<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   Rijksbureau voor
   Kunsthistorische
                                                                                               Deel 3
   Documentatie                                                             € 5.090.000
                                                                            geadviseerd
                                                                            subsidiebedrag
   Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) is een          € 5.090.000        Musea
   kunsthistorisch kenniscentrum dat de collectie archief-, documen-        gevraagd
   tatie- en bibliotheekmateriaal met betrekking tot de westerse kunst      subsidiebedrag
   van de late middeleeuwen tot heden beheert en toegankelijk maakt.        De aanvraag is
   Hierbij ligt de nadruk ligt op Nederlandse kunst.                        gebaseerd op
                                                                            artikel 3.24 van
                                                                            de Regeling op
   De missie van de instelling luidt: “Het RKD is het mondiale kennis-      het specifiek
   centrum en het centrale steunpunt in de wereld voor de bestudering       cultuurbeleid.
   van Nederlandse kunst.”
                                                                                               Ondersteunende instelling
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Het Rijksbureau voor
   Kunsthistorische Documentatie een subsidiebedrag toe te kennen
   van € 5.090.000.
Het RKD is een waardevolle speler op het terrein van het wetenschap-
pelijk (objectgericht) museaal onderzoek. Als (inter)nationaal kenniscen-
trum en centraal steunpunt entameert het wetenschappelijk onderzoek.
Voor de komende periode heeft het RKD, samen met het Rijksmuseum
Amsterdam, de opdracht om een ‘wetenschappelijk topinstituut’ te vor-
men. De instellingen hebben een plan ingediend dat tot de vorming van
het Karel van Mander Instituut moet leiden. Dit plan wordt, tezamen
met de wetenschappelijke functie van de instelling, separaat beoordeeld.
                                                                                               Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
In dit advies staat het activiteitenplan van het RKD centraal. De raad is
van mening dat deze instelling als wetenschappelijk kenniscentrum goed
functioneert.
   Daarom adviseert de raad de instelling de aangevraagde exploitatie-
subsidie volledig toe te kennen.
                                                                                               327
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Deel 3
  Het activiteitenplan van het RKD is helder en duidelijk uitgewerkt.
  De activiteiten van de instelling sluiten logisch aan op de visie van
  de instelling. Het RKD profileert zich als (inter)nationaal steunpunt
  voor de bestudering van Nederlandse kunst. De kerncollectie bestaat       Musea
  uit de uitgebreide (beeld)documentatie van Nederlandse beeldende
  kunst. De collecties van het RKD zijn onbetwist uniek en hebben
  een bijzondere kwaliteit, met name door de wijze van verzamelen en
  ontsluiten. Uit de samenwerkingsverbanden en raadplegingen door
  het publiek blijkt dat de collectie wordt gewaardeerd. De raad vindt
  wel dat het collectieplan nader kan worden aangescherpt, waarmee
  een beter vertrekpunt voor het verzamelbeleid wordt gecreëerd. Het
  RKD vervult een belangrijke rol binnen het netwerk dat de Neder-
                                                                            Ondersteunende instelling
  landse kunst bestudeert. In dat verband is met name de samenwer-
  king met het, mede door het RKD gefinancierde, internationale
  netwerk van conservatoren Nederlandse kunst (Stichting Codart)
  van belang. Naast het Rijksmuseum Amsterdam zijn ook de RCE,
  het NAi en het Mauritshuis samenwerkingspartners. Het kunst-
  historisch onderzoek wordt onder meer geborgd door het lidmaat-
  schap van de Onderzoeksschool kunstgeschiedenis.
      Het RKD levert naar de mening van de raad in alle opzichten
  prestaties van hoge kwaliteit. Een bijzondere vermelding verdient de
  manier waarop het RKD bijdraagt aan het stimuleren van kunsthis-
  torisch onderzoek en de bijbehorende resultaten publiceert. Door de
  ontwikkeling van het Karel van Mander Instituut zal deze taakuitoe-
  fening waarschijnlijk nog beter tot uitdrukking komen.
Publieksbereik
  De bezoekcijfers van het RKD laten door de jaren heen een stabiele
                                                                            Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
  tot licht stijgende trend zien. Gelet op de goed gebruikte digitale
  mogelijkheden verdient het aanbeveling de bezoekersaantallen van
  de website mee te nemen in de telling. Dat geldt ook voor de
  bezoekcijfers van de tentoonstellingen waaraan het RKD meewerkt.
  Als steuninstelling en netwerkorganisatie heeft het RKD goede
  samenwerkingsverbanden met musea, kennisinstituten en markt-
  partijen (veilinghuizen en kunsthandel). De vriendenverenging
  telt ruim 400 leden.
Cultureel ondernemerschap
  Het verdienmodel van het RKD is gebaseerd op een eenzijdige
  strategie: het doorberekenen van diensten aan commerciële partijen.
