<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>GRENZEN

= BINDEN
=<
O

EN VER-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Het huidige beleid betreft vooral instellingen
en niet het museumbestel. Dit dient in elke
bestuurslaag te veranderen om openbaar bezit
aan een zo groot mogelijk publiek ten goede
te laten komen als collectief en genereus
gedeeld erfgoed.
De maatregelen die de raad nodig acht voor
een sterkere museumsector zijn bedoeld om
een vitale samenleving te bevorderen, waarbij
de verbeeldingskracht van kunst en cultuur
uit heden en verleden een prominente,
verbindende rol speelt.
Raad voor Cultuur, 2013
                                                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>     Inhoud
     Ten geleide                                7
1.   Van instellingen naar bestel              11
                                                    Inhoud
2.   Obstakels en kansen                       17
3.   Een visie op ontgrenzen en verbinden      23
4.   Collectie Nederland en
     de Kerncollectie Nederland                29
5.   Kerninstellingen en ketenvorming          33
6.   De kennisfunctie van musea                41
7.   Instrumentarium                           45
8.   Resultaten en proces                      51
9.   Samenvatting: het advies op hoofdlijnen   55
     Bijlagen                                  61
1.   Roadmap Museumbestel                      62
2.   Adviesaanvraag
     museumbestel OC&W                         66
3.   Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed     72
4.   Best practices buitenland en
     Nederlands voorbeeld                      80
5.   Lijst van geconsulteerde personen
     en instellingen                           82
6.   Samenstelling commissie Musea             86
7.   Literatuur                                88
     Colofon                                   93
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   Ten geleide
In maart 2012 heeft de toenmalige staatssecretaris van Cultuur
de raad gevraagd te adviseren over de toekomst van het museum-
bestel (zie bijlage 2, pagina 66). Voor u ligt het advies waarmee
                                                                      Ten geleide
de raad op dit verzoek ingaat. De raad doet in dit advies voorstel-
len waarmee musea samenleving en publiek beter kunnen die-
nen. Musea die de samenleving genereus laten delen in kennis en
bezit. Musea die het publiek zoveel mogelijk laten kennisnemen
en genieten van de Collectie Nederland. Musea die door het
bevorderen van cultuurparticipatie en educatie hun publiek ver-
breden en verjongen.
Dit advies plaatst bakens en piketpalen waar bestuurlijke maat-
regelen nodig zijn. Deze maatregelen leiden alleen tot een beter
bestel wanneer ze op een geloofwaardige wijze worden opgepakt
door de museumsector zelf. Als uitgangspunt neemt de raad dan
ook de collegiale samenwerking in de sector met daarin verticale,
meer hiërarchische markeringspunten in de vorm van regie en
toezicht. Een dergelijke ingrijpende besteloperatie komt in de
regel maar eens per generatie voor en biedt kansen voor nieuwe
accenten en duurzame ontwikkeling.
De raad heeft wederom kunnen constateren hoe rijk en hoog-
waardig het museale stelsel in Nederland is, alsmede hoe kans-
rijk en omvangrijk de collecties zijn die worden beheerd. Musea,
zo is gebleken, kunnen rekenen op een breed maatschappelijk
draagvlak. Niettemin hebben musea de afgelopen jaren hun poli-
tieke en maatschappelijke legitimatie, die immers nooit vanzelf-
sprekend is, verwaarloosd. Ook in deze moeilijke tijden blijft er
onverminderd publieke interesse voor het functioneren van mu-
sea. Het dieper verankeren van musea in politiek en samenleving
is van belang om bruuske klimaatveranderingen het hoofd te
kunnen bieden en optimale participatie mogelijk te maken.
    Het denken over dit besteladvies is ontstaan in een periode
waarin de druk op financiën en prestaties groot is. De raad heeft
de hoop en verwachting dat er een kentering gaande is in het
politieke klimaat, waarbij overheid en sector gedeelde belangen
                                                                      7
en doelen hebben. Dit tekent zich af in de ministeriële bereid-
heid om de museumsector met efficiënte inzet van middelen te
bestendigen en kwalitatief te versterken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>De instellingen tonen animo om stappen te zetten in de richting
van een nieuw, meer samenhangend en niet vrijblijvend bestel.
Vrijblijvendheid in samenwerking en ontsluiting van de Collectie
Nederland hebben tot op heden niet geleid tot voldoende duur-
zame resultaten. Musea nemen nu wel hun verantwoordelijkheid
om meer toekomstbestendig te worden. Het advies van de com-
missie Asscher-Vonk is hiervan een sprekend voorbeeld, net als
het voornemen van beide brancheverenigingen (de Nederlandse
                                                                   Ten geleide
Museum Vereniging en de Vereniging van Rijksgesubsidieerde
Musea) om op korte termijn tot één organisatie te komen.
Ten behoeve van dit advies zijn veel deskundigen geraadpleegd.
De sfeer van de expertmeetings was vrijmoedig, leerzaam en
collegiaal, maar soms ook weerbarstig, met partijen die ook hun
eigen belangen moesten afwegen. De raad is dankbaar voor de
open wijze waarop mensen uit de sector, al dan niet verbonden
aan instellingen en ondersteunende organisaties, hun opinies
hebben willen delen.
                                                                   8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>1.   Van instellingen naar bestel
Musea presenteren en vertegenwoordigen belangrijke waarden
voor de Nederlandse maatschappij. Ze stellen mensen in staat om
zich te hechten in de samenleving. Musea scheppen, door het
                                                                     Van instellingen naar bestel
betekenisvol tonen van materiële objecten, een symbolische band
met voorgaande generaties, met voorouders. Daarnaast zorgen
musea – met kunst en cultuur uit heden en verleden – ervoor dat
de nationale, regionale of lokale wereld waarin burgers leven
niet anoniem en inwisselbaar is. Met verbeeldingskracht verlenen
musea aan die ruimten een herkenbaar gezicht en een historische
dimensie die identificatie mogelijk maakt.
Een beleid dat individuele instellingen overstijgt
  Maatschappelijke identiteitsprocessen, laat staan een col-
  lectief gedeeld geheugen, zijn zonder vitale musea nauwelijks
  voorstelbaar. Zo’n gemeenschappelijk geheugen is in een
  toenemend pluriforme samenleving met culturele diversiteit
  weliswaar minder vanzelfsprekend, maar daarom des te meer
  van belang. Cultuureducatie, als maatschappelijke waarde
  recentelijk nog onderstreept in het regeerakkoord Bruggen
  slaan, vormt een basistaak van het museum. Daarnaast spelen
  musea voor inwoners en toeristen een grote rol in de econo-
  mie van de vrije tijd.
      Musea gaan met hun tijd mee, zoals blijkt uit ontwikke-
  lingen op het gebied van presentaties en ondernemerschap.
  Er bestaat een groot draagvlak voor samenwerking en uitwis-
  seling, maar de afstemming tussen de verschillende instel-
  lingen is niet sterk ontwikkeld en heeft doorgaans een vrijblij-
  vend karakter.
      Openbaar bezit in de vorm van onvervreemdbaar cultuur-
  goed dient ten goede te komen aan een zo breed mogelijk
  publiek. Willen musea een rol van betekenis blijven spelen in
  de samenleving van morgen, dan is verwevenheid met maat-
  schappelijke verbanden noodzakelijk. Beleid dat individuele
  instellingen overstijgt, rust musea beter toe voor hun taken in
  de toekomst. Er is behoefte aan een samenhangend museaal
  bestel om de slagkracht van musea in het publieke domein te
  versterken.                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>   Met dit advies presenteert de raad zijn opvattingen over een
   samenhangend, duurzaam en toekomstbestendig museum-                1
   bestel. Het vergt consequent beleid van de lange adem en         Advies ‘Nood-
                                                                    gedwongen keuzen’,
   gedeelde belangen met het oog op de samenleving van              pagina 33, 34, Raad
                                                                    voor Cultuur, 2011.
   de toekomst.                                                     Het advies benoemt
                                                                    samenhang en samen-
                                                                    werking en borging
Achtergrond van het besteladvies                                    van collecties
  De raad stelde in het advies Noodgedwongen keuzen uit 2011        evenals een mogelijke
                                                                                              Van instellingen naar bestel
                                                                    museumwet.
  een herijking van het museumbestel wenselijk te vinden. [1]
      De toenmalige staatssecretaris onderschreef deze opvat-          2
                                                                    Zie ook:
  ting. In de adviesaanvraag van maart 2012 is de raad verzocht     www.museumregister.nl
  aan te geven hoe de kwaliteit van het museumbestel ver-           Informatie contact-
                                                                    punt Museumregister:
  beterd kan worden. Daarbij zijn onder meer specifieke vragen      per 30 – 11– 2012
  gesteld over collecties, publieksactiviteiten en de wetenschap-   zijn er 442 musea
                                                                    geregistreerd in het
  pelijke functie van musea. Om een bestelwijziging mogelijk te     Museumregister,
  maken, heeft het ministerie van OCW de beheerovereen-             waarvan 23 met een
                                                                    voorlopige registratie.
  komsten met de musea opgezegd. Het nieuwe bestel dient in
                                                                       3
  2017 in werking te treden.                                        bijvoorbeeld het
      Nederland telt 442 geregistreerde musea, waarvoor de          Gevangenismuseum,
                                                                    het Tropenmuseum
  financiële verantwoordelijkheid grotendeels bij het Rijk en       en het Legermuseum.
  de gemeenten ligt. [2] Het merendeel van de door het Rijk
                                                                       4
  beheerde instellingen valt onder het ministerie van OCW.          Het Mondriaanfonds
      Daarnaast ressorteren er ook musea onder de ministeries       verleent incidentele
                                                                    subsidies voor collec-
  van Buitenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken en            tiebeheer, -ontwik-
  Justitie. [3] De raad pleit ervoor al deze musea bij OCW          keling en -ontsluiting.
                                                                    Om de kwaliteit van
  onder te brengen om samenhang in het bestel te bevorderen.        erfgoedcollecties
  Voor de museumbezoeker lijkt dat in eerste instantie van          die voor Nederland
                                                                    belangrijk zijn te ver-
  weinig belang, maar voor een goede (publieks-)werking van         sterken, ondersteunt
  het nieuwe bestel is het noodzakelijk dat ook deze niet-          het Mondriaanfonds
                                                                    ook restauraties, aan-
  OCW musea zich conformeren aan de overeengekomen                  kopen en het afstoten
                                                                    van collectieonder-
  uitgangspunten en samenwerkingsverbanden.                         delen. Dit aankoop-
      De belangrijkste instrumenten voor het beheer van het         fonds legt de nadruk
                                                                    op publiek-private
  huidige stelsel zijn het (rijks)subsidiestelsel en het door de    samenwerking. Zo
  sector zelf opgezette Museumregister. De bestelverantwoor-        wordt maximaal 40%
                                                                    van de aankoopkos-
  delijkheid van het Rijk krijgt gestalte in regelingen die bij     ten ondersteund bij
  het Mondriaanfonds zijn belegd en bij de Rijksdienst voor         aankopen van ob-
                                                                    jecten van voor 1945.
  het Cultureel Erfgoed. [4]                                        Tot slot worden
      De contouren van het huidige stelsel zijn geschetst in de     musea ondersteund
                                                                    bij het realiseren van
  nota Naar een nieuw museumbeleid uit 1976. In de periode erna     uitzonderlijke inter-
  volgde een uitwerking op onderdelen, waaronder met name           nationale bruiklenen
                                                                    met de indemniteits-
  de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheidsverdeling      regeling van OCW.
  in de jaren tachtig, de introductie van het begrip ‘Collectie     Voor deze regeling is     12
                                                                    grote belangstelling.
  Nederland’ en de verzelfstandiging van de rijksmusea – waar-      Sinds 2011 zijn er 8
                                                                    aanvragen afgewezen
  mee de jaren negentig werden ingeluid – genoemd moeten            vanwege het bereiken
  worden.                                                           van het plafond.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   In het museale beleid heeft steeds de nadruk gelegen op de
   bijdrage van musea aan de ontwikkeling van de samenleving
   door de interpretatie van erfgoed. In Een vitaal museumbestel,
   Advies over museale strategie uit 2005 werd het belang hiervan
   als uitgangspunt voor subsidieverlening door de raad onder-
   streept. Daarnaast vormt de verantwoordelijkheid van de
   eigenaar voor behoud en beheer van een collectie een belang-
   rijk criterium.                                                     5
                                                                                              Van instellingen naar bestel
                                                                     Advies ‘Innoveren
       In aansluiting hierop stelt de raad dat de toegang van        Participeren’, Raad
   het publiek tot het collectieve cultuurgoed centraal hoort te     voor Cultuur, 2009.
   staan. Musea hebben een sociaal-culturele taak waardoor zij         6
   bijdragen aan het functioneren van een open, democratische        In het kader van het
                                                                     MUSIP project
   samenleving die burgers in staat stelt en uitnodigt om te         werden ruim 8.500
   participeren. Als geen ander zijn musea aangewezen instel-        collecties van 715
                                                                     musea in kaart
   lingen om via kunst en erfgoed vorm te geven aan cultureel        gebracht.
   burgerschap. [5]                                                     7
                                                                     In 2009 bedroegen
                                                                     de totale inkomsten
Nederland museumland                                                 van de musea 710
  De kracht en de zwakte van de sector liggen in elkaars ver-        miljoen euro. De
                                                                     opbrengst van entree
  lengde. Nederland museumland kent een fijnmazig museum-            en de Museumkaart
  bestel met rijke verzamelingen die internationaal van belang       vormden met 13%,
                                                                     een klein aandeel van
  zijn. [6] Bezoekcijfers en berekeningen van de maatschappelijke    de totale opbrengst.
  waarde van de sector laten een optimistisch beeld zien. [7]        De bijdrage van sub-
                                                                     sidies van de overheid
      Interessant is het grote aandeel dat kunst- en cultuur-        was met een aandeel
  historische musea hebben in dit positieve beeld. Nederland         van 61% de grootste
                                                                     inkomstenbron.
  is niet alleen een museumland, maar ook een verzamelland.          Dit komt neer op on-
  Dat betekent dat er een constante druk is op het vormen van        geveer € 26,00 per
                                                                     Nederlander. In 2009
  nieuwe musea. [8] Voor het maatschappelijke draagvlak van          bedroegen de uit-
  het cultureel erfgoed spreekt ook het grote aantal vrijwilligers   gaven van de musea
                                                                     683 miljoen. Dit
  dat zich onbezoldigd inzet voor de sector. [9]                     waren voornamelijk
                                                                     personeelskosten
      Het zelfbewustzijn van de museumsector blijkt onder meer       45% en huisvestings-
  uit de actieve rol die de Nederlandse Museumvereniging als         kosten 21%.
  brancheorganisatie speelt, zowel binnen de eigen gelederen als        8
  in het maatschappelijk debat. Daarvan getuigen publicaties         Recente initiatieven
                                                                     voor nieuwe musea
  als Meer dan waard, de maatschappelijke betekenis van musea en     zijn onder meer
  het standaardwerk Over passie en professie, waarin de geschie-     Museum WO II,
                                                                     MediaDrome,
  denis en toekomst van museumeducatie wordt geschetst.              Nationaal Defensie
  De zorg en aandacht voor de kwaliteitsbewaking van museale         Museum, Dik Trom
                                                                     Museum, Caldic
  processen spreekt uit het Museumregister, de adoptie van           Collectie Museum,
  SPECTRUM en de eigen ethische codecommissie.                       Huys van Venray,
                                                                     Harry Mulisch Mu-
      Naar aanleiding van de adviesaanvraag uit maart 2012 aan       seum, Volt Eind-
  de raad heeft de museumsector het initiatief genomen om            hoven, Jan van           13
                                                                     Riebeeck Museum,
  in oktober 2012 te komen met een eigen advies. In opdracht         Leger des Heils
                                                                     Museum, Zangeres
  van zowel de Nederlandse Museumvereniging (NMV) als                Zonder Naam
  de Vereniging voor Rijksgesubsidieerde Musea (VRM) heeft           Museum.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>   de commissie Ascher-Vonk aanbevelingen gedaan die een
                                                                        9
   collegiaal draagvlak bieden, waarvan de raad met instemming       CBS: Statline; musea
   gebruikmaakt.                                                     bieden werk aan
                                                                     8.500 professionals
       Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat er volop ruimte is   en 21.329 vrijwilligers
                                                                     in 2007. De laatste
   voor verbetering. [10] Er liggen kansen voor musea door een       gegevens van het CBS
   betere lokale verankering, meer aandacht voor (buitenlands)       betreffen 2009.
                                                                     Zie ook:
   toerisme, toename van publieksbereik en een betere (digitale)     ‘Museumcijfers 2011’,
   ontsluiting van collecties. Een krachtige, gemeenschappelijke     jaaruitgave Museana.
                                                                                                Van instellingen naar bestel
   en (inter)nationale propositie is mogelijk. [11] De Collectie        10
   Nederland kan immers aanzienlijk beter tot haar recht komen       In 2009 waren de
                                                                     entreeprijzen voor
   als de fijnmazige infrastructuur en de kwaliteit van de verza-    zowel kinderen als
   melingen effectiever ingezet worden voor presentatie, beheer      volwassenen ongeveer
                                                                     20% hoger dan in
   en behoud. Een duurzame museale toekomst vraagt om meer           2007. Het aantal
   samenwerking, uitwisseling en samenhang in de sector, zeker       museumbezoeken
                                                                     tegen vol tarief daalde
   in een tijd waarin sprake is van verminderde middelen.            met 672.000, een
                                                                     afname van bijna 7%.
                                                                     Het museumbezoek
Contouren van het nieuwe bestel                                      van mensen die een
                                                                     toegangskaartje
  In dit advies wordt uiteengezet hoe de overheid en instel-         kochten met korting
  lingen vorm kunnen geven aan een duurzame toekomst. De             daalde met 94.000.
                                                                     Dit is een daling van
  eigen kracht van de sector – uitgedrukt in de kwaliteit van        ruim 2%. Beide
  de collecties, de fijnmazigheid van het bestel en de inzet op      hangen samen met
                                                                     de daling van het
  meer samenwerking en samenhang in de toekomst – vormt              museumbezoek van
  de leidraad voor de herziening van het museumbestel. [12]          buitenlanders. Daar-
                                                                     entegen steeg het
      Onder museaal bestel verstaat de raad het samenhangend         museumbezoek van
  geheel van musea en ondersteunende instellingen in Neder-          museumkaarthouders
                                                                     met 690.000, +26%.
  land dat de Collectie Nederland beheert, behoudt, documen-         Het gratis museum-
  teert en zichtbaar maakt – met als doel een efficiënte en          bezoek steeg zelfs met
                                                                     1,6 miljoen, + 43%.
  effectieve ontsluiting voor een zo breed mogelijk publiek.         Het CBS geeft de vol-
  Nu en in de toekomst, fysiek en virtueel, zodat een optimaal       gende gegevens
                                                                     over de bezoekcijfers:
  rendement bereikt wordt. Musea zorgen als hoeders en               www.statline.cbs.nl
                                                                     2007: 59% bezoekt
  betekenisgevers van erfgoed – waartoe voor een goed begrip         nooit een museum
  ook (hedendaagse) kunst wordt gerekend – in termen van             (licht dalende trend
                                                                     sinds 1995, daling 1%
  generaties voor continuïteit op de lange termijn. [13]             per jaar), minstens 1x
      De herinrichting van het museale bestel leidt tot een duur-    per jaar 41%, minder
                                                                     dan 1x per kwartaal
  zame, op de toekomst toegeruste, museale sector met een            34%, 1x per kwartaal
  groot maatschappelijk bereik. Het publiek, verbreed en ver-        of vaker 8%.
