<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                             R.J.Schimmelpennincklaan 3
raad voor cultuur                                             3°3's-361-43
                                                              2506 AE Den Haag
 raad voor cultuur                                            tcicecc..31<o>7031osess
                                                              fax +31(o)70 3614727
                                                              e-mail cultuur@cultuur.nl
                                                              www.cultuur.nl
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
 de heer dr, R.H.A. Plasterk
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
 datum: 18 februari 2010
 uw kenmerk: DK/I&I/119455
uw brief van: 23 april 2009 -
ons kenmerk: mzk-2009.05289/4
 onderwerp: advies over het orkestenbestel
 Geachte heer Plasterk,
U vraagt de Raad naar een evaluatie van én een toekomstvisie op het orkestenbestel als
 onderdeel van de recentelijk ingevoerde basisinfrastructuur. Ook vraagt u zich af of het
bestel in de toekomst de symfonische traditie levend kan houden en welke aanpassingen
 eventueel nodig zijn voor een balans in de muzieksector en om in te spelen op
maatschappelijke ontwikkelingen. De belangrijkste aanzet heeft de Raad gegeven in
hmoveren, particgeren/, waarin hij stelt dat er op dit moment nauwelijks sprake is van een
samenhangend bestel en vooral flexibiliteit en samenwerking ontbreken.
De Raad heeft de opdracht ruim opgevat. Dit advies gaat niet alleen over symfonische
traditie,' maar over levende muziek, ook die van nu;Instandhouding klinkt te veel naar
stilstand en de Raad spreekt liever van vitalisering.
Een andere inrichting van het bestel zal dit keer niet gaan over opheffingen of fusies, maar
fundamentele zaken als resultaatgerichtheid, een andere financieringsgrondslag en
rechtspositie, meer samenwerking, professionalisering van de orkestorganisatie in een
gericht en effectief veranderingsproces. De aanbevelingen vragen op de korte termijn
inhoudelijke en (eenmalige) financiële investeringen en gaan op de lange termijn
waarneembare resultaten opleveren voor het hele bestel.
Orkesten zijn de hoeders van het westerse muzikale werelderfgoed. Zonder symfonische
cultuur kan een groot deel van het klassieke muziekrepertoire eenvoudig niet klinken.
Het spelniveau is hoog: vele Nederlandse orkesten doen mee in de eredivisie van de
internationale orkesten. We kunnen in Nederland niet meer spreken van zwakke orkesten. De
    De Raad verstaat onder symfonische traditie: symfonische muziek uitvoeren voor een
  publiek, waaronder Nederlandse en nieuw gecomponeerde muziek. De definitie van een
  orkest: een groep van meer dan 20 personen die onder leiding van een dirigent,
  concertmeester of solist symfonische muziek uitvoeren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                              pagine
 raad voor cultuur                                               mzi-2009.os289l4
  raad voor cultuur
laatste tien jaar hebben ook de regionale orkesten artistiek gezien een grote ontwikkeling
doorgemaakt.
De internationale kwaliteit van de Nederlandse orkesten is een 'unique selling point':
buitenlandse tournees worden gekoppeld aan handelsmissies; orkesten treden op als
ambassadeurs.
Alle orkesten geven concerten met grote inzet en krijgen daarvoor grote artistieke
waardering. De orkesten leveren ook een belangrijke bijdrage aan de uitvoeringen van
opera's en ballet, waardoor internationaal gerenommeerde topvoorstellingen mogelijk zijn.
Daarnaast maken zij serieus werk van educatieve concerten en nieuwe concertvormen en
zoeken het publiek ook buiten de concertzaal op, soms letterlijk, soms virtueeL Maar veel
van die initiatieven gebeuren nog steeds ad hoc; ze zijn weinig verankerd in de organisatie en
in een artistiek-visionair beleid.
In uw brief2 maakt u zich zorgen over het publieksbereik en de hoge leeftijd van het
concertpubliek van de Nederlandse orkesten. U vraagt de Raad voor Cultuur hoe de orkesten
 erin kunnen slagen een jonger publiek te vinden. Tegelijkertijd stipt u de mogelijkheden aan
om meer en een divers publiek-te bereiken door (nieuwe) media, podia en taakverbreding.
Hoewel het bezoek aan klassieke concerten tussen 1995 en 2007 redelijk stabiel bleeff
stagneert de aanwas onderjongere concertbezoekers. De Raad deelt uw zorgen op dit punt.
 Gecombineerde gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien dat er
 inderdaad sprake is van generatie-effecten in het concertbezoek aan klassieke concerten die
 ertoe leidden dat de gemiddelde leeftijd van klassieke concertbezoekers in de periode 1995
 tot 2007 sterk is toegenomen.4
De orkesten staan voor een niet geringe uitdaging een twee sporenbeleid te ontwikkelen om
zowel het trouwe publiek te blijven boeien én tegelijkertijd een jonger en cultureel diverser
publiek te trekken. De Raad vertrouwt erop dat met zijn aanbevelingen orkesten in staat
 zullen zijn het 'product' symfonische muziek in alle facetten verder te ontwikkelen en
 daardoor een jonger en divers publiek zullen aanspreken en ook de opkomende vergrijzing
 van het bestaande concertpubliek verzilveren.
Het is niet voor het eerst dat de orkesten worden uitgedaagd zich aan te passen aan
veranderende maatschappelijke omstandigheden. Al vanafde jaren zestig wordt druk
uitgeoefend op de orkesten zich open te stellen voor nieuwe muziek, die vaak andere dan
traditioneel symfonische bezettingen vraagt. Uiteindelijk vond de grote
 vernieuwingsbeweging in de klassieke muziek plaats buiten de orkesten om. Diverse
 ensembles ontwikkelden zich tot nieuwe motoren in het muziekbestel. Er ontstond een
bloeiende oude en nieuwe muziekbeweging.
   2 Zie de adviesaanvraag in de bijlage.
   3 13% van de bevolking van zes jaar en ouder bezocht in 1995 klassieke concerten
   tegenover 12% in 2007, A. van den Broek e.a., Cultuurbewonderaars en
   cultuurbeoefenaars, SCP 2009, pag. 50. Alleen een tijdelijke opleving van operabezoek in
   de jaren negentig zorgde in 1995 voor een rooskleuriger beeld van het bezoek aan klassieke
   muziek in het algemeen.
   4 Zie de bijlage op pag, 36.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 paginas
raad Voor cultuur                                                 mza-2009.os289/4
raad voor cultuur
 De orkesten leken daarmee gevrijwaard van fundamentele bezinning op hun rol. Van
 buitenaf vonden vervolgens in een aantal fasen ingrepen in het orkestenbestel plaats, in de
 vorm van fusies en inkrimpingen van het aantal orkesten, met als doel budgetten vrij te
 maken ter ondersteuning van de verschuivingen in de muziekwereld.
 Hoewel verschillende adviezen waarop deze ingrepen gebaseerd waren, ook aanbevelingen
 deden om de orkesten als organisatie en als muziekproducerende instelling intern te
 veranderen, werden die meestal niet opgevolgd. Het meest recente voorbeeld betreft de niet
 opgevolgde aanbevelingen van de commissie Hierck5 over samenwerking in en actualisering
 van de concertpraktijk. Die werden destijds door alle orkesten onderschreven, maar de Raad
 constateert dat er anno 2010 weinig van terecht is gekomen en dat de urgentie ervan is
 toegenomen.
 Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van deze stagnatie, vonden voor dit advies
 literatuurstudie, een cijfermatige inventarisatie6 en gesprekken plaats met de betrokken
 partijen over hun ambities en knelpunten, Waar nodig werden vergelijkingen gemaakt met
 ontwikkelingen in het culturele veld en het buitenland.
 Onder de orkesten bleek een voedingsbodem aanwezig voor het inslaan van nieuwe wegen,
 individueel en in gezamenlijkheid. De Nederlandse orkestensector zoekt actiefnaar vormen
 van samenwerking, synergie en aanzetten tot innovatie, zowel op het gebied van educatie als
 presentatie van.het klassieke concert. Maar samenwerking loopt nogal eens stuk op een wens
 tot onnodige profilering.
 Voor het voortbestaan van het gehele bestel zullen de orkesten daadwerkelijk samen moeten
 werken. Van 'splendid isolation' kan geen sprake meer zijn als zij actiever willen gaan
 inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Voor een vitalisering van het orkestenbestel
 zijn interne veranderingen in organisatie en personeelsbeleid en samenwerking met collega-
 orkesten en andere podiumkunstorganisaties, podia en financiers cruciaal.
 Nu, aan het begin van de werking van de basisinfrastructuur, is een geschikt moment om
 enkele essentiële veranderingen teweeg te brengen. U vraagt nadrukkelijk om te adviseren
 binnen de bestaande financiële kaders. In het bijgaande advies formuleert de Raad voor
 Cultuur antwoorden op uw vragen. Hij geeft in vijf stappen, die elkaar logisch opvolgen en
 niet los van elkaar te zien zijn, de richting aan voor een orkestenbestel dat de uitdagingen
 van de toekomst aangaat.
 In 2012 moeten de orkesten daarvoor geëquipeerd zijn. In 2016 moet dat bewezen zijn.
 Anders stellen de orkesten de rechtvaardiging van hun positie in de (muzikale) samenleving
 dramatisch in de waagschaal.
 Ho g hte      ,
 Els Swaab                                                          Kees Weeda
 Voorzitter                                                         Algemeen retaris
    & Commissie Hierck, Met het oog op de toekomst, 2001.
   6 Een gebrek aan uniform en relevant cijfermateriaal bemoeilijkte dit proces.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                       pagina:s
raad Voor cultuur                                        mzi-2009.os289/4
 raad Voor cultuur
Inhoud
I      Situatieschets                                              pag. 6
U      Van output naar outcome                                     pag. 13
III    Financiering en inrichting van het bestel                   pag. 22
IV     Maatschappelijke verankering, samenwerking en allianties    pag. 26
V      Op weg naar professionalisering en innovatie                pag. 28
VI     Veranderingsproces                                          pag. 33
VII    Vervolg                                                     pag. 35
VIII   Bijlagen                                                    pag. 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 pagina:s
raad Voor cultuur                                                 mzi-2009.05289/4
raad voor cultuur
I Situatieschets
Hetflexibele orkest
Sinds de jaren vijftig leeft de wens en zijn er initiatieven om orkesten in beweging krijgen en
te ontwikkelen. De toenmalige artistiek directeur van het Concertgebouworkest Marius
Flothuis schreefin 1964: "Het is te hopen, dat men tijdig inziet, dat een orkest geen statisch
object is, maar een organisme dat meegroeit - of althans moet groeien - met de muziek. [..)
Doch wij mogen niet doof en blind zijn voor de jongste ontwikkelingen en zullen de moed
en durf moeten hebben het ensemble ook daaraan aan te passen, opdat aan de jonge
componisten dezelfde kansen kunnen worden geboden als aan hun illustere voorgangers."7
Vanaf de jaren zestig zijn er discussies over het orkestenbestel gaande. Plannen van onder
meer Ton de Leeuw, Lex van Delden en Hein Jordans beoogden flexibeler orkesten, zodat
deze in wisselende formaties oudere en nieuw gecomponeerde muziek konden gaan spelen.
Deze plannen ondervonden aanvankelijk veel weerstand. Zo moest Piet Heuwekemeijer in
 1967 nog opstappen als directeur van het Concertgebouworkest, omdat het bestuur zijn
 'orkestenplan' met repertoire-uitbreiding en de vorming van kamerensembles binnen
orkesten niet accepteerde. Tegelijkertijd betichtten avant-gardistische componisten hem van
conservatisme. Als zakelijk leider van de omroeporkesten propageerde Heuwekemeijer van
 1968 tot 1980 zijn idealen over flexibele orkesten en ensembles met meer succes en maakte
de wereldcarrière mogelijk van het uit omroepmusici geformeerde Orlando Strijkkwartet. "
Muzikale vernieuwing kreeg vorm buiten de orkesten om, door vanaf de jaren zeventig
geleidelijk vanuit de budgetten van de orkesten geld vrij te maken voor de ontwikkeling van
andere muzikale genres, zoals ensemble- en kamermuziek, muziektheater, jazz, pop- en
wereldmuziek. Deze beweging ging gepaard met de inkrimping van het aantal orkesten. Aan
het begin van de jaren tachtig telde het Nederlandse orkestenbestel zeventien orkesten (o.a.
toen ook nog voor operette en koorbegeleidingen).
Na verschillende bezuinigingsrondes in de jaren tachtig en negentig en het advies van de
staatscommissie Hierck" in 2001 bleven uiteindelijk twaalf orkesten over, waarvan tien sinds
de invoering van de basisinfrastructuur vanaf2009 een langjarig subsidieperspectiefhebben
en twee omroeporkesten uit de mediabegroting worden gefinancierd.
  7 M. Flothuis in 'Concertgebouworkest 75 jaar' geciteerd in P. Heuwekemeijer, De
  autobiografie van Piet Heuwekemeijer, vijftigjaar symfonieorkest, 2000, pag. 261-262.
  * R. de Beer, Het ideaal van een flexibel orkest, Volkskrant, 19 maart 2008.
  * Het advies Met het oog op de toekomst luidde de fusie in van het Noord Hollands
  Philharmonisch met het Nederlands Balletorkest tot Holland Symfonia. In 2003 ging op
  advies van de commissie Hierck het Radio Symfonie Orkest op in het Radio Filharmonisch
  Orkest en de Radio Kamer Filharmonie van het Muziek Centrum van de Omroep (MCO).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   raad voor cultuur                                              ,.gie
  raad vOOr cultuur                                               mze-2009.os289/4
   raad vOOr cultuur
  Behalve een voorstel voor twee fusies deed de commissie Hierck in 2001 onder meer de
  volgende aanbevelingen:
•   professionele, gezamenlijke en systematische benadering van muziekeducatie door de
    orkesten;
•   coördinatie en afstemming via het Contactorgaan Nederlandse Orkesten (CNO) van
    gezamenlijke activiteiten op het gebied van programmering, marketing, educatie en
    participatie;
•   meer onderlinge samenwerking en uitwisseling van programma's in elkaars series;
•   flexibilisering van de arbeidsverhoudingen in de orkesten onder meer door structureel
    loopbaanbeleid en een meer gevarieerd takenpakket voor musici;
•   betere aansluiting bij de actuele muziekpraktijk door verstrekken van opdrachten aan
    componisten en composers in residence-projecten;
•   professionele presentatie, op het podium en door marketing.
  De Raad constateert dat deze aanbevelingen tienjaar later nog nauwelijks zijn opgevolgd.
  Kennelijk was er onvoldoende noodzaak of druk voor het bestel om deze aanbevelingen, die
  de Raad volledig ondersteunt, op te pakken. De Raad zal ze in geactualiseerde vorm
  nogmaals doen.
  Orkestenlandschap
  Nederland kent een bijzonder gevarieerd en rijk orkestenlandschap. De tegenwoordig zonder
  uitzondering op hoog internationaal niveau spelende orkesten uit de basisinfrastructuur
  vormen met de omroeporkesten en enkele in een specifiek repertoire gespecialiseerde
  orkesten (zoals het ASKOISchönberg, het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Amsterdam
  Baroque Orchestra) de top van een fijnmazig orkestenweefsel, dat internationaal gezien
  uniek is en beschouwd kan worden als het boegbeeld van de Nederlandse, symfonische
  traditie.
  Het professionele landschap varieert van het gesubsidieerde Koninklijk
  Concertgebouworkest (in 2008 door het Britse muziektijdschrift Gramophone tot het beste
  orkest van de wereld uitgeroepen) tot het wereldwijd vermaarde orkest van André Rieu dat
  commercieel opereert. Tussen deze uitersten bewegen zich gesubsidieerde symfonieorkesten,
  een scala aan diverse kamer- en projectorkesten (van Amsterdam Sinfonietta tot Magogo uit
  Tilburg) en orkesten met een bepaald specialisme, bijvoorbeeld barok, nieuwe muziek of
  koorbegeleiding. Er is een actief circuit van commerciële orkesten, zoals musicalorkesten en
  daarnaast (militaire) harmonie- en fanfareorkesten en opleidingsorkesten. Behalve de
  rijksoverheid financieren sponsors en een aantal andere overheden verschillende
  gezelschappen in het orkestenlandschap.
  Daarnaast kent Nederland een groot aantal amateurorkesten. Honderden enthousiaste
  symfonie-, strijk-, blaas- en slagwerkorkesten, jeugdorkesten, muziekschoolorkesten en jong
  talentorkesten spelen (arrangementen van) het symfonische repertoire. Ook zij dragen actief
  bij aan het draagvlak voor de symfonische traditie.
    * Rapport Commissie Hierck, pag. 34-35,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                              pagina:s
raad Voor cultuur                                              mzk-2009.05289/4
 raad voor cultuur
Een kenmerk van de orkestpraktijk is de voortdurende interactie tussen orkesten en musici.
Er zijn slechts vage grenzen tussen gesubsidieerd en commercieel, tussen amateur en
professioneel. Het Nationaal Jeugd Orkest en semiprofessionele gezelschappen bereiden
bijvoorbeeld amateurmusici voor op de beroepspraktijk. Musici uit gesubsidieerde orkesten
'schnabbelen' in commerciële orkesten, coachen blaasorkesten of doceren aan conservatoria
en muziekscholen. Amateurs doen hun eerste orkestervaring op in een orkest gedirigeerd
door een musicus uit het plaatselijke beroepsorkest.
