<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies bij tweede
evaluatie van de wet
                       2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>     Inhoud
     Samenvatting                          2
1.   De Wet op de vaste boekenprijs
                                               Inhoud
     en de uitgangspunten
     van de Raad voor Cultuur              5
2.   De wet en de evaluatieverplichting    8
3.   Juridisch kader                      11
4    De boekensector: transities          15
5.   De evaluatieverplichting             23
6.   Perspectieven op liquidatie
     en continuering van de wet           28
7.   Advies                               32
     Colofon                              35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>     Samenvatting
Een krachtig overheidsbeleid, dat de Nederlands- en Friestalige
boekencultuur ondersteunt en verankert in onze democratie,
samenleving, onderwijssysteem en kenniseconomie, vindt de Raad
                                                                         Samenvatting
voor Cultuur van principieel belang. Tegelijkertijd geldt dat dit
overheidsbeleid in de pas moet lopen met (snel) veranderende
maatschappelijke, economische, juridische en media-technologi-
sche ontwikkelingen. Tegen deze achtergrond heeft de raad een
advies geformuleerd in het kader van de tweede evaluatie van de
Wet op de vaste boekenprijs 2014.
   Deze wet verplicht tot een vaste prijsstelling bij de verhan-
deling van fysieke (gedrukte) Nederlands- en Friestalige boeken
en moet periodiek op effectiviteit worden getoetst. De wet, die
de boekensector op grond van cultuurpolitieke overwegingen
dus een bijzondere economische status verleent, vormt een van
de instrumenten waarmee de overheid de culturele dynamiek
in Nederland beoogt te waarborgen.
In dit advies heeft de raad getracht alle relevante perspectieven
op de wet te adresseren en in samenhang te wegen. Dat heeft de
raad gedaan vanuit de overtuiging dat een brede beschikbaarheid
en verscheidenheid van boeken, in fysieke of in digitale vorm,
essentiële culturele en maatschappelijke waarden zijn. Het inte-
grale advies van de raad vindt men in hoofdstuk 7.
Samengevat adviseert de raad het volgende:
1.   De overheid zal, vanwege het cultureel en maatschappelijk
     belang, onverminderd een effectief beleid moeten voeren om
     de brede beschikbaarheid en verscheidenheid van boeken
     te waarborgen.
2.   De Wet op de vaste boekenprijs wordt voorlopig voor de duur
     van vier jaar gecontinueerd. In de huidige economische om-
     standigheden waarin de boeksector zich bevindt is afschaffing
     op korte termijn niet verantwoord. Aan dit voorstel voor
     tijdelijke continuering is wel een aantal voorwaarden verbonden:
                                                                         2
     a.   De relaties tussen de overheid en de boekensector moeten
          langs andere lijnen moeten worden opgetuigd. ‘Wie bij
          wet een bijzondere economische status geniet’, zal culturele
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>          (innovatie)ambities moeten afstemmen en inzage moeten
          geven in relevante cijfers wanneer dat voor de evaluatie
          van het instrument noodzakelijk wordt geacht. Dat is naar
          het oordeel van de raad tot op heden te weinig gebeurd.
     b.   Sinds de inwerkingtreding in 2005 is geprobeerd de evalu-
          atie verplichting uit de wet te operationaliseren en over-
          tuigend empirisch bewijs te vinden voor de werking ervan.
                                                                        Samenvatting
          De resultaten bleken niet overtuigend. De raad stelt voor
          – binnen de gegeven methodologische kaders – alternatieve
          evaluatiemethoden te ontwikkelen.
     c.   De overheid laat onderzoeken of er additionele (steun)
          maatregelen gewenst zijn om de sector al dan niet tijdelijk
          (of extra) te ondersteunen. Daarvoor is meer kennis nodig
          van de ontwikkelingen binnen de boeken- en leescultuur
          in brede zin. De mediatransitie ‘van analoog naar digitaal’
          is in volle gang en brengt majeure verandering tot stand
          in mediaconsumptiegedrag. Om de effecten hiervan te door-
          gronden, is aanvullend onderzoek nodig. Pas dan kan
          beleid worden ontwikkeld om de lees- en boekencultuur
          zo effectief mogelijk te bevorderen.
     d.   Partijen in de boekenbranche bundelen hun krachten
          en voeren met elan een innovatieagenda uit. Expertise
          moet bijeengebracht worden en kunnen worden gedeeld
          met nieuwe (jonge) boekondernemers. Het Nederlands
          Letterenfonds zou daarbij – bij voorkeur in samenwerking
          met Vlaamse partners – een belangrijke faciliterende
          en stimulerende rol kunnen spelen, mits het daarvoor de
          ruimte krijgt.
     Mocht om wat voor reden dan ook niet aan deze voorwaarden
     kunnen worden voldaan, dan ligt liquidatie van de wet in
     de rede. Dat laatste dient ook overwogen te worden wanneer
     het papieren boek een marginaal deel van de totale afzet zou
     omvatten: de wet heeft dan in zijn huidige vorm aan betekenis
     verloren.
3.   De raad adviseert ten slotte het amendement De Liefde en
     Voordewind, over de positie van het wetenschappelijk boek,
                                                                        3
     uit te voeren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Het Nieuwe Instituut 4</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>1.   De Wet op de vaste boeken-
     prijs en de uitgangspunten van
     de Raad voor Cultuur
Dit is het advies van de Raad voor Cultuur in het kader van de
tweede evaluatie van de Wet voor de vaste boekenprijs 2014.
Twee samenhangende overwegingen hebben de richting van
                                                                     De Wet op de vaste boekenprijs en de uitgangspunten van de Raad voor Cultuur
de raad bepaald. Voorop staat dat elk concluderend standpunt
over de Wet op de vaste boekenprijs een normatief karakter
heeft. Dat betekent dat elk oordeel mede afhankelijk is van het
relatieve belang dat men hecht aan de uiteenlopende dimensies
waarbinnen men dit beleidsinstrument kan waarderen.
    Daarbij moet duidelijk zijn dat de raad – gegeven zijn publie-
ke opdracht en maatschappelijke verantwoordelijkheid – cultu-
rele belangen heeft laten prevaleren. In democratisch, cultureel,
sociaal-maatschappelijk, educatief, intellectueel en wetenschap-
pelijk opzicht vormen boeken – in welke gedaante dan ook – nog
steeds onmisbare schakels in de ketens waarin burgers met
elkaar communiceren. Pluriformiteit en beschikbaarheid zijn in
dit verband van cruciaal belang.
Maar dit alles betekent op voorhand niet dat relevante juridische
en economische principes geen rol van betekenis mogen spelen
in de oordeelsvorming. Zonder een consistente regelgeving en
vitale economie kan geen enkele boekencultuur gedijen. Boeken
zijn zowel economisch verhandelbare goederen als cultuurdra-
gers. Deze ‘dubbele natuur’ moet worden gehonoreerd, wil een
bijdrage aan het debat overtuigend zijn.
De tweede overweging die de raad bij dit advies heeft gestuurd,
is hiervan een afgeleide. Sinds de parlementaire behandeling
van het wetsvoorstel is (ook) de wereld van het boek veranderd.
Fysieke en digitale boeken maken inmiddels beide deel uit
van aanbod. De boekverkoop verloopt mede langs digitale wegen.
Zogenaamde cross channel retail – waarbij fysieke boekwinkels
en online verkoopdiensten elkaar aanvullen en versterken – heeft
onder de naam Click & Bricks zijn intrede gedaan.
    Self-publishing is voor (beginnende) auteurs een reële (niet
noodzakelijkerwijs: aantrekkelijke) optie geworden. Daarbij
spelen klassieke uitgeverijen (bijvoorbeeld in hun rol als kwali-
                                                                     5
teitsbewakers) een bescheidener rol.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De start van Bookify – naar analogie van Spotify – wordt inmid-
dels serieus onderzocht; daarbij genieten consumenten tegen
betaling van een vast (maand)tarief de beschikking over een groot
(actueel) digitaal corpus boeken en tijdschriften.
Er leeft in het boekenvak de angst – zo bleek de raad veelvuldig
– dat een grote internationale marktpartij als Amazon – die naar
men aanneemt ook de Nederlandse markt zal betreden – een
                                                                                                  De Wet op de vaste boekenprijs en de uitgangspunten van de Raad voor Cultuur
(te) grote invloed zal gaan uitoefenen; dit ten nadele van kleinere
marktpartijen. [1]
    De Autoriteit Consument en Markt heeft in de pers de pu-
blieke discussie over de status van de wet recentelijk een nieuwe
impuls gegeven. [2]
Bovendien – de raad komt erop terug – is de omzet van de
boekensector over de jaren 2009 – 2013 substantieel gekrompen.
Het zou van weinig realiteitszin getuigen wanneer het huidige
juridische, media-technologische, sociale en economische land-
schap niet in dit advies zou worden verdisconteerd, hoe lastig
                                                                           1
dat ook is. De analyse van de werking van een wet die op cultuur-       De Franse overheid
politieke gronden regulering beoogt van het handelsverkeer van          heeft in dit kader
                                                                        recentelijk een wet
culturele goederen, kan het niet stellen zonder een brede blik.         aangenomen.
Pas dan ook kan het relatieve gewicht van culturele argumenten          Vgl. Prix du livre
                                                                        sur Internet. La France
voor of tegen continuering van de wet zorgvuldig worden                 adopte sa loi ‘anti-
gewogen.                                                                Amazon’, Lefigaro,
                                                                        26 juni 2014.
    En tot dat laatste voelt de raad zich nu meer dan ooit verplicht.   Deze wet bepaalt
In dat opzicht verschilt dit advies van eerdere adviezen, waarin        dat online boekhandels
                                                                        niet langer gratis
hij – hoewel kritisch over vele relevante aspecten – over de funda-     verzending mogen be-
mentele uitgangspunten niet uitvoerig te spreken komt. Er was           loven op boeken die
                                                                        al tegen verminderde
toen eenvoudigweg minder aanleiding toe. [3]                            prijzen worden aan-
                                                                        geboden. Het effect
                                                                        ervan is naar verwach-
In hoofdstuk 2 wordt de werking van de wet nader toegelicht.            ting van de raad niet
                                                                        groot.
Daarna volgen twee hoofdstukken met de kaders waarbinnen de
raad zijn advies met betrekking tot de wet heeft gewogen. Daar             2
                                                                        Die vaste boekenprijs
gaat hij achtereenvolgens in op de juridische en sectorale context;     laat de verkoop dalen,
verder wordt er aandacht geschonken aan enkele recente econo-           Jarig van Sinderen, Jan
                                                                        Tichem, Rob Vossen,
mische ontwikkelingen (hoofdstukken 3 en 4). De beschouwing             NRC Handelsblad,
wordt voortgezet met een kritische bespreking van de laatste            11 juni 2014.
