<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                  Adviesraad voor
                                  wetenschap, technologie en innovatie
KLAAR VOOR
DE TOEKOMST?
NAAR EEN BREDE STRATEGIE VOOR ICT
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                  Adviesraad voor
                  wetenschap, technologie en innovatie
De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) brengt gevraagd
en ongevraagd advies uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn
strategisch van aard en gaan over de hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en
innovatiebeleid. De leden van de AWTI zijn afkomstig uit kennisinstellingen en het
bedrijfsleven. De raad staat onder voorzitterschap van Uri Rosenthal. De AWTI doet
zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis, wetenschap en innovatie
voor economie en samenleving groot is en in de toekomst nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
prof. dr. U. Rosenthal (voorzitter)
prof. dr. ing. D.H.A. Blank
mw. ing. T.E. Bodewes
mw. prof. dr. R. Cools
mw. prof. dr. V.A. Frissen
prof.dr. ir. T.H.J.J. van der Hagen
prof. dr. E.M. Meijer
dr. ir. A.J.H.M. Peels
prof.dr. ir. M.F.H. Schuurmans
prof. dr. L.L.G. Soete
mw. dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd in Den Haag:
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
t. 070 31 10 920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
ISBN: 9789077005736
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst?
Naar een brede strategie voor ICT
september 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
Fotografie           Shutterstock.com / Vitalinka
Ontwerp              2D3D Design, Den Haag
Druk                 Quantes, Den Haag
September 2015
ISBN                 9789077005736
Alle publicaties zijn gratis te downloaden via www.awti.nl.
Auteursrecht
Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van deze uitgave
worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de AWTI.
Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van organisatienaam en naam en jaartal van de uitgave.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting                                                                5
Deel 1: Advies
1       Inleiding en adviesvraag                                           11
1.1     Adviesvraag                                                        12
1.2     Focus                                                              13
1.3     Leeswijzer                                                         14
2       Bevindingen                                                        17
2.1     De impact van ICT op productie en allocatie                        18
2.2     De impact van ICT op onderzoek en innovatie                        21
2.3     De beleidsuitdaging                                                22
2.4     Conclusies                                                         26
3       Aanbevelingen                                                      29
3.1     Betreffende de publieke verantwoordelijkheid                       29
3.2     Betreffende het innovatiebeleid                                    30
3.3     Betreffende het onderzoeksbeleid                                   32
3.4     Betreffende het onderwijsbeleid                                    32
Deel 2: Analyse
1       Technologische ontwikkeling en de dominantie van ICT               39
1.1     Informatie- en communicatietechnologie                             42
1.2     Meer over big data                                                 47
1.3     De aandacht voor ICT in het beleid                                 50
2       De impact van ICT op productie en allocatie                        57
2.1 ICT en veranderingen in productie en allocatie: de bepalende aspecten  58
2.2 ICT en veranderingen in productie en allocatie: de uitwerking          66
3       De impact van ICT op onderzoek en innovatie                        83
3.1 ICT en veranderingen in onderzoek en innovatie: de bepalende aspecten  83
3.2 ICT en veranderingen in onderzoek en innovatie: de uitwerking          90
Bijlage 1 Het adviesthema als beschreven in het AWTI-werkprogramma 2014   102
Bijlage 2 Gesprekspartners                                                103
Bijlage 3 Gebruikte bronnen                                               105
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                  3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 4</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Dit advies gaat over de vraag: Wat is de impact van de huidige technologische ontwikke-
ling op de structuur en het functioneren van de Nederlandse economie, en welk beleid
zou de Nederlandse overheid in dat licht moeten voeren? Het schetst een beeld van de
manier waarop de huidige technologische ontwikkelingen de economie beïnvloeden. Uit
de analyse van technologische ontwikkeling, van de gevolgen daarvan voor economie,
onderzoek en innovatie, en van de manier waarop Nederland daarop beleid voert, komen
de volgende conclusies naar voren.
ICT is een general purpose technology, die in bijna alle activiteiten van economische
productie en interactie een plek heeft. Het is daarnaast een technologie die onderzoek en
innovatie verandert en daarmee een grote impact heeft op economische veranderings-
processen. Naast ICT zijn er allerhande nieuwe technologieën die impact hebben op de
structuur en het functioneren van onze economie. Maar waar deze impact daadwerkelijk
substantieel is, is dit tegenwoordig vrijwel altijd terug te voeren tot de ontwikkeling en
exploitatie van ICT. Daarmee is ICT de key enabler voor bijna alle andere key enabling
technologies.
Het grote belang van ICT voor onze economische ontwikkeling staat nog altijd te weinig
bij beleidsmakers op het netvlies. De betekenis van ICT wordt onderschat, net als de
snelheid waarmee ICT zich ontwikkelt. De exponentiële toename van rekenkracht,
databeschikbaarheid en datatransmissiesnelheid heeft een impact op onze economie die
het voorstellingsvermogen tart. Een omvattende visie op ICT-beleid voor onderzoek,
innovatie, productie en allocatie ontbreekt. Een samenhangende benadering van
vraagstukken rond ICT-kennis, -ontwikkeling, -infrastructuur, -capaciteiten,
-vaardigheden en -gebruik is er niet.
Ten gevolge van de toepassing van ICT veranderen de structuur en het functioneren
van de economie op velerlei manieren. Nieuwe typen bedrijven en nieuwe beroepen
ontstaan. Het onderscheid tussen industriële bedrijven en dienstenbedrijven vervaagt.
Kleinere bedrijven, onafhankelijke business units en netwerken van ZZP’ers worden
dominanter in productie en werkgelegenheid. Het beleveren van internationale markten
wordt makkelijker. Daarmee neemt ook de concurrentie van buitenlandse bedrijven op
Nederlandse markten toe. Er ontwikkelen zich steeds meer markten voor ICT-
gerelateerde producten en diensten die een winner-takes-all karakter hebben. Dat kan
leiden tot een ongewenste concentratie van economische macht. Brede toepassing van
ICT, daarbij inbegrepen robotisering, verandert de samenstelling van de werkgelegen-
heid. Cognitieve arbeid met een routinematig karakter verdwijnt doordat computers dit
werk overnemen. Vooral beroepsgroepen in het midden van het inkomensspectrum
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>merken de effecten. Mogelijk daalt de totale omvang van de werkgelegenheid en stijgt
de inkomensongelijkheid. Dit kan tijdelijk zijn, maar ook een structureel karakter hebben.
Toepassing van ICT in onderzoek en innovatie leidt niet alleen tot een versnelling van
de onderzoeks- en innovatiedynamiek, maar ook tot meer datagedreven onderzoek en
innovatie, in meer of minder open en grensoverschrijdende netwerken.
Nederland moet op tijd maatregelen treffen om de genoemde ontwikkelingen te kunnen
accommoderen. Belangrijk zijn maatregelen op het gebied van onderwijs en opleiding
die beogen burgers toe te rusten met vaardigheden die complementair zijn aan ICT.
Belangrijk zijn ook maatregelen die bedrijven en onderzoeksinstellingen helpen om in
te spelen op de kansen die nieuwe ICT-gedreven technologische ontwikkelingen bieden.
De technologische ontwikkelingen gaan snel en onze economische toekomst is onzeker.
Maar welke wending de toekomst ook neemt, wil deze voor de Nederlandse economie
goed uitpakken, dan moet in elk geval de ICT op orde zijn.
Deze conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen aan de bewindslieden van
Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die hier kort worden
weergegeven en in het advies nader zijn uitgewerkt:
Aanbeveling 1:
Plaats de ontwikkeling van de Nederlandse ICT-capaciteit vanuit een integrale visie
veel meer in het hart van het beleid
a) Ontwikkel een integrale visie op ICT.
b) Verbeter de samenhang tussen ICT-beleid enerzijds en onderzoeksbeleid,
      innovatiebeleid en onderwijsbeleid anderzijds.
c) Zorg ervoor dat de publieke verantwoordelijkheid voor ICT in relatie tot onderzoek,
      innovatie en onderwijs met prioriteit wordt opgepakt en binnen de rijksoverheid
      optimaal wordt gecoördineerd.
Aanbeveling 2:
Geef meer prioriteit aan de ontwikkeling en exploitatie van ICT binnen het
innovatiebeleid
a) Zorg dat de topsectoren gezamenlijk de ontwikkeling en exploitatie van ICT
      oppakken. Bevorder dat ze daarvoor een actieplan ontwikkelen en middelen
      bijeenbrengen.
b) Besteed daarnaast binnen het innovatiebeleid structureel aandacht aan behoeften
      die te weinig door het topsectorenbeleid worden afgedekt, met name die van
      dienstenproducenten, kleine innovatieve bedrijven en starters, en snijdt het beleids-
      instrumentarium meer op deze behoeften toe.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Aanbeveling 3:
Faciliteer en ondersteun de verdere ontwikkeling van datagedreven onderzoek
a) Zorg dat de Nederlandse kennisinstellingen kunnen blijven beschikken over een ICT-
      infrastructuur van topkwaliteit en verschaf SURF de daartoe vereiste middelen.
b) Anticipeer op een toename in de behoefte aan ICT-investeringen het kader van de
      financiering van de Nationale Wetenschapsagenda.
c) Verbeter de randvoorwaarden voor transdisciplinair onderzoek en ontwikkeling.
Aanbeveling 4:
Richt het onderwijs in op de eisen die een economie stelt waarin ICT een
dominante technologie is
a) Stimuleer een stevig accent op ICT-kennis en -vaardigheden in de curricula van
      het hoger onderwijs.
b) Neem ICT-kennis en -vaardigheden ook op in de eindtermen van het basis- en
      voortgezet onderwijs.
c) Versterk het accent op ondernemerschapsvaardigheden in het onderwijs.
d) Schep de institutionele randvoorwaarden die het combineren of afwisselen van
      werken en leren gedurende het werkzame leven (leven-lang-leren) gemakkelijker
      maken.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                          7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 8</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Deel 1: Advies
 Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 10</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                     1
Inleiding en adviesvraag
Tegenwoordig gaan technologische ontwikkelingen indrukwekkend snel. Een iPhone 5
van nog geen 350 euro heeft net zo veel rekenkracht als de snelste supercomputer in
1975 had, die destijds 5 miljoen dollar kostte. Het Human Genome Project, dat dertien
jaar duurde en in 2003 werd voltooid, kostte 2,7 miljard dollar. Naar verwachting duurt het
sequencen van iemands genoom tegen het jaar 2020 niet meer dan een uur en kost het
minder dan 100 euro. De kosten per kilowattuur van zonne-energie gewonnen met
fotovoltaïsche cellen zijn in het eerste decennium van deze eeuw elke drie jaar
                   1
gehalveerd.
Technologische ontwikkeling heeft een bepalende invloed op economische dynamiek.
Wanneer nieuwe technologische mogelijkheden met grote snelheid op ons afkomen,
zoals dat op dit moment het geval is, roept dat onmiddellijk de vraag op naar de econo-
                                   2
mische consequenties. In de Nederlandse politiek zijn de effecten van toenemende
                                                                        3
robotisering bijvoorbeeld onderwerp van debat. De enorme snelheid waarmee deze
nieuwe technologie zich ontwikkelt, wakkert de vrees aan dat dit ten koste van de
                                         4
werkgelegenheid zal gaan. Maar technologische veranderingen hebben niet alleen
gevolgen voor de werkgelegenheid. Nieuwe producten en diensten komen ter
beschikking, nieuwe markten en nieuwe manieren van werken ontstaan, nieuwe
productiemethoden verhogen de productiviteit van kapitaal en arbeid, internationale
economische verhoudingen verschuiven. In antwoord op technologische ontwikkelingen
verandert de manier waarop wij ons werkzame leven organiseren en invulling geven
aan ons bestaan.
De gevolgen van snelle technologische veranderingen voor de structuur en het functio-
neren van onze economie zijn zonder meer verstrekkend. De snelheid waarmee de
capaciteit van de technologie toeneemt, is exponentieel. Dat maakt vooruitkijken en de
consequenties overzien zo moeilijk. Maar de vaart waarmee deze veranderingen hun
1
   Voorbeelden ontleend aan McKinsey Global Institute (2013) Disruptive technologies: Advances that will transform life, business,
   and the global economy.
2
   Ook de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2015) constateert in zijn ‘Verkenning technologische innovaties in de
   leefomgeving’ dat technologische ontwikkelingen steeds sneller gaan, onder andere ten gevolge van de wereldwijde toename van
   het aantal mensen dat zich richt op innovatie en het intensiveren van de interactie tussen die mensen. Daarbij blijkt het combineren
   van (convergerende) technologieën steeds meer mogelijkheden voor innovaties te bieden.
3
   De discussie over deze thematiek is in Nederland aangewakkerd door minister Asscher, die tijdens het jaarlijkse SZW-congres op
   29 september 2014 een rede hield onder de titel ‘Robotisering: kansen voor morgen’. Het thema is verder uitgewerkt in een brief
   van de ministers Asscher, Kamp en Bussemaker aan de Tweede Kamer van 19 december 2014, betreffende het effect van
   technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2014). Maar zie hierover
   ook bijvoorbeeld de vorig jaar verschenen essaybundel van Nesta (2014) Our work here is done – Visions of a robot economy.
4
   Het Rathenau Instituut (2015) heeft in zijn rapport ‘Werken aan de robotsamenleving’ de wetenschappelijke inzichten omtrent de
   relatie tussen de huidige technologische ontwikkelingen en de werkgelegenheid bijeengebracht. Het Centraal Planbureau en het
   Sociaal en Cultureel Planbureau (2015) beschrijven in hun rapport ‘De onderkant van de arbeidsmarkt in 2015’ de gevolgen van
   technologische ontwikkeling voor middelbaar en laagopgeleiden.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                           11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>beslag krijgen, is niet alleen afhankelijk van de snelheid waarmee nieuwe technologieën
ter beschikking komen. Ze hangt ook af van het tempo waarmee deze nieuwe techno-
logieën in economische en maatschappelijke structuren kunnen worden ingebed.
Marx en Schumpeter wisten al dat technologische mogelijkheden in hoge mate sociale
verhoudingen, economische processen en vormen van organisatie bepalen. Maar ook zij
zagen in hun tijd al dat de aanpassing van economische processen en sociale structuren
aan nieuwe technologische mogelijkheden tijd vergt, en vaak veel tijd. Het benutten van
nieuwe technologie is niet alleen een kwestie van investeren in productiemiddelen, maar
doorgaans ook van het investeren in nieuwe kennis en vaardigheden, het aanpassen
van infrastructuur en complementaire technologie, het doorontwikkelen van organisaties,
procedures en regels, het accepteren van nieuwe arbeidsroutines en arbeids-
verhoudingen, het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, het aanvaarden van nieuwe
risico’s, en dergelijke. Het feitelijke tempo van technologische verandering in een
economie wordt vooral bepaald door economische en sociale processen.
Daarbij bepaalt de sociale inbedding van nieuwe technologieën niet alleen hoeveel ze
bijdragen aan de concurrentiekracht en de verhoging van de productiviteit, maar ook bij
wie de baten daarvan terechtkomen. Het is de combinatie van nieuwe technologie met
nieuwe vormen van arbeidsorganisatie, die leidt tot productiviteitsstijging en verbetering
van het concurrentievermogen. En het is de organisatie van het economisch proces die
bepaalt hoe de verdiensten verdeeld worden. Deze sociale processen worden op hun
beurt ook beïnvloed door de overheid.
1.1          Adviesvraag
De huidige snelle technologische ontwikkelingen werpen vragen op voor beleid. Deze
spitsen zich toe op de vraag wat Nederland moet doen om optimaal gebruik te maken
                                                                                 5
van de mogelijkheden die nieuwe technologieën bieden. Dit advies gaat over de
volgende vraag:
              Wat is de impact van de huidige technologische ontwikkeling op de structuur
              en het functioneren van de Nederlandse economie, en welk beleid zou de
              Nederlandse overheid in dat licht moeten voeren?
Dit advies schetst een beeld van de manier waarop de huidige technologische
ontwikkelingen de economie beïnvloeden. We geven aan wat de Nederlandse overheid
moet doen om de kansen die deze ontwikkelingen bieden zo goed mogelijk te benutten.
5
   Zie bijlage 1 voor de adviesvraag zoals geformuleerd in het werkprogramma voor 2014 van de AWTI.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                         12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>1.2          Focus
We concentreren ons in dit advies op de technologische ontwikkelingen die de grootste
impact hebben op de economie. De focus ligt op de processen die de aard en omvang
                                                                                                            6
van de economische effecten van technologische ontwikkeling bepalen. Er zijn reeksen
van nieuwe technologieën in ontwikkeling die ons in staat stellen allerlei dingen radicaal
anders te doen of te maken dan in het verleden. Daarover zijn inmiddels vele
                                                       7
gezaghebbende studies verschenen. Maar als we de vraag stellen van welke nieuwe
technologieën we de grootste economische impact kunnen verwachten, zien we dat de
ontwikkelingen in informatie- en communicatietechnologie (ICT) tegenwoordig een
dominante en vaak doorslaggevende rol spelen.
Technologische ontwikkeling gaat in golven van exploratie, het ontdekken en verkennen
van nieuwe technologieën, gevolgd door exploitatie, het ontwikkelen van nieuwe en
                                                       8
steeds betere toepassingen daarvan. Wij bevinden ons momenteel in een periode van
versnellende en verbredende exploitatie van technologie die gebaseerd is op of gebruik-
                                              9
maakt van geavanceerde ICT. Er komen steeds meer ICT-toepassingen ter beschikking
die voortbouwen op de steeds algemenere beschikbaarheid van snel internet en van big
data. Apparaten en andere artefacten genereren een aanwassende stroom gegevens die
via internet hun weg vinden: het internet of things. Ook komen steeds meer combinaties
van ICT met andere technologieën tot ontwikkeling (convergerende technologieën). De
combinatie van ICT met mechanica levert ons bijvoorbeeld robots, zelfrijdende auto’s en
driedimensionale printtechnieken en de combinatie met fotonica is te vinden in camera’s,
kijkers en medische apparatuur. ICT in combinatie met energietechnologie resulteert in
smart grids. De combinatie met nanotechnologie leidt onder meer tot nanosensoren, die
bijvoorbeeld in de medische wereld gebruikt worden om bloedwaarden te bepalen en in
de voedselindustrie om tegen schimmels en bederf te waarschuwen. De basis voor dit
alles is gelegd in de afgelopen halve eeuw, waarin de technologie is ontwikkeld om
computers steeds krachtiger te maken en communicatie steeds sneller – een
6
   Onze benadering is daarmee complementair aan die van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2015) in de Verkenning
   technologische innovaties in de leefomgeving, waarin de aandacht veeleer op de technologieën ligt dan op de economische
   mechanismen en effecten.
7
   Zie naast de genoemde rapporten Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2015) en McKinsey (2013) bijvoorbeeld het
   rapport van de 3 TU’s et al. (2015) Agenda voor Nederland – Inspired by technology, het rapport van de European Parliamentary
   Research Service (2015) Ten technologies which could change our lives: Potential impacts and policy implications, de nota van de
   Europese Commissie (2009) Voorbereiden van onze toekomst: ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie voor
   sleuteltechnologieën in de EU, en de beleidsnota’s van de diverse overheden die allerhande veelbelovende technologieën
   noemen, zoals Bundesministerium für Bildung und Forschung (2014) The new High-Tech Strategy, Commission sous la
   présidence d’Anne Lauvergeon (2013) Un principe et sept ambitions pour l’innovation, Policy Exchange (2013) Eight Great
   Technologies, VRWI (2014) Vlaanderen in transitie, prioriteiten voor wetenschap, technologie en innovatie voor 2025.
8
   Zie bijvoorbeeld WRR (2008) Innovatie vernieuwd – Opening in viervoud.
9
   Zie bijvoorbeeld Perez (2009) Technological revolutions and techno-economic paradigms. Volgens Perez bevinden we ons in de
   tweede helft van de Kondratieffgolf die gekenmerkt wordt door de exploratie en exploitatie van ICT als technologisch paradigma.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>ontwikkeling die nog steeds doorgaat. De exploitatie van ICT is al een paar decennia
bezig, maar is de laatste tijd in een stroomversnelling terecht gekomen.
Dat de komende jaren verreweg de grootste impact op de economie van ICT-
gerelateerde technologie te verwachten valt, wordt geïllustreerd door de lijst van twaalf
disruptive technologies die volgens McKinsey (2013) life, business and the global
                                                                             10
economy de komende jaren zullen transformeren. Op deze lijst staan, op volgorde
van de omvang van de geschatte mondiale economische impact: i) mobiel internet, ii)
de automatisering van kenniswerk, iii) het internet of things, iv) cloud computing, v)
geavanceerde robottechnologie, vi) autonome en semiautonome voertuigen, vii) de
volgende generatie genomics, viii) nieuwe technologie voor energieopslag, ix)
driedimensionale printtechniek, x) geavanceerde materialen, xi) geavanceerde tech-
nieken om olie en gas te winnen, en xii) hernieuwbare energie. Opvallend is dat de
eerste zes daarvan, met samen verreweg de grootste verwachte economische impact,
allemaal rechtstreeks op ICT zijn gebaseerd. Maar ook de ontwikkeling van de overige
zes is ondenkbaar zonder ICT. De centrale rol van ICT die uit de McKinseystudie naar
                                                                                11
voren komt, wordt bevestigd door andere rapporten. Ook in de gesprekken die we
gevoerd hebben ter voorbereiding van dit advies, kwam keer op keer het beeld naar
voren dat ICT aan de basis ligt van de technologische ontwikkelingen die onze economie
momenteel het sterkst beïnvloeden.
Omdat ICT zo’n dominante factor is in de technologische ontwikkeling die relevant is voor
de structuur en het functioneren van de Nederlandse economie, spitst dit advies zich toe
op deze technologie. Wij karakteriseren hoe ICT doorwerkt in de economie en baseren
daarop onze aanbevelingen omtrent hoe de overheid daar het best mee kan omgaan.
Daarmee gaat dit rapport over een bepaald aspect van ICT. Het gaat niet over zaken
rond safety, security en privacy in het digitale informatieverkeer of de governance van
                  12
het internet.
1.3          Leeswijzer
Het eerste deel van dit advies geeft kort onze voornaamste bevinden weer. Deze worden
gevolgd door onze aanbevelingen voor beleid. In het tweede deel beschrijven we hoe we
tot onze bevindingen en aanbevelingen zijn gekomen. Daarin staat achtereenvolgens
10
   Zie McKinsey Global Institute (2013) Disruptive technologies: Advances that will transform life, business, and the global economy.
11
   Zie bijvoorbeeld Accenture (2013) Accenture Technology Vision 2014 – Every business is a digital business, of European
   Parliamentary Research Service (2015) Ten technologies which could change our lives – Potential impacts and policy applications.
   Dat laatste rapport identificeert tien perspectiefvolle technologieën, maar maakt geen inschatting van de omvang van de potentiële
   economische impact. De meeste daarvan zijn toepassingen van ICT (autonome voertuigen, 3d-printing, MOOCs, virtueel geld,
   technologie in kleding, drones, slimme domotica), en andere zijn eraan gerelateerd of maken er gebruik van (toepassingen van
   grafeen, gesloten systemen voor voedselproductie, opslagsystemen voor elektriciteit).
12
   Zie daarover bijvoorbeeld WRR (2015) De publieke kern van het internet, AIV (2014) Het internet: een wereldwijde vrije ruimte met
   begrensde staatsmacht, en AIV (2012) Digitale oorlogvoering.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                         14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>waarom dit advies vooral over ICT gaat, hoe ICT langs verschillende kanalen doorwerkt
in de economie, en hoe ICT processen van onderzoek en innovatie verandert.
   Dit advies is voorbereid door een projectgroep bestaande uit Emmo Meijer
   (voorzitter), Dave Blank, Thecla Bodewes, Valerie Frissen, Arno Peels, Paul Diederen
   (penvoerder), Marcel Kleijn en Roel Niessen. Voor dit advies zijn gesprekken gevoerd
   met ruim vijftig deskundigen en betrokkenen (zie bijlage 2).
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 16</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                  2
Bevindingen
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de dominante technologie van deze
tijd. ICT is een ‘disruptieve’ technologie, die leidt tot grote economische dynamiek.
Het is niet alleen een technologie die zelf ontelbaar veel toepassingen kent, maar ook
de key enabler voor vrijwel alle andere key enabling technologies. ICT heeft een grote
instrumentele rol in de verdere ontwikkeling van de meeste andere technologieën die
                                                        13
voor onze economie van belang zijn. Het is het fundament onder de huidige techno-
logische ontwikkeling.
Tot het ICT-domein rekenen we digitale hardware, software, verbindingen en (big) data.
ICT valt in de categorie van general purpose technologies, technologieën met een enorm
breed scala aan toepassingsmogelijkheden, vergelijkbaar met elektrotechniek en kunst-
stofchemie in vroeger tijden. Kenmerkend voor een general purpose technology is dat de
constante stroom van innovaties in toepassingen op zijn beurt de verdere ontwikkeling
                                                   14
van deze technologie voortstuwt. Een ICT-toepassing die economie en samenleving
sinds twee decennia ingrijpend heeft veranderd, is het internet. ICT-toepassingen waar-
van grote gevolgen in de toekomst worden verwacht, zijn gebaseerd op big data (de
beschikbaarheid en snelle toegankelijkheid van gigantische hoeveelheden gegevens
                                                                                                                  15
uit heel veel bronnen), gecombineerd met data analytics en machine learning.
ICT-gedreven technologische ontwikkeling transformeert de structuur en het functioneren
van de economie. Een belangrijke vraag is hoe dit in zijn werk gaat, en meer in het
bijzonder of deze general purpose technology de economie op een andere manier
transformeert dan de technologische ontwikkeling die we uit eerdere perioden kennen.
De analyse in deel 2 spitst zich toe op deze vraag. Hier volstaat te constateren dat ICT
de economie langs twee kanalen beïnvloedt, direct en indirect. Direct heeft ICT een
                                                                                                                         16
impact op de economie omdat het processen van productie en allocatie verandert.
Indirect oefent ICT invloed uit omdat het een impact heeft op onderzoek en innovatie, en
daarmee op de belangrijkste motor achter de economische dynamiek. Het directe en het
indirecte kanaal worden in de volgende twee paragrafen kort en in deel 2 meer in detail
uitgewerkt.
13
   Biotechnologie, nanotechnologie, cognitieve wetenschappen, nieuwe materialen, chemie, farmacie: voortgang in vrijwel alle
   disciplines is afhankelijk van dataverwerking, rekenkracht en simulatietechnieken.
14
   Zie bijvoorbeeld Dialogic (2014) De impact van ICT op de Nederlandse economie.
15
   Zie Cukier en Mayer-Schoenberger (2013) The rise of big data – How it’s changing the way we think about the world, en Osseyran
   en Vermeend (2014) De revolutie van Big data – Een verkenning van de ingrijpende gevolgen.
16
   Met de term allocatie bedoelen we verdeling in de brede zin van het woord: verdeling van goederen en diensten, van arbeid en tijd,
   van inkomen en macht; verdeling via de markt, via bureaucratische, democratische of andere mechanismen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>2.1          De impact van ICT op productie en allocatie
   In het kort: het gebruik van ICT in productie en allocatie heeft minimaal de
   volgende zes consequenties
   1.     Automatisering van cognitieve routinearbeid en robotisering: het onder druk
          komen van de middeninkomens en daarmee de middenklasse; veranderingen
          van de inkomensdistributie; mogelijk ontstaan van ‘technologische werkloosheid’.
   2.     Reductie van transactiekosten: opsplitsen van productie in taken die over
          bedrijven wereldwijd gedistribueerd worden; wereldomspannende (niche)-
          markten; toename van de kapitaalmobiliteit.
   3.     Besparing van kapitaal: toename van de kapitaalproductiviteit en daarmee van
          het rendement op kapitaal.
   4.     Reductie van de minimum efficiënte schaal van productie: ontstaan van meer
          nichemarkten; mogelijkheden voor kleine bedrijven en ZZP’ers.
   5.     Relatief lage kosten van productie en distributie ten opzichte van kosten van
          ontwikkeling: tendens tot het ontstaan van winner-takes-all markten.
   6.     Het ontstaan van een gelaagde structuur van platforms: toepassingen van ICT
          bouwen voort op elkaar (apps bouwen bijvoorbeeld voort op de protocollen van
          onderliggende infrastructuur); sommige platforms – waaronder het internet –
          hebben het karakter van een publieke infrastructuur waarin overwegend door
                                                        17
          private partijen wordt voorzien.
Door ICT gedreven technologische ontwikkeling heeft een groot aantal veranderingen in
de structuur en het functioneren van de economie in gang gezet. Op basis van ICT zijn
tal van nieuwe producten en diensten ontwikkeld die op informatie zijn gebaseerd. Vaak
komen die productinnovaties van nieuwe spelers uit andere sectoren. Fabrikanten van
camera’s worden beconcurreerd door producenten van mobiele telefoons, kranten en
televisiestations door digitale media. Autoproducenten worden uitgedaagd door een
nieuwkomer als Tesla en reisorganisaties door booking.com. ICT heeft veel dynamiek
veroorzaakt in de media-industrie en de uitgeverijen, de muziek- en filmbranche, en de
spel- en vermaakindustrie, maar ook in de telecommunicatiesector, de financiële dienst-
verlening en in adviesdiensten op allerlei terrein. Typerend voor informatieproducten in
het digitale tijdperk is dat de kosten ervan gemoeid zijn met het ontwikkelen, maar niet
met het reproduceren: vermenigvuldigen is bijna gratis. Dat noopt tot nieuwe verdien-
17
   Zie WRR (2015) De publieke kern van het internet – Naar een buitenlands internetbeleid. Op het platform van het internet
   functioneren diverse andere platforms, zoals de iStore van Apple en de Play Store van Google.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                 18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>modellen in allerlei bedrijfstakken als de muziekindustrie, de media-industrie en de
                            18
uitgeversbranche.
Maar naast productinnovatie leidt ICT tot procesinnovatie. Vooral arbeidsbesparende
procesinnovatie springt daarbij in het oog. ICT-systemen zijn steeds beter in staat om
taken met een routinematig en procedureel karakter, die tot voor kort nog niet geauto-
                                                                  19
matiseerd konden worden, over te nemen. Dit heeft aanleiding gegeven tot de huidige
discussies over de gevolgen van robotisering. De arbeidsmarkt verandert en de
sectorstructuur van onze economie verschuift, oude banen verdwijnen en nieuw werk
               20
ontstaat. Of het ontstaan van nieuwe banen de snelheid waarmee oude arbeids-
plaatsen verdwijnen kan bijhouden, is a priori niet te zeggen.
ICT-gedreven technologische ontwikkeling heeft productieprocessen enorm veranderd.
Dat beperkt zich niet tot de vraag naar arbeid. De minimum efficiënte schaal van
productie is sterk gedaald. De mogelijkheden om allerhande diensten af te stemmen
op individuele behoeften en daarmee nichemarkten te exploiteren, zijn steeds verder
                      21
toegenomen. Die markten hebben wel steeds vaker een winner-takes-all karakter,
omdat diensten zodra ze eenmaal zijn ontwikkeld, tegen relatief lage kosten kunnen
worden vermenigvuldigd en via het internet gedistribueerd.
ICT heeft de kosten die gemoeid zijn met het laten functioneren van markten, de
transactiekosten, sterk verlaagd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de kosten van het
inwinnen en distribueren van informatie, het leggen van contacten en het sluiten van
contracten, het handeldrijven. Lagere transactiekosten doen nieuwe verdienmodellen
ontstaan, vaak gebaseerd op betalen voor gebruik (een dienst) in plaats van eigendom
                       22
(een product).
Een lagere minimum efficiënte schaal en lagere transactiekosten maken dat kleinere
bedrijven zich steeds makkelijker in de markt kunnen handhaven. Bovendien is het
tegenwoordig veel eenvoudiger en goedkoper om een bedrijf te starten dan vroeger en
18
   Zo ook in de bedrijfstak van uitgevers van wetenschappelijke publicaties, waar een tendens richting open access is waar te
   nemen. Over dit thema verschijnt eind 2015 een AWTI-advies.
19
   Hierbij gaat het om werk dat goeddeels bestaat uit het volgen van (soms ingewikkelde, maar niettemin vaste) procedures. Daartoe
   behoren bijvoorbeeld de werkzaamheden van verkopers en accountants, maar ook die van kredietbeoordelaars en
   claimbeoordelaars, van machinisten en scheidsrechters. Zie Levy en Murnane (2013) Dancing with robots – Human skills for
   computerized work, voor een nadere analyse van welk type activiteiten computers en robots wel en niet van mensen kunnen
   overnemen.
20
   Zie Frey en Osborne (2013) The future of unemployment: how susceptible are jobs to computerisation?, die schatten dat 47
   procent van de werkgelegenheid in de Verenigde Staten het risico loopt te verdwijnen door computerisering (dat wil zeggen,
   automatisering door middel van computergestuurde apparatuur).
21
   Dit is niet alleen wat Amazon doet, dat in staat is boeken te leveren waarvan slechts zeer kleine oplages gedrukt worden voor zeer
   specifieke lezersgroepen, maar ook wat bijvoorbeeld een reisbureau als Riksja Travel doet, dat reizigers de bouwstenen in handen
   geeft om een op de eigen wensen afgestemde reis samen te stellen.
22
   Zie ook AWT (2012) Diensten waarderen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>is het voor kleinere bedrijven steeds makkelijker om zich in netwerken te organiseren en
samen te werken. Dit leidt tot een verandering in de structuur van de economie, waarbij
er naar verhouding veel meer van de output geleverd wordt door kleinere bedrijven.
De impact van ICT beperkt zich niet tot industriële sectoren, maar loopt ook en misschien
wel vooral via wat we de dienstensectoren plegen te noemen. Het onderscheid tussen
industriële sectoren en dienstensectoren vervaagt echter steeds meer en de productie-
processen gaan steeds meer op elkaar lijken, en wel om twee redenen. Op de eerste
plaats leveren industriële producenten steeds meer diensten bij hun producten, en zit de
toegevoegde waarde voor een steeds groter deel in de diensten. Op de tweede plaats
krijgt de productie van diensten steeds meer een industrieel karakter: gestandaardiseerd
en kapitaalintensief.
De geografische omvang van veel markten neemt enorm toe omdat distributie via digitale
kanalen gaat. Hier wreekt zich dat de Europese gemeenschappelijke markt voor diensten
nog niet goed werkt. Zo ligt het aandeel grensoverschrijdende handel via webwinkels in
Europa in 2013 nog maar rond de twaalf procent van de totale omzet. In Nederland
                                                                                                                       23
liggen de aankopen bij buitenlandse webwinkels tussen de 25 en de 30 procent.
Het feit dat Europese bedrijven vanuit een veel kleinere geïntegreerde thuismarkt
opereren dan Amerikaanse, plaatst ze op achterstand. Verdere marktintegratie op
Europees niveau, zoals geprioriteerd door de nieuwe Europese Commissie, voorziet
                                                                       24
innovatieve bedrijven van een grote thuismarkt. Dit is vooral in het belang van bedrijven
die kennisintensieve (informatie)producten leveren, die relatief kostbaar zijn in de
ontwikkeling en goedkoop in de uitrol over een geïntegreerde markt.
23
   Zie Ayden en Edgar, Dunn and Company (2014) Cross-Border Payments – Opportunities and Best Practices For Going Global.
24
   De digitale markt bestaat in Europa dezer dagen uit 42 procent online dienstenaanbieders uit eigen land, 54 procent diensten-
   aanbieders uit de Verenigde Staten, en niet meer dan 4 procent dienstenaanbieders uit een ander Europees land. De Europese
   Commissie schat dat een digital single market kan zorgen voor 415 miljard euro aan extra groei en honderdduizenden extra
   banen. Zie verder Juncker (2014) A New Start for Europe: My Agenda for Jobs, Growth, Fairness and Democratic Change –
   Political Guidelines for the next European Commission; zie European Commission (2015) A digital single market strategy for
   Europe, voor een gedetailleerde strategie om Europa dichter bij een digital single market te brengen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>2.2          De impact van ICT op onderzoek en innovatie
   In het kort: het gebruik van ICT in onderzoek en innovatie leidt tot de
   volgende effecten:
   1. Versnelling van allerhande processen in onderzoek en innovatie: snellere
         verwerking van veel grotere hoeveelheden data.
   2. Verandering van het proces van kennisontwikkeling: i) van meer deductief naar
         meer inductief en datagedreven; ii) van meer analytisch (ontwikkeling van begrip
         vanuit het analyseren van deelsystemen, gevolgd door aggregatie), naar meer
         synthetisch en integraal (ontwikkeling van begrip door integrale systeemanalyse);
         iii) van overwegend monodisciplinair naar meer transdisciplinair; iv) van smalle
         naar brede vraagstukken.
   3. Verandering van de organisatie van kennisontwikkeling: intensivering en schaal
         vergroting in samenwerking en netwerkvorming; meer real time samenwerking
         over geografische en disciplinaire grenzen heen.
Het wetenschappelijk onderzoek in de meeste vakgebieden zal in de toekomst steeds
meer datagedreven zijn en meer gebaseerd op een methodologie van inductie, statistiek
en patroonherkenning. Het tempo waarmee de kennisontwikkeling voortgaat, wordt
daarmee niet alleen bepaald door de omvang van de beschikbare datastromen, maar
ook door de beschikbaarheid van rekencapaciteit en de snelheid waarmee methoden en
algoritmen worden ontwikkeld om in deze overvloed van data patronen te herkennen.
Het feit dat wetenschap meer inductief en datagedreven van karakter wordt, biedt kansen
voor meer transdisciplinariteit, gebaseerd op het intelligent combineren van datastromen
uit verschillende disciplines. Aan meer transdisciplinair onderzoek is een grote behoefte,
ingegeven door de maatschappelijke en economische uitdagingen waar we voor staan.
Hierop kunnen financiers van onderzoek als NWO en kennisinstellingen inspelen in hun
organisatieontwikkeling en hun activiteiten. Zij kunnen een systeembenadering en een
meer integraal perspectief in het onderzoek faciliteren door transdisciplinair onderzoek te
stimuleren. Een inzet op brede onderzoeksthema’s en op grand societal challenges als
klimaatverandering, sociale veiligheid en voedselzekerheid helpt daarbij.
Kennisontwikkeling vindt voor een belangrijk deel plaats in internationale netwerken.
Waar voorheen vooral de resultaten van wetenschappelijk werk internationaal gedeeld
werden via tijdschriften en conferenties, wordt nu steeds meer het onderzoekwerk zelf
samen gedaan. Onderzoekers in Nederland werken steeds vaker samen in virtuele
communities aan gemeenschappelijke projecten met onderzoekers elders in de wereld.
Deze integratie van het mondiale onderzoek via netwerken heeft overigens niet geleid tot
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>een gelijkmatige spreiding van het onderzoek over de wereld, zoals denkbaar zou zijn
geweest met de huidige communicatietechnologieën. Integendeel, het heeft de tendens
van het ontstaan van een beperkt aantal wetenschappelijke hotspots versterkt. De beste
onderzoekers zoeken elkaar op en eromheen groepeert zich de rest.
2.3          De beleidsuitdaging
Technologische ontwikkeling transformeert onze economie. Maar het huidige econo-
mische beleidsdiscours in Nederland gaat niet over technologiebeleid. Het gaat over
topsectoren en het topsectorenbeleid. Permanente discussiethema’s in dit discours zijn:
de vraag of dit beleid uitdagers van de gevestigde orde voldoende ruimte biedt en
stimuleert, of het bijdraagt aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, en of het
sectoroverschrijdend en transdisciplinair innoveren bevordert. Buiten beeld valt door-
gaans het technologische fundament waarop het hele bouwwerk van de topsectoren zich
bevindt en waarbinnen ICT het dominante element is. De consequentie is dat ICT als
gegeven wordt verondersteld en wordt gekenschetst als een gezamenlijke verantwoorde-
lijkheid. Voor iets waarvoor iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk.
Computers, digitale apparaten en embedded devices zijn alomtegenwoordig in huizen,
voertuigen, kantoren en bedrijven. De uitrol en exploitatie van ICT is voornamelijk door
de private sector ter hand genomen. Ondernemingen hebben de samenleving voorzien
van een hele infrastructuur van kabels, antennes en satellieten. De publieke sector heeft
daarentegen een bedenkelijke reputatie opgebouwd waar het om de eigen ICT-projecten
        25
gaat. Wat zou dan de verantwoordelijkheid van de overheid ten aanzien van ICT
moeten zijn? Deze beperkt zich tot specifieke aspecten van ICT-gedreven ontwikke-
lingen. Wij onderscheiden zes publieke verantwoordelijkheden.
    Publieke verantwoordelijkheden met betrekking tot ICT:
    1.    Het waarborgen van de veiligheid, betrouwbaarheid en privacy in het verkeer
          van gegevens door regulering van en toezicht op de ICT-sector.
    2.    Het vanuit publieke belangen reageren op veranderingen in werkgelegenheid,
          inkomensverdeling en economische structuur, inclusief economische
          machtsposities, ten gevolge van ICT-gedreven ontwikkelingen.
    3.    Het doeltreffend en doelmatig inzetten van publieke middelen in publieke
          ICT-projecten.
25
    Berucht zijn de ICT-problemen bij de belastingdienst, het ICT-drama bij uitkeringsinstantie UWV, de rammelende modernisering
    van de Gemeentelijke Basisadministratie, de mislukte invoering van een elektronisch patiëntendossier, de moeizame totstand-
    koming van ICT-basisvoorzieningen bij de politie en het nieuwe (ERP)-softwaresysteem bij het ministerie van Defensie. Zie
    Tweede Kamer (2014) Parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid (rapport van de Commissie Elias).
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>   4.     Het bevorderen dat het bedrijfsleven optimaal gebruikmaakt van de
          mogelijkheden die ICT biedt ter versterking van het concurrentievermogen.
   5.     Het stimuleren dat de publieke kennisontwikkeling optimaal inspeelt op
          veranderingen in onderzoek en ontwikkeling ten gevolge van ICT.
   6.     Het bevorderen dat de beroepsbevolking de capaciteiten ontwikkelt die de
          arbeidsmarkt ten gevolge van ICT-gedreven ontwikkelingen in de toekomst
          vraagt.
In de eerste plaats heeft de overheid een rol te spelen omdat de ICT-infrastructuur – en
dan met name het internet en ook steeds meer big data – het karakter heeft ontwikkeld
                                   26
van een publiek goed. Het is een vitale infrastructuur met een publiek karakter, waarin
vooral private partijen voorzien. De ICT-infrastructuur is vitaal omdat het functioneren
van onze samenleving ervan afhankelijk is geworden. Het is een nutsvoorziening waarin
bedrijven – en dan ook nog veelal buitenlandse bedrijven – voorzien. In die zin lijkt de
ICT-sector op het bankwezen. Banken zijn private bedrijven die zorg dragen voor het
betalingssysteem en het systeem van kredietverlening, eveneens een vitale infra-
structurele voorziening. Ervaringen in het bankwezen maken duidelijk dat waar private
partijen een publieke infrastructuur onder hun hoede hebben, er een essentiële verant-
woordelijkheid op de schouders van de overheid rust. Voor de bancaire sector is een
uitgebreid systeem van regulering en toezicht ontwikkeld om vitale publieke belangen
                        27
te waarborgen. De geschiedenis van de afgelopen jaren heeft de feilbaarheid van dit
systeem aangetoond en de daaropvolgende discussies hebben laten zien dat optimale
regulering en toezicht verre van eenvoudig zijn. Ook in de ICT-sector is dit het geval. De
discussies over regulering en toezicht in deze sector zijn van recentere datum dan die in
het bankwezen en spitsen zich momenteel toe op kwesties als safety en security op het
internet. Het governancesysteem dat deze publieke belangen moet waarborgen, is zich
nog aan het uitkristalliseren.
Vanzelfsprekend vergt dit een goeddoordachte strategie van de Nederlandse overheid.
Actuele aandachtspunten zijn onder andere het waarborgen van de toegang tot het
internet, de kwestie van netneutraliteit (dat wil zeggen, geen onderscheid in de snelheid
waarmee internet providers de informatie van verschillende aanbieders doorgeven), de
veiligheid van het internetverkeer, de betrouwbaarheid en stabiliteit van het internet, en
de privacy. Tot de aandachtspunten die steeds nijpender zullen worden naarmate big
data groeit en grote gegevensverzamelingen meer en meer een bron van economische
26
   Een publiek goed is een voorziening die gekenmerkt wordt door non-excludability (niemand kan van het gebruik worden uit-
   gesloten) en non-rivalry (gebruikers concurreren niet met elkaar). Het internet komt daar dicht bij in de buurt. Het aantal databases
   met het karakter van een publiek goed groeit – zie bijvoorbeeld Algemene Rekenkamer (2015) Trendrapport open data 2015.
27
   Er zijn ook parallellen te trekken met de elektriciteitssector en de telecommunicatiesector (die steeds meer geïntegreerd is met de
   rest van de ICT-sector).
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                            23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>waardecreatie worden, behoren de eigendom van data en het monopoliseren van
                             28
gegevensbronnen. Het gaat hier om een ingewikkelde problematiek met een groot
maatschappelijk belang, waaraan wij geen recht kunnen doen binnen de beperkte
opzet van dit advies. Daarom gaan wij er hier niet verder op in.
In de tweede plaats heeft de overheid een rol waar het de concurrentieverhoudingen,
                                                                                  29
de werkgelegenheid en de inkomensverdeling betreft. Concurrentieverhoudingen
veranderen waar ICT het ontstaan van dominante marktpartijen bevordert, bijvoorbeeld
omdat markten een winner-takes-all karakter hebben. In bepaalde gevallen kan dit een
                                                                           30
antwoord vanuit het mededingingsbeleid vergen. De werkgelegenheid verandert ten
gevolge van ICT van aard en mogelijk van omvang. ICT-gedreven technologische
ontwikkeling is voor zover nu valt te overzien skill biased (complementair aan vaardig-
heden die verworven worden door meer opleiding), arbeidsbesparend (vooral waar het
                                                                                     31
gaat om cognitieve routinearbeid) en kapitaalbesparend. Deze combinatie van factoren
maakt dat deze technologische ontwikkeling mogelijk kan leiden tot een versterking van
de tweedeling op de arbeidsmarkt, een verdere vergroting van verschillen in inkomens en
vermogens, en in het ongunstigste geval tot technologische werkloosheid. Indien deze
scenario’s zich voordoen, kan een antwoord vanuit het fiscaal beleid, het inkomensbeleid
en het sociaal beleid in combinatie met het onderwijsbeleid op zijn plaats zijn. Vanwege
de grote belangen die hier op het spel staan, is een tijdige en onbevooroordeelde
                                               32
bezinning hierop noodzakelijk.
In de derde plaats berust de verantwoordelijkheid bij de overheid om ten behoeve van
de eigen ICT-projecten zo goed mogelijk te opereren. Het is van belang in de besteding
van middelen een goede balans te vinden tussen efficiëntie op de korte termijn enerzijds
en doelmatigheid op de lange termijn door het stimuleren van innovatie anderzijds. In
                                                                                                                                33
eerdere adviezen heeft de AWTI gepleit voor innovatiegericht overheidsaankoopbeleid.
In de vierde plaats ligt bij de overheid een verantwoordelijkheid om het concurrentie-
vermogen van het private bedrijfsleven te stimuleren. Daartoe dient onder meer het
innovatiebeleid. ICT is een belangrijke motor achter innovatie. Het is van belang dat het
innovatiebeleid zowel de verdere ontwikkeling als de exploitatie van ICT ondersteunt.
28
   Nu al berust de waarde van bedrijven als Google en Facebook voor een belangrijk deel op de waarde van de gegevens die ze via
   hun eigen website verzamelen. Zie Cukier en Mayer-Schoenberger (2013) The rise of big data – How it’s changing the way we
   think about the world.
29
   Volledige werkgelegenheid en een rechtvaardige inkomensverdeling behoren al sinds meer dan vijf decennia tot de expliciete
   doelstellingen van het Nederlandse sociaaleconomische beleid. Sinds 1992 formuleert de SER de sociaaleconomische
   beleidsdoelstellingen als volgt: i) een evenwichtige economische groei, passend binnen het streven naar duurzame ontwikkeling; ii)
   een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie; iii) een redelijke inkomensverdeling.
30
   Zo heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld in het verleden Microsoft voor de rechter gedaagd en heeft momenteel een zaak
   tegen Google in voorbereiding.
31
   Zie hierover tevens deel 2 van dit rapport.
32
   Het kabinet heeft de WRR gevraagd een studie te verrichten naar ‘De toekomst van werk’.
33
   Zie bijvoorbeeld AWT (2012) Diensten waarderen, en AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Het Nederlandse topsectorenbeleid ondersteunt vooral gevestigde spelers, terwijl
het vaak de uitdagers van de gevestigde orde zijn die sterk ICT-gebaseerd zijn.
De topsectorenaanpak en het Smart Industry initiatief zijn bovendien sterk gefocust
op (bestaande) industriële activiteiten en hebben weinig aandacht voor innovatie in
                       34
dienstverlening. Juist in dienstverlening vindt veel ICT-gedreven innovatie plaats. En tot
slot maakt ICT het steeds makkelijker om een nieuw bedrijf te starten. Maar het is nog
steeds lastig voor kleinere en startende bedrijven om bij het specifieke innovatiebeleid
                    35
aan te haken.
In de vijfde plaats is de overheid verantwoordelijk voor de publieke kennisontwikkeling.
Daartoe dient het onderzoeks- en wetenschapsbeleid. Dit beleid kan enerzijds het onder-
zoek helpen om optimaal van ICT gebruik te maken en anderzijds het onderzoek in ICT
bevorderen. Het onderzoek wordt steeds ICT-intensiever. Vooral de aanzwellende
stromen onderzoeksdata bieden onderzoekers kansen om nieuwe wegen in te slaan.
Daarvoor moeten de reken- en communicatiefaciliteiten op orde zijn. Ook moeten
organisatie en financiering van de wetenschap ruim baan geven aan datagedreven,
transdisciplinair onderzoek.
In de zesde plaats draagt de overheid mede de verantwoordelijkheid voor de
ontwikkeling van expertise en capaciteiten die nodig zijn om te voldoen aan de
arbeidsvraag in een economie waarin de dynamiek voor een groot deel ICT-gedreven is.
Hier ligt een rol voor het onderwijsbeleid. Een economie waarin ICT innovatie drijft en de
structuur en het functioneren van de economie transformeert, stelt specifieke eisen aan
kennis en vaardigheden. Daarbij gaat het om te beginnen om ICT-kennis en
-vaardigheden. Wanneer economische activiteiten, innovatie en onderzoek intensief van
ICT gebruikmaken, moeten genoeg digitale vaardigheden en ICT-expertise voorhanden
zijn. Maar het gaat daarbij bovendien om de kennis en vaardigheden voor een economie
met naar verhouding veel meer werkgelegenheid in kleine bedrijven, veel plattere
organisaties en veel meer zelfstandigen die in netwerken hun brood verdienen. Een
dergelijke economie heeft behoefte aan veel meer ondernemerschapsvaardigheden. In
deze economie drijft ICT de snelheid van veranderingsprocessen op. Dit vraagt om
arbeidskrachten die deze veranderingssnelheid bij kunnen houden en hun eigen kennis
en vaardigheden op niveau houden. Onder die omstandigheden gaat een
schoolopleiding niet meer een hele carrière mee en moet er gaandeweg veel meer
bijgeleerd en omgeschoold worden.
34
   Zie onder meer AWT (2012) Diensten waarderen, en AWT (2014) Briljante bedrijven.
35
   Het generieke innovatiebeleid bedient voornamelijk het mkb. Maar het is via het specifieke bedrijvenbeleid, het topsectorenbeleid,
   dat netwerkvorming gefaciliteerd wordt en een band wordt gesmeed tussen de publieke kennisontwikkeling en de behoeften in het
   bedrijfsleven.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                         25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Het eerste en het tweede thema, die betrekking hebben op regulering van en toezicht op
de ICT-sector en op het sociaaleconomisch beleid, vallen buiten het adviesdomein van
de AWTI. Wij vestigen graag de aandacht op het belang van deze thema’s en roepen op
tot een open debat hierover, maar onthouden ons van specifieke aanbevelingen
daaromtrent. Het derde thema, innovatiegericht aankoopbeleid in het geval van ICT, is
een specifiek thema dat een aparte beschouwing vergt. Hier wijden we daarover niet uit.
Het vierde, vijfde en zesde thema vallen wel binnen het adviesdomein van de AWTI. Aan
onze observaties rond deze thema’s zullen we in de volgende paragraaf aanbevelingen
verbinden.
Maar voor we dat doen, staan we nog even stil bij de manier waarop de verantwoordelijk-
heid voor ICT binnen de overheid is belegd. De publieke verantwoordelijkheid voor ICT
is niet alleen divers, zoals de zes punten hierboven illustreren, maar is ook enorm ver-
snipperd over diverse beleidsdirecties en departementsonderdelen, publieke instanties
en organisaties. ICT is alomtegenwoordig en vanzelfsprekend – daarom is het ongrijp-
baar. ICT is van iedereen – en daarom is het van niemand. De verantwoordelijkheid voor
de verdere ontwikkeling en de exploitatie van ICT ligt bij alle topsectoren en alle kennis-
instellingen. Daarin schuilt een risico. Binnen het topsectorenbeleid is ICT niet goed
belegd. Een groot deel van de activiteiten binnen de topsector HTSM is ICT-gerelateerd.
De focus ligt daarbij veelal op hardware, maar niet uitsluitend. De aansluiting tussen
HTSM en de andere topsectoren – en de niet-topsectoren – is onvoldoende om toe-
passing van ICT breed te stimuleren. Het initiatief om een ICT-topteam in het leven te
roepen, is een eerste stap om een bredere coördinatie van innovatie op ICT-gebied beter
vorm te geven, maar is nog onvoldoende om de publieke verantwoordelijkheid voor ICT
adequaat te beleggen. Het topteam ontbeert vooralsnog de positie, het gezag en de
instrumenten die nodig zijn om de verdere ontwikkeling en exploitatie van ICT hoger op
de politieke agenda te krijgen en in de praktijk verder te brengen.
2.4         Conclusies
Uit onze bevindingen, hierboven samengevat en in deel 2 in meer detail gepresenteerd,
trekken wij de volgende conclusies:
1. ICT is een general purpose technology, die in bijna alle activiteiten van economische
      productie en interactie een plek heeft. Het is daarnaast een technologie die onder-
      zoek en innovatie verandert en daarmee een grote impact heeft op economische
      veranderingsprocessen.
2. ICT is de key enabler voor bijna alle andere key enabling technologies. Allerhande
      nieuwe technologieën hebben impact op de structuur en het functioneren van onze
      economie. Maar waar deze impact daadwerkelijk substantieel is, is dit tegenwoordig
      vrijwel altijd terug te voeren tot de ontwikkeling en exploitatie van ICT.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                 26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>3.    Het grote belang van ICT voor onze economische ontwikkeling staat nog altijd te
      weinig bij beleidsmakers op het netvlies. De betekenis van ICT wordt onderschat.
      De snelheid waarmee ICT zich ontwikkelt wordt onderschat. De exponentiële
      toename van rekenkracht, databeschikbaarheid en datatransmissiesnelheid heeft
      een impact op onze economie die het voorstellingsvermogen tart. Een omvattende
      visie op ICT-beleid voor onderzoek, innovatie, productie en allocatie ontbreekt.
      Een samenhangende benadering van vraagstukken rond ICT-kennis, -ontwikkeling,
      -infrastructuur, -capaciteiten, -vaardigheden en -gebruik is er niet.
4.    Ten gevolge van de toepassing van ICT veranderen de structuur en het functioneren
      van de economie. Nieuwe typen bedrijven en nieuwe beroepen ontstaan. Het onder-
      scheid tussen industriële bedrijven en dienstenbedrijven vervaagt. Kleinere
      bedrijven, onafhankelijke business units en netwerken van ZZP’ers worden
      dominanter in productie en werkgelegenheid. Het beleveren van internationale
      markten wordt makkelijker. Daarmee neemt ook de concurrentie van buitenlandse
      bedrijven op Nederlandse markten toe. Er ontwikkelen zich steeds meer markten
      voor ICT-gerelateerde producten en diensten die een winner-takes-all karakter
      hebben. Dat kan leiden tot een ongewenste concentratie van economische macht.
5.    Brede toepassing van ICT, daarbij inbegrepen robotisering, verandert de samen-
      stelling van de werkgelegenheid. Cognitieve arbeid met een routinematig karakter
      verdwijnt doordat computers dit werk overnemen. Vooral beroepsgroepen in het
      midden van het inkomensspectrum merken de effecten. Mogelijk daalt de totale
      omvang van de werkgelegenheid en stijgt de inkomensongelijkheid. Dit kan tijdelijk
      zijn, maar ook structureel karakter hebben.
6.    Toepassing van ICT in onderzoek en innovatie leidt niet alleen tot een versnelling
      van de onderzoeks- en innovatiedynamiek, maar ook tot meer datagedreven
      onderzoek en innovatie, in meer of minder open en grensoverschrijdende netwerken.
7.    Nederland moet op tijd maatregelen treffen om de genoemde ontwikkelingen te
      kunnen accommoderen. Belangrijk zijn maatregelen op het gebied van onderwijs en
      opleiding die beogen burgers toe te rusten met vaardigheden die complementair zijn
      aan ICT. Belangrijk zijn ook maatregelen die bedrijven en onderzoeksinstellingen
      helpen om in te spelen op de kansen die nieuwe ICT-gedreven technologische
      ontwikkelingen bieden.
De technologische ontwikkelingen gaan snel en onze economische toekomst is onzeker.
Maar welke wending de toekomst ook neemt, wil deze voor de Nederlandse economie
goed uitpakken, dan moet in elk geval de ICT op orde zijn.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 28</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                          3
Aanbevelingen
Onze analyse – hierboven kort weergegeven en in deel 2 verder ontwikkeld – biedt een
brede tour d’horizon langs argumenten die laten zien dat ICT alomtegenwoordig is en dat
de invloed van ICT op de structuur en het functioneren van de economie zeer verstrek-
kend is. Gaandeweg zijn allerlei zaken de revue gepasseerd die beter geregeld moeten
zijn, wil Nederland ten volle profiteren van de voordelen die ICT kan bieden en van de
wetenschappelijke en andere vruchten die op basis van ICT tot stand kunnen komen.
Op basis van deze analyse doet de AWTI de bewindslieden van Economische Zaken en
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een viertal aanbevelingen. De eerste betreft het
vormgeven van de verantwoordelijkheid voor ICT in relatie tot innovatie, onderzoek en
onderwijs. De daaropvolgende gaan over ICT in het innovatiebeleid, het
onderzoeksbeleid en het onderwijsbeleid.
3.1         Betreffende de publieke verantwoordelijkheid
Het is zaak dat de overheid de publieke verantwoordelijkheid voor ICT in Nederland beter
organiseert. Beter betekent hier meer binnen het gezichtsveld van het kabinet, hoger op
de beleidsagenda, met meer samenhang, en minder versnipperd.
Aanbeveling 1:
Plaats de ontwikkeling van de Nederlandse ICT-capaciteit vanuit een integrale visie
veel meer in het hart van het beleid
a) Ontwikkel een integrale visie op ICT.
b) Verbeter de samenhang tussen ICT-beleid enerzijds en onderzoeksbeleid,
     innovatiebeleid en onderwijsbeleid anderzijds.
c) Zorg ervoor dat de publieke verantwoordelijkheid voor ICT in relatie tot onderzoek,
     innovatie en onderwijs met prioriteit wordt opgepakt en binnen de rijksoverheid
     optimaal wordt gecoördineerd.
Deze publieke verantwoordelijkheid omvat in elk geval de verantwoordelijkheid voor de
publieke ICT-infrastructuur voor onderwijs en onderzoek, voor de ontwikkeling van ICT-
capaciteit door onderwijs en opleiding, voor de ontwikkeling van ICT-kennis door onder-
zoek, en voor de afstemming van dit alles met de private sector, in het bijzonder de top-
sectoren. Zorg daarmee voor meer focus en samenhang in het beleid dat ondersteunend
is aan ICT-ontwikkelingen en waarborg daarbij een goede aansluiting van publieke op
private initiatieven. Doe dit om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de veranderingen
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>die eraan komen in de structuur en het functioneren van de economie, de organisatie van
economische activiteiten, en de omvang en de samenstelling van de werkgelegenheid.
Een eerste stap om invulling te geven aan deze aanbeveling is het ontwikkelen van
een integrale visie op ICT-beleid voor onderzoek, innovatie en onderwijs. Met de
Wetenschapsvisie 2025, de nieuwe NWO-strategie, het meerjarenplan van SURF, de
binnenkort te verschijnen Nationale Wetenschapsagenda en het komende plan van het
ICT-topteam, zijn belangrijke bouwstenen voor zo’n visie beschikbaar. Het verbinden van
onderdelen, het beleggen van verantwoordelijkheden en het afgeven van meerjarige
commitments zijn noodzakelijke vervolgstappen die nog gezet moeten worden.
3.2         Betreffende het innovatiebeleid
De ontwikkeling van nieuwe ICT-toepassingen veroorzaakt veranderingen in de structuur
van de economie. Niet alleen in de industrie, maar ook in allerlei dienstensectoren leidt
het tot veel dynamiek, productontwikkeling en innovatie. Sectorgrenzen vervagen,
traditionele producenten en leveranciers krijgen concurrentie uit onverwachte, vaak ICT-
gedreven hoek. Meer dienstverlening wordt gekoppeld aan industriële producten. Handel
in diensten vervangt steeds vaker handel in producten (betalen voor gebruik in plaats van
voor bezit). Daarnaast leidt de ontwikkeling van ICT tot meer kleine bedrijven op de
markt, meer netwerken van kleine bedrijven en meer starters.
Het Nederlandse innovatiebeleid is daarop nog te weinig toegesneden. Er liggen niet
alleen kansen in de doorontwikkeling van het huidige bedrijvenbeleid, maar ook in een
verbreding van het beleid naar het inspelen op de behoeften van starters, kleinere
bedrijven en bedrijven buiten de maakindustrie.
Aanbeveling 2:
Geef meer prioriteit aan de ontwikkeling en exploitatie van ICT binnen het
innovatiebeleid
a) Zorg dat de topsectoren gezamenlijk de ontwikkeling en exploitatie van ICT
     oppakken. Bevorder dat ze daarvoor een actieplan ontwikkelen en middelen
     bijeenbrengen.
b) Besteed daarnaast binnen het innovatiebeleid structureel aandacht aan behoeften
     die te weinig door het topsectorenbeleid worden afgedekt, met name die van
     dienstenproducenten, kleine innovatieve bedrijven en starters, en snijdt het beleids-
     instrumentarium meer op deze behoeften toe.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>ICT is een gezamenlijk belang dat topsectoren samen moeten oppakken. Innovatieve
ICT-toepassingen binnen traditionele sectoren komen vaak van buiten, van nieuwe
                                                                                          36
spelers in het veld, of uit nieuwe samenwerkingsverbanden. Ook daarom is een
gezamenlijke aanpak belangrijk. Dit vraagt niet alleen om overleg en afstemming, maar
ook en vooral om gezamenlijke initiatieven en financiering, onder meer vorm te geven
binnen de huidige ronde van innovatiecontracten. Het topteam ICT kan hierbij een
katalyserende rol spelen, mits hierin voldoende gefaciliteerd en gesteund.
ICT-gedreven technologische verandering drijft de snelheid op waarmee productie-
processen en markten veranderen. Om onder die omstandigheden welvaart te kunnen
blijven genereren, is het belangrijk flexibel en responsief te zijn. Responsief zijn wil onder
andere zeggen dat structuren als topsectoren en TKI’s niet belemmerend en
conserverend mogen werken. De organisatie van samenwerking in kennisontwikkeling en
innovatie moet voldoende dynamisch zijn om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen die
buiten bestaande structuren vallen.
Waar het gaat om behoeften van starters, kleine bedrijven en dienstenleveranciers, dient
specifieke aandacht uit te gaan naar het accommoderen van innovaties die op ICT zijn
gebaseerd. Het is van belang in regelgeving hierop te anticiperen en in wetgeving ten
aanzien van onder andere eigendom, aansprakelijkheid en privacy ruimte te scheppen
                                                                                                                           37
voor de toepassing van nieuwe technologie waar dat maatschappelijk wenselijk is.
Omdat ten gevolge van ICT de minimum efficiënte schaal van bedrijven afneemt en de
snelheid waarmee bedrijven kunnen groeien toeneemt, krijgen in onze economie kleine,
innovatieve bedrijven met groeiambities een groter belang. Van deze groeibriljanten
moet in de toekomst een belangrijke bijdrage komen aan het verdienvermogen, de
internationale concurrentiekracht en de werkgelegenheid in Nederland. Hiermee moet het
                                                          38
innovatiebeleid meer rekening houden.
De Europese Commissie heeft een verdere integratie op Europees niveau van markten
                                                                                       39
voor innovatieve diensten prominent op de agenda gezet. Een geïntegreerde Europese
dienstenmarkt voorziet innovatieve bedrijven van een grote thuismarkt. Het ontbreken
daarvan is een van de oorzaken voor het achterblijven van Europa bij de Verenigde
36
   Het klassieke voorbeeld is de bedrijfstak die mechanische horloges produceerde: deze werd weggevaagd door
   elektronicabedrijven. De toepassing van digitale technologie in de sector Life Sciences & Health komt van HTSM-achtige bedrijven
   als Philips en Siemens, maar ook van startups die apps produceren om je fysieke conditie te monitoren.
37
   Zie bijvoorbeeld de discussies die nu gevoerd worden over de toelaatbaarheid van de diensten van bedrijven als UberPop en
   Airbnb, maar ook over de inzet van drones voor spoedeisende medische hulp. Hier botst innovatie op regelgeving die is afgestemd
   op de technologische mogelijkheden van voorheen.
38
   Zie ook AWT (2014) Briljante bedrijven. Het recent gestarte StartupDelta is een uitstekend initiatief om ICT-gebaseerde
   vernieuwing te stimuleren, maar is nog wel sterk verbonden met de gevestigde orde.
39
   De Europese Commissie neemt reeds het voortouw bij de ontwikkeling van een Digital Single Market. Zie ook aanbeveling 5 in
   AWT (2012) Diensten waarderen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                       31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Staten als bakermat van ICT-bedrijven als Microsoft en Apple en van dominante ICT-
toepassingen als Facebook en Twitter. Het is in het Nederlandse belang de Europese
Commissie op dit punt actief te steunen.
3.3          Betreffende het onderzoeksbeleid
Om optimaal te kunnen inspelen op de mogelijkheden in onderzoek en ontwikkeling die
ICT schept, zijn diverse zaken van belang, waaronder een excellente publieke ICT-
infrastructuur voor de publieke kennisinstellingen en stimulansen om transdisciplinair
samen te werken aan complexe vraagstukken. Randvoorwaardelijk is een stevige positie
                                                                           40
in internationale netwerken van toponderzoekers.
Aanbeveling 3:
Faciliteer en ondersteun de verdere ontwikkeling van datagedreven onderzoek
a) Zorg dat de Nederlandse kennisinstellingen kunnen blijven beschikken over een ICT-
       infrastructuur van topkwaliteit en verschaf SURF de daartoe vereiste middelen.
b) Anticipeer op een toename in de behoefte aan ICT-investeringen het kader van de
       financiering van de Nationale Wetenschapsagenda.
c) Verbeter de randvoorwaarden voor transdisciplinair onderzoek en ontwikkeling.
Nog beschikt Nederland over een excellente publieke ICT-infrastructuur voor het
onderzoek. Hiermee behoort ons land tot de top van de wereld. Deze infrastructuur
omvat zowel de digitale hard- en software (digitale netwerken, rekenvermogen en opslag-
capaciteit), grotendeels ontwikkeld en gerealiseerd door SURF, als de data-infrastructuur
(databases, collecties). Om de Nederlandse voorsprong op dit terrein te handhaven zijn
                                                                          41
op korte termijn substantiële investeringen nodig. Maar gegeven de ontwikkelingen op
