<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>advies over actieve
cultuurparticipatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>     Inhoud
     Samenvatting                                 5
1.   Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak        13
                                                      Inhoud
2.   De waarde van actieve cultuurparticipatie   23
3.   Stand van zaken en probleemanalyse          33
4    Vijf adviezen voor actieve
     cultuurparticipatie                         51
5.   Vier toekomstperspectieven voor
     Nederlandse gemeenten                       63
     Bijlagen                                    69
1.   Adviesaanvraag voorzieningen
     actieve cultuurparticipatie                 70
2.   Samenstelling en werkwijze commissie        76
3.   Overzicht van gesprekspartners              78
4.   Vergelijking met de sportsector             80
5.   Vergelijking met het buitenland             82
6.   Literatuur                                  86
     Colofon                                     89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>   Samenvatting
De helft van alle Nederlanders houdt zich in de vrije tijd bezig
met allerlei vormen van actieve cultuurparticipatie. Kinderen
volgen muziek- of breakdanslessen, hun ouders zingen in een
                                                                                             Samenvatting
koor of werken als vrijwilliger mee aan archeologische opgravin-
gen terwijl hun grootouders hun memoires schrijven. Actieve
cultuurparticipatie is overal te vinden – het vormt de voedings-
bodem van ons culturele leven.
Voor jonge mensen gaat cultuurparticipatie om activiteiten die
vormend zijn voor hun identiteit. Zij ontwikkelen er creatieve
competenties mee die van belang zijn in hun latere werkzame
leven. Volwassenen nemen deel om zich te ontspannen of hun
vaardigheden te verbeteren. Ouderen genieten ervan omdat
het hun leven (nieuwe) betekenis geeft of omdat zij er sociale
contacten mee opbouwen. De minister zegt geheel terecht in
haar adviesaanvraag: “als we willen bevorderen dat creativiteit
en identiteit ontwikkeld worden, dan moeten we zorgen dat
iedere Nederlander de mogelijkheid heeft om zich cultureel te
ontplooien.” [1]
Helaas zijn de mogelijkheden tot culturele ontplooiing geen
vanzelfsprekendheid meer. In snel tempo verminderen door be-
zuinigingen in gemeenten en provincies de mogelijkheden voor
actieve cultuurparticipatie. Navenant daalt ook de deelname aan
kunstbeoefening over bijna de gehele linie. Lokale, gesubsidi-
eerde voorzieningen zoals centra voor de kunsten vormden lange
tijd de vanzelfsprekende spil voor actieve cultuurparticipatie.
Nu moeten deelnemers, vooral kinderen en jongeren, steeds meer
op zoek naar alternatieve plekken om lessen te kunnen volgen.
Kwaliteit en continuïteit staan onder druk, omdat veel mensen
zijn aangewezen op aanbieders in een markt die nog niet goed is
uitgekristalliseerd. Zelfstandigen organiseren zich, maar zij kun-
nen de kwaliteit van hun programma’s nog niet garanderen.
    De raad maakt zich over deze ontwikkelingen zorgen. Actieve
cultuurparticipatie bevordert creativiteit. Investeren in actieve
                                                                        1
cultuurparticipatie is een voedingsbodem voor de creatieve sector.   Adviesaanvraag
                                                                                             5
Het leert kinderen en jongeren vaardigheden van de 21e eeuw.         ‘Voorzieningen voor
                                                                     actieve cultuurparti-
Het versterkt het creatieve hart van ons land.                       cipatie’, Ministerie
                                                                     van Onderwijs, Cul-
                                                                     tuur en Wetenschap,
                                                                     Den Haag, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft samen
met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de raad gevraagd
te adviseren over de wijze waarop het stelsel van voorzieningen
voor actieve cultuurparticipatie in de toekomst vorm kan krijgen.
De raad geeft in antwoord daarop vijf adviezen en vier toekomst-
perspectieven voor actieve cultuurparticipatie.
    De raad heeft deze adviezen gebaseerd op een analyse van de
huidige situatie. Deze heeft hij onder meer op basis van een ge-
                                                                        Samenvatting
spreksronde met tal van betrokkenen in het land geconstrueerd.
De raad constateert dat cultuurparticipatie een sector in transitie
is. Enerzijds verminderen in snel tempo voorzieningen en staan
kwaliteit en continuïteit van het aanbod onder druk. Maar er ont-
staan ook nieuwe kansen en nieuw elan. Particuliere en private
initiatieven krijgen meer ruimte.
Centra voor de kunsten ontwikkelen zich van overwegend aan-
bodgerichte instellingen naar maatschappelijke ondernemingen
die proberen meer en diverse eigen inkomsten te genereren.
Er ontstaan netwerken van burgers, verenigingen, culturele instel-
lingen en private partijen waarvan de overheid wel deel uitmaakt,
maar niet meer de aansturende partij is.
    Er is veel eigen initiatief bij jonge artiesten, amateurkunste-
naars en erfgoedvrijwilligers. Internet en sociale media zijn daarbij
een verrijking voor de sector. De overheid geeft meer ruimte aan
het maatschappelijke en private domein.
    De raad juicht die ontwikkeling toe, maar wijst ook op de bij-
behorende risico’s ten aanzien van de toegankelijkheid van voor-
zieningen, met name voor kinderen en ouderen. Ook de borging
van kwaliteit, de geografische spreiding, de toegankelijkheid en
diversiteit van voorzieningen vragen om aandacht van overheden.
     De raad doet in dit advies vijf aanbevelingen:
1.   Zorg voor goede basisvoorzieningen
       In tegenstelling tot veel andere beleidsterreinen zijn er
       weinig verplichtingen voor gemeenten of provincies als
       het gaat om cultuurbeleid. Lokale overheden hebben een
       grote mate van vrijheid om hun eigen keuzes te maken.
       De raad dringt erop aan om dat vanuit een visie te doen,
       die het belang van actieve cultuurparticipatie op waarde
                                                                        6
       schat. Iedere gemeente en provincie maakt keuzes op
       basis van de samenstelling en dichtheid van de bevolking,
       identiteit en ambitie. In de ene regio zijn er veel parti-
       culiere of private initiatieven en op andere plekken neemt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>        een centrum voor de kunsten een centrale plaats in binnen
        actieve cultuurparticipatie.
            Maar vijf basisvoorzieningen (locatie, programma, pro-
        motie, vindbaarheid en toegankelijkheid) die de raad in
        dit advies aangeeft, vindt hij onontbeerlijk. Deze moeten
        in iedere gemeente en provincie onderdeel zijn van het
        cultuurbeleid zodat toegankelijkheid, spreiding, kwaliteit
        en diversiteit van het aanbod gewaarborgd kunnen worden.
                                                                      Samenvatting
2.   Houd rekening met verschillende levensfasen
       De raad adviseert in het beleid voor actieve cultuur-
       participatie onderscheid te maken tussen behoeften
       en mogelijkheden voor jeugd, volwassenen en ouderen.
       Deze leeftijdsgroepen hebben verschillende motieven
       en interesses.
           De raad kiest ervoor om de prioriteit van het overheids-
       beleid te leggen bij voorzieningen voor de jeugd, omdat
       juist hier de basis wordt gelegd voor een culturele loopbaan
       en een goede start voor het leven.
3.   Waarborg kwaliteit
       De raad adviseert om een ontwikkelingsperspectief in de
       vrije tijd te ontwerpen, parallel aan het ontwikkelen van
       leerlijnen in het cultuuronderwijs op school. Zo’n perspec-
       tief moet duidelijk maken welke route (jonge) deelnemers
       kunnen volgen van kennismaken naar oriënteren en van
       oriënteren naar bekwamen. Dat geeft de docenten betere
       kaders voor hun werk en laat ontwikkelingen aansluiten
       op wat leerlingen opdoen in het reguliere onderwijs. Ook
       voor volwassenen en ouderen is het van belang om de
       eigen activiteit en prestatie te kunnen duiden en een ont-
       wikkelingsperspectief te hebben.
           De raad adviseert om een vorm van kwaliteitsborging
       te ontwikkelen voor de gehele sector van cultuureducatieve
       aanbieders.
4.   Stimuleer experimenten
        Mondiale, digitale en commerciële mediaontwikkelingen
        en migratiebewegingen beïnvloeden in hoog tempo ook de
        Nederlandse cultuur. Oude kennis en vaardigheden staan
        onder druk en nieuwe vormen zijn nog aan het rijpen.
                                                                      7
        Inmiddels is het eenvoudig om een (digitaal) fotoboek te
        maken, een film te presenteren of muziek te laten horen
        aan vrienden. Experimenten, vrije ruimte en innovatieve
        werkvormen zijn de voorbodes van een nieuwe tijd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>        Nieuw vormen van battles, competities of wedstrijden
        horen daar bij.
            De raad adviseert overheden om hiervoor altijd – ook
        al is het noodgedwongen beperkt – programmagelden
        beschikbaar te stellen. Geef ruimte aan amateurs, kun-
        stenaars, kunstdocenten, verenigingen, centra voor de
        kunsten en commerciële partijen om nieuwe vormen te
        onderzoeken voor oriëntatie, bekwaming, reflectie,
                                                                     Samenvatting
        presentatie en samenspel.
5.   Ontwerp een atlas voor de actieve cultuurparticipatie
       De raad dringt aan op een systematische verzameling van
       (deelname)gegevens en activiteiten op regionaal niveau.
       De regionale gegevens kunnen ook indicaties geven over
       de effectiviteit van voorzieningen. Er kan op deze wijze
       een ‘atlas’ ontstaan van actieve cultuurparticipatie. Deze
       atlas zorgt voor transparantie door te laten zien hoe de
       vijf eerdergenoemde basisvoorzieningen in gemeenten en
       regio’s vorm krijgen. Het is wenselijk dat zowel de burgers
       als de overheden zelf zien hoe de voorzieningen in het
       land zijn geconstrueerd.
           De raad adviseert dat de lokale overheid zich op deze
       wijze verantwoordt voor actieve cultuurparticipatie.
De raad schetst in dit advies vier toekomstperspectieven
waarlangs gemeenten hun beleid voor actieve cultuurparticipatie
kunnen inrichten. Hierin komen respectievelijk ‘de creatieve
gemeente’, ‘de talentvolle gemeente’, ‘de sociale gemeente’ en
de ‘vitale gemeente’ aan bod.
   Elk perspectief geeft een eigen profiel aan de wijze waarop een
gemeente beleid voor actieve cultuurparticipatie vorm en inhoud
kan geven.
                                                                     8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>en

