<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   RAA                                                                    P ii os Wil k’ iii Alexa ndcIll( ) f
                                                                          2595    1W. l)cn 1 laat
      fl fl’                                                              Postbus 6124:3
C Ii IT ii jij R
                                                                          2506 AE     l)en 1 laag
                                                                          t 070 3106686
                                                                          infoacti1tuur.ol
                                                                          vw’v.ctilttiitr.nl
       De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
       Mevrouw A. van Miltenburg
       Postbus 20018
       2500 EA Den Haag
       29juni 2015
      Kenmerk: rc-2015.07100/2
       Betreft: Advies afstoting monumenten door Rijk en overdracht aan NMo
      Geachte mevrouw Van Miltenburg,
      Het Rijk is voornemens 31 monumenten met een erfgoedfunctie over te
      dragen aan de Vereniging Nationale Monumentenorganisatie. Namens de
      Tweede Kamer heeft u de Raad voor Cultuur op 30 aprilji. gevraagd te
      adviseren over deze nieuwe constructie en organisatie. U verwijst daarbij naar
      de toetsing van de raad op professionele organisaties voor
      monumentenbehoud.
      Daarnaast vraagt u wat de eventuele consequenties zijn, zowel nu als in de
      toekomst, voor ons nationaal erfgoed in relatie tot de Nationale
      Monumentenorganisatie.1 U geeft daarbij aan dat er duurzaam met nationaal
      erfgoed omgegaan moet worden.
      De raad heeft uit uw adviesverzoek (zie bijlage 2) de volgende vragen
      gedestilleerd:
      1. Hoe kijkt de raad aan tegen het vervreemden van rijksmonumenten die
           eigendom zijn van het Rijk?
      2. In hoeverre voldoet de Nationale Monumentenorganisatie aan de
           beoordelingscriteria voor professionele organisaties voor
           monurnentenbehoud?
      3. Is de instandhouding van de 31 monumenten bij de Nationale
           Monumentenorganisatie duurzaam geborgd?
      De raad gaat hieronder, na een verantwoording van zijn werkwijze, in op uw
      vragen.
       1 Conform besluit in OCW-procedurevergadering van 19 maart 2015
                                                       1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> RAAD
         n
CULTUUR
   Verantwoording werkwijze van de raad
   De raad heeft zijn commissie Professionele Organisaties voor
   Monumentenbehoud (hierna: POM) gevraagd dit advies voor te bereiden. De
   samenstelling van de commissie is opgenomen in bijlage 1. De
   verantwoordelijkheid voor de inhoud van het advies ligt bij de raad zelf.
   De totstandkoming van dit advies heeft plaatsgevonden in een zeer korte
   periode en tegen de achtergrond van het voornemen van de minister voor
   Wonen en Rijksdienst om op 1 juli 2015 de 31 monumenten over te dragen
   aan de Nationale Monurnentenorganisatie (hierna: NMo).
   Omdat u een advies véôr de aangekondigde overdrachtsdatum het meest
   zinvol vond, heeft de raad gekozen voor een werkwijze die in deze krappe
   tijdspanne haalbaar was. De raad heeft zich daarom beperkt tot de
   beschikbare openbare informatie en Kamerstukken. Voor de beantwoording
   van de vragen 2 en 3 heeft de raad, om zich een beter beeld van de NMo te
   kunnen vormen, hij deze Organisatie aanvullende documenten opgevraagd
   ten behoeve van uw adviesaanvraag.
   De raad wil benadrukken dat dit advies niet gebaseerd is op een
   allesonwattend onderzoek. Zo heeft hij vanwege de beperkte adviestermijn
   geen toelichtende gesprekken met betrokken partijen kunnen voeren.                  2 De
   raad vindt dat jammer. Ondanks de betrachte zorgvuldigheid bij de
   totstandkoming van dit advies, zijn bepaalde onderwerpen daardoor wellicht
   buiten beeld gebleven.
   Als gevolg hiervan wijst de raad u op de beperkte reikwijdte van dit advies. De
   raad is uiteraard bereid om met een aanvullend advies een verdiepingsslag in
   zijn onderzoek aan te brengen.3
   1.    Hoe    kijkt de raad aan tegen het vervreemden van
         rijksmonumenten die eigendom zijn van het Rijk?
   Eerder dit jaar heeft Ecorys op verzoek van de minister voor Wonen en
   Rijksdienst onderzoek gedaan naar de voorgenomen verkoop van 31
   rijksmonumenten van het Rijksvastgoedbedrjf aan de NMo. Ecorys heeft
   daarbij het proces, de methodiek en de uitkomst onderzocht.4 De raad heeft
    2 Betrokken partijen zijn naast het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkre1aties, het
   ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. het Rijksvastgoedbedrijf, de Rijksdienst voor het
    Cultureel Erfgoed, de Rij ksbouwmeester en de NMo zelf.
    g De NMo heeft op verzoek van de raad op ii mei 2015 ten behoeve van de aclviesvraag aangeleverd:
   Visiedocunient Beleggingsstatuut, Implementatieplan 5Mb, Begeleidende brief, Statuten N Mo en 5Mb,
    Lijst met objecten.
