<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies Eigen Inkomstennorm
Februari 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inleiding eigen inkomstennorm
Andere adviesrol Raad voor Cultuur
De minister van OCW heeft naar aanleiding van het rapport Eigen inkomstennormen voor
cultuurproducerende instellingen in de basisinfrastructuur de Raad voor Cultuur verzocht een beeld
te schetsen van zijn toekomstige adviesrol. Na invoering van de eigen inkomstennormen in 2013 moet
de Raad in zijn beoordeling zowel de artistieke kwaliteit als het cultureel ondernemerschap meewegen.
Dit vereist een andersoortige adviespraktijk en de ontwikkeling van nieuwe beoordelingsinstrumenten.
De Raad stelt in zijn advies van 1 februari 2010 voor om bepaalde onderdelen in de subsidieaanvraag-
en adviesprocedure verder te ontwikkelen: sectoranalyses, beleidsplannen van instellingen,
toetsingskaders, format van het advies, toekomstige werving van commissieleden en externe
deskundigheid binnen het secretariaat. In het (bijgevoegde) advies van 1 februari 20 I 0 gaat de Raad
hier verder op in.
Eerdere adviezen over de eigen inkomstennorm
     In zijn adviesaanvraag van 24 juni 2009 verzoekt de minister de Raad een oordeel te geven over
     de eigen inkomstennormen voor cultuurproducerende instellingen in de basisinfrastructuur.
     Daarnaast verzoekt de minister te onderzoeken of een achttal instellingen moet worden vrijgesteld
     van deze normen, omdat deze instellingen voornamelijk activiteiten ontwikkelen die ten goede
     komen aan de eigen sectoren.
     In het eerste (deel)advies van 15 september 2009 adviseert de Raad de minister om alleen het
     Fonds Journalistieke Projecten vrij te stellen van de eigen inkomstennorm van 17,5% en een
     groeinorm van gemiddeld I% per jaar. Gelet op de beoogde onafhankelijkheid vindt de Raad het
     onwenselijk om dit fonds te verplichten eigen inkomsten te verwerven. De Raad ziet geen
     aanleiding om zeven andere instellingen ook een dergelijke uitzonderingspositie te geven. Het feit
     dat deze instellingen vooral activiteiten ontwikkelen voor de eigen sectoren staat het verwerven
     van eigen inkomsten volgens de Raad niet in de weg
     In het vervolgadvies van 28 oktober 2009 stelt de Raad geen aanleiding te zien om de
     voorgestelde percentages ter discussie te stellen. Wel plaatst hij enige kanttekeningen bij de
     inhoud van het rapport Eigen inkomstennormen voor cultuurproducerende instellingen in de
     bas isinfrastructuur. Zo pleit de Raad onder andere voor meer ruimte om de eigen inkomstennorm
     genuanceerd en gedifferentieerd toe te passen. Actief en succesvol cultureel ondernemerschap, dat
    tot een breder maatschappelijk draagvlak leidt, kan zich volgens de Raad bijvoorbeeld ook
    manifesteren in activiteiten die niet rechtstreeks bijdragen aan het verwerven van eigen inkomsten.
    De Raad vraagt zich in het vervolgadvies af of in de uiteenlopende segmenten van de culturele
     sector wel voldoende groeimogelijkheden zijn om jarenlang aan de norm (gemiddeld 1% groei per
    jaar) te kunnen voldoen. Daarom onderschrijft de Raad nadrukkelijk het 'pas toe of leg uit
     'principe dat in het rapport Eigen inkomstennormen voor cultuurproducerende instellingen in de
    basisinfrastructuur wordt voorgesteld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                        R.]. Schimmelpennincklaan    3
raad voor cultuur                                                        postbus 61243
                                                                         2506 AB Den Haag
raad voor cultuur                                                        telefoon +31(0)70310 66 86
                                                                         fax +31(0)703614727
                                                                         e-mail cultuur@cultuur.nl
                                                                         www.cultuur.nl
 Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
 de heer dr. R.H.A. Plasterk
 Postbus 16375
 2500 BJ Den Haag
 datum: 01 februari 2010
 ons kenmerk: rc-2008.04682/72
 onderwerp:      Advies Eigen Inkomsten
    In uw adviesaanvraag van 24 juni 2009 vraagt u de Raad te reflecteren op de invulling van
   zijn adviesrol. Dit naar aanleiding van uw voornemen om per 2013 voor de
   cultuurproducerende          instellingen in de basisinfrastructuur     een eigen inkomstennorm       van
   minimaal 17,5% te introduceren            en een groeinorm van 1% gemiddeld per jaar. Dit voorstel
   heeft mogelijk consequenties voor de wijze van adviseren van de Raad, omdat u in de
   toekomst naast een beoordeling van de kwaliteit van de artistieke inhoud van culturele
   instellingen, ook naar een oordeel over de kwaliteit van het ondernemerschap                  zal vragen.
   Beoordeling van culturele kwaliteiten in relatie tot ondernemerschap in cultuur
   In de adviesaanvraag verwijst u naar het rapport Eigen inkomstennormen                  voor de
  cUltuurproducerende         instellingen in de basisinfrastructuur,      waarin op een rij is gezet wat
   de mogelijke gevolgen van de invoering van een eigen inkomstennorm                   kunnen zijn voor
   de adviesrol van de Raad voor Cultuur. Eerder werd ook al in het rapport Meer draagvlak
                1
  voor Cultuur     door de commissie Cultuu rprofijt          opgemerkt dat de Raad na invoering van
  een eigen inkomstennorm             z.owel de artistieke  kwaliteit als het cultureel ondernemerschap
  in zijn beoordeling moet meewegen. Zowel uit het rapport Eigen inkomstennorm                     voor
  cultuurpraducerende         instellingen in de BIS als uit het rapport Meer draagvlak voor Cultuur
 spreekt met andere woorden de noodzaak om een andersoortige adviespraktijk en nieuwe
  beoordelingsinstrumenten            te ontwikkelen     om het cultureel ondernemerschap       van
  instellingen te kunnen beoordelen. Deze noodzaak wordt door de Raad onderkend.
