<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>i A A Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag

Oo Postbus 61243
2506 AE Den Haag
C U U B t 070 3106686

info@cultuur.nl
www.cultuur.nl

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Mevrouw dr. J. Bussemaker

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

Datum: 3 april 2014
Kenmerk: rc-2013.06814/2

Betreft: advies immaterieel erfgoed

Geachte mevrouw Bussemaker,

In uw brief van 26 september 2013 vraagt u de raad te adviseren over
thema’s voor internationale nominaties van immaterieel erfgoed. U bent van
plan een internationale voordracht - in het kader van het UNESCO-verdrag -
in te dienen. Voordat de raad ingaat op uw vraag, schetst hij eerst kort de
achtergrond van dit verdrag.

Aanleiding

In 2012 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de ratificatie van het
Verdrag ter bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed. De
doelstellingen van dit UNESCO-verdrag zijn:!

- Het immaterieel cultureel erfgoed beschermen

- Respect verzekeren voor het immaterieel cultureel erfgoed van de
betrokken gemeenschappen, groepen en individuen

- Op lokaal, nationaal en internationaal niveau het bewustzijn verhogen
van het belang van het immaterieel cultureel erfgoed en daarvoor
wederzijdse waardering verzekeren

- Voor internationale samenwerking en hulp zorgen

Dit verdrag is in 2003 tot stand gekomen na een langlopende discussie over
immaterieel erfgoed. Voor het materiële erfgoed is sinds 1972 het
Werelderfgoed Verdrag van toepassing, maar voor immaterieel erfgoed was
er weinig geregeld.

1 Zie de Conventie betreffende de bescherming van het immaterieel cultureel
erfgoed, oktober 2003
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>RAAR

cUÊ ur

De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, de heer Rosenthal en de
toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer
Zijlstra, wezen in de nota aan de Staten-Generaal van maart 2012 2 ook op dit
aspect: “het verdrag is ook bedoeld om een betere internationale balans te
bewerkstelligen tussen enerzijds het behoud van - materieel - Werelderfgoed,
dat wordt gedomineerd door westerse landen, en anderzijds het veiligstellen
van immaterieel erfgoed dat vooral in de niet-westerse landen te vinden is.”

In 1989 deed UNESCO een aanbeveling over de bescherming van
traditionele cultuur en folklore. Deze aanbeveling lag mede aan de basis van
de totstandkoming van het Verdrag ter bescherming van het Immaterieel
Cultureel Erfgoed. In 2012 heeft het Koninkrijk der Nederlanden het
UNESCO-verdrag geratificeerd en in augustus van dat jaar is het verdrag
voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. Door het verdrag
te ratificeren, is het Koninkrijk akkoord gegaan met enkele vereisten ervan.
Zo wordt elk deelnemend land geacht de nodige maatregelen te nemen om
de bescherming van het aanwezige immaterieel cultureel erfgoed te
verzekeren. Ook stelt het land één of meerdere inventarissen hiervan op.

Daarnaast biedt het verdrag voor het immaterieel erfgoed, evenals het
Werelderfgoed Verdrag, de mogelijkheid om internationaal voor te dragen
voor internationale lijsten en een register op het gebied van immaterieel
erfgoed. Voor internationaal voordragen bestaan er drie opties:

1. De representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de
mensheid (artikel 16): opname van het element op deze lijst zal de
zichtbaarheid en het bewustzijn van de betekenis van het immaterieel
cultureel erfgoed helpen verzekeren en de dialoog aanmoedigen en zo de
culturele diversiteit in de wereld weerspiegelen en getuigen van de
menselijke creativiteit.

2. Lijst van immaterieel cultureel erfgoed dat dringend bescherming nodig
heeft (artikel 17): het element op deze lijst behoeft dringend
bescherming, omdat zijn levensvatbaarheid gevaar loopt ondanks de
inspanningen van de betrokken gemeenschap, groep of, indien van
toepassing, individuen en staat/staten.

3. Register van programma’s, projecten en activiteiten voor de bescherming
van het immaterieel cultureel erfgoed (artikel 18):
het programma, project of de activiteit bevordert de coördinatie van de
inspanningen voor het beschermen van immaterieel cultureel erfgoed
op regionaal, sub-regionaal en/of internationaal niveau en
weerspiegelt de principes en de doelstellingen van het verdrag.

2 Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2011-2012, 33 206 (R1979)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>RAA
cùTUUR

Adviesaanvraag

In uw brief geeft u aan dat u van plan bent internationaal voor te dragen. U
vraagt de raad te adviseren over een beperkt aantal algemene thema’s, als
kader voor de selectie van immaterieel erfgoed dat kan worden voorgedragen
voor de internationale lijsten en het register van het verdrag. Dat kader wilt u
voor een bepaalde periode vaststellen.

Voorwaarde voor internationale voordracht is dat het immaterieel
erfgoedelement op een nationale inventaris staat. Sinds 2012 beschikt
Nederland over zo’n inventaris, die is opgezet en wordt beheerd door het
Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). De
inventaris bevat momenteel (maart 2014) 43 voorbeelden (zie bijlage 4). Het
is uw bedoeling dat het VIE ook de internationale voordracht zal
voorbereiden, op basis van thema’s waarover u de raad nu om advies vraagt.

De raad heeft ter voorbereiding van dit advies een commissie samengesteld
onder leiding van Gerard Rooijakkers. De samenstelling ervan is opgenomen
in bijlage 2. De commissie heeft diverse partijen uit het veld geraadpleegd.
Een overzicht van deze gesprekspartners vindt u in de bijlage 3. De raad is de
commissie zeer erkentelijk voor haar werk.

Advies

De raad is van mening dat het ratificeren van het verdrag een goede keus is
geweest. Immaterieel erfgoed heeft een even groot belang als materieel
erfgoed en beide vormen zijn vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Nederland neemt door ratificatie zijn verantwoordelijkheid voor de
zorgvuldige omgang met immaterieel erfgoed.