De vele podia die Nederland rijk is, bieden de verschillende orkesten huisvesting en
speelmogelijkheden. Zij vormen een belangrijke pilaar voor de symfonische traditie, De
samenwerking tussen podia en orkesten is niet altijd even structureel of constructief. Op dit
moment zitten orkesten binnen het aanbod van de podia te veel op een eiland. Dat geldt voor
het geheel, maar ook voor orkesten in hun 'eigen' zalen. Er is nog geen of onvoldoende
samenwerking in programmering, marketing en publiekbereik.
Orkestenbestel: spreiding, lacunes en disbalans
Tien orkesten vormen samen het huidige orkestenbestel in de basisinfrastructuur. Zij
ontvangen in het muzieklandschap de meeste rijkssubsidie en hanteren een zelfde soort cao.
Deze orkesten maken met het ministerie prestatieafspraken, die vooral bestaan uit de
aantallen symfonische concerten en de begeleiding van De Nederlandse Opera (DNO),
Opera Zuid (OZ), de Nationale Reisopera (NRO), Het Nationale Ballet (HNB) en het
Nederlands Datis Theater (NDT), geformuleerd in de beleidsplannen. Twee omroeporkesten,
gefinancierd uit de mediabegroting, vervullen een belangrijke rol bij de registraties van de
zendgemachtigden. Zij dragen voor een groot deel bij aan uitvoeringen van symfonische
muziek via radio en tv en zijn actief op de podia van Utrecht en Amsterdam.
De Raad vindt dat het bestel het land redelijk kan bedienen met symfonische concerten en
begeleidingen, met uitzondering van de provincies Utrecht, Flevoland en Zeeland. Door de
verbeterde spelkwaliteit van de individuele orkesten van de afgelopen twintig jaar zijn
kwalitatiefhoogwaardige muziekvoorzieningen ontstaan in regio's en steden die ook
internationaal hoge ogen gooien. Bovendien hebben de orkesten een leunfunctie" voor het
muziekleven door hun aanwezigheid in de omgeving en talrijke orkestmusici die muzikale
nevenactiviteiten verrichten.
De regio Utrecht heeft geen eigen orkest? Op dit moment vallen het Radio Filharmonisch
Orkest (RFO) en de Radio Kamer Filharmonie (RKF) deze lacune in spreiding grotendeels
op. Zij verzorgen in het seizoen 2009/2010 samen 26 concerten in Vredenburg Leidsche
Rijn? In de provincies Zeeland en Flevoland zijn de rijksgesubsidieerde symfonieorkesten
  " Zie de bijlage op pag, 37 voor een overzicht van het werkterrein van de
  rijksgesubsidieerde symfonieorkesten.
  " Innoveren, participeren!, pag. 157.
  " In het kader van de fusie van een Utrechts en twee Amsterdamse orkesten tot het
  Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO) is in 1988 afgesproken dat het NedPhO in
  Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht een vijftiental concerten verzorgt tegen een
  vastgestelde uitkoopsom. Deze afspraak is anno 2009 geheel verwaterd: dit seizoen speelt
  het NedPhO slechts een enkele keer in Utrecht.
  * De tijdelijke concertzaal van Muziekcentrum Vredenburg.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                             ,.g..:9
 raad vOOr cultuur                                             mzk-2009.os28914
 raad vOor cultuur
nagenoeg afwezig.
De omroeporkesten functioneren vrijwel geheel los van de andere tien orkesten. De
commissie Hierck stelde destijds voor de aanvullende en initiërende rol van de
omroeporkesten nadrukkelijker vorm te geven door onder andere een meer centrale
aansturing en een groter aandeel aanvullend en initiërend repertoire. De Raad signaleert dat
deze aanbeveling in de praktijk weinig dwingend bleek.
Doordat de financiering en beoordeling van de omroeporkesten op andere basis geschiedt
dan die van de andere orkesten kunnen zij bijvoorbeeld met lagere uitkoopsommen genoegen
nemen bij bespeling van randstedelijke en regionale concertzalen, wat oneerlijke
concurrentie binnen het orkestenbestel betekent.
Vooral het RFO begeeft zich de laatste jaren steeds vaker in het speelveld van de 'gewone'
orkesten". Het maakt tournees en cd's met standaardrepertoire, concerteert buiten het
speelgebied (ook zonder radio- of tv-opnames) en doet educatieprojecten in de regio. Dit
roept de vraag op of de afzonderlijke positie van de omroeporkesten nog langer
gelegitimeerd is.
Financiering
Naar de orkesten in de basisinfrastructuur gaat ruim 62 miljoen euro, verdeeld volgens de
Van Dael-norm" die twintig jaar geleden in het leven is geroepen. De norm heeft tot gevolg
dat orkesten worden gesubsidieerd op basis van het aantal formatieplaatsen van musici, die
vastgesteld wordt volgens een verdeling per landsdeel. Het aantal formatieplaatsen varieert
van 61 (LSO) tot 130 (NedPhO).
In de loop der jaren zijn de subsidiebedragen bijgesteld door onder andere voorstellen van de
commissie Hierck in 2001voor verandering van het aantal formatieplaatsen en
lumpsumwijzigingen en recentelijk van de minister, een lumpsumverhoging van het KCO
voor internationale excellentie.
Was het aandeel in het muziekbudget voor de symfonieorkesten op de begroting in 1946 nog
94%, in 1966 verminderde dit tot 81% en in 1986 tot 73%." In 2009 maakt het budget voor
orkesten ongeveer 70% uit van de muziekbegroting, muziektheater (opera) en festivals
uitgezonderd. Het budget voor muziektheater bedraagt 36,5 miljoen euro.
Cao
Hoewel de cao" bescherming van musici biedt, is deze uitgegroeid tot de belangrijkste
belemmering voor artistieke én bedrijfsmatige vernieuwing en voor de ontwikkeling van
nieuwe formats, presentatievormen en businessmodellen van de gesubsidieerde
symfonieorkesten. Herhaaldelijk blijkt dat de productionele potentie, zoals de inzet van
 is De werkzaamheden van de omroeporkesten zijn een resultaat van overleg tussen MCO,
 omroepen en NPO (Radio 4). In de vrije mimte doen RFO/RKF onder meer tournees,
 operabegeleidingen en educatie. De concerten in Utrecht en Amsterdam maken deel uit van
 concertseries van de omroepen.
 * De commissie Van Dael stelde in 1989 een genormeerd subsidiestelsel voor.
 " Ministerie OCW , Cultuurbeleid in Nederland, 2007.
  * CAO Nederlandse orkesten, 2009.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 pagic, to
raad voor cultuur                                                 mza-2009.os289/4
raad voor cultuur
musici in diensten en alle periodes van het jaar, niet optimaal wordt benut." Voorbeelden
zijn het relatief hoge aantal forfaitaire uren (voor reizen en zelfstudie) voor musici of de door
de cao beperkte inzet in de zomerperiode.
Prestaties
De kernactiviteiten van een orkest bestaan uit symfonische concerten en verplichte opera- en
dansbegeleidingen. Daarnaast moeten rijksgesubsidieerde orkesten voor hun
instandhoudingsfunctie repertoirevernieuwing, landelijke afstemming en spreiding
waarborgen en bijdragen aan in- en doorstroom van talent, cultuureducatie en -participatie en
een zo groot mogelijk publiek bereiken.20
Prestatieafspraken tussen bet ministerie en orkesten bestaan uit een in beleidsplannen
voorgenomen aantal concerten en begeleidingen. Talentontwikkeling, publieksbereik,
participatie en educatie worden beschouwd als 'niet afrekenbare' nevenactiviteiten en
worden niet officieel gemeten.
Door een rigide cao en beperkte prestatieafspraken gaat de taakverbreding van orkesten en
musici op het gebied van educatie, participatie, bereik en talentontwikkeling vaak buiten de
formele orkeststructuur om.
Maatschappelijke relevantie en implicaties voor de muzikale infrastructuur
De bijdrage van orkesten aan het muziekleven gaat verder dan symfonische concerten in de
concertzaal. Door cultuurparticipatie, bijvoorbeeld koorbegeleidingen en binnen- en
buitenschoolse educatieprogramma's, leveren orkesten een significante bijdrage aan de
kennismaking met en deelname aan klassieke muziek.
Dankzij de begeleiding van opera en dans 'om nieta van de gesubsidieerde orkesten kunnen
De Nederlandse Opera, het Nationale Ballet, de Nationale Reisopera, Opera Zuid en het
Nederlands Dans Theater rekenen op kwalitatiefhoogwaardige voorstellingen. In de periode
2005-2008 besteedden de tien orkesten 27% van hun kernprogramma (symfonische muziek
uitvoeren) aan opera- en dansbegeleidingen. Het 32%-aandeel voor orkesten van het
podiumkunstenbudget van het totaal," dat de minister in zijn aanvraag stelt, komt dus voor
een behoorlijk deel ten goede aan dans- en muziektheatervoorstellingen.
De aanwezigheid van een orkest in een regio of stad betekent dat een groot aantal
professionele musici dankzij hun (deeltijd)baan in een gesubsidieerd symfonieorkest
bijdraagt aan de muzikale infrastructuur. De leunfunctie van een orkest ontstaat doordat
musici in ensembles spelen, educatieprojecten ontplooien, lesgeven op muziekscholen of
conservatoria, (amateur)ensembles dirigeren of coachen.
De commissie Hierck pleitte voor een afwisselende beroepspraktijk voor musici met
activiteiten die binnen of uit naam van het orkest plaatsvinden met meer deeltijdcontracten.
Het orkest verstevigt hierdoor zijn merknaam in de regio of stad.
  * Uit gesprekken met betrokkenen werd de huidige cao genoemd als belangrijkste
 belemmering voor vernieuwing, flexibiliteit, effectieve en efficiënte inzet van de
 orkestcapaciteit en professionalisering.
 * Innoveren, participeren!, pag. 163.
 2 Uitsluitend de dagkosten worden betaald, niet de honoraria van musici. Voor een
  overzicht van de huidige begeleidingsverplichting zie de bijlage op pag. 37.
 " Zie adviesaanvraag in de bijlage.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                pagine
 raad VOOr cultuur                                                mzk-2009.os2ss/4
  raad v00r cultuur
De praktijk is nu dat vele musici nevenactiviteiten" hebben naast hun orkestbaan, vanuit
financiële overweging of als artistieke prikkel. In deze eeuw is een musicus niet veroordeeld
tot een specifieke functie als orkestmusicus, kamermusicus, solist of dirigent. Musici krijgen
steeds meer een inspirerende, gecombineerde beroepspraktijk. Anno 2009 heeft slechts 14%
van de musici een enkelvoudige muziekpraktijk?
Feit is dat dé orkestmusicus die zijn volledige werktijd in het orkest doorbrengt, nauwelijks
meer bestaat. Orkesten gebruiken bijvoorbeeld zelf de term muziekhuis2s en ondersteunen
musici in sommige gevallen door faciliteiten te bieden voor hun nevenactiviteiten als
kamermuziek, dirigeren of lesgeven, Op die manier worden niet alleen de orkesten, maar ook
de individuele musici ambassadeurs van klassieke muziek in regio's of steden.
Bereik
Populaire muziek- en theatervormen hebben de laatste decennia aan terrein gewonnen ten
koste van de klassieke muziek. De gang naar de klassieke concertzaal lijkt niet meer zo
vanzelfsprekend als dertig jaar geleden. Hoewel het bezoek aan klassieke concerten tussen
 1995 en 2007 redelijk stabiel bleef," lijkt in Nederland, net als in andere landen, sprake van
een stagnerende aanwas onder jongere concertbezoekers. Gecombineerde gegevens van het
 Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien dat er sprake is van generatie-effecten in het
concertbezoek aan klassieke concerten die ertoe leidden dat de gemiddelde leeftijd van
klassieke concertbezoekers in de periode 1995 tot 2007 sterk is toegenomen. De aanwas van
jongeren stagneert en zal bij ongewijzigde bezoekerspatronen de komende decennia
 aanleiding kunnen geven tot verdere inkrimpingen van het aantal orkesten.
In het opzicht van potentieel bereik ziet de Raad het niet somber in. Ongeveer 25% van de
bevolking luistert naar klassieke muziek op radio en tv en 45% naar eigen geluidsdragers; de
 overlap tussen deze groepen concertluisteraars blijkt klein.» Klassieke muziek via internet
wordt in publieksonderzoek buiten beschouwing gelaten, wat een omissie is, omdat naar
verwachting hier groei ontstaat. Vermeldenswaardig is dat 21% van de Nederlandse
bevolking 'aan muziek doet'. Op Zweden na heeft Nederland van Europa het grootste aantal
muziekbeoefenaars dat een instrument bespeelt, namelijk 19%."
Als orkesten niet gericht naar nieuwe wegen zoeken en zich actiever en communicatiever in
de maatschappij opstellen, lopen zij het gevaar dat volgende generaties onvoldoende in
  * Uit onderzoek blijkt dat 74% van de strijkers uit de cao-orkesten nevenactiviteiten
  hebben. Judith Wagter: Lerende musici, pag. 75.
  * L Hölzenspies, KNTV Onderzoeksverslag Project innovatie Beroepspraktijk, 2009.
  3 Het CNO hield in 2006 een symposium over het orkest als muziekhuis, door een van de
  orkesten als volgt geformuleerd: een creatieve orkestorganisatie met flexibel inzetbare
  muS1C1.
  E 13% van de bevolking van zes jaar en ouder bezocht in 1995 klassieke concerten
  tegenover 12% in 2007, A. van den Broek e.a., Cultuurbewonderaars en
  cultuurbeoefenaars, SCP 2009, pag. 50. Alleen een tijdelijke opleving van operabezoek in
  de jaren negentig zorgde in 1995 voor een rooskleuriger beeld van het bezoek aan klassieke
  muziek in het algemeen.
  " Zie de bijlage op pag. 36
  3 Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars, SCP 2009, pag. 107.
  * Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars, SCP 2009, pag. 71 en 83.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                             pagina- a
raad voor cultuur                                             mza-2009.os28914
 raad voor cultuur
aanraking komen met de symfonische traditie.
Speelveld
Meer ambassadeurschap van orkesten én musici en daardoor een betere aansluiting op de
maatschappij en een groter draagvlak juicht de Raad toe. Maar om het bestel te vitaliseren en
legitimering van de subsidies in de omgeving te bevorderen, is het noodzakelijk het
speelveld van de symfonieorkesten anders in te richten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                                psgie.. a
 raad voor cultuur                                                mza-2009.os2s9/4
 raad voor cultuur
II Van output naar outcome
Resultaat (outcome)" in plaats van output is het gewenste beoordelingskader voor het
rendement van afzonderlijke orkesten en van het bestel als geheel.
Resultaat houdt in:
- het uitvoeren van symfonische muziek inclusiefbegeleidingen;
- bereik;
- participatie;
- educatie en
.. talentontwikkeling.
De komende jaren wordt een beschrijving en een nulmeting van resultaat ontwikkeld.
De Raad vindt dat de beoordeling van de prestaties van de orkesten op resultaat moet
plaatsvinden, zodat duidelijk wordt welk cultureel en maatschappelijk effect een orkest heeft.
Hij gaf in het vorige hoofdstuk aan dat het rendement en resultaat van een orkest in de
maatschappij niet altijd als activiteit waarneembaar zijn, maar aanzienlijk meer inhouden dan
alleen de output van aantallen concerten en begeleidingen.
Participatie, educatie, talentontwikkeling en bereik gaan binnen de orkesten integraal
onderdeel uitmaken van het beleid, zodat inspelen op maatschappelijke veranderingen
gericht en samenhangend gebeurt.
Als orkesten gaah sturen op resultaat vereist dat een mentaliteitsomslag, maar het biedt
kansen om het potentieel optimaal te benutten. De bandbreedtes kunnen variëren per orkest
en per resultaatgebied; zaak is dat de orkesten de komende jaren hun resultaat gaan
beschrijven en ontwikkelen met bijbehorende algemene bottomlines. Meting op resultaat zal
een kwantitatieve en vooral kwalitatieve beoordelingsmethode zijn die aanzienlijk
fijnmaziger is dan de huidige outputmeting en meer recht doet aan de grilligheid van de
artistieke praktijk.
Symfonische muziek
Orkesten waarborgen gericht zowel in nauwe samenwerking onderling als met podia
repertoirevernieuwing en -verbreding en ontwikkelen nieuwe presentatie- en
verschijningsvormen. Nieuw gecomponeerde en Nederlandse muziek en de betekenis voor
de muzikale infrastructuur in kaart brengen is een belangrijk onderdeel van het resultaat.
De kern van een orkest is symfonische muziek uitvoeren, symfonisch repertoire doorgeven
met eigen specialismen en repertoirevernieuwing waarborgen. Elk orkest kan de taak-
uitvoering van symfonische muziek vrij invullen, hetgeen zich kan vertalen in een scherp
artistiek profiel. Klank- en spelcultuur, repertoirebeleid, dirigenten-, concertlocatie- en
presentatiekeuze zijn daarin sterke identiteitsbepalende elementen. Door gerichte
repertoirevernieuwing en -verbreding en presentatie een eigen gezicht te geven, kan
publieksverjonging ontstaan en vinden orkesten meer aansluiting op de omgeving.
   "Zie de bijlage op pag. 38 voor een verduidelijking van resultaat (outcome).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>  raad voor cultuur                                               ragina:14
  raad voor cultuur                                               mzk-2009.os289i4
  raad voor cultuur
Orkesten moeten zich ook inspannen om hun betekenis voor de lokale, regionale en
internationale muzikale infrastructuur in kaart te brengen. Een overzicht van de voetafdruk in
de regio of stad met muzikale activiteiten die een orkest realiseert, inclusief die van de
individuele orkestmusici, is van belang voor de legitimering van orkesten in de omgeving en
het land.
De Raad ziet liever.minder concerten voor meer publiek in de concertzalen. Hij adviseert dat
met de capaciteit die vrijkomt door minder 'traditionele' concerten de orkesten gaan werken
aan productontwikkeling, zowel van de muziek als de presentatie en alles wat daarbij komt.
