<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                        R.J. Schimmelpennincklaan 3
                                                                                        2517 JN Den Haag
                                                                                        Postbus 61243
                                                                                        2506 AE Den Haag
                                                                                        t 070 3106686 f 070 3614727
                                                                                        info@cultuur.nl
                                                                                        www.cultuur.nl
De Minister van Buitenlandse Zaken
De heer drs F.C.G.M. Timmermans
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
16 mei 2013
Kenmerk: int-2013.06663/2
Betreft: advies culturele vertegenwoordiging in Frankrijk
 Geachte heer Timmermans,
 U heeft de Raad voor Cultuur gevraagd te adviseren over de toekomstige
 opzet van de bilaterale culturele relatie met Frankrijk. De aanleiding voor
 uw adviesverzoek is de beëindiging van de subsidie aan de Fondation
 Institut Néerlandais.1 Vanaf dat moment zullen de bilaterale culturele
 relaties worden behartigd door de culturele afdeling van de Nederlandse
 ambassade, net als in bijvoorbeeld New York of Berlijn.
 In uw adviesverzoek (zie bijlage 2) geeft u aan het op prijs te stellen als de
 raad ingaat op de vraag waar de prioriteiten in de culturele relatie met
 Frankrijk zouden moeten liggen, hoe beperkte middelen het meest effectief
 ingezet kunnen worden en op welke wijze vernieuwing en experiment een
 plek kunnen krijgen. U geeft aan dat Frankrijk een prioriteit is en blijft in de
 bilaterale culturele relaties.
 De raad gaat hieronder, na een korte uitleg over zijn werkwijze, in paragraaf
 3 in op de uitgangsituatie van de bilaterale culturele relatie met Frankrijk. In
 paragraaf 4 geeft hij aan welke uitgangspunten hij als basis voor zijn
 advisering kiest. Hij leidt daaruit zijn aanbevelingen over de invulling van de
 Nederlands-Franse culturele relatie af in paragraaf 5, 6 en 7.
 1 Ministerie van Buitenlandse Zaken en Fondation Custodia. Nieuwsbericht: nieuwe opzet culturele
 activiteiten in Frankrijk. Den Haag: 8 februari 2013.
                                                                                                   1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>In de slotparagraaf gaat de raad in op enkele bredere implicaties van dit
advies over de culturele relatie tussen Nederland en Frankrijk.
2.         Werkwijze en verantwoording
De raad heeft een commissie onder voorzitterschap van de heer Han Bakker
gevraagd om dit advies voor te bereiden. De samenstelling van de commissie
is opgenomen in bijlage 1. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het
advies ligt bij de raad zelf.
De commissie heeft bij zijn werkzaamheden met vele mensen uit het
culturele veld gesproken. Het Dutch Centre for International Cultural
Cooperation (DCICC) heeft op verzoek van de commissie een quick scan
uitgevoerd naar Nederlandse culturele activiteiten in Frankrijk.2
De raad is de commissie erkentelijk voor zijn werkzaamheden en dankt de
gesprekpartners voor hun inbreng en tijd.
3.         Uitgangssituatie
Internationaal cultuurbeleid
Op 24 april 2012 hebben de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken en
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, naar aanleiding van
Kamervragen hierover, hun visie op het internationaal cultuurbeleid in een
brief aan de Tweede Kamer uiteengezet3. Zij geven daarin aan te kiezen voor
“een scherpere focus en structurele samenwerking met lokale partners, met
de buitenlandse vraag als vertrekpunt”. In de brief worden de volgende
doelen voor het internationaal cultuurbeleid geformuleerd:
      1. “een internationaal niveau van Nederlandse topstellingen, door
           gerichte keuzes binnen de culturele basisinfrastructuur;
      2. bijdragen aan een vooraanstaande internationale marktpositie van
           Nederlandse kunstenaars en instellingen;
      3. bijdragen aan de versterking van het Nederlands economische
           beleid, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te
           benadrukken;
      4. culturele diplomatie: kunst en cultuur benutten voor buitenlandse
           betrekkingen.”
2 Dutch Centre for International Cultural Cooperation (uitgevoerd door Y. Gieles met medewerking van
R. Heijmen). Quick scan Frankrijk: een overzicht van Nederlandse culturele activiteiten op basis van
‘Buitengaats’. Amsterdam: 7 februari 2013.
3 Brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ‘Visie internationaal cultuurbeleid’, 24 april 2012, ICE-
052/2012.
