<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>               Adviesraad voor
               wetenschap, technologie en innovatie
BALANS VAN
DE TOPSECTOREN
2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                  Adviesraad voor
                  wetenschap, technologie en innovatie
De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) brengt gevraagd
en ongevraagd advies uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn
strategisch van aard en gaan over de hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en
innovatiebeleid. De leden van de AWTI zijn afkomstig uit kennisinstellingen en het
bedrijfsleven. De raad staat onder voorzitterschap van Uri Rosenthal. De AWTI doet
zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis, wetenschap en innovatie
voor economie en samenleving groot is en in de toekomst nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
prof. dr. U. Rosenthal (voorzitter)
prof. dr. ing. D.H.A. Blank
mw. ing. T.E. Bodewes
mw. prof. dr. R. Cools
mw. prof. dr. V.A. Frissen
prof.dr. ir. T.H.J.J. van der Hagen
prof. dr. E.M. Meijer
dr. ir. A.J.H.M. Peels
prof.dr. ir. M.F.H. Schuurmans
prof. dr. L.L.G. Soete
mw. dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd in Den Haag:
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
t. 070 31 10 920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
ISBN: 9789077005699
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren
2014
september 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
Fotografie           Robert Llewellyn/Corbis
Ontwerp              2D3D Design, Den Haag
Druk                 Quantes, Den Haag
September 2014
ISBN                 9789077005699
Verkoopprijs         ! 12,50
Alle publicaties zijn gratis te downloaden via www.awti.nl.
Auteursrecht
Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van deze uitgave
worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de AWTI.
Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van organisatienaam en naam en jaartal van de uitgave.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting                                                5
Over de ’balans van de topsectoren’                        11
1.1 Koerswijziging in het beleid: topsectorenaanpak        11
1.2 Doel van de ‘Balans van de topsectoren’                11
1.3 Briefadvies 2013                                       12
1.4 Methodologie                                           12
1.5 Leeswijzer                                             13
De topsectorenaanpak: een beschrijving                     15
2.1 Historisch perspectief                                 15
2.2 Doel van de topsectoren                                19
2.3 De chronologie van de topsectorenaanpak                22
Reflectie                                                  29
3.1 Een ingrijpende systeemverandering                     29
3.2 Nieuwe dynamiek                                        32
3.3 Een gedeelde visie ontbreekt                           37
3.4 Direct betrokkenen ervaren grote bestuurlijke drukte   40
3.5 Belangrijke partijen voelen zich onvoldoende betrokken 43
Conclusies en aanbevelingen                                51
4.1 Conclusies                                             51
4.2 Aanbevelingen                                          54
4.3 Vooruitblik                                            56
Bijlage 1 Adviesaanvraag                                   60
Bijlage 2 Gebruikte bronnen                                64
Bijlage 3 Gesprekspartners                                 69
Balans van de topsectoren 2014                               3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 4</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Aanleiding
In 2010 kondigde het kabinet Rutte I de topsectorenaanpak aan. Inmiddels is de aanpak
een aantal jaren in uitvoering en kan er worden geleerd van de ervaringen tot nu toe.
Daarom heeft de minister van Economische Zaken, mede namens de staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Adviesraad voor wetenschap, technologie en
innovatie (AWTI) verzocht om in 2014 een ‘Balans van de topsectoren’ op te maken. Het
is nog te vroeg om harde effecten te meten, maar het is wel mogelijk om op metaniveau
de topsectorenaanpak onder de loep te nemen. Het doel van deze Balans is bij te dragen
aan een effectieve bijsturing van de topsectorenaanpak.
Topsectorenaanpak: een systeemverandering
In de topsectorenaanpak ondersteunt de overheid negen economische aandachts-
gebieden (topsectoren) met een combinatie van een generiek (financieel) instrumen-
tarium en gerichte aandacht voor een optimale samenwerking in de ‘gouden driehoek’
van bedrijven, kennisinstellingen en overheid. In elke topsector stelt een topteam een
gezamenlijke visie op en maakt op basis daarvan een strategische agenda met
bijbehorende activiteiten. Deze strategische agenda is integraal en omvat onder meer
onderzoek en ontwikkeling (innovatie), aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt (human
capital), economische diplomatie (internationalisering) en wet- en regelgeving.
De belangrijkste aanleidingen voor de invoering van de topsectorenaanpak waren:
      De wens om subsidies te vervangen door fiscaal beleid;
      De wens om publiek-private samenwerking vanuit reguliere financiering te
      stimuleren;
      De wens om een minder versnipperd innovatiebeleid te hebben;
      De wens om andere departementen (dan Economische Zaken) meer te betrekken.
Met de komst van de topsectorenaanpak in 2010 is er sprake van een ingrijpende
systeemverandering. Deze systeemverandering kent twee aspecten: ten eerste is er
sprake van een sectorale en integrale benadering en ten tweede is er sprake van een
nieuwe wijze van financiering en organisatie van publiek-private samenwerking met meer
vraagsturing. Tegelijkertijd met de invoering van deze sectorale en integrale benadering
zijn middelen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) voor kennis en
innovatie weggevallen, is de financiering van bestaande instituten en programma’s
afgebouwd en is het fiscale innovatie-instrumentarium uitgebreid. Elke topsector moest
een nieuwe vorm van organisatie en financiering van publiek-private samenwerking
opzetten. Ook de rol en sturingsfilosofie van de overheid is veranderd: van sturing via
subsidies naar netwerksturing. Met name de gelijktijdige combinatie van deze aspecten,
Balans van de topsectoren 2014                                                           5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>in een tijd van budgettaire krapte, maakt dat deze systeemverandering verstrekkend
en ingrijpend is.
Doel: versterken publiek-private samenwerking
De enige beleidsdoelstelling die specifiek voor de topsectorenaanpak geldt, is de doel-
stelling dat publieke en private partijen in 2015 voor tenminste 500 miljoen euro
participeren in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). De keuze voor deze
doelstelling geeft aan dat de topsectorenaanpak vooral gaat om het versterken van
publiek-private samenwerking in een aantal aandachtsgebieden. De topsectorenaanpak
moet bijdragen aan het versterken van de Nederlandse economie en – vaak in samen-
hang daarmee – aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. De formele
beleidsdoelstelling waaraan de topsectorenaanpak moet bijdragen is “een sterker
innovatievermogen van de Nederlandse economie”. Deze doelstelling is gesteld voor
het gehele bedrijvenbeleid (waar de topsectorenaanpak een onderdeel van is) en kent
de volgende subdoelen:
      De ambitie is dat Nederland in 2020 mondiaal tot de top vijf van de kennis-
      economieën behoort;
      In het kader van de Europa 2020-strategie stelt Nederland zich daarnaast ten doel
      dat in 2020 2,5% van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling
      (R&D) wordt uitgegeven;
      Bovendien is het een ambitie van het bedrijvenbeleid dat publieke en private partijen
      in 2015 voor tenminste 500 miljoen euro participeren in Topconsortia voor Kennis en
      Innovatie, waarvan tenminste 40% wordt gefinancierd door het bedrijfsleven.
Positief gevolg van de topsectorenaanpak: nieuwe dynamiek
De topsectorenaanpak heeft geleid tot een substantiële nieuwe dynamiek in de
Nederlandse economie. Veel partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan; soms voor het
eerst, soms opnieuw. Er is sprake van een toegenomen mate van zelforganisatie in de
topsectoren. De ene topsector is beter georganiseerd dan de andere maar overal is
progressie zichtbaar. Met betrekking tot onderzoek en innovatie is er sprake van een
bredere gezamenlijke betrokkenheid bij de agenda’s (innovatiecontracten) die zijn
opgesteld door de topsectoren. Zowel NWO, de universiteiten en de instituten voor toe-
gepast onderzoek (TO2-instituten) houden bij het opstellen van hun eigen strategische
agenda’s steeds meer rekening met de agenda’s van de topsectoren. Ook onderling
stemmen zij hun agenda’s af, op basis van de innovatiecontracten, waaraan zij als
kennispartners ook hebben bijgedragen. Ook de TO2-instituten organiseren zich
onderling meer dan vroeger. Als de introductie van de topsectorenaanpak wordt ver-
geleken met het gooien van een steen in de vijver, dan zien we vergaande rimpelingen
als gevolg daarvan, bijvoorbeeld bij het onderwijsbeleid (via het Techniekpact, Centres
of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap in de topsectoren, etcetera) en de
Balans van de topsectoren 2014                                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>economische diplomatie (in het bijzonder de reisagenda van de bewindspersonen en de
Holland branding).
Aandachtspunten: gedeelde visie, bestuurlijke drukte en betrokkenheid
meerdere actoren
Om de bovengenoemde dynamiek te bestendigen voor de toekomst moet de top-
sectorenaanpak op de volgende drie punten verbeterd worden:
      De visie achter de topsectorenaanpak blijkt niet overal in het veld te landen en wordt
      niet door alle relevante partijen in de ‘gouden driehoek’ gedeeld. Nog teveel actoren
      in het veld zien de topsectorenaanpak als financiële steun voor de gevestigde orde,
      verkapte bezuinigingen of een greep in de kas van NWO. Daarnaast is inhoudelijk
      het accent van de topsectorenaanpak wat betreft innovatie meer komen te liggen op
      de bijdrage aan het oplossen van wereldwijde maatschappelijke uitdagingen, waar
      dit aanvankelijk in de beleidsargumentatie zijdelings werd genoemd. Dit alles bij
      elkaar veroorzaakt onnodige verwarring en daarmee vertraging in het creëren van
      een gemeenschappelijk gedragen visie.
      De direct betrokkenen ervaren een aanzienlijke bestuurlijke drukte. De topsectoren
      zijn de laatste jaren vooral druk geweest met de interne organisatie van hun top-
      sector en het opstellen van de agenda’s. De oorzaak van de ervaren drukte is een
      cumulatieve complexiteit als gevolg van de integrale aanpak: de topsectoren moeten
      met vele partijen hun zaken regelen in een nieuwe setting (nieuwe spelregels) en
      voor het innovatiedomein tegen de achtergrond van een sterk veranderd subsidie-
      en fiscaal beleid (wegvallen van de FES-gelden en de nieuwe TKI-regeling). Een
      andere oorzaak is het grote aantal TKI’s met elk hun roadmap(s). De sterke interne
      focus van de topsectoren heeft er toe geleid dat tot op heden weinig leerprocessen
      en best practices worden gedeeld die mogelijk kunnen leiden tot meer harmonisatie,
      transparantie en eenduidige communicatie naar het veld. Partijen die betrokken zijn
      bij meerdere topsectoren (bijvoorbeeld universiteiten of bedrijven die in meerdere
      sectoren actief zijn) ervaren dat er als gevolg van maatwerk aanmerkelijke ver-
      schillen tussen topsectoren zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van NWO-
      middelen; dit is verwarrend voor degenen die niet dicht bij het vuur zitten.
      Er is een gebrek aan verbinding tussen een aantal belangrijke partijen. In de top-
      sectorenaanpak zijn er momenteel vooral sterke verbindingen gerealiseerd tussen
      de grotere bedrijven en koplopers in het mkb, de universiteiten, TO2-instituten en
      de nationale overheid. Andere spelers in de ‘gouden driehoek’, zoals het bredere
      innovatieve mkb (inclusief starters en groeibriljanten), hogescholen, regionale over-
      heden en vakdepartementen voelen zich om uiteenlopende redenen nog onvol-
      doende verbonden met de aanpak. Op hun vraag “what’s in it for me?” krijgen deze
      spelers nog onvoldoende overtuigend antwoord. Er is veel energie aanwezig bij deze
      spelers en een sterkere verbinding met de topsectorenaanpak zal leiden tot nieuwe
      dynamiek.
Balans van de topsectoren 2014                                                               7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
De raad doet naar aanleiding van bovenstaande constateringen drie aanbevelingen aan
de minister van Economische Zaken. Deze aanbevelingen – die in samenhang bezien
moeten worden – zijn:
      Zorg voor een gedeelde visie;
      Verbeter de governance;
      Verbind alle spelers in de ‘gouden driehoek’.
Zorg voor een gedeelde visie
De topsectorenaanpak moet bijdragen aan het versterken van de Nederlandse economie
en, vaak in samenhang daarmee, aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.
De topsectorenaanpak draagt hieraan bij via het versterken van publiek-private samen-
werking in een aantal aandachtsgebieden die belangrijk zijn voor de Nederlandse eco-
nomie en maatschappij. Deze boodschap wordt de laatste tijd consequent uitgedragen
door de minister van Economische Zaken maar landt nog niet bij alle stakeholders. De
raad adviseert om nu stevig door te pakken met eenduidige en persistente communicatie
van deze visie en afgeleide doelstellingen, vooral richting het bredere innovatieve mkb
(inclusief starters en groeibriljanten), hogescholen, regionale overheden en vakdeparte-
menten. Het is raadzaam om de dialoog met deze actoren op te zoeken zodat er een
gedeelde en goed gearticuleerde visie ontstaat. Dit zal op zichzelf niet direct zorgen voor
een verbetering van de topsectorenaanpak maar het is een noodzakelijke stap naar een
positieve nationale mindset en meer verbondenheid van belangrijke spelers met de
topsectorenaanpak.
Verbeter de governance
De rol van de overheid is veranderd met de komst van de topsectorenaanpak. De over-
heid, in casu het ministerie van Economische Zaken, dient – meer dan nu het geval is –
een proactieve faciliterende rol op zich te nemen met als doel de ervaren bestuurlijke
drukte in het veld te reduceren. Dit zal ertoe leiden dat gewenste en benodigde aan-
passingen versneld tot stand komen. De kunst is deze rol zodanig in te vullen dat zij niet
leidt tot inhoudelijke sturing, extra taken en administratieve lasten voor topsectoren.
Het moet hierbij mogelijk zijn om in de invulling van deze rol differentiatie aan te brengen
per topsector.
Het is ook nodig dat het innovatie-instrumentarium aangepast wordt. Indien er additionele
middelen beschikbaar komen bij de Rijksoverheid kan het budget van de MIT-regeling
en/of de TKI-regeling significant verhoogd worden. Hiermee neemt de slaagkans in de
MIT-regeling toe en verbetert de balans tussen ervaren lasten en baten van de TKI-
regeling. Als er geen additionele middelen beschikbaar komen, moet de TKI-regeling
vereenvoudigd worden door het rechtvaardigheidsbeginsel achter de TKI-regeling losser
in te vullen.
Balans van de topsectoren 2014                                                               8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Verbind alle spelers in de ‘gouden driehoek’
De raad adviseert om de inhoudelijke visies en strategische agenda’s van de topsectoren
met betrekking tot de maatschappelijke uitdagingen te benutten in het besef dat deze
uitdagingen alleen adequaat kunnen worden opgepakt in een cross-sectorale aanpak.
Deze inhoudelijke visies kunnen bij uitstek een middel zijn om verschillende actoren te
verenigen in de topsectorenaanpak. Het kan ertoe leiden dat de bovengenoemde andere
relevante spelers zich meer verbonden zullen voelen, dat topsectoren onderling
gemakkelijker (cross-sectorale) samenwerkingsmogelijkheden identificeren en dat de
aansluiting op internationale netwerken in het kader van Horizon 2020 (pijler societal
challenges) gemakkelijker zal zijn. Zorg er ook voor dat de nieuwe spelers zich vol-
doende vertegenwoordigd voelen in de governance van de topsectoren. Overweeg de
toevoeging van een extra lid in het topteam vanuit de hogescholen, regionale overheden
en/of starters en groeibriljanten. Overweeg tevens om hogescholen te positioneren
binnen de TKI’s door bijvoorbeeld lectoren toe te voegen aan de programmaraden van
de TKI’s.
Daarnaast is er om deze verbindingen te realiseren aanvullend instrumentarium nodig,
vooral voor het faciliteren van samenwerking tussen de verschillende typen actoren.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan samenwerking tussen grootbedrijf en mkb en samen-
werking tussen hogescholen, mbo, universiteiten en bedrijven. Dit is lastig te realiseren
binnen het bestaande instrumentarium en staat ook op gespannen voet met de wens van
zowel de nationale als regionale overheden om het instrumentarium zoveel mogelijk
revolverend in te richten. Wees daarom bereid om ook andere typen instrumenten dan
fiscaal of revolverend in te zetten.
Vooruitblik
Het is belangrijk om de topsectorenaanpak de tijd te gunnen om een succes te worden.
Het innovatiebeleid is gebaat bij continuïteit en consistentie over een periode van ten-
minste tien jaar. Dat laat onverlet dat er verbeteringen nodig zijn in de topsectorenaanpak
om dit succes daadwerkelijk te realiseren. De raad is van mening dat de aanbevelingen
in deze ‘Balans van de topsectoren’ bijdragen aan deze verbeteringen en daarmee aan
het versterken van de Nederlandse economie en maatschappij.
In het werkprogramma van 2015 is voorzien dat de raad de topsectorenaanpak blijft
volgen. In overleg met de adviesvragers zal hieraan een nadere invulling worden
gegeven. Het wordt de komende jaren mogelijk om meer inhoudelijke resultaten van de
topsectorenaanpak te evalueren. Ook kan het zinvol zijn om topsectoren individueel te
bekijken of in te zoomen op nieuwe verbindingen tussen topsectoren.
Balans van de topsectoren 2014                                                            9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 10</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                                            1
Over de ’balans van de topsectoren’
1.1 Koerswijziging in het beleid: topsectorenaanpak
In 2010 heeft het kabinet Rutte I een koerswijziging aangekondigd in het wetenschaps-
en innovatiebeleid met de introductie van de zogenoemde topsectorenaanpak. In deze
aanpak ondersteunt de overheid negen economische sectoren (topsectoren) met een
combinatie van een generiek instrumentarium en gerichte aandacht voor een optimale
samenwerking in de zogenoemde ‘gouden driehoek’ van bedrijven, kennisinstellingen
                   1
en overheid.
De topsectorenaanpak is het proces waarin de negen topteams voor hun topsector een
gezamenlijke visie opstellen en op basis daarvan een strategische agenda maken met
bijbehorende activiteiten. Deze strategische agenda is integraal en omvat onder meer
onderzoek en ontwikkeling (innovatie), aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt (human
capital), economische diplomatie (internationalisering) en wet- en regelgeving. De top-
sectorenaanpak omvat dus meer dan alleen wetenschap en innovatie. De kernwoorden
van de aanpak zijn: sectoraal, integraal en vraagsturing.
1.2 Doel van de ‘Balans van de topsectoren’
Deze aanpak is begin 2011 van start gegaan. Het kabinet Rutte II heeft eind 2012 de
aanpak doorgezet en vindt het belangrijk om te leren van de ervaringen tot nu toe: (hoe)
werkt de topsectorenaanpak? Waar gaat het goed en waar (nog) niet? Waar en hoe kan
de topsectorenaanpak verder worden verbeterd? Daartoe heeft de minister van
Economische Zaken, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap, de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) verzocht
om in 2014 een zogenoemde ‘Balans van de topsectoren’ op te maken (zie bijlage 1 voor
                         2
de adviesvraag).
Het doel hierbij is dat er lessen worden getrokken teneinde de aanpak te verbeteren. Het
is te vroeg om ‘harde’ effecten te meten, maar het is wel mogelijk om op een metaniveau
de topsectorenaanpak onder de loep te nemen. Het doel van de Balans is bij te dragen
aan een effectieve bijsturing van de topsectorenaanpak.
