<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor het
Wetenschaps- en Technologiebeleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) brengt gevraagd en ongevraagd advies
uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn strategisch van aard en gaan over de
hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en innovatiebeleid. De leden van de AWT zijn afkomstig uit
kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De raad staat onder voorzitterschap van Uri Rosenthal. De AWT
doet zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis, wetenschap en innovatie voor economie
en samenleving groot is en in de toekomst nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
prof.dr. U. Rosenthal (voorzitter)
prof.dr.ing. D.H.A. Blank
mw. ing. T.E. Bodewes
mw. prof.dr. V.A. Frissen
prof.dr. E.C. Klasen
prof.dr. E.M. Meijer
P. Morley MSc.
dr.ir. A.J.H.M. Peels
prof.dr.ir. M.F.H. Schuurmans
prof.dr. L.L.G. Soete
mw. dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd in Den Haag:
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
T   070-3110920
E   secretariaat@awt.nl
W www.awt.nl
ISBN: 9789077005651
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>84
   De kracht van sociale
   innovatie
   januari 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Colofon
  Illustratie         Sylvia Weve
  Druk:               Quantes - Rijswijk
  januari 2014
  ISBN                9789077005651
  Verkoopprijs        € 12,50
  Auteursrecht
  Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen
  van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
  toestemming van de AWT. Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van
  organisatienaam en naam en jaartal van uitgave.
2 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Inhoudsopgave
  Samenvatting                                                                        5
  1      Aanleiding en adviesvraag                                                    9
         1.1 Toegenomen aandacht voor sociale innovatie                               9
         1.2 Adviesvraag                                                             11
         1.3 Aanpak en Opbouw                                                        12
  2      Verkenning begrip en praktijk sociale innovatie                             13
         2.1 Wat is sociale innovatie?                                               13
         2.2 Verschijningsvormen van sociale innovatie                               18
         2.3 Kennis over (effecten van) sociale innovatie                            22
         2.4 Sociale innovatie in kennisontwikkeling                                 25
         2.5 Conclusie                                                               27
  3      Sociale innovatie en de rol van de overheid                                 29
         3.1 Overheidsaandacht voor sociale innovatie is nodig                       29
         3.2 Bestaand beleid biedt al ruimte en richting                             31
         3.3 Sociale innovatie plaats geven in het innovatiebeleid                   33
         3.4 Sociale innovatie in het kennisbeleid: ontwikkelen body of knowledge    36
         3.5 Aansluiting bij internationale discussie is gewenst                     36
         3.6 Conclusie: sociale innovatie zou een expliciet beleidsthema moeten zijn 39
  4      Conclusie en aanbevelingen                                                  41
         4.1 Conclusie: sociale innovatie biedt kansen, kennis is nodig              41
         4.2 Sociale innovatie een plaats geven in het beleid. Drie
               aanbevelingen.                                                        43
  Bijlage 1 Adviesaanvraag Maatschappelijke en sociale innovatie                     47
  Bijlage 2 Geraadpleegde literatuur                                                 49
  Bijlage 3 Gesprekspartners                                                         53
  Bijlage 4 Werkplekinnovatie                                                        57
         Sociale innovatie is in Nederland werkplaatsinnovatie                       57
         Geschiedenis van sociale innovatie in Nederland                             57
         Beleid rond sociale innovatie                                               59
         Conclusie                                                                   61
  Serie uitgebrachte adviezen van de AWT                                             63
3 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>4 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  Samenvatting
  Wat is sociale innovatie?
  De AWT beschouwt sociale innovatie als een verzamelnaam voor hedendaagse initiatie-
  ven van mensen en organisaties gericht op innovatieve oplossingen voor maatschappe-
  lijke vraagstukken. Sociale innovatie begint bij personen en organisaties die een
  maatschappelijke probleem zien en het plan opvatten er iets aan te doen. Dat kan uit-
  groeien tot een breed initiatief van diverse partijen en personen, denk aan burgers, on-
  dernemers en wetenschappers. Het kan om lokale initiatieven gaan, maar ook om
  complexe samenwerkingsverbanden op nationaal of internationaal niveau.
  Adviesvraag
  De belangstelling voor sociale innovatie groeit wereldwijd (voorlopers zijn het Verenigd Ko-
  ninkrijk, de Verenigde Staten en Australië) en de verwachtingen zijn hoog. De ministeries
  van OCW en van EZ hebben de AWT daarom om advies gevraagd: Wat moet er precies
  worden verstaan onder sociale innovatie en heeft de overheid hierin een rol te vervullen?
  Sociale innovatie in Nederland en andere landen
  De AWT beschrijft in dit advies hoe het beleid en het debat over sociale innovatie in Ne-
  derland in achterliggende jaren grotendeels gericht geweest is op sociale innovatie in de
  zin van vernieuwingen van werkprocessen in organisaties (slimmer werken). Werkplaats-
  innovatie is van groot belang voor het bevorderen van de innovatiekracht, de doelmatig-
  heid en het concurrentievermogen van bedrijven en organisaties. Echter, het gelijkstellen
  van sociale innovatie aan werkplaatsinnovatie zorgt er in Nederland voor dat andere ver-
  schijningsvormen nauwelijks beleidsaandacht krijgen. In de EU en in landen als het Ver-
  enigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Australië kent het begrip sociale innovatie een
  veel bredere beleidsinvulling. Daar horen ook processen en activiteiten bij die in Neder-
  land onder de doe-democratie vallen of andere benamingen zoals burgerinitiatieven,
  zelforganisaties, sociale ondernemingen en sociale infrastructuur.
  Concluderend: kansen van sociale innovatie zijn beter te benutten
  De AWT concludeert in dit advies dat sociale innovatie in deze brede betekenis volop
  kansen biedt voor de Nederlandse maatschappij en economie. Er bestaan, ook in andere
  landen, hoge verwachtingen over de effecten van sociale innovatie, al zijn deze voorals-
  nog nog niet duidelijk genoeg in kaart gebracht. Wel is het evident dat sociale innovatie
  zorgt voor dynamiek, betrokkenheid, experimenteerdrift, nieuwe vormen van onderne-
  mersgedrag en innovatieve verdienmodellen. Het perspectief van sociale innovatie vormt
  dan ook een belangrijke aanvulling op de huidige politieke discours over de doe-demo-
  cratie en de participatiesamenleving. Sociale innovatie verwijst naar participatievormen
  die tot op heden onderbelicht blijven in dit debat: innovatieve, creatieve vormen van
  maatschappelijk initiatief. Dit zijn in feite bijzondere vormen van wat in het dominante
5 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>  economische discours onder innovatie wordt begrepen. Het bijzondere eraan is dat ze
  tot stand komen in netwerken van individuen en organisaties, ook buiten bedrijven en
  de economische arena om, en gericht zijn op maatschappelijke doelen, naast en boven,
  financieel rendement.
  Actieve overheidsrol gewenst: agenderen en faciliteren
  De raad adviseert de overheid om een actieve rol te vervullen inzake sociale innovatie
  om zodoende de waarde ervan voor de maatschappij beter te kunnen vaststellen en be-
  nutten. De overheid start hierin niet bij nul. Nederlands overheidsbeleid richt zich al de-
  cennialang op het bieden van ruimte voor maatschappelijk initiatief, op het regelen van
  zaken via ‘de polder’. Het ontbreekt in Nederland echter wel aan aandacht voor het
  thema sociale innovatie in de brede, Europese betekenis van het woord. Ook is er geen
  integrale inbedding van sociale innovatie in het innovatie- en kennisbeleid. De redenen
  voor overheidsinterventie gericht op het bevorderen van innovatie is ook van toepassing
  op sociale innovatie: de creatie van publieke waarde in combinatie met marktfalen. Lan-
  den die voorop lopen met aandacht voor sociale innovatie kennen wel een richtingge-
  vende en stimulerende strategie. Zij werken hieraan door middel van de opbouw van
  infrastructuur en financieringsmogelijkheden voor sociale innovatie.
  Deze conclusies leiden tot drie aanbevelingen aan (de gezamenlijke) ministeries, de pro-
  vincies en aan gemeenten:
  Aanbeveling 1: Adopteer en agendeer sociale innovatie
  Agendeer sociale innovatie: maak het steunen ervan tot expliciet onderdeel van het
  overheidsbeleid gericht op het stimuleren van de participatiesamenleving. Adopteer hier-
  bij de, in het beleid van de Europa Commissie en wereldwijd, gangbare omschrijving van
  sociale innovatie. Verruim hiertoe de Nederlandse definitie (werkplaatsinnovatie) en sluit
  aan bij het Europese discours en Europees beleid. Werk interdepartementaal, zoek inten-
  sieve samenwerking met maatschappelijke partijen. Benut sociale innovatie waar moge-
  lijk in de aanpak van maatschappelijke uitdagingen via de topsectoren.
  Aanbeveling 2: Geef ruimte aan sociale innovatie
  Creëer omgevingen waarin organisaties en netwerken kunnen experimenteren met
  nieuwe oplossingen voor sociale vraagstukken. Werk bijvoorbeeld met regelluwe ruimtes
  en met deals. Werk aan een meer open overheidscultuur. Ga als gemeente, provincie of
  ministerie bij elk op te starten beleidstraject na of en hoe het steunen of stimuleren van
  sociale innovatie een effectief beleidsinstrument kan zijn. Bied als rijksoverheid steun
  aan gemeentes, professionals en individuen bij het ontwikkelen van het hiertoe beno-
  digde probleemoplossende vermogen.
  Aanbeveling 3: Stimuleer sociale innovatie via het innovatie- en kennisbeleid
  Geef sociale innovatie een plaats in het innovatie- en kennisbeleid. Zo kan sociale inno-
  vatie worden versneld en beter benut worden voor maatschappelijke doeleinden. De
6 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  AWT beschrijft zes concrete stappen, die de opdrachtgevers voor dit advies, de ministe-
  ries van EZ en OCW, kunnen zetten:
  i.   Werk aan infrastructuur voor sociale innovatie. Bouw landelijke platforms op rond een
       aantal geagendeerde maatschappelijke uitdagingen. Doe dit vanuit al bestaande parti-
       culiere initiatieven en organisaties. De taak van deze platforms is het stimuleren van
       sociale innovatie rond maatschappelijke thema’s. Zij werken op basis van publieke en
       private bijdragen.
  ii. Streef naar verruiming van het innovatiebeleid tot buiten het bedrijvenbeleid. Door-
       denk het innovatiebeleid vanuit het idee dat ook innoverende actoren buiten bedrij-
       ven een doelgroep ervan zouden moeten zijn. Namelijk in die situaties waarin
       innovaties publieke waarde kunnen creëren, maar waarin de markt faalt. Onderzoek
       de mogelijkheden die er voor de toekomst zijn om innovatie buiten bedrijven te
       steunen. Denk aan een belastingaftrek voor personen en organisaties die sociaal in-
       noveren en een stimuleringsregeling voor divers samengestelde netwerken.
  iii. Stem intussen het bestaande bedrijvenbeleid af op sociale innovatie. Maak hiertoe in
       het topsectorenbeleid ruimte voor samenwerking met andere dan kennisinstellingen.
       Zoek manieren om innovatieprojecten met elementen van sociale innovatie die al
       passen in het bestaande beleid, voorrang te geven bij het verlenen van steun. Zoek
       expliciete prikkels die cross-over projecten tussen topsectoren stimuleren.
  iv. Zorg voor kennisbeleid rond sociale innovatie. Zet sociale innovatie op de kennis- en in-
       novatieagenda’s die richting geven aan de onderzoeksplanning van de overheid. Moedig
       kennisinstituten aan om kennis te ontwikkelen rond sociale innovatie. Geef opdracht om
       het veld van sociale innovatie te monitoren als aanzet tot kennisontwikkeling.
  v. Geef voorrang aan multidisciplinair onderzoek. Steun hiertoe partijen als de VSNU,
       de KNAW en het NWO in vervolgstappen op weg naar een innovatieve werkwijze in
       de Nederlandse wetenschap. Vraag KNAW en NWO om aandacht voor het bijeen-
       brengen van wetenschappers uit alfa, bèta en gamma richtingen gericht op samen-
       werking aan onderzoek naar maatschappelijke uitdagingen. Vraag NWO om in haar
       programma’s meer prioriteit te geven aan multidisciplinair onderzoek. De uitdaging
       voor de wetenschap is immers om ook zélf innovatief te werk te gaan en samenwer-
       king te zoeken met bedrijven, gebruikers of andere geïnteresseerden.
  vi. Werk samen met andere landen. Met het Verenigd Koninkrijk, maar ook bijvoor-
       beeld met België (Vlaanderen). Daar is onlangs de Sociale Innovatiefabriek van start
       gegaan. Doel is het opbouwen van een cultuur rond sociale innovatie in Vlaanderen.
       Nederland kan actief de samenwerking zoeken met vertegenwoordigers van dit initi-
       atief.
7 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>8 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                           1                     Aanleiding en adviesvraag
                               De belangstelling voor sociale innovatie groeit wereldwijd en de verwachtingen zijn
                               hoog, ook in Nederland. De ministeries van OCW en EZ hebben de AWT om advies ge-
                               vraagd over sociale innovatie. Wat is het precies, wat kan het teweegbrengen, wat is
                               hierin de rol van de overheid? Ook het meest recente politieke debat over de participa-
                               tiesamenleving is gebaseerd op aannames over het maatschappelijk belang van sociale
                               innovatie. De AWT neemt de innovatieve kant van het maatschappelijk initiatief als uit-
                               gangspunt voor dit advies en zoomt in op de plek van sociale innovatie in het kennis- en
                               innovatiebeleid. Hoe kan hierin de kracht van sociale innovatie beter dan nu worden be-
                               nut en wat is daarbij dan de rol van de overheid?
                               Toegenomen aandacht voor sociale innovatie
  Sociale innovatie in Europa  Europa heeft een lange en sterke traditie op het gebied van sociale innovatie, zo stelde
                               Jose Barroso in 2011.1 Europa is een continent van creatieve sociale ondernemers die
                               oplossingen hebben bedacht voor allerlei kleine en grote maatschappelijke uitdagingen.
                               “Social innovation is good for society and it enhances society’s capacity to act” zegt Bar-
                               roso, en die benadering is in zijn ogen in de huidige tijd van crisis meer dan ooit nodig.
                               De Europese Commissie loopt wereldwijd voorop als het gaat om aandacht voor sociale
                               innovatie, er is actief ingezet op Europees beleid rond dit thema. Daar is het project
                               Social innovation Initiative for Europe (SIE) uit voortgekomen en er wordt gewerkt aan
                               financieringsinstrumenten voor sociale innovatie. Het thema heeft een prominente
                               plaats gekregen in Horizon 2020, het nieuwe Europese financieringsprogramma voor
                               onderzoek en innovatie. Tal van landen wereldwijd werken inmiddels, al of niet in navol-
                               ging van de EC, aan de inbedding van sociale innovatie in hun nationaal innovatiebeleid.
Omschrijving sociale innovatie Sociale innovatie is een ruim begrip en kent verschillende invullingen; hoofdstuk twee gaat
                               hier dieper op in. De AWT ziet sociale innovatie als een verzamelnaam voor hedendaagse ini-
                               tiatieven van mensen en organisaties gericht op innovatieve oplossingen voor maatschappe-
                               lijke vraagstukken. Sociale innovatie begint doorgaans bij personen en organisaties die een
                               maatschappelijke probleem zien en het plan opvatten er iets aan te doen. Het initiatief kan
                               daarna uitgroeien tot een breed netwerk van diverse partijen, denk aan burgers, onderne-
                               mers en wetenschappers. Een sociale innovatie kan een lokaal initiatief zijn maar ook een
                               complex samenwerkingsverband op nationaal of internationaal niveau.
                               De term sociale innovatie (social innovation) wordt binnen Europese consortia verkozen
                               boven maatschappelijke innovatie (societal innovation). Hiermee wordt de omschrijving
                               1
                                  Europese Commissie, 2011
                             9 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                               ruim gehouden, sociale innovatie kan zich richten op oplossingen voor maatschappelijk
                               brede problemen, maar ook oplossingen op het regionale of lokale niveau. Bovendien
                               verwijst het begrip sociaal ook naar het proces: samenwerking in groepen of netwerken
Sociale innovatie in Nederland Ook in Nederland is recentelijk steeds meer aandacht voor sociale innovatie, grotendeels
                               onder andere noemers zoals maatschappelijk initiatief, burgerparticipatie, eigen kracht,
                               vermaatschappelijking en de energieke samenleving. Deze aandacht is ontstaan als reac-
                               tie op de waargenomen groei van maatschappelijke initiatieven in de praktijk en de ver-
                               anderende verhouding tussen overheden en burgers. Sociale innovatie omvat
                               uiteenlopende initiatieven die met elkaar gemeen hebben dat individuen of organisaties
                               die een maatschappelijk probleem of gemis ervaren, niet reageren door de overheid te
                               vragen er iets aan te doen, maar collectief in actie komen om het zelf op te lossen.
                               In eerste instantie gebruikte het huidige kabinet (Rutte II) de term ´doe-democratie´ om
                               deze ontwikkeling aan te duiden en meer recentelijk (na Prinsjesdag) de term ‘participa-
                               tiesamenleving’. De term doe-democratie komt van de WRR, dat in het advies ‘Vertrou-
                               wen in burgers’ (WRR, 2012) het kabinet uitdaagt maatschappelijke verandering aan te
                               sturen via het bieden van ruimte voor -en het stimuleren van- initiatieven vanuit de
                               maatschappij. Andere adviesraden (RoB, RMO) kwamen met soortgelijke adviezen en
                               met aanvullingen hierop: negen adviesraden schreven gezamenlijk een brief waarin zij
                               om overheidsaandacht vroegen voor het bevorderen van burgerbetrokkenheid en ver-
                               maatschappelijking. De kabinetsnota De Doe-democratie (juli 2013) reageert op al deze
                               adviezen en geeft aan hoe het kabinet deze uitdaging wil oppakken. De nota beschrijft
                               reeds bestaand beleid gericht op het stimuleren van maatschappelijk initiatief, en voegt
                               daar ook nieuwe voornemens aan toe.
                               Deze aandacht voor de doe-democratie en voor sociale innovatie zijn een reactie op het be-
                               sef dat complexe sociale vraagstukken het best aangepakt kunnen worden in netwerken van
                               betrokken partijen. Hierdoor ontstaan in de praktijk nieuwe en experimentele vormen van
                               samenwerking.2 De term sociale innovatie is de hedendaagse aanduiding voor een feno-
                               meen dat op zichzelf niet nieuw is. Het begrip doet sterk denken aan het jaren ’90 begrip
                               ‘sociale vernieuwing’, maar incorporeert elementen van deze tijd: het toegenomen belang
                               en de toegenomen mogelijkheden van internet en de daarbij behorende netwerkdynamiek.
                               Deze ontwikkelingen geven een krachtige impuls aan sociale vernieuwing waarbij het initia-
                               tief steeds vaker bij de maatschappij ligt in plaats van bij de overheid.
  Belang van sociale innovatie Processen van sociale innovatie zijn op zichzelf waardevol. Ze zorgen voor dynamiek in
                               de samenleving, voor meer actieve betrokkenheid en commitment van mensen bij de
                               publieke zaak. Ze leiden tot ondernemend gedrag en nieuwe ideeën uit onverwachte
                               hoeken, tot nieuwe vormen van ondernemerschap. De Europese aandacht voor sociale
                               innovatie is echter ook gestoeld op hoge verwachtingen over de (lange termijn) resulta-
                               2
                                  Daarnaast kwam de term op als ‘protest’ tegen de technologische focus in de innovatieliteratuur en het innovatiebeleid van veel
                                  landen. Sociale innovatie werd hierin tegenover technologische innovatie gezet.
                            10 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                   ten ervan. Sociale innovatie is dan een instrument in de aanpak van grote maatschappe-
                                   lijke uitdagingen, van vergrijzing tot het verminderen van de koolstofemissies. Het gaat
                                   vooral om oplossingen voor zaken waar in eerste instantie geen business case voor is.
                                   Daarnaast verwacht men van sociale innovatie een bijdrage aan economische groei en
                                   efficiëntere publieke dienstverlening in sociale sectoren zoals gezondheidszorg, ouderen-
                                   zorg en de energiesector.3 Tot slot heeft sociale innovatie naar verwachting, maar ook
                                   nog ongemeten, directe en indirecte economische effecten. Nieuwe markten
                                   ontwikkelen zich, bijvoorbeeld door patiënten zelf verzamelde data via websites als
                                   Patients like me en Curetogether. Andere vormen van sociale innovatie dragen bij aan de
                                   werkgelegenheid (sociale ondernemingen). Daarnaast is er de waardecreatie gericht op
                                   gebruik in de eigen lokale economische kring: de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
                                   van broodfondsen, de voor eigen gebruik opgewekte energie van burgercoöperaties, de
                                   geleverde diensten in informele zorgnetwerken et cetera.
                                   Het ontbreekt nog aan systematische kennis over deze en andere potentiële resultaten
                                   van sociale innovatie. De AWT gaat er bij gebrek aan kennis hierover -net als de EU en
                                   veel individuele landen- vooralsnog vanuit dat sociale innovatie een wenselijke en nut-
                                   tige ontwikkeling is die de overheid zou kunnen stimuleren. De raad pleit tegelijkertijd
                                   voor systematische kennisopbouw rond dit thema.
                                   Adviesvraag
trale vraag: Kan sociale innovatie Het ministerie van OCW en van EZ hebben de AWT gezamenlijk om advies gevraagd
 bijdragen aan oplossingen voor    over sociale innovatie (zie bijlage 1). Aanleidingen waren de groeiende internationale
sociale problemen in Nederland?    belangstelling voor sociale innovatie, de zichtbaarheid van sociale innovatie in de prak-
                                   tijk maar ook de verwarring over wat het precies is en teweeg kan brengen. Specifieke
                                   vragen van de ministeries luiden: Kan sociale innovatie in Nederland bijdragen aan op-
                                   lossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen en hoe dan? Welke rol hebben de
                                   overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen in het stimuleren van sociale in-
                                   novatie? Hoe kan Nederland aansluiten bij het Europese beleid?
                                   De vraag naar de bijdrage van sociale innovatie aan maatschappelijke uitdagingen vat de
                                   AWT breed op. Nagegaan wordt hoe sociale innovatie in theorie en op de langere ter-
                                   mijn mogelijk kan bijdragen aan oplossingen voor uitdagingen op nationaal of zelfs in-
                                   ternationaal niveau (de maatschappelijke uitdagingen zoals benoemd in Horizon 2020).
                                   Maar de bijdrage van sociale innovatie zal naar verwachting op de korte termijn vooral
                                   zichtbaar zijn op regionaal en lokaal niveau en op het niveau van contacten in kleine
                                   kring. De adviesvraag wordt zodoende opgevat als: Kan sociale innovatie bijdragen aan
                                   oplossingen voor sociale problemen in Nederland, en mogelijk ook (indirect) aan de
                                   grote maatschappelijke uitdagingen?