   4 Ecotys, Second Opinion overdracht Monumenten. Rapport Toetsing van de Overdracht van       31
   monumenten aan de NMo, Rotterdam, 17april 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> RAAR
CULTUUR
    in zijn advies bij alle aspecten vooral gekeken of de cultuurwaarden goed zijn
    geborgd.
    De Staat der Nederlanden heeft ongeveer i8oo rijksmonumenten in
    eigendom.5 De meeste daarvan worden ingezet voor het primaire proces
    (denk aan sluizen, kantoren, gevangenissen, bruggen et cetera). De
    Rijksgebouwendienst, sinds 2014 ondergebracht in het Rijksvastgoedbedrijf,
    beheerde daarvan circa 350 rijksmonumenten, verdeeld over 165
    6 Complexen die niet worden gebruikt door het Rijk worden
    complexen.
    ‘monumenten met een erfgoedfunctie’ genoemd, om hen te onderscheiden
    van monumenten met een huisvestingsfunctie.7 Van monumenten met een
    erfgoedfunctie zijn er circa 70.8 Het rijksbeleid was dat de
    Rijksgebouwendienst deze monumenten beschermde door ze in bezit te
    hebben en te onderhouden.9
   Van de 350 objecten en complexen van de Rijksgebouwendienst werden er
    88 aangemerkt als ‘categorie T’: monumenten van buitengewoon
    (inter)nationaal cultuurhistorisch belang, die bovendien onvervreemdbaar
   waren, zoals het Binnenhof, Paleis op de Dam, Ridderzaal of Huis ten
    Bosch.’° Met andere woorden, het nationaal belang van deze monumenten
   was z6 groot dat zij niet mochten worden verkocht of gesloopt. Het Rijk was
   er z6 zuinig op dat de bescherming van de Monumentenwet niet voldoende
   werd geacht en het rijksbezit als extra bescherming gold.hi
   Daarnaast zorgde het Rijk in het verleden, en nu nog steeds, met de inzet van
   interne en externe restauratiespecifieke expertise voor een
   instandhoudingspraktijk (onderzoek, onderhoud en restauraties) op het
   hoogste niveau, passend bij deze bijzondere categorie monumenten.
   De monumenten op de lijst met 31 te vervreemden monumenten behoren
   alle (uitgezonderd de Naald in Apeldoorn) tot categorie J12
   Het monumentenbeleid van de Rijksgebouwendienst kent een lange
  geschiedenis. Tot eind 2011 vormde dit beleid de grondslag voor de wijze
      Tweede Kamer, vergadeiaar 2012-2013,        31 490, nr. 103
    6 liet Rijksvastgoedbedrijf is 1juli 2014 ontstaan uit cle fusie van de Dienst Vastgoed Defensie, het
    Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, de directie Rijk.svastgoed en de Rijksgebouwendienst.
    7 Sinds   1991 door de Rgd zo aangeduid.
      Tweede Kamer, vergaderjaar      2012—2013, 31 490,  nr. 103
   9 Tweede Kamer, vergadeiaar 2001—2002,         , 27432,  nr. 39. Beleid vastgesteld in 1992, en herbevestigd in
   2001.
      ‘I’wec’de Karnei’, vergadej-jaar 2001—2002,  27 432, nr. 39
   1  Dit was met nmne bedoeld op ht punt van gebruik. Tegen het zogenoemd wezensvreemd gebruik en
   de daaruit voortkomende bouwkundige aanpassingen biedt de Monumentenwet geen bescherming. De
   Rgd zag het rijkshezit als extra waarborg hiertegen.
   i2 Tweede Kamer, vergadeijaar 2001-2002, 27 432, nr.        39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> RAAD
  ‘Dfr
CULTUUR
    waarop het Rijk met deze monumenten omging. Met de brief van 11
     november 2011 van toenmalig minister Donner van Binnenlandse Zaken en
     Koninkrijksrelaties veranderde het beleid voor monumenten in rijksbezit.’3
    Donner schreef dat het streven naar een compacte rijksdienst en de focus op
    de kerntaken tot een andere visie op liet rij kseigendom van monumenten     —
    vanaf nu aangeduid als ‘monumentaal vastgoed’ had geleid. De beleidslijn
                                                                 —
    van de Rijksgebouwendienst, waarin cultureel erfgoed niet alleen door de
    Monumentenwet, maar ook door rijksbezit werd beschermd, werd
    losgelaten. Het beleid voor rijksmonumentaal vastgoed werd
    geharmoniseerd, wat de mogelijkheid bood de monumenten die binnen liet
    primaire proces van liet Rijk geen functie vervulden te kunnen vervreemden.
