<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Kabinetsreactie AWTI-advies “Strategisch Samenspel”
Op 14 maart publiceerde de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) het
advies “Strategisch samenspel - Bundel de kracht van Nederland en de EU voor meer impact van
onderzoek en innovatie”. Dit advies vormt een reactie op de vraag van het kabinet hoe Nederland
optimaal gebruik kan maken van het Europese wetenschaps-, technologie-, en innovatiebeleid
(WTI-beleid) ten behoeve van de versterking van de impact van wetenschap, technologie en
innovatie in en vanuit Nederland.
Het advies van de AWTI luidt om het Europese en Nederlandse beleid voor WTI als één geheel te
beschouwen waarin de verschillende onderdelen zo op elkaar aansluiten dat het een coherente
beleidsmix wordt. Let er daarnaast op dat de gestimuleerde WTI-activiteiten daadwerkelijk
bijdragen aan de ambities. Hiertoe doet de AWTI de volgende zes aanbevelingen:
1. Zorg dat Nederlands en EU-beleid goed aansluiten zodat ze elkaar versterken of aanvullen.
2. Handel proactief en strategisch in Brussel met een gerichte agenda.
3. Blijf fundamenteel onderzoek steunen vanuit de EU en verbindt het beter met innovatie.
4. Maak als regio koppelingen met het EU-beleid voor WTI.
5. Ondersteun partijen om gebruik te maken van EU-instrumenten.
6. Waarborg de mogelijkheden voor samenwerking met aantrekkelijke niet-EU-partners.
Bijgaand treft u de kabinetsreactie aan. Hierin wordt eerst de beleidscontext geschetst, vervolgens
gereageerd op de zes aanbevelingen en afgesloten met een conclusie en vooruitblik.
Beleidscontext
De wereld van vandaag staat voor ongekende uitdagingen. Op het gebied van klimaatverandering
en het vinden van manieren om ons aan te passen aan de onvermijdelijke impact hiervan.1 En op
het gebied van gezondheid, veiligheid, energiezekerheid en de digitale transitie van de economie
en samenleving van de EU. Ook hebben geopolitieke spanningen een groot effect op internationale
samenwerking. Dit vereist dat Europa strategische beleidsrichtingen kiest en technologisch
leiderschap toont om minder afhankelijk te worden van andere werelddelen zoals China en de VS.
Deze werelddelen lopen in diverse opzichten voor op Europa, bijvoorbeeld wat betreft de digitale
transitie en de uitgaven voor onderzoek en innovatie als percentage van het bbp.
Dit alles vraagt om een stevige positie van onderzoek & innovatie (O&I) in het EU- en nationale
beleid. Uit een recente analyse 2 van de Europese Commissie, in samenwerking met lidstaten, komt
naar voren dat O&I een voortrekkersrol vervult in de paraatheid, weerbaarheid, veiligheid en
crisisrespons van de EU. Activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie hebben het
specifieke vermogen om innovatieve duurzame oplossingen te bieden voor de maatschappelijke,
economische en milieu-uitdagingen waarmee Europa en de wereld worden geconfronteerd. In de
analyse wordt gesteld dat aanzienlijke O&I-investeringen nodig zijn om de meest urgente
uitdagingen van onze tijd aan te pakken en de open strategische autonomie van de EU te
behouden. Daarbij wordt verwezen naar Horizon Europe 3, het negende Europese kaderprogramma
voor onderzoek en innovatie en het hoofdinstrument voor Europees WTI-beleid. Ook investeringen
van de lidstaten zelf in onderzoek en innovatie zijn van groot belang 4. Zoals in Nederland in de
volledige keten van hoger onderwijs, fundamenteel onderzoek, toegepast en praktijkgericht
onderzoek, kennisbenutting, onderzoeksinfrastructuur en internationale (Europese) samenwerking 5
en via instrumenten zoals het Nationaal Groeifonds.
Inmiddels is een evaluatie gestart naar het vorige kaderprogramma (Horizon 2020) en Horizon
Europe (midterm review). Hierover heeft begin van dit jaar vanuit de Europese Commissie een
publieke consultatie plaats gevonden. Het kabinet heeft hier ook een bijdrage aan geleverd om een
1
   Het 6e IPCC-rapport onderstreept de urgentie van het aanpakken van klimaatverandering
2
   ec_rtd_he-strategic-plan-2025-27-analysis.pdf (europa.eu)
3
   Horizon Europe (looptijd 2021 t/m 2027) heeft een totaalbudget van 95,5 mld. euro en kent drie pijlers: 1. Excellente wetenschap; 2.
Mondiale uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen; 3. Innovatief Europa
4
  Zie ook BNC-fiche Mededeling vernieuwde Europese Onderzoeksruimte voor onderzoek en innovatie (Kamerstuk 22 112, nr. 2967)
5
   Kamerstuk 31 288, nr. 964 (Beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap, juni 2022)
                                                                    1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>signaal af te geven over het belang van het kaderprogramma en de Nederlandse prioriteiten 6 zoals
behoud van excellentie en impact als hoofduitgangspunt voor toekenning van middelen. Met deze
publieke consultatie is in feite het startschot gegeven voor de discussie over vorm en inhoud van
het volgende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie in de MFK-periode 7 vanaf 2028.