                                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Het kabinet geeft verder aan dat de diplomatieke vertegenwoordigingen en
culturele instituten in het buitenland “een belangrijke rol spelen in het bij
elkaar brengen van het Nederlandse culturele aanbod en de buitenlandse
vraag. Ook leggen zij actief verbindingen met het bedrijfsleven en het
buitenlandse beleid”. De diplomatieke vertegenwoordigingen in
zogenoemde ‘focuslanden’ hebben de opdracht zich te concentreren op het
topsegment en op kansrijke sectoren.
Nederlands cultuurbeleid gericht op Frankrijk
Frankrijk is een belangrijke Europese partner voor Nederland: het is een
prominent lid van de Europese gemeenschap, een grote handelspartner en
een verbindende schakel met Zuid-Europa, Afrika en de Arabische wereld.
Kunst en cultuur spelen een prominente rol in Frankrijk. Het imago dat een
land heeft, is in Franse ogen sterk gelieerd aan de kwaliteit en uitstraling
van zijn cultuur. Samenwerking met Frankrijk, ook op politiek en
economisch terrein, is dan ook gebaat bij goede culturele betrekkingen.
Frankrijk is een land met een hoge kwaliteit en internationale uitstraling op
het gebied van kunsten, erfgoed en media. Als Nederlandse kunstenaars en
culturele instellingen zich willen verhouden tot de internationale top, dan is
de aanwezigheid op Franse podia van belang. Bovendien heeft Frankrijk in
potentie een grote afzetmarkt voor Nederlandse kunst en cultuur.
Historisch gezien bestaan er lange en intensieve culturele banden tussen
beide landen, die in 1985 in een memorabele tentoonstelling in De Nieuwe
Kerk in Amsterdam werden weergegeven. Vanaf de zeventiende eeuw
vonden Franse protestanten, de Hugenoten, een toevluchtsoord in
Nederland; de Franse filosoof René Descartes woonde lange tijd in
Nederland; Verlaine bezocht Amsterdam en inspireerde zijn Nederlandse
collega's; Franse en Nederlandse libertaire denkers vonden elkaar rond
1900 — om maar enkele aspecten te noemen van de historische banden
tussen de twee landen. Andersom woonden en wonen er nog steeds veel
Nederlandse kunstenaars in Parijs. Schilders als Karel Appel en Corneille;
Pat Andrea, die tot een paar jaar geleden de eerste Nederlander hoogleraar
was aan de Académie des Beaux Arts. Maar ook schrijvers als Adriaan van
Dis en fotografen als Ed van der Elsken en Johan van der Keuken.
Er is dus sprake van een intensieve culturele uitwisseling tussen Nederland
en Frankrijk. Uit de quick scan van het DCICC blijkt dat Frankrijk in de
afgelopen jaren onafgebroken in de top tien staat van landen met
Nederlandse culturele activiteiten, hoewel het aantal registraties in sommige
landen sneller toeneemt dan in Frankrijk.
                                                                              3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De quick scan laat ook zien dat de culturele disciplines bij deze activiteiten
zijn vertegenwoordigd in een verhouding die overeenkomst met het
algemene beeld van de Nederlandse cultuurexport naar de grotere landen.
Muziek heeft daarin het grootste aandeel, gevolgd door theater, beeldende
kunst en film. Het Nederlandse cultuurbeleid – gericht op Frankrijk – is tot
op heden uitgevoerd door de Nederlandse ambassade en de Fondation
Institut Néerlandais.
Fondation Institut Néerlandais
In Parijs zijn momenteel 46 buitenlandse culturele instituten gevestigd. Dat
zijn deels in ambassades gevestigde culturele afdelingen en deels op zichzelf
staande instellingen. De Fondation Institut Néerlandais (IN) is gevestigd
aan de Rue de Lille en geniet als een van deze buitenlandse culturele
instituten een goede reputatie. Sinds de jaren vijftig heeft het IN een
uitgebreid netwerk opgebouwd, onder andere bij grote kunstinstellingen.
Het IN is een bekende speler in Parijs bij professionals, media en specifieke
publieksgroepen.
