<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>advies voor een
toekomstbestendige
publieke omroep
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>      Inhoud
      Ten geleide                             5
      Durf te veranderen                     13
                                                   Inhoud
1.    De urgentie                            25
2.    Waarom de publieke omroep bestaat      37
3.    Een inhoudelijk sterk en open bestel   53
       1.   Een nieuwe mediaorganisatie      55
       2.   Een open bestel                  61
4.    De beantwoording van de adviesvragen   67
      Bijlagen                               99
1.    Adviesaanvraag
      toekomstverkenning mediabestel         100
2.    Samenstelling commissie                108
3.    Samenstelling focusgroepen             110
4.    Overzicht van geconsulteerden          114
5.    Legitimering en taakopdracht
      van de publieke mediadienst            118
6.    Literatuur                             138
7.    Focusgroep Innovatie                   142
8.    Focusgroep Organisatie                 157
9.    Focusgroep Programma                   173
10.   Focusgroep Samenwerking
      omroepen en pers in de regio           190
      Colofon                                194
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De tijd staat open
                                                   Inhoud
De tijd staat open, het hijgt aan weerszijden
of avond en donker elkander omarmen, het slaapt
dat het kraakt in de stokoude boomgaard, zwanger
van wanvruchten galappels wormen
in het huis het gemor van adem, van data
dat de nachtschade hangt aan zijn leven
dat de zaaier ontkiemt in zijn veldbed
dat de groene woorden als kersen bederven
bij vlagen het heden, de vragen, gesteun
van de lage eenmalige bomen om een lange totale
genadige zomer, om najaar, om winter –
                                                   3
Gerrit Kouwenaar
De tijd staat open
1996, Querido
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   Ten geleide
Waarom dit advies?
   Een onafhankelijke en betrouwbare publieke omroep – op            Ten geleide
   landelijk, regionaal en lokaal niveau – is volgens de Raad voor
   Cultuur een groot goed. De programma’s, websites en live
   streams die ons via de publieke omroep bereiken, verbeelden
   en becommentariëren de cultuur in Nederland. Zij verbinden
   bevolkingsgroepen, informeren, leren en vermaken ons.
   Zij verrijken ons leven. Of, anders gezegd: de publieke omroep
   vormt een dragende pijler onder onze democratische recht-
   staat. En dat zal hij ook in de toekomst moeten zijn. Geen
   eenvoudige opdracht, want er verandert veel.
   Technologische vernieuwingen buitelen over elkaar heen,
   het mediagebruik verandert onder onze handen. Vijf jaar ge-
   leden hadden HBO en Netflix hier nog nauwelijks betekenis.
   Niemand volgde toen het nieuws vooral via de smartphone
   en social media. Inmiddels krijgen, maken en delen wij –
   consument en producent – informatie en belevenissen overal,
   onmiddellijk en op iedere plek. Een moderne en toekomst-
   bestendige publieke mediadienst moet op deze veranderingen
   inspelen en er gebruik van maken. De structuur van die
   publieke mediadienst moet zo zijn ingericht dat hij deze ver-
   anderingen aankan.
   De publieke omroep functioneert in veel opzichten goed,
   maar staat onder druk en vertoont slijtage. De technologische
   veranderingen en de internationale reactie daarop van steeds
   groter wordende mediaconglomeraten zijn een factor van
   belang. Betrouwbare en onafhankelijke media-inhoud is niet
   meer vanzelfsprekend. Het publiek op traditionele platforms
   als televisie en radio vergrijst, jonge doelgroepen worden
   moeilijk bereikt. Het vertrouwde politieke draagvlak erodeert.
   De financiering loopt sterk terug. En, de bestuurlijke drukte
                                                                     5
   is groot.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>   Er is een omslag in het denken nodig over de publieke
   omroep. Van een omroep die is gericht op radio en televisie
   zal hij zich moeten ontwikkelen tot een publieke mediadienst
   die programmeert op alle platforms en samenwerkt met
   commerciële partijen en makers. Van een bestuurlijk complex
   zal de publieke omroep zich moeten ontwikkelen tot een
   creatieve netwerkorganisatie waarin de inhoud leidend is.
                                                                   Ten geleide
   De staatssecretaris van OCW heeft de Raad voor Cultuur
   advies gevraagd over de toekomst van het publieke media-
   bestel. Zijn vragen gaan onder meer over het onderscheidende
   karakter van de programmering, het aanjagen van innovatie
   en creatieve competitie, over culturele en levensbeschou-
   welijke programmering, de positie op nieuwe media en
   mobiele diensten, de rol en organisatie van de Nederlandse
   Publieke Omroep (NPO), en over de mogelijkheden om
   nieuwe geluiden aan bod te laten komen. Dit advies geeft op
   deze vragen een antwoord. Soms zijn die antwoorden ver-
   reikend, omdat verandering echt nodig is – maar er is ook oog
   voor wat goed en uniek voor Nederland is en dus behouden
   moet blijven.
Hoe is dit advies tot stand gekomen?
   De raad heeft een commissie onder leiding van Inge Brakman
   gevraagd het advies voor te bereiden. De commissie bestond
   verder uit Pieter Broertjes, Petra ter Doest, Wim van de
   Donk, Pauline Krikke, Hans Laroes, Inge Ligthart, Paul
   Rutten, Peter Schrurs, Wim Vanseveren en Mathieu
   Weggeman. De commissie werd ondersteund door Jaap
   Visser, Marleen Elshof en Martine Verweij.
   Om zoveel mogelijk expertise bij de voorbereiding van het
   advies te betrekken, heeft de raad vier focusgroepen gevormd:
   Innovatie, Organisatie, Programmering en Samenwerking
   omroep en pers in de regio. Deze groepen werkten onder voor-
   zitterschap van respectievelijk Erik van Heeswijk, Yvonne
   Zonderop, Gerard Dielessen en Allard Berends. In deze focus-
   groepen zaten makers, journalisten, wetenschappers en
   anderen. Hun namen zijn te vinden als bijlage bij dit advies.
   De rapporten van de focusgroepen zijn digitaal gepubliceerd
   op www.cultuur.nl. De commissie heeft daarnaast met vele
                                                                   6
   deskundigen en betrokkenen uit het veld gesproken. Een over-
   zicht van deze gesprekspartners is ook als bijlage opgenomen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   De raad heeft Saskia Welschen onderzoek laten doen naar
   de legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst.
   Haar bevindingen zijn als bijlage opgenomen in dit advies.
   De raad heeft daarnaast Frank Huysmans een onderzoek
   laten uitvoeren naar mediagebruik en -ontwikkelingen. Zijn
   rapport ‘Media, informatie en communicatie: trends en
   beleid’ is als digitale bijlage bij het advies gevoegd. De com-
   missie heeft voor haar advies van beide onderzoeken dank-
                                                                      Ten geleide
   baar gebruikgemaakt.
   De commissie heeft in de periode van september 2013 tot
   februari 2014 haar werkzaamheden uitgevoerd. De inspan-
   ningen van de leden van de commissie waren intensief en
   consciëntieus; hun denk- en verbeeldingskracht inspirerend.
   De raad is hen erkentelijk voor het werk dat zij hebben verzet.
   Hij sluit zich aan bij de bevindingen van de commissie en
   neemt haar adviezen over.
Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen?
   De adviezen van de commissie leiden tot
   de volgende aanbevelingen:
   1.   Scherper dan nu zal de publieke omroep (publieke
        mediadienst) zich moeten onderscheiden met
        media-inhoud die van publiek belang is
        Deze publieke meerwaarde wordt nu gemeten langs
        gevestigde criteria als onafhankelijkheid, pluriformiteit,
        betrouwbaarheid en culturele diversiteit. Voorgesteld wordt
        om daaraan de criteria innovatief karakter, samenwerking
        met derden en publieksparticipatie toe te voegen. De pu-
        blieke mediaopdracht dient daarop aangepast te worden.
   2.   De publieke omroep is breed en voor iedereen,
        maar maakt wel duidelijke keuzes op inhoud
        De prioriteiten moeten scherper benoemd en beter be-
        waakt worden. De prioriteiten die nu centraal staan in de
        programmering van de publieke omroep (journalistiek,
        Nederlandstalig drama & documentaire, kinderprogram-
                                                                      7
        ma’s, kennis & cultuur en evenementen) vormen een
        goed uitgangspunt. Maar ze kunnen in de loop der jaren
        veranderen. Niet alleen het marktaandeel, maar vooral
        het bereik is van belang. Er komen hoofdredacteure die
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>     eindverantwoordelijk worden voor de inhoud van het
     complete aanbod. De basis wordt gevormd door een
     ‘contract met de samenleving’ waarin de publieke omroep
     beschrijft wat hij zal doen en maken. Het contract wordt
     gemaakt op basis van een brede consultatie, van publiek,
     experts en makers.
3.   Het mediabestel wordt ook geopend voor andere
                                                                   Ten geleide
     partijen dan de omroepverenigingen
     Makers, mediabedrijven en zzp’ers met creatieve en
     innovatieve ideeën kunnen rechtstreeks hun programma’s
     aanbieden bij de NPO. Hierdoor ontstaat een vernieuwd,
     open en pluriform systeem met enerzijds omroepvereni-
     gingen en anderzijds vrije mediaproducenten. Zo kunnen
     nieuwe ideeën en stromingen snel toegang krijgen tot
     de publieke mediadienst en wordt het stelsel dynamisch
     en hedendaags. Geadviseerd wordt het ‘programma-
     versterkingsbudget’, dat nu 50% is volgens de Mediawet,
     ook voor buitenstaanders open te stellen. In de praktijk
     zullen daardoor zowel de omroepverenigingen als partijen
     buiten het bestel programma’s leveren die gefinancierd
     worden uit deze middelen.
4.   De publieke omroep programmeert voor alle
     platforms; naast televisie en radio ook voor nieuwe
     media en mobiele platforms
     Het is de inhoud die ertoe doet. Niet het platform, niet
     de zender – maar programma’s, producties, informatie.
     Distributie van content via publieke netten lijkt nu en in
     de toekomst geen garantie meer dat deze ook wordt ge-
     vonden. De publieke media kunnen daarom hun functie
     alleen effectief uitoefenen als zij publiek en doelgroepen
     weten te bereiken op alle platforms.
5.   De publieke omroep heeft een gidsfunctie
     Kabelaars, Telecombedrijven of partijen als Google en
     YouTube gaan steeds meer bepalen hoe het scherm
     (op tv, pc, tablet, mobiel, etc.) eruit ziet, en wat men te
                                                                   8
     zien en te horen krijgt. Om publieke media-inhoud
     ook in de toekomst beschikbaar en vindbaar te houden,
     is het van belang dat de mediagebruiker goed de weg
     kan vinden in de overstelpende hoeveelheid informatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>     die (inter)nationaal voorhanden is. De publieke omroep
     moet daarom ook een ‘gids’ zijn. Daarbij valt te denken
     aan een portal (een soort ‘Uitzending gemist +++’), maar
     de technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat over
     een aantal jaren deze ontsluiting wellicht op een heel
     andere manier vorm krijgt. Belangrijk is dat die ontsluiting
     gepaard gaat met context: uitleg en duiding over waar de
     inhoud vandaan komt, door wie het is gemaakt en waarom.
6.   De NPO krijgt een andere, geactualiseerde rol                  Ten geleide
     en organisatiestructuur
     De NPO zal zich veel meer moeten opstellen als een
     netwerkorganisatie, die samenwerkt met zijn publiek
     en toegang biedt aan burgers en andere mediaorganisaties
     dan alleen de actuele bespelers. Om zijn herkenbaarheid
     te vergroten, zal de publieke omroep zijn focus moeten
     verleggen van ‘representatie van’ naar ‘relatie met’ het
     publiek. Dit stelt nieuwe eisen aan de organisatie en
     inrichting van de NPO: het vraagt om een mediaorganisatie
     met een creatief hart, die wendbaar en innovatief is
     en waarvoor de makers centraal staan. En die tegelijkertijd
     bestuurlijk slagvaardiger en organisatorisch eenduidig in
     elkaar steekt. De NPO wordt een omroep met een uitzend-
     vergunning. Dit advies doet concrete voorstellen voor de
     inrichting van zo’n organisatie.
7.   De omroepverenigingen richten zich meer op
     specifieke publieksgroepen en thema’s
     De omroepverenigingen geven publieksgericht vorm
     aan hun identiteit. In plaats van representatie richten ook
     zij zich op de relatie met en participatie van het publiek.
     De samenleving vraagt om nieuwe vormen van verbinding
     en de verenigingen kunnen daarin bij uitstek een rol
     vervullen.
         De omroepen en NPO worden elke vijf jaar getoetst
     door een visitatiecommissie. Publieksbinding, kwaliteit en
     samenwerking met andere omroepen en organisaties
     maken onderdeel uit van de aspecten waarop zij worden
     beoordeeld. Publieksbinding kan op verschillende
                                                                    9
     manieren worden aangetoond, daarom vervalt het leden-
     criterium als harde eis. Elke vijf jaar blijft voor nieuwe
     organisaties de mogelijkheid bestaan om toe te treden tot
     het omroepbestel, op voorwaarde dat er sprake is van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>     een aantoonbare band met publieksgroepen en van een
     toegevoegde waarde. Daarmee blijft in het bestel ruimte
     voor nieuwe geluiden en stromingen.
8.   Culturele en levensbeschouwelijke programmering
     is bij uitstek publiek en verdient extra waarborgen en
     een breed publiek bereik
                                                                   Ten geleide
     Het Mediafonds vervalt. De taken en functies van dit fonds
     kunnen conform de plannen van de NPO worden uit-
     gevoerd, op voorwaarde dat er ook inzet van middelen voor
     jeugd, games en talentontwikkeling komt. Voorstellen
     voor productie van content zullen, precies zoals nu bij het
     Mediafonds, een onafhankelijke kwalitatieve toets krijgen.
     Het geoormerkte bedrag voor culturele mediaproducties
     dient opgehoogd te worden met het budget van het
     CoBO-fonds (Co-productiefonds Binnenlandse Omroep).
        Omdat vanaf 1 januari 2016 de zogenoemde 2.42 –
     omroepen ophouden te bestaan, zou in de toekomst bij
     de publieke omroep het gedachtegoed van de wereld-
     godsdiensten anders gewaarborgd moeten worden.
     De samenwerking tussen EO en IKON, KRO/NCRV en
     RKK, VPRO en eventueel Human neemt een deel van
     dat gedachtegoed voor zijn rekening. De programmering
     over andere wereldgodsdiensten en/ of levensbeschou-
     welijke stromingen zoals Islam, Hindoeïsme, Boeddhisme
     en Jodendom past bij de taakopdracht van de NTR. De
     NTR krijgt ook de opdracht witte vlekken op het gebied
     van culturele programmering in te vullen.
9.   Op regionaal niveau is een open bestel wenselijk,
     waarin publieke en private nieuwsorganisaties de
     krachten kunnen bundelen
     Met name op het gebied van nieuws- en informatievoor-
     ziening dient er ruimte te zijn voor experimenten en
     samenwerkingsverbanden tussen de private en publieke
     sector, tussen dag- en nieuwsbladen en regionale om-
     roepen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van coöperaties
     waar door een samenwerkingsverband content wordt
     geleverd aan omroepen, kranten en nieuwsbladen, en ook
     Ikaan nieuwe journalistieke initiatieven. Landelijke en       10
     regionale omroepen moeten meer programmatisch gaan
     samenwerken om tot een zo sterk mogelijke publieke
     nieuwsvoorziening en culturele programmering te komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>       De bestuurlijke aansturing van de regionale mediavoor-
       ziening dient vanuit een zelfstandig en door regionale
       partijen benoemd bestuur plaats te vinden.
Tot slot
   Omdat de situatie van de regionale journalistiek zorgwekkend
   is, zal de raad aanbeveling 9 uitwerken in een nader advies
                                                                    Ten geleide
   over de toekomst van de regionale journalistiek. Ook zal de
   raad in een later advies nog specifiek ingaan op de positie
   en diversiteit van de publieke radiozenders. De raad ziet hier
   kansen om de informatieve positie van de publieke omroep
   te versterken door meer zendtijd in te ruimen voor achter-
   grondinformatie, levensbeschouwing en kunst en cultuur.
   De Raad voor Cultuur adviseert de staatssecretaris en partijen
   in het mediaveld de bevindingen en conclusies van de com-
   missie ter harte te nemen. Gebruik dit advies om 17 miljoen
   Nederlanders ook in de toekomst kwalitatief hoogwaardige,
   relevante en mooie producties en programma’s te bieden.
   Dit is het moment om veranderingen door te voeren:
   ‘de tijd staat open’.
                                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   Durf te veranderen
Op 14 februari 2014, middernacht, lanceerde Netflix het tweede
                                                                    Durf te veranderen
seizoen van House of Cards. Kevin Spacey speelt de hoofdrol
in deze serie over politieke manipulatie en machtsmisbruik, begin
jaren negentig al een succesvolle BBC-serie met Ian Richardson
in een glansrol. Sir Francis Urquehart van de BBC werd Frank
Underwood in de VS.
Overal in de wereld zaten miljoenen mensen op dit moment
te wachten. Op Twitter, op blogs en websites werd met spanning
naar de lancering toegeleefd. Zelfs het Witte Huis tweette mee.
De serie werd, net als deel één, in z’n geheel online gezet.
Mensen keken meteen, van begin tot eind, de hele nacht door.
‘Binge-kijken’ heet het: achter elkaar zoveel mogelijk, misschien
zelfs alle afleveringen zien. Twitter stond bol van opvattingen
en reacties. Er hoefde niets te worden opgenomen van tv. Het
was niet wachten op de dvd-box.
    House of Cards was er, in z’n geheel, en kon meteen bekeken
worden, overal waar Netflix beschikbaar is. Op ieder gewenst
moment, op de manier waarop de kijker dat wil.
Geen omroep, geen televisiezender, kwam eraan te pas.
Er is veel aan het veranderen in de mediasector. Omroepen,
kranten en uitgeverijen weten zich tot op het bot uitgedaagd door
nieuwkomers en nieuwe ontwikkelingen. House of Cards is er
een illustratie van.
    Mediaorganisaties, of ze nu een publiek of commercieel
karakter hebben, dreigen te worden weggevaagd als ze niet zelf
een antwoord vinden op de sterke veranderingen die gaande
zijn en die voor schokgolven zullen blijven zorgen. Ze moeten
zich opnieuw uitvinden, nieuw gedrag vertonen, behouden
waar ze goed in zijn, maar dat vertalen naar de nieuwe tijd. Het
 medialandschap staat zodanig onder druk dat de commissie
duidelijk en overtuigend handelen van de publieke omroep voor-      13
stelt. Er is een grote mate van urgentie. De verandering moet
nu plaatsvinden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Om mee te kunnen buigen met de storm van veranderingen zal
de publieke omroep zijn wortels moeten verstevigen en zal hij
nieuwe vormen moeten ontwikkelen om in contact te zijn met het
publiek. Er is een heldere focus nodig. Dat betekent ruimte
voor de makers en voor wat zij maken: de inhoud. Een strakke
organisatie, een plaats om datgene wat in Nederland wordt
gemaakt toegankelijk te maken. Een organisatie, die boven alles
het publieke belang centraal stelt in al zijn uitingen.
                                                                     Durf te veranderen
Tegen deze achtergrond heeft de Commissie Toekomstverken-
ning Mediabestel van de Raad voor Cultuur onderzocht hoe
in Nederland een zo krachtig mogelijke mediasector kan worden
bevorderd en meer specifiek: welke rol de publieke omroep
daarin heeft. Het advies wordt aangeboden aan staatssecretaris
Dekker van OCW.
In dit rapport beschrijft de commissie wat zij aan
ontwikkelingen ziet.
Het begint met de brede internationale context: de veranderingen
die voor alle mediabedrijven (commercieel en publiek) in ver-
gelijkbare mate gelden, binnen en over de grenzen.
    De commissie kijkt vanzelfsprekend ook naar de specifiek
Nederlandse omstandigheden: hoe heeft het bestel zich ontwik-
keld, hoe staat het er nu voor, en hoe kan het worden versterkt,
rekening houdend met de eisen van de nieuwe tijd?
    Het zou naïef zijn net te doen alsof we precies weten hoe 2020
eruit gaat zien. Daarom willen we een mediaorganisatie die alle
onverwachte ontwikkelingen aankan en dus flexibel van denken
en handelen is; die vooral wordt gedragen en gewaardeerd
door het overgrote deel van het publiek, de eigenaren van het
publieke bestel.
Dit rapport bestaat uit vier hoofdstukken. In de eerste drie
schetst de commissie haar advies voor de publieke omroep.
   Hoofdstuk 1, analyseert de grensoverschrijdende veranderin-
   gen van het moment, en de specifieke omstandigheden van
   de Nederlandse publieke omroep.
      Hoofdstuk 2, beantwoordt de vraag wat het bestaansrecht
   van de publieke omroep is en wat de prioriteiten en de kern-
   waarden dienen te zijn.                                           14
      Hoofdstuk 3, beschrijft de voornaamste wijzigingen die
   de commissie voorstelt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>In het vierde hoofdstuk geeft de commissie antwoord op de
vragen die staatssecretaris Dekker aan de Raad voor Cultuur
heeft gesteld. Dit hoofdstuk bevat de concrete uitwerking van
de opvattingen uit hoofdstuk 1 tot en met 3. In de bijlage is
een uiteenzetting over de legitimering en taakopdracht van de
publieke omroep opgenomen.
   Een beschrijving van de werkwijze en samenstelling van de
commissie en de focusgroepen, die de commissie van ideeën
                                                                   Durf te veranderen
hebben voorzien, volgt daarop.
De bronnen die zijn gebruikt voor alle hoofdstukken en voor
de bijlage staan vermeld in de literatuurlijst.
   De commissie ziet een sterk, dynamisch, open en trans-
parant mediabestel voor zich, in de toekomst. Het vergt durf
om te veranderen en niet hier en daar wat bij te schaven.
Maar die durf is er ongetwijfeld, bij iedereen die vooruitkijkt.
   Inge Brakman
   voorzitter
   Commissie Toekomstverkenning Mediabestel
   Mede namens de leden
   Pieter Broertjes, Petra ter Doest, Wim van
   de Donk, Pauline Krikke, Hans Laroes,
   Inge Ligthart, Paul Rutten, Peter Schrurs,
   Wim Vanseveren en Mathieu Weggeman.
                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>20</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>1.   De urgentie
     Over de publieke omroep
     in Nederland en de grote
     grensoverschrijdende
     ontwikkelingen
Het fundament onder de publieke omroep lijdt al jaren aan
                                                                        De urgentie
slijtage. Maar net zoals aan gebouwen of aan een brug van de
buitenkant niet te zien is hoe sterk de constructie nog is, zo is ook
van een afstand aan de publieke omroep niet echt te zien dat er
van slijtage, erosie en afkalving sprake is. Die is vooral waarneem-
baar onder de oppervlakte en achter de decors. Niet alleen daar
natuurlijk, maar vooral daar.
De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) is succesvol. Hoewel
er ongetwijfeld over ieder programma, iedere vorm van content en
iedere inhoudelijke beslissing kan worden gediscussieerd, be-
reikt wat de publieke omroep maakt een groot deel van de bevol-
king. Dit grote bereik is belangrijk voor een systeem dat wordt
gefinancierd uit de algemene middelen en dat dus ook in principe
van iedereen behoort te zijn.
    Er is een ruim en gevarieerd aanbod. Vergeleken met andere
publieke omroepen in Europa zit de Nederlandse omroep in
de kopgroep, kwalitatief gezien. Uit recente onderzoeken blijkt
dat hij relatief efficiënt en relatief goedkoop is, en inmiddels
begrijpt hij wat er nodig is in deze digitale tijd. Voor wie verder
kijkt dan ‘Boer zoekt vrouw’ zijn de verschillen met commer-
ciële omroepen goed zichtbaar.
    Gebeurtenissen die de samenleving verbinden (groot nieuws,
zaken van en rondom het Koninklijk Huis, sportevenementen,
‘Serious Request’) spelen zich af op de platforms van de publieke
omroep.
    Van oudsher zijn mensen lid van een omroeporganisatie en
dus ‘lid’, of ‘drager’, van het systeem. De samenleving wordt dan
ook voor een groot deel weerspiegeld in de diversiteit en plurifor-
miteit die de omroepverenigingen belichamen. Omroepen dragen
op hun beurt bij aan een efficiëntere organisatie door fusies aan
te gaan die in het verleden ondenkbaar waren.
Oppervlakkig gezien zou je kunnen zeggen: niets aan de hand,
met hier en daar een aanpassing kunnen we nog jaren verder.             25
Maar dat zou te kortzichtig zijn, en een aantal andere ontwik-
kelingen compleet negeren. Er speelt veel meer.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Legitimatie ter discussie
  In 1989 begon RTL met commerciële televisie in Nederland.
  De publieke omroep, monopolist, zag zich plotseling
  beconcurreerd en bestreden, zowel op inhoud als op positie.
  Publieke en commerciële omroepen zijn elkaars directe con-
  currenten in de aandacht van de consument. De komst van
  SBS in de jaren 90 vergrootte de onderlinge concurrentie.
      Aangezien de publieke omroep mede door reclame-
                                                                     De urgentie
  inkomsten via de STER (waarvan de opbrengsten naar het
  ministerie van OCW gaan) wordt gefinancierd, is er sprake
  van een permanent gevecht om deze markt. STER-opbreng-
  sten, bijna 200 miljoen in 2013, maken de publieke omroep
  mede mogelijk, maar maakt het systeem ook kwetsbaar voor
  verwijten van marktverstoring.
   Vanzelfsprekend ontmoeten de concurrenten elkaar in hun
   programma’s en aanbod. De publieke omroep heeft de taak bij
   te dragen aan het algemeen belang en wil zoveel mogelijk
   mensen bereiken; de commerciële omroep richt zich eveneens
   op een breed publiek, maar wel met een accent op de doel-
   groep ‘boodschappers’ in de leeftijd van 20 tot 49 jaar. Doel
   van de commerciële omroep is het maken van winst.
   Er zijn geen pasklare regels te bedenken waardoor publieke
   en commerciële omroepen uit elkaars vaarwater blijven. Met
   name in categorieën als nieuws, sport, amusement en live
   evenementen is overlap te zien. De publieke omroep definieert
   idealiter zijn karakter, rol en taak veel meer door de wijze
   waarop deze programmacategorieën worden vormgeven en
   door een juiste balans in de totale programmering dan door
   een gebod iets te doen of juist niet te doen. In de publieke
   discussie wordt succesvol aanbod van de publieke omroep
   vaak bekritiseerd, vanwege dat succes – alsof alleen de ‘markt’
   succesvol mag zijn. Dat mag niet het criterium zijn. Het idee
   dat de publieke omroep niets mag doen wat ook maar enigs-
   zins lijkt op wat commerciële omroepen doen, maakt van de
   publieke omroep een heel smal systeem. Dat zal per definitie
   slechts een klein aantal mensen bereiken en zijn legitimatie
   en draagvlak ineen zien schrompelen.
   Maar een onderscheid tussen beide omroepen zal wel zicht-
   baar moeten zijn. Dat verschil moet tot stand komen door          26
   een duidelijke prioritering, en door het benadrukken en
   vormgeven van het publieke belang en de publieke waarden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   De publieke omroep zal dus moeten aantonen dat wat hij
   maakt en voor wie past bij de publieke taak.
       De legitimatievraag komt niet alleen van de commerciële
   omroepen, maar ook van de uitgeverijen. Deze vechten voor
   hun bestaan, proberen hun verdienmodellen te vinden in
   de nieuwe digitale wereld en komen daar de publieke omroep
   tegen die experimenteert met publiek geld.
       Er is dus uit de markt een serieuze vraag naar een duide-
                                                                       De urgentie
   lijke inkadering van datgene wat de publieke omroep allemaal
   mag en kan.
Het publiek vergrijst
  De publieke omroep moet iedereen bedienen, waar dan ook,
  met welke achtergrond dan ook, van iedere leeftijd. Zeker de
  publieke omroep heeft met een vergrijsd publiek te maken,
  bij de ene uiting sterker dan bij de andere. Een organisatie die
  voor en van iedereen pretendeert te zijn, wordt op termijn in
  zijn bestaan bedreigd als hij geen contact vindt met en legiti-
  matie bij de jongere generaties. Er is een sterke digitaliserings-
  slag nodig om het (jongere) publiek op een aansprekende
  wijze te bedienen.
Verlies aan politiek draagvlak
  Lange tijd is Hilversum monopolist geweest in een door
  Haagse wetgeving en nauwe onderlinge banden gecreëerde,
  veilige omgeving. Geld was er in ruime mate en omroep-
  bestuurders kenden de weg in Den Haag, vaak omdat zij er
  zelf vandaan kwamen. De verzuiling die Nederland mede
  heeft gevormd, zorgde ervoor dat het DNA van politieke par-
  tijen en omroeporganisaties nog langdurig overeenkomsten
  vertoonde.
      De jaren hebben hun tol geëist. Er groeiden nieuwe gene-
  raties publiek, politici en bestuurders op, met andere verwach-
  tingen en minder oude vanzelfsprekendheden. Het monopolie
  op radio en tv maken verdween. Net als andere gevestigde
  instituties kreeg ook de publieke omroep te maken met wan-
  trouwen en kritiek. De echo van die kritiek werd ook in
  Den Haag gehoord.
   De volksvertegenwoordiging en de verschillende coalities
   blinken niet uit in consistente besluitvorming en gedrag.
   Het afschaffen van het kijk- en luistergeld en het introduceren     27
   van een extra inkomstenbelastingheffing om de publieke
   omroep te financieren, ging gepaard met de belofte dat de
   geldkraan niet politiek gebruikt zou worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>De urgentie 28</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>De urgentie 29</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>   Vrijwel onmiddellijk daarna gebeurde dat wel; het is ver-
   volgens niet meer gestopt. Een consistente visie op wat de
   publieke omroep zou moeten zijn, ligt niet ten grondslag
   aan het vaststellen van de hoogte van het meerjarig budget.
      Het breed gedragen maatschappelijk sentiment van –
   op z’n minst – onverschilligheid tegenover het Hilversumse
   bestuurlijke complex zorgt daarbij niet voor tegenwicht.
                                                                        De urgentie
Bestuurlijke verdeeldheid
  Misschien komt dit ook omdat er weinig mensen zijn die van
  ‘Hilversum’ houden. Hilversum, dat is het bestuurlijke com-
  plex van omroeporganisaties en koepel NPO, van zender- en
  netmanagers en van onderlinge regels en inefficiëntie. Of
  deze schets, dat gebrek aan liefde, verdiend is of niet, is niet
  zo relevant. Een beeld dat in lange jaren werkelijkheid
  is geworden, valt niet te corrigeren met een Hilversums
  ‘ja maar’ of een beroep op de ledenaantallen.
   De publieke omroep heeft geen daadkrachtig aanpassings-
   vermogen aan de nieuwe eisen laten zien die nieuwe ontwik-
   kelingen en verhoudingen met Den Haag en het publiek
   steeds stellen. Al vele jaren is er een interne strijd gaande om
   bevoegdheden, zelfstandigheid, zendtijd en budget. In
   die periode is wel een vergroting van de rol van het ‘centrale
   apparaat’ (de NPO) zichtbaar, ten koste van de omroep-
   verenigingen, maar geen enkele stap gaat van harte en vaak
   onder druk van ‘buiten’ (lees: politiek- departementaal
   Den Haag).
   Veel van wat Hilversum deed en doet wordt door de buiten-
   wereld gezien als ‘te weinig en te laat’. Voor omroepbegrippen
   fundamentele besluiten en veranderingen worden gezien
   als ‘defensief’. Omroepen hebben zich ten onrechte langdurig
   beschouwd als de ‘eigenaren’ van het systeem. Dat is onjuist.
   Hilversum noch Den Haag is eigenaar. De echte eigenaren
   zijn de kijkers, luisteraars en gebruikers: het publiek, al is dat
   in de huidige tijd een wat te passieve term.
   De Nederlandse publieke omroep, met zijn centrale koepel,
   omroepverenigingen en taakorganisaties NTR en NOS, is een
   complex met tegengestelde belangen. Dat hoeft op zichzelf
   niet verkeerd te zijn als er sprake is van creatieve spanning        30
   tussen makers, maar hier is sprake van bestuurlijke inefficiën-
   tie. Het elastiek van de bevoegdheden en verantwoordelijk-
   heden is ver uitgerekt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>   Opvallend, maar te verklaren door de wijze waarop het
   systeem is georganiseerd, is de manier waarop bestuurders in
   Hilversum elkaar met regelmaat luidruchtig de maat nemen –
   de vijand woont kennelijk in eigen huis. De buitenwereld ziet
   soms onbegrijpelijke gevechten van elkaar weinig gunnende
   en respecterende bestuurders. De noodzakelijke ledenwerving
   maakt van de omroepen concurrenten in plaats van partners.
                                                                        De urgentie
Teruglopende financiering
  Al dit jaar, maar zeker vanaf 2015 zullen de gevolgen van de
  bezuinigingen op de publieke omroep duidelijk worden.
  De Boston Consulting Group (BCG), die op verzoek van het
  ministerie van OCW in 2013 onderzoek heeft gedaan naar
  mogelijkheden om de eigen inkomsten bij de publieke omroep
  te verhogen, ziet daarnaast ook teruglopende inkomsten uit
  de hoofdtaak en overige activiteiten opdoemen. In een eerder
  onderzoek door BCG, 2011, naar de mogelijkheden van de
  publieke omroep om de bezuinigingen op te vangen door meer
  efficiëntie, werd geopperd minder eigen programma’s, meer
  herhalingen, goedkopere producties en langere reeksen te
  programmeren. Wellicht als gevolg daarvan: veilige keuzes,
  in plaats van durf. Minder tijd voor research (want tijd is
  geld). Meer aankoop.
      Als gevolg daarvan: kritiek op het soortgelijk gewicht
  van eigen producties. Kritiek op een gebrek aan lef. Op een
  eroderende rol als aanjager van culturele producties en
  documentaires. Op een gebrek aan innovatie.
      Het risico dat de publieke omroep zich juist minder op
  zijn publieke karakter in de digitale tijd richt en in kwalitatieve
  zin ‘afvlakt’, is serieus aanwezig. Als hij in plaats van verschil
  te maken te veel overeenkomsten vertoont met commerciële
  omroepen, komt de legitimiteit verder ter discussie te staan.
   Naast de geschetste interne ontwikkelingen doen zich op het
   gebied van digitalisering en internationalisering van de media
   externe ontwikkelingen voor, waardoor de commissie een
   grote urgentie ziet om nu te handelen.
   De commissie Toekomstverkenning Mediabestel ontwaart,
   met het bovenstaande in gedachten, een slepende crisis die de
   publieke omroep in Nederland aantast, zeker op termijn.
                                                                        31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>2020
   Het is uitdagend en tegelijkertijd eigenlijk onmogelijk een
   jaar als 2020 uit te kiezen en te beschrijven, als punt op de
   horizon om naartoe te werken.
       2020, dat is bijna zes jaar vanaf nu. Zes jaar geleden
   was er nog geen iPad (die is van 2010). Toen had de BBC
   vastgesteld dat nieuws op mobieltjes niet groot ging worden.
   In 2008 had Facebook net een Nederlandse versie geïntro-
                                                                      De urgentie
   duceerd. Hadden de namen Netflix en HBO nog nauwelijks
   betekenis hier.
       Niemand zei al dat zij of hij nieuws vooral via Facebook
   en YouTube volgde. ‘Delen’ had nog niet de betekenis die
   het woord nu heeft, noch de omvang.
       Twitter was nog niet de plek voor brekend nieuws en
   individuele gevatheid en discussie in 140 tekens.
       Tegelijkertijd was al veel eerder de dood van de radio, en
   daarna de dood van de televisie, aangekondigd. Radio en tv
   leven echter nog volop en zijn – op de ene plaats wat succes-
   voller dan de andere – in staat geweest zichzelf te vernieuwen.
   Het is dus verstandig om naar 2020 te kijken en rekening te
   houden met X, Y en Z: de Grote Onbekenden.
       Ongetwijfeld zitten ergens in garageboxen de Steve
   Wozniaks en Steve Jobs’ en Chad Hurley van deze tijd te
   knutselen aan hun eigen Apple, YouTube of Twitter.
       Ze zullen met toepassingen komen waarvan we nu met het
   cynisme van de alleswetende visionair geneigd zijn te zeggen
   ‘dat dat nooit zal gebeuren’ maar die gedrag en verwachtingen
   van miljoenen en miljoenen mensen zullen veranderen.
       Het jaar 2020 is te ver weg om gevat te worden in een
   blauwdruk die zekerheden suggereert. De enige manier
   om met de toekomst om te gaan is te durven experimenteren,
   te durven veranderen, een mindset te hebben die openstaat
   voor het onverwachte, een organisatie die in staat is om mee
   te bewegen en voorop te lopen, geïnspireerd door de uit-
   gangspunten en waarden die de grondslag vormen van het
   huidige systeem.
   Toch… Er zijn langjarige ontwikkelingen te ontwaren waar-
   van de commissie zeker weet dat zij invloed zullen hebben op
   het publieke bestel. Van belang zijn in ieder geval de volgende:
                                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Content is dominant
  Niet meer het platform, niet het medium. Content is
  een verzamelwoord en containerbegrip voor producties,
  programma’s, uitingen, materiaal, sites, beelden,
  verhalen, livestreams – en meer. Content wordt gedeeld,
  wordt doorgelinkt, in netwerken uitgewisseld, veran-
  derd, bediscussieerd en verworpen.
                                                               De urgentie
Diverse platformen
  Als we het klassieke product bekijken dat bijvoorbeeld
  ‘Wie is de Mol’ op tv is, dan zien we dat het oude
  eenrichtingsverkeer van vroeger (de uitzending bekijken)
  nog steeds bestaat, maar dat het spel tegelijkertijd
  op Twitter wordt bediscussieerd en gedeeld; dat de
  uitzending op websites en mobiel op telefoons en
  tablets is te volgen; dat het programma lang na de uit-
  zending terug is te vinden, wordt geliked of bekritiseerd.
      Grotere en minder grote gebeurtenissen zijn live
  te volgen. Er is sprake van het verlangen tot ‘onmiddel-
  lijkheid’: overal bij zijn op het moment dat er iets
  gebeurt, in staat te delen en te (be)oordelen, of van het
  verlangen om in een keer een hele serie uit te kijken.
      Elk platform kent zijn eigen specificaties, zijn eigen
  taal en gebruiken. Er zal dus voor de digitale platfor-
  men niet lineair geprogrammeerd moeten worden, er
  zullen andere vaardigheden nodig zijn en nieuwe
  redacties ontstaan.
      ‘Altijd, overal, onmiddellijk, op iedere plek’, willen
  wij informatie. Wat nu een smartphone is, kan straks
  ook een koffiebeker zijn of de voorruit van een auto.
Merken en namen worden in het voller rakende
medialandschap steeds belangrijker
  Aantrekkelijkheid en identiteit worden veel meer
  bepaald door de ‘naam’ van het product (programma),
  soms de maker/afzender, soms de presentator. Merken
  zijn relaties. Ook de NPO wil een sterke relatie met
  zijn publiek. Dat is ook nodig in de strijd met de grote
  internationale merken als Netflix, HBO en straks
  misschien ook Fox. Het merk ‘NPO’ bezit nu weinig
  aantrekkelijkheid en staat vooral voor een bestuurlijk
  orgaan, niet voor een gedreven club van makers.              33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Het Nederlands product komt in het gedrang
  De publieke omroep is een Nederlandse omroep.
  Hoewel RTL en SBS in handen zijn van grotere buiten-
  landse conglomeraten, hebben ook zij een duidelijke
  Nederlandse identiteit. Ondertussen betreden grote
  buitenlandse spelers de Nederlandse markt, die mede
  aantrekkelijk is door zijn goede ‘broadbandinfrastruc-
  tuur’. Netflix is bijvoorbeeld in één jaar tijd een factor
                                                               De urgentie
  van betekenis geworden in een met ons vergelijkbaar
  land als Denemarken. Er is geen reden om aan te
  nemen dat diezelfde ontwikkeling zich ook niet hier zal
  voordoen. HBO is overal te vinden. Fox staat nog
  maar aan het begin van zijn activiteiten. Van oorsprong
  Nederlandse productiemaatschappijen worden opge-
  kocht door grote internationale partijen als Time
  Warner en Freemantle.
   Telecomproviders azen op eigen aanbod en content.
   De concurrentie is nu ‘veel breder, veel onverwachter,
   en veel internationaler’. De nieuwe spelers zijn vaak
   veel groter en kapitaalkrachtiger en hebben de aantrek-
   kelijkheid van de sexy nieuwkomer; ze hoeven boven-
   dien niet per definitie content voor alleen de
   Nederlandse markt te maken. Buitenlandse producties
   kunnen in die omstandigheden steeds dieper het
   Nederlandse DNA, de Nederlandse identiteit, mee
   veranderen.
Digitalisering heeft ook de relaties tussen omroep
en publiek fundamenteel veranderd
   Deze ontwikkeling zal zich alleen maar doorzetten.
   Van passieve kijker tot actieve meespeler en maker.
   Vanzelfsprekend zullen zowel nu als straks grote groe-
   pen kijkers of luisteraars alleen maar consumeren.
   Langjarige trends tonen echter aan dat uiteindelijk alle
   generaties steeds meer digitaal actief worden en actief
   omgaan met wat de omroepen – en anderen – maken.
   De hiërarchische, verticale onderlinge relatie is veran-
   derd in een horizontale. Grote organisaties opereren in
   netwerken vlak naast en met individuen.
   Bij de huidige en komende tijd horen ook ‘transpa-          34
   rantie en dialoog’, op alle niveaus. Waar vroeger het
   product (de uitzending) voldoende was, is er nu veel
   meer behoefte om antwoord te krijgen op vragen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>over keuzes, aanpak, kosten, salarissen, handelingen
en gedragingen. Die dialoog begint vaak al voor een
product/content is voltooid, en kan lang daarna door-
gaan. Een dialoog als deze is niet alleen gebouwd op
wantrouwen – dat sterker is dan vroeger – maar vooral
ook op de behoefte aan betrokkenheid en waardering.
Omroepen, programma’s, presentatoren en andere
dragers zijn ook onderdeel van community’s en juist in
                                                         De urgentie
deze digitale kringen groeien nieuwe mogelijkheden
om open te zijn, verantwoording af te leggen en samen
te werken. Om verbindingen tot stand te brengen en
vertrouwen te creëren. Om op nieuwe wijze legitimatie
te verwerven.
    Er is, als de lijnen van nu worden doorgetrokken,
een grote behoefte aan organisaties die lean and mean
verbindingen leggen tussen individuen en ontelbare
netwerken. Die vertrouwen verwerven en verdienen, die
meehelpen identiteit te bepalen, die experimenten
helpen ontwikkelen.
                                                         35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>2.   Waarom de publieke
     omroep bestaat
     Over publiek belang, kernwaarden,
     prioriteiten en wat de publieke
     omroep teruggeeft
Het doel van de publieke omroep laat zich op verschillende
                                                                      Waarom de publieke omroep bestaat
manieren beschrijven. De commissie heeft gekozen voor een
omschrijving die een van de focusgroepen heeft aangereikt:
“verbinding door verbeelding van cultuur in Nederland, ter
bevordering van (inter)nationaal burgerschap en democratie”.
De publieke omroep kan alleen maar bestaan als het publiek dat
wil. Het publiek, de optelsom van iedereen die wij samen Neder-
land noemen, de samenleving dus, is eigenaar en opdrachtgever.
Natuurlijk, er is een politieke werkelijkheid, uitgedrukt in media-
wetten en begrotingen, moties en kritiek. Er is een gecompliceerd
medialandschap waarin publieke bestuurders en commerciële
eindverantwoordelijken elkaars keuzes bekritiseren. Er is
Europese regelgeving.
    Maar uiteindelijk kan alleen de samenleving als geheel vast-
stellen hoe zij de rol van de publieke omroep waardeert, en welke
mogelijkheden en financiële middelen zij beschikbaar stelt om
de publieke omroep te laten functioneren. Om vast te stellen of
de publieke omroep bestaansrecht heeft.
    Daarvoor is het belangrijk te weten welk publiek belang de
publieke omroep dient, wat hij doet en maakt, hoe hij zich mani-
festeert en verbindt met andere sectoren, hoe hij zich gedraagt,
waar zijn grenzen zich bevinden, wat hij teruggeeft aan de
samenleving.
    Return on Society is de internationaal veelgebruikte term.
“To enrich people’s lives with programmes and services that inform,
educate and entertain”, zegt de BBC.
                                                                      37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Waarom de publieke omroep bestaat 38</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Onafhankelijk
  De commissie staat een publieke omroep voor die een
  substantiële bijdrage levert aan wat Nederland is: een demo-
  cratische rechtstaat van bijna 17 miljoen Nederlanders met
  een gevarieerde achtergrond en een grote verscheidenheid aan
  opvattingen; zij weten waarin zij van elkaar verschillen en
  wat hen bindt.
      Een publieke omroep kan eraan bijdragen dat de inwoners
                                                                       Waarom de publieke omroep bestaat
  van ons land zich in volle vrijheid ontwikkelen tot – als zij
  dat willen – goed geïnformeerde burgers met eigen opvattingen
  en voorkeuren. Een onafhankelijke en betrouwbare omroep
  is een belangrijke, continue en stabiele bijdrage aan wat de
  commissie de publieke omgeving, publieke sfeer noemt.
      Een publieke omroep draagt bij aan de cohesie binnen een
  samenleving; verbindt in plaats van scheidt; overstijgt een
  fragmenterende samenleving; ambieert de lijm te zijn die alle
  partjes van Nederland samenbindt.
      Het is aannemelijk dat de verbindende rol van de publieke
  omroep op internet alleen maar crucialer wordt. Voor elke
  maatschappelijke groep zijn er talloze websites en digitale
  kanalen, dat aanbod zal alleen maar groeien. Waardoor het
  risico op fragmentatie toeneemt.
   De publieke omroep draagt op een belangrijke wijze bij aan
   wat Nederland is, aan de identiteit van ons land. Dat doet hij
   door wat hij maakt of meehelpt te maken: series, films, pro-
   gramma’s of andere content, gericht op alle publieksgroepen.
   Hij heeft een grote rol bij wat ‘eigen’ is in dit relatief kleine
   taal- en cultuurgebied dat steeds meer te maken krijgt
   met vooral Engelstalige producties, die ook hun waarde heb-
   ben maar niets zeggen over onze samenleving. ‘Ramses’ kan
   alleen hier worden gemaakt. ‘Nederland van boven’ kan alleen
   maar hier worden bekeken. ‘De Prooi’ is de Nederlandse
   weerslag van een grote internationale ontwikkeling.
       Dat vergt eigenzinnigheid, eigen denken, eigen producties,
   en eigen geld. En schept ruimte voor de creatieve en culturele
   industrie, waardoor de geïnvesteerde euro’s in het publieke
   systeem ook op een andere manier waarde toevoegen.
Vertrouwen
  In het hart van iedere publieke omroep moeten diegenen
  centraal staan voor wie hij werkt: het publiek. Of beter, de vele    39
  groepen van mensen – in allerlei samenstellingen en onder-
  linge verbanden – die kijken, luisteren, lezen, participeren,
  delen, nadenken. Voor wie de publieke omroep waarde
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>toevoegt aan hun leven. Soms door informatie, in al zijn
vormen en uitingen. Soms door amuserende en culturele
programma’s. Soms door sport, documentaires, films, recht-
streekse gebeurtenissen, activiteiten in het digitale domein.
Soms door programma’s, specifiek voor kinderen, jongeren
of senioren.
    Aan de basis hiervan dient vertrouwen te liggen: het
vertrouwen dat wat de omroep uitzendt en maakt, klopt; dat
                                                                    Waarom de publieke omroep bestaat
participanten en publiek respectvol worden behandeld;
dat de verhalen verteld worden die verteld moeten worden.
Breder: dat de publieke omroep meehelpt een klimaat te
scheppen waarin alle relevante opvattingen worden geuit en
bediscussieerd. Dat er durf en innovatie is, creativiteit,
nieuwsgierigheid en onbevangenheid. En dat er wordt ge-
werkt op basis van hoge kwalitatieve normen, integriteit
en maximale efficiency.
    Vertrouwen van het publiek moet iedere dag opnieuw
worden verdiend.
De commissie hanteert de volgende kernwaarden waaraan
de publieke omroep moet voldoen:
   – Programma’s (content) moeten onafhankelijk gemaakt
     worden, op basis van maar één centrale gedachte: in
     het belang van het publiek. Informatie is betrouwbaar
     en verifieerbaar.
   – De publieke omroep heeft de ambitie iedereen te
     bereiken. Iedere groep in de samenleving, welke achter-
     grond deze ook heeft of hoe deze bereikt kan worden.
     Omgekeerd moet ook ieder idee, ieder standpunt,
     iedere gedachtewereld, een plek kunnen vinden op de
     platforms van de publieke omroep. Generaties en
     leeftijdsgroepen verschillen; dat geldt ook voor cultu-
     rele achtergronden, religie, meerderheden en minder-
     heden. Hoge en populaire cultuur bestaan naast en
     door elkaar. De publieke omroep dient alle opvattin-
     gen, gedachten en achtergronden te kennen, diversiteit
     en pluriformiteit te belichamen en uit te dragen, en
     gevarieerd te programmeren. De publieke omroep werkt
     op basis van hoge standaarden op het gebied van kwa-
     liteit, integriteit en professionaliteit. Daarvoor dient hij   40
     voortdurend te worden uitgedaagd door het publiek,
     en ook door anderen in de creatieve en media-industrie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>      – De publieke omroep opereert in openheid en trans-
        parantie, gaat in discussie, corrigeert fouten, luistert en
        verandert. Legt verantwoording af. Dat geldt voor alle
        geledingen: van bestuur tot redacties. Dat veronderstelt
        interactie, en invloed van het publiek op beleid en
        keuzes.
      – De publieke omroep dient een aanjager van innovatie
                                                                      Waarom de publieke omroep bestaat
        te zijn en ruimte te bieden voor talentontwikkeling.
        Door innovatie, kennis en ervaring te delen, is hij ook
        buiten de publieke sector van toegevoegde waarde.
        Het gaat zowel om formats als meer technische toepas-
        singen en manieren om met het publiek verbonden
        te zijn.
   Bovenstaande kernwaarden zijn niet tijdgebonden; zij staan
   los van de vraag of er sprake is van analoge of digitale domei-
   nen en platforms. Toepassingen verschillen wel: openheid
   en dialoog zijn in de digitale wereld uitdagender en veel meer
   verrijkend dan in de analoge.
       Genoemde waarden zijn niet per definitie uniek voor
   de publieke omroep; het is de som van de waarden die het
   verschil maakt. Het geheel van wat de publieke omroep
   maakt, moet bijdragen aan het eerder gedefinieerde publieke
   belang; daarmee onderscheidt de publieke omroep zich
   van de commerciële partners.
Het publiek volgend
  De hier beschreven opvatting over wat de publieke omroep
  zou moeten zijn leidt tot een brede aanpak, brede program-
  mering (alle genres) en brede beschikbaarheid, op alle
  relevante platforms. Hij is daar waar het publiek is en zich
  naartoe beweegt. De discussie over de hoeveelheid netten,
  zenders en sites is in de ogen van de commissie achterhaald.
  Er heerst op dat gebied geen schaarste meer en andersom:
  het schrappen van een platform (een zender) verkleint het
  bereik en levert nauwelijks geld op, zoals sommige mensen
  denken. Evenmin levert het per se efficiency op.
      Maar vanzelfsprekend zullen prioriteiten het onderscheid
  met andere aanbieders verder benadrukken. De Raad
  van Bestuur van de NPO maakte begin 2013 bekend voor
  vijf prioriteiten te kiezen: journalistiek, Nederlands drama &      41
  documentaire, kinderprogramma’s, kennis & cultuur en
  evenementen. Het zijn herkenbare prioriteiten; ze moeten
  in de praktijk ook worden toegepast.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>   De publieke omroep, zoals hierboven beschreven, kan niet
   los worden gezien van het veel bredere medialandschap,
   waarin commerciële omroepen uit binnen- en buitenland en
   uitgeverijen actief zijn. Iedere Nederlander heeft toegang
   tot een ruime hoeveelheid televisie- en radiozenders, nationale
   en regionale kranten, bladen, een grote, onuitputtelijke
   hoeveelheid content die via internet beschikbaar is – geordend
   en ongeordend, hier gemaakt of ver over de grenzen geprodu-
                                                                     Waarom de publieke omroep bestaat
   ceerd, ook Nederlands ondertiteld. Dit media-aanbod groeit
   met onwaarschijnlijke snelheid; aanbieders zijn al lang niet
   meer de traditionele mediaorganisaties.
       In die zin is er een enorme rijkdom aan aanbod waarin
   het publiek desondanks vaak blijkt te kunnen aangeven welk
   onderscheid er is tussen de publieke en commerciële omroe-
   pen – hoewel de specifieke afzender meestal niet meer kan
   worden genoemd.
       De publieke en commerciële omroepen en uitgeverijen
   zitten op elkaars terrein; activiteiten van de publieke omroep
   worden regelmatig als marktverstorend ervaren. Er is geen
   muur te metselen tussen de publieke en commerciële omroe-
   pen. Er moet wel helderheid zijn over taken en taakopvatting,
   rollen en aanbod. Er moeten wel voorwaarden zijn gecreëerd
   waarbij de ene de andere sector niet wegdrukt, met als uitein-
   delijk gevolg een verschraald media-aanbod.
Samenwerken maakt sterker
  Vertegenwoordigers uit de publieke wereld, makers, top-
  bestuurders van commerciële omroepen en uitgeverijen en
  hun organisaties hebben op uitnodiging van de commissie
  samen gediscussieerd over de toekomst van de publieke om-
  roep. Letterlijk niemand ontkende het bestaansrecht van
  de publieke omroep. Welbeschouwd was er maar een enkeling
  die bepleitte dat de publieke omroep zich zou moeten terug-
  trekken in de hoekjes die commerciële partijen overlaten.
      Er is wel een evidente behoefte aan helderheid over de
  toekomstige rol. En meer nog behoefte aan samenwerkings-
  vormen, aan een intelligentere benadering dan geredeneerd
  vanuit tegenstellingen en verondersteld vijandschap. Het
  is interessanter te onderzoeken hoe publieke en commerciële
  partijen samen een zo sterk en gevarieerd mogelijk media-
  landschap kunnen vormen; met erkenning van de ruimte die
  alle partijen daarin nodig hebben en concurrerend op een           42
  wijze die versterkt in plaats van verzwakt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Een sterk medialandschap, met een sterke focus op Neder-
land en in Nederland actieve spelers, waarbij alle betrokken
partijen in staat zijn zich te ontwikkelen, is buitengewoon
belangrijk.
    Taak en missie van de publieke en commerciële omroepen
verschillen. In de hoogwaardige, kennisintensieve samen-
leving die Nederland is, spelen alle betrokken partijen hun rol.
Er zouden samenwerkingsverbanden moeten groeien, die
                                                                   Waarom de publieke omroep bestaat
niet tot stand komen als er alleen maar vanuit schuttersputjes
naar elkaar wordt geloerd.
Voor de commerciële omroepen betekent dit dat zij de ruimte
moeten krijgen om te floreren. Voor de publieke omroep
betekent dit een duidelijke keuze voor het maken van content
waarin de hier beschreven kernwaarden tot uiting komen
en duidelijk blijkt dat het publieke belang ermee gediend is.
De commissie wil niet tot achter de komma vaststellen
hoeveel geld er aan de verschillende genres en programma-
categorieën mag worden besteed. Binnen een heldere
taakopdracht (een ‘Contract met de Samenleving’), voort-
komend uit de wet en neergelegd in een heldere missie,
dient de publieke omroep zelf keuzes te maken. Daarbij
hoort een actieve wijze van publieke verantwoording.
Alle voetbalrechten voor veel geld kopen – zo dat al zou kun-
nen – is niet wenselijk, maar de publieke omroep verbieden
voetbal uit te zenden is dat ook niet: het samenvatten van de
nationale competitie, het volgen van het Nederlands elftal,
is heel goed mogelijk binnen de kernwaarden die wij beschrij-
ven; sport is immers ook identiteit, is ook verbindend.
Krantenuitgeverijen hebben de laatste jaren kritiek geleverd
op de nieuwsfunctie van de publieke omroep en in het
bijzonder op de digitale successen op het gebied van nieuws.
    De commissie onderkent de moeilijke positie van dag-
bladen, juist nu de publieke omroep ook met nieuws sterk
aanwezig is in het digitale domein. Een langjarig gegaran-
deerde, goede publieke nieuwsvoorziening is echter van
wezenlijk belang voor het functioneren van onze samenleving.
De publieke omroep heeft daarin een zelfstandige taak.
    De commissie bepleit wel een betere samenwerking tussen        43
de dagbladen en de publieke omroep. Publiek- private samen-
werking op het gebied van nieuws en achtergrondjournalistiek
zou kunnen leiden tot een versterking van beide partijen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>   Onderzoeken tonen aan dat landen waarin een sterke publieke
   omroep samen met sterke commerciële partijen kan bestaan,
   niet alleen een kwalitatief hoogstaand (informatie-)aanbod
   hebben. Omgekeerd kan worden vastgesteld dat landen waar
   de publieke of commerciële sector de ander overheerst, een
   veel minder kwalitatief hoogstaand (informatie-)aanbod ken-
   nen.
       Algemeen wordt aangenomen dat nieuwsuitzendingen van
                                                                      Waarom de publieke omroep bestaat
   de publieke en commerciële omroepen elkaar sterker maken
   door elkaar uit te dagen en te beconcurreren. NOS-Journaal
   en RTL-Nieuws prikkelen elkaar; dat geldt ook voor andere
   programma's en producties. Wanneer publieke en commer-
   ciële media naast elkaar bestaan, wordt de pluriformiteit van
   het totale medialandschap versterkt. Een gevolg hiervan is dat
   bepaalde ingrepen in de publieke sector ook negatieve effec-
   ten hebben op de commerciële.
Nieuwe meetinstrumenten
   Een heldere taakafbakening voor de publieke omroep en een
   duidelijke prioritering zijn eerste vereisten. Openheid, discus-
   sie en controle, onder andere via een stevige visitatie die
   gericht is op onderscheidend vermogen, zijn van levensbelang.
       Overlap zal er altijd zijn tussen systemen die per definitie
   – ieder voor zich – op basis van volkomen logische en te
   ondersteunen uitgangspunten breed zijn. Maar hoe duidelijker
   identiteit en missie, hoe duidelijker het onderscheid. Voor
   de makers die een taak hebben, voor het publiek dat verwach-
   tingen heeft.
       In het DNA van een publiek systeem moet dan ook zitten
   dat, ondanks de taakopdracht breed te zijn, de eerste priori-
   teit niet ligt in het reageren op kijk-, luister- en klikcijfers
   alleen. Het gaat om bereik, impact en kwaliteit. Nieuwe meet-
   instrumenten en nieuwe criteria dienen te worden ontleend
   aan de kernwaarden. Kijk- en luistercijfers horen daarbij, maar
   zijn niet dominant.
       Binnen de European Broadcasting Union is een systeem
   ontwikkeld waarmee onafhankelijk kan worden vastgesteld of
   een omroep zijn publieke taak vervult, door te checken in
   hoeverre de publieke kernwaarden worden nageleefd.
       Nog interessanter is de innovatieve rol van de publieke
   omroep, als pionier, uit te werken en mede dienstbaar te
   maken aan de commerciële sector, en om de hekken rondom            44
   het publieke domein weg te halen. Binnen de publieke
   kerntaken, binnen de publieke opdracht, kunnen ook andere
   partijen dan de huidige acteren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Twi FE / Gt
12
ny trent op gaart. Te