Het belang van een robuust toekomstig kaderprogramma is groot voor Nederland. Dit gezien de
mogelijkheden die de kaderprogramma’s bieden voor Nederlandse belanghebbenden om
internationaal samen te werken aan onderzoek en innovatie. Uit het AWTI-advies blijkt dat
Nederlandse deelnemers goed gepresteerd hebben onder Horizon 2020. Recent is duidelijk
geworden dat Nederland zeer goed uit de startblokken is gekomen wat betreft deelname aan
Horizon Europe met een retourpercentage van 9,3% (zie bijlage). Nederlandse kennis- en
onderzoeksinstellingen, bedrijven en andere organisaties doen dus volop mee aan het
kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, maar er is met het oog op de toekomst altijd ruimte
voor verbetering. Daarbij zijn de analyse en aanbevelingen van de AWTI zeer behulpzaam,
waarvoor de AWTI wordt bedankt.
Reactie op de zes aanbevelingen
1. Zorg dat Nederlands en EU-beleid goed aansluiten zodat ze elkaar versterken of aanvullen
Een zo goed mogelijke aansluiting van Nederlands en EU-WTI-beleid is wenselijk en wordt door het
kabinet onderschreven. Dit komt de lange termijnblik en samenhang van investeringen in
onderzoek, wetenschap, innovatie en maatschappelijke uitdagingen ten goede. De veranderde
geopolitieke situatie dwingt er ook toe om binnen de EU, met Europese partners en nationaal
scherpere keuzes te maken. Daarbij is een meer strategische inzet noodzakelijk. Bijvoorbeeld als
het gaat om structurele investeringen in hoger onderwijs, onderzoek, wetenschap en de inzet van
het O&I instrumentarium zoals het Nationaal Groeifonds. Europese samenwerking op deze
gebieden is essentieel, zoals ook wordt bevestigd in het advies ‘Actief in Europa’ 8 wat de
Onderwijsraad op 9 maart 2023 heeft uitgebracht. Zo vergroten we onze weerbaarheid en
verkleinen we ongewenste afhankelijkheden als het gaat om strategische producten, onderzoek en
innovatie, energie en schaarser wordende grondstoffen. Lidstaten zijn zelf verantwoordelijk om in
een stevig fundament te investeren en de kwaliteit van hun onderzoek- en innovatiesysteem te
borgen, zodat er op het hoogste niveau Europees kan worden samengewerkt. Op deze wijze
kunnen het nationale en Europese WTI-beleid elkaar aanvullen en versterken.
In de praktijk is in Nederland veelal sprake van wisselwerking tussen het nationale en EU-WTI-
beleid. Ter illustratie enkele voorbeelden: in Horizon Europe is in pijler 2 9 een missiegeoriënteerde
aanpak geïntroduceerd. De Europese Commissie heeft zich hierover niet alleen laten adviseren
door professor Mariana Mazzucato maar ook laten inspireren door het missiegedreven
innovatiebeleid dat in Nederland in ontwikkeling was. In een latere fase vormde dit nationale
missiegedreven beleid het referentiekader voor de Nederlandse aansluiting bij de EU-missies op het
gebied van gezondheid, klimaat en het milieu. 10 De komende periode zal bij de doorontwikkeling
van het nationale missiegedreven innovatiebeleid expliciet aansluiting gezocht worden bij Europese
programma’s zoals Horizon Europe. 11
Een ander voorbeeld gaat over sleuteltechnologieën. Deze zijn sinds 2018 een essentieel onderdeel
van het missiegedreven innovatiebeleid. 12 Het kabinet heeft destijds daarom strategisch en met
succes ingezet op een sterkere verankering van sleuteltechnologieën in Horizon Europe 13. In
aansluiting hierop worden bij de analyse ter voorbereiding op de Nationale Technologiestrategie 14
ook Europese en internationale technologiegebieden in kaart gebracht zodat hier met nationaal
beleid en instrumenten op ingespeeld kan worden. Daarbij gaat het om het creëren van voldoende
investeringen in belangrijke sleuteltechnologiegebieden onder meer via inzet uit het Nationaal
6
  Bijlage bij kamerstuk 21 501-30, nr. 574 (Netherlands contribution public consultation Horizon Europe)
7
  Het Meerjarig Financieel Kader wordt elke zeven jaar in Europa vastgelegd en betreft het moment waarop het merendeel van het beleid
budgettair wordt bepaald.
