<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre> R AA                                                                                        Prins Willem Alexanderhof 20
 Y     0
                                                                                             2595 BE Den Haag
                                                                                             t 070 3106686
C L Ii tj R                                                                                  info@cultuur.nl
                                                                                             www.cultuur.nl
   Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
   T.a.v. mevrouw dr. M. Bussemaker
   Postbus 16375
   2500 BJ DEN HAAG
   10 september 2015
   Kenmerk: Fi1m2015.07177/1
   Betreft: Talentontwikkeling in de audiovisuele sector
    Geachte mevrouw Bussemaker,
    In Agenda Cultuur 2017-2020 en verder’ geeft de Raad voor Cultuur een beknopte
    beschouwing van de positie van de Nederlandse film. Omdat dit onderwerp een
    diepgaande analyse verdient, gaat de raad volgend jaar een nadere verkenning
    hiernaar uitvoeren. Uw ministerie heeft aangegeven aanbevelingen, die zijn gericht
    op talentontwikkeling in de filmsector, al op korte termijn te willen ontvangen,
    zodat die gebruikt kunnen worden bij de voorbereiding van de beleidskaders voor
    de culturele fondsen. In dit advies doet de raad een aantal suggesties.
    Het advies is voorbereid door een commissie van de raad, bestaande uit Dorien
    Goertzen (voorzitter), Özkan Gölpinar, Joke Liberge, Sander van Meurs, Géke
    Roelink en Annemiek van der Zanden. De resultaten van de onderzoeken
    Talentontwikkeling in de Nederlandse A V-sector en Talentontwikkeling in de
   filmsector een internationaal perspecticfa, die in opdracht van het Nederlands
                 —
    Filmfonds zijn uitgevoerd, zijn meegenomen in dit advies. De raad dankt de
    commissie voor haar inspanningen. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van
   het advies ligt hij de raad zelf.
   Talentontwikkeling
    Onder talentontwikkeling verstaat de raad de doorstroming en ontwikkeling van
   talenten tot professionele makers en kunstenaars. Hierbij gaat het ook om bewezen
   talent (mid-career) dat behoefte heeft aan verdere verdieping en ontwikkeling. Dit
   gaat allemaal niet vanzelf. In iedere fase van een artistieke carrière is er behoefte
   aan ondersteuning en begeleiding die aanzienlijk verschilt per vakgebied. Zo is het
   in sommige kunstvormen, zoals dans en muziek, noodzakelijk dat er op jonge
   leeftijd veel tijd en aandacht worden besteed aan artistieke vaardigheden om
   ‘Aqt’nda Cultuur 2017— 2020 en verder, Raad voor Cultuur, Den Haaq, april2015
     Talentontwikkelinq in de Nederlands,’ A V-sector, Dialogic, in opdracht van het Nederlands Filmfonds,
   Utrecht,juli 2015; ï’alentontwikkeling in de Nederlandse Jïlmsector een internationaal perspectief,
                                                                        —
   Binger Filmlab, Amsterdam,juni 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> RAA
 ,oO
CULTUUR
    professioneel danser of musicus te worden. Bij andere kunstvormen kan talent ook
    op latere leeftijd ontkiemen.
   Vaak begint talentontwikkeling bij actieve cultuurparticipatie. Voor de audiovisuele
    sector is dat niet anders. In bijvoorbeeld workshops voor filmmakers of
    schrijfcursussen voor scenaristen ontdekken de deelnemers hun passie en talent
   voor het vak. Zij hebben lang niet allemaal de ambitie om professioneel in de
    audiovisuele sector aan de slag te gaan, voor de meesten blijft het een inspirerende
   vrijetijdsbesteding. Maar er zijn ook talenten die wel professionele aspiraties
   hebben. Zij kiezen er bijvoorbeeld voor om een kunst- of filmacademie te volgen.
   Na het kunstvakonderwijs stromen deze makers door naar de arbeidsmarkt. Voor
    deze pas afgestudeerden is het belangrijk dat zij in verschillende fasen ondersteund
   worden, zodat zij zich in de praktijk verder kunnen ontwikkelen. Naast deze
    opleidingsroute zijn er ook talentvolle makers die niet een creatieve opleiding
   hebben gevolgd of nog niet actief zijn in een creatieve discipline, maar die
    (eventueel verderop in hun carrière) wel in de audiovisuele sector emplooi vinden.