het gebied van met name big data valt te verwachten dat de noodzakelijke investeringen
in de nabije toekomst verder zullen stijgen. Daarom is het raadzaam in het kader van de
financiering van de Nationale Wetenschapsagenda hiervoor substantiële bedragen te
reserveren. Tevens is een betere afstemming van de investeringen door SURF in de ICT-
                                                                                                                             42
basisinfrastructuur en die van NWO in grootschalige onderzoeksfaciliteiten gewenst.
40
   Zie AWT (2014) Boven het maaiveld.
41
   SURF geeft aan 8 miljoen euro per jaar tekort te komen die nodig zijn om de publieke ICT-infrastructuur voor onderzoek en
   onderwijs op peil te houden. Op 31 oktober 2014 hebben VSNU, NFU, Vereniging Hogescholen en LSVb daarover een brandbrief
   aan de bewindslieden van OCW en EZ gestuurd (te vinden via: http://www.scienceguide.nl/media/1744188/urgentie_innovatie_e-
   infrastructuur_hoger_onderwijs_en_onderzoek_ez_en_ocw.pdf). Medio april 2015 heeft de Tweede Kamer een motie van de leden
   Van Meenen en Vos aangenomen die het kabinet oproept om de begroting van SURF met de benodigde middelen aan te vullen:
   Tweede Kamer (2015) Gewijzigde motie van de leden Van Meenen en Mei Li Vos […]. Hierop is in juni 2015 door de
   verantwoordelijke bewindslieden gereageerd: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2015) Uitvoering motie Van
   Meenen / Vos over SURF.
42
   Ook de KNAW maakt zich zorgen over het gebrek aan voldoende structurele financiering voor digitale en andere infrastructuur en
   over tekortschietende landelijke coördinatie. Zie Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2015) Ruimte voor
   ongebonden onderzoek – Signalen uit de Nederlandse wetenschap, p. 12 en pp. 43-44.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Om gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die ICT het onderzoek biedt – en
daarbij gaat het om meer onderzoek op basis van big data, meer onderzoek op
systeemniveau, meer gebruik van patroonherkenning – is het belangrijk dat zowel
kennisinstellingen als onderzoeksfinanciers hiervoor meer ruimte bieden. Dit vraagt om
meer inzet op integrale benaderingen, datagedreven onderzoek en een transdisciplinaire
aanpak, naast – en niet in plaats van – monodisciplinair en hypothesegedreven
onderzoek. Complexe vraagstukken zoals gerelateerd aan de grand challenges bieden
voor een systeembenadering een voor de hand liggend vertrekpunt. De strategie van
NWO voor de periode 2015 – 2018 ruimt veel plaats in voor grensoverschrijdende
samenwerking en benoemt complexiteit terecht als een opgave voor transdisciplinair
                43
onderzoek. Het is van belang dat ook de Nationale Wetenschapsagenda oog heeft voor
de vraagstukken die dankzij deze ontwikkelingen binnen het bereik van het
wetenschappelijk onderzoek komen.
Het Nederlandse onderzoek bevindt zich in een goede positie om op deze nieuwe
mogelijkheden in te spelen. Ons onderzoek staat in een traditie van samenwerking over
grenzen heen. Daarbij kan het gaan om grenzen tussen disciplines (transdisciplinariteit),
tussen instellingen en tussen landen. Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd in de
internationale netwerken van toponderzoekers. Ook beschikken we over een uitgebreide
en langjarige ervaring met publiek-private samenwerkingsvormen. Ten slotte hebben we
een weinig hiërarchische en weinig formele traditie in arbeidsverhoudingen. Dat alles
biedt Nederland kansen om voorop te lopen in kennisabsorptie en zich te profileren op
het integreren van kennis uit verschillende disciplines. Om deze kansen te kunnen
grijpen, moeten de ICT-voorzieningen en financieringsmechanismen toegesneden zijn op
de geschetste ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek. Als de overheid hierop
inzet, schept dit aantrekkelijke mogelijkheden voor onderzoek en ontwikkeling en draagt
dit bij aan de totstandkoming van innovatieve hotspots in Nederland.
3.4         Betreffende het onderwijsbeleid
De digitale revolutie verandert de structuur en het functioneren van de economie. Dat
gaat gepaard met nieuwe eisen aan kennis en vaardigheden. Om ervoor te zorgen dat
Nederland daarover in voldoende mate beschikt, moet het onderwijs zich op alle niveaus
aanpassen.
43
   NWO (2015) NWO Strategie 2015 – 2018.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Aanbeveling 4:
Richt het onderwijs in op de eisen die een economie stelt waarin ICT een
dominante technologie is
a) Stimuleer een stevig accent op ICT-kennis en -vaardigheden in de curricula van
      het hoger onderwijs.
b) Neem ICT-kennis en -vaardigheden ook op in de eindtermen van het basis- en
      voortgezet onderwijs.
c) Versterk het accent op ondernemerschapsvaardigheden in het onderwijs.
d) Schep de institutionele randvoorwaarden die het combineren of afwisselen van
      werken en leren gedurende het werkzame leven (leven-lang-leren) gemakkelijker
      maken.
Om te profiteren van de ontwikkeling van de sleuteltechnologieën van onze tijd, is het
van belang te investeren in het opleiden van mensen in expertises die complementair zijn
aan digitale technologie. Dat betekent investeren in de kennis en vaardigheden die nodig
zijn om digitale techniek verder te ontwikkelen, waaronder data sciences en data
analytics, machine learning en kunstmatige intelligentie. Het vraagt ook om investeringen
in al die disciplines die gebruikmakend van ICT nieuwe kennis opleveren en
mogelijkheden tot innovatie bieden. Dat zijn niet alleen natuurwetenschappelijke en
medische wetenschappen, maar ook sociale wetenschappen en geesteswetenschappen.
Er zijn in Nederland tekorten op het punt van ICT-capaciteit die naar verluidt nijpender
                                                                                  44
zijn dan die aan bèta-afgestudeerden in het algemeen.
Zorgen voor voldoende ICT-gerelateerde kennis en vaardigheden begint op school. Alle
scholieren behoren minimaal een begrip van computertechnologie op basisniveau te
                                                                                                                    45
ontwikkelen en weet te hebben van hoe computers werken en wat ze kunnen. Daartoe
dienen alle basisscholen kinderen kennis te laten maken met computers en het internet
en alle middelbare scholen aandacht te besteden aan digitale vaardigheden. Het beter
ontwikkelen van digitale vaardigheden is een eerste stap in het tegengaan van
technologische werkloosheid die mogelijk gepaard gaat met de snelle digitalisering van
onze economie. In het hoger onderwijs verdient ICT een prominente plaats binnen de
meeste disciplines. Alle studenten moeten leren omgaan met het digitale onderzoeks-
instrumentarium. Bovendien is het van belang meer studenten op te leiden in ICT-
gerelateerde vakken.
44
   Een recent initiatief om daar wat aan te doen, is de oprichting van een masteropleiding data science in Den Bosch door een
   samenwerkingsverband van TU/e en Tilburg University, waar data science gecombineerd wordt met economische en juridische
   invalshoeken. Zie: http://www.emerce.nl/nieuws/plannen-graduate-school-data-science-volgende-fase. Ook werd eind 2013 het
   Data Science Center in Eindhoven geopend.
45
   Zie hierover ook Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2013) Digitale geletterdheid In het voortgezet onderwijs
   – Vaardigheden en attitudes voor de 21ste eeuw.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                    34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Door toepassing van ICT verandert de economische structuur, waardoor bedrijven
kleiner, organisaties platter en zelfstandigen talrijker worden. Dientengevolge neemt
de behoefte aan ondernemerschapsvaardigheden toe. Het onderwijs moet in deze
behoefte mede voorzien. Daarbij gaat het niet alleen om kennis van bedrijfsorganisatie,
ondernemingsrecht, accountancy, marketing en financiering, maar ook om sociale
vaardigheden, netwerkvaardigheden, assertiviteit en creativiteit. Trainingen daarin
behoren een belangrijke plaats in opleidingscurricula in te nemen.
Tot slot is het in een economie die ten gevolge van snelle technologische ontwikkeling
en communicatie zonder tijdsvertraging enorm snel verandert noodzakelijk om kennis-
kapitaal permanent op peil te houden. Een dergelijke economie vraagt om voorwaarden
die mensen in staat stellen om na hun reguliere opleiding leren en werken beter te
combineren of af te wisselen en leven-lang-leren gestalte te geven. Gangbare
economische arrangementen als arbeidsovereenkomsten, pensioenregelingen en ons
systeem voor de inkomstenbelasting bieden voor leven-lang-leren maar beperkt ruimte.
Aldus vastgesteld te Den Haag, september 2015
Prof. dr. U. Rosenthal (voorzitter)
Dr. D.J.M. Corbey (secretaris)
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                             35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 36</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Deel 2: Analyse
 Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 37
 Briljante bedrijven                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>De bevindingen die in het eerste deel van dit rapport zijn gepresenteerd, stoelen op
de analyse die hieronder is uitgeschreven. Deze heeft drie onderdelen. In het
eerste hoofdstuk maken we duidelijk waarom we in dit advies over de
technologische ontwikkelingen van de toekomst de blik sterk op ICT concentreren.
Het tweede hoofdstuk gaat over de manier waarop ICT doorwerkt in de economie
en over hoe ICT in dit opzicht verschilt van eerdere general purpose technologies.
Het derde hoofdstuk gaat over de manier waarop ICT nieuwe mogelijkheden schept
voor processen van onderzoek en innovatie.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                        38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                                                                                         1
Technologische ontwikkeling en de
dominantie van ICT
In Nederland concentreert de inzet van het innovatiebeleid zich momenteel op de
topsectoren. Het topsectorenbeleid is ‘integraal’ beleid en daarom sluit een belangrijk
deel van het onderzoeksbeleid hierop aan. De topsectorenaanpak is het kader waar-
binnen het stimuleren van technologische ontwikkeling gestalte krijgt. Dit loopt via
innovatiecontracten, roadmaps en Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). Binnen
elk van de TKI’s zet men in op die technologieën die voor de betreffende topsector van
belang zijn: technologieën voor plantenveredeling voor de tuinbouw, agronomische
technologieën voor de landbouw, waterzuiveringstechnologieën voor de watersector,
energietechnologieën voor de energiesector, medische technologieën voor de sector
Life Sciences and Health, en dergelijke. Deze technologieën sluiten direct aan bij het
economisch profiel van ons land.
Deze specifieke technologieën komen tot ontwikkeling op een brede en vruchtbare laag
van sleuteltechnologieën die een toepassing vinden in vele verschillende domeinen.
Dit zijn de technologieën die naar verwachting aan de basis van nieuwe producten en
diensten zullen staan en ons zullen helpen in de richting van een concurrerende en
ecologisch duurzame kenniseconomie. Hiermee kan een groot potentieel voor waarde-
creatie en productiviteitsverhoging gemoeid zijn. Welke technologieën dat precies zijn,
ligt in de toekomst besloten, maar er zijn diverse kandidaten. De Europese Commissie
schaart onder key enabling technologies technologieën als nanotechnologie, micro- en
nano-elektronica (halfgeleidertechnologie), nieuwe materialen, biotechnologie en
             46
fotonica. Landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hanteren eigen,
                                                                               47
deels overlappende lijsten met sleuteltechnologieën.
   Welke technologieën ontwikkelen zich tot sleuteltechnologieën?
   Kenmerkend voor een sleuteltechnologie is dat deze niet alleen breed toepasbaar is,
   maar ook bijdraagt aan het vervullen van breed gevoelde behoeften. Nieuwe sleutel-
   technologieën grijpen daar aan waar de meest nijpende beperkingen bestaan bij het
   gebruik van de oude technologieën. De sleuteltechnologieën van de eerste industriële
   revolutie – die van de zeventiende tot en met negentiende eeuw – waren een
   oplossing voor menselijke of dierlijke beperkingen aan energie en arbeidskracht.
   Mechanische apparaten vervingen de handen en de werktuigen van ambachtslieden.
   Fossiele brandstoffen die gebruikt konden worden om deze apparaten aan te drijven,
46
   Mededeling van de Europese Commissie (2012) Een Europese strategie voor sleuteltechnologieën – een brug naar groei en
   banen.
47
   Zie het tekstkader in paragraaf 2.2 (pp. 77-79) hieronder voor informatie over de aanpak in onze buurlanden.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                              39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   bleken een bijna onuitputtelijke bron van energie. Plotseling konden grondstoffen tot
   eindproducten verwerkt worden, zonder dat de menselijke of dierlijke kracht, snelheid
   en uithoudingsvermogen nog beperkende factoren van belang waren. Hetzelfde gold
   voor het transport en de distributie van goederen en het vervoer van personen.
   Machines brachten snelheden tot ongekende hoogten en haalden wat vroeger ver
   was naderbij. Het gevolg van het wegvallen van de beperkingen van voorheen was
   het tot ontwikkeling komen van talloze nieuwe producten en diensten die vroeger
   niet en nu, dankzij overvloedige energie en voortgaande mechanisering, wel
   geproduceerd en gedistribueerd konden worden – en dat tegen bescheiden kosten.
   In onze tijd – de periode van de tweede industriële revolutie – voltrekt zich over een
   reeks van decennia een vergelijkbaar proces. De op ICT gebaseerde sleutel-
   technologieën van nu zijn een oplossing voor een andere menselijke beperking, die
   van het verwerken en delen van informatie: het denken en het communiceren. Waar
   mechanische innovaties onze handen vervingen, vervangen computers en digitale
   communicatiemiddelen onze breinen – en ze doen dat steeds meer en beter,
   naarmate ze krachtiger worden en meer cognitieve functies weten te beheersen.
   Tegenwoordig zijn rekenkracht en geheugen geen beperkende factoren meer.
   Doordat deze beperkingen zijn weggevallen, komen de laatste decennia almaar
                                                                                                                   48
   nieuwe producten en diensten op de markt die van deze overvloed profiteren.
   Het is niet vreemd dat de technologieën die aangrijpen op de productiefactoren
   waarvan de schaarste het meest nijpend is, zich ontwikkelen tot sleuteltechnologieën.
   De economische prikkels om juist die technologieën verder te ontwikkelen en op
   steeds grotere schaal en op nieuwe manieren toe te passen, zijn enorm. Als van de
   meest nijpende schaarsten de sterkste prikkels uitgaan die tot nieuwe sleutel-
   technologieën leiden, dan is het zaak te onderscheiden welke schaarsten ons in
   de nabije toekomst het meest in onze ontwikkeling beperken (of ons overleven het
   meest bedreigen). Op dit ogenblik gaat er een zekere demand pull uit van de
   noodzaak tot verduurzaming en vergroening, mede gedreven door het streven naar
   onafhankelijkheid van Russisch gas en Arabische olie en door klimaatverandering.
   Maar er is ook economische vraag die zijn oorsprong vindt in schaarste aan tijd (tijd
   van leven, tijd van hoge kwaliteit) en schaarste aan ervaringen (vermaak, sociale
   interactie, zingeving, zelfverwerkelijking).
De sleuteltechnologieën van onze tijd zijn op hun beurt in meer of mindere mate
gebaseerd op een fundament van ICT. Sommige zijn rechtstreekse doorontwikkelingen
48
   Zie daarover Brynjolfsson en McAfee (2014) The second machine age – Work, progress, and prosperity in a time of brilliant
   technologies.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                  40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>of ‘verbijzonderingen’ van ICT, zoals het gebruik van big data en nieuwe algoritmen (data
analytics) als instrument om daarmee op nieuwe manieren informatie te genereren of
allerhande nieuwe diensten te produceren. Een ander voorbeeld is cloud technology om
data op te slaan en te delen en om allerhande nieuwe online producten en diensten aan
te bieden. Andere sleuteltechnologieën zijn het resultaat van de convergentie van ICT
en andere technologieën, zoals geavanceerde robotica, autonome voertuigen en drie-
dimensionaal printen, het internet of things en ‘Industrie 4.0’, waarbij kunstmatige
intelligentie in objecten en apparaten ingebouwd wordt. Hierbij komt ICT samen met
mechanica en het gebruik van optische en andere sensoren. Weer andere sleutel-
technologieën zijn technologieën die hun verdere ontwikkeling te danken hebben aan de
beschikbaarheid van ICT als voornaamste instrument voor onderzoek en ontwikkeling,
                                                                             49
zoals biotechnologie, genomics en nanotechnologie. Dus, ICT is een general purpose
technology, een key enabler voor alle andere key enabling technologies die voor
Nederland van belang zijn.
ICT is niet het antwoord op alle technologische uitdagingen van de toekomst. Om
klimaatverandering te accommoderen of af te remmen, om gezondheidsproblemen
het hoofd te bieden en om onze energievoorziening te verduurzamen is meer nodig
dan alleen ICT. Desalniettemin is ICT een onmisbaar onderdeel van welke oplossing
dan ook. Dat geldt voor vrijwel alle technologische uitdagingen.
In de economische wetenschap zijn methoden ontwikkeld om economische groei te
relateren aan veranderingen in technologie. Daarbij is technologische ontwikkeling een
oorzaak die onderscheiden kan worden van andere factoren als toename van het
arbeidsvolume en van de kwaliteit van het arbeidsaanbod. Het is methodologisch echter
problematisch om technologische verandering nader uit te splitsen en economische groei
toe te rekenen aan de toepassing van verschillende key enabling technologies,
waaronder ICT-toepassingen. Dit heeft onder andere te maken met meetproblemen –
hoe kwantificeer je de omvang van de toepassing van een bepaalde technologie? – en
met de onderlinge afhankelijkheid van ICT en andere technologieën.
Toch zijn er aanwijzingen dat de impact van ICT op de economie nu en in de voorzien-
bare toekomst die van andere technologieën verre te boven gaat. Het in deel 1 al
aangehaalde rapport van McKinsey (2013) over twaalf disruptive technologies wijst in
deze richting. Deze twaalf technologieën zijn in te delen in vier brede categorieën. Vier
technologieën vallen in de categorie ‘ICT and how we use it’: mobiel internet, cloud
technology, internet of things en automatisering van kenniswerk. Meer dan driekwart van
de economische impact van deze twaalf technologieën in het komend decennium,
49
   National Science Foundation (2003) Converging Technologies for Improving Human Performance – nanotechnology,
   biotechnology, information technology and cognitive science; Doorn (2006) Converging technologies - Innovation patterns and
   impacts on society; MIT (2011) The Third Revolution: The Convergence of the Life Sciences, Physical Sciences, and Engineering.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>gemeten in termen van jaarlijkse additionele toegevoegde waarde wereldwijd, kan
                                                                                                    50
volgens McKinsey op het conto van deze vier worden geschreven. Drie technologieën
vallen in de groep ‘nieuwe machines’: geavanceerde robots, autonome en semi-
autonome voertuigen en 3D-printing. Dit zijn technologieën die ICT combineren met
mechanica, elektrotechniek en andere technologieën. De geschatte economische impact
van deze groep tot 2025 is rond een vijfde van die van de eerste groep, maar nog altijd
veel groter dan die van de overige twee groepen. Deze twee groepen zijn ‘nieuwe
energietechnologie’: energieopslag, geavanceerde olie- en gaswinning (horizontaal
boren, fracking, en dergelijke), en hernieuwbare energiebronnen, en ‘the building blocks
of everything’: next-generation genomics en nieuwe materialen. Samen hebben deze
groepen een geschatte economische impact die ongeveer een tiende deel is van de
                                         51
impact van de eerste groep.
De schattingen van McKinsey leiden tot de conclusie dat de disruptieve technologieën
met verreweg de grootste verwachte economische impact direct op ICT zijn gebaseerd.
ICT is een essentieel onderdeel in een breed spectrum aan productietechnologieën en
aan technologieën die handel faciliteren. Bovendien is het een essentieel instrument in
onderzoek en innovatie, de motor die de dynamiek van een hedendaagse economie op
gang houdt.
ICT is het fundament onder de tegenwoordige technologische ontwikkeling. Het wordt
overal gebruikt en zit overal in. Het is belangrijk voor alle activiteiten van productie en
consumptie. ICT wordt sinds jaar en dag beschouwd als een ‘dwarsdoorsnijdend thema’
waarvoor iedereen samen verantwoordelijk is. In de onzichtbaarheid van ICT binnen de
Nederlandse beleidsstructuren schuilt een risico. Daarom zet dit advies ICT in de schijn-
werpers. Het stelt de vraag waarin het disruptieve karakter van ICT is gelegen: wat maakt
ICT anders? Om een antwoord te geven op deze vraag, wijden we de rest van dit
hoofdstuk aan een nadere karakterisering van ICT en kijken we in het volgende
hoofdstuk naar de economische impact.
1.1          Informatie- en communicatietechnologie
Onder ICT verstaan we in dit rapport niet alleen de computer en het internet, maar het
geheel aan technologieën achter de computerhardware, software, telecommunicatie-
apparatuur en digitale data die gebruikt worden voor het genereren, uitwisselen en
verwerken van informatie. Het internet is een belangrijke ICT-toepassing en een
50
   Zie specifiek over de te verwachten impact van het Internet of Things: McKinsey Global Institute (2015) The internet of things:
   Mapping the value beyond the hype.
51
   Het beeld dat McKinsey Global Institute (2013) schetst, komt vergaand overeen hetgeen te vinden is in ING Economisch Bureau
   (2015) Hightech meets business – De economische impact van technologie voor sectoren, organisaties en mensen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>belangrijk platform voor communicatie. Het kent zijn eigen uitdagingen en zijn specifieke
vraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en privacy. De technologische
basis van het internet zoals dit nu functioneert, is ver doorontwikkeld. Verdere toe-
voegingen zitten in de toepassingssfeer. Maar er komen daarnaast kwalitatief andere
technologische ontwikkelingen op gang. Deze maken gebruik van big data en nieuwe
algoritmen (data analytics) of resulteren in machine learning, apparaten die met hun
omgeving communiceren en in reactie op signalen uit hun omgeving hun gedrag
aanpassen.
ICT is eerst en vooral een instrument. Het is een grote en krachtige gereedschapskist die
gebruikt wordt in allerlei domeinen en mede bepaalt hoe die domeinen zich ontwikkelen.
Maar het is niet alleen een instrument dat ons in staat stelt wat we al deden efficiënter te
doen. Het is ook een instrument om wezenlijk nieuwe dingen te doen en daarmee een
disruptieve kracht die het functioneren van onze samenleving verandert.
De ontwikkeling van ICT gaat terug op het ontwerp voor een mechanische,
programmeerbare, digitale computer (analytical engine) van Charles Babbage en Ada
Lovelace uit het midden van de negentiende eeuw, de Hollerith-machines van het begin
van de twintigste eeuw en het werk van Alan Turing tijdens de Tweede Wereldoorlog. De
eerste op silicium gebaseerde transistor, een belangrijke bouwsteen voor computers,
stamt uit 1954. De exploitatie van de mogelijkheden komt pas echt op gang in 1971 met
de introductie van de microprocessor en gaat nog steeds voort.
ICT wordt beschreven als de basistechnologie waarop de huidige ‘lange golf’ is
                   52
gebaseerd. De technologie bevindt zich nu volop in de fase van exploitatie. Digitale
technologie is steeds krachtiger, sneller en flexibeler. De verbreding en verdieping van
de exploitatie van ICT is zichtbaar in diverse gebieden: het genereren en gebruiken van
big data voor allerhande praktische toepassingen, de ontwikkeling en het gebruik van
visualisatie- en simulatietechnieken voor virtuele werelden, de ontwikkeling van een
internet of things, van nieuwe generaties robots, van printers voor driedimensionale
objecten uit uiteenlopende materialen. Brynjofsson en McAfee karakteriseren de digitale
revolutie waarin wij ons bevinden aan de hand van drie zaken: exponentiële groei, big
                                                53
data en nieuwe combinaties.
52
   Zie bijvoorbeeld Perez (2009) Technological revolutions and techno-economic paradigms, voor een uitgebreide beschrijving van
   de dynamiek van lange golven in de economische ontwikkeling. De vorige waren achtereenvolgens gebaseerd op: i) mechanisatie
   (textielindustrie) en gebruik van ijzer; ii) stoommachines en railtransport; iii) machinebouw en chemische technologie, gebruik van
   staal en van elektriciteit; iv) gebruik van fossiele brandstoffen: petrochemie, verbrandingsmotoren (auto’s, vliegtuigen), elektrische
   apparaten, organisatie van massaproductie.
53
   Brynjolfsson en McAfee (2014) The second machine age – Work, progress, and prosperity in a time of brilliant technologies.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                             43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>1. Exponentiële groei
De capaciteitstoename van digitale instrumenten volgt – al jaren en nog steeds – een
exponentiële curve. Het rekenvermogen dat per euro te koop is, verdubbelt jaar in,
jaar uit grofweg elke anderhalf tot twee jaar. Dit staat bekend als de wet van Moore.
De kosten van geheugencapaciteit van digitale apparaten hebben een vergelijkbare
                                                                                        54
ontwikkeling doorgemaakt, net als die van datatransmissie. Hierdoor zijn steeds meer
toepassingen binnen handbereik gekomen. De wet van Moore is een verbazingwekkend
accurate beschrijving van de ontwikkelingen in computertechnologie geweest vanaf
1965, het moment waarop Gordon Moore zijn ‘wet’ formuleerde. Er is wel debat over de
mogelijkheid dat ‘Moore’s law is running out of steam’, maar er zijn geen overtuigende
                                                                                                            55
aanwijzingen dat dit in het komende decennium reeds het geval zal zijn.
2. De voortgaande explosieve groei van digitale informatie: big data
Een groeiend aantal apparaten en sensoren produceert een grote en verder aan-
zwellende stroom aan digitale informatie. Negentig procent van de bestaande digitale
                                                                      56
data zijn in de afgelopen twee jaar gecreëerd. Het gaat daarbij om digitale vormen van
tekst, geluid, beeld, data van apparaten en sensoren, et cetera. Men spreekt van big
data, een verschijnsel dat gekarakteriseerd wordt door de drie V’s: volume, velocity
(snelheid) en variëteit. Volume refereert aan het feit dat datasets tegenwoordig vaak
geen steekproeven meer zijn, maar de hele populatie omvatten: alle klikken op het
internet, alle transacties in een winkel, alle bewegingen van voertuigen op de weg.
Velocity verwijst naar het verschijnsel dat veel (sensor)data tegenwoordig real time
beschikbaar komen. Dit maakt het mogelijk waar te nemen hoe complexe processen zich
in de tijd ontvouwen. Variëteit verwijst naar de vele bronnen die data leveren, de
                                                                      57
uiteenlopende formats en structuren van data.
3. Innoveren op basis van combineren
De combinatie van steeds meer computerkracht en steeds meer data zal vooralsnog
ongekende mogelijkheden voor innovatie en waardecreatie openen. De datastroom
groeit en de instrumenten om nieuwe dingen met deze data te doen, nemen in kracht
54
   De transmissieprijs van data is tussen 2001 en 2010 gedaald met een factor tien, terwijl de snelheid met een factor tien is
   toegenomen; de prijs van GPS in een apparaat is in twintig jaar gedaald van enkele honderden dollars tot rond één dollar; de prijs
   van een CCD-detector (in camera’s en scanners) is tussen 1995 en 2005 met een factor honderd gedaald, aldus Buchholtz et al.
   (2014) Big and open data in Europe – A growth engine or a missed opportunity?, p. 44.
55
   McAfee citeert een ICT-onderzoeker die op de vraag “How much more time do we have with Moore's Law?” het treffende antwoord
   gaf: “Five more years, same as the last 30 years.” Uiteraard komen de fysieke grenzen in zicht, maar er is voorlopig nog
   perspectief. Zie ook bijvoorbeeld http://www.techradar.com/news/computing/moore-s-law-how-long-will-it-last--1226772/2, dat een
   heel spectrum aan mogelijkheden aanduidt om computerkracht verder op te voeren en eindigt met: “when Moore's Law stops, it
   will be economics that stops it, not physics. So keep your eye on the money.” ASML laat in een persbericht van 24 november 2014
   weten er vanuit te gaan dat de wet van Moore de komende tien jaar zijn geldigheid nog wel behoudt: zie
   http://www.asml.com/asml/show.do?lang=EN&ctx=5869&rid=51026 en http://www.volkskrant.nl/tech/asml-doorbreekt-natuurwet-
   nog-meer-transistor-op-chip~a3797238/.
56
   Buchholtz et al. (2014) Big and open data in Europe – A growth engine or a missed opportunity?, p. 45.
57
   Zie voor een toegankelijke introductie tot Big data: Osseyran en Vermeend (2014) De revolutie van Big data – Een verkenning van
   de ingrijpende gevolgen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                         44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>toe. Daarmee leidt big data, in beginsel een kwantitatief fenomeen, tot kwalitatieve
veranderingen: we krijgen grip op de dynamiek van complexe fenomenen in al hun detail.
We krijgen ook de instrumenten in handen om te kunnen voorspellen zonder te kunnen
verklaren, om te modelleren zonder een onderliggende theorie, om beslissingen te
                                                                                 58
nemen op basis van volledige sets van waarnemingen. Dit alles biedt perspectief op
innovaties, gebaseerd op het op originele manieren combineren van nieuwe ICT-
instrumenten met nieuwe datastromen. Er zijn enorm veel nieuwe combinaties mogelijk,
getuige alleen al de constante stroom aan nieuwe apps en via digitale netwerken
verbonden apparaten die door allerlei ondernemers worden gelanceerd. De nieuwe
mogelijkheden leiden ook tot nieuwe vormen van organisatie en nieuwe verdienmodellen,
zoals die waarbij veel programmatuur gratis ter beschikking komt en veel digitale content
om niet (dan wel in ruil voor persoonlijke informatie) gedeeld wordt.
   Wat kan een computer leren?
   Computers zijn machines die instructies uitvoeren. Ze gaan op een heel andere
   manier met informatie om dan het menselijk brein. Computers kunnen alleen overweg
   met expliciete kennis, met kennis die in software en data geformaliseerd kan worden.
   Menselijk handelen stoelt echter vaak op impliciete kennis, op tacit knowledge: “you
   know more than you can tell”. De meeste mensen weten hoe ze moeten lopen en
   fietsen (motorische vaardigheden), hoe ze zich in onoverzichtelijke situaties kunnen
   redden (intuïtie), hoe ze het best op een ander kunnen reageren (sociale vaardig-
   heden). Maar omdat ze het niet kunnen expliciteren, valt het niet te programmeren.
   Veel van het menselijk functioneren berust op tacit knowledge.
   Technologische vooruitgang in ICT is momenteel voor een belangrijk deel de
   computer tacit knowledge bijbrengen. Tacit knowledge is een rijkgeschakeerde
   barrière waartegen de verdere automatisering van arbeid aanloopt. Veel
   inspanningen in computerwetenschappen en engineering zijn erop gericht deze
   barrière stap voor stap te overwinnen. Voorbeelden zijn interpretatie van auditieve
   informatie (spraakherkenning) en visuele informatie (herkenning van beelden) en het
   optimaliseren van sensomotorische activiteit (de voetballende robot, de
   zelfchaufferende auto).
   Er zijn twee strategieën die men volgt om processen te automatiseren die op tacit
   knowledge berusten wanneer mensen ze uitvoeren en waarvoor de regels impliciet
58
   Buchholtz et al. (2014) Big and open data in Europe – A growth engine or a missed opportunity?, p. 42; zie ook p. 52:
   ondernemingen die data-driven decision making hanteren, hebben gemiddeld een vijf à zes procent hogere productiviteit dan
   concurrenten die gebruik maken van intuïtiegedreven beslissingsprocedures (Brynjolfsson et al. (2011) Strength in Numbers: How
   Does Data-Driven Decisionmaking Affect Firm Performance).
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>         59
   zijn. De eerste, traditionele strategie draait om het reduceren van de behoefte aan
   tacit knowledge. Waar mensen tacit knowledge voor nodig hebben, en waar machines
   daarom moeite mee hebben, is autonoom te functioneren in een onvoorspelbare
   omgeving. Deze strategie berust daarom op het simplificeren en voorspelbaar maken
   van de omgeving. Dat is precies wat in een geautomatiseerde fabriek is gebeurd:
   robots kunnen doen wat ze moeten doen omdat het te bewerken object altijd exact
   hetzelfde uitziet en op precies dezelfde wijze voorbij komt. De zelfchaufferende auto
   kan – gewapend met alle beschikbare geografische en ruimtelijke informatie –
   vooralsnog alleen zijn weg vinden in eenvoudige verkeerssituaties en in een
   voorspelbare omgeving (bijvoorbeeld op de snelweg, maar veel minder in het
   stadsverkeer).
   De tweede strategie berust op machine learning, op statistiek en inductie om een
   computer zo goed mogelijk te laten ‘raden’ hoe iets – een geluid, een woord, een
   afbeelding, een situatie – geïnterpreteerd moet worden als er geen sluitende regels
   te geven zijn. Sommige vertaalprogramma’s werken op deze manier. Aan de hand
   van een groot aantal voorbeelden bepaalt de computer inductief en met statistische
   methoden wat karakteristiek is voor een opgave en gebruikt dit voor het interpreteren
   van nieuwe opgaven. Wanneer bijvoorbeeld in de database van vertalingen een
   bepaald woord in een bepaalde context in de brontaal vaak voorkomt in combinatie
   met een ander woord met corresponderende context in de doeltaal, is het tweede
   woord waarschijnlijk een goede vertaling van het eerste. Op basis van deze
   statistische regelmatigheid kan de computer vertalen zonder veel expliciete regels,
   zonder te weten wat de definities van woorden zijn. Net zo suggereren webwinkels
   producten die mogelijk interessant voor je zijn. Op een vergelijkbare manier kan een
   computer ook beeldmateriaal leren interpreteren. Neem bijvoorbeeld de opgave: geef
   aan of dit een afbeelding is van een stoel – en dat zonder te beschikken over een
   formele beschrijving van hoe een stoel op een tweedimensionale afbeelding eruitziet
   (drie of vier poten, zitting, wel of geen leuning – van voren, van opzij, van boven,
   schuin, …). Op deze manier doet de computer niet wat het menselijk brein doet, maar
   simuleert het dit afhankelijk van de gebruikte algoritmes meer of minder accuraat.
   Een computer of een robot kan werkzaamheden van een mens overnemen indien aan
   twee condities is voldaan: i) de informatieconditie: alle informatie die voor het
   uitvoeren van een activiteit nodig is, kan worden geïdentificeerd en is beschikbaar in
   een vorm die een computer kan verwerken, en ii) de procesconditie: het informatie-
                                                                                   60
   verwerkingsproces zelf kan worden uitgedrukt in regels.
59
   Zie Autor (2014) Polanyi’s paradox and the shape of employment growth, paragraaf vi.
60
   Zie Levy en Murnane (2013) Dancing with robots – Human skills for computerized work.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>   Die regels kunnen gebaseerd zijn op de eerste strategie, en dan gaat het om
   deductieve regels, waarbij informatieverwerking een logisch gestructureerd
   stapsgewijs proces is. Ze kunnen ook gebaseerd zijn op de tweede strategie, en dan
   gaat het om inductieve regels, waarbij de regels de vorm aannemen van statistische
   vergelijkingen die een relatie leggen tussen informatie-input en informatie-output op
   basis van correlaties (patroonherkenning). Aan de informatieconditie is vaak niet
   voldaan omdat voor veel werkzaamheden allerlei ongearticuleerde informatie (vaak
   common sense en tacit knowledge) nodig is. Aan de procesconditie is veelal moeilijk
   te voldoen omdat veel werkzaamheden tegen onverwachte situaties aanlopen waarin
   geïmproviseerd moet worden.
1.2         Meer over big data
                                                                                      61
Big data is een verschijnsel dat ons goeddeels overkomt. Er is een explosieve groei
van activiteiten van mensen en apparaten die gegevens gebruiken en als een
neveneffect een datastroom creëren die ook voor andere doeleinden gebruikt kan
worden. Veel big data vinden hun oorsprong in de transacties van bedrijven waarbij
allerlei gegevens digitaal worden vastgelegd over producten, processen, klanten en
toeleveranciers. Of ze vinden hun oorsprong in registraties bij publieke instellingen als
gemeenten, de belastingdienst, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), zieken-
huizen en zorginstellingen (het elektronisch patiëntendossier, EPD) en scholen. Of ze
komen uit de registraties van sensoren in mobiele telefoons, in slimme energiemeters, in
machines en voertuigen, in MRI-scanners in ziekenhuizen, in GPS-apparatuur, in betaal-
passen en in kaarten voor het openbaar vervoer. Verder ontstaan brede stromen van big
data door internetgebruik, emailverkeer en activiteiten op sociale media. Steeds meer
menselijk handelen laat digitale sporen na. In het algemeen betreft het hier omvangrijke
datastromen als bijvangst, waar waarde mee te creëren valt door slim hergebruik. Deze
data zijn heel divers van aard. Het aandeel data uit continue bronnen groeit. Naast tekst
omvat digitale informatie steeds meer geluid, beeld en bewegend beeld (video).
Niet alle big data zijn bijvangst. Doordat apparaten en sensoren die data genereren zo
sterk in kosten zijn gedaald, is het mogelijk geworden zaken nu continu waar te nemen
en te registreren die dat vroeger niet waren. Dat heeft vooral de perspectieven in de
wetenschap enorm verruimd. Grote installaties als de Square Kilometer Array (SKA)
radiotelescoop, die in Zuid-Afrika en Australië wordt gebouwd door 67 wetenschaps-
teams uit twintig landen, en de Large Hadron Collider (LHC), die door CERN is gebouwd
61
   Men spreekt van Big Data bij dataverzamelingen die te omvangrijk zijn om op te slaan en te analyseren met traditionele software
   die gebruik maakt van relationele databases. Voor big data zijn inmiddels alternatieven ontwikkeld die gebruikmaken van
   zogenaamde NoSQL-technologie en van massale parallelle gegevensverwerking.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>op de grens van Zwitserland en Frankrijk met bijdragen van wetenschappers uit meer
dan honderd landen, produceren meer data dan opgeslagen kunnen worden. Data
veranderen van een voorraadgrootheid in een stroomgrootheid. Van de gigantische hoe-
                                                                                                                                  62
veelheid data die de LHC produceert, wordt slechts ongeveer 0,4 procent opgeslagen.
                                                                                                                    63
Volgens sommigen luidt big data een nieuw tijdperk voor de wetenschap in. Nadat
wetenschap eeuwenlang een beschrijvende, empirische activiteit is geweest, werd het na
de Verlichting ook een theoriegedreven, verklarende activiteit. In de laatste decennia van
de vorige eeuw kwam naast beschrijven en verklaren ook nog de mogelijkheid tot het
simuleren van complexe fenomenen met computermodellen bij, om daarmee meer grip
op de werkelijkheid te verkrijgen. Met big data komt de wetenschap volgens sommigen in
een vierde stadium terecht, waarin theorie, experiment en simulatie samenkomen omdat
gegevenssets niet langer steekproeven zijn, maar volledige sets van waarnemingen.
De vraag is nu hoe deze grote datastromen tot waarde gebracht kunnen worden. Voor de
wetenschap biedt big data grote kansen. Daarvan zullen niet alleen de astronomie en de
natuurkunde profiteren, maar ook de medische en farmaceutische wetenschappen en de
biowetenschappen. Zo bieden bijvoorbeeld de uitgebreide patiëntgegevens die
verzameld worden via beeldopnamen met MRI-scanners, via genetisch onderzoek met
next-generation sequencing apparatuur en via bewakingsapparatuur met sensoren die
mensen permanent meedragen, in combinatie met allerlei andere gegevensbronnen,
aantrekkelijke mogelijkheden om behandelprotocollen te verbeteren, geneesmiddelen te
                                                                                                                 64
testen, en behandeltrajecten beter op persoonskenmerken af te stemmen. Grote
kansen liggen er ook voor de klimaatwetenschappen, die profijt trekken van de steeds
verfijndere netwerken van sensoren die data verzamelen betreffende het weer en de
atmosfeer. Hetzelfde geldt voor de sociale wetenschappen en de economie, die de
beschikking krijgen over steeds meer microdata over individueel gedrag, en de
menswetenschappen, die over steeds meer digitale instrumenten beschikken om
gestructureerde informatie te destilleren uit grote hoeveelheden ongestructureerde
digitale tekst en andere informatie.
Minder duidelijk is wat het economisch en maatschappelijk profijt van big data zal zijn,
maar de verwachtingen zijn hooggespannen. McKinsey (2011) schat bijvoorbeeld dat de
gezondheidssector in de Verenigde Staten met big data per jaar 300 miljard dollar aan
extra waarde kan genereren (meer dan het zorgbudget van Spanje) en dat consumenten
wereldwijd per jaar 600 miljard dollar aan extra waarde zouden kunnen genieten bij een
optimaal gebruik van persoonlijke locational data. Europese overheden zouden per jaar
62
   Osseyran en Vermeend (2014) De revolutie van Big Data.
63
   Gray (2009) The Fourth Paradigm: Data-Intensive Scientific Discovery.
64
   McKinsey Global Institute (2013) Disruptive technologies: Advances that will transform life, business, and the global economy,
   schat bijvoorbeeld dat het gebruik van remote health monitoring kan leiden tot een reductie van tien tot twintig procent in de
   behandelkosten van chronische ziekten. Zie ook McKinsey Global Institute (2011) Big data: The next frontier for innovation,
   competition, and productivity.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                          48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>250 miljard euro aan extra waarde kunnen genereren (meer dan het BBP van
Griekenland).
Er zijn allerlei manieren waarop bedrijven en publieke organisaties, maar ook consu-
menten, waarde zouden kunnen ontlenen aan big data. Meer data kan leiden tot meer
transparantie, bijvoorbeeld van het aanbod en van prijzen op markten. Dat op zichzelf
kan al een grote bron van waarde zijn en leiden tot een meer efficiënte allocatie van
goederen en diensten. Meer real time data omtrent het gedrag van consumenten kan
bedrijven helpen hun potentiële afzetmarkt beter te segmenteren, hun producten aan
individuele behoeften aan te passen en hun marketing af te stemmen op actuele
ontwikkelingen in consumentenvoorkeuren. Meer continue data betreffende de interne
bedrijfsprocessen kan bedrijven helpen hun productieplanning en hun distributie-
systemen te optimaliseren. Meer actuele data omtrent productprestaties, bijvoorbeeld
ontleend aan ingebouwde sensoren, kan helpen het onderhoud van producten efficiënter
te regelen en producten gericht te verbeteren. Het gebruik van big data en geavanceerde
algoritmen in beslissingsondersteunende systemen kan ertoe leiden dat de bestuurders
van bedrijven nieuwe inzichten ontwikkelen, betere beslissingen nemen en risico’s beter
inschatten. Ten slotte kan het gebruik van big data leiden tot nieuwe producten en
                                                       65
diensten en nieuwe verdienmodellen.
Om de potentie van big data te realiseren, moet aan een reeks van voorwaarden worden
voldaan. De belangrijkste is dat er genoeg mensen met verstand van zaken beschikbaar
moeten zijn. Op dit moment zijn er grote tekorten voorzien aan data scientists met
expertise op het gebied van databases en data analytics, de algoritmen om big data te
bewerken en te analyseren. Verder zijn er mogelijke knelpunten in regelgeving en
waarborgen ten aanzien van eigendom en gebruik van data, privacy en security. Dit
speelt bijvoorbeeld sterk bij medische en financiële persoonsgegevens. Er is het risico
dat er op basis van exclusieve toegang tot data nieuwe monopolies en economische
                                                                                  66
machtsposities ontstaan die moeilijk te reguleren zijn.
   Een voorbeeld: tekstanalyse van discussies op internetfora tussen patiënten
   met Gastro Intestinale Stroma Tumor (GIST)
   Een groot deel van de data die via het internet wordt uitgewisseld, bestaat uit tekst:
   e-mailverkeer, discussies via social media, commentaren op berichten, en dergelijke.
   De analyse daarvan gebeurt met computational linguistics, programmatuur voor het
   verwerken en analyseren van natuurlijke taal. Hiermee analyseren bedrijven als
   Google en Facebook bijvoorbeeld zoekopdrachten en blogposts voor marketing-
65
   Zie McKinsey Global Institute (2011) Big data: The next frontier for innovation, competition, and productivity, en Buchholtz et al.
   (2014) Big and open data in Europe – A growth engine or a missed opportunity?.
66
   Cukier en Mayer-Schönberger (2013) The rise of Big Data.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                            49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>   doeleinden. Gebruikers krijgen gepersonaliseerde reclameboodschappen
   aangeboden.
   Een recent gestart onderzoeksproject gebruikt tekstanalyse voor een totaal ander
   doel: het verkrijgen van informatie die nuttig kan zijn voor kankeronderzoek. Als
   mensen met kanker geconfronteerd worden, gaan ze op zoek naar informatie over
   hun diagnose, overlevingskansen, behandelmogelijkheden en ervaringen van
   lotgenoten. Dit is met name het geval bij zeldzame vormen van kanker, waarover in
   het algemeen weinig bekend is, behalve bij oncologen die in de betreffende ziekte zijn
   gespecialiseerd. Patiënten zoeken niet alleen, maar gaan ook in dialoog met mede-
   patiënten over de hele wereld, via speciale patiëntenfora en social media. Men wisselt
   gegevens uit over de eigen ziekte, behandeling, medicijngebruik, effecten van de
   behandeling, bijwerkingen van medicijnen, kwaliteit van leven, emoties, et cetera. Die
   discussies bevatten informatie die veelal niet bij de behandelende specialist terecht
   komt. Een bezoek aan de arts is kort: net genoeg gelegenheid om de laatste scan-
   resultaten te bespreken en eventuele aanpassingen van de behandeling, en dan is de
   tijd om.
   Analyse van de discussies tussen patiënten onderling kan waardevolle informatie
   opleveren, bijvoorbeeld over: nog onbekende bijwerkingen van medicijnen; mogelijke
   invloed van erfelijke factoren; co-morbiditeit; medicijntrouw; kwaliteit van leven;
   ongewenste effecten van combinaties van medicijnen en specifieke voedings-
   middelen; effecten van levensstijl op het ziekteverloop; alternatieve behandelingen die
   patiënten volgen. Naast analyse van de discussies en extraheren van de relevante
   informatie kan met data mining technieken gezocht worden naar patronen die
   mogelijk in de data aanwezig zijn. Met statistische methoden kan nagegaan worden of
   het gelijktijdig optreden van verschijnselen bij eenzelfde patiënt (bijvoorbeeld twee
   verschillende vormen van kanker) op toeval berust, of dat er aanleiding is om een
   oorzakelijk verband te veronderstellen. Dit kan vervolgens nader onderzocht worden
                                              67
   en tot nieuwe inzichten leiden.
1.3         De aandacht voor ICT in het beleid
Het belangrijkste kanaal waarlangs de Nederlandse overheid momenteel investeringen
ten behoeve van de innovatiekracht van Nederland geleid, is het topsectorenbeleid.
Binnen de negen topsectoren hebben investeringen in verdere ontwikkeling en
innovatieve toepassingen van ICT geen duidelijke plek. Ze zijn verspreid over diverse
topsectoren, waarbij een accent ligt binnen de topsector High Tech Systemen &
67
   Met dank aan Gerard van Oortmerssen, hoogleraar Universiteit Tilburg, evolutie van het internet, voor dit voorbeeld.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                             50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Materialen (HTSM). Het innovatiecontract HTSM voor de periode 2014 – 2015 omvat
zeventien roadmaps met meerjarenplannen voor specifieke technologieën en
toepassingen. Het gaat hierbij om tien toepassingen (bijvoorbeeld halfgeleiderapparatuur,
printen en verlichting), vijf zogeheten HTSM-technologieën (bijvoorbeeld componenten &
circuits en fotonica) en twee cross-sectorale technologieën (ICT en nanotechnologie). De
R&D-investeringen voor de verschillende roadmaps lopen sterk uiteen, van bedragen
rond de tien miljoen euro per jaar voor thema’s als printing en embedded systems, tot
                                                                                                                    68
160 miljoen euro voor halfgeleiderapparatuur en 180 miljoen euro voor healthcare .
De investeringen in generieke ICT, los van toepassingen, vallen in de middenmoot met
geplande bedragen van rond de 40 miljoen euro per jaar in 2013, oplopend richting 80
miljoen euro in 2015. Topsector HTSM signaleert dat de beperkte focus op generieke ICT
te maken heeft met het wegvallen van de nationale ondersteuning uit het FES (Fonds
Economische Structuurversterking). Dit betreft met name het programma COMMIT/ in de
roadmap ICT en ook NanoNextNL in de roadmap Nanotechnologie. Daarom is er de
ambitie om de cofinanciering vanuit de Europese Commissie te laten groeien naar 120
miljoen euro per jaar in 2016 (voor alle roadmaps samen). Voor ICT is de totale inzet in
2016 hiermee geraamd op 90 miljoen euro. De investeringen die vanuit het bedrijfsleven
verwacht worden, nemen hierbij ook toe van 14 miljoen euro in 2013 naar 35 miljoen
euro in 2016.
Tabel 1 Thema’s en budgetverdeling in Roadmap ICT (2012)
 Thema                                                                      Percentage van ICT-budget in 2012
 ICT om op te vertrouwen                                                                                                   21%
 Veilige en betrouwbare infrastructuur
 ICT-systemen voor monitoring en control                                                                                 16,4%
 Communicatie tussen sensornetwerken
 ICT voor een verbonden wereld                                                                                             11%
 Standaardisatie, open data, software als dienst
 Data, data, data                                                                                                        25,6%
 Innovatief datamanagement en -detectie
 Waarde- en informatieketens                                                                                                 8%
 ICT in bedrijven en procesinnovaties
 Menselijk en maatschappelijk kapitaal                                                                                       5%
 Internationaal georiënteerde ondernemingen
68
   Topsector HTSM (2013) Innovatiecontract 2014-2015 High Tech Systemen en Materialen; zie voor geactualiseerde gegevens
   http://www.hollandhightech.nl.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                               51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>De ICT-roadmap is opgedeeld in zes thema’s. In tabel 1 is te zien welk percentage van
het beschikbare budget in 2012 naar welk thema ging. De voorgenomen verdeling voor
de jaren na 2012 is in de huidige innovatiecontracten niet terug te vinden.
Naast het topsectorenbeleid zijn er een paar andere initiatieven waarop momenteel wordt
ingezet. Het ministerie van Economische Zaken investeert samen met FME en TNO in
het op een hoger plan tillen van Smart Industry, de ontwikkeling van het internet of things
in de industrie. Hiermee sluit Nederland aan op een proces waarmee de Duitse industrie
nu volop bezig is en dat daar Industrie 4.0 genoemd wordt. Hiervoor is in 2014 een
agenda gepresenteerd en worden nu fondsen gezocht.
   Actieagenda smart industry
   “De ambitie van het Team Smart Industry is een sterke Nederlandse industrie die
   groeit en voor banen zorgt. De digitalisering van de industrie biedt het Nederlandse
   bedrijfsleven grote kansen om competitief te blijven in een toenemende mondiale
   concurrentiestrijd. Deze ontwikkeling is onontkoombaar, niet meedoen is geen optie.
   Uit alle statistieken blijkt dat ICT op dit moment de belangrijkste driver is voor
   productiviteitsgroei. Bedrijven zullen daarom de ambitie moeten hebben om voorop te
   lopen. Deze actieagenda ondersteunt het bedrijfsleven in die ambitie. De actieagenda
                                                                                              69
   is een verdieping van het bestaande topsectorenbeleid en het Techniekpact.”
   De Actieagenda Smart Industry richt zich op de brede industrie, van agro-food tot
   logistiek en van chemie tot de hightech. Deze realiseert met bijna 320.000 bedrijven
   en 1,4 miljoen werkzame personen zo’n 6,4 miljard euro aan R&D uitgaven, ruim 440
   miljard euro aan productiewaarde en 173 miljard euro aan exportwaarde, en alles
   samen 145 miljard euro aan toegevoegde waarde. De productiegroei van de industrie
   is groter dan gemiddeld in Nederland (elf versus zes procent) en de arbeids-
   productiviteit, de investeringen in kapitaalgoederen, het innovatieaandeel en de
   bijdrage aan de export zijn bovengemiddeld. “Het streven is om de industrie
   competitiever te maken door sneller en beter benutten van de mogelijkheden die ICT
   biedt. En dat doen we niet alleen voor het bedrijfsleven zelf. Een sterke en
                                                                                           70
   vernieuwende industrie levert groei op en banen. Dat is het hogere doel.”
Een initiatief van geheel andere orde is de quantumcomputer. Hieraan wordt gewerkt
binnen het Kavli Instituut van de faculteit technische natuurwetenschappen van de TU
Delft door een onderzoeksgroep die zich richt op quantum nanoscience. Het gaat hier om
fundamenteel en risicovol onderzoek met een op de lange termijn mogelijk revolutionaire
69
   Aldus FME et al. (2014) Actieagenda Smart Industry – Dutch industry fit for the future.
70
   Ibidem.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>betekenis voor de verdere ontwikkeling van computers. Het ministerie van EZ heeft
hiervoor middelen beschikbaar gesteld vanwege het mogelijk economisch belang. Op dit
moment investeert het ministerie ad hoc in dergelijke uit het veld opkomende, mogelijk
kansrijke ontwikkelingen. Vooralsnog is er geen beleidskader waarbinnen deze zaken
passen en geen gestroomlijnde systematiek om dit soort ontwikkelingen te signaleren,
te wegen en te beoordelen.
Terugkijkend op de ontwikkelingen in het ICT-beleid van de afgelopen decennia (zie
kadertekst hieronder) valt op dat de overheid vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw
geïnvesteerd heeft in de ontwikkeling en de adoptie van ICT. De afgelopen jaren is het
accent in het economisch beleid vooral komen te liggen op sleutelgebieden en top-
sectoren en is het ICT-beleid wat op de achtergrond geraakt. Almaar meer werd tegen
ICT aangekeken als ware het een vanzelfsprekende commodity waarin bedrijven kunnen
voorzien en die op internationale markten te koop is. Vanuit de overheid werd steeds
minder de behoefte gevoeld om een strategische visie op ICT te ontwikkelen en er een
samenhangend beleid op te voeren. Diverse departementen volgden hun eigen agenda’s
en afstemming tussen departementen en organisaties als NWO, STW, ZonMw en de
voorgangers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kwam moeizaam van de
grond. Binnen het economisch beleid werd ICT een innovatie-as die achtereenvolgens
de sleutelgebieden en de topsectoren dwars doorsneed. Dit gebrek aan aandacht, visie
en strategie, in combinatie met bezuinigingsdruk in tijden van crisis, leidde tot een
stapsgewijze beknotting van middelen om gericht in ICT te investeren. Een poging om
via ICTRegie meer afstemming en regie in het drukke ICT-veld te brengen heeft niet
opgeleverd wat gehoopt was en is na een paar jaren gestaakt. Het kader voor het huidige
ICT-beleid is de Digitale Agenda. Hierin ligt het accent op implementatie, standaardisatie,
opschaling en exploitatie van wat aan technologie reeds beschikbaar is. Daarbij wordt
vooral ingezet op randvoorwaarden en ruimte scheppen voor ondernemers om met ICT
efficiëntiewinst te boeken en nieuwe producten te ontwikkelen.
   De ondernemende overheid: een korte geschiedenis van publieke investeringen
   in ICT
   In de jaren tachtig is ICT ongetwijfeld de technologie die de meeste beloftes voor de
   nabije toekomst in zich draagt. De eerste glasvezelkabels worden ingegraven, de
   markt voor pc’s staat nog in de kinderschoenen en het internet moet nog worden
   uitgerold. In die jaren zijn de kaarten nog niet geschud en is bijvoorbeeld Philips nog
   in de race om in de computerindustrie een speler van wereldformaat te worden.
   Tegen die achtergrond sturen in 1984 de ministers van OCW, EZ en LNV het
   Informatica Stimuleringsplan (INSP) naar het parlement. In dit stimuleringsplan
   doen ze plannen uit de doeken om de informatisering van onderwijs, onderzoek
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>   en marktsector te stimuleren. In de jaren die daarop volgen, zien talloze regelingen
   op het gebied van ICT het licht. Veel van deze regelingen zijn bedoeld om ICT-
   ontwikkelingen op gang te brengen binnen het bedrijfsleven en de overheid.
   Aanvankelijk zijn ze vooral bedoeld om basisinformatie te verschaffen over
   toepassingsmogelijkheden van deze nieuwe technologie, en vervolgens om de
   ontwikkeling van ICT-toepassingen in het bedrijfsleven te ondersteunen, niet
   alleen technisch, maar ook organisatorisch.
   In 1994 worden diverse regelingen uit eerdere jaren gebundeld in het overkoepelende
   Besluit Informatietechnologie (IT), dat uit diverse programma’s bestaat om
   perspectiefvolle IT-projecten in de publieke kennisinfrastructuur en het bedrijfsleven
   te stimuleren, kennisuitwisseling tussen onderzoekers en bedrijven te bevorderen, en
   technische, juridische en organisatorische afspraken te realiseren ten behoeve van
   een geavanceerde telematica-infrastructuur. Naast de bovengenoemde regelingen
   zijn er nog tal van andere actieprogramma’s voor de stimulering van de informatie-
   technologie, waaronder het Nationaal Actieplan Elektronische Snelwegen (NAP)
   van eind 1994, het Software Actieplan (SWAP 2000) van 1996, het Demonstratie-
   programma Informatietechnologie in Nederland (DIiN) en het Demonstratie-
                                                                         71
   programma Organisatievermogen en IT (DO-IT).
   In de jaren negentig komen uit het FES middelen ter beschikking voor de ICT-
   infrastructuur voor de kennisinstellingen. Uit de FES-middelen ontvangen drie
   opeenvolgende Gigaport-initiatieven vanaf 1999 voor drie perioden van vijf jaar
   respectievelijk 65, 40 en 32 miljoen euro. Hiermee is SURF in staat om diverse keren
   een nieuwe generatie voorzieningen in SURFnet te implementeren. FES-middelen
   zijn incidentele middelen met een beperkte tijdshorizon. Het is momenteel onduidelijk
   uit welke budgetten toekomstige upgrades van SURFnet gefinancierd kunnen
                72
   worden.
   In 2004 richten de ministeries van EZ en OCW samen met NWO ICTRegie op, het
   Nationaal Regieorgaan voor ICT-onderzoek en -innovatie. ICTRegie wordt in het
   leven geroepen om meer eenheid en consistentie te brengen in de strategische
   aansturing van het Nederlandse ICT-onderzoek. Daar komt het nauwelijks van.
   De evaluatie van ICTRegie uit 2010 constateert dat allerlei beleidsvisies die in die
   periode door ICTRegie, ministeries, NWO en andere organisaties in het ICT-veld
                                                                                                               73
   zijn opgesteld welhaast in splendid isolation tot stand gekomen lijken te zijn. Ook
71
   Zie Diederen (2013) Ervaringen met bedrijvenbeleid.
72
   Zie Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2015) Uitvoering motie Van Meenen / Vos over SURF, over de
   voorgenomen financiering tot en met 2019.
73
   Technopolis en Dialogic (2010) Evaluatie ICTRegie – Eindrapportage.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                        54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>   andere doelstellingen van het regieorgaan, waaronder het structureel versterken en
   vernieuwen van het ICT-onderzoek en het snel valoriseren van ICT-onderzoeks-
   resultaten, worden onvoldoende gerealiseerd. Na 2010 wordt het regieorgaan niet
   gecontinueerd. Oorzaken voor de tegenvallende resultaten liggen mede in het
   ontbreken van noodzakelijke voorwaarden voor succes: voldoende en eensgezinde
   steun van de oprichters en andere partijen in het veld, voldoende prioriteit van ICT-
   onderzoek en -innovatie in het politieke en maatschappelijke debat, en toereikende
   financiële middelen in handen van ICTRegie om in onderzoek en innovatie te
   investeren.
   Mede op initiatief van ICTRegie wordt het PPS-programma COMMIT/ opgezet, waar-
   binnen academische onderzoekers en commerciële en niet-commerciële veldpartijen
   samen oplossingen voor concrete uitdagingen ontwikkelen op basis van de nieuwste
   ICT, veelal met big data. COMMIT/ krijgt in 2010 als een van de laatste programma’s
   een bedrag van vijftig miljoen euro uit het FES voor een looptijd van zes jaar. Tien
   universiteiten, vijf onderzoeksinstituten en meer dan zestig grote en kleine private
   partijen participeren in het programma en leggen hier nog eens zestig miljoen euro
        74
   bij.
   Naast het op onderzoek en innovatie gerichte ICT-beleid is er het meer algemene, op
   gebruik en opschaling van ICT gerichte beleid. Dit heeft in 2011 vorm gekregen in de
   Digitale Agenda. Het ministerie van Economische Zaken investeert hierin jaarlijks
                                          75
   ongeveer 18 miljoen euro. De Digitale Agenda heeft tot doel het concurrentie-
   vermogen van Nederland te versterken. Hierbij staan ondernemers en hun klanten
   centraal. De overheid schept voorwaarden in het ICT-veld die bedoeld zijn om
   ondernemers meer ruimte te bieden om te ondernemen en te innoveren. Dat gebeurt
   door contacten met de overheid omwille van bijvoorbeeld vergunningen, subsidies en
   toezicht zo veel mogelijk te digitaliseren en daarmee de regeldruk te verminderen,
   door bedrijven recht te geven op elektronisch zakendoen, open standaarden te
   bevorderen, randvoorwaarden voor cloud computing te regelen, overheidsdata zoveel
   mogelijk open ter beschikking te stellen, en bij te dragen aan de single digital market
                   76
   in Europa. De overheid ondersteunt dit alles door marktpartijen te faciliteren die
   zorgen voor een snelle, open en vrije (netneutrale) digitale infrastructuur voor
   iedereen, door bij te dragen aan de bescherming van veiligheid en privacy op het
   internet en door ontwikkeling en brede verspreiding van digitale vaardigheden te
   bevorderen.
74
   Zie www.commit-nl.nl voor 59 voorbeelden van projecten: COMMIT (2014) The big future of data – Golden demo’s of COMMIT/.
75
   Zie Ministerie van Economische Zaken (2014) Rijksbegroting 2015, pp. 71 en 77-78.
76
   Zie Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Digitale Agenda.nl – ICT voor innovatie en economische
   groei. Zie voor open overheidsdata: https://data.overheid.nl/.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                  55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   Daarnaast werkt het kabinet binnen de ICT Roadmap samen met de wetenschap
   en bedrijven aan het ontwikkelen van nieuwe technologieën en heeft de overheid
   een negental ICT-doorbraakprojecten geïnitieerd, gericht op het opschalen van
                                                                                                     77
   ICT-toepassingen in een aantal topsectoren, de zorg en het onderwijs. In deze
   projecten moeten publieke en private partners kansen en belemmeringen inven-
   tariseren, projecten selecteren en realiseren, en zorgen voor opschaling van
   beproefde aanpakken naar ketens en sectoren. De negen doorbraakprojecten zijn:
   MKB Innoveert, Open Geodata, Massaal Digitaal, Neutraal Logistiek Informatie
   Platform (NLIP), Ondernemingsdossier, Zorg ontzorgd door ICT, Onderwijs & ICT,
                                          78
   Energie & ICT en Big Data.
77
   Zie Ministerie van Economische Zaken (2013) Doorbraken met ICT – het benutten van de economische kansen van ICT; Ministerie
   van Economische Zaken (2013) Kabinetsplan aanpak administratieve lasten.
78
   Zie www.doorbraakprojectenmetict.nl.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                 56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>                                                                                        2
De impact van ICT op productie en
allocatie
ICT-gedreven technologische ontwikkeling heeft een grote impact op de structuur en het
functioneren van de economie. Met de structuur van de Nederlandse economie bedoelen
we het samenstel van economische activiteiten, meestal weergegeven als de sector-
structuur. Onder het functioneren verstaan we enerzijds het produceren van goederen en
diensten, en daarmee het gebruik van productietechnologieën en het ontwikkelen van
deze technologieën. Anderzijds verstaan we hieronder het ‘alloceren’ van goederen en
diensten, dat wil zeggen, het verhandelen en distribueren, en daarmee het gebruik van
technologieën waarmee we informatie zoeken en uitwisselen, plannen en contracteren,
monitoren, en dergelijke.
De impact van ICT op de structuur en het functioneren van de economie komt langs twee
kanalen tot stand, die in dit hoofdstuk en in het volgende achtereenvolgens aan de orde
komen. In de eerste plaats is ICT een belangrijke drijvende kracht achter de verande-
ringen van de technologieën voor productie en allocatie. Voor wat betreft productie opent
ICT mogelijkheden voor het maken van nieuwe goederen en diensten (productinnovaties)
en verlaagt het productiekosten (procesinnovaties). Ten aanzien van allocatie opent het
nieuwe transactiemogelijkheden en verlaagt het transactiekosten (eveneens vormen van
productinnovatie en procesinnovatie). In de tweede plaats is ICT een belangrijke
drijvende kracht achter de veranderingen in het innovatieproces zelf. Het gebruik van ICT
leidt niet alleen tot een versnelling in het genereren van nieuwe kennis en daarmee van
het innovatieproces. Het leidt ook tot een verandering van het karakter van
kennisontwikkeling en innovatie. Deze nieuwe dynamiek in kennisproductie en innovatie
leidt op zijn beurt weer tot een nieuwe dynamiek in de economie.
   De container
   Dit advies richt de blik op de economische impact van nieuwe technologie. Bepalend
   voor de economische impact is de organisatorische inbedding. Het is een misvatting
   dat de impact groter is naarmate technologieën ingewikkelder en geavanceerder zijn.
   Sommige technologieën die een enorme impact op onze economie en op ons dage-
   lijks leven hebben, zoals de computer, zijn inderdaad complex. Maar af en toe komen
   nieuwe technologieën ter beschikking die een revolutionaire invloed hebben op ons
   leven, maar technologisch helemaal niet tot de verbeelding spreken. Voor het
   functioneren van onze samenleving is de betekenis van de wasautomaat wellicht
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                             57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>                                                               79
   groter geweest dan die van het internet. Een technologische innovatie die de
   globalisering van de economie enorm heeft bevorderd, is de zeecontainer – niet echt
   een technologisch hoogstandje.
   “De container is uitgevonden door de Amerikaan Malcolm McLean in het midden van
   de vorige eeuw en de eerste standaardcontainer kwam in 1965 in Rotterdam aan.
   De kracht van de container is de standaardisering: iedere container heeft wereldwijd
   dezelfde eigenschappen, waardoor hij overal kan worden opgetild aan zijn hoeken.
   De kracht van de uitvinding is ook de eenvoud: een box met deuren aan de achter-
   kant, van staal, goedkoop te produceren. De container is niet los te zien van een
   infrastructuur die op zijn standaardeisen is afgestemd: schepen, kranen, aangepaste
   treinen, vrachtwagens, binnenvaartschepen en informatie- en communicatie-
   technologie. [...]
   Het huidige globaliseringsmodel is gebaseerd op de container. De container heeft
   volgens het blad The Economist meer voor de groei van de wereldhandel gedaan dan
   alle handelsakkoorden in de afgelopen vijftig jaar. Door de container is een wereld-
   wijde arbeidsdeling mogelijk geworden waardoor producten op de optimale locatie
   worden geproduceerd. Arbeidsintensieve producten op locaties met lage lonen, zoals
   textiel in Bangladesh of elektronica in China. Agrarische producten op locaties met de
   juiste mix aan klimatologische omstandigheden. [...] De container heeft deze
   globalisering mogelijk gemaakt doordat het op de container gebaseerde maritieme
   systeem dermate efficiënt werd dat transport over de wereld nauwelijks iets kost –
                                                                                                  80
   vaak minder dan een procent van de waarde van het product.”
2.1         ICT en veranderingen in productie en allocatie:
            de bepalende aspecten
ICT en de daarop gebaseerde technologieën (met als sprekende voorbeeld het internet
als distributiekanaal voor allerhande nieuwe producten en diensten, maar ook geavan-
ceerde robotica, het internet of things en driedimensionaal drukken) hebben een trans-
formerende invloed op de manier waarop onze economie functioneert. ICT is terug te
vinden in een breed spectrum van sectoren en activiteiten, in allerhande machines,
producten en diensten. Het is een general purpose technology, die gekarakteriseerd
wordt door i) brede toepasbaarheid in de meeste sectoren van de economie, ii) een groot