  Wat beoordeelde       de Raad in het verleden
  De Raad heeft sinds de invoering van de 15% eigen Înkomstennorm                   voor producerende
  instellingen in de podiumkunsten            (1992) zich in toenemende mate gericht op de
 monitoring en de beoordeling van het ondernemerschap                   van culturele instellingen. Hij
 beziet en beoordeelt de artistieke prestaties en de artistieke ambities anno 2010 dan ook
 al geruime tijd in samenhang met de bedrijfsorganisatie.
 1 Commissie    Cultuurprofijt,    Meer Draagvlak    voor Cultuur, 2008, p. 17.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                      pagina: 2
raad voor cultuur                                                      Tc-2008.04682172
raad voor cultuur
  Daarnaast is het niet onbelangrijk dat de Raad vanuit een door u gesteld financieel kader
  adviseert en per instelling in zijn adviezen een indicatie geeft voor de hoogte van een
  subsidiebedrag. Hij betrekt aspecten in zijn beoordeling die met de efficiency en
  effectiviteit van de bedrijfsvoering    te maken hebben om zorgvuldig te kunnen adviseren
  over de hoogte van subsidiebedragen.
  In de loop der tijd zijn steeds nieuwe beleidsprioriteiten       aan het takenpakket van
  rijksgesubsidieerde   instellingen verbonden      en deze waren vaak een reden om de
 functionele eisen die aan instellingen werden gesteld aan te passen. Te denken valt hierbij
  aan bijvoorbeeld speerpunten zoals cultuureducatie,          talentontwikkeling     en cultural
 governance.
  Het mag dan zo zijn dat de Raad zijn werkwijze voortdurend            heeft aangepast om aspecten
 die met ondernemerschap         en bedrijfsvoering   te maken hebben te kunnen beoordelen, de
  minister heeft hem nog niet eerder in een adviesaanvraag verzocht om zich expliciet uit te
 spreken over de kwaliteit van het ondernemerschap            van de instellingen die een
 subsidieaanvraag hebben ingediend. Een dergelijk expliciete beoordeling van het
 ondernemerschap       vereist een methode die de beoordeling van instellingen en hun
 beleids- en bedrijfsplannen      in praktische en juridische zin hanteerbaar maakt.
 Wat gaat de Raad beoordelen
 Volgens het rapport Eigen Inkomstennorm           voor cultuurproducerende       instellingen in de BIS
 moet de integrale visie van de Raad totu itdrukking komen in zowel de afzonderlijke
 instellingsadviezen    als de sectoranalyses. Deze moeten, aldus het rapport, 'onlosmakelijk
 met elkaar verbonden zijn'. De sectoranalyses zouden idealiter de inhoudelijke               doelen en
 functies van een sector beschrijven, alsook de mogelijkheden            en de condities voor
 ondernemerschap.       Ook zouden de sectoranalyses een vergelijkingsstudie           moeten
 bevatten van de prestaties binnen de sector ten opzichte van de eigen inkomstennormen.
 Bovenstaande aanbevelingen uit het rapportveronderstellen              een nieuwe formulering       van
 de opdracht aan de Raad om sectoranalyses en instellingsadviezen te leveren. In de
 adviesaanvragen van de sectoranalyses en instellingadviezen            zal expliciet om een reflectie
 op het culturele ondernemerschap          worden gevraagd. En elk instellingsadvies bevat
 expliciet een toetsing van de eigen inkomsten aan de norm. In de toetsing worden zowel
 het gerealiseerde als het geplande niveau van eigen inkomsten betrokken.
 In het (deel)advies Eigen Inkomsten voor cultuurproducerende             instellingen in de
 Basisinfrastructuur   van 28 oktober 2009 heeft de Raad ervoor gepleit dat de product-
 markt combinatie     onderwerp van analyse wordt om te bepalen wat de
verdienmogelijkheden        en -capaciteiten   zijn van culturele instellingen. Daarnaast heeft de
 Raad de aanbeveling gedaan dat culturele instellingen een marktverkenning                 of
marktanalyse verbinden aan hun activiteitenplan           om de mogelijkheden       als cultureel
ondernemer te kunnen benutten. De Raad levert hiervoor een voorzet in zijn
sectoranalyses.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                        pagina; 3
raad voor cultuur                                                        rc-2008.04682/72
raad voor cultuur
 Het belang van de sectoranalyses in het beoordelingsproces              zal stijgen. Hierin wordt
 immers in beeld gebracht wat de state-of-the-art           is binnen een bepaald segment van de
 culturele sector en welke artistieke, maatschappelijke,           economische ontwikkelingen         zich
 aandienen. De sectoranalyses zijn te beschouwen als kader voor de reflectie op het
 functioneren     van een individuele instelling. Daartoe zal ook relevante cijferinformatie,
 zoals de informatie    uit de prestatiemetingen      en vergelijkingsanalyses      van het ministerie
 van OCW en de visitatierapporten        verwerkt    moeten worden. Daarnaast zal de informatie
 uit de regio's ingepast moeten worden in de sectoranalyses. De Raad dringt er in dit kader
 ook bij de minister op aan om bruikbare branchemonitoren               te laten ontwikkelen.
 Een goede sectoranalyse biedt de mogelijkheid           om sectoren integraal te kunnen
 beschouwen - over de scheidslijnen heen die zijn ontstaan als gevolg van de invoering van
 een gedifferentieerde     methode van subsidietoekenning.
