<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Advies Bezuiniging Cultuur 2013 – 2016
In dit advies doet de Raad voor Cultuur voorstellen voor een nieuwe infrastructuur van culturele
instellingen, waarvoor het budget € 125 miljoen lager ligt dan bij de huidige basisinfrastructuur. De
adviesvraag van de staatssecretaris stelde de Raad voor de uitzonderlijke opdracht meer dan een
kwart te bezuinigen op het bestaande budget. De voorstellen die de Raad doet zijn ingrijpend.
Wanneer deze worden uitgevoerd, zal het culturele aanbod aanzienlijk verschralen. Toegangsprijzen
gaan fors omhoog met als gevolg dat minder mensen naar voorstellingen en tentoonstellingen gaan.
De werkgelegenheid van enkele duizenden werknemers en minstens zo veel zzp’ers in de culturele
sector en aanpalende sectoren komt op de tocht te staan. De kansen voor toptalent zullen sterk
verminderen en de mogelijkheden voor innovatie en experiment lopen terug.
De Raad heeft geprobeerd de voorstellen zodanig in te richten dat de schade enigszins kan worden
beperkt. Aan zijn advies verbindt de Raad de voorwaarde dat de staatssecretaris voor invoering van
de nieuwe infrastructuur een overgangstermijn neemt die loopt tot 2015. Een gefaseerde invoering
opent de mogelijkheid voor rechtspositionele maatregelen die minder duur hoeven te zijn, en biedt
meer ruimte aan instellingen, individuele kunstenaars en overige zelfstandigen om andere markten
en exploitatievormen te vinden. In een aantal sectoren is deze overgangstermijn ook nodig om
omvangrijke stelselveranderingen door te voeren.
Daarnaast pleit de Raad voor voortzetting van de cultuurkaart voor jongeren, zo nodig in een
gewijzigde en meer toegesneden vorm. Daarmee sluit de Raad aan bij de plannen van de
staatssecretaris, waarin cultuureducatie centraal staat. Ook benadrukt de Raad nogmaals dat een
terugkeer naar het BTW-tarief van 6% noodzakelijk is om de eigen inkomsten in de gesubsidieerde
sector te kunnen verhogen.
Nieuwe infrastructuur
De Raad heeft gekozen voor een kleinere infrastructuur, waarin per sector het aantal instellingen of
voorzieningen wordt vastgelegd dat in aanmerking kan komen voor de uitvoering van een bepaalde
taak of functie. De beperkte omvang van deze infrastructuur en de sectorale opbouw ervan maken
het noodzakelijk dat alle instellingen daarin een perspectief van tenminste vier jaar subsidie krijgen.
De ketenbenadering is een leidend principe bij de inrichting van de nieuwe infrastructuur: een
redelijke spreiding van activiteiten die de essentiële schakels vormen in de keten van creatie,
productie, distributie, toegankelijkheid en beleving van culturele uitingen. De Raad is voorstander
van een vereenvoudiging van de beoordelingssystematiek. Hij zal hiervoor op een later moment
voorstellen doen.
Criteria
Voor opneming in de nieuwe infrastructuur vindt de Raad de volgende beoordelingscriteria relevant.
        Kwaliteit: vakmanschap, zeggingskracht, ontwikkeling/vernieuwing.
        Publiek: het aantal betaalde bezoeken, maar óók de breedte en het bereik van verschillende
         groepen qua achtergrond, interesse, leeftijd, levensfase, opleiding etc.
        Ondernemerschap en eigen inkomsten: een percentage aan eigen inkomsten als instapnorm
         voor de infrastructuur vindt de Raad redelijk. In lijn met eerder gemaakte afspraken kan deze
         norm in 2013 op 17,5% liggen en daarna tot 2016 met 1% per jaar worden verhoogd.
