<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Verzamel-
advies 3
            Een kwestie
            van waardering
                             1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en
subsidiebesluiten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>      Inhoud
      Introductie             3
1.    Wat er goed gaat        7
                                   Inhoud
2.    Wat er niet goed gaat   9
3.    Recente regelgeving,
      methodiek en beleid     11
4.    Aanbevelingen           15
5.    Bijlagen                19
5.1   Nadere uitwerking
      en voorbeelden          20
5.2   Acht voorbeelden        26
5.3   Samenstelling
      commissie Archieven     32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   Introductie
De Veluwse boeren van wie de bedrijven zijn geruimd tijdens
de MKZ-crisis. De ambtenaren in de trillende kantoortoren
van Rijkswaterstaat. De slachtoffers van de Alphense schutter
                                                                   Introductie
Tristan van der V. Volwassen ex-cliënten van Jeugdzorg. Wat
hebben deze mensen gemeen? Ze zochten de afgelopen jaren
tevergeefs houvast en bewijs in overheidsarchieven. Niet omdat
ze uit hobbyisme of wetenschappelijke interesse bezig waren
met onderzoek, maar omdat ze moesten weten hoe hun proble-
men waren ontstaan en of daarbij fouten waren gemaakt.
   De documenten en gegevensbestanden die de antwoorden
   op hun vragen bevatten, waren echter vernietigd. In het geval
   van de wapenvergunning en de jeugdzorgdossiers was dat
   keurig op basis van een goedgekeurde selectielijst gebeurd.
   De bouwtekeningen van Rijkswaterstaat en de veterinaire
   onderzoeksprotocollen van de MKZ-crisis hadden bewaard
   moeten blijven, maar waren dat niet. Dergelijke incidenten
   tasten de rechtszekerheid van burgers en hun vertrouwen in
   de overheid ernstig aan.
   Onvoldoende doordachte vernietiging speelt ook de over-
   heid zelf parten. In het geval van de trillende kantoortoren
   van Rijkswaterstaat moesten, bij gebrek aan constructie-
   tekeningen en technische gegevens, allerlei bouwkundige
   berekeningen opnieuw worden gedaan. Dat kost tijd en geld.
   Een overheid die doelmatig wil werken en miljarden moet
   bezuinigen, bewijst zichzelf daarmee een slechte dienst.
   Deze actuele voorbeelden maken glashelder wat de maat-
   schappelijke waarde is van overheidsinformatie en hoe be-
   langrijk het is om bij beslissingen over bewaren en vernie-
   tigen goede risicoanalyses te maken en mensen te betrekken
   met kennis van en inzicht in de gebruikswaarde van infor-
   matie voor nu en later.
                                                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Per 1 januari 2013 is er een einde gekomen aan zo’n 45 jaar
adviezen van de Raad voor Cultuur en zijn taakvoorgangers
over de ontwerpselectielijsten van de overheid. De laatste
jaren bracht de raad, in aanvulling op de vele adviezen over
al die afzonderlijke lijsten, periodiek een verzameladvies
uit waarin hij reflecteerde op de ontwikkeling van de toepas-
sing van de methoden van waardering en selectie, op de
kwaliteit van de lijsten en op de naleving van de procedurele
                                                                 Introductie
vereisten daarbij. Het laatste verzameladvies dateert van
2010 en had betrekking op de ontwerpselectielijsten uit de
jaren 2007 – 2008.
Bij wijze van afsluiting van zijn archiefwettelijke taak blikt
de raad in dit verzameladvies terug op de ontwerpselectie-
lijsten uit de periode 2009 – 2012 en kijkt hij vooruit naar
de toekomst van waardering en selectie van overheids-
archieven. Hij signaleert zowel positieve ontwikkelingen
als tekortkomingen en adviseert over noodzakelijke en
wenselijke verbeteringen.
In bijlage 5.2, pagina 26, kijkt de raad nog verder terug en
illustreert en onderstreept hij met treffende voorbeelden uit
45 jaar advieswerk het belang van goede selectielijsten.
                                                                 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>1.   Wat er goed gaat
De productie van selectielijsten gaat gestaag door. Dat is goed
nieuws. Vooral zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) hebben een
grote inhaalslag gemaakt. Constateerde de Erfgoedinspectie
                                                                                         Wat er goed gaat
enkele jaren geleden nog dat veel zorgdragers niet beschikten
over basale archiefbeheerinstrumenten als beheersregels,
bestandsoverzichten en selectielijsten, in het jaarverslag 2011
constateert zij met tevredenheid dat daarin nu grotendeels
is voorzien. [1]
    Groepen vergelijkbare overheidsorganen, zoals gemeenten,
provincies, waterschappen en de Universitaire Medische Centra,
stellen gezamenlijk selectielijsten op. Dat is, met name met het
oog op de druk op de procedure en de consistentie van waarde-
ringen, zeer toe te juichen.
     De raad stelt ook tevreden vast dat het periodiek onderhoud
     van selectielijsten gemeengoed is geworden. Naast lijsten van
     zbo’s kreeg hij vooral geactualiseerde versies van reeds vast-
     gestelde lijsten voorgelegd. Bij enkele van deze actualisaties
     sijpelt ook al iets door van de methodische vernieuwingen
     waarover in het archiefveld wordt nagedacht en die nodig zijn
     om informatie in een digitale omgeving goed en tijdig te
     kunnen waarderen. De informatieprofessionals die moeten
     zorgen dat de overheidsinformatie op orde is, doen hun
     uiterste best om aan de regels te voldoen en recente ontwik-
     kelingen en inzichten toe te passen in hun werk.
                                                                                         7
                                                                        1
                                                                      Erfgoedinspectie
                                                                      ‘Verslag van het
                                                                      toezicht’, 2011,
                                                                      pagina 22.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>2.   Wat er niet goed gaat
De raad plaatste in 2009 – 2012 in zijn archiefwettelijke uitvoe-
ringsadviezen zowel procedurele, methodische als inhoudelijke
kanttekeningen bij de voorgelegde lijsten. De belangrijkste:
                                                                     Wat er niet goed gaat
     1.   Procedureel
          Onzorgvuldige mandatering, gebrekkige transparantie
          en te weinig aandacht voor de waarde van informatie op
          langere termijn.