                                   3
                                       Europese Commissie, 2010.
                                11 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Aansluiting bij eerder briefadvies Dit advies sluit aan op het door de AWT in juli 2012 uitgebrachte briefadvies over de
                                   plaats van sociale innovatie in Horizon 2020 (zie kader).
                                   AWT Briefadvies Sociale innovatie, juli 2012
                                   Het briefadvies gaat in op de verschillende definities van sociale innovatie die in omloop
                                   zijn: (i) werkplekinnovatie, (ii) de sociale kant van technologische innovaties (technology
                                   assessment) en (iii) innovatie vanuit een maatschappelijk gevoelde behoefte die mogelijk
                                   bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Steeds gaat het om het
                                   zoeken naar werkwijzen die samenwerking en multidisciplinariteit in zich hebben, om
                                   het smeden van nieuwe allianties, om het buiten kaders denken en daarnaar te hande-
                                   len. Maatschappelijke verandering laat zich niet (meer) alleen top-down aansturen. Dat
                                   roept vragen op over de rol voor de overheid. Kan de overheid sociale innovatie stimule-
                                   ren en hoe? De AWT adviseert de Nederlandse regering om er in Brussel voor te pleiten
                                   dat sociale innovatie op meerdere plaatsen opgenomen wordt in het kaderprogramma
                                   voor onderzoek Horizon 2012 en geeft in het briefadvies suggesties voor de concrete re-
                                   alisatie daarvan.
nnis- en innovatiebeleid centraal  De AWT wil met dit advies ook aansluiten bij de lijn die is uiteengezet in de kabinetsnota
                                   Doe-democratie. Het advies gaat hiertoe in op de betekenis van de meer innovatieve
                                   vormen van maatschappelijk initiatief (sociale innovatie) voor het kennis- en het innova-
                                   tiebeleid. Het thema sociale innovatie komt nog nauwelijks voor in het kennisbeleid, ter-
                                   wijl er wel grote behoefte is aan kennis over werkwijzen, effecten et cetera.
                                   Uitgangspunt van het innovatiebeleid is dat het wenselijk is dat innovatie in al zijn diver-
                                   siteit -dus ook sociale innovatie- in Nederland toeneemt. Hoe kan in dit licht bezien, de
                                   kracht van sociale innovatie beter worden benut en wat is daarbij dan de rol van de
                                   overheid?
                                   Aanpak en Opbouw
                                   Voor dit advies is een literatuurinventarisatie uitgevoerd. Daarnaast zijn ongeveer twintig
                                   gesprekken gevoerd met deskundigen op het terrein van sociale innovatie in Nederland.
                                   Tot slot zijn vier bijeenkomsten belegd. Ter voorbereiding van het briefadvies over sociale
                                   innovatie en Horizon 2020, over het Midpoint Brabant initiatief, rond de definitiekwestie
                                   en rond de voorgenomen aanbevelingen. De gesprekken hebben geleid tot aanscher-
                                   ping van verschillende analyses en aanbevelingen. Bijlage twee biedt een overzicht van
                                   de gesprekspartners.
                                   Hoofdstuk twee verkent het concept sociale innovatie en beschrijft voorbeelden uit de
                                   praktijk. Hoofdstuk drie focust op de rol van de overheid. In hoofdstuk vier staan de
                                   conclusies en aanbevelingen.
                                12 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                        2                     Verkenning begrip en praktijk sociale
                                              innovatie
                           Sociale innovaties zijn maatschappelijke initiatieven gericht op het zoeken van nieuwe
                           oplossingen voor sociale vraagstukken. Het kunnen lokale initiatieven zijn, maar ook
                           complexe samenwerkingsverbanden op internationaal niveau. De AWT beschouwt
                           sociale innovatie als een bijzondere vorm van innovatie. Ze komt immers ook buiten
                           bedrijven tot stand in netwerken van individuen en organisaties en is gericht op sociale
                           doelen. Sociale innovatie zorgt voor dynamiek, betrokkenheid en ondernemendheid.
                           Daarnaast zijn er hoge verwachtingen over de effecten ervan, maar hierover is nog
                           nauwelijks iets bekend. Kennisontwikkeling is nodig. Anderzijds zouden organisaties die
                           kennis ontwikkelen meer sociaal innovatief te werk kunnen gaan.
                           2.1 Wat is sociale innovatie?
                           Sociale innovatie is een begrip dat in de praktijk is ontstaan, er is nog geen theoretisch
                           sterk doordacht en onderbouwd concept. Mensen proberen nieuwe dingen uit, reflecte-
                           ren op wat ze doen en wisselen ervaringen en resultaten uit via internet. Sociale innova-
                           tie is op enig moment gekozen als noemer hiervoor. Welke activiteiten en processen wel
                           en niet onder sociale innovatie vallen is nog altijd onderwerp van discussie. Er zijn bo-
                           vendien verschillende discoursen waarin betrokkenen (overheden, ondernemers, weten-
                           schappers, NGO’s, burgers) het begrip gebruiken om net iets andere ontwikkelingen te
                           duiden.4 Het is de vraag of een exacte afbakening te geven is, en al helemaal of dit toe-
                           gevoegde waarde zou hebben. De Britse Young Foundation probeert het definitiepro-
                           bleem op te lossen door alleen de gemeenschappelijke kern van sociale innovatie te
                           omschrijven. Deze omschrijving is momenteel leidend in het Europese beleid: 5
Definitie Young Foundation ‘Sociale innovaties zijn nieuwe oplossingen (producten, diensten, modellen, markten,
                           processen etcetera) die tegelijkertijd tegemoetkomen aan een sociale behoefte (op een
                           effectievere manier dan bestaande oplossingen) en leiden tot nieuwe (of verbeterde) ca-
                           paciteiten en relaties en een beter gebruik van resources. Met andere woorden: sociale
                           innovaties zijn goed voor de maatschappij en verhogen de capaciteit van een samenle-
                           ving om te handelen.’
                           Hier volgen, ter illustratie, vier voorbeelden van sociale innovatie. Met als kanttekening
                           dat de diversiteit zo groot is, dat de voorbeelden geen volledig beeld geven van het veld
                           van sociale innovatie.
                           4
                              Ilie & During 2012.
                           5
                              The Young Foundation 2012.
                        13 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Vier voorbeelden van sociale 1. Midpoint Brabant. In de regio Tilburg werken onder deze vlag negen gemeenten, de
                  innovatie        provincie, vier kennisinstellingen en verschillende regionale partners samen.6 Dit net-
                                   werk heeft tot doel maatschappelijke behoeftes te adresseren via sociale innovatie.
                                   De universiteit Tilburg vormt de verbindende schakel in het netwerk en heeft een
                                   Tilburgs Social Innovation Lab (TSiL) opgericht. Een Taskforce Social Innovation moet
                                   het thema binnen de universiteit verder gaan uitwerken. Midpoint Brabant claimt de
                                   enige regio in de Benelux te zijn die ´social innovation tot de motor van haar econo-
                                   mische ontwikkeling heeft verklaard.’7 Midpoint Brabant vat sociale innovatie op als
                                   een proces waarbij nieuwe ondernemersmodellen en marktmechanismen worden
                                   gecreëerd, die gericht zijn op maatschappelijke waarde. Midpoint Brabant wil dit
                                   stimuleren via clustervorming, netwerkvorming en het bevorderen van samenwer-
                                   king tussen uiteenlopende organisaties op vijf gebieden: Aerospace en maintenance,
                                   Logistiek, Leisure, Care en Energie en duurzaamheid.
                             2. Samenredzaamheid in eigen kring. Er zijn -in binnenland en buitenland- steeds meer
                                   voorbeelden van mensen die elkaar een lokaal vangnet bieden en solidariteit in
                                   kleine kring. Denk aan energiecoöperaties, broodfondsen (zelfstandige ondernemers
                                   die met elkaar een informele arbeidsongeschiktheidsvoorziening onderhouden en
                                   financieren). Maar ook lokale munteenheden die door een netwerk van burgers en
                                   ondernemingen worden opgezet en dorpscoöperaties die publieke voorzieningen
                                   (café, buurtsuper) overeind houden.
                             3. Sociale ondernemingen schieten momenteel als paddenstoelen uit de grond, in
                                   binnen- en buitenland. Ook (misschien wel juist) in minder welvarende landen zoals
                                   India.8 De core business van deze ondernemingen loopt uiteen. Voorbeelden zijn
                                   werkverschaffing voor bepaalde doelgroepen, de productie van duurzame goederen
                                   en diensten, en innovatieve vormen van zorg en onderwijs. Het sociale doel van de
                                   onderneming is geen bijproduct (zoals bij maatschappelijk verantwoord onderne-
                                   men) maar een volwaardig en uitdrukkelijke reden van bestaan voor het bedrijf. Een
                                   voorbeeld hiervan is bierbrouwerij De Prael in Amsterdam, een organisatie die werk
                                   verschaft aan mensen met een psychiatrische achtergrond en daarbij bier produceert
                                   en verkoopt. Sociale ondernemingen laten eventuele winsten voor een groot deel te-
                                   rugvloeien naar hun onderneming en kunnen hiermee hun sociale doelen financie-
                                   ren en uitbreiden. Zo beschikt De Prael ook over een proeflokaal en een winkel waar
                                   producten uit de bierbrouwerij geproefd en gekocht kunnen worden. Leerlingen van
                                   de werkleerschool Amsterdam kunnen hier werkervaring opdoen.
                             4. Virtuele samenwerkingsnetwerken. Wereldwijd bestaan er inmiddels honderden
                                   virtuele platforms rondom het zoeken van innovatieve oplossingen voor sociale the-
                             6
                                http://www.midpointbrabant.nl/, zie ook bijlage 3 met gesprekspartners voor dit advies
                             7
                                Flyer Midpoint Brabant, zie http://www.pagegangster.com/p/Stsi3/
                             8
                                Zie bijvoorbeeld http://www.theguardian.com/sustainable-business/social-enterprise-india-slums
                          14 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                   ma’s. Een voorbeeld is Patients like me.9 Dit netwerk is opgericht in 2005 door drie
                                   ingenieurs die voor een vriend met de weinig voorkomende ziekte ALS op zoek wa-
                                   ren naar informatie over zorg en behandeling. Vervolgens richtten de drie een plat-
                                   form op waar individuen hun kennis over ziektes en hun behandelingen kunnen
                                   delen. Inmiddels is Patients like me uitgegroeid tot een bedrijf met sociale én com-
                                   merciële doelen. Winst wordt behaald door de data van patiënten wereldwijd (ge-
                                   anonimiseerd) te verkopen aan de industrie, de wetenschap en de non-profit sector.
                                   De kopers gebruiken de data om hun producten, diensten en zorg te verbeteren.
Sociale innovatie als proces In een eerdere Europese definitie10 is aangegeven dat het begrip sociaal in feite in een
                             dubbele betekenis wordt gebruikt. Enerzijds om het doel van de innovatie aan te duiden
                             - als onderscheid van vormen van innovatie die zich primair op economische doelen rich-
                             ten. De term social innovation verwijst hiermee zowel naar innovaties die zich richten op
                             oplossingen voor min of meer erkende maatschappelijke problemen (maatschappelijke
                             innovatie) als naar innovaties rond andere sociale thema’s, regionale of lokale proble-
                             men. Anderzijds is de term ‘sociaal’ bedoeld als omschrijving van het proces dat hiertoe
                             wordt ontwikkeld en ingezet. Uitgangspunt daarbij is steeds dat velen meer weten en
                             kunnen dan enkelen. Sociale innovatie maakt zoveel mogelijk gebruik van de collectieve
                             oplossende vermogens van nieuwe combinaties van actoren (individuen, bedrijven, we-
                             tenschappers, kunstenaars etcetera). Sociale innovaties kenmerken zich door open net-
                             werken van mensen en organisaties die samen innoveren, samenwerken en cocreëren.11
                             De samenwerking heeft een horizontaal karakter, begint vanuit de initiators, is sterk net-
                             werkgedreven en verbindt uiteindelijk mensen uit verschillende sectoren en lagen van de
                             samenleving: bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheid én sociale netwerken van men-
                             sen (civil society). Leidend zijn een gemeenschappelijk perspectief op verandering en de wil
                             om tot een praktische uitwerking te komen van idealen of tot een context waarbinnen
                             veranderingen gestalte kunnen krijgen. In dat verband wordt ook wel gesproken van prak-
                             tisch idealisme.12 Internet als drijvende kracht achter sociale innovatie stelt mensen in staat
                             hun ideeën makkelijker uit te werken, te verspreiden (o.a. via crowdsourcing), medestan-
                             ders en geld te mobiliseren (o.a. via crowdfunding) en samen te werken met velen.
                             Met sociale innovatie wordt vaak gedoeld op praktijken die klein en spontaan beginnen,
                             meestal met een lokaal karakter. Veel sociale innovaties komen voort uit een initiatief
                             van enthousiaste individuen of maatschappelijke organisaties. Buurtbewoners en lokale
                             organisaties richten zich bijvoorbeeld op het verbeteren van de leefbaarheid in de eigen
                             buurt of op alledaagse problemen waarmee ze in hun eigen leven geconfronteerd wor-
                             den. Maar sociale innovatie omvat ook strakker geregisseerde netwerken en complexe
                             samenwerkingsverbanden met een gemeenschappelijk sociaal doel. De term duidt dan
                             op processen die juist op het regionale of landelijke niveau starten.
                             9
                                http://www.patientslikeme.com/
                             10
                                Bepa 2010.
                             11
                                Tilly 2004.
                             12
                                Voorbeelden staan in Bornstein 2004.
                          15 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Sociale innovatie als bijzondere De AWT ziet sociale innovatie als een bijzondere vorm van innovatie. Voor innovatie is al
            vorm van innovatie   enkele decennia veel belangstelling en beleid, ook in Nederland. Sinds Schumpeter13 het
                                 begrip innovatie introduceerde als ‘motor voor economische verandering’ is het uitge-
                                 groeid tot kernconcept binnen het internationale economische denken en beleid. Beleid
                                 wordt ingezet om innovatie te stimuleren en er bestaan internationale ranglijsten die de
                                 innovatiekracht van verschillende landen weergeven. Innovatie kan bijdragen aan een
                                 groeiende arbeidsproductiviteit en daarmee aan de verhoging van de welvaart. Innovatie
                                 kan ook bijdragen aan de oplossing van grote maatschappelijke uitdagingen zoals ver-
                                 grijzing, water- en energievraagstukken en klimaatverandering: uitdagingen op wereld-
                                 schaal. Dergelijke complexe vraagstukken vereisen in toenemende mate innovatieve
                                 oplossingen; nieuwe producten, diensten of processen (of combinaties daarvan). Maar
                                 ook lokale (uitingen van) sociale problemen, bijvoorbeeld rondom armoede, sociale uit-
                                 sluiting, veiligheid etcetera vereisen nieuwe oplossingen waar het bedrijfsleven slechts
                                 ten dele in kan voorzien. Een innovatieve samenleving is in staat zich aan te passen aan
                                 nieuwe ontwikkelingen en kan nieuwe uitdagingen tegemoet treden.
                                 Innovatie is in de dominante economische discours vooral het domein van het bedrijfsle-
                                 ven. Een innovatie is hierin een nieuwe product of dienst dat in het economische sys-
                                 teem geïntroduceerd wordt. Maar in recentere jaren heeft het begrip innovatie een
                                 bredere betekenis gekregen: ook maatschappelijke organisaties, met name in de zorg en
                                 het onderwijs, spreken nu over innovatie als zij hun bedrijfs- of organisatieprocessen
                                 herzien of inzetten op nieuwe vormen van zorg of onderwijs.
                                 Met sociale innovatie wordt gedoeld op innovaties die specifiek bedoeld zijn om maat-
                                 schappelijke problemen aan te pakken. Dat kan via de markt verlopen maar kan bijvoor-
                                 beeld ook leiden tot nieuwe vormen van onderlinge zorg en nieuwe publiekbekostigde
                                 diensten en producten. De AWT is van mening dat toevoeging van de dimensie sociaal
                                 aan het begrip innovatie het denken hierover zal veranderen. Innovatie wordt dan im-
                                 mers niet meer uitsluitend gezien als het domein van bedrijven en organisaties maar ook
                                 van samenwerkende (open) netwerken van individuen of organisaties.
  Nederlands beleid gericht op   In Nederland is het beleid en het debat over sociale innovatie in achterliggende jaren
           werkplaatsinnovatie   grotendeels gericht geweest op sociale innovatie in meer beperkte zin, namelijk vernieu-
                                 wingen van werkprocessen in organisaties (in Europa vaak aangeduid als workplace in-
                                 novation, in Nederland ook als ‘slimmer werken’ - zie bijlage drie). Binnen de topsectoren
                                 hebben twaalf bedrijven in 2013 meegedaan aan de Expeditie Sociale Innovatie, een,
                                 door het ministerie van EZ gefinancierd, leertraject gericht op het stimuleren van werk-
                                 plaatsinnovatie. Ook binnen het ministerie van SZW is aandacht voor werkplaatsinnovatie,
                                 als onderdeel van het project ´Duurzame inzetbaarheid´.14 Werkplaatsinnovatie is van
                                 groot belang voor het bevorderen van de innovatiekracht en het concurrentievermogen
                                 van Nederland en is daarmee een belangrijke verschijningsvorm van sociale innovatie.
                                 13
                                    Schumpeter schreef hierover in verschillende publicaties, vanaf 1934
                                 14
                                    http://www.duurzameinzetbaarheid.nl
                              16 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                 Echter, het gelijkstellen van sociale innovatie aan werkplaatsinnovatie zorgt er in Neder-
                                 land voor dat andere vormen nauwelijks als zodanig benoemd worden of beleids-
                                 aandacht krijgen. In de EU en in landen als het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten
                                 en Australië kent het begrip sociale innovatie een bredere beleidsinvulling. Daar vallen
                                 ook processen en activiteiten onder die in Nederland onder de doe-democratie vallen of
                                 onder andere benamingen voorkomen zoals burgerinitiatieven, zelforganisaties, sociale
                                 ondernemingen en sociale infrastructuur.15
                                 Tot voor kort was er in Nederland geen gemeenschappelijke noemer voor beleid dat be-
                                 paalde vormen van sociale innovatie steunt. Uiteenlopende termen werden naast en
                                 door elkaar gebruikt: stedelijke vernieuwing, actief burgerschap, duurzame inzetbaar-
                                 heid, werkplaatsinnovatie, vernieuwing in de zorg, de energietransitie. Het uitgangspunt
                                 bij elk van deze trajecten inzake het verbeteren van publieke goederen is een aanpak
                                 van onderop. Recentelijk heeft de WRR een overkoepelende term bedacht die aan leek
-democratie en sociale innovatie te slaan: de doe-democratie. Maar onlangs kwam ook de term participatiesamenleving
en op dezelfde sociale beweging  opnieuw in omloop na het gebruik ervan in de troonrede op Prinsjesdag 2013. Beide be-
                                 grippen -sociale innovatie en doe-democratie/participatiesamenleving- zijn ruim en wij-
                                 zen op dezelfde sociale beweging en dezelfde richting van veranderingen. De term
                                 ‘participatiesamenleving’ benadert het vraagstuk vanuit de overheid: wat mag en kan de
                                 overheid verwachten van burgers als het om maatschappelijke participatie gaat?
                                 Toch zijn er belangrijke verschillen. Ten eerste komt het bedrijfsleven als actor in het den-
                                 ken over de doe-democratie weinig aan bod (op sociale ondernemingen na). Terwijl er
                                 onder bedrijven steeds meer animo voor eigen maatschappelijk initiatief is, voor ‘maat-
                                 schappelijke verantwoord ondernemen.’ Daarbij proberen ondernemers hun bedrijfsdoe-
                                 len op een maatschappelijke verantwoorde manier te halen. Bijvoorbeeld met aandacht
                                 voor duurzaamheid, voor de behoeften van hun werknemers en door arbeidsplaatsen te
                                 creëren voor mensen die anders moeilijk aan werk komen. Ook leveren bedrijven soms
                                 ondersteuning (financieel, materieel of in de vorm van advies) aan projecten met sociale
                                 doelen. Daarnaast richt de discussie over de doe-democratie zich vooral op lokale en
                                 kleinschalige vormen van sociale innovatie, op netwerken van individuele burgers. Bui-
                                 ten de omschrijving van de doe-democratie vallen de vaak complexe en grootschalige-
                                 samenwerkingsvormen tussen organisaties die zich samen (ook op internationaal niveau)
                                 op maatschappelijke thema’s richten.
     Sociale innovatie benadrukt Wellicht het belangrijkste verschil is dat de term sociale innovatie veel meer nadruk op
ovatieve vormen van participatie processen en activiteiten met een innovatief karakter legt. Het gaat om problemen die
                                 om creativiteit vragen omdat er nog geen effectieve aanpak voorhanden is, onduidelijk
                                 is in welke richting de oplossing moeten worden gezocht of waarbij er discussie is over
                                 de gewenste oplossingsrichting. De doe-democratie daarentegen lijkt vooral betrekking
                                 te hebben op problemen waar oplossingen al voorhanden zijn en waarover er ook maat-
                                 15
                                    NWO, 2013
                              17 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                 schappelijke consensus is. De activiteiten die onder de doe-democratie begrepen worden
                                 zijn veelal gericht op het behoud van publieke voorzieningen (exploitatie van zwemba-
                                 den, bibliotheken, de dorpssuper) en zorg voor elkaar of samenredzaamheid (energieco-
                                 operaties, broodfondsen). De dimensie innovatie -het gebruik maken van nieuwe
                                 technieken om nieuwe producten en diensten te creëren, nieuwe manieren van denken
                                 in te zetten- wordt minder geadresseerd in de discussie doe-democratie. Organisaties die
                                 zich wel toeleggen op dergelijke innovatieve processen zijn te vinden in paragraaf 2.2.
                                 Ze zijn allen te typeren als denktanks en broedplaatsen (incubators) voor sociale innova-
                                 ties. Zij maken deel uit van internationale netwerken, verzamelen in hun netwerk
                                 innovatieve ideeën op diverse maatschappelijke terreinen en proberen die in de praktijk
                                 uit, soms met gebruik van de nieuwste technologische mogelijkheden. Om ook een
                                 Nederlands netwerk van de grond te krijgen rond deze vormen van sociale innovatie
                                 heeft Kennisland in 2012 het initiatief genomen om het Social Innovation Network
                                 Nederland (SINN) op te richten, bestaande uit personen en organisaties die zich met
                                 sociale innovatie bezig houden. Het netwerk brengt ze bij elkaar zodat ze ideeën kunnen
                                 uitwisselen en de krachten kunnen bundelen om zodoende sociale innovatie op de Neder-
                                 landse politieke agenda te krijgen. Dit netwerk wordt in de kabinetsnota niet genoemd,
                                 wel het Nederlandse platform Kracht In Nederland, eveneens in 2012 opgericht.16
Twee stromen in de praktijk van  Zo lijken zich in de discussie en in de praktijk twee stromen of netwerken af te tekenen
 sociale innovatie in Nederland  in Nederland. Enerzijds het netwerk van initiatieven gericht op al ´getemde’ problemen
                                 en activiteiten. Deze worden ook als burgerinitiatief en zelforganisatie omschreven en
                                 hebben beleidsaandacht (de kabinetsnota) vanuit de overheid. Anderzijds initiatieven en
                                 organisaties die zichzelf de noemer van sociale innovatie meegeven, vaak een internatio-
                                 naal netwerk hebben en kijken naar de EU voor inspiratie en soms ook financiering.