(tweede) evaluatie van de wet, uitgevoerd door Ape en Dialogic             3
in 2013 (hoofdstuk 5). Vervolgens weegt de raad de argumenten           Voor eerdere adviezen
                                                                        zie: Evaluatie vaste
contra en pro liquidatie en continuering met inachtneming               boekenprijs, Advies Wet
van alle – nu bekende – omstandigheden (hoofdstuk 6). Tot slot          op de vaste boekenprijs   6
                                                                        (Kamerstuknummer
formuleert de raad zijn advies (hoofdstuk 7). Een samenvatting          28652) en Advies eva-
                                                                        luatie Wet op de vaste
van het advies is aan het begin te vinden.                              boekenprijs, Den Haag,
                                                                        Raad voor Cultuur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Uiteraard heeft de raad gedurende de vier maanden die hij
aan dit advies heeft gewerkt, niet alleen geopereerd. Van de grote
expertise van Henk Kraima en Hans Bousie – die beiden als
onafhankelijke adviseurs de raad hebben bijgestaan – is dankbaar
geprofiteerd. Ben Peperkamp heeft – in de hoedanigheid van
voorzitter van de adviescommissie Media van de raad en in nauwe
 samenwerking met Anita Németh en Geert-Jan Procee (beiden
secretarissen van de raad) – een onmisbare rol gespeeld bij
                                                                     De Wet op de vaste boekenprijs en de uitgangspunten van de Raad voor Cultuur
de totstandkoming van de definitieve tekst. De raad is hen allen
zeer erkentelijk.
   Maar voorop moet staan dat alle meningen en standpunten
die in dit advies zijn verwoord van de raad zijn en dus niet
noodzakelijkerwijze van de mensen die er met zo veel inzet aan
hebben meegewerkt.
                                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>2.   De wet en de
     evaluatieverplichting
Sinds 1923 bestaat er in Nederland een regeling met betrekking
tot een vaste boekenprijs. Daarbij stellen uitgevers volgens het
principe van de collectieve prijsbinding – voorafgaand aan publi-
                                                                                                  De wet en de evaluatieverplichting
catie en distributie – de consumentenprijs van hun Nederlands-
of Friestalige uitgaven voor een beperkte duur vast. Vele decennia
was deze regeling alleen gebaseerd op onderlinge afspraken
tussen partijen uit de boekenbranche. In het door hen gesloten
Reglement Handelsverkeer werd – behalve een gefixeerde consu-
mentenprijs – ook een systeem van erkende boekverkopers en
uitgevers in stand gehouden.
    Toen duidelijk werd dat dit Reglement Handelsverkeer strijdig
was met de regelgeving inzake mededinging, werd het Reglement
omgezet in een wettelijke regeling. Deze werd in 2005 van kracht:
de huidige Wet op de vaste boekenprijs (in het vervolg: de wet).
    De (exclusief) cultuurpolitieke doelstelling van de wet is in de
Memorie van Toelichting als volgt geformuleerd: ‘Brede beschik-
baarheid van het boek, diversiteit en pluriformiteit van de in het
boek vervatte informatie en toegankelijkheid ervan in aanbod,
in keuze en in afname zijn het beoogde resultaat van het bestaan
en door wet- en regelgeving mogelijk maken van het systeem
van de vaste boekenprijs.’ [4]
Deze toelichting laat zich lezen als een vertaling van een
commentaar van Aad Nuis, die voor introductie van de wet heeft
geijverd. “De reden dat de regering zich sinds jaar en dag posi-
tief heeft opgesteld ten aanzien van de vaste boekenprijs is van
cultuurpolitieke aard. De overheid hecht waarde aan een groot
en veelzijdig aanbod van boeken, aan de toegankelijkheid van dat          4
aanbod voor iedereen, en daarom ook aan een kundig en fijn-            Voorstel van wet van
                                                                       de leden Dittrich en
mazig netwerk van uitgevers en boekverkopers, dat kwaliteit in         Halsema houdende regels
allerlei vormen kan herkennen en dat lezers van allerlei slag weg-     omtrent de vaste boeken-
                                                                       prijs (Wet op de vaste
wijs maakt zonder hun keuzevrijheid aan te tasten. Die (cultuur-       boekenprijs) Kamerstuk
politieke) doelstellingen rechtvaardigen bepaalde ingrepen in          28652, nr. 3, Tweede
                                                                       Kamer, 2002 – 2003.
de boekenmarkt. Daartoe behoort, naast de handhaving van het
auteursrecht en de instandhouding van (openbare) bibliotheken             5
                                                                       Het boek en de markt.
en literaire fondsen, ook de vaste boekenprijs.” [5]                   Een pleidooi voor
                                                                       vrijheid door verkeers-    8
                                                                       regels, pagina 3, Aad
                                                                       Nuis (Koninklijke
                                                                       Vereniging van het
                                                                       Boekenvak),
                                                                       september 2001.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Inderdaad is de wet niet het enige instrument waarmee de
Nederlandse overheid de boekencultuur ondersteunt. Naast de
door Nuis genoemde instrumenten kunnen ook het verlaagd
btw-tarief voor gedrukte boeken – 6% in plaats van 21% – en
subsidies voor leesbevorderingsactiviteiten (onder andere via
Stichting Lezen) worden genoemd. De wet moet mede tegen
deze achtergrond worden gewaardeerd.
   In laatste instantie maakt deze deel uit van het geheel aan
                                                                       De wet en de evaluatieverplichting
beleidsvisies van onze Rijksoverheid inzake geletterdheid, primair
en secundair (lees)onderwijs, cultuurbereik, informatievoorzie-
ning, cultuurparticipatie, het openbare bibliotheekstelsel en onze
kenniseconomie, waarvoor schrijf-, lees- en informatievaardig-
heden essentieel worden geacht.
De wet verplicht (voor beperkte duur) tot een vaste prijsstelling
bij de verhandeling van fysieke (gedrukte) Nederlands- en Fries-
talige boeken. Met deze verplichting (die dus niet voor elektro-
nische boeken, niet voor schoolboeken en niet voor vreemdtalige
boeken geldt) heeft de wetgever samenvattenderwijs de volgende
samenhangende effecten beoogd. Dankzij de vaste prijsstelling
(of verticale prijsbinding):
a.   kunnen uitgevers van papieren boeken (volgens het principe
     van de zogeheten interne kruissubsidie) met de baten uit
     de verkoop van relatief hoog renderende boektitels (bestsel-
     lers) minder renderende boektitels financieren;
b.   blijft als gevolg daarvan het brede (‘pluriforme’, ‘gedifferen-
     tieerde’) boekenaanbod in stand;
c.   kunnen de boekhandels (opnieuw: dankzij interne kruissub-
     sidie) uit de opbrengsten van relatief goed renderende titels
     ook minder courante boeken aanbieden en zich vrijwaren
     van de concurrerende dynamiek van een open marktsysteem;
d.   beschikt het publiek (daarom) over een ‘bereikbaar’ (‘fijn-
     mazig’) netwerk van boekwinkels met een breed papieren
     assortiment.
     De hele (analoge) keten – uitgevers, distributeurs, boekhande-
     laren, boekconsumenten, inclusief het fysieke boek in vele
     geuren en kleuren – is dus in deze argumentatie meegenomen.
     En dat betekent weer dat elke beslissing met betrekking tot
     de wet consequenties kan hebben voor vele partijen.
                                                                       9
Aan de ambities a t/m d die in de wet zijn vervat, ligt bovendien
een funderende visie ten grondslag:
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>e.   boeken vormen een vitaal deel van onze cultuur (in breedste
     zin) waarvan de productie en distributie te allen tijde moeten
     zijn verzekerd, en waarbij dus
f.   in beginsel iedereen de beschikking moet kunnen hebben
     over het leverbare aanbod.
Bij dit alles wordt van de betrokken Nederlandse uitgevers,
boekhandelaren en boekconsumenten solidariteit of coöperatie
                                                                                                     De wet en de evaluatieverplichting
verwacht. Uitgevers moeten het principe van de interne kruissub-
sidie inderdaad aanwenden om de pluriformiteit te waarborgen.
En dat betekent dus: daadwerkelijk een deel van de inkomsten uit
hoog renderende titels inzetten ten behoeve van de productie
van titels met een aanzienlijk risico op een laag rendement (zoals
het merendeel van (vertalingen van) gedichtenbundels, filoso-
fische traktaten, biografieën, monografieën, toneel- en filmscripts
of experimentele romans).
    Boekwinkels op hun beurt moeten een breed assortiment
voeren (ook met boektitels waarvoor evident minder consumen-
tenbelangstelling blijkt te bestaan).
    De consumenten tot slot zullen ‘ongevraagd’ (want krachtens
de wet) een uniforme marktprijs moeten aanvaarden. Zij genieten
geen prijskeuzevrijheid omdat ‘prijsstunten’ met boeken is
verboden. Zij kunnen dus niet naar de ‘boekenconcurrent’ gaan
waar het gewenste papieren boek mogelijk goedkoper wordt
aangeboden.
De overheid heeft in de wet een evaluatieverplichting opgeno-
men; periodiek moet worden vastgesteld of het instrument (nog)
‘doeltreffend’ is. Omdat de overheid niet zelf heeft vastgesteld
hoe deze evaluatie precies moet worden uitgevoerd, is – toen de
periodieke evaluatieverplichting zich aandiende – steeds aan
externe adviesbureaus opdracht verleend de doeltreffendheid van
het instrument te onderzoeken en dus de beschikbare (publieke)
data te verzamelen en te interpreteren. Pluriform titelaanbod
en brede beschikbaarheid zijn daarbij cruciale parameters geble-
ken. Het onderzoeksrapport Boek en markt uit 2002, dat uit-
voerig over de evaluatieverplichting te spreken komt, stelt in dit
verband: “De cultuurpolitieke doelstellingen achter de vaste
                                                                         6
boekenprijs laten zich met gemak in een oneliner vatten: het gaat     Boek en markt.
om een pluriform aanbod en een brede beschikbaarheid van              Effectiviteit en efficiëntie
                                                                      van de vaste boekenprijs,
boeken.” [6]                                                          pagina 25, Marja
   Over deze benadering bestaat inmiddels brede instemming.           Appelman, Andries              10
                                                                      van den Broek,
Beide worden opgevat als de kern van de cultuurpolitieke doelen       Centraal Planbureau
                                                                      en Sociaal en Cultu-
die de overheid indertijd met de wet heeft nagestreefd.               reel Planbureau,
                                                                      Den Haag, 2002.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>3.   Juridisch kader
De Wet op de vaste boekenprijs – zoals in hoofdstuk 2 reeds
opgemerkt – bepaalt dat Nederlands- en Friestalige boeken in
beginsel (en voor een beperkte duur) overal voor dezelfde prijs
                                                                                                Juridisch kader
verkocht dienen te worden. Deze prijs wordt door de uitgever
of de importeur vastgesteld. Het Commissariaat voor de Media
houdt toezicht. Vanuit juridisch perspectief bekeken vormt deze
prijsbinding in beginsel een inbreuk op het Europeesrechtelijk
mededingingsregime. [7]
    Het doel van het mededingingsrecht is om concurrentie-
beperkend gedrag te verbieden zodat de marktwerking wordt be-
vorderd. Ondernemingen kunnen zich op concurrentiebeperkende
wijze gedragen door misbruik te maken van hun economische
machtspositie en door het opstellen van onderlinge mededingings-
beperkende overeenkomsten (de zogeheten ‘kartelafspraken’). [8]
Het is belangrijk de juridische context van de Wet op de vaste
boekenprijs te verkennen, waarbij de raad uiteraard onvoorwaar-
delijk zijn beperkte competentie op dit terrein aanvaardt.
