<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>LI
wt Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie

KANSEN PAKKEN
MET KENNIS

HOE ONDERZOEKERS EN ONDERNEMERS
ELKAAR BETER VINDEN

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) brengt gevraagd en
ongevraagd advies uit aan regering en parlement. Zijn onafhankelijke adviezen zijn
strategisch van aard en gaan over de hoofdlijnen van wetenschaps-, technologie- en
innovatiebeleid. De leden van de AWTI zijn afkomstig uit kennisinstellingen en het
bedrijfsleven. De AWTI doet zijn werk vanuit de overtuiging dat het belang van kennis,
wetenschap en innovatie voor economie en samenleving groot is en in de toekomst
nog verder zal toenemen.
De raad is als volgt samengesteld:
dr. ir. S. (Sjoukje) Heimovaara (vicevoorzitter)
dr. ir. J.P.H. (Jos) Benschop
prof. dr. R. (Roshan) Cools
prof. dr. ir. K. (Koenraad) Debackere
prof. dr. ir. T.H.J.J. (Tim) van der Hagen
drs. N. (Nienke) Meijer
prof.dr. E.H.M. (Ellen) Moors
C. (Chokri) Mousaoui
prof. M. (Marleen) Stikker
P.W.J. (Patrick) Essers (secretaris)
Het secretariaat is gevestigd te:
Prins Willem-Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
t. 070 3110920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
ISBN: 978-90-77005-89-7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Kansen pakken met kennis
Hoe onderzoekers en ondernemers elkaar beter vinden
oktober 2021
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
Fotografie                          Bas Kijzers Fotografie
Ontwerp                             2D3D Design (opmaak), Kate Snow Design (illustraties)
Druk                                Quantes
                                    oktober 2021
ISBN                                978-90-77005-89-7
Alle publicaties zijn gratis te downloaden via www.awti.nl.
Auteursrecht
Alle auteursrechten voorbehouden. Mits de bronvermelding correct is, mogen deze uitgave of onderdelen van deze uitgave
worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de AWTI.
Een correcte bronvermelding bevat in ieder geval een duidelijke vermelding van organisatienaam en naam en jaartal van de uitgave.
Kansen pakken met kennis                                                                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting                                                                        5
1   Inleiding                                                                       7
1.1 Kennis moet stromen om tot welvaart te leiden                                   7
1.2 Afbakening: focus op kennisuitwisseling met ondernemers                         9
1.3 Adviesvraag                                                                    11
2   Analyse                                                                        13
2.1 Effectieve kennisuitwisseling vraagt om maatwerk qua vorm                      13
2.2 Ondernemers en kennisinstellingen vinden elkaar nog onvoldoende                20
2.3 Samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers kan vaker en effectiever 24
2.4 Er is te weinig aandacht voor mensen als (over)dragers van kennis              27
2.5 Huidige beleid wat betreft kennisoverdracht is onvolledig en te gefragmenteerd 30
2.6 Conclusie: onderbenutte paden van kennisoverdracht en problemen voor middel- en
    laag-innovatief bedrijfsleven                                                  31
3   Aanbevelingen                                                                  35
3.1 Aanbeveling 1: Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter
    vinden                                                                         36
3.2 Aanbeveling 2: Bevorder de kennisuitwisseling via mensen                       41
3.3 Aanbeveling 3: Stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning   43
Bijlage 1 Kennispaden verkend                                                      48
Bijlage 2 Reviewers                                                                54
Bijlage 3 Gesprekspartners                                                         55
Bijlage 4 Literatuur                                                               56
Kansen pakken met kennis                                                            3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>              Kansen pakken met kennis De drie belangrijkste aanbevelingen
                                           Kennisinstellingen
                                                b      c
                                          a                   d
                                             Ondernemers
           1. Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter vinden
                                           Kennisinstellingen
                                             Ondernemers
                         2. Bevorder de uitwisseling van kennis via mensen
                                           Kennisinstellingen
                                             Ondernemers
               3. Stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning
Kansen pakken met kennis                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Nieuwe kennis is hard nodig om de economie gezond te houden en maatschappelijke
uitdagingen op te lossen. Daarvoor is het belangrijk dat ondernemers profiteren van de
kennis die kennisinstellingen ontwikkelen. Dat gebeurt nu wel, maar nog niet optimaal.
Daarom doet de overheid er goed aan om met gerichte maatregelen te zorgen dat
onderzoekers en ondernemers elkaar beter weten te vinden: zo kunnen we meer kansen
pakken met kennis.
Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker vinden en beter samenwerken
Het beleid van de overheid moet erop gericht zijn dat ondernemers en kennisinstellingen
elkaar vaker vinden en beter samenwerken. Daarmee schept de overheid goede voor-
waarden voor kennisuitwisseling. Het huidige beleid doet dat nog onvoldoende, onder
andere omdat het te weinig is afgestemd op de verschillende behoeften bij ondernemers,
met name die van het midden- en kleinbedrijf. In dit advies heeft de Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) vooral gekeken naar die vormen van
uitwisseling van kennis waar nog veel meer resultaat te behalen valt.
De cultuur van ondernemers en onderzoekers is zeer verschillend en mede daardoor
vindt men elkaar onvoldoende en is samenwerking niet altijd effectief. Ook blijft kennis uit
onderzoek nog steeds moeilijk toegankelijk voor ondernemers. Concrete maatregelen zijn
dus gewenst om de afstand te overbruggen, met name voor de kleinere en minder inno-
vatieve bedrijven. Het helpt weliswaar om bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar in de
buurt te zetten, maar ook dan is er méér nodig om echte kennisuitwisseling te realiseren.
Bovendien is er in het beleid rond kennisoverdracht naar ondernemers te weinig
aandacht voor de cruciale rol die personen spelen als (over)dragers van kennis. Juist
richting minder innovatieve ondernemingen ligt hier een groot onbenut potentieel.
Aanbevelingen
Om de kennisuitwisseling met ondernemers te verbeteren, beveelt de AWTI aan:
1. Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter vinden.
►      Maak kennis beter toegankelijk (d.w.z. beter vindbaar en begrijpelijk) voor niet-
       wetenschappers, zoals ondernemers, zowel door open access als versterking van
       de kennisloket-functie.
►      Overbrug de afstand tussen onderzoek en ondernemen door goed samen te werken
       langs de ‘keten’ van fundamenteel, toepassingsgericht en praktijkgericht onderzoek.
Kansen pakken met kennis                                                                    5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>►      Zorg voor een betere matching van vragen van ondernemers en onderzoekers.
       Vooral kleinere en minder innovatieve ondernemingen hebben hierbij hulp nodig.
       Zorg voor meer ‘kennismakelaars’ gericht op deze ondernemingen die ondernemer
       en onderzoeker bij elkaar brengen. Steun kleine ondernemingen om samen een
       kennisvraag uit te zetten door hiervoor seed money beschikbaar te stellen.
►      Bevorder dat onderzoekers en ondernemers samenwerken. Ten eerste via
       gezamenlijke agenda’s voor onderzoek en ontwikkeling en zorg dat kleinere
       bedrijven en ‘nieuwkomers’ daarbij ook kunnen aansluiten. Ten tweede door
       onderzoeker en ondernemer bij elkaar in de buurt te brengen en samen te laten
       werken (co-locatie en co-creatie).
2. Bevorder de uitwisseling van kennis via mensen. Hier zit nog een groot onbenut
potentieel. Mensen maken het verschil.
►      Bevorder de kruisbestuiving via dubbelfuncties bij een kennisinstelling en onder-
       neming. Vooral bij mkb-ondernemingen en hogescholen kan dit nog groeien. Maak
       ook een tijdelijke switch tussen kennisinstelling en onderneming aantrekkelijker.
►      Gebruik (afstudeer)stages van studenten effectiever voor kennisuitwisseling tussen
       kennisinstellingen en ondernemers. Zorg daarvoor dat de ‘makelaarsfunctie’ tussen
       ondernemers en hogeronderwijsinstellingen goed functioneert.
►      Heb in het beleid oog voor de belangrijke rol die afgestudeerden of onderzoekers
       spelen voor kennisoverdracht als ze vervolgens bij een bedrijf gaan werken.
       Stimuleer dit bijvoorbeeld door ‘innovatietraineeships’, een combinatie van een
       stage gevolgd door een baan binnen de onderneming.
3. Stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. Bied kennis-
instellingen hiervoor de ruimte en mogelijkheden.
►      Met valorisatie op maat en een professionele ondersteuning kan de kennisover-
       dracht naar ondernemers veel effectiever plaatsvinden. Pak binnen kennisinstellin-
       gen valorisatie dáár op waar het tot maatschappelijke impact leidt. Draag vanuit
       regering en parlement bij aan de versterking van de positie van valorisatie binnen
       de kennisinstellingen.
►      Laat de kennisinstellingen in hun strategische plannen uitwerken wat hun doelen op
       lange termijn zijn qua valorisatie en (daarbinnen) de kennistransfer naar onder-
       nemers. Steun de kennisinstellingen in het verder uitbouwen van een professionele
       organisatie en bloeiend ecosysteem voor kennisoverdracht naar ondernemers.
Kansen pakken met kennis                                                                  6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                              1
1 Inleiding
  1.1 Kennis moet stromen om tot welvaart te leiden
  De covid-pandemie heeft wereldwijd geleid tot een omvangrijke mobilisatie van de
  onderzoeks- en innovatiegemeenschap. In korte tijd is er veel onderzoek uitgevoerd,
  publiek en privaat gefinancierd, en samenwerking opgezet met maatschappelijke
  organisaties en bedrijven. De ontwikkeling van nieuwe kennis was hierbij cruciaal, 1
  maar uiteindelijk is het de afstemming tussen kennisontwikkeling, ondernemerschap en
  (mogelijke) gebruikers geweest die gezorgd heeft voor toepasbare en beschikbare
  oplossingen. Bij de ontwikkeling van vaccins ging het om samenwerking met grote
  bedrijven, maar er zijn ook tal van initiatieven geweest met kleinere en middelgrote
  ondernemingen. Zo lanceerde TNO het initiatief ‘Brains4Corona’ om daarmee vanuit de
  eigen expertise als organisatie voor toepassingsgericht onderzoek de samenwerking op
  te zoeken met ondernemers en maatschappelijke organisaties om tal van nieuwe
  oplossingen te bedenken voor problemen tijdens de covid-pandemie.
  De covid-pandemie is een voorbeeld van een maatschappelijke opgave, die het
  afgelopen jaar een stevige stempel op ons gedrukt heeft. Maar Nederland staat voor
  meer grote opgaven, op maatschappelijk en economisch gebied. Bijvoorbeeld: hoe gaan
  we om met klimaatverandering en realiseren we de transitie naar een duurzame
  economie? Of hoe vangen we de vergrijzing van de bevolking op? Daarnaast is het van
  groot belang om de concurrentiekracht van onze nationale economie te (blijven)
  verbeteren.2 Innovatie zal nodig zijn om deze opgaven het hoofd te bieden. Om zulke
  innovatie tot stand te brengen zullen wetenschappers, ondernemers, talentvolle
  medewerkers en maatschappelijke organisaties elkaar moeten vinden.
  Voor deze innovatie is ‘kennis’ een belangrijk ingrediënt. Kennis ‘stroomt’ tussen
  verschillende personen en organisaties. Het gaat dan om netwerken van kennis-
  instellingen, ondernemingen en maatschappelijke organisaties. Men ontwikkelt – al dan
  niet samen – kennis en werkt samen om (nieuwe) kennis toe te passen. Voor een deel
  zal nieuwe kennis direct landen in de maatschappij (bijvoorbeeld wanneer deze leidt tot
  een gedragsverandering bij mensen), of toegepast worden via maatschappelijke
  organisaties. Maar in veel gevallen zal nieuwe kennis via ondernemers toegepast
  worden, doordat het leidt tot innovatie van producten of diensten. Figuur 1 geeft
  schematisch de verschillende routes aan waarop kennis wordt uitgewisseld en deze tot
  1. Zie: Science, Technology and Innovation Outlook (OECD, 2021).
  2. Zie: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2020), Hiroaki (2019), Perez, Johnson,
      en Kleiner (2017), en een interview met Joseph Stiglitz (Stellinga en Van Noort, 2019).
  Kansen pakken met kennis                                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>maatschappelijke impact leidt. In dit advies zoomen we in op de kennisuitwisseling tussen
kennisinstellingen en ondernemers (zie paragraaf 1.2).
Die koppeling van nieuwe kennis met ondernemers en maatschappelijke organisaties
vindt zeker plaats, maar nog niet optimaal. Nederland heeft een heel sterke kennisbasis
met onderzoek dat internationaal hoog scoort. Toch blijft de (maatschappelijke en
economische) impact van die kennis achter: Nederland staat bijvoorbeeld in de Global
Innovation Index in de top-5 qua genereren van nieuwe kennis en ideeën, maar rond plek
25 qua impact ervan.3 Bovendien is Nederland binnen de EU teruggezakt van innovation
leader naar strong innovator, mede doordat ons midden- en kleinbedrijf veel minder
innovatief (geworden) is dan het EU-gemiddelde.4
                                              Kennisinstellingen
                                                                        Focus van
                                                                        het advies
                                                Ondernemers
                                                Maatschappij                       Kennis
                                                                                   Innovatie
Figuur 1 Kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen, ondernemers en maatschappij
Dit advies richt zich op de uitwisseling van kennis tussen kennisinstellingen en ondernemers
3. Zie de Global Innovation Index (Dutta, Lanvin en Wunsch-Vincent, 2019). Het Global
    Competitiveness Report (Schwab, 2019) laat een vergelijkbaar beeld zien. Nederland staat
    overall op plek 4. De productie van nieuwe kennis (‘research and development’) is goed en
    stijgende (plek 13), de interactie uitstekend (plek 5), maar de toepassing van kennis
    (‘commercialisation’) daalt ten opzichte van het jaar daarvoor naar plek 23.
4. Zie de laatste European Innovation Scoreboard (Hollanders, Es-Sadki en Rantcheva, 2021).
Kansen pakken met kennis                                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Dat de impact van onze (nieuwe) kennis achterblijft, is extra zorgelijk omdat juist in deze
tijden van grote maatschappelijke en economische uitdagingen een beroep gedaan wordt
op ons vermogen als samenleving en economie om met behulp van (deels nieuwe)
kennis de nieuw ontstane kansen te pakken en bij te dragen aan oplossingen voor nieuw
ontstane problemen.5 Daarvoor kun je als land niet te veel leunen op die kleine groep
bedrijven en organisaties die nu al goed aangesloten is op de kennisontwikkeling. Aan de
ene kant omdat bij zulke transities juist initiatieven van ‘nieuwe’ partijen vaak essentieel
zijn.6 En aan de andere kant omdat onze samenleving en economie in den brede gezond
moeten blijven. Over de hele breedte zullen we dus moeten innoveren, ook degenen die
dat nu beperkt doen. Daarvoor heeft men wel (toegang tot) de nodige kennis nodig.
1.2 Afbakening: focus op kennisuitwisseling met ondernemers
In dit advies zullen we ons specifiek richten op de kennisuitwisseling tussen (publieke)
kennisinstellingen en ondernemers (zie Figuur 1). Publieke kennisinstellingen zijn een
belangrijke bron van nieuwe kennis. Het gaat dan om universiteiten, onderzoeks-
instituten, organisaties voor toepassingsgericht onderzoek en hogescholen. Uit het
onderzoek dat daar plaatsvindt, komt veel kennis voort. Ook in het onderwijs aan
universiteiten en hogescholen wordt kennis overgedragen op studenten. Onze focus is op
hoe kennis uitgewisseld wordt tussen die kennisinstellingen en ondernemers. Het gaat
dus om kennis die via (uitwisseling met) ondernemers benut wordt. Dat zal zowel
economische als maatschappelijke impact hebben. Denk bijvoorbeeld aan de
energietransitie: innovaties die leiden tot energiebesparing dragen bij aan het halen van
onze maatschappelijke opgave, maar vormen tegelijk ook een product dat zorgt voor
extra werkgelegenheid.
Zoals Figuur 1 ook laat zien, is de ‘route’ waarmee kennis van kennisinstellingen via
ondernemers tot waarde in de samenleving leidt, niet de enige route. Kennisinstellingen
hebben natuurlijk ook directe interactie met maatschappelijke organisaties, overheids-
instellingen, inter- en non-gouvernementele organisaties, andere kennisinstellingen en
burgers. Ook daarbij wordt kennis ontwikkeld en toegepast en leidt die tot waarde. Daar
kijkt dit advies echter niet naar; dit advies focust op de route via ondernemers.