     2.   Methodisch
          Gebrek aan (inzicht in de) samenhang van processen,
          informatie en de waardering daarvan.;
     3.   Inhoudelijk
          Gebrek aan inzicht in de risico’s van informatieverlies,
          in zowel de gebruikswaarde als de historische waarde van
          overheidsinformatie voor overheid en burgers van nu
          en later.
     Bijlage 5.1, pagina 20, bij dit advies geeft een nadere uit-
     werking van en voorbeelden bij deze aandachtspunten.
                                                                     9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>3.   Recente regelgeving, methodiek
     en beleid: oplossingen of verhoogde
     risico’s?
Met ingang van 1 januari 2013 is de Archiefwet 1995 gewijzigd,
onder meer op het punt van de vaststelling van selectielijsten.
De specifieke en onafhankelijke adviesrol van de raad is verval-
                                                                                             Recente regelgeving, methodiek en beleid
len. Bestuurders worden geacht zelf een overleg te organiseren
met de verantwoordelijke voor de informatiehuishouding
binnen hun eigen organisatie, de betrokken archivaris (indien
benoemd) en een deskundige op het terrein van de relatie
tussen burger en overheid en de betekenis van overheidsinfor-
matie voor die relatie.
    De instelling van dit zogeheten Strategisch Informatie-
overleg (SIO) heeft een aantal voordelen. Het is goed dat er een
permanent overleg is over selectie en, in samenhang daarmee,
over aanverwante kwesties zoals digitale vervanging. De verant-
woordelijkheid van de zorgdrager wordt sterker aangezet dan
voorheen doordat hij de verantwoordelijkheid krijgt om het SIO
in te stellen en invulling eraan te geven. Er kleven echter, zeker
in het licht van het voorafgaande, wel een aantal risico’s aan
voor de kwaliteit van de selectielijsten: [2]
     – Omdat SIO’s per zorgdrager worden georganiseerd,
       is er geen partij meer die waakt over de kwaliteit en de
       samenhang van het bewaarbeleid in processen waar-
       bij verschillende overheidsorganen betrokken zijn (keten-
       processen); evenmin van het selectie-instrumentarium
       van de overheid als geheel.
     – Elke zorgdrager een SIO betekent ook: elke zbo een SIO.
       Bovenop de risico’s van gebrekkige samenhang geeft
       dit de zekerheid van een enorme druk op de procedure.
     – Er worden geen eisen gesteld aan de externe deskundige
       die de belangen van de recht- en bewijszoekende burger
       vertegenwoordigt. Daardoor bestaat het risico dat deze
       belangen niet goed worden behartigd.
     – Het cultuurhistorisch en onderzoekshistorisch belang van        2
       informatiebronnen wordt door de samenstelling van het         Zoals de raad eerder    11
                                                                     verwoordde in zijn
       SIO niet geborgd. Het langdurig bewaren van archieven         advies uit april 2012
                                                                     over de voorgenomen
       kost de samenleving structureel geld.                         wijzigingen van het
                                                                     Archief besluit 1995.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>   En wat niet voor bewaring wordt aangewezen, is na
   vernietiging onherroepelijk verloren. Het SIO neemt op
   dit punt dan ook beslissingen die zwaar wegen. De raad
   vindt het noodzakelijk om daarbij specifieke historische
   expertise te betrekken. De archivaris in het SIO heeft
   weliswaar zicht op het historisch belang van gebeurtenis-
   sen, archiefvormers en werkprocessen, maar niet vol-
   doende op de onderzoeksvragen en informatiebehoeften
                                                                                            Recente regelgeving, methodiek en beleid
   van deze doelgroep.Bovendien hoeven zijn belangen als
   beheerder niet altijd te stroken met die van de gebruikers/
   onderzoekers.
– In de SIO’s van overheden die geen archivaris hebben
  benoemd – nog altijd een kwart van de gemeenten en een
  flink deel van de waterschappen – ontbreekt volledig de
  deskundigheid op het gebied van de historische waarde
  van de te selecteren archieven.
Het is nog onzeker of de vernieuwing van de methodiek van
waarderen en selecteren zal bijdragen aan het oplossen van
de geconstateerde tekortkomingen. [3] In de ontwerplijsten van
de rijksoverheid die de raad in 2009 – 2012 beoordeelde, is
van de nieuwe ideeën minder terug te zien dan in de lijsten
uit de periode daarvoor. Toepassing van de historisch-
maatschappelijke analyse bleef achterwege. Hetzelfde geldt
voor het generieke waarderingsmodel, dat bedoeld was om
de verbrokkeling van het selectie-instrumentarium tegen te
gaan en de consistentie van waarderingen te bevorderen.
    De provincies hebben, onder de paraplu van het Inter-
provinciaal Overleg, een poging gedaan om hun selectielijst
op een nieuwe leest te schoeien door deze procesgericht en
dynamisch in te richten. De raad was lovend over het initia-
tief, maar kritisch over het resultaat en heeft vaststelling van      3
de lijst ontraden. [4] Waar bij het Nationaal Archief de ver-      Over deze methodiek,
                                                                   die wordt ontwikkeld
nieuwing methodisch goed doordacht is maar de praktische           door het Nationaal
toepasbaarheid het struikelblok lijkt, is het bij de provincies    Archief, heeft de raad
                                                                   zich uitgesproken in
andersom.                                                          zijn advies van 8 juli
                                                                   2011.
