<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                   .           s.l.schimm.1,.n.t.calaans
raad voor cultuur                                               3°3te"''-43
                                                                2506 AE Den Haag
 raad voor cultuur                                              r.lce.cn.st<c),cs.cesse
                                                                fax +31(o)7. 36147 27
                                                                e-mail cultuur@cultuur.nl
                                                                www.cultuur.nl
De Staatssecretaris ván Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
mevrouw M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
datum: 26 april 2010
uw kenmerk: DCE/120244
uw brief van: 2-6-2009
ons kenmerk: arc-2009.05323/2
onderwerp: Besteladvies Archieven
 Geachte mevrouw Van Bijsterveldt,
  Uw ambtsvoorganger vroeg per brief van 2 juni 2009 om een verdieping van het
 Basisinfrastructuur 1.0-advies óver arcliieven, in het verlengde van wat de Raad zelf al
  aankondigde. Vanuit de constatering dat er een veelheid en verscheidenheid is aan
 archieven, netwerken, rollen, standaarden etc., wilde hij weten hoe er vanuit een
 collectieperspectief naar het archiefbestel te kijken valt, en hoe de optimale infrastructuur
 er vervolgens uit zou kunnen zien, en wel in termen van verschillende overheidslagen
 (centraal & decentraal) en eigendomsposities (publiek, semi-publiek, particulier). Het gaat
 dan met name om verfijning, herijking of uitbreiding van de rijksverantwoordelijkheid
 voor de verschillende soorten archiefcollecties in Nederland, heel expliciet met inbegrip
 van bedrijfscollecties. Ons werd gesuggereerd bij de beantwoording van die vraag tevens
 rekening te houden met mogelijke implicaties voor de infrastructuur van de archiefsector
 die bovendien steeds virtueler wordt, en met implicaties voor de rol en positionering van
 instellingen, al ofniet binnen de Basisinfrastructuur.
 In het vervolg gaat de Raad graag in op het verzoek. Daarbij komen eerst enige
 overwegingen aan de orde die de vraag plaatsen tegen eerdere beleidsadviezen (paragraaf 1)
 en het Subsidieplanadvies (2) van de Raad. De kernvraag naar de rijksverantwoordelijkbeid
voor archiefcollecties buiten het overheidsdomein wordt beantwoord met een beschouwing
over de rol van archieven in het algemeen (3.1), en de belangrijke positie van niet-
overheidsarchieven in het bijzonder (3.2). De maatschappelijke werkelijkheid, die steeds
minder te vangen is in het geheugen van de overheid, verdient het om op niveau
gearchiveerd te worden. Wij schetsen een nieuwe bestelverantwoordelijkheid vervolgens
aan de hand van vijf thema's (3.3): faciliteren, selectiebeleid, maatschappelijke
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                     paginas
                                                                      arc-2009.05323/2
raad voor cultuur
 raad voor cultuur
  verkenningen, een centraal register, en de noodzaak tot intensievere samenwerking van
 spelers en voorzieningen. Daarbij gaan wij in op implicaties voor wetgeving, het al of niet
 beleggen van centrale regie en enige financiële consequenties (3.4). Randvoorwaarde voor
  uitbreiding van de overheidsverantwoordelijkheid naar ook niet-overheidsarchieven is dat
 het archiefbestel vitaal, duurzaam en transparant is. De belangrijkste knelpunten daarvoor
 worden in paragraaf 4 behandeld: het informatie-infarct, adequaat omgaan met emergente
 eisen die voortgaande eCultuur en informalisering stellen, en een toekomstbestendige
 basisinfrastructuur.
 1. Directe context
 Al sinds 2003 pleit de Raad ervoor het discours op het gebied van archieven uit te breiden
 van het beperkte overheidsterrein naar ook collecties die niet in het openbare archiefbestel
 zijn opgenomen ' Particuliere archieven vormen immers een belangrijk en integraal
 onderdeel van het cultureel erfgoed. In het bovensectorale advies Her tekort van het teveel
 (2005)2 is dat theoretisch gegrond in de opvatting dat de eerste verantwoordelijkheid voor
 zaken met een erfgoedkarakter niet bij de overheid kan liggen, maar bij de eigenaren zelf
 moet blijven. De rol van de overheid is het dan eerst en vooral om faciliterend op te treden
 en voorwaarden te scheppen voor partijen en actoren in de samenleving om de zorg voor
 wat voor hen van erfgoedbetekenis is, geïnformeerd en duurzaam uit te kunnen oefenen.
 Daarnaast hoort de overheid op voorbeeldige wijze om te gaan met objecten die zij zelf in
 eigendom heeft, en een vangnet in stand te houden wanneer het object in kwestie evident
 het schaalniveau van primaire zorgers overstijgt.
       In het rapport over vernieuwing van de waarderingssystematiek Gewaardeerd verleden
 (commissie Waardering en Selectie 2007)3 wordt vervolgens inhoudelijk gemotiveerd dat
 de betekenis van de gedocumenteerde overheidsadministratie vooral reliëf krijgt in
 verhouding tot bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat niet-
 overheidsarchieven de context vormen voor wat archiefwettelijk met zoveel zorg is
 omgeven.
2. Bredere context
In zijn subsidieplanadvies Basisinfrastructuur L 0 (2008) merkte de Raad op dat de
systematiek van het Subsidieplan niet goed aansluit op de werkelijkheid van de
archiefwereld. Ondanks dat aan hun collecties ook culturele waarde wordt gehecht, zijn
archiefinstellingen immers niet in de eerste plaats culturele spelers. Reductie van de
nationale archiefzorg tot de culturele infrastructuur wordt dan ook als een keurslijf ervaren.
Ook bestaat de publieke benutting uit andere grootheden dan fysieke bezoekers. In
toenemende mate zijn de gebruikers van archieven virtueel (en.ook vaak betalend voor
   'Sectoranalyse Archieven' in: Cultuur, meer dan ooit. Inleiding en sectoranalyses. Vooradvies van
de Raad voor Cultuur (2005-2008), 2003, blz. 21-36.
2 Raad voor Cultuur, Het tekort van het teveel. Over de ryksverantwoorde!ÿkheidvoor cultureel
erfgoed. Advies Erfgoedselectiebeleid, deel I en deel II, 2005.
  K3.P.F.M. Jeusgens e.a. (red.), Gewaardeerd verleden. Bouwstenen voor een nieuwe
waarderingsmethodiek voor archieven. Rapport van de Commissie Waardering en Selectie. Nationaal
Archief, Den Haag 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                    paenas
 raad voor cultuur                                                    arc-2009.0smn
 raad voor cultuur
  hogere niveaus van dienstverlening). Aangezien tenslotte het grootste gedeelte van de
  archiefwereld uit collectieverwervende, -beherende en -ontsluitende archiefinstellingen
  bestaat, is er voor de twee formele hoofdfuncties 'ontwikkeling' en 'ondersteuning' die in de
  Basisinfrastructuur belegd en gesubsidieerd kunnen worden, in de archiefwereld weinig
  emplooi. Erfgoedbeherende instellingen zijn immers expliciet uitgesloten van subsidiëring
  op titel van de ontwikkelfunctie, terwijl ondersteuningstaken alleen kunnen worden
  gesubsidieerd wanneer ze behoren tot de kernactiviteiten van de aanvrager zijn. Een
  dergelijke financiering is voor de archiefbeherende instellingen daarmee vrijwel
  onbereikbaar. Deze situatie knelde, aangezien er voor enige ondersteuningstaken
  (waardering en ontsluiting; documentatie en archivering) wel drie private subsidievragende
  instellingen waren (IHLIA, CBG, NBA)4 en het sectorinstituut Erfgoed Nederland deze
  taken niet of niet geheel uitvoerde, maar twee van deze drie instellingen in kwestie
  collectiebeheer als kernactiviteit hebben en daarom niet in aanmerking konden komen voor
  subsidieplanerkenning en subsidietoewijzing. Bij zijn advisering deze instellingen wel te
  erkennen ("een noodgreep die correctie behoeft") stelde de .Raad in 2008 een besteladvies in
 het vooruitzicht met voorstellen om aan deze 'mismatch' een einde te maken. In zijn
 beschikking aan het CBG maakte de minister voortzetting van de nu bij uitzondering per
 jaar verleende subsidie (overigens buiten het kader van het Subsidieplanbudget) afhankelijk
 van een Raads-besteladvies in kwestie.
