<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   Rijksmuseum Amsterdam
                                                                                                        Deel 3
                                                                            € 26.093.000
                                                                                                 [42]
                                                                            geadviseerd
                                                                            subsidiebedrag
   Het Rijksmuseum Amsterdam behoudt en ontsluit collecties op het          € 27.899.699                Musea
   gebied van de Nederlandse kunst en geschiedenis vanaf de middel-         gevraagd
   eeuwen en de Aziatische en Europese kunst. De missie van de instel-      subsidiebedrag
   ling luidt: “Het Rijksmuseum Amsterdam verbindt mensen, kunst            De aanvraag is
   en geschiedenis. Het Rijksmuseum Amsterdam bewaart, beheert,             gebaseerd op
   conserveert, restaureert, onderzoekt, bewerkt, verzamelt, publiceert     artikel 3.23 van
                                                                            de Regeling op
   en presenteert de nationale collectie, in en buiten het gebouw voor      het specifiek
   een breed samengesteld nationaal en internationaal publiek.”             cultuurbeleid.
   De instelling heeft een beheerovereenkomst.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert de staatssecretaris Stichting het
   Rijksmuseum Amsterdam een subsidiebedrag toe te kennen van
   € 26.093.000 onder de voorwaarde dat de instelling een nieuw
   activiteitenplan indient voor het eind van 2012.
Het Rijksmuseum Amsterdam neemt volgens de raad een bijzondere
positie in het museaal bestel in. Op grond daarvan mag worden verwacht
dat het een voorbeeldstellende functie voor de sector vervult. Daarom
vindt de raad dat het activiteitenplan van het Rijksmuseum Amsterdam
moet getuigen van een heldere, organisatiebreed uitgedragen visie op het
eigen functioneren en op de positie en maatschappelijke functie van de
                                                                                                        Rijksmuseum Amsterdam
instelling. De missie van het Rijksmuseum Amsterdam leest als een alge-
mene museumdefinitie en weerspiegelt geen heldere focus op de orga-
nisatie. De kernwaarden die het Rijksmuseum Amsterdam definieert
(authenticiteit, kwaliteit, persoonlijk, innovatie en eenvoud) komen niet
terug in de positionering, noch bij het vormgeven van de verschillende
taken van het museum.
    Ook op het gebied van samenwerking is de raad kritisch als het gaat
om het vormgeven van de canon en het wetenschappelijk topinstituut.
De raad concludeert dat het activiteitenplan niet aansluit op de interna-
tionale statuur van het museum. De raad is van mening dat aanscher-
ping van het functioneren van de governance in dat verband noodzake-
lijk is.
Gelet op de positie van het Rijksmuseum Amsterdam en de kwaliteit
van de collectie vindt de raad het activiteitenplan binnen de Neder-
landse context onder de maat. In de rangorde voor musea plaatst de
                                                                              42                        296
raad het Rijksmuseum Amsterdam, op basis van de reputatie en het            Inclusief reserve-
internationale belang van de collectie, in de tweede categorie. Het         ring wetenschap-
Rijksmuseum Amsterdam is subsidiabel.                                       pelijke functie
                                                                            Karel van
                                                                            Mander Instituut
                                                                            € 1.430.500.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De raad verbindt echter als voorwaarde aan de subsidiëring – mede op
grond van de omvang van de financiering van het museum, de ver-
wachtingen die mogen worden gekoesterd ten aanzien van een instelling
                                                                                               Deel 3
van internationale statuur en de investeringen in de renovatie van de
afgelopen tien jaar – het indienen van een nieuw activiteitenplan. De
financiering voor de wetenschappelijke functie (€ 1.430.500) adviseert
de raad afhankelijk te stellen van de invulling van de activiteiten voor                       Musea
het Karel van Mander Instituut.
De raad adviseert de instelling subsidie te verlenen conform categorie
twee van de rangorde.