 Om beter over de kwaliteit van het ondernemerschap               te kunnen oordelen, stelt de Raad
 voor om de volgende onderdelen in de subsidieaanvraagprocedure                   verder te ontwikkelen:
 •    Sectoranalyse: Versterking van de sectoranalyses met meer en verdiepte aandacht
      voor vraag en aanbodverhouding         in sectoren en de mogelijkheden           voor instellingen
      om hun maatschappelijk       draagvlak te vergroten, ook in financieel opzicht. Als de Raad
      gevraagd wordt dergelijke sectoranalyses te produceren, zal hij zich meer dan in het
      verleden mogelijk was, moeten kunnen baseren op cijfermatige                 gegevens die door de
      sectoren, planbureaus en het ministerie van OCW worden geproduceerd.                     De Raad
      spant zich in om periodiek in kaart te brengen wat de effecten              van  de economische
      crisis zijn op de culturele sector.
 •    Beleidsplannen van instellingen: Ten behoeve van de beoordeling van het
      ondernemerschap       zullen nieuwe formats ontwikkeld          moeten worden voor de
      beleidsplannen    en bijbehorende     begrotingen die onderdeel uitmaken van de
      adviesaanvraag van individuele instellingen.         Instellingen moeten minimaal de
      gelegenheid krijgen om inzichtelijk te maken op welke wijze hun artistiek-inhoudelijke
      missie en hun zakelijke missie gerelateerd        is aan de doelstellingen      van en in de
      organisatie. De Raad denkt ook dat een marktanalyse een geïntegreerd onderdeel zal
      worden van de beleidsplannen die worden ingediend bij de aanvraag van een subsidie
      voor het Subsidieplan 2013-2016
 •    Toetsingskader: De Raad zal op de sectoren aangepaste toetsingskaders                  ontwikkelen.
      Daarmee kan het ondernemerschap            van individuele instellingen worden beoordeeld
      in relatie tot het behalen van de eigen inkomstennorm            en in relatie tot de prestaties
      van een groep verwante instellingen. De Raad streeft hierbij naar een transparante en
      eenduidige beoordelingssystematiek          die onder meer is afgestemd op de
      beoordelingsprotocollen      van visitatiecommissies       en van de fondsen die eveneens het
      ondernemerschap       van instellingen beoordelen.       In de beschouwing op de zakelijke
      prestaties van instellingen wordt zowel stil gestaan bij de behaalde resultaten in de
      achterliggende    periode als bij de pla nnen voor de periode waarvoor subsidie wordt
      aangevraagd. De Raad stelt zich voor om het ondernemerschap                  over de hele linie aan
      de hand van zijn toetsingskader te toetsen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                       pagina: 4
raad voor cultuur                                                       rc-2008.04682172
raad voor cultuur
      Hij zal pas echt de diepte ingaan en een zwaardere toets uitvoeren als hiervoor reden
      is, bijvoorbeeld wanneer onvoldoende           duidelijk is waarom de eigen inkomstennorm
      niet wordt gehaald of wanneer er ernstige twijfels bestaan over de realiteitswaarde
      van de aanvraag of de daarin verwerkte          prognoses.
 •    Format van het advies: De Raad zal de inhoud en de opbouw van zijn
      instellingsadviezen    bijstellen om tegemoet      te komen aan de beoordeling van het
      ondernemerschap       in samenhang met de artistieke missie en het
      meerjarenprogramma          van de instelling.
 •    Toekomstige werving van commissieleden:            De Raad zal bij de werving van nieuwe
      commissieleden kennis van en ervaring met ondernemerschap                 onderdeel maken van
      het zoekprofiel.
 •    Secretariaat:   De Raad zal nagaan of het noodzakelijk is om het secretariaat uit te
      breiden met externe deskundigen 0 p het gebied van bedrijfskunde en economie.
 Uitwerking
 Het hebben van de Juiste en kwalitatief goede informatie           is van groot belang voor de
 onderlinge vergelijkbaarheid.       Volgens de Raad zijn de instellingen, door middel van een
 meerjaren beleidsplan en een meerjaren begroting, een belangrijke leverancier van deze
 informatie.   Voor de instellingen zou het ministerie van OCW derhalve een nieuw kader
 moeten ontwikkelen      voor de opbouwen         de inhoud van hun meerjaren beleidsplannen,
 zodat inzichtelijk wordt hoe de instelling verwacht te presteren op het gebied van
 ondernemerschap       en het behalen van eigen inkomsten.
  De Raad doet in dit verband de volgende aanbevelingen:
 •     Laat de meerjarenbegroting       vergezeld gaan van een specificatie die gelijk is aan die
      van de jaarrekening zoals die in het Handboek verantwoording              cu/tuur subsidies wordt
      voorgeschreven.     Ontwikkel verder een prestatieraster,        waarin activiteiten
      (gerealiseerd en gepland) specifieker en eenduidig van elkaar worden onderscheiden.
 •    Ontwikkel een nieuw format voor de presentatie van informatie over praktijk en
      beleid inzake ondernemerschap,         met daarin in ieder geval aandacht voor de volgende
      hoofdpunten:
      Governance - de wijze waarop het toezicht op een instelling is georganiseerd, als ook
      de wijze waarop de instelling is gestructureerd          en wordt geleid, in relatie tot de missie
      en doelstellingen    van de instelling.
      Het bestuursmodel-       de wijze waarop de directie is georganiseerd en de organisatie is
      gestructureerd    op hoofdlijnen.
      Marktverkenning      - een reflectie op de vraag naar en afname van het werk (de
      prestaties), inclusief een beschouwi ng op het pu bliek en het publieksbereik. De Raad
      ziet hier een mogelijkheid om inzichtelijk te maken wat de verdienmogelijkheden              van
      een instelling zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                          pagina: 5
raad voor cultuur                                                          rc-2008.04682/72
raad voor cultuur
         Ondernemingsdoelstellingen        en -strategieën    - In relatie tot de missie en het artistieke
         programma en tegen de achtergrond           van de marktverkenning,       formuleert  een
         instelling doelen, bijvoorbeeld met betrekking tot inkomstenverwerving,
         investeringen, financieel beheer, organisatieontwikkeling,           samenwerking, enzovoorts.