 Het beoogde besteladvies moest volgens de Raad in zijn vooradvies (2007) en zijn
 subsidieplanadvies (2008) de volgende onderwerpen afdekken:
       1.   verbreding van de reikwijdte van de rijksverantwoordelijkheid tot particuliere
            archieven en categoriale archiefinstellingen;
       2.   visie op een Basisinfrastructuur voor de hele sector archieven met bijzondere
            aandacht voor de ondersteuningstaken waarderen/selecteren en
            archiveren/documenteren
       3. borging van de functies kennisontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek in het
            basissubsidiestelsel
      4. vinden van een plaats voor ontwikkeling en beheer van instellingenoverstijgende
            en sectorbrede digitale applicaties
In dit advies beperkt de Raad zich tot de eerste twee punten. Hij ziet dat er ten aanzien van
de overige twee punten goede ontwikkelingen gaande zijn. Het derde punt, het invullen van
een ontwikkelfunctie, is immers niet los te zien van recente koerswijzigingen binnen het
Nationaal Archief5 en van de explicitering van een gemeenschappelijke visie van de
branchevereniging BRAIN en de beroepsvereniging KVAN.* Het wetenschappelijk
4 Internationaal Homo en Lesbisch Informatiecentrum en Archief; Centraal Bureau voor Genealogie,
Nationaal Business Archief.
5 Morgen is vandaag al verleden tijd. Visiedocument Nationaal Archief, september 2008; M.
Berendse, 'Het archief als open source. Over het recht op informatie, openbaarheid van bestuur en
digitale toegankelijkheid', Ketelaarlezing 2009.
httm//www.nationaalarchief.nl/organisatie/introductie/ketelaarlezina 2009.asp.
  Archiveren is vooruitzien. Visie van .BRA IN en KVAN op de koers en de inrichting van het .
archiefwezen, Branchevereniging Archiefinstellingen Nederland en Koninklijke Vereniging van
Archivarissen in Nederland, juni 2009.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                  "si"
                                                                    arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
  archivistisch onderzoek is geborgd door de leerstoel Archiefwetenschap van de Universiteit
  van Amsterdam. Aan het slot van dit advies komen we kort op de duurzaamheid daarvan
  terug. Het laatste punt, tenslotte, de ontwikkeling van sectorbrede initiatieven op het gebied
  van eCultuur, wordt thans afdoende afgedekt door een ambitieus plan van de
  branchevereniging, de beroepsvereniging, de samenwerkende Regionale Historische Centra,
  het Stadsarchief Amsterdam, het gemeentearchief Rotterdam en het Nationaal Archief
  Indirect komen samenwerkingsvraagstukken ten gevolge van voortgaande digitalisering in
-hoofdstuk 4.2 aan de orde.
  Hoe OCW op deze ontwikkelingen reageert in relatie tot de herdefiniëring van de
  rijksverantwoordelijkheid en de gevolgen daarvan voor de basisinfrastructuur, ziet de Raad
 voorlopig even aan. Graag herneemt hij dat onderwerp bij het vooradvies op de volgende
 subsidieplanperiode. De onderbrenging van ondersteunende taken waarin niet door het
 sectorinstituut wordt voorzien, worden behandeld in het verlengde van de visie op de
  archiefcollectie Nederland die breder is dan het bereik van overheidsarchieven. Daarmee
 komt de Raad direct tegemoet aan de aandacht die de Tweede Kamer in het AO van 26
 maart 2009 de minister in zijn beloofde Archievenbrief vroeg te besteden aan particuliere en
 bedrijfsarchieven.
 3. Gezichtspunt Raad
 3.1 Belane archieven
 Na een heftige ontwikkeling gedurende de laatste decennia iri het denken over de essentie
 en waarde van archieven voor de samenleving, is er tegenwoordig een steeds grotere
 consensus over hun principieel hybride karakter. De discussie betrof de vraag of archieven
 er allereerst zijn om informatie te behouden dan wel om een reservoir voor erfgoed te
 vormen. Die twee worden thans zo gezien dat ze elkaar in evenwicht moeten houden,
 althans bij de overheid, In openbare archieven, zo is de dominante visie, wordt een selectie
 van procesgebonden informatie bewaard waarmee het bestuur zich kan of wil
 verantwoorden over zijn doen en laten en die recht- en bewijszoekenden ten dienste kan
 staan. Aan de informatie, of aan sommige van de informatiedragers zelf, kan op enige
 moment ook culturele waarde worden toegeschreven: als historische bron dan wel als
 object van cultureel erfgoed. De selectie die de zorgdrager toepast op het beslismoment
 over bewaren of vernietigen is niet neutraal, maar stoelt op een mening over het belang van
een verschijnsel, een archiefvormer, een instelling of een proces in een bredere
maatschappelijke context." In die zin is de archiveringsdaad een identiteitsconstituerende
handeling. Maar de archiefvormende overheid had in een eerder stadium ook al een niet-
neutrale keuze gemaakt. Die selecteert immers als überhaupt te bewaren informatie steeds
meer die bescheiden waar zij zich op wil verantwoorden - en deselecteert waar zij het lastig
of ongewenst vindt dat te doen. Zo is de rol van de ambtelijke top in de Tweede
Wereldoorlog uitermate lacuneus in de officiële archieven gedocumenteerd. De
  Naar aanleiding van de visie van BRAIN en KVAN en de nota e-Archiefin ontwikkeling: duurzame
digitale toegang tot informatie, Visiedocument 2009-2014, Consortium van Regionale Historische
Centra en het Nationaal Archief, juni 2009, werken genoemde instellingen momenteel in een brede
coalitie aan een voorstel voor gemeenschappelijke e-depotvoorzieningen voor de gehele overheid.
* Die selectie dient daarom meerdere doeleinden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>       1               1                                              pagina: 5
TaaGVOOTCultuUT                                                       arc-2009.05323/2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 herinneringsfunctie van publieke archieven is daarmee ten diepste ideologisch-
 maatschappelijk en veel minder bedrijfsniatig-boekhoudkundig van karakter. De Raad ziet
 de maatschappelijke functie van openbare archieven dan ook in een dynamiek tussen drie
 polen. Dat zijn het zich voortdurend verder vullende geheugen (recht/bewijs,
 rechthebbende gebruikers) met daarnaast de zich doorontwikkelende herinnering
 (identiteit, belangstellende gebruikers) en tenslotte het geweten (maat,
 emancipatie/empowerment, belanghebbende gebruikers) dat eveneens, zij het veel
 langzamer, meebeweegt in de tijd? Randvoorwaarde voor die laatste functie, in aansluiting
 op passieve openbaarheid, is een morele houding van positieve, actieve openbaarmaking.
     Ter toelichting van de dynamiek kort het volgende. In het geheugen liggen
 geselecteerde feiten. De herinneringsfunctie is een identiteitsvormend construct. Maar
 nieuwe werkelijkheden, spelers en verhoudingen vragen om nieuwe geheugens en nieuwe
 bronnen. Daarmee worden de twee eerdere poien in een normatieve dynamiek gebracht.
 Concreet kan dat betekenen dat de waarde van overheidsarchieven moet blijken uit de mate
 waarin ze daadwerkelijk gebruikt worden om de overheid, de dominante macht en daarmee
 de vertolker van geschiedenis, zo transparant mogelijk te maken en te houden om zo een
 bijdrage te leveren aan fatsoenlijk, democratisch bestuur en dat op alle niveaus. Bovendien
 krijgen ingrijpende maatschappelijke en culturele gebeurtenissen een noodzakelijk breder
 perspectief door het langetermijngeheugen dat in archieven beschikbaar wordt gehouden.'"
 3.2 Particuliere archieven
 De inhoudelijke betekenisvolheid van overheidsarchieven is rechtevenredig met de mate
 waarin het overheidshandelen niet als autonome daad maar als reactie op en in interactie
 met verschijnselen in de samenleving kan worden begrepen. De context en inhoud van
 overheidshandelen worden immers gevormd door de maatschappelijke werkelijkheid. Dat
 agendeert de noodzaak bijzondere aandacht te geven aan archieven buiten het
 overheidsbereik die daar direct of indirect betrekking op hebben (zie advies commissie
 Waardering en Selectie 2007). Daarnaast zijn er materiële nalatenschappen van
particulieren en instellingen buiten die interactie, uit bijvoorbeeld de wereld van de sport,
 wetenschap, kunst, bedrijfsleven, en politieke en maatschappelijke instellingen, die evident
het belang van de archiefvormer overstijgen en onmisbaar zijn voor een evenwichtig en
representatief beeld van onze samenleving. Het belang van particuliere archieven mag niet
gemarginaliseerd worden, en de selectie mag niet op willekeur berusten. Ook die, mits in
een samenhangend discours geplaatst, legitimeren overheidsbemoeienis. De vraag naar een
verantwoordelijkheid van de minister voor dit grotere geheel beantwoordt de Raad dan ook
principieel positief. Alvorens in te gaan op wat die verantwoordelijkheid inhoudt, schetsen
we hieronder eerst het landschap van niet-overheidscollecties en -archieven.
9 Deze driedeling is in iets andere bewoordingen ook te vinden in M, Berendse, 'Verlichting'
Principles ofprovenance & prospect, masterscriptie Archiefwetenschap UvA 2009.
* Zoals bepleit in Van oude en nieuwe kennis: de gevolgen van ict voor het kennisbeleid, W RR.