M.
= — Of

eS Fi 4

nn M
os
~~ <
we
E
A i
A,

0, 4
a5)
a.
14
548
we

he

Ie

7

E

i M
As,

[ A

oh, ui
hy
Mm Je
rb
ki
s

ae

LA M = sl a ae 28 a
A OO
E Kr i ad B - 7

AR EO

_

</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>1.   Aanleiding,
     adviesaanvraag
     en aanpak
                                                                                                     Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
Aanleiding
  Op het Schouwburgplein in Rotterdam trainen jongeren hun
  skills door elkaar te verrassen met een windmill. Sommigen
  volgen, op een steenworp afstand, wekelijks lessen in het
  goed geoutilleerde HipHopHuis. In Leeuwarden musiceren
  iedere woensdagmiddag zo’n 60 senioren met hun harmo-
  nie- of symfonieorkest. Soms treden ze op in de prachtige
  theaterzaal van de Rinkelbom, het centrum voor de kunsten                   2
  in Heerenveen. Met evenveel plezier reizen zij voor een                  Adviesaanvraag
                                                                           ‘Voorzieningen voor
  concours naar Portugal. De leden van de ‘Archeologische                  actieve cultuurparti-
  Werkgemeenschap Nederland: vereniging van vrijwilligers                  cipatie’, Ministerie
                                                                           van Onderwijs, Cul-
  in de archeologie’ nemen actief deel aan onderzoek waar                  tuur en Wetenschap,
  professionele archeologen niet aan toekomen. Linde (7 jaar)              Den Haag, 2013.
  bezoekt met haar oma de Textiel Biënnale in Rijswijk omdat                 3
  zij samen veel weven en quilten. In beleidstermen gaat het               ‘Cultuur in beeld
                                                                           2013’, Ministerie van
  hier allemaal om ‘actieve cultuurparticipatie’, al zullen de             Onderwijs, Cultuur
  hiphoppers, de muzikanten, de amateurarcheologen, Linde                  en Wetenschap, Den
                                                                           Haag, 2013.
  en haar oma allemaal verbaasd kijken als zij met dit begrip
  worden geconfronteerd.                                                      4
                                                                           ‘Lokaal stelsel actieve
                                                                           cultuurparticipatie
     In dit advies wordt onder actieve cultuurparticipatie verstaan:       in transitie. Mapping
                                                                           document’, Landelijk
        alle kunstzinnige of erfgoedactiviteiten die door een amateur of   Kennisinstituut
                                                                           Cultuureducatie en
        vrijwilliger in de vrije tijd worden uitgevoerd, van schrijven     Amateurkunst,
        tot amateurarcheologie en van muziekles tot community arts. [2]    Utrecht, 2014.
                                                                              5
     Ruim de helft van de Nederlandse bevolking besteedt enige             ‘De economische
                                                                           bijdrage van amateur-
     vrije tijd als amateur of vrijwilliger aan kunstzinnige en            kunst en kunsteduca-
     erfgoedactiviteiten. Er zijn ruim 6,5 miljoen amateurkunst-           tie’, Kunstfactor en
                                                                           Kunstconnectie,
     beoefenaars, naast minimaal 400.000 vrijwilligers [3] en ruim         Utrecht, 2009. ‘FAQs
     600.000 deelnemers in de erfgoedsector. [4] Zij geven jaarlijks       over kunstbeoefe-
                                                                           ning in de vrije tijd’,
     1,35 miljard euro uit aan hun hobby; dankzij hen gaat er              Broek, A.v.d.,
     totaal 2,75 miljard euro om in de economie. [5]                       Den Haag: Sociaal en
                                                                           Cultureel Planbureau,
                                                                           2010. ‘Mogelijkheden
     Actieve cultuurparticipatie is de voedingsbodem van ons               tot kunstbeoefening       13
                                                                           in de vrije tijd’,
     culturele leven. De raad hecht daar groot belang aan. Voor            Broek, A.v.d., (red.),
                                                                           Den Haag: Sociaal en
     jonge mensen gaat het om activiteiten die vormend zijn voor           Cultureel Planbureau,
     hun identiteit. Zij ontwikkelen er creatieve competenties             2010.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>   mee die van belang zijn in hun latere werkzame leven. Vol-
   wassenen grijpen deze activiteiten aan om zich te ontspannen
   of hun vaardigheden te verbeteren. Ouderen genieten vaak
   van deze activiteiten omdat het hun leven (nieuwe) betekenis
   kan geven of omdat zij er sociale contacten mee opbouwen.
       De minister zegt geheel terecht in haar adviesaanvraag:
   “als we willen bevorderen dat creativiteit en identiteit ontwik-
   keld worden dan moeten we zorgen dat iedere Nederlander
                                                                                                Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
   de mogelijkheid heeft om zich cultureel te ontplooien.” [6]
   Helaas zijn de mogelijkheden tot culturele ontplooiing geen
   vanzelfsprekendheid meer. In snel tempo verminderen in
   vele gemeenten en provincies de mogelijkheden voor actieve
   cultuurparticipatie. Rijk, provincies en gemeenten hebben
   de afgelopen paar jaar gezamenlijk een bedrag van tussen de
   50 en 60 miljoen euro bezuinigd op voorzieningen voor actieve
   cultuurparticipatie. Dat brengt de deelname eraan in gevaar.
   Het percentage regelmatige amateurkunstbeoefenaars van 16
   jaar en ouder liep in 2011 – vergeleken met 2007 – terug:
   bij het bespelen van een instrument van 12 naar 10 procent,
   bij zingen van 9 naar 8 procent, bij theater van 14 naar 10
   procent en bij beeldende kunst van 21 naar 16 procent. [7]
       Hoewel de schrijvers aangeven dat hun gegevens in-
   compleet zijn, omdat informatie over digitale kunstvormen
   ontbreekt, signaleren zij een dalende trend bij de actieve
   beoefening. Het is aannemelijk dat de daling van de deelname
   een relatie heeft met de bezuinigingen op muziekscholen en
   centra voor de kunsten, maar het vraagt om nader onderzoek.
   De raad vindt dat de participatiegraad weer omhoog moet.
Het decor
  De voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie kennen              6
                                                                      Adviesaanvraag
  een lange geschiedenis. Een uurtje zingen op school werd in         ‘Voorzieningen voor
  1857 bij wet geregeld en in 1889 voegde de overheid daar            actieve cultuurpartici-
                                                                      patie’, Ministerie van
  het nieuwe vak tekenen aan toe. Muziekscholen en verenigin-         Onderwijs, Cultuur
  gen voor harmonie, fanfare en brassband ontstonden in het           en Wetenschap,
                                                                      Den Haag, 2013.
  midden van de 19e eeuw door initiatieven van vooruitstrevende
  burgers.                                                               7
                                                                      ‘Cultuurparticipatie:
      Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal initiatieven           minder beoefening en
  in alle kunstdisciplines toe. Eerst bij dans en beeldende kunst     consumptie’, Broek,
                                                                      A.v.d. en Eijck, K.v.,
  en later ook bij theater. In de jaren ’70 en ’80 omarmde de         in Boekmanstichting/
  overheid deze organisaties. Veel muziekscholen en centra            Sociaal en Cultureel      14
                                                                      Planbureau, ‘De staat
  voor de kunsten werden onderdeel van de gemeentelijke infra-        van cultuur. Lance-
                                                                      ring Cultuurindex
  structuur of een zelfstandige stichting dicht tegen de gemeen-      Nederland’, pagina 69,
  te aan, die werd gefinancierd door de lokale overheid.              Amsterdam, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Provincies ondersteunden deze gemeentelijke, uitvoerende
organisaties via provinciale instellingen voor cultuureducatie,
met name voor kleine gemeenten. In de jaren ’90 is deze
infrastructuur enerzijds geconsolideerd, anderzijds werd de
roep om ‘no nonsense beleid’ sterker. Eigen verantwoordelijk-
heid van de burger en marktwerking in alle sectoren, ook bij
actieve cultuurparticipatie, kenmerken het beleid.
    Anno 2014 is een zeer divers landschap voor actieve cul-
                                                                    Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
tuurparticipatie ontstaan, waar ook de media met ‘Holland’s
Got Talent’ en ‘The Voice of Holland’ deel van uitmaken.
De ontwikkeling van de infrastructuur voor erfgoed kwam
later op gang. Natuurlijk waren er in de genoemde periode
afzonderlijke erfgoedinstellingen als musea en archieven.
    Maar de ontwikkeling van nieuwe vormen van institu-
tionele samenwerking, op praktisch elk overheidsniveau
(Rijk, provincie, gemeente) begon eind jaren ’80. Dat had
te maken met de veranderende belangstelling voor ons
recente verleden. Die interesse richtte zich niet zoals voor-
heen op ‘vaderlandse’ geschiedenis, maar op de ‘geschiedenis
dichtbij’: de historie van onze leefomgeving, familie, straat,
bedrijf, gemeente
en regio. Op landelijk niveau kwamen zo diverse sectorver-
enigingen en -instituten tot bloei. Er ontstonden ook nieuwe
lokale en provinciale samenwerkingsvormen, zoals ‘erfgoed-
huizen’ en Regionale Historische Centra.
    Ook bij de overheden zelf werd deze trend zichtbaar:
erfgoed kreeg een positie binnen het cultuurbeleid. Op veel
plaatsen ontstonden historische verenigingen en talloze erf-
goedvrijwilligers stortten zich op behoud of restauratie van
objecten. Andere erfgoedvrijwilligers houden zich bezig met
levend of immaterieel erfgoed (zoals de UNESCO-conventie
het noemt); zij houden een plaatselijke traditie levend, zoals
bijvoorbeeld een religieuze processie of bloemencorso of zetten
zich in voor het levensvatbaar houden van een ambacht.
   Erfgoed en de Noordoostpolder
      De gemeente wil bewoners meer betrekken bij de unieke
      geschiedenis van haar gebied. Zij ging daarover in gesprek
      met inwoners, organisaties en ondernemers. Dat leverde
      verrassende antwoorden op over bewustwording, draagvlak
      en een gevoel van trots onder de polderbewoners. Erfgoed is   15
      het eigen verhaal geworden van een polder, dat kan worden
      doorverteld aan nieuwkomers. Zo zijn veel participatie-
      processen en -projecten op gang gekomen, zoals de ontwik-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>       keling van nieuw monumentenbeleid, een erfgoednota, de
       Landschapsvisie, het ‘Dorpen DNA’-plan en Ontwikkel-
       perspectief Nagele.
   Muziekverenigingen
     In Nederland zijn er bijna 12.500 muziekverenigingen
     met ruim 450.000 leden. [8] Door de verzuiling bestonden
     er in Nederland lange tijd veel muziekbonden. Deze zijn
                                                                                               Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
     al jaren met elkaar aan het fuseren. De overgebleven twee
     muziekbonden (de Koninklijke Nederlandse Federatie van
     Muziekverenigingen en de Vereniging van Nederlandse
     Muziekverenigingen) zijn de afgelopen twee jaar bezig
     geweest met een fusie. Per 1 januari 2014 is de Koninklijke
     Nederlandse Muziekorganisatie opgericht (KNMO). De
     KNMO is de landelijke koepelorganisatie die tien regionale
     bonden als basis heeft. De aangesloten muziekverenigingen
     bieden een continue structuur voor musiceren en cultuurpar-
     ticipatie.
                                                                      8
                                                                    ‘Mogelijkheden tot
De rollen en relaties tussen de drie overheden, instellingen,       kunstbeoefening in
markt en burgers zijn behoorlijk veranderd. Enerzijds zet           de vrije tijd’, Broek,
                                                                    A.v.d., (red.), pagina
het Rijk ‘cultuurparticipatie’ hoog op de agenda. Anderzijds        70, Den Haag:
schrapt een aantal provincies het als agendapunt en voeren          Sociaal en Cultureel
                                                                    Planbureau, 2010.
veel gemeenten ingrijpende bezuinigingen uit. Gemeenten
maken moeilijke keuzes: vermindering van subsidies of ophef-
                                                                       9
fing van bestaande kunstzinnige centra en vorming van nieuwe        ‘Lokaal stelsel actieve
functies. De vrijetijdsmarkt fragmenteert door commerciële          cultuurparticipatie
                                                                    in transitie. Mapping
initiatieven, de toestroom van individuele kunstdocenten en         document’, Landelijk
kunstenaars die het aanbod verzorgen. [9] De burger stelt zich      Kennisinstituut
                                                                    Cultuureducatie en
minder afhankelijk op van het aanbod van de gesubsidieerde          Amateurkunst, pagina
                                                                    7, 39, Utrecht, 2014.
instellingen en maakt in toenemende mate keuzes uit nieuw
aanbod en mogelijkheden via (sociale) media.                           10
                                                                    ‘Toekomstverken-
    Deze trend werd vier jaar geleden al door het Sociaal           ning kunstbeoefening.
Cultureel Planbureau gesignaleerd. [10] De onderlinge relaties      Een essay over de
                                                                    mogelijke betekenis
tussen overheid en markt, overheid en samenleving, over-            van sociaal-culturele
heid en individuele burger zijn voorlopig nog niet uitgekris-       ontwikkelingen voor
                                                                    volume, voorkeuren en
talliseerd.                                                         vormgeving van kunst-
                                                                    beoefening in de vrije
                                                                    tijd’, Broek, A.v.d.,
In het advies Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren schreef   Den Haag: Sociaal en
de raad samen met de Onderwijsraad dat de culturele                 Cultureel Planbureau,
                                                                    2010.
infrastructuur voor cultuuronderwijs en cultuurparticipatie
versnipperd is. [11] Mede naar aanleiding van dit advies zijn          11                      16
                                                                    ‘Cultuureducatie:
er maatregelen genomen om de kwaliteit van het cultuur-             leren, creëren, inspire-
                                                                    ren’, Onderwijsraad,
onderwijs op scholen te versterken. Bijvoorbeeld met het            Raad voor Cultuur,
programma ‘Cultuureducatie met kwaliteit’, waarin via een           Den Haag, 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   landelijk samenhangende aanpak de kwaliteit van cultuur-
   educatie in het primair onderwijs wordt verbeterd. Ook in het
   voortgezet onderwijs ziet de raad positieve ontwikkelingen.
   Zo is het vak ‘culturele en kunstzinnige vorming’ behouden
   en gestut door de Cultuurkaart. Ook kunnen op veel scholen
   leerlingen kiezen voor een kunstdiscipline als (examen)vak.
   Op 16 december 2013 tekenden de minister en staatssecre-
   taris van OCW een convenant met de PO-raad, bijna alle
                                                                    Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
   provincies en een groot aantal gemeenten om zich gezamen-
   lijk in te spannen voor goed cultuuronderwijs.
   Cultuuronderwijs op school zorgt voor een eerste kennis-
   making met kunst en de culturele omgeving. Maar die wordt
   pas werkelijk effectief als er ook een buitenschools cultureel
   netwerk van voorzieningen is. Deze buitenschoolse voor-
   zieningen bieden kinderen en jongeren meer mogelijkheden
   zich te oriënteren en verder te bekwamen in alle kunst- en
   erfgoeddisciplines. Zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van
   dat netwerk zijn vooral belangrijk voor kinderen en jongeren
   die niet vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst en
   de veelzijdigheid van onze cultuur. De meeste jongeren zullen
   pas na deze eerste kennismaking en verdieping hun eigen weg
   vinden in de wereld van kunst en erfgoed. Zeer getalenteerde
   jongeren kiezen routes die leiden naar het kunstvakonderwijs.
       Nu het cultuuronderwijs binnen de school meer structuur
   krijgt en er zich tegelijkertijd vele veranderingen voltrekken
   in de voorzieningen voor de vrije tijd, is de vraag urgent hoe
   die voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie het beste
   gegarandeerd kunnen worden.
Adviesaanvraag
  De centrale vragen uit het adviesverzoek van de minister en
  de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn:
      Hoe kunnen overheden hun verantwoordelijkheid voor de
      culturele, maatschappelijke en economische waarden, in
      het licht van de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen,
      duurzaam invullen?
      In welke functies moet minimaal en maximaal worden
      voorzien, door wie en voor wie?
                                                                    17
      Hoe kan daarbij gedifferentieerd worden naar lokale,
      regionale en nationale ambitie, doelgroepen en disciplines
      (scenario’s)?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>   De minister richt haar vraag met name op lokale, regionale
   en provinciale voorzieningen voor actieve kunstbeoefening [12]
   en erfgoedactiviteiten, [13] omdat over deze voorzieningen de
   grootste zorgen leven. Die zorgen gaan met name over
   de diversiteit, spreiding en kwaliteit van het aanbod en over
   de toegankelijkheid ervan voor alle bevolkingsgroepen.
      De raad neemt deze focus en zorgen dan ook tot uitgangs-
   punt bij zijn analyse en aanbevelingen in dit advies.
                                                                                               Aanleiding, adviesaanvraag en aanpak
Aanpak
  De raad stelde ter voorbereiding van dit advies een commissie
  samen onder voorzitterschap van Dirk Monsma.
      De leden van de commissie zijn opgenomen in bijlage 2,
  pagina 76. Deze commissie heeft vele gesprekken
  gevoerd in het land met deelnemers aan en vertegenwoor-
  digers van centra voor de kunsten, muziekverenigingen, erf-
  goedhuizen en vele anderen uit de sector. Een overzicht
  van de gesprekpartners is opgenomen in bijlage 3, pagina 78.
  De raad heeft als input voor dit advies ook een internationaal
  vergelijkend onderzoek naar cultuurparticipatie uitgezet bij
  het Landelijke Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateur-
  kunst (LKCA) en naar de sportinfrastructuur bij het Mulier
  Instituut.
      De raad is de leden van de commissie buitengewoon
  erkentelijk voor hun deskundigheid, tijd en de open, inter-
  actieve wijze waarop zij dit advies tot stand hebben gebracht.
      Ook dankt de raad alle gesprekspartners waaronder het
  LKCA, Kunstconnectie en anderen voor hun actieve in-