    De harmonisatie had voor de monumenten in categorie 1 tot gevolg dat de
    speciale bescherming die voor hen gold, namelijk dat zij in bezit van het Rijk
    bleven, werd afgeschaft. Zij waren niet langer onvervreemdbaar en konden
    dus worden verkocht. Deze harmonisatie heeft derhalve geleid tot een lichter
    (beschermings)regime voor deze monumenten, terwijl hun belang, waarde
    en betekenis niet zijn veranderd.
    De raad heeft bij deze beleidswijziging naast efficiency-overwegingen geen
    inhoudelijke of ideële drijfveer kunnen vaststellen om de extra beschermde
    categorie 1-monumenten onder hetzelfde vervreemdingsbeleid te laten vallen
    als andere monumenten die eigendom zijn van het Rijk.
    De beleidswijziging van toenmalig minister Donner werd in 2012 door
    minister Blok voor Wonen en Rijksdienst aangegrepen om het proces van het
    vervreemden van monumenten met een erfgoedfunctie daadwerkelijk in
    gang te zetten.
                14 De aankondiging van deze vervreemding heeft in het
    monumentenveld veel emoties losgemaakt en werd niet door iedereen
   begrepen of gewaardeerd. Het Rijk, als eigenaar en hoeder van
   internationale topmonumenten straalde tot dan toe de boodschap uit dat hij
   de zorg hiervoor niet alleen uit praktisch, maar ook uit historisch, cultureel
    en nationaal perspectief van belang vond.
   Echter, de redenering dat de monumentenzorg in Nederland de afgelopen 50
   jaar sterk ontwikkeld en geprofessionaliseerd is, dat veruit de meeste
   rijksmonumenten in bezit zijn van particulieren of particuliere organisaties
   en dat de staat waarin het monumentenbestand verkeert voor 85% redelijk
   tot goed te noemen is, duidt erop dat ook buiten het Rijk goed voor
   monumenten gezorgd kan worden. Vele monumentenorganisaties, waarvan
   een aantal is aangewezen als professionele Organisatie voor
   monumentenbehoud, doen dit ook volgens de raad op een betrokken en
                                               -
                                                                   -
   stabiele wijze. Ook de minister van OCW geeft in haar beantwoording van
       ‘Fveec1e Knnwr, vergaderjaar 2011—2012.  31 490,  flr. 77
    14
       Tweede Kamer, vergadeijaar 2012-2() [3,   31 490, nr. 121
                                                           4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> RAAR
          riS
CULTUUR
  ,.
    Kamervragen op 5 februari 2013 aan dat zij van mening is dat private
    partijen hebben aangetoond dat ze net zo goed als een overheid
    monumen ten kunnen beheren, behouden en gebruiken. ‘
    In 2010 hebben de diensten die aangesloten zijn bij de Raad voor Vastgoed
    Rijksoverheid in het Protocol Cultureel Erfgoed Rijksoverheid vastgelegd hoe
    zij zullen omgaan met hun cultureel erfgoed.° Het protocol bevat twaalf
    punten; het laatste punt luidt: ‘Ei’ wordt een verantwoorde instandhouding
    gewaarborgd bij afstoting van monumenten waarvoor geen passende functie
   binnen het Rijk te vinden is.’ Tevens is in het protocol bepaald dat in het
    afstotingsproces extra eisen kunnen worden gesteld aan de nieuwe eigenaren
    en aan het toekomstig gebruik en de wijze waarop de instandhouding van het
    cultureel erfgoed wordt geborgd. De formulering van eisen vindt plaats in
   nauw overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Atelier
    Rij ksbouwmeester.
    De Tweede Kamer heeft twee maanden voor de geplande overdracht van de 31
   monumenten advies gevraagd aan de Raad voor Cultuur. Over deze
   overdracht wordt verschillend gedacht. Gezien het voorgaande acht de raad
   het mogelijk dat het Rijk de keuze voor deze overdracht maakt, wanneer de
   inhoudelijke verantwoording daarvan duidelijk is.
   De minister voor Wonen en Rijksdienst legt in zijn brief van 21 februari 2013
   het beleidskader achter de voorgenomen verkoop van monumenten met een
   erfgoedfunctie uit)7 De raad constateert dat de enige overeenkomst tussen de
   (toen nog 34) monumenten is dat het rijksmonumenten niet een
   erfgoedfunctie betreft die het Rijk niet meer nodig heeft voor het primaire
   proces. Dat het ook categorie T-monumenten zijn waar eerder een
   buitengewoon (inter)nationaal cultuurhistorisch belang aan toegekend werd,
   daar wordt niet verder naar verwezen.