De raad acht het noodzakelijk dat de verschillende overheids-         4
lagen nauw samenwerken om een gedegen, verantwoorde                Advies ‘Ontwerp-
                                                                   selectielijst van de
en werkbare methode voor de hele overheid te ontwikkelen.          Provinciale organen
Zonder een gezamenlijke methodiek is een samenhangende             en de Commissaris        12
                                                                   van de Koningin
waardering van keteninformatie vrijwel onmogelijk te               als rijksorgaan’,
                                                                   Raad voor Cultuur,
realiseren, terwijl de keteninformatisering bij de overheid        26 november 2012,
zich juist voortdurend uitbreidt.                                  kenmerk 2012.06611/2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Het recente, interbestuurlijke Archiefconvenant [5] legt
grote nadruk op het belang van duurzaam toegankelijke en
betrouwbare overheidsinformatie. De komende jaren gaan
overheden fors investeren om e-depotvoorzieningen te
realiseren en hun informatiehuishoudingen daarop aan te
sluiten.
    De raad heeft daarvoor ook gepleit en onderschrijft de
noodzaak van deze investeringen. Het is echter van groot
                                                                                             Recente regelgeving, methodiek en beleid
belang dat deze aandacht voor de (technische) voorzie-
ningen voor informatiebeheer gepaard gaat met voldoende
aandacht voor de inhoudelijke waarde van informatie.
Overheden beantwoorden de fundamentele vragen naar wat
we (moeten) bewaren en waarom te vaak plichtmatig en
slecht onderbouwd. Selectielijsten geven in veel gevallen te
weinig inzicht in de waarde van overheidsinformatie voor
nu en later en zijn soms met onvoldoende zorgvuldigheid en
deskundigheid voorbereid.
De raad verwacht niet dat de recente wijzigingen van het
Archiefbesluit daarin verbetering brengen. Het wegvallen
van de onafhankelijke toetsing van de kwaliteit van selectie-
lijsten door de raad slaat juist een riskant gat in het systeem
van checks and balances, waarmee de vaststelling van over-
heidsselectielijsten sinds decennia is omgeven.
     Hoewel de raad zeer ingenomen is met het feit dat veel
overheidsorganen de door hem bepleite [6] Chief Information
Officer (CIO) hebben benoemd, constateert hij dat ook
bij deze functionaris de aandacht voor de waarde van infor-
matie beperkt is. De CIO is in de praktijk vooral een Chief
ICT Officer.
     Zo zou het kunnen gebeuren dat de met zoveel zorg en
geld opgebouwde e-depotvoorzieningen van de overheid
straks gevuld raken met informatie die er niet toe doet, en
dat juist relevante informatie wordt vernietigd. Dat kan
niet de bedoeling zijn. Het proces van waardering en selectie        5
vormt het fundament van het overheidsinformatiebeleid.            Archiefconvenant
                                                                  2012 – 2016 tussen
Als zodanig moet het omringd worden met aandacht, des-            OCW, IPO, VNG en
kundigheid en zorgvuldigheid.                                     UvW, december 2012.
                                                                  www.nationaalarchief.
                                                                  nl/archiefvisie/archief-
                                                                  convenant
                                                                     6
                                                                  Advies ‘Informatie:        13
                                                                  grondstof met toe-
                                                                  komstwaarde’, Raad
                                                                  voor Cultuur en Raad
                                                                  voor Openbaar Be-
                                                                  stuur, 31 maart 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>4.   Aanbevelingen
1.   Zorg zowel methodisch als procedureel voor een adequate
     borging van het historisch en het bredere maatschappe-
     lijke en wetenschappelijke belang in het totale proces van
                                                                                               Aanbevelingen
     waardering, selectie en daadwerkelijke vernietiging van
     archieven. Methodisch is het daarbij van belang dat er met
     name in de risicoanalyse voldoende aandacht is voor de
     onderzoeksvragen die niet meer beantwoord kunnen wor-
     den als bepaalde (categorieën) gegevens eenmaal zijn
     vernietigd. Procedureel is het van belang om bij de instel-
     ling en samenstelling van de SIO’s ook het historisch
     belang en de erfgoedwaarde van archieven voldoende tot
     uiting te laten komen. Dat noopt tot het stellen van eisen
     aan de externe deskundige in het SIO. Deze moet (ook) in
     staat zijn de historisch-wetenschappelijke waarde van
     overheidsinformatie op lange termijn in te schatten en te
     verdedigen. Ook zouden overheden die geen archivaris
     hebben benoemd verplicht moeten worden toch de archi-
     vistische expertise in het SIO te garanderen.
2.   Organiseer de verdere uitwerking en implementatie van
     de nieuwe methodiek van waardering en selectie zodanig
     dat alle overheidslagen daarbij actief betrokken zijn en het
     eindresultaat overheidsbreed gedragen en gebruikt wordt.
     Focus daarbij op waardering en selectie van (digitale)
     overheidsinformatie in de ontstaansfase, in plaats van op
     de waardering en selectie van de reeds gevormde bestan-
     den die samen de ‘bewerkingsachterstanden’ van de
     overheid vormen. Verbind dit aan de uitvoering van het
     interbestuurlijke Archiefconvenant dat eind 2012 is
     getekend en de komende jaren wordt uitgevoerd. Laat
     gezamenlijk voor een aantal belangrijke ketenprocessen,
     zoals de verlening van een omgevingsvergunning, [7]
     een ketenselectielijst ontwikkelen.
3.   Stuur aan op afspraken tussen zbo’s en de betrokken
     minister(s) over een gezamenlijke aanpak van waardering            7
     en selectie en een gezamenlijk SIO om zo de kwaliteit en       Zie de opmerkingen         15
                                                                    daarover in het advies
     de doelmatigheid van de selectielijsten en de uitvoering       'Ontwerpselectie-
                                                                    lijst voor de (inter)ge-
     van waardering en selectie te optimaliseren.                   meentelijke organen’,
                                                                    27 april 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>4.   Laat de kosten en baten van de nieuwe methodiek en
     procedure voor het vaststellen van overheidsselectielijsten
     de komende jaren systematisch monitoren. Zo zou invul-
     ling gegeven kunnen worden aan het systeemtoezicht dat
     toenmalig staatssecretaris Zijlstra in zijn Selectiebrief [8]
     nodig vond op het moment dat de adviesrol van de Raad
     voor Cultuur ten aanzien van de overheidsselectielijsten
     zou komen te vervallen. Dit systeemtoezicht is, ondanks
                                                                                            Aanbevelingen
     de toezegging in de Selectiebrief, niet nader uitgewerkt
     in de Archiefvisie van 2011, maar is vanuit het oogpunt
     van consistentie en doelmatigheid van het selectiebeleid
     onontbeerlijk.