annemiek warbe
aar hoet Ke vert

zi Patra

i en
zie 1 u af, ZO je chan ai E
A 7 aar re korvile Ene pig maa PT! Ar
1 = = va
we weeds
wat the wen ae
: ear eer Sac wij: ae rit wergie in cle bend
= tose
Ier
ae ; Kanton (yeu weting tor he

Best Live Sat

Poe J „thanks a bot & keep
iT r = ra
mi wn doening’ esi Bond, Bert Fork,
"i
1

al daam PArercer wike
- Hiei machien, zou pe zo edäor
warmst warden cie Bier sheet
Beams : j
Marte Kampman 1
or jn kard ied! si he Fenn Kramer ars

i a sar zo biij Tal

hija rackeeram er

</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>48</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>3.   Een inhoudelijk sterk
     en open bestel
     Over de noodzaak de inhoud centraal te
     stellen en de deuren van het bestel te openen;
     alle creatieve ‘hands on deck’
Ondanks de kritiek die er nu, in het verleden en in de toekomst
                                                                       Een inhoudelijk sterk en open bestel
op systeem en programma’s is en zal worden uitgeoefend, is ook
in Nederland de publieke omroep in beweging, garandeert hij
een zeer behoorlijke kwaliteit en is er geen sprake van stilstaand
water waaruit langzaam de zuurstof verdwijnt.
    De leden- en taakomroepen hebben in een recent media-
akkoord, 31 januari 2014, nieuwe afspraken gemaakt over wat
zij maken, en wat zij zijn, verder te verbeteren.
Het doel van de commissie is een publiek bestel dat houdbaar is
op de langere termijn. Zij heeft de ambitie een systeem te helpen
ontwikkelen dat dynamisch is, meebeweegt op de golven van
de digitale tijd en uit een veelheid aan bronnen put.
    Een publieke omroep die tegelijkertijd meer aansluiting vindt
bij jongere generaties, een van de grote uitdagingen van de
huidige instituties en organisaties.
Twee belangrijke uitgangspunten domineren de gedachten en
voorstellen van de commissie.
   De huidige organisatievorm voor de publieke omroep in
Nederland is volgens de commissie te veel gebaseerd op regels en
te weinig op principes en ideeën en daardoor in zijn opereren
niet krachtig genoeg. In hoofdstuk 1 is geconstateerd dat het sys-
teem slijtage vertoont, als gevolg van jarenlange veranderingen
en aanpassingen, waardoor niet de meest optimale lijnen bestaan
tussen makers en bestuurders, en uiteindelijk: kijkers, luisteraars,
gebruikers.
   De publieke omroep in Nederland is een amalgaam van
omroepverenigingen en taakomroepen met soms gezamenlijke,
soms tegengestelde belangen; en een koepelorganisatie die pro-
grammeert, budget toewijst, merkenbeleid voert – soms tegen
de zin van de omroepen in – zich voortdurend uitgedaagd weet
door de omroepen, en die op zijn eigen beurt ook uitdaagt en
uitprobeert.
                                                                       53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>De waardering voor wat het systeem ‘is’, is minder groot dan
voor wat het systeem ‘maakt’. Dat betekent: kritisch tegen het
onderliggende systeem, maar met een open oog voor wat het
desondanks voortbrengt, met waardering voor de makers en hun
creatieve kracht.
    Het zou onverstandig zijn de waarde van wat de omroepen in
gezamenlijkheid maken, en zijn, te bagatelliseren. Er wordt niet
zo vaak meer gesproken over het ‘unieke Nederlandse bestel’ als
                                                                       Een inhoudelijk sterk en open bestel
in het verleden, maar de publieke omroep zoals we die nu kennen
is een belangrijk voertuig om pluriformiteit en diversiteit vorm
te geven.
    Publieke omroepen, gefuseerd, verbonden dan wel zelfstan-
dig, hebben samen rond de 3,5 miljoen leden en hebben over
het algemeen een door religie, ideologie of leeftijd gevoed stelsel
van wortels, ieder met hun eigen ontwikkeling door de jaren
heen, loskomend van of ontstaan in contrast met de oude zuilen.
In iedere omstandigheid is dit een belangrijk gegeven.
De commissie ambieert een publieke omroep die wordt gedragen
door bijna 17 miljoen Nederlanders, waarbij publieksbinding
een van de belangrijke middelen is om dat doel te bereiken, maar
niet het enige. Met daarbij als uitgangspunt: verder bouwen
aan pluriformiteit, diversiteit, veelzijdigheid en nieuwsgierigheid.
Een opener bestel, waarin het beste van wat Nederland maakt
binnen de context, missie en taak van de publieke omroep een
plaats vindt.
Dat betekent
  De huidige organisatie die NPO heet, en die de commissie
  vooral ziet als een organisatie die gericht is op ‘besturen
  en beheren’, moet een ‘mediaorganisatie’ worden, gericht op
  ‘inhoud’ en op ‘maken’ (laten maken om preciezer te zijn);
  gericht op de wijze waarop taak en missie worden vertaald in
  content op alle relevante platforms.
En
     Het bestel wordt opengesteld voor andere organisaties dan
     alleen de bestaande omroepen. In samenwerkingsverbanden
     met de bestaande omroepen, dan wel volledig zelfstandig,
     kunnen andere (culturele) organisaties – groot of klein – bij-
     dragen aan de Nederlandse Publieke Omroep in de nieuwe
     tijd. Doorslaggevend is de vraag of wat zij maken waarde          54
     toevoegt aan wat de publieke omroep is.
De commissie werkt deze twee voorstellen hierna uit.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>1.   Een nieuwe mediaorganisatie
     Voorbeelden zijn altijd te beperkt maar toch illustreren ze
     vaak precies wat goed is, of verbeterd moet worden.
         3FM, radio dus, werkt in grote lijnen zoals de commissie
     dat voor ogen ziet. Een zendermanager (we zouden hem
     ‘hoofdredacteur 3FM’ kunnen noemen) met een duidelijke
                                                                       Een inhoudelijk sterk en open bestel
     visie op wat hij met zijn zender wil, hoe hij de publieke taak
     vertaalt voor jongere muziekluisteraars en onderscheidend is.
     De dj’s van de verschillende omroepen lopen in en uit en
     praten over muziek en plannen; er is een kleine redactie die
     meedenkt en meemaakt, en een paar producers om bijvoor-
     beeld grote live uitzendingen te helpen maken. Op de redac-
     tie zitten mensen van NOS-op-3 naast de webredacteuren
     van de zender. Door de jaren heen is 3FM een sterk, positief
     geladen merk geworden met een duidelijke publieke identi-
     teit. Redacteuren van de omroepen zitten dichtbij; de dj’s zijn
     in dienst van omroepen maar ‘werken voor 3FM’. Iedereen
     is gericht op radio maken.
     Op de nieuws- en sportzender Radio 1 gaat dat anders.
     Natuurlijk is er een verklaring voor: Radio 1 is belangrijker
     voor het profileren van de omroepen dan 3FM en verschijnt
     dus eerder op de radar van de bijdragende omroepen.
         Maar hierdoor ligt de focus uiteindelijk veel minder op
     het gezamenlijk maken van een sterke publieke radiozender,
     in het maken van goede journalistiek. Het gaat veel meer
     over de blokken die de omroepen voor zichzelf opeisen, de
     presentatoren, het geld. De zendtijdindeling van nu is meer
     de consequentie van omroepfusies, dan van een overtuigend
     beeld van hoe de sport- en nieuwszender van de publieke
     omroep eruit moet zien.
         De Mediawet, die gedetailleerde eisen stelt aan het onder-
     brengen van omroepen op radiozenders, helpt ook niet echt
     mee om die andere weg te kiezen. Daarvoor zijn aanpassingen
     nodig.
     Hoewel redacteuren elkaar over het algemeen kennen en
     geregeld van de ene naar de andere omroep overstappen, is
     er geen gezamenlijke plaats, of beter: een gezamenlijk kli-
     maat, waarbinnen het gaat over het samen maken van radio,         55
     het inhoudelijke profiel van de zender en de wijze waarop
     pluriformiteit en diversiteit worden vormgegeven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Organisatievormen en voorbeelden zijn overigens niet per se
van radio naar tv (of de digitale wereld) te vertalen. Het
gaat de commissie om cultuur, klimaat en werkwijze, veel
belangrijkere elementen dan welke op papier getekende
organisatievorm ook.
Deze centrale gedachte wil de commissie vertalen naar het
gehele systeem van wat de publieke omroep is. De commissie
                                                                    Een inhoudelijk sterk en open bestel
stelt een organisatie voor waarbij, direct onder een College
van Bestuur, hoofdredacteuren inhoudelijke verantwoor-
delijkheid dragen voor het totaal aan wat er door de publieke
omroep nieuwe stijl op alle relevante platforms wordt ge-
bracht.
    Hoofdredacteuren zijn eindverantwoordelijk voor wat
er wordt gemaakt, besteld en geplaatst. De inhoudelijk verant-
woordelijken krijgen de hiërarchische positie die bij een
‘makende’, creatieve organisatie hoort en zijn dus eindverant-
woordelijk voor de inhoud van de programma’s.
    Op deze wijze wordt de huidige besturende en beherende
organisatie vervangen door een creatieve organisatie met een
inhoudelijke focus.
Het is belangrijk eerst de context te schetsen. Volgens de
commissie zal een nieuwe Mediawet de wettelijke basis bieden
voor wat de publieke omroep is; een samenvatting van taak,
missie, rol, platforms, etc.
    Daarvan afgeleid sluit de publieke omroep in de voor-
stellen van de commissie een ‘Contract met de Samenleving’,
waarin wordt beschreven wat hij zal doen en zal maken, en
waar, en welke – bijvoorbeeld – innovatieve rol hij wil spelen;
hoe hij in een permanente dialoog is, formeel en informeel,
en hoe hij verantwoording aflegt aan samenleving en overheid.
    In dit contract worden de prioriteiten benoemd, zoals
bijvoorbeeld journalistiek, Nederlands drama & documentaire,
kinderprogramma’s, kennis & cultuur en evenementen.
Deze prioriteiten kunnen veranderen, na een zekere periode.
De commissie kan zich voorstellen dat ze kunnen worden
gekozen na consultatie van het publiek en experts/professionals.
    Dat contract wordt uitgewerkt in een inhoudelijke aanpak
(welke prioriteit qua programma’s en content, welke
financiële prioriteit, welke toepassingen, welke platforms etc.).
Die inhoudelijke aanpak, voortdurend in verandering, is de          56
facto de taakopdracht aan de genoemde hoofdredacteuren, in
overleg met eindredacteuren en makers binnen en buiten het
bestel, onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuurs-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>lid met de inhoudelijke mediaverantwoordelijkheid. Echter:
het bestuur bestuurt, op de afstand die daarbij hoort. De
inhoudelijk verantwoordelijken hebben autonomie binnen
hun taakopdracht, precies zoals bij de hoofdredacteuren
van kranten, websites en tijdschriften.
    Op deze wijze is de weg van abstractie (wet) naar concrete
toepassing (programma/content) in consistente stappen
af te leggen en wordt wat de publieke omroep uiteindelijk is,
                                                                   Een inhoudelijk sterk en open bestel
aangestuurd en vormgegeven door inhoudelijke hoofdredac-
teuren en makers.
    Zij moeten kijken naar het geheel van wat de publieke
omroep brengt, en bezien of de eisen van pluriformiteit
en diversiteit voldoende invulling krijgen. Zij zien de lacunes,
en daarna de mogelijkheden.
Pluriform en divers
   De Nederlandse publieke omroep is ook nu al veel meer
   ingericht om pluriform en divers te zijn dan de publieke
   omroep in vergelijkbare landen. VRT, BBC, ZDF zijn
   minder pluriform en divers dan wat in Nederland wordt
   gemaakt.
       Toch is de wijze waarop pluriformiteit nu georgani-
   seerd wordt niet voldoende. Nu niet en evenmin op
   termijn.
       Nu is pluriformiteit gebaseerd op representativiteit:
   omroepen vertegenwoordigen als vereniging een bepaald
   gedachtegoed. De commissie wil de stap zetten van
   representatief naar relationeel denken. In netwerken zijn
   relaties met mensen, programma’s, uitingen, ‘merken’,
   doorslaggevend – gedragingen en verwachtingen van de
   jongere generaties illustreren die ontwikkeling.
       Essentieel: de commissie neemt geen afscheid van
   pluriformiteit, maar geeft hem anders vorm.
       Overigens kunnen ook nu genoeg opmerkingen
   geplaatst worden bij de keuzes die gemaakt worden op het
   gebied van pluriformiteit en diversiteit. Informatieve pro-
   gramma’s hebben de onbedwingbare neiging vergelijkbare
   invalshoeken en gasten te zoeken; de nieuwsgierigheid
   naar andere verhalen lijkt niet groot. Het Nederland dat
   in de omroeporganisaties zelf te zien is en op tv en radio
   te zien en te horen, is niet per se het Nederland zoals dat
   buiten te zien is. De Randstad domineert de provincie.          57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   Bekende Nederlanders worden van praat- naar praat-
   programma gerecycled. Aandacht besteden aan religie of
   aan ‘zwaardere’ programma’s is niet hetzelfde als pro-
   gramma’s wegzetten aan de randen van de nacht. Er is
   hier een stevige inspanning nodig.
   De commissie is van oordeel dat de huidige omroep-
   verenigingen pluriformiteit mede vormgeven. Geworteld
                                                                   Een inhoudelijk sterk en open bestel
   in een van oorsprong verzuilde samenleving, overkoepelen
   zij echter niet het hele scala van wat Nederland is. Er is
   sowieso een leeftijdsprobleem, als naar de huidige leeftijds-
   bestanden wordt gekeken. Representatieve pluriformiteit
   kan de snelle (sociale) evoluties van de nieuwe tijd niet
   naar behoren volgen. Relaties zijn per definitie dynamisch.
       Representatieve pluriformiteit overziet niet de lacunes;
   relaties in een dynamisch systeem doen dat wel. Daar
   wordt voortdurend de vraag gesteld: zijn wij nog van iede-
   reen, zijn wij nog in contact met alle groepen voor wie
   wij bestaan?
   Een publieke omroep met de taakopdracht die de com-
   missie aan hem wil geven, heeft de dynamiek die bij
   een snel veranderende samenleving hoort. Pluriformiteit
   verandert van een statisch gegeven in een dynamisch
   maatschappelijk debat, dat antwoorden oplevert over wat
   de publieke omroep moet zijn, en maken.
   Daarbij is het goed als de bestaande omroepverenigingen
   die ontwikkeling nog verder versterken, door zich te
   specialiseren in genres, thema’s, specifieke doelgroepen,
   zodat zij er aan meehelpen dat de som van de publieke
   omroep groter wordt dan zijn samenstellende delen.
Creatieve kracht
  De publieke omroep ‘maken’ kent verschillende dimensies.
  Er is sprake van ‘eigen’ producties, van producties door
  anderen (externe producenten), aankoop en samenwer-
  kingstrajecten. En er zijn vele platforms om inhoud op te
  plaatsen. Van tv-kanaal tot app, of welke toepassingsvorm
  dan ook.
   In het voorstel van de commissie zijn hoofdredacteuren          58
   verantwoordelijk voor genres (informatie, documentaires,
   amusement, etc.) of doelgroepen (ouderen, jongeren,
   etc.). Ze ‘plaatsen’ wat er gemaakt is of ‘bestellen’ con-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>tent om de publieke missie goed te kunnen uitvoeren.
Ze werken samen met de netcoördinatoren om tot een
goede netindeling te komen. En ze krijgen een extra
opdracht om de digitale ontwikkeling te versnellen. De
governance van deze samenwerking kan op diverse manie-
ren geregeld worden. Het past meer bij de huidige tijd om
dat in overleg met de mensen te doen dan dat hier voor
te schrijven. De Raad van Bestuur heeft daartoe de eerste
                                                               Een inhoudelijk sterk en open bestel
verantwoordelijkheid.
Fundamenteel is dat de grote creatieve kracht van de
omroepen dicht bij hen is; er wordt voortdurend gewogen,
besproken, bedacht, weggegooid of geproduceerd. Los
van de formele gezagsverhoudingen moet er een informe-
lere werkwijze ontstaan waarin de makers elkaar uit-
dagen. De commissie wil een werkwijze die het maken
centraal stelt, geen nieuwe bestuurslaag; die wil zij juist
opruimen. Leemlagen tussen degenen die maken en de
inhoudelijk eindverantwoordelijken die bestellen, initiëren
en plaatsen, worden opgeruimd. De commissie ziet sterk
inhoudelijk gedreven redacties in volle samenwerking
met de makers van omroepen en andere aanbieders. Een
club mensen die werkt met ideeën, deadlines en concrete
plannen.
    Cultuur is belangrijk: inhoudelijk gedreven mensen
aan de macht die anderen laten excelleren; die werken met
vertrouwen. Hoofdredacteuren gaan over de genres,
doelgroepen en de prioriteiten, maar laten de makers hun
keuzes maken. Geven ruimte voor interviewprogramma’s,
maar blijven ver weg van het voorschrijven wie de inter-
viewer en wie de geïnterviewde moet zijn. Dat laten ze over
aan de makers, de omroepen, de aanbieders. Ze zijn
dirigent, die solisten en het collectief de ruimte geven het
beste te brengen van wat zij aan talent in huis hebben.
De werkwijze is in feite platformonafhankelijk; content
is dominant. De aanpak moet bovendien veelgelaagd zijn.
Als voorbeeld: de hoofdredacteur en de redacties van
de omroepen die samen verantwoordelijk zijn voor docu-
mentaires, moeten denken in allerlei varianten; allerlei
toepassingen van het documentaire-genre op alle denkbare
platforms. Net zoals er gevarieerd moet worden in de           59
wijze waarop er research wordt gedaan; vanuit redacties
tot in samenwerking met het publiek en met inzet van
allerlei digitale middelen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Deze organisatie kan soepel omgaan met technologische
veranderingen. Mocht – bijvoorbeeld – televisie minder
dominant worden dan het tablet van de komende tijd, dan
volgt de inhoud die ontwikkeling en zijn er nauwelijks
reorganisaties nodig.
De publieke omroep moet bovendien veiligheid bieden.
Interessant is te onderzoeken hoe hij gids en curator kan
                                                                 Een inhoudelijk sterk en open bestel
zijn in een zee van informatie, en kan helpen betrouw-
bare informatie en achtergronden te ordenen. Hij kan op
thema en actualiteit helpen een overzicht te bieden.
Op de digitale platforms zijn daarvoor veel mogelijkheden,
zelfs op individueel niveau. Essentieel is dat de publieke
omroep zijn activiteiten onderneemt met maximale
bescherming van de privacy van zijn publiek, ook een
vorm van veiligheid.
Alles overheersend is de taakopdracht die is ontleend
aan wet en missie. Die gaat uit van een breed bereik, een
sterke nadruk op pluriformiteit en diversiteit, op kwa-
liteit en efficiency, en op innovatie. Aanbod moet breed
en smal zijn en alles er tussenin; zwaar en licht; niet per
se gericht op hoge kijk- en luistercijfers maar op bereik,
betekenis en impact.
Geen enkel systeem zal bestaan zonder vergaderingen
of zonder pittige conflicten zijn als het gaat om prioriteiten
en budgetten. De commissie gaat er echter vanuit dat er
op deze wijze een klimaat en cultuur kunnen ontstaan die
gedomineerd worden door inhoudelijke kwesties. Met
korte lijnen, een eenduidige focus, een gevoel voor onder-
linge loyaliteit en de wetenschap dat er een gezamenlijke
taak wordt uitgevoerd.
    Dat lijkt de commissie de beste manier om de creatieve
vrijheid die een mediaorganisatie als deze nodig heeft zo
goed mogelijk te organiseren. Essentieel is dat deze nieuwe
cultuur wordt verankerd in een nieuw en opener bestel,
met nieuwe omgangregels en verantwoordelijkheden.
                                                                 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>2.   Een open bestel
     Een publiek bestel moet breed zijn, gevarieerd en ambitieus,
     en het beste brengen dat de creatieve/ media-industrie te
     bieden heeft. Ook hier geldt dat concurrentie het geheel ver-
     der brengt.
         Tot nu toe is die taak gegeven aan de omroepverenigingen
                                                                      Een inhoudelijk sterk en open bestel
     en de taakomroepen. Met afdoende succes voor een pluriform
     bestel.
         De veranderingen die de commissie voorstelt komen dan
     ook niet voort uit fundamentele kritiek op wat er nu wordt
     gemaakt, maar uit de dwingende ambitie om de publieke
     omroep zich verder te laten ontwikkelen in de nieuwe tijd.
         Daarin wordt het vormgeven aan de identiteit van wat
     Nederland is en de kwesties die hier spelen nog noodzake-
     lijker door het grensoverschrijdende geweld van een glo-
     baliserend media-aanbod. Alle creatieve hands on deck, wat
     de commissie betreft.
     Tot nu toe is de enige weg om content op de publieke plat-
     forms te brengen die van, of via, de bestaande omroepen.
     Soms meldt een nieuwe omroep zich om een lacune te vul-
     len. Omroepen maken zelf of laten programma’s maken
     door andere producenten. Die weg blijft een logische.
        Tegelijkertijd gaat hij voorbij aan het gegeven dat ook
     elders content kan worden geproduceerd, op allerlei plekken
     en allerlei manieren, die ook zou kunnen passen binnen taak
     en missie van de publieke omroep. Het voertuig van een
     ledenomroep is daarvoor niet het enige.
     Ook andere organisaties, zoals uitgeverijen, culturele instel-
     lingen, kleine startende productiebedrijven, musea, organisa-
     toren van evenementen, zouden kunnen bijdragen aan het
     geheel van wat de publieke omroep is. Aan de wijze dus waar-
     op Nederland zich toont en via de platforms van de publieke
     omroep wordt meebeleefd.
         Gegeven dit uitgangspunt bepleit de commissie een bestel
     dat zowel ruimte geeft aan de bestaande omroepen als aan
     andere spelers, waardoor de pluriformiteit breder wordt vorm-
     gegeven. Omroepen vormen als het ware de ruggengraat en
     hebben een concessie; andere partijen kunnen op ad hoc basis     61
     aan eenmalige projecten bijdragen of gedurende langere tijd
     (bijvoorbeeld steeds per ‘uitzendseizoen’).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Omroepen worden daarbij ook aangemoedigd samen te
werken met externe partners.
   Sommige content kan voor alle platforms bedoeld zijn,
andere misschien alleen voor de digitale uitingen.
De commissie trekt die lijn door naar de regio. Ook daar zou-
den veel meer mogelijkheden tot samenwerking moeten
kunnen groeien en experimenten moeten worden aangegaan.
                                                                 Een inhoudelijk sterk en open bestel
Bijvoorbeeld tussen regionale omroepen en regionale kran-
ten, waar hier en daar al mee wordt geëxperimenteerd.
    Daaraan zouden ook lokale media, waarvan sommige een
interessante professionele ontwikkeling doormaken, stevig
moeten kunnen meedoen. De regionale organisaties blijven
zelfstandig en zoeken horizontale samenwerking met maat-
schappelijke en culturele organisaties. Ze kunnen met private
partijen in een aparte entiteit samenwerken om gezamenlijk
nieuws te produceren, dat weer door de schragende organisa-
ties, maar ook door andere, nieuwe journalistieke initiatieven
benut kan worden. Dat kunnen ze in bijvoorbeeld coöperaties
of stichtingen organiseren.
De publieke omroep kan volgens de voorstellen van de
commissie gemaakt worden door de huidige omroepen, en
door partijen die nu buiten het bestel staan; grote, al lang
bestaande of kleine nieuwkomers. Tegelijkertijd kunnen er
allerlei ad hoc of langdurige samenwerkingsvormen worden
aangegaan tussen omroepen en andere maatschappelijke
instellingen.
    Dat stelt eisen aan de wijze waarop er met geldstromen
wordt omgegaan en waarop ze worden gecontroleerd. Dat is
een organisatorische kwestie die geen belemmering zou
moeten zijn. Partijen die nu nog buiten het bestel opereren
maar graag bijdragen en waarde toevoegen, doen dat binnen
de spelregels van een publiek systeem dat draait om content,
en niet om winst.
Verrijken
   Hoe een en ander ook wordt uitgewerkt, de basisgedachte
   is: naast de omroepen en hun creatieve kracht, is er in
   de Nederlandse samenleving een groter potentieel aanbod,
   waarmee de publieke omroep kan worden verrijkt.
                                                                 62
   Centraal staan, zoals gezegd, missie en taakopdracht, die
   worden bewaakt door de genoemde hoofdredacteuren.
   Zij beoordelen het aanbod, bestellen, organiseren pitches.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Zij zien erop toe dat uit het totale aanbod een publieke
omroep tot stand komt die op alle platforms onderschei-
dend en breed is, divers en pluriform, innovatief en in
direct contact met z’n publiek.
Zo’n publieke omroep zal hierdoor volgens de commissie
een nieuwe vorm van steun en legitimatie verwerven.
En wat ook belangrijk is: er ontstaat een gelijker speelveld:
                                                                 Een inhoudelijk sterk en open bestel
partijen die niet publiek gefinancierd worden, kunnen
in relatie met bestaande omroepen of zelf rechtstreeks als
externe producent opereren met een programmatisch
aanbod dat past bij de publieke omroep.
De Mediawet moet daartoe veranderd worden. De hui-
dige wet is te beperkend en gericht op wat er niet mag.
De commissie pleit voor een inspirerende wet die zegt wat
er wél mag, binnen de grenzen van wat met publiek geld
redelijk is. Zo’n wet maakt een opener bestel mogelijk,
met meer partners en veel meer verschillende samenwer-
kingsvormen.
Op die manier werken er meer spelers met een grotere,
gezamenlijke creatieve kracht aan een bestel dat plurifor-
miteit en diversiteit – eigentijds georganiseerd en vorm-
gegeven – als voornaamste opdracht heeft. Kijkers, luiste-
raars en gebruikers staan daarbij centraal.
Op deze wijze ontstaat er een publieke omroep die onder-
deel is van talloze netwerken; die een directe horizontale
relatie met het publiek in al zijn facetten en samenstelling
onderhoudt in plaats van een meer hiërarchische; die
openstaat voor ideeën van buiten de eigen kring; die ant-
woordt geeft en verklaart; die meehelpt te creëren aan
wat Nederland is en wil zijn; die, in de nieuwe, digitale tijd
met zoveel uitdagingen en complicaties, gedragen wordt
door de mensen van wie hij is: het publiek.
                                                                 63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Antwoorden van deelnemers
aan consultatiedag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>* AUTHENTIC. 9
“UIT HET yet” i 20k P

