<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>LI
wt Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie

BETER VAN START

DE SLEUTEL TOT DOORGROEI
VAN KENNISINTENSIEVE START-UPS

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) brengt gevraagd en
ongevraagd advies uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn
strategisch van aard en gaan over de hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en
innovatiebeleid. De leden van de AWTI zijn afkomstig uit kennisinstellingen en het
bedrijfsleven. De raad staat onder voorzitterschap van Uri Rosenthal. De AWTI doet
zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis, wetenschap en innovatie
voor economie en samenleving groot is en in de toekomst nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
prof. dr. U. (Uri) Rosenthal (voorzitter)
prof. dr. ir. J.P.H. (Jos) Benschop
prof. dr. R. (Roshan) Cools
prof. dr. ir. K. (Koenraad) Debackere
prof. dr. ir. T.H.J.J. (Tim) van der Hagen
dr. ir. S. (Sjoukje) Heimovaara
drs. N. (Nienke) Meijer
prof. dr. E.H.M. (Ellen) Moors
C. (Chokri) Mousaoui
drs. M. (Marleen) Stikker
P.W.J. (Patrick) Essers (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd te:
Prins Willem-Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
t. 070 3110920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
ISBN: 978-90-77005-86-6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Beter van start
De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start -ups
oktober 2020
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
Fotografie                          Bas Kijzers Fotografie
Ontwerp                             2D3D Design (opmaak), Kate Snow Design (illustraties)
Druk                                Quantes
                                    oktober 2020
ISBN                                978-90-77005-86-6
Alle publicaties zijn gratis te downloaden via www.awti.nl.
Auteursrecht
Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van deze uitgave
worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de AWTI.
Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van organisatienaam en naam en jaartal van de uitgave.
Beter van start                                                                                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting                                                                             5
1    Aanleiding: Nederland mist kansen omdat kennisintensieve start-ups
     onvoldoende doorgroeien tot scale-ups                                               9
1.1 Doorgroei van kennisintensieve start-ups is van vitaal belang voor de samenleving    9
1.2 Het start-up klimaat in Nederland is flink verbeterd                                12
1.3 Doorgroei kennisintensieve start-ups blijft echter achter                           14
1.4 Adviesvraag: hoe te zorgen voor meer kennisintensieve scale-ups?                    17
2    Advies: zorg voor een omgeving die ambities voedt, competenties
     versterkt en de juiste financiering biedt                                          19
2.1 Kennisintensieve start-ups hebben meer tijd nodig om het juiste bedrijfsmodel te
     vinden                                                                             21
2.2 De ambitie om door te groeien vervliegt snel                                        23
2.3 Ondersteuning bij de start kan later doorgroei belemmeren                           26
2.4 Financiering voor doorgroei schiet tekort                                           30
2.5 Kennisintensieve start-ups onvoldoende geholpen met bestaand beleid                 31
3    Aanbevelingen voor betere doorgroei tot kennisintensieve scale-ups                 35
3.1 Aanbeveling 1: zorg voor duidelijkheid over de rol van kennisinstellingen           37
3.2 Aanbeveling 2: kijk voorbij de regio voor doorgroei naar kennisintensieve scale-ups 40
3.3 Aanbeveling 3: versterk de mix van vaardigheden in de teams van kennisintensieve
     start-ups                                                                          42
3.4 Aanbeveling 4: help kennisintensieve start-ups de ambitie hoog te houden            46
3.5 Aanbeveling 5: zorg voor afspraken met de kennisinstelling die perspectief bieden
     op doorgroei                                                                       48
3.6 Aanbeveling 6: verbeter de financieringsmarkt voor doorgroei van kennisintensieve
     start-ups                                                                          50
Bijlage 1 Adviesvraag Tweede Kamer                                                      54
Bijlage 2 Samenvatting achtergrondstudie                                                56
Bijlage 3 Reviewers                                                                     59
Bijlage 4 Gesprekspartners                                                              60
Bijlage 5 Geraadpleegde bronnen                                                         62
Beter van start                                                                          3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Beter van start. De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups
                                                 Scale-up
   Versterk mix van                 Help kennis-              Zorg voor                   Verbeter de
    vaardigheden in                  intensieve             afspraken met                financierings-
        teams van                     start-ups           kennisinstelling die         markt voor door-
   kennisintensieve                  de ambitie           perspectief bieden           groei van kennis-
         start-ups                hoog te houden             op doorgroei            intensieve start-ups
 Trage ontwikkeling                Gefnuikte           Hulp bij start kan later Financiering
 van bedrijfsmodel                    ambitie          belemmeringen geven schiet tekort
     Zorg voor duidelijkheid over rol                                       Kijk voorbij de regio
      kennisinstellingen: maximale                                          voor doorgroei naar
         maatschappelijke impact,                                             kennisintensieve
       door profileren en faciliteren            Start-up                         scale-ups
Beter van start                                                                                           4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Een goede start is bepalend voor de doorgroeikansen van kennisintensieve start-ups.
Doorgroei is essentieel om de kennis die ontwikkeld wordt binnen de Nederlandse
kennisinstellingen, effectief te benutten voor het oplossen van maatschappelijke
vraagstukken en het aanjagen van de economie.
Het Nederlandse klimaat voor start-ups is de laatste jaren verbeterd dankzij een over-
heidsbeleid waarbij aandacht is gegeven aan ondernemerschap en innovatie. Maar de
doorgroei van kennisintensieve start-ups stokt, zeker in vergelijking met andere landen
die ook een goede basis van kennisinstellingen kennen.
Een aantal oorzaken zijn hiervoor aan te wijzen. Kennisintensieve start-ups kennen vaak
een trage ontwikkeling van hun bedrijfsmodel, hun ambitie is beperkt, afspraken gemaakt
bij de start kunnen hun latere doorgroei belemmeren en hun financiering schiet tekort.
Een aantal van deze knelpunten dienen dan ook al bij de start geadresseerd te worden.
De blik van alle betrokkenen, ook van de kennisinstelling of het bedrijf waar de start-up
uit voortkomt, moet vanaf het begin al meer op doorgroei gericht worden.
Zorg steeds voor een goede balans tussen ‘kennis’ en ‘ondernemerschap’ binnen kennis-
intensieve start-ups. Dat is cruciaal voor doorgroei. Kennis is de basis voor de start-up,
maar ondernemerschap bepaalt het succes. Publieke en private financiers van start-ups
moeten die balans als voorwaarde stellen en de start-up actief helpen dit te bereiken.
Afspraken tussen een start-up en kennisinstelling mogen geen barrière vormen voor
doorgroei. Zorg voor een modelovereenkomst over het gebruik van intellectuele eigen-
dom waarin de belangen van beide partijen in balans zijn. Vertegenwoordigers van start-
ups moeten hierover mee-onderhandelen. Neem als kennisinstelling geen stemhebbend
aandelenbelang in een start-up.
Maak het aantrekkelijker voor ondernemers om een start-up te laten doorgroeien. Zorg
daarom voor een omgeving die kennisintensieve start-ups prikkelt om de ambitie hoog in
te zetten en hoog te houden. Maak het (fiscaal) aantrekkelijker om personeel van start-
ups (deels) te belonen met aandelen. Dit zal een stevige stimulans zijn om het talent
binnen te halen dat nodig is om de start-up te laten (door)groeien.
Doorgroei van kennisintensieve start-ups vindt plaats in een (inter)nationale omgeving.
Besteed vanuit parlement en regering aandacht aan de ontwikkeling van zo’n stimule-
rende omgeving voor scale-ups, die goed aansluit bij de veelal regionale ecosystemen
waarin de start-ups zijn ontstaan. Regionale steun mag geen belemmering zijn om
(inter)nationaal te groeien.
Beter van start                                                                            5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Verder is er behoefte aan méér beschikbare financiering voor doorgroei, met investeer-
ders die goed zijn toegesneden op de specifieke situatie van kennisintensieve start-ups
en scale-ups. De overheid kan hierin een rol spelen door het investeren in kennis-
intensieve start-ups en scale-ups fiscaal aantrekkelijker te maken en door als voortrekker
op te treden bij het opzetten van publiek-private fondsen ter financiering van doorgroei.
Door binnen EU-verband zulke fondsen op te zetten bereikt men nog meer impact.
Beter van start                                                                           6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                        Advies
Versterk de rol van wetenschap, technologie en innovatie in maatschappelijke transities 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Beter van start 8</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                      1
1 Aanleiding: Nederland mist kansen
  omdat kennisintensieve start-ups
  onvoldoende doorgroeien tot scale-ups
  Kennisintensieve start-ups in Nederland groeien onvoldoende door naar scale-ups.
  Dit is zorgwekkend, want kennisintensieve bedrijven zijn van vitaal belang voor
  onze economie en voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De
  geringe doorgroei is opvallend, omdat er in het beleid zeker aandacht is geweest
  voor ondernemerschap en innovatie. Hoe kunnen kennisintensieve start-ups beter
  doorgroeien?
  Het overheidsbeleid heeft er mede toe geleid dat Nederland een sterke kennisbasis heeft
  en een vrij goed ontwikkeld ecosysteem voor ondernemerschap. Toch leeft de zorg dat
  we, als het gaat om de doorgroei van kennisintensieve start-ups, kansen missen. De
  Tweede Kamer heeft de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
  gevraagd uit te zoeken wat mogelijke hindernissen zijn voor de doorgroei en hoe we die
  kunnen oplossen.
  1.1 Doorgroei van kennisintensieve start-ups is van vitaal
  belang voor de samenleving
  Ondernemerschap gaat over ‘kansen zien en kansen pakken’:1 nieuwe innovatieve
  ondernemingen creëren waarde zowel voor direct betrokkenen als voor de samenleving
  in brede zin. Kennisintensieve bedrijven (zie het kader voor definities) zijn daarin van
  cruciaal belang. Doordat ze gebruikmaken van kennis die anderen niet hebben en
  daarmee structureel een competitief voordeel opbouwen,2 dragen zulke kennisintensieve
  bedrijven de belofte in zich om uit te groeien tot een groot succes. Nederlandse
  voorbeelden zijn Adyen, Acerta Pharma, Dezima Pharma en Bitfury. Het potentieel en het
  belang van kennisintensieve, doorgroeiende bedrijven voor de samenleving is groot.
  1. Shane (2004).
  2. Agarwal en Shah (2013), Amit en Schoemaker (1993), Schumpeter (1934).
  Beter van start                                                                          9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   Wat zijn kennisintensieve start-ups en scale-ups?
   ►       In de kern zijn start-ups beginnende ondernemingen met groeiambitie. Dat
           betekent dat ze vaak nog zoeken naar het definitieve bedrijfsmodel.3 Start-ups
           genereren doorgaans nog nauwelijks omzet en zijn in de beginfase verlies-
           latend. Zodra het product, markt, verdienmodel en andere onderdelen van het
           bedrijfsmodel duidelijk vaststaan en het bedrijf begint te groeien, ontgroeit het
           bedrijf de status van start-up.
   ►       Scale-ups, of snelgroeiende bedrijven, zijn gedefinieerd als bedrijven met drie
           opeenvolgende jaren van 20 procent groei (omzet en/of werkgelegenheid) met
           minstens 10 werknemers in het eerste van die drie jaren.4 In de praktijk wordt
           deze definitie soms losser gebruikt voor (snel)groeiende bedrijven in het
           algemeen. Volgens deze definitie kunnen start-ups dus niet direct een scale-up
           worden, omdat ze eerst tot 10 fte moeten groeien en dan nog drie jaar groeien.
   ►       Een (klein) deel van de start-ups en scale-ups zijn kennisintensieve bedrijven.
           Bij deze bedrijven vormt kennis de basis van het competitieve voordeel. Het zijn
           bedrijven die via kennisintensieve (innovatieve) activiteiten kansen exploreren in
           diverse en veranderlijke sectoren en contexten.5 De aard van de kennis is
           uiteenlopend: technisch, academisch, maatschappelijk of praktisch – of een
           combinatie hiervan.
   ►       Kennisintensieve start-ups ontstaan op plekken waar nieuwe, unieke kennis
           beschikbaar komt, bijvoorbeeld bij kennisinstellingen. Een deel van de
           kennisintensieve start-ups is gebaseerd op kennis die binnen een universiteit is
           ontwikkeld: deze start-ups worden academische spin-offs genoemd. Als
           kennisintensieve start-ups ontstaan vanuit bestaande bedrijven – bijvoorbeeld
           omdat ondernemende werknemers met ongebruikte kennis van hun werkgever
           kansen zien en pakken buiten hun bedrijf – dan worden ze ook wel aangeduid
           als corporate spin-outs. Tot slot zijn er kennisintensieve start-ups die ontstaan
           vanuit andere kennis, zoals gebruikerskennis (user innovatie). Voor deze
           categorie bestaat geen aparte term.
Belangrijke bijdragen aan de samenleving
Kennisintensieve bedrijven verkennen vaak kansen buiten bestaande sectoren en
markten. Hoewel dit niet zonder risico is, kan het succes opleveren en ertoe leiden dat
3. Andries en Debackere (2007).
4. Audretsch (2012).
5. Malerba en McKelvey (2020).
Beter van start                                                                               10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>geheel nieuwe sectoren of domeinen ontstaan.6 Dit biedt een voedingsbodem voor
nieuwe bedrijvigheid en draagt bij aan de concurrentiekracht van Nederland in brede zin.
Bovendien kan de inzet van nieuwe kennis of technologie helpen om grote maatschappe-
lijke vraagstukken succesvol aan te pakken of om te zorgen voor doorbraken bij het
oplossen ervan. Door innovatieve oplossingen te ontwikkelen leveren kennisintensieve
start-ups niet alleen bouwstenen voor oplossingen, maar als dat goed blijkt te werken,
kunnen ze ook snel opschalen en een kennisintensieve scale-up worden.7
Kennisintensieve start-ups pikken zo kennis op die op andere plekken ontwikkeld is maar
die anders niet toegepast zou worden.8 Dat is zeer waardevol, want dankzij onze sterke
universiteiten, organisaties voor toepassingsgericht onderzoek en andere kennisinstellin-
gen wordt in Nederland veel nieuwe kennis ontwikkeld. De roep om deze kennis zo goed
mogelijk tot waarde voor de samenleving te maken, klinkt luid.
Doorgroei is nodig om kansen te pakken, maar lukt maar weinigen
Ondernemen is echter niet zonder risico en zeker kennisintensieve ondernemingen
worden vaker níet dan wél een groot succes. Ze zijn pas echt van (maatschappelijke)
waarde als ze weten door te groeien.9 In moderne termen: als bedrijven erin slagen zich
te ontwikkelen van start-up naar scale-up (zie kader hierboven voor definities). Zo’n
groeispurt maakt slechts 5,6 procent van de Nederlandse bedrijven met meer dan 10 fte
door. Slechts enkele daarvan zijn kennisintensief.10 Hoewel het oprichten en laten
groeien van kennisintensieve bedrijven nooit zonder risico zal zijn, is er dus veel te
winnen bij het vergroten van hun succes.
    Voorbeeld kennisintensieve scale-up
    Begin 2020 interviewde dagblad NRC de oprichter en topman van Adyen, Pieter van
    der Does. Op de vraag of de € 240 miljard die nu door de betaalsystemen van Adyen
    gaat, veel is, antwoordde hij:
    “Als wij een kantoor in India openen, zijn we nog een kleine speler. Het moet meer
    worden. Als je ziet hoeveel goede mensen hier werken, en hoeveel er wordt
    aangerommeld in de markt om ons heen, dan moeten wij de voor de hand liggende
    keuze zijn voor alle winkeliers. Dan is 240 miljard erg weinig.” 11
6. Aldrich en Fiol (1994).
7. Vergelijk: AWTI (2020b) over de rol van wetenschap, technologie en innovatie in
     maatschappelijke transities.
8. Audretsch (2003), Acs et al. (2013).
9. NESTA (2009), VARIO (2018).
10. Jansen en Luxemburg (2019).
11. Hijink en Bronzwaer (2020).
Beter van start                                                                         11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   Adyen is een voorbeeld van een succesvol, Nederlands en kennisintensief bedrijf. Het
   is in 2006 opgericht en heeft nu meer dan 1000 klanten, 1200 werknemers en een
   waardering van ongeveer € 25 miljard op de beurs. De ambitie van Van der Does, is
   duidelijk: doorgroeien.
1.2 Het start-up klimaat in Nederland is flink verbeterd
Sinds de jaren ’90 onderkennen overheid en samenleving duidelijk het belang van
ondernemerschap.12 Er zijn in Nederland verschillende beleidsprogramma’s en
instrumenten gericht op startende en groeiende bedrijven en een aantal belangrijke
voorwaarden voor ondernemerschap is verbeterd.13 Ook de Tweede Kamer heeft hier
een belangrijke rol bij gespeeld door onder andere initiatiefvoorstellen en moties. Er is
dus merkbaar meer aandacht voor gekomen. Mede daardoor heeft zich een belangrijke
ontwikkeling afgespeeld. Waar in Nederland in het begin van deze eeuw nog slechts 5 à
6 procent van de werkenden tussen de 18 en 64 jaar beginnend of gevestigd ondernemer
was, is dit percentage inmiddels ongeveer verdubbeld.14 Ook het start-up ecosysteem is
sterk verbeterd.
Meer aandacht voor start-ups
De regels om een bedrijf te starten zijn versimpeld en er zijn stimulerende belasting-
regelingen. Voorbeelden van het laatste zijn de kleine ondernemersregeling, starters-
aftrek en de zelfstandigenaftrek.