De raad ondersteunt ook het besluit om internationaal voor te dragen. Wel
vindt hij het een lastige opgave om over thema’s te adviseren die mogelijk
uitsluitend kunnen werken. Een belangrijk criterium om in aanmerking te
komen voor internationale selectie is immers dat het voorgedragen element
of programma is genomineerd na de (breedst mogelijke) participatie van de
betrokken gemeenschap. Het is dus van belang dat er een groot draagvlak
bestaat voor het immateriële erfgoed en dat voordrachten door een groep
breed gedragen worden.

Door voorafgaand thema’s voor selectie aan te wijzen, kunnen bepaalde
elementen in beginsel al uitgesloten worden. Terwijl de aard van dit verdrag
juist gericht is op een bottom-up benadering, waarbij een kwalitatief oordeel
niet aan de orde is. In plaats van over enkele thema’s te adviseren, kiest de
raad daarom voor een bredere benadering en identificeert hij vijf
categorieën. Deze categorieën kunnen gezamenlijk al het immaterieel
erfgoed omvatten zodat er van uitsluiting geen sprake is. Hij adviseert de
minister per jaar of periode uit te gaan van een van deze categorieën en
hierbinnen een selectie te doen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>RAA
cUfuur

De raad heeft de volgende categorieën gekozen:

- Beeld en geluid (inclusief taal als overdrachtsmiddel)
- Eten en drinken

- Rituelen en gebruiken

- Ambacht en techniek

- Feest en spel

Naast deze categorieën adviseert de raad twee criteria bepalend te laten zijn

voor internationale voordracht:

- Generieke fenomenen. Ga bij internationale voordracht niet uit van een
op zichzelf staand immaterieel erfgoedelement, maar volg een bredere
aanpak waarbij gelijksoortige elementen als één fenomeen worden
voorgedragen (bijvoorbeeld de bloemencorso’s of de gildecultuur).

- Gezamenlijke voordracht. Zoek samenwerking met andere lidstaten,
want veel culturele fenomenen beperken zich immers niet tot de
nationale grenzen van de huidige lidstaten. Ga uit van een
grensoverschrijdend perspectief op verwantschap en verscheidenheid
van fenomenen en erfgoedgemeenschappen.

Het verdrag en de uitvoering ervan
Hoewel uw adviesaanvraag zich uitsluitend richt op thema’s, wil de raad over
het verdrag en de uitvoering ervan nog enkele opmerkingen plaatsen.

Definitie immaterieel erfgoed

De raad plaatst een kanttekening bij de definitie van immaterieel erfgoed die
het verdrag hanteert. In het verdrag wordt gesteld dat er uitsluitend rekening
wordt gehouden met het immaterieel cultureel erfgoed dat zowel compatibel
is met bestaande internationale instrumenten voor mensenrechten als met
de vereiste van wederzijds respect tussen de gemeenschappen, groepen en
individuen, en duurzame ontwikkeling.

De raad constateert een discrepantie tussen deze criteria en de aard van
bepaalde vormen van immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed is
kenmerkend voor een bepaalde groep mensen en onderscheidt hen van
anderen. Vaak is dit onderscheidende aspect voortgekomen uit onderlinge
strijd of afzetting tegen anderen. Volgens de huidige criteria van UNESCO
zou dit soort immaterieel erfgoed daardoor niet kunnen voldoen aan het
verdrag.

Hetzelfde geldt voor het criterium van de mensenrechten. Vele tradities,
kenmerkend voor een bepaald land of een bepaalde bevolkingsgroep, kunnen
worden gezien als strijdig met de huidige rechten van de mens.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>RAA
cUuur

Onderscheid tussen man en vrouw is daarbij een duidelijk voorbeeld, naast
onderscheid dat is terug te voeren op voormalige koloniale verhoudingen en
verschil in etniciteit.3

Immaterieel erfgoed is per definitie niet ‘onschuldig’. Dat ontkennen of
negeren is naar het oordeel van de raad riskant. De raad adviseert dan ook de
definitie van immaterieel erfgoed in ieder geval in de nationale aanpak zo
breed mogelijk te hanteren. Alle uitingen die als kenmerkend worden
beschouwd voor en gedragen en in stand gehouden door een bepaalde
gemeenschap, inclusief eventueel bijbehorende discussie, dienen te vallen
onder de term immaterieel erfgoed.

Nationale inventaris

Het opstellen van een of meerdere inventarissen van immaterieel erfgoed is
een verplichting van het verdrag. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap heeft subsidie verleend voor een plan van aanpak als startpunt
hiervoor. Het VIE heeft de organisatie van de inventaris, waarop vormen
van immaterieel erfgoed in Nederland en de bijbehorende
erfgoedgemeenschappen een plek kunnen krijgen, op zich genomen. Alleen
elementen die op een dergelijke inventaris staan, kunnen internationaal
worden voorgedragen.

Daarnaast is er, met financiële ondersteuning van Nederland, een
capaciteitsprogramma gestart in het Caribisch gebied om daar het verdrag
uit te voeren. De verschillende eilanden zullen allemaal een eigen inventaris
opzetten, die mogelijk in een later stadium zal aansluiten bij de Nederlandse
inventaris. De raad vindt het positief dat er voldoende aandacht wordt
besteed aan het immaterieel erfgoed in het Caribisch gebied. Ook daar heeft
immaterieel erfgoed immers een grote invloed op het dagelijks bestaan.

De Nederlandse inventaris voldoet, zoals hij nu is samengesteld, naar de
mening van de raad (nog) niet. Het verdrag stelt dat ‘de betreffende lidstaat
een inventaris opmaakt die een objectief overzicht geeft van praktijken van
immaterieel erfgoed en hun dragende gemeenschappen’. In de brief van
maart 2012 geven minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en
staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan ook
terecht aan dat Nederland kiest voor het samenstellen van een brede
inventaris die via een bottom-up benadering tot stand komt:

3 Richard Kurin, directeur van het Smithsonian Instituut Centrum voor Folklore en
Cultureel Erfgoed,constateert in zijn artikel uit 2004 over het verdrag eveneens de
tegenstrijdigheid van deze criteria en de aard van immaterieel erfgoed. Zie
“Intangible cultural heritage in the 2003 UNESCO convention, Richard Kurin,
2004”3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>RAA

cUÊOur

“het is de bedoeling dat de inventarisatie resulteert in een interactieve
publiekstoegankelijke online database. Zo zal deze inventaris van, voor en
door het veld zijn”, aldus de toelichtende nota.