Rapport aan de regering nr. 6 I (2002), blz. 201, in een argumentatie voor versterking van de publieke
functies van openbare bibliotheken en archieven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                         pagina: 6
raad voor cultuur                                                        eso,
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 De grens tussen overheids- en niet-overheidsarchieven is diffuus. Het Koninklijk Huis, de
 Kernenergiecentrale Dodewaard, het bijzonder hoger onderwijs, de Tuchtraad van de
 advocatuur: ze fungeren formeel binnen het private domein maar het publieke belang ervan
 is evident, dus ook de archieven die hun geheugens bewaren. Formele semi-
 overheidsarchieven als van het notariaat vormen wat dat betreft afdoende illustratie.
       De werkelijkheid in de archiefwereld is daarbij ook nogal tweeslachtig. Uit eerder
 onderzoek blijkt er grond voor de veronderstelling dat soms tot bijna de helft van de
 overheidsarchiefdepots met niet-overheidsmateriaal is gevuld." Er zijn daarmee de facto al
 vele en substantiële private deelcollecties in de collecties van openbare archiefinstellingen
 opgenomen, ontsloten en benutbaar.
 Precieze gegevens over de niet-overheidssector op archievengebied, traditioneel opgevat als
 niet meer dan de periferie van het archiefwezen in Nederland, ontbreken. Een kwantitatieve
 en kwalitatieve impressie van niet-overheidsarchieven levert desalniettemin het volgende
 beeld:
       - Bij het Centraal Register Particuliere Archieven, dat in 1997 opging in het ARA,
           waren uiteindelijk zo'n 5.000 particuliere archieven opgespoord en geregistreerd
           op de terreinen nersonen/families, kerken, huizen/heerlijkheden en
           maatschappelijke instellingen.
      -    Registers van nog eens 5.000 bedrijfsarchieven ressorteren onder het Nederlands
           Economisch-historisch Archief, dat in 2005 in het Internationaal Instituut voor
           Sociale Geschiedenis opging maar nog wel als een zelfstandige verzamel- en
           onderzoekseenheid fungeert.
      -    Het Centraal Register Vormgevingsarchieven heeft de 1.600 belangrijkste
           archieven van Nederlandse ontweroers geïdentificeerd, waarvan er volgend jaar
           400 door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in het register
           zullen zijn opgenomen met een globale beschrijving.
      -    Bij het NVBA (Netwerk voor Bedrijfsmatig Archiveren v/h Nederlandse
           Vereniging van Bedrijfsarchivarissen) zijn 300 partners aangesloten: arote
           bedriiven, woninecorporaties, verzekeringsmaatschappilen en bancaire wereld.
 Niet-overheidsarchieven zijn in drie categorieën in te delen wier collecties tezamen in orde
van grootte van gelijk volume zouden kunnen zijn als die van de overheid:
           a.   categoriale instellingen (voorbeelden: Internationaal Instituut voor Sociale
                Geschiedenis, Aletta Instituut voor vrouwengeschiedenis, Nederlands
" De archiefkoepel DIVA, een van de voorgangers van het sectorinstituut Erfgoed Nederland,
constateerde in 2006 bij een niet-representatieve streekproef van twintig overheidsarchiefinstellingen
dat de verhouding binnen de collecties tussen materiaal van de overheid en van de niet-overheid
varieert van 80 - 20, zoals bij het Nationaal Arch ief, tot wel 55 - 45, zoals bij vele gerneentelijke en
regionale archieven. Het NA schat in 2010 die verhouding zelf op 15/20 - 85/80.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                    pagina: 7
 raad voor cultuur                                                  arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
                 Architectuurinstituut); de collecties zijn openbaar, worden professioneel
                 gemanaged en zijn vooral van cultuurhistorisch belang,
            b. bedrijfsarchieven van historisch belang die nog door de bedrijven zelf beheerd
                 worden, niet openbaar, wel met professionele zorg omgeven (voorbeelden: zie
                 hierboven, NVBA)
            c.   overige collecties bij niet zelfstandige archiefinstellingen van burgers en
                 rechtspersonen.
  Kwantitatief is het beeld:
            overheden
            150              overheidsarchiefinstellingen (rijk, provincies, gemeenten,
                             waterschappen); totaal (2000): 645 km." Alleen NA en vier grote
                             steden (2009): 180 km
           niet-overheid
            100              (a) archieven van categoriale (cultuur- of wetenschappelijke)
                             instellingen
            100             (b) bedrijfsarchieven van historisch belang (NVBA: 300, waarvan
                            max. 100 van historisch belang)
            100.000-en?      (c) overige archiefcollecties = bedrijfs- en
                            persoons/familiecollecties
 Vanuit de samenleving gezien is het onderscheid tussen overheids- en niet-overheidsarchief
 tamelijk academisch. Dat wordt gewettigd door het betrekkelijk grote volume niet-
 overheidsinhoud in het publieke archiefwezen en omgekeerd de in sommige gevallen
 arbitraire juridische status van particuliere archiefinstellingen met evident grote publieke
 betekenis. Niet-overheidsarchiefinstellingen worden echter formeel niet gekend in het
 bestel, hebben in de praktijk vrijwei geen toegang tot voorzieningen" en worden
 beleidsmatig tot op heden niet meegenomen. De Raad meent dat nu het moment is deze
 deelsector de aandacht te geven die het verdient. In het vervolg zetten wij op hoofdlijnen
 uiteen hoe daaraan invulling is te geven.
 3.3 Vormeeving verantwoordelijkheid
 Principieel uitgangspunt van het selectieadvies Het tekort van het teveel (2005) was dat de
 overheid zich vooral moet richten op het faciliteren van partijen in de samenleving om hen
 zo geïnformeerd mogelijk vorm te kunnen laten geven aan hun eigen "bewaar- en
 benuttingsomgang" met wat zij van belang achten als bronnen voor collectief geheugen
 * Bron: marketing plan Vereniging DIVA 2000 en actuele gegevens algemeen secretariaat NVBA.
 Zie ook de Almanak van het Nederlandse Archiefwezen 2009/2010 (Koninklijke Vereniging van
 Archivarissen in Nederland), Arnhem 2009, passim.
 * Bron: Sectoranalyse Archieven in: Cultuur, meer dan ooit, 2003 (boven, noot 1), blz. 36.
 " Behalve voor deelname aan een management development-programma voor archieven van het
 VSB-fonds in 2006, waar overheidsinstellingen weer geen toegang toe hadden. Bron: DIVA
jaarverslag 2006.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>        ,             1                                          pagina: 8
raaC1VOOr Cultuur                                                arc-2009.os323/2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 (geschiedenis) en identiteit (erfgoed). Dat vindt de Raad nog steeds. Een bijzondere
 zorgplicht heeft de overheid. waar het haar eigen gegevens en/of eigendom betreft (bronnen
 voor institutioneel geheugen en borging grondrecht van recht- en bewijszoekenden),
 alsmede voor archieven/documenten/bestanden die van evident te grote omvang voor
 private zorg zijn. Dat betekent concreet (a) faciliteren, (b) waar nodig verwerven en
 daarmee verbonden (c) uitvoeren van inhoudelijke maatschappelijke verkenningen om te
 kunnen beslissen waar en wanneer dat nodig is, (d) beschikken over en ter beschikking
 kunnen stellen van inzicht in de wereld van niet-overheidsarchiefcollecties en -zorg, en (e)
 stimuleren van innovatie, professionalisering en taakverdeling en concentratie, Hieronder
 behandelen we ze puntsgewijs.
 3.3.1 Faciliteren
 Om niet-overheidsarchiefinstellingen en -collectiebeheerders, maar die niet alleen, te
 stimuleren tot duurzame en kwaliteitsvolle invulling van hun eigen opgave is het nodig over
 een tweedelijnsondersteuningsstructuurte beschikken. In die zin moet de kenniskant van
 het Nationaal Archief, dat nu al met name digitaliseringskennis aan derden ter beschikking
 stelt, substantieel versterkt worden tot een centrum van kennis, kennisinteractie en
 kennisuitwisseling. Daarmee zou de archiefsector in lijn worden gebracht met wat er door
 middel van de RCE en het ICN expliciet al ten behoeve van de zustersectoren van het
 roerende en onroerende erfgoed is ontwikkeld. Ook bijzondere diensten en producten, nu
 nog ongewis ondergebracht (zoals STAP, zie 4.2), zouden daar of in een vanuit dezelfde
 verantwoordelijldieid elders ingerichte voorziening (3.3.4) bestendig onderdak kunnen
 vinden.