Ook in het innovatie- en bedrijvenbeleid is oog voor start-ups (zoals in de topsectoren). Er
zijn verschillende financieringsinstrumenten, zoals de regeling Groeifaciliteit, de Seed
Capital regeling en het Dutch Venture Initiative. Bovendien is er aandacht voor het imago
van start-ups, bijvoorbeeld via innovatie- en ondernemersprijzen (zoals de Nationale
Iconen).
Het Valorisatieprogramma van de rijksoverheid (2010-2018) richtte zich op verbetering
van het regionale ecosysteem voor ondernemerschap rondom kennisinstellingen. Het
publiek-private initiatief StartupDelta heeft zich ingezet om landelijk de voorwaarden voor
start-ups te verbeteren (het ‘nationale ecosysteem’) en Nederland internationaal te
12. Stam (2012), Kuipers en Wennekers (2008).
13. Nederland is volgens de Global Entrepreneurship Index 5e van Europa (na Zwitserland,
     Denemarken, Verenigd Koninkrijk en IJsland) en 8e wereldwijd. Bovendien behoort Nederland
     tot de ‘snelle stijgers’. Zie Ács et al. (2019).
14. Volgens data van de Global Entrepreneurship Monitor, zie Bosma en Kelly (2019) en Reynolds
     et al. (2001).
Beter van start                                                                                12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>presenteren als een goede kraamkamer voor start-ups. De oprichting van StartupDelta
was een direct gevolg van een motie van de Tweede Kamer.15
Recentelijk kwam er meer aandacht voor de doorgroei van start-ups, met Techleap16 (de
opvolger van StartupDelta) en InvestNL, het investeringsfonds van het Rijk. Met dit beleid
zijn ook veel van de aanbevelingen uit het AWT-advies ‘Briljante bedrijven’ uit 2014 ter
harte genomen.17
Ook de aandacht voor kennisoverdracht is toegenomen
Er zijn niet alleen meer ondernemers in Nederland, ook de kennisoverdracht van
opleidings- en onderzoeksinstellingen naar ondernemers is toegenomen. Een van de
manieren van zulke kennisoverdracht is via een (kennisintensieve) start-up. In de
afgelopen jaren is sterk ingezet op het laten ontstaan van meer start-ups vanuit
universiteiten en andere kennisinstellingen.
Nederland heeft een enorm potentieel voor zulke kennisoverdracht omdat ons land een
van de sterkste kennisbases van de wereld heeft, met uitstekende universiteiten, hoge-
scholen en publieke onderzoeksinstellingen.18 Nederland behoort wereldwijd tot de
koplopers als het gaat om citatie-impact, dus om het relatieve aantal citaties dat
Nederlands onderzoek krijgt in wetenschappelijke publicaties.19
Kennisinstellingen hebben meer oog gekregen voor het bevorderen van start-ups als een
manier om hun kennis toe te passen. Dat is mede dankzij het genoemde Valorisatie-
programma. Bovendien is er bij (jonge) onderzoekers in Nederland een relatief grote
belangstelling om hun onderzoeksresultaten te vertalen in activiteiten met economische
of maatschappelijke meerwaarde.20
Nederland wordt steeds aantrekkelijker als start-up hub
In de laatste jaren heeft ‘Amsterdam-StartupDelta’ een opmars gemaakt in de wereld-
wijde ranking van meest aantrekkelijke ecosystemen voor startende (kennisintensieve)
15. Kamerstukken II 2013-2014, 33 750 XIII, nr. 17 (motie van het lid Lucas), Tweede Kamer der
     Staten-Generaal (2013).
16. Techleap (2020a).
17. Zie AWT (2014). Zo werd onder andere aanbevolen om meer aandacht te geven aan onder-
     nemerschap in het onderwijs, aansluiting voor start-ups bij internationale missies, meer
     groeiversnellende programma’s, en om succesvolle groeibedrijven ‘in de etalage te zetten’.
18. Koens et al. (2018).
19. Artikelen van in Nederland werkende wetenschappers worden 1,39 keer zo vaak geciteerd als
     gemiddeld in het veld. Wereldwijd scoort alleen Denemarken hoger met een citatie-impact van
     1,41. Zie Europese Commissie (2020).
20. Zo wees een van onze respondenten erop dat bij Oncode 60% van de onderzoekers reeds na 2
     jaar betrokken is bij valorisatie-activiteiten.
Beter van start                                                                                  13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>bedrijven. In de lijst van 2020 is Amsterdam-StartupDelta gestegen naar plek 12. In
Europa zijn alleen Londen en Stockholm aantrekkelijker.21
1.3 Doorgroei kennisintensieve start-ups blijft echter achter
Nederland is dus steeds succesvoller als kraamkamer van kennisintensieve start-ups,
maar die bedrijven groeien nog onvoldoende door naar scale-ups.22 Deze doorgroei blijkt
(voor alle startende bedrijven) niet eenvoudig. Bedrijven die wel succesvol een aantal
jaren achtereen een hoge groei weten te realiseren, doen dat op basis van een heldere
groeiformule gekoppeld aan een duidelijk bedrijfsmodel en onder leiding van een
gebalanceerd ‘groeiteam’.23 Kennisintensieve bedrijven vormen maar een klein deel van
deze succesvolle groeibedrijven: ongeveer 12 procent.24
   Meeste scale-ups niet kennisintensief
   In hun ‘scale-up dashboard’ laat het Erasmus Centre for Entrepreneurship zien dat de
   meeste scale-ups in de detail- en groothandel of zakelijke dienstverlening zitten.25
   Ook een studie van Vlerick Business School naar scale-ups in Europa concludeert dat
   ondanks hun imago als technologische pioniers, de meeste snelgroeiende bedrijven
   helemaal niet zitten in de ‘spannende’ wereld van kunstmatige intelligentie of biotech.
   Eén op tien ‘scale-ups’ is een IT-bedrijf. De rest zit bijvoorbeeld in logistiek,
   rekrutering, bouw of consumentengoederen.26 Ook in deze sectoren is kennis
   overigens belangrijk, maar zal ‘kennis’ over het algemeen niet het competitieve
   verschil maken.
Kennisintensieve starters groeien in beginjaren minder dan andere start-ups
Start-ups die voortkomen uit een kennisinstelling of een onderzoeks- en ontwikkelafdeling
van een bedrijf, kennen in de eerste vijf jaren van hun bestaan een kleinere personeels-
groei dan andere start-ups.27 Ook de omzet van zulke kennisintensieve start-ups groeit in
de eerste vijf jaren minder hard dan die van andere beginnende bedrijven. 28 Als we
internationaal vergelijken, scoren de Nederlandse kennisintensieve start-ups minder dan
21. In 2019 stond Amsterdam-StartupDelta nog op plaats 15 en in 2018 op 19. Zie Gauthier et al.
     (2020).
22. Zie ook: Fikkers et al. (2015).
23. Jansen et al. (2020).
24. Europese Commissie (2020) Figuur 3.3-9 op p. 156.
25. Jansen en Luxemburg (2019).
26. Collewaert et al. (2020).
27. Bijlage 2 en de achtergrondstudie die het Erasmus Centre for Entrepreneurship voor de AWTI
     maakte. Zie Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020) p. 20-21.
28. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020) p. 22-23.
Beter van start                                                                                 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>die in de best presterende landen. Zo blijft de werkgelegenheidsgroei van de Neder-
landse start-ups achter ten opzichte van die in landen als Duitsland, Frankrijk of
Zwitserland.29 Ook de omzetten van start-ups in Nederland lagen gemiddeld lager dan
die in landen als België, Zwitserland, Frankrijk of Israël.30
Nederland is innovatief maar beperkte doorgroei kennisstarters is zwak punt
Hoewel Nederland in verschillende ranglijsten over innovatiekracht hoog staat, scoort ons
land op het punt van doorgroeiende, kennisintensieve bedrijven zwakker. 31 In de Global
Competitive Index (GCI) en de Global Innovation Index (GII) staat Nederland in de
hoogste regionen, namelijk in beide op plek 4 (in de 2019-edities).32 Ook wordt Nederland
geclassificeerd als ‘innovation leader’ in de European Innovation Scoreboard (EIS)
2020.33 Maar de indicatoren waarop Nederland naar verhouding slechter scoort, hebben
alles te maken met de doorgroei van kennisintensieve start-ups.34 In vergelijking met de
Verenigde Staten tellen de EU en Nederland relatief veel minder kennisintensieve scale-
ups. Zo bedraagt het aantal tech scale-ups35 in de EU slechts 1,3 per 100.000 inwoners
tegenover 7,0 in de VS.36 Ook in Israël en het Verenigd Koninkrijk zijn er absoluut en
relatief meer tech scale-ups dan in Nederland en in de EU.37
29. Volgens de cijfers van de European Startup Monitor 2016 (Kollmann e.a., 2016) bedroeg de
     gemiddelde groei van Nederlandse start-ups vanaf de start 4 fte terwijl die in landen als Zwitser-
     land, Duitsland, Frankrijk of Zwitserland boven de 10 fte lag. In de European Startup Monitor
     2018 waren de cijfers minder gedetailleerd en was de gemiddelde groei van Nederlandse start-
     ups gestegen naar 11 fte (vermoedelijk doordat er meer oudere start-ups in het sample zaten),
     maar dit bleef nog steeds achter bij de personeelsgroei in landen als Frankrijk of Duitsland (17
     fte groei) (Steigertahl en Mauer, 2018).
30. European Startup Monitor 2016, Figuur 49: in Israël, Zwitserland, België en Finland heeft
     minstens een derde van de ondervraagde start-ups een ‘annual revenue’ van meer dan
     € 500.000,- terwijl dat maar voor 15% van de Nederlandse start-ups geldt. (Kollmann e.a., 2016).
31. Techleap (2020a), p. 9.
32. Zie voor de GCI: Schwab (2019) en voor de GII: Dutta et al. (2019).
33. Hollanders et al. (2020).
34. Het gaat dan om de indicatoren “Knowledge Impact” in de GII, waar Nederland wereldwijd op de
     27e plaats staat, “Commercialization” in de GCI (23e plaats in de wereld) en “Enterprise births
     >10 fte” in het EIS, waar Nederland met 0,8% onder het EU-gemiddelde van 1,1% zit.
35. Hierbij is een ‘tech scale-up’ gedefinieerd als: “a company operating in Tech & Digital industries,
     founded in the New Millennium, with at least one funding event since 2010 which has raised
     more than € 1 million in funding,” overgenomen uit het rapport van Mind the Bridge (2019) NB:
     biotech, life sciences en geneesmiddelen, alsmede halfgeleiders waren in dat onderzoek niet
     meegenomen in de reikwijdte van de ‘tech scale-ups’.
36. Europese Commissie (2020) Figuur 3.3-10, p. 157, wat weer verwijst naar Mind the Bridge
     (2019).
37. Europese Commissie (2020) Figuur 3.3-11, p. 158: Nederland telde 277 tech scale-ups
     tegenover 2217 in het Verenigd Koninkrijk en 1159 in Israël.
Beter van start                                                                                       15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>   Kennisintensieve start-ups en scale-ups in tijden van de coronacrisis
   In het voorjaar van 2020 werd de wereld opgeschrikt door de COVID-19 pandemie. Er
   volgde een crisis met ongekende impact op de samenleving. In nagenoeg alle
   sectoren werden de enorme gevolgen van de crisis gevoeld.38 Hoewel het bij het
   opstellen van dit advies te vroeg is definitieve conclusies te trekken, is de verwachting
   dat de crisis ook grote gevolgen heeft voor kennisintensieve start-ups en scale-ups.
   De effecten zijn echter nog pril, diffuus en onzeker.
   Allereerst leidt deze crisis voor veel kennisintensieve start-ups tot precaire situaties.
   Door gebrek aan een bewezen verdienmodel opereren start-ups altijd al met zeer
   beperkte middelen. Vertraging van de bedrijfsontwikkeling vanwege de crisis kan
   leiden tot tekorten, met omvallen van de start-up als gevolg. Zo treedt er gemakkelijk
   vertraging op in het vinden van een succesvol bedrijfsmodel, doordat R&D stilligt of
   doordat klantgesprekken uitgesteld worden. Ook in het binnenhalen van nieuwe
   externe financiering kan vertraging optreden door terughoudendheid van investeer-
   ders, vanwege toegenomen onzekerheid.39 Omzet van start-ups is in veel gevallen
   teruggelopen: een eerste inschatting is dat grofweg de helft van de start-ups en jonge
   tech-bedrijven een significante afname van omzet zag.40 Daar komt bij dat de initiële
   steunmaatregelen voor het bedrijfsleven ongeschikt waren voor beginnende bedrij-
   ven, omdat deze maatregelen ervan uitgaan dat er terugkerende omzet was. In
   tweede instantie is er een speciale regeling (overbruggingslening) gekomen voor
   start-ups.41
   Tegelijkertijd biedt de crisis op korte termijn ook kansen voor kennisintensieve start-
   ups. Kleine bedrijven zijn relatief wendbaar en door verandering in de consumptie-
   patronen ontstaan nieuwe markten. Het bedrijf Zoom Video Communications, dat in
   2011 werd gestart door onder anderen een ex-werknemer van Cisco, wist in de crisis
   de omzet te verdubbelen.42 Ook andere IT-bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van
   ‘op afstand werken’, digitale marketing, cloud computing en online platformen kunnen
   baat hebben bij de toegenomen vraag door de crisis.
   Wanneer we de langere termijn beschouwen, zijn de effecten nog onzekerder. Veel
   onderzoek en ontwikkeling bij kennisinstellingen en bedrijven heeft vertraging
   opgelopen, doordat campussen dicht gingen en mensen thuis werkten. Het ‘reservoir’
   aan nieuwe kennis wordt in deze periode minder (aan)gevuld. De voedingsbodem
38.  CBS (2020), FME (2020).
39.  Zie artikel op Sprout.nl (2020), Deloitte (2020).
40.  Techleap.nl (2020b).
41.  De COL-regeling voor Start-ups en Scale-ups. Zie Rijksoverheid.nl (2020).
42.  Financieele Dagblad (2020).
Beter van start                                                                              16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   voor de opkomst van nieuwe kennisintensieve start-ups droogt langzaam uit. Er is al
   een duidelijke afname vastgesteld van nieuw opgerichte bedrijven en er wordt al
   gesproken van een ‘verloren generatie van nieuwe bedrijven’, met negatieve effecten
   voor de banengroei als gevolg.43 Tegelijkertijd bieden de gevolgen op lange termijn
   mogelijk ook kansen voor kennisintensieve start-ups en scale-ups. Een crisis, zoals
   een pandemie, kan de toepassing van nieuwe technologie aanzwengelen en nieuwe
   bedrijvigheid doen ontstaan.44
   Hoe dan ook treden er als gevolg van de crisis belangrijke verschuivingen op in de
   economische structuur van Nederland. Kennisintensieve start-ups en scale-ups
   spelen in deze dynamiek een centrale rol. Daardoor is het juist nu van groot belang
   ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk hindernissen optreden in de ontwikkeling en
   groei van dit soort bedrijven.
1.4 Adviesvraag: hoe te zorgen voor meer kennisintensieve
scale-ups?
De AWTI is van mening dat Nederland moet streven naar een wereldwijde toppositie als
het gaat om de doorgroei van kennisintensieve start-ups. Ook de Tweede Kamer wil
weten welke (typisch Nederlandse) barrières of hindernissen er zijn voor doorgroei van
kennisintensieve start-ups en hoe deze weg te nemen.45 Want, hoewel er in Nederland
steeds meer kennisintensieve start-ups ontstaan, stagneert hun doorgroei en groeien ze
nauwelijks door tot bedrijven die voor relevante extra werkgelegenheid zorgen.
Dat brengt de AWTI – op verzoek van de Tweede Kamer – tot de volgende adviesvraag:
Op welke wijze kunnen hindernissen worden weggenomen om meer (kennis-
intensieve) start-ups te laten doorgroeien naar levensvatbare bedrijven die ook
voor meer werkgelegenheid gaan zorgen?
Aanpak
Om deze vraag te beantwoorden hebben we eerst geanalyseerd wat er ten grondslag ligt
aan de huidige situatie, langs de lijnen van twee deelvragen van de Tweede Kamer:
►       Welke barrières zijn er waardoor kennisintensieve start-ups niet goed doorgroeien?
►       Welke (typisch Nederlandse) kenmerken kunnen hiervan de oorzaak zijn?
43. Karimov en Konings (2020).
44. Carlsson-Szlezak et al. (2020).
45. Kamerstukken II 2019-2020, 31288, nr. 789, Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020b), zie
     Bijlage 1.
Beter van start                                                                              17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Deze vragen worden beantwoord in hoofdstuk 2.
Voor de analyse van de ontwikkeling van de kennisintensieve start-ups in Nederland
heeft de AWTI een externe studie laten verrichten door het Erasmus Centre for
Entrepreneurship (ECE).46 Deze studie wordt tegelijk met dit advies uitgebracht. Er zijn in
die studie kwantitatieve en kwalitatieve analyses gedaan naar de prestaties van
kennisintensieve bedrijven en hoe deze verband houden met (de kwaliteit van) het
ecosysteem. ECE heeft hierbij met 13 personen uitgebreide interviews gehouden. In
Bijlage 4 wordt de achtergrond van de geïnterviewden weergegeven. Onderdeel van de
studie is ook een vergelijking met het buitenland. In Bijlage 2 staan de belangrijkste
bevindingen uit het rapport van ECE samengevat.