        Educatie en participatie: De Raad hecht groot belang aan educatie en deelname van kinderen
         en jongeren aan uitingen van kunst en cultuur. Instellingen in de nieuwe infrastructuur zijn
         verplicht hieraan mee te werken: educatie is een kerntaak.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>        Aanbod dan wel collectie van (inter)nationale betekenis: de instelling wordt bezocht door
         bezoekers uit het hele land en het aanbod krijgt nationale aandacht. Internationale betekenis
         van voorzieningen moet o.a. blijken uit de omvang van buitenlandse bezoekers en deelname
         aan buitenlandse internationale festivals.
        Innovatie en experiment: in een langjarig systeem is het noodzakelijk dat de instellingen die
         daarvan deel uitmaken vernieuwingsgericht zijn, dat zij ruimte geven aan experiment, aan
         onderzoek & ontwikkeling en aan interdisciplinair werken.
        Diversiteit: instellingen moeten duidelijk maken hoe zij qua publieksbereik, organisatie en
         bestuur rekening houden met uiteenlopende bevolkingsgroepen.
Rollen van subsidiërende partijen
De Raad heeft de rollen van de betrokken subsidiërende partijen -rijksoverheid, andere overheden
en fondsen- tegen het licht gehouden. De verdeling van verantwoordelijkheden hangt af van de
gewenste regionale spreiding van voorzieningen, van keuzen over de te ondersteunen voorzieningen
en van de noodzaak om tot onderlinge afstemming te komen.
Het sterkst zullen de verhoudingen tussen de betrokken partijen veranderen in de sector
podiumkunsten. De Raad heeft vastgesteld dat het streven van de staatssecretaris om de nieuwe
infrastructuur te concentreren in geografische kernpunten, waarin cultuur en bedrijvigheid
samenkomen, voor deze sector de meeste relevantie heeft. Cultuurbeleid hangt in hoge mate samen
met stedelijk beleid en de huidige ontwikkelingen binnen de podiumkunsten zijn voor de Raad
aanleiding voorstellen te doen voor een actualisering van de bestuurlijke verhoudingen.
De Raad heeft besloten geen discipline uit te zonderen van het bezuinigingsadvies, dus ook de
museumsector is in de afwegingen betrokken. Daarbij heeft de Raad geconstateerd dat het
museumbestel toe is aan een herijking. Aan de orde komt dan ook de vraag welke collecties van
(inter)nationaal belang zijn; wat behoort - qua inhoud en belang - tot de rijkscollectie of dient
daartoe te behoren. De Raad zal zo spoedig mogelijk zijn advies hierover uitbrengen.
Cultureel ondernemerschap
De Raad vindt dat de cultuursector zijn financiële basis moet verbreden. De mogelijkheden daarvoor
verschillen per sector en type instelling. Ondernemerschap komt niet zomaar van de grond. Het
vraagt van instellingen en kunstenaars een werkwijze, waarin marketing een grotere rol speelt. En
van de overheid vraagt het consistente wet- en regelgeving die cultureel ondernemerschap niet
hindert maar stimuleert, onder meer in het fiscale domein.
De Raad meent dat de bijzondere omstandigheid van een grootscheepse bezuiniging ook bijzondere
maatregelen rechtvaardigt. In vele gesprekken die door de jaren heen met instellingen zijn gevoerd,
is een vaak gehoorde wens om het "eigen huis" in bezit te hebben. De Raad dringt erop aan een
onderzoek te doen naar voor- en nadelen van overdracht van eigendom van gebouwen.
Het belastingregime is van grote invloed op cultureel ondernemerschap en op de geefbereidheid van
mensen. De Raad bepleit dan ook een consistent fiscaal pakket van maatregelen dat de overgang
naar een cultuursector die minder afhankelijk is van overheidssubsidie mogelijk maakt. Voorbeelden
hiervan zijn een belastingvoorziening om het vestigingsklimaat voor ondernemers in de creatieve
industrie te verbeteren, het fiscaal aantrekkelijk geven (ook voor kleine gevers) en het voldoende
aantrekkelijk houden van het belastingvoordeel in de regeling cultureel beleggen.