1
  De topsectoren zijn: Agri & Food, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, High Tech Systemen & Materialen, Water, Chemie, Energie,
  Life Sciences & Health, Logistiek, Creatieve Industrie.
2
  Ten tijde van de adviesaanvraag heette de raad nog ‘Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid’ (AWT).
  Per 1 augustus 2014 is de raad overgegaan in de nieuwe Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI).
Balans van de topsectoren 2014                                                                                              11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>1.3 Briefadvies 2013
In de zomer van 2013 heeft de raad drie bijeenkomsten georganiseerd waar in totaal
ruim vijftig deelnemers aanwezig waren. Daarnaast is een aantal bilaterale gesprekken
gevoerd. Het doel hiervan was om de belangrijkste thema’s die spelen in de topsectoren
te inventariseren. Hoewel oorspronkelijk niet gepland heeft de raad op verzoek van de
minister van Economische Zaken in september 2013 een briefadvies uitgebracht met zijn
                            3
eerste observaties.
In deze brief constateerde de raad allereerst dat er een breed draagvlak in het veld is
voor de voortzetting van de topsectorenaanpak. Er is echter wel een aantal thema’s dat
aandacht behoeft, te weten: transparantie, aansluiting van het mkb, een cross-sectorale
samenwerking, aansluiting met regionaal beleid en maatwerk in het instrumentarium. Het
kabinet heeft in de ‘Voortgangsrapportage Bedrijvenbeleid 2013’ gereageerd en de raad
                                                                                      4
heeft geconstateerd dat de bovengenoemde punten zijn opgepakt door het kabinet.
1.4 Methodologie
Dit advies reflecteert de mening van de raad. De raad heeft ter voorbereiding een
consultatie met diverse stakeholders georganiseerd in 2013 en 2014. Zie bijlage 3
voor alle personen waarmee gesproken is bij de voorbereiding van deze Balans.
De belangrijkste activiteiten in dit kader waren:
       Drie bijeenkomsten in de zomer van 2013 met in totaal ruim vijftig deelnemers en
       een aantal bilaterale gesprekken waarin de belangrijkste thema’s die spelen in de
       topsectoren zijn geïnventariseerd;
       Een aantal kleinere verdiepingsbijeenkomsten in de periode november 2013 -
       maart 2014 rondom specifieke onderwerpen/actoren: vakdepartementen, mkb,
       hogescholen, wetenschap, human capital en internationalisering;
       Twee bijeenkomsten in mei en juni 2014 om de bevindingen te toetsen;
       Een aantal bilaterale gesprekken tussen mei en augustus 2014 om de Balans op
       specifieke punten verder aan te scherpen.
Daarnaast heeft de raad beleidsnotities, onderzoeksrapporten en adviezen over de
topsectorenaanpak bestudeerd. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de gebruikte
bronnen. Ook heeft de raad inzage gekregen in de jaarverslagen van de Topconsortia
voor Kennis en Innovatie (TKI’s) over 2013.
De tien hoofdvragen zoals geformuleerd in de adviesaanvraag (zie bijlage 1) waren
leidend voor de gesprekken en analyse. Deze vragen worden niet stuk voor stuk expliciet
beantwoord in deze Balans. Er is gekozen om in deze Balans een meta-analyse te
3
  AWT (2013) Briefadvies: eerste observaties uit de ‘Balans van de topsectoren’.
4
  Zie Ministerie van Economische Zaken (2014) Koersvast en bijsturen.
Balans van de topsectoren 2014                                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>presenteren met een focus op de proceskant van de topsectorenaanpak. Een aantal
vragen ten aanzien van concrete resultaten van de topsectorenaanpak wordt niet beant-
woord omdat de feitelijke gegevens hiervoor nog niet voorhanden zijn; het gaat hier met
name om hoofdvraag drie en tien. In deze meta-analyse komen de meeste elementen uit
de andere hoofdvragen wel aan bod.
1.5 Leeswijzer
De ‘Balans van de topsectoren’ is als volgt opgebouwd:
      Hoofdstuk 2 geeft de historische context voor de topsectorenaanpak, een analyse
      van de beleidsdoelstellingen van de topsectorenaanpak en een chronologisch
      overzicht van de belangrijkste activiteiten in de afgelopen jaren;
      In hoofdstuk 3 presenteert de raad zijn reflectie op de topsectorenaanpak;
      Hoofdstuk 4 vat de belangrijkste conclusies samen en geeft aanbevelingen hoe
      de topsectorenaanpak verbeterd kan worden.
   Deze ‘Balans van de topsectoren’ is voorbereid door een projectgroep bestaande uit
   de raadsleden Arno Peels (voorzitter), Eduard Klasen en Emmo Meijer en de
   stafmedewerkers Marcel Kleijn (projectleider), Paul Diederen, Wijnand van Smaalen
   en Ruud Verschuur. Daarnaast hebben de rijkstrainees Alexander van den Anker en
   Nina Lange elk een periode van zes maanden meegewerkt aan deze Balans.
Balans van de topsectoren 2014                                                          13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 14</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                          2
De topsectorenaanpak: een beschrijving
Dit hoofdstuk geeft een objectieve beschrijving van de topsectorenaanpak. Allereerst
wordt een historisch perspectief geschetst. Daarna wordt ingegaan op de beleids-
doelstellingen die worden nagestreefd met de topsectorenaanpak en ten slotte volgt een
kort overzicht van de belangrijkste activiteiten sinds de start van de topsectorenaanpak
eind 2010.
2.1 Historisch perspectief
Beleid gericht op specifieke sectoren of thema’s is niet nieuw. De facto voert het
ministerie van Economische Zaken dit beleid al decennia uit. De vormgeving en naam-
geving veranderen echter regelmatig. Met enige goede wil kan het ontstaan van de
huidige topsectorenaanpak worden teruggeleid naar het AWT-advies Backing Winners
            5
uit 2003. De essentie van het advies was het beleid te richten op een beperkt aantal
thema’s en daarbij een integrale aanpak met maatwerk te hanteren.
   Uit AWT-advies nr. 53 Backing Winners (2003, pagina 7):
   Voor een goede werking van het innovatiesysteem is het essentieel dat de verschil-
   lende partijen – bedrijfsleven, wetenschap én overheid – nauw met elkaar samen-
   werken. De overheid moet niet op de stoel van de andere partijen gaan zitten, maar
   ook niet teveel op afstand blijven. Een actieve houding dient het uitgangspunt te zijn.
   Bijna onvermijdbare valkuilen zijn daarbij het denken in algemene knelpunten in het
   systeem en het ‘extrapoleren’ van het bestaande instrumentarium. De AWT pleit voor
   een andere manier van denken. Knelpunten en kansen verschillen per type bedrijvig-
   heid. Innovatiebeleid is dus maatwerk. De raad adviseert de overheid zich als actieve
   speler ín het netwerk op te stellen. De overheid moet in nauw contact met de andere
   partijen innovatief maatwerk in ondersteunend beleid leveren.
Dit advies is mede door de toenmalige AWT-voorzitter Sistermans verder uitgewerkt in
het Innovatieplatform dat in 2004 zijn advies over de Sleutelgebieden uitbracht. Het doel
van de sleutelgebiedenaanpak was het versterken van de Nederlandse economie door
het aanbrengen van focus in de inspanningen van overheden, kennisinstellingen en
bedrijven op kansrijke gebieden. Dit vanuit de gedachte dat de meeste kansen zich
voordoen op die gebieden waarop Nederland een uitstekende positie heeft wat betreft
5
  AWT (2003) Backing winners - Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid, advies nr. 53.
Balans van de topsectoren 2014                                                                            15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                6
zowel kennis als bedrijvigheid. Het ministerie van Economische Zaken heeft het Sleutel-
gebiedenadvies opgepakt en sinds 2005 uitgevoerd als ‘de programmatische aanpak
voor innovatie’ (beter bekend als ‘het Sleutelgebiedenbeleid’). In 2010 waren er tien
zogenoemde innovatieprogramma’s. Dit waren integrale programma’s met diverse
instrumenten zoals Technologische Topinstituten (TTI’s), subsidies voor R&D-samen-
werking, innovatievouchers, innovatiemakelaars en activiteiten rondom human capital.
                                                                                                              7
De TTI’s vormden een belangrijk onderdeel van de innovatieprogramma’s. Tot 2005
werden deze topinstituten gefinancierd vanuit de begroting van het ministerie van
                                                                                                          8
Economische Zaken; jaarlijks kreeg elke TTI ongeveer vijf miljoen euro. Na de invoering
van de innovatieprogramma’s werden de TTI’s voornamelijk gefinancierd vanuit de
middelen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Vanuit het FES werden
ook diverse onderzoeksprogramma’s gefinancierd die relevant waren voor de innovatie-
                      9
programma’s.
In 2007 was er in het nieuwe kabinet Balkenende III de wens om meer aandacht te
hebben voor de maatschappelijke waarde van innovatie en het betrekken van andere
departementen bij innovatie. Daarom is destijds een interdepartementale programma-
directie opgezet om zogenoemde Maatschappelijke Innovatie Agenda’s (MIA’s) en
daaruit volgende maatschappelijke innovatieprogramma’s op te starten. Het doel was om
het oplossen van maatschappelijke vraagstukken te verbinden met het versterken van de
concurrentiekracht van bedrijven. Aansluiting werd gezocht met het Sleutelgebieden-
beleid, maar in principe stond dit daar los van. In 2010 waren er maatschappelijke
innovatieprogramma’s voor Energie, Gezondheid, Veiligheid en Water. Het beschikbare
budget voor de MIA’s was ongeveer 250 miljoen euro voor de periode 2008-2012.
Als gevolg van de kredietcrisis en de daaruit volgende economische crisis zocht het
kabinet in 2009 naar mogelijkheden om te bezuinigen (de heroverwegingen). De Tweede
Kamer was bezorgd dat er ook op kennis en innovatie bezuinigd zou worden en nam
                                                            10
daartoe unaniem de motie Hamer aan. De motie Hamer stelt dat ook in 2020 Nederland
bij de top vijf van de kennisnaties in de wereld moet horen:
6
   Zie Innovatieplatform (2004) Voorstellen sleutelgebiedenaanpak.
7
   De eerste vier TTI’s werden in 1997 opgericht: Wageningen Center for Food Science (WCFS, nu TIFN – topsector Agri&Food),
   Dutch Polymer Institute (DPI, topsector Chemie), Netherlandse Institute for Metals Research (NIMR, nu M2i – topsector HTSM) en
   het Telematica Instituut (opgeheven). Vanaf 2005 kwamen daar nog zes TTI’s bij (Wetsus – topsector Water, TI Pharma/Center for
   Translational Molecular Medicine (CTMM)/BioMedical Materials Program (BMM)- topsector Life Sciences & Health, Dinalog –
   topsector Logistiek, Institute for Sustainable Process Technologie – topsector Chemie).
8
   Zie AWT (2007) Weloverwogen impulsen.
9
   Dit zijn bijvoorbeeld de FES-programma’s Nanonext en COMMIT (topsector High Tech Systemen en Materialen), CRISP (topsector
   Creatieve Industrie) en CATO2- en BE-Basic (topsector Life Sciences & Health). In totaal ging het om een bedrag van 199 miljoen
   euro uit het FES voor de periode 2005-2012 (bronnen: EIM (2009) Midterm review programmatische aanpak) en Dialogic (2011)
   Evaluatie van de programmatische aanpak).
10
   Tweede Kamer der Staten-Generaal (2009).Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën. Motie van het lid Hamer c.s.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                    16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>“De Kamer [...] verzoekt de regering in de aangekondigde brede heroverweging de
ambitie mee te nemen om het onderwijs en de wetenschap in Nederland tot de mondiale
top vijf te laten behoren”. Deze motie kreeg brede steun, onder meer van de Kennis en
Innovatie Agenda (KIA) coalitie onder voorzitterschap van Rinnooy Kan die er op wees
dat concurrerende landen een andere beleidskeuze maken en juist extra investeren in
kennis en innovatie.
In het regeerakkoord Rutte I (30 september 2010) werd de topsectorenaanpak (alhoewel
                                                                              11
toen nog niet zo genoemd) aangekondigd (zie tekstkader). De belangrijkste aan-
leidingen hiervoor waren:
        De wens om subsidies te vervangen door fiscaal beleid;
        De wens om publiek-private samenwerking vanuit reguliere financiering te
        stimuleren;
        De wens om een minder versnipperd innovatiebeleid te hebben;
        De wens om andere departementen (dan Economische Zaken) meer te betrekken bij
        het bedrijvenbeleid.
Tegelijk met de invoering van de topsectorenaanpak vielen ook de FES-middelen voor
kennis en innovatie weg als gevolg van bezuinigingen. Deze bezuinigingen zouden
gecompenseerd worden door een grotere inzet van NWO op de topsectoren en capa-
                                                                                                      12
citeitsinzet van de instituten voor toegepast onderzoek (de TO2-instituten). Het
wegvallen van bedrijfssubsidies is gecompenseerd door een intensivering van het fiscaal
instrumen-tarium voor innovatie. Een deel van deze intensivering is later teruggedraaid
                                      13
door het kabinet Rutte II. Tot op de dag van vandaag is er discussie in welke mate de
bezuinigingen daadwerkelijk gecompenseerd worden.
In 2010 zijn negen topsectoren benoemd waarbij elke topsector, geleid door een
zogenoemd topteam, een nieuwe vorm van organisatie en financiering van publiek-
private samenwerking moest opzetten. Een integrale aanpak en meer doorzettingsmacht
voor de minister van Economische Zaken is nagestreefd. Tegelijkertijd zijn de FES-
middelen voor kennis en innovatie weggevallen, de financiering van bestaande instituten
en programma’s in hoog tempo afgebouwd en het fiscale innovatie-instrumentarium uit-
gebreid. Het beeld dat zich opdringt is dat met de invoering van de topsectorenaanpak
een grote verandering in gang is gezet.
11
   VVD en CDA (2010) Vrijheid en verantwoordelijkheid. Regeerakkoord VVD-CDA.
12
   Dit betreft de organisaties TNO, DLO, ECN, NLR, Marin en Deltares.
13
   VVD en PVDA (2012) Bruggen slaan. Regeerakkoord VVD-PVDA. Tegenover de bezuinigingen op de fiscale innovatie-
   instrumenten stond een verhoging van het budget voor de TKI-toeslag.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                   17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   Uit “Vrijheid en verantwoordelijkheid - regeerakkoord VVD-CDA”
   (30 september 2010, pagina 10-11)
   “De middelen die beschikbaar zijn voor de versterking van de positie van bedrijven en
   ondernemers worden herijkt en op een meer eenvoudige wijze toegankelijk gemaakt.
         Bestaande middelen voor export, innovatie en internationaal ondernemen worden
         gebundeld in een “Homogene groep Economische Topgebieden”;
         Subsidies worden alleen verstrekt indien de effectiviteit ervan is bewezen.
         Dit leidt onder meer tot inkrimping van het Agentschap NL.
         Er komt meer focus en massa in de subsidies, onder meer voor topgebieden,
         door herijking, bundeling en vereenvoudiging;
         Er komt een nieuwe, geïntegreerde ondernemersfaciliteit op basis van de
         bestaande fiscale faciliteiten. Deze faciliteit zal gericht zijn op het bevorderen
         van winstgevend ondernemerschap en de belemmerende marginale druk uit
         de zelfstandigenaftrek wegnemen;
         Het vestigingsklimaat zal verbeteren door een budgetneutrale grondslag-
         verbreding in de vennootschapsbelasting in combinatie met generieke en
         specifieke tariefverlaging;
         De verlaging van subsidies wordt gecompenseerd door lastenverlaging via de
         vennootschapsbelasting en Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk
         (WBSO).
   Versterking van de innovatiekracht van het bedrijfsleven is cruciaal voor de econo-
   mische ontwikkeling in de toekomst. Nieuwe producten, technologieën en werkwijzen
   zorgen voor vergroting van de export en werkgelegenheid. Een goede samenwerking
   tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid is hierbij van groot belang. De
   samenhang tussen kennis, wetenschap, toegepast onderzoek en innovatiebeleid
   wordt versterkt.
         Het innovatiebeleid, de coördinatie hiervan en het loket voor innovatiemiddelen
         worden geconcentreerd bij het ministerie van Economische Zaken, met inbegrip
         van de middelen waarover Onderwijs en andere ministeries thans beschikken;
         Innovatiesubsidies worden via een revolverend fonds verstrekt, zodat succesvolle
         innovaties zich terugbetalen;
         De WBSO wordt ruimer uitgevoerd, evenals de Innovatie Prestatie Contracten en
         de Kenniswerkersregeling;
         Er komt meer aandacht voor kennisvalorisatie ten behoeve van het bedrijfsleven,
         vooral het midden- en kleinbedrijf (MKB).”
Balans van de topsectoren 2014                                                              18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>2.2 Doel van de topsectoren
In deze paragraaf gaan we in op het doel van de topsectorenaanpak. Waar doen we het
voor? De formele beleidsdoelstelling waar de topsectorenaanpak onder valt (zie onder
meer de begroting van het ministerie van Economische Zaken) is “een sterker innovatie-
vermogen van de Nederlandse economie”. Deze doelstelling geldt voor het gehele
bedrijvenbeleid, waar de topsectorenaanpak een onderdeel van is, en heeft de volgende
                       14
drie subdoelen:
       De ambitie is dat Nederland in 2020 mondiaal tot de top vijf van de kennis-
       economieën behoort;
       In het kader van de Europa 2020-strategie stelt Nederland zich daarnaast ten doel
       dat in 2020 2,5% van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling
       (R&D) wordt uitgegeven;
       Bovendien is het een ambitie van het bedrijvenbeleid dat publieke en private partijen
       in 2015 voor tenminste 500 miljoen euro participeren in Topconsortia voor Kennis en
       Innovatie, waarvan tenminste 40% wordt gefinancierd door het bedrijfsleven.
Impliciet zitten in de diverse beleidsnotities van het ministerie van Economische Zaken
en de jaarlijkse Rijksbegrotingen sinds 2011 concretere doelstellingen van het bedrijven-
beleid verwerkt. In de eerste beleidsnotitie over het nieuwe bedrijvenbeleid zegt het
kabinet bijvoorbeeld “de opgave is om Nederland sterk te positioneren in snelgroeiende
afzetmarkten en om innovatieve oplossingen te vinden voor onze maatschappelijke
vraagstukken” en “deze ambitie van het kabinet zal bijvoorbeeld betekenen dat ons land
op de short list komt te staan van internationale bedrijven die een investeringslocatie
              15
zoeken”. In de Rijksbegroting 2014 zegt het kabinet onder meer: “Het inspelen op
uitdagingen met nieuwe vindingen, producten, diensten en concepten vraagt om onder-
nemers met pioniersgeest die niet bang zijn om hun nek uit te steken en om talent dat de
vernieuwing tot stand brengt. Dit betreft zowel wetenschappers die excellente kennis
ontwikkelen als talent in bedrijven dat de nieuwe producten en diensten realiseert.
Hierdoor wordt gezorgd voor nieuwe technologieën, producten, banen en onze welvaart.