         Als vervolgens inzichtelijk wordt gemaakt met welke strategieën de doelstellingen
         gerealiseerd gaan worden, krijgen de streefcijfers van de kosten en de baten een
         onderbouwing.
   Toekomstige beoordelingspraktijk
   De sectoranalyses bieden een kader voor de beoordeling van individuele
   subsidieaanvragen in onderlinge vergelijk. Daarnaast bieden de sectoranalyses de
   mogelijkheid om sectoroverstijgende         onderwerpen       die de ontwikkelingen    in de sectoren
   beinvloeden mee te iaten spelen in het beeld dat wordt geschetst van de actuele stand
   van zaken. Het vertrekpunt       bij de beoordeling van instellingen is de functie en de missie
   van de instelling en de keuzes die de instelling maakt op het gebied van het
   activiteitenprogramma       (prestaties). De Raad vormt een oordeel over de kwaliteit van de
   instellingen en maakt vervolgens een sectorale afweging. In samenhang hiermee vormt de
   Raad een oordeel over het culturele ondernemerschap               van de instelling en toetst
   vervolgens marginaal of en hoe de instelling aan de eigen inkomstennorm                voldoet. Dit aan
   de hand van relevante informatie        uit het beleidsplan met betrekking tot governance,
   marktverkenning       en ondernemingsdoelen       en -strategieën,     die worden gecombineerd met
   relevante informatie     uit de sectoranalyses en de informatie uit
  jaarverslagen/jaarrekeningen         en de vergelijkingscijfers   van het ministerie van OCW. Moet
  vervolgens worden vastgesteld dat het ondernemerschap                 van een instelling zwak
   ontwikkeld     is en dat bovendien de eigen inkomsten norm niet wordt gehaald, zonder dat
   daarvoor een adequate uitleg wordt gegeven, dan zal door de Raad nader onderzoek
   worden gestart naar het ondernemerschap             van de instelling.
   De Raad is van mening dat een kwalitatief         oordeel over het ondernemerschap         en over de
  artistieke en functionele ontwikkelingen         van instellingen leidt tot een oordeel over
  maatschappelijk draagvlak. De Raad herhaalt dat het hebben van een ruim financieel
  draagvlak weliswaar een bruikbare indicator is voor maatschappelijk draagvlak, maar dat
  een nuancering op zijn plaats is: er zijn (ook) andere factoren. Behalve de aard van het
  product, zijn de opdracht, de functie en de missie volgens de Raad bepalend voor de
  financiële mogelijkheden       van culturele instellingen.     Ook de inbedding op landelijk en
  lokaai niveau speelt hierin een rol. Bij een beoordeling van het maatschappelijk             draagvlak
  moeten ook deze aspecten worden meegewogen.
  Om te voorkomen dat de suggestie wordt gewekt dat er een hiërarchisch onderscheid                    zou
  bestaan tussen de zogenaamde subsidieterrassen wijst de Raad er op dat er geen grote
 verschillen in de beoordelingsregimes          op mogen treden voor de culturele instellingen die
 ofwel via het Subsidieplan, ofwel via de fondsen ofwel via de langjarigen regeling voor vier
 jaar subsidie ontvangen. De Raad vindt het onwenselijk dat aangewezen en niet
 aangewezen instellingen in dezen ongelijk behandeld zouden worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                          pagina: 6
raad voor cultuur                                                          rc-2008.04682172
raad voor cultuur
   Daarnaast is ook sprake van beoordelingsregimes            bij provinciale en lokale toewijzing van
   financiële middelen. Als instellingen te maken krijgen met co-subsidiëring, is het belangrijk
   dat ook hier ongelijke behandeling zo veel mogelijk wordt vermeden.
   Definitiebepaling: cultureel ondernemerschap           of ondernemerschap in cultuur?
   Volgens de commissie Cultuurprofijt       is het kern doel van ondernemerschap           het verbreden
   en/of versterken van het maatschappelijk         draagvlak. Deze visie is overgenomen in het
   rapport Eigen inkomstennormen         voor de cultuurproducerende         instellingen in de
   basisinjrastructuur.    Het is volgens de samenstellers       van het rapport geenszins de
   bedoeling dat culturele instellingen worden aangezet om hun zaken te gaan
  vercommercialiseren.       Goed ondernemerschap         met cultuur is iets anders dan
  eenvoudigweg veel eigen inkomsten behalen. Maar wat mag dan allemaal worden
  gerekend tot goed ondernemerschap           in de cultuur? Afgaande op de hoeveelheid definities
  en zienswijzen die in omloop zijn, concludeert         de Raad dat de visievorming op
  ondernemerschap        in de cultuur of cultureel ondernemerschap           nog in ontwikkeling   is.
   De Raad kan zich vinden in de visie dat ondernemende             culturele instellingen worden
  geleid vanuit drie kenmerken:2
  •     het formuleren     van een richtinggevende     culturele missie
  •     het balanceren en handelen tussen culturele en economisch waarden
  •     zorgen voor een bijdrage aan een culturele infrastructuur.            Culturele waarden vormen
        hierbij het vertrekpunt.    Het management inclusief het realiseren van inkomsten is
       noodzakelijk voor de realisering van de culturele missie en een externe betrokkenheid
       moet bijdragen aan een vitale, culturele omgeving.
