<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                       R.J. Schimmelpennincklaan 3
                                                                                       2517 JN Den Haag
                                                                                       Postbus 61243
                                                                                       2506 AE Den Haag
                                                                                       t 070 3106686 f 070 3614727
                                                                                       info@cultuur.nl
                                                                                       www.cultuur.nl
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
de heer drs H. Zijlstra
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
23 november 2011
Kenmerk: rc-2011.06315/1
Betreft: Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten
Zeer geachte heer Zijlstra,
De afgelopen maanden ontstond veel beroering rond de verkoop van ‘the
schoolboys’1(1987) van Marlene Dumas door museumgoudA en de
voorgenomen verkoop van een deel van de collecties van het
Wereldmuseum in Rotterdam. De Nederlandse Museumvereniging wijdde
een extra algemene ledenvergadering aan de kwestie Gouda. Maar deze
kwestie staat niet alleen. Onlangs richtte de Stichting Volkenkundige
Collectie Nederland2 zich tot het college van B&W van Rotterdam, eigenaar
van de collecties van het Wereldmuseum, met de vraag of men de voor de
verkoop beoogde Volkenkundige verzamelingen en objecten wilde behouden
voor het publiek domein. En de staatssecretaris moest vragen beantwoorden
van SP-Kamerlid Jasper van Dijk.
Behoud en beheer van cultureel erfgoed
Expliciet maakt het regeerakkoord melding van het cultureel erfgoed. Het
moest bij de bezuinigingen worden ontzien. Cultureel erfgoed behouden en
beheren is bewaren van datgene wat we de moeite waard vinden om door te
geven. En wel zo dat het steeds te gebruiken, benoemen, bestuderen,
interpreteren en bewonderen is. 3 Daarom moet het erfgoed deel uitmaken
van het publiek domein en toegankelijk zijn. De zorg voor het roerend
cultureel erfgoed is in Nederland vooral belegd bij musea en archieven.
1 Het werk werd in 1988 door het museum aangekocht. De netto opbrengst van de veiling voor het
museum is 950.000.
2 waarin de Volkenkundige musea van Nederland samenwerken
3 F. Grijzenhout, Erfgoed: de geschiedenis van een begrip (2007)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Met de kwestie Gouda wordt de manier waarop het beheer en behoud van
het cultureel erfgoed geregeld is, in het nauw gebracht. Dat leidt tot de vraag
of de bestaande regelingen en instrumenten, gericht op het beheer en
behoud van cultureel erfgoed, voldoen in een tijd waarin van culturele
instellingen ondernemerschap en een commerciële houding worden
verwacht.
Achtergrond en regeling
Het spraakmakende artikel van Victor de Stuers ‘Holland op z’n smalst’ (De
Gids, 1873, jaarg. 37) ,waarin hij de verkoop aan Engeland van het oksaal
van de Sint Jan in Den Bosch aan de kaak stelt, geldt in het algemeen als het
begin van de cultuurbescherming in ons land. Meer recente voorbeelden van
verkopen die veel discussie losmaakten, zijn die van de voorgenomen
verkoop van Mondriaans’ Compositie met twee lijnen in Hilversum4 en de
Rothko5 uit Rotterdam. Deze voorbeelden behoren tot de casuïstiek die de
achtergrond vormde voor de ontwikkeling van de leidraad bij museaal
verzamel- en afstotingsbeleid: de LAMO. De ontwikkeling van deze leidraad
kent een beleidsmatige achtergrond die wortelt in het besef dat afstemming
en samenwerking tussen musea in Nederland de kwaliteit van de collecties
van instellingen in Nederland ten goede komen. 6
De Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (herziene versie in
2006) vormt samen met de Wet tot behoud van cultuurbezit het
belangrijkste beschermingsinstrument voor de objecten en verzamelingen
die tot ons cultureel erfgoed behoren. 7
Uitgangspunt bij de LAMO is dat afstoting van collecties door musea moet
leiden tot collectieverbetering. De keuze voor de te ontzamelen objecten
wordt gemaakt tegen de achtergrond van een zogenaamd ‘Collectieplan’.
Uitspreken voor beheer en behoud van collecties betekent namelijk ook
kritisch zijn op collecties, tijdig uitdunnen en waarderen. Professioneel
collectiebeheer kan ertoe bijdragen dat bedrijfseconomische problemen
eerder gesignaleerd worden.
Bij de recente (voorgenomen) afstotingen zien we dat de verkoop vooral
ingezet wordt om een zo hoog mogelijke opbrengst te behalen. Met als doel
exploitatietekorten te dekken of een financieel fundament onder de
bedrijfsvoering te creëren.