Het Europees mededingingsregime is vastgelegd in het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie.
    In het Europese mededingingsregime zijn mededingings-
beperkende afspraken verboden als zij de handel tussen lidstaten
merkbaar beïnvloeden. Wanneer dit het geval is, is het op grond
van het Europese mededingingsregime mogelijk dat de (Neder-
landse) Wet op de vaste boekenprijs in een zaak buiten toepassing
wordt verklaard. Het is Europese lidstaten verder niet toegestaan      7
maatregelen te nemen – zelfs niet van wettelijke of bestuursrech-   Wet op de vaste
                                                                    boekenprijs, Tweede
telijke aard – die het nuttig effect van de op de ondernemingen     Kamer, Den Haag,
toepasselijke mededingingsregels ongedaan kunnen maken. [9]         9 november 2004.
                                                                       8
Bij de invoering van deze nationale Mededingingswet is –            Omdat het een wet-
                                                                    telijke regeling betreft,
informeel – door de Nederlandse overheid aan de Europese            is de nationale mede-
Commissie (EC) gevraagd of de Wet op de vaste boekenprijs           dingingswet niet van
                                                                    toepassing.
problematisch zou zijn in het licht van het Europees recht.
    De EC heeft in antwoord op deze vraag enkele aanbevelingen         9
                                                                    Voor meer details zie
gedaan om een (ongeoorloofde) belemmering voor de intersta-         bijvoorbeeld de brief
telijke handel en (ongeoorloofde) vervalsing van de mededinging     van de NMa aan de           11
                                                                    minister van EZ
in de gemeenschappelijke markt te voorkomen. De EC heeft            over het wetsvoorstel
                                                                    vaste boekenprijs,
echter geen officieel standpunt ingenomen over het vraagstuk van    Den Haag,
de strijdigheid van de Nederlandse Wet op de vaste boekenprijs      22 april 2004.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>met het Europees mededingingsregime c.q. het (Europees)
rechtelijk kader.
   De implicatie hiervan moet zijn dat de EC de Nederlandse
Wet op de vaste boekenprijs (vooralsnog) lijkt te gedogen.
De Nederlandse overheid is dus niet door de EC op de vingers
getikt vanwege haar beslissing op cultuurpolitieke gronden de
marktwerking inzake de verhandeling van boeken langs lijnen
van wettelijk verankerde prijsbinding te reguleren.
                                                                                                   Juridisch kader
De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese
Unie (HvJEU) lijkt er verder op te wijzen dat een nationale regel-
geving die voorziet in een vaste boekenprijs – waar dan ook
in de Europese Unie van kracht – de interstatelijke handel niet
belemmert, als deze voldoet aan de volgende twee voorwaarden.
    In de eerste plaats dient deze regelgeving de vaste prijs uit-
sluitend van toepassing te verklaren op boeken die zijn geschreven
‘in een specifieke taal’. [10] Hierbij is de leidende gedachte dat deze
taalspecifieke boeken niet in grote volumes in grensoverschrij-
dend verkeer zullen worden verhandeld. Noorse boeken met in
het Noors geschreven verhalen genieten bij Spaanstalige cultuur-
consumenten doorgaans weinig belangstelling en worden door                   10
                                                                          Richtinggevend in
hen dus niet in grote aantallen gekocht. De linguïstische diversi-        dit verband is zaak
teit van de Europese Gemeenschap vormt hier dus een deel                  229/83, 10 januari
                                                                          1985, later bevestigd
van de juridische argumentatie.                                           in zaak C-9/99,
    In de tweede plaats dient de regelgeving de importeur of de           6 juni 2000 en zaak
                                                                          C-360/92 P,
buitenlandse uitgever toe te staan een verkoopprijs voor de markt         17 januari 1995,
van invoer vast te stellen ‘die de kenmerken van die markt recht          EUR-Lex.
doet wedervaren’. [11] De Nederlandse Wet op de vaste boeken-               11
prijs lijkt concluderend te voldoen aan deze twee dwingende               Men vergelijke zaak
                                                                          C-398/95, 5 juni 1997,
voorwaarden. Deze wet verklaart de vaste prijs immers enkel en            zaak C-164/99,
                                                                          24 januari 2002 en
alleen van toepassing op Nederlands- en Friestalige boeken                zaak C-531/07,
(dus op boekpublicaties in ‘specifieke talen’). Bovendien kan de          30 april 2009,
                                                                          EUR-Lex.
uitgever of importeur van deze boeken eigenmachtig een vaste
prijs bepalen. Dat betekent dat ook de oordelen van het HvJEU                12
                                                                          Met betrekking tot de
– mits aan de voorwaarden blijft worden voldaan – ruimte lijken           verticale prijsbinding
te bieden om het instrument van de prijsbinding vooralsnog in             wordt verondersteld
                                                                          dat de overeenkomst
stand te houden.                                                          waarschijnlijk niet
                                                                          beantwoordt aan de
                                                                          voorwaarden van
Als desalniettemin toch zou worden aangenomen dat de Neder-               artikel 101, lid 3, en
landse Wet op de vaste boekenprijs de interstatelijke handel zou          dat de groepsvrijstel-
                                                                          ling bijgevolg niet
belemmeren – ondanks het voorafgaande, dat in een tegenge-                van toepassing is.
stelde richting wijst – zou daarmee nog niet geïmpliceerd zijn dat        Zie bijvoorbeeld         12
                                                                          Richtsnoeren inzake
de Nederlandse Wet op de vaste boekenprijs ‘dus’ in strijd is met         verticale beperkingen
                                                                          (2010/C 130/01)
het Europees mededingingsregime en/of het (Europees) recht. [12]          randnummer 47,
                                                                          EUR-Lex.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>De Wet op de vaste boekenprijs kan worden opgevat als een
maatregel die – krachtens het zogenaamd ‘subsidiariteitsbeginsel’
– binnen de bevoegdheid van de lidstaat zelf valt. Krachtens
artikel 167 van het werkingsverdrag van de Europese Unie zijn de
lidstaten immers zelf bevoegd om maatregelen te treffen op het
gebied van cultureel beleid. De Europese Unie dient deze maat-
regelen te eerbiedigen. De raad hecht eraan relevante bepalingen
uit dit artikel integraal te citeren:
                                                                                                Juridisch kader
1.   “De Unie draagt bij tot de ontplooiing van de culturen van
     de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale
     verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de
     nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed.
2.   Het optreden van de Unie is erop gericht de samenwerking
     tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig hun acti-
     viteiten op de volgende gebieden te ondersteunen en aan te
     vullen: verbetering van de kennis en verbreiding van de
     cultuur en de geschiedenis van de Europese volkeren, instand-
     houding en bescherming van het cultureel erfgoed van Euro-
     pees belang, culturele uitwisseling op niet-commerciële basis,
     scheppend werk op artistiek en literair gebied, mede in de
     audiovisuele sector.
3.   De Unie en de lidstaten bevorderen de samenwerking met
     derde landen en met de inzake cultuur bevoegde internatio-
     nale organisaties, met name met de Raad van Europa.
4.   De Unie houdt bij haar optreden uit hoofde van andere bepa-
     lingen van de Verdragen rekening met de culturele aspecten,
     met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en
     te bevorderen.” [13]
In sommige gevallen stelt de Unie de handhaving van de
bevoegdheden van de lidstaten voorop, maar in andere gevallen
laat zij het concurrentiebeleid van de gemeenschappelijke markt
prevaleren. Het beeld is hier betrekkelijk ambivalent.
    Verder kan in voorkomende gevallen het mededingingsregime
volgens jurisprudentie van het HvJEU bij marktinterventiemaat-
regelen wijken.
Bij deze overwegingen kunnen ook andere internationale verdra-                                  13
                                                                        13
gen worden betrokken. Deze bieden een extra oriëntatie aan een        Verdrag betreffende de
                                                                      werking van de Europese
nationale wetgever die cultuurbeleid in wetgeving omzet.              Unie, Rome,
                                                                      25 maart 1957.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>In geratificeerde UNESCO-cultuurverdragen met betrekking
tot ‘de bescherming tegen illegale handel’ 1970, ‘de bescherming
van Werelderfgoed’ 1982, ‘de bescherming van immaterieel
erfgoed’ 2003 en ‘de bescherming van de diversiteit van cultuur-
uitingen’ 2005 komt het recht op culturele diversiteit ondubbel-
zinnig tot uitdrukking. “De uitwisseling van culturele goederen
tussen landen verhoogt de kennis – met betrekking tot weten-
schap, cultuur en educatieve gebieden – van de beschaving van
                                                                                                Juridisch kader
de mens, het verrijkt het culturele leven van alle volkeren
en inspireert wederzijds respect en waardering tussen de naties.
Het is de taak van elke staat om culturele goederen op haar
grondgebied te beschermen tegen gevaren als diefstal, opgra-
vingen en illegale export.” [14]
    Verder is in het in 2010 geratificeerde ‘Verdrag betreffende
de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuur-
uitingen’ neergelegd dat cultuuruitingen van toenemend belang
zijn in het internationale economische verkeer en een belangrijke
culturele waarde vertegenwoordigen. UNESCO heeft daartoe
vastgelegd dat landen:
a.   het recht hebben een eigen cultuurbeleid te voeren;
b.   beleid dienen te voeren dat bijdraagt aan culturele
     diversiteit op hun grondgebied en
c.   het beleid van andere landen moeten respecteren.