Het is immers van het grootste belang dat Nederland ervoor zorgt dat de kennis-
uitwisseling met ondernemers, inclusief het midden- en kleinbedrijf (‘mkb’), goed verloopt.
Ondernemers hebben de drive en de middelen om met de (nieuwe) kennis te innoveren.
Ondernemerschap gaat over het herkennen en pakken van kansen. Dat is van groot
5. Zie: Freeman en Louçã (2002) en Utterback (2006).
6. Zie ook: De staat van Nederland innovatieland (Goetheer, Van der Zee en De Heide, 2018, p.
     74).
Kansen pakken met kennis                                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>belang voor het creëren van nieuwe waarde voor de samenleving. Als de kennis-
uitwisseling met ondernemers niet goed op orde is, zal niet alleen de concurrentiepositie
van Nederland aangetast worden, maar zullen we tegelijkertijd onvoldoende voortgang
kunnen maken met de nodige transities omdat oplossingen ontbreken.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat die kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en
ondernemers in Nederland nog niet optimaal functioneert. Zo loopt Nederland achter op
vergelijkbare landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Finland of België wat betreft het
aandeel (innovatieve) bedrijven dat samenwerkt met universiteiten of andere publieke
onderzoeksinstellingen.7 Ook presteert Nederland onder het EU-gemiddelde op het
aandeel van ‘nieuwe, geïnnoveerde producten’ op de totale omzet. 8 In het bijzonder de
middelgrote en kleine bedrijven (mkb) hebben moeite om aansluiting te vinden bij de
kennisinstellingen. Voor deze bedrijven blijft het een grote uitdaging om de geschikte
kennispartners en netwerken te bepalen en daarmee de verbinding te leggen, naast het
ontwikkelen van de relevante vaardigheden om externe kennis te integreren in de
innovatieprocessen in het eigen bedrijf.9 Bovendien is een groot deel van het mkb weinig
innovatief. De Europese Commissie ziet het als een belangrijke uitdaging voor Nederland
om het mkb innovatiever te krijgen door een betere verbinding met kennisinstellingen en
hun ‘nieuwe’ kennis.10
   Dynamiek van kennisuitwisseling
   De dynamiek van de kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers
   heeft vele vormen. Soms ziet een wetenschapper zelf al de gebruiksmogelijkheden
   van een bepaalde ‘ontdekking’ en zal daarna de zoektocht nodig zijn naar de
   geschikte partners (met de juiste kennis en expertise) om dat verder te ontwikkelen.
   Omgekeerd hebben ondernemers kennisvragen die cruciaal zijn voor hun producten
   en diensten en innovatie daarvan. Als je je als landbouwer bijvoorbeeld wil gaan
   toeleggen op ‘circulaire landbouw’ zit je met tal van vragen over de bodem in relatie
   tot circulaire landbouw. Dan zul je op zoek gaan naar kennisinstellingen en onder-
   zoekers die onderzoek op zouden kunnen zetten dat een antwoord geeft op die
   vragen.11
7. Zie Balans van de wetenschap van het Rathenau Instituut (Koens et al., 2020), p. 69.
8. Zie de European Innovation Scoreboard (European Commission, 2019a).
9. Zie Enhancing the Contributions of SMEs in a Global and Digitalised Economy (OECD, 2017
     figuur 2).
10. Zie advies van de Europese Commissie voor Nederland (European Commission, 2019b), ook de
     Nederlandse regering (h)erkent dit: zie bijv. MKB-actieplan (Ministerie van Economische Zaken
     en Klimaat, 2018, pp. 12–13).
11. Dit onderwerp kwam aan de orde tijdens debat in Ede (2019) georganiseerd door AWTI en
     Rathenau Instituut. Zie: https://www.awti.nl/documenten/verslagen/2019/10/10/debat-
     wetenschap-met-impact-lessen-uit-de-kringlooplandbouw-voor-circulaire-kennisproductie
Kansen pakken met kennis                                                                           10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>1.3 Adviesvraag
De regering heeft als een van de belangrijke uitdagingen rond innovatie geformuleerd:
het “versterken van kennisoverdracht en het valorisatieproces voor meer impact”.12
Eerder uitte de regering al haar bezorgdheid over of mkb-bedrijven wel voldoende
toegang zouden hebben tot kennis(instellingen).13
Een optimale uitwisseling van kennis tussen kennisinstellingen en ondernemers vindt niet
‘vanzelf’ plaats.14 Zeker richting kleine en middelgrote bedrijven is méér nodig om kennis
uit onderzoek om te zetten in waarde door versterking van kennisoverdracht en het
valorisatieproces.15 De regering erkent dat deze ‘stap’ niet vanzelfsprekend is en dat
deze vraagt om meer ondersteuning voor (innovatieve) bedrijven en laagdrempelige
samenwerking tussen private en publieke partijen.16
Het is dus zaak om de kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en bedrijven te
versterken. De AWTI buigt zich in dit advies over de vraag hoe (publieke) kennis-
instellingen en ondernemers beter op elkaar aangesloten kunnen raken. Dat gaat zowel
over het verbeteren van de bestaande verbindingen als over het zorgen dat een groter
deel van de ondernemers goed aangesloten raakt bij kennisinstellingen. Daarmee krijgen
die ondernemers niet alleen toegang tot de juiste kennis, waarmee ze kansen kunnen
pakken die ontstaan in een veranderende wereld, maar ook zullen de kennisinstellingen
hierdoor uitgedaagd worden met nieuwe kennisvragen en gezamenlijk onderzoek.
Dit overziend, stelt de AWTI zich de volgende vraag:
Hoe schept de Nederlandse overheid de juiste omstandigheden om kennis-
uitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers optimaal te laten zijn?
Deze vraag is niet nieuw, maar juist in de huidige context waarin onze samenleving en
economie zich moeten herpakken na de covid-pandemie en tevens een antwoord moeten
vinden op aantal andere grote maatschappelijke uitdagingen, is deze vraag urgent.
De overheid schept de voorwaarden en bepaalt de kaders waarbinnen de relevante
partijen, zoals kennisinstellingen, ondernemingen en andere organisaties in het innovatie-
ecosysteem, invulling geven aan de kennisuitwisseling. Die invulling bepaalt uiteindelijk
12. Kabinetsstrategie ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen’, (Ministerie van
    Economische Zaken en Klimaat en Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2020, p.
    14).
13. Zie MKB Actieplan (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2018).
14. Zie de evaluatie van het valorisatieprogramma en de kabinetsreactie daarop (Janssen et al.,
    2018; Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
    Wetenschap, 2018).
15. Zie ook: De staat van Nederland innovatieland (Goetheer, Van der Zee en De Heide, 2018).
16. Kabinetsstrategie ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen’, (2020, p. 14).
Kansen pakken met kennis                                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>het succes van de kennisuitwisseling. Daarom kijkt dit advies ook nog verder dan enkel
de voorwaarden en kaders die de overheid zelf vast kan stellen, maar zal de raad ook
aanbevelingen doen over hoe de relevante partijen zo goed mogelijk invulling kunnen
geven aan de (bestaande of te creëren) mogelijkheden voor kennisuitwisseling.
Over de ‘route’ om kennis en ondernemerschap te verbinden via een start-up heeft de
AWTI recent een advies uitgebracht: ‘Beter van start. De sleutel tot doorgroei van
kennisintensieve start-ups’ (2020). Dit onderwerp zal in dit advies niet behandeld worden.
De raad verwijst naar de analyse en de aanbevelingen die in dat advies zijn gedaan.
Aanpak van het advies
Om een antwoord te vinden op de adviesvraag hebben we eerst geanalyseerd hoe de
kennisuitwisseling tussen publieke kennisinstellingen en ondernemers nu verloopt. Via
welke ‘paden’ komt kennis bij ondernemers terecht en hoe komen kennisvragen van
ondernemers bij (de onderzoekers in) de kennisinstellingen? En hoe wordt er gezamenlijk
aan kennisontwikkeling gedaan? Hiervoor heeft de AWTI literatuuronderzoek gedaan,
waarbij gebruik is gemaakt van verschillende (wetenschappelijke en professionele)
publicaties. Deze bronnen zijn aangevuld en uitgediept in interviews met ondernemers,
wetenschappers, beleidsmakers en andere betrokkenen (zie gesprekspartners in Bijlage
3). Onze bevindingen worden beschreven in Hoofdstuk 2.
Op basis van de bevindingen komt de AWTI tot een aantal concrete aanbevelingen om
de kennisuitwisseling tussen publieke kennisinstellingen en ondernemers te verbeteren.
Deze staan in Hoofdstuk 3.
Projectgroep en reviewers
  Dit advies is voorbereid door een projectgroep bestaande uit de raadsleden Jos
  Benschop (voorzitter), Sjoukje Heimovaara, Ellen Moors en Chokri Mousaoui, en
  stafleden Hamilcar Knops (penvoerder), Chris Eveleens en Nora van Bracht.
In de eindfase van het adviestraject is het conceptadvies voorgelegd aan twee externe
reviewers (zie Bijlage 2). Aan hen is gevraagd om te reflecteren op de consistentie van
het conceptadvies en mogelijke lacunes. De opmerkingen van de reviewers zijn
vervolgens onder verantwoordelijkheid van de raad verwerkt.
Kansen pakken met kennis                                                                 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                             2
2 Analyse
  2.1 Effectieve kennisuitwisseling vraagt om maatwerk qua
  vorm
  Voor dit advies focussen we op de uitwisseling van kennis tussen (publieke) kennis-
  instellingen en ondernemers. Kennisuitwisseling gaat over het (samen) zoeken naar
  kennis en het toepassen ervan. Dat gebeurt in netwerken van verschillende personen en
  organisaties en die uitwisseling kent vele vormen, die we ‘kennispaden’ noemen. Voor de
  uitwisseling van kennis tussen kennisinstellingen en ondernemers identificeerden we 18
  verschillende kennispaden. Die staan in de Tabel in Bijlage 1. Enkele voorbeelden zijn:
  ‘dubbelfuncties van werknemers bij kennisinstelling en bedrijf’, ‘stages en afstudeerders
  bij bedrijven’, ‘octrooien en licenties’, ‘spin-offs’ of ‘field labs en innovatiewerkplaatsen’.
  Elk kennispad ‘past’ goed bij bepaalde omstandigheden of bepaalde netwerken van
  kennisinstellingen en ondernemers. Zowel aan de kant van de kennisinstellingen als aan
  de kant van de ondernemers bestaat een grote variëteit. Het is cruciaal om deze
  differentiatie voor ogen te houden. Niet alleen voor een goede analyse van kennis-
  uitwisseling, maar ook om tot effectief beleid te komen: juist door differentiatie aan te
  brengen, kun je zorgen dat verwachtingen over en weer beter matchen en dat de
  aandacht gaat naar die kennispaden die voor de betreffende partijen het meest relevant
  en effectief zijn.
  Diversiteit kennisinstellingen
  Onder (publieke) kennisinstellingen bestaat een grote variëteit. Zo kennen hogescholen
  een sterke link met de beroepspraktijk en richten ze zich op praktijkgericht onderzoek.
  Ook mbo’s zijn sterk verbonden met de beroepspraktijk (maar zijn vooral gericht op
  opleiding). Daarnaast zijn er organisaties voor toepassingsgericht onderzoek (zoals TNO
  of Deltares).17 Universiteiten, zowel algemene als technische, verrichten zeer veel
  onderzoek van uiteenlopende aard (vanuit een fundamentele onderzoeksaanpak). Zulk
  onderzoek vindt ook plaats binnen aparte onderzoeksinstituten (zoals de instituten van
  NWO of de KNAW). Binnen de instellingen zelf zit er ook weer verschil tussen de
  onderdelen: het ene vakgebied leent zich gemakkelijker voor een link naar toepassingen
  dan een ander, maar ook tussen onderzoeksgroepen zitten verschillen. Die verschillende
  17. Zie voor een recent overzicht en evaluatie van de verschillende TO2-instellingen (Ministerie van
       Economische Zaken en Klimaat, 2021; Van Saarloos et al., 2021).
  Kansen pakken met kennis                                                                            13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>uitgangsposities bepalen ook de mogelijkheden voor de inhoud, agendering en soort
kennis en de vorm van kennisuitwisseling.
Diversiteit ondernemingen
Ook aan de kant van ondernemers en hun ondernemingen bestaat een grote diversiteit:
►      ten eerste in de mate waarop die gericht is op innovatie (van niet/weinig gericht op
       innovatie tot zeer sterk gericht op innovatie en onderzoek & ontwikkeling) en
►      ten tweede qua grootte (van eenmanszaak tot grote multinational).
Dit beïnvloedt de behoeften van de ondernemers naar de inhoud van de kennis waar hij
of zij naar op zoek is, maar ook wat een geschikte vorm is voor die kennisuitwisseling en
welke mogelijkheden de ondernemer heeft om dit te realiseren.
In dit advies zullen we werken met een globale indeling van ondernemingen in drie
categorieën afhankelijk van de mate waarin de onderneming is gericht op innovatie. Aan
de ene kant van het spectrum staan bedrijven die zeer veel aandacht hebben voor
kennisontwikkeling en innovatie (hoog-innovatieve bedrijven) en aan de andere kant
ondernemingen die weinig tot niets doen met innovatie (laag-innovatieve bedrijven).
Daartussenin zit een middengroep van bedrijven die in zekere mate aandacht hebben
voor innovatie. Die noemen we hier ‘middel-innovatieve bedrijven’.
Zeer innovatieve bedrijven ontlenen hun competitieve voordeel (deels) aan het hebben
van (toegang tot) geavanceerde, nieuwe kennis. Zij zullen dan ook continu op zoek zijn
naar dat type kennis. Voor middel- en laag-innovatieve bedrijven gaat het vooral om het
verbeteren van wat ze al doen op basis van kennis die goed aansluit bij hun praktijk.
Naast de mate van innovativiteit is ook het verschil in grootte van ondernemingen
relevant: kleine bedrijven hebben meestal minder of zelfs geen mensen beschikbaar om
contact met kennisinstellingen te onderhouden, gezamenlijke onderzoeksagenda’s te
beïnvloeden of om externe kennis ‘op te nemen’ in de praktijk van de onderneming. Ook
de sector waarin een ondernemer actief is, is een relevante factor voor de behoefte aan
nieuwe kennis en de wijze waarop de overdracht plaatsvindt.
Kijk gedifferentieerd naar kennisuitwisseling
Met zulke verscheidenheid aan de kant van kennis(instellingen) en aan de kant van de
ondernemers met hun ondernemingen, zal het niet verbazen dat voor de verschillende
typen ondernemingen andere (typen) kennisinstellingen en andere ‘kennispaden’ het
meest relevant zijn. (En omgekeerd ook, vanuit het perspectief van een kennisinstelling:
voor elke kennisinstelling zijn weer andere typen ondernemingen en kennispaden het
meest relevant, afhankelijk van het ‘profiel’ van die kennisinstelling.)
Kansen pakken met kennis                                                                    14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>De figuren 2, 3, en 4 illustreren deze differentiatie van paden van kennisuitwisseling. Er is
aangegeven voor drie soorten ondernemingen welke kennispaden typisch relevant zijn.
Dit is gebaseerd op onze analyse van de kennispaden, waarvan het resultaat terug is te
vinden in de Tabel in Bijlage 1.18 In de figuur is langs de horizontale as aangegeven met
welk type kennisinstelling deze ondernemingen via het betreffende kennispad de kennis
uitwisselen. Daarbij worden de onderzoeksinstituten niet apart genoemd, maar moeten
die gedacht worden op de plek van de meest overeenkomende kennisinstelling
(hogeschool, toegepast onderzoek organisatie of technische of algemene universiteit)
qua aard van het onderzoek. Een voorbeeld om de figuur uit te leggen: als hoog-
innovatieve bedrijven (Figuur 2) strategische onderzoekspartnerschappen aangaan met
kennisinstellingen, gaat het in de meeste gevallen om universiteiten (zowel technische
als algemene). De verticale as geeft aan wat de ‘drager’ is van de kennis: gaat de
kennisuitwisseling vooral via een persoon die (al dan niet impliciete) kennis overdraagt, of
is de kennis uitdrukkelijk vastgelegd in een document of een voorwerp? Uit onderzoek is
namelijk gebleken dat de mens als drager van kennis uitermate belangrijk is voor
kennisoverdracht ten behoeve van innovatief ondernemerschap.19 Op die manier kan
bijvoorbeeld onbewuste of impliciete kennis (‘tacit knowledge’) overgedragen worden, die
‘in het hoofd zit’.20 Vanwege het belang van deze overdracht via personen, komen
instellingen die zich grotendeels op opleiding richten, zoals de mbo’s en hbo’s, ook voor
in de onderstaande figuren. Uiteraard kennen sommige kennispaden een combinatie van
impliciete en expliciete kennis, wat ze halverwege de verticale as plaatst.