                                                                     CBS: Toerisme en re-
  jongd, moet optimaal kunnen kennisnemen en genieten                creatie in cijfers 2012:
  van de Collectie Nederland. Daartoe werken de instellingen         (vrijetijdsbesteding
                                                                     door de bevolking
  samen, delen ze kennis en zorgen ze in gezamenlijkheid voor        naar leeftijd, 2008,
  een hoogwaardige professionele sector met nieuwe en ver-           1%: 12 x jaar,
                                                                     15%: 3 – 11 keer jaar,
  sterkte, museale merken. Cultuureducatie vormt daarbij een         opvallend 0 – 14
  basistaak, waarbij behoefte is aan meer coördinatie en             jarig: 19%, 55 +: 23%      14
                                                                     overig significant
  onderlinge afstemming. Samenwerking tussen de instellingen         minder). Op grond
                                                                     van het AVO onder-
  wordt in het huidige stelsel gekenmerkt door vrijblijvend-         zoek 2007 geeft
  heid. Dit gaat in het nieuwe bestel veranderen.                    het SCP aan dat 41%
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Het onderscheid tussen rijks- en andere musea komt te ver-
vallen. Binnen de Collectie Nederland wordt een Kerncol-          ten minste 1x in de
lectie Nederland benoemd en geborgd. Dit alles leidt tot een      12 maanden naar een
                                                                  museum gaat; dat is
betere benutting van de publieke middelen ten dienste van         hetzelfde niveau als
                                                                  1991. Het aantal
maatschappelijke, culturele en economische doelen.                tentoonstellingen in
    De verschillende overheden stemmen hun beleid op              musea in Nederland
                                                                  volgens het CBS:
elkaar af, en profiteren daarvan in termen van professiona-       www.statline.cbs.nl
liteit en maatschappelijk rendement. Dit nieuwe bestel moet       is in 2009: 2.143,
                                                                                             Van instellingen naar bestel
                                                                  in 1993: 1.910 (in
gezamenlijk gedragen gaan worden door de huidige drie             2007 was het 2.420).
overheidslagen. Die coördinatie en samenwerking zijn onont-       Ondertussen veran-
                                                                  derde het aantal
beerlijk voor het slagen van dit concept. Ook zal er een aantal   musea, mede door de
noodzakelijke, bestuurlijke, financiële en (collectie-)beheers-   wijziging van de mu-
                                                                  seumdefinitie: aantal
matige aspecten vastgelegd moeten worden, bij voorkeur            musea: 732 en 810.
in een wettelijk kader. De maatregelen die de raad nodig acht     Voor 2009 laten de
                                                                  cijfers van het CBS
voor een sterkere museumsector zijn bedoeld om een vitale         meest positieve baten/
samenleving te bevorderen, waarbij de verbeeldingskracht van      lastensaldo zien sinds
                                                                  1991. In 1991 had je
kunst en cultuur uit heden en verleden een prominente,            echter minder musea,
                                                                  minder tentoonstel-
verbindende rol speelt.                                           lingen en meer bezoe-
                                                                  kers dan in 2009. Het
                                                                  SCP geeft aan dat
                                                                  deze cijfers niet goed
                                                                  te verglijken zijn.
                                                                  F. Huysmans, J. de
                                                                  Haan, ‘Het bereik van
                                                                  het Verleden’, Den
                                                                  Haag, 2007.
                                                                  De toegangsprijs
                                                                  verdrievoudigde van
                                                                  € 1,54 naar € 4,49.
                                                                  Het stijgende aantal
                                                                  tentoonstellingen
                                                                  leidt dus niet persé tot
                                                                  hoger bezoekersaan-
                                                                  tallen. Dat geldt ook
                                                                  voor het aantal mu-
                                                                  sea. Zie ook: bijlage 3
                                                                  van dit advies.
                                                                    11
                                                                  G.Marlet, J.Poort en
                                                                  C. Van Woerkens,
                                                                  ‘De schat van de stad,
                                                                  Welvaartseffecten
                                                                  van Nederlandse
                                                                  Musea’. Atlas voor
                                                                  gemeenten, 2011.
                                                                  G. Marlet, J, Poort,
                                                                  ‘De waarde van
                                                                  cultuur in cijfers’.
                                                                  Atlas voor gemeenten,
                                                                  2011.
                                                                  Hamersveld van,
                                                                  Ineke en Gubbels,
                                                                  Truus (red.) ‘Bond-        15
                                                                  genoten of tegen-
                                                                  polen? Samenwerking
                                                                  tussen kunstverza-
                                                                  melaars en musea in
                                                                  Nederland’.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Amsterdam: Boek-
manstudies, Vereni-
ging Rembrandt,
2010.
                            Van instellingen naar bestel
Steenbergen, Renée
‘Iets wat zoveel kost,
is alles waard. Verza-
melaars van moderne
kunst in Nederland’.
Amsterdam:
Vassallucci, 2002.
   12
In Engeland vond
een vergelijkbare be-
weging plaats. In het
rapport ‘Renaissance
of the Regions’,
werd uiteengezet wat
de meerwaarde van
samenwerking binnen
regionaal verband
kon zijn. Daarvoor
werden regionale net-
werken benoemd en
een duidelijke trekker
voor het verband
aangewezen. Inmid-
dels zijn de eerste tot
bijzondere vreugde
stemmende resultaten
zichtbaar. Het pro-
gramma gericht op de
versterking van de
museale sector treft
doel. De grote
landelijk opererende
instellingen zijn niet
betrokken in dit
programma. Daar
werken echter andere,
op verzamelgebied
georiënteerde, ver-
banden. Illustratief
is het Tate modern
concept. Interessant
is dat zich in beide
gevallen een sterk
merk ontwikkelt. In
Berlijn werd in 1957
al de Stiftung Preus-
sischer Kulturbesitz
ingericht. Zie ook:
bijlage 3 bij dit advies.
  13                        16
Analogie: J.A.M.F.
Vaessen, ‘Musea in
een museale cultuur’,
pagina 267, Zeist,
1986.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>2.   Obstakels en kansen                                                    14
                                                                         OCW, ‘Museums
                                                                         in the Netherlands,
                                                                         Facts and Figures’,
                                                                         Den Haag, 1997.
                                                                            15
Een diagnose van het museumveld laat zien dat met het weg-               De kunstcollectie van
                                                                         het rijk die door de
nemen van obstakels ruimte ontstaat voor het benutten van                RCE beheerd wordt,
kansen die zich volop aandienen.                                         bevindt zich voor
                                                                                                   Obstakels en kansen
                                                                         50% in het depot. Op
                                                                         grond van collectie-
Zichtbaarheid van collecties en collectiemobiliteit                      mobiliteitsgegevens
                                                                         over 16 rijksmusea
   Van de Collectie Nederland is slechts 5% regelmatig ‘op zaal’         (m.u.v. o.a. Rijks-
   te zien. [14] Al langer is bekend dat een deel van het museaal        museum) constateert
                                                                         de RCE dat over de
   kapitaal, ongeacht de kwaliteit, eenvoudigweg op de plank blijft      jaren 2008 – 2011
   liggen. [15] De organisatie van het intermuseale bruikleen-           het aantal uitgaande
                                                                         bruiklenen rond de
   verkeer helpt hier net zo min aan als de onderlinge afspraken         3.500 objecten beteft,
   die musea maken en de kosten die aan elkaar doorberekend              het aantal inleningen
                                                                         rond de 1.500 is. De
   worden voor het lenen van objecten. Presentatiebeleid, om-            rijkscollectie (OCW/
                                                                         DCE-deel) omvat c.a.
   vang en kwaliteit van de intermuseale ondersteuning, kennis-          40 miljoen objecten.
   uitwisseling over behoud, beheer en wetenschap worden hier-           37 miljoen van die
                                                                         40 miljoen bevindt
   door beïnvloed. [16] Meer samenwerking, ondersteund door              zich in Naturalis.
   een genereus bruikleenverkeer dat ten goede komt aan een              Zie ook: bijlage 3 bij
                                                                         dit advies.
   betere zichtbaarheid van de collecties, vormt dan ook een
   kansrijke uitdaging. [17] Als de collecties niet tot leven gebracht      16
                                                                         Musea in Nederland
   worden, is de publieke waarde van het erfgoed in het geding.          hebben in toene-
                                                                         mende moeite om in
                                                                         het buitenland bruik-
Inzicht in de Collectie Nederland                                        lenen te verkrijgen.
   Ondanks de inzet van projecten als het Deltaplan, MUSIP               Interview Friso
                                                                         Lammertse, ‘Weten-
   en regelingen die stuurden op de digitale ontsluiting van             schappelijke meer-
   cultureel erfgoed, is het nog steeds niet mogelijk om inzicht         waarde en collectie
                                                                         onderzoek is van
   te krijgen in de totale omvang en kwaliteit van de Collectie          belang’, pagina 6, 7,
                                                                         NRC Handelsblad
   Nederland. [18] Dat geldt ook voor het rijksmuseale aandeel           CS, 13 – 12 – 2012
   erin. [19] De prioriteiten liggen veelal niet bij registratie maar
                                                                            17
   elders in de organisatie, als gevolg van de druk op het vergro-       ‘Lending for Europe,
   ten van publieksbereik. Digitale toegang tot het verzamelde,          and Practical ways
                                                                         to reduce the cost of
   museale erfgoed levert een kansrijke bijdrage aan collectie-          lending and borrow-
   mobiliteit, voorkomt dubbele aankopen en speelt een belang-           ing of cultural objects
                                                                         between member
   rijke rol bij een gezamenlijk te voeren collectiebeleid van           states of the Euro-
   instellingen.                                                         pean union’.
                                                                         www.ec.europa.eu/
       Instellingen kiezen hun profilering op grond van hun              culture/our-policy-de-
   collectie. De gekozen focus bepaalt voor een belangrijk deel          velopment/documents/
                                                                         toolkit-mobility-of-
   de relevantie van een museum voor zijn maatschappelijke               collections.pdf
   omgeving. De kans voor een (inter)nationale propositie wordt          De rijksoverheid geeft    17
                                                                         het goede voorbeeld
   vergroot als instellingen de eigen collectie in de context van        op het gebied van col-
                                                                         lectiemobiliteit Rege-
   de Collectie Nederland kunnen plaatsen.                               ling Niet-Verzekeren:
                                                                         ter bevordering van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>   De huidige situatie heeft voor het publiek tot gevolg dat
                                                                   de collectiemobiliteit
   het onvoldoende kennis kan nemen van het nationale              is per 1 – 1 – 2011 de
   cultuurbezit.                                                   verzekeringsplicht
                                                                   voor geregistreerde
                                                                   musea afgeschaft.
                                                                   Reden hiervoor is dat
Collectieverantwoordelijkheid                                      de overheid het on-
  De verantwoordelijkheid voor collecties die zich in het pu-      derling bruiklenen wil
                                                                   bevorderen dat door
  bliek domein bevinden, wordt gedeeld door de verschillende       hoge verzekeringskos-
  overheden. De beschikbare instrumenten voor bescherming          ten wordt belemmerd.
                                                                                             Obstakels en kansen
                                                                   Door de verzekerings-
  van erfgoed zijn de Leidraad voor Afstoting van Museale          plicht voor geregis-
  Objecten (LAMO, op basis van zelfregulering) en de Wet tot       treerde musea af te
                                                                   schaffen, stimuleert
  behoud van cultuurbezit (Wbc). In een tijd waarin de nadruk      de overheid dat musea
  sterk ligt op het genereren van eigen inkomsten is de arm van    het geld dat zij uit-
                                                                   sparen investeren in
  de LAMO te kort. [20] Dit blijkt bijvoorbeeld uit de gang van    verbetering van de
  zaken in het Wereldmuseum te Rotterdam en de vervreem-           veiligheid en het be-
                                                                   heer van hun collec-
  ding van een collectiestuk te Gouda, om enkele recente kwes-     tie. Per 1 – 1 – 2011
  ties te noemen. [21] Bestuurders van instellingen en overheden   zijn er vaste tarieven
                                                                   voor bruiklenen in-
  zijn lang niet altijd voldoende doordrongen van hun rol          gevoerd voor wat we
                                                                   de Toonzaalcollectie
  bij de bescherming van erfgoed. De rijksoverheid heeft in de     noemen.
  aanloop tot een vernieuwing van het bestel de beheerover-
                                                                      18
  eenkomsten opgezegd. Dat biedt de kans om opnieuw naar           ‘Digitaliseren met
  collecties te kijken en te bepalen welke verzamelingen           beleid’, www.igitur-
                                                                   archive.library.uu.nl
  van nationaal belang worden geacht. Het zet echter ook de        Het is opmerkelijk
  beschermende werking, die van de langjarige beheerovereen-       hoe langzaam deze
                                                                   ontwikkeling gaat.
  komsten uitgaat, op het spel. [22] Het paradoxale van deze       De problematiek werd
  situatie is dat de urgentie van borging van het erfgoed wordt    door de WTR al in
                                                                   1998 aan de orde ge-
  onderstreept door het op afzienbare termijn wegvallen van        steld in het rapport
  deze bescherming.                                                ‘Alles uit de kast’.
                                                                      19
Toezicht                                                           Ondanks de afspraken
                                                                   op grond van beheer-
  Het toezicht op de zorg voor rijksmuseale collecties of ver-     overeenkomst en
                                                                   regeling materieel be-
  zamelingen, waarvan het eigendom aan de zorg van de staat        heer zijn instellingen
  is toevertrouwd, is belegd bij de Erfgoedinspectie. [23] Op      en erfgoedinspectie
                                                                   gezamenlijk niet in
  objecten of collecties die onder de bescherming van de Wbc       staat een beeld van de
  vallen, ziet de Erfgoedinspectie eveneens toe. Vergelijkbare     samenstelling van
                                                                   de collecties te geven.
  zorg op provinciaal of gemeentelijk niveau ontbreekt volledig.   Zie ook: Rapportage
  Er is ook geen wettelijk kader dat hiertoe verplicht. Enige      over 2011 van de erf-
                                                                   goedinspectie. ‘De
  werking gaat uit van het Museumregister, dat immers kwali-       Staat van de Rijks-
  teitseisen stelt aan het beheer en behoud van de collectie,      collectie, Erfgoed bij
                                                                   niet museale beheer-
  en (waar dat nog mogelijk is) van de inzet van museum-           ders’.
  consulenten. [24]
                                                                     20
      De kwaliteit van de verzamelingen in Nederland is daar-      Zie ook: Advies
  mee lastig te duiden, waardoor de toegankelijkheid van het       ‘Leidraad voor het        18
                                                                   Afstoten van Museale
  erfgoed in het geding is.                                        Objecten’ (LAMO),
                                                                   Raad voor Cultuur,
                                                                   2011. De NMV startte
                                                                   een traject op voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   In dat verband is het de vraag of het instrumentarium van
                                                                    de herziening van
   de Erfgoedinspectie voldoende handvatten biedt om toe te         deLAMO. Naar ver-
   zien op de kwaliteit van behoud en beheer van collecties. [25]   wachting is de her-
                                                                    ziene versie van de
      De huidige wettelijke kaders bieden geen garanties voor de    LAMO beschikbaar
                                                                    in het voorjaar van
   duurzame toegankelijkheid van het digitale museale erfgoed.      het jaar 2013.
   De Culturele Coalitie Digitale Duurzaamheid (CCDD) heeft
                                                                      21
   zich als pleitbezorger voor deze problematiek opgeworpen.        Zie ook: ‘Niets gaat
   Dit biedt kansen voor toezicht in het digitale domein dat,       verloren’, www.boek-
                                                                                              Obstakels en kansen
                                                                    manstichting.nl, isbn
   waar het musea betreft, nog ver te zoeken is.                    978-90-6650-088-4.
                                                                      22
Publieke middelen staan onder druk                                  In samenhang met
  Door het veranderde politieke klimaat en de economische           de regeling materieel
                                                                    beheer
  omstandigheden zijn er minder middelen beschikbaar voor
  cultuur. Ook in het museale veld zullen diverse instellingen         23
                                                                    De erfgoedinspectie
  mogelijkerwijs de deuren sluiten, als zij er niet in slagen       ziet, krachtens de
  het wegvallen van subsidies te compenseren. [26] De sociaal-      bijlage bij de beheers-
                                                                    overeenkomst. toe
  culturele waarde van kunst en erfgoed, die zichtbaar wordt        op de naleving van de
                                                                    afspraken met name
  in musea, kan dan niet tot uitdrukking worden gebracht.           voor wat betreft regis-
  Het belang van erfgoed voor identiteitsvorming, maatschap-        tratie, conservering
                                                                    en risicobeheer.
  pelijk besef en binding (tussen groepen in de samenleving,
  tussen heden en verleden) wordt in zo’n geval niet benut.            24
                                                                    Deels: musea zijn
  Dat betekent niet dat elk museum met kunst- en vliegwerk          immers niet verplicht
  opengehouden moet worden; wel dat er naar andere wegen            zich aan te melden bij
                                                                    het Museumregister
  gezocht moet worden om het erfgoed zichtbaar te maken             www.museumregister-
  voor het publiek. Dat biedt kansen voor samenwerkingsver-         nederland.nl.
  banden en mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe              25
  verdienmodellen.                                                  Wet tot behoud van
                                                                    cultuurbezit (1984),
                                                                    Wet verzelfstandiging
Een bestel met meer gelijke kansen voor alle musea                  rijksmuseale diensten
                                                                    (1993) en de daarop
  Het huidige rijksmuseale beleid richt zich vooral op voor-        gebaseerde Beheer-
                                                                    overeenkomsten,
  malige rijksmusea en minder op het bestel. Deze musea             Regeling materieel-
  beheren veelal een collectie waarvan het Rijk de eigenaar is.     beheer museale voor-
                                                                    werpen (2007).
   De samenstelling van deze rijkscollectie is in het verleden      Inge C. van der Vlies,
  doorgaans min of meer toevallig tot stand gekomen. [27] Daar-     ‘Kunst, recht en
                                                                    beleid’, Den Haag,
  door raakt de uitvoering van het beleid – zowel bestuurlijk,      2009.
  organisatorisch als op collectiegebied – niet of nauwelijks       De erfgoedinspectie
                                                                    bij het rijk ontbeert
  aan een beleidsmatig vastgelegde bestelverantwoordelijkheid.      een wettelijke grond-
  Inmiddels is duidelijk dat de verzelfstandiging van rijks-        slag. Voor het erf-
                                                                    goed dat onder de
  musea daarin geen verandering heeft gebracht. Daarnaast is        werking van de Wbc
  de hedendaagse kunstcollectie Nederland voornamelijk              valt is de erfgoed-
                                                                    inspectie als toezicht-
  een gemeentelijke aangelegenheid, met evenzeer een gebrek         houder aangewezen.
  aan onderlinge samenhang en landelijk inzicht. [28]                                         19
                                                                       26
                                                                    Veelal gaat het daar-
                                                                    bij om instellingen
                                                                    uit het zogenaamde
                                                                    middensegment.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>   Het beeld van een versnipperde sector domineert. Met het
                                                                       27
   wegvallen van het onderscheid tussen rijks- en andere musea      Van een bestelbrede
   ontstaat een speelveld met meer gelijkwaardige kansen voor       invulling van de
                                                                    beleidsverantwoor-
   alle instellingen.                                               delijkheid van de
                                                                    Rijksoverheid is
                                                                    vooral sprake bij de
Bestuurlijke verantwoordelijkheid voor                              regelingen voor het
                                                                    aankoopbeleid en
een integraal beleid                                                het veiligheidsbeleid
   De verschillende departementen die musea beheren,                die beiden bij de
                                                                                              Obstakels en kansen
                                                                    Mondriaanstichting
   hebben alle een eigen beleidsverantwoordelijkheid met bij-       belegd zijn. Een
   passend toetsingskader. Dezelfde overheid hanteert dus           beschrijving van de
                                                                    collecties en de rijks-
   niet steeds dezelfde meetlat. [29] Musea die niet onder OCW      verantwoordelijkheid
   vielen, maakten dan ook geen deel uit van de groep instel-       is te vinden in de
                                                                    regeling materieel be-
   lingen waarbinnen een integrale afweging gemaakt moest           heer rijkscollecties.
   worden in het kader van het subsidieplan 2013 – 2016. [30]
                                                                       28
   Gemeenten en provincies voeren vanuit de eigen autonomie         In 2009 voerde de
   en verantwoordelijkheid eveneens een eigen beleid. Daarbij is    RCE een onder-
                                                                    zoek uit onder de
   er geen sprake van inhoudelijke afstemming tussen de over-       titel ‘Collectiebalans
                                                                    Moderne kunst’. Er
   heden, wel van uitruil van bestuurlijke verantwoordelijkheden    werden daarbij 75
   via convenanten.                                                 musea geïdentificeerd
                                                                    met een relevante col-
       De conclusie is dat er noch horizontaal op rijksniveau,      lectie moderne en/of
   noch verticaal tussen de verschillende overheidslagen, sprake    hedendaagse kunst.
   is van eenheid in beleid of visie. Dat komt de samenhang            29
   en samenwerking tussen de instellingen van de verschillende      Dat bleek bijvoor-
                                                                    beeld bij het regeer-
   bestuurslagen niet ten goede. Bovendien doet deze situ-          akkoord van Rutte i.
   atie afbreuk aan de gewenste effectiviteit die met voldoende     Erfgoed zou bij de
                                                                    bezuinigingen ont-
   samenhangend beleid door de sector bereikt kan worden.           zien worden, maar het
   Een museale netwerkstructuur zorgt niet alleen voor samen-       ministerie van buiten-
                                                                    landse zaken bezui-
   hang, maar biedt ook de kans om deze overheidslagen te           nigde als eerste
   doorbreken.                                                      fors op het Tropen-
                                                                    museum. Wel worden
                                                                    alle collecties van de
                                                                    verschillende minis-
Toekomstbestendige ondersteuningsstructuur                          teries geïnspecteerd
  Als gevolg van de bezuinigingen op de beschikbare middelen        door de Erfgoed-
                                                                    inspectie.
  bij de provincies investeert het middenbestuur minder in
  de museale ondersteuningsstructuur. [31] Het betreft een taak       30
                                                                    Overigens wordt
  die bij de herinrichting van het bestel in de jaren tachtig aan   door de verschillende
  deze overheidslaag is toebedeeld. Op het gebied van behoud        departementen lang
                                                                    niet altijd een afwe-
  en beheer wordt nauwelijks samengewerkt. Het opzetten             ging gemaakt binnen
  van gemeenschappelijke depots vormt evenwel een kansrijk          het museaal beleids-
                                                                    kader maar binnen de
  perspectief. [32]                                                 context van het eigen
                                                                    beleidsterrein. De
                                                                    geheugenfunctie van
Kwaliteitsvolle online toegankelijkheid                             het museum wordt
  De fysieke en virtuele wereld raken steeds meer met elkaar        daarbij soms heel ge-     20
                                                                    makkelijk over het
  verweven. Het digitale ecosysteem dat ontstaan is, maakt          hoofd gezien. Ook een
                                                                    aantal instellingen
  nieuwe vormen van (sociale) interactie mogelijk. De verschil-     die wel een collectie
  lende gebruikers binnen dit systeem creëren gezamenlijk           beheren waar het
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   waarde voor anderen. Transmediale werkvormen zijn de
                                                                      rijk verantwoorde-
   nieuwe maat voor samenwerking. Door de aanwezigheid in             lijkheid voor draagt
   het virtuele domein wordt bovendien een bijdrage geleverd          vielen buiten deze
                                                                      afwegingen, bijvoor-
   aan de massale verspreiding van kennis over cultuur. Dat           beeld Eye, Niadec.
   wat fysiek zo ingewikkeld te bereiken is, wordt in het virtuele      31
   domein bijna vanzelfsprekend tot stand gebracht. Dit biedt         In veel provincies
                                                                      verdwijnen museum-
   kansen om cultuurgoed tot in de haarvaten van het digitale         consulenten en/of
   ecosysteem te laten nestelen.                                      wordt de erfgoedtaak
                                                                                               Obstakels en kansen
                                                                      beperkt uitgevoerd.