Daarnaast heeft de AWTI zelf literatuuronderzoek gedaan, waarbij gebruik is gemaakt
van verschillende (wetenschappelijke en professionele) publicaties, datasets en inter-
nationale kwantitatieve vergelijkingen. Deze bronnen zijn aangevuld en uitgediept in
interviews vanuit de AWTI met wetenschappers, ondernemers en beleidsmakers (zie
gesprekspartners in bijlage 4).
Die analyse vormt de basis voor het antwoord op de laatste deelvraag van de Kamer,
namelijk hoe we de situatie rondom kennisintensieve start-ups kunnen verbeteren:
►       Welke maatregelen kunnen worden genomen om doorgroei te stimuleren?
Deze aanbevelingen om de doorgroei te verbeteren staan in Hoofdstuk 3.
Projectgroep en reviewers
   Dit advies is voorbereid door een projectgroep bestaande uit de raadsleden Jos
   Benschop (voorzitter), Sjoukje Heimovaara en Ellen Moors, en stafleden Hamilcar
   Knops (penvoerder), Chris Eveleens, Nora van Bracht en Eva Rouwmaat.
In de eindfase van het adviestraject is het conceptadvies voorgelegd aan twee externe
reviewers (zie Bijlage 3). Aan hen is gevraagd om te reflecteren op de consistentie van
het conceptadvies en mogelijke lacunes. De opmerkingen van de reviewers zijn
vervolgens onder verantwoordelijkheid van de raad verwerkt.
46. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020).
Beter van start                                                                           18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                       2
2 Advies: zorg voor een omgeving die
  ambities voedt, competenties versterkt
  en de juiste financiering biedt
  De doorgroei van kennisintensieve start-ups vraagt om meer geduld en begeleiding
  dan die van andere starters. Er is behoefte aan een omgeving voor kennis-
  intensieve start-ups die helpt om de ondernemerschapsvaardigheden binnen zulke
  start-ups te versterken en de ambitie hoog te houden. Ook is het belangrijk dat de
  afspraken die zo’n start-up maakt met een kennisinstelling latere doorgroei niet in
  de weg zitten. Verder is er behoefte aan méér beschikbare financiering voor de
  doorgroei naar kennisintensieve scale-ups, met investeerders die goed zijn
  toegesneden op de specifieke situatie van de kennisintensieve start-ups.
  Kennisintensieve start-ups gedijen in het bestaande ondernemersklimaat niet goed
  genoeg om door te groeien naar scale-ups. Hun doorgroei stokt (zie § 1.3). Daardoor lukt
  het niet om hun potentieel ten volle te realiseren. Daarbij speelt een rol dat start-ups die
  een nieuwe vinding of kennis op de markt willen brengen, meer dan andere starters tijd,
  talent en geduldig risicokapitaal nodig hebben. De AWTI adviseert ze beter te begeleiden
  bij hun doorgroei, omdat ze van grote waarde kunnen zijn voor de samenleving.
  Dit hoofdstuk laat zien wat de belangrijkste belemmeringen zijn voor de doorgroei van
  kennisintensieve start-ups naar scale-ups. De kennisintensieve start-ups slagen er vaak
  nog onvoldoende in om in hun team de juiste mix van expertises te hebben. Vooral
  kennis van en ervaring met ondernemerschap is vaak een zwak punt (§ 2.1). Daarnaast
  verlagen start-ups hun oorspronkelijk hoge ambities vaak na verloop van tijd (§ 2.2). Ook
  blijken keuzes die in de start-up-fase gemaakt worden later soms een rem voor doorgroei
  (§2.3). Bovendien zijn de beschikbaarheid en ‘kwaliteit’ van de financiering voor de
  doorgroei naar een kennisintensieve scale-up een probleem in Nederland (§ 2.4). Het
  huidige beleid adresseert deze problemen nog niet afdoende (§ 2.5).
  In Figuur 1 zijn de belangrijkste problemen bij de doorgroei van kennisintensieve start-
  ups naar een scale-up schematisch weergegeven. Deze hindernissen worden in de
  volgende paragrafen verder uitgewerkt en onderbouwd.
  Beter van start                                                                              19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                           Scale-up
     Ondernemers-           Te weinig                 Afspraken met          Grote ‘pakketten’
      vaardigheden    internationaal gericht          kennisinstelling     financiering schaars
    onderontwikkeld                               belemmeren doorgroei
        of afwezig
                          Weinig ambitie
                        om beste mensen
                          aan te trekken
   Ver van de markt:       Cultuur in NL:             Ondersteuning       Investeerders weinig
    lange zoektocht      lage waardering             vanuit regionale         toegesneden op
   naar bedrijfsmodel       succesvol                  logica hindert        kennisintensieve
                        ondernemerschap                  ‘uitvliegen’            bedrijven
 Trage ontwikkeling        Gefnuikte             Hulp bij start kan later Financiering
 van bedrijfsmodel           ambitie             belemmeringen geven schiet tekort
                                           Start-up
Figuur 1. De belangrijkste oorzaken waarom kennisintensieve start-ups
onvoldoende doorgroeien tot scale-ups
Beter van start                                                                                20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>2.1 Kennisintensieve start-ups hebben meer tijd nodig om het
juiste bedrijfsmodel te vinden
Kennisintensieve bedrijven starten vanuit de ‘kenniskant’. Kennisdoorbraken hebben de
belofte in zich om echt iets nieuws te ontwikkelen, maar dat gaat niet vanzelf. Het vereist
een complex en onzeker innovatieproces, het vinden van de precieze behoefte van
klanten en het uitbouwen van de onderneming. Daarvoor is een mix van verschillende
vaardigheden nodig, waarvan ondernemerschapsvaardigheden een belangrijk ingrediënt
vormen. Voor doorgroei en opschalen is het dus van vitaal belang om de ‘commerciële
kant’ goed geregeld te hebben.
Ondernemerschapsvaardigheden te vaak onderontwikkeld of afwezig
Toch blijkt in de praktijk dat bij kennisintensieve start-ups de ervaring met ondernemen en
de kennis van de markt vaak zwakke punten zijn.47 Zulke start-ups worden immers in de
regel opgestart en in het begin geleid door mensen die heel sterk zijn in het ontwikkelen
van nieuwe kennis; zij zijn academisch-technisch sterk onderlegd. Wat vaak ontbreekt, is
de commerciële kennis en ervaring: kennis van afzetmarkten, vaardigheden om die
markten te betreden, kennis van bedrijfsfinanciën of managementvaardigheden. Dit werkt
in de praktijk als een nadeel voor de kennisintensieve start-ups, in het bijzonder voor de
academische: hun commerciële credibility is in de ogen van (potentiële) financiers een
probleem.48
Er is in de afgelopen jaren geprobeerd om de ondernemersvaardigheden van de kennis-
starters te verbeteren. Bijvoorbeeld door meer ondernemerschapsonderwijs aan studen-
ten aan te bieden en door gerichte training aan onderzoekers die een start-up (willen)
beginnen. Technology Transfer Offices (TTO’s) van kennisinstellingen en incubators
hebben verder bijgedragen aan het versterken van die ondernemerschapsvaardigheden
van de kennisstarters.49
Maar het is niet voldoende. Een start-up blijkt namelijk de grootste kans te maken op een
geslaagde doorgroei als een divers samengesteld team de leiding heeft, dus een team
met daarin zowel technische als commerciële kennis en ervaring. Vaak weten zulke start-
ups met een stevig team met complementaire competenties vanaf het begin ook meer
geld op te halen waardoor ze snel extra expertise kunnen rekruteren en ook de oorspron-
kelijke hoge ambities beter kunnen vasthouden.
47. Zie bijv. het Technopolis-onderzoek voor OCW (Fikkers et al. (2015)) en Van Weele et al.
     (2017).
48. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), p. 28.
49. Eveleens (2019).
Beter van start                                                                              21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>In de praktijk lukt het echter niet alle oprichters om zo’n gemixt team bij elkaar te krijgen
en, indien nodig, een stapje opzij te doen. Het voorbeeld van LRD (Leuven Research &
Development, zie § 3.1) laat zien dat een professionele en ‘stevige’ ondersteuner een
nuttige rol kan spelen bij het aan het begin neerzetten van zo’n divers team binnen een
start-up. In Nederland worden kennisintensieve start-ups toch nog vaak wat ‘minimaal’
opgezet aan het begin: men vertrouwt er dan teveel op dat de onderzoeker het
ondernemerschap er wel zelf bij kan doen.50 Dat belemmert de kansen op doorgroei.
Zoektocht naar juiste bedrijfsmodel is vaak langdurig leerproces
De kennisintensieve start-ups hebben nog een handicap. Ze steunen op geavanceerde
kennis en/of technologie die weliswaar potentieel van grote waarde is, maar om die te
verzilveren moet vaak een lang proces van testen en evaluatie worden doorlopen. Het
duurt een tijd voordat een succesvol bedrijfsmodel gevonden is. Bij het doorontwikkelen
van de technologie moet een ondernemer ook voortdurend afstemmen voor welke sector
of gebruik(ers) die technologie het meest bruikbaar is. Bijvoorbeeld: is een nieuwe
coatingtechnologie vooral van waarde in de scheepvaart of voor windturbines? De weg
van uitvinding tot innovatie is lang en het leerproces om tot een succesvol bedrijfsmodel
te komen is voor kennisintensieve start-ups meestal lastiger dan voor andere start-ups.
Hun startpunt (nieuwe kennis) staat immers nog ver van de markt af. Deze tragere
ontwikkeling wordt ook bevestigd in het onderzoek dat de AWTI voor dit advies heeft
laten uitvoeren.51
Dit kenmerk van kennisintensieve start-ups heeft twee gevolgen. Ten eerste onderstreept
het nogmaals hoe belangrijk het is om een gebalanceerde mix van vaardigheden en
ervaring te hebben binnen de start-up, met voldoende aandacht voor de ondernemer-
schapsvaardigheden die helpen om relatief snel de weg van uitvinding naar een succes-
vol bedrijfsmodel te doorlopen. Als het niet meteen lukt om stevige ervaring met
ondernemerschap in het (start)team te krijgen, kan het zeker helpen als zo’n start-up
vanaf het begin goed begeleid en uitgedaagd wordt op het punt van ondernemerschap.
Ten tweede betekent het dat als investeerders en financiers geen rekening houden met
dit verschil in (tempo van) ontwikkeling van kennisintensieve start-ups en andere start-
ups, dit nadelig uitpakt voor de financieringskansen van kennisintensieve start-ups. In
vergelijking met andere start-ups lopen zij immers bij eenzelfde leeftijd achter in hun
prestaties en groei. In een aantal andere landen bestaan fondsen die zich specifiek
richten op kennisintensieve start-ups (soms zelfs enkel in bepaalde sectoren, zoals life
sciences). In Nederland is dat nog veel minder het geval.
50. Zie onder meer: Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020).
51. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), p. 20-24, zie ook § 2.1.
Beter van start                                                                               22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Het is dus van het grootste belang dat investeerders inzien dat ze bij kennisintensieve
start-ups meer geduld moeten hebben. Als investeerders de kennisintensieve start-ups
zo wél op de juiste wijze weten in te schatten, kunnen ze bovendien met hun kennis,
ervaring en netwerk ook weer het team van die start-ups versterken.
2.2 De ambitie om door te groeien vervliegt snel
De potentie van een kennisintensieve start-up is vaak groot omdat nieuwe kennis en/of
technologie de grondslag vormt. De lange, onzekere weg die (hopelijk) leidt tot benutting
van dat potentieel, vraagt om een ambitie op hoog niveau - gedurende een lange tijd.
Alleen dan blijft er in de start-up voldoende drive om het vizier op doorgroei en expansie
te houden en barrières te overwinnen. Toch ziet men in de praktijk bij veel kennisintensie-
ve start-ups de ambitie(s) verwateren.52 Mede als gevolg daarvan blijft hun doorgroei
beperkt. De kennisintensieve start-up overleeft dan weliswaar als een technische
consultant of kleine nichespeler, maar de potentie die er bij de start was, blijft onbenut.
Daarmee worden kansen gemist.
Het is niet gemakkelijk om ambities steeds op een hoog niveau vast te houden. We
stippen hier een aantal punten aan waardoor ambitie kan afvlakken.
Start-ups richten zich vaak in eerste instantie op de Nederlandse markt
Opvallend is dat Nederlandse (kennisintensieve) start-ups zich relatief sterk richten op de
nationale markt. Het percentage ondernemingen dat dit doet, is vergelijkbaar met dat in
landen als Duitsland of Frankrijk, maar daar is de binnenlandse markt veel groter.53 Voor
de doorgroei naar een scale-up zouden starters in Nederland al snel over de lands-
grenzen moeten kijken. Juist in de beginfase maken ondernemingen al veel fundamen-
tele keuzes. Als ze de die keuzes ijken op de Nederlandse markt, dan wordt het later veel
lastiger om alsnog de blik internationaler te richten. Bijvoorbeeld omdat het ontwikkelde
product wel werkt binnen de (technische) normen die in Nederland gelden, maar nog niet
afgestemd is op normering buiten Nederland (of de EU). Dit is een drempel voor schaal-
vergroting. Ondernemers in doorgroeiende start-ups noemen zelf ‘internationalisering’
ook als een zeer grote uitdaging bij de doorgroei van hun kennisintensieve start-up.54
52. Verscheidene van onze gesprekspartners gaven dit aan, zie ook: Fikkers et al. (2015), p. 12.
53. Zie de European Startup Monitor door Kollmann et al. (2016) en het Science, Research and
     Innovation Performance report van de Europese Commissie (2020), waarin ‘Amsterdam-
     StartupDelta’ ondanks een hoge ranking relatief slechts scoort op ‘Market Reach’. Dit is ook iets
     dat we veelvuldig horen in onze interviews.
54. Volgens een analyse van McKinsey & Company voor Techleap (2020a).
Beter van start                                                                                      23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Start-ups vertonen weinig ambitie om de beste mensen aan te trekken
De eerste mensen die een bedrijf aantrekt, zijn degenen die de grootste invloed hebben
op de ontwikkeling ervan. Alleen door vanaf de start de beste mensen (A-people) aan te
trekken, kan een onderneming zich krachtig ontwikkelen. Maar Nederlandse start-ups –
ook kennisintensieve – kiezen toch vaak voor mensen uit de bestaande omgeving. Dit
leidt al snel tot een werkwijze waarin ‘goed genoeg’ het devies is en waarin de mix van
commerciële of zakelijke expertise en technische kennis (zie §2.1) ontbreekt, omdat de
nadruk ligt op de technische oriëntatie van de oprichters en het bijbehorende netwerk.
Startende ondernemers vertonen lang niet altijd de ambitie om ‘de beste’ te zijn op die
terreinen waarop ze zich verder willen ontwikkelen en daarvoor op zoek te gaan naar de
meest geschikte kandidaten, zo nodig in het buitenland. Zo’n zoektocht is misschien niet
de gemakkelijkste weg, maar vergroot wel de kansen op succesvolle doorgroei.
Nederlanders waarderen succesvol ondernemerschap relatief laag…
De Nederlandse cultuur helpt niet om de ambities bij een kennisintensieve start-up hoog
te houden. Hoewel in Nederland erg veel mensen ondernemerschap zien als een goede
carrière-optie, geniet ‘succesvol onder-
                                                                                             100
                                                   % van bevolking dat het hiermee eens is
nemerschap’ bij iets minder mensen                                                            90
waardering. Daarin is Nederland                                                               80
internationaal een buitenbeentje. In                                                          70
                                                                                              60
andere landen is er voor ‘succesvol
                                                                                              50
ondernemerschap’ juist méér waarde-                                                           40
ring dan voor (gewoon) ondernemer-                                                            30
schap als carrière-optie (zie Figuur                                                          20
                                                                                              10
2).55 Het effect van dit culturele
                                                                                               0
fenomeen is dat er weliswaar een
stimulans vanuit de maatschappij is
om een bedrijf te starten, maar dat de
samenleving minder hard ‘pusht’ om
van dat bedrijf een groot succes te                                                           Ondernemerschap gezien als goede
maken. Gevolg hiervan is dat als een                                                          carrièrekeuze
kennisstarter die begint met hoge                                                             Hoge status toegekend aan succesvolle
ambities in de loop der tijd zijn ambitie-                                                    ondernemers
niveau of groeistrategie vermindert, de
maatschappelijke omgeving dat niet             Figuur 2. Waardering voor ondernemerschap
                                               en succesvol ondernemerschap
echt problematisch vindt.
55. Cijfers uit Global Entrepreneurship Monitor (Bosma en Kelley (2019)), vgl.: Fikkers et al. (2015).
Beter van start                                                                                                                       24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>…en ook de lessen uit onsuccesvol ondernemerschap worden laag gewaardeerd
De unieke lessen die ondernemers leren wanneer zij falen met een bedrijf, worden in
Nederland onvoldoende gewaardeerd, zeker in vergelijking met andere landen. Er rust in
Nederland nog steeds een stigma op het ondergaan van een faillissement, in tegenstel-
ling tot landen als het Verenigd Koninkrijk of Zweden.56 Daardoor krijgen ondernemers
die eerder faalden in Nederland moeilijk een tweede kans (zie Figuur 3). Dit is zonde,
want juist bij het falen van de (eerdere) onderneming leerden de ondernemers unieke,
krachtige lessen en die bagage is zeer bruikbaar bij een volgende start-up poging.57
Figuur 3. In Nederland zijn de omstandigheden voor een tweede kans in
ondernemerschap niet optimaal (2011)58 (groen = veel support voor 2e kans)
56. Burchell and Hughes (2007). Zie ook de Eurobarometer No 298 ‘Entrepreneurship’ door The
     Gallup Organization (2010) Nota bene, hoewel deze cijfers enigszins gedateerd zijn, zijn
     fluctuaties in deze culturele eigenschappen vaak beperkt .