Het begrip diversiteit – dat ook geïntegreerd is in de Nederlandse
Wet op de vaste boekenprijs – krijgt binnen dit brede perspectief
in ieder geval extra betekenis.
    Hoewel er in het licht van het voorafgaande enkele goede
argumenten lijken te bestaan voor de juridische houdbaarheid van
de Nederlandse wet die prijsbinding legaliseert, is uiteindelijk
alleen het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd daar-
over een finaal oordeel te vellen. Tot op heden is de Nederlandse
wet echter niet door dit rechtscollege getoetst. Zoals gezegd
heeft ook de EC zich er niet formeel over uitgesproken.
    Zo lang dat het geval is, blijft het in strikte zin onzeker of
de Wet op de vaste boekenprijs juridisch gezien een valide instru-
ment is. Dat alles laat onverlet dat de Nederlandse overheid te
allen tijde een zelfstandige afweging kan maken en daarbij uiter-
aard de mogelijkheid behoudt de wet (direct en definitief) te           14
                                                                     Verdrag betreffende
schrappen. De raad komt intussen tot het oordeel dat op basis        de bescherming en de
van de beschikbare jurisprudentie vooralsnog geen doorslag-          bevordering van de         14
                                                                     diversiteit van cultuur-
gevende bezwaren lijken te bestaan tegen continuering van de         uitingen, met Bijlage;
                                                                     Parijs, 20 oktober 2005,
Nederlandse Wet op de vaste boekenprijs.                             Tweede Kamer, Den
                                                                     Haag, 27 mei 2009.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>4.   De boekensector: transities
Dat het medialandschap sinds de parlementaire behandeling
van de wet in 2002 – 2003 van gedaante is veranderd, is inmid-
dels veelvuldig vastgesteld. De gedrukte media (de papieren
                                                                                                   De boekensector: transities
boeken inbegrepen) zijn beduidend minder publieke belangstel-
ling gaan genieten, mede als gevolg van het toenemend gebruik
van digitale media (internet, gaming, Facebook, enzovoort).
Nederland lijkt – zoals in veel meer Europese landen – in een
transitiefase te verkeren, waarbij de adaptatie van nieuwe media
ten behoeve van het publieke en sociale informatieverkeer het
gebruik van oude media beperkt.
In Met het oog op de tijd. Een blik op de tijdsbesteding van Neder-
landers – een onderzoeksrapport uit 2013 van het Sociaal en
Cultureel Planbureau (SCP) – zijn de effecten van dit gewijzigd
mediaconsumptiegedrag op de boekenindustrie als volgt samen-
gevat: “De markt van gedrukte media staat al een tijd onder
druk door de opkomst van internetgebruik. Het bereik van
gedrukte dagbladen daalt al geruime tijd gestaag en sinds kort
daalt ook de verkoop van (gedrukte) tijdschriften en boeken.
   Volgens de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB)
was 2008 een topjaar in de (papieren) boekenverkoop en daalt
sindsdien het aantal verkochte (fysieke) boeken in Nederland.
Werden er in 2008 nog 51 miljoen papieren boeken verkocht,
drie jaar later (2011) waren dat er nog maar 46 miljoen.” [15]
Deze reductie, die zich na 2011 heeft voortgezet, heeft uiteraard
ook gevolgen gehad voor de bedrijfsomzetten van de boeken-
sector als geheel. Volgens gegevens van het onderzoeks- en mar-
ketingbureau GfK is in de periode 2009 – 2013 de totale omzet
van het papieren en het elektronische ‘algemene’ boek tezamen
– het grootste segment, hier onderscheiden van de wetenschap-
pelijk boeken en schoolboeken waarvan bij de raad geen cijfers
bekend zijn – met circa 20% (134 miljoen euro) gedaald:
van 642 tot 508 miljoen euro per jaar.
   Wanneer de gecalculeerde prognose over 2014 wordt mee-                15
                                                                      Met het oog op de tijd.
genomen, is de verwachting dat in vijf jaar tijd de totale omzet      Een blik op de tijdsbeste-
van het algemene (papieren en digitale) boek met ongeveer             ding van Nederlanders,       15
                                                                      pagina 89, Mariëlle
25% zal zijn gedaald.                                                 Cloïn e.a. (red.),
                                                                      Sociaal en Cultureel
                                                                      Planbureau,
                                                                      Den Haag, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Uitgedrukt in euro’s heeft het digitale algemene boek – waarvan
tussen 2009 en 2013 de omzet is gestegen van ongeveer 1 tot
17 miljoen – het verlies aan omzet, gewonnen uit de verkoop
van papieren boeken, dus slechts voor een beperkt deel kunnen
compenseren. De suggestie dat een deel van de publieke lees-
honger langs illegale digitale wegen wordt gestild – men zou op
betrekkelijk grote schaal onrechtmatig boek- of tijdschriftbe-
standen downloaden van zogenaamde piratensites – is in strikte
                                                                                   De boekensector: transities
zin niet bewijsbaar (gebleken), maar moet wel in de beschou-
wing worden meegenomen. Veranderende visies op de beschik-
baarheid van content – waarbij (tijdelijke) toegang belangrijker
lijkt dan (permanent) bezit – moeten evenzeer worden verdis-
conteerd. [16]
In ieder geval vertonen ook de gebruikscijfers van de openbare
bibliotheeksector een significant dalende trend in de fysieke
boekuitleningen. Vaak gratis aangeboden digitale content – veelal
langs multimediale weg gepresenteerd – heeft sinds 2005
ontegenzeggelijk aan belangstelling gewonnen ten koste van het
monomediale papieren boek.
Bij een poging tot verklaring van de verminderde aankoop van
boeken spelen naast gewijzigd mediaconsumptiegedrag uiter-
aard meer factoren een rol. Ook het dalend consumenten-
vertrouwen van de afgelopen jaren moet worden genoemd. Dat
heeft geleid tot reductie op de aanschaf van ‘alle media’ (mu-
ziek, dvd’s bijvoorbeeld; volgens het GfK is de daling in de om-
zet van games over 2013 zelfs nog groter dan die van algemene
boeken: 13,8%). In dat perspectief bezien heeft de boekensector
het dus bij aanhoudende economische tegenwind nog behoorlijk
goed gedaan.
    De verminderde boekbestedingen lijken verder te correleren
met veranderingen in leesgedrag. We citeren opnieuw uit het
rapport van het SCP, dat de weergave is van een groot opgezet
tijdsbestedingsonderzoek: “Een derde van de Nederlanders
had in 2011 niet eens tien minuten (per week) gelezen (in krant,
tijdschrift of boek). […] Het aantal uren dat Nederlanders
lezen laat een versnelde neergang zien.” [17]
    Deze laatste constatering beeft betrekking op de lectuur van
zowel digitale als fysieke bronnen.
Bovendien lijkt de veronderstelling gerechtvaardigd dat dankzij                    16
de verminderde aandacht voor (literaire) boeken in het primair
                                                                      16, 17
en secundair onderwijs inmiddels een generatie is ontstaan          Zie noot 15,
die zich veel minder ‘natuurlijk’ dan vorige generaties met de      pagina 90.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>klassieke boekencultuur associeert (inclusief literatuur, letteren,
letterkunde). Dat zou naar het oordeel van de raad – in ieder
geval op de middellange en lange termijn – ook gevolgen kunnen
hebben voor de competenties van (pabo)docenten, middelbare
schoolleraren en de belangstelling bij middelbare scholieren voor
een vervolgstudie bij het hoger cultuur-, talen- en literatuur-
onderwijs.
                                                                                     De boekensector: transities
Zonder aanvullend onderzoek is het veel te vroeg aan het boven-
staande conclusies te verbinden. Maar duidelijk lijkt wel dat
de oorzaak van ‘de boekencrisis’ – hier opgevat in de termen die
het SCP-rapport aanreikt: vermindering van de omzet en ver-
mindering van de (gemiddelde) leestijd – niet zozeer aan
de zijde van de auteurs, vertalers, uitgeverijen, distributeurs en
boekverkopers moet worden gezocht, als wel aan de kant van
de (potentiële) (boek)consumenten of lezers. Bij het publiek dus
– in directe samenhang met een reeks ‘omgevingsfactoren’
(vooralsnog: economische crisis en dalend consumentenver-
trouwen, veranderingen in het medialandschap en de vrijetijds-
besteding, wijzigingen in onderwijsprogramma’s, alternatieve
visies op het bezit of de toegankelijkheid van content).
    In een samenleving waarin school- of opleidingssucces –
en dus ook de opbrengsten van onze kenniseconomie – mede
afhankelijk is van verworven leesvaardigheden, moet de ‘ver-
snelde neergang’ waarover het SCP spreekt, zorgen baren. Het
blijft daarom van belang dat de overheid deze thema’s adres-
seert en in efficiënt (reparatie)beleid omzet.
Tegen deze achtergrond wil de raad twee kanttekeningen plaat-
sen, die naar zijn oordeel bij de huidige evaluatie van de wet
moeten worden meegenomen en recht beogen te doen aan de
transitiefase waarin de boekensector zich thans bevindt.
    In de eerste plaats gaat het niet aan het papieren boek – waar-
op de wet exclusief betrekking heeft – in 2014 eenvoudigweg
dood te verklaren (of de aandacht voor de papieren boekensector
af te doen als een vorm van palliatieve zorgverlening) ten
faveure van de digitale (boeken)cultuur. Nog steeds heeft circa
95% van de (legale) boekenomzet een papieren karakter.
We citeren voor de derde maal uit het SCP-rapport “Badinerend
wordt over gedrukte media wel eens gesproken als dode bomen.
Het einde van de houtkap voor dit doel lijkt nabij. De maker
van de e-reader Kindle, Merkoski, voorspelt in Burning the pages                     17
dat het papieren boek over twintig jaar niet meer bestaat en dat
                                                                        18
digitale vormen, zoals mobiele apps, deze rol overnemen.” [18]        Zie noot 15,
                                                                      pagina 90.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Vanzelfsprekend staat het elke ondernemer vrij te speken over
het (toekomstig) belang van zijn digitale producten. Maar
niemand kan voorspellen of hij daadwerkelijk gelijk krijgt. Het
is intussen wel zaak – zonder de fundamentele noodzaak voor
permanente innovatie op digitaal vlak tekort te willen doen of
enthousiasme over digitalisering te willen temperen – een nuan-
cerende tegenstem te bieden. Op even goede, valide gronden
zou men kunnen speculeren over een aanstaand equilibrium tus-
                                                                     De boekensector: transities
sen papieren en elektronische media. Een nieuw medium
behoeft het oude niet te verdringen. In ieder geval lijkt het niet
zeer aannemelijk dat reeds binnen de komende vijf jaren de
rol van papieren boeken in culturele, intellectuele, economische,
educatieve of sociale zin zal zijn gemarginaliseerd. Daarvoor
lijkt de ‘opmars’ van digitale media (in termen van registreerde
verkoop) vooralsnog niet ‘snel’ genoeg te verlopen.