      In het digitale domein ontstijgen collecties de instellin-
   gen. [33] Waar het aan schort, is kwaliteitsvolle online toe-        32
                                                                      Voorbeeld:
   gankelijkheid en digitale geletterdheid in de museale wereld.      Gemeenschappelijk
   Daarnaast spelen ingewikkelde problemen over autoriteit,           depot Tresoar
                                                                      Friesland, Gemeen-
   authenticiteit, auteursrecht, digitale duurzaamheid en digitally   schappelijk depot
   born collections. [34] De Rijksdienst voor het Cultureel Erf-      Dordrecht (archief,
                                                                      monumentenzorg
   goed introduceerde onlangs de Digitale Museale Collectie           en archeologie),
   Nederland (DiMCoN) om het museale erfgoed in Neder-                voornemen RCE-
                                                                      Rijksmuseum.
   land digitaal zichtbaar te maken. Het vormt ook de nationale
                                                                         33
   toegang tot Europeana, een portaalsite die collecties van Eu-      De 29 BIS-instellin-
   ropese bibliotheken, musea, archieven en multimediahuizen          gen tellen 288.000
                                                                      Facebook en Twitter
   ontsluit. Museale instellingen zijn evenwel niet verplicht om      volgers. Het aantal
   deze kans te benutten. Eerdere pogingen om een dergelijke          online (social media)
                                                                      volgers is 5% van het
   landelijke toegang tot het cultureel erfgoed tot stand te bren-    fysieke bezoek (voor
   gen, zijn in deze vrijblijvendheid gestrand. [35] De zorg voor     BIS-instellingen
                                                                      5,6 miljoen). Dit zijn
   digitale duurzaamheid is door de omvang van het probleem           belangrijke culturele
   een taak die alleen in gezamenlijkheid succesvol opgepakt          ambassadeurs. Deze
                                                                      cijfers zeggen niets
   kan worden. Digitale toegang tot collecties biedt grote kansen     over het online be-
   voor het publiek en de creatieve industrie.                        zoek van museum-
                                                                      websites. 98 Grotere
                                                                      professionele musea
Globalisering en diversiteit                                          verdeeld over het land
                                                                      hebben gezamenlijk
  Niet alleen digitalisering zorgt voor een vervaging van de          350.000 Facebook
                                                                      likes en 283.000
  grenzen. Dat geldt ook voor globalisering. De wereld is het         Twitter volgers. 50%
  werkterrein; kansen zijn er voor de inzet van kunst en cultuur      Van deze 350.000
                                                                      Facebook likes komt
  in diplomatie en handel. Onderzoeken tonen telkens weer             voor rekening van
  de waarde van een hoogwaardig cultureel aanbod voor toeris-         de BIS-instellingen.
                                                                      40% Van deze
  me, de waardering van een woonomgeving en het vestigings-           283.000 Twitter
  klimaat voor bedrijven. [36]                                        volgers komt voor
                                                                      rekening van de
      Naast deze economische inzet spelen door de globalisering       BIS-instellingen.
  en toenemende culturele diversiteit van de samenleving ook          (cijfers RCE).
  een samenleving die toenemend multicultureel is. Het ant-              34
  woord hierop heeft gevolgen voor de (nationale) (de)selectie        ‘Voor de eeuwigheid?
                                                                      Samenwerking is het
  en het aankoopbeleid.                                               beste model’, Cultu-
                                                                      rele Coalitie Digitale   21
                                                                      Duurzaamheid, 2012.
                                                                       35
                                                                      Cultuurwijzer en
                                                                      Cultuurwijs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Hiërarchie in plaats van samenhang
  Het rijksmuseale beleid is vooral instellingenbeleid en geen
  bestelbeleid. De rijksverantwoordelijkheid voor collecties
  strekt zich primair uit tot haar bezit en niet tot alle ‘collecties
  van nationaal belang’. [37] De borging van de werking van
  het bestel ontbreekt.
      De verankering van de verantwoordelijkheid voor collec-
  ties van nationaal belang is onvoldoende vormgegeven.
                                                                                                 Obstakels en kansen
  In het bestel ontbreekt de mogelijkheid om vorm te geven
  aan de dynamiek waarom de (digitale) toekomst vraagt.
  De sterk hiërarchische structuur van het huidige bestel wordt
  bepaald door bestuurlijke verhoudingen die gebaseerd zijn
  op de toevalligheid van het ontstaan van collecties die tot het        36
  rijkseigendom behoren.                                                Marlet (ibidem)
      Collectiemobiliteit wordt onvoldoende ingezet, met als               37
  gevolg dat het publiek minder van de nationale collectie              Een van de criteria
                                                                        om in aanmerking te
  te zien krijgt dan mogelijk is. Bovendien leidt deze situatie tot     komen voor rijks-
                                                                        subsidie voor de sub-
  verminderde kennisdeling, inzet op educatie, innovatie en             sidieplanperiode
  economisch rendement. Het museumbestel wordt getekend                 2013 – 2016.
  door een gebrek aan samenhang. Samenwerking tussen in-                   38
  stellingen lijkt, ondanks alle goede bedoelingen, maar moei-          Dat de beide museale
                                                                        verenigingen, VRM
  zaam van de grond te komen. [38] Het huidige bestel haalt             en de NMV, niet
  niet uit het totaal van de Nederlandse musea wat erin zit.            gefuseerd zijn waar-
                                                                        door de waterschei-
  In tijden van een krimpende economie blijkt het bestel                ding tussen rijks-
  daarnaast onvoldoende duurzaam te zijn om de belangrijke              en andere musea in
                                                                        stand wordt gehou-
  maatschappelijke waarde van museaal erfgoed te borgen.                den, helpt daar ook
  Het gebrek aan samenwerking en samenhang leidt ertoe dat              al niet aan. Beide
                                                                        verenigingen hebben
  we het publiek tekortdoen. [39]                                       inmiddels aangegeven
                                                                        te gaan fuseren per
                                                                        januari 2014.
                                                                           39
                                                                        De bestelverant-
                                                                        woordelijkheid uitte
                                                                        zich in het flankerend
                                                                        beleid via de Mon-
                                                                        driaanstichting.
                                                                        J.A.A van Doorn,
                                                                        C.J.M. Schuyt, ‘De
                                                                        stagnerende ver-
                                                                        zorgingsstaat’, 1978.
                                                                        Van Doorn stelde
                                                                        over de onderwijs-
                                                                        instellingen: baas in
                                                                        eigen huis en het
                                                                        gebouw ten laste van
                                                                        de gemeenschap.
                                                                        De culturele wereld
                                                                        en in dit geval de       22
                                                                        musea lopen dus ach-
                                                                        ter bij het onderwijs,
                                                                        waar de verzelf-
                                                                        standiging al lang
                                                                        plaatsvond.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>3.   Een visie op ontgrenzen
     en verbinden
Gezamenlijk vertegenwoordigen en voeden musea het collectieve
geheugen van een samenleving. Dat geheugen is niet vanzelf-
sprekend. Het is voortdurend mensenwerk om de sporen uit het
                                                                     Een visie op ontgrenzen en verbinden
verleden te duiden. Dit geldt ook voor de overdracht van de ene
op de andere generatie. Sterker nog, iedere generatie vormt
zijn eigen collectieve geheugen, dat zowel dynamisch als plastisch
is. In het verbinden en articuleren van deze culturele diversiteit
spelen musea een vooraanstaande rol. Het gaat daarbij zowel om
historische feitenkennis als het historisch bewustzijn dat hieraan
voorafgaat. Vandaar dat educatie in elk museum een fundamen-
tele taak is.
In het museum wordt dan ook niet zozeer het in memoriam van
een cultuur beleden, maar juist pro memorie gewerkt. Het
museum is te beschouwen als een interactieve werkplaats van het
geheugen, waar handelingen zoals herinneren en vergeten aan
hun alledaagse vanzelfsprekendheid ontstijgen. Verwondering en
artistieke verbeeldingskracht zijn essentieel om culturen uit het
verleden of heden museaal te presenteren. Met name historische
en antropologische musea kennen een museologische traditie
van zowel analytische en contextuele duiding als aansprekende
en evocatieve presentaties. In de voortdurende ontwikkeling en
vernieuwing van verteltechnieken dienen publieksinstellingen als
musea het voortouw te nemen.
Identificatie
   De specifieke omgang met het collectieve geheugen is bepa-
   lend voor de identiteiten die samenlevingen of groepen aan
   het erfgoed ontlenen of – beter gezegd – construeren. Musea
   zijn, wat provocerend gesteld, in dit opzicht te beschouwen
   als identiteitsfabrieken. Met erfgoed als grondstof wordt er
   aan de lopende band identiteit gecreëerd in de vorm van
   betekenisgeving.
       Hierbij is het van belang om onderscheid te maken tussen
   geschiedenis (history) en erfgoed (heritage). Het laatste be-
   grip gaat niet over het verleden op zich, maar over de manier
   waarop geschiedenis wordt geïnstrumentaliseerd, gebruikt en       23
   toegepast in de maatschappelijke praktijk van het dagelijkse
   leven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   Hiertoe behoren ook de musea, die in feite voortdurend
   geschiedenis transformeren tot betekenisvol erfgoed waaraan
   lokale, regionale of nationale samenlevingen hun identiteit
   ontlenen.
       Iedere generatie geeft aan deze behoefte tot identificatie
   een eigen vorm en inhoud. Historische, al dan niet artistieke
   objecten kunnen telkens in andere samenhangen figureren
   en derhalve als erfgoed nieuwe betekenissen krijgen, die aan-
                                                                                               Een visie op ontgrenzen en verbinden
   sluiten bij actuele maatschappelijke behoeften. Zowel musea
   voor hedendaagse kunst als erfgoed zijn uiteindelijk dan
   ook niet alleen duiders van een historisch of cultureel gezien
   ‘vreemde’ wereld, maar vooral ook constructeurs van het
                                                                        40
   eigene. Het begrip erfgoed verwijst ten diepste naar dit iden-    De formele ruimte is
   titeitsaspect in het spanningsveld tussen eigen en vreemd,        de presentatiemoge-
                                                                     lijkheid, de informele
   waarin we onszelf veelal als erfgenamen benoemen van verre        ruimte is bijvoorbeeld
   voorouders die we nooit gekend – laat staan begrepen –            het museumcafé.
   hebben.                                                             41
                                                                     Play, Van Abbe-
       Musea ontwikkelen zich tot kenniscentrum en plaats waar       museum, plaatste het
   het gesprek plaatsvindt over kunst, erfgoed en de samenle-        discours over kunst
                                                                     weer terug in de
   ving. De fysieke en virtuele ruimten smelten ineen, zoals dat     context van de maat-
   ook het geval is met de formele en informele museale ruim-        schappij. ‘Informele
                                                                     groepen, Verkennin-
   ten. [40] Hierdoor kunnen instellingen een meervoudige rol        gen van eigentijdse
   spelen, zowel voor de infrastructuur van de kennisintensieve      bronnen van sociale
                                                                     cohesie’, SCP, 2011.
   samenleving als de fysieke wereld waar de ervaring telt. [41]
   Ondertussen speelt binnen de kunstwereld een discussie over         42
                                                                     Framer Framed:
   kunst in het postkoloniale tijdperk; onze musea richten vooral    het ontwikkelen van
   hun blik op de westerse kunstgeschiedenis. [42] Dat perspectief   een postkoloniaal
                                                                     discours binnen
   heeft invloed op duiding en collectievorming.                     de kunstwereld blijft
       Om iedere talentvolle generatie zelf met verbeeldingskracht   noodzakelijk. Het
                                                                     formuleren van een
   gestalte te kunnen laten geven aan het collectieve geheugen,      nieuwe kunstgeschie-
                                                                     denis die de traditio-
   hebben we toekomstbestendige musea nodig die in dit opzicht       nele verdeling tussen
   optimaal dienen te worden toegerust. Een belangrijk element       het westen en ‘de rest’
                                                                     vervangt door een
   hierbij is de notie van ontgrenzing met het oog op verbinding.    geschiedschrijving
   De visie op ontgrenzen en verbinden laat zich vertalen in uit-    waarin de recente
                                                                     politieke, sociale en
   gangspunten die een leidraad vormen bij de uitwerking van de      economische ontwik-
   inrichting van het bestel. Deze voorgestelde herstructurering     kelingen in acht wor-
                                                                     den genomen, moet
   van het bestel is erop gericht de benoemde knelpunten op te       nog op gang komen.
   lossen en kansen te creëren voor alle overheden en instel-        Het project Framer
                                                                     Framed stelt vanaf
   lingen.                                                           begin 2009 de positie
                                                                     van niet-westerse
                                                                     kunst in Nederlandse
De wereld binnen en buiten het museum                                kunstinstellingen ter
  In de eerste plaats betreft dit de verhouding tussen de museale    discussie in een reeks    24
                                                                     openbare discussies
  realiteit en die in de wereld daarbuiten. Musea zijn maar tot      en de expertmeeting
                                                                     Onbegrensd verza-
  op zekere hoogte eilanden in tijd en ruimte. Ze zullen zich        melen.
  telkens moeten verhouden tot actuele kwesties die spelen in        www.framerframed.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   de samenleving. Het museum is dan ook geen vlucht uit de
   werkelijkheid; het laat ons die realiteit op een andere manier
   verrijkt zien. Tot het werkplan van het toekomstbestendige
   museum behoort dan ook steeds een actuele analyse van
   ontwikkelingen in de samenleving die relevant zijn voor het
   specifieke werkterrein en het geïntendeerde publiek.
       Een dergelijke ‘samenlevings-check’ dient een vast on-
   derdeel van het werkplan te zijn. Musea moeten anticiperen
                                                                    Een visie op ontgrenzen en verbinden
   op ontwikkelingen om zodoende als culturele voorhoede
   richting te kunnen geven aan het maatschappelijke debat.
   Ze hoeven niet alleen volgers en documentalisten te zijn van
   maatschappelijke trends. Duiding achteraf dient gestoeld
   te zijn op een heldere analyse van de actualiteit. De wereld
   in het museum verhoudt zich derhalve nadrukkelijk tot de
   maatschappelijke realiteit van het moment.
De ontgrenzing van het gebouw
  Bij het begrip museum denken de meeste mensen in de eerste
  plaats aan een gebouw. Dit is een begrijpelijke associatie die
  gevoed wordt door imposante architectuur, zowel uit het mu-
  seale verleden als bij nieuw gebouwde of verbouwde instel-
  lingen. Met zo’n gebouw maakt het museum weliswaar een
  statement, maar het roept ook de vraag op wat nu de kern is
  van de museale instelling. Soms lijkt het gebouw immers
  dominanter dan de inhoud. Het gebouw is uiteraard geen
  doel op zich, maar dient als fundament voor het functio-
  neren van de instelling.
      Daarnaast mag het gebouw musea er niet van weerhouden,
  meer dan tot op heden gebeurt, relaties te leggen met spo-
  ren uit het verleden in het landschap van een stad of regio,
  met verwijzingen over en weer. Nieuwe technologie stelt ons
  in staat om objecten ook in situ te tonen en te duiden. Bij
  virtueel museumbezoek, los van het gebouw, gaat het er
  vooral om de musea deel uit te laten maken van het digitale
  ecosysteem.
      Het verdient aanbeveling om – waar mogelijk – collecties
  ook buiten museale instellingen te tonen en te laten functio-
  neren, zeker wanneer dit depotstukken betreft. Het museum
  is immers meer dan een gebouw.
De ontgrenzing van de sectorale instelling
  Samenwerking tussen musea mag als vanzelfsprekend worden          25
  beschouwd. Dit moet ook gaan gelden voor het aangaan van
  duurzame allianties en samenwerkingsverbanden met instel-
  lingen en organisaties buiten de museale sector.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>   Dit betekent dat bijvoorbeeld ook commerciële partijen of
   onderwijsinstellingen in de keten kunnen worden opgeno-
   men. Dit geldt ook voor de samenwerking en ondersteuning
   van andere spelers in het bredere cultuur- en erfgoedveld,
   zoals verzamelaars en historische verenigingen. Los van pro-
   jectmatige allianties moet worden gestreefd naar duurzame
   samenwerkingsverbanden.
                                                                     Een visie op ontgrenzen en verbinden
Het ontgrenzen van materieel en immaterieel erfgoed
  Het betreft hier een schijntegenstelling die niet museaal gere-
  produceerd moet worden. Immers, het gaat bij stoffelijke
  objecten ook steeds weer om de verhalen en betekenissen
  die ze representeren. Juist het museum dient de samenhang
  tussen materieel en immaterieel erfgoed te tonen en te be-
  nadrukken. Mogelijkheden tot het versterken van deze samen-
  hang moeten ook gezocht kunnen worden door cross-
  sectorale en interdisciplinaire samenwerkingsverbanden aan
  te gaan en genres te ontgrenzen.
Het verleden niet begrenzen tot eigen erfgoed
  Het benoemen van het verleden tot erfgoed impliceert in de
  praktijk veelal de reductie van dat verleden tot iets vertrouwds
  en eigens. Een van de kwaliteiten van het verleden is juist
  dat het ons vreemd is (geworden). Deze vreemdheidservaring,
  die op biografisch niveau al tussen levende generaties voel-
  baar is, kan museaal beter benut worden. De wisselwerking
  tussen eigen en vreemd prikkelt het historisch besef, en
  leidt tot historische kennis. Daarnaast dienen het verleden en
  de cultuur niet gereduceerd te worden tot louter safe stories,
  waaruit de maatschappelijke angel is verdwenen. Het mu-
  seum toont ook de ‘achterkant’ van de cultuur en de minder
  wervende of zelfs pijnlijke aspecten van het verleden. Erfgoed
  heeft met andere woorden verschillende keerzijden.
Ontgrenzing van scheidslijnen tussen
erfgoed en (hedendaagse) kunst
   Onder het begrip erfgoed worden in dit advies ook alle
   museale collecties van hedendaagse kunst begrepen, hetgeen
   aansluit bij de professionele praktijk. In de samenleving
   wordt dit evenwel niet als zodanig ervaren en blijven water-
   scheidingen tussen heden en verleden of kunst en geschiedenis
   gangbaar. In dit opzicht kunnen musea door te ontgrenzen          26
   nieuwe verbindingen leggen bij het publiek die recht doen aan
   de dynamiek van cultuur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Ontgrenzing in internationaal perspectief
  In een globaliserende samenleving met een proces van
  Europese eenwording behoren internationale samenwerking
  en uitwisseling van kennis, objecten en presentaties tot het
  museale instrumentarium, zowel projectmatig als structu-
  reel. [43] Musea functioneren immers niet alleen voor de eigen
  samenleving, maar evenzeer voor buitenlandse bezoekers,
  al dan niet in een internationaal netwerk. Ze zijn, met andere
                                                                                          Een visie op ontgrenzen en verbinden
  woorden, zowel kosmopolitisch als nationaal of regionaal.