De raad heeft er begrip voor dat de inventaris in ontwikkeling is en nog niet
een breed beeld geeft van het Nederlands immaterieel erfgoed. Hij
constateert echter dat de huidige werkwijze rondom de landelijke inventaris
voor verwarring kan zorgen. Een goed voorbeeld hiervan is de discussie over
het Sinterklaasfeest. Dat feest staat momenteel niet op de landelijke
inventaris, en de suggestie wordt gewekt dat dit om inhoudelijke redenen is.
Dit lijkt de raad niet de bedoeling van de inventaris, noch van de rol van het
VIE.

Dat het Sinterklaasfeest, gedragen door een grote gemeenschap en
kenmerkend voor de Nederlandse cultuur, op de huidige inventaris
ontbreekt en dat het VIE hier inhoudelijk op ingaat, suggereert dat het VIE
zich een sturende en kwalitatieve rol heeft aangemeten. Plaatsing op de
landelijke inventaris kan hierdoor worden gezien als een
kwaliteitskeurmerk. Soms wordt plaatsing hierop zelfs al gezien en
gecommuniceerd als een UNESCO-keurmerk.

Dit is volgens de raad strijdig met het doel van de inventaris, namelijk het
op niet-hiërarchische wijze identificeren van het immaterieel cultureel
erfgoed dat aanwezig is op het grondgebied. Bij deze identificatie dient de
discussie over het erfgoed meegenomen te worden, evenals de ontwikkeling
ervan. Immaterieel erfgoed is immers niet statisch , maar past zich steeds
aan de heersende tijdsgeest aan.

Het is opvallend dat bepaalde gemeenschappen er bewust voor kiezen om
niet op de landelijke inventaris te komen; bijvoorbeeld om het immaterieel
erfgoedelement ‘uit de schijnwerpers’ te houden, uit vrees voor
commercialisering of ‘musealisering’ van hun levende traditie. Plaatsing op
de huidige inventaris kan gepaard gaan met toenemend toerisme, iets waar
niet elke gemeenschap even enthousiast over is.

Daarnaast zijn er ook praktische redenen om niet op de landelijke inventaris
te willen of kunnen komen. Zo is dossiervorming momenteel een vereiste
voor de landelijke inventaris. Dit heeft mogelijk als gevolg dat alleen goed
georganiseerde gemeenschappen op de inventaris terechtkomen. Terwijl het
immaterieel erfgoed in Nederland, vaak kleinschalig en lokaal
georganiseerd, veel meer omvat dan de huidige inventaris doet vermoeden.

De raad constateert dat de huidige inventaris nog geen breed beeld geeft van
het immateriële erfgoed in Nederland en zijn dragende gemeenschappen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>RAA
cUCTUUR

Spraakmakende en bekende fenomenen ontbreken, maar ook meer
hedendaagse of stedelijke erfgoedgemeenschappen en die van
(postkoloniale) migranten zijn onvoldoende vertegenwoordigd.

De werkwijze met betrekking tot de landelijke inventaris behoeft daarom
aanpassing, voordat deze kan fungeren als startpunt voor een internationale
nominatie. De raad adviseert de landelijke inventaris volledig interactief te
laten functioneren. Dat wil zeggen: een brede lijst waarop
erfgoedgemeenschappen zelf, dus zonder procedurele drempels of
kwalitatieve oordelen, hun immaterieel erfgoedfenomenen kunnen
toevoegen. Een goed voorbeeld hiervan is de wiki-database die Schotland
hanteert om het immateriële erfgoed in beeld te brengen. De raad pleit voor
een soortgelijke werkwijze voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarbij het
veld zelf content kan toevoegen en een moderator dit coördineert. Het
Caribisch gebied kan hierin meegenomen worden.

Het VIE dient hiervoor meer aansluiting te zoeken bij andere belangrijke
spelers in het veld, zoals Imagine IC, de Reinwardt Academie, het Fonds
voor Cultuurparticipatie, het Meertens Instituut en andere relevante
instituten. Verdere samenwerking tussen deze instellingen, die elk op eigen
wijze - traditioneel of modern - immaterieel erfgoed benaderen, kan het
landelijke debat over immaterieel erfgoed én de invulling van de landelijke
inventaris naar een hoger plan brengen. Daarnaast kunnen deze partijen een
grote rol spelen in de communicatie rond immaterieel erfgoed en het
UNESCO-verdrag, zodat eventuele misverstanden (zie hierboven) ontkracht
kunnen worden.

Internationale voordracht

Aanleiding van de adviesaanvraag is uw voornemen om immaterieel erfgoed
internationaal te nomineren. Er zijn hiervoor drie opties (onder artikel 16, 17
en 18). Ook kan er voor meer dan één optie worden genomineerd. De raad
loopt hieronder de opties langs.

Artikel 16 betreft de representatieve lijst voor immaterieel erfgoed.
Momenteel staan hier vooral elementen op uit landen buiten Europa, hoewel
Zuid-Europese landen steeds actiever worden in voordrachten. Noord-
Europese landen zijn echter nog vrij terughoudend in het nomineren voor
deze lijst.s

4
http://www.ichscotlandwiki.org/index.php?title=Intangible Cultural Heritage.
in Scotland

A hitp://www.unesco.org/culture/ich/index.php?lg=en&pg=00559
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>RAA

cUÊOur

U geeft in uw adviesaanvraag aan dat een nominatie nog sterker dan bij het
Werelderfgoed bepaalde kenmerken reflecteert waarmee de staat wordt
geprofileerd. De raad wil u in dit kader wijzen op de nauwe definitie van
immaterieel erfgoed die de UNESCO-commissie hanteert voor deze lijst.
Veel immaterieel erfgoed zal dan ook niet in aanmerking komen voor
plaatsing op deze lijst. Zoals u zelf al aangeeft, zal het Sinterklaasfeest
vanwege de maatschappelijke controverse over de rol van Zwarte Piet weinig
kans maken. De nauwe hantering van de definitie, waarbij elke vorm van
immaterieel erfgoed met een controversieel aspect niet in aanmerking komt,
zorgt ervoor dat de lijst relatief weinig representatief is.

