<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>culturele
basisinfrastructuur
2013 – 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en
subsidiebesluiten.
Slagen in Cultuur is een advies over de toe-
kenning van vierjaarlijkse cultuursubsidies in
de culturele basisinfrastrucuur 2013 – 2016.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                      Slagen in Cultuur 2
Slagen in Cultuur 2
culturele
basisinfrastructuur
2013 – 2016
                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Voorwoord
                                                         Slagen in Cultuur 2
In dit advies zijn de vier opeenvolgende adviezen
gebundeld die de Raad voor Cultuur naar aanleiding
van Slagen in Cultuur aan de staatssecretaris van
OCW heeft aangeboden en gepubliceerd.
                                                         Voorwoord
Het eerste advies, van 13 juli 2012, gaat over de
reacties die instellingen bij het ministerie van OCW
hebben ingediend naar aanleiding van Slagen in
Cultuur.
Het tweede advies, van 13 augustus 2012, betreft
de aanvragen voor de zogeheten ‘onvervulde plekken’
in de culturele basisinfrastructuur. Daarnaast gaat
dit advies ook in op de aangepaste plannen van instel-
lingen, waarvan een plaats in de culturele basisinfra-
structuur was gekoppeld aan de voorwaarde van een
verbeterd en/of nieuw plan.
Het derde advies, van 31 augustus 2012, betreft
de aanvragen voor de plek van een symfonieorkest
met begeleidingsactiviteiten voor dans.
Het vierde advies tenslotte, van 17 september 2012,
gaat opnieuw over de reacties van instellingen.
Alle subsidieadviezen die de raad in het kader van de
basisinfrastructuur 2013 – 2016 heeft gegeven, zijn
te vinden op www.cultuur.nl.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Aanvullend advies
    13 juli 2012
                                                                           Slagen in Cultuur 2
    Inleiding                     15   Symfonieorkesten              56
  Slagen in Cultuur                     Het Brabants Orkest /
  Aanvullend advies                     Zuid-Nederlands Orkest       57
		 13 juli 2012                   15    Limburgs Symfonie
  Algemeen beeld en werkwijze     16    Orkest                       59    Inhoud
  Algemene opmerkingen            17    Nederlands Philharmonisch
  Categorale indeling musea       20    Orkest                       60
  Afwijkende besluiten van              Nederlands Symfonieorkest    61
  de staatssecretaris             22    Noord Nederlands Orkest      62
  Advies over de verdeling van          Rotterdams Philharmonisch
  de HGIS-middelen                24    Orkest                       63
    Advies reacties               27   Musea                         66
    Podiumkunsten                 28    Amstel 218 (Collectie Six)   67
    Theater                             Geldmuseum                   68
                                        Huis Doorn                   69
		 Ro Theater                     29    Imagine IC                   70
   Tryater                        31    Keramiekmuseum
   Het Zuidelijk Toneel           33    Princessehof                 71
                                        Letterkundig Museum          72
    Jeugdtheater                  36    Mauritshuis                  74
                                        MOTI, Museum
     Theatergroep Kwatta          37    of the Image                 76
     Het Nationale Toneel         38    Museum Boerhaave             77
     De Toneelmakerij             40    Museum de Gevangenpoort      78
                                        Museum Meermanno             79
    Dans                          42    Museum Volkenkunde           81
                                        Naturalis                    82
     Danshuis Station Zuid        43    Nederlands Fotomuseum        83
     Internationaal Danstheater   44    Nederlands
     Introdans                    46    Openluchtmuseum              84
     Noord Nederlandse Dans       47    Paleis Het Loo               85
     Opera en Ballet Amsterdam          Persmuseum                   87
     (De Nederlandse Opera &            Rijksmuseum Amsterdam        88
     Het Nationale Ballet)        48    Rijksmuseum van Oudheden     91
     Scapino                      51    Rijksmuseum Twenthe          93
                                        Het Scheepvaartmuseum        94
    Opera                         52    Slot Loevestein              96
                                        Teylers Museum               98
  		 Aurora Muziek en Opera       53    Van Gogh Museum              100
                                        Zuiderzeemuseum              101
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                       Het vervolg
                                       13 augustus 2012
                                                                             Slagen in Cultuur 2
Beeldende kunst             102        Inleiding                       139
Presentatie-instellingen
                                      Slagen in Cultuur,
 de Appel                   103       Het vervolg
 BAK, Basis voor                    		 13 augustus 2012                139
 Actuele Kunst              104                                              Inhoud
 Kunsthal                   106        Adviezen                        141
 Kunstvereniging
 Diepenheim                 108        Podiumkunsten                   142
 Noorderlicht               110        Jeugdtheater
 NP3                        112        Integrale beoordeling           143
 Onomatopee                 113
 Schunck                    114     		 Het Houten Huis                 147
 Smart Project Space        115        De Jonge Republiek              150
 Stroom                     117        Het Nationale Toneel /
 West                       118        NTJong                          153
 W139                       120        Theatergroep Kwatta             156
                                       Theatergroep Max (Maas)         158
Ondersteunende instelling
                                       Symfonieorkesten                160
 Europees Keramisch
 Werkcentrum                121          Orkest voor Zuid-Nederland    161
 Rijksakademie van
 beeldende kunsten          123        Musea                           164
Film                        124		        Letterkundig Museum /
Festival                                 Museum Meermanno              165
                                         Persmuseum                    167
 Nederlands Film Festival   125
                                       Ondersteunende instelling
Letteren                    128
                                         Karel van Mander Instituut    170
 Fonds Bijzondere
 Journalistieke Projecten   129        Beeldende Kunst                 172
                                       Ondersteunende instelling
Bibliotheken                132
                                         De Ateliers / Rijksakademie
 Sectorinstituut                         van beeldende kunsten         173
 Openbare Bibliotheken      133
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                       Het vervolg 2
                                       31 augustus 2012
                                                                           Slagen in Cultuur 2
Creatieve industrie           178      Inleiding                   201
 NIADEC/AVE                   179     Slagen in Cultuur,
                                      Het vervolg 2
Bibliotheken                  182   		 31 augustus 2012            201
                                                                           Inhoud
 Sectorinstituut Openbare              Adviezen                    203
 Bibliotheken                 183
                                       Podiumkunsten
Amateurkunst en                        Symfonieorkesten            204
cultuureducatie               186      Integrale afweging          205
 Kennisinstituut                    		 Stichting Kernensemble      209
 Cultuureducatie en                 		 Holland Symfonia            212		
 Amateurkunst                 187   		 Residentie Orkest           215
Bovensectorale                         Advies reacties             219
ondersteunende
instellingen                  190      Beeldende Kunst             220
                                       Ondersteunende instelling
 Dutch Centre for
 International Cultural             		 Rijksakademie van
 Cooperation                  191   		 beeldende kunsten           221
Advies reactie                195       Bibliotheken               224
Podiumkunsten                       		 Sectorinstituut Openbare
Theater                       196   		 Bibliotheken                225
Theater Instituut Nederland   197
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   Het vervolg 3                  Bijlagen		
   17 september 2012
                                                                         Slagen in Cultuur 2
   Advies reacties          229   Adviesaanvragen                238
   Podiumkunsten                  Aanvullende adviesaanvraag
   Symfonieorkesten         230   BIS 2013 – 2016                238
                                  Aanvullende adviesprocedure    242		
		 Stichting Kernensemble   231   Aanvullende adviesprocedure            Inhoud
		 Residentie Orkest        235   BIS 2013 – 2016                246
                                  Reactie instelling op advies
                                  Slagen in Cultuur,
                                  Het vervolg 2                  248
                                  Errata                         250
                                  Slagen in Cultuur
                                  Colofon                        253
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                    Aanvullend advies
Slagen in Cultuur
Aanvullend advies
13 juli 2012
                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   Slagen in Cultuur
   Aanvullend advies
                                                                             Aanvullend advies
   13 juli 2012
De Raad voor Cultuur adviseert de regering over de toekenning van
subsidies aan instellingen in het kader van de culturele basisinfrastruc-
tuur 2013 – 2016. Op 21 mei 2012 heeft de raad daarvoor zijn advies
                                                                             Inleiding
Slagen in Cultuur gepubliceerd.
Op verzoek van de staatssecretaris gaat de raad met dit aanvullend ad-
vies in op de reacties van instellingen waarvan de raad subsidieaanvragen
heeft beoordeeld. De staatssecretaris heeft de instellingen de mogelijk-
heid gegeven te reageren op feitelijke onjuistheden in de adviezen van de
raad. Samen met het aanvullend advies van de raad is dit een onderdeel
van de procedure die uiteindelijk uitmondt in de subsidiebesluiten die
het kabinet op Prinsjesdag openbaar maakt.
Zoals al aangekondigd in Slagen in Cultuur gaat de raad in dit aanvullend
advies ook in op de eerdere adviesaanvraag over de verdeling van mid-
delen voor internationalisering, de zogenoemde HGIS-middelen.
Het advies is opgebouwd uit twee delen.
    In dit eerste deel wordt kort stilgestaan bij de uitgangspunten die de
raad bij de behandeling van de reacties heeft gebruikt. Daarnaast bevat
het een aantal algemene opmerkingen naar aanleiding van deze reacties.
Ook gaat de raad in op vragen van musea over de categorie indeling
in het subsidieadvies. De staatssecretaris kondigt in zijn adviesaanvraag
aan dat hij van drie adviezen van de raad zal afwijken. Op pagina 22
gaat de raad daar nader op in. Tot slot is het advies over de verdeling
van middelen voor internationalisering opgenomen.
    In het tweede deel van dit aanvullend advies worden per sector de
reacties van de instellingen besproken.
                                                                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   Algemeen beeld
   en werkwijze
                                                                              Aanvullend advies
Subsidieadvisering brengt met zich mee dat er naast honorering ook
afwijzing van aanvragen plaats vindt. Zeker in deze tijden van grote be-
zuinigingen op cultuur. In een aantal gevallen heeft de raad een keuze
                                                                              Inleiding
moeten maken tussen kwalitatief goede aanvragen omdat er niet vol-
doende plekken waren in de basisinfrastructuur of omdat de regeling op
het specifiek cultuurbeleid geen ruimte bood. Bij de afweging is de raad
zich terdege bewust geweest van de gevolgen voor de betreffende instel-
lingen. De raad heeft dan ook begrip voor teleurgestelde en kritische
reacties.
    Ongeveer de helft van de aanvragende instellingen heeft gebruik
gemaakt van de mogelijkheid te reageren op het advies. De reacties van
de instellingen zijn verschillend van aard. Het gaat vaak niet of niet al-
leen om feitelijke onjuistheden maar ook om nadere uitleg, aanvullende
en nieuwe informatie. Ook geven sommige instellingen inhoudelijk
commentaar op het oordeel van de raad.
De raad heeft ook reacties op het advies ontvangen van andere partijen,
                                                                              Algemeen beeld en werkwijze
waarin zij bijvoorbeeld hun steun betuigen aan door de raad beoordeel-
de instellingen. De raad is daarvoor erkentelijk. Zij spelen echter geen
rol als het om dit aanvullend advies gaat.
De raad heeft bij het opstellen van zijn subsidieadviezen gebruik gemaakt
van het onafhankelijke deskundigenoordeel uit zijn commissies.
De werkwijze bij deze beoordeling is toegelicht in Slagen in Cultuur; deze
toelichting is overigens sinds de start van het adviestraject ook te vinden
op de website van de raad (www.cultuur.nl). Voor dit aanvullend advies
heeft de raad opnieuw zijn commissies geraadpleegd.
De raad heeft het advies vastgesteld en hij draagt hiervoor, zoals gebrui-
kelijk, de verantwoordelijkheid.
In dit aanvullende advies licht de raad, desgevraagd en waar nodig,
zijn oordelen toe. De reactie spitst zich toe op de vraag of sprake is van
feitelijke onjuistheden en zo ja, of die van invloed zijn op het afgegeven
subsidieadvies aan de staatssecretaris. Aanvullende en nieuwe informatie
kan niet worden betrokken om tot een herzien oordeel te komen.
    Het ministerie van OCW heeft de instellingen in deze fase niet om
aanvullende informatie verzocht. Gebruik ervan zou leiden tot ongelijke
behandeling van de aanvragers.
                                                                              16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   Algemene
   opmerkingen
                                                                                                    Aanvullend advies
In een aantal reacties wijzen instellingen niet op feitelijk onjuistheden,
maar wordt een toelichting gevraagd op (onderdelen van) het raadsadvies.
Omdat sommige vragen in meer dan één reactie terugkomen, clustert de
                                                                                                    Inleiding
raad de beantwoording daarvan in deze paragraaf. In het vervolg van het
advies wordt voor algemene aspecten naar deze paragraaf verwezen.
   Op welke informatie baseert de raad zijn subsidieadvies?
De raad heeft zijn subsidieadviezen gebaseerd op de subsidieaanvraag die
instellingen hebben ingediend voor de periode 2013 – 2016. Instellingen
hebben op basis van de regeling tot 1 februari 2012 de gelegenheid
gekregen om deze aanvraag in te dienen. Het ministerie van OCW heeft
hiervoor een aanvraagmodule gebruikt. De informatie die instellingen
daarin hebben opgenomen, is aan de raad ter beschikking gesteld. Deze
informatie is voor de raad leidend geweest bij de beoordeling van de
aanvragen.
    Voor de beoordeling van het realiteitsgehalte van de subsidie-
                                                                                                    Algemene opmerkingen
aanvragen is het nodig dat de raad een beeld heeft van het functioneren
van een instelling. Hij heeft daarvoor gebruik gemaakt van deskundigen.
Zoals toegelicht in het advies Slagen in Cultuur heeft de raad voor elke
groep soortgelijke instellingen een commissie ingesteld. [1]		
    De commissieleden zijn geselecteerd op hun expertise en ervaring,
zijn veelal werkzaam in het culturele veld en in elk geval goed bekend
met de sector waarover zij oordelen. Commissieleden hebben geen
belang bij instellingen die in aanmerking kunnen komen voor een sub-
sidie binnen de basisinfrastructuur. [2] De commissies hebben bij hun
advisering over de aanvragen, indien beschikbaar, gebruik gemaakt van
verslagen van monitorgesprekken, voor zover het instellingen uit de
huidige basisinfrastructuur (2009 – 2012) betreft.
                                                                               1
                                                                             Zie
                                                                             ‘Slagen in Cultuur’,
                                                                             bijlage 4.2, voor de
                                                                             samenstelling van
                                                                             de commissies.
                                                                               2                    17
                                                                             Voor overzicht van
                                                                             samenstelling raad
                                                                             en commissies zie
                                                                             bijlage 4.3 advies
                                                                             ‘Slagen in Cultuur’,
                                                                             www.cultuur.nl.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Bij de podiumkunsteninstellingen is ook gebruik gemaakt van rapporten
van commissieleden en geselecteerde voorstellingsbezoekers.
    Andere bronnen die de raad heeft geraadpleegd zijn jaarverslagen,
                                                                                                    Aanvullend advies
visitatierapporten van de (voorheen) langjarig gesubsidieerde instellingen
en andere openbare stukken. Deze bronnen zijn soms aangehaald om
een aspect toe te lichten.
    In de reacties werd een enkele keer gevraagd naar de status van de
informerende gesprekken die de afgelopen jaren met musea zijn gevoerd.
                                                                                                    Inleiding
Musea behoorden tussen 2009 en 2012 tot de instellingen met een
langjarig subsidieperspectief en zijn daarom de afgelopen beleidsperiode
gevisiteerd. Om zicht te houden op algemene ontwikkelingen in het
museumbestel heeft de raad in de afgelopen jaren wel informerende
gesprekken gevoerd met de door het Rijk gesubsidieerde musea. [3] Deze
gesprekken hebben plaats gevonden voordat de raad de aanvragen van
de musea heeft ontvangen. Uitspraken van de raad tijdens deze gesprek-
ken staan dan ook los van deze beoordelingsronde.
   Welke rol speelden de analyses die zijn uitgevoerd door externe bureaus
   bij de beoordeling van het criterium ondernemerschap?
Ten behoeve van de subsidieadviezen heeft de raad RebelGroup/Kwink-
Groep (op het gebied van ondernemerschap) en Claudia de Graauw –
                                                                                                    Algemene opmerkingen
Onderzoek & Advies (op het gebied van educatie en talentontwikkeling)
gevraagd een analyse te maken van de subsidieaanvragen die de instel-
lingen hebben ingediend. Deze analyses zijn ter beschikking gesteld aan
de commissies ter ondersteuning van de beoordeling van deze criteria.
    In de analyses wordt beschreven in welke mate ondernemerschap
– dan wel de educatie en talentontwikkeling – in de aanvraag aan de orde
komen, wat de reikwijdte is van de plannen met betrekking tot deze
criteria en in hoeverre plannen onderbouwd zijn. De analyses zijn geba-
seerd op de subsidieaanvragen zelf, de adviesbureaus beschikten niet
over andere bronnen.
    Overigens is bij de samenstelling van zowel de commissies als de raad
gelet op de aanwezigheid van kennis op het gebied van ondernemerschap
en educatie.
De raad heeft in zijn advies gesteld dat de publieksinkomsten en het
publieksbereik bij theater en jeugdtheater met 90% toenemen. Dat is
foutief geformuleerd, en vanwege de dubbeltelling van één instelling
verkeerd berekend.
    De correcte weergave is als volgt: de publieksinkomsten van de aan-
vragende theater- en jeugdtheatergezelschappen nemen in de periode
2010 – 2016 volgens de plannen in totaliteit toe met 77%; de eigen
inkomsten van die instellingen groeien in totaliteit met 76%.
    Deze foutieve berekening heeft op de beoordeling van individuele
instellingen geen nadelige invloed gehad. Het ministerie van OCW zal na                             18
afronding van het gehele subsidieadvies de algemene analyse publiceren         3
van RebelGroup/KwinkGroep over ondernemerschapsaspecten van                  Met uitzondering
culturele instellingen die tot de basisinfrastructuur worden toegelaten.     van het Persmuseum
                                                                             omdat het gesprek
                                                                             agendatechnisch
                                                                             niet haalbaar bleek.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   Waarop baseert de raad zijn uitspraken over governance?
De opmerkingen over governance in het advies van de raad waren in
                                                                                                      Aanvullend advies
enkele gevallen ook aanleiding voor een reactie. Uit de reacties maakt de
raad op de suggestie te hebben gewekt dat hij zich in het advies uitsprak
over het functioneren en de competentie van de toezichthouders.
   Dat is uitdrukkelijk geen punt van overweging geweest. De raad
erkent dat zijn woordkeus hiertoe aanleiding heeft gegeven. Hij maakt
graag van deze gelegenheid gebruik dit recht te zetten. Zijn opmerkingen
                                                                                                      Inleiding
over governance zijn uitsluitend bedoeld als constateringen dat bepaalde
informatie hierover bij de aanvraag ontbrak of onvolledig was.
   Hoe verhoudt het oordeel in de visitatierapporten zich tot het oordeel
   in het subsidieadvies?
Een aantal instellingen behoorden als gezegd tot de zogeheten
instellingen met een langjarig subsidieperspectief waarvoor een visitatie-
systeem gold. [4] In enkele reacties van met name musea wordt gewezen
op een discrepantie tussen het advies van de raad en het oordeel van
de visitatiecommissie.
    De opdracht en aard van de twee beoordelingen is wezenlijk anders.
Bij visitaties wordt het functioneren van de instellingen zelf beoordeeld,
in het advies Slagen in Cultuur heeft de raad zich primair een oordeel
                                                                                                      Algemene opmerkingen
gevormd over de subsidieaanvragen waarin de voorgenomen activiteiten
van de instellingen voor de komende vier jaar centraal staan. Een sub-
sidieaanvraag kan van andere kwaliteit zijn dan de beoordeling die een
visitatiecommissie heeft gegeven over het functioneren van de instelling.
Zoals eerder uiteengezet, is voor het beoordelen van subsidieaanvragen
wel een beeld nodig van het functioneren van de instelling zelf. Met dit
beeld wordt het realiteitsgehalte van de aanvragen ingeschat.
   De raad maakt daarvoor gebruik van de expertise en ervaring van de
leden van commissies. Aan de commissies zijn de eerder genoemde
(openbare) bronnen beschikbaar gesteld. Visitatierapporten maken daar
onderdeel van uit. Zij zijn in de adviezen soms gebruikt om een aspect
toe te lichten, maar zijn niet doorslaggevend voor een subsidieadvies.
                                                                                4
Overigens heeft de raad in eerdere adviezen gewezen op de voor- en            Het gaat om De
nadelen van de visitatiesystematiek. [5] Zo heeft de raad in 2010 opge-       Nederlandse Opera,
merkt dat het instrument tekort schiet om individuele musea te beoor-         Het Nationale Bal-
                                                                              let, musea, Nationale
delen in het kader van een subsidiebeslissing. Het is een instrument voor     Reisopera, Neder-
de kwaliteitszorg van de musea zelf, gebaseerd op door de musea vast-         lands Danstheater,
gestelde criteria.                                                            sectorinstituten en
                                                                              orkesten.
    De raad ziet daarvan zeker het belang, maar constateerde in 2010
dat de visitaties tot dan toe te weinig inzicht gaven in de wijze waarop de     5
instellingen beleidsprioriteiten uitwerken in onder meer collectiebeheer,     Raad voor Cultuur,
                                                                              ‘Advies evaluatie
maatschappelijk belang, financiële gegevens, publieksbereik, internatio-                              19
                                                                              subsidiesystematiek’,
nale activiteiten. Een visitatiesysteem dat ruimte geeft voor verschillende   maart 2010.
commissiesamenstellingen per groep musea, maakt het bovendien niet            Raad voor Cultuur,
goed mogelijk instellingen onderling te vergelijken – laat staan een rang-    ‘Instrumentarium
                                                                              specifiek museum-
orde te maken.                                                                beleid’,
                                                                              april 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>   Categorale
   indeling musea
                                                                                                      Aanvullend advies
In het advies Slagen in Cultuur heeft de raad uiteen gezet hoe hij is
omgegaan met de opdracht van de staatssecretaris, neergelegd in de
subsidieregeling, een rangorde van aanvragende musea te maken. [6]
                                                                                                      Inleiding
Hier herhaalt de raad dat hij er voor heeft gekozen deze rangorde te
koppelen aan vijf categorieën en de aanvragende instelling in één van
die categorieën in te delen. De hoogte van de geadviseerde subsidie aan
elk museum is verbonden aan de categorale indeling van dat museum.
    Uitgangspunt bij de toekenning van de subsidies in het advies van de
raad is het totaal beschikbare budget van 142 miljoen euro met daarop
in mindering gebracht de lasten voor huisvesting en beleidsverplichtin-
gen, die de staatssecretaris eerder is aangegaan.
    Het kortingspercentage per categorie is toegepast op het ‘richtbedrag’
dat het ministerie van OCW heeft vastgesteld. Voor de bepaling van dit
richtbedrag verwijst de raad dan ook naar het ministerie van OCW.
    Een grotere verfijning in de rangorde, bijvoorbeeld door elke instel-       6
ling een plaats toe te wijzen, is naar de mening van de raad op basis van    Artikel 3.27 van de
                                                                                                      Categorale indeling musea
de aanvragen niet op een verantwoorde wijze te maken.                        regeling op het spe-
                                                                             cifiek cultuurbeleid.
                                                                             Rangorde:
De raad heeft over deze benadering vragen gekregen uit de sector. In            1:
de reacties waarop in dit aanvullend advies wordt ingegaan, worden die       Ten behoeve van de
                                                                             beslissing aan welke
vragen meestal gekoppeld aan een uiteenzetting waarom het advies van
                                                                             instellingen vier-
de raad over de categorie indeling niet juist was. Naar aanleiding daarvan   jaarlijkse instelling-
heeft de raad zijn indeling en de presentatie daarvan in het advies op-      subsidie wordt
nieuw tegen het licht gehouden. Hij komt tot de conclusie dat er welis-      verleend, maakt de
                                                                             minister een rang-
waar geen aanleiding is de door hem gekozen benadering te herzien,           orde van de instel-
maar dat de omschrijving van de categorieën wel aanpassing behoeft.          lingen die voor sub-
                                                                             sidie in aanmerking
                                                                             komen op grond
Allereerst wijst de raad erop dat de indeling in categorieën uitsluitend     van artikel 3.23.
betrekking heeft op de verdeling van de korting op het rijksbudget              2:
voor musea de komende vier jaar. Hij heeft daarvoor zijn oordeel over        In de rangorde heb-
                                                                             ben instellingen
de kwaliteit van de subsidieaanvragen als uitgangspunt genomen. De           waar mee de Staat
categorie indeling moet dus niet worden gezien als een kwaliteitsladder      der Nederlanden
van musea, maar als een kwaliteitsoordeel over de aanvragen. Sterke,         gedurende de loop-
                                                                             tijd van de vierjaar-
overtuigende aanvragen zijn positief gewaardeerd, zwakkere aanvragen         lijkse instellings-
zijn minder gewaardeerd.                                                     subsidie een over-
    De raad constateert dat hij door de wijze van formuleren bij de          eenkomst heeft
                                                                             voor het beheer van
beschrijving van de categorieën (Slagen in Cultuur, pagina 214) sterk de     museale voorwer-
indruk heeft gewekt dat de categorieën betrekking hebben op een oor-         pen als bedoeld in
deel over het functioneren van instellingen in plaats van een kwalificatie   artikel 1, onderdeel
                                                                             c, van de Regeling
van de subsidieaanvraag, hetgeen ook blijkt uit de reacties van de instel-                            20
                                                                             materieel beheer
lingen. De raad meent daarom de omschrijving van de categorieën als          museale voorwer-
volgt te moeten herzien:                                                     pen die aan het Rijk
                                                                             toebehoren dan wel
                                                                             zijn toevertrouwd,
                                                                             voorrang op andere
                                                                             instellingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Categorie 1
  Instellingen die goede aanvragen hebben ingediend en daarmee een
  voorbeeldfunctie voor de sector vervullen.
                                                                            Aanvullend advies
Categorie 2
  Instellingen die aanvragen hebben ingediend die de raad als voldoen-
  de heeft beoordeeld, maar die op enkele onderdelen voor verbetering
  vatbaar zijn.
                                                                            Inleiding
Categorie 3
  Instellingen die aanvragen hebben ingediend die de raad als matig
  heeft beoordeeld omdat de aanvragen niet of onvolledig zijn uit-
  gewerkt. Het zicht op het toekomstig functioneren van de instelling
  is hierdoor (nog) niet duidelijk.
   De aanvragen in de categorie 1 tot en met 3 hebben met elkaar
   gemeen dat zij alle tenminste voldoende scoren op het criterium
   kwaliteit.
Categorie 4
  Instellingen die aanvragen hebben ingediend die door de raad als
  onvoldoende worden beoordeeld of waarvan het collectieniveau een
  rijkssubsidie niet rechtvaardigt.
                                                                            Categorale indeling musea
Categorie 5
  Instellingen die aanvragen hebben ingediend die niet voldoen aan
  de formele vereisten of niet functioneren als museum.
De raad heeft de aanvragen van de musea opnieuw tegen het licht
gehouden en beoordeelt of deze aangepaste beschrijving van de catego-
rieën leidt tot een wijziging in de categorale indeling van musea. Dat is
bij het overgrote deel niet het geval. Bij twee musea komt de raad tot
de conclusie dat de aanvraag thuishoort in een andere categorie. In die
gevallen is tevens sprake van feitelijke onjuistheden in het aanvankelijk
subsidieadvies. Het gaat hier om Het Scheepvaartmuseum en Teylers
Museum. Het subsidieadvies plaatst deze instellingen nu in categorie 2.
Zie de desbetreffende reacties in het sectorale deel.
    Nu twee musea verschuiven van categorie 3 naar categorie 2, moeten
de kortingspercentages worden aangepast om binnen het beschikbare
budget te blijven. De raad adviseert de percentages voor categorie 1 en 3
te handhaven en voor categorie 2 aan te passen aan de nieuwe situatie.
Deze verdeling sluit aan bij de omschrijving van de categorieën.
De percentages zijn:
  categorie 1 blijft 2%
  categorie 2 wordt 6,6% (was 5,6%)
  categorie 3 blijft 11,1%                                                  21
Voor alle instellingen in categorie 2 wijzigen dus de geadviseerde
subsidiebedragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>   Afwijkende besluiten
   van de staatssecretaris
                                                                                                      Aanvullend advies
In zijn adviesvraag van 4 juni 2012 kondigt de staatssecretaris aan dat
hij drie adviezen van de raad niet zal overnemen. Het betreft de presen-
tatie-instelling Stroom, het advies over de toekenning van de samen-
                                                                                                      Inleiding
werkingssubsidie tussen het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het
Residentieorkest, en het advies rond Amstel 218 (Collectie Six). Aan
zijn voornemen ten aanzien van Stroom koppelt de staatssecretaris het
verzoek om een andere instelling voor te dragen voor subsidiering.
De raad merkt hierover het volgende op.
Stroom
   De raad betreurt het zeer dat de staatssecretaris zijn advies niet volgt.
   Voor presentatie-instellingen zijn in de nieuwe basisinfrastructuur
   maar liefst vijf plekken minder beschikbaar dan in de vorige. De raad
   is dus zeer selectief geweest bij zijn beoordeling. De rigiditeit van
   de regeling was bij die afweging belemmerend. Hij heeft instellingen
   moeten afwijzen die in meer of mindere mate aan alle criteria vol-
   doen. De raad heeft bij zijn keuze gelet op een evenwichtig palet aan
                                                                                                      Afwijkende besluiten
   inhoudelijk verschillende presentatie-instellingen in de basisinfra-
   structuur en is aan het argument van spreiding tegemoet gekomen.
   De raad adviseert om in een volgende subsidieperiode bij deze sector
   het gebruik van normbedragen voor een beperkt aantal instellingen
   los te laten.
   In de adviesvraag verzoekt de staatsecretaris een ander voorstel
   te doen voor een presentatie-instelling, op basis van de al ingediende
   aanvragen. Achtergrond van deze vraag is dat de staatssecretaris
   heeft aangegeven af te willen wijken van het positieve advies van de
   raad voor Stroom, omdat de instelling met 16,4% niet voldoet
   aan de eigen inkomstennorm van 17,5% over de jaren 2010 – 2011.
   Deze cijfers zijn de raad door het ministerie van OCW beschikbaar
   gesteld. Stroom heeft inmiddels een reactie gegeven met een andere
   uitkomst.
       De raad blijft achter zijn positieve advies over Stroom staan.
   Mocht de staatssecretaris evenwel bij zijn standpunt blijven, dan stelt        7
                                                                               Op grond van
   de raad voor om Noorderlicht het bedrag van € 200.000 toe te ken-           artikel 3.3, vierde
   nen. [7] Noorderlicht behoorde bij de instellingen die volgens de raad      lid van de Regeling
   voldoen aan de criteria van de regeling, maar is op basis van de on-        kan de aanvraag om
                                                                               subsidie als bedoeld
   derlinge vergelijking van instellingen niet voorgedragen voor een plek      in artikel 3.29,
   in de basisinfrastructuur. Bij de afweging die de raad nu maakt geeft       derde lid (presen-
   de positieve waardering van Noorderlicht op de criteria geografische        tatie-instelling met
                                                                               groot internationaal
   spreiding en internationaal belang de doorslag ten opzicht van andere                              22
                                                                               netwerk) tevens
   aanvragers. De keuze voor Noorderlicht, een instelling gevestigd            worden aangemerkt
   in het noorden van het land, draagt bij aan de regionale spreiding van      als een aanvraag
   presentatie-instellingen. Daarnaast onderscheidt Noorderlicht zich          op grond van
                                                                               artikel 3.29, tweede
   in positieve zin van andere presentatie-instellingen door zijn interna-     lid (presentatie-
   tionale positie en netwerk.                                                 instelling).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Rotterdams Philharmisch Orkest en Residentieorkest
  De raad stelt vast dat de staatssecretaris hier het argument gebruikt
  dat over het toekennen van het extra budget van 1 miljoen euro
                                                                          Aanvullend advies
  al afspraken zijn gemaakt tussen de gemeenten Rotterdam en Den
  Haag. Het bevreemdt de raad dat dit is gebeurd voordat hij zijn
  advies heeft uitgebracht, ook van andere instellingen wordt gevraagd
  om eerst een kwalitatief goed plan te leveren voordat bestuurlijke
  en/of financiële afspraken worden gemaakt. De raad heeft begrepen
  dat de staatssecretaris geen afstand doet van het inhoudelijk advies
                                                                          Inleiding
  en dat een nieuw plan in een latere fase aan de raad zal worden voor-
  gelegd voor advisering.
Amstel 218 (Collectie Six)
  De raad heeft kennisgenomen van het voornemen van de staats-
  secretaris, met gebruikmaking van de hardheidsclausule uit de
  regeling, andere subsidieconsequenties te zullen verbinden aan het
  inhoudelijk oordeel van de raad. De raad begrijpt hieruit dat de
  staatssecretaris geen afstand neemt van het inhoudelijk oordeel van
  de raad.
                                                                          Afwijkende besluiten
                                                                          23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   Advies over de verdeling
   van de HGIS-middelen
                                                                              Aanvullend advies
Adviesaanvraag
  In de adviesaanvraag culturele basisinfrastructuur 2013 – 2016 van
                                                                              Inleiding
  15 februari jl. heeft de staatssecretaris de raad gevraagd een advies uit
  te brengen over de verdeling van middelen voor internationalisering
  over de fondsen. Omdat niet alle fondsen uitgewerkte plannen pre-
  senteerden voor de inzet van de HGIS-middelen heeft het ministerie
  van OCW hen de gelegenheid gegeven om de beleidsplannen op dit
  punt nogmaals te bezien en zo nodig aan te vullen. In zijn brief van
  11 april 2012 heeft de het ministerie van OCW de raad op de hoogte
  gesteld van de beleidsplannen van de fondsen die van deze mogelijk-
  heid gebruik hebben gemaakt.
   Het ministerie van OCW heeft de fondsen gevraagd om waar moge-
   lijk gezamenlijk plannen in te dienen en daarbij zoveel mogelijk uit te
   gaan van de focuslanden. Voor internationalisering vanuit de fondsen
   is 1,8 miljoen euro uit het HGIS-middelen beschikbaar voor de
                                                                              Verdeling van de HGIS-middelen
   volgende doelen:
   – activiteiten voor marktverruiming
   – goede uitgangspositie voor jong Nederlands talent op de interna-
     tionale markt
   – een kwalitatief hoogwaardige presentatie van Nederlands bewezen
     talent en vernieuwend aanbod op de relevante presentatieplekken.
   De raad wordt verzocht in het aanvullend advies over de basisinfra-
   structuur 2013 – 2016 advies uit te brengen over de internationale
   plannen van de fondsen en daarbij uit te gaan van de hierboven
   genoemde bestedingsdoelen, als ook van de uitgangspunten ten aan-
   zien van het strategische internationale cultuurbeleid in de nota
   Meer dan kwaliteit.
   De raad heeft zich gebogen over de plannen van het Nederlands
   Filmfonds, Fonds Podiumkunsten, Fonds voor Cultuurparticipatie,
   Mondriaanfonds, Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds
   voor Architectuur.
Overwegingen
  Het is de raad gebleken dat het beleidskader onvoldoende aankno-
  pingspunten heeft geboden voor de fondsen om tot een gezamenlijke
  visie en aanpak te komen. De raad constateert ook dat de ingediende         24
  plannen in de uitwerking zeer ongelijkwaardig zijn. Deze ongelijk-
  waardige uitwerking houdt volgens de raad mede verband met het feit
  dat de criteria nog onvoldoende richting bieden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   In zijn algemeenheid vindt de raad dat de plannen van de fondsen
   bijdragen aan de doelen die de staatssecretaris voor ogen heeft, maar
   zij zijn onvoldoende onderling vergelijkbaar. De raad kan daarom
                                                                            Aanvullend advies
   geen afgewogen oordeel geven.
   De raad hecht groot belang aan heldere uitgangspunten voor en
   (interdepartementale) regie over het internationale cultuurbeleid,
   zowel vanuit cultureel als economisch en maatschappelijk perspectief.
   Een scherp geformuleerd beleidskader moet richting geven aan de
                                                                            Inleiding
   internationaliseringsactiviteiten van de fondsen. Daar moet wel bij
   worden opgemerkt dat het volgens de raad onrealistisch is te ver-
   wachten dat de beoogde strategische inzet in de focuslanden bereikt
   kan worden met een totaalbudget van 1,8 miljoen euro. Dit bedrag
   is een deel van een reeds versnipperd budget van 4,6 miljoen euro
   aan HGIS-middelen. Verdere versnippering zal volgens de raad niet
   bijdragen aan het realiseren van de ambities. Om de continuïteit
   van de internationaliseringsactiviteiten van de fondsen op de korte
   termijn echter te waarborgen stelt de raad voor om de HGIS-
   middelen voor de komende twee jaar beschikbaar te stellen aan de
   fondsen.
       De raad zal in 2013 nader advies uitbrengen over internationaal
   cultuurbeleid en daarin ook de gelegenheid aangrijpen om aandacht
   te schenken aan de besteding van de HGIS-middelen.
                                                                            Verdeling van de HGIS-middelen
Conclusie en advies
  De raad adviseert de staatssecretaris om HGIS-middelen toe te ken-
  nen aan het Nederlands Filmfonds, Fonds Podiumkunsten, Fonds
  voor Cultuurparticipatie, Nederlands Letterenfonds, Mondriaanfonds
  en Stimuleringsfonds voor Architectuur. Als verdelingsgrondslag ad-
  viseert de raad om de middelen toe te kennen in dezelfde verhouding
  als de omvang van de budgetten die de fondsen op dit moment voor
  internationalisering inzetten.
   De raad stelt voor om de HGIS-middelen voor cultuurfondsen toe te
   kennen voor een periode van twee jaar en daarna de inzet en verde-
   ling van deze middelen opnieuw te bezien in het licht een ambitieus,
   herijkt internationaal cultuurbeleid. De raad zal hierover de regering
   in 2013 adviseren.
                                                                            25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies             Advies reacties   27
            Advies reacties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies           Advies reacties   Podiumkunsten   Theater   28
            Podiumkunsten
                      Theater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>  Ro Theater
                                                                                Aanvullend advies
Reactie
  In een reactie op de inleiding van het theaterdeel van het advies
                                                                                Advies reacties
  stelt het Ro Theater dat “in tegenstelling tot wat de raad stelt” het
  gezelschap internationaal zeer succesvol is.
      De raad kan dat op basis van de cijfers in de aanvraag niet zonder
  meer beamen. Hij heeft in het advies geschreven dat de instelling de
  komende jaren af en toe in het buitenland optreedt en baseert dat op
                                                                                Podiumkunsten
  de gegevens uit de subsidieaanvraag zelf: vier uitvoeringen in 2013
  en acht uitvoeringen in 2016.
  Het Ro Theater bestrijdt dat Marjolijn van Heemstra als vierde vaste
  maker bij het Ro Theater een heel andere artistieke stijl heeft dan de
  drie huidige regisseurs.
       De raad erkent dat alle makers vernieuwend en dwars theater
  maken en heeft waardering voor het scherpe artistieke profiel van de
  instelling. Hij is wel van mening dat ieder van deze makers een andere
                                                                                Theater
  stijl heeft: in zijn ogen is er wel degelijk een verschil tussen de feeste-
  lijke familievoorstellingen van Pieter Kramer, de rauwe ensceneringen
  van repertoirestukken door Alize Zandwijk, de conceptuele, ont-
  regelende voorstellingen van Jetse Batelaan en de theatrale egodocu-
  menten van Marjolijn van Heemstra.
  Het gezelschap vindt dat de raad in zijn advies te weinig aandacht
  besteedt aan de innovatieve kracht van het Ro Theater, en aan de
                                                                                Ro Theater
  rol die het gezelschap speelt bij de stimulering van de Nederlandse
  toneelschrijfkunst.
      De raad heeft ze wel degelijk in zijn oordeel over de instelling
  betrokken, maar niet geëxpliciteerd.
  De instelling kan zich niet vinden in de opmerking over de subsidie-
  afhankelijkheid in relatie tot de stijging van de eigen inkomsten.
  Zij schrijft dat deze stijging mede het gevolg is van een uitbreiding
  van het aantal reprises.
      De raad plaatst de opmerking over de subsidieafhankelijkheid
  niet in de context van het percentage van de totale inkomsten maar
  in de context van de afhankelijkheid van de twee inkomstenbronnen:
  inkomsten uit voorstellingen en subsidie. De instelling ontwikkelt
  geen alternatieve inkomstenbronnen, zoals bijdragen uit private mid-
  delen. Uit de aanvraag blijkt dat de instelling in 2013 één en in 2016
  twee kleine/middelgrote zaalproducties in reprise neemt, in tegen-            29
  stelling tot zeven kleine/middelgrote en grote producties in 2009 en
  2010. Volgens deze cijfers zal het aantal reprises dus niet toe- maar
  afnemen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>  Daarnaast vraagt de instelling zich af waarop de opmerking van de
  raad over de lage liquiditeit en de zorgelijke financiële situatie is
  gebaseerd.
                                                                                               Aanvullend advies
     De raad constateert dat de liquiditeitsratio en het weerstands-
  vermogen in 2009, 2010 en 2011 onder de normen lagen, waardoor
  de cijfers in de ogen van de raad reden van aandacht behoeven. [8]
  Omdat er geen strategie bij tegenvallende inkomsten is beschreven,
  spreekt de raad zijn zorgen uit over dit aspect van het ondernemer-
  schap.
                                                                                               Advies reacties
  Het Ro Theater weerspreekt de constatering van de raad dat het niet
  samenwerkt met het nieuwe jeugdtheatergezelschap Maas.
      De raad juicht de samenwerking toe, maar deze is noch in het
  activiteitenplan van het Ro Theater noch in dat van Maas beschreven.
                                                                                               Podiumkunsten
  De instelling betreurt de keuze van de raad om het gezelschap niet
  te honoreren als groot theatergezelschap (met 2,5 miljoen euro
  subsidie), maar als middelgroot gezelschap (met 1,5 miljoen euro
  subsidie).
      De raad heeft hiervoor begrip, maar volgens de regeling kunnen
  slechts twee van de drie gezelschappen in de drie grote steden als
  groot gezelschap worden aangemerkt. De raad heeft de aanvragen
  van de verschillende grote gezelschappen tegen elkaar afgewogen
  (zie de inleiding Theater in Slagen in Cultuur).
                                                                                               Theater
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Theaterproductie Rotterdam bij te stellen.
                                                                                               Ro Theater
                                                                            8
                                                                          Gehanteerde
                                                                          normen:
                                                                          Liquiditeitsratio:
                                                                          < 1 = kritisch;
                                                                          1 – 1,3 = extra      30
                                                                          aandacht;
                                                                          > 1,3 = in orde
                                                                          Weerstands-
                                                                          vermogen:
                                                                          < 10% = kritisch;
                                                                          > 10% = in orde
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>   Tryater
                                                                                                  Aanvullend advies
Reactie
  Tryater reageert op de opmerking van de raad dat de aanvraag on-
                                                                                                  Advies reacties
  voldoende is uitgewerkt. De instelling schrijft dat zij een nieuwe ‘om-
  gekeerde’ manier van produceren heeft, waardoor er meer op korte
  termijn geprogrammeerd kan worden. Daardoor kan de instelling nog
  niet zo veel prijsgeven over het repertoire en de gastregisseurs.
		 De raad heeft in het activiteitenplan gelezen dat de instelling meer
                                                                                                  Podiumkunsten
  ruimte wil bieden aan de ontwikkeling van nieuw materiaal en op
  onderzoek gerichte projecten. Maar dat laat volgens de raad onverlet
  dat de instelling explicieter had kunnen zijn in het noemen van na-
  men en het beschrijven van de plannen en de gevolgen van deze ma-
  nier van produceren voor het artistieke en zakelijke proces.
   De instelling vraagt zich af waarom de raad aanspoort tot het aan-
   trekken van meer talent van buiten, zodat het gezelschap zich verder
   kan ontwikkelen.
                                                                                                  Theater
      De raad is van mening dat dergelijk talent het mogelijk maakt
   Tryater, dat door het spelen in de Friese taal een kleine theater-
   gemeenschap is, nieuwe artistieke impulsen te geven.
   De instelling bestrijdt de opmerking van de raad dat de verwachte
   stijging van de hoeveelheid bezoekers rooskleurig is. Zij refereert aan
   de bezoekcijfers van 2011, die hoger zijn dan de verwachte aantallen
   in 2013 en 2016.
       De raad bevestigt dat hij de gegevens van 2011 niet in zijn oordeel                        Tryater
   heeft betrokken (zie hiervoor ook de inleiding in Slagen in Cultuur).
   Op basis van de cijfers over 2011 constateert de raad dat de verwach-
   ting met betrekking tot het publieksbereik inderdaad realistisch
   zouden zijn.
   De instelling geeft aan dat de financiële situatie minder zorgelijk is
   dan de raad voorspiegelt. De instelling heeft in 2010 grote tegen-
   slagen gehad, maar in 2011 is er geen sprake meer van een negatief          9
                                                                             Gehanteerde
   eigen vermogen.                                                           normen:
       De raad waardeert de wijze waarop de instelling de afgelopen tijd     Liquiditeitsratio:
   heeft gewerkt aan het verbeteren van de financiële situatie. Niettemin    < 1 = kritisch;
                                                                             1 – 1,3 = extra
   constateert hij dat ook in 2011 een aantal bedrijfseconomische            aandacht;
   indicatoren – liquiditeitsratio, solvabiliteit en weerstandsvermogen –    > 1,3 = in orde
   onder de normen lagen, waardoor de cijfers in de ogen van de raad         Weerstands-
                                                                             vermogen:
   reden van aandacht behoeven. [9]                                                               31
                                                                             < 10% = kritisch,
                                                                             > 10% = in orde
   Educatie is volgens de instelling breed verankerd binnen het gezel-       Solvabiliteit:
   schap; daarom vindt zij het niet nodig dat de raad zich zorgen maakt      < 0 = kritisch;
                                                                             0 – 10% = waak-
   over de borging ervan. De instelling geeft aan dat zij op dit vlak        zaam;
   samenwerkt met een aantal ZZP’ers.                                        > 10% = in orde
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>  De raad spreekt zijn zorg uit omdat er volgens de aanvraag slechts
  één personeelslid verantwoordelijk is voor educatie en de borging
  ervan in zijn ogen niet voldoende is beschreven.
                                                                             Aanvullend advies
  De instelling beschrijft de vier pijlers op het gebied van talentontwik-
  keling en weerspreekt daarmee dat dit een ad hoc karakter heeft,
  zoals de raad oordeelt.
      De raad is bekend met deze pijlers omdat ze ook in de subsidie-
  aanvraag worden beschreven; het genoemde programma Spoetnik
                                                                             Advies reacties
  wordt in de aanvraag echter niet expliciet als talentontwikkelings-
  project benoemd. In de aanvraag en in de reactie wordt evenwel niet
  uitgewerkt hoe jong talent (met name jonge makers) zich kan ontwik-
  kelen, met welke stappen die ontwikkeling plaatsvindt, hoe de makers
  worden begeleid en hoe ze hun vakkennis kunnen verdiepen.
                                                                             Podiumkunsten
  De instelling bestrijdt dat de acteursopleiding Jong Tryater te weinig
  verbindingen heeft met het reguliere kunstvakonderwijs: er werken
  docenten van de toneelschool Arnhem en Amsterdam mee.
     De raad waardeert deze samenwerking, maar was daarvan niet op
  de hoogte omdat zij niet is vermeld in de aanvraag.
Conclusie
                                                                             Theater
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Fryske Toaniel Stifting Tryater bij te stellen.
                                                                             Tryater
                                                                             32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>  Het Zuidelijk Toneel
                                                                                                  Aanvullend advies
Reactie
  Het Zuidelijk Toneel is van mening dat de raad de staatssecretaris
                                                                                                  Advies reacties
  onvolledig en onjuist heeft geïnformeerd over de financiële situatie
  van de instelling. Hij verklaart de negatieve exploitatie in 2009
  door de verhuizing van de instelling van Eindhoven naar Tilburg; het
  tekort in 2010 is volgens de instelling ontstaan uit een reorganisatie.
  Ook wijst de instelling erop dat zij in dat jaar een lening bij de Bank
                                                                                                  Podiumkunsten
  Nederlandse Gemeenten heeft afgelost.
      De raad neemt de redenen van de tekorten voor kennisgeving aan.
  Hij prijst Het Zuidelijk Toneel dat het genoemde stappen heeft gezet
  in het kader van zijn ondernemerschap. Hij constateert dat de finan-
  ciële situatie van de instelling in 2011 al is verbeterd. Niettemin
  wijzen de cijfers uit dat indicatoren die de financiële continuïteit van
  de instelling waarderen, namelijk de liquiditeitsratio, solvabiliteit
  en weerstandsvermogen onder de normen lagen, waardoor de cijfers
  in de ogen van de raad reden van aandacht behoeven. [10] Bezien
                                                                                                  Theater
  vanuit het verdienmodel van de instelling vormt dit een risico.
  De instelling vindt dat in het advies te veel nadruk ligt op de Theater-
  spektakels die de instelling initieert en dat er onvoldoende aandacht
  is voor de andere activiteiten en nieuwe beleidskeuzen, zoals regies
  van de artistiek leider op basis van het wereldrepertoire. Ook aspec-
  ten uit het activiteitenplan die niet expliciet in de adviestekst worden
  genoemd, zijn tijdens de beraadslagingen aan bod gekomen.
                                                                                                  Het Zuidelijk Toneel
      De raad heeft geschreven dat hij er onvoldoende vertrouwen in
  heeft “dat de artistieke invulling van de grootschalige theaterpro-
  ducties voldoende kwaliteit heeft en onderscheidend is”. Dit heeft
  niet alleen betrekking op de Theaterspektakels, maar ook op andere
  grootschalige projecten, zoals de jaarlijkse reisproductie en het loca-
  tieproject die in het activiteitenplan worden aangekondigd.
  Daarnaast stelt de instelling dat de raad te weinig oog heeft voor de
  ambities op het gebied van publieksbereik en cultureel ondernemer-           10
                                                                             Gehanteerde
  schap die het Zuidelijk Toneel met de Theaterspektakels nastreeft.         normen:
  De instelling vindt ook dat de raad zich in zijn beoordeling te veel       Liquiditeitsratio:
  heeft laten leiden door de zogenoemde peer achtergrond.                    < 1 = kritisch;
                                                                             1 – 1,3 = extra
      De raad heeft waardering voor het grote aantal bezoekers dat met       aandacht;
  de Theaterspektakels wordt bereikt, de verbinding die de instelling        > 1,3 = in orde
  hierdoor heeft met lokale schouwburgen en de aanzuigende werking           Weerstands-
                                                                             vermogen:
  op publiek dat normaal niet naar gesubsidieerd theater gaat. Hij is                             33
                                                                             < 10% = kritisch,
  echter van mening dat de kwaliteit van de producties hierbij achter-       > 10% = in orde
  blijft en de verbinding van verschillende disciplines voor onvoldoen-      Solvabiliteit:
  de meerwaarde zorgt.                                                       < 0 = kritisch;
                                                                             0 – 10% = waak-
                                                                             zaam;
                                                                             > 10% = in orde
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>  De raad heeft de verschillende beoordelingscriteria (zoals publieks-
  bereik, ondernemerschap en artistieke kwaliteit) ten opzichte van
  elkaar gewogen. Hij vindt een breed publiek bereiken een belangrijke
                                                                          Aanvullend advies
  doelstelling. In het advies over Het Zuidelijk Toneel heeft het oor-
  deel over het publieksbereik echter niet opgewogen tegen de kwaliteit
  die de raad – op basis van het volgen van de instelling – van de toe-
  komstige producties verwacht.
     Voor wat betreft de achtergrond van de commissieleden en hun
  competenties, verwijst de raad naar de inleiding.
                                                                          Advies reacties
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Podiumkunsten
  advies over Stichting Het Zuidelijk Toneel bij te stellen.
                                                                          Theater
                                                                          Het Zuidelijk Toneel
                                                                          34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies           Advies reacties   Podiumkunsten   Jeugdtheater   36
            Podiumkunsten
                      Jeugdtheater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>  Theatergroep Kwatta
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Theatergroep Kwatta weerspreekt de opmerking van de raad dat
                                                                             Advies reacties
  de instelling verwacht het dalende subsidiebedrag van het ministerie
  van OCW te kunnen compenseren met een stijging van de provin-
  ciale subsidie. Kwatta stelt dat er geen sprake is van een stijging. De
  provincie heeft toegezegd de subsidie in 2013 terug te brengen naar
  het oude niveau, nadat deze vanwege een bestuurlijke uitruil met het
                                                                             Podiumkunsten
  ministerie van OCW in 2009 was verlaagd.
      Hoewel de subsidie van het ministerie van OCW de komende
  periode afneemt, constateert de raad dat de instelling niet minder af-
  hankelijk wordt van subsidie. Vanwege de verwachte verhoging van
  de provinciale subsidie blijft de totale subsidie immers ongeveer even
  hoog.
  De instelling bestrijdt de mening van de raad dat de toename van het
  aantal bezoekers aan schoolvoorstellingen niet realistisch is. Zij geeft
                                                                             Jeugdtheater
  aan dat deze voorstellingen in de toekomst worden gespeeld in een
  theater trailer, waarin meer leerlingen passen dan in een schoolklas.
     De raad vindt dit een afdoende verklaring voor de aangekondigde
  toename.
  De instelling reageert daarnaast op de vraagtekens die de raad heeft
  geplaatst bij de verwachte groei van het aantal toeschouwers, met
  name buiten de standplaats. Zij schrijft dat zij in de komende periode
                                                                             Theatergroep Kwatta
  samen met Het Gelders Orkest een productie voor de grote zaal gaat
  maken. De instelling verwacht dat zij, gelet op de gemaakte afspraken
  met een groot aantal theaters en de bekendheid van de titel van de
  voorstelling, een groot publiek zal trekken.
     De raad vindt deze verklaring voldoende om een toename van het
  aantal bezoekers te verwachten.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Theatergroep Kwatta bij te stellen.
                                                                             37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>  Het Nationale Toneel
                                                                              Aanvullend advies
Reactie
  Het Nationale Toneel weerspreekt de bewering van de raad dat de
                                                                              Advies reacties
  huidige artistiek leider van Stella gedurende vier jaar twee producties
  zal regisseren. Volgens het activiteitenplan zal hij jaarlijks bij NTJong
  een voorstelling maken voor de vlakkevloertheaters en twee keer in
  samenwerking met het Residentie Orkest een muziektheaterproductie
  maken.
                                                                              Podiumkunsten
      De raad erkent deze feitelijke onjuistheid in het advies.
  De instelling bestrijdt dat de sleutelpersonen bij NTJong ontbreken.
  Zij stelt dat deze vanuit Stella in dienst komen bij NTJong. Daarnaast
  worden er gesprekken gevoerd met mogelijke kandidaten voor de
  functie van artistiek leider, maar in deze fase kunnen nog geen namen
  worden genoemd.
      De raad is van mening dat de artistiek leider essentieel is voor de
  koers van NTJong en dat hij de daadwerkelijke sleutelpersoon is van
                                                                              Jeugdtheater
  deze afdeling van het Nationale Toneel. De instelling stelt in haar
  reactie zelf ook dat deze artistiek leider zijn stempel op het gezelschap
  moet kunnen drukken. Zolang de naam van deze persoon nog
  niet bekend is, kan de raad de concrete uitwerking van het beleid van
  NTJong niet beoordelen. De kaders waarbinnen die persoon zou
  moeten opereren, vindt de raad niet overtuigend.
  De instelling schrijft dat ze – gelet op het format van de subsidie-
                                                                              Het Nationale Toneel
  aanvraag en de zeer korte tijd – keuzes heeft moeten maken bij het
  opstellen van het activiteitenplan en daarom alleen de missie heeft
  beschreven en plannen op hoofdlijnen heeft geschetst.
     De raad heeft dit niet aangewend als reden om de aanvraag van
  het Nationale Toneel anders te beoordelen dan aanvragen met een
  voldragen plan.
  De instelling schrijft dat de artistieke meerwaarde is gelegen in het
  slechten van de waterscheiding tussen jeugdtheater en theater voor
  volwassenen en het verbeteren van de kwaliteit van jeugdtheater.
      De raad ziet in de plannen onvoldoende uitgewerkt hoe jeugd-
  theater en theater voor volwassenen elkaar artistiek zouden moeten
  bevruchten en beïnvloeden. De aanvraag biedt te weinig aankno-
  pingspunten om er in deze fase (nog voor de benoeming van een
  artistiek leider) voldoende vertrouwen in te hebben dat er de juiste
  randvoorwaarden voor een dergelijke artistieke meerwaarde zijn.             38
  De instelling stelt dat de bedrijfsmatige meerwaarde blijkt uit het
  reduceren van de overhead, waardoor er veel meer artistieke output
  mogelijk zal zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>  De raad erkent dit, maar constateert dat er op andere vlakken geen
  bedrijfsmatige meerwaarde is. Volgens de cijfers in de aanvraag
  gaat de gefuseerde instelling voor een hoger (totaal) subsidiebedrag
                                                                           Aanvullend advies
  minder producties maken en minder voorstellingen spelen dan de
  twee afzonderlijke instellingen voorheen in totaal deden.
  De instelling stelt dat zij geworteld is in de stad en veel samenwer-
  kingsprojecten onderneemt. Stella voert veel (educatieve) activiteiten
  uit op het gebied van interculturaliteit.
                                                                           Advies reacties
      De raad waardeert deze activiteiten en hoopt dat de gefuseerde
  instelling zich op dezelfde wijze zal inzetten voor het bereiken van
  een divers jong publiek. In de aanvraag heeft hij daarover te weinig
  teruggevonden.
                                                                           Podiumkunsten
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Het Nationale Toneel bij te stellen.
                                                                           Jeugdtheater
                                                                           Het Nationale Toneel
                                                                           39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>  De Toneelmakerij
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  De Toneelmakerij constateert dat er een discrepantie bestaat tussen
                                                                             Advies reacties
  het enthousiasme van de raad over het werk van De Toneelmakerij
  en het ‘ongemeen lage bedrag’ dat volgens de subsidieregeling
  beschikbaar is.
      De raad erkent dat de instelling wordt getroffen door een grote
  reductie van de rijkssubsidie. Hij vindt ook dat de instelling een bij-
                                                                             Podiumkunsten
  zondere positie inneemt: zij is ontstaan uit een fusie van twee
  jeugdtheaterinstellingen en heeft daarmee gehoor gegeven aan de
  aanbeveling van de raad om in Amsterdam een groot jeugdtheater-
  gezelschap te laten ontstaan. Doordat de door de raad geadviseerde
  differentiëring in het jeugdtheaterbestel niet in de subsidieregeling
  is overgenomen, wordt de instelling met circa 69% gekort.
      De raad was bij de beoordeling gebonden aan de subsidieregeling
  en de hoogte van de normbedragen die daarin zijn vastgesteld. Niet-
  temin benadrukt hij het belang van het bestaan van jeugdtheatergezel-
                                                                             Jeugdtheater
  schappen met een groter volume. Hij is daarom van mening dat er
  meer ruimte voor maatwerk nodig is in de subsidieregeling.
  De Toneelmakerij begrijpt niet waarop de raad de uitspraak heeft
  gebaseerd dat het aantal bezoekers van vrije voorstellingen met bijna
  60%, en van schoolvoorstellingen met meer dan 15% zal stijgen.
     De raad heeft voor deze berekening de cijfers van 2009 en
  2013 – 2016 met elkaar vergeleken. De raad had bij de beoordeling
                                                                             De Toneelmakerij
  niet de gegevens van 2011. Vergeleken met de publieksaantallen van
  2011 zouden de genoemde stijgingen dan inderdaad lager zijn.