57. Zie het onderzoek van Cope (2011) en Fang He et al. (2018).
58. Uit een rapport voor de Europese Commissie, DG Enterprise and Industrie door Calogirou et al.
     (2010) p. 61.
Beter van start                                                                                 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>2.3 Ondersteuning bij de start kan later doorgroei belemmeren
In de beginfase van een start-up worden allerlei keuzes gemaakt die later invloed hebben
op de kansen op doorgroei van de start-up. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aandelen-
structuur van de start-up. Of bij kennisintensieve start-ups ook over afspraken rond het
gebruik van de kennis (afspraken over intellectueel eigendom).
Een deel van de kennisintensieve start-ups komt voort uit een ‘moederinstelling’ zoals
een kennisinstelling of een R&D-afdeling van een bedrijf. Deze start-ups hebben bijna
altijd bepaalde banden met die moederinstelling. Ze maken bijvoorbeeld afspraken over
het gebruik van kennis of er zijn financiële banden, bijvoorbeeld in de vorm van een
lening of aandeelhouderschap. Ook op andere manieren ontvangen de kennisintensieve
start-ups in de beginfase steun vanuit het ‘start-up ecosysteem’ waarbinnen ze ontstaan.
Uit de literatuur is bekend dat een goede vorm van ondersteuning vanuit de moeder-
instelling de start-ups goed op weg kan helpen. Maar een punt van aandacht is wel dat
de start-up en de moederinstelling tegengestelde belangen (kunnen) hebben, bijvoor-
beeld wat betreft afspraken over het gebruik van de kennis. De AWTI heeft onder start-
ups en andere betrokkenen onderzocht hoe die ondersteuning in de beginfase per saldo
uitpakt in de Nederlandse situatie en daarbij vooral gekeken naar de kennisintensieve
start-ups die voortkomen uit kennisinstellingen.59 Ook start-ups die uit grotere bedrijven
voortkomen, moeten afspraken maken met het moederbedrijf, maar uit de gesprekken die
we hebben gevoerd komt het beeld naar boven dat dat minder problematisch is, mogelijk
omdat zowel de moeder als de dochter, de start-up, allebei bedrijven zijn.
Start-ups ervaren zeker hulp…
Bij de kennisinstellingen hebben de meeste universiteiten Knowledge Transfer Offices
(KTO’s) of Technology Transfer Offices (TTO’s) om de valorisatie van hun kennis te
bevorderen. Bij hogescholen komen zulke offices nog veel minder vaak voor. De
instellingen voor toepassingsgericht onderzoek hebben ieder hun eigen structuur om
valorisatie te bevorderen.
Vanuit hun opdracht begeleiden de KTO’s en TTO’s de totstandkoming van start-ups. Uit
ons onderzoek – in de Nederlandse context – blijkt een sterke variatie in de waardering
van de rol van deze KTO’s/TTO’s.60 Er waren positieve reacties over de steun die KTO’s/
TTO’s tegenwoordig geven aan start-ups, inclusief de steun bij hun zoektocht naar
financiering in de vroege fase. Ook gaven de start-ups aan dat ze profiteerden van het
59. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), zie ook Bijlage 2 voor een samenvatting. Hierbij
     gaat het in meerderheid om KTO’s/TTO’s van universiteiten, maar ook om minstens één
     organisatie voor toepassingsgericht onderzoek, zie ook Bijlage 4 voor ECE’s geïnterviewden.
60. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), p. 27-28.
Beter van start                                                                                  26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>netwerk van de kennisinstelling, vooral omdat dit helpt om talent aan te trekken en soms
om verbindingen te leggen met relevante bedrijven.
…maar kennisinstelling hindert soms ook de doorgroei
Sommige respondenten in het onderzoek dat we hebben laten verrichten door het
Erasmus Centre for Entrepreneurship waren daarentegen vrij negatief over de relatie
tussen kennisintensieve start-ups en de KTO’s/TTO’s. Ze hebben ervaren dat het vaak
moeilijk blijkt om onafhankelijk te worden van de moederinstelling in een latere fase. Ook
vinden sommige respondenten dat KTO’s/TTO’s vooral bezig zijn met de belangen van
de kennisinstelling (in casu universiteit) en minder met die van de start-ups.61
Kennisinstellingen, zoals universiteiten of organisaties voor toepassingsgericht
onderzoek, zijn zowel via afspraken over intellectueel eigendom als via aandeel-
houderschap actief betrokken bij de start-ups die uit hun kennis voortkomen. Afspraken
over intellectueel eigendom komen voort uit het feit dat de kennis in eerste instantie
ontwikkeld is door de kennisinstelling. Door afspraken over het gebruik van die kennis te
maken en eventueel door een belang als aandeelhouder te nemen, kan de kennis-
instelling het nuttig gebruik van die kennis volgen dan wel daar invloed op hebben. Een
bijkomend effect is dat – als er uiteindelijk veel geld verdiend wordt met kennis die bij de
kennisinstelling is ontwikkeld – een deel van de baten zo terugvloeit naar de kennis-
instelling.
De KTO’s/TTO’s hebben de taak om financiële banden en afspraken rondom intellectueel
eigendom te regelen, maar onze respondenten zijn daarover kritisch. Uiteindelijk zijn de
belangen van de kennisinstelling enerzijds en die van de start-up anderzijds verschillend.
Dat leidt in de praktijk soms tot conflicten, met nadelige gevolgen voor de (door)groei van
de start-up. Ook in het onderzoek dat ECE uitvoerde voor de AWTI kwamen duidelijk
zulke kritische geluiden naar voren over de rol van KTO’s/TTO’s in relatie tot de doorgroei
van kennisintensieve start-ups. Ook Techleap constateert dit: “current IP practices are the
number one reason limiting growth and market investment for a significant number of
spin-offs.”62 Daarbij tekenen we wel aan dat de KTO’s en TTO’s in Nederland in
ontwikkeling zijn en een deel van de ervaringen opgetekend in het ECE-onderzoek
enkele jaren terug gaat. In andere gesprekken die we gevoerd hebben voor dit advies is
gewezen op (buitenlandse) voorbeelden van omvangrijke en professionele TTO’s die de
reputatie hebben dat ze op een nuttige wijze bijdragen aan de doorgroei-kansen van de
start-up.
61. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), p. 28. Eerder concludeerde Technopolis hetzelfde
     in zijn onderzoek voor het ministerie van OCW (Fikkers et al. (2015), p. 14).
62. Techleap (2020a), p. 23.
Beter van start                                                                                27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Aandeelhouderschap en financiering: kennisinstelling als blok aan het been
Soms mondt de steun van een kennisinstelling aan de totstandkoming van een start-up
erin uit dat de kennisinstelling medefinancier of aandeelhouder van de start-up wordt.63
Op het eerste gezicht helpt dat de start-up en biedt het de kennisinstelling de mogelijk-
heid om mee te profiteren indien de start-up een succes wordt. Toch blijken hier in de
praktijk ook nadelen aan te zitten. De belangen van de start-up en de moederinstelling
lopen niet parallel. Dit is een bron voor fricties. En bovendien zien nieuwe financiers of
investeerders een kennisinstelling – zoals een universiteit – al snel als een logge en
passieve aandeelhouder. Dat schrikt hen dus af om te investeren. Zo kan een kennis-
instelling ook een blok aan het been van de start-up zijn. Dit is anders indien de (TTO van
de) kennisinstelling een zeer sterke reputatie heeft met betrekking tot het neerzetten van
een start-up en het faciliteren van de doorgroei, zonder daarbij vervolginvesteerders in de
weg te zitten. Zo’n reputatie moet wel opgebouwd worden.
Tot slot blijkt een start-up bij het vinden van de financiering die nodig is voor de volgende
fase (de doorgroei dus) niet echt voordeel te hebben van het universitaire netwerk. 64
Belangen van start-ups en kennisinstelling lopen rond intellectueel eigendom niet
parallel
Heel vaak ligt een (uit)vinding of andere vorm van nieuwe kennis aan de basis van een
kennisintensieve start-up. Die uitvinding of kennis kan worden beschermd met behulp
van intellectuele eigendomsrechten. Als die (uit)vinding of kennis ontwikkeld is door een
kennisinstelling, dan biedt deze de start-up de mogelijkheid om de vinding of kennis toe
te passen en uit te baten. Dat kan bijvoorbeeld door de start-up een licentie te geven om
de vinding te gebruiken. Ook kan de start-up de intellectuele eigendomsrechten zelf
overnemen of meekrijgen.
De mogelijkheid om de beschermde nieuwe vinding of kennis te gebruiken, is een
belangrijke pijler onder de waarde en de doorgroeipotentie van de start-up. Als de
afspraken over de intellectuele eigendom vooral de belangen van de kennisinstelling
dienen, kan dit in de praktijk een stevige belemmering zijn voor de ontwikkeling van de
onderneming. Deze spanning doet zich in de praktijk regelmatig voor. 65 Dit pleit voor
duidelijkere (standaard)afspraken voor intellectuele eigendom, met daarin een goede
balans tussen enerzijds gezonde doorgroeimogelijkheden voor de start-up en anderzijds
63. In 2018 publiceerden de VSNU, NFU, KNAW, NKI en NWO een ‘Richtsnoer omgang met aan-
     delenbelangen van kennisinstellingen en medewerkers in academische start-ups’. Het is meer
     een schets van de context en de mogelijkheden dan een duidelijke beleidsregel: het richtsnoer
     omschrijft het zelf als het aangeven van “de buitenlijnen van [het] beleid”. Zie Schoots et al
     (2018, p. 3).
64. Erasmus Centre for Entrepeneurship (2020), p. 29-30.
65. Verschillende van onze gesprekspartners hebben hier voorbeelden van gegeven.
Beter van start                                                                                     28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>de kans voor de kennisinstelling om mee te profiteren als de exploitatie van de vinding of
kennis een succes wordt.
Enkele jaren geleden is door de (academische) kennisinstellingen weliswaar een ‘richt-
snoer’ opgesteld over de omgang met intellectuele eigendomsrechten richting start-ups.66
Maar uit de lijst van opstellers ontstaat het beeld dat dit document vooral door de kennis-
instellingen zelf is opgesteld en niet het resultaat is van een ‘onderhandeling’ tussen
kennisinstellingen enerzijds en (belangenbehartigers van) start-ups anderzijds. Verder
geeft het richtsnoer wel een opsomming van mogelijkheden en relevante overwegingen,
maar het biedt niet een duidelijk ‘standaardmodel’. Elk geval zal toch apart bekeken
moeten worden. Zeker als aan de kant van de start-up het inzicht in de regeling van
intellectuele eigendom beperkt is, zet dat de start-up op een achterstand. Het richtsnoer
heeft kennelijk nog niet geleid tot een meer uniforme IE-regeling die doorgroei bevordert.
Het genoemde richtsnoer gaat over medewerkers van kennisinstellingen die met intellec-
tueel eigendom aan de slag willen via een start-up. Als studenten een eigen uitvinding
doen, ligt de situatie anders: zonder verdere afspraken liggen de intellectuele eigendoms-
rechten bij henzelf. Kennisinstellingen gaan hier verschillend mee om. Sommige kennis-
instellingen laten studenten vooraf (eventuele) intellectuele eigendomsrechten over-
dragen aan de universiteit.67 Over deze praktijk zijn kritische vragen gesteld, ook vanuit
de Tweede Kamer; gevreesd wordt dat het ondernemende studenten kan afremmen.68
Ook (start)ondersteuning vanuit de regio kan knellen
In de afgelopen jaren is ook vanuit de regio steeds meer aandacht gekomen voor het
stimuleren van nieuwe bedrijvigheid en de regionale economie. Met name provincies,
stadsregio’s en regionale ontwikkelingsmaatschappijen spelen hierin een prominente rol.
Ook kennisintensieve start-ups plukken hiervan de vruchten.
Maar voor de doorgroei van de start-ups pakt deze steun niet altijd positief uit. Als
regionale partijen investeren, stellen ze vaak eisen aan de vestigingsplaats, opdat de
baten zo veel mogelijk terechtkomen in de regio. Scale-ups overstijgen de regio echter
snel, juist omdat ze zich bij doorgroei steeds meer (inter)nationaal zullen (moeten)
oriënteren. Niet alleen is hun afzetmarkt dan inmiddels veel groter, ook de arbeidsmarkt
die ze benutten overstijgt de regio, net als de financieringsmarkt. Dit wringt.69
66. Namens de VSNU, NFU, KNAW en NWO door De Nooijer et al. (2016).
67. Zie de NOS-reportage ‘Ruzie met de universiteit over een briljant idee’ van De Blok en Duijst
     (2020).
68. Aanhangsel Handelingen II 2019-2020, nr. 1580 (Vragen van lid Wiersma (VVD) en antwoorden
     van minister Van Engelshoven van OCW), Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020a).
69. Zie ook: Fikkers et al. (2015), p. 15.
Beter van start                                                                                   29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>2.4 Financiering voor doorgroei schiet tekort
Als de kennisintensieve start-up de doorgroeibelemmeringen die samenhangen met de
eerste fasen (zie vorige paragrafen) getrotseerd heeft, dient zich een volgend obstakel
aan: het blijkt voor Nederlandse kennisintensieve start-ups zeer lastig om aan de
financiering te komen die ze nodig hebben voor hun groeistap(pen) naar een scale-up.
Kennisintensieve bedrijven hebben moeite om financiering te vinden
Het CBS (2019) constateert dat juist ‘start-ups en innovatieve bedrijven minder vaak én
minder geld [krijgen]’.70 Vooral kleine bedrijven en start-ups haken af na het verkennen
van financieringsmogelijkheden, vaak omdat de kans op financiering laag wordt
ingeschat door de ondernemers. Innovatieve bedrijven zoeken naar grotere bedragen
aan financiering dan niet-innovatieve bedrijven van vergelijkbare grootte. Ze moeten
bijvoorbeeld investeren in dure laboratoriumruimte, proeffabrieken of kostbare machines.
Ze hebben dus méér geld nodig, terwijl juist bij deze bedrijven de onzekerheid over de
marktkansen groter is.71 Dat maakt het voor kennisintensieve bedrijven dus lastiger om
aan financiering te komen.
Grote ‘pakketten’ aan financiering voor doorgroei zijn in EU en Nederland schaars
Voor hightech start-ups is durfkapitaal een van de meest voorkomende financierings-
vormen (CBS 2019). In de EU is echter relatief veel minder durfkapitaal beschikbaar dan
in de VS, waar 8 keer zo veel durfkapitaal wordt opgehaald voor innovatie als in de EU.
Bovendien zit in de VS een veel groter deel van deze financiering in grote fondsen. Als
het gaat om kleinere fondsen is er weinig verschil tussen de VS en de EU, maar bij
fondsen groter dan 50 miljoen beginnen de verschillen op te lopen. In 2018 waren er 8
fondsen in de EU met meer dan 250 miljoen euro, terwijl er in de VS 70 van zulke
fondsen waren.72 Het lage aantal grote fondsen belemmert vooral financiering in latere
fases van start-ups en belemmert dus de doorgroei tot scale-up. Bovendien zijn Neder-
landse start-ups relatief sterk afhankelijk van lokale investeerders en weten zij minder
dan bedrijven in Londen, Stockholm of Tel-Aviv investeerders uit Azië en Noord-Amerika
aan te trekken.73
Dit algemene beeld van de EU doet zich ook voor in Nederland. In de afgelopen jaren is
weliswaar het beschikbare ‘zaaikapitaal’ dat bedoeld is voor de vroegste fases van start-
ups gegroeid, uitgedrukt in een percentage van het bbp, maar het beschikbare kapitaal
70.  CBS (2019) p. 54.
71.  CBS (2019) p. 36.
72.  Europese Commissie (2020) Hoofdstuk 8.
73.  Zie Dealroom.co (2020), p. 10.
Beter van start                                                                          30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>dat bedoeld is voor de doorgroei naar een scale-up juist afgenomen.74 Ook uit onze
gesprekken met stakeholders blijkt de zorg dat in Nederland niet voldoende ‘pakketten’
beschikbaar zijn voor de financiering van de doorgroeistap(pen) naar een scale-up.75
Tevens sluit de financiering in de ene fase vaak niet goed aan bij de volgende fase. 76
Investeerders te weinig toegesneden op kennisintensieve start-ups en scale-ups
Bovendien constateert een deel van onze respondenten dat veel potentiële financiers of
investeerders te weinig zijn toegesneden op de specifieke dynamiek van start-ups en
scale-ups. En mochten ze wel ervaring hebben met scale-ups in het algemeen, dan
ontbreekt het ze vaak aan de specifieke kennis van en ervaring met kennisintensieve
bedrijven en de sectoren of technologieën waar deze in actief zijn. Dergelijke kennis en
ervaring heeft duidelijk meerwaarde omdat het niet alleen kan helpen om de kansen van
de onderneming beter in te schatten, maar ook omdat daarmee een investeerder de
onderneming verder kan helpen. Dit zou kunnen door deze kennis er ervaring te koppe-
len aan relevante afnemers of andere strategische partijen die de start-up/scale-up kan
benutten bij de verdere ontwikkeling van zijn bedrijf en bedrijfsmodel. Succesvolle
voorbeelden van sectorale fondsen in andere landen illustreren dit. 77
2.5 Kennisintensieve start-ups onvoldoende geholpen met
bestaand beleid
Een analyse van het beleid laat zien dat er nog verbeteringen mogelijk zijn om te zorgen
dat kennisintensieve start-ups vaker doorgroeien tot scale-ups en zo beter hun potentieel
kunnen verwezenlijken. Nu dreigen doorgroeiende kennisintensieve start-ups namelijk
een beetje tussen wal en schip van het beleid te vallen.