Verder maakt de evaluatief van het verdrag van immaterieel erfgoed
duidelijk dat er door de lidstaten te veel belang wordt gehecht aan de
representatieve lijst en dat er onduidelijkheden bestaan over het doel ervan.
Zo zijn er lidstaten die plaatsing van hun voordracht op de representatieve
lijst zien als eigenaarschap van het immaterieel erfgoedelement in kwestie.
Hierdoor kan er competitie of conflict tussen verschillende landen ontstaan.
De raad wil dan ook de waarde en het belang van de representatieve lijst
nuanceren.

U geeft in uw adviesaanvraag aan dat een voordracht voor artikel 17 minder
van toepassing is. U stelt dat deze lijst vooral bedoeld is voor elementen in
ontwikkelingslanden die met verdwijning worden bedreigd . Voor Nederland
is deze lijst minder van toepassing, zo schrijft u, misschien wel voor de
landen in het Caribisch gebied. De lijst van artikel 17 is naar de mening van
de raad vooral bedoeld voor immaterieel erfgoed dat wordt bedreigd,
doordat er nog maar enkele dragers of beoefenaars zijn die de relevante
kennis en vaardigheden ervan bezitten en voor wie geen infrastructuur
aanwezig is om dit over te dragen. Voor Nederland is dit inderdaad minder
aan de orde, aangezien de infrastructuur van het immaterieel erfgoed hier
voldoende is georganiseerd. Het Caribisch gebied kan van deze
infrastructuur eveneens gebruikmaken.

De ironie van deze lijst wil de raad u echter niet onthouden. Juist
immaterieel erfgoed dat controversieel van aard is, wordt met verdwijning
bedreigd. Maar aangezien dit immateriële erfgoed niet door de selectie van
de UNESCO-commissie zal komen, zal plaatsing op deze lijst niet aan de
orde zijn.

Artikel 18 van het verdrag biedt kansen. Het Koninkrijk kan hier laten zien
hoe het omgaat met immaterieel erfgoed en kennis en ervaring verspreiden.
Best practices worden zo beter zichtbaar.

6 Evaluation of UNESCO’s Standard-setting Work of the Culture Sector, Part 1-
2003 Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage,
October 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>RAA
cÙTUUR

In de evaluatie van het verdrag wordt geconstateerd dat dit artikel nog
onvoldoende benut wordt en weinig zichtbaar is bij de lidstaten. Nederland
kan een voorbeeldfunctie vervullen door hiervoor te nomineren en
inzichtelijk te maken hoe het met immaterieel erfgoed en bijbehorende
discussies omgaat. Het VIE kan belangwekkende activiteiten en
programma’s over immaterieel erfgoed identificeren en ondersteuning
bieden bij de procedure omtrent internationale nominatie. Hier kan ook
verdere samenwerking worden gezocht met het Fonds voor
Cultuurparticipatie, dat een subsidieregeling uitvoert voor dergelijke
initiatieven.

Tenslotte

De raad heeft uw adviesaanvraag zo breed mogelijk benaderd. Naast
advisering over thema’s heeft hij enkele kanttekeningen geplaatst bij het
verdrag zelf en de uitvoering. Hij raadt u aan deze kanttekeningen in
overweging te nemen bij het verdere beleid rond immaterieel erfgoed.

Met vriendelijke groeten,

V
Joop Daalmeijer IN Jeroen Bartelse

Voorzitter Algemeen secretaris

Bijlagen

Bijlage 1 : adviesaanvraag

Bijlage 2: samenstelling commissie
Bijlage 3: overzicht gesprekspartners
Bijlage 4: overzicht nationale inventaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>RAA
cüur

Bijlage 1
Adviesaanvraag

10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap

>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Raad voor Cultuur Cultureel Erfgoed
Postbus 61243 ede M IPC 3200
2506 AE DEN HAAG Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag
www. rijksoverheid.ni
Contactpersoon

R. de Leeuw

T +31 6 46 8494 02
r.deleeuw@minocw.nl

Oo ferentie
Datum 2 6 SEP. 2013 545059
Betreft adviesaanvraag thema's t.b.v. nominaties UNESCO-Verdrag Uw referentie

Immaterieel Erfgoed

Geachte Raad,

In april 2012 heeft het Koninkrijk der Nederlanden het UNESCO-verdrag inzake de
Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed (ICE) geratificeerd. Medio
augustus 2012 is het verdrag voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking
getreden. i

De doelstellingen van het Verdrag zijn het veilig stellen (safeguarding) van het
voortbestaan van immaterieel cultureel erfgoed; het verzekeren van respect voor
het erfgoed van gemeenschappen, groepen en individuen en het vergroten van
het bewustzijn van en waardering voor deze dynamische vorm van erfgoed op
lokaal, nationaal en internationaal niveau. Net als bij het Werelderfgoedverdrag
bestaat bij het immaterieel erfgoedverdrag de mogelijkheid voor staten om bij
UNESCO voordrachten in te dienen voor de verschillende lijsten en het register
van het Verdrag.

Het UNESCO-verdrag kent twee lijsten en een register waarvoor kan worden
genomineerd:
1. Lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming behoeft (artikel
17 van het Verdrag)
2. Representatieve lijst van het immaterieel erfgoed van de mensheid (artikel
16 van het Verdrag)
3. Register van programma’s en projecten of activiteiten die de principes en
doelen van het verdrag het beste uitdragen (voorbeeldpraktijken) (artikel
18 van het Verdrag).

De bewindspersoon is verantwoordelijk voor internationale voordrachten, die
alleen door staten kunnen worden gedaan. Onlangs heb ik het besluit genomen
om internationaal te gaan nomineren bij dit Verdrag.