Nederland moet daarom nog meer dé plek worden in Europa om te ondernemen, onder-
zoeken, investeren en innoveren. Om dit te bereiken, volgen we twee sporen:
Topsectorenbeleid: gericht op samenwerking tussen ondernemers, onderzoekers en
overheid in de sectoren waarin Nederland tot de top van de wereld behoort.
Bedrijfslevenbeleid: zorg dragen voor een sterk ondernemersklimaat, waarin onder
andere het MKB ruimte heeft om te ondernemen en toegang heeft tot financiering.”
Bovenstaande doelen en ambities zijn gesteld ten aanzien van het gehele bedrijven-
beleid, dus zowel het generieke innovatiebeleid en andere relevante beleidslijnen
14
   Tweede Kamer der Staten-Generaal (2013).Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII)
   voor het jaar 2014.
15
   Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Naar de top – de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                  19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                 16
(bijvoorbeeld economische diplomatie en hoger onderwijs) als de top-sectorenaanpak.
De enige beleidsdoelstelling die specifiek voor de topsectorenaanpak geldt, is de
doelstelling dat publieke en private partijen voor tenminste 500 miljoen euro participeren
in de TKI’s. De keuze voor deze indicator geeft aan dat de topsectoren-aanpak vooral
gaat om publiek-private samenwerking. Echter, het is niet mogelijk om op basis van
alleen deze indicator vast te stellen of de topsectorenaanpak succesvol is.
In het recente debat over wetenschap en innovatie gaf de minister van Economische
                                                                                 17
Zaken de volgende uitleg van de topsectorenaanpak: “Het gaat bij het topsectoren-
beleid niet zozeer om het uitdelen van geld maar om het organiseren van samenwerking.
In het verleden werden met de beste bedoelingen bij de overheid beslissingen genomen,
werden beslissingen genomen door individuele bedrijven en sectoren en werden
beslissingen genomen door kennisinstellingen en universiteiten. Dat waren allemaal
verstandige beslissingen, maar ze hadden niet de optimale meerwaarde. De optimale
meerwaarde ontstaat als je er samen over praat, als je samen bekijkt wat je met zijn allen
wilt bereiken, wat je er allemaal aan kunt bijdragen en hoe je dat moet organiseren.
Daar is het topsectorenbeleid voor. Het is ervoor om die kennisinstellingen, bedrijven en
overheden bij elkaar te krijgen. Als ik praat over overheden, dan praat ik overigens zeker
niet alleen over de nationale overheid maar met grote nadruk ook over de regionale
overheden.”
Naast deze algemene beleidsdoelstellingen heeft elke topsector zijn eigen verhaal (visie,
ambitie en specifieke doelen). Uitdagingen, kansen en knelpunten liggen in elke top-
sector weer anders. Het zijn deze ‘narratieven’ die de relevante stakeholders (bedrijven –
groot en klein, jong en oud –, wetenschappers en overheden) verbinden, enthousias-
meren en richting geven. Deze ambities hebben altijd een economische component (de
bedrijven in de topsectoren zien marktkansen). Deze hoeft niet haaks te staan op de
bijdrage aan maatschappelijke doelen. Het bedrijfseconomisch belang kan ook gevoed
                                                               18
worden uit maatschappelijke uitdagingen. Alle topsectoren besteden in hun visie
uitgebreid aandacht aan de oplossing van maatschappelijke uitdagingen. Sinds 2013
benadrukt de minister van Economische Zaken ook deze kant van de topsectoren, onder
het motto “Global challenges, Dutch solutions” (Nederlandse oplossingen voor wereld-
                               19
wijde uitdagingen).
16
   Uit Rijksbegroting 2014: Het innovatiebeleid heeft twee sporen: het generieke spoor en het specifieke spoor. Het generieke spoor
   bestaat uit het fiscale innovatie-instrumentarium (WBSO, RDA, innovatiebox), het Innovatiefonds MKB+ en enkele andere
   instrumenten. Dit betreft verreweg het grootste deel van het totale innovatiebudget (fiscaal en niet-fiscaal). De generieke
   instrumenten beogen – tegen geringe uitvoeringskosten – bedrijven in de volle breedte van de economie aan te zetten tot innovatie.
   Het specifieke spoor heeft betrekking op de topsectorenaanpak. Een essentieel onderdeel daarvan wordt gevormd door de
   innovatiecontracten in de topsectoren. Daarin formuleren bedrijven, kennisinstellingen en overheden, samen de ‘gouden
   driehoek’, op het gebied van innovatie en kennis de agenda’s en de programma’s, waarbij ook de inzet van middelen van de
   betrokken partijen is bepaald.
17
   Tweede Kamer der Staten-Generaal (2014). Stenografisch verslag kamerdebat over WRR-advies ‘Naar een lerende economie’.
18
   Zie ook AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen.
19
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Nederlandse oplossingen voor wereldwijde uitdagingen.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                      20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Onderstaande tabel geeft hiervan een aantal voorbeelden.
Tabel 1 Voorbeelden van maatschappelijke ambities van topsectoren
 Topsector                     Het verhaal (visie, ambitie, doelen)
 Agri&Food                     Duurzame en gezonde voeding; voedselzekerheid
 Tuinbouw &                    Vergroting voedselzekerheid, verhogen productiviteit
 Uitgangsmaterialen
 HTSM                          De topsector ontwikkelt technologische innovaties die
                               oplossingen bieden voor uitdagingen rond mobiliteit (voor-
                               komen van files en verbeteren van verkeersveiligheid),
                               vergrijzing van de samenleving (nieuwe medische apparatuur
                               en intelligente zorgsystemen), duurzaamheid en klimaat
                               (zuinige auto’s en trucks), alternatieve duurzame energie-
                               bronnen (productie van zonnecellen, elektrisch rijden en
                               slimme energienetten), en voeding (besturingen voor
                               duurzame tuinbouw met minimaal gebruik van grondstoffen).
 Water                         Bijdragen aan veiligheid wereldwijd (droge voeten)
 Chemie                        Afname CO2-footprint
 Energie                       Bijdrage duurzame energie optie aan Nederlandse economie
                               vergroten
 Life Sciences &               Vergroting kwaliteit van leven en zorgen voor een
 Health                        toegankelijke, betaalbare zorg
 Logistiek                     Meer synchromodale afwikkeling goederenvervoer in NL
 Creatieve Industrie           Bijdrage creativiteit aan de Nederlandse economie en andere
                               sectoren vergroten; creatieve oplossingen voor maat-
                               schappelijke uitdagingen op gebieden als zorg, veiligheid
                               en energie
Onderstaande figuur geeft de samenhang aan tussen enerzijds het generieke bedrijven-
beleid en de topsectorenaanpak en anderzijds de algemene economische doelstellingen
en de maatschappelijke doelen. Deze ambities kunnen alleen worden gerealiseerd door
een gezamenlijke inspanning van bedrijven, kennisinstellingen en overheden: de ‘gouden
driehoek’.
Balans van de topsectoren 2014                                                             21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Figuur 1 Samenhang topsectorenaanpak, generiek innovatiebeleid, economische doelen en
maatschappelijke doelen
2.3 De chronologie van de topsectorenaanpak
Deze paragraaf geeft een overzicht van belangrijke activiteiten en resultaten vanaf de
start van de topsectorenaanpak eind 2010.
2011: Agenda’s opstellen
In februari 2011 werd de topsectorenaanpak door de minister van Economische Zaken
                         20
stevig neergezet. In maart 2011 werden door dezelfde minister de zogenoemde top-
teams benoemd; voor elke topsector werden vier mensen aangesteld die verantwoorde-
lijk werden voor het proces van visie- en agendavorming. Elk topteam bestaat uit een
boegbeeld (uit het bedrijfsleven), een wetenschapper, een mkb’er en een topambtenaar.
Drie maanden later, in juni 2011, hebben de topteams hun ‘advies’ (de visie en stra-
tegische agenda voor de topsector) aangeboden aan het kabinet. Ook zijn twee inter-
sectorale adviezen gepresenteerd: een “businessplan Biobased Economy” (vanuit zes
topsectoren) en een “Roadmap ICT” (vanuit alle topsectoren).
20
   Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Naar de top – de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                  22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Tenslotte is het advies “Met hoofdkantoren naar de top” door het tiende topteam
Hoofdkantoren opgesteld, ter versterking van het vestigingsklimaat, de acquisitie en
het behoud van internationale bedrijven en talenten.
In september 2011 gaf het kabinet zijn reactie op de adviezen van de topteams en legde
                                                                                            21
het de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren neer. Deze hoofdlijnen
bestaan kort samengevat uit een groot generiek pakket (fiscale regelingen voor het
stimuleren van investeringen in innovatie en een innovatiefonds MKB+ voor het weg-
nemen van financieringsknelpunten) en het oprichten van nieuwe Topconsortia voor
Kennis en Innovatie (TKI’s) om publiek-private samenwerking te organiseren op het
gebied van onderzoek en innovatie. Ook werd aan de topteams gevraagd om voor
31 december 2011 zogenoemde innovatiecontracten op te stellen die als basis moesten
dienen voor de inzet van NWO, KNAW en de TO2-instituten voor de topsectoren. Ook is
door de topteams een start gemaakt met het opstellen van de human capital agenda’s en
de internationaliseringsoffensieven.
In 2011 is vanuit het thema Energie een start gemaakt met de Green Deal-aanpak. Snel
daarna is ervoor gekozen om de aanpak te verbreden met grondstoffen, water, mobiliteit
en biodiversiteit. In oktober 2011 zijn de eerste Green Deals ondertekend; eind 2013 is
het aantal opgelopen tot ongeveer 160. De Green Deal-aanpak is een instrument binnen
                                       22
het Groene Groei-beleid.
2012: Innovatiecontracten, internationalisering, human capital, TKI
Op 2 april 2012 werden de innovatiecontracten ondertekend. Dit werd als volgt extern
                            23
gecommuniceerd:
“Het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid hebben de innovatiecontracten
getekend, waarmee in 2012 ongeveer !2,8 miljard beschikbaar komt voor onderzoek
en ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten in de topsectoren van de
economie. Het bedrijfsleven draagt hieraan !1,8 miljard bij, de overheid !1 miljard via de
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de instituten voor
toegepaste kennis (TNO, DLO, ECN, NLR, Marin en Deltares). Samen met de nieuwe
belastingaftrek voor onderzoek en ontwikkeling (RDA), het innovatiefonds MKB+ en
andere maatregelen loopt de bijdrage van de overheid op tot meer dan !2 miljard in
2015.”
In 2012 werkten de topteams verder aan de uitwerking van de strategische agenda in
specifieke agenda’s voor internationalisering en onderwijs (human capital agenda’s).
In april werd aangekondigd dat er nieuw offensief wordt ingezet tegen de oplopende
21
   Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011). Naar de top – het bedrijfslevenbeleid in actie(s).
22
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage Green Deals 2013.
   Zie http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/04/02/innovatiecontracten-ondertekend-2-8-miljard-naar-topsectoren.html.
23
Balans van de topsectoren 2014                                                                                          23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>personeelstekorten in de techniek. Ook is in 2012 het programma “Inkoop Innovatie
Urgent” (IIU) gestart. Met dit programma worden concrete projecten ondersteund, het
instrumentarium innovatiegericht inkopen verbeterd door te leren van ervaringen in de
                                                                                                                         24
praktijk en overheden gestimuleerd om innovaties daadwerkelijk een kans te geven.
In september 2012 werden de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) geïntrodu-
                                           25
ceerd, op de volgende wijze:
“Voor het verrichten van fundamenteel en toegepast onderzoek in de topsectoren worden
consortia opgericht. In de zogeheten topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s)
worden tientallen bestaande initiatieven voor onderzoek samengevoegd. Als bedrijven
geld in het onderzoek van een TKI steken, doet het kabinet daar vanaf 1 oktober 2012
nog eens 25% bovenop. Om dit ook voor kleine bedrijven aantrekkelijker te maken is
die toeslag is zelfs 40% over de eerste !20.000. Hiervoor is structureel !90 miljoen
beschikbaar.”
Eind 2012 werd gemeld dat de negen topsectoren voor 83 miljoen euro aan TKI-toeslag
hebben aangevraagd bij het ministerie van Economische Zaken voor onderzoek door
                                                       26
onderzoeksinstellingen en bedrijven.
2013: MKB, Techniekpact, Maatwerkaanpak, verbinding met de regio
In het regeerakkoord van het kabinet Rutte II werden nieuwe maatregelen rondom de
topsectorenaanpak aangekondigd, waaronder extra middelen voor fundamenteel
                                                                                                     27
onderzoek en samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. De extra middelen
voor fundamenteel onderzoek worden voor “een substantieel deel” ingezet om te kunnen
meedingen voor extra middelen uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020.
De extra middelen voor samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen waren
bestemd voor de TKI’s; het kabinet kondigde aan dat het vanaf 2014 110 miljoen extra
vrijmaakt voor onderzoek binnen de TKI’s waardoor het budget dan zal groeien naar 200
                                  28
miljoen euro per jaar.
In de uitwerking van het regeerakkoord voor de topsectoren werd in februari 2013 de
                                                                                                                 29
regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT-regeling) aangekondigd.
Nadat in 2012 het budget voor de IPC-regeling was geoormerkt voor de topsectoren en
na een pilot voor een nieuw instrument in de topsector Agri&Food, werd bekendgemaakt
dat er 22 miljoen euro beschikbaar was om de aansluiting van het mkb bij de topsectoren
24
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage innovatiegericht inkopen: innovaties versterken de inkoopkracht
   van de overheid.
25
   http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/09/03/90-miljoen-euro-extra-voor-onderzoek-in-topsectoren.html.
26
   http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/16/ruim-1-500-bedrijven-steken-319-miljoen-in-onderzoek.html.
27
   VVD-PVDA (2012) Bruggen slaan. RegeerakkoordVVD-PVDA. Tegenover deze extra middelen stonden bezuinigingen op
   het fiscale instrumentarium.
   http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/16/ruim-1-500-bedrijven-steken-319-miljoen-in-onderzoek.html.
28
29
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Uitwerking Regeerakkoord voor versterking kenniseconomie.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                  24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>te versnellen. Het aantal bedrijven dat naar schatting in 2013 deelnam aan de MIT-
regeling bedraagt ruim 1.500. Hierin zijn ook opgenomen de circa 1.000 onder-nemers
                                                                                                                         30
die via de netwerkbijeenkomsten van de TKI’s bij de topsectoren werden betrokken.
Voor iedere TKI is daarnaast een mkb-loket opgezet dat het toegangs-portaal is voor
direct advies en contact met de topsector. De Kamer van Koophandel faciliteert deze
                                                                                                                31
mkb-loketten. Begin 2014 zijn in totaal 3.100 bedrijven betrokken bij de TKI’s.
In het regeerakkoord werd ook het Techniekpact aangekondigd. De human capital
agenda’s van de topteams zijn hierin opgenomen. Op 13 mei 2013 werd het ‘Nationaal
Techniekpact 2020’ ondertekend door het kabinet, werkgevers, werknemers en het
onderwijsveld.
In april 2013 werd de ‘maatwerkaanpak’ aangekondigd om te komen tot minder regeldruk
                                    32
in bepaalde domeinen. Omdat in bepaalde sectoren of domeinen de stapeling van wet-
en regelgeving hoog is, is het kabinet gestart met een maatwerkaanpak waarin met
                                                                                                                           33
belanghebbenden naar concrete oplossingen voor ervaren problemen wordt gezocht.
Medio 2013 is gestart in zeven sectoren, waaronder vier topsectoren (Chemie, Life
Sciences en Health, Agri&Food en Logistiek), waarbij in eerste instantie het accent lag
op het ontwikkelen van een beleidskader voor de maatwerkaanpak en het (per sector)
inventariseren en analyseren van knelpunten door de overheid en het bedrijfsleven en
daarnaast het opstellen van een groslijst van mogelijke oplossingen op het gebied van
(uitvoering van) wet- en regelgeving, inclusief toezicht en (digitale) dienstverlening bij rijk
                                34
en medeoverheden. Actal heeft in november 2013 de sectorscan logistiek uitgebracht.
Het kabinet zoekt met het logistieke bedrijfsleven en het Strategisch Platform Logistiek
                                                                                            35
naar oplossingen van de door Actal gesignaleerde knelpunten.
In 2013 hebben de vier zogenoemde landsdelen hun strategieën en Operationele
Programma’s voor de periode 2014-2020 in het kader van het Europees Fonds voor
Regionale Ontwikkeling opgesteld. Het Rijk en de decentrale overheden zijn in dit kader
overeengekomen dat de programma’s zich richten op de bijdrage van de regio aan de
                    36
topsectoren. Het kabinet heeft aangekondigd dat er voor de gehele periode in totaal
30
   Ministerie van Economische Zaken (2014) Rijksjaarverslag 2013.
31
   http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondernemersklimaat-en-innovatie/nieuws/2014/03/11/bedrijven-investeren-vaker-samen-
   met-onderzoekers-in-r-d.html.
32
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Goed Geregeld, een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012-2017.
33
   De maatwerkaanpak is een gezamenlijk initiatief van de minister van Economische Zaken, de minister van Binnenlandse Zaken en
   Koninkrijksrelaties en de minister van Wonen en Rijksdienst.
34
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Goed Geregeld, een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012-2017.
35
   Zie http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/06/18/stand-van-zaken-
   maatwerkaanpak/stand-van-zaken-maatwerkaanpak.pdf.
36
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Cohesiebeleid 2014-2020: voorbereiding in Nederland voor EFRO.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>91 miljoen euro beschikbaar is aan Rijkscofinanciering voor de vier landsdelige EFRO-
                       37
programma’s. Het uitgangspunt van het kabinet bij deze Rijkscofinanciering is dat
die wordt ingezet voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van nationale
beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie. Dit is dus breder dan de top-
sectorenaanpak.
Andere relevante resultaten uit 2013 waren:
        In september werd onder regie van de Sociaal-Economische Raad (SER) het
        Energieakkoord gesloten door ruim veertig partijen. Begin 2014 werd bekend dat
        er in dit kader 135,5 miljoen beschikbaar komt in 2014 voor Topsector Energie;
        De innovatiecontracten zijn geactualiseerd voor de jaren 2014-2015. Op 2 oktober
        2013 ondertekenden topsectoren, kennisinstellingen en het kabinet het nieuwe
        ‘Kennis- en innovatiecontract’ voor 2014-2015. In 2014 investeren de topsectoren
        ruim 970 miljoen euro in onderzoek. Met de aanvullende publieke investering van
        bijna 1,06 miljard euro komt de totale investering uit op zo’n 2 miljard euro. Voor
                                                                                38
        2015 liggen de investeringen op hetzelfde niveau;
        De website www.topsectoren.nl werd gelanceerd waardoor de communicatie over
        de topsectorenaanpak sterk is verbeterd.
2014: aansluiting Europa, nieuwe cross-sectorale initiatieven
In 2014 ging het nieuwe Horizon 2020 programma van start. Medio 2014 werden de
                                 39
eerste calls geopend. Er is veel geïnvesteerd in een goede voorlichting aan
Nederlandse bedrijven over de mogelijkheden die Horizon 2020 biedt. Andere belangrijke
wapenfeiten met betrekking tot internationalisering en economische diplomatie betroffen
de Hannover Messe waar Nederland partnerland was en de lancering van het Dutch
Good Growth Fund.