   De raad mist aanvullende eisen en voorwaarden aan het toekomstig gebruik
   van te vervreemden monumenten, of zoals genoemd in bovengenoemd
                                                       -
   protocol aan de nieuwe eigenaar, die er toe moeten leiden dat deze
               -
   monumenten op zorgvuldige wijze beheerd en in stand gehouden worden. Bij
   een dergelijke bijzondere categorie monumenten verwacht de raad
   voorwaarden die een instandhoudingspraktijk moeten garanderen die
   gelijkwaardig is aan die van het Rijk tot nu toe.’          8
      Beantwoording Kamervragen van het lid Bergkamp (D’66), 5 februari oi:
      In de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid werken samen: Rijkswaterstaat, Dienst Landelijk Gebied,
   Rijksvastgoedbedrijf, Nationale politie, ProRaiL Staatsbosbeheer en het Centraal Orgaan opvang
   asielzoekers.
     Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013,     31 490 en  32 156 nr. 105
   ‘  De Monumentenwet, en vanaf 2016 de Lrfgoedwet, stelt weliswaar eisen aan de bescherming, maar
   niet aan de instandhouding die de waarden van liet monument moet borgen.
                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> RAAD
CULTUUR
   De raad heeft cle indruk dat een wezenlijke discussie over de vervreemding
   van rijksmonumenten heeft ontbroken. Het had naar de mening van de raad
   meer voor de hand gelegen dat het Rijk eerst had bepaald hoe hij zou willen
   omgaan met monumenten in rijksbezit, welke consequenties dat zou hebben
   voor het beheer en welke monumenten aan een aparte organisatie zouden
   kunnen worden overgedragen en waarom. Deze manier van werken had tot
   andere uitkomsten kunnen leiden. Geïnspireerd door de verzelfstandiging van
   rij ksmusea en Stichting Nationaal Restauratiefonds roept de huidige
   werkwijze bij de raad de vraag op of het Rijk heeft overwogen de 31
   rijksmonumenten niet te verkopen, maar deze te verzelfstandigen en onder te
   brengen in een door het Rijk opgerichte stichting, met toezichthouding van
   het Rijk en met een structurele financiering. Bij een dergelijke constructie zou
   het Rijk zich verantwoordelijk blijven voelen voor de zorg van de 31
   monumenten. Een vergelijkbare constructie zou ook in de toekomst een
   veilige haven voor meer af te stoten rijksmonumenten van het Rijk kunnen
   betekenen. De raad denkt daarbij niet alleen aan de rijksmonumenten met
   een erfgoedfunctie, maar ook aan monumentale complexen op het terrein van
   zorg, defensie en justitie, zoals bijvoorbeeld de Blokhuispoort in Leeuwarden,
   die onlangs naar een andere partij is gegaan.
    -     De raad acht het mogelijk dat het Rijk de keuze voor de overdracht van
         deze 31 monumenten maakt wanneer de inhoudelijke verantwoording
         daarvan duidelijk is.
    -    Voor de toekomst is een andere werkwijze denkbaar. De raad adviseert
         een inhoudelijke en integrale visie op te stellen en beleid te ontwikkelen
         over de vervreemding van monumenten in rijksbezit op de lange termijn.
         Daarbij geeft het Rijk aan welke monumenten hij in bezit wil houden, op
         welke hij toezicht wil blijven houden, bij welke hij betrokken wil blijven
         en welke hij wil afstoten.’
   -     De raad adviseert daarbij te overwegen bepaalde partijen een preferente
         positie te geven, om zo de instandhouding van de monumenten te
         borgen. De NMo zou zo’n partij kunnen zijn. De reeds aangewezen
         professionele organisaties voor monumentenbehoud zouden ook een rol
         kunnen spelen.
      De raad maakt hier geen onderscheid tussen monumenten met een erfgoedfunctie en andere
   rijksmonumenten in bezit hij het Rijk.
                                                    6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre> RAAD
  rn :.
CULTUUR
    2.  In hoeverre voldoet de Nationale Monurnentenorganisatie aan
        de beoordelingscriteria voor professionele organisaties voor
        inonurnentenbehoud?
    Op i8 december 2014 is tussen de Staat der Nederlanden en de Vereniging
    Nationale Monumentenorganisatie de ‘Overeenkomst op hoofdlijnen
    rijksmonumentenportefeuille’ gesloten.20 Hierin wordt verwezen naar POM,
    in de zin dat de leden van de NMo POM-waardig dienen te zijn. De raad is van
    mening dat niet alleen de leden van de NMo POM-waardig moeten zijn, maar
    dat de NMo dat als organisatie ook dient te zijn. Het Rijk zou dit als
   voorwaarde moeten stellen bij de overdracht van dergelijke belangrijke
    monumenten.