In de tweede plaats is het niet terecht de boekensector te ver-
wijten dat deze de effecten van de transnationale mediatransitie
niet afdoende zou hebben onderkend en daarom te weinig –
of te laat – zou hebben geïnvesteerd in digitalisering. Desalniet-
temin kan de sector, mede tegen de achtergrond van de vele
ontwikkelingen die de mediasectoren in brede zin de afgelopen
jaren hebben doorgemaakt, moeilijk gerekend worden tot de
‘meest’ innovatieve.
    De raad vindt het jammer dat de Nederlandse boekensector
– waarin nog steeds meer dan een half miljard euro per jaar
wordt omgezet – tot op heden niet in staat is gebleken aanslui-
ting te vinden bij het nationale topsectorenbeleid inzake de
creatieve industrie.
In deze omgeving zouden ontwikkelingen met betrekking tot het
elektronische (multimediale) ‘boek’ of geavanceerde distributie-
systemen (in de geest van het eerder genoemde Bookify) een
extra (technologische) impuls kunnen krijgen. Een intensiever
samenwerkingsverband tussen alle betrokken partijen – ongeacht
hun uiteenlopende commerciële, ideële of wetenschappelijke
belangen – lijkt daarvoor dan wel een voorwaarde te zijn.
   Hier ligt mogelijk een toekomstige (extra) rol voor het
Nederlands Letterenfonds, dat zich mede tot een expertisecen-
trum voor innovatie in de boekensector zou kunnen ontwikkelen
en relevante kennis op het gebied van onder andere digitale
infrastructuur, marketing, alternatieve financiering, sponsoring     18
en productontwikkeling kan bundelen. Het zou verder – mede
vanwege de gedeelde markt – in samenwerking met een
Vlaamse zusterorganisatie kunnen opereren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Met deze opmerking wil de raad nadrukkelijk niet zeggen dat
de boekensector de afgelopen jaren enkel in de weer zou zijn
geweest met ‘dode bomen’. Juist in een periode van omzetverlies,
(dus) met relatief minder financiële middelen, in een volatiele
markt, zonder noemenswaardige overheidssteun en geconfron-
teerd met majeure wijzigingen in het spectrum van moderne
mediatechnologieën, is een aantal initiatieven genomen of juist
doorontwikkeld, die naar het oordeel van de raad de komende
                                                                                               De boekensector: transities
jaren extra impulsen behoeven en bescherming genieten, ook
vanwege de overheid. Ze dragen alle bij aan de profilering
van het boek in onze cultuur (uiteraard bevat het hiernavolgende
overzicht niet veel meer dan een eerste schets):
1.   De sector heeft na introductie van de wet in 2005, toen het
     systeem van erkende boekverkopers en uitgevers werd af-
     geschaft (zie hierboven, hoofdstuk 2) coöperatief meegewerkt
     aan de vormgeving van een nieuwe markt voor de retail
     van boeken en heeft daarbij samen geïnvesteerd in promotie,
     marketing en voorlichting (ook en vooral in de richting van
     een jeugdig publiek). De Stichting Collectieve Propaganda
     van het Nederlandse Boek (CPNB) wordt mede door de
     boekensector gefinancierd en functioneert verder dankzij
     sponsorovereenkomsten, onder andere met de Nederlandse
     Spoorwegen. Dat komt de zichtbaarheid van het boek in
     algemene zin ten goede.
2.   Nederland behoort tot de Europese koplopers in de ver-
     koop van fysieke boeken via internet. Bol.com levert daaraan
     vooralsnog de belangrijkste bijdrage. Het CB – voorheen
     Centraal Boekhuis – waarin de boekensector is vertegenwoor-
     digd, vormt in het distributienetwerk een centrale schakel
     dankzij een geavanceerde digitale infrastructuur en een effi-
     ciënt ingericht logistiek apparaat. Daarin is het afgelopen
     decennium veel geïnvesteerd. Sinds een aantal jaren is het
                                                                         19
     voor elke boekwinkel mogelijk een bestelling van een             Deze service steunt
     Nederlands boek binnen 24 uur af te leveren bij bijna elke       op de wet. Over
                                                                      levering van een of
     klant (alleen op de Waddeneilanden moet men om voor              enkele exemplaren
     de hand liggende redenen iets langer wachten). Deze service      zijn collectieve over-
                                                                      eenkomsten gesloten
     geldt het totale leverbare aanbod van circa 80 duizend           tussen CB, uitgevers
     Nederlandstalige papieren boektitels. [19] Daarmee levert men    en boekverkopers,
                                                                      waarbij bepalingen
      een substantiële bijdrage aan de beschikbaarheid.               zijn opgenomen inzake
                                                                      voorwaarden, tarieven    19
                                                                      en minimummarges
3.   De boekensector faciliteert self-publishing en printing          voor de boekhandel.
                                                                      De NMa (thans ACM)
     on demand (pod), waardoor in beginsel iedereen betrekkelijk      heeft daarmee inder-
     eenvoudig en tegen relatief lage kosten een boektitel in eigen   tijd ingestemd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>beheer in een kleine oplage kan uitgeven. Aldus is een omgeving
gecreëerd waarin pluriformiteit in beginsel schier ongelimiteerd
kan gedijen. Het CB heeft zijn infrastructuur zelfs zo georga-
niseerd, dat iedere self-publisher desgewenst gebruik kan maken
van het totaal van de diensten: opslag, logistiek, facturering,
digitale registratie en marketing. De titels zijn vindbaar voor
iedere boekhandelaar en individuele consument. De bereik-
baarheid van dit aanbod is zo gegarandeerd.
                                                                                                De boekensector: transities
4.   Het boekenvak investeert in het elektronische boek (in
     uiteenlopende formats). Op basis van een ruwe schatting van
     het CB mogen we aannemen dat van de nieuw verschenen
     titels uit de algemene boekenmarkt gemiddeld meer dan 35%
     direct ook in elektronische vorm verkrijgbaar is. Dat bete-
     kent dat de boekensector – hoewel dit uiteraard slechts een
     afgeleid effect is - een bijdrage levert aan de digitalisering
     van een deel van ons (toekomstig) cultureel erfgoed.
5.   Onder aanvoering van uitgevers en boekverkopers is het
     Digitale Platform opgezet, waarop iedere uitgever en retailer
     laagdrempelig elektronische boeken kan aanbieden en
     verkopen. Meer dan 130 retailers – waaronder Bol.com, Kobo
     en Apple – zijn inmiddels aangesloten.
6.   De boekenbranche onderzoekt nieuwe distributiemodellen.
     Zo zijn CB, CPNB en Bol.com bezig met de ontwikkeling
     van LeesID, een platform dat het mogelijk maakt aange-
     schafte elektronische boeken op alle bestaande systemen te
     openen en te lezen. Ook wordt nagedacht over Bookify,
     naar analogie van Spotify dat is ontwikkeld door (en voor) de
     muziekindustrie. Hierbij kunnen consumenten volgens het
     principe all you can eat tegen een vast (maand)tarief toegang
     genieten tot een grote, aantrekkelijk gepresenteerde verza-
     meling gedigitaliseerde actuele boeken en tijdschriften.
7.   Begin 2014 is, mede met behulp van het ministerie van
     OCW, The Content Map ‘live’ gegaan, een website waarin de
     boeken-, muziek-, film-, tv- en gamesindustrie samenwerken
     om legaal aanbod beter zichtbaar en vindbaar te maken en             20
     piraterij te bestrijden.                                          Bij de invoering van
                                                                       de (nieuwe) Biblio-
                                                                       theekwet worden de
8.   Bibliotheek.nl en een aantal uitgeverijen ontwikkelen model-      taken van Bibliotheek.   20
                                                                       nl ondergebracht bij
     len om de openbare bibliotheken te faciliteren bij het uitlenen   de Koninklijke Biblio-
                                                                       theek. Dat is naar
     van elektronische boeken. [20]                                    verwachting het geval
                                                                       per 1 januari 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>      Dat is een ontwikkeling waarbij de overheid onmiskenbaar
      belang heeft, zeker wanneer de wettelijke kaders op het
      gebied van auteurs- en leenrecht goed en efficiënt zijn geor-
      ganiseerd en aldus de belangen van auteurs en uitgevers zijn
      gewaarborgd. Ook in deze context krijgt de bereikbaarheid
      van het boekenaanbod een nieuwe impuls. Belangrijke vraag
      daarbij blijft wel hoe Bookify, mocht deze dienst inderdaad
      operationeel worden, zich verhoudt tot de digitale openbare
                                                                       De boekensector: transities
      bibliotheek dat vergelijkbare ambities heeft.
9.    De boekensector verkent nieuwe (soms: door het publiek
      gesteunde) financieringsmodellen. Omdat de commerciële
      banken vooralsnog terughoudend blijken in het verstrekken
      van bedrijfskredieten aan de detailhandel (concreter: aan
      uitgeverijen en boekhandelaren in een evident krimpende
      boekenmarkt), zoekt de boekensector naar financierings-
      vormen die voorbehouden leken aan start-ups in de digitale
      wereld: crowdfunding en bijdragen van geëngageerde private
      investeerders. De verzelfstandiging van een substantieel
      deel van de failliete en rijk gesorteerde boekenketen Polare
      is mede mogelijk gemaakt dankzij deze strategie. Dat levert
      inzicht en ervaringen op waarvan anderen kunnen profite-
      ren en die in het eerder genoemde expertisecentrum zouden
      kunnen worden gedeeld.
10.   Bij de Boekenweek en de Kinderboekenweek – die beide ook
      een leesbevorderend karakter hebben – speelt de fysieke
      boekhandel onverminderd een belangrijke rol. Hoe groot
      deze precies is, moet nader worden onderzocht. De kans
      bestaat inmiddels dat in bepaalde verzorgingsgebieden als
      gevolg van sluiting van (gemeentelijke) openbare biblio-
      theekvoorzieningen de boekhandel de enige snel bereikbare
      plaats is waar men fysieke boeken en tijdschriften kan zien
      en voelen (en geïnviteerde auteurs kan zien en horen). Boek-
      handels participeren in (lokale) literaire evenementen en
      bieden daarmee toegang tot ‘literaire belevenissen’ die ook
      bij een jong publiek in de smaak vallen.