Het gebouw aan de Rue de Lille was tot nu toe in gebruik voor presentaties
op het gebied van beeldende kunst, fotografie, mode en design; voor muziek,
literatuur en debatten. Modeontwerpers Viktor & Rolf hebben er hun eerste
schreden op het internationale podium gezet, evenals de nu in Frankrijk
populaire couturière Iris van Herpen. Ontwerpbureau Thonik werd mede na
een presentatie aan de Rue de Lille in de collectie van het Centre Pompidou
opgenomen. Tijdens de jaarlijkse manifestatie Paris Photo werd aansluiting
gezocht bij tentoonstellingen met werk van Nederlandse fotografen en het
programma Le Vent du Nord toonde er eindpresentaties van Nederlandse
kunstacademies. De locatie heeft een rol gespeeld bij de introductie van
Nederlandse schrijvers bij Franse uitgevers, wat van belang is aangezien
Nederlandse fictie in Frankrijk geen vanzelfsprekende keuze is. Sinds de
oprichting van het IN zijn aan de Rue de Lille tentoonstellingen
georganiseerd in samenwerking met de Fondation Custodia, die de
internationaal vermaarde collectie van Frits Lugt beheert, en met
Nederlandse musea. Door de samenwerking met Custodia trekt deze locatie
Franse belangstelling en speelt het in op de associatie die Nederland bij
Franse cultuurliefhebbers oproept: de grote Nederlandse schildertraditie.
4.      Uitgangpunten advies
De raad neemt de algemene doelstellingen van het internationale
cultuurbeleid als basis voor zijn advisering over de vormgeving van de
bilaterale culturele relatie tussen Nederland en Frankrijk.
                                                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Wel merkt hij op dat deze doelen niet allemaal in gelijke mate relevant en
hanteerbaar zijn voor de invulling van een internationale culturele
vertegenwoordiging. De raad is daarom tot een aantal uitgangspunten
gekomen die leidend zijn voor de aanbevelingen die in de paragrafen hierna
zijn opgenomen:
    1. Bouw aan een herkenbaar cultureel profiel bij de invulling van de
        culturele relatie in een land, maak daarbij duidelijke keuzes en sluit
        aan bij de speerpunten van het Nederlandse cultuurbeleid. Liever
        gericht investeren, dan versnipperde inspanningen die slechts weinig
        impact hebben.
    2. Werk samen met lokale partners. Bij deze partners is immers de
        kennis van nationale en lokale instituties, gebruiken en contacten
        aanwezig. Een succesvolle diplomatieke vertegenwoordiging staat of
        valt bij het netwerk dat in een land wordt opgebouwd en
        onderhouden.
    3. Maak, naast bemiddeling en presentatie, ook communicatie en
        marketing tot een primaire taak van diplomatieke culturele
        vertegenwoordigingen.
    4. Streef naar flexibiliteit bij de inrichting van de culturele
        vertegenwoordigingen zodat er bemiddeling op maat kan worden
        geleverd en kan worden ingespeeld op de lokale omstandigheden in
        een land.
Het laatstgenoemde uitgangspunt impliceert dat de raad bij zijn
aanbevelingen rekening houdt met de Franse context van het internationale
cultuurbeleid. Hij vindt de volgende aspecten daarbij van belang:
    1. Parijs is het centrum van het Franse culturele leven en een mondiaal
        centrum van kunst en cultuur. Succes in Parijs kan de weg plaveien
        voor succes elders in het land (en soms ook ver daarbuiten).
    2. Frankrijk heeft een levendige festivalcultuur. Naast Parijs profileren
        ook andere steden zich met een festival of manifestatie rondom een
        discipline en kunnen daarmee belangrijke platforms zijn voor de
        presentatie van Nederlandse kunstenaars.
    3. In Frankrijk is het intellectuele debat van groot belang. Kunstenaars,
        politici, beleidsmakers — in Frankrijk tel je mee als je deelneemt aan
        het publieke debat.
5. Waarop moet de culturele relatie met Frankrijk zich richten?
Hoewel de raad vindt dat er ruimte moet zijn om in te spelen op actuele
thema’s, adviseert hij de culturele relatie met Frankrijk voor de lange
termijn te richten op een beperkt aantal onderwerpen en grote projecten.
                                                                               5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Zo wordt versnippering van capaciteit en middelen voorkomen. Om de
prioriteiten voor Frankrijk te bepalen, dringt de raad erop aan dat er op
korte termijn een nadere inventarisatie (‘mapping’) wordt gemaakt van het
Franse culturele veld. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het werk dat
eerder is verricht door de ambassade, het Theater Instituut Nederland en
het Muziekcentrum Nederland. Deze inventarisatie moet in kaart brengen
op welke terreinen de beste kansen liggen voor samenwerking en
presentaties — tegen de achtergrond van de doelen van het internationale
cultuurbeleid.