Overgangsperiode
Het ingrijpende karakter van de bezuinigingsoperatie betekent dat er tot 2015 sprake moet zijn van
een overgangsperiode waarin de veranderingen en bezuinigingen geleidelijk worden ingevoerd.
Nader onderzoek, aangegane verplichtingen, herschikking van verantwoordelijkheden,
bestelwijzigingen, juridische uitwerking e.d., maar ook de opbouw van de nieuwe positie in de
infrastructuur dwingen tot matiging van het tempo. Een betekenisvolle verhoging van de eigen
inkomsten kan niet overnight worden gerealiseerd en een abrupte beëindiging van het aanbod kan
niet zonder omvangrijke personele en rechtspositionele gevolgen. Verder is er ook tijd nodig voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>bijvoorbeeld de ontwikkeling en toepassing van de Geefwet en tax incentives Om nog grotere en
onnodige schade aan de cultuursector te voorkomen, dringt de Raad aan op fasering van de
bezuinigingen. Op 1 januari 2015 moet zijn bepaald of de derde tranche van de bezuiniging die met
name is gerelateerd aan marktwerking al dan niet kan worden opgelegd. De Raad stelt dat wanneer,
ondanks aantoonbare en controleerbare inspanningen van de instellingen de marktwerking niet of
onvoldoende is gelukt, een heroverweging moet plaatsvinden.
Nieuwe infrastructuur per sector
Hierna is per sector aangegeven welk bedrag aan publieke middelen voor de basisinfrastructuur
beschikbaar is in 2011, na aftrek van de generiek aan de cultuursector opgelegde bezuiniging van 5%.
Daarna worden de bedragen genoemd die vanaf 2015 beschikbaar zouden zijn wanneer alle
bezuinigingsvoorstellen uit dit advies worden doorgevoerd en aan de daarin genoemde voorwaarden
is voldaan. Ook is opgenomen een overzicht van de voorzieningen die de Raad adviseert om op te
nemen in een nieuwe infrastructuur na ommekomst van de bezuinigingen.
Amateurkunst en Cultuureducatie
                                                       Huidig budget (-/-5%)    Budget 2015
  Totaal                                                       € 23.935.000     € 19.534.000
  Programmafonds                                                                €15.884.000
  Kennisinstituut                                                                € 3.650.000
Architectuur, Stedenbouw, Monumenten, Archeologie en Landschapsarchitectuur
                                                       Huidig budget (-/-5%)    Budget 2015
  Totaal                                                        € 9.933.000      € 7.929.000
  Regeling ontwikkeling individueel toptalent                                      € 150.000
  Ontwikkelinstellingen                                                            € 456.000
  Stimulerings- en investeringsfonds                                             € 2.217.000
  Sectorinstituut (inclusief internationaal festival)                            € 5.106.000
Beeldende Kunst en Vormgeving
                                                       Huidig budget (-/-5%)    Budget 2015
  Totaal                                                       € 49.445.000     € 35.151.000
  Mondriaan fonds (beeldende kunst en vormgeving;                               € 23.085.000
  inclusief bouwkunst; exclusief erfgoed)
  Sectorinstituut                                                                € 1.856.000
  Zes presentatie instellingen                                                   € 2.400.000
  Twee ondersteunende instellingen (bijzondere                                   € 2.176.000
  kunstprojecten en mediakunst)
  Drie ontwikkelinstellingen                                                       € 826.000
  Post-doc nu ingevuld door Jan van Eyckacademie                                 € 4.808.000
  en zestig residency-voorzieningen bij de Ateliers en
  de Rijksakademie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>E-Cultuur
                                                         Huidig budget (-/-5%)          Budget 2015
 Totaal                                                            € 5.000.000           € 4.100.000
 8 ontwikkelinstellingen                                                                 € 3.300.000
 Kennisinstituut                                                                           € 800.000
Film
                                                         Huidig budget (-/-5%)          Budget 2015
 Totaal                                                          € 46.550.000           € 35.019.000
 2 internationale festivals                                                              € 1.632.000
 Fonds                                                                                  € 26.866.000
 Sectorinstituut                                                                         € 6.521.000