  De Toneelmakerij vraagt zich af hoe de raad heeft vastgesteld dat
  de instelling van alle jeugdtheatergezelschappen de hoogste loon-
  kosten per voorstelling heeft. Zij verklaart de hoogte van dit bedrag
  uit de hoogwaardige kwaliteit van voorstellingen en educatie. De
  instelling vraagt zich ook af waarom de raad de loonkosten alleen
  heeft vergeleken met de jeugdgezelschappen en niet met de theater-
  gezelschappen in de basisinfrastructuur.
      De raad heeft per instelling de hoogte van de loonkosten gedeeld
  door het totaal aantal voorstellingen en deze getallen per instelling
  met elkaar vergeleken. Loonkosten bestaan uit prijs en volume, ofwel
  salarissen en het aantal fte’s. Het aantal fte’s is gerelateerd aan de
  output, in dit geval voorstellingen, en is significant hoger dan het ge-
  middelde van de andere aanvragen. De raad realiseert zich dat een          40
  hogere kwaliteit tot hogere loonkosten kan leiden, maar ziet het ook
  als zijn taak instellingen erop te wijzen als deze kosten relatief hoog
  zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>  Hij is van mening dat instellingen met relatief hoge kosten altijd
  moeten nagaan of die niet gereduceerd kunnen worden. Zonder dat
  dit gevolgen mag hebben voor de kwaliteit van de instelling, die de
                                                                             Aanvullend advies
  raad hoog acht.
      De raad heeft instellingen met elkaar vergeleken die op basis van
  de subsidieregeling met elkaar concurreren en die – gelet op de taken
  die ze uitvoeren – het meest gelijkwaardig aan elkaar zijn en in het-
  zelfde veld opereren.
                                                                             Advies reacties
  De Toneelmakerij verbaast zich erover dat de raad opmerkt dat
  de activiteiten op het gebied van talentontwikkeling oppervlakkig zijn
  uitgewerkt. Zij stelt dat zij naast de vele stagiairs en toneelscholen
  twee jonge regisseurs een traject heeft laten volgen, en wijst daarnaast
  op de plannen voor een meerjarig traject met een nieuwe jonge
                                                                             Podiumkunsten
  maker.
      De raad waardeert dat De Toneelmakerij zich op deze manier
  inzet. Hij constateert echter dat in het activiteitenplan weinig woorden
  zijn gewijd aan de wijze waarop die vormen van talentontwikkeling
  plaatsvinden. Er is onvoldoende in de aanvraag duidelijk gemaakt
  waartoe de trajecten zullen leiden. Ook het is niet duidelijk op basis
  waarvan de nieuwe makers worden geselecteerd.
Conclusie
                                                                             Jeugdtheater
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting De Toneelmakerij bij te stellen.
                                                                             De Toneelmakerij
                                                                             41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies           Advies reacties   Podiumkunsten   Dans   42
            Podiumkunsten
                      Dans
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>  Danshuis Station Zuid
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Danshuis Station Zuid is verheugd te lezen dat de raad waardering
                                                                            Advies reacties
  heeft voor de positie die de instelling heeft ingenomen in de ontwik-
  keling en doorstroming van talent. Het gezelschap benadrukt echter
  dat het ook altijd heeft gewerkt met gevestigde choreografen.
      De raad onderkent dit en heeft het tegendeel ook niet in zijn
  advies willen beweren.
                                                                            Podiumkunsten
  De instelling reageert op twijfels van de raad dat de publieksaantallen
  de komende jaren bijna zullen verdubbelen. Zij ziet sinds de oprich-
  ting een stijgende lijn in de bezoekcijfers en verwacht met de huidige
  vaste choreograaf een verdere toename.
     De raad heeft waardering voor dit zelfvertrouwen, maar is zelf
  minder optimistisch. Hoewel hij de kwaliteit van deze vaste choreo-
  graaf onderkent, vraagt de raad zich af of hij de geschetste toename
  van publieksaantallen kan veroorzaken.
                                                                            Dans
  Danshuis Station Zuid noemt het ‘een hardnekkig misverstand’ dat
  het negatieve eigen vermogen is ontstaan als gevolg van de investering
  in de nieuwe huisvesting. De instelling schrijft dat de kosten van het
  mobiele danshuis, in combinatie met het produceren van een grote
  zaalvoorstelling in de kernsteden, voor een tekort in 2010 heeft
  gezorgd.
      De raad heeft zijn constatering ontleend aan het activiteitenplan,
                                                                            Danshuis Station Zuid
  waarin staat dat “de investeringen in het fysieke danshuis en het
  innovatieve mobiele danshuis in 2009 en 2010 hebben geleid tot een
  negatief vermogen dat aan het eind van 2012 zal zijn weggewerkt”.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Danshuis Station Zuid bij te stellen.
                                                                            43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>  Internationaal Danstheater
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Het Internationaal Danstheater bestrijdt dat het niet innovatief
                                                                             Advies reacties
  genoeg is, zoals de raad in zij advies beweert. De instelling benadrukt
  dat zij binnen de kaders van een grote artistieke omslag heel inno-
  vatief is, maar dat zij dat “langs de weg van geleidelijkheid” doet.
       De raad heeft veel waardering voor deze omslag die de instelling
  in korte tijd heeft gemaakt. Niettemin ontbreken er in het activiteiten-
                                                                             Podiumkunsten
  plan aanzetten om op korte termijn werkelijk artistiek te gaan ver-
  nieuwen, bijvoorbeeld door de werelddans crossovers te laten aangaan
  met andere dansvormen.
  De instelling vraagt om een nadere uitleg van de uitspraak dat er geen
  overtuigende strategie is ontwikkeld om een jong en nieuw publiek
  te bereiken.
      De raad constateert dat de instelling zich erg inzet om een nieuw
  publiek aan zich te binden. Hij vraagt zich wel af of dat voldoende
  kan worden bereikt met de producties die de instelling de komende          Dans
  tijd gaat ontwikkelen en die zij uitgebreid in haar aanvraag heeft
  omschreven. Omdat de instelling in de ogen van de raad onvoldoende
  plannen heeft voor artistieke innovatie per 2013, denkt hij dat een
  nieuw publiek onvoldoende aansluiting zal vinden bij het
  Internationaal Danstheater.
  Het Internationaal Danstheater weerspreekt de opvatting van de raad
                                                                             Internationaal Danstheater
  dat de activiteitenlasten, in vergelijking met de beheerlasten perso-
  neel, onevenredig zwaar getroffen worden door de reorganisatie. Het
  gezelschap stelt dat de totale formatie beheerslasten 20% betreft;
  dat is volgens het Internationaal Danstheater laag in vergelijking met
  andere gezelschappen.
      De raad heeft dit oordeel over de personeelslasten niet gebaseerd
  op een vergelijking met andere gezelschappen, maar op basis van de
  vergelijking tussen de activiteiten en het beheer. De personeelslasten
  voor beheer stijgen van 2010 tot 2013 met ongeveer 40%, terwijl
  de personeelslasten voor activiteiten ongeveer halveren. Daarbij con-
  stateert de raad ook nog dat het aantal personeelsleden beheer (fte’s)
  in die periode meer dan 25% daalt. Om die reden vindt de raad dat
  de beheerslasten te veel gespaard worden in vergelijking met de
  activiteitenlasten.
  Ten slotte reageert de instelling op de twijfels van de raad over          44
  de stijging van de publieksinkomsten. Zij wijst erop dat zij een grote
  trouwe achterban heeft, een Begunstigersclub die groeit en dat een
  groot deel van het dansaanbod zal wegvallen zodat de instelling meer
  afzetmarkt kan veroveren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>  De raad prijst het zelfvertrouwen en de ondernemingszin van het
  Internationaal Danstheater, maar betwijfelt of de plannen werkelijk
  die potentie hebben.
Conclusie                                                                 Aanvullend advies
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Internationaal Danstheater bij te stellen.
                                                                          Advies reacties
                                                                          Podiumkunsten
                                                                          Dans
                                                                          Internationaal Danstheater
                                                                          45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>  Introdans
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Introdans vraagt zich af wat de raad bedoelt met de opmerking dat er
                                                                            Advies reacties
  een overlapping is van choreografen met andere gezelschappen.
      De raad bedoelt hiermee het repertoire van het ensemble voor vol-
  wassenen én het ensemble voor de jeugd. De raad denkt hierbij niet
  alleen aan de door de instelling genoemde Ed Wubbe, maar ook aan
  bijvoorbeeld Hans van Manen, Jiri Kylián, Sidi Larbi Cherkaoui en
                                                                            Podiumkunsten
  Lightfoot/León.
  De instelling wil graag weten wat de raad bedoelt met de opmerking
  dat de beide tableaus zich niet op elk vlak kunnen meten met de top
  van de dans in Nederland.
      De raad vindt het niveau van de dansers van Introdans hoog, en
  heeft veel waardering voor het feit dat het de nadruk legt op inves-
  teren in jong Nederlands danstalent. Niettemin heeft de raad op basis
  van het voorstellingsbezoek geconcludeerd dat het niveau bij de top
  van de Nederlandse dans in bepaalde opzichten hoger is.                   Dans
  Introdans constateert dat in het raadsadvies een verwachte zaalbezet-
  ting wordt genoemd (respectievelijk 50% en 55%) die specifiek geldt
  voor premières en niet voor reprises.
     De raad beaamt dit: deze percentages gelden voor premières,
  ofwel ‘nieuwe producties’.
                                                                            Introdans
  Ten slotte wil de instelling een toelichting op de opmerking dat
  samenwerkingsverbanden beter benut moeten worden. Introdans stelt
  dat met praktisch alle instellingen wordt samengewerkt, en dat die
  zo veel als mogelijk worden benut.
      De raad prijst Introdans dat ze zoveel partners in stad en regio
  heeft, zoals ze in haar reactie op het advies aangeeft. In de subsidie-
  aanvraag wordt de samenwerking echter weinig concreet, enigszins
  vrijblijvend en zonder strategische visie beschreven.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Introdans bij te stellen.
                                                                            46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>  Noord Nederlandse Dans
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Noord Nederlandse Dans bestrijdt dat het weinig voorstellingen
                                                                           Advies reacties
  speelt, zoals de raad beweert. De instelling wijst erop dat zij de af-
  gelopen jaren meer voorstellingen heeft gespeeld dan zij volgens het
  prestatieoverzicht met het ministerie van OCW heeft afgesproken.
     De raad prijst de instelling hiervoor. De opmerking dat Noord
  Nederlandse Dans weinig voorstellingen speelt is echter gebaseerd op
                                                                           Podiumkunsten
  een vergelijking met de andere dansgezelschappen die een aanvraag
  hebben ingediend. Noord Nederlandse Dans heeft in 2009 en 2010
  het minste aantal voorstellingen van deze instellingen gespeeld.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Noord Nederlandse Dans bij te stellen.
                                                                           Dans
                                                                           Noord Nederlandse Dans
                                                                           47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>  Opera en Ballet Amsterdam
  (De Nederlandse Opera &
                                                                                                Aanvullend advies
  Het Nationale Ballet)
Reactie
  De instelling bestrijdt de uitspraak van de raad dat er nog weinig
                                                                                                 Advies reacties
  synergie op bedrijfsmatig niveau plaatsvindt. De drie fuserende
  instellingen werken op dit vlak al jarenlang geïntegreerd. Daarnaast
  stelt de instelling dat de fusie het sluitstuk is geweest van een jaren-
  lange efficiency slag. De fusie zal volgens de instelling leiden tot
  een slagvaardiger aansturing van de organisatie; gelet op de eerder
                                                                                                 Podiumkunsten
  doorgevoerde integratie zullen de financiële effecten van de fusie
  beperkt zijn.
      De raad waardeert de gerealiseerde samenwerking en efficiëntie in
  aanloop naar de fusie in 2013. Uit de aanvraag blijkt echter geen visie
  of ambitie om de efficiëntie in de komende jaren verder te optimali-
  seren (de beheerlasten 2010 – 2016 zijn vrijwel gelijk). In de aanvraag
  wordt gesteld dat met de integratie van de huidige stichtingen in één
  rechtspersoon de organisatie dynamischer en slagvaardiger kan in-
  spelen op de eisen van deze tijd. In de aanvraag komt echter niet naar
  voren op welke wijze de waarde van centralisering van afdelingen en                            Dans
  bundeling van expertise binnen één organisatie verder worden ont-
  wikkeld en in kwalitatieve zin bijdragen aan de verschillende bedrijfs-
  onderdelen.
  De instelling weerspreekt de opmerking van de raad dat het publieks-
  bereik van Het Nationale Ballet zich met name in de standplaats
  concentreert. Zij stelt dat uit metingen van het publieksbereik blijkt
                                                                             Opera en Ballet Amsterdam
  dat 60% van de bezoekers buiten de regio Amsterdam afkomstig is.
      De raad heeft deze opmerking gerelateerd aan de constatering dat
  de instelling slechts een bescheiden ambitie heeft om buiten de
  standplaats in grote zalen te spelen. Hij is van mening dat de instel-
  ling een groter publiek, op grotere afstand van Amsterdam, kan en
                                                                             (De Nederlandse Opera & Het Nationale Ballet)
  moet bereiken door meer reisvoorstellingen te spelen.
  De instelling schrijft dat Het Nationale Ballet niet minder buiten
  de standplaats gaat spelen, en dankzij de tournee van het talentont-
  wikkelingsprogramma Nxt juist meer in de regio zichtbaar zal zijn.
  Bovendien streeft de instelling naar een hogere realisatie van het
  aantal voorstellingen buiten de standplaats dan in het prestatieover-
  zicht is aangegeven.
     De raad is van mening dat Het Nationale Ballet op dit moment
  te weinig met grote zaalvoorstellingen buiten de standplaats speelt,
  en dat ook in de komende periode te weinig gaat doen. De raad waar-                           48
  deert het initiatief om met Nxt meer in het land op te treden, maar
  de producties van Nxt worden gemaakt voor de vlakkevloertheaters.
     De raad pleit juist voor een grotere landelijke spreiding van het
  voor Nederland unieke groot gemonteerde balletrepertoire.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Het Nationale Ballet bestrijdt dat zijn tableau groot is, en dat het
dezelfde taken kan uitvoeren met een kleinere bezetting. Er is volgens
de instelling geen sprake van overcapaciteit; de inhuur van meer free-
                                                                                                Aanvullend advies
lancers zou duurder zijn en ten koste gaan van de uitvoeringskwaliteit.
De instelling schrijft dat het tableau noodgedwongen moet worden
gereduceerd van 81 naar 74 dansers, wat is in vergelijking met andere,
buitenlandse, balletgezelschappen klein is.
    De raad erkent dat het kernrepertoire van Het Nationale Ballet
een groot tableau vereist, maar de jaarprogrammering van de instel-
                                                                                                 Advies reacties
ling bevat ook producties met kleinere bezetting. De huidige omvang
van het tableau zou het mogelijk moeten maken meer te reizen.
Daarnaast benadrukt de raad dat het inzetten van freelancers niet
betrekking heeft op de solisten, maar op leden van het corps de ballet.
    De raad is er verbaasd over dat in de aanvraag de reductie van
                                                                                                 Podiumkunsten
het tableau van 81 naar 74 dansers niet wordt vermeld. De raad kan
deze opmerking ook niet plaatsen gezien de toename van de ‘activi-
teitenlasten personeel’ van € 10.753.000 (in 2010) naar € 11.082.300
(in 2016).
De instelling vindt het onterecht dat de raad zijn zorgen uitspreekt
over de externe financiering van de juniorgroep Nxt, omdat hij
van mening is dat het uitoefenen van een kerntaak niet door externe
financiering moet worden bekostigd. De instelling beschouwt dit
juist als een teken van goed ondernemerschap, en vindt het onwen-                                Dans
selijk dat de raad zich op basis van de financieringsmix uitspreekt
over kerntaken van de instelling. Naar aanleiding van de opmerking
van de raad over de afhankelijkheid van Nxt van externe financiers
meent de instelling dat de raad zich in het licht van de financierings-
mix niet moet uitspreken over kerntaken en dat 30% van de activi-
teiten afhankelijk is van externe financiering.
    Voor de raad is de financieringsmix niet leidend bij de beoorde-
                                                                             Opera en Ballet Amsterdam
ling van aanvragen. Hij vindt talentontwikkeling een kerntaak van de
instelling, en waardeert het dat cultureel ondernemerschap externe
financiering genereert die leidt tot een sluitende exploitatie. In het
activiteitenplan is beschreven dat Het Nationale Ballet externe finan-
ciering heeft gevonden die de juniorgroep Nxt drie jaar mogelijk
                                                                             (De Nederlandse Opera & Het Nationale Ballet)
maakt. De raad vindt dit initiatief in het kader van talentontwikkeling
zeer belangrijk. Hij benadrukt dat de financiering ervan duurzaam
moet zijn, en ziet het daarom als een risico dat de externe financiering
vooralsnog voor drie jaar zeker is gesteld.
Op het gebied van talentontwikkeling bij de opera verwacht de
raad een intern opleidingstraject. De instelling geeft in zijn reactie aan
op basis van verkenningen tot maatwerk te zijn gekomen: regulier
overleg en afstemming tussen instellingen over afzonderlijke en geza-
menlijke activiteiten. Hiermee wordt volgens de instelling op een
flexibele manier aangesloten bij de individuele behoefte aan leer- en                           49
podiumervaring.
    Uit het activiteitenplan komt te weinig concreet naar voren in
welke mate De Nederlandse Opera eigen activiteiten op het gebied
van talentontwikkeling vormgeeft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>  Door het wegvallen van aparte instellingen voor talentontwikkeling
  in de basisinfrastructuur en de sterke reductie op de budgetten van de
  reizende gezelschappen is dit onderwerp actueel en urgent.
                                                                                                                     Aanvullend advies
  In Meer dan kwaliteit [11] staat dat grote instellingen hun verantwoor-
  delijkheid moeten nemen.
      De raad juicht maatwerk toe, ook in relatie tot afstemming met
  de conservatoria en andere gezelschappen, maar is van mening dat
  dit moet gebeuren door substantiële inspanningen vanuit de eigen
                                                                                                                      Advies reacties
  organisatie. Bijvoorbeeld in een intern opleidingstraject.
      Op dit punt zijn de inspanningen van De Nederlandse Opera nu
  onvoldoende en geeft het beleidsplan onvoldoende inzicht in hoe
  zij dit in de volgende beleidsperiode denkt te gaan inrichten. De raad
  adviseert om die reden de aanvraag te laten aanvullen met een uit-
                                                                                                                      Podiumkunsten
  gewerkt plan voor talentontwikkeling bij de instelling zelf en voor de
  coördinatie van talenontwikkeling in het land.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Opera en Ballet Amsterdam bij te stellen.
                                                                                                                      Dans
                                                                                                  Opera en Ballet Amsterdam
                                                                                                  (De Nederlandse Opera & Het Nationale Ballet)
                                                                              11
                                                                            De staatssecretaris
                                                                            van Onderwijs,
                                                                            Cultuur en Weten-
                                                                            schap geeft zijn
                                                                            nieuwe visie op het                      50
                                                                            cultuurbeleid.
                                                                            Kamerbrief ‘Meer
                                                                            dan kwaliteit:
                                                                            een nieuwe visie
                                                                            op cultuurbeleid’,
                                                                            10 juli 2011.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>  Scapino
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Scapino is van mening dat de conclusies die de raad trekt niet in alle
                                                                           Advies reacties
  gevallen in overeenstemming met de feiten in de aanvraag zijn, en
  in een aantal gevallen onvoldoende onderbouwd zijn. De instelling
  stelt echter dat zij in strikte zin geen feitelijke onjuistheden heeft
  waargenomen. Omdat Scapino haar opmerkingen niet toelicht, kan
  de raad er niet inhoudelijk op reageren.
                                                                           Podiumkunsten
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Scapino Ballet Rotterdam bij te stellen.
                                                                           Dans
                                                                           Scapino
                                                                           51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies           Advies reacties   Podiumkunsten   Opera   52
            Podiumkunsten
                      Opera
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>  Aurora Muziek en Opera
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Aurora Muziek en Opera gaat in zijn reactie in op drie kwesties: de
                                                                            Advies reacties
  inleiding Opera, het advies over Stichting Aurora Muziek en Opera en
  het ontbreken van feitelijkheden in zowel de advisering over Aurora
  Muziek en Opera als de Nationale Reisopera (NRO).
  De instelling geeft aan dat het advies op cruciale onderdelen afwijkt
                                                                            Podiumkunsten
  van wat de raad eerder over muziektheater heeft gepubliceerd en
  dat een bijgestelde visie of verwijzing naar eerder gepubliceerde docu-
  menten ontbreekt. Welke onderdelen het betreft, geeft de instelling
  niet aan.
     De raad heeft met dit advies uitvoering gegeven aan de subsidie-
  regeling culturele basisinfrastructuur 2013 – 2016, zoals vastgesteld
  door regering en parlement. Deze wijkt voor muziektheater af van de
  door de raad beoogde basisinfrastructuur, zoals gepresenteerd in
  Noodgedwongen keuzen. In de inleiding zijn alleen die overwegingen
                                                                            Opera
  opgenomen die betrekking hebben op de afweging tussen verschil-
  lende aanvragen. Volgens de raad heeft hij bij deze overwegingen niet
  hoeven afwijken van eerder door de raad gepubliceerde visies op
  muziektheater.
  In de reactie gaat de instelling in op de opmerking over samenwerking
  die de raad in de inleiding Opera in Slagen in Cultuur maakt en het
  ontbreken van een verwijzing naar de opdracht van de staatssecretaris
                                                                            Aurora Muziek en Opera
  om “te letten op de samenwerking met orkesten”. Volgens de instel-
  ling heeft de raad verzuimd nader onderzoek te doe naar het waarom
  van twee afzonderlijke aanvragen voor de operavoorziening in de
  regio Oost.
      De laatste opmerking bevreemdt de raad: hij heeft in de inleiding
  van de subsidieaanvraag van Aurora Muziek en Opera kunnen op-
  maken wat voor deze instelling de aanleiding is geweest een aanvraag
  in te dienen. Hiervan heeft de raad kennisgenomen.
      De opdracht te letten op de samenwerking met orkesten heeft de
  raad zakelijk geïnterpreteerd, in het verlengde van de vragen die zijn
  gesteld bij de orkesten: geven de voornemens van de aanvragende
  instellingen aanleiding tot problemen bij de aansluiting tussen opera-
  bestel en orkestenbestel. De raad gaat hier in de inleiding Orkesten
  (hoofdstuk begeleiding) van Slagen in Cultuur verder op in.
  De instelling wijst op een feitelijk onjuiste argumentatie rond het       53
  begrip ‘schaal’, zowel in de zin van operavoorziening in het opera-
  bestel in Nederland, als wat betreft voorzieningenniveau en frequen-
  tie van het produceren van opera’s.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Beide grondleggers van de stichting richten zich primair op het uit-
voeren van muziek. Zoals de instelling zelf stelt in de aanvraag en in
de reactie op het advies geldt voor Combattimento Consort
                                                                           Aanvullend advies
Amsterdam dat het daarnaast geregeld opera’s heeft geproduceerd.
    Volgens de raad betreffen dit activiteiten van een andere schaal,
in kwaliteit als in frequentie en opzet, dan van een reizende opera-
voorziening verwacht mag worden.
Mede gelet op de primair muzikale achtergrond van beide grondleg-
                                                                           Advies reacties
gers, koppelt de instelling dit daarnaast volgens de raad onterecht
aan het feit dat met deze argumentatie elke vorm van een nieuwe toe-
treding tot het bestel wordt geblokkeerd. De instelling vraagt aan
voor de op één na grootste plek in het operabestel.
    De raad heeft waardering voor de ambitie van de instelling en de
                                                                           Podiumkunsten
aanvraag maakte een geïnspireerde en frisse indruk. De instelling zou
bijvoorbeeld een beroep kunnen doen op de middelen voor muziek-
theater bij het Fonds Podiumkunsten.
Wat het publieksbereik betreft, geeft de instelling aan dat het onjuist
is dat de cijfers hierover de recente prestaties van de beide andere
reizende gezelschappen overtreffen. Zij verwijst hierbij naar de cijfers
over 2009 van de reizende gezelschappen en de eigen cijfers over
2013.
                                                                           Opera
    Wanneer naar de periode tot 2016 wordt gekeken, overtreffen de
cijfers uit de aanvraag van Aurora Muziek en Opera wel de recente
presentaties van de beide andere reizende gezelschappen. De onder-
bouwing is gestoeld op aannames van voor de economische crisis
die zich voor het gekozen profiel nog niet hebben bewezen in de prak-
tijk. De raad acht de inzet op publieksbereik en publieksinkomsten
voor de komende periode daarmee onrealistisch hoog.
                                                                           Aurora Muziek en Opera
Over het business model geeft de instelling aan dat deze slechts deels
afhankelijk is van het artistieke product, maar dat het met name gaat
over sponsor- en mecenaatswerving en over omvangrijke besparingen
in de backoffice. De instelling vindt daarom de constatering van de
raad onjuist dat volgens hem niet wordt onderbouwd in hoeverre het
business model, dat geënt is op meer regionale en symfonisch, klas-
sieke muziek, van toepassing kan zijn op een nationaal opererende
reizende operavoorziening.
    De instelling geeft in haar aanvraag aan dat het toegenomen
publieksbereik de basis is voor een versteviging van de financiering.
De raad zet vraagtekens bij deze basis.
    Naast de aard van het artistieke product gaat het in de vergelij-
king met het orkest ook om andere aspecten die relevant zijn voor
het business model. Het gaat om een ander speelgebied (hoofdzakelijk
regionaal versus hoofdzakelijk nationaal), een ander podiumcircuit
(concertzalen versus theaterzalen) en het aantal programma’s (meer         54
dan 30 versus circa 7). In de aanvraag wordt onvoldoende aanne-
melijk gemaakt dat het business model voor sponsorwerving, publieks-
werving en backoffice met vergelijkbare resultaten van toepassing
kan zijn op het nieuwe operagezelschap.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>  De instelling bestrijdt dat de eigen ‘gouden regel’ wordt overtreden
  door in het eerste seizoen direct van start te gaan met zeven produc-
  ties en licht toe hoe dit seizoen is opgebouwd en gefinancierd.
                                                                             Aanvullend advies
      Deze toelichting beantwoordt op dit punt de vraag van de raad
  in zijn advies. Dit neemt niet weg dat de raad het verdienmodel niet
  zonder risico’s acht, zoals hierboven ook is aangegeven.
  Wat internationalisering betreft, wijst de instelling op een onjuiste
  gedachtegang: door de intenties voor internationalisering te koppelen
                                                                             Advies reacties
  aan het feit dat er geen buitenlandse publieksinkomsten verwacht
  worden.
      De raad volgt de toelichting van de instelling dat het is gericht op
  delen van de ontwikkelingslasten en het doorspelen van de productie
  in eigen regio, in plaats van het geven van voorstellingen in het bui-
                                                                             Podiumkunsten
  tenland. De koppeling die in het advies wordt gelegd, is niet correct.
  De instelling zegt dat er sprake is van subjectiviteit in de beoordeling
  van de raad en verwijst daarbij naar het advies over de Nationale
  Reisopera.
     De raad wijst in dit verband op de inleiding van Slagen in Cultuur
  waarin beschreven staat hoe de adviezen tot stand gekomen zijn.
Conclusie                                                                    Opera
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Aurora Muziek en Opera bij te stellen.
                                                                             Aurora Muziek en Opera
                                                                             55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies           Advies reacties   Podiumkunsten   Symfonieorkesten   56
            Podiumkunsten
                      Symfonieorkesten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>  Het Brabants Orkest /
  Zuid-Nederlands Orkest
                                                                              Aanvullend advies
Reactie
  De raad heeft van Het Brabants Orkest (HBO) en het Zuid-
                                                                              Advies reacties
  Nederlands Orkest (ZNO) dezelfde reactie ontvangen, die hij hier-
  onder behandelt. Bij de aanbieding van de reactie van Het Brabants
  Orkest zijn de gevolgen van de uitspraak van de Ondernemingskamer
  vermeld. De raad heeft hiervan kennisgenomen.
                                                                              Podiumkunsten
  De instelling geeft aan dat de aanvragen van HBO en ZNO overeen-
  komen met de elementen waaraan een nieuw plan volgens de raad
  moet voldoen. Zij licht dit toe aan de hand van passages uit het inge-
  diende aanvraag.
     De raad is echter van mening dat de aanvraag op een aantal
  elementen te kort schiet.
  Met betrekking tot kwaliteit, output en formatie geeft de instelling aan
  in het plan een stip aan de horizon te hebben geformuleerd. Er is
                                                                              Symfonieorkesten
  daarbij berekend welke omvang, inzet en formatie van musici vereist
  zijn om de beoogde output te bereiken; er is ook in kaart gebracht
  welke activiteiten en deliverables vereist zijn om de transitie te berei-
  ken. Daarnaast verwijst de instelling naar een vernieuwende en uit-
  dagende visie op het gebied van human resources management, kwaliteit
  en kwaliteitsbewaking. De instelling bestrijdt hiermee dat het in de
  aanvraag “aan een visie ontbreekt op de noodzakelijke voorwaarden
  om een succesvolle fusie te realiseren en een nieuw kwalitatief goed
                                                                              Het Brabants Orkest / Zuid-Nederlands Orkest
  orkest op de te bouwen” en dat niet in de aanvraag is opgenomen in
  welke frequentie en met welke bezettingen programma’s worden
  uitgevoerd.
      Het is juist dat de instelling percentages dienstverbanden en aan-
  tallen concerten met omvang van de bezetting in de aanvraag heeft
  opgenomen. Deze cijfers en de toelichting erop zijn echter zo alge-
  meen dat er op basis van de aanvraag niet is af te leiden wat de aan-
  pak is om in een nieuwe samenstelling een orkestklank en samenspel
  van goed niveau op te bouwen en wat de functie en het belang van
  twee vestigingsplaatsen hierbij zijn.
      De raad kan uit de aanvraag niet opmaken hoe de opbouw van
  de formatie en de frequentie van spelen in bepaalde bezettingen
  bijdragen aan de ontwikkeling en borging van kwaliteit in de nieuwe
  organisatie en de periode van transitie.
      De geformuleerde visie op human resources en de totstandkoming
  van de artistieke koers geven de raad geen vertrouwen dat deze tot          57
  een succesvolle kwaliteitsopbouw en -bewaking zullen kunnen leiden.
  De instelling geeft aan dat de bewering dat het orkest direct rekent
  op een groter publieksbereik dan de som van de afzonderlijke orkes-
  ten op dit moment onjuist is en illustreert dit met cijfers.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>  De raad herkent deze cijfers echter niet en moet zich baseren op de
  cijfers uit de aanvragen. Voor reguliere concerten hadden HBO
  en LSO 96.162 (2010) bezoeken gezamenlijk en dit wordt voor het
                                                                            Aanvullend advies
  nieuwe orkest 120.044 (2013) voor het totaal aantal bezoeken is dit
  respectievelijk 101.857 (2010) en 144.524 (2013). Deze verschillen
  zijn dusdanig groot dat de raad vraagtekens plaatst bij het realiteits-
  gehalte van zowel publieksbereik als -inkomsten.
      Overigens heeft de raad de vraaggestuurdheid van de organisatie
  niet als negatief gekwalificeerd, zoals wordt gesuggereerd in de
                                                                            Advies reacties
  reactie, maar juist als een relevant perspectief.
  De raad concludeert volgens de instelling ten onrechte dat de aan-
  vraag geen bijzondere urgentie toekent aan talentontwikkeling en dat
  het ontbreken van een concrete invulling hieraan niet in tegenspraak
                                                                            Podiumkunsten
  is met deze visie.
      De raad merkt hierover op dat hij geen uitspraak doet over de
  visie, maar over de wijze waarop talentontwikkeling is opgenomen in
  de aanvraag.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                            Symfonieorkesten
  advies over Stichting Het Brabants Orkest / Zuid-Nederlands Orkest
  bij te stellen.
                                                                            Het Brabants Orkest / Zuid-Nederlands Orkest
                                                                            58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>  Limburgs
  Symfonie Orkest
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Het Limburgs Symfonie Orkest geeft aan de mogelijkheid te zien om
                                                                           Advies reacties
  samen met het Brabants Orkest een nieuw plan te ontwikkelen en
  omarmt het voorstel om op korte termijn een adviseur aan te stellen.
  Het orkest gaat verder niet inhoudelijk in op (feitelijke onjuistheden
  in) het advies.
                                                                           Podiumkunsten
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Limburgs Symfonie Orkest bij te stellen.
                                                                           Symfonieorkesten
                                                                           Limburgs Symfonie Orkest
                                                                           59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>  Nederlands
  Philharmonisch Orkest
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest
                                                                             Advies reacties
  geeft aan verheugd te zijn over het positieve advies van de raad en
  zegt aandacht te zullen besteden aan de genoemde aandachtspunten.
  In haar reactie gaat de instelling in op enkele opmerkingen uit de
  inleiding in Slagen in Cultuur over opera- en dansbegeleiding.
                                                                             Podiumkunsten
  In de inleiding Symfonieorkesten, onder Begeleiding, wijst het orkest
  op een ogenschijnlijke onjuistheid door de gekozen formulering over
  de balans tussen de capaciteit die wordt gevraagd van het orkesten-
  bestel en de behoefte aan begeleiding voor het opera- en dansaanbod.
  Vraag en aanbod moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten
  om onder- of overcapaciteit door de seizoenen heen zoveel mogelijk
  te vermijden.
      De raad volgt het NedPhO|NKO dat het hier gaat om de beschik-
  bare capaciteit voor begeleidingstaken en de formulering die de in-
                                                                             Symfonieorkesten
  stelling voorstelt: “Het is van belang dat er een goede balans is tussen
  de voor begeleidingstaken beschikbare capaciteit in het orkestenbe-
  stel en de behoefte aan begeleiding voor het opera- en dansaanbod”.
  Het orkest reageert ook op de opmerking van de raad over capaciteits-
  planning en verrekening hiervan met betrekking tot operabegeleiding.
  Deze verrekening gaat uit van een aantal diensten in plaats van inzet-
  bare uren. Het orkest bevestigt dat hiermee niet alle beschikbare uren
                                                                             Nederlands Philharmonisch Orkest
  effectief worden benut, maar geeft aan dat het zich bij vermenigvul-
  diging van diensten bij lange opera’s te houden heeft aan de cao.
      Zoals de raad in zijn advies heeft aangegeven, is modernisering
  van de cao, waar wordt uitgegaan van het aantal diensten in plaats
  van inzetbare uren, van groot belang. Het is aan werkgevers en werk-
  nemers om hierin gezamenlijk en voortvarend stappen te zetten.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over het Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest bij te
  stellen.
                                                                             60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>  Nederlands
  Symfonieorkest
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Het Nederlands Symfonieorkest spreekt zijn dank uit voor de waar-
                                                                           Advies reacties
  dering van de raad voor de prestaties en het cultureel ondernemer-
  schap van het orkest. Het geeft wel aan verbaasd te zijn over de zin-
  snede “de speelkwaliteit is wisselvallig, maar voldoende” en noemt
  deze feitelijk onjuist. Het orkest verwijst hierbij naar recensies van
  onlangs uitgebrachte cd’s en het visitatierapport waarin de artistieke
                                                                           Podiumkunsten
  kwaliteit van het Nederlands Symfonieorkest het predicaat ‘goed’
  heeft gekregen.
  Het visitatierapport noemt het artistieke beleid van het orkest onder-
  scheidend en goed en de podiumpresentatie voldoende.
     De raad geeft in het advies aan positief te zijn over de artistieke
  potentie en ambitie van de instelling en het artistieke beleid fris te
  vinden. Hiermee sluit de raad aan bij de opvatting uit het visitatie-
  rapport. De cd-opnames waaraan het orkest refereert, getuigen van
                                                                           Symfonieorkesten
  de potentie van het orkest. Een belangrijk aspect van de artistieke
  kwaliteit – een stabiele kwaliteit van het podiumconcert – vraagt
  echter nog bijzondere aandacht.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                           Nederlands Symfonieorkest
  advies over Stichting Nederlands Symfonieorkest bij te stellen.
                                                                           61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>  Noord Nederlands Orkest
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Het Noord Nederlands Orkest dankt de raad voor het positieve
                                                                          Advies reacties
  advies. Het verzoekt om een gesprek waarin de raad de kritische
  kanttekeningen in het advies kan toelichten. De raad zal op dit
  verzoek ingaan.
                                                                          Podiumkunsten
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting het Noord Nederlands Orkest bij te stellen.
                                                                          Symfonieorkesten
                                                                          Noord Nederlands Orkest
                                                                          62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>  Rotterdams
  Philharmonisch Orkest
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Het Rotterdams Philharmonisch Orkest geeft aan dat er geen sprake
                                                                           Advies reacties
  is van een uitbreiding van de orkestcapaciteit, maar van het terug-
  brengen naar de oorspronkelijke sterkte.
      De raad heeft gekeken naar het huidige functioneren en het over-
  all beeld. Het aandeel ‘programmering in grote bezetting’ volstaat.
  De raad vindt een uitbreiding van de formatie niet noodzakelijk.
                                                                           Podiumkunsten
  Het orkest bestrijdt dat het geen drang heeft naar vernieuwing in
  de programmering. Het verwijst hierbij naar de toename van het
  beoogde aantal innovatieve activiteiten in de programmering
  (tot 40% in 2016).
      De raad heeft uit het activiteitenplan weinig kunnen opmaken
  over de inhoud van de concertprogrammering. Er worden innovatieve
  productformules genoemd, maar in vergelijking met programma for-
  mats van de afgelopen jaren lijken er geen wezenlijk nieuwe formules
                                                                           Symfonieorkesten
  te zijn opgenomen. Daarnaast is uit de aanvraag niet op te maken
  welke schaal en omvang projecten hebben en of er ook sprake is van
  vernieuwing binnen de reguliere programmering.
  Het orkest bestrijdt dat er sprake is van een daling in het publieks-
  bereik; het wijst op een stijging van de totale bezoekersaantallen
  tussen 2009 en 2016 en geeft aan niet te begrijpen waarom de raad
  een productiviteitsverhoging afwijst.
                                                                           Rotterdams Philharmonisch Orkest
      De raad wijst deze beoogde verhoging nadrukkelijk niet af en volgt
   het orkest op het punt van de noodzakelijke modernisering van de
  cao’s om dit te bewerkstelligen.
      De raad wijst in zijn advies echter op het feit dat er in eerste
  instantie een terugloop van het publieksbereik in Nederland
  plaatsvindt: van 118.320 (2009) en 124.608 (2010) naar 105.280
  bezoekers in 2013. Het aantal optredens en het publieksbereik in
  Rotterdam nemen in 2013 ten opzichte van 2010 af met ruim 20%.
  De raad vindt dit opvallend, ook omdat het orkest als enige in het
  bestel inzet op een subsidieverhoging van 25%.
      De raad heeft waardering voor de ambities van het orkest, ook
  op internationaal vlak. Hij is echter van mening dat deze wijziging in
  het beleid vanaf 2013 verhoudingsgewijs te veel ten koste gaat van
  het publieksbereik in eigen stad en land.
  Het orkest bestrijdt dat er geen ambitie is om de bezettingsgraad van    63
  70% te verhogen; het wijst op de doelstelling een groei van 2,5% per
  jaar te realiseren.
      De raad heeft zich gebaseerd op de bezettingsgraad die de instel-
  ling zelf heeft vermeld (70% voor alle opgenomen jaren). Hij conclu-
  deert dat dit niet de juiste voorstelling van zaken was.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>  De genoemde stijging van 2,5% per jaar is niet vermeld bij de bezet-
  tingsgraad, maar is wel terug te vinden in de beoogde toename van
  de bezoekersaantallen per concert in standplaats en regio. De bewe-
                                                                           Aanvullend advies
  ring van de raad dat de ambitie om de bezettingsgraad te verhogen
  ontbreekt, is derhalve niet correct.
  Volgens het Rotterdams Philharmonisch Orkest gaat de vergelijking
  met het Koninklijk Concertgebouw Orkest (KCO) mank, omdat het
  orkest een ander profiel en klanklichaam heeft en ook andere beleids-
                                                                           Advies reacties
  keuzes maakt.
     De raad heeft grote waardering voor het Rotterdams Philharmo-
  nisch Orkest, voor de kwaliteit ervan en zijn internationale ambities.
  De raad heeft de vergelijking met het KCO alleen moeten toepassen,
  omdat er slechts voor één orkest additioneel budget beschikbaar is
                                                                           Podiumkunsten
  voor ‘internationale statuur’.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over het Stichting Rotterdams Philharmonisch Orkest bij te
  stellen.
                                                                           Symfonieorkesten
                                                                           Rotterdams Philharmonisch Orkest
                                                                           64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies   Advies reacties   Musea   66
            Musea
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>  Amstel 218
  (Collectie Six)
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  In haar reactie gaat de stichting in op een aantal aspecten die samen-
                                                                           Advies reacties
  hangen met de unieke positie van Amstel 218 in het bestel. Die
  positie wordt vooral beheerst door specifieke afspraken die met de
  Staat der Nederlanden zijn gemaakt.
Conclusie                                                                  Musea
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Amstel 218 bij te stellen.
                                                                           Amstel 218 (Collectie Six)
                                                                           67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>  Geldmuseum
                                                                              Aanvullend advies
Reactie
  Het museum gaat uitvoerig in op de ontstaansgeschiedenis en de
                                                                              Advies reacties
  ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden bij het
  Geldmuseum. Daarnaast geeft het museum ook aanvullende infor-
  matie. Deze informatie leidt niet tot een aanpassing van het advies.
  Hieronder licht de raad zijn oorspronkelijke advies nader toe.
  De raad oordeelde dat de collectie van het museum te veel buiten            Musea
  beeld is geraakt in de presentatie. De raad schrijft in zijn advies: “Bij
  de publieksbenadering hanteert de instelling een uitgangspunt dat
  nauwelijks gerelateerd is aan het wezen van de collectie van de instel-
  ling. De numismatische kennis krijgt geen natuurlijke plaats ten
  opzichte van de wetenschap of de collectie”.
      Anders dan het Geldmuseum concludeert, stelt de raad dus niet
  dat het museum zich tot het onderwerp numismatiek moet beperken.
  De raad zegt daarentegen dat het wezen van de collectie en de kennis
  daarover de collectie niet herkenbaar terugkomen in de publieksbena-
  dering. In het advies van 2005 plaatste de raad ook al kanttekeningen
  bij de discrepantie tussen collectie- en publiekstaken.
  Het Geldmuseum vindt het niet duidelijk hoe de raad de stijging van
  60% publieksinkomsten heeft berekend.
    De raad erkent dat hij is uitgegaan van foutieve gegevens.
                                                                              Geldmuseum
  Verder geeft het Geldmuseum aan, dat niet alle inkomsten van
  het ministerie van Financiën wegvallen, maar alleen de incidentele
  subsidie.
     Hier is inderdaad sprake van een onjuistheid in de tekst van het
  advies. Er had moeten staan: “de instelling staat onder zware druk,
  mede door het wegvallen van de incidentele inkomsten van het
  ministerie van Financiën”. De raad blijft erbij dat dit een ongunstige
  ontwikkeling is voor de financiële positie van de instelling.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting het Geld- en Bankmuseum bij te stellen.
                                                                              68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>  Huis Doorn
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Huis Doorn geeft aan dat hij zich niet kan vinden in de interpretatie
                                                                           Advies reacties
  van de raad ten aanzien van het historisch belang.
     De raad heeft geoordeeld dat het activiteitenplan onvoldoende is
  en dat het marketingplan slecht aansluit bij de missie en visie van
  Huis Doorn. Uit de aanvraag blijkt bovendien niet hoe men de eigen
  doelstellingen wil realiseren.
                                                                           Musea
  Huis Doorn merkt op dat de raad slechts een klein deel van de missie
  in het advies heeft overgenomen. Dat is een terechte constatering.
      Daarom alsnog de volledige missie: “Huis Doorn is het historische
  landgoed met een museale functie, dat het leven en de dood van de
  Duitse keizer Wilhelm II belichaamt en belicht. De belangrijkste doel-
  stelling is een zo groot mogelijk publiek kennis te laten maken met
  enerzijds de pracht en praal van het keizerlijke Huis Hohenzollern en
  anderzijds, en in diepere zin, met een cruciaal en finaal moment in
  de Europese geschiedenis aan de hand van de laatste keizer, zijn leef-
  omgeving (het ensemble van zijn landgoed) en zijn volstrekt unieke
  bezit in Doorn. Inzicht in de tijd en de geschiedenis van de keizer en
  zijn voorgeslacht, zijn landgoed en collectie, dient de bezoeker in
  contact te brengen met de Eerste Wereldoorlog en het feodale Europa
  waaruit de huidige democratische en sterk geïndustrialiseerde samen-
  leving na veel strijd is voort gekomen. Het bezorgen van gevoel voor
  historisch bewustzijn staat bij de keuze en manier van presenteren
                                                                           Huis Doorn
  voorop. De instandhouding van de historische gelaagdheid van het
  ensemble is een tweede doelstelling waarop Huis Doorn zich richt.”
  Huis Doorn neemt afstand van de zorg die de raad heeft geuit over
  de financiële positie.
     Zoals de raad heeft aangegeven in het advies, is deze zorg onder
  andere gebaseerd op het ontbreken van een strategie bij tegenvallende
  inkomsten, het weinig robuuste verdienmodel en het onvoldoende
  uitgewerkte marketingplan.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting tot beheer van Huis Doorn bij te stellen.
                                                                           69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>  Imagine IC
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Imagine IC meent dat zij, in tegenstelling tot wat de raad aangeeft,
                                                                             Advies reacties
  naast de verzameltaak ook een beheertaak uitvoert. Verder gaat
  de instelling in op het feit dat de inspanningen van de organisatie niet
  rendabel te maken zijn. En zij licht de onderzoeksmethodiek toe.
     De raad constateert dat dit in het activiteitenplan niet is gebeurd.
  De beheertaak heeft de organisatie naar eigen zeggen op een ‘eigen-        Musea
  tijdse wijze’ bij een derde organisatie ondergebracht. Dat betekent
  dat men de collectie bij een andere organisatie in beheer heeft ge-
  geven. Voor de toegankelijkheid van de collectie is het publiek niet
  afhankelijk van Imagine IC, maar van de infrastructuur van de
  beherende organisatie.
      In museale zin is er, volgens de raad, dus geen sprake van een
  zelfstandige collectiebeherende en presenterende taak.
      Uit het activiteitenplan blijkt bovendien dat het niet mogelijk zal
  zijn een robuust verdienmodel te ontwikkelen.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Imagine Identity and Culture bij te stellen.
                                                                             Imagine IC
                                                                             70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>  Keramiekmuseum
  Princessehof
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  In het advies is opgemerkt dat er geen profiel van de Raad van
                                                                          Advies reacties
  Toezicht is opgenomen in het activiteitenplan. Het Keramiekmuseum
  Princessehof heeft deze ronde benut om hierover alsnog informatie
  te verstrekken.
Conclusie                                                                 Musea
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Keramiekmuseum Princessehof bij te stellen.
                                                                          Keramiekmuseum Princessehof
                                                                          71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>  Letterkundig Museum
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  In zijn reactie geeft het museum een toelichting op en aanvullende
                                                                            Advies reacties
  informatie over de activiteiten. In zijn toelichting beschrijft het
  museum de verschillende exposities waarin de relatie tussen literatuur
  en maatschappij wordt belicht en de wijze waarop men inspeelt op
  bijvoorbeeld de discussie over de canon van Nederland. Bovendien
  geeft men aan dat het museum in wisselexposities aansluit bij
  actuele, maatschappelijk relevante thema’s en de literaire actualiteit.   Musea
  Daarbij stelt het Letterkundig Museum dat veel in het activiteiten-
  plan impliciet is gebleven. Tot slot vindt hij de korting van 25%
  onterecht.
      In het advies over het Letterkundig Museum maakt de raad
  duidelijk welke bezwaren hij heeft over de wijze waarop de instelling
  zich in het activiteitenplan positioneert en de uitwerking van de
  activiteiten. Het activiteitenplan is op onderdelen weinig concreet
  en de missie en visie van de instelling zijn in algemene bewoordingen
  geformuleerd. Hierdoor komt de link met de maatschappelijke
  thema’s volgens de raad onvoldoende tot uiting; en is de invulling van
  de presentatietaak meer documentair dan museaal van karakter.
  Het Letterkundig Museum geeft aan dat zijn werk voor kinderen en
  volwassenen in samenhang moet worden gewogen.
      De raad wil benadrukken dat hij bij de beoordeling van het activi-
  teitenplan is uitgegaan van een integrale beoordeling van de activi-
                                                                            Letterkundig Museum
  teiten van het Letterkundig Museum. In zijn advies heeft hij wel extra
  waardering voor het Kinderboekenmuseum uitgesproken. De missie
  en visie van het Kinderboekenmuseum getuigen van een focus die
  goede aanknopingspunten biedt om in de presentatie het boek tot
  leven te wekken.
  Voor de beoordeling van de raming van de publiekscijfers is de raad
  uitgegaan van het jaar 2010.
      Terecht voert de instelling aan dat dit uitgangspunt tot een ver-
  keerde conclusie heeft geleid. De instelling was in 2010, met uit-
  zondering van de maand december, gesloten. Op grond van de rede-
  nering van het museum heeft de raad zich ervan laten overtuigen dat
  de stijging van het aantal bezoekers realistisch is. Bij de beoordeling
  van de publiekscijfers had het jaar 2010 dus niet als uitgangspunt
  genomen moeten worden.
                                                                            72
  De raad heeft aangegeven een museum voor geschreven media be-
  langrijk te vinden en een duidelijke meerwaarde te zien in de samen-
  werking met Museum Meermanno.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>  Het geadviseerde subsidiebedrag hangt samen met de beoogde
  samenwerking met Museum Meermanno die tot meer effectiviteit en
  efficiency moet leiden. Dat verklaart waarom de raad heeft gekozen
                                                                          Aanvullend advies
  voor de korting van 25%.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Advies reacties
  advies over Stichting Letterkundig Museum en Documentatie-
  centrum bij te stellen.
                                                                          Musea
                                                                          Letterkundig Museum
                                                                          73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>  Mauritshuis
                                                                                                  Aanvullend advies
Reactie
  Het Mauritshuis heeft de keuze gemaakt de komende beleidsperiode
                                                                                                  Advies reacties
  in twee keer twee jaar op te knippen. Daarbij concentreert men zich
  bewust op de eerste periode, namelijk die van de verbouwing.
      Volgens de raad is een verbouwing geen doel op zich, maar juist
  altijd een onderdeel van een langere termijnvisie. Die ontbreekt in
  het ingediende activiteitenplan. De raad wijst er op dat het indienen
  van een activiteitenplan in het kader van de subsidieperiode                                    Musea
  2013 – 2016 een aanvraag voor vier jaar moet zijn. [12]
  Voor een antwoord op de financiële paragraaf in de reactie verwijst
  de raad naar het ministerie van OCW. Hieronder behandelt de raad
  een aantal specifieke punten uit de reactie van het Mauritshuis.
  Het Mauritshuis stelt de zorg voor de relevantie van de instelling en
  haar collectie in de huidige tijd belangrijk te vinden.
     Het activiteitenplan bevat hier echter weinig aanknopingspunten
  voor. De raad ziet ook niet hoe de nieuwe branding van het museum
  terugkomt in het marketingplan.
     Verder ontbreekt in het activiteitenplan bijvoorbeeld de uitwer-
  king van het educatiebeleid, de internationale positionering en het
  plan van aanpak voor de verdere ontwikkeling van de exploitatie van
  de schilderijengalerij. Deze constateringen liggen ten grondslag aan
  het oordeel dat de instelling (nog) geen vernieuwend plan heeft ge-
                                                                                                  Mauritshuis
  formuleerd voor de herinrichting en het museaal gebruik van het
  Mauritshuis na de verbouwing.
  De zinsnede uit Slagen in Cultuur “uitbreiding van de collectie lijkt
  geen noodzakelijke voorwaarde voor een actief en levendig museum”
  moet in de context van de daaraan voorafgaande zin gelezen worden.
  Daar staat: “Er is naar de mening van de raad sprake van een passend
  restrictief collectiebeleid”. Dit ondersteunt de opvatting van het
  museum dat het verrijken van de collectie een kwaliteitsgericht beleid
                                                                              12
  vraagt.                                                                  De toegestuurde
                                                                           (extra) informatie
  De opmerking van de raad over het ontbreken van herhaalbezoek            waar het Maurits-
                                                                           huis in zijn reactie
  verdient een correctie. De volgende formulering was beter geweest:       aan refereert werpt
  “Uit het activiteitenplan blijkt niet of sprake is van herhaalbezoek”.   hier geen ander
                                                                           licht op.
                                                                           De e-mailwisseling
  Het Mauritshuis gaat uitgebreid in op de advies over ondernemer-                                74
                                                                           betreft het verzoek
  schap. Het museum zegt dat hij realistisch begroot, maar in de           tot en de ontvangst
  verantwoording wordt beperkt door het format van het ministerie          van respectievelijk
  van OCW.                                                                 het verslag van
                                                                           het informerend
                                                                           gesprek en aanvul-
                                                                           lende informatie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>  Ook een realistische begroting vraagt volgens de raad een strategie
  bij tegenvallende inkomsten, die meer inhoudt dan het terugbrengen
  van het aantal medewerkers. De raad houdt bovendien een pleidooi
                                                                               Aanvullend advies
  voor transparantie in de financiële verantwoording.
  De hoge post ‘overige lasten’ is voor 2013 toegelicht, maar voor de
  overige jaren niet. Daarom heeft de raad daarbij een kanttekening
  gemaakt.
                                                                               Advies reacties
  Voor governance verwijst de raad naar de inleiding van dit advies.
  Bij de aanvraag ontbrak de profilering van de Raad van Toezicht en
  de beschrijving van werving en selectie van zijn leden.
  In het activiteitenplan is de uitwerking van de activiteiten voor het
  onderwijs niet zichtbaar. De begroting van het Mauritshuis laat een          Musea
  gelijkblijvende inzet op educatie zien, terwijl er in het activiteitenplan
  een uitbreiding gepland staat. Het Mauritshuis heeft in het activi-
  teitenplan de internationale activiteiten niet uitgewerkt. De raad kan
  de activiteiten op dit gebied daarom niet beoordelen.
  De raad is voor de berekening van het te adviseren bedrag gehouden
  aan de richtbedragen van de staatssecretaris. Het geadviseerde sub-
  sidiebedrag voor de exploitatie van het Mauritshuis wordt berekend
  op grond van het totale richtbedrag, verminderd met de kosten voor
  huisvesting. Dat komt neer op € 2.064.215. Op dit bedrag wordt
  een korting toegepast die in overeenstemming is met de geadviseerde
  categorie.
Conclusie
                                                                               Mauritshuis
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Koninklijk Kabinet van Schilderijen Maurits-
  huis bij te stellen.
                                                                               75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>  MOTI, Museum
  of the Image
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  MOTI reageert op inhoudelijke overwegingen van de raad die zijn
                                                                            Advies reacties
  verbonden met de criteria uit de subsidieregeling.
      De aanvraag van MOTI voldoet echter niet aan de formele criteria
  van deze regeling. Op grond van artikel 3.26 komt een instelling
  niet voor subsidie in aanmerking “indien de instelling in de vier jaar
  voorafgaand aan de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
  subsidie voor het beheer en behoud van haar collectie van cultureel       Musea
  erfgoed ontvangt of heeft ontvangen en subsidie uitsluitend verstrekt
  is door een ander bestuursorgaan dan de minister”.
      MOTI heeft de afgelopen periode subsidie ontvangen van de
  provincie Noord-Brabant. Op grond van artikel 3.26 van de regeling
  komt MOTI daarom niet in aanmerking voor subsidie.
  MOTI voert aan dat de afgelopen twaalf jaar gemiddeld € 500.000
  per jaar van het ministerie is ontvangen.
      Dat is niet correct. In de periode 2001 – 2008 werd MOTI gesub-
  sidieerd door de rijksoverheid. Maar het museum heeft geen deel
  uitgemaakt van de basisinfrastructuur 2009 – 2012. MOTI stelt dat
  het ministerie haar via de provincie Noord-Brabant subsidie heeft
  verstrekt. Dat is een misvatting. De provincie is “een ander bestuurs-
  orgaan”, als bedoeld in artikel 3.26 van de regeling.
      Dat de staatssecretaris toch de raad heeft verzocht over de
  subsidieaanvraag van MOTI te adviseren, heeft er mee te maken dat
                                                                            MOTI, Museum of the Image
  alle aanvragen op verzoek inhoudelijk beoordeeld zijn. Ook de aan-
  vragen die niet voldoen aan de formele criteria.
      Bovendien heeft de raad ook op inhoudelijke gronden geadviseerd
  MOTI geen subsidie te verlenen. De instelling plaatst in haar reactie
  kanttekeningen bij deze inhoudelijke beoordeling van de raad. Zo
  vindt MOTI dat toegepast onderzoek noodzakelijk is om haar projec-
  ten en collectie van een inhoudelijk fundament te voorzien. De keuze
  voor een positie als instelling voor beeldcultuur vindt MOTI geen
  trendbreuk. Men ziet de nieuwe koers juist als een logisch vervolg op
  de taak die tot nu toe was gericht op de ontsluiting en presentatie
  van de Nederlandse grafische vormgeving.
      Zoals uiteengezet in zijn advies is de raad niet overtuigd van deze
  nieuwe positionering. MOTI is nog bezig met het aanleggen van een
  relevante verzameling en voldoet niet aan het criterium (inter)natio-
  naal belang.
                                                                            76
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting MOTI, Museum of the Image bij te stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>  Museum Boerhaave
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Museum Boerhaave wijst de raad er in zijn reactie terecht op dat de
                                                                            Advies reacties
  instelling een beheerovereenkomst heeft. Deze feitelijke onjuistheid is
  overigens geen aanleiding het advies over Museum Boerhaave bij te
  stellen.
Conclusie                                                                   Musea
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting tot Beheer van het Museum Boerhaave bij te
  stellen.
                                                                            Museum Boerhaave
                                                                            77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>  Museum
  de Gevangenpoort
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Museum de Gevangenpoort gaat in op drie aan cultureel onderne-
                                                                           Advies reacties
  merschap gerelateerde punten in het advies: het aandeel markt-
  inkomsten, het verdienmodel en de berekening van de richtbedragen
  in relatie tot de tussentijds door het departement toegekende ver-
  hogingen voor de restauratiekosten.
  Museum de Gevangenpoort wijst erop dat de opmerking van de raad          Musea
  over het realiteitsgehalte van het aandeel marktinkomsten uitgaat
  van 2009 als basisjaar. In dat jaar was de instelling echter gesloten.
  Daarom moet de beoogde groei van 3% worden afgezet tegen het
  jaar 2011, waarin de instelling weer het hele jaar was geopend. De
  instelling merkt terecht op dat dan de beoogde groei een alleszins
  realistisch streven is.
      De raad erkent dat het zuiverder was geweest als het jaar 2009 in
  dit verband buiten beschouwing was gelaten.
  De raad heeft opgemerkt in het advies dat de instelling geen strategie
  heeft geformuleerd bij tegenvallende inkomsten. De instelling geeft
  aan dat het daarvoor wel ideeën heeft ontwikkeld. Dat betekent vol-
  gens de raad echter nog niet dat er sprake is van een strategie.
  Voor een antwoord op de vraag hoe de tussentijdse subsidieverho-
  gingen zijn verdisconteerd in de richtbedragen voor exploitatie en
                                                                           Museum de Gevangenpoort
  huisvesting verwijst de raad naar het ministerie van OCW.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Haags Historisch Museum ‘de Gevangenpoort’
  bij te stellen.
                                                                           78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>  Museum Meermanno
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Museum Meermanno gaat in zijn reactie in op de passage in het