    Om de tweede vraag te kunnen beantwoorden, heeft de raad zoals uzelf heeft
                                                                    -
    gesuggereerd de POM-beoordeling als richtlijn gebruikt. Aan de hand van
                   -
   deze criteria, opgesteld door het Rijk en geoperationaliseerd door de Raad
   voor Cultuur, kan worden bepaald in welke mate een Organisatie voor
   monumentenbehoud professioneel werkt. De raad heeft ervaring met deze
   manier van toetsen waarbij op verzoek van de minister van OCW organisaties
   die aangewezen willen worden als POM op een aantal criteria worden
   beoordeeld. De raad heeft er rekening mee gehouden dat de NMo niet zelf een
   aanvraag heeft ingediend; hij heeft getoetst in de geest van de criteria in de
   Subsidieregeling instandhouding monumenten.
   De minister van OCW toetst een aanvraag voor aanwijzing als POM op
   formele criteria. De raad toetst op onderstaande vijf inhoudelijke criteria:
    1.  de statutaire doelstelling van een Organisatie;
    2. de borging van de kwaliteit van de uitvoering van werkzaamheden aan
        beschermde monumenten;
    3. een structurele en consistente professionele omgang met beschermde
        monumenten;
    4. de financiële stabiliteit en continuïteit, financieel beheer en governance;
    5. de staat van de rijksmonumenten in bezit van aanvrager.
   De NMo is in juli 2014 opgericht in de vorm van een vereniging (meest
   recente statuten: 25 november 2014). Om mogelijke conflicten met de
   statutaire doelstellingen van de individuele leden te vermijden is op 26 juni
   2014 de Stichting Monumenten Bezit (hierna: SMB) opgericht. Na verwerving
   van de 31 monumenten door de NMo zullen deze worden overgedragen aan
   de SMB. De SMB wordt derhalve formeel eigenaar van de monumenten.
      Tvcde Kamer 2014-2015, :314(10, mr 170 en or 171
                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> RAAR
CULTUUR
     De NMo, of SMB, heeft op dit moment nog geen monumenten in bezit; de
    werkwijze en werkprocessen zijn plannen. De directeuren van NMo en SMB
    zijn op 1 mei 2015 aangetreden.
    Om te kunnen beoordelen of het monumentenbelang van de 31 monumenten
    goed is geborgd, heeft de raad zich geconcentreerd op drie aandachtsvelden:
    de financiering, de goveriiance en de vervreemdingsmogelijkheid bij de NMo
    en SMB. Deze punten zijn naar de mening van de raad doorslaggevend bij de
    borging van de kwaliteit van de instandhouding.
    2.1   Financiering
    Toenmalig minister Donner heeft indertijd in zijn brief aangegeven dat het
    niet langer noodzakelijk was monumenten in rijksbezit te behouden, onder
    meer omdat private monumentenorganisaties toegang tot financiële middelen
    hebben die niet toegankelijk zij ii voor het Rijk.21
    De minister voor Wonen en Rijksdienst heeft ervoor gekozen de 31
    monumenten als één pakket aan te bieden omdat een groot deel ervan niet of
    zeer beperkt exploitabel j5•22 Het merendeel van de 31 monumenten kent zelfs
    een negatieve exploitatie; de onderhoudskosten zijn hoger dan de inkomsten.
    Op basis van de geschatte negatieve exploitatie waarvoor de NMo verwacht de
    monumenten te kunnen beheren, is een eenmalige instandhoudingsbij drage
   bepaald van 6i miljoen euro. Het jaarlijks rendement van deze bijdrage moet
    de NMo voor onbeperkte tijd in het tekort op de onderhoudskosten voorzien.
   Wegens achterstallig onderhoud aan enkele monumenten zal het Rijk de NMo
    daarnaast een bedrag van 2,1 miljoen euro betalen.23
   De NMo geeft in haar documenten aan dat zij verwacht goedkoper te kunnen
   werken dan het Rijk en daarnaast de inkomsten te kunnen optimaliseren. Zij
   wil veel in eigen beheer gaan doen, efficiënter werken dan het Rijk, fondsen
   werven en een beroep doen op haar leden. De instandhoudingsbijdrag van 6i
   miljoen euro is gebaseerd op een inschatting. Om de redelijkheid van deze
   inschatting te kunnen beoordelen en te kunnen bezien of de
   instandhoudingsbehoefte en de financiële middelen in balans zijn, zouden
   volgens de raad de uitgaven per complex van de afgelopen vijfjaar en een
   beredeneerde schatting van de komende vijf jaar beschikbaar moeten zijn.
   Ook de investeringen en reserveringen voor de uitvoering van opgestelde
   meerjaren onderhoudsprogramma’s voor de monumenten dienen daarin
   meegenomen te zijn, zodat een opbouw en verdeling van de eenmalige
   instandhoudingsbijdrage te herleiden is.