Er is een breed palet aan regelingen en instrumenten voor kennisontwikkeling en onder-
nemerschap. Dat heeft eraan bijgedragen dat het ecosysteem voor het ontstaan en de
eerste ontwikkeling van start-ups beter is geworden; Nederland scoort daarin internatio-
naal steeds beter.78 Toch betekent dit niet automatisch dat de omstandigheden voor de
doorgroei van kennisintensieve start-ups goed zijn. Het lijkt er immers op dat juist de
doorgroeiende kennisintensieve bedrijvigheid beperkt geholpen is door het beleid.
74.  Europese Commissie (2020) Figuur 8-18.
75.  Ondanks de beleidsinstrumenten die dit moeten verbeteren, zoals InvestNL, zie §2.5.
76.  Techleap (2020a), p. 37.
77.  Bijvoorbeeld de Yissum Venture Funds in Israël, zie ook het tekstkader in § 3.3.
78.  In de Global Startup Ecosystem Report 2020 van Startup Genome staat Amsterdam op plek 12
     van wereldwijde start-up ecosystemen en in Europa op 3 (achter Londen en Stockholm). Zie
     Gauthier et al. (2020).
Beter van start                                                                               31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>In het beleid rond kennisinstellingen zien we dat deze een taak hebben om kennis te
valoriseren, waarbij de route via ondernemerschap inmiddels onbetwist is. Maar de
precieze rol en strategie van kennisinstellingen ten aanzien van die start-ups is niet
helder. Ieder heeft zijn eigen aanpak. Wat zijn de doelstellingen bij valorisatie en het
ondersteunen van start-ups die voortkomen uit de eigen instelling? Wat is de positie en
het doel van de KTO of TTO? Die verschillen komen mede doordat regering en parlement
zich niet duidelijk hebben uitgesproken over wat ze precies van de kennisinstellingen
verwachten op het punt van het stimuleren van kennisintensieve start-ups. In de praktijk
gaan de instellingen allemaal zeer verschillend om met intellectuele eigendom, aandeel-
houderschap, financiële ondersteuning of coaching van start-ups. Dit leidt weliswaar tot
de totstandkoming van allerlei kennisintensieve start-ups, maar de vele verschillen leiden
ook tot hogere transactiekosten: per geval moeten er afspraken gemaakt worden, er zijn
niet echt standaarden waarop men kan terugvallen. Ook leidt de onduidelijkheid over de
te verwachten rol van partijen tot discussies die verlammend werken. Al met al belemmert
dat de latere (door)groei van de betrokken kennisintensieve start-ups.
In het beleid gericht op ondernemerschap is er in de afgelopen jaren veel aandacht
geweest om (beginnend) ondernemerschap te bevorderen. Dit heeft geleid tot een
indrukwekkende toename van beginnend ondernemerschap, maar een heel groot deel
daarvan kan toegeschreven worden aan de opkomst van zzp-ers en ondernemerschap
zonder al te grote groei-ambities. Toch is ook specifiek rond kennisinstellingen meer
aandacht gekomen voor (het stimuleren van) beginnend ondernemerschap. Mede door
het Valorisatieprogramma79 zijn regionale ‘ecosystemen’ uitgebouwd die kennisintensief
ondernemerschap ondersteunen. Niet alleen hebben de KTO’s/TTO’s van de instellingen
zich verder ontwikkeld, maar er zijn ook incubators gekomen die startende (kennis-
intensieve) bedrijven helpen. Daarnaast is via verschillende regelingen geprobeerd om
meer kapitaal voor de opstartfase van zulke ondernemingen beschikbaar te maken. 80
Mede als gevolg hiervan neemt het aantal kennisintensieve start-ups toe. Maar pas
recent is er in het beleid aandacht gekomen voor het vervolg: de doorgroei. Daarbij valt
op dat kennisintensieve start-ups vaak in het nadeel zijn bij algemene regelingen: hierbij
concurreren ze vaak immers met andere – niet kennisintensieve – bedrijven en vormen
hun specifieke uitdagingen een nadeel (zoals complexere bedrijfsmodellen, langere
ontwikkeltijd en ingewikkeldere financiering). Sterker nog, vanwege het hogere risico en
complexiteit delven ze gemakkelijk het onderspit in de concurrentie om middelen,
beleidsaandacht en het vormen van een markt. Hoe kennisintensiever een bedrijf is, hoe
79. Regeling van de Minister van Economische Zaken (2010) d.d. 11 mei 2010, nr. WJZ/10069658,
     tot wijziging van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen ter
     invoering van het Valorisatieprogramma, Staatscourant 2010, nr. 7633.
80. Voorbeelden zijn: de Vroegefasefinanciering, Seed Capital regeling of het Take-off-programma.
Beter van start                                                                                 32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>meer kennis het ook van investeerders en beleidsmakers vraagt om deze bedrijven te
ondersteunen.
Hoopgevend is wel dat er recent aandacht gekomen is voor financiering van de doorgroei
van start-ups naar scale-ups, o.a. doordat de opvolger van StartupDelta, Techleap.nl,
zich sterk op die doorgroeistap(pen) richt.81 Ook het net opgezette staatsinvesterings-
fonds Invest-NL heeft tot taak om te investeren in kansrijke groeibedrijven op focus-
gebieden zoals de energietransitie. We moeten afwachten hoe dit in de praktijk uitwerkt.
De toenemende aandacht voor scale-ups in het beleid is op zich een goede ontwikkeling.
Maar beleidsinstrumenten die zich richten op de doorgroeifase vormen geen oplossing
voor de verschillende hindernissen voor doorgroei die ontstaan in de eerste fasen van de
start-up. Het gaat dan om knelpunten zoals het ontbreken van voldoende ondernemer-
schapservaring in de start-up, het probleem van afzwakkende ambitie (in de start-up-
fase), of knellende afspraken met de kennisinstelling, met verlies van doorgroeipotentieel
als gevolg. Daarnaast maakt juist de komst van meer doorgroeifinanciering het des te
belangrijker om vol in te zetten op het in stand houden van de ‘aanvoer’ van nieuwe,
ambitieuze kennisintensieve start-ups met voldoende commerciële competenties, binnen
een omgeving die ze effectief ondersteunt en blijft uitdagen.
81. Techleap (2020a).
Beter van start                                                                          33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Beter van start 34</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                    3
3 Aanbevelingen voor betere doorgroei tot
  kennisintensieve scale-ups
  De AWTI pleit er dus voor om – bij kennisintensieve start-ups – al vanaf de start de
  blik meer op doorgroei te richten. Een goede start is immers een noodzakelijke
  voorwaarde voor doorgroei. Zorg dat ondernemerschapsvaardigheden en -ervaring
  binnen de start-up voldoende aanwezig zijn. Maak afspraken over de aandelen-
  structuur en het gebruik van kennis die doorgroei makkelijker maken. Creëer een
  omgeving die ambities van start-ups voedt. Hierdoor zullen meer kennisintensieve
  start-ups succesvol doorgroeien. Om deze bedrijven de sprong naar een scale-up
  te laten maken moet de financieringsmarkt voor doorgroeiende kennisintensieve
  start-ups wel beter worden: zorg dat er meer ‘slim kapitaal’ beschikbaar komt.
  In dit hoofdstuk doen we aanbevelingen hoe de kennisintensieve start-ups ‘beter van
  start’ kunnen gaan en hoe de financiering voor scale-ups verbeterd kan worden. We
  presenteren oplossingen voor de belemmeringen voor doorgroei die we in het vorige
  hoofdstuk beschreven.
  De AWTI adviseert aan parlement en regering om duidelijkheid te scheppen over wat er
  van kennisinstellingen wordt verwacht: welke rol hebben ze in valorisatie van kennis en
  begeleiding van start-ups? Welke doelen streven ze na? Een start-up heeft de grootste
  impact als die succesvol weet door te groeien. Afspraken met de kennisintensieve start-
  up en de ondersteuning van zulke beginnende bedrijven moeten dan ook het belang van
  (doorgroei van) de start-up vooropstellen. Daarbij hoort ook een omgeving die start-ups
  uitdaagt om ambitieus te blijven.
  Op deze manier worden de kansen vergroot dat kennisintensieve start-ups doorgroeien.
  Toch moeten de (rijks)overheid en andere betrokken partijen nog meer doen om te
  zorgen dat zulke start-ups hun volledige potentieel realiseren. De rijksoverheid heeft een
  belangrijke rol om te zorgen dat de (inter)nationale ‘omgeving’ waarbinnen kennis-
  intensieve scale-ups hun groei doormaken, goed aansluit op de regionale ecosystemen
  waarin ze als start-ups zijn ontstaan. Bovendien zien we een rol voor de overheid als
  aanjager dat er meer passende financiering beschikbaar komt voor doorgroei van kennis-
  intensieve start-ups. De ‘markt’ pakt dat tot nu toe – in Nederland – onvoldoende op.
  Figuur 4 geeft een schematisch overzicht van de aanbevelingen en laat zien hoe
  daarmee de verschillende belemmeringen voor doorgroei worden doorbroken. De rest
  van dit hoofdstuk werkt deze aanbevelingen verder uit. De eerste twee aanbevelingen
  zijn algemener van aard; de aanbevelingen drie, vier en vijf richten zich concreet op een
  betere start, terwijl aanbeveling 6 gaat over de financiering.
  Beter van start                                                                           35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                                 Scale-up
   Versterk mix van                 Help kennis-              Zorg voor                   Verbeter de
    vaardigheden in                  intensieve             afspraken met                financierings-
        teams van                     start-ups           kennisinstelling die         markt voor door-
   kennisintensieve                  de ambitie           perspectief bieden           groei van kennis-
         start-ups                hoog te houden             op doorgroei            intensieve start-ups
 Trage ontwikkeling                Gefnuikte           Hulp bij start kan later Financiering
 van bedrijfsmodel                    ambitie          belemmeringen geven schiet tekort
     Zorg voor duidelijkheid over rol                                       Kijk voorbij de regio
      kennisinstellingen: maximale                                          voor doorgroei naar
         maatschappelijke impact,                                             kennisintensieve
       door profileren en faciliteren            Start-up                         scale-ups
Figuur 4. Overzicht van de aanbevelingen
Beter van start                                                                                           36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>    1       Aanbeveling
            Zorg voor duidelijkheid over rol kennisinstellingen:
            maximale maatschappelijke impact, door profileren en faciliteren
Figuur 5. Aanbeveling 1
3.1 Aanbeveling 1: zorg voor duidelijkheid over de rol van
kennisinstellingen
Maak als parlement en regering duidelijk wat er verwacht wordt van kennisinstellingen
ten aanzien van (valorisatie via) start-ups. Deze opdracht aan kennisinstellingen zou –
volgens de AWTI – moeten zijn:
►       Streef naar maximale maatschappelijke impact van kennis op de lange termijn.
►       Richt de ondersteuning van een start-up dan ook op maximale kans op doorgroei.
►       Maak afspraken met de start-up die doorgroei bevorderen (zie ook aanbeveling 5)
►       Kies een beperkt aantal thema’s waarop de instelling zich profileert ook via start-ups.
►       Weeg goed af of een start-up de juiste route is om bepaalde kennis te valoriseren.
Nieuwe kennis nuttig toepassen via een start-up is een risicovolle route. Maar het
potentieel is groot. Om de kans op succes zo groot mogelijk te maken is het van belang
dat de rollen van de betrokken partijen helder zijn. Dat geldt in de eerste plaats voor de
rol van de kennisinstellingen. Als ontwikkelaars van de kennis drukken zij in de praktijk
een groot stempel op de startfase, die cruciaal is voor (de kans) op doorgroei.
Beter van start                                                                              37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Het parlement en de regering hebben tot taak om voor kennisinstellingen te verduide-
lijken wat er van ze verwacht wordt; dit geldt zowel voor hogescholen, universiteiten en
gerelateerde onderzoeksinstellingen als voor organisaties voor toepassingsgericht
onderzoek.82 Met betrekking tot kennisbenutting, inclusief start-ups, zou die verwachting
moeten zijn: dat kennisinstellingen streven om de impact van ‘hun’ kennis maximaal te
laten zijn voor de maatschappij op langere termijn. Toegespitst op start-ups betekent dit
dat de kennisinstelling bij de ondersteuning van start-ups steeds het vizier gericht houdt
op een succesvolle doorgroei van de start-up en niet bijvoorbeeld het financiële gewin op
korte termijn vooropstelt. Regering en parlement schetsen vervolgens de (brede) kaders
over wat er onder maatschappelijke impact kan worden verstaan. Zulke duidelijk
geformuleerde verwachtingen zijn een basis voor de ontwikkeling van een succesvol
start-up ‘ecosysteem’ rondom een kennisinstelling.
Binnen die kaders maakt elke kennisinstelling, zoals een universiteit of hogeschool,
duidelijk hoe zij die maatschappelijke impact concretiseert en welke ambities zij heeft met
betrekking tot het bevorderen van start-ups.83 Dit laatste kan een thema zijn waarop de
kennisinstelling zich speciaal wil profileren. Mocht de eerder door de AWTI voorgestelde
profielbekostiging voor universiteiten en hogescholen ingevoerd worden,84 dan komen
daardoor voor die instellingen die zich daarop willen profileren (extra) middelen vrij voor
de ondersteuning van start-ups.
Een kennisinstelling moet geduld hebben en strategisch naar de lange termijn durven
kijken (zie het voorbeeld van Leuven in het kader). Het kost tijd om een goed functio-
nerend ‘valorisatie-ecosysteem’ op te bouwen. Er is een strategie voor nodig met heldere
doelstellingen, steun bij het bestuur van de instelling èn bij de onderzoekers, steunend op
bijbehorende structurele middelen die niet afhankelijk zijn van rendementen op korte
termijn. Van daaruit kan gebouwd worden aan een professionele organisatie met een
voldoende stevige omvang die veelbelovende kennisintensieve start-ups succesvol kan
ondersteunen op een manier die de doorgroei bevordert. Met een goed track record
bouwt men dan reputatie op. Daarnaast doet de kennisinstelling er goed aan om
nauwkeurig af te wegen wanneer valorisatie via een start-up (met als perspectief de
doorgroei naar een scale-up) de beste optie is. Kwaliteit gaat immers boven kwantiteit,
zeker als het doel is om uiteindelijk kennisintensieve scale-ups te realiseren.
82. Vergelijk AWTI (2019), § 3.1, p. 33-35 en AWTI (2017), p. 53.
83. Zie AWTI (2019) voor universiteiten en hogescholen en ook aanbeveling 2 uit AWTI (2017) voor
     organisaties voor toepassingsgericht onderzoek.
84. AWTI (2019), § 4.3, p. 52-54.
Beter van start                                                                                38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Good practice Leuven Research & Development (LRD)
   ►       Aan de KU Leuven heeft het LRD de rol van de Nederlandse TTO’s. Het LRD is
           goed zichtbaar binnen de universiteit. Onderzoekers weten het te vinden voor
           hulp en vragen over mogelijke commercialisering van een nieuw idee.
   ►       Het LRD heeft in de loop der jaren grote expertise opgebouwd en kent een
           onafhankelijke positie.
   ►       LRD richt zich op de lange termijn en verwacht niet direct financieel resultaat uit
           start-ups. Toch is LRD inmiddels financieel zelfdragend, maar daarbij komen de
           meeste inkomsten van octrooien uit de jaren ’90.
   ►       LRD focust op een beperkt aantal start-ups die vervolgens zeer goed begeleid
           worden.
Een duidelijke focus op een beperkt aantal thema’s helpt de kennisinstelling om op lange
termijn meer impact te hebben. Als een instelling zich profileert, versterkt deze daarmee
namelijk het ‘ecosysteem’ rond die profiel-thema’s en vergroot daarmee de kans op een
succesvolle doorgroei van de start-ups. Zeker kleinere kennisinstellingen hebben daar
baat bij, zoals het voorbeeld van de University of Waterloo illustreert (zie het kader). Het
succes wordt nog groter als kennisinstellingen onderling hun thema’s goed afstemmen en
aanvullend samenwerken. Hiervan geven de universiteiten van Toronto en Waterloo een
goed voorbeeld (zie het tekstkader).
   Good practice Waterloo-Toronto corridor
   Profilering vanuit de kennisinstellingen
   ►       De Universiteit van Waterloo is een kleine universiteit maar heeft zich goed
           weten te profileren door zich te richten op enkele specifieke thema’s.
           Voorbeelden zijn kunstmatige intelligentie en nanotechnologie.
   ►       Daarnaast werkt de Universiteit van Waterloo samen met die van Toronto om de
           regio te profileren als goed ecosysteem voor start-ups: rond start-ups vullen
           beide universiteiten elkaar aan en presenteren ze zich gezamenlijk naar buiten.
   Ondersteuning vanuit de overheid
   ►       Door het Canadese immigratiebeleid is er een grote beschikbaarheid van
           buitenlands talent in de regio. Veel buitenlandse studenten blijven na hun
           opleiding aan een universiteit werken in Canada.
   ►       De stad Toronto en de provincie investeren daarnaast veel in de beschikbaar-
           heid van kantoorruimte op gunstige locaties, om zo een goed ecosysteem voor
           innovatie te creëren.