5.   Vraag over uiterlijk vijf jaar de Raad voor Cultuur en
     de Raad voor het Openbaar Bestuur om gezamenlijk en
     op basis van de bevindingen van de systematische moni-
     toring advies uit te brengen over de ontwikkeling van de
     kwaliteit van het selectie-instrumentarium en de proces-
     sen en procedures daaromheen.
6.   Beleg in elke overheidsorganisatie naast de verantwoor-
     delijkheid voor de IT-governance (Chief Information
     Officer) ook die voor data-governance (Chief Data Of-
     ficer). [9] Data-governance draait om het borgen van de
     waarde van informatie door onder meer adequaat en
     actief beheer van (meta)data, zorg voor de kwaliteit van
     gegevens en gemeenschappelijk gebruik, governance,
     compliance en zorgvuldig risicomanagement.
                                                                       8
                                                                     Kamerstukken II
                                                                     2010 – 2011,
                                                                     29 362, nr. 186,
                                                                     22 december 2010.
                                                                        9
                                                                     Zoals onlangs
                                                                     ook bepleit door       16
                                                                     R. Matthijse in zijn
                                                                     artikel ‘De overheid
                                                                     als informatie-
                                                                     platform’, iBestuur,
                                                                     januari 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>5.   Bijlagen
                19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>5.1   Nadere uitwerking en voorbeelden
      van geconstateerde tekortkomingen
      in de selectielijsten voor overheids-
      archieven 2009 – 2012
                                              Bijlagen
                                              20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>1.   Procedurele aandachtspunten
     De voorbereiding en vaststelling van een selectielijst is een bestuur-
     lijke verantwoordelijkheid. Het is de zorgdrager (minister, college van
     B&W, et cetera) of diens gemandateerde die moet tekenen voor de
     formele stappen die dit wettelijk zorgvuldig ingekaderde proces kent.
     De raad hecht veel belang aan de naleving van deze voorschriften.
     Die zijn immers geen ‘paarse krokodil’, maar houden rechtstreeks ver-
     band met het belang van een betrouwbare overheidsinformatiehuis-
     houding, zowel voor burgers als voor de overheid zelf.
          Daarom vindt de raad het kwalijk dat de verantwoordelijken niet
                                                                                                          Bijlagen
     altijd op de juiste momenten, in voldoende mate en op de juiste manier
     in de vaststellingsprocedure van selectielijsten betrokken zijn geweest
     en dat de procedure zelf soms onvoldoende inzichtelijk wordt gemaakt.
     Dit is vooral het geval bij de lijsten die door veel verschillende over-
     heidsorganen gezamenlijk zijn voorbereid.
     Procedurele onzorgvuldigheid
     Een voorbeeld
         De lijst Personeelszaken rijksoverheid (2012) werd voorbereid
         namens alle departementen. De bestuurlijke eindverantwoorde-
         lijkheid voor de vaststelling van deze lijst ligt bij alle ministers.
         Zij zouden zelf het vaststellingsverzoek moeten indienen, tenzij
         ze daar een ambtelijk functionaris voor zouden hebben geman-
         dateerd. De CIO Rijk trad als gemandateerde op en diende het
         vaststellingsverzoek voor deze lijst in bij de minister van OCW.
         De CIO schreef echter in dat vaststellingsverzoek: “op dit moment
                                                                                                          Nadere uitwerking en voorbeelden
         is de mandatering van het zorgdragerschap binnen de departe-
         menten en de Hoge Colleges van Staat niet altijd even zorgvuldig
         vastgelegd.” [10] Vervolgens beargumenteerde hij weinig overtui-
         gend dat het mandaat om deze lijst vast te stellen hem wel degelijk
         toekomt en ondertekende hij het vaststellingsverzoek. De raad
         heeft deze lijst niet in behandeling genomen, maar geadviseerd
         eerst de mandatering naar behoren te regelen.
Selectielijsten beschrijven hoe lang bepaalde overheidsarchieven bewaard
moeten blijven. Een klein deel wordt nooit vernietigd. De noodzaak om
informatie te bewaren, wordt voor een belangrijk deel bepaald door de be-
hoefte van (toekomstige) onderzoekers van historische bronnen en door
de betekenis die archieven kunnen hebben als onderdeel van het cultureel
erfgoed.
    De raad constateert dat bij de voorbereiding van de selectielijsten uit
de periode 2009 – 2012 weinig aandacht is besteed aan de langetermijn-
waarde van de archieven in kwestie. Historisch-maatschappelijke analyses
ontbraken geheel, historische en/of onderzoeksexpertise was in de drie-
hoeksoverleggen vrijwel afwezig en over maatschappelijke, politieke, histo-
rische en andere wetenschappelijke informatiebehoeften werd nauwelijks
gesproken.
2.   Methodische aandachtspunten                                                    10
     Archivarissen en informatieprofessionals zijn tastend en zoekend bezig      Brief aan de minister
     om hun instrumentarium aan te passen aan de snel digitaliserende            van OCW van de           21
     overheidsinformatiehuishouding. Die worsteling is ook zichtbaar in          directeur Informatise-
                                                                                 ringsbeleid ministerie
     sommige selectielijsten. De raad zag lijsten die een methodische            van BZK in diens hoe-
     mengelmoes waren van een documentgerichte, een bevoegdheids-                danigheid van CIO
     gerichte en een procesgerichte aanpak.                                      Rijk, 4 januari 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    Dat komt de kwaliteit, de bruikbaarheid en de transparantie van een
    selectielijst niet ten goede. De verbrokkeling van het selectie-instrumen-
    tarium, punt van zorg in beide voorgaande verzameladviezen, zet
    onverminderd door. Dat is grotendeels verklaarbaar doordat er sprake
    is van een inhaalslag van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s), die
    allemaal organisatiegebonden lijsten hebben gemaakt. Niettemin ver-
    wacht de raad ook van een zbo dat deze bij het opstellen van een selec-
    tielijst de context waarin het orgaan opereert in ogenschouw neemt, en
    zich verhoudt tot de relevante institutionele onderzoeken en selectie-
    lijsten op het beleidsterrein waarop het orgaan opereert. Dat laat
                                                                                                         Bijlagen
    echter veel te wensen over. Overigens beperkt dit probleem zich niet
    tot zbo-lijsten.