4 Voorgenomen verkoop 'Compositie met twee lijnen' Piet Mondriaan in 1987 door gemeente Hilversum.
Voorkomen door raadsbesluit minister van CRM
5 Voorgenomen verkoop van Grey, Orange on Maroon 60/8, Rothko uit 1960
6 beleidsmatig wordt de context voor de ontwikkeling van de LAMO gevormd door de beleidsnota ‘Kiezen
voor kwaliteit’ uit 1990. Van Minister van WVC Hedy d’Ancona. In deze nota werd voor het eerst
gesproken over de Collectie Nederland. Een pleidooi voor afstemming en samenwerking.
7 Het zelfregulerend instrument LAMO kan gezien worden als een uitwerking van de ethische code van de
ICOM (Internationale Council of Museums) waar het bijvoorbeeld dilemma’s rond ontzameling betreft.
De LAMO wordt breed gedragen wat blijkt uit het onderschrijven ervan door de Nederlandse
Museumvereniging (NMV) en de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea (VRM).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Cruciaal element in de LAMO-regeling is de voorwaarde dat bij ontzamelen
in eerste instantie collega-instellingen benaderd worden om de voorwerpen
voor het publiek domein te behouden. Dat past ook bij de hierboven
beschreven achtergrond waartegen de ontwikkeling van de LAMO gezien
moet worden, die van ontzamelen, collectiemobiliteit en
collectieverbetering. Overdracht gebeurt bij voorkeur om niet, maar een
financiële vergoeding is niet uitgesloten. De LAMO is dus een regeling die
betrekking heeft op collecties, ondergebracht bij culturele instellingen,
waarvoor geldt dat ze eigendom zijn van de instelling of door middel van een
beheercontract langdurig in bruikleen zijn gegeven.
Regelgeving en borging van de werking
Mocht er bij afstoten in de zin van verkoop door een museum sprake zijn
van twijfel, dan kan de casus ter beoordeling voorgelegd worden aan de
Ethische Code Commissie.8
In het geval van de verkoop van de Dumas door museumgoudA heeft het
bestuur van de Museumvereniging, op basis van het advies van de
Commissie, besloten museumgoudA te berispen en, gelet op de
omstandigheden, niet de sanctie van uitzetting uit de Museumvereniging toe
te passen. Deze beslissing is ter beoordeling voorgelegd aan de leden van de
vereniging. Bij stemming is besloten dat deze maatregel de leden niet ver
genoeg gaat. Daarop bereidt het bestuur nu een procedure voor om de
sanctie van uitzetting in stemming te brengen.
Bij vervreemding van objecten uit Rijkscollecties wordt ook de LAMO
toegepast. Vervreemdingsvoorstellen worden voorgelegd aan de directeur-
generaal Cultuur en Media. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
adviseert daarbij over de vervreemding tegen de achtergrond van het
collectieplan van de instelling.9.
Het besef van het belang van de werking van het instrument spreekt ook uit
de verbinding die tot voor kort gelegd werd tussen de LAMO en het
museumregister.10 Het museumregister is het kwaliteitszorginstrument van
het museale veld. Voldoen aan de normen van het museumregister levert de
kwalificatie geregistreerd museum op. In het nieuwe museumregister (2011)
wordt het volgen van de ethische code, en dus de LAMO, echter niet meer
verplicht gesteld.11 De kwaliteitsstempel voor professionaliteit die het
museumregister biedt, heeft dus geen betrekking meer op de algemeen
geldende ethiek op het gebied van verzamelbeleid.
Een andere vorm van bescherming biedt de Wet tot behoud van cultuurbezit
(Wbc). De Wbc (1984)12 ziet toe op de bescherming van cultureel erfgoed
van particulieren, verenigingen en stichtingen waarbij als uitgangspunt
geldt dat het erfgoed onmisbaar of onvervangbaar is vanwege de symbool-,
8 De Ethische Code Commissie is in het leven geroepen door ICOM Nederland, het Landelijk contact
museumconsulenten (LCM) en de NMV.
9 VRM musea zijn gehouden per 2013 hun collectieplan te actualiseren.
10 Het museumregister wordt door een onafhankelijke partij beheerd.
11 Door verschillende subsidiegevers wordt de mogelijkheid tot het verkrijgen van subsidie afhankelijk
gesteld van de inschrijving in het museumregister.