                                 2.2 Verschijningsvormen van sociale innovatie
   Vier categorieën van sociale  De verschijningsvormen van sociale innovatie zijn min of meer te onderscheiden in vier
                       innovatie brede categorieën, op basis van de samenstelling van het netwerk dat het initiatief draagt
                                 en het doel van de sociale innovatie. Dit onderscheid is van belang omdat het verduidelijkt
                                 welke sociale innovaties nu door overheidsbeleid worden ondersteund en welke niet.17
                                 Ruwweg is er op de eerste as onderscheid tussen twee soorten netwerken. Ten eerste de
                                 initiatieven die ontstaan wanneer personen, individuele burgers, elkaar opzoeken (al of
                                 niet via internet) om kennis en ervaring uit te wisselen of een initiatief vorm te geven.
                                 Soms ontstaat uit een dergelijk netwerk of persoonlijk initiatief een nieuwe organisatie
                                 of bedrijf, een sociale onderneming. Ten tweede de initiatieven waarbij consortia wor-
                                 den opgebouwd tussen bestaande organisaties: bedrijven, universiteiten en andere
                                 16
                                    http://www.krachtinnl.nl/
                                 17
                                    Overigens overlappen de vier categorieën en is het niet zo dat elke sociale innovatie precies is in te delen in een van de vier cate-
                                    gorieën, de indeling is enkel bedoeld als middel om het veld van sociale innovatie globaal te kunnen beschrijven.
                              18 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                    maatschappelijke organisaties. En organisaties die opereren als netwerkorganisatie: be-
                                    kostigd vanuit verschillende partijen en/of gericht op het samenbrengen van mensen die
                                    doorgaans in gescheiden werelden opereren om te werken aan sociale vraagstukken.
                                    Op de tweede as is onderscheid te maken tussen: 1. Activiteiten die zich allereerst richten
                                    op specifieke sociale doelen. Zoals zinvolle dagbesteding, het openhouden van publieke
                                    voorzieningen, voedselvoorziening, een andere manier van zorg organiseren, het realiseren
                                    van een gezamenlijk vangnet. 2. Activiteiten en organisaties die zich in eerste instantie
                                    richten op het creëren van -en experimenteren met- nieuwe processen om zo tot betere
                                    oplossingen te komen voor sociale problemen. Het doel van deze organisaties is altijd
                                    tweeledig: het ontwikkelen en uittesten van nieuwe processen én het oplossen van spe-
                                    cifieke problemen.
                                    Beide assen tezamen vertalen zich naar onderstaande tabel. De cellen worden hieronder
                                    toegelicht.
                                     Initiatiefnemer:                        Gericht op specifieke sociale            Innovatieve processen voorop,
                                                                             doelen                                   diverse sociale doelen
                                     Individuen (al of niet georgani-        Broodfondsen, energiecoöpera-            Virtuele netwerken zoals transi-
                                     seerd); organisaties en sociale on-     ties, dorpsverenigingen en - coö-        tion towns en guerilla gardening,
                                     dernemingen                             peraties, sociale ondernemingen          en workplace innovation (catego-
                                                                             (categorie 1)                            rie 2)
                                     Consortia van organisaties;             Dutch sustainable growth coali-          Academische werkplaatsen, Mid-
                                     Netwerkorganisaties                     tion, Alliantie burgerschap              point Brabant, living labs, incuba-
                                                                             (categorie 3)                            tors, (categorie 4)
pecifieke sociale doelen centraal   Netwerken van individuen werken samen rond een specifiek sociaal doel: zij wekken
         bij individuen (al of niet samen energie op, regelen zorg en verzekeringen onderling of verbouwen samen voed-
       georganiseerd) en sociale    sel. Zij organiseren zich hiertoe in verenigingen, stichtingen of kleinschalige coöperaties.
                  ondernemingen     Deze solidariteit wordt ook wel samenredzaamheid18 genoemd. Nederlandse voorbeel-
                                    den zijn de overal opduikende energiecoöperaties (samen energie opwekken en delen)
                                    en de ‘broodfondsen’ (lokale kringen van ondernemers die samen een arbeidsonge-
                                    schiktheidsvoorziening onderhouden en financieren). In kleine gemeentes en dorpen
                                    vormen dorpsbewoners vaak een dorpsoverleg of dorpscoöperatie en komen in actie om
                                    publieke voorzieningen zoals een café of buurtsuper overeind te houden in tijden van
                                    krapte. Vaak gebeurt dat in overleg met de lokale overheid en soms met hun financiële
                                    steun.
                                    Uit een persoonlijk of collectief initiatief om een bepaald sociaal probleem aan te pakken
                                    ontstaan soms nieuwe maatschappelijke organisaties. Bijvoorbeeld de Thomashuizen,
                                    kleinschalige woonvormen voor verstandelijke gehandicapten, bekostigd via de per-
                                    soonsgebonden budgetten. Ook ontstaan er sociale ondernemingen. Dit zijn -zoals
                                    gezegd- ondernemingen die expliciet zijn opgericht om sociale doelen te bereiken.
                                    Zij verdienen geld, maar herinvesteren veel van hun winst in de onderneming en de
                                    18
                                       Term geïntroduceerd door Urgenda, netwerkorganisatie gericht op het aanjagen van duurzaamheid http://www.urgenda.nl/over-
                                       urgenda/organisatie
                                 19 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                  gemeenschap om zo hun maatschappelijke doelen te behalen. Hun core business loopt
                                  uiteen. Voorbeelden van de core business van deze ondernemingen zijn toeleiding naar
                                  arbeid voor bepaalde doelgroepen, taxi´s die op groene energie rijden en de productie
                                  en distributie van verantwoord voedsel. Sociale ondernemingen ontstaan momenteel
                                  volop in binnen en buitenland. In Nederland is onlangs een platform voor samenwerking
                                  opgericht voor sociale ondernemingen: Sociale Enterprises NL. Onlangs is een eerste
                                  veldmonitor uitgevoerd waaruit onder andere blijkt dat de werkgelegenheid bij sociale
                                  ondernemingen in 2010 met 10% toenam. Innovatieve sociale ondernemingen bleken
                                  bovendien winstgevender dan minder innovatieve vormen.19 Het blijft overigens wel las-
                                  tig precies aan te geven wanneer een organisatie als sociale onderneming te typeren is
                                  en wanneer niet.
                   2. Innovatieve Netwerken van personen vormen zich ook via internet (internationale), doorgaans gaat
menwerkingsprocessen centraal     het dan om minder nauw omschreven sociale doelen dan bij categorie 1. Er zijn plat-
  bij netwerken van individuen    forms voor kennisuitwisseling, actie en omtrent het zoeken van innovatieve oplossingen
                                  voor sociale thema’s en het bespoedigen van de ‘transitie’ naar meer duurzame vormen
                                  van wonen en leven. Voorbeelden zijn guerrilla gardening (aanleggen van stadstuinen)20
                                  en Transition towns (netwerken die hun manier van wonen, werken en leven meer duur-
                                  zaam en sociaal willen maken).21 De doelen worden nagestreefd via processen gericht op
                                  ‘glocalisering’. Dat wil zeggen dat er gestreefd wordt op verschillende niveaus tegelijk
                                  impact te hebben: het netwerk wil toewerken naar een wereldwijde sociale beweging-
                                  via internet- en tegelijkertijd op lokaal niveau concrete activiteiten ondernemen die de
                                  doelen dichterbij brengen).
  3. Consortia gericht op sociale Uiteenlopende organisaties zoeken elkaar al enkele jaren op en gaan na wat zij samen
                          doelen  kunnen betekenen op een maatschappelijk thema. Het kan gaan om overheidsorganisa-
                                  ties, maatschappelijke organisaties op het gebied van onderwijs of zorg, NGO’s, bedrij-
                                  ven, hogescholen en universiteiten en hun overkoepelende organisaties etcetera. Buiten
                                  de sfeer van de overheid gaat het bijvoorbeeld om samenwerkingsverbanden en initia-
                                  tieven van het bedrijfsleven. Zo werken in de Dutch Sustainable Growth Coalition
                                  (DSGC) acht Nederlandse multinationals samen aan duurzame groei. Zij hebben
                                  duurzaamheid in hun eigen bedrijfsstrategie geïncorporeerd en zoeken naar nieuwe
                                  businessmodellen, verspreiden kennis hierover en gaan de dialoog aan met beleidsma-
                                  kers. Een heel ander initiatief is de Alliantie Burgerschap waarin scholen en wetenschap-
                                  pers samenwerken op zoek naar nieuwe, effectieve manieren om invulling te geven aan
                                  de burgerschapsopdracht van het onderwijs. En in de regio Tilburg, zoals eerder in dit
                                  hoofdstuk beschreven, werken uiteenlopende partners samen als Midpoint Brabant.
                                  Vaak zijn overheidsinstanties bij een samenwerking betrokken en/of is het netwerk deels
                                  bekostigd vanuit publieke middelen. Bijvoorbeeld de academische werkplaatsen van
                                  19
                                     Social Entreprise NL & McKinsey 2013
                                  20
                                     http://www.guerrillagardeners.nl
                                  21
                                     http://transitiontowns.nl
                               20 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                ZonMW.22 Dit zijn netwerken waarin mensen uit de praktijk, onderzoek, beleid en oplei-
                                dingen samenwerken met als doel onderzoeksvragen uit de praktijk te halen en de resul-
                                taten van onderzoek weer terug te koppelen naar de praktijk. In de wetenschap wordt
                                ook nagedacht en geëxperimenteerd met andere manieren om de maatschappelijke im-
                                pact van onderzoek te vergroten (valorisatie). En op strategisch en nationaal niveau wordt
                                gewerkt aan samenwerkingsvormen gericht op maatschappelijke doelen (zie 2.4).
onsortia en netwerkorganisaties Een specifieke groep organisaties richt zich expliciet op sociale innovatie. Zij functioneren
 gericht op experimenteren met  als (virtuele) denktanks en incubators voor sociale innovatie. In onderstaand kader staan
          innovatieve processen voorbeelden hiervan. Voor een deel gaat het om bestaande onderzoeks- en adviesorga-
                                nisaties (stichtingen) die zich gaandeweg hebben toegelegd op sociale innovatie (Ken-
                                nisland, Waag Society) of binnen hun organisatie een experimenteerruimte hebben
                                gecreëerd (Tilburg Social Innovation Lab). Voor een ander deel zijn het nieuwe organisa-
                                ties die als netwerk zijn opgezet en gefinancierd (living labs) of voortkomen uit een in-
                                ternationale beweging (the impact hub).
                                Deze incubators vervullen verschillende functies. Ze functioneren als platforms voor
                                crosssectorale samenwerking door netwerken te ontwikkelen en te onderhouden (via in-
                                ternet en fysieke bijeenkomsten rond specifieke thema’s). Deze samenwerkingsnetwer-
                                ken bestaat uit personen met uiteenlopende expertise die betrokken zijn bij concrete
                                projecten van sociale innovatie, potentiële gebruikers van de innovatie en betrokkenen
                                bij overheden en maatschappelijke instanties die zoeken naar innovatieve producten en
                                diensten. Daarnaast werken de incubators soms zelf innovatieve ideeën uit en experi-
                                menteren ermee in de praktijk. Ook vervullen ze veelal een educatieve functie en ten-
                                slotte zwengelen ze het publiek en politiek debat over sociale innovatie aan door de
                                openbaarheid te zoeken met hun ideeën over manieren om sociale innovatie vorm te
                                geven en te financieren en de rol van overheden en maatschappelijke instanties hierin.
                                Wat doen incubators voor sociale innovatie concreet?
                                Waag society in Amsterdam ontwikkelt in opdracht van andere organisaties (gemeentes,
                                zorginstellingen, banken) en op eigen initiatief uiteenlopende technologische producten
                                en diensten. Daarbij maken ze gebruik van een groot netwerk van onderzoekers, ma-
                                kers, kunstenaars en denkers die, al naar gelang de vraag, wordt ingezet. Het ontwikkel-
                                proces gebeurt samen met de (potentiële) gebruikers van het product of de dienst.
                                Mensen uit de doelgroep en opdrachtgevers worden samengebracht met ontwerpers,
                                kunstenaars en onderzoekers om tot innovatieve ideeën te komen. De ontwikkelaars
                                bouwen dan een prototype dat in de praktijk kan worden getest, aangepast en opnieuw
                                getest. De terreinen waarop Waag Society opereert zijn divers. Er zijn thematische living
                                labs voor praktijkexperimenten op het gebied van Future Internet (big data en open
                                data), Creative Care (herontwerp van zorg) en het Wetlab (biowetenschappen en het
                                22
                                   http://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/speciale-uitgave-mediator-over-academische-werkplaatsen/; http://www.
                                   zonmw.nl/uploads/tx_vipublicaties/mediator_special_aw_01.pdf
                             21 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>   ontwerp en de ethiek van het leven).23 Overigens zijn er ook elders in Nederland living
   labs actief op maatschappelijk thema´s zoals zorg (Leiden) en veiligheid (Den Haag).
   Een concreet voorbeeld van een product waarvan De Waag één van de initiatiefnemers
   is en waar nu mee wordt geëxperimenteerd is de fairphone. Dit is een smartphone die
   zo duurzaam mogelijk geproduceerd wordt, met een langere levensduur door losse,
   vervangbare modules. De smartphone zal geproduceerd worden in fabrieken met goede
   arbeidsvoorwaarden. Financiering van het ontwerpproces gebeurt via crowdfunding en
   voorverkoop aan klanten. Het ontwerpproces is open en toegankelijk voor iedereen die
   wil meedenken.
   Stichting Kennisland in Amsterdam legt zich vooral toe op het uitwisselen van kennis en
   kunde over sociale innovatie, met name in het onderwijs, de zorg en de culturele sec-
   tor.24 Hiertoe organiseert Kennisland bijvoorbeeld jaarlijks een social innovation safari,
   een twee weken durende ontmoeting en samenwerking tussen ontwerpers, onderzoe-
   kers, ondernemers en sociale werkers enzovoorts, die via een bepaalde innovatieve aan-
   pak oplossingen zoeken voor concrete problemen in de stad (zoals jeugdwerkloosheid).
   Ook heeft Kennisland (samen met Waag Society) de Social Innovation Network Neder-
   land (SINN) opgericht dat in meet ups bij elkaar komen om over bepaalde thema´s te dis-
   cussiëren.
   The impact hub is een, in 2005 (in Londen) ontstaan, internationaal internet netwerk
   gericht op het creëren van samenwerking en ondersteuning rond goede ideeën en best
   practices gericht op maatschappelijke verbeteringen (sociale innovatie). The impact hub
   wil een wereldwijd netwerk van lokale gemeenschappen creëren dat deze samenwer-
   king mogelijk maakt. Zij ontwikkelen daarom ‘inspirerende fysieke omgevingen’ waar
   mensen bijeenkomen en cocreëren, op allerlei gebieden. Nederland heeft impact hubs in
   Amsterdam en Rotterdam.25
   2.3 Kennis over (effecten van) sociale innovatie
   De AWT heeft eerder (briefadvies26) betoogd dat kennisontwikkeling over sociale innova-
   tie van belang is. Deze paragraaf gaat hierop in. Daarnaast kent de kennisdimensie een
   tweede factor (zie 2.6): sociale innovatie binnen het proces van (wetenschappelijke)
   kennisontwikkeling.
   Zoals gezegd ontbreekt het vooralsnog aan systematische kennisopbouw over sociale in-
   novatie. Beschikbare kennis op dit terrein beperkt zich tot op heden, zowel in Nederland
   23
      Waag society 2012
   24
      http://www.kennisland.nl/over-kennisland/waarom-kl
   25
      http://rotterdam.the-hub.net
   26
      AWT 2012
22 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                 als de EU, vooral tot definities van sociale innovatie, veldbeschrijvingen en (in mindere
                                 mate) analyses van goede praktijken, meestal onder andere noemers dan sociale innovatie.
   Systematische kennisopbouw    In de wereld van sociale innovatie bestaan er incubators (zie de vorige paragraaf). Zij zou-
                      ontbreekt  den in staat kunnen zijn een overzicht te geven van hun resultaten of van best practices,
                                 maar lijken dat doorgaans niet te doen.27 Er zijn ook nog nauwelijks grote databestan-
                                 den, effectstudies of lange termijn analyses. Er bestaan geen overzichten van het veld,
                                 er zijn geen reviews of research die de resultaten van diverse studies bij elkaar brengen.
                                 Er zijn nauwelijks wetenschappelijke studies, zeker geen grootschalige kwantitatieve
                                 studies naar sociale innovatie. Bovendien hebben studies doorgaans betrekking op een
                                 deelgebied: burgerinitiatieven rond zorg en het in stand houden van publieke voorzie-
                                 ningen. De AWT heeft bijvoorbeeld geen onderzoek kunnen vinden naar de aard en
                                 effecten van het werk verricht bij broedplaatsen van sociale innovatie of naar netwerk-
                                 samenwerking over grenzen heen.
                                 Wel heeft NWO in 2013 een Sociale Infrastructuur Agenda (SIA) gelanceerd, dat in principe
                                 ook een sociale innovatie agenda had kunnen heetten. Uit het onderzoek dat hiermee in de
                                 komende tijd gesteund wordt kan kennis over de effecten van sociale innovaties naar
                                 voren komen. Ook beschrijft de doe-democratie uiteenlopende instanties die stuk voor
                                 stuk bezig zijn met eigen kennisverwerving op dit thema. Er bestaat vooralsnog echter
                                 geen overzicht van wat er bekend is.
                                 In de EU is de situatie anders. Daar heeft men zich in 2011 tot doel gesteld de kennis van
                                 sociale innovatie te vergroten.28 Dit gebeurt in het, in 2012 opgestarte, Europese TEPSIE
                                 project.29 Daarnaast steunt de EU onderzoek door derden (consortia van onderzoekers)
                                 vanuit verschillende onderzoeksprogramma’s. Zo is in mei 2013 een oproep uitgegaan
                                 voor onderzoek naar sociale innovatie in het kader van het zevende kaderprogramma
                                 (FP7). Sociale innovatie vormt bovendien een belangrijk onderdeel van het nieuwe kader-
                                 programma voor Europees onderzoek, Horizon 2020.
nnis over werkwijzen en effecten Systematische kennisopbouw over wat werkt, voor wie, in welke gevallen, waarom en
kan ontwikkeling veld versnellen welke effecten sociale innovatie heeft, welke best practices er zijn, kan de ontwikkeling
                                 van het veld in Nederland versnellen. Dergelijke kennis werkt als bron van inspiratie voor
                                 burgers, bedrijven en overheden. Uitvoerende partijen, beleidsmakers, investeerders en
                                 andere stakeholders zouden in de toekomst uit een gezamenlijke body of knowledge
                                 moeten kunnen putten bij de opzet en uitvoering van sociale innovatie. Op termijn zouden
                                 ze dan ook bewezen effectieve aanpakken kunnen inzetten en steunen. Om dit mogelijk
                                 te maken is het van belang nu te beginnen met de opbouw van kennis. Kennis is nodig
                                 over de werkwijzen en de resultaten van sociale innovaties in termen van maatschappelijke
                                 impact (welzijn, sociale cohesie) en economische output (waardecreatie, winst). Maar ook
                                 27
                                    Afgaande op de websites van deze organisaties en wat ze hierover zelf zeggen. Zie bijlage 2 voor de gesprekken die met verte-
                                    genwoordigers van incubators zijn gehouden.
                                 28
                                    http://www.socialinnovation2011.eu/wp-content/uploads/2011/09/Vienna-Declaration_final_10Nov2011.pdf
                                 29
                                    http://www.tepsie.eu
                              23 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                over de mogelijke toekomstige effecten van sociale innovaties: hoe kunnen ze uitgroeien
                                tot veranderingen van maatschappelijke betekenis? Kennisontwikkeling zou gericht
                                moeten zijn op deze en andere onderzoeksvragen.
Belangrijk kennisthema: relatie Sommige vormen van sociale innovatie streven doelbewust maatschappelijke verande-
    tussen sociale innovatie en ring na, in zijn algemeenheid (broedplaatsen van sociale innovatie) of op een bepaald
       structurele verandering  thema (duurzaam leven). En de belangstelling van de EU voor sociale innovatie is groten-
                                deels gebaseerd op de verwachte bijdrage ervan aan een aantal grote noodzakelijke
                                maatschappelijke veranderingen.30 Er is nog geen expliciet empirisch onderzoek verricht
                                over de relatie tussen sociale innovaties en deze grote uitdagingen. De transitietheorie
                                geeft wel een conceptueel kader dat mogelijk benut kan worden om de relatie te be-
                                schrijven en te duiden (zie kader). Studies en onderzoek die de transitietheorie expliciet
                                verbinden met sociale innovatie zouden nuttig zijn voor het denken over de relatie tus-
                                sen sociale innovatie en maatschappelijke verandering.
                                De transitietheorie
                                Het internationale onderzoeksveld van de transitietheorie bestudeert processen van ver-
                                andering waarbij een maatschappelijke systeem een grondige vernieuwing -een transi-
                                tie- ondergaat.31 Voorbeelden zijn de overgang van kolen naar gas (in het verleden), van
                                fossiele energiebronnen naar duurzame energie en van een bureaucratisch zorgsysteem
                                naar mensgerichte zorg.
                                De wetenschappelijke studie van transities in het verleden heeft geleid tot het inzicht dat
                                deze pas plaats kunnen vinden als er beweging is op verschillende niveaus tegelijk. Ten
                                eerste op het niveau van het regime – de, op dat moment meest dominante, configura-
                                tie van spelers, structuren en praktijken in het systeem. Ten tweede in de omgeving
                                (ruimte) waarin het maatschappelijke systeem zich bevindt. Ten derde in de niches: de
                                plaatsen waar innovatie plaatsvindt. Kort gezegd verbinden succesvolle niches zich vol-
                                gens de theorie op enig moment, winnen aan gezamenlijke kracht en nemen -onder be-
                                paalde nauw omschreven voorwaarden- uiteindelijk de plaats in van het oude regime.
                                Sociale innovatie bevindt zich, vanuit dit theoretisch kader beschouwd, veelal nog op dit
                                niveau van niches.
                                De transitietheorie ontwikkelt zich momenteel nog volop. Het denken over sociale inno-
                                vatie als niche verkeert nog in een beginfase en richt zich met name op sociale onderne-
                                mingen.32 Om op termijn bij te kunnen dragen aan maatschappelijke verandering is het
                                volgens de transitietheorie noodzakelijk dat kleinschalige activiteiten uitgroeien en zich
                                met elkaar verbinden. Dat kan zijn doordat een organisatie groter wordt (opschaalt) en
                                30
                                   Bepa 2010.