  breng. Hun kennis en ideeën waren onmisbaar voor dit
  advies.
   Het advies is als volgt opgezet. In hoofdstuk 2, pagina 23 is
   het belang van kunstbeoefening en actieve cultuurparticipatie        12
   beschreven. Hoofdstuk 3, pagina 33 analyseert de huidige          Bijvoorbeeld centra
                                                                     voor de kunsten,
   stand van voorzieningen voor cultuurparticipatie.                 muziekscholen, lokale
      Deze analyse vormt de basis voor vijf adviezen in hoofd-       poppodia, steunfunc-
                                                                     ties voor de amateur-
   stuk 4, pagina 51. Hoofdstuk 5, pagina 63 tenslotte geeft vier    kunst en de subsidies
   perspectieven die gemeenten kunnen inspireren tot het vorm-       aan amateurverenigin-
                                                                     gen en activiteiten.
   geven van beleid dat is gericht op actieve cultuurparticipatie.
                                                                        13
                                                                     Bijvoorbeeld erfgoed-
                                                                     huizen en de subsidies
                                                                     aan historische           18
                                                                     verenigingen, volks-
                                                                     culturele instellingen,
                                                                     monumentenwachten
                                                                     en archeologische
                                                                     amateurverenigingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>19</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>2.   De waarde van actieve
     cultuurparticipatie
De culturele levensloop
  Ervaringen op jonge leeftijd bepalen de wijze waarop de
  culturele levensloop – of zelfs het leven – zich in latere levens-
                                                                                                   De waarde van actieve cultuurparticipatie
  fasen voltrekt. Dit geldt zowel voor passieve kunstervaring
  zoals een bezoek aan museum of popconcert, als voor actieve
  en creatieve kunstbeoefening. Hoe jonger begonnen, hoe
  duidelijker de relatie met latere cultuurparticipatie als volwas-
  sene. [14] Als deze basis niet is gelegd, dan zal iemand naar
  alle waarschijnlijkheid op latere leeftijd nauwelijks aan cultu-
  rele activiteiten deelnemen.
     Actieve cultuurparticipatie is voor alle leeftijden, en loopt van
     de wieg tot het graf, maar in de verschillende leeftijdsfasen
     zijn er wel verschillende accenten. Wat zijn de motieven van
     mensen in de verschillende leeftijdsfasen? [15]
         Kinderen en jongeren zitten vaak op les. Zij vinden het be-
     langrijk om te laten zien, horen of lezen wat zij maken. In de
     leeftijd van 20 tot 65 jaar nemen mensen deel aan workshops
     of volgens cursussen en ontspannen zich zo van hun dage-
     lijkse (werk)omgeving. Soms benutten zij kunstzinnige cursus-
     sen om specifieke, werkgerelateerde vaardigheden te verbe-              14
     teren: theater om te leren presenteren, creatief schrijven voor      ‘Cultuurdeelname
                                                                          in de levensloop’,
     schrijven op het werk. Bij oudere amateurkunstenaars geldt           Nagel, I.,
     vaak dat zij ambitieus zijn en zich ook in artistieke zin willen     Utrecht, 2004.
     blijven ontwikkelen. Voor deze groep is leren en presteren              15
                                                                          ‘FAQs over kunst-
     belangrijk; zij zien het beoefenen van amateurkunst als een          beoefening in de vrije
     serieuze, artistieke en persoonlijke ontwikkeling. [16] Ontspan-     tijd’, Broek, A.v.d.,
                                                                          Den Haag: Sociaal en
     ning wordt gezien als een belangrijker motief naarmate men           Cultureel Planbureau,
     ouder wordt. Ook het ontmoeten van mensen met dezelfde               2010.
     interesse speelt een belangrijkere rol. [17] Juist op oudere leef-     16
     tijd is een groot aantal mensen in de erfgoedsector actief.          ‘Kunstbeoefening met
                                                                          ambitie’, Landelijk
         Cultuurparticipatie heeft een belangrijk positief effect         Expertisecentrum
     op de vitaliteit, de gezondheid en het welzijn van ouderen,          Sociale Interventie,
                                                                          Utrecht, 2012.
     volgens de ondertekenaars van het convenant ‘Ouderen
     en cultuur’.                                                           17
                                                                          ‘Ruimte voor amateur-
                                                                          kunst. Voorzieningen
     Minister Bussemaker en staatssecretaris Van Rijn van het             voor kunstbeoefening     23
                                                                          2013’, Landelijk
     ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zetten in           Kennisinstituut
                                                                          Cultuureducatie en
     juni 2013, samen met publieke en private partijen, hun               Amateurkunst,
     handtekening onder dit convenant.                                    Utrecht, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   Dit vormde de start van het meerjarenprogramma ‘Lang leve
   kunst’ dat tot doel heeft cultuurparticipatie door ouderen
   (65+) te bevorderen. [18]
   De culturele levensloop is vaak een pad waarbij talent, interesse
   en opvoeding bepalende factoren zijn. Ieder kind wordt met
   een bepaalde aanleg geboren en ieder kind krijgt te maken
   met invloeden van buitenaf zoals opvoeders, docenten, vrien-
                                                                        De waarde van actieve cultuurparticipatie
   den, een boek, een voorstelling, een televisie-uitzending.
   Het gezin waarin een kind opgroeit, is de belangrijkste invloed
   op de culturele levensloop. Het zijn de opvoeders die hun
   kinderen al dan niet de weg wijzen naar muziek- of danslessen,
   meenemen naar een festival, een museum of een kathedraal.
   In een gezin dat veel waarde hecht aan het omgaan met kunst
   en het aanleren van kunstzinnige vaardigheden, wordt het
   pad geplaveid voor actieve cultuurparticipatie op latere leeftijd.
   Maar een meerderheid van de kinderen komt juist niet van
   huis uit in aanraking met kunst. Ook zij hebben recht op een
   culturele levensloop. De school biedt dan uitkomst. Jongeren
   leren ook kunstzinnige vaardigheden van vrienden, terwijl
   zij zich in toenemende mate losmaken van de patronen in hun
   gezin. Een gepassioneerd idool is vaak de drijfveer om een
   keuze te maken voor een bepaalde koers binnen actieve cul-
   tuurparticipatie. De media leveren veel voorbeelden waaraan
   jongeren zich spiegelen.
       Elke visie op de lange culturele levensloop – van vroege
   cultuureducatie op school tot latere cultuurparticipatie – moet
   antwoord geven op de vraag welke betekenis actieve kunst-
   beoefening en activiteiten rond erfgoed hebben. Tijdens de
   gesprekken die de raad in het land heeft gevoerd, kwamen de
   volgende drie betekenissen ter sprake: creativiteit, samenspel
   en maatschappelijke meerwaarde.
       De raad beschouwt deze begrippen als de onderliggende
   waarden voor voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie.
Creativiteit
  Creativiteit zet de zintuigen op scherp en zorgt voor nieuwe
  energie in het verstandelijke leven en het gevoelsleven.
  Kunst opent de ogen en spitst de oren zodat de beleving van
  de wereld zich meer en feller kleurt. Het verbetert de
  kwaliteit van het leven.
     Door lessen te volgen in een kunstdiscipline en mee te             24
  werken aan producties en presentaties kunnen mensen zich
  verder bekwamen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Naast ontspanning is cultuureducatie een van de bronnen
om creativiteit, outside of the box, flip the script, associatief
denken, probleemoplossend vermogen, communicatieve en
sociale vaardigheden op te doen. Dit zijn belangrijke skills
voor de 21e eeuw. Actieve cultuurparticipatie is onontbeerlijk
voor de persoonlijke ontplooiing van ieder mens.
    Door kunst te beoefenen, groeit de persoonlijke ontwik-
keling en identiteitsvorming. Actieve cultuurparticipatie kan
                                                                       De waarde van actieve cultuurparticipatie
ook de opmaat zijn naar een beroep in de creatieve sector
of zelfstandig kunstenaarschap. In tal van creatieve beroepen
grijpen volwassenen terug op competenties die zij in hun
jeugd – in hun vrije tijd – leerden. Enkele hiphoppers van
dat Schouwburgplein in Rotterdam zullen zonder kunstvak-
opleiding hun brood gaan verdienen als danser of maker.
    De basis voor latere cultuurparticipatie wordt bij jongeren
gelegd, bij hen die willen excelleren als amateurkunstbeoe-
fenaar en bij enkelen die een kunstvakopleiding gaan volgen
om door te groeien tot professioneel kunstenaar.
   Giorgio Oehlers
     Giorgio Oehlers (pagina 48, 49) is stuntskater, filmmaker
     en beatproducer. Hij heeft sinds twee jaar zijn eigen film-
     bedrijf. Op zijn zestiende kon Oehlers op hoog niveau
     stuntskaten en werd hij tweemaal Nederlands kampioen.
     Met een camera begon hij filmpjes te maken. Door die op-
     names op internetfora te plaatsen, kon hij ideeën uitwisselen
     met andere skaters en daarna passende beats verzinnen
     op zijn zolderkamer. Door het skaten, filmen en beats pro-
     duceren, heeft hij zichzelf inmiddels goed leren kennen en
     vaardigheden geleerd die hij nu inzet voor zijn eigen bedrijf.
   Kunstbende
     Kunstbende is een landelijke jongerenorganisatie voor talent-
     ontwikkeling die met projecten als Kunstbende (de wedstrijd
     voor jong creatief talent) en ‘Move Your Art’ aansluiting
     zoekt bij nieuwe generaties. Het richt zich expliciet op jonge-
     ren tussen de 13 en 18 jaar met muziek, theater & perfor-
     mance, film & animatie, dans, taal, expo, fashion en dj.
     Informele vormen van talentontwikkeling en coaching wor-
     den door het hele land georganiseerd.
                                                                       25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Samenspel
  Samenspel en samenwerking geeft kleur en zin aan de vrije-
  tijdsbesteding in alle levensfasen. Bijvoorbeeld bij de lees-
  club, fanfare of harmonie, zangkoor of volksdansvereniging.
  Bij de vele informele vormen van actieve cultuurparticipatie
  staat samen iets doen meestal centraal.
  Graffiti-artiesten en hiphoppers vormen een eigen community.
  Op internet wisselen creatieve schrijvers, multimedia-
                                                                                               De waarde van actieve cultuurparticipatie
  en video amateurkunstenaars ideeën uit op fora. Ons erfgoed
  wordt onderhouden door een brede groep volwassenen die
  samen in hun vrije tijd als vrijwilliger een museumwinkel
  draaiend houdt of gezamenlijk betrokken is bij de restauratie
  van een molen, schip of gemaal. Als de muzikanten uit
  Leeuwarden optreden in theater de Rinkelbom trekken zij
  een eigen publiek. Het publieksbereik van de amateurs wordt
  jaarlijks geschat op 20 miljoen toeschouwers. [19] Het stimu-
  leert tot bezoek aan gevestigde musea, zoals Linde die met haar
  oma de Textiel Biënnale in het Rijswijks Museum bezoekt.
      De burger is niet langer consument maar geeft als produ-
  cent – met de vaardigheden uit actieve cultuurparticipatie –
  vorm aan de maatschappij. Actieve cultuurparticipatie is in al
  zijn oude en nieuwe vormen belangrijk voor de sociale cohesie.
      Amateurvereniging
        De ‘Koninklijke Harmonie Concordia van 1839’ uit
        Hilvarenbeek organiseert jaarlijks een vlooienmarkt.
        Een deel van het geld dat de vereniging met deze activiteit
        ophaalt, wordt geïnvesteerd in muziekonderwijs en muziek-
        projecten voor kinderen van de basisschool. Uit de op-
        brengst worden leermiddelen voor de ‘Muzikale Verkennin-
        gen’ en tientallen muziekinstrumenten aangeschaft. Onder
        leiding van vakdocenten leren kinderen op de basisschool
        daarmee spelen in groepsverband. De instrumenten mogen
        zij drie maanden lang mee naar huis nemen om te oefenen.
      Rotterdam
        Het Rotterdamse centrum voor de kunsten (SKVR) orga-
        niseert dansactiviteiten voor kwetsbare ouderen met een
        beperkt sociaal netwerk in hun buurt, of ouderen in verzor-
        gingshuizen die weinig bewegen. Voor de werving en acti-
        vering van ouderen werkt SKVR samen met de organisaties
        voor zorg en welzijn Aafje, Humanitas en Laurens die ook        19
                                                                                               26
        werkzaam zijn in Rotterdam. Op negen locaties worden          ‘Amateurkunst &
                                                                      Publiek’, Adviesbureau
        wekelijks lessen gegeven in de huiskamer bij licht demente-   Cultuurtoerisme,
        rende ouderen.                                                Utrecht, 2011.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Maatschappelijke meerwaarde
  Hoe meer mensen zich creatief en enthousiast wijden aan
  kunst en erfgoed, hoe prettiger ze zich voelen in de samen-
  leving; hoe meer ze zich verbinden met die samenleving,
  hoe meer de samenleving hiervan profiteert. De zangclub die
  optreedt in een bejaardenthuis, de amateurtheatergroep die
  een voorstelling geeft in een gevangenis, de leesclub op een
  school – zij dragen allemaal bij aan de verbetering van de
                                                                                                 De waarde van actieve cultuurparticipatie
  kwaliteit van de samenleving. Er zijn veel voorbeelden van
  amateurs die kosten noch moeite sparen om zich in te zetten
  voor het maatschappelijk belang. Neem bijvoorbeeld de
  vrijwilligers die monumenten en andere materiële erfstukken
  conserveren. Of de vrijwilligers die zich inzetten door tradi-
  ties en gebruiken in stand te houden en daarmee de identiteit
  van land, provincie, regio, stad, dorp of groep benadrukken.
  Mensen zijn immers de dragers van erfgoed. Goed onderhou-
  den en toegankelijk erfgoed draagt bij aan de betrokkenheid
  van burgers bij hun woonplaats. Erfgoed wordt ingezet om te
  onderscheiden, om lokale identiteit te versterken.
      Actieve cultuurparticipatie wordt steeds meer gezien als
  hulpmotor bij de jeugdzorg, bij integratietrajecten naar werk
  en bij ouderenbeleid. Juist in deze omgeving leren mensen
  vaardigheden die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van
  ons land.
      Volgens Cultuur in Beeld 2013 speelt cultuur een belang-
  rijke rol bij het aanpakken van maatschappelijke opgaven. [20]
      Schooltje van Dik Trom
        De Openbare Lagere School in Etersheim, met onderwijzers-
        woning, is gebouwd in 1882 – 1883. Cornelis Johannes
        Kieviet uit Hoofddorp werd er de eerste hoofdonderwijzer.
        Hij bleef er tot 1902. In 1891 schreef Kieviet er het beroemde
        kinderboek ‘Uit het leven van Dik Trom’.
         In 1939 werd het schooltje gesloten en daarna verkocht aan
         een veehouder die in de woning trok en het schooltje ge-
         bruikte als opslagruimte. Een comité van burgers richtte
         in 2008 de stichting ‘Het Schooltje van Dik Trom’ op om
         er een kinderboekenmuseum te vestigen. Het initiatief-
         comité bestond uit tien burgers die zich wilden inzetten voor
         het redden van het schooltje. Het pand werd vervolgens
         aangekocht door Stadsherstel Amsterdam, is inmiddels met          20
                                                                         ‘Cultuur in beeld
                                                                                                 27
         behulp van crowdfunding gerestaureerd en wordt nu beheerd       2013’, Ministerie van
                                                                         Onderwijs, Cultuur
         door vrijwilligers.                                             en Wetenschap,
                                                                         Den Haag, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Waarborg toegang, diversiteit, spreiding en kwaliteit
  De bovenstaande waarden van cultuurparticipatie zijn zo
  belangrijk dat de raad vindt dat iedere burger de mogelijkheid
  moet hebben om van voorzieningen gebruik te maken.
  Bovenal geldt dat voor kinderen. Elk kind moet gedurende zijn
  levensloop zijn eigen opvattingen over kunst, erfgoed en
  cultuur kunnen vormen. In latere levensfasen komt de verant-
  woordelijkheid voor de culturele loopbaan meer in handen
                                                                      De waarde van actieve cultuurparticipatie
  te liggen van de deelnemer zelf.
   De raad wil, net als de minister, dat vier aspecten bij voorzie-
   ningen voor actieve cultuurparticipatie gewaarborgd zijn.
   Het gaat om:
   Toegankelijk aanbod
     Een toegankelijk aanbod van voorzieningen voor actieve
     cultuurparticipatie, zodat deze niet alleen bereikbaar zijn
     voor degenen die het zich financieel kunnen veroorloven.
   Geografische spreiding
     Voldoende geografische spreiding van voorzieningen voor
     actieve cultuurparticipatie, zodat deze bereikbaar zijn voor
     iedereen, ongeacht de woonplaats.
   Ruime diversiteit
     Ruime diversiteit in het aanbod van voorzieningen voor
     actieve cultuurparticipatie, zodat verschillende smaken, ta-
     lenten, culturen en kunstvormen aan bod kunnen komen.
   Kwalitatieve voorzieningen
     Kwalitatief voldoende hoogwaardige voorzieningen voor
     actieve cultuurparticipatie, zodat mensen zoveel mogelijk
     uit hun deelname halen.
                                                                      28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>3.   Stand van zaken en
     probleemanalyse
                                                                                                  Stand van zaken en probleemanalyse
Algemeen beeld
   De helft van alle Nederlanders besteedt een deel van de vrije
   tijd aan actieve cultuurparticipatie. Relatief veel jongeren
   en daarnaast veel senioren zijn enthousiaste beoefenaars van
   hun hobby. Met jaarlijks ruim 134.000 optredens trekken
   amateurkunstbeoefenaars 20 miljoen bezoekers op jaarbasis
   aan. [21] Vrijwilligers spelen een belangrijke rol in de amateur-
   kunstbeoefening en bij erfgoedactiviteiten. Zo nam bijvoor-
   beeld het aantal vrijwilligers in musea tussen 2005 en 2011
   met 82% toe, en bij de podiumkunsten met 69 %. [22]
   Volgens schattingen is ongeveer één miljoen mensen als vrij-
   williger in deze sector actief.
        Vrijwilligers
           In 2012 waren in de provincie Utrecht volgens een inven-
           tarisatie van Landschap Erfgoed Utrecht 92 vrijwilligers-      21
           groepen actief (Pyramide van Austerlitz: 1; historische     ‘Amateurkunst & Pu-
                                                                       bliek’, Adviesbureau
           verenigingen: 42; museavrijwilligers: 37; archeologische    Cultuurtoerisme,
           vrijwilligersprojecten: 11 en boerderijstichting: 1).       Utrecht, 2011.
           In totaal ging het hier om 3131 vrijwilligers die 283.309      22