Ook op het terrein van human capital zijn in 2014 resultaten geboekt. Er zijn meer dan
500 zogenoemde topbeurzen uitgereikt vanuit de topsectoren Chemie, Logistiek, Water,
Energie en High Tech Systemen & Materialen. De ambitie is 1.000 topbeurzen uit te
reiken. In mei 2014 werd de eerste aanvraagtermijn voor het nieuwe regionaal inves-
teringsfonds voor publiek-private samenwerking in het mbo geopend. Per 1 januari 2014
is de Stichting Innovatie Alliantie (onder meer verantwoordelijk voor de uitvoering van het
RAAK-programma) ondergebracht bij NWO onder de nieuwe naam ‘Nationaal Regie-
orgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA’ waardoor de verbinding van het hbo met de
wetenschap versterkt is.
37
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Verdeling en stand van zaken EFRO 2014-2020.
38
   Zie http://topsectoren.nl/documenten/topsectoren/Nederlands-Kennis-en-Innovatiecontract-2014-2015_2013-10-02_55.pdf.
39
   In de eerste fase van het MKB-instrument werden 2.666 projectvoorstellen door mkb-ondernemingen uit Europa ingediend.
   Hiervan werden er uiteindelijk 155 toegekend, waarvan 4 uit Nederland. De slagingskans voor aanvragers is hiermee uitgekomen
   op minder dan 6%.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                  26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Het kabinet heeft in 2014 een zoektocht geopend naar “Nationale Iconen”. Dit zijn
projecten die een ambitieuze stip zetten op de horizon bij het oplossen van maat-
schappelijke vraagstukken, een groot economisch perspectief hebben en technologisch
grensverleggend zijn met uitstraling op wereldschaal. Het kabinet zal maximaal drie
projecten tot Nationaal Icoon benoemen. Vooralsnog is er geen budget beschikbaar
voor deze projecten; Nationale Iconen krijgen gedurende tenminste drie jaar een eigen
ambassadeur op ministerieel niveau. De overheid zet zich in om het icoonproject op een
hoger plan te tillen, bijvoorbeeld via agendering op de Europese agenda, handelsmissies
en beurzen.
Overige relevante ontwikkelingen in 2014 zijn:
        Er komt een topteam ICT eind 2014; in juli is hiervoor reeds het beoogde boegbeeld
                              40
        ICT benoemd;
        De provincies Noord-Brabant en Limburg dragen ieder 1 miljoen euro bij aan de
                                                                                              41
        MIT-regeling om mkb’ers in hun provincie te ondersteunen.
        Het team Smart Industry is ingesteld onder leiding van FME-voorzitter Ineke
        Dezentjé Hamming. Het thema Smart Industry biedt veel kansen voor Nederland
        door de unieke combinatie van hightech industrie, ICT, logistiek, dienstverlening en
        de creatieve sector. Het team komt eind 2014 met een concrete actie-agenda.
40
   http://topsectoren.nl/nieuws/ict/minister-kamp-benoemt-rene-penning-de-vries-tot-boegbeeld-ict/2014-07-07.
41
   http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/03/12/32-miljoen-voor-innovatie-en-samenwerking-mkb.html.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 28</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                                                             3
Reflectie
In dit hoofdstuk geeft de raad zijn reflectie op de topsectorenaanpak. Om te beginnen
maakt de raad duidelijk dat de topsectorenaanpak een verstrekkende en ingrijpende
systeemverandering is, wellicht de grootste in de geschiedenis van het Nederlandse
innovatiebeleid. Daarna benoemen we de positieve en minder positieve gevolgen van
de aanpak met het doel om kansen te identificeren om de topsectorenaanpak te kunnen
verbeteren. De raad constateert dat er dankzij de topsectorenaanpak veel nieuwe
dynamiek is ontstaan. Dit is positief en moet voor de toekomst vastgehouden worden.
Daarnaast constateert de raad dat er ook punten zijn die verbetering behoeven.
De volgende zorgpunten worden in deze Balans benoemd:
        De visie achter de aanpak wordt niet door iedereen gedeeld;
        De direct betrokkenen ervaren een grote bestuurlijke drukte;
        Belangrijke partijen voelen zich onvoldoende verbonden met de aanpak.
Deze punten worden uitgewerkt in de laatste drie paragrafen van dit hoofdstuk.
3.1 Een ingrijpende systeemverandering
Met de komst van de topsectorenaanpak in 2010 is er sprake van een ingrijpende
systeemverandering. Deze systeemverandering kent meerdere aspecten: er is sprake
van een sectorale en integrale benadering, er is sprake van een nieuwe wijze van
financiering en organisatie van publiek-private samenwerking met meer vraagsturing
en de rol van de overheid is veranderd. Met name de gelijktijdige combinatie van deze
aspecten, in een tijd van budgettaire krapte, maakt dat deze systeemverandering
verstrekkend en ingrijpend is.
Sectoraal en integraal
Het meest zichtbare aspect van de systeemverandering is dat de regering negen top-
sectoren heeft aangewezen en hen – via zogenoemde topteams – heeft gevraagd om
een visie en strategische agenda voor de topsector op te stellen. Een belangrijk aspect
hierbij is het feit dat deze strategische agenda integraal is en dus ook betrekking heeft op
beleid bij andere departementen. De betrokkenheid van het ministerie van Buitenlandse
Zaken is toegenomen, met als hoogtepunt wellicht de Hannover Messe 2014 waar
                                                           42
Nederland partnerland was van Duitsland. Ook de betrokkenheid van het ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is sterk, zowel op het vlak van onderwijs (via het
Techniekpact) als op het vlak van onderzoek (via de inzet van NWO, KNAW, universi-
42
   In 2012 verhuisde het DG Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken naar het ministerie
   van Buitenlandse Zaken.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                               29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                       43
teiten en hogescholen). Vanaf de start van de topsectorenaanpak is een aantal andere
departementen betrokken via deelname in de topteams. In de topsectoren Water,
Logistiek, Creatieve Industrie en Life Sciences & Health leveren andere departementen
de topambtenaar als lid van het topteam; in de topsectoren Agri&Food, Tuinbouw
& Uitgangsmaterialen en Energie levert een ander Directoraat-generaal (DG) binnen
                                                                                                                 44
het ministerie van Economische Zaken de topambtenaar in het topteam.
De sectorale aanpak impliceert dat er sprake is van maatwerk binnen de topsectoren.
Elke topsector geeft in hun visie en agenda’s aan waar kansen en belemmeringen liggen
en welke acties nodig zijn om deze kansen te realiseren en belemmeringen weg te
nemen. Hierin komt de sectorspecifieke aanpak duidelijk naar voren. De topsectoren-
aanpak kent daarentegen weinig mogelijkheden om specifieke instrumenten in te zetten;
elke topsector heeft de beschikking over hetzelfde scala aan generieke instrumenten,
variërend van fiscale maatregelen voor R&D-investeringen tot aan handelsmissies met
                              45
bewindspersonen. De MIT-regeling biedt hier een tussenoplossing voor. Elke topsector
kan hier zelf aangeven via welke instrumenten – met een keuze uit zeven instrumenten –
het budget ingezet wordt.
Nieuwe wijze van financiering en organisatie publiek-private samenwerking
Een ander aspect van de systeemverandering is het feit dat publiek-private samen-
werking op een nieuwe wijze gefinancierd en georganiseerd moest worden. Door het
wegvallen van de FES-middelen en de wens om subsidies zoveel mogelijk te vervangen
door fiscale instrumenten was er geen nieuw budget meer beschikbaar voor de TTI’s en
nieuwe FES-programma’s. In plaats van stimulering via additionele middelen (de ‘buiten-
boordmotor’) wilde de regering dat deze samenwerking via reguliere geldstromen werd
gefinancierd. Deze reguliere geldstromen zijn:
        De eigen R&D-investeringen van bedrijven;
        De inzet van bestaande middelen bij NWO en KNAW ten behoeve van de
        topsectoren;
        De inzet van capaciteit bij de TO2-instituten ten behoeve van de topsectoren;
        De specifieke bijdragen van departementen voor het bedrijvenbeleid en de
        topsectoren.
Daarnaast is er de TKI-toeslag om investeringen in publiek-private samenwerking te
stimuleren: voor elke euro die een bedrijf investeert in publiek-private samenwerking via
43
   Uit de nieuwe wetenschapsvisie (die in het najaar van 2014 zal verschijnen) zal blijken op welke wijze deze aansluit bij de
   topsectorenaanpak.
44
   Dit zijn het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M, voor topsectoren Water en Logistiek), het ministerie van Onderwijs, Cultuur
   en Wetenschap (OCW, voor topsector Creatieve Industrie), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS, voor
   topsector Life Sciences & Health), het DG Agro (voor topsectoren Agri&Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen) en het DG
   Energie, Telecom en Mededinging (voor topsector Energie).
45
   De topsector Energie vormt hierop een uitzondering.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                          30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                     46
het TKI, legt de overheid 25 cent bij. Het totale budget hiervoor bedraagt circa 100
miljoen euro (in 2014). De topsector Energie beschikt hiernaast nog over additionele
                                                      47
middelen vanuit het Energieakkoord.
De transitie van de TTI’s en FES-programma’s naar een nieuwe organisatie en finan-
cieringswijze houdt vele betrokkenen sinds de start van de topsectorenaanpak bezig.
Pas in 2014 zijn transitieplannen hiervoor opgesteld onder regie van het ministerie van
Economische Zaken. Hiervoor is in totaal 64 miljoen euro beschikbaar gesteld door het
             48
kabinet.
Door het wegvallen van subsidies ontstond minder flexibiliteit om in te spelen op nieuwe
ontwikkelingen, bijvoorbeeld voor het faciliteren van deelname aan Europese projecten
en programma’s. Hiervoor is op basis van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II een
eerste correctie gedaan begin 2013, door structureel jaarlijks 53 miljoen euro beschik-
baar te stellen voor publieke cofinanciering voor de Joint Technology Initiatives ENIAC en
ARTEMIS (onderdeel van de topsector High Tech Systemen & Materialen), de Eureka-
                                                        49
clusters en het Eurostars-programma.
Nieuwe rol van de overheid
Ook de rol van de overheid is veranderd met de komst van de topsectorenaanpak.
De systeemverandering past in de bredere trend waar de overheid klassieke sturings-
mechanismen als regelgeving en subsidies vervangt door zogenoemde netwerksturing.
Dit speelt vooral bij vraagstukken die het karakter van een ‘netwerkprobleem’ hebben:
een groot aantal partijen is betrokken, met uiteenlopende waarden, visies en belangen,
met een fragmentatie van macht en verantwoordelijkheid, zonder dat er één actor is die
eigenstandig tot een oplossende interventie kan komen. In veel van dergelijke problemen
zijn bovendien zowel de verschillende oplossingsrichtingen als de analyse van het
probleem betwist: de vraag ‘wat precies het probleem is’, wordt door verschillende
                                                                               50
actoren verschillend, vaak tegenstrijdig, beantwoord.
Het uitgangspunt van netwerksturing is dat de overheid probeert om maatschappelijke
dynamiek zoveel mogelijk te faciliteren en mogelijk te maken. Dat betekent dat de over-
heid doelgericht zoekt naar interventies – soms heel direct en ingrijpend, soms meer
indirect, loslatend of kaderstellend – die voor een specifiek domein een dusdanige
dynamiek uitlokken en mogelijk maken dat een gewenste beweging ontstaat: maat-
46
   Om deze regeling ook voor kleine bedrijven aantrekkelijk te maken is deze toeslag over de eerste 20.000 euro die een ondernemer
   bijdraagt 40%. Om deelname van het mkb verder te stimuleren, kunnen ondernemers sinds 2014 de eerste 20.000 euro zowel in
   geld als in natura bijdragen (‘in kind’).
47
   In 2014 gaat het om een bedrag van 135,5 miljoen euro.
48
   Ministerie van Economische Zaken (2014) Kamerbrief Volgende stap publiek-private samenwerking inclusief transitie.
49
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Bedrijvenbeleid: Koersvast en Toekomstgericht.
50
   Van der Steen et al. (2010) De Boom en het Rizoom. Overheidssturing in een netwerksamenleving.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                   31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>schappelijke actoren zijn dan in belangrijke mate zelf actief en verantwoordelijk voor
                                                                                                  51
probleemoplossing. Mogelijk ook zelfs voor de definitie van het probleem.
Dit betekent dat de rol van de overheid, in casu het ministerie van Economische Zaken –
DG Bedrijven en Innovatie –, is veranderd met de komst van de topsectorenaanpak.
De invulling van deze rol is een continue zoektocht en is mogelijk verschillend per top-
sector. Beleidsmakers “moeten weten wanneer ze nodig zijn en wegblijven als dat niet
                   52
het geval is”.
3.2 Nieuwe dynamiek
Deze systeemverandering heeft geleid tot veel nieuwe dynamiek in de Nederlandse
(kennis)economie. Veel partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan; soms voor het eerst,
soms opnieuw. Diverse agenda’s zijn opgesteld op terreinen als onderzoek en innovatie,
internationalisering en human capital. Concrete initiatieven zijn gestart of uitgebreid.
Hieronder lichten we deze nieuwe dynamiek verder toe. Achtereenvolgens gaan we in
op de zelforganisatie binnen de topsectoren, de dynamiek rond onderzoek en innovatie
en de dynamiek rond overige onderwerpen.
Zelforganisatie
De systeemverandering heeft binnen elke topsector tot een dynamiek in de organisatie
geleid. In alle topsectoren heeft dit (uiteindelijk) vooral positieve gevolgen gehad. De
topsector Creatieve Industrie is hiervan een goed voorbeeld: nadat de sector als top-
sector werd aangewezen is er veel vooruitgang geboekt in de zelforganisatie van de
          53
sector. Ook de topsector High Tech Systemen & Materialen is snel in staat gebleken
om diverse ‘bloedgroepen’ binnen de topsector te verenigen. In de topsector Agri & Food
ligt er nu voor het eerst een strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor de gehele
keten (agri én food). Voorheen waren dit gescheiden werelden. In andere sectoren werd
de nieuwe dynamiek niet direct als positief ervaren. De topsector Chemie is hiervan een
voorbeeld. Deze topsector werd in 2009 door de commissie Scheepbouwer nog geroemd
als het best georganiseerde sleutelgebied. De noodzaak tot het afbouwen van bestaande
structuren (zoals de TTI’s) zorgde er echter voor dat de topsector zich opnieuw moest
organiseren. Per medio 2014 lijkt dit te gaan lukken met het oprichten van één TKI voor
de gehele topsector en een goed georganiseerd regionaal netwerk ten behoeve van de
aansluiting van het mkb.
51
   Van der Steen et al. (2010) De Boom en het Rizoom. Overheidssturing in een netwerksamenleving.
52
   WRR (2013) Vertrouwen in burgers.
53
   Zie Topsector Creatieve Industrie (2014) Een tussenbalans 2011 -> 2013.
Balans van de topsectoren 2014                                                                       32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Onderzoek en innovatie
Met betrekking tot onderzoek en innovatie is er sprake van een brede gezamenlijke
betrokkenheid bij de agenda’s (innovatiecontracten) die zijn opgesteld door de top-
sectoren. Deze gezamenlijke betrokkenheid is groter dan in de jaren voor de
topsectorenaanpak. Het initiatief voor de agenda’s ligt bij het bedrijfsleven, maar de
agenda’s worden opgesteld in nauwe interactie tussen het bedrijfsleven (groot én klein),
de kennisinstellingen (universiteiten, NWO, TO2-instituten) en de overheden.
De inzet van de bedrijven voor de uitvoering van de onderzoeks- en innovatieagenda’s
bestaat uit de eigen investeringen aangevuld met de TKI-toeslag (ruim 100 miljoen euro
in 2014) en de bijdrage uit de MIT-regeling (30 miljoen euro in 2014). Voor techno-
logische R&D kunnen bedrijven een fiscale aftrek krijgen (via de WBSO en de RDA en
eventueel de Innovatiebox). Naast de bedrijven dragen ook de volgende actoren bij aan
onderzoek en innovatie:
        NWO, met een inzet van 275 miljoen euro (in 2015) ten behoeve van de
                            54
        topsectoren;
        KNAW, met een inzet van 19 miljoen euro ten behoeve van de topsectoren (Life
        Sciences & Health en Creatieve Industrie);
        De kennisinstellingen, in het bijzonder de TO2-instituten met een inzet t.w.v.
         180 miljoen euro (2014) ten behoeve van de topsectoren;
                                                                                                         55
        De vakdepartementen, met een inzet van 260 miljoen in 2014;
                                                                                                                                56
        De regio’s, met een inzet van 35 miljoen euro ten behoeve van de topsectoren.
Zowel NWO als de TO2-instituten houden bij het opstellen van hun eigen strategische
agenda’s steeds meer rekening met de agenda’s van de topsectoren. Ook onderling
stemmen zij hun agenda’s af, op basis van de innovatiecontracten. Dit gebeurde vroeger
niet of nauwelijks en kan worden gezien als een grote winst van de topsectorenaanpak.
De TO2-instituten organiseren zich onderling meer dan vroeger, resulterend in een
                                                                   57
gezamenlijk strategisch kader 2015-2018. In de topsectorenaanpak zien zij voor zich-
zelf een belangrijke rol weggelegd als het gaat om verbinden van topsectoren onderling,
in de context van maatschappelijke uitdagingen.
54
   Deze bijdrage is als volgt verdeeld: specifieke activiteiten gericht op publiek-private samenwerking (95 tot 125 miljoen euro), andere
   activiteiten direct voorkomend uit de roadmap TKI’s publiek-private programmering o.a. praktijkgericht onderzoek, onderzoeks-
   faciliteiten (80 tot 95 miljoen euro) en vrij onderzoek gericht op topsectoren (40 tot 85 miljoen euro). Gebaseerd op NWO (2013)
   Toelichting op de NWO-bijdrage aan de topsectoren 2014-2015.
55
   Dit bestaat uit bijdragen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor topsector Life Sciences & Health
   (63 miljoen euro in 2014), ministerie van Economische Zaken (Agro) voor topsectoren Agri&Food en Tuinbouw & Uitgangs-
   materialen (38 miljoen euro in 2014), ministerie van Economische Zaken (Energie) voor energie-innovatie (104 miljoen euro in
   2014), ministerie van Infrastructuur en Milieu voor de topsectoren Logistiek en Water (16 miljoen euro respectievelijk 12 miljoen
   euro in 2014), ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de topsector Creatieve Industrie (11 miljoen euro in 2014) en
   ministerie van Defensie (16 miljoen euro in 2014, vooral gerelateerd aan de topsector High Tech Systemen & Materialen).
   Bron: Rijksoverheid (2014) Rijksbegroting 2014.
56
   Bron: Nederlands Kennis- en Innovatiecontract 2014-2015.