                                31
                                   Transitiekunde of transitiemanagement, een stroming binnen deze wetenschapsdiscipline, gaat na of en hoe na deze (spontane)
                                   veranderingen in een bepaalde richting kunnen worden gestuurd. In Nederland worden transities onder andere bestudeerd door
                                   een interdisciplinaire groep wetenschappers verbonden aan DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions).
                                32
                                   Seyfang & Haxeltine 2012; Witkamp, Raven & Lambèrt 2011; Witkamp, Royakkers & Raven 2011.
                             24 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                  steeds meer mensen bedient. Of, wat waarschijnlijk vaker gebeurt, sociale innovaties
                                  breiden zich uit door het verspreiden van inspiratie, ideeën en kennis en steun (via inter-
                                  net) aan anderen die iets soortgelijks willen doen. Zo ontstaat er een virtueel netwerk
                                  van gelijkgestemden en kan een initiatief zelfs uitgroeien tot een sociale beweging (tran-
                                  sition towns, gemeenschapsmunten, guerrilla gardening). Dan denken en werken men-
                                  sen over landsgrenzen heen samen, maar geven hun sociale innovaties op een lokale
                                  manier vorm: glocalisering. Soms organiseren lokale initiatieven zich daarnaast in lande-
                                  lijke (virtuele) platforms, om een onderwerp op de politieke agenda te krijgen en hun
                                  gezamenlijke belangen te vertegenwoordigen. Voorbeeld: de Stichting Energietransitie
                                  Nederland, een initiatief van enkele energiecoöperaties die zich verenigen om de belan-
                                  gen van de kleinverbruikers te behartigen.
In Nederland is sociale innovatie In Nederland is onderzoek naar sociale innovatie in de internationale betekenis versnip-
              nauwelijks denk- of perd en verspreid beschikbaar. Er is geen overzicht van het veld van sociale innovaties in
                onderzoekskader   Nederland en er is nauwelijks zicht op factoren voor het succes of falen van deze activi-
                                  teiten of voor de effecten ervan. Kortom: er is in Nederland geen denkkader rond sociale
                                  innovatie in ontwikkeling zoals in Europa en veel Europese landen wel het geval is. Wel
                                  is in Nederlands onderzoek aandacht voor aan sociale innovatie verwante thema’s zoals
                                  burgerparticipatie, zelforganisatie en het verloop van systeemveranderingen (transitie-
                                  theorie). Recentelijk groeit de aandacht voor sociale ondernemingen, ook in onderzoek.
                                  Rond afzonderlijk wetenschapthema’s (klimaat, energie, zorg, arbeidsmarktdeelname en
                                  armoede) is natuurlijk inhoudelijke kennis beschikbaar.
                                  Brede veldverkenningen, langlopende studies met grote datasets en effectmetingen zul-
                                  len naar verwachting niet voortkomen uit de praktijk van sociale innovatie en de doe-de-
                                  mocratie zelf. Initiatiefnemers zijn gericht op de praktijk, het uitproberen en leren door
                                  te doen. Als er een groeiende vraag is en gebruikers enthousiast zijn, zal dat voor hen
                                  vaak voldoende bewijs zijn dat iets nodig is. Daarom is het des te belangrijker dat hier
                                  van buiten af, bij kennisinstellingen en overheid, wel aandacht voor is. Van belang is ook
                                  dat sociale innovatie een kans krijgt zich te bewijzen door kennis op te bouwen, zoals in
                                  de afgelopen jaren ook gebeurd is met werkplaatsinnovatie.
                                  2.4 Sociale innovatie in kennisontwikkeling
 Ruimte voor ‘sociaalinnovatieve’ Een ander aspect van de kennisdimensie van sociale innovatie is dat ook kennisontwik-
kwijze in de wetenschap is nodig  keling meer sociaalinnovatief te werk zou kunnen gaan. Met de term ‘sociaalinnovatief’
                                  doelt de raad op het toepassen van de werkwijzen die bij sociale innovatie voorop staan
                                  zoals innovatieve samenwerkingsvormen, samenwerking met ongebruikelijke partijen
                                  (onderzoekers en denkers buiten de universitaire context, goede doelen organisaties,
                                  incubators van sociale innovatie), co-creatie, en innovatieve experimenteermethoden.
                                  Onderzoeksfinanciers zouden ruimte moeten bieden voor het bewandelen van dergelijke
                               25 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>   nieuwe wegen. Kennisontwikkeling kan zich, mede via deze nieuwe werkwijzen, tevens
   meer rechtstreeks richten op sociale doelen en maatschappelijke uitdagingen. De AWT
   heeft hier uitgebreid bij stil gestaan in zijn briefadvies over sociale innovatie (2012).
   Kennisontwikkeling vindt nu doorgaans plaats binnen afzonderlijke disciplines die weer zijn
   onderverdeeld in categorieën als natuurwetenschappen, menswetenschappen, geesteswe-
   tenschappen etcetera. Ook de financiering van onderzoek (eerste en tweede geldstroom)
   komt langs disciplinegrenzen tot stand. Wetenschap via deze historisch gegroeide indeling
   heeft in het verleden veel resultaten gebracht maar brengen de samenleving nu niet veel
   verder als het gaat om complexe maatschappelijke uitdagingen. Transities, veranderingen
   en het oplossen van problemen vragen om het denken in termen van (maatschappelijke)
   systemen, om multidisciplinaire samenwerking en om nieuwe allianties. Complexe proble-
   men als klimaatverandering en schaarste vragen om systeeminnovaties, waarbij vanuit
   meerdere disciplines en met meerdere stakeholders aan oplossingen wordt gewerkt.
   Dit alles is in de huidige organisatievorm van het internationale wetenschapsveld be-
   paald niet vanzelfsprekend.33 Wel wordt er op diverse plekken gewerkt aan verandering.
   Steeds vaker werken (jonge) onderzoekers samen vanuit allerlei specialismen in innova-
   tieve projecten over grenzen heen (zie kader), samenwerking die mogelijk gemaakt
   wordt door internet, nieuwe media en vervoersmogelijkheden.
   Earth System Science
   Een voorbeeld van verregaande samenwerking tussen disciplines is het in ontwikkeling
   zijnde vakgebied van de Earth System Science.34 Hierin wordt de aarde als één samen-
   hangend systeem gezien en in het perspectief geplaatst van zijn gehele geschiedenis
   (Big History). Earth System Science benadrukt de interacties tussen veranderingen in de
   natuur (atmosfeer, oceanen en land) en het leven, waaronder de mens. Uitgangspunt is
   dat er een wisselwerking bestaat tussen de evolutie van het leven (in het bijzonder de
   mens) en de evolutie van de aarde. Juist deze interacties vallen tussen wal en schip wan-
   neer er in traditionele wetenschappelijke disciplines gedacht wordt. Vanuit dit theore-
   tisch kader worden zaken als de huidige gevoelde klimaatproblemen in een breder
   perspectief geplaatst dan gebruikelijk, wat tot nieuwe inzichten en kennis kan leiden.
   Ook partijen in het Nederlandse wetenschapslandschap denken na over de gewenste
   toekomstige ontwikkelingsrichting van de wetenschap. Zo benadrukt de KNAW in zijn
   adviesrapport ‘Kwetsbaarheid en veerkracht van maatschappelijke systemen’ dat de so-
   ciale wetenschappen een grotere bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van urgente
   maatschappelijke opgaven. De zorg, het onderwijs, de mobiliteit, het openbaar bestuur,
   de ruimtelijke ordening, de rechtspraak, het financiële stelsel, het zijn allemaal systemen
   met een eigen dynamiek, maar ook met gemeenschappelije kenmerken. Meer regelge-
   ving en meer toezicht dragen bij aan meer rigiditeit en niet noodzakelijk aan meer ver-
   33
      AWT 2012; Corbey 2012.
   34
      Ook wel Whole Earth Science of geobiologie of biogeologie genoemd. Zie ook Westbroek 2012.
26 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                  trouwen of veerkracht van de maatschappij. Analyse van gemeenschappelijke
                                  kenmerken brengt nieuwe inzichten en kan bijdragen tot reductie van rigiditeit en van
                                  complexiteit. Dat verhoogt het aanpassingsvermogen en de veerkracht van maatschap-
                                  pelijke systemen.35 NWO heeft als belangrijke onderzoeksfinancier, in aansluiting op het
                                  KNAW rapport een Sociale Infrastructuur Agenda opgezet. Hierin vormen sociale proble-
                                  men het startpunt voor multidisciplinaire vraagstellingen waarop wetenschappers samen
                                  met andere partners onderzoeksvoorstellen kunnen indienen.
    Co-creatie in de wetenschap   De wetenschap zal moeten erkennen niet meer het kennismonopolie te bezitten. Op zijn
                                  minst zijn burgers, betrokkenen en bedrijven nodig die meedenken over vraagstellingen
                                  en kaders aangeven. Maar het gaat ook om verdergaande vormen van cocreatie tussen
                                  wetenschappers en anderen: vermaatschappelijking van onderzoek is nodig. Ook hier is
                                  inmiddels al veel in beweging gezet. Een voorbeeld is de wetenschapswinkel Wageningen,
                                  waar organisaties die zelf geen middelen hebben om onderzoek te doen kunnen aan-
                                  kloppen. Hier komen vaak aanvragen binnen, gericht op de veranderende relatie tussen
                                  overheid, burgers, instellingen en ondernemers. Vaak leidt dit tot een experiment waar-
                                  bij private en publieke partijen samen zoeken naar een nieuwe verdeling van rollen en
                                  verantwoordelijkheden (Kabinetsnota Doe-democratie, pagina 29). Er ontstaan nieuwe
                                  netwerkorganisaties die hun onderzoeksprocessen van meet af aan richten op cocreatie
                                  zoals de living labs. En op universiteiten zoekt men (naar aanleiding van afspraken met
                                  de overheid) naar manieren om de valorisatie of maatschappelijke waarde van het uni-
                                  versitaire werk en onderzoek te meten. De VSNU heeft in 2012 een raamwerk valorisatie
                                  ontwikkeld om (economische en maatschappelijke) valorisatie te meten en universiteiten
                                  werken momenteel aan een set van indicatoren hierbinnen. Er zijn drie kerngebieden van
      Valorisatie indicatoren als valorisatie aangemerkt: mensen, samenwerking en commercialisatie. Mogelijk kunnen de
instrument om impact te meten     toekomstige te ontwikkelen valorisatie indicatoren behulpzaam zijn bij het meten van de
                                  impact van sociale innovatie. Kortom: volledige benutting van sociale innovatie vraagt ken-
                                  nisontwikkeling over sociale innovatie maar ook verandering van de wetenschap zelf.
                                  2.5 Conclusie
                                  Sociale innovatie kent veel verschijningsvormen en wordt in verschillende discoursen op
                                  uiteenlopende manieren omschreven. Het gaat in de kern steeds om activiteiten gericht
                                  op het zoeken naar (nieuwe) oplossingen voor sociale problemen die daarbij nieuwe ma-
ederland is de aandacht beperkt   nieren van samenwerking, coalitievorming en cocreatie inzetten. In Nederland lijken zich
  tot werkplaatsinnovatie en de   hierin twee discoursen en netwerken af te tekenen (naast het beleid en het gesprek over
                 doe-democratie   werkplaatsinnovatie) Ten eerste sociale innovatie in de vorm van burgerinitiatieven ge-
                                  richt op problemen met bekende oplossingen: de doe-democratie. Ten tweede wat
                                  voorlopers zelf sociale innovatie noemen: een internationale innovatieve zoektocht naar
                                  oplossingen voor wicked problemen die gepaard gaat met creativiteit en experimenteer-
                                  drift. Beide vormen zijn van belang en zorgen onder andere voor dynamiek, betrokken-
                                  35
                                     KNAW 2010
                               27 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                   heid bij de publieke zaak en een toenemend vermogen van de samenleving om zelf
                                   problemen op te lossen. Overheidsaandacht gaat in Nederland vooralsnog met name uit
                                   naar werkplaatsinnovatie en de doe-democratie.
                                   Het ontbreekt aan systematische kennisopbouw over sociale innovatie en de effecten er-
                                   van. Er is in Nederland geen integraal denkkader rond sociale innovatie in ontwikkeling
                                   zoals in Europa en veel Europese landen wel het geval is. Initiatiefnemers (en potentiële
n denk- en onderzoekskader rond    financiers) kunnen hierdoor niet putten uit een body of knowledge bij het opzetten en
        sociale innovatie is nodig uitvoeren van hun trajecten en activiteiten. Ook zou kennisontwikkeling zelf meer soci-
                                   aalinnovatief kunnen zijn. Kennisontwikkelaars kunnen hiertoe meer experimenteren
                                   met innovatieve samenwerkingsvormen en cocreatie, onderzoeksfinanciers zouden hier
                                   ruimte voor moeten geven. Feit is dat sociale innovatie onder steeds meer mensen en
                                   organisaties leeft, ook in Nederland. Feit is ook dat sociale innovatie vragen oproept
                                   over de rol van de overheid. Het volgende hoofdstuk gaat hierop in. Hoe kan het kennis-
                                   en innovatiebeleid beter aansluiten op en gebruik maken van sociale innovatie?
                                28 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                         3                    Sociale innovatie en de rol van de
                                              overheid
                            Sociale innovatie draagt naar verwachting bij aan innovatieve oplossingen voor sociale
                            problemen. Een actieve rol van de overheid hierin is wenselijk omdat er collectieve belan-
                            gen mee gemoeid zijn waar de markt onvoldoende in kan voorzien. Samengevat heeft de
                            overheid de taak sociale innovatie te agenderen en te faciliteren. Nederland start niet bij
                            nul. Het overheidsbeleid rond publieke dienstverlening richt zich al enkele decennia op het
                            bieden van ruimte aan organisaties en bedrijven en dus aan sociale innovatie. Er gebeurt al
                            veel, maar het ontbreekt aan integrale inbedding van sociale innovatie in het innovatie- en
                            kennisbeleid, als stimuleringsstrategie voor sociale innovatie. Landen die voorop lopen in
                            aandacht voor sociale innovatie kennen een dergelijke strategie wel. Zij werken aan de op-
                            bouw van infrastructuur en financieringsmogelijkheden voor sociale innovatie.
                            3.1 Overheidsaandacht voor sociale innovatie is nodig
                            De kabinetsnota de Doe-democratie laat zien dat het kabinet al overtuigd is van het be-
                            lang van de ontwikkeling naar meer ruimte voor sociale innovatie (zie kader). De AWT
                            sluit hierbij aan. Het proces van sociale innovatie is waardevol voor de maatschappij en
                            het is niet meer dan logisch dat een dergelijke zich snel verspreidend en betekenisvol
                            proces -ook te typeren als sociale beweging- ook bij de overheid aandacht trekt. Daar-
                            naast heeft de overheid een actieve rol (de enige partij die dit kan doen) om na te gaan
                            of wettelijke kaders en beleidslijnen voldoende passen bij de opkomst van sociale inno-
                            vatie en de groei ervan niet in de weg staan.
Argumenten voor een actieve Een ander argument voor een actieve overheidsrol is dat er mogelijk maatschappelijke
              overheidsrol  ambities en gemeenschappelijke belangen in het geding zijn die onvoldoende door de
                            markt geadresseerd worden. Paragraaf 3.3. gaat hier nader op in.36 Denk aan publieke
                            goederen en diensten zoals onderwijs en zorg, alsmede alles wat aangeduid wordt met
                            maatschappelijke uitdagingen. Ook is een actieve rol van de overheid nodig vanwege
                            haar onvervreemdbare taak om de rechtstaat te waarborgen. Sociale innovatie verandert
                            het speelveld en roept vragen op over de toegankelijkheid van voorzieningen, aanspraak
                            op collectieve middelen etcetera. Dit onderwerp blijft in dit advies verder buiten be-
                            schouwing, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling buigt zich in verschillende op-
                            eenvolgende adviezen over deze ingewikkelde kwesties, maar het laatste woord lijkt
                            hierover voorlopig nog niet gezegd.37 En als laatste argument: andere landen en de EU
                            zijn volop bezig met beleidsontwikkeling rond sociale innovatie, het is voor Nederland
                            van belang om hierin mee te gaan.
                            36
                               WRR 2000; AWT 2003; AWT 2006; AWT 2013b.
                            37
                               RMO 2013. De rol van de overheid ligt volgens de RMO in toezicht houden, sancties opleggen, borgen en uitval voorkomen en,
                               meest belangrijke: hoedster van het democratisch- rechtstatelijk kader waarbinnen maatschappelijke initiatieven tot ontplooiing
                               komen.
                         29 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Agenderende en faciliterende De AWT ziet voor de overheid tenminste twee rollen weggelegd rond sociale innovatie:
            overheid nodig   agenderend en faciliterend. Hoofdstuk vier gaat nader in op beide rollen en biedt con-
                             crete aanbevelingen om er invulling aan te geven. Daarbij bouwt de raad voort op de
                             kabinetsnota Doe-democratie. Met deze nota is immers een goede start gemaakt met
                             reflectie op het veld van sociale innovatie, met name op dat deel dat betrekking heeft
                             op burgerinitiatieven gericht op problemen waarvoor al oplossingen bestaan, initiatieven
                             rond het in stand houden van publieke voorzieningen en het regelen van onderlinge
                             zorg. De nota formuleert hierover een kabinetsstandpunt, dat in principe ook te betrek-
                             ken is op andere, creatieve en innovatieve, voorzieningen en activiteiten die de initiators
                             zelf expliciet als sociale innovatie betitelen (zie hoofdstuk twee).
                             Kabinetsnota de Doe-democratie: Loslaten, kennis laten stromen en interveniëren
                             Het kabinet stelt zich ten doel te werken aan ‘de transitie naar een doe-democratie’ (ka-
                             binetsnota De doe-democratie pagina 49). De rol van de rijksoverheid hierin is ´het vol-
                             gen van de ontwikkeling van het systeem van verbindingen tussen overheid en
                             samenleving en het laten stromen van de beschikbare kennis op nationaal en internatio-
                             naal niveau. Vervolgens waar nodig interveniëren, bijvoorbeeld als het gaat om ‘regelbe-
                             lemmeringen’ (pagina 16). De overheid moet meer ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen
                             voor’ (pagina 49) komt. Dat kan door ruimte te geven, ruggensteun te bieden en rich-
                             ting te geven. De overheid heeft in dat laatste een rol omdat zij de taak heeft te streven
                             naar het waarborgen van representativiteit en gelijkheid in de doe-democratie.
                             Loslaten is de voornaamste uitdaging blijkens een enquête onder gemeenten: 56% van
                             gemeenten loopt vaak of regelmatig aan tegen een belemmerende houding van hogere
                             overheden. De helft van de gemeenten constateert dat er een beperkte bereidheid is tot
                             loslaten bij politiek en bestuur. De kabinetsnota concludeert dat ambtenaren de ruimte
                             en ‘de politieke rugdekking’ moeten krijgen zodat zij actief kunnen inspelen op maat-
                             schappelijke initiatieven. Politiek en bestuur moeten daarbij erkennen dat maatschappe-
                             lijke doelen enkel te bereiken zijn met inzet van de kennis en ervaring van burgers. Dan
                             kan er ‘een verschuiving plaatsvinden van bureauwerk (beleid, regels, routine) naar
                             straatwerk (ondersteunen van maatschappelijke initiatieven)’. Bij de werving en training
                             van ambtenaren dient er aandacht te zijn voor de hiervoor noodzakelijke houdingen en
                             vaardigheden. Daarnaast dient de overheid benaderbaar te zijn, open contact na te stre-
                             ven met burgers en hen goed te informeren. Ook zou de overheid naar transparantie en
                             openheid moeten streven en waar mogelijk burgers bij de besluitvorming te betrekken.
                             Het kabinet is het, tenslotte, oneens met de WRR dat het nodig is te werken aan natio-
                             naal betrokkenheidsbeleid. De overheid zou de doe-democratie vooral moeten bevorde-
                             ren, ondersteunen en versnellen.
                             De nota bevat een ´versnellingsagenda´ met twee hoofddoelen. Ten eerste burgers en
                             bedrijven in positie brengen en ten tweede het aansluitingsvermogen van de overheid
                             vergroten. De agenda is een overzicht van lopende activiteiten aangevuld met enkele
                          30 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                 nieuwe voornemens. Zo zal er gewerkt worden aan een nieuwe financiële constructie
                                 voor ondersteuningsorganisaties en toonaangevende maatschappelijke initiatieven; zal
                                 er gezocht worden naar andere, beheersbare vormen van het persoonsgebonden bud-
                                 get; zullen er experimenten plaatsvinden gericht op oplossingen voor de juridische en fi-
                                 nanciële knelpunten van sociale ondernemingen; en is het ministerie van EZ verzocht (in
                                 het kader van het project innovatiegericht inkopen) om te verkennen hoe het openbare
                                 aanbestedingstraject ruimte kan bieden voor nieuwe aanbieders (zoals sociale onderne-
                                 mingen en burgercoöperaties).
                                 In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Plasterk (BZK) inmiddels laten weten
                                 dat er geen uitvoeringsplan zal komen voor de verdere ontwikkeling van de doe-demo-
                                 cratie. De versnellingsagenda is volgens de brief enkel bedoeld om zichtbaar te maken
                                 hoeveel er al gebeurt en welke bijdrage het kabinet hieraan levert.38
                                 3.2 Bestaand beleid biedt al ruimte en richting
                                 Aandacht voor sociale innovatie is dus nodig, maar de overheid hoeft niet bij nul te be-
                                 ginnen. De Nederlandse samenleving wordt van oudsher gekarakteriseerd door een
                                 hoge mate van maatschappelijk initiatief. Particuliere filantropen namen, veelal vanuit
                                 hun geloof, vanaf de achttiende eeuw al het initiatief om armoede onder de arbeids-
                                 klasse te bestrijden. Hun initiatieven richtten zich op het welzijn en de ontwikkeling van
                                 de bevolking, denk aan weeshuizen, ziekenhuizen, onderwijs en educatie. Maar ook rio-
                                 lering, het bestrijden van infectieziektes, verzekeringen en volkshuisvesting zijn terug te
Nederland kent van oudsher veel  voeren op het particuliere initiatief.39 Dergelijke voorzieningen kwamen toen en later (in
      maatschappelijk initiatief een inmiddels sterk verzuilde samenleving) doorgaans voort uit geloofsgemeenschappen
                                 zoals katholieke en protestante groepen en later ook uit socialistische groeperingen. De
                                 elite zorgt zo voor eigen voorzieningen voor haar (lager geschoolde en kwetsbare) ach-
                                 terban. Nederland kende en kent een sterk maatschappelijk middenveld (civil society),
                                 het geheel van particuliere organisaties zonder winstoogmerk (verengingen, stichtingen
                                 etcetera) in de samenleving die verschillende groepen, meningen en belangen vertegen-
                                 woordigen, soms publieke taken vervullen en een brugfunctie vervullen tussen individu-
                                 ele burgers en de overheid.