eDOELGROEP- ee j
| (8 8688
e ZEER, A Le. de.re.en.

oN BESTEL |

a PRUGRAMMAS WanuiT ETM
MISSIE WAN CULTURELE [EEH

et qa

EN NATIONALE COLIECTIVITELT ara. |
ow PRAAT 4 PUBLIER. gt jaht ER
S)
| | i SAMENWERK @
eNATIONAAL (Nj
i
IN TER-MATION AAL

= LOKAAL 6

e REGNAAL ft

+ LAN DELIJK i

a

# MOET

* OMROCPEN
(Commer veer ovt”)

e FINANCIEEL :
“ KIIK t LUISTERGELD 8 9

IEDEREEN
a je Ve KD SEREIKEAAR
mie x > NG sit käi
. Fe
VAN POLITIEK Es
G OVERHEID GEEN INVLOED OP KWAUTENT f INHOUD D

w Cf
OMAFRANKELIJK Fs

ATL E

og guint val) e OBJECTIEF

DUALE. FIN NCIERING : nn geler waar
„Aj

</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>4.   De beantwoording van
     de adviesvragen
In dit hoofdstuk worden de vragen beantwoord uit de advies-
                                                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
aanvraag van 16 juli 2013 van staatssecretaris Dekker van OCW
aan de Raad voor Cultuur.
De commissie heeft zich allereerst de vraag gesteld of er gezien
het overweldigende informatieaanbod wel een publieke omroep
nodig is. [1] Over het bestaansrecht van de publieke omroep is
een aparte analyse gemaakt, met een internationale vergelijking;
deze is opgenomen in de bijlage. De taakopdracht en legitimatie
van de publieke omroep zijn hierin ook geplaatst in de context van
de ontwikkelingen in het medialandschap en het mediagebruik.
De commissie heeft bij de beantwoording van de vragen van de
staatssecretaris gebruikgemaakt van deze analyse.                        1
                                                                      Hoewel de commissie
                                                                      in dit advies vaak
1.   Hoe kan het onderscheidend karakter van de publieke              de vertrouwde term
     omroep worden gewaarborgd?                                       ‘publieke omroep’
                                                                      gebruikt, is zij zich
                                                                      ervan bewust dat die
     Uit periodiek onderzoek van de NPO blijkt dat mediagebrui-       tekortschiet voor de
                                                                      mediawereld die zich
     kers op onderdelen wel degelijk onderscheid zien tussen          aftekent. Maar de
     publieke en commerciële omroepen. Tegelijkertijd is te horen,    nieuwe term publieke
                                                                      mediadienst klinkt
     onder andere in de gesprekken die de commissie voerde            nog wat geforceerd.
     met diverse belanghebbende partijen, dat de programmering        Voor de leesbaarheid
                                                                      worden beide termen
     onvoldoende onderscheidend is, omdat de functies en taken        gebruikt.
     van de publieke omroep niet duidelijk genoeg geformuleerd           2
     zijn. Uit de consultatieronde bleek dat het bestaansrecht        Publiek geproduceerde
                                                                      media worden door
     van de publieke omroep niet ter discussie staat. [2] Wel de      verschillende actoren
     invulling ervan. Is de publieke omroep wel publiek genoeg,       om verschillende
                                                                      redenen als positief er-
     is de overlap met de programmering van de commerciële om-        varen, o.a. omdat deze
     roepen niet te groot? Wordt er niet te veel gestuurd op          mede kwaliteitsstan-
                                                                      daarden bepalen in de
     marktaandelen en te weinig op bereik?                            mediasector, publieke
                                                                      media een kweekvijver
                                                                      functie voor talent
     Er zal altijd discussie zijn over het publieke karakter van de   vervullen, zogenaamde
     programma's van een brede publieke omroep. Het zal daarom        buitenproducenten
                                                                      op publieke platforms
     aankomen op een juiste maatvoering; welke programma's op         gemakkelijker innova-
     welk moment op welk platform worden aangeboden, mede in          tieve formats kunnen       67
                                                                      uitproberen en com-
     relatie tot de programmering van de commerciële omroepen.        merciële omroepen
                                                                      hun advertentietarie-
     De publieke omroep moet niet onnodig concurreren met aan-        ven kunnen relateren
     bod dat al bestaat.                                              aan die van de STER.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Scherper dan nu zal de publieke omroep op alle platforms
(tv, radio, internet etc.) zich moeten onderscheiden op
programma’s die van publiek belang geacht worden en on-
afhankelijkheid, betrouwbaarheid, diversiteit, innovatie,
variëteit en pluriformiteit als basis hebben. Met de nadruk
op een divers en kwalitatief hoogwaardig Nederlands aan-
bod en de ontsluiting van voor Nederland relevant internati-
onaal aanbod. Begin 2013 noemde NPO-voorzitter Hagoort
                                                                    De beantwoording van de adviesvragen
vijf prioriteiten die centraal staan in de programmering van
de publieke omroep: journalistiek, Nederlandstalig drama
& documentaire, kinderprogramma’s, kennis & cultuur en
evenementen. Deze vormen een goed uitgangspunt. Prio-
riteiten kunnen in de loop der jaren veranderen, bijgesteld
worden.
    De internationalisering en de toegenomen concurrentie in
het mediaveld leveren een groot aanbod op van buitenlandse
producties, zowel online als via andere kanalen met een bui-
tenlandse eigenaar. De publieke omroep dient zich daarom in
de eerste plaats te richten op content met een nationale insteek.
Tegelijkertijd biedt de publieke omroep een venster op de
wereld. Hij is er om werelden met elkaar te verbinden. Hij
biedt een blik op de Nederlandse cultuur en laat zien dat
die onderdeel is van een groter geheel, waar we, als wereld-
burgers, onderdeel van uitmaken.
De publieke omroep kan zich ook onderscheiden door zich
open te stellen als netwerkorganisatie die samenwerkt met
zijn publiek, die luistert, die toegang biedt aan burgers, die
bijdragen van burgers op waarde schat en die het delen
van de producties als uitgangspunt heeft.
De omroep kan zich meer onderscheiden door samenwer-
kingsverbanden aan te gaan met andere partijen.
Om het onderscheidend karakter te waarborgen is een ster-
kere bewaking van de publieke programmering gewenst.
   – De commissie stelt voor dat de publieke omroep een
     contract met de samenleving sluit waarin hij beschrijft
     wat hij zal doen en maken, en waar, en welke rol hij
     wil spelen. Hoe hij in permanente dialoog is en verant-
     woording aflegt. Voorafgaand aan dit contract vindt            68
     een brede consultatie plaats, van het publiek, van ex-
     perts, van makers, op grond waarvan de prioriteiten
     worden bepaald. Dat kan digitaal met waarderingen of
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>      ‘likes’; het kan in de vorm van jury’s, en/of in debatten
      zijn beslag krijgen; het kan met behulp van deliberatie
      (panels van burgers die meedenken), verkiezingen, of
      inspraakprocedures.
   – De commissie stelt voor hoofdredacteuren te benoe-
     men die het geheel van wat de publieke omroep brengt
     bewaken en bezien of de bovenbeschreven eisen vol-
                                                                                            De beantwoording van de adviesvragen
     doende invulling krijgen. Ze leggen verantwoording af
     over het onderscheidend karakter aan de samenleving
     en intern aan de Raad van Bestuur (in nieuwe opzet een
     College van Bestuur). (Zie vraag 5 voor de uitwerking.)
   – De commissie adviseert een ‘nulmeting’ uit te voe-
     ren van de veronderstelde overlap met de commerciële
     omroepen. Zo wordt duidelijk waar de publieke om-
     roep verbeteringen kan aanbrengen om de overlap te
     verminderen. Deze exercitie moet helder maken of
     de publieke omroep op het juiste spoor zit.
De publieke mediaopdracht (art. 2.1. Mediawet ) van de
publieke omroep beschrijft voldoende welke eisen er
aan de programmering gesteld worden, maar behoeft wel
actualisering. Het gaat dan vooral om een scherpere focus
op innovatie, samenwerking met derden, meer nadruk op
publieksparticipatie en de invulling van een publieke gids-
functie. Dit sluit aan bij de adviezen van de European Broad-
casting Union, die vorig jaar startte met een omvangrijke
herijking van de rol van de publieke omroep. [3] Door deze
actualisering zal het onderscheidend vermogen toenemen.
De publieke omroep kan zich ook sterker onderscheiden
van de commerciële omroepen door de STER-reclame terug
te dringen of te laten vervallen. Met de huidige bezuinigingen
acht de commissie dit echter geen haalbaar scenario. De
omroep kan de STER-inkomsten niet missen. Meer druk op
                                                                     3
de verdiencapaciteit door middel van zendtijdverruiming           ‘Empowering Society:
voor de STER of programmaonderbrekende reclame vindt              a declaration on the
                                                                  Core Values of Public
de commissie echter ongewenst. Dit zal eerder leiden tot meer     Service Media’, Eu-
overlap met commerciële omroepen. Aanwezigheid van                ropean Broadcasting
                                                                  Union, 2013.
reclame op de digitale uitingen zal zeer terughoudend moeten
plaatsvinden, omdat juist daar de concurrentie in ontwikke-         4                       69
                                                                  BCG rapport 2013 en
ling is. Een waarschuwing is wel op zijn plaats, want bezuini-    bezuinigingen Rutte II.
                                                                  Vanaf 2017 geldt nog
gingen en de verwachte autonome terugloop van inkomsten           een extra bezuiniging
belopen tegen 2017 rond de 200 miljoen euro. [4]                  van 50 miljoen euro.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>   De ambities die de commissie voor de publieke omroep voor
   ogen heeft, zullen met dit beperkte budget sterk onder druk
   staan.
Hoe kan de publieke omroep toegankelijk en aansprekend zijn
voor alle delen van de bevolking?
   Om zijn taken te kunnen vervullen moet de publieke omroep
                                                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
   een breed bereik behalen. Kijkend naar het huidige bereik
   valt op dat vooral jongeren steeds minder makkelijk worden
   bereikt. [5] Dit ligt aan hun mediagebruik en belevingswereld;
   zij bevinden zich veel meer op digitale platforms dan op line-
   aire kanalen, vinden interactiviteit de normaalste zaak van de
   wereld en beleven die net weer anders dan oudere generaties.
   Uit onderzoek van de NPO blijkt dat 39% van de jongeren
   de publieke omroep niet kent, of alleen van naam, 62% heeft
   geen of slechts passieve interesse in de publieke omroep. [6]
   Ook de ‘onbezorgde en trendbewusten’ (17% van de bevol-
   king) en, in mindere mate, ‘drukke forenzen’ (9% van de
   bevolking) worden slecht bereikt. Deze groepen kijken vooral
   naar commerciële omroepen en/of online. [7]
   Vanuit de centrale mediaorganisatie (NPO nieuwe stijl) zal
   voortdurend moeten worden gemonitord of alle groepen
   worden bereikt en welke maatschappelijke ontwikkelingen er
   gaande zijn. Dit kan vervolgens worden vertaald naar speci-
   fieke opdrachten, voor specifieke platformen. De commissie is
   van mening dat de NPO via twee lijnen ervoor kan zorgen
   dat de omroep toegankelijk en aansprekend is voor alle delen
   van de samenleving. De eerste lijn loopt via de omroep-               5
                                                                      Dit is de leefstijlgroep
   verenigingen, de andere via het openen van het bestel voor         ‘Jonge Connectors’:
   andere aanbieders.                                                 8% van de bevolking,
                                                                      laag opgeleid, zware
                                                                      internetgebruikers
   De omroepverenigingen hebben bij uitstek een model om              en kijken meer com-
                                                                      merciële dan publieke
   burgers te binden aan het bestel. 3,5 miljoen leden in totaal is   omroep.
   een aantal dat bij elke vereniging in Nederland respect zal        uit: NPO Leefstijl-
                                                                      groepen, Hilversum,
   afdwingen. Met de intrede van omroep Max, BNN, WNL en              november 2010.
   PowNed werd getoond dat het bestel ‘specifieke, vergeten
                                                                        6
   groepen’ kan accommoderen. Toch is de huidige vorm van             ‘This is Media, Jon-
   ledenbinding op zijn retour. Het aantal leden loopt terug,         geren en de Publieke
                                                                      Omroep’, Nederlandse
   nieuwe groepen voelen zich niet aangesproken door deze vorm        Publieke Omroep,
   van binding. En, de publieke omroep heeft de ambitie               november 2013.             70
   17 miljoen mensen te bereiken. Er zal een eigentijdser model         7
                                                                      NPO Leefstijlgroepen,
   gevonden moeten worden.                                            Hilversum, november
                                                                      2010.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>  Om de doelgroepen van de toekomst goed te kunnen bedie-
  nen, bereiken en te laten meepraten over de programma’s
  adviseert de commissie de omroepverenigingen meer ruimte
  te geven om zich te richten op thema’s (bijvoorbeeld cultuur,
  zingeving) of specifieke groepen (ouderen, lager opgeleiden),
  zodat ze onderling beter kunnen afstemmen. De relatie met
  het publiek kan op andere manieren dan alleen met leden aan-
  getoond worden. Internet biedt een scala aan mogelijkheden
                                                                     De beantwoording van de adviesvragen
  als ‘likes’, ‘tweets’ en ‘delen’ om een eigentijdse band met het
  publiek op te bouwen. Daarnaast stelt de commissie voor
  dat de omroepen verbindingen aangaan met relevante maat-
  schappelijke organisaties, zoals culturele instellingen of
  wetenschappelijke instituten.
  Naast dit systeem van pluriformiteit via de omroepverenigin-
  gen wordt het bestel opengemaakt voor andere partijen, die
  hun programma’s rechtstreeks bij de NPO kunnen aanbieden.
  Daarmee kan veel sneller worden ingespeeld op verande-
  ringen. De NPO kan met het ‘programmaversterkingsbudget’
  programma’s bestellen bij de omroepverenigingen, maar
  ook extern, bij producenten, bij andere mediabedrijven, bij
  documentairemakers of bij zzp’ers met creatieve en innova-
  tieve ideeën. Hierdoor ontstaat er een systeem van dubbele
  pluriformiteit; enerzijds via de omroepverenigingen, ander-
  zijds via de partijen van buiten. Vanwege specialisatie en af-
  stemming zal de competitie tussen omroepen mogelijk minder
  worden, maar een gezonde competitieve druk komt daarvoor
  terug via het open bestel om de beste programma’s te maken,
  de grootste creatieve waarden te realiseren en de meeste
  Nederlanders te bereiken.
Hoe kan de publieke omroep herkenbaar en gemakkelijk vindbaar
zijn in het totale aanbod?
   Distributie van inhoud via publieke netten lijkt nu en in de
   toekomst geen garantie meer dat deze ook wordt gevonden.
   Kabelaars of partijen als YouTube gaan steeds meer bepalen
   hoe het scherm eruitziet en wat je te zien krijgt. Om publieke
   media-inhoud ook in de toekomst vindbaar te houden, is het
   van belang dat producties van de publieke omroep tenminste
   op alle relevante platforms herkenbaar aanwezig zijn.
                                                                     71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Uit recent merkenonderzoek blijkt dat de publieke omroep
een aantal sterke merken kent. Neem de NOS, Nederland
1 en 2, Radio 1, 3FM en een programma als ‘De Wereld
Draait Door’. Een aantal daarvan staat in de Top 10 van be-
kendste Nederlandse merken. [8] Maar wie verder kijkt, vindt
de NOS bij jongeren al niet meer in de Top 10. Zoals eerder
aangehaald, ervaren mediagebruikers wel degelijk een ver-
schil tussen publieke en commerciële omroepen, maar dat wil
                                                                                          De beantwoording van de adviesvragen
niet zeggen dat publieke inhoud automatisch herkenbaar is.
Om media op waarde te kunnen schatten is het van belang te
weten wie de afzender is, wat diens bedoelingen en afwe-
gingen zijn. Van oudsher zijn de omroepverenigingen sterke
merken, maar kijkers en luisteraars hechten zich steeds meer
aan individuele platforms, programma’s en presentatoren, die
zo ook eigen merken worden. [9]
Om zijn herkenbaarheid te vergroten dient de publieke om-
roep zijn focus te verleggen: van representatie naar relatie
met het publiek. Er zal een krachtig merkenportfolio moeten
worden ontwikkeld. Een merk heeft een navigatiedoel: het
publiek kan de programma’s van zijn gading vinden. En het
merk heeft tot doel een relatie op te bouwen. Het merk is
de metafoor voor de relatie. Met merkenbeleid zal er eerder
een band ontstaan tussen de publieke omroep en publiek-
(sgroepen). Om deze relatie nader in te vullen en te onder-
houden is een creatieve kern nodig. De NPO zal niet langer
alleen het bestel moeten beheren, maar zelf een creatieve
organisatie moeten worden die de verantwoordelijkheid voelt
om de relatie met het publiek te voeden en te onderhouden.
Alleen dan zullen publieke media worden herkend en daarmee
op (publieke) waarde worden geschat. Naast alle merken die
binnen de publieke omroep aanwezig zijn, pleit de commissie
voor een overkoepelende merknaam die zich staande houdt
tussen sterke merken als Netflix en HBO.
Publieke gidsfunctie
                                                                   8
   Voor de mediagebruiker kan het een hele opgave zijn de        ‘EURIB - top 100 on-
   weg te vinden in de overstelpende hoeveelheid infor-          misbare merken 2013’,
                                                                 European Institute for
   matie die er voorhanden is. Het zou goed zijn wanneer         Brand Management,
   de NPO de verantwoordelijkheid neemt om relevante             2013.
   publieke media-inhoud te ontsluiten. Een overzicht geven         9
   en fungeren als gids door een oceaan vol goede en slechte     Voorbeelden hiervan      72
                                                                 zijn onder meer de
   informatie en alles wat daartussen zit, past bij de moderne   ‘Top 2000’, ‘Wie is de
                                                                 Mol’, Paul de Leeuw
   taakopvatting van een publieke mediadienst.                   en ‘De Wereld Draait
                                                                 Door’.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   De commissie denkt daarbij aan een portal, een soort
   ‘Uitzending gemist+++’. Technologische ontwikkelingen
   gaan echter zo snel dat gidsen over een aantal jaren wel-
   licht op een hele andere manier vorm krijgt. Het belang-
   rijkste is dat de ontsluiting gepaard gaat met een context:
   waar komt de inhoud vandaan, door wie is die gemaakt
   en waarom, etc. Niet alleen inhoud van Nederlandse
   publieke media maar ook van buitenlandse publieke om-
                                                                    De beantwoording van de adviesvragen
   roepen zou zo ontsloten kunnen worden. En ook inhoud
   die is gecreëerd door de kijker, luisteraar, gebruiker zelf of
   andere organisaties, kan gecureerd en vervolgens ontslo-
   ten worden. Daarbij past ook een nauwere samenwerking
   tussen de verschillende niveaus van de publieke omroep
   in Nederland. Nu al wordt ook via landelijke platforms
   regionale content ontsloten, onder andere regiodocumen-
   taires via 2Doc.
       Een dergelijke invulling van de gidsfunctie zal een
   eigen redactie vergen die informatie, programma’s en
   doelgroepen met elkaar kan verbinden en die uitdrukkelijk
   ook over de grens kan kijken, auteursrechten regelt en
   samenwerking stimuleert. Hiervoor zal budget moeten
   worden vrijgemaakt.
Auteursrechten
   Net als bij de programmering, moet ook bij de exploitatie
   van auteursrechten het publiek leidend zijn; zonder dat
   mensen inkomsten mislopen, dient het publiek toegang te
   hebben tot publiek gefinancierde content.
      De NPO en ook het Instituut voor Beeld en Geluid,
   vanuit zijn archieffunctie, hebben vaak echter grote moeite
   met het gemeenschappelijk beschikbaar stellen van, dan
   wel toegang geven tot reeds uitgezonden materiaal vanwe-
   ge de rechtenclaim van de eigenaren. In veel gevallen zijn
   dat de omroepen die deel uitmaken van het bestel. Het ligt
   voor de hand dat de programma’s, die gemaakt zijn met
   publiek geld, aan het publiek ter beschikking worden
   gesteld.
      De NPO zal in de contracten met de makers de ex-
   ploitatierechten uitdrukkelijk moeten regelen, waarbij het
   gebruiksgemak voor het publiek centraal dient te staan.
   Ook zullen opbrengsten van rechten ten goede moeten
   komen aan de publieke omroep als geheel.                         73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>2.   Hoe kan de publieke omroep een rol spelen als
     aanjager van innovatie en creatieve competitie?
     De publieke omroep is de afgelopen jaren op een aantal ter-
     reinen aanjager geweest van innovatie in de audiovisuele
     industrie, zoals met de themakanalen of ‘Uitzending Gemist’.
     Het is belangrijk in Nederland te blijven inzetten op media-
     innovatie.
                                                                         De beantwoording van de adviesvragen
         Media-innovatie vindt plaats op twee niveaus: distributie
     en platforms (veelal een combinatie van technologie en dien-
     stenconcept) en inhoudelijk.
     Innovatie moet volgens de commissie gestoeld zijn op
     drie doelstellingen:
        – het distribueren van materiaal en binden
          van de juiste doelgroepen,
        – publieke betekenis en meerwaarde creëren
          via vernieuwende formats en content en
        – het versterken van de creatieve industrie.
     Juist het feit dat een financieel motief in eerste instantie ont-
     breekt, zorgt ervoor dat in het publieke bestel risico’s kunnen
     worden genomen, dat innovatie zelfs een belangrijk doel van
     het bestel moet zijn. De publieke omroep kan hiermee laten
     zien een belangrijk onderdeel te zijn van de topsector Crea-
     tieve Industrie.
     Het kan hierbij om een breed scala van activiteiten gaan.
     Als de publieke omroep bijvoorbeeld een kostbaar datajour-
     nalistiek project uitvoert, al dan niet in samenwerking met
     derden, kan het de gewonnen data beschikbaar maken voor
     andere journalistieke organisaties. Ook radicale interactieve
     concepten, het organiseren van een laboratorium of het
     kweken van talent behoort volgens de commissie tot de taken.
        Belangrijk is wel de publieke omroep niet te zien als een
     partij die basistechnologie levert. Het gaat nagenoeg altijd
     om toegepaste techniek.
     De ontwikkeling en coördinatie van een innovatieagenda zou
     centraal moeten plaatsvinden. Constateren wat mogelijk
     gewenste vernieuwing is, zien waar gaten zitten en waar over-       74
     lap, en hoe partijen kunnen samenwerken. De innovatie zal
     vervolgens het meest succesvol decentraal kunnen plaats-
     vinden, via omroepverenigingen of via kleine en grotere par-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>     tijen buiten het bestel, zodat een netwerkaanpak ontstaat.
     De markt kan zelf ook publieke taken oppakken. [10]
         De publieke omroep heeft een rol in talentontwikkeling
     te vervullen. Doordat ook met kleinere, nieuwe initiatieven
     kan worden samengewerkt met de NPO, kan de creatieve
     sector op dit punt worden gestimuleerd. Te denken valt aan
     het faciliteren van living labs (al dan niet op digitale platforms)
     waar nieuw talent kan experimenteren; het uitbesteden van
                                                                                                       De beantwoording van de adviesvragen
     ontwikkelings- en productieklussen aan jonge, veelbelovende
     start-ups; meester- gezelrelaties tussen ervaren makers en
     veelbelovende talenten etc. Anderzijds ontstaat de mogelijk-
     heid voor potentieel talent om rechtstreeks de NPO aan te
     spreken over door hen ontwikkelde innovatieve concepten en
     formats. Zo kan de taak van de publieke omroep op het ge-
     bied van talentontwikkeling zowel top down als bottom up
     worden vormgegeven.
3.   Op welke manier kan de publieke omroep speciale
     aandacht besteden aan de culturele en levensbeschou-
     welijke programmering?
     Met de gewenste aanscherping van de taken wordt het belang
     van culturele programmering voor de publieke omroep duide-
     lijker. Culturele programmering is bij uitstek publiek en wordt
     minder door commerciële omroepen opgepakt.
     In de gepubliceerde omroepbeleidsplannen van het kabinet
     vervalt in 2017 het Mediafonds. De NPO heeft daarop beslo-
     ten budget te reserveren ten behoeve van onder meer hoog-
     waardige dramaproducties en documentaires. De NPO heeft
     onderzoek laten uitvoeren hoe dit zou kunnen worden gerea-
     liseerd binnen de organisatie. [11] De commissie adviseert het
     voorstel van de NPO, om een interne procedure op te stellen
     voor de toekenning van de budgetten, over te nemen. Aan-
     vragen worden getoetst door commissies en een secretariaat,
     waarna een bestuur (de huidige Raad van Bestuur) de aan-                10
                                                                           Zie verder het advies
     vragen met een positief advies in principe overneemt. Deze            van de focusgroep In-
     omzetting zou ook eerder dan 2017 kunnen plaatsvinden.                novatie, digitaal bij dit
                                                                           rapport beschikbaar.
     Wat er volgens de commissie ontbreekt aan de uitwerking                  11
                                                                           ‘Advies NPO over bor-
     van de NPO is de inzet van middelen voor jeugd, games,                ging ontwikkeling en
     en talentontwikkeling. Binnen het Mediafonds is dat altijd            productie hoogwaardig       75
                                                                           Drama, Documentaire
     succesvol uitgewerkt en ook dat aspect zou terug moeten               en Talentontwikke-
                                                                           ling’, met kenmerk
     komen als de gelden binnen de publieke omroep verdeeld                S&B uit-11152, NPO,
     gaan worden.                                                          20 november 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   Verder verdient de positie van het CoBO-fonds aandacht.
   Ook hier betreft het gelden die bestemd zijn voor de publieke
   omroep, waarbij het bestuur wordt gevormd door partijen
   die de gelden ook gebruiken. Het is logischer ook hier een
   onafhankelijk bestuur te laten besluiten; dat zou hetzelfde
   bestuur kunnen zijn als van het ‘interne’ fonds.
       In het recente verleden heeft het Mediafonds de productie
   en uitzending van regiodocumentaires bevorderd. De commis-
                                                                     De beantwoording van de adviesvragen
   sie wil ervoor pleiten dat ook in de nieuwe constellatie, onder
   beheer van de NPO, dit onderdeel van de stimulering van de
   Nederlandse audiovisuele cultuur, in samenwerking met de
   regionale omroep, wordt gecontinueerd.
   Ter stimulering van de creatieve sector zijn ook nog andere
   fondsen actief, zoals het Filmfonds en het Stimuleringsfonds
   Creatieve Industrie. In het buitenland, bijvoorbeeld in Vlaan-
   deren, is een fonds gecreëerd waar ook commerciële omroe-
   pen uit kunnen putten, zodat ook daar een extra stimulans
   komt om eigen producties te maken. Recentelijk is besloten
   de distributeurs per aangeslotene een bedrag te laten doneren
   in dit fonds. Deze ontwikkeling spreekt de commissie aan.
   ‘De gelden zouden bij het Filmfonds kunnen worden onder-
   gebracht’.
   Door de introductie van een meer open en dynamisch bestel
   is het denkbaar dat ook externe partijen programma’s van
   culturele aard zullen gaan aanbieden. Indien dit gebeurt, is
   het minder noodzakelijk dit onderdeel als taak toe te wijzen
   aan de NTR. De commissie adviseert dit te bezien nadat de
   hoofdredacteuren een beeld hebben gekregen van mogelijke,
   witte vlekken in het totale aanbod. De invulling van de witte
   vlekken zou als taak kunnen worden opgedragen aan de
   NTR. Een taak die dan meer dan nu het geval is, flexibel
   zou moeten zijn.
Levensbeschouwing
  Vanaf 1 januari 2016 houden de 2.42 omroepen op te bestaan
  en onderzoekt de NPO hoe de inhoud die deze omroepen
  brengen, kan blijven voortbestaan binnen de publieke omroep.
   Op dit moment verzorgt de NTR de backoffice voor de OHM
   (Hindoeïsme), huisvesting voor de JO (Joodse Omroep) en           76
   productie voor de MO (Moslim Omroep). De IKON/ZVK is
   een samenwerking aangegaan met de EO, de RKK is een on-
   derdeel geworden van de KRO en de Humanistische Omroep
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>heeft zich aangesloten bij de VPRO. Boeddhistenomroep BOS
is gehuisvest bij de VPRO.
In de toekomst zou het logisch zijn vooral het gedachtegoed
van de wereldgodsdiensten specifiek bij de publieke omroep
te waarborgen. De christelijke stroming (NCRV/KRO en EO)
en de humanistische stroming (via de VPRO) zijn straks ruim
vertegenwoordigd in het publieke bestel. In het nieuwe om-
                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
roeppalet is voor de achterban van de wereldgodsdiensten/
levensbeschouwelijke stromingen Islam, Hindoeïsme, Boed-
dhisme en Jodendom niet vanzelfsprekend een plaats. Om
een evenwichtig beeld te creëren, zullen er ook over en vanuit
deze stromingen door de publieke omroep programma’s
moeten worden aangeboden.
Nu heeft de NTR volgens artikel 2.35 van de Mediawet
tot taak: Media-aanbod voor de landelijke publieke media-
dienst te verzorgen dat voorziet in de bevrediging van in
de samenleving levende maatschappelijke, culturele, gods-
dienstige of geestelijke behoeften, zodanig dat dit media-aan-
bod samen met het media-aanbod van de andere landelijke
publieke media-instellingen een evenwichtig beeld oplevert
van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geeste-
lijke verscheidenheid in Nederland.
Na de opheffing van de 2.42 omroepen past het goed bij de
taakopdracht van de NTR om programma’s te maken die het
gedachtegoed van deze stromingen weerspiegelen, omdat zij
als maatschappelijke doelgroepen elders niet of onvoldoende
tot hun recht komen. De NTR is de omroep die op dit mo-
ment affiniteit met de wereldgodsdiensten heeft, omdat hij
de afgelopen jaren de programma’s gemaakt heeft voor de
islamitische gemeenschap en door zijn nauwe banden met de
MO, OHM en de JO.
    De band met de achterban verdient speciale aandacht.
Een aparte NTR-programmaraad of kamer waar de
achterbannen van de wereldgodsdiensten/ stromingen zijn
vertegenwoordigd is wenselijk om de relatie met de groepen
in Nederland vorm te geven en om kennis en expertise over
de vier wereldgodsdiensten/stromingen samen te brengen.
Verder adviseert de commissie dat de programma’s worden
gemaakt door redacteuren die affiniteit met de wereldgods-       77
diensten hebben en ook de verschillende stromingen daar-
binnen vertegenwoordigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>4.   Hoe moet de publieke omroep zijn maatschappelijke
     rol vervullen op nieuwe media en mobiele diensten?
     Hoewel het mediagebruik via internet en mobiele platforms
     zal toenemen, is het waarschijnlijk dat het lineaire media-
     gebruik nog vele jaren blijft bestaan. De traditionele televi-
     siezenders en radiostations worden nog massaal bekeken
     en beluisterd. De klassieke vorm van programmering blijft
                                                                       De beantwoording van de adviesvragen
     daarmee belangrijk. Daarnaast zal een nieuwe manier van
     programmering moeten worden opgebouwd, voor een groter
     wordend deel van het publiek dat digitaal en non-lineair
     media consumeert. De publieke omroep dient daarom een
     tweesporenbeleid te ontwikkelen. Dit betekent dat de pu-
     blieke omroep zijn diensten zowel op traditionele lineaire
     platforms als op nieuwe media en mobiele platforms moet
     aanbieden. Voor internet zal aparte programmering gemaakt
     moeten worden. Internet kent eigen wetmatigheden en het
     publiek vergt een eigen benaderingswijze.
     Via dit multi-platformbeleid dient de publieke omroep zo ef-
     fectief mogelijk interesses en doelgroepen te verbinden aan
     de juiste publieke content, zodat het publiek de omroep blijft
     vinden. Alleen dan kan hij zijn publieke functie effectief
     uitoefenen.
     Dat eigen platforms belangrijk zijn om merken te kunnen
     creëren en om publieksbinding te organiseren, ligt voor de
     hand. Eigen platforms garanderen gebruikersdata en maken
     het mogelijk een koppeling te maken tussen veranderende
     behoeftes en vernieuwende distributiemogelijkheden. Dan
     is direct contact met het publiek, wat noodzakelijk is voor
     interactie en participatie, ook eenvoudiger. Het is echter niet
     te voorkomen om ook op platforms van derden aanwezig te
     zijn (denk aan YouTube). Waar veel verkeer is en veel publiek
     aanwezig is, zal de omroep moeten zijn.
     Extra distributiekanalen leiden regelmatig tot discussies over
     marktverstoring. De NPO zal zich daarvoor moeten verant-
     woorden en voor nieuwe omvangrijke diensten zal, zoals nu
     in de Mediawet staat, een sterke ex-ante toets moeten wor-
     den uitgevoerd. Deze toets vergt onderzoek naar de vraag of
     de nieuwe diensten behoren bij het publieke belang dat de         78
     omroep voorstaat en naar mogelijk concurrentieverstorende
     elementen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>5.   Hoe zou de Nederlandse publieke omroep, onder cen-
     trale leiding van de Raad van Bestuur, georganiseerd
     moeten worden, zodat hij zich in de toekomst kan
     profileren met en kan excelleren in Nederlands media-
     aanbod, op de middellange en lange termijn?
     Het huidige bestel zit dankzij een jarenlange evolutie zeer
     fijnmazig in elkaar. Het heeft echter te kampen met bestuur-
                                                                        De beantwoording van de adviesvragen
     lijke problemen door concurrentie tussen omroepverenigingen
     onderling en competentiestrijd tussen omroepverenigingen
     en de NPO. Deze interne problemen komen de wendbaarheid
     en dynamiek van de publieke omroep niet ten goede. Met
     het snel veranderende mediagedrag van consumenten en de
     ontwikkeling van grote (internationale) commerciële spelers
     op de markt kan de publieke omroep daarom op grote achter-
     stand komen.
     De publieke omroep moet wendbaarder en opener worden
     en daarmee innovatiever, en tegelijkertijd bestuurlijk slagvaar-
     diger en organisatorisch eenduidiger. Alleen dan zal hij snel
     genoeg kunnen blijven inspelen op veranderende behoeftes en
     het aanbod kunnen aanpassen aan dat wat in het bredere
     mediabestel nodig en relevant is voor het publiek.
     De publieke omroeporganisatie moet ook gemakkelijker in
     staat zijn het onderscheidend karakter te waarborgen en
     relaties te ontwikkelen met een publiek dat zich op steeds
     andere platforms en netwerken ophoudt.
Een open bestel
  Het publieke mediabestel zal wendbaarder en krachtiger
  worden door het ook open te stellen voor andere partijen dan
  de actuele bespelers. Het huidige bestel leunt op omroep-
  verenigingen en taakorganisaties die de publieke mediafuncties
  en taken invullen. Zij kunnen daarbij – en zijn deels verplicht –
  buitenproducenten inschakelen. Dit relatief gesloten systeem
  heeft voordelen maar ook een aantal nadelen.
      Een groot voordeel van het huidige systeem is dat een aan-
  tal organisaties in relatieve veiligheid een eigen creatief DNA
  heeft kunnen ontwikkelen. Ook creëert de financiële en in-
  houdelijke onafhankelijkheid ruimte om talenten op te leiden.
  Niet in de laatste plaats is dit systeem een waarborg voor            79
  een pluriform media-aanbod, aangezien deze organisaties van
  oudsher een eigen maatschappelijke achterban vertegenwoor-
  digen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Het nadeel van het huidige, relatief gesloten systeem is dat
talent dat niet bij deze organisaties werkt amper kans heeft op
een directe manier bij te dragen aan de programma’s. En in
bredere zin is het nadeel dat organisaties (commercieel,
publiek, maatschappelijk) die nu niet in het bestel zitten, maar
wel innovatieve mediaconcepten of technologie ontwikkelen
of juist een bijzonder publiek weten aan te spreken, onvol-
doende aan bod komen.
                                                                   De beantwoording van de adviesvragen
Vroeger ontvingen omroepverenigingen garantie voor een
100% budget en konden op basis van hun eigen programma-
tische uitgangspunten programma’s maken en aanleveren
aan TV-netcoördinatoren, zoals dat toen nog heette. De coör-
dinatoren plaatsten de programma’s op zenders, na overleg
met netredacties. Om meer grip te krijgen op het aanbod van
omroepverenigingen is de 100% garantie in stappen ver-
laagd. Eerst tot 70%. De Raad van Bestuur kreeg daarmee de
beschikking over 30% van het totale budget. Dat werd het
programmaversterkingsbudget genoemd. Omroepverenigingen
stelden programma’s voor, die betaald werden uit deze 30%.
Nu is het programmaversterkingsbudget verhoogd tot 50%.
Omroepverenigingen hebben daardoor een garantie van
50% en kunnen dat percentage nog verhogen door aan net-
managers programma’s aan te bieden die passen binnen
de programmeerstrategie van een net.
    Maar de Raad van Bestuur zal binnen het huidige systeem
altijd alle programma’s die betaald worden uit het programma-
versterkingsbudget moeten bestellen/kopen bij omroepver-
enigingen en taakorganisaties. De Raad van Bestuur kan niet
extern programma’s kopen (bijvoorbeeld bij buitenprodu-
centen of uitgevers). Dat geldt eveneens voor speelfilms en
televisieseries, zoals de Britse detectives. De aankoop wordt
weliswaar centraal georganiseerd binnen de NPO, maar er
moet altijd een omroep gekoppeld zijn aan de aankoop. De
Raad van Bestuur van de NPO is namelijk geen omroep,
heeft geen erkenning, zoals de omroepen. Deze situatie leidt
regelmatig tot vertragingen in het programmeerproces en
zelfs tot rechtszaken als omroepen het met beslissingen van
de Raad van Bestuur niet eens zijn.
Om een bestel te creëren dat de voordelen van de omroep-
verenigingen combineert met de flexibiliteit van invloed van       80
buiten, adviseert de commissie het bestel open te stellen
door het wettelijke garantiebudget voor de omroepen te hand-
haven, en tevens de centrale mediaorganisatie (‘NPO nieuwe
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>   stijl’) de mogelijkheid te bieden het ‘programmaversterkings-
   budget’, dat nu mediawettelijk 50% is, ook open te stellen
   voor buitenstaanders of samenwerkingsverbanden. In de prak-
   tijk zullen daardoor zowel de omroepverenigingen als partijen
   buiten het bestel programma’s leveren die gefinancierd wor-
   den uit de 50% ‘programmaversterkingsmiddelen’.
Een centrale mediaorganisatie
                                                                     De beantwoording van de adviesvragen
  De publieke omroep wordt een creatief bedrijf, met een crea-
  tief hart. In alle lagen van de organisatie staat het creatieve
  proces centraal en niet meer het bestuurlijke proces. Dat vergt
  een zware inspanning van de NPO en van alle bestuurders.
  De dynamiek zal wezenlijk anders moeten worden.De NPO
  heeft budget voor aanbesteding, bestelt programma’s
  en plaatst deze. De NPO heeft daarvoor ook een erkenning
  nodig.
   De Raad van Bestuur wordt omgevormd tot een College
   van Bestuur (CvB), met een voorzitter die verantwoordelijk is
   voor de relatie met het publiek, de politiek, de marktpartijen.
   Verder is een lid verantwoordelijk voor inhoud en innovatie en
   een ander lid verantwoordelijk voor ‘operational affairs/
   management/ financiën’. Het CvB onderhoudt de bestuurlijke
   relatie met de omroepverenigingen.
       Het lid van het CvB dat verantwoordelijk is voor innovatie
   en inhoud is eindverantwoordelijk voor het creatieve proces
   dat wordt geleid door hoofdredacteuren (aantal nader te be-
   palen). De hoofdredacteuren hebben programmatische
   vrijheid, zoals bij andere mediabedrijven, en werken op basis
   van een redactiestatuut.
   De hoofdredacteuren hebben hun sporen verdiend op het
   gebied van creativiteit, journalistiek en innovatie en hanteren
   de publieke taken en waarden als uitgangspunten. Zij kunnen
   benoemd worden naar genres (drama, actualiteiten, jeugd,
   kennis, innovatie, levensbeschouwing) of naar doelgroepen
   (jong, oud).
       De hoofdredacteuren dragen de verantwoordelijkheid
   voor de programmering: zij bestellen, laten maken, organise-
   ren pitches en wijzen budget toe. Zij hebben de taak diver-
   siteit en pluriformiteit vorm te geven. Ze hebben ook de taak
   te experimenteren, innovatie te stimuleren, talent te ontwik-     81
   kelen. De hoofdredacteuren werken in een nog nader te
   bepalen governance structuur samen met de netcoördinatoren,
   die verantwoordelijk zijn voor plaatsing van de programma’s
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>op de netten. De precieze afstemming en bevoegdheden
zullen door het CvB met de organisatie zelf moeten worden
uitgewerkt.
    De hoofdredacteuren werken samen met de eindredac-
teuren van de omroepverenigingen en taakorganisaties,
en met de programmatisch verantwoordelijken van de organi-
saties buiten het bestel.
                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
De hoofdredacteuren blijven binnen het ‘Contract met de
Samenleving’ dat door het CvB na consultatie met het publiek
en experts is vastgesteld. De benoeming geldt uitdrukkelijk
voor een bepaalde tijd (bijvoorbeeld maximaal 2 x 3 jaar).
   De commissie stelt voor dat de netredacties, waar de
bestuurlijke en programmatische verhoudingen nu door elkaar
lopen, komen te vervallen omdat deze verhoudingen gesplitst
worden.
De omroepverenigingen stellen mede de strategie vast,
bespreken bestuurlijke aangelegenheden met het College van
Bestuur en overleggen inhoudelijk via hun eigen hoofd- of
eindredacteuren met de hoofdredacteuren binnen de NPO
nieuwe stijl. Zij vormen programmatisch, samen met de taak-
omroepen, de kern van het bestel. Zij gaan zich meer specia-
liseren op thema’s of doelgroepen en ontwikkelen nieuwe
vormen van binding met maatschappelijke organisaties en het
publiek. Zij spreken onderling af wie zich vooral toelegt
op bepaalde genres en doelgroepen (met bijpassende genres)
waarmee zij aansluiting hebben. De huidige concurrentie
wordt zo omgezet in samenwerking en afstemming.
De taakomroepen verzorgen de functies die langjarige con-
tinuïteit vereisen, zoals een onafhankelijke nieuwsvoorziening
bij de NOS, of maken specifieke programma’s die elders niet
(goed) tot stand komen, zoals minderhedenprogrammering,
onafhankelijke en ongebonden achtergrondprogramma’s
zoals ‘Nieuwsuur’ en jeugd- en educatieprogramma’s die zijn
ondergebracht bij de NTR. De verhouding van deze taakom-
roepen ten opzichte van de NPO vraagt in het nieuwe model
extra aandacht en dat geldt ook voor de publieke verantwoor-
ding. Een van de consequenties van het nieuwe systeem is
dat er mogelijk een andere ordening ontstaat, waarbij scherper
gedefinieerd wordt wat bij een taakomroep wordt onder-           82
gebracht.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>De Raad van Toezicht
  Als het College van Bestuur van de centrale mediaorganisatie
  meer moet sturen op publieke waarden in de programme-
  ring, dan veranderen ook de bevoegdheden en de interne con-
  trole via de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht is
  dan ook verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteits-
  bewaking en de publieke verantwoording (het ‘Contract met
  de Samenleving’), de financiën en de juiste governance ver-
                                                                   De beantwoording van de adviesvragen
  houdingen.
      De Raad van Toezicht stelt jaarlijks het door het CvB
  voorgelegde strategisch plan en de begroting vast. Hij moet
  ook het prestatiecontract met de overheid vaststellen en heeft
  naar het oordeel van de commissie ook een taak in de con-
  trole op zaken die tot marktverstoring kunnen leiden zoals
  merchandising, nevenactiviteiten en de ontwikkeling van
  platforms.
Regionale en lokale omroepen
  Door jarenlange oplagedalingen bij regionale dagbladen en
  bezuinigingen bij de regionale omroepen is er sprake van
  een zorgwekkende mediasituatie in de regio. Er is een breed
  besef bij belanghebbenden dat de situatie in de regio steeds
  penibeler wordt.
   Horizontale samenwerking
     In het beleid dat is gericht op publieke media in stad en
     streek moet de aandacht, ter ondersteuning van burger-
     schap, primair gericht zijn op versterking van de regionale
     cultuur en journalistieke infrastructuur.
         Zeker in een tijdperk waarin de landelijke overheid het
     takenpakket van gemeenten uitbreidt. Sterke regionale en
     lokale informatie- en nieuwsvoorziening verdienen daarom
     de aandacht.
      De commissie adviseert de journalistieke krachten in de
      regio te bundelen en samenwerking mogelijk te maken met
      maatschappelijke instellingen en private mediabedrijven.
      Een verregaande horizontale samenwerking is het kans-
      rijkst. Dit betekent dat regionale en lokale media meer
      samenwerken met maatschappelijke organisaties en dat
      publiek -private samenwerkingsvormen tussen pers en
      omroepen juridisch mogelijk moeten zijn. In dit licht ver-   83
      dienen de recente experimenten op dit vlak in verschil-
      lende provincies navolging op die punten die succesvol
      bleken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Verkenning van het coöperatiemodel
   Regionale krachtenbundeling kan vorm krijgen in een
   coöperatiemodel waarin publieke en private organisaties
   samenwerken, maar wel hun eigen functies houden. Pu-
   blieke en private partners blijven dus naast elkaar bestaan.
   Regionale en lokale omroepen, regionale dagbladen,
   huis-aan-huisbladen maar ook individuele journalisten,
   bloggers, lokale platforms kunnen deel uit-maken van
                                                                  De beantwoording van de adviesvragen
   zo’n coöperatie. In een regionale coöperatie kunnen streek-
   redacties of streekteams komen die zich richten op klei-
   nere specifieke gebieden. De journalistieke taken worden
   opgedragen aan de nieuwe entiteit (de coöperatie). De
   oorspronkelijke organisaties – aandeelhouders of oprich-
   ters – leveren kapitaal en menskracht en nemen producten
   af tegen waardering van de kosten van die diensten
   Nieuwe initiatieven kunnen tegen een redelijke vergoeding
   ook diensten afnemen en daarmee nieuwe journalistieke
   uitingsvormen maken. Ook hier bepleit de commissie
   samenwerking met regionale organisaties als theatergezel-
   schappen, bibliotheken, scholen etc.
Behoud van experimentele ontwikkelruimte
   Niet alleen om het coöperatiemodel verder te ontwikke-
   len maar ook om andere vragen te kunnen beantwoorden,
   is additionele ontwikkelruimte nodig. Denk aan vragen
   over de rol die burgerjournalistiek kan spelen en over de
   praktische consequenties van publiek-private samenwer-
   kingsvormen. Ook vragen over de mogelijke rol van
   distributiepartners in het creëren van regionale binding,
   is relevant. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan kabe-
   laars, die lokaal glasvezel willen aanleggen en hier geld
   voor over hebben.
Onderzoek naar (mediawettelijke) mogelijkheden
publiek-private samenwerking
   De samenwerking tussen Nederlandse media-aanbieders
   vereist een bereidwillige houding van de omroepen, maar
   ook van de wetgever om de Mediawet aan te passen en
   ruimte te maken voor meer publiek- private combinaties.
Meer samenwerking landelijke en regionale omroepen
  De synergie tussen de landelijke en regionale omroepen          84
  kan worden vergroot om samen een zo sterk mogelijke
  publieke nieuwsvoorziening en culturele programmering
  te verzorgen. Enerzijds kan de landelijke omroep gebruik-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>        maken van regionale beelden en/of mensen bij een bepaald
        landelijk interessant, regionaal nieuwsonderwerp.
        Anderzijds kan de regionale omroep gebruikmaken van
        expertise en techniek uit 'Hilversum'. Dit is echter een
        samenwerking van inhoudelijke aard. De bestuurlijke aan-
        sturing van de regionale mediavoorziening dient vanuit
        een zelfstandig en door regionale partijen benoemd
        bestuur plaats te vinden.
                                                                                              De beantwoording van de adviesvragen
     Een gemeenschappelijke backoffice
        De commissie ondersteunt het advies van ROOS om de
        regionale omroeporganisaties uit het oogpunt van kosten-
        efficiency intensief met elkaar te laten samenwerken in
        de backoffice. [12]
6.   Op welke wijze kan de publieke omroep open staan
     voor nieuwe geluiden en wat betekent dat voor
     de toegankelijkheid van het publieke mediabestel?
     Omroepverenigingen
       Het grote aantal leden van de omroepverenigingen,
       rond de 3,5 miljoen, illustreert een stevige verankering in
       de samenleving. Het is de verenigingen gelukt zich door
       de jaren heen aan te passen en te reageren op het publiek.
       De mogelijkheid voor nieuwe groepen om eens in de vijf
       jaar toe te treden, is de kracht van het systeem. Daarmee
       blijft het systeem levendig.
           De keerzijde hiervan is een ingewikkeld bestuurlijk
       complex, dat veel aandacht vergt en waarbij bestuurlijke
       problemen een slagvaardig optreden in de weg staan.
           Het nieuwe, door de commissie voorgestelde organi-
       satiemodel, is beter bestand tegen meerdere omroepen
       in het bestel, omdat de regiefunctie van de NPO inhoude-
       lijk versterkt wordt en het bestuurlijke proces wordt los-
       gekoppeld van het maakproces.
                                                                        12
        Het open bestel geeft ruimte aan vele geluiden, ook als      ‘Toekomstven-
        die tussentijds ontstaan. Mocht er over vijf jaar toch een   ster op de publieke
                                                                     regionale omroep.
        groep opstaan die vindt dat een geluid onderbelicht is       Visie op invulling van
        gebleven, dan blijft de mogelijkheid van toetreding open.    taak en werking van
                                                                     Nederlandse publieke
        Dit gebeurt op basis van kwaliteit, samenwerkingsactivi-     regionale omroepen in
        teiten en een aantoonbare band met de publieksgroep die      de toekomst              85
                                                                     (2013 – 2020) binnen
        zij willen bereiken. Het ledencriterium vervalt als harde    de voorgenomen plan-
                                                                     nen van het kabinet
        vereiste. De band met het publiek kan ook op andere ma-      Rutte II’, ROOS,
        nieren worden aangetoond. (Zie vraag 7 en 8).                Hilversum, april 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>   Het systeem dat de commissie voorstelt, stuurt zowel
   op de externe als interne pluriformiteit. Het systeem moet
   uiteindelijk zo functioneren dat het maatschappelijke
   variëteit accommodeert.
   Beide mogelijkheden om deel uit te maken van het bestel
   vormen met elkaar een dynamisch geheel. Iedereen (jonge
   maker, grote productiemaatschappij, krant, regionale
                                                                                          De beantwoording van de adviesvragen
   omroep, maatschappelijke instelling, etc.) heeft de moge-
   lijkheid ideeën/voorstellen aan de NPO aan te bieden.
   De hoofdredacteuren binnen de NPO nieuwe stijl beslis-
   sen op basis van hun expertise en de strategie van de
   NPO over het aanbod. De NPO is verantwoordelijk voor
   het uitvoeren van de publieke taken en let daarom
   scherp op nieuwe geluiden in de samenleving.
       De NPO organiseert daarom een drie- of vijfjaarlijks
   diepgaand maatschappelijk onderzoek, dat actualiteit,
   maatschappelijke verschuivingen, grondstromen en prog-
   noses in beeld brengt. [13] Dit onderzoek moet telkens
   aanleiding zijn tot een open en breed maatschappelijk
   debat en bezinning over maatschappelijke ontwikkelingen.
   Ook vormt het onderzoek de basis voor innovatie en
   eventuele organisatorische en programmatische bijsturing.
   De NPO zal continu in dialoog gaan met publiek en
   aanbieders, via zijn media in het algemeen en via internet
   in het bijzonder. De NPO moet herkennen waar hiaten
   zitten in het aanbod en hierop inspelen door nieuwe
   opdrachten uit te zetten.
Visitatie
   De NPO en de omroepen worden elke vijf jaar getoetst
   door een visitatiecommissie. Als deze concludeert dat een
   omroep onvoldoende heeft gepresteerd op de afspraken
   in de prestatieovereenkomst, bijvoorbeeld in het bereiken
   van de juiste doelgroepen of het samenwerken binnen de
   publieke omroep, kan de minister besluiten deze omroep
   geen of een verminderd recht te geven op het garantie-
   budget. Indien de NPO in gebreke blijft, zal dat tot
   uitdrukking komen in het niet voldoen aan het prestatie-
   contract. In dit contract staan de consequenties voor
   onderpresteren.
                                                                   13                     86
                                                                De VRT doet soort-
                                                                gelijk onderzoek al
                                                                jaren en dat heeft veel
                                                                informatie en inzichten
                                                                opgeleverd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>     Ledencriterium
        Om onderlinge concurrentie te beperken en binding te
        houden met het publiek, gaan omroepen zich toeleggen op
        bepaalde thema's en/of publieksgroepen en wordt het
        ledencriterium als maatstaf voor toetreding tot het bestel,
        zoals het nu in de mediawet staat, afgeschaft. [14] De leden
        blijven wel degelijk van belang om binding aan te tonen
        en legitimiteit te organiseren. Naast het werven van leden
                                                                                             De beantwoording van de adviesvragen
        komen ook andere mogelijkheden van binding en verant-
        woording. Onder die nieuwe vormen van binding verstaat
        de commissie in ieder geval ook meer samenwerking
        met maatschappelijke organisaties en de mate waarin er
        interactie is met het publiek dat de vereniging zegt te
        vertegenwoordigen.(Zie verder vraag 7)
7.   Hoe kan de Raad van Bestuur van de NPO zorgen
     voor heldere criteria om te komen tot een goede
     en evenwichtige programmering en hoe kan zij vol-
     doende checks en balances inbouwen in het bestel?
     Vooraf pleit de commissie voor een systeem dat uitgaat van
     principle based in plaats van rules based. Het systeem van
     de publieke omroep kent een enorm complex van regels en
     regeltjes en ontbeert duidelijke principes waarop kan worden
     gestuurd. Om een flexibele organisatie te kunnen zijn, zal
     het nodig zijn ook hierin een cultuuromslag te maken.
     Door de verdere openstelling van het bestel, het omvormen
     van de NPO van een bestuurlijke naar een creatieve organi-
     satie en de introductie van hoofdredacteuren, zal de dynamiek
     in de organisatie veranderen. De hoofdredacteuren en de
     makers (van de omroepen, taakorganisaties en externen) zijn
     continu met elkaar in gesprek op basis van de publieke mis-
     sie. De makers kennen hun specifieke publiek (als element/
     onderdeel van de pluriformiteit) beter dan wie ook en kunnen
     op basis daarvan de hoofdredacteuren voeden en met hen
     in discussie gaan over de beste programma's en aanpak. Bij
     vraag 5 is al een aantal governance issues besproken.
     Prestatieafspraken tussen NPO en omroepen op drie niveaus
        Omroepverenigingen leggen zich toe op bepaalde thema's
        en/of publieksgroepen, gaan meer samenwerken en zetten           14                  87
                                                                       Dit vraagt in ieder
        volop in op binding met het publiek. Omroepverenigingen        geval om herziening
                                                                       van de artikelen
        zullen beoordeeld worden op nieuwe criteria.                   2.24 en 2.25 van de
                                                                       Mediawet 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>   Deze criteria bevinden zich op drie niveaus. De commissie
   realiseert zich dat deze criteria nog onvoldragen zijn.
   Het is iets wat de komende jaren met de mensen zelf en
   met specialisten moet worden uitgewerkt:
   Publieksbinding en bereik
     Omroepverenigingen komen alleen voor structurele
     gelden in aanmerking als ze (kwalitatief) kunnen aan-
                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
     tonen verbonden te zijn met doelgroepen in de maat-
     schappij. Hier horen ook afspraken bij over bereik
     (kwantitatief). De hoeveelheid leden die een omroep
     heeft is een van de manieren om publieksbinding
     aan te tonen, maar ook andere vormen van publieks-
     binding kunnen ervoor in de plaats komen.
   Kwaliteit
     Het is van wezenlijk belang dat wat wordt geprodu-
     ceerd door de publieke omroepverenigingen voldoet
     aan publieke kwaliteitseisen en dat taakafspraken (zoals
     bereik) worden nageleefd. Om de publieke waarde
     van programmering te toetsen, kan de door de NPO
     ontwikkelde kwaliteitskaart worden gebruikt die stuurt
     op acht criteria: innovatie, onafhankelijkheid, pluri-
     for-miteit, variatie, voor iedereen, interactie & invloed
     (identiteitsontwikkeling), betrouwbaarheid en kwaliteit.
     Verder kunnen elementen als waardering worden
     meegenomen.
   Samenwerking
     Omroepverenigingen en taakorganisaties moeten
     ook worden beoordeeld op de mate waarin ze op een
     proactieve en constructieve wijze met de NPO, andere