   Ook voor hen zijn voorzieningen voor talentontwikkeling van belang. Wil Nederland
   internationaal blijven meetellen, dan is het opleiden van makers met een duidelijk
   eigen signatuur essentieel. Zeker nu internationale coproducties steeds belangrijker
   worden voor de productie van films, drama en documentaire.
   De raad vindt daarom dat bij talentontwikkeling altijd maatwerk mogelijk moet zijn.
   Voor sommigen is ‘training on the job’ de beste manier om zich verder te
   ontwikkelen, voor anderen werken masterclasses door een ervaren vakgenoot juist
   beter.
   Knelpunten
   In Nederland zijn verschillende spelers in de audiovisuele sector actief op het
   terrein van talentontwikkeling, zoals onder meer het Nederlands Filmfonds, het
   CoBO fonds, het International Documentary Festival Amsterdam, het International
   Film Festival Rotterdam, het Mediafonds, het Nederlands Filmfestival, Cinekid,
   EYE, Binger Filmlab, Nederlands Instituut voor Animatie Film en de Nederlandse
   Publieke Omroep. De laatste werkt met het Filmfonds, het CoBO fonds en het
   Mediafonds samen in verschillende projecten, waaronder het Deltaplan Talent.
   Daarnaast zijn er ook lokaal (in)formele activiteiten op het gebied van
   talentontwikkeling.
   Talentontwikkeling wordt op uiteenlopende manieren ingevuld: bijvoorbeeld door
   projecten en gesprekken te faciliteren, projecten te bespreken met ervaren makers,
   workshops te geven, de totstandkoming van een productie te begeleiden en (met
   name korte) films en documentaires te financieren.
   De afgelopen jaren zijn belangrijke spelers voor de talentontwikkeling in de
   audiovisuele sector getroffen door bezuinigingen. Binger Filmiab en het
   Nederlandse Instituut voor Animatie Film zijn uit de basisinfrastructuur (BIS)
   verdwenen. En per 1 januari 2017 wordt het Mediafonds opgeheven. De
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  RAA
 ,nO
CIJL1UUR
     mogelijkheden voor langdurige en duurzame professionele talentontwikkeling zijn
     hierdoor beperkter geworden.
     Uit zorg voor de stagnatie van de ontwikkeling en doorstroming van talent zijn de
     afgelopen jaren initiatieven genomen om talentontwikkeling te stimuleren, zoals
     bijvoorbeeld het programma New Sereen NL van het Nederlands Filmfonds en          -
     eerder al het Deltaplan Talent. Toch constateert de raad een aantal knelpunten.
                -
     Een gebrek aan vrije ruimte
     De raad ziet lacunes ontstaan bij trajecten en plekken waar talenten de ruimte
     krijgen voor artistieke verdieping. Deze zogenaamde ‘Vrije ruimte’ is belangrijk voor
     de ontwikkeling van makers, voor het creatieve proces en het onderzoek. De druk
     om producties te realiseren is doorgaans hoog en leidt tot risicomijdend gedrag,
     terwijl juist bij talentontwikkeling de ontdekkingstocht, subversiviteit en het
     experiment essentieel zijn.
     Die vrije ruimte is onder meer in het geding door het verdwijnen van Binger Filmlab
     en het Nederlands Instituut voor Animatie Film uit de BIS. Daarnaast heeft ook het
     wegvallen van het Mediafonds waarschijnlijk tot gevolg dat enkele langlopende
     trajecten zoals Sandberg@Mediafonds voor documentaires en innovatieregelingen
                -
     - komen te vervallen. De NPO zal het Mediafonds op een andere wijze voortzetten
    binnen het eigen budget, maar een uitgewerkt plan ligt er nog niet.
     Het Deltaplan Talent faciliteert deze vrije ruimte in zijn huidige vorm onvoldoende.
     Het plan is vooral bedoeld om de doorstroming van beginnend talent te bevorderen
     en is in mindere mate gericht op de ontwikkelingsbehoeften van bewezen of mid
    career talent. Betrokkenen in de sector ervaren het Deltaplan Talent op
    verschillende vlakken als rigide en sturend, en als te competitief. Daarnaast is er
    weinig ruimte voor experiment en verdieping.