Ik beschouw het Verdrag als een belangrijk instrument voor de ontwikkeling van
beleid op het gebied van immaterieel erfgoed. Het Verdrag vormt tevens een
kader om internationale samenwerking en uitwisseling van kennis en expertise te
stimuleren. Het internationaal nomineren voor de lijsten en het register van het
ICE-verdrag behoort daartoe. Door opname van elementen op de lijsten en in het
register van het Verdrag wordt het immaterieel erfgoed van het Koninkrijk der

Pagina 1 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Nederlanden internationaal zichtbaar en kan het een rol spelen in het eo
internationale debat en beleid.

Met deze brief vraag ik uw advies over de keuze van een beperkt aantal algemene

thema’s als kader voor de selectie van immaterieel erfgoedelementen die kunnen

worden voorgedragen voor de verschillende lijsten van het verdrag.

Achtergrond

Er is een toenemende belangstelling en waardering voor immaterieel erfgoed,
zowel bij brede groepen in de maatschappij als bij culturele instellingen. In de
definitie van UNESCO geeft immaterieel erfgoed groepen mensen ‘a sense of
identity and continuity’. Door globalisering dreigt de verscheidenheid van uitingen
van immaterieel erfgoed in de wereld te verdwijnen. Voor UNESCO was dat de
aanleiding om een Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel
erfgoed in het leven te roepen met als doel om dit erfgoed wereldwijd veilig te
stellen. In 2003 werd de tekst van het verdrag aangenomen en in 2006 trad het
in werking. Inmiddels zijn 153 landen partij bij het verdrag.

Het Verdrag legt de nadruk op het proces van overdracht van dit erfgoed aan
volgende generaties. In die zin is immaterieel erfgoed geen object, maar levende
ervaring en kennis, d.w.z. levend erfgoed. Het gaat niet om het bevriezen of op
een gekunstelde wijze in leven houden van uitingen van immaterieel erfgoed.
Culturele gebruiken, tradities, verhalen, ambachtelijke vaardigheden, die tezamen
het immateriële erfgoed van de wereld vormen, worden steeds opnieuw gecreëerd
en van een gemeenschappelijke betekenis voorzien, aldus de definitie van
UNESCO. Het Verdrag beschrijft immaterieel erfgoed als de bron van culturele
diversiteit en als een garantie voor duurzame ontwikkeling.

Onder immaterieel cultureel erfgoed verstaat het verdrag zowel de praktijken,
voorstellingen, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden als de instrumenten,
objecten en culturele ruimtes die daarmee worden geassocieerd en die
gemeenschappen, groepen en individuen erkennen als deel van hun cultureel
erfgoed. Het immaterieel erfgoed zoals in het Verdrag gedefinieerd manifesteert
zich in de volgende domeinen:

(a) mondelinge tradities en uitdrukkingen (inclusief taal als vehikel van
immaterieel erfgoed),

(b) uitvoerende kunsten, (c) sociale gewoonten, rituelen, feestelijke
gebeurtenissen, (d) kennis en praktijken betreffende de natuur en het universum,
(e) traditionele ambachten.

Het Verdrag gebruikt de term ‘safeguarding’ (en niet ‘protection’) om aan te
geven dat beschermen als het ‘levend houden' van immaterieel erfgoed moet
worden opgevat, inclusief activiteiten als identificeren, inventariseren,
documenteren, zichtbaar maken, promoten en onderwijzen. Gaat het bij het
Werelderfgoed om het unieke, authentieke object van universele waarde, bij het
immaterieel erfgoed gaat het om de niet-hiërarchische diversiteit van
cultuuruitingen. Om dit dynamische erfgoed veilig te stellen zijn andere, nieuwe
manieren van beschermen noodzakelijk dan voor het materiële erfgoed.

Uitvoering Verdrag

De belangrijkste verplichting van het Verdrag op nationaal niveau is het
samenstellen van een of meer inventarissen van het immaterieel erfgoed op het
grondgebied van desbetreffende staat. Dit in kaart brengen van immaterieel
erfgoed dient het zichtbaar maken en veilig stellen ervan.

Pagina 2 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>In Nederland coördineert het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Onze referentie
Immaterieel Erfgoed (VIE) in samenwerking met o.a, het Meertens Instituut de naad

tot standkoming van de Nationale Inventaris van Immaterieel Erfgoed in

Nederland. Dit gebeurt met financiële ondersteuning van het ministerie van OCW.

Het VIE is het kennisinstituut voor immaterieel erfgoed dat is ontstaan door het

samengaan van het Nederlands Openluchtmuseum en het Nederlands Centrum

voor Volkscultuur (per 01-01-2013). Belangrijkste taak van het VIE is een

bijdrage te leveren aan de uitvoering van het ICE-Verdrag.

De landelijke inventaris gaat vorm krijgen in een interactieve website. Nederland
heeft gekozen voor een bottom-up benadering waarbij de
erfgoedgemeenschappen hun immaterieel erfgoed middels een laagdrempelige
procedure kunnen aanmelden voor de inventaris. Een commissie bij het VIE toetst
deze aanvragen. Een erfgoedgemeenschap is een gemeenschap die bestaat uit
organisaties en personen die een bijzondere waarde hechten aan cultureel
erfgoed of specifieke aspecten ervan, en die het cultureel erfgoed door publieke
actie wil behouden en doorgeven aan toekomstige generaties. Inmiddels zijn 30
ICE-elementen ingeschreven in de inventaris, zoals het Bloemencorso van
Zundert, het Draaksteken in Beesel, het Driekoningenzingen in Midden-Brabant
en een aantal ambachten zoals het Friese houtsnijwerk en het handmatig
klompen maken.

De landelijke inventaris is van belang voor het internationaal nomineren. Opname
van het ICE-element in een inventaris van immaterieel erfgoed van
desbetreffende staat is een voorwaarde voor een internationale voordracht.

Het Fonds voor Cultuurparticipatie voert een regeling uit voor de ondersteuning
van best practices op het gebied van de safeguarding van immaterieel erfgoed.
Het thema ambachten staat daarbij dit jaar centraal.