           uren hebben gewerkt. [23]                                   ‘Cultuurindex in
                                                                       Nederland. Kern-
                                                                       gegevens over de
                                                                       culturele sector 2005
     Actieve cultuurparticipatie strekt zich uit over het hele land    – 2011’, Boelhouwer,
     en is generatiegebonden. De betrokkenheid van de jeugd is         J., Broek, A.v.d.,
                                                                       Eijck, K.v., Smithuij-
     traditioneel hoog en de groep senioren groeit met de dag.         sen, C., Vinken, H.
     Vanzelfsprekend vergrijst een deel en sommige kunstuitingen       en Woersem, L.v. in
                                                                       Boekmanstichting/
     zullen verdwijnen. Daar staat tegenover dat senioren in de        Sociaal en Cultureel
     erfgoedsector juist veel meer activiteiten ontplooien.            Planbureau ‘De staat
                                                                       van cultuur. Lance-
         Nieuwe vormen van culturele en kunstzinnige uitingen          ring Cultuurindex
     schieten bovendien uit de grond. De afgelopen tien jaar is        Nederland’, pagina
                                                                       16, Amsterdam, 2013.
     urban culture steeds populairder geworden. Televisie stimu-
     leert kinderen en jongeren om te dansen en te zingen. Er            23
                                                                       ‘Kerndata vrijwilli-
     ontstaat samenwerking tussen tieners en twintigers die opval-     gers landschap en erf-
     len in programma’s als ‘So You Think You Can Dance’ of            goed 2012 betrokken        33
                                                                       (direct of indirect) bij
     ‘Everybody Dance Now’.                                            Landschap Erfgoed
                                                                       Utrecht’, Landschap
                                                                       Erfgoed Utrecht,
                                                                       Utrecht, 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Op internet en via de social media worden eigen producten
verspreid, erfgoedcollecties verrijkt en ideeën op fora
uitgewisseld.
    Als gevolg daarvan ontstaan nieuwe gemeenschappen.
Community arts is de afgelopen jaren in opmars geweest. Ooit
is dit verschijnsel ontstaan als professionele kunstvorm, nu
voert de gemeenschap het zelf uit met hoge artistieke ambities.
 Er is meer samenwerking tussen amateurs en professionals;
                                                                     Stand van zaken en probleemanalyse
zij treden ook samen naar buiten, zoals bij de ZomerExpo in
Den Haag.
    Zowel in de gesprekken met vertegenwoordigers van de
urban scene als de amateurkunstwereld werd duidelijk dat het
steeds meer gaat om een best person die het verschil maakt
en minder om best practices. Het kan een initiatiefrijk persoon
uit een gemeenschap zijn, maar ook een professional uit een
instelling die door persoonlijke inzet een katalysator is in zijn
culturele omgeving. Er ontstaan allerlei nieuwe informele
vormen van actieve cultuurparticipatie, die passen in een tijd
waar overheid en instituties er minder toe doen.
Tijdens de gesprekken in het land bleek nadrukkelijk dat
elke regio een eigen culturele identiteit bezit en daarmee
een eigen kijk heeft op de aard van cultuureducatie. Friesland
werkt meer vanuit één gebied met een duidelijke identiteit
dan Zuid-Holland dat bestaat uit een gevarieerd geheel met
verschillende visies op lokaal niveau.
    In grote steden spelen andere maatschappelijke vraagstuk-
ken dan op het platteland en om die reden zijn er ook andere
voorzieningen. Grote steden zetten zwaarder in op achter
standen. In de steden zijn culturele instellingen meer bepalend,
 terwijl de verenigingen vooral hun stempel drukken op het
platteland. Vrijwillige inzet op het terrein van erfgoed is over
het algemeen sterk regiogebonden.
    Wat precies de omvang van een regio is of welke voorzie-
ningen bij een regio horen, is niet eenduidig te benoemen.
Het is afhankelijk van de samenstelling en dichtheid van de
bevolking, de identiteit van een gemeenschap en natuurlijk
de lokale ambities.
   Community project bij Dario Fo in het Westland
     Dario Fo organiseert al 20 jaar voorstellingen die worden
     gemaakt door en voor de burgers van het Westland.               34
     Met een grote diversiteit aan deelnemers uit de streek wor-
     den – samen met professionals – grootschalige community
     projecten gerealiseerd. Artistieke kwaliteit en talentontwik-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>         keling staan centraal. Bij de voorstelling ‘Kromme Jongens’
         zagen 27.000 bezoekers een groep van 350 zangers, spelers
         en dansers in een musical over de tuinbouwidentiteit van
         de streek.
      Conny Groot
        Conny Groot is initiatiefnemer van het Euro+ Songfestival,
        een programma voor talentontwikkeling voor 50+ zang-
                                                                                                  Stand van zaken en probleemanalyse
        talent en jongeren uit alle culturen. In 2001 is het festival
        door Conny Groot bedacht en opgericht, tijdens Rotterdam
        Culturele Hoofdstad 2001. Sinds dat jaar is het Euro+
        Songfestival gegroeid. Inmiddels is het festival actief in
        Rotterdam, Deventer, Den Haag en de provincie Noord-
        Brabant. Het bereikt vele jongeren en ouderen die met
        elkaar willen zingen.
      Marco de Souza
        Marco de Souza groeide op in Brazilië. Toen hij in Neder-
        land muziekpedagogiek ging studeren, verbaasde hij zich
        over de discussie rond kunst met een grote en kleine k. Als
        directeur van Muziekcentrum Zuidoost in Amsterdam is hij           24
                                                                        ‘Lokaal stelsel actieve
        initiatiefnemer van het succesvolle Leerorkest, waarin leer-    cultuurparticipatie
        lingen uit de bovenbouw van de basisschool in migranten-        in transitie. Mapping
                                                                        document’, Landelijk
        wijken klassieke muziekles krijgen en samenspelen met musici    Kennisinstituut
         van het Nederlands Philharmonisch Orkest. De Souza is          Cultuureducatie
                                                                        en Amateurkunst,
        uitgeroepen tot Amsterdammer van het jaar 2014.                 Utrecht, 2014.
                                                                           25
Bezuinigingen, minder deelnemers, nieuwe initiatieven                   ‘Cultuurparticipatie:
  Uit recente cijfers blijkt dat het aantal deelnemers in ver-          minder beoefening en
                                                                        consumptie’, Broek,
  schillende sectoren van actieve cultuurparticipatie daalt. Het        A.v.d. en Eijck, K.v.
                                                                        in Boekmanstichting/
  Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst             Sociaal en Cultureel
  (LKCA) rapporteert dat in vergelijking met zes jaar geleden           Planbureau, ‘De Staat
                                                                        van Cultuur. Lan-
  over bijna de gehele linie een teruggang in actieve kunstbeoe-        cering Cultuurindex
  fening te zien is van circa 7% van de bevolking ouder dan             Nederland’, pagina 70,
                                                                        Amsterdam, 2013.
  zes jaar. [24] Het maken van muziek laat een lichte daling zien,
  het beoefenen van podiumkunst en beeldende kunst vertoont                26
                                                                        ‘De Staat van Cultuur.
  een sterk negatieve trend.                                            Lancering Cultuur-
      De daling in regelmatige muziekbeoefening correspon-              index Nederland’,
                                                                        Boekmanstichting/
  deert met de dalende ledenaantallen van muziekverenigingen            Sociaal en Cultureel
  waarover de Koninklijke Federatie van Muziekverenigingen              Planbureau, 2013.
                                                                        ‘Ruimte voor amateur-
  (KNFM) rapporteert. Tussen 2005 en 2011 was die afname                kunst. Voorzieningen
  bijna 10%. [25] De rapportages van de Staat van Cultuur               voor kunstbeoefening      35
                                                                        2013’, Amsterdam
  (2013) en die van het LKCA (‘Ruimte voor amateurkunst’)               en Landelijk Kennisin-
                                                                        stituut Cultuureducatie
  komen met verschillende conclusies en uiteenlopende cijfers,          en Amateurkunst,
  maar de neerwaartse trend is hetzelfde. [26]                          Utrecht, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Beide rapporten stellen wel dat nieuwe informele vormen
van cultuurparticipatie, zoals die via internet en sociale media
ontstaan, niet in hun resultaten zijn meegenomen.
Of de daling van de deelname een relatie heeft met de bezui-
nigingen op muziekscholen en centra voor de kunsten vraagt
om nader onderzoek. Maar het is aannemelijk dat een ver-
schraling van het aanbod ook leidt tot afnemende participatie.
                                                                   Stand van zaken en probleemanalyse
   De raad dringt aan op een systematische verzameling van
(deelname)gegevens en activiteiten op regionaal niveau. Deze
regionale gegevens kunnen ook indicaties kunnen geven over
de effectiviteit van voorzieningen.
De bezuinigingen op de gemeentelijk gesubsidieerde centra
voor de kunsten brengen grote veranderingen in de voorzien
ingen voor actieve cultuurparticipatie teweeg. Partijen in het
veld noemen vooral een gebrek aan ambitie en visie bij de
(lokale) overheid en de snelheid van bezuinigen een probleem.
Verschillende centra hebben hun subsidie verloren, bijvoor-
beeld Parnas in Leeuwarden, Kulturhus ’t Iemenschoer in
Haaksbergen, Globe in Hilversum, De Kunstlinie in Almere
en Toon in Gorinchem.
   In sommige van deze gemeenten zijn er activiteiten
voor het onderwijs gebleven. Andere worden geconfronteerd
met grote kortingen, zoals Fluxus in Zaanstad of Trias in
Leidschendam-Voorburg. In sommige gemeenten zijn centra
opgeheven en nieuwe functies in het leven geroepen, bij-
voorbeeld in Den Haag, Zwolle en Vlaardingen. In weer
andere gevallen is de intermediaire functie voor het onderwijs
afgesplitst van de uitvoerende functie, zoals bij de SKVR
in Rotterdam. Soms zijn ook de intermediaire functie en de
aanbieder juist samengevoegd, zoals Cultuurkust in de regio
Noordwest Veluwe.
   Overheidsbezuinigingen
     Kunstconnectie schat dat er in totaal de afgelopen vier
     jaar op gemeente en provinciaal niveau tussen de 35 en
     50 miljoen euro is bezuinigd op de centra voor de kunsten.
     Dat is een daling van tussen de 16% en 23% ten opzichte
     van eind 2009. Bij het Fonds voor Cultuurparticipatie
     is met ingang van 2012 de bijdrage van OCW van 31,4
     miljoen euro naar 22,4 miljoen euro gedaald; dat is een       36
     vermindering van 9 miljoen euro ( -28%) en bij de fusie
     tussen Kunstfactor en Cultuurnetwerk is de OCW bijdrage
     gedaald van 7,1 miljoen euro naar 5 miljoen euro; dat is
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>      een vermindering van 2,1 miljoen euro (- 29%). Voor het
      rijk telt dat op voor de actieve cultuurparticipatie tot 11,1
      miljoen euro. Totaal ligt deze besparing nu voor de drie
      overheden tussen de 45 en 60 miljoen euro. Bezuinigingen
      op kleine subsidies amateurkunst en erfgoed zijn hierin niet
      meegeteld.
De meeste provinciale instellingen voor kunst en cultuur zijn
                                                                                             Stand van zaken en probleemanalyse
in meer of mindere mate getroffen door bezuinigingen. Niet
elke provincie wil zich laten aanspreken op het beleidster-
rein cultuur. Vooral de culturele voorzieningen in Overijssel
en Zuid-Holland zien de gevolgen daarvan. De provincie
Zuid-Holland sloot zich niet aan bij het convenant ‘Cultuur
educatie met kwaliteit’ en ondertekende evenmin het con-
venant ‘Bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs‘ van het Rijk,
PO-raad, provincies en gemeenten. De gevolgen hiervan
voor de provincie Zuid-Holland zijn nog niet te overzien.
Momenteel maakt iedere provincie een eigen keus. Zo richt
Limburg zich bijvoorbeeld vooral op de amateurkunst en
Utrecht zich op programma’s voor het primair onderwijs in
kleinere en middelgrote gemeenten.
Het bestuursakkoord 2011 – 2015 tussen Rijk, IPO en VNG
stelt: 'cultuur hoort ook tot de kerntaken van de provincies
waar dit de lokale belangen overstijgt’. Het algemeen kader
interbestuurlijke verhoudingen tussen Rijk, IPO en VNG
vermeldt bij het onderdeel cultuureducatie dat de provincies
een rol spelen in de tweedelijns ondersteuning, in het bevor-
deren van de kwaliteit door deskundigheidsbevordering en in
de regionale spreiding. [27]
    Het algemeen kader interbestuurlijke verhoudingen tussen
Rijk, IPO en VNG vermeldt over de rol van provincies bij
erfgoed dat de provincies zich inzetten voor het behoud en
ontwikkelen van het erfgoed en erfgoedbeleid verbinden met
het ruimtelijk beleid.                                                   27
    ‘In hun structuurvisies kunnen provincies erfgoed borgen          Bestuursakkoord
                                                                      Rijk, IPO, VNG
als provinciaal belang. Provincies hebben een regierol en zijn        2011 – 2015 en
verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte monumentenzorg op            Algemeen kader
                                                                      interbestuurlijke
provinciaal niveau, voor de provinciale monumenten en voor            verhoudingen cultuur
de provinciale steunfunctie monumentenzorg, archeologie               Rijk, IPO, VNG
                                                                      geldend vanaf 2012.
en musea’. [28]
    Provinciale erfgoedinstellingen (erfgoedhuizen, steun-               28                  37
                                                                      Algemeen kader
punten) hebben minder last van een terugtredende overheid,            interbestuurlijke
omdat provincies erfgoedbeleid zien als onderdeel van hun             verhoudingen cultuur
                                                                      Rijk, IPO, VNG
ruimtelijke taken.                                                    geldend vanaf 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>   Daarbij stimuleren zij een verbreding van de erfgoedzorg
   naar een meer integrale ‘omgevingszorg’.
      De raad ziet een beweging op gang komen waarbij pro-
   vinciale organisaties voor landschap en natuur nauwer gaan
   samenwerken, of zelfs fuseren, met hun erfgoedpartners.
   Volgens CBS-statistieken bezuinigden gemeenten in de
   jaren 2010 – 2013 ongeveer 3% op erfgoed. De vergrijzing
                                                                                               Stand van zaken en probleemanalyse
   wordt door verschillende gesprekspartners voor erfgoed
   als kans gezien, omdat het potentieel aan vrijwilligers groeit.
   In het rapport Lokaal stelsel actieve cultuurparticipatie in
   transitie. Mapping document stelt het LKCA: ‘Er is geen enkele
   aanwijzing dat in de erfgoedsector de lokale infrastructuur
   aan het wankelen is, noch dat deelnemers er hun activiteiten
   niet in kunnen verrichten’. [29]
       De raad ziet om die reden geen noodzaak om dit advies
   hierop toe te spitsen.
   Ook op landelijk niveau vonden bezuinigingen plaats. De
   omvang van de rijkssubsidie voor het Fonds voor Cultuur-
   participatie is verminderd. Cultuurnetwerk en Kunstfactor
   zijn samengevoegd en gaan in afgeslankte vorm verder als
   het LKCA. De afgelopen jaren zijn de inspanningen van de
   rijksoverheid vooral gericht op het verbeteren van de kwaliteit
   van het cultuuronderwijs binnen het regulier onderwijs.
   Provincies en gemeenten volgen dit voorbeeld, gestimuleerd
   door financiële matchingsregelingen met het Rijk, via het
   Fonds Cultuurparticipatie. Veel gemeenten doen hieraan
   mee. Subsidies van amateurkunst en centra voor de kunsten
   worden in verschillende gevallen gekort ten behoeve van de
   regeling ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ en de cultuurcoach
   (regeling ‘Impuls brede scholen, sport en cultuur/Brede
   impuls combinatiefuncties’).
       Beide regelingen zijn ten behoeve van het regulier onder-
   wijs en de verbinding met de vrije tijd. De matching blijkt een
   aantrekkelijke manier om de inspanningen van de overheden
   op elkaar af te stemmen. Terwijl het onderwijs wordt verbeterd,
   vallen er tegelijkertijd gaten in het hierop aansluitende aan-
   bod in de vrije tijd.
                                                                        29
                                                                     ‘Lokaal stelsel actieve
Patronen                                                             cultuurparticipatie
  Over de gevolgen van de bezuinigingen op actieve cultuur-          in transitie. Mapping     38
                                                                     document’, Landelijk
  participatie zijn weinig gegevens beschikbaar.                     Kennisinstituut
                                                                     Cultuureducatie en
     De raad constateert op basis van eigen waarnemingen dat         Amateurkunst, pagina
  de intermediaire functie voor het onderwijs in veel plaatsen       16, Utrecht, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>   in stand wordt gehouden. Wel wordt er bezuinigd op het edu-
   catieve buitenschoolse aanbod van lessen, cursussen en work-
   shops voor de kunstdisciplines. Dat heeft tot gevolg dat de
   mogelijkheden tot kennismaken, oriënteren en bekwamen in
   een van de kunstdisciplines bij een muziekschool of centrum
   voor de kunsten voor volwassenen steeds meer afneemt
   of duurder wordt en voor jeugd en jongeren onder druk staat.
   In welke mate deelnemers gebruik zullen maken van andere
                                                                                               Stand van zaken en probleemanalyse
   mogelijkheden is nog onbekend.
       Uit de gevoerde gesprekken en de onderzoeken die de
   raad heeft laten uitvoeren, worden wel een aantal patronen
   zichtbaar.
Van aanbodgericht naar vraaggericht werken
  ‘Aanbodgerichte’ kunstencentra dreigen hun bestaansrecht
  te verliezen. Berenschot omschreef deze instellingen als:
  “waarvan het aanbod tot stand komt op basis van successen
  uit het verleden. Marketing komt bij deze instellingen vooral
  neer op het presenteren van cursussen en activiteiten.” [30]
      Deze kunstencentra sluiten onvoldoende aan bij de vraag
  van het publiek en lopen daardoor grotere risico’s bij bezui-
  nigingen. Gemeenten menen dat de kosten te hoog zijn in
  relatie tot het bereik en het resultaat. Zij wijzen op het gerin-
  ge verschil in prijzen tussen gesubsidieerde en niet-gesubsi-
  dieerde aanbieders. De aanbodgerichte centra trekken vooral
  hoogopgeleide klanten. Nieuwe doelgroepen lijken zich ook
  te oriënteren op mogelijkheden bij andere aanbieders.