    De gevaren van waarderen zonder context
    Een voorbeeld
        De ontwerpselectielijsten van de provincies, in 2012 bij de raad in-
        gediend door het Interprovinciaal Overleg namens de colleges van
        Gedeputeerde Staten (GS), bevatten veel ‘selectiebeschrijvingen’
        over mijnbouw. Deze beschrijvingen gaven geen zicht op de essentie
        van de rol van de provincie op dit terrein. De waarderingen hier-
        van liepen zeer uiteen. Een klein deel van het archiefmateriaal werd
        voorgedragen voor blijvende bewaring, maar veel van de mijn-
        bouwdossiers konden volgens de ontwerplijst vernietigd worden.
        De ratio achter de waarderingen was de raad niet duidelijk.
        Duidelijk was wel dat hier veiligheidsrisico’s in het geding zijn,
        bijvoorbeeld waar het gaat om het vastleggen van de locaties
        en het instortingsgevaar van oude mijngangen. Hoe lang dit soort
                                                                                                         Nadere uitwerking en voorbeelden
        zaken van belang kunnen blijven, werd in 2012 duidelijk toen het
        Heerlense winkelcentrum ’t Loon, in de jaren ’70 gebouwd boven
        een oude mijngang, dreigde in te storten door verzakking. De raad
        was daarom extra alert op het belang van deze archiefonderdelen.
        Een blik op de relevante wet- en regelgeving leerde de raad dat de
        provincie op het gebied van mijnbouw optreedt als vergunning-
        verstrekker. In het kader van de vergunningverlening wordt allerlei
        informatie aan GS verstrekt. Alle in de provinciale lijst beschreven
        informatie op het gebied van mijnbouw vloeit in essentie voort uit
        de bevoegdheid van de provincie als vergunningverlener. De raad
        concludeerde dat de rol van de provincie in deze risicovolle materie
        zeer bepalend is en dat alle bijbehorende dossiers, in afwijking
        van wat de ontwerplijst voorstelde, voor bewaring in aanmerking
        komen. [11]
        Dit voorbeeld laat zien dat het ontbreken van context en van een
        werkelijke procesmatige benadering leidt tot ondoorzichtige en in
        dit geval zelfs verkeerde waarderingen, met alle gevolgen en
        risico’s van dien.
Zonder adequaat inzicht in en een overzicht over de inhoudelijke en insti-
                                                                                    11
tutionele context is het noch voor de opstellers, noch voor de raad mogelijk     Advies ‘Ontwerp-
om de validiteit van voorgestelde waarderingen goed te beoordelen. De            selectielijst van de
raad constateert ook dat de consistentie van waarderingen door verschil-         provinciale organen     22
lende organen lijdt onder de verbrokkeling van de selectielijsten. De grote      en de Commissaris
                                                                                 van de Koningin
hoeveelheid kleine, organisatiegebonden lijsten geeft bovendien onnodig          als rijksorgaan’,
veel druk op de procedure, zowel bij de zorgdragers zelf als bij het             26 november 2012,
Nationaal Archief.                                                               kenmerk 2012.06611/2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>3.   Inhoudelijke aandachtspunten
     De opstellers van selectielijsten geven er blijk van (te) weinig oog te
     hebben voor de waarde van de informatie die voortkomt uit uit-
     voerende processen. Vooral beleidsdossiers worden voor blijvende
     bewaring aangewezen. Aan de informatie die licht kan werpen op de
     manier waarop het beleid in de uitvoeringspraktijk gestalte krijgt,
     wordt minder waarde gehecht. Toch kan informatie over bijvoorbeeld
     het verstrekken van vergunningen en uitkeringen of over de aanleg
     van wegen en de bouw van infrastructurele werken om uiteenlopende
     redenen langdurig of zelfs blijvend van waarde zijn, zoals het hierboven
                                                                                                        Bijlagen
     beschreven voorbeeld van de mijnbouwvergunningen door GS al
     aantoonde.
         Zeker nu uitvoerende taken door de overheid steeds vaker op
     afstand worden gezet of in publiek-private samenwerkingen worden
     ondergebracht, neemt het risico op het onoordeelkundig en/of
     onterecht vernietigen van waardevolle uitvoeringsinformatie toe.
     Overheidsgeheugen af hankelijk van private partij
     Een voorbeeld
         De bouw van de Noord/Zuidlijn wordt uitgevoerd door een
         publiek-privaat samenwerkingsverband waarin de gemeente
         Amsterdam als publieke partner participeert.