57
   TO2-federatie (2014) Strategisch kader 2015-2018.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                         33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Jaarlijks geeft het ministerie van Economische Zaken in haar voortgangsrapportage
diverse voorbeelden van concrete initiatieven op het terrein van onderzoek en innovatie
in de topsectoren. Deze voorbeelden laten zien dat er het nodige gebeurt in de
topsectoren. Echter, het is vaak niet duidelijk vast te stellen in hoeverre deze initiatieven
het gevolg zijn van de topsectorenaanpak. Sommige initiatieven bouwen namelijk voort
op projecten of programma’s uit de periode voor 2010. Ook ontstaan veel initiatieven
vanuit regionale dynamiek of vanuit initiatieven van individuele spelers, zonder duidelijk
verband met de topsectorenaanpak. Zolang dit verband niet duidelijk is, wordt het lastig
voor de raad om uitspraken te doen over de concrete resultaten die zijn bereikt als
gevolg van de top-sectorenaanpak.
Overig
De topsectorenaanpak is opgezet als een integrale aanpak en we zien in het nationale
beleid dan ook dat de topsectorenaanpak verder reikt dan het onderzoeks- en innovatie-
beleid. Als de introductie van de topsectorenaanpak in 2010 wordt vergeleken met het
gooien van een steen in de vijver dan zien we de rimpelingen als gevolg daarvan
bijvoorbeeld bij:
        De economische diplomatie (in het bijzonder de reisagenda van de
        bewindspersonen, de Holland branding);
        Het onderwijsbeleid (via het Techniekpact, Centres of Expertise, Centra voor
        Innovatief Vakmanschap, etcetera);
        Het innovatiegericht inkopen vanuit de overheid (via het Inkoop Innovatie
        Urgent programma);
        De Green Deals (in het kader van het Groene Groei-beleid).
In de topsectoren zijn ruim twintig Centres of Expertise en bijna twintig Centra voor
Innovatief Vakmanschap opgericht waardoor de verbinding tussen onderwijs en top-
                                                                                                     58
sectoren wordt verbeterd. Ongeveer 1.300 bedrijven zijn aangesloten bij deze centra.
Per eind 2013 waren 120 bedrijven (waarvan 80 mkb) vanuit de topsectoren betrokken
                                                 59
bij één of meerdere Green Deals.
In de diverse missies van bewindspersonen van vakdepartementen wordt nadrukkelijk de
verbinding gezocht met de relevante topsectoren (zie onderstaand tekstkader voor een
                    60
voorbeeld).
58
   Bron: monitoringsrapportages Centres of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap.
59
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage Green Deals 2013.
60
   Zie bijv. http://www.tweedekamer.nl/downloads/document/index.jsp?id=f98b3fcf-1616-4143-9bd5-
   6cf5c43f4768&title=Rapportage%20economische%20missies/bezoeken%20eerste%20kwartaal%202014%20.pdf.
Balans van de topsectoren 2014                                                                          34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>   Economische missie minister Schippers naar India
   Het bezoek van minister Schippers (29-31 januari 2014) aan India had tot doel om de
   bilaterale contacten en eerder gemaakte afspraken met de Indiase collega’s op het
   gebied van gezondheidszorg en sport verder in te vullen en uit te breiden. Het bezoek
   paste goed binnen de benadering van India als prioriteitsland van de topsector Life
   Sciences & Health (LSH). Verschillende bedrijven en kennisinstellingen zijn geïnteres-
   seerd om de Indiase markt in de toekomst gezamenlijk te benaderen op het gebied
   van medische technologie, ziekenhuizen en opleidingen. De Nederlandse ambassade
   in New Delhi bereidde hiertoe een kansenrapport voor.
De diepgang van de rimpelingen verschilt per topsector. Dit heeft deels te maken met de
aard van de topsector (de ene topsector heeft meer behoefte aan inzet vanuit vak-
departementen dan de andere) en het heeft deels te maken met het functioneren van de
topsector; de ene topsector is wat ‘handiger’ om zaken op het juiste niveau op de agenda
te krijgen dan de andere. Het (Haagse) netwerk en de ervaring van het boegbeeld spelen
hierbij een cruciale rol.
Hieronder volgt een aantal voorbeelden van de nieuwe dynamiek die de topsectoren-
aanpak heeft veroorzaakt, uit verschillende topsectoren.
Balans van de topsectoren 2014                                                           35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Tabel 2 Voorbeelden van nieuwe dynamiek
 Topsector                          Voorbeelden vernieuwde dynamiek
 Agri&Food                          Gezamenlijke strategische onderzoeks- en innovatieagenda
                                    van de gehele keten
 Tuinbouw &                         Ontstaan van nieuwe publiek-private
 Uitgangsmaterialen                 samenwerkingsverbanden, mede als gevolg van opheffen van
                                    productschappen
 HTSM                               Gezamenlijke internationale branding onder de vlag van
                                    Holland High Tech
 Water                              Gezamenlijke human capital strategie van drie onderdelen
                                    Delta, Maritiem, Water
 Chemie                             Gezamenlijke inzet van Rijk en regio, bijvoorbeeld rond
                                    Eemsdelta
 Energie                            Betere koppeling van energiebeleid met innovatiebeleid
 Life Sciences &                    Aansluiting van gezondheidsfondsen bij de topsector
 Health
 Logistiek                          Aansluiting van bedrijfsleven bij implementatie van ministerie
                                    van I&M nieuwe regelgeving om regeldruk te verminderen
 Creatieve Industrie                Grotere zelforganisatie op subdomeinen als Architectuur,
                                    Mode en Design
Er zijn diverse beleidsterreinen die invloed hebben op het functioneren van de top-
sectoren, maar waar de topsectoren geen directe controle of invloed op hebben. Wel is
er afstemming en dialoog tussen deze beleidsterreinen en de topsectoren maar deze is
in principe van vrijblijvende aard. Binnen het ministerie van Economische Zaken worden
bijvoorbeeld de topteams regelmatig geraadpleegd bij de vorming van het ondernemer-
schapsbeleid, zoals bij de invulling van het Proof-of-concept fonds (van 75 miljoen
          61
euro). De rol van de topteams is hier vooral een adviserende. De input van de topteams
wordt in samenhang met andere belangen meegenomen.
De figuur op de volgende pagina illustreert de mate van invloed vanuit de topsectoren.
61
   Op 30 juni 2014 kondigde minister Kamp van Economische Zaken de Regeling Vroegefasefinanciering aan met een budget van
   50 miljoen euro, bedoeld om startende ondernemers en innovatieve mkb’ers te ondersteunen bij het ontwikkelen van een werkend
   prototype, het uitvoeren van marktonderzoek of het uitwerken van een businessplan.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                  36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Figuur 2 Cirkel van invloed van topsectoren
3.3 Een gedeelde visie ontbreekt
De overkoepelende visie achter de topsectorenaanpak wordt in het veld onvoldoende
herkend, of in elk geval nog niet door alle relevante actoren. Dat constateert de raad
op basis van de gesprekken en bijeenkomsten met diverse stakeholders. Er zijn nog
meningsverschillen en misverstanden over de raison d’être van de topsectorenaanpak.
Waarom moet de topsectorenaanpak stevig doorgezet worden? Waarom is er extra
beleidsaandacht nodig voor sectoren die het al goed doen? Welk probleem wordt
hiermee opgelost? Waar willen we naar toe als het gaat om publiek-private samen-
Balans van de topsectoren 2014                                                         37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>werking? Wat gaat er goed en wat gaat er mis? Welke knelpunten moeten opgelost
                                                       62
worden? Wanneer zijn we tevreden? Een deel van de antwoorden hierop kan
gevonden worden in het AWT-advies Backing Winners uit 2003. Het is van groot belang
is dat er op die terreinen waar Nederland internationaal het verschil maakt een goed
ecosysteem aanwezig is, waarin partijen (bedrijven, kennisinstellingen en overheid)
elkaar indien nodig snel weten te vinden. Dit is de kern van de topsectorenaanpak: het
versterken van publiek-private samenwerking op een aantal voor Nederland belangrijke
aandachtsgebieden.
Een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvol veranderingsproces is de aanwezig-
heid van een gevoel van urgentie bij alle stakeholders. Dit gedeelde gevoel van urgentie
is aanwezig ten aanzien van een aantal belangrijke elementen van de topsectoren-
aanpak. De wens om de versnippering van het beleid tegen te gaan en om het innovatie-
beleid echt integraal te maken wordt bijvoorbeeld breed gedeeld. Ook het principe om het
‘veld’ (bedrijven en kennisinstellingen) meer aan het stuur te laten wordt gedeeld.
De topsectorenaanpak is ingevoerd in een tijd dat het noodzakelijk was voor de overheid
om te bezuinigen, al werd aanvankelijk het beeld gecreëerd dat er veel middelen
                                                             63
beschikbaar waren voor de topsectoren. Het werd echter al snel duidelijk dat er geen
additionele middelen beschikbaar zouden komen voor de topsectoren en dat het ging om
een herschikking van bestaande middelen. Desondanks concludeert de raad, naar
aanleiding van de gesprekken met vele betrokken stakeholders, dat er voldoende begrip
aanwezig is bij de betrokkenen dat de overheid moest bezuinigen. Dat subsidies waar
mogelijk worden omgezet in fiscale of revolverende instrumenten (zoals kredieten) wordt
vanuit dit oogpunt begrepen. Of er voldoende begrip is voor de vergaande mate waarin
dit is gebeurd, is echter nog de vraag.
62
   Ook de OECD adviseert om “...make a compelling, evidence-based case for sector selection and for the merits of government
   support”; OECD (2014) Reviews of Innovation Policy: Netherlands.
63
   Er werd gesproken over 1,5 miljard euro voor de negen topsectoren. Zie Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en
   Innovatie (2011) Naar de top - de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                               38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>    Waarom een visie?
    Een goede gezamenlijke visie omvat een aantal elementen, te weten:
         Een gedeeld beeld van de huidige werkelijkheid;
         Een gedeeld beeld van trends en ontwikkelingen, kansen en bedreigingen;
         Een gedeeld wensbeeld (stip op de horizon);
         Een gedeeld beeld van wat er nodig is om deze ambitie te realiseren.
    Een visie is dus meer dan een stip op de horizon. Het is ook geen strak omlijnde
    blauwdruk hoe de toekomst er uit moet zien. Een visie is vooral bedoeld om een
    gezamenlijke energie te genereren, richting te geven aan de veranderingen die nodig
    zijn en meerdere partijen te binden in dit proces. Een visie kan dus ook niet worden
    opgelegd.
Een lastiger punt betreft het nieuwe uitgangspunt van vraagsturing en de rol die de
overheid daarbij speelt. Er is veel aandacht geweest voor de relatie tussen bedrijfsleven
en wetenschap als het gaat om de programmering van onderzoek. Waar aanvankelijk het
(onterechte) beeld ontstond dat het bedrijfsleven de onderzoeksagenda van de weten-
schap zou gaan bepalen, wordt er inmiddels terecht gesproken over ‘gezamenlijk
programmeren’. Het is echter nog vrij onduidelijk hoe de derde speler in de ‘gouden
driehoek’ (de overheid) haar rol invult in het kader van gezamenlijk programmeren.
Zeker in het licht van een toenemende aandacht voor de bijdrage aan het oplossen van
maatschappelijke uitdagingen zou je verwachten dat de overheid – met name de vak-
departementen – een actieve rol gaat pakken in de onderzoeksprogrammering (en
daarbij ook ‘boter bij de vis’ doet). Vooralsnog lijkt de overheid hierin een passieve rol
                     64
aan te nemen.
Omdat we te maken hebben met een ingrijpende systeemverandering in het Nederlandse
bedrijvenbeleid is het goed te verklaren dat er geen grand design beschikbaar was voor
deze verandering en dat het niet a priori duidelijk is hoe de overheid haar rol moet in-
vullen in dit nieuwe systeem. Buitenlandse beleidsmakers kijken daarom ook met grote
interesse naar hetgeen zich in Nederland afspeelt op dit moment. Zij zien de
Nederlandse topsectorenaanpak als een belangrijk experiment en willen graag leren van
                         65
onze ervaringen.
64
   De AWT adviseerde de overheid eerder om in dit kader meer leiderschap te tonen. Zie AWT (2013) Waarde creëren uit
   maatschappelijke uitdagingen.
65
   OECD (2014) Reviews of Innovation Policy: Netherlands.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                       39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>3.4 Direct betrokkenen ervaren grote bestuurlijke drukte
De eerder beschreven nieuwe dynamiek is gepaard gegaan met een grote zogenoemde
‘bestuurlijke drukte’. Het afronden van nog lopende innovatieprogramma’s, FES-
programma’s, maatschappelijke innovatieprogramma’s en TTI’s en het opbouwen van
nieuwe TKI’s, in combinatie met onduidelijkheid over het financieel perspectief, heeft
ervoor gezorgd dat de afgelopen jaren door veel betrokkenen zijn ervaren als uiterst
intensief. Er is veel gevraagd van de direct betrokkenen terwijl het lange termijn
perspectief lang onduidelijk is geweest. De topsectoren zijn de laatste jaren vooral druk
geweest met de interne organisatie van hun topsector en het opstellen van de agenda’s.
Er is daarom nog te weinig oog geweest voor zaken als cross-sectorale samenwerking
en communicatie.
Er zijn meerdere oorzaken voor de ervaren bestuurlijke drukte. Deze worden hieronder
behandeld.
Er is een cumulatieve complexiteit
Elke beleidsverandering brengt bestuurlijke drukte met zich mee. Wat maakt de
bestuurlijke drukte in de topsectorenaanpak zo anders? De belangrijkste oorzaak is de
cumulatieve complexiteit die zich vormt in elke topsector. Het is de optelsom van alle
zaken die zich
         binnen de topsector afspelen (topteam, TKI, werkgroepen, ");
         tussen de topsectoren afspelen (onderlinge afstemming, cross-sectorale
         samenwerking, ");
         met de relevante organisaties in het veld afspelen (NWO, TO2-instituten, Kamer
         van Koophandel, KNAW, STW, Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, ");
         met de overheid afspelen (meerdere ministeries, buitenlandse en Europese
         overheden, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Actal, provincies,
         gemeenten, ").
                                                                                                                                66
Deze cumulatieve complexiteit komt voor een groot deel terecht bij de topsectoren.
Het is de prijs van de sectorale en integrale benadering waarvoor is gekozen in de
topsectorenaanpak. Deels is deze complexiteit niet te vermijden voor de topsectoren,
maar deels hebben de topteams zelf ook mogelijkheden om de complexiteit te reduceren.
Ook dit heeft tijd nodig en het helpt de topsectoren hierbij om onderling van elkaar te
                                                                                         67
leren welke bestuurlijke modellen het meest geschikt zijn.
66
   Illustratief is het overzicht dat in mei 2014 is gemaakt van het ‘ecosysteem overheid’ voor de internationalisering van topsectoren.
   Hierin staan de ongeveer zestig contactpersonen genoemd vanuit de overheid die betrokken zijn bij de internationalisering.
67
   Het Rathenau Instituut adviseerde in 2013 dat topsectoren meer van elkaar moeten leren als het gaat om de coördinatie van
   publiek-private samenwerking.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                          40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Voornamelijk generiek instrumentarium
Elke topsector heeft diverse specifieke belemmeringen die opgelost moeten worden.
Een beperkende factor voor het oplossen van deze specifieke belemmeringen is dat het
instrumentarium waar een topsector toegang toe heeft voor het grootste gedeelte
generiek is – dus toegankelijk voor bedrijven uit alle sectoren –, gericht is op individuele
bedrijven en buiten de invloed van de topsector ligt. Alleen bij het aanwenden van de
TKI-toeslag en bij de MIT-regeling kan een topsector zelf bepalen welke instrumenten
                                                                           68
ingezet worden (met een keuze uit een aantal mogelijke instrumenten). Alle inspan-
ningen ten spijt om het zo eenvoudig mogelijk te houden, blijken deze regelingen
complex van aard en lastig uit te leggen voor mensen die niet betrokken waren bij de
totstandkoming. Ook bieden ze niet alle mogelijkheden die gewenst zijn. Samenwerking
tussen mkb en grootbedrijf wordt bijvoorbeeld niet gestimuleerd binnen de MIT-regeling;
het mag wel, maar het grootbedrijf ontvangt dan geen subsidie. Ook is de MIT-regeling
afgebakend tot een aantal specifieke thema’s – die overigens door de topsectoren zelf
bepaald worden. Voor alle andere beschikbare instrumenten kunnen topsectoren alleen
met goede inhoudelijke voorstellen komen en is er geen zeggenschap over het beschik-
bare budget voor het betreffende instrument.
Uitvoeren van agenda’s is een vak
De topteams zijn uitstekend in staat gebleken om een goede visie en bijbehorende
strategische agenda’s op te stellen voor hun topsector. Hierin ligt ook hun kracht omdat
de leden van de topteams hun achterban kunnen mobiliseren en zien waar de kansen en
belemmeringen liggen in de betreffende topsector. Het uitvoeren van de strategische
agenda’s is echter een vak apart. Niet alleen kost dit veel tijd die de topteamleden en
TKI-directeuren nauwelijks hebben, het vereist ook andere competenties. De meeste
TKI’s organiseren echter zelf de uitvoering van calls. In een aantal gevallen kiest men
ervoor om te worden ondersteund vanuit RVO, NWO of STW. De topsector High Tech
Systemen & Materialen werkt bijvoorbeeld samen met STW bij het opzetten en uitvoeren
van calls voor R&D-samenwerking die (mede) vanuit de TKI-toeslag gefinancierd
worden. Ook voor andere activiteiten worden door sommige topsectoren gespeciali-
seerde organisaties ingezet (bijvoorbeeld brancheorganisaties). Tot op heden worden
nog weinig leerprocessen en best practices gedeeld die mogelijk kunnen leiden tot meer
harmonisatie, transparantie en eenduidige communicatie naar het veld. Partijen die
betrokken zijn bij meerdere topsectoren (bijvoorbeeld universiteiten of bedrijven die in
meerdere sectoren actief zijn) ervaren dat er als gevolg van maatwerk aanmerkelijke
verschillen tussen topsectoren zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van NWO-
middelen; dit is verwarrend voor degenen die niet dicht bij het vuur zitten. Wanneer
topsectoren meer onderling van elkaar leren en waar mogelijk nog meer gebruik maken
68
   Ook hier geldt een uitzondering voor de topsector Energie.
Balans van de topsectoren 2014                                                               41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>van professionele ondersteuning, lijkt er nog winst te behalen in de uitvoering van de
diverse actielijnen van de topsectoren.
Er ontstaat versnippering
De middelen waarover een topsector zelf de beschikking heeft zijn vooral bestemd voor
onderzoek en innovatie en lopen grotendeels via de TKI’s. Deze TKI’s kennen meestal
meerdere ‘bloedgroepen’ (roadmaps, programmalijnen, "); om al deze groepen te
bedienen, worden de budgetten verdeeld over de verschillende groepen binnen het TKI.
Het eindresultaat hiervan is een situatie waarin er veel kleine ‘potjes’ beschikbaar zijn
                                  69
voor veel onderwerpen. Dit belemmert vervolgens het financieren van projecten die op
het snijvlak van twee of meer topsectoren liggen, of – binnen een topsector – op het
snijvlak van twee of meer roadmaps (cross-sectorale samenwerking). Welke topsector of
roadmap gaat daar zijn (schaarse) middelen voor aanwenden? Desondanks zijn er al
goede voorbeelden van cross-sectorale samenwerking te vinden in de topsectoren.