    2L
       ‘fwt’de Kirner, vergadeiaar 2011-2012, 31 490, ur. 77
       Tw tede Kamer, vergadeijaar 2014—2015, 31 490 en 32 1a6. nr. 54
    23 l:coays, Second Opinion overdracht Monumenten. Rapport Toetsing van de Overdracht van t 1
    monumenten aan de NMo, Rotterdam, 17april 2015.
                                                       8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> RAAD
CULTUUR
   Ook de Tweede Kamer heeft de minister voor Wonen en Rijksdienst naar deze
   cijfers en het business model gevraagd. De minister heeft u een raming in
   globale zin gegeven, niet uitgesplitst per monument.    24 1-Tij stelt dat de NMo er
   grote moeite mee heeft om per monument aan te geven hoeveel euro er
   beschikbaar is voor de lokale aannemer, of om per monument een
   huurbedrag op te nemen. De NMo zou daarmee haar onderhandelingspositie
   tegenover lokale aannemers of geïnteresseerde huurders kunnen verliezen.
   De raad kan zich de terughoudendheid rondom de cijfers voorstellen, maar
   meent dat het zonder een specificatie niet mogelijk is de redelijkheid van het
   bedrag te kunnen beoordelen. Te meer omdat beleggingsrendementen op
   korte termijn discutabel zijn en niet perse een positief beeld laten zien.
   Overigens, het essentiële beleggingsstatuut is nog niet door de leden
   vastgesteld.25
   De structurele inkomsten lijken bovendien laag en de huren zijn vooralsnog
   -  uit eigen beweging bevroren, dus het ligt niet voor de hand dat eventuele
                                 -
   tekorten daarmee aangevuld gaan worden. De beoogde inkomsten uit fondsen
   lijken daarnaast aan de optimistische kant, het beschikbare bedrag bij de
   fondsen wordt immers niet groter. De financiële verplichting van de leden
   betreft de betaling van een contributie van 2.500 euro per jaar. Het is voor de
   raad een vraag wat er bijvoorbeeld met het onderhoud, of de kwaliteit van de
   uitvoering van de werkzaamheden gebeurt als het beoogde rendement niet
   wordt behaald. Ook is niet duidelijk waar bijvoorbeeld de directeuren van
   betaald worden en welke consequenties er in geval van faillissement aan de
   monumenten en de instandhoudingsbijdrage verbonden zijn.2                    6
   De raad stelt dat het financieringsmodel te ondoorzichtig is en de prognoses
   van het beleggingsrendement van de 61 miljoen euro te onzeker. De
   eeuwigdurende instandhouding van de 31 monumenten wordt in financiële
   zin niet aantoonbaar geborgd.
    -    De raad adviseert meer openheid te verzoeken over de financiële opzet en
         het business model van de NMo en de wijze waarop de
         instandhoudingsbijdrage van 61 miljoen euro is vastgesteld.
   24 Twuede Kanwr   1W 14-2015,   :  490, nr. 170
   25
      De raad heeft veniornen tlat het bestuur van de NMo voornemens is op to juli 2015 het
   l)eleggingsstamut vast te stellen.
                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> RAAD
  ifl
CULTUUR
    2.2    Governance
     De miiiister voor Wonen en Rijksdienst geeft in zijn brief van 18 december
    2014 aan dat de leden van de NMo POM-waardig dienen te zijn.27 Een aantal
    van de huidige zes leden van de NMo is aangewezen als POM.2                   8 in haar
    statuten meldt de NMo dat leden slechts rechtspersonen kunnen zijn waarbij
    op beleidsniveau de professionaliteit met betrekldng tot de instandhouding
    van de monumenten aanwezig is of voldoende is geborgd. De raad vraagt zich
    af of hiermee POMs worden bedoeld, of dat de NMo zelf gaat beoordelen wie
    wel of niet aan die criteria voldoen. Overigens constateert de raad een
    wisselend lidmaatschap van de NMo. Leden die er vanaf de oprichting hij
    waren Zij ii afgehaakt en er zijn nieuwe bijgekomen. De huidige constructie
    voorziet niet in een permanentie van de leden, hetgeen bij de raad de vraag
    oproept hoe stabiel de NMo is.
    De NMo streeft ernaar de komende jaren meer leden aan zich te binden,
    waarbij zij een ledental tussen de 20 tot 50 organisaties noemt.              29 De raad
    vraagt zich af hoe deze leden zich verhouden tot de statuten van de NMo en
    tot de POMs die geen lid zijn van de NMo. Ook zou de NMo bij
    fondsenwerving een concurrent kunnen worden van haar eigen leden.
    Overigens is het voor de raad niet vanzelfsprekend dat wanneer er leden POM
    zijn, dit betekent dat de NMo ook POM-waardig is.
     —     De raad adviseert te overwegen de voorwaarde in te voeren dat leden van
           de NMo aangewezen moeten zijn als POM. Dit mede om te voorkomen
           dat er twee circuits ontstaan voor de beoordeling van professionaliteit in
           de sector.