                                                                           Advies reacties
  advies waar gesteld is dat het museum van de kern afdwaald door zich
  ook op de geschiedenis van het beeldverhaal te richten. Het museum
  parafraseert de tekst van het advies echter onjuist.
      De raad licht in het advies deze gedachtegang toe. De instelling
  hinkt op twee gedachten: enerzijds de ensemblewaarde en anderzijds
  het belang van de museale kerncollectie. Met de zin: “De kerncol-        Musea
  lectie van het Meermanno, met een beperkt aantal topstukken, komt
  goed tot haar recht binnen de context van de collectie van de
  Koninklijke Bibliotheek”, wil de raad alleen zeggen dat beide collec-
  ties elkaar versterken.
      Meermanno citeert dit als “de kerncollectie van Meermanno kent
  een beperkt aantal topstukken”.
  Meermanno schrijft voorts dat het in tegenstelling tot de raad over-
  tuigd is van het realiteitsgehalte van de geplande activiteiten en de
  omvang van het te bereiken publiek. Meermanno verwijst hiervoor
  naar het eigen inkomstenpercentage en het behalen van de targets
  voor 2012.
     De raad geeft echter in het advies aan dat de beoogde groei niet
  terugkomt in het verwachte aantal bezoekers voor de toekomstige
  tentoonstelling.
                                                                           Museum Meermanno
  Museum Meermanno verwacht dat in de komende subsidieperiode
  de inkomsten uit de markt zes keer hoger zullen zijn dan het huidige
  niveau. De instelling zet in op een stijging van eigen inkomsten
  naar 27,3%. Voor het primair onderwijs beoogt zij twee keer zoveel
  bezoeken te realiseren. Voor voortgezet onderwijs voorziet zij een
  verdriedubbeling. En voor de workshops en lessen op scholen voorziet
  zij zelfs een groei van zes keer het aantal deelnemers ten opzichte
  van de voorgaande periode.
      De raad wijst Museum Meermanno er op dat uit bovenstaande
  blijkt dat de voornemens van de instelling zeer ambitieus zijn.
  Museum Meermanno is het niet eens met het oordeel van de raad
  over het cultureel ondernemerschap.
     De raad concludeert echter dat het museum niet duidelijk
  heeft gemaakt hoe hij financiële risico’s beheerst en twijfelt over de
  robuustheid van het verdienmodel.                                        79
  De raad geeft in het advies aan dat de kernkwaliteiten van Museum
  Meermanno beter tot hun recht zullen komen in een samenwerking
  met het Letterkundig Museum.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Aanvullend advies
  advies over Stichting Museum van het Boek / Museum Meermanno
  bij te stellen.
                                                                          Advies reacties
                                                                          Musea
                                                                          Museum Meermanno
                                                                          80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>  Museum Volkenkunde
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  De raad heeft kennisgenomen van de reactie van Museum
                                                                          Advies reacties
  Volkenkunde. Deze reactie bevat een aanvulling op het activiteiten-
  plan. De raad heeft deze gegevens dus niet bij de oordeelsvorming
  betrokken. Dergelijke informatie kan niet meer van invloed zijn op de
  advisering.
  De instelling wijst er terecht op dat de opmerking van de raad dat de   Musea
  lastenstijging wordt gecompenseerd met een inkomstenstijging uit
  ‘publieke middelen’, incorrect is. Dit moet zijn ‘publieksinkomsten’
  of ‘private middelen’.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Rijksmuseum voor Volkenkunde bij te stellen.
                                                                          Museum Volkenkunde
                                                                          81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>  Naturalis
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Naturalis wijst de raad er terecht op dat binnen de totale bezoekers-
                                                                          Advies reacties
  populatie van 300.000 het aandeel kinderen 100.000 is. Daarbij gaat
  het om 40.000 bezoekers in schoolverband.
Conclusie
                                                                          Musea
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Nederlands Centrum voor Biodiversiteit
  Naturalis bij te stellen.
                                                                          Naturalis
                                                                          82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>  Nederlands Fotomuseum
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Het Nederlands Fotomuseum merkt in zijn reactie op dat in de zoge-
                                                                             Advies reacties
  heten ‘junibrief’ van de staatssecretaris sprake is van een gereserveerd
  budget voor een museum voor de fotografie van € 1.210.000. De in-
  stelling heeft dit bedrag aangehouden in haar aanvraag. De instelling
  vraagt zich af hoe het geadviseerde bedrag zich tot deze reservering
  verhoudt.
      Zoals hiervoor in de inleiding is toegelicht, is de raad gehouden in   Musea
  zijn advisering aan de richtbedragen die de staatssecretaris in de
  adviesaanvraag heeft opgenomen. Het richtbedrag is de basis voor de
  berekening van het geadviseerd subsidiebedrag.
  Indien echter het aangevraagde bedrag lager is dan het richtbedrag,
  wordt dat lagere bedrag als uitgangspunt van die berekening geno-
  men. Dat is bij het Nederlands Fotomuseum het geval: Het richt-
  bedrag is € 1.329.982 terwijl het aangevraagde bedrag € 1.210.000 is.
     De berekening verloopt dan als volgt: Omdat het Nederlands
  Fotomuseum geen wetenschapsfunctie heeft, wordt het hiervoor aan-
  gevraagde bedrag van € 50.000 in mindering gebracht op het
  aangevraagde bedrag. Dan resteert € 1.160.000. Over dit bedrag is
  vervolgens de categorale korting berekend.
  De raad adviseerde de staatssecretaris het Nederlands Fotomuseum
  in categorie 2 te plaatsen. Dat betekent dat 94,4378% van het aan-
                                                                             Nederlands Fotomuseum
  gevraagde bedrag wordt toegekend: € 1.095.478. Het uiteindelijk
  geadviseerde subsidiebedrag is vervolgens afgerond naar € 1.095.000.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Nederlands Fotomuseum bij te stellen.
                                                                             83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>  Nederlands
  Openluchtmuseum
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) gaat in op de passage in
                                                                          Advies reacties
  het advies over de samenwerking tussen de instelling en het Centrum
  voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). Het museum stelt
  voor een aanvullend budget te reserveren voor de wetenschappelijke
  topfunctie.
     Een dergelijke reservering is volgens de raad niet aan de orde.
  Immers, het rijksbudget voor het VIE is toegevoegd aan het geadvi-      Musea
  seerde subsidiebedrag voor het Openluchtmuseum. Dat is voldoende
  om invulling te geven aan deze functie. De opmerking van de raad
  moet worden opgevat als constatering dat de samenwerking duidelijk
  een meerwaarde heeft op wetenschappelijk gebied. De raad verwacht
  dan ook dat die meerwaarde in het plan waarin de samenwerking
  met het VIE wordt uitgewerkt, is terug te vinden.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting het Nederlands Openluchtmuseum bij te stellen.
                                                                          Nederlands Openluchtmuseum
                                                                          84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>  Paleis Het Loo
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  In zijn reactie geeft Paleis Het Loo aan zich niet te herkennen in
                                                                            Advies reacties
  het advies van de raad en plaatst een aantal kanttekeningen. Boven-
  dien ervaart men de woordkeus van de raad soms als krenkend en
  demotiverend. Graag wil de raad hier opmerken dat dit geenszins de
  bedoeling was.
  Paleis Het Loo vindt in tegenstelling tot de raad dat hij zich goed       Musea
  bewust is van zijn unieke positie en dit ook uitdraagd.
      De raad wijst er op dat de instelling zich te weinig gelegen laat
  liggen aan de museale werking van zijn unieke ensemble. Dat beves-
  tigt de indruk dat men zich met name richt op het in stand houden
  van het gebouw.
  Paleis Het Loo begrijpt niet hoe de raad tot zijn oordeel komt over
  het tempo van de veranderingen. Hij verwijst onder andere naar het
  lovende visitatierapport en de vriendenkring.
     De raad blijft bij zijn mening dat de ontwikkelingen bij Paleis Het
  Loo in een hoger tempo kunnen verlopen. Het visitatierapport van
  de instelling dateert uit 2010. Ondanks kritiek daarin op de missie,
  heeft de instelling deze in 2012 nog niet gewijzigd en is er geen lange
  termijnstrategie ontwikkeld. Wat betreft de vriendenkring heeft de
  raad moeten vaststellen dat de aanvraag hierover verschillende gege-
  vens bevatte.
                                                                            Paleis Het Loo
  Paleis Het Loo geeft in zijn reactie aan zeer bewust te zijn van de
  aandacht in de samenleving voor het koningshuis.
     De passage in het advies is gebaseerd op de aanvraag waarin
  de instelling zelf ook signaleerde dat er sprake kan zijn van een
  verzadigingseffect en dat het thema Oranje niet onuitputtelijk is.
  Volgens Paleis Het Loo verwijt de raad de instelling ten onrechte
  gebrek aan cultureel ondernemerschap. Hij wijst op het hoge eigen
  inkomstenpercentage ondanks de enorme huisvestingslasten, en
  op de verhuur -en marketingactiviteiten.
     De raad vindt dat Paleis Het Loo een eenzijdig verdienmodel
  hanteert. Voor het verhogen van de eigen inkomst zet men in
  op meer bezoekers, die meer besteden. In het activiteitenplan wordt
  echter geen beleid geformuleerd om nieuwe bezoekers binnen te
  halen of andere oplossingen te bedenken.                                  85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>  In zijn reactie wijst Paleis Het Loo de raad er op dat men deel uit-
  maakt van internationale overlegstructuren.
      De raad ziet de resultaten van dit overleg niet terugkomen in het
                                                                            Aanvullend advies
  activiteitenplan in de vorm van daadwerkelijke strategische samen-
  werking.
  In zijn advies geeft de raad aan dat hij in het museumbesteladvies
  terugkomt op de positie van Paleis Het Loo. Daarbij zal het ook gaan
  over de plaats van bezoekbare monumenten in het museaal bestel.
                                                                            Advies reacties
  De instelling merkt op dat hij in de subsidieaanvraag ruimte heeft
  willen laten voor invulling en uitwerking van het activiteitenplan door
  de nieuwe directeur.
      De raad merkt op dat hij zijn oordeel moet baseren op de subsidie-
  aanvraag voor de periode 2013 – 2016.
                                                                            Musea
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Paleis Het Loo Nationaal Museum bij te stellen.
                                                                            Paleis Het Loo
                                                                            86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>  Persmuseum
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Het Persmuseum wijst er in zijn reactie terecht op dat het verzamelen
                                                                          Advies reacties
  van documentatie niet in de missie staat. Om recht te doen aan deze
  constatering vermeldt de raad hierbij de volledige missie:
  “De pers en de journalistiek zijn onlosmakelijk verbonden met het
  democratisch erfgoed en daarmee met de vrijheid van meningsuiting
  en de persvrijheid. Sedert eeuwen leveren zij een uitermate belang-     Musea
  rijke bijdrage aan het kweken van mondige en kritische burgers en aan
  het bewaken van dat democratisch erfgoed. Het Persmuseum ziet
  het als zijn missie om de pers en de journalistiek in de Nederlandse
  samenleving in verleden, heden en toekomst in al hun facetten voor
  het voetlicht te halen en het publiek niet alleen bewust te maken van
  de rol van de pers en journalistiek in die samenleving maar ook de
  actieve betrokkenheid van de burger bij de media en democratie te
  stimuleren.”
  De raad heeft deze omissie niet als zwaarwegend argument mee-
  genomen in het advies. De kern van het advies is namelijk dat in het
  activiteitenplan een vertaalslag naar de gedigitaliseerde en gemedia-
  liseerde samenleving ontbreekt.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-   Persmuseum
  advies over Stichting Het Nederlands Persmuseum bij te stellen.
                                                                          87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>  Rijksmuseum Amsterdam
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Het Rijksmuseum stelt in zijn reactie onder de noemer van feitelijke
                                                                            Advies reacties
  onjuistheden een aantal zaken aan de orde, die deels aanvullende
  informatie betreft en deels een andere mening. Hieronder gaat de
  raad in op de reactie van het Rijksmuseum.
  Het Rijksmuseum merkt op dat hij als moedermuseum een brede
  missie met een breed spectrum aan taken heeft. Dat wil niet wil zeg-      Musea
  gen dat de organisatie niet weet welke doelstellingen worden nage-
  streefd.
      De raad ziet hierin geen weerlegging van zijn advies dat missie,
  visie en kernwaarden geen richting geven aan het omvangrijke bedrijf.
      De raad constateert dat de relatie tussen de begroting, de werk-
  plannen, de (inhoudelijke) jaarplannen en het beleid van het Rijks-
  museum ontbreken. In het marketingplan is de vertaalslag naar de
  concrete doelstellingen en activiteiten weinig uitgewerkt. Voor de ver-
  schillende afdelingen mist de raad de beleidsdoelstellingen in relatie
  tot de uitwerking van de activiteiten, dat geldt ook voor educatie.
  Het Rijksmuseum benadrukt in zijn reactie het verhaal van de kunst
  en de geschiedenis van Nederland vanaf de Middeleeuwen te ver-
  tellen. De raad heeft in zijn advies echter aangegeven dat voor de col-
  lectieontwikkeling, de kernkracht en kwaliteit van het Rijksmuseum
  Amsterdam in de Gouden Eeuw ligt.
                                                                            Rijksmuseum Amsterdam
      De raad vindt het belangrijk dat aankopen steeds tegen de achter-
  grond van de collectie Nederland gedaan worden.
  Het Rijksmuseum geeft aan dat hij het plan voor de canon in overleg
  met het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) heeft opgesteld.
     De raad beaamt dit en verwijst voor de beoordeling van dit plan
  naar zijn primaire advies over het NOM.
  Wat betreft het oordeel van de raad over het activiteitenplan in
  relatie tot de hoge waardering van de collectie en de kwaliteit daar-
  van, merkt de raad op dat beide zaken op hun eigen merites moeten
  worden beoordeeld. Een hoge waardering van de collectie vraagt
  eens te meer om een activiteitenplan dat kwalitatief in lijn is met de
  hoogwaardige collectie.
      De raad kwalificeerde het visitatierapport van het Rijksmuseum
  als niet positief vanwege de vele verbeterpunten die daarin worden        88
  genoemd. De raad neemt graag de kwalificatie positief kritisch over
  om recht te doen aan alle inspanningen van de instelling.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Het Rijksmuseum vraagt zich af waarom de raad beducht is voor de
ontwikkeling van het publieksbereik. De raad stelde echter in het
advies “beducht te zijn voor de vanzelfsprekendheid van het institu-
                                                                         Aanvullend advies
tionele draagvlak”.
   Op grond van de analyse van de begroting signaleerde de raad
dat er sprake is van veel onzekerheden in de baten-lastenstructuur.
Daarbij tekende de raad aan dat de instelling daarop anticipeert met
een voorziening in het eigen vermogen. Positief waardeert de raad
de aanwezigheid van de marketing-adviesraad.
                                                                         Advies reacties
Het Rijksmuseum wijst erop dat hij in het kader van het renovatie-
project “Het nieuwe Rijksmuseum” een door ministerie van OCW,
Rijksgebouwendiensr (RGD) en Rijksmuseum goedgekeurde slui-
tende exploitatie voor het vernieuwde museum opstelde.
   Deze informatie, noch een verwijzing ernaar maakte deel uit van       Musea
het activiteitenplan van het Rijksmuseum. Hoe de begroting voor de
subsidieplanperiode zich verhoudt tot de exploitatiebegroting van
het renovatieproject wordt niet inzichtelijk gemaakt in de reactie van
het Rijksmuseum.
Het Rijksmuseum geeft aan dat de governance van de instelling com-
pleet op orde is, in tegenstelling tot wat de raad beweert.
    Echter, in het activiteitenplan stelt het Rijksmuseum dat vanwege
de terugtrekkende overheid de statuten en reglementen van de instel-
ling met het oog op de cultural governance zullen worden aangepast.
De aanpassing van deze regeling maakte geen deel uit van het activi-
teitenplan.
Het Rijksmuseum geeft in de reactie aan zich zorgen te maken over
de positie als wetenschappelijk topinstituut als de middelen voor
wetenschap ingezet worden voor het Van Mander Instituut.
                                                                         Rijksmuseum Amsterdam
   De raad vraagt zich af hoe deze zorg voor de wetenschappelijke
toppositie gerijmd kan worden met het feit dat het Rijksmuseum het
budget voor wetenschap voor de komende subsidieplanperiode hal-
veerde. De inzet op deze functie als topinstituut is daardoor minder
overtuigend.
   De raad vindt dat het Van Mander Instituut de wetenschappelijke
positie van de instelling versterkt. Daarom ziet de raad een nieuw
plan voor het Van Mander Instituut met belangstelling tegemoet.
De raad is voor de berekening van het te adviseren bedrag gehouden
aan de richtbedragen van de staatssecretaris. Voor het Rijksmuseum
komt het neer op € 15.611.582. Op dit bedrag wordt een korting
toegepast in overeenstemming met de geadviseerde categorie.
Voor toepassing van de categorale korting is het bedrag voor het
Karel van Mander Instituut eruit gehaald, namelijk € 1.430.500           89
aangezien het Rijksmuseum een wetenschappelijke taak heeft. Na
de berekening van de korting is dit bedrag weer toegevoegd aan het
geadviseerde subsidiebedrag evenals het bedrag voor huisvesting.
Afgerond komt het geadviseerde subsidie neer op € 26.093.000.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Aanvullend advies
  advies over Stichting het Rijksmuseum Amsterdam bij te stellen.
                                                                          Advies reacties
                                                                          Musea
                                                                          Rijksmuseum Amsterdam
                                                                          90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>  Rijksmuseum van
  Oudheden
                                                                              Aanvullend advies
Reactie
  Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) stelt onder de noemer van
                                                                              Advies reacties
  feitelijke onjuistheden verscheidene zaken aan de orde. De raad
  wil graag op een aantal onderdelen daarvan reageren en zijn advies
  toelichten.
  Het RMO constateert een groot verschil tussen de uitkomst van het
  visitatierapport en het oordeel van de raad.                                Musea
      In de inleiding van dit aanvullend advies is uiteengezet wat
  de waarde is van visitaties en de rol die visitatierapporten hebben
  gespeeld bij de beoordeling.
  Het RMO verwijst in zijn reactie naar een kwalificatie uit het visitatie-
  rapport over de missie en visie van de instelling.
      De raad vindt het van belang het in de reactie aangehaalde citaat
  uit het visitatierapport compleet weer te geven: “De commissie is van
  mening dat de missie van het museum goed is, maar dat de formule-
  ring aan de algemene kant is. Het Rijksmuseum van Oudheden heeft
  bijzondere en unieke collecties en de uniciteit van het museum zou
  beter in de missie naar voren moeten komen. In de gesprekken wordt
  een beeld geschetst van een organisatie die goed weet wat zij wil,
  maar in de zelfevaluatie en het beleid zijn de bewoordingen nog vrij
  algemeen. Het zelfbewustzijn komt tot uiting in de activiteiten
  van het museum, maar vindt nog niet geheel zijn neerslag in missie
                                                                              Rijksmuseum van Oudheden
  en visie. De missie van het museum is van recente datum en de
  commissie adviseert het museum deze verder te ontwikkelen en de
  gemaakte keuzes die het museum heeft genomen in dit proces mee
  te nemen.”
  De raad gaf in het advies aan dat de uitzonderlijke positie van de
  instelling onvoldoende terugkomt in de missie en de visie, terwijl de
  activiteiten de uniciteit wel ademen. De raad vindt dat de algemene
  formulering leidt tot gebrek aan focus in de veelheid aan activiteiten
  voor de subsidieplanperiode 2013 – 2016.
  Voor de invulling van de wetenschappelijke functie en de positie als
  moedermuseum ziet de raad voor het RMO juist een coördinerende
  en aanjagende rol weggelegd ten opzichte van de andere oudheid-
  kundige instellingen.
     De raad stelt vast dat het RMO die positie niet uitwerkt.                91
  Het RMO merkt op dat in de aanvraag gegevens zijn opgenomen
  over de website. Men concludeert echter ten onrechte dat de raad die
  passages in de aanvraag niet heeft opgemerkt en meegewogen. De
  raad heeft de gehele aanvraag beoordeeld en dus ook deze passages.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>  In het activiteitenplan merkte de raad onder het criterium publieks-
  bereik op dat de informatie over de website ontbrak. In zijn advies
  doelde de raad op het ontbreken van informatie over de inzet van de
                                                                             Aanvullend advies
  website bij het bereiken van het publiek.
  Over het lokaal bereik verschilt het RMO ook van mening met de
  raad en wijst daarvoor op een aantal zaken.
     De raad stelt vast dat deze inderdaad het lokale bereik adstrueren.
  Zijn opmerkingen in het advies hierover zijn overigens niet doorslag-
                                                                             Advies reacties
  gevend geweest zoals uit het algemeen oordeel blijkt.
  De raad heeft aangegeven dat hij van een moedermuseum een lande-
  lijke uitwerking van het educatief beleid verwacht. Het RMO merkt
  terecht op dat in de samenvatting de term uitwerking is vervangen
  door visie. Dit is een onzorgvuldigheid, die tot een misverstand heeft     Musea
  geleid.
      Het gaat de raad namelijk om de uitwerking van de visie in activi-
  teiten. Deze uitwerking is niet terug te vinden in het activiteitenplan.
  Uit het activiteitenplan van het RMO zou blijken dat uitgebreid aan-
  dacht besteed wordt aan marketing en juist sterk wordt ingezet op
  fondsenwerving.
      De instelling noemt in het activiteitenplan zeker een aantal mar-
  ketingactiviteiten en producten. Het advies is echter gebaseerd op
  het gegeven dat de daadwerkelijke doorwerking en verankering van de
  marketing binnen het beleid van het RMO, niet helder uit de verf
  komen. In het activiteitenplan zijn voor de jaren 2009, 2012, 2013 en
  2016 gegevens over sponsoring opgenomen. Slechts voor 2016 staat
  voor deze post € 75.000 op de begroting. Het RMO wijst er overigens
  terecht op dat de raad dit bedrag voor 2016 niet vermeldt.
                                                                             Rijksmuseum van Oudheden
  Het verdienmodel is vooral gebaseerd op de publieksinkomsten.
     De raad geeft aan een dergelijk inkomstenmodel kwetsbaar te
  vinden. Hij blijft van oordeel dat een strategie bij tegenvallende
  inkomsten van belang is. Daar kan natuurlijk sponsoring deel van
  uitmaken.
  Naar aanleiding van de opmerking van het RMO over de huisves-
  tingsproblematiek en het voortbestaan van de instelling merkt de
  raad op dat hij inderdaad ten onrechte een relatie heeft gelegd tussen
  beide. Hij heeft dit overigens gedaan omdat hij van mening is dat
  het streven naar toename van het publiek nu negatief wordt beïnvloed
  door de huisvestingssituatie. Oplossing daarvan is dus dringend
  gewenst. De opmerking in het advies was bedoeld als handreiking.
Conclusie                                                                    92
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Rijksmuseum van Oudheden bij te stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>  Rijksmuseum Twenthe
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Rijksmuseum Twenthe herkent zich niet in het advies, vindt de
                                                                            Advies reacties
  onderbouwing ervan zwak en de argumenten van de raad vergezocht.
  Het museum wijst op de kwalificaties uit het visitatierapport.
      De raad merkt op dat de staatssecretaris hem heeft gevraagd de
  activiteitenplannen voor de subsidieperiode 2013 – 2016 langs de
  meetlat van vijf criteria uit de regeling te leggen. Omdat Rijksmuseum
  Twenthe een beheerovereenkomst heeft, heeft de raad aangekondigd          Musea
  in het besteladvies op de positie van de instelling terug te komen.
  Bij de beoordeling is het criterium kwaliteit van doorslaggevend
  belang. De raad heeft met name uiteengezet hoe hij oordeelt over
  het belang van de collectie en de positie van de instelling. Hij is van
  mening dat dit oordeel geen verdere toelichting behoeft. De raad
  ziet derhalve geen zelfstandige nationale museale functie voor het
  museum.
  Het museum vraagt zich af waarom de raad 10% publiekstoename
  niet realistisch vindt. Dit is een misverstand.
      De raad heeft in het advies juist gesteld deze toename realistisch
  te vinden. De reactie van Rijksmuseum Twenthe geeft verder geen
  aanleiding om te veronderstellen dat het advies van de raad gebaseerd
  is op onjuistheden met betrekking tot publieksbereik.
                                                                            Rijksmuseum Twenthe
  De raad gaat in zijn advies uitgebreid in op de sterke en zwakke kan-
  ten van de instelling met betrekking tot cultureel ondernemerschap.
  Aan de orde komen de business club, de vriendenvereniging en het
  crowdfunding project. Anders dan Rijksmuseum Twenthe veronder-
  stelt, heeft de raad deze feiten niet over het hoofd gezien.
      De raad plaatst in dezelfde paragraaf echter kritische kantteke-
  ningen bij de verwachtingen ten aanzien van de eigen inkomsten. De
  toekomstige inkomsten uit kaartverkoop worden bijvoorbeeld 40%
  hoger ingeschat dan in 2010. Dat vindt de raad niet realistisch.
  Met betrekking tot de opmerking dat de raad de 12.000 leerlingen
  over het hoofd ziet, verwijst hij naar de tekst over educatie in zijn
  subsidieadvies. Daarin geeft de raad aan een bereik van 12.000
  leerlingen aanzienlijk te vinden.
                                                                            93
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Rijksmuseum Twenthe bij te stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>  Het Scheepvaartmuseum
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  In zijn reactie gaat het Scheepvaartmuseum in op het verdienmodel
                                                                            Advies reacties
  en maakt een onderscheid tussen de particuliere markt, de zakelijke
  markt, de fondsenmarkt en het Rijk. Vervolgens gaat Het Scheep-
  vaartmuseum uitgebreid in op de verschillende vormen van financie-
  ring.
     De raad heeft waardering voor de wijze waarop Het Scheepvaart-
  museum de exploitatie van het museum ter hand heeft genomen.              Musea
  De raad signaleerde ook dat Het Scheepvaartmuseum de zakelijke
  exploitatie onderbracht in een aparte stichting.
  De reactie van Het Scheepvaartmuseum maakt duidelijk dat de raad
  de aanvraag voor wat betreft het onderwerp exploitatie niet goed
  heeft geïnterpreteerd. De inkomsten uit de commerciële exploitatie
  komen inderdaad ten goede aan de inhoudelijke ontwikkeling van
  de presentaties.
      De raad constateert dat hij een feitelijk onjuiste conclusie trok
  op een cruciaal onderdeel in de beoordeling van de instelling.
  Daarom herziet de raad zijn subsidieadvies en adviseert de instelling
  in categorie 2 van de rangorde te plaatsen. De raad gaat hieronder
  nog in op een aantal specifieke punten in de reactie.
  Het Scheepvaartmuseum wijst in zijn reactie op de consequente toe-
  passing van het Mentality model waarbij de gekozen doelgroepen in
                                                                            Het Scheepvaartmuseum
  verband gebracht worden met de collectiegebonden thema’s als basis
  voor de presentatie. Nadrukkelijk wijst de instelling op de evaluatieve
  activiteiten die in de subsidieaanvraag voorkwamen. Onterecht vindt
  de instelling dan ook de kwalificatie ‘aanbodgestuurd’ die de raad
  verbond aan zijn positieve waardering van de doelgroepbenadering.
      De raad erkent dat Het Scheepvaartmuseum zeer consequent is in
  de toepassing van het Mentality model. Dat leidt tot een afgebakende
  aanpak. De raad sprak daarom in het advies ook zijn waardering uit
  voor de wijze waarop Het Scheepvaartmuseum de verschillende doel-
  groepen met deze afgebakende en heldere aanpak benadert. Markt-
  onderzoek en evaluatie liggen ten grondslag aan de werkwijze van
  Het Scheepvaartmuseum en de keuzes die men maakt. Er zijn echter
  geen inhoudelijke activiteiten uitgewerkt waarvoor subsidie wordt
  aangevraagd. Wat het publiek aangeboden krijgt wordt daardoor niet
  duidelijk. Het Scheepvaartmuseum merkt terecht op dat de term
  aanbodgestuurd niet valide is.                                            94
  Over publieksbinding is de instelling naar eigen zeggen wat minder
  duidelijk geweest. Het Scheepvaartmuseum wijst in dit verband op de
  omvang van de vriendenvereniging en de groeiende groep particuliere
  donoren verenigd in het Compagnie Fonds.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>  Desgevraagd licht de raad graag toe dat Het Scheepvaartmuseum in
  het activiteitenplan met name uitvoerig was over de inzet van de
  sociale media voor publieksbinding. Op grond hiervan oordeelde de
                                                                                                  Aanvullend advies
  raad dat men voor publieksbinding vooral op deze activiteiten koerst.
  Het museum merkt terecht op dat de forse stijging van het aange-
  vraagde subsidiebedrag in relatie tot de verwachte bezoekersaantallen
  het gevolg is van de recente verbouwing.
      Indien het subsidie voor uitsluitend het exploitatiedeel wordt
                                                                                                  Advies reacties
  vergeleken met de periode dat Het Scheepvaartmuseum gesloten was,
  is de stijging ongeveer € 50.000. De raad ging bij de berekening abu-
  sievelijk uit van het totale subsidiebedrag. [13]
  Het Scheepvaartmuseum vindt dat de raad ten onrechte stelt dat het
  meer focus zou kunnen aanbrengen in het marketing- en fondsen-                                  Musea
  wervingsbeleid. Ook de opmerking over de governance kan men niet
  plaatsen.
     Al eerder gaf de raad aan positief te oordelen over het onderne-
  merschap van het museum. Het plan biedt echter weinig zicht op de
  uitgangspunten voor marketing, fondsenwerving en de relatie met
  de inhoudelijke activiteiten.
  In het activiteitenplan zijn de competenties en het profiel van de Raad
  van Toezicht niet opgenomen. Dat is de aanleiding voor de opmer-
  king van de raad, zie ook de inleiding.
  Het Scheepvaartmuseum bestrijdt dat geen geïntegreerde aanpak
  van educatie wordt gehanteerd en geeft verschillende voorbeelden van
  educatieve activiteiten. Het museum geeft ook aan educatie in zijn
  activiteitenplan niet expliciet te benoemen. Daarmee onderschrijft de
  instelling de conclusie van de raad dat het plan op dit gebied uitwer-
                                                                                                  Het Scheepvaartmuseum
  king mist.
      In relatie tot andere museale instellingen zet Het Scheepvaart-
  museum gemiddeld weinig capaciteit in voor educatie. Het Scheep-
  vaartmuseum stelt dat de educatoren deel uitmaken van de afdeling
  presentatie.
  Het Scheepvaartmuseum geeft in zijn reactie aan wel degelijk in te
  willen zetten op internationale samenwerking en op internationaal
  vlak een grotere rol te ambiëren. De sluiting van de afgelopen jaren
  stond dat echter in de weg.
      De raad legt in zijn advies echter de nadruk op de nationale rol.
  De raad verwacht dat Het Scheepvaartmuseum in samenwerking met              13
                                                                            De raad rekende
  andere musea het zeewaartse verhaal van Nederland vertelt.                met de richtbedra-
                                                                            gen die bekend-
                                                                            gemaakt werden bij
                                                                            de adviesaanvraag
Conclusie                                                                                         95
                                                                            van de staatssecre-
                                                                            taris. De achter-
  De Raad voor Cultuur herziet het subsidieadvies over Stichting Het        grond over het hoge
  Nederlands Scheepvaartmuseum. Hij adviseert de instelling subsidie        aandeel van de huur
                                                                            in de exploitatie-
  te verlenen conform de indeling in categorie 2.                           subsidie is de raad
                                                                            niet bekend.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>  Slot Loevestein
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Slot Loevestein zegt in zijn reactie zich te realiseren dat het inge-
                                                                            Advies reacties
  diende activiteitenplan onvoldoende is en dat een aantal zaken nog
  nader uitgewerkt moeten worden. Het museum betreurt dat de
  raad een onjuist beeld heeft gekregen van het museum.
  Slot Loevestein geeft in zijn reactie aan dat de verschillende functies
  van de instelling niet met elkaar concurreren. Het gaat om een onlos-     Musea
  makelijke verbondenheid die onderdeel uitmaakt van de museale
  functie.
      De raad schrijft in het advies dat de historische waarde van Slot
  Loevestein in de monumentale functie van het slot ligt. De collectie
  zelf is locatiegebonden en niet van nationaal belang. De raad geeft
  aan dat de museale functie van de instelling op de achtergrond raakt.
  In 2004 stelde de raad dat Slot Loevestein gezien kan worden als
  een opengesteld monument, waarvan de nationale betekenis primair
  ligt in de waarde van het monument en secundair in het museaal
  functioneren. In 2012 concludeert de raad nog steeds dat de museale
  functie van Slot Loevestein onvoldoende tot haar recht komt.
  Ondanks de investeringen in de publieks- en educatieve functie. Ook
  de missie en visie benadrukken vooral de beleving van de plek. De
  raad ziet eerder een toekomst in de landschappelijke functie van de
  instelling.
                                                                            Slot Loevestein
  De instelling geeft in zijn reactie aan een achterstand te hebben op
  het gebied van educatie.
     Voor de volledigheid merkt de raad op educatie te interpreteren
  conform de adviesaanvraag: “Activiteiten gericht op kinderen en
  jongeren tussen 4 en 18 jaar”.
  Slot Loevestein geeft aan dat de cijfers voor publieksbereik positiever
  zijn dan de raad stelt.
      De raad heeft de ontwikkeling in het bezoek beoordeeld op
  basis van het activiteitenplan. Hij is uitgegaan van de aanvraag voor
  2013 – 2016. Als de cijfers afgezet worden tegen de voorgaande
  periode, dan komt de instelling uit op het totaal aantal bezoekers uit
  2009. Afgezet tegen deze historische bezoekcijfers erkent de raad
  dat zijn opmerking in het subsidieadvies over het publieksbereik niet
  geheel juist was.
                                                                            96
  Volgens Slot Loevestein stelt de raad dat de instelling (te) commer-
  cieel is.
      In het advies stelt de raad echter dat de instelling goed inspeelt
  op de commerciële mogelijkheden die de locatie biedt. De raad heeft
  zijn zorg geuit over de bijdrage van de horeca aan het inkomsten-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>  percentage, omdat de omzet van verhuur en catering sinds 2009
  sterk gedaald is. Deze omzet maakt een belangrijk deel uit van het
  verdienmodel van de instelling.
Conclusie                                                                 Aanvullend advies
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Museum Slot Loevestein bij te stellen.
                                                                          Advies reacties
                                                                          Musea
                                                                          Slot Loevestein
                                                                          97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>  Teylers Museum
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  In de reactie van Teylers Museum staat het besluit van de minister-
                                                                             Advies reacties
  raad in december 2011 centraal de instelling voor te dragen bij
  UNESCO voor de Werelderfgoedlijst. De instelling kan zich niet
  vinden in het advies van de raad dat bovendien, naar de mening van
  het museum, ook volledig voorbijgaat aan de uitkomsten van het
  visitatierapport uit 2011. Teylers Museum spreekt van een cruciale
  vergissing van de raad en stelt dat de instelling thuishoort in            Musea
  categorie 1.
  In het activiteitenplan van Teylers Museum wordt veelvuldig gerefe-
  reerd aan de nominatie voor de Werelderfgoedlijst.
      Op grond hiervan constateerde de raad dat de verhouding tussen
  monument, museale taken en kennisinstituut uit evenwicht is. Naar
  aanleiding van de reactie van Teylers Museum heeft de raad vastge-
  steld dat hij de museale activiteiten die de instelling in zijn aanvraag
  opnam onvoldoende heeft betrokken bij zijn advies. Dat betekent dat
  er op dit voor het oordeel cruciale punt sprake is van een feitelijke
  onjuistheid.
      De raad herziet zijn subsidieadvies over Teylers Museum en
  plaatst de instelling in categorie 2 van de rangorde. De raad gaat hier-
  onder nog in op een aantal specifieke punten in de reactie.
  Teylers Museum geeft in zijn reactie aan naar consolidatie van het
                                                                             Teylers Museum
  aantal bezoekers te streven. Dit onderbouwt Teylers Museum door
  te verwijzen naar de cijfers in de tabellen die onderdeel uitmaken van
  de aanvraag. Verder stelt Teylers Museum in tegenstelling tot het-
  geen de raad noteerde in het advies, dat de instelling haar doelgroep
  specifiek benoemt en zich richt op het brede publiek. De instelling
  zou ook graag zien dat de raad de palazzo pubblico functie meenam in
  zijn overwegingen met betrekking tot het vaststellen van het draag-
  vlak voor het museum.
      De raad heeft de aanvraag ook op dit punt weer tegen het licht
  gehouden. Inderdaad worden op verschillende plaatsen aantallen ge-
  noemd. De raad merkt wel op dat in de aanvraag verschillende cijfers
  worden gebruikt.
      Als het om specifieke benoeming van de doelgroep gaat, appel-
  leert de duiding ‘het brede publiek’ weliswaar aan een herkenbaar
  doel maar daar binnen kan nog onderscheid worden gemaakt, dat
  mistte de raad.                                                            98
      Voor zijn oordeel over het draagvlak kon de raad de palazzo
  pubblico functie niet meewegen omdat hiervoor geen strategie was
  geformuleerd in het activiteitenplan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>  Teylers Museum reageert ook op de opmerkingen die de raad maakte
  over de robuustheid van het verdienmodel van de instelling.
      Naar aanleiding van de reactie van het museum, merkt de raad
                                                                               Aanvullend advies
  op dat kostenbeheersing verstandig is, maar geen adequaat antwoord
  vormt op de vraag naar een verdienmodel dat door verscheidene
  pijlers geschraagd wordt.
  Als antwoord op de opmerking van de raad over de governance refe-
  reert de instelling aan het feit dat in een specifiek geval een profiel is
                                                                               Advies reacties
  opgesteld voor een lid van de Raad van Toezicht.
     In het activiteitenplan mist de raad echter de omschrijving van
  een concrete wervings- en selectiemethodiek voor de Raad van
  Toezicht als geheel.
  In zijn reactie gaat Teylers Museum in op de geschatte groei van het         Musea
  scholierenbezoek. Naar de mening van de instelling is de schatting
  realistisch.
      De raad vindt dat het realiteitsgehalte van de beoogde groei van
  het totaal aantal scholieren onderbouwd moet worden. Deze ge-
  gevens staan niet in het activiteitenplan. Teylers Museum verwijst
  voor het totaal aantal scholieren naar de concrete gegevens die de
  instelling aanleverde over het aantal bezoekers onder de 18 jaar. Het
  betreft hier echter geen specifieke cijfers voor scholieren, maar voor
  kinderen in de schoolgaande leeftijd.
      In het activiteitenplan is een inzet van 0,8 fte voor educatie
  opgenomen. De raad vindt dit aan de lage kant in verhouding tot
  de beoogde groei.
  Teylers Museum spreekt de opmerking van de raad tegen dat de
  instelling zich niet richt op buitenlandse bezoekers. De instelling geeft
  een aantal voorbeelden uit het activiteitenplan waarbij sprake is van
                                                                               Teylers Museum
  Engelstalige informatie.
      Deze verwijzingen zijn terecht maar de raad merkte op dat de
  instelling desondanks niet als doelgroep benoemde.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur herziet het subsidieadvies over Stichting tot
  Beheer en Instandhouding van Teylers Museum. Hij adviseert de
  instelling subsidie te verlenen conform de indeling in categorie 2.
                                                                               99
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>  Van Gogh Museum
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Het Van Gogh Museum geeft aan niet te begrijpen hoe het geadvi-
                                                                          Advies reacties
  seerde subsidiebedrag tot stand is gekomen. Daarom zou de instel-
  ling graag willen beschikken over de berekeningswijze van zowel het
  geadviseerde als van het als maximum aangemerkte bedrag, het
  zogenaamde richtbedrag.
      Voor de berekening van het richtbedrag verwijst de raad naar het
  ministerie van OCW. Hieronder gaat de raad in op de berekening          Musea
  van het bedrag voor het exploitatiedeel van de aangevraagde subsidie
  waar de raad over adviseert.
  Het Van Gogh museum heeft € 7.515.000 aangevraagd. Het aange-
  vraagde bedrag voor exploitatie is € 3.249.000. Het richtbedrag voor
  exploitatie is € 2.091.655.
     Bij de verdere berekening is de raad uitgegaan van dit bedrag.
  De raad adviseerde het Van Goghmuseum conform de plaatsing in
  categorie 1 van de rangorde te subsidiëren. Het op grond daarvan
  geadviseerde subsidiebedrag voor exploitatie is vermeerderd met het
  bedrag voor huisvesting. Afgerond resulteert dit in € 6.666.000.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Van Gogh Museum
  advies over Stichting Van Gogh Museum bij te stellen.
                                                                          100
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>  Zuiderzeemuseum
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Het Zuiderzeemuseum geeft in zijn reactie aan dat uit onderzoek
                                                                          Advies reacties
  inmiddels is gebleken dat er sprake is van herhaalbezoek. Ook geeft
  het museum aan zelf al te werken aan verbetering van de aantrek-
  kingskracht van de tijdelijke tentoonstellingen. De raad neemt dit
  voor kennisgeving aan.
                                                                          Musea
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Rijksmuseum het Zuiderzeemuseum bij te
  stellen.
                                                                          Zuiderzeemuseum
                                                                          101
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies             Advies reacties   Beeldende kunst   102
            Beeldende kunst
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>  de Appel
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  De Appel wijst de raad erop dat hij ten onrechte het aandeel van
                                                                           Advies reacties
  W139 bij de lezingenreeks Facing Forward niet heeft genoemd, ter-
  wijl andere partners wel worden genoemd. De Appel noemt W139
  “een onontbeerlijke partner in het inhoudelijk en praktisch realiseren
  van deze lezingenreeks (…)”. De raad erkent deze omissie en neemt
  de aanvulling over.
Conclusie                                                                  Beeldende kunst
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting de Appel bij te stellen.
                                                                           Presentatie-instellingen
                                                                           de Appel
                                                                           103
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>  BAK, Basis voor
  Actuele Kunst
                                                                                                  Aanvullend advies
Reactie
  BAK schrijft in haar reactie dat zij de inschatting van de raad dat
                                                                                                  Advies reacties
  BAK niet behoort tot de categorie instellingen met een groot inter-
  nationaal netwerk de meest ingrijpende, feitelijke onjuistheid vindt.
     De raad beschrijft in het advies evenwel het grote internationale
  netwerk van deze instelling: “In het afgelopen decennium groeide
  BAK uit tot een van de toonaangevende presentatie-instellingen met
                                                                                                  Beeldende kunst
  een groot internationaal netwerk”.
  BAK mist een nadere toelichting om de instelling maar een bedrag
  van € 200.000 toe te kennen. De motivatie om BAK geen € 500.000
  toe te kennen is in het advies beschreven en wordt hier nog eens
  toegelicht. BAK verdient in de ogen van de raad een plek in het palet
  van de zes positief beoordeelde presentatie-instellingen.
      BAK beschikt evenals vier andere presentatie-instellingen over
  een groot internationaal netwerk. Omdat het aantal plaatsen beperkt
                                                                                                  Presentatie-instellingen
  is, heeft de raad een afweging gemaakt en heeft hij gelet op de mate
  waarin en de wijze waarop BAK aan de overige criteria voldoet. In de
  onderlinge afweging vindt de raad de artistieke kwaliteit bij alle zes
  instellingen hoog, maar is zijn oordeel over BAK ten aanzien van de
  criteria publieksbereik, educatie en cultureel ondernemerschap min-
  der positief. Hierover is hij kritisch in het advies. [14]
  De raad erkent dat BAK een sterke ambitie heeft om het publieks-
                                                                                                  BAK, Basis voor Actuele Kunst
  bereik te vergroten en educatiebeleid te ontwikkelen.
      Hij is echter van mening dat BAK op basis van de plannen van
  vier jaar geleden te weinig inzet heeft getoond en te weinig resultaat
  heeft geboekt op het gebied van overdracht en zichtbaarheid in de
  stad. Vier jaar geleden heeft de raad BAK ook als een ‘wat herme-
  tische’ instelling beoordeeld. BAK is in 2009 – 2010 in Utrecht door
  gemiddeld 4.000 belangstellenden bezocht; dit aantal is beduidend
  lager in vergelijking met de vijf andere positief beoordeelde presen-
  tatie-instellingen. Het criterium educatie geldt volgens de regeling
  voor de leeftijdscategorie tot 18 jaar. BAK spreekt in haar reactie
  – als indicatie voor het effect van het educatieve aanbod – van een
  “spectaculaire toename van het aantal groepen en rondleidingen voor
  studentengroepen en middelbare scholieren”; de raad stelt evenwel
  vast dat de cijfers in de aanvraag een minder positief beeld geven.
  BAK stelt dat het feitelijk niet juist is dat de raad concludeert dat
                                                                                                  104
  BAK over 2010 – 2011 aan de eigen inkomstennorm heeft voldaan               14
                                                                           De regeling biedt
  door in 2011 een forse stijging van de eigen inkomsten te realiseren.    geen andere moge-
  Volgens BAK was juist het percentage eigen inkomsten van 9,6% in         lijkheid dan een
  2010 een afwijkend resultaat ten opzichte van positieve resultaten       instelling € 500.000
                                                                           of € 200.000 toe
  in 2011 en voorgaande jaren.                                             te kennen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>  De raad erkent dat niet is vast te stellen of 2011 het uitzonderings-
  jaar is of juist 2009 en/of 2010.
                                                                          Aanvullend advies
  Tot slot vindt BAK dat de raad ongelijkheid creëert tussen instel-
  lingen door verschillende consequenties te koppelen aan soortgelijke
  adviezen.
      Hiervoor geldt het al genoemde argument dat de raad BAK
  minder vindt voldoen op het gebied van overdracht en zichtbaarheid
  in de stad. De raad heeft BAK geadviseerd het ondernemingsplan
                                                                          Advies reacties
  aan te scherpen. De raad onderkent dat BAK een goede aanzet heeft
  gegeven om haar beleid aan te scherpen, maar is van mening dat de
  uitwerking achterblijft.
                                                                          Beeldende kunst
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over BAK, Basis voor Actuele Kunst bij te stellen.
                                                                          Presentatie-instellingen
                                                                          BAK, Basis voor Actuele Kunst
                                                                          105
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>  Kunsthal
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  De Kunsthal stelt dat zij behoort tot de categorie (kunst)musea en
                                                                             Advies reacties
  ten onrechte is ingedeeld in de categorie presentatie-instellingen.
  Zij pleit ervoor te worden ingedeeld in een ‘buitencategorie’ en te
  worden beoordeeld langs de meetlat van de kunstmusea, waarbij
  collectieplan en beheer- en behoudstaken buiten beschouwing wor-
  den gelaten. De Kunsthal verwijst naar haar missie om dit stand-
                                                                             Beeldende kunst
  punt te onderbouwen.
  De Kunsthal heeft een aanvraag gedaan in de categorie presentatie-
  instellingen.
      De raad heeft deze instelling daarom beoordeeld volgens de
  criteria die voor een presentatie-instelling gelden. De raad heeft waar-
  dering voor de programmering en het functioneren van de Kunsthal.
  Langs de meetlat van de eisen voor een presentatie-instelling komt de
  raad echter tot een negatief subsidieadvies en maakt hij kritische
                                                                             Presentatie-instellingen
  kanttekeningen.
  De Kunsthal stelt dat het tonen van de actualiteit geen onderdeel
  van haar missie is. De instelling kan wel talrijke voorbeelden geven
  van tentoonstellingen met catalogi en essays met en over actuele
  kunstenaars.
      De raad vindt echter dat er vanuit het perspectief van een presen-
  tatie-instelling onvoldoende sprake is van programmering van jonge,
                                                                             Kunsthal
  onbekende talenten. Ook is de raad van mening dat het aanbod
  onvoldoende vernieuwend of toonaangevend is.
  De Kunsthal is het verder niet eens met de constatering van de raad
  dat tentoonstellingen van bekende internationale kunstenaars slechts
  een klein deel vormen van de programmering, het internationaal
  belang van de Kunsthal beperkt is en de kwaliteit van de tentoonstel-
  lingen over het algemeen niet van internationaal niveau.
      De raad beaamt dat het aantal tentoonstellingen van bekende
  internationale kunstenaars een aanzienlijk deel van de programmering
  van de Kunsthal uitmaakt. Het tonen van de actualiteit is evenwel
  geen onderdeel van de missie van de Kunsthal en de raad heeft uit-
  sluitend willen aangeven dat het aantal tentoonstellingen van
  bekende, actuele internationale kunstenaars een klein deel uitmaakt
  van de programmering.
      De raad is het met de instelling eens dat zij een groot interna-
                                                                             106
  tionaal netwerk heeft. De raad is echter van mening dat de instelling
  geen internationale voortrekkersrol heeft op het gebied van program-
  mering en discours van hedendaagse kunst.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>  Voor een presentatie-instelling is het criterium kwaliteit immers gede-
  finieerd als “vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse
  beeldende kunst in een internationale context”. Aan dit criterium
                                                                            Aanvullend advies
  voldoet de Kunsthal naar het oordeel van de raad onvoldoende.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                            Advies reacties
  advies over Stichting Kunsthal Rotterdam bij te stellen.
                                                                            Beeldende kunst
                                                                            Presentatie-instellingen
                                                                            Kunsthal
                                                                            107
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>  Kunstvereniging
  Diepenheim
                                                                               Aanvullend advies
Reactie
  Kunstvereniging Diepenheim kan zich niet vinden in het oordeel van
                                                                               Advies reacties
  de raad dat een scherpe focus ten aanzien van het brede scala aan
  activiteiten ontbreekt, waardoor andere dan artistieke overwegingen
  te veel nadruk krijgen. De instelling stelt dat haar programmering
  is gebaseerd op drie pijlers (beeldhouwkunst, kunst in de openbare
  ruimte en tekenen), wat de afgelopen jaren niet ten koste is gegaan
                                                                               Beeldende kunst
  van de artistieke focus.
      De raad is van mening dat Kunstvereniging Diepenheim, in
  vergelijking met andere instellingen die de raad wel positief heeft be-
  oordeeld, te weinig continuïteit laat zien in de programmering en
  dat er binnen het scala van activiteiten in mindere mate sprake is van
  artistiek-inhoudelijke focus, reflectie en verdieping.
      Ook in vergelijking met instellingen die zich met kunst in de
  openbare ruimte bezighouden, vindt de raad dat Kunstvereniging
  Diepenheim zich minder duidelijk en minder onderscheidend
                                                                               Presentatie-instellingen
  profileert met de projecten die de instelling op dit gebied ontwikkelt.
      In het verlengde hiervan vindt de raad dat er door de breedte
  van de programmering en de diversiteit van de aan kunst en cultuur
  gerelateerde functies te veel nadruk ligt op andere dan artistieke
  overwegingen.
  Kunstvereniging Diepenheim bestrijdt het oordeel van de raad dat
  het twijfelachtig is of de kunstcommissie een herkenbaar eigen stem-
                                                                               Kunstvereniging Diepenheim
  pel op de activiteiten kan drukken. De instelling geeft aan dat de
  onafhankelijke positie van deze commissie is vastgelegd in de statuten
  en niet anders functioneert dan in het verleden.
      De raad constateert dat de kunstcommissie de afgelopen jaren
  wisselende speerpunten naar voren heeft gebracht en mist continuïteit
  in de artistieke programmering. Daardoor is de herkenbaarheid van
  de commissie beperkt gebleven.
  De instelling bestrijdt dat in het activiteitenplan te veel nadruk ligt op
  andere dan artistieke overwegingen, zoals de raad stelt. De instelling
  is van mening dat de artistieke inhoud in alle opzichten leidend is.
      De raad blijft bij zijn standpunt, omdat de instelling zich door
  de brede programmering – in vergelijking met concurrerende instel-
  lingen – minder duidelijk profileert.
  Kunstvereniging Diepenheim vindt de opmerking van de raad dat
                                                                               108
  de kunstvereniging zwaar leunt op subsidies van overheden niet te
  rijmen met het feit dat zij met 40,1% eigen inkomsten in 2011 ruim
  aan de norm voldoet.
      De raad vindt dit percentage een mooi resultaat, zeker met het
  oog op 2010 toen het percentage eigen inkomsten 7,9% was.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>  In de totale afweging over cultureel ondernemerschap heeft de raad
  laten meewegen dat sponsorinkomsten en publieks- en private in-
  komsten de afgelopen jaren sterk fluctueerden. De raad mist boven-
                                                                          Aanvullend advies
  dien een uitgewerkte strategie.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Advies reacties
  advies over Kunstvereniging Diepenheim bij te stellen.
                                                                          Beeldende kunst
                                                                          Presentatie-instellingen
                                                                          Kunstvereniging Diepenheim
                                                                          109
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>  Noorderlicht
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Noorderlicht bestrijdt de opvatting van de raad dat de instelling zich
                                                                             Advies reacties
  niet bezig zou houden met het kunstendiscours. Zij is van mening
  dat de raad een te beperkte opvatting heeft van de term kunstendis-
  cours. De instelling kiest voor een brede interpretatie van dit begrip,
  waarin ook nadrukkelijk de maatschappelijke achtergrond wordt
  betrokken.
                                                                             Beeldende kunst
      De raad constateert dat Noorderlicht bewust kiest voor de invals-
  hoek van het maatschappelijke debat en de maatschappelijke ont-
  wikkeling van de beeldende kunsten. De raad is van mening dat de
  instelling daarmee in mindere mate voldoet aan de wijze waarop
  volgens de subsidieregeling de kwaliteit bij presentatie-instellingen
  invulling moet krijgen, namelijk: het tonen van “vernieuwend of
  experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst in een
  internationale context”.
                                                                             Presentatie-instellingen
  Noorderlicht is het niet eens met de raad dat het gepresenteerde
  werk getypeerd kan worden als reportagefotografie. De instelling is
  van mening dat het werk dat zij exposeert in stijl uiteen kan lopen
  van “documentaire fotografie tot autonome kunstfotografie”. In de
  ogen van de instelling onderscheidt zij zich door “kunst met een
  maatschappelijke relevantie” te brengen.
     De raad is van mening dat de fotografie vooral journalistiek van
  aard is en op dat vlak van een hoog niveau is. Hij heeft deze artistieke
                                                                             Noorderlicht
  kwaliteit afgezet tegen die van de andere aanvragen.
  Noorderlicht stelt dat het onjuist is dat de raad de instelling primair
  als een manifestatie ziet. De instelling geeft aan dat manifestatie moet
  worden gezien als een jaarlijkse grote tentoonstelling op museaal
  niveau, maar dat sinds de nieuwe galerie betrokken is de galerie en
  projecten steeds meer op de voorgrond zijn getreden.
      De raad heeft zich in zijn oordeel geconcentreerd op de manifes-
  tatie en de vaste expositieruimte van Noorderlicht Fotogalerie, maar
  vindt de galerie wat programmering betreft minder onderscheidend.
  Noorderlicht bestrijdt dat zij geen banden zou hebben met landelijke
  fotografie-instellingen. In de bijlage bij de reactie toont Noorderlicht
  met welke partners zij samenwerkt.
     De raad constateert ook dat Noorderlicht met andere partners
  samenwerkt, maar doelde op samenwerkingsverbanden met andere
                                                                             110
  specialistische instituten voor fotografie van landelijk belang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>  De instelling verbaast zich erover dat het advies van de raad negatief
  is, terwijl de raad Noorderlicht op alle criteria positief beoordeelt.
       De raad beaamt dat Noorderlicht positief scoort op de afzonder-
                                                                             Aanvullend advies
  lijke criteria. De raad is ook overtuigd van de internationale betekenis
  van Noorderlicht. Zoals hij hiervoor al heeft opgemerkt biedt het
  subsidiesysteem echter onvoldoende ruimte een positief inhoudelijk
  oordeel altijd te koppelen aan een positief subsidieadvies. In weging
  met de andere aanvragers scoorde Noorderlicht minder.
                                                                             Advies reacties
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Fotografie Noorderlicht bij te stellen.
                                                                             Beeldende kunst
  Zie echter ook de passage in de inleiding over het verzoek van de
  staatssecretaris te adviseren over een alternatief voor Stichting
  Stroom.
                                                                             Presentatie-instellingen
                                                                             Noorderlicht
                                                                             111
</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>  NP3
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  De instelling schrijft dat haar missie luidt: “NP3 is een represen-
                                                                            Advies reacties
  tatieve multidisciplinaire mediacombinatie rond de grenzen van de
  experimenterende hedendaagse kunst.”
      De raad erkent dat het in zijn advies de missie van NP3 foutief
  heeft geciteerd, maar is van mening dat de strekking ervan niet
  wezenlijk anders is.
                                                                            Beeldende kunst
  NP3 vindt het spijtig dat de raad niet overtuigd is van het landelijk
  belang van deze instelling. NP3 ziet een bevestiging van zijn landelijk
  belang in een subsidie van het Mondriaan Fonds en het advies van
  de Kunstraad Groningen.
      De raad heeft zich voor zijn oordeel mede gebaseerd op de aan-
  vraag waarin een structurele samenwerking met nationale of interna-
  tionale partners niet wordt benoemd. Hij vindt de reikwijdte van
  de activiteiten vooral regionaal. Daarom vindt de raad het landelijk
                                                                            Presentatie-instellingen
  belang van NP3 minder groot in vergelijking met de andere instel-
  lingen waarmee deze instelling concurreert.
  NP3 stelt dat men in de aanvraag wel onderscheid heeft gemaakt
  tussen fysieke en virtuele bezoekers. De bezoekersaantallen van kunst
  in de openbare ruimte – NP3.npeg en DISplay – zijn een reële schat-
  ting van 300 bezoekers per dag op basis van beschikbare informatie
  van verkeersstromen.
                                                                            NP3
      De raad vindt het tellen van passerende auto’s een niet-valide
  meting van bezoekersaantallen.
  NP3 herkent zich niet in de kritiek van de raad met betrekking tot
  het cultureel ondernemerschap. De instelling erkent dat de groei van
  de eigen inkomsten ambitieus is, maar vindt die zelf, met het oog
  op de nieuwe locatie en de diverse samenwerkingen, realistisch.
     De raad heeft waardering voor de ambitieuze mentaliteit van NP3,
  maar mist een gedegen onderbouwing van het ondernemingsplan
  waardoor hij dat optimisme niet kan delen.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting NP3 bij te stellen.
                                                                            112
</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>  Onomatopee
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Onomatopee benoemt twee onjuistheden en een onjuiste interpretatie
                                                                            Advies reacties
  in de drie kernpunten van het advies van de raad, op grond waarvan
  de betekenis van deze instelling volgens hem nog te beperkt is voor
  een plaats in de basisinfrastructuur.
  Onomatopee betwist dat zij zich richt op “een specifieke achterban”.
                                                                            Beeldende kunst
     De raad ziet zeker de inspanningen van Onomatopee om een
  algemeen publiek te bereiken en waardeert de relatief hoge bezoekers-
  aantallen. Hij denkt dat de instelling zich op een nog bredere achter-
  ban zou kunnen richten; zeker met het oog op de actualiteit van het
  onderwerp ‘ontworpen cultuur’.
  Verder bestrijdt Onomatopee het oordeel van de raad dat de instel-
  ling niet van internationale betekenis zou zijn.
      De raad erkent dat Onomatopee een internationaal netwerk heeft
                                                                            Presentatie-instellingen
  en ook van internationale betekenis is. De raad vindt de interna-
  tionale betekenis in vergelijking met een aantal andere instellingen
  echter minder groot.
  De derde tegenwerping van Onomatopee is dat het oordeel van de
  raad dat hij “op basis van de aanvraag geen goede indruk van de
  concrete uitwerking en het rendement van de activiteiten in relatie
  tot educatie en publieksbereik heeft” op een onjuiste interpretatie
                                                                            Onomatopee
  berust.
      De raad is ervan overtuigd dat Onomatopee cultureel engagement
  wil stimuleren in diverse soorten projecten met verschillende partners,
  maar vindt dat de instelling de kritiek van de raad niet heeft kunnen
  wegnemen.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Onomatopee bij te stellen.
                                                                            113
</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>  Schunck
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Schunck constateert geen feitelijke onjuistheid in het advies, maar
                                                                            Advies reacties
  verzoekt een correctie aan te brengen op het percentage eigen in-
  komsten. De instelling laat weten dat zij – in tegenstelling tot eerder
  verstrekte gegevens – de eigen inkomstennorm over 2010 – 2011
  met een gemiddeld percentage van 18,4% heeft gehaald.
      Het ministerie van OCW heeft Schunck in mei 2012 – na het
                                                                            Beeldende kunst
  verstrijken van de termijn voor het inleveren van de jaarcijfers over
  2011 – gevraagd om een goedkeurende accountantsverklaring.
  Schunck is een gemeentelijke instelling en als zodanig onderdeel van
  de gemeente Heerlen; de instelling was eerder niet in staat om te
  voldoen aan de vraag een zelfstandige jaarrekening, voorzien van een
  controleverklaring, in te dienen.
      De raad wijst erop dat hij Schunck primair heeft afgewezen van-
  wege een onvoldoende toonaangevende, artistieke programmering.
  Voor een antwoord op de vraag van Schunck over de oordeelkundig-
                                                                            Presentatie-instellingen
  heid van de commissie verwijst de raad verwijst naar de inleiding
  bij dit advies.
      Voor wat betreft de eigen inkomstennorm verwijst de raad naar
  het ministerie van OCW.
  De instelling meldt ook nog dat zij in 2011 38.568 bezoekers heeft
  ontvangen in haar presentatiedeel. De raad neemt dit voor kennis-
  geving aan.
                                                                            Schunck
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over gemeente Heerlen Afdeling Schunck bij te stellen.
                                                                            114
</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 107 ======================================================================