Deze zijn deels te danken aan de aard van sommige topsectoren; topsectoren als High
Tech Systemen & Materialen en Chemie richten zich op de ontwikkelingen van nieuwe
                                                                                   70
technologieën die in andere (top)sectoren toepasbaar zijn.
De verdeling van budgetten is uiteindelijk een keuze die topteams en TKI’s zelf maken;
deze wordt niet door de overheid afgedwongen. Het ministerie van Economische Zaken
is terughoudend met het inbouwen van additionele prikkels voor cross-sectorale samen-
werking in het instrumentarium, vanuit het – overigens zeer verdedigbare – standpunt dat
de TKI’s zelf het best weten wat voor hen de optimale situatie is. Echter, de optelsom van
beslissingen die voor elke topsector individueel optimaal zijn, kan leiden tot een eind-
situatie die suboptimaal is voor het geheel. Oftewel, het kan voor alle TKI’s optimaal zijn
om zoveel mogelijk middelen te reserveren voor de ‘eigen’ onderwerpen, terwijl vanuit
een systeemperspectief wellicht de grootste kansen liggen in thema’s die op het snijvlak
van meerdere topsectoren liggen. Op zijn minst zou grondig geanalyseerd moeten
worden in hoeverre dit het geval is.
Behoefte aan grotere rol van overheid
Het ministerie van Economische Zaken (in het bijzonder het DG Bedrijven & Innovatie)
heeft in principe geen inhoudelijke rol in de topsectorenaanpak. Er is vooral een
verantwoordelijkheid op systeemniveau. Tot op heden vult het ministerie haar verant-
woordelijkheid voornamelijk reactief in: pas als problemen naar voren worden gebracht
vanuit de topsectoren worden deze opgepakt. En soms pas vrij laat. Een voorbeeld
hiervan is de transitie van de TTI’s; deze problematiek werd al in 2011 aangekaart door
diverse topsectoren. Het ministerie wachtte tot 2013 alvorens de topsectoren te vragen
69
   Zie bijvoorbeeld de NWO-proposities voor de topsectoren.
70
   Zie ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage bedrijfslevenbeleid.
Balans van de topsectoren 2014                                                              42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>om een transitieplan op te stellen. In 2014 heeft het kabinet 64 miljoen euro en een
                                                                                         71
aantal jaren tijd gereserveerd voor de transitie van de TTI’s.
In samenspraak met de topsectoren worden jaarlijks prioriteiten vastgesteld. De beleids-
prioriteiten voor 2014 zijn: relatie met de maatschappelijke uitdagingen, verbinding met
                                                                                                72
regionale activiteiten, communicatie en organiserend vermogen. Op deze thema’s
wordt relatief veel capaciteit van het ministerie ingezet. Daarnaast is de vereenvoudiging
van de – door velen als complex ervaren – TKI-regeling nog in volle gang, net als het
realiseren van een goede aansluiting op het Horizon 2020 programma, onder meer door
de maatschappelijke uitdagingen centraler te stellen in de topsectorenagenda’s.
Binnen elk van deze thema’s zoekt het ministerie van Economische Zaken naar de
beste invulling van haar rol. Echter, vooralsnog wordt hierbij een reactieve houding aan-
genomen. Het voordeel hiervan is dat het de topsectoren dwingt om eerst zelf met
oplossingen te komen. Bovendien is het budgettair perspectief nog steeds onduidelijk en
wil het ministerie geen valse verwachtingen wekken. Het nadeel echter is dat er als
gevolg van deze reactieve houding onnodige vertraging en verwarring optreedt waardoor
betrokkenen mogelijk afhaken. Een meer proactieve rol van het ministerie van
Economische Zaken is daarom gewenst.
3.5 Belangrijke partijen voelen zich onvoldoende betrokken
De ‘gouden driehoek’ bestaat uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid.
Dit is meer dan alleen het grootbedrijf, universiteiten en de ministeries van Economische
Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – hier gepositioneerd in de punten van de
driehoek. Zij zijn voornamelijk nationaal en internationaal georiënteerd. Meer in het
midden van de ‘gouden driehoek’ zitten andere spelers: vakdepartementen, instituten
voor toegepast onderzoek (TNO e.a.), mkb, starters en groeibriljanten, hogescholen en
                                                73
MBO en regionale overheden. Zij zijn veel meer regionaal georiënteerd. Al deze spelers
hebben met elkaar te maken of zouden met elkaar te maken moeten hebben. Zowel om
de doelstellingen van het bedrijfslevenbeleid als om de inhoudelijke ambities van elke
topsector te realiseren, is het noodzakelijk dat alle stakeholders verbonden zijn met de
topsectorenaanpak. Figuur 3 illustreert de verrijkte ‘gouden driehoek’.
71
   De beschikbaarheid van 64 miljoen euro kwam voor de meeste betrokkenen als een verrassing omdat het ministerie heel lang heeft
   aangegeven dat er geen budget beschikbaar was voor de transitie van de TTI’s.
72
   Deze prioriteiten zijn opgesteld in overleg tussen de minister van Economische Zaken en de boegbeelden van de topteams.
73
   Groeibriljanten zijn innovatieve ondernemingen met de ambitie en potentie om (internationaal) te groeien. Zie AWT (2014)
   Briljante bedrijven.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Figuur 3 De ‘gouden’ driehoek
In de topsectorenaanpak zijn er vooral sterke relaties ontwikkeld tussen bedrijven,
universiteiten en TO2-instituten en de nationale overheid. Diverse partijen die belangrijk
zijn voor het succes van de topsectorenaanpak voelen zich tot op heden onvoldoende
betrokken bij de aanpak. Deze partijen stellen zich allen de vraag “What’s in it for me?”
en krijgen daarop onvoldoende overtuigend antwoord. In eerste instantie gold dit ook in
behoorlijke mate voor de universiteiten. Dit heeft ertoe geleid dat het begrip ‘vraagsturing’
langzaam is geëvolueerd in het begrip ‘gezamenlijk programmeren’ waarin het gezamen-
lijke belang voor zowel bedrijven als universiteiten beter tot uiting komt.
We gaan in het bijzonder in op de volgende partijen:
                                                             74
       Mkb (incl. starters en groeibriljanten);
       Regionale overheden;
74
   Groeibriljanten zijn innovatieve ondernemingen met de ambitie en potentie om (internationaal) te groeien.
   Zie AWT (2014) Briljante bedrijven.
Balans van de topsectoren 2014                                                                               44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>       Hogescholen;
       Vakdepartementen.
MKB (inclusief starters en groeibriljanten)
Het beeld dat bij een groot deel van het mkb (inclusief starters en groeibriljanten) leeft
ten aanzien van de topsectoren kan worden samengevat als: “De topsectorenaanpak is
het speeltje van de grote bedrijven”.
De raad wil benadrukken dat dit beeld nuancering behoeft, immers:
       Het meeste budget gaat (via generieke instrumenten) naar het mkb;
       In elk topteam zit een mkb-ondernemer;
       Er is specifiek instrumentarium voor het mkb ontwikkeld (zoals de MIT-regeling
       en het Innovatiefonds MKB+);
       Er zijn MKB-loketten bij alle TKI’s;
       Er is een Ondernemersplein;
       De TKI-regeling is aangepast om het voor mkb’ers aantrekkelijker te maken om
       deel te nemen;
       Een groot aantal mkb’ers neemt deel aan de TKI-regeling en MIT-regeling.
Maar het is wel te verklaren waar dit beeld vandaan komt. Dit beeld wordt deels veroor-
zaakt doordat het mkb nauwelijks betrokken is – of zich betrokken voelt – bij het opstellen
van de innovatiecontracten. Daarnaast lijkt de grote aandacht voor het mkb in de
topsectoren vooral gericht op voorlichting en vertaalt zich, met uitzondering van de MIT-
                                                                                                             75
regeling, nauwelijks in het realiseren van een geschikter instrumentarium. De TKI’s en
de TKI-regeling bepalen in sterke mate het beeld van de topsectoren; veel sterker dan
hun budget rechtvaardigt. Voor de meeste mkb’ers is het echter niet interessant om
financieel bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek door een universiteit of een
kennisinstelling. Ook de inzet vanuit NWO voor de topsectoren is voor de meeste
mkb’ers een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Het mkb heeft meer baat bij toegepast onderzoek.
De beschikbare middelen daarvoor zijn echter flink gedaald, vooral als het gaat om
middelen voor samenwerking met partners. Het budget van de TO2-instituten staat onder
grote druk en subsidies voor innovatiesamenwerking zijn geschrapt met de komst van de
topsectorenaanpak en vervangen door fiscale instrumenten (gericht op individuele
bedrijven). Bedrijven kunnen de verkregen financiële ruimte aanwenden voor de finan-
ciering van publiek-private samenwerking, maar het is maar de vraag of en in hoeverre
dit ook gebeurt. De regelingen Innovatievouchers en Innovatie Prestatie Contracten zijn
afgeschaft en later slechts deels weer teruggekomen als onderdeel van de MIT-regeling.
De MIT-regeling is daarmee de enige nationale regeling die publiek-private samen-
75
   De OECD toonde zich kritisch op vergaande fiscalisering van het instrumentarium en pleitte voor meer directe subsidies voor
   R&D samenwerking, mede omdat dit beter past bij de behoeften van mkb-ondernemingen met liquidity constraints.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                 45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>werking in het mkb faciliteert. De regeling wordt dan ook gewaardeerd, maar het
beschikbare budget is vrij laag in relatie tot de andere instrumenten.
Voor starters en groeibriljanten lijkt in de topsectorenaanpak nauwelijks specifieke
aandacht. De meeste discussies gaan over ‘het mkb’ versus ‘het grootbedrijf’, waarbij
starters en groeibriljanten als onderdeel van ‘het mkb’ worden gezien. In de kamerbrief
“Ambitieus Ondernemerschap. Een agenda voor startups en groeiers” is aangekondigd
dat het beleid voor topsectoren en starters sterker gekoppeld gaat worden, om te
                                                                                     76
beginnen met een pilot in de topsector Creatieve Industrie. Op regionaal niveau lijken
starters en groeibriljanten beter ingebed te zijn. Een goed voorbeeld is het nieuwe groei-
programma NextOEM in de Brainport regio, dat goed aansluit op het regionale eco-
                                                                                                                  77
systeem en omarmd wordt door de topsector High Tech Systemen & Materialen.
Belangrijk is dat het instrumentarium dat wordt ingezet voor starters en groeibriljanten
                                78
flexibel en efficiënt is.
Regionale overheden
Het beeld dat leeft bij enkele, zo niet de meeste, regionale overheden is: “we zijn niet de
pinpas van de topsectoren”. Een aantal regio’s heeft sinds enkele jaren de beschikking
over significante middelen ten behoeve van economische ontwikkeling en innovatie. De
regionale middelen zijn gezamenlijk gelijk of wellicht groter dan de middelen die nationaal
beschikbaar zijn (het fiscale instrumentarium niet meegerekend). De regio’s worden dan
ook benaderd door het ministerie van Economische Zaken, vooral vanuit het perspectief:
wat kunnen de regio’s bijdragen aan de topsectoren? Deze vraag kan echter ook anders-
om worden gesteld: wat kan de topsectorenaanpak bijdragen aan het succes van de
regio’s? Zijn het immers niet de agglomeraties en regionale hotspots die tegenwoordig
                                                                    79
het economisch succes van een land bepalen?
Om de topsectorenaanpak te laten slagen is het dus noodzakelijk dat de regio’s de
topsectorenaanpak omarmen. Het Rijk heeft de regio’s nodig. Andersom hebben de
regio’s het Rijk nodig om een succesvol economisch beleid te voeren. Een samen-
werking tussen Rijk en regio op basis van gelijkwaardigheid is daarom zeer wenselijk.
76
   Ministerie van Economische Zaken (2014) Ambitieus ondernemerschap. Een agenda voor startups en groeiers. De start van deze
   pilot werd voorzien na de zomer van 2014.
77
   Zie aanbeveling door topteamlid Marc Hendrikse in het voorwoord van http://www.nextoem.com/_asset/_public/LR_NEX14001-01-
   Syllabus-v1-2.pdf
78
   Zie ook AWT (2014) Briljante bedrijven.
79
   Zie aankomend advies van de AWTI over regionale hotspots (verwacht eind 2014).
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>    Proximity matters
    De fysieke nabijheid (proximity) van bedrijven en kennisinstellingen heeft overduidelijk
    voordelen, ook in deze tijd van internet en reismogelijkheden. Nabijheid betekent
    makkelijker aanspraak kunnen maken op elkaars voorzieningen, voordelen op het
    gebied van personeel (een lokale, gespecialiseerde arbeidsmarkt) en agglomeratie-
    voordelen (kostenefficiëntie). Het belangrijkste voordeel van nabijheid is echter de
    onderlinge uitwisseling van kennis over ontwikkelingen, marktkansen én mis-
    lukkingen. Nabijheid werkt vooral versterkend op kennis en vaardigheden die moeilijk
    te verwoorden zijn (tacit knowledge) en worden overgedragen via persoonlijk contact.
    Naast de local buzz – een continue, informele stroom van informatie – hebben
    bedrijven behoefte aan kennis van buiten via global pipelines. Regionale hotspots
    dragen bij aan nationale groei en innovatievermogen, maar vergen wel gedifferen-
    tieerde ondersteuning, afgestemd op de levensfase en het type hotspot waar het om
    gaat, zoals de raad in het aanstaande advies over Regionale hotspots voor innovatie
    zal betogen.
Een van de aandachtspunten betreft de afstemming van het instrumentarium dat op
regionaal en nationaal (en ook Europees) niveau wordt ingezet ten behoeve van het
bevorderen van innovatie door bedrijven. Alhoewel er zowel binnen de regio’s als binnen
het Rijk sprake is van een steeds betere stroomlijning van het instrumentarium, is het
                                                                        80
geheel vanuit het perspectief van bedrijven nog steeds niet optimaal. De raad
adviseerde eerder dit jaar om – specifiek voor groeibriljanten – het instrumentarium
zo dicht mogelijk bij de onderneming te beleggen: dus regionaal waar het kan.
Hogescholen
Hogescholen en (zij het in mindere mate) het mbo zijn onderdeel van de innovatieketen,
naast universiteiten en TO2-instituten. Niet voor niets worden vanuit de topsectoren
diverse Centres of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap ontwikkeld met als
doel om voor de topsectoren de infrastructuur te vormen voor praktijkgericht onderzoek.
Daarnaast dragen deze centra ook bij aan de verbetering van het onderwijs. De top-
sectoren gaan immers over de beroepen van de toekomst. Wat heeft de arbeidsmarkt
nodig? Dit vindt zijn weg in de human capital agenda’s. In deze agenda’s worden diverse
lopende initiatieven op het gebied van menselijk kapitaal gecombineerd.
De toegevoegde waarde van hogescholen ligt vooral in het koppelen van innovatie aan
de human capital agenda’s. De innovatieve ontwikkelingen die worden geëntameerd in
de topsectoren moeten terugkomen in het onderwijs, omdat de topsectoren uiteindelijk
voldoende mensen nodig heeft die in staat zijn om met deze innovaties te werken. Voor
innovatie zijn er financiële middelen beschikbaar maar voor de human capital agenda’s is
80
   Zie ook AWT (2014) Briljante bedrijven.
Balans van de topsectoren 2014                                                              47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>er nauwelijks budget beschikbaar. En juist uit deze middelen moeten de projecten met
hogescholen gefinancierd worden. Hogescholen zijn actief op zoek naar aansluiting met
de topsectoren, maar het instrumentarium hiervoor ontbreekt nog. De innovatie-
contracten zijn voornamelijk geënt op onderzoek bij universiteiten en kennisinstellingen.
Hier liggen nog verbetermogelijkheden in de toekomst. Er zijn wel voorbeelden van
aansluiting, zoals het Proces Technologie Toptalenten Programma als onderdeel van
het beurzenprogramma van de topsectoren Chemie en Energie (zie tekstkader).
    Het Proces Technologie Toptalenten Programma
    Het PTTP is het beurzenprogramma voor talenten uit HBO chemische technologie en
    voedingstechnologie, geïnitieerd door het Instituut voor duurzame procestechnologie
    (ISPT), samen met hogescholen en het bedrijfsleven. Gedurende 2,5 jaar volgen de
    talenten naast hun reguliere studie, een programma bestaande uit intensieve summer
    courses, stages, brede technologieverkenningen, persoonlijke ontwikkeling en actuele
    industriële vraagstukken.
Een mogelijk gunstige ontwikkeling voor de aansluiting van hogescholen op de top-
sectorenaanpak is het onderbrengen van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht
Onderzoek SIA bij NWO vanaf 2014. Dit heeft ertoe geleid, en zal er nog meer toe leiden,
dat er meer samenwerking ontstaat tussen universiteiten en hogescholen, ook binnen de
topsectoren. Daarmee wordt ook het mkb meer betrokken bij de topsectorenaanpak.
Vakdepartementen
De betrokkenheid van andere departementen (dan het ministerie van Economische
Zaken) bij het innovatiebeleid was wellicht nog nooit zo groot als nu. Vooral de mate
waarin de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (rond human capital) en
Buitenlandse Zaken (rond economische diplomatie) betrokken zijn bij de topsectoren-
aanpak is grote winst ten opzichte van het voorgaande beleid. De uitdaging zit vooral nog
in het vergroten van de betrokkenheid van andere vakdepartementen op het terrein van
het stimuleren van innovatie, bijvoorbeeld via beleidsinstrumenten als marktontwikkeling
                   81
of normering. De innovaties die door de topsectoren worden ontwikkeld kunnen zeer
relevant zijn voor een aantal vakdepartementen. Vanuit het ministerie van Economische
Zaken wordt hier echter niet op gestuurd via instrumenten. Deze sturing, of verleiding, zal
vanuit de vakdepartementen zelf moeten komen. Dit kan heel belangrijk zijn voor de top-
sectoren, met name als het gaat om wet- en regelgeving en innovatiegericht inkoop-
beleid.
81
   Zie ook AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen.
Balans van de topsectoren 2014                                                            48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Bij aanvang van de topsectorenaanpak werd aangekondigd dat de minister van
Economische Zaken zeggenschap zou hebben over de innovatiemiddelen bij andere
                    82
ministeries. Dit veroorzaakte enige weerstand bij de andere ministeries die de top-
sectorenaanpak zagen als een ‘greep in de kas’ door het ministerie van Economische
Zaken. In de praktijk is deze zogenoemde ‘doorzettingsmacht’ van de minister van
Economische Zaken beperkt gebleken. De betrokkenheid van de vakdepartementen
berust daarom voornamelijk op vrijwilligheid. Desondanks is er een aantal belangrijke
initiatieven gestart in samenwerking met een of meerdere vakdepartementen. Met
betrekking tot wet- en regelgeving is de “maatwerkaanpak regeldruk” gestart met vier
                                                                                 83
topsectoren (Agri&Food, Chemie, LSH en Logistiek). Met betrekking tot innovatiegericht
inkopen is het programma “Innovatie Inkoop Urgent” gestart om invulling te geven aan de
ambitie om 2,5% van de overheidsinkopen te besteden aan innovatie. De grootste
inkoopbudgetten liggen bij waterschappen, gemeenten en provincies. Binnen de natio-
nale overheid zijn vooral Rijkswaterstaat en het ministerie van Defensie relevante
              84
partijen. Ondanks dat er door deze twee partijen goede vooruitgang wordt geboekt ten
aanzien van innovatiegericht inkopen lijkt het erop dat over de gehele Rijksoverheid
                                                    85
bezien de ontwikkeling stagneert. Dit is een aandachtspunt voor de nabije toekomst.