potentieel voor technologische verbetering, resulterend in grote kostenreducties en
79
   Aldus Chang (2011) 23 Things they don’t tell you about capitalism, Thing 4. De wasautomaat is – samen met aanverwante
   innovaties die huishoudelijke arbeid hebben verlicht – een belangrijke factor geweest die de toetreding van vrouwen tot de
   arbeidsmarkt mogelijk heeft gemaakt.
80
   Aldus beschreven door Kuipers (2014) De container is de beste uitvinding van de laatste 100 jaar.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                   58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>groeiende beschikbaarheid, en iii) complementariteit met andere innovaties, waardoor
                                                                                                           81
innovaties in ICT innovaties in andere domeinen uitlokken en vice versa. Voorbeelden
van general purpose technologies uit het verleden zijn de stoommachine, opwekking en
gebruik van elektromagnetische straling, de verbrandingsmotor, de elektromotor, en
vervaardiging en gebruik van kunststoffen. Toepassingen van deze technologieën zijn
er legio, varianten ervan idem.
Kenmerkend voor al deze general purpose technologies is dat ze hebben bijgedragen
aan een enorme vergroting van het spectrum aan beschikbare producten en diensten.
Dankzij deze technologieën wordt er tegenwoordig veel meer gemaakt en gedaan dan
voorheen. Dit heeft substantieel bijgedragen aan de verhoging van welvaart en welzijn.
Daarnaast hebben deze technologieën geleid tot grote besparingen in de behoefte aan
arbeid en een forse stijging van de arbeidsproductiviteit.
   Wanneer heeft technologische verandering impact?
   Technologische verandering mag dan soms met grote, radicale stappen lijken te
   gaan, het potentieel aan productiviteitswinst wordt doorgaans pas op lange termijn
   gerealiseerd. Dat is niet alleen het gevolg van een geleidelijke diffusie van de nieuwe
   technologie door het economisch systeem (sommige ondernemers voeren nieuwe
   technologie eerder in dan andere). Het is ook en vooral gelegen aan het feit dat het
   exploreren en exploiteren van nieuwe gebruiksmogelijkheden een tijdsintensief
   zoekproces is. Toen elektromotoren stoomturbines begonnen te vervangen, werden
   in bestaande fabriekscomplexen ketelhuizen ontmanteld en grote elektrische
   generatoren geïnstalleerd. Deze werden aangesloten op de eindeloze krukassen en
   de leren riemen die de machines in de fabriekshallen destijds aandreven. Dit leverde
   een bescheiden productiviteitswinst op. Pas na verloop van tijd werd er een
   elektriciteitsnet ontwikkeld en aangelegd en werden elektromotoren in machines
   en handgereedschap ingebouwd. Dit maakte het mogelijk fabrieken geheel anders
   te organiseren – bijvoorbeeld met een lopende band. Het bracht ook de minimum
   efficiënte schaal van veel productieprocessen naar beneden. Pas toen men de
   nieuwe technologie op nieuwe manieren ging gebruiken en de organisatie van
   productieprocessen en de bijbehorende infrastructuur daaraan ging aanpassen,
                                                                                          82
   werden werkelijk grote productiviteitswinsten gerealiseerd.
   Dergelijke processen van geleidelijke diffusie van een nieuwe technologie en gelijk-
   tijdige doorontwikkeling van de technologie en zijn gebruiksmogelijkheden zijn
81
   Bresnahan en Trajtenberg (1995) General purpose technologies ‘Engines of growth’?
82
   Beschreven in Freeman en Soete (1987) Technical Change and Full Employment, en in David (1989) Computer and dynamo: the
   modern productivity paradox in a not-too-distant mirror. Zie ook Brynjolfsson en McAfee (2014) The second machine age – Work,
   progress, and prosperity in a time of brilliant technologies, p. 91.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   typerend voor sleuteltechnologieën. Personal computers waren aanvankelijk tekst-
   verwerkingsmachines die in kantoorgebouwen in groten getale op secretariaten en
   typekamers werden geïnstalleerd. De impact was in het begin gering. De
   productiviteitseffecten van de computer zijn zo lang onzichtbaar geweest, dat dit
   verschijnsel een eigen naam heeft gekregen: de Solow-paradox, naar Robert Solow,
   die in 1987 schreef: “You can see the computer age everywhere but in the
   productivity statistics”. Tegenwoordig hoor je hier niemand meer over: de computer
   heeft legio toepassingen gevonden, de arbeidsorganisatie is erop aangepast, de
   paradox heeft zich opgelost. Met de invoering en doorontwikkeling van andere
   sleuteltechnologieën – de verbrandingsmotor, staal, de zeecontainer, plastic, de
   halfgeleider, maar ook technologieën met minder brede toepassingen als het gebruik
   van elektromagnetische straling, ultrageluid, kunstmest – is het ook zo gegaan.
   Het potentieel van deze technologieën wordt pas ten volle gerealiseerd wanneer
   complementaire veranderingen als de ontwikkeling van benodigde infrastructuur en
   de aanpassing van organisatiemodellen zijn doorgevoerd.
Ook ICT heeft het spectrum aan goederen en diensten substantieel uitgebreid en de
arbeidsproductiviteit flink doen stijgen, net als de voorgaande general purpose techno-
logies. De baten die ICT-gedreven technologie ons heeft gebracht in de vorm van een
gestage stroom proces- en productinnovaties, zijn overvloedig. Deels komt dit tot
uitdrukking in metingen van het BBP, maar voor een deel ook niet. Veel van de
informatiegoederen die de nieuwe technologieën leveren, hebben immers geen prijs
(denk bijvoorbeeld aan alle gratis toegankelijke digitale informatie, muziek, video’s en
apps die ons welzijn vergroten) en zijn daardoor niet zichtbaar in de gangbare statis-
tieken. Maar in een aantal opzichten werkt ICT op een andere manier door op de manier
waarop onze economie functioneert dan de general purpose technologies van eerdere
perioden. Daarvan springen de volgende zes in het oog: i) ICT vervangt cognitieve
routinearbeid, ii) ICT reduceert transactiekosten, iii) ICT vergroot de kapitaalproductiviteit,
iv) ICT reduceert de minimum efficiënte schaal van productie, v) informatieproducten
zijn relatief duur in ontwikkeling en goedkoop in (re)productie, en vi) ICT levert nieuwe
platformen en faciliteert modulaire productie. Hieronder worden deze zes karakteristieken
van ICT in detail beschreven.
ICT vervangt cognitieve routinearbeid
Technologische ontwikkeling is altijd een proces geweest waarbij machines menselijke
arbeid overnamen. Dat betrof in het verleden voornamelijk fysieke arbeid. Apparaten
waarin meestal krachtbronnen waren ingebouwd stelden mensen in staat meer werk
te verzetten, grondstoffen tot producten te verwerken, goederen of zichzelf sneller te
verplaatsen. Computers verwerken informatie. Daarmee zijn computers geschikt om
cognitieve arbeid te vervangen. Dat lukt echter alleen voor zover die arbeid een routine-
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                  60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>matig karakter heeft en te vangen is in expliciete regels en procedures. Waar dat het
geval is, neem bijvoorbeeld het werk van een boekhouder, zijn computers vele malen
sneller en nauwkeuriger dan het menselijk brein. Maar er zijn grenzen aan wat computers
kunnen: ze begrijpen niks en improviseren niet.
   Arbeid en automatisering
                                                                                                 83
   Arbeid omvat een reeks van taken die in vijf groepen te classificeren zijn:
   a) Het oplossen van ongestructureerde problemen, bijvoorbeeld een dokter die een
        diagnose stelt aan de hand van zeldzame symptomen, een monteur die een
        gebrek aan een auto repareert dat niet in het handboek staat, een kok die met
        nieuwe ingrediënten een smakelijk gerecht ontwikkelt.
   b) Het werken met nieuwe informatie, bijvoorbeeld een manager die medewerkers
        motiveert, een docent die een onderwerp verheldert.
   c) Het uitvoeren van cognitieve routinetaken, zoals het registreren van gegevens.
   d) Het uitvoeren van handmatige routinetaken, zoals assemblagewerk.
   e) Het uitvoeren van non-routinematige handmatige taken, waaronder
        schoonmaakwerk, beveiligingstaken en zorgtaken.
   Taken in de eerste en tweede categorie zijn niet goed door computers over te nemen,
   maar die in de derde categorie bij uitstek wel. Ook taken in de vierde en tot op zekere
   hoogte de vijfde categorie worden steeds meer geautomatiseerd. Per saldo stijgt het
   aandeel van de arbeid dat draait om het oplossen van ongestructureerde problemen
   en het omgaan met nieuwe informatie en daalt het aandeel van de rest. Dat is een
   belangrijke verschuiving op de arbeidsmarkt. Arbeid in de vorige eeuw bestond voor
   veel werknemers uit het opvolgen van instructies. Het opvolgen van instructies was in
   veel gevallen een shortcut, een manier om een taak te volbrengen zonder veel kennis
   van onderliggende processen of technieken. Maar werk dat bestaat uit het opvolgen
   van instructies wordt tegenwoordig veelal door computers gedaan.
   Ons onderwijssysteem is voor een belangrijk deel erop gericht om mensen de kennis
   en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om taken van de derde, de vierde en
   de vijfde categorie te verrichten. De daarvoor vereiste leesvaardigheid was veelal de
   vaardigheid om instructies te kunnen begrijpen en opvolgen. Tegenwoordig is de
   relevante leesvaardigheid iets dat veel ingewikkelder is. Kunnen lezen betekent wijs
   kunnen worden uit een overvloed aan geschreven informatie, daarbinnen kunnen
   zoeken en daaruit kunnen selecteren, kunnen combineren en interpreteren. Iets
   dergelijks geldt ook voor rekenvaardigheid, uitdrukkingsvaardigheid, redeneer-
   vaardigheid, en dergelijke. De basisvaardigheden die noodzakelijk zijn om op de
83
   Gebaseerd op Levy en Murnane (2013) Dancing with robots – Human skills for computerized work.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                         61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>    arbeidsmarkt mee te kunnen, liggen tegenwoordig op een hoger niveau dan een
    generatie geleden. Dat stelt nieuwe eisen aan het onderwijssysteem. Het vraagt van
    docenten dat ze traditionele onderwerpen op een nieuwe manier doceren, met meer
    nadruk op conceptuele en analytische vaardigheden en op het vermogen problemen
                                               st
    op te lossen, zogenaamde 21 century skills.
ICT reduceert transactiekosten
Vroegere sleuteltechnologieën leidden tot een enorme reductie in productiekosten.
Het produceren met motoren en machines is veel goedkoper dan het produceren op
ambachtelijke wijze. Het gebruik van ICT leidt veeleer tot een geweldige reductie in
transactiekosten. Informatie- en communicatietechnologie maakt dat het zoeken, het
contracteren en het borgen van contracten veel sneller en goedkoper worden, dat
markten transparanter worden en dat geïntegreerde mondiale markten mogelijk worden.
Handelsketens worden korter, schakels vallen ertussenuit, handelsketens worden
handelsnetwerken, administratieve functies vervallen of worden geautomatiseerd.
Handelen wordt veel sneller en eenvoudiger, ook wanneer het over grote afstanden gaat.
Een direct gevolg daarvan is dat de internationale arbeidsverdeling verandert: inter-
nationale handel was vroeger vooral handel in producten – tegenwoordig is het steeds
meer handel in taken. ICT-toepassingen maken het mogelijk productieprocessen op te
knippen in stappen, die over de wereld verdeeld worden. Bedrijven in landen met een
hoog loonpeil proberen zich te ontwikkelen tot ‘kop-staartbedrijven’, die de taken waarin
de hoogste toegevoegde waarde wordt gerealiseerd zelf voor hun rekening nemen –
ontwerp en ontwikkeling aan de kop van de keten en marketing en distributie aan de
                                                                                                            84
staart – en de rest uitbesteden naar landen waar loonkosten lager liggen. Dalende
transactiekosten hebben het, samen met liberalisering van kapitaalmarkten, gemakke-
lijker gemaakt voor kapitaalstromen om grenzen over te steken. Internationalisering van
investeringen is sterk gestimuleerd door reducties in communicatiekosten.
Een ander gevolg van de reductie van transactiekosten is het verschijnsel dat huren (het
aangaan van een langdurige handelsrelatie) aantrekkelijker wordt ten opzichte van kopen
(het aangaan van een handelsrelatie die op één moment wordt afgewikkeld). Dalende
transactiekosten maken betalen voor gebruik aantrekkelijker dan betalen voor eigendom.
De overgang naar een ‘economie van het delen’ (bijvoorbeeld van auto’s en fietsen, maar
ook van zoiets als appartementen voor vakantie; zie het succes van Uber en van Airbnb,
84
    Zie WRR (2013) Naar een lerende economie, hoofdstuk 5.2. Een voorbeeld waarmee de WRR dit illustreert, is de manier waarop
    Apple de productie van de iPhone en de iPad opdeelt: “In de Verenigde Staten zijn 43.000 werknemers bij Apple in dienst, terwijl in
    Azië en Europa zo’n 700.000 mensen in haar productieketens werken. Ruim 600 van de 748 bedrijven die aan de totstandkoming
    van producten van Apple bijdragen, bevinden zich in Azië, waarvan meer dan de helft op het vasteland van China. Europa is goed
    voor 41 toeleveranciers, in Nederland doen DSM, NXP Semiconductors en Intel mee (Apple 2013).”
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                          62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>maar ook van Greenwheels) – die meestal wordt geduid als een culturele ontwikkeling –
is in feite gebaseerd op veranderende kostenverhoudingen die een technologische basis
hebben.
ICT vergroot de kapitaalproductiviteit
De technologische vooruitgang van de negentiende en twintigste eeuw was voor een
groot deel een proces waarbij arbeid werd vervangen door kapitaal. Arbeiders en
ambachtslieden verdwenen en machines kwamen ervoor in de plaats. Machines werden
steeds groter en duurder en de kapitaalsinvesteringen stegen, maar dat werd meer dan
goedgemaakt door dalende loonkosten. Automatisering ging steeds verder, almaar
minder mensen waren nog nodig om industriële complexen draaiende te houden en
productie werd steeds kapitaalintensiever. De toename in de kapitaalintensiteit zorgde
ervoor dat de kapitaalproductiviteit niet dramatisch toenam en wellicht zelfs daalde.
De ontwikkeling van ICT heeft de kapitaalproductiviteit een sterke impuls gegeven. ICT-
gedreven technologische ontwikkeling is kapitaalbesparend. Productiemiddelen die
daarop gebaseerd zijn, zijn in de loop der jaren dramatisch goedkoper geworden. Dit
houdt verband met de voortgaande miniaturisering van ICT en de wet van Moore. Een
computer die een generatie geleden een ruimtebeslag had ter grootte van een huis-
kamer, past tegenwoordig in een binnenzak. De kosten zijn in lijn daarmee gedaald en
de kapitaalproductiviteit is navenant gestegen. Dit leidt ceteris paribus tot een toename
van het rendement op kapitaal en een vergroting van het aandeel van kapitaal in het
                             85
nationaal inkomen.
ICT reduceert de minimum efficiënte schaal van productie
De inzet van sleuteltechnologieën die economische ontwikkeling in het verleden
voortstuwden, leidden tot enorme schaalvoordelen. Grootschalige productie van
                                                                     86
homogene goederen was efficiënte productie. Grote bedrijven boden werk aan
tienduizenden mensen in gigantische gewelfde gebouwen met hoge bakstenen
schoorstenen. De lopende band was het archetypische organisatiemodel voor industriële
productie. Een hiërarchische structuur van lijn- en stafafdelingen, vele lagen van
managers, functionarissen en ondergeschikten, en strakke procedures en gezags-
verhoudingen bleek de meest efficiënte vorm van bedrijfsorganisatie te zijn: de
machinebureaucratie.
Het gebruik van ICT heeft dit alles veranderd. Productieprocessen werden veel flexibeler,
efficiënte productie-eenheden veel kleinschaliger. Plots werd het doelmatig produceren
85
   Deze constatering spoort met de data in Piketty (2014) Capital in the 21st century, maar ook met die in bijvoorbeeld Krugman
   (2012) Rise of the Robots.
86
   Iconisch is de uitspraak van Ford, gevraagd naar de kleuren waarin de Ford T verkrijgbaar was: “You can have any color you want,
   as long as it’s black.”
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>van heterogene goederen en diensten mogelijk, aangepast aan individuele behoeften.
Dat geldt tegenwoordig niet alleen voor productie van vele industriële goederen, maar
ook voor bijvoorbeeld energieopwekking, voor bankieren, voor het uitgeven van boeken
en het maken en uitzenden van radio- en televisieprogramma’s.
Het organisatiemodel van de hiërarchische georganiseerde megabedrijven van weleer
is daarmee langzaamaan zijn dominante positie binnen de economie verloren. Grote
bedrijven hebben zich getransformeerd in veel plattere organisaties en groepen van min
of meer autonome business units. Veel kleine bedrijven zien kans om zich een plaats
op de markt te verwerven naast het grootbedrijf en een eigen niche te exploiteren. Deze
trend naar efficiënte kleinschaligheid gaat verder. Met zonnecellen op het dak, 3D-
printing in de schuur en groentekweek op substraat met LED-verlichting in de kelder
wordt productie steeds kleinschaliger en komt het steeds dichter bij huis.
Informatieproducten zijn relatief duur in ontwikkeling en goedkoop in (re)productie
De producten die gemaakt werden met de sleuteltechnologieën van vroeger waren naar
verhouding goedkoop in de ontwikkeling en duur in de productie. Neem voedsel, kleding,
huizen, auto’s: de kosten van de meeste traditionele industriële producten zijn voor een
klein deel R&D-kosten en voor een groot deel kosten van grondstoffen, energie, arbeid
en kapitaal. Voor de producten en diensten die op basis van ICT worden gemaakt, geldt
het omgekeerde. Deze zijn duur om te ontwikkelen en goedkoop om te reproduceren.
Dit is eigen aan de aard van informatieproducten. Waardevolle informatie ‘maken’ vraagt
veel inspanningen en investeringen – of het nou gaat om apps of om wetenschappelijke
kennis, muziek, literatuur of film. Het reproduceren van informatieproducten is
daarentegen een fluitje van een cent.
Dit feit heeft belangrijke economische consequenties. Markten krijgen er een winner-
takes-all karakter door. Wie iets het eerst ontwikkeld heeft, rolt het vervolgens tegen lage
kosten over een hele markt uit. Marktomvang wordt nog veel belangrijker dan het al was.
Nagenoeg kostenloze reproductie impliceert immers dat de totale kosten van productie
om een grote markt te voorzien slechts marginaal hoger zijn dan de kosten om een kleine
markt te voorzien. Per product zijn de kosten in een grote markt dus aanzienlijk lager dan
die in een kleine markt. Dit is een van de verklaringen waarom Google en Facebook
Amerikaanse bedrijven zijn en waarom de Amerikaanse film- en muziekindustrie
dominant zijn in de wereld. Daar staat tegenover dat ICT ook de mogelijkheid biedt om
nicheproducten wereldwijd te distribueren. Al krijgen markten een winner-takes-all
karakter, er ontstaan wel veel meer markten.
ICT levert nieuwe platformen en faciliteert modulaire productie
Technologieën hebben een economische impact als ze passen binnen een systeem van
productie en consumptie. Dat maakt dat ze doorgaans afhankelijk zijn van allerlei vormen
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>van standaardisatie (van maatvoering, van netspanning, van snelheden, en dergelijke).
Het gebruik van sleuteltechnologieën steunt verder vaak op de beschikbaarheid van een
fysieke infrastructuur. Transportmiddelen aangedreven met stoom maakten gebruik van
spoorbanen en waterwegen. Autovervoer vroeg om verharde wegen, tankstations en
garages. Voor elektrische machines en apparaten zijn elektriciteitscentrales, hoog-
spanningsnetten en verdeelstations aangelegd. Deze infrastructuur had tot dusverre
doorgaans het karakter van een publiek goed en werd aangelegd en onderhouden door
overheden of publieke nutsbedrijven.
Op ICT gebaseerde technologie leidt tot meer ‘vernetwerking’ van voorheen van elkaar
losstaande economische systemen. Voorheen regionale en nationale economische
structuren integreren in een mondiaal economisch en financieel systeem. Dit wordt
gefaciliteerd door communicatietechnologie: het internet, internetplatforms, digitale
markten. Het heeft zijn fysieke pendant in chips en servers die dankzij standaard-
protocollen met elkaar kunnen communiceren via een fijnmazig netwerk van koperdraad
en glasvezelkabels. Op basis van een gestandaardiseerde infrastructuur van servers en
kabels worden door talloze bedrijven toepassingen ontwikkeld, al dan niet samen met
concurrenten en/of consumenten. Nieuw is dat de standaarden en de infrastructuur voor
deze technologie overwegend in private, meestal buitenlandse handen zijn. Een
voorbeeld van een gestandaardiseerde infrastructuur is de iStore met al zijn procedures
en regels. Er is één producent van de infrastructuur – Apple in dit geval – en er zijn
talloze producenten van apps en muziekopnames die via dit platform worden verhandeld.
Andere voorbeelden zijn Youtube en Flickr. Wie het platform produceert en onderhoudt
en op die manier de standaarden zet, heeft een sterke economische machtspositie. Dit
doen bedrijven als Apple en Google, maar ook firma’s als Monsanto, Elsevier en ASML.
Zij zetten wereldwijde standaarden voor de platforms waarop andere, veelal kleine
                                                  87
bedrijven hun producten baseren.
In de onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de karakteristieken van
sleuteltechnologieën uit voorgaande ‘lange golven’ met ICT als de general purpose
technology die onze tijd kenmerkt.
87
   Zie over deze thematiek: Kreijveld (2014) De kracht van platformen – Nieuwe strategieën voor innoveren in een digitaliserende
   wereld.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>Tabel 2 Karakteristieken van sleuteltechnologieën
 Eerdere sleutel-                Economische                ICT als sleutel-   Economische
 technologieën                   consequentie               technologie        consequentie
 Vervanging van                                             Vervanging van
 fysieke arbeid                                             cognitieve arbeid
 Reductie in                     Hiërarchische              Reductie in        Netwerkvorming
 productiekosten                 machinebureaucratie        transactiekosten   en
                                                                               marktintegratie
 Kapitaalgebruikend                                         Kapitaalbesparend
 Schaalvergroting,               Concentratie               Schaalverkleining, Fragmentatie
 standaardisatie                 van productie              maatwerk           van productie
 Productie duur                  Fragmentatie               Ontwikkeling duur  Concentratie
 vergeleken met                  van markten                vergeleken met     van marktmacht
 ontwikkeling                                               productie
 Stand alone                                                Technologische
 technologieën                                              platforms
2.2         ICT en veranderingen in productie en allocatie:
            de uitwerking
In deze paragraaf komt aan de orde hoe de hierboven beschreven ontwikkelingen
invloed uitoefenen op specifieke aspecten van de economie: de werkgelegenheid, de
inkomensverdeling, de sectorstructuur, de grensvervaging tussen industriële en
dienstensectoren, internationalisering, de structuur van markten en de omvang van
ondernemingen, en de verdienmodellen die bedrijven hanteren.
Werkgelegenheid
ICT-gedreven technologische ontwikkeling is arbeidsbesparend, net zoals technologische
ontwikkeling in het verleden dat was. Automatisering en robotisering leiden tot verlies van
arbeidsplaatsen. Echter, de snelheid waarmee arbeidsbesparende technologie zich
momenteel ontwikkelt, wakkert de vrees aan dat het ontstaan van nieuwe banen dit niet
kan bijhouden en er werkloosheid ontstaat. Keynes heeft hiervoor al in 1930 de term
technological unemployment gemunt: “This means unemployment due to our discovery
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                    66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>of means of economising the use of labour outrunning the pace at which we can find new
                         88
uses for labour.” Deze omschrijving geeft precies aan waar het op staat: technologische
werkloosheid resulteert als het ontstaan van nieuwe behoeften die leiden tot nieuwe
economische activiteiten en nieuwe werkgelegenheid het tempo van het verdwijnen van
bestaande werkgelegenheid door snelle technologische verandering niet kan bijhouden.
Vooralsnog lijkt het ontstaan van structurele werkloosheid door technologische ont-
                                                                   89
wikkeling in Nederland niet aan de orde te zijn. Of dat in de komende jaren anders zal
zijn, is een kwestie waarover de inschattingen uiteenlopen. Duidelijk is dat allerhande
                                                                                                                       90
typen arbeid verdwijnen – wat ervoor terugkomt, en in welk tempo, is dat nog niet. Om
te zorgen dat technologische ontwikkeling niet tot structurele werkloosheid leidt, is het in
een open economie als de Nederlandse enerzijds zaak te bevorderen dat bedrijven die
nieuwe arbeidsplaatsen willen creëren dat in Nederland doen, en anderzijds dat mensen
die uit oude banen komen over de kennis en vaardigheden beschikken die de nieuwe
banen vragen. Uiteraard hangen die twee zaken nauw samen.
   Technologische werkloosheid?
   De vrees dat nieuwe technologie banen vernietigt, kent een lange geschiedenis.
   Bekend zijn de protesten van de Engelse textielwerkers, de Luddites, tegen de
                                                               91
   automatisering van de textielproductie. Minder bekend is dat in de Verenigde Staten
   president Johnson vanuit dezelfde automation anxiety in 1964 een National
   Commission on Technology, Automation and Economic Progress aan het werk heeft
   gezet om in kaart te brengen wat de werkgelegenheidseffecten van technologische
   vooruitgang waren. Hoewel de commissie uiteindelijk concludeerde dat auto-
   matisering geen bedreiging voor de werkgelegenheid zou vormen, beval ze wel aan
   maatregelen te nemen voor het geval de werkloosheid zou stijgen, waaronder een
   gegarandeerd minimuminkomen, banen in de publieke sector en investeringen in
   opleidingen. In onze tijd is automation anxiety weer terug, zoals bijvoorbeeld blijkt uit
   een enquête onder een grote groep vooraanstaande Amerikaanse economen. Zo’n
   43 procent was het eens met de stelling dat ‘informatietechnologie en automatisering
   centrale redenen zijn waarom mediane inkomens in de VS de afgelopen tien jaar
                                                                                           92
   gestagneerd hebben, ondanks toenames in de productiviteit.’
88
   Keynes (1930) Economic Possibilities for our Grandchildren.
89
   Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2014) Effect van technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
90
   Het rapport van het Rathenau Instituut (2015) Werken aan de robotsamenleving, geeft een overzicht van de relevante
   wetenschappelijke inzichten en de onzekerheden .
91
   De zorgen van de Luddites voor hun eigen baan waren uiteraard terecht. De discussie onder economen gaat niet over de vraag of
   er arbeidsplaatsen verloren gaan, maar of er genoeg nieuwe banen bijkomen om verloren banen te vervangen.
92
   Zie Autor (2014) Polanyi’s paradox and the shape of employment growth. Het geraadpleegde panel bestond uit ‘senior faculty at
   the most elite research universities in the United States’.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>   Ook in ons land wisselt men van gedachten over technologische werkloosheid, onder
   andere in het parlement. Zo antwoordde minister Kamp op een vraag van Kamerlid
   Van Ojik over de mogelijkheid dat er in te toekomst ten gevolge van technologische
   vooruitgang minder banen beschikbaar zullen zijn aldus: “[…] dat toen de
   mechanisering kwam, er de angst was dat allerlei werk zou verdwijnen. Maar nee, er
   kwam ander werk. Toen de elektrificering kwam, kwam er weer ander werk. Toen
   kwam de automatisering en wij hadden nog steeds werk, maar ander werk. Nu is er
   de autonomisering waardoor allerlei processen vanzelf gaan spelen. Een klant doet
   via een computer een bestelling bij een leverancier en, zonder dat er een mens aan te
   pas komt, wordt er een productieproces in gang gezet en wordt het product geleverd.
   Dat is nu gaande. Wij kunnen dan zeggen dat er banen verdwijnen, maar de heer Van
   Ojik zal zien dat het in al die jaren zo is geweest dat je in een nieuwe situatie weer
                                                                                                  93
   nieuwe banen, andere accenten en nieuwe mogelijkheden krijgt.”
Het is geen uitgemaakte zaak dat nieuwe banen snel genoeg ontstaan om het verdwijnen
van oude banen te compenseren. Robotisering kan in beginsel op den duur leiden tot
                                                                                                 94
een economiebrede structurele reductie in de behoefte aan arbeid. Nieuwe banen
ontstaan als er nieuwe behoeften te bevredigen zijn, bij mensen die kapitaalkrachtig
genoeg zijn om nieuwe producten en diensten te betalen. Het is mogelijk dat er een
zekere verzadiging optreedt en het ontstaan van nieuwe behoeften en daarmee van
nieuwe markten afzwakt. Het is tevens mogelijk – en wellicht nog iets waarschijnlijker –
dat de inkomensverdeling ten gevolge van automatisering en robotisering zich zodanig
ontwikkelt dat de effectieve vraag naar goederen en diensten onvoldoende is om voor
volledige werkgelegenheid te zorgen. Zoals we hebben gezien, resulteert de huidige
technologische ontwikkeling in een verhoging van de kapitaalproductiviteit. Dit leidt tot
een verschuiving van de verdeling van het nationaal inkomen ten nadele van arbeids-
inkomens en ten voordele van kapitaalinkomens (een daling van de arbeidsinkomens-
quote), en daarmee tot een vergroting van de inkomensongelijkheid. Een dergelijk
schever worden van de inkomensverdeling verandert de aard van de bestedingen en kan
gemakkelijk leiden tot onderbesteding, waardoor werkloosheid een structureel fenomeen
         95
wordt. Komt een dergelijk scenario in zicht, dan worden nieuwe vormen van
inkomenspolitiek, bijvoorbeeld invoering van een basisinkomen, het overwegen waard.
Dit advies richt zich op het maximaliseren van de kansen dat technologische ontwikkeling
gepaard gaat met meer en betere werkgelegenheid, maar pleit ervoor de ogen niet te
sluiten voor de mogelijkheid dat de vraag naar arbeid structureel tekort schiet.
93
   Debat in de Tweede Kamer over het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’ op 24 juni 2014. Een rapport dat eveneens
   sceptisch is over het dalen van de werkgelegenheid ten gevolge van technologische ontwikkeling is European Strategy and Policy
   Analysis System (2013) The global economy in 2030: trends and strategies for Europe; zie hoofdstuk 5.
94
   Zie Nesta (2014) Our work here is done – Visions of a robot economy; Frey en Osborne (2013) The future of unemployment: how
   susceptible are jobs to computerisation?.
95
   Zie ook Went (2014) Inkomensongelijkheid en groei.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Of er nu wel of geen werkloosheid ontstaat, het profiel van de werkgelegenheid verandert
hoe dan ook onder invloed van de huidige technologische ontwikkeling. Dit is empirisch
goed gedocumenteerd voor de Amerikaanse arbeidsmarkt, en ook voor Europa en voor
                                                                                             96
Nederland zijn vergelijkbare ontwikkelingen in kaart gebracht. Er valt een geleidelijke
tweedeling op de arbeidsmarkt waar te nemen, waarbij de groei van het aantal banen
zich concentreert aan de onderkant (persoonlijke verzorgers, schoonmakers, bewakers)
en aan de bovenkant (technici, professionals, managers), terwijl de werkgelegenheid in
het midden afneemt. Deze baanpolarisatie is het resultaat van substitutie van
                                                                                              97
arbeidskrachten door computers en gerelateerde technologie. Deze substitutie
concentreert zich in het middensegment van het vaardighedenspectrum van de
beroepsbevolking – het deel van de beroepsbevolking dat een groot deel van de
middenklasse uitmaakt en dat een inkomen rond modaal verdient. Men spreekt dan ook
van een hollowing out of the middle class. De beroepen waarbij het hier om gaat, worden
gekenmerkt door routinematige arbeidstaken. Deze taken lenen zich voor
computerisering. Routinetaken zijn karakteristiek voor veel beroepen van mensen met
een opleiding op het middenniveau: geschoolde arbeiders, productiemedewerkers,
administratieve krachten, verkopers. Dat betreft niet alleen ‘blauwe-boordenberoepen’
(productiearbeiders), maar ook ‘witte-boordenberoepen’ (kantoorpersoneel).
Technologische verandering is veruit de belangrijkste verklarende factor achter de
verschuivingen in de vraag naar arbeid. Empirisch onderzoek wijst uit dat hoge
investeringen in ICT samengaan met een stijgende vraag naar hoogopgeleiden en
                                                                       98
een dalende vraag naar gemiddeld opgeleiden.
Inkomensverdeling
ICT-gedreven technologische verandering heeft om diverse redenen gevolgen voor de
                              99
inkomensverdeling. In de eerste plaats stijgt de kapitaalproductiviteit en neemt
daarmee het kapitaalinkomen toe. In de tweede plaats leidt de uitholling van het
96
   Acemoglu en Autor (2010) Skills, Tasks and Technologies: Implications for Employment and Earnings. Zie ook Autor (2014)
   Polanyi’s paradox and the shape of employment growth. Voor gegevens over Europa, zie Goos et al. (2014) Explaining job
   polarization: routine-based technological change and offshoring. Voor Nederland, zie Centraal Planbureau (2015) Baanpolarisatie
   in Nederland, Centraal Planbureau (2012) Loonongelijkheid in Nederland stijgt, Centraal Planbureau en Sociaal en Cultureel
   Planbureau (2015) De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025, en Rathenau Instituut (2015) Werken aan de robotsamenleving.
97
   De ontwikkeling van de werkgelegenheid wordt niet alleen bepaald door computerization aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt,
   maar ook door andere factoren, waaronder het opleidingsniveau van het arbeidsaanbod, de mondialisering van productieketens
   (offshoring), veranderingen in de positie van vakbonden, het minimumloon en het belastingbeleid. Deze laatste factoren blijken de
   afgelopen decennia echter een minder belangrijke rol te hebben gespeeld (Centraal Planbureau (2015) Baanpolarisatie in
   Nederland, p. 9, Centraal Planbureau (2012) Loonongelijkheid in Nederland stijgt, p. 11).
98
   Ibidem. De ICT-investeringen (gemeten als investeringen ten opzichte van toegevoegde waarde in de periode 1980-2004 in elf
   landen) correleren sterk negatief met de verandering in de loonsom van gemiddeld opgeleide werknemers, en sterk positief met
   veranderingen in de loonsom van hoogopgeleide werknemers.
99
   Een vraag waaraan we hier voorbijgaan, is in hoeverre de karakteristieken van sleuteltechnologieën invloed hebben op de
   verdeling en groei van vermogens. Het groeipercentage van vermogens lijkt in de loop van de afgelopen eeuwen opvallend
   constant te zijn geweest en structureel boven het groeipercentage van de economie als geheel te hebben gelegen (zie Piketty
   (2014) Capital in the 21st century). Het zou kunnen zijn dat de specifieke effecten van ICT op de economische structuur
   (bijvoorbeeld winner-takes-all markten) gereflecteerd worden in het patroon van vermogensaanwas.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>middensegment van de arbeidsmarkt tot een tweedeling in arbeidsinkomens. Het
verdwijnen van banen in het middensegment resulteert in verdringing van werknemers
aan de onderkant van het spectrum door mensen uit dit middensegment die geen baan
op hun eigen niveau meer kunnen vinden. De inkomens aan de bovenkant stijgen omdat
technologie daar de arbeidsproductiviteit verhoogt, terwijl die in het midden en aan de
onderkant dalen ten gevolge van verdringingseffecten. Deze verandering van de
inkomensverdeling vindt plaats terwijl ten gevolge van diezelfde technologische
vooruitgang de productiviteit van de economie als geheel, en dus het totale inkomen,
stijgt. Er valt meer inkomen in het systeem te verdelen, maar dit komt vooral terecht bij
                                                                                   100
de mensen die toch al een hoger inkomen genoten. Dit generieke effect wordt nog
versterkt doordat toepassing van digitale technologie in veel gevallen leidt tot markten
met een winner-takes-all karakter. In een transparante markt waarin de marginale
productiekosten van een product of dienst bijna nul zijn, kunnen kleine kwaliteits-
verschillen leiden tot grote verschillen in omzet en marktaandeel – en dat kenmerkt een
winner-takes-all markt. Onder deze omstandigheden komt een groot deel van de
                                                                                   101
welvaartswinst terecht bij een kleine groep mensen.
De verdeling van arbeidsinkomens in Nederland is naar internationale maatstaven
                                                                                                                                      102
tamelijk egalitair, maar de inkomensongelijkheid is de laatste jaren wel aan het stijgen.
                                                                                         103
Kapitaalinkomen is in ons land relatief geconcentreerd. Mensen die over kapitaal
beschikken – zowel financieel als menselijk kapitaal – profiteren het meest. Inkomen uit
kapitaal neemt sneller toe dan inkomen uit arbeid, en mensen met specifieke capaciteiten
                                                  104
en vaardigheden zijn beter af. Dat wordt nu al sinds een reeks van jaren in inkomens-
statistieken weerspiegeld. De gemiddelde inkomensontwikkeling volgde decennialang de
gemiddelde productiviteitsontwikkeling, maar de laatste jaren lopen ze uiteen.
Middeninkomens blijven achter bij productiviteitsgroei en stijging van het nationaal
inkomen. De spreiding in arbeidsinkomens neemt toe, ook in Nederland, zij het minder
                                                105
dan in de Verenigde Staten. De verschillen in kapitaalinkomens zijn in Nederland altijd
100
    Zie bijvoorbeeld de gegevens in Piketty (2014) Capital in the 21st century, hoofdstuk 9.
101
    Er komt dus een premie te liggen op het bereiken van de absolute top. ‘Gewoon hoogopgeleid’ zijn biedt geen garantie meer voor
    een bovengemiddeld inkomen. Grote inkomensverschillen zijn te vinden binnen de groep hoogopgeleiden. Zie hierover
    bijvoorbeeld Brown et al. (2011) The Global Auction: The Broken Promises of Education, Jobs, and Incomes.
102
    Centraal Planbureau (2015) Baanpolarisatie in Nederland, Centraal Planbureau (2012) Loonongelijkheid in Nederland stijgt, zie pp.
    7 en 9.
103
    Van Bavel (2014) Vermogensongelijkheid in Nederland: de vergeten dimensie, laat zien dat de rijkste 10 procent van de bevolking
    zo’n 61 procent van het totale vermogen in Nederland bezit. De top 2 procent binnen deze groep heeft zelfs een derde van dat
    vermogen in handen, terwijl de onderste 60 procent van de Nederlandse bevolking bij elkaar opgeteld 1 procent (afgerond) van het
    totale vermogen bezit. De middengroepen in Nederland hebben relatief weinig vermogen, en vooral het onderste deciel heeft
    schulden. In internationaal perspectief is de vermogensongelijkheid in Nederland aan de hoge kant.
104
    Piketty (2014) Capital in the 21st century, signaleert dat het de afgelopen eeuwen gebruikelijk was dat het rendement op kapitaal
    groter was dan de groei van het BBP. Het kapitaalinkomen steeg meestal sneller dan het inkomen uit arbeid. Een gelijk opgaan
    van beide (the rising tide that lifts all boats) was een uitzonderlijke ontwikkeling die opgeld deed in de drie decennia na de Tweede
    Wereldoorlog.
105
    In de Verenigde Staten is de waargenomen polarisatie in inkomens het sterkst. Kanttekeningen bij deze waarnemingen vanuit een
    Europees perspectief zijn te vinden in een kort artikel van Marin (2014) Globalisation and the rise of the robots.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                             70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>al relatief groot geweest. Er zijn aanwijzingen dat te veel ongelijkheid in inkomens het
                                                                       106
groeivermogen van een economie ondergraaft.
    De vraag naar capaciteiten: een race tussen opleiding en technologie
    De huidige technologische verandering is niet alleen capital augmenting maar ook
    skill-biased technological change. Dit is technologische verandering die de vraag naar
    hoogopgeleide arbeidskrachten doet toenemen en de vraag naar laag- en middelbaar
    opgeleiden reduceert. Nieuwe technologie blijkt complementair aan de capaciteiten
    van hoogopgeleiden en substitueert die van laagopgeleiden. Eenvoudiger gezegd:
    hoogopgeleiden werken met computers, laagopgeleiden worden door computers
                      107
    vervangen. Dit doet de vraag naar hoogopgeleiden stijgen en die naar laag-
    opgeleiden dalen.
    Wat dat voor de inkomensontwikkeling van de beide opleidingscategorieën betekent,
    hangt niet alleen van de vraagontwikkeling, maar ook van de verandering in het
    aanbod van hoog- en laagopgeleiden af. Wanneer de toename van de vraag naar
    hoogopgeleiden geen groter aanbod uitlokt, stijgen de inkomensverschillen tussen
    hoogopgeleiden en de rest. Wanneer daarentegen een stijging van de vraag naar
    hoogopgeleiden leidt tot een hogere onderwijsdeelname en daardoor tot een stijging
    van het aanbod, dan dempt dat de inkomensverschillen. Jan Tinbergen beschreef dit
    verschijnsel al in de jaren zeventig als een ‘race tussen opleiding en technologie’. Of
    de onderwijsexpansie de technologische ontwikkeling kan bijhouden, bepaalt of het
    loon van hoogopgeleiden al dan niet stijgt. Tot in de jaren zeventig was het onderwijs
    aan de winnende hand in deze race en werden de loonverschillen kleiner. De laatste
    decennia zijn de loonverschillen aan de stijgende hand en dat wordt door sommigen
    gezien als een aanwijzing dat de technologie inmiddels de race van het onderwijs aan
                          108
    het winnen is.
Sectorstructuur
De sectorstructuur van een economie kent twee mechanismen om zich te ontwikkelen,
die beide terug te voeren zijn op technologische ontwikkeling. Het ene mechanisme is
meer toegevoegde waarde genereren door datgene wat je doet steeds beter te gaan
doen – sectoren op een steeds hoger plan brengen. Nederland is al eeuwen sterk in
landbouw en voedingsmiddelen, in alles dat met water van doen heeft (scheepsbouw,
waterkering, et cetera) en in handel en logistiek. Ook de chemie en de financiële dienst
106
    Zie Stiglitz (2012) The price of inequality, Went (2014) Inkomensongelijkheid en groei.
107
    De Beer (2014) Groeiende beloningsverschillen in Nederland.
108
    Ibidem; zie ook Goldin en Katz (2008) The race between education and technology. Er zijn grenzen aan het niveau waartoe je een
    bevolking kunt opleiden: niet iedereen kan een academicus worden. Over de vraag of die grenzen al in zicht zijn, lopen de
    meningen uiteen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                      71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>verlening kennen in ons land een lange geschiedenis. De Nederlandse economie is door
de jaren heen gegroeid door een enorme productiviteitsverbetering in deze sectoren tot
stand te brengen, zodanig dat ze bijna onherkenbaar veranderd zijn.
Het andere mechanisme is nieuwe dingen met hogere toegevoegde waarde gaan doen –
structurele verandering: oude sectoren afbouwen en nieuwe opbouwen. De Nederlandse
economie heeft zich langs deze lijnen ontwikkeld en getransformeerd door creatieve
destructie: de mijnbouw en de bulkchemie zijn afgebouwd, de fijnchemie is opgebouwd;
de textiel-, de tabaks- en de gloeilampenindustrie zijn ontmanteld, de hightech is
opgebouwd. Beide mechanismen zijn in het verleden belangrijk geweest. De sectoren
waarin Nederland echt sterk is, kunnen bogen op een rijke historie. Maar Nederland is
ook sterk geworden door niet aan het verleden vast te houden, nieuwe wegen in te slaan
en nieuwe sectoren tot bloei te brengen.
Met de topsectorenaanpak zet Nederland vol in op het versterken van de economische
activiteiten waarin het al een goede positie heeft opgebouwd. Een voorsprong moet
onderhouden worden. Het is niettemin belangrijk dat het Nederlandse ondernemers- en
innovatieklimaat ook uitnodigt tot het ontwikkelen van nieuwe activiteiten in nieuwe
sectoren.
   Passen innovatieve start-ups wel in onze (top)sectoren?
   ICT drijft niet alleen vooruitgang binnen alle sectoren, maar stimuleert ook het
   ontstaan van start-ups die buiten de strakke structuur van Nederlandse (top)sectoren
   vallen. Dergelijke nieuwe bedrijven ontwikkelen hun eigen verdienmodel en kunnen
   klassieke sectoren behoorlijk door elkaar schudden. Twee bekende Amerikaanse
   voorbeelden zijn carpoolbedrijf Uber en accommodatiedeler Airbnb. Ook in Nederland
   worden dergelijke start-ups ontwikkeld met internationale potentie, zoals nieuwskiosk
   Blendle en leenplatform Peerby.
   Blendle is een online nieuwsplatform waarop het mogelijk is om voor enkele tientallen
   centen losse artikelen aan te schaffen uit de belangrijkste Nederlandse kranten en
   tijdschriften. Van de opbrengst van elk verkocht artikel gaat 70 procent naar de
   uitgever en 30 procent naar Blendle. Het bedrijf hoort deels bij de mediasector en
   deels bij de ICT-sector, maar het bedient een totaal nieuwe markt van voornamelijk
   jongeren op sociale media. Op Blendle zijn inmiddels ook artikelen te vinden uit
   verschillende Belgische media en het toonaangevende tijdschrift The Economist.
   Na een buitenlandse investering van 3 miljoen euro komen daar binnenkort ook
   artikelen uit The New York Times en mogelijk Bild en Die Welt bij.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>   Peerby is een digitaal platform voor het lenen van spullen bij je buren. Gebruikers
   kunnen hier een oproep plaatsen als ze bijvoorbeeld een boor of een backpack nodig
   hebben, en ze krijgen een berichtje als er iemand in de buurt woont die hierin kan
   voorzien. Een verdienmodel voor deze dienst nog niet zo eenvoudig; Peerby verkoopt
   immers geen producten en ze kunnen geen geld vragen voor de gratis handel die ze
   faciliteren. Daarom gaat Peerby op maat gemaakte miniverzekeringen aanbieden aan
   de leners, zodat die niet bang hoeven te zijn dat zo voor hoge kosten komen te staan,
   mocht een geleend product het begeven. Eind 2014 staken buitenlandse inves-
   teerders 1,7 miljoen euro in het bedrijf. Hiermee wil Peerby zijn diensten uitrollen in
   de Verenigde Staten.
   Omdat alle bouwstenen voor een ICT-gebaseerde start-up (codes, data, server-
   capaciteit, software) in feite tegen marginale kosten beschikbaar zijn, liggen hier
   kansen om innovatieve ideeën uit te proberen voor weinig geld. Vaak fungeren dat
   soort bedrijven als een virtuele marktplaats en bieden ze een dienst aan die neerkomt
   op het bijeenbrengen van vraag en aanbod. Ze profiteren mee van elke transactie die
   wordt gesloten of van inkomsten van advertenties. Andere Nederlandse voorbeelden
   hiervan naast Blendle en Peerby zijn in het B2C- en C2C-domein Booking.com
   (reizen), Thuisbezorgd.nl (eten), SnappCar (auto’s) en Wijzelf Zorgcoöperaties (zorg).
Vervaging van het onderscheid industrie-diensten
ICT drijft vooruitgang in alle sectoren, niet alleen in de Nederlandse R&D-intensieve
industrie, maar ook in de dienstensectoren. Innovatie in het bank- en verzekeringswezen,
in de zakelijke dienstverlening, in de handel en het vastgoed, en niet te vergeten in het
onderwijs, de zorg en de publieke dienstverlening zijn sterk afhankelijk van ICT.
De relatieve krimp van landbouw en industrie tot minder dan twintig procent van de
Nederlandse werkgelegenheid en de groei van de private en publieke dienstenverlening
tot meer dan tachtig procent is voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door ICT. Die
heeft in deze sectoren niet alleen gezorgd voor grote productiviteitsstijgingen (in het
bankwezen, bij ingenieurs- en architectenbureaus, in de media, in de logistiek, in de zorg,
en zelfs in de cultuursector), maar ook voor legio nieuwe diensten. Waar het faciliteren
en stimuleren van R&D primair van belang is voor industriële (top)sectoren, is het op
orde hebben en verder ontwikkelen van de ICT-capaciteit en -infrastructuur belangrijk
voor alle bedrijfstakken, ook voor de sectoren die minder op het netvlies van het beleid
staan bij de ontwikkeling van het innovatiebeleid.
Het is trouwens de vraag of het onderscheid tussen industriële en dienstensectoren niet
zodanig achterhaald is, dat het daarmee contraproductief is geworden. De verschillen
tussen industrie en diensten zijn aan het vervagen omdat de maakindustrie aan het
‘verdiensten’ is, terwijl tegelijkertijd de diensten ‘verindustrialiseren’. De kernactiviteit van
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                      73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>industriële productie was het maken van fysieke producten. In de loop van de tijd zijn
                                                                          109
industriële producenten hieraan steeds meer diensten gaan koppelen. Dat begon met
onderhoudsdiensten, maar kwam pas echt op stoom met het ter beschikking komen van
nieuwe ICT-toepassingen. Dat stelde de producent in staat het gebruik van goederen real
time te monitoren en aan te passen aan de individuele behoeften van de gebruiker. Een
alledaags voorbeeld is de nieuwe koffiemachine van Saeco (Philips), die software bevat
waarmee koffie volledig kan worden afgestemd op iemands persoonlijke smaak en
voorkeuren omdat het apparaat communiceert met een app op iemands telefoon.
Veel industriële producenten hebben zich hiermee geleidelijk ontwikkeld van goederen-
leveranciers naar dienstenleveranciers. Goederen, waaronder industriële productie-
middelen en voertuigen, werden steeds meer geleased in plaats van verkocht. Capaciteit
en adequaat functioneren werden door de leverancier gegarandeerd. De toegevoegde
waarde kwam steeds meer te zitten in het softwareonderhoud en de diensten die via
deze software werden geleverd. Iconisch voorbeeld is de smartphone. De waarde zit niet
zozeer in het apparaat, als wel in de apps die ervoor beschikbaar zijn. Het verdienmodel
van de producent drijft dan ook op de winstgevendheid van de software en de
bijbehorende diensten, meer dan op de verkoop van hardware.
Niet alleen ‘verdienst’ de industrie, maar ‘verindustrialiseren’ ook de diensten. Waar
automatisering zich in het verleden voornamelijk beperkte tot fysieke (industriële)
productie, stelt ICT in staat om dienstverlening in steeds meer gevallen, net als productie
van goederen, uit te assembleren modules op te bouwen en onderdelen ervan te
automatiseren. De dienstverlening – althans delen daarvan – ondergaat daarmee
eenzelfde soort ontwikkeling als de maakindustrie. Veel langer dan goederenproductie
heeft dienstverlening een ambachtelijk karakter behouden. Bij diensten ging het altijd om
production to order, in contact met de klant en toegesneden op diens behoeften. Op het
ogenblik ondergaat veel dienstverlening een proces van automatisering: maatwerk wordt
confectie. Dat gebeurt zelfs in het ziekenhuis, met productiestraten voor heupoperaties
en oogbehandelingen. Het verindustrialiseren van dienstenproductie kenmerkt zich door:
i) toename van de kapitaalintensiteit van dienstverlening: dienstverleners worden niet
alleen ondersteund door computers, maar soms wordt de dienst zelfs geleverd door
machines – denk aan informatiediensten, reserveringen, toegangsbewijzen, kaartjes-
controle, betalingen, kredietverlening, verzekeringen, ii) standaardisatie van productie-
methoden en producten (digital Taylorism), en iii) het opvoeren van productievolumes,
bijvoorbeeld door wereldwijde verkopen via internet.
Het opvoeren van productievolumes heeft te maken met schaalvoordelen. Als je het
softwareproduct om een dienst te verlenen eenmaal hebt ontwikkeld (bijvoorbeeld een
website of een zoekmachine voor het internet), dan is de expansie van de
109
    Zie ook AWT (2012) Diensten waarderen.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>dienstverlening met behulp van die software relatief goedkoop. In sommige gevallen
komen daar nog netwerkvoordelen bij. Dat geldt voor sommige informatiediensten: het
nut stijgt naarmate meer mensen er gebruik van maken (denk aan sociale media als
                                                         110
Facebook, Skype, LinkedIn, et cetera). Dat betekent dat indien een markt voor een
dergelijke dienst gecreëerd kan worden, deze gekenmerkt is door enorme schaal-
voordelen. Concurrentie op een dergelijke markt verandert algauw in concurrentie om de
markt. Schaal- en netwerkvoordelen spelen niet alleen een rol bij diensten die via het
internet geleverd kunnen worden, maar ook bijvoorbeeld in de logistieke dienstverlening:
een uitgebreider netwerk met meer terminals en verbindingen levert meer flexibiliteit en
lagere kosten op.
De organisatie van dienstenproductie gaat steeds meer lijken op die van industriële
productie. In sommige gevallen knippen dienstenproducenten hun productie op in
modules, net als industriële producenten dat doen, en organiseren ze deze productie in
wereldomspannende ketens en netwerken om daarmee te profiteren van de
kostenvoordelen die een gedistribueerde productie met zich meebrengt (denk aan de
actuaris in India die Nederlandse verzekeringsaanvragen beoordeelt, de radioloog in
Polen die onze MRI-scans analyseert of de studiecoach op de Filippijnen die onze
kinderen met wiskunde helpt).
Een gevolg van dit alles is dat de concurrentiekracht van dienstenbedrijven meer dan in
het verleden door ICT-technologie wordt bepaald. Zo heeft bijvoorbeeld een bedrijf als
Walmart in de VS een heel sterke positie in de detailhandel kunnen opbouwen door
slimmer, met ICT ondersteund voorraadbeheer. Ook in de logistieke dienstverlening
komen de marges uit het slim toepassen van technologie. Op het fysiek verplaatsen van
goederen kan nauwelijks verdiend worden. Vervoerders verdienen hun geld door
logistieke systemen te optimaliseren (het slim combineren van vervoersmodaliteiten en
-stromen en dergelijke – en dat is een aparte tak van wiskunde) en door daarnaast
diensten om het vervoer heen aan te bieden: geconditioneerde opslag, administratieve
verwerking, facturering, et cetera.
Internationalisering en Europese integratie
De Nederlandse economie is bij uitstek een open economie. Nederlandse productie-
ketens zijn sterk internationaal geïntegreerd. Deze integratie kon alleen plaatsvinden
doordat de daarvoor benodigde institutionele arrangementen tot stand zijn gebracht,
waaronder de integratie van markten voor goederen, diensten, kapitaal en arbeid op
Europees niveau. Verdere exploitatie van de mogelijkheden die ICT biedt, vraagt om
verdere institutionele integratie. Een open economie, waarvan het functioneren
gebaseerd is op gedeelde netwerken en platforms, is afhankelijk van allerhande
110
    De waarde van een social media platform volgt de wet van Metcalfe, die gaat over de waarde van een netwerk voor
    telecommunicatie. De wet luidt: de waarde van een netwerk neemt kwadratisch toe met het aantal aangesloten apparaten.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                               75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>instituties en infrastructuur, die alleen kan werken dankzij gedeelde protocollen,
standaarden en interfaces.
Hierboven is al aan de orde gekomen dat een ICT-gedreven economie met naar
verhouding hoge ontwikkelkosten en lage (re)productie- en distributiekosten tot gevolg
kan hebben dat markten meer en meer beheerst worden door monopolistische aan-
bieders. Dat hoeven geen grote bedrijven te zijn, maar kunnen ook monopolisten in
wereldomspannende nichemarkten zijn. Deze monopolistische aanbieders weten zich
des te steviger te vestigen, naarmate ze een grotere thuismarkt hebben waarop ze hun
ontwikkelkosten kunnen terugverdienen. Nederland biedt geen grote thuismarkt, vooral
niet wanneer het om de afzet van diensten gaat.
Daarmee staan Nederlandse bedrijven op een zekere achterstand in vergelijking met
bedrijven uit landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en vooral de
Verenigde Staten. Het is dan ook niet vreemd dat veel nieuwe informatieproducten en
-diensten op de Nederlandse markt uit de koker van Amerikaanse bedrijven en bedrijfjes
komen. Om Nederlandse bedrijven een vergelijkbaar grote thuismarkt te bieden, is het
van belang Europese regelgeving te harmoniseren. Maar wellicht nog belangrijker is
om te komen tot gemeenschappelijke technologische standaarden en platforms, een
geïntegreerde ICT-infrastructuur en gezamenlijke initiatieven om kwaliteit van data en
                              111
software te borgen.
Dat een verdere integratie van Europese markten voor digitale diensten noodzakelijk is,
wordt ook op Europees niveau erkend. Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese
Commissie, heeft de digital single market benoemd als een van de tien prioriteiten van
                                   112
de nieuwe Commissie. Doel is om te komen tot harmonisatie van regels omtrent
data protection en bescherming van de rechten van consumenten, hervorming van de
regulering rond telecommunicatie, uniformering van het management van radio frequen-
ties, modernisering van het auteursrecht in het licht van de digitale revolutie en het
veranderende consumentengedrag, en vereenvoudiging van de regulering van handel via
internet. Naar schatting kan een integratie van digitale markten in Europa 250 miljard
euro aan extra economische groei genereren in de komende vijf jaar, honderden extra
111
    Zie ook Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Digitale Agenda.nl, p. 16: “Grensoverschrijdend
    elektronisch zakendoen komt niet tot stand vanwege onder andere een gebrek aan vertrouwen, twijfels over bescherming van
    persoonsgegevens en het ontbreken van systemen ter vaststellingen van de identiteit van bedrijven en hun klanten. Dit is een
    belangrijke reden waarom maar liefst 92 procent van de mensen die goederen of diensten via internet bestelt dit eerder bij een
    nationale leverancier doet dan bij een verkoper uit een ander land.”
112
    Juncker (2014) A New Start for Europe: My Agenda for Jobs, Growth, Fairness and Democratic Change – Political Guidelines for
    the next European Commission.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        76
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>banen opleveren, en een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de
                               113
kennissamenleving.
Om deze voornemens kracht bij te zetten, is een Digitale Agenda opgenomen in de
Europe 2020 strategy. Het voornaamste doel van deze agenda is het ontwikkelen van
een digital single market ten behoeve van ‘slimme, duurzame en inclusieve groei in
Europa.’ De agenda omvat zeven pijlers, waaronder marktintegratie, bevordering van
interoperabiliteit en gemeenschappelijke standaarden, versterking van veiligheid op
                                                                                                           114
het internet en bevorderen van snellere internettoegang voor iedereen.
    Onze ambitieuze buren
    Duitsland gaat voor een digitale samenleving
    Onze oosterburen hebben de ambitie om wereldwijd innovatieleider te worden.
    Hiertoe heeft de Duitse regering in 2014 de nieuwe High-Tech Strategy opgesteld. De
    kern van deze strategie is de integratie van sterke technologische ontwikkelingen met
    de belangrijkste behoeften in de maatschappij. Om dit te bereiken is het Duitse beleid
    gebouwd op vijf pijlers: i) uitdagingen voor waardecreatie en levenskwaliteit,
    ii) netwerken en samenwerking, iii) versterking van industriële innovatie, iv) gunstig
    innovatieklimaat, en v) transparantie en dialoog. Binnen de eerste pijler, uitdagingen
    voor waardecreatie en levenskwaliteit, vallen zes inhoudelijke thema’s, namelijk: de
    digitale economie en samenleving, de duurzame economie en energie, innovatie en
    arbeid, gezond leven, intelligente mobiliteit, en veiligheid. De digitale economie en
    samenleving staat in deze lijst voorop en omvat industry 4.0, smart services, smart
    data, cloud computing, digital networking, digital science, digital education en digital
    life environments.
    Duitsland zet volop in op de digitale economie en maatschappij, getuige ook de
    uitgebreide Digital Agenda 2014 – 2017. Zo heeft ICT een enorm scala aan
    veranderingen tot gevolg in de Duitse industrie, zoals de personalisering van
    producten, de integratie tussen klant en producent, een grote groei aan ICT-diensten
    (zowel in samenhang met producten als zelfstandig) en de opkomst van big data
    en cloudtechnologie. Om deze veranderingen optimaal te laten doorwerken in de
    economie en samenleving voert Duitsland allerlei specifieke programma’s voor
    deze onderwerpen uit. Daarnaast signaleren de Duitsers het belang van ICT in de
    wetenschap (zowel op het gebied van infrastructuur alsook digitaal onderwijs) en ook
113
    Momenteel wordt de Europese digitale markt voor 42 procent bediend door nationale dienstverleners, voor 4 procent door
    dienstverleners uit een andere lidstaat, en voor 54 procent door dienstverleners uit de Verenigde Staten (zie Europese Commissie
    (2015) EU-factsheet ‘Why we need a Digital Single Market’).
114
    Zie Europese Commissie (2015) Digital Agenda for Europe – A Europe 2020 Initiative.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>    in de maatschappij op zichzelf (digitale technologieën maken bijvoorbeeld een hoop
    nieuwe interacties mogelijk). Duitsland onderkent verder ook de risico’s van een
    digitaliserende samenleving, zoals de online veiligheid van burgers en de beveiliging
    van data en digitale ruimte. Tot slot ziet de Duitse overheid dat de huidige manier
    waarop onderwijs en werk zijn georganiseerd moet worden veranderd, om ruim baan
    te maken voor de kansen die ICT biedt. Belangrijke punten hierbij zijn een sterkere
    focus op diensten, een interactiever proces van waardecreatie, flexibilisering van
                                                                                                             115
    arbeidsplekken, en meer ruimte voor doorlopende personeelsontwikkeling.
    Het Verenigd Koninkrijk wil wetenschap voor welvaart
    Het Verenigd Koninkrijk hecht een groeiend belang aan wetenschappelijke vooruit-
    gang, omdat het steeds meer inziet dat dit een cruciale factor is voor economische
    groei en welvaart. Economische groei wordt voor een belangrijk deel gedreven door
    de innovatieve kracht van een land. De Britse overheid heeft de ambitie om het
    Verenigd Koninkrijk ‘de beste plek ter wereld om wetenschap te bedrijven’ te laten
    zijn. Om dit vorm te geven heeft zij tien technologieën geïdentificeerd die aan drie
    criteria voldoen: i) ze komen voort uit veelbelovende wetenschappelijke
    ontwikkelingen, ii) het Verenigd Koninkrijk kan zich erop onderscheiden, en iii) ze
    bieden kansen voor commercialisering. De tien technologieën zijn: big data,
    satellieten en commercieel ruimtegebruik, robotica, life sciences en genomics,
    regeneratieve geneeskunde, landbouwtechnologie, nieuwe materialen en
    nanotechnologie, energieopslag (waaronder batterijen), kwantumtechnologie, en het
    internet of things.
    Om de potentie van deze technologieën tot uitdrukking te laten komen in de
    economie, stelt de vorige minister voor Universiteiten en Wetenschap David Willetts
    dat een goed kennisbeleid rust op drie pijlers. De eerste pijler is autonome
    wetenschap. De financiering daarvan moet plaatsvinden op basis van excellentie en
    worden vormgegeven door een autonome wetenschappelijke gemeenschap. De
    tweede pijler is een flexibele en open markteconomie die de nieuwste
    wetenschappelijke ontwikkelingen kan absorberen. De derde pijler is een
    arrangement om kennis te commercialiseren en de valley of death te overbruggen.
    Deze derde pijler vormt de schakel tussen de eerste twee en wordt vaak over het
    hoofd gezien. Hier heeft de overheid een duidelijke rol. Een sterke focus op general
    purpose technologies zou hierbij centraal moeten staan; denk bijvoorbeeld aan de
                                                                                                   116
    maatschappijbrede impact die een sleuteltechnologie als ICT heeft.
115
    Zie Bundesministerium für Bildung und Forschung (2014) The new High-Tech Strategy – Innovations for Germany, en
    Bundesministerium für Wirtschaft und Energie (2014) Digital Agenda 2014-2017.
116
    Zie Policy Exchange (2013) Eight Great Technologies.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                         78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>    Frankrijk agendeert zeven ambities
    Op basis van een uitgebreide consultatie heeft de Commissie Lauvergeon zeven
    uitdagingen voor Frankrijk geïdentificeerd. Bij de selectie heeft de commissie eerst en
    vooral gekeken naar het potentieel om groei, werkgelegenheid en exportcapaciteit te
    genereren. Daarnaast hebben criteria als de bijdrage aan duurzaamheid,
    maatschappelijke acceptatie, het versterken van de positie van Frankrijk in de wereld,
    de aansluiting bij de kennisbasis en bij de economische kerncompetenties van
    Frankrijk, en de specifieke verantwoordelijkheden van de staat een rol gespeeld. De
    zeven uitdagingen zijn: i) energieopslag, vooral voor energie uit variabele bronnen als
    wind en zon, ii) recycling van metalen, in het bijzonder zeldzame aardmetalen, iii)
    exploitatie van marine hulpbronnen, in het bijzonder het winnen van metalen uit de
    zeebodem en efficiënte ontzilting van zeewater, iv) ontwikkeling van nieuwe
    voedingsmiddelen op basis van plantaardige eiwitten en productie van nieuwe
    materialen op basis van plantaardige materialen, v) geïndividualiseerde genees-
    kunde, onder andere voortbouwend op genomics en proteonomics, vi) de ‘zilvergrijze’
    economie: innovatie ten dienste van autonomie in de laatste levensfase (robotica,
    zorgondersteunende domotica), vii) big data, het beter gebruik van digitale gegevens.
    De Commissie Lauvergeon pleit daarbij voor een cultuuromslag in Frankrijk. Een
    bredere erkenning dat innovatie essentieel is voor economisch succes is nood-
    zakelijk. Vernieuwingen moeten verwelkomd worden, procedures vereenvoudigd,
    experimenten aangemoedigd, normen aangepast, risico’s en eventueel falen
    geaccepteerd, overheidsbeleid en -aankopen innovatiegericht. Frankrijk zal de
    komende jaren in deze zeven uitdagingen investeren. Niet alleen Franse
    onderzoekers en ondernemingen worden uitgenodigd om op de betreffende
    programma’s in te schrijven, maar ook partijen van buiten, mits ze hun onderzoek en
                                                     117
    ontwikkeling in Frankrijk verrichten.
Marktstructuur en bedrijfsomvang
Technologische ontwikkelingen hebben een effect op de schaal van bedrijven.
                                                                     de          ste
De technologieën die in de industrieën van de 19 en 20 eeuw in zwang waren,
kenmerkten zich door een minimum efficiënte schaal die naar de huidige maatstaven
erg groot was. Fabrieken en kantoren boden werk aan duizenden arbeidskrachten op
eenzelfde locatie. Grote bedrijven (in termen van werknemers) werden dominant. De op
ICT geënte technologieën van onze tijd brengen de minimum efficiënte schaal van veel
soorten productie naar beneden. Mogelijk wordt deze ontwikkeling nog verder doorgezet
wanneer technieken als 3D-printing volwassen worden. Maar belangrijker is dat deze
zelfde op ICT gebaseerde technologieën de minimum efficiënte schaal van een
117
    Commission sous la présidence d’Anne Lauvergeon (2013) Un principe et sept ambitions pour l’innovation.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                 79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>organisatie naar beneden hebben gebracht. ICT reduceert allerlei vormen van
transactiekosten en heeft daarmee kleine bedrijven in staat gesteld om tegen lage kosten
wereldwijd met partners in flexibele netwerken samen te werken en mondiale markten te
bedienen.
In alle ontwikkelde markteconomieën levert een breed spectrum aan grote, middelgrote
en kleine bedrijven het totale aanbod van goederen en diensten. Grote en kleine
bedrijven hebben elk specifieke kenmerken die ervoor zorgen dat ze kunnen blijven
voortbestaan in een economisch ecosysteem dat door concurrentie wordt gekenmerkt.
Ze zijn ook in zekere zin complementair aan elkaar en ze hebben elkaar vaak nodig.
Waar het bijvoorbeeld gaat om technologische veranderingen zijn grote bedrijven vaak
weinig wendbaar, maar sterk in planmatige, incrementele verbeteringen van producten
en processen. Bovendien beschikken ze vaak over eigen middelen voor ontwikkeling en
innovatie. Kleine bedrijven zijn vaak de bron van meer radicale vernieuwingen, maar
ontberen dikwijls het vermogen – in beide betekenissen van het woord – om door te
ontwikkelen en op te schalen.
Omdat technologische ontwikkeling op basis van ICT transactiekosten omlaag brengt,
reduceert het de minimum efficiënte schaal van bedrijven. Het faciliteert daarmee het
ontstaan van nichemarkten met een groot geografisch bereik en soms een winner-takes-
all karakter. Dit biedt kansen voor starters, ZZP’ers, kleine ondernemingen, ‘groei-
briljanten’. Het belang van ondernemerschap en van innovatief mkb stijgt. Nu al is te zien
hoe in de Nederlandse economie steeds meer kleine, flexibele bedrijven opkomen die in
                                     118
netwerkverband werken.
Dit gegeven onderstreept het belang van groeibriljanten voor de Nederlandse economie
                                            119
en voor de werkgelegenheid. Groeibriljanten zijn kleine, startende, innovatieve
bedrijven die de ambitie en de potentie hebben om door te groeien door permanente
productvernieuwing en daarmee wereldwijde markten te bedienen. Onze economie is
voor zijn werkgelegenheidsaanwas in toenemende mate op deze groeibriljanten aan-
