<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                De heer R.H. Dijkgraaf
                Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
                Postbus 16375
                2500 BJ Den Haag
                datum:    13 april 2022                           bijlage: Geen
                betreft:  Briefadvies Nationale Wetenschapsagenda e-mail: secretariaat@awti.nl
                kenmerk: 011/22/dh                                overig:
                Geachte heer Dijkgraaf,
                De Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) volgt de Nationale
                Wetenschapsagenda (NWA) sinds de oprichting ervan in 2015 met veel interesse. In de loop van 2022
                wordt de NWA geëvalueerd en worden de routes en consortia herijkt. In aanloop hier naartoe werpt de
                raad middels dit briefadvies1 een kritische blik op het NWA-beleid.
                De AWTI staat achter het gedachtegoed van het NWA-beleid.2 Een betere verbinding tussen
                wetenschap en de samenleving staat daarin centraal.3 Deze verbinding is ook naar de mening van de
                raad cruciaal om oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke opgaven, vooruitgang te
                boeken op maatschappelijke transities en brede welvaart te realiseren.4 Het NWA-beleid heeft daarbij
                een zekere dynamiek bewerkstelligd waarin meer transdisciplinair onderzoek kon ontstaan. Ook
                ontstond coördinatie tussen ministeries over de benodigde kennisontwikkeling binnen bepaalde delen
                van het NWA-beleid, wat naar mening van de raad zeer belangrijk is.5 Dit zijn positieve ontwikkelingen
                en de AWTI steunt dan ook het voortzetten van het NWA-beleid.
                Toch is de raad kritisch op een drietal punten. Zo is het NWA-beleid te diffuus, is de positionering niet
                voldoende duidelijk, en is de coördinatie en implementatie van het beleid ingewikkeld. Deze punten
                lichten we hieronder toe en we doen daarbij suggesties voor verbetering. De verbeteringen zouden
                moeten leiden tot een nieuwe aanpak voor het NWA-beleid: beleid dat zich volop richt op de stimulering
                van transdisciplinair onderzoek ten behoeve van maatschappelijke opgaven, door middel van een
                eenvoudig instrumentarium.
                1
                  De AWTI maakt gebruik van briefadviezen om in verkorte vorm en met een zekere urgentie advies te geven over
                een concreet onderwerp.
                2
                  We gebruiken de term ‘NWA-beleid’ om te refereren naar zowel de agenda van de NWA, die via een brede uitvraag
                is ontwikkeld, en het programma, zoals dat daarna bij NWO is vormgegeven met de verschillende programmalijnen.
                3
                  Zie Wetenschapsvisie 2025 (Ministerie van OCW, 2014), de opdrachtbrief van de bewindspersonen aan de
                voorzitters van de kenniscoalitie d.d.d 25 november 2014, en het boek The Dutch National Research Agenda in
                Perspective: A Reflection on Research and Science Policy in Practice. Beatrice de Graaf, Alexander Rinnooy Kan en
                Henk Molenaar, 2017, Amsterdam University Press.
                4
                  Zie o.a. AWTI, Versterk de rol van wetenschap, technologie en innovatie in maatschappelijke transities (Den Haag,
                AWTI: 2020) en AWTI, Samen de lat hoog leggen. (Den Haag, AWTI: 2021).
                5
                  Zie o.a. AWTI, Rijk aan kennis (Den Haag, AWT:2021). AWTI, Krachtiger kiezen voor sleuteltechnologieën (Den
                Haag: AWTI, 2020).