Beter van start                                                                                39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>    2       Aanbeveling
            Kijk voorbij de regio voor doorgroei naar kennisintensieve scale-ups
Figuur 6. Aanbeveling 2
3.2 Aanbeveling 2: kijk voorbij de regio voor doorgroei naar
kennisintensieve scale-ups
De door de AWTI bepleite omgeving ter bevordering van de doorgroei van start-ups naar
scale-ups gaat voorbij aan de regio en moet een (inter)nationaal bereik hebben.
►       Besteed vanuit regering en parlement aandacht aan de ontwikkeling van een
        (inter)nationale scale-up-omgeving met optimale voorwaarden voor doorgroei.
►       Zorg daarbij voor een goede aansluiting op de veelal regionale ecosystemen waarin
        de start-ups ontstaan.
►       Erken de variatie en de kracht van specifieke regio’s, maar voorkom onnodige
        concurrentie binnen Nederland.
Een excellente omgeving voor scale-ups is de kroon op een netwerk van sterke, geprofi-
leerde regio’s. Kennisintensieve start-ups hebben baat bij sterke wortels in een regio die
zich profileert op voor hen relevante thema’s. Regionale partijen zoals kennisinstellin-
gen, regionale overheden en het bedrijfsleven bouwen – met anderen – aan zulke
regionale ecosystemen. Die vormen een goede basis voor het ontstaan van de start-ups.
Het is zaak deze basis uit te bouwen. Een regionaal ecosysteem kan zich het beste
Beter van start                                                                            40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>richten op een beperkt aantal thema’s. Daardoor wordt het ecosysteem zichtbaarder en
sterker op die thema’s en dat helpt om talent, relevante bedrijven en investeerders aan te
trekken (zie het voorbeeld van Toronto en Waterloo in de vorige paragraaf).
Wanneer kennisintensieve bedrijven de start-up-fase ontgroeien, hebben ze echter meer
dan andere bedrijven toegang nodig tot het best mogelijke talent en tot risicokapitaal dat
goed past bij de specifieke kenmerken en behoeften van kennisintensieve start-ups. Een
blik voorbij de regio is vereist. De doorgroei vindt plaats in een (inter)nationale omgeving.
Nationale instrumenten om scale-ups te bevorderen sluiten dus idealiter naadloos aan op
de regionale profilering in de start-up-fase. Hiervoor is actie nodig van de regering en het
parlement, en van regionale partijen.
Besteed vanuit regering en parlement aandacht aan de verdere ontwikkeling van de
omgeving ter ondersteuning van start-ups. Het nationale niveau is de logische spring-
plank voor bedrijven die de wereldmarkt op gaan. De AWTI vindt dat de rijksoverheid ze
maximaal moet faciliteren via landelijke, stimulerende regelgeving en voorwaarden.
Alleen dan lukt het kennisintensieve bedrijven om talent en financiering binnen te halen
uit binnen- en buitenland. Daarbij is het belangrijk om het landelijke beleid voor start-ups
en scale-ups goed af te stemmen op het regionale beleid. Vergelijk ook de ambitie van
Techleap ‘to act as one single hub’ (rond de doorgroei van start-ups naar scale-ups).85
De overheid moet de variatie en de kracht van specifieke regio’s erkennen en onnodige
concurrentie binnen Nederland (helpen) voorkomen. Ook is het van belang om
belemmeringen weg te halen voor scale-ups die zich willen verplaatsen naar een andere
regio, bijvoorbeeld omdat die de doorgroei op dat moment het beste kan faciliteren. Laat
(regionale) financiers daarom géén locatie-vereisten (meer) verbinden aan financiering
voor kennisintensieve start-ups. Een nationale scale-up-omgeving vereist tot slot één
gezicht naar buiten toe, zodat ons land zich hiermee internationaal goed kan profileren.
85. Techleap (2020a), p, 13.
Beter van start                                                                             41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>    3       Aanbeveling
            Versterk mix van vaardigheden in teams van kennisintensieve start-ups
Figuur 7. Aanbeveling 3
3.3 Aanbeveling 3: versterk de mix van vaardigheden in de
teams van kennisintensieve start-ups
Zorg voor een goede balans tussen ‘kennis’ en ‘ondernemerschap’ bij kennisintensieve
start-ups. Dat is cruciaal voor doorgroei later. Bij kennisintensieve start-ups betekent dit
met name een versterking van de aanwezige commerciële en bedrijfskundige kennis.
Alleen met de beste combinatie van mensen lukt het kennisintensieve start-ups om een
verdienmodel te ontwikkelen waarmee ze succesvol doorgroeien naar scale-ups. De
aanbeveling is om met name de commerciële en bedrijfskundige kennis en ervaring in de
teams te versterken. Deze is immers vaak onderontwikkeld bij kennisintensieve start-ups.
Verschillende publieke en private partijen kunnen zich inspannen om deze aanbeveling te
realiseren.
De overheid kan hier ‘indirect’ aan bijdragen door bij regelingen om start-ups te helpen
te sturen op de aanwezigheid van voldoende ondernemerschapsvaardigheid en ervaring.
Bijvoorbeeld door bij een ondersteunende regeling als een van de voorwaarden te
hanteren dat er een goed ondernemerschapsplan is, dan wel een gebalanceerd team
Beter van start                                                                              42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>met daarin voldoende ondernemerschapservaring. Of door bij publiek-private samen-
werking van de private partners te verwachten dat ze (ook) zorg dragen voor voldoende
ondernemerservaring in de start-ups.
Van kennisinstellingen wordt verwacht dat zij ‘hun’ kennisintensieve start-ups facili-
teren, ook op het punt van de ondernemerschapsvaardigheden. Er is een goede basis
met de groeiende aandacht voor ondernemerschap in het (hoger) onderwijs. De
instellingen doen er goed aan in de begeleiding van ‘hun’ start-ups te wijzen op het
belang van de juiste mix aan vaardigheden in het start-up-team en start-ups te helpen om
die mix tot stand te brengen. Idealiter draagt de ondersteuning van start-ups eraan bij dat
deze beginnen met een team waarin de benodigde competenties en ervaring aanwezig
zijn. Een route die in Nederland nog niet zo veel voorkomt, maar in de Verenigde Staten
al meer gangbaar is, is dat een universiteit ervaren ondernemers uit de eigen gelederen
of uit een actief netwerk van alumni vraagt om met bepaalde ‘kennis’ te gaan
ondernemen of een start-up team te versterken.
Een belangrijke rol speelt daarnaast een faciliteit als een incubator, een ‘kraamkamer’
die start-ups ondersteuning kan bieden op het terrein van onder andere de ondernemer-
schapskennis en -ervaring. Er zijn al goede voorbeelden van incubators en accelerators
(zie het kader). We bevelen aan om zulke faciliteiten op enige afstand van de kennis-
instelling te plaatsen. Bijkomend voordeel is dat de incubator de start-up kan helpen
vanuit het belang van de start-up, bijvoorbeeld in eventuele onderhandelingen met de
kennisinstelling. Als de incubator ‘onder’ de kennisinstelling valt, dan kunnen er belan-
genconflicten optreden. Bovendien bewijst de incubator in de praktijk zijn rol als (lokale)
kraamkamer voor een veel grotere groep aan (kennisintensieve) start-ups dan alleen die
uit de kennisinstelling voortkomen.86 Ook vanuit dit perspectief is het logischer om een
incubator te zien als een basisfaciliteit die onderdeel is van het regionale ecosysteem
voor (kennisintensieve) start-ups en niet moet afhangen van enkel de kennisinstelling.87
   Good practice YES!Delft
   Dit is een incubator die beginnende start-ups op verschillende manieren helpt: met
   de ontwikkeling van een geschikt bedrijfsmodel, met introducties in het bedrijfsleven,
   en met het aantrekken van investeerders. YES!Delft is door UBI Global genoemd als
   een van de beste incubators van de wereld.88
86. Uit de Eindevaluatie Valorisatieprogramma blijkt bijvoorbeeld dat het merendeel van de
     ondersteunde bedrijven niet voortkomt uit onderzoek dat verricht werd aan de instellingen. Zie
     Janssen et al.(2018), p. 59-60.
87. Vergelijk ook het Manifest ‘Toplocaties’, Pleidooi voor het investeren in het fysieke aspect van
     innovatie-ecosystemen door tien Nederlandse campussen. Zie Duc et al. (2020).
88. Meyer en Sowah (2018).
Beter van start                                                                                      43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Ervaren ondernemers, investeerders, multinationals en bedrijfsadviseurs kunnen
een grotere rol spelen in het versterken van de start-up-teams. Zij brengen complemen-
taire kennis en ervaring mee over financiering, werkgeverschap, internationalisering en
bedrijfsvoering. Zij leren op hun beurt over nieuwe kansen en ontwikkelingen op hun
vakgebied en op het gebied van technologie en innovatie in het algemeen. Op deze
manier bevorderen ze de focus op marktoriëntatie en brengen ze ervaring in over zaken
als onderhandelingen over intellectuele eigendom of financiering. Ook op iets meer
afstand, door hun kennis en ervaring in te brengen via panels of incubators kunnen ze
start-ups helpen bij hun zoektocht naar het gat in de markt of het geschikte bedrijfsmodel.
Goede voorbeelden zijn het Creative Destruction Lab of het KTH Innovation Panel (zie de
tekstkaders).
   Good practice Creative Destruction Lab (Universiteit van Toronto)
   Goed presterende bedrijfskundestudenten van de Universiteit van Toronto kunnen
   als onderdeel van hun studie start-ups helpen bij het ontwikkelen van hun
   bedrijfsmodel. De studenten helpen bedrijven die binnen maar ook buiten de
   universiteit starten.
   Good practice KTH Innovation Panel
   Onderzoekers en studenten van de KTH (Technische Universiteit van Stockholm) die
   hulp willen bij het commercialiseren van een idee, kunnen terecht bij dit panel. Ze
   kunnen hun idee online presenteren en vullen een vragenlijst in, waarna ze feedback
   krijgen van het panel, dat bestaat uit ervaren mensen uit het bedrijfsleven. Onder hen
   zijn veel KTH-alumni. Dit helpt om sneller het juiste bedrijfsmodel te vinden.
Ook verlenen sommige kennisinstellingen aan kennisintensieve start-ups toegang tot
fysieke faciliteiten zoals laboratoriumruimte, supercomputers of bibliotheken (zie het
voorbeeld van het Leiden Bio Science Park in het tekstkader). De wereld staat echter niet
stil en de kwaliteit van de ondersteuning varieert sterk. Investeerdersnetwerken,
praktische ondernemerschapskennis en wereldwijde ambitie kunnen nog beter (zie het
voorbeeld van het Yissum Venture Funds in het kader). Dat de Yissum Venture Funds
ook langdurig adviseren over de commerciële ontwikkeling van de start-up is een
voorbeeld van de rol die investeerders kunnen spelen om de kwaliteit van het team van
de start-up te verbeteren. Kennisinstellingen en incubators zijn nog niet uitgeleerd. Dat
het Valorisatieprogramma is weggevallen, mag geen excuus zijn om de inspanningen te
staken.
Beter van start                                                                           44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   Good practice Leiden Bio Science Park
   Dit cluster van (startende) bedrijven richt zich specifiek op life sciences. Het terrein
   huisvest verschillende bedrijven en onderzoeksgroepen en de meeste start-ups op
   het gebied van biotechnologie in Nederland. De Universiteit Leiden heeft veel
   verschillende hightech onderzoeksfaciliteiten beschikbaar gesteld waarvan de
   bedrijven op het park gebruik kunnen maken.
   Good practice Yissum Venture Funds
   Deze fondsen die gelinkt zijn aan de Hebrew Universiteit van Jeruzalem zijn gericht
   op een bepaald thema: biotechnologie, voeding en milieu, nanotechnologie. Ze stimu-
   leren ondernemerschap op deze gebieden.
   Integra Holdings is het biotechnologiefonds en is een samenwerking tussen de
   Hebrew Universiteit en verschillende internationale investeerders. De laatsten hebben
   het recht om als eerste de nieuwste biomedische innovaties van de universiteit in te
   zien. Het fonds wil ervoor zorgen dat innovaties volledig worden benut en daarom
   investeert het niet alleen, het geeft ook langdurig advies over de commercialisatie.
Beter van start                                                                             45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>    4       Aanbeveling
            Help kennisintensieve start-ups de ambitie hoog te houden
Figuur 8. Aanbeveling 4
3.4 Aanbeveling 4: help kennisintensieve start-ups de ambitie
hoog te houden
Het fundament voor een succesvolle doorgroei wordt al vanaf de start gelegd.
Zorg daarom voor een omgeving die kennisintensieve start-ups prikkelt om de ambitie
hoog in te zetten en te houden.
Voor kennisintensieve bedrijven die succesvol weten door te groeien, is de wereld het
speelveld. Het is daarom van het grootste belang dat start-ups gedijen in een sociale
omgeving met een ‘subcultuur’ waarin wereldwijde ambitie de norm is.89 Dit hoge ambitie-
niveau moet er vanaf het begin zijn. Kennisintensieve start-ups moeten zich durven
richten op de internationale markt en op (het aantrekken van) de allerbeste medewerkers.
Regering en parlement kunnen de ruimte scheppen voor kennisintensieve start-ups om
buitenlands talent aan te trekken en vast te houden, bijvoorbeeld door voor start-ups een
89. Vergelijk VARIO (2018).
Beter van start                                                                         46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>op hun situatie toegespitste regeling te maken om kennismigranten aan te nemen.90
Daarnaast is het internationaal gebruikelijk om personeel van start-ups (deels) in aan-
delen te betalen. In Nederland is dat (fiscaal) niet aantrekkelijk. Door het (fiscaal) aan-
trekkelijker te maken om personeel van startups te belonen met aandelen zal Nederland
meer aantrekkingskracht krijgen voor het talent dat nodig is om startups te laten
(door)groeien. Steun tevens de verdere ontwikkeling van initiatieven als Techleap en de
Academic Start-up Competition (zie het tekstkader). Deze ondersteunen ambitieus
ondernemerschap.
   Good practice Academic Startup Competition (ASC)
   De ASC richt zicht op start-ups die de ambitie hebben om binnen 5 jaar internationaal
   op te schalen. De start-up met het beste opschaalplan krijgt een door het ministerie
   van EZK verzorgde reis naar de VS om te leren hoe het is om daar zaken te doen.
De ambitie komt in de eerste plaats vanuit de kennisintensieve start-up/scale-up zelf,
maar de omgeving speelt zeker een rol om die ambitie ‘brandend’ te houden. Daarom
hebben acceleratorcoaches, incubatormanagers, investeerders, beleidsmakers en
anderen die te maken hebben met kennisintensieve start-ups, de taak om de ambities te
voeden. Dat kunnen ze doen door een hoog ambitieniveau als voorwaarde te stellen voor
het verlenen van ondersteuning of financiering. De coaches, managers, investeerders en
beleidsmakers hoeven natuurlijk niet op de stoel van de ondernemer te gaan zitten, maar
ze kunnen wel bijdragen aan een stimulerende subcultuur. Ook in de verdere
ontwikkelingsfasen van de start-up zal de ambitie steeds geprikkeld en uitgedaagd
moeten worden door de partijen die dan betrokken zijn.
90. Zie de Kamerbrief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (2019) d.d. 1 juli 2019 over
     een verblijfsregeling voor essentieel personeel van start-ups (Kamerstukken II, 2018-19, 30 573,
     nr. 174).
Beter van start                                                                                      47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>    5       Aanbeveling
            Zorg voor afspraken met kennisinstelling die perspectief bieden op doorgroei
Figuur 9. Aanbeveling 5
3.5 Aanbeveling 5: zorg voor afspraken met de kennis-
instelling die perspectief bieden op doorgroei
Zorg als kennisinstellingen voor een gezonde start die perspectief biedt op doorgroei.
►       Zorg voor heldere afspraken over het gebruik van intellectueel eigendom van een
        kennisinstelling die de doorgroei van de start-up niet onnodig belemmeren.
►       Zorg dat er een modelovereenkomst komt tussen kennisinstellingen en kennis-
        intensieve start-ups voor het gebruik van intellectuele eigendom. Daarin moeten de
        belangen van beide partijen in balans zijn.
►       Voorkom constructies waarin de rol van de kennisinstelling een barrière vormt voor
        doorgroei (bijvoorbeeld omdat een rol als aandeelhouder in een volgende fase
        investeerders afschrikt). Neem als kennisinstelling geen stemhebbend aandelen-
        belang in een start-up.
Zorg als parlement en regering dat er een overleg komt tussen vertegenwoordigers van
kennisinstellingen en kennisintensieve start-ups. In het overleg wordt vastgesteld hoe het
beste kan worden omgegaan met intellectueel eigendom en met eventuele deelname van
kennisinstellingen aan de ondernemingen. Dit overleg moet plaatsvinden met een groep
Beter van start                                                                           48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>partijen waarin de verschillende betrokken belangen vertegenwoordigd zijn. Voorbeelden
van partijen die de belangen van start-ups (kunnen) vertegenwoordigen, zijn Techleap,
incubators, accelerators, ervaren ondernemers of investeerders.
De Nederlandse kennisinstellingen hanteren al enkele jaren een ‘richtsnoer’ voor de
omgang met intellectuele eigendomsrechten.91 Deze laat nog vrij veel ruimte en is
daardoor nog niet geschikt als een standaard. Laat dat richtsnoer kritisch reviewen en
waar nodig aanscherpen door het genoemde overleg tussen (vertegenwoordigers van)
kennisinstellingen en ondernemers. Wanneer een breed gedragen model ontwikkeld is,
past elke kennisinstelling dit toe bij start-ups. Gebeurt dit niet, dan moeten daar duidelijke
redenen voor gegeven worden (het principe ‘pas toe of leg uit’). Het model moet makke-
lijk vindbaar en bruikbaar zijn. Zorg ook voor een eenduidige richtsnoer voor omgang met
intellectueel eigendom voor eigen (uit)vindingen van studenten, gericht op de maximale
slagingskans van de start-up.92 Betrek vertegenwoordigers van studenten en start-ups bij
de totstandkoming van dat richtsnoer zodat de belangen in balans zijn.