8
  Actief in Europa | Advies | Onderwijsraad
9
  Pijler 2 van Horizon Europe richt zich op mondiale uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen
10
   Kamerstuk 22 112, nr. 2648 (BNC-fiche Horizon Europe) en nr. 3226 (BNC-fiche EU-missies)
11
   Kamerbrief herijkte missies van het missiegedreven-innovatiebeleid
12
   Kamerstuk 33 009/32 637, nr. 63 (brief missiegedreven aanpak en sleuteltechnologieën)
13
   Kamerstuk 22 112, nr. 2791 (appreciatie hoofdlijnenakkoord Horizon Europe)
14
   Kamerstuk 33 009, nr. 117 (brief innovatiebeleid met impact)
                                                                     2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Groeifonds, de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) Sleuteltechnologieën en de Nederlandse inzet op
Important Projects of Common European Interest (IPCEI’s).
Op verschillende manieren zijn nationale O&I-instrumenten of -initiatieven met het Europese beleid
verknoopt. Voor de projecten die vanuit het Nationaal Groeifonds ondersteund worden geldt in
algemene zin dat hiermee ook de kansen voor Europese en/of internationale samenwerking op de
betreffende terreinen versterkt wordt.
Succesvolle Europese samenwerking en afstemming betreft de coördinatie van investeringen in
(wetenschappelijke) onderzoeksinfrastructuur. Enerzijds beleidsinhoudelijk via ESFRI 15; anderzijds
via financiële ondersteuning uit pijler 1 van het kaderprogramma. De nationale weerslag is
zichtbaar in de Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur (GWI) waarvan
de opgenomen projecten vrijwel allemaal een verbinding hebben met een grotere Europese
samenwerking. De investeringen in Infrastructuur zijn een belangrijke aanjager van
(sleutel)technologie 16 en vormen een belangrijke bron van innovatie in het high tech innovatie-
ecosysteem. Dit wordt in het kaderprogramma bevestigd doordat investeringen in
technologieontwikkeling (ook op gebied van digitalisering), die noodzakelijk zijn voor de
toekomstbestendigheid van GWI, specifieke aandacht krijgen. Dit gebeurt overigens in
samenwerking met het high tech bedrijfsleven. Om de basis voor technologieontwikkeling, -
overdracht en valorisatie in NL te verstevigen heeft de minister van EZK het netwerk van Industrial
Liaison Officers (ILO-net) een eenmalige bijdrage gegeven om hun werkzaamheden als
intermediair tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven in vijf jaar (2022-2026) te kunnen
intensiveren en uitbreiden 17.
Het laatste voorbeeld betreft de Europese partnerschappen onder Horizon Europe. Een
partnerschap stelt de Europese Commissie in staat om samen met betrokken partijen, zoals
overheden of industrie, langer lopende onderzoekagenda’s te financieren. Door het combineren van
nationale en EU-onderzoekbudgetten wordt overlap voorkomen en meer impact bereikt om
belangrijke maatschappelijke uitdagingen of ontwikkeling van technologieën te adresseren. De
thema’s van de partnerschappen sluiten in het algemeen goed aan bij Nederlands beleid en
expertise. Door Nederlands onderzoeksbudget in Europese samenwerking in te zetten binnen deze
partnerschappen, door middel van nationale cofinanciering vanuit diverse departementen en NWO,
wordt meer impact bereikt en de mogelijkheden voor deelname vanuit het Nederlandse O&I-veld
vergroot. Met deze cofinanciering en actieve deelname aan EU-partnerschappen wordt op zeer
concrete wijze bijgedragen aan de verknoping van nationale en EU-beleidsprioriteiten met
betrekking tot onderzoek en innovatie. Het kabinet investeert vanaf 2023 tot en met 2029 € 50
miljoen per jaar uit het fonds Onderzoek en Wetenschap om de Nederlandse deelname aan
Europese partnerschappen binnen Horizon Europe en aanpalende EU-onderzoeks- en
innovatieprogramma’s te versterken 18.
Het gaat uiteindelijk, zoals de AWTI stelt, om een samenhangende beleidsmix van Nederlandse en
EU-beleidsinstrumenten die elkaar versterken of aanvullen. Het Nederlandse beleid stelt de doelen
die ons nationaal belang dienen hierbij centraal en zet er op in om deze doelen Europees te
versterken. Er bestaat hiervoor geen in beton gegoten kader. Het gaat om een dynamisch geheel.
Daarbij vervullen ook de partijen uit het veld een belangrijke rol. Zoals hierboven geschetst is
veelal sprake van wisselwerking of van verknoping tussen nationaal en EU-beleid. Zoals de
missiegeoriënteerde aanpak in het nationale innovatiebeleid en in pijler 2 van Horizon Europe.
Het nationale instrumentarium ontwikkelt zich op basis van kabinetsprioriteiten, beschikbare
middelen en uitkomsten van evaluaties. Het streven is om bij periodieke evaluatie en herijking van
nationale onderzoeks- en innovatie-instrumenten rekenschap te geven aan de Europese context en
gewenste beleidsmix van nationaal en EU-beleid. Ook kan het nuttig zijn de mogelijkheid te hebben
tussentijds bij te sturen wat betreft nationale inzet en instrumenten wanneer EU-voorstellen
daartoe aanleiding geven. Het belang van strategische samenwerking op WTI neemt namelijk,
zoals de AWTI stelt, in de context van de transities en geopolitieke ontwikkelingen sterk toe.