Grenzeloze mogelijkheden voor talenten
  Educatie behoort tot de basistaak van het museum. Dit
  betreft niet alleen de publieksgerichte werking, maar ook de
  ontwikkelkansen voor jong talent. In het huidige museum-
  bestel is de notie van talentontwikkeling nagenoeg afwezig.
  Het museum dient niet alleen een broedplaats te zijn voor
  talent, maar moet ook doorgroeimogelijkheden bieden. Zo
  kunnen ook nieuwe competenties aan museale organisaties
  worden toegevoegd. Een vitaal museumbestel impliceert
  ook dynamiek in human resources.
      Musea hebben ook een rol in talentontwikkeling, in de
  zin van de gelegenheid bieden aan hedendaagse kunstenaars
  zich te presenteren in het publieke domein en zich te ver-
  houden tot de Collectie Nederland.
Ontgrenzing in faciliteiten
  Het beheer en behoud van collecties kan op een hoger peil
  gebracht worden door functies en diensten te centraliseren,
  bijvoorbeeld in gezamenlijke depots. Het gaat dan bijvoor-
  beeld ook om het delen van kennis met betrekking tot behoud
  en beheer, evenals het uitwisselen van presentaties met het
  oog op een groter en efficiënter publieksbereik.
Ontgrenzing in toegankelijkheid
  Aangezien museumbezoek veelal een vorm van vrijetijdsbeste-
  ding is, zou de openstelling hierbij beter moeten aansluiten.
  In de beleveniseconomie geldt immers een ander tijdsregime,
  met bijvoorbeeld avondopenstellingen. Daarnaast is een gro-
  tere verweving met publieke ruimten en functies wenselijk, die
  aansluit bij de wensen van het publiek, waardoor er een gro-
  tere en drempelverlagende zichtbaarheid bereikt kan worden.
                                                                     43                   27
                                                                   Slechts 50 tot 60
                                                                   musea nemen perio-
                                                                   diek deel aan inter-
                                                                   nationaal bruikleen-
                                                                   verkeer.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Bestuurlijke ontgrenzing
  Musea bewegen zich op alle bestuursniveaus. Dit versterkt
  in zekere zin de weerbaarheid van deze instellingen, maar
  het vormt tegelijk in de praktijk een obstakel voor effectief
  beleid en doelgerichte afstemming. Het principe ‘wie betaalt,
  bepaalt’ staat een samenhangend museumbestel in de weg.
  Los van de financiering dient er regie te komen op de samen-
  hang van het bestel. Op basis van deze regie kunnen er con-
  venanten gesloten worden met de verschillende bestuurslagen.
  Nu is dit precies andersom.
De samenleving mag van musea
professionaliteit verwachten
   Ontgrenzen betekent niet dat er geen grenzen in het museum-
   bestel gesteld mogen en moeten worden. Dit betreft in de
   eerste plaats de omvang en samenhang van het bestel. Niet
   iedereen doet alles. Niet de individuele instellingen, maar het
   bestel als geheel is maatgevend voor de professionaliteit die
   de samenleving van de musea mag verwachten. Niet de finan-
   ciers maar de samenhang in het bestel vormt daarbij het
   uitgangspunt. De instellingen dragen gezamenlijk de verant-
   woordelijkheid voor de contextualisering van het erfgoed
   in de samenleving. De financierende overheden faciliteren
   musea voor hun rol in het bestel. Doeltreffende governance
   en regie zijn van belang voor meer samenhang in het bestel.
                                                                     28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>4.   Collectie Nederland en
     de Kerncollectie Nederland
Uitgangspunt voor het nieuwe museumbestel vormt het erf-
goed dat bescherming verdient en openbaar toegankelijk moet
zijn, omdat het van nationaal belang wordt geacht. Onder de
                                                                                            Collectie Nederland en de Kerncollectie Nederland
Collectie Nederland wordt de optelsom verstaan van alle collec-
ties die zich in het publieke domein bevinden. De raad stelt
voor om uit de Collectie Nederland collecties te selecteren die
samen de Kerncollectie Nederland vormen en extra geborgd
worden. Dit vanuit de fundamentele notie dat we het als samen-
leving van belang vinden om deze objecten te behouden en
door te geven aan volgende generaties.
Lokale en regionale collecties
  Hierbij moet er nadrukkelijk het besef zijn dat ook regionale
  of lokale (collecties van) objecten dit belang kunnen vertegen-
  woordigen. Zoals de commissie Asscher-Vonk terecht stelt,
  ontleent Nederland zijn identiteit aan de optelsom en diver-
  siteit van lokale en regionale geschiedenis. Het belang van
  hechting in de regio wordt versterkt naarmate het proces van
  globalisering vordert. Regio’s overschrijden landsgrenzen,
  zoals in de oostelijke en zuidelijke gebieden van Nederland.
  Een lokale of regionale collectie kan daarmee van internatio-
  naal belang zijn. De definitie ‘van nationaal belang’ verwijst
  veelal naar een band met het verleden. Dit is de zogenaamde
  symboolfunctie die ook een rol speelt in de Wet tot behoud
  van cultuurbezit (Wbc).
Kerncollectie Nederland
  Om begripsverwarring te voorkomen, wordt er naast het
  begrip Collectie Nederland de notie van een Kerncollectie
  Nederland gehanteerd. De Kerncollectie Nederland betreft
  dat deel van de Collectie Nederland waarvoor het Rijk,
                                                                       44
  gelet op het belang ervan, verantwoordelijkheid neemt. Dat        Het wegvallen van
  betekent niet dat daarvoor per se ook een financiële verant-      de beschermende
                                                                    werking van het
  woordelijkheid bestaat. Die verantwoordelijkheid is en blijft     rijkssubsidiekader
  een zaak van de eigenaar van de collecties. Wel betekent          vraagt om wettelijke
                                                                    bescherming van dat
  het dat met het benoemen van het nationale belang van zo’n        erfgoed. Overgang
  collectie de borging ervan binnen een op te stellen wettelijk     naar een andere eige-   29
                                                                    naar is niet aan de
  kader valt, indachtig de gewenste beschikbaarheid van de col-     orde. Administratieve
                                                                    overwegingen kunnen
  lectie voor het publieke domein. [44]                             leiden tot langdurige
                                                                    bruikleencontracten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Waarderingskader en collectieplan
  Een collectie van nationaal belang bezit een hoge kwaliteit, is
  representatief voor het desbetreffende terrein en beperkt zich
  geografisch niet tot een stad, regio of gebied in Nederland.
  Bovendien betreft het een verzameldomein, een inhoudelijk
  gebied of thema van nationale reikwijdte, aldus de nota
  Museumbeleid uit 1985. De raad onderschrijft deze uitgangs-
  punten, met de kanttekening dat ook het regionale of lokale
                                                                                             Collectie Nederland en de Kerncollectie Nederland
  element dit belang kan vertegenwoordigen.
      Met dit beoordelingskader is de kwaliteit van collecties nog
  niet gedefinieerd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  (RCE) heeft een waarderingskader opgesteld met aandacht
  voor de intrinsieke en contextuele waarde van objecten. [45]
  De raad adviseert om dit waarderingskader, dat vooralsnog te
  objectgericht is en tot een breder instrument moet worden
  uitgewerkt, als uitgangspunt te nemen bij het bepalen van de
  Kerncollectie Nederland.
      De waardering van de collecties begint bij de instellingen
  ‘in huis’. Alle instellingen dienen immers over een collectie-
  plan te beschikken, waarin de kwaliteit en specifieke kenmer-
  ken van de verzameling worden beschreven en kerncollec-
  ties zijn benoemd. Op grond hiervan wordt de specifieke
  profilering en het aankoop-, afstotings- en presentatiebeleid
  van de instelling bepaald. Het is niet de bedoeling om een
  jarenlange, zwaar opgetuigde selectie-exercitie uit te voeren
  met betrekking tot de Kerncollectie Nederland. Er kan
  relatief snel inzicht verkregen worden door aan te sluiten bij
  de Deltaplan-categorieën (het gaat hier primair om de
  A-collecties) en de collectieplannen van de instellingen waar-
  in de museale kerncollecties benoemd worden. De profes-
  sionaliteit van de sector komt hier tot uiting in een vlotte en
  efficiënte werkwijze.
Regie door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  De Kerncollectie Nederland is vervolgens de optelsom van
  alle collecties die door de musea, in samenwerking met
  de RCE, zijn aangewezen als collecties van nationaal belang.
  De RCE voert daarbij de regie en richt peer groups in die
  helpen bij de beoordeling van de collecties. De raad gaat er-
  van uit dat deze regierol, gezien het bestaande waarderings-
  kader, binnen de huidige formatie van de RCE kan worden
  uitgevoerd.                                                                                30
                                                                       45
      Voor het benoemen van de Kerncollectie Nederland is            De Collectie
                                                                     Nederland krijgt haar
  inzicht in de samenstelling van de Collectie noodzakelijk.         werking onder regie
                                                                     van de RCE.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>   Deze verzameling vormt immers het referentiekader voor
   de te maken keuzen. Daarom adviseert de raad om deelname
   aan de Digitale Museale Collectie Nederland (DiMCoN),
   als nationale toegang tot de portaalsite Europeana, uiterlijk
   in 2017 voor alle geregistreerde musea verplicht te stellen. [46]
   Daarvoor is medewerking van alle overheden nodig. DiMCoN
   dient daarmee zowel het publiek als de professional.
                                                                                                Collectie Nederland en de Kerncollectie Nederland
Duurzame depots
  De raad adviseert, op grond van de positieve resultaten tot
  nu toe, om nader onderzoek uit te voeren naar een daadwer-
  kelijk te implementeren regionaal depotbeleid. [47] De RCE
  en provinciale museumconsulenten brengen daarvoor geza-
  menlijk de mogelijkheden in beeld om tot duurzame gemeen-
  schappelijke depots te komen. De urgentie van aandacht
  voor museale depots wordt bevestigd door een onderzoek
  van UNESCO, waaruit een zorgwekkend beeld naar voren
  komt. [48] Het streven naar gezamenlijke depots zal ook
  het zwaarwegende aandeel van de huisvestingskosten in de
  huidige budgetten van musea beter in balans brengen,
  hetgeen voor de toekomstbestendigheid van de sector van
  groot belang is.
                                                                         46
                                                                       Digitale Museale
                                                                       Collectie Nederland
                                                                       (RCE).
                                                                          47
                                                                       Onderzoek RCE
                                                                       i.s.m. Rijksmuseum,
                                                                       gemeenschappe-
                                                                       lijk depot Tresoar,
                                                                       gemeenschappelijk
                                                                       depot Dordrecht.         31
                                                                          48
                                                                       ICCROM-UNESCO,
                                                                       ‘International Storage
                                                                       Survey’, 2011.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>5.   Kerninstellingen en
     ketenvorming
Om in de fijnmazige structuur van het Nederlandse museumveld
meer samenhang te creëren en samenwerking mogelijk te maken,
adviseert de raad een stelsel van kern- en partnerinstellingen die
                                                                      Kerninstellingen en ketenvorming
tezamen ketens vormen. Op deze wijze kunnen museale taken in
het bestel efficiënter en effectiever, dus professioneler, worden
uitgevoerd.
Er wordt op zowel nationaal, regionaal als lokaal niveau een
beperkt aantal kerninstellingen aangewezen dat een faciliterende
en voorbeeldstellende werking heeft voor de sector. Door de
ketens expliciet te benoemen, worden musea met een nationale
taak in verband gebracht met andere musea van verschillende
omvang en statuur. Ketens, waarbij de nadruk ligt op continuïteit
en beheer, vormen samenwerkingsverbanden die zorgen voor
(grensoverschrijdende) programmering en actuele presentaties.
Het geheel van ketens noemen we het museumbestel.
De kerninstelling draagt verantwoordelijkheid voor het goed
functioneren van de specifieke keten. De financierende overhe-
den faciliteren deze instellingen voor hun rol in het bestel. Een
kaderwet waarin de bestelverantwoordelijkheid van de rijksover-
heid en de verantwoordelijkheden van de andere overheden
gedefinieerd zijn, zorgt voor uniformiteit en duidelijke afspraken.
Voor de uitwerking hiervan verwijzen we naar het hoofdstuk 7,
Instrumentarium, pagina 45.
De aanwijzing van kerninstellingen
  In zijn adviesvraag heeft de staatssecretaris te kennen gegeven
  verzamelgebieden te willen hanteren voor de herinrichting
  van het bestel op rijksniveau. De raad neemt dit uitgangspunt
  over en stelt per verzamelgebied één kerninstelling voor.
  Het beheren van een rijkscollectie is geen voorwaarde voor
  het vervullen van een centrale kernfunctie binnen het
  bestel. Het beheren van collecties van nationaal belang wel.
  Het voorstel van de raad wordt gedaan op grond van de
  verwachting dat de focus en het samenwerkingsverband tot
  een sterke (inter)nationale propositie leiden.                      33
      Ook in regionaal of lokaal verband kunnen kerninstel-
  lingen aangewezen worden. Het museale bestel bestaat
  zodoende uit landelijke, regionale en lokale samenwerkings-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>   verbanden. Er moet steeds ruimte blijven bestaan voor samen-
   werkingsverbanden die zich vanuit een bepaalde focus op
   organische wijze ontwikkelen. Lokaal en regionaal hoeft de
   landelijke eis van nationale kerncollectie en excellentie niet
   als voorwaarde gesteld te worden.
Sterke museale merken
   Een kerninstelling voert alle museale taken excellent uit of
                                                                                               Kerninstellingen en ketenvorming
   bezit de kwaliteit om zich tot een dergelijke organisatie te
   ontwikkelen. [49] In essentie is een kerninstelling een dienst-
   verlenende organisatie die een relatie onderhoudt met be-
   langrijke stakeholders in de eigen keten. Alle museale taken
   worden ook ten dienste van het veld gesteld. Kerninstellingen
   hebben een regiefunctie en dienen op nationale schaal een
   keten zichtbaar te maken. Ze sluiten zich aan bij een weten-
   schappelijk kennisinstituut en nemen daarnaast verantwoorde-
   lijkheid voor opleiding en talentontwikkeling. In nauwe
   samenwerking met partnerinstellingen wordt invulling gege-
   ven aan presentatiebeleid.
       Prestaties van kerninstellingen worden afgemeten aan
   activiteiten die in de keten verricht worden. De huidige tech-
   nologische ontwikkelingen maken het mogelijk om deze
   structuur niet alleen fysiek, maar ook virtueel te onderhouden
   en uit te bouwen. Idealiter ontstaan op deze wijze ketens die
   herkenbaar geprofileerde, sterke museale merken vertegen-
   woordigen.
De Nederlandse Museum Vereniging
  De samenleving verwacht van professionals een optimaal
  functionerend museumbestel. De Nederlandse Museum
  Vereniging (NMV) speelt hierbij als brancheorganisatie een
  prominente rol. De NMV kan, in overleg met de Vereniging
  van Nederlandse Gemeenten (VNG), standaard samenwer-
  kingsovereenkomsten ontwikkelen. Hierdoor wordt museale
  samenwerking bevorderd en gereguleerd. Als collegiale orga-
  nisatie kan de NMV in hoge mate de aard en werking
  van de ketens in het nieuwe bestel mede vormgeven. Daar-
  naast fungeert ze als gesprekspartner voor de verschillende
                                                                        49
  overheden. In een bestel dat meer door onderlinge samen-           Uitwerking van deze
  hang dan door afzonderlijke financiers bepaald wordt, is zo’n      kwalificatie in indi-
                                                                     catoren is nodig.
  verbindende professionele partner onontbeerlijk. Daarnaast         Dat sluit niet uit dat
  behartigt de NMV niet alleen het belang van individuele            ook andere instel-        34
                                                                     lingen binnen hetzelf-
  instellingen, maar vooral ook de collectieve maatschappelijke      de domein excellent
                                                                     kunnen presteren.
  waarde van een vitaal museumbestel.                                De regierol ligt echter
                                                                     bij de kerninstelling.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>   Kritisch vermogen en het niet vrijblijvend aanspreken van
   leden op hun functioneren, behoren tot een lerende en
   regulerende beroepsorganisatie.
Functies van een kerninstelling
  De functies van de kerninstelling voor de keten hebben
  betrekking op alle museale kerntaken, te weten collectie,
  presentatie en kennis.
                                                                                            Kerninstellingen en ketenvorming
      Collectiefunctie
        De kerninstelling zorgt voor de coördinatie van de
        collectiebeleidsplannen. Ze neemt het voortouw bij het
        in gezamenlijkheid koppelen van collecties. Door colle-
        giale afstemming zijn binnen een keten geen dubbe-
        lingen in aankoopbeleid meer mogelijk. Het collectie-
        beleid verschuift van individueel naar collectief beleid.
        Daarbij wordt uitgegaan van genereus bruikleen-
        verkeer. [50]
      Presentatiefunctie
        De kerninstelling maakt samen met ketenpartners de
        Kerncollectie Nederland zichtbaar en neemt het initia-
        tief bij het onderling afstemmen van beleid. In principe
        wordt een gezamenlijk presentatiebeleid geformuleerd.
      Kennisfunctie
        De kerninstelling geeft in samenwerking met de keten
        vorm aan een kennisagenda. Objectgebonden onder-
        zoek in het kader van beheer, behoud en documentatie
        kan bij alle instellingen plaatsvinden. De kerninstelling
        is verantwoordelijk voor het met ketenpartners ont-
        wikkelen van educatieve programma’s. De gezamenlijke
        kerninstellingen voeren in het bestel regie over een
        nationaal educatief aanbod.
   Bij het uitvoeren van de taken kan de kerninstelling worden
                                                                       50
   ondersteund door de RCE, de NMV en gespecialiseerde              In ‘Slagen in Cul-
   (academische) topinstituten. Niet alle instellingen met een      tuur’ gaf de raad in
                                                                    de inleiding tot de
   wetenschappelijke functie zijn een kerninstelling. Andersom      sector musea aan de
   hebben alle kerninstellingen daarentegen wel een wetenschap-     interpretatie van de
                                                                    educatieve taak die
   pelijke taak met een kennisfunctie, waarbij er ruim aandacht     zich beperkt tot bin-
   is voor educatie. Uitgangspunt hierbij is dat wetenschaps-       nenschoolse educatie    35
                                                                    te smal te vinden.
   beoefening in musea doorgaans een toegepast karakter heeft,      Buitenschoolse
                                                                    educatie, informeel
   zowel bij onderzoek naar collecties en contexten als bij de      leren, is minstens
   inzet van kennis voor educatieve doeleinden.                     zo belangrijk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>   Bij deze taken en verantwoordelijkheden van kerninstellingen
   horen ook nader door de sector te omschrijven specifieke
   bevoegdheden. De autonomie van zowel de kern- als de
   partnerinstellingen is evenwel niet in het geding. Dit betekent
   dat een kerninstelling niet hiërarchisch het beleid van een
   partnerinstelling eenzijdig kan bepalen, tenzij anders overeen
   gekomen. Instellingen werken samen op basis van collegiale
   afstemming, waarbij de kerninstelling als primus inter pares
                                                                                             Kerninstellingen en ketenvorming
   opereert. De afspraken met betrekking tot de prestaties van de
   kerninstelling worden vastgelegd in een overeenkomst tussen
   het museum en de financierende overheid. De afspraken met
   betrekking tot de ketenverantwoordelijkheid maken hiervan
   expliciet deel uit. Wil een kerninstelling met ketenverantwoor-
   delijkheid goed kunnen functioneren, dan is beleid van de
   lange adem nodig. Vandaar dat kerninstellingen aanspraak
   moeten kunnen maken op langjarige subsidieafspraken.
   Bij onvoldoende functioneren van een directie of een daarop
   aangesproken raad van toezicht kan een kerninstelling deze
   bevoorrechte positie evenwel kwijtraken. Excellentie is in dit
   bestel geen op collecties berustende vanzelfsprekendheid,
   maar dient steeds voor publiek en collega’s door voorbeeldig
   en genereus presteren bewezen te worden.