Bezoekadres:
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie                                                            t. +31 (0) 70 311 0920
Prins Willem-Alexanderhof 20                                                                                   e. secretariaat@awti.nl
2595 BE Den Haag                                                                                                        w. www.awti.nl
                                                                             1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>      1. Terug naar de kern
De doelen van het NWA-beleid zijn op het moment diffuus, waardoor onbegrip bestaat in het veld en het
beleid aan effectiviteit verliest. De oorsprong hiervan ligt in de nagenoeg alomvattende opzet van de
NWA in de Wetenschapsvisie 2025i en de uiteenlopende doelstelling in de opdrachtbrief aan de
Kenniscoalitie.ii Deze start heeft uiteindelijk geresulteerd in een rijk, maar ingewikkeld geheel aan
programmalijnen, routes, vragen, clusters en oproepen om onderzoeksvoorstellen in te dienen (calls),
waarbij niet goed duidelijk is welk element voor welke doelgroep bedoeld is en wat het beoogd effect is.
Een oorspronkelijk gepland keuzeproces, dat meer helderheid had kunnen brengen, heeft niet
plaatsgevonden.6
De raad adviseert daarom het beleid terug te brengen naar het bevorderen van transdisciplinariteit in
onderzoek ten behoeve van maatschappelijke opgaven. Deze focus zorgt voor een sterke verbinding
tussen wetenschap en samenleving en bouwt voort op de kracht van het NWA-beleid tot nu toe. Bij
transdisciplinair onderzoek wordt namelijk kennis geïntegreerd uit verschillende academische
disciplines én met ervaringen en praktijkkennis van niet-academische partijen. De samenwerking daarbij
gaat dus verder dan het ophalen van onderzoeksvragen uit de samenleving, het verzamelen van
empirische data, of, als het onderzoek is afgelopen, het communiceren over het onderzoek. Bij het
transdisciplinair onderzoek zijn maatschappelijke partijen onderdeel van het onderzoeksteam. Het kan
zowel bottom-up ontstaan als top-down gestuurd worden, zoals nu via de ‘thematische
programmering’.7
Deze hernieuwde focus in het beleid geeft naar verwachting een stevige impuls aan transdisciplinaire
samenwerking, ‘quadruple helix samenwerking’, citizen science, open science en aanverwante
onderzoekspraktijken. Het NWA-beleid wordt bovendien een herkenbare plek om te experimenteren
met dit soort relatief nieuwe vormen van onderzoek, waaruit lessen kunnen worden getrokken voor de
wetenschap in bredere zin. Deze concentratie van ervaringen kan bijdragen aan de robuustheid van de
onderzoeksmethoden.8
      2. Duidelijke positie in het wetenschaps-, technologie en innovatiebeleid
De plek van het NWA-beleid in het bredere wetenschaps-, technologie en innovatiebeleid is
onvoldoende duidelijk. Dat begint bij de naam ‘Nationale Wetenschapsagenda’, die past niet bij de
huidige vorm en omvang van het instrumentarium. De eerste resultateniii zijn mooi, maar hebben naar
mening van de raad een te beperkt bereik voor een instrument dat claimt dé nationale
wetenschapsagenda van Nederland te zijn. Verder is er onduidelijkheid over de positionering in relatie
tot ander beleid over wetenschap, technologie, innovatie en maatschappelijke uitdagingen. Naast het
NWA-beleid bestaat er ander onderzoeks-agenderend beleid waarin samenwerking met niet-
wetenschappelijke partijen wordt gestimuleerd, zoals missies en Kennis- en Innovatieagenda’s (KIAs)
binnen het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid (MTIB), Regio en City deals en de
(strategische) kennisagenda’s van de ministeries.9 Het is voor veel partijen die met dit beleid te maken
hebben, of zouden moeten hebben, moeilijk te begrijpen hoe deze agenda’s zich tot elkaar verhouden
en tot overig beleid voor wetenschap, technologie en innovatie.
6
  Nationale Wetenschapsagenda (2016) Van Wetenschapsvisie naar Nationale Wetenschapsagenda in 365 dagen.
Den Haag
7
  Zie ook AWTI, Grenzeloos onderzoeken. (Den Haag, AWTI: 2022).