12 Anders dan velen denken ziet de Wbc dus niet specifiek toe op de bescherming van Rijkscollecties.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>schakel- of ijkfunctie. Een aanvraag om erfgoed onder bescherming van de
Wbc te laten vallen, kan door iedereen gedaan worden. Plaatsing onder
toezicht van de Wbc leidt ertoe dat pas tot verkoop van het erfgoed mag
worden overgegaan als de overheid van aankoop afziet. Uitvoeren naar het
buitenland van een dergelijk object of een verzameling is onmogelijk.
Daarbij is ook het UNESCO-verdrag uit 1970 (sinds 2009 in Nederland van
kracht) waarbij onrechtmatige in- en uitvoer van cultureel erfgoed geregeld
wordt, instrumenteel . Plaatsing op de lijst houdt dus een inperking van de
rechten van de eigenaar in.
Toezicht op de uitvoering van de Wbc is bij de Erfgoedinspectie belegd.13
Plaatsing onder de bescherming van de Wbc kan leiden tot aankoop door
het Rijk. Bij een verkeerde inzet van de Wbc leidt dit tot een verkapte
subsidiëring van de instelling. De Wbc wordt ook als statusverhogend voor
objecten of verzamelingen gezien. Als referentiepunt voor andere
vergelijkbare objecten of verzamelingen kan de Wbc-lijst dus van invloed
zijn op de marktwerking. 14 ,15
Een rekkelijke interpretatie of inconsequente toepassing van de LAMO
ondermijnt de werking van de leidraad, mede omdat er sancties ontbreken.
Er ontstaat dan een gat tussen de werking van de Wbc16 en de
zelfregulerende maatregel. En bescherming van het cultureel erfgoed wordt
overgeleverd aan de willekeur van de eigenaar.
Verantwoordelijkheden en belang
Het Rijk beslist over de collecties van de verzelfstandigde rijksmusea, voor
zover zij daar eigenaar van is.17 De gemeenteraad beslist over de openbare
collecties in haar eigendom. Daarbij wordt in principe de LAMO door de
verschillende overheden onderschreven. In juni 2010 kondigde de VNG18
aan met een eigen modelprotocol voor het ontzamelen door gemeenten te
komen. Het protocol kan nog dit jaar [2011] verwacht worden.
Erfgoedcollecties worden beschermd door de LAMO als ze in bruikleen (met
bruikleencontract) of in eigendom zijn overgedragen aan de zorg van een
museum.19 Wordt het bruikleencontract beëindigd, dan valt de
vanzelfsprekende bescherming door de LAMO weg.
13 De wet voorziet niet in voorschriften met betrekking tot de materiële staat waarin het object of de
verzameling verkeert.13 Wel leidt plaatsing onder de Wbc tot wettelijke bescherming.
14 dit geldt overigens ook al voor alle objecten die zich in musea bevinden.
15 Er zijn verschillende manieren waarop wettelijke bescherming geregeld kan worden. Internationaal
zijn er verschillende methodes die lopen van volledige bescherming (Italië) tot controle op bescherming
bij uitvoer (Engeland) of een mengvorm (Nederland). Het Nederlandse systeem is daarbij tot nu toe
positief gewaardeerd.
16 Vanwege de beperkt reikwijdte en feit dat deze wet binnenlandse verplaatsing toestaat en de LAMO
gericht is op het behouden van het erfgoed voor het publieke domein.
17 Bij de beantwoording van de kamervragen van Van Dijk op 8 september jl., over de collectie van het
Wereldmuseum in Rotterdam, benadrukte de staatssecretaris het grote belang van de zelfregulerende
werking van de LAMO, daarbij de bestuurderen aansprekend op hun verantwoordelijkheden.
18 De VNG bepleit tot op heden terughoudendheid bij het afstoten van gemeentelijke collecties, al dan
niet in musea ondergebracht. Sinds 1992 hanteert de gemeente een stappenplan voor de afstoting van
voormalig BKR-werk. Inhoudelijk onderschrijft de gemeente de LAMO. Ze geeft echter een bredere
invulling aan de mogelijkheid tot herinzet van de middelen.
19 Het museumregister stelde tot nu toe voor de kerncollectie van een instelling een bruikleentermijn van
25 jaar.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Bijzondere gemeentelijke collecties zijn de verzamelingen die ontstaan zijn
vanuit de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). Daarbij heeft de
gemeente kunstwerken gekregen door een regeling.20 Bij het ontzamelen
van een dergelijke collectie kan een schemerzone ontstaan als het gaat om
werk van een kunstenaar dat zich ook in een museum bevindt.