Verzamelgebieden
  De ordening op basis van verzamelgebied, die ten grond-
  slag lag aan de indeling van musea in 1976 en 1985, is ook
  door de staatssecretaris in zijn adviesaanvraag uit maart
  2012 gevolgd. [51] Anders dan voorheen wordt gekozen voor
  verzamelgebieden als oude kunst en kunstnijverheid, archeo-
  logie, volkenkunde en volkscultuur, moderne en hedendaagse
  kunst, cultuurhistorie, natuurwetenschappen en techniek,
  media en museale monumenten. De maatschappelijke en
  technologische ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar
  waren voor de raad aanleiding om opnieuw naar de indeling
  in verzamelgebieden te kijken. De toegenomen pluriformiteit
  (en daarmee de aandacht voor de cultuur van de ander in
  Nederland) plus de medialisering van de samenleving vragen
  om het samenvoegen van de verzamelgebieden volkenkunde                51
                                                                     Die bestuurlijk en
  en volkscultuur en het toevoegen van het verzamelgebied            financieel bestendigd
  media in het museale veld. Daarnaast maken monumenten              werd in 1985.
  met een museale functie deel uit van het bestel, net als inter-      52
  museale wetenschappelijke topinstituten. [52]                      Binnen eenzelfde        36
                                                                     verzamelgebied
                                                                     kunnen meerdere
                                                                     instellingen met een
                                                                     wetenschappelijke
                                                                     taak voorkomen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Monumenten met een museale functie
  De basisinfrastructuur van het Rijk bevat op dit moment
  een aantal instellingen waarbij monumentale status hand in
  hand gaat met museale presentatie. Deze monumenten
  met een museale functie nemen een bijzondere plaats in bin-
  nen het rijksmuseale deel van het stelsel. [53]
      Museale taakuitoefening en monumentale status staan
  vaak niet in financiële verhouding tot elkaar. De investeringen
                                                                                              Kerninstellingen en ketenvorming
  in het monument zijn van belang vanuit het perspectief van
  behoud en beheer en voorwaardelijk voor de uitoefening van
  de museale publiekstaak. Van de museale functie gaat voor
  deze instellingen een zekere beschermende werking uit. Deze
  borging is belangrijk, omdat noch de Monumentenwet noch
  de Wbc continuïteit voor dit erfgoed mogelijk maakt. Ook de
  modernisering van de monumentenzorg, waarin de cultuur-
  historische waarde van het object en herbestemming een
  belangrijke rol spelen, verandert hier niets aan. [54]
      In het subsidieadvies 2013 – 2016, Slagen in Cultuur, heeft
  de raad de museale taakuitvoering expliciet op de voorgrond
  gesteld, indachtig de context van waaruit beoordeeld moest
  worden. De daadwerkelijke waarde van deze instellingen ligt
  in de combinatie van roerend en onroerend erfgoed, veelal
  gecombineerd met immaterieel erfgoed. Dat het gestolde
  verleden behoudenswaardig geacht wordt, blijkt uit de rijks-
  monumentale betekenis ervan. Deze status zegt echter niets
  over de museale taakuitvoering en kwaliteit van collecties, die
  onderhevig blijven aan het oordeel over nationaal belang en
  kwaliteit van de museale werking. De raad oordeelt dat de
  beperkte context van weging binnen het rijksmuseale kader
  niet in het publiek belang is en adviseert om monumenten             53
                                                                    Monumenten met
  met een museale functie als sitemusea een vaste plek met een      een museale functie
  eigen keten in het bestel te geven. Hij zal een vervolgadvies     in de basisinfra-
                                                                    structuur zijn onder
  over museale monumenten agenderen.                                andere de rijksmo-
                                                                    numenten: Paleis het
                                                                    Loo, Slot Loevestein,
Regionale spreiding in ketens per verzamelgebied                    Huis Doorn, Mui-
  Elk verzamelgebied kent één kerninstelling en nader te bepa-      derslot, Museum de
                                                                    Gevangenpoort.
  len partner-instellingen. De raad noemt bij wijze van krach-
  tige en richtinggevende suggestie hierna kerninstellingen en,        54
                                                                    ‘Erfgoedverhalen’
  met het oog op geografische spreiding een regionaal of lokaal     Charlotte van
  museum als partner. Ook ruimtelijke tandems van nationale         Rappard-Boon,
                                                                    Evaluatie Wbc 1999,
  musea zijn mogelijk. Dit is echter nog maar een eerste begin.     Beleidsbrief MoMo,
  De vorming van een keten met partners is een proces waarbij       ‘Van object naar          37
                                                                    samenhang’, tussen-
  veel ruimte moet bestaan voor eigen initiatieven uit de sector.   tijds advies Raad
                                                                    voor Cultuur: stelsels-
  Dit geldt ook voor het vormen van nieuwe alternatieve ketens      discussie monumen-
  op basis van thema’s of functies.                                 tenzorg.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Richtinggevende suggestie voor kerninstellingen
en partnerinstellingen per verzamelgebied
   Instellingen waarvan de raad vindt dat het evident is dat zij
   de rol van kerninstelling vervullen voor een verzamelgebied
   worden hierna genoemd. Ook geeft de raad een voorbeeld
   van een partner-instelling als eerste begin van een uitgebreide,
   door de sector nader in te vullen kansrijke keten.
       Het Rijksmuseum heeft ten tijde van de plannen voor een
                                                                      Kerninstellingen en ketenvorming
   Nationaal Historisch Museum beargumenteerd dit instituut
   in haar instelling te huisvesten, mede met het oog op de inte-
   gratie van geschiedenis en oude kunst in de nieuwe presen-
   tatie. De raad honoreert dit pleidooi door het Rijksmuseum
   aan te wijzen als kerninstelling voor cultuurhistorie. Hoewel
   het Rijksmuseum natuurlijk een excellente collectie oude
   kunst in beheer heeft, wordt voor dit collectiegebied door de
   raad een andere instelling als kerninstelling voorgesteld.
   Dit om het Rijksmuseum niet te zwaar te belasten – cultuur-
   historie is immers al veruit het meest dominante verzamel-
   gebied – maar ook om redenen van spreiding van macht en
   kennis. Op het terrein van volkenkunde heeft de raad met
   belangstelling kennisgenomen van het initiatief om tot een
   nieuw volkenkundig museum te komen (een samenwerking
   tussen Afrikamuseum, Tropenmuseum en Museum voor
   Volkenkunde). Een vergelijkbare beweging is inmiddels in-
   gezet bij de defensiemusea. De raad ziet hier een dynamiek
   ontstaan die met dit advies wordt beoogd.
                                                                      38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>1.   Cultuurhistorie
     Rijksmuseum Amsterdam, als kerninstelling (wetenschap-
     pelijke taak: Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
     en Van Manderinstituut) met bijvoorbeeld het Zeeuws
     Museum Middelburg als partner.
2.   Oude kunst & Kunstnijverheid
     Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam, als kern-
                                                                 Kerninstellingen en ketenvorming
     instelling (wetenschappelijke taak: Van Manderinstituut /
     Rijksmuseum) met bijvoorbeeld het Groninger Museum
     Groningen als partner.
3.   Moderne & Hedendaagse kunst
     Stedelijk Museum Amsterdam als kerninstelling
     met bijvoorbeeld het Van Abbemuseum Eindhoven
     als partner.
4.   Archeologie
     Rijksmuseum van Oudheden Leiden als kerninstelling
     met bijvoorbeeld het Drents Museum Assen als partner.
5.   Volkenkunde & volkscultuur
     Volkenkundige combinatie Leiden, Amsterdam als
     kerninstelling met bijvoorbeeld het Nederlands
     Openluchtmuseum (Arnhem) als partner.
6.   Media
     Beeld en Geluid Hilversum als kerninstelling met
     bijvoorbeeld Museum Meermanno / Letterkundig
     Museum Den Haag als partner.
7.   Natuurwetenschappen & techniek
     Naturalis Leiden als kerninstelling met bijvoorbeeld
     het Continium Kerkrade als partner.
8.   Museale monumenten & sitemusea
     Teylers Museum Haarlem als kerninstelling met
     bijvoorbeeld Slot Loevestein Zaltbommel als partner.
     Over de museale monumenten en sitemusea wil
     de raad een apart advies uitbrengen.
                                                                 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>6.   De kennisfunctie van musea
De wetenschappelijke functie van musea is in de subsidieperiode
2013 – 2016 bij zes musea, twee kennisinstituten en de RCE
ondergebracht. De concentratie van het museale onderzoek mag
                                                                                             De kennisfunctie van musea
niet tot een verarming ervan in Nederland leiden of tot het
volledig verdwijnen van kennis uit de organisatie. Daarom moet
slim ingezet worden op versterking van focus en functie van
het wetenschappelijke onderzoek. Kerninstellingen en musea met
een wetenschappelijke taak spelen daarbij een belangrijke rol.
Samenwerking tussen musea en onderzoeksinstellingen
  In 1997 brachten de raad en de WTR voor het laatst een             55
  gezamenlijk advies uit over de samenwerking tussen musea         Cultureel Erfgoed en
                                                                   Wetenschapsbeoefe-
  en universiteiten. [55] Destijds werd een gebrek aan dyna-       ning, Adviesraad voor
  mische samenwerking geconstateerd. Ondertussen is het            het Wetenschaps- en
                                                                   Technologiebeleid &
  academische landschap sterk veranderd.                           Raad voor Cultuur,
      Opleidingen zijn samengevoegd aangezien maatschap-           Zoetermeer, 1997.
  pelijke ontwikkelingen interdisciplinariteit vereisen, de           56
  bachelor/master-structuur is ingevoerd en er zijn onderzoeks-    Zo is er ook maar
                                                                   weinig zicht op digital
  scholen opgericht. Er is een sterke beweging met betrekking      born ‘erfgoed’ en
  tot het inrichten van campussen waar alle kennis zich concen-    wordt bestuderen en
                                                                   presenteren van
  treert. Het gaat erom excellent onderzoek en het bedrijven       digitale kunst nauwe-
  van wetenschap op topniveau mogelijk tevmaken. In de ken-        lijks doortastend
                                                                   opgepakt, althans niet
  nisintensieve en door technologie gestuurde samenleving zijn     in verhouding tot de
  nieuwe verhoudingen ontstaan. Binnen het virtuele domein         mate waarin dat
                                                                   geproduceerd wordt.
  wordt kennis gemaakt in formele en informele netwerken.
                                                                      57
  Nieuwe media geven een andere betekenis aan transparantie,       7.432 Cultuurnota
  betrouwbaarheid en gezamenlijk onderzoek. Toegankelijk-          2001 – 2004, nr. 2
                                                                   brief van de staats-
  heid en presentatie van collecties kunnen een veelvoud aan       secretaris van
  betekenissen hebben, los van klassieke tentoonstellingen. [56]   Onderwijs, Cultuur
                                                                   en Wetenschappen.
                                                                   Nog in 2000 stelde de
Kennismanagement en talentontwikkeling in musea                    commissie Van Huis
                                                                   dat het wetenschap-
  Het onderscheid tussen de autonome, fundamenteel weten-          pelijk onderzoek dat
  schappelijke functie en toegepast onderzoek is niet altijd       niet object- of presen-
                                                                   tatiegebonden is
  even eenvoudig te maken. [57] Museale kennis is belangrijk       wel eens verder ver-
  voor de educatieve presentatiefunctie, die zonder object-        breid zou kunnen
                                                                   zijn dan de Leidse
  gericht onderzoek niet goed kan worden uitgevoerd. Zuiver        musea. Als voor-
  wetenschappelijk onderzoek dat zich breder oriënteert dan        beelden worden ook        41
                                                                   het Rijksmuseum
  het object, hoort volgens de raad thuis bij de universiteit.     Amsterdam en het
                                                                   Nederlands Open-
  De vrijheid om fundamenteel op de verzamelingen te reflec-       luchtmuseum
  teren, moet evenwel behouden blijven.                            genoemd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>   Uitoefening van de kennisfunctie vindt plaats in samen-
   werking met de daartoe aangewezen kerninstelling. Binnen
   de kerninstelling dient het onderzoek zich idealiter in
   de vorm van een academische werkplaats te concentreren,
   waardoor universiteiten mede verantwoordelijk blijven.
   Universiteiten daarentegen bepalen niet de onderzoeksagenda
   van musea, die zelf geacht worden een kennisagenda te
   formuleren. De museumdirectie dient kennismanagement en
                                                                                              De kennisfunctie van musea
   talentontwikkeling serieus te nemen. Het binnen een afge-
   bakend domein bepalen van een onderzoeksagenda door een
   conservator maakt plaats voor een breed gedragen kennis-
   beleid.
Academische werkplaatsen met accreditatie
  De concentratie van de wetenschappelijke functie hoeft voor
  het erfgoedveld niet tot verlies te leiden, zoals de afgelopen
  periode is betoogd. Winst valt te behalen bij het formuleren
  van een duidelijke focus voor een museaal verzamelgebied,
  bij een nauwe samenwerking met universiteiten en bij het for-
  muleren van een kennisagenda. Belangrijk zijn de opleiding
  tot museumconservator, de diverse leerstoelen en weten-
  schappelijke netwerken. In het Van Manderinstituut worden
  de eerste schreden tot een sterker samenwerkingsverband
  gezet. Ook bij andere instellingen ligt een goede basis om de
  wetenschappelijke functie van musea in samenwerking met
  universiteiten uit te bouwen, zoals bij het Tropenmuseum en
  het Museum voor Volkenkunde, het Rijksmuseum van
  Oudheden en de samenwerkende defensiemusea.
      Musea met een wetenschappelijke taak dienen als vol-
  waardig deelnemer bij de Nederlandse Organisatie voor
                                                                       58
  Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ook zelfstandig aanvra-           In dit verband is het
  gen voor onderzoeksbudget te kunnen doen. Hier is een              project dat uitgevoerd
                                                                     wordt door de HBO-
  wetenschappelijke accreditatie van musea, naar analogie van        raad en het Rathenau
  die bij universiteiten, noodzakelijk. Zonder beschrijving van      Instituut van belang:
                                                                     www.eric-project.nl
  de wijze waarop museale wetenschappelijke activiteiten ge-         De Rijksdienst voor
  valoriseerd worden, is dat niet mogelijk. Hierbij is niet alleen   Cultureel Erfgoed
                                                                     voerde in 2012 een
  een waardering in publicaties van belang, maar dient ook           verkenning uit naar
  de bijdrage die het onderzoek levert aan de maatschappelijke       wetenschappelijk
                                                                     onderzoek door mu-
  betekenis en werking van erfgoed als maatstaf. [58] Valorisatie    sea. De resultaten
  van kennis betreft immers het creëren van zowel sociale            van dit onderzoek zijn
                                                                     nog niet openbaar.
  als culturele en economische waarde. Een model waarmee
  in topinstituten of academische werkplaatsen wordt samen-            59                     42
                                                                     Deze werkplaats
  gewerkt, bevordert het verkrijgen van zo’n accreditatie. [59]      analogie werd de
                                                                     Raad voor Cultuur
                                                                     aangereikt door
                                                                     museum Naturalis.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Meervoudige competenties
  Het streven naar museale topinstituten waar kennis en weten-
  schap elkaar vinden, betekent voor het museum een duidelijke
  relatie met het wetenschappelijke onderzoeksveld. Voor de
  universiteiten betekent het een kans om de kennisbenutting te
  vergroten en de maatschappelijke waardepositie te versterken.
  Voor beide groepen instellingen leidt het tot een sterkere
  (inter)nationale positie. Gezamenlijk wordt het onderzoeks-
                                                                                          De kennisfunctie van musea
  budget beter benut met grotere kansen op participatie in
  Europese onderzoeksprojecten, waar kennisvalorisatie een rol
  speelt.
      Samenwerking op wetenschappelijk gebied betekent ook
  voor het bedrijfsleven een interessante propositie. Met name
  de relatie met de creatieve industrie wordt de komende jaren
  nader uitgewerkt. [60]
      Musea zullen publieks- en onderzoekstaken efficiënter
  moeten inzetten voor de organisatie. Dat heeft gevolgen voor
  het competentieprofiel van museummedewerkers, waarbij
  meervoudige kennis en vaardigheden belangrijk zijn. Daarop
  dienen de opleidingen te worden toegesneden. De vorming
  tot museumconservator en educator nieuwe stijl is essentieel,
  evenals een op het erfgoedveld gerichte opleiding op mbo-
  niveau met gepaste aandacht voor meervoudige competenties.
                                                                                          43
                                                                    60
                                                                  Click netwerk voor de
                                                                  Creatieve Industrie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>7.   Instrumentarium
De raad adviseert alle museale instellingen op rijksniveau onder
hetzelfde departementale dak onder te brengen. De integrale
benadering van de museale sector vraagt om gezamenlijke regie
                                                                                                Instrumentarium
door de verschillende overheden. Op basis van eenduidige
afspraken ontstaat eenheid in beleid en aansturing voor de ver-
schillende bestuurslagen.
De rijksoverheid draagt de eindverantwoordelijkheid voor de
kwaliteit van het museale bestel als samenhangend geheel,
inclusief de kerninstellingen. Het gaat hier nadrukkelijk om een
bestelverantwoordelijkheid in kwalitatieve zin en niet om finan-
ciële verantwoordelijkheid voor de aangewezen instellingen.
Daarnaast heeft het Rijk als eigenaar van collecties een relatie
met musea of instellingen van nationaal belang op het gebied van
behoud, beheer en toezicht. [61] Op grond van de Wet op het
specifiek cultuurbeleid (Wbc) blijft de verantwoordelijkheid van
het Rijk bestaan voor toegankelijkheid en spreiding van het
aanbod.
Erfgoedwet met een rubriek musea
   Afspraken over de publieke werking en zorg voor erfgoed kun-
   nen niet vrijblijvend zijn. De stabiliteit van het nieuwe bestel
   is gediend bij een kaderwet waarin museale taken en duur-
   zame borging van de Kerncollectie Nederland geregeld zijn.
   Het in te richten wettelijke kader moet voorzien in een ge-
   lijke werking van het bestel op alle overheidsniveaus.
       De raad adviseert om de bestaande wettelijke regelingen
   met betrekking tot archieven, monumenten en behoud
   cultuurbezit uit te breiden met musea en dit alles onder te
   brengen in één overkoepelende erfgoedwet. Aangezien
   de beheerovereenkomsten met musea zijn opgezegd, bestaat
   hiertoe een unieke kans. Om het momentum niet te ver-
   liezen, kunnen ter overbrugging tijdelijke afspraken vastgelegd
   worden in bestuurlijke convenanten. Wat de erfgoedwet
   betreft, wordt hieronder uitsluitend het museale onderdeel
   behandeld.
                                                                         61                     45
                                                                      Voorlopig verandert
                                                                      er dus niets aan de re-
                                                                      latie tussen de finan-
                                                                      cierende overheid en
                                                                      de instellingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>In dit wettelijke kader worden zowel de bestelverantwoorde-
lijkheid van de rijksoverheid als de verantwoordelijkheden
van andere overheden vastgelegd. Dat betreft regie, finan-
cieringswijze en zorgplicht, inclusief borging van behoud en
beheer van erfgoed. Het Rijk draagt verantwoordelijkheid
voor regelgeving en financiering. In een goed systeem
van wettelijke bevoegdheden wordt het samenspel met andere
overheden vormgegeven. Een toekomstige rijksverantwoor-
                                                                 Instrumentarium
delijkheid voor erfgoed van nationaal belang vraagt daarnaast
om een uniform borgingskader voor collecties dat in alle
overheidslagen geldig is. Museale collecties vallen tot op he-
den onder de zelfregulerende werking van de LAMO. De
Wbc is slechts van toepassing voor zover het om verplaatsing
van cultuurhistorisch beschermd erfgoed naar het buitenland
gaat. Voor dat deel van de Collectie Nederland dat aan-
gewezen is als Kerncollectie Nederland wordt bescherming
in de erfgoedwet geregeld. Het overige deel van de Collectie
Nederland blijft onder de werking van de LAMO en Wbc
vallen.
Het gaat om het inrichten van een juridisch kader met een
normstellend karakter dat de volgende onderdelen bevat:
   – de verantwoordelijkheden van de verschillende over-
     heden en hoe deze zich tot elkaar verhouden;
   – definitie van een kerninstelling met taken, bevoegd-
     heden en verantwoordelijkheden;
   – een omschrijving van goede zorg, inclusief educatie,
     wetenschappelijk onderzoek en het belang van
     registratie en conservering;
   – bepaling van goed toezicht dat eenvormig voor de
     verschillend overheden werkt, inclusief de rol en
     reikwijdte van de erfgoedinspectie;
   – de notie van een Kerncollectie Nederland als
     uitsnede uit de Collectie Nederland;
   – subsidieregelingen ter stimulering van beleid;
   – een onderhoudsplicht, oftewel: wat gebeurt er met
     slecht beheerde collecties van nationaal belang;
   – omschrijving van de maatschappelijke betekenis
     van collecties en musea.
                                                                 46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>   In deze aanvulling op bestaande wetgeving kan ook vastgelegd
   worden hoe de staat verantwoord verkoopt, verhuurt en
   uitleent. Een ‘vier-ogen-regeling’ voorziet in een behandeling
   door meer personen of instituten bij bijvoorbeeld afstoting.