         De Amsterdamse raadsenquête naar de problemen met de
         Noord/Zuidlijn toonde onder meer aan dat het kleine ambtelijke
         projectbureau van de gemeente voor zijn informatie vrijwel geheel
         afhankelijk was van de private partner: “De enquêtecommissie
                                                                                                        Nadere uitwerking en voorbeelden
         Noord/Zuidlijn heeft als gevolg van de trage informatievoorziening
         en haar bezoeken aan het Projectbureau Noord/Zuidlijn moeten
         constateren dat het Projectbureau Noord/Zuidlijn voor de ge-
         vraagde informatietoelevering sterk leunt op het dossier van het
         Adviesbureau Noord/Zuidlijn en op de min of meer toevallige
         persoonlijke kennis en persoonlijke dossiers van medewerkers /
         betrokkenen. De algemene archieven zijn weinig toegankelijk en
         bleken onvoldoende aanwezig. De enquêtecommissie Noord/
         Zuidlijn heeft daarom moeten constateren dat de gemeente niet
         of onvoldoende beschikt over een eigen systematische verzameling,
         rubricering en ontsluiting van de managementinformatie aan-
         gaande de Noord/Zuidlijn die nodig is voor het management en
         de aansturing van de Noord/Zuidlijn.” [12]
De raad heeft de indruk dat er steeds meer informatie over en vanuit
uitvoerende processen vernietigd wordt op basis van de recente lijsten. In
toenemende mate komt het voor dat waarderingen gesplitst worden: van
bepaalde handelingen of processen wordt aangegeven dat het eindresultaat
(eindrapport, finale beslissing, goedgekeurde versie) bewaard moet blijven
maar dat de informatie over de voorbereiding vernietigd kan worden. Dat
betekent verlies van het zicht op het proces als geheel, op de gevoerde
discussies, op de ontwikkeling van het denken over een bepaald dossier en
over verschillen van inzicht/mening tussen betrokken partijen. Daarmee
gaat veel verloren, zowel vanuit de optiek van bewijsvoering en verantwoor-
ding als vanuit de optiek van (historisch) onderzoek. Methodisch staat                                  23
dit bovendien haaks op de keuze voor macroselectie en op gespannen voet       12
                                                                            Rapport van de
met de trend richting een meer procesgerichte inrichting van selectie-      enquête Noord/
instrumenten.                                                               Zuidlijn, Amsterdam
                                                                                2010, pagina 43 – 44.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Het gebrek aan inzicht in de inhoudelijke en institutionele context van
overheidshandelen levert, zoals het voorbeeld over de mijnbouwvergun-
ningen pijnlijk duidelijk illustreert, waarderingen op die funest kunnen zijn
voor verantwoording en bewijsvoering in belangrijke kwesties; niet alleen
in historisch perspectief, maar ook vanuit het oogpunt van aansprakelijk-
heden en verantwoordelijkheden.
                                                                                Bijlagen
                                                                                Nadere uitwerking en voorbeelden
                                                                                24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>5.2   Het belang van zorgvuldige
      waardering en selectie in acht
      voorbeelden
                                       Bijlagen
                                       26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>1.   Inlichtingen- en veiligheidsdiensten
     De archieven van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn al jaren
     onderwerp van fel, maatschappelijk en politiek debat. Personen en
     organisaties die weten of vermoeden dat zij onderwerp van onderzoek
     van de diensten zijn geweest, hechten zeer aan de mogelijkheid tot
     inzage in hun dossiers. De diensten zelf is er veel aan gelegen hun werk-
     wijze en taakuitvoering geheim te houden en dringen daarom aan op
     vernietiging van dossiers; niet alleen over de onderzochte personen en
     instellingen, maar ook over de informanten van de diensten.
         Toen begin jaren ‘90 berichten naar buiten kwamen over illegale
                                                                                 Bijlagen
     vernietigingen bij de diensten, drongen parlementariërs, belangheb-
     bende burgers en de Raad voor Cultuurbeheer aan op het snel vaststel-
     len van een selectielijst. Verschillende keren werden ontwerplijsten
     in procedure gebracht, maar de geschillen over het bewaren ofwel ver-
     nietigen van de persoonsdossiers bleven. Tot op de dag van vandaag
     beschikt de AIVD daarom niet over een vastgestelde selectielijst.
     Gevolg daarvan is, dat er geen archieven van de AIVD en voorgangers
     worden overgebracht naar het Nationaal Archief en dat er dus geen
     archieven van de diensten openbaar worden. Dat is vanuit het oogpunt
     van democratische controle onwenselijk.
         De casus van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten illustreert
         dat de machtsverhouding tussen overheid en burgers soms ongelijk
         is en dat een zorgvuldige waardering en selectie van overheids-
         archieven van groot belang is om burgers in hun recht te zetten en
         hun vertrouwen in de rechtsstaat te doen behouden.
                                                                                 Acht voorbeelden
2.   Rechterlijke macht
     Elke rechtszaak is weliswaar uniek, maar de meeste zijn in hoge mate
     routinematig. Slechts enkele rechtszaken leiden tot belangrijke juris-
     prudentie. Uit de aard van de zaak bevatten de dossiers van de rechter-
     lijke macht informatie die vertrouwelijk en/of privacygevoelig is. De
     zaakdossiers vormen het leeuwendeel van de gerechtelijke archieven en
     zijn onmisbaar om inzicht te verkrijgen in het functioneren van de
     rechterlijke macht. Argumenten voor vernietiging strijden hier altijd
     met argumenten voor bewaring.
          De rechterlijke macht onderkent dit belangenconflict en heeft
     een eigen manier ontwikkeld om daarmee om te gaan. De archieven
     van enkele kantongerechten, waar de routine overheerst, zijn tot en
     met 1985 integraal bewaard als voorbeeld van het functioneren van
     dergelijke instellingen. Van de zaakdossiers van de rechtbanken en
     (sinds 1985) de kantongerechten wordt een aselecte steekproef be-
     waard. De overige zaakdossiers worden in principe vernietigd, tenzij
     deze afstammingsgegevens bevatten die niet in andere administraties
     te vinden zijn (denk aan adoptiedossiers); betrekking hebben op zaken
     waarover politieke of maatschappelijke onrust bestond; internatio-
     naal, landelijk, regionaal of lokaal ophef hebben veroorzaakt; waarbij
     belangrijke personen of instellingen betrokken waren of belangrijke
     jurisprudentie hebben opgeleverd. Over toepassing van deze uitzonde-
     ringsgronden wordt geregeld overlegd in een begeleidingscommissie
     van vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en externe deskun-
     digen.                                                                      27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>         De casus Rechterlijke Macht laat zien dat zorgvuldige waarde-
         ring en selectie niet altijd gebaat zijn bij een gestandaardiseerde
         methode. Een combinatie van bewaarstrategieën, afgestemd op de
         aard van het archief, de archiefvormer en op het maatschappelijk
         belang ervan, kan nodig zijn om recht te doen aan de waarde van
         een archief.