    De toewijzing van projecten aan omroepen gebeurt op basis van ‘wie er aan de beurt
    is’. Ook is de inhoudelijke bemoeienis vanuit de omroepen vaak groot; die zal naar
    verwachting nog groter worden nu de NPO (een deel van) de rol van het Mediafonds
    overneemt. Bij de NPO zijn regelmatig meerdere omroepen betrokken bij een
    project, elk met een eigen dramaturg. Dat compliceert de ontwikkeling en realisatie
    van projecten en beperkt de creatieve ruimte van (jonge) makers.
    De raad vindt dat hierbij met name omroepen moeten worden betrokken die een
    visie op talentontwikkeling hebben en de expertise om dit te faciliteren. Daarnaast
    stelt de raad vast dat het pakket aan rechten dat omroepen nu verplicht zijn te
    vergaren, voor deze projecten een negatieve impact heeft op de (bij)financierings
    en distributiemogelijkheden. Zo worden de zichtbaarheid en reikwijdte ervan      -
    nationaal en internationaal beperkt. De raad adviseert hier maatwerk; de mate van
                                   -
    financiering moet bepalend zijn voor de te verkrijgen distributierechten ten behoeve
    van publieke kanalen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> RAA
 ioO
CULTUUR
      Tekort aan structurele begeleiding en continuïteit
      De behoefte aan meer ruimte voor artistieke vernieuwing gaat gepaard met de
     noodzaak van de juiste begeleiding. Talent kan doorgaans niet zonder een artistieke
     coach of mentor die inhoudelijk kan prikkelen of stimuleren. De invulling daarvan
     kan op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld door training on the job of in
     de vorm van langlopende coachingstrajecten. Producenten zijn hierbij belangrijke
     spelers. Zij beschikken over deskundigheid en ervaring en kunnen waar nodig
     begeleiding en coaching in eigen huis of buiten de deur organiseren. Dankzij
                                  -                             -
     slatejiinding kan er dan weer continuïteit in de samenwerking binnen een team
     gecreëerd worden.
     Het Nederlands Filmfonds heeft slatefunding in 2013 weliswaar geïntroduceerd in
     het beleidsplan, maar wegens gebrek aan middelen nog niet toegepast in de
     praktijk. Bij slatefunding worden makers niet alleen afgerekend op hun laatste
     productie, maar kunnen zij ook meerdere projecten ontwikkelen zonder de druk
                                                                         -
     deze te moeten realiseren. In samenwerking met producenten kan talent
     (structureel) worden gecoacht. Dit is binnen de huidige structuur nog niet mogelijk.
     Festivals zijn een goede omgeving voor labs (plekken waar makers ideeën en
     ervaringen uitwisselen en in praktijk brengen, vaak onder leiding van ervaren
     internationale makers) en coachingstrajecten. Filmfestivals hebben zicht op wat er
     gaande is op internationaal niveau en de (internationale) makers zijn er vaak al, of
     worden uitgenodigd. Daarbij bestaat er een aantal zeer sterke labs op buitenlandse
     festivals (Torino, Berlijn etc.) waarmee samenwerkingsverbanden opgezet zouden
    kunnen worden.
     De meerjarig gesubsidieerde festivals hebben nu nog geen structurele taak op het
     gebied van talentontwikkeling, maar doen wel al van alles. De raad vindt dat
    festivals zich naast kortlopende initiatieven zouden kunnen richten op structurele
    en gezamenlijke trajecten rondom talentontwikkeling. Het onderling afstemmen
    van beleid op het gebied van bijvoorbeeld labs zou een goede stap zijn. Omdat
    festivals een belangrijke plek zijn waar talentontwikkeling plaatsvindt, is de raad
    van mening dat dit een structurele plek binnen de filmfestivals moet krijgen. De
    raad breekt daarom een lans voor voldoende financiële ruimte om in structurele
    begeleiding in de sector te (blijven) voorzien.
    Onvoldoende samenhang
    De sector kampt met verkokering en versnippering. Ondanks de inspanningen en
   initiatieven in de sector vindt de raad, zoals ook is vastgesteld in het rapport
    Talcntontwikkeling in de Nederlandse A V-sector:, dat voorzieningen voor
   talentontwikkeling in de audiovisuele sector nog onvoldoende samenhang hebben.