     omroepverenigingen, maatschappelijke en culturele
     organisaties samenwerken.
Er komt een openbaar register van de contracterende partijen
van de omroepverenigingen en van de NPO, zodat trans-
parant is hoe divers en pluriform de totale groep van buiten-
producenten is.
                                                                 88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>8.   Hoe kan de publieke omroep vormgeven aan de notie
     van informele, publieke verantwoording?
     Omroepverenigingen legitimeren hun eigen bestaan, zowel
     formeel als informeel, op basis van hun leden en de missie die
     zij vervullen. De NPO zelf heeft weinig mogelijkheden om
     informele, publieke verantwoording af te leggen.
         Dit wordt echter steeds belangrijker omdat met de toe-
                                                                                                 De beantwoording van de adviesvragen
     name van het media-aanbod de publieke omroep, veel sterker
     dan nu het geval is, de publieke meerwaarde van al zijn
     programma’s voorop moet stellen, expliciet moet maken en
     daarover verantwoording moet afleggen aan het publiek.
     In de internationale publicaties wordt in dit verband gespro-
     ken over full portfolio distinctiveness. [15]
         Media krijgen vrijwel dagelijks allerlei gegevens binnen over
     bereik, over doelgroepen, over ervaringen van het publiek.
     Dit gebeurt zowel via officiële onderzoeksorganisaties als via
     sociale media. Dit is een enorme luxe.
         Er zijn vele (informele) digitale mogelijkheden om pu-
     blieke verantwoording vorm te geven. De Raad van Toezicht
     of het College van Bestuur van de NPO nieuwe stijl zal deze
     mogelijkheden moeten onderzoeken en bepalen.
     Verder zijn er nog andere mechanismen mogelijk voor
     informele, publieke verantwoording. Denk aan:
        – meer openheid en transparantie (bijvoorbeeld
          verantwoording van taken; zie hierboven)
        – publieksparticipatie, raadpleging bij nieuwe concepten,
          betrokkenheid van het publiek bij programmering
        – samenwerking met maatschappelijke en
          culturele organisaties
        – toetsing van de kwaliteit van programma’s
          via publiekspanels [16]
        – publicatie resultaten publiekspanels en
          communicatie hierover.
     Gelet op het belang van informele, publieke verantwoording
                                                                           15
     om draagvlak voor de missie te garanderen, adviseert de             ‘Review of Public
     commissie al deze mogelijkheden te gebruiken en nog verder          Service Television
                                                                         Broadcasting’, Ofcom,
     uit te werken.                                                      2005.
         Een publiek dat in grote mate participeert via digitale plat-                           89
                                                                            16
     forms en sociale media kan op een zeer directe wijze feedback       De NPO werkt al met
                                                                         een publiekspanel dat
     geven en invloed uitoefenen op de wijze waarop publieke             de programma kwali-
     media hun taken en functies uitvoeren.                              teit beoordeeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>9.   Hoe kan de onafhankelijkheid van de publieke omroep
     ten opzichte van de overheid het beste worden gewaar-
     borgd?
     In Nederland is de onafhankelijkheid van de publieke omroep
     ten opzichte van de overheid in principe goed geregeld. De
     NPO heeft vooral een relatie met de onafhankelijke omroep-
     verenigingen, die een maatschappelijke verankering hebben.
                                                                         De beantwoording van de adviesvragen
     Dit zorgt ervoor dat de overheid veel verder op afstand staat
     dan in meer centralistisch ingerichte mediaorganisaties. Ook
     na de voorgestelde aanpassingen in het bestel zal deze afstand
     blijven bestaan en bijdragen aan de gewenste onafhankelijk-
     heid van de publieke omroep.
     Statuut
        De hoofdredacteuren die binnen de mediaorganisatie NPO
        nieuwe stijl worden aangesteld, dienen – om de program-
        matische onafhankelijkheid te waarborgen – op basis van
        een redactiestatuut te werken.
     Budget vastleggen voor erkenningsperiode
       De sturingsafspraken tussen overheid en NPO zijn vol-
       doende algemeen en helder. De erkenningsperiode van vijf
       jaar geeft stabiliteit en continuïteit. De politieke instabili-
       teit van de afgelopen decennia heeft er echter voor gezorgd
       dat het budget soms zelfs meerdere malen tijdens de erken-
       ningsperiode werd gekort, waardoor de inmenging van
       de overheid toeneemt. De commissie adviseert het budget
       vast te leggen voor een gehele erkenningsperiode en daar-
       bij jaarlijks een accres te hanteren.
     Ex-ante toets voor extra diensten
        In de Mediawet is een toets opgenomen voor nieuwe
        diensten van de publieke omroep. De minister beslist uit-
        eindelijk over de toestemming. De onafhankelijke positie
        komt nog beter tot uitdrukking als dit besluit door een on-
        afhankelijk orgaan, bijvoorbeeld het Commissariaat voor
        de Media genomen wordt, na consultatie van de Raad
        voor Cultuur.
                                                                         90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>94</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>           Bijlagen   99
Bijlagen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>                     Bijlagen   Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel   100
Adviesaanvraag
toekomstverkenning
mediabestel
 1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 101</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 102</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 103</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 104</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 105</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag toekomstverkenning mediabestel 106</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>                          Bijlagen   Samenstelling commissie   108
Samenstelling commissie
      2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Inge Brakman
    voorzitter
Pieter Broertjes
Petra ter Doest
Wim van de Donk
Pauline Krikke
Hans Laroes
Inge Ligthart
Paul Rutten
Peter Schrurs
                   Bijlagen
Wim Vanseveren
Mathieu Weggeman
Jaap Visser
   secretaris
Marleen Elshof
   secretaris
                   Samenstelling commissie
                   109
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>                             Bijlagen   Samenstelling focusgroepen toekomstverkenning mediabestel   110
Samenstelling focusgroepen
       3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>De commissie heeft bij haar werkzaamheden gebruik gemaakt
van focusgroepen. Deze hebben de commissie geadviseerd over
de diverse deelvragen en -onderwerpen uit de adviesaanvraag.
   De volgende focusgroepen waren samengesteld:
   Innovatie
      Over hoe innovatie de publieke omroep bij de uitvoering
      van zijn functie en taken kan ondersteunen, in het
      bijzonder als het gaat om de inzet en het gebruik van
                                                                Bijlagen
      nieuwe media.
   Organisatie
      Over de wijze waarop de publieke omroep in de
      toekomst zijn relatie met het publiek kan onderhouden
      en uitbouwen.
   Programma
      Over de manier waarop een brede programmering
      vorm krijgen; en hoe de publieke omroep (inhoudelijk)
      onafhankelijk van de overheid kan blijven.
   Samenwerking omroepen en pers in de regio
      Over de wijze waarop regionale media in de toekomst
      kunnen samenwerken.
                                                                Samenstelling focusgroepen toekomstverkenning mediabestel
                                                                111
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>Innovatie                             Organisatie
    Erik van Heeswijk                     Yvonne Zonderop
    voorzitter                            voorzitter
CEO Cleverlions.com,                  journalist
hoofdredacteur VPRO Digitaal •
                                          Hans Boutellier
    Christiaan
                                                                                              Bijlagen
    Alberdingk Thijm                  bestuurder
                                      Verwey-Jonker Instituut
oprichter, partner
Bureau Brandeis                           Wiebe Draijer
    Malika el Ayadi                   voorzitter
                                      Sociaal-Economische Raad
docent journalistieke vaardigheden
School voor Journalistiek,                Bart Drenth
Hogeschool Utrecht
                                      lid Raad Maatschappelijke
    Bart Brouwers                     Ontwikkeling, partner Bart
                                      Drenth Advies
hoofdredacteur Dichtbij.nl •,
hoofd business development                Sander Dullaart
TMG Landelijke Media
(sinds 1 december 2013)               managing partner Favela
                                                                                              Samenstelling focusgroepen toekomstverkenning mediabestel
                                      Fabric & The Social Shop
    Jelle-Jan Bruinsma
                                          Frank Huysmans
manager content partnerships
YouTube Benelux /                     bijzonder hoogleraar
Google Netherlands                    Bibliotheekwetenschap
                                      Universiteit van Amsterdam
    Bruno Felix
                                          Willemijn Maas
directeur Submarine
                                      algemeen directeur AVRO •
    Manuel Kohnstamm
                                          Josien Pieterse
senior vice president, chief policy
officer Liberty Global                directeur Netwerk Democratie
    Geleyn Meijer                         Annemiek van
                                          der Zanden
decaan faculteit Creatieve
Industrie, Hogeschool                 studieleider documentaires
van Amsterdam                         De Nederlandse Filmacademie
    Marleen Stikker
directeur, medeoprichter                                                                      112
Waag Society                                                            •
                                                                     De hier genoemde
                                                                     functie werd niet
    Taco Zimmerman                                                   tijdens het gehele ad-
                                                                     viestraject vervuld.
oprichter, directeur
Tuvalu Media
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Programma                      Samenwerking omroepen
                               en pers in de regio
    Gerard Dielessen               Allard Berends
    voorzitter                     voorzitter
algemeen directeur NOC * NSF   directeur, hoofdredacteur
                               Omroep Flevoland
    George van Breemen
                                   Piet Bakker
                                                               Bijlagen
hoofd financiën Nederlands
Fonds voor de Film             onderzoeker, lector
                               Hogeschool Utrecht
    Ton F. van Dijk
                                   Erwin Blom
interim manager IKON
                               oprichter Fast Moving Targets
    Bernt Hugenholtz
                                   Michiel Buitelaar
hoogleraar Informatierecht
Universiteit van Amsterdam     COO Digital Sanoma •
    Bert Janssens                  Wim Jansen
hoofdredacteur HUMAN           journalist, schrijver
    Roland Kieft                   Jacques Kuyf
                                                               Samenstelling focusgroepen toekomstverkenning mediabestel
artistiek directeur            CEO FD Mediagroep •
Residentie Orkest
                                   Johan van Uffelen
                               hoofdredacteur BN DeStem
                                                               113
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>                                Bijlagen   Overzicht van geconsulteerden   114
Overzicht van geconsulteerden
        4.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>3FM                          Mediafonds
   Wilbert Mutsaers             Jacob Kohnstamm
                                Hans Maarten van den
AFN Vereniging                  Brink
Facilitaire Sectie
    Bernard Kobes            Nationaal Luisteronderzoek
    Henk Bout                   Nicole Engels
AVRO                         NDP Nieuwsmedia
  Art Rooijakkers              Jacques Kuyf
                                                          Bijlagen
                               Tom Nauta
De Argumentenfabriek
   Frank Kalshoven           Nederlandse vereniging
                             van Journalisten
Boston Consulting Group          Bert de Jong
   Peter Geluk                   Thomas Bruning
   Marije van Mens
                             Nederlands Filmfonds
Centrale Ondernemingsraad       Doreen Boonekamp
Publieke Omroepen               Frank Peijnenburg
   Rob Bruins Slot
   Helma van der Mijl        Nederlandse
                             Publieke Omroep
College van Omroepen            Henk Hagoort
    Lennart van der Meulen      Shula Rijxman
                                Jan Westerhof
Commissariaat                   Anne-Lieke Mol
                                                          Overzicht van geconsulteerden
voor de Media                   Joost Baak
    Madeleine de Cock           Mezen Dannawi
    Buning                      Alexander de Goeij
    Jan Buné
    Eric Eljon               Netwerk Scenarioschrijvers
    Renate de Boer              Jean van de Velde
    Rutger Fortuin              Tamara Bos
DenKK Advocaten              NTR
   Louise Doorman              Paul Römer
                               Frans Jennekens
Documentaireproducenten
Nederland                    NOS
   Suzanne van Voorst          Jan de Jong
   Janneke Doolaard
                             Omroep Brabant
Filmproducenten Nederland      Henk Lemckert
    Marjan van der Haar        Marjo L’Homme
KPN                          Omroep Max
  Jos Huigen                   Jan Slagter
  Jaap Postma                  Fiona Arens
KRO-NCRV                     Onafhankelijke
  Coen Abbenhuis             documentairemakers           115
  Taco Rijssemus                Ester Gould
                                Sarah Sylbing
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>Open State                    Vereniging van
   Arjan el Fassed            Commerciële Radio
                                 Herbert Visser
Organisatie van Lokale
Omroepen in Nederland         Vereniging van Onafhankelijke
   Martijn Vroom              Televisieproducenten
   Toos Bastiaansen               Roel Kooi
                                  Dick van der Graaf
Publieke Omroep
Amsterdam/ Salto              VPRO
                                                              Bijlagen
   Rudolf Buurma                 Chris Kijne
Raad van Toezicht NPO         Why5Research
   Aalt Dijkhuizen              Jan Callebaut
   Nico van Eijk
                              Ziggo
Regionale Omroep Overleg          Arent van der Feltz
en Samenwerking                   Yoram Levi
    Jan Koster
    Gerard Schuiteman
RTL Nederland
  Bert Habets
Sanoma
   Henk Scheenstra
   Norbert Mirani
                                                              Overzicht van geconsulteerden
Ster
       Arian Buurman
       Sabine van Aken
Stichting Kijkonderzoek
    Bas de Vos
Stimuleringsfonds
voor de Pers
    Vincent Kouwenhoven
    Mir Wermuth
Telegraaf Media Groep
    Frank Volmer
UPC
  Yvonne Schers
  William Linders
VARA
  David van der Wilde
Vereniging van
Commerciële Omroepen                                          116
   Marjolein van der Linden
   Arjo Kramer
   Pieter Arnold
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>5.   Legitimering en taakopdracht
     van de publieke mediadienst [17]
                                                                Bijlagen
                                                                Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                           17
                                        Deze analyse is
                                        geschreven door
                                        dr. Saskia Welschen.
                                        Zij is socioloog
                                        en werkzaam als zelf-
                                        standig onderzoeker
                                        en adviseur. Ze heeft   118
                                        ruime beleidservaring
                                        op het gebied van
                                        Europees media-
                                        en omroepbeleid,
                                        januari 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>    Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de taakopdracht van de Nederlandse
Publieke Omroep, zoals omschreven in de Mediawet, geanalyseerd
binnen een normatief kader voor de publieke mediadienst [18] zoals
geformuleerd door Europese multilaterale organisaties (Raad
van Europa, Europees Parlement, Europese Unie).
    Daarnaast is de taakopdracht geplaatst in de context van de
                                                                                               Bijlagen
ontwikkelingen in het medialandschap en in het mediagebruik.
Uit deze analyse komt in de eerste plaats een zekere continuïteit
naar voren in de publieke belangen die de legitimering vormen
voor de publieke mediadienst. Tegelijkertijd is de context waarin
die belangen veilig gesteld moeten worden dusdanig veranderd
dat accentverschuivingen in de taakopdracht voor de hand liggen,
in het bijzonder op het terrein van participatie, innovatie, samen-
werking en publieke meerwaarde.
    Alleen door de taakopdracht toekomstbestendiger te maken
kan de bijdrage van de publieke mediadienst aan deze publieke
belangen worden gewaarborgd.
                                                                                               Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                                                         18
                                                                      Conform de actuele
                                                                      terminologie in
                                                                      Europees verband en
                                                                      de Nederlandse
                                                                      Mediawet wordt in        119
                                                                      deze bijlage gesproken
                                                                      over een ‘publieke
                                                                      mediadienst’ in plaats
                                                                      van over een ‘publieke
                                                                      omroep’.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>1.   Het Europese debat over de
     publieke mediadienst
Publieke mediadiensten zijn een typisch product van West-Europese
democratieën, een traditie die sterk geworteld is in waarden die
met West-Europese democratische samenlevingen geassocieerd
worden. Publieke mediadiensten representeren een maatschappelijk
gemeengoed, dat een sterke bijdrage levert aan de democratie,
                                                                                                  Bijlagen
cultuur en het pluralisme in onze samenleving. [19] Uit een analyse
van de richtinggevende documenten op Europees niveau over de
publiek mediadienst komen twee duidelijke tendensen naar voren.
Aan de ene kant lijkt er een sterke consensus te bestaan over het
belang van de publieke mediadienst in de huidige tijd. De centrale
taakopdracht die een publieke mediadienst heeft in de democrati-
sche samenleving zijn duidelijk omschreven en in het licht van twee
grote transitieprocessen – de overgang naar het duale bestel en de
overgang naar de digitale omgeving – steeds weer herbevestigd.
     De eerste conclusie is dat de primaire bestaansredenen van de
publieke mediadienst ongewijzigd zijn in het veranderende media-
landschap, en misschien zelfs wel urgenter geworden. In het ver-
lengde daarvan wordt in de richtinggevende literatuur opgeroepen
om publieke mediadiensten de ruimte en flexibiliteit te geven om
zichzelf optimaal te kunnen aanpassen aan en te positioneren in het
digitale domein. Dat is ook de reden achter het algemene uitgangs-
punt dat publieke mediadiensten zich op alle platforms moeten
                                                                                                  Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
begeven.
     Aan de andere kant kan worden geconstateerd dat er een steeds
sterkere roep is om een heldere afbakening van de taakopdracht
van de publieke mediadienst, met name vanuit de Europese Com-
missie. De achtergrond hiervan ligt in de spanningen die het duale
bestel met zich meebrengt en de onvrede onder private media-
bedrijven over wat zij beschouwen als ‘oneerlijke concurrentie’.
     Het debat over de taakopdracht van de publieke mediadienst is
een terrein van controverse en conflict, omdat de publieke media-
dienst op de markt steeds in aanraking komt met commerciële par-
tijen, die onder dezelfde economische omstandigheden werken en
de impact voelen van de activiteiten van de publieke mediadienst op
die markt. [20] Onder invloed van deze ontwikkeling worden de
lidstaten van de Europese Unie geacht hun publieke taakopdracht
scherper te formuleren, en is er behoefte aan een afbakening van
taken, in het bijzonder als het gaat om het digitale domein. Die ont-
wikkeling lijkt haaks te staan op de roep om ruimte en flexibiliteit.        19
                                                                           Zoals onderstreept
                                                                           door de Raad van
Daarnaast worden publieke mediadiensten geacht om duidelijk                Ministers van de
en per activiteit aan te geven wat de publieke meerwaarde is van           Europese Unie in
hun activiteiten. De introductie van public value tests in verschillende   het Protocol bij het
Europese landen is daarvan een manifestatie. Hoewel het norma-             Verdrag van
                                                                           Amsterdam, 1997.
tieve kader van de legitimering van de publieke mediadienst dus nog
altijd overeind blijft, is er een verschuiving te zien naar meer             20
pragmatische en publieksgeoriënteerde evaluatie op programma-              ‘Adapting Public       120
of dienstenniveau.                                                         Service to the
                                                                           Multiplatform
                                                                           Scenario’, Hans
                                                                           Bredow Instituut,
                                                                           2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>2.   Het normatieve kader:
     publieke waarden en maatschappelijke
     taakopdracht van de publieke mediadienst
In zijn adviesaanvraag onderstreept de Staatssecretaris de publieke
waarden die uitgangspunt zijn voor het mediabeleid van de over-
heid: onafhankelijkheid, pluriformiteit, kwaliteit en toegankelijkheid
van het aanbod voor iedereen. Deze waarden vormen de basis van
de legitimatie van publieke mediadiensten zoals die in heel Europa
                                                                                                 Bijlagen
gemeengoed zijn. Die waarden zijn ook een cruciaal onderdeel van
de maatschappelijke taakopdracht van de publieke mediadienst.
Het is vanwege deze waarden dat de publieke mediadienst een merit
good genoemd kan worden.
Een nadruk op waarden is ook terug te vinden in het rapport Focus
op Functies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regerings-
beleid (WRR). Daarin stelt de WRR dat in de huidige context de
fundamentele waarden die aan het mediabeleid ten grondslag
liggen weer expliciet als uitgangspunt voor het mediabeleid moeten
worden genomen. [21] Voor de WRR zijn vrijheid en gelijkheid
fundamentele waarden met een brede werking die het mediabeleid
overstijgen, en zijn de waarden die de Staatssecretaris noemt spe-
cifiek met het mediabeleid verbonden. De raad voegt daar de twee
waarden van sociale samenhang en bescherming van de persoon-
lijke levenssfeer aan toe. Elders in dit stuk zal kort worden terug-
gekomen op Focus op Functies.
                                                                                                 Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
Uit de analyse van het internationale normatieve kader voor de
publieke mediadienst blijkt dat de maatschappelijke taakopdracht
van de publieke mediadienst onder te verdelen is in vier deelter-
reinen: het functioneren van de democratische rechtstaat, het vorm-
geven van cultuur en identiteit, het voorzien in educatie en infor-        21
matie en het stimuleren van creatieve innovatie en vernieuwing.          ‘Focus op Functies’,
Die laatste functie is van recentere aard en wordt tegen de achter-      Wetenschappelijke
                                                                         Raad voor het
grond van technologische veranderingen in het medialandschap
                                                                         Regeringsbeleid,
steeds relevanter.                                                       pagina 11, 158, 2005.
    Hieronder wordt uitgebreider op elk van de vier deelterreinen
in gegaan. Het dient te worden benadrukt dat de scheidslijnen              22
tussen de vier deelterreinen niet altijd even scherp getrokken kun-      Zie ook de kritische
                                                                         discussie door TNO
nen en moeten worden. [22]                                               van de functionele
                                                                         benadering in het
Functioneren van de democratische                                        WRR rapport ‘Focus
rechtstaat en sociale cohesie                                            op Functies’, ‘Out of
                                                                         Focus’, TNO, 2005.
   Een van de voornaamste en oudste bestaansredenen van de
   publieke mediadienst is de bijdrage die hij levert aan het               23
   functioneren van de democratische rechtstaat. Alle internatio-        Bevestigd door het
   nale normstellende documenten bevestigen de speciale rol              Comité van Ministers
                                                                         van de Raad van
   van de publieke mediadienst in het bevorderen van de waarden
                                                                         Europa, Resolution
   van democratische samenlevingen, die direct te herleiden is           on The Future of
   tot Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van           Public Service
   de Mens over vrijheid van meningsuiting en informatie. [23]           Broadcasting 1994       121
   De belangrijkste taken op het terrein van de democratische            en Recommendation,
                                                                         3 On the Remit of
   rechtsstaat zijn toegang tot informatie, bijdrage aan menings-        Public Service Media
   vorming, een platform bieden voor publiek debat met een               in the Information
                                                                         Society, 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>    veelheid aan verschillende stemmen en opvattingen en een
    bijdrage leveren aan sociale cohesie. [24]
    Vanuit zijn onafhankelijke positie ten opzichte van staat en           24
    markt biedt de publieke mediadienst universele toegang              Zie ‘Resolutie
                                                                        van het Europees
    tot onafhankelijke, onpartijdige informatie, die voldoet aan hoge
                                                                        Parlement over de
    journalistieke en professionele kwaliteitseisen. Op het terrein     publieke omroep
    van sociale cohesie draait de taakopdracht van de publieke me-      in het digitale tijd-
    diadienst om bereiken en verbinden. In de eerste plaats dient       perk: de toekomst
    hij in het belang van gelijke en universele toegang alle groepen    van het duale system’
                                                                                                  Bijlagen
                                                                        2010 – 2028 (INI),
    en individuen in de samenleving te bereiken. In de tweede           25 november 2010.
    plaats dient hij aanbod te verzorgen dat verbindend werkt.
                                                                          25
    In de context van het uitdijende aanbod in de informatie-           Zie Recommen-
                                                                        dation, (3) On the
    samenleving neemt het belang van de publieke mediadienst als        Remit of Public
    bron van onafhankelijke en betrouwbare informatie eerder toe        Service Media in the
    dan af. [25] Aan de ene kant is er een sterke toename van de hoe-   Information Society,
    veelheid beschikbare informatie, in het bijzonder in de online      Comité van Ministers
                                                                        van de Raad van
    omgeving. Aan de andere kant is de betrouwbaarheid van die
                                                                        Europa, 2007.
    informatie niet altijd gemakkelijk te achterhalen en is redac-
    tionele verantwoordelijkheid een verwaterd begrip. De publieke        26
    mediadienst kan in die context fungeren als een ‘eiland van         Nissen, 2006.
    betrouwbaarheid’. [26] Juist tegen de achtergrond van trends als
                                                                           27
    publieksfragmentatie en de toename van verticaal geïntegreerde      Zie European Parlia-
    mediaconglomeraten is er een toegenomen rol voor de publieke        ment Resolution of
    mediadienst in het behoud van de ‘publieke sfeer’. [27]             25 November 2010
                                                                        on Public Service
                                                                                                  Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                                                        Broadcasting in the
    Ook op het terrein van sociale cohesie is de publieke media-        digital era: the future
    dienst in de digitale context onverminderd relevant. De WRR         of the dual system.
    stelde in zijn rapport Focus op Functies al dat sociale samenhang
    als waarde meer nadruk zou moeten krijgen in het mediabeleid.         28
                                                                        ‘Focus op Functies’,
    Hierbij gaat het om de noodzaak van het onderhouden van een
                                                                        WRR, 2005.
    basale consensus tegen de achtergrond van pluralisme en frag-
    mentatie, en het bieden van een platform waar de verschillende        29
    maatschappelijke stromingen elkaar blijven ontmoeten. [28]          Nissen, 2006.
         In die digitale context zijn de primaire zorgen het voor-
                                                                           30
    komen dat bepaalde groepen uitgesloten worden van de nieuwe         Recommendation
    informatiesamenleving, een tegenwicht bieden op verregaande         2003 (9) of the Com-
    fragmentatie en het borgen van een pluralistisch aanbod. [29]       mittee of Ministers
    De publieke mediadienst moet fungeren als een ‘publiek markt-       to member states on
                                                                        measures to promote
    plein’ van de moderne samenleving. Daarnaast dient de pu-           the democratic and
    blieke mediadienst ertoe bij te dragen dat een zo groot mogelijk    social contribution of
    gedeelte van de bevolking profiteert van de sociale en culturele    digital broadcasting,
    meerwaarden van digitalisering. [30]                                Comité van Ministers
                                                                        van de Raad van
                                                                        Europa.
Vormgever van cultuur en identiteit
   De tweede algemeen geaccepteerde taak van de publieke media-           31
   dienst, die in alle richtinggevende documenten is opgenomen,         ‘Public Service
   ligt op het terrein van cultuur en identiteit. Bescherming           Broadcasting in the
                                                                        Information Society’,
   van culturele diversiteit is een algemeen belang, en de publieke     Christian Nissen,
   mediadienst heeft een concrete taak in het onderhouden,              2006.
   beschermen en uitdragen van de nationale cultuur en het bevor-                                 122
   deren van culturele diversiteit. [31, 32]                               32
                                                                        Convention on the
                                                                        diversity of cultural
                                                                        expressions, Article
                                                                        6, UNESCO.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>    Die rol valt uiteen in verschillende onderdelen: publieke me-
    diadiensten verspreiden cultuur in al zijn diversiteit onder een
    breed publiek, bevorderen culturele participatie, produceren
    zelf kwalitatief hoogwaardig cultureel aanbod en stimuleren de
    culturele sector in brede zin. [33]
    In dit kader is ook van belang dat de publieke mediadienst
    een grote rol speelt in het stimuleren van originele audiovisuele
    producties, een rol die in Europa breed wordt onderkend.
    Doordat de publieke mediadienst zich toelegt op kwalitatief
                                                                                                  Bijlagen
    onderscheidende producties draagt hij bij aan de bevordering
    van een bepaald niveau van kwaliteit in de gehele audiovisuele
    sector. Als producent en coproducent van originele audio-
    visuele producties zorgt de publieke mediadienst ervoor dat er
    permanent een ruimte bestaat voor creatieve en innovatieve
    audiovisuele productie, die afgeschermd is van de druk van de
    markt. In deze ruimte kunnen nationale en lokale producties
    (waaronder Nederlandstalige film, drama, kinderproducties),
    kwetsbare genres en experimentele, innovatieve producties
    ontwikkeld worden, waarmee de continuïteit van deze produc-
    ties wordt gegarandeerd. [34]
    Globalisering, internationalisering en homogenisering van het
    media-aanbod oefenen druk uit op nationale, regionale en               33
    lokale culturele uitingen. De publieke mediadienst is een be-       Conform de invul-
    langrijk instrument om hieraan tegenwicht te bieden. Juist          ling van de culturele
    in een landen met een klein taalgebied en een kleine afzetmarkt     taakopdracht in Raats
                                                                                                  Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                                                        en Pauwels, 2012.
    is dit van prominent belang. [35] Daarbij is het van belang dat
    ook in de digitale omgeving originele content beschikbaar is die       34
    de diversiteit van culturele expressies weerspiegelt. [36]          Het is van belang te
                                                                        benadrukken dat er
                                                                        een concrete verplich-
Educatie
                                                                        ting is vastgelegd in
   Educatie maakt van oudsher onderdeel uit van de taak-                de Richtijn Audio-
   opdracht van de publieke mediadienst, waarmee de publieke            visuele Diensten van
   mediadienst geacht wordt bij te dragen aan de ‘verheffing’ van       de Europese Unie,
   gebruikers en het vergroten van gelijke kansen voor iedereen         en dat ook commer-
                                                                        ciële omroepen een
   door middel van onderwijs. In internationale documenten wordt        Europese wettelijke
   relatief minder nadruk gelegd op educatie, maar in bijvoor-          verplichting hebben
   beeld de beleidsdocumenten van de BBC juist weer wel (zoals          op dit gebied.
   in het BBC Royal Charter, de tweede doelstelling hierin is
                                                                          35
   ‘bevorderen van educatie en leren). [37]                             Nissen, 2006.
        Educatieve, Nederlandstalige content is een kwetsbaar genre
   dat zonder publieke financiering onder druk komt te staan.             36
   Bovendien is in het onderwijs een steeds grotere rol weggelegd       Recommendation
                                                                        2007, (3) On the
   voor audiovisueel materiaal. Om ervoor te zorgen dat edu-
                                                                        remit of public service
   catieve content van hoge kwaliteit beschikbaar is en blijft voor     media in the infor-
   het gebruik in het onderwijs en leerprocessen dient dit onder-       mation society.
   deel uit te blijven maken van de taakopdracht van de publieke
   mediadienst.                                                            37
                                                                        De WRR stelde in
                                                                        2005 dat educatie een
                                                                        vorm van gesystema-
                                                                        tiseerde en geïnstitu-    123
                                                                        tionaliseerde cultuur
                                                                        overdracht was
                                                                        die eigenlijk onder
                                                                        de functie ‘cultuur’
                                                                        diende te vallen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>    Tegelijkertijd is een nadruk op formeel leren en ‘verheffen’
    gedateerd, en zou de nadruk moeten liggen op een moderne
    invulling van educatie, waarbij veel ruimte is voor informeel
    leren. De publieke mediadienst draagt door zijn programmering
    in algemene zin bij tot educatie en de verspreiding van kennis.
    Juist het publieke karakter van de programmering – die zich
    dient te onderscheiden op het gebied van onafhankelijkheid en
    een onderzoekende en kritische aanpak – draagt bij aan proces-
    sen van informeel leren. [38]
                                                                                                  Bijlagen
Innovatie, creatieve industrie en participatie
   Het is duidelijk dat innovatie als kerntaak van de publieke
   mediadienst nog het meest in de kinderschoenen staat. Pas in
   de laatste tien jaar is deze taak duidelijker in beeld gekomen,
   en de uitwerking ervan is een stuk minder concreet dan de drie
   andere onderdelen van de taakopdracht. Wel klinkt in de
   internationale documenten een steeds sterkere oproep aan pu-
   blieke mediadiensten om een pioniersrol te spelen op het ge-
   bied van innovatie en het bevorderen van de creatieve industrie.
   In het verlengde hiervan is er internationale consensus dat de          38
   publieke mediadienst de ruimte moet krijgen om zich te ontwik-       De Nederlandse
   kelen op verschillende platforms, en is een techniek-/platform       Publieke Omroep
   neutrale benadering van het mediabeleid steeds meer de norm.         erkent dat ook in zijn
                                                                        nadruk op kennis en
   Zoals in paragraaf 1 aangegeven is er wel stevige discussie over     cultuur, en de stelling
   de afbakening van publieke media-activiteiten in het digitale        dat de publieke
   domein.                                                              mediadienst ‘moet
        Innovatie als kerntaak voor de publieke mediadienst is om       opvallen door pro-
                                                                                                  Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                                                        gramma’s waar je
   twee redenen van groot belang. In de eerste plaats heeft de          iets van leert’, Henk
   publieke mediadienst op het terrein van creatieve innovatie net      Hagoort, nieuwjaars-
   als op het terrein van kwalitatief hoogwaardige culturele pro-       toespraak, januari
   ducties een pioniersrol en een normstellende invloed. [39]           2013.
        De tweede reden is dat innovatie een directe bijdrage kan
                                                                           39
   leveren aan het vervullen van de functies op de andere ter-          Resolutie van het
   reinen: het functioneren van de rechtstaat, cultuur en educatie.     Europees Parlement
   Nieuwe technologie heeft een grote impact heeft op de dyna-          over de publieke
   miek tussen media-aanbieders en mediagebruikers. Nieuwe              omroep in het digitale
                                                                        tijdperk: de toekomst
   technologie zorgt ervoor dat gebruikers niet langer ‘passieve        van het duale system
   ontvangers’ zijn maar ‘stakeholders, deelnemers en media-            2010 – 2028 (INI),
   producenten’. [40] Hierdoor ontstaat een nieuwe verstanhou-          25 november 2010.
   ding, waarin het niet meer louter gaat om (uit)zenden maar
                                                                          40
   om het vormgeven van een dialoog en het faciliteren van              Raad van Europa,
   participatie van burgers in de totstandkoming, gebruik en her-       Recommendation
   gebruik van publiek media-aanbod. Juist een publieke dienst          2007, (3) On the
   die als bestaansreden heeft dat hij ‘van en voor iedereen’ is [41]   Remit of Public
                                                                        Service Media in the
   moet voorop lopen in het vormgeven van die dialoog met
                                                                        Information Society.
   burgers. Technologische innovatie is een instrument om die
   dialoog te faciliteren, maar het draait uiteindelijk om de             41
   kwaliteit van de dialoog zelf. [42]                                  ‘Concessiebeleids-
                                                                        plan 2010 – 2016’,
                                                                        voorwoord pagina 8,
                                                                        NPO.
                                                                          42                      124
                                                                        Recommendation
                                                                        2007, (3) On the
                                                                        Remit of Public
                                                                        Service Media in the
                                                                        Information Society.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>3.   Taken van de publieke mediadienst
Uitwerking in de Nederlandse Mediawet
   De concretisering van de maatschappelijke functie van de
   publieke mediadienst ligt op het niveau van nationale
   mediawetgeving. [43] In de Nederlandse mediawetgeving is de
   taakopdracht van de publieke mediadienst, ‘de publieke
                                                                                               Bijlagen
   mediaopdracht’ neergelegd in artikel 2.1 van de Mediawet
   van 2008:
     Artikel 2.1
     1.   Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit:
          a.   het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen
               van publieke mediadiensten door het aanbieden van
               media-aanbod op het terrein van informatie, cultuur,
               educatie en verstrooiing, via alle beschikbare aanbod-
               kanalen; en
          b.   het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan
               het media-aanbod bestemd voor landen en gebieden
               buiten Nederland en voor Nederlanders die buiten
               de landsgrenzen verblijven.
                                                                                               Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
     2.   Publieke mediadiensten voldoen aan democratische,
          sociale en culturele behoeften van de Nederlandse
          samenleving door het aanbieden van media-aanbod dat:
          a.   evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief
               hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote
               verscheidenheid naar vorm en inhoud;
          b.   op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving
               geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking
               levende overtuigingen, opvattingen en interesses op
               maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk
               gebied weerspiegelt;
          c.   gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel
               een breed en algemeen publiek, als bevolkings- en
               leeftijdgroepen van verschillende omvang en samen-
               stelling met in het bijzonder aandacht voor kleine
               doelgroepen;
          d.   onafhankelijk is van commerciële invloeden en,
               behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet,
               van overheidsinvloeden;
          e.   voldoet aan hoge journalistieke en professionele
               kwaliteitseisen; en
          f.   voor iedereen toegankelijk is.
                                                                                               125
                                                                           43
                                                                        Conform het Protocol
                                                                        bij het Verdrag
                                                                        van Amsterdam,
                                                                        Europese Unie, 1997.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>    3.   Het programma-aanbod van de algemene programma-
         kanalen van de landelijke, regionale en lokale publieke
         mediadiensten wordt via omroepzenders verspreid naar
         alle huishoudens in het verzorgingsgebied waarvoor de
         programma’s zijn bestemd zonder dat zij voor de ontvangst
         andere kosten moeten betalen dan de kosten van aanschaf
         en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst
         mogelijk maken.
    4.   In het kader van de uitvoering van de publieke mediaop-
                                                                                                Bijlagen
         dracht volgen en stimuleren publieke media-instellingen
         technologische ontwikkelingen en benutten de mogelijk-
         heden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden
         via nieuwe media- en verspreidingstechnieken.
    De taken die in de publieke mediaopdracht zijn neergelegd
    vloeien voort uit de maatschappelijke taakopdracht zoals
    hierboven is omschreven onder Vormgever van cultuur en
    identiteit. Er is bijzonder veel aandacht voor de taken die
    gerelateerd zijn aan de bijdrage van de publieke mediadienst
    aan het functioneren van de democratische rechtstaat,
    waarbij met name de pluriformiteit van het aanbod benadrukt
    wordt. In 2008 is lid 4 toegevoegd aan artikel 2.1. Daarmee
    is in de mediawetgeving ruimte gemaakt voor de uitbreiding
    van de taakopdracht naar nieuwe platforms. [44]
         Nissen benadrukt dat de publieke taken (of obligations)
    directe impact hebben op de aard en de content van diensten
                                                                                                Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
    die de publieke mediadiensten leveren. [45] In de formulering
    van de Mediawettelijke taakopdracht zijn de algemene maat-
    schappelijke taken uit het internationale normatieve kader
    te herkennen. Daarbij valt het op dat de vierde taak – innovatie
    – weinig invulling krijgt.
    Op basis van de maatschappelijke taakopdracht heeft de pu-
    blieke mediadienst enerzijds taken met een kwantitatief
    karakter, voornamelijk op het gebied van bereik. Anderzijds
    heeft de publieke mediadienst taken op kwalitatief gebied. [46]
    Waar het bij bereik primair gaat om de doelgroepen in de
    samenleving die de publieke mediadienst bedient en bereikt,
    gaat het bij kwaliteit om de content, de inhoud van publieke         44
                                                                       Dit blijkt ook uit de
    mediadienst producties en diensten. De huidige context             nieuwe terminologie
    stelt uitdagingen, zowel op het gebied van doelgroepen als         ‘publieke media-
    op het gebied van content, die hieronder zullen worden             dienst’ ter vervanging
    beschreven.                                                        van ‘publieke
                                                                       omroep’.
Bereiken met kwaliteit                                                   45
   De taakopdracht schrijft voor dat het media-aanbod van de           ‘Public Service
   publieke mediadienst ‘gericht is op en een relevant bereik heeft    Broadcasting in the
   onder zowel een breed en algemeen publiek als bevolkings-           Information Society’,
                                                                       Christian Nissen,
   en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling       pagina 24, 2006.
   met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen’.
   Dit raakt direct aan de taak van het bevorderen van sociale           46                     126
   cohesie. Een groot bereik is noodzakelijk als de publieke           ‘Public Service
                                                                       Broadcasting in the
   mediadienst daadwerkelijk zijn bijdrage wil leveren aan het         Information Society’,
                                                                       Christian Nissen,
                                                                       pagina 25, 2006.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>functioneren van de rechtstaat en het stimuleren van
sociale cohesie. Om een referentiepunt te kunnen zijn voor alle
leden van het publiek is een groot bereik essentieel. Alleen
met een substantieel bereik kan de publieke mediadienst daad-
werkelijk impact hebben op het politieke, culturele en sociale
leven van de samenleving.
    In de praktijk betekent dit dat de publieke mediadienst
ernaar moet streven om alle groepen in de samenleving te
bereiken. De huidige context stelt grote uitdagingen op het
gebied van bereik en sociale cohesie. In het digitale media-
                                                                                          Bijlagen
landschap zijn publieksgroepen steeds meer gefragmenteerd en
nemen bijvoorbeeld jonge publieksgroepen in toenemende
mate hun toevlucht zoeken tot online en interactieve media.
Alle publieke mediadiensten in Europa worstelen met hun
bereik onder jongeren en minderheden. [47] Daarnaast leidt
toenemende internationalisering en commercialisering van
de mediasector tot homogenisering van het aanbod en onder-
vertegenwoordiging van programma’s en genres voor
specifieke groepen.
In de huidige taakopdracht is vastgelegd dat de publieke media-
dienst moet streven naar zowel een breed als een smal en
specialistisch bereik. De achterliggende gedachte is dat een
beperking tot programmering die alleen niches, elites of
minderheidsgroepen aanspreekt op termijn leidt tot uitholling
van de legitimering van de publieke mediadienst. Het streven
naar een breed bereik is ook een belangrijk argument voor de
                                                                                          Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
uitbreiding van taken van de publieke mediadienst naar het
digitale domein. Groepen die primair in de online, interactieve
omgeving actief zijn dienen ook op en door middel van die
platforms bereikt te worden.
De simpele stelling dat de publieke mediadienst zijn publiek
zou moeten volgen is echter onvoldoende. Het streven moet
zijn om een groot bereik te realiseren met aanbod van hoge
‘kwaliteit’. Hier raakt de taakopdracht op het terrein van
content – namelijk het voorzien in een evenwichtig, pluriform,
gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig aanbod – aan de taakop-
dracht op het terrein van bereik. Uit de taakopdracht van de
publieke mediadienst zoals eerder verwoord vloeien kwalitatieve
verplichtingen voort waar het programma-aanbod van de
publieke mediadienst aan zou moeten voldoen.
Voor het functioneren van de rechtstaat is programma-aanbod
van belang dat betrouwbaar, onafhankelijk en onpartijdig is en
dat voldoet aan strenge journalistieke en professionele kwali-
teitsnormen. Ook op het gebied van cultuur en educatie gelden       47
expliciete kwaliteitsnormen. Content voor elke publieksgroep,     Bardoel en
of het nu een brede of smalle groep is en ongeacht het platform   d’Haenens, 2008.
of de methode van distributie, moet uitdrukkelijk en zichtbaar       48
voldoen aan die gestelde kwaliteitseisen. [48] Die eisen moeten   De NPO onderkent
ook duidelijker dan nu een instrument zijn om de afbakening       dat door hiervan        127
van publieke media-activiteiten in de online omgeving te expli-   extra speerpunten
                                                                  te maken in zijn
citeren.
                                                                  ‘Concessiebeleidsplan
                                                                  2010 – 2016, Onze
                                                                  ambities’, pagina 10.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>    Naast bereik is ‘verbinden’ essentieel. De publieke mediadienst
    moet de ruimte creëren voor ontmoeting tussen groepen
    door middel van aanbod dat verbindt. De diversiteit van de
    samenleving moet in het aanbod gereflecteerd worden, op
    een manier die bijdraagt aan de afname van maatschappelijke
    polarisatie. In de context van fragmentatie, de toenemende
    afstand tussen hoger- en lager opgeleiden en een toenemende
    digitale kloof kan de publieke mediadienst een rol van brug-
    genbouwer spelen.
                                                                                                  Bijlagen
    In de digitale context is het bieden van universele toegang
    bovendien niet langer voldoende om breed bereik te faciliteren.
    Universele toegang in het huidige tijdperk heeft te maken
    met de aanwezigheid van publieke mediacontent op alle relevan-
    te media en platforms, waarbij zowel toegang tot informatie
    voor brede publieksgroepen als meer specialistische informatie
    voor kleinere doelgroepen gegarandeerd moet worden.
    Tegelijkertijd is alleen beschikbaar zijn onvoldoende, en komt
    er meer nadruk op de verplichting voor de publieke media-
    dienst dat publiek programmering ook daadwerkelijk wordt
    gebruikt.
         Toegang bieden betekent dus meer dan het beschikbaar
    stellen van informatie. Het betekent ook het bijdragen aan de
    vindbaarheid en het actieve gebruik van informatie.
Brede taakopdracht
   De Mediawettelijke taakopdracht stelt dat het publieke
                                                                                                  Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
   media-aanbod de genrecategorieën informatie, cultuur, edu-
   catie en verstrooiing dient te omvatten. Hierin is de ’brede
   taakopdracht’ belegd die de Staatssecretaris in zijn adviesaan-
   vraag benadrukt.
        In zijn rapport van 2005 stelde de WRR dat de publieke
   mediadienst een primaire rol te vervullen heeft met betrekking
   tot de genrecategorieën hoogwaardige nieuws- en informatie-
   voorziening, opinie- en debat, kunst- en cultuurprogrammering
   en educatie en specialistische informatie, omdat deze genre-
   categorieën het meest direct te relateren zouden zijn aan de
   maatschappelijke functies van de publieke mediadienst. [49]
   De NPO heeft aangekondigd in 2014 prioriteit te geven aan
   een viertal programmacategorieën in zijn programmering:
   journalistiek, Nederlandstalig drama en documentaire, kinder-              49
   programma’s, kennis en cultuur en evenementen.                          Conform de genres
                                                                           die de WRR centraal
    De directe link tussen de bovengenoemde programma-                     stelt in het rapport
                                                                           ‘Focus of Functies’.
    categorieën en de normatieve taakopdracht van de publieke
    mediadienst is evident. De benoemde programmacategorieën                  50
    liggen in de kern van het bestaansrecht van de publieke                Zie WRR, pagina 158
    mediadienst, en zijn zonder publieke financiering onvoldoende          e.v., 2005.
    gewaarborgd. [50]
                                                                              51
         Tegelijkertijd stellen verschillende experts dat een té directe   ‘Out of Focus’, TNO,
    koppeling tussen taken en genres onwenselijk is. [51] Wanneer          2005, Bardoel en
    taken te sterk worden gereduceerd tot genres wordt de discus-          d ‘Haenens, 2008.      128
    sie beheerst door de vraag binnen welke genrecategorie een
                                                                             52
    programma valt.                                                        Zie WRR, pagina 65
                                                                           en d’ Haenens, 2008,
                                                                           pagina 347.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 107 ======================================================================