Figuur 2 illustreert de positie van hoog-innovatieve bedrijven. Bij zulke bedrijven is
toegang tot de meest geavanceerde kennis cruciaal. Ook is een langere tijdshorizon
voorzien. Bovendien zal de onderneming vaak relatief veel aandacht (in de vorm van
capaciteit aan personeel en budget) beschikbaar hebben voor eigen of externe kennis-
ontwikkeling en –toepassing. Daardoor komen strategische onderzoekspartnerschappen
(zoals QuTech of ArcNL) typisch voor bij deze categorie van hoog-innovatieve bedrijven.
18. Drie van de achttien paden uit de tabel in de bijlage komen niet terug in de figuren 2, 3 of 4,
     omdat ze naar verwachting slechts een zeer beperkte bijdrage aan de kennisuitwisseling met
     ondernemers hebben. Dit zijn de paden: ‘raad van adviesfuncties voor onderzoekers’, ‘partici-
     patie van onderzoekers en ondernemers in regionale boards’, en ‘conferenties en beurzen’.
19. Zie: Managing the Flow of Technology (Allen, 1995).
20. Zie: The Knowledge-Creating Company (Nonaka en Takeuchi, 1995) en Knowledge of the firm,
     combinative capabilities, and the replication of technology (Kogut en Zander, 1992).
Kansen pakken met kennis                                                                            15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                    Hoog-innovatieve ondernemingen
                                                              Mobiliteit werknemers & starters
         Mens
                                                                        Dubbelfuncties werknemers
                                                            Stage & afstudeerders
                                                                                  Scienceparks
 Type kennisdrager
                                                                                       Partnerschappen
                                                                Kennisloketten
                                                                                           Spin-offs
                                                                           Pps
                                                             Contractonderzoek & consulting
                                                                      Octrooien & licenties
                                                                      Wetenschappelijke tijdschriften
Document
                                                  Type kennisinstelling
                        Mbo-        Hogescholen         Toegepast             Technische                Algemene
                     instellingen                       onderzoek            universiteiten            universiteiten
                                                       organisaties
Figuur 2 Relevante paden voor kennisuitwisseling met hoog-innovatieve bedrijven
Ook zien we hier dat bedrijven investeren in dubbelfuncties van onderzoekers binnen het
bedrijf en binnen een kennisinstelling, bijvoorbeeld in de vorm van bijzonder hoogleraren
bij universiteiten. Qua kennis zoeken dit soort ondernemingen toch vooral naar kennis bij
universiteiten en organisaties voor toegepast onderzoek. Daar richten de meeste kennis-
paden zich ook op. De kennispaden ‘wetenschappelijke publicaties’ en ‘octrooien en
licenties’ zijn vooral relevant voor hoog-innovatieve ondernemingen.21 Daarnaast zijn er
verschillende andere kennispaden waar hoog-innovatieve bedrijven van profiteren, die
ook terugkomen bij de middel-innovatieve ondernemingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om
publiek-private samenwerking voor gezamenlijk onderzoek, contractonderzoek of om de
mobiliteit van onderzoekers of afgestudeerden tussen kennisinstelling en bedrijf.
21. Bij mkb en minder innovatieve bedrijven blijkt een goed gebruik van de mogelijkheden van
    octrooien en dergelijke, in de praktijk lastiger: zie Beleidsnota ‘Modernisering Rijksoctrooiwet
    1995’ (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2020).
Kansen pakken met kennis                                                                                                16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                        Middel-innovatieve ondernemingen
                                Dubbelfuncties werknemers
         Mens
                                               Mobiliteit werknemers & starters
                                                    Stage & afstudeerders
                                                                    Fieldlabs
 Type kennisdrager
                                                                                  Scienceparks
                                                Kennisloketten
                                                    Pps
                                                                       Spin-offs
                                      Contractonderzoek & consulting
                                                       Standaardisatietrajecten
                                                Vakbladen
Document
                                                       Type kennisinstelling
                        Mbo-           Hogescholen            Toegepast               Technische       Algemene
                     instellingen                             onderzoek              universiteiten   universiteiten
                                                             organisaties
Figuur 3 Relevante paden voor kennisuitwisseling met middel-innovatieve
bedrijven
Voor bedrijven in de ‘middel-innovatieve’ categorie (Figuur 3) is het belangrijk dat de
kennis dichter tegen de praktijktoepassing aan zit. Het gaat om vraagstukken die op de
praktijk en implementatie gericht zijn en die meestal op de korte- tot middellange termijn
kunnen worden beantwoord. Daardoor ligt bij deze categorie ondernemingen meer
nadruk op uitwisseling met hogescholen en organisaties voor toegepast onderzoek. Voor
een deel zijn dezelfde kennispaden relevant als bij hoog-innovatieve bedrijven, maar
middel-innovatieve bedrijven zoeken daarbij andere typen kennisinstellingen als partner.
Daarnaast zijn hier ook deels andere kennispaden aan de orde. Bijvoorbeeld presentaties
van nieuwe innovaties in vakbladen. Of deelname in field labs: hier komen ondernemers
en onderzoekers fysiek samen om praktijkgerichte vragen te beantwoorden. Bovendien
kunnen normalisatie- en standaardisatietrajecten bij dit soort bedrijven bijdragen aan de
kennisoverdracht. In zulke trajecten worden ontwerp- en kwaliteitsafspraken gemaakt
over specifieke producten of diensten. Door recente kennis in de norm mee te nemen,
raakt deze bekend bij bedrijven en zal ze daar worden toegepast.
Kansen pakken met kennis                                                                                               17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                              Laag-innovatieve ondernemingen
          Mens
                                 Starters
                                     Stages
  Type kennisdrager
                                            Innovatie- en mkb-werkplaatsen
                                                       Consulting & training
                                                                     Vraagbundeling
                                                    Kennisloketten
                                                      Standaardisatietrajecten
                                                  Vakbladen
Document
                                                              Type kennisinstelling
                         Mbo-               Hogescholen             Toegepast          Technische       Algemene
                      instellingen                                  onderzoek         universiteiten   universiteiten
                                                                   organisaties
Figuur 4 Relevante paden voor kennisuitwisseling met laag-innovatieve bedrijven
Voor de groep bedrijven die weinig innovatief zijn (Figuur 4) – waartoe ook veel mkb-
bedrijven zullen behoren – is het vooral belangrijk dat de kennis goed aansluit bij de
praktijk en gemakkelijk toe te passen is. Dit vergt weer andere kennispaden.
Vraagbundeling is hierbij essentieel, omdat deze bedrijven vaak niet in staat zijn dit één
op één op te pakken. Verder kan dit type bedrijven relatief veel profijt hebben van kennis
die studenten overbrengen bij stages, of die startende medewerkers die net zijn
afgestudeerd, meebrengen. Ook innovatie- of mkb-werkplaatsen kunnen voor deze
bedrijven een effectieve manier zijn om kennis uit te wisselen.
In het vervolg van dit hoofdstuk reflecteren we op hoe goed de aangegeven kennispaden
functioneren voor de verschillende typen ondernemingen (en verschillende typen kennis-
instellingen), waarna deze figuren terug zullen komen om een indicatie te geven waar
ruimte zit voor verbeteringen.
Kansen pakken met kennis                                                                                                18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Voorwaarde: voldoende kennisabsorptievermogen
Juist bij de laag-innovatieve ondernemingen is het in de praktijk een uitdaging om nieuwe
kennis ‘op te kunnen nemen’ in de onderneming. Voldoende ‘kennisabsorptievermogen’
is immers een voorwaarde om kennis van de ene naar de andere organisatie te laten
vloeien en de kennis daar ook daadwerkelijk te laten landen. De AWTI wijdde daar eerder
een advies aan.22 Het is zo dat bedrijven met goede bedrijfsvoering, waarbij de
vaardigheden en kennis van de ondernemers, managers én medewerkers up-to-date zijn,
innovaties sneller en succesvoller implementeren.23 Zeker bij kleinere ondernemingen
ontbreekt vaak het geld, de tijd en personeelscapaciteit om iets met kennis of onderzoek
te doen. Onlangs heeft het kabinet dit punt van de (benodigde) absorptiecapaciteit voor
nieuwe kennis in het mkb uitdrukkelijk genoemd als een belangrijke uitdaging in het kader
van het toepassen en opschalen van innovaties.24
Oog voor ecosystemen en de internationale dimensie
Al deze interacties tussen kennisinstellingen, ondernemingen en andere partijen vinden
plaats binnen een omgeving (‘ecosysteem’) die een product is van de economische
structuur, het sociale netwerk en de cultuur in een bepaalde regio of sector. Daarbinnen
wordt op allerlei manieren en in wisselende combinaties kennis ontwikkeld en
toegepast.25 Daarbij moeten we ons wel realiseren dat de kennisontwikkeling plaatsvindt
in een ruimere, internationale setting, net als de activiteiten van de ondernemers.
Bovendien concurreren ondernemers met elkaar: dit heeft invloed op de processen rond
kennisuitwisseling. Voor onderzoek dat verder van de markt staat, mogen bedrijven best
de handen ineen slaan, maar zodra het dichter bij de markt komt, moet men goed
opletten met de mededingingsregels: is er misschien sprake van een verboden
concurrentiebeperkende afspraak tussen bedrijven? Maar die concurrentie beïnvloedt
ook de wisselwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers: waar kennisinstellingen
graag hun kennis publiceren en delen, kan een ondernemer er juist baat hebben om die
kennis binnen zijn bedrijf te houden om er concurrentievoordeel mee te bereiken.
22. Zie: Vangen, verwerken en verwaarden. Over het belang van kennisabsorptievermogen.
    (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2016c).
23. Zie: Laggard firms, technology diffusion and its structural and policy determinants (OECD, 2020).
24. Kabinetsstrategie ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen’ (2020, p. 12).
25. Zie uitgebreider over de regionale ecosystemen: Samen de lat hoog leggen (Adviesraad voor
    wetenschap, technologie en innovatie, 2021).
Kansen pakken met kennis                                                                           19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>2.2 Ondernemers en kennisinstellingen vinden elkaar nog
onvoldoende
Kennisinstellingen en ondernemers vinden elkaar nog niet optimaal. Men weet elkaar nog
niet vaak genoeg te vinden en als men elkaar vindt, dan blijken beide partijen een
‘andere taal’ te spreken: werkwijze en doelstellingen lopen over en weer niet parallel. Hier
valt nog veel te winnen.
Duidelijkheid over rol kennisinstelling zorgt voor betere match bij samenwerking
De samenleving en ondernemers zoeken naar kennis. Ondernemers gebruiken zulke
kennis om beter in de behoeften van hun klanten te voorzien en om beter (maatschap-
pelijke) problemen te kunnen oplossen. In hun zoektocht naar die kennis kijken de
samenleving en de ondernemers naar de kennisinstellingen. Publieke kennisinstellingen
hebben immers, naast de taak om onderzoek te doen en/of onderwijs te bieden, ook tot
taak om kennis over te dragen, onder andere aan samenleving en ondernemers.26 Elke
kennisinstelling formuleert haar eigen antwoord hoe ze haar rol ziet met betrekking tot de
taak van kennisoverdracht. Dat is onderdeel van het ‘profiel’ van de instelling. 27 In dat
profiel geeft de kennisinstelling onder meer aan welk(e) soort(en) onderzoek ze wil
verrichten en hoe ze denkt die kennis over te dragen. Het is goed denkbaar dat de ene
instelling de nadruk legt op het ontwikkelen van fundamentele kennis waarbij zicht op een
toepassing nog onduidelijk is. Daarmee zal ook het bereiken van ondernemers lastig zijn
en geen speerpunt binnen het gekozen profiel. Een andere kennisinstelling zou ervoor
kunnen kiezen om zich te profileren met onderzoek dat zich meer leent voor toepas-
singen en die instelling kan dan van de kennisoverdracht naar ondernemers een duidelijk
profileringspunt maken. De AWTI adviseerde eerder dat het goed is dat instellingen de
ruimte hebben om zo’n eigen, onderscheidend profiel te kiezen, maar dat de instellingen
zorgen dat ze gezamenlijk wel de ‘behoeften’ vanuit de samenleving dekken.28
Rond de taak van kennisoverdracht richting samenleving en ondernemers moet een
kennisinstelling in haar profiel antwoord geven op vragen als: in hoeverre betrekt de
instelling organisaties uit de samenleving of ondernemers bij het ontwikkelen van de
onderzoeksagenda, met wat voor soort ondernemingen wil men samenwerken, en op
welke verschillende manieren? En wat is daarbij de doelstelling van de kennisinstelling?
Het helpt als regering en parlement – vanuit hun verantwoordelijkheid voor het stelsel –
26. Voor universiteiten en hogescholen zie art. 1.3, lid 1 respectievelijk lid 3, van de WHW.
27. Zie: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019,
    p. 36).
28. Zie: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019,
    p. 38 en p. 48-49).
Kansen pakken met kennis                                                                          20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>helder aangeven wat zij van het stelsel als geheel en de verschillende typen instellingen
verwachten op het gebied van kennisoverdracht.
Als kennisinstellingen duidelijk hebben aangegeven wat er van hen verwacht kan worden
op het terrein van onderzoek en kennisoverdracht, helpt dat ook om de verwachtingen bij
ondernemers te managen. Het is wel belangrijk dat de kennisinstellingen ook handelen
naar wat ze als profiel hebben neergezet. Bovendien zullen er minder teleurstellingen zijn
als kennisinstellingen duidelijk aangeven hoe zij de rol van ondernemers zien bij
eventuele samenwerking. Welk commitment verwachten ze van een ondernemer,
afhankelijk van het soort samenwerking?
‘Pull’: ondernemers op zoek naar kennis hebben nog moeite om die te vinden
Als we kijken naar ondernemers die actief op zoek zijn naar of behoefte hebben aan
bepaalde kennis (of het onderzoek dat die kennis moet gaan opleveren) – de ‘pull’ van
ondernemers richting de kennisinstellingen – dan constateren we het volgende:
►      Het is voor ondernemers niet altijd makkelijk om de benodigde kennis te vinden.
       ►      Er wordt heel veel onderzoek gedaan en er is dus heel veel (nieuwe) kennis
              die op vele plekken wordt gepubliceerd; op zichzelf is het al lastig om daar-
              binnen de juiste kennis te vinden, maar het wordt nog lastiger omdat een deel
              van die kennis niet ‘open’ beschikbaar is en de kennis die wel ‘open’ is, vaak
              niet vindbaar en niet begrijpelijk ontsloten is.29 (Heldere profilering door de
              kennisinstelling vergroot wel de herkenbaarheid en vindbaarheid van kennis.)
       ►      Voor de meeste ondernemers is de zoektocht naar nieuwe kennis een van de
              vele bezigheden en die doen ze vaak ad hoc.
►      Een ander issue is dat als je als ondernemer een onderzoeker/instelling weet te
       vinden die de gewenste kennis kan ontwikkelen, het nog van vele factoren afhangt
       of dat onderzoek ook daadwerkelijk zal plaatsvinden.30
       ►      De agendering en organisatie van onderzoek is van heel veel factoren
              afhankelijk (zoals grotere onderzoeksprogramma’s, fundamentele vragen,
              maatschappelijk nut, persoonlijke drijfveren, of financiering). Een ‘kennisvraag’
              van een ondernemer is nóg een extra factor in die mix. Of er ruimte is om iets
              met die vraag te doen, zal afhangen van bijvoorbeeld de aard van de instelling
              of het type onderzoek/kennis waar het om gaat.
29. Op Europees niveau (o.a. via de European Open Science Cloud),via nationaal beleid en ook
    lokaal (zoals bijvoorbeeld https://openresearch.amsterdam) wordt momenteel gewerkt aan het
    vergroten van open access, maar er zal meer nodig zijn dan enkel open access om de kennis
    ook echt vindbaar en bruikbaar te maken (vergelijk: Durven delen (Adviesraad voor wetenschap,
    technologie en innovatie, 2016a)).
30. Verschillende ondernemers met wie we gesproken hebben, hebben ervaren dat het in de praktijk
    lastig is om onderzoek naar voor hen relevante kennisvragen geagendeerd te krijgen.