Daarom zal ook bij de voorbereiding van Nederland op de volgende MFK-periode de samenhang
15
    The European Strategy Forum on Research Infrastructures
16
    Kamerstuk 29 338/32 637, nr. 211
17
    Betreft participatie in grootschalige infrastructuur zoals ESA, ITER, CERN
18
   Kamerstuk 31 288, nr. 964 (Beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap)
                                                                        3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>van financiering uit EU-fondsen en -programma’s met het relevante nationale WTI-instrumentarium
expliciet onderdeel vormen van de kabinetsinzet in Europa.
2. Handel proactief en strategisch in Brussel met een gerichte agenda
Deze aanbeveling wordt door het kabinet onderschreven. Om de aansluiting tussen het Europese
en Nederlandse beleid voor WTI te verbeteren is het belangrijk om het EU-beleid tijdig en effectief
te beïnvloeden. Dit was reden voor Nederland om te reageren op de publieke consultatie over
Horizon 2020 en Horizon Europe zoals eerder aangegeven. Hiermee heeft het kabinet, net als
enkele andere lidstaten, een signaal afgegeven over het belang van het kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie en de Nederlandse prioriteiten. Deze prioriteiten zijn dat excellentie, impact
en openheid de belangrijkste uitgangspunten blijven voor het kaderprogramma voor onderzoek en
innovatie. Daarnaast moet het programma stabiel en robuust blijven, zeker qua financiering, maar
ook flexibel om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden zoals onvoorziene crises.
Tenslotte is het van belang dat nieuwe instrumenten binnen het programma goed uitontwikkeld
worden voordat ze in werking treden. Dit voorkomt dat er bij de implementatie problemen voor
belanghebbenden ontstaan zoals lange doorlooptijden en extra administratieve lasten.
Het kabinet heeft het voornemen om begin 2024 een position paper op te stellen met een gerichte
agenda voor de opvolger van Horizon Europe. 19 Bij het opstellen van dit position paper worden
departementen en andere belanghebbenden nauw betrokken. Er zal ook coalitievorming met
andere, gelijkgestemde lidstaten plaatsvinden omdat gezamenlijk meer impact bereikt kan worden
bij het realiseren van de Nederlandse ambities. Ook het Nederlandse onderzoeks- en innovatieveld
speelt hier een belangrijke rol. Universiteiten, hogescholen, onderzoeksorganisaties en bedrijven
maken strategische keuzes waar zij op inzetten in Europese samenwerking. Zij zijn over het
algemeen goed georganiseerd op Europees niveau en brengen met regelmaat Nederlandse
prioriteiten onder de aandacht in Brussel, samen met hun Europese counterparts.
Overigens heeft op 9 maart 2023 de Onderwijsraad het advies ‘Actief in Europa’ uitgebracht. 20 De
Onderwijsraad roept het kabinet gezien de toenemende invloed van de Europese Unie op
onderwijsbeleid op om een pro-actievere houding in het besluitvormingsproces in te nemen.
Hiertoe wordt onder meer geadviseerd om een langetermijnvisie op de rol van de EU in
onderwijsbeleid op te stellen, die ook het onderwijsveld meer houvast en duidelijkheid geeft. Het
kabinet zal ook positief op dit advies reageren, mede tegen de achtergrond van bredere
aanbevelingen gericht op versterking van EU-coördinatie. 21 Bij de verdere concretisering hiervan
zal waar nodig ook de verbinding gelegd worden tussen een proactief en strategisch opereren
richting de EU op het gebied van onderzoek en (vervolg)onderwijs. Concreet gaat het hierbij vooral
om inhoudelijke raakvlakken tussen de inzet van de EU naar een Europese onderzoeksruimte, het
Bolognaproces en het recentere streven naar een Europese onderwijsruimte.
3. Blijf fundamenteel onderzoek steunen vanuit de EU en verbindt het beter met innovatie
Excellente wetenschap en de toepassing van innovaties versterken en voeden elkaar 22 waarbij
onderzoeks- en innovatie ecosystemen een belangrijke rol spelen om partijen met elkaar te
verbinden. 23 De inzet van het kabinet is dat het Europese kaderprogramma zich blijft richten op
onderzoek en innovatie in de hele kennisketen, van fundamenteel en nieuwsgierigheidsgedreven
onderzoek tot toegepaste wetenschap, praktijkgericht onderzoek en innovatie. We moeten
onderzoek blijven financieren dat vandaag misschien niet urgent lijkt, maar waarvan de resultaten
morgen heel belangrijk kunnen worden. Hierin wordt voorzien in pijler 1 van het kaderprogramma
voor onderzoek en innovatie dat zich richt op excellente wetenschap. Valorisatie van kennis is
noodzakelijk om ervoor te zorgen dat onderzoeksresultaten en innovatie worden omgezet in
duurzame producten, processen en diensten die economische waarde opleveren en de samenleving
ten goede komen. Nederland heeft kennis- en onderzoeksorganisaties van wereldklasse, maar er
19
   Het voorstel voor het 10e kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP10) wordt verwacht in 2025
20
   Actief in Europa | Advies | Onderwijsraad
21
   Evaluatie coördinatie Nederlands EU-beleid — Tactisch en praktisch | Rapport | Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie
(IOB) (iob-evaluatie.nl)
22
   Zie ook kabinetsreactie op AWTI-advies “Grenzeloos onderzoeken”, kamerstuk 31 288, nr. 983
23
   Kamerstuk 33 009, nr. 96 (Kabinetsstrategie versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen)
                                                                    4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>ligt nog een enorm potentieel om het excellente wetenschappelijk onderzoek ook daadwerkelijk te
benutten, om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken en economische groei te realiseren.