3.   Gevangeniswezen en TBS
     De manier waarop een samenleving omgaat met delinquenten zegt
     veel over haar cultuur, ethiek en democratisch gehalte. Het belang van
                                                                                  Bijlagen
     overheidsarchieven op dit gebied is groot. De overheid heeft immers
     het monopolie op de strafrechttoepassing. Vanuit maatschappelijk
     oogpunt is met name TBS een uiterst gevoelig terrein. De verantwoor-
     dingsplicht van de overheid op dit gebied weegt dan ook zwaar.
         De ontwerpselectielijst op dit gebied die de toenmalige minister
     van Justitie in 2006 aan de raad voorlegde, voorzag niet in bewaring van
     informatie over de uitvoeringspraktijk in de gevangenissen en TBS-
     instellingen. Vooral de privacy van de betrokkenen lag aan die waar-
     dering ten grondslag. De raad pleitte tevergeefs voor het bewaren van
     een geanonimiseerde steekproef van penitentiaire persoonsdossiers
     en TBS-dossiers om onderzoekers en latere generaties in staat te stellen
     zich een beeld te vormen van de gang van zaken in gevangenissen en
     TBS-instellingen.
         Met het oog op de maatschappelijke verantwoording over de om-
     gang met tot TBS veroordeelden en het belang van hernieuwde behan-
     deling bij recidive van TBS’ers, pleitte de raad voor verlenging van de
     bewaartermijn van deze dossiers tot 100 jaar na geboorte. Dat heeft
                                                                                  Acht voorbeelden
     ertoe geleid dat de vastgestelde lijst buiten toepassing is verklaard voor
     de dossiers van individuele TBS’ers. Deze dossiers worden daardoor
     vooralsnog bewaard.
         De casus Gevangeniswezen en TBS geeft goed de spanning weer
         tussen het (privacy)belang van de betrokkenen en het bredere
         maatschappelijke belang. Het bewaren van een (geanonimiseerde)
         steekproef van persoonsdossiers is in zulke gevallen vaak een
         goede oplossing.
4.   Militaire operaties
     In 2002 verscheen het NIOD-rapport over Srebrenica, ongeveer
     tegelijk met de ontwerpselectielijst Militaire operaties. Het NIOD-
     rapport sloeg alarm over de gebrekkige kwaliteit en betrouwbaarheid
     van de archieven van het ministerie van Defensie en de krijgsmacht.
     Er werd zelfs gesproken van een ‘doofpotcultuur’. Het was daarom meer
     dan ooit zaak om de ontwerpselectielijst op dit beleidsterrein kritisch
     te bekijken.
         De lijst gaf blijk van een gebrek aan inzicht in het maatschappelijk
     belang van de archieven in kwestie. Zo werd voorgesteld om alle
     informatie die voortvloeide uit het debriefen van eenheden tijdens en
     na de uitvoering van internationale vredeshandhavende operaties
     na tien jaar te vernietigen. De opstellers van de lijst realiseerden zich
     niet dat de operatie Unprofor in Srebrenica een vredeshandhavende
     operatie was.                                                                28
         De raad stelde dat de waardering van informatie niet alleen
     gestoeld moet zijn op het formele karakter van een proces, procedure
     of operatie, maar altijd mede gebaseerd zou moeten zijn op de beschik-
     bare feiten daarover.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>     De raad stelde bovendien dat een termijn van tien jaar in alle denk-
     bare internationale operaties sowieso te kort is, omdat de psychische
     impact van traumatische ervaringen zich vaak pas na verloop van
     jaren manifesteert.
         Naar aanleiding van het advies over deze lijst startte Defensie
     met een grootscheeps ‘Deltaplan’ ter verbetering van de kwaliteit van
     de informatiehuishouding van het departement en de krijgsmacht.
         De casus Militaire Operaties laat zien hoe belangrijk het is dat
         abstracte categorieën van te bewaren of te vernietigen informatie
                                                                                Bijlagen
         steeds worden vertaald naar feitelijke en/of mogelijke concrete
         gebeurtenissen of voorvallen, omdat vaak pas aan de hand daarvan
         het belang van de informatie goed kan worden ingeschat.
5.   Landinrichting
     Het landinrichtingsbeleid heeft het aanzien van Nederland in belang-
     rijke mate bepaald. Bovendien hadden ruil- en herverkavelingen grote
     impact op de levens van boerengezinnen en plattelandsgemeenschap-
     pen. Achter het landinrichtingsbeleid ging een filosofie schuil van
     rationalisatie van bedrijfsvoering en huishouding, die zowel tot produc-
     tiviteitsverhoging van de landbouw als tot welvaartsverbetering voor
     de boeren moest leiden. Niet alleen het landschap werd langs de meet-
     lat gelegd, maar ook de toekomstige bewoners.
          Deze op het eerste oog wat dorre technische archieven van het
     ministerie van Landbouw bevatten dan ook niet alleen een schat aan
     informatie over de geschiedenis van het Nederlandse landschap, maar
     ook over de heersende opvattingen over normen en waarden, sociale
                                                                                Acht voorbeelden
     verbanden en sociaal-economisch beleid.
          In de ontwerpselectielijst uit 2004 werd dat onvoldoende onder-
     kend. Voorlichtingsmateriaal, gericht op de pioniers die de nieuwe
     polders moesten gaan bevolken, werd voorgedragen voor vernietiging.
     Hetzelfde gold voor de dossiers van inspraakprocedures over ruilver-
     kavelingsprojecten die soms enorm veel stof deden opwaaien.
         De casus Landinrichting maakt duidelijk hoe ver abstracte
         beleidsbeslissingen kunnen ingrijpen in de levens en gewoonten
         van gemeenschappen en individuen en dat belangrijke historische
         bronnen zich soms in onvermoede hoeken bevinden.