Kansen pakken met kennis                                                                       21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>       ►      Daarnaast zijn de werkwijze en prikkels bij onderzoek binnen een kennis-
              instelling anders dan die in het bedrijfsleven; hoewel het logisch is dat deze
              verschillen bestaan, vormen ze in de praktijk wel een extra hindernis voor
              ondernemers bij het vinden van de juiste kennis. Zo ligt binnen de (weten-
              schappelijke) cultuur traditioneel de nadruk op publiceren in wetenschappelijke
              tijdschriften en het binnenhalen van (wetenschappelijke) onderzoeksprojecten.
              Daar worden de meeste onderzoekers in eerste instantie dan ook op
              beoordeeld. Dat maakt de prikkel om je als onderzoeker direct door een
              kennisvraag van een ondernemer te laten inspireren, klein(er). Toch kan hier
              iets gaan veranderen. Momenteel is immers de beweging ingezet om
              medewerkers van kennisinstellingen meer gedifferentieerd en op meer
              aspecten te (gaan) ‘erkennen en waarderen’.31
►      In het bijzonder voor kleinere en minder innovatieve bedrijven is het lastig om hun
       kennisvraag te articuleren:32 zulke bedrijven zouden geholpen zijn met
       mechanismen voor vraagbundeling en –articulatie, maar die zijn er (bijna) niet.
       ►      Een good practice van vroeger waren de productschappen in de landbouw,
              maar die bestaan niet meer. Ook andere intermediaire structuren (zoals
              Syntens) zijn afgeschaft.
       ►      De structuren die hiervoor in de plaats zijn gekomen (zoals Topsectoren of
              regiodeals) blijken niet voor alle partijen even geschikt of nog te pril.
‘Push’: (nuttige) kennis bereikt ondernemers nog niet optimaal
De kennis die de Nederlandse kennisinstellingen ontwikkelen, vindt voor een deel al zijn
weg naar de samenleving en ondernemers, maar er is zeker nog ruimte om meer
(maatschappelijke) impact te bereiken. Kennisinstellingen, zoals hogescholen,
universiteiten en de instellingen voor toepassingsgericht onderzoek, hebben een
belangrijke, brede verantwoordelijkheid in het onderhouden en versterken van de
kennisinfrastructuur in Nederland. Van alle kennis die zij ontwikkelen zal een deel zijn
weg naar de maatschappij vinden via ondernemerschap. Hoe goed lukt het om die kennis
beschikbaar te maken voor ondernemers? Hier gaat het dus om de ‘push’ van kennis van
de kennisinstellingen naar de ondernemers (soms was die ondernemer al betrokken bij
het onderzoek, zoals bij spin-offs33).
31. Zie: VSNU e.a (2019).
32. Zie ook de Eindevaluatie valorisatieprogramma door Dialogic (Janssen et al., 2018).
33. Zie over het kennispad van de kennisintensieve start-ups het advies ‘Beter van start’
    (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2020).
Kansen pakken met kennis                                                                     22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Uit onze analyse en de verschillende gevoerde gesprekken constateren we dat de kennis
die ontwikkeld wordt, beter ontsloten kan worden ten behoeve van mogelijke
doorontwikkeling of toepassingen.34 Onze belangrijkste observaties:
►      Verschillende personen die we spraken wezen op de cultuur binnen kennisinstellin-
       gen (in het bijzonder universiteiten): de gesprekspartners ervaren dat de nadruk erg
       ligt op het binnen de wetenschap verspreiden van resultaten en dat de (vertaalslag
       via) valorisatie minder status heeft, omdat men traditioneel vooral op basis van de
       publicaties en binnengehaalde onderzoeksprojecten wordt gewaardeerd. Inmiddels
       wordt wel gewerkt aan het breder waarderen van de prestaties van onderzoekers,
       onder andere op het gebied van valorisatie.35
►      Een van de valorisatieactiviteiten die nog (te) beperkt gebeurt, is de deelname van
       onderzoekers van publieke kennisinstellingen aan de commissies die normen en
       standaarden opstellen. Dit komt omdat deelname aan zo’n commissie in de regel
       geld kost terwijl de waardering die de onderzoeker er binnen zijn kennisinstelling
       voor ontvangt, vaak (nog) beperkt is. Hierdoor lukt het minder goed om de nieuwste
       (wetenschappelijke) inzichten in de nieuwe standaarden en normen door te laten
       klinken. Daarmee gaat ook een kans voorbij om die kennis via de standaarden en
       normen in de ondernemingen te laten landen.
►      De KU Leuven wordt als een succesvol voorbeeld gezien waar valorisatie meer ‘in
       het DNA’ van de instelling en haar onderzoekers zit. Dit is wel het resultaat van een
       proces van vele jaren bouwen aan een cultuur en structuur voor valorisatie.
►      Bij de Nederlandse kennisinstellingen is de ondersteuning voor knowledge/
       technology transfer wel gegroeid, maar toch blijft de capaciteit beperkt om
       bijvoorbeeld de ‘scouting’ binnen kennisinstellingen naar kennis waar iets nuttigs
       mee gedaan kan worden, echt goed te doen.
►      Gegeven die beperkte capaciteit, bestaat het gevaar dat kennis die beschermd kan
       worden, de meeste aandacht krijgt, waardoor de valorisatie van ‘open’ kennis min-
       der gepusht wordt, ondanks dat de maatschappelijke impact ervan groot kan zijn.
►      In de afgelopen periode zijn er – uit verschillende hoeken – wel enkele initiatieven
       gekomen om ‘kennis’ beter inzichtelijk te maken voor bijvoorbeeld ondernemers via
       de ‘Science Finder’36 of voor de knowledge transfer offices via ScoutinScience37
       (dit helpt de knowledge transfer offices om potentieel toepasbare kennis te vinden
       binnen alle onderzoeksoutput).
34. De AWTI wees hier al eerder op in het advies ‘Durven delen’ (Adviesraad voor wetenschap,
    technologie en innovatie, 2016a).
35. Zie: VSNU e.a.(2019).
36. https://sciencefinder.techleap.nl/
37. https://www.scoutinscience.com/
Kansen pakken met kennis                                                                     23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>2.3 Samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers
kan vaker en effectiever
Samenwerking tussen ondernemers en kennisinstellingen vindt op verschillende
manieren plaats. Zulke samenwerking kan zeer waardevol zijn voor de ontwikkelingen
aan beide kanten. Kennisinstellingen en ondernemers hebben natuurlijk wel ieder hun
eigen ‘logica’ (wat is hun doel, hoe werken ze?). Door goed rekening te houden met
elkaars logica kan de samenwerking nog effectiever worden. Ook is er zeker nog ruimte
om vaker samen te werken.
Op dit moment werkt bijvoorbeeld slechts 1 op de 10 innovatieve bedrijven samen met
een universiteit en maar 1 op de 20 met een publieke onderzoeksinstelling, blijkt uit
onderzoek van het Rathenau Instituut (zie Figuur 5).38 Deze percentages zijn een daling
ten opzichte van het verleden en blijven ook duidelijk achter bij vergelijkbare landen zoals
het Verenigd Koninkrijk, Finland of België.39 In de grafiek gaat het om het aandeel binnen
de groep ‘innovatieve bedrijven’. Naar verwachting is het aandeel dat samenwerkt met
deze typen kennisinstellingen binnen de groep van bedrijven die niet als innovatief
worden gekenmerkt ongetwijfeld nog lager.
Intensieve samenwerking vindt vooral plaats met grote bedrijven
Samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers in de vorm van samen
onderzoek en ontwikkeling doen, vindt vooral plaats met de grotere ondernemingen die al
innovatief zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van strategische onderzoekspartnerschappen
tussen kennisinstellingen en zulke ondernemingen (zoals QuTech of ArcNL). 40 Ook
binnen structuren als de Topsectoren vindt samenwerking plaats tussen (innovatieve)
ondernemingen en kennisinstellingen. Kleinere bedrijven en ondernemingen die laag- of
middel-innovatief zijn doen veel minder vaak mee aan zulke intensieve samenwerking.
38. ‘Balans van de wetenschap 2020’ van het Rathenau Instituut (Koens et al., 2020), p. 69.
39. Zie ook de Community Innovation Survey van Eurostat.
40. Zie hierover ook: Bedrijf zoekt universiteit. De opkomst van strategische publiek-private
    partnerships in onderzoek (Sue-Yen Tjong Tjin Tai et al., 2018) (Rathenau Instituut).
Kansen pakken met kennis                                                                      24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Figuur 5 Samenwerking tussen innovatieve bedrijven en kennisinstellingen
De grafiek toont het percentage innovatieve bedrijven dat samenwerkt met hoger-
onderwijsinstellingen (boven) of publieke onderzoeksinstellingen (onder) voor EU-landen
(Bron: Rathenau Instituut, Balans van de wetenschap 2020 (Koens et al., 2020), p. 69).
Het mkb dreigt de boot te missen
Algemeen wordt erkend dat juist de kleine en middelgrote ondernemingen, zeker de laag-
en middel-innovatie bedrijven in die categorie, en ‘nieuwkomers’ zeer moeilijk aanhaken
bij kennisinstellingen en hun kennisontwikkeling.41 Drempels zijn:
41. Kabinetsstrategie ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen’, 2020, p. 14:
     “Ecosystemen slagen er nog onvoldoende in om […] kleine en middelgrote bedrijven […] aan te
     haken om kennis over te dragen” onder verwijzing naar Dialogic (2018). Zie ook: Van Saarloos
     et al. (2021).
Kansen pakken met kennis                                                                          25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>►      Regelingen voor samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers kennen
       vaak allerlei administratieve verplichtingen die voor het mkb een last zijn.
►      Voor minder innovatieve ondernemingen blijkt een regeling die kennisuitwisseling
       bevordert vaak op zichzelf niet toereikend om een kennisvraag op gang te brengen:
       zo’n vraag moet eigenlijk al op een andere manier ‘op gang gebracht’ zijn, waarna
       de regeling als ‘vliegwiel’ die ontwikkeling kan versnellen.
►      Minder innovatieve ondernemers hebben vaak niet de juiste contacten in het
       ‘kennisveld’ of ze missen de juiste mensen binnen de onderneming om de nieuwe
       kennis te absorberen.42
►      Het mkb vindt moeilijk toegang tot de instellingen voor toegepast onderzoek 43 en
       ook bij universiteiten vinden mkb-ers lastig een ingang.44 Dit wordt door betrokken
       partijen ervaren als een ‘hardnekkig probleem’. Oorzaken hiervan zijn 45:
       ►      dat veel mkb-ondernemers niet goed weten wat de kennisinstellingen voor hen
              kunnen betekenen (‘onbekendheid’);
       ►      de cultuurverschillen die bestaan tussen de hands-on mentaliteit van veel
              mkb-ondernemers enerzijds en de onderzoeksaanpak bij TO2-instellingen en
              universiteiten anderzijds;
       ►      dat mkb-ers afgeschrikt worden door de tarieven die kennisinstellingen
              (moeten) rekenen, zeker indien de mkb-ondernemers nog niet ervaren hebben
              wat de voordelen van de in te schakelen kennis (kunnen) zijn.
►      Bepaalde intermediaire structuren die in het verleden bestonden, zijn verdwenen of
       afgeschaft, terwijl het in nieuwe structuren zoals de Topsectoren moeilijk is voor
       kleine of nieuwe spelers om de agenda (mede) te bepalen.46 Zulke kleinere
       bedrijven kunnen dan ook minder goed hun stempel zetten op onderzoek en
       ontwikkeling binnen bijvoorbeeld de Topsector.
►      Er zijn voor het mkb andere paden voor kennisuitwisseling die wel doorlopen
       worden, maar waarvan de effectiviteit qua kennisuitwisseling nog kan verbeteren.
       Het gaat dan bijvoorbeeld om het binnenhalen van kennis via nieuwe medewerkers
       (afgestudeerden) of door middel van afstudeerstages. Deze vormen van kennis-
       uitwisseling via personen wordt in de volgende paragraaf uitgebreider besproken.
42. Dit raakt ook aan risico’s van capture, insider-outsider problematiek bij ontwikkeling en imple-
    mentatie van het beleid. Zie: De staat van Nederland innovatieland (Goetheer, Van der Zee en
    De Heide, 2018), H2 en H5.
43. Specifiek voor de TO2-instellingen: Van Saarloos et al. (2021, p. 36).
44. Dit kwam naar voren in verschillende gesprekken die we hebben gevoerd voor dit advies.
45. Van Saarloos et al. (2021, p. 36).
46. Inmiddels ontstaan regionaal weer nieuwe intermediaire structuren, zoals de ‘eerstelijns-
    organisatie’ binnen het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
Kansen pakken met kennis                                                                             26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Samen op één locatie: een eerste stap, maar er is meer nodig
In de afgelopen jaren is steeds meer ingezet op het samenbrengen van ondernemers en
kennisinstellingen in één gebied of zelfs op één locatie. Er zijn inmiddels zo’n 35
campussen waar kennisinstellingen en ondernemingen fysiek bijeen zijn.47 Maar ook
andere vormen van gedeelde faciliteiten komen steeds meer op. Zo is vanuit het
programma ‘Smart Industry’ sinds 2015 een netwerk van 43 field labs opgericht. In het
voorjaar van 2021 is een evaluatie naar het functioneren en de financiering van die field
labs verschenen.48 De conclusie is dat het programma ‘Smart Industry’ wel heeft bij-
gedragen aan bewustwording en agendering, maar dat de resultaten (nog) beperkt zijn
met betrekking tot het daadwerkelijk activeren van individuele bedrijven en het zetten van
stappen in de Smart Industry transformaties. Uiteindelijk is maar een relatief beperkte
groep bedrijven bereikt en bleken activiteiten niet altijd aan te sluiten op de realiteit van
het ‘brede mkb’. Bij de field labs blijken vooral de innovatieve(re) bedrijven aan te sluiten.
Uit de literatuur en onze gesprekken komen verder als aandachtspunten naar voren:
►      Dat een kennisinstelling en ondernemers vlak bij elkaar zitten, is op zichzelf niet
       voldoende om samenwerking te krijgen. Het is een eerste stap.
►      Er zijn mensen of structuren nodig om kennis(instellingen) en ondernemers echt te
       verbinden. Voorbeelden zijn gerichte gezamenlijke activiteiten of ‘makelaars’ die
       beide partijen weten te koppelen (onder andere door ook de taal van de onder-
       nemer te spreken). Maar ook dan blijft de follow-up een aandachtspunt.
►      Als een gedeelde locatie goed werkt, kan die als magneet werken, zowel voor talent
       als voor andere ondernemingen of kennisinstellingen. Voorbeelden die genoemd
       werden in onze gesprekken zijn: de High Tech Campus in Eindhoven, het Leiden
       Bioscience Park, de Wageningen Campus of, op kleinere schaal, sommige field
       labs.
2.4 Er is te weinig aandacht voor mensen als (over)dragers
van kennis
In de praktijk is de uitwisseling van kennis via personen een belangrijke route waarmee
een bepaald ‘state-of-the-art’ niveau van kennis bij ondernemers kan komen,49 maar
deze route wordt nog onvoldoende in beschouwing genomen bij beleid voor kennis-
uitwisseling.
47. Zie hierover uitgebreid: Buck Consultants (2018).
48. Zie: Evaluatie Smart Industry programma door Dialogic (Grond et al., 2021).
49. Zie: Managing the Flow of Technology (Allen, 1995).
Kansen pakken met kennis                                                                      27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Personen die net van een kennisinstelling afkomen (bijvoorbeeld afgestudeerden of
gepromoveerden) en dan bij een onderneming gaan werken, dragen bij aan het
kennisniveau binnen de onderneming, aan het verstevigen van het kennisabsorptie-
vermogen en verbreden het netwerk van deze ondernemingen doordat die personen
weer voor nieuwe verbindingen voor kennisuitwisseling zorgen. Ook voor het ontwikkelen
van nieuwe kennis of praktijken biedt deze route mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan
afstudeerders die binnen een bedrijf hun stage doen, of andere vormen van gezamenlijk
onderzoek, zoals een medewerker van een bedrijf die een promotieonderzoek doet in
samenwerking met de kennisinstelling.