                                 Pas vanaf de 20ste eeuw zijn veel voorzieningen overgenomen door de overheid en pu-
                                 bliek bekostigde organisaties, en steeds verder geprofessionaliseerd.40 Voorzieningen
                                 groeiden uit tot nationaal aangestuurde systemen voor zorg, onderwijs, welzijn enzo-
                                 voorts. Nederland werd meer en meer vanuit de overheid aangestuurd,
                                 38
                                    Ministerie van BZK 2013.
                                 39
                                    RMO 2013.
                                 40
                                    Eerder, al in de negentiende eeuw, ontstonden er openbare nutsbedrijven voor elektriciteit, gas- en drinkwater, telefonie en post,
                                    en -veel later- het openbaar vervoer.
                              31 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                 collectieve voorzieningen werden gestandaardiseerd en er kwam steeds meer afstand tus-
                                 sen de wensen van (inmiddels sterk geïndividualiseerde) burgers en het (sterk geïnstitutio-
                                 naliseerde en gestandaardiseerde) aanbod aan voorzieningen. Beroepskrachten kregen het
                                 voor het zeggen, de burger werd steeds meer consument. Deze kon immers rekenen op
                                 collectief gefinancierde diensten zonder een concrete individuele tegenprestatie.41
                                 Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is er een tegenbeweging te zien: ideeën over
                                 deregulering werden uitgewerkt en ingevoerd. Daarbij is het uitgangspunt dat de orga-
                                 nisaties en bedrijven die publieke voorzieningen vormgeven zoveel mogelijk zelf invulling
                                 kunnen geven aan algemeen beleid. De autonomie van publiekbekostigde organisaties
                                 (zoals scholen en zorginstellingen) is in achterliggende jaren zo groot geworden dat de
                                 actuele politieke discussie juist draait om de vraag of de overheid niet juist wat meer ver-
                                 antwoordelijkheid moet nemen.
                                 Diverse trajecten bij ministeries zijn al gericht op het bieden van richting en ruimte voor
  Verschillende beleidstrajecten sociale innovatie, denk aan het Innovatieprogramma Energiesprong (ministerie voor Wo-
en ruimte voor sociale innovatie nen en Rijksdienst), Green Deals (ministerie van EZ), Social Deals (ministerie van BZK) ,
                                 het project Duurzame inzetbaarheid (ministerie van SZW) en het Interdepartementaal
                                 beleid rond bevolkingsdaling. Allemaal voorbeelden van trajecten waarbij een ministerie
                                 een lijn uitzet die door andere parijen wordt ingevuld of met initiatiefnemers afspreekt
                                 zich in te zetten om belemmeringen weg te nemen (Green Deals en Social Deals). De
                                 ministeries lijken echter niet altijd op de hoogte van elkaars werk, laat staan dat zij sa-
                                 menwerken. Het ontbreekt vooralsnog aan één plaats voor interdepartementale samen-
                                 werking rond steun voor sociale innovatie. Andere landen hebben een dergelijke
                                 instantie opgericht, zoals de interdepartementale innovatieunit Mindlab in Denemarken.
                                 Daarnaast worden ruimte voor zelfregie en eigen initiatief recentelijk ingebouwd in de lo-
                                 pende trajecten om beleid rond zorg en welzijn te decentraliseren naar gemeentes (partici-
                                 patiewet, jeugdzorg en AWBZ). Het uitgangspunt is steeds dat de overheid haar aanbod
                                 moet laten aansluiten bij de zelforganisatie van mensen. Hieraan ten grondslag liggen ideële
                                 motieven, maar ook financiële overwegingen en de noodzaak om de groei van publieke uit-
                                 gaven aan zorg te remmen. In de genoemde wetten is de financiering van zorg zoveel mo-
                                 gelijk geregeld met behulp van persoonsgebonden budgetten (pgb). Dit is een geldbedrag
                                 waarmee iemand die in aanmerking komt voor zorg of begeleiding deze zelf kan inkopen.
                                 Er bestaan ook persoonsgebondenbudgetten voor leerlingen die extra zorg nodig hebben in
                                 het onderwijs. Dit vervangt het oude systeem waarbij de zorgverlener altijd bepaalde welke
                                 zorg en hulp verstrekt werd. Individuen kunnen nu vaak kiezen tussen beide opties.42 Hier-
                                 door ontstaat ruimte voor sociale innovatie: mensen leggen bijvoorbeeld hun persoonsge-
                                 bondenbudgetten bij elkaar om een zorgvoorziening op te zetten en te financieren.43
                                 41
                                    RMO 2013
                                 42
                                    Tenzij zij langdurige in een zorginstelling verblijven, deze zorg is altijd in natura
                                 43
                                    Helaas kan dit bij gebrek aan toezicht ook gepaard gaan met fraude, bijvoorbeeld de recente zaak rond stichting Vrienden van
                                    Tom http://www.volkskrant.nl/vk/nl/5270/Zorg/article/detail/3435148/2013/05/02/Vrouw-achter-stichting-Vrienden-van-Tom-ver-
                                    dacht-van-fraude-800-000-euro.dhtml
                              32 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>mmige gemeentes lopen voorop      Tot slot stellen ook verschillende gemeentes zich nu al actief op in het bieden van ruimte
                                  voor en steun aan sociale innovatie. Steun neemt dan veelal de vorm aan van huisves-
                                  ting, toegang tot voorzieningen en deskundige hulp en scholing, maar ook het schrap-
                                  pen of aanpassen van regels. Zo hebben Amsterdam en Rotterdam projecten op het
                                  gebied van regelluwe zones (freezones), een gebied waarin gestreefd wordt regelbelem-
                                  meringen die economische groei in de weg staan weg te nemen. De gemeente is een
                                  aangewezen niveau voor experimenten op dit gebied aangezien lokale regelgeving (ver-
                                  gunningen en bestemmingsplannen) makkelijker is aan te passen dan landelijke wet- en
                                  regelgeving.
                                  3.3 Sociale innovatie plaats geven in het innovatiebeleid
                                  Het beleid rond de participatiesamenleving (doe-democratie) is nu veelal gericht op par-
                                  ticuliere initiatieven rond zorg en het zelf bijdragen aan publieke voorzieningen, niet op
                                  steun aan innovatie activiteiten van personen en netwerken. Daarmee komen we op het
                                  terrein van het innovatiebeleid. De overheid voert langs twee lijnen innovatiebeleid, ook
                                  wel bedrijvenbeleid genoemd. Ten eerste is er generiek beleid gericht op alle bedrijven.
                                  Dit beleid heeft betrekking op vermindering van regeldruk, meer instroom van goed op-
                                  geleide mensen en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt (techniek-
                                  pact), bevordering van financieringsmogelijkheden voor het MKB (BMKB, GO,
                                  MKB-fonds en Qredits), ICT beleid, stimulering via het fiscale stelsel (RDA,WBGSO, Inno-
                                  vatiebox) en het creëren van een gelijk speelveld voor bedrijven.
wee vormen van innovatiebeleid:   Daarnaast is er sinds 2011 beleid gericht op sectoren die sterk innovatief zijn en een sterke
neriek en specifiek (topsectoren) exportpositie hebben: de topsectoren. Het kabinet is met de topsectorenaanpak een nieuwe
                                  weg ingeslagen. De agenda’s van de topsectoren geven hiervoor de richting aan. De achter-
                                  liggende filosofie is dat ondernemers geen complexe subsidies nodig hebben om te innove-
                                  ren, maar uitstekende randvoorwaarden, vraagsturing en samenwerking in de
                                  kennisinfrastructuur. Overheid en bedrijven dragen beide bij aan de financiering van de top-
                                  sectoren. De bijdrage van de overheid gaat voornamelijk via NWO en de inzet van de TO2-
                                  instituten. Recentelijk kondigde het kabinet aan de topsectorenaanpak te willen voorzetten
                                  en verbeteren.44 Naar aanleidingen van de opgedane ervaringen en mede op advies van de
                                  AWT45, wil het kabinet de komende periode stappen zetten om een sterkere verbinding te
                                  leggen tussen de topsectoren en de maatschappelijke uitdagingen die in het Europese on-
                                  derzoeks- en de innovatieagenda Horizon 2020 centraal staan. Zo vormen de maatschappe-
                                  lijke uitdagingen een belangrijke leidraad voor de onderzoeks- en innovatieagenda’s van de
                                  topsectoren, zoals vastgesteld in de innovatiecontracten voor 2013 en 2014. Daarnaast wil
                                  het ministerie onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor nationale projecten (icoonpro-
                                  jecten) waarin gewerkt wordt aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven via excellente
                                  kennisontwikkeling en vernieuwend ondernemerschap. Ook zijn de mogelijkheden om TKI-
                                  toeslag aan te vragen verruimd, onder andere voor gezondheidsfondsen.
                                  44
                                      Ministerie van EZ 2013.
                                  45
                                      AWT 2013c.
                               33 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>   Het beleid steunt , in theorie, In de beide beleidsvormen komt sociale innovatie aan bod als het initiatief ligt bij bedrijven
      sociale innovatie met hoog   en kennisinstellingen én er een hoog rendement van te verwachten is. Andere initiators
    financieel rendement dat bij   van sociale innovatie zoals maatschappelijke organisaties en netwerken van particulieren
            bedrijven plaatsvindt  maken geen onderdeel uit van de topsectoren. Ook het generieke financiële instrumenta-
                                   rium is volledig gericht op bedrijven en bovendien geënt op innovatieactiviteiten waar-
                                   van op de korte of middenlange termijn een hoog financieel rendement te verwachten
                                   is. In het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen via sociale innova-
                                   tie staat het financiële rendement echter niet voorop en is bovendien moeilijk vast te
                                   stellen. Zoals de AWT al eerder constateerde, kent het huidige innovatiebeleid een
                                   sterke bias in de richting van technologische innovatie.46 Sociale innovatie gaat daaren-
                                   tegen veelal om niet-technologische innovatie, zoals nieuwe vormen van samenwerking,
                                   uitwisseling en organisatie, nieuwe diensten en maatschappelijke voorzieningen.
          Sociale innovatie is ook Sociale innovatie valt vooralsnog grotendeels buiten de dominante economische dis-
novatie en verdient een plaats in  cours over innovatie en zoals gezegd ook buiten het innovatiebeleid. Toch is sociale in-
              het innovatiebeleid  novatie óók innovatie. Innovatie dat op twee manieren scherp te onderscheiden is van
                                   economische innovatie. Ten eerste is sociale innovatie niet enkel of voornamelijk het do-
                                   mein van bedrijven. Ten tweede richt sociale innovatie zich op de zoektocht naar oplos-
                                   singen voor maatschappelijke problemen en daarna pas (zo mogelijk) op financieel
                                   rendement en andere vormen van economische winst.
                                   Sociale innovatie verdient een plaats in het denken over innovatie en innovatiebeleid.
                                   Voor overheden zijn er verschillende redenen om innovatie te ondersteunen via beleid.
                                   Eén daarvan is dat er situaties zijn waarin innovaties publieke waarde kunnen creëren,
                                   maar waarin de markt faalt.47 Dat wil zeggen dat collectieve behoeften bestaan waarin
                                   onvoldoende of niet voorzien wordt omdat bedrijven geen kansen zien om met een be-
                                   paalde activiteit voldoende geld te verdienen. Zo kan er onvoldoende vraag zijn omdat
                                   iets geen directe persoonlijke winst oplevert voor de vrager, denk aan schone energie en
                                   duurzaam geproduceerde producten. De vraag kan ook achterblijven omdat de vra-
                                   gende partij niet vermogend genoeg is om te betalen, denk aan vormen van zorg en on-
                                   derwijs. Of de prijs kan te hoog zijn omdat bepaalde overheidsinterventies van invloed
                                   zijn op de prijs van concurrenten (subsidies voor fossiele energie, publieke onderwijsbe-
                                   kostiging). Ook kunnen gevestigde belangen de toetreding van nieuwe spelers en pro-
                                   ducten of diensten belemmeren. Is er kennisontwikkeling nodig, dan speelt mee dat hier
                                   hoge kosten mee gemoeid zijn terwijl de baten van deze investeringen makkelijk weg
                                   kunnen lekken naar andere bedrijven. Moet de ondernemer bovendien een beroep doen
                                   op externe financiering, dan stuit hij op het probleem dat sociale innovatie per definitie
                                   risicovol is in die zin dat de effecten ervan niet goed te voorspellen zijn en de financiële
                                   baten niet altijd evident, laat staan hoog. Bestaande overheidsinstrumenten voor ‘ge-
                                   wone’ innovatie zijn daarom vaak niet geschikt voor sociale innovatie en financiers zoals
                                   46
                                      AWT 2013a.
                                   47
                                      AWT 2013b.
                                34 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                  banken zijn terughoudend bij risicovolle ondernemingen. In dergelijke situaties heeft de
                                  overheid een rol te spelen, soms door het helpen creëren van een markt, soms op an-
                                  dere wijze.
eelde verantwoordelijkheid voor   Tot slot is wellicht de meest belangrijke reden om sociale innovatie een plaats te geven
  maatschappelijke oplossingen    in het innovatiebeleid. De verantwoordelijkheid voor het zoeken naar oplossingen voor
                        nastreven de omvangrijke en complexe thema’s waarvoor we staan, kan niet langer alleen bij be-
                                  drijven en kennisinstellingen gelegd worden. Bij de huidige, geïndividualiseerde en ge-
                                  netwerkte samenleving past een systeem, waarbij netwerken van uiteenlopende partijen
                                  samen verantwoordelijk zijn voor sociale innovatie, beter dan een systeem waarin de
                                  volledige verantwoordelijkheid bij bedrijven, (traditionele) kennisinstellingen en overhe-
Sociale innovatie beter benutten  den gelegd wordt. Sociale innovatie komt vaak tot stand in en door publiekgefinan-
                                  cierde en non-profit organisaties, informele netwerken van gelijkgestemde individuen,
                                  éénpitters of kleine bedrijven met een persoonlijke missie (sociale ondernemers). Door-
                                  dat de innovatieve activiteiten van dergelijke netwerken nu buiten de criteria voor
                                  (financiële) steun vanuit de overheid vallen wordt de maatschappelijke potentie van soci-
                                  ale innovatie onderbenut. Denk aan het voorbeeld van een jongen van vijftien (Jack An-
                                  draka, V.S.) die, onder andere na zelfstudie op het internet, tot een voorstel kwam voor
                                  een betaalbare goed werkende test waarmee verschillende vormen van kanker aan het
                                  licht kunnen komen. Hij bracht zijn onderzoeksvoorstel op eigen initiatief onder de aan-
                                  dacht van diverse universiteiten. Eén ervan zag de waarde van het voorstel in en An-
                                  draka mocht het noodzakelijke laboratorium onderzoek daar, met succes, uitvoeren.48
                                  Ook in Nederland kan een individu, een groep onafhankelijke onderzoekers met belang-
                                  wekkende ideeën, of een particulier netwerk met een geniale ingeving, niet aankloppen
                                  bij gevestigde onderzoeksfinanciers. Of een dergelijke sociale innovatie de kans krijgt
                                  zijn waarde te bewijzen is hierdoor afhankelijk van de welwillendheid van individuele
                                  universiteiten en andere organisaties.
ken aan kennis over effecten van  Voorwaarde voor de opname van sociale innovatie in het innovatiebeleid is wel dat de
 innovaties als voorwaarde voor   effectiviteit van sociale innovaties, hun daadwerkelijke bijdrage aan het publieke belang,
                  overheidssteun  op termijn aannemelijk kan worden gemaakt. Hetzelfde geldt overigens voor andere
                                  vormen van innovatie. Het huidige innovatiebeleid is deels gebaseerd op aannames over
                                  het nut van innovatie dat de welvaart zou doen toenemen. Daaraan kan de aanname
                                  worden toegevoegd dat sociale innovatie kan bijdragen aan het welzijn en de ontwikke-
                                  ling van de maatschappij.
           Denken over innovatie  De AWT pleit er samengevat voor sociale innovatie onderdeel te maken van het innova-
  verandert door toevoegen van    tiebeleid (zie hoofdstuk vier). Deze steun aan sociale innovatie is nodig: kleinschalige
               sociale innovatie? projecten en voorzieningen zijn er genoeg, maar het ontbreekt in de praktijk vaak aan
                                  mogelijkheden en middelen voor de initiators om hun activiteiten op te schalen of te
                                  verspreiden. Het denken over innovatie verandert door de toevoeging van sociale inno-
                                  48
                                     http://jackandraka.net
                               35 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                    vatie. Ten eerste omdat de innovatieve partijen van uiteenlopende aard zijn. Het beleid is
                                    nu voornamelijk gericht op bedrijven als belangrijkste innoverende partij en op kennisin-
                                    stellingen als hun belangrijkste samenwerkingspartner. Wanneer sociale innovatie het
                                    uitgangspunt is zal het beleid zich ook richten op consortia, netwerken en op innovatie
                                    buiten bedrijven om. Het is wel zaak, zoals eerder gezegd, dat er gewerkt wordt aan
                                    meer inzicht in, en evidentie voor, de bijdrage van sociale innovatie aan de maatschappij
                                    in het algemene en maatschappelijke uitdagingen in het bijzonder.
                                    3.4 Sociale innovatie in het kennisbeleid: ontwikkelen body of
                                    knowledge
                                    In Nederland wordt vooralsnog geen coherente body of knowledge opgebouwd over
                                    sociale innovatie (of de doe-democratie) dat als geheel ergens toegankelijk is (zie hoofd-
                                    stuk twee). Vooralsnog vormt het kennisveld van sociale innovatie in Nederland geen
                                    duidelijk geheel, ook omdat diverse termen door elkaar heen worden gebruikt en het
                                    concept sociale innovatie er grotendeels in ontbreekt.
                                    Het kennisbeleid van ministeries -vertaald in de kennisagenda’s waarmee ministeries
             Sociale innovatie op   richting geven aan de financiering van onderzoek- is niet of nauwelijks gericht op sociale
           kennisagenda’s zetten    innovatie. Ook de nota de Doe-democratie rept nauwelijks over het belang van structu-
                                    rele kennisontwikkeling, zij is erop gericht om ‘duizend kennisbloemen te laten bloeien’
                                    zonder aandacht voor het onderling verbinden van kennisontwikkeling tot een coherent
                                    geheel. De AWT acht het van groot belang dat dit punt alsnog op de agenda komt van
                                    het kabinetsdenken over sociale innovatie en doet hiertoe in het volgende hoofdstuk en-
                                    kele aanbevelingen.
                                    De tweede kennisuitdaging, dat de wetenschap zelf meer sociaalinnovatief te werk zou
 rajecten rond sociaalinnovatieve   moeten gaan en zodoende meer zou kunnen bijdragen aan oplossingen voor maat-
      wetenschap voortzetten en     schappelijke problemen, is deels opgepakt door de VSNU, de KNAW en het NWO (zie
                       uitbreiden   hoofdstuk twee). Dergelijke trajecten vragen om voortzetting en uitbreiding. Door sa-
                                    menwerking, systeemdenken en multidisciplinariteit komt een andere rol voor de weten-
                                    schap in zicht. Zo zijn trajecten nodig die verder gaan dan samenwerking binnen de
                                    sociale wetenschappen (KNAW en NWO), ook samenwerking tussen alpha, bèta en
                                    gamma wetenschappen is nodig en kan worden gestimuleerd.
                                    3.5 Aansluiting bij internationale discussie is gewenst
                                    Op Europees niveau zijn grand challenges (maatschappelijke uitdagingen) geformuleerd
 uropa staat sociale innovatie , in op het gebied van, onder meer, klimaatverandering, veiligheid, mobiliteit en sociale co-
de zin, hoog op de beleidsagenda    hesie. Van sociale innovatie verwacht de EU een belangrijke bijdrage aan deze doelstel-
                                    lingen. Deze doelstellingen en de gerichtheid op sociale innovatie zijn leidend voor een
                                    groot aantal programma’s zoals Horizon 2020, regionale investeringsfondsen (ERDF) en
                                36  De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                   het Europees Sociaal Fonds.49 Daarnaast is, sinds 2011, de aandacht voor sociale innova-
                                   tie in de EU ook vertaald naar een Social Innovation Initiative (SIE). Deze richt zich onder
                                   andere op het stimuleren en financieren van goede praktijken, het opbouwen van een
                                   Europees relatienetwerk en onderzoek naar sociale innovatie. De ambitie om de private
                                   sector te stimuleren om meer te doen met sociale en maatschappelijke uitdagingen is
                                   uitgewerkt in programma’s voor reguliere grote en kleine bedrijven, een speciaal pakket
                                   aan maatregelen is gericht op sociale ondernemingen (Social Business Initiative). Het
                                   streven is onder andere om per land in kaart te brengen wat de private sector aan soci-
                                   ale doelen besteedt; de toegang tot financiering te verbeteren voor sociale ondernemin-
                                   gen (o.a. met een Europees label voor fondsen die in sociale ondernemingen willen
                                   investeren en via de oprichting van een eigen financieel instrument); en te werken aan
                                   meetinstrumenten voor de resultaten. Tot slot zijn er Europese initiatieven om te komen
                                   tot financieringsinstrumenten voor sociale innovatie. Ook het Europees Investeringsfonds
                                   (EIF) richt zich sinds kort specifiek op investeringen in ondernemingen met sociale doe-
                                   len. Voor pioniers en organisaties die op zoek zijn naar steun en financiering voor sociale
                                   innovatie is het lastig zoeken in de verschillende initiatieven en maatregelen op Europees
                                   niveau. Het is ook de vraag of Nederland (met uitzondering van voorlopers) voldoende
                                   op de hoogte is van de Europese mogelijkheden op dit terrein.
  In Nederland overheerst smalle   Nederland is vooralsnog nauwelijks een speler in het Europese discours over, en beleids-
   invulling van sociale innovatie voering rond, sociale innovatie. Dit komt mede doordat in ons land een smalle invulling
                                   van het begrip in achterliggende decennia de overhand heeft gekregen: sociale innovatie
                                   stellen we gelijk aan sociale innovatie van werk en arbeid (werkplaatsinnovatie). Recente
                                   politieke en beleidsaandacht voor wat in Europa social innovation wordt genoemd kent
                                   Nederland onder andere termen en vanuit een ander denkkader (framing): doe-democratie
                                   en participatiesamenleving.
                                   Het zou beter zijn sociale innovatie als paraplubegrip te gebruiken voor alle trajecten en
                                   activiteiten die zich richten op het creëren van nieuwe oplossingen voor sociale behoef-
                                   ten en problemen en tegelijkertijd het probleemoplossend vermogen van de samenle-
                                   ving te willen versterken. Een dergelijke internationale invulling van het begrip is een
                                   randvoorwaarde voor uitwisseling tussen vernieuwende activiteiten in verschillende
                                   maatschappelijke systemen en beleidsterreinen. De deelname van Nederland in het in-
                                   ternationale en Europese debat over sociale innovatie en in uiteenlopende Europese (on-
                                   derzoeks)activiteiten en financieringsbronnen wordt bovendien makkelijker door het
                                   gebruik van dit begrip. Als de EU daar de term sociale innovatie voor wil gebruiken, la-
                                   ten we dan, alleen al uit pragmatische overwegingen, volgen.