Omdat immaterieel erfgoed rechtstreeks verbonden is aan groepen mensen en
hun identiteit, en daarmee kan raken aan o.a. religie en etniciteit, kan ICE
aanleiding geven tot controverses op maatschappelijk en politiek terrein. Zo
stelde recent de mensenrechtencommissie van de VN vragen aan Nederland over
een eventuele nominatie van het Sinterklaasfeest (en daarmee Zwarte Piet) bij
UNESCO. Er zijn groepen in Nederland die Zwarte Piet als racistisch bestempelen
en een voordracht willen blokkeren. Het stierenvechten in Spanje is ook zo'n
omstreden dossier, Een dergelijke voordracht van Nederland zal bij UNESCO
weinig kans maken.

Eisen internationale nominaties
De Representatieve lijst is de vitrine van het verdrag. Deze lijst is vooral bedoeld
om de diversiteit van het immaterieel erfgoed in de wereld zichtbaar te maken.

De Lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming behoeft is vooral
bedoeld voor ICE-elementen in ontwikkelingslanden die bedreigd worden met
verdwijnen. Deze landen kunnen bij UNESCO steun aanvragen voor het behoud
ervan. Voor Nederland is deze lijst minder van toepassing. Wellicht wel voor de
landen in het Ceribisch gebied.

Het Register van programma’s, projecten en activiteiten die de principes en
doelen van het verdrag het beste uitdragen legt op projecten die vooral bijdragen
aan het beschermen van het immaterieel cultureel erfgoed. Het is een register

Pagina 3 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>van voorbeeldpraktijken’. Onze referentie
545069

De twee belangrijkste criteria waaraan UNESCO iedere internationale nominatie

toetst, zijn de aantoonbare betrokkenheid en goedkeuring van de betreffende

erfgoedgemeenschap (free, prior and informed consent) en opname van het ICE-

element in een inventaris van immaterieel erfgoed van desbetreffende staat.

Vanwege het grote aantal nominaties voor de Representatieve lijst heeft de

Algemene Vergadering in juni 2012 een quotum ingevoerd en een rangorde

bepaald voor het behandelen van aanvragen. Het plafond is vastgesteld op 62

dossiers per jaarcyclus. Aanvragen van landen waarvan nog geen ICE-elementen

op de lijst staan, krijgen voorrang. Daarna volgen multinationale dossiers van

landen met het minst aantal elementen op de lijst.

Een land kan meerdere nominaties indienen, maar dient dan wel de prioriteit in de

dossiers aan te geven.

Het Intergouvernementele Comité van het Verdrag schrijft tijdens zijn jaarlijkse
vergadering voorgedragen ICE-elementen al dan niet in op de lijsten. Het Comité
wordt geadviseerd door twee advies lichamen. De Subsidiary Body adviseert voor
de Representatieve Lijst en de Consultative Body voor de Lijst van Immatereel
Erfgoed dat dringend bescherming behoeft en het Register met
voorbeeldpraktijken.

Er zijn verschillende erfgoedgemeenschappen in Nederland die de ambitie hebben
om een UNESCO-voordracht voor te bereiden, zoals de bloemencorso’s die een
gezamenlijk nominatiedossier willen samenstellen. Bovendien zijn er landen om
ons heen die graag een multi- of binationale nominatie met Nederland zouden
voorbereiden, zoals Belgié en Frankrijk voor het dossier van de Beiaardcultuur,
Sint Nicolaas en het Oud Limburgs Schuttersfeest en de Verenigde Arabische
Emiraten voor het valkerij-dossier.

Procedure

Immaterieel erfgoed is nauw verbonden met ‘identiteit’, van individuen,
gemeenschappen en landen. In het UNESCO-verdrag staan de
erfgoedgemeenschappen centraal. Internationaal wordt van Nederland een
inhoudelijk interessant nominatiedossier verwacht. Het is belangrijk om daarbij te
bedenken dat een nominatie nog sterker dan bij het Werelderfgoed bepaalde
kenmerken reflecteert waarmee de staat wordt geprofileerd. Een eerste
voordracht bij dit UNESCO-verdrag heeft dan ook een hoge symbolische waarde,
naar de Nederlandse samenleving en naar de internationale gemeenschap toe. Ik
vraag uw advies over de keuze van een beperkt aantal algemene thema’s als
kader voor de selectie van immaterieel erfgoedelementen die kunnen worden
voorgedragen voor de verschillende lijsten en het register van het verdrag. Ik
verwacht dat u de thema’s zodanig kiest dat daarmee tevens ICE-elementen uit
Caribisch Nederland (Bonaire, St. Eustatius en Saba) en de andere landen in het
Koninkrijk Curacao, Aruba en St. Maarten kunnen worden geselecteerd.

* Zie voor voorbeelden van ICE-elementen op de verschillende lijsten van UNESCO de
website van het ICE-verdrag:
http: //www.unesco.org/culture/ich/index.php?la=EN&pag=home

Pagina 4 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Voor Nederland is het belangrijk dat thema’s worden gekozen waarmee het ICE Onze referentie
van het Koninkrijk der Nederlanden internationaal optimaal wordt geprofileerd en gs:

die aansluiten bij de ICE-domeinen van het verdrag?. Met welke verhalen en

beelden wil Nederland zich onderscheiden?

Een voorbeeld is het thema water, waarmee veel tradities te maken hebben:

schaatsen, de Elfstedentocht, koek en zopie, liederen en verhalen, vaardigheden

en kennis van dijken en botenbouw. Of kiest Nederland ervoor het ICE van de

voormalige Antillen met prioriteit voor te dragen (eventueel in relatie tot

uitdrukkingen ervan in Nederland): carnaval, muziek en dans.

Na uw advies over de thema’s, zal ik deze voor een aantal jaren vaststellen als
kader voor de selectie van ICE-elementen.

Vervolgens kan een procedure in werking treden, waarvan de uitvoering door het
VIE wordt georganiseerd, Ik heb een procedure voor ogen waarin mij een aantal
keuzemogelijkheden wordt voorgelegd en die tevens een bottom-up benadering
toelaat, waarin de erfgoedgemeenschappen optimaal betrokken zijn bij de
aanvraag en de samenstelling van het nominatiedossier.