    Wat de Organisatie binnen de NMo betreft, is voor de raad de bestuurlijke
    verhouding tussen NMo, SMB en leden niet transparant genoeg. De leden zijn
    organisaties, vertegenwoordigd door hun directeuren in het bestuur van de
    NMo. De directeur van de NMo is daarnaast de Raad van Toezicht van de
    SMB. Belangenverstrengeling, of tenminste de schijn daarvan, is in deze opzet
    onontkoombaar. Ook de deskundigheid van de toezichthouder is in de ogen
    van de raad niet aangetoond. Wie verantwoordelijk is voor welke processen
    en besluitvorming en wie de controle heeft op wat er gebeurt, zijn naar de
    mening van de raad essentiële zaken die hij nog niet aangetoond heeft gezien.
    7Tweede Kamer. vergaderjaar 2014-2015,32 156      2fl 31 490, nr. 54
        De huidige leden zijn Geldersch Landschap Kasteelen (POM), Utrechtse Maatschappij tot
    Stadsherstel NV (geen POM), NV Monumentenfonds Brabant (geen 1’OM), Vereniging 1 lendrick de
     Keyser (POM). BOEi (POM) en Natuurmonumenten (I’OM).
    2’) De Nationale Monumentenorganisatie. Visie, strategie en organisatie. Bijlage hij brief 10 mei 2015 aan
    de Raad voor Cultuur.
                                                       10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> RAAD
CULTUUR
    De raad geeft in overweging mee dat het Rijk als toezichthouder in het
   bestuur vertegenwoordigd kan zijn. Hiermee geeft het Rijk het belang aan van
    een goede governance-structuur en zijn betrokkenheid bij de zorg voor de 31
    monumenten.
     -   De raad adviseert een juridische toets op governance uit te laten voeren
        en de rol van het Rijk hierin te betrekken.
    De raad kan de NMo en SMB in praktische zin nog niet beoordelen. Het
   werkapparaat en de werkprocessen zijn nog niet beschreven. De NMo geeft in
   haar statuten aan te willen fungeren als service-organisatie voor
   monumentbeherende organisaties, maar hoe dit zal worden uitgewerkt is
   vooralsnog onduidelijk.
   2.3  Vervreemding door NMo/SMB
   Hoewel de minister voor Wonen en Rijksdienst de keuze heeft gemaakt de 31
   monumenten als één pakket te vervreemden, en de bijdrage van 61 miljoen
   euro voor de eeuwigdurende instandhouding van deze monumenten is
   bedoeld, kunnen in de huidige opzet monumenten worden overgedragen aan
   leden van de NMo. Volgens artikel 3.1 van de statuten van de SMB tracht zij
   haar doel te bereiken door het verwerven en zo mogelijk, al dan niet in
   erfpacht, het doorleveren van monumenten. Ook in de statuten staat dat de
   monumenten bij verkoop eerst aan de leden van de NMo dienen te worden
   aangeboden en vervolgens, als de leden niet geïnteresseerd zijn, aan het Rijk
   of een lokale overheid. Hieruit maakt de raad op dat het doel niet uitsluitend
   gericht is op duurzame exploitatie van de 31 monumenten door de NMo, of
   SMB. De raad vindt dit niet wenselijk; het pakket kan uiteenvallen. Als het
   pakket, of onderdelen daarvan, in handen komt van een POM lijkt de
   instandhouding goed geborgd, maar ook een POM kan monumenten van de
   hand doen. Ook kan een topmonument in bezit komen van een lid van de
   NMo dat geen POM is. Wanneer een monument door geen enkel lid of
   overheid wordt geambieerd, kan een monument zelfs aan een derde partij
   worden verkocht.
   Om te kunnen borgen dat de monumenten in eigendom bij SMB blijven, stelt
   Ecorys voor de koopovereenkomst tussen het Rijk en de NMo meer te
   expliciteren. Naar de mening van de raad gaat dit niet ver genoeg. Wil
   duurzaam behoud in de toekomst gegarandeerd zijn, dan dienen de statuten
   van de NMo en SMB zodanig te worden aangepast dat de mogelijkheid tot
   vervreemding wordt uitgesloten.
    -   De raad adviseert de koopovereenkomst aan te passen en tevens aan te
        dringen op aanpassing van de statuten van NMo en SMB, zodanig dat
       vervreemding van de monumenten door hen niet mogelijk is.
                                           11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> RAAD
CULTUUR
   3. Is de instandhouding van de 31 monumenten bij de Nationale
        Monurnentenorganisatie duurzaam geborgd?
   De Tweede Kamer vraagt de raad naar de eventuele consequenties voor de
   betreffende 31 rijksmonumenten. Met andere woorden: is de instandhouding
   van deze monumenten bij de NMo goed geborgd.