Onderzoekers en studenten van de kennisinstelling moeten goed geïnformeerd worden
over regelingen rondom intellectueel eigendom. Incubators kunnen informatie
verschaffen en zich benaderbaar en zichtbaar opstellen als informatiepunt. Er zijn ook
andere mogelijkheden om de start-ups te adviseren, zoals het voorbeeld van IusStart laat
zien (zie tekstkader).
    Good practice IusStart (KU Leuven)
    Start-ups van studenten van de KU Leuven die nog onvoldoende budget hebben voor
    juridisch advies, kunnen terecht bij IusStart. Hier geven rechtenstudenten als
    onderdeel van hun master advies over onder andere intellectueel eigendom.
Ten slotte adviseren we kennisinstellingen om niet via (stemhebbende) aandelen te
investeren in start-ups. Dit komt ons zuiverder voor, omdat uiteindelijk de belangen van
de start-up en de kennisinstelling niet per se gelijklopen. Bovendien kunnen
kennisinstellingen de rol als investeerder op de lange termijn lastig waarmaken.
91. De Nooijer et al. (2016).
92. Vergelijk de motie-Wiersma en Bruins over studenten die met intellectueel eigendom een bedrijf
      willen starten (Kamerstukken II 2019-2020, 35 300-VIII, nr. 43). Zie Tweede Kamer der Staten-
      Generaal (2020c).
Beter van start                                                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>    6       Aanbeveling
            Verbeter de financieringsmarkt voor doorgroei van kennisintensieve start-ups
Figuur 10. Aanbeveling 6
3.6 Aanbeveling 6: verbeter de financieringsmarkt voor
doorgroei van kennisintensieve start-ups
Een goed-functionerende financieringsmarkt is cruciaal voor de doorgroei.
►       Zorg dat er meer grotere ‘pakketten’ aan financiering beschikbaar komen voor de
        doorgroei naar kennisintensieve scale-ups
►       Zorg dat (potentiële) financiers beter zijn toegesneden op de specifieke
        omstandigheden van kennisintensieve start-ups en scale-ups.
Aandacht en bemoeienis van de overheid bij de financiering van de doorgroei van
kennisintensieve bedrijven is gerechtvaardigd vanwege de specifieke omstandigheden.
Zo is een deel van de kennisintensieve start-ups en scale-ups betrokken bij de ontwikke-
ling van sleuteltechnologieën.93 Daar kan in de ogen van de overheid een strategisch
belang mee gemoeid zijn, wat overheidsbetrokkenheid rechtvaardigt.94 Daarnaast kunnen
kennisintensieve start-ups een groot maatschappelijk en economisch potentieel hebben.
93. Zie ook AWTI (2020a).
94. Vergelijk het voorbeeld van het bedrijf Smart Photonics. Zie NOS (2020).
Beter van start                                                                          50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Maar op de kapitaalmarkt hebben ze juist een slechtere uitgangspositie dan ‘gewone’
bedrijven (zie §2.4).
Om de perspectieven van de kennisintensieve groeiers te verbeteren, kan de (rijks)-
overheid het voortouw nemen om publiek-private fondsen op te zetten gericht op de
financiering van de doorgroei van kennisintensieve start-ups. De overheid kan fungeren
als een ‘hefboom’ door een premie te zetten op private initiatieven en zo bijvoorbeeld de
private inleg te verdubbelen. De overheid kan ook de private investeringen in start-ups en
de doorgroei naar scale-ups aantrekkelijker maken door bijvoorbeeld fiscale regelingen.95
Of de overheid kan optreden als een ‘katalysator’ door een voortrekkersrol te spelen en
privaat geld los te weken voor het doel van de financiering van de doorgroei van kennis-
intensieve bedrijven. Nog meer impact kan bereikt worden door binnen EU-verband zulke
fondsen op te zetten: daarmee kunnen grotere bedragen aan kapitaal worden opgehaald
en de schaalgrootte maakt het opzetten van meer thematische fondsen meer levens-
vatbaar. Ten slotte kan de overheid de financiële sector uitdagen om te innoveren het
risicokapitaal ‘slimmer’ te maken.
Dat kan de overheid bereiken door eisen te stellen aan de kwaliteit van de financiële
partijen met wie ze in zee gaat, dan wel van het publiek-private fonds zelf. Bij ‘kwaliteit’
gaat het ook om de professionaliteit en innovativiteit van de financiële partijen. De inves-
teerders moeten zelf innoveren, door bijvoorbeeld data-gedreven analyses van de start-
up,96 geavanceerde team assessments,97 of invoering van meer innovatieve arrange-
menten.98 Tevens is het belangrijk dat er bij de financiële partij voldoende ervaring zit met
de specifieke dynamiek van kennisintensieve start-ups en scale-ups. Ook expertise op
het gebied van de sectoren waar de kennisintensieve bedrijven actief zijn, heeft duidelijke
meerwaarde en zou een voorwaarde moeten zijn. Daarnaast weet een kwalitatief goede
investeerder de start-up vooruit te helpen door te zorgen voor versterking van het team
van de start-up zodat deze de juiste mix van benodigde expertises kent. Bovendien is het
goed als de financiële partij allianties heeft met andere partijen die eventuele volgende
pakketten aan financiering zouden kunnen bieden (zie het voorbeeld van het Gemma
Frisius Fonds in het kader). Daarbij gaat het ook om het leggen en onderhouden van
verbindingen met fondsen in het buitenland, inclusief de fondsen van de EU, omdat
Nederland (te) klein is.
95.  Een buitenlands voorbeeld is het Seed Enterprise Investment Scheme (Verenigd Koninkrijk).
96.  Bijvoorbeeld https://goldeneggcheck.com/
97.  De Mol et al. (2016).
98.  Bariller et al. (2020).
Beter van start                                                                                51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Ook wanneer de overheid publiek bijdraagt aan (private) financiering in eerdere fasen
van een kennisintensieve start-up, doet ze er goed aan om dan ‘kwaliteitseisen’ aan de
private financier te stellen.
   Good practice Gemma Frisius Fonds (KU Leuven)
   Dit fonds helpt start-ups van de KU Leuven met langlopende investeringen (7 tot 10
   jaar) en advies bij doorgroei. Het fonds heeft ook veel (buitenlandse) contacten om
   een tweede financieringsronde op te zetten en verdere doorgroei mogelijk te maken.
   Good practice Life Sciences Partners (LSP)
   LSP is een gespecialiseerd investeringsfonds, gericht op bedrijven die genees-
   middelen, medische technologie of diagnostische testen ontwikkelen. Het heeft naast
   een kantoor in Amsterdam ook kantoren in München en vlak bij Boston. Het team is
   zeer ervaren en beschikt over een divers palet aan kennis, waaronder medische,
   regulerings- en financiële kennis. In de afgelopen 30 jaar, heeft deze investeerder
   meer dan €2 miljard geïnvesteerd in meer dan 120 bedrijven. LSP heeft gebruik
   gemaakt van het Dutch Venture Initiative instrument waarbij de overheid geld ‘bijlegt’.
Beter van start                                                                            52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Bijlagen
Versterk de rol van wetenschap, technologie en innovatie in maatschappelijke transities 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Bijlage 1 Adviesvraag Tweede Kamer
Beter van start                    54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Beter van start 55</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Bijlage 2 Samenvatting achtergrond-
                         studie
Het Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE) heeft in opdracht van de AWTI een
studie verricht naar de ontwikkeling van kennisintensieve start-ups in Nederland en de
steun die ze (indien relevant) vanuit kennisinstellingen en het start-up ecosysteem
krijgen. Deze studie (Knowledge-intensive start-ups in the Netherlands and the
universities’ entrepreneurial ecosystems) wordt tegelijk met dit advies gepubliceerd. In
deze bijlage worden de belangrijkste bevindingen samengevat.
Kennisintensieve start-ups groeien trager door dan andere start-ups
Op basis van de dataset die ECE gebruikt heeft, constateren ze:
►       Kennisintensieve start-ups (afkomstig uit kennisinstelling of bedrijfs-R&D) hebben
        aan het begin weliswaar meer personeel dan andere start-ups, maar na vijf jaren is
        de personeelsomvang ongeveer gelijk, terwijl de andere start-ups een duidelijke
        personeelsgroei kennen.99
►       Kennisintensieve start-ups kennen weliswaar een groei in verkopen (‘sales’) (van
        800 k€ na 1 jaar naar 1100 k€ na 5 jaar), maar deze verkopen zijn veel minder dan
        bij andere start-ups (die hebben gemiddeld een ‘sales’ van 7000 k€ na 5 jaar).
Kortom, zowel qua werkgelegenheid als ‘sales’ scoren kennisintensieve start-ups in
Nederland in de eerste vijf jaar minder goed dan andere start-ups.
Start-up ecosystemen
Rond kennisinstellingen en (innovatieve) bedrijven ontwikkelen zich ‘ecosystemen’, die
van invloed zijn op de uitwisseling van kennis tussen partijen en het (succesvol) onder-
nemerschap op basis van zulke kennis. Voor spin-offs uit kennisinstellingen is in eerste
instantie het ecosysteem rond die kennisinstelling van belang. Daarom onderzocht ECE
de ecosystemen rond universiteiten voor het ontstaan van start-ups. Uit de literatuur
halen zij een zevental kritische factoren voor het succes en falen van kennisintensieve
start-ups,100 waarvan de meso-factoren direct raken aan het ecosysteem. Deze factoren
staan in de tabel op de volgende pagina.
99. Uit de analyse voor het conceptrapport bleek ook dat vergeleken binnen een sector een
     universitaire spin-off of spin-out uit een onderneming minder werkgelegenheid genereert dan de
     overige start-ups in die sector.
100.Deze criteria gelden in zekere zin ook voor de ecosystemen rondom bedrijven en corporate
     spin-outs, maar omdat ECE zich in de interviews gefocust heeft op ecosystemen rond
     universiteiten, laten we die discussie hier even achterwege.
Beter van start                                                                                   56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Tabel 1 De kritische factoren bij succes en falen van kennisintensieve start-ups
 niveau                                        kritische factor
 micro          Scientific orientation                   Market experience and knowledge
 meso           Direct and proactive    Network and knowledge          Conflicting strategy/ goals
                support
 macro          Entrepreneurial infrastructure           Industry influence
Uit een 13-tal interviews krijgt ECE het volgende beeld hoe het met deze criteria is
gesteld met de universitaire ecosystemen in Nederland met betrekking tot start-ups:
►       Scientific orientation: goed aanwezig bij de academische spin-offs. Reputatie van de
        universiteit draagt bij aan de ‘inhoudelijke’ credibility van kennisintensieve start-ups.
►       Market experience and knowledge: een zwak punt bij academische spin-offs. Vaak
        beperkte ondernemers-skills bij oprichting. Academische oprichters verlaten soms
        de start-up. Externe CEO wordt soms aangetrokken, maar niet altijd. Er is wel meer
        aandacht gekomen voor versterking van skills via TTO en incubators. Toch blijft in
        de praktijk de commerciële credibility van academische start-ups een probleem.
►       Direct and proactive support: Sterke variaties in de waardering van de relatie tussen
        kennisintensieve start-ups en TTO’s. Sommige respondenten heel negatief, andere
        positief. Positieve reacties over (huidige) support om geld te vinden in vroege fase,
        maar negatief over het niet onafhankelijk kunnen worden in latere fase. Volgens
        sommige respondenten zijn TTO’s vooral bezig met de belangen van de universiteit.
►       Network and knowledge: ook hier zeer wisselende reacties. Het netwerk van de
        kennisinstelling helpt om talent aan te trekken en soms om verbindingen te leggen
        met relevante bedrijven. Voor het vinden van financiering nodig voor doorgroei van
        de start-up helpt het universitaire netwerk niet (bovendien werkt de betrokkenheid
        van de universiteit in IE of aandelen soms belemmerend). Ook qua toegang tot
        kennis profiteert de start-up in de praktijk niet van de kennisinstelling.
►       Conflicting goals and strategy: Deze spanning doet zich in de praktijk zeker voor. Er
        ontstaan bijvoorbeeld fricties als de universiteit een belangrijke aandeelhouder is in
        de start-up. Dit pleit tevens voor duidelijkere en transparante regelingen voor
        intellectuele eigendom.
►       Entrepreneurial environment: Nederland staat op zich positief tegenover onder-
        nemerschap, maar de conservatieve financieringsstructuur hindert groei. Er is
        bijvoorbeeld bij start-ups behoefte aan één grote som geld (in plaats verschillende
Beter van start                                                                                  57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>        kleine sommen, wat gangbaar is in NL). Verder lijkt het dat er een zekere risico-
        aversie is onder academische ondernemers.
►       Industry influence: ECE wijst hier vooral op de verschillen tussen sectoren. Zo
        zagen zij dat in de zorgsector de intellectuele eigendomsrechten vaker bij de
        moederinstelling blijven, waardoor start-ups sterker afhankelijk blijven van de
        instelling waar ze uit voort komen.
Als je naar de zeven criteria voor het ecosysteem kijkt, kom je – samengevat – tot het
onderstaande overzicht. De conclusie over de waarde van de universiteit voor de
kennisintensieve start-up is in ieder geval ambigu: er zijn enkele plussen, maar zeker ook
minnen. Juist voor de verdere ontwikkeling van de academische start-up is de rol van de
universiteit nog beperkt of belemmerend.
Tabel 2 Eigen (=AWTI) oordeel over de criteria op basis van het ECE-rapport
 niveau                                          kritische factor
 micro                   Scientific orientation:            Market experience and knowledge:
                                + goed                                   - zwakte
 meso           Direct and proactive        Network and knowledge Conflicting strategy/ goals
                support: + eerste fase               + talent                - IE-regelingen
                - vervolg                     0 kennis +/- netwerk         - aandelenbelang
 macro               Entrepreneurial infrastructure                 Industry influence
                       + ‘klimaat’ - financiering                   ~ sectorafhankelijk
Betekenis: +/groen=positief, -/rood=negatief, 0/zwart: neutraal, ~/zwart: wisselend.
Best practices uit het buitenland
ECE keek ook naar drie voorbeelden van instellingen in het buitenland die succesvol zijn
in het bevorderen van start-ups, om daaruit lessen voor Nederland te kunnen trekken.
Het ging om de ETH Zürich (Zwitserland), KTH Stockholm (Zweden), en de Hebrew
University of Jeruzalem. De lessen die we daaruit kunnen trekken en de goede voor-
beelden die ons kunnen inspireren, zijn in het AWTI-advies verwerkt (zie hoofdstuk 3).
Beter van start                                                                              58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 Reviewers
In de eindfase van het adviestraject is het conceptadvies voorgelegd aan twee externe
reviewers. Aan hen is gevraagd om te reflecteren op de consistentie van het concept-
advies en mogelijke lacunes. De opmerkingen van de reviewers zijn vervolgens onder
verantwoordelijkheid van de raad verwerkt.
De reviewers voor dit advies waren:
►       dr. R. (Rudy) Dekeyser, managing partner bij Life Sciences Partners (LSP)
►       ir. A.W. (Anne-Wil) Lucas, gebiedsdirecteur Kennispark Twente
Beter van start                                                                       59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Bijlage 4 Gesprekspartners
Als AWTI hebben we zelf met ongeveer 40 personen gesproken voor dit advies. De
meeste gesprekspartners staan hieronder. Enkele gesprekspartners wilden liever
onvermeld blijven; hun namen ontbreken.
►       Marleen Bax               Erasmus Centre for Entrepreneurship
►       Dave Blank                Universiteit Twente en Saxion Hogeschool
►       Shiri Breznitz            University of Toronto
►       Anne Cramwinckel          Techleap.nl
►       Edgard Creemers           Guide Plus
►       Joost Dieleman            Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Roel Esselink             VSNU
►       Leonardo Fuligni          Erasmus Centre for Entrepreneurship
►       Aard Groen                Rijksuniversiteit Groningen
►       Myrte Hooijman            Techleap.nl
►       Robin van IJperen         Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►       Martijn Janmaat           Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Marcel Kers               PlantLab
►       Ilkay Kizil               Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►       Linco Nieuwenhuyzen       InnovationQuarter
►       Constantijn van Oranje    Techleap.nl
►       Arno Peels                oud-lid AWTI
►       Yordi Rienstra            VNO-NCW en MKB-Nederland
►       Mediha Şahin              Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Marian Sanders            Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Dennis Schipper           Demcon
►       Steven Schuurman          Elastic
►       Erik Stam                 Universiteit Utrecht
►       Anne Strobos              Techleap.nl
►       Hester Tak                Oost NL
►       Caroline Tempel           Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►       Job Teurlinx              Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Liselotte van Thiel       Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Ben Verwaayen             Keen Ventures
►       Robert Verwaayen          Keen Ventures
►       Martijn Verwegen          VSNU
►       Matthijs Janssen          Dialogic
Beter van start                                                                   60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>►       Lucien Vijverberg            Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►       Jan Jacob Vogelaar           Utrecht School of Economics
►       Robert Jan van Vugt          Yes!Delft (voormalig)
►       Peter Wennink                ASML
►       Rob Wolthuis                 VNO-NCW en MKB-Nederland
Geïnterviewden voor achtergrondstudie door Erasmus Centre for Entrepreneurship
Voor de studie die het Erasmus Centre for Entrepreneurship in opdracht van de AWTI
heeft verricht, hebben ze 13 uitgebreide interviews afgenomen. Hieronder volgt een
overzicht van het profiel van de geïnterviewden:
►       Chief Scientific Officer    Spin-off van Universiteit Maastricht
►       Oprichter/CEO               Spin-off van Universiteit van Amsterdam
►       Chief Operations Officer    Spin-off van Universiteit van Amsterdam
►       Chief Executive Officer     Spin-off van TNO
►       Chief Executive Officer     Spin-off van KNAW-instituut
►       Chief Executive Officer     Spin-off van TU Delft
►       Chief Executive Officer     Spin-off van WUR
►       Oprichter/CSO               Spin-out van Philips
►       Oprichter                   Spin-off van Universiteit Utrecht
►       Oprichter                   Spin-off van TU/e
►       Medewerker universiteit     TTO van Erasmus MC
►       Medewerker universiteit     TTO van WUR
►       Medewerker universiteit     TTO van TU/e
Beter van start                                                                    61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Bijlage 5 Geraadpleegde bronnen
►       Ács, Z. J., Audretsch, D. B. en Lehmann, E. E. (2013) “The knowledge spillover
        theory of entrepreneurship”, Small Business Economics, 41(4), pp. 757–774.