De eerste stap in de procedure is dat erfgoedgemeenschappen een aanvraag voor
internationale nominatie kunnen doen en de ambitie aangeven dat zij alles in het
werk zullen stellen voor de samenstelling van een optimaal nominatiedossier.
Deze aanvraag loopt via het kennisinstituut VIE. Een aanvraag kan pas worden
gedaan als het element is opgenomen in de nationale inventaris van immaterieel
erfgoed. Een commissie van deskundigen bij het VIE adviseert over de aanvragen
en beziet welke het beste invulling geven aan het thema/de thema’s en welke
aanvragers in staat zijn een kwaliteitsdossier uit te werken, dat voldoet aan de
criteria van UNESCO voor internationale voordrachten voor een van de lijsten van
het Verdrag.

Het VIE heeft daarbij oog voor het belang van (inter)nationale wisselwerking. Een
gelijksoortig immaterieel erfgoedelement kan elders in Nederland, in het Caribisch
gebied of ergens anders in de wereld bestaan. De gelijkenissen kunnen zo groot
zijn dat besloten kan worden tot een gezamenlijke kandidatuur. Dergelijke
samenwerking en uitwisseling van informatie en gezamenlijke nominatie op
nationaal of internationaal niveau voor de Representatieve lijst wordt
aangemoedigd door UNESCO.

Naast het VIE kunnen andere expertisecentra of cultureel erfgoedinstellingen een
rol spelen in de kwalitatieve begeleiding van het traject om te komen tot een
optimaal nominatiedossier.

De minister van OCW maakt uiteindelijk de keuze voor de thema’s en de te
nomineren ICE-element(en). Daarbij worden de richtlijnen van het
Intergouvernementele Comité van het Verdrag en de nominatiecriteria in het oog
gehouden. Een transparante procedure en goede communicatie zijn daarbij van
groot belang.

UNESCO toetst elke nominatie aan de criteria. De criteria voor nominaties voor de
Lijst van immaterieel erfgoed dat dringend bescherming behoeft, de

* De immaterieel erfgoed domeinen die het UNESCO-verdrag onderscheidt zijn: a. orale
uitdrukkingen, met inbegrip van taal als middel om immaterieel erfgoed over te brengen; b.
sociale praktijken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen; c. kennis en praktijken
betreffende de natuur en het universum; d. traditionele ambachten.

Pagina 5 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Representatieve lijst en het Register van voorbeeldpraktijken zijn te vinden in de
Operationele richtlijnen bij het UNESCO-verdrag. Deze zijn te vinden op de
website van UNESCO (zie voetnoot 1) en zijn opgenomen in bijlage 1.

Tijdens een recente capacity-building workshop van UNESCO op Aruba (financieel
ondersteund door Nederland) over het immaterieel erfgoed-verdrag hebben
Curagao, Aruba en St. Maarten aangegeven dat zij optimaal betrokken willen
worden bij het internationaal nomineren,

De voordracht van een ICE-element wordt in de (rijks)ministerraad vastgesteld.
Jaarlijks is 31 maart de deadline bij UNESCO voor het indienen van voordrachten.
Begin 2015 zou een voordracht vanuit Nederland gereed kunnen zijn (zie bijlage 2
voor de planning).

Er zal minstens een jaar nodig zijn om elementen te selecteren en een of
meerdere nominatiedossiers samen te stellen. Ik vraag u dan ook uiterlijk
1 maart 2014 uw advies aan te bieden.

Met vriendelijke groet,

> Cultuur en Wetenschap,

4) et Bussemaker

Onze referentie
545069

Pagina 6 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Bijlage 1.

Toetsingscriteria UNESCO voor de Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed
dat dringend bescherming behoeft:

e Het element voldoet aan de algemene definitie van immaterieel cultureel
erfgoed zoals gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag.

» Het element behoeft dringend bescherming, omdat zijn levensvatbaarheid
gevaar loopt ondanks de inspanningen van de betrokken gemeenschap,
groep of, indien van toepassing, individuen en staat/staten.

b. Het element moet buitengewoon dringend worden beschermd omdat
het wordt geconfronteerd met ernstige bedreigingen waardoor niet kan
worden verwacht dat het overleeft zonder onmiddellijke bescherming.

e Beschermingsmaatregelen worden uitgewerkt die de betrokken
gemeenschap, groep of, indien van toepassing, individuen in staat stellen
de praktijken en de overdracht van het element voort te zetten.

e Het element is genomineerd na de breedst mogelijke participatie van de
betrokken gemeenschap, groep of, indien van toepassing, individuen en
met hun vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming.

e Het element is opgenomen in een inventaris van immaterieel cultureel
erfgoed dat aanwezig is op het grondgebied/de grondgebieden van de
indienende staat, zoals bepaald in artikelen 11 en 12 van het verdrag.

e In bijzonder spoedeisende gevallen is naar behoren overleg gepleegd met
de betrokken staat/staten over de opname van het element in
overeenstemming met artikel 173 van het verdrag.

Toetsingscriteria UNESCO voor de Representatieve Lijst:

Het element voldoet aan de algemene definitie van immaterieel cultureel
erfgoed zoals gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag.

e Opname van het element op deze lijst zal de zichtbaarheid en het
bewustzijn van de betekenis van het immaterieel cultureel erfgoed helpen
verzekeren en de dialoog aanmoedigen en zo de culturele diversiteit in de
wereld weerspiegelen en getuigen van de menselijke creativiteit.

e Er worden maatregelen uitgewerkt die het element kunnen beschermen
en promoten.

e Het element is genomineerd na de breedst mogelijke participatie van de
betrokken gemeenschap, groep of, indien van toepassing, individuen en
met hun vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming.

e Het element is opgenomen in een inventaris van immaterieel cultureel
erfgoed dat aanwezig is op het grondgebied/de grondgebieden van de
indienende staat, zoals bepaald in artikelen 11 en 12 van het verdrag.