11.   De boekensector participeert in De Leescoalitie. Deze is
      opgericht in 2012 en bestaat uit Stichting Lezen, de Stichting
      Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB),
      Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), de Vereniging      21
      Openbare Bibliotheken (VOB) en Stichting Lezen &
      Schrijven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Deze landelijke spelers op het gebied van leesbevordering
bundelen de komende jaren hun krachten om zoveel mogelijk
mensen aan te zetten tot lezen en voorlezen. De Leescoalitie
riep 2013 uit tot het Jaar van het Voorlezen. Het jaar 2014
kreeg een vervolg onder de titel Vaders Voor Lezen. Daarmee
wordt aan het culturele belang van lezen en het boek volop
recht gedaan.
                                                               De boekensector: transities
                                                               22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>5.   De evaluatieverplichting
In artikel 30 van de Wet op de vaste boekenprijs is vastgelegd
dat de minister van OCW de Tweede Kamer binnen vijf jaar
(nu vier jaar) na inwerkingtreding en vervolgens steeds na vier
                                                                                                  De evaluatieverplichting
jaar verslag uitbrengt over ‘de doeltreffendheid en de effecten’.
Daarom heeft het ministerie van OCW aan de onderzoeks-
bureaus Ape en Dialogic opdracht verleend de wet te evalueren
over de periode 2009 – 2012. Dit heeft geresulteerd in de publi-
catie van het onderzoeksrapport Tweede evaluatie van de Wet
op de vaste boekenprijs. [21] Dit rapport vormt een belangrijke
schakel in de (aanstaande) besluitvorming. De uitkomsten van
de analyse en evaluatie moeten deze immers mede schragen.
De raad is daarom gevraagd dit rapport in zijn overwegingen
te betrekken.
Deze evaluatie heeft vier samenhangende doelen, die uiteraard in
het rapport zelf uitvoerig worden toegelicht:
1.   Een analyse van de positie van het wetenschappelijke
     boek over de periode 2009 – 2012.
     De aanleiding daarvoor ligt mede in de Tweede Kamer.
     Op 20 december 2011 stemde deze in met het amendement
     van de Kamerleden De Liefde en Voordewind. [22] Dit
     amendement beoogt het wetenschappelijke boek (w-boek) op
      goede gronden uit te sluiten van de wet, overeenkomstig
     de uitsluiting van het schoolboek op grond van ‘het verplicht
     voorgeschreven en educatieve karakter daarvan’. De vraag
     die de minister stelt is of er ondubbelzinnige criteria bestaan
                                                                          21
     waarmee het wetenschappelijke boek van het algemene boek          Tweede evaluatie van
     (a-boek) kan worden onderscheiden. Dat moet worden                de Wet op de vaste
                                                                       boekenprijs, Bijlage bij
     gedaan om het amendement in de praktijk ten uitvoer te kun-       Kamerstuk 32300
     nen brengen. De kwestie die met deze laatste vraag voorligt,      nr. 4, Ape en Dialogic,
                                                                       Utrecht, 4 februari
     heeft betrekking op genreclassificatie of -typologie.             2014.
                                                                          22
     De raad is van mening dat er op inhoudelijke gronden geen         Wijziging van de Wet
     werkbare (laat staan: een sluitende) definitie van het weten-     op de vaste boekenprijs
                                                                       in verband met de
     schappelijke boek mogelijk is, alle pogingen ten spijt. Niet-     evaluatie van die wet,
     temin volstaat een pragmatische benadering: een wetenschap-       Kamerstuk 32641            23
                                                                       nr. 9, Amendement
     pelijk boek is een boek waarop (op welke wijze dan ook)           De Liefde en
                                                                       Voordewind, Tweede
     vermeld staat dat het om een wetenschappelijk boek gaat.          Kamer, Den Haag,
                                                                       8 december 2011.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>     De raad adviseert de minister daarom het amendement uit
     te voeren. Verder kan uit de behandeling van dit amende-
     ment worden afgeleid dat de sector zelf over belang en effec-
     tiviteit van de wet niet eensgezind is; de wetenschappelijke
     uitgevers willen een eigen koers varen.
2.   Een meting en verklaring van de ontwikkelingen
     in de pluriformiteit van het titelaanbod en in de brede
                                                                       De evaluatieverplichting
     beschikbaarheid van het boek over de periode
     2009 – 2012.
     Dit deel beoogt dus de empirische toetsing aan de hand van
     de twee kernparameters die zijn afgeleid van de primaire
     cultuurpolitieke doelstellingen van de wet (zie hoofdstuk 2).
3.   Een analyse van de gevolgen van de digitalisering
     voor de werkingssfeer van de wet.
     Daarbij proberen de auteurs van het rapport zich dus reken-
     schap te geven van de effecten van de mediatransitie die
     hierboven kort aan de orde is gekomen (hoofdstuk 3).
4.   Een beoordeling van de functionaliteit van de vaste
     prijs in het licht van de huidige (en in de toekomst
     verwachte) marktsituatie van de fysieke boekhandel
     in vergelijking met de effectiviteit en efficiëntie van
     eventuele alternatieven voor dit instrument.
     De naleving of werking van het principe van de interne
     kruissubsidie laat zich bij gebrek aan gevalideerde financiële
     bedrijfsgegevens vooralsnog niet langs empirische weg
     verifiëren; deze gegevens zijn bedrijfsgeheim en dus niet langs
     publieke weg toegankelijk. In het rapport komt dit aspect
     niet ter sprake. We moeten vooralsnog aannemen dat OCW
     niet op een nader onderzoek op dit punt heeft aangedrongen,
     noch de sector zelf op dit vlak initiatief genomen heeft.
De raad kan het onderzoeksrapport uiteraard niet integraal
bespreken. Zijn oordeel is ambivalent. Het onderzoek is
uitgebreid en diepgaand opgezet. Het bevat onder andere een
zogenaamde ‘deskstudie’ (een verkennende literatuurstudie,
waarbij de internationale literatuur over het onderwerp overigens
slechts in beperkte mate is meegenomen) en een web-enquête
onder uitgevers over verkoopcijfers en marktaandelen. Boven-
dien wordt gewag gemaakt van interviewrondes en expertmee-             24
tingsmeetings met vertegenwoordigers van boekhandels en
uitgeverijen. Het levert een rijk geheel op, met een wisselend
kwantitatief en kwalitatief karakter.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>De raad is onder de indruk van de ‘uitwerking (van) drie alter-
natieven conform de CPB/SCP-studie’ waarbij – in vervolg
op het eerder gepubliceerde rapport Boek en markt uit 2002 – een
aantal toekomstscenario’s wordt doordacht. Daarbij wordt ook
eventuele liquidatie van de wet (onder de titel ‘non interventie’)
onder ogen gezien en over mogelijk effecten daarvan gesproken.
Deze belangrijke inspanningen kunnen echter niet verhullen dat
                                                                                                 De evaluatieverplichting
het evalueren van de effectiviteit van de wet op zichzelf funda-
menteel problematisch is en dat dit inzicht, alhoewel reeds
eerder geformuleerd, tot op heden niet afdoende is gewogen.
Mogelijke effecten van de wet – zowel positieve als negatieve –
kunnen niet geïsoleerd worden van andere (algemene, econo-
mische) effecten.
    Dat wordt in het rapport van Ape en Dialogic zelf als volgt
geformuleerd (bladzijde 97 onderaan): “Een methodologisch
knelpunt hierbij is dat we geen ‘Nederland met’ en een ‘Neder-
land zonder’ prijsbinding op hetzelfde moment kunnen verge-
lijken. Andere – niet te isoleren – factoren kunnen naast wel of
geen prijsbinding ook invloed hebben op de pluriformiteit van
het titelaanbod en de brede beschikbaarheid.” En dat betekent
                                                                         23
weer dat bij gebrek aan een controlegroep een statistisch ge-         Ook de Deense studie
fundeerd bewijs van de doeltreffendheid en effecten van de wet        (Liberaliseringen af
                                                                      bogmarkedet, Danish
– geoperationaliseerd in termen van de twee kernparameters –          Competition and
niet kan worden geleverd.                                             Consumer Authority,
                                                                      13 november 2013)
    Dat is trouwens een constatering die ook in vergelijkbaar         voert niet het ‘perfecte
buitenlands empirisch onderzoek naar de effecten van prijsbin-        experiment’ uit. Niet-
                                                                      temin is de Deense
dingsmechanismen is gedaan (in Denemarken bijvoorbeeld,               studie methodologisch
waar de raad van gedachten wisselde met betrokken deskundi-           gezien beduidend
                                                                      verantwoorder opgezet
gen). [23]                                                            dan de Nederlandse
                                                                      evaluatie. In het
                                                                      Deense onderzoek
Discussie moet er ook zijn over de significantie van de datasets      wordt immers een ver-
                                                                      gelijking gemaakt met
op grond waarvan over de diversiteit van het boekenaanbod             een controlesituatie,
in het rapport conclusies worden getrokken. Het gaat dan in het       namelijk de periode
                                                                      voor afschaffing van de
bijzonder om de waarde van de zogenaamde ‘NUR-codes’.                 vaste prijs. De studie
Deze worden door de branche gebruikt om aan te geven waar             naar de afschaffing van
                                                                      de vaste prijs in
een (nieuw) boek in de boekhandel geëtaleerd zou moeten wor-          Groot-Brittannië voegt
den (bij de thrillers, fictie, non-fictie, biografieën, kookboeken;   hier nog een tweede
                                                                      controlesituatie aan
elk (sub)segment heeft een eigen plank of kast of plek). NUR-         toe: de situatie in
codes vormen dus een nuttig marketinginstrument en worden             Duitsland, waar de
                                                                      vaste prijs gehandhaafd
met zekere strategische efficiency gebruikt. Zo is het voor uit-      is. Deze studies geven
gevers soms van belang om meerdere NUR-codes aan een boek             daarom meer inzicht        25
                                                                      in de werking van vaste
te hangen, zodat dit door boekhandelaren op uiteenlopende             prijzen dan het
                                                                      (Nederlandse) Ape
locaties in de boekwinkel kan worden aangeboden. Zichtbaar-           en Dialogic rapport
heid in de retail vormt hier dus het primaire uitganspunt.            uit 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Hoewel indicatief voor de aard en de inhoud, gaat het hier dus
niet om welomschreven classificatiecategorieën, waarmee een
inzicht in de precieze (al dan niet naar (sub)genre geordende)
samenstelling van het aanbod zou kunnen worden vastgesteld.
   Daarom is ook dit deel van het onderzoek niet maximaal
deugdelijk en moet aan de betrouwbaarheid van de uitkomsten
worden getwijfeld.