De raad adviseert om deze inventarisatie te laten uitvoeren door de culturele
afdeling van de ambassade in samenwerking met partners: de fondsen, het
Dutch Centre for International Cooperation, ondersteunende instellingen
als het Bureau Promotie Podiumkunsten en hun Franse partners zoals het
Institut Français in Amsterdam en Parijs. Betrek het Franse netwerk bij deze
inventarisatie en vraag ook kunstenaars zelf om input. De raad beveelt aan
om op dit punt de samenwerking met Vlaanderen aan te gaan en wederzijds
gebruik te maken van elkaars netwerken en kanalen. Vlaanderen is sterk
vertegenwoordigd in Frankrijk op het gebied van de podiumkunsten, de
beeldende kunst en op een aantal grote festivals.
Vooruitlopend op de uitkomsten van deze inventarisatie geeft de raad alvast
enkele aanbevelingen mee:
     Naast de meer traditionele culturele elite komt ook in Frankrijk een
        jongere generatie cultuurliefhebbers op die extern gericht en bereisd
        is, haar talen spreekt, actief meedoet in sociale media en open staat
        voor andere culturen. Verschillende podia in Frankrijk spelen op dit
        publiek in, zoals bijvoorbeeld het nieuwe en innovatieve
        kunstcentrum ‘Centquatre’ in het noordoosten van Parijs. Het is dit
        publiek dat aangesproken kan worden door de hedendaagse kunst en
        cultuur, met name waar het over meer multidisciplinaire uitingen
        gaat die momenteel in Nederland gemaakt worden. De raad stelt dan
        ook voor om meer aandacht en middelen te richten op vernieuwende
        kunstenaars en talenten – en niet alleen op reeds gevestigde
        topinstellingen.
     Gezien het belang van publieke debatten in Frankrijk adviseert de
        raad Nederlandse culturele en wetenschappelijke denkers, meer dan
        nu het geval is, naar voren te schuiven en daarmee relevante media-
        aandacht te genereren. In de ogen van Franse intellectuelen is
        Nederland een gidsland en laboratorium op tal van gebieden, zoals
        de wetgeving over het homohuwelijk, de regelgeving voor vrijwillige
        levensbeëindiging, het gedoogbeleid met betrekking tot verkoop en
        gebruik van soft drugs, maar ook op het gebied van culturele
                                                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>       disciplines (met name design en architectuur). De Erasmusdebatten
       in het Maison Descartes in Amsterdam tussen Nederlandse en
       Franse vertegenwoordigers zijn hiervan een succesvol voorbeeld.
      Op het gebied van de creatieve industrie is inmiddels een stevige
       infrastructuur tussen beide landen ontstaan. Intensivering van de
       samenwerking op dit terrein tussen de afdelingen Economie en
       Cultuur van de ambassade verdient aanbeveling. Zo zou er
       bijvoorbeeld een gezamenlijk werkprogramma voor de komende
       jaren kunnen worden opgesteld.
      Frankrijk heeft festivals met een grote internationale betekenis.
       Denk aan het Festival d’Automne, het theaterfestival in Avignon, het
       filmfestival in Cannes, het Festival de la Musique Sacrée, het
       internationale festival van de korte film te Clermond-Ferrand of Jazz
       à Vienne – maar ook aan de kleinere festivals zoals dans in
       Montpellier, fotografie in Arles, Perpignan en Hière, literatuur in
       Lyon en Cognac, documentaire La Rochelle, het theaterfestival van
       Rennes of het operafestival in Aix-en-Provence. Het zijn podia voor
       experiment en broedplaatsen voor jong talent. De raad adviseert de
       deelname van Nederlandse kunstenaars en culturele instellingen aan
       dergelijke festivals sterk te stimuleren, uiteraard in samenwerking
       met Franse organisaties. Waar het gaat om culturele activiteiten
       rond de Nederlandse taal (literatuur, toneel) adviseert de raad
       samen te werken met Vlaanderen.
6.     Hoe kan de culturele vertegenwoordiging in Frankrijk het
       beste worden vormgegeven?