82
   Zie VVD en CDA (2010) Vrijheid en verantwoordelijkheid - regeerakkoord VVD - CDA en tekstkader op pagina 5.
83
   Voorbeeld uit topsector logistiek: Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (Actal) heeft een rapport over de regeldruk van de
   logistieke sector gemaakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken. Nu
   de knelpunten in kaart zijn gebracht, werken de ministeries samen met brancheorganisaties en instanties (douane, NVWA) aan de
   maatwerkaanpak waarmee de regelgeving in de sector zal worden veranderd. Medio 2014 zal deze maatwerkaanpak klaar zijn.
84
   Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage innovatiegericht inkopen: innovaties versterken de inkoopkracht
   van de overheid.
85
   In de jaarlijkse Global Competitiveness Index van het World Economic Forum zakt Nederland op de indicator ‘government
   procurement of advanced tech products’ van plaats 23 (in 2012) naar plaats 26 (in 2013) naar plaats 28 (in 2014).
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 50</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                                                                                          4
Conclusies en aanbevelingen
4.1 Conclusies
In 2010 heeft het kabinet Rutte I de topsectorenaanpak aangekondigd. Hiermee is een
verstrekkende en ingrijpende systeemverandering in het Nederlandse innovatiebeleid in
gang gezet. Op vergaande wijze zijn de uitgangspunten van een sectorale, integrale en
vraaggestuurde aanpak doorgevoerd. Dit vond plaats in een tijd van budgettaire krapte.
Daardoor werd ervoor gekozen tegelijkertijd bestaande structuren af te bouwen. Dit heeft
ertoe geleid dat alle partijen in het innovatiesysteem hun weg opnieuw hebben moeten
vinden.
De vraag is nu of met deze nieuwe topsectorenaanpak de gestelde beleidsdoelen
gerealiseerd gaan worden. Ten aanzien van de eerste twee doelen (Nederland behoort
in 2020 tot de top vijf van mondiale kenniseconomieën en in 2020 wordt 2,5% van het
BBP aan R&D uitgegeven) geldt dat het nu te vroeg is om daar uitspraken over te doen.
Bovendien wordt de realisatie van deze doelen ook beïnvloed door het generieke
innovatiebeleid. Dat maakt het lastig om uitspraken te doen over het succes van de
topsectorenaanpak. Er is nog geen reden om aan te nemen dat de derde doelstelling (in
2015 participeren publieke en private partijen voor tenminste 500 miljoen euro in TKI’s)
niet gehaald kan worden.
Er valt wel iets te zeggen over het proces van de topsectorenaanpak. Er is een duidelijk
positief gevolg van de ingezette systeemverandering zichtbaar: een substantiële nieuwe
dynamiek. Geprikkeld of gedwongen door de veranderingen hebben veel partijen elkaar
gevonden in het opstellen van gezamenlijke agenda’s en strategische plannen, zowel op
het terrein van onderzoek en innovatie als op andere terreinen zoals human capital,
internationalisering en regeldruk. De ene topsector is hierin verder dan de andere, maar
overal is progressie zichtbaar.
Deze nieuwe dynamiek wordt gewaardeerd en men zou graag zien dat deze bestendig
is naar de toekomst. Die toekomstbestendigheid ontstaat echter niet vanzelf. Op de
volgende drie punten zal hiertoe de topsectorenaanpak verbeterd moeten worden:
      De visie achter de topsectorenaanpak landt niet bij alle stakeholders en wordt ook
      niet door alle relevante partijen in de ‘gouden driehoek’ gedeeld. Nog teveel
      stakeholders zien de topsectorenaanpak als financiële steun voor de gevestigde
      orde, verkapte bezuinigingen of een “greep in de kas” van NWO. Omdat het
      inhoudelijk accent van de topsectorenaanpak in de loop der jaren is gewijzigd is er
Balans van de topsectoren 2014                                                            51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>      onnodige verwarring. Daardoor is het creëren van een gemeenschappelijk gedragen
      visie vertraagd;
      De direct betrokkenen ervaren een aanzienlijke bestuurlijke drukte. De topsectoren
      zijn de laatste jaren vooral druk geweest met de interne organisatie van hun top-
      sector en het opstellen van de agenda’s. De oorzaak van de ervaren drukte is een
      cumulatieve complexiteit als gevolg van de integrale aanpak: de topsectoren moeten
      met vele partijen hun zaken regelen in een nieuwe setting (nieuwe spelregels) en
      voor het innovatiedomein tegen de achtergrond van een sterk veranderd subsidie-
      en fiscaal beleid. De sterke interne focus van de topsectoren heeft er ook toe geleid
      dat tot op heden nog weinig leerprocessen en best practices worden gedeeld die
      kunnen leiden tot meer harmonisatie, transparantie en eenduidige communicatie
      naar alle stakeholders;
      Er is een gebrek aan verbinding tussen een aantal belangrijke partijen. In de
      topsectorenaanpak zijn er momenteel vooral sterke verbindingen gerealiseerd
      tussen de grotere bedrijven en koplopers in het mkb, de universiteiten, TO2-
      instituten en de nationale overheid. Andere spelers in de ‘gouden driehoek’, zoals
      het bredere innovatieve mkb (inclusief starters en groeibriljanten), hogescholen,
      regionale overheden en vakdepartementen voelen zich om uiteenlopende redenen
      nog onvoldoende verbonden met de aanpak. Op hun vraag “what’s in it for me?”
      krijgen deze spelers nog onvoldoende overtuigend antwoord. Er is veel energie
      aanwezig bij deze spelers en een sterkere verbinding met de topsectorenaanpak zal
      leiden tot nieuwe dynamiek. Het is daarvoor nodig de buitenste ring van de ‘gouden
      driehoek’ te verbinden met het midden (zie figuur 4).
Balans van de topsectoren 2014                                                             52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Figuur 4. Verbinding tussen buitenste ring en midden van de ‘gouden driehoek’
Als deze verbindingen gerealiseerd worden, plukt de topsectorenaanpak de vruchten
van de reeds aanwezige regionale dynamiek en dynamiek rond de aanpak van maat-
schappelijke uitdagingen. De ideeën en middelen van meerdere partijen komen beschik-
baar en dit zorgt voor een grote dosis nieuwe energie in de topsectorenaanpak. Deze
nieuwe energie zal leiden tot een nieuwe dynamiek. Bovendien zorgt het ervoor dat de
beleidsinspanningen van zowel het Rijk als de regio’s effectiever zijn.
Balans van de topsectoren 2014                                                       53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>4.2 Aanbevelingen
Op basis van deze constateringen doet de raad drie aanbevelingen aan de minister
van Economische Zaken. Deze aanbevelingen moeten in samenhang bezien worden
(zie figuur 5).
Figuur 5 Drie aanbevelingen
Hieronder worden deze aanbevelingen verder toegelicht.
Zorg voor een gedeelde visie
De topsectorenaanpak moet bijdragen aan het versterken van de Nederlandse economie
en, vaak in samenhang daarmee, aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.
Naast de topsectorenaanpak draagt ook ander overheidsbeleid hieraan bij, zoals het
generieke innovatiebeleid, het wetenschaps- en onderwijsbeleid, het buitenlandbeleid,
etcetera. De topsectorenaanpak draagt hieraan bij via het versterken van publiek-private
samenwerking in een aantal aandachtsgebieden die belangrijk zijn voor de Nederlandse
economie en maatschappij. Deze boodschap wordt de laatste tijd consequent uit-
gedragen door de minister van Economische Zaken maar landt nog niet overal.
De raad adviseert nu stevig door te pakken met eenduidige en persistente communicatie
van deze visie en afgeleide doelstellingen, vooral richting het bredere innovatieve mkb
(inclusief starters en groeibriljanten), regionale overheden, hogescholen en vak-
departementen. Het is raadzaam om de dialoog met deze actoren op te zoeken zodat er
een gedeelde en goed gearticuleerde visie ontstaat. Er moet een gedeelde visie ontstaan
over aspecten zoals: welke kansen liggen er voor Nederland? Welke knelpunten zijn er
momenteel rond publiek-private samenwerking? Waarom moeten we nu de topsectoren-
aanpak stevig doorzetten? Naar welke gewenste situatie(s) streven we? Deze gedeelde
visie zal op zichzelf niet direct zorgen voor een verbetering van de aanpak maar het is
Balans van de topsectoren 2014                                                          54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>wel een noodzakelijke stap naar een positieve nationale mindset en meer verbondenheid
van belangrijke spelers met de topsectorenaanpak.
Verbeter de governance
De rol van de overheid is veranderd met de komst van de topsectorenaanpak. De over-
heid, in casu het ministerie van Economische Zaken, dient – meer dan nu het geval is –
een proactieve faciliterende rol op zich te nemen met als doel de ervaren bestuurlijke
drukte in het veld te reduceren. Dit zal ertoe leiden dat gewenste en benodigde aan-
passingen in de topsectoren versneld gerealiseerd worden. De kunst is deze rol zodanig
in te vullen dat het niet leidt tot inhoudelijke sturing en extra taken en administratieve
lasten voor topsectoren. Het moet mogelijk zijn bij de invulling van deze rol differentiatie
aan te brengen per topsector.
Het is ook nodig dat het innovatie-instrumentarium aangepast wordt. Indien er additionele
middelen beschikbaar komen bij de Rijksoverheid kan het budget van de MIT-regeling
en/of de TKI-regeling significant verhoogd worden. Hiermee neemt de slaagkans in de
MIT-regeling toe en verbetert de balans tussen ervaren lasten en ervaren baten van de
                    86
TKI-regeling. Als er geen additionele middelen beschikbaar komen, moet de TKI-
regeling echt vereenvoudigd worden door het rechtvaardigheidsbeginsel achter de TKI-
                                         87
regeling losser in te vullen.
Verbind alle spelers in de ‘gouden driehoek’
Benut de inhoudelijke visies en strategische agenda’s van de topsectoren met betrekking
tot de maatschappelijke uitdagingen in het besef dat deze uitdagingen alleen adequaat
kunnen worden opgepakt in een cross-sectorale aanpak. Deze inhoudelijke visies zijn bij
uitstek een middel om verschillende actoren te verenigen in de topsectorenaanpak. Het
kan ertoe leiden dat andere relevante spelers (zoals het bredere innovatie mkb, hoge-
scholen, regionale overheden en vakdepartementen) zich meer verbonden zullen voelen,
dat topsectoren onderling gemakkelijker (cross-sectorale) samenwerkingsmogelijkheden
identificeren en dat de aansluiting op internationale netwerken in het kader van Horizon
2020 (pijler societal challenges) gemakkelijker zal zijn. Ook wanneer deze inhoudelijke
visies over enkele jaren eventueel herzien worden, moet het proces zodanig worden
ingericht dat bovengenoemde spelers bij de totstandkoming van de herziene visies een
rol kunnen spelen. Hun betrokkenheid bij de uitvoering ervan zal dan vanzelf sterker zijn.
Zorg er ook voor dat de nieuwe spelers zich voldoende vertegenwoordigd voelen in de
governance van de topsectoren.
86
   Het toeslagpercentage van 25 procent zou substantieel verhoogd kunnen worden waardoor de administratieve ‘investeringen’ rond
   de TKI-toeslag meer beloond worden.
87
   Het ministerie van Economische Zaken is in 2014 actief bezig om de TKI-regeling te vereenvoudigen, maar het gaat hier om
   incrementele verbeteringen. Overwogen kan worden om een vaste verdeling voor de TKI-toeslag over de topsectoren te hanteren
   en deze verdeelsleutel op gezette tijden te herijken. De topsectoren en TKI’s weten dan waar ze aan toe zijn en kunnen zich meer
   concentreren op hun kerntaak.
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                     55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Overweeg hiertoe
       De toevoeging van een extra lid in het topteam vanuit de hogescholen, regionale
       overheden en/of starters en groeibriljanten;
       Hogescholen te positioneren binnen de TKI’s door bijvoorbeeld lectoren toe te
       voegen aan de programmaraden van de TKI’s.
Daarnaast is er om deze verbindingen te realiseren aanvullend instrumentarium nodig,
vooral voor het faciliteren van samenwerking tussen de verschillende typen actoren.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan samenwerking tussen grootbedrijf en mkb en samen-
werking tussen hogescholen, mbo, universiteiten en bedrijven. Dit is lastig te realiseren
binnen het bestaande instrumentarium en staat ook op gespannen voet met de wens van
zowel de nationale als regionale overheden om het instrumentarium zoveel mogelijk
revolverend in te richten. Revolverend instrumentarium is geschikt voor het oplossen van
financieringsknelpunten maar is verre van optimaal voor het faciliteren van samen-
werking tussen verschillende typen actoren op het terrein van onderzoek en innovatie.
Wees daarom bereid om ook andere typen instrumenten dan fiscaal of revolverend in te
            88
zetten.
4.3 Vooruitblik
Zoals de raad al aangaf in het briefadvies van september 2013 is het belangrijk om de
topsectorenaanpak de tijd te gunnen om een succes te worden. Het innovatiebeleid is
gebaat bij continuïteit en geven consistentie over een periode van tenminste tien jaar.
Dat laat onverlet dat er verbeteringen mogelijk en nodig zijn in de topsectorenaanpak om
dit succes daadwerkelijk te realiseren. In deze Balans geeft de raad hiervoor een aantal
aanbevelingen. Deze aanbevelingen dragen bij aan de verbetering van de topsectoren-
aanpak en daarmee aan de versterking van de Nederlandse economie en maatschappij.
In het werkprogramma van 2015 is voorzien dat de raad de topsectorenaanpak blijft
volgen. In overleg met de adviesvragers zal hieraan een nadere invulling worden
gegeven. Het wordt de komende jaren mogelijk om meer inhoudelijke resultaten van de
topsectorenaanpak te evalueren. Zo zal bijvoorbeeld duidelijk worden of de doelstellingen
rondom de investeringen in publiek-private samenwerking via de TKI’s bereikt worden.
88
   Inspiratie hiervoor kan worden gehaald uit Finland waar het innovatie-agentschap Tekes programma’s op specifieke strategische
   domeinen combineert met een aantal generieke innovatie-instrumenten (zowel fiscale en revolverende instrumenten als subsidies).
Balans van de topsectoren 2014                                                                                                   56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Ook kan het zinvol zijn om topsectoren individueel te bekijken of in te zoomen op nieuwe
verbindingen tussen topsectoren, bijvoorbeeld als gevolg van de zoektocht naar
Nationale Iconen die het kabinet in 2014 is gestart of als gevolg van het initiatief rond
                                                              89
Smart Industry waarbij meerdere topsectoren betrokken zijn.
Aldus vastgesteld te Den Haag, september 2014
prof. dr. U. Rosenthal (voorzitter)
dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
89
   Zie www.smartindustry.nl.
Balans van de topsectoren 2014                                                            57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 58</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 59</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Bijlage 1 Adviesaanvraag
Balans van de topsectoren 2014 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 61</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 62</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 63</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Bijlage 2 Gebruikte bronnen
      Actal (2013) Regels in bedrijf: sectorscan Logistiek.
      AWT (2003) Backing winners – van generiek technologiebeleid naar actief
      innovatiebeleid, advies nr. 53.
      AWT (2007) Weloverwogen impulsen, advies nr. 72.
      AWT (2013) Briefadvies: eerste observaties uit de ‘Balans van de topsectoren’.
      26 september 2013.
      AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen, advies nr. 82.
      AWT (2014) Briljante bedrijven: effectieve ecosystemen voor ambitieuze
      ondernemers, advies nr. 85.
      Commissie Meijerink (2010) Evaluatie procedure Fonds Economische
      Structuurversterking. Domein Kennis, Innovatie en Onderwijs, juni 2010.
      Commissie van der Touw (2013) Ruimte voor Ontwikkeling. Actieplan: Centres of
      expertise en Centra voor innovatief vakmanschap, dé weg naar succesvolle
      publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs, 17 juni 2013.
      De Jonge Akademie (2014) Visiedocument De Jonge Akademie, 10 februari 2014.
      De Voortgangscommissie Sleutelgebieden (2009) Voortgang Sleutelgebieden en
      tussentijdse evaluatie Sleutelgebiedenaanpak, Innovatieplatform, Den Haag,
      21 januari 2009.
      Dialogic (2011) Evaluatie van de programmatische aanpak, 2011.057-1203,
      Utrecht, 9 februari 2012.
      Hessels, L. en J. Deuten (2013), Coördinatie van onderzoek in publiek-private
      samenwerkingsverbanden, Rathenau Instituut, SciSA rapport 1328.
      Het Financieele Dagblad (2013) Nieuwe ‘subsidiebureaucratie’ drijft innovatieve
      ondernemers tot wanhoop, 25 september 2013.
      Het Financieele Dagblad (2013) VVD-Kamerlid uit scherpe kritiek op topsectoren-
      beleid, 27 juni 2013.
      Het Financieele Dagblad (2014) Nieuwe stappen naar een efficiëntere
      samenwerking op R&D-gebied, 12 maart 2014.
      Het Financieele Dagblad (2014) PvdA-leider Diederik Samsom pleit voor een veel
      sterker accent op de middelgrote maakindustrie, 6 maart 2014.
      Het Financieele Dagblad (2014) Shell, Unilever en Philips roepen politiek op het
      innovatiebeleid te moderniseren, 31 maart 2014.
      Het Financieele Dagblad (2014) Shell: ‘Mik op kruisbestuiving tussen topsectoren’,
      24 februari 2014.
      Het Financieele Dagblad (2014) Topsectoren kenden een beroerde start,
      12 maart 2014.
      Innovatieplatform (2004) Voorstellen sleutelgebiedenaanpak, 4 oktober 2004.
Balans van de topsectoren 2014                                                           64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>      Ministerie van Economische Zaken (2013) Agenda MKB en Topsectoren.
      Bijlage bij Voortgangsrapportage Bedrijvenbeleid 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Bedrijvenbeleid: Koersvast en Toekomst-
      gericht, 17 april 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Cohesiebeleid 2014-2020: voorbereiding
      in Nederland voor EFRO, 16 mei 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Goed Geregeld, een verantwoorde
      vermindering van regeldruk 2012-2017, 25 april 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Nederlands Kennis- en Innovatiecontract
      2014-2015. Bijlage bij Voortgangsrapportage Bedrijvenbeleid 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Nederlandse oplossingen voor wereld-
      wijde uitdagingen, november 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Spelregels voor privaat-publieke
      samenwerking, 25 juni 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Uw verzoek van 3 oktober 2013 om
      reactie op bericht "Nieuwe subsidiebureaucratie drijft innovatieve ondernemers
      tot wanhoop", 18 november 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Verdeling en stand van zaken EFRO
      2014-2020, 15 november 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage Bedrijfsleven-
      beleid, 2 oktober 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage Green Deals 2013,
      15 november 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Voortgangsrapportage innovatiegericht
      inkopen: innovaties versterken de inkoopkracht van de overheid. Bijlage bij
      Voortgangsrapportage Bedrijvenbeleid 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2013) Uitwerking Regeerakkoord voor
      versterking kenniseconomie, 11 februari 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2014) Implementatie van de visie op het
      toegepast onderzoek, 6 maart 2014.