   Onderlinge afstemming tussen bestaande programma’s is van belang om
   doorlopende leerlijnen voor talent te creëren. Daarbij moet worden uitgegaan van
   de behoefte aan ondersteuning van de makers zelf. Er mag wat meer flexibiliteit
   komen in de leerroutes, zodat deelnemers voldoende bewegingsvrijheid hebben om
   van verschillende voorzieningen gebruik te maken. Om dit te realiseren is goed
   3  Talentontwikkeling in de Nederlandse A V-seetor, p32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  RAA
 inO
CIJITUUR
    overleg tussen betrokken partijen (festivals, opleiders, fondsen,
    beroepsverenigingen) van belang. Om tot meer samenhang te komen, adviseert de
    raad de audiovisuele sector na te denken over het instellen van een overlegplatform.
    Afneinende internationale zichtbaarheid
    Het groeiende internationale aanbod van drama, documentaire en film vraagt om
    een versteviging van het nationale aanbod. Om te voorkomen dat het Nederlandse
    product verdwijnt in het internationale veld moet er voldoende ruimte blijven
    bestaan voor vertoning. Die ruimte is op verschillende platforms te creëren, in
    Nederland in ieder geval bij de publieke Omroep, de festivals en filmvertoners,
    inclusief EYE. De raad roept hen op zich gezamenlijk in te (blijven) zetten voor de
    zichtbaarheid van (nieuwe) Nederlandse producties.
    Aanbevelingen
    De aanpak van bovengenoemde knelpunten vraagt om extra inspanningen van de
    audiovisuele sector en daarvoor zijn meer financiële middelen nodig. De raad is dan
    ook verheugd dat de minister specifiek middelen heeft toegewezen om
    talentontwikkeling in de audiovisuele sector te ondersteunen.
    De sector is gebaat bij een duurzame en efficiënte Organisatie van
    talentontwikkeling bij de verschillende spelers in de keten en bij een goede
    afstemming van datgene wat lokaal en landelijk gebeurt. De raad adviseert daarom
    het volgende.
         1.      De raad roept de audiovisuele sector op om een sectoroverleg in te
                 stellen waarin afspraken kunnen worden gemaakt over samenwerking
                 en internationale profilering.
        2.       Regie is noodzakelijk om samenhang tussen en continuïteit van
                voorzieningen te waarborgen. De raad adviseert de minister deze regie
                bij het Nederlands Filmfonds te leggen. Het fonds heeft op dit terrein al
                veel ervaring en expertise en is een plek waar de audiovisuele sector bij
                elkaar komt. De extra middelen voor talentontwikkeling kunnen dan
                ook het beste door het fonds verdeeld worden, daarbij rekening
                houdend met bovengenoemde knelpunten. Geef het Nederlands
                Filmfonds de opdracht om hij de uitwerking ervan in overleg te treden
                met andere partijen in de audiovisuele sector.
        3.      De toekenning van extra middelen voor talentontwikkeling dienen
                mede ingezet te worden voor vrije leerruimte en
                verdiepingsmogelijkheden voor talenten zowel op het gebied van
                                                          —
                productie, als voor onderzoek en ontwikkeling van audiovisuele
                projecten (bij voorkeur via doorlopende leerlijnen).
        4.      Zorg voor duurzame talentontwikkeling binnen de filmfestivals in de
                BIS en leg dat vast in de subsidievoorwaarden. De raad vindt dat de
                festivals nauwer moeten samenwerken op het gebied van
                talentonwikkeling en met elkaar een programma kunnen ontwikkelen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>C
                  op het terrein van zowel kortlopende als verdiepende trajecten,
                  bijvoorbeeld in de vorm van labs.
        5.        De verschillende training on the job-projecten, waaronder Deltaplan
                  Talent, die zijn gericht op talentontwikkeling zouden meer aandacht
                  moeten geven aan de vrije ruimte en toegankelijker moeten zijn voor in
                  ieder geval drama, documentaire, film en animatie. De betrokkenheid
                  vanuit de omroep(en) dient helder en ondersteunend te zijn en vooral
                  tegemoet te komen aan de behoefte van de makers. De raad adviseert
                  het beleid zo in te richten dat omroepen met een visie en ambitie op het
                  gebied van talentontwikkeling voorrang krijgen.4
  Joop Daalmeijer
  Voorzitter
  4 Zie ook het advies over het concessiebeleidsplan van dk NPO dat de raad in het najaar van 2015 zal
  uitbrengen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>