De culturele afdeling van de ambassade speelt een sleutelrol in de
vormgeving van de culturele relatie met Frankrijk. Deze afdeling heeft als
opdracht om via haar activiteiten bij te dragen aan de doelstellingen van het
internationaal cultuurbeleid. De raad adviseert om daaraan de volgende
taken te verbinden:
     Actieve bemiddeling tussen Nederlandse en Franse partijen in het
       culturele veld in Parijs en in de regio’s;
     financiële en logistieke steun bij de realisatie van Nederlandse
       bijdragen aan culturele manifestaties in Frankrijk;
     actieve bemiddeling bij deelname aan festivals, debatten en beurzen
       op het gebied van de kunsten, het erfgoed en de media;
     communicatie over en marketing van Nederlandse kunstenaars en
       culturele instellingen in Frankrijk.
                                                                            7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De raad adviseert, in lijn met zijn eerdere advies over internationaal
cultuurbeleid aan de Tweede Kamer4, om de middelen voor de culturele
vertegenwoordiging in Frankrijk zoveel mogelijk flexibel aan te wenden. Dus
geen omvangrijke vaste staf, maar wel voldoende slagkracht. Kennis en
onderhoud van plaatselijke netwerken zijn onontbeerlijk, evenals
aanwezigheid op internet en in de sociale media. Dit kan door een kleine,
hoogwaardige vaste staf worden uitgevoerd die bestaat uit uitgezonden
medewerkers en lokale krachten die de continuïteit van de netwerken
waarborgen. Ook een communicatiespecialist voor pers, public relations en
sociale media is nodig. De inhoudelijke programmering kan flexibel worden
ingevuld door met intendanten of experts te gaan werken, waarbij
samenwerking met de cultuurfondsen voor de hand ligt. Zij zullen zich
tijdelijk verbinden aan de afdeling en binnen een vastgesteld jaarplan
werken aan actuele thema’s, manifestaties of festivals.
Het IN moet zorgvuldig worden afgebouwd, zodat netwerk en expertise
behouden blijven voor de culturele afdeling van de ambassade. Het
voortzetten en verder ontwikkelen van netwerken op hoog niveau, na het
wegvallen van het IN, vraagt veel kwaliteiten van de leiding van de culturele
afdeling: een persoon met autonomie en visie die voldoende bewegings- en
handelingsvrijheid moet krijgen om te opereren.
De raad adviseert om, naast het huidige budget van de ambassade en het
programmeringsgeld van het IN van gemiddeld ruim € 400.000,- per jaar,
een budget beschikbaar te stellen voor het inhuren van intendanten en
experts van rond de €200.000,-. Ook zijn er gelden nodig voor hun
activiteiten. Door de subsidie aan het IN stop te zetten, komt er 2 miljoen
euro beschikbaar. De raad adviseert dit bedrag aan te wenden voor het
internationaal cultuurbeleid, inclusief Frankrijk.
7.        Waar in Frankrijk?
Het ministerie van Buitenlandse Zaken is van plan de locatie aan de Rue de
Lille in Parijs te gebruiken als vestigingsplaats voor de culturele afdeling van
de ambassade. Deze locatie wordt met Nederland geïdentificeerd en geniet,
bij sommige doelgroepen, een goede reputatie. Dat maakt hem geschikt als
ontmoetingsplek voor professionals uit de culturele wereld en de media.
Maar de activiteiten in Parijs moeten zich zeker niet beperken tot de zalen in
het pand aan de Rue de Lille.
4 Raad voor Cultuur. Advies Internationaal Cultuurbeleid. Den Haag: 2010.
                                                                               8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De raad adviseert dat de culturele afdeling zich vooral inspant om
kunstenaars en culturele instellingen toegang te verlenen tot Franse podia
die ertoe doen in de verschillende disciplines. Zeker als het gaat om
debatten en presentaties van aanstormend talent, waaraan de raad veel
waarde hecht, lenen andere podia en culturele ontmoetingsplaatsen zich
daarvoor uitstekend en bieden betere mogelijkheden om nieuwe
doelgroepen te bereiken.
Om het gebruik van de locatie aan de Rue de Lille in deze nieuwe situatie
goed op waarde te schatten, stelt de raad voor om na twee jaar een evaluatie
te laten uitvoeren.
Overigens is de Nederlandse residentie in Parijs één van de mooist denkbare
decors voor de uitvoering van culturele diplomatie. Onlangs nog is de locatie
gebruikt in de film Les intouchables en onder ogen gekomen bij een groot
publiek. De raad benadrukt het belang van de residentie en de kansen die zij
biedt voor ontvangsten in beslotenheid en ontmoetingen van bedrijfsleven,
overheden en maatschappelijke organisaties. Daar kunnen, zoals nu ook
gebeurd, Nederlandse kunstenaars bij betrokken worden.