Beoordeling
Kwaliteit
  Het Rijksmuseum Amsterdam beheert een collectie waarvan de
  kwaliteit boven elke twijfel is verheven. Meerdere collecties maken
  deel uit van de kern van de Collectie Nederland. De kwaliteit van
  behoud, beheer en documentatie is hoog. Het collectieprofiel, waar-
  in de Gouden Eeuw centraal staat, is bekend en herkenbaar. Het
  museum heeft een eigenzinnig verzamelbeleid. Het Rijksmuseum
  Amsterdam is en blijft nadrukkelijk het museum van de Gouden
  Eeuw. Daar ligt zijn kernkracht en kwaliteit. De raad stelt expliciet
  dat de aankopen van het Rijksmuseum Amsterdam steeds tegen de
  achtergrond van de Collectie Nederland moeten worden bezien.
  Aankopen van werken vanaf de 20e eeuw hebben naar de mening
  van de raad geen prioriteit.
      Na heropening van de Philipsvleugel ziet de raad grote mogelijk-
  heden om, met behulp van bruiklenen in het topsegment die collega-
  instellingen bieden, de eigen collectie in een actuele context te
  plaatsen. Samen met het Nationaal Openluchtmuseum (NOM) moet
                                                                                               Rijksmuseum Amsterdam
  het Rijksmuseum Amsterdam invulling geven aan de presentatie van
  de canon en de geschiedenis van Nederland. In het activiteitenplan
  komt de bijdrage van het Rijksmuseum Amsterdam aan deze presen-
  tatie niet tot uitdrukking. Een verwijzing naar het canon-plan van
  het NOM en een opmerking over de verwerking van de canon in de
  toekomstige vaste presentatie van het Rijksmuseum Amsterdam,
  getuigen niet van serieuze bedoelingen. Over wetenschap komt de
  raad te spreken in de context van het Karel van Mander Instituut. [43]
      Op het gebied van digitalisering, registratie en documentatie heeft
  het Rijksmuseum Amsterdam grootse plannen. De raad spreekt de
  verwachting uit dat de beoogde voornemens met betrekking tot ken-
  nisdeling ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.
      Met het activiteitenplan voor 2013 – 2016 wil het Rijkmuseum
  zich onderweg naar de opening positioneren als instelling van inter-
  nationale statuur. Een amalgaam aan activiteiten passeert de revue
  op het gebied van presentatie, wetenschap en educatie. Missie, visie
                                                                              43               297
  en kernwaarden geven echter geen richting aan het omvangrijke             Zie ook: Advies
  bedrijf dat het Rijksmuseum Amsterdam is. Op grond van het acti-          Nederlands Open-
  viteitenplan concludeert de raad bovendien dat de organisatie voor        lucht Museum en
                                                                            Rijksbureau voor
  geen van de afdelingen van het museum een duidelijk beleid met bij-       Kunsthistorische
                                                                            Documentatie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>   passende doelstellingen heeft ontwikkeld waaruit aandacht, visie en
   verwachting ten aanzien van het te bereiken resultaat blijkt. Niet
   alleen de raad is kritisch over het Rijksmuseum Amsterdam. Ook het
                                                                             Deel 3
   oordeel van de visitatiecommissie over de instelling was niet positief.
Publieksbereik
  Het Rijksmuseum Amsterdam zet in op een groot publieksbereik.              Musea
  De ambitie, 1.750.000 bezoekers, is groot maar lijkt realistisch,
  met het oog op de ligging, het monument, de collectie en de (inter)
  nationale bekendheid. Met de programmering wordt ingespeeld
  op verschillende doelgroepen, met name de cultuurtoeristen. Na het
  aanvankelijke openingssucces en drijvend op de iconische status
  van de collectie, zal de instelling naar verwachting lang kunnen voort-
  bestaan. De raad is echter beducht voor de vanzelfsprekendheid van
  het institutionele draagvlak.
     Daarom vindt hij het voor de lange termijn van groot belang dat
  het Rijksmuseum Amsterdam met betrekking tot publieksbinding en
  draagvlak flankerend beleid ontwikkelt, vooral voor het Nederlandse
  publiek.
Cultureel ondernemerschap
  Vanaf de heropening van het Rijksmuseum Amsterdam in 2013
  constateert de raad veel onzekerheden in de baten-lastenstructuur.