Zij kunnen zich meer gaan vertonen op nieuwe en/of virtuele podia, festivals en via media.
Eventueel ook soms in kleinere bezettingen, waardoor een grotere productiviteit mogelijk is.
Bij de orkesten is weinig aandacht voor nieuwe muziek. Te vaak zien zij hedendaagse
muziek als een verplicht nummer in plaats van een verrijking en een kans om daarmee nieuw
publiek te trekken. Dit laatste is al vaker in de praktijk gebleken.
Uit onderzoek blijkt ook dat nieuwe muziek een ander concertpubliek met zich meebrengt:
"Het publiek van hedendaagse (ensemble) muziek onderscheidt zich in een aantal opzichten
van het doorsnee concertpubliek. Het is gemiddeld hoger opgeleid, het heeft vaak een sterke
betrokkenheid bij cultuur of muziek, is jonger, diverser in zijn cultuurdeelname en
nieuwsgieriger, maar tegelijk kritischer dan het algemene·concertpubliek."
Voor veel traditioneel publiek mag hedendaagse muziek een brug te ver zijn, voor jongeren
kan nieuwe muziek de drempel naar de concertzaal verlagen en een eerste kennismaking
betekenen met de symfonische traditie. Hedendaagse, gecomponeerde muziek sluit in kracht,
dynamische contrasten en expressiviteit vaak beter aan bij de luistercultuur van jongeren dan
 'klassieke' klassieke muziek.
De orkesten kunnen zich rekenschap geven van deze kwaliteiten en best practices
ontwikkelen omeen levendige actuele muziekpraktijk te verankeren in de orkestorganisatie.
Nederlandse muziek
In een gezond muziekklimaat is er een balans tussen de scheppende en de uitvoerende kant
van de muziek. De Raad verwacht dat de orkesten een kritische én stimulerende rol hebben
in de huidige Nederlandse scheppende toonkunst, zodat een betekenisvolle wisselwerking
ontstaat. Hij beschouwt Nederlandse muziek als een wezenlijk onderdeel van de
symfonische traditie en van het te behalen resultaat.
Internationale profilering is behalve met de uitstekende spelkwaliteit ook mogelijk met een
interessante repertoirekeuze waarin Nederlandse muziek een rol speelt. Uit de
concertprogramma's van de afgelopen seizoenen blijkt echter dat weinig Nederlandse
orkesten repertoire uit eigen land spelen. De afgelopen vijfjaar nam het KCo, het toporkest
van Nederland, slechts drie Nederlandse composities mee op tournee van de in totaal 233
tourneestukken. De laatste drie jaar speelden de (omroep)orkesten gemiddeld ongeveer vijf
Nederlandse werken per seizoen. Enkele orkesten hebben een composer in residence-
  " C. Smithuijsen in 'Hoorspel' in Ssst!Nieuwe ensembles voor nieuwe muziek, 1996, pag.
   189.
  * Dat hier ook nog de nodige uitdagingen liggen voor de Nederlandse componisten is te
  lezen in het artikel van Micha Hamel, "Muziek voor deze wereld", De Revisor, Muziek en
  Poëzie, 4/5, 2009, pag. 41 ev.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> raad vOor cultuur                                                pagina:ls
 raad voor cultuur                                                mzi-2009.os289/4
 raad vOor cultuur
programma."
De commissie Hierck omschreefvoor de omroeporkesten een initiërende taak: nieuw
repertoire spelen en vervolgens delen met de sector. Op dit moment schiet die initiërende rol
tekort, doordat er nauwelijks overdracht van programma's en expertise van omroeporkesten
naar andere orkesten plaatsvinden.
Orkesten lopen bij repertoirevernieuwing of inzet van media tegen grenzen aan, zoals de
auteursrechten en hoge huurrechten voor partituren. Herneming en uitzending van nieuw
repertoire blijven ook hierdoor doorgaans uit.
Begeleidingen: van gedwongen naar vrÿe winkelnering
De Raad stelt een open praktijk van orkestbegeleidingen van professionele dans-, theater- en
operagezelschappen voor. Het bestel voelt gezamenlijk verantwoordelijkheid om samen te
werken met professionele gezelschappen uit andere disciplines, ook andere dan de nu
aangewezen opera- en dansgezelschappen. Orkesten zetten een nader te bepalen en uit te
werken aandeel van hun capaciteit, gerekend in uren of diensten, 'om niet' in voor
begeleidingen.
Begeleiding van professionele dans-, theater- en operagezelschappen behoort tot het resultaat
van de orkesten en draagt bij aan de culturele infrastructuur. Het bijzondere aan het
Nederlandse systeem, dat zo afwijkt van de praktijk in andere landen waar gezelschappen
meestal hun eigen orkest hebben, is dat gezelschappen hun begeleidingsbehoefte kunnen
invullen met het orkest dat voor een bepaalde productie het meest geschikt is. En de orkesten
zijn, door hun uitgebreide symfonische concertpraktijk, van een hoger niveau dan orkesten
met alleen een begeleidende taak. Zo zijn er weinig operagezelschappen in de wereld die met
orkesten van wereldklasse kunnen samenwerken.
Artistiek gezien verloopt de begeleiding op dit moment naar redelijke tevredenheid van de
meeste partijen. Bij de orkesten en de dans- en operagezelschappen is er meer behoefte aan
flexibiliteit en inzet in uren en diensten in plaats van het aantal producties.
In de praktijk blijkt dat de verplichting bij orkesten een motivatieprobleem kan geven bij
musici en directies. Archaïsche regels in de landelijke en lokale cao belemmeren een goede
samenwerking." Orkesten, die nu een aantal producties jaren van tevoren moeten
vastleggen, vrezen ervoor dat zij te weinig tijd overhouden voor concertprogramma's en
kunnen daarop worden afgerekend worden met de huidige prestatiecontracten. Bij de
  * In Finland heeft de branchevereniging van orkesten een groot composers in residence-
  programma ontwikkeld. De vereniging geeft compositieopdrachten aan componisten uit
  binnen- en buitenland. Die nieuwe werken blijven een aantal jaren binnen de
  branchevereniging, zodat orkesten muziek kunnen uitwisselen. Pas daarna volgt de
  publicatie van succesvolle composities bij een uitgeverij en kunnen andere partijen de
  muziek kopen. Het voordeel: kostenbesparing op rechten en landelijke aandacht voor
  binnen- en buitenlandse componisten.
  " Opera's die langer dan drie uur duren vergen extra diensten en dus geld. Archaische
  lokale orkestregels, bijvoorbeeld dat musici drie uur voor aanvang aanwezig moeten zijn,
  leveren zeer ingewikkelde reis- en repetitieschema's op en kost de orkesten naar
  verhouding te veel geld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                              pagina:lo
 raad voor cultuur                                              mza-2009.os289/4
 raad voor cultuur
orkesten is er behoefte aan een inzet op basis van aantal uren of diensten in plaats van
producties.
Het vastzitten aan voorafbepaalde begeleidingspartners wordt door zowel orkesten als
gezelschappen niet altijd als ideaal ervaren. De gespecialiseerde orkesten (Holland Symfonia
voor dans en het Nederlands Philharmonisch Orkest voor opera) oogsten veel lof voor hun
specifieke kwaliteiten voor begeleidingen, Maar de dans- en operagezelschappen en de
orkesten zelf ervaren het systeem te veel als een 'closed shop'.
De Raad stelt voor om de orkesten én de professionele opera, dans- en theatergezelschappen
meer keuzevrijheid te gunnen. Dat houdt in dat alle orkesten voor alle professionele
gezelschappen begeleidingen kunnen verzorgen. Opera-, dans- en theatergezelschappen
kiezen met welk orkest zij samenwerken, wat een prikkel voor de orkesten is om te voldoen
aan de hoogste kwaliteitseisen. Om een grote hoeveelheid aan opera- en dansbegeleidingen
door de rijksgesubsidieerde orkesten te waarborgen, kunnen twee orkesten zich richten op
een extra begeleidingstaak, zoals nu het geval is (zie het volgende hoofdstuk).
Alle orkesten besteden per subsidieperiode een nader te bepalen en uit te werken deel van
hun subsidie (in uren of diensten uitgedrukt) aan begeleidingen van professionele
gezelschappen 'om niet'. De meting van begeleiding vindt plaats op basis van het aantal uren
of diensten in plaats van het aantal producties. Daarvoor is eerst een nulmeting van de
huidige begeleidingscapaciteit in uren en diensten nodig, wat in zijn totaliteit een minimum
zal vormen voor toekomstige inzet van orkesten.
De capaciteit van het totaal aantal begeleidingen moet in de nieuwe structuur niet alleen
gelijk zijn aan de huidige vanafnulmeting, maar ook ruimte bieden voor andere
gezelschappen dan de huidige samenwerkingspartners. Zo vindt voor orkesten een eerlijke
verdeling plaats van de begeleidingen en ontstaat meer flexibiliteit en stimulans om allianties
aan te gaan met professionele gezelschappen.
Het doel is dat samenwerking van orkesten met andere disciplines een prominenter en
flexibeler onderdeel wordt van het orkestenbeleid. Daarnaast is er voor twee orkesten plaats
om zich in te schrijven op een extra begeleidingstaak van dans en opera, zodat de continuïteit
van begeleidingen op een hoog niveau gewaarborgd blijft. Als na een volgende
subsidieplanperiode blijkt dat het resultaat van de begeleidingen onvoldoende is, kan dat
terugvordering van subsidie betekenen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               pagina a
raad voOr cultuur                                               mzk-2009.os289/4
raad voor cultuur
Bereik
De Raad bepleit een verbreding en differentiëring van het begrip publieksbereik: iedereen
die activiteiten van een orkest meemaakt of ondergaat via live uitvoeringen en/of media.
Orkesten moeten hun bereik en een onderverdeling daarin zichtbaar maken en samen met
andere spelers in het culturele veld, zoals publieke en private media, gezamenlijke
strategieën voor bereik ontwikkelen. Zo kunnen orkesten hun publiek verjongen en
vernieuwen en gerichter aansluiting zoeken bij een potentieel publiek.
De Raad vindt dat opnames zonder winstoogmerk van orkesten al grotendeels uit publieke
middelen worden betaald en dat daarom extra vergoedingen voor musici voor orkestopnames
overbodig zijn.
De minister moet erop toezien dat de orkestensector, uitgevers en distributeurs tot werkbare
afspraken komen over realistische vergoedingen voor uitzend- en huurrechten via media.
Door de 'medialisering' - ofwel de opkomst en groei van audiovisuele mediat van de
muziekpraktijk is het lastig geworden om de vraag naar het publieksbereik te beantwoorden.
Bezoekers van klassieke concerten overlappen of bewegen zich naast toehoorders in talloze
andere situaties. Het concert kan live bezocht worden, live via de radio en internet beluisterd
en bekeken worden en later via tv, opnames of internet.
De Raad pleit voor een verbreding en differentiëring van het begrip publieksbereik: iedereen
die activiteiten van een orkest meemaakt of ondergaat via live uitvoeringen en media. Zo
krijgen orkesten de mogelijkheid op verschillende manieren hun voetafdruk in de
maatschappij te tonen.
De Raad is ervan overtuigd dat de orkesten hun bereik aanzienlijk kunnen uitbreiden via
(nieuwe) media. Orkesten hebben nu nauwelijks controle over hun mediaproductie en -
distributie. Via 'old school marketing' bereiken zij voornamelijk het eigen publiek. De
orkesten moeten veel intensiever werken aan (inter)nationale profilering en werving van
nieuwe publieksgroepen. Media, zoals digitale tv-kanalen, 'social media' en virtuele podia
bieden kansen voor zowel promotie, innovatie van concert- en presentatievormen en het
ontwikkelen van nieuwe businessmodellen."
Orkesten gebruiken ook op dit moment in enige mate cd's, dvd's, internet, radio en tv als
virtueel podium, promotiemateriaal, smaakmaker of middel om zich artistiek te ontwikkelen,
maar ondervinden in de huidige situatie belemmeringen, zoals hoge kosten voor
auteursrechten, distributiemaatschappijen, uitgevers en extra vergoedingen voor musici.
Hierdoor is bereikvergroting via media van niet alleen orkestmuziek maar ook ballet- en
operaproducties onmogelijk. Het bereik via virtuele podia en internet is ook van belang voor
  * Onder bereik via media wordt verstaan: orkesten die van zich laten horen en/of laten zien
  via ed, dvd, internet, radio en (digitale) tv,
 * Rainer Dollase, 'Wer sind die Musikkonsumenten?' In Arnold Jacobshagen/Frieder
  Reininghaus (Hg), Musik und Kulturbetrieb, Medien, Märkte, Institutionen, Laaber, 2006.
  " In 2008 bood het KCO bijvoorbeeld bij het 120-jarig bestaan tien gratis downloads van
  symfonieën op internet aan. In de eerste week waren er al meteen 250.000 downloads. Deze
  actie betekende 'exposure' voor het orkest en vergrootte het bezoekersbestand met vele
  nieuwe adresgegevens.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                               pagina:13
 raad voor cultuur                                               mza-2009.os239/4
 raad voor cultuur
internationale profilering.
De Raad vindt het uitgangspunt in de orkesten-cao dat opnames van klassieke muziek winst
opleveren en de daarmee samenhangende extra vergoeding van audio- en tv-opnames" aan
musici achterhaald. Hij is van mening dat opnames uit publieke middelen worden betaald en
de bepaling van de vergoeding voor auditieve en visuele media uit de cao moet verdwijnen
om orkesten de mogelijkheid te geven hun bereik te vergroten" via (live) uitzendingen en
geluidsdragers.
Bijkomend knelpunt voor de inzet van media zijn de aanzienlijk hogere kosten voor
huurrechten van partituren en orkestpartijen (via de uitgevers) bij vastlegging op cd of dvd of
uitzending via radio, tv of internet. De Raad ziet hier geen eenvoudige oplossing voor, maar
vindt het belangrijk dat de minister erop toeziet dat de sector, de uitgevers en distributeurs
tussen 2010 en 2012 tot werkbare afspraken komen over realistische vergoedingen.
Nieuwe media, zoals digitale tv-kanalen of internet, bieden kansen voor zowel promotie als
nieuwe concert- en presentatievormen. Meting en regelmatig publieksonderzoek kan het
bereik in kaart brengen en de orkesten helpen de juiste podia en promotiemiddelen te
matchen met de aanbiedingsvormen van klassieke muziek, waar concerten, begeleidingen,
outreach, educatie, talentontwikkeling, audio, video en promotie onder vallen. Een goede
weging van het bereik is belangrijk.
De Raad gaat ervan uit dat orkesten de komende jaren meer gebruikmaken van oude en
nieuwe podia (internet), moderne en verschillende promotie-instrumenten en minder
concerten gaan geven voor meer publiek, waardoor zij hun bereik substantieel vergroten en
differentiëren.
In de bijlage is een uitgebreide tabel opgenomen die de mogelijkheden laat zien hoe orkesten
hun bereik kunnen vergroten en differentiëren als er een andere omgang komt met beleid op
publieksbereik. Het voorbeeld maakt inzichtelijk hoe groot en divers de
publiekssamenstelling kan zijn, zowel lokaal, landelijk als internationaal in 2016, afgezet
tegen het huidige publieksbereik (meetpunt 2008). Bereik wordt niet alleen gedefinieerd als
'live' publiek, maar ook als een consument die live en via media wordt bereikt in een van de
productgroepen concerten, begeleiding, outreach & educatie, talentontwikkeling en audio,
video en promotie. In de tabel is uitgegaan van het resultaat van alle activiteiten van het
orkest.
De Raad verwacht een totaal nieuwe visie van de orkesten op gebied van moderne marketing
en de inzet van (nieuwe) media via alle bereikbare mediakanalen.
De Raad constateert dat de ontwikkeling van repertoire en de verschijnings- en
presentatievormen van symfonische muziek langzaam gaan. Door sturing op repertoire- en
presentatievernieuwing en moderne marketing kunnen orkesten nieuwe, potentiële
publieksgroepen bereiken. Ingrijpen in de presentatie hoeft geen kwaliteitsverlies te
betekenen. Leidraad is hoe het werkt, niet hoe het hoort.
  * Extra vergoedingen voor musici bij opnames voor ed, dvd, radio en tv.
  * In Publiek domein, 2009, pleit de Raad voor een herziening van de huidige
  auteurswetgeving en minder macht en rechten voor distributiemaatschappijen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                               pagina:19
 raad voor cultuur                                               mzk-2009.os289/4
 raad voor cultuur
De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) is ervoor om een zo groot mogelijk deel van de
bevolking voor een divers en kwalitatiefhoogstaand programma-aanbod te interesseren,
inclusiefhet vergroten en verspreiden van het publieke bereik voor kunsten.4° De commissie
Cultuurprofijt*' pleit eveneens voor duurzame relaties tussen cultuurproducenten en de
publieke omroep.
Bij de Nederlandse Publieke Omroep zijn nauwelijks inspanningen zichtbaar om
concertregistraties aantrekkelijker te maken. Hierdoor zijn weinig spannende
concertregistraties op tv, als die er al zijn.
Daarnaast krijgt slechts een klein aantal orkesten, vooral die uit de Randstad, kansen om op
tv te komen. De regionale orkesten lijken voor de NPO nauwelijks te bestaan en
samenwerking met regionale omroepen is schaars. Wel is er een toenemende belangstelling
van commerciële producenten voor symfonieorkesten voor digitale tv-kanalen.