<pre>Daarnaast is het van belang te onderkennen dat in de huidige
tijd steeds meer sprake is van hybridisering van genres, waarbij
de grenzen tussen categorieën – zoals informatie en entertain-
ment, of fictie en non-fictie – vervagen. [52]
De centrale vraag zou dan ook niet moeten zijn of een be-
paald genre a priori binnen het publieke aanbod thuishoort.
In plaats daarvan is de centrale vraag of een specifieke dienst
of programma voldoet aan de kwaliteitseisen die aan het
gehele media-aanbod van de publieke mediadienst gesteld
                                                                                          Bijlagen
worden. De publieke mediadienst dient de publieke meer-
waarde van al zijn programma’s voorop te stellen, expliciet
maken en daarover naar haar publiek verantwoording
af te leggen. In de internationale literatuur wordt in dit ver-
band gesproken over full portfolio distinctiveness. [53] Ook
amusement kan daarin een rol behouden, als het maar uitdruk-
kelijk verbonden wordt aan het realiseren van de algemene
maatschappelijke taakopdracht van de publieke mediadienst.
In 2005 adviseerde de WRR dat bij het beoordelen van de
taken van de publieke mediadienst sterker gekeken moet
worden naar de fundamentele publieke belangen die op het
spel staan. In de functiegerichte benadering die de WRR
vervolgens uitwerkte wordt op basis van publieke belangen
beoordeeld welke functies – en in concrete zin welke genre-
categorieën – onderdeel dienen te zijn van de opdracht van
een publieke mediavoorziening. [54]
                                                                                          Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
    Internationaal is er echter een tendens waarneembaar die
niet specifieke genres, maar waarden voorop stelt in het
beoordelen van het publieke karakter van content. De Britse
toezichthouder OFCOM stelde in 2005 dat het in de
context van de snelle transformatie onmogelijk is om vooraf
te definiëren welke soort content, welke programma’s en
welke diensten de publieke mediadienst moet leveren. In plaats
daarvan is het belangrijker om per programma de publieke
meerwaarde te beoordelen. [55] Daarvoor zijn – in navolging op
Brits voorbeeld – in verschillende landen inmiddels zoge-
naamde Public Value Tests ingevoerd. Deze tests passen in een
trend om sterker te verantwoorden aan zowel het publiek als
marktpartijen hoe de activiteiten van de publieke mediadienst
bijdragen aan de uitvoering van de publieke taakopdracht.
                                                                     53
                                                                   Jakubowicz, 2007.
                                                                     54
                                                                   ‘Focus op Functies’,
                                                                   WRR, 2005.
                                                                                          129
                                                                      55
                                                                   Ofcom Review of
                                                                   Public Service Tele-
                                                                   vision Broadcasting
                                                                   2005.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 107 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 108 ======================================================================

<pre>4.   Aanvullingen op gebied van innovatie
     en participatie/ burgerschap
Op de terreinen innovatie, creatieve industrie en participatie/bur-
gerschap is de huidige taakopdracht beperkt. In de onderstaande
paragrafen wordt besproken hoe de publieke taakopdracht er op
deze terreinen uit zou moeten zien.
                                                                                              Bijlagen
Een visie op technologische innovatie waarin
de burger centraal staat
    De kansen en verplichtingen die ontstaan onder invloed van
    technologische ontwikkelingen worden in de huidige formule-
    ring van de publieke mediaopdracht onvoldoende onderkend.
    Uit de toevoeging over technologische ontwikkelingen in MW
    art. 2.1, lid 4 blijkt een erkenning van het belang van nieuwe
    verspreidingsmogelijkheden, maar het accent ligt op de techno-
    logische kant daarvan. In de Mediawet wordt geen invulling
    gegeven aan een meer publieksgerichte kant van technologische
    ontwikkelingen.
     Het tienjaarlijkse Concessiebeleidsplan van de NPO geeft een
     duidelijke indruk van de wijze waarop de NPO invulling wil
     geven aan haar missie. [56] De NPO heeft in haar Concessie-
     beleidsplan veel aandacht besteed aan het digitale domein en
     werkt met een meer toekomstbestendige terminologie. Tegelij-
                                                                                              Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
     kertijd merken critici op dat ook in het Concessiebeleidsplan
     de benadering van nieuwe diensten sterkt techniek gedreven is,
     en er onvoldoende aandacht is voor de daadwerkelijke vraag
     en behoefte van gebruikers. [57]
Kweekvijverfunctie
  Uit de internationale richtinggevende documenten komt
  steeds duidelijker naar voren dat de publieke mediadienst een
  pioniersrol heeft op het terrein van innovatie. Die nieuwe
  prioriteit zou in de formulering van de publieke mediaopdracht
  duidelijker weerspiegeld mogen worden. De Mediawet is
  niet de enige plek waarin richting gegeven wordt aan de taken
  van de publieke mediadienst. Naast de Mediawet bestaan er
  de vijfjaarlijkse prestatieafspraken, maar ook in dit document
  is geen speciale aandacht voor bovengenoemde punten.
     De taken die de publieke mediadienst zou moeten hebben
     ter bevordering van innovatie en creativiteit zijn nog niet
     zo uitvoerig in internationale richtinggevende documenten
     beschreven als de meer traditionele taken van de publieke
     mediadienst. Toch komt er een redelijk consistent beeld naar
     voren van de invulling van deze opdracht.
                                                                        56
                                                                      ‘Concessiebeleidsplan   130
                                                                      2010 – 2016’, NPO.
                                                                        57
                                                                      Bardoel en
                                                                      d’Haenens, 2008.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 108 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 109 ======================================================================

<pre>    De publieke mediadienst kan een centrale rol spelen bij de
    bevordering van een bloeiende ruimte voor zogenaamde digital
    commons. [58] De publieke mediadienst kan daarin optreden
    als leidende marktspeler, die zichzelf de taak aanmeet om te
    innoveren en normen te stellen voor de markt als het gaat
    om innovatie.
    Juist op het gebied van vernieuwing van zowel de creatieve
    als de maatschappelijke en publieke sector heeft de publieke
    mediadienst een unieke uitgangspositie. Door opdrachten
                                                                                                Bijlagen
    uit te zetten speelt hij een centrale rol in capaciteitsopbouw
    van de onafhankelijke creatieve industrie. Aan de ene kant
    vormt hij een kweekvijverruimte voor experimenten met nieuwe
    technologie, die afgeschermd van marktdruk ontwikkeld kun-
    nen worden. Tegelijk is de publieke mediadienst in staat hierbij
    een verbinding te leggen naar een groot publiek. Ook hierbij
    geldt dat distinctiveness – het onderscheidende en publieke karak-
    ter van nieuwe diensten en innovatie – centraal moet staan.
Partnerschappen
   De publieke mediadienst dient zijn rol als motor van innovatie
   en creatieve audiovisuele productie zowel binnen als buiten
   de eigen organisatie vorm te geven. Ook hier is de optimale po-
   sitie van de publieke mediadienst er een als centrale schakel
   in een netwerk van creatieve samenwerking en innovatie. De
   publieke mediadienst moet onafhankelijke, creatieve en in-
   novatieve makers herkennen, ondersteunen en versterken door
                                                                                                Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
   samenwerking op het gebied van productie en distributie.
   Daarmee draagt de publieke mediadienst bij aan de vitaliteit
   van de lokale audiovisuele sector en de creatieve industrie.
   Hij kan samenwerking tussen verschillende creatieve profes-
   sionals, bedrijven en maatschappelijke instellingen initiëren
   en faciliteren. Partnerschappen in de creatieve industrie zijn
   onontbeerlijk voor innovatie. [59]
                                                                          58
                                                                         Cunningham, 2012.
                                                                           59
                                                                         De mate waarin
                                                                         auteursrechtelijke     131
                                                                         bepalingen netwerken
                                                                         van creatieve samen-
                                                                         werking bemoeilijken
                                                                         zou nader onderzocht
                                                                         moeten worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 109 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 110 ======================================================================