   De raad concludeert dat de NMo een voorstelbare organisatie is om de 31
   monumenten aan over te dragen. Echter, op basis van de beschikbare
   informatie is de raad van mening dat de Organisatie O dit moment nog niet
   zodanig is ingericht dat de kwaliteit van de instandhouding is geborgd.
   De NMo en SMB zijn nog in opbouw en hebben nog geen werkapparaat,
   beschreven werkprocessen of een beschrijving van de beoogde inzet van
   interne en externe restauratiespecifieke expertise. De Organisatie heeft naar
   de mening van de raad het organisatiemodel en de borging van de
   instandhouding nog niet op orde maar zou dat, voorafgaand aan een
   overdracht, wel dienen te hebben. Op een aantal wezenlijke onderdelen schiet
   de Organisatie nu nog tekort. Zo zijn er op het gebied van governance nog
   open einden, vragen en bedenkingen en kunnen de financiële stabiliteit en
   continuïteit van de Organisatie niet worden aangetoond. De NMo, of SMB,
   zou op dit moment niet door een POM-toetsing komen.
   Naar de mening van de raad is het op dit moment te vroeg om de
   monumenten over te dragen. De raad adviseert u aanvullende voorwaarden te
   stellen ten aanzien van de NMo en SMB en beide organisaties meer tijd te
   geven om zaken op orde te hebben voordat de overdracht van de 31
   monumenten zijn beslag krijgt en zij hun beoogde rol op zich kunnen nemen.
    Conclusies en aanbevelingen
    -   De raad acht het mogelijk dat het Rijk de keuze voor de overdracht van deze
        monumenten maakt wanneer de inhoudelijke verantwoording daarvan
        duidelijk is.
    -   Voor de toekomst is een andere werkwijze denkbaar. De raad adviseert een
        inhoudelijke en integrale visie op te stellen en beleid te ontwikkelen over de
        vervreemding van monumenten in rijksbezit op de lange termijn. Daarbij
        geeft het Rijk aan welke monumenten hij in bezit wil houden, op welke hij
        toezicht wil blijven houden, bij welke hij betrokken wil blijven en welke hij wil
        afstoten.
    -   De raad adviseert daarbij te overwegen bepaalde partijen een preferente
        positie te geven, om zo de instandhouding van de monumenten te borgen. De
                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    NMo zou zo'n partij kunnen zijn. De reeds aangewezen POMs zouden ook een
    rol kunnen spelen.
7 De raad adviseert meer openheid te verzoeken over de financiële opzet en het
    business model van de NMo en de wijze waarop de instandhoudingsbijdrage
    van 61 miljoen euro is vastgesteld.
7 De raad adviseert te overwegen de voorwaarde in te voeren dat leden van de
    NMo aangewezen moeten zijn als POM. Dit mede om te voorkomen dat er
    twee circuits ontstaan voor de beoordeling van professionaliteit in de sector.
7 De raad adviseert een juridische toets op governance uit te laten voeren en de
    rol van het Rijk hierin te betrekken.
7 De raad adviseert de koopovereenkomst aan te passen en tevens aan te
    dringen op aanpassing van de statuten van NMo en SMB, zodanig dat
    vervreemding van de monumenten niet mogelijk is.
7 De raad adviseert de NMo en SMB meer tijd te geven om zaken op orde te
    hebben voordat de overdracht van de 31 monumenten zijn beslag krijgt en zij
    hun beoogde rol op zich kunnen nemen.
Zoals de raad aan het begin van deze brief aangeeft, heeft hij vanwege de beperkt
beschikbare tijd dit advies moeten baseren op documenten die hem door de NMo ter
beschikking zijn gesteld en op openbare stukken. Hij heeft zijn advies met uiterste
zorgvuldigheid voorbereid, maar sluit niet uit dat bij een verdiepingsslag in de vorm
van gesprekken met betrokkenen nog nieuwe informatie of aanvullende argumenten
naar voren komen. Op basis van de bovenstaande bevindingen adviseert de raad u te
vragen de voorgenomen overdracht op 1 juli 2015 uit te stellen.
De raad is vanzelfsprekend bereid een aanvullend advies uit te brengen waarin
gesprekken met betrokkenen en eventuele nu nog niet openbare informatie zijn
verwerkt. De raad ziet uw beraadslagingen en reactie op dit advies met
belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Joop Daalmeijer                                      Jeroen Bartelse
Voorzitter                                           Algemeen secretaris
                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> RAAR
  i.n •rw
CULTUUR
    Bijlage  1
    Sam enstel ii ng commissie Professionele Organisaties voor Monurnentenbehoud
    Jaap ‘t Kat-t (voorzitter)
    Martin van Bleek
    Arie den Dikken
    Lisa Johnson
    Annet Pasveer (secretaris)
                                          14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>