Vanuit de zorg en verantwoordelijkheid voor de Rijkscollecties heeft de
overheid belang bij de goede werking van zelfregulering en de Wbc.
Het niet verplicht stellen van het onderschrijven van de ethische code bij het
museumregister is zorgwekkend. De LAMO vloeit immers voort uit die code
en hoeft nu dus geen werking te hebben.
De manier waarop de werking van de LAMO geborgd wordt (en de Wbc
hierop een aanvullende werking kan hebben) is ook van belang voor
bijvoorbeeld fondsen als de Vereniging Rembrandt en de
Mondriaanstichting. Bij het ondersteunen van aankopen gaan zij er expliciet
van uit dat bij eventuele vervreemding de LAMO wordt gehanteerd.
Het gebrek aan zicht op de werkzaamheid van de bestaande
uitvoeringspraktijk heeft nu al gevolgen voor de verhouding tussen
schenkers, verzamelaars en kunstenaars, sponsors en culturele instellingen.
Zij missen het zicht op zekerheid van borging van de collecties waar zij een
bijdrage aan leveren. Concreet betekent dit dat men afziet van schenking
aan culturele instellingen.
Conclusie
De LAMO geeft geen antwoord op het ontzamelingsvraagstuk in een tijd
waarin op bedrijfseconomisch gronden naar collecties gekeken wordt in
plaats van op inhoudelijke gronden. Zelfregulering lijkt stuk te lopen op de
monetaire waarde van de collecties. Noch de behoudende taak, noch de
verantwoordelijkheden van de overheden,21 noch de vormvereisten voor
collectieplannen of de toezichthoudende taak op de verschillende
bestuurlijke niveaus zijn voldoende duidelijk gedefinieerd.
De Raad gaat er vanuit dat in het samenspel van de museumbranche (NMV
en VRM), de verschillende overheden, de LAMO, de Wet tot behoud van
cultuurbezit (Wbc), het museumregister en de Ethische Code Commissie
voldoende garanties kunnen worden ingebouwd voor de borging van het
cultureel erfgoed. Ondersteund door een visie van de overheid die verlangt
dat collecties op betekenis en erfgoedwaarde gewaardeerd zijn, eventueel
vast te leggen in een wet.
20 Afstoten van werken van levende kunstenaars dienen eerst aan de kunstenaar zelf aangeboden te
worden. Ook in het geval van de verkoop in Gouda toonde Marlene Dumas zich niet geamuseerd.
21 Het toezicht op de Rijkscollectie is geregeld in de regeling ‘materieel beheer museale voorwerpen’. De
Erfgoedinspectie heeft daarbij een toezichthoudende taak.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Voor de huidige LAMO doet de Raad de volgende aanbevelingen22:
1. de LAMO wordt altijd gevolgd bij ontzameling. Ontzameling van cultureel
    erfgoed kan alleen op inhoudelijke gronden. Nadrukkelijk dient de regel
    gevolgd te worden dat te vervreemden objecten bij ontzameling eerst aan
    collega-instellingen worden aangeboden.
2. in het belang van de borging van collecties wordt de handhaving van het
    bestaande instrumentarium op korte termijn aangescherpt.23.
 3. periodieke evaluatie dient onderdeel van de regeling te zijn om tijdig in te
    kunnen blijven spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. 24
    In het advies over het museaal bestel zal de Raad uitgebreider ingaan op de
    problematiek rondom het behoud en het beheer van objecten en
    verzamelingen. Daarbij zal, in de context van de maatschappelijke
    ontwikkelingen, gekeken worden naar de manier waarop
    verantwoordelijkheden belegd zijn, de wijze waarop bescherming van
    cultureel erfgoed is vormgegeven en het sanctioneringsbeleid is geregeld.
    Hoogachtend,
    Joop Daalmeijer                                                 Jeroen Bartelse
    Voorzitter                                                      Algemeen secretaris
    22
       De LAMO is een zelfregulerend instrument van het museale veld. De aanbevelingen zijn gericht aan het museale
    veld.
    23 Betrokken hierbij zijn de museumbranche organisaties (NMV en VRM), de verschillende overheden, de
    LAMO, de Wet tot behoud van cultuurbezit (Wbc), het museumregister en de Ethische Code Commissie
    en de collectieplannen.
    24 De Raad drong in 2005 bij het advies ‘In een vitaal museumbestel’ aan op evaluatie van de LAMO, de
    uitvoering daarvan werd gefaciliteerd door het ICN.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>