      Andere landen werken aan
infrastructuur en mogelijkheden    Het is lastig aan te geven wat Nederland wel en niet kan leren van andere landen, om-
     voor financiering van sociale dat er nauwelijks iets bekend is over de effecten van verschillende aanpakken. Neder-
                         innovatie land kan daarom enkel een voorbeeld nemen aan landen die met hun beleid sterk
                                   49
                                      EC 2013.
                                37 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                         inzetten op sociale innovatie. Binnen de EU is het Verenigd Koninkrijk hierin koploper.
                         Sociale innovatie is in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot
                         een ingeburgerd denk- en handelingskader voor de overheid, maatschappelijke (non-
                         profit) organisaties, bedrijfsleven, kennisinstellingen etcetera. Sociale ondernemingen en
                         sociale innovatoren worden ondersteund door een groeiend veld van intermediaire orga-
                         nisaties zoals fondsen, incubators, organisaties die de effecten (impact) monitoren,
                         denktanks et cetera. Buiten de EU lopen de Verenigde Staten en Australië voorop in die
                         zin dat zij veel beleidsaandacht hebben voor sociale innovatie.
                         Daarnaast zijn er veel landen die hun innovatiebeleid, net als Nederland, enkel op de private
                         sector en op technologische innovatie richten (Frankrijk, Duitsland, Finland). Toch is aandacht
                         voor sociale innovatie ook in deze landen in opkomst. In sommige landen is de aandacht ge-
                         concentreerd rond een specifiek inhoudelijk thema. Armoedebestrijding in Frankrijk, gezond-
                         heidszorg en welzijn in Denemarken, duurzame energie in Duitsland. Oost Europese landen
                         en landen rond de Middellandse zee zijn doorgaans nog niet intensief met sociale innovatie
                         bezig. In Oostenrijk begint ook meer aandacht en beleid te komen voor sociale innovatie.50
                         Daar is, in april 2013, wereldwijd de eerste masteropleiding social innovation van start ge-
                         gaan. Tot slot, in de Scandinavische landen (Finland, Denemarken, Zweden), lijkt de sterke
                         publieke sector wat in de weg te staan van de ontwikkeling van sociale innovatie.
                         De landen die met gericht beleid sterk inzetten op sociale innovatie - waar Nederland van
                         kan leren - hebben met elkaar gemeen dat zij steeds enige vorm van landelijke infrastruc-
                         tuur en financieringsmogelijkheden kennen. Soms is een publieke organisatie belast met
                         het stimuleren van sociale innovatie. Zoals the Office for Social Innovation en Civic Partici-
                         pation in de Verenigde Staten en Mindlab in Denemarken). Soms is het een particulier ini-
                         tiatief dat later een partnerschap is aangegaan met de overheid (Nesta in het Verenigd
                         Koninkrijk en het Australian centre for social innovation). Verschillende landen hebben, als
                         onderdeel van hun infrastructuur, fondsen in het leven geroepen die publieke bijdragen
                         verstrekken aan de financiering van sociale innovatie, en/of fondsen die ernaar streven pri-
                         vate financiering te vergaren en beschikbaar te maken voor sociale innovatie. In Australië
                         is sociale innovatie onderdeel geworden van algemene financieringsprogramma’s gericht
                         op innovatie.
Sociale InnovatieFabriek Tot slot en dichterbij huis: In Vlaanderen heeft de overheid een Sociale InnovatieFabriek
             Vlaanderen  opgericht eind 2012. Het hoofddoel is het vestigen van een cultuur rond sociale innova-
                         tie in Vlaanderen. Hiertoe richt deze organisatie zich op het ‘informeren van mensen
                         over sociale innovatie en sociaal ondernemerschap, hen enthousiasmeren mee te den-
                         ken, hen activeren om deel te nemen aan (netwerk)activiteiten, hen begeleiden zodat ze
                         sociaal innovatieve concepten zo succesvol mogelijk kunnen uitwerken en zo leiden naar
                         financiële ondersteuning.51
                         50
                            Ook in China ontstaat de laatste tijd meer en meer aandacht voor sociale innovatie, met name sociale ondernemingen,
                            http://hubemergechina.eventbrite.com/, geraadpleegd op 29 april 2013
                         51
                            http://www.socialeinnovatiefabriek.be/nl/over-ons#sthash.b0tU52uh.dpbs
                      38 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Nederland beschikte tot 2012 over een Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (nu
   als aandachtsgebied ondergebracht bij TNO- zie bijlage drie). Dit was echter volledig ge-
   richt op werkplaatsinnovatie.
   Wat kan Nederland, samengevat, van andere landen leren? Landen die een stimulerings-
   strategie hanteren rond sociale innovatie zetten steevast twee stappen: het opbouwen
   van een infrastructuur en het werken aan financieringsmogelijkheden.
   3.6 Conclusie: sociale innovatie zou een expliciet beleidsthema
   moeten zijn
   De kabinetsnota de Doe-democratie laat zien dat het kabinet overtuigd is van het belang
   van de ontwikkeling naar meer ruimte voor sociale innovatie. Toch ontbreekt de notie van
   sociale innovatie vooralsnog in het overheidsbeleid, ook in het innovatie- en kennisbeleid.
   Nederland kan lering trekken uit de wijze waarop sommige andere overheden optreden
   op dit gebied. Landen die sociale innovatie een expliciete plek in hun beleid hebben gege-
   ven zetten op twee zaken in: het opbouwen van landelijke infrastructuur en het zorgen
   voor financieringsmogelijkheden. Vanwege de te verwachten bijdrage ervan aan innova-
   tieve oplossingen voor maatschappelijke en sociale problemen is een actieve rol, faciliteren
   en agenderen, van de overheid wenselijk. Het volgende hoofdstuk doet hierover aanbeve-
   lingen.
39 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>40 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                 4                   Conclusie en aanbevelingen
                                    De AWT concludeert dat sociale innovatie kansen biedt voor de Nederlandse maatschap-
                                    pij en economie. Denken vanuit het perspectief van sociale innovatie is bovendien een
                                    belangrijke aanvulling op de discours over de doe-democratie of participatiesamenle-
                                    ving. Sociale innovatie verwijst namelijk ook naar innovatieve, creatieve maatschappe-
                                    lijke initiatieven. Nederland kan beter aansluiten bij het EU-beleid door de smalle
                                    definitie van sociale innovatie -werkplaatsinnovatie- in te ruilen voor de Europese:
                                    nieuwe oplossingen voor sociale problemen. Zorgen voor ruimte voor en steun aan soci-
                                    ale innovatie vraagt om samenwerking en afstemming tussen ministeries. Het vraagt om
                                    een overheid die vooral faciliteert, maar ook een agenderende rol vervult, en om een
                                    plaats in het innovatie- en kennisbeleid. Deze conclusies leiden tot drie aanbevelingen:
                                    Adopteer, Geef ruimte en Stimuleer sociale innovatie.
                                    4.1 Conclusie: Sociale innovatie biedt kansen, kennis is nodig
                                    De raad trekt uit de voorafgaande analyse de volgende conclusies:
 nclusie 1: Sociale innovatie biedt 1. Sociale innovatie biedt kansen voor onze maatschappij en economie. Evidentie over
                      volop kansen       de lange termijn effecten moet worden opgebouwd, maar ook het proces op zich is
                                         van belang en sluit aan op de visie van het kabinet betreffende de participatiemaat-
                                         schappij. Het omvat immers ideeën en innovaties uit onverwachte hoeken, nieuwe
                                         vormen van ondernemerschap en nieuwe vormen van commitment bij de publieke
                                         zaak. Sociale sectoren zoals gezondheidszorg, onderwijs en ouderenzorg zijn daar-
                                         naast belangrijke economische groeimarkten en innovatie is, net als in de marktsec-
                                         tor (waaraan sociale innovatie via slimmer werken kan bijdragen), nodig om deze
                                         groei te stimuleren. Tot slot hangt de toekomstige ontwikkeling van Nederland af
                                         van de mate waarin de samenleving maatschappelijke uitdagingen en sociale proble-
                                         men weet aan te pakken. Sociale innovatie kan hieraan bijdragen.
clusie 2: Innovatieve vormen van    2. De raad is het met de regering eens die van mening is dat de overheid dient te ´zor-
   maatschappelijke participatie         gen dat´ in plaats van ‘zorgen voor´, zoals de kabinetsnota de doe-democratie stelt.
                      onderbelicht       Dat heeft ook betrekking op de meer innovatieve vormen van particulier initiatief.
                                         Als term verwijst sociale innovatie expliciet naar initiatieven die op een creatieve ma-
                                         nier zoeken naar manieren om de samenleving in beweging te zetten met behulp
                                         van innovaties op het gebied van techniek, maar ook rond samenwerking en de or-
                                         ganisatie van arbeid en collectieve acties.
Conclusie 3: Nederland kan beter
 aansluiten bij EU- beleid. Smalle  3. Nederland kan beter aansluiten bij het EU-discours over sociale innovatie en het Eu-
   definitie van sociale innovatie       ropees beleid dat wordt ingezet om sociale innovatie te stimuleren door een breder
                           loslaten      perspectief op sociale innovatie te omarmen. Dat betekent het agenderen van soci-
                                 41 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                       ale innovatie in brede zin en dus het loslaten van de smalle definitie die nu door-
                                       gaans gebruikelijk is: sociale innovatie omvat werkplaatsinnovatie maar ook veel
                                       andere initiatieven die een bijdrage willen leveren aan sociale doelen. Ga steeds uit
                                       van de brede definitie die in de EU, en in veel andere landen, gehanteerd wordt van
                                       social innovation: initiatieven gericht op het zoeken van innovatieve oplossingen
                                       voor sociale vraagstukken, die vaak het oplossende vermogen van de samenleving
                                       verbeteren. Als term draagt sociale innovatie het vernieuwende aspect veel sterker in
                                       zich dan de doe-democratie en de participatiesamenleving. Als overkoepelend begrip
                                       kan het bovendien gebruikt worden voor beleids- en onderzoeksactiviteiten van di-
                                       verse ministeries, gemeentes en kennisinstellingen.
 Conclusie 4. Eerste rol voor de  4. Zorgen voor ruimte voor en steun aan sociale innovatie is een rijksbrede opgave die
          overheid is faciliteren      vraagt om samenwerking en afstemming tussen ministeries. Sociale innovatie vraagt
                                       om een overheid die vooral faciliteert. De raad kan zich ook wat dit betreft vinden in
                                       de opvatting van het kabinet. De overheid zou zich moeten toeleggen op het bieden
                                       van ruimte en het wegnemen van regelbelemmeringen waar die worden aange-
                                       toond. Overheidsbeleid bouwt zodoende zoveel mogelijk voort op de eigen kracht
                                       en activiteiten van burgers en organisaties. De overheid kan zich tevens inzetten om
                                       te werken aan een open overheidscultuur, het wegnemen van belemmerende regel-
                                       geving, het verbinden van partijen die oplossingen uitproberen, het faciliteren van
                                       experimenten en het richting geven aan de kennisontwikkeling.
Conclusie 5. Tweede rol voor de   5. Daarnaast heeft de overheid volgens de AWT ook een agendasettende rol, die verder
     overheid is agendasetting         gaat dan het aanmoedigen van een veld waar duizend bloemen bloeien. Dat neemt
                                       de vorm aan van inhoudelijk richtinggevende agendering van bepaalde maatschap-
                                       pelijke uitdagingen en sociale problemen waar Nederland voor staat, zoals de AWT
                                       al heeft voorgesteld in het AWT advies ‘Waarde creëren uit maatschappelijke uitda-
                                       gingen.’
  Conclusie 6. Sociale innovatie
plaatsen in het innovatiebeleid   6. Sociale innovatie hoort als thema thuis in het innovatiebeleid, omdat er situaties zijn
                                       waarin innovaties publieke waarde kunnen creëren, maar waarin dat (nog) niet lukt
                                       via de economische markt. Bovendien: in de huidige, geïndividualiseerde en genet-
                                       werkte samenleving past een systeem waarbij netwerken van uiteenlopende partijen
                                       samen de verantwoordelijkheid krijgen voor oplossingen voor maatschappelijke pro-
                                       blemen, niet alleen bedrijven, (traditionele) kennisinstellingen en overheden. Dit
                                       vraagt om het doordenken en herzien van de interventielogica achter het innovatie-
                                       beleid. Sociale innovaties vallen nu veelal buiten het bestek van dit beleid omdat ze
                                       (deels) buiten bedrijven tot stand komen en niet gericht zijn op hoog financieel ren-
                                       dement. Door de innovatieve activiteiten van netwerken zoveel mogelijk binnen het
                                       innovatiebeleid te plaatsen kan de maatschappelijke potentie van sociale innovatie
                                       beter worden bewezen en benut.
                               42 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>     Conclusie 7. Sociale innovatie 7. Sociale innovatie verdient als thema ook een plek in het kennisbeleid gericht op het -
       plaats geven in beleid rond       in de loop der tijd- opbouwen van een coherente body of knowledge op dit terrein.
               kennisontwikkeling        Ook heeft de overheid baat bij het periodiek volgen (monitoren) van het veld van so-
                                         ciale innovatie. Zo ontstaat er kennis over wat gaande is, welke effecten zichtbaar
                                         worden en kan men anticiperen op partijen die zullen aankloppen met verzoeken
                                         om steun. Daarnaast is aandacht nodig voor een meer sociaalinnovatieve werkwijze
                                         binnen de (wetenschappelijke) kennisontwikkeling. Dat houdt zaken in als multidisci-
                                         plinaire samenwerking, valorisatie van onderzoek en agenderen van onderzoek spe-
                                         cifiek gericht op maatschappelijke uitdagingen en sociale problemen. Er zijn al
                                         verschillende voorzetten op dit terrein.
                                    Deze conclusies leiden tot drie aanbevelingen aan (de gezamenlijke) ministeries, de
                                    provincies en aan gemeenten (4.2).
                                    4.2 Sociale innovatie een plaats geven in het beleid.
                                           Drie aanbevelingen.
                                    De AWT doet drie aanbevelingen aan de overheid in het algemeen en de ministeries van
                                    EZ en OCW in het bijzonder:
                                    1. Adopteer en agendeer sociale innovatie, draag dat uit, werk interdeparte-
                                       mentaal
uit aan bij Europese omschrijving   Agendeer sociale innovatie: maak het steunen ervan tot expliciet onderdeel van het
             van sociale innovatie  overheidsbeleid gericht op het stimuleren van de participatiesamenleving. Adopteer hier-
                                    bij de, in de Europa Commissie gangbare, omschrijving van sociale innovatie. Verruim
                                    hiertoe de definitie van sociale innovatie zodat het veel meer omvat dan werkplaatsinno-
                                    vatie. Sluit hiermee aan bij de discoursen over sociale innovatie in Europa en bij Europees
                                    beleid. Zie ruimte voor en steun aan sociale innovatie als een gezamenlijke opgave voor
                                    de overheid en maatschappelijke partners. Werk interdepartementaal en zoek intensieve
   Breng overheidsdebat op gang     samenwerking met NGO’s bedrijfsleven, burgerinitiatieven etcetera. Breng het thema so-
                                    ciale innovatie onder de aandacht van alle ministeries, breng het overheidsdebat hier-
                                    over op gang, met de aanbevelingen van dit advies als vertrekpunt. Maak afspraken
                                    welk departement hierin het initiatief neemt. Beschouw sociale innovatie daarnaast als
                                    een bijzondere vorm van innovatie en geef het op termijn een volwaardige plek in het
                                    innovatiebeleid. Geef sociale innovatie ook een plaats in het kennisbeleid. Deze aanbe-
                                    veling wordt nader geconcretiseerd in de aanbevelingen twee en drie.
                                    2. Geef ruimte aan sociale innovatie
                                    Creëer omgevingen waarin organisaties en netwerken kunnen experimenteren met
                                    nieuwe oplossingen voor sociale vraagstukken. Werk hiertoe bijvoorbeeld met regelluwe
                                    ruimtes, verwijder waar mogelijk overbodige of belemmerende regels en structuren op
                                    lokaal, regionaal of landelijk niveau. In zijn algemeenheid is niet vast te stellen welke
                                 43 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                                regels in de weg staan van welke vormen van sociale innovatie, maatwerk is nodig.
                                Werk aan de in de kabinetsnota de Doe-democratie gestelde ambitie om de cultuur van
                                de overheid zelf te verbeteren. Begin daarin met ambtenaren aan te stellen en op te lei-
                                den die openstaan voor maatschappelijk initiatief, zoals de kabinetsnota terechtstelt.
                                Probeer de twee netwerken die nu in de praktijk lijken te ontstaan -rond doe-democratie
                                en rond sociale innovatie- te verbinden.
                   Zet deals in Sluit deals met netwerken van organisaties die samenwerken rond maatschappelijke
                                thema’s, met lokale gemeenschappen, met broedplaatsen voor sociale innovatie en met
                                bedrijven die projecten met sociale doelen uitvoeren. Zowel het ministerie van EZ (Green
                                deals) als dat van BZK (Social deals) kennen al dergelijke projecten, deze verdienen na-
                                volging door andere ministeries, provincies en gemeentes. Deals zijn samenwerkingsver-
                                banden tussen de overheid en maatschappelijke partijen gericht op het wegnemen van
                                zaken die in de weg staan van een bepaald maatschappelijk geïnitieerd traject of activi-
                                teit. Deals kunnen ook, op lokaal niveau, afspraken omvatten over steun in natura zoals
                                het gebruik van ruimtes, toegang tot onderzoeksinfrastructuur of de tijdelijke inzet van
                                ambtenaren.
   Benut sociale innovatie als  Ga als gemeente, provincie of ministerie bij elk op te starten beleidstraject na of en hoe
           beleidsinstrument    het steunen of stimuleren van sociale innovatie een effectief beleidsinstrument kan zijn.
                                Omdat elke context anders is, en visies variëren, gaat het hierbij om maatwerk. Beleids-
                                makers moeten inschatten wat er in een specifieke context nodig is aan ruimte, regels,
                                versterking en visie.
        Steun de opbouw van     Bied als rijksoverheid steun aan gemeentes, professionals en individuen bij het ontwikke-
probleemoplossend vermogen      len van het probleemoplossend vermogen dat nodig is voor zelforganisatie en sociale in-
                                novatie. Geef deze steun nu al een plaats in de lopende trajecten rond decentralisering
                                van zorg naar de gemeentes. Experimenteer met monitoring van de geleverde zorg door
                                burgers. Leveren bepaalde mensen en doelgroepen veel meer zorg dan anderen? De, als
                                sociale innovatie, ontwikkelde instrumenten voor het uitwisselen van diensten (gemeen-
                                schapsmunten, time banking) kunnen hierbij behulpzaam zijn.
                                3. Stimuleer sociale innovatie ook via het innovatie- en kennisbeleid
                                Door ruimte voor sociale innovatie op te nemen in het innovatiebeleid kunnen sociale in-
                                novaties worden versneld en beter benut voor maatschappelijke doeleinden. Daarnaast
                                kan de overheid via het kennisbeleid integrale kennisontwikkeling in gang zetten naar
                                werkwijzen, succesfactoren en effecten van sociale innovatie. De AWT beschrijft zes
                                concrete stappen op weg naar stimulering van sociale innovatie via het innovatie- en
                                kennisbeleid die de overheid - en met name de opdrachtgevers voor dit advies, de minis-
                                teries van EZ en OCW- kunnen uitvoeren:
                                Werk, zoals andere landen doen, aan de totstandkoming van een infrastructuur voor so-
                                ciale innovatie. Bouw hiertoe landelijke platforms op rond een aantal geagendeerde
                             44 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>     1. Werk aan infrastructuur: maatschappelijke uitdagingen (zie het AWT-advies Waarde creëren uit maatschappelijke
        platforms en netwerken   uitdagingen, 2013). Vertrekpunt zijn de bestaande particuliere initiatieven en organisa-
                                 ties op dit gebied zoals living labs en incubators. De zo ontstane platforms hebben een
                                 onafhankelijk positie ten opzichte van de overheid, en werken op basis van zowel pu-
                                 blieke als private bijdragen. Zij vervullen de rollen van kennisbank, durfkapitalist en kata-
                                 lysator van sociale innovatie. Zij vormen bovendien netwerkorganisaties die belang
                                 hebben bij het stimuleren van sociale innovatie rond een bepaald thema.
                                 De ministeries van EZ en OCW kunnen zich bovendien aanmelden als aandeelhouders of on-
                                 dersteuners van bestaande particuliere netwerken zoals Kracht in Nederland en Social Inno-
                                 vation Network Nederland (SINN). Diverse gemeentes en twee andere ministeries (BZK en
                                 SZW) hebben zich al bij Kracht In Nederland aangesloten en dragen er (financieel) aan bij.
                                 Ook buiten bedrijven vindt innovatie plaats en ook deze actoren zouden een doelgroep
2. Maak innovatiebeleid ruimer   moeten zijn van het innovatiebeleid, in die situaties waarin innovaties publieke waarde
            dan bedrijvenbeleid  kunnen creëren, maar waarin de markt faalt. Er is hiertoe behoefte aan een innovatiebe-
                                 leid dat ruimer is dan bedrijvenbeleid. Doordenk het huidige innovatiebeleid -het bedrij-
                                 venbeleid- vanuit dit standpunt. Onderzoek de mogelijkheden die er zijn om innovatie
                                 buiten bedrijven (financieel) te steunen en netwerkvorming te bevorderen. Denk aan een
                                 belastingaftrek of vergoeding voor personen en organisaties die sociaal innoveren, een
                                 stimuleringsregeling gericht op divers samengestelde netwerken etcetera. Immers, voor
                                 sociale innovatie zijn nieuwe vormen van samenwerking en netwerken essentieel; niet
                                 alleen tussen bedrijven en kennisinstellingen, maar ook met andere actoren (gebruikers,
                                 individuen, NGO’s, etcetera). De raad pleit hiermee voor hernieuwde beleidsaandacht
                                 voor het stimuleren van nieuwe samenwerkingsverbanden. De AWT wil met deze aan-
                                 beveling niet suggereren dat het financiële instrumentarium direct en geheel zou moe-
                                 ten worden opengesteld voor iedereen die betrokken is bij sociale innovatie. Sociale
                                 innovatie, of bepaalde vormen ervan, moet zich in de komende jaren verder kunnen be-
                                 wijzen en uitgroeien. Over enige tijd kan dit resulteren in het opnieuw doordenken van
                                 delen van het innovatiebeleid.
                                 Stem intussen het bestaande bedrijvenbeleid zoveel mogelijk af op sociale innovatie.