Valorisatie is de verbindende schakel tussen instrumenten voor onderzoek en innovatie en dit heeft
dan ook de volle aandacht van het kabinet, zowel in het nationale 24 als Europese WTI-beleid. 25 Zo
is in pijler 2 van Horizon Europe ruimte voor de hele kennisketen, inclusief valorisatie, en richt
pijler 3 zich op financiering voor bedrijven en investeerders om de risico’s en barrières te
verkleinen die gepaard gaan met de ontwikkeling en benutting van nieuwe kennis. Vanwege de
gewenste verbinding tussen onderzoek en innovatie zal het kabinet toezien op een goede balans
tussen pijler 1, 2 en 3 van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en de aansluiting
tussen de verschillende pijlers, ook in volgende kaderprogramma’s.
4. Maak als regio koppelingen met het EU-beleid voor WTI
De regio’s zijn in het kader van regionaal-economisch beleid volop betrokken bij onderzoek,
innovatie en bijdragen aan de transities en maatschappelijke uitdagingen. Over de wijze waarop
regio en Rijk op innovatie samenwerken bent u geïnformeerd in de kabinetsreactie op het advies
van de AWTI “Samen de lat hoog leggen, Regio en rijk bundelen krachten voor innovatie”. 26 Deze
samenwerking is nog actueel en biedt een goede basis voor de koppelingen die als regio met het
EU-beleid voor WTI gemaakt kunnen worden. Het instrument hiervoor zijn de regionale
innovatiestrategieën 27, die als doel hebben een strategie te vormen voor de inzet van regionaal
beschikbare Europese overheidsmiddelen vanuit het Cohesiebeleid en de koppeling te leggen met
rijks- en provinciale middelen uit Nederland.
De criteria voor toekenning van middelen uit Horizon 2020 en Horizon Europe zijn excellentie en
impact. Regionale spreiding van de middelen is voor het kaderprogramma geen criterium en zou
dat volgens het kabinet ook niet moeten zijn. Als echter gekeken wordt naar waar toegekende
Horizon middelen regionaal binnen Nederland neerslaan, dan blijken vooral West- en Oost-
Nederland goed te scoren. Dit is volgens de AWTI te verklaren door het hoge aantal
kennisinstellingen in deze regio’s. 28 Hoewel er verschillen zijn per regio, weten de
kennisinstellingen en andere partijen in het algemeen goed de weg te vinden naar de
ondersteuningsmogelijkheden vanuit het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Daarnaast
vloeien er investeringen in WTI naar Nederlandse regionale partijen via andere EU-programma’s en
-fondsen zoals het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Fonds voor
Rechtvaardige Transitie (JTF). 29 Bij de inzet van deze middelen is sprake van nauwe samenhang
met het nationale missiegedreven innovatiebeleid op basis van de regionale innovatiestrategieën.
Op deze wijze worden de krachten gebundeld.
Om als regio nog beter gebruik te maken van de kansen die het EU-beleid biedt, beveelt de AWTI
onder meer aan om partijen in de regio te helpen om het EU-instrumentarium te benutten en om
regionale ecosystemen te koppelen om daarmee inter-Europese samenwerking te bevorderen. Dit
zijn waardevolle aanbevelingen, ook met het oog op de volgende programmaperiode. De vier
landsdelige EFRO-Managementautoriteiten, het landsdekkende netwerk van regionale
ontwikkelingsmaatschappen (ROM’s) en RVO bieden al actieve ondersteuning aan partijen op dit
punt. Daarnaast zijn er op EU-gebied belangrijke ontwikkelingen gaande om EU-investeringen in
regio’s meer in synergie te brengen met de ambities op het gebied van onderzoek en innovatie.