<pre>  Smart Project Space
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Smart Project Space (SPS) benadrukt dat de plannen voor samen-
                                                                             Advies reacties
  werking met het Nederlands Instituut voor de Mediakunst (NIMk)
  concreet zijn en dat, anders dan de raad suggereert, er financieel noch
  inhoudelijk onzekerheden zijn over de nieuwe organisatie New Art
  Space Amsterdam (NASA).
     De raad heeft hiervan met belangstelling kennisgenomen.
                                                                             Beeldende kunst
  De instelling reageert op de opmerking van de raad dat een inhou-
  delijke invulling van het programma ontbreekt. Zij schrijft dat zij zich
  vanwege ruimtegebrek noodgedwongen heeft moeten beperken tot
  een beschrijving op hoofdpunten van de programmering, tot medio
  2014. Ook op het gebied van de educatieve plannen had de instelling
  te weinig ruimte voor een uitgebreide toelichting.
     De raad kan slechts een oordeel geven op basis van de verstrekte
  informatie. Die vindt de raad onvoldoende uitgewerkt.
                                                                             Presentatie-instellingen
  De instelling stelt dat het genoemde aantal bezoekers over
  2009 – 2010 (62.000) niet van SPS en NIMk samen is, zoals de raad
  beweert, maar alleen het aantal van SPS betreft. NIMk heeft toen
  28.000 bezoekers ontvangen. De bezoekcijfers zijn de jaren daarna
  aanzienlijk gestegen, waardoor de instelling ervan overtuigd is dat het
  verwachte aantal bezoekers van 80.000 na de fusie zeker haalbaar is.
      De raad leest in de aanvraag niet hoe de koppeling tussen de
                                                                             Smart Project Space
  activiteiten en het verwachte bezoekersaantal wordt gelegd, zodat hij
  de vraag gerechtvaardigd vindt of de verwachte stijging voor NASA
  op de locatie van SPS haalbaar is.
  SPS bestrijdt de opvatting van de raad dat de financiële onderbou-
  wing en het ondernemingsplan zwak zijn. De instelling vindt dat ze
  door de inkomsten uit recettes, zaalverhuur, horeca en andere activi-
  teiten een rendabel verdienmodel heeft ontwikkeld. Ook geeft de
  instelling aan te hebben bewezen een pand te kunnen verwerven, te
  ontwikkelen en in samenwerking met betrokken rechtspersonen en
  platforms te exploiteren. De instelling heeft voorts een model ont-
  wikkeld om duurzaam te investeren in de productie van kunstwerken.
      De raad heeft in zijn advies aangegeven twijfels te hebben bij het
  verdienmodel van de gefuseerde instelling, zo ontbreekt een stevige
  financiële onderbouwing. De fusie zorgt bovendien voor serieuze
  financiële risico’s.
                                                                             115
</pre>