<pre>Accentverschuivingen taken democratie, cultuur en educatie
   Hierboven werd gesteld dat de drie meer gevestigde onder-
   delen van de taakopdracht van de publieke mediadienst –
   bijdragen aan het functioneren van de rechtstaat, vormgeven
   van cultuur en identiteit en het voorzien in educatie- nog
   altijd relevant zijn. Tegelijkertijd is de vertaling daarvan naar
   concrete taken in een ander licht komen te staan door de
   verdergaande digitalisering.
        Hierop kan worden ingespeeld door de nadruk op innovatie
   en participatie door te trekken naar de andere taakgebieden
                                                                                               Bijlagen
   van de publieke mediadienst, en daarmee een geïntegreerde
   plaats te geven in de algehele taakopdracht van de publieke
   mediadienst. Daarmee zijn innovatie en participatie niet langer
   aparte activiteiten die naast de ‘kerntaak’ worden uitgevoerd,
   maar worden zij onderdeel van het palet aan eigenschappen dat
   alle publieke content gaat kenmerken. Met andere woorden:
   innovatie en participatie worden onderdeel van datgene wat
   publiek media-aanbod onderscheidend maakt, waarin de
   publieke meerwaarde zich manifesteert.
    Een sterkere nadruk op innovatie en participatie kan de uit-
    voer van de meer ‘gevestigde’ functies versterken, zoals in de
    volgende paragrafen wordt beschreven.
Functioneren rechtsstaat
   De publieke mediadienst heeft in de online omgeving een
   belangrijke taak als gids, als gatekeeper die gebruikers naar
                                                                                               Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
   betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige content begeleidt. [60]
   Daarbij gaat het niet alleen om het doorverwijzen van het
   publiek of gebruikers naar de eigen publieke content. De
   publieke mediadienst moet een centrale plek innemen in
   een netwerk van non-profit partnerorganisaties en stakeholders,
   en van daaruit doorverwijzen naar publieke, onafhankelijke
   en onderscheidende content van al deze partijen. De publieke
   mediadienst dient actief de samenwerking op te zoeken met
   andere partijen, waaronder maatschappelijke organisaties en
   culturele instellingen, die in de online omgeving publieke,
   onafhankelijke content produceren. Ook moet de publieke
   mediadienst de productie en verspreiding van user generated
   content aanmoedigen en faciliteren. Leurdijk (2006) stelt
   terecht dat publieke mediadiensten hun aarzelingen op dit
   gebied dienen te overwinnen en een solide strategie moeten
   ontwikkelen om user generated content te redigeren, mode-
   reren en verspreiden. [61]
                                                                          60
                                                                       Die taak wordt door
                                                                       de publieke media-
                                                                       dienst in het Conces-
                                                                       siebeleidsplan ook
                                                                       duidelijk onderkend,
                                                                       en krijgt hierin op     132
                                                                       verschillende manie-
                                                                       ren invulling.
                                                                         61
                                                                       Leurdijk, 2006.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 110 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 111 ======================================================================

<pre>Dankzij technologische veranderingen zijn de mogelijkheden
en verantwoordelijkheden van de publieke mediadienst in
het faciliteren van het publieke debat vergroot. De publieke
mediadienst kan een centrale rol vervullen in het faciliteren van
debat en dialoog tussen individuele burgers, tussen groepen
burgers en tussen burgers en instellingen. In de lineaire omge-
ving bieden nieuwe mogelijkheden tot interactiviteit de kans
om de betrokkenheid van het publiek bij programmering te ver-
groten. In de non-lineaire omgeving kan de publieke media-
dienst een prominente rol spelen door een betrouwbare en open
                                                                                       Bijlagen
ruimte te creëren voor debat, dit debat te modereren en van
achtergrondinformatie te voorzien. Het is essentieel dat de pu-
blieke mediadienst daarin een rol inneemt als netwerkorga-
nisatie, en intensieve samenwerking opzoekt met relevante
partners. Het creëren van een betrouwbare ruimte in de
online omgeving voor vrije meningsuiting draagt daartoe bij.
Daarbij is gelijkwaardigheid en toegankelijkheid essentieel.
Onderzoek toont aan dat de vaardigheden om in het digitale
domein te participeren niet gelijk verdeeld zijn in de samenle-
ving. [62] De publieke mediadienst heeft een speciale verantwoor-
delijkheid voor het wegnemen van obstakels die de digitale
participatie van personen en groepen verhinderen. Zij moet
ertoe bijdragen dat de positieve effecten van digitalisering
een zo groot mogelijk bereik hebben.
     In de eerste plaats moet publiek media-aanbod in het
tijdperk van digitalisering voor iedereen toegankelijk blijven.
                                                                                       Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
Daarnaast moet er gericht aanbod zijn voor groepen die
speciale behoeften hebben in het digitale domein, zoals men-
sen met een handicap, kinderen en ouderen.
                                                                                       133
                                                                      62
                                                                    Zie bijvoorbeeld
                                                                    Van Dijk, 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 111 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 112 ======================================================================

<pre>Cultuur
   Technologische ontwikkelingen bieden ook in dit domein
   kansen om participatie op een nieuwe manier invulling te
   geven. Centraal daarbij staat de gebruiker in de rol van (co)
   producent, op basis van uitgangspunten als open access en
   creative commons. Daarmee wordt onderkend dat cultuur niet
   alleen een top-down voorziening is, maar gemeengoed dat
   permanent geproduceerd en gereproduceerd wordt door de
   samenleving. Programma’s van de publieke mediadienst
   worden daarmee een startpunt voor allerlei vormen van acti-
                                                                                               Bijlagen
   viteit, hergebruik en betrokkenheid [63]. Op die manier kan
   de publieke mediadienst zijn culturele taakopdracht optimaal
   vervullen. Het is van belang om nader te verkennen wat de
   mogelijkheden zijn om het rijke audiovisuele erfgoed van de
   publieke mediadienst beschikbaar te stellen voor vormen van
   user generated creatieve content. Hierbij moet vooral onder-
   zocht worden in hoeverre de huidige auteursrechtelijke regi-
   mes deze ontwikkelingen in de weg staan.
Educatie en informatie
   In de huidige context zijn twee accentverschuivingen nodig
   in de manier waarop de taakopdracht van de publieke media-
   dienst op het terrein van educatie wordt vormgegeven. De
   eerste verschuiving heeft te maken met de hedendaagse kennis-
   maatschappij. In die kennismaatschappij wordt van burgers
   verwacht dat zij hun eigen kennis permanent opfrissen en
   levenslang blijven leren. De publieke mediadienst kan en moet
                                                                                               Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
   dit proces van levenslang leren ondersteunen. Die taak-
   opdracht beperkt zich niet tot specifieke educatieve content,
   maar strekt zich uit over de algemene programmering.
   Juist het proces van informeel leren door algemene publieke
   programmering is hierbij van belang.
        In aanvulling hierop is de tweede verschuiving dat ook
   op dit terrein optimaal gebruik gemaakt dient te worden van
   de mogelijkheden van digitale communicatietechnologie.
   De publieke mediadienst dient gebruikers te ondersteunen in
   hun behoefte aan kennis, maar die behoefte varieert van ge-
   bruiker tot gebruiker. Door nieuwe technologie is het mogelijk
   om op deze verschillende behoeften in te gaan door middel
   van diensten als on-demand, e-learning en narrow-casting. Zo
   ontstaat ook in het domein educatie de mogelijkheid om een
   enkel programma voor uiteenlopende doeleinden te gebruiken
   en te laten gebruiken.
        Ook op het terrein van formele educatieve content dient de
   publieke mediadienst gebruik te maken van de kansen die in-
   teractieve technologie biedt om het proces van leren en kennis
   vergaren te optimaliseren. Lineaire educatieve programmering
   blijft bij het gebruik in het onderwijs een belangrijke rol spelen,
   maar kan worden aangevuld met online archief materiaal en
   interactieve applicaties.
                                                                                               134
                                                                           63
                                                                         Murdock 2005; Raats
                                                                         en Pauwels, 2010.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 112 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 113 ======================================================================

<pre>5.   Conclusie
In dit document zijn op basis van een analyse van het internationale
normatieve kader de bouwstenen geformuleerd voor een visie op
een toekomstbestendige taakopdracht van de publieke mediadienst.
     Hieruit spreekt in de eerste plaats het belang van een duidelij-
kere borging en verantwoording van de publieke meerwaarde van
                                                                         Bijlagen
media-aanbod van de publieke mediadienst. Die publieke meer-
waarde moet worden gemeten langs een aantal scherp geformuleer-
de kwaliteitscriteria. Onder die kwaliteitscriteria zijn de gevestigde
waarden van onafhankelijkheid, pluriformiteit, betrouwbaarheid en
culturele diversiteit. Daarnaast dienen in de huidige tijd de criteria
innovatief karakter en participatie een plek te krijgen in de beoorde-
ling van de publieke meerwaarde van media-aanbod.
De sterkere nadruk op publieke meerwaarde is van toepassing
op alle activiteiten van de publieke mediadienst. Het zwaartepunt
in de beoordeling van de prestaties van de publieke mediadienst
moet verschuiven van de programmamix en de onderverdeling in
enres naar de publieke meerwaarde across the board en van indivi-
duele programma’s of diensten. Programma’s en diensten die deze
meer expliciete kwaliteitstoets niet doorstaan verdienen geen plek
in het aanbod van de publieke mediadienst. Vervolgonderzoek zou
moeten nagaan hoe de beoordeling van de publieke meerwaarde
                                                                         Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
van publieke media-activiteiten vorm kan krijgen, en de verantwoor-
ding over de eigen activiteiten naar burgers en de bredere samenle-
ving op nieuwe manieren ingevuld kan worden.
De publieke mediadienst dient manieren te ontwikkelen om de
dialoog met burgers vorm te geven. In dit hoofdstuk is aangegeven
op welke wijze een nadruk op innovatie en participatie de uitvoe-
ring van de taakopdracht op het terrein van het functioneren van
de rechtstaat, het vormgeven van cultuur en identiteit en het voor-
zien in educatie kan versterken. Van belang daarbij is een inzet op
innovatie die vraaggestuurd is, en gericht is op de versterking van
de participatie van de burger in de publieke sfeer waarin de publie-
ke mediadienst zo’n belangrijke speler is. Innovatie en participatie
verdienen een centralere plaats in de wettelijke taakopdracht van de
publieke mediadienst.
Op het terrein van bereik dient de publieke mediadienst ernaar te
blijven streven alle groepen in de samenleving te bereiken, en daar-
bij primair in te zetten op verbinden. Bij elk programma of dienst
kan daarbij de vraag gesteld worden: kan er naast louter bereik ook
een mate van verbinding tussen verschillende groepen, dialoog of
participatie gerealiseerd worden?
                                                                         135
</pre>

====================================================================== Einde pagina 113 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 114 ======================================================================

<pre>In al zijn activiteiten moet de publieke mediadienst zijn positie
middenin de samenleving opzoeken en verder versterken. Daarvoor
is het van essentieel belang dat de publieke mediadienst zichzelf
herpositioneert als netwerkorganisatie, en partnerschappen aangaat
met andere partijen op verschillende niveaus in de samenleving:
private partijen, non-profit partijen, culturele instellingen en niet te
vergeten, individuele burgers.
                                                                           Bijlagen
                                                                           Legitimering en taakopdracht van de publieke mediadienst
                                                                           136
</pre>

====================================================================== Einde pagina 114 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 115 ======================================================================

<pre>             Bijlagen   Literatuur   138
Literatuur
   6.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 115 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 116 ======================================================================

<pre>J. Bardoel en L. d’Haenens          R.S. Candel                          J. van Dijk,
Public Service Broadcasting in      Adapting Public Service to           The Evolution of the Digital
Converging Media Modalities         the Multiplatform Scenario:          Divide: The Digital Divide turns
Practices and Reflections from      Challenges, Opportunities            to inequality of skills and usage
the Netherlands                     and Risks                            Digital Enlightment Yearbook,
Convergence: The International      Hamburg: Hans-Bredow-Institut,       2012
Journal of Research into New        2012
Media Technologies                                                       European Broadcasting Union
14.3: 351 – 360, 2008               M. de Cock Buning, F.W.              Empowering Society: a
                                    Grosheide en F. den Hollander        declaration on the Core Values
                                                                                                             Bijlagen
J. Bardoel en L. d’Haenens          Quick-scan crossmediale              of Public Service Media
Reinventing public service          samenwerking                         2013
broadcasting in Europe:             Centrum voor Intellectueel Eigen-
prospects, promises and             domsrecht (CIER), Molengraaff        European Broadcasting Union
problems                            Instituut voor privaatrecht en       Vision 2020, Connecting
Media, culture, and society,        Universiteit Utrecht, 2006           to a networked society
nr. 30.3, 2008                                                           2013
                                    Commissariaat voor de Media
BBC                                 Mediamonitor 2012 – 2013             European Institute for
Royal Charter for the continu-      Hilversum: Commissariaat voor        Brand Management
ance of the British Broadcasting    de Media, 2013                       EURIB – top 100
Corporation                                                              onmisbare merken
London: Department for Culture,     Council of Europe                    2013
Media And Sport, 2006               Resolution No. 1 on the Future
                                    of Public Service Broadcasting       Europees Parlement
N. de Boer, A. van Diepen           Prague: 7 – 8 december 1994          Resolutie van het Europees
en L. Meijs                                                              Parlement over de publieke
                                                                                                             Literatuur
Swingen met lokale kracht.          Council of Europe                    omroep in het digitale tijdperk:
Overheden en de netwerksa-          Recommendation on measures           de toekomst van het duale
menleving                           to promote the democratic            system
Den Haag: Raad voor Maat-           and social contribution of digital   2010 – 2028 (INI)
schappelijke Ontwikkeling, 2013     broadcasting
                                    Brussel: recommendation              F. Huysmans
Boston Consulting Group             Rec(2003)9 of the Committee          Media, informatie en commu-
Efficiëntieonderzoek Landelijke     of Ministers to member states,       nicatie: trends en beleid
Publieke Omroep                     2003                                 Den Haag: januari 2014
Amsterdam: in opdracht van het
Ministerie van Onderwijs, Cultuur   Council of Europe                    ING.nl
en Wetenschap, 2011                 Recommendation on the remit          In het nieuws: Nederlandse
                                    of public service media in the       tv-formats veroveren de wereld
Boston Consulting Group             information society                  23 september 2013,
Onderzoek naar mogelijkheden        Brussel: recommendation CM/ Rec      www.ing.nl
voor verhogen inkomsten van         (2007) 3 of the Committee of
de Landelijke Publieke Omroep       Ministers to member states, 2007     K. Jakubowicz
Amsterdam: in opdracht van het      S. Cunningham                        Public Service Broadcasting:
Ministerie van Onderwijs, Cultuur   The New Normativity:                 a new beginning, or the begin-
en Wetenschap, 2013                 The innovation imperative            ning of the end?
                                    Australia: Paper presented at        Think-thank Knowledge Politics,
I. Brakman                          the RIPE conference in Sydney,       2007
Regionale media centra              september 2012
Wormer: juni 2011                                                        Q. Kik en L. Landman
                                    S. Cushion                           Nieuwsvoorziening in de regio       139
                                    The democratic value of news:        Uit de reeks studies voor het
                                    why public service media matter      Stimuleringsfonds voor de Pers,
                                    London: Cardiff University, 2012     S39, 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 116 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 117 ======================================================================

<pre>A. Leurdijk                       Nederlandse Publieke Omroep
Public Service Broadcasting       This is Media, Jongeren en
dilemma’s and regulation in a     de Publieke Omroep
converging media landscape.       november 2013
RIPE conference in Amsterdam,
The Netherlands. vol. 16, 2006    Nederlandse Publieke Omroep
                                  Nederlandse Publieke Omroep
Mediawet 2008                     kiest voor vijf prioriteiten
                                  Nieuwjaarstoespraak Henk
Ministerie van OCW                Hagoort, voorzitter Raad van
                                                                       Bijlagen
Publiek-private samen-            Bestuur NPO, januari 2013
werking op mediagebied
www.roosrtv.nl                    C. Nissen
                                  Public service media in the
R. Mirande                        information society
Online radiostream VARA-          Report prepared for the Council of
BNN ten strengste verboden        Europe’s Group of Specialists on
Adformatie, 13 januari 2014       Public Service Broadcasting in the
www.adformatie.nl                 Information Society
                                  (MC-S-PSB), 2006
G. Murdock                        OFCOM
Building the digital commons.     Review of Public Service
Public broadcasting in the Age    Television Broadcasting, Phase
of the Internet                   3: Competition for Quality
Göteborg: Nordicom, Cultural      2005
Dilemmas in Public Service
Broadcasting, 2005                Omroepverenigingen en
                                                                       Literatuur
                                  taakomroepen
Nederlandse Publieke Omroep       Publiek media-akkoord
Advies NPO over borging           2016 – 2020
ontwikkeling en productie hoog-   Hilversum: 31 januari 2014
waardig Drama, Documentaire
en Talentontwikkeling             Protocol betreffende het
Met kenmerk S&B uit 11152,        publieke omroep-stelsel in de
20 november 2013                  lidstaten, bij het Verdrag van
                                  Amsterdam houdende wijziging
Nederlandse Publieke Omroep       van het verdrag betreffende
Concessiebeleidsplan              de Europese Unie, de Verdragen
2010 – 2016                       tot oprichting van de Europese
maart 2010                        Gemeenschappen
                                  Publicatieblad nr. C 340,
Nederlandse Publieke Omroep       10 november 1997
Gedragscode Goed Bestuur
en Integriteit Publieke Omroep    T. Raats en C. Pauwels
2012                              The Cultural Remit
                                  Renaissance? Conceptualizing
Nederlandse Publieke Omroep       and assessing Public Service
NPO Leefstijlgroepen,             Broadcasting as a hub in
handleiding                       a networked media ecology
november 2010                     Paper presented at the RIPE
                                  Conference, London: 2010
Nederlandse Publieke Omroep                                            140
Meerjarenbegroting NPO
2014 – 2018
najaar 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 117 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 118 ======================================================================

<pre>Richtlijn 2010/13/EU van het       Stichting Kijkonderzoek
Europees Parlement en de Raad      Voorkeur, waardering en
betreffende de coördinatie van     imago Nederland 1, 2 en 3
bepaalde wettelijke en bestuurs-   2013
rechtelijke bepalingen in de
lidstaten inzake het aanbieden     Stichting Kijkonderzoek
van audiovisuele mediadiensten     SKO jaarrapport 2013
Richtlijn audiovisuele media-      2014
diensten, maart 2010
                                   W. Takken
                                                                    Bijlagen
rijksoverheid.nl                   Kijkt u naar programma
Media en publieke omroep,          of zender?
Hervormingen publieke omroep       NRC Handelsblad,
Geraadpleegd op 5 februari 2014    31 januari 2014
www.rijksoverheid.nl
                                   D. Tapscott
ROOS                               Growing Up Digital: The Rise
Toekomstvenster op de publieke     of the Net Generation
regionale omroep. Visie op in-     Columbus: McGraw-Hill, 1996
vulling van taak en werking van
Nederlandse publieke regionale     Tijdelijke Commissie
omroepen in de toekomst            Innovatie en Toekomst Pers
(2013 – 2020) binnen de            De Volgende Editie
voorgenomen plannen van het        Den Haag: juni 2009
kabinet Rutte II
Hilversum: april 2013              UNESCO
                                   Convention on the Protection
                                                                    Literatuur
P. Rutten, A. Leurdijk en V.       and Promotion of the Diversity
Frissen                            of Cultural Expressions
Out of focus: een analyse van      2005
het WRR rapport over de toe-
komst van de media                 Wetenschappelijke Raad
Delft: TNO, 2005                   voor het Regeringsbeleid
                                   Focus op functies: Uitdagingen
M. Schudson                        voor een toekomstbestendig
The ‘Public Sphere’ and its        mediabeleid
Problems: Bringing the State       Amsterdam: Amsterdam
(Back)                             University Press, 2005
In Notre Dame Journal of Law,
Ethics & Public Policy 8, 1994
Sociaal Cultureel Planbureau
Met het oog op de tijd
Een blik op de tijdsbesteding
van Nederlanders
Den Haag: November 2013
SEO Economisch Onderzoek
Nieuws en Markt, Welvaarts-
economische analyse van de rol
van de overheid
Amsterdam: in opdracht van                                          141
NDP Nieuwsmedia, 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 118 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 119 ======================================================================

<pre>                       Bijlagen   Focusgroep Innovatie   142
Focusgroep Innovatie
      7.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 119 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 120 ======================================================================

<pre>1.   Inleiding:
     vraag en structuur
De Raad voor Cultuur is gevraagd naar een visie op de toekomst
van het mediabestel. De Focusgroep Innovatie kreeg het verzoek
om de volgende thema’s uit te werken voor de commissie
Toekomstverkenning Mediabestel:
                                                                        Bijlagen
     Aanjagen
        – De NPO krijgt geld van de overheid onder andere
           om innovatief te zijn.
        – Hoe kan ze dat geld zo aanwenden dat de private
           sector hiervan kan profiteren zonder dat het markt-
           verstorend werkt? En op zo’n manier dat kan worden
           samengewerkt en dat het de sector versterkt?
        – Hoe moet de publieke omroep zich zo doorontwik-
           kelen zodat die een partner kan zijn voor nieuwe
           partijen en private innovatieve initiatieven?
        – Hoe kan de publieke omroep innovatief zijn;
           hoe kan de publieke omroep aanjager zijn van
           innovatie?
               – Welke vormen van innovatie horen bij
                    de publieke omroep?
               – Moet hij aanjager zijn, en voor wie dan?
               – Welke mogelijkheden heeft de publieke
                                                                        Focusgroep Innovatie
                    omroep die andere mediaorganisaties
                    niet hebben?
     Interactiviteit t.o.v. jongeren
         – Welke vormen van interactiviteit zou de publieke
            omroep moeten gebruiken?
         – Hoe kan de publieke omroep m.b.v. innovatie interes-
            santer worden voor jongeren zonder haar publieke
            waarden uit het oog te verliezen? Zowel inhoudelijk,
            maar ook in het gebruik van nieuwe media (waaronder
            games).
         – Hoe moet de publieke omroep omgaan met het
            veranderend mediagebruik van jongeren, bijvoorbeeld
            games?
De focusgroep meent dat de beantwoording van deze vragen sterk
afhangt van de inrichting van de publieke omroep. Daarbij kun
je radicale systematieken bedenken, zoals peer-to-peer distributie en
een crowdfundingvariant waarbij het publiek mag stemmen waar
het budget heen gaat. Maar de focusgroep heeft twee realistische
scenario’s geschetst en de antwoorden daaraan gerelateerd: een
centraal model waarin een aangewezen organisatie het leeuwendeel
van de taken uitvoert en uitzet, en een meer decentraal model,
waarin meerdere partijen kunnen intekenen op doelen en budget-
ten, zoals in Nederland het cultuurbeleid georganiseerd is.             143
     Een tweede grote variabele is de stormachtige ontwikkeling van
het medialandschap, waarvan technologie een belangrijke motor is.
We beginnen met het schetsen van dit beeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 120 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 121 ======================================================================

<pre>2.   Achtergrond
     Verandering in
     medialandschap
De vraag naar de innovatie van de publieke omroep in 2020, en
hoe die het Nederlandse publiek bereikt, kan alleen beantwoord
worden tegen de achtergrond van een snel veranderend media-
landschap. Een sector, waarin de inhoudelijke, economische en
technische natuurwetten al niet meer dezelfde zijn als twintig jaar
                                                                        Bijlagen
geleden. En waarin de komende tien jaar nog veel te gebeuren
staat.
In de eerste plaats komt er nog veel meer audio en video. Elke
Nederlander zal een veelheid aan TV- en radiozenders ontvangen
en heeft de onbegrensde mogelijkheden van het Internet en aller-
lei digitale platforms tot zijn beschikking. Dat betekent automatisch
dat het publiek nog veel gefragmenteerder is, en gedeelde media-
ervaringen steeds minder vanzelfsprekend worden. Aandacht is
schaars geworden, content niet. Die overvloed wordt ook steeds
vaker gebracht door grote internationale partijen. De kleinschalig-
heid van de Nederlandse markt zorgt nog steeds voor een substan-
tiële lokale contentproductie, zelfs voor genres als drama, maar we
raken wel steeds meer gewend aan de Engelse taal en de kwaliteit
van grootschaligheid.
     Veel merken en platformen leven van de data die hun gebrui-
kers achterlaten. Ze ‘targeten’ mensen met reclames, of verkopen
                                                                        Focusgroep Innovatie
gegevens aan andere bedrijven. De belangrijke toegevoegde waarde
van de publieke omroep als een commercievrije zone zou wel eens
belangrijker dan ooit kunnen blijken te zijn. Dat pleit voor het in
stand houden van eigen platforms. En wellicht ook voor een reclame-
vrij publiek domein.
Zelfs al blijft lineaire TV ook in 2020 een belangrijke manier van
mediaconsumptie, aandacht verandert; de moderne kijker multi-
taskt steeds meer. Daarbij groeit het on demand gedrag hard, onder-
steund door een keur aan mogelijkheden en merken. Dat maakt
live TV-kijken tot een natuurlijke plaats voor grote events en inter-
actieve concepten, terwijl bij de andere, minder urgente content
on demand proposities aan terrein zullen winnen.
     Het mediagebruik van verschillende groepen in de samenleving
is divers. Maar in het algemeen zijn mediaconsumenten op al die
on demand platformen steeds beter in staat de content te vinden die
bij hen past. Het gebruiksgemak is daarbij leidend. Consumenten
worden technologie-agnostisch. Ze zijn curator en maker, ze inter-
acteren en segmenteren. En in al die keuzevrijheid krijgt middel-
matigheid het steeds moeilijker; effectieve content is niche of juist
groot en meeslepend. In het midden kan alleen de hoge kwaliteit
winnen.
     Dat maakt branding en contentdistributie alleen maar belang-
rijker: programma’s en personen worden merken die op alle rele-
vante platformen hun publiek moeten gaan vinden. De distributie         144
democratiseert, dus je moet publiek binden met content.
Exclusiviteit van premium content is dan cruciaal, maar die wordt
– onder een duidelijke vlag – nog steeds uitgespeeld op zoveel
mogelijk platforms en devices.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 121 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 122 ======================================================================

<pre>Maar hoe gaat de publieke omroep in zo’n complexe situatie
17 miljoen Nederlanders bereiken? En hoe verhoudt zich dat tot de
rest van de creatieve industrie? Met andere woorden: wat is de rol
en aard van innovatie bij de publieke omroep? En is het onderscheid
tussen print en audiovisueel nog relevant? Moet je niet eerder
spreken van publieke media,? Daarover meer in hoofdstuk 4, eerst:
wat verstaan we onder innovatie?
                                                                      Bijlagen
                                                                      Focusgroep Innovatie
                                                                      145
</pre>

====================================================================== Einde pagina 122 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 123 ======================================================================

<pre>3.   Het doel van innovatie bij de
     publieke omroep; scenario’s
De publieke omroep is de afgelopen jaren op een aantal dossiers
aanjager geweest van innovatie in de sector, zoals met de thema-
kanalen of ‘Uitzending Gemist’. Het is belangrijk in Nederland in
te blijven zetten op media-innovatie, ons land is een voorloper
op dit gebied.
                                                                           Bijlagen
Je kunt vernieuwing bij de publieke omroep onderscheiden in
twee verschillende soorten: distributie innovatie (veelal technisch
georiënteerd) en contentinnovatie (gericht op inhoudelijke ver-
nieuwing).
     Deze innovatie is gebaseerd op drie verschillende hoofddoel-
stellingen: het distribueren van materiaal en binden van de juiste
doelgroepen, publieke betekenis en meerwaarde creëren en het
versterken van de creatieve industrie in zijn geheel. Juist het feit dat
een financieel motief in eerste instantie ontbreekt, zorgt ervoor dat
in het publieke bestel risico’s genomen kunnen worden, dat inno-
vatie zelfs een belangrijk doel van het bestel moet zijn. Het publieke
bestel heeft een ‘lab’ functie.
Onder deze drie hoofddoelstellingen kan men een breed scala aan
activiteiten scharen. De publieke omroep kan een voortrekker zijn
van kostbare datajournalistiek, en in dat proces de data beschik-
                                                                           Focusgroep Innovatie
baar maken voor andere journalistieke redacties. Maar ook radicale
interactieve concepten, het organiseren van een laboratorium of
het kweken van talent behoort in zo’n visie tot de taken.
    Belangrijk is wel de publieke omroep niet te zien als een partij
die basistechnologie levert. Het gaat nagenoeg altijd om toegepaste
techniek. Uitzonderingen zouden deel kunnen uitmaken van een
grotere innovatie-agenda, zoals als een publieke zoekmachine.
De innovatiedoelstellingen pakken zoals gezegd in de uitvoering
anders uit, al naar gelang de uitvoering. De focusgroep kiest ervoor
om deze scenario’s globaal naast elkaar te beschrijven om te laten
zien hoe innovatie kan en zou moeten werken.
                                                                           146
</pre>

====================================================================== Einde pagina 123 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 124 ======================================================================

<pre>4.   Innovatie binnen een meer
     gecentraliseerd bestel
Een meer centraal model zou geschikt zijn om taken uit te voeren
die meer schaal nodig hebben, zoals kostbare technische ontwikke-
ling, of technische standaarden. TNO wordt als voorbeeld genoemd
van centraal georganiseerde innovatie. Maar een dergelijk model
wordt door het grootste gedeelte van de focusgroep als achterhaald
                                                                        Bijlagen
gezien. De publieke omroep zou zich niet moeten bezighouden
met basistechnologie waar grote schaal voor nodig is. Het gaat om
het toepassen van nieuwe technieken en vertelwijzen op content en
in de praktijk komt de meeste toegepaste innovatie juist van kleine
wendbare partijen. De beste creatieve industrieën zijn netwerk-
industrieën, waarbij de partijen goed vertakt zijn en veel connecties
hebben.
     Wat wel centraal moet plaatsvinden is de het ontwikkelen en
coördineren van de innovatieagenda: constateren wat gewenste
vernieuwing is, zien waar overlap en waar dubbeling zit, en waarop
partijen zouden kunnen samenwerken. Zo kunnen in het publieke
domein nieuwe content en interactievormen ontstaan die door de
markt verder toegepast, opgeschaald en geëxploiteerd kunnen
worden. Op deze manier is overheidsingrijpen in de markt goed te
verdedigen.
                                                                        Focusgroep Innovatie
                                                                        147
</pre>

====================================================================== Einde pagina 124 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 125 ======================================================================

<pre>5.   Innovatie binnen een meer
     gedecentraliseerd bestel
Een logischer scenario is de decentralisatie van een publieke
mediabestel. In zo’n model, in analogie op het brede cultuurbeleid,
kunnen alle mediaorganisaties inschrijven op een publiek gemo-
tiveerd thema of doel, en daarvoor subsidie ontvangen. Dit model
sluit met nadruk aan op de gedachte dat media convergeren, dat
                                                                         Bijlagen
er over een tijd geen principieel verschil meer bestaat tussen de ver-
schillende mediaorganisaties of de mediatypen tekst, beeld en
geluid. Daarbij gaat men dus veel meer uit van Publieke Media in
brede zin, dan van een smalle publieke omroep voor audiovisueel
materiaal. Deze notitie zal daarom zoveel mogelijk spreken van
publieke media, maar de termen worden in dezelfde betekenis door
elkaar heen gebruikt.
Als ook innovatie in een decentraal bestel wordt geleid door een
innovatie-agenda, ontstaat een genetwerkte aanpak waarin grote en
kleine partijen in samenhang werken aan technologie en inhoud.
In deze constellatie treedt er nauwelijks marktverstoring op, want
het is in voorkomende gevallen de markt die zelf de publieke taken
oppakt. Als het gaat om innovatie, dan komt deze direct ten goede
aan de journalistieke sector en de creatieve industrie.
                                                                         Focusgroep Innovatie
In dit model zijn er wel een aantal duidelijke voorwaarden
en aandachtspunten:
     –   Er kan een gevaar van versnippering van content ontstaan,
         doordat alles in zeer verschillende organisaties wordt
         geproduceerd en gedistribueerd. Daarom is het van groot
         belang dat iedereen die met publiek geld produceert,
         zijn content ook aanbiedt aan een centraal verzamelplat-
         form waar het publiek alles kan bekijken en beluisteren.
     –   Kennisdeling moet verplicht worden gesteld voor de
         innovaties waarvoor subsidie is verkregen, omdat zo de
         gehele creatieve industrie wordt versterkt.
     –   De huidige omroepen zouden bijvoorbeeld – net als de
         grote musea – binnen zo’n opzet nog wel een A-status
         kunnen krijgen, een meerjarige toekenning die om de
         zoveel jaar wordt gevisiteerd. Dat kan ervoor zorgen dat
         kennis over en ervaring met het maken van kwaliteit
         op audiovisueel gebied niet te versnipperd raakt.
     –   Merkvoering is een belangrijk vraagstuk. Waar sommigen
         in de focusgroep ervan uitgaan dat materiaal van de pu-
         blieke omroep zonder bronverwijzing gebruik mag worden
         door marktpartijen, zijn anderen juist van mening dat je        148
         content als ‘publiek’ moet kunnen identificeren. Het origi-
         neel moet herkenbaar zijn als ‘publiek’, waarmee aange-
         geven kan worden dat het aan bepaalde kwaliteits- en taak-
         maatstaven voldoet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 125 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 126 ======================================================================

<pre>Maar bij elk verder gebruik van dit materiaal vervalt die
noodzaak. Sterker nog, het handhaven van dat merkteken
zou dan misleidend worden, omdat de informatie door
verwerking of door de nieuwe omgeving, een andere lading
heeft gekregen. Wel is het interessant te onderzoeken of
een meer indirecte vermelding kan werken, bijvoorbeeld:
‘hiervoor is gebruik gemaakt van publieke dienst X’.
                                                            Bijlagen
                                                            Focusgroep Innovatie
                                                            149
</pre>

====================================================================== Einde pagina 126 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 127 ======================================================================

<pre>6.   Distributie
Succesvol zijn in een gedigitaliseerde mediawereld is daadwerkelijk
zijn waar het publiek is, alle platformen bespelen met de sterke
merken. Zonder toegang tot de relevante kanalen, ook op platfor-
men van derden, kan de publieke taak simpelweg niet worden
uitgevoerd. Jezelf opsluiten op de owned channels wordt door alle
                                                                        Bijlagen
leden van de focusgroep als een sterfhuisconstructie gezien.
     Dat betekent niet dat er niet ergens een publieke plek moet
zijn waar alle content gebundeld vindbaar is (‘een soort ‘Uitzending
Gemist’). Dat is zelfs wenselijk.
     Om innovatie te versterken en er te zijn voor heel Nederland
moet het materiaal van de publieke media zo toegankelijk mogelijk
zijn, gratis. Maar soms verlangt de impact van het materiaal een
andere weg: juist door bepaalde vormen van exploitatie voor te
staan, kunnen kanalen worden benut waar je met gratis verspreiding
niet kunt komen. En behalve dat het de inkomstenstromen van
de publieke omroep aanvult, zorgt betaalde content soms ook voor
minder marktverstoring. Maar een groeiende begroting kan niet
het hoofddoel zijn van commerciële verspreiding, dat is een grote
impact en brede toegankelijkheid juist voor de doelgroepen die
bereikt moeten worden.
     Om op een goede en effectieve manier de snel veranderende
infrastructuur te kunnen bedienen, is een verandering van wet- en
                                                                        Focusgroep Innovatie
regelgeving nodig. De huidige mediawet zorgt ervoor dat voor
de hand liggende beslissingen soms te ingewikkeld worden. Nu mag
bijvoorbeeld geen media(technologie) gratis weggegeven worden
aan de sector zonder in overtreding te zijn. Het toevoegen van
waarde aan een marktpartij moet in essentie geen probleem zijn,
maar juist een gewenst effect.
     In zo’n dynamisch model van distributie is merkvoering een
cruciaal punt: is het belangrijk dat het publiek ziet dat het content
van de publieke media is? En is content nog ergens in zijn meest
pure vorm te zien? Belangrijk is dat ergens nog de gehele product-
verzameling onder de vlag van de publieke omroep aanwezig is.
Dat kan overigens niet betekenen dat distributie een volledig cen-
traal aangestuurd mechanisme zijn, daarvoor is de propositie
veel te complex: mediamerken
Extra aandacht verdient het contact met het publiek. Als de
publieke media/omroep (veelal) op commerciële distributiekanalen
van derden hun weg proberen te zoeken, dreigt ze vaste grond
onder de voeten te verliezen. Er is dan weinig zicht op gebruikers-
data, weinig grip op navigatieprincipes en context. Dat is ook een
extra handicap voor de innovatie omdat die feedback minder goed
gebruikt kan worden om nieuwe producten en nieuwe content te
ontwikkelen. Contact tussen makers en publiek is belangrijk.
     De publieke media moeten kennis hebben over de gehele
distributieketen, ook het laatste gedeelte naar gebruikers toe. Dat     150
zou ervoor kunnen pleiten om waar mogelijk ook eigen kanalen te
blijven houden, maar het delen gegevens ook als een voorwaarde
aan distributiekanalen te stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 127 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 128 ======================================================================

<pre>7.   Contentinnovatie
Als je ervan uitgaat dat het verspreiden van publieke waarden, het
binden, de kern is van het publieke bestel, dan is content de kern.
Contentinnovatie wordt door de focusgroep innovatie als het hart
van het publieke bestel gezien. Content heeft het onderscheidend
vermogen, de waarde voor de toekomst. Daar horen voortdurend
                                                                         Bijlagen
nieuwe formats, nieuwe technologieën bij, in dienst van de inhoud.
     Permanente verandering houdt in dat de cultuur en organisatie
van de publieke media daarop ingericht moeten zijn. Het betekent
dat het publieke bestel regelmatig de beslissing moet nemen om
een succesvol product of programma te verlaten, aan de markt over
te laten, en weer te focussen op het volgende innovatieve product.
Dat komt overeen met de cyclus die innovatie normaal gesproken
doorloopt: innovatie, incubatie en valorisatie. Die laatste fase wordt
dan redelijkerwijs (deels) opgepakt door de markt. Succes betekent
dus niet in eerste instantie hoge kijkcijfers, maar kwaliteit, bijdra-
gen aan publieke waarde en de mate waarin het format buiten
de publieke media zijn succes vindt.
     Flexibiliteit en nieuwe ideeën zijn het credo. Zo zal een com-
missioning editor, de inhoudelijk bepalende stem in het financieren
van content, niet langer dan vijf jaar de centrale stoel moeten
bezetten.
     De publieke media kunnen vanuit hun aanjagende rol ook
                                                                         Focusgroep Innovatie
leidend zijn in het meten en voorspellen van impact, juist ook om
nieuwe formats te ontwikkelen. Een van de taken die centraal ge-
organiseerd kan worden is een ‘impact lab’, waarbij de impact van
innovatie op het publiek gemeten kan worden. Als een ontwik-
keling of idee veelbelovend is, kan het verder worden opgeschaald.
Dit permanente testprogramma kan deels een ‘living lab’ zijn,
dynamisch en decentraal georganiseerd. Het is mogelijk een be-
langrijk competitief voordeel in de internationale strijd.
                                                                         151
</pre>

====================================================================== Einde pagina 128 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 129 ======================================================================