gewezen. Het is dan ook zaak deze bedrijven te koesteren en waar mogelijk te
faciliteren.
Ondernemersklimaat en verdienmodellen
                                                           de
De industriële revolutie kon zich in de 19 eeuw voltrekken omdat er een basis van
instituties bestond – en daarna verder ontwikkeld werd – die ondernemers het
vertrouwen gaf dat ondernemen loonde. Deze instituties, veelal formeel in wetgeving
118
    International Labour Organisation (2015) World Employment Social Outlook – The changing nature of jobs, laat zien dat in
    ontwikkelde economieën steeds minder mensen hun brood verdienen als werknemer en steeds meer als zelfstandige. In veel
    landen zijn de sociale zekerheidsarrangementen en de arbeidsmarktregulering nog onvoldoende op deze ontwikkeling afgestemd.
119
    Zie AWT (2014) Briljante bedrijven.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                   80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>vastgelegd, dienden ter bescherming van eigendom en ter regulering van economische
betrekkingen. Eigendomsrechten, waaronder intellectuele eigendomsrechten, maakten
het voor ondernemers aantrekkelijk te investeren met een langetermijnperspectief.
Contractrecht en aansprakelijkheidsrecht faciliteerden handelsrelaties. Arbeidsrecht
                                                            de ste
reguleerde arbeidsrelaties. De instituties van de 19 en 20 eeuw maakten industriële
productie en handel in fysieke goederen en persoonlijke diensten mogelijk. De op ICT
                                              ste
geënte technologieën van de 21 eeuw leiden tot nieuwe ‘informatie-intensieve’
producten en diensten die van een ander karakter zijn dan de goederen en diensten uit
het verleden. Ze zijn vaak gemakkelijk te kopiëren en te verspreiden – het is moeilijker
om er eigendomsrechten op te vestigen en om die rechten te handhaven. Ondernemen
            ste
in de 21 eeuw vraagt daarom om nieuwe businessmodellen, die wellicht ondersteund
moeten worden door nieuwe instituties.
Kenmerkend voor informatieproducten, waarvan de verspreiding met de ontwikkeling van
ICT een grote vlucht heeft genomen, is dat ze gemakkelijk te kopiëren zijn. In de hoek
van de producten die digitaal te verspreiden zijn, beginnen steeds meer nieuwe verdien-
modellen tot ontwikkeling te komen. Sommige berusten op het gratis verspreiden van
een deel van het product ter promotie, en het daaraan koppelen van additionele op
persoonlijke behoeften toegesneden dienstverlening of andere extra’s tegen betaling.
Veel nieuwsmedia als kranten en tijdschriften die op internet actief worden, hanteren dit
model. Andere volgen een pad van het gebruik van het digitale product teneinde
bekendheid en populariteit te kweken, om daarmee een markt te laten ontstaan voor het
eigenlijke product. Dat is wat de muziekindustrie doet, die muziek via internet verspreid
om publiek te verleiden naar concerten te komen. Een derde strategie is digitale content
weggeven voor persoonlijke data, die op zichzelf of in combinatie met andere data
waarde vertegenwoordigen. Op die manier verdienen zoekmachines en aanverwante
diensten als Google een goed belegde boterham.
Het ter beschikking komen van sensordata verandert het verdienmodel van veel
industriële bedrijven die duurzame producten als apparaten, voertuigen of andere
systemen leveren. Voorheen werden die producten doorgaans verkocht, periodiek
onderhouden en gerepareerd op afroep. Tegenwoordig kan de onderhoudstoestand
vaak real time in de gaten gehouden worden met sensoren die via het internet data
rapporteren. Dat stelt een leverancier in staat niet langer een product te leveren, maar
een dienst – de dienst waarvoor het product benut wordt. Een voorbeeld is Rolls Royce,
voorheen leverancier van vliegtuigmotoren, nu van stuwkracht voor vliegtuigen. De
motoren worden geleased, waarbij de verantwoordelijkheid voor het goed functioneren bij
de motorenfabrikant ligt. Een ander voorbeeld is Océ (onderdeel van Canon), voorheen
leverancier van kopieerapparaten, tegenwoordig van document workflow management
systemen. De data die de sensoren leveren, hebben vaak nog een waarde die verder
strekt dan voor het optimaliseren van onderhoud. Ze verschaffen de fabrikant informatie
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>over het gebruik van het product en helpen daarmee het product te verbeteren of nieuwe
diensten bij het product te ontwikkelen.
Kenmerkend voor de organisatie die door ICT wordt gefaciliteerd is de netwerkvorm.
ICT maakt het efficiënt functioneren van productieketens en innovatienetwerken mogelijk
en het besturen ervan behapbaar. Ook dit heeft implicaties voor businessmodellen.
Wil ketenintegratie werken, dan vraagt dat bijvoorbeeld om borging van afspraken en
procedures die het eigendom, de betrouwbaarheid en de kwaliteit van data en onder-
zoeksresultaten betreffen.
In dit hoofdstuk hebben we eerst gekeken welke karakteristieken van ICT bepalend
zijn voor de effecten op de structuur en het functioneren van de economie. Daarna
kwam aan de orde hoe dit in de praktijk uitwerkt op kernvariabelen die de
Nederlandse economie karakteriseren als werkgelegenheid, inkomensverdeling,
sectorstructuur, marktstructuur en bedrijfsomvang, en op de dynamiek van
internationalisering, Europese integratie, verschuivingen in sectorgrenzen en
veranderingen van verdienmodellen. In het volgende hoofdstuk kijken we om te
beginnen naar de karakteristieken van ICT die onderzoek en innovatie
transformeren. Daarna nemen we de uitwerking daarvan op het Nederlandse
kennis- en innovatiesysteem onder de loep.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                           82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>                                                                                           3
De impact van ICT op onderzoek en
innovatie
Onderzoek en innovatie zijn de motor achter economische verandering. ICT heeft een
ingrijpende invloed op deze motor. ICT is een general purpose technology die de
structuur en het functioneren van de economie direct beïnvloedt door het veranderen van
productie- en allocatieprocessen, en indirect door het transformeren van onderzoeks- en
innovatieprocessen. In dit hoofdstuk nemen we dit indirecte kanaal onder de loep. We
kijken achtereenvolgens naar hoe ICT onderzoek en innovatie verandert, en vervolgens
naar hoe dit in Nederland uitwerkt.
3.1         ICT en veranderingen in onderzoek en innovatie:
            de bepalende aspecten
Wetenschappelijke vooruitgang is in hoge mate afhankelijk van de instrumenten die
onderzoekers ter beschikking staan. De medische wetenschappen kregen een enorme
impuls toen de microscoop van Van Leeuwenhoek ter beschikking kwam. De progressie
in de medicijnen ging vervolgens gelijk op met de verbeteringen in microscopen (en de
verbetering in allerlei andere onderzoeksinstrumenten en –methoden). Net zo maakt de
sterrenkunde voortgang door progressie in telescopen en de natuurkunde door voortgang
in deeltjesversnellers. Op dit moment is de computer een dominant instrument in vrijwel
alle wetenschappen. Alle wetenschappelijke kennisontwikkeling en alle onderzoek, in wat
voor discipline dan ook, maakt gebruik van ICT. Daarmee is wetenschappelijke vooruit-
gang meer dan ooit afhankelijk geworden van de beschikbaarheid van een kwalitatief
hoogwaardige ICT-infrastructuur en ICT-expertise. Bovendien levert de combinatie van
ICT met specifieke vakgebieden als nanotechnologie, biotechnologie en cognitieve
wetenschappen tal van nieuwe mogelijkheden.
ICT heeft in onderzoek en innovatie het karakter van een gereedschapskist, een
instrumentarium voor waarneming, dataverwerking, modellering, simulatie, visualisatie en
communicatie. De ontwikkelingen in ICT zorgen ervoor dat dit instrumentarium constant
wordt uitgebreid. De ontwikkeling van het instrumentarium verandert niet alleen de
manier waarop het onderzoek wordt gedaan, maar vergroot ook de reikwijdte van de
vragen die aan bod komen en transformeert de organisatie van het onderzoek. In de
volgende paragrafen gaan we in detail in op vier gevolgen van ICT voor onderzoek en
innovatie: i) ICT versnelt het onderzoek en verhoogt de productiviteit, ii) meer data
science faciliteert meer inductief onderzoek, iii) meer data science faciliteert integrale
systeemanalyses en inspireert nieuwe vragen, en iv) meer interactie verandert de
organisatie van kennisontwikkeling en innovatie.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>ICT versnelt het onderzoek en verhoogt de productiviteit
Het beschikbaar komen van het ICT-instrumentarium heeft geleid tot een kennis-
ontwikkeling en een onderzoekspraktijk die hetgeen ze al deed nu sneller en efficiënter
doet. Het gebruik van computers in wetenschappelijk onderzoek heeft een grote
productiviteitsstijging teweeg gebracht. Statistische verwerking van empirische gegevens
die vroeger dagen noeste arbeid vergde, vraagt nu nog maar om een druk op de knop.
Experimenten die vroeger in vivo moesten worden gedaan, kunnen nu in silico
geschieden. Met behulp van simulatiemodellen kunnen voorafgaand aan experimenteel
onderzoek kansrijke onderzoeksopties worden geïdentificeerd en weinig kansrijke
worden uitgesloten. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de genetica of in de ontwikkeling van
geneesmiddelen, waar de eigenschappen van allerlei varianten van enzymen of andere
actieve stoffen met computermodellen kunnen worden geanalyseerd alvorens ze in de
praktijk te construeren en testen.
Meer data science faciliteert meer inductief onderzoek
Daarnaast verandert de computer ook het onderzoeksproces zelf. De aard van de
onderzoeksinstrumenten heeft in veel wetenschappelijke disciplines een bepalende
invloed op de manier waarop kennisontwikkeling plaatsvindt. De meeste disciplines – de
wiskunde is wellicht een uitzondering – zijn erop gericht aspecten van de waarneembare
werkelijkheid te verklaren en te begrijpen. Wetenschappelijke vooruitgang is daarom
afhankelijk van toetsing van theorieën aan die werkelijkheid. Empirische toetsing vraagt
om waarnemingen en om verwerking van daarvan. Tot voor kort waren waarnemingen
relatief schaars. Het verzamelen ervan was dikwijls moeilijk en kostbaar. Waarnemingen
waren vaak partieel, niet continu maar verspreid in de tijd, en indirect (een meting van
een indicator in plaats van de eigenlijke variabele). Het verwerken van empirische
informatie was arbeidsintensief.
Deze stand van zaken werkte een methodologie in de hand waarbij theorievorming – het
formuleren van onderzoekshypotheses – aan dataverzameling en/of verwerking vooraf-
ging. De wetenschap schrijdt voornamelijk voort langs de door Popper beschreven
deductieve paden van hypothesevorming en pogingen tot falsificatie (dan wel verificatie).
Theorievorming is weliswaar geïnspireerd door waarneming, maar gaat in het algemeen
vooraf aan formele toetsing. Een methodologie die uitgaat van ex ante theorievorming,
abstractie en reductie van complexiteit, kent zijn praktische grenzen. Het specifieke
gedrag van systemen die bestaan uit veel elementen van uiteenlopende aard, die
allemaal met elkaar interacteren, en waarop talloze exogene invloeden zich doen gelden
– en dat is toch hoe systemen in de wereld om ons heen eruit zien – is vaak niet integraal
te beschrijven, te begrijpen en te voorspellen op basis van een deductieve en
reductionistische methodologie.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>Het ICT-instrumentarium maakt het steeds meer mogelijk een andere methodologie
                                                   120
van kennisontwikkeling te volgen. Rekenkracht en opslagcapaciteit zijn veel minder
schaars. Data zijn er in overvloed, afkomstig uit een grote variëteit aan bronnen, en ze
zijn continu en real time beschikbaar. Nieuwe data mining algoritmen zijn steeds beter in
staat om met deze overvloed aan data om te gaan, er patronen en verbanden in te
onderkennen en er gestructureerde informatie uit te destilleren, bijvoorbeeld door deze te
visualiseren. Dat leidt ertoe dat kennis meer dan in het verleden op een inductieve
                                            121
manier tot stand kan komen. Waar de gangbare, deductieve methodologie eruit
bestaat naar empirische verbanden op zoek te gaan op basis van veronderstelde
causaliteit – eerst komt de theorie en dan empirische toetsing –, draait de inductieve,
ICT-gedreven methodologie dit proces als het ware om. De data en de algoritmen laten
zien welke structuur in complexe systemen te ontdekken valt en welke regelmatigheden
het gedrag van deze systemen kenmerkt. Empirische analyse gaat vooraf, inspireert en
geeft richting aan het zoeken naar causaliteit.
Ontdekking van patronen, regelmatigheden en correlaties genereert op zichzelf nog geen
wetenschappelijk inzicht, maar kan niettemin bruikbare kennis opleveren. Er valt niet mee
te verklaren, maar wel te voorspellen. Zo kunnen zowel bedrijven als overheden, die het
vaak minder gaat om weten waarom iets werkt als wel dat het werkt, geholpen zijn met
                        122
dit soort kennis.
    Het micro-macroprobleem
    In de economie bestaan sinds de jaren dertig van de vorige eeuw micro-economie en
    macro-economie naast elkaar. Micro-economie beschrijft en verklaart economisch
    keuzegedrag van individuen of bedrijven. Macro-economie analyseert de ontwikkeling
    van geaggregeerde grootheden als productie, werkgelegenheid en inflatie.
    De ontwikkeling van macro-economische grootheden is het aggregaat van talloze
    beslissingen op microniveau, die onderling van elkaar afhankelijk zijn. In principe is
    het mogelijk om de ontwikkeling van macro-economische variabelen te modelleren
    door alle micro-economische beslissingen en interacties in een model te vatten.
    In de praktijk is dit met de momenteel beschikbare instrumenten veel te complex.
    Daarom bestaan micro-economie en macro-economie als het ware los van elkaar.
120
    Het proces vertoont parallellen met de vervanging van de stoommachine door de elektromotor in fabrieken: zie de kadertekst in
    paragraaf 2.1.
121
    Recente ontwikkelingen gaan zelfs verder dan patroonherkenning en identificatie van structuur in dataverzamelingen. De huidige
    cognitieve computersystemen (zoals de Watson-computer van IBM) ondersteunen specialisten (bijvoorbeeld oncologen, artsen,
    bankiers) door vragen te beantwoorden op basis van verwerking van veel gegevens uit een breed spectrum aan bronnen als
    encyclopedieën, wetenschappelijke tijdschriften, boeken en van het internet gehaalde informatie. Daarbij evalueren ze de kwaliteit
    van het antwoord of de gevonden oplossing door middel van toetsing van hypothesen, berekening van betrouwbaarheid, testen op
    volledigheid, en onderbouwing van hoe tot een antwoord of een oplossing is gekomen.
122
    Zie over de impact van big data op onderzoek en op de wetenschappelijke methodologie tevens Dialogic (2015) Big Data in
    onderwijs en wetenschap – Inventarisatie en essays, pp. 15-17 en pp. 41-48.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                         85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>    We begrijpen gedrag op micro-economische schaal en weten ook veel over macro-
    economische verbanden, maar we hebben weinig systematische kennis van wat
    daartussen precies gebeurt.
    Het micro-macroprobleem is niet voorbehouden aan de economie. Het is een
    probleem dat zich voordoet in veel wetenschappen. In de natuurwetenschappen zijn
    de afgelopen jaren enorme vorderingen gemaakt in de nanowetenschappen. Op
    nanoniveau weten we steeds beter hoe atomen en moleculen zich gedragen. In de
    biochemie begrijpen we steeds meer van het gedrag van DNA en eiwitten. Maar
    vanaf de nano- en microschaal is het nog een hele vertaalslag naar de macrowereld
    waarin wij onszelf bewegen. Hoe moleculen zich gedragen in een oplossing met een
    bepaalde ruimtelijke verdeling van andere moleculen, en daar veranderingen op
    macroschaal teweeg brengen, is enorm ingewikkeld. Hoe eiwitten zich gedragen
    binnen een cel waarin zich talloze andere eiwitten bevinden en daarmee cellen van
    functie of gedaante doen veranderen, is uiterst complex.
    De brug tussen micro en macro te slaan is in veel wetenschappelijk onderzoek van
                                                                     123
    de toekomst een van de centrale uitdagingen. Het slaan van deze brug draagt niet
    alleen bij aan ons begrip van hetgeen we om ons heen waarnemen, maar heeft ook
    allerlei praktische toepassingen, bijvoorbeeld omdat het ons in staat stelt op micro-
    niveau veel efficiënter te interveniëren om op macroniveau bepaalde effecten te
    bewerkstelligen.
    Om de brug te slaan, zijn twee zaken van essentieel belang. Allereerst is discipline-
    overschrijdende samenwerking nodig. De brug moet vanaf twee oevers worden
    aangelegd. Beide oevers worden gekenmerkt door eigen theorieën en
    methodologieën en eigen wetenschappelijke tradities. In de tweede plaats is er
    behoefte aan een combinatie van modellen, algoritmen en rekenkracht. Om de
    complexiteit op tussenliggende aggregatieniveaus aan te kunnen, is ICT op dit
    moment een belangrijke bepalende – en vaak nog beperkende – factor.
Meer data science faciliteert integrale systeemanalyses en inspireert nieuwe
vragen
De beperking van het empirisch instrumentarium heeft tot op heden niet alleen een
deductieve, maar ook een reductionistische aanpak in de wetenschap bevorderd. Het
onderzoek richt zich waar mogelijk op behapbare problemen. Wetenschappelijke
problemen worden behapbaar gemaakt door ze onder te verdelen in kleine deelpro-
blemen die onder specifieke condities of binnen een bepaalde discipline, los van elkaar,
123
    Zie Department of Energy (2012) From quanta to the continuum: opportunities for mesoscale science.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                            86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>kunnen worden opgelost. Verder worden vraagstukken behapbaar gemaakt door te
abstraheren van allerlei secundaire invloeden en verbanden en uit te gaan van een gesti-
leerde werkelijkheid (een mechanica zonder wrijving; de mens als rationele beslisser).
Deze gang van zaken levert partiële en gestileerde antwoorden op, die vaak moeilijk te
integreren zijn en tekortschieten in het verklaren van observaties op systeemniveau.
Doordat nieuwe algoritmen steeds beter met een overvloed aan data kunnen omgaan,
wordt het mogelijk om structuur in informatie op het spoor te komen op basis van
patroonherkenning op systeemniveau. De technologieën rondom big data (zowel het
verzamelen als het – steeds meer real time – analyseren van data) vorderen momenteel
zo snel dat dergelijke patroonherkenning een steeds aantrekkelijkere onderzoeks-
methode wordt. Hiermee kunnen in complexe systemen allerlei nieuwe en soms
verrassende structuren en verbanden worden ontdekt, zonder het systeem vooraf op
                                                   124
te knippen of te desaggregeren. Het maakt het mogelijk de analyse van complexe
onderzoeksobjecten op een meer integrale manier aan te pakken.
Implementatie van ICT doet methodologische grenzen tussen wetenschappelijke
vakgebieden vervagen. Computers hebben geen weet van de grenzen tussen disciplines.
Ze kennen de verschillende denkwerelden van natuurkundigen, scheikundigen, biologen,
psychologen en sociologen niet, ze zijn niet bekend met de onderscheiden schaalniveaus
van hun respectievelijke disciplines – ze kennen alleen data. Als wetenschappelijke
kennisontwikkeling meer data driven wordt, meer gedreven vanuit de verbanden die
computeralgoritmes uit veelsoortige databestanden weten te destilleren, dan worden
de grenzen tussen wetenschappen langzaam poreus. Wetenschappelijke benaderingen
van problemen worden dan meer integraal en synthetisch en wetenschap wordt metho-
dologisch homogener. Een inductieve methodologie, gebaseerd op data mining en
                                                                                                 125
patroonherkenning, is in zijn aard integraal en transdisciplinair. Doordat analyses
op systeemniveau mogelijk worden, komt het aanpakken van systeembrede weten-
schappelijke vragen, zoals actueel zijn rond maatschappelijke uitdagingen als
klimaatverandering of vergrijzing, nu ook binnen bereik (zie voor voorbeelden het
tekstkader over het Nederlandse eScience centrum in paragraaf 3.2.2. hieronder).
Interactie verandert de organisatie van kennisontwikkeling en innovatie
ICT transformeert niet alleen de kennisontwikkeling zelf, maar ook de organisatie van de
kennisontwikkeling. De organisatie van kennisontwikkeling en innovatie is in het verleden
124
    Zo zijn onderzoekers aan Alaska University in Anchorage erin geslaagd om via analyse van big data uit een groot aantal bronnen
    van uiteenlopende aard het eerste godsbewijs van Descartes empirisch te verifiëren. Zie Graham, Koch en Palin (2014) Beyond
    reasonable doubt – Irrefutable corroboration of His very existence, International Journal of Empirical Theology, vol. 37, pp. 451-
    475.
125
    Multidisciplinair onderzoek is in dit kader onderzoek waaraan onderzoekers uit verschillende disciplines vanuit hun eigen
    domeinkennis en methoden samenwerken. Met transdisciplinair onderzoek bedoelen we onderzoek waarbij onderzoekers met
    verschillende disciplinaire achtergronden samenwerken vanuit een gedeeld perspectief en met een gedeelde aanpak. Zie ook
    AWT (2003) 1 + 1 > 2, pp. 16-17.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                            87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>geconcentreerd geweest binnen kennisinstellingen (universiteiten, onderzoeksinstituten,
academische ziekenhuizen) en bedrijven. Er is een arbeidsverdeling tussen deze
organisaties ontstaan, waarbij kennisinstellingen vooral wetenschappelijke kennis
ontwikkelden en bedrijven zich richtten op kennistoepassingen. De precieze vorm van
deze arbeidsverdeling en van de verhouding van kennisinstellingen tot bedrijven verschilt
enigszins tussen landen en evolueert ook in de loop van de tijd. In sommige landen
bestaat er binnen bedrijven een duidelijke organisatorische scheiding tussen kennis-
ontwikkeling – in het laboratorium – en productie, terwijl in andere landen beide meer
                                                                                                 126
geïntegreerd zijn, met een zwaarder accent op learning by doing.                                      In veel landen
hebben bedrijven zich teruggetrokken uit het meer wetenschappelijk getinte onderzoek
                                                                                                                               127
en hebben ze zich steeds meer geconcentreerd op kennisassemblage en -toepassing.
Kenmerkend voor kennisontwikkeling in het verleden was dat deze veelal plaatsvond
binnen de grenzen van organisaties, in-house. Onderzoek binnen universiteiten was in
de twintigste eeuw veel meer dan nu een lokale activiteit die ten dienste stond van het
onderwijs. Toen zijn ook grote industriële ondernemingen tot ontwikkeling gekomen
met functies voor product- en procesontwikkeling, die vooral offline (in aparte R&D-
afdelingen) dan wel online (op de werkvloer) waren georganiseerd. In beide gevallen
vond technologieontwikkeling voornamelijk plaats binnen de onderneming.
Daarin is de afgelopen decennia verandering gekomen, vooral ten gevolge van de ICT-
revolutie. Deze revolutie heeft een reeks van belangrijke gevolgen gehad voor de
organisatie van kennisontwikkeling en innovatie. In de eerste plaats heeft deze de
mondialisering van de wetenschap een krachtige impuls gegeven. In de tweede plaats
is de innovatiepraktijk van grote ondernemingen veranderd. In de derde plaats zijn de
mogelijkheden van kleine ondernemingen versterkt om innovatief te zijn en om in de
ontwikkeling van nieuwe producten en diensten een dominante rol te spelen.
Wetenschap is in zijn aard altijd een open activiteit geweest, waarbij onderzoekers
resultaten in het publieke domein brachten en internationaal deelden via tijdschriften.
Maar het proces van wetenschappelijk onderzoek zelf was overwegend lokaal. Dat is
veranderd met de ontwikkeling van een krachtige, wereldomspannende ICT-infra-
structuur. Dit heeft mogelijkheden geopend voor de ontwikkeling van mondiale netwerken
van onderzoekers die aan dezelfde thema’s werken en voor nauwe samenwerking in
onderzoek over geografische grenzen heen. ICT stelt onderzoekers in staat daad-
werkelijk in projecten samen te werken met de beste partners, waar ook ter wereld.
126
    Foray (2004) The economics of knowledge, maakt in dit verband een onderscheid tussen offline en online kennisontwikkeling. Zie
    ook Hall en Soskice (2001) An introduction to Varieties of Capitalism, en AWT (2013) Going Dutch.
127
    Sinds de jaren tachtig is de R&D binnen bedrijven, mede geïnspireerd door het succes van Japanse ondernemingen, dichter naar
    de werkvloer geschoven. Grote ondernemingen in de hele wereld hebben hun centrale onderzoekslaboratoria afgebouwd en het
    onderzoek naar de business units gebracht, de budgetten voor onderzoek gedecentraliseerd en zich op onderzoekwerk dichter bij
    de markt geconcentreerd.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                       88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>Ook in het bedrijfsleven is op basis van nieuwe digitale technologie de laatste jaren een
nieuwe organisatievorm voor technologieontwikkeling tot stand gekomen. Veel van de
huidige technologieontwikkeling vindt niet meer plaats achter de bedrijfsmuren, maar is
het resultaat van samenwerking in minder of meer open innovatienetwerken. De deel-
nemers in die netwerken staan bijna permanent met elkaar in verbinding dankzij ICT,
communiceren langs deze weg intensief en gebruiken gezamenlijk dezelfde digitale
onderzoeksinstrumenten, data en programmatuur. De ontwikkeling van digitale hulp-
middelen heeft ‘open innovatie’ mogelijk gemaakt en ervoor gezorgd dat dit – mits goed
ingericht – een steeds efficiëntere vorm van gezamenlijke technologieontwikkeling is
                 128
geworden. Door ICT gefaciliteerde open innovatie stelt niet alleen grote bedrijven in
staat om te profiteren van de onderzoekscapaciteiten van partners. Het geeft ook mkb-
bedrijven kansen om te participeren in R&D-netwerken. Deze ontwikkeling naar open
innovatie krijgt mogelijk een verdere impuls naarmate wetenschappelijke informatie en
andere data meer langs de regels van Open Access ter beschikking komen.
Technologieontwikkeling in netwerkverband biedt nieuwe mogelijkheden om enerzijds
een klimaat te scheppen waarin ontwikkeling en innovatie goed gedijen, en anderzijds
een nauwe band met toepassing en praktijk te houden. Innovatie is een creatief proces
dat veelal in interactie met een breed spectrum van partijen plaatsvindt. In deze interactie
is het delen van kennis en de overdracht van tacit knowledge belangrijk. Directe
interactie is een noodzakelijk onderdeel van het creatieve proces waarin nieuwe kennis
                          129
wordt gecreëerd. Voorheen was deze interactie volledig afhankelijk van het elkaar
fysiek treffen. Dit verklaart het ontstaan en succes van geografisch geconcentreerde
clusters van bedrijvigheid, innovatieve ‘ecosystemen’ en economische hotspots, en de
hoge mate van concentratie van academisch toponderzoek op een paar plekken in de
wereld. Nu faciliteren digitale instrumenten persoonlijke interactie en de uitwisseling van
tacit knowledge steeds beter. Hier liggen nog mogelijkheden voor verdere ontwikkeling.
Een specifieke vorm van interactie die door ICT een enorme vlucht heeft genomen, is
interactie met gebruikers van producten en diensten. Al in 1982 heeft Rosenberg erop
gewezen dat learning by using een belangrijke inspiratiebron voor innovatie kon zijn. Het
gebruik van producten en processen onder specifieke lokale omstandigheden brengt
vaak problemen en mogelijkheden aan het licht die de ontwerpers van deze producten en
processen niet van tevoren konden voorzien. Gebruikers leren niet alleen hoe iets te
gebruiken, maar ook hoe het verbeterd kan worden. Dit geeft vaak aanleiding voor de
betrokkenheid van gebruikers in innovatieprocessen. Dit is door de ICT-revolutie alleen
maar versterkt: gebruikers zijn belangrijke actoren in veel innovatieve netwerken
geworden.
128
    Zie hierover onder andere AWT (2006) Opening van zaken – Beleid voor open innovatie.
129
    Nonaka en Takeuchi (1995) The knowledge creating company.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                 89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Net zoals gebruikers via ICT betrokken raken bij de ontwikkeling van producten en
diensten, zo raken geïnteresseerde burgers betrokken bij academisch onderzoek.
Dit wordt wel als open science aangeduid. Hiermee wordt een volgende stap gezet
naar open netwerken in onderzoek. Op deze wijze heeft de ontwikkeling van ICT de
organisatie van kennisontwikkeling en innovatie ingrijpend veranderd. Beide vinden
steeds meer plaats in open, grensoverschrijdende netwerken.
3.2         ICT en veranderingen in onderzoek en innovatie:
            de uitwerking
De ontwikkeling van ICT heeft processen van onderzoek en innovatie getransformeerd.
Onderzoek en innovatie zijn drijvende krachten achter de dynamiek in de economie. In
deze paragraaf kijken we hoe het ervoor staat in Nederland met het vermogen om in
onderzoek en innovatie gebruik te maken van de mogelijkheden die ICT biedt.
Achtereenvolgens komen aan de orde: de e-infrastructuur, de kennisbasis op ICT-
gebied, de organisatie van onderzoek en innovatie in Nederland en de integratie in
grensoverschrijdende netwerken.
De infrastructuur
Wetenschappelijke vooruitgang in vrijwel alle disciplines is afhankelijk van beschikbaar-
heid van data, veel rekenkracht, snelle verbindingen en slimme algoritmes. Daarvoor
moeten onderzoekers kunnen beschikken over geavanceerde e-infrastructuur. Deze e-
infrastructuur omvat gezamenlijke (super)computers en opslagfaciliteiten, servers en
glasvezelnetwerken, en de software om dit alles met elkaar te laten functioneren. De
Nederlandse e-infrastructuur is voor een deel instellingsgebonden en voor een deel
gemeenschappelijk. Het gemeenschappelijke deel wordt ontwikkeld en onderhouden
door SURF en is vooralsnog van wereldklasse. De Nederlandse kennisinstellingen
maken gebruik van een e-infrastructuur die tot voor kort zijn gelijke in de wereld niet
kende. Worden er geen maatregelen genomen, dan wordt dat de komende jaren anders,
omdat de middelen om in deze infrastructuur te investeren zijn opgedroogd. Illustratief is
de positie van Nederland op de lijst van beschikbaarheid van supercomputers. Met de
Cartesius-computer van SURFsara staat Nederland na de laatste upgrade op de
vijfenveertigste plek. Dit is wat beter dan de afgelopen jaren, maar gegeven de krappe
investeringen zullen we de komende jaren weer wat verder zakken. SURF heeft te weinig
middelen om de volgende slag te maken in de vernieuwing van de e-infrastructuur voor
de kennisinstellingen en dreigt daarmee zijn koploperspositie in de wereld te verliezen.
Het behouden van onze koppositie is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van
organisatie. Investeringen in grootschalige onderzoeksinfrastructuur lopen in Nederland
via NWO. Grootschalige investeringen in e-infrastructuur voor het onderzoek lopen via
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>SURF. Er valt voor Nederland nog wat te winnen met het beter op elkaar afstemmen van
deze twee processen.
   De Nederlandse e-infrastructuur voor hoger onderwijs
   De nauwe samenwerking van alle instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek in
   SURF en het gezamenlijk investeren van SURF met de overheid in e-infrastructuur
   zijn uniek in de wereld. Dit heeft mede ervoor gezorgd dat Nederlandse weten-
   schappers in de top van de academische wereld kunnen meedraaien.
   SURF is verantwoordelijk voor de nationale e-infrastructuur. Het coördineert de
   beschikbaarheid van ICT-diensten die geleverd worden door instellingen voor hoger
   onderwijs en onderzoek zelf en door marktpartijen. Die ICT-diensten omvatten
   toegang tot een zeer geavanceerd en betrouwbaar netwerk, in combinatie met
   hoogwaardige voorzieningen voor rekenen, visualisatie en dataopslag, en diensten
   om die voorzieningen laagdrempelig over instellings- en landsgrenzen heen te
   kunnen gebruiken.
   Nieuwe wetenschappelijke methoden stellen steeds hogere eisen aan reken-
   capaciteit, opslag en netwerken, maar ook aan de software die deze elementen bij
   elkaar brengt. Met de opkomst van big data en het gebruik daarvan in grootschalige,
   multidisciplinaire simulaties neemt de afhankelijkheid van een innovatieve en
   betrouwbare e-infrastructuur alleen maar toe. Internationale samenwerking is daarbij
   essentieel om het delen en analyseren van data mogelijk te maken, zoals in het kader
   van het klimaat- of genomicsonderzoek al volop gebeurt. Voorbeelden van grote
   internationale onderzoeksprojecten die niet zonder een geavanceerde e-infrastructuur
   kunnen, zijn de radioastronomieprojecten rond LOFAR (de Low-Frequency Array van
   het Nederlands instituut voor radioastronomie ASTRON) en de SKA (de Square
   Kilometer Array), die gebruikmaken van e-VLBI (electronic Very Long Baseline
   Interferometry, een voorziening om data real time te distribueren en te analyseren),
   de hoge-energiefysicaprojecten rond de Large Hadron Collider van CERN, en de
   projecten in de geesteswetenschappen die gebruikmaken van CLARIAH (de
   Nederlandse Common Lab Research Infrastructure for the Arts and Humanities).
   De ICT-innovaties voor het onderzoek vinden ook hun weg naar andere sectoren,
   waaronder het bedrijfsleven. SURF stond aan de wieg van de open Amsterdam
   Internet Exchange, het op één na grootste internetknooppunt ter wereld, en werkt nu
   aan de uitbouw van NetherLight, een zeer geavanceerd internationaal knooppunt
   voor optische verbindingen met aansluitingen vanuit Europa, Noord-Amerika, Azië en
   Afrika. Deze zogenaamde lichtpaden zijn rechtstreekse dataverbindingen (tot 100
   Gbit/s) tussen twee punten in het netwerk, buiten het reguliere internetverkeer om.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                             91
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>    Betrouwbaarheid, snelheid én privacy worden hiermee gegarandeerd. Bedrijven als
    KPN, Vodafone, Global Switch, TeleCity en vooral ook aanbieders van cloud-diensten
    maken hier gebruik van.
Nederland heeft de afgelopen drie decennia vooropgelopen in het ontwikkelen van een
publieke ICT-infrastructuur voor onderzoek. Deze infrastructuur is ontwikkeld door de
gezamenlijke publieke kennisinstellingen, in samenwerking met private partijen uit de
telecomsector. Door deze samenwerking heeft het ontwikkelen van deze onderzoeks-
infrastructuur de ontwikkeling van de ICT-infrastructuur voor bedrijven en consumenten
als het ware meegetrokken. Publieke investeringen hebben substantiële spillover-
effecten gehad. Daardoor bekleedt Nederland niet alleen hoge plekken op de ranglijsten
waar het gaat om ICT-faciliteiten voor het onderzoek, maar ook waar het de digitale
infrastructuur voor andere doeleinden betreft. Zo staat het in 2010 vijfde op de Digital
Economy Ranking, in 2011 achtste op de Government Broadband Index, en in 2013
tweede op de OECD Fixed Broadband Ranking. Na tussen 2010 en 2012 gestegen te
zijn van plaats zeven naar plaats vijf op de ICT Development Index, is Nederland in 2013
weer teruggezakt naar de zevende plaats. Volgens de Networked Readiness Index van
het World Economic Forum staat Nederland sinds 2013 stabiel op de vierde plaats, na
                                                                                                       130
een stijging van plaats negen in 2009/2010 via plaats zes in 2012.
Wel zijn er signalen dat de Nederlandse positie onder druk staat, zoals bijvoorbeeld blijkt
uit recent onderzoek dat de ontwikkeling van de Fletcher-MasterCard Digital Evolution
                       131
Index traceert. Dit is een digital readiness index die gebaseerd is op de drijvende
krachten en barrières die de evolutie van een land richting een digitale economie
              132
bepalen. Dit onderzoek laat zien dat Nederland weliswaar een goede digital readiness
heeft opgebouwd, maar momenteel het land is dat onder alle landen van de wereld het
snelst aan positie inboet.
Datagedreven innovatie wordt gezien als een belangrijke drijvende kracht voor
                                                                133
economische groei in de komende jaren. Om hieraan deel te hebben, moet niet alleen
de fysieke infrastructuur op orde zijn. Dat geldt ook voor de virtuele infrastructuur, de
big data. Databanken en gegevensverzamelingen hebben steeds meer het karakter van
130
    Zie SURF (2013) De impact van e-infrastructuur op de Nederlandse kenniseconomie; FME et al. (2014) Actieagenda Smart
    Industry – Dutch industry fit for the future; World Economic Forum (2015) Global Information Technology Report: ICTs for Inclusive
    Growth.
131
    Afkomstig uit Chakravorti et al. (2015) Digital Planet: Readying for the Rise of the e-Consumer.
132
    De index is samengesteld uit variabelen uit vier groepen: supply conditions (digitale infrastructuur en content, digitale financiële
    diensten, logistieke diensten), demand conditions (inkomens- en consumptiepatronen, gebruik van internetverkopen, van
    breedband, mobiel internet, sociale media), institutional environment (effectiviteit van de overheid, marktcondities,
    ondernemersklimaat), en innovation and change (vernieuwingsgerichtheid, startup culture, durfkapitaal).
133
    Zie OECD (2014) Data-driven innovation for growth and well-being.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                              92
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>infrastructuur – en daarmee van een publiek goed. Nederland heeft nog een slag te
maken om zich beter in gereedheid te brengen voor data-driven innovation, zowel op het
gebied van infrastructuur als op dat van data analytics, de expertise om de algoritmen te
ontwikkelen om de beschikbare data optimaal te exploiteren.
De ICT-kennis en expertisebasis
Om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die ICT biedt in onderzoek
en innovatie, is het van belang bij te blijven dragen aan de ontwikkelingen in ICT zelf. Dat
vereist capaciteitsopbouw en investeringen in de wetenschapsgebieden die voor ICT
relevant zijn. Dit zijn niet alleen numerieke wiskunde, informatica en computational
science. Bijblijven in ICT vraagt ook om het investeren in de expertise die nodig is om
ICT in de diverse disciplines optimaal te kunnen gebruiken. Onderzoekers en
professionals moeten voldoende bekend zijn met de al dan niet disciplinespecifieke
gebruiksmogelijkheden van ICT. Een stevige basis hiervoor moet al in de studie en zelfs
                                           134
al op school gelegd worden. Daarnaast moeten onderzoekers in de verschillende
domeinen hun weg vinden naar de experts die op de hoogte zijn van de technische
mogelijkheden die nieuwe ICT het onderzoek kan bieden. Een organisatie als het
Netherlands e-Science Centre (NLeSC) vervult daarvoor een belangrijke brugfunctie.
Niet alleen het ontwikkelen van verdere technologische mogelijkheden van ICT is
belangrijk. Nu al kan er technisch gezien veel meer dan momenteel zijn toepassing vindt
in innovatie. Bij de verdere ontwikkeling van ICT zijn het juist allerlei maatschappelijke
vraagstukken die centraal staan. Dit betreft vragen als hoe de veiligheid en de robuust-
heid van ICT-systemen te garanderen, hoe de privacy en de digitale identiteit van
personen en organisaties te beschermen, en hoe de toegankelijkheid en de kwaliteit
van open databronnen te waarborgen.
    Een organisatorische innovatie: het verbinden van domeinkennis met ICT-
    expertise
    De computer is het belangrijkste wetenschappelijke instrument van onze tijd.
    eScience is de discipline die de software ontwikkelt om de talrijke en complexe
    mogelijkheden van dit instrument zo goed mogelijk te benutten. Daarbij gaat het om
    generieke software die toepassingen vindt in diverse wetenschappelijke disciplines
    bij het efficiënt verwerken van zeer omvangrijke databestanden.
    Het Nederlandse eScience centrum (NLeSC), een initiatief van NWO en SURF,
    verbindt softwareontwikkeling voor de wetenschap aan een breed spectrum aan
134
    De KNAW heeft al in 2012 krachtig gepleit voor meer aandacht voor ICT-vaardigheden in het onderwijs. Zie KNAW (2012) Digitale
                                                                                    ste
    geletterdheid in het voortgezet onderwijs – Vaardigheden en attitudes voor de 21    eeuw.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     93
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>    toepassingen in het onderzoek. Daarbij gaat het zowel om nieuwsgierigheids-
    gedreven onderzoek, als om onderzoek dat geïnspireerd is door maatschappelijke of
    economische vraagstukken. Dit gebeurt door het honoreren van – in het algemeen
    transdisciplinaire – onderzoeksprojecten die worden ingediend in reactie open calls
    for tender. Gehonoreerde projecten ontvangen niet alleen een onderzoekssubsidie,
    maar ook een bijdrage in kind, in de vorm van technische ondersteuning door aan
    NLeSC verbonden softwarespecialisten. Door wetenschappers met verschillende
    disciplinaire achtergronden samen te brengen met technici die kennis van nieuwe
    softwareinstrumenten inbrengen, komen nieuwe manieren van onderzoek bedrijven
    binnen handbereik. Hiermee kunnen vraagstukken worden aangepakt die door hun
    complexiteit de mogelijkheden van traditionele benaderingen te boven gingen.
    NLeSC heeft tot doel softwareinstrumenten te ontwikkelen die herbruikbaar zijn in
    verschillende onderzoeken. Daarom wordt veel tijd en moeite geïnvesteerd in het
    waarborgen van de efficiëntie, de robuustheid en de betrouwbaarheid van de software
    en wordt aangesloten bij vigerende standaarden. Succesvolle instrumenten worden
    openbaar toegankelijk gemaakt.
    De onderzoeksprojecten die NLeSC ondersteunt, vallen binnen vier clusters: i) milieu
    en duurzaamheid (waaronder klimaat, ecologie, energie, logistiek, watermanagement,
    landbouw en voeding), ii) levenswetenschappen en e-gezondheid (met inbegrip van
    next generation sequencing, biobanken, mens en moleculen), iii) geestes- en sociale
    wetenschappen (inclusief SMART cities, tekstanalyse, eBusiness, creatieve
    technologieën), en iv) natuurkunde en verder (met daarbinnen astronomie, hoge-
    energiefysica, nieuwe materialen, constructie- en productietechnologie). Hieronder
                                         135
    volgen drie voorbeelden.
    Extreme climate change
    Klimaatverandering is een onderwerp waar enorme (historische) datasets en
    complexe modellen samenkomen. Om hier iets mee te kunnen is veel rekenkracht
    nodig. Het klimaat in Noordwest Europa staat sterk onder invloed van de Atlantic
    Meridional Overturning Circulation (AMOC), waarvan de Golfstroom een onderdeel is.
    De AMOC voert aan het oppervlak van de Atlantische oceaan warm water uit de
    tropen noordwaarts en koud water op grote diepte zuidwaarts. Het gedrag van de
    AMOC staat onder invloed van enorm veel factoren, waaronder de concentratie van
    broeikasgassen in de atmosfeer en de toevoer van zoetwater, bijvoorbeeld door het
135
    Zie achtereenvolgens: https://www.esciencecenter.nl/project/extreme-climate-change, https://www.esciencecenter.nl/project/sim-
    city, en https://www.esciencecenter.nl/project/twinl.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                        94
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>   smelten van de gletsjers op Groenland. Mogelijk leidt een substantiële afname van de
   AMOC tot een temperatuursdaling van enkele graden in Noordwest Europa.
   Het model dat voor dit project wordt gebouwd moet onderzoekers in staat stellen om
   met meer zekerheid vast te stellen wat de gevolgen van een scherpe verandering in
   de AMOC voor het klimaat zijn. Daartoe komen in het model alle factoren die de
   AMOC bepalen samen. Het model is zeer gedetailleerd en de resolutie is veel hoger
   dan bij gangbare klimaatmodellen. Deze hoge resolutie maakt het mogelijk om
   klimaatverandering op een regionaal schaalniveau te bestuderen.
   SIM-CITY: decision support for urban social economic complexity
   Vergelijkbaar met het klimaat qua complexiteit zijn grote steden. Het is een grote
   uitdaging om in megasteden crisissituaties als gevolg van overstromingen,
   aardbevingen, cyclonen, tsunami’s, branden en ziekte-uitbraken te bedwingen. Om
   dat te doen, is het cruciaal om toegang te hebben tot de juiste – geografische,
   demografische, planologische, economische, verkeerstechnische, en ga zo maar door
   – gegevens en te beschikken over de instrumenten om de mogelijke
   ontwikkelingsscenario’s van een crisissituatie nader te analyseren. Hierin komen
   allerlei fysische, biologische en sociaaleconomische processen samen.
   Binnen dit project ontwikkelen onderzoekers een model om sociaaleconomische
   (ramp)scenario’s in de steden Amsterdam en Bangalore te analyseren. Hoe
   ontwikkelt de impact van een ramp zich op een stad en hoe kunnen de gevolgen in de
   hand gehouden worden? Het project moet uitmonden in beslissingsondersteunende
   systemen voor verschillende situaties. Een daarvan is een evacuatiestrategie in geval
   van een acute crisis. Hiervoor worden de locaties en actuele karakteristieken van
   onder andere wegen (doorstroming), ziekenhuizen (beschikbare capaciteit) en
   hulpdiensten (bezetting) gecombineerd. Zo wordt duidelijk of de dichtstbijzijnde
   brandweer ook als eerste op locatie kan zijn, of wegen moeten worden afgesloten en
   waar knelpunten zijn te verwachten. Per scenario wordt het beste nood- en evacuatie-
   plan geïdentificeerd. Crisismanagers krijgen zo mogelijkheden en risico’s veel beter in
   kaart dan voorheen.
   TwiNL
   Nieuwe sociale media zijn een nieuwe, omvangrijke en buitengewoon rijke bron van
   data. Zo produceert Twitter een schat aan informatie die relevant is voor bedrijven en
   overheden, maar bijvoorbeeld ook voor journalisten en de politie. Op Twitter is te
   vinden wat je doet, wat je koopt, wat je van plan bent en wat je vindt – alleen is de
   hoeveelheid informatie zo enorm dat patronen zonder filter niet ontdekt worden.
   Binnen dit project ontwikkelen onderzoekers methoden om tweets te verzamelen, op
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>    te slaan en te analyseren. Per dag wordt één procent van alle tweets wereldwijd
    (gelijk aan 5 miljoen per dag) verwerkt en taalkundig geanalyseerd. Hiermee kunnen
    bijvoorbeeld ontwikkelingen in taalgebruik op lokaal en groepsniveau in beeld
    gebracht worden, maar ook de verspreiding van hooikoorts, het ontstaan van
    ongepland groepsgedrag als spontane feestjes, opstootjes en relletjes, of meer
    algemeen de stemming in het land.
De Nederlandse overheid heeft de afgelopen decennia langs verschillende kanalen in
ICT-kennis en expertise geïnvesteerd. Doel was daarbij niet alleen om de expertise
binnen het onderzoek te stimuleren, maar ook om kennisontwikkeling binnen het
bedrijfsleven te bevorderen. De afgelopen jaren zijn de publieke ICT-investeringen in
Nederland voor een belangrijk deel uit incidentele FES-middelen gefinancierd via
programma’s als Gigaport en COMMIT/. Het wegvallen van deze middelen dreigt het
onderhoud en de vernieuwing van de kennisbasis en de infrastructuur te ondergraven.
Er zijn niet alleen zorgen omtrent het huidige volume van de publieke investeringen in
ICT, maar ook over de versnippering en de verkokering. In de periode van het sleutel-
gebiedenbeleid (van 2004 tot en met 2010) werd ICT als een dwarsdoorsnijdende
sleuteltechnologie gekarakteriseerd, waaraan alle sleutelgebieden geacht werden
aandacht te besteden. Ook binnen de topsectoren is ICT tot nu toe als een gezamenlijke
verantwoordelijkheid aangemerkt geweest. Delen van verdere ICT-ontwikkelingen zijn
ondergebracht bij de topsector HTSM, maar dit functioneert niet als een bron van
dynamiek voor de Nederlandse economie in de volle breedte, inclusief de diensten-
activiteiten buiten de topsectoren. Pas nu, vier jaar na de aanvang van de topsectoren-
aanpak, is er een topteam ICT opgetuigd om meer coördinatie in de ontwikkeling van
                                          136
ICT in Nederland te brengen. Vooralsnog zijn de Nederlandse investeringen in de
wetenschappelijke disciplines en de technologische capaciteiten die de ontwikkeling,
toepassing en maatschappelijke inbedding van ICT moeten faciliteren, gefragmenteerd.
Een samenhangende strategie ontbreekt.
De organisatie van onderzoek en innovatie in Nederland
De Nederlandse wetenschap is net als elders georganiseerd langs disciplinaire lijnen. De
ontwikkeling van nieuwe op ICT gebaseerde onderzoeksinstrumenten geeft een
krachtige impuls aan transdisciplinaire wetenschapsbeoefening. Daarnaast vraagt
convergentie van technologieën, waaronder ICT en biotechnologie, nanotechnologie,
mechanica en fotonica, om meer transdisciplinaire samenwerking. Maar een
transdisciplinaire aanpak komt pas echt tot stand als de organisatorische
randvoorwaarden dit faciliteren.
136
    Zie Ministerie van Economische Zaken (2014) Instellingsbesluit bevorderen ICT-innovatie.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                  96
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>Traditioneel faciliteert de organisatie van de wetenschap vooral disciplinaire ontwikkeling.
Faculteiten, carrièrepaden en wetenschappelijke toptijdschriften zijn monodisciplinair.
De wetenschap splitst uitdagingen bij voorkeur op in monodisciplinaire onderdelen en
synthetiseert hooguit achteraf. In Nederland komen echter de laatste jaren steeds meer
organisatorische structuren tot stand die transdisciplinaire wetenschap bevorderen.
Vanuit het topsectorenbeleid wordt ingestoken op een thematische in plaats van een
disciplinaire programmering. NWO sluit daar reeds met een substantieel deel van zijn
                          137
middelen op aan. Dit spoort met de thematische inzet vanuit de derde pijler van
                                                                                                    138
Horizon 2020, die maatschappelijke uitdagingen als startpunt neemt.
Disciplineoverschrijdende samenwerking wordt verder bevorderd door een non-
hiërarchische cultuur, waarin lijnen kort en informeel zijn en kritisch denken en tegen-
spraak vanaf de werkvloer in het algemeen positief worden gewaardeerd. Deze cultuur
lijkt in Nederland goed ontwikkeld te zijn, ook in vergelijking met andere landen.
Transdisciplinariteit vereist dat alle deelnemende partijen bereid zijn om over hun eigen
grenzen heen te kijken. Wat in Nederland relatief goed ontwikkeld lijkt, is het vermogen
om vanuit verschillende perspectieven samen te werken aan brede, gemeenschappelijke
opgaven. Nederlanders zijn naar verluidt vaak goed in het hanteren van een systeem-
benadering, in het ontwikkelen van integrale oplossingen, in het transdisciplinair
aanpakken van uitdagingen, in het organiseren van kennisketens, in publiekprivate
samenwerking, in het samenwerken over de grenzen van organisaties en vakgebieden
heen. Dat geeft bijvoorbeeld onze waterbouwkundig onderzoekers en ingenieurs een
voorsprong in het ontwikkelen van een integrale aanpak om het overstromingsgevaar te
reduceren in de Verenigde Staten rond New Orleans en New York en langs de rivieren
in het zuidwesten van Engeland. Deze eigenschap valt deels terug te voeren op
institutionele omstandigheden: binnen de Nederlandse (concurrentie)verhoudingen,
zowel in de kennisinfrastructuur als in het bedrijfsleven, en gegeven het Nederlandse
en Europese beleid is samen optrekken vaak een aantrekkelijke strategie. Er is ook
een culturele component in het geding: Nederlandse sociale verhoudingen zijn in het
algemeen informeel en weinig hiërarchisch van aard.
    Voorbeeld: transdisciplinariteit in het landbouwkundig onderzoek
    Nederland is al geruime tijd de tweede exporteur van landbouwproducten ter wereld.
    Het is de thuishaven van toonaangevende bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie.
    Dat is mede te danken aan de hoge kwaliteit van het Nederlandse landbouwkundig en
    voedingsonderzoek en aan de samenwerking die van oudsher bestaat tussen het
137
    In het advies Boven het maaiveld (2014) bepleit de AWTI een transformatie van NWO van een disciplinair georiënteerde naar een
    thematisch gerichte onderzoeksfinancier.
138
    Zie AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen, waarin de raad pleit voor een versterking van de inzet op
    maatschappelijke uitdagingen vanuit de kaders van het topsectorenbeleid.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                                                     97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>   bedrijfsleven en de publieke kennisinstellingen. Onderdeel daarvan is het
   plantkundige onderzoek zoals dat in Wageningen vorm heeft gekregen. Dit onderzoek
   start vanuit maatschappelijke behoeften en vertaalt deze naar de ontwikkeling van
   nieuwe technologie. Daarbij ligt het accent op verduurzaming van de
   voedselproductie en het bijdragen aan gezondheid. De plantencel wordt daarbij
   ingezet als een veelzijdige fabriek: de basis voor de biobased economy.
   Voor dit onderzoek zijn ICT en in het bijzonder bio-informatica heel belangrijk, net als
   genomics en nanotechnologie. Daarbij is de blik niet meer alleen gericht op DNA,
   maar op de koppeling van alle aggregatieniveaus (eerder aangeduid als het micro-
   macroprobleem): de genen, de cel, het organisme, de omgeving, het ecosysteem en
   de voedselconsument. Het betekent de terugkeer van de gewasgroeimodellen waar
   Wageningen in de jaren tachtig wereldfaam aan ontleende, maar dan met gebruik-
   making van enorme DNA-databases. ICT maakt ontsluiting van informatie mogelijk
   die tot nog toe niet in dit type onderzoek is gebruikt. Modelvorming vindt plaats op
   verschillende aggregatieniveaus. Centraal staan daarbij bio-interacties: de plant, zijn
   belagers, de ziekten, de afweer, het hele systeem. Het gaat om een complexiteits-
   fenomeen dat je in het onderzoek van beide kanten, van macro naar micro en van
   micro naar macro, moet benaderen om verder te komen. Dat dwingt onderzoeks-
   groepen die vroeger binnen de grenzen van hun eigen disciplines redeneerden tot
   meer samenwerking op de werkvloer en een transdisciplinaire aanpak.
   Een dergelijke benadering, startend vanuit een maatschappelijke behoefte en een
   praktische opgave, kijkend vanuit een systeemperspectief, en voortgang boekend
   door over disciplinaire en organisatorische grenzen heen de samenwerking te
   zoeken, biedt een wenkend perspectief, niet alleen voor het Wageningse plant-
   kundige onderzoek, maar voor het Nederlandse onderzoek in het algemeen. Op het
   gebied van landbouwkundig en voedingsonderzoek heeft Nederland een uitgangs-
   positie die het in staat stelt uitdagingen vanuit een integraal perspectief aan te
   pakken. Het Nederlandse bedrijfsleven dekt vrijwel het hele expertisespectrum af:
   genomics, genetics, tuinbouwzaden, veredeling, teelt, fokkerij, verwerking: Nederland
   heeft alles in huis. Het is uniek in zijn capaciteit om miljoenen mensen in een
   dichtbevolkte, stedelijke delta van gezond voedsel en schoon water te voorzien.
Het vervagen van methodologische grenzen tussen wetenschappen, een meer
thematische oriëntatie van de wetenschap, een door ICT ondersteunde integrale
benadering van wetenschappelijke vraagstukken: al deze trends kunnen in het voordeel
van de Nederlandse wetenschap uitpakken. Of in de toekomst nog grote weten-
schappelijke doorbraken uit Nederland zullen komen, is gegeven de toenemende
concurrentie en het stagnerende niveau van investeringen in Nederland zeer de vraag.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                 98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>Het zal ons moeite kosten de mondiale ontwikkelingen bij te houden en geen ‘witte
vlekken’ te laten ontstaan. De Nederlandse wetenschap kan zich gezien instituties en
cultuur in de toekomst onderscheiden in het integraal benaderen van vraagstukken en
het assembleren van kennis, zowel in het fundamentele deel van het spectrum als in de
toepassing. Van belang is dat de organisatie van de wetenschap zich hierop aanpast en
dat de cultuur die dit ondersteunt gekoesterd wordt.
   Transdisciplinariteit in de topsectoren
   De grensvervaging tussen disciplines wordt langzaamaan ook zichtbaar in de
   innovatiecontracten en roadmaps van de topsectoren. Veel wetenschappelijke en
   maatschappelijke problemen kunnen alleen in samenwerking met andere sectoren
   worden opgelost. Meestal blijft samenwerking echter hangen in een multidisciplinaire
   aanpak: partijen werken elk aan hun eigen deelprojecten en gebruiken elkaars
   resultaten om hun sectorale doelstellingen te halen. Er zijn ook voorbeelden te vinden
   van een transdisciplinaire benadering. Daarvan is pas sprake als grenzen tussen
   sectoren en vakgebieden vervagen en alle partijen vanuit een gedeeld perspectief
   van begin tot eind samenwerken om gezamenlijke doelstellingen te bereiken.
   De topsector Creatieve Industrie is een goed voorbeeld van een sector die op een
   transdisciplinaire manier zijn steentje bijdraagt. Voor de creatieve industrie is het
   realiseren van cross-overs naar andere topsectoren een prioritaire doelstelling. Het
   wil een platform zijn waar excellente onderzoekers, creatieve ondernemers en
   innovatieve opdrachtgevers elkaar ontmoeten, van elkaar leren en intensief samen-
   werken. Voorbeelden van innovaties zijn games waarmee spelenderwijs aan een
   gezondere leefstijl wordt gewerkt, design dat bijdraagt aan het succes van hightech-
   uitvindingen door de beleving van gebruikers centraal te stellen, een slimme snelweg
   met lijnen die ’s nachts licht geven, en architectuur en bouw die CO2-neutraal zijn.
   Een ander voorbeeld van sectoroverstijgende ambities is het project ‘Leven met Zout’.
   Hierin werken de topsectoren Water en Agri&Food samen om een systematiek te
   ontwikkelen voor een snelle en effectieve omgang met toenemende verzilting in
   kustzones en delta’s. De meerwaarde van dit project zit in het intelligent combineren
   van innovaties in deltatechnologie, watertechnologie en voedselproductie. Deze
   aanpak is uniek in de wereld en maakt gebruik van verschillende sterktes van
   Nederland: enerzijds de kracht van de Nederlandse water- en landbouwsector en
   anderzijds de sterke en informele netwerkcultuur in Nederland. Zoals ook ‘Leven met
   Zout’ in de beginfase heeft ervaren, is een dergelijke aanpak moeilijk en vergt het
   duidelijke afspraken over sturing en eigenaarschap.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               99
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>De integratie van het Nederlandse onderzoek in grensoverschrijdende netwerken
ICT maakt informatie en kennis van overal ter wereld toegankelijk. Het faciliteert
interactie over geografische grenzen heen op elk gewenst moment. Dat betekent dat de
beste onderzoekers de instrumenten aangereikt krijgen om de handen ineen te slaan –
en dat doen ze ook. Kennisontwikkeling vindt steeds meer plaats in internationale
netwerken. Deze netwerken zijn weliswaar wereldomspannend, maar daarom nog niet
ongeclausuleerd open. In tegendeel, de beste netwerken zijn hoogst exclusief. Het zijn
sociale netwerken die niet alleen draaien om het delen van formele kennis, maar ook en
vooral van tacit knowledge. Ze functioneren op basis van reciprociteit: ze zijn toegankelijk
voor hen die er zelf aan bijdragen en op die basis gerespecteerd worden binnen het
netwerk. Juist het feit dat informatie over wetenschappelijke prestaties breed toegankelijk
is, stelt deze netwerken in staat hoogst selectief te zijn.
Bijblijven in kennisontwikkeling vereist het participeren in deze netwerken. Presentie in
deze sociale netwerken is essentieel voor het kennisabsorptievermogen van een land
waar het gaat om de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen. Dankzij deze
netwerken kunnen veel Nederlandse onderzoekers tijd doorbrengen als gastonderzoeker
aan topuniversiteiten elders in de wereld, zijn Nederlandse studenten welkom aan
buitenlandse topinstellingen, komen buitenlandse topwetenschappers graag naar ons
land om hier in projecten samen te werken, en weten Nederlandse wetenschappers
relatief ruim te profiteren van Europese en Amerikaanse onderzoeksfinanciering.
Nederland is van oudsher goed op internationale wetenschappelijke netwerken
aangesloten, niet alleen omdat de Nederlandse e-infrastructuur van hoge kwaliteit is en
deze netwerken faciliteert, maar ook omdat het zich al in een vroeg stadium op
aansluiting op de Angelsaksische academische wereld heeft gericht. Nederlandse
wetenschappers publiceren niet alleen hun resultaten internationaal, maar werken ook
relatief veel samen met onderzoekers in andere landen. Dit draagt bij aan de goede
reputatie op wetenschappelijk gebied van ons land. Het is zaak om voldoende in
excellente wetenschap te blijven investeren om de aansluiting op toonaangevende,
                                                               139
exclusieve wetenschappelijke netwerken niet kwijt te raken.
Het tweede deel van dit adviesrapport heeft een analyse gegeven van de gevolgen
van technologische ontwikkelingen voor de structuur en het functioneren van de
economie. Deze analyse is samengevat in het hoofdstuk ‘Bevindingen’ van het
eerste deel van dit rapport. In dat hoofdstuk zijn ook de conclusies weergegeven
die de AWTI uit de analyse trekt.
139
    Zie AWT (2014) Boven het maaiveld.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               100
</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT 101</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>Bijlage 1 Het adviesthema als
beschreven in het AWTI-werkprogramma
2014
Technologische ontwikkelingen gaan razend snel. Op vele terreinen komen
ontwikkelingen in een stroomversnelling of worden de komende jaren doorbraken
verwacht. Het gaat hierbij onder meer om big data, ontwikkelingen op het gebied van
(mobiel) internet, ontwikkelingen op het snijvlak van technologie en biologie, robotica,
3D-printing, et cetera. Enabling technologies zijn een voorwaarde voor de vooruitgang op
een groot aantal onderzoeksterreinen. Converging technologies veranderen de
samenleving en de manier waarop we met kennis omgaan. Wat betekent big data voor
de ontwikkeling van kennis en hoe verandert het onze perceptie van kennis? Hoe is het
gesteld met de toegankelijkheid van big data – in hoeverre is deze aan technische
beperkingen onderhevig, dan wel aan beperkingen vanwege afscherming of restrictief
eigendom? Wie kan welke (commerciële) exploitatierechten doen gelden op deze
datastromen? In hoeverre zijn bedrijven en kennisinstellingen geneigd data geheim te
houden? Is het bedrijfsleven voldoende in staat om zich aan te passen aan veranderende
technologie?
De vraag is of we voldoende voorbereid zijn op de stroomversnellingen. Springt
Nederland voldoende in op deze kansen? Is het beleid en de regelgeving hier voldoende
                                      st
op toegesneden? Welke 21 century skills zijn nodig om met de technologische
ontwikkelingen om te kunnen gaan en hebben we die in huis? De omvang van de
beschikbare hoeveelheid data in diverse lijnen van onderzoek groeit explosief. Dat is niet
alleen het geval in de natuurwetenschappen, waar allerlei instrumenten enorme hoeveel-
heden waarnemingen genereren, maar ook in de sociale wetenschappen, waar steeds
meer statistische informatie uit wereldwijd gespreide bronnen beschikbaar komt.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              102
</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>Bijlage 2 Gesprekspartners
Met de volgende personen is gesproken ten behoeve van het dit advies:
Nico Baken                                   Technische Universiteit Delft
Herm van der Beek                            Ministerie van Economische Zaken
Jos Benschop                                 ASML
Jan van den Biesen                           Philips
Hans Bongers                                 Ministerie van Economische Zaken
Maurice Bouwhuis                             SURFsara
Eppo Bruins                                  STW
Hans Chang                                   KNAW
Richard Derksen                              Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Lianne Doeswijk                              Raad voor de leefomgeving en infrastructuur
Carel-Jan van Driel                          Philips
Ernst van den Ende                           Wageningen University & Research centre
Jos Engelen                                  NWO
Koen Frenken                                 Universiteit Utrecht
Thomas Grosfeld                              VNO-NCW
Rob Hamer                                    Unilever
Wilco Hazeleger                              Netherlands eScience Center
Tom van der Horst                            TNO
Geert Huizinga                               FME
Cor Katerberg                                Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Jos Keurentjes                               TNO
Monique Kremer                               Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Coenraad Krijger                             NWO
Martin Kropff                                Wageningen University & Research centre
Berthold Leeftink                            Ministerie van Economische Zaken
Erik van de Linde                            KNAW
Niek Lopes Cardozo                           Technische Universiteit Eindhoven
Amandus Lundqvist                            Topsector HTSM
Karel Luyben                                 Technische Universiteit Delft
Bert Meijer                                  Technische Universiteit Eindhoven
Jan Mengelers                                Technische Universiteit Eindhoven
Kees Neggers                                 SURF
Bart Nooteboom                               KNAW
Michiel Ooms                                 Raad voor de leefomgeving en infrastructuur
Gerard van Oortmerssen                       Universiteit Tilburg
Anwar Osseyran                               SURFsara
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                  103
</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>René Penning de Vries                        Team bevordering ICT-innovatie
Huibert Pols                                 Erasmus Universiteit Rotterdam
Marieke Pondman                              Ministerie van Economische Zaken
Arnold van Rhijn                             Ministerie van Economische Zaken
Wim van Saarloos                             FOM
Hans Schutte                                 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Arnold Smeulders                             Universiteit van Amsterdam en COMMIT/
Jeroen Timmermans                            Erasmus Universiteit Rotterdam
Paul Tops                                    Ministerie van Economische Zaken
Marco Waas                                   AkzoNobel
Bert Weckhuysen                              Universiteit Utrecht
Robert Went                                  Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Jasper Wesseling                             Ministerie van Economische Zaken
Renée Westenbrink                            Technische Universiteit Eindhoven
Anko Wiegel                                  NWO
Lars van Willigen                            Ministerie van Economische Zaken
Marcel Wubbolts                              DSM
De volgende deskundigen hebben gedurende het traject schriftelijk commentaar
gegeven:
Jan van den Biesen                           Philips
René Penning de Vries                        Team bevordering ICT-innovatie
Fred van Roosmalen                           NXP
Gerard Smit                                  IBM
Erik Fledderus                               SURF
Tijdens een vergadering van de technologiecommissie van VNO-NCW is een
conceptversie van dit rapport besproken met een afvaardiging van de projectgroep van
de AWTI.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                  104
</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 107 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 Gebruikte bronnen
►       Accenture (2013) Accenture Technology Vision 2014 – Every business is a
        digital business.
►       Acemoglu, D. en Autor, D.H. (2010) Skills, Tasks and Technologies: Implications
        for Employment and Earnings, in O. Ashenfelter en D. E. Card (eds.), Handbook
        of Labor Economics, Volume 4B, Elsevier, Amsterdam.
►       AIV (2012) Digitale oorlogvoering, advies nr. 77.
►       AIV (2014) Het internet: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht,
        advies nr. 92.
►       Algemene Rekenkamer (2015) Trendrapport open data 2015.
►       Ark, B. van (2014) Productivity and digitalisation in Europe: paving the road to faster
        growth, The Lisbon Council en The Conference Board.
►       Atkinson, R.D. (2014) Choosing a future, in Issues in Science and Technology,
        Spring 2014, 90-92.
►       Autor, D.H. (2014) Polanyi’s paradox and the shape of employment growth,
        NBER Working Papers 20485, National Bureau of Economic Research, Inc.
►       AWT (2003) 1 + 1 > 2: De bevordering van multidisciplinair onderzoek, advies nr.
        54.
►       AWT (2006) Opening van zaken: Beleid voor Open innovatie, advies nr. 68.
►       AWT (2012) Diensten waarderen, advies nr. 79.
►       AWT (2012) Kiezen voor de kennissamenleving, achtergrondstudie nr. 42.
►       AWT (2013) Going Dutch, advies nr. 83.
►       AWT (2013) Waarde creëren uit maatschappelijke uitdagingen, advies nr. 82.
►       AWT (2014) Boven het maaiveld: Focus op wetenschappelijke zwaartepunten,
        advies nr. 86.
►       AWT (2014) Briljante bedrijven: effectieve ecosystemen voor ambitieuze
        ondernemers, advies nr. 85.
►       Ayden en Edgar, Dunn and Company (2014) Cross-Border Payments –
        Opportunities and Best Practices For Going Global.
►       Bavel, B. van (2014) Vermogensongelijkheid in Nederland, de vergeten dimensie,
        in WRR (2014).
►       Beer, P. de (2014) Groeiende beloningsverschillen in Nederland, in WRR (2014)
        Hoe ongelijk is Nederland? – Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van
        economische ongelijkheid, Amsterdam University Press.
►       Bresnahan, T.F. en Trajtenberg, M. (1995) General purpose technologies ‘Engines
        of growth’?, Journal of Econometrics 65 (1), 83 – 103, Elsevier.
►       Brown, Ph., Lauder, H. en Ashton, D. (2011) The Global Auction: The Broken
        Promises of Education, Jobs, and Incomes, New York: Oxford University Press.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                  105
</pre>