   In de aanvulling wordt ook bepaald hoe regelgeving met be-
   trekking tot collecties zich verhoudt tot de Wbc die toeziet
   op het in Nederland behouden van voorwerpen en verzame-
   lingen in particulier bezit. [62] Bescherming en beperking in
                                                                                             Instrumentarium
   rechten dient zonder financiële compensatie mogelijk te zijn.
Financiering met programmagelden als aanjager
   De rijksoverheid zal na 2017 zijn verantwoordelijkheid vooral
   moeten richten op de werking van het museumbestel als
   geheel. De financiële verantwoordelijkheid voor het stelsel
   wordt gedeeld door alle overheden.
       Instellingen die met hun collecties een nationaal terrein
   bestrijken en daarom ook landelijk moeten kunnen presen-
   teren, dienen door overheden te worden gefaciliteerd – in
   aansluiting op eerder gevormd beleid. [63] Het huidige budget-
   niveau van de instellingen moet gehandhaafd blijven. Aan
   financiering op basis van eigenaarschap van collecties, waar-
   op de huidige subsidierelatie is gebaseerd, verandert de
   komende beleidsperiode niets.
       Als voorwaarde voor deelname aan het nieuwe bestel geldt
   ketenverantwoordelijkheid. [64] Zoals de commissie Asscher-
   Vonk aangeeft, mag van de sector ook iets gevraagd worden,
   zoals het creëren van duurzame samenwerkingsverbanden.
   Een visie op de toekomst die uitgaat van verbinden door ont-
   grenzing vraagt om cross-sectorale en interdisciplinaire           62
                                                                    Uitgangspunt van de
   allianties. Een ondersteuning van deze gewenste bestelontwik-    Wbc is dat eigendom
                                                                    van de overheid
   keling door de inzet van programmagelden is wenselijk om         niet in strijd met het
   de vorming van deze ketens en netwerken te bevorderen.           Nederlandse culturele
                                                                    belang wordt geëx-
       De raad adviseert om programmagelden beschikbaar te          porteerd.
   stellen, zodat de vorming van samenwerkingsverbanden ook
                                                                       63
   op deze wijze wordt gestimuleerd. Deze gelden zouden via         Binnen het huidige
   het Mondriaanfonds een bestelbestemming kunnen krijgen.          beleid ligt de nadruk
                                                                    op het beperken van
   Op termijn is het mogelijk ook een klein deel van het macro-     de rol van de over-
   budget van musea hiervoor te bestemmen.                          heid, toenemende ver-
                                                                    zelfstandiging van
       Kerninstellingen kunnen voor samenwerkingsprojecten          instellingen en kwali-
   subsidie aanvragen. In overleg met de brancheorganisatie         teit van de collectie
                                                                    als criterium voor het
   worden prioriteiten gesteld. Voorwaarde voor de investering      verkrijgen van rijks-
   is duurzame verbetering van de infrastructuur tussen musea.      subsidie, 1976, 1985.    47
                                                                      64
                                                                    Naast een
                                                                    registratie in het
                                                                    museumregister.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>   De programmagelden hebben een aanjagende functie. Naar
   verwachting zal een goed samenwerkingsprogramma als een
   hefboom werken voor private en publieke fondsen, waarmee
   het bestel economisch en maatschappelijk wordt versterkt.
      De raad adviseert dat alle instellingen zich binnen een ter-
   mijn van vier jaar aantoonbaar dienen te verbinden binnen
   de sector of in cross-sectorale samenwerkingsverbanden. In
   een volgende subsidieperiode kan alleen bij bewezen samen-
                                                                     Instrumentarium
   werking en netwerkwaarde voor het verzamelgebied een aan-
   vraag worden ingediend.
Een bevroren kapitaal in huisvestingskosten
  Van het subsidiebedrag van € 142.000.000 dat in totaal van
  het Rijk beschikbaar is voor musea gaat meer dan de helft op
  aan huisvestingskosten. Omdat dit deel van het budget regel-
  recht naar dezelfde overheid in de vorm van huur wordt
  teruggesluisd, ontstaat een vertekend beeld van de uitgaven
  van de rijksoverheid aan de musea. Bovendien leidt deze
  handelswijze niet tot een duurzaam, toekomstbestendig bestel.
  Daarom dient hier verandering in te komen, bijvoorbeeld
  door wijziging van bezitsverhoudingen. Onverhuurbare
  panden, toegesneden op een museale functie, dienen niet als
  reguliere vastgoedobjecten door de Rijksgebouwendienst
  beschouwd te worden. Deze kwestie is nu in onderzoek. De
  raad dringt aan op spoedige maatregelen om het nieuwe
  bestel ook met betrekking tot fysieke accommodaties gestalte
  te geven. Fusies en gezamenlijke depots behoren daarbij tot
  de inbreng van de sector om te komen tot kostenbesparing en
  efficiency.
Kwaliteitszorg door overheid en branche
  Het nieuwe museumbestel kent een systeem van verantwoor-
  ding en kwaliteitszorg waarin een rol voor overheden, de
  NMV en het Museumregister is voorzien. In dit samenspel is
  het de taak van het Rijk om regie te voeren en zorg te dragen
  voor de kwaliteit van de museale infrastructuur. De NMV is
  de gesprekspartner van de overheid bij het inrichten van
  een systeem van kwaliteitszorg, waarbij wordt voorzien in
  visitaties en accreditatie door het Museumregister.
      De overheid heeft een aanwijzingsbevoegdheid voor de
  kerninstellingen, alsmede de sanctiemogelijkheid om bij
  onvoldoende presteren de positie van kerninstelling van een        48
  museum te ontnemen. Het Rijk signaleert en evalueert
  nieuwe ontwikkelingen en stelt vast of er sprake moet zijn
  van beleidsmatige aanpassingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Het gesprek tussen instellingen en financierende overheden
   wordt gereguleerd door prestatieafspraken. De overheid stelt
   zich op als opdrachtgever en de instelling als opdrachtnemer.
   Deze relatie wordt vormgegeven in een convenant waarin
   prestatieafspraken en een beheercontract voor collecties zijn
   opgenomen. [65] Instellingen dienen zich op transparante
   wijze publiekelijk over de kwaliteit van hun functioneren te
   verantwoorden. Dit systeem van kwaliteitszorg en verant-
                                                                                              Instrumentarium
   woording is gericht op een situatie waarin instellingen een
   langjarig subsidieperspectief verkrijgen.
   De raad toetst de kwaliteit van museale ketens in het kader
   van beleidsadvisering. De kwaliteit van het bestel komt tot
   uitdrukking in:
      – zichtbaarheid van het museale bezit in het hele land
        ten behoeve van het publiek;
      – kwaliteit van de uitoefening van de museale taak op
        nationaal en internationaal onderscheidend wijze;
      – afstemming bij collectievorming zodat de te besteden
        middelen optimaal werken voor het publiek;
      – gecoördineerde inzet op educatie en talent-
        ontwikkeling;
      – de mate waarin sprake is van een groter publieks-
        bereik.
Inspectie van behoud en beheer
   Bij rijksverantwoordelijkheid voor collecties van nationaal
   belang hoort ook een passend systeem van toezicht. De raad          65
                                                                    In het convenant met
   adviseert, naar analogie van de archiefsector, een systeem van   de overheid worden
                                                                    duidelijke prestatie-
   toezicht op de Kerncollectie Nederland in te richten. Hierin     afspraken gemaakt
   spelen de RCE, de Erfgoedinspectie, museumconsulenten, het       over de te bereiken
                                                                    doelstellingen, de
   Museumregister en de Archiefinspectie een rol.                   strikte naleving van
                                                                    de code cultural gover-
                                                                    nance en prestatie-
                                                                    afspraken waaruit het
                                                                    functioneren van de
                                                                    directie en RvT af
                                                                    te leiden valt alsmede
                                                                    het vaststellen van
                                                                    duidelijke indicatoren
                                                                    voor kwaliteit en
                                                                    het naleven van een
                                                                    code voor diversiteit.
                                                                    Verder hoort een
                                                                    meerjarig beleids-        49
                                                                    plan tot de verplichte
                                                                    afspraken en de
                                                                    prestatie-afspraak
                                                                    met betrekking tot de
                                                                    netwerkvorming.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Het toezicht in de museumsector wordt als volgt
georganiseerd:
   1.   toezicht en handhavende taak wordt in de wet
        verankerd;
   2.   uit de wet vloeit voort welk instrumentarium voor
        handhaving beschikbaar is;
   3.   de Erfgoedinspectie en de RCE zijn gezamenlijk
                                                                  Instrumentarium
        verantwoordelijk voor de rijkscollectie en Kern-
        collectie Nederland;
   4.   de Erfgoedinspectie houdt, evenals in de huidige
        situatie, steekproefsgewijs toezicht op de kwaliteit
        van de rijkscollectie en de import en export van
        erfgoed (zoals in de Wbc is geregeld);
   5.   het Museumregister fungeert als toetsingskader
        voor kwaliteitszorg;
   6.   de RCE houdt samen met de museumconsulenten
        toezicht op de Kerncollectie Nederland inzake
        beheer en behoud;
   7.   met de Archiefinspectie wordt overeengekomen dat
        de technische kwaliteitszorg, zoals de aan depots
        te stellen eisen, door de (regionale) archiefinspecteur
        wordt uitgevoerd;
   8.   de zorgplicht voor collecties berust bij de eigenaar.
        De directeur/bestuurder van de inlenende instelling
        kan aangesproken worden in geval van nalatigheid
        of slecht beheer;
   9.   er wordt vastgelegd wat de kwaliteit van de inspectie
        inhoudt.
                                                                  50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>8.   Resultaten en proces
Integraal museaal beleid en wettelijk kader leiden tot een sector
die in de toekomst zijn kwaliteit behoudt. Tot op heden liet de
inzet op samenwerking door musea geen blijvende sporen na in
                                                                    Resultaten en proces
de structuur van het bestel. Ook is niet duidelijk hoe de verza-
melingen in Nederland zijn samengesteld. Met als direct gevolg
dat het publiek onvoldoende kennis kan nemen van het erfgoed
en daarvoor geen besef van eigenaarschap voelt. In een tijd waar-
in musea ondernemend moeten opereren, speelt dat instellingen
parten. Niet alleen als het gaat om het leveren van een bijdrage
aan de economische en toeristische ontwikkeling van Nederland
en het verzekeren van de eigen continuïteit door bijdragen uit
de markt, maar ook als het gaat om de borging van de verzame-
lingen voor de Nederlandse samenleving. Meer samenwerking
en samenhang zijn derhalve, zoals ook de commissie Asscher-
Vonk betoogt, noodzakelijk. Het publieke belang mag niet in het
geding zijn. Daarom dient de overheid verantwoordelijkheid te
nemen voor de borging van collecties in een bestel dat optimale
toegankelijkheid van erfgoed mogelijk maakt. Zo kan de volle
kracht van de betekenis van onze verzamelingen blijvend zicht-
baar blijven voor de Nederlandse samenleving.
                                                                    51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Effecten
   De effecten van het voorgestelde beleid genereren winst voor
   alle overheden en instellingen.
     1.   Met het aanbrengen van een verband tussen bestuur
          slagen ontstaat eenheid in museaal beleid.
     2.   Inzicht in de Collectie Nederland biedt de mogelijk-
          heid tot het creëren van inhoudelijke meerwaarde,
                                                                    Resultaten en proces
          betere collectiemobiliteit en een gemeenschappelijk
          aankoop- en selectiebeleid.
     3.   Door samenwerking ontstaat samenhang en de
          mogelijkheid tot schaalvergroting, waardoor een betere
          gemeenschappelijke propositie gemaakt kan worden
          die ten goede komt aan het publiek door:
              a. een beter gestroomlijnd aanbod (nu leiden meer
                 tentoonstellingen bijvoorbeeld niet tot meer
                 bezoekers);
              b. een betere zichtbaarheid van erfgoed in de
                 regio door:
                    – articulatie van het stelsel waarin kern-
                        instellingen benoemd worden die
                        samenwerken met instellingen in de regio;
                    – verbetering van het aanbod Kerncollectie
                        Nederland door spreiding in de regio;
                    – uitwisseling van tentoonstellingen.
     4.   De Kerncollectie Nederland wordt duurzaam geborgd
          en ontsloten.
     5.   Door grotere collectiemobiliteit en bredere ontsluiting
          van de Kerncollectie Nederland komt meer en meer
          divers publiek naar de musea.
     6.   Kennis en kunde rondom collecties wordt in netwer-
          ken gedeeld.
     7.   Grotere economische weerbaarheid van instellingen
          door samenhang en verbinding in sterke merken.
     8.   Het museum van de toekomst bevindt zich in de haar
          vaten van de maatschappij, waarbij talentontwikkeling
          en educatie meetbare instrumenten zijn.
     9.   Nederland versterkt de wetenschappelijke toppositie
          via museale netwerken met een sterke focus op kennis
          gebieden.
                                                                    52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   Essentieel voor het realiseren van kansen en het oplossen van
   huidige knelpunten zijn:
      1.   de beschikbaarheid van de Collectie Nederland
           (waaronder ook genereus bruikleenverkeer);
      2.   het benoemen van een beperkt aantal kerninstellingen
           met een verantwoordelijkheid voor een specifiek
           verzamelgebied;
                                                                      Resultaten en proces
      3.   het inzetten van stimuleringsmaatregelen om erfgoed
           in samenhang toegankelijk te maken.
Fasering tot 2017
  Het nieuwe bestel komt gefaseerd tot stand. Op dit moment
  is het beleid van alle overheden vastgesteld voor de periode
  tot 2017. Tot die tijd wordt er kwartier gemaakt en de Erf-
  goedwet voorbereid. In overleg met de branche wordt een
  kwaliteits- en beoordelingssysteem ingericht dat gebaseerd is
  op zelfstandigheid. Instellingen werken samen met de RCE
  aan het toetsen van de waarde van de collecties, zodat in 2017
  duidelijk is wat de Kerncollectie Nederland omvat.
      In bijlage 1, Roadmap Museumbestel, pagina 62, is een
  stappenplan opgenomen met acties en effecten, afgezet in de
  tijd. De eerste fase is gericht op inzicht in collecties. Stap
  twee betreft samenwerking, de derde fase focust op publieks-
  bereik. Fase vier zet in op duurzaam beheer en behoud,
  terwijl stap vijf kennis en excellentie bevordert. Parallel hier-
  aan loopt het traject van de Erfgoedwet en de inrichting
  van kwaliteitszorg. De raad zal periodiek de voortgang en met
  name de inrichting van ketens en netwerken beoordelen in
  effectrapportages.
                                                                      53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>9.   Samenvatting:
     het advies op hoofdlijnen
De herinrichting van het museale bestel leidt per 2017 tot
een duurzame, op de toekomst toegeruste museale sector met
een groot maatschappelijk bereik. Het publiek moet optimaal
                                                                     Samenvatting: het advies op hoofdlijnen
kunnen kennisnemen en genieten van de Collectie Nederland.
Daartoe werken instellingen samen, delen zij kennis en dragen
zij in gezamenlijkheid zorg voor een hoogwaardige professionele
sector. De verschillende overheden stemmen hun beleid op
elkaar af. Een Kerncollectie Nederland wordt benoemd en ge-
borgd. Dit alles resulteert in een betere benutting van publieke
middelen ten dienste van maatschappelijke, culturele en eco-
nomische doelen.
Drieslag met samenwerking in ketens, Kerncollectie
Nederland en Erfgoedwet
  Dit advies is gebouwd op drie elementen. Allereerst wordt
  voorgesteld te komen tot een samenhangend bestel, gebaseerd
  op samenwerking van musea in ketens. Ten tweede wordt
  er uit alle bestaande openbare collecties, oftewel de Collectie
  Nederland, een uitsnede geselecteerd met kerncollecties
  die samen de Kerncollectie Nederland vormt en extra bescher-
  ming geniet. In de derde plaats wordt geadviseerd deze twee
  bewegingen te verankeren in een Erfgoedwet die de rollen en
  verantwoordelijkheden van de diverse overheden, collectie-
  eigenaren, musea en verwante organisaties benoemt en daar-
  mee de contouren van het bestel tekent.
Winst voor alle overheden, instellingen en het publiek
  Het advies analyseert zowel knelpunten als kansen in het
  huidige bestel. Deze betreffen onder meer de zichtbaarheid,
  toegankelijkheid en mobiliteit van verzamelingen; integraal
  bestuurlijk beleid met collectie- en bestelverantwoordelijkheid,
  voorzien van een toekomstbestendige ondersteuningsstruc-
  tuur; gebrek aan samenwerking en druk op publieke financiële
  middelen. Voor alle overheden en instellingen is er winst te
  behalen in een nieuw bestel, maar vooral ook voor het pu-
  bliek. Musea hebben een sociaal-culturele taak waardoor zij
  bijdragen aan het functioneren van een open, democratische         55
  samenleving, die burgers in staat stelt en uitnodigt om te
  participeren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   Als geen ander zijn musea aangewezen instellingen om via
   kunst en erfgoed vorm te geven aan cultureel burgerschap.
Van instellingen naar een genereus bestel
  Het huidige beleid is vooral instellingenbeleid en geen
  bestelbeleid. Dit dient te veranderen. Uitgangspunt is een
  vergroting van het maatschappelijke bereik. Museaal erfgoed,
  waaronder we ook moderne kunst verstaan, moet een zo
                                                                       Samenvatting: het advies op hoofdlijnen
  groot mogelijk publiek bereiken dat recht heeft op toegang tot
  dit collectief gedeelde bezit. Om dit te realiseren, is een vitale
  en toekomstgerichte museumsector nodig, die het publiek
  genereus laat delen op basis van een evenzeer genereuze on-
  derlinge samenwerking.
Bestelverantwoordelijkheid van het Rijk
met rol voor RCE en NMV
  De rijksoverheid neemt de verantwoordelijkheid voor het
  inrichten van een samenhangend museumbestel, waarbij de
  Nederlandse Museum Vereniging (NMV) als branche-
  organisatie professioneel wordt betrokken. Daarnaast is voor
  de waardering van collecties een regierol voorzien voor de
  Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De rijksover-
  heid zal na 2017 verantwoordelijk zijn voor de maatschap-
  pelijke werking van het museumbestel als geheel ten behoeve
  van een zo breed mogelijk publiek.
Kerninstellingen met geografisch gespreide
ketens per verzamelgebied
   Samenhang en samenwerking worden bereikt door voor-
   alsnog in acht verzamelgebieden kernstellingen te benoemen.
   Kerninstellingen worden aangesproken op het functioneren
   van een museale keten waarin zij een initiërende, faciliterende
   en coördinerende rol spelen. Vanuit het Rijk worden acht
   excellente kerninstellingen benoemd. De raad heeft voor elk
   verzamelgebied een richtinggevende suggestie gedaan voor
   zowel een kerninstelling als een regionale partnerinstelling.
   Alle deelnemende instellingen in deze ketens worden eveneens
   beoordeeld op hun actieve participatie in de samenwerking.
                                                                       56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Kerncollectie Nederland bevat ook objecten uit regionale
of lokale verzamelingen
    Binnen de Collectie Nederland wordt een selectie gemaakt
    die Kerncollectie Nederland gaat heten. Dit betreft zowel
    rijksbezit – waaruit ook geselecteerd zal kunnen worden –
    als regionale en lokale verzamelingen. De eigenaren blijven
    als voorheen financieel verantwoordelijk voor behoud en
    beheer. Bestaande instrumenten voor kwaliteitszorg en col-
                                                                     Samenvatting: het advies op hoofdlijnen
    lectiebeleid, zoals de Leidraad voor Afstoting van Museale
    Objecten (LAMO), het Museumregister en de Wet tot
    behoud van cultuurbezit (Wbc) blijven hun rol spelen in
    dit bestel.
Zelfregulerende samenwerking belonen
met programmagelden
   De gewenste samenwerking kan binnen het nieuwe wettelijke
   kader in grote mate door het museale veld zelf ingericht wor-
   den. Duurzame ketenvorming wordt gefaciliteerd en beloond
   door middel van additionele programmagelden (bijvoorbeeld
   via het Mondriaanfonds) in te zetten via de kerninstellingen.
   Collegiale samenwerking is evenwel de norm en dient uit
   bestaande budgetten te worden georganiseerd. Ook op regio-
   naal en lokaal vlak kunnen kerninstellingen gaan functioneren,
   zij het niet benoemd door het Rijk. Tussen de diverse ketens,
   waarbij naast verzamelgebieden ook thema’s of functies als
   uitgangspunt kunnen dienen, kunnen weer organische dwars-
   verbindingen ontstaan.