====================================================================== Einde pagina 107 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 108 ======================================================================

<pre>  SPS benadrukt de internationale zichtbaarheid van de twee afzonder-
  lijke instituten.
      De raad onderkent het belang van de internationale netwerken van
                                                                          Aanvullend advies
  beide instellingen. Ze vormen een goede aanzet voor de groei van de
  internationale reputatie van de nieuwe presentatie-instelling NASA.
  SPS licht de aanvraag toe op het gebied van talentontwikkeling; zo
  krijgen er gemiddeld twintig kunstenaars, deels na een postacade-
  mische opleiding, een plek in het internationale residency programma
                                                                          Advies reacties
  van SPS en biedt het NIMk jaarlijks ruimte aan drie tot vijf kunste-
  naars.
      De raad vindt dat deze cijfers kwantitatief inzicht geven in deze
  activiteiten, maar het wordt hem niet duidelijk in hoeverre de inhoud
  hiervan ook werkelijk talentontwikkeling betreft.
Conclusie                                                                 Beeldende kunst
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Smart Project Space bij te stellen
                                                                          Presentatie-instellingen
                                                                          Smart Project Space
                                                                          116
</pre>

====================================================================== Einde pagina 108 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 109 ======================================================================

<pre>  Stroom
                                                                          Aanvullend advies
Reactie
  Stroom voert in haar reactie aan dat zij, anders dan de raad in zijn
                                                                          Advies reacties
  advies stelt, voldoet aan de eigen inkomstennorm. De raad heeft
  zijn advies voor wat betreft de eigen inkomstennorm gebaseerd op
  gegevens hierover die het ministerie van OCW heeft aangeleverd
  op 1 mei 2012. In de loop van de adviesperiode heeft Stroom het
  ministerie en de raad een nieuwe berekening toegezonden.
                                                                          Beeldende kunst
      De raad heeft hier van kennisgenomen. De staatssecretaris zal
  bepalen welk gewicht hij hier aan toekent bij de besluitvorming.
  De raad blijft bij zijn positieve subsidieadvies.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Presentatie-instellingen
  advies over Stichting Stroom Den Haag bij te stellen.
                                                                          Stroom
                                                                          117
</pre>

====================================================================== Einde pagina 109 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 110 ======================================================================

<pre>  West
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  West heeft een uitgebreide toelichting gegeven op onderdelen van
                                                                             Advies reacties
  het advies van de raad door te citeren uit het activiteitenplan. West is
  het op een aantal punten niet eens met de conclusies van de raad.
  De kritiek van West concentreert zich op het oordeel van de raad dat
  onduidelijk zou zijn wat het nieuwe prototype kunstruimte is dat de
  instelling heeft geïntroduceerd, wie de doelgroepen zijn en dat
                                                                             Beeldende kunst
  de raad foutief beschrijft waar West voor staat.
      De raad erkent dat West een eigen signatuur heeft en een ander
  organisatiemodel hanteert om eigen inkomsten te genereren en een
  “zo breed mogelijke publieksbenadering te bereiken”. Hiervoor han-
  teert West een heldere doelgroepenmatrix met een koppeling naar
  verschillende locaties en activiteiten.
      De raad erkent dat hij de focus van West ten dele verkeerd heeft
  verwoord en neemt graag de volgende formulering over: “West is een
  jonge, publieksgerichte instelling die zich richt op de meest recente
                                                                             Presentatie-instellingen
  ontwikkelingen op het gebied van de beeldende kunst en daarbij ge-
  bruikmaakt van alle mogelijke communicatiemiddelen, inclusief de
  nieuwe media”.
  West vindt het verder onterecht dat de raad in het advies geen aan-
  dacht heeft besteed aan inhoudelijke thema’s die in de aanvraag zijn
  geformuleerd, maar wel schrijft dat het onhelder is welke keuzen
  de instelling maakt en dat de inhoudelijke structuur en focus op een
  artistieke lijn ontbreken.                                                 West
      De raad leest in de aanvraag dat West voor de periode
  2013 – 2016 aandacht heeft voor vraagstukken met een “gedefini-
  eerde sociaal-maatschappelijke context”. Daarnaast wil de instelling
  “een absolute toevoeging” zijn, “overlap met galeries en musea uit-
  sluiten”, “projecten met kunstenaars (bieden) die nog niet eerder in
  Nederland (of Europa) te zien zijn geweest” en zich richten op een
  groot aantal presentatieplatforms, waaronder internationale beurzen.
  Hierbij is “een wereldwijd netwerk van kunstenaars” behulpzaam.
      De raad heeft waardering voor de energie die spreekt uit het scala
  van activiteiten en benaderingen in de aanvraag en vindt het een
  prestatie dat West kan spreken van “de stijgende lijn in verkoop van
  kunst”.
      De raad ziet in de zienswijze van West zijn mening bevestigd
  dat de instelling doelbewust geen keuzen wil maken; hij mist door
  de brede oriëntatie en het hanteren van verschillende organisatie-
                                                                             118
  modellen en doelgroepen een focus op een artistieke lijn; voor een
  presentatie-instelling een vereiste.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 110 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 111 ======================================================================

<pre>  West betreurt het dat de raad “de beschikbare kwantitatieve informa-
  tie – 700.000 online bezoekers en 250.000 bezoekers via interna-
  tionale platforms” – betwist, dat de raad betwijfelt of er binding ont-
                                                                            Aanvullend advies
  staat met deze groepen en dat hij de investering van een kwart van
  het totale budget aan communicatie ter discussie stelt.
      De raad bestrijdt de aantallen in zijn advies niet en is het met
  West eens dat het gebruik van nieuwe media een goede manier is om
  bezoekers te bereiken.
                                                                            Advies reacties
  Om te beoordelen of er sprake is van binding zou de instelling
  publieksonderzoek moeten doen; daarover wordt in de aanvraag niet
  gesproken.
      De raad waardeert het dat West geld besteedt aan het onder de
  aandacht brengen, online conserveren en beschikbaar stellen van
                                                                            Beeldende kunst
  projecten, maar hij blijft het bedrag hoog vinden. Hij gaat niet zover
  als West om de gedachte te omarmen dat “de internationale com-
  municatie (…) de plek (zal) innemen van het artefact”.
  West kan zich niet vinden in de kanttekeningen van de raad bij het
  cultureel ondernemerschap.
     De raad ziet in de plannen en de ingediende begroting de wens
  om de organisatie te professionaliseren en meer continuïteit en zeker-
  heden in te bouwen, maar mist een koppeling tussen de activiteiten
                                                                            Presentatie-instellingen
  en de begroting.
  West vindt de conclusie dat er geen beleid is op het gebied van talent-
  ontwikkeling ‘extreem’.
      De raad onderkent dat West kunstenaars artistieke en commer-
  ciële mogelijkheden biedt, maar mist relaties met het kunstvakonder-
  wijs. Hij constateert dat samenwerking met internationale partners
  op ad hoc basis plaatsvindt, passend bij het hybride organisatiemodel
  van West.                                                                 West
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie van Stichting West geen
  aanleiding het subsidieadvies bij te stellen.
                                                                            119
</pre>

====================================================================== Einde pagina 111 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 112 ======================================================================

<pre>  W139
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  W139 stelt dat zij wél actief gericht is op het binnenhalen van meer
                                                                            Advies reacties
  en nieuw publiek en somt in haar reactie voorbeelden uit de aanvraag
  op van nieuwe activiteiten, zoals verruiming van de openstelling, het
  vergroten van publieksruimte, een studieprogramma voor potentiële
  kunstliefhebbers, het aanbrengen van een display, de start van een
  winkel met beelden die kunstenaars hebben gemaakt en een online
                                                                            Beeldende kunst
  shop. De instelling schrijft in aanvulling hierop dat zij eind 2010
  door het ministerie van OCW is beloond met de ‘matchingssubsidie’,
  omdat zij in dat jaar een groei van eigen inkomsten wist te realiseren.
  W139 heeft het gebruik van het pand voor de komende tijd zeker
  weten te stellen.
     De raad is overtuigd van de inzet van W139 op het gebied
  van publieksbereik, maar mist een onderbouwing met feiten en cijfers
  van het marketingplan en van het verdienmodel. Hierdoor worden
  de gewenste stijging in bezoekersaantallen en de beoogde financiële
                                                                            Presentatie-instellingen
  resultaten voor de periode 2013 – 2016 onvoldoende aannemelijk
  gemaakt.
  In zijn advies heeft de raad verzuimd het aandeel van W139 te
  vermelden bij een goed bezocht internationaal lezingenprogramma.
      De raad erkent de inhoudelijke en praktische rol van W139 bij
  drie grote internationale lezingenreeksen van de laatste jaren, waar-
  mee het internationale belang van W139 verder reikt dan de raad
  in zijn advies suggereert.                                                W139
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over W139 bij te stellen.
                                                                            120
</pre>

====================================================================== Einde pagina 112 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 113 ======================================================================

<pre>  Europees Keramisch
  Werkcentrum
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC) verwijt de raad
                                                                            Advies reacties
  de beoordeling van het EKWC niet serieus te hebben genomen door
  het vooral te zien als een ontwikkelinstelling en niet als een post-
  academische instelling. De instelling wijst erop dat de raad het
  EKWC in zijn advies Noodgedwongen Keuzen ook heeft beschouwd
  als ontwikkelinstelling en daaraan een specifiek richtbedrag heeft
                                                                            Beeldende kunst
  verbonden. Voor de komende subsidieperiode kon het EKCW
  alleen als postacademische instelling subsidie aanvragen.
      De raad is bij de beoordeling van de aanvragen gebonden aan de
  Regeling op het specifiek cultuurbeleid. Deze regeling sluit niet
  geheel aan bij hetgeen de raad in Noodgedwongen Keuzen uiteen heeft
  gezet. In de regeling is omschreven welke functies een postacade-
  mische instelling (een ondersteunende instelling) moet vervullen.
      De raad is van mening dat het EKWC een afwijkende positie in-
  neemt ten opzichte van de drie andere postacademische instellingen.
                                                                            Ondersteunende instelling
  Hij ziet het EKWC als een werkplaats waar kunstenaars, architecten
  en vormgevers kunnen experimenteren met inhoud, materiaal en
  techniek. Het EKWC biedt faciliteiten die kunstenaars uitdagen en
  waarmee ondersteuning wordt geboden bij het ‘beantwoorden’ van
  specifieke (artistieke) vragen die kunstenaars in de loop van hun
  carrière in hun werk tegenkomen of ontwikkelen. Op grond van een
  ingediend werkplan dat is geselecteerd op aspecten als innovatie,
  technische mogelijkheden, artistieke kwaliteit en mogelijke valorisatie
                                                                            Europees Keramisch Werkcentrum
  kan men zich gedurende een werkperiode van drie maanden toe-
  leggen op een specifiek specialisme en het voorgelegde plan ten uit-
  voer brengen.
      De drie andere postacademische instellingen bieden begeleidings-
  programma’s, waarmee wordt beoogd dat kunstenaars een visie op
  het kunstenaarschap ontwikkelen en daaraan invulling geven. Samen
  vertegenwoordigen ze een breed spectrum van verschillende bena-
  deringen van het kunstenaarschap. Er is voor de periode 2013 – 2016
  minder geld beschikbaar. De raad vindt het belangrijk het rendement
  zo hoog mogelijk te houden en het beschikbare geld in te zetten voor
  de begeleidingsprogramma’s van postacademische instellingen.
      De raad is overtuigd van het belang van materiaalonderzoek voor
  allerlei disciplines in de werkplaatsen van het EKWC maar kiest
  – gelet op de beperkte middelen – voor de wijze waarop de andere
  postacademische instellingen talentontwikkeling bevorderen.
      De raad constateert verder dat het EKWC / Europees Werk-
                                                                            121
  plaatsen Instituut (EWI) in het nieuwe plan de kant wil opgaan van
  een publieksinstelling waar veel cursussen worden gegeven. Met
  dit toekomstmodel komt het EKWC / EWI in de ogen van de raad
  nog verder af te staan van een postacademische instelling.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 113 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 114 ======================================================================

<pre>  Het EKWC voert aan dat de raad het cultureel ondernemerschap
  niet in de context van de afgelopen jaren heeft beschreven, terwijl dat
  bij de concurrerende instellingen wel is gebeurd. De instelling con-
                                                                            Aanvullend advies
  stateert dat zij in vergelijking met de andere instellingen het hoogste
  percentage eigen inkomsten heeft behaald en de laagste lasten per
  deelnemer heeft.
      De raad heeft waardering voor de goede resultaten die de instel-
  ling heeft geleverd op het gebied van ondernemerschap. Uit de plan-
  nen blijkt echter onvoldoende hoe het ondernemerschap zich de
                                                                            Advies reacties
  komende jaren zal ontwikkelen en welke financiële basis daaraan ten
  grondslag ligt.
  Het EKWC is ook van mening dat de raad in zijn beoordeling de
  plannen voor de komende periode verwart met de visie voor de
                                                                            Beeldende kunst
  periode na 2016, wanneer de instelling geen rijkssubsidie meer kan
  aanvragen. Het EKWC vindt dat de begroting 2013 – 2016 helder
  is en dat daarin duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de
  huidige situatie en de periode waarin geen rijkssubsidie meer wordt
  verleend. Het EKWC is ook van mening dat de raad toekomstbe-
  stendigheid niet als criterium voor EKWC heeft gehanteerd, maar
  wel voor twee andere aanvragen uit de hoofdstad.
      Omdat de raad is gevraagd bij de beoordeling van de aanvragen
  van de postacademische instellingen naar de toekomstbestendigheid
                                                                            Ondersteunende instelling
  van de plannen te kijken, heeft de raad de aanvraag van het EKWC
  beoordeeld tegen de achtergrond van de geschetste plannen voor de
  periode na 2016. Hoewel de raad wel mogelijkheden ziet voor werk-
  plaatsen om te experimenteren met inhoud, materiaal en techniek,
  vindt hij de onderbouwing voor het toekomstige model voor EKWC /
  EWI nog onvoldoende uitgewerkt en teveel onzekerheden bevatten.
  Hij vreest bovendien dat de continuïteit van het huidige EKWC in
  gevaar komt.
                                                                            Europees Keramisch Werkcentrum
  Het EKWC merkt op dat zij als enige postacademische instelling op
  het criterium educatie is beoordeeld.
     De raad erkent dat het criterium educatie inderdaad ook hier
  buiten beschouwing had kunnen blijven.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over het Europees Keramisch Werkcentrum bij te stellen.
                                                                            122
</pre>

====================================================================== Einde pagina 114 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 115 ======================================================================

<pre>  Rijksakademie van
  beeldende kunsten
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  De Rijksakademie schrijft in haar reactie dat het advies van de raad
                                                                             Advies reacties
  op een aantal punten feitelijk onvolledig is en dat de raad voorbijgaat
  aan de oorspronkelijke status van de Rijksakademie als rijks- en
  nationaal instituut, en de daarbij behorende aantoonbare, interna-
  tionale positie en reputatie. Verder stelt zij dat de raad zich niet
  uitspreekt over het initieel ingediende plan waarin samenwerking
                                                                             Beeldende kunst
  met de Jan van Eyck Academie en De Ateliers besloten lag.
  De Rijksakademie vindt eveneens dat de raad geen aandacht heeft
  besteed aan haar onderscheidende positie (in het kunstenveld) en
  grote mondiale bereik.
      De raad erkent in zijn advies de positie en internationale statuur
  van de Rijksakademie. Hij heeft in het advies het accent gelegd op
  het belang van een nieuw gezamenlijk plan van beide hoofdstedelijke,
  postacademische instellingen, juist vanwege de historisch gegroeide
                                                                             Ondersteunende instelling
  betekenis van de instellingen voor de ontwikkeling van excellentie in
  de beeldende kunst.
      De raad is van mening dat het voortbestaan van deze postacade-
  mische instellingen zo goed mogelijk moet worden veiliggesteld door
  andere wegen te verkennen in een nieuwe opzet.
      De raad ziet zich voor de opdracht gesteld dit advies uit te brengen
  op basis van een sterk verminderd budget voor de jaren 2013 – 2016
  en tegen de achtergrond dat de rijksoverheid heeft aangekondigd na
                                                                             Rijksakademie van beeldende kunsten
  2016 de financiering van de postacademische instellingen geheel stop
  te zetten. De raad heeft geoordeeld dat het ingediende plan van de
  Rijksakademie in zijn huidige opzet niet toekomstbestendig is.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over Stichting Rijksakademie van beeldende kunsten bij te
  stellen.
                                                                             123
</pre>

====================================================================== Einde pagina 115 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 116 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies   Advies reacties   Film   124
            Film
</pre>

====================================================================== Einde pagina 116 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 117 ======================================================================

<pre>  Nederlands
  Film Festival
                                                                             Aanvullend advies
Reactie
  Het Nederlands Film Festival (NFF) reageert op vijf punten uit het
                                                                             Advies reacties
  advies van de raad. Een van deze punten betreft een feitelijke onjuist-
  heid, de andere punten betreffen onderdelen van het advies waarmee
  het NFF het niet eens is. Het laatste punt lijkt gebaseerd op een
  ander advies van de raad. Alle punten worden hieronder achtereen-
  volgens behandeld.
                                                                             Film
  Ten eerste is het NFF er niet mee eens dat het een grotere korting
  opgelegd krijgt dan het International Documentary Film Festival
  Amsterdam en het International Film Festival Rotterdam. Het festival
  betwist dat een historische verdeling wordt bijgesteld. Hij zegt dat
  dit in de voorgaande subsidieperiode al is gebeurd. Daarnaast geeft
  het NFF aan dat het op basis van de regeling niet vergeleken kan
  worden met de andere twee festivals.
      De raad betreurt dat er niet meer geld beschikbaar is voor de film-
                                                                             Festival
  sector. Hij moest daarom keuzes maken. De festivals vallen alle drie
  onder dezelfde categorie in de subsidieregeling film: festival en er was
  één budget beschikbaar voor drie festivals. Daarom moest de raad de
  drie festivals wel met elkaar vergelijken. De internationale signatuur
  van de andere twee gaf daarbij de doorslag.
      Het advies is overigens niet 24,4% te korten, zoals het NFF stelt
  in zijn reactie. Een vergelijking met het basissubsidiebedrag levert een
  korting op van 17%. Het NFF krijgt ook nog een deel van de HGIS-
                                                                             Nederlands Film Festival
  middelen waarmee de korting nog kleiner wordt en zal uitkomen
  onder de 15%.
  Ten tweede vindt het festival dat de raad uitgaat van verkeerde aan-
  names als hij stelt dat de commerciële bedrijven in de filmsector zelf
  meer zouden kunnen bijdragen aan het NFF. De sector doet dit
  volgens het NFF al in zeer ruime mate.
      De raad is zich bewust van het feit dat de sector, vaak in natura,
  bijdraagt aan het festival, maar kan uit de aanvraag niet opmaken
  dat dat “in zeer ruime mate” gebeurt. Overigens betrekt het NFF in
  zijn reactie ook een passage over het btw-convenant uit de inleiding
  Film op het festival zelf. Daarop richt deze passage zich echter niet
  specifiek.
  Ten derde verwijst het festival naar de eerste passage uit het advies.
  Het gaat hier om de feitelijke beschrijving van het festival en niet om
                                                                             125
  een oordeel.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 117 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 118 ======================================================================

<pre>  Deze is inderdaad onjuist; helaas is er een verkeerde alinea inge-
  voegd. Hierbij de juiste tekst: “Het NFF is een jaarlijks terugkerend
  tiendaags filmfestival voor de Nederlandse film in Utrecht. Het NFF
                                                                             Aanvullend advies
  kent daarnaast een online filmfestival en het organiseert aansluitend
  op het festival een tour met een aantal festivalfilms door het land”.
  Ten vierde vindt het NFF de kritiek van de raad onterecht als hij zegt
  dat het festival eerder volgend is dan leidend en dat deze rol op ge-
  spannen voet staat met de wil van het festival ook vernieuwing aan te
                                                                             Advies reacties
  jagen. Het NFF zegt dat het juist de taak heeft de sector optimaal
  te bedienen.
  Hij vindt ook dat de raad zichzelf tegenspreekt als hij zegt dat het
  festival meer afstand moet nemen van de sector en dat de sector
                                                                             Film
  tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid moet nemen.
      De raad ziet in deze constateringen geen tegenstelling. Het festival
  kan volgens hem zeker meer afstand nemen van de sector waarbij te-
  gelijkertijd de sector zelf meer financiële verantwoordelijkheid neemt.
  Zoals onafhankelijk georganiseerde evenementen ook sponsorgelden
  kunnen aantrekken.
  Ten vijfde geeft het festival aan dat het NFF niet is vermeld bij de
  samenvatting van het advies. Het festival lijkt hier echter te verwijzen
  naar de samenvatting van een ander advies, Noodgedwongen Keuzen
                                                                             Festival
  uit april 2011 waarin sprake is van twee filmfestivals, een sector-
  instituut en een fonds.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                             Nederlands Film Festival
  advies over Stichting Nederlands Film Festival bij te stellen.
                                                                             126
</pre>

====================================================================== Einde pagina 118 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 119 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies      Advies reacties   Letteren   128
            Letteren
</pre>

====================================================================== Einde pagina 119 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 120 ======================================================================

<pre>  Fonds Bijzondere
  Journalistieke Projecten
                                                                           Aanvullend advies
Reactie
  Het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten reageert op vier
                                                                           Advies reacties
  punten uit het advies van de raad. Deze worden hieronder achtereen-
  volgens behandeld.
  Ten eerste betwist het fonds dat het betrekkelijk geïsoleerd opereert,
  zoals de raad stelt. Het heeft namelijk connecties met onder andere
                                                                           Letteren
  journalisten, uitgevers en mediaorganisaties.
      De raad doelt echter op iets anders, namelijk op het feit dat het
  fonds zich meer rekenschap zou moeten geven van de maatschappe-
  lijk omgeving, en dan met name de technologische ontwikkelingen
  daarbinnen.
  Ten tweede geeft het fonds aan dat – in tegenstelling tot wat de raad
  beweert – de recoupmentregeling wel strikt wordt toegepast en
  onderbouwt dit in een toelichting. Hier kan sprake zijn van een mis-
                                                                           Ondersteunende instelling
  verstand, zoals het fonds zelf al schrijft.
     De raad baseert zijn bewering op gesprekken met het fonds, maar
  heeft daaruit misschien een te generaliserende conclusie getrokken
  met betrekking tot het toepassen van de regeling. De raad komt daar-
  om terug op zijn uitspraak hierover.
  Ten derde is het fonds het niet eens met de constatering dat het fonds
  meer additionele middelen zou kunnen verwerven als het meer aan
                                                                           Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten
  promotie zou doen. Het fonds geeft een aantal voorbeelden waaruit
  blijkt dat het brede bekendheid geniet en dat verschillende organi-
  saties financiering bij het fonds hebben ondergebracht.
      De raad ontkent dit laatste ook niet, maar blijft van mening dat
  het fonds slechts een gering aantal promotionele activiteiten heeft
  ontwikkeld. Het zou zich meer kunnen profileren, waardoor de
  additionele financiering zou kunnen toenemen.
  Ten vierde stelt het fonds dat het een voorstander is van het stimu-
  leren van jong talent, net als de raad. Het fonds heeft hiervoor ook
  een instrument: de startsubsidie.
      De raad is hiervan op de hoogte. Niettemin mist hij een gestruc-
  tureerde visie op een samenwerkingsverband met opleidingen voor
  journalistiek. Daar ontwikkelt zich immers jong talent dat met gericht
  subsidiebeleid zou kunnen worden geholpen zich in een dynamische
  mediamarkt te onderscheiden.
                                                                           129
</pre>

====================================================================== Einde pagina 120 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 121 ======================================================================

<pre>Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
                                                                          Aanvullend advies
  advies over het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten bij te
  stellen.
                                                                          Advies reacties
                                                                          Letteren
                                                                          Ondersteunende instelling
                                                                          Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten
                                                                          130
</pre>

====================================================================== Einde pagina 121 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 122 ======================================================================

<pre>Aanvullend advies          Advies reacties   Bibliotheken   132
            Bibliotheken
</pre>

====================================================================== Einde pagina 122 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 123 ======================================================================

<pre>  Sectorinstituut
  Openbare Bibliotheken
                                                                            Aanvullend advies
Reactie
  Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) constateert enkele
                                                                            Advies reacties
  feitelijke onjuistheden in het advies van de raad.
      Het SIOB merkt terecht op dat het bedrag, genoemd op bladzijde
  455 van het advies onder 2009 – 2010, hem onbekend voorkomt.
  Op deze plek had het gemiddelde subsidiebedrag over 2009 – 2010
  moeten staan. Omdat het SIOB in 2009 nog niet bestond, zou hier
                                                                            Bibliotheken
  het in 2010 ontvangen bedrag moeten staan: € 17.545.499.
  Volgens het SIOB geeft de verdeling van gelden voor de aangepast
  lezenden, de bibliotheek voor de varenden en de stelseltaken, zoals de
  raad die beschrijft, niet het juiste beeld weer. Het SIOB laat in zijn
  reactie zien wat de daadwerkelijke verdeling is.
      In tegenstelling tot de aanvraag geeft deze toelichting voor de
  raad wel duidelijk zicht op de werkelijke bedragen, en daarmee op de
  juiste verdeling: voor de aangepast lezenden € 10.926.187, voor
                                                                            Ondersteunende instelling
  de bibliotheek voor de varenden € 300.414 en voor de stelseltaken
  € 3.262.712.
      Dit laatste bedrag is weliswaar veel lager dan het door de raad
  genoemde € 4.200.000, maar is voor de raad geen aanleiding zijn ad-
  vies over het SIOB te herzien. Behalve dat € 3.262.712 nog altijd
  een zeer hoog bedrag is voor stelseltaken, staat de kritiek van de raad
  op het functioneren van het SIOB los van het beschikbare budget.
                                                                            Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
  Het SIOB merkt verder op dat hij hierdoor niet 70% van het totale
  budget aan de speciale doelgroepen besteedt, zoals de raad in het
  advies schrijft, maar ongeveer 78%.
      Hiermee is de opmerking van de raad over het leveren van value
  for money nog pregnanter geworden: over de besteding van 78% van
  het totale budget geeft het SIOB in zijn aanvraag geen specificatie
  of overzicht.
  Het SIOB meent in het advies ook een feitelijke onjuistheid te
  constateren met betrekking tot de benoeming van de taak Digitale
  Innovatie en de daarbij vermelde hoogte van het beschikbare bedrag.
  Ter uitvoering van deze taak is het SIOB belast met de subsidie-
  verlening aan Bibliotheek.nl en andere partijen die hiervoor in aan-
  merking komen. Hiervoor heeft het ministerie van OCW ruim
  € 17.000.000 beschikbaar gesteld. Verder geeft het SIOB aan dat
  ambities met betrekking tot de digitale openbare bibliotheek niet uit-
                                                                            133
  sluitend Bibliotheek.nl hoeven te betreffen en dat deze zijn opgeno-
  men in een aparte subsidieaanvraag aan het ministerie voor 2012.
      Hoewel het inderdaad juist is dat het SIOB belast is met subsidie-
  verlening, herhaalt de raad zijn opmerking dat het voor een integrale
  en zorgvuldige beoordeling en afweging van belang is dat het SIOB
</pre>

====================================================================== Einde pagina 123 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 124 ======================================================================

<pre>  in zijn aanvraag volledige openheid van zaken geeft ten aanzien van
  al zijn activiteiten.
      Het verwondert de raad dat het SIOB om procedurele redenen
                                                                          Aanvullend advies
  (de aparte subsidiestroom) in zijn aanvraag vrijwel geen woorden
  wijdt aan deze cruciale ontwikkeling in de bibliotheeksector.
  In het advies schrijft de raad dat hij ideeën mist over de gevolgen
  van het overhevelen van middelen uit het gemeentefonds ten behoeve
  van Bibliotheek.nl. Het SIOB schrijft in zijn reactie dat die gelden
                                                                          Advies reacties
  echter niet direct beschikbaar komen voor Bibliotheek.nl, maar ten
  behoeve van de branche zijn. Bibliotheek.nl is volgens het SIOB
  uitsluitend uitvoerder van opdrachten door de branche, in casu de
  VOB.
      Het is inderdaad juist dat de besteding van de gelden – de
                                                                          Bibliotheken
  inkoop – wordt uitgevoerd door de branche. Niettemin, als de VOB
  de opdrachtgever is voor Bibliotheek.nl en het SIOB ‘slechts’ sub-
  sidiegever, dan is het aannemelijk dat het SIOB tenminste de voor-
  waarden bepaalt voor de subsidieverlening, en op die manier het
  beleid stuurt. Daarom zou het SIOB hierover in zijn aanvraag inzage
  hebben kunnen geven.
  De laatste feitelijke onjuistheid die het SIOB in het advies consta-
  teert, heeft betrekking op de door de raad genoemde verdubbeling
                                                                          Ondersteunende instelling
  van de beheerlasten. In zijn toelichting laat het SIOB zien dat de
  beheerlasten slechts met één procent toenemen.
      De raad accepteert deze toelichting en komt terug op zijn
  uitspraak over de verdubbeling.
Conclusie
                                                                          Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken bij te stellen.
                                                                          134
</pre>

====================================================================== Einde pagina 124 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 125 ======================================================================

<pre>                    Het vervolg
Slagen in Cultuur
Het vervolg
13 augustus 2012
                    135
</pre>

====================================================================== Einde pagina 125 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 126 ======================================================================

<pre>   Slagen in Cultuur
   Het vervolg
                                                                                                  Het vervolg
   13 augustus 2012
Dit is het derde advies van de Raad voor Cultuur over de culturele basis-
infrastructuur 2013 – 2016. Het advies betreft de aanvragen voor de
zogeheten onvervulde plekken – alle in de sector podiumkunsten – uit
                                                                                                  Inleiding
het subsidieadvies van 21 mei jongstleden. Daarnaast betreft het advies
de aangepaste plannen van instellingen waarvan de plaats in de basis-
infrastructuur is gekoppeld aan de voorwaarde van een verbeterd en/of
nieuw plan.
De aanvragen voor de nog onvervulde plekken in de basisinfrastructuur
zijn volgens dezelfde methode behandeld en beoordeeld als die voor het
advies in mei (zie Slagen in Cultuur paragraaf 1.2) is gehanteerd, inclu-
sief een analyse van ondernemerschap (door RebelGroup/Kwink Groep)
en educatie & talentontwikkeling (door Onderzoeks- en adviesbureau
Claudia de Graauw). [15] Ook in deze ronde zijn meer aanvragen inge-
diend dan er plaatsen beschikbaar zijn. Dat betreft zowel jeugdtheater
als het symfonieorkest voor de begeleiding van dans. De raad heeft voor
de aanvragen voor jeugdtheater een weging gemaakt. In de inleiding
bij dat onderdeel staan de overwegingen opgenomen. Het advies over de
aanvragen voor het symfonieorkest begeleiding dans heeft de raad nog
niet kunnen afronden. Hij zal dit zo spoedig mogelijk doen.
    De beoordeling van en advisering over de herziene plannen is even-
eens tot stand gekomen volgens de eerder gehanteerde methode, zij het
dat de aandacht bij dit advies vooral is uitgegaan naar de vraag hoe is
omgegaan met de opmerkingen van de raad in Slagen in Cultuur.
De staatssecretaris moet voor Prinsjesdag de besluitvorming over de
subsidiëring hebben afgerond. Dit heeft ertoe geleid dat alle instellingen
van de staatssecretaris dezelfde termijn hebben gekregen voor het in-
dienen van de verbeterde plannen: zes weken.
    De raad stelt vast dat deze termijn te kort was om in alle gevallen en
in alle opzichten aan de criteria te voldoen. In het merendeel van de ge-
vallen waarin de raad de voorwaarde van een nieuw plan heeft gesteld,
is sprake van een ingrijpende organisatorische verandering, zoals inten-
sieve samenwerking of fusie. De plannen getuigen hiervan. Zij geven
weliswaar voldoende vertrouwen om tot een positief advies over te gaan,
maar in een aantal gevallen ziet de raad wel aanleiding te adviseren
dat de instelling in een later stadium nog nader invulling geeft aan zaken
waarvoor nu de tijd ontbrak. In de adviezen over de individuele plannen
wordt dit nader uiteengezet.
    Tenslotte is in dit advies het advies van de raad naar aanleiding          15
                                                                             Voor een overzicht
van de reactie van het Theater Instituut Nederland opgenomen. Deze
                                                                             van de samen-        139
reactie heeft de raad pas op 18 juli 2012 bereikt en kon dus geen            stelling van raad
deel uitmaken van zijn zogeheten Aanvullend Advies Slagen in Cultuur         en commissies zie
van medio juli dit jaar.                                                     bijlage 4.3 van
                                                                             het advies ‘Slagen
                                                                             in Cultuur’,
                                                                             www.cultuur.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 126 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 127 ======================================================================

<pre>Het vervolg              Adviezen   141
              Adviezen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 127 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 128 ======================================================================

<pre>Het vervolg                   Adviezen   Podiumkunsten   Jeugdtheater   142
              Podiumkunsten
                        Jeugdtheater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 128 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 129 ======================================================================

<pre>   Integrale beoordeling
                                                                               Het vervolg
Integrale beoordeling jeugdtheatergezelschap Den Haag
   In Slagen in Cultuur heeft de raad een negatief advies gegeven over de
   aanvraag van Het Nationale Toneel voor de plek van jeugdtheater-
                                                                               Adviezen
   gezelschap in Den Haag. Omdat de plek van jeugdtheatergezelschap
   in Den Haag hierdoor niet is ingevuld, heeft de staatssecretaris
   besloten deze plek opnieuw open te stellen. Een wijziging van de sub-
   sidieregeling, gepubliceerd op 4 juni 2012, bood instellingen opnieuw
   de gelegenheid een subsidieaanvraag in te dienen als jeugdtheater-
                                                                               Podiumkunsten
   gezelschap voor het verzorgingsgebied van de gemeente Den Haag.
   Twee instellingen hebben een aanvraag ingediend: Het Nationale
   Toneel (met de jeugdafdeling NTJong) en Theatergroep Max (dat
   in de toekomst Maas zal heten).
       De raad adviseert Het Nationale Toneel als jeugdtheatergezel-
   schap voor Den Haag in de basisinfrastructuur op te nemen. Hij heeft
   vertrouwen in de artistiek leider die de instelling heeft aangetrokken
   en de koers die zij zal uitzetten. De raad heeft er vertrouwen in dat zij
   kan bouwen aan de naam en reputatie van het gezelschap in de
                                                                               Jeugdtheater
   stad, de regio en het land. De instelling beschikt over een uitstekend
   netwerk in de stad en heeft een gezonde ambitie een groot publiek
   te bereiken.
       De raad had in Slagen in Cultuur geschreven dat hij voor Maas
   kansen zag om een grote rol te spelen bij het verzorgen van het jeugd-
   theateraanbod in Den Haag. In de nieuwe aanvraag van Maas,
   waarin de instelling de ambitie uitspreekt ook het rijksgesubsidieerde
   jeugdtheatergezelschap in die stad te worden, vindt de raad die kans
                                                                               Integrale beoordeling
   niet genoeg benut. Hij is nog steeds positief over de kwaliteit van de
   instelling, maar vindt dat er weinig specifieke en concrete plannen
   zijn om publiek in Den Haag te bereiken en zich aldaar te wortelen.
   De subsidieverhoging, die inherent is aan het extra spreidings-
   gebied, komt niet zichtbaar ten goede aan specifieke activiteiten
   in Den Haag.
Integrale beoordeling jeugdtheatergezelschap regio noord
   In Slagen in Cultuur heeft de raad een negatief advies gegeven over
   de aanvraag van Theater De Citadel voor de plek van jeugdtheater-
   gezelschap in de regio noord.
      Omdat de plek van jeugdtheatergezelschap in de regio noord
   hierdoor niet is ingevuld, heeft de staatssecretaris besloten deze plek
   opnieuw open te stellen. Op basis van een wijziging van de subsidie-
   regeling, gepubliceerd op 4 juni 2012, konden instellingen opnieuw
   een subsidieaanvraag indienen als jeugdtheatergezelschap voor
                                                                               143
   de regio noord. Drie instellingen hebben een aanvraag ingediend:
   Het Houten Huis, De Jonge Republiek en Theatergroep Kwatta.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 129 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 130 ======================================================================

<pre>De raad adviseert Het Houten Huis te subsidiëren als jeugdgezel-
schap in de basisinfrastructuur voor de regio noord. De artistieke
kern van dit gezelschap heeft de afgelopen jaren naam gemaakt met
                                                                          Het vervolg
bijzondere, beeldende jeugdtheaterproducties in Edam en omstre-
ken. De aanvraag van Het Houten Huis getuigt van veel elan.
    De instelling beoogt een voorzichtige start te maken, hetgeen de
raad verstandig vindt; niettemin heeft zij in korte tijd al goede ver-
bindingen gelegd met andere instellingen in de nieuwe standplaats
Groningen.
                                                                          Adviezen
De Jonge Republiek is eveneens een nieuwe aanvrager voor de basis-
infrastructuur. De artistiek leider heeft een goede staat van dienst en
de instelling kondigt een groot aantal originele plannen aan.
    De raad is echter van mening dat de instelling te voortvarend van
                                                                          Podiumkunsten
start wil gaan en weinig realistisch is in de mogelijkheden als nieuwe
speler op korte termijn de verwachte publieksaantallen te bereiken.
Ook verwacht de raad dat het aanbod van De Jonge Republiek min-
der onderscheidend zal zijn dan dat van Het Houten Huis.
De raad is van mening dat Kwatta voldoende kwaliteit heeft. Het
heeft zich in zijn aanvraag echter te weinig gericht op de regio noord
om daar de functie van het rijksgesubsidieerde jeugdtheatergezel-
schap te kunnen vervullen. De instelling is hoofdzakelijk geworteld
                                                                          Jeugdtheater
in Gelderland en de activiteiten en samenwerkingsverbanden zijn
te weinig toegespitst op de noordelijke regio.
                                                                          Integrale beoordeling
                                                                          144
</pre>

====================================================================== Einde pagina 130 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 131 ======================================================================

<pre>   Het Houten Huis
                                                                                                Het vervolg
                                                                             € 500.000
                                                                             geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
   Het Houten Huis maakt beeldend muziektheater voor een jong pu-            € 500.000
   bliek in de regio noord. De instelling wil voorstellingen maken over      gevraagd
   universele thema’s, vol visuele poëzie, fysieke humor en betoverende      subsidiebedrag
                                                                                                Adviezen
   livemuziek. Door het publiek mee te nemen in een wereld waar              De aanvraag is
   tegenslag en geluk naast elkaar kunnen bestaan wil Het Houten Huis        gebaseerd op
   een handvat bieden om met de tegenstellingen van het leven om te          artikel 3.10 van
                                                                             de Regeling op
   kunnen gaan.                                                              het specifiek
                                                                             cultuurbeleid.
                                                                                                Podiumkunsten
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Houten Huis een
   subsidiebedrag toe te kennen van € 500.000.
De raad is positief over het plan van Het Houten Huis. Het getuigt van
enthousiasme, originaliteit en realiteitszin. Het Houten Huis is in een
relatief kort tijdsbestek veel relaties aangegaan in Groningen en de regio
                                                                                                Jeugdtheater
noord en beschikt over goede en gedegen verbindingen met de belang-
rijkste spelers in de regio. De instelling maakt hoogwaardige producties
die zich onderscheiden van de rest van het landelijk aanbod op het
gebied van jeugdtheater.
    De raad beschouwt Het Houten Huis als een waardevolle speler en
het activiteitenplan wekt vertrouwen. Wel vindt hij de plannen op het
gebied van educatie en talentontwikkeling nog onvoldoende uitgewerkt.
                                                                                                Het Houten Huis
Net als Het Houten Huis hebben ook twee andere gezelschappen inge-
tekend op de functie van jeugdtheaterinstelling voor de regio noord.
   De raad adviseert Het Houten Huis in de basisinfrastructuur op te
nemen. Voor een toelichting op de onderlinge afweging verwijst de
raad naar de inleiding Jeugdtheater.
                                                                                                147
</pre>

====================================================================== Einde pagina 131 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 132 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                               Het vervolg
  Het Houten Huis maakt hoogwaardig en toegankelijk theater voor
  jeugd. De artistiek leider van het gezelschap heeft de afgelopen jaren
  een reputatie opgebouwd als veelbelovend theatermaker met een
  eigen signatuur en hoge kwaliteit. Ook de vaste gastregisseur wekt
  vertrouwen bij de raad. De beeldende vorm van de voorstellingen
  is aansprekend voor een jong publiek. Het activiteitenplan getuigt van
                                                                               Adviezen
  enthousiasme en elan en de producties zijn onderscheidend binnen
  het landelijk aanbod. De instelling heeft in een relatief kort tijdsbestek
  plannen ontwikkeld in Groningen en de gehele noordelijke regio.
      De raad is met name positief over de samenwerking met Club
  Guy & Roni en het Noord Nederlands Toneel in Theater Noord.
                                                                               Podiumkunsten
  Het plan getuigt van goede inbedding in de stad en de regio. Hoewel
  er sprake is van veel intenties en deze niet overal even helder zijn
  uitgewerkt, beschouwt de raad het plan als realistisch en inspirerend.
Publieksbereik
  Het Houten Huis is een nieuwe speler in de regio noord en kiest
  ervoor de activiteiten en haar publiek geleidelijk op te bouwen.
      De raad ondersteunt deze keuze en vindt het verstandig dat
  de instelling aangeeft in 2013 slechts één nieuwe voorstelling te pro-
                                                                               Jeugdtheater
  duceren en drie reprises uit te voeren. De raad constateert dat de
  instelling in korte tijd verbindingen is aangegaan met theaterinstel-
  lingen in de standplaats Groningen. Hierdoor heeft hij vertrouwen in
  een toekomstige worteling aldaar. Hij vindt het goed dat de instelling
  voortbouwt op het netwerk van Theater de Citadel, maar eveneens
  de contacten met scholen en theaters in samenwerking met Theater
  Noord verder gaat uitbreiden.
                                                                               Het Houten Huis
Cultureel ondernemerschap
  Het Houten Huis maakt een enigszins behoudende indruk als cul-
  tureel ondernemer. De raad vindt dat in deze startfase verstandig,
  gezien de nieuwe positie die de instelling inneemt in de regio.
      De raad verwacht echter op termijn wel meer ambitie op dit vlak.
  Het doelgroepenbeleid van Het Houten Huis is helder omschreven.
  De instelling wil verschillende marketingmiddelen inzetten, zoals een
  lidmaatschap voor kinderen.
      De raad vindt dit een originele aanpak. Ook de intensieve samen-
  werking op het gebied van marketing en communicatie met De
  Oosterpoort / Stadsschouwburg wekt vertrouwen. Het Houten Huis
  kiest ervoor bestaande kennis en ervaring van andere instellingen
  te gebruiken. De raad juicht het toe dat de instelling gebruik maakt
  van kennis in de omgeving en daarmee verbintenissen aangaat.
Educatie
                                                                               148
  Op het gebied van educatie zijn de plannen van Het Houten Huis
  in mindere mate uitgewerkt. De instelling beperkt zich tot algemeen-
  heden en maakt niet voldoende concreet wat de doelen van het
  educatief beleid inhouden. Wel is er een vast educatief medewerker
  die ervoor kan zorgen dat educatie voldoende wordt geborgd in de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 132 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 133 ======================================================================

<pre>   organisatie. De raad is positief over de evaluaties die Het Houten
   Huis uitvoert onder leerkrachten. Juist de leerkrachten kunnen
   de ervaringen en eventuele kritiekpunten goed naar voren brengen.
                                                                            Het vervolg
(Inter)nationaal belang
   Het Houten Huis geeft als jong gezelschap met een onderschei-
   dend artistiek profiel een eigen kleur aan de jeugdtheatersector. De
   artistieke kern heeft de afgelopen jaren een goede staat van dienst
   opgebouwd.
                                                                            Adviezen
       De raad is van mening dat de instelling, gezien de kwaliteit en
   beeldende kracht van de producties, ook internationale potentie heeft.
   Op dat gebied zijn op dit moment begrijpelijkerwijs echter nog weinig
   plannen ontwikkeld. Er worden wel enige coproducties genoemd,
   maar naar de mening van de raad zouden deze meer kunnen worden
                                                                            Podiumkunsten
   benut. Het aantal voorstellingen in het buitenland vindt de raad
   realistisch.
Talentontwikkeling
  Het Houten Huis bestaat uit jonge, relatief nieuwe talenten. In die
  zin vindt de raad het begrijpelijk dat het beleid op het gebied van
  talentontwikkeling van andere jonge makers nog weinig is uitgewerkt.
  De instelling wil zichzelf eerst in voldoende mate ontwikkelen en
  organiseren. De raad verwacht dat Het Houten Huis op termijn zijn
                                                                            Jeugdtheater
  verantwoordelijkheid op het gebied van talentontwikkeling zal nemen.
  De samenwerkingsverbanden die Het Houten Huis noemt bieden
  zeker perspectief.
                                                                            Het Houten Huis
                                                                            149
</pre>

====================================================================== Einde pagina 133 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 134 ======================================================================

<pre>   De Jonge Republiek
                                                                                                 Het vervolg
                                                                              €0
                                                                              geadviseerd
                                                                              subsidiebedrag
   De Jonge Republiek maakt beeldend teksttheater voor jeugd en               € 500.000
   jongeren. De instelling speelt voorstellingen niet enkel in de theater-    gevraagd
   zaal, maar ook in het klaslokaal en in de openbare ruimte. De Jonge        subsidiebedrag
                                                                                                 Adviezen
   Republiek wil verbindingen leggen naar het jeugdtheater in en buiten       De aanvraag is
   Nederland en wil haar publiek inspireren om verder te kijken dan           gebaseerd op
   de eigen horizon.                                                          artikel 3.10 van
                                                                              de Regeling op
                                                                              het specifiek
                                                                              cultuurbeleid.
                                                                                                 Podiumkunsten
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting De Jonge Republiek geen
   subsidie toe te kennen.
De Jonge Republiek is een nieuw gezelschap rondom een artistiek leider
met een goede staat van dienst. Hoewel de raad vertrouwen heeft in
de kwaliteiten van de artistiek leider is hij van mening dat het gezelschap
vanuit het licht van de voortvarende plannen bezien vooralsnog een
                                                                                                 Jeugdtheater
kleine basis heeft. De artistieke plannen getuigen van originaliteit.
    De raad is van mening dat de instelling te ambitieus van start wil gaan
met te veel producties en voorstellingen. Omdat het een nieuwe instel-
ling betreft moet zij echter nog bouwen aan de organisatie en de naams-
bekendheid.
Net als De Jonge Republiek hebben ook twee andere gezelschappen
ingetekend op de functie van jeugdtheaterinstelling voor de regio noord.
                                                                                                 De Jonge Republiek
De raad adviseert niet De Jonge Republiek, maar een andere aanvrager
in de basisinfrastructuur op te nemen. Voor een toelichting op de onder-
linge afweging verwijst de raad naar de inleiding Jeugdtheater.
                                                                                                 150
</pre>