====================================================================== Einde pagina 107 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 108 ======================================================================

<pre>►       Brynjolfsson, E. en McAfee, A. (2014) The second machine age – Work,
        progress, and prosperity in a time of brilliant technologies, New York: W.W. Norton
        & Company.
►       Brynjolfsson, E., Hitt, L.M., Kim, H.H. (2011) Strength in Numbers: How Does Data-
        Driven Decisionmaking Affect Firm Performance.
►       Buchholtz, S., Bukowski, M. en Sniegocki, A. (2014) Big and open data in Europe –
        A growth engine or a missed opportunity?, Warsaw Institute for Economic Studies.
►       Bundesministerium für Bildung und Forschung (2014) The new High-Tech Strategy
        – Innovations for Germany.
►       Bundesministerium für Wirtschaft und Energie (2014) Digital Agenda 2014-2017.
►       Chakravorti, B., Tunnard, C., Chaturvedi, R.S. (2015) Digital Planet: Readying for
        the Rise of the e-Consumer, Institute for Business in the Global Context, The
        Fletcher School at Tufts University.
►       Chang, H.-J. (2011) 23 Things they don’t tell you about capitalism, Penguin.
►       Choi, B.C.K. en Pak, A.W.P. (2006) Multidisciplinarity, interdisciplinarity and
        transdisciplinarity in health research, services, education and policy: 1. Definitions,
        objectives, and evidence of effectiveness, Clinical and Investigative Medicine, 29:
        351-364.
►       Commission sous la présidence d’Anne Lauvergeon (2013) Un principe et sept
        ambitions pour l’innovation.
►       COMMIT (2014) The big future of data – Golden demo’s of COMMIT/.
►       Cowen, T. (2011) The Great Stagnation – How America ate all the low-hanging fruit
        of modern history, got sick, and will (eventually) feel better.
►       Centraal Planbureau (2012) Loonongelijkheid in Nederland stijgt, Ter Weel, B., CPB
        Policy Brief 2012/06.
►       Centraal Planbureau (2015) Baanpolarisatie in Nederland – Middensegment onder
        druk, Van den Berge, W., Ter Weel, B., CPB Policy Brief 2015/13.
►       Centraal Planbureau en Sociaal en Cultureel Planbureau (2015) De onderkant van
        de arbeidsmarkt in 2025.
►       Cukier, K.N., Mayer-Schoenberger, V. (May / June 2013) The rise of big data – How
        it’s changing the way we think about the world, Foreign Affairs.
►       David, P.A. (1989) Computer and dynamo: the modern productivity paradox in a
        not-too-distant mirror, Stanford University, CEPR Discussion Paper no. 172.
►       Davies, A., Fidler, D. en Gorbis, M. (2011) Future work skills 2020, Institute for the
        Future.
►       Delft University of Technology, Eindhoven University of Technology, University of
        Twente, TNO, Wageningen University & Research centre, STW (2015) Agenda
        voor Nederland – Inspired by technology.
►       Department of Energy (2012) From quanta to the continuum: opportunities for
        mesoscale science.
►       Dialogic (2014) De impact van ICT op de Nederlandse economie.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                   106
</pre>