De Raad vindt dat de Nederlandse orkesten in nauwe samenwerking met de NPO (die hierin
een taak heeft), regionale omroepen en onafhankelijke producenten een veel actievere rol
moeten gaan spelen in actuele, attractieve en effectieve tv-producties van symfonische
muziek.42
Participatie en educatie
Orkesten gaan een samenhangend, structureel in de orkestorganisatie geïntegreerd
participatie- en educatiebeleid voeren en onderling kennis over (de ontwikkeling van)
participatie- en educatieprogramma's delen en uitwisselen.
Door samenwerking met amateurs, aanwezigheid in communities en binnen- en
buitenschoolse muziekeducatie kunnen orkesten de relatie met de omgeving en amateurs
versterken en nieuw of diverser publiek aan zich binden, hetgeen vaak bijdraagt aan de
verankering in de regio of stad. Een ontwikkeling die de Raad toejuicht, omdat de aanwas
onderjongere concertbezoekers stagneert.
Actieve cultuurdeelname kunnen orkesten bevorderen door zogenaamde
outreachactiviteiten." Er is geen sprake van een samenhangend meerjarenbeleid of
bijvoorbeeld structurele verbindingen met amateur(jeugd/harmonie/fanfare)orkestenen -
ensembles. Wat een orkest aan outreach doet, lijkt nu van het toeval af te hangen." Het
  * Cultuurbewonderaars en cultuuroefenaars, SCP 2009, pag. 14.
  * Commissie Cultuurprofijt, Meer draagvlak voor cultuur, 2008, pag. 29-32.
  * Toneel op 2
  De Nederlandse Publieke Omroep en Stifo brengen registratie van toneelstukken op ty. Het
  gevolg is meer publieke toegangskanalen tot toneel, zeker voor mensen die niet naar het
  theater kunnen of willen.
  De Nederlandse Dansdagen
  Door een clustering van initiatieven in de dans, zoals de Dansdagen, de Dansweek en de
  Uitreiking van de Zwanen (dansprijzen), raakte de NPS geïnteresseerd en kwamen de
  Nederlandse Dansdagen op tv terecht.
  * Letterlijk: verder reiken, dat betekent naar de mensen toe gaan.
  * Voor de financiering van outreach gebruiken orkesten vaak geld van sponsors of andere
  overheden, het maakt op rijksniveau geen deel uit van afrekenbare verantwoording,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               pagina:20
raad voor cultuur                                               mzk-2009.os2ssi4
 raad vOOr cultuur
varieert van een amateurdag met workshops tot enkele koorbegeleidingen per jaar."
De Raad heeft de stellige indruk dat voor de ontwikkeling van actieve
participatieprogramma's ieder orkest het wiel aan het uitvinden is. Er vindt weinig
kennisdeling en -uitwisseling plaats tussen orkesten over participatieprogramma's en
outreach. Ook participeren niet alle orkesten voldoende in lokale netwerken van kunst- en
onderwijsinstellingen.
Educatieve projecten bieden kansen om jongere of andere doelgroepen te bereiken, vaak
binnen de kaders van schoolonderwijs? De orkesten hebben de laatste tien jaar in de
invulling van hun educatieve taak dankzij proactieve medewerkers en een flexibele houding
van musici veel terrein gewonnen. Ook kwam kennisuitwisseling tussen de orkesten op
gang. Maar door de huidige cao kunnen de educatieprogramma's meestal niet plaatsvinden
binnen de diensturen van de musici en drukken daardoor zwaar op het budget van het orkest.
Talentontwikkeling
Orkesten en de Nederlandse conservatoria nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de
instroom van orkestmusici en talentontwikkeling van componisten door trainingstrajecten en
stageplaatsen aan te bieden. De orkesten evalueren en heroverwegen geregeld hun
aannamebeleid.
Orkesten voeren beleid om jonge dirigenten assistent-schappen aan te bieden en dirigenten
mogelijk te maken in allerlei stadia ervaring op te doen.
Een orkest stelt hoge eisen aan de prestaties van musici." Het is een verzamelplaats van
muzikale talenten en het orkest dankt aan hen zijn bestaan. Dit kenmerk brengt bijzondere
eisen met zich mee aan de orkestorganisatie, zoals een specifiek loopbaanbeleid voor de
door- en uitstroom.
Orkesten gaven in gesprekken aan dat er een moeizame instroom is vanuit het Nederlandse
kunstvakonderwijs naar de orkesten. Door een intensieve samenwerking met conservatoria
en het Nationaal Jeugd Orkest kan de instroom toenemen. Door een dergelijke bundeling van
kennis en krachten kunnen ook jonge componisten bij orkesten meer kansen krijgen.
Te denken valt ook aan virtuele orkestacademies met trainingstrajecten (stageplaatsen en
auditietraining) voor de studenten (instrumentalisten en componisten) en coaching van
orkestleden en conservatoriumdocenten. De orkestacademie van het KCO vormt een
inspirerend voorbeeld.
De Raad is van mening dat orkesten en de conservatoria gezamenlijk verantwoordelijkheid
moeten nemen voor talentontwikkeling van orkestmusici en componisten. Daarnaast moeten
de orkesten regelmatig hun aannamebeleid evalueren en heroverwegen.
  * Het orkestenbestel heeft geen verplichting tot koorbegeleiding. Op dit moment vindt bij
  het Fonds voor Cultuurparticipatie onderzoek plaats naar de behoeften van koren aan
  orkestbegeleiding. Het verdient aanbeveling ook onderzoek te laten doen naar het effect en
  de praktijk van de koorbegeleidingen.
  * In 2010 zal de Raad een verkenning van muziekeducatie uitbrengen en dieper op dit
  onderwerp ingaan.
  4 In het voorjaar van 2010 zal de Raad een breder advies uitbrengen over
  talentontwikkeling dat ook het traject vóór het kunstvakonderwijs beschrijft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                               pagine 21
 raad Voor cultuur                                               mzi-2009.os2s9/4
 raad voor cultuur
Het is onbegrijpelijk dat de meest getalenteerdejonge dirigenten zo weinig kansen krijgen
om ervaring op te doen bij professionele orkesten. De (internationale) carrières van Bemard
Haitink, Edo de Waart en Hans Vonk zouden er mogelijk anders uit hebben gezien als de
Nederlandse toporkesten hen geen kansen hadden geboden. Recentelijk hebben vooral het
RFO en het RPhO via assistent-schappenjonge Nederlandse dirigenten een belangrijk
platform voor ontwikkeling gegeven. De Raad vindt dat deze voorbeelden breed navolging
verdienen.
Van alle orkesten moet worden verlangd dat zij in onderling overleg assistent-schappen
aanbieden en dirigenten in allerlei stadia uitnodigen voor trainingstrajecten en betrekken bij
het productieproces.
Bij onvoldoende resultaat kan in toekomstige resultaatafspraken een normering voor
trainingstrajecten voorjonge orkestmusici en dirigenten worden vastgelegd.
  * In Duitsland organiseert DOV, de branchevereniging van orkesten, regelmatig.een
  Dirigentenforum, waarjonge talenten zich presenteren en daama als assistent bij een orkest
  aan de slag gaan. Het talent van de Koreaanse dirigente Shi-Yeon Sung werd in 2004 via
  het Dirigentenforum ontdekt. Zij won in 2006 het Solticoncours in Frankfurt en werd
  daarna benoemd tot assistent-dirigent van het Boston Symphony Orchestra.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> raadvoorcultuur                                                pagine22
 raad Voor cultuur                                              mzi-2009.os289/4
  raad voor cultuur
III Financiering en inrichting van het bestel
De Raad vindt dat voor subsidiëring van de instandhoudingsfunctie het resultaat van het
takenpakket en niet de Van Dael-norm bepalend is. Financiering van de
instandhoudingsfunctie gaat op basis van voorgenomen en gerealiseerd resultaat,
takenpakket en rol in het bestel. Orkesten werken vanaf 2010 hier naar toe. Door een directe
relatie tussen takenpakket, subfunctie en subsidie kunnen vanaf 2013 elke vierjaar bij de
orkesten budgetverschuivingen plaatsvinden.
Een gemoderniseerd bestel
De Van Dael-norm houdt in dat de omvang van de orkesten nu wordt bepaald door inmiddels
arbitrair vastgestelde beschikbaarheid, omgerekend naar formatieplaatsen. De
vanzelfsprekendheid daarvan is niet langer houdbaar als uitgangspunt voor de subsidiëring
van de instandhoudingsfunctie, omdat orkesten zich moeten kunnen richten op resultaat in
plaats van de beschikbare capaciteit te vertalen in output. Een voorstel voor subsidiëring van
de instandhoudingsfunctie van orkesten in de basisinfrastructuur op een moderne grondslag
 is daarom gerechtvaardigd.
De inrichting van een orkestorganisatie moet het gevolg zijn van (artistiek) beleid en niet
andersom, zoals nu het geval is. Subsidiëring hoeft niet meer genormeerd te worden, wat de
orkesten vrijheid geeft om een flexibele, moderne organisatie te worden en musici onder
verschillende voorwaarden te contracteren of te laten werken. De kenmerken van het bestel
 staan in de bijlage op pag. 43.
Meer muziekvoorzieningen naar de basisinfrastructuur
Voor een adequate en integrale beoordeling van en balans in het bestel vindt de Raad het
noodzakelijk dat de omroeporkesten deel uitmaken van de basisinfrastructuur.
Daarnaast vindt de Raad dat de instandhoudingsfunctie in de huidige basisinfrastructuur
 incompleet is. Hij meent dat de instandhouding van koormuziek en van oude en nieuwe
muziek (dus buiten het repertoire van de symfonieorkesten) in de basisinfrastructuur van de
muziek behoort.
De Raad is van mening dat de instandshoudingsfunctie van de basisinfrastructuur voor
muziek op dit moment incompleet is, doordat alleen het symfonische repertoire van een
musicologisch min of meer afgebakende periode (negentiende en eerste helft twintigste
eeuw) gewaarborgd is." Hij adviseert om vanaf de nieuwe subsidieplanperiode plaats te
bieden aan enkele gerenommeerde muziekvoorzieningen met een internationale taak die
initiërend zijn voor de uitvoeringspraktijk van oude en nieuw gecomponeerde muziek;
 repertoiregebieden die vanwege het specifieke instrumentarium de orkesten niet op een hoog
niveau kunnen verzorgen. Deze aanbeveling deed de Raad al eerder in Innoveren,
participeren!. Ook vindt de Raad dat de instandhouding van de rijke Nederlandse
koorcultuur een plek in de basisinfrastructuur moet krijgen.
   * Zie Innoveren, participeren!, pag. 163.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               pagina:n
raad voor cultuur                                               mza-2009.os289/4
raad voor cultuur
De Raad ziet weinig verschil tussen de taken van het RFO/RKF en de orkesten uit het bestel.
De omroeporkesten manifesteren zich als 'gewone' orkesten en concerteren in de Randstad
en regio's (al of niet verbonden aan opnames), doen educatieve activiteiten,
operabegeleidingen en maken tournees naar het buitenland. Voor een integrale beoordeling
en financiering zijn de omroeporkesten onlosmakelijk verbonden met de tien orkesten uit de
basisinfrastructuur. Daarom vindt de Raad dat zij deel uit moeten gaan maken van de
basisinfrastructuur en op die manier hun aanvullende en initiërende rol nadrukkelijk vorm
gaan geven.
Dit in beginsel budgetneutrale voorstel binnen het Ministerie van OCW doet recht aan een
betere balans in het orkestenbestel en is voor RFO/RKF een weg om zich te profileren als
boegbeeld van de 21-eeuwse symfonische muziekpraktijk op media- en repertoiregebied.
Binnen het bestel kunnen de omroeporkesten zich waarneembaar gaan bewijzen als
aanvullend en initiërend en zijn ze een waardevolle aanvulling en verlevendiging van het
symfonische aanbod?
De omroeporkesten RFO/RKF gaan een initiërende en aanvullende taak in het orkestenbestel
vervullen voor repertoire, mediaproducties (inclusief educatie via media én in samenwerking
met de omroepen) en presentatie (experimenteren met concertformats). RFO/RKF krijgt als
standplaats een bilocatie: Utrecht en Hilversum, zodat de lacune van spreiding van
symfonische muziekvoorzieningen ook formeel opgevuld is door concerten van de
omroeporkesten in Utrecht.
De medewerking aan registraties van zendgemachtigden kan gebeuren op inschrijving van de
omroepen 'om niet', vastgelegd in een beheersovereenkomst tussen omroepen en de
omroeporkesten die niet anders is dan voor de begeleidingen van opera- en dansproducties.
De Raad merkt daarbij op dat in een overeenkomst tussen NPO, Radio 4, de omroepen en de
omroeporkesten de taak die omroeporkesten van oudsher hebben vastgelegd moet worden,
namelijk garantie van uitzendingen van bijzonder en aanvullend repertoire op de klassieke
radiozender en tv. De Raad roept de NPO op om het aanbod van een rijk repertoire via radio
en tv niet verloren te laten gaan of te laten verdrukken door een vlakke, populaire
programmering die mogelijk meer luister- en kijkcijfers zou moeten opleveren. De Raad gaat
ervan uit dat de NPO waarborgt dat het initiërend en aanvullend repertoire een plek houdt op
de publieke radio en tv.
De Raad vindt dat niet alleen het RFO en de RKF uit de cultuurmiddelen gefinancierd
moeten worden, maar ook het Metropole Orkest en Groot Omroepkoor. In 2010 zal hij met
een advies over het beleidsplan van het MCO op dit onderwerp terugkomen.
  * Uit gesprekken en een inventarisatie van gegevens is gebleken dat door een andere
  financiering de huidige activiteiten van het RFO en de RKF een concurrerende uitwerking
  hebben op andere orkesten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>  raad voor cultuur                                               pagina:24
  raad Voor cultuur                                               mze-2009.os239i4
  raad voor cultuur
Inrichting van het bestel
Het beschreven resultaat geldt voor de individuele orkesten en het bestel als zodanig dat als
 geheel de instandhoudingsfunctie heeft. Die functie is onder te verdelen in enkele
 subfuncties.
 Tegelijk met een goede spreiding over het land" adviseert de Raad de volgende subfuncties
 te onderscheiden voor de instandhoudingsfunctie van het symfonische repertoire vanaf
 2013 * Vier subfuncties met een eigen takenpakket houden in:
 1. Zeven symfonische muziekvoorzieningen in regio's en steden.
     - in de regio's Noord, Zuid (Brabant en Limburg), Oost (Gelderland en Overijssel) en in
     de steden Rotterdam en Den Haag
 2. Twee symfonische muziekvoorzieningen met een extra begeleidingstaak van professionele
 opera- en dansgezelschappen.
     - in de regio West (met de standplaatsen Amsterdam en de bilocatie Amsterdam/Haarlem)
 3. Een symfonische muziekvoorziening met een internationale taak die als boegbeeld van de
 excellente uitvoeringspraktijk van de symfonische traditie fungeert.
     - niet als standplaats Amsterdam
 4. Een symfonische muziekvoorziening (kamerorkest en symfonieorkest) met een
 aanvullende/initiërende taak op media- en repertoiregebied die als boegbeeld van de 21-
 eeuwse symfonische muziekpraktijk fungeert
     - met als standplaats de bilocatie Utrecht/Hilversum.
 In het schema op pagina 26 zijn deze functies ondergebracht. Over de spreiding kan
 opgemerkt worden dat de zeven symfonische muziekvoorzieningen een verzorgingsgebied
 hebben van ongeveer gelijke grootte: gemiddeld 1,7 miljoen inwoners met Limburg als
 kleinste (I,2 miljoen) en Noord-Brabant als grootste (2,8 miljoen).
 De huidige omissie Utrecht wordt ingevuld door het RFO - zoals nu al deels het geval is. De
 orkesten zullen in samenhang een relatie aan moeten gaan met festivals en podia in Zeeland
 en Flevoland om daar symfonische muziek te brengen. Flevoland past bijvoorbeeld in de
 functie van verschillende orkesten: Almere bij Noord-Holland, het overige deel bij
 Overijssel, Gelderland en/of de drie noordelijke provincies.
 De voorwaarden:
- subsidie is voor een totaalpakket aan activiteiten: symfonische muziek uitvoeren met een
   onderscheidend artistiek profiel, begeleidingen, bereik, participatie, educatie en
   talentontwikkeling;
- overige ambities met ander geld;
- rol wordt in samenhang beoordeeld.
   2 Het uitgangspunt is dat nader bepaald wordt hoe en wie spelen in de provincies Zeeland
   en Flevoland.
   * De gemeentes Rotterdam, Amsterdam en Den Haag dragen aanzienlijk bij aan de
   financiering van de rijksgesubsidieerde orkesten. De Raad hoopt dat toekomstige
   subsidiering van deze overheden op basis van dezelfde uitgangspunten plaatsvinden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                             pasir-2s
 raad voor cultuur                                             mzk-2009.05289/4
 raad voor cultuur
De taken zijn dezelfde, met enkele specifieke taken waarvoor orkesten zich kunnen
inschrijven, maar de uitvoering van die taken kan verschillen. De Raad pleit voor een grotere
binding met de regio en ziet ook een eigen invulling per orkest, niet alleen in spelcultuur en
klank, maar ook in repertoirekeuze.