<pre>8.   Marktverstoring
Marktverstoring is een belangrijk economisch effect dat moet wor-
den meegewogen in de manier waarop de overheid een taak uit-
voert, maar het kan niet het beginpunt van de discussie zijn. Eerst
dient men een doel van publieke media vast te stellen, dan de weg
naar maximale impact, en vervolgens de relatie met de markt.
                                                                      Bijlagen
In de verschillende financierings- en organisatiemodellen van
publieke media is de impact van de marktverstoring anders. Dat
geldt ook voor een exclusief centraal model versus een decentraal
model waarin de markt via aanbestedingssystematiek de taken
oppakt.
     Juist in een publiek mediabestel waar contentinnovatie tot
de kern behoort, levert het bestel een meerwaarde voor de markt.
De kosten van vernieuwing vallen immers binnen het bestel, de
opbrengsten kunnen daarbuiten liggen. Anders gesteld, als je voor-
uitloopt, en daar actief bent waar nog geen markt is, kan die ook
niet verstoord worden. Distributie- en contentinnovatie dient open
te zijn, klaar om ook door de markt opgeschaald en geëxploiteerd
te worden. Kennisdeling, ook over de effecten, is daarbij van groot
belang.
     De rolverdeling tussen publiek en privaat is al eerder aange-
haald. Het verzilveren van innovatie moet voor een belangrijk deel
                                                                      Focusgroep Innovatie
buiten het publieke domein plaatsvinden. Daarbij kan de werk-
wijze uit de wetenschap gehanteerd worden: degene die in een vroeg
stadium mee investeert, staat vooraan als de exploitatiefase aan-
breekt.
                                                                      152
</pre>

====================================================================== Einde pagina 129 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 130 ======================================================================

<pre>9.   Bereik van jongeren
De vraag naar de manier waarop jongeren bereikt moeten worden,
draagt teveel het gevaar in zich dat zij als uitzondering op de
regel worden beschouwd: niet alleen het mediaconsumptiegedrag
van jongeren verandert, en innovatie dient zich op de gehele
Nederlandse bevolking te richten.
                                                                         Bijlagen
    Toch kan men gemakkelijk vaststellen dat de traditionele
massamedia, de huidige publieke omroep niet uitgezonderd, het
moeilijk vinden de jongere doelgroepen te bereiken. Er dient wel
beter te worden vastgesteld wat eigenlijk het doel is van het bereiken
van jongeren: gaat het om het binden van die grote doelgroep,
educatie van jongeren of het bijbrengen van mediawijsheid?
Twee principes zijn daarbij van belang: wat locatie en technologie
betreft zijn jongeren nog moeilijker te vangen dan ouderen. Ze
schakelen immers snel van het ene netwerk naar het andere en ook
communicatieapparatuur verandert in hoog tempo. Vanuit het
adagium dat publieke media zouden moeten zijn waar hun publiek
is, behoort de flexibiliteit aanwezig te zijn jongeren op die plat-
forms te volgen, te bedienen en te interacteren vanuit een publieke
gedachte. Dat vereist een enorme snelheid van denken en han-
delen.
     Daarnaast dient de creatieve cultuur die onder jongeren heerst
                                                                         Focusgroep Innovatie
serieuzer te worden geïncorporeerd. Trefwoorden: games, speel-
cultuur, interactie, manifestatie. Het permanente experiment is de
kern. De helden met wie zij zich online verbinden, op Youtube
of elders, de verhalen die hen echt bezighouden, zie je bovendien
niet of nauwelijks op de publieke kanalen terug.
Tot slot is het aanleren van mediawijsheid niet alleen een taak van
de scholen, maar ook van de publieke media. Jongeren moeten in
een steeds complexer medialandschap de weg kennen, maar ze zijn
ook steeds vaker consument en producer tegelijk. Het is belangrijk
dat de creatieve industrie en het onderwijs over dit onderwerp een
gezamenlijke agenda voeren.
                                                                         153
</pre>

====================================================================== Einde pagina 130 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 131 ======================================================================

<pre>10.   Randvoorwaarden
Los van de inhoud is het wezenlijk om vast te stellen welke rand-
voorwaarden moeten worden ingevuld voor een succesvol publiek
innovatiebeleid. Op de eerste plaats: hoe gaan we het succes van
innovatie meten en evalueren? Welke impact moet innovatie hebben
en waarop? Op het publiek, op de sector? Moet het een publiek
                                                                     Bijlagen
bereiken of moet de innovatie in de sector succesvolle navolging
vinden? En hoe is dat kwantificeerbaar zonder dat innovatie teveel
wordt ingekaderd?
    Daarnaast wordt delen als een belangrijke voorwaarde voor
publieke innovatie gezien; het delen van kennis en het delen van
content. Bij publieke financiering hoort een open houding met
betrekking tot de rechten van het materiaal en techniek.
    Delen is ook een middel om een positie te claimen in het
ecosysteem van commercie, universiteiten en kennisorganisaties en
daarin zoveel mogelijk samen te werken. De Europese context is
daarin belangrijk.
    Er moet een aanwijsbare en stabiele financiering zijn van
media-innovatie in een publiek bestel, en de mediawet mag daar-
voor geen struikelblok worden.
                                                                     Focusgroep Innovatie
                                                                     154
</pre>

====================================================================== Einde pagina 131 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 132 ======================================================================

<pre>11.   De toekomst:
      media breder beschouwd
In de huidige modellen wordt nog uitgegaan van audiovisuele en
geschreven media, vervaardigde verhalen. Maar in een informatie-
maatschappij dient zich ook steeds meer het belang aan van data
en van de vindbaarheid daarvan.
                                                                      Bijlagen
Moet er een publiek gefinancierde zoekmachine zijn, zodat burgers
in een complexe wereld toegang blijven houden tot objectief
geselecteerde informatie? Stemgedrag van politici, wetenschappelijk
onderzoek, geo-informatie; op welke data heeft een burger recht,
en dient dit met publieke middelen beschikbaar te zijn?
Publieke databases kunnen halffabricaten leveren als grondstof
voor media en journalistiek en doen dat – op versnipperde wijze –
in de praktijk nu al. Het loont daarom de moeite de noodzaak van
een publieke data-infrastructuur verder te onderzoeken.
                                                                      Focusgroep Innovatie
                                                                      155
</pre>

====================================================================== Einde pagina 132 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 133 ======================================================================

<pre>    Samenstelling focusgroep
    Innovatie
    Erik van Heeswijk                    Bruno Felix
    voorzitter
                                     Medeoprichter van Submarine.
Tot voor kort hoofdredacteur         Daarvoor was hij verantwoordelijk
VPRO Digitaal. Is nu adviseur        voor de ontwikkeling van nieuwe
                                                                             Bijlagen
van organisaties m.b.t. digitale     mediastrategieën voor de VPRO en
mediastrategie en innovatie.         hoofdredacteur van VPRO
                                     digitaal.
    Christiaan
    Alberdingk Thijm                     Manuel Kohnstamm
Oprichter en partner bij Brandeis,   Senior Vice President en Chief
advocatenkantoor gespecialiseerd     Policy Officer bij Liberty Global.
in o.a. internet en technologie.     Eerder managing director Public
De heer Alberdingk Thijm is belast   Policy & Communications
met juridische zaken en public       bij UPC Broadband.
affairs van Netflix in Nederland.
                                         Geleyn Meijer
    Malika el Ayadi
                                     Voorzitter van het domein Media,
Docente journalistieke vaardig-      Creatie en Informatie van de
heden aan de Hogeschool voor de      Hogeschool van Amsterdam.
                                                                             Focusgroep Innovatie
Journalistiek; maakt reportages      De heer Meijer is directeur van
voor Nieuwsuur. Zij is ook lid van   de stichting IIP/Create ter
de domeincommissie Media van         ondersteuning van de creatieve
de Raad voor Cultuur.                industrie. Hij is ook directielid van
                                     COMMIT: het publiek-private
    Bart Brouwers                    onderzoeksprogramma in de ICT.
Hoofd Business Development               Marleen Stikker
TMG. Eerder was hij hoofdre-
dacteur dichtbij.nl, hoofdredac-     Directeur en medeoprichtster van
teur van Sp!ts en Dagblad De         de Waag. Stikker is voorzitter
Limburger.                           van PICNIC, een evenement voor
                                     de creatieve industrie & innovatie-
    Jelle-Jan Bruinsma               platform. Ook is zij lid van
                                     de raad van commissarissen van
Manager Content Partnerships         WPG Uitgevers.
van YouTube Benelux/Google
Netherlands. Daarvoor was hij            Taco Zimmerman
werkzaam bij Van den Ende
& Deitmers (Crossmedia fund),        Managing Director
Endemol en NPM Capital.              Tuvalu Media.
                                         Marleen Elshof
                                     Ondersteuning                           156
</pre>

====================================================================== Einde pagina 133 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 134 ======================================================================

<pre>                         Bijlagen   Focusgroep Organisatie   157
Focusgroep Organisatie
      8.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 134 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 135 ======================================================================

<pre>    Samenvatting
De publieke omroep zal zich nog vele jaren moeten manifesteren
op twee platforms die radicaal van elkaar verschillen: het lineaire
kanaal en internet. Lineair zenden is gebouwd op schaarste
(van zendtijd), het web is gebouwd op overvloed. In organisatie
verschillen deze sporen principieel van elkaar, toch moeten ze
                                                                          Bijlagen
beide door de publieke omroep worden bediend. De focusgroep
Organisatie kiest daarom voor organisatieprincipes die op beide
systemen van toepassing zijn – en die daarmee niet zo helder zijn
uitgewerkt als modellen die het ene dan wel het andere systeem
beschrijven. De focusgroep wil een brug slaan en gaat daarmee
uit van een overgangsmodel, met de voor- en nadelen van dien.
Ons advies vraagt stevige aanpassing van zowel de omroepvere
nigingen als van de NPO. De verenigingen worden gedwongen tot
interactie met hun achterban en tot samenwerking met relevante
maatschappelijke partijen. Ze leveren hun ledental en hun vaste
positie in en moeten een functie gaan vervullen als hub op een
thema. De NPO houdt in het lineaire model een stevige regierol
(die nadruk krijgt omdat ze de verenigingen bij de les moet hou-
den en de – ingeperkte – taken van de publieke omroep moet
bewaken). Maar op het web wordt zijn functie juist veel minder
prominent, en zal hij meer moeten loslaten. Dat vergt aanpassing
                                                                          Focusgroep Organisatie
van de mentaliteit.
De focusgroep breekt een lans voor de omroepvereniging nieuwe
stijl. Decentrale organisatie past niet alleen bij Nederland, het past
ook bij deze tijd. De organisatie van de publieke omroep hoeft
niet ingrijpend te veranderen, maar moet wel dichter bij de huidige
tijd worden gebracht. Digitale technologie maakt nieuwe vormen
van binding en betrokkenheid mogelijk en biedt ook manieren om
deze betrokkenheid daadwerkelijk te meten. De publieke omroep
is verloren zonder draagvlak voor de publieke functies die het vervult.
Wij realiseren ons dat dit advies geen panklaar organisatiemodel
bevat. Wij voorzien een hybride, zich ontwikkelend systeem van
zowel lineair als niet-lineair programmeren, dat zich uit zijn aard
steeds zal moeten aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Daarom
kiezen wij voor een model van uitgangspunten dat op alle plat-
forms kan worden toegepast en dat wendbaarheid bevordert.
     Wij zouden uw commissie adviseren aanvullend advies
te vragen aan organisatiedeskundigen voor een gedetailleerde ver-
taling, bij voorkeur in samenspraak met ervaringsdeskundigen
uit de praktijk. Er moeten ook nieuwe maatstaven komen voor de
binding die omroepverenigingen met hun publiek onderhouden.
Ook dat vergt nadere uitwerking door ter zake deskundigen.
                                                                          158
    Namens de focusgroep Organisatie
    Yvonne Zonderop
    voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 135 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 136 ======================================================================

<pre>    Opdracht
De commissie Toekomstverkenning Mediabestel heeft de focus-
groep Organisatie gevraagd haar van ideeën te voorzien voor
de beantwoording van de vragen die gaan over de band met het
publiek en de organisatie van het bestel. Specifiek ging het om
onderstaande vragen.
                                                                  Bijlagen
De band met het publiek
    –   Op welke wijze kan de publieke omroep vergroting
        van draagvlak realiseren?
    –   Hoe kan het contact met het publiek gemoderniseerd
        worden?
    –   Hoe kan de publieke omroep groepen bereiken in
        de samenleving die lastig te bereiken zijn?
    –   Hoe kan informele verantwoording worden afgelegd aan
        het publiek door organisaties die niet leden gebonden
        zijn (NOS, NTR)?
                                                                  Focusgroep Organisatie
De organisatie van het bestel
    –   Wat zijn de voors en tegens van het huidige bestel?
    –   Hoe zien andere mogelijke systemen er uit en wat zijn
        daar de ‘voors en tegens’ van?
    –   Op welke wijze kan een open systeem gehandhaafd
        blijven (toegankelijk voor nieuwkomers)
                                                                  159
</pre>

====================================================================== Einde pagina 136 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 137 ======================================================================

<pre>1.   Historie
Het Nederlandse omroepbestel is uniek in de wereld. Het begon
met vrije initiatieven van individuele burgers die als ‘radioama-
teurs’ programma’s maakten en uitzonden. Ze vormden zich tot
groepen, gebaseerd op levensvisie of religie, en groeiden uit tot
omroepverenigingen. De overheid sprong in om deze initiatieven
                                                                         Bijlagen
te disciplineren en te formaliseren. Dat was nodig omdat ether-
frequenties beperkt waren. De inhoud van de uitzendingen bleef
een verantwoordelijkheid van de verenigingen.
     Dit culturele gegeven past op de bijzondere inrichting van
Nederland. We kennen geen centralistische staatsomroep, net zo
min als wij andere centralistische instituties kennen. Nederland
is een polderland, waarin talloze organisaties samenwerken, liefst
op zo praktisch mogelijk niveau. De overheid vervult daarbij
vaak een coördinerende rol.
Ons omroepbestel heeft zich steeds verder ontwikkeld. De overheid
incorporeerde de verenigingen in een systeem dat steeds opnieuw
werd aangepast aan nieuwe eisen. Er kwamen regels voor toetreding,
voor inperking van commerciële belangen, voor de taakomroepen,
voor zendercoördinatie. Het systeem werd complexer, en zo nu
en dan klonk de roep om modernisering: moest Nederland niet aan
een staatsomroep, net als in de ons omringende landen? In haar
                                                                         Focusgroep Organisatie
nota Publieke omroep in Nederland uit 1991 schreef de toenmalige
minister van WVC Hedy D’Ancona al dat zij ‘geen aanknopings-
punten’ zag om voorkeur te geven aan een nationale omroep.
“Integendeel,” schreef ze, “het past juist in de Nederlandse traditie
om media en overheid op afstand van elkaar te houden”.
     Dit is tot op heden de beleidslijn gebleven. En de focusgroep
ondersteunt deze lijn: de onafhankelijkheid van de politiek
moet gewaarborgd blijven. Het systeem lijkt niettemin verworden
tot een tamelijk ondoordringbaar bouwwerk met veel onderlinge
concurrentie en weinig samenwerking. Vandaar dat opnieuw plei-
dooien weerklinken voor een soort nationale omroep.
Het is de vraag of dat de juiste oplossing is. Niet alleen omdat zo’n
organisatie indruist tegen de Nederlandse traditie, maar ook omdat
een belangrijke aanleiding voor overheidsregulering wegvalt.Met de
komst van internet is er geen schaarste meer op de ether. Iedereen
kan tegenwoordig uitzenden, de kanalen zijn schier eindeloos. We
zijn terug bij het allereerste begin: amateurs kunnen naar eigen
believen programma’s maken en zich verenigen. Internet geeft stem
en platform aan zogeheten communities, waarin de scheiding tussen
maker en gebruiker vervaagt. Een centrale organisatie die zenden,
volgens het oude principe van one to many, als uitgangspunt neemt
raakt juist uit de tijd. De trend beweegt zich in tegenovergestelde
richting: flexibiliteit, decentralisatie en netwerkbenadering zijn het
parool. Programmamakers zijn vaak geneigd tot zenden, niet tot           160
tweerichtingsverkeer. Daartoe is een nieuwe cultuur gewenst.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 137 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 138 ======================================================================

<pre>Er is dus alle aanleiding het omroepbestel aan te passen, maar niet
noodzakelijkerwijs op zijn kop te zetten. Een systeem dat in tien-
tallen jaren is geëvolueerd laat zich moeilijk in één keer veranderen
zonder grote risico’s voor gebruikers en makers. Er doet zich in
de huidige situatie wel een nieuwe schaarste voor: die van kwaliteits-
content. Bij de aanpassing van het omroepbestel moet hier op
gelet worden.
                                                                         Bijlagen
                                                                         Focusgroep Organisatie
                                                                         161
</pre>

====================================================================== Einde pagina 138 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 139 ======================================================================

<pre>2.   Draagvlak
De focusgroep Organisatie is gevraagd advies te geven over de
vergroting van het draagvlak van de publieke omroep en over
de voor- en nadelen van het bestel.
    Het advies van de focusgroep gaat in op verschillende elemen-
ten: doelstelling, belang, gebruik, binding, organisatie en cultuur.
                                                                        Bijlagen
Doel
   Het is moeilijk draagvlak te creëren voor een organisatie waar-
   van het doel niet helder is. Nu niet schaarste maar overvloed
   aan de orde van de dag is, heeft de publieke omroep behoefte
   aan een duidelijker en scherpere formulering van haar doel.
   Dit doel moet aangeven welk belang de publieke omroep
   wil vervullen voor haar publiek. De focusgroep zou als doel-
   stelling suggereren:
     Verbinding door verbeelding van cultuur in Nederland, ter bevor-
     dering van (inter)nationaal burgerschap en democratie
     Deskundigen die uit professionele belangstelling de ontwikke-
     ling van de media volgen noemen desgevraagd één grote trend
     voor de komende jaren: fragmentatie. Iedereen kan datgene
     zien wat hij of zij wil, op het moment dat hem of haar het beste
                                                                        Focusgroep Organisatie
     schikt. Het commerciële aanbod probeert daar zo goed moge-
     lijk op in te springen. In deze omstandigheden – een samen-
     leving die mede vanwege technologische vindingen steeds verder
      fragmenteert – zou een nationale voorziening als de publieke
     omroep het juist als haar taak moeten zien om mensen in de
     samenleving te binden en groepen met elkaar verbinden
     (de BBC noemt dit bonding and bridging).
     De internationalisering en de toegenomen concurrentie in het
     mediaveld leveren een groot aanbod op van buitenlandse
     producties, zowel online als via kanalen met een buitenlandse
     eigenaar. Dit vraagt om meer aandacht voor het Nederlandse
     product, dat anders in de verdrukking zou kunnen komen.
     De publieke omroep dient zich daarom in de eerste plaats te
     richten op content met een nationale insteek. Dit doel dient
     niet alleen de eigen bevolking, maar uiteindelijk ook – als een
     soort ambassadeursfunctie – de rest van de wereld.
         Verscheidene buitenlandse publieke omroepen hebben
     deze stap om dezelfde redenen ook gezet. De suggestie om uit
     kostenoverwegingen meer buitenlandse producties uit te
     zenden is hiermee in tegenspraak.
     De publieke omroep biedt tegelijkertijd ook een venster op
     de wereld. Ze is er om werelden met elkaar te verbinden. Ener-
     zijds behoort ze een blik te bieden op Nederlandse cultuur,        162
     anderzijds wil ze laten zien dat die onderdeel is van een groter
     geheel en dat wij wereldburgers zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 139 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 140 ======================================================================

<pre>    Dit moet vorm krijgen in een bestendige productie. Nu de
    hoeveelheid kwaliteitscontent van media in Nederland dreigt
    terug te lopen of minder goed vindbaar wordt, ontstaan risico’s
    voor een goede waakhondfunctie en het creëren van tegen-
    macht. Dat raakt aan het functioneren van de democratie, die
    het niet kan stellen zonder goed functionerende media.
    Daarom is het ook belangrijk dat de publieke omroep burger-
    schap bevordert. De BBC noemt dit: sustaining citizenship in
    society. Dit vergt een tweeledige communicatie met burgers/
    gebruikers: dus niet alleen zenden, maar ook luisteren en
                                                                           Bijlagen
    ontvangen. Het veronderstelt dat burgers toegang hebben tot
    de publieke omroep, dat de bijdragen van burgers op waarde
    worden geschat en dat de publieke omroep het delen van haar
    producties als uitgangspunt heeft.
    De publieke omroep zou het als een doelstelling moeten zien
    om materiaal te delen, zowel in samenwerkingsverbanden
    die zij aangaat met andere partijen, als in de relatie die zij heeft
    met de burgers. Dit materiaal moet, onder een creative
    commons-licentie, ook hergebruikt kunnen worden.
Belang
   Naarmate het aanbod van content online en internationaal
   toeneemt, wordt het onderscheidende profiel van de publieke
   omroep belangrijker. Zijn publieke functie moet helder zijn
   – dat bevordert het draagvlak voor een met publieke middelen
   gefinancierde organisatie. Dit betekent dat de publieke om-
                                                                           Focusgroep Organisatie
   roep zich naar het oordeel van de focusgroep Organisatie in elk
   geval zou moeten richten op de navolgende thema’s, die gro-
   tendeels al door de voorzitter van de NPO zijn benoemd:
        –   journalistiek
        –   kennis & cultuur
        –   Nederlandstalig drama
            & documentaire
        –   kinderprogramma’s
        –   evenementen
        –   diversiteit/pluriformiteit
        –   tegenmacht/controle
        –   maatschappelijk belang
    Een aantal voorwaarden waaraan de publieke omroep moet
    voldoen blijft ook in een aangepast systeem recht overeind.
    Het gaat dan om: onafhankelijkheid, pluriformiteit, accoun-
    tability en toegankelijkheid. De publieke omroep zal zich meer
    moeten opstellen als een netwerkorganisatie die samenwerkt
    met zijn publiek, in plaats van een organisatie die werkt voor
    zijn publiek.
                                                                           163
</pre>

====================================================================== Einde pagina 140 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 141 ======================================================================

<pre>    Manieren om die doelen te bereiken zijn:
        –   Onderscheidende programmering maken en aanbie-
            den, dus niet onnodig concurreren met aanbod dat al
            bestaat
        –   Informatie ontsluiten en een gidsfunctie vervullen
        –   Hoogwaardige kwaliteit bewaken en professionaliteit
            van makers bevorderen
                                                                      Bijlagen
        –   Toestaan van hergebruik van materiaal
        –   Innoveren en ontwikkelen
Gebruik
   Met alle aandacht voor de opkomst van nieuwe media zouden
   we bijna vergeten dat de aloude radio en televisie voor veel
   mensen in Nederland nog elke dag een belangrijke functie ver-
   vullen. Onderzoek van het lid van onze focusgroep Frank
   Huysmans laat zien dat een ruime meerderheid van het publiek
   in Nederland voornamelijk lineair televisie kijkt en gemiste
   programma’s online inhaalt. Tegelijkertijd heeft online content
   van nieuwe aanbieders een grote vlucht genomen (YouTube
   bijvoorbeeld). Een klein maar groeiend deel – vooral bestaande
   uit jonge mensen – kijkt vrijwel alleen nog online en on demand.
   Er vinden dus wel degelijk grote veranderingen plaats in de
   audiovisuele industrie – zowel productie als distributie en af-
                                                                      Focusgroep Organisatie
   name veranderen – maar dit vertaalt zich met aanzienlijke
   vertraging in het publieksgedrag.
    Dit heeft tot gevolg dat de publieke omroep vooralsnog twee
    sporen moet bewandelen: op eenzelfde voet voort en tegelijker-
    tijd inspringen op nieuwe ontwikkelingen. Het is veel te vroeg
    om afscheid te nemen van lineair zenden. Tegelijkertijd consu-
    meren de publieke omroepkijkers van de toekomst vooral online
    en on demand. Het internet moet daarom ten volle worden
    benut door de publieke omroep. Zowel om content te plaatsen,
    maar ook om in contact te komen met het publiek en om bin-
    ding te creëren. Al mogen we aannemen dat het lineair gebruik
    zal afnemen en het gebruik via internet zal toenemen, het is
    waarschijnlijk dat beide systemen nog vele jaren naast elkaar
    blijven bestaan.
    Deze tweedeling heeft gevolgen voor de organisatie. Onze
    focusgroep hecht uiteindelijk meer geloof aan een systeem dat
    bouwt op betrokkenheid uit het publiek dan op een model
    dat vooral top down is georiënteerd. We zouden het idee van
    omroepverenigingen niet meteen terzijde willen schuiven,
    op voorwaarde dat de organisatie zich aanpast aan de huidige
    tijd. In dat geval kunnen verenigingen zich manifesteren op
    alle platforms. Wil een publiek gefinancierd omroepsysteem
    toekomstbestendig zijn, dan zal het door het publiek gedragen     164
    moeten worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 141 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 142 ======================================================================

<pre>    Dit vereist naar onze opvatting meer inzet om gebruikers daad-
    werkelijk te betrekken bij de activiteiten van de omroep. Door
    analyse van big data kan de betrokkenheid van burgers getoond
    en gemeten worden. Shares, likes, views: op basis hiervan is de
    interesse van het publiek goed te meten.
Binding
   Lidmaatschap, het idee waarop omroepverenigingen hun legi-
   timiteit baseren, is nu een ander concept dan pakweg 30 jaar
   geleden. Het ledenaantal van omroepverenigingen daalt al sinds
                                                                                              Bijlagen
   1992. [64] Het verbod op het geven van cadeaus bij een lidmaat-
   schap zal deze daling ongetwijfeld versterken. Het impliceert
   dat ledentallen als maatstaf hun relevantie verliezen. In maart
   2009 was de helft van de huishoudens lid van een omroep-
   vereniging. [65] Lidmaatschap moet plaats maken voor andere
   vormen van binding.
        Het idee van de vereniging is bij uitstek een eigentijds
   model, mits de leden/ deelnemers/ sympathisanten zich daad-
   werkelijk verbonden weten met de activiteiten c.q. producties
   van de mediaorganisatie. Daar zijn de omroepverenigingen zich
   zelf ook van bewust, blijkens hun ledenwerfcampagnes die
   zich nadrukkelijk richten op populaire programma’s en niet op
   de ratio van de omroepvereniging zelf. Dit pleit voor een nieuwe
   inhoudelijke impuls, waarbij omroepverenigingen een aan-
   gepaste opdracht krijgen in een nieuw systeem.
    De omroepverenigingen zouden binding moeten brengen in
                                                                                              Focusgroep Organisatie
    een omgeving die steeds verder fragmenteert. Ze krijgen de
    gelegenheid zich om te bouwen tot crossmediale hubs voor een
    bepaalde doelgroep (ouderen, lager opgeleiden, religieuzen)
    of een specifiek terrein (cultuur, educatie) en hiervoor program-
    mering te verzorgen. De ‘hubs’ moeten betrokkenheid met
    het publiek realiseren, bijvoorbeeld door middel van een vrien-
    denstructuur. Daarnaast gaan ze binding aan met relevante
    maatschappelijke organisaties. Het bestel en de Mediawet moe-
    ten hier ruimte en middelen voor bieden, dat is nu niet het
    geval. De omroepverenigingen- nieuwe stijl hebben overigens
    geen juridische betekenis meer, zoals een ‘ouderwetse’ vere-
    niging dat wel heeft.
    De relatie tussen zendtijd en aantal leden vervalt. Binding en
    publiek belang worden belangrijker maatstaven. Internet biedt
    een scala aan mogelijkheden om belang en gebruik te meten
    (dus ook de ‘likes’, de ‘tweets’, het ‘delen’). Vanwege internet
    vervalt de facto ook de noodzaak van een zendmachtiging.
        Hiermee verandert de rol van de omroepvereniging in het
    bestel. De organisatie van het bestel moet aldus worden
    aangepast om te voorkomen dat de producerende kracht van
    de verenigingen wordt uitgehold.                                      64
                                                                        Sinds 2004 is het
                                                                        door de komst van
                                                                        nieuwe omroepen wel
                                                                        weer wat gestegen.    165
                                                                          65
                                                                        ‘De impact van de
                                                                        omroep’, SEO, juni
                                                                        2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 142 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 143 ======================================================================

<pre>3.   Organisatie
De NPO behoudt in een aangepast systeem een belangrijke rol als
regisseur en coördinator van productie die bovengenoemde thema’s
als uitgangspunt neemt. Tegelijkertijd is het van het grootste belang
dat de balans niet doorslaat naar een vorm van bureaucratische
regie. Het huidige omroepbestel brengt veel frictie met zich mee die
                                                                        Bijlagen
niet altijd vruchtbaar is. Maar een nieuw omroepsysteem zonder
belangenstrijd of concurrentie om de middelen is niet alleen fictief,
maar zelfs onwenselijk. De NPO moet haar taak, regie en coör-
dinatie, vervullen in een omgeving van checks and balances.
     De omroepverenigingen hebben samen met de NPO de
thema’s afgesproken, maar het hoe en wat precies, dat bepalen de
omroepen. Die laatste moeten op een fundamenteel andere manier
gaan werken. NPO en omroepen houden toezicht op elkaar –
zoals het bestuursmodel van een coöperatie. Dit lijkt ingewikkeld,
maar als alle deelnemende partijen het eens zijn over de missie,
is ieders inbreng op deze manier gewaarborgd.
     In de eerste plaats moet de NPO bij de vervulling van haar
coördinerende taak de thema’s bewaken die het publieke belang
van de publieke omroep belichamen.
Wij hebben hierboven een aantal thema’s genoemd. De NPO moet
ervoor zorgen dat deze thema’s met een zekere regelmaat worden
                                                                        Focusgroep Organisatie
geüpdate, bijvoorbeeld met behulp van deliberatie (panels van
burgers die meedenken), verkiezingen of inspraakprocedures op
internet. Mogelijk kan het publiek ook ‘fan’ worden van een thema.
Het totaal moet een goede programmering opleveren. Als om-
roep-verenigingen samen niet voldoende produceren, zal de NPO
partijen moeten uitnodigen, die vervolgens zelf binding moeten
verzorgen.
     Zodoende ‘beheert’ de NPO het totale aanbod aan producties.
Ze kan nieuwe verenigingen toelaten die aantoonbaar nieuwe
geluiden en nieuwe behoeftes vertegenwoordigen, en ze kan vere-
nigingen die niet voldoende binding of kwaliteit organiseren de
wacht aanzeggen. Ze zou zich hiertoe kunnen laten bijstaan door
een zogeheten innovation board, een adviesraad waarbij organisaties
en mensen met nieuwe ideeën kunnen aankloppen. Deze advies-
raad moet wel volkomen los en onafhankelijk staan van de NPO.
Ook het publiek kan mogelijk een rol spelen, bijvoorbeeld door
het inspraak te geven welke omroepen programma’s mogen maken.
Vanwege de twee kanalen, die we voor het gemak het lineaire
‘regiemodel’ en het online ‘keuzemodel’ noemen, moet de NPO als
regisseur van het aanbod twee verschillende functies vervullen.
     In het regiemodel blijft zendercoördinatie onmisbaar. Dat kan
op gespannen voet staan met de binding die de verschillende om-
roepen willen organiseren met hun achterban. Een netcoördinator
zal dus een balans moeten vinden tussen binding creëren, thema’s        166
bedienen en een kijkaandeel behalen. Kijkersgroepen kunnen in
die afweging een klankbordfunctie vervullen. Het verdient sowieso
aanbeveling om een zendercoördinator niet langer dan vier jaar in
functie te houden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 143 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 144 ======================================================================

<pre>Het keuzemodel speelt zich af op een nagenoeg grenzeloos plat-
form, het internet. Daar is geen schaarste aan producties en dus
ook geen zendercoördinatie. Op het web heerst een mengvorm
van bottom up (door ‘amateurs’ vervaardigde content) en top down
(door professionals vervaardigde content) productie. De rol van
de NPO verandert derhalve. Omroepverenigingen zullen moeten
worden aangezet tot een programmering die aanvullend is op
al dat online (commercieel) beschikbaar is, met het oog op boven-
genoemde thema’s, die immers het doel van de publieke omroep
vertegenwoordigen. Dit zal aparte producties vereisen, want inter-
                                                                     Bijlagen
net kent eigen wetmatigheden – en het publiek vergt zijn eigen
benaderingswijze. Hiertoe moeten middelen beschikbaar worden
gesteld. Mogelijk kan het derde net hier een functie vervullen.
De publieke omroep op internet kan bovendien een curator zijn.
Door te verwijzen naar aanpalende, reeds bestaande producties
kan ze meerwaarde leveren voor (groepen van) specifiek geïnteres-
seerden. Ook dat is een manier om te verbinden en tevens een
manier om informatie te ontsluiten. Ook hier kan het publiek een
rol spelen: er kunnen bijvoorbeeld gastcuratoren worden uitge-
nodigd.
Er zijn al verschillende (private) initiatieven die ongeveer zo
werken, Wappzapp bijvoorbeeld. Hierbij zijn je Facebook-vrienden
curator, in die zin dat zij hun vriendenkring attenderen op online
content die zij de moeite waard vinden. Het is ook mogelijk zelf
content te plaatsen.
                                                                     Focusgroep Organisatie
                                                                     167
</pre>

====================================================================== Einde pagina 144 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 145 ======================================================================

<pre>4.   Cultuur
Vanwege hun veranderende taak zullen ‘omroepverenigingen’
zich moeten omvormen tot netwerkorganisaties. Dit brengt met
zich mee dat betrokkenen zelf elementen van waarde moeten
kunnen toevoegen. De verenigingen moeten transparant, open en
accountable zijn, zoals het organisaties die werken met publiek
                                                                     Bijlagen
geld betaamt. Het gaat straks niet meer om leden maar om sympa-
thisanten en belangstellenden die worden uitgenodigd om deel
uit te maken van de club en haar doelstelling. Het gezelschap zal
dynamischer van aard zijn dan vroeger, want het kan per thema
variëren. Dit gegeven zou uit zichzelf een opener houding met zich
mee moeten brengen. Ook jegens makers van buiten is een
opener houding vereist.
     Insiders die langdurig een vaste plek bezetten behoren zich
open te stellen voor inbreng voor nieuwe makers. Om innovatie te
bevorderen zou een vast deel van het budget moeten worden uit-
getrokken ten behoeve van een kweekvijver. Deze kan zich op inter-
net ontwikkelen, om bij succes door te groeien naar het lineaire
kanaal.
     Het veld waarin media opereren zal de komende jaren blijven
veranderen, mede onder invloed van technologische vernieuwing.
Dit vraagt om wendbaarheid, zowel bij de verenigingen als bij de
NPO. De toekomstbestendigheid van het bestel zit niet in de regels
                                                                     Focusgroep Organisatie
of de vorm, maar in de houding en de missie. Dit culturele aspect
vergt bijzondere aandacht. De NPO zou zich kunnen laten bijstaan
door (organisatie)deskundigen die hiertoe de beste werkvormen
en modellen kunnen adviseren.
                                                                     168
</pre>

====================================================================== Einde pagina 145 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 146 ======================================================================

<pre>5.   Taakomroepen
De NOS behoudt zijn functie als nieuwsorganisatie. Ook de
verslaggeving van nationale of andere grote maatschappelijke evene-
menten blijft een van de taken. De ‘omroepen’ richten zich op
opiniërend nieuws.
    Voor de NTR, die opgericht is om programmering over
                                                                      Bijlagen
infor-matie, cultuur en educatie te verzorgen, verandert er ook het
een en ander. NTR zou zich net als andere omroepen moeten
omvormen tot een hub, wellicht met jeugd & educatie als specia-
lisme. Hierbij moet actief samenwerking en verbinding worden
aangegaan met het onderwijs.
                                                                      Focusgroep Organisatie
                                                                      169
</pre>

====================================================================== Einde pagina 146 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 147 ======================================================================

<pre>6.   Moeilijk bereikbare groepen
De kwaliteit van een samenleving neemt toe als er meer mensen
geconfronteerd worden met onafhankelijk nieuws en een kwalitatief
hoogwaardige programmering. De focusgroep is daarom gevraagd
een oplossing te bedenken voor de moeilijk bereikbare groepen.
    Daarbij gaat het om; ‘jonge connectors’, onbezorgde en trend-
                                                                    Bijlagen
bewusten (17% van de bevolking) en, in mindere mate, drukke
forenzen (9% van de bevolking).
    Deze groepen kijken vooral naar commerciële omroepen en/of
online. Met name op dit laatste platform kunnen publieke media
goed inspringen, bijvoorbeeld door zogeheten ‘incubators’ een rol
te geven: starters die als opdracht krijgen om een bepaalde groep
te bereiken, daartoe bijgestaan door deskundigen met ervaring. In
de onlinewereld bestaan hiervan verschillende voorbeelden, zoals
bijvoorbeeld Rockstart.
                                                                    Focusgroep Organisatie
                                                                    170
</pre>

====================================================================== Einde pagina 147 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 148 ======================================================================

<pre>7.   Samenvattend
De publieke omroep bevindt zich, net als andere media, midden in
een digitale revolutie waarvan het einde nog niet in zicht is en
waarvan we ook niet weten tot welk gebruik en welke productie dit
over een aantal jaren leidt. Dit gegeven dwingt tot bescheidenheid
bij de formulering van precieze regels en voorschriften en tot focus
                                                                       Bijlagen
op de organiserende principes. Niet alleen door onze focusgroep,
maar idealiter door alle betrokkenen bij de publieke omroep. Onze
focusgroep roept daarom op tot een nadere bepaling en inperking
van het doel van de publieke omroep. De publieke omroep zal nog
vele jaren op twee platforms moeten werken, die elk een eigen
organisatie vergen. Dit vereist een herijking van de relatie tussen
omroepverenigingen en NPO. De focusgroep pleit voor omroep-
verenigingen nieuwe stijl, die nieuwe vormen van binding met bur-
gers en maatschappelijke organisaties aangaan en die zich opener
opstellen jegens het publiek. De regisserende rol van de NPO wordt
op het ene platform sterker, op het andere juist zwakker. Zij moet
ook de thema’s bewaken die invulling geven aan het publieke
belang.
     Hieruit vloeit voort dat onze focusgroep geen gedetailleerd
organisatieadvies geeft. Ze geeft wel in overweging dat de commissie
Toekomstverkenning Mediabestel een vervolg geeft aan de prak-
tische invulling van ons advies met behulp van deskundige organisa-
                                                                       Focusgroep Organisatie
tieadviseurs en met input van ervaringsdeskundigen in de omroep.
                                                                       171
</pre>

====================================================================== Einde pagina 148 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 149 ======================================================================

<pre>    Samenstelling focusgroep
    Organisatie
    Yvonne Zonderop
    voorzitter
journalist
                                                        Bijlagen
    Hans Boutellier
bestuurder
Verwey-Jonker Instituut
    Wiebe Draijer
voorzitter
Sociaal-Economische Raad
    Bart Drenth
lid Raad Maatschappelijke
Ontwikkeling, partner Bart
Drenth Advies
    Sander Dullaart
                                                        Focusgroep Organisatie
managing partner Favela
Fabric & The Social Shop
    Frank Huysmans
bijzonder hoogleraar
Bibliotheekwetenschap
Universiteit van Amsterdam
    Willemijn Maas
algemeen directeur AVRO •
    Josien Pieterse
directeur Netwerk Democratie
    Annemiek van
    der Zanden
studieleider documentaires
De Nederlandse Filmacademie
                                                        172
                                  •
                               De hier genoemde
                               functie werd niet
                               tijdens het gehele ad-
                               viestraject vervuld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 149 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 150 ======================================================================