====================================================================== Einde pagina 108 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 109 ======================================================================

<pre>►       Dialogic (2014) Wetenschaps, Technologie & Innovatie Indicatoren 2014,
                          2
        Resumé WTI .
►       Dialogic (2015) Big Data in onderwijs en wetenschap – Inventarisatie en essays.
►       Diederen, P.J.M. (2013) Ervaringen met bedrijvenbeleid, WRR-webpublicatie 73.
►       Doorn, M. (2006) Converging technologies – Innovation patterns and impacts
        on society, STT.
►       EU-factsheet ‘Why we need a Digital Single Market’.
►       European Commission (2015) A digital single market strategy for Europe,
        COM(2015) 192 final.
►       European Commission (2015) EU-factsheet ‘Why we need a Digital Single Market’.
►       European Digital Forum (2014) Digital Minds for a New Europe, The Lisbon Council.
►       European Parliamentary Research Service (2015) Ten technologies which could
        change our lives: Potential impacts and policy implications.
►       European Strategy and Policy Analysis System (2013) The global economy in 2030:
        trends and strategies for Europe.
►       Europese Commissie (2009) Voorbereiden van onze toekomst: ontwikkeling van
        een gemeenschappelijke strategie voor sleuteltechnologieën in de EU,
        COM(2009)512.
►       Europese Commissie (2012) Een Europese strategie voor sleuteltechnologieën –
        een brug naar groei en banen, COM(2012)341.
►       Europese Commissie (2015) Digital Agenda for Europe – A Europe 2020 Initiative,
►       FME et al. (2014) Actieagenda Smart Industry – Dutch industry fit for the future.
►       FME et al. (2014) Smart Industry – Dutch industry fit for the future.
►       Foray, D. (2004) The economics of knowledge, Cambridge, MA: The MIT Press.
►       Freeman, C. en Perez, C. (1988) Structural crises of adjustment, business cycles
        and investment behaviour, in ‘Technical change and economic theory, Pinter
        Publishers, London & New York, 38-66.
►       Freeman, C. en Soete, L. (1987), Technical Change and Full Employment, Basil
        Blackwell, London.
►       Freeman, R. (2014) Who owns the robots rules the world, IZA World of Labor 2014
        (5), 1-10.
►       Frey, C.B. en Osborne, M.A. (2013) The future of unemployment: how susceptible
        are jobs to computerisation?.
►       Goldin, C. en Katz, L.F. (2008) The race between education and technology,
        Harvard University Press.
►       Goos, M., Manning, A., Salomons, A. (2014) Explaining job polarization: routine-
        based technological change and offshoring, American economic Review, 104 (8),
        2509 – 2526.
►       Gordon, R.J. (2012) Is US economic growth over? Faltering innovation confronts
        the six headwinds, CEPR Policy Insight no. 63.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                               107
</pre>