8
  Methodische robuustheid verdient juist bij transdisciplinair onderzoek aandacht. Samenwerking met niet-
wetenschappelijke actoren leidt namelijk tot veel methodische vraagstukken, zie o.a. Ramadier, T. (2004).
Transdisciplinarity and its challenges: the case of urban studies. Futures, 36(4), 423-439.
9
  Onder meer de Rijksbrede kennisagenda online samenleving, de Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA)
2021-2025 Defensie, de Kennisagenda SZW 2019/2022, de Kennis- en innovatieagenda LNV 2019-2030 en de
Strategische Kennisagenda OCW 2019 – 2024.
                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Het NWA-beleid is daarom volgens de AWTI gebaat bij een duidelijke herpositionering binnen het
wetenschaps-, technologie en innovatiebeleid, met een passende aanpak, naam en heldere
communicatie daarover. Het terugbrengen tot de kern (punt 1, hierboven) helpt bij deze
herpositionering. Ook zou in de naamgeving een beter onderscheid gemaakt kunnen worden tussen de
oorspronkelijke agenda en het programma zoals dat uitgevoerd wordt bij NWO. Een expliciete focus op
maatschappelijke thema’s die niet per se tot een versterking van het verdienvermogen hoeven te leiden,
zou het NWA-beleid beter kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld het MTIB. Daarbij past dat ook
maatschappelijke partijen die onderzoek doen aanspraak kunnen maken op deze middelen:
wetenschap vóór de maatschappij, mét de maatschappij.
Om het NWA-beleid herkenbaarder te maken geeft de raad in overweging om het te presenteren als
een aanvullende stimulans voor transdisciplinariteit. De achterliggende gedachte is dat er weliswaar
steeds meer van dit type onderzoek plaatsvindt, verdere stimulering toch gewenst is. Daarnaast is het
zo dat samenwerking over disciplinegrenzen en met de praktijk om relatief veel financiële,
organisatorische en cognitieve middelen vragen. In de competitie met andere onderzoeksvoorstellen,
vissen transdisciplinaire onderzoeksvoorstellen mede daardoor vaak achter het net. Daarom zou het
NWA-beleid erop gericht moeten zijn om transdisciplinair onderzoek, dat elders niet voldoende
ondersteuning kan krijgen, van aanvullende middelen te voorzien. Deze middelen omvatten financiering
maar ook expertise en procesondersteuning, zoals ‘sand-box-bijeenkomsten’ en
matchmakingsbijeenkomsten.
Een dergelijke herpositionering maakt het beleid volgens de raad herkenbaar, onderscheidend en
complementair aan andere instrumenten in het wetenschaps- en innovatiebeleid. Het brengt
consistentie aan in het doel, de vorm en omvang van het beleid.
      3. Versimpeling van instrumentarium
De coördinatie van het NWA-beleid en de verdeling van het beperkte budget is naar mening van de
raad momenteel te complex. Door de veelheid aan doelen (zie punt 1, hierboven) vereisen veel van de
calls in de praktijk ‘een schaap met 5 poten’. De complexiteit ontstaat door een combinatie aan factoren
en leidt ertoe dat de hoge inspanning voor onderzoekers niet goed in verhouding staat tot de lage
honoreringskansen en bescheiden budgetten. Zo worden er zowel eisen gesteld aan het consortium,
zoals co-financierende partijen, maatschappelijke partijen en vertegenwoordiging van de gehele
kennisketen, als gevraagd om inhoudelijk aan te sluiten bij de 25 eerder vastgestelde routes en 140
clustervragen. De aanvraagprocedures, die kunnen verschillen tussen de programmalijnen, duren vaak
meer dan een jaar met verschillende tussentijdse deadlines. Verder is er geleerd van de ervaring met
het beleid en zijn op basis daarvan, begrijpelijkerwijs, wijzigingen aangebracht in het programma. Tot
slot is de coördinatie van het beleid vrij complex. De routes hebben trekkers en boegbeelden en vormen
zelf-organiserende netwerken.