       Daarnaast is het nodig om nut en noodzaak van professionele, geïnformeerde omgang
met archieven en documentaire collecties actief uit te dragen en partijen te verleiden tot
adequate invuling van die zorg. Dat vergt voorlichting, betrekken, engagement, informatie,
kennisoverdracht, conversatie, platforms, discussie, media, evenementen. De Raad is van
mening dat wanneer aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, een duurzame en
kwaliteitsvolle toekomst van de Archiefcollectie Nederland in de drievoudige zin zoals
boven uiteengezet (geheugen, herinnering en geweten) niet geborgd is. De aard van het
onderwerp vergt dat hier betrokkenheid verre te prefereren valt boven beheersen.
3.3.2 Herijkt selectie- en verwervingsbeleid
Ten behoeve van een evenwichtige Archiefcollectie Nederland moet het mogelijk zijn om
wanneer evident van algemeen belang zijnde niet-overheidsarchieven dreigen te
verdwijnen, door bijvoorbeeld bedrijfsstaking of overname door een niet-Nederlandse
partij, deze veilig te stellen. Dat kan betekenen dat overheidsarchiefinstellingen ze moeten
kunnen verwerven. De belangrijkste blokkade daarvoor is de investering die nodig is ze te
bewerken. Wanneer de archieven in kwestie onverhoopt niet in goede, geordende en
toegankelijke staat zijn, moet een fonds het mogelijk maken de bedoelde
kwaliteitsbewerking uit te voeren. Dat is de vormgeving van de vangnetfunctie die uit het
Raadsstandpunt Het tekort van het teveel volgt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>         1             1                                              pagina: 9
 raRG VOOT cultüUT                                                    arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
        De kwalificatie "van evident algemeen belang" kent een parallel in de systematiek
   zoals die voor eigenaren van onder de Monumentenwet beschermde objecten en locaties is
  geregeld, en ook geldt voor eigenaren van voorwerpen en verzamelingen op de lijst
  behorend bij de Wet behoud cultuurbezit? In beide wettelijke kaders is een financiële
  tegemoetkoming - fiscaal of als bijdrage in restauratie en onderhoud - voorzien waarmee
  de inperking van het-vrije gebruiksrecht van het monumentale ofroerende cultuurbezit
  wordt gecompenseerd. Deze gedachtegang volgend zouden eigenaren van private archieven
  "van algemeen belang" deze niet zonder voorafgaande toestemming van de minister mogen
  vervreemden, vervoeren of in aard of omvang aantasten. De Raad is echter geen
  voorstander van een dergelijke beklemming, aangezien er al voldoende bestaande middelen
  zijn om dat doel te bereiken. De bestaande Wbe-systematiek maakt het immers al mogelijk
  om voor de natie onmisbare en onvervangbare private archiefcollecties of delen daarvan
  bijzondere aandacht in deze zin te geven." Ook verplaatsing naar buiten het EU-
  grondgebied is categoraal al onder een strenge douaneregeling gebracht voor alle archieven
  ongeacht hun herkomst, geldelijke waarde of ouderdom, mits ouder dan 50 jaar." Dit
  bestaande instrumentarium maakt enerzijds de invoering van een nieuw, streng en naar het
  oordeel van de Raad binnen de Nederlandse verhoudingen niet goed uit te voeren regime
  overbodig, maar schiet anderzijds tekort om niet-overheidsarchieven binnen de
  landsgrenzen te beschermen. De Wbc en de EU-regelingen beperken immers alleen maar de
  export van cultuurgoederen.
       Een mogelijke oplossing is recent door de Mondriaan Stichting onderzocht. Dat betrof
 de omgang met private archieven van actoren (personen, bedrijven, opdrachtgevers,
 intermediairs) die van groot belang voor de geschiedenis van de Nederlandse vormgeving
 worden geacht én acuut met verweesdheid werden bedreigd. Het belang van de collecties in
 kwestie werd interactief door een breed platform uit de werelden van vormgeving, musea
 en wetenschap vastgesteld. Met een eenmalige subsidieregeling werd vervolgens in 2007-
 2008 een twintigtal bedreigde toparchieven op dat gebied opgespoord, ontsloten en bij
 reguliere archiefinstellingen ondergebracht. Niet de acquisitie werd bekostigd, maar de
 aanleg van een infrastructuur voor kennis, waardetoekenning en -deling (een centraal
 register), alsmede het op professionele wijze in goede, geordende en toegankelijke staat
 brengen van de geselecteerde collecties. De ervaringen met deze pilot voor
 rijksverantwoordelijkheid voor niet-overheidsarchieven stemmen positief over
 mogelijkheden van uitbreiding naar andere domeinen." Hieronder (3.3.4) gaan wij daar
 nader op in.
 " Monumentenwet 1988, artikel 34 en de daaruit voortvloeiende regelingen (Brom, Brim, Brrm en
Brhb) voor instandhouding, restauratie en onderhoud. De Wet tot behoud van cultuurbezit 1984 kent
sinds 2001 een subsidieregeling. De laatste versie ('Regeling voor financiële ondersteuning van
activiteiten voor de toegankelijkheid en de presentatie van Nederlands cultureel erfgoed! -
Staatscourant 2003, nr. 168) voorziet in subsidiëring tot 60 procent van de kosten voor conservering
en restauratie.
* Archiefcollecties die onder de werking van de Archiefwet vallen, worden geacht daarmee afdoende
te zijn beschermd en zijn uitgesloten van de Wbc-werking.
" EU-verordening (EEG) 3911/92 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen, Annex A11.
18 Evaluatie Regeling vormgevingsarchieven, Mondriaan Stichting, Amsterdam februari 2010,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                 paginaa0
                                                                   arc-2009.05323/2
 raad voor Cultuur
  raad voor Cultuur
  3.3.3 Maatschappelijke verkenningen
  Een voorwaarde om op een goed te verantwoorden wijze te selecteren welke
  archiefcollecties er buiten het overheidsdomein voor bijzondere overheidsaandacht in
  aanmerking moeten komen, is dat er stelselmatig brede historisch-maatschappelijke
  analyses ter beschikking zijn. Die hoeven niet of niet alleen door de overheid zelf te worden
  uitgevoerd, maar ook door onafhankelijke historici, vakgroepen en ongebonden
  wetenschappelijke bureaus. Met de thematisering van de tweejaarlijkse Sociale en Culturele
  Rapporten van het SCP wordt dit landschap gaandeweg steeds beter in beeld gebracht, en
  zeker wanneer de suggesties van de commissie Waardering en Selectie voor het opstellen
  van zgn. HMA-Plussen en het aanwijzen van objecten en organisaties van primair belang
  (Offices ofPrimary Interest) worden opgevolgd.
       Voor evenwicht en complementariteit is het daarnaast van groot belang dat er ook over
  een afwegingskader wordt beschikt voor selectie op de schaalniveaus boven (Europees) en
  onder (provinciaal, regionaal) het nationale vlak. Met name de voortschrijdende
  interferentie van beleid en ontwikkelingen op het snijvlak tussen nationale staat en
  Europese Unie, in zowel bestuurlijk als maatschappelijk en economisch opzicht, vergt
  archivistische monitoring van die grenszones. Een nationale, binnenlandse selectie heeft
 juist dan betekenis wanneer die geflankeerd en gecontrasteerd wordt door regionale en
  Europese. De Raad meent dat daar een belangrijke signalerende en intermediërende rol
 voor het Nationaal Archief is weggelegd.
 3.3.4 Register
 Een afgeleide van de intensievere en bredere kennisfunctie die vereist is om ook niet-
 overheidsarchieven binnen een nieuwe ministeriële bestelverantwoordelijkheid te kunnen
 laten vallen, is het opzetten van een register. Het Centraal Register Particuliere Archieven
 (CRPA) dat tot 1997 bij het Algemeen Rijksarchief functioneerde, moet te dien einde
 gerevitaliseerd worden, en tevens een sterker digitaal karakter krijgen. Een achterstand kan
 zodoende in een voorsprong worden omgezet. De functies die aan zo'n CRPA kunnen
 worden toegekend zijn: vindbaarheid, kenniscentrum daarvoor, toegang tot en ontsluiting
 van de Archiefoollectie Nederland, en advisering over prioritering van ontsluiting en
 onderbrenging in gevai van verweesdheid.
3.3.5 Stimuleringsfonds
Registratie maakt particuliere archieven vindbaar en kan ook een functie hebben in het
signaleren van bedreiging en verval Om dat laatste tegen te gaan, is een financiële
vangnetvoorziening nodig in de vorm van een fonds voor archivistische bewerking en
bewustwording. lets dergelijks is ook in het leven geroepen bij de kwaliteitsslag op het
gebied van vormgevingsarchieven (zie hierboven, 3.3.2), Om een zekere dretnpel van
effectiviteit te bereiken moet zo'n fonds substantieel zijn, maar het hoeft een jaarlijks
volume van twee à tweeëneenhalf miljoen euro niet te boven te gaan. Een dergelijk volume
is vergelijkbaar met wat er in de archeologische monumentenzorg van rijkswege als
" Jeurgens e.a. 2007 (noot 3), biz. 44-45 (HMA-Plus) en 54 (OPI) rnet eindnoot 86.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                    pagnam
                                                                      arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
  vangnet beschikbaar is ter dekking van excessieve opgravingskosten? Op de plaatsing van
  dit fonds komen wij hieronder (4.4, einde) terug.