Professionaliteit met visie die een samenleving
van musea verwacht
   De raad sluit zich met instemming aan bij de inzichten van
   de commissie Asscher-Vonk en verbindt er een toekomst-
   visie aan die naast het verbinden – samenwerken en daardoor
   meerwaarde ontwikkelen – ook ontgrenzen van museale
   instellingen en hun werkterreinen als procesmatig uitgangs-
   punt neemt. Het rapport schetst een perspectief waarin met
   verbeeldingskracht over bestaande grenzen en blokkades heen
   wordt gewerkt. Daarbij gaat het om thema’s als betrokkenheid
   bij de actualiteit, opereren buiten het traditionele museum-
   gebouw, het op elkaar betrekken van materiële en immateriële
   cultuur, het aangaan van nog niet gekende relaties en ont-
   grenzen van genres, talentontwikkeling, internationale oriën-     57
   tatie en reflectie op erfgoed tussen eigen en vreemd. Dit alles
   met het oog op de professionaliteit die de samenleving van
   musea mag verwachten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Kennis is macht: educatie en talentontwikkeling
  Kerninstellingen stellen een kennisagenda op voor hun keten,
  met een hoofdrol voor cultuureducatie. Hieronder verstaan we
  zowel algemene kennisoverdracht als binnen- en buiten-
  schoolse educatie. In de prestatieafspraken tussen overheden
  en hun museale instellingen verdient het aanbeveling de
  kwaliteit en kwantiteit van de samenwerking met scholen en
  andere maatschappelijke sectoren zichtbaar en meetbaar
                                                                     Samenvatting: het advies op hoofdlijnen
  te maken. Zo zou de overheid van dit nieuwe bestel bijvoor-
  beeld mogen verwachten dat alle scholieren in het basis- en
  voortgezet onderwijs tijdens hun leerperiode tenminste drie à
  viermaal op een actieve manier met erfgoed in aanraking
   worden gebracht. De raad pleit voor het integraal benaderen
  van cultuureducatie (inclusief kunst-, media- en erfgoed-
  educatie) onder coördinatie van het Landelijk Kennisinstituut
  Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) met het oog op
  doorgaande leerlijnen in primair en voortgezet onderwijs met
  inbegrip van de Cultuurkaart en het vak CKV. Onderzoek
  wordt in samenwerking met universiteiten verricht in museale
  academische werkplaatsen, waartoe musea geaccrediteerd
  dienen te worden om ook zelfstandig onderzoeksbudget
  (bij NWO) te kunnen aanvragen. Kennismanagement vormt
  een aandachtspunt voor museumdirecties, waarbij het perso-
  neel in toenemende mate dient te beschikken over meer-
  voudige competenties. Opleidingen moeten hierop inspelen,
  evenals musea in het kader van talentontwikkeling.
Instrumentarium, fasering en effecten
   Het voor de inrichting en consolidatie van het nieuwe bestel
   benodigde instrumentarium bestaat uit een overkoepelende
   Erfgoedwet (waarvan de rubriek Musea deel uitmaakt) en
   uit kwaliteitszorg door overheid en branche, met toezicht op
   behoud- en beheertaken door de Erfgoedinspectie. Aan de
   financieringsstructuur verandert vooralsnog niets, afgezien van
   de inzet van programmagelden ter stimulering. Het nieuwe
   bestel komt gefaseerd tot stand in 2017. De raad zal periodiek
   de voortgang en met name de inrichting van ketens en net-
   werken beoordelen in effectrapportages.
                                                                     58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>           Bijlagen   61
Bijlagen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>               Bijlagen   Roadmap Museumbestel   62
Roadmap
Museumbestel
 1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                      Wie doet wat          Wat wint de           In de tijd
                                                            sector en wat is
                                                            de beleidswinst
Stap 1
a. Weet   wat je in huis hebt:                              Collectie Nederland   2014
                                                            zichtbaar
            Maak deelname aan         Instellingen,
            DimCon verplicht          Overheden,
                                                                                                   Bijlagen
                                      Museumbranche
            Inventariseer de          Instellingen,
            collectie Nederland       RCE,
                                      Museumconsulenten,
                                      Museumbranche
b.   Weet wat je kwaliteit is:        Instellingen,         Kerncollectie         2015
                                      RCE,                  Nederland zichtbaar
            Benoem collecties van     Museumbranche
            nationaal belang
Stap 2
Vergroot kracht door                  Instellingen,         Sterker bestel        2016
bundeling en samenwerking             Brancheorganisaties
                                                            Sterkere nationale
                                                                                                   Roadmap Museumbestel
Maak gebruik van de beweging          Raad voor Cultuur,    en internationale     2013, start
die in de maatschappij gaande         Brancheorganisaties   propositie            inventarisatie
is (nieuwe vormen
Aanjagende werking samenwer-          Brancheorganisaties
king (uitwerking Asscher-Vonk)
Creëer ketens op                      Overheden,                                  2013
verzamelgebieden:                     Instellingen
            Benoem kerninstellingen
            (excellentie)
            Verticaal, focus:
            Verzamelgebieden
            Horizontaal, focus:
            Regionale verbanden
Pilotproject:                         Instellingen,                               2013
                                      G9
            Ketens
Flankerende maatregelen:              Overheid                                    2013 e.v.        63
            Vergroot programma-
            gelden omvorming keten
            te stimuleren
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                                    Wie doet wat    Wat wint de         In de tijd
                                                    sector en wat is
                                                    de beleidswinst
Stap 3                                              Toename publieks-
                                                    bereik in omvang
Toename publieksbereik:             Instellingen    en diversiteit      2013 – 2017
         Bevorder                   Overheid
         regionale spreiding
                                                                                      Bijlagen
         (kerninstellingen,
         collectiemobiliteit)
Bevorder talentontwikkeling:        Overheid
         Educatie en door-
         lopende leerlijnen
Doelgroepenbeleid:                  Instellingen,
                                    Overheid
         Alle leeftijden – voor
         iedereen (on- en offline
         participatie)
Stap 4                                              Efficiënt beheer
                                                    en behoud
Zorg voor duurzame toeganke-        Instellingen                        2017
lijkheid en kennisdeling beheer
en behoud:
         Onderzoek                  Branche,                            2013
         duurzame depots            Overheid
Stap 5                                              Excellentie
Bevorder excellentie:                                                   2014 e.v.
         Topinstellingen, samen-
         werking universiteiten
                                                                                      64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>                                  Wie doet wat        Wat wint de            In de tijd
                                                      sector en wat is
                                                      de beleidswinst
Parallel traject
Creëer kader (wet of              Overheden,          Nationaal bezit        2013 – 2017
convenant) voor gelijk speel-     Museale netwerken   wordt actiever
veld instellingen ongeacht                            benut en gedeeld
historie, maar met erkenning
                                                                                           Bijlagen
van Nationale Collectie
Kader stimuleert samenwerking
overheden en voorkomt frag-
mentarische cultuurproductie en
culturele kaalslag
Borg het erfgoed voor             Overheid,           Duurzaam               2013 – 2017
toekomstige generaties:           Branche             toegankelijk erfgoed
        Erfgoedwet, Wsc/Wbc
        Beginnen met convenant
Kwaliteitszorg museale sector:    Branche,            Kwalitatief            2013 e.v.
                                  Overheid            hoogwaardige sector
        NMV/VRM,
        Museumregister,                               Verminderde
                                                                                           Roadmap Museumbestel
        Overheid                                      regeldruk overheid
        (vooraan traject
        kwaliteitseisen)
Kwaliteitszorg erfgoed:           Musemregister,                             2013 e.v.
                                  RCE,
        Inspectie                 EGI,
                                  Museumconsulenten
Prestatie-afspraken               Overheden,
                                  Instellingen
Monitor bestel                    Raad voor Cultuur                          2013 e.v.
                                                                                           65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>                    Bijlagen   Adviesaanvraag museumbestel OC&W   66
Adviesaanvraag
museumbestel OC&W
  2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag museumbestel OC&W 67</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag museumbestel OC&W 68</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag museumbestel OC&W 69</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag museumbestel OC&W 70</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>3.   Cijfers Rijksdienst
     Cultureel Erfgoed
     januari 2013
                           Bijlagen
                           Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
                           72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>1. Bezoekcijfers
               Rijksgesubsidieerde musea in relatie
 tot overige musea per provincie
Provincie             Aantal        Totaal-    Aantal BIS-   Bezoek aan    BIS-bezoek
                   musea per    bezoek aan      musea per       29 BIS-    in % totaal-
                    provincie    847 musea       provincie       musea          bezoek
Groningen                 45        707.417             −             −              −
                                                                                          Bijlagen
Friesland                 67        777.264             1        30.636              4
Drenthe                   48        982.598             −             −              −
Overijssel                90        948.238             1        42.790              5
Flevoland                  5        166.273             −             −              −
Gelderland               121      3.023.309             5     1.228.426             41
Utrecht                   43      1.388.248             3       151.824             11
Noord-Holland            108      9.430.414            10     3.286.029             35
Zuid-Holland             106      4.010.857             9       872.308             22
Zeeland                   45        433.064             −             −              −
Noord-Brabant            114      1.522.356             −             −              −
Limburg                   55        946.469             −             −              −
   Totaal (landelijk)    847     24.336.508             29     5.612.013            23
                                                                                          Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
                                                                                          73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>2. Omvang   Rijkscollectie
       Rijksgesubsidieerde instellingen          Objecten
       Ingedeeld naar OCW directie
Geldmuseum                                        400.000
Kasteel Huis Doorn                                 30.000
Kröller-Müller Museum                              21.000
                                                             Bijlagen
Mauritshuis, Koninklijk                             1.000
kabinet van schilderijen
Muiderslot                                          1.400
Museum Boerhaave                                   35.000
Museum Catharijneconvent                           69.000
Museum Meermanno /                                431.000
Huis van het boek
Naturalis (Nationaal                            37.000.000
Natuurhistorisch Museum)
Nederlands Openluchtmuseum                         170.000
Het Scheepvaartmuseum                              250.000
Paleis Het Loo                                     161.000
Rijksmuseum Amsterdam                            1.000.000
Rijksmuseum Twenthe                                  8.600
Rijksmuseum van Oudheden                           180.000
Rijksmuseum voor Volkenkunde                       250.000
Slot Loevestein                                      2.400
                                                             Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Teylers Museum                                     255.000
Van Gogh Museum                                     17.000
Zuiderzeemuseum                                     83.000
RCE                                                100.000
   Totaal                                       40.465.400
       Directie Cultureel Erfgoed en Directie
       Media, Letteren en Bibliotheken
Afrika Museum                                        8.000
Amstel 218 (Collectie Six)                               −
Haags Historisch Museum                              7.000
Hollandse Schouwburg                                     −
Joods Historisch Museum                             13.000
Keramiekmuseum Het Princessehof                     35.000
Letterkundig Museum                              2.500.000
Nederlands Fotomuseum                            3.000.000
Persmuseum                                          81.230
      Totaal                                     5.644.230
                                                             74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>        Directie Kunsten                          Objecten
Eye                                                       −
NiaDec                                            1.700.000
15 km archief, 581 Archieven
RABK                                                  7.700
                                                              Bijlagen
    Totaal                                        1.707.700
        Overige departementen
Belasting en Douanemuseum                            55.000
Legermuseum                                         500.000
Museum Bronbeek                                      55.000
Museum der Koninklijke Marechaussee                  30.000
Nationaal Brandweermuseum en                        123.000
Nederlands Politiemuseum
4 km archief
SieboldHuis Japanmuseum                                 800
Marinemuseum                                         20.000
Mariniersmuseum                                      55.000
Tropenmuseum                                        350.000
                                                              Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Militaire Luchtvaartmuseum                           20.000
Gevangenismuseum                                     20.000
NEMO                                                 17.000
    Totaal                                        1.245.800
De WBC collectie omvat 70.000 objecten.
Omvangrijke collectie buiten de rijkscollectie zijn:
  Natuurhistorisch Museum Maastricht, Maritiem Museum
  Rotterdam, DAF-museum, Museum voor Communicatie,
  Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Museon, Natuur-
  museum Friesland, Wereldmuseum Rotterdam, Universiteits-
  museum Utrecht, Bijzondere collectie UvA, Museon
  (bij elkaar ongeveer 4 miljoen items).
                                                              75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>3. Nationalebruiklenen rijksgesubsidieerde instelingen
 voor tijdelijke tentoonstellingen. [66]
                                        2008             2009   2010   2011
        Afrika Museum
Uitgaande bruiklenen                       5              11     27      3
                                                                              Bijlagen
Aantal musea waaraan geleend is            1               2      3      1
Inkomende bruiklenen                      11               1      0      0
Aantal musea waarvan geleend is            3               1      0      0
        Rijksmuseum voor Volkenkunde
Uitgaande bruiklenen                      49             155    112    227
Aantal musea waaraan geleend is            5              12      6      9
Inkomende bruiklenen                      17              13      1      1
Aantal musea waarvan geleend is            1               1      1      1
        Museum Catharijneconvent
Uitgaande bruiklenen                     135              26    104     83
Aantal musea waaraan geleend is           19               9      9     14
                                                                              Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Inkomende bruiklenen                      23              23     21     18
Aantal musea waarvan geleend is            4               4      5      5
        Teylers Museum
Uitgaande bruiklenen                      93              53     18     36
Aantal musea waaraan geleend is           17              13      8      9
Inkomende bruiklenen                     272             149    121    210
Aantal musea waarvan geleend is           13              24     19     10
        Huis Doorn
Uitgaande bruiklenen                       1               2      1     41
Aantal musea waaraan geleend is            1               1      1      1
Inkomende bruiklenen                       3               0      5      1
Aantal musea waarvan geleend is            1               0      1      1
        Muiderslot
Uitgaande bruiklenen                       0               3      0      0
Aantal musea waaraan geleend is            0               1      0      0
Inkomende bruiklenen                       0               1      0      0    76
Aantal musea waarvan geleend is            0               1      0      0
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                     2008   2009    2010   2011
        Geld- en Bankmuseum
Uitgaande bruiklenen                  66    1.214    71     69
                                                                  Bijlagen
Aantal musea waaraan geleend is        6        8     8      7
Inkomende bruiklenen                   1       14     4     12
Aantal musea waarvan geleend is        1        3     3      2
        Nederlands Openluchtmuseum
Uitgaande bruiklenen                 452     289    262    372
Aantal musea waaraan geleend is        6       9      6      6
Inkomende bruiklenen                   8       6      0      0
Aantal musea waarvan geleend is        1       1      0      0
        Museum Boerhaave
Uitgaande bruiklenen                  16      17      5      3
Aantal musea waaraan geleend is        3       4      4      1
                                                                  Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Inkomende bruiklenen                   0      19     16      5
Aantal musea waarvan geleend is        0       5      7      4
        Zuiderzeemuseum
Uitgaande bruiklenen                  57      84     99     70
Aantal musea waaraan geleend is        7       8     11      9
Inkomende bruiklenen                  66      11    113    101
Aantal musea waarvan geleend is        3       4      3     10
        Rijksmuseum van Oudheden
Uitgaande bruiklenen                 200       40   413    687
Aantal musea waaraan geleend is        7        9     9     13
Inkomende bruiklenen                  60    1.077    90    254
Aantal musea waarvan geleend is        5       10     8      5
        Rijkmuseum Twenthe
Uitgaande bruiklenen                  23      19     10     18
Aantal musea waaraan geleend is       10      11      6     13
Inkomende bruiklenen                  14       1      1     25    77
Aantal musea waarvan geleend is        5       1      1      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>                                  2008   2009   2010   2011
        Kröller-Müller Museum
Uitgaande bruiklenen               72     82     52     50
                                                              Bijlagen
Aantal musea waaraan geleend is    13      7      6      9
Inkomende bruiklenen                1      3     60      7
Aantal musea waarvan geleend is     1      2      2      2
        Van Gogh Museum
Uitgaande bruiklenen               35     29     11     15
Aantal musea waaraan geleend is     5      5      4      5
Inkomende bruiklenen              161    186     89      6
Aantal musea waarvan geleend is    13      8      3      3
        Joods Historisch Museum
Uitgaande bruiklenen               68      4     45     99
Aantal musea waaraan geleend is     9      1      4      3
                                                              Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Inkomende bruiklenen                0      9     77     48
Aantal musea waarvan geleend is     0      2     10      4
        Mauritshuis
Uitgaande bruiklenen               36     15      5      6
Aantal musea waaraan geleend is    13      9      5      3
Inkomende bruiklenen               36     14      1      3
Aantal musea waarvan geleend is    11      4      1      2
        Rijksmuseum Amsterdam
Uitgaande bruiklenen              174     76    756    938
Aantal musea waaraan geleend is     8     11     35     35
Inkomende bruiklenen               22     12      1      6
Aantal musea waarvan geleend is     5      5      1      2
                                                              78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>                         Bijlagen
   66
Van de volgende
musea werden geen
                         Cijfers Rijksdienst Cultureel Erfgoed
gegevens ontvangen
door de RCE: Paleis
het Loo, Keramiek-
museum Het Prin-
cessehof, Haags His-
torisch Museum /
Museum de Gevangen-
poort, Museum Slot
Loevestein, Naturalis,
Museum van het
Boek / Museum Meer-
manno, Amstel 218
(Collectie Six).
Gegevens aangeleverd
door musea
Gegevens op grond
van jaarverslagen
Gegevens op grond
van jaarverslag:
inkomende bruiklenen
over de periode
2007 – 2011 alleen
incidenteel (doordat
het door de bruikleen-
gever werdopgegeven);    79
uitgaande bruiklenen
2010 – 2011 compleet;
2012 eerste helft;
2007 – 2009 incom-
pleet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>4.   Best practices buitenland
     en Nederlands voorbeeld
     Hieronder worden kort drie voorbeelden besproken
     van succesvolle museale samenwerkingsmodellen die
     vergelijkbaar zijn met de door de raad voorgestelde
     ketens.
                                                           Bijlagen
                                                           Best practices buitenland en Nederlands voorbeeld
                                                           80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Renaissance of the Regions
Greenwich, Groot-Brittannië
    In het kader van het Renaissance of the Regions project, ge-
    richt op versterking van de regionale museale structuur werden
    het Maritime Museum, the Royal Observatory Greenwich en
    het 17e eeuwse Queen’s House aangewezen om samen te gaan
    werken. Het zo ontstane Royal Museums Greenwich ontwik-
    kelde zich tot een sterk merk.
Museum aan de Stroom
                                                                                         Bijlagen
Antwerpen, België
   Museum aan de Stroom ontstond door het samenvoegen
   van de collecties van het Volkskundemuseum, het Nationaal
   Scheepvaartmuseum, het Vleeshuis in Antwerpen. Het
   nieuwe museum markeert niet alleen de entree van de stad
   maar ook een vorm van museale samenwerking waarbinnen
   nieuwe verbindingen gelegd worden om het verhaal van
   de stad Antwerpen te vertellen. Daarbij heeft de instelling
   ook een regionale ondersteuningstaak voor andere erfgoed-
   instellingen.
Museum het Valkhof
Nijmegen, Nederland
    In Nijmegen zijn grote culturele instellingen elk procesverant-
    woordelijk gemaakt voor een culturele keten. De gemeente
    benoemde in de Cultuurvisie een aantal ketenintendanten.
    Museum het Valkhof werd aangewezen voor het intendant-
                                                                                         Best practices buitenland en Nederlands voorbeeld
    schap voor Beeldende Kunst. Van de intendant wordt
    verwacht dat deze binnen de keten invulling geeft aan kunst-
    en cultuureducatie, productie, presentatie en facilitering. [67]
                                                                                         81
                                                                         67
                                                                       www.nijmegen.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>5.   Lijst van geconsulteerde
     personen en instellingen
     Om tot het advies te komen voerde de commissie
     musea een aantal rondetafelgesprekken. Hiernaast
     volgt een beknopt overzicht van onderwerpen en
     gesprekspartners.
                                                        Bijlagen
                                                        Lijst van geconsulteerde personen en instellingen
                                                        82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Uitgangspunten museumbestel
17 september 2012
Riemer Knoop Gordion Cultureel Advies was moderator van deze
discussie. Aan de orde kwamen onder andere de volgende vragen:
   –   Hoe is in de ons omringende landen het bestel ingericht en welke
       lessen kunnen we leren voor de inrichting van het museaal
       bestel in Nederland?
   –   Wat betekent digitalisering voor collectiemobiliteit?
                                                                          Bijlagen
   –   Hoe werkt de digitalisering van de samenleving door voor de
       inrichting van het museaal bestel in Nederland?
   –   Wat is het maatschappelijk kapitaal dat musea vertegen-
       woordigen?
   –   Is er een andere inrichting van het bestel mogelijk om aan de
       maatschappelijke vragen te voldoen?
   –   Hoe kijken we aan tegen musea en museaal beleid in een tijd
       waarin de overheid zichzelf steeds meer op afstand plaatst?