Jaarlijks studeren er in Nederland zo’n 70.000 hbo-studenten af en er zijn ook jaarlijks
tienduizenden universitaire studenten die een externe stage lopen. In aantallen gaat het
dus om veel kansen op kennisoverdracht. En niet alleen naar heel innovatieve bedrijven,
maar juist ook minder innovatieve, waaronder veel mkb-bedrijven. Toch worden deze
paden in de praktijk echter bijna niet bekeken door de bril van ‘kennisoverdracht’. Hier
valt dus nog wel wat te winnen. We hebben hier immers te maken met een veelheid aan
bestaande contacten tussen kennisinstellingen en ondernemingen (waaronder vele
ondernemingen die minder innovatief zijn). Het moet mogelijk zijn om voor deze
contacten een meer effectieve kennisuitwisseling te bereiken. Problemen die zich nu
bijvoorbeeld voordoen (blijkt uit onze gesprekken) zijn:
►      Het is niet altijd eenvoudig voor ondernemers om de juiste studierichting, student en
       begeleider te vinden voor een stage. En daarmee wordt de kans kleiner dat men de
       ‘juiste’ benodigde kennis binnenhaalt.
►      Bovendien valt ‘follow-up’ van zo’n (afstudeer)stage vaak in het water (‘wie gaat het
       implementeren?’).
►      En als de onderneming de verbetering wel oppakt, blijft deze innovatie vaak hangen
       in dat ene bedrijf. Andere bedrijven profiteren niet snel.
Goede voorbeelden die we zijn tegengekomen, zijn:
►      De innovatiewerkplaatsen in Noord-Nederland (van de Hanzehogeschool).
       Belangrijke kenmerken hiervan zijn dat bedrijven er ‘lid’ van zijn en dat er een
       makelaar is die de vragen uit de bedrijven aan de juiste studenten/begeleiders
       koppelt. Punt van aandacht is wel dat zo’n makelaarsfunctie structureel is, maar dat
       structurele financiering voor zulke makelaars eigenlijk ontbreekt.50
►      De TU Delft kent enkele field labs (bijvoorbeeld het RoboHouse of de Green Village)
       waar studenten en promovendi samen met bedrijven aan projecten werken.
50. Zie: Higher education for Smart Specialisation. The Case of the Northern Netherlands (Paul
    Benneworth en Eskame Arregui-Pabollet, 2021).
Kansen pakken met kennis                                                                       28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>       Aandachtspunt is wel dat (ook hier) structureel geld nodig is van de kennisinstelling
       als basisfinanciering van de field labs.
Dubbelfuncties
Behalve afgestudeerden of onderzoekers die bij een onderneming gaan werken, of daar
tijdelijk stage lopen, vormen ook de dubbelfuncties waarbij iemand gelijktijdig bij een
onderneming en een kennisinstelling werkt, een effectieve manier om kennis uit te
wisselen. Een onderzoeker bij een kennisinstelling zal een breder perspectief krijgen als
hij ook binnen een onderneming opereert. Omgekeerd brengt iemand met ervaring vanuit
een onderneming nieuwe vragen en ervaring met bijvoorbeeld de doorontwikkeling
binnen in de kennisinstelling. Zulke dubbelfuncties staan dus garant voor voortdurende
kennisuitwisseling en zijn een structurele vorm van kennisuitwisseling tussen de
kennisinstelling en de onderneming. Redelijk gangbaar is de constructie dat grotere,
innovatieve ondernemingen een of meer deeltijdhoogleraren hebben. Onze indruk is dat
dit soort dubbelfuncties minder voorkomt bij kleine of middelgrote ondernemingen (al dan
niet in relatie tot hogescholen). Hier zien wij dus nog een duidelijk ongebruikt potentieel
aan kennisuitwisseling.
Human capital agenda en innovatieagenda hangen met elkaar samen
Gezien de grote rol die gekwalificeerde personen spelen in de kennisoverdracht die nodig
is om onze bedrijven innovatief te houden en – bij voorkeur – innovatiever te krijgen, is
het zaak om de human capital agenda en (beleid voor) kennisoverdracht goed met elkaar
te verbinden.51 In bepaalde regio’s geeft een meerderheid van de mkb-bedrijven aan om
moeite te hebben nieuwe kennis op te nemen.52 Bovendien worden zulke ondernemingen
ook gehinderd door tekorten aan gekwalificeerd personeel of mismatches qua
opleiding.53 Bij het middelbaar beroepsonderwijs bestaat er wel een regionaal overleg
tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven over de benodigde opleidingen, maar bij hoger
beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs (universiteiten) ontbreekt zo’n afstem-
ming op regionaal niveau.54 De mismatches waar dit mede toe leidt, dragen er ook aan bij
dat de kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers nog niet optimaal is.
51. Zie bijvoorbeeld ook: Benneworth & Arregui-Pabollet (2021, p. 4).
52. Zie: Vankan e.a. (2020).
53. Zie hierover ook: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en
     innovatie, 2019).
54. Een voorbeeld van een regionaal overleg is het Manifest ‘Werken en ontwikkelen 2030 Noord-
     Holland’, waar in de komende periode de universiteiten UvA en VU nog bij moeten aansluiten.
Kansen pakken met kennis                                                                         29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>2.5 Huidige beleid wat betreft kennisoverdracht is onvolledig
en te gefragmenteerd
Het palet aan instrumenten om kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en onder-
nemers te bevorderen, is gefragmenteerd en onvolledig. Tot die laatste conclusie komt
ook de regering in een recent beleidsstuk.55 Eerder concludeerde een pilot studie van de
Europese Commissie dat het Nederlandse beleid voor kennisoverdracht generiek, zeer
divers en (te) gefragmenteerd is.56 Kennisuitwisseling is vaak slechts een impliciet
onderdeel in het relevante beleid. Het beleid of de financiering richt zich dan bijvoorbeeld
vooral op ‘randvoorwaarden’ voor de uitwisseling (zoals de ontwikkeling van een
campus), maar nog niet op het echt bij elkaar brengen zelf (daarvoor zijn aanpalende
maatregelen nodig, zoals we hierboven aangaven). Of het beleid probeert innovatie in
zijn algemeen te bevorderen (bijvoorbeeld door de WBSO), maar richt zich dan weer niet
specifiek op het verbeteren van uitwisseling van kennis tussen onderneming en
kennisinstelling om tot de gewenste innovatie(s) te komen. Daardoor is het beleid te
weinig toegespitst op de gedifferentieerde behoefte binnen het bedrijfsleven, al naar
gelang de mate van innovativiteit van de ondernemingen. Ook de recente kabinets-
strategie over de versterking van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen toont dat het
beleid dat raakt aan kennisuitwisseling zeer gefragmenteerd is met heel veel verschil-
lende regelingen en financieringsinstrumenten die ieder weer hun eigen regime kennen.
Toch zijn er wel enkele regelingen die specifiek gericht zijn op kennisoverdracht:
►      Thematische Technology Transfer (TTT) (dit is een voortzetting van een klein deel
       van het valorisatieprogramma, maar langs een andere as, namelijk vanuit thema’s).
►      MKB-werkplaatsen digitalisering (dit komt uit het MKB Actieplan).
►      Binnen de Topsectorenaanpak bestaat een regeling voor kennisvouchers waarmee
       in het bijzonder midden- en kleinbedrijf tot innovatie moet worden gestimuleerd.
►      Ook het Europese EFRO-programma wordt in Nederland (deels) ingezet om
       innovatie bij mkb-bedrijven te bevorderen.
Een ander probleem noemden we hierboven al, namelijk dat er geen helderheid bestaat
over wat ‘we’ als samenleving precies verwachten van de verschillende soorten
kennisinstellingen op het gebied van valorisatie, en in het bijzonder (voor dit advies):
kennisuitwisseling met ondernemers als specifiek onderdeel daarvan. De AWTI
constateerde dat eerder al.57 De regering onderneemt momenteel nog geen stappen om
55. Kabinetsstrategie ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen’ (2020).
56. Zie: Sanz-Menéndez & Cruz-Castro (2020). In dezelfde zin: Benneworth & Arregui-Pabollet
    (2021).
57. Zie: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019).
Kansen pakken met kennis                                                                         30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>hier zelf meer duidelijkheid in te scheppen.58 Die onduidelijkheid vormt in de praktijk een
belemmering voor het opzetten van een helder en gedragen valorisatiebeleid binnen de
instellingen en voor het opbouwen van de benodigde structuren ter ondersteuning
daarvan.
2.6 Conclusie: onderbenutte paden van kennisoverdracht en
problemen voor middel- en laag-innovatief bedrijfsleven
Een goed lopende kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers is
cruciaal om innovatie binnen die bedrijven te blijven voeden, naast dat het een interes-
sante inspiratiebron vormt voor het onderzoek. Het is nodig om onze economie gezond te
houden en het draagt bij aan oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen waar we
voor staan. De belangrijkste algemene conclusies van onze analyse zijn:
►      Kijk gedifferentieerd naar kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en
       ondernemers qua verwachtingen en qua geschikte paden. Dat draagt bij aan de
       effectiviteit van beleid.
►      Elkaar vinden kan beter. Aandachtspunt blijft het vindbaar en begrijpelijk ontsluiten
       van kennis net als het selecteren (binnen kennisinstellingen) van die kennis die door
       externen toegepast kan worden. De kennisloket-functie moet nog verbeterd worden.
►      Bij samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers is een aandachtspunt
       de verschillende logica’s aan beide zijden: die verschillen zijn begrijpelijk (en
       legitiem), maar die zorgen er wel voor dat samenwerking complexer wordt.
Als we iets meer inzoomen op de verschillende kennispaden in relatie tot de verschillen-
de groepen van ondernemingen (hoog-, middel- en laag-innovatief), dan zien we het
onderstaande beeld. Daarbij hebben we voor de typisch relevante kennispaden per type
onderneming (zie figuren 2, 3 en 4) op basis van onze analyse ingeschat welke kennis-
paden nu al voldoende goed lopen en bij welke paden een belangrijk deel van het
potentieel nog niet is bereikt. Meer details staan in de Tabel in Bijlage 1, maar het
resultaat is in de onderstaande figuren 6, 7 en 8 weergegeven. Kennispaden met een
duidelijk verbeterpotentieel zijn donkerrood, terwijl die paden die nu al goed lopen, groen
zijn. De kennispaden die daar een beetje tussenin zitten voor wat betreft de mate waarin
ze nu benut worden, zijn met oranje aangeduid.
Hieronder volgen de drie figuren en worden de belangrijkste overkoepelende conclusies
over het hele spectrum heen beschreven.
58. Zie: Kamerstukken II 2020-2021, 33 009, nr. 99, p. 5.
Kansen pakken met kennis                                                                     31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                                Hoog-innovatieve ondernemingen
                                                                         Mobiliteit werknemers & starters
         Mens
                                                                                    Dubbelfuncties werknemers
                                                                       Stage & afstudeerders
                                                                                             Scienceparks
 Type kennisdrager
                                                                                                  Partnerschappen
                                                                           Kennisloketten
                                                                                                      Spin-offs
                                                                                      Pps
                                                                        Contractonderzoek & consulting
                                                                                 Octrooien & licenties
                                                                                 Wetenschappelijke tijdschriften
Document
                                                             Type kennisinstelling
                              Mbo-             Hogescholen         Toegepast             Technische                Algemene
                           instellingen                            onderzoek            universiteiten            universiteiten
                                                                  organisaties
Legenda
                     Gaat nu goed         Tussengebied   Groot onbenut potentieel
Figuur 6 Benutting van de kennispaden voor hoog-innovatieve ondernemingen
►                     Mensen als dragers van kennis vormen een onderbelichte route van kennis-
                      uitwisseling. Hier zit veel potentieel, omdat het gaat om grote aantallen (bij hoge-
                      scholen èn universiteiten) en hiermee ook tal van minder innovatieve bedrijven
                      worden bereikt. De kwaliteit van deze paden als vorm van kennisuitwisseling moet
                      wel verhoogd worden. Ook kunnen succesvolle voorbeelden (bijv. dubbelfuncties
                      tussen universiteit en innovatief bedrijf) uitgebreid worden naar andere ‘gebieden’
                      (bijvoorbeeld tussen hbo en middel-innovatief bedrijf). Onze inschatting is dat vooral
                      voor de middel- en laag-innovatieve ondernemingen hier veel te winnen valt (zie
                      figuren 7 en 8).
Kansen pakken met kennis                                                                                                           32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                Middel-innovatieve ondernemingen
                                      Dubbelfuncties werknemers
         Mens
                                                         Mobiliteit werknemers & starters
                                                              Stage & afstudeerders
                                                                                Fieldlabs
 Type kennisdrager
                                                                                            Scienceparks
                                                          Kennisloketten
                                                              Pps
                                                                                Spin-offs
                                               Contractonderzoek & consulting
                                                                 Standaardisatietrajecten
                                                          Vakbladen
Document
                                                                 Type kennisinstelling
                              Mbo-             Hogescholen              Toegepast               Technische       Algemene
                           instellingen                                 onderzoek              universiteiten   universiteiten
                                                                       organisaties
Legenda
                     Gaat nu goed         Tussengebied         Groot onbenut potentieel
Figuur 7 Benutting van de kennispaden voor middel-innovatieve ondernemingen
►                     Afgelopen jaren is wel sterk ingezet op co-locatie (campussen etc.) maar dat leidt
                      niet zonder meer tot samenwerking. Aanpalend beleid/activiteiten zijn nodig.
                      Hierdoor schatten we het succes van field labs en science parks ‘gemiddeld’ in.
►                     Het potentieel van normalisatie- en standaardisatietrajecten wordt nog onvoldoende
                      benut omdat vaak de onderzoekers met de nieuwste kennis (nog) niet betrokken
                      zijn. Dit heeft vooral effect op kennisoverdracht naar middel- en laag-innovatieve
                      ondernemingen.
►                     Verder mist vooral het mkb de boot qua samenwerking. Dit type ondernemingen
                      heeft minder resources beschikbaar voor agendabeïnvloeding en daadwerkelijke
                      onderzoekssamenwerking, terwijl tal van intermediaire structuren afgebouwd zijn;
Kansen pakken met kennis                                                                                                         33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                      nieuwe structuren of instrumenten weten dit onvoldoende te compenseren.
                      Daardoor weten zulke bedrijven onvoldoende aan te haken bij publiek-private
                      onderzoekssamenwerking (pps). Bovendien hebben juist dit soort ondernemingen
                      behoefte aan mechanismen voor vraagbundeling en vraagarticulatie, maar dat komt
                      in de praktijk in het algemeen nog onvoldoende van de grond. Ook verbindingen
                      binnen het midden- en kleinbedrijf via peer exchange en peer learning kunnen
                      bijdragen aan de kennisuitwisseling en -toepassing binnen zulke ondernemingen.
De aanbevelingen in Hoofdstuk 3 zullen vooral aangrijpen op de ‘rode’ kennispaden
omdat daar in onze ogen ruimte voor verbetering is, die merkbaar effect zal hebben.
                                                   Laag-innovatieve ondernemingen
         Mens
                                      Starters
                                           Stages
 Type kennisdrager
                                                 Innovatie- en mkb-werkplaatsen
                                                            Consulting & training
                                                                          Vraagbundeling
                                                         Kennisloketten
                                                            Standaardisatietrajecten
                                                           Vakbladen
Document
                                                                 Type kennisinstelling
                              Mbo-               Hogescholen            Toegepast           Technische       Algemene
                           instellingen                                 onderzoek          universiteiten   universiteiten
                                                                       organisaties
Legenda
                     Gaat nu goed         Tussengebied         Groot onbenut potentieel
Figuur 8 Benutting van de kennispaden voor laag-innovatieve ondernemingen
Kansen pakken met kennis                                                                                                     34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                         3
3 Aanbevelingen
  De kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers kan efficiënter
  door in het beleid rekening te houden met de grote diversiteit aan manieren waarop
  kennis stroomt, en te investeren in die vormen van kennisuitwisseling die onvol-
  doende benut worden. Zorg ten eerste dat aanbieders en vragers van kennis elkaar
  op verschillende manieren vaker èn beter weten te vinden. Ten tweede moet er
  meer aandacht komen voor de uitwisseling van kennis via mensen. Hier zit nog een
  groot onbenut potentieel. Bied ten derde kennisinstellingen de ruimte om valori-
  satie als maatwerk te benaderen mèt voldoende professionele ondersteuning. Ook
  dat is een belangrijke voorwaarde voor effectievere kennisuitwisseling. Met de
  voorgestelde verbeteringen zal een grotere groep ondernemingen, uitgerust met de
  meest recente inzichten uit onderzoek, meer kansen weten te pakken. Dit draagt bij
  aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en groei van brede welvaart.
  Dit hoofdstuk doet aanbevelingen over hoe de bovenstaande drie zaken in de ogen van
  de AWTI aangepakt dienen te worden.