Symfonische          dekkingsgebied                 standplaats             taken
muziekvoorziening
la                   Groningen,Friesland, Drenthe   Groningen               algemeen
1b                   Overijssel                     Enschede                algemeen
ic                   Gelderland                     Arnhem                  algemeen
1d                   Noord Brabant                  Eindhoven               algemeen
1e                   Limburg                        Maastricht              algemeen
if                   Zuid-Holland, regio Den Haag   Den Haag                algemeen
1g                   Zuid Holland, regio Rotterdam   Rotterdam              algemeen
2a                   Noord-Holland,.Flevoland       Haarlem/Amsterdam extra-taak dansbegeleiding
2b                   Noord-Holland, Utrecht         Amsterdam               extra taak operabegeleiding
3                    Amsterdam/Nederland/           Amsterdam               specifieke intemationale
                     buitenland                                              taak, boegbeeld
4                    Noord-Holland/Utrecht           Hilversum/Utrecht      specifieke aanvullende en
                                                                             initiërende taak op media-
                                                                            en repertoiregebied
Overzicht van het toekomstige werkterrein van de symfonieorkesten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               pasína:26
raad voor Cultuur                                               mze-2009.os28914
 raad voor Cultuur
IV Maatschappelijke verankering, samenwerking en allianties
Orkesten worden beoordeeld op:
- samenwerking onderling voor programmering, afstemming, kennisuitwisseling, marketing,
productontwikkeling (presentatievormen en repertoirevernieuwing en -verbreding), educatie
en participatie;
- samenwerking met andere partners in het (culturele) veld en
- deelname aan een coherent weefsel van voorzieningen die elkaar versterken.
Het orkestenbestel zal vruchtbaarder functioneren als het meer wordt dan een optelsom van
individuele orkesten. Onderlinge samenwerking, kennisdeling en allianties met (culturele)
instellingen leiden tot efficiency en kwaliteitsverbetering in werkwijze, ontwikkeling en
aanbod van symfonische muziek. Het zal de geschakeerdheid en levendigheid van het
grootschalig muziekaanbod in ons land ten goede komen.
Maatschappelijke verankering door samenwerking
De Raad benadrukt het belang van allianties voor orkesten voor de aansluiting op en
verankering in de maatschappij. Zo ook de commissie Cultuurprofijt: "Coördinatie en
samenwerking op het gebied van programmering en (collectieve, al dan niet internationale)
marketing kunnen de positie van musea en podiumkunsten naar het publiek én sponsors
versterken. Dit geldt ook voor de kleine instellingen, die tevens vaker dan nu gebeurt
faciliteiten kunnen delen om tot efficiëntere bedrijfsvoering te komen."
Vergeleken met bijvoorbeeld de theatersector zijn er in de muziek en bij de orkesten weinig
horizontale en verticale dwarsverbanden, Orkesten spelen in de concertzalen meestal voor
eigen rekening en risico; kennisdeling tussen podia en orkesten over programmering en
marketing ontbreekt vaak.
Afstemming en actieve communicatie met podia is noodzakelijk voor een veelzijdig en rijk
muziekaanbod. Initiatie van projecten van orkesten met andere spelers in het culturele veld is
nodig om interactie met andersoortig kunstaanbod te bewerkstelligen.
Inmiddels zijn verschillende initiatieven ontstaan in de klassieke muziek over samenwerking,
bijvoorbeeld op het gebied van collectieve promotie en educatie, waarin de orkesten een rol
spelen. De Raad adviseert de minister de orkesten te vragen hierin het voortouw te nemen.
Samenwerking onderling
Het is van belang dat de orkesten in de basisinfrastructuur zich actiever tot elkaar verhouden:
binnen regio's en in de Randstad hun programmering afstemmen, programma's kunnen
uitwisselen en in elkaars zalen spelen met bijzondere programma's. De Raad vindt dit een
onderdeel van het resultaat van het bestel als geheel en dus het beoordelingskader.
De branchevereniging CNO, dat tegenwoordig onder de Nederlandse Associatie voor de
PodiumKunsten (NAPK) valt, formuleert zelf als mission statement dat het de
gemeenschappelijke belangen behartigt en gericht is op samenwerking en ondersteuning. Het
  * Commissie Cultuurprofijt, Meer draagvlak voor cultuur, pag. 28.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                              paginas
raad voor cultuur                                              mzi-2009.os289/4
raad voor cultuur
streeft een imago van de orkestbranche na als 'ontwapenende culturele avonturiers'.
Het CNO werkte in 2008 en 2009 hard aan onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden. Dat
lijkt voorlopig het enige gezamenlijke belang van negen orkesten" waaraan zij samen actief
werken.
Sterke brancheorganisaties in de Scandinavische landen, Engeland en Duitsland zorgen voor
coördinatie, ondersteuning en verzamelen gegevens over bijvoorbeeld publieksonderzoek of
succesvolle projecten. In Londen ziet een programmeringscommissie erop toe dat de
Londense orkesten niet dezelfde programma's of belangwekkende premières aanbieden op
hetzelfde moment. In Nederland zijn zulke voor de hand liggende taken tot dusver niet van
de grond gekomen.
De Raad onderstreept de verwachting van de commissie Cultuurprofijt dat door het voeren
van een gezamenlijke strategische marketing (inclusiefprijsbeleid)54, kennis delen en
uitwisselen over repertoirevernieuwing en presentatie voor de orkesten kostenbesparingen en
een hoger rendement opleveren.57
De Raad bepleit de inrichting van een kenniscentrum voor de symfonieorkesten via het
sectorinstituut Muziek Centrum Nederland.
De Raad heeft vastgesteld dat meer samenwerking en overleg tussen de orkesten onderling
en met andere instellingen nodig is om de toekomstige uitdagingen te lijf te gaan. Er zijn
enkele complexe vraagstukken, zoals productontwikkeling en publieksbereik, die mede in
een internationaal verband aangepakt moeten worden.
De Raad heeft geconstateerd dat eenduidig en uniform cijfermateriaal over ontwikkelingen
in de Nederlandse symfonische sector nog steeds niet voorhanden is en onontbeerlijk is voor
de bepaling van het toekomstige resultaat van de orkesten. De Raad adviseert daarom een
kennispunt voor de symfonische sector in te richten, in samenwerking met het sectorinstituut
Muziekcentrum Nederland, met als doel de (inter)nationale kennisuitwisseling tussen de
orkesten te faciliteren dat varieert van afstemming van programma's en een gezamenlijke
strategie voor het resultaat tot innovatieve bedrijfsvoering,
Samenwerking met gemeenten en provincies
Enkele gemeenten en provincies hebben een actiefbeleid op het gebied van symfonische
muziek. Het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het
Residentie Orkest worden zelfs grotendeels door hun gemeentes gesubsidieerd. De Raad
adviseert de minister met andere overheden in overleg te treden om dezelfde uitgangspunten
voor subsidiëring te hanteren.
  * Mission statement CNO, website eno.nl.
  ss Het KCO en de omroeporkesten hanteren een eigen cao.
  * Vier verschillende Scandinavische orkesten zijn met marketeer Magnus Still van StillArts
   in zee gegaan. Het gevolg: een aantoonbaar spectaculaire groei van abonnementspubliek.
  * Commissie cultuurprofijt, Meer draagvlak voor cultuur, 2008, pag. 25-28.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                  ragine 2s
raad voor cultuur                                                  mza-2009.os289i4
raad voor cultuur
V Op weg naar professionalisering en innovatie
In 2012 is innovatie structureel ingebed in het artistieke beleid en de orkestorganisatie
(bedrijfsvoering). Daarvoor is een stevige professionaliseringsslag nodig in bestuur,
organisatie en toezicht.
Innovatie is de basis voor ontwikkeling. De Raad meent dat de bedrijfsvoering van de
orkesten niet toegerust is op innovatie en zeker niet op het bepalen en waarmaken van
resultaat, rol in het bestel en samenwerking. Een professionaliteitslag is noodzakelijk.
Dat begint met professioneel bestuur en voldoende toezicht. Krachtig leiderschap, modern
loopbaanbeleid, maatschappelijk en cultureel ondernemen zijn de sleutels.
Door een krappe budgetruimte voor innovatie komen de meeste orkesten alleen toe aan
basale taken en is er geen ruimte voor groei, vernieuwing en ontwikkeling van nieuwe
businessmodellen. Sommige organisaties hebben grote moeite de begrotingen dekkend te
maken of een efficiënte bedrijfsvoering te plegen. Er zijn te weinig tekenen dat besturen of
raden van toezicht daar effectiefop toezien.
Als deze zaken niet veranderen, zal innovatie geen kans krijgen. De Raad realiseert zich dat
de subsidiënt zich niet rechtstreeks kan bemoeien met de bedrijfsvoering, maar benadrukt -
onder meer in zijn recent verschenen advies over eigen inkomsten -- dat een toekomstgerichte
overheid wel innovatie op bedrijfsmatig gebied kan stimuleren en ondersteunen?
Innovatie betreft niet alleen het product, maar ook verdienmodellen. Het door de orkesten
 besproken muziekhuis is daar een voorbeeld van. Individuele musici of ensembles uit het
 orkest zetten zich in voor partners als podia of uit het bedrijfsleven voor specifieke
doeleinden en doen bijvoorbeeld promotie of begeleidingen. Voor een deel gebeuren deze
activiteiten al, maar eerder ad hoc dan gestructureerd. Dergelijke activiteiten bevorderen
maatschappelijke verankering én kunnen een structurele geldstroom genereren die de
 kernactiviteiten versterkt.
De Raad meent dat de minister van alle orkesten mag eisen dat:
 - zij een bestuursmodel volgens de cultural governance-code met een Raad van Toezicht
 hanteren;
- zij gezamenlijk een model voor interne kwaliteitszorg ontwikkelen;
- zij verantwoord eigen vermogen opbouwen;
 -. er volledige verzelfstandiging plaatsvindt;
 - zij hrm-beleid concreet in de praktijk brengen en
 - zij een nieuwe cao tot stand brengen die flexibele arbeidsvoorwaarden en optimale inzet
 van de orkestcapaciteit garanderen.
 Organisatie, bestuur en toezicht
 De Raad vindt dat de minster hoge eisen mag stellen aan organisatie, bestuur en toezicht van
 de orkesten. Professionaliteit in directie, organisatie en toezicht moet voldoende ontwikkeld
 zijn en alle orkesten moeten vanaf 2010 een bestuursmodel volgens de cultural governance-
    * Raad voor Cultuur, Eigen inkomstennorm voor cultuurproducerende instellingen in de
    basisinfrastructuur, 2009, pag. 4.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                pagina:29
raad voor cultuur                                                mzi-2009.os289/4
raad voor cultuur
code met een Raad van Toezicht hanteren.
De Raad adviseert de orkesten gezamenlijk stappen te zetten voor interne kwaliteitszorg en
over de grenzen te kijken naar businessmodellen van buitenlandse orkesten in Groot-
Brittannië en de Verenigde Staten.
Verdere venelfstandiging
Verantwoord een eigen vermogen opbouwen en afschaffing van de semi-ambtenarenstatus is
nodig voor de orkesten om de uitdagingen van de toekomst als cultureel ondernemer aan te
gaan.
  Om aan de eisen van de 21ste eeuw te kunnen voldoen, zal de orkestsector innovatief,
  cultureel ondernemerschap moeten gaan ontwikkelen dat bijdraagt aan versterking.en
  verbreding van het maatschappelijk draagvlak, maar ook experimenten toestaat als
  onderdeel van een creatief laboratorium.
  Het moet voor orkesten mogelijk gemaakt worden eigen vermogen op te bouwen. Dit stelt
  ze in staat om crises op te vangen, een deel van de exploitatiekosten uit rendement te
  bekostigen en daarmee minder kwetsbaar te worden. De kosten voor musici, ziekteverzuim,
  dirigenten en solisten moeten wel in een reële balans met het totaalbudget zijn.
  De Raad vindt dat de semi-ambtenarenstatus" van de orkesten innovatieve bedrijfsvoering
  en daarmee samenhangend cultureel ondernemerschap tegenwerkt. De rechtspositie van de
  orkesten zou daarom zo spoedig mogelijk moeten worden aangepast aan de huidige
  omstandigheden - inclusief een governance regeling - die voor alle culturele instellingen
  van toepassing zijn.
  Voortvloeiend uit en samenhangend met de vroegere rechtspositionele situatie hebben de
  orkesten geen post opgenomen voor de premiebetaling werkloosheidsverzekering en
  hebben zij al helemaal geen voorzieningen op hun balans getroffen om bijvoorbeeld
  afvloeiingsregelingen te betalen. Daardoor verloopt de door- en uitstroom of bijscholing
  van musici en staf moeizaam.
  De Raad acht het noodzakelijk dat orkesten daadwerkelijk verzelfstandigen en dat de
  financiële consequenties daarvan in kaart gebracht worden. In ieder geval moeten orkesten
 .gestimuleerd worden om reserveringen te doen om personele consequenties van
  professionalisering op te vangen. Een versterking van het Sociaal Fonds Orkesten,
  opgericht door orkesten en de vakbonden, kan hierbij mogelijk een rol spelen.
  * Orkesten zijn B3-instellingen: een instelling als bedoeld in artikel B3 c.q, artikel 2, derde
  lid onder b, van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet c.q. de Wet privatisering ABP
  (waarvan het personeel geheel of ten dele ambtenaar in de zin van deze wetgeving is).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               paginaso
raad Voor cultuur                                               mze-2009.0s28914
 raad voor cultuur
Humanresourcesmanagementfunctie
De Raad onderstreept het door de sociale partners geformuleerde belang van een verdere
professionalisering en versterking van de humanresourcesmanagementfunctie bij de
orkesten.
"Binnen de orkestorganisatie moeten de randvoorwaarden worden gecre6erd die musici in
staat stellen om te excelleren in een variatie van werkzaamheden en om beter gebruik te
maken van de talenten en ambities van musici. Dat vraagt om een verdere
professionalisering en versterking van de hrm-functie. [...] De gemiddelde leeftijd van
musici in dienst van een orkest is 45 jaar. 64% van de musici is langer dan 15 jaar in dienst
[...]. Het beroep van de orkestmusici is belastend door de druk om telkens weer een
artistieke topprestatie te leveren. Binnen de sector is er nauwelijks aandacht voor
loopbaanbeleid, functioneringsgesprekken en ontwikkelingsgericht personeelsbeleid. Hrm-
instrumenten worden-passiefingezet. Pas als er problemen zijn als gevolg van minder
functioneren vinden gesprekken plaats.""
De Raad onderschrijft deze bevindingen van de sociale partners en pleit met hen voor een
leeftijdsbewust personeelsbeleid, waarin beleidsinstrumenten die beschikbaar zijn om de
instroom, doorstroom en uitstroom van musici te faciliteren daadwerkelijk worden ingezet.''
Hij verwacht dat door flexibilisering en aanpassing van de cao en een slimmere organisatie
van het werk voldoende middelen vrij zullen komen om een optimale inzetbaarheid van
musici te faciliteren en bovendien een hogere productiviteit van de orkesten te bereiken.
Welke stappen de orkesten zullen zetten zal nader worden bepaald, evenals de beoordeling
van de implementatie van de hrm-functie.
  * CNO, FNV-Kiem, Ntb, Wÿ gaan het verdienen, wijzgn het waardl, 2009.
  4 Toneelgroep Amsterdam heeft in 2005 en 2006 samen met de branchevereniging VNT en
  de vakbond leeftijdsbewust loopbaanbeleid ontwikkeld. Het resultaat: een
  scholingsbeleidsplan. "het gaat er om te kunnen formuleren welke nieuwe competenties
  ontwikkeld moeten worden om succesvol te kunnen (blijven) zijn. Als daarin een goed
  inzicht bestaat, dan volgt meteen de noodzaak goed te kunnen benoemen wat medewerkers
  dan concreet moeten leren: het kiezen van een passende cursus, training of leertraject."
  NieuwsbriefScholingsfonds voor Kunst en Cultuur, maart 2006. Voor een overzicht van de
  beleidsinstrumenten voor leeftijdsbeleidsinstrumenten voor symfonieorkesten, zie C. Vis,
  Een leven lang muziek, een onderzoek naar leeftijdsfasebewustpersoneelsbeleid bij
  orkesten. Eindwerkstuk masteropleiding kunstbeleid en -management, Universiteit Utrecht,
  2009.
  * Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat de doorstroming van musici naar
  andere orkesten of andere posities geen uniek.Nederlands fenomeen is. Musici in Europese
  orkesten bekleedden slechts een of twee posities als vaste orkestbaan in de jaren negentig.
  J, Allmendinger en LR. Hackman, 'Life and work in Symphony Orchestra's' in Musical
  Quaterly 2, 1996, pag. 194-219.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                pagine
raad voor cultuur                                                mza-2009.os289/4
raad voor cultuur
Cao
orkesten en vakbonden moeten zo snel mogelijk een nieuwe cao tot stand brengen die een
passend hrm-beleid en goede arbeidsvoorwaarden combineert met een grote flexibiliteit in
planning en organisatie, zodat een optimale en efficiënte inzet van de musici en de
orkestcapaciteit mogelijk wordt gemaakt waarin onbeperkte rechten voor orkestopnames en
verspreiding via media zijn geregeld.
De Raad acht de discrepanties en ongewenste situaties door de huidige cao te talrijk en de
impact op de bedrijfsvoering en de rem op innovatie te groot om nog langer te tolereren."
Naast de landelijke cao zijn er talloze afwijkende regels en gewoontes per orkest. Voor een -
goed werkend stelsel zullen al deze regels moeten verdwijnen ten gunste van een algemeen
geldende landelijke cao.
De Raad vindt het uitgangspunt in de orkesten-cao dat opnames van klassieke muziek en de
daarmee samenhangende vergoeding van audio- en tv-opnames winst opleveren achterhaald.
Hij is van mening dat opnames uit publieke middelen worden betaald en de bepaling van de
vergoeding voor auditieve en visuele media uit de cao moet verdwijnen (of vervangen door
een waar alleen over de mogelijke winstdeling wordt gesproken) om orkesten de
mogelijkheid te geven hun bereik te vergroten via (live) uitzendingen en geluidsdragers.
Bovenstaande (voor een buitenstaander nauwelijks te volgen) schets vormt een groot gevaar
voor een verder afbrokkelend maatschappelijk draagvlak van de orkesten.