Hoewel de Europese Rekenkamer vorig jaar concludeerde dat onder Horizon 2020 deze synergie
nog onvoldoende werd benut 30, zijn er onder Horizon Europe belangrijke stappen gezet om de
aanbevelingen te implementeren. 31 Bijvoorbeeld wat betreft synergie met de Europese
structuurfondsen. Het kabinet vindt het van groot belang dat synergie-mogelijkheden ten volle
24
   Kamerstuk 33 009, nr. 117 (visie OCW en EZK op valorisatie en maatschappelijke impact)
25
   Bijlage bij kamerstuk 21501-30, nr. 574 (Netherlands contribution public consultation Horizon Europe)
26
   Kamerstuk 33 009, nr. 103 (november 2021)
27
   Ook wel aangeduid met Slimme Specialisatie Strategie (RIS3)
28
   Een andere referentie is de EU Regional Competitiveness index 2022 waar Utrecht en Zuid-Holland respectievelijk op plaats 1 en 2
staan van de gehele EU EU Regional Competitiveness index 2022
29
   Kamerstuk 27 813, nr. 36 (Kamerbrief stand van zaken JTF, EFRO en Interreg-A
30
   Speciaal verslag 23/2022 van de Europese Rekenkamer, Synergieën tussen Horizon 2020 en de Europese structuur- en
Investeringsfondsen (ESIF)
31
   Raadsconclusies maart 2023 synergie Horizon-ESIF
                                                                    5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>worden benut, omdat deze bij kunnen dragen aan het verhogen van de EU-brede kwaliteit van
onderzoeks-en innovatie ecosystemen.
5. Ondersteun partijen om gebruik te maken van EU-instrumenten
De AWTI beveelt aan de focus te leggen op ondersteuning vanuit de overheid op die partijen die
meer moeite hebben om toegang te krijgen tot EU-instrumenten. Hogescholen en het mkb worden
hierbij expliciet benoemd. Voorop gesteld moet worden dat RVO, als National Contact Point voor
Horizon Europe in opdracht van de coördinerende departementen OCW en EZK en
vakdepartementen, de taak heeft om alle belanghebbenden te adviseren over de mogelijkheden
van deelname aan het programma. De goede resultaten van Nederland onder Horizon 2020 en
Horizon Europe zijn voor een groot deel terug te voeren op de inzet en deskundigheid van RVO-
adviseurs, evenals op de ondersteuning die universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven
vaak zelf aanbieden aan hun onderzoekers.
Het kabinet erkent dat deelname van het mkb en hogescholen van groot belang is, want zij vormen
een belangrijke schakel in omzetting van onderzoek en innovatie naar concrete producten en
diensten. Bij de analyse van resultaten van Nederland onder Horizon Europe zal ingezoomd worden
op deze groepen om te achterhalen welke belemmeringen er zijn. Zo nodig zal hier verdere actie
op ondernomen worden. Voor de hogescholen is in elk geval de verwachting dat de investeringen in
praktijkgericht onderzoek 32 tot meer aansluiting en deelname op EU-niveau zullen leiden, waarbij
de subsidieregeling matching Horizon Europe 33 vervolgens een steun in de rug kan betekenen. Met
deze regeling, die onlangs in werking is getreden, worden publiek gefinancierde kennisinstellingen
gecompenseerd voor kosten die zij maken voor deelname aan Horizon Europe.
Wat betreft het innovatieve mkb en start-ups is bekend dat op maat gesneden programma’s en
subsidieregelingen een positief effect hebben 34. Europese voorbeelden hiervan zijn het Eurostars-
programma 35 en het EIC Accelerator-programma binnen pijler 3 36 van Horizon Europe. Het
Nederlandse mkb draait in deze programma’s uitstekend mee en draagt via opschaling op die
manier bij aan het vinden van oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen. Voor dit
soort programma’s bestaat veel animo maar de budgetten zijn beperkt. Gezien het beperkte
budget blijft het voor het mkb een uitdaging om toegang te krijgen tot Europese onderzoeks- en
innovatiefinanciering. Daarom is de inzet dat dit soort programma’s ruimhartiger gecontinueerd
worden.
6. Waarborg de mogelijkheden voor samenwerking met aantrekkelijke niet-EU-partners
Deze aanbeveling wordt volledig onderschreven. Internationale samenwerking op het gebied van
onderzoek en innovatie buiten de Europese grenzen is cruciaal om concurrerend te blijven en niet
achterop te raken bij werelddelen die fors investeren in onderzoek en innovatie. Om de wereldwijde
maatschappelijke problemen aan te pakken, hebben we betrouwbare partners nodig die toegang
geven tot ‘s werelds beste talenten, expertise en bronnen. Het adagium voor internationale WTI-
samenwerking is ‘zo open als mogelijk en zo gesloten als nodig’ en behoud van de open
strategische autonomie van de EU. 37 Aan dit adagium wordt onder andere invulling gegeven via het
kennisveiligheidsbeleid dat gericht is op het beschermen van sensitieve kennis (protect) om zo
internationaal veilig samen te kunnen werken. Daarnaast wordt ingezet op het behouden van onze
vooraanstaande kennispositie en technologisch leiderschap door internationale en Europese
coalities te verstevigen zodat internationale samenwerking ten behoeve van hoogtechnologische
innovatie mogelijk blijft (promote). 38 Beleid op protect en beleid op promote zijn onlosmakelijk met
elkaar verbonden en versterken elkaar. Inzetten op promotebeleid en investeren in onderzoek,
innovatie (en onderwijs) is essentieel voor het waarborgen van Open Strategische Autonomie van
de EU. Kennis is tenslotte de basis om ook in de toekomst als EU eigen strategische keuzes te
kunnen maken en weerbaar te zijn in een veranderende geopolitieke context. Het associatiebeleid
32
   Kamerstuk 31 288, nr. 964 (Beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap)
33
   Kamerstuk 33 650, nr. 59 (Subsidieregeling Matching Horizon Europe)
34
   Voor nationaal beleid zie kamerbrief startups en scale-ups voor transities en groei (mei 2023)
35
   Dit is een initiatief van EUREKA en de Europese Commissie, waarbij financiële ondersteuning wordt gegeven via de nationale overheid
van ieder deelnemend land. Nederlandse bedrijven scoren al jaren erg goed binnen deze subsidie. Meer dan 30% van de Nederlandse
aanvragen wordt goedgekeurd en de administratielast is relatief laag.