  Kenmerkend voor een geslaagde ondernemer              is zijn bewustzijn van een steeds
  veranderende omgeving en het antwoord            op de vraag hoe hij zich daartoe verhoudt.5ln
  de huidige tijd doen zich grote veranderingen        voor in de ontwikkeling        van de culturele
 sector zelf, op internationaal      gebied, op economisch en politiek gebied, maar ook in de
 financiële wereld. In een dergelijke context moeten culturele ondernemers gericht zijn op
 interactie, identiteit    publieksontwikkeling    en op risicospreiding door gemengde
 financieringsvormen       te zoeken.
 Tot slot
 De Raad zal met grote inzet zijn rol in de nieuwe beoordelings- en besturingssystematiek
 vervullen. Wat dat in kwalitatieve       en kwantitatieve     zin voor de bezetting van Raad, zijn
 commissies en het secretariaat betekent is onderwerp van nader overleg. Zoals ook de
voorgestelde ingrediënten         voor een nieuwe wijze van adviseren in samenspraak met
 betrokken partijen nader zullen worden uitgewerkt,             zodat de Raad in 2012 over een nieuw
beoordelingskader beschikt.
2  Lectoraal Kunsten Economie. In het kadervan het Masters Program Art Management.
5  Hagoort, G., Cultureel ondernemerschap. Over het onderzoek naar de vrijheid van kunst maken en
de vrijheid van ondernemen, oratie, 6 juni 2007, pag.23.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                             pagina: 7
raad voor cultuur                                             rc-2008.04682172
raad voor cultuur
 Tot slot neemt de Raad zich ook voor om zowel met de commissie die verantwoordelijk        is
 voor het rapport Eigen inkomstennorm   voor cultuurproducerende     instellingen in de 81Sals
 met de commissie die verantwoordelijk  is voor het rapport Meer draagvlak voor Cultuur
 uit te nodigen om een gesprek te voeren over de verdere uitwerking van een nieuwe
 beoordelingspraktijk van de Raad voor Cultuur.
 De voorzitter                                         De algemeen secretaris
 Els Swaab                                             Keeswe~
                                                              ..'
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 R.J. Schimmelpennincklaan 3
raad voor cultuur                                                 postbus 61243
                                                                  2506 AE Den Haag
 raad voor cultuur                                                telefoon +31(0)70 310 66 86
                                                                  fax +31(0)703614727
                                                                  e-mail cultuur@cultuur.nl
                                                                 www.cultuur.nl
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Dr. R. H. A. Plasterk
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
datum: 15 september 2009
uw kenmerk: 132867
uw brief van: 24 juni 2009
ons kenmerk: rc-2008.04682/70
onderwerp: Deeladvies Eigen Inkomstennormen          cultuurproducerende    instellingen
basisinfrastrcutuur
 Geachte heer Plasterk
 In uw adviesaanvraag van 24 juni 2009 vraagt u een oordeel over de Eigen inkomsten-
 normen voor de cultuurproducerende      instellingen in de basisinfrastructuur.
 Vooruitlopend op het advies dat naar aanleiding van uw vragen in bovengenoemde
 adviesaanvraag begin november 2009 zal worden uitgebracht, gaat de Raad nu in op uw
 verzoek of een aantal instellingen die aangemerkt worden als ontwikkelinstellingen, en dus
 op basis van artikel 91 van de ministeriële regeling worden gesubsidieerd, vrijgesteld zou
 moeten worden van de voorgestelde eigen inkomstennorm.
 Als reden voor de mogelijke uitzonderingspositie voert u op, dat de genoemde instellingen
 geen cultuuruitingen produceren, maar specifieke activiteiten ontwikkelen die vooral ten
 goede komen aan de sector. Dit feit is volgens u bepalend voor de condities voor het
 realiseren van eigen inkomsten. Het gaat om de volgende instellingen:
            Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten
            El Hizjra
            Binoq/Atana
            Eutopia
            Architectuur Lokaal
            Archiprix
            Europan
            Digitaal Erfgoed Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                               pagina: 2
raad voor cultuur                                                               rc-2008.04682!70
raad voor cultuur
  Advies
  Het is verheugend dat alle sectoren in samenspraak met uw ministerie van OCW in relatief
  kort tijdsbestek een breed gedragen norm voor de eigen inkomsten hebben weten vast te
  stellen. De Raad vindt het evenwel jammer dat de initiële gedachte om de norm te
  differentiëren is verlaten,     I met als gevolg dat alle cultuurproducerende             instellingen nu
  onder hetzelfde regime zouden worden gebracht, ongeacht het publiek dat zij bereiken en
  de markten die zij (kunnen) betreden. Daarnaast vindt de Raad, teruggrijpend op het advies
  Meer draagvlak voor Cultuu/,           dat het principe 'pas toe of leg uit' niet alleen moet gelden
  voor instellingen die reeds een functie in de Basisinfrastructuur                vervullen, maar ook voor
  de potentiële nieuwkomers.
  De Raad had graag een andere benaderingswijze                 gezien, waarin ruimte is om de eigen
  inkomsten norm op een meer genuanceerde en gedifferentieerde                      wijze toe te passen. Hij is
  van mening dat de aard van de activiteiten richtinggevend moet zijn voor de opdracht aan
  de instellingen om financieringsmogelijkheden               naast de overheidssubsidiëring            te realiseren.
  Dat uniforme normering tot praktische en/of inhoudelijke ongelijkheid leidt, blijkt al uit de
  overweging om de hierboven genoemde instellingen uit te zonderen.
  Op het eerste gezicht zijn hier opportune redenen voor aan te voeren. Geen van de
  instellingen produceert immers om een breed publiek te bereiken en sommige instellingen
  hebben überhaupt geen publieksfunctie in de gangbare zin; daarom lijkt het aannemelijk dat
  ze een minder goede uitgangspositie te hebben om hun eigen inkomsten te doen groeien.