Internationaal/Intercultureel
                                                         Huidig budget (-/-5%)          Budget 2015
 Totaal                                                            € 1.282.000           € 1.094.000
 Ondersteuning en coördinatie                                                              € 611.000
 Ontwikkeling voor publiek en programmering                                                € 263.000
 Expertisebevordering                                                                      € 220.000
Bibliotheken en Letteren
                                                         Huidig budget (-/-5%)          Budget 2015
 Totaal                                                          € 21.485.000           € 15.899.000
 Ondersteunende instelling                                                               € 1.950.000
 Bemiddelende instelling tussen schrijvers, scholen                                        € 765.000
 en bibliotheken
 Algemeen letterenfonds                                                                  € 9.522.000
 Gespecialiseerd letterenfonds (bijzondere                                                 € 393.000
 journalistieke projecten)
 Sectorinstituut bibliotheken                                                            € 3.269.000
Musea
De totale investering in musea (exploitatie minus huren) bedraagt na generieke korting van 5%: € 96.029.108.
In afwachting van de resultaten van de in dit advies aangekondigde onderzoek stelt de Raad voor een korting
van 26% vanaf 2015 toe te passen en in 2013 te beginnen met een korting van 15%.
                                  Huidig Budget (-5%)            Budget 2013            Budget 2015
 Totaal
                                          € 96.032.000           € 81.624.000           € 71.019.000
 Wetenschappelijke functie                € 6.400.000           € 4.394.000             € 2.594.000
 Collectiefunctie                         € 30.836.000           € 30.836.000           € 30.836.000
 Vaste presentatiefunctie                 € 30.840.000           € 22.640.000           € 17.160.000
 Tijdelijke presentatiefunctie             € 9.808.000           € 5.606.000            € 2.281.000
 Algemeen Beheer                          € 18.148.000           € 18.148.000           € 18.148.000
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> Musea overig - erfgoed                                    €8.900.000     €6.800.000
 Erfgoed Nederland (sectoroverstijgend cultureel           €2.100.000               -
 erfgoed)
 Mondriaanfonds (cultureel erfgoed)                        €6.800.000     €6.800.000
Podiumkunsten
                                                 Huidig budget (-/-5%)   Budget 2015
 Totaal                                                 € 225.700.000  € 167.000.000
 Landelijke instellingen
     -    1 dansgezelschap voor ballet                                    € 5.000.000
     -    2 symfonische muziekvoorzieningen                               € 9.000.000
     -    2 begeleidingsvoorzieningen                                   € 13.500.000
     -    1 landelijke                                                  € 19.200.000
          opera/muziektheatervoorziening
     -    1 internationaal podiumkunstenbreed                             € 2.680.000
          festival
 Regionale instellingen
     -    8 theatervoorzieningen                                        € 24.000.000
     -    1 suppletie internationaal excellent                            € 1.000.000
          theater
     -    1 productiehuis voor theater                                    € 1.000.000
     -    3 dansvoorzieningen                                             € 9.500.000
     -    1 suppletie internationale excellentie                          € 1.000.000
          dans
     -    6 regionale muziekvoorzieningen                               € 21.000.000
 Fonds Podiumkunsten                                                    € 54.070.000
 Sectorinstituut Theater/dans                                             € 2.600.000
 Sectorinstituut Muziek                                                   € 3.450.000
Bovensectoraal
                                                 Huidig budget (-/-5%)   Budget 2015
 Totaal                                                    € 1.180.000      € 900.000
 Kennis-, documentatie en debatvoorziening                                  € 900.000
Totaal
                                                 Huidig budget (-/-5%)   Budget 2015
 Totaal                                                 € 489.442.000  € 364.445.000
 Bedrag bezuinigd                                                      € 124.997.000
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>