36
   Pijler 3 richt zich op innovatief Europa
37
   Kamerstuk 35 982, nr. 9 (Kamerbrief open strategische autonomie)
38
   Kamerstuk 31 288, nr. 1003 (Kamerbrief Voortgang aanpak kennisveiligheid hoger onderwijs en wetenschap)
                                                                     6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>van Horizon Europe staat ook in dit daglicht en houdt in dat samengewerkt wordt met landen van
over de hele wereld met een sterke positie op onderzoek en innovatie en gedeelde waarden.
Hiermee wordt excellentie gestimuleerd en worden middelen gebundeld om wetenschappelijke
vooruitgang en concurrerende innovatie te bereiken.
Gezien het open karakter van onze economie, biedt dit Nederlandse partijen veel voordelen zo
blijkt uit diverse analyses. Inmiddels is met 16 landen een Horizon Europe associatieovereenkomst
afgesloten. 39 Met het Windsor Raamwerk 40 is een positieve impuls gegeven aan de relatie tussen
de EU en het Verenigd Koninkrijk. Dit maakt de weg vrij om het volledig potentieel van de handels-
en samenwerkingsovereenkomst (HSO) te benutten, waar de associatie van het VK bij EU-
programma’s onderdeel van uitmaakt 41. Daarnaast vormt Horizon Europe ook een belangrijk kader
voor multilaterale samenwerking met niet-geassocieerde landen, zoals Zwitserland. 42
Naast internationale WTI-samenwerking binnen Horizon Europe onderhoudt Nederland bilaterale
banden op het gebied van onderzoek en innovatie met een groot aantal landen, waaronder
Zwitserland. Strategische innovatiesamenwerking katalyseert het innovatieproces, met name op
sleuteltechnologieën, en dit is cruciaal voor het toekomstig verdienvermogen van zowel Nederland
als het partnerland. Nederlandse innovatie- en wetenschapsattachés, die gevestigd zijn op
ambassades en consulaten, bevorderen deze samenwerking in prioritaire landen door middel van
kennisverwerving en -overdracht, netwerkvorming en het operationaliseren van
samenwerkingsovereenkomsten.
Tot slot
Uit het AWTI-advies blijkt dat het EU-beleid voor WTI veel kansen biedt voor alle vormen van
onderzoek en innovatie. Het beleid heeft als uitgangspunt dat de beste voorstellen gehonoreerd om
daarmee de doelen van het programma te behalen en resultaten voor de wetenschap,
maatschappij en economie. Hiermee wordt ook bijgedragen aan verhoging van de kwaliteit van
Europese onderzoeks- en innovatiesamenwerking. Daarnaast stimuleert het EU-beleid voor WTI
internationale samenwerking.
Nederlandse kennisinstellingen, bedrijven en andere organisaties maken veel gebruik van de EU-
mogelijkheden in vergelijking met andere landen. Dit doet het kabinet ten eerste door de juiste
randvoorwaarden, zoals excellentie en impact, te bewaken in het huidige en toekomstige
kaderprogramma. Ten tweede stimuleert het kabinet actief de deelname van Nederlandse partijen
met gedegen informatievoorziening en advisering (door RVO), door investering in EU
samenwerkingsverbanden zoals de partnerschappen en door Nederlandse publiek-gefinancierde
deelnemers tegemoet te komen in hun eigen bijdrage (matching). Hiermee versterken we niet
alleen het Nederlandse kennis- en innovatieveld maar ook de positie van de EU op het gebied van
onderzoek en innovatie.
Het streven is om dit te continueren en uit te bouwen. Het advies komt dan ook op een geschikt
moment. Hoewel we midden in een MFK-periode zitten, begint de oriëntatie op de volgende MFK-
periode en de inzet van Nederland zich af tekenen. Dat geldt ook voor de Nederlandse inzet wat
betreft het EU-beleid voor WTI met het Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie als
hoofdinstrument. Bij deze inzet zal het kabinet dankbaar gebruik maken van de aanbevelingen van
de AWTI langs de lijn zoals aangegeven in deze reactie.
39
   Europese Commissie - Reserach & Innovation - International cooperation
40
   https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/fs_23_1272
41
   Kamerstuk 21 501-02, nr. 2624 (verslag van een Schriftelijk Overleg)
42
   Zwitserse entiteiten kunnen deelnemen aan de meeste Horizon Europe-calls. Financiering wordt verstrekt door de Zwitserse overheid
zolang Zwitserland niet bij het programma is aangesloten.