  Uit het documentatiemateriaal van de instellingen, zoals de jaarverslagen, blijkt bij nadere
  beschouwing echter dat de meeste instellingen er wel degelijk in slagen om hun
  subsidiebedragen       aan te vullen met eigen inkomsten, bijvoorbeeld uit sponsorbijdragen                      of
  andere private inkomsten. Dus vormen de opgesomde instellingen geen homogene groep
  die om één en dezelfde reden - namelijk het ontbreken van een publieksfunctie - niet in
  staat is eigen inkomsten te verwerven. Om die reden acht de Raad uw criterium
  onvoldoende consistent om er een structurele uitzonderingspositie aan te kunnen verbinden.
  Dit des temeer omdat u niet alleen streeft naar een enkelvoudige toepassing van het
  profijtbeginsel, maar ook naar de vergroting van het financiële draagvlak voor
  gesubsidieerde instellingen die een functie in de Basisinfrastructuur vervullen
  Onder de instellingen bevindt zich volgens de Raad slechts één die vanwege de bijzondere
  aard van de activiteiten om principiële redenen uitgezonderd zou moeten worden van de
  eigen inkomstennorm. Het betreft hier het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
 Omwille van de beoogde onafhankelijkheid van het Fonds is het onwenselijk om de
 instelling te verplichten eigen inkomsten te verwerven.
 I Reactie op het Rapport Commissie   Cultuurprofijt. Meer draagvlak voor Cultuur, 10 juni 2008, kenmerk:
 DKJB&B!l9044, pagina 4. 'Een re~el uitgangspunt is het bepalen van normen voor categorie~n binnen de
 cultuurproducerende instellingen, waarbij aansluiting bij de categorisering binnen de basisinfrastructuur een
 startpunt kan vormen.'
 2 Commissie   Cultuurprofijt, Meer Draagvlak voor Culiuur, 2008, p. 17.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                pagina: 3
raad voor cultuur                                                rc-2008.04682170
raad voor cultuur
 De Raad is overigens voornemens om ten behoeve van de sectoranalyses, waarmee in 2010
 een aanvang wordt gemaakt, aandacht te schenken aan de relatie tussen instellingsprofielen
 en de mogelijkheden tot het verwerven van eigen inkomsten.
 Conclusie:
 De Raad adviseert om het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten vrij te stellen van de
 eigen inkomstennorm    om bovengenoemde      redenen. Voor de overige zeven instellingen ziet
 de Raad geen reden voor uitzondering in het feit dat zij specifieke activiteiten produceren
 die vooral ten goede komen aan de sector. Dit gegeven belet de instellingen niet om eigen
 inkomsten te verwerven.
 Daarnaast vindt de Raad dat het principe 'pas toe of leg uit' niet alleen moet gelden voor
 instellingen die reeds een functie in de Basisinfrastructuur vervullen, maar ook voor de
 potentiële nieuwkomers.
 Tot slot
 In uw adviesaanvraag   heeft u de Raad verzocht te schetsen hoe hij denkt de financieel-
 bedrijfsmatige kant van de instellingen te kunnen beoordelen. Aan dat verzoek zal de Raad
 graag in zijn vervolgadvies voldoen en in dat kader zal hij ook ingaan op de gevolgen die
 de economische crisis naar zijn opvatting zal hebben voor de instellingen.
 Hoogachtend,
 Els H. Swaab                                                      Kees Weed a
 Voorzitter                                                        Algemeen secretaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               R.J.Schimmelpennincklaan 3
raad voor cultuur                                               postbus 61243
                                                                2506 AE Den Haag
 raad voor cultuur                                              telefoon +31(0)703106686
                                                                fax ~31(0)703614727
                                                                e-mail cultuur@cultuur.nl
                                                                www.cultuur.nl
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
de heer dr. R.H.A. Plasterk
Postbus 16375
2500 8J Den Haag
datum: 28 oktober 2009
ons kenmerk: rc-2008.04682172
onderwerp: Advies Eigen inkomstennonn voor cultuurproducerende instellingen in
de Basisinfrastructuur.
 Zeer geachte heer Plasterk,
 Uw adviesaanvraag van 24 juni 2009 bevat drie vragen die betrekking hebben op het
 voornemen om een eigen inkomstennonn vast te stellen voor cultuurproducerende
 instellingen in de Basisinfrastructuur (BIS). Het voorstel voor deze nonn is uitgewerkt in
 het rapport Eigen inkomstennonnen voor de cultuurproducerende instellingen in de
 basisinfrastructuur, dat tot stand is gekomen op basis van overleg met vertegenwoordigers
 van de culturele sector en uw ministerie. U schaart zich achter het rapport en geeft aan dat u
 voornemens bent de daarin opgenomen aanbevelingen over te nemen. U vraagt of de Raad
 op het voorstel wil reflecteren. Daarnaast vraagt u of de Raad naar aanleiding van de
 inhoud van het rapport wil schetsen hoe hij zijn adviesrol in de toekomst zal gaan invullen.
 Tot slot vraagt u of er gegronde reden is om een achttal instellingen die vooral activiteiten
 voor de eigen sectoren ontwikkelen uit te zonderen van de voorgestelde eigen
inkomstennonn.
Uw laatstgenoemde vraag heeft de Raad beantwoord in het deeladvies dat u op 15
september j.1. is aangeboden. Daarin heeft de Raad aangekondigd zijn advies over de
andere vragen begin november uit te brengen. Voor de beantwoording van de vraag over de
invulling van zijn adviesrol heeft de Raad echter meer tijd nodig, tot eind november. Dat
hoeft:de reactie op uw eerste vraag, reflectie op het voorstel als zodanig, niet op te houden.
Daarom heeft de Raad besloten dit te ontkoppelen van zijn advies over de invulling van zijn
eigen adviesrol.