  Het begint met aandacht voor hoe de verschillende partijen in het ecosysteem elkaar
  weten te vinden. De AWTI adviseert om zowel aan de kant van de kennisinstellingen als
  aan die van de ondernemers maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat beide partijen
  elkaar beter weten te vinden. Aan de kant van kennisinstellingen gaat het dan in de
  eerste plaats om de vindbaarheid van de enorme stroom aan kennis die daar ontwikkeld
  wordt. Aan de kant van de ondernemers gaat het om vraagbundeling en steun bij de
  vraagarticulatie. Bovendien benadrukt de AWTI het belang van verschillende soorten van
  samenwerking, passend bij aard van de kennisinstelling en van de onderneming.
  Met het tweede thema richt de AWTI de aandacht op waar het bij kennisuitwisseling vaak
  om draait: mensen maken het verschil. Studenten en afgestudeerden overbruggen – in
  grote aantallen – de grenzen tussen kennisinstelling en ondernemingen. Maar ook
  onderzoekers en werknemers van bedrijven kunnen dit soort bruggen bouwen. Ze zijn als
  drager van kennis cruciaal voor het overbrengen van de kennis. Daarom adviseert de
  AWTI om deze ‘route’ zo goed mogelijk in te zetten voor kennisuitwisseling. Bijkomend
  voordeel is dat hier juist ook veel laag-innovatieve bedrijven mee bereikt worden. Ook
  beveelt de AWTI aan om de mobiliteit van werknemers tussen kennisinstelling en
  onderneming te vergroten met aandacht voor innovatie en ondernemerschap.
  Als voorwaarde is het volgens de AWTI nodig om ook bij valorisatie meer oog te hebben
  voor differentiatie. Laat een kennisinstelling inzetten op die valorisatieactiviteiten die goed
  passen bij haar profiel. Zulk maatwerk maakt de valorisatie-inspanningen effectiever dan
  elke instelling door dezelfde generieke valorisatiemal te halen.
  Kansen pakken met kennis                                                                      35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                     Kennisinstellingen
                                           b     c
                                    a                   d
                                       Ondernemers
Figuur 9 Aanbeveling 1:
Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter vinden
(de letters a, b, c en d verwijzen naar de deelaanbevelingen, zie hieronder)
3.1 Aanbeveling 1: Zorg dat onderzoekers en ondernemers
elkaar vaker en beter vinden
Zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vaker en beter vinden.
Een eerste belangrijke stap om de kennisuitwisseling tussen onderzoekers en onder-
nemers te verbeteren is dat beide ‘werelden’ elkaar makkelijker en vaker vinden en dat ze
vervolgens beter samenwerken. We doen hiervoor vier (deel)aanbevelingen (a, b, c en d)
die ieder een zorgen voor een ‘brug’ tussen ondernemers en de kennisinstellingen. Dit is
weergegeven in de overzichtsfiguur 9. De vier bruggen zijn – in het kort:
a)   Maak kennis beter toegankelijk (vindbaar en begrijpelijk) voor niet-wetenschappers.
b)   Overbrug de afstand tussen onderzoek en ondernemer door goed samen te werken
     langs de ‘keten’ van fundamenteel, toepassingsgericht en praktijkgericht onderzoek.
c)   Zorg voor een betere matching tussen vragen van ondernemers en onderzoekers.
d)   Bevorder dat onderzoekers en ondernemers samenwerken.
Kansen pakken met kennis                                                                 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                 a
                                         Kennisinstellingen
                                           Ondernemers
Figuur 10 Aanbeveling 1a:
Maak kennis beter toegankelijk (vindbaar en begrijpelijk) voor niet-wetenschappers
1a) Maak het kennisaanbod beter toegankelijk (d.w.z. vindbaar en begrijpelijk)
       voor niet-wetenschappers.59
       ►      Vindbaarheid begint met profileren: identificeer zwaartepunten en maak die
              zichtbaar en kenbaar. Dit moet gebeuren op instellingsniveau. 60 Maar ook als
              kennisinstellingen van verschillende aard thematisch en ‘in de keten’
              samenwerken in herkenbare consortia, vergroot dat zichtbaarheid en
              vindbaarheid van kennis voor ondernemers.
       ►      Werk als kennisinstelling(en) aan het toegankelijk maken van de kennis, via
              iets als Science Finder of ScoutinScience in combinatie met ontwikkelingen als
              open access.61
       ►      Maak het makkelijk(er) voor ondernemers om te ‘shoppen’ naar kansrijke
              ideeën binnen de kennisinstellingen om via een onderneming mee aan de slag
              te gaan (verbeter de ‘kennisloket-functie’). Ondersteun dit door versterking van
              de dedicated business development aan de zijde van de kennisinstellingen.
59. Vergelijk het AWTI-advies over open science: Durven delen. Op weg naar een toegankelijke
    wetenschap (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2016a).
60. Zoals de AWTI eerder adviseerde in: Het stelsel op scherp gezet. Naar toekomstbestendig hoger
    onderwijs en onderzoek (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019).
61. Hier zouden bijvoorbeeld de VSNU en de andere koepels (VH, TO2) een rol kunnen spelen.
Kansen pakken met kennis                                                                       37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                                 b
                                        Kennisinstellingen
                                          Ondernemers
Figuur 11 Aanbeveling 1b:
Overbrug de afstand tussen onderzoek en ondernemer door goed samen te werken
langs de ‘keten’ van onderzoek
1b) Overbrug de afstand tussen onderzoek en ondernemer door goed samen te
       werken langs de keten van fundamenteel, toepassingsgericht en praktijk-
       gericht onderzoek.
       ►      Stimuleer een intensievere samenwerking langs de ‘keten’ van fundamenteel,
              toepassingsgericht en praktijkgericht onderzoek. Hierdoor gaat de nieuwe
              kennis via een aantal ‘natuurlijke’ schakels richting ondernemers, waardoor de
              aansluiting naar verwachting beter wordt. De huidige grote maatschappelijke
              uitdagingen vragen hierom. Maak dan ook een koppeling aan het beleid dat
              gericht is op die maatschappelijke uitdagingen, zodat het algemene beleid en
              de innovatiesamenwerking elkaar effectief versterken.62 Instellingen voor
              toepassingsgericht onderzoek en hogescholen zijn een belangrijke schakel om
              de verbinding met de ondernemers tot stand te brengen.63 Kies hierbij als
              Nederland een paar speerpunten waarop Nederland leidend wil zijn en spot
              daar wereldwijd de (kennis)ontwikkeling om die eventueel hierheen te halen.
62. Vergelijk: Oppakken en doorpakken (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie,
    2016b) en Onmisbare schakels (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2017).
63. Een voorbeeld vormt de WUR (‘Wageningen University & Research’), die een fusie is van een
    aantal onderzoeksinstituten en de universiteit.
Kansen pakken met kennis                                                                       38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                c
                                         Kennisinstellingen
                                                         !
                                                        ?
                                           Ondernemers
Figuur 12 Aanbeveling 1c:
Zorg voor een betere matching van vragen van ondernemers en onderzoekers
1c) Zorg voor een betere matching van vragen van ondernemers en onder-
       zoekers. Verbeter hiervoor de vraagarticulatie vanuit ondernemers en de
       matching met kennisinstellingen. Heb daarbij speciaal aandacht voor mkb-
       bedrijven en ‘nieuwkomers’.
       ►      Help vraagarticulatie vanuit kleine en middelgrote bedrijven door te zorgen
              voor voldoende ‘kennismakelaars’, in het bijzonder voor het mkb. Deze kunnen
              werken vanuit bestaande structuren (zorg bijvoorbeeld dat bij knowledge
              transfer offices iemand specifiek tot taak heeft die relatie met het mkb te
              onderhouden of als ‘vertaler’ van mkb-vragen op te treden)64 of bouw aan
              nieuwe structuren voor kennisuitwisseling met het mkb.65 Let er bij samen-
              werking op dat er goede matching plaats vindt tussen de vragen uit de praktijk
              van ondernemers en de onderzoeksvragen van studenten en onderzoekers.
              Hierdoor zullen vragen vanuit het mkb en andere laag- of middel-innovatieve
              bedrijven beter landen bij de kennisinstellingen.
       ►      Zorg dat het bij samenwerkingsverbanden van kennisinstellingen en onder-
              nemingen makkelijker wordt om erbij te komen en/of eruit te gaan. Juist voor
              mkb-bedrijven is dat cruciaal. Maar voorkom free riding, bijvoorbeeld door een
64. Vergelijk de aanbeveling van de commissie van Van Saarloos et al. (2021, p. 7).
65. Een voorbeeld zijn de regiocoöperaties in Groningen die gevormd zijn ten behoeve van de
    ‘innovatiewerkplaatsen’.
Kansen pakken met kennis                                                                    39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>              standaardregeling voor intellectuele eigendom en door bij latere toetreding een
              bijdrage te vragen voor het eerdere onderzoek (‘backward fee’).
       ►      In sectoren met veel mkb-ondernemers kan vraagbundeling ervoor zorgen dat
              de relevante kennisvragen uit de praktijk bij de onderzoekers terecht komen.
              Zorg voor beschikbaarheid van seed money om het eerste onderzoek op te
              zetten en uit te voeren voor vragen die breed leven in een bepaalde sector.
              Bedrijven kunnen dan wel in een latere fase (eventueel 1-op-1) instappen voor
              de doorontwikkeling of toepassing. (De seed money is nodig omdat er in veel
              gevallen geen goede structuren bestaan om zulke vragen te bundelen en het
              onderzoek gezamenlijk te financieren.) Ook innovatieve ‘koplopers’ kunnen
              een schakel vormen om andere bedrijven in de ‘keten’ uit te dagen om te
              innoveren (bijvoorbeeld door de eisen die zij stellen aan hun toeleveranciers).
                                                 d
                                         Kennisinstellingen
                                           Ondernemers
Figuur 13 Aanbeveling 1d:
Bevorder dat onderzoekers en ondernemers samenwerken
1d) Bevorder dat onderzoekers en ondernemers samenwerken.
       ►      Stimuleer het gezamenlijk opzetten van een onderzoeks- en ontwikkelagenda
              tussen ondernemers en kennisinstellingen.66 Voorbeelden zijn strategische
              onderzoekspartnerschappen (zoals QuTech), de ‘kennis- en innovatie-
              agenda’s’ van de Topsectoren en, recent in opkomst, regionale kennis- en
66. Bijvoorbeeld met het oog op maatschappelijke uitdagingen. De AWTI pleitte in deze context
    eerder al voor missie-georiënteerde innovatie.
Kansen pakken met kennis                                                                      40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>              innovatieagenda’s (zoals de Groeiagenda van Zuid-Holland).67 Speciale
              aandacht moet daarbij wel gaan naar het betrekken van mkb-bedrijven en
              ‘nieuwkomers’. Door in dit soort agenda’s de koppeling te maken met de
              maatschappelijke uitdagingen, neemt de effectiviteit van de innovatie toe.
       ►      Faciliteer intensieve samenwerking via co-locatie en co-creatie (bijv. science
              parks, innovatiewerkplaatsen en field labs). Let daarbij op het volgende:
                    Bij scienceparks moet je nog wel extra inspanningen doen om
                     daadwerkelijke verbindingen te laten ontstaan, zoals zorgen voor
                     (gerichte) ontmoetingen en andere activiteiten.
                    Innovatiewerkplaatsen met veel mkb vragen om makelaars om de juiste
                     match te leggen (dit is een ‘structurele’ functie, die vraagt om structurele
                     financiering) en te helpen met vraagarticulatie.
                    Gedeelde faciliteiten (bijv. een field lab) zijn nuttig ten behoeve van
                     ondernemers, maar vragen vaak ook om structurele (extra) financiering.
       ►      Hier ligt ook een duidelijke rol voor hogescholen omdat ze meer ingebed zijn in
              de verschillende regio’s en beter verbonden zijn met het mkb en daardoor tot
              meer geconcentreerde maatschappelijke impact kunnen leiden.
3.2 Aanbeveling 2: Bevorder de kennisuitwisseling via
mensen
Bevorder de uitwisseling van kennis via mensen.
►      Bevorder de kruisbestuiving via dubbelfuncties.
       ►      Stimuleer de samenwerking via dubbelaanstellingen bij een kennisinstelling en
              bedrijf. Voor onderzoekers van kennisinstellingen verruimt een deelfunctie bij
              een onderneming hun perspectief op de kennisontwikkeling. De omgekeerde
              route komt ook voor, bijvoorbeeld in de vorm van deeltijdhoogleraren uit het
              bedrijfsleven (vaak grotere bedrijven). Deze route verdient nog een impuls
              richting kleine en middelgrote ondernemingen in combinatie met hogescholen.
       ►      Maak het daarnaast aantrekkelijk voor mensen om (tijdelijk) te switchen tussen
              een baan bij een kennisinstelling en in het bedrijfsleven. Denk hierbij bijvoor-
              beeld aan iets als de vroegere Casimir-regeling, waarbij onderzoekers aan
              kennisinstellingen tijdelijk bij een bedrijf gedetacheerd konden worden of,
              omgekeerd, onderzoekers van een bedrijf tijdelijk binnen een kennisinstelling
              aan het werk gingen.
67. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/economie/groeiagenda-zuid-holland/
Kansen pakken met kennis                                                                         41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                       Kennisinstellingen
                                          Ondernemers
Figuur 14 Aanbeveling 2: Bevorder de uitwisseling van kennis via mensen
►      Gebruik de uitwisseling voor stages en afstuderen effectiever voor
       kennisuitwisseling tussen kennisinstellingen en ondernemers.
       ►      Zorg dat de ‘makelaarsfunctie’ tussen ondernemers (in het bijzonder het mkb)
              en de hogeronderwijsinstellingen goed functioneert zodat de vragen van
              ondernemers uit de praktijk gematcht worden met het juiste vakgebied qua
              student en begeleider. Dit verbetert ook het relevante ‘kennisnetwerk’ van de
              betrokken ondernemers en hun ondernemingen.
►      Heb oog voor de belangrijke rol in kennistransfer van afgestudeerden of
       onderzoekers die vervolgens bij een bedrijf gaan werken.
       ►      Zorg ervoor dat er voldoende mensen opgeleid worden in die (studie)-
              richtingen waar ondernemers behoefte aan hebben.68 Koppel de human
              capital agenda aan het beleid voor kennisoverdracht. Laat hogeronderwijs-
              instellingen samen organiseren dat ze komen tot een onderwijsaanbod dat
              matcht met de behoeften uit samenleving en economie, met – waar mogelijk –
              speciale aandacht voor de regionale omstandigheden.69
       ►      Stimuleer het potentieel aan kennisoverdracht van studenten en afgestu-
              deerden bijv. door een combinatie van een stage en vervolgens een baan
68. Op dit moment levert het hoger onderwijs (nog) niet de juiste mix aan afgestudeerden: Het
    stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019, p. 24).
69. Zie: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019)
    en Samen de lat hoog leggen (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2021).
Kansen pakken met kennis                                                                          42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>              binnen de onderneming om de resultaten van de stage door te zetten. Een
              ‘innovatietraineeship’ zoals onlangs als pilot opgezet om de kennisuitwisseling
              tussen hogescholen en mkb te verbeteren oogt veelbelovend. 70
                                       Kennisinstellingen
                                          Ondernemers
Figuur 15 Aanbeveling 3:
Stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning
3.3 Aanbeveling 3: Stimuleer valorisatie op maat met
professionele ondersteuning
Stimuleer valorisatie op maat met professionele ondersteuning.
Bied kennisinstellingen hiervoor de ruimte en mogelijkheden.
►      Zorg voor een geprofessionaliseerde valorisatieaanpak die systematisch is en
       tegelijkertijd maatwerk en flexibiliteit biedt. Daarbij zal niet iedere kennis-
       instelling op dezelfde manier en in dezelfde mate valoriseren ten behoeve van
       maatschappelijke impact. Met ruimte voor differentiatie worden de valorisatie-
       inspanningen gerichter en effectiever.
70. Zie: https://www.vereniginghogescholen.nl/actueel/actualiteiten/hbo-studenten-helpen-het-mkb-
    te-innoveren en https://regieorgaan-sia.nl/financiering/Innovatietraineeship/
Kansen pakken met kennis                                                                         43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>       ►      Zorg vanuit regering en parlement voor duidelijkheid wat van kennis-
              instellingen wordt verwacht aan valorisatie.71 Draag bij aan de versterking van
              de positie van valorisatie binnen de (organisatie van de) kennisinstellingen.