In de quick scan van het DCICC wordt vastgesteld dat Parijs in de afgelopen
jaren de voornaamste plaats is van veel culturele activiteiten vanuit
Nederland. Slechts een klein deel ervan vindt plaats buiten de hoofdstad.
Succes van Nederlandse kunstenaars is echter in een sterk concurrerende
omgeving als Parijs niet vanzelfsprekend. Introductie en ondersteuning bij
het opbouwen van een reputatie kunnen ook buiten de hoofdstad tot succes
leiden. De raad wijst de minister in het bijzonder op steden als Lyon,
Marseille, Nantes of Lille. Deze laatste stad heeft zich ontwikkeld tot een
belangrijk cultuurcentrum in het noorden van het land.5 De ligging van de
stad halverwege Nederland en Parijs biedt mogelijkheden voor
uitwisselingsprogramma’s tussen beide landen en met Vlaanderen.
8.         Slotopmerkingen
Dit advies behandelt in kort bestek de toekomstige culturele
vertegenwoordiging in Frankrijk. De raad constateert dat het internationaal
cultuurbeleid in algemene zin onder druk staat. In de praktijk is het een
optelling van wat er op de posten gebeurt; een gemengd bedrijf waarin een
ieder probeert er iets van te maken. De menskracht, financiële middelen,
expertise en daarmee aandacht voor het internationale cultuurbeleid op de
5 Opmerkelijk is dat Nederlandse architecten een bepalende rol hebben gespeeld bij de stadsontwikkeling
van Lille.
                                                                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>betrokken departementen zijn de afgelopen jaren verminderd.
Verschillende instrumenten ter ondersteuning ervan, zoals het
Theaterinstituut Nederland en het Muziekcentrum Nederland (OCW), zijn
door bezuinigingen weggevallen. Nieuwe initiatieven hebben die lacune nog
niet gedicht.
De raad moedigt het kabinet aan zich te bezinnen op de vraag hoe
Nederland in cultureel opzicht te positioneren in de wereld en met welke
middelen hij dat het beste kan doen. Kwaliteit vindt vaak zijn eigen weg naar
internationale beurzen, manifestaties en festivals – maar de bemiddeling en
stimulering via fondsen en culturele vertegenwoordigingen geven net dat
extra zetje. Voor nieuw talent is die steun echt onontbeerlijk.
Ook vanuit diplomatiek en maatschappelijk perspectief is er reden om
(opnieuw) naar die positionering te kijken. Het imago van een land wordt
naast ‘harde’ economische en geopolitieke factoren ook bepaald door soft
powers, waaronder de kunst en cultuur van een land en de wijze waarop
deze over het voetlicht wordt gebracht. Nation branding is een strategie die
zowel door gevestigde als opkomende economieën wordt ingezet. Een goede
presentatie van zijn kunst en culturele instellingen is essentieel voor de
positie van Nederland als gesprekspartner, handelspartner en als
aantrekkelijk land om in te wonen en te werken. De titel van het boek van
Richard Arndt over de Amerikaanse culturele diplomatie vat die rol zo
treffend samen: ‘Culture is the first resort of kings’.6
De raad zal zich blijven buigen over de vraag wat precies de betekenis van
kunst en cultuur is voor de internationale positie van Nederland en hoe de
overheid en culturele instellingen deze positie kunnen versterken. Dit
vraagstuk gaat verder dan de reikwijdte van dit advies. De raad zal er
daarom in een later advies op terugkomen.
Vriendelijke groeten,
Joop Daalmeijer                                                          Jeroen Bartelse
Voorzitter                                                               Algemeen secretaris
6 Richard T. Arndt, The first resort of kings: American cultural policy in the twentieth century.
Washington DC: Potomac Books, 2005. De titel verwijst naar Ultima ratio regum, door Lodewijk XIV in
zijn kanonnen gegraveerd: oorlog als the last argument/resort of kings.
                                                                                                  10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bijlage 1:    Samenstelling commissie culturele
              vertegenwoordiging in Frankrijk
Han Bakker (voorzitter)
Jeroen Bartelse (vanuit secretariaat Raad voor Cultuur)
Inez Boogaarts
Dorian van der Brempt
Margot Dijkgraaf
Yolanda Ezendam (vanuit secretariaat Raad voor Cultuur)
                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>