Toetsingscriteria UNESCO voor het Register van programma’s, projecten
en activiteiten die de principes en doelen van het verdrag het beste
uitdragen:

e Het programma, het project of de activiteit houdt bescherming van
immaterieel cultureel erfgoed in zoals gedefinieerd in artikel 2.3 van het
Verdrag.

e Het programma, het project of de activiteit bevordert de coördinatie van
de inspanningen voor het beschermen van immaterieel cultureel erfgoed
op regionaal, sub-regionaal en/of internationaal niveau.

e Het programma, het project of de activiteit weerspiegelt de principes en
doelstellingen van het Verdrag.

» Het programma, het project of de activiteit heeft effectief bijgedragen aan
de levensvatbaarheid van het betrokken immaterieel cultureel erfgoed

* Het programma, het project of de activiteit wordt of is uitgevoerd met de
participatie van de betrokken gemeenschap, groep of, indien van

Onze referentie
545069

Pagina 7 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>toepassing, individuen en met hun vrije, voorafgaande en geïnformeerde Onze referentie
toestemming. 242068
Het programma, het project of de activiteit kan, in voorkomend geval,

dienen als een subregionaal, regionaal of internationaal model voor
beschermingsmaatregelen.

De indienende staat (staten), de uitvoerende organisaties en de

gemeenschap, groep of, indien van toepassing, individuen zijn bereid

samen te werken aan de verspreiding van voorbeeldpraktijken (best

practices) indien hun programma, project of activiteit wordt geselecteerd.

In het programma, het project of de activiteit komen ervaringen aan bod

die onderhevig zijn aan een beoordeling van de resultaten ervan.

Het programma, het project of de activiteit is vooral toepasbaar op de

specifieke behoeften van ontwikkelingslanden.

Pagina 8 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Bijlage 2.
Tijdschema en procedure voor inschrijving van een voordracht

Fase 1: voorbereiding en indiening

31 maart jaar 1

Deadline voor de voordrachten. Vóór deze datum moeten de nominaties door het
Secretariaat bij UNESCO zijn ontvangen. Dossiers die na deze datum zijn
ontvangen worden onderzocht in de volgende cyclus.

30 juni jaar 1

Deadline voor het Secretariaat die de aanvragen heeft bekeken, inclusief de
registratie ervan en ontvangstbevestiging. Als een dossier onvolledig is, wordt de
lidstaat uitgenodigd om het dossier te completeren.

30 september jaar 1

Deadline waarop de lidstaat de ontbrekende informatie die is vereist om het
dossier compleet te maken, moet hebben ingeleverd bij het secretariaat
Dossiers die incompleet blijven, worden teruggestuurd naar de lidstaten die ze
kunnen completeren voor een volgende cyclus.

Fase 2: Evaluatie

december jaar 1 - mei jaar 2

Evaluatie van de voordrachten door de Subsidiary Body (advieslichaam).

april - juni jaar 2

Bijeenkomst voor de uiteindelijke evaluatie door de Subsidiary Body.

Vier weken voor de bijeenkomst van het Comité

Het Secretariaat overhandigt de evaluatie-rapporten aan de leden van het Comité.
De nominatiedossiers en de rapporten zijn daarna ook online beschikbaar voor
consultatie door lidstaten.

Fase 3: Bestudering
November Jaar 2
Het Comité onderzoekt de nominaties en neemt zijn besluiten.

Onze referentie
545069

Pagina 9 van 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>RAA
cTüur

Bijlage 2
Samenstelling commissie immaterieel erfgoed

Gerard Rooijakkers, voorzitter
Monica Alkemade

Mariel Pefialoza Moreno
Astrid Weij

Lotte Ravenhorst, secretaris

ee 8 @

11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>RAA
cùTüur

Bijlage 3
Overzicht geraadpleegde personen

Hester Dibbits (Reinwardt academie)

Andrea Imhof (Nationale UNESCO Commissie)

Marc Jacobs (FARO Vlaanderen)

Kitty Jansen (Museum Het Domein)

Jan Jaap Knol (Fonds voor Cultuurparticipatie)

Wim Manuhutu (historicus/ erfgoedspecialist)

Alice van Romondt (senior adviseur ministerie van Economische
Zaken en Cultuur, Aruba)

e Rieks Smeets (zelfstandig adviseur)

e Ineke Strouken/Albert van der Zeijden (VIE)

12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>RAA
cUuur

Bijlage 4

Overzicht nationale inventaris
Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland 2012-
2013

001 | Bloemencorso Zundert

002 | Boxmeerse Vaart

003 | Sint Maartensviering in Utrecht

004 | Krulbollen in Zeeuws-Vlaanderen

005 | Driekoningenzingen in Midden-Brabant
006 | Draaksteken in Beesel

007 | Frieshoutsnijwerk in De Knipe

008 | Bloemencorso Eelde

009 | Het ambacht van handmatig klompen maken
010 | Papierknipkunst

011 | Sjaasbergergank in Valkenburg

012 | Het ambacht van molenaar

013 | Bloemencorso Vollenhove

014 | Brabantsedag in Heeze

015 | Prijsdansen in Nieuw-Vossemeer

016 | Valkerij

017 | Hindelooper cultuur

018 | Schoonrijden op de schaats

019 | Het ambacht van diamantbewerker

020 | Fruitcorso Tiel

021 | Bloemencorso Valkenswaard

022 | Paardenmarkt Vianen

023 | Jas de Keistamper in Boxtel

024 | Papierscheppen in Utrecht

025 | Staphorster stipwerk

026 | Bloemencorso Lichtenvoorde

027 | Midwinterhoornblazen in Gelderland en Overijssel
028 | Hennakunst

029 | Allerzielen

030 | Wecken

031 | Koningsdag

032 | Circuscultuur

033 | Bovenstemzingen bij psalmen in Genemuiden
034 | Oud Limburgs Schuttersfeest

035 | Tradities Brabantse Schuttersgilden
036 | Machinaal klompen maken

037 | De 4daagse in Nijmegen

038 | De Acht van Chaam

039 | Passiespelen in Tegelen

040 | Het ambacht van Goudse kleipijp maken
041 | Volksfeest Winterswijk

13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>RAA

cUGuuR

042

Chanoeka

043

De tradities van het Stadsgilde Sint Catharina in Weert

14

</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>