In zijn advies van 15 september jl. he.eft:de Raad al aangegeven geen aanleiding te zien de
percentages voor de eigen inkomsten ter discussie te stellen. De voorgestelde basis- en
groeinonn zijn immers tot stand gekomen in samenspraak met het veld. De Raad is zich er
van bewust dat dit een belangrijk argument is voor uw beslissing om het voorstel over te
nemen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                 pagina:2
raad voor cultuur                                                  rc-2008.04682/72
 raad voor cultuur
   Het voorstel past in de ontwikkeling om de rechtstreekse ministeri~le bemoeienis met
   culturele instellingen terug te dringen. Sinds in 1992 de 15% eigen inkomstennonn voor de
   podiurnkunstinstellingen werd ingevoerd, stuurt de overheid culturele instellingen in
   toenemende mate op basis van vooraf geformuleerde prestatie-eisen. Met het huidige
   voorstel om een eigen inkomstennorm te introduceren voor alle cultuurproducerende
   instellingen in de Basisinfrastruetuur wordt een volgende stap in deze ontwikkeling gezet.
   De overheid zal alleen dan een directe subsidierelatie met cultuurproducerende instellingen
  aangaan, als de exploitatie door een substanti~le gemengde financiering wordt gedragen.
  De Raad steunt u in dit voornemen.
  Hij hecht er evenwel aan om in dit advies enkele kanttekeningen te plaatsen bij de inhoud
  van het rapport Eigen inlcomstennormen 'Voor de cuftuurproducerende       instellingen in de
  basis infrastructuur en u enkele overwegingen aan te reiken.
  De Raad heeft de hoogte van het basispercentage van 17,5% niet ter discussie gesteld, maar
  hij heeft in zijn deeladvies van 15 september wel gepleit VOormeer ruimte om de eigen
  inkomstennorm genuanceerd en gedifferentieerd toe te passen. Volgens het rapport dienen
 alle cultuurproducerende instellingen per 2013 minimaal 17,5% eigen inkomsten te
  verdienen. Vervolgens wordt van hen verwacht dat zij zich inspannen om via een groei van
 ge~iddeld 1% per jaar op een niveau uit te komen dat tussen 21,5% en 30% eigen
  inkomsten ligt. I
 De raad wil graag naar voren halen dat het stimuleren van cultureel ondernemerschap _om
 het maatschappelijk draagvlak van culturele instellingen te versterken en te verbreden _het
 centrale uitgangspunt is voor de introductie van de eigen inkomstennonn. Actief en
 succesvol cultureel ondernemerschap, dat tot een breder maatschappelijk draagvlak leidt,
 kan zich volgens de Raad echter ook manifesteren in activiteiten die niet één op één
 bijdragen aan het verwerven van meer eigen inkomsten.2
 Product. markt
 De Raad is van mening dat de aard van de activiteiten mede richtinggevend moet zijn voor
 de opdracht aan de instellingen om een bepaalde hoeveelheid eigen inkomsten te realiseren.
 De product - markt combinatie(s) en de daarbij behorende mogelijkheden en moeilijkheden
om eigen inkomsten te verwerven is met andere woorden een belangrijke factor in de
analyse van het 'verdienvermogen' van een instelling. Een basisnorm van 17,5% biedt
houvast in deze analyse maar de Raad wil er voor waarschuwen deze norm niet te strikt toe
te passen en de noodzakelijke opbouw van een evenwichtige Basisinfrastructuur mede in de
overwegingen te betrelcken. Mocht een instelling niet voldoen aan de basisnorm, dan zal ,
mede aan de hand van de sectoranalyse en de benchmark, moeten worden nagegaan ofhier
gegronde redenen voor zijn in relatie tot de specifieke opdracht (functie) van de instelling
en haar product. marktcombinaties. Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat een instelling
1 Volgensde cijfers van het ministerievan OCW zullen- op dit momentgemeten. in totaaltussen40
en 50 instellingendezegroei moetengaanrealiseren.
2 Educatieen wijkgerichteactiviteitenbijvoorbeelddragenniet tot nauwelijksbij aanhet verhogen
van de eigen inkomsten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                   pagina:3
 raad voor cultuur                                                 rc-2008.04682172
raad voor cultuur
 raad voor cultuur
   die een groei naar 15% eigen inkomsten heeft gerealiseerd meer ondernemerschap heeft
   getoond en een grotere inspanning heeft moeten verrichten dan instelJingen die het dubbele
   percentage hebben gehaald. De operationele en strategische keuzes die een instelling
   daarbij heeft gemaakt zijn een belangrijke wegingsfactor in het uiteindelijke oordeel over
   het ondernemerschap.
   In dit verband zou het zijns inziens wenselijk zijn om te achterhalen waarom een aantal
  cultuurproducerende instellingen in de basisinfrastructuur op dit moment geen 17,5% eigen
   inkomsten behalen. 3
  Om instellingen op weg te helpen om meer eigen inkomsten te verwerven heeft u een
  (tijdelijke) matchingsregeling en een (tijdelijke) innovatieregeling in het leven geroepen.
  De eerste resultaten van deze regelingen kunnen pas in de loop van 20 I0 worden
  beoordeeld. Ook daannee zal het inzicht groeien over de mate waarin de basisnonn een
  bruikbaar en stimulerend instrument is. In samenhang hiennee moet worden bezien ofde
  matchingsregeling ook na 2013 van kracht moet blijven.
  Groeinorm
  De Raad vindt de groeinorm van in totaal 4% per Subsidieplanperiode ambitieus, en in deze
  periode van economische crisis wellicht te ambitieus. De Raad vraagt zich af of in de
  uiteenlopende segmenten van de culturele sector wel voldoende groeimogelijkheden zijn
  om jarenlang het gemiddelde van I% groei te halen. Daarom onderschrijft de Raad ook
  nadrukkelijk het "pas toe ofleg uit" principe dat ook in het rapport Eigen inkomstennormen
  voor de cu/tuur producerende instellingen in de bosisinfrastructuur, wordt voorgesteld,
  evenals de in het rapport bepleite mogelijkheid om in economisch moeilijke tijden de
 normen genuanceerd toe te passen.