      Ministerie van Economische Zaken (2014) Kamerbrief Volgende stap publiek-private
      samenwerking inclusief transitie, 4 april 2014.
      Ministerie van Economische Zaken (2014) Koersvast en bijsturen, 19 maart 2014.
      Ministerie van Economische Zaken (2014) Rijksjaarverslag 2013.
      Ministerie van Economische Zaken (2014) Volgende stap publiek-private
      samenwerking inclusief transitie Technologische Topinstituten, 4 april 2014.
      Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Naar de top -
      de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid, 4 februari 2011.
      Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Naar de top -
      het bedrijfslevenbeleid in actie(s), 17 september 2011.
Balans van de topsectoren 2014                                                       65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>      Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2012) Bedrijvenbeleid
      in Uitvoering, 2 april 2012.
      Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2012) Eerste reactie op
      innovatiecontracten en human capital agenda’s van de topsectoren, 16 januari 2012.
      Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2012)
      Voortgangrapportage bedrijvenbeleid in uitvoering, 3 september 2012.
      Nijland, R., Tielens, J. en F. Govers (2011) Scoren op het nieuwe speelveld.
      Kansen en bedreigingen van de topsectoren, Resource: weekblad voor Wageningen
      UR 6 (2011), p. 20 - 23.
      NWO (2013) Toelichting op de NWO-bijdrage aan de topsectoren 2014-2015.
      OECD (2014) Reviews of Innovation Policy: Netherlands.
      Panteia/EIM (2009) Midterm review programmatische aanpak van het innovatie-
      beleid, Zoetermeer, 15 juni 2009.
      Panteia/EIM (2014) Technologische en sociale innovatie in een concurrerende
      markt. Innovatie- en concurrentiemonitor topsectoren 2012, Zoetermeer,
      november 2013.
      Panteia/EIM (2014) Topsectoren in beeld. Ontwikkeling van de innovativiteit van
      de topsectoren in najaar 2012-voorjaar 2013, S.T. Doove MSc en dr. Y.M. Prince,
      Zoetermeer, januari 2014.
      Platform Bèta Techniek (2014) Facts and figures 2014.
      Raspe, O., Weterings, A., Geurden-Slis, M. en G. van Gessel (2012), De ratio van
      ruimtelijk-economisch topsectorenbeleid, Den Haag: PBL.
      Rijksoverheid (2013) Rijksbegroting 2014.
      Science Guide (2013) Misvattingen vertroebelen debat topsectoren, 18 april 2013.
      Steen, J. van (2014) Totale investeringen in Wetenschap en Innovatie (TWIN)
      2012-2018. Feiten en Cijfers 11, Den Haag, Rathenau Instituut.
      TNO (2014) Trends, Transities, TNO: Strategie 2015-2018, april 2014.
      TO2-federatie (2014) Strategisch kader 2015-2018.
      Topsector Chemie (2014) Chemie maakt het verschil! Transitieplan voor de
      topsector Chemie, Den Haag, 11 februari 2014.
      Topsector Creatieve Industrie (2014) Een tussenbalans 2011 -> 2013.
      Topsector Logistiek (2014) Excelleren in logistiek, mei 2014.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2009) Nota over de toestand van ’s Rijks
      Financiën. Motie van het lid Hamer c.s., vergaderjaar 2009-2010 Kamerstuk 32123
      nr. 10.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2010) Vaststelling van de begrotingsstaten
      van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2011, vergaderjaar
      2010-2011, 32 500 XIII, nr. 10, 1 november 2010.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2011) Behandeling van het verslag van
      algemeen overleg met de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
      over het bedrijfslevenbeleid (32 637,nr.2), 27 april 2011.
Balans van de topsectoren 2014                                                         66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2011) Lijst van antwoorden en vragen,
      vergaderjaar 2011-2012, 33 009, nr. 6, 27 oktober 2011.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2012) Bedrijfslevenbeleid, vergaderjaar
      2012–2013, 32 637, nr. 48.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2012) Verslag AO bedrijfslevenbeleid,
      vergaderjaar 2011-2012, 32 637, nr. 39, 23 juli 2012.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2013) Vaststelling van de begrotingsstaten
      van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2014, vergaderjaar
      2013-2014, 33 750 XIII, nr. 2, 17 september 2013.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2014) Stenografisch verslag kamerdebat over
      WRR-advies ‘Naar een lerende economie’, 24 juni 2014.
      Tweede Kamer der Staten-Generaal (2014) Vaststelling van de begrotingsstaat van
      Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2014,
      vergaderjaar 2013-2014, 33 750 XVII, nr. 59, 12 mei 2014.
      Van der Steen, M., Peeters, R. en M. van Twist (2010) De Boom en het Rizoom.
      Overheidssturing in een netwerksamenleving, een essay door de Denktank van de
      NSOB in opdracht van het Ministerie van VROM, februari 2010.
      Velzing, E.J. (2013) Innovatiepolitiek: een reconstructie van het innovatiebeleid van
      het ministerie van Economische Zaken van 1976 tot en met 2010, november 2013.
      VNO-NCW en MKB-Nederland (2013) Plaats en toekomst van industrie(beleid) voor
      een nieuw industrieel elan, Bundel ter gelegenheid van het afscheid van Jan Klaver
      van VNO-NCW en MKB-Nederland op 10 april 2013.
      VVD en CDA (2010) Vrijheid en verantwoordelijkheid. Regeerakkoord VVD-CDA,
      30 september 2010.
      VVD en PvdA (2012) Bruggen slaan. Regeerakkoord VVD-PVDA, 29 oktober 2012.
      World Economic Forum (2014) Global Competitiveness Index 2014-2015.
      WRR (2012) Vertrouwen in burgers, WRR-rapport 88.
      WRR (2013) Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van
      Nederland, WRR-rapport 90.
Websites
      http://europa.eu/rapid/press-release_IP-14-876_nl.htm
      http://topsectoren.nl/documenten/topsectoren/Internationalisering-Topsectoren-
      Ecosysteem-overheid_2014-05-13_123.pdf
      http://topsectoren.nl/documenten/topsectoren/Nederlands-Kennis-en-
      Innovatiecontract-2014-2015_2013-10-02_55.pdf
      http://topsectoren.nl/nieuws/ict/minister-kamp-benoemt-rene-penning-de-vries-tot-
      boegbeeld-ict/2014-07-07
      http://www.nextoem.com/_asset/_public/LR_NEX14001-01-Syllabus-v1-2.pdf
Balans van de topsectoren 2014                                                              67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>      http://www.nwo.nl/binaries/content/documents/nwo/algemeen/documentation/applica
      tion/nwo/topsectoren/toelichting-op-de-nwo-bijdrage-aan-de-topsectoren-2014-
      2015/Toelichting+op+de+NWO-bijdrage+aan+de+topsectoren+2014-2015
      http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-
      publicaties/rapporten/2014/06/18/stand-van-zaken-maatwerkaanpak/stand-van-
      zaken-maatwerkaanpak.pdf
      http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondernemersklimaat-en-
      innovatie/nieuws/2014/03/11/bedrijven-investeren-vaker-samen-met-onderzoekers-
      in-r-d.html
      http://www.tekes.fi/en/funding/
      http://www.vno-
      ncw.nl/SiteCollectionDocuments/Meer%20informatie/koepelnotitie_topsectoren.pdf
      http://www.vsnu.nl/files/documenten/Domeinen/Onderzoek/Gezamenlijk_manifest_0
      3092012.pdf
      http://www.smartindustry.nl
      http://www.topsectoren.nl
      http://www.energieakkoordser.nl/nieuws/135-5-miljoen-energie-innovatie-2014.aspx
      http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/03/12/32-miljoen-voor-innovatie-en-
      samenwerking-mkb.html
      http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/09/03/90-miljoen-euro-extra-voor-
      onderzoek-in-topsectoren.html
      http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/04/02/innovatiecontracten-ondertekend-2-8-
      miljard-naar-topsectoren.html
      http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/16/ruim-1-500-bedrijven-steken-319-
      miljoen-in-onderzoek.html
      http://netwerklandenwater.nl/wp-content/uploads/2013/10/Verslagje-topsectoren-
      def.pdf
      http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/06/30/betere-groeikansen-voor-de-
      bedrijven-van-de-toekomst.html
Balans van de topsectoren 2014                                                         68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 Gesprekspartners
Bijeenkomsten juni 2013
De volgende personen waren aanwezig bij één van de drie bijeenkomsten in juni 2013
(in Zwolle, Utrecht en Eindhoven):
      De heer Jos Baeten                  Centrum Wiskunde en Informatica
      De heer Frank Bakema                Wageningen UR
      De heer Edwin Bakker                Chemelot Campus
      De heer Peter Baltus                Technische Universiteit Eindhoven
      De heer Iddo Bante                  Centre for Telematics and Information
                                          Technology
      De heer Herm van der Beek           Ministerie van Economische Zaken
      De heer John Blankendaal            Brainport Industries
      De heer Aarnout Brombacher          Technische Universiteit Eindhoven
      De heer Michiel Buitelaar           SANOMA
      De heer Harm Dijkstra               FrieslandCampina
      De heer Erik Drop                   TNO
      De heer Michiel Dumont              Saxion
      De heer Ernst van den Ende          Wageningen UR
      De heer Hans Feil                   Miortech
      De heer Jan Fransoo                 Technische Universiteit Eindhoven
      De heer Henk Gerards                Business Cluster Semiconductors
                                          Nederland
      De heer Leon Gielgens               Technologiestichting STW
      De heer Nick van de Giesen          Technische Universiteit Delft
      De heer Clément Goossens            Technische Universiteit Eindhoven
      De heer Bas Goris                   O-foil
      De heer Paul Groot                  Radboud Universiteit/NOVA
      De heer Joost de Haan               Hoogheemraadschap van Delfland
      De heer Chris Haarmeijer            Re-lion
      De heer Tim van der Hagen           Technische Universiteit Delft
      De heer Rob Hartman                 ASML
      De heer Mees Hartvelt               AWVN
      De heer Boudewijn Haverkort         Universiteit Twente
      De heer Patrick Heuts               O-foil
      De heer Sibbe Hoekstra              M2i
      De heer Hans Hofstraat              Philips Research
      De heer Frans Kampers               Wageningen UR
      De heer Guy Kerpen                  Philips
      De heer Alex Koers                  Microflown AVISA
Balans van de topsectoren 2014                                                     69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>      De heer Wessel Kraaij                  Radboud Universiteit/TNO
      De heer Henk Leeuwis                   LioniX
      De heer Bert Jan Lommerts              Latexfalt
      De heer Hermen van der Lugt            Novay
      De heer Peter Luijten                  CTMM
      De heer Bob Meijer                     TKI Wind op Zee
      De heer Geleyn Meijer                  Hogeschool van Amsterdam
      De heer Linco Nieuwenhuyzen            Brainport Development
      De heer Lucas Noldus                   Noldus Information Technology
      De heer Remco Overwater                Dinalog
      De heer Wim Pasteuning                 Fokker
      De heer Lucien Perizonius              Jansen Venneboer
      De heer Ben Radstaak                   Air Cargo Netherlands
      De heer Jan van Rijsingen              Topteam Agri&Food
      De heer Machiel de Rooij               PWN Technologies
      De heer Guus Sluijter                  Gemeente Eindhoven
      De heer KlaasJan Swager                Foreco Dalfsen
      De heer Albert Veenstra                TNO
      De heer Evert-Jan Velzing              Universiteit van Amsterdam/Stichting voor
                                             Industriebeleid en Communicatie
      De heer Paul Vierveijzer               TNO
Gesprekspartners 2013
Met de volgende personen is in 2013 gesproken, mede ten behoeve van het briefadvies
Eerste observaties uit de ‘Balans van de topsectoren’ (26 september 2013):
      De heer Kasper Buiting                 FME-CWM
      De heer Hans Clevers                   KNAW
      De heer Karl Dittrich                  VSNU
      Mevrouw Mariken Elsen                  NWO
      De heer Jos Engelen                    NWO
      De heer Thomas Grosfeld                VNO-NCW/MKB-Nederland
      De heer Geert Huizinga                 FME-CWM
      De heer Hans de Jonge                  VSNU
      De heer Coenraad Krijger               NWO
      De heer Wilbert de Louw                Foodcase
      De heer Geleyn Meijer                  Hogeschool van Amsterdam
      De heer Jan Mengelers                  TNO
      Mevrouw Cynthia Naus                   NWO
      De heer Michaël van Straalen           MKB-Nederland
      De heer Bernard Wientjes               VNO-NCW
Balans van de topsectoren 2014                                                         70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>Workshops december – februari 2014
De volgende personen namen deel aan de traineebijeenkomst op 4 december 2013:
      Mevrouw Carlijn Aalbers            Ministerie van Economische Zaken
      De heer Charles Aangenendt         Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Martin Bakker              Ministerie van Buitenlandse Zaken
      Mevrouw Marjolijn de Boer          Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                         Wetenschap
      Mevrouw Roxane ten Cate            Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Rens Dautzenberg           Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Maarten den Dekker         Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Fred Eybergen              Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                         Wetenschap
      De heer Joost van der Gulik        Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      Mevrouw Merel de Herder            Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                         Wetenschap
      Mevrouw Lisanne van Niekerk        Rijkswaterstaat
      De heer Michael van der Plaat      Ministerie van Economische Zaken
      Mevrouw Anne Reijbroek             Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Patrick Segaar             Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Daan Valkenburg            Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      Mevrouw Maja Valstar               Ministerie van Infrastructuur en Milieu
      De heer Paul Vetter                Ministerie van Economische Zaken
      Mevrouw Laura van Voorst Vader     Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                         Wetenschap
De volgende personen namen deel aan de bijeenkomst over ‘Hogescholen en MKB’
op 12 december 2013:
      Mevrouw Jacky Bax                  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                         Wetenschap
      De heer Hans Hoving                Hogeschool van Utrecht
      De heer Dany Jacobs                Hogeschool van Arnhem en Nijmegen/Artez
      De heer Ignace Karthaus            Kamer van Koophandel/Stichting Innovatie
                                         Alliantie
      De heer Noel Maertens              Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
      De heer Joop Pauwelussen           Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
      Mevrouw Sandra Storm               Vereniging Hogescholen
      De heer Johan Vlugter              Fontys
Balans van de topsectoren 2014                                                    71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>De volgende personen namen deel aan de bijeenkomst over ‘het innovatie- en
groeivermogen van het mkb’ op 16 december 2013:
      De heer Jan Willem Breukink        IncoTec Group (topsector Tuinbouw en
                                         Uitgangsmaterialen)
      De heer Willem Buijs               Hatenboer Water (topsector Water)
      De heer Marc Hendrikse             NTS Group (topsector Hightech Systems en
                                         Materialen)
      De heer Bert Jan Lommerts          Latexfalt (topsector Chemie)
      De heer Hans Schikan               Prosensa (topsector Life Sciences)
      De heer Jeroen Verbrugge           Flex/TheInnovationLab (topsector Creatieve
                                         Industrie)
De volgende personen namen deel aan de jongerenbijeenkomst op 15 januari 2014:
      Mevrouw Carine van Bentum          TNO
      Mevrouw Nicoline Braat             IBM
      De heer Gijs van den Brink         Amsterdam Medisch Centrum
      De heer Par Broman                 ASML
      De heer Erik Drop                  TNO
      De heer Jeroen Geurts              VU medisch centrum
      De heer Maarten van Herpen         Philips
      De heer Jochem Janssen             TNO
      De heer Erik Kwakkel               Universiteit Leiden
      De heer Tjerk Oosterkamp           Universiteit Leiden
      De heer Marcus van Schilt          Akzo Nobel!
      De heer Paul Vierveijzer           TNO
      Mevrouw Leonie Waanders            Philips
      De heer Koen Wolters               IBM
De volgende personen namen deel aan de bijeenkomst op 25 februari 2014 over
internationalisering:
      De heer Jaap Broersen              Ministerie van Economische Zaken
      Mevrouw Angélique Heijl            VNO-NCW
      De heer Len de Jong                Enraf-Nonius
      De heer Wim van der Leeuw          Ministerie van Buitenlandse Zaken
      De heer Micha van Lin              FME
Balans van de topsectoren 2014                                                    72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Bijeenkomsten mei-juni 2014
De volgende personen waren aanwezig bij de bijeenkomst op 21 mei 2014 in Utrecht:
      De heer Jos Baeten                     Centrum Wiskunde en Informatica
      De heer Iddo Bante                     Centre for Telematics and Information
                                             Technology
      De heer Edvard Beem                    ZonMw
      De heer Michiel Buitelaar
      De heer Michiel Dumont                 TechForFuture, Centre of Expertise HTSM
                                             Oost
      De heer Erik Fledderus                 TNO Informatiemaatschappij
      De heer Leon Gielgens                  Technologiestichting STW
      De heer Clement Goossens               Technische Universiteit Eindhoven
      De heer Rob Hartman                    ASML
      De heer Frans Kampers                  Wageningen UR
      Mevrouw Janneke van Kersen             NWO
      De heer Henk Leeuwis                   Lionix
      De heer Remco Overwater                Dutch Institute for Advanced Logistics
      De heer Ben Radstaak                   Air Cargo Netherlands
      De heer Klaas Jan Swager               Foreco
      De heer Bon Uijting                    Kamer van Koophandel Amsterdam
      De heer Evert Jan Velzing              Smart Group
      Mevrouw José Vogelezang                Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen
Met de volgende personen van de VNO-NCW technologiecommissie is van gedachten
gewisseld in een bijeenkomst op 5 juni 2014:
      De heer Dirk Jan van den Berg          Technische Universiteit Delft
      De heer Jan van den Biesen             Philips
      De heer Thomas Grosfeld                VNO-NCW
      Mevrouw Sjoukje Heimovaara             Royal Van Zanten
      De heer Arjan van den Hoogen           Tatasteel
      Mevrouw Margrethe Jonkman              FrieslandCampina
      De heer Rob van Leen                   DSM
      De heer Ate Lindeboom                  CRV
      De heer Lukas Roffel                   Thales
      De heer Fred van Roosmalen             NXP
      De heer Marijn Ruster                  Priva
      De heer Leendert Wesdorp               Unilever
Balans van de topsectoren 2014                                                       73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>Gesprekken 2014
Met de volgende personen is in 2014 gesproken in het kader van de ‘Balans van
de topsectoren’:
      De heer Jan van den Biesen           Philips
      De heer Erik Drop                    TNO
      De heer Thomas Grosfeld              VNO-NCW/MKB-NL
      Mevrouw Lorike Hagdorn-Meijden       TNO
      De heer Geert Huizinga               FME
      De heer Guy Kerpen                   Philips
      De heer Richard Slotman              Nationaal Regieorgaan
                                           Praktijkgericht Onderzoek SIA
      De heer Aart Jan Smits               Thales
      De heer Jorg van Velzen              Platform Bèta Techniek
      De heer Robert van der Vooren        VSNU
Balans van de topsectoren 2014                                                74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Balans van de topsectoren 2014 75</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
t. 070 31 10 920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>