  De raad adviseert de instelling haar positie ten opzichte van private
  partijen verder uit te werken en tot een meer gedifferentieerd verdien-
  model te komen. Daarvoor zou zij kunnen kijken naar doelgroepen
  die zich buiten haar bekende omgeving bevinden. Het RKD geeft in
                                                                             328
  de aanvraag aan dat kortingen op de subsidie opgevangen zullen
  moeten worden door de inzet van minder en goedkoper personeel.
  Mede door het ontbreken van een marketingbeleid concludeert de
  raad dat het ondernemerschap van het RKD over de hele linie nog
  in ontwikkeling is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Educatie
  Het RKD richt zich op het wetenschappelijk onderwijs en profes-
  sionals.
                                                                                          Deel 3
(Inter)nationaal belang
   Het RKD geeft indirecte ondersteuning aan organisaties in het bui-
   tenland op het kennisgebied van Nederlandse kunst en kunstenaars.                      Musea
   De raad verwacht dat dit, dankzij de ontwikkeling van het Karel
   van Mander Instituut, grootschaliger en meer expliciet zal worden
   uitgewerkt. Het RKD neemt deel aan internationale samenwerkings-
   verbanden en onderhoudt stevige relaties met internationaal toon-
   aangevende kennisinstituten.
Wetenschappelijke functie
                                                                                          Ondersteunende instelling
  Het RKD is in transitie en gaat in samenwerking met het Rijks-
  museum Amsterdam het Karel van Mander Instituut oprichten.
  Deze samenwerking moet leiden tot een wetenschappelijk top-
  instituut. [44]
                                                                                          Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
                                                                                          329
                                                                          44
                                                                        Zie ook: Advies
                                                                        Rijksmuseum
                                                                        Amsterdam.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Karel van Mander Instituut
                                                                           Deel 3
  De ambitie van het Karel van Mander Instituut in oprichting is een       Musea
  centrale en mondiale rol te spelen op het gebied van de kennis van
  de kunst van de Nederlanden als middelpunt en brug tussen musea,
  universiteiten en andere instellingen in binnen- en buitenland (aan-
  vraag subsidieplan 2013 – 2016).
Advies
  De raad vindt de huidige aanvraag, waarin het instituut is vormge-
                                                                           Ondersteunende instelling
  geven als projectorganisatie, te vrijblijvend. Om de bovenstaande
  doelstelling te realiseren is een ambitieuzer plan nodig. Nederland is
  volgens de raad te klein om het museaal kunsthistorisch onderzoek
  versnipperd te laten plaatsvinden.
  De raad adviseert het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documen-
  tatie (RKD) en het Rijksmuseum Amsterdam een nieuw plan te laten
  indienen waarin wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  – In aansluiting op de ontwikkeling binnen de universitaire wereld
    van meer focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek, pleit
    de raad ervoor om gelijk de stap te maken naar het onderbrengen
    van alle wetenschappelijke activiteiten van beide instellingen on-
    der de verantwoordelijkheid van één wetenschappelijke leiding.
  – Het plan laat een heldere visie zien op en geeft een duidelijke in
    vulling aan de kerntaken van de wetenschappelijke functie, in-
                                                                           Karel van Mander Instituut
    clusief de personele en financiële inzet: het opstellen van een on-
    derzoeksagenda, de coördinatie van onderzoek, het creëren van
    een duidelijk aanspreekpunt.
  – de wetenschappelijke gelden van het Rijksmuseum Amsterdam
    (€ 1.430.500) worden ingezet voor de onderzoekstaken van
    het Karel van Mander Instituut.
  – Het plan laat duidelijk zien hoe het onderzoek van het Karel van
    Mander Instituut nationaal en internationaal ten goede komt aan
    de brede museale sector.
  – De gezamenlijke inspanningen van de instellingen dienen erop
    gericht te zijn dat er in Nederland sprake is van één kenniscen-
    trum; dat is een centraal steunpunt en wetenschappelijk centrum
    voor het kunsthistorisch onderzoek op het gebied van de kunst
    van de Nederlanden vanaf de Middeleeuwen tot nu.
  De raad adviseert het RKD aan te wijzen als verantwoordelijke voor
                                                                           330
  het ontwikkelproces van de organisatie. Hierbij moet worden gezorgd
  voor een goede samenwerking met belanghebbenden, zoals bijvoor-
  beeld de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), het Maurits-
  huis, het NAi en andere musea.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Gefaseerde uitwerking organisatie
  Voor de ontwikkeling van de organisatie adviseert de raad aan te
  sluiten bij de fasering die in de aanvraag is voorgesteld. De aanvan-
                                                                            Deel 3
  kelijke inzet zal zijn gericht op ‘de beeldende en toegepaste kunst
  van de Nederlanden vanaf de Middeleeuwen in zijn interdisciplinaire
  kader en zijn internationale context’. De volgende stap richt zich op
  ‘het aangaan van allianties met andere gespecialiseerde instellingen      Musea
  die op deelgebieden van de Nederlandse kunst over diepgaande
  expertise beschikken’.