►       Ács, Z. J., Szerb, L., Lafuente, E. en Márkus, G. (2019) Global Entrepreneurship
        Index 2019. GEDI, Washington. Beschikbaar op:
        https://www.wipo.int/publications/en/details.jsp?id=4434.
►       Agarwal, R. en Shah, S. K. (2013) “Knowledge Sources of Entrepreneurship: Firm
        Formation by Academic, Users and Employee Innovators”, Research Policy, 43(7),
        pp. 1109–1133.
►       Aldrich, H. E. en Fiol, C. M. (1994) “Fools Rush in? The Institutional Context of
        Industry Creation”, The Academy of Management Review, 19(4), pp. 645–670.
►       Amit, R. en Schoemaker, P. J. H. (1993) “Strategic assets and organizational rent”,
        Strategic Management Journal, 14(1), pp. 33–46.
►       Andries, P. en Debackere, K. (2007) “Adaptation and performance in new
        businesses: Understanding the moderating effects of independence and industry”,
        Small Business Economics, 29(1–2), pp. 81–99.
►       Audretsch, D. B. (2003) “Entrepreneurship; A survey of the literature”, Enteprise
        Papers No. 14. Enterprise Directorate-General, European Commission, Brussel.
►       Audretsch, D. B. (2012) Determinants of High-Growth Entrepreneurship. Report
        prepared for the OECD/DBA International Workshop on “High-growth firms: local
        policies and local determinants”. University of Indiana, Bloomington.
►       AWT (2014) Briljante bedrijven. Den Haag.
►       AWTI (2017) Onmisbare schakels. Den Haag.
►       AWTI (2019) Het stelsel op scherp gezet; naar toekomstbestendig hoger onderwijs
        en onderzoek. Den Haag.
►       AWTI (2020a) Krachtiger kiezen voor sleuteltechnologieën. Den Haag.
►       AWTI (2020b) Versterk de rol van wetenschap technologie en innovatie in
        maatschappelijke transities. Den Haag.
►       Bariller, J., Verseveld, H. van, Locke, A., Wyma, N. en Spirov, B. (2020) The
        Emerging Role of Venture Builders in Early-Stage Venture Funding. INSEAD.
        Beschikbaar op: http://www.ycombinator.com/about/.
►       Blok, A. de en Duijst, J. (2020) “Ruzie met de universiteit over een briljant idee”,
        NOS, 6 januari. Beschikbaar op: https://nos.nl/op3/artikel/2317505-ruzie-met-de-
        universiteit-over-een-briljant-idee.html.
►       Bosma, N. en Kelley, D. (2019) Global entrepreneurship monitor 2018/2019 global
        report. Global Entrepreneurship Research Association (GERA).
Beter van start                                                                              62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>►       Burchell, B. en Hughes, A. (2007) The stigma of failure: An international comparison
        of failure tolerance and second chancing, ITEC Working Paper Series. 334. Centre
        for Business Research, University of Cambridge, Cambridge.
►       Calogirou, C., Fragozidis, K., Houdard-Duval, E. en Perrin-Boulonne, H. (2010)
        Business dynamics, Start-ups, Business transfers and bankruptcy. European
        Commission CG Enterprise and Industry, Brussel.
►       Carlsson-Szlezak, P., Reeves, M. en Swartz, P. (2020) “What Coronavirus Could
        Mean for the Global Economy”, Harvard Business Review, March.
►       CBS (2019) Financieringsmonitor 2019. Den Haag/Heerlen/Bonaire. Beschikbaar
        op: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/05/financieringsmonitor-2019.
►       CBS (2020) Wat zijn de economische gevolgen van corona? Den
        Haag/Heerlen/Bonaire. Beschikbaar op: https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/cbs-cijfers-
        coronacrisis/wat-zijn-de-economische-gevolgen-van-corona-.
►       Collewaert, V., Manigart, S. en Stadaert, T. (2020) European Scale-up Report.
        Vlerick Business School, Gent. Beschikbaar op:
        https://www.vlerick.com/nl/research-and-faculty/knowledge-
        items/knowledge/europees-scale-ups-rapport-legt-vijf-belangrijke-uitdagingen-bloot.
►       Cope, J. (2011) “Entrepreneurial learning from failure: An interpretative
        phenomenological analysis”, Journal of Business Venturing, 26(6), pp. 604–623.
►       Dealroom.co (2020) Startups & venture capital in Amsterdam. Dealroom.co and
        startup amsterdam, Amsterdam.
►       Deloitte (2020) Scale-up Ecosystem COVID-19 Investor Results. Beschikbaar op:
        https://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Documents/Accountancy/EN/Re
        port Investor Survey.pdf.
►       Duc, L. Le, Kip, B., Meer, E. van der, Admiraal, C., Lucas, A.-W., Haisma, I.,
        Hoftijzer, A.-L., Dommelen, D. P., Velden, J. H. van der en Mensink, A. (2020)
        Manifest ‘Toplocaties’ Pleidooi voor het investeren in het fysieke aspect van
        innovatie-ecosystemen. Beschikbaar op: https://kennispark.nl/nl/nationaal-pleidooi-
        voor-het-investeren-in-innovatie-ecosystemen/.
►       Dutta, S., Lanvin, B. en Wuncsch-Vincent, S. (2019) Global Innovation Index 2019;
        Creating Healthy Lives—The Future of Medical Innovation. 12th edition. Cornell SC
        Johnson College of Business, INSEAD, World intellectual Property Organization.
►       Erasmus Centre for Entrepreneurship (2020) Knowledge-intensive start-ups in the
        Netherlands and the universities’ entrepreneurial ecosystems. Erasmus Universiteit
        Rotterdam, Rotterdam. In opdracht van de AWTI, Den Haag.
►       Europese Commissie (2020) Science, Research and Innovation Performance of the
        EU 2020 A fair, green and digital Europe. Luxemburg. Beschikbaar op:
        https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/srip/2020/ec_rtd_srip-2020-report.pdf.
Beter van start                                                                            63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>►       Eveleens, C. (2019) Interfering with innovative entrepreneurship How business
        incubation impacts the performance of start-ups. Universiteit Utrecht.
►       Fang He, V., Sirén, C., Singh, S., Solomon, G. en Krogh, G. von (2018) “Keep Calm
        and Carry On: Emotion Regulation in Entrepreneurs’ Learning from Failure”,
        Entrepreneurship Theory and Practice, 42(4).
►       Fikkers, D. J., Zegel, S., Scholten, C., Jongh, T. de, Svetachova, M., Veen, G. van
        der en Zuijdam, F. (2015) De knelpunten voor doorgroeiende academische start-ups
        in Nederland; Wat hindert academische start-ups die willen doorgroeien?
        Technopolis, Amsterdam.
►       Financieele Dagblad (2020) “Spectaculaire omzetgroei Zoom, met dank aan
        corona”, Futures, 3 juni.
►       FME (2020) COVID-19 Impact Technologische Industrie. Zoetermeer. Beschikbaar
        op: https://www.fme.nl/nl/system/files/publicaties/DEF – COVID-19 Rapport – Juni
        2020.pdf.
►       Gauthier, J. F., Penzel, M., Keuster, S., Morelix, A. en Rozynek, M. (2020) The
        Global Startup Ecosystem Report GSER 2020 The New Normal for the Global
        Startup Economy and the Impact of COVID-19. Beschikbaar op:
        https://startupgenome.com/reports/gser2020.
►       Hijink, M. en Bronzwaer, S. (2020) “Interview Adyen-topman Pieter van der Does:
        ‘Ja maar jongens, hoe gaaf is dit wat ik nu doe?’”, NRC, 6 maart.
►       Hollanders, H., Es-Sadki, N., Merkelbach, I. en Khalilova, A. (2020) European
        Innovation Scoreboard 2020. Maastricht University, Maastricht. Beschikbaar op:
        https://ec.europa.eu/docsroom/documents/41941.
►       Jansen, J. en Luxemburg, M. (2019) ScaleUp Dashboard 2019. Erasmus Centre for
        Entrepreneurship, Rotterdam. Beschikbaar op: https://ece.nl/app/uploads/ScaleUp-
        Dashboard-2019.pdf.
►       Jansen, J., Mom, T., Varga, S., Luxemburg, M., Bax, M., Niekerk, L. van, Winter, P.
        de, Veer, B. de en Shakhli, F. (2020) Top 250 Groeibedrijven 2020 Inzichten in de
        snelst groeiende bedrijven van Nederland. Erasmus Centre for Entrepreneurship en
        nlgroeit, Rotterdam. Beschikbaar op: https://ece.nl/top250scaleups2020/?lang=nl.
►       Janssen, M., Hertog, P. den, Korlaar, L., Dorsser, S. de H. van en Boer, P. J. de
        (2018) Eindevaluatie Valorisatieprogramma. Dialogic, Utrecht.
►       Karimov, S. en Konings, J. (2020) How lockdown causes a missing generation of
        start-ups and jobs. VIVES Briefing 2020/05, KU Leuven, Leuven.
►       Koens, L., Vennekens, A., Hofman, R., van den Broek-Honingh, N. en de Jonge, J.
        (2018) Balans van de wetenschap 2018. Den Haag.
►       Kollmann, T., Stöckmann, C., Hensellek, S. en Kensbock, J. (2016) European
        Startup Monitor 2016. German Startups Association. Berlijn. Beschikbaar op:
        https://europeanstartupmonitor.com/fileadmin/esm_2016/report/ESM_2016.pdf.
Beter van start                                                                             64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>►       Kuipers, A. A. B. H. en Wennekers, A. R. . (2008) Twee decennia
        ondernemerschaps- beleid in beeld : een jong beleids- programma in
        sociaaleconomische context geplaatst. EIM, Zoetermeer.
►       Malerba, F. en McKelvey, M. (2020) “Knowledge-intensive innovative
        entrepreneurship integrating Schumpeter, evolutionary economics, and innovation
        systems”, Small Business Economics. Small Business Economics, 54(2), pp. 503–
        522.
►       Meyer, H. en Sowah, J. (2018) The UBI Global World Rankings of University-linked
        Business Incubators and Accelerators. UBI Global, Stockholm. Beschikbaar op:
        https://ubi-global.com/product/world-rankings-of-business-incubators-and-
        accelerators-2019-2020/.
►       Mind the Bridge (2019) Tech Scaleup Europe. Beschikbaar op:
        http://startupeuropepartnership.eu.
►       Minister van Economische Zaken (2010) “Regeling van de Minister van
        Economische Zaken van 11 mei 2010, nr. WJZ/10069658, tot wijziging van de
        Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen ter invoering
        van het Valorisatieprogramma”. Staatscourant nr. 7633. Beschikbaar op:
        https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-7633.
►       Mol, E. de, Ho, V. T. en Pollack, J. M. (2016) “Predicting Entrepreneurial Burnout in
        a Moderated Mediated Model of Job Fit”, Journal of Small Business Management,
        65(3), pp. 392–411.
►       NESTA (2009) The vital 6 per cent; How high-growth innovative businesses
        generate prosperity and jobs. Londen.
►       Nooijer, I. de, Masman, D., Althuis, P. en Schoots, O. (2016) Richtsnoer omgang
        met intellectuele eigendomsrechten (IER) richting academische start-ups. VSNU,
        NFU, KNAW en NWO, Den Haag/Utrecht.
►       NOS (2020) “Miljoeneninvestering overheid om techbedrijf in Nederland te houden”,
        30 juni. Beschikbaar op: https://nos.nl/artikel/2339030-miljoeneninvestering-
        overheid-om-techbedrijf-in-nederland-te-houden.html.
►       Reynolds, P. D., Camp, S. M., Bygrave, W. D., Autio, E. en Hay, M. (2001) Global
        Entrepreneurship Monitor 2001 Executive Report. Global Entrepreneurship
        Research Association (GERA).
►       Rijksoverheid.nl (2020) COL-regeling voor Start-ups en Scale-ups. Beschikbaar op:
        https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-
        regelingen/overzicht-financiele-regelingen/col-regeling-voor-start-ups-en-scale-ups.
►       Schoots, O., Masman, D., Althuis, P., Spigt, T., Verhoef, K. en Heus, J. (2018)
        Richtsnoer omgang met aandelenbelangen van kennisinstellingen en medewerkers
        in academische start-ups. VSNU, NFU, KNAW, NKI en NWO. Den Haag/Utrecht.
Beter van start                                                                              65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>►       Schumpeter, J. A. (1934) Theory of Economic Development An Inquiry Into Profits,
        Capital, Credit, Interest And The Business Cycle. Cambridge, MA: Harvard
        University Press.
►       Schwab, K. (2019) The Global Competitiveness Report 2019. World Economic
        Forum, Geneve. Beschikbaar op:
        http://www3.weforum.org/docs/WEF_TheGlobalCompetitivenessReport2019.pdf.
►       Shane, S. A. (2004) Academic entrepreneurship: University spinoffs and wealth
        creation (New Horizons in Entrepreneurship series). Edward Elgar Publishing.
►       Sprout.nl (2020) “Met deze noodkreet zetten Nederlandse investeerders het kabinet
        onder druk om startups te helpen”. Beschikbaar op:
        https://www.sprout.nl/artikel/coronavirus/met-deze-noodkreet-zetten-nederlandse-
        investeerders-het-kabinet-onder-druk-om.
►       Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (2019) “Migratiebeleid; Brief regering;
        Verblijfsregeling voor essentieel personeel van startups”. Den Haag: Kamerstukken
        II, 2018-2019, 30 573, nr. 174.
►       Stam, E. (2012) “Ondernemerschap goed geregeld?” Oratie 21 september,
        Universiteit Utrecht, Utrecht.
►       Steigertahl, L. en Mauer, R. (2018) EU Startup Monitor 2018. ESCP Europe Jean-
        Baptiste Say Institute for Entrepreneurship. Beschikbaar op:
        http://startupmonitor.eu/report.html.
►       Techleap (2020a) Empowering Dutch Leaders in Tech 2020 Action Plan.
        Amsterdam.
►       Techleap (2020b) The Dutch Tech Ecosystem and COVID-19 Impact Report.
        Amsterdam. Beschikbaar op: https://www.techleap.nl/content/launching-the-dutch-
        tech-ecosystem-and-covid-19-impact-report/.
►       The Gallup Organization (2010) Eurobarometer: Entrepreneurship in the EU and
        beyond: A survey in The EU, EFTA countries, Croatia, Turkey, The US, Japan,
        South Korea and China. Beschikbaar op:
        http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_283_en.pdf.
►       Tweede Kamer der Staten-Generaal (2013) “Motie van het lid Lucas over
        beleidsvoorstellen om het vestigings- en ondernemingsklimaat voor startups te
        verbeteren”. Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van
        Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2014. Dossiernummer 33750-XIII.
        Beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33750-XIII-17.
►       Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020a) “Antwoord op vragen van het lid
        Wiersma over het artikel ‘Ruzie met de universiteit over een briljant idee’.”
        Aanhangselnummer 1580. Rubriek: Aanhangsel van de Handelingen. Subrubriek:
        Antwoord, pp. 3–6. Beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-
        20192020-1580.
Beter van start                                                                             66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>►       Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020b) “Herdruk brief van het Presidium over
        een adviesaanvraag aan de Adviesraad voor Wetenschap, Techniek en Innovatie
        (AWTI) inzake de doorgroei van academische startups naar levensvatbare
        bedrijven”. Dossier: Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid.
        Dossiernummer 31288;32637. Beschikbaar op:
        https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31288-789.
►       Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020c) “Motie van de leden Wiersma en
        Bruins over studenten die met intellectueel eigendom een bedrijf willen starten”.
        Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs,
        Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020. Dossiernummer: 35300-VIII.
►       VARIO (2018) Innovatieve hoge groeibedrijven met impact. VlaamseAdvies nr 4,
        Adviesraad voor Innoveren & Ondernemen, Brussel.
►       van Weele, M., van Rijnsoever, F. J. en Nauta, F. (2017) “You can’t always get what
        you want: How entrepreneur’s perceived resource needs affect the incubator’s
        assertiveness”, Technovation. Elsevier, 59, pp. 18–33. doi:
        10.1016/j.technovation.2016.08.004.
Beter van start                                                                           67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>wt Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie
Prins Willem-Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
t. 070 3110920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>