      Kunstbedrijf Arnhem in Arnhem
        Kunstbedrijf Arnhem in het nieuwe gebouw ‘Rozet’ is het
        centrum voor de kunsten in Arnhem. Het is ontstaan uit
        een fusie en de verzelfstandiging van bestaande instellingen:
        het centrum voor de kunsten (Domein) en een sociaal-
        artistieke organisatie (Stichting Beleven). Kunstbedrijf
        Arnhem heeft de afgelopen paar jaar een grote verandering
        ondergaan. De opdracht luidt ‘kunst en cultuureducatie en
        participatie zoveel mogelijk in de stad verspreiden’. Er
        wordt permanent gezocht naar nieuwe doelgroepen, ver-
        bindingen en vormen van samenwerking. Er is sprake van
        samenwerking met partijen uit andere beleidsterreinen, zoals
        onderwijs, zorg, welzijn en werk. Kunstbedrijf Arnhem
        ontwikkelt zich tot een organisatie die door kunst en cultuur     30
                                                                                               39
        sociaal-maatschappelijke doelstellingen nastreeft. In het       ‘Bedrijfsmodellen
                                                                        voor kunsteducatie’,
        gebouw ‘Rozet’ kunnen docenten naast hun aanstelling ook        Berenschot, Utrecht,
        als zzp’ers voor eigen rekening lesgeven.                       2010.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>   Cultuurkwartier in Sneek
     Cultuurkwartier Sneek herbergt een kunstencentrum, een
     poppodium en een theater. Met de bibliotheek ernaast.
     Deze voorziening is vooral op Zuidwest-Friesland gericht.
     Het gaat in Sneek goed omdat er samen wordt gepro-
     grammeerd, wat nieuw publiek aantrekt. Dit leidt weer tot
     nieuwe activiteiten. In Sneek is het maatschappelijke
     middenveld een belangrijke (f)actor. Er is een duidelijke
                                                                   Stand van zaken en probleemanalyse
     relatie tussen het centrum voor de kunsten, het theater
     en de amateurkunstbeoefenaars.
   Eindhoven
      In Eindhoven hebben de gemeente en het centrum voor de
      kunsten (CKE) een overeenkomst gesloten. De gemeente
      wilde fors bezuinigen, maar wel pluriforme cultuureducatie
      behouden. Men heeft besloten dat CKE niet alles zelf gaat
      aanbieden. Om dit te bereiken is CKE meer maatschap-
      pelijk gaan ondernemen door de samenwerking met andere
      (markt)partijen aan te gaan. Marktpartijen zoeken nu
      zelf de samenwerking.
De raad ziet ook dat verschillende centra voor de kunsten zich
steeds vraaggerichter opstellen. Deze centra proberen hun
positie te versterken door nieuwe klantengroepen te zoeken
en hun flexibiliteit te vergroten, zodat de programmering kan
worden afgestemd op nieuwe doelgroepen. Ze richten zich
scherper op de vrijetijdsmarkt, het onderwijs of de amateur-
wereld. Zij kiezen een nieuwe positie in de gemeenschap.
In veel gevallen leiden deze transformaties tot afsplitsingen.
De inzet van vast personeel vermindert terwijl de inzet van
zzp’ers toeneemt. Er wordt gezocht naar nieuwe partijen om
nieuwe inkomstenbronnen te genereren. De centra stellen
zich op als partij midden in het veld van actieve cultuurparti-
cipatie en gaan nieuwe relaties aan met commerciële partijen
en individuele aanbieders, zoals zzp’ers.
Na die transitie kan een centrum voor de kunsten zich
onderscheiden van andere partijen: door de kwaliteit van hun
programma’s, de professionaliteit van de geboden educatie,
de toegankelijkheid voor brede groepen uit de gemeenschap,
de diversiteit en continuïteit van hun programmering en
door de verschillende allianties die met andere organisaties uit   40
bijvoorbeeld de zorg of het bedrijfsleven kunnen worden aan-
gegaan. Deze transities vragen tijd. In de gesprekken in
het land werd deze koers als de meest wenselijke genoemd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Grote toename zzp’ers
  De bezuinigingen bij de centra voor de kunsten veroorzaken
  naast groei van zelfstandigen, meestal zzp’ers, ook versnip-
  pering van het cultuureducatieve aanbod. Ontslagen bij
  kunstinstellingen en bij centra voor de kunsten hebben het
  aantal aanbiedende partijen op de markt van de actieve
  cultuurparticipatie doen toenemen. De ontslagen individu-
  ele docenten geven hun werk met nieuwe energie vorm als
                                                                      Stand van zaken en probleemanalyse
  zzp’er. Zij werken samen in collectieven die soms binnen
  het gebouw van hun voormalige werkgever weer aan de slag
  gaan. Daar staat tegenover dat de docent die zich vestigt
  als zelfstandige, vaak tegen een lager salaris en slechte rechts-
  positie opnieuw aan de slag gaat. De kunstdocent verliest
  een vaste (kleine parttime) baan die juist zijn garantie was voor
  pensioenopbouw en ziekteverzekering.
      Omdat zzp’ers onafhankelijk en zelfstandig werken, is het
  onzeker of de continuïteit en de kwaliteit van hun program-
  ma’s kunnen worden gewaarborgd. Het is ook de vraag of het
  jeugdorkest of de musicalgroep, dat als vanzelf lijkt te bestaan
  in een muziekschool, in stand blijft na sluiting van die school.
  Zijn er voor de deelnemers voldoende keuzemogelijkheden,
  mogelijkheden voor samenspel en presentatie? Wie beoordeelt
  de pedagogische en vakkwaliteiten? Zijn er voor zelfstandigen
  mogelijkheden voor scholing en innovatie?
Zorgen over kwaliteitszorg
  Muziekscholen en centra voor de kunsten hebben een on-
  afhankelijk keurmerk ontwikkeld met een accreditatie waarbij
  wordt gekeken naar leerplannen, pedagogisch en didactisch
  handelen van de kunstdocent, functioneren, begeleiding en na-
  scholing van de docenten, diversiteit van het aanbod, bewijs
  van goed gedrag en andere factoren zoals de toegankelijkheid,
  diversiteit en continuïteit van het aanbod.
     In de muziekscholen en centra voor de kunsten die mee-
  werken aan ’Cultuureducatie met kwaliteit’ ontstaat bij de
  docenten een gezamenlijke deskundigheid over de leerlijnen
  op de scholen. In een gefragmenteerd veld verdwijnt deze
  samenhang en zal er naar alternatieven moeten worden ge-
  zocht, om dit opnieuw tot stand te brengen.
   Vanuit de kunstvakopleidingen werd de mogelijkheid voor
   een ontwikkelingsperspectief voor de vrije tijd geopperd. Een      41
   ontwikkelingsperspectief geeft inzicht in competenties die bij
   verschillende niveaus van bekwaamheid horen. Competen-
   ties (rond vaardigheden, houding, motivatie, kennis) kunnen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>globaal worden beschreven. Het gaat daarbij niet om een
lineaire ontwikkelingsgang maar misschien eerder om cirkels
van competenties waarin voor de deelnemer en de docent
inzichtelijk wordt gemaakt, welke competenties bij een deel-
nemer meer en minder zijn ontwikkeld. Ieder talent kan zich
zo op een eigen wijze ontwikkelen.
    Het maakt de beoefening en de ontwikkeling zowel voor
de deelnemer als voor de docent transparant. Het maakt
                                                                                           Stand van zaken en probleemanalyse
zichtbaar welke routes kinderen en jongeren kunnen volgen
binnen de piramide: van kennismaken naar oriënteren,
van oriënteren naar bekwamen en verdere talentontwikkeling.
(zie: cultureel curriculum van Berenschot). De piramide
kan worden ingekleurd met referentieniveaus voor verschil-
lende competenties.
    Bij muziekverenigingen, harmonie, fanfare en brassbands
zijn duidelijke leertrajecten met de mogelijkheid tot het
behalen van landelijke diploma’s. Andere vormen om eigen
competenties te testen zijn battles voor breakdancers, wed-
strijden van de Kunstbende en bijvoorbeeld ‘Holland’s Got
Talent’. Het lijkt zinnig om de vakopleidingen te betrek-
ken bij het uitdenken van een ontwikkelingsperspectief voor
cultuureducatie in de vrije tijd. Ook voor volwassenen en
ouderen is het interessant om persoonlijke prestaties in een
breder kader te kunnen plaatsen en om te weten welke ont-
wikkelingsalternatieven er zijn.
    Een ontwikkelingsperspectief in de vrije tijd biedt mo-
gelijkheden om de kwaliteit te borgen. Nieuwe alternatieven
om kwaliteit te evalueren zijn ‘open content omgevingen’
op internet waar zowel lesinhoud als evaluaties van leerlingen
en deelnemers worden gepubliceerd. In de ‘Internationale
vergelijking lokale voorzieningen voor actieve cultuurpartici-
patie’ [31] blijkt dat zowel in Vlaanderen als in Nordrhein-
Westfalen die samenhang met het regulier onderwijs groot
is en dat er een curriculum aanwezig is.
    Wenselijk werd genoemd dat docenten en begeleiders
meer oog krijgen over het cultuuronderwijs voor leerlingen
op school en de ontwikkelingsperspectieven buiten de school
in de vrije tijd.                                                   31
                                                                 ‘Internationale
                                                                 vergelijking lokale
                                                                 voorzieningen voor
                                                                 actieve cultuurpartici-
                                                                 patie. Een quick scan
                                                                 ten behoeve van de        42
                                                                 Raad voor Cultuur’,
                                                                 Landelijk Kennisin-
                                                                 stituut Cultuureducatie
                                                                 en Amateurkunst,
                                                                 Utrecht, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Cultureel curriculum van Berenschot [32]
  In deze piramide staat verticaal de doorlopende leerlijn in de kunst-
  educatie en horizontaal het bereik. Uit de specifieke platte vorm
  van de piramide blijkt al dat de basis zeer breed is en de weg naar
  de top zeer snel smaller wordt. Gemeenten en instellingen geven
  op verschillende manieren inhoud aan de lagen, maar er is een
  algemeen beeld te schetsen van de opzet van iedere laag:
                                                                                                           Stand van zaken en probleemanalyse
       I.     De (eerste) kennismaking met cultuur, deels receptief, deels
              actief, meestal via het primair onderwijs. Weinig intensief,
              soms slechts enkele uren per jaar, in diverse culturele sec-
              toren, vaak in samenwerking georganiseerd met culturele
              instellingen zoals podia, gezelschappen of musea.
       II.    De oriëntatie op de kunstdisciplines, al meer actief, meestal
              via primair of voortgezet onderwijs, soms ook in brede-
              schoolverband of buitenschools aanbod. Diverse disciplines
              passeren de revue en leerlingen worden begeleid bij een            32
              keuze voor een discipline, wellicht zelfs instrument of stijl.   ‘Bedrijfsmodellen
                                                                               voor kunsteducatie’,
                                                                               Berenschot, Utrecht,
       III.   De les, cursus of het project waaraan op eigen initiatief in     2010.
              de vrije tijd wordt deelgenomen, door beginners of licht             •
              gevorderden, individueel of in groepsverband, bij de instel-     Het gearceerde deel
                                                                               in de piramide van
              ling voor kunsteducatie. Hier komt samenwerking met              Berenschot is een aan-
              het amateurveld veel voor, maar dat blijft niet beperkt tot      passing door de Raad
                                                                               voor Cultuur.
              deze laag.                                                       Er zijn meer piramides
                                                                               voor het culturele
                                                                               curriculum in omloop.
       IV.    De les voor talenten, vaak individueel of in groepen van         Zie bijvoorbeeld in de
              (ver)gevorderden. Deelnemers zijn echte liefhebbers, vaak        ‘Culturele stad’ van Cor
                                                                               Wijn op pagina 64. In
                    [•]
              jongeren  maar ook volwassenen. In het licht van talent-         ‘Voor elk Amsterdams
                                                                               kind kunst & cultuur
              ontwikkeling geldt deze fase van de leerljn als de voorberei-    – basispakket kunst- en
              ding op het kunstvakonderwijs.                                   cultuureducatie voor
                                                                               kinderen van 4 tot 12
                                                                               jaar in Amsterdam’
                                                                               (pagina 17) is eveneens
                                                                               een piramide opge-
       cultureel curriculum
                                               IV                              nomen. Het principe
            leerlijn                                                           van al deze piramides
            bereik                                                             is steeds hetzelfde. De
                                               III
            school [•]                                                         basisschool en het voort-
                                       IV                                      gezet onderwijs verzorgen
                                               II
                                                                               een deel van dit curri-
                                       III                                     culum. De school speelt
                                                I
                                                                               deels een rol in I en II
                                       II                                      en soms in III. Hoe goed
                                                                               een school het ook doet,
                                        I
                                                                               daar kan niet alles in de   43
                                                                               beperkte tijd. Kinderen
                                                                               en jongeren zijn daarom
                                                                               altijd aangewezen op
   Zie ook toelichting hiernaast [•]                                           programma’s in de
                                                                               vrije tijd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Zwakke landelijke organisatiegraad
  Gebrek aan gezamenlijkheid is een terugkerende kwestie
  in de gesprekken met de centra voor de kunsten en andere
  gesprekspartners. Het ontbreekt aan een agenda met ver-
  duidelijking van de maatschappelijke betekenis van actieve
  cultuurparticipatie; met wetenschappelijke onderzoekspro-
  gramma’s die deze betekenis onderbouwen; met voorstellen
  voor financiering en lobby bij overheid en marktpartijen.
                                                                       Stand van zaken en probleemanalyse
      Vertegenwoordigers uit de sportwereld vertelden ons dat
  de sport baat heeft bij de overkoepelende organisatie
  NOC*NSF. Zowel voor het agenderen van het maatschap-
  pelijk belang van de sport als voor de politieke lobby bij
  de verschillende overheden. De sportwereld onderbouwt
  de standpunten over het maatschappelijk belang met weten-
  schappelijk onderzoek. Bij actieve cultuurparticipatie zien
  we een veelheid aan partijen en net als bij de sport een mix
  van vrijwilligers en professionals. Ook financieel heeft de sport-
  wereld baat bij eenheid. NOC*NSF wordt voor een
  belangrijk deel door lottogelden gefinancierd naast een aantal
  andere bijdragen. Voor actieve cultuurparticipatie worden
  nieuwe fondsen gezocht, maar sponsoring voor de sector lijkt
  vooralsnog niet aantrekkelijk voor het bedrijfsleven.
      Zoals de Lotto bij de sport optreedt als financier zou hier
  wellicht een rol kunnen liggen voor goede doelen loterijen
  als de Bankgiro Loterij. Wel blijkt dat nieuwe perspectieven
  mogelijk zijn, zoals bijvoorbeeld ‘Bedrijfsabonnementen’ laat
  zien. Er zijn weinig voorbeelden van succesvolle crowdfunding.
  Toch lijkt deze vorm van fondsenwerving kansrijk voor
  bijvoorbeeld Kunstconnectie, de koepels van de amateur-
  verenigingen of het Jeugdcultuurfonds.
      Bedrijfscultureelabonnementen
        Het bestaande bedrijf ‘Bedrijfscultureelabonnementen’
        levert een aanmerkelijke bijdrage aan het bezoek aan kunst
        en cultuur en creëert met zijn activiteiten nieuw publiek.
        Het is mogelijk ook voor de kunstbeoefening dergelijke abon-
        nementen regionaal te ontwikkelen. Dit systeem werkt
        volgens het principe van dynamic pricing, want niets is
        100% uitverkocht.
                                                                       44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Conclusie
  Actieve cultuurparticipatie gaat over velen. De helft van de
  Nederlanders besteedt een deel van zijn vrije tijd eraan. Maar
  het is een sector in transitie. In snel tempo verminderen en
  veranderen in gemeenten en provincies de educatieve mogelijk-
  heden voor actieve cultuurparticipatie. Gemeenten bezuinigen
  op actieve cultuurparticipatie doen dat vooral op het be-
  oefenen en bekwamen van kunstdisciplines in de vrije tijd.
                                                                    Stand van zaken en probleemanalyse
  Erfgoed lijkt minder structureel getroffen, ook al verdwijnen
  daar kleine subsidies. Op de cultuureducatie is in enkele
  jaren door de drie overheden samen zeker al een bedrag van
  tussen de 50 en 60 miljoen euro bezuinigd.
      Lokale, regionale en provinciale voorzieningen voor actieve
  kunstbeoefening en de beoefening van erfgoed vormden
  lange tijd de spil voor actieve cultuurparticipatie. Nu moeten
  deelnemers, vooral kinderen en jongeren, zoeken naar een
  alternatieve plek waar ze lessen kunnen volgen.
      Kwaliteit en continuïteit staan onder druk, omdat veel
  mensen zijn aangewezen op aanbieders in een markt die nog
  niet goed is gevormd. Zelfstandigen organiseren zich, maar
  zij kunnen de kwaliteit van hun programma’s niet garanderen.
  Dat staat centraal in onze adviezen.
   Er ontstaan zeker nieuwe kansen en nieuw elan. Vitale
   krachten vanuit particuliere en private initiatieven krijgen
   meer ruimte. Centra voor de kunsten ontwikkelen zich
   van overwegend aanbodgerichte instellingen naar maat-
   schappelijke ondernemingen die proberen ook eigen inkom-
   sten te verwerven. Er ontstaan meer netwerken van burgers,
   verenigingen, culturele instellingen en private partijen
   waarvan de overheid wel deel uitmaakt, maar niet meer de
   aansturende partij is. Media mobiliseren nieuwe groepen
   voor actieve cultuurparticipatie.
      In het volgende hoofdstuk doet de raad een aantal aan-
   bevelingen om deze dynamiek in positieve zin te stimuleren
   en reikt overheden handvatten aan om hierop in te spelen.
                                                                    45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>nn
“ i: — —— a 7
_ a
| kuhi a a muss