   –   Kan er gesteld worden dat musea nog steeds een bijdrage leveren
       aan het realiseren van het overheidsbeleid?
                 De commissie sprak met
                 Andreas Blühm directeur Groninger museum,
                 Nick Poole directeur MLA (UK), Pieter van der
                 Heijden XPEX, Agnes Vugts museumadviseur
                 Huis voor de Kunsten Limburg, Valentijn Byvanck
                 zelfstandig adviseur, Cas Smithuijsen directeur
                                                                          Lijst van geconsulteerde personen en instellingen
                 Boekmanstichting
Juridisch Instrumentarium Musea en Collectie
24 september 2012
In de discussie werd de verantwoordelijkheid van het rijk voor
en de bescherming van de rijkscollectie besproken. Aan de orde
kwamen onder andere maatregelen van zelfregulerende aard
zoals bijvoorbeeld de LAMO, de werking van de WBC en de
wenselijkheid van een museumwet.
                 De commissie sprak met
                 Inge van der Vlies hoogleraar Staats- en
                 bestuursrecht en Kunst en Recht, Universiteit van
                 Amsterdam, Charlotte van Rappard zelfstandig
                 adviseur, René Klomp onafhankelijk juridisch
                 adviseur, Josefine Leistra senior beleidsmedewerker
                 Kunst en Cultuur, gemeente Den Haag
                                                                          83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Collectie Nederland
25 september 2012
Riemer Knoop was de moderator voor dit gesprek.
Centraal in de discussie stonden de volgende vragen:
    –   In hoeverre bepalen de kwaliteit van de collecties het huidige
        functioneren van museale instellingen?
    –   Kan er gesteld worden dat verantwoordelijkheid verder gaat
        dan behoud en beheer van collecties?
                                                                           Bijlagen
    –   Welk gedrag in omgang en beschikbaarheid van collecties
        mag verwacht worden in het publiek domein?
    –   Zijn er mechanismen te ontwikkelen waardoor Collectie
        Nederland meer dan een idee wordt en dynamisch ingezet
        kan worden?
    –   Is er voor museale objecten en collecties een waarderingskader
        mogelijk dat zowel museaal als voor overheden en financiers
        bruikbaar is om de maatschappelijke relevantie van musea
        waar te maken en te benoemen?
                  De commissie sprak met
                  Steph Scholte directeur Collecties, Universiteit van
                  Amsterdam, Annabelle Birnie directeur Drents
                  Museum, Paul Spies directeur Amsterdam Museum,
                  Arjen Kok senior onderzoeker RCE, Tessa Luger
                  programmamanager Waarde, RCE, Gitta Luiten
                  zelfstandig adviseur, Fusien Bijl de Vroe-Verloop
                  directeur Vereniging Rembrandt, Steven ten Thije
                  curator Van Abbemuseum, Jantje Steenhuis
                  gemeentearchivaris Rotterdam
Kennis en educatie
5 oktober 2012
In de discussie stonden de volgende vragen centraal:
    –   Wat is de wetenschappelijke functie van musea, en hoe kan
        vorm gegeven worden aan deze functie?
    –   Wat is de rol van educatie en wetenschap voor de kennisfunctie
        van het museum?
    –   Wat betekenen educatie en wetenschap zich tot elkaar binnen
        het museum?
    –   Hoe verhoudt het wetenschappelijk onderzoek van musea zich
        tot het onderzoek van universiteiten en topinstituten?
    –   Welke bijdrage leveren technologische ontwikkelingen aan de
        wetenschappelijke en de educatie functie van musea?
                  De commissie sprak met
                  Linda Boersma universitair docent Universiteit
                  Utrecht, Michael Buchel algemeen directeur NEMO,
                  Laura Broekhoven curator Museum Volkenkunde,             84
                  Els van Eijck hoofd sector bedrijfsvoering Koninklijke
                  Bibliohteek, Dirk Houtgraaf hoofd kennisuitwisseling
                  Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Edwin van Huis
                  directeur Naturalis, Pieter ter Keurs hoofd Collecties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>                 en Onderzoek, RMO, John Leek manager Educa-
                 tieve presentaties en programmamanager Media-
                 wijsheid, Jeannette Smit adjunct-directeur, hoofd
                 bedrijfsvoering Letterkundig Museum, Taco Dibbits
                 directeur Collecties Rijksmuseum, Marieke van
                 Schijndel directeur Catharijneconvent
Collectie Nederland
10 oktober 2012
                                                                                                 Bijlagen
In deze discussie stonden de volgende vragen centraal:
    –   In hoeverre bepalen de kwaliteit van de collecties het huidige
        functioneren van museale instellingen en de waardering en
        positie van een museum?
    –   Kan er gesteld worden dat de rijksverantwoordelijkheid verder
        gaat dan behoud en beheer van collecties?
    –   Welk gedrag in omgang en beschikbaarheid van collecties mag
        verwacht worden in het publiek domein?
    –   Zijn er mechanismen te ontwikkelen waardoor Collectie
        Nederland meer dan een idee wordt en dynamisch ingezet kan
        worden?
    –   Is er voor museale objecten en collecties een waarderingskader
        mogelijk dat zowel museaal als voor overheden en financiers
        bruikbaar is om de maatschappelijke relevantie van musea
        waar te maken of te benoemen?
                 De commissie sprak met
                 Heleen Buijs directeur Geld- en Bankmuseum,
                 Rudi Ekkart directeur RKD, ten tijde van het advies,
                 Michel van Maarseveen directeur Paleis het Loo,
                 Pieter Matthijs Gijsbers directeur NOM, Henk
                 Dessens directeur Collecties Het Scheepvaart-
                 museum, Emilie Gordenker directeur Mauritshuis,
                 Jonieke van Es [ ] hoofd Collectie en Onderzoek,
                 Museum Boijmans van Beuningen, Benno Tempel
                 directeur Gemeentemuseum Den Haag, Arnoud
                 Odding directeur Rijksmuseum Twenthe, Axel Rüger
                 directeur Van Goghmuseum, Ruud Visschedijk
                 directeur Fotomuseum, Frank van der Velden hoofd
                 Collectievorming en Onderzoek Fries Museum
De commissie musea voerde, naast de hierboven genoemde
rondetafelgesprekken, ook overleg in kleiner verband met de
Erfgoedinspectie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed              De Raad voor Cul-
en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.                                  tuur betreurt het
                                                                         overlijden van
                                                                         Jonieke van Es op
                                                                         25 november 2012.
                                                                         Hierbij spreekt de
                                                                         raad de waardering      85
                                                                         uit voor de positieve
                                                                         en enthousiasme-
                                                                         rende bijdrage van
                                                                         Jonieke van Es aan
                                                                         de besteldiscussie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>                  Bijlagen   Samenstelling commissie Musea   86
Samenstelling
commissie Musea
  6.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Lejo Schenk   Melle Daamen
voorzitter    raadslid
              Gerard Rooijakkers
              raadslid
              Roeli Broekhuis
              commissielid
              Marijke Brouwer
              commissielid
              Edwin Jacobs
              commissielid
                                        Bijlagen
              Gert-Jan van der Vossen
              commissielid
              Diana Wind
              commissielid
              Carl Depauw
              extern adviseur
              Ed d’Hondt
              extern adviseur
              Paul Rutten
              extern adviseur
              Janneke van Kersen
              secretaris
              Karima Abdalas
              medewerker advisering
                                        Samenstelling commissie Musea
                                        87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>             Bijlagen   Literatuur   88
Literatuur
   7.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Centraal Bureau voor de            A. Geurts, 2012                    G. Marlet, J. Poort en
Statistiek i.o.v. het Sociaal en   Digitale visitekaartjes, Een on-   C. Van Woerkens, 2011
Cultureel Planbureau, 2007         derzoek naar de relaties tussen    De schat van de stad,
Aanvullend Voorzieningege-         het gebruik van museumweb-         Welvaartseffecten van de
bruik Onderzoek (AVO) 2007,        sites en museumbezoek (paper       Nederlandse Musea
Onderzoeksdocumentatie             ICT, Cultuur en Samenleving)       Utrecht: Atlas voor gemeenten
Den Haag: CBS en SCP               Rotterdam: Erasmus Universiteit
                                   Rotterdam                          Ministerie van Cultuur,
Commissie Asscher-Vonk                                                Recreatie en Maatschappelijk
i.o.v. de Nederlandse              ICOM National Committee            Werk, 1976
                                                                                                        Bijlagen
Museumvereniging en de             of the Netherlands, 1998           Naar een nieuw museumbeleid
Vereniging van Rijksmusea          Museums in the Netherlands,        Tweede Kamer, vergaderjaar
Musea voor morgen,                 Facts and Figures 1997             1976 – 1977, 14290, nrs. 1 en 2
Musea onder druk                   Amsterdam: ICOM-Netherlands
Amsterdam: Vereniging van                                             Ministerie van Onderwijs, Cul-
Rijksmusea en de Nederlandse       ICCROM-UNESCO, 2011                tuur en Wetenschappen, 1997
Museumvereniging                   International Storage Survey       Museums in the Netherlands,
                                   2011, Summary of results           Facts and Figures
Culturele Coalitie Digitale        www.iccrom.org                     Den Haag: Ministerie
Duurzaamheid, 2012                                                    van Onderwijs, Cultuur en
Voor de eeuwigheid? Samen-         Inspectie Cultuurbezit, 1997       Wetenschappen
werking is het beste model         Rijk en divers, Verslag van
Amsterdam en Den Haag: DEN,        een onderzoek naar de rijks-       Minister van Onderwijs, Cul-
EYE, de Rijksdienst voor het       collectie van de verschillende     tuur en Wetenschappen, 2000
Cultureel Erfgoed en Virtueel      ministeries                        Cultuurnota 2001 – 2004,
Platform                           Den Haag: Ministerie               Cultuur als confrontatie
                                   van Onderwijs, Cultuur en          Den Haag: Ministerie
                                                                                                        Literatuur
DSP-groep in opdracht              Wetenschappen                      van Onderwijs, Cultuur en
van de Nederlandse                                                    Wetenschappen
Museumvereniging, 2011             A. Kok, P. Timmer en
Meer dan waard,                    T. Gubbels, 2007                   Minister van Onderwijs, Cul-
De maatschappelijke                Niets gaat verloren, Twintig       tuur en Wetenschappen, 2009
betekening van musea               jaar selectie en afstoting uit     Beleidsbrief Modernisering
Amsterdam: Nederlandse             Nederlandse museale collecties     Monumentenzorg
Museumvereniging                   Amsterdam: Boekmanstudies          Tweede Kamer, vergaderjaar
                                                                      2009 – 2010, bijlage bij 32156,
R. Ekkart, 2008                    J.J.R. Lautenbacht,                nr. 13
De prehistorie van de              I.C. van der Vlies en A.F.
Collectie Nederland                Salomons, 2006                     Minister van Welzijn, Volks-
R. Hermans e.a. (red.)             Rijkscollectie, Minister           gezondheid en Cultuur, 1985
                                   en Musea                           Nota museumbeleid
Voor de eeuwigheid, Over           Amsterdam: Universiteit            Tweede Kamer 1984 – 1985,
collectiebeleid in Nederland       van Amsterdam                      19066, nrs. 1 en 2
Rotterdam, Amsterdam: nai010
Uitgevers i.s.m. de Mondriaan      D. Limburg, 2013                   Minister van Welzijn, Volks-
Stichting en Erfgoed Nederland     Voor Van Eyck ga je op             gezondheid en Cultuur, 1990
                                   bezoek, Interview met              Toegankelijkheid en behoud
Erfgoedinspectie (2012)            Friso Lammertse                    van het museale Erfgoed
De staat van de rijkscollectie,    NRC Handelsblad,                   Tweede Kamer, vergaderjaar
Deel 1: Rijkscollectie bij         13 december 2012                   1990 – 1991, 21973, nr. 2
departementen en colleges
Den Haag: Ergoedinspectie          G. Marlet en J. Poort, 2011        Minister van Welzijn, Volks-      89
                                   De Waarde van cultuur in           gezondheid en Cultuur, 1991
framerframed.nl/nl/dossier/        cijfers                            Notitie van de minister van
het-museum-als-instituut-          Utrecht: Atlas voor gemeenten      WVC aan de leden van de
staat-ter-discussie                                                   Vaste Commissie voor Welzijn
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>en Cultuur inzake de verant-        Raad voor Cultuur, 2005           Re:source, The Council
woordelijkheid van de Minister      Een vitaal museumbestel,          for Museums, Archives and
van Cultuur voor de rijksmu-        Advies over museale strategie     Libraries, 2001
seale instellingen in relatie tot   Den Haag: Raad voor Cultuur       Renaissance in the Regions:
verzelfstandiging                                                     a New Vision for England’s
Tweede Kamer, vergaderjaar          Raad voor Cultuur, 2007           Museums
1990 – 1991, 21973, nr. 4           Tussentijds advies ‘Stelseldis-   Londen: Re:source, The Council
                                    cussie Monumentenzorg’            for Museums, Archives and
Minister van Welzijn, Volks-        Den Haag: Raad voor Cultuur       Libraries
gezondheid en Cultuur, 1991
                                                                                                        Bijlagen
Toegankelijkheid en behoud          Raad voor Cultuur, 2011           N. Sonck en J. de Haan, 2012
van het museale erfgoed.            Advies bezuiniging cultuur        De virtuele kunstkar,
Tweede Kamer, vergaderjaar          2013 – 2016,                      Cultuurdeelname via oude en
1990 – 1991, 21973, nr. 2           Noodgedwongen Keuzen              nieuwe media, Het culturele
                                    Den Haag: Raad voor Cultuur       draagvlak, deel 11
Museumregister Nederland,                                             Den Haag: Sociaal en
2011                                Raad voor Cultuur, 2011           Cultureel Planbureau
Handleiding Museumnorm              Advies Leidraad voor
Amsterdam: Museumregister           het Afstoten van Museale          Staatssecretaris van Onderwijs,
Nederland                           Voorwerpen                        Cultuur en Wetenschappen,
                                    Den Haag: Raad voor Cultuur       2000
Nederlandse Museum-                                                   Brief aan de voorzitter van
vereniging, 2012                    Raad voor Cultuur, 2012           de Tweede Kamer der Staten-
85 jaar Nederlandse                 Slagen in Cultuur, Advies         Generaal over de evaluatie
Museumvereniging, Jaar-             culturele basisinfrastructuur     van de Wet tot Behoud van
verslag Nederlandse                 2013 – 2016                       Cultuurbezit
Museumvereniging 2011               Den Haag: Raad voor Cultuur       Tweede Kamer, vergaderjaar
                                                                                                        Literatuur
Amsterdam: Nederlandse                                                1999 – 2000, 26591, nr. 20
Museumvereniging                    Raad voor Cultuur, 2012
                                    Aanvullend advies,                Staatssecretaris van Onderwijs,
A. Odding, 2004                     Slagen in Cultuur                 Cultuur en Wetenschap, 2005
Het gedroomde museum                Den Haag: Raad voor Cultuur       Verschil maken, Herijking
www.odd.nl                                                            cultuurnotasystematiek
                                    Raad voor Cultuur, 2012           Tweede Kamer, vergaderjaar
A. Odding, 2011                     Slagen in Cultuur, Het vervolg    2005 – 2006, bijlage bij 28989,
Het disruptieve museum              Den Haag: Raad voor Cultuur       nr. 22
www.odd.nl
                                    Raad voor Cultuur, 2012           Staatssecretaris van Onderwijs,
H. Pennock e.a. (red.), 2007        Slagen in Cultuur,                Cultuur en Wetenschap, 2006
Erfgoedverhalen voor                Het vervolg 2                     Bewaren om teweeg
Charlotte van Rappard-Boon          Den Haag: Raad voor Cultuur       te brengen
Den Haag: Erfgoedinspectie                                            Tweede Kamer, vergaderjaar
                                    Regeerakkoord                     2005 – 2006, bijlage bij 28989,
Raad voor Cultuur en Advies-        VVD - CDA, 2010                   nr. 27
raad voor het Wetenschaps- en       Vrijheid en
technologiebeleid, 1997             Verantwoordelijkheid              Staatssecretaris van Onderwijs,
Advies Cultureel Erfgoed en                                           Cultuur en Wetenschap, 2011
Wetenschapsbeoefening               Renaissance Review Advisory       Meer dan kwaliteit, Een
Den Haag: AWT en                    Group, 2009                       nieuwe visie op cultuurbeleid
Raad voor Cultuur                   Renaissance in the Regions:       Tweede Kamer, vergaderjaar
                                    Realising the Vision,             2010 – 2011, 32820, nr. 1
Raad voor Cultuur, 2000             Renaissance in the Regions                                          90
Van de schaarste en de over-        2001 – 2008                       Staatssecretaris van Onderwijs,
vloed, Advies Cultuurnota           Londen: Museums, Libraries        Cultuur en Wetenschap, 2012
2001 – 2004                         and Archives Council              Adviesaanvraag culturele basis-
Den Haag: Raad voor Cultuur                                           infrastructuur 2013 – 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Brief van de staatssecretaris van   Overheidssturing in
Onderwijs, Cultuur en Weten-        een netwerksamenleving
schap aan de Raad voor Cultuur,     Den Haag: Ministerie van
kenmerk: 380564, www.statline.      VROM
cbs.nl/statweb
                                    J.A.A. van Doorn en
R. Steenbergen, 2002                C.J.M. Schuyt, 1978
Iets wat zoveel kost, is alles      De stagnerende
waard. Verzamelaars van             verzorgingsstaat
moderne kunst in Nederland          Meppel: Boom
                                                                     Bijlagen
Amsterdam: Vassalucci
                                    I. van Hamersveld en
Swedish Museum                      T. Gubbels (red.), 2010
Coordinator inquiry, 2009           Bondgenoten of tegenpolen?
Lessons learned form                Samenwerking tussen
the Museum Coordinator’s            kunstverzamelaars en musea
visits to other countrys            in Nederland
appendix bij:                       Amsterdam: Boekmanstudies
Kraftsamling!-museisam-             en Vereniging Rembrandt
verkan ger resultat, SOU
2009:15                             Visitatierapporten van
                                    de Rijksmusea
B. Tempel, 8 november 2012          www.derijksmusea.nl/visitaties
De kunst maakt de
koopman sterker                     A. Vels Heijn(red.), 2010
Het Financieele Dagblad             Over Passie en Professie.
Amsterdam: FD Mediagroep            Een eeuw publieksbegeleiding
                                                                     Literatuur
                                    in de Nederlandse musea
J.A.M.F. Vaessen, 1986              Utrecht: Cultuurnetwerk Neder-
Musea in een museale cultuur        land i.s.m. Erfgoed Nederland
Zeist: Kerckebosch
                                    Werkgroep Onroerend/roerend
M. van der Putten,                  i.o.v. het Directeurenoverleg
N. Wehman, e.a., 2010               Cultuurdiensten, 2004
Musea in transitie.                 Van object naar samenhang.
Rollen van betekenis                De instandhouding van
Amsterdam: Erfgoed Nederland        ensembles van onroerend en
                                    roerend cultureel erfgoed
I.G. van der Vlies en               Zeist, Den Haag, Amsterdam
A. Salomons, 2012
Kunst, Recht en Beleid              Wetenschappelijk technische
Boom: Amsterdam                     raad SURF, 1998
                                    Alles uit de kast
E. van den Berg, P. van             Amersfoort: Drukkerij Bouman
Houwelingen en J. de Hart
(red.), 2011                        Working group of EU member
Informele groepen. Verken-          states expert on the mobility
ningen van eigentijdse              of collections, 2012
bronnen van sociale cohesie         Practical ways to reduce the
Den Haag: Sociaal en Cultureel      cost of lending and borrowing
Planbureau                          of cultural objects between
                                    member states of the European    91
M. van der Steen, R. Peeters        Union
en M. van Twist, 2010               Brussel: European Agenda for
De boom en het Rizoom,              Culture: Work plan for culture
                                    2011 – 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Colofon
Ontgrenzen en verbinden
Naar een nieuw museaal bestel
Dit advies is een uitgave van
                                        Bijlagen
de Raad voor Cultuur
Tekst
Janneke van Kersen
Gerard Rooijakkers
Lejo Schenk
Ontwerp
Daphne Heemskerk
Lettertype
Akzidenz-Grotesk Next
Plantin
Papier
                                        Colofon
Munken Lynx (240 g/m 3)
Munken Lynx (100 g/m 3)
Druk
Romer bv
R.J. Schimmelpennincklaan 3
Postbus 61243
2506 AE Den Haag
telefoon 070 – 3106686
fax 070 – 3614727
cultuur@cultuur.nl
www.cultuur.nl
Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de
Raad voor Cultuur en deze publicatie
als bronnen worden vermeld.
                                        93
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, 31 januari 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media.

De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en
subsidiebesluiten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>