       Het geheel van de hier voorgestelde archieffuncties en -voorzieningen kan het best tot
  uitvoer worden gebracht in relatie met professionalisering en kwaliteitszorg, vergelijkbaar
  met wat door Stichting het Museumregister voor de museale sector wordt gedaan. Het is in
 het belang van de hele samenleving dat de zorg voor haar geheugen op een zo hoog
 mogelijk niveau en blijvend wordt uitgeoefend. Samenwerking met branche- en
 beroepsorganisaties binnen en buiten het overheidsdomein ligt dan ook voor de hand. De
 Raad hecht eraan op te merken dat de rijksoverheid de randvoorwaarden moet scheppen
 voor het ontstaan van een dergelijk instrument en een vruchtbaar gebruik moet stimuleren
 en ondersteunen, maar dat zij de vraag onder ogen moet zien of het haar past de feitelijke
 inrichting zelf ter hand te nemen.
 3.3. 6 Samenwerking: taakverdeling en concentratie
 op het moment dat de bestelverantwoordelijkheid van de rijksoverheid zich ook over het
 niet-primaire overheidsterrein gaat uitstrekken, en er velerlei mengvormen van publiek en
 privaat mogelijk worden, stijgt het belang van doelmatigheid en doeltreffendheid. Een vorm
 van onderlinge taakverdeling en concentratie ligt dan zeer voor de hand. Onnodige
 dubbelingen moeten in elk geval worden voorkomen en al helemaal dat archiefinstellingen
 elkaar zouden beconcurreren. Dat betekent niet zozeer dat er centraal een nationale
 verdeling moet worden gemaakt - daar is immers geen instantie voor, en dat past zeker niet
 in de bestaande of gewenste bottom-upverhoudingen - als wel dat er wordt gestimuleerd
 dat het nieuw benoemde terrein (in aanvulling op waar dat informeel al bestond) effectief
 en efficiënt wordt ingevuld. Een krachtige visie en het pro-actief nemen- van
 verantwoordelijkheid door verreweg de grootste speler, het Nationaal Archief, is dan
 voorbeeldstellend voor de kwaliteit van dat proces. Met groot genoegen constateerde de
 Raad dan ook de vorming van het eerder vermelde consortium op het gebied van eCultuur
en parallelle ontwikkelingen bij de branche- en beroepsverenigingen." Maar ook elders
beweegt het deze richting op. Enige Regionale Historische Centra deden al essentiële,
vertrouwenwekkende stappen in die richting, met soms ook concrete resultaten," in het
zich profileren als nationaal archiefzwaartepunt voor wetenschap (Noord Holland),
godsdienst (Utrecht) of mode (Gelderland). Ook heeft een der grote steden-archieven, het
Haags Gemeentearchief, al een nationale R&D-rol op dit gebied geclaimd? Dit zijn
belangwekkende voorbeelden voor een werkende, modale structuur op het gebied van
kennis en beheer.
* Ministerie OCW, Besluit archeologische monumentenzorg, 9 augustus 2007: € 2 min 2008; € 2,5
mln 2009.
2 Hierboven, voetnoten 6 en 7.
" Het eerste deel van een serie over wetenschapscollecties bij het Noord-Hollands Archief komt in
mei van dit jaar uit: F.W. Lantink, J. Temminck (red.), Wetenschapsarchieven in het Noord-Hollands
Archief; Uitgeverij Verloren.
* Den Haag tot vandaag: informatie, geschiedenis & herinnering. Blauwdruk meerjarenbeleid
Haags Gemeentearchief2010-2013, Den Haag 2009, biz. 41: "Het HGA neemt het voortouw bij het
organiseren van een landelijk plan van aanpak orn bijzondere, landelijk relevante onderwerpen bij
aangewezen archiefinstellingen te concentreren"
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>       ,              1                                          pagina: 12
 raadvoorcultuur                                                 arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
  3.4 Voorbehoud
  De Raad wil bij zijn visie op deze herijking van het archiefbestel een aantal caveats kenbaar
  maken. Dat betreft wetgeving, regie en financiële middelen.
  3.4.1 Wetgeving
 Er is meer dan eens opgemerkt, door de Raad maar ook daarbuiten, dat de huidige
 Archiefwet 1995 niet meer voldoet? Niet alleen blijkt zij steeds slechter ingericht te zijn
 voor de digitale revolutie, ook de principiële verbreding van het domein van
  overheidsarchieven naar ook niet-overheidscollecties vraagt om een ander conceptueel
 apparaat en een ander uitvoeringsinstrumentarium. De Raad is er echter niet voor om
 halverwege de grote transitie die het archiefwezen thans doormaakt ook de archiefwet zelf
 aan te pakken. Binnen de Nederlandse verhoudingen is het wellicht vruchtbaarder eerst een
 nieuw evenwicht te laten ontstaan om die vervolgens in wetgeving te bestendigen. In de
 aanloop naar een intregrale herziening zal dan wel moeten worden gewaarborgd dat de
 systematiek van de Archiefwet voldoende gehandhaafd blijft. Dat betreft dan niet zozeer de
 organisatorische als wel de inhoudelijke systematiek, waarmee in principe de hele cyclus
 van archiefvorming tot -benutting afgedekt wordt. Werken volgens de internationaal steeds
 breder aangehangen uitgangspunten van het zogeheten records continuüm, dat hoogwaardig
 en pluriform informatie- en archiefmanagement met name in het digitale domein mogelijk
 maakt, vereist dan de nodige soepelheid. Absorptie van voortschrijdend inzicht, vasthouden
 aan de inhoudelijke systematiek van bestaande Archiefwet en soepele omgang met het
 nieuwe records continuümmodel: de Raad meent dat deze balancing act alleen met succes
 kan worden voltooid wanneer er sprake is van eenduidige aansturing, in één hand?
 Verdeling van de regie over verschillende ministeries werkt contraproductief.
 3.4.2 Regie
 De vraag naar taken en rollen van het Nationaal Archief in dezen, door de minister in zijn
 adviesaanvraag expliciet geagendeerd, wil de Raad precies beantwoorden, Terughoudend in
culturele zin maar onontkoombaar op het gebied van overheidsinformatie. De uitbreiding
van het werkingsgebied van collectieve archiefzorg naar ook niet-overheidscollecties ligt
niet binnen het domein van de administratie maar is juist wezenlijk voor de culturele en
maatschappelijke betekenis van archieven. Analoog aan het gestelde in het gelijktijdig met
dit advies uitkomende raadsadvies Netwerken van betekenis (digitale cultuur), is de werking
van het archiefbestel in culturele zin vooral afhankelijk van de mate en kwaliteit van toe-
eigening door partners in hun netwerken. Vernieuwde selectieprincipes, maatschappelijke
verkenningen, zicht op het landschap, taakverdeling en concentratie: het zijn allemaal
onderwerpen die optimaal in samenspraak en wederzijds engagement tot klaarheid rnoeten
komen, In termen van regie en sturing wordt vaak gewezen naar het Nationaal Archief. De
Raad vindt dat zeker niet onlogisch, de mate waarin het NA - en daarmee de overheid -
deze rollen op zich neemt, kan een punt zijn van nadere overweging.
* Meest recent: advies /nformatie: grondstofmet toekomstwaarde, Raad voor het Openbaar Bestuur
en Raad voor Cultuur 2008, biz, 12 e.v.
" Dat spoort met de visie van BRAIN en KVAN op deze materie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                  pagina: 13
raad voor cultuur                                                 arc.2003.os323i2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
       Maar waar het culturele belang gaat raken aan het rechtstatelijke ligt de situatie heel
  anders. In de bescherming van persoonsgegevens en van de positie van recht- en
  bewijszoekenden, met andere woorden in zijn functie het publieke geheugen te borgen
 richting de samenleving, heeft de minister een cruciale verantwoordelijkheid. Een centrale
 regiefunctie is dan heel direct aan orde, met name in de context van het
 duurzaamheidsvraagstuk. Het is dan de algemene rijksarchivaris, in zijn functie van
 beleidsadviseur, los van zijn directeurschap van het Nationaal Archief als
  uitvoeringsorganisatie, die in positie gebracht moet worden. Publiek en niet-publiek,
 overheid en niet-overheid, formeel en informeel: dit advies probeert aan te geven dat de
 scheidingen niet altijd goed te maken zijn. Hóe de algemene rijksarchivaris uiteindelijk
 inhoud moet geven aan die belangrijke geheugenborgende functie en vanuit welke
 positionering dat moet gebeuren, is dan ook geen uitgemaakte zaak. Wel dát hij (of zij) dat
 moet doen.