      Het ligt volgens de raad in de rede om in deze tweede fase het
  ‘materieel-technisch en natuurwetenschappelijk onderzoek waarbij
  RCE en Universiteit van Amsterdam (UvA) betrokken zijn’ ook bij
  het Karel van Mander Instituut te betrekken. Daarnaast vervult de
  instelling ook een steunfunctie voor het museale veld. De derde fase
  wordt ingeluid door invulling te geven aan ‘de manier waarop onder-
                                                                            Ondersteunende instelling
  steuning aan of samenwerking met musea voor onderzoek naar niet-
  Nederlandse kunst kan worden vormgegeven’.
Draagvlak en governance
  Met deze opzet voor en inzet van het Karel van Mander Instituut kan
  Nederland verrijkt worden met een instituut voor museaal en object-
  gebonden onderzoek dat van wereldformaat wil zijn. De raad gelooft
  in deze positionering, gelet op de vele (inter)nationale wetenschap-
  pelijke kennispartners van zowel het RKD als het Rijksmuseum Am-
  sterdam en de stand van het wetenschappelijk museaal onderzoek
  in Nederland.
Inhoudelijke ontwikkeling
   Inhoudelijk oriënteert de aanvraag zich op Nederlandse kunst na
   de Middeleeuwen in zijn interdisciplinaire karakter en internationale
   context. Met deze beschrijving kunnen sommige aspecten van het
                                                                            Karel van Mander Instituut
   onderzoek van het RKD en het Rijksmuseum Amsterdam niet in het
   insituut in oprichting ondergebracht worden. De raad vindt dat een
   beperking waarmee het instituut in oprichting tekort wordt gedaan.
   Bovendien is niet duidelijk hoe het eigen onderzoek van beide instel-
   lingen zich dan verhoudt tot het onderzoek dat binnen het Karel
   van Mander Instituut zal worden verricht. Het onderscheid tussen
   het universitair en museumgebonden onderzoek is duidelijk gefor-
   muleerd.
       Men beschrijft vier centrale aandachtsgebieden en spreekt daar-
   naast over een nog in te richten, meerjarige onderzoeksagenda. Bij
   de coördinatie en inrichting van deze activiteiten speelt een weten-
   schappelijke adviesraad terecht een belangrijke rol. De raad wil hier-
   bij de kanttekening maken dat in de onderzoeksagenda aandacht
   moet zijn voor onderzoek dat het hele veld ten dienste staat. Daarom
   zal het onderzoeksprogramma integraal van karakter moeten zijn; het
   kan niet alleen gericht zijn op onderzoek ten dienste van het RKD en
                                                                            331
   het Rijksmuseum Amsterdam.
       In de besteldiscussie zal de raad terugkomen op de wetenschap-
   pelijke taak in het museale veld. Onderdeel daarvan zal de manier
   zijn waarop de kwaliteit ervan kan worden gemeten. De formulering
   van het meten van criteria (om de wetenschappelijke output van de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   instelling in oprichting te meten) behoort ook bij de uitgangspunten
   van het toekomstige Karel van Mander Instituut. Van groot belang
   vindt de raad de activiteiten die geformuleerd zijn op het gebied
                                                                          Deel 3
   van opleiding voor studenten en afgestudeerden die zich richten op
   objectgericht onderzoek en museale functies.
Kennisbenutting                                                           Musea
  Het Karel van Mander Instituut wil ook zichtbaar zijn voor het
  publiek en kennis en inzichten delen. De raad steunt deze vorm van
  kennisvalorisatie van harte. Hij spreekt de verwachting uit dat hier-
  mee het museaal onderzoek kan opschalen naar een mate van toe-
  gankelijkheid en popularisering die we kennen van musea als ‘British
  Museum’.
     Vanuit het oogpunt van positionering is het voortzetten van de
  bestaande structurele (internationale) samenwerkingsverbanden,
                                                                          Ondersteunende instelling
  waarvan het plan een aantal voorbeelden geeft, zeer belangrijk.
Ondernemerschap
  Het Karel van Mander Instituut, zo stelt men in het plan van aanpak,
  zal ook afhankelijk zijn van externe middelen. Daarbij ziet de raad
  het voordeel van samenwerking met andere instellingen in Nederland
  als het gaat om het uitvoeren van gemeenschappelijk gedragen onder-
  zoeken. Dat kan echter geen structurele pijler zijn van het verdien-
  model. Een uitgekiende strategie voor externe financiering dient
  onderdeel te zijn van de bedrijfsstrategie van de nieuwe organisatie.
Planning
   Voor de planning kan worden vastgehouden aan het voorstel van het
   RKD en het Rijksmuseum Amsterdam, waarin een nadere invulling
   van het kader in het najaar van 2012 is voorzien.
                                                                          Karel van Mander Instituut
Toekomstverwachting
  Door op deze manier te werk te gaan ontstaat een basis voor een
  nieuwe kennisinfrastructuur die een aankomende generatie weten-
  schappers en het publiek dichter bij museale collecties en kennis
  brengt.
                                                                          332
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>