====================================================================== Einde pagina 109 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 110 ======================================================================

<pre>►       Government Office for Science, Foresight, United Kingdom (2012) Technology
        and Innovation Futures: UK Growth Opportunities for the 2020s– 2012 Refresh.
►       Gray, J. (2009), in Hey, T., Tansley, S. and Tolle, K. (eds.) The Fourth Paradigm:
        Data-Intensive Scientific Discovery, Microsoft Research.
►       Hall, P.A. en Soskice, D. (2001) An introduction to varieties of capitalism, in
        ‘Varieties of capitalism – the institutional foundations of comparative advantage,
        Oxford University Press, 1-68.
►       High-Level Expert Group on Key Enabling Technologies (2011) Final report,
        European Commission.
►       High-Level Expert Group on Key Enabling Technologies (2011) Transdisciplinarity,
        social acceptance and innovative regions, European Commission.
►       High-Level Expert Group on Key Enabling Technologies (2013) Key enabling
        technologies – Status implementation report, European Commission.
►       ICT-onderzoek Platform Nederland (2009) ICT Masterplan – ICT, fundament voor
        welvaart en welzijn in Nederland.
►       ICT-onderzoek Platform Nederland (2013) The scientific answer to the roadmap ICT
        for the top sectors.
►       ICTRegie (2008) Towards a competitive ICT infrastructure for scientific research in
        The Netherlands.
►       ICTRegie (2009) ICT2030.nl – ICT-agenda voor de toekomst van Nederland.
►       ICT-research Platform Netherlands (2014) The Scientific Answer to the Roadmap
        ICT for the Top Sectors.
►       ING Economisch Bureau (2015) Hightech meets business – De economische
        impact van technologie voor sectoren, organisaties en mensen.
►       Intellectual Property Office, United Kingdom (2014) Eight Great Technologies.
        A summary of the series of patent landscape reports.
►       International Labour Organisation (2015) World Employment Social Outlook – The
        changing nature of jobs.
►       International Telecommunication Union (2013) Measuring the Information Society.
►       Juncker, J.-C. (2014) A New Start for Europe: My Agenda for Jobs, Growth,
        Fairness and Democratic Change – Political Guidelines for the next European
        Commission.
►       Keynes, J.M. (1930) Economic Possibilities for our Grandchildren.
►       Klein, J. T. (2010) A taxonomy of interdisciplinarity, in R. Frodeman, J.T. Klein,
        & C. Mitcham (Eds.) Oxford handbook of interdisciplinarity, Oxford University Press.
►       Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2012) Digitale
        geletterdheid In het voortgezet onderwijs – Vaardigheden en attitudes voor de
        21ste eeuw.
►       Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2015) Ruimte voor
        ongebonden onderzoek – Signalen uit de Nederlandse wetenschap.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                108
</pre>