       ►      Leidend moet daarbij de gedachte zijn dat valorisatie-activiteiten vanuit
              kennisinstellingen dáár moeten worden opgepakt waar het tot maatschappe-
              lijke impact leidt, en niet als standaard-eis gelijkelijk aan iedereen opgelegd
              moet worden. Houd daarbij rekening met de specifieke aard van
              kennisinstellingen (en de verschillende onderdelen/richtingen daarbinnen). Zo
              zal bijvoorbeeld bij fundamenteel onderzoek valorisatie door ondernemers
              minder snel voor de hand liggen, maar bij een instelling die zich focust op
              toepassingsgericht onderzoek veel meer.
►      Laat de kennisinstellingen in hun strategische plannen uitwerken wat hun
       doelen op lange termijn zijn qua valorisatie en – relevant voor dit advies – de
       kennistransfer naar ondernemers.
       ►      Kennistransfer naar ondernemers kan een onderwerp zijn waarop een kennis-
              instelling zich wil profileren. Met de eerdere aanbeveling van de AWTI om
              profielbekostiging in te voeren,72 zullen instellingen daarvoor dan extra geld
              kunnen inzetten.
       ►      Bouw als kennisinstelling een organisatie en ecosysteem op voor een succes-
              volle kennisuitwisseling met ondernemers en werk aan een cultuur waarin
              valorisatie gewaardeerd wordt. Weet dat dit tijd en geld kost. Lessen van
              succesvolle voorbeelden als Leuven Research & Development en MIT zijn:
                    Zorg dat de onderzoekers de valorisatieorganisatie zien als ‘van henzelf’.
                    Bouw aan een professionele organisatie die zich kan focussen op het
                     bereiken van maximale maatschappelijke impact op langere termijn.
                    Organiseer een goede scouting van potentieel bruikbare kennis. Zowel
                     ‘intern’ als door ondernemers toegang te geven om potentieel bruikbare
                     kennis/ideeën verder te ontwikkelen.
       ►      Kies duidelijke thema’s waarop je als kennisinstelling zichtbaar bent: maak
              duidelijk in welke grote maatschappelijke transitie je je tanden gaat zetten.73
       ►      Zorg voor structurele samenwerking (zie ook eerdere aanbeveling) met andere
              partijen: bouw een netwerk van andere kennisinstellingen en (mkb) bedrijven
              en start-ups om je heen waar je mee kunt experimenteren in de praktijk.
71. Vergelijk: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie,
    2019).
72. Zie: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, 2019),
    paragraaf 4.3, p. 52-54.
73. Een mooi voorbeeld hiervan vormt de University of Waterloo in Canada.
Kansen pakken met kennis                                                                          44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>       ►      Durf als instelling prestatie-indicatoren te stellen rond valorisatie in het
              algemeen en – voor dit advies relevant – meer specifiek: samenwerking met
              ondernemers. Het gaat dan om prestatie-indicatoren op het niveau van de
              gehele instelling en de onderdelen ervan.74 Bovendien is het belangrijk om dit
              aspect ‘valorisatie’ mee te nemen in de beoordeling van het personeel.
              Bijvoorbeeld door samenwerking met bedrijven of deelname aan
              standaardisatietrajecten te waarderen.
       ►      Ook academische start-ups zijn een effectieve manier om kennis met onder-
              nemers te verbinden. Zie ons recente advies ‘Beter van start. De sleutel tot
              doorgroei van kennisintensieve start-ups’ (2020) voor aanbevelingen hoe de
              kennisinstellingen en andere partijen ervoor kunnen zorgden dat zulke start-
              ups een zo groot mogelijke impact bereiken.
74. Vergelijk: Het stelsel op scherp gezet (Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie,
    2019), paragraaf 4.1, p. 45-50.
Kansen pakken met kennis                                                                          45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Kansen pakken met kennis 46</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Bijlage 1 Kennispaden verkend
We hebben allerlei soorten manieren voor kennisuitwisseling geïnventariseerd. Daarbij
hebben we geput uit de literatuur over valorisatie, knowledge and technology transfer,
university-industry collaboration en ondernemerschap.75 Deze is aangevuld en
geconcretiseerd met voorbeelden uit de (Nederlandse) praktijk. Vervolgens zijn deze
samengevoegd tot 18 herkenbare en relevante type paden van kennisuitwisseling en
beschreven in onderstaande tabel.
Per kennispad wordt in de tabel de volgende informatie gegeven. In de eerste kolom
staat de naam van het kennispad. In de tweede kolom staat de beschrijving van het
kennispad. Vervolgens is aangegeven voor welk type ondernemingen het kennispad het
meest relevant is. Dit staat in de middelste kolom. Daarbij hanteren we dezelfde cate-
gorieën als in het advies: laag-, middel- en hoog-innovatieve ondernemingen (zie para-
graaf 2.1). In de kolom staat kortheidshalve ‘laag’, ‘middel’ en/of ‘hoog’ waar we laag-,
middel- of hoog-innovatief bedoelen. In de vierde kolom zijn de belangrijkste bevindingen
voor dat kennispad (in de Nederlandse context) samengevat. Ten slotte geven we in de
laatste kolom aan in hoeverre er urgentie is voor ingrijpen door de overheid via (nieuw)
beleid.
75. De betreffende velden zijn die rondom technology transfer (bijvoorbeeld Journal of technology
    transfer, R&D management, Technology analysis and strategic management), academisch
    ondernemerschap (bijvoorbeeld Entrepreneurship theory and practice, Technovation), innovation
    studies (bijvoorbeeld Research policy, Journal of product innovation management) en university-
    industry interaction (bijvoorbeeld Industry and innovation, Journal of higher education) en verder
    publicaties als: (Nonaka, 1994; Bekkers en Bodas Freitas, 2008; Dutrénit, de Fuentes en Torres,
    2010; Van Looy et al., 2011; Hughes en Kitson, 2012; Perkmann et al., 2013; Filippetti en
    Savona, 2017; Kolympiris en Klein, 2017; Fabiano, Marcellusi en Favato, 2020; Hayter,
    Rasmussen en Rooksby, 2020).
Kansen pakken met kennis                                                                             48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Pad                      Beschrijving                                                     Relevant Bevindingen                                 Urgentie voor
                                                                                          voor                                                 interventie
Stages en                Tijdens stages en afstuderen bij bedrijven worden leerlingen Laag-        Een deel van de bedrijven weet hier         Bij hoog-
afstudeerders van en studenten uitgedaagd te leren door hun kennis te                     middel-  goed gebruik van te maken, maar een innovatieve
onderwijs-               gebruiken in de praktijk. Ook begeleiders uit de                 hoog     deel niet. Er is recent meer aandacht       bedrijven is de
instellingen bij         onderwijsinstellingen zijn vaak betrokken. De onderwerpen                 gekomen in het beleid via de innovatie- urgentie
bestaande                komen gezamenlijk tot stand (‘push’ en ‘pull’) en wanneer de              traineeships en de ‘mkb-route in het        bescheiden, bij
bedrijven                opdracht of scriptie, naast de belangrijke eisen vanuit                   hbo’. Toch lijkt er nog veel te winnen bij middel- en laag-
                         opleidingen, ook bijdraagt aan productontwikkeling of new                 vooral de laag- en middel-innovatieve       innovatieve
                         business development kan dit bijdragen aan                                bedrijven.                                  bedrijven hoog.
                         ondernemerschap.
Starters op de           Onderwijsinstellingen leiden leerlingen en studenten op met Laag-         Dit is in veel opzichten een van de         Bij hoog-
arbeidsmarkt: na         nieuwe kennis en vaardigheden. De onderwerpen worden,            middel-  belangrijkste paden van                     innovatieve
onderwijs aan het rekening houdend met behoeften in de samenleving,                       hoog     kennisoverdracht, vooral ook omdat het      bedrijven is de
werk bij bestaande bepaald door de kennisinstelling (‘push’). De nieuwe kennis                     van alle onderwijsinstellingen naar alle    urgentie
bedrijven                en vaardigheden kunnen bijdragen aan innovatie.                           type bedrijven verloopt. Hoewel de          bescheiden, bij
                                                                                                   bijdrage direct op ondernemerschap          middel- en laag-
                                                                                                   bescheiden is, is het desalniettemin een    innovatieve
                                                                                                   belangrijke pad. Vooral voor middel- en     bedrijven hoog.
                                                                                                   laag-innovatieve bedrijven. Via
                                                                                                   regionale human capital agenda’s is er
                                                                                                   aandacht voor in het beleid, maar er lijkt
                                                                                                   meer potentie in dit pad te zitten.
Mobiliteit               Wanneer onderzoekers aan het werk gaan bij bedrijven en          Middel-  Tussen hoog-innovatieve bedrijven en        Voor hoog-
werknemers tussen        vice versa is het mogelijk om diepgaande kennis over een         hoog     kennisinstellingen is de indruk dat de      innovatieve
kennisinstelling en      onderwerp goed te laten ‘landen’ in de praktijk, omdat de                 mobiliteit redelijk op orde is. Bij middel- bedrijven is de
bedrijf                  onderzoeker de kennis kan aanpassen aan de nieuwe                         innovatieve bedrijven kan het beter. Er     situatie niet
                         context. Vanwege een hoog kennisniveau en meer                            is geen beleid bekend dat dit stimuleert.   problematisch
                         werkervaring dan bijvoorbeeld starters kan dit pad een                                                                maar voor
                         aanzienlijke bijdrage aan ondernemerschap leveren.                                                                    middel zijn
                                                                                                                                               verbeteringen
                                                                                                                                               nodig.
Dubbelfuncties           Wanneer onderzoekers deels bij een kennisinstelling en           Middel-  Hoog-innovatieve, grote bedrijven           Voor hoog-
werknemers tussen        deels bij een bedrijf werken, zijn ze niet alleen in staat om de hoog     weten gebruik te maken van dit pad,         innovatieve
kennisinstelling en      kennis van kennisinstellingen te verspreiden naar het bedrijf,            bijvoorbeeld via deeltijd- of bijzonder-    bedrijven is de
bedrijf                  maar ook om relevante vragen uit het bedrijf als                          hoogleraarschappen. Voor kleinere en        situatie niet
                         onderzoeksvraag te laten landen bij de kennisinstelling.                  middel- innovatieve bedrijven is dit        problematisch
                                                                                                   problematischer. Dit pad heeft veel         maar voor
Kansen pakken met kennis                                                                                                              49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Pad                      Beschrijving                                                        Relevant Bevindingen                                 Urgentie voor
                                                                                             voor                                                 interventie
                                                                                                      potentie. Vroeger was er het Casimir-       middel-
                                                                                                      programma, maar momenteel is er geen        innovatieve
                                                                                                      beleid bekend dat dit adresseert.           bedrijven zijn
                                                                                                                                                  verbeteringen
                                                                                                                                                  nodig.
Scienceparken en Fysieke nabijheid van onderzoekers van kennisinstellingen                   Middel- Er is steeds meer aandacht voor fysieke Middelmatig
campussen                en ondernemers bij ondernemingen speelt mee bij                     en hoog nabijheid tussen onderzoekers en
                         kennisoverdracht. Onderwerpen van kennisontwikkeling                         bedrijven, zowel in het beleid als in de
                         worden vooral bepaald door kennisinstellingen (‘push’) maar                  praktijk. Er gaat dan ook veel goed.
                         het initiatief voor samenwerking ligt net zo goed bij bedrijven              Verder stimuleren is nog wel nodig.
                         (‘pull’). De potentiele bijdrage aan ondernemerschap is                      Fysieke nabijheid is geen voldoende
                         groot.                                                                       voorwaarde voor samenwerking.
Fieldlabs,               Op deze plekken komen ondernemers en onderzoekers                   Laag-    Dit is een meer recent opkomend             Middelmatig
innovatie- en mkb- fysiek samen om praktijkgerichte vragen te beantwoorden.                  middel   fenomeen wat in een belangrijke
werkplaatsen             De onderwerpen en het initiatief komt van beide kanten                       behoefte lijkt te voorzien. Er zijn ook
                         (‘push’ en ‘pull’). De bijdrage aan ondernemerschap is groot.                enkele beleidsprogramma’s en
                                                                                                      initiatieven van kennisinstellingen die dit
                                                                                                      stimuleren. Verder doorontwikkeling is
                                                                                                      aan te raden.
Spin-offs                Met kennis uit kennisinstellingen worden steeds meer                Middel- Er is de afgelopen jaren veel aandacht Bij hoog-
                         nieuwe bedrijven gestart (‘push’). Incubatorfaciliteiten en         hoog     voor spin-offs. Voor kennisintensieve       innovatief hoog,
                         ondernemerschapsonderwijs dragen eraan bij dat leerlingen,                   spin-offs (hoog-innovatief) is verbetering bij middel-
                         studenten en medewerkers bewust en bekwaam raken in het                      nodig (zie andere AWTI-advies). Verder innovatief laag.
                         ondernemen.                                                                  hebben alle kennisinstellingen inmiddels
                                                                                                      faciliteiten voor het ontstaan van nieuwe
                                                                                                      bedrijvigheid, zoals incubators en
                                                                                                      centers for entrepreneurship.
Contract-                In opdracht van het bedrijfsleven wordt onderzoek aan               Laag-    Er wordt volop contractonderzoek            Laag
onderzoek,               kennisinstellingen uitgevoerd. Dit wordt soms gezamenlijk           middel- uitgevoerd. De rol van de overheid is
consulting en            uitgevoerd maar wordt doorgaans opgeleverd in geschreven            hoog     hierbij beperkt. Ook is er voldoende
training                 documenten. Het initiatief ligt duidelijk bij het bedrijf (‘pull’).          gelegenheid om advies te vragen en
                         De bijdrage van dit pad aan ondernemerschap is                               trainingen in te kopen. Dit pad voor
                         bescheiden, het gaat vooral om bestaande bedrijfsmodellen.                   kennisuitwisseling is redelijk goed
                         Kennisinstellingen kunnen bij bedrijven adviesopdrachten en                  ontwikkeld, en bovendien is daarbij
                         training doen. Het initiatief hiervoor ligt doorgaans bij het                geen grote rol voor de overheid nodig
Kansen pakken met kennis                                                                                                                50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Pad                      Beschrijving                                                    Relevant Bevindingen                             Urgentie voor
                                                                                         voor                                             interventie
                         bedrijf (‘pull’). De bijdrage aan ondernemerschap zal vaak               en vergt momenteel geen additionele
                         bescheiden zijn.                                                         aandacht.
Publiek-private          Bij gezamenlijke agendering van onderzoek en                    Middel-  Een belangrijk mechanisme waar via      Laag
samenwerking             samenwerking bij de uitvoering vindt op verschillende           hoog     het topsectorbeleid volop aandacht voor
(pps) gezamenlijke       manieren kennisuitwisseling plaats. Het bepalen van het                  is. Er wordt vrij veel ge-co-publiceerd
agendering en            onderwerp en het initiatief ligt bij zowel kennisinstelling als          tussen kennisinstellingen en bedrijven.
samenwerking. Co-        bedrijf (‘push’ en ‘pull’). Dit type onderzoek is vooral pre-            Dit is voor slechts een deel van de
publiceren en co-        competitief, maar kan uiteindelijk zeker bijdrage aan                    bedrijven relevant.
patenteren zijn          ondernemerschap.
mogelijke
uitkomsten van pps
Standaardisatie-         In normalisatie- en standardisatietrajecten worden ontwerp- Laag-        Het Nederlands Normalisatie Instituut   Mogelijk
trajecten                en kwaliteitsafspraken gemaakt over specifieke producten of middel       (NEN) beheert en organiseert de
                         diensten. Door recente kennis in de norm mee te nemen, zal               normen. Daarbij is het, met het oog op
                         deze bekend raken bij bedrijven die deze kunnen toepassen.               kennistransfer en innovatief
                         Het zijn doorgaans bedrijven die hiertoe het initiatief nemen            ondernemerschap, van belang dat de
                         (‘pull’). De bijdrage aan ondernemerschap is middelmatig.                laatste kennis goed wordt
                                                                                                  meegenomen. Maar er zijn voor
                                                                                                  onderzoekers van kennisinstellingen
                                                                                                  weinig prikkels om deel te nemen.
Octrooien en             In octrooien worden nieuwe werkingsprincipes vastgelegd en      Hoog     Dit pad voor kennisuitwisseling is goed Laag
licenties                het eigendom daarover vastgesteld. Via licenties kunnen                  ontwikkeld. De bijdrage aan
                         anderen deze kennis gebruiken. De kennis komt voort uit                  ondernemerschap is bescheiden.