              3. Stem bestaande  Vraag hiertoe de topsectoren aandacht te schenken aan sociale innovatie in brede zin.
   bedrijvenbeleid af op sociale Recentelijk adviseerde de AWT de regering om te werken aan een agenda voor de aan-
                       innovatie pak van maatschappelijke uitdagingen (zoals zorg, energie en veiligheid) binnen de top-
                                 sectoren aanpak.52 Samen met het relevante veld van bedrijven, kennisinstellingen en
                                 universiteiten, zou de overheid voor een beperkt aantal thema’s of icoonprojecten bin-
                                 nen de Grand Challenges van Horizon 2020 moeten kiezen. Ga bij de uitwerking van de
                                 gekozen thema’s steeds na of en hoe sociale innovatie een bijdrage kan leveren aan de
                                 zoektocht naar oplossingen.
                                 52
                                    AWT 2013b.
                              45 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                                  Vraag de topsectoren ook na te denken over samenwerking met andere partners dan kennis-
                                  instellingen. Stimuleer de aansluiting tussen topsectoren en sociale ondernemingen. Sociale
                                  ondernemingen kunnen baat hebben bij de expertise, het kapitaal en de netwerken (kennis
                                  en markt) van deze bedrijven. Voor de bedrijven in de topsectoren biedt deze samenwerking
                                  kansen om hun maatschappelijke (sociale) impact te vergroten. Zoek manieren om innovatie-
                                  projecten die elementen van sociale innovatie in zich dragen (en al passen in het bestaande
                                  beleid) voorrang te geven bij het verlenen van (financiële) steun. Zoek expliciete prikkels die
                                  cross-over projecten tussen topsectoren stimuleren.
       4. Zorg voor kennisbeleid: Geef sociale innovatie een plaats op kennis- en innovatieagenda’s. Te denken valt aan de ken-
   kennisagenda’s & monitoring    nisagenda van OCW (2011), SZW (2011) en VWS (Kennisagenda 2020). Deze agenda’s geven
                                  op de middellange termijn richting aan de kennisactiviteiten en de onderzoeksplanning van mi-
                                  nisteries en de overheid als geheel. Als sociale innovatie op deze agenda’s staat wordt het een
                                  onderwerp bij onderzoeksaanvragen van de overheid aan planbureaus, adviesraden, kennisinsti-
                                  tuten en universiteiten. Moedig ook publiekgefinancierde kennisinstituten met aansluitende ex-
                                  pertise om sociale innovatie tot onderdeel te maken van hun profileringstrategie.
                                  Geef opdracht om het veld van sociale innovatie te monitoren als aanzet tot kennisontwikke-
                                  ling. De ministeries van EZ en OCW zouden hierin het voortouw kunnen nemen. Het ontwik-
                                  keling van goede indicatoren om de impact van sociale innovatie te meten is niet eenvoudig,
                                  maar door beter aan te sluiten bij het Europese onderzoek op dit gebied kunnen goede instru-
                                  menten ontwikkeld worden.
                                  VSNU, KNAW en het NWO hebben belangrijke stappen op weg naar een sociaalinnovatieve
            5. Geef voorrang aan  werkwijze in de Nederlandse wetenschap gezet. Steun als ministerie van OCW deze organisa-
     multidisciplinair onderzoek  ties in de vervolgstappen die ze zetten. Vraag daarbij aandacht voor het bijeenbrengen van
                                  wetenschappers uit alfa, bèta en gamma richtingen gericht op samenwerking aan oplossings-
                                  richtingen voor maatschappelijke uitdagingen. Vraag NWO om in hun programma’s meer pri-
                                  oriteit te geven aan multidisciplinair onderzoek. Ga zodoende in het wetenschapsbeleid uit
                                  van de notie dat de uitdaging voor de wetenschap eruit bestaat zelf innovatief te werken.
                                  In Vlaanderen is onlangs een initiatief gestart op het terrein van sociale innovatie: de Sociale
                                  InnovatieFabriek. Het hoofddoel is het vestigen van een cultuur rond sociale innovatie in
 Werk samen met andere landen,    Vlaanderen. In het kader van nauwere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland, kan
eginnen met België (Vlaanderen)   actief de samenwerking worden gezocht met dit initiatief.53
                                  Aldus vastgesteld te Den Haag, januari 2014
                                  prof.dr. U. Rosenthal (voorzitter)
                                  dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
                                  53
                                     AWT en VRWI 2013.
                              46  De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>b1                   Adviesaanvraag Maatschappelijke en
                     sociale innovatie
    Zowel nationaal als internationaal staat sociale innovatie sterk in de belangstelling. De
    Europese Unie heeft Social Innovation erkend als belangrijk nieuw aandachtsgebied. Na-
    tionaal wordt het belang van sociale innovatie benadrukt in de innovatiecontracten en
    human capital agenda’s van verschillende topsectoren en in de onderzoeksprogramma’s
    van onderzoeksinstituten.
    Social innovation wordt uit het Engels vaak vertaald als sociale innovatie, niet als maat-
    schappelijke innovatie. Het belang van sociale innovatie wordt breed erkend maar er be-
    staat -ook door deze vertaalverwarring- nog veel onduidelijkheid over wat sociale
    innovatie is. In het Nederlands wordt sociale innovatie vaak verenigd tot innovatie op de
    werkplek. Het gaat in deze adviesaanvraag echter vooral om nieuwe vormen van samen-
    werking en interactie in de samenleving, gericht op maatschappelijke uitdagingen. Dat is
    eerder maatschappelijke innovatie.
    De ministeries van EZ en OCW verzoeken daarom de AWT een briefadvies uit te brengen
    over de afbakening van het begrip Social Innovation in het licht van de Europese discussie
    over dit thema binnen Horizon 2020. Dit moet met name inzicht geven in de kennisbehoef-
    ten rond sociale innovatie. Daarnaast vragen de ministeries van EZ en OCW aan de AWT om
    in een advies aanknopingspunten te bieden voor het beleid voor maatschappelijke en sociale
    innovatie. Daarbij gaat het om innovatie die bijdraagt aan oplossingen voor maatschappe-
    lijke vraagstukken. De vraag is hoe de overheid deze innovatie kan ondersteunen.
    Het initiatief voor maatschappelijke dan wel sociale innovatie kan liggen bij burgers,
    overheden, bedrijven, kennisinstellingen of maatschappelijke organisaties. Voorbeelden
    van burgerinitiatieven zijn de vele coöperaties die ontstaan rond duurzame energie. Bij
    kennisinstellingen gaat het bijvoorbeeld om het gezamenlijk met de maatschappij pro-
    grammeren van onderzoek en het creëren van maatschappelijk draagvlak voor nieuwe
    werkwijzen en technologieën. In het bedrijfsleven, bijvoorbeeld in de Agrofoodsector,
    wordt de dialoog gevoerd tussen NGO’s, consumentenorganisaties, industries en handel
    over verduurzaming van het productaanbod. In de thuiszorg wordt geëxperimenteerd
    met een nieuwe manier van mensgericht organiseren en zorg verlenen.
    Bedrijven zien steeds meer in dat succesvolle innovatie niet uitsluitend technologisch is,
    maar sterk afhankelijk van sociale acceptatie en maatschappelijk draagvlak. De concur-
    rentiepositie van bedrijven wordt versterkt als bedrijven openstaan voor nieuwe vormen
    van samenwerking in hun omgeving en werknemers de ruimte geven werk slimmer te
    organiseren en over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken. Uit onderzoek
    blijkt immers dat het succes van innovatie voor 25% wordt bepaald door R&D-investe-
    ringen en voor 75% door factoren op het gebied van mens en organisatie.
 47 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>   De adviesaanvraag
   De ministeries van EZ en OCW verzoeken de AWT een advies uit te brengen met de vol-
   gende hoofdvraag: Hoe kan maatschappelijke en sociale innovatie in Nederland bijdra-
   gen aan duurzame oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen?
   De ministeries verzoeken de AWT tevens hierbij de volgende subvragen te betrekken:
   •                   Wat is maatschappelijke en sociale innovatie in het kader van dit advies?
     •                 Welke praktijkvoorbeelden van deze innovatie kunnen worden geïdentificeerd?
       •               Welke initiatieven vinden er plaats binnen de verschillende maatschappelijke uitdagin-
                       gen?
         •             Welke actoren nemen het initiatief en wat is de rol van de overige actoren?
           •           Welke voorwaarden voor het succes of falen van sociale en maatschappelijke innova-
                       ties kunnen worden afgeleid uit de praktijkvoorbeelden?
             •         Wat zijn kritische succesfactoren?
               •       Wat zijn de belangrijkste belemmeringen?
                 •     Welke rol moeten de verschillende spelers uit de gouden driehoek aannemen? Is er
                       een rol voor de nationale overheid in het bevorderen van maatschappelijke en sociale
                       innovatie? Zo ja; welke aanbevelingen kunnen er worden gedaan voor het overheids-
                       beleid? Op nationaal54, regionaal en Europees niveau. Bij het bedrijfsleven, kennisin-
                       stellingen, overheden (en eventueel overige relevante spelers)
                   54
                      Hierbij uitgaande van de bestaande beleidscontext: topsectoren, samenwerkingsverband TNO, Syntens en TNO
48                 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>b2  Documenten:
                                                                   Geraadpleegde Literatuur
    •                                                  AWT, advies 53, Backing winners (2003).
      •                                                AWT, advies 68, Opening van zaken (2006).
        •                                              AWT, briefadvies, Sociale innovatie en Horizon 2020 (2012).
          •                                            AWT, advies 79, Diensten Waarderen (2013a).
            •                                          AWT, advies 82, Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen (2013b).
              •                                        AWT, briefadvies, Eerste observaties uit de ‘Balans van de topsectoren’ (2013c).
                •                                      AWT en Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI), Vlaams-Nederlandse
                                                       samenwerking, brief aan minister-president Rutte (Nederland) en minister-president
                                                       Peeters (Vlaanderen) (2013).
                  •                                    Algemene Werkgevers Vereniging Nederland (AWVN), FNV Bondgenoten, CNV-Be-
                                                       drijvenbond en De Unie, Aan de slag met slimmer werken (2004).
                    •                                  Bureau of European Policy Advisers (Bepa), Empowering people, driving change. So-
                                                       cial innovation in the European Union (2010).
                      •                                Bornstein, D., How to change the world: social entrepreneurs and the power of new
                                                       ideas (2004).
                        •                              Corbey, D., Wetenschap als held of als veerman? In: Raad voor het openbaar Bestuur
                                                       (RoB). Cahier Loslaten in vertrouwen. Beschouwingen van adviesraden over een
                                                       nieuwe verhouding tussen overheid, markt én samenleving (2012).
                          •                            Dortmund/Brussels Position Paper on Workplace Innovation, Summary: Workplace
                                                       Innovation as Social Innovation (2012).
                            •                          European Commission, Financing Social Impact. Funding social innovation in Europe:
                                                       mapping the way forward (2010).
                              •                        European Commission, Guide to social innovation (2013).
                                •                      Europese Commissie, Toespraak Commissievoorzitter Barroso over sociale innovatie,
                                                       17 maart 2011.
                                  •                    Ilie, E.G.& R. During, An analysis of social innovation discourses in Europe (2012).
                                    •                  Innovatieplatform (IP) (Wijffels en Grosveld), Nota Vitalisering van de kennisecono-
                                                       mie (2004).
                                      •                Innovatieplatform (IP). Slimmer werken werkt! (2009).
                                        •              Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Kwetsbaarheid en
                                                       veerkracht van maatschappelijke systemen (2010).
                                          •            Looise, J.C., Sociale innovatie moet, maar hoe? Oratie Universiteit Twente (1996).
                                            •          Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) Nederland, Factsheet Expeditie
                                                       Sociale Innovatie Topsectoren (2012)
                                              •        Ministerie van Economische Zaken, Bedrijvenbeleid in volle gang. Voortgangsrappor-
                                                       tage bedrijvenbeleid 2013 (2013).
                                                •      Ministerie van Economische Zaken (EZ) en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-
                                                       genheid (SZW), Kabinetsreactie op het eindrapport van de Taskforce Sociale Innova-
 49                                               De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                            tie getiteld “Sociale Innovatie, de andere dimensie”. Kamerbrief 27 406, nr. 31
                                            (2006).
   •                                        Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (2013). Brief ‘Naar aanlei-
                                            ding van uw vraag over een uitvoeringsagenda Doe-Democratie’, aan de voorzitter
                                            van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-
                                            Generaal (2013).
     •                                      Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Sociale Infra-
                                            structuur Agenda: onmisbaar voor een blijvend concurrerende kenniseconomie
                                            (2013).
       •                                    Peeters, M.H.H. & Pot, F.D., Sociale innovatie bij CTA (1991).
         •                                  Pot, F., Sociale innovatie: historie en toekomstperspectief (2012).
           •                                Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), Swingen met lokale kracht. Over-
                                            heden en de netwerksamenleving (2013).
             •                              Seyfang G., & Haxeltine A., Growing grassroots innovations: exploring the role of
                                            community-based initiatives in governing sustainable energy transitions. In: Environ-
                                            ment and Planning C: Government and Policy 30(3) 381 – 400 (2012).
               •                            Sociaal-Economische Raad (SER), Welvaartsgroei door en voor iedereen: themadocu-
                                            ment Sociale innovatie, Publicatienummer 8 I ( 2006).
                 •                          Social Entreprise NL & McKinsey, Social enterprise monitor 2013 (2013).
                   •                        Taskforce Sociale Innovatie, Sociale Innovatie, de Andere Dimensie, Eindrapport van
                                            de Taskforce Sociale Innovatie (2005).
                     •                      The Young Foundation, Social Innovation Overview: A deliverable of the project:
                                            “The theoretical, empirical and policy foundations for building social innovation in
                                            Europe” (TEPSIE), European Commission – 7th Framework Programme (2012).
                       •                    Tilly, CH., Social Movements 1768–2004, Boulder (2004).
                         •                  Volberda, H., Jansen J., Tempelaar, M., & Heij K., Monitoren van sociale innovatie:
                                            slimmer werken, dynamisch managen en flexibel organiseren. In: Tijdschrift voor
                                            HRM 1: 85-110 (2011).
                           •                Vrooland, V.C. (red.), Sociale innovatie en automatisering. Naar doelmatigheid en
                                            kwaliteit van de arbeid (1986).
                             •              Waag society, Jaarverslag 2012 (2012).
                               •            Westbroek, P., De ontdekking van de aarde. Het grote verhaal van een klein planeet
                                            (2012).
                                 •          Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Het borgen van publiek
                                            belang (2000).
                                   •        Witkamp, M., Raven R. & Lambèrt, M., Strategic niche management of social inno-
                                            vations: the case of social entrepreneurship. In Technology Analysis & Strategic Ma-
                                            nagement, Volume 23, Issue 6 (2011).
                                     •      Witkamp, M., Royakkers, L. M. M., & Raven, R., From cowboys to diplomats: Chal-
                                            lenges for social entrepreneurship in the Netherlands. In: Voluntas, 22(2), 283-310
                                            (2011).
50                                     De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>   •                                              http://www.socialinnovationeurope.eu/sites/default/files/sites/default/files/An%20
                                                  analysis%20of%20SI%20discourses%20in%20Europe.pdf
     •                                            http://www.midpointbrabant.nl/
       •                                          http://www.pagegangster.com/p/Stsi3/
         •                                         http://www.theguardian.com/sustainable-business/social-enterprise-india-slums
           •                                      http://www.patientslikeme.com/
             •                                    http://www.duurzameinzetbaarheid.nl/
               •                                  http://www.krachtinnl.nl/
                 •                                http://www.urgenda.nl/over-urgenda/organisatie/
                   •                              http://www.guerrillagardeners.nl/
                     •                            http://transitiontowns.nl/
                       •                          http://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/speciale-uitgave-mediator-over-
                                                  academische-werkplaatsen/
                         •                        http://www.zonmw.nl/uploads/tx_vipublicaties/MEDIATOR_SPECIAL_AW_01.pdf,
                           •                      http://www.kennisland.nl/over-kennisland/waarom-kl
                             •                    http://rotterdam.the-hub.net
                               •                  http://www.socialinnovation2011.eu/wp-content/uploads/2011/09/Vienna-Declara-
                                                  tion_final_10Nov2011.pdf
                                 •                http://www.tepsie.eu/
                                   •              http://jackandraka.net/
                                     •            http://ec.europa.eu/regional_policy/sources/docgener/presenta/social_innovation/so-
                                                  cial_innovation_2013.pdf
                                       •           http://hubemergechina.eventbrite.com/
                                         •        http://www.agentschapszw.nl/projecten/faceted/Subsidie/ESF+Actie+E https://www.
                                                  syntens.nl/aanbod/inspiratiesessies/innoveren-met-sociale-innovatie/Pages/innoveren-
                                                  met-sociale-innovatie.aspx
                                           •      http://www.socialeinnovatiefabriek.be/nl/over-ons#sthash.b0tU52uh.dpbs
                                             Dit advies is voorbereid door een projectgroep bestaande uit Valerie Frissen, Eduard Kla-
                                             sen, Patrick Morley, Kathleen Torrance en Marcel Kleijn
51                                           De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>52 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>b3  Interviews
                     Gesprekspartners
    De heer Wouter Boon                 Rathenau Instituut
    De heer Kees Breed                  Raad voor het Openbaar Bestuur
    De heer Richard Derksen             Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-
                                        schap
    De heer Roel During                 Wageningen UR
    De heer Guido Enthoven              Instituut Maatschappelijke Innovatie
    De heer Rien Fraanje                Raad voor het Openbaar Bestuur
    De heer Thomas Grosfeld             Ondernemersorganisatie VNO-NCW
    De heer Edwin Hubers                Nederlandse Organisatie voor Wetenschappe-
                                        lijk Onderzoek
    Mevrouw Annemarth Idenburg          Wetenschappelijke Raad voor het Regerings-
                                        beleid
    Mevrouw Renée van Kessel-Hagesteijn Nederlandse Organisatie voor Wetenschappe-
                                        lijk Onderzoek
    De heer Maurits Kreijveld           Rathenau Instituut
    De heer Bart Krull                  Instituut Maatschappelijke Innovatie
    De heer Erik van de Linde           Koninklijke Nederlandse Akademie van We-
                                        tenschappen
    De heer Daniel Mourad               Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-
                                        schap
    Mevrouw Karolien Niederer           Vebego International B.V.
    De heer Dave van Ooijen             Platform31
    Mevrouw Louise Perbal               Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-
                                        schap
    De heer Frank Pot                   Radboud Universiteit Nijmegen
    Mevrouw Cecile Raat                 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappe-
                                        lijk Onderzoek
    Mevrouw Saskia de Smidt             Ministerie van Economische Zaken
    De heer Jan Schrijver               Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-
                                        rijksrelaties
    Mevrouw Chris Sigaloff              Kennisland
    De heer Joeri van der Steenhoven    MaRS Solutions Lab (Toronto, Canada)
    Mevrouw Lydia Sterrenberg           Platform31
    Mevrouw Marleen Stikker             Waag Society
    De heer Toine Timmermans            Wageningen UR
    De heer Bart Tunnissen              Waag Society
    Mevrouw Fietje Vaas                 TNO
    Mevrouw Dominique de Vet            Universiteit van Tilburg
 53 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>   Mevrouw Ans Vollering                  Koninklijke Nederlandse Akademie van We-
                                          tenschappen
   Mevrouw Anne Westendorp                Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten-
                                          schap
   De heer Ton Wilthagen                  Universiteit van Tilburg
   Mevrouw Annemiek Wortman               Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegen-
                                          heid
   Bijeenkomsten
   Startbijeenkomst, 14 juni 2012
   Mevrouw Flor Avelino                   Erasmus Universiteit (DRIFT)
   De heer Arjen Wals                     Wageningen UR
   Mevrouw Barbara van Mierlo             Wageningen UR
   De heer Frans Brom                     Rathenau Instituut
   De heer Rob Weterings                  TNO
   De heer Henk Volberda                  Erasmus Universiteit Rotterdam
   De heer Hans Mommaas                   Universiteit van Tilburg
   Mevrouw Josine van ’t Klooster         TNO
   De heer Steven Dhondt                  TNO
   De heer Pieter Hooimeijer              Universiteit Utrecht, KNAW
   De heer Jeroen van den Hoven           TU Delft
   De heer Daniel Mourad                  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                          Wetenschap
   Mevrouw Louise Perbal                  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                          Wetenschap
   De heer Hans Sprangers                 Ministerie van Economische Zaken
   Mevrouw Margo Strijbosch               Ministerie van Economische Zaken
   Bijeenkomst Midpoint Brabant, 8 november 2012
   De heer Jan Bikker                     Midpoint Brabant
   Mevrouw Evelien Brouwers               Universiteit van Tilburg
   Mevrouw Marieke Schoots                Universiteit van Tilburg
   De heer Hans Mommaas                   Universiteit van Tilburg
   De heer Emile Kuppens                  Gemeente Tilburg
   De heer Bert van Helvoirt              CEO SHFT, lid van Midpoint Brabant
   Deelnemers AWT bijeenkomst ‘Definitie Sociale Innovatie’, 6 maart 2013
   De heer Henk Volberda                  Erasmus Universiteit Rotterdam
   Mevrouw Astrid Bolland                 Hogeschool Utrecht/Mijnbedrijf 2.0
   De heer Tony van Acquoy                The social innovation foundation
   De heer Ben Fruytiers                  Hogeschool Utrecht
   Mevrouw Martine Maes                   Kennisland
   Mevrouw Saskia de Smidt                Ministerie van Economische Zaken
54 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>   Mevrouw Caroline Rijnbeek        Syntens
   De heer Thom Verheggen           Syntens
   Mevrouw Anke Wiersma             Syntens
   De heer Steven Dhondt            TNO
   Mevrouw Fietje Vaas              TNO
   Toetsingsbijeenkomst 14 mei 2013
   Mevrouw Flor Avelino             Erasmus Universiteit (DRIFT)
   De heer Jan Bikker               Midpoint Brabant
   De heer Edwin Hubers             NWO Maatschappij en Gedragswetenschap-
                                    pen
   De heer Bart Krull               Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI)
   Mevrouw Marieke Schoots          Universiteit Tilburg
   Mevrouw Chris Sigaloff           Kennisland, Amsterdam
   Mevrouw Saskia de Smidt          Ministerie van Economische Zaken
   Mevrouw Marleen Stikker          Waag Society
   Dhr. Steven Dhondt               TNO
55 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>56 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>b4                     Werkplekinnovatie
    B4.1 Sociale innovatie is in Nederland werkplaatsinnovatie
    Het debat over sociale innovatie is tot op heden in Nederland grotendeels gevoerd rond
    één thema: innovatie in werk en arbeid, vaak werkplekinnovatie genoemd. De, in Ne-
    derland, meest gebruikte definitie hiervan is: ‘vernieuwing van de arbeidsorganisatie en
    maximale benutting van competenties, gericht op verbetering van de bedrijfsprestaties
    en ontplooiing van talent.’55 Een andere, onder meer door het Innovatieplatvorm veel
    gebruikte term hiervoor, is slimmer werken. Het Innovatieplatform beschreef dit gebied
    als ‘proces- en organisatorische innovaties, gericht op het verbeteren van de interne
    werk- en taakverdeling, arbeidstijdenmanagement en andere manieren van managen,
    waarbij de participatieve aanpak tussen werkgevers en werknemers centraal staat.’56
    Ook uitdrukkingen als het nieuwe werken, innovatief organiseren, dynamisch managen
    en flexibel organiseren worden in Nederland vaak geassocieerd met sociale innovatie.57
    Kortom: de definitie van sociale innovatie die in Nederland wordt gehanteerd is veel
    smaller dan wat de rest van de wereld onder social innovation verstaat. Werkplekinnova-
    tie is te beschouwen als één vorm van sociale innovatie in de wereldwijde betekenis van
    het woord.58 Het begrip sociaal verwijst in werkplekinnovatie vooral naar het functione-
    ren en het welbevinden van het personeel. Als de nadruk van de sociale innovatie ligt op
    het welbevinden (en minder op efficiëntere productieprocessen), kan dat opgevat wor-
    den als sociale behoefte. Dan is er een relatie te leggen met maatschappelijke uitdagin-
    gen als participatie en vergrijzing, en is er sprake van social innovation in de
    internationale betekenis van het woord.