                                                                     De evaluatieverplichting
Verder zijn data waarover de onderzoekers konden beschikken
niet altijd volledig. Het onderzoek leunt bijvoorbeeld zwaar op
de gegevens van het CB. Deze cijfers omvatten een zeer groot
deel van het aanbod van (te leveren) boektitels, maar zeker niet
het totale aanbod. Verder constateert de raad in het rapport
enkele onvolkomenheden in presentatie en formulering. Ook de
gebruikte terminologie is niet altijd even consistent. Het rap-
port biedt ontegenzeggelijk zicht op enkele belangrijke trends.
    Maar het vormt naar het oordeel van de raad geen solide
basis voor het weloverwogen advies dat de minister geacht wordt
 te formuleren. We weten eenvoudigweg niet of de wet doet wat
hij geacht wordt te doen. Het (praktijk)oordeel van experts, die
hierover uitgesproken oordelen koesteren, vermag daar weinig
aan te veranderen.
De raad wil hieraan enkele overwegingen verbinden. Daarbij
betrekt hij ook de eerder gepubliceerde onderzoeksrapporten
waarin – met vergelijkbaar controversieel resultaat – geprobeerd
is voor de werking empirisch valide bewijs te leveren. In de
eerste plaats moet worden aangetekend dat de wet, voor zover
de raad nu kan overzien, niet voldoet aan criteria voor evidence
based policy. Historisch bezien kan men stellen dat de wetgever
enigszins lichtvaardig een evaluatieverplichting in de wet
heeft opgenomen door geen enkele aanwijzing te geven over de
wijze waarop deze zou kunnen of moeten worden uitgevoerd.
    Nu meer dan een decennium lang – vanaf de introductie
van de wet in 2005 – zonder overtuigend resultaat geprobeerd
is gronden voor deze effectmeting te vinden en te operationa-
liseren – en dus de evaluatie van de in de wet verankerde evalu-
atieverplichting per saldo negatief uitvalt – acht de raad de tijd
rijp deze verplichting grondig te herijken en – alleen als dat
mogelijk is – naar alternatieve evaluatie-instrumenten te zoeken
(zie ook hierna, hoofdstuk 7).
    De inbreng van de Autoriteit Consument en Markt (ACM)            26
– hoewel deze op goede methodische en praktische gronden
sceptisch is met betrekking tot dergelijk werk – en het Commis-
sariaat voor de Media ligt daarbij in de rede.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Daarmee keert de raad tot slot terug naar het problematisch
karakter van de wet in het licht van het mededingingsregime.
Als gezegd vormt de wet in beginsel een inbreuk op het funda-
menteel geachte principe van het vrije handelsverkeer.
    Nu (vooralsnog) het empirische bewijs ontbreekt waarmee
de noodzaak van deze inbreuk kan worden gerechtvaardigd,
moet andermaal de vraag gesteld of er gronden (genoeg) over-
blijven om het voortbestaan van de prijsbinding (al dan niet
                                                                    De evaluatieverplichting
tijdelijk) te rechtvaardigen.
    Naar de mening van de raad ‘bestaan’ deze gronden; ze zijn
van mediahistorische, sectorale, economische en vooral van
culturele aard. In hoofdstuk 6 zullen ze nader worden toegelicht.
Maar dat dan wel tegen de achtergrond van de reële bezwaren
die er tegen het instrument zijn ingebracht. Voor een evenwich-
tige weging van het belang van het beleidsinstrument, moeten
ook deze worden meegenomen.
                                                                    27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>6.   Perspectieven op liquidatie
     en continuering van de wet
De raad meent de argumenten te kunnen identificeren die tegen
of voor voorlopige continuering van de wet (kunnen) worden
gebruikt. Hierbij zij nogmaals aangetekend dat elk oordeel mede
                                                                       Perspectieven op liquidatie en continuering van de wet
afhankelijk is van het relatieve belang dat men hecht aan de
uiteenlopende dimensies waarbinnen men het beleidsinstrument
kan waarderen. Elke betrokken partij zal dus een eigen, wel-
overwogen en beargumenteerde normatieve afweging moeten
maken. De raad waagt zich daarbij slechts in beperkte mate aan
beargumenteerde speculaties over de mogelijke gevolgen van
liquidatie of continuering.
    Voor een uitvoeriger visie op ‘toekomsten’ kan men terecht
in het Ape en Dialogic-rapport met inachtneming van hetgeen
daarover eerder is gezegd.
1.   De eerste reeks argumenten ‘tegen de prijsbinding’ heeft
     een economisch karakter, raakt de juridische problematiek
     van de mededinging en adresseert het gebrek aan valide
     empirisch bewijs voor de werking van de wet. Binnen breed
     geaccepteerde economische theorieën geldt dat marktpar-
     tijen gevoelig zijn voor hun geldelijke belangen. De wetgever
     kan daarom door hem gewenst gedrag van marktpartijen
     stimuleren door aan dit gedrag een geldelijke beloning te ver-
     binden. In concreto wenst de wetgever een pluriform titel-
     aanbod en een brede beschikbaarheid van het boek te bevor-
     deren. Het daarvoor gebruikte instrument, de (Wet op de)
     vaste boekenprijs, geeft echter geen directe prikkel aan uitge-
     vers en boekhandelaren om het titelaanbod te verbreden
     of boeken breder beschikbaar te maken. Bovendien bestaat
     er geen overtuigend empirisch bewijs dat de maatregel –
     het economisch-theoretische bezwaar ten spijt – effectief is.
2.   Het tweede argument ‘tegen de wet’ heeft betrekking op
     de inconsistentie van de regelgeving (en de implicaties daar-
     van voor de monitoring). De wet geldt wel voor het fysieke
     boek, maar niet voor het elektronische boek. Het elektroni-
     sche boek wordt binnen het Europees rechtelijk kader
     immers als een dienst gewaardeerd en geniet dus een andere        28
     juridische status.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>     Dit gebrek aan uniformiteit kan in beginsel worden verhol-
     pen, wanneer de wet generiek komt te vervallen. In dat geval
     verdwijnt bovendien de controlerende taak van het Commis-
     sariaat voor de Media.
     Uiteraard kan men ook consistentie bereiken door bij uit-
     breiding de wet zonder uitzondering voor alle boeken geldig
     te verklaren – dus ook voor het elektronische boek. Maar
                                                                                           Perspectieven op liquidatie en continuering van de wet
     dit laatste stuit bij de overheid vooralsnog op zwaarwegende,
     en naar het oordeel van de raad valide praktische en princi-
     piële (juridische) bezwaren; de toenmalige staatssecretaris
     sprak in dit verband onder meer over ‘gebrek aan handhaaf-
     baarheid, uitvoerbaarheid en functionaliteit’. [24]
     Tot slot zou men kunnen overwegen – zoals in Denemarken
     is gebeurd – de wet facultatief te maken. Dat betekent dat
     uitgevers op enig moment zelf mogen bepalen of zij een boek-
     titel al dan niet onder het regime van de prijsbinding willen
     laten vallen. Van regie ten behoeve van de cultuurpolitieke
     ambities van de overheid kan dan nog amper sprake zijn, laat
     staan van enige uniformiteit. Wel ontstaat dan een ‘expe-
     rimentele situatie’ waarin uitgesproken voorkeuren pro of
     contra de wet aan feitelijk (economisch) gedrag kunnen
     worden getoetst.
3.   Het derde argument ‘tegen de prijsbinding’ heeft betrekking
     op het economisch belang van de Nederlandse consumenten.
     Zij moeten ongevraagd (want krachtens de wet) een uniforme
     marktprijs aanvaarden. Zij hebben anders gezegd geen prijs-
     keuzevrijheid omdat ‘prijsstunten met boeken’ verboden is.
4.   Het vierde en laatste bezwaar ‘tegen de wettelijke regeling’
     heeft te maken met de relatie tussen overheid en boeken-
     sector, en in het bijzonder met de betrekkingen tussen over-
     heid, uitgevers en boekhandelaren. Met de inwerkingtreding
     van de wet in 2005 is tussen hen een reciproque relatie
     ontstaan. Wie bij wet een economische ‘status aparte’ geniet
     vanwege de cultuurpolitieke belangen die de overheid onder-
     schrijft en uitdraagt, zal culturele beleidsvisies met deze
     overheid moeten afstemmen en in ieder geval inzage moeten
                                                                        24
     bieden in alle relevante cijfers wanneer dat noodzakelijk       SEO Economisch
     wordt geacht: ten behoeve van evaluaties van elk aspect van     Onderzoek Digitaal    29
                                                                     gebonden, Kamerstuk
     de wet en uiteraard met inachtneming van alle methodische       32300 nr. 2, Tweede
                                                                     Kamer, Den Haag,
     restricties. Dat is de grondslag van accountability.            vergaderjaar
                                                                     2011 – 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>     De raad stelt vast – mede op basis van de in de evaluatierap-
     porten gepresenteerde gegevens – dat de werking van de
     interne kruissubsidie nog nooit aan een onafhankelijk empi-
     risch onderzoek is onderworpen. [25] Tegenover het pers-
     pectief van liquidatie staat dat van voorlopige continuering,
     waarvoor de raad onder voorwaarden pleit.
5.   Het eerste (principiële) argument ‘voor continuering’ van
                                                                                                  Perspectieven op liquidatie en continuering van de wet
     de wet is van culturele aard. De sociale, educatieve, intellec-
     tuele en artistieke waarden van boeken moeten in relatie tot
     economisch-commerciële en juridische waarden zorgvuldig
     worden gewogen. Dat is met de ‘dubbele natuur’ van het
     boek geïmpliceerd. Daar ligt de mede de publieke verant-
     woordelijk van de raad.
     De productie, distributie en receptie van boeken moeten in
     elke beschaving zijn gegarandeerd, ‘juist ook’ wanneer
     economische omstandigheden ongunstig(er) zijn en dus de
     verkoop mede door algemene macro-economische ontwikke-
     lingen stagneert. De rijksoverheid dient hier – mede in het
     perspectief van hetgeen over culturele diversiteit in interna-
     tionale verdragen is gezegd – verantwoordelijkheid te dragen.
     Alleen zij kan bindende maatregelen nemen die het belang
     van boeken als dragers van een gedeelde cultuur beschermen
     en beleid institutionaliseren ten behoeve van de talen waarin
     deze boeken zijn geschreven.