  In de begroting anticipeert de instelling daarop met een voorziening
  in het eigen vermogen. Er is voorzien in een marketingplan en een
  marketing-adviesraad. Het museum formuleert naar de mening van
  de raad vooralsnog onvoldoende concrete doelstellingen en activi-
  teiten voor het ondernemerschap. Of de inrichting van een afdeling
  Development soelaas zal bieden, zal in de toekomst moeten blijken.
  Het Rijksmuseum Amsterdam richt zich op (inter)nationale fond-
  senwerving. Dat is ook noodzakelijk, omdat er een sterke samenhang
                                                                             Rijksmuseum Amsterdam
  bestaat tussen het aandeel van de publieke inkomsten en de toe-
  komstige tentoonstellings- en educatieve activiteiten. Dat houdt een
  risico in voor de continuïteit van de programmering.
      De governance van het Rijksmuseum Amsterdam verdient de
  nodige aandacht. De rijksoverheid maakt een terugtrekkende bewe-
  ging; de staatssecretaris heeft aangegeven per 1 januari 2012 niet
  langer gebruik te maken van de bevoegdheid om leden van de Raad
  van Toezicht te benoemen. Naar aanleiding daarvan zullen de sta-
  tuten en reglementen van de instelling, ook met het oog op de code
  cultural governance, worden aangepast. In de verantwoording naar
  het ministerie zal voortaan jaarlijks worden aangegeven hoe deze code
   wordt nageleefd. De raad wil opmerken dat het museum, om met
  verve het label ‘rijks’ te kunnen voeren, voorbeeldstellend voor de
  sector moet zijn; ook in de wijze waarop verantwoording naar de
  samenleving wordt afgelegd. Een grotere bestuurlijke afstand doet
  daar niets aan af. De raad spreekt de verwachting uit dat, ondanks
                                                                             298
  deze ontwikkelingen die de rijksmuseale verzelfstandiging onder-
  strepen, goed overleg tussen de rijksoverheid en instellingen met
  een (inter)nationale missie noodzakelijk blijft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Educatie
  De propositie die het Rijksmuseum Amsterdam kiest is krachtig:
  museum is educatie. De raad mist een helder educatiebeleid, dat zou
                                                                          Deel 3
  kunnen helpen bij het stroomlijnen van de verschillende activiteiten.
  Dat is ook van belang voor de nog te ontwikkelen innovatieve pro-
  grammering voor het brede publiek en scholen in de Teekenschool.
                                                                          Musea
   De instelling wil bereiken dat ieder kind gedurende de basisschool-
   periode ten minste eenmaal een bezoek brengt aan het Rijksmuseum
   Amsterdam. Een prima uitgangspunt dat volgens de raad vraagt om
   beleid waarmee dit kan worden gerealiseerd.
(Inter)nationaal belang
   De collectie en het museum zijn evident van zeer groot (inter)natio-
   naal belang. De kwalitatief hoogwaardige collectie zorgt voor veel
   (inter)nationaal wisselgeld. Het museum heeft bewezen in staat te
   zijn veel buitenlandse bezoekers te trekken. Het Rijksmuseum
   Amsterdam is een van de internationale topinstellingen van Neder-
   land. Deze positie zal het in de toekomst blijvend moeten waar-
   maken, zowel op het gebied van presentatie en interpretatie als op
   wetenschappelijk gebied. Dat betekent dat de instelling zowel het
   beleid als de doelstellingen om dit mogelijk te maken helder moet
   definiëren in het activiteitenplan.
Wetenschappelijke functie
  Het Rijksmuseum Amsterdam zal samen met de Rijksbureau voor
  Kunsthistorische Documentatie het Karel van Mander Instituut
  oprichten. Als kerninstelling of moedermuseum mag van het Rijks-
  museum Amsterdam een voorbeeldstellende rol en dienstbaarheid
  naar de sector worden verwacht. De raad denkt dat deze rol beter tot
  uitdrukking zal komen binnen de context van het Karel van Mander
                                                                          Rijksmuseum Amsterdam
  Instituut.
     De wetenschappelijke functie en de besteding van de middelen
  voor wetenschap komen nader aan de orde in het advies over het
  Karel van Mander Instituut.
                                                                          299
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>