Als orkestorganisaties flexibel willen opereren, zichzelfpromoten via media en inspelen op
maatschappelijke veranderingen of allianties aangaan en de hrm-functie naar behoren
vervullen, is een volledig nieuwe cao noodzakelijk die toegerust is op de concertpraktijk van
de 21ste eeuw en de hierboven voorgestelde professionaliseringsslag mogelijk maakt. De
minister moet erop toezien dat deze cao tot stand komt.
Vernieuwingen in het businessmodel en de cao van de orkesten bieden ook kansen aan de
orkesten én de musici. De werkgevers- en werknemersorganisaties onderschrijven de
noodzaak van aanpassingen van de huidige cao; zij hebben aangegeven hieraan te zullen
werken.64 De Raad vindt dat werkgevers- en werknemersorganisaties haast moeten maken de
gestelde doelen te bereiken en geeft de minister in overweging passende maatregelen te
  * Een greep uit de voorbeelden: het relatief hoge aantal forfaitaire uren voor musici (t.o.v.
  de werkuren), discrepanties tussen lokale en landelijke regelgeving (cao staat soms haaks
  op een gemeentelijke regeling), het groot aantal verplichte vakantieweken (8), terwijl de
  cao elders stelt dat er recht is op 31 vakantiedagen (een verschil van twee weken derhalve),
  de rigide dienstentelling waardoor 2-uursrepetities als een dienst van 3 uur moeten worden
  gerekend en bij uitvoeringen van iets meer dan 3 uur 1,5 dienst gerekend wordt, wel'/
  dagen achtereen van zondag t/m maandag maar niet van maandag t/m zondag mogen
  werken, het feit dat reisdiensten tellen als normale werkdiensten (kent geen equivalent in
  andere cao's), de ingewikkelde compensatieregels voor incidentele extra inzet (terwijl het
  groot aantal jaarlijkse extra vrije dagen als vanzelfsprekend wordt aangenomen), de lage
  inzetbaarheid van aanvoerders (betreffende hun recht om minder te spelen - of in de
  woorden van een bekende chef-dirigent: "de beste mensen zie je nooit"), de onvoldoende
  inzetbaarheid van het collectief en individuele musicus.
  64 CNO, FNV-Kiem, Ntb, Wijgaan het verdienen, wijzijn het waard!, 2009.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               paginas2
raad voor cultuur                                               mzi-2009.os239/4
raad voor cultuur
treffen als uiterlijk einde 2011 geen nieuwe cao is vastgesteld die voldoet aan de
voorwaarden voor het te bepalen resultaat, zoals eerder beschreven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               ragine 33
raad Voor cultuur                                               mza-2009.os289/4
 raad voor cultuur
VI Veranderingsproces
Een wegbereider jaagt met speciale bevoegdheden en een tijdelijk budget in opdracht van het
ministerie de komende jaren het veranderingsproces aan. In 2012 toets de Raad of de
orkesten zijn toegerust op de toekomst en in 2016 of de orkesten hun functie naar behoren
hebben vervuld in vergelijking met de nulmeting van resultaat.
"Uit de strekking van deze notitie tot dusver zal zijn gebleken dat mijnerzijds veel waarde
wordt gehecht aan het op gang komen van een geregelde discussie over het artistiek en
bedrijfsmatig functioneren van ieder orkest afzonderlijk en de orkesten gezamenlijk als
aparte sector in het muziekbestel. [...] Ik ben echter van mening dat het niet gerekend kan en
mag worden tot de taken van de Raad [voor de Kunst] om geïnformeerd te zijn over
bepaalde details van het bedrijfsmatig functioneren van orkesten, de wijze waarop een
progranunatische planning artistiek verantwoord, maar ook efnciënt kan worden opgezet etc.
[...] Om ervoor te zorgen dat de discussie over dergelijke zaken op een bepaald punt samen
kunnen komen, tot voordeel van alle betrokkenen, acht ik het gewenst dat voor de huidige
overgangsperiode een landelijke orkestconsulent wordt aangesteld."
Gegeven de complexe problematiek van de discussies over en in de orkestenwereld die ook
bovenstaand citaat van de Minister Gardeniers-Berendsen uit 1981 aangeeft, is het
onmogelijk gebleken om een groot veranderingsproces van binnen uit te realiseren. Gezien
dit feit, samen met de grote hoeveelheid onopgevolgde aanbevelingen van de commissie
Hierck en het vleugel1am gebleken samenwerkingsorgaan van de Nederlandse orkesten
vertrouwt de Raad er niet op dat de orkesten nu het voorgestelde veranderingsproces op
eigen kracht en regie tot een goed einde kunnen brengen.
Wegbereider
De Raad stelt voor dat een wegbereider (niet per definitie één persoon) onder
verantwoordelijkheid van het ministerie vanaf2010 tot 2013 in niet vrijblijvende
samenwerking met de orkesten voor resultaatbeschrijving en -meting zorgt, financieel
dekkende beleidsplannen ontwikkelt en de professionaliseringsslag ondersteunt.
De wegbereider heeft een aanjaagfunctie en krijgt met een tijdelijk, apart budget in opdracht
van het ministerie de bevoegdheden om:
- samen met de orkesten het resultaat van de afzonderlijke orkesten en het bestel als geheel te
beschrijven en de bandbreedtes te bepalen, zoals geformuleerd in hoofdstuk II;
- samen met de visitatiecommissie en met volledige inzage in alle (bedrijfsmatige) gegevens
van de orkesten een nulmeting van het resultaat te doen;
- orkesten voor te bereiden op hun toekomstige takenpakket en functie, zoals geformuleerd
in hoofdstuk III;
- samenwerking en allianties te bevorderen, zoals geformuleerd in hoofdstuk IV;
- de professionaliseringslag te ondersteunen, zoals geformuleerd in hoofdstuk V;
  * M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen/Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk
  Werk, Het orkestenbestel, mei 1981, pag. 48.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                 pagina:34
raad voor Cultuur                                                 mzi-2009.os289/4
raad voor cultuur
- samen met de Raad voor Cultuur te adviseren over de verdeling van het subsidiegeld vanaf
2013.
Visitaties
De instellingen in de basisinfrastructuur met een langjarige subsidie zullen per
subsidieperiode van vierjaar een visitatie ondergaan. Inmiddels is een visitatieprotocol
opgesteld door de opera- en dansgezelschappen en de orkesten in de basisinfrastructuur.
Het protocol stelt:
"De voornaamste doelstelling van de visitatie is kwaliteitszorg: middels het doorlopen van
de procedure wordt op basis van behaalde resultaten geëvalueerd in welke mate de instelling
aan de missie en relevant cultuurbeleid voldoet en op welke punten verbetering of
aanpassing van het beleid en de daaruit voortvloeiende activiteiten noodzakelijk zijn. Tevens
dient het instrument voor het afleggen van verantwoording over de artistieke koers, kwaliteit
en continuïteit van de instelling aan stakeholders. Voor die instellingen die zich blijkens hun
missie op het internationale toneel bewegen, verdient het voorkeur gebruik te maken van
internationale expertise en, waar voorhanden, benchmarks.
In de visitatieprocedure komen zowel de prestaties in het recente verleden als de plannen
voor de toekomst aan de orde, waarbij het accent ligt op het eerste: 'vertrouwen in de
toekomst creëren op basis van prestaties in het verleden.'
De scope wordt door het Ministerie van OCW als volgt gedefinieerd: "primair hebben de
visitaties ten doel om inzicht te krijgen in de manier waarop aangewezen instellingen hun
taken invullen. De visitaties hebben een ruime scope: het gaat om keuzes die instellingen
maken bij de invulling van hun opdracht, in dat kader geleverde prestaties en de wijze
waarop zij dit georganiseerd hebben (beheersing financiële processen, p&o, governance
etcetera). Bij de cultuurproducerende instellingen (orkesten, muzes, opera- en
dansgezelschappen) is in de visitatie ook aandacht voor artistieke kwaliteit".
Daarmee is de visitatie voor een deel gericht op hetzelfde proces als dat van de wegbereider
(nulmeting, benchmark, bedrijfsvoering) maar gaat het, indien nu uitgevoerd, uit van het
bestaande beleid en van het door de instelling zelf geformuleerde beleid voor de toekomst.
De visitatie, hoewel verricht door dezelfde commissie bij alle orkesten, is bovendien gericht
op de individuele orkesten, terwijl dit advies juist voorstelt de orkesten als bestel in sterke
onderlinge samenhang te beschouwen. De wegbereider zal dat ook als uitgangspunt nemen.
Waar de visitaties een momentopname zijn, heeft de.wegbereider een weliswaar tijdelijke
maar langdurige, sturende rol en overzicht.
De visitatierapporten kunnen, mits tijdig beschikbaar, een belangrijke basis zijn voor het
werk van de wegbereider. De Raad stelt voor om separaat een aantal vragen aan de
visitatiecommissie mee te geven. De plannen van de instelling voor de toekomst, waarover
het protocol rept, zullen moeten passen in het beleid voor het bestel, zoals de minister op
basis van dit advies zal formuleren.
De Raad stelt daarom voor de visitaties in versneld tempo (eerste helft 2010) uit te laten
voeren met een rapportage in de zomer, zodat de wegbereider (die op zijn laatst zeker vanaf
de zomer volledig operationeel moet zijn) op dit werk kan voortgaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                raginaas
raad voor cultuur                                                mzi.2009.0s289i4
 raad voor cultuur
VII Vervolg
De Raad beoogt met zijn advies een aanzet voor meer creativiteit in de sector; repertoire- en
presentatievernieuwing, aangeboden op nieuwe en virtuele podia; repertoireverbreding;
afstemming; ontwikkeling én uitwisseling; publieksbereik en -beleid; mediabeleid;
professionalisering; betere door- en uitstroom en inzet van musici, ruimte voor specialismen
en onderscheiding.
Idealiter functioneert een orkest vanaf de nieuwe subsidieplanperiode als een open
organisatie in nauwe samenwerking met scholen, podia, wijken, onderwijs,
kunstvakonderwijs, pers, media, ensembles, andere kunstdisciplines en omroepen. Het doel
is een samenhangend, gedifferentieerd en modern orkestenbestel dat erin blijkt te kunnen
slagen in de eerstvolgende jaren de symfonische traditie succesvol te laten voortleven,
Dit advies hangt samen met adviezen die in 2010 uitkomen over talentontwikkeling,
muziekeducatie en het Muziekcentrum van de Omroep, waarmee de Raad vervolgvragen wil
beantwoorden over bijvoorbeeld muziekeducatie in het onderwijs, de keten van
talentontwikkeling en de toekomstige aansturing van de omroeporkesten.
Beoordeling
In 2012 toetst de Raad of de orkesten het voorgenomen individuele en gezamenlijke
resultaat, inclusiefeen onderscheidend artistiek profiel, takenpakket en de rol in het bestel,
opgesteld hebben in de beleidsplannen en zinvolle samenwerking en allianties ophanden
zijn. Tegelijk beoordeelt de Raad of de orkesten geëquipeerd zijn voor de toekomst en
bedrijfsmatige en artistieke innovatie structureel is ingebed in de organisatie, hetgeen
mogelijk gemaakt wordt door een professionele bedrijfsvoering inclusief een goed
bestuursmodel, een nieuwe cao en loopbaanbeleid. Verder beziet hij of volledige
verzelfstandiging in gang is gezet. In 2016 beoordeelt de Raad opnieuw ofde orkesten hun
 instandhoudingsfunctie volgens deze criteria hebben vervuld, vergeleken met de metingen
die in 2010 en 2011 zijn gedaan.
De Raad vindt dat de orkesten de tijd moeten krijgen voor het voorgestelde
veranderingsproces en dat voor 2016 geen ingrepen moeten plaatsvinden.
 Tijdschema
2010: orkesten ontwikkelen met een wegbereider het resultaat (outcome), de
visitatiecommissie doet een nulmeting van het resultaat in een uniform format;
 2010 en 2011: orkesten maken met een wegbereider plannen voor hun rol en takenpakket,
samenwerking, allianties en professionaliseren hun bedrijfsvoering;
2011: Agenda Cultuurbeleid van de Raad voor Cultuur;
2011: de visitatiecommissie en wegbereider leveren de nulmeting van het resultaat, de
orkesten dienen financieel dekkende, onderbouwde begrotingen in;
2012: beschikking van de minister, advies Raad voor Cultuur, onder meer op basis van het
advies van de wegbereider
2013: nieuwe subsidieplanperiode met mogelijk budgetverschuivingen;
2016: beoordeling op voorgenomen en gerealiseerd resultaat, takenpakket, rol in het bestel,
 allianties en samenwerking en professionele bedrijfsvoering.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                                               pagina:3s
raad voor cultuur                                                               mze-2009.os289i4
raad voor cultuur
VIII Bijlagen
Generatie-effecten in het bezoek aan klassieke muziek"
    ANTEILE DER BESUCHERNON|KLASSiSCHENKONZERTEN* AN
    VERSCHIEÓENEN ALTERSKLASSENNKOHORTEN - NiEDERÍANDE
    n Prozent                C]ag.:w4i1sáP                  1950495   M Jo táss fess :r~l:Kéin Keertenvergiet
                              [    ] ag;ta66-197d        g 194229             19N1925      möglich
                                          956-196        g 195+194            10 f099
                                                       6          7                    65   16
                                                                 20 7     20 9         B3
                     66
                                                                                      21.6
                                 7           85       10.3
                 . i4s21       22 29       30237     38-45      46-53    54-61       6249  70-77      78 85
                :". Jahre       Jahre       Jahre    Jahre      Jahre    Jahre       Jahre Jahre      Jahre
           -Besüch von mindeseriseinemMassiståenKonfert:imletzwedéhr :
    Quelleracciaal eri dünured PI;artbureau:Áand0eiidhorziengangeNoikOnderzoek(AŸO                            7
 * Hamann, Th. K.: 'Musikkultur - Einfluß der Bevölkerungsentwicklung auf Publikum und
 Konzertwesen.' In: Gembris, H. (Hrsg.):Musik im Alter - Soziokulturelle
 Rahmenbedingungen und individuelle Möglichkeiten. Frankfurt a.M.: Peter Lang, 2008.
 Abb. 3, pag. 202.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                               ao
raad voor cultuur                                               mzi-2009.os289/4
 raad voor cultuur
Overzicht van het huidige werkterrein van de rijksgesubsidieerde symfonieorkesten
Symfonieorkesten in de     Standplaats             Dekkingsgebied              Begeleidings-
basisinfrastructuur                                                            verplichting'
(subsidieplan)
Noord Nederlands Orkest    Groningen               provincies Groningen/       geen
(NNO)                                              Friesland/Drenthe
                                                   (noord)
Orkest van het Oosten      Enschede                provincie Overijssel        begeleiding NRO
(Ovh0)
Het Gelders Orkest (HGO)   Amhem                   provincie Gelderland        begeleiding NRO
Het Brabants Orkest (HBO)  Eindhoven               provincie Brabant           begeleiding OZ
Limburgs Symfonie Orkest   Maastricht              provincie Umburg            begeleiding OZ
(LSO)
Koninklijk                 Amsterdam               Amsterdam/Nederland/        begeleiding DNO
Concertgebouworkest                                buitenland
(KCO)
Residentie Orkest (RO)      Den Haag               Randstad                    begeleiding DNO
Rotterdams Philharmonisch   Rotterdam               Randstad                   begeleiding DNO
Orkest (RPh0
Holland Symfonia (HS) •     Haarlem/Amsterdam       provincies Noord-          begeleiding HNB, NDT
                                                    Holland/Flevoland
Nederlands Philharmonisch  Amsterdam                provincies Noord-Holland   begeielding DNO
Orkest (NedPh0)                                    /Utrecht
Overige                     Standplaats             Dekkingsgebied             Begeleidings-
rijksgesubsidieerde                                                            verplichting
symfonieorkesten
(mediabegroting)
Radio Filharmonisch Orkest  Hilversum               provincies Noord-          geen
(RFO)                                               Holland/Utrecht
Radio Kamer Filharmonie     Hilversum               provincies Noord-          geen
 (RKF)                                              Holland/Utrecht/Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>raad voor cultuur                                 pagina:38
raad voor cultuur                                 mze-2009.os289 4
raad voor cultuur
 Mediamogelijkheden voor orkesten
                 Promo Video Distribution
             o               Ye         928 ¢
                 NEWS                      S
                 SITES                                     LoG S TES
                                                             EuML
  NZ Es Ñ GNZNE                                                    TU
  E                             SOC ALMEDIA
                                          - S TES         RO SITES
                        be
                                                     de o De a d ú$ 4
                           r                      Everita.
                       Cætin
                                      VDBCäst
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                               ragina:39
 raad voor cultuur                                               mzt.2009.os289/4
 raad voor cultuur
Kansen voor bereikvergroting
De tabellen op pagina 41 geven aan hoe orkesten mogelijk hun bereik kunnen vergroten en
differentiëren als er anders wordt omgegaan met beleid op publieksbereik. De voorbeelden
maken inzichtelijk hoe groot en divers publiekssamenstelling kan zijn; zowel lokaal,
landelijk als internationaal in 2016, afgezet tegen het huidige publieksbereik (meetpunt
2008).
Bereik wordt niet alleen gedefinieerd als fysiek aanwezig publiek, maar ook als bezoekers
die live en via media in aanraking komen met een van de productgroepen concerten,
begeleiding, outreach & educatie, talentontwikkeling en audio, video en promotie. De tabel
gaat uit van het resultaat van alle activiteiten van het orkest.
