       Richard Derksen        OCW
          -       Jeanette Ridder        OCW
 49 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>   Overig
         -       John Marks                        Consultant
         -       Paul Beckers                      ESF
         -       Edwin Horlings                    Rathenau Instituut
         -       Frank Zuijdam                     Technopolis
   Dit advies is voorbereid door een projectgroep bestaande uit Emmo Meijer (voorzitter),
   Dave Blank, Paul Diederen en Victor van Rij.
50 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>b6                 Literatuur
    s     !74  !DVIES INZAKE DE APPARATUURVOORZIENING VOOR HET PARA UNIVERSITAIRE
          onderzoek, AWT-advies 8, Den Haag.
    s     !74  )NVESTEREN IN ONDERZOEK !74 ADVIES  $EN (AAG
    s     #OMMISSIE .ATIONALE 2OADMAP 'ROOTSCHALIGE /NDERZOEKSFACILITEITEN  .EDER-
          landse Roadmap Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten, Amsterdam.
    s     !74  % 3CIENCE $E WETENSCHAP IN DE STE EEUW !74 ACHTERGRONDSTUDIE
          38, Den Haag.
    s     %3&2)  3TRATEGY 2EPORT ON 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES 2OADMAP 
    s     %3&2)  %3&2) %VALUATION 2EPORT 
    s     %UROPEAN #OMMISSION  #OMMUNITY ,EGAL &RAMEWORK FOR A %UROPEAN 2E-
          search Infrastructure Consortium, Council Regulation (EC) No 723/2009, 25 June
          2009.
    s     %UROPEAN #OMMISSION $' FOR 2ESEARCH AND )NNOVATION  'LOBAL CHANGE TO-
          wards global research infrastructures – EU support for research infrastructures in En-
          vironmental and Earth Sciences, EUR 25253.
    s     %UROPEAN #OMMISSION $' FOR 2ESEARCH  #OMMUNITY 3UPPORT FOR 2ESEARCH
          Infrastructures in the Sixth Framework Programme – Evaluation of pertinence and
          impact, Synthesis report, EUR 24051.
    s     %UROPEAN #OMMISSION %UROPEAN 3CIENCE &OUNDATION  4RENDS IN %UROPEAN
          Research Infrastructures – Analysis of data from the 2006/2007 survey.
    s     %UROPEAN #OURT OF %DITORS  4HE EFFECTIVENESS OF THE DESIGN STUDIES AND CON-
          struction of new infrastructures support schemes under the 6th framework pro-
          gramme for research, Special report No 2.
    s     %UROPESE #OMMISSIE  #OMMUNAUTAIRE KADERREGELING INZAKE STAATSSTEUN VOOR
          onderzoek, ontwikkeling en innovatie.
    s     %XPERT 'ROUP ON 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES  ! VISION FOR STRENGTHENING WORLD
          class research infrastructures in the ERA, European Commission.
    s     (OUSE OF #OMMONS #OMMITTEE ON 0UBLIC !CCOUNTS  "IG SCIENCE 0UBLIC IN-
          vestment in large scientific facilities, HC 521.
    s     )#4 2EGIE  4OWARDS A COMPETITIVE )#4 INFRASTRUCTURE FOR SCIENTIFIC RESEARCH IN
          the Netherlands.
    s     )NNOVATIE 0LATFORM  +ENNISAMBITIE EN RESEARCHINFRASTRUCTUUR n )NVESTEREN IN
          grootschalige kennisinfrastructuur.
 51 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>   s     -INISTERIE VAN /NDERWIJS #ULTUUR EN 7ETENSCHAP  5NCHARTED &RONTIERS THE
         Netherlands’ Roadmap for Large-Scale Research Facilities.
   s     .7/ EN 3ENTER.OVEM  %3&2) !DVISORY 2EPORT
   s     .7/  .ATIONAL 2OADMAP FOR ,ARGE 3CALE 2ESEARCH &ACILITIES PROGRAM BRO-
         chure.
   s     .7/  !DVICE FROM THE 'OVERNING "OARD OF .7/ ON THE .ETHERLANDS 2OAD-
         map for Research Infrastructure: Roadmap 2012-2016 – Funding.
   s     .ATIONAL 3CIENCE &OUNDATION  .3& ,ARGE &ACILITIES -ANUAL .3&  
   s     /%#$ 'LOBAL 3CIENCE &ORUM  2EPORT ON 2OADMAPPING OF ,ARGE 2ESEARCH )N-
         frastructures.
   s     /%#$ 'LOBAL 3CIENCE FORUM  2EPORT ON %STABLISHING ,ARGE )NTERNATIONAL 2E-
         search Infrastructures: Issues and Options.