         Dat betekent ook dat zij zorg draagt voor de boekproduc-
                                                                            25
     tieketen – auteurs, uitgevers, distributeurs en boekverkopers      Het centrale probleem
     – en bereid moet zijn juridische (mededingingsrechtelijke)         bij gebruik van derge-
                                                                        lijke data is dat ook
     bedenkingen in haar eindafweging van ondergeschikt belang          hier een controlesitu-
                                                                        atie ontbreekt. We
     te achten. Voor onze kenniseconomie, ons gedifferentieerde         zullen zo gezegd nooit
     onderwijsstelsel en vitale cultuurparticipatie zijn boeken van     weten hoe het boeken-
                                                                        vak zich had gedragen
     belang.                                                            zonder wet op de vaste
                                                                        boekenprijs. Mocht
                                                                        op grond van bedrijfs-
6.   Het tweede argument ‘voor continuering’ doet een beroep            gegevens – indien deze
     op principes van economische risicobeperking en verwijst           worden vrijgegeven –
                                                                        de aanwezigheid van
     naar de noodzakelijke innovatieagenda voor de boekensector.        kruissubsidies worden
     Wanneer de wet direct geliquideerd wordt, zullen partijen          vastgesteld, dan is dit
                                                                        in strikte zin nog
     nieuwe – competitiever – verdienmodellen moeten ontwikke-          geen bewijs dat de wet
     len waarbij de door de prijsbinding gegarandeerde baten            effectief is. Dat laat
                                                                        onverlet dat inzage in
     komen te vervallen. De bedrijfsinkomsten, die als gevolg van       deze gegevens mini-
     de economische crisis reeds onder druk staan, lopen daarbij        maal een indicaties       30
                                                                        kunnen geven van
     het risico nog verder te dalen. In een periode waarin innovatie    intern (bedrijfs)
                                                                        beleid. Maar zelfs
     essentieel is, ook in cultureel opzicht, is zo’n krimp risicovol   deze indicaties zijn
     te noemen.                                                         niet voorhanden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>7.   Het derde argument ‘voor continuering’ van de wet verwijst
     naar de rijke – nationale en vooral Europese – jurisprudentie
     over prijsbinding.
         Voor zover de raad nu kan overzien, bestaan er in deze
     context vooralsnog geen dwingende redenen de wet te
     schrappen (zie hoofdstuk 2). Een blik op regelgeving in de
     Europese Unie mag daarbij niet ontbreken. Er zijn meer
     lidstaten die een dergelijk instrument hanteren – Frankrijk,
                                                                      Perspectieven op liquidatie en continuering van de wet
     Hongarije en Duitsland bijvoorbeeld – en daarover debatten
     voer(d)en. Niettemin is het beeld hybride omdat er even-
     zovele lidstaten blijken te bestaan – België, Denemarken, het
     Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld – waar prijsbinding bij
     de verhandeling van boeken (inmiddels) is verboden.
         De raad juicht elk initiatief toe om bovennationale kennis
     op dit terrein te delen. Tot op heden is de wet in Nederland
     – in ieder geval in de beschikbare analyses van de overheid –
     te veel als een nationale kwestie beschouwd (hoewel zij
     mede naar vergelijkbare Franse en Oostenrijkse wetgeving is
     gemodelleerd!). Hier ligt mogelijk een taak voor een exper-
     tisecentrum, waarover elders in dit advies wordt gesproken.
                                                                      31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>7.   Advies
De raad adviseert de Wet op de vaste boekenprijs voorlopig
te handhaven voor een periode van vier jaar. Vanwege het grote
culturele en maatschappelijk belang moet een brede beschik-
baarheid en verscheidenheid van boeken zijn gegarandeerd. In         Advies
de huidige economische omstandigheden van de boekensector
vindt de raad afschaffing op korte termijn niet verantwoord. De
door de prijsbinding gefixeerde baten die een relatieve inkom-
stenzekerheid bieden, zouden daarmee immers definitief komen
te vervallen.
    Dat betekent dat de raad, met inachtneming van urgente
economische omstandigheden en dus op pragmatische gronden,
bepleit de wet voorlopig te continueren: deze biedt, binnen
beperkte marges, de sector een zekere vorm van inkomsten-
zekerheid die de komende jaren voor vernieuwing noodzakelijk
zal zijn. De raad adviseert voorts het amendement De Liefde
en Voordewind, over de positie van het wetenschappelijk boek,
uit te voeren.
De raad meent verder te kunnen vaststellen dat er op basis van
de beschikbare jurisprudentie vooralsnog geen doorslaggevende
bezwaren bestaan tegen continuering van het instrument. De
inbreuk van de wet op het Europees mededingingsregime kan op
valide cultuurpolitieke gronden worden gelegitimeerd.
   Omdat de raad moet concluderen dat er onduidelijkheid blijft
bestaan over de effectiviteit van de wet en omdat (digitale)
productontwikkeling en innovatie in de boekensector urgent zijn,
verbindt de raad aan dit advies de volgende voorwaarden:
1.   De relaties tussen de overheid en de boekensector worden
     langs andere lijnen opgetuigd. Tussen partijen bestaat met
     de introductie van de wet (en additionele steunmaatregelen,
     zoals het verlaagd btw-tarief) een reciproque verbintenis,
     die vergelijkbaar is met (maar vanzelfsprekend niet identiek
      is aan) de relatie die ontstaat bij het aanvaarden van een
     overheidssubsidie. Wie bij wet een bijzondere economische
     status geniet, zal culturele (innovatie)ambities moeten delen
     en afstemmen en inzage moeten geven in relevante cijfers        32
     wanneer dat noodzakelijk wordt geacht voor evaluaties en/of
     beleidsvorming. Van volledige vrijblijvendheid kan dan
     geen sprake zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>     Duidelijk moet worden hoe en hoeveel van de inkomsten
     in het perspectief van de interne kruissubsidie precies worden
     aangewend ten behoeve van de cultuurpolitieke doelen die
     de overheid met de wet nastreeft. Partijen kunnen afspraken
     hierover in een convenant vastleggen.
2.   De overheid laat – met inachtneming van alle methodische
     mogelijkheden en beperkingen – alsnog nagaan of er een
     evaluatiemethode kan worden ontwikkeld die de effectiviteit      Advies
     van de wet wel op een solide wijze kan meten. Sinds de
     inwerkingtreding in 2005 is geprobeerd de evaluatieverplich-
     ting uit de wet te operationaliseren en overtuigend empirisch
     bewijs te vinden voor de werking ervan. De resultaten zijn
     keer op keer niet overtuigend gebleken.
        De raad stelt voor – voor zover mogelijk – alternatieve
     evaluatiemethoden te ontwikkelen. Daarbij moeten de op-
     merkingen die de Autoriteit Consument en Markt (en eerder
     CPB/SCP) gemaakt hebben over een ‘goede’ evaluatie uiter-
     aard meegenomen worden. In het bijzonder de werking van
     het mechanisme van de interne kruissubsidie dient object
     van onderzoek te zijn.
3.   De overheid laat onderzoeken of er additionele (steun)
     maatregelen gewenst zijn om de sector al dan niet tijdelijk
     (of extra) te ondersteunen. Daarvoor is meer kennis van de
     ontwikkelingen binnen de ‘boeken- en leescultuur in
     brede zin’ noodzakelijk. Daarom pleit de raad voor aanvul-
     lend onderzoek dat op korte termijn kan worden gestart.
         De lees- en boekencultuur is de afgelopen jaren veran-
     derd. Lezen geniet verminderde belangstelling. Boeken
     worden structureel minder aangeschaft. De mediatransitie
     (‘van analoog naar digitaal’) is volle gang en brengt een
     majeure verandering tot stand in mediaconsumptiegedrag.
     En daarmee ook in de omgang met boeken. Dit proces is
     nog lang niet uitgekristalliseerd.
     De verminderde aandacht voor lezen en boeken heeft
     onvoorziene effecten (op scholing en cultuurparticipatie bij-
     voorbeeld) die de overheid onder ogen moet zien. Daarom
     is aanvullend onderzoek nodig waarbij alle relevante factoren
     in samenhang worden geadresseerd. Pas dan kan beleid
     worden ontwikkeld dat op termijn effect heeft.                   33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>     Tussen een nationale boekencultuur, ontwikkelde lees- en
     informatievaardigheden, schoolsucces en kenniseconomie
     bestaat een verband.
         De indruk van de raad is niettemin dat initiatieven nog
     te instrumenteel zijn en te weinig zijn geïntegreerd in een
     brede beleidsvisie. Onderwijsbeleid en cultuurbeleid staan
     soms ver van elkaar af, terwijl samenwerking in dit ver-
     band onontbeerlijk is. Daarom pleit de raad ervoor dat deze
     aspecten in samenhang worden onderzocht, waarbij alle            Advies
     partijen betrokken zijn. Oriëntatie op initiatieven elders in
     Europa is daarbij onontbeerlijk.
4.   De boekensector heeft een bijzondere culturele verantwoor-
     delijkheid. Daarover kan geen misverstand bestaan. Partijen
     moeten hun krachten bundelen en de noodzakelijke inno-
     vatieagenda met elan uitvoeren. Daarbij is ook een groot cul-
     tureel belang gediend. Expertise moet worden bijeengebracht
     en kunnen worden gedeeld met nieuwe (jonge) boekonder-
     nemers, bijvoorbeeld op het gebied van (alter-natieve) finan-
     ciering, digitalisering of transmediale ontwikkelingen.
        Het Nederlands Letterenfonds kan een belangrijke facili-
     terende en stimulerende rol spelen, mits dit daarvoor de
     ruimte krijgt – bij voorkeur in samenwerking met Vlaamse
     partners. Kansen, zoals binnen het programma van
     de creatieve industrie, moeten intussen worden gegrepen.
        Internationale oriëntering is een vereiste, evenals overleg
     met andere cultuurproducenten (zoals de muziek- en film-
     industrie).
Mocht blijken dat deze voorwaarden (zie hierboven 1 t/m 4)
niet te realiseren zijn, dan ligt liquidatie van de wet over vier
jaar in de rede. Dat laatste dient overigens ook overwogen
te worden wanneer het papieren boek een marginaal deel van
de totale afzet zou omvatten: de wet heeft dan in zijn huidige
vorm aan betekenis verloren.
                                                                      34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Colofon
Vaste boekenprijs
Advies bij tweede
evaluatie van de wet
Dit advies is een uitgave
van de Raad voor Cultuur
leden
Joop Daalmeijer
voorzitter
Melle Daamen
Jessica Mahn
Caroline Nevejan
Annick Schramme
Rocky Tuhuteru
Mathieu Weggeman
Jeroen Bartelse
algemeen secretaris
                                          Colofon
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
Postbus 61243
2506 AE Den Haag
070 – 3106686
info@cultuur.nl
www.cultuur.nl
ontwerp
Daphne Heemskerk
fotografie
Aad Hoogendoorn
Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de Raad
voor Cultuur en deze publicatie als
bronnen worden vermeld.                   35
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, juli 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op
het terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties
en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>