====================================================================== Einde pagina 134 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 135 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                              Het vervolg
  De Jonge Republiek wordt geleid door een veelbelovend maker met
  een goede staat van dienst, zowel in Nederland als in Duitsland.
  Uit het plan blijkt het enthousiasme van De Jonge Republiek en de
  instelling presenteert een groot aantal projecten voor de komende
  periode. Zij kondigt ook een aantal initiatieven aan die de raad erg
  origineel vindt, zoals de kidsclub en een combinatie van frisfeesten
                                                                              Adviezen
  met jeugdtheateractiviteiten. De raad is echter van mening dat de
  artistieke basis van het gezelschap klein is en dat de instelling in hoge
  mate afhankelijk is van de artistiek leider. Het grote aantal producties
  dat de instelling wil realiseren staat hiermee op gespannen voet.
      De raad onderschrijft de samenwerking die de instelling heeft
                                                                              Podiumkunsten
  gezocht met Tryater, die ook op artistiek vlak gestalte moet gaan
  krijgen. Daarnaast denkt de raad dat de verbinding met Duitstalige
  gezelschappen eveneens meerwaarde kan opleveren.
Publieksbereik
  De Jonge Republiek richt zich op kinderen in de leeftijd van 4 tot
  14 jaar. De ambities van de instelling zijn groot. Zo wil de instelling
  in het eerste jaar vijf nieuwe voorstellingen produceren en daarnaast
  een reprise spelen. Naar de mening van de raad is dit te ambitieus
                                                                              Jeugdtheater
  gesteld. De Jonge Republiek is een nieuw gezelschap en moet niet
  alleen als organisatie groeien, maar ook nog een naam in de regio op-
  bouwen. Daarom acht de raad de ambities voor het eerste jaar te
  groot. De plannen van de instelling voor 2016 zouden wel haalbaar
  moeten zijn.
      De raad juicht de verbinding toe die de instelling heeft met
  Tryater, die de regionale positie kan bestendigen. Ook de toezeg-
  gingen die De Jonge Republiek van Groningse instellingen heeft
                                                                              De Jonge Republiek
  gekregen zijn positief, al zijn ze vooral intentioneel van aard.
Cultureel ondernemerschap
  De Jonge Republiek beschrijft meerdere originele plannen om het
  cultureel ondernemerschap uit te bouwen en maakt een initiatief
  rijke indruk gezien de verschillende vormen van aanpak. De plannen
  worden echter onvoldoende uitgewerkt waardoor niet helder is in
  hoeverre deze ambities haalbaar zijn. Het commercieel aanbieden van
  educatiepakketten acht de raad weinig realistisch. Daarnaast is de
  instelling naar de mening van de raad te optimistisch over de lokale
  subsidieinkomsten, omdat deze nog allerminst zeker zijn.
Educatie
  De Jonge Republiek maakt op het gebied van educatie gebruik van
  het scholennetwerk van de Citadel. De raad vindt dit sterk, hierdoor
  beschikt de instelling als een nieuwe organisatie al over een bestaand
                                                                              151
  netwerk, hoewel dit ook in Groningen nog uitgebreid kan worden.
      Ook de samenwerking met Tryater vindt de raad positief. Educa-
  tie is goed geborgd in de organisatie, mede door de aanwezigheid van
  een educatief medewerker. De inhoudelijke plannen op het gebied
  van educatie missen volgens de raad diepgang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 135 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 136 ======================================================================

<pre>(Inter)nationaal belang
   Gezien de reputatie van de artistiek leider heeft De Jonge Republiek
   de potentie om een jeugdtheaterproducent met voldoende kwaliteit
                                                                            Het vervolg
   te worden. De raad betwijfelt echter of dit gezelschap onderscheidend
   zal zijn in de Nederlandse jeugdtheatersector.
       Internationaal gezien beschikt de artistiek leider over een goed
   netwerk, en gaat nauwe banden aan met Duitse instellingen. Er wordt
   een aantal internationale coproducties aangekondigd, maar uit de cij-
   fers blijkt niet eenduidig hoeveel publiek daarmee zal worden bereikt.
                                                                            Adviezen
Talentontwikkeling
  De plannen met betrekking tot talentontwikkeling blijven nogal
  schetsmatig. De raad vindt het een goed idee om een aantal zoge-
  naamde Publieke Gasten aan te stellen die zich binnen het gezelschap
                                                                            Podiumkunsten
  kunnen ontwikkelen. Hij mist echter een nadere uitwerking. De raad
  denkt dat de tweede regisseur de artistieke kern goed kan versterken,
  maar zet vraagtekens bij het plan haar door een externe coach te
  laten begeleiden.
                                                                            Jeugdtheater
                                                                            De Jonge Republiek
                                                                            152
</pre>

====================================================================== Einde pagina 136 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 137 ======================================================================

<pre>   Het Nationale Toneel /
   NTJong
                                                                                                  Het vervolg
                                                                               € 500.000
                                                                               geadviseerd
                                                                               subsidiebedrag
   NTJong is het jeugdgezelschap dat deel uitmaakt van Het Nationale           € 500.000
   Toneel Het is ontstaan uit een fusie van Het Nationale Toneel en            gevraagd
   Stella Den Haag. Het Nationale Toneel en NTJong willen volgens              subsidiebedrag
                                                                                                  Adviezen
   eigen zeggen midden in de samenleving staan en voorstellingen               De aanvraag is
   maken waarin oud en jong zich gespiegeld zien. “Voorstellingen die          gebaseerd op
   uitgaan van repertoire en eigenzinnige theatrale vormen, die de ogen        artikel 3.10 van
                                                                               de Regeling op
   van haar toeschouwers openen en die voor jong en oud oefeningen             het specifiek
   zijn in leven: in onze stad, ons land en in de wereld.”                     cultuurbeleid.
                                                                                                  Podiumkunsten
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nationale Toneel /
   NTJong een subsidiebedrag toe te kennen van € 500.000.
De raad heeft vertrouwen in de artistiek leider die NTJong heeft aan-
gesteld en de koers die zij in de plannen heeft uitgezet, ook al is deze nog
                                                                                                  Jeugdtheater
enigszins schetsmatig en met name op het gebied van educatie en talent-
ontwikkeling nog niet voldoende uitgewerkt. Het gezelschap heeft de
potentie het jeugdgezelschap voor Den Haag te worden en zich in het
land te onderscheiden van andere jeugdgezelschappen. Als onderdeel van
Het Nationale Toneel zijn de plannen op het gebied van ondernemer-
schap solide. Het verwachte publieksbereik is groot en getuigt gezien het
spreidingsgebied van gezonde ambitie.
                                                                                                  Het Nationale Toneel / NTJong
Net als Het Nationale Toneel heeft ook een ander gezelschap ingete-
kend op de functie van jeugdtheaterinstelling voor Den Haag. De raad
adviseert de jeugdafdeling van Het Nationale Toneel in de basisinfra-
structuur op te nemen. Voor een toelichting op de onderlinge afweging
verwijst de raad naar de inleiding Jeugdtheater.
                                                                                                  153
</pre>

====================================================================== Einde pagina 137 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 138 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Het vervolg
  De raad is overtuigd van de artistieke koers die NTJong voor de
  komende periode heeft uitgezet. De instelling heeft met haar nieuwe
  artistiek leider gekozen voor een persoon die de afgelopen jaren naam
  heeft gemaakt als eigenzinnig theatermaker met een eigen artistieke
  signatuur. Zij beschikt daarnaast over een groot netwerk in de jeugd-
  theatersector. De raad heeft er vertrouwen in dat NTJong met haar
                                                                             Adviezen
  een interessante artistieke koers gaat varen en een gevarieerd palet zal
  aanbieden.
      De namen van andere mogelijke regisseurs klinken veelbelovend,
  al lijken de plannen hieromtrent nog intentioneel. De raad vindt het
  een goed voornemen dat NTJong zich met name gaat richten op loca-
                                                                             Podiumkunsten
  tieprojecten en community art. Hij juicht het daarnaast toe dat de in-
  stelling van plan is klassiek en modern toneelrepertoire voor de jeugd
  te bewerken. Hij is wel van mening dat de plannen in deze fase nog
  niet voldoende zijn uitgewerkt.
Publieksbereik
  De raad constateert dat de instelling ambieert de bezoekersaantallen
  aanzienlijk te vergroten: momenteel bereikt Stella Den Haag 16.000
  bezoekers; NTJong wil dit aantal in vier jaar laten toenemen tot
                                                                             Jeugdtheater
  40.000. De raad vindt deze ambities stevig, maar denkt dat ze in een
  grootstedelijke omgeving als Den Haag uitvoerbaar moeten kunnen
  zijn. De instelling is goed geworteld in de eigen standplaats: zij gaat
  structurele verbindingen aan met alle relevante Haagse instellingen.
  De aangekondigde community art projecten kunnen bijdragen aan het
  opbouwen van een band met het Haagse publiek.
      De raad kan op basis van de plannen echter niet goed beoordelen
  of deze tweede aanvraag voor NTJong ook gevolgen heeft voor het
                                                                             Het Nationale Toneel / NTJong
  volwassengezelschap, Het Nationale Toneel. Omdat in de eerste aan-
  vraag van Het Nationale Toneel de cijfers van beide afdelingen
  niet uitgesplitst waren, krijgt de raad geen goed inzicht in de huidige
  afzonderlijke ambities van Het Nationale Toneel en NTJong.
Cultureel ondernemerschap
  Net als in het eerste advies over Het Nationale Toneel is de raad van
  mening dat de instelling een goede ondernemende organisatie is.
  De raad juicht het toe dat het nieuwe Haagse jeugdtheatergezelschap
  is geïncorporeerd in een grotere organisatie en kan profiteren van
  haar solide bedrijfsvoering. Het Nationale Toneel geeft aan te fuseren
  met Stella om de scheidslijn tussen volwassentheater en jeugdtheater
  op te heffen en schaalvoordelen in de bedrijfsvoering te realiseren.
  Het Nationale Toneel geeft eveneens aan dat het budget voor jeugd-
  theater wordt afgezonderd zodat subsidiegevers inzicht krijgen in
  bestedingen en opbrengsten.
                                                                             154
      De raad benadrukt dat voor een juiste beoordeling van artistieke
  en financiële prestaties een transparante verantwoording op inhou-
  delijk en financieel gebied noodzakelijk is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 138 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 139 ======================================================================

<pre>Educatie
  De raad vindt het een goede keuze om de educatieve activiteiten van
  een aantal Haagse theaterinstellingen te bundelen. Een overkoepelend
                                                                           Het vervolg
  projectbureau kan in zijn ogen goede ondersteuning bieden aan
  educatieve projecten.
     De raad is wel van mening dat de inhoudelijke invulling van de
  educatieve projecten, zoals het concept van de zogenaamde ‘publieks-
  werking’ nog nadere aandacht verdient. Hij kan uit de plannen niet
  goed opmaken of inhoudelijke expertise op het gebied van educatie
                                                                           Adviezen
  binnen het gezelschap blijft, of wordt uitbesteed aan het project-
  bureau. De raad pleit ervoor dat het artistieke product, met de bij-
  behorende educatieve activiteiten, ontwikkeld en geleverd wordt
  door NTJong.
                                                                           Podiumkunsten
(Inter)nationaal belang
   NTJong heeft met de nieuwe artistiek leider en de andere (gast)-
   regisseurs de potentie een jeugdtheatergezelschap te worden met een
   onderscheidend profiel en een grote artistieke uitstraling. De nadruk
   op community art, locatieprojecten en het bewerken van toneel-
   repertoire voor de jeugd geven het gezelschap een eigen gezicht. De
   instelling continueert de internationale samenwerkingsverbanden
   van Stella Den Haag.
Talentontwikkeling
                                                                           Jeugdtheater
  De raad is van mening dat de plannen op het gebied van talentont-
  wikkeling tegenvallen, te meer omdat de artistiek leider afkomstig is
  van een productiehuis. De plannen geven weinig prijs over de wijze
  waarop NTJong zich de komende jaren gaat ontfermen over de
  nieuwe generatie theatermakers voor de jeugd. De raad gaat ervan uit
  dat NTJong deze plannen de komende tijd verder zal ontwikkelen.
                                                                           Het Nationale Toneel / NTJong
                                                                           155
</pre>

====================================================================== Einde pagina 139 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 140 ======================================================================

<pre>   Theatergroep Kwatta
                                                                                                  Het vervolg
                                                                               €0
                                                                               geadviseerd
                                                                               subsidiebedrag
   Theatergroep Kwatta maakt jeugdtheater voor de regio noord,                 € 500.000
   de provincie Gelderland en de rest van Nederland.                           gevraagd
                                                                               subsidiebedrag
                                                                                                  Adviezen
                                                                               De aanvraag is
Subsidieadvies                                                                 gebaseerd op
                                                                               artikel 3.10 van
                                                                               de Regeling op
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Theatergroep Kwatta geen           het specifiek
   subsidie toe te kennen.                                                     cultuurbeleid.
                                                                                                  Podiumkunsten
De raad vindt dat Kwatta voldoende kwaliteit heeft, maar hij verwacht
niet dat Kwatta zich op dit moment kan waarmaken als jeugdtheater-
gezelschap in de regio noord. Blijkens het activiteitenplan is de instelling
gezien haar historie en de subsidierelatie met de provincie Gelderland
hoofdzakelijk geworteld in de regio oost. Activiteiten, plannen en verbin-
dingen die specifiek op de regio noord zijn toegespitst zijn onvoldoende
uitgewerkt en verkeren nog in een prille fase.
                                                                                                  Jeugdtheater
Net als Kwatta hebben ook twee andere gezelschappen ingetekend op de
functie van jeugdtheaterinstelling voor de regio noord. De raad adviseert
niet Kwatta, maar een andere aanvrager in de basisinfrastructuur op te
nemen. Voor een toelichting op de onderlinge afweging verwijst de raad
naar de inleiding Jeugdtheater.
                                                                                                  Theatergroep Kwatta
                                                                                                  156
</pre>

====================================================================== Einde pagina 140 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 141 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                            Het vervolg
  De raad verwijst voor het oordeel over de kwaliteit van Kwatta naar
  het advies in Slagen in Cultuur. Hij tekent hierbij echter aan dat hij
  vindt dat de plannen ten opzichte van de eerste aanvraag beter zijn
  uitgewerkt. Ook waardeert hij het dat de artistieke kern is versterkt
  doordat twee jonge makers aan het gezelschap zijn toegevoegd.
                                                                            Adviezen
Publieksbereik
  De raad vindt het onrealistisch dat Kwatta in de toekomst dé jeugd-
  theaterproducent van de regio noord wil worden, terwijl de instelling
  tegelijkertijd haar regionale taak in Gelderland wil blijven uitvoeren.
  De plannen zijn, ook in deze aanvraag, voornamelijk gericht op
                                                                            Podiumkunsten
  Gelderland. De raad ziet zeker de potentie om specifieke Kwatta-
  projecten (zoals de museumproducties) ook in de noordelijke provin-
  cies te ontwikkelen, maar alle voorgenomen nieuwe activiteiten voor
  de regio noord blijven steken in voorzichtig uitgesproken intenties.
      Uit de aanvraag blijkt niet dat de instelling al daadwerkelijk con-
  tacten heeft gelegd met samenwerkingspartners die essentieel zijn
  voor de uitvoering van haar plannen, zoals coproducenten, podia en
  scholen. Ook de verwachte aantallen voorstellingen en bezoekers
  geven de raad onvoldoende inzicht om erop te kunnen vertrouwen
                                                                            Jeugdtheater
  dat Kwatta zich als het jeugdtheatergezelschap van de regio noord
  kan ontwikkelen.
Cultureel ondernemerschap
  De raad is van mening dat Kwatta een degelijke financiële positie
  heeft. Hij vraagt zich wel af in hoeverre een dubbele standplaats
  (Nijmegen en Groningen) op de begroting zal drukken en of de daar-
  mee gepaard gaande hogere kosten kunnen worden terugverdiend.
                                                                            Theatergroep Kwatta
  Kwatta heeft in zijn huidige situatie op het gebied van ondernemer-
  schap veel profijt van goede samenwerking met partners in de regio
  oost. Voor een taakuitbreiding naar de regio noord zal de instelling
  ook daar zulke samenwerkingsverbanden moeten aangaan. Uit de
  plannen blijkt echter niet dat dergelijke verbindingen al daadwerke-
  lijk zijn gelegd.
Educatie
  De raad is nog steeds positief over de educatieve werking van Kwatta,
  die in hoge mate ingebed was in de eigen (Gelderse) regio (zie hier-
  voor ook het advies in Slagen in Cultuur). Het is de vraag in hoeverre
  Kwatta haar beproefde educatieve activiteiten kan uitbreiden naar
  de regio noord, en in welke termijn dat kan plaatsvinden.
(Inter)nationaal belang
   De raad verwijst voor het oordeel over het (inter)nationaal belang
                                                                            157
   van Kwatta naar het advies in Slagen in Cultuur.
Talentontwikkeling
  De raad verwijst voor het oordeel over de talentontwikkeling naar het
  advies in Slagen in Cultuur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 141 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 142 ======================================================================

<pre>   Theatergroep Max
   (Maas)
                                                                                                    Het vervolg
                                                                            €0
                                                                            geadviseerd
                                                                            subsidiebedrag
   Theatergroep Max maakt jeugdtheater voor kinderen vanaf vier jaar        € 500.000
   in de regio Rotterdam, Den Haag en de rest van Nederland. Na een         gevraagd
   fusie met theatergroep Siberia en De Meekers zal de instelling verder    subsidiebedrag
                                                                                                    Adviezen
   gaan onder de naam Maas. Daarom zal in het advies deze nieuwe            De aanvraag is
   naam gebruikt worden. In de missie van de instelling staat dat Maas      gebaseerd op
   begaan is met kinderen, hun dapperheid, hun flexibele geest en hun       artikel 3.10 van
                                                                            de Regeling op
   energie.                                                                 het specifiek
                                                                            cultuurbeleid.
                                                                                                    Podiumkunsten
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Theatergroep Max geen
   subsidie toe te kennen. [16]
De raad heeft er alle vertrouwen in dat Maas zijn taken als theatergezel-
schap voor Rotterdam en de rest van Nederland kan verrichten. In de
nieuwe aanvraag maakt Maas zijn ambities als het jeugdtheatergezelschap
                                                                                                    Jeugdtheater
voor Den Haag echter onvoldoende waar. Er worden weinig concrete
plannen benoemd en het aantal activiteiten dat gericht is op Den Haag
is volgens de aanvraag beperkt.
    Net als Maas heeft ook een ander gezelschap ingetekend op de
functie van jeugdtheaterinstelling voor Den Haag.
De raad adviseert niet Maas, maar een andere aanvrager in de basis-
infrastructuur op te nemen. Voor een toelichting op de onderlinge
                                                                                                    Theatergroep Max (Maas)
afweging verwijst de raad naar de inleiding Jeugdtheater.
                                                                              16
                                                                            De Raad voor Cul-
                                                                            tuur heeft in ‘Slagen
                                                                            in Cultuur’ geadvi-
                                                                            seerd Stichting         158
                                                                            Theatergroep Max
                                                                            een subsidiebedrag
                                                                            toe te kennen van
                                                                            € 500.000 als jeugd-
                                                                            theatergezelschap in
                                                                            Rotterdam.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 142 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 143 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                            Het vervolg
  De raad verwijst voor het oordeel over de kwaliteit van Maas naar
  het advies in Slagen in Cultuur.
Publieksbereik
  De raad is van mening dat Maas weinig concrete en specifieke plan-
  nen heeft ontwikkeld om het publiek in Den Haag te bereiken. Er
                                                                            Adviezen
  worden weinig woorden gewijd aan de wijze waarop de instelling als
  het beoogde nieuwe jeugdtheatergezelschap van Den Haag zich
  ook als zodanig gaat profileren. Ook uit de cijfers blijkt onvoldoende
  ambitie om als gevolg van een structurele taakuitbreiding in Den
  Haag het aantal speelbeurten en bezoekers te vergroten.
                                                                            Podiumkunsten
     De worteling in Den Haag blijkt uit structurele contacten met
  Haagse theaterinstellingen, maar deze zijn in deze aanvraag niet ver-
  der uitgediept dan in de eerste aanvraag.
Cultureel ondernemerschap
  De raad verwijst voor het oordeel over de het cultureel ondernemer-
  schap van Maas naar het advies in Slagen in Cultuur. Hij constateert
  dat de hogere aangevraagde subsidie niet zichtbaar heeft geleid
  tot substantiële uitbreiding van plannen ten behoeve van het Haagse
                                                                            Jeugdtheater
  speelgebied.
Educatie
  De raad verwijst voor het oordeel over de educatie van Maas naar het
  advies in Slagen in Cultuur.
(Inter)nationaal belang
   De raad verwijst voor het oordeel over het (inter)nationaal belang van
                                                                            Theatergroep Max (Maas)
   Maas naar het advies in Slagen in Cultuur.
Talentontwikkeling
  De raad verwijst voor het oordeel over de talentontwikkeling van
  Maas naar het advies in Slagen in Cultuur.
                                                                            159
</pre>

====================================================================== Einde pagina 143 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 144 ======================================================================

<pre>Het vervolg                   Adviezen     Podiumkunsten   Symfonieorkesten   160
              Podiumkunsten
                        Symfonieorkesten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 144 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 145 ======================================================================

<pre>   Orkest voor
   Zuid-Nederland
                                                                                                Het vervolg
                                                                             € 7.000.000
                                                                             geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
   Het Orkest voor Zuid-Nederland verzorgt het symfonisch repertoire         € 7.000.000
   voor de regio Zuid. In haar missie schrijft de instelling: “Het Orkest    gevraagd
   voor Zuid-Nederland wil haar ‘producten’ aanbieden in vormen die          subsidiebedrag
                                                                                                Adviezen
   passen bij deze tijd en bij de zuidelijke Nederlandse provincies.         De aanvraag is
   Uitgangspunten hierbij zijn: hoge kwaliteit, een breed publiek met        gebaseerd op
   aansluitende programmering, educatie en een bereik ver buiten             artikel 3.14 van
                                                                             de Regeling op
   de traditionele concertzaal.”                                             het specifiek
                                                                             cultuurbeleid.
                                                                                                Podiumkunsten
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert de Stichting Zuid-Nederlands Orkest
   een subsidiebedrag toe te kennen van € 7.000.000, onder voorwaarde
   dat het orkest eind 2013 een actueel activiteitenplan plan indient voor
   het resterende deel van de subsidieplanperiode.
Het Orkest voor Zuid-Nederland vraagt aan als symfonieorkest in de
                                                                                                Symfonieorkesten
regio Zuid. Het betreft hier een nieuwe, eigentijdse orkestvoorziening,
waar het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest in opgaan.
De aanvraag wordt door beide orkesten ondersteund. Bij het opstellen
van de aanvraag zijn de aandachtspunten die de raad in Slagen in Cultuur
heeft genoemd meegenomen. De raad heeft waardering voor het feit
dat in de korte tijd na dit advies de beide instellingen zijn gekomen tot
één gezamenlijke aanvraag. Dit is een grote en belangrijke stap voor
de symfonische voorziening voor Zuid-Nederland.
                                                                                                Orkest voor Zuid-Nederland
   In de aanvraag is aangegeven hoe de transitiefase zal moeten worden
vormgegeven. Deze fase zal tijd kosten, maar is van belang voor de uit-
eindelijke vorm en het functioneren van het orkest.
De raad heeft vertrouwen in het nieuwe plan en de uitgangspunten en
adviseert om die reden het subsidiebedrag toe te kennen en het orkest
tot uiterlijk eind 2013 de tijd te geven voor nadere uitwerking van de
plannen voor de resterende tijd van de komende subsidieplanperiode.
                                                                                                161
</pre>

====================================================================== Einde pagina 145 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 146 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Het vervolg
  Het Orkest voor Zuid-Nederland wordt een nieuwe, eigentijdse
  orkestvoorziening, waar zowel Het Brabants Orkest als het Limburgs
  Symfonie Orkest in op gaan. Er wordt gewerkt vanuit één organi-
  satie, twee vestigingsplaatsen en het belang en de rol van een artistiek
  leider en chefdirigent wordt in de aanvraag goed onderkend.
      De ‘functioneel flexibele kernen’ geven maximale ruimte aan de
                                                                             Adviezen
  programmering die is toegesneden op de deelgebieden binnen de
  Zuidelijke regio. De exacte invulling en omvang van de kernen zal bij
  de uitwerking moeten blijken. Kwaliteitsborging, ook door omvang
  en inzet van de formaties in de vestigingsplaatsen, verdient aandacht.
  Dit zal zijn beslag moeten krijgen in het uiteindelijke formatieplan,
                                                                             Podiumkunsten
  waarin een juiste belans in aanstellingen gevonden zal moeten worden
  in relatie tot de flexibele kernen.
Publieksbereik
  Met de doelstellingen voor publieksbereik toont de instelling zich
  ambitieus. Het gekozen groeipercentage van gemiddeld 6% per jaar
  is ambitieus voor een organisatie in transitie en vraagt een gedegen
  aanpak wat betreft PR en marketing. De instelling geeft aan de
  verschillende werkwijzen van de huidige orkesten te zullen integreren.
                                                                             Symfonieorkesten
  De ‘Schijf van vijf’ vormt hierbij een uitgangspunt. Daarnaast geeft
  de instelling aan dat er nieuwe concepten ontwikkeld zullen moeten
  worden. Een nieuw marketingplan, inclusief het gebruik van de hui-
  dige merken, zal in de komende periode moeten worden ontwikkeld.
  In 2016 moet het publieksbereik van het Orkest van Zuid-Nederland
  gegroeid zijn tot 194.000.
      De raad constateert deze bezoekersaantallen niet nader zijn uit-
  gesplitst. Ook sluiten deze cijfers niet aan bij eerder aangeleverde
                                                                             Orkest voor Zuid-Nederland
  prestaties uit 2010. Hierin zijn bijvoorbeeld bezoekers van openlucht-
  concerten en (opera-)begeleidingen niet meegenomen. Om tot
  heldere prestatieafspraken te kunnen komen is nadere uitsplitsing van
  de bezoekersaantallen noodzakelijk.
Cultureel ondernemerschap
  De uitgangspunten voor de inrichting van de organisatie zijn helder
  beschreven in de aanvraag. De geschetste omvang van de staf met
  28 fte is groot. Omdat de orkestvoorziening een groot gebied bestrijkt
  en twee vestigingsplaatsen kent, is dit begrijpelijk. Maar de raad is
  van mening dat een grotere slag gemaakt kan worden dan de beoogde
  synergievoordelen in de aanvraag.
     De raad is positief over de voorgenomen governance structuur
  waarbij in de transitiefase gekozen wordt voor een bestuursmodel. Op
  termijn is aan te bevelen over te gaan op een raad van toezicht model.
                                                                             162
</pre>

====================================================================== Einde pagina 146 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 147 ======================================================================

<pre>   Opvallend is dat de ambitie voor bijdragen uit private middelen
   lager is dan de som van de inkomsten van de huidige twee orkesten
   in 2010. Voor het behalen van de eigen inkomstennorm is het van
                                                                              Het vervolg
   belang dat de ambities op publieksinkomsten, sponsoring en private
   middelen ook daadwerkelijk gehaald worden. Het concretiseren van
   een degelijk marketingplan, inclusief aandacht hiervoor in de uitwer-
   king van de governance structuur, is de komende periode van groot
   belang.
                                                                              Adviezen
Educatie
  De ‘Schijf’ Jong heeft de muzikale ontwikkeling van jongeren als uit-
  gangspunt. Door samenwerking en marktonderzoek zal het aanbod
  steeds worden vernieuwd en aangepast aan de actualiteit. De analyse
  hiervoor maakt geen onderdeel uit van het plan. De voornemens
                                                                              Podiumkunsten
  zijn nog weinig concreet, maar de beoogde personele inzet binnen de
  organisatie maakt duidelijk dat educatie goed verankerd kan worden
  binnen de instelling.
(Inter)nationaal belang
   Het orkest moet een ambassadeursfunctie voor Zuid-Nederland
   gaan vervullen, zowel binnen als buiten de regio. In de aanvraag is
   veel aandacht voor de rol in de regio richting publiek en bedrijfsleven,
   maar is de (inter)nationele rol beperkt. De raad heeft hier begrip
                                                                              Symfonieorkesten
   voor: de regio zuid is een van de grootste regio’s om te bedienen en
   te vertegenwoordigen. De ambassadeursfunctie zal echter in de loop
   van de komende subsidieperiode wel ontwikkeld moeten worden.
Talentontwikkeling
  Op het gebied van talentontwikkeling worden concrete doelstellingen
  benoemd en de intentie uitgesproken samen te werken met de con-
  servatoria en diverse instellingen. De raad is van mening dat de parti-
                                                                              Orkest voor Zuid-Nederland
  cipatie laag is, zeker gezien de mogelijkheden (ook programmatisch)
  met twee functioneel flexibele kernen.
                                                                              163
</pre>

====================================================================== Einde pagina 147 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 148 ======================================================================

<pre>Het vervolg           Adviezen   Musea   164
              Musea
</pre>

====================================================================== Einde pagina 148 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 149 ======================================================================

<pre>   Letterkundig Museum /
   Museum Meermanno
                                                                                                Het vervolg
                                                                             € 2.220.000
                                                                             geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
   Het Letterkundig Museum en Museum Meermanno beschrijven in                € 2.892.732
   hun intentieverklaring de richting van de nieuwe organisatie als volgt:   gevraagd
   “Het nieuwe samenwerkingsverband zou een centrum moeten vor-              subsidiebedrag
                                                                                                Adviezen
   men van het geschreven, gedrukte en geïllustreerde woord: bron,           Letterkundig
   woord, vorm, beeld en boek. Het Letterkundig Museum en Museum             Museum
   Meermanno beschikken over de collecties en de expertise om dit cen-
   trum gezamenlijk vorm te geven. Het nieuwe samenwerkingsverband
   moet het presentatie- en centrale onderzoekscentrum in Nederland
   zijn op het gebied van het geschreven, gedrukte en geïllustreerde boek                       Musea
   en de Nederlandse literatuur en zijn makers. Het verbindt het natio-
   nale literaire erfgoed vanaf 1750 en het boek in al zijn verschijnings-
   vormen.”
                                                                             € 1.385.000
   Beide instellingen hebben een beheerovereenkomst.                         geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
                                                                             € 1.710.068
Subsidieadvies                                                               gevraagd
                                                                             subsidiebedrag
   De Raad voor Cultuur adviseert het Letterkundig Museum en het
                                                                             Museum
   Museum Meermanno een bedrag van respectievelijk € 2.220.000 en            Meermanno
   € 1.385.000 toe te kennen, onder de voorwaarde dat in september
   2013 een gezamenlijk nieuw plan wordt ingediend.                          De aanvraag is
                                                                             gebaseerd op
                                                                             artikel 3.23 van
De raad vindt de intentieverklaring een veelbelovende aanzet om tot een      de Regeling op
museum voor geschreven media te komen. Wel vindt hij het van belang          het specifiek
                                                                                                Letterkundig Museum / Museum Meermanno
                                                                             cultuurbeleid.
dat er in 2013 een gezamenlijk nieuw plan wordt ingediend. De termijn
van een jaar biedt voldoende ruimte ook de bevindingen van het externe
adviesbureau mee te nemen bij het opstellen van het plan.
                                                                                                165
</pre>

====================================================================== Einde pagina 149 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 150 ======================================================================

<pre>Beoordeling
  De raad stelt in Slagen in Cultuur een museum voor geschreven me-
                                                                            Het vervolg
  dia – in dit geval van boek én literatuur – van belang te vinden in de
  gemedialiseerde samenleving waarin wij leven. Zijn advies voor het
  Letterkundig Museum en Museum Meermanno bevatte daarom de
  voorwaarde dat alleen van een positief subsidieadvies sprake kon zijn
  als de instellingen gezamenlijk één nieuw activiteitenplan indienden.
  Daarbij verwachtte de raad vooral veel van de gemeenschappelijke
                                                                           Adviezen
  inzet op presentatie. Gezien de juridische en organisatorische moge-
  lijkheden die de instellingen ter beschikking staan, werd de achter-
  liggende organisatievorm overgelaten aan de instellingen.
       Dat bij het vormgeven van de samenwerking principes van
  efficiency en effectiviteit een rol spelen was vanzelfsprekend naar de
  mening van de raad. De inzet op het vormen van een nauw gelieerde        Musea
  of gefuseerde organisatie is door de raad vertaald naar een toe te
  kennen subsidie voor beide instellingen ter hoogte van 75% van het
  door het ministerie van OCW aangegeven richtbedrag.
       Museum Meermanno en het Letterkundig Museum hebben geen
  gezamenlijk activiteitenplan ingediend, maar twee eigen, afzonderlijk
  van elkaar aangepaste activiteitenplannen. In beide gevallen vergezeld
  van een gezamenlijke intentieverklaring waarin zij zich vóór toekom-
  stige samenwerking uitspreken. In de intentieverklaring beschrijven
  zij het proces dat gevolgd moet worden om tot samenwerking te
  komen. Naast een aantal voordelen van de samenwerking geven de
  instellingen ook aan grote verschillen te zien. Voor de signatuur van
  de toekomstige organisatie is het van groot belang om deze verschillen
  expliciet te benoemen. Voor de mogelijke te behalen voordelen op
  het gebied van inhoudelijke en organisatorische samenwerking wordt
  extern advies ingewonnen dat medio november beschikbaar moet
  zijn.
                                                                           Letterkundig Museum / Museum Meermanno
       De raad komt tot de conclusie dat de samenwerking op dit mo-
  ment nog geen centrale plaats heeft gekregen in de toekomstplannen
  van de instellingen. De kwaliteit van het publieksbereik, onderne-
  merschap, educatie en wetenschap van de gezamenlijke instellingen
  is op grond van de intentieverklaring niet te beoordelen.
       De activiteitenplannen bevatten wel een neerslag van de manier
  waarop de instellingen elk voor zich binnen het financieel kader van
  75% van de aangevraagde subsidie wil opereren. Daardoor wordt
  met de voorliggende plannen wel formeel ingezet op het halen van
  de opgelegde bezuiniging. De inhoudelijke uitwerking van deze
  plannen creëert echter nog geen meerwaarde in de zin die de raad
  bedoelde.
       Desalniettemin vindt de raad de intentieverklaring een veel-
  belovende aanzet voor de toekomstige samenwerking.
                                                                           166
</pre>

====================================================================== Einde pagina 150 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 151 ======================================================================

<pre>   Persmuseum
                                                                                                 Het vervolg
                                                                              € 317.000
                                                                              geadviseerd
                                                                              subsidiebedrag
   Het Nederlands Persmuseum (1915) is een museum voor jour-                  € 361.000
   nalistiek en politieke prent. De missie van de instelling luidt: “Het      gevraagd
   Persmuseum staat in Nederland pal voor het belang van het recht op         subsidiebedrag
                                                                                                 Adviezen
   informatie en van de persvrijheid. Het ziet het als zijn missie om, met    De aanvraag is
   zijn collectie als uitgangspunt, voor een breed publiek uitingen en        gebaseerd op
   uitingsvormen van de media en journalistiek te verzamelen, te bewa-        artikel 3.23 van
                                                                              de Regeling op
   ren en het belang ervan in alle facetten over het voetlicht te brengen.”   het specifiek
                                                                              cultuurbeleid.
                                                                                                 Musea
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands
   Persmuseum een subsidiebedrag toe te kennen van € 317.000.
In het voorliggende activiteitenplan komen missie, visie en hoofddoel-
stelling beter uit de verf dan in het eerdere plan. Naar de mening van
de raad is het plan als gevolg daarvan verbeterd. De raad heeft wel
vraagtekens bij de manier waarop ingezet wordt op de samenwerking
met Beeld en Geluid, het educatief bereik en ondernemerschap.
Daarom adviseert de raad de instelling te subsidiëren conform de
indeling in categorie 3 van de rangorde. Daarbij gaat de raad ervan uit
dat het Persmuseum er over vier jaar in geslaagd is de collectie op een
hedendaagse en innovatieve manier onder de aandacht te brengen.
                                                                                                 Persmuseum
                                                                                                 167
</pre>

====================================================================== Einde pagina 151 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 152 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Het vervolg
  De raad stelde het Persmuseum eerder een documentatiecentrum
  dan een museum te vinden. In tegenstelling tot het vorige plan
  is nu wel een logische relatie gelegd tussen missie, visie, doelstelling
  en activiteiten. Ook wordt de museale functie nu beter onderbouwd.
  De nadruk blijft echter liggen op verzamelen en presenteren, waar-
  door de rol van de instelling voor de samenleving minder helder tot
                                                                             Adviezen
  uitdrukking komt.
      De raad miste in het activiteitenplan van de instelling de vertaal-
  slag naar de gedigitaliseerde en gemedialiseerde samenleving.
  Het perspectief van de gedrukte pers alleen vond de raad te beperkt.
  In het ingediende activiteitenplan zijn de nieuwe media, hoewel hier
  en daar nog wel instrumenteel, beter verankerd. De raad vindt dat          Musea
  de visie op de nieuwe media meer beschouwend van aard zou kunnen
  zijn. Aandacht voor de gevolgen van nieuwe media voor de samen-
  leving ontbreekt.
      De invloed van nieuwe media gaat naast persvrijheid immers ook
  om de vrijheid van meningsuiting en burgerschap. Achterliggende
  thema’s die aan de orde zouden kunnen komen zijn bijvoorbeeld civil
  society en de relatie tussen de nieuwe media en democratie. Dat geldt
  ook voor het veranderde en versplinterde nieuwsaanbod door nieuwe
  technologieën en een onderwerp als censuur in het internettijdperk.
  De raad spreekt de hoop uit dat deze aspecten in de nieuwe opstelling
  duidelijk aanwezig zullen zijn. Sommige toepassingen die het Pers-
  museum ontwikkelt, zoals apps, zijn eigentijds. Het is belangrijk om
  het gebruik van deze toepassingen te monitoren.
      De raad ziet een risico in de manier waarop de samenwerking met
  Beeld en Geluid vorm krijgt waarbij het papieren archief wordt over-
  genomen. Dit lijkt eerder een taakverzwaring dan een modernisering
                                                                             Persmuseum
  van de instelling te betekenen. In de begroting is ook geen neerslag
  te vinden van de voorgenomen samenwerking.
      Het uitgangspunt voor het verzamelen is op zich helder: ‘Het
  verhaal en de geschiedenis van de Nederlandse media in het licht van
  hedendaagse ontwikkelingen vormen het uitgangspunt voor verza-
  melen en organiseren van projecten’. Met dit uitgangspunt voor het
  verzamelbeleid kan heel breed verzameld worden. Het verzamelde
  materiaal hoeft bij deze definitie ook niet per se van nationaal belang
  te zijn. Er kan dus nog meer focus worden aangebracht in het ver-
  zamelbeleid.
Publieksbereik
  De instelling stelde het streven naar het aantal bezoekers bij naar
  40.000. Dat lijkt binnen de huidige huisvesting nog steeds niet realis-
  tisch, maar het museum geeft aan dat er een tweede locatie bijkomt.
  In de begroting is hier echter niets expliciet over opgenomen. Men
                                                                             168
  stelde de hoge ambities op het gebied van te realiseren tentoon-
  stellingen bij van tien naar acht. Of er sprake is van een realistische
  inschatting van het aantal bezoekers per tentoonstelling is op basis
  van de aangeleverde gegevens niet te zeggen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 152 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 153 ======================================================================

<pre>   De relatie tussen minder tentoonstellingen en minder bezoekers lijkt
   logisch. Het is niet duidelijk hoe de instelling tot een gelijkblijvende
   omvang van de publieksinkomsten komt.
                                                                              Het vervolg
Cultureel ondernemerschap
  De instelling diende een nauwelijks aangepaste begroting in en
  begrootte bovendien ten onrechte voor de uitvoering van de weten-
  schappelijke functie. In de missie en visie richt men zich op een
  breed publiek. De marketing is echter nog gericht op de bovenlaag
                                                                              Adviezen
  van de toch al bewuste en geïnteresseerde bezoekers en het onder-
  wijs. Uit het ingediende plan komt nu beter naar voren hoe men tot
  meer zichtbaarheid wil komen, door bijvoorbeeld nevenactiviteiten
  zoals het instellen van de Albert Hahn oeuvreprijs en de Dag van de
  Persvrijheid.
      De raad verwacht dat communicatiecampagnes rondom voor-                 Musea
  noemde activiteiten impliceren dat het belang en de waarde van de
  instelling scherp over het voetlicht komen.
      Het verdienmodel van de instelling bij tegenvallende inkomsten
  is ongewijzigd gebleven ten opzichte van de eerste versie van het
  plan. Tegenvallende inkomsten worden opgevangen door een korting
  op de personeelslasten. Alle andere kostenposten en opbrengsten
  blijven ongewijzigd, dat geldt bijvoorbeeld ook voor de post overige
  lasten. Op het gebied van ondernemerschap laat de instelling nog
  steeds punten liggen ook al zijn de doelgroepen helder benoemd en
  geeft men aan in het najaar met een marketingplan te komen. De
  governance wordt nu goed beschreven.
Educatie
  Voor het onderdeel educatie is in het nieuwe activiteitenplan sprake
  van een goede uitwerking naar verschillende niveaus. Men zet in
  op een verdubbeling van het aantal leerlingen. Dat wil men bereiken
                                                                              Persmuseum
  door te investeren in personeel en de ontwikkeling van programma’s
  waarbij men voor de financiering inzet op te verwerven fondsen,
  sponsoring en het aangaan van strategische samenwerking. Hoewel
  een goed educatief beleid geformuleerd is, twijfelt de raad aan de
  realiteitswaarde van die verdubbeling door het grote aantal onzekere
  factoren.
(Inter)nationaal belang
   De raad verwijst voor het oordeel over het (inter)nationaal belang
   van het Persmuseum naar het advies in Slagen in Cultuur en hierboven
   onder kwaliteit.
Wetenschappelijke functie
  De instelling heeft geen wetenschappelijke taak.
                                                                              169
</pre>

====================================================================== Einde pagina 153 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 154 ======================================================================

<pre>   Karel van Mander Instituut
                                                                          Het vervolg
   De ambitie van het Karel van Mander Instituut in oprichting is een
   centrale en mondiale rol te spelen op het gebied van kennis van
   de kunst van de Nederlanden als middelpunt en brug tussen musea,
                                                                          Adviezen
   universiteiten en andere instellingen in binnen- en buitenland.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert positief over de toekenning             Musea
   van middelen voor de wetenschappelijke functie van het Rijksbureau
   voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) en het Rijksmuseum
   Amsterdam. Hieraan verbindt hij de voorwaarde dat het RKD
   en Rijksmuseum Amsterdam in 2013 een nieuw plan indienen waarin
   voldaan is aan de in dit advies geformuleerde voorwaarden. In dit
   plan moet ook aandacht worden besteed aan de positionering van de
   instelling in het museaal bestel.
                                                                          Ondersteunende instelling
Het plan van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en
het Rijksmuseum Amsterdam biedt voldoende aanknopingspunten om
een positief advies uit te brengen over het Karel van Mander Instituut
in oprichting. De raad adviseert beide instellingen de subsidie voor de
wetenschappelijke functie van de instellingen toe te kennen.
                                                                          Karel van Mander Instituut
                                                                          170
</pre>

====================================================================== Einde pagina 154 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 155 ======================================================================

<pre>Beoordeling
  Het RKD en het Rijksmuseum Amsterdam dienden een nieuw plan
                                                                           Het vervolg
  in voor het Karel van Mander Instituut waarbij zij ingaan op de
  kanttekeningen uit Slagen in Cultuur. Deze betroffen organisatorische
  en financiële aspecten van de nieuwe organisatie, de samenwerking
  met het veld en de onderzoeksagenda.
  In het nieuwe plan geven het RKD en het Rijksmuseum Amsterdam
                                                                           Adviezen
  aan de netwerkfunctie van het Karel van Mander Instituut als volgt
  in te vullen: ‘Het Karel van Mander Instituut dient zich open op te
  stellen om kunsthistorisch onderzoek ten behoeve van de Nederlandse
  musea te faciliteren. Daarbij zal het instituut allereerst reageren op
  verzoeken die uit het museale veld komen, maar zal het ook, in nauwe
  samenhang met de onderzoeksagenda, eigen onderzoeksideeën ont-           Musea
  wikkelen, die, wanneer daarvoor bij musea voldoende
  belangstelling bestaat, als projecten kunnen worden uitgewerkt.
  Dergelijke projecten kunnen ook gericht zijn op een samenwerking
  met meerdere musea, zoals bij voorbeeld een reeks tentoonstellingen
  rond een bepaald thema of de gezamenlijke ontsluiting van bepaalde
  soorten objecten, waarvan belangrijke bestanden in diverse musea
  aanwezig zijn’. Deze invulling van de netwerkfunctie spreekt de raad
  zeer aan.
                                                                           Ondersteunende instelling
      De raad begrijpt dat het meer tijd vergt om de nieuwe organisatie-
  vorm zo uit te werken dat deze aansluit bij de doelstelling van het
  Van Mander Instituut. In dat kader vindt de raad het positief dat de
  huidige directeur van het RKD als kwartiermaker aan zal blijven om
  de organisatie in 2013 verder te ontwikkelen.
  De raad adviseert aan het nieuwe plan de volgende voorwaarden
  te verbinden:
                                                                           Karel van Mander Instituut
  – Er is een onderzoeksagenda beschikbaar die aansluit bij de functie
    van het instituut.
  – Daarin is het belang van het instituut voor de brede museale
    sector duidelijk herkenbaar.
  – De personele en financiële inzet van beide organisaties in relatie
    tot de agenda van het Karel van Mander Instituut wordt op trans-
    parante wijze inzichtelijk gemaakt.
  – De organisatievorm maakt het mogelijk om gebruik te maken van
    topdeskundigheid uit verschillende organisaties, zodat er op ef-
    ficiënte en effectieve wijze invulling gegeven wordt aan de uitvoe-
    ring van de onderzoeksagenda in samenwerking met het veld.
  – De afstemming met andere instituten in binnen- en buitenland is
    zichtbaar geformuleerd.
  Tenslotte geeft de raad aan in het kader van het museale besteladvies
                                                                           171
  in te zullen gaan op de wetenschappelijke functie van musea dan
  zal ook de positie van het Karel van Mander Instituut aan de orde
  komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 155 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 156 ======================================================================