<pre>                       Bijlagen   Focusgroep Programma   173
Focusgroep Programma
     9.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 150 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 151 ======================================================================

<pre>    Voorwoord
De focusgroep Programma heeft de afgelopen weken veel inspi-
rerende, fundamentele en visionaire discussies gevoerd tijdens een
viertal bijeenkomsten ten behoeve van hun bijdrage aan de
Toekomstverkenning Mediabestel. Vanaf de eerste discussie heeft
de focusgroep zich niet laten leiden door de bestaande situatie,
                                                                        Bijlagen
maar hebben we wel serieus gekeken naar al het goed dat het hui-
dige publieke bestel de Nederlandse samenleving op dit moment
heeft te bieden. De focusgroep Programma is unaniem van oordeel
dat het momentum van nu moet worden aangegrepen voor de
voorbereiding van een ‘grote verandering’, die vanaf 2020 zijn be-
slag zou moeten krijgen in een nieuwe Publieke Media Organisatie
(PMO) die klaar is voor de toekomst. De bestaande inrichting
van het publieke bestel wordt niet als duurzaam beschouwd.
Integendeel.
     In het advies heeft de focusgroep geprobeerd om de opdracht
zo helder en kernachtig als mogelijk is te formuleren. Alle leden
van de focusgroep staan voor 100% achter dit advies.
     We gaan er van uit dat de commissie het advies van de focus-
groep zal gebruiken als een essentiële ‘grondstof’ voor de uiteinde-
lijke rapportage toekomstverkenning mediabestel. Graag vernemen
we hoe de commissie om gaat met dit advies. We dringen er
op aan dit advies als bijlage bij te voegen bij de finale rapportage.
                                                                        Focusgroep Programma
     De voorzitter van de focusgroep Programma is uiteraard te
allen tijde bereid om eventuele nadere toelichtingen te geven op
het onderstaande advies.
    Vriendelijke groet,
    Gerard Dielessen
                                                                        174
</pre>

====================================================================== Einde pagina 151 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 152 ======================================================================

<pre>    Opdracht
De focusgroep Programma heeft van de Commissie Toekomst-
verkenning Mediabestel de vraag gekregen hoe de publieke media
in 2020 vorm kunnen geven aan brede, pluriforme, diverse en
kwalitatieve programmering. Ook boog de focusgroep zich over de
interne organisatie van een toekomstige publieke mediaorganisatie
                                                                     Bijlagen
en onafhankelijkheid van de overheid. Op de laatste pagina van het
document is een begrippenlijst toegevoegd.
                                                                     Focusgroep Programma
                                                                     175
</pre>

====================================================================== Einde pagina 152 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 153 ======================================================================

<pre>    Inleiding
De focusgroep constateert dat de publieke omroep een groot deel
van de Nederlandse bevolking bereikt met kwalitatief hoogwaar-
dige programmering op televisie, radio en internet. Echter, als we
over tien jaar nog steeds over een sterk publiek programma-aanbod
willen beschikken, dan is vernieuwing van het publieke bestel van
                                                                      Bijlagen
essentieel belang.
Deze laatste conclusie is ingegeven door vijftal belangrijke
overwegingen:
    1.   Sterke veranderingen in het medialandschap
         –   toenemende dominantie van video
         –   veranderende verhouding lineair- non lineair
         –   transitie van bolwerk-media naar netwerk-media
         –   nieuwe vormen van publieksparticipatie/co-creatie
         –   doorwerking van social media in een netwerk-
             samenleving
         –   opkomst van globale media versus lokale en
             nationale media
         –   zoektocht naar valide bedrijfsmodellen
                                                                      Focusgroep Programma
    2.   Krimpend budget
         De publieke omroep wordt geconfronteerd met bezuini-
         gingen van ongekende omvang en zal dus nog inventiever
         en slagvaardiger moeten optreden om relevante program-
         mering aan te bieden en maatschappelijk draagvlak te
         versterken.
    3.   Te veel naar binnen gerichte blik
         De huidige organisatiestructuur leidt te vaak tot een naar
         binnen gericht bestuurlijk proces, waarbij de behoefte van
         het Nederlandse publiek ondanks vele goede bedoelingen,
         lang niet altijd centraal staat.
    4.   Afhankelijkheid van de grillige overheid te groot
         In het huidige bestel is de financiering van de overheid
         onvoorspelbaar, waardoor de publieke omroep niet weet
         waar hij aan toe is en dus geen consistent onafhankelijk
         beleid kan voeren.
    5.   Geen gedeelde visie op toekomst publieke media
         Om tot een toekomstbestendige publieke media orga-
         nisatie te komen, is een gemeenschappelijk gedragen doel
         onontbeerlijk. Maar onduidelijk is of de betrokken par-
         tijen, waaronder politici, overheid en omroepen allen in
         gelijke mate streven naar een brede publieke omroep voor     176
         iedereen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 153 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 154 ======================================================================

<pre>       Bovendien is er voortdurend discussie over de definitie van
       het begrip ‘brede publieke omroep’. Hoe breed is breed?
       Ook bestaat geen consensus over de vraag of er sprake is van
        een aanvullende taak, noch is men het bijvoorbeeld eens
       over het aantal publieke televisienetten, dat nodig is om de
       Nederlandse samenleving in voldoende mate te bereiken.
Onze samenleving is in toenemende mate een media-samenleving.
Mensen geven hun leven in belangrijke mate zin en vorm door
middel van media. Reflectie op de rol van publieke media in deze
                                                                      Bijlagen
samenleving is daardoor urgenter dan het in de voorbije decennia
was. Het belang van werkelijk onafhankelijke media met een
publieke en niet commerciële functie neemt navenant toe met het
stijgende belang van media.
                                                                      Focusgroep Programma
                                                                      177
</pre>

====================================================================== Einde pagina 154 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 155 ======================================================================

<pre>1.   Programmering
Korte schets huidige programmering
   De focusgroep wil, voordat ingegaan wordt op de toekomst
   van de programmering, een uitspraak doen over de huidige
   programma’s van de publieke omroep. De leden van de focus-
   groep hebben veel lof over de publieke jeugdprogrammering.
                                                                          Bijlagen
   Zapp maakt aansprekende programma’s van hoge kwaliteit
   voor de doelgroep 6 tot 12 jaar. Het valt op dat er te weinig
   programmering is voor de doelgroep 13 tot 18 jaar, en eigenlijk
   ook niet veel aanbod is voor jongeren tussen de 18 en 25 jaar.
       De documentaire traditie van de publieke omroep bloeit.
   Op het IDFA blijkt dat Nederlandse documentaires internatio-
   naal uitblinken. Ook zijn er veel goede publieke geschiedenis-
   programma op radio en televisie. Nederland heeft een zeer
   uitgebreid omroeparchief. De uitbreiding van de publieke taak
   van Beeld & Geluid zou deze traditie van het maken van
   geschiedenis- en andersoortige programma’s nog verder kunnen
   versterken.
       Wat betreft nieuws en sport schiet de publieke omroep er
   niet uit, als je het internationaal vergelijkt. Datzelfde geldt voor
   onderzoeksjournalistiek, politieke programma’s en Nederlands
   drama zijn.
       Bij de registratie van grote evenementen, zoals de Kroning
                                                                          Focusgroep Programma
   op 30 april 2013, blinkt de publieke omroep echter wel uit.
   Ook in digitale innovatie speelt de publieke omroep een voor-
   trekkersrol. Dit blijkt zelfs een exportartikel te zijn.
Doelstelling, waarde en taken publieke media
   De focusgroep onderscheidt de volgende publieke waarde,
   doelstelling en taken voor de publieke media:
     Publieke waarde
        Onafhankelijk van overheid en commercie
     Publieke doelstelling
        Fundamentele bijdrage leveren aan goed
        burgerschap en een volwassen democratie
     Publieke taken
        Bildung/ ontwikkeling
        Onderwijs
        Kunst & Cultuur
        Levensbeschouwing
        Innovatie
     Deze doelstelling en taken kunnen bereikt worden met een
     kwalitatieve programmering op televisie, radio en internet,
     waarbij de publieke waarde altijd hoog in het vaandel staat.         178
</pre>

====================================================================== Einde pagina 155 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 156 ======================================================================

<pre>Breed én aanvullend op het commerciële aanbod
   Het werkterrein van de publieke media is het publieke domein,
   waarbij het gaat om return to society, terwijl het bij commerciële
   organisatie gaat het om winst, return on investment. De taak van
   publieke media is dan ook niet om aanvullend op de markt te
   zijn of om marktfalen te compenseren. Publieke media hebben
   een eigenstandige functie, vergelijk het met onderwijs. Publiek
   gefinancierde programma’s moeten bijdragen aan de gefor-
   muleerde publieke doelstelling en taken. Het is derhalve niet
   wenselijk om breed als zelfstandige functie te zien van het
                                                                        Bijlagen
   publieke media-aanbod. Ook is het niet realistisch om bij terug-
   lopende financiering te verwachten dat de huidige breedte van
   het programma-aanbod gehandhaafd kan worden met dezelfde
   kwaliteit.
        De publieke media moeten zich dus in de toekomst richten
   op programmering die bijdraagt aan de doelstelling en taken.
   Dit is een smallere bandbreedte dan nu nog het geval is. Binnen
   deze smallere bandbreedte moet de content zo goed en toe-
   gankelijk mogelijk zijn voor alle Nederlanders. Dit betekent dat
   geen genres uitgesloten worden, omdat alle vormen ingezet
   kunnen worden om de publieke taak te vervullen. Zo kan
   (breed) amusement als ‘vehikel’ gebruikt worden voor het ont-
   wikkelen van burgerschap of educatie.
        Op dit moment gaat een groot deel van de politieke en
   maatschappelijke discussie over een beperkt deel van de
   programmering van de publieke omroep, de programma’s waar
   de overlap met commerciële programma’s het duidelijkst is.
                                                                        Focusgroep Programma
   De focusgroep denkt dat het niet mogelijk is om goed functio-
   nerende publieke media met voldoende impact te hebben,
   zonder dat er enige overlap is met de content die commerciële
   partijen maken. Er is enige breedte nodig om te voldoen aan
   de doelstelling van een publiek (massa)medium en het publiek
   kennis te laten maken met de publieke content. De overlap
   zou echter kleiner moeten zijn dan dat hij op dit moment is.
        De focusgroep stelt voor om vast te stellen wat op dit
   moment het percentage van de programma’s is dat overlapt
   (gemeten in minuten en in kosten van de publieke program-
   mering). Het maximum- of streefpercentage van overlap voor
   toekomstige programmering zou beduidend lager moeten
   liggen dan het huidige percentage. Een heldere afspraak over
   het gedeelte van overlap, zorgt voor duidelijkheid bij alle
   stakeholders en zal de steeds terugkomende discussie over één
   of enkele programma’s kunnen verminderen.
               aanbod                         aanbod
               publieke       overlap         commerciële
               media          max …%          media
                                                                        179
</pre>

====================================================================== Einde pagina 156 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 157 ======================================================================

<pre>Het verminderen van de overlap tussen publieke en commerciële
content moet op twee manieren gebeuren:
    1.   Publieke content zou meer dan nu getoetst moeten
         worden aan de publieke doelen en waarden. Alle
         content die hier niet aan voldoet, moet niet gemaakt
         worden.
    2.   Publieke content die zo succesvol wordt, dat een
         commerciële partij deze kan overnemen, zou in prin-
                                                                 Bijlagen
         cipe verkocht moeten worden aan commerciële
         partijen of overgelaten aan de markt. In een enkel
         geval kunnen programma’s binnen het publieke
         domein blijven bestaan ter ondersteuning van minder
         populaire programma’s. Op deze manier ontstaat
         ruimte voor nieuwe publieke content en wordt markt-
         verstoring verkleind. Ook zijn publieke media op deze
         manier een aanjager van innovatie in de hele sector
         en zal het publiek juist de publieke media opzoeken,
         omdat daar de vernieuwing plaatsvindt.
De focusgroepleden vinden dat de commerciële omroepen de
volgende genres/taken op dit moment niet (voldoende) maken:
    –    Jeugd
    –    Kunst en cultuur
    –    Aandacht voor nationale evenementen
                                                                 Focusgroep Programma
    –    Aandacht voor sport
    –    Onderzoeksjournalistiek
    –    Hoogwaardig Nederlands drama
    –    Documentaires
    –    Levensbeschouwing
    –    Achtergrond & opinie
Deze genres/taken moeten dus een onderdeel zijn van de
programmering van publieke media.
    Nieuws moet een onderdeel zijn van de publieke media,
    vanwege het grote belang van een onafhankelijke nieuws-
    voorziening voor onze democratische samenleving.
Bij het aankopen van grote sportevenementen moet de
eigen onafhankelijkheid niet in het geding komen en moet de
aankoop geen disproportionele aanslag op het budget zijn.
Ook is het van belang of een evenement door een commerciële
partij overgenomen kan worden of al is.
                                                                 180
</pre>

====================================================================== Einde pagina 157 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 158 ======================================================================

<pre>Gidsfunctie
   Publieke media moeten in de toekomst ook een sterke gids-
   functie/navigatiefunctie hebben. In het non-lineaire domein is
   dat een ingewikkelde opdracht, vanwege de vele kanalen en
   aanbieders. Om deze gidsfunctie in een dergelijk landschap te
   vervullen, is het noodzakelijk dat publieke media een sterk
   merk zijn, wat fungeert als een soort kwaliteitsaanduiding of
   keurmerk. De ontwikkeling van het merk zal o.a. met live
   events en gemeenschappelijk beleven op de lineaire kanalen
   gebeuren. Het merk wordt daarmee ook een kwaliteitsmerk
                                                                     Bijlagen
   voor online programmering. Een aanvullend te ontwikkelen
   marketingstrategie (branding) is onontbeerlijk voor een succes-
   volle publieke media organisatie. Het uiteindelijke eenduidige
   merk zal als een kwaliteitskeurmerk van de nieuwe publieke
   media organisatie moeten gelden.
       Media-educatie is ook een belangrijke taak van de publieke
   media, omdat media een niet meer weg te denken rol spelen
   in meningsvorming en het democratisch proces.
                                                                     Focusgroep Programma
                                                                     181
</pre>

====================================================================== Einde pagina 158 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 159 ======================================================================

<pre>2.   Organisatiemodel
De inrichting van het publieke mediabestel moet ten dienste staan
van een zo sterk mogelijke programmering van hoge kwaliteit.
Door het belang van media en de complexheid van de opdracht, zal
het altijd een vrij ingewikkeld systeem zijn, dat ook zwaktes kent.
    De focusgroep denkt echter dat de organisatie van publieke
                                                                         Bijlagen
media er fundamenteel anders uit moet komen te zien dan nu het
geval is. Het huidige organisatiemodel kent vier belangrijke zwaktes:
     1.   Veel besluiten vormen een compromis tussen de verschil-
          lende omroepverenigingen en de centrale organisatie
          (NPO).
     2.   Middelen worden niet efficiënt ingezet. Niet qua organi-
          satie, maar ook niet als het gaat om de investering in dure
          programma categorieën omdat de beschikbare middelen
          vaak worden verdeeld over te veel (omroep) organisaties.
          De omroepen gaan nu over de programma-inhoud, maar
          de generalist met verstand van schema’s (netmanager)
          beslist uiteindelijk of een programma geplaatst wordt in
          het programmaschema. Dat zorgt niet voor de meest
          optimale programmering.
                                                                         Focusgroep Programma
     3.   De slagvaardigheid en flexibiliteit van de centrale organi-
          satie is vanwege de huidige organisatiestructuur minimaal.
          Hier wordt de inhoud gegijzeld door het systeem.
     4.   Er is geen level playing field. Externe partijen hebben geen
          directe toegang tot de publieke financiering of het besluit-
          vormingsproces.
Uitgangspunten organisatiemodel
   De focusgroepleden zijn voorstander van een nieuw organisatie-
   model dat gebaseerd is op een vijftal belangrijke uitgangspunten:
     1.   Inhoud
          De keuzes voor de programmering moeten primair
          op basis van de publieke media doelstelling (inhoud)
          gemaakt worden;
     2.   Open
          Het bestel moet meer open staan voor private,
          culturele en maatschappelijke partijen;
     3.   Betrokken
          Het publiek moet meer betrokken worden en
          representatief vertegenwoordigd zijn;
     4.   Doelmatig
          De beschikbare middelen moeten
          efficiënter worden ingezet                                     182
     5.   Onafhankelijkheid
          De inhoud komt onafhankelijk van invloeden van overheid
          of commercie tot stand.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 159 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 160 ======================================================================

<pre>    Allereerst wordt hier de basis van het model dat de focusgroep
    voor ogen heeft geschetst. Vervolgens worden bepaalde onder-
    delen verder uitgewerkt.
basis organisatiemodel
                                           aanbieders
hoofdredacteur                             producenten en productiehuizen
                                           private, culturele en maatschappelijke organisaties
                                                                                                                              Bijlagen
taakredactie
nieuws, sport,
evenementen
(evt. meer)
                 hoofdredacteur    hoofdredacteur    hoofdredacteur    hoofdredacteur     hoofdredacteur     hoofdredacteur
                 kunst & cultuur       drama         opinie & debat        jeugd        levensbeschouwing            etc.
             programmaraad                          Raad van Bestuur                          diensten:
                                                                                   strategie, juridisch, P&O, etc.
                                               prestatieovereenkomst
                                                         OCW                                     ster
                                                                                                                              Focusgroep Programma
    De PMO van 2020 werkt op basis van een prestatieovereen-
    komst met de overheid. Een programmaraad bewaakt de
    uitvoering van de publieke taak en de programmatische kaders
    voor een bepaalde periode. De Raad van Bestuur draagt
    zorg voor de bestuurlijke organisatie, stelt de beleidsmatige
    en financiële kaders vast en stelt een hoofdredactie aan. Bij dit
    model hoort een concessieperiode van minimaal tien jaar en
    worden programmatische domeinen vastgesteld. Per domein
    worden een hoofdredacteur en een aantal eindredacteuren
    aangewezen die de vrijheid en autoriteit hebben om binnen de
    gestelde kaders inhoudelijke beslissingen te nemen over de
    invulling van de opdrachten die de Raad van Bestuur uitzet.
    Deze opdracht strekt zich uit over alle platforms (televisie,
    radio, internet). Elke producent en elk productiehuis kan zich
    met een voorstel inschrijven op een opdracht of deze aan-
    bieden aan de domeinredactie.
         De PMO is een smalle organisatie met een netwerk-
    structuur die focust op inhoud.
Domeinredacties
  Elk vastgesteld domein binnen de publieke mediaorganisatie
  heeft zijn eigen redactie. Deze redactie bestaat uit een hoofd-
  redacteur en enkele eindredacteuren die verantwoordelijk
  zijn voor de inhoudelijke beslissingen over de programmering.                                                               183
        Een hoofd- en eindredacteuren worden voor maximaal
  vijf jaar benoemd, met de mogelijkheid tot verlenging van één
  periode. De rest van het team bestaat uit gespecialiseerde vak-
  mensen met redactionele en productionele kennis en ervaring.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 160 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 161 ======================================================================

<pre>   De domeinredacties maken niet alleen de inhoudelijke keuzes,
   maar fungeren ook als kenniscentra en gesprekspartners voor
   externe producenten. Talentontwikkeling kan een expliciete
   taak zijn van een domeinredactie.
        De domeinredactie heeft de volledige zeggenschap over
   de inhoudelijke programmering. De redactie werkt binnen de
   beleidsmatige en programmatische kaders die de Raad van
   Bestuur stelt. Ook werkt elke redactie met een redactiestatuut
   dat gebaseerd is op de prestatieovereenkomst tussen raad van
   bestuur en het ministerie. Binnen die kaders heeft de domein-
                                                                      Bijlagen
   redactie alle vrijheid. Hierdoor ontstaat een heldere en werk-
   bare structuur die sterk afwijkt van de huidige praktijk waarbij
   voortdurend compromissen en bedrijfsmatige keuzes een rol
   spelen.
        Het is van belang dat de raad van bestuur bij het vast-
   stellen van de beleidsmatige en programmatische kaders ook
   rekening houdt met onderwerpen die horizontaal door de
   organisatie van belang zijn. Dit is onder andere aandacht voor
   innovatie en talentontwikkeling. Ook is op het gebied van
   crossmedialiteit (verschillende domeinen en verschillende plat-
   forms) en aandacht voor bepaalde (maatschappelijke) thema’s
   centrale visie en coördinatie gewenst. De hoofdredacteuren
   spelen hier een grote rol in.
Opdrachten en aanbieders
  Opdrachten kunnen via een transparante wijze aan aanbieders
  van content worden gegund of door eindredacteuren recht-
                                                                      Focusgroep Programma
  streeks worden besteld bij producenten. De opdrachten die uit-
  gezet worden via de tender zijn divers. Een voorbeeld kan zijn
  tien afleveringen Nederlands drama voor een bepaalde doel-
  groep, een documentaire waar ruimte is voor talentontwikkeling
  of een dagelijks ochtendprogramma op radio en internet
  gericht op nieuws en achtergronden. De opdracht kan voor
  slechts één of enkele afleveringen zijn, maar ook voor een
  langjarig journalistiek onderzoekstraject.
      Elke producent of productiehuis mag met een voorstel
  reageren op een tender of de domeinredacties benaderen met
  voorstellen. Het is ook mogelijk dat een eindredacteur een
  producent benadert. Er wordt vooraf vastgelegd welk deel van
  de producties minimaal via een tender uitgezet moet worden.
  Met de keus om de tender open te stellen voor alle producenten
  en productiehuizen ontstaat een gelijkwaardig speelveld.
      De eindredacteur beslist met ondersteuning van de
  domeinredactie welke aanbieder de opdracht mag uitvoeren.
  Bij de selectie van de aanbieder speelt meer mee dan alleen
  een goed programma idee. De financiën, de productionele- en
  redactionele ervaring, etc. zijn ook een selectiecriterium. Ook
  de verbinding van een producent met de maatschappij of het
  publiek kan een rol spelen, bijvoorbeeld de maatschappelijke
  of culturele organisaties betrokken zijn. Bij bepaalde taken/
  opdrachten moeten jonge makers en programmavernieuwing
  voorrang krijgen.                                                   184
      Omroepverenigingen krijgen in dit nieuwe organisatiemodel
  een nieuwe rol. Het ligt voor de hand dat de huidige omroep
  verenigingen zich omvormen tot productiehuizen: in een
  overgangsfase zouden zij dan als preferred supplier aangemerkt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 161 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 162 ======================================================================

<pre>    kunnen worden. De omroepverenigingen beschikken over een
    goede uitgangspositie als aanbieder in het nieuwe systeem,
    omdat ze uiteraard veel productie-ervaring of gespecialiseerde
    redacties hebben en een goede band met het publiek door de
    verenigingsstructuur.
Taakredactie
   Een beperkt aantal taken moet vanuit het oogpunt van
   onafhankelijkheid en continuïteit door een interne redactie
   uitgevoerd worden en mag niet in opdrachten uitgezet worden
                                                                      Bijlagen
   bij externe aanbieders. Het gaat in ieder geval om nieuws en
   directe duiding, (bepaalde) sportprogrammering en de regis-
   tratie van nationale evenementen. Voor deze taken is een
   gespecialiseerde redactie noodzakelijk.
        Sommige programmering is van zo’n groot belang voor
   de publieke doelstelling, dat continuïteit geborgd moet
   zijn. Dit geldt voor bepaalde jeugd- en cultuurprogrammering
   en (een deel van de) onderzoeksjournalistiek. Voor deze pro-
   grammering moet de expertise, kennis en know how gebundeld
   worden en voor lange tijd vastgehouden kunnen worden.
   Zo creëer je sterke producties die de commerciële partijen niet
   kunnen bieden. Het is mogelijk om deze taken (deels) uit te
   laten voeren door de taakredactie. Continuïteit voor deze taken
   kan echter ook gegarandeerd worden door het uitschrijven
   van langjarige opdrachten, waardoor een aanbieder een sterk
   product kan opbouwen met de zekerheid van een aantal
   jaar financiering.
                                                                      Focusgroep Programma
Programmaraad
   De programmaraad vertegenwoordigt het publieke belang en
   toetst of de publieke taken voldoende uitgeoefend worden.
   Een goede programmaraad haalt de buitenwereld naar binnen.
   De programmaraad is vanuit democratisch beginsel represen-
   tatief samengesteld. Ook zitten er mensen in de raad die binding
    hebben met en kennis hebben over bepaalde maatschappelijke
   groepen, bijvoorbeeld mensen uit maatschappelijke organi-
   saties of levensbeschouwelijke stromingen. De leden van de
   programmaraad worden benoemd door de minister.
Cultuur en levensbeschouwing
   De oprichting van het Mediafonds was een correctie op een
   falende publieke omroep. In een nieuwe organisatie waar
   autonoom inhoudelijke besluiten over programmering genomen
   worden, kunnen de taken weer overgenomen worden. In het
   opstellen van de kaders en opdrachten moet de ontwikkeling
   en productie van hoogwaardig drama en documentaires dan
   wel gewaarborgd worden. Hetzelfde geldt voor de levens-
   beschouwelijke programmering. De programmaraad zal dit
   controleren.
Implicaties voor huidige regelgeving
   Als voor deze of vergelijkbare systematiek gekozen zou worden      185
   is het noodzakelijk dat de huidige beleidsmatige en juridische
   restricties omtrent cofinanciering en publiek-private samen-
   werkingen tot een absoluut minimum worden teruggebracht.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 162 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 163 ======================================================================

<pre>Uiteraard mag het publieke bestel niet dienstbaar worden aan
commerciële partijen en haar redactionele vrijheid niet verliezen,
maar het aangaan van partnerschappen met maatschappelijke,
journalistieke of culturele organisaties, private fondsen,
financiers en distributeurs zou publieke programmering juist
zeer ten goede komen. Sterker nog het is vrij essentieel om
in het nieuwe tijdperk een sterk publiek domein te behouden
met media onafhankelijk van overheid en commercie.
                                                                     Bijlagen
                                                                     Focusgroep Programma
                                                                     186
</pre>

====================================================================== Einde pagina 163 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 164 ======================================================================

<pre>3.   Onafhankelijkheid van de
     overheid en commercie
De belangrijkste waarde van publieke media is inhoudelijke onaf-
hankelijkheid van overheid en commercie. Publieke media zijn een
overheidstaak, dus zullen nooit helemaal los staan van de overheid.
Belangrijk zijn echter wel de inhoudelijke onafhankelijkheid,
voldoende afstand tussen politiek en bestuur en het creëren van
                                                                           Bijlagen
bestuurlijke rust bij de publieke media.
     Een lange concessieperiode is zeer belangrijk voor de borging
van onafhankelijkheid. De focusgroep ook vindt dat de financiering
gelijk moet lopen met de concessieperiode.
     Idealiter hebben publieke media geen reclame en dus geen
STER-inkomsten, omdat het goed is voor de onafhankelijkheid en
de onderscheidenheid van publieke media. Dit lijkt de focusgroep
in deze financiële tijden echter niet realistisch. Als er wel reclame is
op publieke media, is het van belang om inhoudelijke beslissingen
nooit af te laten hangen van de STER-inkomsten. In de prestatie-
overeenkomst met de overheid en in de opdrachten die door
de raad van bestuur worden uitgezet zijn doelgroepen en bereik
globaal beschreven. Deze gegevens moeten het uitgangspunt
voor de STER zijn.
     Een andere manier om de onafhankelijkheid van de overheid te
borgen, is om de financieringsmix breder te maken. Dus naast
de financiering van overheid en STER, moet er meer ruimte zijn om
                                                                           Focusgroep Programma
financiering uit de markt en van burgers te verkrijgen. De overheid
moet in wetgeving ruimte bieden voor meer ondernemerschap van
publieke media.
                                                                           187
</pre>

====================================================================== Einde pagina 164 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 165 ======================================================================

<pre>    Begrippen
Aanbieder                        Prestatieovereenkomst
Producenten of productiehuizen   Overeenkomst tussen de
die een uitgezette opdracht      publieke mediaorganisatie en
willen uitvoeren.                het ministerie van OCW
                                 over het aanbod en bereik dat
                                                                     Bijlagen
Domeinredactie                   de publieke mediaorganisatie
Een redactie die o.l.v. een      belooft te realiseren.
hoofdredacteur het uitzetten
van opdrachten uitvoert,         Programmaraad
de aanbieders selecteert en      Raad bestaande uit mensen die
de producties begeleidt.         de diversiteit in de maatschappij
                                 representeren. Waakt over
Eindredacteur                    pluriformiteit en representati-
Een eindredacteur neemt          viteit, houdt toezicht op de raad
over een bepaald deel van een    van bestuur en keurt het
domein autonoom beslissingen     beleid en de macrobeslissingen
over de programmering. De        over programmering goed.
eindredacteur legt verantwoor-
ding af aan de hoofdredacteur.  Publieke Media Organisatie
                                (PMO)
Hoofdredacteur                  De organisatie o.l.v. de Raad
De hoofdredacteur staat aan het van Bestuur die de publieke
                                                                     Focusgroep Programma
hoofd van een domeinredactie    taakopdracht uitvoert.
en neemt autonoom beslissingen De domeinredacties, taakredactie
over welke aanbieder een op-    en diensten zijn onderdeel van
dracht mag uitvoeren. Een       deze organisatie.
hoofdredacteur heeft ervaring
en autoriteit in het domein     Raad van Bestuur
waarvoor deze werkt.            Geeft leiding aan de publieke
                                mediaorganisatie op basis van de
Opdracht                        publieke taakopdracht. De Raad
De raad van bestuur zet in de   van Bestuur wordt ondersteund
verschillende domeinen op-      door diensten.
drachten die gezamenlijk leiden
tot de programmering van pu-    Taakredactie
blieke media op alle platforms. Nieuws en directe duiding,
Een opdracht kan variëren       (bepaalde) sporten, grote
van één documentaire tot een    evenementen en evt. andere
langjarig reeks van jeugdradio- taken worden niet door externe
programma’s. Ook innovatie en aanbieders gemaakt, maar
talentontwikkeling kunnen deel intern geproduceerd door de
uitmaken van een opdracht.      taakredactie.
                                                                     188
</pre>

====================================================================== Einde pagina 165 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 166 ======================================================================

<pre>    Samenstelling focusgroep
    Programma
    Gerard Dielessen
    voorzitter
algemeen directeur
NOC * NSF
                               Bijlagen
    George van Breemen
hoofd financiën
Nederlands Fonds
voor de Film
    Ton F. van Dijk
interim manager
IKON
    Bernt Hugenholtz
hoogleraar Informatierecht
Universiteit
van Amsterdam
                               Focusgroep Programma
    Bert Janssens
hoofdredacteur
HUMAN
    Roland Kieft
artistiek directeur
Residentie Orkest
                               189
</pre>

====================================================================== Einde pagina 166 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 167 ======================================================================

<pre>                               Bijlagen   Focusgroep Samenwerking omroepen en pers in de regio   190
Focusgroep Samenwerking
omroepen en pers in de regio
    10.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 167 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 168 ======================================================================

<pre>    Focusgroep Samenwerking
    omroepen en pers in de regio
De focusgroep is ervan overtuigd dat de huidige bestaande struc-
tuur – zelfstandig opererende kranten en publieke omroep in de
regio – niet toekomstbestendig is. Als de regionale media op dezelfde
voet verdergaan, graven zij uiteindelijk hun eigen graf. Dat is een
groot probleem voor het goed functioneren van een democratische
                                                                                                 Bijlagen
samenleving, want daarvoor moet er juist voldoende massa in
de regio aanwezig zijn, zodat de burger wordt voorzien van een
gevarieerd en informatief aanbod.
Om de negatieve spiraal te doorbreken, adviseert de focusgroep
een journalistieke coöperatie in de regio op te richten (‘content-
fabriek’ [66]), waar regionale content wordt gemaakt en via verschil-
lende platforms wordt verspreid. Regionale en lokale omroepen,
regionale dagbladen, huis-aan-huisbladen, maar ook individuele
journalisten, bloggers, lokale platforms, bibliotheken, (publieke)
organisaties, onderwijsinstellingen, culturele instellingen en
bedrijven enz. kunnen deel uitmaken van zo’n coöperatie.
     Datzelfde geldt met nadruk ook voor de landelijke organi-
saties die zich bezighouden met informatie, zoals NOS, landelijke
dagbladen en commerciële omroepen en websites.
     Om succesvol te kunnen zijn, moet er straks goed gekeken
worden naar de schaalgrootte. Wij denken dat een provincie of
                                                                                                Focusgroep Samenwerking omroepen en pers in de regio
gemeente niet per se een logisch, samenhangend sociaal cultureel
gebied hoeft te vormen. Het gaat erom in de toekomst die gebieden
veel beter te benoemen en zo veel beter te voorzien van nuttige
informatie.
     Binnen de coöperatie zullen er dus streekteams komen die zich
richten op kleinere, specifieke gebieden. Op die manier kan er meer
aandacht worden besteed aan streekgebonden informatie (die nu
nogal eens ondersneeuwt) en dringt de journalistiek door tot in de
haarvaten van de samenleving. De journalisten zijn geworteld in
de regio; ze wonen, leven en werken daar. Dat er een aantal zaken
wordt ondergebracht in de backoffice van de te vormen coöperatie
is dan vooral een keuze om het uit economisch perspectief schaal-
baar te maken.
Een journalistieke coöperatie in de regio ontstaat niet spontaan;
iemand zal daarom het initiatief moeten nemen, anders gebeurt              66
er niets. De focusgroep adviseert om de regionale omroep via            Bij een ‘content-
                                                                        fabriek denkt de
te formuleren beleid met de vorming van dergelijke mediacentra
                                                                        focusgroep aan een
te belasten. Dat moet vooral een flexibele organisatie worden           heel andere manier
waar de bedrijfsmatige processen goed zijn geregeld.                    van produceren dan
     In zo’n coöperatie kunnen allerlei vormen van samenwerking         we nu gewend zijn.
                                                                        Het gaat om een meer
ontstaan. Op dit moment wordt hiermee – met steun van het
                                                                        industriële aanpak
Stimuleringsfonds voor de Pers – geëxperimenteerd, onder andere         waarin naast com-
in de provincie Noord-Brabant waar dagblad BN DeStem een                plete producten ook
alliantie is aangegaan met Omroep Brabant. Ook zijn er plannen          ‘halffabrikaten’ en      191
in Limburg en Twenthe. De content die deze samenwerking                 ‘grondstoffen’ worden
                                                                        geproduceerd. Deze
oplevert, kunnen de deelnemende partijen bijvoorbeeld gebruiken         kunnen weer door
voor hun eigen website of andere platforms.                             anderen gebruikt
                                                                        worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 168 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 169 ======================================================================

<pre>Dat is ook het idee achter de coöperatie: de leden kunnen zelf
materiaal aanleveren, maar mogen ook content eruit halen
die andere leden van de coöperatie hebben gemaakt. Quid pro quo,
kortom. Wil een gemeente worden bediend door de coöperatie?
Dan kan zij de subsidie voor de lokale omroep (ongeveer € 1,70
per huishouden) in de kas storten en krijgt in ruil hiervoor profes-
sionele, lokaalgerichte verslaggeving.
     De focusgroep is voorstander van een dergelijk open
(‘ademend’) model, waar de deur eigenlijk voor iedereen open-
staat en waar er altijd ruimte is voor (publiek-private) samenwer-
                                                                         Bijlagen
king, innovatie en journalistieke experimenten. Zo wordt een
modern mediacentrum gevormd dat toekomstgericht is.
     In de coöperatie wordt veel content gemaakt – van ruw mate-
riaal tot gemonteerde items – dat de leden gratis en onbelemmerd
mogen gebruiken voor hun eigen producties. Dat levert meer
efficiency, een grotere pluriformiteit en een groter bereik op.
     Maar er zijn ook ethische, journalistieke en juridische grenzen
aan het delen van content. Die zullen door deskundigen verder
moeten worden onderzocht.
Om een journalistieke coöperatie in de regio – zoals de focusgroep
voor ogen heeft – daadwerkelijk te kunnen oprichten, zal bestaande
wet- en regelgeving – met name ten aanzien van publiek-private
constructies in de media – drastisch moeten worden gewijzigd.
De huidige wettelijke kaders vormen een belemmering en zetten
een rem op initiatieven. De overheid moet die belemmeringen
opheffen, onder meer door de wetgeving (waaronder de Mediawet)
                                                                        Focusgroep Samenwerking omroepen en pers in de regio
aan te passen. Nieuwe wet- en regelgeving moet experimenten
juist stimuleren en faciliteren.
     Er is in de media een proces van ‘democratisering’ aan de gang.
De drempels voor productie, aggregatie en distributie van aller-
hande vormen van content zijn laag geworden of worden dat. De
drempels om toe te treden tot het journalistieke metier zijn al lager
dan voorheen en zullen steeds lager worden. Daar moet op zijn
minst mee worden geëxperimenteerd; er moet ruimte komen voor
grassroots experimenten.
Diverse geldstromen vormen de basis voor de financiering van de
journalistieke coöperatie: subsidies van het Rijk (regionale omroep)
en gemeenten (lokale omroep), de verkoop van content, inkomsten
uit abonnementen en advertentieopbrengsten.
De focusgroep vindt dat samenwerking in de regio het centrale
uitgangspunt moet zijn. Alleen dan kunnen er toekomstbestendige
stappen worden gezet. De beslissingsbevoegdheid en regie moeten
in de regio komen te liggen; een centrale aansturing heeft hier
vooral een remmende werking.
                                                                         192
</pre>

====================================================================== Einde pagina 169 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 170 ======================================================================

<pre>    Samenstelling focusgroep
    Samenwerking omroepen en
    pers in de regio
    Allard Berends
    voorzitter
directeur, hoofdredacteur
Omroep Flevoland
                                                         Bijlagen
    Piet Bakker
onderzoeker, lector
Hogeschool Utrecht
    Erwin Blom
oprichter
Fast Moving Targets
    Michiel Buitelaar
COO Digital
Sanoma •
    Wim Jansen
                                                        Focusgroep Samenwerking omroepen en pers in de regio
journalist, schrijver
    Jacques Kuyf
CEO FD
Mediagroep •
    Johan van Uffelen
hoofdredacteur
BN DeStem
    René van Geffen
secretaris
Raad voor Cultuur
                                                         193
                                  •
                               De hier genoemde
                               functie werd niet
                               tijdens het gehele ad-
                               viestraject vervuld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 170 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 171 ======================================================================

<pre>Colofon
De tijd staat open
Advies voor een toekomst-
bestendige publieke omroep
                                          Bijlagen
Dit advies is een uitgave van
de Raad voor Cultuur
Leden
Joop Daalmeijer
  voorzitter
Melle Daamen
Jessica Mahn
Caroline Nevejan
Annick Schramme
Rocky Tuhuteru
Mathieu Weggeman
Jeroen Bartelse
  algemeen secretaris
ontwerp
                                          Colofon
studio Daphne Heemskerk
fotografie
Aad Hoogendoorn
illustratie
Christina Boldero,
Web of Life
druk
Romer
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
Postbus 61243
2506 AE Den Haag
telefoon 070 – 3106686
info@cultuur.nl
www.cultuur.nl
Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de Raad
voor Cultuur en deze publicatie als
bronnen worden vermeld.
                                          194
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, maart 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 171 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 172 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd
en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en
subsidiebesluiten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 172 =================================================================

<br><br>