 Sinds maart 2009 monitort de Raad de doorwerking van de financi!le en economische crisis
 op de culturele sector. Óp basis van een brede raadpleging van branche. en
 koepelorganisaties verkrijgt de Raad periodiek stemmingsbeelden, waaruit blijkt waar en in
 welke mate de crisis de verschillende segmenten van de culturele sector raakt. Zichtbaar is,
 dat in verschillende sectoren de ruimte voor verwerving van meer eigen inkomsten afneemt
 Soms betreft het al substanti!!le dalingen, soms nog een aarzelend startende neergang. De
 Raad zet deze monitoring door in 20 I O.
  Meerwaarde
 Een van de belangrijke kenmerken van kunst en cultuur(instellingen) is, dat er een
 intrinsieke relatie is met innovatie, fundamenteel onderzoek, vernieuwing en creativiteit,
die zeker in een neerwaartse conjunctuur hoog gehouden moet worden.
3  Volgens de gegevens van het ministerievan OCW gaathet om 138 instellingendie een functiein de
BIS vervullen. Daarvan hebben6 instelJingenvolgensde berekeningen10% of mindereigen
inkomsten.De overige 19instellingendie nog niet een percentagevan 17,5%halen, zinen er dicht
tegen aan. Opvallend is, dat in totaal 10museaop dit momentniet op 17,5%zitten. Vande 138
instellingenhebben ongeveer 80 instellingen30% afmeer eigen inkomsten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                                                pagina: 4
raad voor cultuur                                               rc-2008.04682172
raad voor cultuur
raad voor cultuur
 Een toekomstgerichte overheid stimuleert en ondersteunt innovatie op allerlei terreinen:
 technisch, maatschappelijk, sociaal, producttechnisch, bedrijfsmatig, et cetera. De
 cultuursector is bij uitstek het laboratorium waar innovaties worden ontwikkeld en getest.
 Natuurlijk is daarvoor een maatschappelijk draagvlak uiterst belangrijk, maar het is goed
 om de paradox van de legitimering te blüven onderkennen: het ondersteunen van
 laboratoria ten behoeve van het algemeen nut kan nu eenmaal niet altijd rekenen op een
 ruime meerderheidssteun.
 Tot slot
 De Raad werkt aan een voorstel voor de invulling van zijn adviesrol. Deze reflectie op de
 toepassing van het nieuwe normenstelsel voor eigen inkomsten is één van de belangrijke en
 richtinggevende aspecten in de ontwikkeling van een beoordelingsmethodiek ten behoeve
 van de adviespraktijk van de Raad. Hij hecht er zeer aan om de analyse en de beoordeling
 van het cultureel ondernemerschap en de daaruit voortvloeiende verbreding van het
 maatschappelijk draagvlak zorgvuldig te integreren in zijn adviezen.
 Hoogachtend,
 Voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                             Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                                             Wetenschap
 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
                                                           Raad voor Cultuur
                                                                                            Rijnstraat 50
 Raad voor Cultuur
                                                           INGEKOMEN                        Den Haag
                                                                                            Postbus 16375
 Postbus 61243
                                                            2 5 JUN 2009
                                                                                            2500 BJ Den Haag
 2506 AE DEN HAAG                                                                           www.mlnocw.nl
                                                                                            Contactpersoon
                                                  (;IQ",.,                                  N. vomBruch
                                                  NF,~c. -'U>f)'8.    o4b9'Z/b~             T +31-70-4122678
                                                                                            n.vombruch@minocw.nl
                  24 JUNI 2009
                                                                                            IPC 3300
 Datum
 Betreft         Eigen inkomstennormen cultuurproducerende       instellingen               Onze referentie
                                                                                            132867
                 basisinfrastructuur
Geachte Raad,
 Hierbij treft u het voorstel Eigen inkomstennormen voor de cultuurproducerende
instellingen in de basisinfrastructuur. Dit voorstel is het resultaat van overleg
tussen vertegenwoordigers van brancheverenigingen en platforms uit de cultuur-
en erfgoedsector en medewerkers van mijn departement.
Ik ben voornemens dit voorstel over te nemen. Als dit voorstel u nog aanleiding
geeft tot het maken van opmerkingen dan hoor ik dat graag.
Nader advies vraag ik u op twee onderdelen.
- Het voorstel heeft consequenties voor de wijze van beoordelen van
      subsidieaanvragen door de raad. Ik verwijs naar de betreffende tekst in het
      voorstel. Ik verzoek u mij binnen de bestaande financiële kaders een voorstel
      te doen voor de invulling van deze adviesrol.
- Onder de cultuurproducerende instellingen vallen ook de ontwikkelinstellingen,
      die op basis van artikel 91 van de ministeriële regeling worden gesubsidieerd.
      Een aantal instellingen produceert zelf geen cultuuruitingen, maar specifieke
      activiteiten ten dienste van hun sector. Dit is uiteraard bepalend voor de
      condities voor het realiseren van eigen inkomsten. Het gaat om: Fonds
      Bijzondere Journalistieke Projecten, Binoq/Atana, Eutopia, Architectuur
      Lokaal, Digitaal Erfgoed Nederland, Archiprix, Europan Nederland en EI Hizjra.
      Ik verzoek u mij te adviseren of bovengenoemde instellingen om genoemde
      redenen vrij moeten worden gesteld van de voorgestelde normen.
Eventuele opmerkingen over het voorstel en het advies over de
ontwikkelingsinstellingen ontvang ik graag voor 1 september. Het advies over de
gevolgen van het voorstel voor de werkwijze van de raad ontvang ik graag voor 1
november.
Met vriendelijke groet,
de minister van ond~1              ~          Wetenschap,
dr.    onald H.A. Plasterk
                                                                                           Pagina    1 van 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>