                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Bijlage bij kabinetsreactie AWTI-advies “Strategisch Samenspel”
Hierbij informeert het kabinet uw Kamer over de prestaties van Nederland onder het lopende
Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, Horizon Europe.
Retourbedrag
De stand per 12 april 2023 is dat Nederland onverminderd goed blijft presteren. 43 Nederland heeft
in totaal ruim € 2 miljard ontvangen van de € 22,3 miljard die de Europese Commissie in het kader
van Horizon Europe heeft toegekend 44. Het retourpercentage voor Nederland komt daarmee op 9,3
%. Nederland neemt na Duitsland, Frankrijk en Spanje de vierde plaats in van EU-lidstaten die de
meeste middelen uit Horizon Europe ontvangen. Wanneer gekeken wordt naar toegekende
financiering per inwoner, dan bekleedt Nederland de derde positie (na België en Noorwegen). In de
top 10 van best presterende landen 45 is Nederland de grootste netto ontvanger.
Thema’s/projecten
Als naar thema’s en toegekende bedragen wordt gekeken, kan geconcludeerd worden dat
Nederland met name zeer succesvol is onder het instrument European Research Council in pijler 1
(excellent onderzoek). Dat geldt ook voor het cluster klimaat, energie, en mobiliteit en het cluster
digitaal, industrie en ruimtevaart in pijler 2 (mondiale uitdagingen en Europees industrieel
concurrentievermogen). Recent zijn ook goede scores geboekt van Nederlandse mkb bedrijven en
startups onder het EIC-Accelerator instrument van pijler 3 (innovatief Europa).
Dankzij Horizonmiddelen zijn er de afgelopen jaren duizenden projecten mogelijk gemaakt met
belangrijke impact, op de wetenschap, samenleving en de economie. Zo is onderzoek en innovatie
op het gebied van onder andere gezondheid, waaronder covid-19, digitalisering en duurzaamheid
gerealiseerd. Ter illustratie enkele voorbeelden van lopende Horizonprojecten met Nederlandse
deelnemers waarvan resultaten voor de maatschappij de komende jaren verwacht worden:
AIS-CaP: ontwikkeling geautomatiseerde en verklaarbare algoritmen voor de prognose van kanker.
Transeuroworks: multidisciplinair onderzoeksproject over fundamentele veranderingen op de
arbeidsmarkt als gevolg van onder meer digitalisering en hoe deze kunnen worden beheerd door
middel van sociaal beschermingsbeleid op nationaal en EU-niveau.
MIRACA: versnelling van de implementatie van maatregelen die de kritische infrastructuur
beschermen tegen klimaatextremen en klimaatverandering door overheden te ondersteunen bij het
identificeren van risicogebieden en het ontwikkelen van betaalbare maatregelen.
Emeralds: ontwerp van een datasysteem dat stedelijke mobiliteit in kaart brengt en bij kan dragen
aan verbetering van besluitvorming over stedelijke mobiliteit.
Odd.bot: ontwikkeling van een robot om onkruid te wieden voor de akkerbouw. Deze innovatie
draagt bij een verminderd gebruik van chemische herbiciden.
Quantware: ontwikkeling van hardware chips voor de quantum computer.
Verdeling naar type organisatie
De verdeling van het totaal toegekende bedrag van € 2 miljard aan Nederland naar type
organisatie is als volgt. Nederlandse universiteiten en universitaire medische centra hebben in
totaal € 925,1 mln. aan toekenning ontvangen (44,7% van de subsidie voor Nederland). De
Nederlandse onderzoeksorganisaties hebben in totaal € 359,6 mln. ontvangen (17,4% van de
subsidie voor Nederland). Nederlandse bedrijven hebben totaal € 454,2 mln. ontvangen (22% van
de subsidie voor Nederland) waarvan € 334,7 mln. naar het mkb gaat. Overheidsinstellingen en
andere partijen hebben gezamenlijk € 329,9 mln. aan toekenning ontvangen. De gemiddelde
slaagkans van Nederlandse deelnemers in Horizon Europe ligt met 26,2% boven het Europese
gemiddelde van 22,5%. Informatievoorziening aan Nederlandse deelnemers en ondersteuning van
aanvragers verloopt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). RVO.nl is nationaal
contactpunt voor het kaderprogramma en stimuleert in opdracht van OCW, EZK en andere
departementen de Nederlandse deelname aan het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie.
43
   Gegevens verkregen via RVO en afkomstig uit de database eCORDA (Europese Commissie). Over de prestaties van NL onder het vorige
kaderprogramma (Horizon 2020) werd uw Kamer regelmatig geïnformeerd (o.a. kamerstuk 21501-30, nr. 526 en 22 112, nr. 3120).
44
   Alle bedragen uitgedrukt in lopende prijzen. Het totaalbudget voor Horizon Europe bedraagt € 95.5 miljard
45
   Duitsland, Frankrijk, Spanje, Nederland, Italië, België, Griekenland, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen
                                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>