n
=

i

</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>4.   Vijf adviezen voor actieve
     cultuurparticipatie
                                                                        Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
Actieve cultuurparticipatie is voor alle leeftijden. Iedere Neder-
lander moet in verschillende leeftijdsfasen voldoende mogelijk-
heden krijgen om zich cultureel te ontplooien. Zo’n culturele
levensloop stimuleert de creativiteit van het individu, bevordert
sociale cohesie (samenspel en samenwerking) en geeft maat-
schappelijke meerwaarde.
In de actieve cultuurparticipatie is een verschuiving gaande van
geïnstitutionaliseerde vormen naar meer informele, spontane en
private vormen van organisatie. Er is veel eigen initiatief bij jonge
artiesten, amateurkunstenaars en erfgoedvrijwilligers. Internet
en de sociale media zijn daarbij een verrijking voor de sector. De
overheid geeft meer ruimte aan het maatschappelijk en private
domein. Het is een ontwikkeling die eveneens zichtbaar is bij
ander sectoren, zoals het onderwijs en de zorg.
    De raad juicht die ontwikkeling toe, maar vraagt tegelijkertijd
aandacht voor de risico’s rondom de toegankelijkheid, spreiding,
kwaliteit en diversiteit van voorzieningen voor de actieve cultuur-
participatie.
De raad constateert ingrijpende bezuinigingen op de voor-
zieningen voor de actieve cultuurparticipatie en stelt vast dat de
deelname aan actieve cultuurparticipatie daalt. Ook ziet hij dat
de kwaliteit en diversiteit van het aanbod van voorzieningen niet
voldoende zijn gewaarborgd. Hij maakt zich vooral zorgen over
gevolgen voor ontwikkelingsmogelijkheden voor de jeugd. De
geschetste trend mag niet ten koste gaan van cultuureducatieve
mogelijkheden voor kinderen en jongeren. Als voorzieningen
voor actieve cultuurparticipatie uit gemeenten verdwijnen, dan
dreigt dit wel te gebeuren – zeker als de fietsafstanden te groot
worden.
   De raad geeft hieronder vijf adviezen om goede, bereikbare en
gevarieerde voorzieningen voor cultuurparticipatie te stimuleren.
                                                                        51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Advies 1
Zorg voor goede basisvoorzieningen
  In tegenstelling tot veel andere beleidsterreinen zijn er weinig
  verplichtingen voor gemeenten en provincies als het gaat
  om cultuurbeleid. Cultuur is hiermee regionaal en lokaal een
  onbeschermde sector. Lokale overheden hebben een grote
  mate van vrijheid om hun eigen keuzes te maken als het gaat
  om de besteding van het gemeentelijke budget.
                                                                      Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
      De raad dringt erop aan om die keuzes te maken vanuit
  een visie, die het belang van actieve cultuurparticipatie voor de
   gemeente benoemt. Iedere gemeente en provincie maakt
  beleid op basis van de samenstelling en dichtheid van de bevol-
  king, identiteit en ambitie. Ieder regio is verschillend. In de
  ene regio zijn er veel particuliere of private initiatieven en
  op weer andere plekken neemt een centrum voor de kunsten
  een centrale plaats in binnen actieve cultuurparticipatie.
      Maar vijf basisvoorzieningen (accommodaties, faciliteiten
  en regelingen) vindt de raad onontbeerlijk. Deze moeten in
  iedere gemeente en provincie onderdeel zijn van het cultuur-
  beleid zodat toegankelijkheid, spreiding, kwaliteit en diver-
  siteit van het aanbod gewaarborgd kunnen worden.
      1.   Locatie
           Voorzie in een fysieke infrastructuur met mogelijk-
           heden voor het uitoefenen, leren en presenteren van
           activiteiten voor alle vormen van actieve cultuur-
           participatie.
      2.   Programma
           Waarborg een divers aanbod in het geheel van gesubsi-
           dieerde en niet-subsidieerde aanbieders. De program-
           mering ervan moet de identiteit van de regio of de
           bevolkingssamenstelling weerspiegelen en draagt zorg
           voor de aansluiting van binnenschools naar buiten-
           schools. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid
           dat er een gevarieerd cultuureducatief les- en cursus-
           programma is voor de jeugd, ook in kunstdisciplines
           waarin particulier initiatief niet voorziet. Ook voor
           ouderen is een divers aanbod van actieve cultuurparti-
           cipatie noodzakelijk.
                                                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>   3.   Promotie
        Zorg voor verleidingsprogramma’s en bijzondere
        projecten waarin mensen kennismaken met de kracht
        en het plezier van actieve cultuurparticipatie. Op deze
        wijze kunnen burgers die vanuit hun eigen leefpatroon
        niet betrokken zijn bij actieve cultuurparticipatie tot
        deelname worden geactiveerd.
                                                                                         Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
   4.   Vindbaarheid via netwerk
        Faciliteer een (digitaal) netwerk waarin (binnen
        gemeente, regio of provincie) formele en informele
        cultuurparticipatie plaatsvindt. Zo’n netwerk kan
        bijvoorbeeld worden onderhouden door gemeente
        of provincie, het kunstencentrum, de school, de biblio-
        theek. Een website kan als sociaal netwerk worden
        ingericht waar iedere deelnemer verantwoordelijk is
        voor de eigen informatie. Zo ontstaat een portret
        van de gemeente of regio en kan de burger vinden wat
        in de buurt gebeurt.
   5.   Toegankelijkheid
        Faciliteer dat voorzieningen voor iedereen toegankelijk
        zijn. De raad ziet het als een verantwoordelijkheid van
        de overheid dat actieve cultuurparticipatie voor ieder-
        een toegankelijk blijft. Stimuleer daarom betaalbare
        vormen van actieve cultuurparticipatie. Een op de negen
        kinderen in Nederland leeft in armoede. [33] In iedere
        gemeente zouden er kortingsregelingen moeten zijn
        voor kinderen en jongeren van minder rijke ouders.
        Het Jeugdcultuurfonds is hier een voorbeeld van.
            Om actieve cultuurparticipatie voor lager betaalde
        werkenden en niet-werkenden toegankelijk te houden,
        pleit de raad voor kortingsregelingen (stadspas) en/of
        een specifieke regeling via het UWV. Ook adviseert de
        raad om minder draagkrachtige ouderen te faciliteren,
        zodat ook zij de kans hebben om mee te doen.
Geef deze voorzieningen bij voorkeur vorm in samenspraak
met partijen uit de actieve cultuurparticipatie (zowel ge-
bruikers als aanbieders), andere culturele instellingen en het
maatschappelijke middenveld.
                                                                                         53
                                                                     33
                                                                  ‘Kinderen in armoede
                                                                  in Nederland’,
                                                                  Verwey-Jonker Insti-
                                                                  tuut, Utrecht, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Advies 2
Houd rekening met verschillende levensfasen
  De raad adviseert in het beleid voor cultuurparticipatie
  onderscheid te maken tussen de behoeften en mogelijkheden
  voor jeugd, volwassenen en ouderen. Deze leeftijdsgroepen
  hebben andere motieven en interesses.
      De raad kiest ervoor om de prioriteit van het overheids-
  beleid te leggen bij voorzieningen voor de jeugd, omdat juist
                                                                                           Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
  hier de basis wordt gelegd voor een culturele loopbaan of
  zelfs voor het leven.
      Kunstbeoefening op jonge leeftijd bepaalt de wijze waarop
  1 de culturele levensloop zich voltrekt in latere levensfasen.
  Dit geldt zowel voor passieve kunstervaring zoals bezoek aan
  museum of popconcert, als voor actieve en creatieve kunst-
  beoefening. Hoe jonger begonnen, hoe duidelijker de relatie
  met latere cultuurparticipatie als volwassene. [34] Als deze
  basis niet goed is gelegd, dan zal iemand naar alle waarschijn-
  lijkheid op latere leeftijd nauwelijks nog aan kunstbeoefening
  (passief of creatief) doen.
      1.   Jeugd
           Voor alle kinderen en jongeren zijn educatieve voorzie-
           ningen noodzakelijk voor het aanleren van de ver-
           schillende kunstdisciplines, met een diversiteit aan mo-
           gelijkheden binnen iedere discipline en op bereikbare
           afstand. Met mogelijkheden voor leren en presenteren.
           Omdat de culturele levensloop in deze vroege levens-
           fase de noodzakelijke basis vormt voor latere actieve en
           passieve cultuurparticipatie en cultureel burgerschap.
           Muziek, dans, theater, literatuur, beeldend, fotografie
           en film maken deel uit van hun dagelijkse ervaring.
           Mediawijsheid, digitale weerbaarheid en veiligheid zijn
           hiermee verbonden.
      2.   Volwassenen
           Voor volwassenen draagt actieve cultuurparticipatie
           bij aan plezier, betekenisgeving en aan de eigen com-
           petenties en ontwikkeling met een positieve uitstraling
           naar werk en leefomgeving. Volwassenen leveren een
           belangrijke bijdrage aan de ‘maatschappelijke’ waarde
           van cultuurparticipatie en zijn de steunpilaar onder
           het verenigingsleven. Juist actieve cultuurparticipatie,                        54
                                                                         34
           ook in de zin van vrijwilligersinzet, activeert mensen.    ‘Cultuurdeelname
                                                                      in de levensloop’,
                                                                      Nagel I., Utrecht,
                                                                      2004.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>      3.   Ouderen
           De raad hecht eraan dat ouderen de mogelijkheid heb-
           ben om via culturele activiteiten in de maatschappij te
           participeren. De relatie van actieve cultuurparticipatie
           met volksgezondheid, welzijn en sport wordt steeds
           meer gezocht. Dit leidt tot lichamelijke en geestelijke
           vitaliteit. Samen ergens aan deelnemen is voor ouderen
           zeer belangrijk. Het aanbod voor deze doelgroep ont-
                                                                      Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
           wikkelt zich goed. De raad ondersteunt in die zin het
           convenant ‘Ouderen en cultuur’ en vindt het een goed
           initiatief.
Advies 3
Waarborg kwaliteit
  De raad adviseert om een ontwikkelingsperspectief voor
  kinderen en jongeren in de vrije tijd te ontwerpen, parallel aan
  het ontwikkelen van leerlijnen in het cultuuronderwijs op
  de basisscholen.
      Zo’n perspectief moet duidelijk maken welke route (jonge)
  deelnemers kunnen volgen van kennismaken naar oriënteren
  en van oriënteren naar bekwamen en excelleren. Dit geeft
  deelnemers en docenten kaders en het laat de ontwikkeling van
  kinderen en jongeren beter aansluiten op wat zij opdoen in
  het regulier onderwijs. Vormen van samenspel en competitie
  maken daar deel van uit. Betrek kunstvakopleidingen daar
  bij. Ook voor volwassenen en ouderen is het prettig om de
  eigen activiteit en prestatie te kunnen duiden en een ontwikke-
  lingsperspectief te hebben.
      Alle deelnemers hebben recht op een kwaliteitsvol educa-
  tief aanbod, waarbij van aanbieders verwacht mag worden
  dat zij aan kwaliteitseisen voldoen. De raad adviseert daarom
  een vorm van kwaliteitsborging te laten ontwikkelen voor
  cultuureducatieve aanbieders: individuele kunstdocenten,
  gesubsidieerde instellingen, culturele verenigingen en commer-
  ciële partijen.
Advies 4
Stimuleer experimenten
  Mondiale, digitale en commerciële mediaontwikkelingen
  en migratiebewegingen beïnvloeden in hoog tempo ook de
  Nederlandse cultuur. Oude kennis en vaardigheden staan
  onder druk en nieuwe vormen zijn nog aan het rijpen. Inmid-         55
  dels is het eenvoudig om een (digitaal) fotoboek te maken,
  een film te presenteren of muziek te laten horen aan vrienden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Experimenten, vrije ruimte, innovatieve werkvormen zijn de
   voorbodes van een nieuwe tijd. De raad adviseert overheden
   om hiervoor altijd – ook al is het noodgedwongen beperkt –
   programmagelden beschikbaar te stellen. Nieuw vormen van
   battles, competities of wedstrijden horen daar bij. Geef ruimte
   aan amateurs, kunstenaars, kunstdocenten, verenigingen,
   centra voor de kunsten en commerciële partijen om nieuwe
   vormen te onderzoeken voor oriëntatie, bekwaming, reflectie,
                                                                     Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
   presentatie en samenspel.
       De raad adviseert de minister de matchingsregeling met
   gemeenten en provincies uit te breiden naar actieve cultuur-
   participatie voor het stimuleren van experimenten met daarin
   een rol voor het Fonds voor Cultuurparticipatie en het par-
   ticulier initiatief.
Advies 5
Ontwerp een atlas voor actieve cultuurparticipatie
  De raad dringt aan op een systematische verzameling van
  (deelname)gegevens op gemeentelijk en regionaal niveau.
  Deze gegevens kunnen indicaties geven over de effectiviteit
  van de vijf basisvoorzieningen. Op deze wijze ontstaat een
  ‘atlas’ van de actieve cultuurparticipatie. De atlas zorgt voor
  transparantie door te laten zien hoe de vijf basisvoorzieningen
  uit advies 1, in gemeenten en regio’s vorm krijgen. Van de
  transparantie gaat een sturende werking uit als burgers zien
  wat de overheid al dan niet voor ze doet. Bij het tot stand
  komen van de vijf basisvoorzieningen is variëteit per gemeente
  of regio een gegeven, want zij maken daarin een eigen keuze.
      Verantwoording daarover middels de atlas is een logische
  stap. Het is wenselijk dat ook de overheden zelf zien hoe
  de voorzieningen in het land vorm krijgen. De raad adviseert
  dat de lokale overheid zich op deze wijze verantwoordt voor
  actieve cultuurparticipatie.
   Samenvattend de rollen van de drie overheden
   bij actieve cultuurparticipatie:
   De gemeente
     – zorgt voor vijf goede basisvoorzieningen;
     – faciliteert dat voorzieningen voor iedereen
        toegankelijk zijn;
     – zorgt voor de aansluiting binnenschools/buitenschools;        56
     – zorgt voor ondersteuning en stimulering van de verenigin-
        gen voor amateurkunst en erfgoed op lokaal niveau;
     – faciliteert nieuwe burgerinitiatieven;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>De provincie
  – neemt actief verantwoordelijkheid als dit het lokaal belang
     overstijgt;
  – initieert, stimuleert en coördineert bovengemeentelijk op
     regionaal niveau rondom diversiteit en spreiding, rondom
     promotie en vindbaarheid;
  – biedt ondersteuning bij deskundigheidsbevordering;
                                                                   Vijf adviezen voor actieve cultuurparticipatie
Het Rijk
  – laat een ontwikkelingsperspectief ontwerpen voor de vrije
     tijd, parallel aan de leerlijnen voor het onderwijs;
  – laat kwaliteitsborging ontwikkelen voor het cultuureduca-
     tieve aanbod van zelfstandige kunstdocenten, gesubsidi-
     eerde instellingen, verenigingen en
     commerciële partijen;
  – laat systematische gegevens verzamelen over de vijf ba-
     sisvoorzieningen, over deelname en over activiteiten op
     gemeentelijke en regionaal niveau zodat een atlas actieve
     cultuurparticipatie ontstaat;
  – stimuleert experimenten;
  – stimuleert innovatie, kennis en netwerken.
Partijen uit de sector
  – zoek onverwachte partners buiten het gezichtsveld;
  – maak verrassende verbindingen, creëer nieuwe
      samenwerkingsmodellen;
  – onderzoek voortdurend de rol van (sociale)media;
  – neem initiatieven bij het optimaliseren van de vijf
      basisvoorzieningen;
  – stimuleer maatschappelijk ondernemen;
  – neem verantwoordelijk voor deskundigheidsbevordering van
      zelfstandigen, docenten en begeleiders van maatschappelij-
      ke- en private aanbieders, ontwikkel vormen van kwali-
      teitsborging;
  – streeft naar hechtere samenwerkingsverbanden.
                                                                   57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>58</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>5.   Vier toekomstperspectieven