<pre>Het vervolg                     Adviezen   Beeldende kunst   172
              Beeldende kunst
</pre>

====================================================================== Einde pagina 156 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 157 ======================================================================

<pre>   De Ateliers /
   Rijksakademie van
                                                                                                   Het vervolg
   beeldende kunsten                                                           € 400.000
                                                                               geadviseerd
                                                                               subsidiebedrag
   De Ateliers biedt jonge kunstenaars een individueel atelierprogramma        € 400.000
   met begeleiding van professionele kunstenaars. De missie van de             gevraagd
   instelling luidt: “De Ateliers is een internationaal kunstenaarsinstituut   subsidiebedrag
                                                                                                   Adviezen
   dat jonge, getalenteerde kunstenaars een stimulerende werkomgeving          De Ateliers
   wil bieden, die unieke kansen biedt voor de ontwikkeling van hun
   werk op hoog niveau. Het biedt een platform voor productie, reflectie
   en presentatie, voor discussies en samenwerking tussen kunstenaars
   van verschillende generaties, diverse nationaliteiten en met uiteen-
                                                                                                   Beeldende kunst
   lopende artistieke visies.”
   De Rijksakademie biedt kunstenaars met ervaring in de beroepsprak-
   tijk artistieke begeleiding en uitgebreide faciliteiten. De missie van de
   instelling luidt: “De Rijksakademie van beeldende kunsten selecteert        € 1.100.000
                                                                               geadviseerd
   toptalent om het te laten excelleren in een hoogwaardige artistieke,        subsidiebedrag
   technische en theoretische omgeving waar onderzoek, experiment en
   de ontwikkeling van vernieuwende kunst centraal staan.”                     € 3.050.000
                                                                               gevraagd
                                                                               subsidiebedrag
                                                                                                   Ondersteunende instelling
Subsidieadvies                                                                 Rijksakademie van
                                                                               beeldende kunsten
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting De Ateliers en de                  De aanvraag is
   Stichting Rijksakademie van beeldende kunsten een subsidiebedrag            gebaseerd op
                                                                               artikel 3.30 van
   van respectievelijk € 400.000 en € 1.100.000 toe te kennen, onder de        de Regeling op
   voorwaarde dat medio 2013 de instellingen een concretere uitwerking         het specifiek
   van de plannen en een gezamenlijke begroting indienen voor de               cultuurbeleid.
                                                                                                   De Ateliers / Rijksakademie van beeldende kunsten
   resterende periode.
De raad heeft met waardering kennis genomen van het voornemen van
De Ateliers en de Rijksakademie een nieuw ‘topinstituut voor beeldende
kunst’ te vormen. De ambitie en intenties, zoals beschreven in de aan-
vraag, bouwen voort op de kracht en de reputatie van de afzonderlijke
instellingen. De raad heeft er vertrouwen in dat bundeling van krachten
zal leiden tot de beoogde organisatie voor excellentie in de beeldende
kunsten en hij meent dat een dergelijke voorziening een onmisbaar on-
derdeel is van het Nederlandse en internationale kunstklimaat.
    Het proces van verregaande samenwerking is nog volop gaande.
Mede daardoor tendeert het plan nu nog teveel naar een van subsidie af-
hankelijke positie. Het toekomstperspectief is tegen de achtergrond van
het gegeven dat het rijk de subsidiering van postacademische instellingen
na 2016 stopt, nog onvoldoende helder.
                                                                                                   173
De raad verwacht een strategie gerelateerd aan de kosten en opbrengsten
om een toekomst zonder subsidie veilig te kunnen stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 157 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 158 ======================================================================

<pre>De Ateliers en de Rijksakademie hebben geen gemeenschappelijke be-
groting opgesteld. De raad adviseert het subsidiebedrag van € 1.500.000
volgens de door De Ateliers en de Rijksakademie voorgestelde verdeel-
                                                                             Het vervolg
sleutel van respectievelijk € 400.000 en € 1.100.000 toe te kennen.
Daarmee worden de instellingen in de gelegenheid gesteld de ambitie
voor synergie voor de langere termijn verder uit te werken.
    De raad ziet het jaar 2013 als een tussenfase waarin een integraal
plan medio dat jaar zijn beslag moet krijgen. Hij adviseert het subsidie-
bedrag voor de periode 2014 – 2016 toe te kennen op voorwaarde dat de
                                                                            Adviezen
instellingen zich tot één organisatie hebben gevormd. Hij verwacht dat
in de uit te werken plannen wordt opgenomen dat het nieuwe instituut in
de toekomst op één locatie zal worden gehuisvest. De raad dringt aan
op continuering van de rol van de onafhankelijke kwartiermaker bij de
ontwikkeling van het gezamenlijke plan.
                                                                            Beeldende kunst
                                                                            Ondersteunende instelling
                                                                            De Ateliers / Rijksakademie van beeldende kunsten
                                                                            174
</pre>

====================================================================== Einde pagina 158 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 159 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                              Het vervolg
  De raad constateert dat de eerste aanzet van het gezamenlijke activi-
  teitenplan 2013 – 2016 en de gepresenteerde inkomstenmodellen
  laten zien dat De Ateliers en de Rijksakademie zich samen sterk kun-
  nen profileren en naar buiten treden. De artistieke kwaliteit van de
  instellingen was al hoog en krijgt een impuls door per januari 2013
  best practices te combineren in de werving- en selectieprocedure
                                                                              Adviezen
  en door vermindering van het aantal deelnemers van 75 tot 60.
      De inhoudelijke begeleiding wordt gezamenlijk opgepakt en per
  1 januari 2014 qua organisatie, planning en vergoeding gesynchro-
  niseerd. De raad onderschrijft het streven naar intensivering van
  samenwerking en programmering van activiteiten op het gebied van
                                                                              Beeldende kunst
  onderzoek, debat en presentatie voor deelnemende kunstenaars en
  publiek. Technische begeleiding en faciliteiten worden ingezet op de
  clusters ‘beeld en geluid’, ‘textuur’ en ‘constructie’ en uitgebreid naar
  partnerinstellingen in de stad, met het doel het niveau van de tech-
  nische infrastructuur te optimaliseren. Innovatie wordt gestimuleerd
  door artistieke vragen van kunstenaars breed uit te zetten bij het
  bedrijfs-leven en onderzoekinstellingen.
      De raad vindt de huidige onderscheiden profielen van De Ateliers
  en de Rijksakademie sterk; zij zijn herkenbaar in de verschillende
                                                                              Ondersteunende instelling
  typen studenten en curricula. Die eigenheid is historisch gegroeid.
  De ervaring die is opgedaan met de verschillende werkvormen
  moet terugkomen in het curriculum en de (inter)nationale profilering
  van het nieuwe instituut. De intentie om het subsidiebedrag voorlo-
  pig te verdelen in € 400.000 voor De Ateliers en € 1.100.000 voor de
  Rijksakademie wijst op samenwerking.
      De raad constateert dat het Mondriaan Fonds zich de komende
  twee jaar garant stelt voor 24 beurzen voor praktijkverdieping aan
                                                                              De Ateliers / Rijksakademie van beeldende kunsten
  De Ateliers en de Rijksakademie van elk maximaal € 50.000.
Publieksbereik
  De raad vindt het gezamenlijke voornemen van De Ateliers en de
  Rijksakademie om zich zichtbaarder te positioneren als thuisbasis van
  (inter)nationaal toptalent een positieve ontwikkeling; hij ziet kansen
  voor De Ateliers en de Rijksakademie om hun publieke rol te verste-
  vigen via eigen activiteiten en door de vertegenwoordiging van (oud)
  residents via galeries, musea, festivals en verzamelingen sterker te
  belichten.
Cultureel ondernemerschap
  De raad ziet in het gezamenlijke verdienmodel stappen die van
  ondernemerschap blijk geven, en constateert dat de organisatie, plan-
  ning en vergoeding van begeleidingswerk met ingang van 2014 wordt
  gelijkgeschakeld. De meer sturende en collectieve aanpak van De
                                                                              175
  Ateliers wordt binnen de dagelijkse leiding en governance structuur
  van het nieuwe instituut in enigerlei vorm gewaarborgd. De raad ziet
  de voordelen van samenwerking benoemd, maar mist nog een con-
  crete uitwerking naar verwachte jaarlijkse inkomsten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 159 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 160 ======================================================================

<pre>   Eén nieuw topinstituut in de hoofdstad verhoogt de zichtbaarheid
   en de binding met kunstenaars, galeriehouders, verzamelaars, andere
   professioneel betrokken groepen, en ook het bredere publiek. De
                                                                               Het vervolg
   stevige (inter)nationale positionering en profilering zal naar de me-
   ning van de raad een gunstig effect hebben op de ontwikkeling
   van gezamenlijke activiteiten, fondsenwerving en de betrokkenheid
   van sponsoren.
       De instellingen hebben geen gezamenlijke begroting ingediend.
   De raad heeft er begrip voor dat de nieuwe instelling deze pas kan
                                                                              Adviezen
   opmaken als er meer helderheid is over de huisvestingslasten en
   de kosten van de nieuwe organisatiestructuur.
       De Rijksakademie heeft voor 2013 geen sluitende begroting. De
   instelling voorziet dat het tekort door efficiency winst in 2014 kan
   worden gecompenseerd. Dit zal derhalve een belangrijk element zijn
                                                                              Beeldende kunst
   bij het opstellen van een gezamenlijke begroting 2014 en verder. De
   raad vraagt zich af in hoeverre de nieuwe organisatie na 2016 geheel
   onafhankelijk van rijkssubsidie zal kunnen opereren; eigen bijdragen
   en kosten per deelnemer moeten scherper tegen elkaar worden afge-
   zet.
       De Ateliers heeft een sluitende begroting ingeleverd voor
   2013 – 2016. De raad zet vraagtekens bij het realisme van de ver-
   wachte bijdragen van € 200.000 aan private middelen in 2016.
Educatie
                                                                              Ondersteunende instelling
  Vanwege de opdracht aan de instellingen en de aard van de activitei-
  ten, ziet de raad dit criterium niet als relevant. Hij verwijst naar zijn
  opmerking hierover in Slagen in Cultuur op pagina 18.
(Inter)nationaal belang
   Het internationale netwerk van beide instellingen bestaat uit zowel
   binnen- als buitenlandse partners en is aanzienlijk en veelzijdig. Het
                                                                              De Ateliers / Rijksakademie van beeldende kunsten
   varieert van contacten met bedrijven, fondsen, stichtingen, bestuur-
   lijke partners en overheden tot musea, universiteiten en andere
   wetenschappelijke instituten.
Talentontwikkeling
  De Ateliers en de Rijksakademie hebben bij hun gezamenlijke
  aanvraag een track record gevoegd dat getuigt van een ruime vertegen-
  woordiging van (oud) residents in het kunstenveld. De doorstroom-
  mogelijkheden voor residents zijn naar de mening van de raad goed en
  duiden op een respectabele output. Het brede netwerk van de instel-
  lingen wordt in het nieuwe profiel goed ingezet, zowel in Nederland
  als internationaal. Het beoogde aantal van 60 deelnemers past bij
  de ambitie en het toekomstperspectief van het nieuwe instituut. De
  samenwerking met het kunstvakonderwijs zou in de toekomst nog
  verder kunnen worden uitgebreid.
                                                                              176
</pre>

====================================================================== Einde pagina 160 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 161 ======================================================================

<pre>Het vervolg                         Adviezen   Creatieve industrie   178
              Creatieve industrie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 161 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 162 ======================================================================

<pre>   NIADEC/AVE
                                                                                                     Het vervolg
                                                                               € 7.810.000
                                                                               geadviseerd
                                                                               subsidiebedrag
   De instelling richt zich op het versterken, faciliteren, (internationaal)   € 7.810.000 17
                                                                                              [ ]
   promoten van ontwerpdisciplines, in het bijzonder architectuur,             gevraagd
   vormgeving en e-cultuur. Andere taken zijn behoud, beheer en ont-           subsidiebedrag
                                                                                                     Adviezen
   sluiting van architectuurcollecties, alsmede kennisontwikkeling en          De aanvraag is
   kennisspreiding.                                                            gebaseerd op
                                                                               artikel 3.37 van
                                                                               de Regeling op
                                                                               het specifiek
Subsidieadvies                                                                 cultuurbeleid.
                                                                                                     Creatieve industrie
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting NIADEC/AVE een sub-
   sidiebedrag toe te kennen van € 7.810.000, onder de voorwaarde
   dat NIADEC/AVE de strategische beleidsvisie en het bijbehorende
   activiteitenplan completeert en van een complete begroting voorziet.
   Daarnaast adviseert de raad halverwege de subsidieperiode, eind
   2014, het functioneren van het instituut te evalueren en deze eva-
   luatie voor advies aan de raad voor te leggen.
In het voorliggende beleidsplan wordt in inhoudelijk opzicht een flinke
stap voorwaarts genomen. Het plan ademt de wil en de energie die nodig
zijn om de fusie van het Nederlands Architectuur Instituut, Premsela en
Virtueel Platform te realiseren. In afwachting van een nieuwe algemeen
directeur heeft NIADEC/AVE zich beperkt tot de hoofdlijnen van
een beleidsvisie en er is enkel voor het jaar 2013 een activiteitenplan
opgesteld.
    De raad heeft hier begrip voor, maar vindt dat vanwege de fusie het
                                                                                                     NIADEC/AVE
proces in etappes gevolgd en beoordeeld dient te worden.
                                                                                                     179
                                                                                  17
                                                                               In de oorspronke-
                                                                               lijke aanvraag
                                                                               heeft de instelling
                                                                               € 7.800.000 aan-
                                                                               gevraagd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 162 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 163 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                           Het vervolg
  Uit het beleidsplan spreekt de wil om als één instituut naar buiten
  te treden. De raad verzocht de instelling een gezamenlijke visie op de
  functie en positie van het nieuwe instituut en de relatie daarvan tot
  de creatieve industrie te ontwikkelen. Het instituut presenteert in
  antwoord daarop thema’s, die de sectoren met elkaar verbinden: de
  innovatieve kracht en het maatschappelijk belang van de ontwerpende
                                                                           Adviezen
  disciplines. De instelling heeft in het beleidsplan het toekomstige
  instituut als één geheel benaderd. Dat is volgens de raad nodig om los
  te kunnen komen van de sectorale kolommen. De instandhouding
  daarvan heeft op termijn een ongunstig effect op het fusieproces.
      De raad vindt een architectuurgericht ‘hoofdkantoor’ in Rotter-
                                                                           Creatieve industrie
  dam en een designgerichte satelliet in Eindhoven onwenselijk, onder
  andere vanwege de relatief hoge kosten. Samenwerking met verwante
  instellingen ligt voor de hand en wellicht met meer partijen dan nu
  wordt voorgesteld.
      NIADEC/AVE is zich blijkens het beleidsplan zeer bewust van
  de omwenteling die gemaakt moet worden. De eerste grote, gezamen-
  lijke manifestatie, een grote publiekstentoonstelling, is een goede
  katalysator om nader tot het gezamenlijke doel te komen.
      Inhoudelijk ligt het zwaartepunt bij de maatschappelijke toe-
  passing en betekenis van het ontwerp. De raad gaat er van uit
  dat NIADEC/AVE ook oog blijft houden voor de meer autonome
  uitingen van de ontwerpende disciplines.
Publieksbereik
  Het publiek van het instituut bestaat uit professionals, onderzoekers
  en een algemene groep van geïnteresseerden. Het instituut wil alle
  segmenten bedienen en rekent op een grote toename van publiek.
                                                                           NIADEC/AVE
  De geraamde bezoekersaantallen worden echter niet geschraagd door
  het beleidsplan. Als het instituut de ambities wil waarmaken, zal veel
  meer aandacht voor publieksbereik moeten komen. In dit verband ligt
  samenwerking met andere partijen met ervaring op het gebied van
  het maken van tentoonstellingen in het domein van creatieve indus-
  trie in de rede. De benoeming van de nieuwe directeur wekt in dit
  opzicht vertrouwen.
      Het is in de ogen van de raad net zo belangrijk algemeen publiek
  als de (internationale) vakgemeenschap te trekken.
Cultureel ondernemerschap
  De ambities met betrekking tot ondernemerschap zijn vooral gericht
  op het verhogen van het percentage van de eigen inkomsten, bijvoor-
  beeld door meer publiek te trekken, verhuur van ruimtes en bijdragen
  uit vriendenverenigingen. De raad waardeert deze ambitie, maar kan
  de optimistische vooruitzichten van NIADEC/AVE niet onderschrij-
                                                                           180
  ven. De verwachte directe opbrengsten voor 2013 dalen bijvoorbeeld
  met 25% ten opzichte van de opgetelde bedragen van 2010.
      Deze cijfers laten zich slecht rijmen met het plan, waarin wordt
  gesteld dat er 20% bezuinigd wordt (weliswaar ten opzichte van
  2012) en fors hogere eigen inkomsten worden gehaald.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 163 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 164 ======================================================================

<pre>   De doelen van NIADEC/AVE moeten in lijn gebracht worden met
   maatregelen om deze te verwezenlijken.
       De marketingstrategie is erop gericht naamsbekendheid te ver-
                                                                             Het vervolg
   krijgen en het publiek bekend te maken met het nieuwe instituut. De
   raad vindt het belangrijk dat reeds opgebouwde relaties in stand wor-
   den gehouden. Zo heeft het Nederlands Architectuur Instituut een
   waardevolle band met verschillende ministeries en (markt)partijen die
   bij het uitvoeren van de architectuurnota betrokken zijn.
       De raad ziet voor het nieuwe instituut een rol weggelegd in de
                                                                             Adviezen
   bevordering van de kwaliteit van het opdrachtgeverschap en bij match-
   making processen. Het relatiebeheer moet daarom een zwaarder
   onderdeel van het marketingplan worden. Voorts vindt de raad het
   belangrijk dat vanuit de inhoud aan het maatschappelijk draagvlak
   wordt gewerkt.
                                                                             Creatieve industrie
Educatie
  Educatie wordt in het beleidsplan omschreven als kerntaak.
  NIADEC/AVE ontwikkelt drie programmalijnen voor het primair
  en voortgezet onderwijs. De raad vindt het belangrijk dat e-cultuur
  geïntegreerd wordt in de educatieve programma’s.
(Inter)nationaal belang
   NIADEC/AVE stelt zich voor te functioneren als zendstation voor
   internationale activiteiten binnen de beleidsterreinen van Onderwijs,
   Cultuur en Wetenschap, Buitenlandse Zaken, Economische Zaken
   en Ontwikkelingssamenwerking. De raad hecht eraan dat het insti-
   tuut zich ook als ontvanger opstelt en internationale activiteiten
   in Nederland laat plaatsvinden. Gelet op de reeds bestaande, sterke
   internationale netwerken, heeft de raad er vertrouwen in dat het
   instituut de internationale positie van de ontwerpende disciplines
   kan versterken.
Talentontwikkeling                                                           NIADEC/AVE
  Hoewel de instelling geen directe taak heeft in talentontwikkeling,
  gaat de raad er wel van uit dat zij gelegenheid biedt aan talent zich te
  presenteren en/of zich in contact te stellen met actoren in de creatieve
  industrie. Als platform onderhoudt zij contacten met onder andere
  onderzoeksinstellingen en universiteiten ten behoeve van het opbou-
  wen en verspreiden van kennis. Het instituut faciliteert op die manier
  onderzoekstalent.
                                                                             181
</pre>

====================================================================== Einde pagina 164 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 165 ======================================================================

<pre>Het vervolg                  Adviezen   Bibliotheken   182
              Bibliotheken
</pre>

====================================================================== Einde pagina 165 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 166 ======================================================================

<pre>   Sectorinstituut
   Openbare
                                                                                                Het vervolg
   Bibliotheken                                                              € 14.440.000
                                                                             geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
   Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) heeft als missie         € 14.440.000
   de landelijke regiefunctie uit te voeren ten behoeve van een toekomst-    gevraagd
   bestendige, openbare bibliotheekvoorziening. Daartoe initieert het        subsidiebedrag
                                                                                                Adviezen
   beleid en innovatie binnen de sector. Verder bevordert het verbinding     De aanvraag is
    en efficiëntie binnen het openbare bibliotheeklandschap als geheel.      gebaseerd op
   Het beoogt tot slot als onderzoeks- en kennisinstituut (wetenschap-       artikel 3.39 van
                                                                             de Regeling op
   pelijke) visies te ontwikkelen die dienen ter onderbouwing van            het specifiek
   strategische beleidsvoornemens.                                           cultuurbeleid.
                                                                                                Bibliotheken
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert het Sectorinstituut Openbare
   Bibliotheken een subsidiebedrag toe te kennen van € 14.440.000
   onder de voorwaarde dat er over een jaar opnieuw een plan wordt
   ingediend waarin onderstaande elementen aandacht krijgen.
In het nieuwe plan van het SIOB zijn vele relevante ambities helder
verwoord. Onduidelijk is echter hoe het SIOB de veelheid aan ambities
precies wil bereiken en waar prioriteiten liggen. Dit is voor de raad mede
aanleiding de staatssecretaris te adviseren het SIOB over een jaar een
nieuw plan te laten indienen. Dan moet duidelijk worden of het SIOB
de capaciteiten heeft om een regiefunctie in de sector te vervullen.
De raad mist een aantal elementen in het huidige plan die daarvoor
                                                                                                Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
onontbeerlijk zijn:
– Reflectie op het eigen functioneren: wat zijn de behaalde resultaten
  en op welke wijze wil het SIOB de vele ambities wanneer en waarom
  precies bereiken?
– Reflectie op de functie van bibliotheken, geabstraheerd van de
  bestaande infrastructuur.
– Aandacht voor samenwerkingsverbanden
  (met het onderwijsveld bijvoorbeeld).
– Besteding budget voor digitale content.
                                                                                                183
</pre>

====================================================================== Einde pagina 166 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 167 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Het vervolg
  Het gebrek aan conceptuele helderheid in het eerdere plan heeft het
  SIOB met de thans voorliggende aanvraag grotendeels opgelost.
  Onduidelijk is echter hoe het SIOB de veelheid aan ambities precies
  wil bereiken en welke prioriteit deze hebben.
      In het advies over het eerste beleidsplan stelde de raad vast dat
  het SIOB blijft opteren voor een beperkte rolopvatting waarbij
                                                                             Adviezen
  uitvoerende taken domineren. Uit het nieuwe plan blijkt wederom dat
  relatief veel middelen aan deze uitvoerende taken worden besteed,
  terwijl het SIOB juist een regierol ambieert c.q. zou moeten ambiëren.
  Daartoe moet het SIOB in zijn beleidsplan zich minder oriënteren
  op het huidige bestel. Het dient een strikt institutionele invalshoek te
                                                                             Bibliotheken
  verlaten en de vraag te beantwoorden op welke wijze de functies
  waartoe de bibliotheken zijn opgericht in onze samenleving het beste
  kunnen worden vervuld. Gezien de sinds vijftien jaar structureel
  dalende gebruikscijfers van de bibliotheek, kan het voortbestaan van
  de bibliotheek niet voetstoots worden aangenomen, noch mag dit
  een doel op zichzelf worden.
      In het nieuwe plan is het SIOB helder over de ambities met
  betrekking tot de digitale openbare bibliotheek (Bibliotheek.nl), in
  zoverre dat men aangeeft wat men wil. Onduidelijk blijft echter hoe
  het hiervoor beschikbare geld ingezet dient te worden en hoever het
  digitaliseringsproject thans is gevorderd. Hierbij blijft het van belang
  dat het plan van Bibliotheek.nl aansluit bij het plan van het SIOB.
Publieksbereik
  Uit het plan blijkt dat het SIOB € 10.782.380 wil besteden aan ‘aan-
  gepast lezenden’ en € 301.964 aan de bibliotheek voor de varenden.
  Vooral het eerste bedrag roept vragen op inzake rendement en effec-
                                                                             Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
  tiviteit. Staat dit bedrag wel in verhouding tot de grootte van de
  groep gebruikers (30.000, volgens het plan) en tot het aantal jaarlijks
  te produceren titels (ongeveer 2.500)?
      Daar komt bij dat het SIOB aangeeft dat de potentiële doelgroep
  veel groter is; hoe redt de rest zich? Wanneer deze groep kennelijk
  zonder hulp van het loket ‘aangepast lezen’ kan functioneren, is het
  – zeker gezien het daarvoor beschikbare bedrag – cruciaal op korte
  termijn te onderzoeken in hoeverre het loket in de huidige opzet nog
  wel nodig is. Ook de huidige technologische ontwikkelingen geven
  aanleiding te vermoeden dat op dit terrein grote efficiency slagen kun-
  nen worden gemaakt. De raad mist in het herziene plan kritische
  bezinning op deze punten.
Cultureel ondernemerschap
  Uit het plan spreekt op onderdelen weinig autonomie. Beleid, regie
  en visie dienen naar de mening van de raad tot stand te komen on-
                                                                             184
  afhankelijk van de verschillende specifieke belangen van partijen
  in de sector. Bovendien zou duidelijker kunnen worden aangegeven
  met welke publieke en private partners de ambities van het SIOB
  het beste kunnen worden gerealiseerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 167 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 168 ======================================================================

<pre>Educatie
  Net als in het eerste advies oordeelt de raad positief over de gezamen-
  lijke activiteiten met Bibliotheek op School en Kunst van Lezen.
                                                                            Het vervolg
(Inter)nationaal belang
   De raad verwijst voor het oordeel over het (inter)nationaal belang
   van het SIOB naar het advies in Slagen in Cultuur.
                                                                            Adviezen
                                                                            Bibliotheken
                                                                            Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
                                                                            185
</pre>

====================================================================== Einde pagina 168 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 169 ======================================================================

<pre>Het vervolg           Adviezen   Amateurkunst en Cultuureducatie   186
              Amateurkunst en
              Cultuureducatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 169 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 170 ======================================================================

<pre>   Kennisinstituut
   Cultuureducatie en
                                                                                                Het vervolg
   Amateurkunst                                                              € 4.760.000
                                                                             geadviseerd
                                                                             subsidiebedrag
   Het kennisinstituut is een instelling die ondersteunende activiteiten     € 4.760.000
   verricht op het terrein van amateurkunst en cultuureducatie, waar-        gevraagd
   onder onderzoek en monitoring, informatievoorziening en professio-        subsidiebedrag
                                                                                                Adviezen
   nalisering van de educatiefunctie in de culturele sector. De instelling   De aanvraag is
   is een fusie tussen Cultuurnetwerk en Kunstfactor. Het kennisinsti-       gebaseerd op
   tuut wil de kwaliteit van cultuureducatie en amateurkunst versterken      artikel 3.41 van
                                                                             de Regeling op
   vanuit de overtuiging dat deelname aan kunst en cultuur in de hele        het specifiek
   levensloop bijdraagt aan het welzijn van mensen en de leefbaarheid        cultuurbeleid.
                                                                                                Amateurkunst en Cultuureducatie
   van de samenleving. Het wil dit doen in samenwerking met instel-
   lingen uit de cultuur, het onderwijs, de wetenschap, het maatschap-
   pelijk middenveld en met overheden, door bestaande en nieuwe
   kennis te verzamelen, toepasbaar te maken, uit te wisselen en waar
   mogelijk te verbinden met internationale kennis.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Kennisinstituut Cultuur-
   educatie en Amateurkunst een subsidiebedrag toe te kennen van
   € 4.760.000 onder de voorwaarde dat over twee jaar de strategische
   agenda wordt ingediend waarin onderstaande elementen aandacht
   krijgen.
De raad beschouwt het nieuwe activiteitenplan van het kennisinstituut
als voldoende. Hoewel nog niet alle plannen even concreet zijn uit-
                                                                                                Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst
gewerkt, tekenen de contouren van het nieuwe instituut zich langzaam
af. Het is nog onvoldoende duidelijk hoe de diverse plannen van het
instituut handen en voeten zullen krijgen en welke richting het precies
op zal gaan.
De raad adviseert dan ook het subsidiebedrag toe te kennen onder de
voorwaarde dat het kennisinstituut over twee jaar de in het activiteiten-
plan genoemde strategische agenda indient. Deze agenda dient concreet
richting te geven aan de werkwijze van het kennisinstituut.
                                                                                                187
</pre>

====================================================================== Einde pagina 170 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 171 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                            Het vervolg
  De raad vond het eerste plan vooral een fusiedocument waarin activi-
  teiten vrij willekeurig werden opgesomd. Het nieuwe plan geeft meer
  richting aan de activiteiten door het benoemen van vier prioriteiten.
  Ook de positionering is beter uitgewerkt ten opzichte van het vorige
  plan.
      De vier prioriteiten die het kennisinstituut noemt zijn volgens de
                                                                           Adviezen
  raad een goede eerste stap. De missie en visie vragen nog de nodige
  aandacht evenals concrete doelstellingen. Hoe onderscheidt de
  nieuwe werkwijze zich van de fusie instituten? Wat maakt het kennis-
  instituut onmisbaar, wat onderscheidt dit instituut en wat wil men
  concreet bereiken? Dit kan grondiger worden uitgewerkt.
                                                                           Amateurkunst en Cultuureducatie
      Het instituut is voornemens een strategische agenda op te stellen
  na raadpleging van het veld. De raad onderschrijft het belang hiervan
  en vindt dit een goede ambitie. Mede gevoed door onderzoek kan een
  dergelijke agenda een duidelijkere richting geven aan de activiteiten
  van het kennisinstituut. In het plan ontbreekt een planning voor deze
  agenda. De raad vindt het van belang dat er vanaf 2014 een strate-
  gische agenda ligt van waaruit het dan inmiddels gevestigde kennis-
  instituut gerichter kan opereren.
Publieksbereik
  Hoewel er duidelijk een slag is gemaakt, mist het nieuwe activiteiten-
  plan nog steeds een inhoudelijke lijn. De opbrengsten van de activi-
  teiten worden onvoldoende inzichtelijk gemaakt. De raad is een groot
  voorstander van het koppelen van activiteiten aan het vergaren van
  kennis en het doen van onderzoek. De eerste stappen hiertoe worden
  door het kennisinstituut gezet door activiteiten als de Week van de
  Amateurkunst te koppelen aan het verzamelen van kennis. Dit is bij
                                                                           Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst
  uitstek een lijn die het kennisinstituut meer zou moeten volgen en
  de raad is dan ook enthousiast over deze plannen.
Cultureel ondernemerschap
  De raad blijft bij zijn opmerking uit het vorige advies. Hij mist vol-
  doende aandacht voor een verdienmodel of het onderzoeken van
  mogelijkheden naar het ‘vermarkten’ van kennis. Het kennisinstituut
  zou zich met betrekking tot ondernemerschap creatiever en vernieu-
  wender kunnen tonen. Wat de raad zeer positief vindt is dat er
  geleidelijk naar een geheel nieuwe Raad van Toezicht wordt gewerkt.
  Ook onderschrijft de raad het profiel van zowel de Raad van Toezicht
  als de nieuwe bestuurder. Het is naar de mening van de raad een
  belangrijke stap om bestuurlijke vernieuwing in gang te zetten.
Educatie
  De raad had in het vorige advies kritiek op de beperkte aandacht die
                                                                           188
  werd geschonken aan amateurkunst. Naar de mening van de raad is
  in het nieuwe plan de balans tussen cultuureducatie en amateurkunst
  hersteld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 171 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 172 ======================================================================

<pre>   Het kennisinstituut noemt in het kader hiervan de transitie van do-
   cent naar coach binnen de amateurkunst een belangrijke ontwikkeling
   en wil deskundigheid bevorderen door bijvoorbeeld methodiekont-
                                                                             Het vervolg
   wikkelingen te inventariseren en bijeenkomsten te organiseren.
       Het is naar de mening van de raad goed dat op deze ontwikkeling
   ingespeeld wordt en hij ziet hier ook mogelijkheden binnen de kunst-
   vakopleidingen. Het kennisinstituut beschikt over een leerstoel erf-
   goed bij de Ersamus Universiteit Rotterdam en een leerstoel cultuur-
   educatie- en participatie bij de Universiteit Utrecht. Dit is een sterk
                                                                             Adviezen
   punt van het instituut en de raad adviseert deze posities verder uit te
   buiten, bijvoorbeeld bij het opstellen van de onderzoeksagenda. Het
   gezag van de leerstoelen kan richting geven aan de verdere ontwikke-
   ling van het culturele veld.
                                                                             Amateurkunst en Cultuureducatie
(Inter)nationaal belang
   De raad vindt het positief dat het instituut reflecteert op ontwikke-
   lingen in het buitenland en voornemens is kennis te delen en uit
   te wisselen. De raad adviseert aandacht te geven aan een onderschei-
   dend internationaal profiel. Gezien het hoge niveau van de cultuur-
   educatie en amateurkunst in Nederland liggen daar zeker kansen. Hij
   is dan ook benieuwd naar de concrete uitwerking van deze plannen.
                                                                             Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst
                                                                             189
</pre>

====================================================================== Einde pagina 172 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 173 ======================================================================

<pre>Het vervolg        Adviezen   Bovensectorale                190
                              ondersteunende instellingen
              Bovensectorale
              ondersteunende
              instellingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 173 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 174 ======================================================================

<pre>   Dutch Centre for
   International Cultural
                                                                                                              Het vervolg
   Cooperation                                                                 € 880.000
                                                                               geadviseerd
                                                                               subsidiebedrag
   Dutch Centre for International Cultural Cooperation (DCICC)                 € 880.000
   wil internationale activiteiten op het gebied van cultuur, media en         gevraagd
   erfgoed versterken en stimuleren en daarmee de Nederlandse inter-           subsidiebedrag
                                                                                                              Adviezen
   nationale samenwerking verrijken. De instelling geeft aan deze missie       De aanvraag is
   te realiseren door het stimuleren, ondersteunen en organiseren van          gebaseerd op
   internationale culturele activiteiten en het bevorderen van mobiliteit.     artikel 3.43 van
                                                                               de Regeling op
                                                                               het specifiek
                                                                               cultuurbeleid.
                                                                                                  Bovensectorale
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert de Stichting Dutch Centre for
                                                                                                  ondersteunende instellingen
   International Cultural Cooperation een subsidiebedrag toe te kennen
   van € 880.000. Aangezien DCICC nog van start moet gaan, adviseert
   de raad de organisatie halverwege de subsidieperiode om een tussen-
   rapportage met betrekking tot de uitvoering van de plannen te vragen.
De subsidieaanvraag is het plan van drie fuserende instellingen, die vanaf
2013 zullen opgaan in één organisatie, het Dutch Center for Cultural
Cooperation. Uit het plan blijkt dat een directeur/bestuurder is benoemd
voor de dagelijkse leiding van de organisatie met ingang van 2013.
De raad was in zijn vorige advies positief over het feit dat de instellingen
midden in een fusieproces een gezamenlijk plan hadden ingediend.
Toch meende hij dat het plan op een aantal onderdelen niet concreet
genoeg was. Hij vroeg daarom om meer informatie.
                                                                                                              Dutch Centre for International Cultural Cooperation
    De stichting is er in korte tijd in geslaagd het plan meer te concre-
tiseren en de gevraagde aanvullende informatie te leveren. Dat verheugt
de raad. De nieuwe organisatie bundelt de kennis, de deskundigheid en
de netwerken van Trans Artists, Cultureel ContactPunt, MEDIADesk
en SICA door de samenstelling van drie clusters: Prioriteitsgebieden,
Europa en Mobiliteit. In het nieuwe plan zijn daar de clusters Dienstver-
lening aan de ambassadeposten en Erfgoed aan toegevoegd. Door het
benoemen en structureren van activiteiten ontstaat een duidelijker beeld
van de organisatie.
                                                                                                             191
</pre>

====================================================================== Einde pagina 174 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 175 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                                        Het vervolg
  Uit het nieuwe plan komt duidelijk één organisatie naar voren.
  Dat ziet de raad als een grote verbetering. Er is nu sprake van meer
  synergie tussen de clusters. In het hoofdstuk De kracht van samen-
  werking komt wat dat betreft ook de kracht van de nieuwe instelling
  naar voren. De raad ziet met belangstelling uit naar de uitwerking
  van de plannen. De doelstellingen zijn helder omschreven, maar het
                                                                                       Adviezen
  ontbreekt nog aan meetbare doelen (output) op grond waarvan eva-
  luatie kan plaatsvinden. De doelen zijn vooral vanuit het beleid van
  de departementen beschreven en veel minder vanuit de behoeften
  van het veld.
     De raad zou graag een heldere verbinding zien tussen de vraag van
                                                                            Bovensectorale
  de departementen en de behoeften van het veld. In een bijlage bij het
  plan worden internationale netwerken en partners genoemd. De raad
  mist een nadere uitwerking van de samenwerking van de fusiepartners
                                                                            ondersteunende instellingen
  met genoemde organisaties. Hij hoopt dat DCICC nadrukkelijk zal
  investeren in internationale samenwerkingsverbanden.
Publieksbereik
  In het nieuwe plan is de samenwerking met de cultuurfondsen en de
  ondersteunende instellingen omschreven. De raad merkt op dat deze
  vooral pragmatisch is en lijkt voort te komen uit financiële motieven.
  Hij mist een helder uitgewerkt plan voor inhoudelijke samenwerking,
  waarin in kaart wordt gebracht wie zich aan welke taken verbindt
  en hoe de rollen onderling worden afgestemd, gebruik makend van
  ieders expertise. Zo lijkt afstemming met het Mondriaan Fonds op
  het gebied van erfgoed voor de hand liggend, gezien de internationale
  activiteiten van het fonds op dit terrein. Met betrekking tot de be-
  schreven gevolgen van de subsidiekortingen, verwacht de raad dat
                                                                                       Dutch Centre for International Cultural Cooperation
  deze niet ten koste gaan van de dienstverlening aan het veld. Zo zou
  hij het schrappen van de algemene helpdesk functie betreuren.
Cultureel ondernemerschap
  DCICC ontvangt subsidies van het ministerie van Buitenlandse Za-
  ken en het ministerie van OCW voor de uitvoering van de kerntaken.
  Financiering van projecten en programma’s geschiedt uit (publieke)
  fondsen, sponsoring en bijdragen van derden. In het plan wordt niet
  of nauwelijks aandacht besteed aan cultureel ondernemerschap.
      De raad gaat ervan uit dat efficiency winst valt te behalen uit de
  fusie. Dit komt niet naar voren in het activiteitenplan.
Educatie
  Vanwege de opdracht aan de instelling en de aard van haar activi-
  teiten, ziet de raad dit criterium niet als relevant. Hij verwijst naar
  zijn opmerking hierover in Slagen in Cultuur op pagina 18.
                                                                                       192
</pre>

====================================================================== Einde pagina 175 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 176 ======================================================================

<pre>(Inter)nationaal belang
   Als bovensectorale ondersteunende instelling voor het internationaal
   cultuurbeleid versterkt en stimuleert DCICC internationale activi-
                                                                                      Het vervolg
   teiten op het gebied van cultuur, media en erfgoed. De raad is hier
   positief over.
                                                                                      Adviezen
                                                                          Bovensectorale
                                                                          ondersteunende instellingen
                                                                                      Dutch Centre for International Cultural Cooperation
                                                                                     193
</pre>

====================================================================== Einde pagina 176 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 177 ======================================================================

<pre>Het vervolg                    Advies reactie   195
              Advies reactie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 177 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 178 ======================================================================

<pre>Het vervolg                   Advies reactie   Podiumkunsten   Theater   196
              Podiumkunsten
                        Theater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 178 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 179 ======================================================================

<pre>  Theater Instituut Nederland
                                                                           Het vervolg
Reactie
  Hoewel de reactie van het Theater Instituut Nederland (TIN) – op
                                                                           Advies reactie
  onderstaande uitzondering na – geen feitelijke onjuistheden betreft,
  gaat de raad hieronder toch in op een aantal aspecten van de brief
  van het TIN.
  Het is feitelijk onjuist dat de raad aangaf dat het TIN samenwerking
                                                                           Podiumkunsten
  zoekt met de Vrije Universiteit Amsterdam. In het advies had moeten
  staan dat het TIN beoogt samen te werken met de Universiteit van
  Amsterdam.
  Het TIN benadrukt in de reactie het belang van financiering om
  de collectie, die ook door de raad als belangwekkend gekwalificeerd
  werd, te kunnen borgen. Tevens stelt het TIN niet als een presen-
  tatie-instelling te functioneren.
      De raad stelde inderdaad de collectie van documentaire waarde
                                                                           Theater
  te vinden. Omdat het TIN zich positioneert als nomadisch museum
  en de traditionele koppeling tussen vaste presentatie en publieks-
  bereik wordt losgelaten, is de raad echter van mening dat de collectie
  ondergebracht kan worden bij een collectiebeherende instelling die
  daartoe goed geëquipeerd is.
  Overigens vindt het TIN als het om borging van de collectie gaat een
  medestander in de Tweede Kamer. De kamer heeft de motie Van
                                                                           Theater Instituut Nederland
  der Werf/Klijnsma aangenomen en daarmee verzocht het cultuurgoed
  van het TIN zorgvuldig te borgen en indien nodig onder andere de
  eigen bestemmingsreserves hiervoor aan te wenden.
     In het kader van het museaal besteladvies komt de raad terug op
  de problematiek van de borging van collecties.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het subsidie-
  advies over het Theater Instituut Nederland bij te stellen.
                                                                           197
</pre>

====================================================================== Einde pagina 179 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 180 ======================================================================

<pre>                    Het vervolg 2
Slagen in Cultuur
Het vervolg 2
31 augustus 2012
                    197
</pre>

====================================================================== Einde pagina 180 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 181 ======================================================================

<pre>   Slagen in Cultuur
   Het vervolg 2
                                                                              Het vervolg 2
   31 augustus 2012
De Raad voor Cultuur adviseert de regering over de toekenning van
subsidies aan instellingen in het kader van de culturele basisinfrastruc-
tuur 2013 – 2016. Op 21 mei 2012 heeft de raad daarvoor zijn advies
                                                                              Inleiding
Slagen in Cultuur gepubliceerd; op 13 augustus 2012 heeft de raad een
aanvullend advies uitgebracht: Slagen in Cultuur, Het vervolg.
Ook dit advies, Slagen in Cultuur, Het vervolg 2, maakt onderdeel uit van
de procedure die resulteert in de subsidiebesluiten die het kabinet op
Prinsjesdag – 18 september 2012 – openbaar maakt. Dit advies bestaat
uit twee delen.
Het eerste deel behandelt de aanvragen voor de plek van symfonieorkest
met begeleidingsactiviteiten voor dans, die de raad – zoals aangekondigd
in Slagen in Cultuur, Het vervolg – nog moest afronden. De aanvragen
zijn volgens dezelfde methode behandeld en beoordeeld als bij het advies
Slagen in Cultuur. Ook heeft de raad analyses van ondernemerschap
(door RebelGroup/Kwink Groep) en educatie (door onderzoeks- en
adviesbureau Claudia de Graauw) gebruikt.
    Naast de beoordeling van de individuele aanvragen heeft de raad ook
een integrale afweging gemaakt. Die heeft geleid tot een positief oordeel
over Holland Symfonia.
Het tweede deel betreft de advisering over twee reacties van instellingen
naar aanleiding van het advies Slagen in Cultuur, Het vervolg.
    De raad ziet in de reacties geen aanleiding zijn oorspronkelijke advies
te herzien.
                                                                              201
</pre>

====================================================================== Einde pagina 181 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 182 ======================================================================

<pre>Het vervolg 2          Adviezen   203
            Adviezen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 182 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 183 ======================================================================

<pre>Het vervolg 2               Adviezen     Podiumkunsten   Symfonieorkesten   204
            Podiumkunsten
                      Symfonieorkesten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 183 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 184 ======================================================================

<pre>   Integrale afweging
                                                                             Het vervolg 2
Er zijn drie aanvragen ingediend voor symfonieorkest met begeleidings-
activiteiten voor dans: Holland Symfonia, Residentie Orkest en Stichting
Kernensemble.
                                                                             Adviezen
Het Residentie Orkest en Stichting Kernensemble hebben gebruik-
gemaakt van een nieuwe mogelijkheid in de regeling ‘aanvullende
aanvraagronde culturele basisinfrastructuur’. Volgens deze regeling kan
het beschikbare budget voor de begeleiding van dans verdeeld worden
                                                                             Podiumkunsten
over meer dan één instelling. De instellingen hebben het budget en de
taken onderling verdeeld. Voor een volledige invulling van de begeleiding
zijn er dus twee opties: Holland Symfonia en de combinatie Residentie
Orkest / Stichting Kernensemble. De raad heeft de drie plannen
afzonderlijk en in samenhang beoordeeld en vervolgens zijn integrale
afweging gemaakt.
In Slagen voor Cultuur heeft de raad zijn zorgen geuit over de kwaliteits-
borging, als musici te weinig perspectief zouden hebben door de beperkte
                                                                             Symfonieorkesten
omvang van hun aanstelling en het feit dat zij binnen hun dienstverband
louter ‘in de bak’ zouden kunnen spelen. Beide varianten (Holland
Symfonia en de combinatie Residentie Orkest / Stichting Kernensemble)
gaan hierop in. De uitwerking en invulling zijn echter verschillend.
Het Residentie Orkest zet haar capaciteit in vanuit het eigen orkest dat
een uitgebreide podiumtaak heeft. Hoe deze kerntaak zich exact gaat
verhouden tot de begeleidingstaak ontbreekt in de aanvraag van het
                                                                             Integrale afweging
orkest, maar de kwaliteit lijkt voldoende gewaarborgd.
Stichting Kernensemble geeft aan dat musici in vaste dienst (0,5 fte)
onder nader te bepalen voorwaarden op freelance basis beperkt kunnen
remplaceren bij optredens van het Nederlands Philharmonisch Orkest
(NedPhO). Dit is echter geen garantie voor de musici. De mogelijkheden
zijn afhankelijk van de concerttaak en de omvang van het NedPhO.
Holland Symfonia is er door een versoepeling van arbeidsvoorwaarden
en het terugbrengen van de vaste kern in geslaagd ruimere vaste aanstel-
lingen (0,7 – 1,0 fte) aan te bieden. Naast de begeleidingstaak kan het
orkest daarmee de opgebouwde ervaring en expertise op het gebied van
educatieve activiteiten op bescheiden schaal continueren. De garantie
van een gemengde praktijk en ruimere dienstverbanden zijn positief voor
de kwaliteitsborging.
                                                                             205
</pre>