De gegevens over 2008 zijn gebaseerd op die van bestaande symfonieorkesten. De
voorspellingen van 2016 zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: minder
abonnementsconcerten voor meer publiek, rueer andersoortige concerten, meer inzet van
moderne promotiemiddelen en media als podium en promotie. Dit vereist nauwelijks meer
inzet van musici of een vergroting van het aantal concerten, maar wel moderne marketing,
media- en publieksbereikbeleid.
Van belang is dus dat er in de resultaatbenadering meer 'producten' worden geteld,
respectievelijk bestaande op een andere manier worden gerangschikt. Dat verklaart
bijvoorbeeld de relatiefgrote afname - in procenten - van de 'standaard symfonische
concerten' in de standplaats, terwijl die concerten in absolute aantallen veel geringer
verminderen: van 7.7% naar 0.7% en in absolute aantallen van 25 naar 20. Er treedt een
verschuiving op van de reguliere concertpraktijk naar andersoortige activiteiten en een aantal
andere, nu nog niet in meetgegevens meegenomen bereikactiviteiten, worden wél meegeteld
als resultaat van de inspanningen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                 raad voor cultuur                                                                                    geo
                 raad voor cultuur                                                                                    mzi-2009.os289/4
                 raad voor cultuur
Voorbeeld 1) randstedelijk orkest
lirõŠüNornå PaesåleWUiSYS~i~Wül?W NMENGöß                                   2008                                       016                          Toelichting
                                                        Productie       BereiR . Totaataandeel       Productie    Bereik         Totaalaandeel
conearten
               Sta ndaard Symfon isch sta ndplaats               75       112.500            9,23%           50     100.000                  3,13% minder abo-teneerten, meer publiek per concert
               sta ndaard Symfon isch elders N L                 25         37.500           3,08%           15       22:500                 0,71% minder concerten, meer pubiiek per concert
               Projecten/Festivals NL                              6         9.000           0,74%           10       15.000                 0,47%  uitbreiding festival activiteiten
               5ymfonaschinternationaal                          10         17,500           1,44%           10       17.50a                 0,55%  onveranderd
               SymfonischOutdoor                                   0         . .a            0,00%      .. .2 .       40.000                .L25%   meeroutdoorconcerten
               5yrnfonisch Commercieel                             0               0         D,00%             4|      2.000                 0,06%  commercieie uitkopen
               Kamermuziek                                         4          1000             08%           10        2.500                 0;08%  organisatiedoororkest
               symfonisch Promotioneel                             1         5.000 :         0 41%             4|     20:000                 0,53%  meer promotieconcerten
               Ensemble/solo Promotioneel                          2            500          0,04%             Si      2.000                 0,06%  Inzet op uitmarkt, beursen, seminars etc.
               Gratis (lunch) concerten                            6         3 000f          0,25%             6b      3,000                409%
               Dverigeconcerten                                    0               0         0.00% :           4f      4.000                 0,13%
               suhtotalen                                       229       186.000-          15.26%         123{     22E.500                 7,16%
                                                                                                                              I
Begeleiding
               Opera                                               9        13.500           1,11%              9     13.500                 0,42%  operahuis of andere operaproducent
               Ballet                                              D .... . . ·Ú             D,00% -           0            0               -0:00%  dansgezeischapofanderedansproducent
               Roer                                       -        0               0         0,00%             2       1000                 -0,03%  meestalkieinecrkestbezetting
               Eigentheaterprojecten                               0               0         0,00%             2       3.000                 0,09%  meestalkieinecrkestbezetting
               Schofen                                    3        0               0         0,00%             0           -0               -0,00% meestal ensembles
               Subtotalen                               :          3        13.500           L11%            13       17.500                :0,55%
Educatie & autreach
               Symfkinderconcerten concettzaal                     4         4.000           033%              4       4.000                 0,13% symfonieorkest
               Symfschookoncerten(BO,VO.HO)                                         D        0,00%              2        500                4,02% rneestalkieineorkestbezetting
                Ensemble kinderconcerten concertzaal              10          2,000          0,15%           10        2,00O                 -0,06% organisatie door orkest
               Ensembfe schoolconcerten (BO, VG, HG                06               0        0.00%           10        2,0DD                 n,06%  organisatie door orkest
               Symfonisch rnaatschappelijk twijketc.)              D                0        0,00% .           2       1.000                 0,03%  meestal kieineerkestbezetting
               Ensemble maatschappelijk t wijk etc.)               4          1 000          0 08% :         20        2.500                 0,08%  organisatie door orkest
               Openbarerepetitiesalgerneenpubliek                  0                0        000%            10        5,000                 0,16%
               Openbare repetities scholieren/studenten   a      10           2 000     .    0 16%           25        5.000                 0,16%
               Lezingen/inleidìngen                              40           4000           0,33%           40        4.000                 0,13%
               Overige projecten                                                   -O        400%            10        1000                  0103%
               Subtotalen                                        48         13.000           19%           123        27.000               -:0;85%
Talentontwikkeling
               Compositieprojecten                                 0                0        0,00%              2        200                  0,01% i.s.m. conservatorium
               0rkestprojectenstudenten                                                      0,00%              2        200                  0,01% studentenorkest
               Orkestacademie                                      0                0        0,00%             0            0                 0,00%
               Coaching (orkeiten, koren etc.)                     0                0        0,00%           10          500f                 0;02% door orkestmusici
               Dirigeerpraktijk individuele music                  4          S.20O          0,51%             4       6.20d{                .0;19% = aantal musici x concerten x gem- publiek
               Lespraktijkprof,iconservatoriaetc.)                2ti            200         0,02%           20          200b         .       0;01%
               lespraktijkamateurs(muziekschooletc.)              25             250         0,02%           25          250                  0,01%
               workshopsvoorprofessionals                          0                Ó        0,00%            'S         125                  0,00% organisatiedoorerkest
                Workshopsopscholen                                 0                         000%              -5         125              400%     organisatiedoororkest
                Workshopsbijarnateurinstellingen                   0                0        0,00%              5         125                400%    bvmuziekschoolofopenuniversiteit
                Wijkprojecten                                      0                0        0,00%              4         100               -0.00%  organisatiedoororkest
               Overige projecten                                   0                0        0,00%           -10         250                 0,01%
               subtotalen                                        49           ti,650         0,55%           lil2      8.275                10,26%
Audio productie
                Radio NL                                      .   10       500,00Di         41;01%           10      500.000               15,67% utttendingen via radio 4, classk fm, concertzender
               Radio internationaar                                2       200.000          16140%           10     500,000                15,67% hv in EBU verband
               Internetradio (bv egen station)                     0                0        0,00%           20      200.000                 6,27% vb: KCG radio
               CD                                                  3        15.000           L23%               4     20.000                  0,63%
             . Audio dowmioad itetaald                             0                a        0,00%              6     30.000                  Ca4% gratis download zie promotie
               Subtotalen                                         15      715.000           55,65%           50    L25D.000!               29;17%
                                                                      I               i                                        t
Video produttle
               W lokale omroep                                     1          5.000|-        0341%              4     20,000                 0,63%  meer samerswerking met lokale omroep
               W publieke omroep                                   2      150.00Ò|          12.30%              2    150,0Ò0                 4,70%  gelijkblijvende samenwerking NPO
               Wcornmercieel                                       0              -0|-       0,00%             4     300.000                  9;40% bv.viaMezzo,ClassicaofBrava
               W internationaal                                    o                O-       0,00%              2    200.000                  6;27% Via internationale publieke omroepen als Arte
               DVD | BbRay                                         1      --10:000           0 82               2     20-000                -0;63%  toename DVD/Bieray produtie
               strearning-Imernet                                  2        20.000            LG4%              6     60,000                  148%  teenameintemetconcertert
               Video on Demand - internet                          0                0         0.00%             5     50:000                  157%  via internet VOD providers
               Video on Demand -W                                  D                0        0,00%              5     50.000            .  • %57%   via tv providers als Philips Net W, UPC on Demand
               Video on Demand - overig                     2      0                0        R00%               5     50,000                  1,57% ovenge aanbieders av narrow casting
                                                                                      1
               Qutdoor screening evems                             0                         400%               1     25,000                  0,78% bv concert screening in park
               Cinema                                              0                0        0,00%              2     10,Ó00                  0;31% naarvoorbeeldMetropolianOpera
               Mobiel                                              0                0        0.00'%          10       50.000                  1,57% aanname voor snel ontwikkelende markt
               Subtotalen                                          6       135:000          15,17%           AS     985;000               -30,87%
Promotie productie
               Free audio download                                 5        50,000        n  4,10%           10      100.000                  3,13% toeneme promotionele gratis downloads
               Promotiefilms                                                                 0,00%           10       25.000              - 0,78%   Trailetsen rninidocusvia diverse websites
               Podcast                                                              å        0.00%           10       25.000              a D,78%   by via podcast service iTunes
               Vodcast                                                                       0,00%           10       25.000              A 0,78%   i>v via podcast service iTunes
               YouTube,Vimenete.                                   2        50000            4,10%           10      250:000                  7,83% Trailersenrninidocusvia'social'videe'network/
               Social Media exposure                               0                         0-00%           10      250-000        u     3 7,83%   Trailers, min~sdocu's via Hyves, Facebook etc.
               subtotalen                                          7       100.000           8,20% 9         60      675.000               21,15%
Totaal berelk                                                           1.219:150            100% w               3291.275                    100%
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                raad voor cultuur                                                                                             pagina: 41
                raad voor cultuur                                                                                             mza-2009.os289i4
                raad voor cultuur
Voorbeeld 2) regionaal orkest
Prodittvornl#: ProductiëiaïÑ¿QïWÄNiä! NAMMNM é                           2008 3 4       .                              T      2016: .              - Toelichting
                                                        Productie      erelk·" - Totaalaandeet      Productie              ereik' )Totaalaandeer
Concerten
               Standaard Symfonisch standplaats                 25       17.500             7/70%            20               K000i           0,71% minder abo-concerten, meer publiek per concert
               Standaard Symfonisch elders NL                   35       24.500           10;78%              25              17-500|         0;89%  minder concerten, meer pilbliek per concert
               Projecten/FestivalsM-                              2        2.000            0,88%               5-               5-000|       0;25%  uitbreidingfestivalactiviteiten
               symfonischinternationaal                           2        3,000            1,32%               2                3.000|-      0,15%  onveranderd
               SymfonischOutdoor                                  0               0         0,00%               -2            20,000           1,01% meeroutdoorconcerten
               SymfonischCommercieel                              2        L000             DA4%                4                2.000         0,10% commerciehuitkopen
               Symfonisch Promotioneel                            2        5.000            2,20%               4             10.000           0,51% organisatie door orkest
               Ensemble/soioPromotioneel                          2          500           022%                3                 2·000         0;10% meerpromotieconcerten
               Namermuziek                              -         0              -0        000%              10                 1500          0,13%  inzetopuamarkt.beursen,seminarsete.
               Gratis (lunch) concerten                           2          500           0 22%                à                1,500        0,08%
               Overigeconcerten                                   0               0         000%                4                2·000)       0,10%
               Subtotalen                                       72       54-000           23 75%             90               79.500          4102%
                                                                                                                   I                     I
Begeleiding
               Opera                                            10         7,500            3,30%               8                6-000        0;30%  operahuisafandereopersproducent
               BaDet                                                              0         0,00%               4                3.000        0,15%  dansgereischap of andere dansproducent
               Koor                                             10       .7.500            3,30%                4               1000           0;15% meestalkleineodestbezetting
               Eigentheaterprojecten                              0               ó         0,00%               2                1;500         0,08% meestaikleinearkestbezetting
               5tholen                                            a               b         0,00%               4                1.000 -       0,05% meestat ensembles
               Subtotalen                                       20       15.000             6,60%            22               14-500          073%
Educatia & Outreach
               Symf kinderconcerten concertzaal                   4        2·000           -0;88%               6                3.000 -       0,15% symfonieorkest
               Symf schooiconcerten (EO, VD, HO)                  0               0        -0,00%              -4                1000 ·      -0;05%  meestal kl eine orkestberetting
               Ensembiekinderconcertenconcertzaal                 4        2.000           :0;88%               6                3.000         0;15% organisatiedoororkest
               Ensemble schooleoncerten (BO, VO, MOl              4        1000             6;44%             10            - 2-500            0,13% organisatie door orkest
               Symfonisch maatschappelijk {wijk etc.)             0                         0,00%               2                  50D -       0 03% meestat kleine orkestbezetting
               Ensemblemaatschappelijklwijketc.)        •       là         2.500            L10%              10                 2.500$        0;13% organisatiedoororkest
               Openbarerepetitiespubliek                          2           500           0,22%             10                 2500          0,13%
               OpenbarerepetitiesschoRecen/studenten    -         4        1.000            0,44%             10                 2.500         0,13%
               Lezingen/inieldingen                             25         5.000            7.,20%            25                 5.000         0,25%
               Overige projecten                                 10        5.00O             2,20%            10                -5.000         0;25%
               Subtotalen                                       63        19.000            456%             -93              -27.500          1,39%
TalentontwikkeNng
               Compositieprojecten                                0      - - :0             0,00%               :2             - -200          0,01%  i.s.m.conservatorium
               Orkestprojecten studenten                          0         - -0             0,Ò0%              .2                  -200       0,01%  studentenerkest
               Orkestacademie                                     0               0 -        0,00%              -0 -                   0      '0,00%
               Coaching (orkesten, koren etc.)                    4           200          .0,09%            10)                   :500       -0,03%  door orkestmusici
               Dirigeerpraktiikindividuelemusici                 15       28.250          10,23%              15|              23.250          1,18%  -nantalmusidxconcertenxgem.pubilek
               Lespraktijkprof.(conservatoriaetc.)               20            200          0,09%             20|                   200        0,01%
               Lespraktijk amateurs (muziekschool etc.)          70            700          0 31% -           70f                   700        0;04%
               Workshopssehoden                                   0               0         0,00%                56                 125        0,01%  organisatiedoororkest
               Workshopsamateurs                                   0              0         0:00%                SI                 125       -0301%  organisatiedoororkest
               Workshops professionals                            0           a .0          0,00%               .5Ì       . . . ..125          0,01%  bv muziekschoolof open universiteit
               Wijkprojecten                                       0              0          0,00%              -Al                  100       0,01%  organisatiedoororkest
               Qvarige projecten                                   0               0        -D;00%            10                    250        0,01%
               subtotalen                                      109        24350           10;71%           148 -                25;7/5         00%
                                                                     I                                                                     1
Audioproductie
               Radio ML                                            2    100.000            43,99%                6           300.000         15,17%   uitzendingen via radio 4, classic fm, concertzender
               Radio intemationaai                                 0               0         0;00%               2           200:000         10,11%    bv in EBU verband
               internetradio(bveigenstation)                       0            - 0          0;DD%          -20|             100.000-          5,06%  vbiKCOradio
               CD                                                 4       10.000             440%                4|             10,000         0 51%
               Audiodownioadbetaald                                               0          0,009à              6|           15.coo           076%   gratisdownloadziepromotie
               subtotaler                                         6     110A00            48,38%              38|           625,000          31.61%
                                                                                                                     I
Videoproductie
               W lokale omroep                                    1         5 000           2,20%                2             10.000          0 51%  meer samenwerkirrg met lokale omroep
               W oublieke omroep                                   0              0         0 00%                1             75-000)         3,79%  gelijkbilivende samenwerking NPO
               Wcommercieel                                        0              0         000%                 6           450-006         22,76%   bv-viaMezzo,ChassicaofBrava
               W internationaal                                                              0 00%               2           2003000         10,11%   Via intemationale publieke omroepen als Arte
               DVD | BiuRay                                                        0         0,00%               2 -            10-000         0,51%  toename DVD/Blæray produtie
               Streaming-internet                                                  0         0,00%               6             30,000          1,52%  toenemeinternetconcerten
               Vldeo on Demand - internet                                          0         0,00% :         . 5               25,000          1,26%  via internet VoD oreviders
               VideoonDemand-W                                     D               0         0,00%      -        5           :25,000           1,26%  vinteprovidersalsPhilipsNetW,UPConDemared
               VideoonDemand-overig                                D               D         0.00%               5             25,000          1,26%  overigeaanbiedersbvnarrowcasting
            •  Outdoor screenirig events                           D               0         0,00% -             1             25.000          2,26% by concert screening in perk
               Cinema                                              0                         0,00%               2             10.000          0;51% naar voorbeeld Metropolian Opera
               Mobiel                                              0               0         0,00%            10               25,000          026% aanname voor snel ontwikkelende markt
               subtotnien                                          1        5.000            2,20%            47             910.000         46,02%
Promotie productie
               Freeaudiodownload                                   0               0         0;00%      ·÷ 10                  50:000          2,53%  toenamepromotionelegratisdownicads
               Promotiefdms                                        0               0         ej00%      U:: 10                 15.000          0,76%  Traliers en minidoeus via diverse websites
               Podcast                                             D               0         0.00%            10                15-000         0,75%  hv via podcast service (Tunes
               Vodcast                                             0                         0:00%          '.10                15-000         0;76%  bv via podcast service iTunes
               YouTube,Vimeoetc,                                   O               O         Dj00% 4        MG               100.000           5;06%  Trailersenminidocusvia'sociarvideo:networks'
               SociaF Media exposure                               0               0         0;00%         ele           4:100.000             5305%  Trailers, mini-docu's via Hyves, Facebook etc.
               subtotaien                                                                   0;00%         M60            #295A00             14;92%
Totaal bereik                                                          227350                100%                        11977;275           ML00%
               De gegevens uit 2008 zyn afgeleid uit rapportages van het Ministerie van C CW De
               gegevens voor 2016 zyn inschattingen van trends,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   raad voor cultuur                                               aginas
  raad voor cultuur                                                mzi-2009.os2ss/4
   raad voor cultuur
Kenmerken, taken en criteria van het orkestenbestel
 De kenmerken van het orkestenbestel staan niet in Innoveren, participeren! en worden .
 daarom hier geformuleerd. Dit biedt een duidelijk beoordelingskader, vergelijkbaar met
 andere podiumkunsten, dat sturing en meting op resultaat mogelijk maakt.