 3.4.3 Financiën
 De noodzaak om wanneer nodig in te kunnen springen voor het behoud van acuut met
 verdwijning of verweesdheid bedreigde niet-overheidsarchieven die eerder als onmisbaar
 en onvervangbaar voor een representatief beeld van de Nederlandse samenleving waren
 gekenmerkt, vergt zoals boven betoogd een stimulerings- of opvangfonds. Analoog aan de
 ervaringen die de Mondriaan Stichting eerder met de wereld van de vormgeving opdeed,
 zullen de kosten vooral samenhangen met archivistische ontsluiting van individuele
 collecties en het ontwikkelen van een duurzame infrastructuur. Gedacht vanuit de principes
 die in Het tekort van het teveel zijn verwoord moet uiterst terughoudend worden omgegaan
 met aankoop. Een gulden regel in archievenland is dat archieven om niet worden
 geaccepteerd en vrij van welke beperking dan ook, behoudens wettelijke regels ter
 bescherming van nationale veiligheid en individuele privacy. Een tweede gulden regel in de
 archivistiek stelt dat de collecties zoveel mogelijk relatie met hun ontstaanscontext, of met
 andere bronnen uit de omgeving waar ze gevormd zijn, moeten behouden, zowel
 intellectueel (herkomstbeginsel) als fysiek. Dat verzet zich tegen onnodig verplaatsen en
verschuiven, en dus ook tegen het voor geld verwerven en vervolgens overbrengen naar de
 locatie van de nieuwe eigenaar.
4. Randvoorwaarde: bestel vitaal, duurzaam, transparant
Een essentiële voorwaarde voor een maatschappelijk verrijkt archiefbestel als hier geschetst
is dat de lopende en emergente problemen waarmee het archiefwezen kampt, afdoende en
duurzaam worden opgelost. Dat betreft in hoofdzaak: het informatie-infarct, de toenemende
eisen die de digitaliserende samenleving stelt, nieuwe eisen vanuit een snel
informaliserende samenleving, en een adequaat functionerende basisinfrastructuur. We
behandelen ze hieronder puntsgewijs.
4. ] Informatie-infaret
Het informatie-infarct, dat wil zeggen de explosieve toename van informatie en het
onvermogen van de overheid om de basisprincipes van archivering daarop van toepassing
te brengen, is herhaaldelijk en op steeds klemmender wijze door de Raad zelf, de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                                          pagina: 14
 raad voor cultuur                                                        arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
  raad voor cultuur
  Erfgoedinspectie, collega-raden en de Algemene Rekenkamer aan de orde gesteld? De
  stand van zaken stemt ondanks indrukwekkende inhaaloperaties onder gezamenlijke regie
  van de ministeries van OCW en BZK" nog steeds niet heel hoopvol. Utopisch geloof in
  massale, technologische oplossingen wordt steeds schriller gelogenstraft De principiële
  keuze om het regime van (inter)overheidsinspectie dan maar te versterken heeft iets weg
  van "meer blauw op straat" als antwoord op grote achterliggende problemen die louter
  handhaving verre te boven gaan. Dit is een internationaal probleem. In de archief- en
  informatietheoretische literatuur gaan daarom steeds meer stemmen op om alternatieve
  wijzen van governance te exploreren." Dat zou kunnen in andere vormen van interactie
  met de samenleving. In de woorden van Ch. Jeurgens:" "Het krampachtig proberen ieder
  risico op informatieverlies uit te bannen is niet realistisch en leidt tot het volledig vastlopen
  van de informatiehuishouding. In plaats van dat we te maken hebben met incidenten
  bevinden we ons dan veel meer in de situatie van een 'continu ongeluk.' "
  De Raad constateert dat rondom het advies van de commissie Oosting3o een woordenspel is
  ontstaan over generiek en specifiek toezicht. Dat draagt niet bij tot de broodnodige
  verbetering van de informatiehuishouding. De Raad staat op het standpunt dat
  interbestuurlijk toezicht moet worden gecontinueerd als onrnisbare externe borging van de
  bestaande kwaliteitszorg, maar wel anders ingericht dan nu het geval is. Zo zou de
  archiefinspectie niet alleen veel governance-bewuster moeten opereren, maar haar opdracht
  voor toezicht op de gemeentelijke archiveringstaak én de middelen om die inhoud te geven,
  moeten krijgen van het controlerend orgaan, in casu Provinciale Staten. Voor een
  onafhankelijk werkende inspectie geldt dat mutatis mutandis ook op rijks- en gemeentelijk
  niveau, waar dan respectievelijk de Staten-Generaal en de Gemeenteraad als opdrachtgever
  horen op te treden.
      De Raad bepleit een nieuw, toekomstvast toezichtsarrangement, waarin naast
 inhoudelijke betrokkenheid van inspecties bij archiefvorming (creatie), er bij archiefzorg
 (behoud) ook ruimte is voor de inzet van alternatieve, zakelijke instrumenten (interne
 controle, externe accountants, rekenkamer). Dit is geen luxe. Het democratisch tekort als
 * Vooradviezen Raad voor Cultuur 2003 en 2007; Een dementerende overheid. De risico's van
 digitaal informatiebeheer bij de centrale overheid. Rapport Erfgoedinspectie 2005; Het tekort van het
 teveel 2005; Informatie: grondstofmet toekomstwaarde (Rob/RvC) 2008; reactie Rijk op Rob/RvC-
 advies 2009; Informatiehuishouding van het Rijk. Overzicht van een dynamisch vraagstuk, een
 achtergrondstudie. Rapport Algemene Rekenkamer 2010.
 " In het BZK/OCW-programrna 2006-2011 'Informatie op orde'.
 " Terry Cook, 'Beyond the Screen: The Records Continuum and Archival Cultural Heritage', in: L.
 Burrow (ed.), Beyond the Screen: Capturing Corporate and Social Memory. ASA Conference 2000,
Australian Society of Archivists, {z.p.] blz. I-18
(http://www.archivists.oreau/sem/conf2000/terrvcook.pdf): 'The macroappraisal approach Pve
pioneered directs archivists to think in terms of d ocumenting the process of governance, rather
than of govern ments govern ing or corporations operating. "Governance" includes cognizance of
the dialogue and interaction of citizens and groups with the state, the impact of the state on society,
and the functions or activities of society itself, as much as it does the inner workings [of] government
or business structures' (onze beklemtoning).
* Readyfor Take Off KennisLAB/Programma Modernisering Informatiehuishouding, Den Haag
2010, blz. 34.
" Van specifiek naar generiek. Doorlichting en beoordeling van interbestuurlijke
toezichtarrangementen.          Commissie Doorlichting Interbestuurlijke Toezichtarrangementen, Min
BZK 2007, biz. 86.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                  pagina: 15
raad voor cultuur                                                 arc-2009.os323/2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
  gevolg van een onvolkomen informatiehuishouding heeft zeer grote maatschappelijke
  schade tot gevolg en met effecten die bovendien soms pas na vele generaties zichtbaar
  worden - wanneer het definitief te laat is.
  4.2 eCidtuur
  In een tijd van hand over hand toenemende digitalisering van de samenleving op alle gebied
  en in elk opzicht ligt het voor de hand om een geconcentreerde inspanning van de
  overheidsarchiefwereld te verwachten om tot gezamenlijk oplossingen te komen in
  rationeel beheer en behoud van digitale bestanden (e-Depot). Waar kosten voor digitaal
 beheer explosief stijgen is dat tevens een kwestie van effectiviteit en efficiency." Een
  dergelijke inspanning is tenslotte ook een voorwaarde om te komen tot duurzaam
 samenhangende, interoperabele, naadloos in elkaar overgaande en drempelloos
 toegankelijke webpresentaties en de daarmee samenhangende interactieve waarde- en
 betekenistoekenning (netwerken, Web 2,0 e.v.), Aanknopingspunten hoe dat te doen heeft
 de Raad uiteengezet in het advies Netwerken van betekenis. Concreet doet zich op dit
 gebied de versnippering voor van de digitale erfenis (programma's, databases, websites,
 know how) van de voormalige Taskforce Archieven (sectorbrede producten, nu in beheer
 bij het Nationaal Archief en de Vereniging DIVA (eveneens sectorbrede producten, nu in
 beheer bij Erfgoed Nederland). Gezien het pleidooi van de Raad voor samenwerking,
 versterking van de kennisinfrastructuur en netwerken, ligt het voor de hand dergelijke
 landelijke beheertaken in het ook als kenniscentrum opgevatte CRPA-nieuwe stijl onder te
 brengen.