                         onderzoek uit kennisinstellingen (‘push’) en levert een
                         bescheiden bijdrage aan ondernemerschap.
Publicaties in           Onderzoeksresultaten en nieuwe ideeën worden                    Laag-    Publicatie van onderzoeksresultaten     Laag
wetenschappelijke gepubliceerd in tijdschriften en vakbladen en zijn daarmee             middel-  gebeurt volop en ook steeds meer ‘open
tijdschriften en         beschikbaar voor bedrijven (‘push’). De kennis is niet of       hoog     access’. De bijdrage aan
vakbladen                nauwelijks afgestemd op de lokale praktijk van een bedrijf en            ondernemerschap is beperkt.
                         zal een kleine bijdrage aan ondernemerschap leveren.
Kansen pakken met kennis                                                                                                           51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Pad                      Beschrijving                                                 Relevant Bevindingen                               Urgentie voor
                                                                                      voor                                               interventie
Kennisloket,             Kennisinstellingen hebben in toenemende mate loketten en     Laag-    Kennisinstellingen hebben in toenemen- Hoog
kennismakelaars          makelaars om kennis toegankelijk te maken en de              middel-  de mate loketten en functies om kennis
en ‘business             verbinding te leggen met onder andere bedrijven. Daarmee     hoog     gemakkelijker vindbaar te maken. Dit
developers’ bij          ontsluiten ze kennis die aanwezig is op kennisinstellingen            kan ondernemers helpen. Er is evenwel
kennisinstelling en      (‘push’). Ook ondernemers kunnen daar hun voordeel mee                weinig aandacht voor vanuit het beleid
                         doen.                                                                 (afgezien van de algemene valorisatie-
                                                                                               taak van kennisinstellingen en de
                                                                                               Thematische Technology Transfer-
                                                                                               regeling). Interessante ideeën beschik-
                                                                                               baar maken voor innovatieve onder-
                                                                                               nemers is een issue. Voor middel-
                                                                                               innovatieve ondernemers is het van
                                                                                               belang dat de kennis laagdrempelig
                                                                                               ontsloten is.
Vraagbundeling           Vaak leven vergelijkbare vragen bij verschillende middel- en Laag-    Hier is veel behoefte aan en kan een      Hoog
(inclusief ‘crowd-       kleine bedrijven, bijvoorbeeld uit dezelfde sector of regio. middel   grote bijdrage leveren. Het gebeurt nog
funding’)                Hoewel een enkel bedrijf deze vraag niet kan laten                    te weinig omdat het ‘niemands
                         beantwoorden, kan dat wel samen met anderen. Het gaat                 probleem’ is. Er zijn nauwelijks
                         om vragen vanuit het bedrijfsleven (‘pull’) die dicht kunnen          beleidsinstrumenten die dit bevorderen.
                         raken aan ondernemerschap.
Onderzoeks-              Onderzoeks-partnerschappen zijn vergaande                    Hoog     Dit is voor een specifieke groep          Laag
partnerschap             samenwerkingsovereenkomsten voor lange termijn tussen                 bedrijven en kennisinstellingen relevant
(inclusief data-         vaak grote bedrijven en kennisinstellingen. Vaak wordt er             en lijkt voldoende te werken in het licht
partnerschappen) een nieuwe organisatie opgericht waar mensen van beide                        van dit advies.
                         zijden zij aan zij onderzoek doen. De onderwerpen worden
                         in hoge mate gedreven door het bedrijfsleven, dat
                         doorgaans betaalt (‘pull’).
Conferenties en          Onderzoekers van bedrijven en kennisinstellingen             Hoog     Conferenties waarop                       Laag
beurzen waarop           presenteren onderzoeksresultaten op conferenties en                   onderzoeksresultaten gedeeld worden
onderzoeks-              wisselen daar kennis uit. Het is vooral een ‘push’-                   vinden volop plaats. De bijdrage aan
resultaten worden mechanisme en levert nauwelijks een bijdrage aan                             ondernemerschap is beperkt en de rol
gedeeld                  ondernemerschap.                                                      van de overheid beperkt.
Participatie van         In regionale boards ontstaan triple-helix                    Middel-  Heeft een beperkte bijdrage aan           Laag
bedrijven en             samenwerkingsverbanden. Daar werken bedrijven,               hoog     ondernemerschap.
kennisinstellingen kennisinstellingen en overheden samen aan visie, strategie
in regionale boards en agenda voor de regio. De vragen komen veelal voort uit
Kansen pakken met kennis                                                                                                        52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Pad                      Beschrijving                                              Relevant Bevindingen                           Urgentie voor
                                                                                   voor                                           interventie
                         de maatschappij (‘pull’) en ondernemers kunnen een flinke
                         rol hebben in deze boards, maar de bijdrage aan
                         ondernemerschap is beperkt.
Raad van                 Onderzoekers van kennisinstellingen kunnen plaatsnemen in Hoog     Dit is slechts voor een select aantal Laag
adviesfuncties door adviesraden of commissariaten van bedrijven. Zo kan het                 bedrijven relevant.
onderzoekers             bedrijf gebruik maken van de kennis op bestuurlijk niveau
                         (‘pull’).
Kansen pakken met kennis                                                                                                    53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Bijlage 2 Reviewers
In de eindfase van het adviestraject is het conceptadvies voorgelegd aan twee externe
reviewers. Aan hen is gevraagd om te reflecteren op de consistentie van het
conceptadvies en mogelijke lacunes. De opmerkingen van de reviewers zijn vervolgens
onder verantwoordelijkheid van de raad verwerkt.
De reviewers voor dit advies waren:
►      drs. J.D. (Arjen) Goetheer, Senior beleidsadviseur onderzoeksbeleid en strategische
       samenwerking bij de Vrije Universiteit Amsterdam
►      drs. L. (Luc) Hulsman, Programmabeheerder van het Samenwerkingsverband
       Noord-Nederland
Kansen pakken met kennis                                                                 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 Gesprekspartners
►      Paul Althuis        TU Delft
►      Louis Beijer        Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Frank Biemans       NTS Norma
►      Dave Blank          Universiteit Twente
►      John Blankendaal    Brainport Industries
►      Shiri Breznitz      University of Toronto
►      Jasper Deuten       Rathenau Instituut
►      Joost Dieleman      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Johan van Erp       Gemeente Eindhoven
►      Roel Esselink       VSNU
►      Aard Groen          Rijksuniversiteit Groningen
►      Steven de Groot     Hogeschool Zuyd
►      Ida Haisma          Leiden Bio Science Park
►      Robin van IJperen   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►      Martijn Janmaat     Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Matthijs Janssen    Dialogic/Universiteit Utrecht
►      Marcel Kers         Plantlab
►      Ilkay Kizil         Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►      Mirjam Leloux       Innovation Exchange Amsterdam
►      Anne-Wil Lucas      Kennispark Twente
►      Pieter Moerman      Platform Talent voor Techniek
►      Marian Sanders      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Dennis Schipper     DemCon
►      Martin Scholten     Wageningen University & Research
►      Wout Scholten       Hogeschool Utrecht
►      Steven Schuurman    Elastic
►      Martin Schuurmans   oud-lid AWTI
►      Erik Stam           Universiteit Utrecht
►      Ben Tax             Rijk Zwaan
►      Caroline Tempel     Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
►      Liselotte van Thiel Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Sue-Yen Tjong       Rathenau Instituut
►      Hugo Velthuijsen    Hanze Hogeschool
►      Martijn Verwegen    VSNU
►      Lucien Vijverberg   Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
►      Michiel Vos         Cocopallet
►      Peter Wennink       ASML
Kansen pakken met kennis                                                  55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Bijlage 4 Literatuur
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2016a) Durven delen. Op
       weg naar een toegankelijke wetenschap. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2016b) Oppakken en
       doorpakken. Durven kiezen voor energie-innovatie. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2016c) Vangen verwerken
       en verwaarden. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2017) Onmisbare schakels.
       De toekomst van het toepassingsgericht onderzoek. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2019) Het stelsel op scherp
       gezet. Naar toekomstbestendig hoger onderwijs en onderzoek. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2020) Beter van start. De
       sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups. Den Haag: AWTI.
►      Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2021) Samen de lat hoog
       leggen. Regio en rijk bundelen krachten voor innovatie. Den Haag: AWTI.
►      Allen, T.J. (1995) Managing the flow of technology: technology transfer and the
       dissemination of technological information within the R&D organization. Cambridge,
       Mass.: MIT Press.
►      Bekkers, R. en Bodas Freitas, I.M. (2008) ‘Analysing knowledge transfer channels
       between universities and industry: To what degree do sectors also matter?’,
       Research Policy, 37(10), pp. 1837–1853.
►      Buck Consultants International (2018) Inventarisatie en meerwaarde van
       campussen in Nederland. Nijmegen.
►      Dutrénit, G., de Fuentes, C. en Torres, A. (2010) ‘Channels of interaction between
       public research organisations and industry and their benefits: Evidence from
       Mexico’, Science and Public Policy, 37(7), pp. 513–526.
►      Dutta, S., Lanvin, B. en Wunsch-Vincent, S. (2019) Global innovation index.
       Creating healthy lives - the future of medical innovation. World Intellectual Property
       Organization, Insead en Cornell University.
►      European Commission (2019a) European Innovation Scoreboard 2019.
       Luxembourg: Joint Research Centre.
►      European Commission (2019b) Research and Innovation analysis in the European
       Semester 2019 Country Reports. Brussel: Directorate A - Policy Development and
       Coordination, p. 154.
►      Fabiano, G., Marcellusi, A. en Favato, G. (2020) ‘Channels and processes of
       knowledge transfer: How does knowledge move between university and industry?’,
       Science and Public Policy, 47(2), pp. 256–270.
►      Filippetti, A. en Savona, M. (2017) ‘University–industry linkages and academic
       engagements: individual behaviours and firms’ barriers. Introduction to the special
       section’, The Journal of Technology Transfer, 42(4), pp. 719–729.
►      Freeman, C. en Louçã, F. (2002) As time goes by: from the industrial revolutions to
       the information revolution. Oxford: Oxford University Press.
Kansen pakken met kennis                                                                     56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>►      Goetheer, A., Van der Zee, F. en De Heide, M. (2018) De Staat van Nederland
       Innovatieland. Missies en ‘Nieuw’ Missiegedreven Beleid. Den Haag: TNO.
►      Grond, A. et al. (2021) Evaluatie Smart Industry programma. Utrecht: Dialogic.
►      Hayter, C.S., Rasmussen, E. en Rooksby, J.H. (2020) ‘Beyond formal university
       technology transfer: innovative pathways for knowledge exchange’, Journal of
       Technology Transfer, 45(1), pp. 1–8. doi:10.1007/s10961-018-9677-1.
►      Hiroaki, N. (2019) Modern society has reached its limits. Society 5.0 will liberate us,
       World Economic Forum. Available at:
       https://www.weforum.org/agenda/2019/01/modern-society-has-reached-its-limits-
       society-5-0-will-liberate-us/ (Accessed: 1 June 2021).
►      Hollanders, H., Es-Sadki, N. en Rantcheva, A. (2021) European Innovation
       Scoreboard 2021. Brussel, België: Eureopan Commission, p. 95.
►      Hughes, A. en Kitson, M. (2012) Pathways to Impact and the Strategic Role of
       Universities. Working paper. Cambridge: Centre for Business Research, University
       of Cambridge.
►      Janssen, M. et al. (2018) Eindevaluatie Valorisatieprogramma. Utrecht: Dialogic.
►      Koens, L. et al. (2020) Balans van de wetenschap 2020. Den Haag: Rathenau
       Instituut.
►      Kogut, B. en Zander, U. (1992) ‘Knowledge of the Firm, Combinative Capabilities,
       and the Replication of Technology’, Organization Science, 3(3), pp. 383–397.
►      Kolympiris, C. en Klein, P.G. (2017) ‘The Effects of Academic Incubators on
       University Innovation: Academic Incubators and University Innovation’, Strategic
       Entrepreneurship Journal, 11(2), pp. 145–170.
►      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018) MKB-actieplan, Bijlage
       847813 bij Kamerstukken II 2017-2018, 32 637, nr. 316.
►      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2020) Beleidsnota: Modernisering
       Rijksoctrooiwet 1995, 8 december 2020, Bijlage bij brief minister van EZK aan
       Tweede Kamer, Kamerstukken II 2020-2021, 30 635, nr. 7.
►      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2021) Resultaten evaluatie-
       onderzoek organisaties voor toegepast onderzoek (TO2), Brief van de staatssecre-
       taris van EZK aan de Tweede Kamer, Kamerstukken II 2020-2021, 32 637, nr. 453.
►      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Ministerie van Onderwijs, Cultuur
       en Wetenschap (2018) Beleidsreactie op de evaluatie van het Valorisatieprogram-
       ma 2010-2018, Kamerstukken II 2018-2019, 32 637, nr. 339.
►      Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Ministerie van Onderwijs, Cultuur
       en Wetenschap (2020) Kabinetsstrategie Versterken van onderzoeks- en innovatie-
       ecosystemen, Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 33 009, nr. 96.
►      Nonaka, I. (1994) ‘A Dynamic Theory of Organizational Knowledge Creation’,
       Organization Science, 5(1), pp. 14–37.
►      Nonaka, I. en Takeuchi, H. (1995) The knowledge-creating company: how Japanese
       companies create the dynamics of innovation. New York: Oxford University Press.
►      OECD (2017) Enhancing the Contributions of SMEs in a Global and Digitalised
       Economy. Meeting of the OECD Council at Ministerial Level. Paris: OECD.
►      OECD (2020) Laggard firms, technology diffusion and its structural and policy
       determinants. OECD Science, Technology and Industry Policy Papers 86.
Kansen pakken met kennis                                                                     57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>►      OECD (2021) OECD science, technology and innovation outlook 2021: times of
       crisis and opportunity. Parijs: Organisation for Economic Co-operation and
       Development.
►      Paul Benneworth en Eskame Arregui-Pabollet (2021) Higher education for smart
       specialisation: the case of the Northern Netherlands. Luxemburg: Publications
       Office of the European Union.
►      Perez, C., Johnson, L. en Kleiner, A. (2017) Are We on the Verge of a New Golden
       Age?, Strategy-Business.
►      Perkmann, M. et al. (2013) ‘Academic engagement and commercialisation: A review
       of the literature on university–industry relations’, Research Policy, 42(2), pp. 423–
       442.
►      Sanz-Menéndez, L. en Cruz-Castro, L. (2020) Instruments and instrument mixes for
       knowledge transfer and science industry relations: a pilot analysis using STIP
       Compass database in selected countries. Luxemburg: European Commission.
►      Schwab, K. (2019) The Global Competitiveness Report 2019. World Economic
       Forum, p. 666.
►      Stellinga, M. en Van Noort, W. (2019) ‘Interview Topeconoom Stiglitz:
       “Klimaatverandering is onze wereldoorlog”’, NRC, 22 November.
►      Sue-Yen Tjong Tjin Tai et al. (2018) Bedrijf zoekt universiteit. De opkomst van
       strategische publiek-private partnerships in onderzoek. Den Haag: Rathenau
       Instituut.
►      Utterback, J.M. (2006) Mastering the dynamics of innovation. Boston, Mass:
       Harvard Business School.
►      Van Looy, B. et al. (2011) ‘Entrepreneurial effectiveness of European universities:
       An empirical assessment of antecedents and trade-offs’, Research Policy, 40(4), pp.
       553–564.
►      Van Saarloos, W. et al. (2021) Evaluatieonderzoek organisaties voor toegepast
       onderzoek (TO2) Excellent toegepast onderzoek voor maatschappelijke missies.
       Technopolis, Dialogic, Seo economisch onderzoek, Bijlage bij Kamerstukken II,
       2020-2021, 32 637, nr. 453.
►      Vankan, A. et al. (2020) Onderzoeks- en innovatie-ecosystemen in Nederland.
       Achtergrondstudie bij kabinetsstrategie: ‘Versterken van onderzoeks- en innovatie-
       ecosystemen’. Utrecht: Dialogic, Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 33 009,
       nr. 96.
►      VSNU et al. (2019) Ruimte voor ieders talent. Naar een nieuwe balans in het
       erkenen en waarderen van wetenschappers. Den Haag.
►      Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2020) Kwetsbaarheid en
       veerkracht. Den Haag: Wetenschapelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Kansen pakken met kennis                                                                     58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>A
wt Adviesraad voor
wetenschap, technologie en innovatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie
Prins Willem-Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
t. 070 3110920
e. secretariaat@awti.nl
w. www.awti.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>