6.   Personeelsdossiers overheid
     Het ambtelijk apparaat is volgens sommigen de vijfde macht. Feit is,
     dat (top)ambtenaren meestal langer bij een overheidsorgaan werkzaam
     zijn dan bestuurders en dat hun invloed op het beleid, de organisatie
     en de interactie tussen overheid en samenleving aanzienlijk kan zijn.
     Ook zijn er ambtenaren die om andere redenen belangrijk zijn voor de
     Nederlandse geschiedenis. De schrijver F. Springer bijvoorbeeld,
     die zijn leven lang voor Buitenlandse Zaken werkte als diplomaat, of
     beeldend kunstenaar Jan Schoonhoven, die doordeweeks een onop-
     vallend bestaan leidde bij het Staatsbedrijf der PTT. Het is dan ook al
     sinds lange tijd gebruikelijk om een gerichte selectie te maken van te
     bewaren dossiers van ambtenaren die vanwege hun invloedrijke positie
     of andere bijzondere verrichtingen belangrijk zijn.                        29
          De afgelopen decennia is diverse keren getracht om deze gewoonte
     te doorbreken en alle personeelsdossiers te vernietigen. Toen dat ook
     in 2006 dreigde te gebeuren, kwamen meer dan honderd historici hier-
     tegen met succes in het geweer.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>     Zorgvuldige omgang met personeelsdossiers dient niet alleen het
     historisch belang. Mensen die tijdens hun werk bijvoorbeeld met asbest
     of radioactiviteit in aanraking zijn geweest, hebben er groot belang bij
     dat die gegevens lang genoeg bewaard blijven om eventuele schade-
     claims te kunnen staven.
         De casus Personeelsdossiers is een voorbeeld van een beleids-
         terrein waarop informatie over de uitvoering van beleid minstens
         zo belangrijk is als de informatie over het beleid zelf, waarover
         meestal meer wordt bewaard.
                                                                                 Bijlagen
7.   Toelating van vreemdelingen
     De wetenschap van wie je afstamt, waar je geboren bent en wat jou en
     je ouders op die plek heeft gebracht, verschaft een mens een belangrijk
     deel van zijn identiteit. Dat principe was dan ook de inzet van een
     jarenlange discussie over de selectielijst over de toelating van vreemde-
     lingen, die voornamelijk betrekking had op de immense hoeveelheid
     persoonsdossiers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In
     het eerste ontwerp van deze lijst werd uitgegaan van een rigoureuze
     vernietiging van deze dossiers.
         Mede door tussenkomst van migrantenorganisaties, historici en de
     Raad voor Cultuurbeheer is de lijst uiteindelijk zodanig bijgesteld dat
     de dossiers van alle personen die zich blijvend in Nederland vestigen
     bewaard blijven.
         De casus Toelating van vreemdelingen maakt zichtbaar dat
         achter elk IND-dossier een mens schuil gaat en dat de zorgvuldige
                                                                                 Acht voorbeelden
         omgang met hun gegevens een mensenrechtenkwestie is.
8.   Energiedelfstoffen
     De maatschappelijke impact van delfstoffenwinning is groot.
     De Staatsmijnen maakten Limburg welvarend; de sluiting was een
     sociaal-economisch drama. De gevolgen van de ongezonde arbeids-
     omstandigheden in de kolenwinning ijlden nog tientallen jaren na in
     de gezinnen van de (ex)mijnwerkers. De gaswinning in Groningen
     heeft Nederland rijk gemaakt, maar veroorzaakt ook bodemdaling en
     aardbevingen die in hevigheid toenemen. Al deze zaken komen aan
     de orde in de selectielijst ‘Energiedelfstoffen’ uit 2005.
          De raad was buitengewoon kritisch over deze lijst, ook ten aanzien
     van de omgang met informatie over de hierboven genoemde gevolgen
     van delfstoffenwinning. De afhandeling van klachten over gezondheids-
     problemen door het Staatstoezicht van de Mijnen werd veel sneller ver-
     nietigd dan in dergelijke arbokwesties met een hoog risico gebruikelijk
     is. Kaarten en plannen van installaties, mijn- en boorwerken werden
     voor vernietiging voorgedragen in de ongefundeerde veronderstelling
     dat ze ergens anders werden bewaard. En de meetgegevens van aard-
     bevingen en bodemdalingen mochten al na tien jaar weg.
          Op al deze en vele andere punten bepleitte de raad bijstelling van
     de lijst. Dat pleidooi was echter tevergeefs.
         Deze laatste casus, de meest actuele van allemaal, laat zien dat
         waardering en selectie alles te maken heeft met risicoanalyse en        30
         risicomanagement. Het niet onderkennen van de risico’s van
         slecht informatiebeheer op dit terrein, kan grote gevolgen hebben
         voor burgers en overheid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>5.3   Samenstelling
      commissie Archieven
                            Bijlagen
                            32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Daan Hertogs           Marianne Loef
voorzitter             commissielid
tot 12 februari 2013   Roxana Chandali
                       commissielid
                       Wil van der Schans
                       commissielid
                       Alexander van Kessel
                       commissielid
                       Frans Willem Lantink
                       commissielid
                                              Bijlagen
                       Caspar Laffrée
                       secretariaat
                       Margreet Windhorst
                       secretariaat
                                              Samenstelling commissie Archieven
                                              33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Selectie: een kwestie
van waardering
Verzameladvies 3
2009 — 2012

Dit advies is een uitgave van
de Raad voor Cultuur

Ontwerp
Daphne Heemskerk

Lettertype
Akzidenz-Grotesk Next
Plantin

Papier
Munken Lynx (240 g/m?)
Munken Lynx (100 g/m?)

Druk
Romer by

RJ. Schimmelpennincklaan 3
Postbus 61243

2506 AE Den Haag

telefoon 070 — 3106686

fax 070 — 3614727
cultuur@cultuur.nl
www.cultuur.nl

Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de
Raad voor Cultuur en deze publicatie
als bronnen worden vermeld.

Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.

Den Haag, 25 april 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>