     voor Nederlandse gemeenten
                                                                       Vier toekomstperspectieven voor Nederlandse gemeenten
De raad adviseert gemeenten om in ieder geval vijf basisvoor-
zieningen voor actieve cultuurparticipatie vorm te geven (zie
hoofdstuk 4, pagina 51). De wijze waarop is afhankelijk van de
samenstelling en dichtheid van de bevolking, identiteit en
ambities van de gemeente. Daar liggen politieke keuzes aan ten
grondslag, maar eveneens een analyse van de eigen bevolkings-
samenstelling (leeftijdsopbouw, opleidingsniveau, sociaal-
economische verschillen, etnische en culturele samenstelling,
culturele wensen en behoeften, gevoelde lacunes en leemten).
Ook een inventarisatie van de wensen van burgers maakt daar
deel van uit.
   Hieronder schetst de raad vier toekomstperspectieven waar-
langs gemeenten de culturele infrastructuur kan inrichten.
Gemeenten kunnen perspectieven als een kompas gebruiken
voor het ontwikkelen van eigen cultuurbeleid en om zich te
profileren. Bij ieder profiel passen andere beleidinstrumenten.
De creatieve gemeente
  In de creatieve gemeente staan kunst en cultuur, in alle
  uitingsvormen, hoog in het vaandel. De creatieve gemeente
  investeert in de culturele sector (zowel in productie als fysieke
  infrastructuur) en probeert het culturele leven op alle moge-
  lijke manieren te bevorderen. De culturele en creatieve sector
  wordt in deze gemeente gezien als een belangrijk maatschap-
  pelijke en economische factor.
      De creatieve gemeente ontwikkelt beleid voor alle leef-
  tijdsgroepen (kinderen, jeugd, volwassenen en ouderen)
  en waarborgt zodoende de culturele levensloop. Het gaat om
  zien, doen, leren en presenteren. De creatieve gemeente
  zoekt bij het beschikbaar stellen van locaties voor cultuurpar-
  ticipatie aansluiting bij hot spots voor de creatieve en culturele
  industrie. Deze gemeenten sluiten hun cultuurbeleid aan op
  andere beleidssectoren (sport, welzijn, creatieve en culturele
  industrie, gezondheidszorg) om zo maatschappelijke proble-           63
  men (bijvoorbeeld vereenzaming ouderen, vroegtijdig school
  verlaten) ook te kunnen aanpakken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   De huidige decentralisaties richting gemeenten passen goed
   in deze ontwikkeling. De gemeente regisseert, faciliteert en
   informeert de burgers actief (sociale en lokale media) over
   wat, waar, wanneer gebeurt. Door het sterke creatieve profiel
   maakt de gemeente zich aantrekkelijk voor fondsenwerving
   en sponsoring.
De talentvolle gemeente
                                                                                                Vier toekomstperspectieven voor Nederlandse gemeenten
  De talentvolle gemeente kiest voor de jeugd en legt daar haar
  prioriteit. Het cultuurbeleid maakt het mogelijk dat kinderen
  en jongeren zich gedurende hun hele schoolloopbaan muzi-
  kaal – met dans en theater – beeldend en expressief kunnen
  ontwikkelen. Voor- en naschoolse opvang, centra voor de
  kunsten, culturele verenigingen en andere aanbieders bunde-
  len de krachten voor een gezamenlijk programma dat naad-
  loos aansluit op het regulier onderwijs. Bij letteren en media
  gaat het met name om de openbare bibliotheek. Er wordt
  veel gebruik gemaakt van de bestaande fysieke infrastructuur
  in (de buurt van) scholen en er is een geschikte setting voor
  de oudere jeugd. De overgang tussen binnen- en buiten-
  schools is inhoudelijk op elkaar afgestemd. Cultuurcoaches
  spelen hierin een logische rol. De bestaande verenigingen
  voor amateurkunst met een educatief aanbod worden actief
  bij dit proces betrokken.
      Een aantal belangrijke begrippen bij de talentvolle gemeen-
  te zijn: kunstmagneetschool (basisonderwijs), de cultuur-
  profielschool (voortgezet onderwijs), dagarrangementen en de
  leerkansen profielschool.
      In een advies van de Onderwijsraad over Uitgebreid onder-
  wijs pleit deze raad reeds voor: ‘een extra aanbod en extra
  gebruik van leermogelijkheden gericht op het behalen van
  wettelijke vereisten, op het breder en diepgaander ontwikke-
  len van talenten of op het verbreden van het perspectief
  van de leerling of student op arbeid en samenleving’. [35] In dit
                                                                        35
  kader wordt ook verwezen naar een parallel met modellen             ‘Uitgebreid onderwijs’,
  uit Vlaanderen en Nordrhein-Westfalen. [36] De gemeente legt        Onderwijsraad,
                                                                      Den Haag, 2010.
  linken met de cultuuropleidingen in het MBO en HBO.
                                                                         36
                                                                      ‘Internationale
De sociale gemeente                                                   vergelijking lokale
  De sociale gemeente vindt het belangrijk dat kwetsbare              voorzieningen voor
                                                                      actieve cultuurpartici-
  bevolkingsgroepen (bijvoorbeeld minder draagkrachtigen,             patie. Een quick scan
  zorgbehoevenden en ouderen) actief bij de gemeenschap               ten behoeve van de        64
                                                                      Raad voor Cultuur ’,
  betrokken worden. Zij wil dit ook bereiken door middel van          Landelijk Kennisin-
                                                                      stituut Cultuureducatie
  actieve cultuurparticipatie. Om dit te realiseren zorgt de          en Amateurkunst,
  gemeente dat deze bevolkingsgroepen gemakkelijk daaraan             Utrecht, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>   kunnen deelnemen op locaties dicht bij hun leefomgeving,
   bijvoorbeeld in of nabij verzorgingshuizen, winkelcentra of
   sportcomplexen. De gemeente maakt het financieel mogelijk
   dat een gevarieerd aanbod voor kwetsbare deelnemers kan
   worden ontwikkeld en uitgevoerd.
       Er wordt ook specifiek beleid ontwikkeld om de groep
   ouderen zo goed mogelijk te bedienen, naar het voorbeeld van
   wat in Nordrhein-Westfalen gebeurt. Deze deelstaat onder-
                                                                                               Vier toekomstperspectieven voor Nederlandse gemeenten
   steunt een competentiecentrum voor cultuur en onderwijs
   op oudere leeftijd: Kubia. [37] De gemeente steunt initiatieven
   van verschillende organisaties om het ontwikkelen van dit
   aanbod mogelijk te maken, signaleert lacunes en initieert ont-
   wikkelingen om lacunes op te lossen. De gemeente zorgt
   ervoor dat deze bevolkingsgroepen goed op de hoogte zijn van
   wat, waar, wanneer is ontwikkeld en kiest daarvoor dikwijls
   de lokale media. En ze legt verbinding met haar nieuwe taken
   vanwege de drie decentralisaties in het sociale domein.
De vitale gemeente
  In de vitale gemeente zijn vooral de burgers zelf aan zet,
  al dan niet in georganiseerd verband. Het gaat hier om jonge
  en oude burgers die graag cultureel actief willen zijn en die
  zelf initiatieven in deze richting nemen. Zij zoeken elkaar op.
  De participatiegraad is hoog. Men maakt intensief gebruik
  van internet om zich te organiseren. De cultureel actieve bur-
  ger draagt zelf de kosten van de ondernomen activiteiten.
  Dit geldt ook voor georganiseerde verbanden. Het veld orga-
  niseert zichzelf (fysiek en digitaal) en zorgt in samenspraak
  met de gemeente voor locatie, programma, promotie en
  vindbaarheid.
      Door particulier initiatief is er een Jeugdcultuurfonds.
  Alleen als het eigen initiatief geen vruchten afwerpt, springt
  de gemeente in. De gemeente is hier vooral volgend, reageert
  op wat de cultureel actieve burger zelf wil en faciliteert met
  specifieke middelen om initiatieven te stimuleren.
                                                                         37
                                                                     ‘Internationale verge-
                                                                     lijking lokale voorzie-
                                                                     ningen voor actieve
                                                                     cultuurparticipatie.
                                                                     Een quick scan ten
                                                                     behoeve van de Raad       65
                                                                     voor Cultuur’, Lan-
                                                                     delijk Kennisinstituut
                                                                     Cultuureducatie en
                                                                     Amateurkunst, pagina
                                                                     17, Utrecht, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>66</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Bijlagen
           69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>                        Bijlagen   Adviesaanvraag voorzieningen actieve cultuurparticipatie   70
Adviesaanvraag
voorzieningen actieve
cultuurparticipatie
  1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag voorzieningen actieve cultuurparticipatie 71</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag voorzieningen actieve cultuurparticipatie 72</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag voorzieningen actieve cultuurparticipatie 73</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag voorzieningen actieve cultuurparticipatie 74</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>                      Bijlagen   Samenstelling en werkwijze commissie   76
Samenstelling en
werkwijze commissie
   2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Dit raadsadvies is voorbereid door de ad hoc adviescommissie
‘Voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie’ onder leiding
van Dirk Monsma.
De commissie bestond verder uit de volgende leden:
    Hans de Bruijn, Bart Drenth, Klaas Hoekstra, Andrea
    Möller, Caroline Nevejan, Marie-France van Oorsouw,
    Aruna Vermeulen.
De adviescommissie heeft op vier plaatsen in het land (Heerenveen,
                                                                            Bijlagen
Arnhem, Tilburg en Zaandam) bijeenkomsten georganiseerd en
met betrokkenen uit de sector (beleidsmakers, belangenbehartigers,
specialisten en wetenschappers) gesproken.
    Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers
van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, de Raad voor
het Openbaar Bestuur en de Onderwijsraad.
De raad heeft twee achtergrondonderzoeken laten uitvoeren. Bij
het LKCA naar internationale voorzieningen voor actieve cultuur-
participatie en bij het Mulier Instituut naar de sport-infrastructuur
in Nederland. Een synopsis van deze rapporten is opgenomen in
bijlage 4 en 5.
     Gedurende het hele traject heeft de adviescommissie haar werk-
zaamheden met die van het LKCA afgestemd. Zonder specifieke
opdracht vanuit de raad heeft het LKCA een grondige en uitgebrei-
de analyse van de sector gemaakt. Dit mapping document Lokaal
stelsel actieve cultuurparticipatie in transitie is bij de totstandkoming
                                                                            Samenstelling en werkwijze commissie
van dit advies geraadpleegd en kan als een onderlegger bij dit
advies beschouwd worden.
De raad is de adviescommissie zeer erkentelijk voor haar grote
inspanningen en constructieve manier waarop deze haar werkzaam-
heden heeft verricht.
De raad en de adviescommissie willen in het bijzonder de volgende
mensen bedanken:
    Jacques Wallage en Marjolijn Blom Raad voor het Openbaar
    Bestuur, Thea Meijer en Adrie van der Rest Onderwijsraad en
    Lucas Meijs Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.
De raad en de adviescommissie willen ook alle andere gesprekspart-
ners hartelijk bedanken voor hun inbreng. Zonder hen was het niet
gelukt om dit advies te schrijven. Een volledig overzicht van alle
gesprekspartners is te vinden in bijlage 3.
                                                                            77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>                   Bijlagen   Overzicht van gesprekspartners   78
Overzicht van
gesprekspartners
  3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Altenburg, F.         Mulder, M.
Bathgate, L.          Munster, O. van
Beckmann, G.          Noord, J. de
Berends, R.           Oomen, J.
Berg, S. van de       Poel, H. van der
Bloemhof, D.          Ponsteen, A.
Blom, M.              Post, J.
Braaksma, H.          Ranitz, J. de
Brands, J.            Rest, A. van de
Breed, K.             Rietveld, M.
                                                    Bijlagen
Broek, A. van den     Rijdt-van de Ven, A. van de
Cats, J.              Robben, P.
Cleveringa, S.        Roest, M. de
Coenen, H.            Romeijnders, M.
Deuren, E. van        Rooij, M. de
Diederen, P.          Rosenboom, W.
Drion, G.             Schendel, N. van
Eijnden, J. van den   Schennink, W.
Elenbaas, P.          Schilder, A.
Gersie, M.            Schippers, B.
Ginsberg, K.          Sijbers, L.
Grooten, P.           Smit, L.
Haan, R.              Stoffels, J.
Hagenaars, P.         Strouken, I.
Hulst, F. van der     Struyk, I.
IJdens, T.            Swinkels, H.
Janssen, R.           Tal, M.
                                                    Overzicht van gesprekspartners
Jonker, T.            Tibosch, H.
Kampen, J. van        Tiessen-Raaphorst, A.
Kasbergen, A.         Tjoelker, A.
Klaassen, G.          Toren, L.
Knol, J.J.            Trienekens, S.
Koning, E.            Ven, F. v.d.
Koning, H.            Verburgh, I.
Kuyper, P.            Verhagen, F.
Le Mat, A.            Vinkenburg, B.
Loon, N. van          Voet, M. van der
Meereboer, T.         Vries, A. de
Meijer, T.            Wallage, J.
Meijl, B. van         Westerhof, O.
Meijs, L.             Wijn, C.
Merkx, J.             Winter, P.P. de
Minco, B.             Wolf-Maat, M. de
Mühlradt, K.
                                                    79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>4.   Vergelijking met
     de sportsector
     De minister van OCW heeft de Raad voor Cultuur
      verzocht om bij de beantwoording van de advies-
     aanvraag mee te nemen wat geleerd kan worden
     van andere lokale voorzieningen die zijn gericht
     op de participatie van burgers, bijvoorbeeld beleid
     op het terrein van de sport.
                                                                                      Bijlagen
     Het Mulier Instituut, dat sociaal-wetenschappe-
     lijk onderzoek verricht op het gebied van sport,
     heeft op verzoek van de Raad voor Cultuur een
     quick scan uitgevoerd naar de sportinfrastructuur
     in Nederland.
          Dit heeft geresulteerd in het rapport De sport-
     infrastructuur in Nederland. Gezien in vogelvlucht
     van dr. ir. Hugo van der Poel en Ine Pulles MSc.
     De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek
     volgen in de samenvatting. [38]
                                                                                      Vergelijking met de sportsector
                                                              38
                                                            ‘De sportinfrastruc-
                                                            tuur in Nederland.        80
                                                            Gezien in vogelvlucht’,
                                                            dr. ir. Hugo van der
                                                            Poel en Ine Pulles
                                                            MSc, Mulier Instituut,
                                                            2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Ten eerste, de sportsector kent net als de cultuursector geen
aparte, specifieke, wettelijke regeling (bijvoorbeeld een sport-
wet) op basis waarvan het ‘recht op sport’ verder gespecificeerd
wordt, taken aan de overheid worden toegekend en waaraan
burgers rechten kunnen ontlenen. Een specifiek wettelijk kader
is dus kennelijk niet nodig om een sociaal-economisch belang-
rijke sector als sport te reguleren.
Ten tweede, de amateursportsector kent in tegenstelling tot
de cultuursector een stevige landelijke koepelorganisatie, het
                                                                                              Bijlagen
NOC*NSF, die als duidelijk aanspreekpunt voor de overheid