Het geheel van orkesten die de instandhoudingsfunctie in de basisinfrastructuur vervullen
van symfonische muziek, voldoet aan de volgende kenmerken:
•een landelijk gespreid geheel garanderen van stads- en regiogezelschappen, met twee
instellingen in Amsterdam, in Utrecht/Hilversum en de regio Oost en telkens één in Den
Haag, Rotterdam en de regio's Noord, West, Brabant en Limburg;
- een breed, kwalitatiefen hoogwaardig aanbod garanderen, waarbij het symfonische
internationale en Nederlandse repertoire van de zeventiende tot en met de 21ste-eeuw aan
bod komt;
•zorgdragen voor bereik, participatie, educatie en talentontwikkeling in de steden
Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en de regio's Noord, oost, West, Brabant, Limburg en
Utrecht;
 •bijdragen aan de begeleiding van professionele dans-, (muziek)theater- en
operagezelschappen;
 - een significante bijdrage leveren aan het orkestenbestel op regionaal, nationaal en
 internationaal niveau;
 • artistieke, repertoire- en presentatievernieuwing initiëren en waarborgen;
•een zo groot en divers mogelijk publiek bereiken via concerten, voorstellingen en media;
 •zorgdragen voor internationalisering van de Nederlandse symfonische traditie.
Dit betekent voor de taken:
' hoofdactiviteit is het uitvoeren van symfonische muziek in uiteenlopende
verschijningsvormen;
• zorgen voor landelijke afstemming en spreiding van het aanbod van symfonische muziek
door sectorale, interdisciplinaire en lokale samenwerking;
•een significante bijdrage leveren op regionaal, nationaal en internationaal niveau;
•repertoirevernieuwing waarborgen;
•zorgen voor ontwikkeling en uitvoering van participatie en educatie;
•talentontwikkeling van orkestmusici door in- en doorstroming en van dirigenten door
assistent-schappen;
•beleid om een zo groot mogelijk publiek te bereiken;"
- verplichting tot opera- en dansbegeleiding.
De criteria zijn:
•gegarandeerde artistieke en zakelijke continuïteit;
•bewezen excellente uitvoeringskwaliteit;
•uitstekende staat van dienst en verankering in regio of stad;
•onderscheidend ten opzichte van vergelijkbare instellingen;
- in staat een nader te bepalen aantal activiteiten te realiseren.
  * Bereik: iedereen die activiteiten van het orkest meemaakt of ondergaat via live
  uitvoeringen en audiovisuele media.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>raad VoOr cultuur                                               pagine
raad vOOr Cultuur                                               mzi-2009.os289i4
 raad v00r cultuur
Voorbereiding advies
De voorbereiding van dit advies lag bij de commissie Muziek en muziektheater, bestaande
uit Gabriël Oostvogel (voorzitter), Pablo Cabenda, Geurt Grosfeld, Dick Kuijs, Philomeen
Lelieveldt (extern adviseur, musicoloog, Universiteit Utrecht), Rob Overman en Lonneke
Regter (secretaris). De commissie is bijgestaan door Beppie Blankert, Freek van Duijn, Gary
Feingold, Jacques van Veen, Casper Vogel (commissie Podiumkunsten), Peter Schrurs
(commissie Media) en Pieter Bots (secretaris Podiumkunsten).
LÖst gesprekspartners
Het Brabants Orkest (HBO)                     Arthur van Dijk, Jan Zekveld
Het Gelders Orkest (HGO)                      Juliette Hofman, George Wiegel
Holland Symfonia (HS)                         Henk Swinnen, Otto Tausk, Leen Vreeken
Koninklijk Concertgebouworkest (KCO)          David Bazen, Joel Ethan Fried
Limburgs Symfonie Orkest (LSO)                 Henri Broeren
Muziekcentrum van de Omroep (MCO)              Monica Damen, Anton Kok
Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO)Rob Streevelaar, Sven Arne Tep1
Noord Nederlands Orkest (NNO)                  Marcel Mandos, Jan Geert Vierkant
Orkest van het Oosten (OvhO)                   Harm Mannak, Jan-Willem de Vriend
Residentie Orkest (RO)                         Koen Vandyck, Niels Veenhuijzen,
                                               Ronald Vermeulen
Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO)        Hans Waege
Contactorgaan Nederlandse Orkesten (CNO) Djoke Haven, Maria Mennen, Leen Vreeken,
                                               Cees de Wildt, George Wiegel
FNV-Kiem                                       Martin Kothman, Wilbert Scheifes
Nederlandse Toonkunstenaarsbond                Jilt Jansma, Hans Stap
Het Nationale Ballet                          Ted Brandsen, Stijn Schoonderwoerd
Nederlands Dans Theater                        Jet de Ranitz, Jim Vincent
De Nederlandse Opera                          Pierre Audi, Truze Lodder
Nationale Reis Opera                           Marjon Hoedeman, Guus Mostart
Opera Zuid                                     Miranda van Kralingen, Richard Loomans
Concertgebouw Amsterdam                       Anneke Hogenstijn
Muziekcentrum Enschede                         Laurens van der Heijden
Muziekcentrum Vredenburg Utrecht               Peter Tra
Oosterpoort Groningen                          Yvonne van den Berg (schriftelijk)
Orpheus (Apeldoorn)                            Gerda Kroeze
ZaterdagMatinee/NPS                            Kees Vlaardingerbroek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre> raad voor cultuur                                       pagina- 44
 raad Voor cultuur                                       mzt.2009.os289/4
 raad voor cultuur
GeNeCo                                  JeffHamburg
Muziek Centrum Nederland                Janneke van der Wijk, Henk Heuvelmans
Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ George Lawson, Henriëtte Post
IPO                                     Jan Ploeger
VNG                                     Lydia Jongmans, Siewert Pilon
AVRO                                    Roland Kieft
KRO                                     Russell Postema
Nederlandse Publieke Omroep             Jan Westerhof
NPS                                     Joop Daalmeijer, Bart Soepnel, Peter Janssen
Radio 4                                 Marwil Straat
TROS                                    Astrid in 't Veld
Albert Adams
Micha Hamel
Hans Hierck
Stan Paardekoper
Leo Samama
Sieuwert Verster
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                              ti y       Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                              a.-£       Wetenschap
 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
                                                                                        Rijnstraat 50
                                                                                        Den Haag
  Raad voor Cultuur                                                                     Postbus 16375
  Postbus 61243                                        Raad voor Cultuuf                2500 BJ Den Haag
  2506 AE Den Haag                                     INGEKOMEN                        -.minew.nl
                                                        2 7 APR 2009                    conteerseen
                                                                                        A.w.F. den Haring
                                               Doss.
                                               Nr. wra.k -z o oû • O G 2      /         T +31-70-412 4399
                                                                                        a.w.f.denharing@minotw.nl
                                                                                        IPc 3300
Datum                                                                                   Onze referentie
Betreft         Orkesten                                                                DK/I&I/119455
                                                                                        Bijlagen
                                                                                        1
Geachte Raad,
In deze brief vraag ik uw advies over het orkestenbestel. De belangrijkste vraag
die ik u voorleg is of het huidige orkestenbestel in voldoende mate zorg draagt
voor het levend houden van de symfonische traditie. Het begin van deze brief
licht deze vraag nader toe. Vervolgens schetst de brief een aantal algemene
uitgangspunten en het financieel kader.
De kerntaak van het orkestenbestel
De belangrijkste vraag die ik u voorleg, spitst zich toe op de kerntaak van het
orkestenbestel. Die laat zich samenvatten als het levend houden van de
symfonische traditie. Dit levend houden omvat niet alleen de professionele
uitvoering van symfonisch repertoire, maar ook
    ·• wisselwerking met publiek (bereik van nieuwe publieksgroepen, relatie tot
          amateurkunst)
     • aanmaak en uitvoering van nieuw repertoire
     • zichtbaarheid op oude en nieuwe podia (dus naast radio en televisie ook
          Internet)
     • opleidingen tot orkestmusicus en dirigent.
Het gaat dus niet alleen om de orkesten als zodanig, maar ook om verbindingen
met cultuureducatie en cultuurparticipatie.
Bij de vraag of het huidige orkestenbestei in voldoende mate zorg draagt voor het
levend houden van de symfonische traditie, verzoek ik u in te gaan op de
volgende punten: hoe functioneert het bestel? Hoe verhoudt het zich tot de rest
van het muziekleven? Is het bestel toekomstbestendig, of zijn er aanpassingen
nodig? Zo ja, welke aanpassingen acht de Raad wenselijk en hoe ziet hij hierbij de
rol van de overheid? En wat zijn de consequenties van uw antwoorden voor de
structuur en omvang van het bestel?
                                                                                        Pagina 1 van 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Uitgangspunten
Bij het antwoord op bovenstaande vragen verzoek ik u rekening te houden met
een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. De laatste maanden heeft een
discussie plaatsgevonden over het publieksbereik van orkesten.1 Deze discussie
komt niet uit de lucht vallen. De concurrentie op de vrije tijdsmarkt is de laatste
decennia toegenomen. Jongeren blijken via ouders of school steeds minder in
contact te komen met symfonische muziek. Uit recent onderzoek van het SCP
blijkt dat het bezoek aan klassieke muziek in de leeftijdscategorie van 35 tot 49
jaar aanzienlijk is afgenomen? Het gaat om een halvering in ruim 10 jaar tijd.
Ook onder hoger opgeleiden, een groep die traditioneel sterk vertegenwoordigd
is, loopt de belangstelling terug (25% in 12 jaar). Het publiek vergrijst. Het at
beperkte bereik onder minderheden is de afgelopen periode ook verder gedaaid.
Veel orkesten zien de verkoop van abonnementen teruglopen. Ook het bereik via
radio en televisie is geleidelijk gedaald (14% in 12 jaar tijd).
De vraag is hoe de orkesten erin kunnen slagen een nieuw en jonger publiek te
 bereiken. Uit de gesprekken die ik met het Contactorgaan van Nederlandse
Orkesten heb gevoerd is mij duidelijk geworden dat de orkesteri de urgentie van
deze vraag erkennen.
Taakverbreding orkesten
Ik vraag u ook een aantal ontwikkelingen in het orkestenbestel zelf bij uw
advisering te betrekken. In hun streven naar meer publiek en meer eigen
inkomsten treden orkesten vaker buiten de gevestigde kaders. Uit de
 beleidsplannen die in juli zijn ingediend maak ik op dat die tendens zich voorzet.
Orkesten zoeken samenwerking met plaatselijke theater- en
 (jeugd)dansgezeischappen en experimenteren met het geven van concerten op
 nieuwe locaties en afwijkende tijdstippen. Dit gebeurt met orkestensembles van
 uiteenlopende bezetting. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om het
eigen product niet alleen op CD en DVD te verspreiden, maar ook in diverse
varianten via internet. Hoe ziet de Raad voor Cultuur deze verbreding van het
 aanbod in de richting van andere dan symfonische activiteiten? Biijft hiermee een
 goed evenwicht in het muziekbestel behouden? Ik denk hierbij ook aan het
 aanbod van de muziekensembles.
 orkestenbudget
 Het subsidiebudget voor de orkesten bedraagt op jaarbasis ruim € 63 miijoen
 (2009). Dit is 32% van het totale podiumkunstenbudget.3 In dit bedrag zijn de
   Onder meer in NRC is een groot aantai opiniebijdragen verschenen. Vgt Hans Abbing,
 Klassieke concerten onnodig zwaar (2 februari 2009); Christiaan Weijts, Een leuke avond (5
 februari-2009); Rob Streevelaar, Bij klassieke concerten zit de spanning in de stilte (9
 februari 2009); Philomeen Lelieveldt, Reken klassieke concerten niet af op
 bezoekersaantallen (18 februari 2009); Hans Abbing, Mensen van nu hebben recht op een
 informeler concert, (7 april 2009). De meningen verschillen over te nemen maatregelen,
 maar de auteurs onderschrijven het vertrekpunt van de discussie: het publiek van het
 symfonische concert loopt terug en vergrijst.
 2 A. van den Broek, J. de Haan en F. Huysmans; Cultuurbewonderaars en
 Cultuurbeoefenaars. Trends in cultuurparticipatie en mediagebruik. Den Haag, Sociaal en
 Cultureei Planbureau. (te verschijnen in mei 2009)
 3 Daarbij reken ik zowel het budget van het ministerie van OCW als dat van het Nederlands
 Fonds voor de Podiumkunsten mee.
                                                                                           2
                                                                                             Pagina van 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre> bijdragen van andere overheden en de subsidie voor de ensembles van het
 Muziek Centrum voor de Omroep niet meegerekend. De:omvang van dit budget
 rechtvaardigt een periodieke beschouwing van het behaalde rendement, zowel
 wat betreft de artistieke kwaliteit als het publieksbereik. In de bijlage treft u een
 overzicht van de huidige subsidies. Ik vraag u bij uw advisering uit te gaan van
 het huidige budget.
 Het Muziek Centrum voor de Omroep
 Het Muziek Centrum voor de Omroep (MCO) heeft een aanvullende positie ten
 opzichte van de landelijke orkesten die uit de cultuurbegroting hun bekostiging
 ontvangen. Bij het MCO zijn de opdrachten in het kader van de programmering
 voor radio en televisie leidend. Daarom vindt de bekostiging plaats vanuit de
 mediabegroting (€ 30 min. per jaar); Het Groot Omroep Koor en het Metropole
 Orkest hebben een unieke positie in het orkestenbestel. Het MCO maakt verder
deel uit van het landelijke bestel als vaste bespeler van het muziekpodium in de
 stad Utrecht en leverancier van een symfonisch aanbod voor het Concertgebouw
 in Amsterdam. Daarnaast verzorgt het orkest regelmatig de begeleiding van
 producties van De Nederlandse Opera. Verder benut het MCO samen met
Teleac/NOT de verbinding met de omroep voor het bereiken van een nieuw en
jong publiek. In 2010 zal ik u advies vragen over het meerjarenbeleidspian van
 het MCO voor de periode 2010-2015. Gezien de raakvlakken met deze
 adviesaanvraag verzoek ik u, waar u dat passend vindt, ook nu het MCO in uw
 advies te betrekken.
 Uw advies zal voor de subsidierelatie met de orkesten pas gevolgen hebben voor
 de volgende subsidieronde. Ik verzoek u voor 1 oktober a.s. advies uit te
 brengen.
dr. onald H.A. Plasterk
 De n inister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
                                                                                       3
                                                                                         Pagina van 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Subsidies landelijke orkesten
                                                    2009           2010 e.v.
Noord Nederlands Orkest                             6.668.860     6.557.719
Orkest van het Oosten                               5.505.906      5.414.147
Het Gelders Orkest                                  5.980.635      5.880.964
Het Brabants Orkest                                 5.912.658      5.814.120
Limburgs Symfonie Orkest                            5.245.672      5.158.249
Koninklijk Concertgebouw Orkest*                    6.819.065      6.745.345
Residentie Orkest -                                 3.599.359      3.539.374
Rotterdams Philharmonisch orkest                    3.595.695      3.535.770
Holland Symfonia                                    9.711.152     9.549.309
Nederlands Philharmonisch Orkest                    10.711.839     10.533.319
*Inclusief 994.400 a.g.v. bestuurlijke uitruil met gemeente Amsterdam en toeslag
internationale excellentie ad 1.500.000,
                                                                                 4
                                                                                   Pagina van 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                                                         Ministerievan Onderwijs, Cultuuren
                                              2.... ..   Wetenschap
 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
                                                                                       Rijnstraat 50
 Raad voor Cultuur                                     Raad voor Cultuur               een Haag
Postbus 61243                                          INGEKOMEN                       Eugn's.g
 DEN HAAG                                                                              www.rninocw.nl
                                                                                       Contactpersoon
                                                                                       A.W.F. den Haring
                                              DoSS.                                    T +31-70-412 4399
                                                                           /           a.w.f,denharing@minocw.nl
                                              Nr. wwÅ -               9 2.             IPc 3300
                                                                                       Onze referentle
                                                                                       DK/I&I/129985
 Datum              i § 30Ni 2009                                                          agen
 Betreft        Adviesaanvraag orkesten
Geachte raad,
Met mijn brief van 23 april jl. heb ik u advies gevraagd over het orkestenbestel.
Intussen ontving ik van het CNO gedateerd 22 mei 2009 een brief waarin een
gezamenlijke visie is verwoord op de maatschappelijke rol en werkwijze van
symfonieorkesten. U treft deze brief als bijlage hierbij aan.
Het CNO signaieert een spanningsveld tussen de gewenste financiële
zelfstandigheid enerzijds en de simultane opdracht met betrekking tot educatie en
nieuwe publieksgroepen. Hij maakt melding van grote maatschappelijke
verschuivingen en het ontstaan een verscheidenheid aan subculturen. De
orkesten in CNO verband voeien zich betrokken bij het debat over deze actuele
ontwikkelingen en hebben tegen de achtergrond daarvan een missie voor de
toekornst geformuleerd. Ik verzoek u van deze missie kennis te nemen.
In de'brief iran 22 mei 2009 zeggen de orkesten verder te streven naar een
nieuwe cao per 2010. Zij achten de modernisering van de arbeidsverhoudingen
noodzakelijk voor een ondernemende en flexibele bedrijfsvoering. De elementen
waarop de cao zich zai richten zijn in de brief geïnventariseerd.
Ik verzoek u de visie van het CNO bij uw advisering te betrekken.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
dr. Ro al H.A. Plasterk
                                                                                        Pagina 1 van 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>