       De Raad vindt het echter ook hier niet voor de hand liggend, gezien de genetwerkte
 aard van het onderwerp, om te denken in termen van het 'beleggen van centrale regie' bij
 bijvoorbeeld het Nationaal Archief. De basisinfrastructuur van het gehele gesubsidieerde
 culturele veld bestaat nu juist uit een zeer breed palet van alle mogelijke soorten en maten
 van spelers, in alle sectoren en op alle niveaus, die gezamenlijk tot een meerwaarde moeten
 zien te komen, juist waar verwacht mag worden dat bij sterkere "eculturalisering" ook de
 sectorgrenzen worden doorbroken. Bundeling van functies (eDepot) en diensten
 (archiefweb) slaagt dankzij betrokkenheid en inspiratie, niet onder dwang, macht of
gewicht. Wel kan er ten behoeve van de bestelverantwoordelijke overheid bij een CRPA-
nieuwe stijl in dat netwerk een signalerings- en monitoringsrol belegd worden. In een zich
nog vormend systeem zijn de variabelen in het "decentraal waar kan, centraal waar moet"
immers niet altijd van meet af aan duidelijk.
4.3 Informaliserine
Naast het permeabel maken van het overheidsarchiefbestel voor niet-overheidscollecties is
het ook nodig om te exploreren hoe nieuwe, informele media bijdragen aan het primaire
proces van besluitvorming en ontwikkeling in de huidige samenleving, De Raad wil graag
een pleidooi bouden voor focusverbreding van het archiefwezen, dat niet meer alleen
gericht zou moeten zijn op formele documenten maar ook methodes zou moeten zien te
vinden voor het invangen van de betekenis en de inhoud van informele(re) middelen die in
" De kosten van de Gemeentearchief Rotterdam voor koeling van digitale gemeentelijke informatie
stijgen jaarlijks met 12.000 euro.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                                                      pagina: 16
raad voor cultuur                                                     e,
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 (institutionele) memory strategieën in toenemende mate een rol spelen (Giddens, Cook).
 Het jongste rapport van de Rekenkamer zegt daarover:" "De overheid heeft bij het
 archiveringsvraagstuk nog geen antwoord op ontwikkelingen zoals e-mail en sms en meer
 recent twitter." De Raad onderschrijft dat van harte, en wil daaraan toevoegen dat deze
 ontwikkeling niet alleen een informatievraagstuk is maar ook een pregnante
 maatschappelijke kwestie en wijst daarbij op het verdwijnen van het emailverkeer tussen de
 Srebrenica-actoren Het fungeren en de betekenis van sociale media in het publieke domein
 vormen daarmee voorde Raad een belangrijk onderwerp voor nader onderzoek en
 ontwikkeling.
 4.4 Basisinfrastructuur
 De Basisinfrastructuur bestaat uit instellingen die essentieel zijn voor hetzij ontwikkeling
 hetzij ondersteuning van het veld. Hun belang legitimeert voluit rijksondersteuning. Het
 huidige landschap van spelers in het veld wordt gevormd door:
       - rijk en provincies: Nationaal Archief en een netwerk van Regionaal-Historische
            Centra
       - andere overheden: honderden gemeentearchieven, tientallen waterschappen
       -    niet-overheid: honderden categorale en andere private archieven
 Op het stelsel van openbare archiefbewaarplaatsen waarvoor de Archiefwet geldt wordt
toezicht uitgeoefend door provinciale en gemeentelijke archiefinspectiediensten. Het
toezicht op de bewaarplaatsen van de rijkdienst is onder de huidige wet niet geregeld.
Op het eerste gezicht lijkt het veld ruim te worden ondersteund door een groot aantal
instellingen en organisaties:
       - Stichting Erfgoed Nederland, Stichting Digitaal Erfgoed Nederland, Virtueel
           Platform: respectievelijk het algemeen sectorinstituut, een ontwikkelingsinstelling
           en het e-cultureel sectorinstituut;
      -    archiefbranche- en beroepsverenigingen in publieke en private sfeer (KVAN,
           BRAIN, SOD, LOPAI: Koninklijke Vereniging van Archivarissen Nederland,
           Brancheorganisatie Archiefinstellingen Nederland, Vereniging Stichting
           Overheidsdocumentatie, Landelijk Overleg Provinciale Archiefinspecteurs);
      -    Stichting Digitaal Erfgoed Nederland: een ontwikkelingsinstelling;
      -    instellingen en beroepsverenigingen voor conservering en restauratie als het ICN
           en Restauratoren Nederland;
      -    diverse aanbieders van middelbaar en hoger beroepsonderwijs en voor hoger
           onderwijs en onderzoek;
      -    met daarnaast tal van organisaties en instrumenten voor kwaliteitszorg en
           professionalisering.
Van enige regie op de totale ondersteuning is hoegenaamd geen sprake. Nieuwe en
bestaande organisatie reageren op actuele ondersteuningsbehoeften van het veld. Niettemin
   /nformatiehuishouding van het Rijk 2010 (boven, noot 24), biz. 34.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 pagina:17
                                                                  arc-2009.05323/2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
  ontwaart de Raad ontwaart nog steeds enige evidente gaten in de ondersteuning en
 ontwikkeling van het veld. Dat geldt drie aspecten.
       Allereerst beoogt de Raad met dit advies nieuwe aandacht voor de vele niet-
  overheidsarchieven (archiefvormers en archiefinstellingen) te bewerkstelligen. Daarvan is
 niet duidelijk of ze in voldoende mate gefaciliteerd worden om duurzaam en kwalitatief
 hoogwaardig te functioneren. Voor het particuliere CBG geldt dat in elk geval niet. De
 voorgestelde maatregelen (faciliteren, herijking selectiebeleid, verkenningen, register-met-
 fonds, taakverdeling) willen daar duidelijkheid in brengen. Zolang er geen duurzaam
 alternatief voorhanden is moet een private archiefinstelling als het CBG tijdelijk uit het
 voorgestelde opvang- en stimuleringsfonds bekostigd kunnen worden. Wel ziet de Raad het
 perspectief van een onderbrenging van de taak bij het Nationaal Archief, al realiseert hij
 zich dat het huidige restrictieve rijksbeleid ten aanzien van uitbreiding van de rijksdienst
 vraagt om een creatieve oplossing.
      Ten tweede is hierboven betoogd dat er research en development nodig is op de drie
 genoemde terreinen informatie-infarct, informalisering en eCulturele innovatie. Direct
 daarmee samenhangend is er zorg over de structurele borging van het archiefonderwijs. De
 verplaatsing van middelen van de Rijksarchiefschool naar de Hogeschool en Universiteit
 van Amsterdam heeft dit bijzondere onderwijs ingebed in een adequate, bredere
 intellectuele infrastructuuri De Raad kijkt met grote belangstelling naar duurzame
 behartiging van het archiefbelang bij deze instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek.
 Ook als er even wat minder studenten zijn, mag dat geen directe consequenties voor de
 hogere opleiding (HvA, UvA) als zodanig hebben. Combinatie van onderzoek tenslotte naar
 de drie genoemde aandachtspunten en opleiding van nieuwe generaties archivarissen die
 daar van meet af in geverseerd zijn, zou een nieuwe kans voor een goed functionerend
bestel kunnen betekenen.
      Ten derde is de Raad in het ongewisse over de uitvoering door Erfgoed Nederland van
diens besteltaken, waaronder waarderen/ontsluiten en documenteren/archiveren. De
archiefsector in den brede voelt zich niet altijd optimaal bediend en ondersteund, betrokken
of gehoord. De Raad dringt er bij de minister dan ook met klem op aan om het
sectorinstituut te stimuleren zich beter en stelselmatig door het veld te laten toe-eigenen.
Dat spoort met het in het jongste eCultuuradvies Netwerken van betekenis gehouden
pleidooi voor nieuw manieren van omgang, in nieuwe verbindingen en van zo veel
mogelijk betrokken, mits bereidwillige spelers.
5. Samenvatting
De Raad meent dat de overheid ook een verantwoordelijkheid heeft voor archiefcollecties
buiten haar directe bereik. De belangrijkste reden is dat er een generale zorgplicht bestaat
om in de toekomst over voldoende bronnen te beschikken voor een representatief beeld van
de gehele samenleving. De manier waarop dat kan worden vormgegeven hangt samen met
de uitgangspunten àie in 2005 in Het tekort van het teveel zijn neergelegd. De overheid
hoeft zeker niet zelf eigenaar te worden maar moet ervoor zorgen dat anderen hun rollen
optimaal en geïnformeerd kunnen vervullen. Van een uitzondering is sprake wanneer een
evident van nationaal belang zijnde collectie de draagkracht van een private speler te boven
gaat of verweesd dreigt te raken en er een vangnet nodig is. Particuliere archieven horen er
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                                  pagina: 18
raad voor cultuur                                                 arc-2009.05323/2
 raad voor cultuur
 raad voor cultuur
  gewoon bij - dat deden ze informeel trouwens al veel langer, getuige een substantieel
  volume, tot soms bijna de helft, aan niet-overheidsmateriaal in overheidsdepots. Maar ook
 het omgekeerde is het geval. Veel van wat naar de geest overheid is en dat de facto soms
 ook was, is tegenwoordig privaat georganiseerd - en dus ook het institutioneel geheugen
 daarvan. Digitalisering maakt deze stelling des te pregnanter.