dient en als lobbyist richting de overheid kan optreden. In deze
organisatie werkt de breedtesport Nederlandse Sport Federatie
(NSF) innig samen met de topsport Nederlands Olympisch
Comité (NOC). Een dergelijke sterke, landelijke organisatie is
 van groot belang bij het positioneren van de sector en het
formuleren van een gemeenschappelijk beleid.
Ten derde, zowel sport als cultuur worden gebruikt als instru-
ment om maatschappelijke doelen op andere maatschappelijke
beleidsterreinen te bereiken. Cultuur en sport worden ingezet
voor ‘Holland promotie’ en worden genoemd als het om innova-
tie gaat. Het beleid van de landelijke overheid – gericht op
sport – legt vaak de verbinding met preventief gezondheidsbe-
leid en de wens om de kosten voor de volksgezondheid te
minimaliseren. De instrumentele inzet van cultuur en sport
komt dus voor, maar lijkt bij sport sterker en waarschijnlijk ook
                                                                                              Vergelijking met de sportsector
zwaarwegender vanwege het grote belang van het gezondheids-
beleid.
Ten vierde, Nederlandse gemeenten voeren ten aanzien van
sport een autonoom en dus in zekere zin vrijwillig sportaccom-
modatie-/sportinfrastructuurbeleid. Hoewel gemeenten zich
doorgaans verantwoordelijk voelen voor de infrastructuur ten
aanzien van sport en de financiering ervan, wachten zij toch
vaak op de sportverenigingen die om de benodigde accommo-
datie en infrastructuur komen vragen. De gemeente volgt de
wensen van de gemeentelijke bevolking ten aanzien van sport.
Er is dus sprake van lokaal en vraaggestuurd sportaccommo-
datie-/sportinfrastructuurbeleid.
Ten vijfde, in de sportsector is er sprake van een dominante
verenigingscultuur waarbij massaal gebruik wordt gemaakt van
vrijwilligers (1 tot 1,5 miljoen vrijwilligers, afhankelijk van de
definitie) voor allerlei activiteiten. [39] Dit geldt ook voor de
cultuursector. Zeker de erfgoedsector kent een enorm aantal
verenigingen, dat op veel verschillende terreinen actief is.
Ook in de cultuurwereld zijn veel vrijwilligers actief die veel
verschillende taken op zich nemen. Zonder hen zou de sector
niet kunnen functioneren.                                               39
                                                                     ‘De overheid aan de
                                                                     bal?’ dr. ir. Hugo       81
                                                                     van der Poel, Mulier
                                                                     Instituut, in Boekman
                                                                     95, tijdschrift voor
                                                                     kunst, cultuur en be-
                                                                     leid, pagina 69, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>5.   Vergelijking met het buitenland
     Het LKCA heeft op verzoek van de Raad voor
     Cultuur een quick scan uitgevoerd naar de lokale
     voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie in
     drie buurregio’s, te weten: Vlaanderen, Engeland
     en Nordrhein-Westfalen.		
          Dit heeft geresulteerd in het rapport Interna-
     tionale vergelijking lokale voorzieningen voor actieve
     cultuurparticipatie. Een quick scan ten behoeve van
                                                                                     Bijlagen
     de Raad voor Cultuur van Meintje de Roest. [40]
     De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek
     volgen in de samenvatting.
                                                                                     Vergelijking met het buitenland
                                                                 40
                                                              ‘Internationale
                                                              vergelijking lokale
                                                              voorzieningen voor
                                                              actieve cultuur-
                                                              participatie. Een
                                                              quick scan ten
                                                              behoeve van de
                                                              Raad voor Cultuur’,    82
                                                              Landelijk Kennis-
                                                              instituut Cultuur-
                                                              educatie en Amateur-
                                                              kunst, Meintje de
                                                              Roest, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Het LKCA heeft op verzoek van de Raad voor Cultuur genoemde
buurregio’s bestudeerd omdat deze in grote lijnen op Nederland
lijken. Zowel in Nederland als in deze buurregio’s is de infrastruc-
tuur voor actieve cultuurparticipatie complex en onoverzichtelijk.
Dit heeft te maken met de wisselwerking tussen burger, overheid
en markt, die allemaal op dit terrein actief zijn, en de grote invloed
van structuren uit het verleden. In alle buurregio’s is men over-
tuigd van de intrinsieke, maatschappelijke en economische waarde
van actieve cultuurparticipatie die vaak gezien wordt als de oplos-
sing voor vele maatschappelijke problemen.
     Net als Nederland vinden ook de buurregio’s het moeilijk om
                                                                         Bijlagen
een helder onderscheid te maken tussen binnen- en buitenschoolse
cultuurparticipatie en komt er een steeds grotere nadruk op actieve
cultuurparticipatie binnen het formele onderwijs.
     In tegenstelling tot Nederland waar cultuurparticipatie onder
één ministerie valt, namelijk het Ministerie van Onderwijs, Weten-
schap en Cultuur, valt dit beleidsterrein in de buurregio’s groten-
deels onder verschillende ministeries en subnationale bestuursni-
veaus (de Vlaamse centrale overheid, het Britse parlement en de
Duitse deelstaat).
Vlaanderen
   In Vlaanderen zijn culturele organisaties traditioneel sterk lo-
   kaal verankerd en aan de overheid gelieerd. Gemeenten vinden
   cultuur heel belangrijk en vinden dat dit van overheidswege
   op een laagdrempelige en goedkope manier aangeboden moet
   worden. De overheid subsidieert een aantal steunpunten en
   belangenbehartigers. In Vlaanderen neemt de overheid haar
                                                                         Vergelijking met het buitenland
   verantwoordelijkheid voor actieve cultuurparticipatie serieus en
   speelt de overheid dus de hoofdrol. Het doel van de Vlaamse
   overheid is culturele ontwikkeling, cultuureducatie en cultuur-
   participatie voor zoveel mogelijk mensen te realiseren (ook
   met het oog op maatschappelijke participatie en emancipatie).
   Dit gebeurt op basis van een aantal decreten (wetten):
   amateurkunstendecreet, decreet lokaal cultuurbeleid, partici-
   patiedecreet, decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk.
   Vlaanderen kent een uniek systeem van deeltijds kunstonderwijs
   (DKO) dat gezamenlijk door de lokale en regionale overheid
   gefinancierd wordt. Dit systeem heeft een aantal pluspunten:
   vrijwillig, breed aanbod, goedkoop, grondig, intensief. De
   Vlaamse situatie heeft te lijden onder de decretale afhankelijk-
   heid die tot versnippering leidt ( bijvoorbeeld bij buitenschool-
   se cultuureducatie). Meer samenwerking is wenselijk. Opval-
   lend voor Vlaanderen is de totale afwezigheid van fondsen en
   stichtingen.
Engeland
   In Engeland vindt de overheid het belangrijk dat iedereen
   kan ervaren en deelnemen in kunst en culturele activiteiten,
   toch staat diezelfde overheid op afstand en is slechts op de
   achtergrond aanwezig. Het meeste wordt aan de markt en de
   burger zelf overgelaten. Het aanbod in Engeland is vraag-
   gericht en onoverzichtelijk. De spreiding verschilt enorm per         83
   gebied. Financiering van cultuur vindt onafhankelijk van de
   regering plaats en verloopt via het Arts Council of England dat
   ook het geld van de National Lottery beheert. Daarnaast wordt
   gemengde financiering aangemoedigd (dus privédonaties e.d.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>    naast publiek geld). Vanwege de bezuinigingen is er momen-
    teel weinig betrokkenheid bij cultuureducatie. Kunsteducatie
    komt wel terug in de aandacht voor jeugd. De meeste aandacht
    wordt aan binnenschoolse educatie gegeven. Er is weinig
    focus op de amateurkunsten. In Engeland bestaan bijna 8.000
    fondsen en stichtingen die een bijdrage leveren aan actieve
    cultuurparticipatie en cultuureducatie. Hiernaast is er nog een
    groot aantal charities en goede doelen in deze sector actief.
    De fondsen zijn alle privaat. De mate van lokale verankering
    (focus, structuur, financiering) verschilt erg per gemeente.
    Door de economische crisis maken gemeenten steeds duidelij-
                                                                       Bijlagen
    kere keuzes, worden zakelijker en verminderen of stoppen de
    financiering.
Nordrhein-Westfalen
   Nordrhein-Westfalen neemt een tussenpositie in tussen
   Vlaanderen en Engeland. Het aanbod is divers en wordt zowel
   door publieke als private organisaties verzorgd. Het aanbod
   lijkt gecentreerd in steden. De deelstaatregering hecht veel
   belang aan kunst en cultuur. Voor cultuurbevordering heeft men
   verschillende prioriteiten gesteld met de nadruk op Kulturelle
   Bildung. In Nordrhein-Westfalen ligt de nadruk op Bildung van
   kinderen en jeugd (bijvoorbeeld het programma ‘Jedem Kind
   ein Instrument NRW’). Door een brede hervorming van het
   Duitse onderwijssysteem komt het terrein van Kulturelle Bildung
   meer binnen het schoolsysteem. Het terrein van Kulturelle Bil-
   dung is nogal ondoorzichtig omdat er veel verschillende modellen
   en programma’s zijn. De nadruk op Kulturelle Bildung heeft de
                                                                       Vergelijking met het buitenland
   afgelopen jaren tot een indrukwekkend aantal kunst- en cul-
   tuureducatieve projecten geleid. Kulturelle Bildung vindt plaats
   op veel verschillende plekken (jeugdcentra, kunstscholen,
   muziekscholen, bibliotheken, e.d.). Er is een grote hoeveelheid
   fondsen en stichtingen, zowel publiek als privaat. Door de
   vergrijzing vindt Nordrhein-Westfalen dat Kulturelle Bildung
   ook op ouderen gericht moet zijn en bij hun interesse en
   behoeften moet aansluiten. Het lijkt dat Nordrhein-Westfalen
   Kulturelle Bildung als een instrument voor het oplossen van
   allerlei sociale problemen ziet. In Duitsland zijn alle koepelor-
   ganisaties samen vertegenwoordigd in de Deutscher Kulturrat.
                                                                       84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>             Bijlagen   Literatuur   86
Literatuur
   6.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Adviesbureau Cultuurtoerisme       Broek, A.v.d., (red.)                Landschap Erfgoed Utrecht
Amateurkunst & Publiek             Mogelijkheden tot kunst-             Kerndata vrijwilligers landschap
Utrecht, 2011                      beoefening in de vrije tijd          en erfgoed 2012 betrokken
                                   Den Haag: Sociaal en Cultureel       (direct of indirect) bij
Algemeen kader interbestuur-       Planbureau, 2010                     Landschap Erfgoed Utrecht
lijke verhoudingen cultuur                                              Utrecht, 2012
Rijk, IPO, VNG                     Broek, A.v.d. en Eijck, K.v.
geldend vanaf 2012                 Cultuurparticipatie: minder          Ministerie van Onderwijs,
                                   beoefening en consumptie             Cultuur en Wetenschap e.a.
Berenschot                         in Boekmanstichting/Sociaal          Ouderen en cultuur
                                                                                                           Bijlagen
Bedrijfsmodellen voor              en Cultureel Planbureau              Den Haag, 2013
kunsteducatie                      De staat van cultuur. Lancering
Utrecht, 2010                      Cultuurindex Nederland               Ministerie van Onderwijs,
                                   Amsterdam, 2013                      Cultuur en Wetenschap
Bestuursakkoord                                                         Cultuur in beeld 2013
Rijk, IPO, VNG                     Hagenaars, P.                        Den Haag, 2013
2011 – 2015                        Cultuurdeelname in de
                                   levensloop                           Mulier Instituut
Boekmanstichting/Sociaal en        in Boekmanstichting/Sociaal          De sportinfrastructuur
Cultureel Planbureau               en Cultureel Planbureau              in Nederland. Gezien in
De staat van cultuur. Lancering    De staat van cultuur. Lancering      vogelvlucht
Cultuurindex Nederland             Cultuurindex Nederland               Utrecht, 2013
Amsterdam, 2013                    Amsterdam, 2013
                                                                        Nagel, I.
Boelhouwer, J., Broek, A.v.d.,     Kunstfactor en Kunstconnectie        Cultuurdeelname in
Eijck, K.v., Smithuijsen, C.,      De economische bijdrage van          de levensloop
Vinken, H. en Woersem, L.v.        amateurkunst en kunsteducatie        Utrecht, 2004
                                                                                                           Literatuur
Cultuurindex in Nederland.         Utrecht, 2009
Kerngegevens over de culturele                                          Onderwijsraad en
sector 2005 – 2011                 Landelijk Expertisecentrum           Raad voor Cultuur
in Boekmanstichting/Sociaal        Sociale Interventie (LESI)           Cultuureducatie; leren,
en Cultureel Planbureau            Kunstbeoefening met ambitie          creëren, inspireren
De staat van cultuur. Lancering    Utrecht, 2012                        Den Haag, 2012
Cultuurindex Nederland
Amsterdam, 2013                    Landelijk Kennisinstituut Cul-       Onderwijsraad
                                   tuureducatie en Amateurkunst         Uitgebreid onderwijs
Broek, A.v.d.                      Lokaal stelsel actieve               Den Haag, 2010
Toekomstverkenning kunst-          cultuurparticipatie in transitie.
beoefening. Een essay over de      Mapping document                     Poel, H.v.d.
mogelijke betekenis van sociaal-   Utrecht, 2014                        De overheid aan de bal?
culturele ontwikkelingen voor                                           in Boekman 95, tijdschrift
volume, voorkeuren en vormge-      Landelijk Kennisinstituut Cul-       voor kunst, cultuur en beleid
ving van kunstbeoefening in de     tuureducatie en Amateurkunst,        Amsterdam, 2013
vrije tijd                         Ruimte voor amateurkunst.
Den Haag: Sociaal en Cultureel     Voorzieningen voor kunst-            Verwey-Jonker Instituut
Planbureau, 2010                   beoefening 2013                      Kinderen in armoede
                                   Utrecht, 2013                        in Nederland
Broek, A.v.d.                                                           Utrecht, 2013
FAQs over kunstbeoefening          Landelijk Kennisinstituut Cul-
in de vrije tijd                   tuureducatie en Amateurkunst
Den Haag: Sociaal en Cultureel     Internationale vergelijking lokale
Planbureau, 2010                   voorzieningen voor actieve                                              87
                                   cultuurparticipatie. Een quick
                                   scan ten behoeve van de Raad
                                   voor Cultuur
                                   Utrecht, 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Colofon
Meedoen is de kunst
Advies over actieve
cultuurparticipatie
Dit advies is een uitgave van
de Raad voor Cultuur
Ontwerp
Studio Daphne Heemskerk
Fotografie
Rinie Bleeker
Druk
Romer bv
                                          Colofon
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
Postbus 61243
2506 AE Den Haag
070 – 3106686
info@cultuur.nl
www.cultuur.nl
Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de Raad
voor Cultuur en deze publicatie als
bronnen worden vermeld.
                                          89
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, maart 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en
subsidiebesluiten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>