   s     2ATHENAU )NSTITUUT  (ORLINGS % 'URNEY 4H 3OMERS ! VAN DEN "ESSELAAR
         P., The societal footprint of big science, working paper 1206.
   s     2ATHENAU )NSTITUUT  (ORLINGS % 6ERSLEIJEN ! 'ROOT IN  n -OMENTOP-
         name van Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten in de Nederlandse Wetenschap,
         SciSA-rapport 0809.
   s     2ATHENAU )NSTITUUT  (ORLINGS % )NVESTEREN IN ONDERZOEKSFACILITEITEN n 0RIORITE-
         ring, financiering, consequenties, SciSA-rapport 0910.
   s     317 #ONSULTING  2EVIEW OF ECONOMIC IMPACTS RELATING TO THE LOCATION OF
         large scale science facilities in the UK, final report.
   s     352&  .EDERLAND IN DE HOOGSTE VERSNELLING n 6ISIEDOCUMENT 352&
   s     4ECHNOPOLIS  :UIJDAM & "OEKHOLT 0 .AGLE - #AMPUSVORMING n 3TUDIE
         naar de meerwaarde van campussen en de rol van de overheid met betrekking tot
         campusvorming.
   s     4ECHNOPOLIS  :UIJDAM & "OEKHOLT 0 $EUTEN * -EIJER ) 6ERMEULEN . $E
         rol en meerwaarde van grootschalige onderzoeksfaciliteiten.
   s     4ECHNOPOLIS  :UIJDAM & .OOIJEN ! 2IJNDERS .AGLE - 6ERGELIJKENDE STUDIE
         naar het beleid ten aanzien van grote onderzoeksfaciliteiten.
   s     7ISSENSCHAFTSRAT  #ONCEPT FOR A 3CIENCE DRIVEN %VALUATION OF ,ARGE 2ESEARCH
         Infrastructure Projects for a National Roadmap (pilot phase), Köln.
   Nationale Roadmaps:
   s     !USTRALIÑ 3TRATEGIC 2OADMAP FOR !USTRALIAN 2ESEARCH )NFRASTRUCTURE  $EPART-
         ment of Innovation, Industry, Science and Research, 2008.
   s     #HINA ,ARGE 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES $EVELOPMENT IN #HINA ! ROADMAP TO 
         Hesheng Chen (ed.), Chinese Academy of Science, Science Press, Beijing, and Sprin-
         ger-Verlag, Heidelberg, Dordrecht, London, New York, 2011.
   s     $ENEMARKEN $ANISH 2OADMAP FOR 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES  $ANISH !GENCY FOR
         Science, Technology and Innovation, September 2011.
   s     $UITSLAND (ELMHOLTZ 2OADMAP FOR 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES (ELMHOLTZ !SSOCIATION
         2011.
52 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>   s     &INLAND .ATIONAL ,EVEL 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES 0RESENT 3TATE AND 2OADMAP -INIS-
         try of Education, Helsinki, 2009.
   s     &RANKRIJK ,ES 4RÒS 'RANDES )NFRASTRUCTURES DE 2ECHERCHE &EUILLE DE 2OUTE &RANÎAISE
         édition 2008, Ministre de l’Enseignement Supérieur et de la Recherche, 2008.
   s     'RIEKENLAND 'REEK ,ARGE 3CALE 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES n 2OADMAP !  9EARS
         Outlook, Athens, 2007.
   s     )ERLAND 2ESEARCH )NFRASTRUCTURE IN )RELAND n "UILDING FOR 4OMORROW (IGHER %DUCATION
         Authority, 2007.
   s     .OORWEGEN 4OOLS FOR 2ESEARCH 0ART ) .ORWAYS NATIONAL STRATEGY FOR RESEARCH INFRA-
         structure 2012-2017, and Part II: Norwegian Roadmap for Research Infrastructure
         2012.
   s     3LOVENIÑ 2ESEARCH )NFRASTRUCTURES 2OADMAP n 'OVERNMENT OF THE 2EPU-
         blic of Slovenia, 2010.
   s     3PANJE 3INGULAR 3CIENTIFIC AND 4ECHNOLOGICAL )NFRASTRUCTURES -INISTERIO DE %DUCACIØN
         y Ciencia, March, 2007.
   s     4SJECHIÑ 2OADMAP FOR ,ARGE 2ESEARCH $EVELOPMENT AND )NNOVATION )NFRASTRUCTURES
         in the Czech Republic, Ministry of Education, Youth and Sports, March 2010.