 Aan deze overheidsverantwoordelijkheid kan langs een beperkt aantal lijnen invulling
 worden gegeven. Allereerst betreft dat het faciliteren met kennis en kunde - een versterking
 van de functie "kennisinteractie" van het Nationaal Archief naar analogie van andere
 rijkdiensten dringt zich dan op, samen met een betrokkenheidsoffensief tot betere omgang
 met archieven. Onontbeerlijk is het beschikken over een praktische hulpfunctie om primaire
 archiefbewerking op geselecteerde, urgent bedreigde collecties te kunnen uitvoeren.
 Voorwaarde daarvoor is een register (het Centraal Register Particuliere Archieven kan
 nieuw leven in worden geblazen) en een fonds van ca. 2-2.5 min euro (in omvang
 vergelijkbaar met wat elders in de erfgoedzorg gangbaar is). De sector moet verder in staat
 worden gesteld om inhoudelijke keuzes voor het belang van archiefoollecties buiten het
 overheidsdomein te motiveren. Daarvoor zijn brede maatschappelijke verkenningen nodig,
 buiten de archief- en zelfs de overheidssector te beleggen. Het zich aldus openbarende
 landschap bestaat uit netwerken van generieke publieke archiefinstellingen, gelardeerd met
 specifieke, thematische en specialinterest-collecties.
 De Raad maakt wel enig voorbehoud. Een integrale wetswijziging kan wachten tot de
 praktijk voldoende is uitgekristalliseerd, mits de bestaande inhoudelijke systematiek
 geborgd blijft en de sturing niet versnippert; er is geen extra regie nodig anders dan
 wanneer rechtstatelijke argumenten dat vereisen (transparante overheid op alle niveaus ten
 behoeve van recht- en bewijszoekenden) - dan is het aan de algemene rijksarchivaris een
 sturende rol te vervullen; in principe wordt niet aan extra fondsen voor aankoop gedacht
 aangezien dat zich tegen enige grondregels in de archivistiek verzet.
Wil deze verruiming van de overheidsverantwoordelijkheid werken dan zal in elk geval
 elders het informatie-infaret moeten worden opgelost. Dat betekent echter niet "meer blauw
op straat" en evenmin het kind met het badwater weggooien en hele stukken uit de
bestaande toezichtsarrangement snoeien. Wat wel vereist is, is het exploreren van nieuwe
wegen om een toekomstbestendig evenwicht in toezicht, inzicht en overzicht te genereren.
Het is van groot belang de archiefinspectie te laten ressorteren onder het controlerend
orgaan van de geïnspecteerde administratie. Waar mogelijk wordt toezicht zakelijk
georganiseerd, zij blijft echter inhoudelijk waar nodig. Excessieve gevolgen van de
informatie-revolutie zijn tegen te gaan door verregaande vormen van samenwerking, ook
op eCultureel terrein, waar overigens nog een wereld te winnen is. Op dit laatste
ontluikende terrein zou dan wel een CRPA-nieuwe stijl een monitoringral kunnen krijgen.
Een tweede research & developmenttaak is het vinden van antwoorden op nieuwe, sterk
informele vormen van te documenteren maatschappelijke en bestuurlijke interacties,
overleg en beïnvloeding.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               "Ei""""
                                                                arc-2009.05323/2
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 De bestaande basisinfrastructuur voor archieven in Nederland lijkt nog niet goed ingericht
 op het bedienen van de vele niet-overheidsarchieven (archiefvormers en -instellingen). Het
 vergt onderzoek, overleg en prioritering voor er van een inspirerende agenda sprake zal
zijn. Wel is al duidelijk dat het archiefonderwijs in elk geval duurzaam zal moeten zijn. Wil
Erfgoed Nederland, ten slotte, ook in de archiefwereld succes hebben, dan zal dat
sectorinstituut zich in beduidend hogere mate door die wereld moeten laten toe-eigenen.
Hoogachtend,
Els .. waab                                                       Kees Weeda
Voorzitter                                                       Algemeen secretaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                                          Ministerie van Onderwijs, cultuur en
                                               34        Wetenschap -
 > Retouradres Postbus 16375 25DD B.3 Den Haag
                                                       Raad voor Cultuur                  Rijnstraat so
 Raad voor Cultuur                                     INGE KOMEN                        fe","te"l,"ims
 Postbus 61243                                                                           2500 as oen Haag
 2506 AE DEN HAAG                                                                        www.minocw.nl
                                                         - 3 JUN 2009                     Contactpersoon
                                               DoSS.                                      L.P.Breevaart
                                                                                         T +3&70-412 3180
                                               Nr. ce c - -1.. g .ca 5 513 /1             1.p.breevaarteminocw.n
                                                                                          IPc 3200
                                                                                         Onze referentie
                                                                                          DcE/120244
 Datum
 Betreft        Adviesaanvraag archiefbestel
 Geachte Raad,
 In 2008 hebt u een tweetal adviezen uitgebracht over de archiefsector. Het eerste
 advies was antwoord op het adviesverzoek over Informatie op Orde, dat ik aan a
 richtte in gezamenlijkheid met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Dit
 advies betrof'Informatie: grondstof met toekornstwaarde' van maart 2008, .
 uitgebracht door uw Raad samen rnet de Raad voor het openbaar bestour. Het
 tweede advies betrof de archiefsector als onderdeel van het cultuurbrede advies -
 over de Basisinfrastructuur in mei 2008.
 In beide adviezen hebt u aangegeven om ais Raad in een later stadium een
 besteladvies over de archiefsector uit te willen brengen, gericht op de
 rijksverantwoordelijkheid voor de archiefsector, de gewenste invuiling van de
 basisinfrastructuur en specifieke onderwerpen binnen de sector.
 Gelet op de reikwijdte van uw voornemen is.voor mijn beleid enige focus en
selectie wenselijk en in dit verband wil ik u een gerichte vraag om advies over de
archiefsector voorleggen.
 De nog te formuleren beieidsreactie op uw adviezen en aanbevelingen in
'Grondstof met toekomstwaarde' zal ik samen met de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken aan de Kamer aanbieden. Mijn intentie is om deze te
combineren met de rapportage over het lopende uitvoeringsprogramma
Informatie op Orde en de (deel)resultaten van de daarin gedefinieerde actielijnen.
Dit alies kan uw Raad dienen bij de eigen overwegingen en de voorbereiding van
mogelijke adviezen,
De archiefsector vanuit collectieperspectief
In het advies Basisinfrastructuur 1.0 stelt uw Raad terecht dat het niet aleen gaat
over systemen en modelen, maar juist over arnbities, dromen en plannen, over
inventieve insteiilngen en creatieve mensen. U spreekt van vitaliteit, over
zoektochten naar betekenis en waarde van cultuur. Archieven en archiefcollecties
vervulen naar mijn mening een belangrijke roi als bron van deze waarde en
betekenis. Tegelijkertijd doet zich hier een vraagstuk voor.
Op vele plaatsen (fysiek en digitaal) in Nederiand wordt gearchiveerd,
gecolectioneerd, gedigitaliseerd en ontsloten, rnaar hoe collecties (en daarbij de
                                                                                           Pagina i van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>netwerken; rollen; standaarden; duurzaamheid et cetera) zich tot elkaar              onze referentie
verhouden is beperkt tot onvoldoende bekend en gestroomlijnd. Er is immers niet      OcE
één architect en één bouwplan: velen bouwen en bewonen hun eigen huis. Een
visie op het archiefbestel is gewenst, bezien vanuit het collectieperspectief, die
nader ingaat op de infrastructuur van de archiefsector die zich uitstrekt van
overheidssector - centraal en decentraal - tot particuliere sector, waaronder ook
bedrijfsarchieven.
Dit leidt tot de centrale vraagstelling: hoe ziet u de verantwoordelijkheid van de
rijksoverheid voor.de verschillende (soorten) archiefcollecties in Nederland? Heeft
de overheid, waaronder ook begrepen het Nationaal Archief, hierin een taak op
zich te nemen en zo ja, welke is deze?
Hiervan afgeleide vragen zijn: wat betekent deze zienswijze voor de infrastructuur
van de archiefsector, die bovendien in toenemende mate virtueel wordt, en
tevens voor de rol en positionering van de verschillende insteiiingen in het veld?
Wat betekent deze voor de basisinfrastructuur?
Dit betekent een verdieping van uw advies over de archiefsectory zoals dit is
verwoord in Basisinfrastructuur 1.0. Met de beliekenis van de coliectie als leidraad
vraag ik u in dit advies ook aan te geven wat de gewenste positie is van
instellingen als het Centraal Bureau voor de Genealogie.
dr. R nald H.A. Plasterk
De m nister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
                                                                                      Pagina 2 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>