    B4.2 Geschiedenis van sociale innovatie in Nederland
    Het begrip sociale innovatie -steeds in de betekenis van werkplekinnovatie- raakte in de
    jaren tachtig van de vorige eeuw in gebruik, toen zowel wetenschap als beleid een kop-
    peling maakte tussen discussies over innovatie enerzijds en over organisatieontwikke-
    ling, personeelsbeleid en kwaliteit van de arbeid anderzijds.59 Het innovatiedebat ging
    toen vooral over wetenschap en technologie. In 1986 verscheen een boek van onder-
    zoekers en adviseurs met als titel Sociale innovatie en automatisering.60 Hierin werd het
    begrip sociale innovatie gebruikt als vervanging van het Duitse sozialgerechte Technolo-
    55
       Taskforce Sociale Innovatie 2005; SER 2006; IP 2009.
    56
       IP 2009.
    57
       Volberda e.a. 2011.
    58
       In het ‘Dortmund/Brussels Position Paper on Workplace Innovation’ (2012) opgesteld door beleidsmakers en wetenschappers in
       diverse Europese landen, wordt ervoor gepleit om in Europa ‘workplace innovation’ nadrukkelijk onder het begrip ‘social innova-
       tion’ te scharen.
    59
       Pot 2012
    60
       Vrooland 1986.
 57 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>   giepolitik: de verbinding van de kwaliteit van de arbeid met technologische vernieuwing.
   Welzijn en productiviteit mochten volgens de auteurs niet als tegenpolen beschouwd
   worden, maar dienden geïntegreerd een bijdrage te leveren aan de modernisering van
   de economische structuur.
   Ook in het overheidsbeleid gebruikte men in die periode het begrip sociale innovatie. De
   Arbeidsinspectie entameerde begin jaren negentig het project Sociale Innovatie Zeeha-
   vens. Sociale innovatie was hier: ‘verbetering van functie-inhoud en organisatie van het
   werk, primair vanuit een oogpunt van kwaliteit van de arbeid, maar mede gericht op
   een grotere beheersbaarheid en flexibiliteit van het productieproces.’61 De eerste syste-
   matische verhandeling over het begrip sociale innovatie in Nederland is te vinden in de
   inaugurele rede van Looise (1996).62 Hij omschrijft sociale innovatie als: “de bewuste in-
   troductie en toepassing binnen een rol, groep, organisatie of maatschappelijk verband
   van ideeën, maatregelen of procedures met betrekking tot de inbreng van mensen, die
   nieuw zijn voor de betreffende unit en die ontworpen zijn om een belangrijk voordeel
   op te leveren voor het individu, de groep, de organisatie of de maatschappij.”
   De ‘moderne’ geschiedenis van sociale innovatie als thema op de nationale beleidsa-
   genda begint in 2004.63 De toenmalige minister van Economische Zaken nam samen
   met de staatssecretaris van SZW het initiatief tot het organiseren van een rondetafelge-
   sprek over het onderwerp sociale innovatie. Ook in het Innovatieplatform kreeg het
   thema vanaf 2004 veel aandacht.64 In juli 2004 heeft het Innovatieplatform met de
   Stichting van de Arbeid gesproken over sociale innovatie en hebben de AWVN (Alge-
   mene werkgevers vereniging Nederland), FNV Bondgenoten, CNV-Bedrijvenbond en De
   Unie gezamenlijk de brochure Aan de slag met slimmer werken, ervaringen van werkge-
   vers en werknemers uitgebracht.
   Er werd door de ministeries van EZ en SZW in het voorjaar van 2005 een Taskforce Soci-
   ale Innovatie ingesteld om te onderzoeken hoe sociale innovatie in Nederland versterkt
   kon worden.65 Aanleiding was de constatering dat sociale innovatie (slimmer werken) in
   Nederland onvoldoende plaatsvindt, en daarmee ook technologische innovatie belem-
   mert. De Taskforce bracht in 2005 een rapportage ‘Sociale Innovatie, een andere dimen-
   sie’ uit. Conclusies waren dat ruimte voor vernieuwing essentieel is voor sociale
   innovatie en dat op dat moment teveel zaken op een te hoog (detail)niveau geregeld
   waren. Zowel de overheid als sociale partners (CAO’s) zouden sociale innovatie moeten
   agenderen om zo na te gaan hoe zij de regeldruk en de vastgelegde details kunnen ver-
   minderen. Ook zouden verantwoordelijkheden vaker lager in de organisatie moeten
   61
      Peeters & Pot 1991.
   62
      Looise 1996.
   63
      Ministerie EZ & SZW 2006
   64
      IP 2004
   65
      Leden van de Taskforce Sociale Innovatie: mr. L.J. Brinkhorst, mw. ir. C.E.G. van Gennip MBA, drs. M. Rutte , mr. A.J. de Geus,
      prof. dr. F.A. van Vught (vrzt), mr. drs. J.C. de Jager, ing. M.C.J. van Pernis, mw. drs. C.P. Vogelaar, mr. Y.C.M.Th.van Rooij, drs.
      J.G.M. Schreurs, prof. dr. mr. S. ten Have, dhr. K.I. van Splunder, Prof. dr. ir. R.E. Smits, drs. F. Nauta, dr. J.P. van den Toren. Bron:
      Ministerie van EZ & ministerie SZW 2006
58 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   worden gelegd. Hiervoor zou meer ondernemerschap in de organisatie nodig zijn en re-
   sultaatgerichte beloningsvormen. Als belangrijke factor voor een flexibele arbeidsmarkt
   noemde de Taskforce tenslotte het onderwijs, dat beter zou moeten aansluiten op de
   wensen van het bedrijfsleven.
   De kabinetsreactie aan de Tweede Kamer volgde in april 2006.66 Het kabinet geeft
   daarin aan dat de primaire verantwoordelijkheid voor sociale innovatie bij de sociale
   partners en de individuele werkgevers en werknemers ligt. De overheid heeft voorname-
   lijk een faciliterende rol: belemmeringen wegnemen. Het kabinet vroeg aan de SER om
   een advies uit te brengen over sociale innovatie. Dat advies verscheen in 2006.67
   B4.3 Beleid rond sociale innovatie
   De belangrijkste beleidsresultaten van de aandacht voor sociale innovatie in de periode
   2004-2006 zijn: de oprichting van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie
   (NCSI), het inzetten van ESF-middelen voor sociale innovatie projecten in het MKB te be-
   vorderen, ondersteuning door Syntens, een Sociale Innovatieprijs van VWS en de Expedi-
   tie Sociale Innovatie Topsectoren. Deze beleidsinitiatieven worden hieronder meer
   gedetailleerd beschreven. Daarnaast wordt sociale innovatie ondersteund door flanke-
   rend beleid, bijvoorbeeld op de gebieden onderwijs en scholing (denk aan maatregelen
   om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren of de aanpak van
   voortijdige uitval in het mbo) en arbeidsparticipatie (denk aan de verruiming en flexibili-
   sering van werk- en openingstijden).
   Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (2006-2012)
   Het NCSI werd opgericht in 2006 op initiatief van het Innovatieplatform en gefinancierd
   door de ministeries van EZ, SZW en OCW. Het ging om een tijdelijke voorziening; per april
   2012 is het NCSI dan ook beëindigd als zelfstandig centrum en is het thema onderge-
   bracht bij TNO. De missie van het NCSI was om het gebruik van sociale innovatie in Neder-
   land te bevorderen. Zij initieerde hiertoe innovaties op het terrein van management,
   organisatie en arbeid in organisaties. Daarnaast produceerde, verzamelde en verspreidde
   zij kennis over sociale innovatie in een Kennisbank Sociale Innovatie en ondersteunde zij
   initiatieven op het terrein van sociale innovatie. Het NCSI deed dit samen met uiteenlo-
   pende organisaties: van sociale partners en kennisinstellingen tot bedrijven, publieke in-
   stellingen en adviesbureaus. Het NCSI was formeel een samenwerkingsverband van de
   werkgeversverenigingen AWVN en FME-CWM, de vakorganisaties FNV Bondgenoten en
   CNV Vakmensen en de kennisinstellingen Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (UvA),
   Rotterdam School of Management (EUR) en TNO Kwaliteit van Leven.
   ESF subsidie sociale innovatie, vitale bedrijven (2008-Heden)
   Sinds 2008 zijn vanuit het kabinet (ministerie van SZW) ESF-middelen beschikbaar ge-
   steld om sociale innovatie te bevorderen. Arbeidsorganisaties die wilden experimenteren
   66
       Ministerie van EZ & ministerie SZW 2006
   67
       SER 2006.
59 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   met sociale innovatie of sociale innovatie op een hoger plan wilden brengen, konden
   een beroep doen op maatregel Actie E van het landelijke ESF-programma. Deze subsidie
   is voor werkgevers die bedrijfsprocessen verbeteren en duurzame inzetbaarheid vergro-
   ten om effectiever te werken. In 2008 was er een bedrag van zeven miljoen euro be-
   schikbaar. De thema’s toen waren slimmer werken, flexibele arbeidsorganisatie en
   nieuwe verhoudingen in arbeidsorganisaties. In 2009 werd eenzelfde bedrag beschik-
   baar gesteld voor de thema’s arbeidstijdmanagement en procesverbetering. In 2010 is
   het bedrag verhoogd naar 12 miljoen euro en is het thema duurzame inzetbaarheid toe-
   gevoegd. In de eerste fase (2008-2010) werden ongeveer 250 sociaal innovatieve pro-
   jecten gesubsidieerd.68
   In 2011 is de regeling omgezet naar een voucherregeling voor 2011/2012 met een initi-
   eel beschikbaar bedrag van 25,2 miljoen euro; later werd dit bedrag verhoogd met 52
   miljoen euro. Met dit bedrag kunnen ongeveer 4.300 projecten worden ondersteund
   (de subsidie per project bedraagt 18.000 euro). Werkgevers ontvangen de subsidie om
   een externe adviseur in te huren. De adviseur voert een project uit waarmee bedrijfspro-
   cessen worden verbeterd of de duurzame inzetbaarheid vergroot. Procesverbetering is
   het binnen de arbeidsorganisatie(s) verbeteren, herschikken en innoveren van bedrijfs-
   processen. Duurzame inzetbaarheid ziet toe op het stimuleren van regionale en intersec-
   torale arbeidsmobiliteit van werknemers, arbeidstijdenmanagement, het bevorderen van
   gezond, vitaal en veilig werken, of het bevorderen van zelfredzaamheid op de werkvloer.
   Door te innoveren op deze thema’s vergroten werkgevers de arbeidsproductiviteit van
   hun bedrijf.
   Syntens – programma sociale innovatie (2005-heden)
   In 2005 is Syntens gestart met een programma Sociale Innovatie, gericht op het MKB.
   Vanaf 2009 voerde Syntens in samenwerking met het NCSI het programma MKB
   Krachtcentrale uit, met als doelstelling duizend bedrijven aan te zetten tot slimmer wer-
   ken. Sinds 2012 is de MKB Krachtcentrale onderdeel van het project sociale innovatie,
   waarin Syntens ondersteuning aan het MKB biedt om met sociale innovatie aan de slag
   te gaan. Hiertoe ontwikkelde Syntens onder meer de workshop ‘Innoveren met sociale
   innovatie’, waarin MKB ondernemers aan de hand van het ‘sociale innovatie groeimo-
   del’ worden geprikkeld om concrete stappen te zetten. Syntens informeert de MKB’ers
   over waarom het nú tijd is om het beste uit mensen te halen, geeft tips over hoe aan de
   slag te gaan met sociale innovatie, biedt vingeroefeningen om zelf te ervaren waar de
   kracht van sociale innovatie ligt en geeft inspirerende voorbeelden en filmpjes van be-
   drijven die nu al het beste uit hun mensen halen.69
   VWS: Sociale Innovatie-Prijs
   Ook het ministerie van VWS heeft beleid rond sociale innovatie ontwikkeld, specifiek
   voor de medische sector. Dit werd gestimuleerd door het besef, mede op basis van de
   68
       http://www.agentschapszw.nl/projecten/faceted/Subsidie/ESF+Actie+E
   69
      https://www.syntens.nl/aanbod/inspiratiesessies/innoveren-met-sociale-innovatie/Pages/innoveren-met-sociale-innovatie.aspx
60 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>   onderzoeken vanuit het NCSI, dat om meer rendement uit R&D te krijgen, er meer aan-
   dacht moet worden besteed aan het organiseren van innovaties. Een van de meest con-
   crete beleidsacties vanuit het ministerie van VWS was de Sociale Innovatieprijs, die in
   2009 in het leven is geroepen en sindsdien jaarlijks is uitgereikt. Deze prijs is bedoeld om
   mensen werkzaam in de sector van medische producten te stimuleren de inzichten van
   sociale innovatie toe te passen.
   Sociale Innovatie in de Topsectoren (2013)
   Ook in de topsectoren is aandacht voor sociale innovatie. Binnen de topsectoren hebben
   twaalf bedrijven in 2013 meegedaan aan de Expeditie Sociale Innovatie, een, door het
   ministerie van EZ gefinancierd, leertraject gericht op het stimuleren van werkplaatsinno-
   vatie. De expeditie was een programma van acht maanden, met acht bijeenkomsten, en
   stond onder leiding van MVO Nederland, Syntens en TNO.70
   In de in 2013 afgesloten nieuwe innovatiecontracten tussen overheid en topsectoren
   wordt meer aandacht besteed aan het thema sociale innovatie in de internationale bete-
   kenis dan voorheen, al wordt de term zelf niet gebruikt. Verschillende topsectoren bena-
   drukken het belang van het betrekken van de juiste maatschappelijke stakeholders bij de
   ontwikkeling, introductie en verspreiding van nieuwe producten en technologieën en
   van aandacht voor ‘gamma-effecten’ (maatschappelijke bezwaren tegen technologische
   innovaties, topsector energie). Ook maken alle topsectoren expliciet duidelijk op welke
   wijze zij bij willen dragen aan maatschappelijke opgaven van de toekomst. Verschillende
   contracten benadrukken het belang van cross-overs tussen topsectoren en zetten dit om
   in concrete projecten. De creatieve sector benoemt daarbij, als enige, expliciet het be-
   lang van social inovation in de zin van nieuwe oplossingen die buiten bedrijven om ont-
   staan.
   B4.4 Conclusie
   Het begrip sociale innovatie is in Nederland met name in gebruik genomen door de soci-
   ale partners, en door het ministerie van EZ in een voornamelijk economische context ge-
   plaatst. Immers, in de kabinetsreactie op het eindrapport van de Taskforce Sociale
   Innovatie (2006) wordt het belang van sociale innovatie gezocht in het bevorderen van
   de innovatiekracht en het concurrentievermogen van Nederland; er wordt niet gespro-
   ken over sociale of maatschappelijke doelen van sociale innovatie.71
   Inmiddels is internationaal een groeiende aandacht voor social innovation, een veel bre-
   der begrip dan tot nog toe in Nederland is gehanteerd. Door in smalle interpretatie van
   het begrip ‘sociale innovatie’ te blijven hanteren, plaatst Nederland zich buiten een deel
   van de internationale discussie. De AWT pleit in dit advies voor een bredere interpretatie
   van het begrip sociale innovatie in Nederland, die aansluit bij de internationale discussie.
   70
      MVO Nederland 2012.
   71
      Ministerie van EZ & ministerie SZW 2006
61 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>62 De kracht van sociale innovatie</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>b5  83
                     Serie uitgebrachte adviezen
                     van de AWT
           Going Dutch. De kennissamenleving in internationaal perspectief. December 2013
           ISBN 9789077005644. Verkoopprijs € 12,50
    82     Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen. December 2013 ISBN
           9789077005637. Verkoopprijs € 12,50
    81     Kiezen voor kenniswerkers. Vaardigheden op de arbeidsmarkt voor kenniswerkers.
           Augustus 2013. ISBN 9789077005620. Verkoopprijs € 12,50
    80     Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur. Strategisch investeren in grootschalige on-
           derzoeksfaciliteiten. April 2013. ISBN: 9789077005613. Verkoopprijs € 12,50.
    79     Diensten Waarderen. December 2012. ISBN 9789077005606. Verkoopprijs € 12,50.
    78     De Chinese handschoen. Hoe Chinese en Nederlandse kennis elkaar
           kunnen versterken. Februari 2012. ISBN 978 90 77005 58 3. Verkoopprijs € 12,50.
    77     Scherp aan de wind! Strategie voor Nederlandse (top)sectoren.
           Augustus 2011. ISBN 978 90 77005 77 4. Verkoopprijs € 15,00.
    76     Kapitale kansen. Slim geld voor ambitieuze ondernemers.
           Februari 2011. ISBN 978 90 77005 52 1. Verkoopprijs € 15,00.
    75     Kennis plaatsen. Onderzoeksinstituten in een veranderende omgeving.
           Januari 2010. ISBN 978 90 77005 49 1. Verkoopprijs € 10,00.
    74     Kennis zonder grenzen. Kennis en innovatie in mondiaal perspectief.
           Januari 2010. ISBN 978 90 77005 48 4. Verkoopprijs € 15,00.
    73     Meer laten gebeuren. Innovatiebeleid voor de publieke sector.
           Maart 2008. ISBN 978 90 77005 43 9. Verkoopprijs € 15,00.
    72     Weloverwogen impulsen. Strategisch investeren in zwaartepunten.
           November 2007. ISBN 978 90 77005 42 2. € 15,00.
    71     Balanceren met beleid. Wetenschaps- en Innovatiebeleid op hoofdlijnen.
           Maart 2007. ISBN 978 90 77005 39 2. € 12,50.
    70     Alfa en Gamma stralen. Valorisatiebeleid voor de Alfa- en Gammawetenschappen.
           Maart 2007. ISBN 978 90 77005 38 5. € 12,50.
    69     Bieden en binden. Internationalisering van R&D als beleidsuitdaging.
           December 2006. ISBN 90 77005 37 4. € 12,50.
    68     Opening van zaken. Beleid voor Open innovatie.
           Juni 2006. ISBN 90 77005 35 8. € 12,50.
    67     Tijd voor een opKIQer! Méér investeren in onderwijs en onderzoek.
           Oktober 2005. ISBN 90 77005 32 3. € 12,50.
    66     Diensten beter bedienen. Innovatiebeleid voor diensten.
           September 2005. ISBN 9077005307. € 12,50.
    65     Ontwerp en ontwikkeling. De functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in
           hogescholen. Augustus 2005. ISBN 90 77005 31 5. € 10,00.
    64     Innovatie zonder inventie. Kennisbenutting in het MKB.
           Juli 2005. ISBN 90 77005 29 3. € 12,50.
 63 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>   63     Kennis voor beleid - beleid voor kennis.
          Mei 2005. ISBN 90 77005 28 5. € 12,50.
   62     De waarde van weten. De economische betekenis van universitair onderzoek.
          April 2005. ISBN 90 77005 005. € 9,00.
   61     Een vermogen betalen. De financiering van universitair onderzoek.
          Februari 2005. ISBN 90 77005 27 7. € 12,50.
   60     Samen slimmer in ketens. Competenties in supply chain management als
          concurrentiefactor voor Nederlandse bedrijven.
          December 2004. ISBN 90 77005 25 0. € 12,50.
   59     Tijd om te oogsten! Vernieuwing in het innovatiebeleid.
          Juni 2004. ISBN 90 77005 24 2. € 12,50.
   58     De prijs van succes. Over matching van onderzoekssubsidies in kennisinstellingen.
          April 2004. ISBN 90 77005 22 6. € 12,50.
   57     Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte. Strategisch kader voor
          de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid.
          Januari 2004. ISBN 90 77005 21 8. € 12,50.
   56     Netwerken met kennis. Kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven.
          November 2003. ISBN 90 77005 20 X. € 12,50.
   55     Wat van ver komt... De vormgeving van het Nederlandse bilaterale onderzoeksbeleid.
          Oktober 2003. ISBN 90 77005 19 6. € 9,00.
   54     1+1>2. De bevordering van multidisciplinair onderzoek.
          September 2003. ISBN 90 77005 18 8. € 12,50.
   53     Backing winners. Van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid.
          Juli 2003. ISBN 90 77005 17 X. € 15,00.
   52     Kennis van criminaliteit. Juni 2003. ISBN 90 77005 16 1. € 9,00.
   51     Wijsheid achteraf. De verantwoording van universitair onderzoek.
          Juni 2003. ISBN 90 77005 15 3. € 9,00.
   50     Naar een nieuw maatschappelijk contract. Synergie tussen publieke
          kennisinstelllingen en de Nederlandse kennissamenleving.
          Januari 2003. ISBN 90 77005 14 5. € 5,00.
   49     Gewoon doen!? Perspectief op de Barcelona-ambitie ‘3% BBP voor O&O’.
          Juli 2002. ISBN 90 77005 11 0. € 9,08.
   48     KP6 laten werken. Stimuleren Nederlandse deelname: profijt en beleid.
          Juli 2002. ISBN 90 77005 10 2. € 12,50.
   47     Hógeschool van Kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen.
          Juli 2001. ISBN 90 77005 05 6. € 11,34.
   46     Handelen met kennis. Universitair octrooibeleid omwille van kennisbenutting.
          Juni 2001.ISBN 90 77005 03 X. € 9,08.
   45     Over stromen. Kennis - en innovatieopgaven voor een waterrijk Nederland.
          Advies en Verkenning door de AWT, NRLO en RMNO, juni 2000. € 11.34.
   44     Investeren in onderzoek, april 2000. ISBN 90 346 3823 5. € 9,08.
   AWT-publicaties zijn te bestellen via www.awt.nl.
   Eerdere adviezen van de AWT zijn ook te vinden op de website.
64 De kracht van sociale innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>