   s     6ERENIGD +ONINKRIJK ,ARGE &ACILITIES 2OADMAP  2ESEARCH #OUNCILS 5+
   s     6ERENIGDE 3TATEN !DVANCED 2ESEARCH )NSTRUMENTATION AND &ACILITIES #OMMITTEE ON
         Advanced Research Instrumentation, National Academy of Sciences, National Aca-
         demy of Engineering, Institute of Medicine, 2007.
   s     6ERENIGDE 3TATEN 3ETTING 0RIORITIES FOR ,ARGE 2ESEARCH &ACILITY 0ROJECTS 3UPPORTED BY
         the National Science Foundation, Committee on Setting Priorities for NSF-Sponsored
         Large Research Facility Projects, National Research Council, 2004.
   s     :WEDEN 4HE 3WEDISH 2ESEARCH #OUNCILS GUIDE TO )NFRASTRUCTURE 2ECOMMENDATIONS
         on long-term research infrastructures by the research councils and VINNOVA, The
         Swedish Research Council, 2008.
53 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>54 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>                  Serie uitgebrachte adviezen
                  van de AWT
   80    Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
         April 2013. ISBN 9789077005613. Verkoopprijs € 12,50.
   79    Diensten Waarderen.
         December 2012. ISBN 9789077005606. Verkoopprijs € 12,50.
   78    De Chinese handschoen. Hoe Chinese en Nederlandse kennis elkaar
         kunnen versterken. Februari 2012. ISBN 978 90 77005 58 3. Verkoopprijs € 12,50.
   77    Scherp aan de wind! Strategie voor Nederlandse (top)sectoren.
         Augustus 2011. ISBN 978 90 77005 77 4. Verkoopprijs € 15,00.
   76    Kapitale kansen. Slim geld voor ambitieuze ondernemers.
         Februari 2011. ISBN 978 90 77005 52 1. Verkoopprijs € 15,00.
   75    Kennis plaatsen. Onderzoeksinstituten in een veranderende omgeving.
         Januari 2010. ISBN 978 90 77005 49 1. Verkoopprijs € 45,00.
   74    Kennis zonder grenzen. Kennis en innovatie in mondiaal perspectief.
         Januari 2010. ISBN 978 90 77005 48 4. Verkoopprijs € 15,00.
   73    Meer laten gebeuren. Innovatiebeleid voor de publieke sector.
         Maart 2008. ISBN 978 90 77005 43 9. Verkoopprijs € 15,00.
   72    Weloverwogen impulsen. Strategisch investeren in zwaartepunten.
         November 2007. ISBN 978 90 77005 42 2. € 15,00.
   71    Balanceren met beleid. Wetenschaps- en Innovatiebeleid op hoofdlijnen.
         Maart 2007. ISBN 978 90 77005 39 2. € 12,50.
   70    Alfa en Gamma stralen. Valorisatiebeleid voor de Alfa- en Gammawetenschappen.
         Maart 2007. ISBN 978 90 77005 38 5. € 12,50.
   69    Bieden en binden. Internationalisering van R&D als beleidsuitdaging.
         December 2006. ISBN 90 77005 37 4. € 12,50.
   68    Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie.
         Juni 2006. ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
   67    Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
         Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
   66    Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
         September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
   65    Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
         hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
   64    Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB.
         Juli 2005. ISBN 90 77005 29 3. € 12,50.
   63    Kennis voor beleid - beleid voor kennis.
         Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5. € 12,50.
   62    De waarde van weten. De economische betekenis van universitair onderzoek.
         April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
55 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   61    Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
         Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60    Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als
         concurrentiefactor voor Nederlandse bedrijven.
         December 2004. ISBN 90 77005 25 0. € 12,50.
   59    Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid.
         Juni 2004. ISBN 90 77005 24 2. € 12,50.
   58    De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellingen.
         April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57    Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
         de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid.
         Januari 2004. ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56    Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
         November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55    Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid.
         Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54    1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek.
         September 2003. ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53    Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid.
         Juli 2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52    Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00.
   51    Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek.
         Juni 2003. ISBN 90 77005 15 3. € 9,00.
   50    Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke
         kennisinstelllingen en de Nederlandse kennissamenleving.
         Januari 2003. ISBN 90 77005 14 5. € 5,00.
   49    Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie ‘3% BBP voor O&O’.
         Juli 2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08.
   48    KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid.
         Juli 2002. ISBN 90 77005 10 2. € 12,50.
       (ØGESCHOOL VAN +ENNIS +ENNISUITWISSELING TUSSEN BEROEPSPRAKTIJK EN HOGESCHOLEN
         Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34.
   46    Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
         Juni 2001.ISBN 90 77005 03 X. € 9,08.
   45    Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
         Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34.
   44    Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08.
   43    Halfslachtige wetenschap. Onderbenutting van vrouwelijk potentieel als existentieel
         probleem voor academia, januari 2000. ISBN 90 346 3798 0. € 11,34.
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
56 Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>