====================================================================== Einde pagina 184 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 185 ======================================================================

<pre>Zowel Stichting Kernensemble als Holland Symfonia kiezen voor een
vaste kern van respectievelijk 41 en 45 musici en een schil van rempla-
çanten van respectievelijk 22 en 17 musici. In beide gevallen zal er een
                                                                              Het vervolg 2
nieuwe balans moeten ontstaan. De keuzes met betrekking tot de samen-
stelling en totstandkoming van de orkesten zijn echter verschillend.
Holland Symfonia geeft zich rekenschap van de benodigde kwaliteiten
voor het balletrepertoire door de blazers in de vaste kern dubbel te
bezetten. Stichting Kernensemble kiest in haar aanvraag voor een enkele
                                                                              Adviezen
bezetting bij de blazers. De stichting zal een heel nieuw orkest moeten
oprichten en geeft aan hiervoor, in verband met de korte tijd die rest voor
aanvang van de begeleidingstaak, een overgangssituatie te moeten creë-
ren. Het zal enkele jaren vergen voor het orkest het gewenste kwaliteits-
niveau heeft bereikt, maar per 1 januari 2013 moet het al operationeel
                                                                              Podiumkunsten
zijn.
    De kleine kern van Holland Symfonia kan de huidige begeleidings-
activiteiten in afgeslankte vorm direct voortzetten en de opgebouwde
kwaliteit, gelet op de omstandigheden, maximaal benutten.
De raad constateert dat het budget weinig ruimte laat. De aanvraag van
Holland Symfonia laat een beperkte speelruimte zien. Het orkest zal na
de reorganisatie moeten investeren in het creëren van meer speelruimte.
De opzet die de Stichting Kernensemble voorstelt, brengt veel onzeker-
                                                                              Symfonieorkesten
heden met zich mee, zowel bij de start en opbouw van het nieuwe orkest
als op de langere termijn. Er wordt aangesloten bij het NedPhO maar
tegelijkertijd bestaat er, onder voorwaarden, een eenzijdige afhankelijk-
heid van het NedPhO en worden er verschillen in perspectief gecreëerd
voor musici in beide orkesten. Dit is volgens de raad een onhoudbare
situatie.
    Alles overziend is de raad van mening dat de begeleidingstaak moet
worden ondergebracht bij Holland Symfonia.
                                                                              Integrale afweging
                                                                              206
</pre>

====================================================================== Einde pagina 185 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 186 ======================================================================

<pre>   Stichting Kernensemble
                                                                                                 Het vervolg 2
                                                                              €0
                                                                              geadviseerd
                                                                              subsidiebedrag
   De missie van de instelling luidt: “Stichting Kernensemble verzorgt        € 3.100.000
   als modern orkestbedrijf de symfonische begeleidingen van de dans-         gevraagd
   voorstellingen van Het Nationale Ballet in Het Muziektheater               subsidiebedrag
                                                                                                 Adviezen
   Amsterdam. Voorstellingen vinden ook plaats op podia buiten Amster-        De aanvraag is
   dam of Nederland. De kwaliteit van de orkestbegeleiding beant-             gebaseerd op
   woordt aan het internationale topniveau dat bij voorstellingen van         artikel 3.16 in
                                                                              samenhang met
   het Nationale Ballet verwacht mag worden.”                                 artikel 3.50
                                                                              van de Regeling
                                                                                                 Podiumkunsten
                                                                              op het specifiek
                                                                              cultuurbeleid.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Kernensemble geen
   subsidie toe te kennen.
Stichting Kernensemble zal voor het invullen van de begeleidingstaak
een nieuw orkest formeren. Het orkest zal gelieerd zijn aan het Neder-
lands Philharmonisch Orkest (NedPhO). Doel van deze samenwerking
                                                                                                 Symfonieorkesten
is een deel van de musici een breder perspectief te bieden dan alleen
‘in de bak’ spelen. Daarnaast zijn er naar verwachting efficiency voordelen
te behalen doordat het nieuwe orkest management, facilitaire en overige
ondersteunende taken kan inkopen bij het NedPhO.
Op 1 januari 2013 moet de nieuw te formeren begeleidingskern van start.
Het zal echter veel tijd vergen een kwalitatief goede begeleidingskern op
te bouwen, vooral omdat ruim van de benodigde musici niet in vaste
                                                                                                 Stichting Kernensemble
dienst is. Musici bij Stichting Kernensemble krijgen een aanstelling
van 0,5 fte en kunnen daarnaast freelance ook als remplaçant werken bij
het NedPhO. In de aanvraag worden over dit laatste verwachtingen
uitgesproken, maar geen garanties geboden. Het toekomstperspectief en
de arbeidsvoorwaarden brengen voor de musici veel onzekerheden met
zich mee. Naast het feit dat het orkest op 1 januari 2013 al operationeel
moet zijn en het zich dan nog in de aanloopfase bevindt, is de raad
van mening dat het plan niet voldoende garanties biedt om op redelijke
termijn de gewenste kwaliteit te kunnen bereiken.
Er zijn meerdere aanvragen ingediend voor symfonieorkest voor bege-
leiding dans. De raad adviseert de aanvraag van Stichting Kernensemble
niet te honoreren. Voor een toelichting op de onderlinge afweging ver-
wijst de raad naar de integrale afweging symfonieorkesten.
                                                                                                 209
</pre>

====================================================================== Einde pagina 186 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 187 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                             Het vervolg 2
  Om invulling te kunnen geven aan de begeleidingsactiviteiten voor
  Het Nationale Ballet zal de instelling een nieuw orkest formeren en
  exploiteren.
      Om musici voldoende perspectief te kunnen bieden en de kwali-
  teit van de basisbezetting en de invulling van sleutelposities te kunnen
  waarborgen, is een samenwerking opgezet met het Nederlands
                                                                             Adviezen
  Philharmonisch Orkest (NedPhO). Dit orkest verzorgt podiumcon-
  certen en operabegeleidingen van een hoge artistieke kwaliteit.
  Musici bij Stichting Kernensemble krijgen een aanstelling van 0,5 fte
  en kunnen op freelance basis in beperkte mate remplaceren bij het
  NedPhO. Stichting Kernensemble benoemt weliswaar de combinatie
                                                                             Podiumkunsten
  met de concerttaken als een kritische succesfactor, maar stelt deze
  tegelijkertijd afhankelijk van de huidige omvang van de concerttaak
  van het NedPhO. Stichting Kernensemble heeft hierop echter geen
  invloed. De raad constateert dat het vooruitzicht op extra werk bij het
  NedPhO geen recht is en daarmee de musici geen zeker perspectief
  biedt.
      De instelling kiest voor een vaste kern van 41 musici en een flexi-
  bele schil van 22 musici. In relatie tot het repertoire voor begeleiding
  van ballet en dans en de kwaliteitsborging vindt de raad de keuze
                                                                             Symfonieorkesten
  voor enkel bezette blazers in de vaste kern onvoldoende. Het opbou-
  wen van een kwalitatief goed orkest kost tijd. Dit opbouwtempo
  wordt vertraagd omdat structureel ruim van de musici remplaçant
  is. Daarnaast geeft de instelling aan dat vanwege het complexe wer-
  vingsproces de beoogde verhouding vaste/freelance musici geleidelijk
  wordt bereikt. De korte termijn voor de start van de activiteiten op
  1 januari 2013 staat een goed begin in de weg.
      De instelling ligt toe waarom zij ervoor gekozen heeft het kernen-
                                                                             Stichting Kernensemble
  semble in een aparte stichting onder te brengen. De raad heeft echter
  twijfels bij deze opzet. Er is een sterke mate van afhankelijkheid van
  de ontwikkelingen bij het NedPhO, ook op het punt van kwaliteits-
  borging. De stichting heeft hierop echter geen invloed.
Publieksbereik
  Voor publieksbereik heeft de instelling geen specifieke eigen doel-
  stelling en stelt zij zich coöperatief op richting de afnemer van het
  orkest, Het Nationale Ballet.
Cultureel ondernemerschap
  Het kernensemble zal taken op het gebied van management, HRM,
  administratie en facilitaire ondersteuning inkopen bij het NedPhO.
  De raad is positief over mogelijke efficiency voordelen die dit kan
  opleveren, maar vindt de besparingen onvoldoende in de aanvraag
  terug.
                                                                             210
     De raad constateert dat de governance nog niet nader is uitge-
  werkt. Het is nog onduidelijk of er een bestuursmodel of een raad van
  toezichtmodel komt, en met welke competenties en achtergrond deze
  vervolgens gevuld zal worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 187 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 188 ======================================================================

<pre>   De raad acht dit van belang voor de positionering van het nieuwe
   orkest, ook ten opzichte van het NedPhO.
                                                                             Het vervolg 2
Educatie
  Educatieve activiteiten vormen geen onderdeel van deze aanvraag.
  Op het gebied van educatie participeert de instelling in de activiteiten
  van Het Nationale Ballet.
(Inter)nationaal belang
                                                                             Adviezen
   Het Nationale Ballet opereert in een internationale context.
   De kwaliteit van de begeleidingsactiviteiten moet hierbij aansluiten
   (zie hiervoor het oordeel onder Kwaliteit).
       Als zelfstandig orkest vervult het verder geen rol op de (inter)
   nationale podia, aangezien het orkest uitsluitend een begeleidings-
                                                                             Podiumkunsten
   taak heeft.
                                                                             Symfonieorkesten
                                                                             Stichting Kernensemble
                                                                             211
</pre>

====================================================================== Einde pagina 188 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 189 ======================================================================

<pre>   Holland Symfonia
                                                                                              Het vervolg 2
                                                                           € 3.500.000
                                                                           geadviseerd
                                                                           subsidiebedrag
   De missie van de instelling luidt: “Het Orkest van Het Nationale        € 3.500.000
   Ballet is het symfonieorkest voor de begeleiding van de dans.           gevraagd
   Wij zijn, ook in de nieuwe subsidiesituatie, de unieke begeleider van   subsidiebedrag
                                                                                              Adviezen
   Het Nationale Ballet en Het Nederlands Danstheater. Wij begeleiden      De aanvraag is
   hun 106 voorstellingen die circa 107.500 bezoekers per jaar trekken.    gebaseerd op
   Het orkest is bovendien een vooraanstaande educatieve speler en trekt   artikel 3.16 in
                                                                           samenhang met
   met zijn aan balletbegeleiding gelinkte educatiepraktijk (familie- en   artikel 3.50
   schoolvoorstellingen) jaarlijks 17.500 bezoekers.”                      van de Regeling
                                                                                              Podiumkunsten
                                                                           op het specifiek
                                                                           cultuurbeleid.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands Ballet-
   en Symfonieorkest Holland Symfonia een subsidie toe te kennen
   van € 3.500.000.
De instelling wil met ‘Het Orkest van het Nationale Ballet’ de begelei-
                                                                                              Symfonieorkesten
dingsactiviteiten van de dans voortzetten. Met een kern van 45 ervaren
musici in vaste dienst, 17 freelancers en een evenwichtig formatieplan
wordt de kwaliteit voldoende gewaarborgd. Het orkest speelt naast de
voorstellingen ‘in de bak’ ook een bescheiden maar voldoende aantal
symfonische, educatieve concerten op het podium. Mede door deze ge-
mengde praktijk kan het orkest de komende jaren zijn begeleidingstaak
goed uitvoeren. De instelling geeft aan jaarlijks 106 begeleidingen te
willen uitvoeren. Volgens de raad is een jaarlijkse output van circa 90
                                                                                              Holland Symfonia
begeleidingen voldoende voor de invulling van de taak. Hij adviseert
de ruimte die hierdoor ontstaat in te zetten voor de ontwikkeling van
de organisatie.
Er zijn meerdere aanvragen ingediend voor symfonieorkest voor begelei-
ding dans. De raad adviseert de aanvraag van Holland Symfonia te
honoreren. Voor een toelichting op de onderlinge afweging verwijst hij
naar de integrale afweging symfonieorkesten.
                                                                                              212
</pre>

====================================================================== Einde pagina 189 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 190 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                            Het vervolg 2
  Het orkest wil in de komende subsidieperiode jaarlijks 106 bege-
  leidingen en twintig (educatieve) concerten verzorgen. Het plan voor-
  ziet in een orkest van 45 musici in vaste dienst met een aanstelling
  van 0,7 fte; voor sleutelposities (aanvoerders/concertmeester) is de
  aanstelling bovendien ruimer. Voor de basisbezetting wordt de kern
  aangevuld met 17 remplaçanten, zodat hiermee de verhouding flexibel
                                                                            Adviezen
  ten opzichte van vast ruim ¼ is. Om dit uitgangspunt te bereiken
  zal de huidige formatie fors moeten inkrimpen en zal er een nieuw
  evenwicht moeten ontstaan.
      De instelling geeft aan dat vooronderzoek heeft laten zien dat
  musici die de kwaliteit in belangrijke mate bepalen, kunnen worden
                                                                            Podiumkunsten
  behouden voor het orkest. Zo kunnen de kennis van en ervaring
  met het repertoire en de taak ‘begeleiding dans’ worden voortgezet.
  Ook is hiermee de kwaliteit van het uitvoeringsniveau vanaf 2013
  geborgd.
Publieksbereik
  Het orkest bereikt zijn grote publiek via Het Nationale Ballet en
  het Nederlands Danstheater. Voor de educatieve activiteiten worden
  samenwerkingsverbanden met huidige partners als Het Concert-
                                                                            Symfonieorkesten
  gebouw en Het Nationale Ballet / Muziektheater gecontinueerd.
  De projecten worden veelal in coproductie gerealiseerd.
Cultureel ondernemerschap
  De instelling wil ten opzichte van haar eerdere aanvraag uit februari
  2012 een grotere output realiseren door versoepeling van de arbeids-
  voorwaarden en reductie van de omvang van de vaste kern. Naar
  de mening van de raad blijft de staf met 4,4 fte beperkt van omvang
                                                                            Holland Symfonia
  en biedt het verdienmodel, gelet op de omvang van de opgelegde
  taak, weinig speelruimte.
      De raad constateert echter ook dat Holland Symfonia met 106
  begeleidingen hoog inzet, zowel ten opzichte van 2009 – 2010 als ten
  opzichte van de andere aanvragen. De raad is van mening dat circa
  90 begeleidingen per jaar voldoende zijn en adviseert de budgettaire
  ruimte die hierdoor ontstaat te investeren in de eigen organisatie.
      Om de organisatie in de komende jaren verder te ontwikkelen,
  beveelt de raad aan om binnen het perspectief van de beschikbare
  middelen een strategie te ontwikkelen die op termijn leidt tot aan-
  sluiting bij een grotere organisatie, óf een model waarbij educatieve
  activiteiten (deels) zelfstandig kunnen worden uitgevoerd.
Educatie
  Holland Symfonia heeft een uitstekende reputatie opgebouwd
  met zijn educatieve activiteiten. De raad is positief over de invulling
                                                                            213
  van deze maatschappelijke podiumactiviteit. De aanvraag maakt
  onvoldoende duidelijk hoe het orkest deze activiteit zal kunnen blij-
  ven ontwikkelen binnen de eigen organisatie. Het plan geeft immers
  geen inzicht of binnen de staf specifiek ruimte voor educatie is
  gereserveerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 190 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 191 ======================================================================

<pre>(Inter)nationaal belang
   Het orkest begeleidt de twee instellingen voor dans die opereren
   binnen een internationale context. De kwaliteit van het begeleidings-
                                                                           Het vervolg 2
   orkest moet hierbij aansluiten (zie hiervoor het oordeel onder
   Kwaliteit).
                                                                           Adviezen
                                                                           Podiumkunsten
                                                                           Symfonieorkesten
                                                                           Holland Symfonia
                                                                           214
</pre>

====================================================================== Einde pagina 191 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 192 ======================================================================

<pre>   Residentie Orkest
                                                                                               Het vervolg 2
                                                                            €0
                                                                            geadviseerd
                                                                            subsidiebedrag
   Het Residentie Orkest verzorgt het symfonisch repertoire in en rond      € 400.000
   Den Haag. De missie van de instelling luidt: “Het Residentie Orkest      gevraagd
   voorziet als ondernemend symfonieorkest op vernieuwende wijze in         subsidiebedrag
                                                                                               Adviezen
   de behoefte aan klassieke muziek en klassieke muziekeducatie in de       De aanvraag is
   zuidelijke Randstad. Het orkest versterkt maatschappelijke samen-        gebaseerd op
   hang en verstevigt het economisch profiel en het vestigingsklimaat van   artikel 3.16 in
                                                                            samenhang met
   Den Haag als internationale stad van vrede en recht. Het Residentie      artikel 3.50
   Orkest is hoeder, promotor en vernieuwer van het klassieke muzikale      van de Regeling
                                                                                               Podiumkunsten
   erfgoed”.                                                                op het specifiek
                                                                            cultuurbeleid.
Subsidieadvies
   De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Residentie Orkest
   geen subsidie toe te kennen voor begeleidingsactiviteiten voor dans.
Het Residentie Orkest maakt gebruik van de mogelijkheid die de aanvul-
                                                                                               Symfonieorkesten
lende regeling biedt om subsidie aan te vragen voor een deel van de
begeleidingsactiviteiten voor de dans. Het gaat om de begeleiding van
één jaarlijkse productie van het Nederlands Danstheater.
   De aanvraag is beperkt en gaat kort in op de lastenstructuur van deze
taak en de relatie met het Nederlands Danstheater. Naar de mening van
de raad gaat de aanvraag onvoldoende in op de wijze waarop invulling
gegeven wordt aan de begeleidingstaak en hoe deze zich verhoudt tot de
huidige kerntaak van het orkest.
                                                                                               Residentie Orkest
Er zijn meerdere aanvragen ingediend voor symfonieorkest voor begelei-
ding dans. De raad adviseert de aanvraag van Het Residentie Orkest niet
te honoreren. Voor een toelichting op de onderlinge afweging verwijst
hij naar de integrale afweging symfonieorkesten.
                                                                                               215
</pre>

====================================================================== Einde pagina 192 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 193 ======================================================================

<pre>Beoordeling
Kwaliteit
                                                                          Het vervolg 2
  Het orkest verwijst hiervoor naar de aanvragen van het Residentie
  Orkest en het Nederlands Danstheater. De kwaliteit van het orkest is
  zeer zeker voldoende voor de begeleiding van het Nederlands Dans-
  theater. In de aanvraag ontbreekt echter een toelichting op hoe deze
  begeleidingstaak zich gaat verhouden tot de huidige concerttaak van
  het orkest, de operabegeleiding en de te ontwikkelen samenwerking
                                                                          Adviezen
  met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De aanvraag is hiervoor
  te beknopt.
Publieksbereik
  Publieksbereik is geen onderdeel van deze aanvraag. De instelling
                                                                          Podiumkunsten
  verwijst hiervoor naar de hoofdaanvragen van het Residentie Orkest
  en het Nederlands Danstheater.
Cultureel ondernemerschap
  De aanvraag en begroting zijn ingericht op een minimum van 48
  voorstellingen per subsidieperiode. Het aan te vragen budget is met
  het Nederlands Philharmonisch Orkest afgestemd. De samenwerking
  past binnen de visie hierop met andere culturele instellingen in
  Den Haag. In de aanvraag komt echter niet naar voren op welke wijze
                                                                          Symfonieorkesten
  dit ook kan leiden tot meerwaarde en/of synergievoordelen, en hoe
  deze begeleidingstaak organisatorisch ingepast wordt in de seizoens-
  planning.
Educatie
  Educatie is geen onderdeel van deze aanvraag. De instelling verwijst
  hiervoor naar de hoofdaanvragen van het Residentie Orkest en het
  Nederlands Danstheater.
                                                                          Residentie Orkest
(Inter)nationaal belang
   (Inter)nationaal belang is geen onderdeel van deze aanvraag. De in-
   stelling verwijst hiervoor naar de hoofdaanvragen van het Residentie
   Orkest en het Nederlands Danstheater.
                                                                          216
</pre>

====================================================================== Einde pagina 193 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 194 ======================================================================

<pre>Het vervolg 2                 Advies reacties   219
            Advies reacties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 194 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 195 ======================================================================

<pre>Het vervolg 2                 Advies reacties   Beeldende kunst   220
            Beeldende kunst
</pre>

====================================================================== Einde pagina 195 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 196 ======================================================================

<pre>  Rijksakademie van
  beeldende kunsten
                                                                               Het vervolg 2
Reactie
  De Rijksakademie van beeldende kunsten heeft gereageerd op het
                                                                               Advies reacties
  advies over het nieuwe topinstituut voor beeldende kunst, waarvoor
  de Rijksakademie en De Ateliers een samenwerkingsplan hebben
  ingediend.
  De instelling constateert allereerst dat de raad in zijn advies niet refe-
                                                                               Beeldende kunst
  reert aan de begeleidende brief aan de staatssecretaris bij het samen-
  werkingsplan, waarin een aantal randvoorwaarden wordt genoemd.
  Deze voorwaarden zijn volgens de instelling noodzakelijk om de toe-
  komstige samenwerking mogelijk te maken.
     De raad heeft wel degelijk kennisgenomen van de brief, maar
  vond het niet noodzakelijk er in zijn advies expliciet naar te verwijzen.
  In de brief staat immers dat de randvoorwaarden ook in het samen-
  werkingsplan zelf worden toegelicht.
  De raad heeft in het advies Slagen in Cultuur als randvoorwaarde
                                                                               Ondersteunende instelling
  genoemd dat de Rijksakademie en het ministerie van OCW een op-
  lossing moeten vinden voor de hoge huisvestingskosten en personele
  lasten van de instelling. De raad vindt dat nog steeds. Daarnaast
  is de raad, evenals de aanvragende instellingen, van mening dat een
  substantieel deel van het bedrag van € 2.500.000 voor talentontwik-
  keling bij het Mondriaan Fonds ten goede moet komen aan de post-
  academische instellingen in Nederland en het Europees Keramisch
                                                                               Rijksakademie van beeldende kunsten
  Werkcentrum.
      De instelling schrijft in haar reactie dat het Mondriaan Fonds een
  bedrag van € 1.200.000 heeft gereserveerd; het bedrag is gereserveerd
  voor aanvragen van individuele beurzen voor de Rijksakademie en
  De Ateliers.
  De instelling constateert dat de raad zich niet uitspreekt over het
  pleidooi in de brief dat het Rijk ook na 2016 talentontwikkeling in de
  beeldende kunsten moet subsidiëren.
     De raad erkent dat talentontwikkeling – als gevolg van de bezuini-
  gingen – onder druk staat. De raad beoordeelt het nieuwe samenwer-
  kingsplan in het licht van het gegeven dat de rijksoverheid na 2016
  stopt met de subsidiëring van postacademische instellingen.
     De nieuwe plannen moeten daarom maatregelen bevatten die aan-
  sturen op een positie na 2016, zonder rijkssubsidie. De raad is van
  mening dat de Rijksakademie zich sterker bewust moet tonen van de
                                                                               221
  gewijzigde omstandigheden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 196 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 197 ======================================================================

<pre>  Verder schrijft de instelling dat de raad ten onrechte beweert dat het
  exploitatietekort in de begroting voor 2013 gecompenseerd wordt
  door de efficiency winst in de jaren erna. De Rijksakademie stelt dat
                                                                           Het vervolg 2
  dit tekort in 2013 gedekt moet worden door de verwachte transitie-
  en frictiekosten van het ministerie van OCW.
  Dit wordt dus niet opgevangen in de begrotingen van de komende
  jaren. Volgens het samenwerkingsplan wordt er vanaf 2014, als
  gevolg van de fusie, efficiency winst geboekt.
      De raad erkent dat hij de dekking van het exploitatietekort in
                                                                           Advies reacties
  2013 foutief in het advies heeft beschreven. Hij heeft kennisgenomen
  van de wijze waarop de instelling dit tekort verwacht te ondervangen.
  Tot slot constateert de Rijksakademie dat de raad in het advies
  geen uitspraken doet over de veronderstelling van de instelling dat
                                                                           Beeldende kunst
  het ministerie zorg draagt voor de gebruiksvergoeding voor de
  huisvesting.
     De raad is van mening dat deze zaken horen bij de oplossing die
  de Rijksakademie en het ministerie moeten vinden voor de hoge
  huisvestingskosten.
Conclusie
                                                                           Ondersteunende instelling
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het advies
  van 13 augustus 2012 over De Ateliers / Rijksakademie van
  beeldende kunsten bij te stellen.
                                                                           Rijksakademie van beeldende kunsten
                                                                           222
</pre>

====================================================================== Einde pagina 197 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 198 ======================================================================

<pre>Het vervolg 2              Advies reacties   Bibliotheken   224
            Bibliotheken
</pre>

====================================================================== Einde pagina 198 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 199 ======================================================================

<pre>  Sectorinstituut
  Openbare Bibliotheken
                                                                            Het vervolg 2
Reactie
  Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) betoogt dat de
                                                                            Advies reacties
  voorwaarde die de raad bij het advies stelt – een nieuw plan binnen
  een jaar – hem zal belemmeren in zijn functioneren op de strate-
  gische, meerjarige onderwerpen.
      Deze stellingname bevreemdt de raad. Een nieuw, verbeterd acti-
  viteitenplan, waarin onder meer scherpe prioritering is aangegeven,
                                                                            Bibliotheken
  zal de positie van het instituut juist verbeteren.
  Het SIOB geeft aan dat hij tegelijk met de aanvraag een meerjaren-
  beleidsplan heeft gepubliceerd en vraagt zich af of de raad zijn advies
  alleen op de tekst uit de aanvraag heeft gebaseerd.
      Dat is inderdaad het geval. Daarnaast heeft hij uiteraard alle
  relevante informatie tot zich genomen.
  Volgens het SIOB negeert de raad het feit dat het ministerie van
  OCW de bedragen van ‘Aangepast Lezenden’, ‘Varenden’ en
  ‘Besteltaken’ vaststelt. Hij vindt het ook spijtig dat de raad voorbij
  gaat aan de intenties van het SIOB om juist ten aanzien van het
  bereik een forse vooruitgang te boeken.
     Dit laat volgens de raad onverlet dat de wijze waarop deze grote
  bedragen worden besteed zeer summier wordt toegelicht. Met name
  wat het budget voor Aangepast Lezen betreft (€ 10.782.380) heeft
  de raad vragen over rendement en effectiviteit; hoe verhoudt dit be-
                                                                            Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
  drag zich tot de grootte van de groep gebruikers (30.000)? Deze
  vragen staan los van het feit of OCW deze bedragen vaststelt of niet.
  Daarbij constateert het SIOB zelf dat de potentiële doelgroep veel
  groter is; inzetten op een forse vooruitgang mag redelijkerwijze wor-
  den verwacht.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het advies
  van 13 augustus 2012 over het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
  bij te stellen.
                                                                            225
</pre>

====================================================================== Einde pagina 199 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 200 ======================================================================

<pre>                                2
                    Het vervolg 3
Slagen in Cultuur
Het vervolg 3
                    Advies reacties
17 september 2012
                    227
</pre>

====================================================================== Einde pagina 200 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 201 ======================================================================

<pre>Het vervolg 3
            2                 Advies reacties   229
            Advies reacties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 201 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 202 ======================================================================

<pre>Het vervolg 3               Advies reacties   Podiumkunsten   Symfonieorkesten   230
            Podiumkunsten
                      Symfonieorkesten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 202 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 203 ======================================================================

<pre>   Stichting Kernensemble
                                                                             Het vervolg 3
                                                                                         2
Reactie
   Stichting Kernensemble geeft aan een aantal onjuiste/ongefundeerde
                                                                             Advies reacties
   aannames en veronderstellingen te constateren in het advies.
   Met name op het punt van (borging van) artistieke kwaliteit en duur-
   zaamheid geeft de instelling aan het advies van de raad ten opzichte
   van zijn eerdere advies niet te kunnen duiden. In deze reactie wordt
   de opzet van de brief van het Kernensemble gevolgd.
                                                                             Podiumkunsten
Remplaceren
  Stichting Kernensemble geeft aan dat er ten onrechte een negatieve
  aanname gedaan wordt over het remplaceren bij het Nederlands
  Philharmonisch Orkest (NedPhO) door musici in dienst van het
  Kernensemble. De instelling geeft aan dat remplaceren voor de
  musici met een vaste aanstelling bij het Kernensemble niet vrijblij-
  vend is: het wordt van de musici verwacht dat zij structureel en
  substantieel remplaceren in concert- en operaproducties van het
                                                                             Symfonieorkesten
  NedPhO. Dit wordt in de aanstelling wederzijds overeengekomen.
  De instelling licht daarnaast toe waarom zij van mening is dat de
  ervaring van musici in een volwaardig symfonieorkest wezenlijk
  groter en relevanter is dan is voorzien in de toekomstplannen van
  Holland Symfonia (educatie).
   In de aanvraag schreef de Stichting Kernensemble de combinatie
   met de concerttaken bij het NedPhO te zien als een kritische succes-
                                                                             Stichting Kernensemble
   factor. De instelling licht in aanvulling op de aanvraag toe dat deze
   taakverdeling niet vrijblijvend is.
      De raad beschouwt dit als een goed uitgangspunt. Het feit blijft
   echter dat er sprake is van een aanstelling van slechts 0,5 fte en dat
   de aanvulling hierop op freelance basis wordt ingevuld.
      Over de kwaliteit van het NedPhO, waar de musici zullen rem-
   placeren, is de raad helder en positief. Deze wordt in het advies over
   het kernensemble door de raad niet in twijfel getrokken.
   In haar reactie vergelijkt de instelling de omvang van de concerttaak
   met operaorkesten in Duitsland waar bij een fulltime aanstelling
   gemiddeld tien concertprogramma’s naast de operataak gespeeld
   worden.
      Dit is een helder uitgangspunt, echter niet één op één door te trek-
   ken naar vijf concertprogramma’s boven op een aanstelling van 50%.
   Het gaat immers niet om de verhouding tussen concertprogramma’s
                                                                             231
   en de begeleidingstaak, maar om de omvang en samenstelling van het
   takenpakket. De musici met een vaste aanstelling in het Kern-
   ensemble krijgen geen garantie op minimaal vijf complete concert-
   programma’s.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 203 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 204 ======================================================================

<pre>Kwaliteit en startniveau
  Ten aanzien van kwaliteit en startniveau gaat de instelling in op een
  aantal passages uit het advies over twee onderwerpen: de (op)start-
                                                                              Het vervolg 3
  fase van het nieuwe orkest en de gemaakte keuze voor de bezetting
  van instrumentgroepen in de vaste kern.
   Dat het orkest op 1 januari 2013 al operationeel moet zijn, is inder-
   daad een onjuiste veronderstelling. De eerste repetitieperiode start
   enkele weken later.
                                                                              Advies reacties
       Wat de raad echter heeft willen aangeven, sluit aan bij wat de
   instelling zelf in haar aanvraag heeft weergegeven: een hechte orkest-
   cultuur en samenspel op hoog niveau moeten kunnen worden ont-
   wikkeld. Een van de focusgebieden voor de periode 2013 – 2016 is
   de start en ontwikkeling van een nieuw succesvol begeleidingsorkest.
                                                                              Podiumkunsten
       Het aanstellen van goede musici betekent nog niet dat het meteen
   een goed orkest is. Dit is een proces waarin moet worden geïnves-
   teerd. De raad heeft op basis van de aanvraag in zijn advies een aan-
   tal factoren benoemd die deze ontwikkeling vertragen of zouden
   kunnen belemmeren.
   Met betrekking tot de bezetting van de instrumentgroepen geeft de
   instelling aan dat niet de volledige blazerssectie in de vaste bezetting
   enkel is bezet en licht zij toe dat voor de overige invulling het orkest
                                                                              Symfonieorkesten
   gebruikmaakt van vaste remplaçanten. Het orkest heeft met het NKO
   hiermee zelf goede ervaringen opgedaan.
       De raad heeft bij zijn beoordeling kennisgenomen van de
   gemaakte keuzes voor de invulling van de vaste kern en deze bezien
   ten opzichte van het traditionele repertoire voor balletbegeleiding.
       Inderdaad is niet de voltallige blazerssectie enkel bezet, maar
   alleen de hoorns zijn dubbel bezet in de vaste kern. Een vaste dub-
   bele bezetting voor alle hout- en het grootste deel van de koper-
                                                                              Stichting Kernensemble
   blazers acht de raad, gezien het repertoire, nadrukkelijk gewenst in
   plaats van aanvulling vanuit een vaste schil.
Samenwerking
  Volgens de instelling is de interpretatie van het doel en de aard van
  de samenwerking tussen Kernensemble en NedPhO niet in overeen-
  stemming met de toelichting in de aanvraag en is deze onjuist in het
  advies beschreven. De instelling gaat hierbij in op het door de raad
  veronderstelde doel van de samenwerking, de onderlinge afhankelijk-
  heid en de efficiencyvoordelen.
   In het advies staat: ‘het doel van de samenwerking is een deel van de
   musici een breder perspectief te bieden dan alleen in de bak spelen’.
       Dit is inderdaad niet juist geformuleerd. Het geboden perspectief
   voor de musici binnen de samenwerking is een middel om binnen
   de kaders van de opdracht en het budget de gevraagde begeleidings-
                                                                              232
   capaciteit en kwaliteit duurzaam te kunnen leveren. De formulering
   in het advies is ongelukkig te noemen; de raad heeft echter willen
   wijzen op de cruciale plaats die dit aspect van de samenwerking in
   het plan heeft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 204 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 205 ======================================================================

<pre>   De instelling beschrijft de combinatie met de podiumtaak als een
   kritische succesfactor. Voor het goed kunnen uitvoeren van de bege-
   leidingsopdracht is de instelling dan ook afhankelijk van het NedPhO.
                                                                               Het vervolg 3
                                                                                           2
   Deze afhankelijkheid bestaat andersom niet; het NedPhO kan zelf-
   standig invulling geven aan haar taak. Ook de instelling erkent deze
   afhankelijkheid door de omvang van de concerttaak van het NedPhO
   als voorwaarde te noemen.
   Over het onderwerp efficiency voordeel geeft de instelling aan dat het
                                                                               Advies reacties
   plan hiervan het resultaat is.
       De aanvraag gaat hier slechts in beperkte mate op in, maar zoals
   de raad in het advies heeft aangegeven, is hij positief over de mogelijke
   synergievoordelen. Met betrekking tot het feit dat Stichting Kern-
   ensemble niet zelf in de concerttaak voorziet, is de raad echter ook
                                                                               Podiumkunsten
   van mening dat de overheadkosten relatief aan de hoge kant zijn;
   hij vindt de besparingen in de aanvraag dan ook onvoldoende terug.
   De instelling gaat in op de verschillen in perspectief en arbeidsvoor-
   waarden voor musici in beide orkesten.
      Het is juist dat er, landelijk gezien, op dit gebied verschillen
   bestaan tussen orkesten. Door de beoogde synergie, intensieve samen-
   werking en afhankelijkheid tussen de orkesten, waarbij musici van
   het Kernensemble en het NedPhO elkaar met grote regelmaat achter
                                                                               Symfonieorkesten
   dezelfde lessenaar terugvinden, ontstaat er naar de mening van de
   raad een andere situatie. Er ontstaan dan verschillende perspectieven
   binnen twee sterk verweven orkestorganisaties.
Onzekerheden
  Tot slot gaat de instelling in op de door de raad veronderstelde
  onzekerheden.
                                                                               Stichting Kernensemble
   De raad heeft waardering voor de verrichte inspanningen bij het
   opstellen van de aanvraag en het zoeken naar een invulling van de
   begeleidingstaak binnen de kaders van de staatssecretaris en de
   voorwaarden uit het advies van de raad. Er was weinig tijd om de
   aanvraag in te dienen; de korte tijd voor de start van de komende
   subsidieperiode – waarvoor al lopende verplichtingen zijn – is een
   extra complicerende factor.
      Dat een aantal zaken nog niet is uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld
   de invulling van de governance, is begrijpelijk en voor de raad een
   constatering die in dit perspectief geplaatst dient te worden.
   Stichting Kernensemble is voornemens een geheel nieuw orkest op
   te richten.
       De veronderstelling dat dit nieuwe orkest reeds bij aanvang op het
   vereiste hoge niveau kan functioneren, deelt de raad niet. Dit spreekt
   ook niet uit de aanvraag van het Kernensemble. Deze ontwikkelings-
                                                                               233
   fase van een nieuw orkest brengt onzekerheden met zich mee
   (zie hiervoor onder ‘Kwaliteit en startniveau’).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 205 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 206 ======================================================================

<pre>  Tweederde van de musici wordt een vaste aanstelling van 0,5 fte
  geboden. Het extra werk bovenop deze aanstelling is van belang voor
  de borging van kwaliteit en geeft de musici perspectief.
                                                                          Het vervolg 3
     Deze werkzaamheden worden wel van hen verwacht, maar zijn
  echter op freelance basis. Dit brengt meer onzekerheden met zich mee
  dan een vaste aanstelling.
  De raad kan de samenhang en synergie tussen stichting Kernensemble
  en het NedPhO volgen, maar is van mening dat de balans tussen en
                                                                          Advies reacties
  binnen de beide organisaties onzekerheden met zich meebrengt (zie
  hiervoor onder ‘Samenwerking’). Er zijn meerdere aanvragen inge-
  diend voor de begeleiding van dans. Na onderlinge afweging heeft de
  raad uiteindelijk geadviseerd de volledige taak voor begeleiding dans
  te beleggen bij Holland Symfonia.
                                                                          Podiumkunsten
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding om het
  advies over Stichting Kernensemble bij te stellen.
                                                                          Symfonieorkesten
                                                                          Stichting Kernensemble
                                                                          234
</pre>

====================================================================== Einde pagina 206 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 207 ======================================================================

<pre>  Residentie Orkest
                                                                          Het vervolg 3
                                                                                      2
Reactie
  Het Residentie Orkest gaat in zijn reactie in op de beknoptheid van
                                                                          Advies reacties
  zijn aanvraag en geeft een aanvullende (artistieke) motivatie om de
  begeleidingstaak voor het Nederlands Dans Theater wel bij het
  Residentie Orkest te beleggen.
      De raad heeft zijn beoordeling gebaseerd op de aanvraag zoals
  deze is binnengekomen. Hierbij is de eerdere aanvraag van het orkest
                                                                          Podiumkunsten
  betrokken, evenals het advies hierover in Slagen in Cultuur. In de
  beoordelingen heeft de raad zich positief uitgesproken over de artis-
  tieke kwaliteit van het orkest, ook in relatie tot de begeleiding van
  het Nederlands Dans Theater. In Slagen in Cultuur heeft de raad ook
  enkele overwegingen geplaatst over bijvoorbeeld de scherpte van de
  keuzes binnen de artistieke profilering en zijn zorgen geuit over het
  verdienmodel van het Residentie Orkest.
  Met de aanvraag voor de begeleiding van de dans geeft het orkest aan
                                                                          Symfonieorkesten
  structureel een nieuwe, aanvullende taak op zich te willen nemen.
      Mede in het licht van de overwegingen die genoemd zijn in Slagen
  in Cultuur heeft de raad het als een gemis beschouwd dat deze aan-
  vraag niet nader ingaat op hoe deze nieuwe taak zich gaat verhouden
  tot de kerntaken van het orkest uit de eerdere aanvraag.
  Er zijn meerdere aanvragen ingediend voor de begeleiding van dans.
  Na onderlinge afweging heeft de raad uiteindelijk geadviseerd de vol-
                                                                          Residentie Orkest
  ledige taak voor begeleiding dans te beleggen bij Holland Symfonia.
Conclusie
  De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding om het
  advies over het Residentie Orkest bij te stellen.
                                                                          235
</pre>

====================================================================== Einde pagina 207 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 208 ======================================================================

<pre>Bijlagen              237
           Bijlagen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 208 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 209 ======================================================================

<pre>Bijlagen                       Adviesaanvragen   Aanvullende adviesaanvraag BIS 2013 – 2016   238
           Aanvullende adviesaanvraag
           BIS 2013 – 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 209 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 210 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Aanvullende adviesaanvraag BIS 2013 – 2016 239</pre>

====================================================================== Einde pagina 210 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 211 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Aanvullende adviesaanvraag BIS 2013 – 2016 240</pre>

====================================================================== Einde pagina 211 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 212 ======================================================================

<pre>Bijlagen                                 Adviesaanvragen   Aanvullende adviesprocedure   242
           Aanvullende adviesprocedure
</pre>

====================================================================== Einde pagina 212 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 213 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Aanvullende adviesprocedure 243</pre>

====================================================================== Einde pagina 213 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 214 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Aanvullende adviesprocedure 244</pre>

====================================================================== Einde pagina 214 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 215 ======================================================================

<pre>Bijlagen                        Adviesaanvragen   Aanvullende adviesprocedure BIS 2013 – 2016   246
           Aanvullende adviesprocedure
           BIS 2013 – 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 215 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 216 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Aanvullende adviesprocedure BIS 2013 – 2016 247</pre>

====================================================================== Einde pagina 216 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 217 ======================================================================

<pre>Bijlagen                            Adviesaanvragen   Reactie instelling op advies Slagen in Cultuur, Het vervolg 2   248
           Reactie instelling op advies
           Slagen in Cultuur, Het vervolg 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 217 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 218 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvragen Reactie instelling op advies Slagen in Cultuur, Het vervolg 2 249</pre>

====================================================================== Einde pagina 218 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 219 ======================================================================

<pre>Bijlagen                Errata   Slagen in Cultuur   250
           Errata
           Slagen in Cultuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 219 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 220 ======================================================================

<pre>Deel 3 Adviezen
pagina 338
                                                                                               Bijlagen
Beeldende Kunst
Helaas is op pagina 338 aan het einde van de inleiding de volgende tekst weggevallen.
De staatssecretaris vraagt verder naar de toekomstbestendigheid van de plannen na 2016.
In de activiteitenplannen hebben de instellingen voorstellen gedaan om tot kostenreductie
te komen en meer eigen inkomsten te genereren, onder meer door deelnamekosten meer
marktconform te maken. Echter, zoals de instellingen zelf ook constateren, is een langere
                                                                                               Errata
incubatietijd nodig om het wegvallen van rijkssubsidie na 2016 goed te kunnen opvangen
en op eigen benen te kunnen staan. De raad is van mening dat een gezamenlijke aanvraag
van de Rijksakademie en de Ateliers een stap in de goede richting is. Op het gebied van
ondernemerschap kunnen beide instellingen volgens de raad meer ambitie tonen. Ze genie-
ten internationale bekendheid en zijn dankzij een gunstige vestigingsplaats aantrekkelijk
voor sponsoren en deelnemers; met name de Rijksakademie beschikt met haar gespeciali-
seerde werkplaatsen met begeleiding over een dure maar unieke formule. De Jan van Eyck
Academie zoekt vooral verbinding met lokale partners om ook in de toekomst zelfstandig
verder te kunnen. De raad vindt deze keuze aannemelijk.
    De raad ziet een groot verschil tussen opleidingen in het kunstvakonderwijs, waar de
aankomende kunstenaars een curriculum met praktijklessen volgen, en de postacademische
instellingen die de gevorderde kunstenaars begeleiden bij de verdieping van hun kunste-
naarschap.
    De postacademische instellingen hebben al decennialang een uitstekende reputatie
die afstraalt op het Nederlandse en internationale kunstenveld. De instellingen en de kun-
stenaars zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de kunsten. De instellingen bieden zowel
Nederlandse als buitenlandse kunstenaars begeleiding in hun artistieke ontwikkeling, waar-
door internationale uitwisseling ontstaat.
pagina 421
Nederlands Film Festival
Helaas stond bij het NFF een foute tekst over de instelling.
De juiste tekst: Het Nederlands Film Festival (NFF) is een jaarlijks, tiendaags filmfestival
voor de Nederlandse film in Utrecht. Het NFF kent daarnaast ook een online filmfestival.
Het organiseert aansluitend ook een tour door het land met een aantal films van het NFF.
                                                                                               Slagen in Cultuur
Deel 4 Bijlagen
pagina 501
Raad voor Cultuur
Mathieu Weggeman
pagina 506
Algemeen Theater
Wiesje Jansma - de Vries
Extern adviseur
Sanne Parlevliet
Dick van Teylingen
Voorstellingsbezoekers
                                                                                               251
</pre>

====================================================================== Einde pagina 220 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 221 ======================================================================

<pre>Slagen in Cultuur 2
Culturele basisinfrastructuur
2013 – 2016
Dit advies is een uitgave            Bijlagen
van de Raad voor Cultuur
R.J. Schimmelpennincklaan 3
Postbus 61243
2506 AE Den Haag
                                     Colofon
telefoon 070 – 3106686
fax 070 – 3614727
cultuur@cultuur.nl
www.cultuur.nl
Ontwerp
Daphne Heemskerk
Lettertype
Akzidenz-Grotesk Next
Plantin
Papier
Munken Lynx (240 g/m 3)
Munken Lynx (80 g/m 3)
Oplage
1000 publicaties
Druk
Romer bv
Het is toegestaan (delen van)
de inhoud van deze publicatie
te citeren of te verspreiden, mits
daarbij de Raad voor Cultuur
en deze publicatie als bronnen
worden vermeld.
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, oktober 2012
                                     253
</pre>

====================================================================== Einde pagina 221 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 222 ======================================================================

<pre>Bijlagen</pre>

====================================================================== Einde pagina 222 =================================================================

<br><br>