====================================================================== Einde pagina 110 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 111 ======================================================================

<pre>►       Kreijveld, M. (2014) De kracht van platformen – Nieuwe strategieën voor innoveren
        in een digitaliserende wereld, Rathenau Instituut / Vakmedianet.
►       Krugman, P. (2012) Rise of the Robots, New York Times blog.
►       Kuipers, B. (2014) De container is de beste uitvinding van de laatste 100 jaar,
        in Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, Prijsvraag 2014,
        bekroonde essays.
►       Levy, F. en Murnane, R.J., (2013) Dancing with robots – Human skills for
        computerized work, Third Way, Next.
►       Lundqvist, A., Apers, P., Smeulders, A., Huizer, E. en Mandersloot, P. (2012)
        ‘Roadmap ICT for the Top Sectors.
►       Marin, D. (2014) Globalisation and the rise of the robots, VoxEU.
►       McKinsey Global Institute (2011) Big data: The next frontier for innovation,
        competition, and productivity.
►       McKinsey Global Institute (2013) Disruptive technologies: Advances that will
        transform life, business, and the global economy.
►       McKinsey Global Institute (2015) The internet of things: Mapping the value beyond
        the hype.
►       Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2013) Stand van zaken
        open data, kamerbrief minister Plasterk.
►       Ministerie van Buitenlandse Zaken (2014) Versterking van de positie van Nederland
        in mondiale waardeketens, kamerbrief minister Ploumen.
►       Ministerie van Economische Zaken (2013) Actualisatie Digitale Agenda.nl,
        kamerbrief minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken (2013) Doorbraken met ICT – Het benutten van
        de economische kansen van ICT, beleidsbrief minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken (2013) Kabinetsplan aanpak administratieve
        lasten, brief minister Kamp, Kamerstuk 29 515, nr. 346.
►       Ministerie van Economische Zaken (2014) Ambitieus ondernemerschap, een
        agenda voor startups en groeiers, kamerbrief minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken (2014) Beantwoording van Kamervragen over
        alternatieve taxidienst Uber, kamerbrief minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken (2014) Big data en profilering in de private
        sector, kamerbrief minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken (2014) Instellingsbesluit bevorderen ICT-
        innovatie, Staatscourant nr. 28095, 1 oktober 2014.
►       Ministerie van Economische Zaken (2014) Rijksbegroting 2015.
►       Ministerie van Economische Zaken (2015) Actieagenda Smart Industry, kamerbrief
        minister Kamp.
►       Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Digitale
        Agenda.nl – ICT voor innovatie en economische groei.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              109
</pre>

====================================================================== Einde pagina 111 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 112 ======================================================================

<pre>►       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2011) Kwaliteit in
        verscheidenheid – Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en
        Wetenschap.
►       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) 43 punten uit Agenda
        StartUpNL, kabinetsreactie.
►       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) Leven lang leren,
        kamerbrief ministers Bussemaker en Asscher.
►       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) Wetenschapsvisie 2025:
        keuzes voor de toekomst.
►       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2015) Uitvoering motie Van
        Meenen / Vos over SURF, kamerbrief ministers Bussemaker en Kamp en
        staatssecretaris Dekker.
►       Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2014) Effect van technologische
        ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, brief ministers Asscher, Kamp en Bussemaker,
        Kamerstuk 29 544, nr. 581.
►       Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2014) Toespraak van minister
        Asscher tijdens het SZW-congres ‘Robotisering: kansen voor morgen’, 29
        september 2014.
►       MIT (2011) The Third Revolution: The Convergence of the Life Sciences, Physical
        Sciences, and Engineering.
►       Mokyr, J. (2013) Is technological progress a thing of the past?, VOXEU.
►       National Science Foundation (2003) Converging Technologies for Improving Human
        Performance – Nanotechnology, biotechnology, information technology
        and cognitive science, Kluwer Academic Publishers.
►       Nesta (2014) Our work here is done – Visions of a robot economy.
►       Nonaka, I. en Takeuchi, H. (1995) The knowledge creating company, Oxford
        University Press.
►       NRC (2014) Miljoeneninvestering voor Blendle, 26 oktober 2014.
►       NWO (2015) NWO Strategie 2015 – 2018.
►       OECD (2014) Data-driven innovation for growth and well-being.
►       Oortmerssen, G. van (2012) ICT: een disruptieve technologie, in: Prins, C., Vedder,
        A., Zee, F. van der (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2012 –
        De transformerende kracht van ICT.
►       Osseyran A. en Vermeend W. (2014) De revolutie van big data – Een verkenning
        van de ingrijpende gevolgen, Einstein Books.
►       Paul David (1989) Computer and dynamo: the modern productivity paradox in a not-
        too-distant mirror, CEPR.
►       Perez, C. (2009) Technological revolutions and techno-economic paradigms,
        Cambridge Journal of Economics Volume 34, Issue 1, pp. 185-20.
►       Piketty, Th. (2014) Capital in the 21st century, Harvard University Press.
►       Policy Exchange (2013) Eight Great Technologies, door David Willetts.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                              110
</pre>

====================================================================== Einde pagina 112 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 113 ======================================================================

<pre>►       Porter, M.E., Heppelmann, J.E. (2014) How smart, connected products are
        transforming competition, Harvard Business Review, November 2014.
►       Rathenau Instituut (2015) Werken aan de robotsamenleving – Visies en inzichten
        uit de wetenschap over de relatie technologie en werkgelegenheid, R. van Est en L.
        Kool (red.).
►       Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2015) Verkenning technologische
        innovaties in de leefomgeving.
►       Rodrik, D. (2015) From welfare state to innovation state, Project Syndicate.
►       Sol, E.-J. (2014) Innovatie tussen maatschappij en wetenschap, inaugurele rede,
        Radboud Universiteit Nijmegen.
►       Stiglitz, J. (2012) The price of inequality, New York & London: W.W. Norton
        & Company.
►       Stiglitz, J. en Greenwald, B. (2012) Creating a learning society. A new approach to
        growth, development and social progress, Columbia University Press, New York.
►       SURF (2013) De impact van de e-infrastructuur op de Nederlandse
        kenniseconomie.
►       SURF (2014) SURF Meerjarenplan 2015 – 2018.
►       SURFnet (2013) 25 jaar innovatie – innovatieverslag.
►       Technopolis en Dialogic (2010) Evaluatie ICTRegie – Eindrapportage.
►       The Economist (2010) Digital economy rankings 2010, Economist
        Intelligence Unit.
►       The Economist (2011) The government broadband index Q1 2011,
        Economist Intelligence Unit.
►       The Economist (2014) The world economy, special report.
►       The Fletcher School, Tufts University (2014) Digital Planet: Readying for the
        Rise of the e-Consumer.
►       The U.S. Chamber of Commerce Foundation (2014) The future of data-driven
        innovation.
►       Topsector HTSM (2013) Innovatiecontract 2014-2015 High Tech Systemen en
        Materialen.
►       Tweede Kamer (2014) Parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid,
        rapport van de tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid (Commissie Elias),
        33 326, nr. 5.
►       Tweede Kamer (2015) Gewijzigde motie van de leden Van Meenen en Mei Li Vos
        […], 31 288, nr. 431.
►       Volkskrant (2014) Nederlandse Peerby krijgt 1,7 miljoen euro van buitenlandse
        investeerders, 29 oktober 2014.
►       VRWI (2014) Vlaanderen in transitie, prioriteiten voor wetenschap, technologie
        en innovatie voor 2025.
►       Went, R. (2014) Inkomensongelijkheid en groei, in M. Kremer, M. Bovens, E.
        Schrijvers en R. Went (red.) Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                                111
</pre>

====================================================================== Einde pagina 113 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 114 ======================================================================

<pre>        ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid, Amsterdam: Amsterdam
        University Press.
►       World Economic Forum (2015) The Global Information Technology Report 2015:
        ICTs for Inclusive Growth.
►       WRR (2008) Innovatie vernieuwd – Opening in viervoud, Amsterdam: Amsterdam
        University Press.
►       WRR (2013) Naar een lerende economie, Amsterdam: Amsterdam University
        Press.
►       WRR (2014) Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en
        gevolgen van economische ongelijkheid, Kremer, M., Bovens, M., Schrijvers, E. en
        Went, R. (red.), Amsterdam: Amsterdam University Press.
►       WRR (2015) De publieke kern van het internet – Naar een buitenlands
        internetbeleid, Amsterdam: Amsterdam University Press.
Klaar voor de Toekomst? – Naar een brede strategie voor ICT                            112
</pre>

====================================================================== Einde pagina 114 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 115 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 115 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 116 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie
Javastraat 42
2585 AP Den Haag
t. 070 31 10 920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 116 =================================================================

<br><br>