De AWTI adviseert daarom om het aanvraagproces en de coördinatie drastisch te versimpelen. De
versimpeling zou zich moeten richten op de kern van het nieuwe NWA-beleid, zoals bij punt 1
beschreven: transdisciplinaire onderzoekssamenwerking voor maatschappelijke opgaven. Het is goed
als daarbij zowel ruimte blijft bestaan voor transdisciplinariteit die bottom-up uit het veld ontstaat en voor
meer top-down transdisciplinair onderzoek, uitgevraagd door en samen met ministeries.
Een dergelijke versimpeling leidt tot meer rust in de aanvraagprocedures en maakt ze bovendien
tijdsonafhankelijk. Aanvragen worden hierdoor minder tijdrovend voor onderzoekers, zodat zij meer tijd
kunnen besteden aan onderzoek.
                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Afsluiting: inspiratie voor een nieuwe aanpak
Vanwege de maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat is het belangrijk om de samenleving
te betrekken bij de wetenschap. Deze betrokkenheid staat centraal in het gedachtegoed van het NWA-
beleid.
In deze brief stipt de AWTI een drietal punten aan die volgens de raad die volgens raad verbeterd
kunnen worden. De voorgestelde verbeteringen zouden moeten leiden tot een nieuwe aanpak. De kern
daarvan is een stevige stimulans van transdisciplinair onderzoek ten behoeve van maatschappelijke
opgaven, met een relatief eenvoudig instrumentarium.
Uiteraard zijn wij gaarne bereid om deze brief nader toe te lichten en in gesprek te gaan over eventuele
veranderingen in het beleid.
Hoogachtend,
Dr. Eppo Bruins                                                      P.W.J. Essers
voorzitter AWTI                                                      secretaris AWTI
i
   De Nationale wetenschapsagenda was daarin “een essentieel instrument om richting te geven aan inhoudelijke prioriteiten”
(p. 20). Het moest “sterkten van de disciplines (alfa, bèta en gamma) gebruiken om verbindingen te leggen en zo
maatschappelijke en wetenschappelijke vraagstukken over de grenzen van wetenschapsdisciplines heen gezamenlijk aan te
pakken” (p. 20). Het zou gekoppeld worden aan het Zwaartekrachtprogramma (p. 20). De wetenschapsagenda moest ervoor
zorgen dat "de wetenschap [kan] excelleren en samen met het toegepast en het praktijkgericht onderzoek een belangrijker
bijdrage leveren aan de kwaliteit van ons leven, onze samenleving en onze economie” (p. 24). De Nationale
Wetenschapsagenda moest ook zorgen voor "een optimale aansluiting met Horizon 2020” (p. 27). Wetenschapsvisie 2025
(Ministerie van OCW, 2014).
ii Te weten: “a. keuzes maken voor maatschappelijke thema’s en wetenschappelijke topgebieden; b. voortbouwen op
bestaande agenda’s en verbindingen leggen; c. doorwerken in nieuwe planvorming; d. versterken van de internationale
positie van de Nederlandse wetenschap en de maatschappelijke betrokkenheid bij het onderzoek; e. stimuleren van
samenwerking door de kennisketen heen en vergroot de impact hiervan; f. richten op onderzoek waar een nationale aanpak
van meerwaarde is en iets toevoegt aan wat afzonderlijke instellingen of bestaande samenwerkingsverbanden nog niet voor
elkaar krijgen.” Referentie naar opdrachtbrief https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-451837.pdf
iii
    Sinds 2019 zijn er 38 consortia gefinancierd via de eerste programmalijn en 24 onderzoeksprogramma’s met ministeries
via de tweede programmalijn. In totaal participeren ruim 400 onderzoekers en ruim 300 samenwerkingspartners. Zie
Kamerbrief ‘Recente resultaten en ontwikkelingen Nationale Wetenschapsagenda’ (25 juni 2021)
                                                                 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>